wanneer iemand beweert dat de euromast niet bestaat
omdat ie hem nooit gezien heeft,wil dat niet zeggen
dat er dus ook geen euromast is.
Voor iemand die de euromast gezien
heeft, bestaat er geen twijfel over het bestaan ervan.
Voor diegene die de euromast nooit gezien heeft,
is het al of niet bestaan ervan speculatief.
Maar speculatief wil niet zeggen onzinnig.
Er zijn bijvoorbeeld afbeeldingen en foto's van de euromast.
En verhalen van mensen die hem gezien hebben.
Beschrijvingen in het gemeentelijk kadaster
en wat al nog niet meer aan indirecte bewijsvoering.
De persoon in het filmpje wijst foto's en verhalen bij voorbaat af.
Dat is niet echt een open,onderzoekende houding vind ik.
Maar enfin,er gaat wel iets door na het sterven,volgens de spreker,
maar :''It's not me.''
Dus ja...wat beweert ie nou helemaal...?
Reinkarnatie of wedergeboorte is een essentieel onderdeel
van het boeddhisme,onderwezen door de boeddha zelf.
Het lijkt mij vreemd om dan als boeddhist te beweren,op basis van schamele argumenten,
dat de boeddha het dus bij het verkeerde eind had...
In de Sutra Nikaya staan de uitspraken die aan de Boeddha worden toegeschreven. Centraal staat het streven naar verlossing uit samsara, de kringloop van bestaan, het steeds opnieuw wedergeboren worden. Er is sprake van wedergeboorte door een onjuist inzicht in onze ervaringen. Onze geest schept een "objectieve" werkelijkheid uit onze ervaring, waarin we verlangen dat dingen anders zijn dan ze zijn, onszelf als een zelf of ik ervaren, en in de wereld om ons heen onveranderlijke dingen waarnemen. In werkelijkheid zijn ze zelfloos, is de werkelijkheid onbevredigend, en is er sprake van voortdurende verandering. Inzicht in deze werking van de geest, en het volgen van de boeddhistische weg, zorgt er voor dat de geest tot rust komt.
Essentieel voor het boeddhistische denken is het idee van wederzijds afhankelijk ontstaan: alle verschijnselen komen tot bestaan door een keten van oorzaken. Neem een van de oorzaken weg, en het verschijnsel verdwijnt ook. Dit geldt voor concrete, waarneembare objecten en verschijnselen, maar ook voor de werking van de eigen geest.
Het Nirwana, het uitdoven van de verlangens van de geest, wordt als ongeconditioneerd gezien: het ontstaat niet door een oorzaak, en is dus niet afhankelijk van andere factoren voor haar ontstaan.
Deze kernideeën verklaren de menselijke geest en het lijden dat zij ervaart in dit bestaan, maar het roept ook vragen op. Een van deze vragen is wie of wat het is die nu bestaat en die wedergeboren wordt, als er geen permanent ik of zelf is. In de oudste sutra's balanceert de Boeddha tussen essentialisme en nihilisme: het idee dat er een eeuwig zelf is, en het idee dat er niks overblijft na de dood.
Dit balanceren tussen twee uitersten is in het latere boeddhisme terug te herkennen:
"Mocht je jezelf ooit toestaan te geloven in iets meer dan een zuiver vergankelijk bestaan van alle verschijnselen, dan zul je een ernstige vergissing maken, bekend als het illusoir geloof in een eeuwig leven; maar als je er van uitgaat dat de innerlijke leegte der verschijnselen alleen maar afwezigheid inhoudt, dan verval je in een andere fout, namelijk de dwaalleer van het definitief vergaan".