Auteur Topic: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi  (gelezen 6129 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Gepost op: 09-03-2016 20:39 »
Persoonlijkheidsvisie, Sakkaya-ditthi

Bron: Majjhima Nikaya 44, Culavedalla Sutta

Persoonlijkheidsvisie ontstaat door beschouwing of misschien mag je ook wel zeggen dat het een bepaalde perceptie of idee is. Het lijkt me dat het in de kern gaat om allerlei soorten ideeen over Ik. Je maakt je een voorstelling van jezelf en je houdt die voorstelling ook echt voor wie je bent. Het is het domein van beeldvorming.

Er worden in MN44 per khandha vier soorten visies onderscheiden. Ik zal dit uitwerken voor de eerste khandha, materiele vorm.

1. ...”je beschouwt materiele vorm als jezelf...”
Dus je beschouwt het lichaam als jezelf. De visie: ‘Ik ben dit lichaam’.
Het voorbeeld hierbij uit commentaar (zie noot 462) is dat men materiele vorm kan beschouwen als jezelf, op de manier waarop de vlam van een brandende olielamp identiek is aan de kleur (van de vlam). 

Dus dit lijkt me een toestand van volledige identificatie. Ik denk dat dit heel veel voorkomt. Als je alleen al voor de spiegel staat en je maakt je haar in orde dan heb je toch het idee, ‘dat ben ik’. Je bent toch ijdel vanuit de visie dat je het lichaam bent. Je vereenzelvigt je er toch mee. Misschien schaam je je er voor? Of ben je juist trots en wil je laten zien, ‘dit ben ik’. Ook als het lichaam iets gaat mankeren, kun je merken dat er een sterke identificatie is en dat er paniek kan ontstaan. Een herkenbare vorm van persoonlijkheidsvisie, vind ik.

2. ....”of je beschouwt het zo dat jezelf materiele vorm bezit...”
Dus de beschouwing: ‘Ik bezit een lichaam, ik heb een lichaam. Dit lichaam is van-mij.
Ik ben de eigenaar van dit lichaam, eigenaar van deze materiele vorm’.
Het voorbeeld dat het commentaar geeft, is dat men het zo kan beschouwen dat je een materiele vorm bezit, zoals een boom ook een schaduw bezit.

Ja, dit vind ik ook erg herkenbaar. Ik ben niet het lichaam maar ik heb een lichaam. Een idee dat zeker voorkomt en het functioneren soms beheerst. Ik bestuur het lichaam. Ik doe er mee aan sport en hou het mooi en gezond. Ik ben de eigenaar van dit lichaam, dit lichaam is van-mij en ik moet het goed behandelen. Gezond houden, goed voeden, schoon houden, in vorm houden etc. Ik heb een lichaam. Dit lichaam is van-mij. Herkenbaar, toch?

3. ...”of je beschouwt materiele vorm als in jezelf...”
Ik denk dat dit de beschouwing/visie is dat het lichaam of misschien lichamelijkheid een onderdeel/aspect is van jezelf. Dus niet zozeer het lichaam als van-mij, maar als een aspect of onderdeel van jezelf. Je poneert eerst jezelf als een soort geheel, en de materiele vorm of het lichaam is daarin dan vervat. Het voorbeeld van het commentaar hierbij is dat men het zo kan beschouwen dat materiele vorm in jezelf is, zoals een geur in de bloem is/zit.

Hmmm...deze visie vind ik op dit moment niet zo herkenbaar.

4. ...”of je beschouwt jezelf in materiele vorm”. Dit lijkt de omgekeerde van de vorige.
Ik begrijp het zo dat je eerst het lichaam of de materiele vorm poneert en dan is je visie dat je daar op de één of andere manier in bent vervat. Het voorbeeld uit commentaar hierbij is dat men zichzelf beschouwt in materiele vorm, zoals een juweel zit in een juwelendoosje.

Misschien dat deze visie lijkt op de materialistische visie, waarin het zelf op de een of andere manier, als emergerend verschijnsel is vervat in de materiele vorm, namelijk het brein. Hmmm...

Ik merk dat ik met 3 en 4 het minst heb op dit moment.

Voor de andere vier khandha’s, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn wordt dit op dezelfde manier uitgewerkt, dus vervang 'materiele vorm', door 'gevoel', 'waarneming', 'mentale formaties' en 'bewustzijn'.

Dus je krijgt zo 20 soorten persoonlijksheidsvisie, voor elke khandha vier.

Persoonlijkheidsvisie is in boeddhisme iets heel essentieels, volgens mij, omdat zolang je jezelf blijft ervaren als een wezen, je ook je zo zult gedragen. De visie is alles bepalend. Je intenties, je motivaties, het spreken, het doen en laten. Persoonlijkheidsvisie werkt als een soort psychologisch verdedigingsmechanisme. Geloof je eenmaal dat geest een Ik is, op welke manier ook, dan vraagt dat Ik ook om aandacht, liefde, status, wil veiligheid, wil zekerheid, gezondheid, wil dit wel en dat niet etc. Er trekt dus samen met persoonlijkheidsvisie een hele psychologische wereld op met allerlei emoties, verlangens, angsten, zorgen etc.

Daarom wordt het waarschijnlijk ook beschreven als de eerste keten die je moet prijsgeven want als dit niet wordt prijsgegeven, dan blijven alle bezoedelingen en latente neigingen denk ik maar gevoed worden vanuit dat geloof dat er een soort mannetje of vrouwtje in je hoofd zit, een wezentje.

Er wordt onderwezen dat van deze persoonlijkheidsvisies (sakkya-ditthi) voorgoed afstand wordt gedaan bij stroom-intreden. Nibbana wordt dan voor het eerst rechtstreeks ervaren. Ik neig het toch zo te begrijpen dat je dan pas echt voor het eerst ziet wie of wat je echt bent en dan wel op een volstrekt niet verbeelde manier. Dat kan denk ik persoonlijkheidsvisie ontmantelen.
Dit moment van stroom-intreden markeert niet alleen het einde van persoonlijkheidsvisie maar ook van twijfels of scepsis omtrent de Boeddha, de Dhamma en Sangha.
Tevens onthult zich de zinloosheid van gehechtheid aan bepaalde rituelen en gebruiken als vaardige middelen op het pad.

hartelijke groet,
Siebe



Offline annaputta

  • Actief Lid
  • **
  • Berichten: 40
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #1 Gepost op: 10-03-2016 16:15 »
Hallo Sybe,

Je hebt m.i. gelijk dat bij stroomintrede ingezien wordt dat er geen "ik" is. Maar de onwetendheid is pas geheel en al verdwenen bij het bereiken van volmaakte heiligheid.

De Eerwaarde Sariputta zei eens dat hij geen enkele gedachte meer had van “ik” of “mijn”. Hij was als volmaakte heilige volledig bevrijd van de mening “ik ben”. (S.28.1-9). Voor hem was er geen maat meer waarmee hij aangeduid kon worden.

Dit wil dus zeggen dat de mening van een “ik” pas volledig verdwijnt bij het bereiken van volmaakte heiligheid. Tot dan is er nog een rest van onwetendheid, met bijvoorbeeld nog een klein beetje verlangen naar iets.

Groeten
Annaputta



Offline annaputta

  • Actief Lid
  • **
  • Berichten: 40
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #2 Gepost op: 11-03-2016 07:05 »
Als vervolg op mijn korte opmerking nog even iets meer over persoonlijkheidsvisies.
Bij stroomintrede is er het inzicht dat er geen persoonlijkheid is, geen zelf, geen "ik". Dat inzicht is dan uit eigen ervaring en geen theorie meer. Dat inzicht in de onpersoonlijkheid van het bestaan is dan nog niet permanent, maar het wordt vele keren herhaald. De hindernissen worden steeds kleiner en het niveau van heiligheid groter. Degene die in de stroom is getreden, is aan het begin van heiligheid, een begin-heilige. Omdat het inzicht in de onpersoonlijkheid van het bestaan steeds vaker herhaald wordt, bereikt men meer niveaus van heiligheid. Men wordt heiliger, als ik dat zo mag zeggen. En pas op het niveau van volmaakte heiligheid, arahantschap, is alle onwetendheid verdwenen en is het inzicht in de onpersoonlijkheid van het bestaan permanent.
   Met dit inzicht in de onpersoonlijkheid van het bestaan wordt het bestaan van een persoonlijkheid in conventionele zin niet geloochend. Wel wordt ontkend dat er een blijvende vaste kern is. Er verdwijnt niets wezenlijks. Alleen lijden verdwijnt.

Annaputta

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #3 Gepost op: 11-03-2016 13:43 »
Ja, ik denk het ook zoiets.

Wat ik zie in het onderricht is dat bijvoorbeeld de keten van persoonlijkheidsvisie wordt afgeworpen bij stroom-intrede, maar wat bijvoorbeeld dan nog niet eindigt is eigendunk/verbeelding (mana) en ook onwetendheid. Die eindigen pas bij arahantschap.

Dat eigendunk (mana) nog kan bestaan terwijl toch persoonlijkheidsvisie is prijsgegeven, kan misschien dan verklaard worden door wat jij schrijft. Of zou je dat anders willen verklaren?

hartelijke groet,
Siebe




Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
De relatie persoonlijkheidsvisie en gevoel/notie van subjectiviteit.
« Reactie #4 Gepost op: 11-03-2016 20:28 »
Beste Annaputta en lezers,

Ik ben tegengekomen dat Samyutta Nikaya 22.89, genaamd Khemaka behandelt wat wij in het bovenstaande aansnijden. Zie: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.089.than.html

Het behandelt dat met de eliminatie van persoonlijkheidsvisie bij stroom-intreden, niet volledig het gevoel van persoonlijke identiteit verdwijnt. Dat geef jij eigenlijk ook aan Annaputta in je vorige reactie. Er blijft, bij wijze van spreken, een geur van subjectiviteit in de geest over. De sutta spreekt over de eigendunk/waan van 'Ik ben', het verlangen 'Ik ben' en de onderliggende neiging 'Ik ben'.
Dus hoewel de khandha's niet meer worden ervaren als zelf of behorend tot zelf, resteert als een soort van geur van subjectiviteit, de notie ik ben, toch nog in relatie tot de khandha's.
De resterende geur van subjectiviteit verwijst nog naar de onderliggende neiging van onwetendheid die pas wordt ontworteld bij arahantschap.

Dit kan denk ik ook verklaren dat tot het arhantschap er mana is, eigendunk/verbeelding, wat ook wordt uitgelegd als de neiging tot ideeen als 'ik ben superieur aan anderen, gelijk of inferieur'. Dit meten van jezelf, dit vergelijken van jezelf met anderen, berust waarschijnlijk ook nog op deze resterende geur van subjectiviteit in de vorm van de eigenwaan "ik ben", het verlangen Ik ben, en de onderliggende neiging 'ik ben.

Wat betreft het vergelijken van jezelf met anderen en het einde ervan bij arhantschap,

[Bronnen
- The Numerical Discourses of the Buddha, a translation of the Anguttara Nikaya, by Bhikkhu Bodhi, 2012, Wisdom Publications, Boston;
-The Connected Discourses of the Buddha, A new translation of the Samyutta Nikaya, translated from Pali by Bhikkhu Bodhi, Volume I, Wisdom Publications, Boston]
Sutta’s of fragmenten door mij vertaald uit het Engels


Anguttara Nikaya 6.49 (7), Khema

De Gezegende verbleef eens te Savatthi in Jeta’s Gaarde, Anathapindika’s park. Bij die gelegenheid verbleven de eerwaarde Khema en de eerwaarde Sumana te Savatthi in het bos van de blinden. Toen benaderden ze de Gezegende, betoonden hem eerbied, en gingen terzijde zitten. Toen zei de eerwaarde Khema tegen de Gezegende:
“Bhante, wanneer een bhikkhu een arahant is, iemand wiens bezoedelingen zijn vernietigd, iemand die het spirituele leven geleefd heeft, gedaan heeft wat gedaan moest worden, de last heeft neergelegd, zijn eigen doel bereikt heeft, volkomen vernietigd heeft de ketens van bestaan, iemand volledig bevrijd door uiteindelijke kennis, komt het niet (meer) in hem op: (1) ‘Er is iemand beter dan mij’, of (2) ‘Er is iemand gelijk aan mij’, of (3) ‘Er is iemand inferieur aan mij’”.
Dit is wat de eerwaarde Khema zei. De leraar stemde in. Toen dacht de eerwaarde Khema, ‘De leraar is het met me eens’, stond op van zijn stoel, betoonde eerbied aan de Gezegende, liep om hem heen terwijl hij de rechterkant naar hem toegekeerd hield, en vertrok.
Toen, direct nadat de eerwaarde Khema was vertrokken, zei de eerwaarde Sumana tegen de Gezegende: “Bhante, wanneer een bhikkhu een arahant is, iemand wiens bezoedelingen zijn vernietigd, iemand die het spirituele leven geleefd heeft, gedaan heeft wat gedaan moest worden, de last heeft neergelegd, zijn eigen doel bereikt heeft, volkomen vernietigd heeft de ketens van bestaan, iemand volledig bevrijd door uiteindelijke kennis, komt het niet (meer) in hem op: (4) ‘Er is niemand beter dan ik’, of (5) ‘Er is niemand aan mij gelijk’ of (6) ‘Er is niemand aan mij inferieur’”.
Dit is wat de eerwaarde Sumana zei. De leraar stemde in. Toen dacht de eerwaarde Sumana, ‘De leraar is het met me eens’. Hij stond op van zijn stoel, betoonde eerbied aan de Gezegende, liep om hem heen terwijl hij de rechterkant naar hem toegekeerd hield, en vertrok.
Toen, vlak nadat beide monikken waren vertrokken, sprak de Gezegende de bhikkhu’s toe: “Bhikkhu’s, het is op zo’n manier dat stamleden (clansman) uiteindelijke kennis afkondigen. Ze vermelden de betekenis maar brengen zichzelf daarbij niet in beeld. Maar er zijn hier enkele dwazen mensen voor wie, naar het schijnt, uiteindelijke kennis een grap is. Ze zullen later leed tegenkomen”.

Ze [classificeren zichzelf niet] als superieur of inferieur, noch classificeren ze zichzelf als gelijk.
Geboorte is vernietigd, het spirituele leven is geleefd;
Ze gaan verder, bevrijd van ketens.


Samyutta Nikaya 22.49 (7), Sona (1)

Aldus heb ik gehoord. De Gezegende verbleef eens te Rajagaha in het bamboebos, het eekhoorn heiligdom. Toen benaderde de huishouders zoon Sona de Gezegende...De Gezegende zei toen tegen de huishouder zoon Sona:
“Sona, wanneer om het even welke asceet of brahmaan dan ook, op basis van vorm- dat niet duurzaam is, lijden, en onderhevig aan verandering- zichzelf aldus beschouwt: ‘Ik ben superieur’, of ‘Ik ben gelijk’, of ‘Ik ben inferieur’, waar komt dat anders door dan het niet zien van de zaken zoals ze werkelijk zijn?
“Wanneer om het even welke asceet of brahmaan dan ook, op basis van gevoel- dat niet duurzaam is, lijden, en onderhevig aan verandering- zichzelf aldus beschouwt: ‘Ik ben superieur’, of ‘Ik ben gelijk’, of ‘Ik ben inferieur’, waar komt dat anders door dan het niet zien van de zaken zoals ze werkelijk zijn?
“Wanneer om het even welke asceet of brahmaan dan ook, op basis van waarneming...op basis van wilsformaties...op basis van bewustzijn- dat niet duurzaam is, lijden, en onderhevig aan verandering- zichzelf aldus beschouwt: ‘Ik ben superieur’, of ‘Ik ben gelijk’, of ‘Ik ben inferieur’, waar komt dat anders door dan het niet zien van de zaken zoals ze werkelijk zijn?
“Sona, wanneer om het even welke asceet of brahmaan dan ook, op basis van vorm- dat vergankelijk is, lijden en onderhevig aan verandering- zichzelf niet zo beschouwt: ‘Ik ben superieur’, of ‘Ik ben gelijk’, of ‘Ik ben inferieur’, waar komt dat anders door dan het zien van de zaken zoals ze werkelijk zijn?
“Wanneer om het even welke asceet of brahmaan dan ook, op basis van waarneming...op basis van wilsformaties...op basis van bewustzijn- dat vergankelijk is, lijden, en onderhevig aan verandering- zichzelf niet zo beschouwt: ‘Ik ben superieur’, of ‘Ik ben gelijk’, of ‘Ik ben inferieur’, waar komt dat anders door dan het zien van de zaken zoals ze werkelijk zijn?
“Wat denk je Sona is vorm duurzaam of vergankelijk?”-”Vergankelijk, eerwaarde heer”-”Is wat vergankelijk is, lijden of geluk?”- “Lijden, eerwaarde heer”- “Is wat vergankelijk, lijden en onderhevig aan verandering is, geschikt om zo te beschouwen: ‘Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf’? -”Nee, eerwaarde heer”.
“Is gevoel duurzaam of vergankelijk?...Is waarneming duurzaam of vergankelijkheid?...Zijn wilsformaties duurzaam of vergankelijk?...Is bewustzijn duurzaam of vergankelijk?”- “Vergankelijk, eerwaarde heer”-”Is wat vergankelijk is, lijden of geluk?”- “Lijden, eerwaarde heer”- “Is wat vergankelijk, lijden en onderhevig aan verandering is, geschikt om zo te beschouwen: ‘Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf’? -”Nee, eerwaarde heer”.
“Daarom, Sona, welke vorm dan ook, ofwel in het verleden, toekomstig of actueel, intern of extern, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij, alle vormen dienen aldus met correcte wijsheid te worden gezien zoals het werkelijk is: ‘Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf (dit ben ik niet zelf?)’.
“Welk soort gevoel dan ook...welk soort waarneming dan ook...welke soort wilsformatie dan ook...welk soort bewustzijn dan ook, ofwel in het verleden, toekomstig of actueel, intern of extern, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij, al het bewustzijn  dient aldus met correcte wijsheid te worden gezien zoals het werkelijk is: ‘Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’.
“Het zo ziend, Sona, keert de geïnstrueerde edele leerling zich af van vormen, van gevoel, van waarnemingen, van wilsformaties en van bewustzijn. Daar van afkerend, wordt hij passieloos. Door passieloosheid wordt [zijn geest] bevrijd. Wanneer het bevrijd wordt, komt er de kennis: “Het is bevrijd”. Hij begrijpt: ‘Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd, wat gedaan moest worden, is gedaan, er is niets meer voor deze staat van bestaan’”.

hartelijke groet,
Siebe

Offline annaputta

  • Actief Lid
  • **
  • Berichten: 40
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #5 Gepost op: 12-03-2016 08:03 »
Hallo Sybe,

Bedankt voor je uitleg. Intussen heb ik zelf ook iets gevonden wat ik hier post, misschien ten overvloede.

   In het Alagaddūpama sutta spreekt de Boeddha over anatta. Vorm, gevoel, waarneming, formaties, gedachten – dat alles is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf. Dat wat gezien, gehoord, gevoeld, waargenomen, gezocht, overwogen is, is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf.
   Er is niets dat onvergankelijk, eeuwigdurend is. Als er een zelf was, zou er ook iets zijn dat tot dat zelf behoort. Maar er is geen zelf.
   Vorm, gevoel, waarneming, formaties, bewustzijn, – dat alles is vergankelijk en daarom kan dat niet als “mijn zelf” beschouwd worden. Wie dat inziet, wordt zonder begeerte ernaar. Daardoor wordt zijn geest bevrijd. Die persoon heeft geen grens, heeft de last afgelegd, is ongeboeid. Hij heeft onwetendheid geheel en al uitgeroeid. Hij heeft begeerte overwonnen. Hij heeft de vijf lagere boeien overwonnen. Hij heeft de illusie van “ik” overwonnen, geheel en al verwijderd. Hij is aan de andere oever aangekomen, is onvindbaar geworden. (M.22 = M.III.2)

   Uit deze tekst concludeer ik dat de illusie van een "ik" pas helemaal wordt opgegeven bij het bereiken van volmaakte heiligheid. De onwetendheid als zou er een vaste persoonlijkheid zijn, wordt dan volledig opgeheven.

   Bij de kenmerken van degene die in de stroom is getreden, heb ik in de door mij geraadpleegde teksten niet gevonden dat persoonlijkheidsvisie dan al volledig is opgegeven.

   De vier kenmerken van stroomintrede zijn: onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, Dhamma en Sangha; navolgen van de deugden die door de edelen geprezen worden. [d.w.z. De vijf regels van goed gedrag navolgen] (S.55.53).(S.55.3) (S.55.26-27; S.55.44-45) (S.12.41)
   Verder richt hij zijn aandacht op het oorzakelijk ontstaan. Als dit is, volgt dat; als dit niet is, volgt dat niet. (etc.) (S.55.28) (S.55.41-43) (S.12.41)
   Ook is hij vrij van gierigheid, geeft met open hand, is vrijgevig. (S.55.1, 4, 6-20, 22-23, 53).
   Of hij is wijs de wijsheid nagevolgd die ontstaan en vergaan ziet.  (S.55.41-43) (S.55.31-33)

   Als de edele volgeling die vier eigenschappen opvolgt, is hij een in de stroom getredene.  (S.55.30)

   Wanneer iemand de vijf regels van goed gedrag navolgt, en wanneer hij met die vier kenmerken van stroomintrede is voorzien, en wanneer hij deze edele methode met het verstand goed heeft gezien en volledig heeft doordrongen, dan kan hij, wanneer hij dat wenst, van zichzelf beweren: "verwijderd is voor mij de hel, verwijderd is voor mij wedergeboorte als dier, verwijderd is voor mij de sfeer van de ongelukkige geesten, verwijderd is voor mij een lage vorm van bestaan, een smartelijk bestaan en verdoemenis. Ik ben iemand die in de stroom is ingetreden. Het is onmogelijk voor mij om terug te vallen in de verdoemenis. Ik ben veilig; de volmaakte Verlichting is mijn doel." (S.12.41)

   Wanneer iemand elke bestaansvorm als niet blijvend, als vergankelijk beschouwt, of als hij elke bestaansvorm als niet-ik beschouwt, dan is het mogelijk dat hij overtuiging overeenkomstig de leer zal hebben. En dan kan hij het volmaakte pad van zekerheid betreden. Dan is het mogelijk dat hij de vrucht van stromintrede, van eenmaal wederkeer, van niet meer wederkeer of van volmaakte heiligheid zal verwerkelijken. (A.VI.98 en A.VI.100)
   
   Bij stroomintrede ziet men de waarheid van niet-zelf of van vergankelijkheid met eigen ogen, ofwel men heeft er eigen ervaring mee. Het is dan geen theorie meer. Men ziet bijvoorbeeld een hoopje vuil op straat en de gedachte ontstaat: “Ba, wat vies.” En op dat moment realiseert men zich ook dat die gedachte ontstaan is bij het zien van het vuilnis. Die gedachte is niet door “mij” gedacht, maar is ontstaan door oorzaken. Die gedachte is zonder zelfstandigheid.
   Dat is het begin. En dergelijke momenten worden vaak herhaald. Men voelt iets en men beseft dat het gevoel ontstaan is door oorzaken, dat het gevoel niet zelfstandig is. Of er ontstaat door oorzaken een herinnering aan iets. De herinnering is niet iets zelfstandigs, zo ziet men dan in.
   Maar men heeft dan nog niet de mening opgegeven van “ik” denk of “ik” voel (etc). Er is dan nog steeds een persoonlijkheidsvisie aanwezig.
   Later begrijpt men steeds meer dat er nergens een zelfstandig iets is. De Boeddha gaf de raad om na te denken over oorzakelijk ontstaan (en oorzakelijk vergaan). (S.55.28)  Degene die in de stroom is getreden, denkt veel in termen van oorzaken en gevolgen. En het besef ontstaat dat niet “ik” denk en voel en bewust ben (etc), maar dat er alleen oorzaken zijn en gevolgen. Men is op weg naar eenmaal wederkeer.
   Het egoïsme, de persoonlijkheidsvisie is dan echter nog niet opgeheven, maar is nog in geringe mate aanwezig. Er is nog steeds een mening van “ik”.
        Er kan eigendunk ontstaan door te denken dat men nu beter is dan anderen omdat men een of meer niveaus van heiligheid heeft bereikt.
   Door verdere oefening, verdere inspanning verdwijnt tenslotte ook de mening van “ik ben”. Dan is de onwetendheid geheel en al opgeheven. Dan is men een volmaakte heilige geworden.

   Degene die in de stroom is getreden, heeft onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha. Ook heeft hij of zij de deugden die aan edelen dierbaar zijn. (S.55.53) Hij is vrij van gierigheid, geeft met open hand, is vrijgevig. (S.55.1, 4, 6-20, 22-23, 53)  Of hij is wijs en ziet ontstaan en vergaan. (S.55.41-43). Zo begreep de asceet Kondañña na de eerste leerpreek van de Boeddha dat alles wat ontstaan is, ook zal vergaan. Hij begreep de leer van vergankelijkheid uit eigen ervaring. Hij werd toen een in de stroom getredene.

   Dat men bij stroomintrede nog niet volledig de persoonlijkheidsvisie heeft opgegeven, blijkt uit het volgende:
   “In zoverre men de restloze uitdoving van de begeerte ondervindt, in zoverre men de restloze uitdoving van de afkeer ondervindt, in zoverre men de restloze uitdoving van de onwetendheid ondervindt, in zoverre is Nibbāna zichtbaar hier en nu.” (A.III.56; S.45.7; zie ook S.45.34).
   Met andere woorden, pas bij volledige heiligheid is er geen rest van persoonlijkheidsvisie meer over. Vóór het bereiken van arahantschap zijn er nog resten van over.

Groeten
Annaputta
   


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #6 Gepost op: 12-03-2016 12:52 »
Bedankt Annaputta,

Je kunt dit op verschillende manieren belichten. Eén manier is die vanuit het onderricht over de tien ketens (sannojana of samyojana). Dit worden ketens genoemd omdat ze binden aan samsara. Je kunt dit volgens mij op verschillende manieren begrijpen. Ze binden aan het rad van wedergeboorte over eindeloos veel leven. En ook, deze ketens, of mentale factoren, houden een procesgang van verwarring en lijden in stand, ook in dit leven. Ik heb gezien dat er geen ander doel in boeddhisme is dan het afleggen van deze ketens, het beeindigen van deze bezoedelingen. Iemand kan bijvoorbeeld Nibbana realiseren maar toch nog last hebben van kwade wil. Dan ben je er dus nog niet. Het uiteindelijk doel is volgens mij de bevrijding van de bezoedelingen tot op een punt dat ze zelfs niet meer opkomen.

Het stapsgewijs afleggen van deze ketens of bezoedelingen wordt in relatie gebracht met de vier niveau's van heiligheid: stroom-intreden, eenmaal terugkeren, niet meer terugkeren en arahantschap.
Zie bijvoorbeeld: http://www.sleuteltotinzicht.nl/wbk.htm#samyojana, klik op saññojana.

-De stroomintreder heeft de volgende ketens afgeworpen of bezoedelingen geëlimineerd: 1. persoonlijkheidsvisie (sakkaya ditthi), 2. sceptische twijfels (vicikiccha) en 3. gehechtheid aan regels en rituelen  (silabbata paramasa).
Iemand die deze drie ketens heeft afgelegd is veilig want zo iemand wordt niet meer in de lagere rijken geboren. Omdat je niet meer wedergeboren wordt in een lager rijk wordt benadrukt dat het erg belangrijk is dit niveau te bereiken. Een gevoel van urgentie om dit te bereiken is een kwaliteit.

-De eenmaal terugkerende zwakt bij zichzelf 4. zintuiglijke hartstocht (kama raga) en 5. kwade wil (vyapada) af. Dit wordt ook wel zo beschreven dat dit bestaat op een grove en subtiele manier. Hier verdwijnen alleen de grove vormen van zintuiglijke hartstocht en kwade wil. De geest wordt minder extreem maar wordt nog altijd bezoedeld door deze mentale factoren.

-De niet meer terugkerende brengt dit tot een punt dat die zintuiglijke hartstocht en kwade wil zelfs niet meer opkomt. Bij bezoedelingen worden drie met elkaar samenhangende fasen onderscheiden: a. die van latente neiging, dat is een soort passieve fase van de bezoedeling. Het ligt latent in de geest.
b. een actieve fase van manifestatie, c. een actieve fase van overschrijding. In deze laatste fase wordt de bezoedeling niet geremd door schaamte of vrees of iets anders en de mentale bezoedeling wordt dan omgezet in verbaal of lichamelijk gedrag. De niet meer terugkerende heeft de latente neiging van zintuiglijke hartstocht en kwade wil ontworteld. Dan kan er ook geen actieve of overschrijdende fase meer ontstaan.

Op dit punt aangekomen, heeft iemand nu de vijf lagere ketens afgelegd. Men wordt niet meer wedergeboren in de zintuiglijke rijken. Iemand kan dan worden aangeduid als een niet meer terugkerende.

Er zijn nu nog vijf zogenaamd hogere ketens (bezoedelingen) over die ketenen aan samsara: 6. hartstocht naar fijnstoffelijke sferen (rupa raga) en 7. naar onstoffelijke sferen (arupa raga). Dit wijst er op dat er dus nog altijd verlangen is, begeerte is, een vorm van lobha. Zintuiglijke hartstocht en kwade wil was weliswaar al verdwenen maar niet bijvoorbeeld het verlangen naar subtiele mentale staten.
Een andere keten die nog resteert is 8. eigendunk/verbeelding (mana). Hoewel persoonlijkheidsvisie is prijsgegeven volgens het onderricht, resteert nog altijd een soort restkleur van subjectiviteit of individualiteit in de geest. Hierdoor kan volgens mij de niet meer terugkerende toch nog altijd bezig zijn met het meten van zichzelf aan anderen. Wat ook nog resteert is 9. rusteloosheid (uddhacca) en 10. onwetendheid (avijja). 
Als iemand de vijf lagere ketens en ook deze vijf hogere ketens heeft afgelegd, kan iemand worden aangeduid als arahant. Er is dus niks meer over wat iemand zal binden aan samsara.

Ik ben dit in meerdere sutta's zo tegengekomen. Het is dus volgens mij wel gerechtvaardigd te zeggen dat persoonlijkheidsvisie bij stroom-intrede wordt prijsgegeven, in de zin dat men de khandha's niet meer beschouwt als (je) zelf en ook niet meer als toebehorend tot (je)zelf. Maar, er is na stroom-intrede nog wel degelijk een resterend gevoel/kleur van persoonlijke identiteit over in de geest. Dat moet eigenlijk ook wel want anders is het onverklaarbaar dat iemand nog eigendunk/verbeelding (mana) kan hebben bijvoorbeeld na stroom-intrede.

SN 22.89  legt met het voorbeeld van de geur van de lotus dit heel mooi uit vind ik.  Waar zit de geur van de lotus? Zit die in de stengel, in de bloemblaadjes, in de stamper? Nee, in de bloem, als geheel.
Dus de geest heeft zich vrijwel eindeloos lang, op de één of andere wijze, met de khandha's geïdentificeerd,
aldus de geur van persoonlijke identiteit opgesnoven, en nu de geest dat niet meer zo doet, resteert toch nog altijd een soort na-ijlwerking daarvan. Een soort restgeur/kleur van 'Ik ben' blijft over van dit geheel.

Als je dit residu van geloof in individualiteit (de overblijvende verbeelding: 'Ik ben') ook persoonlijkheidsvisie noemt, heb je gelijk dat dit volgens het onderricht pas totaal verdwijnt bij arhantschap. In een noot bij SN22.89 in de vertaling van Bhikkhu Bodhi, wordt toegelicht dat deze restgeur/kleur van persoonlijke individualiteit niet zozeer verwijst naar de keten en onderliggende neiging van persoonlijkheidsvisie, maar naar de keten en onderliggende neiging van onwetendheid. De laatste keten.

Resumerend:
Wat eigenlijk aangegeven wordt in het onderricht- en daar zijn we het volgens mij over eens- is dat een residu van het geloof 'Ik ben' zeer hardnekkig is en langdurig aanhoudt in de geest. Zelfs als iemand Nibbana rechtstreeks ervaart, bij stroom-intrede bijvoorbeeld, wil dat niet zeggen dat dit geloof in persoonlijke identiteit meteen verdwenen is. Door eonenlang grijpen en beleven van persoonlijke identiteit, blijft er langdurig een soort na-ijl effect daarvan bestaan in de geest, een restkleur of geur van persoonlijke identiteit, die nog wel degelijk kan zorgen voor verwarring en lijden en kan binden. Deze resterende notie van 'Ik ben' is vast veel zwakker dan bij niet verlichte mensen, maar het is, kennelijk, niet zonder gevolgen. Het is pas bij het verwezenlijken van arahantschap dat ook deze na-ijleffecten van eonenlang grijpen naar, en beleven van, persoonlijke identiteit ook verdwijnen. Pas dan is begoocheling of onwetendheid volledig beeindigd.

Zoiets.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #7 Gepost op: 13-03-2016 12:44 »
Vertalingen die ik ben tegengekomen van sakkaya ditthi [in oorspronkelijk Engels];

-identiteitsvisie,
-persoonlijkheidsvisie,
-geloof in een zelf,
-persoonlijk-bestaan visie,
-de visie van een echt zelf in relatie tot de vijf khandha's,
-het poneren van een zelf in relatie tot de vijf khandha's.

In MN 44, zie openingspost, wordt sakkaya ditthi ook besproken als een geloof in zelf in relatie tot de vijf khandha's. Misschien dat die relatie tot de vijf khandha's wel het kenmerkende van sakkaya ditthi is.

Kennelijk is het zo dat na stroom-intreden, waarbij sakkaya ditthi eindigt, men de khandha's niet meer ervaart als (je)zelf of als toebehorend tot (je)zelf. Dus er is geen notie "Ik ben dit" meer in relatie tot de khandha's  (SN 22.89: "With regard to these five clinging-aggregates, "I am" has not been overcome, although I don't assume that "I am this."'). Maar er is dus nog wel een resterende notie "Ik ben" in de geest.

Dus de situatie lijkt hier op neer te komen: de notie "Ik ben" duurt nog voort in de geest ook wanneer sakkaya ditthi is verdwenen bij stroom-intrede. Echter de notie "Ik ben dit.." in relatie tot de khandha's is verdwenen.

Nog wat woorden over het verschil tussen persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi, en de verbeelding "Ik ben" om te proberen het onderscheid goed in beeld te krijgen:

Bhikkhu Bodhi in noot 1822 van zijn vertaling van de Anguttara Nikaya schrijft:
“De verbeelding “Ik ben” (asmimama) is subtieler dan persoonlijk-bestaan visie (sakkyaditthi). Beide worden verwijderd door de perceptie van niet-zelf, maar terwijl de stroom-intreder persoonlijk-bestaan visie elimineert, elimineert alleen de arahant de verbeelding “Ik ben”. Over dit punt zie SN 22.89, III130, 8-131,31.
Het schijnt dat persoonlijk-bestaan visie een sterkere conceptuele fundering heeft dan de verbeelding “Ik ben”, dat meer verbonden is met existentiële behoeftigheid en daarom alleen geëlimineerd kan worden bij arahantschap”.

Ik denk dat je dus kunt zeggen dat de verbeelding of notie "Ik ben" aanhoudt in de geest zolang de onderliggende neiging tot onwetendheid (10e keten) niet is ontworteld. Er resteert nog tot arhantschap de perceptie dat geest een persoon is, een soort wezentje, uitgedrukt en ervaren als "Ik ben".

Let wel, dit schrijf ik niet als leraar of als een soort slotconclusie maar dit geeft weer zoals ik op dit moment als leek het verschil zie tussen de beëindiging van persoonlijkheidsvisie bij stroom-intrede en het toch nog continueren van de verbeelding "Ik ben".

hartelijke groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel

Kennelijk is het dus zo dat persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi, wordt prijsgegeven tijdens stroom-intrede, maar wat dan nog wel resteert is een soort overblijvende geur van subjectiviteit, van persoonlijke identiteit over de ervaring. Er blijft de geur van "Ik ben" ook wanneer "Ik ben dit" verdwenen is.
Dit kan afgeleid worden uit Samyutta Nikaya 22.89,
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.089.than.html

Noot 176 bij Samyutta Nikaya 22.89 in de Samyutta Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi verklaart [door mij vertaald]:

(...) “Deze passage verduidelijkt het essentiële verschil tussen de sekha* en de arahant. Terwijl de sekha identiteitsvisie heeft geëlimineerd en dus niet langer welke aggregaten dan ook identificeert als een zelf, heeft hij nog niet onwetendheid ontworteld (tiende keten, Siebe), dat een nog resterende verbeelding/eigendunk en verlangen “Ik ben” (anusahagato asmi ti mano asmi ti chando) in stand houdt in relatie tot de vijf aggregaten. In tegenstelling daarvan heeft de arahant onwetendheid ontworteld, de wortel van alle verkeerde voorstellingen, en houdt er dus niet langer enige ideeën op na van “Ik” en “mijn”. De ander ouderen hadden kennelijk nog niet een stadium van ontwaken bereikt en begrepen dus dit verschil niet, maar de eerwaarde Khemaka moet tenminste een stroom-intreder zijn geweest [Spk-pt: sommige houden aan dat hij een niet-terugkeerder was, anderen een eenmaal terugkerende] en wist dus dat de eliminatie van identiteitsvisie niet volledig het gevoelen/besef van persoonlijke identiteit verwijdert. Zelfs voor de niet-terugkeerder, vertoeft er nog altijd een “geur van subjectiviteit” gebaseerd op de vijf aggregaten over zijn ervaring”.

* Sekha duidt op de drie lagere fases van bevrijding voordat Arahatschap wordt bereikt, te weten sotapatti, sakadagami en anagami. Een arahant wordt een asekha genoemd, let. ‘niet meer een leerling/lerende’, die is voorbij training. Een sekha nog niet.

Je kunt je afvragen, wat doet zo'n resterende geur van subjectiviteit? Wat is het gevolg ervan?

hartelijke groet,
Siebe



Offline DirkJan

  • Global Moderator
  • Eerwaarde
  • *****
  • Berichten: 2315
  • Geslacht: Man
  • een goed voorbeeld is van onschatbare waarde
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #9 Gepost op: 14-03-2016 18:22 »
''dit ben ik niet
dit is niet van mij
dit is niet mijn zelf''

suggereert dit dat er
iets is waarvan je kunt
zeggen:

dit ben ik
dit is van mij
dit is mijn zelf,

of is het louter een drievoudige ontkenning?

Zouden ze beiden waar kunnen zijn?



Met een been in het graf,het ander op een bananenschil 

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #10 Gepost op: 14-03-2016 21:02 »
Hoi Dirk,

Ja, dat houdt me ook bezig.

Ik ben geen yogi of meester maar mijn gevoel hierbij is dat de crux is dat je de zaken ziet zoals ze zijn.
Ik heb de neiging dat zo te begrijpen dat dit niet alleen betekent dat je ziet en begrijpt dat de khandha's geen persoonlijk identiteit betreft, enkel geconditioneerde verschijnselen, maar dat ook datgene wat alles kent en ziet, uiteindelijk ook niet een Ik is, ook geen persoonlijke identiteit.
Dus wie het gewaarzijn, of welke naam je dit ook geeft, verstaat/beleeft als een persoonlijke identiteit, zit denk ik alsnog in de mist van onwetendheid. Maar wie gewaarzijn echt kent als-gewaarzijn, die kent dat dan ook zoals het is, zonder beeldvorming, als directe kennis. Dan zal de mist van persoonlijke identiteit optrekken.
Waar dan ook een zelfbeeld op baseren, of, hoe de notie van persoonlijk identiteit ook aanhoudt,  dat is volgens mij de zaken niet zien zoals ze zijn. Dus ook als je Nibbana of het ongeconditioneerde gaat beschouwen als "dit ben ik, dit is van-mij, dit is mijn zelf", ga je volgens mij weer de mist in.

hartelijke groet,
Siebe












Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
De visie "Ik ben dit" en de visie "Ik ben"
« Reactie #11 Gepost op: 15-03-2016 13:52 »
Ik kwam in Samyutta Nikaya twee aparte sutta’s tegen die respectievelijke het afstand doen van identiteitsvisie en het afstand doen van visie van zelf behandelen, resp. SN 35.166 en 35.167. Dit wekt bij mij de indruk dat men dit dus wil onderscheiden van elkaar.
Ik vermoed dat dit aansluit bij SN 22.89, waarin twee soorten visies van persoonlijke identiteit worden aangegeven die functioneren in de geest. De visie “Ik ben dit” (identiteitsvisie, denk ik), die de monnik Khemaka niet meer had in relatie tot de khandha’s én de visie “Ik ben” (visie van zelf, denk ik) die de monnik nog altijd had in relatie tot de khandha’s.

Hieronder heb ik de betreffende sutta’s uit Samyutta Nikaya vertaald. Ze zijn vrijwel identiek.

Bron: -The Connected Discourses of the Buddha, A new translation of the Samyutta Nikaya, translated from Pali by Bhikkhu Bodhi, Volume II, Wisdom Publications, Boston. De sutta is door mij vertaald en iets meer uitgewerkt.

Samyutta Nikaya 35.166 (11) Afstand doen van Identiteitsvisie

...”Eerwaarde heer, hoe dient men het te kennen, hoe moet men het zien voor het afstand doen van identiteitsvisie?
“Bhikkhu’s, wanneer iemand het oog kent als vergankelijk, wordt afstand gedaan van identiteitsvisie. Wanneer men vormen kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van identiteitsvisie. Wanneer men visueel bewustzijn kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van identiteitsvisie. Wanneer men welk gevoel dan ook dat ontstaat met oogcontact als voorwaarde kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van identiteitsvisie.
(zo wordt het ook uitgewerkt voor de andere zintuigbases, die van het oor, geur, smaak, tactiel/lichaam en als laatste de geest, hieronder uitgewerkt).
“Bhikkhu’s, wanneer iemand de geest* kent als vergankelijk wordt afstand gedaan van identiteitsvisie. Wanneer men mentale verschijnselen kent en ziet als vergankelijk wordt afstand gedaan van identiteitsvisie. Wanneer men mentaal/geest-bewustzijn kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van identiteitsvisie. Wanneer men welk gevoel dan ook dat ontstaat met mentaal/geest-contact als voorwaarde kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van identiteitsvisie.

* persoonlijke noot: bhikkhu bodhi vertaald hier ‘geest’. Ik zie dit wel consequent gebeuren. Hierdoor krijg je zaken krijgt als ‘geest-bewustzijn, wat ik niet zo mooi vind. Ik heb op dit moment het idee dat 'mentaal bewustzijn' geschikter is.

Samyutta Nikaya 35.167 (12), Afstand doen van de visie van zelf

...”Eerwaarde heer, hoe dient men het te kennen, hoe moet men het zien voor het afstand doen van visie van zelf?
“Bhikkhu’s, wanneer iemand het oog kent als vergankelijk, wordt afstand gedaan van de visie van zelf. Wanneer men vormen kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van de visie van zelf. Wanneer men visueel bewustzijn kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van de visie van zelf. Wanneer men welk gevoel dan ook dat ontstaat met oogcontact als voorwaarde kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van visie van zelf.
(zo wordt het ook uitgewerkt voor de andere zintuigbases, die van het oor, geur, smaak, tactiel/lichaam en als laatste de geest, hieronder uitgewerkt).
“Bhikkhu’s, wanneer iemand de geest/mentaal bewustzijn kent als vergankelijk wordt afstand gedaan van visie van zelf. Wanneer men mentale verschijnselen kent en ziet als vergankelijk wordt afstand gedaan van visie van zelf. Wanneer men mentaal/geest-bewustzijn kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van visie van zelf. Wanneer men welk gevoel dan ook dat ontstaat met mentaal/geest-contact als voorwaarde kent en ziet als vergankelijk, wordt afstand gedaan van visie van zelf.

Persoonlijke bemerkingen

Ik vermoed dus dat deze twee sutta’s aansluiten bij SN 22.89 waarin wordt aangegeven dat er twee soorten visies/noties van persoonlijke identiteit functioneren in de geest. De eerste is een vorm die je kunt samenvatten als “Ik ben dit”. Dit verwijst denk ik naar het vereenzelviging met (één van) de khandha's of in ieder geval, geest onderhoudt of heeft een identiteitsbesef in relatie tot het lichaam, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn. “Ik ben dit”. “Ik ben dit... lichaam”, “Ik ben dit... temperament”, “Ik ben... een man”, “Ik ben... gevoelig”. “Ik ben... een emotioneel mens”, "Ik ben... een onzeker figuur", “Ik ben... hooggevoelig”,  “Ik ben... intelligent/dom”, “Ik ben...mooi of lelijk”, “Ik ben....boeddhist”, “Ik ben...het pure bewustzijn” etc. Kortom de notie “Ik ben dit”. Je kunt je ook voorstellen dat je jezelf zo presenteert of neerzet in de wereld.
Door wat ontstaat en weer verdwijnt te kennen en zien als vergankelijk, zal zulke identiteitsvisie wegslijten. De notie “Ik ben dit” verdwijnt dan. De monnik Khemaka in SN 22.89 had zo geen notie “Ik ben dit” meer. Ik denk dat dit dus verwijst naar het afstand doen van identiteitsvisie (SN 35.166).

Hoewel de monnik Khemaka niet meer die notie van “Ik ben dit” had, geen identiteitsvisie in relatie tot de khandha’s, had hij nog wel een overblijvend notie "Ik ben", een verlangen "Ik ben", een onderliggende neiging "Ik ben", dat nog niet ontworteld was. Ik denk dat je mag zeggen, hij was dus nog niet volledig vrij van de visie van zelf. Het geloof in een persoonlijke identiteit in de vorm van “Ik ben” was er nog. Je zou je kunnen voorstellen dat iemand zich niet meer identificeert met het lichaam, met gevoel, met waarneming, met mentale formaties en met bewustzijn maar dat iemand nog wel altijd een visie van zelf heeft, een notie dat datgene wat ervaart een Ik is, een subject, "Ik ben". Zoiets.
SN 22.89 en SN 35.167 geven aan dat als de beoefenaar doorgaat met het beschouwen van de vergankelijkheid van de vijf khandha’s, hun ontstaan en weer verdwijnen kent en ziet, dan zal  op enig moment ook deze overblijvende notie van “Ik ben”, deze restgeur van subjectiviteit uit de geest, verdwijnen.

Dus resumerend (vooral voor mezelf)
Meerdere soorten noties van persoonlijke identiteit functioneren in de geest.
1. een grove, identiteitsvisie, de notie "Ik ben dit". Dit verdwijnt bij stroom-intreden. Dit is volgens mij het afstand doen van de eerste keten, persoonlijkheidsvisie of identiteitsvisie, sakkaya ditthi.
2. een subtiel soort identiteitsvisie, visie van zelf, de notie "Ik ben". Hiervan wordt afstand gedaan bij arahantschap en hangt samen met de onderliggende neiging en keten van onwetendheid.

Omdat 2 nog niet is prijsgegeven door een stroom-intreder, is er ook nog verdere munitie voor het weer opkomen van emotionele neigingen als zintuiglijk verlangen (kama raga) en kwade wil (vyapada), verlangens naar subtiele mentale staten (rupa en arupa raga) en bijvoorbeeld verbeelding/eigendunk (mana).

De meest essentiële keten is de notie "Ik ben" in de geest.

Commentaar welkom.

hartelijke groet,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Gevolgen van Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #12 Gepost op: 16-03-2016 13:23 »
[bron: The Connected Discourses of the Buddha, A new translation of the Samyutta Nikaya, translated from Pali by Bhikkhu Bodhi, Volume I, Wisdom Publications, Boston; sutta door mij vertaald uit het Engels]

Gevolgen van Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi

Samyutta Nikaya 22.1 (1), Nakulapita

“Aldus heb ik gehoord. De Gezegende verbleef eens onder de Bhagga’s te Sumsumaragira in het Bhesakala bos, het hertenpark. Toen benaderde de huishouder Nakulapita de Gezegende, betoonde hem eerbied, ging terzijde zitten en zei tegen hem:
“Ik ben oud, eerwaarde heer, belast met de jaren, op gevorderde leeftijd, met een aangedaan lichaam, vaak ziek. Ik krijg zelden de Gezegende en de bhikkhu’s te zien die eerbied waard zijn. Laat de Gezegende me aansporen, eerwaarde heer, laat hem me instrueren, aangezien dat voor lange tijd tot mijn welzijn en geluk zal leiden”.
“Zo is het huishouder, zo is het! Dit lichaam van jou is aangedaan, bedrukt, bezwaard. Als wie dan ook met dit lichaam rondloopt en zou claimen zelfs maar voor een moment gezond te zijn, waar komt dat anders door dan door dwaasheid? Daarom, huishouder, dien je jezelf aldus te trainen: ‘Ondanks dat ik aangedaan ben in het lichaam, mijn geest zal niet aangedaan zijn’. Zo dien je jezelf te trainen”.
Nadat de huishouder zich verheugd en genoten had van de verklaring van de Gezegende, stond hij op van zijn stoel en, na eerbied aan de Gezegende betoond te hebben, en zijn rechterzijde op hem gericht houdend, benaderde hij de eerwaarde Sariputta. Na eerbied betoond te hebben aan de eerwaarde Sariputta ging hij terzijde zitten en de eerwaarde Sariputta zei tegen hem:
“Huishouder , je vermogens zijn sereen, je teint is zuiver en helder. Kreeg je vandaag een Dhamma gesprek te horen in de aanwezigheid van de Gezegende?”
“Waarom niet, eerwaarde heer? Net werd ik met het ambrozijn van een Dhamma gesprek gezalfd door de Gezegende”.
“Met wat voor soort ambrozijn van een Dhamma gesprek zalfde de Gezegende je, huishouder?”
“Hier, eerwaarde heer, benaderde ik de Gezegende...
(De huishouder Nakulapita herhaalt zijn volledige gesprek met de Boeddha).
“Het was met het ambrozijn van zo’n Dhamma gesprek, eerwaarde heer, dat de Gezegende me zalfde”.
“Kwam het niet in je op, huishouder, om de Gezegende verder te bevragen over hoe men aangedaan is in het lichaam en in de geest, en hoe men aangedaan is in het lichaam maar niet aangedaan in geest?”
“We zouden van ver komen, eerwaarde heer, om de betekenis van deze opmerking van de eerwaarde Sariputta te horen. Het zou inderdaad goed zijn als de eerwaarde Sariputta de betekenis van deze opmerking zou ophelderen”.
“Luister en let dan goed op, huishouder, ik zal spreken”.
“Ja, eerwaarde heer”, antwoordde de huishouder Nakulapita. De eerwaarde Sariputta zei dit:

Aangedaan in het lichaam en aangedaan in de geest

“Hoe, huishouder, is iemand aangedaan in het lichaam en aangedaan in de geest? Hier, huishouder beschouwt de niet geïnstrueerde wereldlijke persoon, die de edelen niet bezoekt/ziet en niet bedreven en gedisciplineerd is in hun Dhamma, die niet superieure personen ziet en niet bedreven en ongedisciplineerd is in hun Dhamma, vorm als zelf, of zelf als vorm bezittend, of vorm als in zelf of zelf als in vorm1 (de vier soorten sakkaya ditthi, Siebe). Hij leeft geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben vorm, vorm is van-mij’. Terwijl hij zo geobsedeerd met deze noties leeft, verandert die vorm van hem en wijzigt. Met de verandering en wijziging van vorm, ontstaat er in hem smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid.
Hij beschouwt gevoel als zelf, of zelf als gevoel bezittend, of gevoel als in zelf of zelf als in gevoel. Hij leeft geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben gevoel, gevoel is van-mij’. Terwijl hij zo geobsedeerd met deze noties leeft, verandert dat gevoel van hem en wijzigt. Met de verandering en wijziging van gevoel ontstaat er in hem smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid.
Hij beschouwt waarneming als zelf, of zelf als waarneming bezittend, of waarneming als in zelf of zelf als in waarneming. Hij leeft geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben waarneming, waarneming is van-mij’. Terwijl hij zo geobsedeerd met deze noties leeft, verandert de waarneming van hem en wijzigt. Met de verandering en wijziging van waarneming ontstaat er in hem smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid.
Hij beschouwt wilsformaties2 als zelf, of zelf als wilsformaties bezittend, of wilsformaties als in zelf of zelf als in wilsformaties. Hij leeft geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben wilsformaties, wilsformaties zijn van-mij’. Terwijl hij zo geobsedeerd met deze noties leeft, veranderen de wilsformaties van hem en wijzigen. Met de verandering en wijziging van wilsformaties ontstaat er in hem smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid.
Hij beschouwt bewustzijn als zelf, of zelf als bewustzijn bezittend, of bewustzijn als in zelf of zelf als in bewustzijn. Hij leeft geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben bewustzijn, bewustzijn is van-mij’. Terwijl hij zo geobsedeerd met deze noties leeft, verandert het bewustzijn van hem en wijzigt. Met de verandering en wijziging van bewustzijn ontstaat er in hem smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid3.
“Het is op zo’n manier, huishouder, dat iemand aangedaan is in het lichaam en in de geest.

Aangedaan in het lichaam maar niet in de geest

“En hoe, huishouder, is iemand aangedaan in het lichaam maar niet in de geest? Hier, huishouder, geldt dat de geïnstrueerde edele leerlingen, die de edelen ziet/bezoekt en in hun Dhamma bekwaamd en gedisciplineerd is, die superieure personen ziet/bezoekt en bedreven en gedisciplineerd is in hun Dhamma, die beschouwt niet vorm als zelf, of zelf als vorm bezittend, of vorm als in zelf of zelf als in vorm. Hij leeft niet geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben vorm, vorm is van-mij’. Terwijl hij niet geobsedeerd met deze noties leeft, verandert die vorm van hem en wijzigt. Met de verandering en wijziging van vorm ontstaat er in hem geen smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid.
Hij beschouwt niet gevoel als zelf, of zelf als gevoel bezittend, of gevoel als in zelf of zelf als in gevoel. Hij leeft niet geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben gevoel, gevoel is van-mij’. Terwijl hij niet zo geobsedeerd met deze noties leeft, verandert dat gevoel van hem en wijzigt. Met de verandering en wijziging van gevoel ontstaat er in hem geen smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid.
Hij beschouwt niet waarneming als zelf, of zelf als waarneming bezittend, of waarneming als in zelf of zelf als in waarneming. Hij leeft niet geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben waarneming, waarneming is van-mij’. Terwijl hij niet zo geobsedeerd met deze noties leeft, verandert de waarneming van hem en wijzigt. Met de verandering en wijziging van waarneming ontstaat er in hem geen smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid.
Hij beschouwt niet wilsformaties als zelf, of zelf als wilsformaties bezittend, of wilsformaties als in zelf of zelf als in wilsformaties. Hij leeft niet geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben wilsformaties, wilsformaties zijn van-mij’. Terwijl hij niet zo geobsedeerd met deze noties leeft, veranderen de wilsformaties van hem en wijzigen. Met de verandering en wijziging van wilsformaties ontstaat er in hem geen smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid.
Hij beschouwt niet bewustzijn als zelf, of zelf als bewustzijn bezittend, of bewustzijn als in zelf of zelf als in bewustzijn. Hij leeft niet geobsedeerd door de noties: ‘Ik ben bewustzijn, bewustzijn is van-mij’. Terwijl hij niet zo geobsedeerd met deze noties leeft, verandert het bewustzijn van hem en wijzigt. Met de verandering en wijziging van bewustzijn ontstaat er in hem geen smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid.
“Het is op zo’n manier, huishouder, dat iemand aangedaan is in het lichaam en niet in de geest.
Dit is wat de eerwaarde Sariputta zei. Opgetogen verheugde de huishouder Nakulapita zich in de verklaring van de eerwaarde Sariputta”.

Persoonlijke noten
1. volgens mij kun je dit ook zo zeggen; 1. iemand beschouwt zichzelf als identiek aan vorm/het lichaam, dus identificeert zich er volledig mee, ervaart geen onderscheid. 2. Iemand vat mentaal het idee van Ik op dat dan in bezit zou zijn van een lichaam/vorm; de beschouwing ‘ik heb een lichaam’, 3. Iemand vat weer het idee Ik op waarin dan vorm/het lichaam gesitueerd zou zijn. 4. Iemand vat het idee van Ik op maar nu als iets wat gesitueerd zou zijn in het lichaam/vorm. Zo ook toe te passen op de andere khandha’s: gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn. (zie ook noot 5 in de vertaling van Bodhi). Er is steeds een identiteitsvisie in relatie met de khandha’s.
2. wilsformaties (“volitional formations” gebruikt bhikkhu Bodhi) is volgens mij niet zo’n gelukkige vertaling van de vierde khandha, samkharakhandha. Mentale formaties, waar wilsformaties wel een belangrijk onderdeel van zijn, lijkt me geschikter. Ik heb begrepen dat in de Abhidhamma-systematiek alle mentale factoren (cetasika’s) onder deze categorie vallen, uitgezonderd gevoel (vedana) en waarneming (sanna) die een aparte khandha vormen.
3. Ik heb eens gehad dat ik niet meer in slaap durfde te vallen. Ik beschouw dit nu als een sterke gehechtheid aan bewustzijn, aan bewuste ervaring, aan willen zien, horen, ruiken, voelen etc. Als je heel sterk ervaart dat je dat bent, of dat je bestaan ondersteunt, dan wil je dat niet verliezen. Identificatie, op welke manier, is een akelige neiging die ontzettend veel leed veroorzaakt, vind ik.

Persoonlijke bemerkingen
Er is de neiging om alles voortdurend te willen controleren, een begeerte die lijkt te worden gevoed vanuit ideeen als "zo moet het zijn", "zo is het goed", "dit is oke", "zo hoort het". Als de verf afbladert dan hoort dat niet zo te zijn is het idee. Dus ga je schuren en verven. Of het nu om iets externs gaat of iets wat het lichaam, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn aangaat, er zijn daarover steeds oordelen, ideeen als "zo moet het zijn, zo niet". Geestelijk tast je dat als het ware voortdurend af en oordeel je er over. Maar ja, de waarheid is dat de werkelijkheid zich helemaal niks aantrekt van zulke oordelen.
Je kunt wel denken, "zo is alles goed", en eindelijk even een moment rust of vrede vinden, maar met zulke ideeen in je geest ben je voortdurend bezorgd, aangedaan, want even later is het weer "niet goed".
De situatie lijkt te zijn dat de geest altijd naar een ideaal wil en dat wil vasthouden. Het heeft ideeen over hoe het hoort te zijn. Het begeert een soort staat van perfectie en zoekt dat in het geconditioneerde. Dat wat in wezen toch steeds weer verandert en vergankelijk blijkt. Het draait op een soort software die het meest lijkt op een trojan horse. Het kaapt de geest en neemt die over maar absoluut niet in diens eigen en andermans voordeel. Geest wil in feite niet imperfectie. Het kan zich er ook maar lastig bij neerleggen.
Hierdoor is het constant aangedaan in lichaam en geest.

De Boeddha zegt wat mij betreft eigenlijk dat de perfectie er wel degelijk is maar niet waar we het zoeken.
De instructies van de Boeddha zijn voortreffelijk  en hebben alleen maar welbevinden op het oog, maar het is niet zo gemakkelijk ze te beoefenen omdat we behept zijn met hardnekkige neigingen zoals persoonlijkheidsvisie. Niettemin, de Boeddha en anderen hebben aangetoond dat de meest hardnekkige neigingen kunnen worden afgezwakt en zelfs kunnen worden ontmanteld.

hartelijke groet,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
[Bronnen:
-The Connected Discourses of the Buddha, A new translation of the Samyutta Nikaya, translated from Pali by Bhikkhu Bodhi, Volume I & II, Wisdom Publications, Boston]
Door mij vertaald uit het Engels, soms wat meer uitgewerkt dan in het origineel. Puntjes in de tekst wijzen er op dat de tekst zich herhaalt als eerder in het origineel]


Hoe ontstaat en eindigt Identiteits- of persoonlijkheidsvisie?

Fragment Samyutta Nikaya 22.155 (6), Identiteitsvisie

Hoe ontstaat identiteitsvisie?

Te Savatthi. “Wanneer wat bestaat, door het vastklampen1 aan wat, door het hechten aan wat, ontstaat identiteitsvisie?”
“Eerwaarde heer, onze onderrichtingen zijn geworteld in de Gezegende...
”Wanneer er vorm is, bhikkhu’s, door het vastklampen aan vorm, door het hechten aan vorm, ontstaat identiteitsvisie. Wanneer er gevoel is, bhikkhu’s, door het vastklampen aan gevoel, door het hechten aan gevoel, ontstaat identiteitsvisie. Wanneer er waarneming is, bhikkhu’s, door het vastklampen aan waarneming, door het hechten aan waarneming, ontstaat identiteitsvisie. Wanneer er mentale formaties2 zijn, bhikkhu’s, door het vastklampen aan mentale formaties, door het hechten aan mentale formaties, ontstaat identiteitsvisie. Wanneer er bewustzijn is, bhikkhu’s, door het vastklampen aan bewustzijn, door het hechten aan bewustzijn, ontstaat identiteitsvisie (...).

Persoonlijk noten
1. “Clinging to”, het vastklampen aan; psychologisch mijns inziens verwijzend naar het grijpen naar, het mentaal beetpakken van, het vereenzelvigen of identificeren met.
2. De eerwaarde Bhikkhu Bodhi geeft de vierde khandha weer als “volitional formations”, wilsformaties. Ik vind dit niet zo geschikt en heb dit hier vervangen door “mentale formaties” dat wat meer beslaat dan wilsformaties alleen. Over de vierde khandha wordt gezegd dat het alle mentale factoren (cetasika’s) beslaat, behalve vedana (gevoel) en sanna (waarneming) die resp. de tweede en derde khandha vormen. Voor een overzicht wat onder de vierde khandha valt: zie http://www.sleuteltotinzicht.nl/wbk.htm#cetasika (dus uitgezonderd vedana en sanna).

Fragment uit Samyutta Nikaya 41.3, Isidatta (2)

Hoe ontstaat identiteitsvisie?

(...) "Hier, huishouder beschouwt de niet geïnstrueerde wereldlijke persoon, die geen achting heeft voor de edelen en niet bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, die geen achting heeft voor goede personen en niet bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, vorm als zelf, of zelf als vorm bezittend, of vorm als in zelf of zelf als in vorm. Hij beschouwt gevoel als zelf, of zelf als gevoel bezittend, of gevoel als in zelf of zelf als in gevoel. Hij beschouwt waarneming als zelf, of zelf als waarneming bezittend, of waarneming als in zelf of zelf als in waarneming. Hij beschouwt mentale formaties als zelf, of zelf als mentale formaties bezittend, of mentale formaties als in zelf of zelf als in mentale formaties. Hij beschouwt bewustzijn als zelf, of zelf als bewustzijn bezittend, of bewustzijn als in zelf of zelf als in bewustzijn. Het is op zo’n manier dat identiteitsvisie ontstaat”.

Hoe ontstaat identiteitsvisie niet?

(...) "Hier, huishouder beschouwt de geïnstrueerde edele leerling, die achting heeft voor de edelen en bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, die achting heeft voor goede personen en bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, niet vorm als zelf, of zelf als vorm bezittend, of vorm als in zelf of zelf als in vorm. Hij beschouwt gevoel niet als zelf, of zelf als gevoel bezittend, of gevoel als in zelf of zelf als in gevoel. Hij beschouwt waarneming niet als zelf, of zelf als waarneming bezittend, of waarneming als in zelf of zelf als in waarneming. Hij beschouwt mentale formaties niet als zelf, of zelf als mentale formaties bezittend, of mentale formaties als in zelf of zelf als in mentale formaties. Hij beschouwt bewustzijn niet als zelf, of zelf als bewustzijn bezittend, of bewustzijn als in zelf of zelf als in bewustzijn. Het is op zo’n manier dat identiteitsvisie niet ontstaat”.

Persoonlijke bemerkingen
Identiteits- of persoonlijkheidsvisie ontstaat dus steeds op een actuele wijze wanneer je een idee/voorstelling van Ik/jezelf opvat in relatie tot de khandha’s, Het beslaat zo volgens mij elke notie of visie/geloof die kan worden samengevat als “Ik ben dit”. Hoe vaak beheerst de visie ”Ik ben dit” wel niet het gedrag? Denk maar aan al die keren dat je een bepaald imago wilde hooghouden. Dat je jezelf neerzet. Of dat je je vereenzelvigt met het lichaam, of dat je het idee hebt dat je een lichaam hebt of gevoel hebt of bewustzijn hebt etc.

MN22 §15 geeft volgens mij nog een zesde soort mogelijke identiteitsvisie. De sutta geeft aan dat er zes gezichtspunten zijn van visies. De eerste vijf zijn dat iemand de khandha’s beschouwt als ‘dit is van-mij, dit ben ik, dit is mijn zelf’. Een zesde mogelijkheid is dat iemand de visie heeft ‘Dit is zelf, dit de wereld; na de dood zal ik permanent bestaan, altijddurend, eeuwig, niet onderhevig aan verandering; ik zal standhouden tot in de eeuwigheid”. Kennelijk dus een geloof dat je de kosmos/de wereld bent? Een noot bij dit fragment van bhikkhu bodhi (noot 259) geeft aan dat het niet duidelijk is wat hier precies bedoeld wordt in Pali.
De sutta geeft wel aan dat voor al deze visies geldt dat het zal leiden tot agitatie (rustverstoring), tot lijden, want in wezen is dat waarmee je je dan vereenzelvigt veranderlijk en vergankelijk is. Het is juist de instructie van de Boeddha om alles met dat kenmerk niet aan te zien voor “dit ben ik, dit is van-mij, dit is mijn zelf”, of het nu extern is of intern, subtiel of grof, verleden, heden of toekomst.

Het beschouwen van vorm als (je)zelf, of (je)zelf als vorm bezittend, of vorm als in (je)zelf of (je)zelf als in vorm, -en zo ook voor de andere khandha’s- wordt ook het ontstaan van identiteit genoemd in Samyutta Nikaya 22.44 (2). De weg die leidt naar de beëindiging van identiteit is wanneer iemand het niet meer op die manier doet.

Je kunt dus zeggen dat men in de sutta’s niet uitgaat van een psychologisch soort vaste onveranderlijke identiteit of persoonlijkheid die iemand zou hebben. Maar identiteit of persoonlijkheid ontstaat eigenlijk steeds in het moment vanuit de daad van het hechten of vastklampen en identificeren met khandha’s. Het tijdelijk weer opvatten van het idee “Ik ben dit” in relatie tot de khandha’s. Daarom kun je denk ik ook zeggen dat we niet zozeer lijden onder wie/wat we zijn, maar vooral onder wie we denken te zijn of hoe we onszelf opvatten, voorstellen en beleven dat we zijn.

Je kunt het denk ik ook zo beduiden; omdat geest geen vaste identiteit heeft, kan ie eigenlijk elke soort identiteit aannemen. Geest kan een zorgzame vader zijn en diezelfde geest kan ook als vurige minnaar functioneren of als commando die een ander mens uitschakelt of als jihadist mensen onthoofdt. Als werkgever maar ook als werknemer. Als werkschuwe en als plichtsgetrouwe werknemer. Als boeddhist, als christen, als hindoe, als moslim etc. Juist omdat er geen vaste onveranderlijke identiteit is, is dit alles mogelijk.

Je kunt dit ook nog weer anders zeggen denk ik, namelijk, in potentie is alles er. Er is liefde en haat, gulheid en vrekkigheid, er is wijsheid en domheid, kleingeestigheid en ruimgeestigheid, er is groene jaloezie maar ook medevreugde om het succes en geluk van anderen, er is narcisme en altruïsme, er is mededogen en meedogenloos etc. Natuurlijk zijn er wel verschillen maar in potentie is alles aanwezig. Het is maar waar je aandacht aan besteedt. Dat zal bloeien, dat zal sterker worden.

Er wordt onderwezen dat neigingen bijkomstig zijn aan geest, zoals wolken aan de hemel of golven op zee.
Ze zijn niet wezenlijk aan de zee. Neigingen zijn niet wezenlijk aan geest. Als er vanuit de geest niet een instinctief grijpen uitgaat naar een opkomende neiging (bijvoorbeeld de neiging iemand kwaad te doen) in de zin van “die neiging dit ben ik, die neiging is van mij, die neiging ben ik wezenlijk" dan is die mentale neiging er wel natuurlijk, maar vertaalt zich niet in verbale en fysieke handelingen. Neigingen kunnen als het ware oplichten aan de geest, vervolgens opgemerkt worden en zonder een spoor achter te laten weer verdwijnen. Dat is de soort indachtigheid en meditatie die de Boeddha aanspoort te ontwikkelen.

Het boeddhisme geeft aan dat neigingen niet alleen kunnen afzwakken maar zelfs geheel ontworteld kunnen worden. Sakkaya dithhi, de neiging van het vormen van persoonlijkheidsvisie of identiteitsvisie in relatie tot de khandha’s, de neiging te geloven "Ik ben dit', ontwortelt bij stroom-intreden maar er resteert dus kennelijk nog altijd wel een notie van "Ik ben". Dus je kunt volgens mij niet zeggen dat geloof in zelf of persoonlijke identiteit volledig verloren gaat (zie SN 22.89)

Wie heeft niet eens gehoord of zelf gezegd ...“zo ben ik nou eenmaal”...daarmee verwijzend naar een bepaalde neigingen. Dat lijkt me sakkaya ditthi. Aan sakkaya ditthi zit waarschijnlijk dus in praktische zin ook wel een bepaalde mentale stugheid vast rondom ideeën over wie je bent. Dat zou dan verdwijnen bij stroom-intreden. Als je niet meer zulke persoonlijkheidsvisies koestert, wordt je geest en gedrag soepeler, lijkt me. 

hartelijke groet,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
[bron: The Middle Lenght Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, translated bu Bhikkhi Nanamoli and bhikkhu Bodhi, 1995, Buddhist Publication Society, Kandy Sri Lanka, © bhikkhu Bodhi]

Persoonlijkheidvisie als Lagere Keten en Latente Neiging

In Majjhima Nikaya 64, De Grote Verhandeling aan Malunkyaputta, worden vijf lagere ketens opgesomd. Ze worden ‘ketens’ genoemd omdat ze wezens binden aan het rad van wedergeboorte (samsara). Ze worden ´lagere ketens´ genoemd omdat ze van alle mogelijke rijken van wedergeboorte, binden aan de 11 lagere rijken van de zintuiglijke wereld, kama loka. Dit beslaat de vier lagere rijken, het vijfde mensenrijk en eerste zes deva rijken, zie: http://www.accesstoinsight.org/ptf/dhamma/sagga/loka.html.

De vijf lagere ketens zijn: 1. Persoonlijkheids- of identiteitsvisie, 2. Twijfel/onzekerheid, 3. gehechtheid aan regels en rituelen, 4. zintuiglijk verlangen en 5. kwade wil.

Van de eerste drie lagere ketens, persoonlijkheidsvisie, twijfel/onzekerheid en gehechtheid aan regels en rituelen, wordt bij/door stroom-intrede afstand gedaan. Als vervolgens zintuiglijke begeerte en kwade wil wordt afgezwakt, kan iemand aangeduid worden als ‘eenmaal terugkerende’. Als vervolgens deze twee neigingen volledig zijn ontworteld, wordt iemand aangeduid als ‘niet meer terugkerende’. Men heeft dan de vijf lagere ketens die binden aan de kama-loka verbroken. Men kan dan op spontane wijze (niet door sex, niet vanuit een ei o.i.d.) wedergeboren worden in de zogenaamde Zuivere Verblijven. Dit zijn de rijken 23 t/m 27 (zie bovenstaande site).

De sutta geeft in §3 aan dat zelfs een zuigeling, hoewel die niet eens de notie “persoonlijkheid” heeft, toch in zichzelf al de onderliggende neiging van persoonlijkheidsvisie heeft liggen. Het heeft toch al de neiging zich te identificeren met de khandha's. Het al latent aanwezig zijn bij de geboorte geldt ook voor de andere vier lagere ketens.

Dus persoonlijkheidsvisie is zowel een keten (samyojana of sannojana) als een onderliggende of latente neiging (anusaya). De aanduiding ‘onderliggende of latente neiging’ wil er vooral op wijzen dat een bepaalde neiging (in dit geval, een bezoedeling) niet in actieve vorm aanwezig kan zijn maar toch nog niet ontworteld is. Je kunt best perioden hebben dat bijvoorbeeld kwade wil niet speelt maar op enig moment later overmand worden door kwade wil. Dus de neiging was toch nog niet verdwenen, latent aanwezig.
Dit wordt ook wel het meest subtiele aspect van de bezoedelingen genoemd. Over het algemeen worden er drie niveau’s onderscheiden van bezoedelingen; a. als latente neiging, sluimerend aanwezig, b. Een actieve manifestatie in de geest, c. Een niveau van overschrijding waarin een bezoedeling motiverend wordt en verbaal en fysiek gedrag teweegbrengt. Een zuigeling heeft dus al de vijf beschreven neigingen.
Neigingen worden in het onderricht over kamma beschreven als een 'neiging overeenkomstig de oorzaak'.
Dit komt er op neer dat neigingen in de geest zijn ingeprent/ingeëtst doordat zulk gedrag eerder is vertoond. Hierdoor is een neiging nu al bij geboorte latent aanwezig.

In §5 van Majjhima Nikaya 64 wordt aangegeven dat wanneer men niet de weg weet om te ontsnappen aan persoonlijkheidsvisie, dit een gewoontevol iets wordt en niet wordt ontworteld. Dan is het een lagere keten. In het onderricht over ketens wordt het opgesomd als de eerste van in totaal tien ketens, zie bijvoorbeeld:
http://www.palikanon.com/english/wtb/s_t/samyojana.htm

Afstand Doen van de Lagere Ketens

Hoe wordt nu afstand gedaan van de vijf lagere ketens, dus inclusief persoonlijkheidsvisie?
De sutta geeft aan door een combinatie van kalmte- en inzichtmeditatie (shamata en vipassana). Dat wordt vanaf §9 toegelicht. Eerst wordt in de sutta echter een soort 'disclaimer' gegeven, althans zo interpreteer ik dat. Er wordt gesteld dat wanneer de dhamma wordt onderwezen aan iemand voor de beëindiging van persoonlijkheid, en als zijn geest dat niet binnengaat en geen vertrouwen, stabiliteit en beslistheid daarin verwerft, dan wordt iemand gezien als een zwak mens die niet de overkant van een rivier zal bereiken. Het omgekeerde geldt als geest de beëindiging van persoonlijkheid binnengaat en vertrouwen, stabiliteit en beslistheid verwerft.

Bij mij komt hierbij het volgende op: Je hebt mensen, vind ik, waaraan je kunt afzien dat voor hun persoonlijkheid het allerbelangrijkste is. Zij leven vanuit het idee “persoonlijkheid dat ben Ik”. Je bent je neigingen, je bent je voorkeuren, je bent je afkeer etc. Persoonlijkheid is voor hun een soort levensopdracht. Alles is een soort statement. "Ik ben dit" spat overal vanaf. Het zijn nogal kleurrijke mensen. Ik denk dat het dan heel lastig is de beëindiging van persoonlijkheid binnen te gaan. 
Mogelijk verwijst 'de disclaimer' ook naar de moed die nodig is om zonder het beschermende pantser van persoonlijkheid in de wereld te functioneren. Jezelf altijd neerzetten, hier ben IK!, is toch ook vaak maar een manier van bewapening. Hoe dan ook, de sutta presenteert dit denk ik niet voor niets voordat wordt uitgelegd hoe afstand wordt gedaan van de vijf lagere ketens, inclusief persoonlijkheidsvisie. Hieronder een verkorte weergave daarvan.

Afstand Doen van de Vijf Lagere Ketens (inclusief persoonlijkheidsvisie)

Er wordt afstand van gedaan van de ketens door een combinatie van kalmte meditatie, in dit geval de kalmte van het verwijlen in de jhana’s, én het in die staten toepassen van vipassana, inzichtmeditatie. Het patroon van §9 t/m 15 is dat men eerst kalmte realiseert (in dit geval van de eerste jhana t/m de sfeer van nietsheid) en wat er dan ook in die staten bestaat aan vorm1, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn, hij ziet die staten als vergankelijk, als lijden, als een ziekte, als een gezwel, als een weerhaak, als een calamiteit, als een aandoening, als wezensvreemd, als desintegrerend, als leeg, als niet-zelf.

Deze beschouwing valt eigenlijk uiteen in 3 soorten beschouwingen die overeenkomen met de drie kenmerken van het geconditioneerd bestaande: ‘als vergankelijk en desintegrerend’, dit sluit aan bij het vergankelijke karakter van het geconditioneerde; ‘als lijden, als een ziekte, als een gezwel, als een weerhaak, als een calamiteit, als een aandoening’, dit sluit wat mij betreft aan bij het leedvolle of onbevredigende karakter als men er aan gehecht raakt; ‘als wezensvreemd, als leeg, als niet-zelf’, dit sluit wat mij betreft aan bij het niet-zelf of onwezenlijke karakter van het geconditioneerde. Wat er ook op geconditioneerde wijze verschijnt, dat ben je niet, dat is niet van-jou, niet je-zelf. Het is een bijkomstige zaak, geen wezenlijke zaak.

Het Keren van de Geest

Wanneer iemand het zo ziet, keert hij diens geest af van die staten en richt het aldus op het doodloze element; ‘dit is vredevol, dit is subliem, dat is, het kalmeren van alle formaties, het loslaten van alle gehechtheden, de vernietiging van begeerte, passieloosheid, beëindiging, Nibbana’. Daarop gebaseerd (standing upon that) verwezenlijkt hij de vernietiging van de bezoedelingen. Maar als hij niet de vernietiging van de bezoedelingen realiseert, dan zal vanwege het verlangen naar de Dhamma, die verheugenis in de Dhamma, met de vernietiging van de vijf lagere ketens, iemand op spontane wijze wedergeboren worden [in de Zuivere Verblijven] en daar het definitieve Nibbana realiseren zonder ooit vanuit die wereld terug te keren.

Ik versta dit laatste zo dat het dus ook zaak is oog te krijgen voor het ongeconditioneerde. Ik geloof dat dit niet iets is voor in de verre toekomst maar ik geloof dat we worden uitgenodigd om, via het keren van de geest naar diens verwijlende roerloze natuur, oog te krijgen voor het al vredevolle en sublieme. Het is hier en nu te ervaren.  Door daar vertrouwen in te krijgen, stabiliteit en beslistheid kan de stroom overgestoken worden.

Persoonlijke noten

1. De beschouwing van vorm speelt alleen in de eerste vier zogenaamde vorm-jhana’s. Bij de andere onstoffelijke jhana’s is dit kennelijk niet op te merken. Ik heb begrepen dat de sfeer van noch waarneming noch niet-waarneming ook niet beschreven wordt want deze leent zich vanwege diens subtiliteit niet voor bovenstaande inzicht-meditatie.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
De Leiband van Persoonlijkheidsvisie
« Reactie #15 Gepost op: 21-03-2016 14:43 »
[bron: The Connected Discourses of the Buddha, A new translation of the Samyutta Nikaya, translated from Pali by Bhikkhu Bodhi, Volume I, Wisdom Publications, Boston; Sutta door mij vertaald uit het Engels; Sutta meer uitgewerkt dan in de vertaling van bhikkhu Bodhi. Puntjes in de tekst geven aan dat de tekst zich op dezelfde manier herhaalt als eerder]

De Leiband van Persoonlijkheidsvisie, Sakkaya ditthi

Samyutta Nikaya 22.99 (7), De Leiband (1)

Te savatthi. “Bhikkhu’s, dit samsara is zonder traceerbaar begin. Een eerste punt wordt niet onderscheiden van wezens die rondzwerven en rondtrekken belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte.
“Er komt een tijd, bhikkhu’s, wanneer de grote oceaan opdroogt en verdampt en niet langer bestaat, maar toch, zeg ik, komt er geen einde aan het lijden van die wezens die rondzwerven en rondtrekken belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte.
“Er komt een tijd, bhikkhu’s, wanneer Sineru, de koning van bergen, opbrandt en vergaat en niet langer bestaat, maar toch, zeg ik, komt er geen einde aan het lijden van die wezens die rondzwerven en rondtrekken belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte.
“Er komt een tijd, bhikkhu’s, wanneer de grote aarde opbrandt en vergaat en niet langer bestaat, maar toch, zeg ik, komt er geen einde aan het lijden van die wezens die rondzwerven en rondtrekken belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte.
“Stel, bhikkhu’s, een hond aan een riem was vastgebonden aan een sterke zuil of pilaar: het zou maar rond diezelfde zuil of pilaar blijven tollen en rennen. Zo is het ook met de niet geïnstrueerde wereldlijke persoon1 die geen achting heeft voor de edelen en niet bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, die geen achting heeft voor goede personen en niet bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, en vorm als zelf beschouwt, of zelf als vorm bezittend, of vorm als in zelf of zelf als in vorm....gevoel beschouwt als zelf...waarneming beschouwt als zelf...mentale formaties2 beschouwt als zelf...die bewustzijn beschouwt als zelf, of zelf als bewustzijn bezittend, of bewustzijn als in zelf of zelf als in bewustzijn3.
Hij blijft maar rondom vorm tollen en rennen, rondom gevoel, rondom waarneming, rondom mentale formaties en rondom bewustzijn205. Terwijl hij rondom ze tolt en rent, wordt hij niet bevrijd van vorm, niet bevrijd van gevoel, niet bevrijd van waarneming, niet bevrijd van mentale formaties en niet bevrijd van bewustzijn. Hij wordt niet bevrijd van geboorte, verouderen en dood; niet bevrijd van smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid; niet bevrijd van lijden, zeg ik.
“Maar de geïnstrueerde edele leerling1, die achting heeft voor de edelen en bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, die achting heeft voor goede personen en bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, beschouwt vorm niet als zelf, of zelf als vorm bezittend, of vorm als in zelf of zelf als in vorm...beschouwt gevoel...beschouwt waarneming...beschouwt mentale formaties...beschouwt bewustzijn niet als zelf, of zelf als bewustzijn bezittend, of bewustzijn als in zelf of zelf als in bewustzijn. Hij blijft niet langer rondom vorm tollen en rennen, rondom gevoel, rondom waarneming, rondom mentale formaties, rondom bewustzijn. Terwijl hij niet rondom ze tolt en rent, wordt hij  bevrijd van vorm, bevrijd van gevoel, bevrijd van waarneming, bevrijd van mentale formaties en bevrijd van bewustzijn. Hij wordt bevrijd van geboorte, verouderen, en dood;  bevrijd van smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid; bevrijd van lijden, zeg ik”

Persoonlijke noten

1. De sutta’s in khandhasamyutta (SN 22, en ook elders) vermelden voortdurend het onderscheid tussen een ‘niet geïnstrueerde wereldlijke persoon’ en een ‘de geïnstrueerde edele leerling’. Omdat de eerste geen achting heeft voor wijze mensen, treedt deze persoon niet in contact met het onderricht van wijze mensen, zoals de Boeddha of boeddhistische meesters. Laat staan dat ie hun instructies in praktijk brengt. De wijze mensen geven de instructie je niet langer te identificeren met wat op geconditioneerde wijze opkomt, even bestaat en weer verdwijnt, de khandha’s. Het aldus te bezien: 'dit ben ik niet, dit is niet van mij, niet mijn zelf'.
De meerderheid van de mensen zal denk ik niet in aanraking komen met dit onderricht laat staan ter harte nemen en beoefenen. Zij blijven zich denk ik vanuit gewoonte identificeren met het lichaam, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn en verbreken zo niet de eerste keten van persoonlijkheidsvisie.
De edele geïnstrueerde leerling’ is wat mij betreft degene die de beëindiging van persoonlijkheidsvisie al gerealiseerd heeft. Want de teksten geven duidelijk aan dat deze persoon geen zelfbeelden meer vormt in relatie tot de khandha's. Dit geeft denk ik aan dat met ‘de edele geïnstrueerde leerling’ minstens een stroom-intreder wordt bedoeld. Het verwijst dus volgens mij niet naar elke beoefenaar of leerling van de Boeddha. De meeste boeddhisten vormen immers nog gewoon zelfbeelden in relatie tot de khandha's. Persoonlijkheidsvisie is nog niet beëindigd. Dit zijn weliswaar geïnstrueerde leerlingen maar nog geen 'geïnstrueerde edele leerlingen' lijkt me.
2. Ik geef hier de vierde khandha opnieuw weer als ”mentale formaties”. Bhikkhu Bodhi geeft deze weer als “volitional formations”, wilsformaties, wat ik niet zo geschikt vindt.
3. De vier soorten zelfbeelden opgevat in relatie tot de vijf khandha's geven twintig soorten persoonlijkheid- of identiteitsvisie, sakkaya ditthi.

Noot van Bhikkhu Bodhi (betreft mijn selectie van noten bij deze sutta)

205. Het voorbeeld van de hond is ook in MN II 232,24-233,4). Spk (afkorting verwijst naar het commentaar, Siebe): De dwaze wereldlijke persoon is als de hond, zijn visie is als de leiband, zijn persoonlijke identiteit (sakkaya) is als de pilaar. Zoals de hond rondom de pilaar rent zo rent de wereldlijke persoon rondom zijn identiteit, aan het geketend door begeerte en visies.

Persoonlijke bemerkingen

Op het moment zie ik het zo: De instructie dat wat komt en gaat in de ervaring zo te bezien: 'Dit ben ik niet'.....'dit is niet mijn zelf', is volgens mij geen leuke theorie van de Boeddha, geen aardige gedachtegang die iemand moet volgen die bevrijding wil realiseren, een soort truc. Het lijkt me te beschrijven hoe het er werkelijk voorstaat. Want als iemand werkelijk gedachten zou zijn, zou ie zelf eindigen als gedachten zouden eindigen. Gebeurt niet. Als iemand werkelijk visueel bewustzijn zou zijn, dus alles wat ie ziet, dan zou ie sterven als ie blind werd. Gebeurt niet. Als iemand werkelijk emoties zou zijn dan zou ie zelf ook eindigen wanneer die emotie eindigt. Gebeurt niet. Wanneer iemand een been zou zijn, zou ie verdwijnen als dat been geamputeerd zou worden. Gebeurt niet. Wanneer iemand wilsactiviteit zou zijn, zou iemand oplossen in niets als wilsactiviteit zou eindigen. Gebeurt niet. Als iemand zou zijn wat ie gewaarwordt, dan zou ie geen moment een vorm van stabiliteit in diens leven kunnen ervaren omdat dit constant verandert. Als iemand vrolijkheid zou zijn, waar blijft iemand dan wanneer er somberheid voor in de plaats komt?

Er lijkt me dus ook echt iets verkeerd te zijn aan de perceptie 'dit ben ik' en 'dit is mijn zelf' ten aanzien van het geconditioneerde.

Is het dan 'van-mij'? Ben ik een eigenaar van gedachten, emoties, wilsactiviteiten, een lichaam, bewustzijn etc.? Als je een eigenaar er van bent, kun je toch ook wel die slechte eigendommen wegdoen? Maar lukt je dat? Als depressie je eigendom is, van-mij, waarom gooi je die rotzooi dan niet weg? Als je de eigenaar bent van vrolijkheid waarom ben je dan niet altijd vrolijk maar soms boos of verdrietig en ongelukkig? Het idee een eigenaar te zijn pretendeert een soort macht en controle die er ook weer niet is.

Mooi en aardig Siebe....maar IK ervaar alles en je kunt lullen wat je wilt maar zo is het en niet anders!

Nou,...niet zo star Siebe2...

Hoe dan ook, we worden door de Boeddha uitgenodigd dit onderwerp te onderzoeken, er in door te dringen, het te begrijpen en te zien wat er echt aan de hand is.

hartelijke groet,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
De Leiband van Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi, deel 2
« Reactie #16 Gepost op: 23-03-2016 10:20 »
De Leiband van Persoonlijkheidsvisie, Sakkaya ditthi, deel 2

Samyutta Nikaya 22.100 {8}, De Leiband (2)

Te savatthi. “Bhikkhu’s, dit samsara is zonder traceerbaar begin. Een eerste punt wordt niet onderscheiden van wezens die rondzwerven en rondtrekken belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte.
“Er komt een tijd, bhikkhu’s, wanneer de grote oceaan opdroogt en verdampt en niet langer bestaat, maar toch, zeg ik, komt er geen einde aan het lijden van die wezens die rondzwerven en rondtrekken belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte.
“Er komt een tijd, bhikkhu’s, wanneer Sineru, de koning van bergen, opbrandt en vergaat en niet langer bestaat, maar toch, zeg ik, komt er geen einde aan het lijden van die wezens die rondzwerven en rondtrekken belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte.
“Er komt een tijd, bhikkhu’s, wanneer de grote Aarde opbrandt en vergaat en niet langer bestaat, maar toch, zeg ik, komt er geen einde aan het lijden van die wezens die rondzwerven en rondtrekken belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte.
“Stel, bhikkhu’s, een hond aan een riem is vastgebonden aan een sterke zuil of pilaar. Als het loopt, loopt het vlakbij die zuil of pilaar. Als het staat, staat het vlakbij die zuil of pilaar. Als het zit, zit het vlakbij die zuil of pilaar. Als het ligt, ligt het vlakbij die zuil of pilaar.
“Bhikkhu’s, zo beschouwt ook de niet geïnstrueerde wereldlijke persoon vorm aldus: ‘Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf’. Hij beschouwt gevoel...waarneming...mentale formaties1...bewustzijn aldus: ‘Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf’. Als hij loopt, loopt hij vlakbij die vijf aggregaten onderhevig aan vastklampen. Als hij staat, staat hij vlakbij die vijf aggregaten onderhevig aan vastklampen. Als hij zit, zit hij vlakbij die vijf aggregaten onderhevig aan vastklampen. Als hij ligt, ligt hij vlakbij die vijf aggregaten onderhevig aan vastklampen.
“Daarom, bhikkhu’s, dien je vaak zo over je eigen geest na te denken: ‘Al lange tijd is deze geest bezoedeld door wellust, haat en begoocheling’. Door de bezoedelingen van de geest worden wezens bezoedeld; met het zuiveren van de geest worden wezens gezuiverd.
“Bhikkhu’s, hebben jullie de afbeelding genaamd ‘Het Beloop der Zaken’2,206 gezien?”
“Ja, eerwaarde heer.”
“Zelfs die afbeelding genaamd ‘Het Beloop der Zaken’ is in al diens verscheidenheid ontworpen door de geest, toch is de geest nog meer verscheiden dan die afbeelding genaamd ‘Het Beloop der Zaken’.
“Daarom, bhikkhu’s, dien je vaak zo over je eigen geest na te denken: ‘Al lange tijd is deze geest bezoedeld door wellust, haat en begoocheling’. Door de bezoedelingen van de geest worden wezens bezoedeld; met het zuiveren van de geest worden wezens gezuiverd.
“Bhikkhu’s, ik zie geen enkele andere klasse van levende wezens die zo divers is als die van het dierenrijk. Zelfs die wezens in het dierenrijk zijn zo divers geworden door de geest208, toch is de geest nog meer verscheiden dan die wezens in het dierenrijk. 
“Daarom, bhikkhu’s, dien je vaak zo over je eigen geest na te denken: ‘Al lange tijd is deze geest bezoedeld door wellust, haat en begoocheling’. Door de bezoedelingen van de geest worden wezens bezoedeld; met het zuiveren van de geest worden wezens gezuiverd.
“Bhikkhu’s, stel een kunstenaar of een schilder zou de afbeelding van een man of vrouw creëren op een goed gepolijste plank, muur of canvas, compleet met al diens kenmerken en gebruik makend van verf of lak of koenjit of indigo of dieprood. Zo geldt ook dat wanneer de niet geïnstrueerde wereldlijke persoon wat dan ook maar produceert, het alleen maar vorm is dat hij produceert; alleen gevoel is dat hij produceert; alleen waarneming is dat hij produceert; alleen mentale formaties is dat hij produceert; alleen bewustzijn is dat hij produceert.
“Wat denken jullie, bhikkhu’s, is vorm duurzaam of vergankelijk?”- Vergankelijk, eerwaarde heer. -”Is wat vergankelijk is, lijden of geluk?”-”Lijden, eerwaarde heer”- “Is wat vergankelijk, lijden en onderhevig is aan verandering geschikt om zo te worden beschouwt: ‘Dit is van-mij, dit ben ik, dit is mijn zelf’?- “Nee, eerwaarde heer?
“Is gevoel duurzaam of vergankelijk?...is waarneming duurzaam of vergankelijk...zijn mentale formaties duurzaam of vergankelijk...is bewustzijn duurzaam of vergankelijk?”-Vergankelijk, eerwaarde heer”.-”Is wat vergankelijk is, lijden of geluk?” -“Lijden, eerwaarde heer”, -“Is wat vergankelijk, lijden en onderhevig is aan verandering geschikt om zo te worden beschouwt: ‘Dit is van-mij, dit ben ik, dit is mijn zelf’?- “Nee, eerwaarde heer?”
“Daarom, bhikkhu’s, iedere soort vorm, welke dan ook, ofwel in het verleden, toekomst of heden, innerlijk of uiterlijk, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij, alle vorm dient aldus te worden gezien zoals het werkelijk is met juiste wijsheid: ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn-zelf’. Ieder gevoel, welke dan ook...iedere waarneming, welke dan ook... iedere mentale formatie, welke dan ook...ieder bewustzijn, welke dan ook, ofwel in het verleden, toekomst of heden, innerlijk of uiterlijk, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij, alle bewustzijn dient aldus gezien te worden zoals het werkelijk is met juiste wijsheid: ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn-zelf’.
“Het zo ziend, bhikkhu’s, keert de geïnstrueerde edele leerling zich af van vorm3 van het verleden, hij zoekt niet verheugenis in vorm in de toekomst; en hij beoefent het afkeren van vorm van het heden, voor diens vervagen en beëindiging...keert zich af van gevoel...keert zich af van waarneming...keert zich af van mentale formaties...keert zich af van bewustzijn van het verleden; hij zoekt geen verheugenis in bewustzijn van de toekomst; en hij beoefent het afkeren van bewustzijn van het heden, voor diens vervagen en beëindiging”. Terwijl hij diens geest er van afkeert, wordt hij passieloos. Door passieloosheid wordt [zijn geest] bevrijd. Wanneer het bevrijd is, komt er de kennis: ‘Het is bevrijd’. Hij begrijpt: “Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd, wat gedaan moest worden is gedaan, er rest niks meer in deze staat van bestaan”.

Persoonlijke noten

1. Ik geef hier de vierde khandha opnieuw weer als "mentale formaties". Bhikkhu Bodhi geeft deze weer als “volitional formations”, wilsformaties.
2. “Faring on”, zie ook noot 206 hieronder van bhikkhu bodhi. Ik heb het nogal losjes vertaald.
3. Ik vertaal hier ‘een afkeren van vorm’ etc. in plaats van het ervaren van ‘een afkeer van (revulsion) vorm, gevoel etc.’. Dat laatste lijkt me niet geschikt. Dit fragment wijst wat mij betreft op het ontstaan van een soort omslag in verwachtingen en zelfzorg. Je gaat minder en minder je heil verwachten van weer nieuwe schonere vormen, nieuwe aangename gevoelens, nieuwe fijne waarnemingen, nieuwe prettige mentale formaties en nieuwe oog, oor, neus, tong, lichaam strelende ervaringen. Je zoekt minder en minder je heil in nieuwe ideeën of prachtige visies. Je bent er dus minder op uit de khandha’s te produceren. Je geestelijk voedingspatroon verandert. Je begint aan te voelen dat het produceren van khandha’s, bijvoorbeeld aangename gevoelens door lekker eten of wat dan ook, toch geen echte zelfzorg is. Je wordt nuchterder of realistischer naar wat het geconditioneerde voor je kan betekenen en begrijpt ook de nadelen van een egocentrische mentaliteit, hier, wat mij betreft, verbeeld door een hond vastgebonden aan een pilaar die steeds hetzelfde rondje loopt. Je zou er ook aan kunnen toevoegen dat het touw waaraan ie vastzit steeds korter wordt, daarmee verbeeldend dat egocentrisme, hoewel menselijk en gebruikelijk, zich meer en meer ontwikkeld naar een situatie van onvrijheid, knechting, gevangenschap.

Noten van Bhikkhu Bodhi (een selectie)

206. (knip eerst deel) Spk: De Sankha was een sekte van ketterse brahmanen. Op een stuk canvas hadden ze verschillende afbeeldingen geschilderd van de goede en slechte bestemmingen om succes en falen te illustreren, en dan namen ze dat mee op hun rondzwervingen. Ze toonden het aan de mensen, uitleggend, “als iemand deze daad doet, krijgt men dit resultaat; als men dat doet, heeft dat dat resultaat”.
208. (knip Pali). Het punt is dat de verscheidenheid aan wezens in het dierenrijk de diversiteit in vroeger kamma dat geboorte veroorzaakt als dier, weerspiegelt, en deze diversiteit in kamma stamt af van de diversiteit aan wilsactiviteit (cetana), een mentale factor (knip rest).

hartelijke groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Persoonlijkheidsvisie knecht, de beëindiging er van bevrijdt
« Reactie #17 Gepost op: 24-03-2016 10:28 »
[bron: The Connected Discourses of the Buddha, A new translation of the Samyutta Nikaya, translated from Pali by Bhikkhu Bodhi, Volume I, Wisdom Publications, Boston; Sutta’s door mij vertaald uit het Engels. Sutta meer uitgewerkt dan in het origineel. Puntjes in de tekst geven aan dat de tekst zich op dezelfde manier herhaalt als er eerder in de tekst]

Persoonlijkheidsvisie knecht, het beëindigen er van bevrijdt

Samyutta Nikaya 22.117 (5), Geknechtheid

Te Savatthi, “Hier, bhikkhu’s beschouwt de niet geïnstrueerde wereldlijke persoon, die geen achting heeft voor de edelen en niet bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, die geen achting heeft voor goede personen en niet bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, vorm als zelf, of zelf als vorm bezittend, of vorm als in zelf of zelf als in vorm1. Bhikkhu’s, dit wordt een niet geïnstrueerde wereldlijke persoon genoemd die gebonden is door knechting aan vorm2, die gebonden is door innerlijke en uiterlijke knechting, die de nabije en verre oever niet ziet, die geknecht oud wordt, die geknecht sterft, die geknecht van deze wereld naar de andere wereld gaat3.
Hij beschouwt gevoel als zelf, of zelf als gevoel bezittend, of gevoel als in zelf of zelf als in gevoel. Bhikkhu’s, dit wordt een niet geïnstrueerde wereldlijke persoon genoemd die gebonden is door knechting aan vorm, die gebonden is door innerlijke en uiterlijke knechting, die de nabije en verre oever niet ziet, die geknecht oud wordt, die geknecht sterft, die geknecht van deze wereld naar de andere wereld gaat.
Hij beschouwt waarneming als zelf, of zelf als waarneming bezittend, of waarneming als in zelf of zelf als in waarneming. Bhikkhu’s, dit wordt een niet geïnstrueerde wereldlijke persoon genoemd die gebonden is door knechting aan waarneming, die gebonden is door innerlijke en uiterlijke knechting, die de nabije en verre oever niet ziet, die geknecht oud wordt, die geknecht sterft, die geknecht van deze wereld naar de andere wereld gaat.
Hij beschouwt mentale formaties4 als zelf, of zelf als mentale formaties bezittend, of mentale formaties als in zelf of zelf als in mentale formaties. Bhikkhu’s, dit wordt een niet geïnstrueerde wereldlijke persoon genoemd die gebonden is door knechting aan mentale formaties, die gebonden is door innerlijke en uiterlijke knechting, die de nabije en verre oever niet ziet, die geknecht oud wordt, die geknecht sterft, die geknecht van deze wereld naar de andere wereld gaat.
Hij beschouwt bewustzijn als zelf, of zelf als bewustzijn bezittend, of bewustzijn als in zelf of zelf als in bewustzijn. Bhikkhu’s, dit wordt een niet geïnstrueerde wereldlijke persoon genoemd die gebonden is door knechting aan bewustzijn, die gevangen is door innerlijke en uiterlijke knechting, die de nabije en verre oever niet ziet, die geknecht oud wordt, die geknecht sterft, die geknecht van deze wereld naar de andere wereld gaat.
“Maar, bhikkhu’s, de geïnstrueerde edele leerling, die achting heeft voor de edelen en bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, die achting heeft voor goede personen en bekwaamd en gedisciplineerd is in hun Dhamma, beschouwt vorm niet als zelf, of zelf als vorm bezittend, of vorm als in zelf of zelf als in vorm. Bhikkhu’s, dit wordt een geïnstrueerde edele leerling genoemd die niet gebonden is door knechting aan vorm, die niet gebonden is door innerlijke en uiterlijke knechting, die de nabije en verre oever ziet. Ik zeg, hij wordt bevrijd van lijden.
“Hij beschouwt gevoel niet als zelf....waarneming niet als zelf...mentale formaties niet als zelf...bewustzijn niet als zelf , of zelf als bewustzijn bezittend, of bewustzijn als in zelf of zelf als in bewustzijn. Bhikkhu’s dit wordt een geïnstrueerde edele leerling genoemd die niet gebonden is door knechting aan bewustzijn, die niet gebonden is door innerlijke en uiterlijke knechting, die de nabije en verre oever ziet. Ik zeg, hij wordt bevrijd van lijden”.

Persoonlijke noten

1. De vier vormen van persoonlijkheids- of identiteitsvisie worden hier weer toegepast op de vijf khandha’s. Zie ook openingspost.
2. “bound by bondage to form etc.”...”bondage” wijst op een soort gevangenschap, een afhankelijkheid, zoals een slaaf geketend.
3. Sakkaya ditthi, persoonlijkheid-of identiteitsvisie, is de eerste van de zogenaamde lagere ketens. Als lagere keten bindt het wezens aan de kama-loka, de eerste 11 rijken van samsara. De urgentie van het beëindigen van sakkaya ditthi is onderwerp van Samyutta Nikaya 1.21. De Boeddha geeft in een vers aan dat iemand hier een einde aan dient te maken alsof zijn hoofd in brand stond.
4. Ik heb hier weer “mentale formaties” gebruikt als aanduiding van de vierde khandha. Bhikkhu Bodhi gebruikt als aanduiding “volition formations”, wilsformaties.

alle goeds,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Het Smetteloze Dhamma-oog verdrijft Persoonlijkheidsvisie
« Reactie #18 Gepost op: 25-03-2016 11:22 »
[bron: The Numerical Discourses of the Buddha, A translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, Wisdom Publications, Boston, 2012. Sutta’s door mij vertaald uit het Engels].

Het Smetteloze Dhamma-oog verdrijft Persoonlijkheidsvisie


Anguttara Nikaya 3.94 (3), Herfst

“Bhikkhu’s, net zoals in de herfst, wanneer de lucht helder en onbewolkt is, de opkomende zon, terwijl het schijnt en licht uitstraalt, alle duisternis in de ruimte verdrijft, zo geldt ook dat wanneer het stofvrije, smetteloze Dhamma-oog in de edele leerling opent1, dan, samen met het ontstaan van zicht2, doet de edele leerling afstand van drie ketens: persoonlijkheidsvisie3, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels4.
“Later, wanneer hij afstand neemt van twee staten, verlangen en kwade wil, dan, afgezonderd/vrij van zintuiglijke genoegens, afgezonderd van onheilzame staten, gaat hij de eerste jhana binnen en verwijlt er in, dat bestaat uit opgetogenheid en plezier geboren uit afzondering, vergezeld door gedachte en beschouwing. Bhikkhu’s als de edele leerling op dat moment zou heengaan, is er geen keten waaraan hij gebonden is en waarmee hij naar deze wereld terug zou kunnen keren”.

Persoonlijke noten

1. Let. ‘ontstaat’. Dit geeft het moment van stroom-intreden aan. Het Dhamma-oog opent dan of ontstaat, en juist visie komt op. Het wordt wel zo gezegd in Abhidhamma commentaren dat de magga-citta die tijdens stroom-intreden Nibbana rechtstreeks ervaart, de eerste drie ketens doorbreekt.
2. "the arising of vision”. Ik begrijp het zo: men ziet het tot dan toe ongeziene, men ontdekt het tot dan toe onontdekte. Een zien met het geestesoog. Een moment ontwaken. Het lijkt me de transcedente Juiste Visie van het Pad.
3. Bhikkhu Bodhi vertaalde “sakkaya-ditthi” in Samyutta Nikaya als ‘identity view’, identiteitsvisie. In de vertaling van de Majjhima Nikaya als ´personality view´, persoonlijkheidvisie. En in Anguttara Nikaya heeft hij kennelijk gekozen voor ‘personal-existence view’ persoonlijk-bestaan visie. Ik heb de indruk dat de laatste toch niet zo’n goede keuze is omdat na stroom-intrede, waarbij afstand wordt gedaan van sakkaya ditthi, juist nog een soort ´persoonlijk-bestaan visie´ resteert. Dat wordt zo beschreven: "Vrienden, ondanks dat een edele leerling afstand heeft gedaan van de vijf lagere ketens (dus ook persoonlijkheidsvisie, Siebe), vertoeft er in hem met betrekking tot de vijf aggregaten nog altijd een residu van de eigenwaan/verbeelding ‘Ik ben’, een verlangen ‘Ik ben’, een obsessie ‘Ik ben’”. Als iemand echter op het ontstaan en weer verdwijnen van de aggregaten blijft focussen, zo geeft dezelfde sutta aan, dan zal ook dit volledig verdwijnen [bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.089.than.html]
In verband met dit overblijvende residu van de eigenwaan/verbeelding 'Ik ben', een soort restgeur van subjectiviteit, kun je denk ik zeggen dat ‘persoonlijk-bestaan visie’ juist niet volledig wordt geëlimineerd bij stroom-intrede en langdurig aanhoudt. Een arahant heeft dat niet meer.
Wat verdwijnt dan precies als persoonlijkheidsvisie verdwijnt? In SN 22.89 wordt het zo weergeven: “Met betrekking tot deze vijf aggregaten waaraan men zich vastklampt, is ‘Ik ben’ [door mij] nog niet overwonnen, hoewel ik niet [langer] aanneem ‘Ik ben dit’”. Dus, kennelijk wordt bij stroom-intrede afstand gedaan van de neiging om ideeën of voorstellingen te vormen in de zin van “Ik ben dit, zus of zo...”, in relatie tot de vijf aggregaten.
Bij mij leeft dit op dit moment zo: men ziet in dat ieders ware identiteit eigenlijk niet kan worden aangeduid in termen van 'ik ben dit of dat, zus of zo'. Natuurlijk bestaan en functioneren er conventionele aanduiding van identiteit, zoals 'Ik ben een driftig baasje/kalm persoon, Ik ben homo/hetero, Ik ben man/vrouw, Ik ben boeddhist, christen, moslim, Ik ben mooi of lelijk, Ik ben niet zo slim of heel slim etc.' Als je dit bekijkt relateert deze zelfkennis, of uitdrukking van identiteit, steeds aan de khandha's.
Je identificeert je bijvoorbeeld met het lichaam of met neigingen. Maar ben je dat?
Bij het openen van het Dhamma-oog tijdens stroom-intrede, heb je volgens mij ingezien dat dit niet het echte verhaal is over jezelf, hooguit een bijkomstig conventioneel soort zelfkennis of zelfbeeld. Ieders ware natuur is in wezen ongrijpbaar, als lege ruimte. Het grijpen naar de khandha's als 'dit is van-mij, dit ben Ik, dit is mijn zelf', creëert de zelfkennis, de identiteits-of persoonlijkheidsvisie. Maar de natuur van geest is niet blauw, geel, vierkant, rond, homo of hetero, man of vrouw, boeddhist of jood o.i.d.
Dus normaliter staat qua identiteit-of persoonlijkheidsvisie (zelfkennis) alles op zijn kop, in die zin, dat je als onverlicht mens je wezenlijke ongrijpbare natuur/identiteit niet inziet/begrijpt als je ware identiteit, én wat bijkomstig is, begrijp je als wat/wie je in wezen bent.
4. De drie eerste ketens waarvan bij stroom-intrede afstand wordt gedaan.

Anguttara Nikaya 6.89 (5), Zonder afstand te hebben gedaan van

Persoonlijkheidsvisie belemmert o.a. Het opkomen van Juiste Visie

“Bhkkhu’s, zonder afstand te hebben gedaan van zes dingen is iemand niet in staat verwezenlijking van [juiste] visie te realiseren1438. Welke zes? Persoonlijkheidsvisie1, twijfel, verkeerd aangrijpen van gedrag en regels2, wellust dat leidt naar de lagere bestaansvormen3, haat dat leidt naar de lagere bestaansvormen en begoocheling dat leidt naar de lagere bestaansvormen. Zonder afstand te hebben gedaan van deze zes dingen is iemand niet in staat om verwezenlijking van [juiste] visie te realiseren.
“Bhikkhu’s, na afstand te hebben gedaan van zes dingen is iemand in staat verwezenlijking van [juiste] visie te realiseren. Welke zes? Persoonlijkheidsvisie, twijfel, verkeerd aangrijpen van gedrag en regels, wellust dat leidt naar de lagere bestaansvormen, haat dat leidt naar de lagere bestaansvormen en begoocheling dat leidt naar de lagere bestaansvormen. Na afstand te hebben gedaan van deze zes dingen, is iemand in staat om verwezenlijking van [juiste] visie te realiseren”.

Persoonlijke noten

1. Bhikkhu Bodhi vertaalt hier weer 'personal-existence view' (zie noot 3, vorige sutta)
2. Hier worden volgens mij de eerste drie lagere ketens aangegeven. De derde keten wordt ook wel aangeduid als ‘gehechtheid/hang aan louter regels en rituelen’. Het wordt wel uitgelegd als ‘het stevig vasthouden aan de visie dat door louter [het volgen van] regels en rituelen iemand zuivering kan bereiken’. [bron: https://what-buddha-said.net]. Het verwijst volgens www.sleuteltotinzicht.nl naar het vastklampen aan uiterlijk gedoe zoals ceremonieën, (extreme) regels, terwijl het echte werk voor bevrijding juist vanuit het hart ontwikkeld moet worden.
3. “plane of misery” heb ik hier vertaald als “de lagere bestaansvormen”.

Noot van Bhikkhu Bodhi

1438. Ditthisampadam. Mp: “Het pad van stroom-intreden”, (sotapatti-maggam)

Anguttara Nikaya 6.90 (6), Afstand gedaan

“Bhikkhu’s, iemand die [juiste] visie verwezenlijkt heeft, heeft afstand gedaan van deze zes dingen. Welke zes? Persoonlijkheidsvisie, twijfel, verkeerd aangrijpen van gedrag en regels, wellust dat leidt naar de lagere bestaansvormen, haat dat leidt naar de lagere bestaansvormen en begoocheling dat leidt naar de lagere bestaansvormen. Iemand die [de juiste] visie heeft verwezenlijkt heeft afstand gedaan van deze zes dingen”.


Anguttara Nikaya 6.91 (7), Niet in staat

“Bhikkhu’s, iemand die [juiste] visie heeft verwezenlijkt, is niet in staat om deze zes dingen teweeg te brengen. Welke zes? Persoonlijkheidsvisie, twijfel, verkeerd aangrijpen van gedrag en regels, wellust dat leidt naar de lagere bestaansvormen, haat dat leidt naar de lagere bestaansvormen en begoocheling dat leidt naar de lagere bestaansvormen1. Iemand die [juiste] visie heeft verwezenlijkt is niet in staat deze zes dingen teweeg te brengen”.

Persoonlijke noot

1. Een stroom-betreder heeft de eerste drie lagere ketens verbroken. Dit vrijwaart van wedergeboorte in de vier lagere bestaansvormen.

alle goeds,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
De Rol van Persoonlijkheidsvisie bij de Beeindiging van Lijden
« Reactie #19 Gepost op: 26-03-2016 13:00 »
[bron: The Numerical Discourses of the Buddha, A translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, Wisdom Publications, Boston, 2012. Sutta door mij vertaald uit het Engels]

Anguttara Nikaya 10.76 (6), Niet in staat

De Rol van Persoonlijkheidsvisie (en andere zaken) bij de Beëindiging van Lijden

(1) “Bhikkhu’s, als deze drie dingen niet aangetroffen werden in de wereld dan zou de Tathagata, de Arahant, de Volmaakt Verlichte niet in de wereld komen en de Dhamma en discipline door hem verkondigd zou niet in de wereld schijnen. Welke drie? Geboorte, ouderdom en dood. Als deze drie dingen niet aangetroffen werden in de wereld, dan zou de Tathagata, de Arahant, de Volmaakt Verlichte niet in de wereld komen en de Dhamma en de discipline door hem verkondigd, zou niet in de wereld schijnen. Maar omdat deze drie dingen in de wereld aangetroffen worden, komt de Tathagata, de Arahant, de Volmaakt Verlichte in de wereld, en de Dhamma en de discipline door hem verkondigd, schijnt in de wereld.
(2) “Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van geboorte, ouderdom en dood. Welke drie? Wellust, haat en begoocheling. Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van geboorte, ouderdom en dood.
(3) “Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen wellust, haat en begoocheling. Welke drie? Persoonlijkheidsvisie1, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels2. Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen wellust, haat en begoocheling.
(4) “Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van persoonlijkheidsvisie, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels. Welke drie? Onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen en mentale sloomheid3. Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van persoonlijkheidsvisie, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels.
(5) “Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen, en mentale sloomheid. Welke drie? Warhoofdigheid, gebrek aan helder bevattingsvermogen en mentale verstrooidheid. Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen en mentale sloomheid.
(6) “Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van warhoofdigheid, gebrek aan helder bevattingsvermogen en mentale verstrooidheid. Welke drie? Gebrek aan verlangen om de edelen te zien, gebrek aan verlangen om de edele Dhamma te horen en een geest geneigd naar aanmerkingen.
(7) "Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van warhoofdigheid, gebrek aan helder bevattingsvermogen en mentale verstrooidheid.
“Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van gebrek aan verlangen om de edelen te zien, gebrek aan verlangen om de edele Dhamma te horen en een geest geneigd naar aanmerkingen. Welke drie? Rusteloosheid, geen-beheersing en zedeloosheid. Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van gebrek aan het verlangen om de edelen te zien, gebrek aan het verlangen om de edele Dhamma te horen en een geest geneigd naar aanmerkingen.
(8} “Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van rusteloosheid, geen-beheersing en zedeloosheid. Welke drie? Gebrek aan vertrouwen, onbarmhartigheid en luiheid. Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van rusteloosheid, geen-beheersing en zedeloosheid.
(9) “Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van gebrek aan vertrouwen, onbarmhartigheid en luiheid. Welke drie? Disrespect, moeilijk te corrigeren zijn en slechte vriendschap. Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van gebrek aan vertrouwen, onbarmhartigheid en luiheid.
(10) “Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van disrespect, moeilijk te corrigeren zijn en slechte vriendschap. Welk drie? Morele schaamteloosheid, morele roekeloosheid4 en achteloosheid.
Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van disrespect, moeilijk te corrigeren zijn en slechte vriendschap.

“Bhikkhu’s, iemand die moreel schaamteloos en moreel roekeloos is, is achteloos. Iemand die achteloos is, is niet in staat om afstand te doen van disrespect, moeilijk te corrigeren zijn en slechte vriendschap. Iemand die slechte vrienden heeft, is niet in staat om afstand te doen van gebrek aan vertrouwen, onbarmhartigheid en luiheid. Iemand die lui is, is niet in staat afstand te doen van rusteloosheid, geen-beheersing, en zedeloosheid. Iemand die zedeloos is, is niet in staat afstand te doen van gebrek aan verlangen om de edelen te zien, gebrek aan verlangen de Dhamma te horen en een geest geneigd naar aanmerkingen. Iemand die een geest heeft die neigt naar aanmerkingen is niet in staat afstand te doen van warhoofdigheid, gebrek aan helder bevattingsvermogen en mentale verstrooidheid. Iemand die mentaal verstrooid is, is niet in staat afstand te doen van onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen en mentale sloomheid. Iemand die mentaal sloom is, is niet in staat afstand te doen van persoonlijkheidsvisie, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels. Iemand met twijfels is niet in staat om afstand te doen van wellust, haat en begoocheling. Zonder afstand te hebben gedaan van wellust, haat en begoocheling is iemand niet in staat afstand te doen van geboorte, ouderdom en dood.

(1) “Bhikkhus, na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van geboorte, ouderdom en dood. Welke drie? Wellust, haat en begoocheling. Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van geboorte, ouderdom en dood.
(2) “Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen wellust, haat en begoocheling. Welke drie? Persoonlijkheidsvisie, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels. Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen wellust, haat en begoocheling.
(3) “Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van persoonlijkheidsvisie, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels. Welke drie? Onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen en mentale sloomheid. Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van persoonlijkheidsvisie, twijfel en verkeerd begrip van gedrag en regels.
(4) “Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen, en mentale sloomheid. Welke drie? Warhoofdigheid, gebrek aan helder bevattingsvermogen en mentale verstrooidheid. Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen, en mentale sloomheid.
(5) “Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van warhoofdigheid, gebrek aan helder bevattingsvermogen en mentale verstrooidheid. Welke drie? Gebrek aan verlangen om de edelen te zien, gebrek aan verlangen om de edele Dhamma te horen en een geest geneigd naar aanmerkingen.
Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van warhoofdigheid, gebrek aan helder bevattingsvermogen en mentale verstrooidheid.
(6) “Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van gebrek aan verlangen om de edelen te zien, gebrek aan verlangen om de edele Dhamma te horen en een geest geneigd naar aanmerkingen. Welke drie? Rusteloosheid, geen-beheersing en zedeloosheid. Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van gebrek aan verlangen om de edelen te zien, gebrek aan verlangen om de edele Dhamma te horen en een geest geneigd naar aanmerkingen.
(7) “Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van rusteloosheid, geen-beheersing en zedeloosheid. Welke drie? Gebrek aan vertrouwen, onbarmhartigheid en luiheid. Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van rusteloosheid, geen-beheersing en zedeloosheid.
(8} “Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van gebrek aan vertrouwen, onbarmhartigheid en luiheid. Welke drie? Disrespect, moeilijk te corrigeren zijn en slechte vriendschap. Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van gebrek aan vertrouwen, onbarmhartigheid en luiheid.
(9) “Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van disrespect, moeilijk te corrigeren zijn en slechte vriendschap. Welk drie? Morele schaamteloosheid, morele roekeloosheid en achteloosheid. Na afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand in staat om afstand te doen van disrespect, moeilijk te corrigeren zijn en slechte vriendschap.

(10) “Bhikkhu’s, iemand die een besef van morele schaamte en morele vrees heeft, is behoedzaam. Iemand die behoedzaam is, is in staat afstand te doen van disrespect, moeilijk zijn om mee te spreken5 en slechte vriendschap. Iemand die goede vrienden heeft, is in staat afstand te doen van gebrek aan vertrouwen, onbarmhartigheid en luiheid. Iemand die energiek is, is in staat om afstand te doen van rusteloosheid, geen-beheersing en zedeloosheid. Iemand die deugdzaam is, is in staat om afstand te doen van gebrek aan verlangen om de edelen te zien, gebrek aan verlangen om de Dhamma te horen en een geest die neigt naar aanmerkingen. Iemand wiens geest niet neigt naar aanmerkingen is in staat om afstand te doen van warhoofdigheid, gebrek aan bevattingsvermogen en mentale verstrooidheid. Iemand die een niet verstrooide geest heeft, is in staat om afstand te doen van onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen en mentale sloomheid. Iemand die geen slome geest heeft, is in staat om afstand te doen van persoonlijkheidsvisie, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels. Iemand zonder twijfel is in staat om afstand te doen van wellust, haat en begoocheling. Na afstand gedaan te hebben van wellust, haat en begoocheling is iemand in staat afstand te doen van geboorte, ouderdom en dood”.

Persoonlijke noten

1. Bhikkhu Bodhi vertaalt hier weer 'personal existence view'. Ik hou toch maar persoonlijkheidsvisie aan. Zie eerdere bemerkingen.
2. Dit zijn de eerste drie lagere ketens, samyojana of sannojana.
3. “Mental sluggishness”, kan verwijzen naar mentale zwakte en traagheid/starheid, inertie, lethargie, weinig energie, gebrek aan alertheid.
4. “Moral recklessness”, morele roekeloosheid, verwijst naar gebrek aan angst om ondeugdzame dingen te doen. Morele schaamte en morele vrees/ontzag zijn twee verheven mentale factoren.
5. ‘moeilijk te spreken zijn’ zal wel gelijk zijn aan ‘moeilijk te corrigeren zijn’.

Persoonlijke bemerkingen


Over mentale sloomheid dat een obstakel is om afstand te doen van de drie lagere ketens. In het onderricht over mentale factoren (cetasika’s) wordt aangegeven dat niet alleen kalmte van de mentale groep een verheven factor is maar ook zaken als vlotheid van de mentale groep, aanpassingsvermogen, flexibiliteit, vaardigheid. Je kunt soms merken, wellicht, dat het mentaal zo star is of traag of sloom bij je. Dat is een obstakel. Dus het gaat bij mentale cultivatie en meditatie zeker niet alleen om het aspect van kalmte.
Geest kan best aardig kalm zijn maar dan soms ook kalm op een starre, niet flexibele of sloom/dof manier.
Het is ook zaak mentaal soepel te blijven. Vind ik zelf een lastig punt want ik kan bij mezelf wel starheid, dofheid merken. Het verwijst naar één van de vijf hindernissen (nivarana), die van luiheid en traagheid.

Op www.sleuteltotinzicht.nl wordt hier het volgende over gezegd: "Luiheid en traagheid houden verband met starheid van geest, depressie en indolentie. Wanneer de geest star en willoos wordt, is het heel moeilijk helderheid van geest te verkrijgen. Het kan je erg ontmoedigen waardoor je overal tegenop gaat zien. Wie lui van geest is en niet verstandig nadenkt over de essentiële dingen van het leven, zal nooit een juiste kijk op bepaalde zaken krijgen. Iemand die op die manier onnadenkend door het leven gaat, moet geen geluk verwachten. Door zintuiglijke verlangens denken mensen aan dingen waar ze niet aan zouden moeten denken, dus wordt er -- vanwege luiheid en traagheid -- niet nagedacht waarover men wel zou moeten nadenken. Luiheid of traagheid van geest, verzwakken de aandacht en het vermogen tot nadenken. Deze geestelijke verdoving of slaperigheid leidt tot dagdromen".

Ik herken alle vijf hindernissen goed en zeker ook deze hindernis van luiheid en traagheid. De sutta's beschrijven dat je deze luiheid en traagheid kunt tackelen door meer aandacht te besteden aan het element van initiatief, dus initiatief ontplooien, vervolgens in actie komen, opstaan, iets gaan doen, energie opwekken. En als je met iets bezig bent, doorzetten. Dus meer aandacht voor de aspecten van initiatief, in actie komen en dan doorzetten. Je dient hier dan echt bewust tijd, aandacht en energie in de stoppen.

In de sutta's vind ik toch wel overheersen dat je niet keuzeloos omgaat met de vijf hindernissen in de geest, als je deze opmerkt. De sutta's beschrijven vooral, vind ik, een actieve aanpak. Ik zie vooral een aansporing tot het actief leren verdrijven van de vijf hindernissen: zintuiglijk verlangen, kwade wil, luiheid & traagheid, zorgelijkheid & rusteloosheid en twijfel/onzekerheid. Als dat allemaal afwezig is, zoals in jhana, dan is geest kalm en helder. Dan kun je inzichtmeditatie toepassen en dan kun je beschouwingen toepassen als: elke vorm, gevoel, waarneming, mentale formaties en soort bewustzijn, dat is niet van-mij, dat ben ik, dat is niet mijn-zelf'. Maar als er hindernissen zijn, zich hebben gevestigd, dan zie ik toch meer een aansporing deze eerst actief te leren verdrijven. Waarschijnlijk maakt dit je mentaal flexibeler, vaardiger, soepeler. Het actief verdrijven van negatieve staten is ook een vorm van juiste inspanning van het Edele Achtvoudige Pad. Overigens ook die inspanning waardoor ze niet opkomen. Er wordt ook wel aanbevolen om de perceptie van licht weer op te pakken in de geest. Dat brengt een soort tegenwoordigheid van geest terug, een soort blijheid en frisheid.

Ik weet zelf niet goed meer wat hierin wijsheid is. Het actief verdrijven van hindernissen lijkt voor mij een soort onbegonnen zaak, een gebed zonder einde. Als hardnekkig onkruid, zevenblad, weg willen krijgen.
Als niet alle wortels en zaden weg zijn, komt het steeds weer op. Moet je daar nou zoveel tijd en energie in steken?
Het is willen tackelen en verdrijven van hindernissen roept bij mij ook weer onprettige tegenreacties op, die ook weer verstorend werken. Voor mij voelt het toch ook alsof de hoofdstroom van water van een berg rolt en jij als beoefenaar probeert de vijf vertakte stroompjes in de vlakte droog te leggen. Ondertussen wordt je van dit alles ook maar moe(deloos) en verstoord want je merkt dat het maar doorgaat.
Dus, ik ben op een punt dat ik niet weet of dit wel wijs is en deze methode wel bij me past.

alles goeds,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Persoonlijkheidsvisie en onzorgvuldige aandacht
« Reactie #20 Gepost op: 29-03-2016 13:09 »
De vorige sutta verklaart:

Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van persoonlijkheidsvisie, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels. Welke drie? Onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen en mentale sloomheid".

Wat wordt hier bedoeld met onzorgvuldige aandacht?

Dit valt na te lezen in (bijvoorbeeld) de Sabbasava Sutta, Majjhima Nikaya 2. Hieronder het betreffende fragment uit deze sutta.

“Ik heb gehoord dat de Gezegende eens in Savatthi verbleef, in Jeta’s Gaarde, Anathapindika’s klooster. Daar sprak hij de monniken toe: “Monniken!”

“Ja, heer”, antwoorden de monniken.

De Gezegende zei, “Monniken het eindigen van de asava’s is voor iemand die weet en ziet, zeg ik je, niet voor iemand die niet weet en ziet. Voor iemand die wat weet en ziet? Gepaste aandacht en ongepaste aandacht. Wanneer een monnik op ongepaste wijze aandacht schenkt dan ontstaan nog niet ontstane asava’s en reeds ontstane asava’s wakkeren aan. Wanneer een monnik op gepaste wijze aandacht schenkt dan ontstaan nog niet ontstane asava’s niet en reeds ontstane asava’s worden prijsgegeven. Er zijn asava’s die moeten worden prijsgegeven door zien, diegenen die moeten worden prijsgegeven door beteugeling, diegenen die moeten worden prijsgegeven door te gebruiken, diegenen die moeten worden prijsgegeven door te tolereren, diegenen die moeten worden prijsgegeven door vermijding, diegenen die moeten worden prijsgegeven door te verdrijven en diegenen die moeten worden prijsgegeven door te ontwikkelen.

[1] En wat zijn de asava’s die moeten worden prijsgegeven door zien? Er is de situatie waarin een niet geïnstrueerde doorsnee persoon- die geen respect heeft voor edelen, die niet goed bedreven of gedisciplineerd is in hun Dhamma; die geen respect heeft voor integere mensen, die niet goed bedreven of gedisciplineerd is in hun Dhamma- niet onderscheidt welke ideeën geschikt zijn om aandacht te geven en niet geschikt zijn om aandacht te geven. Omdat dit zo is richt hij zich niet op ideeën die geschikt zijn om aandacht te geven en richt zich [in plaats daarvan] op ideeën die niet geschikt zijn om aandacht te geven.

En wat zijn de ideeën die niet geschikt zijn om aandacht te geven waar hij zich op richt? Welke van zulke ideeën dan ook die, wanneer hij zich daar op richt, de nog niet ontstane asava van zintuiglijk wellust in hem opwekken en de ontstane zintuiglijke wellust doen toenemen; de nog niet ontstane asava van worden in hem doen ontstaan en de ontstane asava van worden doen toenemen; de nog niet ontstane asava van onwetendheid in hem doen ontstaan en de ontstane asava van onwetendheid doen toenemen. Dit zijn de ideeën ongeschikt om aandacht te geven waarop hij zich richt.

En wat zijn de ideeën geschikt om aandacht te geven waar hij zich niet op richt? Welke van zulke ideeën dan ook die, wanneer hij zich daar op richt, de niet ontstane asava van zintuiglijke wellust niet in hem ontstaat, en de ontstane zintuiglijke wellust wordt prijsgegeven; de nog niet ontstane asava van worden niet in hem ontstaat en de ontstane asava van worden wordt prijsgegeven; de niet ontstane asava van onwetendheid niet in hem ontstaat en de ontstane asava van onwetendheid wordt prijsgegeven. Dit zijn de ideeën die geschikt zijn om aandacht te geven waar hij zich niet op richt. Door zich te richten op ideeën die niet geschikt zijn om aandacht te geven en door zich niet te richten op ideeën die geschikt zijn om zich op te richten, ontstaan én nog niet opgekomen asava’s in hem én de reeds ontstane wakkeren aan.

Dit is hoe hij op ongepaste wijze aandacht schenkt: ‘Bestond ik in het verleden? Bestond ik niet in het verleden? Wat was ik in het verleden? Hoe was ik in het verleden? Wat geweest zijnde, wat was ik in het verleden? Zal ik er in de toekomst zijn? Zal ik er niet in de toekomst zijn? Wat zal ik in de toekomst zijn? Hoe zal ik in de toekomst zijn? Wat geweest zijnde zal ik in de toekomst zijn? Of anders is hij innerlijk perplex over de actuele aanwezigheid: 'Besta ik? Besta ik niet? Wat ben ik? Hoe ben ik? Waar is dit wezen vandaan gekomen? Waar is het gebonden?’

Terwijl hij op deze manier op ongepaste wijze aandacht schenkt ontstaat één van de zes soorten visie in hem: De visie Ik heb een zelf ontstaat in hem als waar en (stevig) gevestigd/vastgesteld, of de visie Ik heb geen zelf...Het is juist door middel van zelf dat ik zelf waarneem...Het is juist door zelf dat ik niet-zelf waarneem...Het is juist door middel van niet-zelf dat ik zelf waarneem, ontstaat in hem als waar en (stevig) gevestigd/vastgesteld, of anders heeft hij een visie zoals deze: Ditzelfde zelf van mij- de kenner die hier en daar ontvankelijk is voor het rijpen van goede en slechte daden- is het zelf van mij dat constant is, altijddurend, eeuwig, niet onderhevig aan verandering, en zal voor eeuwig blijven precies zoals het is .

Dit wordt een struikgewas van visies genoemd, een wildernis van visies, een bochtenwerk van visies, een kronkeling van visies, een keten van visies. Gebonden door een keten van visies wordt de doorsnee persoon niet bevrijd van geboorte, verouderen en dood, van smart, geweeklaag, pijn, nood en wanhoop. Hij is niet bevrijd, vertel ik je, van lijden en stress.

De goed geïnstrueerde leerling van de edelen- die respect heeft voor edelen, die goed bedreven en gedisciplineerd is hun Dhamma; die respect heeft voor integere mensen, goed bedreven en gedisciplineerd is in hun dhamma- onderscheidt welke ideeën geschikt zijn om aandacht aan te geven en welke ideeën niet geschikt zijn om aandacht te geven. Omdat dit zo is, besteedt hij geen aandacht aan ideeën die niet geschikt zijn om aandacht te geven en richt zich [in plaats daar van] op ideeën die geschikt zijn om aandacht aan te geven.

En wat zijn de ideeën die niet geschikt zijn om aandacht te geven waar hij zich niet op richt? Welke van zulke ideeën dan ook die, wanneer hij zich daar op richt, de nog niet ontstane asava van zintuiglijke wellust in hem doen ontstaan en de ontstane zintuiglijke wellust doen toenemen; de nog niet ontstane asava van worden in hem doen ontstaan en de ontstane asava van worden doen toenemen; de nog niet ontstane asava van onwetendheid in hem doen ontstaan en de ontstane asava van onwetendheid doen toenemen. Dit zijn de ideeën ongeschikt om aandacht te geven waar hij zich niet op richt.

En wat zijn de ideeën geschikt om aandacht te geven waar hij zich wel op richt? Welke van zulke ideeën dan ook die, wanneer hij zich daar op richt, de niet ontstane asava van zintuiglijke wellust ook niet in hem ontstaat, en de ontstane zintuiglijke wellust wordt prijsgegeven; de nog niet ontstane asava van worden niet in hem ontstaat en de ontstane asava van worden wordt prijsgegeven; de niet ontstane asava van onwetendheid niet in hem ontstaat en de ontstane asava van onwetendheid wordt prijsgegeven. Dit zijn de ideeën die geschikt zijn om aandacht te geven waar hij zich wel op richt. Door zich niet te richten op ideeën die niet geschikt zijn om aandacht te geven en door zich te richten op ideeën die geschikt zijn om aandacht te geven, komen nog niet ontstane asava’s niet in hem op en reeds ontstane asava’s worden prijsgegeven.

Hij richt zich op gepaste wijze op, Dit is stress...Dit is de oorzaak van stress...Dit is de beëindiging van stress...Dit is de weg die leidt naar het einde van stress. Terwijl hij op deze manier op gepaste wijze aandacht schenkt, worden in hem drie ketens prijsgegeven: identiteitsvisie, twijfel en hechten aan voorschriften en praktijken. Dit worden de asava’s die door zien moeten worden prijsgegeven genoemd"(...)
[einde fragment uit Sabbasava Sutta: De verhandeling over alle asava’s, Majjhima Nikaya 2 [bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.002.than.html]
Door mij vertaald uit het Engels. De site vertaalt' asava' in deze sutra meestal met ‘fermentations’. Ik heb gekozen voor 'asava'. Voor de volledige vertaling van de sutta zie hier:
http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2125.msg16022.html#msg16022]

Persoonlijke bemerkingen

Als iets mij geen steek verder heeft geholpen en helpt dan is het wel het rechtvaardigen van het onheilzame. Het rechtvaardigen van het ontstaan en aanwakkeren van ernstig verstoorde staten bij mezelf. Zo roep je alleen maar (meer) onheil over jezelf af, en wat te denken van het welzijn van anderen? Wees wijzer, doe wat de Boeddha adviseert en ga vooral niet onheilzame staten goedpraten. Voedt ze niet als ze ontstaan. Je roept alleen maar meer ellende over jezelf en anderen af.

alle goeds,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Persoonlijkheidsvisie en Een Verkeerd Pad Volgen
« Reactie #21 Gepost op: 31-03-2016 10:39 »
[bronnen: The Long Discourses of the Buddha, A translation of the Digha Nikaya, translated from the Pali by Maurice Walshe, 1995, Wisdom Publications, Boston;
The Middle Length Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, translated by Bhikkhu Nanamoli and Bhikkhu Bodhi, 1995, Buddhist Publication Society, Sri Lanka]


De Boeddha verklaarde in Anguttara Nikaya 10.76 (6):

Zonder afstand te hebben gedaan van deze drie dingen is iemand niet in staat om afstand te doen van persoonlijkheidsvisie, twijfel en verkeerd aangrijpen van gedrag en regels. Welke drie? Onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen en mentale sloomheid".

Wat betekent een verkeerd pad volgen?

Ik heb een selectie gemaakt uit enkele sutta’s die dit onderwerp belichten. Ik zal ze in eigen woorden kort samenvatten.

Digha Nikaya 13, De Weg naar Brahma.

In de tijd van de Boeddha werden er onder brahmanen, kennelijk, vele verschillende wegen naar verlossing onderwezen. Wegen die leiden naar de vereniging met Brahma.
Twee brahmanen zijn hierover in discussie. Elk claimen ze ‘dit is het enige juiste pad’.
Dat komt me bekend voor...De kwestie, wat is het juiste en verkeerde pad? Leiden nou alle paden tot hetzelfde doel, hier de vereniging met Brahma?
De brahmanen vragen de Boeddha om raad. De Boeddha maakt het meteen nogal praktisch en vraagt of hun leraren, of de leraren van hun leraren, of hun voorouders Brahma ooit gezien hebben. "Nee". Ze weten en zien ook niet hoe en waar Brahma verschijnt. Dus ze onderwijzen allemaal een pad naar de vereniging met Brahma die ze niet kennen en zien. Is dat dan niet een slecht gefundeerd pad, vraagt de Boeddha? Hoe kan een blinde een groep blinden leiden? De Boeddha maakt duidelijk met enkele voorbeelden hoe ridicuul deze situatie eigenlijk is. Een voorbeeld. Hij vergelijkt het met iemand die een trap voor een paleis gaat bouwen maar geen idee heeft waar het paleis überhaupt komt, waar de voorkant en achterkant en hoe hoog het paleis wordt etc.
De Boeddha stelt dat de brahmanen eigenlijk negeren wat een brahmaan juist zou moeten doen en ze gaan hardnekkig door met wat ze juist niet zouden moeten doen om de vereniging met Brahma te realiseren. Wat doen ze dan verkeerd? Ze geven zich over aan zintuiglijke genoegens, ze zijn er afhankelijk van, er door geknecht. Niet bewust van het gevaar er van, en geen uitweg kennend. Zo geldt ook dat de brahmanen niet vrij zijn van de vijf hindernissen; het uit zijn op zintuiglijke genoegens (bijvoorbeeld omringd met vrouwen en luxe), kwade wil, luiheid & traagheid, zorgelijkheid & berouw en twijfel.
De Boeddha geeft aan dat als je zo leeft, de vereniging met Brahma na de dood onmogelijk is. De drievoudige kennis van de brahmanen, de kennis van de drie veda’s, wordt een drievoudige woestijn genoemd, een drievoudige wildernis, een drievoudige vernietiging.
De Boeddha geeft vervolgens aan dat hij Brahma en zijn wereld kent. Net zoals iemand die in een bepaald dorp geboren is en er woont, een vreemdeling de weg kan wijzen, zo weet ook de Boeddha de weg naar de vereniging met Brahma. Wat is deze weg? Dit bestaat uit de beoefening van de vier onmetelijke staten; die van liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, meelevende vreugde en gelijkmoedigheid.

Persoonlijke bemerkingen

Hier gaat het dus om het juiste pad voor vereniging met Brahma. De brahmanen gaven zich over aan zintuiglijk verlangen. Zij zagen het gevaar niet. Wat is eigenlijk het gevaar? Het is één van de vijf lagere ketens en houdt wezens dus gebonden aan de zintuigelijke rijken (kama loka; rijk 1 t/m 11). De fijnstoffelijke brahma sferen, subtielere bestaansrijken, komen zo niet in zicht.
De vijf hindernissen waarvan de brahmanen ook niet vrij waren, verhinderen de juiste concentratie voor jhana, terwijl juist beheersing van de eerste jhana oorzaak is voor wedergeboorte in Brahma sferen (rijk 12 t/m14). Zie: http://www.accesstoinsight.org/ptf/dhamma/sagga/loka.html. Dus ze deden niet wat ze juist  moesten doen, en volharden in wat ze juist niet moesten doen om de vereniging met Brahma te realiseren.
Vanuit boeddhistisch perspectief kun je de vereniging met Brahma geen verlossing noemen want het is gewoon een rijk van samsara. Kennelijk vatte de Boeddha ‘de vereniging met Brahma’ niet op als een soort opgaan in een oer-bewustzijn of een soort eenwording met Brahma/God.

Majjhima Nikaya 19, Dvedavitakka Sutta, Twee Soorten van Gedachten

Toen de Boeddha nog een niet-verlichte Bodhisattva was, kwam in hem op om zijn gedachten in twee klassen te verdelen. Aan de ene kant gedachten van zintuiglijk verlangen, kwade wil en wreedheid. En aan de andere kant gedachten van verzaking, niet-kwade wil en niet-wreedheid235/236. Hij begreep dat de eerste klasse leidt tot leed bij hemzelf en anderen. Bovendien, ze belemmeren wijsheid, veroorzaken moeilijkheden en leiden weg van Nibbana. Dit overwegend bedaarden zulke gedachten in hem. Wanneer zulke gedachten toch opkwamen deed de Bodhisattva er afstand van, verwijderde ze, elimineerde ze. Want waar je vaak over nadenkt en peinst, dat zal een geneigdheid van de geest worden, zo begreep de Bodhisattva. Als je vaak aan zintuiglijk verlangen denkt (bij je leeft), dan doe je afstand van de gedachte van verzaking en neigt je geest naar zintuiglijk verlangen. Als je vaak kwaadwillende ideeën opvat, dan doe je afstand van gedachten van liefdevolle vriendelijkheid en neigt je geest naar kwade wil. Als je vaak wrede ideeën hebt, doe je afstand van mededogen en neigt je geest naar wreedheid.
De Bodhisattva zag daarom in onheilzame staten gevaar, achteruitgang en bezoedeling. In heilzame staten zag hij de zegen van verzaking, het aspect van reiniging.
Hoewel men dag en nacht kan nadenken/contempleren over verzaking, mededogen en liefdevolle vriendelijkheid en er niks van te vrezen valt, kan het overmatig denken en contempleren het lichaam uitputten, zo wist de Bodhisattva. En wanneer het lichaam moe wordt, wordt de geest getroebleerd en is het ver weg van concentratie. Dus de Bodhisattva stabiliseerde diens geest innerlijk, kalmeerde het, bracht het tot eenheid en concentreerde het. Waarom? Zodat zijn geest niet getroebleerd zou zijn. De Bodhisattva deed zo afstand van de neigingen van zintuiglijk verlangen, van kwade wil en van wreedheid. Zijn lichaam was kalm en niet getroebleerd, zijn geest geconcentreerd en tot eenheid gebracht. Hij realiseerde de jhana’s en ware kennis kwam op. Hij realiseerde de bevrijding van de asava van zintuiglijk verlangen, van worden en onwetendheid. Hij wijst: geboorte is beëindigd, het heilige leven geleefd.

De bevrijde Boeddha lijkt er dan op terug te kijken en schets dat er twee paden zijn. Een verkeerd pad dat wezens leidt naar hun eigen ondergang, leed veroorzaakt, ketent. Dit is het pad van Mara. Een pad van verleiding, met het lokaas van verheugenis en wellust. Het begeren van het genot van de zintuigen. Een fopspeen. Het is het verkeerde achtvoudige pad, dat is, verkeerde visie, verkeerde intentie, verkeerde spraak, verkeerd handelen, verkeerd levensonderhoud, verkeerde inspanning, verkeerde aandachtigheid en verkeerde concentratie.
De Boeddha heeft het veilige en goede pad heropend, het verkeerde pad afgesloten, het lokaas verwijderd, de fopspeen van onwetendheid vernietigd.

Noten van Bhikkhu Bodhi en Nanamoli

235. De Bodhisattva’s tweevoudige verdeling van gedachten vond plaats tijdens zijn zes jarige strijd voor verlichting.
236. Gedachten van niet kwade wil en gedachten van niet-wreedheid kunnen ook positief uitgelegd worden als gedachten van liefdevolle vriendelijkheid (metta) en gedachten van mededogen (karuna).

Persoonlijke bemerkingen

Het is voor mij wel duidelijk dat de Boeddha het verlangen naar zintuiglijke genot zag als een neerwaartse weg. De verleidelijke weg van Mara, de weg die wezens meer en meer ketent. Het zintuiglijk genot houdt toch geen stand maar ondertussen maak je wel schulden. Neurologisch kunnen we nu zeggen, we komen in de ban van het beloningscentrum van het brein. Hoe meer dat gestimuleerd wordt, des te dwingender het ook wordt. In plaats van dat hunkering afneemt na zintuiglijke genot, neemt het juist daarna meer en meer toe. In plaats van dat we vrediger worden van genot, worden we steeds sneller ontevreden. In plaats van vrijer van neigingen, steeds meer geketend door de neigingen. Dit is kortom de neergang van een egocentrische levenswijze, gericht op zintuiglijke bevrediging.
Hoe zintuiglijk verlangen ketent, zie je direct bij verslaafden. Het sluipt er langzaam in en sloopt mensen daarna echt. Het beloningscentrum krijgt er maar nooit genoeg van. Het ketent de mens. Het wil steeds meer, meer, meer, steeds weer opnieuw. Maar al ben je niet zwaar verslaafd, ik vind afhankelijkheid van zintuiglijk genot herkenbaar.

Majjhima Nikaya 126, Bhumija Sutta

Deze sutta bespreekt de visie dat het heilige leven sowieso geen enkele vrucht draagt. Men vraagt zich af wat de Boeddha hier van vindt. De Boeddha geeft aan dat als men verkeerde visie heeft, verkeerde intentie, verkeerd handelen, verkeerd levensonderhoud, verkeerde inspanning, verkeerde aandachtigheid en verkeerde concentratie heeft, men niet in staat is enige vrucht te verkrijgen. Dit verkeerde pad is geen geschikte methode om vruchten te verkrijgen. Het is alsof iemand olie probeert te persen uit grind, melk probeert te krijgen door een koe bij de horens te melken, boter probeert te maken uit water alleen, nat hout in brand probeert te steken. Maar met het edele achtvoudige pad is men in staat vruchten te verkrijgen, want dat is een geschikte methode. Zoals olie persen uit sesamzaad, een koe bij uier melken, boter maken van gestremde melk, droog hout aansteken.

Majjhima Nikaya 57 beschrijft twee asceten die als heilig leven het leven van een hond en os imiteren in de hoop op positieve vruchten. De Boeddha maakt duidelijk dat als men hier succesvol in is, men of zal wedergeboren worden als resp. hond en os, of in de hel vanwege een verkeerd inzicht.

Persoonlijke bemerkingen

Jullie vermoeden of wisten het natuurlijk al maar kortgezegd komt een verkeerd pad volgen er lijkt me op neer dat men niet het Edele Achtvoudige Pad volgt. Verder kun je het denk ik ook zo zeggen, alles wat bezoedelingen doet ontstaan en versterkt, begeerte niet afzwakt en ontworteld maar juist doet toenemen, is een verkeerd pad. Alles wat wijsheid verzwakt, is een verkeerd pad. Alles wat de ketens versterkt, is een verkeerd pad. De twee extremen van hedonisme en streng ascetisme zijn verkeerde paden.

alle goeds,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
De Geboorte van de Formatie van Sakkaya Ditthi
« Reactie #22 Gepost op: 03-04-2016 11:01 »
[Bron: The Connected Discourses of the Buddha, A new translation of the Samyutta Nikaya, translated from Pali by Bhikkhu Bodhi, Volume I, Wisdom Publications, Boston; Fragment door mij vertaald uit het Engels. Waar puntjes in de tekst staan herhaalt deze zich zoals ervoor].

De geboorte van de formatie van identiteit- of persoonlijkheidsvisie

Fragment Samyutta Nikaya 22.81 (9), Parileyya

(...)
“En hoe, bhikkhu’s, dient iemand het te kennen en hoe dient iemand het te zien voor het  ogenblikkelijk plaatsvinden van de vernietiging van de bezoedelingen (asava’s, Siebe).
Hier, bhikkhu’s, beschouwt een niet geïnstrueerde wereldlijke persoon, die de edelen niet ziet/ontmoet en niet bedreven en niet gedisciplineerd is hun Dhamma, die geen superieure personen ziet/ontmoet en niet bedreven en niet gedisciplineerd is in hun Dhamma, vorm als zelf1. Dat beschouwen, bhikkhu’s, is een formatie133. Die formatie- wat is diens bron, wat is diens herkomst, van waaruit wordt het geboren en geproduceerd? Wanneer de niet geïnstrueerde wereldlijke persoon in contact staat met een gevoel dat geboren wordt uit onwetendheid-contact2, ontstaat begeerte: vandaar wordt die formatie geboren.
“Dus, bhikkhu’s, die formatie is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan; die begeerte is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan; dat gevoel is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan; dat contact is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan; die onwetendheid is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan. Wanneer iemand het zo kent en ziet, bhikkhu’s, vindt de ogenblikkelijke vernietiging van de bezoedelingen plaats.
“Hij kan vorm niet als zelf beschouwen, maar hij beschouwt (zich)zelf als in bezit van vorm. Dat beschouwen is een formatie....(alles zoals hier boven)...Wanneer iemand het zo kent en ziet, bhikkhu’s, vindt de ogenblikkelijke vernietiging van de bezoedelingen plaats.
“Hij kan vorm niet als zelf beschouwen of zelf als in bezit van vorm, maar hij beschouwt vorm als in zelf. Dat beschouwen is een formatie...
“Hij kan vorm niet als zelf beschouwen of zelf als in bezit van vorm, of vorm als in zelf maar hij beschouwt zelf als in vorm. Dat beschouwen is een formatie...
“Hij kan vorm niet als zelf beschouwen, of zelf als in bezit van vorm, of vorm als in zelf of zelf als in vorm, maar hij beschouwt gevoel als zelf...waarneming als zelf...wilsformaties als zelf...bewustzijn als zelf...zelf als in bewustzijn3. Dat beschouwen is een formatie...Wanneer iemand het zo kent en ziet, bhikkhu’s, vindt de ogenblikkelijke vernietiging van de bezoedelingen plaats.
“Hij kan vorm niet als zelf beschouwen...of zelf als in bewustzijn, maar hij heeft zo’n visie als deze: ‘Dat wat het zelf is, is de wereld; na te zijn heengegaan, zal ik dat zijn- duurzaam, stabiel, eeuwig, niet onderhevig aan verandering’134. Die eeuwigheidsvisie is een formatie...Wanneer iemand het zo kent en ziet, bhikkhu’s, vindt de ogenblikkelijke vernietiging van de bezoedelingen plaats.
“Hij kan vorm niet als zelf beschouwen...of zo’n eeuwigheidsvisie hebben, maar hij heeft zo’n visie als deze: ‘Ik ben misschien niet en het kan mogelijk niet voor mij zijn; Ik zal niet zijn [en] het zal niet voor mij zijn’135. Die vernietigingsvisie is een formatie...
“Hij kan vorm niet als zelf beschouwen...of zo’n [vernietiging]visie hebben, maar hij is beduusd, vol twijfel, onzeker met betrekking tot de ware Dhamma. Die beduusdheid, twijfelachtigheid, onzekerheid met betrekking tot de ware Dhamma is een formatie- wat is diens bron, wat is diens herkomst, van waaruit wordt het geboren en geproduceerd? Wanneer de niet geïnstrueerde wereldlijke persoon in contact staat met een gevoel dat geboren wordt uit onwetendheid-contact, ontstaat begeerte: vandaar wordt die formatie geboren.
“Dus die formatie, bhikkhu’s, is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan; die begeerte is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan; dat gevoel is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan; dat contact is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan; die onwetendheid is vergankelijk, geconditioneerd, op voorwaardelijke wijze ontstaan. Wanneer iemand het zo kent en ziet, bhikkhu’s, vindt de ogenblikkelijke vernietiging van de bezoedelingen plaats”.137

Noten van Bhikkhu Bodhi
133. (eerste deel niet vertaald). “Het punt lijkt te zijn dat door de daad van beschouwen “een formatie” te noemen, de Boeddha diens geconditioneerd ontstaan onderstreept. Dit op zijn beurt benadrukt diens vergankelijkheid. De herkenning er van slaat de gehechtheid aan de notie van “Ik ben” omver, aldus culminerend in arahantschap.
134. Deze visie, die poneert dat het zelf identiek is aan de wereld (so atta so loka) schijnt van de Upanisaden afgeleid te zijn (knip rest).
135. Alternatieve lezing uit het commentaar. Spk: “als ik niet zou bestaan, zou er ook niet mijn bezit zijn; als ik er in de toekomst niet zal zijn, zal er ook niet mijn bezit zijn”.
(knip rest)
137. Spk: In deze sutta is, in drieëntwintig gevallen, verklaart hoe inzicht culmineert in arhantschap.

Persoonlijke noten
1. Hij beschouwt vorm als zelf. Dit kun je denk ik ook vertalen als ...hij beschouwt vorm als zichzelf. De eerste vorm van sakkaya ditthi. Iemand identificeert zich dan volledig met de khandha’s, in dit geval het aggregaat van vorm, het lichaam bijvoorbeeld. In de sutta wordt zo´n beschouwing ´een formatie´ genoemd. Ik ben geneigd het zo te zien dat wanneer je bijvoorbeeld je volledig identificeert met vorm, of een andere khandha, zoiets meer een vrijwel onbewuste geneigdheid is, een neiging, en in die zin een mentale formatie, dan een intellectuele beschouwing of contemplatie of gedachtegang of bespiegeling. Het zit meer op het niveau van instinct lijkt me. Ook dat identificeren gebeurt mijns inziens voorwaardelijk. Je zou kunnen denken, ´doe ik dit nu zelf of niet? ´ Het vormen van identiteitsvisie gebeurt voorwaardelijk lijkt me het beste antwoord. Maar ik denk dat de sutta aangeeft dat wanneer je dit alles indachtig bent en het geconditioneerde en vergankelijke er van kent op het moment dat het zich voordoet, identiteit-of persoonlijkheidsvisie als het ware ook niet landt, zich vestigt.

2. Ignorance-contact (avijjasamphasassa). In noot 63 bij een andere sutta staat hierover: (...)” is het contact verbonden met onwetendheid (avijjasampayuttaphassa). Onwetendheid is de meest fundamentele voorwaarde die ten grondslag ligt aan dit proces (hoe een nieuw karmische actieve fase van bestaan aanvangt door het opnieuw voorstellen in termen van de notie “Ik ben” en speculatieve visie van individualiteit, Siebe) en wanneer dit door gevoel wordt geactiveerd, wekt dat de notie “Ik ben” op (een manifestatie van begeerte en verbeelding). Het idee “Ik ben dit” ontstaan daarna, wanneer het ijle (Engels: vacuous) “Ik” een inhoud wordt gegeven door identificatie met een of andere van de vijf aggregaten. Tenslotte ontstaan complete eeuwigheid -en vernietigingsvisie wanneer van het voorgestelde zelf wordt gemeend dat het ofwel de dood overleeft of vernietiging ondergaat op het moment van de dood” (rest niet vertaald)

Eigen toevoeging: Ik denk dat 'contact verbonden met onwetendheid' het soort contact is waarbij je, wellicht onbewust, het zo ervaart dat er een echt Ik is dat die contacten ervaart. Een Ik die ruikt, voelt, proeft, ziet, pijn ervaart etc. Dat het contact ook de vorm heeft van 'van mij', dus mijn-lichaam, mijn-gevoel, mijn-waarnemingen, mijn-formaties, mijn bewustzijn. Dit komt heel veel voor lijkt me.
Vooral als je flinke pijn hebt bijvoorbeeld, merkte ik onlangs weer, dan kun je dat heel lastig loslaten is mijn ervaring. Je ervaart het heel sterk als jouw-pijn en hebt de perceptie dat een Ik die pijn moet verdragen.  Dit is denk ik een illustratie van onwetendheid-contact. Het euvel met welke verschijnselen dan ook, maar zeker met pijn is dat er begeerte is t.o.v die pijn. Je wilt die pijn niet ervaren, immers dat is de ingebakken neiging of reactie op pijn, maar precies daardoor is er ook heel sterk de perceptie van 'iemand die de pijn moet verdragen' en ook de perceptie van 'mijn-pijn'. Hoe meer je van ervaringen wilt afsplitsen,  als het ware, hoe sterker de perceptie wordt dat je dat als last draagt.
3. Hier worden weer de vier vormen van sakkaya ditthi toegepast op de vijf khandha’s.

Persoonlijke bemerkingen

Wat beschrijft de sutta precies? Het lijkt me dat door de kracht van inzicht of wijsheid het geconditioneerde hier en nu kan worden vernietigd. Ik begrijp het zo dat er nog wel bezoedelingen opkomen maar men kent en ziet dat op dat moment op de juiste wijze. Daardoor krijgt het geconditioneerde, dus ook identiteits-of persoonlijkheidsvisie (allerlei visies over zelf in relatie tot de khandha's), in de sutta aangeduid als een formatie, geen kans wortel te schieten in de geest, zich te vestigen. Het bezoedelt de geest dan niet. Verzwakt wijsheid dan niet. Het geconditioneerde verdampt in het licht van inzicht/wijsheid?

Als jullie andere indrukken ervaren bij het lezen van de sutta dan hoor ik het graag.

alle goeds,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
De notie 'Ik ben' is door vastklampen, niet zonder vastklampen
« Reactie #23 Gepost op: 05-04-2016 13:18 »
[Bron: The Connected Discourses of the Buddha, A new translation of the Samyutta Nikaya, translated from Pali by Bhikkhu Bodhi, Volume I, Wisdom Publications, Boston; Sutta door mij vertaald uit het Engels. Sutta iets meer uitgewerkt. Waar puntjes in de tekst staan herhaalt deze zich als er voor].

De Notie 'Ik ben' Is Door Vastklampen, Niet Zonder Vastklampen

Samyutta Nikaya 22.83 (1), Ananda

Te Savatthi. Daar sprak de eerwaarde Ananda de bhikkhu’s zo toe: “Vrienden, bhikkhu’s!”
“Vriend!, antwoorden die bhikkhu’s. De eerwaarde Ananda zei dit:
“Vrienden, de eerwaarde Punna Mantaniputta was ons erg behulpzaam toen we pas werden ingewijd als monnik145. Hij gaf ons de volgende aansporing:

  “Het is door vastklampen1, Ananda, dat [de notie] ‘Ik ben’ zich voordoet, niet zonder vastklampen. En door vast te klampen aan wat doet ‘Ik ben’ zich voor, niet zonder vastklampen?146. Het is door vast te klampen aan vorm dat ‘Ik ben’ zich voordoet, niet zonder vastklampen. Het is door vast te klampen aan gevoel...aan waarneming...aan mentale formaties2...aan bewustzijn dat ‘Ik ben’ zich voordoet, niet zonder vastklampen.
“Stel, vrienden Ananda, een jonge vrouw- of een man- jeugdig en dol op sieraden, zou haar eigen gezicht in een spiegel onderzoeken of in een kom gevuld met zuiver, helder, schoon water: ze zou er naar kijken met vastklampen, niet zonder vastklampen. Zo geldt ook dat het door het vastklampen aan vorm is dat ‘Ik ben’ zich voordoet, niet zonder vastklampen. Het is door vastklampen aan gevoel...aan waarneming...aan mentale formaties...aan bewustzijn dat ‘Ik ben’ zich voordoet, niet zonder vastklampen.
“Wat denk je, vriend Ananda, is vorm duurzaam of vergankelijk?”- Vergankelijk, eerwaarde heer. -”Is wat vergankelijk is, lijden of geluk?”-”Lijden, eerwaarde heer”- “Is wat vergankelijk, lijden en onderhevig is aan verandering geschikt om zo te worden beschouwt: ‘Dit is van-mij, dit ben ik, dit is mijn zelf’?- “Nee, eerwaarde heer? “Is gevoel duurzaam of vergankelijk?...is waarneming duurzaam of vergankelijk...zijn mentale formaties duurzaam of vergankelijk...is bewustzijn duurzaam of vergankelijk?”-Vergankelijk, eerwaarde heer”.-”Is wat vergankelijk is, lijden of geluk?” -“Lijden, eerwaarde heer”, -“Is wat vergankelijk, lijden en onderhevig is aan verandering geschikt om zo te worden beschouwt: ‘Dit is van-mij, dit ben ik, dit is mijn zelf’?- “Nee, eerwaarde heer?”
“Daarom, bhikkhu’s, iedere soort vorm, welke dan ook, ofwel in het verleden, toekomst of heden, innerlijk of uiterlijk, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij, alle vorm dient aldus te worden gezien zoals het werkelijk is met juiste wijsheid: ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn-zelf’. Ieder gevoel, welke dan ook...iedere waarneming, welke dan ook... iedere mentale formatie, welke dan ook...ieder bewustzijn, welke dan ook, ofwel in het verleden, toekomst of heden, innerlijk of uiterlijk, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij, alle bewustzijn dient aldus gezien te worden zoals het werkelijk is met juiste wijsheid: ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn-zelf’.
“Het zo ziend, bhikkhu’s, keert de geïnstrueerde edele leerling zich af van vorm van het verleden, hij zoekt niet verheugenis in vorm in de toekomst; en hij beoefent het afkeren van vorm van het heden, voor diens vervagen en beëindiging...keert zich af van gevoel...keert zich af van waarneming...keert zich af van mentale formaties...keert zich af van bewustzijn van het verleden; hij zoekt geen verheugenis in bewustzijn van de toekomst; en hij beoefent het afkeren van bewustzijn van het heden, voor diens vervagen en beëindiging”. Terwijl hij diens geest er van afkeert, wordt hij passieloos. Door passieloosheid wordt [zijn geest] bevrijd. Wanneer het bevrijd is, komt er de kennis: ‘Het is bevrijd’. Hij begrijpt: “Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd, wat gedaan moest worden is gedaan, er rest niks meer in deze staat van bestaan”.

“Vrienden, de Eerwaarde Punna Mantaniputta was ons erg behulpzaam toen we net ingewijd werden als monnik. Het gaf ons die aansporing. En toen ik dit Dhamma onderricht hoorde, maakte ik de doorbraak naar de Dhamma”. 147

Noten van Bhikkhu Bodhi

145. Punna Mantaniputta werd door de Boeddha tot de voornaamste verklaart onder de bhikkhu’s die spraken over de Dhamma (ANI 23,26. Zie SN 14.15.
146. [Knip keuze voor deze vertaling]...”de jeugd kijkt naar zijn of haar beeltenis met bezorgdheid over zijn of haar persoonlijke verschijning (“met vastklampen”) en het beeld wordt manifest in afhankelijkheid van de spiegel. Op dezelfde wijze stelt een persoon zich ‘Ik ben’ voor door vast te klampen aan de vijf aggregaten, d.w.z. met de aggregaten als objectieve referenten ontstaat de notie “Ik ben”. Zie SN 22.151, dat opnieuw speelt met deze dubbele betekenis van upadaya
147. Dhammo me abhisameto. Spk: Hij drong door in de Vier Edele Waarheden met wijsheid en werd een stroom-intreder. Over abhisamaya, zie II, n.13.

Persoonlijke noten (door mij toegevoegd)

1. “clinging”, vastklampen, grijpen, hechten
2. Bhikkhu Bodhi vertaalt hier “volitional formaties”, wilsformaties

Over drievoudig grijpen
[bron: http://dharmafarer.org/wordpress/wp-content/uploads/2009/12/19.1-I-the-nature-of-identity.-piya.pdf]

Met betrekking tot de khandha’s zijn er drie soorten grijpen (ti,vidha gaha):

“Mijn”= “Dit is van-mij” (etam mama), ontstaat door begeerte (tanha,gaha);
“Mezelf” = “Dit ben Ik” (eso’ham asmi), ontstaat door verbeelding (mana, gaha), en
“Ik”= “Dit is mijn zelf” (eso me atta), ontstaat door verkeerde visie (ditthi, gaha).

Deze drie verkeerde houdingen betreffende het zelf zijn ook bekend als de “de latente neiging tot ‘Ik’-maken, ‘mijn’-maken en verbeelding (Engels: conceit). Deze drievoudige soorten grijpen zijn de belangrijkste factoren achter het voorstellen/verbeelden (Engels: conception) en mentale snelle vermeerdering (Engels: mental proliferation).

Persoonlijke bemerkingen

Ik heb op enig moment gemerkt dat er onbewust een proces gaande is dat bezig is je eigen bestaan aldoor te bevestigen of veilig te stellen. Het doet dat middels een scanproces en daar zit iets krom.

Het is als een oog dat ziet, en dat oog meet diens eigen bestaan af aan wat-het-ziet in plaats van dat het oog zichzelf begrijpt en kent als dat-wat-ziet. Zo lijkt dit ook te werken met identiteit. Geest is als een oog dat ziet, maar geest meet ook haar eigen bestaan of identiteit af aan wat-het- ziet/ervaart in plaats van dat het zichzelf kent als dat-wat-ziet/ervaart.

Het kan zijn dat wanneer je begint met mediteren je op een gegeven moment steeds vaker even naar de spiegel loopt. Ik ken dit van mezelf en ook van een ander. Je doet het om maar via de spiegel even weer de bevestiging te krijgen 'aha Ik besta nog'. Herkenbaar?

Geest is ook als zo'n spiegel die in staat is alles keusloos te reflecteren wat er in verschijnt. Maar geest heeft ook die wonderbaarlijke neiging dat het zichzelf niet kent als datgene wat in staat is om keusloos te reflecteren wat er in verschijnt, maar het herkent/identificeert zich vooral met er wat in de spiegel verschijnt en zegt en stelt zich dan voor...Ik ben dit of dat, zus of zo..

De Boeddha heeft volgens mij ontdekt dat dit een vergissing is en dit begoocheling genoemd. Niks van wat er in de spiegel van de geest verschijnt is juist om zo te zien: "dit is van-mij, dit ben ik, dit is mijn zelf".
Geest, als perfecte spiegel, kan vrij worden van alles wat er voor/in verschijnt en toch eindigt de spiegel niet, eindigen wij niet. Het is niet de dood. Dit meemaken.

Dit niet weten, dit niet zien, niet weten wat de ware identiteit is, doet ons vastklampen aan ervaringen of khandha's alsof dat onze ware identiteit is. Zoiets lijkt gaande.

En als je je eigen identiteit en bestaan afmeet aan wat je ervaart, en wat je ervaart verandert, wijzigt of houdt zelfs op te bestaan, dan komt die identiteit ook meteen onder spanning te staan. Dan zie je meteen het nadeel van zulke identiteitsvisie. Het geeft enorm veel lijden.



Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 593
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
    • Bekijk profiel
Re: De notie 'Ik ben' is door vastklampen, niet zonder vastklampen
« Reactie #24 Gepost op: 06-04-2016 00:44 »
Geest, als perfecte spiegel, kan vrij worden van alles wat er voor/in verschijnt en toch eindigt de spiegel niet, eindigen wij niet. Het is niet de dood. Dit meemaken.

Dit niet weten, dit niet zien, niet weten wat de ware identiteit is, doet ons vastklampen aan ervaringen of khandha's alsof dat onze ware identiteit is. Zoiets lijkt gaande.

En als je je eigen identiteit en bestaan afmeet aan wat je ervaart, en wat je ervaart verandert, wijzigt of houdt zelfs op te bestaan, dan komt die identiteit ook meteen onder spanning te staan. Dan zie je meteen het nadeel van zulke identiteitsvisie. Het geeft enorm veel lijden.

Je schrijft : "Geest, als perfecte spiegel, kan vrij worden".

Mijn vermoeden is dat dit niet klopt, en dat het ook niet de boodschap is van Boeddha.
De boodschap is volgens mij, er is een vrije geest. Maar niet dat wij de vrije geest kunnen ervaren of bereiken.

de vrije geest willen worden, is net zo goed een ambitie, een zucht geboren uit het vastklampen.
De vrije geest willen worden is een "ik-zuchtig" verlangen. Het willen bewaren van de essentie van dat "ik", maar dan zonder het lijden. Onze voorstelling van een vrije geest is verbonden met ons "ik" ervaren.

De vrije geest willen worden is een hinderpaal om de vrede van nirwana te ervaren. Iedereen ervaart dagelijks de vrede van nirwana, maar zonder dat we er ons bewust van zijn dat dit nu de vrede van nirwana is.
Elk hebzuchtig streven verstoort de ervaring van de vrede van nirwana. Ook de wens om de vrede van nirwana te ervaren kan een stoornis zijn. Ook de wens om de vrije geest te willen worden kan een stoornis zijn.

De ervaring van de vrede van nirwana zegt niets hoe het is om de vrije geest te ervaren, gewoonweg omdat de vrije geest buiten ons ervaren valt, we kunnen er niet veel zinnige zaken over vertellen.

de Dharma is de ruggengraat van het lichaam van de vrije geest. Het is de werkingskracht van de Dharma die we in ons leven kunnen ervaren. De Dharma beoefenen bevrijdt ons van de blindheid van onze wilde natuur.
Maar bevrijding is ook doven van het vuur.

We moeten helemaal niet de vrije geest worden. De vrije geest is de geest die het vuur van de blinde, wilde geest dooft. In onze vastgeklampte visie zien we het doven van het vuur als een verlies, sterven, vergaan. En dan houden we ons vast aan een ander fabeltje : "wij kunnen de vrije geest worden". En dan is er geen verlies, sterven, vergaan meer.

Maar elk moment waarop we nirvana in ons leven ervaren, speelt dit allemaal geen enkele rol. Op die momenten leven we zondeloos, en is er geen noodkreet die om hulp vraagt.

Het is niet mogelijk om nirvana dag in dag uit te ervaren, het is niet mogelijk om als mens, die verbonden is met de blinde, wilde natuur om voortdurend de vrede van nirvana te ervaren. De vrede van nirvana is een rustpunt in ons lijden, en dan gaat het doven van het vuur verder en ervaren we wederom lijden. Tot we sterven.

Dit kan zinloos lijken wanneer de blinde, wilde geest vol vuur in je hoofd zit. Maar tijdens de momenten van de vrede van nirvana, ben je tijdelijk het lichaam van de vrije geest op Aarde. Dan ben je de belichaming van de Dharma.
En naarmate dat het ik-zuchtige streven dooft, kan men zich inzetten voor een doel waar men zelf nooit deel van zal uitmaken. Waar men nooit zelf de vruchten van plukt.

het is niet het ervaren van nirvana dat je inzet is, dat is de vrucht die je wel plukt. Maar het beoefenen van de Dharma is de inzet, en dat is lijden.
Beide gaan hand in hand.

Maar zoals ik al schreef, het zijn slechts vermoedens.

Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #25 Gepost op: 06-04-2016 14:18 »
Hallo Gouden Middenweg en Wilde Natuur,

Ik schreef: “geest, als perfecte spiegel, kan vrij worden van alles wat er voor/in verschijnt”. Dat is volgens mij wat anders dan waar jij op reageert.

Ik bedoel er mee te zeggen dat wanneer iemand zich bijvoorbeeld identificeert met gedachten en gedachten verdwijnen, dan zal iemand zich bedreigd voelen, terwijl dat eigenlijk niet nodig is want iemand kan prima zonder gedachten zijn. Maar het is dan iemands identiteitsvisie dat hier oorzaak wordt van spanning en stress. Dit kun je mijns inziens verder doortrekken naar identificatie met het geconditioneerde.
Gewoonlijk identificeren we ons met lichamelijke vorm, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn.

Zo worden de meditatieve verdiepingen (jhana's) ook beschreven als een proces van ledigen. Je kunt dat alleen maar angstloos ondergaan wanneer je je niet langer identificeert met datgene wat verschijnt en verdwijnt. Maar daar wringt het wat mij betreft en hoe dat wringt heb ik proberen te verwoorden.

alle goeds,
Siebe







Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: De notie 'Ik ben' is door vastklampen, niet zonder vastklampen
« Reactie #26 Gepost op: 06-04-2016 17:58 »
We moeten helemaal niet de vrije geest worden. De vrije geest is de geest die het vuur van de blinde, wilde geest dooft. In onze vastgeklampte visie zien we het doven van het vuur als een verlies, sterven, vergaan. En dan houden we ons vast aan een ander fabeltje : "wij kunnen de vrije geest worden". En dan is er geen verlies, sterven, vergaan meer.

Majjhima Nikaya 26 maakt duidelijk dat de Bodhisattva, zelf onderhevig aan geboorte, verouderen, ziekte, dood, smart en bezoedelingen niet langer meer zijn heil zocht in datgene met dezelfde kenmerken. Hij begon de edele zoektocht en vond of realiseerde het ongeborene, niet ziek wordende, niet verouderende, doodloze, smartloze, onbezoedelde, Nibbana. Dat was wat hij zocht.
Wat voor betekenis heeft dit voor jou? Wat vond de Boeddha? Bedoel jij nou te zeggen dat dit niet bestaat of dat dit onmogelijk is, of enkel een boeddhistische fabel?

Siebe




Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 593
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
    • Bekijk profiel
Re: De notie 'Ik ben' is door vastklampen, niet zonder vastklampen
« Reactie #27 Gepost op: 07-04-2016 00:44 »
We moeten helemaal niet de vrije geest worden. De vrije geest is de geest die het vuur van de blinde, wilde geest dooft. In onze vastgeklampte visie zien we het doven van het vuur als een verlies, sterven, vergaan. En dan houden we ons vast aan een ander fabeltje : "wij kunnen de vrije geest worden". En dan is er geen verlies, sterven, vergaan meer.

Majjhima Nikaya 26 maakt duidelijk dat de Bodhisattva, zelf onderhevig aan geboorte, verouderen, ziekte, dood, smart en bezoedelingen niet langer meer zijn heil zocht in datgene met dezelfde kenmerken. Hij begon de edele zoektocht en vond of realiseerde het ongeborene, niet ziek wordende, niet verouderende, doodloze, smartloze, onbezoedelde, Nibbana. Dat was wat hij zocht.
Wat voor betekenis heeft dit voor jou? Wat vond de Boeddha? Bedoel jij nou te zeggen dat dit niet bestaat of dat dit onmogelijk is, of enkel een boeddhistische fabel?

Siebe

Mijn bevinding is de volgende :

Het ongeborene en Dharma zijn niet van elkaar los te koppelen.
Maar een mens ziet de Dharma niet als verheven. Het streven van de mens is bestaansgericht, overleven, ambitiegericht.
Het boeddha gerichte ideaal is "ik" die boeddha realiseert. Ik die het ongeborene ervaart. De wens om te blijven ervaren. De bevrijde geest. Bevrijdt van de belemmeringen van een lichaam, bevrijdt van de beperkingen van de realiteit.

Elk ervaren gericht streven eindigt in een zinloosheid van het doel. Omdat het vergankelijk is en niet permanent. Is het doel bereikt dan ontbreekt er nog iets, een nieuw doel, een nieuwe hunkering komt tot ontwikkeling.
In het zondeloze leven, in de vrede van nirvana verblijven ontbreekt echter de hunkering die moet gerealiseerd worden. Op die momenten is er geen streven, maar slechts ervaren, opgaan in, leven.

Dit is een toestand die we allemaal kennen. Lijden is pas dan aanwezig wanneer we de  vrede van nirvana verlaten.
Langs de andere kant, hoe realistisch is het om te denken dat we permanent de vrede van nirvana kunnen ervaren. We zijn niet het ongeborene, we zijn kinderen van de blinde, wilde natuur. Desondanks we kunnen we wel de vrede van nirvana ervaren dankzij het ongeborene.

Onze blinde, wilde natuur doet ons lijden, het ongeborene schenkt ons de vrede van nirvana.

75% van ons lijden is in zekere zin kunstmatig. Het zijn onze angsten, zorgen, woede, ergernissen, ambities, teleurstellingen. Allemaal zaken die voortspruiten uit onze verbondenheid met de blinde, wilde natuur. De andere 25% van ons lijden is een lijden dat voortspruit uit onze verbondenheid met een lichaam, zintuigen, zenuwen.

Natuurlijk kun je vragen, eisen, wensen dat je permanent in een toestand van innerlijke vrede zit. Maar als dat niet realistisch is, als dat niet mogelijk is, is dat dan een geldig argument om dan maar permanent in een toestand van lijden te gaan zitten, omdat de realiteit niet is zoals je het graag zou willen.

Maar zodra de innerlijke vrede aanwezig is, dan maak je je ook niet meer druk over de realiteit, dat die niet is zoals je toch liever zou willen. Je druk maken over de realiteit doe je alleen wanneer je in de lijdenstoestand zit.

Simpel voorgesteld kan men zeggen dat er handelen, streven, spreken, denken enz. is dat je dieper in het innerlijke lijden duwt. Maar er is ook handelen, streven, spreken, denken enz. dat je bevrijdt. Maar dit handelen, streven, spreken, denken enz. is in zekere zin ook lijden.

Dit doelgerichte, heilzame, "juiste" handelen, streven, spreken, denken enz. maakt ons tot instrumenten van het ongeborene. Instrumenten van de Dharma.

Dit duo, enerzijds de innerlijke vrede, waar we geen zinloosheid, geen onrust, geen woede ... ervaren.
En anderzijds het doelgerichte, heilige streven. Dit duo zalft en heiligt ons leven.

Door het doelgerichte, heilige streven, krijgt je lijden een nut voor de erfgenamen van de blinde, wilde.
natuur.
Ik leef, en wat is het waard om voor te leven, ik sterf, wat is het waard om voor te sterven.

Boeddha ging op zoek naar de Dharma, de levensopdracht die boven elke twijfel verheven "goed" is.
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #28 Gepost op: 07-04-2016 13:56 »
Enkele algemene zaken die gaan leven als ik je reactie lees:

1. Ik heb het idee dat jij suggereert dat momenten van vrede kennen in je leven hetzelfde is als Nibbana kennen. Is dat zo? Misschien is die vrede die je dan ervaart wel degelijk van dezelfde grondtoon als die van Nibbana, maar ken je Nibbana als je momenten van vrede in je leven kent? Ik zie in de sutta’s in ieder geval dat er voor gewaarschuwd wordt om bijvoorbeeld de vrede van jhana’s te verwarren met Nibbana. Die tijdelijke onderdrukking van bezoedelingen tijdens jhana, is hooguit een Nibbana in voorlopige zin. Het is wat anders tijdelijk vrede te ervaren, dan werkelijk vrede te zijn zeg maar. Het onderricht maakt steeds onderscheid tussen tijdelijke afwezigheid of onderdrukking van bezoedelingen, wat een tijdelijk soort bevrijding is, en een niet-tijdelijke. In boeddhisme is het uiteindelijk doel het realiseren van permanente beeindiging van bezoedelingen door ontworteling. Een tijdelijke onderdrukking is wel behulpzaam, inzichtelijk, maar niet het doel. Het wordt beschreven als een prettig verwijlen in het hier en nu.

Het onderricht geeft ook aan dat het direct ervaren van Nibbana een levensveranderende of transformerende ervaring is. Drie ketens worden verbroken: twijfels omtrent de Boeddha, Dhamma en Sangha. Identiteitsvisie, bijvoorbeeld het jezelf identificeren met het lichaam of de andere khandha’s, en gehechtheid aan regels en rituelen. Kun je zeggen dat dit al het geval is als je eens wat keren vrede en afwezigheid van begeerte ervaart in je leven? Nee, zeker niet. Eindeloos veel mensen kennen dat soort vrede. Maar ken je dan Nibbana? Ik denk niet dat je dit zo mag zeggen. Want die mensen die die vrede wel kennen, blijven zich identificeren met het lichaam en de andere khandha’s. Mensen blijven zich ook onzeker voelen, onveilig, ondanks momenten van vrede. Dus die vrede die soms even ervaren wordt, heeft weinig effect op het beeindigen van bezoedelingen en eindigt de gebruikelijke egocentrische zorgen en angsten etc. ook niet. En ook boeddhisten die wel eens jhana ervaren, maken niet perse een soort transformerende ervaring door en blijven toch ook maar gewoon egocentrisch functioneren. Mensen blijven zich bovenal sterk identificeren met de khandha’s en in identiteitsvisie komt geen verandering.
Dat zijn zo wat aanwijzingen dat momenten vrede ervaren in je leven volgens mij niet hetzelfde betekent als Nibbana kennen.

2. Je schrijft: “We zijn niet het ongeborene, we zijn kinderen van de blinde, wilde natuur.” De sutta’s beschrijven een proces van meditatieve verdieping. In gewone toestand heb je vele lagen kleding aan, zeg maar. Tijdens meditatieve verdieping leg je die kleding van je af. Wat je zo leert kennen, vind ik, is dat kleding aan jezelf bijkomstig is. Je bent niet de kleding. Je bent niet wat je naar je toetrekt en aantrekt.
Je bent bijvoorbeeld niet gedachten, emoties, begeerte, visies. Want als dat eindigt eindig jij niet. 
Natuurlijk, je kunt jezelf met kleding omhullen, maar je wordt nooit datgene waarmee je je omhult. Dat blijft altijd iets bijkomstigs.

De Boeddha beschrijft hoe bedreven mediteerders zo op een punt kunnen komen die de limiet van waarneming (limit of perception) wordt genoemd. Dit is zo’n subtiele staat dat je eigenlijk niet eens goed meer kunt spreken meer van waarnemen. De Boeddha heeft uiteindelijk een punt bereikt in meditatieve verdieping, in verstilling, waar je volgens de sutta’s niet aan voorbij kunt gaan. Complete naaktheid die niet verder uitgekleed kan worden. Dit is de beeindiging van waarneming & gevoel en hier is dus waarneming en gevoel beeindigd. Maar dit is niet hetzelfde als de dood. Het is dit dat de Boeddha prijst als ultiem geluk. En het was kennelijk deze ontdekking waardoor hij tevreden was. Waardoor hij voorzichzelf wist dat het doel wat hij voor zichzelf gesteld had, was bereikt. De leraren die hij eerder bezocht kenden deze beëindiging van waarneming en gevoel niet.

De blinde wilde natuur is ook kleding, het behoort tot het geconditioneerde. Je bent dat niet wezenlijk maar je kunt het wel aantrekken. De kleding kan ook uitgetrokken worden. De wilde natuur beschrijft enkel sterke neigingen of instincten. Deze kunnen tijdelijk en definitief eindigen. Waarom? Omdat ze veroorzaakt worden. Als de oorzaak verdwijnt, onwetendheid, verdwijnt ook de voeding van die hele wilde natuur en komt nooit meer op. Maar sowieso, hoe sterk die wilde natuur ook is en vat op je heeft, het is enkel van bijkomstige aard, enkel aankleding en niet wezenlijk jezelf.  Als je het zou zijn, zou je ook eindigen als die wilde natuur eens eindigt, en dat is duidelijk niet het geval. Dus je bent het niet. Al het geconditioneerde is kleding en niet geschikt zo te zien aldus de sutta's: 'dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'.

De wildheid komt voort uit het gevoel dat je iets moet beschermen, dat je alles onder controle moet hebben. Het komt voort vanuit een diep gevoel van onzekerheid en onveiligheid. Naar mijn idee geven de sutta's aan dat zulke neigingen berusten op verkeerde ideeen/noties over wie/wat we zijn. Het is de voortdurend identificatie met de khandha’s die onze perceptie voedt van een echt Ik, een lokaal wezen te zijn. Meditatie dient, zeggen Zenners, om de ontmoeting te maken met ons ware zelf, het niet-lokale wat we zijn. Deze waarheid van niet-lokaliteit is als een verborgen waarheid in ons aanwezig. De Boeddha-Natuur. Mijns inziens ziet men de waarheid van niet-lokaliteit bij de beëindiging van waarneming & gevoel.

De Boeddha-natuur is nog verborgen voor ons. Door ons nog te ontdekken zoals de Boeddha deed.
Dat de waarheid van niet-lokaliteit voor ons nog verborgen is, is het onwetende in ons. Daar zijn we kind van. Onze wilde instincten en neigingen zijn terug te voeren op deze fundamentele onwetendheid. Ze zijn terug te voeren op een begoochelde identiteitsvisie, op een visie van lokaliteit waarbij we ons identificeren met de vijf khandha's. Het is dit hardnekkig patroon waar de stroom-intreder mijns inziens een doorbraak in maakt. Zijn Dhamma-oog gaat open, ziet de waarheid van niet-lokaliteit in, en dat doorbreekt de gebruikelijke obsessie voor de identiteitsnotie van lokaliteit. Alle gebruikelijke wilde neigingen die in de beperkte identiteitsvisie wortelen, kalven dan geleidelijk af.
Het lijkt me belangrijk het wilde te zien en begrijpen als iets wat in relatie staat tot een bepaalde identiteitsvisie, waartoe de Boeddha ons uitnodigt dit goed te onderzoeken via meditatie.

alle goeds,
Siebe


Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 593
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #29 Gepost op: 07-04-2016 15:24 »
Zo begrijp ik de teksten :

Door ons niet vast te klampen aan het leven, ervaren, gedachten, bewustzijn, gevoelens worden we in zekere zin vrij van de wisselvalligheden van de realiteit. Dit wil niet zeggen dat we hierdoor de realiteit transformeren in een ander soort realiteit, die niet meer wisselvallig is. Maar wel dat we hierdoor vrede kunnen sluiten met de realiteit zoals ze werkelijk is.

Iedere poging om de realiteit te pogen onderwerpen aan onze wil, verlangens, wensen, ambities is gedoemd om te mislukken omdat de realiteit zich niet gaat veranderen, zich niet gaat onderwerpen aan onze wil, verlangens, wensen, ambities. Wat we wel tot op zekere hoogte kunnen doen dat is onze relatie met de realiteit aanpassen aan de realiteit.

Men kan natuurlijk blijven ontkennen dat men een beperkt, kwetsbaar, afhankelijk, machteloos, tijdelijk verschijnsel is. Toch drukt de realiteit ons dagelijks met onze neus op de feiten. Je kunt wel tot op zekere hoogte vrede en rust ervaren, maar je kunt niet voortdurend in een staat van vrede en rust zijn.

Lijden is een feit, een zinloos gevecht leveren is jezelf nog meer kwellen. De gouden middenweg zegt niet dat we niets kunnen doen, we kunnen wel tot verandering komen, tot op bepaalde hoogte.  Zo begrijp ik de weg tussen uitersten, doe wat in je macht ligt, verlies geen tijd met zinloze gevechten, waarvan je zelf ervaart dat het eigenlijk tot niets voert, behalve dat het nog meer lijden aan je leven toevoegt.


Het begrip Dharma, wil zeggen “zijn plicht vervullen, de levensplicht/verantwoordelijkheid opnemen”.

Waar we in mening verschillen, is dat jij het eeuwige ziet als iets dat je kunt bereiken, terwijl ik het zie als iets  dat het waard is om je voor in te zetten, maar er nooit deel uit van kunt maken. Behalve op de beperkte, menselijke wijze.


« Laatst bewerkt op: 07-04-2016 15:53 door gouden middenweg & de wilde natuur »
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #30 Gepost op: 07-04-2016 17:43 »
Zo begrijp ik de teksten :

Door ons niet vast te klampen aan het leven, ervaren, gedachten, bewustzijn, gevoelens worden we in zekere zin vrij van de wisselvalligheden van de realiteit. Dit wil niet zeggen dat we hierdoor de realiteit transformeren in een ander soort realiteit, die niet meer wisselvallig is. Maar wel dat we hierdoor vrede kunnen sluiten met de realiteit zoals ze werkelijk is.

Iedere poging om de realiteit te pogen onderwerpen aan onze wil, verlangens, wensen, ambities is gedoemd om te mislukken omdat de realiteit zich niet gaat veranderen, zich niet gaat onderwerpen aan onze wil, verlangens, wensen, ambities. Wat we wel tot op zekere hoogte kunnen doen dat is onze relatie met de realiteit aanpassen aan de realiteit.

Men kan natuurlijk blijven ontkennen dat men een beperkt, kwetsbaar, afhankelijk, machteloos, tijdelijk verschijnsel is. Toch drukt de realiteit ons dagelijks met onze neus op de feiten. Je kunt wel tot op zekere hoogte vrede en rust ervaren, maar je kunt niet voortdurend in een staat van vrede en rust zijn.

Lijden is een feit, een zinloos gevecht leveren is jezelf nog meer kwellen. De gouden middenweg zegt niet dat we niets kunnen doen, we kunnen wel tot verandering komen, tot op bepaalde hoogte.  Zo begrijp ik de weg tussen uitersten, doe wat in je macht ligt, verlies geen tijd met zinloze gevechten, waarvan je zelf ervaart dat het eigenlijk tot niets voert, behalve dat het nog meer lijden aan je leven toevoegt.


Het begrip Dharma, wil zeggen “zijn plicht vervullen, de levensplicht/verantwoordelijkheid opnemen”.

Waar we in mening verschillen, is dat jij het eeuwige ziet als iets dat je kunt bereiken, terwijl ik het zie als iets  dat het waard is om je voor in te zetten, maar er nooit deel uit van kunt maken. Behalve op de beperkte, menselijke wijze.

Nee, ik zie het eeuwige niet als iets wat je kunt bereiken. Ik heb aangegeven dat er volgens mij iets te ontdekken valt via meditatie. Ontdekken is volgens mij belangrijker dan bereiken. Bereiken ligt op het vlak van tijd, van conditionering. Ontdekken niet. In boeddhisme valt bereiken en ontdekken in elkaar. Ze willen elkaar aanvullen en ondersteunen.

Ineens kun je iets ontdekken. Ineens wordt een donkere grot licht die miljarden jaren donker was. Het kost geen enkele tijd. De leer bestuderend ben ik er wel achter gekomen dat het vooral gaat om ontdekken. Bereiken is horizontaal zeg maar en ontdekken verticaal.
Het is aardig wanneer je betere gewoonten aanleert, minder strijd etc. maar dat is geen verlichting. Hooguit raak je beter aangepast. Politici zijn ook hele handige mensen. Verlichting komt van ontdekken, van zien. Het is een doorbraak buiten de tijd.

Wat identiteit betreft, uit niets blijkt dat de Boeddha zichzelf zag als een beperkt, kwetsbaar, afhankelijk, machteloos wezentje of mens. Uit niets blijkt dat de Boeddha zijn leerlingen aanspoort zichzelf zo te zien.
Bescheidenheid betekent heel wat anders dan jezelf zien als een kwetsbaar mens. De Boeddha's leer sluit juist aan bij de intuitie dat geest juist niet beperkt is, niet kwetsbaar, niet machteloos en afhankelijk. Dat er iets in jezelf is wat onverstoorbaar is, rotsvast. En de intuitie dat geest niet iets lokaals is.

Lichamelijke vorm, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn ontstaan lokaal, maar er iets wat niet lokaal is.  Alles wat lokaal ontstaat, definieert 'de mens', 'het wezen', en we identificeren ons daarmee,
maar geest is geen mens of wezen. De leer van de Boeddha sluit aan bij het mysterie, het mystieke van het mens-zijn. Niet om mystiek of mysterieus te doen als mens, of als reactie op het niet kunnen accepteren van sterfelijkheid, kwetsbaarheid, afhankelijkheid, nietigheid, lijden, nee maar om recht te doen aan wat voor je gevoel intuitief waar is.

Dat je niet voortdurend in een staat van vrede en rust kunt zijn,  geldt zeer waarschijnlijk voor jou en mij, maar waarom zou dat moeten gelden voor arahants en Boeddha's?

alle goeds,
Siebe



Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 593
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #31 Gepost op: 07-04-2016 20:53 »
Wanneer ik eventjes veronderstel dat een bepaalde visie omtrent arahants en boeddha's correct is, dat zijn er toch een paar zaken die dan eigenaardig zijn.

- Waarom ging boeddha, te voet van één plaats naar een andere plaats ? Hij kon toch gewoon hoog aan de hemel verschijnen, voor alle mensen tegelijkertijd en hun vragen beantwoorden .
- Waarom moest boeddha nog altijd eten en drinken, ouder worden en sterven. Hij kon toch gewoon blijven leven en alle lijdende wezens voortdurend blijven bijstaan tot ze allemaal arahants waren geworden.
-Waarom sturen de arahants die nu leven niet gewoon een mailtje naar jou, waar ze een antwoord geven op alle vragen waar jij mee zit.

Ze zijn toch niet meer onderhevig aan de beperkingen van het mens zijn. Ze weten toch alles.

- Waarom zijn er zoveel verschillende interpretaties, visies, stromingen van het Boeddhisme. Het zou toch logischer zijn als er steeds meer arahants zouden zijn, omdat ze iedereen, kundig kunnen helpen met hun realisatie. Niemand zou toch twijfelen omdat een arahant toch perfecte antwoorden zou kunnen geven, die alle twijfel zouden wegnemen.
 
- Waarom zijn er zoveel verschillende godsdiensten, aangezien de leer totaal vergeestelijkte mensen schept die niet meer onderhevig zijn aan de wetten van het aards bestaan. Er zou toch geen discussie moeten zijn, omdat de bewijzen toch voor ieder klaar en duidelijk zouden zijn.

Aangezien jij nog altijd onderhevig bent aan lijden, is het niet logisch dat een bepaalde visie hoe de teksten moeten begrepen worden juist is. 

Zou jij als je het boeddhaschap zou gerealiseerd hebben na een paar jaar gewoon naar het eeuwige nirvana gaan ?
Weet je mensen, ik ben heel erg begaan met jullie lijden, maar ik heb nu iets beters te doen. Vaarwel tot nooit meer. Zoek het nu maar allemaal zelf uit. En als jullie het niet vinden, dan is het jullie eigen schuld, jullie hadden maar beter jullie best moeten doen.
Ik ben wel niet meer onderhevig aan de menselijke beperkingen, ik weet alles, ik kan overal tegelijkertijd zijn, ik kan door de lucht vliegen, ik hoef niet meer te eten en te drinken, ouder worden of sterven doe ik niet. Maar ja, jullie begrijpen het wel, Nirvana is leuker.


Bewijzen dat een bepaalde visie omtrent arahants en boeddha correct is die ontbreken , ze houden gewoonweg geen steek.
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #32 Gepost op: 07-04-2016 22:51 »
Men kan natuurlijk blijven ontkennen dat men een beperkt, kwetsbaar, afhankelijk, machteloos, tijdelijk verschijnsel is. Toch drukt de realiteit ons dagelijks met onze neus op de feiten.

Als je er niet meer in gelooft dat je huidige visie -dat je een beperkt, kwetsbaar, afhankelijk, machteloos mens bent-, kan veranderen, volledig kan verdwijnen, als een illusie in rook kan opgaan, omdat je vanuit ervaring tot een hele andere ontdekking kunt komen, dan lijkt me dat niet bevorderlijk op het Pad.
Maar jij lijkt niet meer open te staan voor zelfs de mogelijkheid iets heel anders te kunnen ontdekken over jezelf dan wat je tot nu toe ontdekt hebt over jezelf. Ik vind dat geen goede houding.

alle goeds,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #33 Gepost op: 08-04-2016 13:41 »
Hoi GM& WN,

Jij legt alles op jouw eigen manier uit. Dat is natuurlijk je goed recht. Ik doe dat op mijn manier:D

Maar het lijkt me ook goed te erkennen dat veelal de ervaring ontbreekt, en daarmee de directe kennis, om gezaghebbend te kunnen praten over heel veel zaken waar de Boeddha, vanuit directe kennis, over sprak.
Zoals wat de beëindiging van waarneming & gevoel is, wat Nibbana is, wat stroom-intrede is, wat al die jhana-stadia zijn, wat het ongeconditioneerde is, wat het echt betekent dat identiteitsvisie eindigt, wat het is om bijzondere vermogens te hebben, wat onthechting echt is, wat het betekent om de vergankelijkheid van vorm hier en nu direct te kennen, wat kennis van al die vorige levens en kamma betekent etc.
Laten we wel wezen, hierover kunnen we veelal niet met gezag iets zeggen. De ervaring ontbreekt.
Dat erkennen lijkt me beter dan maar wat te gaan verzinnen of onszelf een soort gezag toe te kennen dat eigenlijk alleen maar opgeblazenheid illustreert.

Samenhangend met het vorige, persoonlijke ervaringen kunnen dus ook zeker gewoon beperkt zijn. Als je nog nooit een orgasme hebt gehad, stel, dan kun je wel zoeken in je eigen belevingswereld, tussen al dat materiaal, naar aanwijzingen wat zoiets zou kunnen betekenen, maar je kunt ook wel nagaan, dat je zo de betekenis nooit kunt achterhalen, terwijl, wanneer je het ervaart, dan weet je het onmiddellijk.
Dus ervaringen kunnen ook beperkt zijn en dat is eigenlijk, vergeleken met een verlicht iemand of een Boeddha, altijd zo, lijkt me. Het lijkt me ook goed open te blijven staan voor de mogelijkheid van geheel nieuwe ervaringen en daarmee ook nieuwe inzichten.

Dat we bepaalde ervaringen niet kennen of hebben gehad moet ons niet ontmoedigen of sceptisch maken maar ons juist aansporen. We moeten altijd op zoek naar de niet-intellectuele dhamma, en de betekenis van zaken in boeddhisme vanuit ervaring leren kennen en niet gaan verzinnen. Je kunt beter zeggen, ik weet niet wat het betekent, dan maar wat verzinnen.

Kunnen we dan niks zeggen? Als het gaat om praten vanuit ervaring dan moet je je grens kennen lijkt me.
Maar je kunt wel de sutta's en commentaren bestuderen en onderzoeken wat daar gezegd wordt over zaken. Dit om een zo goed en betrouwbaar beeld te vormen van wat mogelijk bedoeld wordt.
Je kunt bijvoorbeeld eerst iets gelezen hebben over een orgasme, dan een beeld vormen wat dat is. En als je dan later dat meemaakt dan weet je, oke dit was dus een orgasme, geen kiespijn. Dus dat gaat eigenlijk over correcte duiding. Beduid je je eigen ervaringen wel goed? Je kunt bijvoorbeeld niet maar alle vredevolle ervaringen 'kennis van Nibbana' noemen. Dat geven de sutta's aan. Dus correcte duiding is wel belangrijk. Volgens mij kunnen de teksten daarin zeker een rol spelen. Natuurlijk ook andere mensen, zoals gevorderde meditatie-beoefenaars, boeddhistische leraren.

Iets over de grote lijn die ik zie.

In de sutta's wordt duidelijk gemaakt dat de Boeddha het ongeborene, niet verouderende, niet ziek wordende, niet stervende, dus het ultiem vredige zocht. Hij zocht niet meer zijn heil en toevlucht in het geconditioneerde zoals de doorsnee mens doet in partner/kinderen, bezit, visies, zintuiglijk genot, hogere rijken van bestaan, etc. Hij begreep dat dit nooit een veilige toevlucht kan zijn. Want dat zal weer verdwijnen. Het is vergankelijk en instabiel. Je heil zoeken in iets wat die aard heeft, is vragen om moeilijkheden.

Dus aan de kern van Boeddha's zoektocht lag wat mij betreft deze realistische benadering dat de oplossing van lijden niet kan komen van het geconditioneerde. Natuurlijk, voeding helpt tegen honger, medicijnen kunnen je beter maken, er zijn juiste visies etc, maar ten diepste kan dat niet een einde maken aan lijden.
Dat zie je ook in onze wereld. Hoeveel medicijnen ook, en hoeveel techniek en kennis ook, wat geboren is sterft, wat samengekomen is gaat weer uit elkaar, wat samengesteld is, valt uit elkaar, wat jong en sterk is wordt eens oud en zwak. Er is nog altijd ontzettend veel leed. Existentieel lijden is nog altijd duidelijk aanwezig. Tegen de kwaal van gevoelens van onzekerheid, onveiligheid, gemis, frustratie, wanhoop, angst en zorgen etc. biedt het geconditioneerde geen fundamentele oplossing. Je nieren zijn nog niet gerepareerd of je krijgt iets aan je hart. Je bent nog niet bekomen van de ene schrik of je krijgt al weer een volgend naar bericht. Dus je zou iets willen vinden wat een werkelijke toevlucht is. Waarbij je dus gewoon terug kunt vallen op de zegeningen van het geconditioneerde (voordelen van voeding, medicijnen, techniek etc) maar niet meer vanuit allerlei vrees en gehechtheid en diep gevoel van afhankelijkheid.

Zo ging de Boeddha mijns inziens op pad. Op zoek naar datgene wat werkelijk bevrijd van die fundamentele gevoelens van onveiligheid, ongenoegen, onzekerheid, onvrede.
Is er dan iets wat ongeboren is, niet veroudert, niet vervalt, niet ziek wordt, niet sterft? De Boeddha zocht dat niet buiten zichzelf. Nee, in zichzelf, via meditatie. En hij vond wat hij zocht, want er kwam een einde aan zijn zoektocht. Hij sprak over het ongeborene, het niet-verouderende, niet ziek wordende, doodloze, het eiland, de toevlucht, de beëindiging van lijden, het ongeconditioneerde. Hij noemde zijn Leer ook wel het Pad naar het Ongeconditioneerde. De Boeddha toont het Pad naar het Ongeconditioneerde.

Maar nu komt denk ik de hamvraag.

Was wat hij vond, zag, ontdekte, iets anders dan zijn eigen diepste natuur? Stel je nou eens voor dat dat zo is. Dat de waarheid van beëindiging van lijden iets anders was dan zijn eigen natuur van geest. Hoe zou hij dan ooit verkondigd kunnen hebben dat hij de beëindiging van lijden had gevonden? Als je niet ten diepste die ultieme vrede bent, kun je jezelf dan tot een toevlucht maken? als je niet zelf de oplossing bent, kun je dan ooit de oplossing bij jezelf vinden? Als die toevlucht heel iets anders is dan jezelf, hoe kan er dan sprake zijn van bevrijding? Want dan ben je immers alsnog afhankelijk van iets anders. Dan moet je alsnog weer je heil zoeken in iets anders dan jezelf. Dit is gewoon niet logisch.

Nee, het kan volgens mij niet anders of de Boeddha ontdekte dat zijn eigen diepste en meest subtiele natuur, niets anders is dan het ongeborene, het niet ziek wordende, het niet verouderende, het doodloze, kortom, de waarheid van beëindiging van lijden is de natuur van geest vrij van alle bijkomstige bezoedelingen en gehechtheid.  Dus de Boeddha ontdekte volgens mij dat de gebruikelijke identiteitsvisie van de doorsnee mens, waarbij we ons identificeren met de khandha's, berust op begoocheling, ja, op het nog niet hebben gezien wat de Boeddha wel had gezien.
Zo lijkt mij het juist. De Boeddha spoort ons aan dit ook te ontdekken. Meditatie heeft als doel dit te ontdekken. Alle vaardige middelen in boeddhisme hebben uiteindelijk het doel dit te helpen ontdekken.

Het is onze beperkte visie op onszelf (en anderen) die ons in de greep houdt van allerlei neigingen van wanhoop, allerlei gevoelens van onzekerheid, onveiligheid, onvrede etc. Centraal staat persoonlijkheids-of identiteitsvisie.

Ik proef bij jou dat je hier niet meer voor open staat en dat baart me zorgen want het lijkt me cruciaal open te houden dat je identiteitsvisie radicaal kan veranderen en daarmee ook allerlei gevoelens van onzekerheid, onveiligheid, kwetsbaarheid, angsten etc. Te blijven vasthouden aan een zelfbeeld van kwetsbaarheid, afhankelijkheid, machteloosheid lijkt me onvruchtbaar. Ook ideeen als 'de mens is nietig', 'de mens is nou eenmaal kwetsbaar etc'. dat is enkel een woud van visies.

Ja, je kunt dat wel presenteren als realisme, maar nee, dat soort realisme is volgens mij nou precies wat de Boeddha niet aanmoedigt. Je hebt een stukje vertrouwen nodig in een andersoortig identiteit. Het is nodig er op te vertrouwen dat je eigenlijk voor jezelf nog een mysterie bent. Dat is realisme.

Wat een verhaal he.

alle goeds,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #34 Gepost op: 08-04-2016 17:40 »
Wanneer ik eventjes veronderstel dat een bepaalde visie omtrent arahants en boeddha's correct is, dat zijn er toch een paar zaken die dan eigenaardig zijn.

- Waarom ging boeddha, te voet van één plaats naar een andere plaats ? Hij kon toch gewoon hoog aan de hemel verschijnen, voor alle mensen tegelijkertijd en hun vragen beantwoorden .

Ik heb begrepen dat zoiets wel eens gebeurde ook. Maar ik heb ook een sutta gelezen waarin de Boeddha het nadeel bespreekt van het gebruik van bijzondere vermogens.  Stel bijvoorbeeld dat jij iemand zou kennen die kan opstijgen, en je bent er bij, dan is de kans heel groot dat zelfs wanneer je dit meemaakt, je toch gelooft dat je ergens bedrogen wordt. Je loopt toch weg met een gevoel van scepsis.
Daar waarschuwde de Boeddha ook voor bij het gebruik van bijzondere vermogens. Het kan soms nuttig zijn, zo wordt ook gezegd, maar de kans is heel groot dat het mensen eerder nog verder duwt in de richting van achterdocht. Zoals ik het begrepen heb, kon de Boeddha echter wel doen wat jij aangeeft. Hij kon op meerdere plaatsen tegelijkertijd zijn. Ik wil benadrukken dat ik dit allemaal niet zelf verzin. Je kunt natuurlijk sceptisch zijn over de inhoud van de sutta's, maar ja, waar stopt dat? Wat wil je geloven en wat niet? Hoever wil je boeddhisme uitkleden? Wanneer is het voor jezelf aanvaardbaar en hoe belangrijk is nou eigenlijk wat je zelf aanvaardbaar vindt? Je kunt natuurlijk kritisch zijn maar ook sceptisch.

- Waarom moest boeddha nog altijd eten en drinken, ouder worden en sterven. Hij kon toch gewoon blijven leven en alle lijdende wezens voortdurend blijven bijstaan tot ze allemaal arahants waren geworden.

Ik geloof dat een arahant of een Boeddha, hoewel die de dimensie belichamen voorbij ruimte-tijd, hun lichaam moet gewoon gevoed blijven worden om te blijven functioneren. Het kan gewoon ziek worden, pijn en ongemak geven etc. Dat lichaam zal sterven. Maar zoals de sutta's ook aangeven, een Boeddha en arahants kunnen niet meer geduid worden in termen van de khandha's. 

-Waarom sturen de arahants die nu leven niet gewoon een mailtje naar jou, waar ze een antwoord geven op alle vragen waar jij mee zit.
Ze zijn toch niet meer onderhevig aan de beperkingen van het mens zijn. Ze weten toch alles.

Er zijn denk ik maar weinig arahants en des te meer geleerden, Schriftgeleerden, maar ik denk maar heel weinig gerealiseerden. Er zijn zeker boeddhistische leraren die doen wat jij schrijft, ze gebruiken internet, maar ik denk dat zij vooral kenners zijn van de geschriften en dat is toch wat anders dan kenner van de Dhamma en de ware betekenis van boeddhisme.

- Waarom zijn er zoveel verschillende interpretaties, visies, stromingen van het Boeddhisme. Het zou toch logischer zijn als er steeds meer arahants zouden zijn, omdat ze iedereen, kundig kunnen helpen met hun realisatie. Niemand zou toch twijfelen omdat een arahant toch perfecte antwoorden zou kunnen geven, die alle twijfel zouden wegnemen.

Nee, zo werkt het niet. Een ander kan twijfels niet wegnemen, net zoals een Boeddha niet iemand verlicht kan maken. Je kunt alleen zelf je twijfels wegnemen door ontdekken, door zien, door realisatie.
En dat maakt boeddhisme ook zo lastig. Want je kunt een prima leraar zijn, gerealiseerd, maar als een ander je woorden niet goed oppakt, verkeerd beoefent, zich niet inspant etc. komt er niks van.
Zoals het onderricht aangeeft verdwijnt twijfel bij stroom-intrede. Tot die tijd is twijfel normaal.

Er is wat mij betreft in boeddhisme in feite maar 1 stroming en dat is die stroming die er voor zorgt dat iemand Nibbana realiseert. Eigenlijk is alles in boeddhisme daar op gericht. Of je nu zen beoefent, theravada, mahayana, vajrayana, als je door de sektarische voorliefdes, het uiterlijk vertoon, het gedoe heenkijkt, zie je dat elke school in wezen gaat om de ontdekking van de ware natuur, het ongeconditioneerde.

- Waarom zijn er zoveel verschillende godsdiensten, aangezien de leer totaal vergeestelijkte mensen schept die niet meer onderhevig zijn aan de wetten van het aards bestaan. Er zou toch geen discussie moeten zijn, omdat de bewijzen toch voor ieder klaar en duidelijk zouden zijn.

Ik denk dat boeddhisme toch heel anders is dan de godsdiensten. En de kern van dit anders-zijn is volgens mij de leer van niet-zelf. Terwijl het in boeddhisme de bedoeling is dat je de gebruikelijke identiteitsvisie juist onderzoekt via meditatie, en overstijgt door een ontmoeting met de waarheid, willen godsdienstige leiders juist dat je vooral blijft geloven dat je een mens bent, nietig, afhankelijk, klein, onmachtig, tegenover de grote God.  De Boeddha was wat dat betreft een enorme zondaar. Waarom? Omdat hij eigenlijk onderwijst dat niemand de mens kan verlossen, niet Jezus, zelfs de Boeddha niet. Iemand is zijn eigen toevlucht.


Aangezien jij nog altijd onderhevig bent aan lijden, is het niet logisch dat een bepaalde visie hoe de teksten moeten begrepen worden juist is. 

Zou jij als je het boeddhaschap zou gerealiseerd hebben na een paar jaar gewoon naar het eeuwige nirvana gaan ?
Weet je mensen, ik ben heel erg begaan met jullie lijden, maar ik heb nu iets beters te doen. Vaarwel tot nooit meer. Zoek het nu maar allemaal zelf uit. En als jullie het niet vinden, dan is het jullie eigen schuld, jullie hadden maar beter jullie best moeten doen.
Ik ben wel niet meer onderhevig aan de menselijke beperkingen, ik weet alles, ik kan overal tegelijkertijd zijn, ik kan door de lucht vliegen, ik hoef niet meer te eten en te drinken, ouder worden of sterven doe ik niet. Maar ja, jullie begrijpen het wel, Nirvana is leuker.

Een Boeddha gaat nergens naartoe als ie het grofstoffelijk lichaam achterlaat. Het is onzin te verkopen dat de Boeddha het Nibbana ingaat. Het is een van de zaken waarover de Boeddha adviseert niet te speculeren.
Laten we eerst maar de leer van niet-zelf begrijpen.

Bewijzen dat een bepaalde visie omtrent arahants en boeddha correct is die ontbreken , ze houden gewoonweg geen steek.

Wat betekent dan voor jou het ongeborene, ziektevrije, niet-verouderende, doodloze?

alle goeds,
Siebe




Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 593
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #35 Gepost op: 08-04-2016 20:15 »

Enkele feiten.

De pali canon is een feit.

Wat zegt men over de  pali canon. “Het bevat toespraken die de Boeddha gaf over zijn leer”.

Is dat een feit ? Ik denk het niet. Een betere uitleg is : “De pali canon bevat teksten die hun oorsprong vinden in de toespraken die de Boeddha gaf over zijn leer.”

Feit is dat we niet precies weten wat boeddha nu allemaal precies heeft verteld.
Feit is dat de pali canon zoals die nu aan mij verschijnt, een vertaling is van een vertaling van een vertaling van een vertaling binnen een bepaalde stroming van teksten die hun oorsprong vinden in de toespraken van Boeddha.

Feit is dat we geen enkel idee hebben over hoeveel teksten die ook hun oorsprong vinden in de toespraken van Boeddha van deze of van andere stromingen nu eigenlijk verloren zijn gegaan.
Feit is dat we geen enkele onafhankelijke bronnen hebben die de authenticiteit van de teksten kunnen staven.

Feit is dat jij of ik  niet 1 Arahant ken in de wereld  die voldoet aan de voorwaarden zoals jij stelt dat een Arahant aan moet voldoen. Feit is dat er geen enkele onafhankelijke bewijzen zijn dat er ook maar 1 zo'n Arahant zou zijn.

Dit gebrek aan autoriteit dus arahants die voldoen aan de voorwaarden zoals jij ze stelt is een probleem omdat het dan de interpretatie van de teksten verlaagt tot beweringen zonder bewijsmiddelen.
Als er niet 1 Arahant nog terug te vinden is, dan wil dit eigenlijk zeggen dat de leer verloren is gegaan omdat het niemand meer tot verlossing/verlichting kan brengen.

Wanneer de leer inderdaad mensen bovennatuurlijke krachten zou opleveren dan lijkt het niet logisch dat de leer zou verloren kunnen gaan.
Want zoals er in de pali- canon staat is het juist de vaardigheid van Boeddha dat er ontelbare mensen tot volledige verlichting kunnen komen. En iedere volledig verlichte zou ook alweer ontelbare mensen tot volledige verlichting kunnen brengen.
Logisch gezien zouden er dus altijd meer en meer volledig verlichte mensen moeten zijn.

Feit is dat er hiervan geen enkele bewijzen voor zijn. Of zoals je het zelf schrijft : “Er zijn denk ik maar weinig arahants “


De boeddhisten en de pali-canon ziet de leer als de volmaakte leer, die dan ook nog eens door een alwetende met bovennatuurlijke krachten is opgesteld. Toch raar dat hij niet zelf de pali canon heeft opgesteld met klare en duidelijke teksten. Hij moest het opstellen van de pali-canon toch niet overlaten aan zijn discipelen.

Er zijn ontelbare interpretaties hoe de teksten nu moeten begrepen worden. En dat lijkt me niet logisch als er toch ontelbare volledig verlichten zijn die de verkeerde interpretaties onmiddellijk zouden kunnen corrigeren, met doorslaggevende feiten. Alleszins denk ik dat een alwetende toch wel doorslaggevende feiten zou kunnen geven.

Het zou natuurlijk ook kunnen dat één en ander toch misschien anders moet begrepen worden. En dan lijkt het alweer logischer dat er geen arahants zijn die door de lucht vliegen, of arahants die wel alwetend zijn en die jou gewoon laten stikken.
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #36 Gepost op: 09-04-2016 00:20 »
Hoi,

Het lijkt wel een sport, bij jou maar ik zie het ook bij anderen, om de zaken in boeddhisme maar terug te brengen tot een soort alledaagsheid waarin helemaal geen ruimte meer is voor mysterie, voor het wonder, voor gnosis, voor mystiek, het boven-alledaagse.  Alles moet maar gewoon en alledaags zijn. Waarom eigenlijk? Omdat men zelf het contact met het mysterie verloren is? Omdat men niet naar het niveau van de Boeddha wil gaan maar dat niveau wil verlagen tot eigen niveau?

Nee, ik ben er van overtuigd dat het mens-zijn in wezen een veel groter mysterie is dan wij vermoeden.
Ja, ik heb voldoende goede aanleidingen. Nee GM&WN, dit is niet een behoefte aan belangrijkheid, heldhaftigheid, escapisme, ziekte, stoornis. Stoornis is het gevoel van mysterie verliezen of verloren hebben. Te verstandelijk worden. Mechanisch. Jezelf volproppen met ideeen als 'ik ben een mens', ik ben een boeddhist, een christen, ik ben een dier dat kan denken, ik ben kwetsbaar en nietig.
Dat soort identiteitsvisie ervaren als de waarheid over jezelf, dat is stoornis.

Maar goed, ik besef ook wel dat je soms het mysterie ook moet toevallen om weer gevoel te krijgen voor het mysterie en dat er perioden zijn, misschien wel iemands hele leven, dat dit niet gebeurd ook. Dat vind ik droevig want het zet toch iets open in je.

Mijn ervaring is, crises is een goede kans op doorbraak. De trage mechanisch gewoontegeest is als een muur waar niks doorheen komt.  Maar in crises breken muren af en ga je echt vanuit je hart hulp en instructies vragen. Als je dan bidt moet je niet raar opkijken dat er ook hulp komt.  Als je dan wensgebeden uitspreekt, moet je niet raar opkijken dat je overladen wordt met liefde en zegeningen. Er is iets bijzonders aan de werkelijk oprechte geest.

Ja, je kunt eeuwen vanuit je verstand iets vragen en nooit antwoord krijgen maar als je een keer vanuit je hart, echt gemeend, echt oprecht, zuiver, iets vraagt kun je zomaar antwoord krijgen.
Ja, soms kunnen er dingen gebeuren die je duidelijk maken dat er veel meer aan de hand is.

En laten we wel wezen, dat is ook wat de Boeddha ons duidelijk wil maken, toch?

alle goeds,
Siebe

Offline Voorgoed vertrokken wegens een ander geloof

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 18
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #37 Gepost op: 09-04-2016 08:58 »
Dit is een probleem van alle tijden. Wie heeft het criterium wat een echte wijze is, of zelfs wat een waarachtige Arahant zou zijn? Natuurlijk worden in het Boeddhisme allerlei eigenschappen genoemd wat een Arahant is, maar in de praktijk van bijvoorbeeld Zen blijkt, dat men deze eigenschappen dan wel erkent, maar desnoods net zo hard onderuit weet te halen. Mensen willen graag verstandelijke begrippen, ze wensen het liefst een heldere duidelijkheid over wat uiteindelijk zal leiden tot het heil. Maar het grote probleem is niet hoeveel wijzen er bestaan, het gaat er om hoe de wijsheid over te dragen op een ander. Overdracht gaat van hoofd tot hoofd, eenwording daarentegen van hart tot hart. Het lijkt op een liefdesrelatie, nee, het is liefde. Hoe kunnen we dat wat in het hart gebeurt overdragen door middel van het verstand, het hoofd? Zen stelt zelfs dat we leven van buik tot buik, vanuit de zogeheten ‘Hara’, het dragende midden. Waarom wil men je via meditatie laten ervaren dat de waarachtigheid niet in je hoofd zit, maar in je hart en/of je buik? Omdat we veel te veel hoofd zijn geworden. We willen alles verstandelijk begrijpen, alles doorvorsen en vervolgens voor altijd vastleggen. Maar er is geen uitsluitend verstandelijke weg die tot het heil leidt. Wij geven ons pas over als we iets totaal verstandelijk denken te begrijpen. En dan is het nog immer de vraag of we ons daadwerkelijk over geven aan de éénheid van het uiteindelijke, de waarheid en werkelijkheid.

Er is niets verborgen, niets geheim. Alles is open en duidelijk, maar de mens zit vol met allerlei bespiegelingen en dode kennis. Dat is de echte belemmering. De eigen aard van woorden is dat ze morsdood zijn, hoe kan iets levends worden overgebracht door kennis? Dat is in mijn optiek onmogelijk. Dit is ook de reden dat de Boeddha geen macht heeft om jou het ware te geven. Je zult dit zelf moeten ontdekken. Vandaar dat hij stelt dat we zelf het licht moeten zijn voor onszelf, onze eigen grond en toevlucht. Alles begint bij jezelf. Niemand kan tot inzicht worden gedwongen, en dat is maar goed ook! De mens denkt dat hij open staat voor de waarheid, maar eigenlijk wil niemand de waarheid weten. Omdat het als een bedreiging aanvoelt, het zet je wereld op zijn kop, er is geen touw aan vast te knopen. Je kunt er misschien zelfs psychische problemen door krijgen, vandaar dat er meesters zijn om je de smalle weg te tonen die daar dwars doorheen leidt. Maar dat betekent dat er sprake is van overgave, dat je alles overgeeft aan de meester en leerling wordt. Wie weigert een discipel te worden, zal het heil nooit vinden.

En wat is dat heil dan? Niet te omschrijven! Daar gaan we met al onze woorden en met ons verstandelijke overwegingen. De Farizeeën in de tijd toen Jezus Christus op aarde rondwandelde hadden de wet van Mozes via hun interpretatie tot een zwaar juk gemaakt. Allemaal regeltjes om rein en zuiver te blijven voor Gods aangezicht. Maar Christus keerde de hele boel radicaal om. Hij zei dat de Schriftgeleerden de mensen het zware juk van de wet gaven, maar er zelf niet aan voldeden. Maar dat wel pretendeerden, ‘alsof’ ze zo heilig waren. De apostel Paulus stelt zelfs dat we te pletter lopen op de wet, de regeltjes die tot het heil zouden leiden. Het is onmogelijk en kan slechts leiden tot allerlei inconsequenties. Elke regel heeft namelijk zijn uitzonderingen, zijn afwijkingen, levende redenen om er niet aan te kunnen voldoen. Het leven is niet in een keurslijf van regels vast te leggen. Het grote probleem is dat de mensen allerlei criteria willen vastleggen waar we een houvast aan hebben. Dat wordt vereenzelviging genoemd, identificatie. Als we ons maar houden aan bepaalde voorschriften (A) dan zullen we vast en zeker het doel (Z) bereiken, zo wordt gedacht. Maar ik zeg dat er niets te “bereiken” valt, omdat we niet kunnen accepteren dat we zijn wie we zijn. De mens ligt in een kronkel met zichzelf. We zijn veel te ingewikkeld geworden, te veel hoofd. Het enige wat de Boeddha wil bereiken is dat je eens uit je hoofd komt. Meditatie is daarvoor een probaat middel. Niet dat denken fout is, nee. Maar het zwaartepunt is niet filosofie, debat en religieuze haarkloverij. Het zwaartepunt is het simpele en eenvoudige leven, de levende die je nu en hier bent. Niemand is exact hetzelfde, we zijn wel allen gelijkwaardig. Toch slaan we elkaar de hersens in voor… woorden, ideologieën, godsdienst… en ga zo maar door. Via haarkloverij is de waarheid niet te vinden, door middel van het volgieten van je verstand met geschriften is nutteloos.

Wie heeft de oren om te horen? Wie heeft de ogen om te zien? Dat is het daadwerkelijke probleem, niet of de Arahants je ‘in de steek’ laten. Sterker nog: er zijn ontelbare levende Arahants die op allerlei manieren proberen hulp te bieden, maar de menselijke oren zitten potdicht en de menselijke oren zijn volledig verstopt. Waardoor? Laten we dat maar eens overwegen...
« Laatst bewerkt op: 09-04-2016 09:01 door Basho Roshi »

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #38 Gepost op: 09-04-2016 13:36 »
Feit is dat jij of ik  niet 1 Arahant ken in de wereld  die voldoet aan de voorwaarden zoals jij stelt dat een Arahant aan moet voldoen. Feit is dat er geen enkele onafhankelijke bewijzen zijn dat er ook maar 1 zo'n Arahant zou zijn.

Hallo GM&WN,

Nou ja, ik heb er wel vertrouwen in dat de sutta's goed de leer van de Boeddha beschrijven.
Misschien is er wel eens wat overdreven en geidealiseerd maar ik heb er wel vertrouwen in dat het in grote lijnen oke is. Dat komt vooral ook omdat het wat mij betreft consistent is. Het zit allemaal goed in elkaar. Het rammelt niet aan alle kanten. Ik vind het een duidelijke leer. Een duidelijke boodschap ook.

Het probleem is denk ik eerder dat mensen bepaalde zaken niet willen aanvaarden die er in voorkomen. Zoals het voorkomen van wonderbaarlijke vermogens, herinneringen aan vorige levens, wedergeboorte, het ondoorgrondelijke van kamma, het doodloze, verschillende bestaansrijken, vreemde bestaansvormen etc.
Dit staat ver af van de eigen belevingswereld. Omdat men zichzelf de maat der dingen beschouwt komt er verzet. Ik vind dit geen goede instelling. Een voorbeeld. Ik ken mensen die vreselijk protesteren tegen het bestaan van chakra's. Ze vinden het maar niks en zweverig gedoe. Maar die zaken bestaan gewoon en die heb ik ervaren ook. Als die mensen dat nou zelf ook ervaren zouden hebben, zou hun visie ook meteen wijzigen. Conclusie, je moet gewoon niet jezelf de maat der dingen vinden. Ieders ervaring is ongelofelijk beperkt, zeker vergeleken met yogi's, arahant, wijze mensen, Boeddha's. Het is goed daar van doordrongen te zijn vind ik.

Verder vind ik dat er over het algemeen in theravada boeddhisme te weinig aandacht is voor het ongeconditioneerde, het ongeborene, het doodloze wat toch ook duidelijk voorkomt in de sutta's en wordt aangegeven als dat wat de Boeddha zocht en vond. Eigenlijk is het zelfs de kern van de Leer.

Ik heb in theravada geschriften wel eens gelezen dat de mens volledig wordt beschreven door de vijf khandha's. Dat betekent dat er niet ergens in, tussen, boven of onder die vijf khandha's, nog iets resteert zoals een zelf/ziel etc. Oke, dat zal best het mens-zijn definieren maar dat lijkt me niet het complete verhaal. Het definieert misschien het mens-zijn vanuit gehechtheid en identificatie, maar het beschrijft niet de geestelijke waarheid. En het is die geestelijke waarheid over ons bestaan die de Boeddha volgens mij uitdraagt en belichaamde. Dus er valt volgens mij meer over ons te vertellen dan dat we een samengestelde proces zijn van fysieke en mentale processen in een steeds wisselende samenstelling. Immers, als er niet meer aan de hand zou zijn dan dat, hoe kun je dan ooit voorbij die instabiliteit komen, een veilige toevlucht vinden, een eiland van jezelf maken?

En wat mij betreft komt hier het ongeconditioneerde in beeld, het ongeborene, het niet ziek wordende, het niet verouderende, het doodloze, het ultiem vredevolle. Omdat dit er is, en  wij dit ten diepste zijn, was het volgens mij mogelijk voor de Boeddha te spreken over een waarachtige toevlucht, te ontdekken in onszelf via meditatie. Omdat dit er is, kon er een einde aan de zoektocht van de Boeddha komen.

Als we ons ware gezicht van ultieme vrede ontdekken/zien, zal onze gebruikelijke beperkte identiteitsvisie, die draait rondom lichamelijke vorm, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn, eindigen. Er komt een hele andere visie op wie/wat we zijn. Deze bezit de kracht een halt toe te roepen aan existentieel lijden, aan onvrede, onzekerheid, onveiligheid. Het is duidelijk voor mij dat de Boeddha dit niet meer uitstraalde. Ja, sommige mensen willen misschien ook weer van de Boeddha een gewoon mens maken, angstig, onzeker, onveilig, hem halen naar hun eigen niveau, in plaats van zelf doorbreken naar zijn niveau,  maar je kunt dat beter niet doen vind ik. De Boeddha was geen gewoon mens meer. De Boeddha kun je niet meer beschrijven aan de hand van de vijf khandha's. Wie/wat de Boeddha was, dat is eigenlijk wat we zelf proberen te ontdekken middels beoefening.

Wat betekent voor jou het ongeconditioneerde, ongeborene, niet verouderende, niet ziek wordende, doodloze in de leer van de Boeddha ?

alle goeds,
Siebe



Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #39 Gepost op: 09-04-2016 14:35 »
Wie heeft de oren om te horen? Wie heeft de ogen om te zien? Dat is het daadwerkelijke probleem, niet of de Arahants je ‘in de steek’ laten. Sterker nog: er zijn ontelbare levende Arahants die op allerlei manieren proberen hulp te bieden, maar de menselijke oren zitten potdicht en de menselijke oren zijn volledig verstopt. Waardoor? Laten we dat maar eens overwegen...

Hé, wat leuk dat je er weer bent. Of ben je niet de Basho die hier eerder was?

Ik voel met je mee. Tegelijkertijd doe ik zelf ook aan mee aan de kwaal. Ja, het hoofd regeert vaak veel meer dan het hart, zeker ook in mijn leven. Ik weet het, maar toch kan ik dat niet zomaar even omdraaien en overschakelen op een modus van diep vertrouwen, overgave. Eigenlijk zijn de neigingen tot controle en angstvallig vastklampen nog altijd sterk bij me. Ik wil vaak zo graag dat alles goed gaat, dat dingen goed gaat, processen goed gaan, mensen gezond blijven, dieren het goed hebben etc. dat ik er horendol van wordt. Het stresseert zo maar ik kan het niet laten. Ik vind het eigenlijk steeds erger om zaken los te laten en maar er op te vertrouwen dat alles goed komt, want dat geloof heb ik niet meer. Ik weet vrijwel zeker juist dat het niet goed komt. Niet met de wereld, niet met mij, niet met anderen. Ik ben nergens meer gerust op. Veel van wat ik hoor en zie verontrust me, soms tot paniek-reacties aan toe.

alle goeds,
Siebe












Offline Voorgoed vertrokken wegens een ander geloof

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 18
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #40 Gepost op: 09-04-2016 15:27 »
Ik ben inderdaad die Basho die hier eerder was. Je stelt dat je zelf ook mee doet aan “de kwaal van de regering van het hoofd, veel meer dan het hart”. Dat geldt voor mij exact hetzelfde. Ik ben ook maar een leerling en géén leraar. Hopelijk heb ik er iets van begrepen, van al die jaren zoeken en mediteren en bidden. Voor zover ik het kan zien, is overgave een vrucht. Denk aan een boom, die laat de appel groeien totdat hij rijp is. Dan valt hij. Overgave is net zo iets; je kunt het niet afdwingen, anders is het kunstmatig. Dit is wat bijvoorbeeld Krishnamurti zo ongeveer zei: “Frustratie, dat moet rijpen. Eigenlijk moet alles rijpen, ook het denken. Vecht er niet tegen, dat is een nutteloos streven. Streef liever niet naar iets waar je ‘vanaf’ wilt. Kijk er liever naar en probeer het te begrijpen: het denken is een proces, jij bent het niet. Misschien projecteer je er uit gewoonte een zelf in, maar dat verandert niets aan het feit dat het denken procesmatig werkt. Kijk naar waar het je heen voert, grijp niet in. Elk ingrijpen is een teken van verzet, van afwijzing. Doe dat liever niet, maar wees je bewust van wat het denken doet, waar het je in gedachten heen wil voeren. Analyseer niet, ook al heb je die neiging, want dat zal je afleiden van het gadeslaan van het proces. Blijf bewust van wat het denken doet, wat het is, hoe het je overal en nergens naartoe wil leiden: zorgen, problemen, niet-acceptatie van dat wat is. Ik wil er niet teveel etiketten op plakken: kijk zelf! Laat de vrucht rijpen. Als het tijd is, dan zal de appel van de boom vallen en is er als vanzelf acceptatie, overgave. Dat kun je niet voortijdig dwingen. Laat het proces zijn natuurlijke gang gaan. Maar we hebben geen geduld, nooit! We willen dat het nu meteen gebeurt. Maar zo werkt het niet. Wacht af en begin steeds opnieuw met het beschouwen van je denken.”

Wayne W. Dyer, een Amerikaanse psycholoog, vertelde ooit een verhaal in één van zijn boeken. Hij schreef dat hij op een stralende zomerdag ging tennissen. Een kennis van hem was er ook, maar die bleef in de kleedkamer zitten, omdat hij zich ernstig zorgen maakte over onder andere zijn baan, aan het tobben was over het één en ander. Problemen verlamden hem totaal in zijn handelen, hij bleef binnen zitten. Toen Dyer na een paar uur voldaan van het sporten in de open lucht terugkeerde naar de kleedkamer, zat de man er nog steeds. Hij had urenlang zitten tobben, met als gevolg dat hij de stralende middag volledig was mis gelopen. Dat is wat het denken met ons kan doen. Het is begrijpelijk, menselijk. Maar het kan ons dus afhouden van het leven dat zich hier en nu afspeelt. Wees bedacht op het denken, vooral op het zorgelijke denken. Jezus Christus zegt in Mattheüs 6:27, ik citeer: “Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?” En zo is het! Het klinkt zo logisch, en toch lukt het ons vaak niet om er “naar te leven”, het te beseffen.

Controledwang, ik weet precies wat dat is. De zaken onder controle willen houden, vooral geen pijn of teleurstelling willen ervaren. En wensen dat alles ‘goed’ blijft gaan. Maar ik weet voor mezelf dat dit nooit zal lukken, het is onbegonnen werk. Wie is het, die altijd de controle wil houden? En die vraag stel ik vooral aan mezelf. Ik herhaal dat ik een leerling ben, geen leraar. Ik ben een discipel, we blijven ons hele leven leerling. Steeds weer kunnen we wat leren in dit bestaan, kan ik wat leren. Vaak gaat dat gepaard met lijden, vooral indien we tegen blijven werken, alles bij het oude willen houden. Ook al weten we best dat het onmogelijk is. Toch ben ik er van overtuigd dat overgave de weg is. De eerste stap is kijken, beschouwen. Daarna volgt begrip en wanneer de tijd rijp is, valt de vrucht in de overgave. Dat is de weg van het hart, van de liefde, de aanvaarding. Althans, zo heb ik het begrepen.
« Laatst bewerkt op: 09-04-2016 15:31 door Basho Roshi »

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #41 Gepost op: 09-04-2016 20:56 »
Hallo Basho Roshi, fijn je weer eens te spreken.

Een vriendin van mij heeft MS en voor haar vorm zijn geen medicijnen. Ze kan al een tijd niet meer lopen maar nu begint de kracht in haar armen ook snel af te nemen. Ja, dan wordt het leven weer heel anders. Ze woont nu nog met dagelijkse hulp thuis maar begint nu zelf ook al over opname elders. Over aanvaarding gesproken van steeds minder kunnen. Ze moet al jaren elke keer weer inleveren en er is geen enkele hoop op verbetering of herstel.

Ik probeer haar wat te ondersteunen maar het verscheurt me.  Ik vind het allemaal heel verwarrend en pijnlijk. Ik schiet in een zorgstand.  Ken je dat? Je hebt zorgen, dat is bijna een techniek, en je hebt genegenheid, liefde. Een ziekenhuis draait om de zorgstand en er is vrijwel geen genegenheid. Ik kan wel zorgen maar niet liefhebben, merk ik. Eigenlijk ben ik ook zo opgevoed, en deden mijn ouders het net zo. Zorgen is iemands kont wassen als dat nodig is, iemand voeden, helpen met de afwas, met iemand iets ontspannend doen, dat soort dingen. Zorgen loopt niet voor verantwoordelijk weg. Je kunt een opleiding er in doen, een diploma voor halen, dus zorg is techniek. Zorg en Liefde zijn wat mij betreft verschillende zaken.

Uiteindelijk gaat ieders lichaam het opgeven die van haar en ook die van mij. Dat moeten we wel aanvaarden. Ziekte, lichamelijk of geestelijk, is ook verstandig te aanvaarden ook al kun je er wat aan doen. Je moet je er toch vaak langdurig mee leren leven. Verouderen kun je ook maar beter aanvaarden.
Sommige zaken kun je waarschijnlijk beter niet aanvaarden maar zorgen dat het verandert.

Onzinnig is het denken in winnen of verliezen. Zoals Cruyff die ook zijn ziekte wel even zou verslaan en voorstond. Die sportmentaliteit, sorry maar dat denken in winnaars en verliezers is zelf sneu.
Ja, de wereld tilt dat soort onzin op en vereert het. Onzin. Er zijn geen winnaars of verliezers.
Voetballers praten over Cruyff alsof we hem over 300 jaar nog kennen. Sorry maar dan ben je niet van deze wereld. Over 100 jaar kent vrijwel niemand Cruyff meer of welke topsporter ook die nu leeft.

Wat mij betreft zijn de winnaars de Boeddha's. Hij vond het Ongeconditioneerde, het ziektevrije, het niet-verouderende, doodloze. Dat vind ik hoopvol, lichtbrengend. Volgens mij ook door overgave. Door loslaten. Door complete verstilling, inactiviteit, niet-handelen. Het lastige is echter dat wanneer zaken beginnen op te lossen, te eindigen, zoals gedachten, gevoelens, wilsactiviteit, waarnemingen etc. er ook een proces start van onveiligheid en stress. De geest gaat zijn gebruikelijke houvast missen en we raken onszelf kwijt. Niet dat we echt zoek raken maar dit is het instinct. Dit is al eonenlang zo ingebakken. Overgave is wat dat betreft hetzelfde als jezelf niet meer zoeken, niet naar iets grijpen, niet meer identificeren. Maar dit gaat, vrees ik, wel gepaard met frustratie, stress, opstand.

Zoiets

alles goeds,
siebe






Offline Voorgoed vertrokken wegens een ander geloof

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 18
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #42 Gepost op: 09-04-2016 22:08 »
Een aangrijpend verhaal van je vriendin. Als we geconfronteerd worden met het gebrek van de ander, de wanhoop en de achteruitgang, dan zijn we zelf ook een antwoord schuldig. Het leven kan zeer broos zijn en er is veel pijn en lijden. Ik begrijp dat je erg begaan bent met haar, ik zou er ook veel verdriet van hebben, denk ik. Deze mensen hebben ondersteuning nodig, liefde. Dat het ziekenhuis zorg verleent op een technische manier, daar ontkomen we bijna niet aan. Zoiets wordt ‘objectiverende’ medische wetenschap genoemd, of zo. Je stelt dat zorg wat anders is dan liefde. Misschien in vergelijking met dat ziekenhuis wel, maar het feit dat je de neiging hebt om voor haar te gaan zorgen, is toch een vorm van liefde? Natuurlijk kan zorg verlenen technisch aanvoelen, maar als de achteruitgang van je vriendin je innerlijk verscheurt, dan geeft dat blijk van innerlijke weerklank, dat je om haar geeft. Althans, zo lijkt me. Maar ik kan daarover moeilijk oordelen, want jij zit in die specifieke situatie. Ik weet dat het moeilijk, en misschien zelfs onmogelijk lijkt, maar in deze kwetsbaarheid zit dan wel verdriet, maar er kan ook tegelijkertijd liefde in aanwezig zijn. Al is het maar iets kleins, een gebaar, de hand vasthouden, een arm om iemand heen slaan, er simpelweg voor iemand zijn. Ik vind het pijnlijk om te lezen dat je het gevoel hebt ‘in de zorgstand’ terecht te komen. Misschien wel logisch, maar maak het voor jezelf niet te moeilijk. Je bent een mens met gevoel, toon dat aan haar. Ik besef dat zoiets misschien niet altijd voor de hand ligt, we krijgen dit soort dingen vaak niet mee in onze opvoeding. En zijn er veelal verlegen mee.

Ik heb zelf een buurman die nog niet zolang gepensioneerd is. Heeft gedurende zijn leven bijna 30 operaties gehad, veel te lang zonder werkende nieren gedialyseerd, heeft een niet zo best hart, slikt ook bijna 30 soorten pillen per dag. Hij heeft van zijn geboorte af slechts één oog en daarin is beginnende staar ontdekt. Gelukkig kan hij nog redelijk zien en lezen, maar misschien moet dat ook nog een operatie worden in de toekomst. Ik ga met hem naar de kerk en ik bezoek hem daarnaast nog doordeweeks thuis om Bijbelstudie te doen. Ik sta verbaasd over hoe opgewekt hij is, terwijl hij zeer slecht ter been is. Hij loopt al met een rollator en als hij moet reizen, gaat dat met de regiotaxi. Deze man heeft een rotsvast geloof in God, dat heeft hem er doorheen geholpen. Maar hij moet minimaal twee dagen op bed liggen, omdat hij elke week extra vermoeid is door wat hij nog kan. En dat is niet zo veel als wij kunnen, wij, die nog gezond zijn. Ik verwonder me hier over, ik weet niet of ik zo sterk zou kunnen zijn als ik in zijn schoenen zou staan. Ik sta hem bij waar ik kan, mij kost het niet al te veel moeite. Maar ik moet natuurlijk ook doordeweeks werken. Gelukkig heeft hij huishoudelijke hulp, ik zou dat er niet gemakkelijk bij kunnen doen. Het verdriet mij soms ook, dat mijn buurman zoveel kwalen heeft. Maar hij klaagt eigenlijk nooit en heeft veel humor. Ik geef zorg, maar doe dat ook uit liefde, broederlijke liefde. Het is wonderlijk dat wij zoveel kunnen delen in religie, iets wat ik met mijn eigen partner bijvoorbeeld niet kan (die is niet-religieus).

Hermann Hesse zei eens: “Ondanks alle onzin geloof ik toch dat het leven zin heeft”. Ik denk dat hij gelijk heeft. We zijn kwetsbaar, maar in die kwetsbaarheid kunnen we de liefde vinden. De Boeddha heeft zijn hele leven gepredikt over het lijden, en hoe daar mee om te gaan, ondanks alle pijn en gebrek. Christus begaf zich onder de doodgewone mensen, genas zieken en zegende de kinderen. Meeleven met andermans nood, daarin worden we geraakt in onze ziel, in ons mens-zijn. Ondanks alle pijn en ellende kan er dankbaarheid zijn, dankbaarheid dat we iets voor de ander kunnen betekenen, al is het maar een beperkte bijdrage. Dat kan voor een zieke heel veel betekenen, ook al lijkt het er op dat we “slechts” zorg lijken te verlenen. Dit is wat waarachtige religie is: de ander bijstaan, iets voor iemand doen die het moeilijk heeft. Dat is liefde en overgave, jezelf soms even vergeten en je krachten inzetten om die ander te ondersteunen. Er komt een dag dat we ook zelf gebrek kunnen gaan lijden en op den duur overlijden ook wij. Wat is toch de zin van het leven? Lees nog eens terug wat Hermann Hesse zei: “Ondanks alle onzin geloof ik toch dat het leven zin heeft”.
« Laatst bewerkt op: 09-04-2016 22:10 door Basho Roshi »

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #43 Gepost op: 10-04-2016 18:40 »
Bedankt Basho voor je mooie bericht.

Ik voel wel met je mee maar ik vind toch dat het uitgangspunt en de beleving dat we mens-zijn, kwetsbaar zijn, afhankelijk, onvrij, nietig, vergankelijk vraagt om bezinning en onderzoek. Hoe verstaan we onszelf?

Een godsdienstig mens, levend in het aangezicht van diens Schepper, zal altijd nietig zijn en blijven want dat zit in die verering/verhouding nou eenmaal opgesloten. Het geloof creeert de identiteitsvisie.
 
Toch, er zijn ook aanwijzingen in godsdienst, jij gaf er wel eens enkele, dat de mens helemaal niet nietig is, niet kwetsbaar en allerminst wie ie denkt te zijn. Dus, ook in godsdienst lijkt wel een uitnodiging te zitten om te leren ontdekken/begrijpen wat onze ware identiteit is om op die manier bevrijding te realiseren en mensen wiens ogen nog gesloten zijn te helpen.

alle goeds,
Siebe






Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi, siebisme
« Reactie #44 Gepost op: 20-03-2017 23:32 »
Wat Siebisme,

Ik heb het idee dat sakkaya ditthi vooral verwijst naar de neiging om in contact met de wereld en andere mensen iemand te willen zijn, iemand of iets voor te willen stellen, jezelf neer te zetten, steeds een houding aan te nemen. Is dat niet vaak zo? Dat je bezig bent jezelf neer te zetten? Je grijpt naar een bepaalde identiteit?

Het is een soort zelf-vervreemdende neiging eigenlijk maar ook heel normaal en heel menselijk.

Daarom, ik denk ook niet dat de dhamma-beoefening draait om een goed boeddhist te willen zijn of een goed mens. Dat draait immers om imago en verbeelding. Dat werkt zelf-vervreemding eerder in de hand.

Het draait eerder juist om het opgeven van de neiging een goed boeddhist te willen zijn of een goed mens.
Het draait om gewoon jezelf te zijn. Ophouden met jezelf neer te zetten. Geen verbeelding meer. Overbodige bagage wegdoen. 

Ach, we, ik wel merk ik, zijn gewoon te bang om werkelijk open te leven. Om de ander niet te ontmoeten vanuit je zogenaamd boeddhist zijn of welke identiteit ook, maar gewoon vanuit jezelf. Ja, die boeddhist, ja die heeft waarschijnlijk op alles wel een antwoord. Hij is tot de tanden toe bewapend. Nou hij lijkt heel wijs en als je niet beter zou weten zelfs liefdevol en mededogend. Welnee, het is eigenlijk dwaas. Zo zelf-vervreemd. Opgeklopte slagroom.

Sakkaya-ditthi prijsgeven gaat mijns inziens juist om het opgeven van al dit gedoe. Deze keten van identiteitsvisie prijsgeven, doorbreken. Bewust zijn hoe je jezelf aldoor neerzet. De opgekloptheid zien. De mechanismen. Dat prijsgeven, dat doorbreken. Dat is denk ik waar het eigenlijk bij de eerste keten op neerkomt.

Dit Pad vergt denk ik meer moed dan wijsheid.

groet,






Offline nico70

  • Verspreider van inzicht
  • ***
  • Berichten: 140
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #45 Gepost op: 23-03-2017 13:24 »
Hallo Siebe,

Wat betreft je opmerking dat dit pad meer moed dan wijsheid vergt, vond ik vandaag een mooie tekst die ik als passend antwoord vond.

     "Deze leer is voor iemand met weinig wensen, niet voor iemand die veel wenst. Deze leer is voor de tevredene, niet voor iemand die moeilijk tevreden te stellen is. Deze leer is voor iemand die eenzaamheid liefheeft, niet voor iemand die graag gezelschap heeft. Deze leer is voor de energieke, niet voor de trage. Deze leer is voor iemand met wakkere oplettendheid, niet voor de achteloze. Deze leer is voor iemand met geconcentreerde geest, niet voor de  ongeconcentreerde. Deze leer is voor de wijze, niet voor de onwijze. Deze leer is voor iemand die zich verheugt in Nibbāna, niet voor iemand die behagen schept in wereldse zaken. [AN.VIII.30]

Groet

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #46 Gepost op: 23-03-2017 19:07 »
Hoi Nico,

Ja, dat is me een fraaie opsomming van kwaliteiten. Daaraan voldoen valt niet mee, vind ik, maar ik ga gewoon door, ook met de beperkingen.

groet,
Siebe

Offline DirkJan

  • Global Moderator
  • Eerwaarde
  • *****
  • Berichten: 2315
  • Geslacht: Man
  • een goed voorbeeld is van onschatbare waarde
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #47 Gepost op: 23-03-2017 19:12 »
Het wordt traditioneel niet vernoemd.
En in de soetra's,
laat staan in de abhidhamma,
wordt er geen gewag van gemaakt.
Het staat  niet vermeld onder het achtvoudig pad.
En ook is het geen paramita.
Maar ik denk
dat een beetje
humor ook geen kwaad kan.


Met een been in het graf,het ander op een bananenschil 

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1465
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #48 Gepost op: 23-03-2017 20:51 »
Dat denk ik ook niet

groet van een op het moment niet zo'n lachebekkie.

Offline nico70

  • Verspreider van inzicht
  • ***
  • Berichten: 140
    • Bekijk profiel
Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Reactie #49 Gepost op: 24-03-2017 08:29 »
Ik denk ook dat humor wel mag. Wijlen mijn eerwaarde vriend was klein van stuk maar een grote humorist. En het eerwaarde hoofd van het klooster dat wij vaak bezoeken, zit ook vol humor, t.z.t.

Nico