Auteur Topic: De vier grondslagen van oplettendheid  (gelezen 6633 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
De vier grondslagen van oplettendheid
« Gepost op: 04-11-2017 22:50 »
   In het topic >De vier edele waarheden en het middenpad< worden als middenpad o.a. genoemd de beschouwingen over lichaam, gevoel, geest en objecten van de geest.
   Een vertaling met commentaar van die beschouwingen volgt hier. (Zie D.22: Mahasatipatthana sutta; en M.10: Satipatthana sutta).

Nico

De vier grondslagen van oplettendheid

Inleiding

   In de zevende week na de Verlichting kwam bij de Boeddha de volgende gedachte op: “Het pad van de vier grondslagen van oplettendheid is een pad dat slechts in één richting voert: naar de zuivering van wezens, naar het te boven komen van verdriet en geweeklaag, naar het bereiken van het ware doel, de verwerkelijking van Nibbāna. Die vier grondslagen zijn: de beschouwing van het lichaam, de beschouwing van de gevoelens, de beschouwing van bewustzijn, en de beschouwing van mentale objecten.” (S.47,18).
      Bij andere gelegenheden zei de Verhevene eveneens dat de grondslagen van oplettendheid rechtstreeks naar Nibbana voeren, dat zij een rechtlijnige weg zijn voor zuivering van de wezens, om leed en gejammer te overwinnen, om pijn en droefenis te beëindigen. (S.47.1 en S.47.18)
   De beoefening van de grondslagen van oplettendheid behoort tot één van de elementen van de Verlichting (bodhipakkhiya-dhamma) (A.I.35)
   De vier grondslagen van oplettendheid, ontplooid en ontwikkeld, voeren naar onthechting, naar opheffing, naar tot rust komen, naar overzicht, naar ontwaking, naar Nibbana.
   Wie met de vier grondslagen van oplettendheid begint, die is begonnen met het edele achtvoudige pad naar de volledige opheffing van lijden.
   Die vier grondslagen van oplettendheid, ontplooid en ontwikkeld, voeren van deze oever naar de andere oever. (S.47.32-34)
   Wie de vier grondslagen van oplettendheid verwaarloost, verwaarloost ook het edele pad dat voert naar de vernietiging van lijden. (S.52.1.)

   Diegenen met wie jullie medelijden hebben en van wie jullie menen dat ze zullen luisteren, jullie vrienden en kennissen, familieleden en verwanten, die moeten door jullie aangespoord, versterkt en gevestigd worden in de ontplooiing van de vier grondslagen van oplettendheid. (S.47.48)
   
   Wie de vier grondslagen van oplettendheid ten dele heeft ontplooid, die is iemand die nog oefent.
   Wie de vier grondslagen van oplettendheid volledig heeft ontplooid, die is klaar met oefenen. (S.47.26-27)
   Niet alleen volgelingen die pas beginnen, maar ook de volmaakte heiligen beoefenen de vier pijlers van oplettendheid. (S.47.4)

   Wie de vier grondslagen van oplettendheid ontplooit en ontwikkelt, krijgt een groot overzicht. Men kan dan lage eigenschappen als laag onderkennen, middelmatige als middelmatig en voortreffelijke als voortreffelijk. (S.52.3)
   Bij de beoefening van de grondslagen van oplettendheid beschouwt men de wet van ontstaan, beschouwt men de wet van vergaan, beschouwt men de wet van ontstaan-vergaan.
   De procedure die naar ontwikkeling ervan voert, is het edele achtvoudige pad. (S.47.40)
   
   Het begin van de heilzame dingen is zuivere deugdzaamheid en rechtlijnige visie. Wanneer de deugdzaamheid goed gezuiverd is en de visie rechtlijnig is, dan kan men de vier grondslagen van oplettendheid ontplooien. Dat doet men inwendig en uitwendig, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis. Wanneer men de vier grondslagen van oplettendheid aldus drievoudig ontplooit, dan is een toename van heilzame dingen te verwachten, geen terugval. (S.47.3; S.47.15)
   De heilzame deugden zijn die deugden waarmee men de vier grondslagen van oplettendheid kan ontplooien. (S.47.21)
 
   Bewandel geen verkeerde wegen. Verdwaal niet. Wat zijn verkeerde wegen? – Het zijn de vijf genietingen van de zintuigen, namelijk de vormen, geluiden, geuren, smaken en aanrakingen die in het bewustzijn treden door oog, oor, neus, tong, lichaam. Ze zijn dierbaar, geliefd, aangenaam. Dat is vreemd gebied.
   De juiste weg zijn de vier grondslagen van oplettendheid. (S.47.6-7)

   Alles wat lief en dierbaar is, zal vergaan, zal veranderen, zal vernietigd worden. Het is niet mogelijk dat iets wat geboren, samengesteld is, niet aan verval onderhevig is. Wees daarom een toevlucht voor jezelf. Heb de leer als toevlucht, en wel: Waak bij het lichaam over het lichaam, waak bij de gevoelens over de gevoelens, waak bij het bewustzijn over het bewustzijn, waak bij de geestformaties over de geestformaties, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse verlangens en droefenis. (S.47.13)

   Wanneer de vier grondslagen van oplettendheid niet ontplooid en ontwikkeld worden, dan heeft de goede leer na het heengaan van de Verhevene geen lang voortbestaan. En wanneer de vier grondslagen van oplettendheid ontplooid en ontwikkeld worden, dan heeft de goede leer na het heengaan van de Verhevene een lang voortbestaan. (S.47.22-23)

   Wie de vier grondslagen van oplettendheid ontplooid en ontwikkeld heeft, kan niet meer terugvallen tot het normale leven. (S.52.8 )

« Laatst bewerkt op: 22-04-2018 18:18 door nico70+ »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3511
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #1 Gepost op: 05-11-2017 10:52 »
   Het ontstaan en vergaan van de vier grondslagen van oplettendheid is aldus: Door ontstaan van voedsel is het ontstaan van het lichaam. Door opheffing van voedsel is het vergaan van het lichaam. Door ontstaan van aanraking is ontstaan van het gevoel. Door opheffing van aanraking is het vergaan van het gevoel. Door ontstaan van geest en lichaam is ontstaan van het bewustzijn. Door opheffing van geest en lichaam is het vergaan van het bewustzijn. Door ontstaan van oplettendheid is ontstaan van de geestformaties. Door opheffing van oplettendheid is het vergaan van de geestformaties. (S.47.42)
 

Hoe zit die laatste relatie in elkaar?

groet,


Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #2 Gepost op: 05-11-2017 13:59 »
Beste Siebe

In het betreffende sutta geeft de Boeddha geen nadere uitleg. Maar als je de leerrede over de vier grondslagen van oplettendheid aandachtig hebt gelezen, begrijp je het misschien.

Groet

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #3 Gepost op: 05-11-2017 16:02 »
Sabbāsava sutta (M.2)
   
   Nabij Sāvatthi, in het park van Anāthapindika, sprak de Boeddha de monniken toe over het opgeven van de neigingen, over het verdwijnen van alle waan, door juiste oplettendheid.
   Een gewoon mens die niets over de leer vernomen heeft, let op het onwaardige, namelijk op datgene waardoor nieuwe wensen opkomen en oude wensen sterker worden en waardoor oude waan sterker wordt. Hij denkt: “Was ik in het verleden of was ik niet in het verleden? Zal ik in de toekomst zijn of niet? Wat ben ik in het verleden geweest en wat zal ik in de toekomst zijn? Hoe zal ik in de toekomst zijn?”
   Of hij denkt: “Ben ik nu, of ben ik niet? Wat ben ik? Wie ben ik? Vanwaar ben ik gekomen en waarheen ga ik?” En hij komt tot de conclusie dat hij een ziel heeft, of dat hij geen ziel heeft.
   Maar de ervaren monnik is kundig in de leer. Hij weet wat oplettendheid waard is en wat niet. Er komen geen nieuwe wensen op en oude wensen worden vernietigd. Hij overweegt de vier edele waarheden (lijden, ontwikkeling van lijden, opheffing van lijden, pad naar opheffing van lijden). En hij gelooft niet meer aan persoonlijkheid, is vrij van twijfel, en hecht niet meer aan deugdzame daden.
   Hij oefent oplettendheid bij het zien, horen, ruiken, proeven, aanraken, denken.
    Voor de monnik geldt verder nog oplettendheid bij het gebruik van het gewaad. Het is om te beschermen tegen koude en hitte, tegen wind en regen, tegen muggen en wespen en kruipende insecten, en om de schaamte te bedekken. De aalmoezen (maaltijd) gebruikt hij alleen om zijn lichaam in stand te houden, om schade te voorkomen, om een heilig leven te kunnen leiden.
   De woonplek is er alleen om zich te beschermen tegen koude en hitte, tegen wind en weer, tegen muggen en wespen en kruipende insecten, om de ongunstige invloeden van de jaargetijden te ontwijken, om rust te kunnen genieten.
   De medicijnen gebruikt hij oplettend in geval van ziekte.
   Geduldig verdraagt hij koude en hitte, honger en dorst, wind en weer, muggen en wespen en kruipende insecten, roddelpraat of scheldwoorden, en lichamelijke pijnlijke gevoelens. Dat alles verdraagt hij geduldig.
   Hij vlucht voor een woedende olifant, een woedend paard, een woedende stier, een woedende hond. Hij vlucht voor slangen. Hij vermijdt gerode grond, doornstruiken, kloven, poelen en moerassen, oorden die niet deugen. Hij vermijdt ook vrienden die niet deugen.
   Met inspanning moet het volgende overwonnen worden. Nieuw opgekomen verlangens verdrijft hij, en evenzo woede, haat, afkeer.
   Hij beoefent inzicht en diepzinnigheid, vredigheid, zachtheid, inzicht.
   Wie dat alles heeft gedaan, heeft de volmaakte heiligheid bereikt.


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3511
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #4 Gepost op: 05-11-2017 22:17 »
   Het ontstaan en vergaan van de vier grondslagen van oplettendheid is aldus: Door ontstaan van voedsel is het ontstaan van het lichaam. Door opheffing van voedsel is het vergaan van het lichaam. Door ontstaan van aanraking is ontstaan van het gevoel. Door opheffing van aanraking is het vergaan van het gevoel. Door ontstaan van geest en lichaam is ontstaan van het bewustzijn. Door opheffing van geest en lichaam is het vergaan van het bewustzijn. Door ontstaan van oplettendheid is ontstaan van de geestformaties. Door opheffing van oplettendheid is het vergaan van de geestformaties. (S.47.42)

Hallo Nico,

Ik begreep niet wat de laatste relatie is tussen oplettendheid en het ontstaan en vergaan van geestformaties. Ik denk dat het gaat om een vertaalkwestie.

Ik heb de versie van Bodhi er bij gepakt. Hij vertaalt:

-"With the origination of attention there is the origination phenomena. With the cessation of attention there is the passing away of phenomena."

"Met het ontstaan van aandacht (dus niet aandachtigheid, of oplettendheid, sati) is er het ontstaan van verschijnselen. Met het verdwijnen van aandacht is er het verdwijnen van verschijnselen".

Het gaat hier volgens mij dus niet om oplettendheid.

Een noot (noot 182) licht toe: Manasikarasamudaya dhammanam samudayo. The phenomena of the enlightenment factors originate through careful attention; the phenomena of the hindrances through careless attention. (Manasikara gaat om aandacht niet om aandachtigheid of oplettendheid, sati, Siebe)
Cp. AN V 107,6-7: Manasikarasambhava sabbe dhamma, phassasamudaya sabbe dhamma"; "All phenomena come into being through attention; all phenomena originate from contact."


groet,



Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #5 Gepost op: 05-11-2017 23:15 »
Beste Siebe,

Ik denk dat je gelijk hebt. In AN 10.58 staat ook "attention" (aandacht).
Ik zal daarom de betreffende tekst verwijderen uit de inleiding.

Bedankt
Nico

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #6 Gepost op: 05-11-2017 23:49 »
De leerrede over de grondslagen van oplettendheid


1.1. De oorsprong van de toespraak

   Eens verbleef de Gezegende in het land van de Kurus, nabij de marktplaats Kammāsadamma. Daar sprak hij de monniken als volgt toe:
   "Dit is de weg, monniken, die rechtstreeks voert naar de zuivering van wezens,[1] voor het te boven komen van verdriet en gejammer, voor het tenietdoen van lichamelijk en geestelijk lijden, de weg waarmee men rechtstreeks het juiste pad kan bereiken, waarmee men Nibbāna kan verwerkelijken, namelijk de vier grondslagen van oplettendheid.

[1] Veel vertalers hebben hier: Dit is de enige weg... Maar de eerwaarde Bhikkhu Bodi wees erop dat juist is: "Dit is de weg die er enkel is ..." De weg gaat dus niet naar andere richtingen, maar enkel naar Nibbana, rechtstreeks, zonder omwegen en zonder zijwegen.

1.2. De vier grondslagen van oplettendheid

   Wat zijn die vier grondslagen? [2]
   Een monnik beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam, energiek, het helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.[3]
   Hij beschouwt voortdurend de gevoelens bij de gevoelens, energiek, ze helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.
   Hij beschouwt voortdurend de geest bij de geest,[4] energiek, ze helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.
   Hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten, energiek, ze helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.[5]
_____
* NB de blauw gekleurde tekst na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen moet veranderd worden in: na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben bedwongen.
Begeerte en verdriet worden tijdelijk onderdrukt.
NB. voor de juiste vertaling, zie reactie 38.
_____
[2] Er zijn vier grondslagen van oplettendheid. Men waakt bij het lichaam over het lichaam. Men doet dat onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis. Terwijl iemand zo over het lichaam bij het lichaam waakt, neemt bij hem de wil naar het lichaam af en verdwijnt. Door het verdwijnen van de wil is het doodloze verwerkelijkt.
   Men waakt bij de gevoelens over de gevoelens. Men waakt bij het bewustzijn over het bewustzijn. Men waakt bij de geestformaties over de geestformaties. Men doet dat onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis. Terwijl iemand zo over de gevoelens bij de gevoelens, bij het bewustijn over het bewustzijn, bij de geestformaties over de geestformaties waakt, neemt bij hem de wil naar de gevoelens, naar het bewustzijn en naar de geestformaties af en verdwijnt. Door het verdwijnen van de wil is het doodloze verwerkelijkt. (S.47.37)

   Terwijl men over de vier grondslagen van oplettendheid waakt, worden lichaam, gevoelens, bewustzijn en geestformaties doorzien. Bij het doorzien ervan is het doodloze verwerkelijkt. (S.47.38 )

[3] Hij beschouwt alleen het lichaam, en niet de gevoelens of gedachten die ontstaan tengevolge van lichamelijk contact. - En men identificeert zich niet met het lichaam, dus: "dit is een lichaam"; en niet: "dat ben ik." Idem met gevoelens e.d.

[4] De geest (het geestelijke ): in het Pāli wordt dit begrip aangeduid met de woorden: mano, viññana, citta en nāma. Onder deze woorden wordt verstaan: besef (bewustzijn), mentaliteit, gedachten. In M.9, D.15 en S.XX.2 is gezegd: "Gevoelens, gewaarwording, wil, impressie, geestelijke opmerkzaamheid, - dit heet geest (nāma).”

[5] Wie geen juiste voorstelling heeft van het lichaam, van het gevoel, van het bewustzijn en van de geestformaties, die kan zich niet concentreren, de vertroebelingen verdwijnen niet. Hij kan de vier grondslagen van oplettendheid niet ontplooien. Hij heeft geen notie van zijn eigen bewustzijn.
   Maar een wijze monnik waakt bij het lichaam over het lichaam, bij de gevoelens over de gevoelens, bij het bewustzijn over het bewustzijn, bij de geestformaties over de geestformaties, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis.
   Bij hem concentreert zich het bewustzijn, de vertroebelingen verdwijnen. Want hij heeft een juiste voorstelling van het lichaam, van de gevoelens, van het bewustzijn en van de geestformaties.
     Deze wijze monnik bereikt reeds in dit leven een gelukkig vertoeven, verkrijgt oplettendheid en helder bewustzijn. Want hij heeft een juiste voorstelling van zijn eigen bewustzijn. (S.47.8 )

   Wie goed gevestigd is in de vier grondslagen van oplettendheid, zal een geweldig resultaat ervan ondervinden.
   Als bij het waken bij het lichaam over het lichaam dorst en slapheid van het gemoed verschijnt, of wanneer het bewustzijn zich naar buiten keert, dan moet men het bewustzijn op een bevredigende voorstelling richten. Dan ontstaat vreugde. Daarna ontstaat verrukking. Verrukt in de geest wordt het lichaam gekalmeerd. Met gekalmeerd lichaam voelt men zich goed. Dan concentreert zich het bewustzijn. Men overweegt dan: “Tot welk doel ik het bewustzijn daarheen gericht heb, dat doel is nu vervuld. Nu wil ik het terugtrekken.”
   Men trekt het terug en overweegt niet meer en denkt niet meer (peinst niet meer). Men weet dat men vrij is van overwegen en peinzen, dat men zich goed voelt naar binnen achtzaam.
   Men waakt bij de gevoelens over de gevoelens, bij het bewustzijn over het bewustzijn, bij de geestformaties over de geestformaties, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse verlangens en droefenis.
   Terwijl men daarover zo waakt, verschijnt dorst of slapheid van het gemoed. Of het bewustzijn wendt zich naar buiten.
   Men moet dan het bewustzijn op een bevredigende voorstelling richten. Dan ontstaat vreugde. Daarna ontstaat verrukking. Verrukt in de geest wordt het lichaam gekalmeerd. Met gekalmeerd lichaam voelt men zich goed. Dan concentreert zich het bewustzijn. Men overweegt dan: “Tot welk doel ik het bewustzijn daarheen gericht heb, dat doel is nu vervuld. Nu wil ik het terugtrekken.”
   Men trekt het terug en overweegt niet meer en denkt niet meer (peinst niet meer). Men weet dat men vrij is van overwegen en peinzen, dat men zich goed voelt naar binnen achtzaam.
   Zo voltrekt zich gerichte ontplooiing.
   En hoe voltrekt zich niet-gerichte ontplooiing? – Als het bewustzijn niet naar buiten gericht is, weet men dat. Men weet dat men niet verstrooid is op vroegere of latere zaken. Men weet dat men bij het lichaam waakt over het lichaam, bij de gevoelens over de gevoelens, bij het bewustzijn over het bewustzijn, bij de geestformaties over de geestformaties, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van werelse verlangens en droefenis. “Het gaat mij goed,” zo voltrekt zich niet-gerichte ontplooiing. (S.47.10)

   "Men is helder bewust als men ziet dat gevoelens ontstaan, even duren en weer vergaan; als men ziet dat gedachten ontstaan, even duren en weer vergaan; als men ziet dat waarnemingen ontstaan, even duren en weer vergaan." (S.47.35)

   “Als het bewustzijn bevrijd is, dan is men een groot mens. En het bewustzijn is bevrijd als men bij het lichaam waakt over het lichaam, bij de gevoelens over de gevoelens, bij het bewustzijn over het bewustzijn, bij de geestformaties over de geestformaties. En men doet dat onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse verlangens en droefenis.
   Terwijl men zo waakt, wordt het bewustzijn zonder prikkels, wordt het zonder hechten bevrijd van de neigingen.
   Zo is het bewustzijn bevrijd. En dan is men een groot mens. (S.47.11)
« Laatst bewerkt op: 17-11-2017 11:32 door nico70 »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3511
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #7 Gepost op: 06-11-2017 13:06 »
1.2. De vier grondslagen van oplettendheid

   Wat zijn die vier grondslagen? [2]
   Een monnik beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam, energiek, het helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.

Wat betekent in de praktijk: 'na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen'?

groet

Offline MaartenD

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 607
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #8 Gepost op: 06-11-2017 13:17 »
Verwijst dat niet gewoon naar arahantschap? Begeerte is één van de grote grondslagen onder dukkha en verdriet komt voor uit illusie.

Citaat
   Niet alleen volgelingen die pas beginnen, maar ook de volmaakte heiligen beoefenen de vier pijlers van oplettendheid. (S.47.4)

Het oefenen of beoefenen hoeft dus niet te betekenen dat je nog niet klaar bent maar betekent eerder 'toepassen'.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3511
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #9 Gepost op: 06-11-2017 17:02 »
Verwijst dat niet gewoon naar arahantschap? Begeerte is één van de grote grondslagen onder dukkha en verdriet komt voor uit illusie.

Er staat, letterlijk, dat je de vier soorten oplettendheid vestigt na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen. Hoezo na? Er is toch geen mens die dit doet? Vrijwel iedereen beoefent toch mindfulness terwijl er bij die persoon ook nog gewoon begeerte is en verdriet om zaken?

Misschien komt verdriet voort uit illusie, zoals je zegt, maar wat heb je daar aan? Als je kind ernstig ziek wordt, als je geliefde moeder beginnende dementie heeft en je haar radeloosheid ziet, haar pijn en verdriet, moet je dan maar jezelf inprenten..."dat ik nu ook verdriet ervaar om mijn moeder is een illusie, er is geen moeder, er is enkel een serie lichamelijke en fysieke processen, leeg, vergankelijk, niet-zelf"? Of moet je dan maar denken "Iedereen is de eigenaar van diens eigen kamma, erfgenaam van diens kamma?"
Sorry, ik kan er niks mee. Ik vind het afschuwelijk dat te doen ook. Ik vind het gekunsteld.

Ook als boeddhisme in alle nuchterheid aangeeft dat leed voorkomt uit wat je dierbaar is, dan zie ik de waarheid er wel van in maar en?...moet het welzijn van je kinderen, je ouders etc. je dan maar niet meer dierbaar zijn? Moet je dan meer niks meer wensen, hopen, verlangen en een dood stuk hout worden?

Het is allemaal niet te doen voor mij, merk ik. Ik kan het allemaal niet bij elkaar brengen. Al dat rationele gedoe, het werkt niet bij mij.

groet,












Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #10 Gepost op: 06-11-2017 19:15 »
Beste Siebe,

Er staat:  Een monnik beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam, energiek, het helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.

Dat wil zeggen dat hij pas volledig begrip heeft van het lichaam nadat hij begeerte en verdiet heeft overwonnen. Dan is hij een arahant, zoals MaartenD juist opmerkte.
     Maar het kan ook betekenen dat men de beschouwing van het lichaam pas begint als men wereldlijke zaken terzijde heeft gezet. Dus eerst de huishoudelijke werkzaamheden e.d. zodat men bij de oefening van het beschouwen niet afgeleid wordt.

Verder is verdriet geen illusie. Dat verdriet en die geestelijke pijn  die je ervaart, is veroorzaakt door gehechtheid. Dat is wat de Boeddha leert. En je kunt niet eenvoudig je gehechtheid aan je kind, moeder, vriendin opgeven. Dan zou je al een monnik moeten worden en alles opgeven.
En dat denken aan kamma is in dit geval ook niet juist. Immers, er kunnen veel oorzaken zijn die niets met kamma, met vroegere wilsacties te maken hoeven te hebben.

Zeker mag je wensen dat het beter met hen gaat.  De leer van de Boeddha is niet zuiver rationeel. Denk aan de vier goddelijke verblijven, liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, medevreugde, gelijkmoedigheid.
Ik denk dat je een heel verkeerd beeld hebt van de leer van de Boeddha door onjuist nadenken.

Begin bij het begin: probeer de vijf regels van goed gedrag na te volgen. Dat alleen al is een hele opgave.

Groet,
Nico


« Laatst bewerkt op: 06-11-2017 21:20 door nico70 »

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #11 Gepost op: 06-11-2017 19:21 »
1.2.1. Het beschouwen van het lichaam

   En hoe beschouwt een monnik voortdurend het lichaam bij het lichaam? [5a]


[5a]      Men vertoeft inwendig bij het lichaam en men beschouwt de wet van ontstaan en van vergaan. Dat doet men onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na overwinning van werelds verlangen en droefgeestigheid.
   Men vertoeft ook uitwendig bij het lichaam op die manier.
   Men vertoeft op die manier zowel inwendig als uitwendig bij het lichaam.
   Wanneer men wenst dat men bij het niet walgelijke dat als walgelijk waarneemt, dan vertoeft men zo dat men dat als walgelijk waarneemt.
   Wanneer men wenst dat men bij het walgelijke dat als niet walgelijk waarneemt, dan vertoeft men zo dat men dat als niet walgelijk waarneemt.
   Wanneer men wenst dat men bij het niet walgelijke en bij het walgelijke dat als walgelijk waarneemt, dan vertoeft men zo dat men dat als walgelijk waarneemt.
   Wanneer men wenst dat men bij het walgelijke en bij het niet walgelijke dat als niet walgelijk waarneemt, dan vertoeft men zo dat men dat als niet walgelijk waarneemt.
   Wanneer men wenst dat men zowel niet walgelijks als walgelijks afwijst en dat men gelijkmoedig blijft, oplettend en helder bewust, dan vertoeft men zo.
   En evenzo vertoeft men bij de gevoelens, bij het hart en bij de verschijnselen.  (S.52.1.)


1.2.1.1. Oplettendheid bij het ademhalen

   Hij gaat naar het bos, naar de voet van een boom of naar een lege plek, en gaat er zitten,[6] met gekruiste benen. Hij houdt het lichaam rechtop en oplettend richt hij zijn aandacht op het meditatie-object, namelijk de adem die voor hem is.
   Oplettend ademt hij in en oplettend ademt hij uit. Hij beseft, wanneer hij lang inademt: 'Ik adem lang in,' of hij beseft, wanneer hij lang uitademt: 'Ik adem lang uit.' Of hij beseft, wanneer hij kort inademt: ' Ik adem kort in’, of hij beseft, wanneer hij kort uitademt: 'Ik adem kort uit.'
   'Het hele proces van ademen gewaarwordend, zal ik inademen’, zo oefent hij zich. 'Het hele proces van ademen gewaarwordend, zal ik uitademen’, zo oefent hij zich. 'De activiteit van het ademhalingsproces kalmerend, zal ik inademen’, zo oefent hij zich. 'De activiteit van het ademhalingsproces kalmerend, zal ik uitademen’, zo oefent hij zich.
   Juist zoals een bekwaam draaier of draaiersleerling lang draait en beseft: 'Ik draai lang,' of kort draait en beseft: 'Ik draai kort,' evenzo, monniken, beseft een monnik, wanneer hij lang inademt: ' Ik adem lang in’, of wanneer hij kort inademt, beseft hij: ' Ik adem kort in. ' Of wanneer hij lang uitademt, beseft hij: ' Ik adem lang uit’, of wanneer hij kort uitademt, beseft hij: 'Ik adem kort uit.'
   Hij oefent zich met de gedachte: 'Het hele proces van ademen gewaarwordend, zal ik inademen’, en hij oefent zich met de gedachte: 'Het hele proces van ademen gewaarwordend, zal ik uitademen.' Hij oefent zich met de gedachte: 'De activiteit van het proces van ademen kalmerend, zal ik inademen’, en hij oefent zich met de gedachte: 'De activiteit van het proces van ademen kalmerend, zal ik uitademen.'
   Zo beschouwt hij voortdurend het lichaam bij het lichaam inwendig,[7] of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam uitwendig,[8] of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van het proces van ademen, of hij beschouwt voortdurend het vergaan van het proces van ademen.[9] Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van het proces van ademen. Of zijn oplettendheid is werkelijk gevestigd met de gedachte: 'Het proces van ademen bestaat,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk[10] en hecht aan niets in de wereld.[11]
       Aldus beschouwt een monnik voortdurend het lichaam bij het lichaam.[12]

_____
[6] Leken die mediteren kunnen ook op een stoel gaan zitten, rechtop.
[7] inwendig = bij zichzelf.
[8] uitwendig = bij iemand anders.
[9] Het ontstaan en vergaan: Hij denkt: "De oorsprong van materialiteit komt tot stand door de oorsprong van onwetendheid," in de zin van de oorsprong van voorwaarde, en hij ziet het ontstaan van de groepering van materialiteit.
[10] Hij is niet meer afhankelijk van begeerte en van verkeerde visies.
[11] Met betrekking tot geen enkele zichtbare vorm, hoorbare toon, ruikbare geur, proefbare smaak, tastbare aanraking en besefbare gedachte e.d. denkt hij: "Dit is mijn zelf (ziel), of dit behoort tot mijn zelf." Hij is niet meer aan iets geboeid, noch door neigingen, noch door hartstochten noch door emoties.
[12] Oplettendheid bij het ademhalen betekent dat men erop let hoe men ademhaalt, langzaam of snel, rustig of gejaagd. Het betekent niet dat men de ademhaling bewust langzamer of sneller maakt (zoals bij bepaalde yoga-oefeningen). Als men hard loopt, is er een snellere ademhaling dan wanneer men rustig zit te lezen. Dit op te merken, is oplettendheid bij het ademhalen.


Offline MaartenD

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 607
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #12 Gepost op: 07-11-2017 09:12 »
Even kort iets ter verduidelijking: ik heb niet bedoeld dat verdriet illusie is. Verdriet is echt. Alle emoties zijn echt en eerlijk, voor het moment dat ze er zijn. Ze kunnen natuurlijk wel gegrond zijn op een vergissing. Stel dat je denkt dat je partner je bedriegt met een ander dan zijn emoties als woede en wanhoop nabij. Gesteld dat het achteraf niet waar bleek te zijn dan maakt dat je emoties nog steeds niet onecht of onterecht. De gedachte was verkeerd.

In mijn boek schreef ik de nogal harde regel op dat 'frustratie is de prijs die we betalen voor onrealistische verwachtingen'. Dat besef vond ik terug bij de Boeddha. Wij verwachten dat dingen (dhamma's, concepten) echt zijn en constant en dat zijn ze niet. Wij verwachten dat ons geluk eeuwig zal duren en dat doet het niet. Wij denken in termen als ik, mij en van mij en ook dat is illusie. De gevolgen zijn echt want we betalen ze in emotie.

Daadwerkelijke oplettendheid bestaat dus niet alleen opletten maar met je aandacht zijn bij wat daadwerkelijk is:  "...en men beschouwt de wet van ontstaan en van vergaan."

Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2854
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #13 Gepost op: 07-11-2017 13:05 »
Er staat, letterlijk, dat je de
Sorry, ik kan er niks mee. Ik vind het afschuwelijk dat te doen ook. Ik vind het gekunsteld.

Ook als boeddhisme in alle nuchterheid aangeeft dat leed voorkomt uit wat je dierbaar is, dan zie ik de waarheid er wel van in maar en?...moet het welzijn van je kinderen, je ouders etc. je dan maar niet meer dierbaar zijn? Moet je dan meer niks meer wensen, hopen, verlangen en een dood stuk hout worden?

Het is allemaal niet te doen voor mij, merk ik. Ik kan het allemaal niet bij elkaar brengen. Al dat rationele gedoe, het werkt niet bij mij.

Naast de leer van karma spreekt de boeddha ook over mededogen.
Eigen schuld dikke bult is een extreem standpunt.
De middenweg. De middenweg. De middenweg.
met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #14 Gepost op: 07-11-2017 14:26 »
1.2.1.2. De lichaamshoudingen

   En verder beseft een monnik, wanneer hij gaat: 'Ik ga.' Wanneer hij staat, beseft hij: 'Ik sta.' Wanneer hij zit, beseft hij: 'Ik zit.' Wanneer hij neerligt, beseft hij: 'Ik lig neer.' Of juist zoals zijn lichaamshouding is, zo beseft hij ze.[13]
   Zo beschouwt hij voortdurend het lichaam bij het lichaam inwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam uitwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de houdingen van het lichaam, of hij beschouwt voortdurend het vergaan van de houdingen van het lichaam. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van de houdingen van het lichaam. Of zijn oplettendheid is werkelijk gevestigd met de gedachte: 'Het lichaam bestaat,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik voortdurend het lichaam bij het lichaam.[14]

_____
[13] Een oefening die ook in het dagelijkse leven uitgevoerd kan worden en niet alleen tijdens een meditatie-zitting.
[14] Oplettendheid bij de lichaamshoudingen houdt in dat men zich ervan bewust is welke houding men heeft: staan, liggen, zitten buigen, knielen. Men is zich ook bewust ervan dat men van houding verandert, dat bij het veranderen de ene houding verdwijnt en de andere verschijnt.
   
   "Ontplooi de oplettendheid op het lichaam; ontwikkel ze. Maak ze tot basis, verstevig ze, maak ze sterk en gebruik ze. Zo moeten jullie oefenen." (S.47.20)


1.2.1.3. De soorten van helder begrip

   En verder beoefent een monnik helder begrip bij het voorwaarts gaan en bij het achteruit gaan. Hij beoefent helder begrip bij het recht vooruit kijken en bij het zijwaarts kijken. Hij beoefent helder begrip bij het buigen en strekken (van de ledematen). Hij beoefent helder begrip bij het dragen van zijn onder- en bovenkleren en van zijn bedelnap. Hij beoefent helder begrip bij het eten, drinken, kauwen en proeven. Hij beoefent helder begrip bij het ontlasten en bij het urineren. Hij beoefent helder begrip bij het gaan, bij het staan, bij het zitten, bij het inslapen, bij het ontwaken, bij het spreken en bij het zwijgen.
   Zo beschouwt hij voortdurend het lichaam bij het lichaam inwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam uitwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de dingen in het lichaam, of hij beschouwt voortdurend het vergaan van de dingen in het lichaam. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van de dingen in het lichaam. Of zijn oplettendheid is werkelijk gevestigd met de gedachte: 'Het lichaam bestaat,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik voortdurend het lichaam bij het lichaam.[15]

_____
[15] Helder begrip houdt in dat men weet wat men doet, waar men mee bezig is op dat moment: ik eet, ik kauw, ik proef, kijk, loop, zit, etc.; of: eten, kauwen, proeven, kijken, lopen, zitten enz.

   "Hoe is men helder bewust? – Men handelt helder bewust bij het komen en gaan; men handelt helder bewust bij het toekijken en wegzien; men handelt helder bewust bij het buigen en strekken; men handelt helder bewust bij het dragen van het gewaad en de nap; men handelt helder bewust bij het eten en drinken, kauwen en proeven; men handelt helder bewust bij het urineren en bij de ontlasting;  men handelt helder bewust bij het gaan en staan en zitten, bij het inslapen en wakker worden, bij het spreken en bij het zwijgen." (S.47.2)

   

Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2854
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #15 Gepost op: 07-11-2017 16:32 »
...het lichaam bij het lichaam enz.
Waarom niet gewoon: het lichaam.
Waarm wordt gesproken over het lichaam bij het lichaam.
met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #16 Gepost op: 07-11-2017 17:37 »
Beste,
 
>het lichaam alleen bij het lichaam< betekent dat men alleen het lichaam beschouwt en niet iets anders, niet het gevoel dat ontstaat door contact van het lichaam met een object.

Groet
Nico

Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2854
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #17 Gepost op: 08-11-2017 09:09 »
1.2. De vier grondslagen van oplettendheid

   Wat zijn die vier grondslagen? [2]
   Een monnik beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam, energiek, het helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.

Wat betekent in de praktijk: 'na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen'?

De vertaling die mij aanspreekt is:
een monnik blijft bij het lichaam...(bij de gevoelens...
bij de geestesgesteldheid...bij de mentale factoren...)
 het lichaam beschouwend,
energiek,volbewust,aandachtig,
een einde makend aan de hunkering naar
en het verdriet om de wereld.
zo is een monnik aandachtig. 


met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline MaartenD

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 607
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #18 Gepost op: 08-11-2017 09:50 »
Dat zou een boel discussie oplossen.. Ik heb geen verstand van Pali maar vraag me af of je 'nadat hij een einde heeft gemaakt'  en 'een einde makend'  zo makkelijk door elkaar kan halen. Let wel, dit is geen kritiek, ik ben gewoon benieuwd hoe zo verschillende vertalingen allebei verdedigbaar zijn.

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #19 Gepost op: 08-11-2017 12:43 »
Beste,

Wat betreft de vertalingen 'nadat hij een einde heeft gemaakt'  en 'een einde makend'  geef ik de voorkeur aan "nadat hij een einde heeft gemaakt." Zo staat het in alle Engelse en Duitse vertalingen en in de enkele Franse vertaling die ik van het Satipatthana sutta en commentaar heb geraadpleegd. Die bronnen zijn:


Dahlke, Paul (Übers).  Buddha. Auswahl aus dem Palikanon. Wiesbaden [s.a.], p. 5-39.

Dahlke, Paul.  'Right Understanding,' in: The Wheel No. 77/78 (Kandy 1965), p. 46-50.

Die vier Satipatthana. Die vier Grundlagen der Achtsamkeit. Eine geführte Meditation von dem erwürdigen Luang Por Sanon Katapunno, Abt von Wat Sanghathan, Nonthaburi, Thailand. Ins Englische und Deutsche übersetzt von Mae Chee Maria, unter Assistenz von Mae Chee Samnao. Nonthaburi: Wat Sanghathan, 2008.

Einführung in die Einsichts-Meditation. Kandersteg : Dhammapala Verlag, 1990.

Figen, Dorothy.  Beginning Insight Meditation and other essays. (repr.) Kandy : BPS, 1988. Bodhi Leaves No. B 85. (1st ed. 1980).

Fleischman, Paul R.  The Therapeutic Action of Vipassana. Why I Sit. Kandy : BPS, 1986. The Wheel No. 329/330.

Horner, I.B. (tr.).  The Noble Quest. Ariyapariyesana Sutta. The 26th Discourse of the Middle Length Sayings (Majjhima Nikâya). Kandy 1974, The Wheel No. 198.

Khemarangsi, Phra Maha Suphap.  'Vipassana in Theravada Buddhism,' Sambodhi 6 (1995/2539) 6, p. 30-31.

Kientz, Robert.  Satipatthana. La voie du bonheur. Monaco: Savoir etre, 1979. (Editions du Rocher).

Ledi Sayadaw Maha Thera.  A Manual of Insight. Vipassanā Dīpanī. Translated by U Nyana Maha Thera. (2nd impr.). Kandy : BPS, 1975. The Wheel No. 31/32. (1st ed. 1961).

Mahasi Sayadaw, Rev.  Practical Insight Meditation : Basic and Progressive Stages. Transl. from the Burmese by U Pe Thin & Myanaung U Tin. Kandy : BPS, 1976.

Mahasi Sayadaw.  'The Contemplation of the Internal and the External in the Satipatthâna Sutta,' in: Nyanatiloka Centenary Volume, Kandy 1978, p. 53-55.

Mahasi Sayadaw, Rev.  The Progress of Insight through the Stages of Purification : A modern Pâli treatise on Buddhist Satipatthâna Meditation. Engl. transl. with notes by Nyânaponika Thera. Kandy : BPS, 1978.

Mahasi Sayadaw, Ven.  Satipatthâna Vipassanâ. Insight through Mindfulness. Transl. by U Pe Thin. Kandy : BPS, 1990. The Wheel No. 370/371.

Namto, Sobin S.  Wayfaring. A Manual for Insight Meditation. Kandy : BPS, 1979. The Wheel No. 266/267.

Ñânamoli, Bhikkhu.  The Life of the Buddha according to the Pali Canon. (2nd ed.) Kandy : BPS, 1978. (1st ed. 1972).

Nimalasuria, A.  Buddha the Healer: The Mind and its place in Buddhism. Essays edited by Dr. A. Nimalasuria. Kandy: BPS, The Wheel No. 22.

Nyanaponika (Übers.).  Kommentar zur Lehrrede von den Grundlagen der Achtsamkeit (Satipatthâna) mit Subkommentar in Auswahl. (repr.) Konstanz : Christiani, 1973.

Nyânaponika Thera (Transl.).  The Heart of Buddhist Meditation : A handbook of mental training based on the Buddha's way of mindfulness. With an anthology of relevant texts. Translated from the Pali and Sanskrit by Nyanaponika Thera. (5th impr.) London : Rider, 1975. (1st. ed. 1962).

Nyânaponika Thera. The Power of Mindfulness. An Inquiry into the Scope of Bare Attention and the Principal Sources of its Strength. (3rd ed.) Kandy : BPS, 1976. The Wheel No. 121/122. (1st ed. 1968).

Nyânaponika Thera.  Protection through Satipatthâna. (2nd ed.) Kandy : BPS, 1978. Bodhi Leaves No. B 34.

Nyanaponika.  Geistestraining durch Achtsamkeit : Die buddhistische Satipatthâna-Methode. (verb. Aufl.) Konstanz: Christiani, 1979.

Nyanaponika (Übers.).  Der einzige Weg. Buddhistische Texte zur Geistesschulung in rechter Achtsamkeit. (2. revid. Aufl.). Konstanz: Christiani, 1980. (Buddhistische Handbibliothek; 9).

Nyanaponika, Ehrw.   'Satipatthâna als ein Weg der Charakter-Harmonisierung,' in: Zur Erkenntnis geneigt, Konstanz 1986, p. 131-138.

Nyanaponika, Ehrw.  'Schutz durch rechte Achtsamkeit,' in: Zur Erkenntnis geneigt, Konstanz 1986, p. 173-184.

Nyanasatta Thera (Transl.).  The Foundations of Mindfulness. Satipatthâna Sutta. A Discourses of the Buddha. (3rd impr.) Kandy : BPS, 1974. The Wheel No. 19. (1st ed. 1960).

Ott, Julius von (Übers.).  Das Satipattâna-Suttam. Die Rede des Buddha Gotama über die Grundlagen des Eingedenkseins. (Majjhima Nikâya Nr. 10). München-Neubiberg: Schloß, [s.a.]. (Buddhistische Volksbibliothek No. 4).

Rajasiddhi Muni Mahathera, Phra.  Der Weg zum Nirvana. Eine Einführung in die Vipassana Meditation. [s.l.]: [Mahaadthai Press], 1971. Übersetzung überarbeitet by Wat Thai München Germany 1997.

Soma Thera (Transl.).  The Way of Mindfulness : The Satipatthâna Sutta and Commentary. (4th ed.) Kandy: BPS, 2518/1975. Transl. of the Satipatthâna Sutta of the Majjhima Nikâya; its Commentary, the Satipatthâna Sutta Vannanâ of the Papancasûdanî Tîkâ, Marginal Notes, of Dhammapâla Thera on the Commentary. - 1st ed. 1941.

Story, Francis.  Buddhist Meditation. Kandy: BPS, Bodhi Leaves B 15.

Sumedho, Ven. Ajahn.  Now is the Knowing. Thailand: Wat Pah Nanachat, [s.a.].

Sumedho, Ajahn.  Erkenntnis geschieht jetzt. Kandersteg: Dhammapala Verlag, 1992. Übersetzung des englischen Originals »Now is the Knowing«, 1989.

Swearer, Donald K.  A Guide to the Perplexed. The Satipatthâna Sutta. Kandy: BPS, 1973. The Wheel No. 194.

Walshe, Maurice (tr.).  The Long Discourses of the Buddha. A Translation of the Dîgha Nikâya. Kandy: BPS, 1996. (The Teachings of the Buddha).

Samyutta Nikaya en Majjhima Nikaya, in: www.palikanon.com.

_ _ _

   Het is niet altijd gemakkelijk om de oosterse denkwijze te volgen. Er ontstaan dan ook vaker misverstanden met mijn Thaise vrouw, gewoon omdat zij iets heel anders zegt dan ik dat gewend ben.

Groeten
Nico
« Laatst bewerkt op: 08-11-2017 12:45 door nico70 »

Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2854
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #20 Gepost op: 08-11-2017 21:23 »
In mijn orientatie tocht aangaande een voor mij zinnige
vertaling aangaande de satipathana soetra
ben ik ook nog tegengekomen:
....bij het lichaam in het lichaam......
en:
....richt zijn aandacht op het lichaam in het lichaam....
de bronnen daarvan weet ik niet meer. Waren voor mij geen zinnige vertalingen.

Om het toch enig gewicht te geven:

de bron van het door mij hierboven aangehaalde is
de in het Nederlands vertaalde majhima nikaya deel 1.
Soetra 10(satipathana) blz 153 en verder, door:de Breet& Janssen
Toen ik die onder ogen kreeg
was het voor mij onmiskenbaar.
Indisch of niet: voor mij is het de meest
deugdelijke en logische vertaling die ik ben tegengekomen.


Ik vind het niet logisch om de viervoudige cultivering
te laten plaatsvinden nadat ...enz,
want de boeddha heeft de viervoudige cultivering onderwezen
als methode.
Niet als resultaat.
met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3511
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #21 Gepost op: 08-11-2017 21:25 »
Spreekt mij aan. Bedankt.

groet,
Siebe

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #22 Gepost op: 08-11-2017 21:34 »
Beste,

De eerwaarde Bhikkhu Thanissaro vertaalde de betreffende tekst als volgt: (https://www.accesstoinsight.org/tipitaka/index.html)
"There is the case where a monk remains focused on the body in & of itself — ardent, alert, & mindful — putting aside greed & distress with reference to the world. He remains focused on feelings... mind... mental qualities in & of themselves — ardent, alert, & mindful — putting aside greed & distress with reference to the world."

(Een monnik blijft geconcentreerd op het lichaam in en van zichzelf ... terwijl hij hebzucht en leed met betrekking tot de wereld terzijde legt).

De vertaling ... terwijl... lijkt mij ook beter te passen dan ... nadat ...
omdat  nadat  suggereert dat eerst arahantschap bereikt moet worden,  wat zeer zeker niet de bedoeling is.

De eerwaarde Bhikkhu Thanissaro zal de pali versie van de tekst hebben die door het laatste concilie is goedgekeurd. En daarom dat verschil in vertaling.

     Ik zal de tekst aanpassen.

Groeten
Nico

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #23 Gepost op: 08-11-2017 22:07 »
Beste DirkJan

Terzijde leggen is niet hetzelfde als overwinnen.
Iets terzijde leggen is tijdelijk, is naast je neerleggen met de kans dat het weer terug komt. Overwinnen is m.i. een einde eraan maken.

Omdat ik het Pali niet beheers, heb ik advies gevraagd bij mijn eerwaarde vriend Dr. Phramaha Boonsri decaan aan een van de  universiteiten van Bangkok. Zijn antwoord zal ik je dan meedelen.

Groeten
Nico

Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2854
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #24 Gepost op: 08-11-2017 22:09 »
'terzijde leggen' is in mijn beleving
nog weer iets anders dan:
'een einde makend aan'

'Terzijde leggen' lijkt erop dat je eerst de hunkering
op zij zet en dan de aandacht gaat zitten cultiveren.

Terwijl voor mij 'een einde makend aan'
betekent dat door  het aandachtig,energiek enz,
bij het lichaam blijven er een einde
(kan evenzo tijdelijk zijn en in allerlei gradaties, volgens mij)
aan de hunkering komt.

Zeg maar:
zelfbevrijding door zelfwaarneming

maar wellicht wordt met beide hetzelfde bedoelt.....
of zit ik er helemaal naast....
« Laatst bewerkt op: 08-11-2017 22:16 door DirkJan »
met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #25 Gepost op: 08-11-2017 22:18 »
1.2.1.4. Het overdenken van de walgelijkheid van het lichaam 

   En verder denkt een monnik na over dit lichaam, omgeven door de huid en vol van menigerlei onzuiverheid, van top tot teen. En hij denkt aldus: 'Er zijn in en aan dit lichaam hoofdhaar, lichaamshaar, nagels, tanden, huid, vlees, spieren, zenuwen, pezen, botten, beenmerg, nieren, hart, lever, borstvlies, milt, longen, darmen, ingewanden, maag, ontlasting, gal, slijm, etter, bloed, zweet, vet, tranen, lymfe, speeksel, neusvocht, gewrichtsvloeistof, urine, [en hersenen].'
   Het is juist zoals een zak met twee openingen, gevuld met granen van verschillende soort, namelijk: heuvelrijst, rijst van het laagland, bonen en tuinbonen, sesamzaad en gepelde rijst. En een man met goede ogen zou die zak losmaken en aldus denken: ‘Dit is heuvelrijst, dat rijst van het laagland; dit zijn bonen en dat tuinbonen; dit is sesamzaad en dat gepelde rijst.’
   Monniken, op dezelfde manier denkt een monnik na over dit lichaam, omsloten door de huid en vol van menigerlei onzuiverheden, van top tot teen. En hij denkt aldus: 'Er zijn in en aan dit lichaam hoofdhaar, lichaamshaar, nagels, tanden, huid, vlees, spieren, zenuwen, pezen, botten, beenmerg, nieren, hart, lever, borstvlies, milt, longen, darmen, ingewanden, maag, ontlasting, gal, slijm, etter, bloed, zweet, vet, tranen, lymfe, speeksel, neusvocht, gewrichtsvloeistof, urine, [en hersenen].'
   Zo beschouwt hij voortdurend het lichaam bij het lichaam inwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam uitwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de dingen in het lichaam, of hij beschouwt voortdurend het vergaan van de dingen in het lichaam. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van de dingen in het lichaam. Of zijn oplettendheid is werkelijk gevestigd met de gedachte: 'Het lichaam bestaat,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik voortdurend het lichaam bij het lichaam.[16]

_____
[16] Bij het overdenken van de walgelijkheid van het lichaam analyseert men het lichaam in al zijn elementen. Zo wordt gehechtheid aan het lichaam opgeheven. Het gaat om een inzien van de werkelijkheid. De gedachte: “Wat ben ik toch mooi  [of lelijk],” verdwijnt als men zichzelf beschouwt als een hoop beenderen omgeven met vlees en bloed, samengehouden door de huid. Zo moet men ook anderen beschouwen. Iedereen is zo gesteld.


Offline MaartenD

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 607
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #26 Gepost op: 09-11-2017 11:07 »
Vraagje.. ís het lichaam daadwerkelijk walgelijk of is dit 'maar' een training?

Het nut van het overdenken van de walgelijkheid van het lichaam is duidelijk; de overdenking helpt ons niet meer of in elk geval minder te hechten aan het lichaam en hoe het eruit ziet.

Ik vraag me trouwens af of de normale verzorging wel akkoord is. Naaktlopen is dacht ik niet aangeraden en je gezicht niet schoonmaken als er een veeg op zit of voedselresten lijkt mij geen goede zaak. Klopt dat?

Afijn, is deze overdenking upaya kosalla of moeten we geloven dat het lichaam daadwerkelijk walgelijk is?

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #27 Gepost op: 09-11-2017 14:02 »
Beste,

Het lichaam als iets walgelijks te zien, is een oefening om de gehechtheid aan het lichaam op te geven.

Nico

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3511
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #28 Gepost op: 09-11-2017 14:22 »
Ik vraag me trouwens af of de normale verzorging wel akkoord is. Naaktlopen is dacht ik niet aangeraden en je gezicht niet schoonmaken als er een veeg op zit of voedselresten lijkt mij geen goede zaak. Klopt dat?

en voorbibs en achterbibs schoonhouden ;D


Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #29 Gepost op: 09-11-2017 18:52 »
1.2.1.5. Het nadenken over de elementen

   En verder denkt een monnik na over zijn lichaam naarmate het geplaatst is of gebruikt wordt, met betrekking tot de elementen van materie. En hij denkt aldus: 'Er is in dit lichaam het element van aarde, het element van water, het element van vuur en het element van lucht.'
   Monniken, zoals een handige koeslachter of een koeslachtersleerling, na een koe geslacht en ze in stukken verdeeld te hebben, bij een wegkruising zou neerzitten,[17] op dezelfde manier denkt een monnik na over dit lichaam, naarmate het geplaatst is of gebruikt wordt, met betrekking tot de elementen van materie. En hij denkt aldus: 'Er zijn in dit lichaam de elementen van aarde, water, vuur en lucht.'
   Zo beschouwt hij voortdurend het lichaam bij het lichaam inwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam uitwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de dingen in het lichaam, of hij beschouwt voortdurend het vergaan van de dingen in het lichaam. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van de dingen in het lichaam. Of zijn oplettendheid is werkelijk gevestigd met de gedachte: 'Het lichaam bestaat,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik voortdurend het lichaam bij het lichaam.[18]

_____
[17] Een koeslachter is niet bevrijd van de gedachte "koe" zolang als hij de koe voedt. Maar hij heeft de gedachte "koe" niet wanneer hij het vlees verkoopt. Evenzo overweegt de monnik over het lichaam volgens de elementen: "Er zijn in dit lichaam de elementen van vastheid, vloeibaarheid, warmte (vertering) en beweging." Bij degene die volgens de elementen overweegt, verdwijnt de gewaarwording van een wezen. De geest wordt gevestigd via de elementen.

[18] Bij het nadenken over de elementen analyseert men het lichaam in de elementen van aarde, water, vuur en lucht, ofwel vaste elementen, vloeibare elementen, elementen die verteren, en etherische elementen.


Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #30 Gepost op: 10-11-2017 20:28 »
1.2.1.6. De lijk-contemplatie

   
En verder, monniken, als een monnik, op wat voor manier ook, een lichaam ziet dat op het knekelveld is geworpen …

1.2.1.6.1 ...een lichaam dat al één, twee of drie dagen dood is: gezwollen, blauw en vol bederf, - dan denkt hij aan zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, met dit lichaam van mij is het net zo gesteld als met dat lichaam;[19] dit lichaam gaat net zo worden en het kan dat niet ontgaan.'

   Zo beschouwt hij voortdurend het lichaam bij het lichaam inwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam uitwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de dingen in het lichaam, of hij beschouwt voortdurend het vergaan van de dingen in het lichaam. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van de dingen in het lichaam. Of zijn oplettendheid is werkelijk gevestigd met de gedachte: 'Het lichaam bestaat,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik voortdurend het lichaam bij het lichaam.

_____
[19] Dit lichaam van mij is net zo: Door het bestaan van deze drie: leven, warmte en bewustzijn kan het lichaam het uithouden te staan, te gaan en andere dingen te doen. Maar door de afscheiding van deze drie is dit lichaam inderdaad een ding zoals dat dode lichaam, begiftigd met de natuur van vergaan. Het zal zo worden, zal opgezwollen worden, blauw en vol bederf. En het kan er niet aan ontkomen.


   En verder, monniken, als een monnik, op wat voor manier ook, een lichaam ziet dat op een knekelveld is geworpen ...
1.2.1.6.2... een lichaam dat wordt opgevreten door kraaien, haviken, gieren, honden, jakhalzen of door verschillende soorten wormen, …
1.2.1.6.3... een lichaam dat vergaan is tot een skelet met wat vlees en bloed, samengehouden door de pezen, - …
1.2.1.6.4... een lichaam dat vergaan is tot een met bloed besmeurd skelet zonder vlees, maar bijeengehouden door de pezen, -
1.2.1.6.5... een lichaam dat vergaan is tot een skelet dat door de pezen bijeen wordt gehouden maar zonder vlees en niet besmeurd met bloed, -
1.2.1.6.6... een lichaam dat vergaan is tot losse beenderen die in alle richtingen verspreid zijn, - hier een bot van de hand, daar een bot van de voet, elders een scheenbeen, een dijbeen, het bekken, ruggengraat en schedel, alles op een andere plaats, -
1.2.1.6.7... een lichaam dat vergaan is tot beenderen, zo wit van kleur als een oester, -
1.2.1.6.8... een lichaam dat vergaan is tot beenderen die al meer dan een jaar oud zijn, op een hoop gegooid, -
1.2.1.6.9... een lichaam dat vergaan is tot beenderen die zijn gaan rotten en tot stof geworden, -
... dan denkt hij aan zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, met dit lichaam van mij is het net zo gesteld als met dat lichaam; dit lichaam gaat net zo worden en het kan er niet aan ontkomen.'
   Zo beschouwt hij voortdurend het lichaam bij het lichaam inwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam uitwendig, of hij beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam zowel inwendig als uitwendig. Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de dingen in het lichaam, of hij beschouwt voortdurend het vergaan van de dingen in het lichaam. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van de dingen in het lichaam. Of zijn oplettendheid is werkelijk gevestigd met de gedachte: 'Het lichaam bestaat,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik voortdurend het lichaam bij het lichaam.[20]

_____
[20] De lijk-contemplatie is meer voor monniken. Leken kunnen dit in de praktijk bijna niet uitvoeren.

« Laatst bewerkt op: 04-08-2018 19:15 door nico70+ »

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #31 Gepost op: 11-11-2017 21:00 »
1.2.2. Het beschouwen van gevoelens

   En hoe, monniken, beschouwt een monnik voortdurend gevoelens bij gevoelens?[21]
   Welnu, monniken, als een monnik een aangenaam gevoel ervaart, beseft hij: 'Ik ervaar een aangenaam gevoel.' Als hij een onaangenaam gevoel ervaart, beseft hij: ' Ik ervaar een onaangenaam gevoel.' En als hij een neutraal gevoel ervaart, beseft hij: ' Ik ervaar een neutraal gevoel.'
   Als hij een aangenaam werelds gevoel ervaart, beseft hij: 'Ik ervaar een aangenaam werelds gevoel.' Als hij een aangenaam geestelijk gevoel ervaart, beseft hij: 'Ik ervaar een aangenaam geestelijk gevoel.'[22] Als hij een onaangenaam werelds gevoel ervaart, beseft hij: 'Ik ervaar een onaangenaam werelds gevoel.' Als hij een onaangenaam geestelijk gevoel ervaart, beseft hij: 'Ik ervaar een onaangenaam geestelijk gevoel.' Als hij een neutraal werelds gevoel ervaart, beseft hij: 'Ik ervaar een neutraal werelds gevoel.’ En als hij een neutraal geestelijk gevoel ervaart, beseft hij: 'Ik ervaar een neutraal geestelijk gevoel.’
   Zo beschouwt hij voortdurend gevoelens bij gevoelens inwendig, of hij beschouwt voortdurend gevoelens bij gevoelens uitwendig, of hij beschouwt voortdurend gevoelens bij gevoelens zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van gevoelens, of hij beschouwt voortdurend het vergaan van gevoelens. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van gevoelens. Of zijn oplettendheid is werkelijk gevestigd met de gedachte: 'Gevoelens bestaan,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik voortdurend gevoelens bij gevoelens.

_____
[21] Er zijn drie soorten van gevoel, namelijk aangenaam gevoel, onaangenaam gevoel, neutraal gevoel. Om deze drie soorten van gevoel te doorzien moet men de vier grondslagen van oplettendheid ontplooien. (S.47.49)
   Het beschouwen van de gevoelens kan ertoe bijdragen dat onheilzame reacties op onze ervaringen vermeden worden. Met gevoel (vedana) wordt niet emotie bedoeld. 
   Het beschouwen van gevoelens betekent dat men beseft (a) dat er een aangenaam gevoel is ontstaan, of een onaangenaam gevoel, of een neutraal gevoel; (b) hoe een dergelijk gevoel is ontstaan; (c) hoe een dergelijk gevoel weer verdwijnt (door welke oorzaken).

[22] Geestelijke gevoelens zijn gevoelens die ontstaan tijdens de praktijk van de leer. Aangenaam zijn bijvoorbeeld de gevoelens bij de praktijk van de eerste drie jhanas of bij de goddelijke verblijven; onaangenaam zijn schaamte en berouw; neutraal zijn de gevoelens in de vierde jhana. 

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #32 Gepost op: 12-11-2017 19:54 »
1.2.3. Het beschouwen van de geest

   En hoe, monniken, beschouwt een monnik voortdurend de geest bij de geest?
   Welnu, monniken, een monnik begrijpt de geest met begeerte als ze met begeerte is. En hij begrijpt de geest zonder begeerte als ze zonder begeerte is. Hij begrijpt de geest met afkeer als ze vol afkeer is, en hij begrijpt de geest zonder afkeer als ze zonder afkeer is. Hij begrijpt de geest met onwetendheid als ze vol onwetendheid is; en hij begrijpt de geest zonder onwetendheid als ze zonder onwetendheid is. Hij begrijpt de bekrompen geestelijke staat als bekrompen, en de verstrooide geestelijke staat begrijpt hij als verstrooid. Hij begrijpt de ontwikkelde geestelijke staat als ontwikkeld; en hij begrijpt de niet ontwikkelde geestelijke staat als niet ontwikkeld. De overtrefbare geestelijke staat begrijpt hij als overtrefbaar; en de niet overtrefbare geestelijke staat begrijpt hij als niet overtrefbaar. De geconcentreerde geestelijke staat begrijpt hij als geconcentreerd; en de niet geconcentreerde geestelijke staat begrijpt hij als niet geconcentreerd. De bevrijde geestelijke staat begrijpt hij als bevrijd; en de niet bevrijde geestelijke staat begrijpt hij als niet bevrijd.
   Zo beschouwt hij voortdurend de geest bij de geest inwendig, of hij beschouwt voortdurend de geest bij de geest uitwendig, of hij beschouwt voortdurend de geest bij de geest zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de geest, of hij beschouwt voortdurend het vergaan van de geest. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van de geest. Of zijn oplettendheid is gevestigd met de gedachte: 'De geest bestaat,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik werkelijk voortdurend de geest bij de geest.[23]

_____
[23] Bij het beschouwen van de geest is men zich ervan bewust dat er begeerte is of afkeer of onwetendheid. Hoe is de gemoedsgesteldheid? Is men vol verlangen naar iets? Of vol afkeer van iets? Is men geconcentreerd of verstrooid? Zich dit bewust te zijn is oplettendheid, is het beschouwen van de geest.

   Er zijn drie [soorten van] neigingen, namelijk de neiging van de zintuigen, de neiging tot bestaan, en neiging tot onwetendheid. Om die neigingen te overwinnen, moet men de vier grondslagen van oplettendheid ontplooien. (S.47.50)


Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #33 Gepost op: 13-11-2017 16:58 »
1.2.4. Het beschouwen van geestelijke objecten

   En hoe, monniken, beschouwt een monnik voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten?

1.2.4.1. De vijf hindernissen

   Monniken, een monnik beschouwt de geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de vijf hindernissen[24] op de volgende manier:

   Welnu, monniken, als zinnelijkheid aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb zinnelijkheid.' Of, als zinnelijkheid afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb geen zinnelijkheid.' Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane zinnelijkheid geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane zinnelijkheid geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven zinnelijkheid geschiedt.[25]

   Als kwaadwil, afkeer aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb afkeer.' Of, als afkeer afwezig is, weet hij met begrip: ' Ik heb geen afkeer.' Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane afkeer geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane afkeer geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven afkeer geschiedt.

   Als traagheid en starheid aanwezig zijn, weet een monnik met begrip: 'Ik heb traagheid en starheid.' Of, als traagheid en starheid afwezig zijn, weet hij met begrip: 'Ik heb geen traagheid en starheid.' Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane traagheid en starheid geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane traagheid en starheid geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven traagheid en starheid geschiedt.

   Als rusteloosheid en gewetenswroeging aanwezig zijn, weet een monnik met begrip: 'Ik heb rusteloosheid en gewetenswroeging.' Of, als rusteloosheid en gewetenswroeging afwezig zijn, weet hij met begrip: 'Ik heb geen rusteloosheid en gewetenswroeging.' Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane rusteloosheid en gewetenswroeging geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane rusteloosheid en gewetenswroeging geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven rusteloosheid en gewetenswroeging geschiedt.

   Als twijfel aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb twijfel.' Of, als twijfel afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb geen twijfel.' Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane twijfel geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane twijfel geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven twijfel geschiedt.

   Zo beschouwt hij voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten inwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten uitwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend het vergaan van geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van geestelijke objecten. Of zijn oplettendheid is gevestigd met de gedachte: 'Geestelijke objecten bestaan,’ juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik werkelijk voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de vijf hindernissen.

_____
[24] De vijf hindernissen, belemmeringen of boeien zijn: 1. zintuiglijke verlangens (kāmacchanda); 2. kwaadwil (vyāpāda); 3. traagheid en luiheid (thīna-middha); 4. rusteloosheid, zich zorgen maken (uddhaccakukkucca); 5. twijfel (vicikicchā). 
   "Als de geest niet van die vijf onzuiverheden bevrijd is, is de geest niet plooibaar en niet handelbaar; dan heeft ze gebrek aan stralende helderheid en stevigheid. De geest kan zich dan niet goed concentreren op het vernietigen van de smetten. Maar als de geest vrij is van die vijf onzuiverheden, dan is ze plooibaar en handelbaar; dan heeft ze stralende helderheid en stevigheid. En de geest kan zich dan goed concentreren op het verdrijven van de smetten. Er zijn staten die verwerkelijkt kunnen worden door de hogere geestelijke faculteiten. Op wat voor staat daarvan men de geest ook richt, het vermogen om die te verwerkelijken zal men in ieder geval verwerven als aan de andere voorwaarden voldaan is." (A.V.23).

[25] Bij het beschouwen van de geestelijke objecten gaat het niet alleen om een passief beschouwen, maar ook om het afnemen van onheilzame toestanden en het bevorderen van heilzame toestanden.
   Men weet wanneer de vijf hindernissen aanwezig zijn en wanneer ze afwezig zijn. Men weet ook hoe ze ontstaan, hoe men ze opgeeft en hoe men kan voorkomen dat ze weer ontstaan.

   Onheilzaam zijn de vijf hindernissen (nivarana), namelijk de hindernis door wensen, willen, de hindernis door haat, de hindernis door luiheid, de hindernis door opwinding en onrust, en de hindernis door twijfel.
   Maar heilzaam zijn de vier grondslagen van oplettendheid. (S.47.5)



Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #34 Gepost op: 14-11-2017 20:30 »
1.2.4.2. De vijf groeperingen van hechten

   En verder, monniken, beschouwt een monnik voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de vijf groeperingen van hechten.[26] En hoe doet hij dat?
   Welnu, monniken, een monnik denkt: 'Zo is materiële vorm; zo is het ontstaan van materiële vorm; en zo is het verdwijnen van materiële vorm.
   Zo is gevoel; zo is het ontstaan van gevoel; en zo is het verdwijnen van gevoel.
   Zo is gewaarwording; zo is het ontstaan van gewaarwording; en zo is het verdwijnen van gewaarwording.
   Zo zijn de geestelijke formaties; zo is het ontstaan van de geestelijke formaties; en zo is het verdwijnen van de geestelijke formaties.
   Zo is bewustzijn, zo is het ontstaan van bewustzijn; en zo is het verdwijnen van bewustzijn.’
   Zo beschouwt hij voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten inwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten uitwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend het vergaan van geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van geestelijke objecten. Of zijn oplettendheid is gevestigd met de gedachte: 'Geestelijke objecten bestaan,’ juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik werkelijk voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de vijf groeperingen van hechten.

_____
[26] De vijf groepen van bestaan waaraan men gehecht kan zijn, zijn vijf groepen van factoren die de individuele persoonlijkheid vormen: materiële vorm, gevoel, gewaarwording, geestelijke formaties en bewustzijn. Materiële vorm is niet alleen te zien als het eigen lichaam, maar ook uiterlijk omdat zij immers de beleveniswereld is waarop de ik-illusie zich baseert – "dit is van mij, dit behoort mij toe". 


1.2.4.3. De zes inwendige en de zes uitwendige zintuiglijke grondslagen

   En verder, monniken, beschouwt een monnik voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de zes inwendige en de zes uitwendige zintuiglijke grondslagen. En hoe doet hij dat?

   Welnu, monniken, een monnik begrijpt het oog (gezichtsorgaan) en materiële vormen en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane kluister geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane kluister geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven kluister geschiedt.

   Hij begrijpt het oor (gehoororgaan) en de geluiden en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane kluister geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane kluister geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven kluister geschiedt.
   Hij begrijpt de neus (het reukorgaan) en geuren en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane kluister geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane kluister geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven kluister geschiedt.

   Hij begrijpt de tong (het smaakorgaan) en smaken en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane kluister geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane kluister geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven kluister geschiedt.

   Hij begrijpt het lichaam (het tastorgaan) en tastbare objecten en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane kluister geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane kluister geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven kluister geschiedt.

   Hij begrijpt bewustzijn (het besef-orgaan) en geestelijke objecten en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane kluister geschiedt. Hij begrijpt hoe het opgeven van de ontstane kluister geschiedt. En hij begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven kluister geschiedt.

   Zo beschouwt hij voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten inwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten uitwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend het vergaan van geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van geestelijke objecten. Of zijn oplettendheid is gevestigd met de gedachte: 'Geestelijke objecten bestaan,’ juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik werkelijk voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de zes inwendige en de zes uitwendige zintuiglijke grondslagen.[27]

_____
[27]    Men weet hoe materiële vorm, gevoel, gewaarwording en gedachten en ideeën ontstaan en weer verdwijnen.
   Men begrijpt dat er via oog en voorwerp (object) oog-contact ontstaat en visueel bewustzijn. Men begrijpt dat op die manier begeerte naar iets kan ontstaan of afkeer van iets.
   Idem met de overige zintuigen, objecten en zintuiglijk bewustzijn.

   Bij degene die op verkeerde paden gaat, vind Mara een steunpunt. Die verkeerde paden zijn: de vijf soorten van zintuiglijke verlangens, namelijk de vormen, geluiden, geuren, smaken en aanrakingen die in het bewustzijn treden door oog, oor, neus, tong, lichaam. Ze zijn dierbaar, geliefd, aangenaam.
    De juiste weg zijn de vier grondslagen van oplettendheid. (S.47.6-7)


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3511
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #35 Gepost op: 14-11-2017 20:35 »
1.2.4.2. De vijf groeperingen van hechten

   En verder, monniken, beschouwt een monnik voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de vijf groeperingen van hechten.[26] En hoe doet hij dat?
   Welnu, monniken, een monnik denkt: 'Zo is materiële vorm; zo is het ontstaan van materiële vorm; en zo is het verdwijnen van materiële vorm.

hoe ontstaat materiele vorm en hoe verdwijnt het? Hoe wordt dit bedoeld?

groet,

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #36 Gepost op: 15-11-2017 01:37 »
Beste,

vraag: hoe ontstaat materiele vorm en hoe verdwijnt het? Hoe wordt dit bedoeld?

Het beschouwen van de groep van hechten aan vorm is aldus:
   Het lichaam bestaat uit materiële vorm. Die materiële vorm is afhankelijk van de vier grote elementen [aarde, water, vuur en lucht]. Van het ontstaan van voedsel komt het ontstaan van vorm; van het beëindigen van voedsel is het beëindigen van vorm.
   Het lichaam is onderworpen aan vergankelijkheid, onderworpen aan verval. Er is geen reden om eraan te hechten. Want gehecht zijn aan iets dat vergankelijk is, is een oorzaak voor dukkha, onvoldaanheid, frustratie, leed.

Groet

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #37 Gepost op: 15-11-2017 20:44 »
1.2.4.4 De zeven factoren van Verlichting

   En verder, monniken, beschouwt een monnik voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de zeven factoren van Verlichting.[28] En hoe doet hij dat?

   Welnu, monniken, wanneer de verlichtingsfactor van oplettendheid aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van oplettendheid.' Of wanneer de verlichtingsfactor van oplettendheid afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van oplettendheid.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van oplettendheid geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van oplettendheid geschiedt.

   Wanneer de verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten.' Of wanneer de verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten geschiedt.

   Wanneer de verlichtingsfactor van energie aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van energie.' Of wanneer de verlichtingsfactor van energie afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van energie.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van energie geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van energie geschiedt.

   Wanneer de verlichtingsfactor van vreugde aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van vreugde.' Of wanneer de verlichtingsfactor van vreugde afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van vreugde.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van vreugde geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van vreugde geschiedt.

   Wanneer de verlichtingsfactor van kalmte aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van kalmte.' Of wanneer de verlichtingsfactor van kalmte afwezig is, weet hij met begrip: ' Ik heb niet de verlichtingsfactor van kalmte.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van kalmte geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van kalmte geschiedt.

   Wanneer de verlichtingsfactor van concentratie aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van concentratie.' Of wanneer de verlichtingsfactor van concentratie afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van concentratie.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van concentratie geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van concentratie geschiedt.

   Wanneer de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid.' Of wanneer de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid geschiedt.

   Zo beschouwt hij voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten inwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten uitwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van de geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend het vergaan van geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van geestelijke objecten. Of zijn oplettendheid is gevestigd met de gedachte: 'Geestelijke objecten bestaan,’ juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik werkelijk voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de zeven factoren van Verlichting.[29]

_____
[28]    De vier grondslagen van oplettendheid, ontplooid en ontwikkeld, brengen de zeven factoren van Verlichting tot volmaaktheid. (S.54.13)
   En de zeven factoren van Verlichting, ontplooid en ontwikkeld, brengen weten en bevrijding tot volmaaktheid.  (S.54.13)

[29] Men weet wanneer oplettendheid aanwezig is en wanneer ze afwezig is. Men begrijpt hoe oplettendheid ontstaat en hoe men die kan ontwikkelen en vervolmaken.
   Idem met het onderzoeken van geestelijke objecten, energie, vreugde, kalmte, concentratie en gelijkmoedigheid.


Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #38 Gepost op: 16-11-2017 21:56 »
Beste,

In reactie 6 van dit topic is gepost:

1.2. De vier grondslagen van oplettendheid

   Wat zijn die vier grondslagen?
   Een monnik beschouwt voortdurend het lichaam bij het lichaam, energiek, het helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.
   Hij beschouwt voortdurend de gevoelens bij de gevoelens, energiek, ze helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.
   Hij beschouwt voortdurend de geest bij de geest, energiek, ze helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.
   Hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten, energiek, ze helder begrijpend en vol oplettendheid, na in deze wereld begeerte en verdriet te hebben overwonnen.


   Deze vertaling riep vragen op. Ik heb daarom om advies gevraagd aan mijn eerwaarde vriend Dr. Phramaha Boonsri, decaan van een van de universiteiten van Bangkok. Hij heeft mijn vraag aan Dr. Tom Putra voorgelegd, een deskundige op het gebied van Pali. Zojuist kreeg ik het antwoord.


Pali "idha nhikkhu kaye kayanupassi viharati atapi sampajano satima vineyya loke abhijhadomanassam ....

   In deze zin staan twee hoofdwerkwoorden, viharati en vineyya. Het onderwerp van beide is bhikkhu. Die hoofdwerkwoorden moeten als hoofdwerkwoord vertaald worden en niet als deelwoord. Dit geldt vooral voor vineyya.
Vineyya moet worden vertaald als 'zou moeten' of 'moet' omdat het achtervoegsel  'iya'  of  'eya'  de betekenis heeft van 'zou moeten' (aanbeveling) of 'moet' (advies om iets te doen).


De vertaling van wat eerder gepost is, moet daarom veranderd worden in het volgende:

1.2. De vier grondslagen van oplettendheid

   Wat zijn die vier grondslagen?
   Wanneer een monnik  voortdurend het lichaam  beschouwt,  energiek, het helder begrijpend en vol oplettendheid, dan moet hij begeerte en zorg met betrekking tot de wereld opzij zetten.
   Wanneer hij voortdurend de gevoelens beschouwt, energiek, ze helder begrijpend en vol oplettendheid, dan moet hij begeerte en zorg met betrekking tot de wereld opzij zetten.
   Wanneer hij  voortdurend de geest beschouwt, energiek, ze helder begrijpend en vol oplettendheid, dan moet hij begeerte en zorg met betrekking tot de wereld opzij zetten.
   Wanneer hij voortdurend geestelijke objecten beschouwt, energiek, ze helder begrijpend en vol oplettendheid, dan moet hij begeerte en zorg met betrekking tot de wereld opzij zetten.
    

Met dank aan de eerwaarde Dr. Phramaha Boonsri en Dr. Tom Putra.

Nico

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3511
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #39 Gepost op: 16-11-2017 22:20 »
Dank Nico.

Het is ook lastig (bijvoorbeeld) opmerkzaamheid van de adem te beoefenen (als onderdeel van de training in oplettendheid bij het lichaam) als je je verlangens naar allerlei dingen om nog te doen, of zorgen over dit en dat, niet even opzij kan zetten. Wat komt er van mindfulness van de adem als je constant maar opgaat in die gedachtestroom.

groet,








Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #40 Gepost op: 17-11-2017 13:17 »
1.2.4.5. De vier Edele Waarheden

   En verder, monniken, beschouwt een monnik voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de vier Edele Waarheden. En hoe doet hij dat?
   Welnu, monniken, een monnik begrijpt overeenkomstig de werkelijkheid: 'Dit is lijden.' Hij begrijpt overeenkomstig de werkelijkheid: 'Dit is het ontstaan van lijden.' Hij begrijpt overeenkomstig de werkelijkheid: 'Dit is het beëindigen van lijden.' En hij begrijpt overeenkomstig de werkelijkheid: 'Dit is de weg die voert naar het beëindigen van lijden.'
   Zo beschouwt hij voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten inwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten uitwendig. Of hij beschouwt voortdurend geestelijke objecten bij geestelijke objecten zowel inwendig als uitwendig.
   Hij beschouwt voortdurend het ontstaan van geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend het vergaan van geestelijke objecten. Of hij beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van geestelijke objecten. Of zijn oplettendheid is gevestigd met de gedachte: 'Geestelijke objecten bestaan,' juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   En hij leeft onafhankelijk en hecht aan niets in de wereld.
   Aldus beschouwt een monnik werkelijk voortdurend geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de vier Edele Waarheden.[30]

_____
[30] Men richt zijn aandacht op de leer van de Boeddha: het lijden, het ontstaan van lijden, het beëindigen van lijden, en de weg die voert naar het beëindigen van lijden.
   In feite is men al de hele tijd met de leer van de Boeddha bezig.

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 922
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De vier grondslagen van oplettendheid
« Reactie #41 Gepost op: 17-11-2017 23:40 »
1.3. Verzekering van succes

   Waarlijk, monniken, alwie deze vier grondslagen van oplettendheid op deze manier beoefent gedurende zeven jaren, door hem kan zeker één van twee vruchten verwacht worden, namelijk: volmaakte kennis hier en nu,[31] of, als nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van Niet-Wederkeer.
   Monniken, afgezien van zeven jaren. Alwie deze vier grondslagen van oplettendheid op deze manier beoefent gedurende zes jaren, ...vijf jaren, ...vier jaren, ...drie jaren, ...twee jaren, ...één jaar, ...door hem kan zeker één van twee vruchten verwacht worden, namelijk: volmaakte kennis hier en nu, of, als nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van Niet-Wederkeer.
   Monniken, afgezien van één jaar. Alwie deze vier grondslagen van oplettendheid op deze manier beoefent gedurende zeven maanden, door hem kan zeker één van twee vruchten verwacht worden, namelijk: volmaakte kennis hier en nu, of, als nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van Niet-Wederkeer.
   Monniken, afgezien van zeven maanden. Alwie deze vier grondslagen van oplettendheid op deze manier beoefent gedurende zes maanden, ...vijf maanden, ...vier maanden, ...drie maanden, twee maanden, ...één maand, ...een halve maand, ...door hem kan zeker één van twee vruchten verwacht worden, namelijk: volmaakte kennis hier en nu, of, als nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van Niet-Wederkeer.
   Monniken, afgezien van een halve maand. Alwie deze vier grondslagen van oplettendheid op deze manier beoefent gedurende een week, door hem kan zeker één van twee vruchten verwacht worden, namelijk: volmaakte kennis hier en nu, of, als nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van Niet-Wederkeer. [32]

   Monniken, om deze reden is gezegd: 'Dit is de manier die rechtstreeks voert naar de zuivering van wezens, voor het te boven komen van verdriet en gejammer, voor het tenietdoen van lichamelijk en geestelijk lijden, de weg waarmee men rechtstreeks het juiste pad kan bereiken, waarmee men Nibbāna kan verwerkelijken, namelijk de vier grondslagen van oplettendheid."[33]
   Aldus sprak de Gezegende. Tevreden verheugden zich de monniken over zijn woorden.

_____
[31] volmaakte kennis = heiligheid; hier en nu = reeds in dit leven.

[32] Dat succes verzekerd is, blijkt o.a. uit de volgende verhalen.

   Het gezinshoofd Sirivaddha te Rajagaha was ziek. Hij vroeg iemand naar de eerwaarde Ananda te gaan, hem te zeggen dat  hij ziek was en hem te vragen of hij Sirivaddha kon opzoeken. De eerwaarde Ananda stemde zwijgend toe, nam mantel en nap en ging naar het huis van Sirivaddha. Hij ging er op een stoel zitten en vroeg hoe het met Sirivaddha ging. Deze zei dat de pijn erg hevig was. Ze namen niet af, maar namen toe.
   De eerwaarde Anada gaf de raad dat het gezinshoofd zich moest oefenen in de vier grondslagen van oplettendheid, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis.
   Het gezinshoofd zei dat hij die grondslagen van oplettendheid oefende en dat hij de lagere boeien had overwonnen.
   De eerwaarde Ananda gaf ten antwoord dat het gezinshoofd de vrucht van niet-wederkeer had verkregen. (S.47.29)


   De eerwaarde Sariputta vroeg aan de eerwaarde Anuruddha welke dingen hij ontplooid en ontwikkeld had om groot overzicht te verkrijgen. De eerwaarde Anuruddha antwoordde: "Door het ontplooien en ontwikkelen van de oplettendheid heb ik groot overzicht verkregen. Door ontplooiing en ontwikkeling van de vier grondslagen van oplettendheid overzie ik een duizendvoudige wereld." (S.47.28)


   Te Savatthi. Eens was de eerwaarde Anuruddha erg ziek. Maar zijn gemoed werd niet verstoord door de opstijgende lichamelijke gevoelens van pijn. Zijn medemonniken vroegen hem toen in welke toestand hij verbleef dat die pijn hem niet verstoorde.
   De eerwaarde Anuruddha antwoordde: “Met een gemoed dat vast gebaseerd is in de vier grondslagen van oplettendheid kunnen ontstane lichamelijke gevoelens van pijn het gemoed niet verstoren." (S.52.10.)


[33] Men hoeft in het begin niet alles te overwegen. In het begin concentreert men zich alleen op de ademhaling. Die ademhaling is steeds aanwezig, bij het wachten op de bus of trein, bij het wandelen, etc.  Let op de ademhaling en laat de gedachten niet afdwalen. Merkt men dat men toch afdwaalt, keer dan weer terug naar de ademhaling. Men zal merken dat er gedachten ontstaan en gevoelens (prikkelingen of pijn). Richt de concentratie dan niet op die gedachten of gevoelens, maar blijf proberen de ademhaling te volgen. Noem de dingen bij naam: inademen; uitademen. Of alleen: in, uit. Probeer elke dag op eenzelfde tijd deze meditatie te oefenen, in het begin slechts 10 à 15 minuten. Daarna kan men proberen langer te mediteren. Men kan dan ook andere methoden toevoegen, zoals bijvoorbeeld oplettendheid bij het ontstaan van gedachten en bij het weer verdwijnen van gedachten. Dit is eigenlijk meditatie over het kenmerk van anattā, niet-zelf. Of men is eerder in staat om zich te concentreren op de lichaamshoudingen. Dit is voor ieder persoonlijk anders. In feite is de inzicht-meditatie een methode om de kenmerken van anicca, vergankelijkheid, van anattā, niet-zelf, van dukkha, frustratie, lijden, en van oorzakelijk ontstaan daadwerkelijk in te zien.



Succes met het beoefenen van de vier grondslagen van oplettendheid,
Nico