Boeddha Forum

Boeddhisme => Theravada Boeddhisme => Topic gestart door: nico70+ op 04-06-2018 20:30

Titel: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 04-06-2018 20:30
Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding

   Door Sybe is al gepost het topic: de vier paden en zuivering http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2120.0.html  (http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2120.0.html), en het topic stroom-intrede(r) http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2398.0.html (http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2398.0.html) . In beide topics is iets over de paden van heiligheid en de smetten uitgelegd.
   In 2016 ben ik begonnen met het topic: Niveaus van heiligheid. Ik kon toen niet verder gaan met dat thema. Nu vind ik dat die titel de inhoud niet helemaal dekt, en daarom dit nieuwe topic.
     Hier ga ik het thema heiligheid in het Boeddhisme uitgebreid bespreken. Eerst worden de hindernissen, boeien en smetten van de geest uitgelegd, dan volgen de vier niveaus van heiligheid, en tot slot worden de soorten van bevrijding besproken.

   Bij de vermelding van de suttas gebruik ik nog de afkortingen zoals die in West-Europa gebruikelijk zijn/waren voordat door Amerikaanse invloed andere afkortingen in zwang kwamen.
A = AN = Anguttara Nikaya
D = DN = Digha Nikaya
M = MN = Majjhima Nikaya
S = SN = Samyutta Nikaya
Sn = Sutta Nipata

Geraadpleegde bronnen

Buddhadasa Bhikkhu: Emancipation from the World. Kandy : BPS, 1976. Bodhi Leaves No. B 73.
Dahlke, Paul (übers.): Buddha. Auswahl aus dem Palikanon. Wiesbaden : Fourier, [s.a.]
Dhammananda, K. Sri: The Dhammapada. Kuala Lumpur 1988.
The Discours on Effacement (Sallekha Sutta), Maj. Nik. 8,’ in: Nyânaponika Thera (ed.): The Simile of the Cloth and The Discourse on Effacement. Two Discourses of the Buddha from the Majjhima-Nikâya. Kandy: BPS, 1964, The Wheel Publication 61/62, p. 30-42.
Geiger, Wilhelm (Übers.): Samyutta-Nikâya. Die in Gruppen geordnete Sammlung aus dem Pâli-Kanon der Buddhisten. 1. Band, München-Neubiberg: Benares-Verlag, 1930.
Hecker, Hellmuth: Lives of the Disciples : Buddhist Women at the Time of the Buddha. Transl. from the German by Sister Khema. Kandy : BPS, 1982. The Wheel No. 292/293.
Horner, I.B. (transl.): The Noble Quest. Ariyapariyesana Sutta. The 26th Discourse of the Middle Length Sayings (Majjhima Nikâya). Kandy : BPS, 1974,The Wheel No. 198.
Horner, I.B. (Transl.): The Collection of the Middle Length Sayings (Majjhima-Nikāya), Vol. I. : The first fifty discourses (Mūlapaņņāsa). Oxford 2000,
Ireland, John D. (tr.): The Udâna. Inspired Utterances of the Buddha. Kandy : BPS, 1990.
Ireland, John D. (tr.): The Itivuttaka : The Buddha's Sayings. Kandy : BPS, 1991.
Katz, Nathan: Buddhist Images of Human Perfection. The Arahant of the Sutta Pitaka Compared with the Bodhisattva and the Mahâsiddha. Delhi, 1989 [1982]
Ñânamoli Thera: 'Anattâ according to the Theravada,' The Wheel No. 202/204 (Kandy 1974).
Ñânamoli, Bhikkhu: The Life of the Buddha according to the Pali Canon. (2nd ed.) Kandy : BPS, 1978. (1st ed. 1972).
Ñânananda, Bhikkhu: An Anthology from the Samyutta Nikâya with notes. Part Two. Transl. by Bhikkhu Ñânananda. Kandy : BPS, 1972, The Wheel No. 183/185
Ñânananda, Bhikkhu: 'Bhaddekaratta Sutta (The Discourse on the Ideal Lover of Solitude),' in: Ideal Solitude. An exposition of the Bhaddekaratta Sutta, Kandy: BPS, 1973, The Wheel No. 188, p. 19-22.
Nârada Maha Thera: The Buddha and His Teachings. (4th enlarged ed.) - Kandy : BPS, 2524/1980.
Nârada Thera: The Dhammapada : Pali Text and translation with stories in brief and notes. (3rd ed.) - Colombo: BMS, 2522-1978. (1st ed. 1963).
Neumann, Karl Eugen (Übers.): Die Reden Gotamo Buddhos. Aus der mittleren Sammlung Majjhimanikāyo des Pāli-Kanons, Wien 1956,
Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta). Vol. I. With alternative transl. by I.B. Horner and Walpola Rahula. London : PTS, 1984.
Nyânaponika Thera: The Simile of the Cloth and The Discourse on Effacement. Two Discourses of the Buddha from the Majjhima-Nikâya. Edited by Nyânaponika Thera. Kandy : BPS, 1964, The Wheel No. 61/62.
Nyanaponika Thera (comp. & tr.) The Five Mental Hindrances and their Conquest. Selected Texts from the Pali Canon and the Commentaries. (repr.) - Kandy : BPS, 1973, The Wheel No. 26. (1st ed. Colombo 1947).
Nyanaponika (Übers.) Sutta-Nipâta : Früh-buddhistische Lehr-Dichtungen aus dem Pali-Kanon. Mit Auszügen aus den alten Kommentaren. (2. revid. Aufl.) - Konstanz: Christiani, 1977. (Buddhistische Handbibliothek; 6).
Nyanatiloka (comp., tr. & expl.): The Buddha's Path to Deliverance, in its threefold division and seven stages of purity. (repr.). Kandy 1982.
Nyanatiloka (Übers.): Die Lehrreden des Buddha aus der Angereihten Sammlung Anguttara-Nikâya. Übers. von Nyanatiloka; hrsg. von Nyanaponika. Köln : DuMont Schauberg, 1969. Neue Gesamtausgabe in fünf Bänden. 3. revid. Neuauflage.
Nyânatiloka Mahathera (Comp. & transl.): 'Extracts from the Samyutta-Nikaya Dealing with Egolessness,' The Wheel No. 202/204 (Kandy 1974).
Nyânatiloka: Buddhist Dictionary : Manual of Buddhist Terms and Doctrines. Edited by Nyanaponika. (4th revised ed.) - Kandy : BPS, 1980. (1st ed. 1952).
Pereira, Ananda: Live now! Kandy: BPS, 1973, The Wheel No. 24/25.
Perera, T.H.: The Four Cankers (Āsavas). Kandy : BPS, 1967, Bodhi Leaves No. B 35.
Piyadassi Thera: The Seven Factors of Enlightenment. Satta Bojjhanga. (2nd impr.) Kandy : BPS, 1960. The Wheel no. 1,
Piyadassi Thera: The Buddha. A short Study of His Life and Teaching. (3rd enlarged ed.) Kandy : BPS, 1970. The Wheel No. 5ab.
Points of Controversy or Subjects of Discourse. Being a translation of the Kathâ-Vatthu from the Abhidhamma-Pitaka. transl. by Shwe Zan Aung & Rhys Davids. Oxford : PTS, 1993. (1st. ed. 1915).
Seidenstücker, Karl (übers.) Itivuttaka : Das Buch der Herrnworte : Eine kanonische Schrift des Pali-Buddhismus. Moers : Buddhistische Gemeinde am Niederrhein, [s.a.]
Soma Thera (tr.): The Lesser Discourse of the Buddha on the Elephant-footprint Simile, Kandy 1960, Bodhi Leaves No. B.5.
Story, Francis: Dimensions of Buddhist Thought (Collected Essays). Kandy: BPS, 1975, The Wheel No. 211/214.
The Three basic Facts of Existence. III. Egolessness (Anattâ). Collected Essays. Kandy 1974. The Wheel No. 202/204.
Walshe, Maurice (tr.): The Long Discourses of the Buddha. A Translation of the Dīgha Nikāya. Kandy : BPS, 1996. (The Teachings of the Buddha).
Woodward, F.L. (tr.): Udana. Verses of Uplift; and Itivuttaka. As it was said. (repr.) - London: PTS, 1985. (The Minor Anthologies of the Pali Canon, Part II). (1st ed. 1935).

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 04-06-2018 23:35
Smetten van de geest, niveaus van heiligheid en soorten van bevrijding

Inleiding
   
   In het Boeddhisme onderscheidt men elf soorten van mensen. Het zijn (1) de wereldlingen, (2) degenen die vertrouwen hebben, (3) degenen die de leer navolgen, (4-5) degenen die in de stroom zijn getreden, (6-7) degenen die eenmaal wederkeren, (8-9) degenen die niet meer wederkeren, en (10-11) de volmaakte heiligen.
   De onder de nrs. 4 t/m 11 genoemde personen zijn de acht waardige of edele mensen (ariya), de vier soorten van personen die op het pad van heiligheid gaan. Op elk niveau van dat pad wordt onderscheid gemaakt in (a) het betreden van het pad (magga) op het betreffende niveau, en (b) het verwerkelijken van de vervulling of vrucht (phala) op dat niveau. Zo krijgt men de acht waardige of edele mensen, de vier soorten van heiligen.

1. De wereldling

   Met wereldling (puthujjana) worden de monniken, nonnen, mannelijke en vrouwelijke leken aangeduid die geen enkel van de niveaus van heiligheid bereikt hebben. (A.IX.9)
2. Degenen die vertrouwen hebben
   Wie naar de Boeddha luistert en in hem vertrouwen stelt, dat zal hem of haar lang tot heil en geluk strekken. (M.34; zie ook S.XXII. 85, 109, 110, 117, 122)
   Degenen die genoeg liefde, toewijding hebben voor de Boeddha, zij gaan een hemelse sfeer tegemoet. (M.22)

3. Navolgers van de leer
   Degenen die de leer navolgen, die vertrouwen hebben, – zij allen gaan de Verlichting tegemoet, zij zullen veilig aan de andere oever aankomen. (M.34; M.22)
   Wie lang als volgeling van de Verhevene zijn toevlucht heeft genomen tot de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha, die kan niet meer in een toestand van ellende geraken. (S.LV.25)

   Iemand is niet snel in wijsheid. Maar hij bezit de volgende eigenschappen: het vermogen van vertrouwen, het vermogen van energie, het vermogen van oplettendheid, het vermogen van concentratie, het vermogen van wijsheid. En de door de Verhevene verkondigde leer keurt hij goed met een zekere mate van wijsheid bij kennismaking ermee, of hij heeft minstens tot de Volmaakte een zekere mate van vertrouwen en een zekere mate van sympathie.
   Ook zo'n persoon gaat niet meer naar de hel, naar de dierenwereld, naar het rijk van de ongelukkige geesten, gaat niet meer op een verkeerde weg, gaat niet naar ondergang. (S.LV.24-25)

   Deze mensen hebben het pad van de edelen nog niet betreden. De rijpgewordene (gotrabhū) heeft het ontwikkelingsniveau bereikt dat onmiddellijk vóór stroomintrede is. (A.IX.10)
   Zij zijn geschenken waard, gastvrijheid waard, gaven waard, waard eerbiedig gegroet te worden; zij zijn het beste veld voor goede werken in de wereld. (A.IX.10; A.X.16)

4-11.   Zoals boven vermeld zijn de acht waardige mensen of de vier soorten van personen die op het pad van heiligheid gaan, degenen die in de stroom zijn getreden, degenen die eenmaal wederkeren, degenen die niet meer wederkeren en de volmaakte heiligen.
   Er zijn niet meer dan deze acht soorten heiligen. Zij zijn vast in wijsheid en vast in deugdzaamheid. Gaven aan deze heiligen gegeven, brengen hoog loon. (A.VIII.59-60)

   Er is nog een andere indeling van heiligen, en wel naar soort van bevrijding namelijk: de vertrouwen-toegewijde, de waarheid-toegewijde, de door vertrouwen bevrijde, de door inzicht bevrijde, de lichaamsgetuige, de door weten bevrijde, de beiderzijds bevrijde. (A.X.16)

    Deze niveaus van heiligheid worden hieronder besproken in de hoofdstukken 2 en 3.

   Voordat het pad van heiligheid betreden wordt, en ook tijdens het begaan van dat pad, moeten meerdere hindernissen, boeien, smetten van de geest overwonnen worden. Die hindernissen, smetten en boeien worden eerst besproken, in hoofdstuk 1.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 05-06-2018 15:28
1. De boeien, smetten, hindernissen

   Als men het pad van de edelen, van de heiligen, heeft betreden, is men er zeker van dat volmaakte heiligheid bereikt zal worden. Het streven ernaar, de inspanningen die men ervoor moet doen, zijn beslist de moeite waard.
   Maar dat pad, die weg naar volmaakte heiligheid zit vol met smetten van de geest die helder inzien belemmeren, vol met hindernissen die overwonnen moeten worden, en vol met boeien die ons kluisteren aan deze wereld van lijden.
   Om de vier niveaus van heiligheid te kunnen bereiken, moeten die smetten verwijderd worden, moeten de hindernissen overwonnen worden en van de boeien waaraan men gekluisterd is moet men zich bevrijden.

   De geest is bevlekt met van buiten komende smetten. Maar oorspronkelijk is de geest helemaal zuiver. Door de Volmaakt Verlichte is het als volgt gezegd: “Deze geest is stralend, maar wordt bevuild door van buiten komende smetten.” Door de geest te reinigen kan men ze stralender maken. En de inspanning daarvoor is niet tevergeefs."

   In diverse leerreden worden hindernissen, boeien en smetten van de geest opgesomd. Er zijn suttas met 5, met 9, met 16 en met 10 hindernissen die overwonnen moeten worden. Enkele ervan worden in meerdere suttas vermeld. Zij moeten allemaal overwonnen worden vóór het betreden van het pad van de edelen of tijdens het gaan over dat pad.

   Op twee manieren kan men iets overwegen, namelijk:
1. Men overweegt het genot bij de boeiende dingen. -  Wanneer men zo overweegt, overwint men niet de begeerte, afkeer, onwetendheid. En men wordt niet vrij van geboorte, ouderdom en sterven, van zorg, gejammer, leed, pijn, wanhoop, men wordt niet vrij van lijden.
2. En men overweegt de afkeer van de boeiende dingen. - Wanneer men zo overweegt, overwint men begeerte, afkeer en onwetendheid. Zo wordt men vrij van geboorte, ouderdom en sterven, van zorg, gejammer, leed, pijn, wanhoop, men wordt  vrij van lijden. (A.II.6)

   Om alle hindernissen, smetten en boeien te overwinnen, moet men de vier grondslagen van oplettendheid ontplooien, de vier juiste inspanningen ontplooien, de vier jhanas ontplooien. (A.IX.73-92)


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 05-06-2018 15:30
1.1. De vijf hindernissen (pañca nīvaranāni)
   
   De volgende vijf hindernissen maken inzicht krachteloos; ze belemmeren vooruitgang en concentratie. Het zijn:
1. lobha, rāga, kāmacchanda: zintuiglijke verlangens,  zinnelijke lust, begeerte;
2. dosa, vyāpāda: haat, afkeer, kwaadwil;
3. thīna -middha, traagheid en luiheid.
4. uddhaccakukkucca: rusteloosheid en piekeren, gewetenswroeging; 
5. vicikicchā: twijfel. (A.IX.64, 67; D.2; zie ook A.III.69, S.XLVII.5 en M.10)

   De hindernissen 1 en 2, begeerte en haat, worden ook genoemd bij de negen hindernissen. (zie § 1.2.)

   Wanneer deze vijf hindernissen zijn ontstaan, dan zijn ze moeilijk te verdrijven. (zie A.V.160)

   "Als deze vijf geestelijke hindernissen aanwezig zijn, kan men niet helder zijn eigen heil onderkennen, noch dat van anderen, noch dat van beiden." (A.V.193).

   "Wanneer iemand deze vijf hindernissen niet heeft overwonnen, is het onmogelijk om zijn eigen ware heil te weten, het heil van anderen en het heil van beiden. En hij zal niet in staat zijn om die bovenmenselijke sfeer van onderscheidend niveau te verwerkelijken, namelijk de kennis en visie waardoor het bereiken van heiligheid mogelijk wordt.
   Maar wanneer iemand de vijf belemmeringen en hindernissen heeft overwonnen, deze overdekkingen van de geest die inzicht krachteloos maken, dan is het mogelijk dat hij met zijn sterk inzicht zijn eigen ware heil kan weten, het heil van anderen en het heil van beiden. En hij zal in staat zijn om die bovenmenselijke sfeer van onderscheidend niveau te verwerkelijken, namelijk de kennis en visie waardoor het bereiken van heiligheid mogelijk wordt.
   Wiens hart overweldigd is door onbeheerst verlangen, kwaadwil, traagheid en luiheid, rusteloosheid en piekeren, en door twijfel, die persoon doet wat hij niet moet doen en verwaarloost wat hij moet doen. En daardoor komt zijn goede naam en zijn geluk tot verderf.” (A.V.51).

   “Uit begeerte, uit haat, uit onwetendheid, met de geest overweldigd door begeerte, door haat, door onwetendheid, streeft men naar eigen nadeel, naar het nadeel van anderen, naar beider nadeel; uit begeerte, uit haat, uit onwetendheid  lijdt men geestelijke pijn en zorgen.
   Maar wanneer de begeerte, de haat, de onwetendheid is opgeheven, dan streeft men niet naar eigen nadeel, noch naar het nadeel van anderen noch naar beider nadeel; men lijdt geen geestelijke pijn en zorgen." (A.III.54-55, zie ook A.III.56 en A.III.72-73 en A.IV.18-19)

   Het is nodig voor een monnik om af en toe zelfonderzoek te doen, om te zien of begeerte, kwaadwil, traagheid en starheid in hem zijn ontstaan of niet; om  te zien of bezorgdheid en opwinding, en twijfels in hem bestaan; om te zien of hij vrij is van boosheid (woede) en of zijn geest wel of niet door onheilzame gedachten besmet is; om te zien of zijn lichaam op zijn gemak is, zonder rusteloosheid; om te zien of hij door luiheid is bezet; om te zien of hij concentratie van de geest heeft met helder begrip. (zie A.X.51)
   
   “Hoe beoefent een monnik het overwegen van de geestelijke objecten van de vijf hindernissen? - Wel, monniken, wanneer zinsverlangen in hem aanwezig is, dan weet hij: ‘Er is zinsverlangen in mij.’ Wanneer kwaadwil in hem aanwezig is, dan weet hij: ‘Er is kwaadwil in mij.’ Wanneer traagheid en luiheid in hem aanwezig zijn, dan weet hij: ‘Er is traagheid en luiheid in mij.’ Wanneer rusteloosheid en zich zorgen maken in hem aanwezig zijn, dan weet hij: ‘Er is rusteloosheid en zich zorgen maken in mij.’ Of wanneer deze hindernissen afwezig zijn, dan weet hij: ‘Er is geen hindernis in mij.’
   Hij weet hoe het ontstaan van een niet ontstane hindernis geschiedt; hij weet hoe het verwerpen van de ontstane hindernis geschiedt; en hij weet hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de verworpen hindernis geschiedt.” (M.10).

   “Wanneer een edele discipel deze vijf smetten inderdaad als belemmeringen van de geest heeft gezien, dan geeft hij ze op. En zodoende wordt hij beschouwd als iemand met grote wijsheid, met overvloedige wijsheid. Hij wordt dan beschouwd als iemand die helder en duidelijk ziet, die wel-begiftigd is met wijsheid. Dit heet: ‘Begiftigd met wijsheid’.” (A.IV.61).
   
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 06-06-2018 00:51
1.1.1. Begeerte

   Begeerte, zintuiglijke verlangens, zinnelijke lust worden ook vermeld bij de §§ 1.2.1. en 1.5.4.

   Volgens het commentaar noemde de Verhevene  ‘begeerte’ als eerste smet, omdat ze als eerste ontstaat. Want bij alle wezens, in welke sfeer van bestaan zij ook herboren worden, ontstaat het eerst begeerte door verlangen naar bestaan. Daarna verschijnen de andere smetten, al naar gelang de omstandigheden.
   
   Zintuiglijk verlangen naar en bevrediging in zingenot is een verontreiniging van de geest die er vast gevestigd is. Alles kan dienen als object voor begeerte, verlangen: kleuren en vormen, geluiden en geuren, smaken en aanrakingen, ideeën en gedachten. (Zie M.26) Die dingen zijn aangenaam, aantrekkelijk. Maar wie erin verstrikt is, wie geen inzicht heeft in het lijden, wie niet weet hoe eraan te ontkomen, die personen zijn tot ongeluk vervallen, zijn tot neergang vervallen, zijn een voorwerp naar willekeur voor het kwaad. (M.26)
    Maar degenen die van die dingen genieten zonder erin verstrikt te zijn, die er niet door overweldigd zijn, die inzicht in het lijden hebben, zij weten hoe zij eraan kunnen ontkomen. En die personen zijn niet tot het ongeluk vervallen, niet tot neergang vervallen, zijn geen voorwerp naar willekeur voor het kwaad. (M.26)

   “Begeerte omvat alle graden van aantrekkelijkheid tot een object, van het zwakste spoor van verlangen tot en met het grootste egoïsme.” (A.III.68).

   "De begeerte (tanha) is als een net, rusteloos drijvende, zich ver uitstrekkend, verstrikkend, waarin de mensheid verzonken en verwikkeld is als in de war geraakte draden, vervlochten als een strik uit gras en twijgen, zodat de mensen niet heen komen over de lagere werelden, de sporen van lijden, de afgronden van bestaan, de kringloop van het bestaan (samsāra).   
   Wat nu is die begeerte waarin de mensheid verstrikt is?  - Er zijn achttien door de eigen persoon veroorzaakte sporen van de begeerte, en er zijn achttien uiterlijk veroorzaakte sporen van de begeerte.
   Wat nu zijn de achttien door de eigen persoon veroorzaakte sporen van de begeerte? -  Wanneer de gedachte bestaat van 'ik ben',*1] dan ontstaat ook de gedachten 'dat ben ik' *2] – 'juist zo ben ik' – 'ik ben anders'*3] - 'ik ben eeuwig zijnde'*4] – 'ik ben niet eeuwig zijnde'*5]  - 'Misschien kan ik zijn'*6] - 'Misschien kan ik dat zijn' – 'Misschien ben ik precies hetzelfde' – 'Misschien ben ik wel anders' – 'Graag zou ik willen zijn'*7] - 'Graag zou ik dat willen zijn' – 'Graag zou ik precies zo willen zijn' – 'Graag zou ik anders willen zijn' – 'Ik zal zijn.' - 'Ik zal dat zijn.' - 'Ik zal precies zo zijn' – 'Ik zal anders zijn'. Dit zijn de achttien door de eigen persoon veroorzaakte sporen van de begeerte.
   Wat nu zijn de achttien uiterlijk veroorzaakte sporen van de begeerte? - Wanneer de gedachte bestaat: 'Om deze reden ben ik,'*8] dan ontstaan ook de gedachten: 'Om deze reden ben ik dat'*9] - 'Om deze reden ben ik precies zo' - 'Om deze reden ben ik anders' - 'Om deze reden ben ik eeuwig zijnde' - 'Om deze reden ben ik niet eeuwig zijnde' - 'Om deze reden ben ik misschien' - 'Om deze reden ben ik misschien dat' - 'Om deze reden ben ik misschien precies zo' - 'Om deze reden ben ik misschien anders' - 'Om deze reden wil ik graag precies zo zijn' - 'Om deze reden wil ik graag anders zijn' - ''Om deze reden wil ik graag zijn' - 'Om deze reden wil ik graag dat zijn' - 'Om deze reden zal ik zijn' - 'Om deze reden zal ik dat zijn' - 'Om deze reden zal ik precies zo zijn' - ''Om deze reden zal ik anders zijn.' Dit zijn de achttien uiterlijke sporen van de begeerte." (A.IV.199)
   Kortom, lijden ontstaat door begeerte en begeerte ontstaat door de mening dat er een "ik" is. 

   "Wat er aan begeerte bestaat, dat is een wortel van het onheilzame. Wat de begerende volvoert in daden, woorden of gedachten, ook dat is onheilzaam. Wat een begerende, overweldigd door begeerte, met verstrikte geest, iemand anders ten onrechte aan lijden toevoegt, - hetzij door terechtstelling, inkerkering, onttrekking van goederen, beschuldiging of uitwijzing – in de gedachte dat hij de macht heeft en de macht wil gebruiken, ook dat is onheilzaam. Zo ontstaan in hem, door begeerte geproduceerd, door begeerte als voorwaarde, uit begeerte ontsprongen, deze veelvoudige onheilzame dingen." (A.III.70)

   "De Boeddha onderwijst de overwinning van begeerte, en wel de begeerte naar lichamelijkheid, de begeerte naar gevoel, de begeerte naar waarneming, de begeerte naar formaties, de begeerte naar bewustzijn. 
   Welk kwaad is er in die soorten van begeerte? - Wanneer bij de lichamelijkheid, bij het gevoel, bij de waarneming, bij de formaties, bij het bewustzijn de begeerte niet is verdwenen, wanneer wil, toeneiging, vurig verlangen, niet zijn verdwenen, dan ontstaan door verandering van de lichamelijkheid, van het gevoel, van de waarneming, van de formaties, van het bewustzijn zorgen, gejammer, pijn, leed en wanhoop. Daarom onderwijst de Boeddha de overwinning van begeerte.
   Welk voordeel is er in de overwinning van begeerte? – Wanneer bij lichamelijkheid, gevoel, waarneming, formaties, bewustzijn begeerte is verdwenen, wanneer wil, toeneiging, vurig verlangen is verdwenen, dan ontstaan niet bij hem door verandering van lichamelijkheid, gevoel, waarneming, formaties, bewustzijn leed, gejammer, pijn, leed en wanhoop. Dat is het voordeel ervan." (S.XXII.2)

   "Negen dingen hebben hun wortels in begeerte. Na het begeren volgt het zoeken; na het zoeken volgt het verkrijgen; na het verkrijgen volgt de beslissing; na de beslissing volgt de hebzucht; na de hebzucht volgt de egoïstische drang; daarna volgt het in bezit nemen; daarna volgt de gierigheid; daarna volgt het waken over de dingen; en bij het waken over iets grijpt men naar stok en zwaard, er volgt strijd, ruzie, twist, lasterpraat en leugens, en er ontstaan veel andere slechte, onheilzame dingen." (A.IX.23, zie ook D.15)

   "Begeerte is een klein kwaad, maar moeilijk te overwinnen. De oorzaak, de voorwaarde dat niet ontstane begeerte tot ontstaan komt en dat de ontstane begeerte steeds groter en sterker wordt, is een aantrekkelijk object. Want wie over een aantrekkelijk object onwijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane begeerte tot ontstaan en de ontstane begeerte wordt steeds groter en sterker." (A.III.68-69; A.I.2)

   "De oorzaak, de voorwaarde dat niet ontstane begeerte niet tot ontstaan komt en dat de ontstane begeerte verdwijnt, is een walgelijk object (asubha-nimitta). Want wie over een walgelijk object wijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane begeerte niet tot ontstaan en de ontstane begeerte verdwijnt." (A.III.69; A.I.2)

   Monniken te Savatthi vertelden aan de Boeddha dat koning Pasenadi veel mensen had laten boeien. De Boeddha zei toen dat die boeien niet sterk zijn. Maar de begeerte naar zonen en vrouwen is een sterke boei. Ze trekt ons mee en is moeilijk los te maken. Wie deze boei heeft verbroken, die gaat zonder begeerte rond; hij heeft zinnelijke lust en vreugde achter zich gelaten.(S.III.10; zie ook Dhp. 345-346).

    "Wie het lijden heeft gezien en de oorzaak ervan, die zal zich geen zinnelijke genietingen toeëigenen. Het hechten aan de wereld is een boei. Men moet zich inspannen om die boei te verwijderen." (S.IV.20)

   Te Savatthi zeiden Satullapa Devata aan de Boeddha:
   "Zinnelijke genietingen bij de mensen zijn niet blijvend. Door er aan gebonden te zijn, erdoor verlamd, kan men niet komen tot niet meer wederkeer uit het bereik van de dood."
   "Uit begeerte stamt het kwaad; uit begeerte stamt het lijden. Uit de opheffing van begeerte volgt opheffing van het kwaad; uit de opheffing van het kwaad volgt opheffing van lijden."
   "Niet de veelvuldige zinnelijke genietingen die er in de wereld  zijn, maar het willen en verlangen van de mens is de lust der zinnen. De veelvuldige genietingen in de wereld blijven bestaan, maar de wijze verwijdert de begeerte ernaar."
   Deze woorden werden door de Boeddha goedgekeurd. (S.I.34)

   Te Savatthi. De eerwaarde Ananda en de eerwaarde Vangisa vertoefden er in het Jetavanaklooster. Beiden gingen op een morgen naar Savatthi om er voedsel te vergaren.*10] De Eerwaarde Vangisa werd toen bevangen door begeerte en lust. Zijn denken was erdoor in de war. Hij vroeg daarom aan de eerwaarde Ananda hoe hij die begeerte naar zinnelijk genot kon doven. Het antwoord van Ananda luidde: "Door een verkeerde voorstelling van zaken brandt in jou het vuur van begeerte. Vermijdt daarom gedachten die aangenaam zijn en die met begeerte gepaard gaan. Beschouw de wordingen als iets vreemds, als lijden, niet als iets dat tot jezelf behoort. Doof de begeerte; richt je denken geconcentreerd op iets onaangenaams. Wees bezonnen en beoefen gelijkmoedigheid. Oefen je erin van de gedachten los te komen, geef de neiging naar hoogmoed op. Dan zul je in vrede gaan." (S.VIII.4; vergelijk Sn. verzen 341, 342, 340).

   De wereld is omhuld door de rook van begeerte. (S.I.66). Mediteren over onzuivere objecten is het tegendeel van zinnelijk verlangen.
   De wereld wordt gebonden door de wens. Door het verwijderen ervan wordt zij verlost. Door het opgeven van de wens snijdt men alle boeien door. (S.I.69).   

   De yakkha Sūciloma vroeg:  “Waar hebben begeerte en haat hun oorsprong? Waaruit zijn onlust, lust, vrees ontstaan? Vanwaar zijn de gedachten ontstaan?”
     De Verhevene: “Begeerte en haat hebben hier hun oorsprong. Onlust, lust, vrees zijn hier ontstaan. Gedachten zijn hier ontstaan. Uit begeerte zijn ze voortgekomen, in het eigen ik ontstaan. In groot aantal hechten zij aan de zinnelijke genietingen. Maar degenen die weten waar ze hun oorprong hebben, die verdrijven ze. Zij overschrijden de rivier die moeilijk te overschrijden is, om niet meer wedergeboren te worden. (S.X.3)

   Begeerte, lust wordt tijdelijk opgeheven tijdens de meditatieve verdiepingen. Men is dan uit het zicht van het kwaad gekomen. (M.26)

   "Op grond van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen ontstaat begeerte. Terwijl men er over nadenkt, ze overweegt, ontstaat begeerte. Met begeerte is men aan die dingen geboeid; want de smet van de geest door hevig verlangen is een boei. Zo ontstaat op grond van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen de begeerte.
      Op grond van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen ontstaat geen begeerte. – Men ziet het toekomstige resultaat in van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen. Omdat men dat resultaat kent, vermijdt men ze. Terwijl men ze vermijdt en de geest ervan afwendt, onderkent men ze, ze wijs doordringend.
   Zo ontstaat op grond van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen geen begeerte." (A.III.113).

   De begeerte naar de zinsobjecten wordt voorgoed opgegeven door het pad van niet-wederkeer. Maar alle soorten van begeerte, met inbegrip van het verlangen naar bestaan in de fijnstoffelijke en de onstoffelijke sferen, zijn alleen vernietigd op het pad van volmaakte heiligheid.
_____
*1] Hoe ontstaat de gedachte 'Ik ben'? - Bij de lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de geestelijke vormingen en het bewustzijn overkomt hem het verlangen (chanda) 'Ik ben', de eigendunk (māna) 'Ik ben', de visie (ditthi) 'Ik ben.' Wanneer dat er is, dan bestaan er ook zulke uitbreidingen (papañcitāni) van zoals 'Dat ben ik', 'Precies zo ben ik' etc.
*2] Commentaar: de vijf groepen van bestaan in hun geheel en zonder betrekking op andere wezens (zoals bij de volgende twee begrippen).
*3] Commentaar: beter of minder.
*4] Commentaar: "Van de lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de geestelijke vormingen en het bewustzijn in hun geheel denkt hij: 'Ik ben blijvend, eeuwig, niet aan verandering onderhevig.' Hij denkt op de volgende manier: 'Eeuwig zijnde ben ik'.
*5] Commentaar:  Van de lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de geestelijke vormingen en het bewustzijn in hun geheel denkt hij: 'Ik zal te gronde gaan, zal vernietigd worden, zal er niet meer zijn.' Hij denkt: 'Niet eeuwig zijnde ben ik.' 
*6] Deze groep van begrippen brengt volgens het commentaar een twijfelend nadenken tot uitdrukking. 
*7] Dit en de volgende drie begrippen brengen volgens het commentaar een wensend nadenken tot uitdrukking.
*8] Commentaar:  Vanwege deze lichamelijkheid, dit gevoel, deze waarneming,  deze geestelijke vormingen, dit bewustzijn. - Vanwege het afzonderlijk nemen van deze vijf groepen. - Het is in deze samenhang heel vruchtbaar om de drie vormen waarin begeerte zich uit (verlangen, verwaandheid, visies) hier in detail toe te passen.
*9] Commentaar: De gedachte: 'Door deze ereparasol, dit zwaard, deze wijdingsdienst, ben ik een edelman;' door dit vedische weten deze positie als hofpriester etc. ben ik een brahmaan;' enz.
*10] De monniken gaan gewoonlijk met tweeën op weg. (Geiger, Wilhelm (Übers.). Samyutta-Nikâya. Die in Gruppen geordnete Sammlung aus dem Pâli-Kanon der Buddhisten. 1. Band, München-Neubiberg  1930, p. 294, noot 2)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 06-06-2018 12:20
1.1. De vijf hindernissen (pañca nīvaranāni)
   
   De volgende vijf hindernissen maken inzicht krachteloos; ze belemmeren vooruitgang en concentratie. Het zijn:
1. lobha, rāga, kāmacchanda: zintuiglijke verlangens,  zinnelijke lust, begeerte;
2. dosa, vyāpāda: haat, afkeer, kwaadwil;
3. thīna -middha, traagheid en luiheid.
4. uddhaccakukkucca: rusteloosheid en piekeren, gewetenswroeging; 
5. vicikicchā: twijfel. (A.IX.64, 67; D.2; zie ook A.III.69, S.XLVII.5 en M.10)

   De hindernissen 1 en 2, begeerte en haat, worden ook genoemd bij de negen hindernissen. (zie § 1.2.)

   Wanneer deze vijf hindernissen zijn ontstaan, dan zijn ze moeilijk te verdrijven. (zie A.V.160)

   "Als deze vijf geestelijke hindernissen aanwezig zijn, kan men niet helder zijn eigen heil onderkennen, noch dat van anderen, noch dat van beiden." (A.V.193).

Bedankt Nico. Nog wat informatie die ik las op www.puredhamma.net.

Met de hindernissen aanwezig is de geest niet kalm en vredig.

Het grootste kenmerk van de hindernissen, zoals A.V.193 aangeeft, is dat je verblind raakt.

Je hebt bijvoorbeeld allerlei soorten verlangens, maar het verlangen als hindernis, kamacchanda, dat is zo hevig dat je het koste wat kost wilt bevredigen. Het is een obsessie en verblind je. Ook al doe je immorele dingen het maakt je op dat moment niks uit. Het is dus een heel sterk soort verlangen. .

Dit geldt ook voor de andere hindernissen. Je hebt natuurlijk allerlei soorten van afkeer, maar vyapada, de hindernis van afkeer, is ook weer die afkeer die je verblindt en bijvoorbeeld in een staat van razernij brengt. Je bent totaal niet meer jezelf. Op zulke momenten zie ook echt niet meer wat moreel en immoreel is.

De andere hinderissen worden ook anders vertaald. Zo wordt uddacca wel vertaald met hoogmoed. Je bent dan verblind door die hoogmoed, verblind bijvoorbeeld door macht, door het respect wat je krijgt etc.
 Kukkucca is eerder het tegenovergestelde. Je denkt extreem laag over jezelf en dat verblind je voor je eigenwaarde. Je hebt geen zelfrespect, bent al je gevoel voor waardigheid verloren. Je verlaagt je nog tot het gedrag van een dier.

Vicikiccha wordt vrijwel altijd vertaald met twijfel maar volgens de eigenaar van de genoemde site klopt dit niet. Ook heiligen, zelfs arahant kunnen nog bepaalde twijfels hebben. Hij geeft op de site ook voorbeelden van twijfelende sotapanna's.
Vicikiccha zou de tendens zijn om onwijze dingen te doen door gebrek aan inzicht in de ware natuur van deze wereld (anicca, dukkha en anatta). Ik moet hierbij vooral denken aan naieviteit, dromerigheid.

Voor wie die eens wil nalezen:
https://puredhamma.net/three-levels-of-practice/moral-living-and-fundamentals/key-to-calming-the-mind/






Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 06-06-2018 12:48
Beste Siebe,

Volmaakte heiligen, arahants, kunnen geen twijfel  meer hebben. De auteur van pure dhamma net heeft het wat dat betreft helemaal mis.
Degene die in de stroom is getreden, de sotapanna, heeft geen twijfel meer wat betreft het Drievoudige Juweel. Hij of zij kan wel nog twijfel hebben aangaande de oefening.
Maar dat komt allemaal nog ter sprake in wat er nog volgt.

Groeten
Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 06-06-2018 13:21
Beste Siebe,

Volmaakte heiligen, arahants, kunnen geen twijfel  meer hebben. De auteur van pure dhamma net heeft het wat dat betreft helemaal mis.
Degene die in de stroom is getreden, de sotapanna, heeft geen twijfel meet wat betreft het Drievoudige Juweel. Hij of zij kan wel nog twijfel hebben aangaande de oefening.
Maar dat komt allemaal nog ter sprake in wat er nog volgt.

Groeten
Nico

Ja, maar...er zijn mensen die worden arahant (beëindiging van de asava's is gerealiseerd) maar ze hebben geen ervaring met jhana's. Hoe zouden zij zonder twijfels daarover kunnen spreken en iemands vragen daarover kunnen oplossen? Dat kunnen ze niet want op dit gebied zijn ze  niet thuis.

Ik heb begrepen dat ook niet elke arahant over allerlei speciale vermogens bezit. Zouden alle arahants dan alle ins en outs weten van de 31 rijken van bestaan?

Ik denk ook dat de kennis van een arahant niet gelijk is aan kennis van een Boeddha.

Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 06-06-2018 14:18
Beste,

Als aan een arahant gevraagd zou worden iets te vertellen over de meditatieve verdiepingen of over de werelden van bestaan, en indien hij er geen ervaring mee heeft, dan geeft hij ten antwoord dat hij er geen ervaring mee heeft.
Dat betekent niet dat hij er twijfel over heeft.

Groeten
Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 06-06-2018 15:28
1.1.2. Haat, afkeer, kwaadwil
   
   Haat, afkeer, kwaadwil, innerlijk tegenstreven wordt ook vermeld bij de §§ 1.2.2,  1.3.2 en  1.5.5.

   “Afkeer ontstaat door onwijs nadenken over een walgelijk object. Afkeer omvat alle graden van tegenzin van het zwakste spoor van kwaadwil tot en met de hoogste top van haat en gramschap.” (A.III.68).

   "Haat, afkeer is een groot kwaad maar gemakkelijk te overwinnen. De oorzaak, de voorwaarde dat niet ontstane haat tot ontstaan komt en dat de ontstane haat steeds groter en sterker wordt, is een afstotend object. Want wie over een afstotend object onwijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane haat tot ontstaan en de ontstane haat wordt steeds groter en sterker." (A.III.69; A.I.2)

   Wat  er aan haat bestaat, dat is een wortel van het onheilzame. Wat de hatende volvoert in daden, woorden of gedachten, ook dat is onheilzaam. Wat een hatende, overweldigd door haat, met verstrikte geest, iemand anders ten onrechte aan lijden toevoegt, - hetzij door terechtstelling, inkerkering, onttrekking van goederen, beschuldiging of uitwijzing – in de gedachte dat hij de macht heeft en de macht wil gebruiken, ook dat is onheilzaam. Zo ontstaan in hem, door haat geproduceerd, door haat als voorwaarde, uit haat ontsprongen, deze veelvoudige onheilzame dingen. (A.III.70)

   "De oorzaak, de voorwaarde dat de niet ontstane haat, afkeer niet tot ontstaan komt en dat de ontstane haat verdwijnt, is de liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van het hart. Want wie over de liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van het hart, wijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane haat niet tot ontstaan en de ontstane haat verdwijnt." (A.III.69; A.I.2)

   Het beoefenen van liefdevolle vriendelijkheid is het tegendeel van kwaadwil.
   Verdraagzaamheid is de hoogste ascese.

   De geest van iemand is vol kwaadwil en vol met haat gevulde bedoelingen en hij denkt: 'Mogen die wezens gedood worden, mogen zij in kleine stukken gehakt worden, mogen zij te gronde gaan, vernietigd worden.' - Een dergelijk gedrag wat de geest betreft veroorzaakt de toename van onheilzame toestanden en de afname van heilzame toestanden bij iemand die dat regelmatig doet. (M.114)
   Iemand draagt kwaadwil in zich en zijn gemoed is vol kwaadwil. - Deze soort van geestelijke neiging veroorzaakt toename van onheilzame toestanden en de afname van heilzame toestanden. (M.114)

   De geest van iemand is vrij van kwaadwil en vrij van met haat gevulde bedoelingen en hij denkt: „Mogen die wezens vrij zijn van vijandschap, leed en angst. Mogen zij hun geluk behouden.' - Een dergelijk gedrag wat de geest betreft veroorzaakt de afname van onheilzame toestanden en de toename van heilzame toestanden bij iemand die dat regelmatig doet. (M.114)
   Iemand is zonder kwaadwil en zijn gemoed is vrij van kwaadwil. - Deze soort van geestelijke neiging veroorzaakt de afname van onheilzame toestanden en de toename van heilzame toestanden. (M.114)
   Men heeft geen kwaadwil in het hart. Men heeft pure gedachten en bedoelingen. Men is iemand wiens geest niet is aangedaan door haat. Men denkt: ‘Mogen deze levende wezens vrij zijn van vijandschap, vrij van angst en vrij van kwelling. Mogen zij zonder zorgen zijn en mogen zij gelukkig leven.’ Deze soort van gedrag is heilzaam. (A.X.206 en M.41).

   Tot haat en kwaadwil behoort ook wrok, wraakzucht. Er zijn negen manieren waarop wraakzucht wordt gevormd [en wel door te denken]: 1) Hij heeft mij kwaad gedaan. 2) Hij doet me kwaad. 3) Hij zal me kwaad doen. 4) Hij heeft kwaad gedaan jegens iemand die me dierbaar is. 5) Hij doet kwaad jegens een dierbare. 6) Hij zal kwaad doen jegens een dierbare. 7) Hij heeft goed gedaan jegens iemand die ik niet mag. 8 )
Hij doet goed jegens iemand die ik niet mag. 9) Hij zal goed doen jegens iemand die ik niet mag. (A.IX.29; A.X.79-80)
   Deze gedachten kunnen overwonnen worden door te denken welk nut het heeft om zulke gedachten te koesteren. (A.X.79-80)

   Er zijn vijf manieren om van een wrok af te komen: 1) Als een afkeer jegens iemand ontstaat, moet men liefdevolle vriendelijkheid ontwikkelen, 2) of medelijden of 3) gelijkmoedigheid jegens hem/haar. 4) Of men moet geen aandacht aan hem schenken en niet aan hem denken. 5) Of men moet de gedachte koesteren: “Zijn enige bezit bestaat uit zijn daden; wat hij ook doet, goed of slecht, hij zal er de erfgenaam van zijn. Op die manier kunnen alle soorten van wrok die zijn ontstaan, worden verwijderd. (A.V.161; zie ook A.V.162)

   Deze hindernis wordt geheel en al opgeheven bij niet-wederkeer.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: MaartenD op 06-06-2018 16:14
Citaat
“Afkeer ontstaat door onwijs nadenken over een walgelijk object. Afkeer omvat alle graden van tegenzin van het zwakste spoor van kwaadwil tot en met de hoogste top van haat en gramschap.” (A.III.68).

Hoe kan ik alle afkeer overwinnen als volgens de leer sommige zaken objectief walgelijk zijn? Het lichaam is hier een mooi voorbeeld van. Zie vooral De vier grondslagen van oplettendheid (http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2570.msg19380.html#msg19380).

Persoonlijk heb ik er geen moeite mee om te proberen het lichaam te zien als neutraal, enkel als "de wet van ontstaan en van vergaan." Dit is echter niet wat de leer stelt. Kun je hier uitweg bieden, Nico?

Met warme groet,

Maarten
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 06-06-2018 18:48
Beste Maarten,

Wanneer men het object dat begeerte zou kunnen opwekken - b.v. het vrouwelijke lichaam, lekker eten, enz. - beschouwt als onrein, vergankelijk en walgelijk en wanneer men zich de afzonderlijke delen waaruit het lichaam of het object is samengesteld, voor de geest haalt, dan voorkomt men op die manier het ontstaan van de zinnelijke begeerte.
Wanneer men het object of de persoon die ongenoegen, wrok, haat of wraak bij iemand zou kunnen opwekken, doorstraalt met liefde, mededogen en welwillendheid, dan voorkomt men op die manier het ontstaan van een denkbeeld van het walgelijke of van de afkeer.

Meer hierover hoop ik later te posten in het topic: Contemplaties: beschouwing van het lichaam.

Nico

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 06-06-2018 21:43
Beste,

Als aan een arahant gevraagd zou worden iets te vertellen over de meditatieve verdiepingen of over de werelden van bestaan, en indien hij er geen ervaring mee heeft, dan geeft hij ten antwoord dat hij er geen ervaring mee heeft.
Dat betekent niet dat hij er twijfel over heeft.

Groeten
Nico

De eigenaar van de site zegt het zo dat een arahant nog altijd bepaalde onopgeloste kwesties heeft. In die zin heeft ie volgens hem nog altijd twijfels. Niet alles is even helder voor een arahant, is de strekking.

Siebe

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 06-06-2018 22:38
Beste,

Over de arahant heb ik het een en ander genoteerd, dus nog even wachten.
Maar in het Kathavatthu is al vermeld dat er betreffende arahantschap bij de Sammitiyas, de Vajjiputtiyas, de Sabbatthivādins en sommigen van de Mahāsanghikas de meningen waren dat een arahant terug kan vallen in een lagere sfeer (Points of Controversy I.2 ,p. 64-70); en dat hij twijfel kan hebben over de leer. (Points of Controversy II.3.4, p.118-119).
Deze punten werden toen door de eerwaarde Tissa Moggaliputta weerlegd.
Ik denk dat de eigenaar van de door jou genoemde site bovengenoemde meningen erop na houdt. En die komen niet overeen met de leer van het Theravada.

Groeten
Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 07-06-2018 01:51
1.1.3. Traagheid en luiheid

   De derde hindernis wordt opgeheven op het pad van volmaakte heiligheid. Ze bestaat uit een paar van euvels: traagheid (thîna) en luiheid (middha). Traagheid is een ziekelijke toestand van de geest; luiheid is een ziekelijke toestand van de geestelijke eigenschappen. Het is geen vermoeidheid van het lichaam. Ook de Arahants, de volmaakte heiligen die vrij zijn van dit paar van euvels, ondervinden lichamelijke moeheid. Laksheid is een gevaarlijke vijand van geestelijke ontwikkeling. Ze leidt tot grotere laksheid totdat er uiteindelijk een toestand ontstaat van grote onverschilligheid.*1]

   "Niets anders dan de traagheid ken ik waardoor zodanig de niet ontstane onheilzame dingen tot ontstaan komen en de ontstane heilzame dingen verdwijnen." (A.I.14)
   Het ontplooien van energie, toegepast denken, geestelijke inspanning is het tegendeel van traagheid en luiheid. (A.VIII.80)

   "Niets anders ken ik waardoor de nog niet ontstane starheid en luiheid zozeer tot ontstaan en de ontstane starheid en luiheid tot groei en ontwikkeling komen, dan onlust en traagheid, het luie strekken van de ledematen, de versuftheid na de maaltijd en geestelijke slapheid. Want bij degene die geestelijk slap is komen de niet ontstane starheid en luiheid tot ontstaan en de ontstane starheid en luiheid krijgen groei en ontwikkeling." (A.1.2)

   "Geen ander middel ken ik waardoor de ontstane starheid en luiheid niet tot ontstaan komen en de ontstane starheid en luiheid verdwijnen, dan de geestelijke houding van de wilskracht, het vooruit streven, en de energieke volharding. Want wie zijn wilskracht inzet, bij hem komen de niet ontstane starheid en luiheid niet tot ontstaan en de ontstane starheid en luiheid verdwijnen." (A.1.2)
_____
*1] Piyadassi Thera: The Seven Factors of Enlightenment. Satta Bojjhanga. (2nd impr.) Kandy 1960. The Wheel no. 1, p. 23; Nyânaponika Thera: The Five Mental Hindrances and their Conquest. Selected Texts from the Pali Canon and the Commentaries. Comp. & transl. by Nyanaponika Thera. (repr.) Kandy 1973. The Wheel No. 26. (1st ed. Colombo 1947), p. 22-25.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 07-06-2018 16:28
1.1.4. Rusteloosheid en zich zorgen maken

   Rusteloosheid en zich zorgen maken, gewetenswroeging, worden ook vermeld bij § 1.5.9.

   Deze hindernis bestaat uit geestelijke rusteloosheid, overbezorgdheid, gewetenswroeging, piekeren, afleiding, gebrek aan innerlijke vrede en rust. Wij allen hebben bepaalde wensen, in het bijzonder een verlangen om wel of niet iets te krijgen, wel of niet iets te zijn, het een of het ander. Er zijn dingen die wij graag willen hebben of dingen waar wij bang voor zijn en die wij wantrouwen.*1]
   Men moet zich realiseren dat het bestaan of het ontstaan van rusteloosheid in elke situatie een gevolg is van sommige vormen van verlangen, zelfs met inbegrip van het verlangen naar kennis. Wanneer verlangen is opgeheven door het besef van de vergankelijkheid, waardeloosheid en het niet-zelf zijn van alle dingen, wordt niets langer gezien als de moeite waard om te krijgen of te zijn, en dus is er geen enkele nieuwsgierigheid met betrekking tot iets. De Arahant is helemaal vrij van nieuwsgierigheid. Want er is niets waarnaar hij verlangt; zijn geest is zuiver.*2]

   Piekeren is heel onheilzaam. (S.I.64-65)
   Kalmte, een rustige geest, geluk is het tegendeel van rusteloosheid en bezorgdheid.

   "Niets anders ken ik waardoor de nog niet ontstane opwinding en gewetensonrust zozeer tot ontstaan en de ontstane opwinding en gewetensonrust tot groei en ontwikkeling komt, dan de innerlijke ontevredenheid. Want bij degene die innerlijk onrustig is, bij hem komt de niet ontstane opwinding en gewetensonrust tot ontstaan en de ontstane opwinding en gewetensonrust krijgt groei en ontwikkeling." (A.I.2)

   "Niets anders ken ik waardoor de niet ontstane opgewondenheid en geestelijke onrust niet tot ontstaan komt en de ontstane opgewondenheid en gewetensonrust verdwijnt, dan de innerlijke rust. Want bij degene die innerlijk rustig is, komt de niet ontstane
opgewondenheid en gewetensonrust niet tot ontstaan en de ontstane verdwijnt." (A.1.2)

   Deze hindernis wordt volledig opgeheven op het pad van niet-wederkeer (A.VI.65)
______
*1] Buddhadasa Bhikkhu: Emancipation from the World. Kandy 1976. Bodhi Leaves No. B 73, p. 17.
*2] idem, p. 18-19.


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 08-06-2018 13:13
1.1.5. Twijfel

   De hindernis twijfel wordt ook vermeld bij de drie lagere boeien (zie § 1.5.2).

   Deze hindernis heeft hier betrekking op twijfel betreffende de Boeddha, de leer, de Orde en de beoefening van de leer. (M.16) 
   
   De twijfel wordt opgeheven en vervangen door onwankelbaar en onveranderlijk vertrouwen in de Boeddha, diens leer en de gemeenschap van heiligen bij het in-de-stroom-treden. Want slechts op dit niveau is de band van twijfel volkomen vernietigd. Onwankelbaar vertrouwen in het Drievoudige Juweel en ongebroken deugdzaamheid zijn de vier eigenschappen van iemand die de stroom naar het hoge doel heeft betreden. (Commentaar bij M.7)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 09-06-2018 00:27
1.1.6. Voedsel voor en te boven komen van de vijf hindernissen

   “Juist zoals dit lichaam voedsel nodig heeft en niet zonder voedsel kan leven, op dezelfde manier hebben de vijf hindernissen voedsel nodig en kunnen zij zonder voedsel niet bestaan.” (S.XLVI.2).

   Het voedsel van die belemmeringen wordt gevormd door de drie slechte manieren van leven, namelijk verkeerd gedrag wat betreft lichaam, taal en denken.
   Dit drievoudige voedsel wordt op zijn beurt gevoed door het niet-beheersen van de zintuigen. Dit niet-beheersen van de zintuigen bestaat erin dat begeerte en afkeer toegelaten worden tot de zes zintuigen: oog, oor, neus, tong, lichaam en geest. Het voedsel van niet-beheersing is gebrek aan oplettendheid. De geest mist dan de kennis van de eigenschappen van het bestaan: veranderlijkheid, onvoldaanheid en niet-zelf. Ook het vergeten van de ware natuur der dingen is een reden voor niet-beheersing van de zintuigen. Als men niet steeds de vergankelijkheid en de andere eigenschappen der dingen in gedachten houdt, dan veroorlooft men zichzelf alle soorten vrijheden in denken, taal en daden.

   Wanneer men zichzelf vrij ziet van deze vijf hindernissen, ontstaat vreugde. In degene die vol vreugde is, ontstaat verrukking. Bij degene wiens geest vol verrukking is, is het lichaam gekalmeerd. Wanneer het lichaam tot bedaren is gekomen, voelt men geluk. En een gelukkige geest vindt concentratie. (D.2)

   Het beheersen van de zintuigen gaat aldus. Wanneer men met het oog een vorm ziet, dan hecht men niet aan het geheel noch aan de details ervan. En omdat bij het onbewaakte oog begeerte en ongenoegen, slechte, onheilzame invloeden in iemand kunnen binnenstromen, daarom doet men moeite dat te verhinderen. Men waakt over het oog en beteugelt het. 
   Wanneer men met het oor een geluid verneemt – wanneer men met de neus een geur ruikt – wanneer men met de tong een smaak proeft – wanneer men met het lichaam iets tastbaars voelt – wanneer men zich in de geest bewust is van een gedachte, dan hecht men niet aan het geheel noch aan de details ervan. En omdat bij de onbewaakte zintuigen begeerte en ongenoegen, slechte, onheilzame invloeden in iemand kunnen binnenstromen, daarom doet men moeite dat te verhinderen. Men waakt over de zintuigen en beteugelt ze. Zo waakt men over de deuren van de zintuigen. (A.III.16)

   Als de geest niet van die vijf onzuiverheden bevrijd is, is de geest niet plooibaar en niet handelbaar; dan heeft ze gebrek aan stralende helderheid en stevigheid. De geest kan zich dan niet goed concentreren op het vernietigen van de smetten.
   Maar als de geest vrij is van die vijf onzuiverheden, dan is ze plooibaar en handelbaar; dan heeft ze stralende helderheid en stevigheid. En de geest kan zich dan goed concentreren op het verdrijven van de smetten. Er zijn staten die verwerkelijkt kunnen worden door de hogere geestelijke vermogens. Op wat voor staat daarvan men de geest ook richt, het vermogen om die te verwerkelijken zal men in ieder geval verwerven als aan de andere voorwaarden voldaan is. (A.V.23; zie ook A.V.193).

   Onheilzaam zijn de vijf hindernissen, namelijk de hindernis door wensen, willen, de hindernis door haat, de hindernis door luiheid, de hindernis door opwinding en onrust, en de hindernis door twijfel.
   Maar heilzaam zijn de vier grondslagen van oplettendheid. (S.XLVII.5)

   De vijf hindernissen worden ook vermeld bij de vier grondslagen van oplettendheid, bij het beschouwen van geestelijke objecten.

   Als zinsverlangen, kwaadwil, afkeer, traagheid en starheid, rusteloosheid en gewetenswroeging, of als  twijfel aanwezig is, dan weet iemand met begrip dat die betreffende hindernis aanwezig is. En als ze afwezig is, weet hij dat ook. Hij begrijpt hoe die hindernissen ontstaan en hij begrijpt hoe ze opgegeven kunnen worden. En hij begrijpt wat men moet doen om te voorkomen dat ze in de toekomst weer ontstaan. (M.10).

   Het weten van het ontstaan van een van de hindernissen is een eenvoudige maar zeer effectieve methode om deze en andere smetten van de geest tegen te gaan. Door het oplettend en direct noteren van de hindernissen wordt een halt toegeroepen aan het ongeremde voortbestaan van onheilzame gedachten. Het noemen van de naam breekt de betovering, zoals ook in veel sprookjes wordt verhaald. Ook wordt de oplettendheid van de geest erdoor versterkt. Deze methode is gebaseerd op een eenvoudig maar psychologisch feit. In de commentaren is het als volgt omschreven: “Een goede en een slechte gedachte kunnen niet tegelijkertijd ontstaan. Tijdens het weten van het zinsverlangen (dat in het voorgaande moment ontstond) bestaat daarom dat zinsverlangen niet meer (maar alleen de daad van weten).”

   Deze vijf hindernissen kunnen tijdelijk opgeheven worden door het bereiken van de jhanas, de meditatieve verdiepingen in de sfeer van vorm.

   “Bevrijd van zinsverlangens, bevrijd van onheilzame ideeën, betreedt hij de eerste jhana en hij vertoeft erin; deze jhana gaat vergezeld van denk-voorstellingen en redenerend denken; ze is ontstaan uit afzondering en is gevuld met vreugde en verrukking.
   Dan betreedt hij de tweede jhana en vertoeft erin; dan betreedt hij de derde jhana en dan de vierde jhana.” (D.2).
   Maar het bereiken van de jhanas is niet het doel waarnaar gestreefd wordt. Door inzicht verdrijft men de verborgen smetten en bereikt men volmaakte zuiverheid. Zolang als onzuiverheden of smetten in iemands geest latent aanwezig zijn, zolang is het mogelijk dat er kwaad in hem of haar ontstaat.
   
   Deze vijf hindernissen verdwijnen voorgoed bij het bereiken van de vier bovenwereldse paden. Sceptische twijfel (5) is verdreven bij het eerste niveau van heiligheid, het pad van het in de stroom treden. Zintuiglijk verlangen (1), kwaadwil (2) en rusteloosheid (4) zijn verdreven bij het derde niveau van heiligheid, het pad van niet-wederkeer. Ook traagheid en luiheid (3)  verdwijnen op het pad van niet wederkeer.


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 09-06-2018 12:34
1.1.7. De zes elementen van ontkomen - Nissâranîya Sutta (A.VI.13)

   Er zijn zes elementen van het ontkomen, namelijk:

   1. Het is niet mogelijk dat bij iemand die de gemoed bevrijdende goedheid (metta) heeft ontplooid, ze vaak heeft geoefend, tot leidraad en basis heeft genomen, ze uitgeoefend, vermeerderd en tot volmaaktheid heeft gebracht, de geest dan door haat geboeid is. Want de gemoed bevrijdende goedheid bestaat immers uit het ontkomen aan haat.

   2. Het is niet mogelijk dat bij iemand die het gemoed bevrijdende mededogen heeft ontplooid, ze vaak heeft geoefend, tot leidraad en basis heeft genomen, ze uitgeoefend, vermeerderd en tot volmaaktheid heeft gebracht, de geest dan geboeid wordt door vijandigheid. Want in het ontkomen aan vijandigheid bestaat immers het gemoed bevrijdende mededogen.

   3. Het is niet mogelijk dat bij iemand die de gemoed bevrijdende medevreugde heeft ontplooid, ze vaak heeft geoefend, tot leidraad en basis heeft genomen, ze uitgeoefend, vermeerderd en tot volmaaktheid heeft gebracht, de geest dan door ontevredenheid of tegenzin*1] geboeid is. Want uit het ontkomen aan ontevredenheid en tegenzin bestaat immers de gemoed bevrijdende medevreugde.

   4. Het is niet mogelijk dat bij iemand die de gemoed bevrijdende gelijkmoedigheid heeft ontplooid, ze vaak heeft geoefend, tot leidraad en basis heeft genomen, ze uitgeoefend, vermeerderd en tot volmaaktheid heeft gebracht, de geest door begeerte geboeid is. Want in het ontkomen aan de begeerte bestaat immers de gemoed bevrijdende gelijkmoedigheid.*2]

   5. Het is niet mogelijk dat bij iemand die de gemoed bevrijding zonder voorwaarden*3] heeft ontplooid, ze vaak heeft geoefend, tot leidraad en basis heeft genomen, ze uitgeoefend, vermeerderd en tot volmaaktheid heeft gebracht, het bewustzijn dan toch nog de voorstellingen van oorzakelijkheid navolgt. Want in het ontkomen aan alle voorstellingen van oorzakelijkheid bestaat immers de voorwaardeloze gemoedsbevrijding.

   6. Het is niet mogelijk dat bij iemand in wie de ik-gedachte verdwenen is en die niet meer de mening heeft ‘dit ben ik’, toch nog door de borende twijfel en onzekerheid de geest geboeid gehouden wordt. Want in het ontkomen aan borende twijfel en onzekerheid bestaat immers de vernietiging van de ik-waan.

   Deze zes elementen van ontkomen zijn er. (A.VI.13)

Met andere woorden:
   Het is niet mogelijk dat bij iemand de geest geboeid blijft door afkeer, als hij de bevrijding van het gemoed door het overdenken van metta, liefdevolle vriendelijkheid, ontplooit, vaak oefent. Want de
gemoed bevrijdende vriendelijkheid bestaat in het ontgaan van afkeer.
   Het is niet mogelijk dat bij iemand die mededogen ontplooit, vaak oefent, de geest geboeid blijft door vijandschap. Want het gemoed bevrijdende mededogen bestaat in het ontgaan van vijandschap.
   Het is niet mogelijk dat bij iemand die medevreugde ontplooit, vaak oefent, de geest geboeid wordt door ongenoegen. Want de gemoed bevrijdende medevreugde bestaat in het ontgaan van ongenoegen.
   Het is niet mogelijk dat bij iemand die gelijkmoedigheid ontplooit, vaak oefent, de geest door begeerte geboeid wordt. Want in het ontgaan van begeerte bestaat de gemoed bevrijdende gelijkmoedigheid.
--------------
*1] ontevredenheid, mismoedigheid, neerslachtigheid; arati, lusteloosheid, tegenzin.
*2] Deze vier gemoed bevrijdende eigenschappen worden ook de goddelijke toestanden of verheven verblijven
(brahma-vihâra) genoemd.
*3]
animittâ cetovimutti. Volgens het commentaar is hier het intensieve inzicht (balava-vipassanâ) bedoeld. Degenen die de lange suttas uitleggen (de Dîgha-bhanaka) beweren echter dat het betrekking heeft op het bereiken van het doel van heiligheid. Want die toestand heet ‘zonder voorwaarden’ omdat  daarin de voorwaarden (nimitta), (zoals begeerte, haat en onwetendheid), en lichamelijkheid (namelijk gevoel, waarneming, vormingen en bewustzijn), en blijvendheid (namelijk echt geluk en een ikheid) niet te vinden zijn. Nimitta kan hier ook als het (bedrieglijke) voorstellingsbeeld van de bestaansvorm opgevat worden.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 09-06-2018 22:22
1.2. Negen hindernissen
   
   In A.IX.62 worden negen hindernissen opgesomd. Wanneer men deze hindernissen heeft overwonnen kan men de heiligheid verwerkelijken.
   Die hindernissen zijn: 1) begeerte, 2) haat, kwaadwil 3) onwetendheid, 4) toorn, 5) woede, 6) lasteren, kleineren, 7) tirannie, overheersen, 8 ) afgunst,  jaloersheid, 9) gierigheid.
   Zonder negen dingen overwonnen te hebben is men niet in staat om de heiligheid te verwerkelijken. Maar wie deze negen dingen heeft overwonnen, die is in staat om de heiligheid te verwerkelijken. (A.IX.62)

   Van deze negen hindernissen moeten de nummers 4 t/m 9 overwonnen worden vóórdat het pad van de edelen betreden kan worden.
   De hindernissen begeerte en haat, afkeer, verdwijnen pas helemaal op het pad van niet wederkeer.
   En onwetendheid wordt pas geheel overwonnen bij het verwerkelijken van volmaakte heiligheid.
   
   De hindernissen 1 en 2, begeerte en haat, worden ook genoemd bij de vijf hindernissen (zie §§ 1.1.1 en 1.1.2)

   Er zijn twee eigenschappen waarmee men in ellende leeft; die de hard oefenende monnik tot nadeel strekken; waarmee men overeenkomstig de daden in een hel komt; en als men die eigenschappen heeft, na de dood in een lagere wereld verschijnt, in afgronden van bestaan, in een hel. 
   Die twee [paren van] eigenschappen zijn: toorn en woede; kleineren en jaloersheid; afgunst en gierigheid; valsheid en huichelarij; schaamteloosheid en gewetenloosheid. (A.II.181, 183, 185, 187, 189)
   
   Er zijn twee eigenschappen  waarmee men gelukkig leeft; ze strekken de hard oefenende monnik niet tot nadeel; als men in het bezit ervan is, komt men overeenkomstig de daden in een hemels bestaan; en als men in het bezit ervan is, verschijnt men na de dood op een goed pad van bestaan, in een hemelse wereld.
   Die twee [paren van] eigenschappen zijn: het zijn zonder toorn en zonder woede; het vrij zijn van kleineren en van jaloersheid; het zijn zonder afgunst en zonder gierigheid; het vrij zijn van valsheid en huichelarij; het hebben van schaamte en morele vrees. (A.II.182, 184, 186, 188, 190)

   Om deze hindernissen en smetten te doorzien en zich ervan te bevrijden, moet men twee dingen oefenen:  kalmte van geest en inzicht. (A.II.231-246)
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 10-06-2018 15:18
1.2.1-3. begeerte, haat, onwetendheid
   
   begeerte; zie: § 1.1.1
   haat, kwaadwil; zie § 1.1.2.
   onwetendheid, 1.2.3. - De hindernis onwetendheid wordt besproken bij § 1.5.10, omdat ze de laatste hindernis is die overwonnen moet worden.

   Een asceet stelde eens aan de eerwaarde Ananda een vraag over begeerte, haat en onwetendheid samen. Het antwoord van de eerwaarde Ananda laat ik hier volgen.
   
   "De Boeddha onderwijst de overwinning van begeerte, haat en onwetendheid. Welke slechte gevolgen zijn er bij begeerte, haat en onwetendheid?
   Uit begeerte, haat en onwetendheid, overweldigd daardoor, met verstrikte geest, brengt men zichzelf schade toe, brengt men anderen schade toe, brengt men beide schade toe, lijdt men geestelijke pijn en smart.
   Maar als begeerte, haat en onwetendheid zijn opgeheven, dan brengt men zichzelf geen schade toe, noch brengt men anderen schade toe, noch brengt men beide schade toe, lijdt men geen geestelijke pijn en smart.
   Uit begeerte, haat en onwetendheid, overweldigd daardoor, met verstrikte geest, voert men een slecht gedrag in daden, woorden en gedachten. Men kent niet overeenkomstig de werkelijkheid het eigen heil, het heil van de ander, nog beider heil. Maar als begeerte, haat en onwetendheid zijn opgeheven, dan voert men geen slecht gedrag in daden, woorden en gedachten. En men kent overeenkomstig de werkelijkheid het eigen heil, het heil van de ander en beider heil.
   Begeerte, haat en onwetendheid maken blind, maken ogen-loos, maken onwetend, verwoesten de wijsheid, zijn met kwalen verbonden en voeren niet naar Nibbana.
   Omdat begeerte, haat en onwetendheid deze slechte gevolgen hebben, daarom is de overwinning van begeerte, haat en onwetendheid onderwezen.
   En het pad dat naar de overwinning van begeerte, haat en onwetendheid voert, is het edele achtvoudige pad: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste concentratie.” (A.III.72)
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 10-06-2018 20:38
1.2.4-5. woede, toorn, boosheid

   Deze smet wordt ook vermeld bij § 1.3.3.

   “Iemand die toornig is, vol haat, boosaardig, een lasteraar, met slechte bedoelingen, huichelachtig, ken hem als verschoppeling." (Sn.I.7 vers 116)
 
   Een man of vrouw wordt vlug boos, wordt vlug kwaad. Zelfs als een kleinigheid is gezegd, is die persoon woedend, boos, kwaadgezind. Hij of zij toont een slecht humeur, haat en knorrigheid. Ten gevolge van zulke wilsacties verschijnt die persoon na de dood in een staat van ellende. En indien hij of zij na de dood in de menselijke staat geboren wordt, dan is die persoon lelijk. Dit is de weg die voert naar lelijkheid, namelijk boosheid, woede, een slecht humeur, haat en knorrigheid. (M.135).
 
   Maar wie niet vlug boos is, wie niet vlug kwaad wordt, wie niet om een kleinigheid woedend, boos, kwaadgezind is, wie geen slecht humeur, haat of knorrigheid toont, ten gevolge van zulke wilsacties verschijnt die persoon na de dood in een gelukkige bestemming, in een hemelse wereld. En indien hij of zij na de dood in de menselijke staat geboren wordt, dan is die persoon mooi. Dit is de weg die voert naar schoonheid, namelijk niet boos worden, niet kwaad worden, geen slecht humeur hebben en geen haat of knorrigheid tonen. (M.135).

   "Om gelukkig te leven moet men de woede en de toorn afsnijden. De vernietiging van woede en toorn wordt door de edelen geprezen. Want dan heeft men geen lijden meer." (S.VII.1)

   "Wanneer iemand op ons scheldt, ons beschimpt, dan nemen wij dat niet aan. Het valt terug op degene die scheldt of beschimpt.
   Wie niet boos wordt op degene die boos is op ons, die wint de zware strijd. Wie rustig blijft, werkt voor de zegen van beiden, voor de eigen zegen en voor die van de ander. Alleen de mensen die onkundig zijn van de ware leer houden hem voor een dwaas." (S.VII.2-3)

     "Een goed mens noemen de Tavatimsa goden degene die vader en moeder ondersteunt, die de oudsten in de familie hoog vereert, die zachtmoedig is en vriendelijk spreekt, die lasterpraat vermijdt, die zich inspant om de gierigheid te onderdrukken, en die de toorn overwint." (S.XI.11)

    "De toorn moet men afsnijden om gelukkig te leven, om geen zorgen te hebben. De vernietiging van de toorn wordt door de edelen geprezen. Want als men de toorn heeft afgesneden lijdt men geen zorgen meer." (S.XI.21)

   "De toorn moet men beheersen; men moet niet hevig zijn tegen de vrienden. Men moet diegene niet berispen die niet te berispen is. Men moet niet kwaad spreken. De booswicht wordt door zijn toorn verpletterd." (S.XI.24)
 
   "Toorn mag iemand niet overmannen; men moet niet boos worden op iemand die boos is. Niet boos worden en geen letsel toebrengen is in de edele. Maar de booswicht wordt bedolven door zijn toorn." (S.XI.25)

   Toorn is onheilzaam. Het vrij zijn van toorn is heilzaam, heeft geluk als resultaat. (A.II.191-200)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 11-06-2018 13:29
1.2.6. lasteren, kleineren, verachten

   De smet van lasteren, kleineren, verachten wordt ook vermeld bij § 1.3.5.

   Iemand spreekt hatelijk; hij vertelt elders wat hij hier vernomen heeft, om tweedracht te zaaien; of hij vertelt hier wat hij elders heeft gehoord, om tweedracht te zaaien. Hij is iemand die tweedracht zaait tussen degenen die eerst verenigd waren; hij is iemand die splitsing beoefent, die van tweedracht geniet, zich erover verheugt, zich eraan vermaakt, iemand die woorden uit die tweedracht zaaien. - Deze soort van gedrag wat de taal betreft veroorzaakt toename van onheilzame toestanden en de afname van heilzame toestanden. (M.114)

   Iemand ziet ervan af kwaad te spreken en van het veroorzaken van onenigheid. Hij vertelt niet elders wat hij hier vernomen heeft, om tweedracht te zaaien; hij vertelt niet hier wat hij elders heeft gehoord, om tweedracht te zaaien. Hij is iemand die degenen samenbrengt die gescheiden waren; hij is een voorstander van vriendschap, die van eendracht geniet, zich erover verheugt, zich eraan vermaakt, iemand die woorden uit die eendracht bevorderen. - Deze soort van gedrag wat de taal betreft is heilzaam, veroorzaakt de afname van onheilzame toestanden en de toename van heilzame toestanden bij iemand die dat regelmatig doet. (M.114; A.X.206 en M.41).

   Kleineren is onheilzaam. Het vrij zijn van kleineren is heilzaam, heeft geluk als resultaat. (A.II.191-200)


1.2.7. tirannie, overheersen

   De smet van tirannie, overheersen wordt ook vermeld bij § 1.3.6.
   
   Veeleisendheid leidt naar het ontstaan van onheilzame dingen. (A.I.14)


1.2.8. afgunst, jaloersheid, nijd
   
   De smet van afgunst, jaloersheid, nijd wordt ook vermeld bij de §§ 1.3.7 en 1.3.8.
   
   Een man of vrouw is jaloers; hij of zij benijdt de winst van anderen, de eer, het respect, de begroetingen en giften die zij krijgen. En hij of zij misgunt anderen dat. Ten gevolge van zulke wilsacties verschijnt die persoon na de dood in een staat van ellende. En indien hij of zij na de dood in de menselijke staat geboren wordt, dan is die persoon onbeduidend, zonder invloed. Dit is de weg die voert naar onbeduidendheid, namelijk jaloersheid, nijd, afgunst. (M.135).
 
   Maar wie niet jaloers is, wie de winst van anderen niet benijdt en ook niet de eer, het respect, de begroetingen en giften die zij krijgen; en wie anderen dat niet misgunt, ten gevolge van zulke wilsacties verschijnt die persoon na de dood in een gelukkige bestemming, in een hemelse wereld. En indien hij of zij na de dood in de menselijke staat geboren wordt, dan is die persoon invloedrijk. Dit is de weg die voert naar invloed, namelijk niet jaloers zijn, geen afgunst hebben. (M.135).

   Een oorzaak voor achteruitgang, verval, neergang is als men zijn jeugd voorbij is en dan een jonge vrouw neemt en als men wegens haar niet meer kan slapen van jaloersheid. (Sn.I.6 vers 110)

   Jaloersheid is onheilzaam. Het vrij zijn van jaloersheid is heilzaam, heeft geluk als resultaat. (A.II.191-200)


1.2.9. gierigheid
   
   De smetten van gierigheid , hebzucht en onjuist begeren worden ook vermeld bij § 1.3.1.

   "Uit gierigheid en nalatigheid wordt niets gegeven. Als men veel rijkdom heeft en genoeg geld en voedsel, en dan zijn luxe alleen geniet, als men geen aalmoezen geeft, als men gierig is, dat is de oorzaak van iemands achteruitgang. De gierigaard is bang ervoor door geven in armoede te geraken en geeft daarom niets. Maar dat is juist het gevaar voor degene die niets geeft. Honger en dorst treffen de vrek in deze wereld en in de andere.
   Daarom moet men de gierigheid verdrijven, het vuil van de hebzucht overwinnen en gaven geven. Verdienstelijke werken zijn in de andere wereld een vast steunpunt voor de levende wezens." (S.I.32)

   "Degenen die in deze wereld gierig zijn, die ook anderen die graag willen geven, ervan afhouden gaven te geven, die veroorzaken nadeel en hindernis. Zij verhinderen de goede daad van de gever. Zij voorkomen dat de ontvanger de gaven ontvangt. En van te voren al benadelen zij hun eigen karakter.
   In de hel, in de dierenwereld, in de wereld van de ongelukkige geesten worden zij wedergeboren. En als zij als mens wedergeboren worden, dan komen zij ter wereld in een arm gezin waar kleding, voeding, vermaak en ontspanning slechts met moeite verkregen worden." (S.I.49)

   "Het voedsel dat men in vertrouwen geeft met een verheugd gemoed, dat volgt iemand na in deze wereld en in de andere. Daarom moet men de gierigheid verdrijven en gaven geven, en de onreinheid van hebzucht overwinnen. Verdienstelijke werken zijn voor de levende wezens een vaste basis in de andere wereld." (S.I.43)

   "Als het loon en de vrucht van het geven van gaven aan de wezens bekend was, dan vermeden zij de smet van gierigheid en gaven zij met heel opgewekt gemoed aan de edelen, wanneer het passend is, daar waar de vrucht het grootste is.
   Degenen die rijkelijk voedsel geven, gaan na de dood naar de hemel. Daar verheugen zij zich in het genot van het loon van geven omdat zij hier niet gierig waren." (It.26 - Dāna Sutta)

   "Degene die vol inzicht is, overtreft de gierige mens in vijf punten. Die vijf punten zijn hoge ouderdom, hoog aanzien, schoonheid en welzijn. En hemels geluk wordt zijn deel.” (A.V.31)

    "Het beste hulpvaardig gedrag is o.a. de gierigaard aan te moedigen tot het verkrijgen van vrijgevigheid en hem daarin te sterken en te vestigen." (A.IX.5)

   "Wanneer een zedenreine monnik naar hun huis komt en wanneer de mensen dan de smet van gierigheid ontzeggen, op een dergelijke tijd heeft dat gezin het pad naar grote macht genomen." (A.V.199)
   Het verwerven van verdiensten gaat verder als men die persoon eigenhandig bedient, vol eerbied begroet en een zitplaats aanbiedt. De smet van gierigheid wordt dan opgegeven.

   "Geliefd is wie geeft; hem zoeken velen op. Een goede naam wordt hem deelachtig; zijn aanzien groeit. Vrij van verwarring treedt hij onder de mensen, vol zekerheid, omdat hij niet gierig is."

   Gierigheid is onheilzaam. Het vrij zijn van gierigheid is heilzaam, heeft geluk als resultaat. (A.II.191-200)
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 12-06-2018 12:30
1.3. De 16 smetten van de geest
   
   In de gelijkenis van de doek (M.7)*1] worden zestien smetten van de geest opgesomd. Die smetten zijn alle van ethische aard en betreffen het sociale gedrag van de mens. Het zijn (1) hebzucht en onjuist begeren; (2) kwaadwil, afkeer, haat; (3) boosheid, woede; (4) vijandschap; (5) lasteren, kleineren, verachten; (6) tirannie, overheersen; (7) afgunst, nijd; (8 ) jaloersheid; (9) huichelarij, misleiding; (10) bedriegen; (11) koppigheid, verstoktheid; (12) aanmatigen, wedijveren, onstuimigheid, rivaliteit; (13) eigendunk, verwaandheid; (14) hoogmoed, laatdunkendheid; (15) pronkzucht, ijdelheid, verwaandheid; (16) nalatigheid, onoplettendheid.

   Al deze smetten ontstaan uit begeerte en egoïsme, uit afkeer, zelfbevestiging en eigenwaan, of uit combinaties van meerdere ervan.

   Behalve de 16 metten van de geest geeft de Boeddha in deze toespraak ook aan hoe men die 16 smetten kan opheffen.

De gelijkenis van de doek 

   Eens sprak de Gezegende aldus: “Monniken, veronderstelt dat een doek besmet en vuil was en dat een verver hem in de een of andere verfstof dompelde, hetzij blauw of geel of rood of roze. De doek zou de verf slecht aannemen en onzuiver van kleur zijn. En waarom? Omdat de doek niet zuiver was. En evenzo, monniken, als de geest besmet is, kan een ongelukkige bestemming in een toekomstig bestaan verwacht worden.*2]
       Monniken, veronderstelt dat een doek zuiver en helder was en dat een verver hem in de een of andere verfstof dompelde, hetzij blauw of geel of rood of roze. De doek zou de verf goed aannemen en zuiver van kleur zijn. En waarom? Omdat de doek rein was. En evenzo, monniken, als de geest onbesmet is, kan een gelukkige bestemming in een toekomstig bestaan verwacht worden.
       En wat, monniken, zijn de smetten van de geest?
1) Hebzucht en onjuist begeren is een smet van de geest.
2) Kwaadwil, afkeer, haat is een smet van de geest.
3) Boosheid, woede is een smet van de geest.
4) Vijandschap is een smet van de geest.
5) Lasteren, kleineren, verachten is een smet van de geest.
6) Tirannie, overheersen is een smet van de geest.
7) Afgunst, nijd is een smet van de geest.
8 ) Jaloersheid is een smet van de geest.
9) Huichelarij, misleiding is een smet van de geest.
10) Bedriegen is een smet van de geest.
11) Koppigheid, verstoktheid is een smet van de geest.
12) Aanmatigen, wedijveren, onstuimigheid, rivaliteit is een smet van de geest.
13) Eigendunk, verwaandheid is een smet van de geest.
14) Hoogmoed, laatdunkendheid is een smet van de geest.
15) Pronkzucht, ijdelheid, verwaandheid is een smet van de geest.
16) Nalatigheid, onoplettendheid is een smet van de geest.*3]
 
       Monniken, wetende dat hebzucht en onjuist begeren een smet is van de geest, geeft de monnik dat op.*4] Wetende dat kwaadwil, afkeer, haat een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat boosheid, woede een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat vijandschap een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat lasteren, kleineren, verachten een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat tirannie, overheersen een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat afgunst, nijd een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat jaloersheid een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat huichelarij een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat bedriegen een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat koppigheid, verstoktheid een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat aanmatigen, wedijveren, onstuimigheid, rivaliteit een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat eigendunk, verwaandheid een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat hoogmoed, laatdunkendheid een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat ijdelheid, pronkzucht, verwaandheid een smet is van de geest, geeft hij dat op. Wetende dat nalatigheid, onoplettendheid een smet is van de geest, geeft hij dat op.
   In de monnik die aldus weet dat hebzucht, onjuist begeren een smet is van de geest, wordt hebzucht en onjuist begeren opgegeven. In hem die aldus weet dat kwaadwil, afkeer, haat een smet is van de geest, wordt kwaadwil, afkeer en haat opgegeven. In hem die aldus weet dat boosheid, woede een smet is van de geest, wordt boosheid en woede opgegeven. In hem die aldus weet dat vijandschap een smet is van de geest, wordt vijandschap opgegeven. In hem die aldus weet dat lasteren, kleineren, verachten een smet is van de geest, wordt lasteren, kleineren, verachten opgegeven. In hem die aldus weet dat tirannie, overheersen een smet is van de geest, wordt tirannie, overheersen opgegeven. In hem die aldus weet dat afgunst, nijd een smet is van de geest, wordt afgunst, nijd opgegeven. In hem die aldus weet dat jaloersheid een smet is van de geest, wordt jaloersheid opgegeven. In hem die aldus weet dat huichelarij, misleiding een smet is van de geest, wordt huichelarij, misleiding opgegeven. In hem die aldus weet dat bedriegen een smet is van de geest, wordt bedriegen opgegeven. In hem die aldus weet dat koppigheid, verstoktheid een smet is van de geest, wordt koppigheid, verstoktheid opgegeven. In hem die aldus weet dat aanmatigen, wedijveren, onstuimigheid, rivaliteit een smet is van de geest, wordt aanmatigen, wedijveren, onstuimigheid, rivaliteit opgegeven. In hem die aldus weet dat eigendunk, verwaandheid een smet is van de geest, wordt eigendunk, verwaandheid opgegeven. In hem die aldus weet dat hoogmoed, laatdunkendheid een smet is van de geest, wordt hoogmoed, laatdunkendheid opgegeven. In hem die aldus weet dat ijdelheid, pronkzucht, verwaandheid een smet is van de geest, wordt ijdelheid, pronkzucht, verwaandheid opgegeven. In hem die aldus weet dat nalatigheid, onoplettendheid een smet is van de geest, wordt nalatigheid, onoplettendheid opgegeven.
   Als hij aldus die smetten gedeeltelijk*5] heeft opgegeven, verkrijgt hij onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, in de leer en in de gemeenschap van de heiligen.*6]
   Het onwankelbare vertrouwen in de Boeddha is als volgt: ‘Zo, inderdaad, is de Gezegende. Hij is heilig, volledig verlicht. Hij is volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag, verheven. Hij is de kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Gezegende.’
   Het onwankelbare vertrouwen in de leer is aldus: ‘Duidelijk uitgelegd is de leer door de Gezegende, hier en nu te verwerkelijken, met onmiddellijk resultaat. Ze leidt naar Nibbāna, nodigt ieder uit alles zelf te testen. Ze is begrijpelijk door de wijze, ieder voor zichzelf.’
   Het onwankelbare vertrouwen in de gemeenschap van de heiligen is aldus: ‘De gemeenschap van de heilige volgelingen van de Gezegende heeft het goede pad betreden, is op de rechte weg gekomen, is op de ware weg terechtgekomen, is op de juiste weg aangekomen, dat wil zeggen de vier paren van mensen, de acht soorten personen.*7]
       Deze orde van de heilige volgelingen van de Verhevene is geschenken waard, is gastvrijheid waard, is gaven waard, is waard eerbiedig gegroet te worden als het onvergelijkbare veld van verdienste voor de wereld.’
   Als hij de smetten gedeeltelijk*8] heeft opgegeven, verzaakt, er afstand van heeft gedaan, ze heeft verlaten en losgelaten, dan weet hij: ‘Ik ben begiftigd met onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, ben begiftigd met onwankelbaar vertrouwen in de leer, ben begiftigd met onwankelbaar vertrouwen in de gemeenschap van de heiligen.’ En hij verkrijgt enthousiasme voor het doel, verkrijgt enthousiasme voor de leer, verkrijgt blijdschap verbonden met de leer.*9]  Als hij verblijd is, is vreugde in hem geboren; vol vreugde in de geest wordt zijn lichaam rustig. Als zijn lichaam rustig is, voelt hij geluk; en de geest van degene die gelukkig is, wordt geconcentreerd.*10]
   Hij weet: ‘Ik heb de smetten gedeeltelijk opgegeven, verzaakt, er afstand van gedaan, heb ze verlaten en losgelaten.’ En hij verkrijgt enthousiasme voor het doel, verkrijgt enthousiasme voor de leer, verkrijgt blijdschap verbonden met de leer. Als hij verblijd is, is vreugde in hem geboren. Vol vreugde in de geest wordt zijn lichaam rustig. Als zijn lichaam rustig is, voelt hij geluk; en de geest van degene die gelukkig is, wordt geconcentreerd. Monniken, als een monnik van zo’n deugdzaamheid, zo’n concentratie en zo’n wijsheid*11] aalmoezen eet die bestaan uit uitgelezen spijzen, dan is zelfs dat geen hindernis voor hem.*12]
   Hij doordringt met een geest van liefdevolle vriendelijkheid*13] één richting van de wereld, evenzo de tweede, de derde en evenzo de vierde richting, en ook opwaarts, neerwaarts, rondom en naar alle kanten, en voor allen evenveel welwillende vriendelijkheid als voor zichzelf. Hij doordringt het hele universum met welwillende vriendelijkheid met een geest die groot is, verheven, grenzeloos, en die vrij is van vijandschap en vrij van kwaadwil.
   Hij doordringt met een geest van mededogen één richting van de wereld, evenzo de tweede, de derde en evenzo de vierde richting, en ook opwaarts, neerwaarts, rondom en naar alle kanten, en voor allen evenveel mededogen als voor zichzelf. Hij doordringt het hele universum met mededogen met een geest die groot is, verheven, grenzeloos, en die vrij is van vijandschap en vrij van kwaadwil.
   Hij doordringt met een geest van medevreugde één richting van de wereld, evenzo de tweede, de derde en evenzo de vierde richting, en ook opwaarts, neerwaarts, rondom en naar alle kanten, en voor allen evenveel medevreugde als voor zichzelf. Hij doordringt het hele universum met medevreugde met een geest die groot is, verheven, grenzeloos, en die vrij is van vijandschap en vrij van kwaadwil.
   Hij doordringt met een geest van gelijkmoedigheid één richting van de wereld, evenzo de tweede, de derde en evenzo de vierde richting, en ook opwaarts, neerwaarts, rondom en naar alle kanten, en voor allen evenveel gelijkmoedigheid als voor zichzelf. Hij doordringt het hele universum met gelijkmoedigheid met een geest die groot is, verheven, grenzeloos, en die vrij is van vijandschap en vrij  van kwaadwil.
   Hij begrijpt wat bestaat, wat laag is, wat verheven is,*14] en wat voor ontsnapping er is aan dit hele veld van waarneming.*15] Als hij op deze manier weet en ziet, wordt zijn geest bevrijd van de kankers van zinnelijke verlangens, wordt bevrijd van de kanker van worden, bevrijd van de kanker van onwetendheid.*16] Als hij bevrijd is, is er het weten: ‘Er is bevrijding;' en hij weet: ‘Geboorte is uitgedoofd, het leven van zuiverheid is geleefd, de taak is volbracht; er is geen verder bestaan.’ Zo'n monnik heet: ‘Gewassen met het innerlijke bad.’” (M.7; zie ook A.XI.24)
 
   De smetten boosheid, toorn, woede, kleineren, tirannie, overheersen, afgunst, nijd en jaloersheid zijn ook vermeld bij de negen hindernissen. (zie § 1.2)

   Volgens het commentaar bij M.7 is elk ‘opgeven’ van de smetten van tijdelijke aard voordat de edele paden bereikt worden. De zestien smetten worden voorgoed opgegeven door de edele paden (of niveaus van heiligheid) in deze volgorde: door het pad van in de stroom treden (sotapatti-magga) zijn de smetten nrs. 5 t/m 10 opgegeven: (5) Lasteren, kleineren, verachten; 6) tirannie, overheersen; 7) afgunst, nijd; 8) jaloersheid; 9) Huichelarij, misleiding;  10) Bedriegen.
   Door het pad van niet-wederkeer (anagami-magga) zijn de smetten nrs. 2, 3, 4 en 16 opgegeven: (2) kwaadwil, afkeer, haat; 3) boosheid, woede; 4) vijandschap; 16) nalatigheid, onoplettendheid.
   Door het pad van heiligheid (arahatta-magga) zijn de smetten nrs. 1 en 11 t/m 15 opgegeven: 1) hebzucht en onjuist begeren; (11) koppigheid, verstoktheid; 12) aanmatigen, wedijveren, onstuimigheid, rivaliteit; 13) eigendunk, verwaandheid; 14) hoogmoed; 15) pronkzucht, ijdelheid.

   Indien begeerte in de beperkte betekenis genomen wordt, als enkel betrekking hebbende op de begeerte naar de vijf zinsobjecten, wordt ze voorgoed opgegeven door het pad van niet-wederkeer. Volgens het commentaar is dit hier de bedoeling. Maar alle  soorten van begeerte, met inbegrip van het verlangen naar bestaan in de fijnvormige en de vormloze sferen, zijn alleen vernietigd op het pad van volmaakte heiligheid.
_____
*1] Vatthupama-Sutta, M.7,  in: Nyânaponika Thera (Ed.): The Simile of the Cloth and The Discourse on Effacement. Two Discourses of the Buddha from the Majjhima-Nikâya. Kandy : BPS, 1964, The Wheel No. 61/62, p. 1-29.
*2] Volgens het commentaar gaf de Boeddha deze gelijkenis om te tonen dat inspanning grote resultaten brengt. Als een doek besmet is door vuil dat van buiten komt en dan gewassen wordt, kan de doek weer rein worden vanwege de natuurlijke zuiverheid ervan. Maar bij iets wat van nature zwart is, kan dat zwarte niet verwijderd worden; daar is alle moeite voor niets. Evenzo is de geest bevlekt met van buiten komende smetten. Maar oorspronkelijk is de geest helemaal zuiver. Door de Volmaakt Verlichte is het als volgt gezegd: “Deze geest is stralend, maar wordt bevuild door van buiten komende smetten.” Door de geest te reinigen  kan men ze stralender maken. En de inspanning daarvoor is niet tevergeefs.
*3] In sociaal gedrag voert deze smet ertoe dat men    geen rekening houdt met anderen.
*4] Wetende (letterlijk: geweten hebbende). - Het subcommentaar zegt hierover: “Wetende hetzij door de begin-wijsheid van de wereldling (d.w.z. vóór het bereiken van het eerste pad van heiligheid), hetzij door de wijsheid van de twee lagere paden van heiligheid (in-de-stroom-treden en eenmaal-wederkeer).” Men kent dan zowel aard, oorsprong en verdwijnen van de smetten alsook de middelen die het verdwijnen ervan veroorzaken.
    Geeft ze op - Volgens het commentaar geeft hij de respectievelijke smet op door het bereiken van het edele pad waar er ‘opgeven door uitroeien’ is. Het sub-commentaar zegt dat dit ‘het uiteindelijke opgeven’ is. Want voordat de edele paden bereikt worden, is elk ‘opgeven’ van de smetten van tijdelijke aard.
   Het commentaar benadrukt herhaaldelijk dat steeds waar in de tekst ‘opgeven’ wordt vermeld, verwezen wordt naar iemand die een niet-wederkerende is (anagami). Want ook als de smetten opgegeven zijn bij het in-de-stroom-treden, worden de staten van de geest welke die smetten veroorzaken, enkel vernietigd door het pad van niet-wederkeer.
*5] gedeeltelijk: dat is in die mate waarin de betreffende smetten zijn vernietigd door de paden van heiligheid.
*6] De directe ervaring van de volgeling dat hij vrij is van deze of gene smet, wordt voor hem een levend bewijs van het voorheen nog onvolmaakt vertrouwen. Nu is zijn vertrouwen een vaste overtuiging geworden en een onwankelbaar toevertrouwen dat gebaseerd is op eigen ervaring.
*7] Bedoeld is de Ariyasangha, de gemeenschap van heiligen.
*8] gedeeltelijk: dat is in die mate waarin de betreffende smetten zijn vernietigd door de paden van heiligheid.
*9] Het commentaar zegt: “Als hij terugblikt op het opgeven van de smetten en op zijn onwankelbaar vertrouwen, ontstaat er sterke vreugde in degene-die-niet-wederkeert met de gedachte: ‘Dergelijke smetten zijn nu door mij opgegeven.’ Het is als de vreugde van een koning die verneemt dat een opstand in het grensgebied is onderdrukt.”
*10] De functie van rust is hier het kalmeren van elke geringe lichamelijke en geestelijke rusteloosheid die afkomstig is van hartstochtelijke vreugde. De rust verandert dat laatste zo in een kalm geluk gevolgd door meditatieve verzinking. - Deze vaak voorkomende passage maakt in de leer van de Boeddha het belang duidelijk van geluk als een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van concentratie en van geestelijke vooruitgang in het algemeen.
*11]  deugdzaamheid, concentratie, wijsheid: het commentaar zegt: “Dit heeft betrekking op de drie categorieën van het achtvoudige pad, namelijk deugd (sīla), concentratie (samadhi) en wijsheid (paññna-kkhandha), hier verbonden met het pad van niet-wederkeer.”
*12] Het commentaar zegt: “Het is geen hindernis voor het bereiken van het pad en vervulling van heiligheid.” Voor iemand-die-niet-wederkeert, die de band van verlangen naar zingenot heeft vernietigd, is er geen gehechtheid aan lekker eten.
*13] met een geest van welwillende vriendelijkheid: dit en het volgende heeft betrekking op de vier goddelijke verblijven (Brahma-vihara).
*14] Het commentaar luidt: "Na de meditatie van degene-die-niet-wederkeert getoond te hebben (namelijk de meditatie over de goddelijke verblijven), toont de Gezegende nu de oefening van inzicht (vipassana) met als doel heiligheid (arahatta). En hij wijst op het bereiken ervan met de woorden: ‘Hij begrijpt wat bestaat’ (enz.). Deze persoon die niet wederkeert geeft, na te zijn opgekomen uit de meditatie over elk van de vier goddelijke verblijven, als definitie van ‘geest’ (nama) juist die staten van goddelijke verblijven en de geestelijke factoren die ermee verbonden zijn. Hij definieert dan als ‘vorm’ (rupa) de hartbasis (hadaya-vatthu) als zijnde de lichamelijke steun voor de geest; en ook de lichamelijke verschijnselen die ervan afstammen, definieert hij als vorm. Als hij op die manier ‘geest’ en ‘vorm’ omschrijft, “begrijpt hij wat bestaat.” Hierdoor is een definitie van  de waarheid van lijden gegeven.
   Als hij dan het ontstaan van het lijden begrijpt, verstaat hij ‘wat laag is’. Hierdoor is de waarheid van het ontstaan van lijden omschreven. Door verder de middelen om het lijden op te geven te onderzoeken, verstaat hij ‘wat verheven is’. Hierdoor is de waarheid van het pad omschreven.”
*15] ...en wat voor ontsnapping ...: Het commentaar luidt: “Hij weet dat er Nibbāna is als een ontsnapping boven die waarneming van de goddelijke verblijven uit. Daardoor is de waarheid van het ophouden omschreven.”
*16] Het verkondigen van de bevrijding van de kankers (asava) wijst op het bereiken van heiligheid. Die wordt ook ‘uitdoving van de kankers’ genoemd.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 13-06-2018 02:00
1.3a.  Doorzien van hebzucht


   Tot het volledige inzicht en doorzien van de hebzucht, tot het overwinnen ervan, de vernietiging, uitdoving, het afwenden, verwoesting, het afzien en tot onthechting ervan moeten twee dingen geoefend worden. Welke twee? Gemoedsrust en helder inzicht.
   Tot het volledige inzicht en doorzien van haat, van verblinding, toorn, woede, kleinering, jaloezie, afgunst, gierigheid, huichelarij, valsheid, hardnekkigheid, hevigheid, eigendunk, hoogmoed, opwinding, onverschilligheid, en tot het overwinnen ervan, tot vernietiging, uitdoving,  afwending, verwoesting, ontzegging en tot het zich bevrijden ervan moeten twee dingen geoefend worden. Welke twee? Gemoedsrust en helder inzicht.  (A.II.231-246)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 13-06-2018 20:42
1.3.1. Hebzucht en onjuist begeren
   
   Iemand is hebzuchtig; hij begeert de rijkdom en het bezit van anderen en hij denkt: 'Ach, was dat wat anderen toebehoort, toch van mij.' - Deze soort van gedrag wat de geest betreft veroorzaakt de toename van onheilzame toestanden en de afname van heilzame toestanden. (M.114)
   Iemand is hebzuchtig en zijn gemoed is vol hebzucht. - Deze soort van geestelijke neiging veroorzaakt toename van onheilzame toestanden en de afname van heilzame toestanden. (M.114)

   In afhankelijkheid van hebzucht ontstaat waken over zijn bezittingen (arakkha). Ten gevolge van waken over zijn bezittingen komt het tot aanwending van geweld, oorlog, tweedracht, strijd en ruzie, tot lasteren en liegen, tot allerhande slechte dingen.

   Als men veel rijkdom heeft en genoeg geld en voedsel, en dan zijn luxe alleen geniet, als men geen aalmoezen geeft, als men gierig is, dan is dat de oorzaak van iemands achteruitgang. De gierigaard is bang ervoor in armoede te geraken en geeft daarom niets. Maar dat is juist het gevaar voor degene die niets geeft. Honger en dorst treffen de vrek in deze wereld en in de andere.

    Iemand is niet hebzuchtig en zijn gemoed is zonder hebzucht. - Deze soort van geestelijke neiging veroorzaakt de afname van onheilzame toestanden en de toename van heilzame toestanden. (M.114)
   Men is vrij van begeerte: men begeert niet de rijkdom en het bezit van anderen; men denkt niet: ‘Oh, wat de ander bezit, moge dat mij toekomen.’ Dit gedrag in de geest is heilzaam. (A.X.206 en M.41).


1.3.2. Kwaadwil, afkeer, haat  Deze smet is ook vermeld onder de  §§ 1.1.2. en 1.2.2.

1.3.3. Boosheid, woede   Deze smet is ook vermeld onder de §§ 1.2.4. en 1.2.5.

1.3.4. vijandschap

   Wie twistziek is, gierig en vol slechte wensen, hebzuchtig en vol valsheid, zonder schaamte en onbescheiden, ken hem als verschoppeling. (Sn.I.7 vers 133)

    Wat betreft monniken die medemonniken beledigen en beschimpen, is het volgende gezegd:
   "Monniken, het is onmogelijk dat een monnik die zijn medemonnik beledigt en beschimpt, en die een beschimper van de heiligen is, niet een van de volgende elf soorten van tegenspoed zal ondervinden.
   Wat nog niet bereikt is, bereikt hij niet. Wat al bereikt is, verdwijnt bij hem. In de goede leer krijgt hij geen helderheid. Of hij is vol zelfoverschatting watbetreft de goede leer. Of hij leeft het reinheidsleven zonder vreugde (eraan). Of hij begaat een van de besmettende vergrijpen. Of hij geeft de ascese op en keert naar het lagere leven in de wereld terug. Of hij krijgt een zware ziekte. Of hij wordt waanzinnig of raakt geestelijk in de war. Of hij sterft een onrustige dood. Na de dood komt hij in de lagere werelden van bestaan, in verderfenis, in een hel. (A.XI.6; A.X.88)

1.3.5. Lasteren, kleineren, verachten   Deze smet is ook vermeld onder § 1.2.6.

1.3.6. Tirannie, overheersen  Deze smet is ook vermeld onder § 1.2.7.

1.3.7. Afgunst, nijd     Zie § 1.2.8.

1.3.8. Jaloersheid   Zie § 1.2.8.

1.3.9.  huichelarij, misleiding 

   Huichelarij is onheilzaam. Het vrij zijn van huichelarij is heilzaam, heeft geluk als resultaat. (A.II.191-200)

1.3.10. bedriegen

Wie liegt, is tot alle slechte daden in staat, ook tot doden. Het is het vermeende ego dat iets begeert en daarom de tong gebruikt als middel om het begeerde object te verkrijgen.

1.3.11. koppigheid, verstoktheid, starheid

   Gehoorzaam en gedwee zijn degenen aan wie gemakkelijk adviezen gegeven kunnen worden. Het zijn degenen tot wie gemakkelijk iets gezegd kan worden. Verder zijn met hen bedoeld degenen die voor verbetering vatbaar zijn. Iemand die gedwee is, verdraagt kritiek en is dankbaar en hoffelijk bij het aannemen van raad. Iemand die gedwee is wanneer hij verbeterd wordt, heeft de gelegenheid om de Dhamma te leren, dit in tegenstelling tot degene die moeilijk is toe te spreken.

1.3.12. aanmatigen, wedijveren, onstuimigheid, rivaliteit

1.3.13. eigendunk, verwaandheid;


   Zie ook § 1.5.8.
   Deze smet wordt samen met de volgende § 1.3.14 besproken.

1.3.14. hoogmoed, laatdunkendheid

   Hoogmoed, status-bewustzijn is bewustzijn van superioriteit of inferioriteit, het waanidee van het hebben van deze of gene status ten opzichte van een ander. Het bestaat uit de gedachten: "Ik ben niet zo goed als hij is", of "Ik ben net zo goed als hij is", of "Ik ben beter of hoger dan hij is."
   Deze hindernis is moeilijk op te geven. Het idee dat men beter is dan, of gelijk is aan, of niet zo goed is als de ander, komt voort uit een bepaalde soort van gehechtheid. Maar wanneer de geest volledig goed en slecht heeft overstegen, kunnen dergelijke ideeën van minderwaardigheid, superioriteit of gelijkheid niet bestaan.*1] Deze hindernis komt ook voort uit het niet begrijpen van de waarheid van anattâ.

   "Hoogmoed is niet heilzaam. Geef ze op. Hoogmoed brengt iemand op het neerwaartse pad, tot zelfs in de hel. Maar degene die volmaakt heilig is, geniet roem en geluk. Hij ziet de waarheid en heeft de belemmeringen overwonnen." (S.VIII.3)

   Wie zichzelf roemt en anderen geringschat, wie zich door zo'n hoogmoed zelf vernederd heeft, ken hem als verschoppeling. (Sn.I.7 vers 132)

1.3.15. pronkzucht, ijdelheid

1.3.16. nalatigheid, onoplettendheid

   Niets anders dan de verwaarlozing (pamâda) ken ik waardoor de niet ontstane onheilzame dingen zodanig tot ontstaan komen en de ontstane heilzame dingen verdwijnen. (A.I.14)
   Niets anders dan de energie, ijver ken ik waardoor de niet ontstane heilzame dingen zodanig tot ontstaan komen en de ontstane onheilzame dingen verdwijnen. Bij de ijverige, energieke namelijk komen de niet ontstane heilzame dingen tot ontstaan en verdwijnen de ontstane onheilzame dingen.  (A.I.14)
_____
*1] Buddhadasa Bhikkhu: Emancipation from the World. Kandy 1976, Bodhi Leaves No. B 73, p. 15-16.


   
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 14-06-2018 12:29
1.4. Geestelijke boeien voor de discipel

   De volgende geestelijke boeien werden in het Cetokhila sutta (M.16) speciaal vermeld voor monniken en nonnen. Die geestelijke boeien zijn:
(1) twijfel over de Boeddha; (2) twijfel over de Dhamma; (3) twijfel over de Sangha; (4) twijfel over de oefening; (5) onvriendelijkheid jegens medevolgelingen.    
       Verder vijf andere boeien: (6) gehechtheid aan zinnelijke verlangens, (7) gehechtheid aan het lichaam, (8 ) gehechtheid aan vorm (materiële objecten), (9) onmatigheid in eten en drinken, (10) monnik of non worden enkel om in een hemelse sfeer van bestaan wedergeboren te worden. 
        Wie deze boeien heeft overwonnen, die kan in de Dhamma tot groei, toename en vervulling komen.
   Hij ontplooit denken en inspanning, energie en vastbeslotenheid, concentratie, onderzoek en enthousiasme. Hij is in staat om Nibbāna te verwerkelijken.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 14-06-2018 22:14
1.5. De tien boeien
   
   Om volmaakte heiligheid te bereiken, moeten tien boeien verbroken worden. Die boeien worden verdeeld in vijf lagere boeien en vijf hogere boeien. (zie: A.IX.70; A.X.12-13; D.2; M.64)


1.5a. De vijf lagere boeien

   De vijf lagere boeien zijn:
1. sakkāyaditthi, geloof in persoonlijkheid; de verkeerde opvatting dat geestlichamelijkheid iets zelfstandigs is, gebaseerd op de idee van een "ik".
2. vicikicchā, twijfel.
3. sīlabbataparāmāsa, bijgeloof; vasthouden, gehechtheid aan regels en rituelen.
   Verdere boeien zijn:
4. kāma-rāga, begeerte naar zintuiglijk genot, zintuiglijke verlangens.
5. patigha, afkeer, kwaadwil, innerlijk tegenstreven. (M.64; A.III.95)

   “Na het verdwijnen van de drie lagere boeien 1-3 heeft men de stroom naar nibbāna bereikt. Men is dan niet meer onderhevig aan wedergeboorte in lagere sferen van bestaan. Men is goed gevestigd, bestemd voor volledige Verlichting.” (zie M.6, M.22, S.LV.24-25)

   Degenen die de boeien 1-3 hebben overwonnen, en in wie begeerte, haat en onwetendheid is verminderd, zij zijn eenmaal wederkerenden; nog één keer komen zij in deze wereld terug om aan het lijden een einde te maken. (M.22)

   Door de vernietiging van de vijf lagere boeien wordt het derde niveau van Verlichting bereikt. Men is dan een niet meer wederkerende (anāgāmī). (A.III.95)
   Degenen die de vijf lagere boeien hebben overwonnen, zullen spontaan (in de Zuivere Verblijven) wedergeboren worden en daar Nibbana verkrijgen zonder vandaar terug te keren. (M.22)
   
   Noch de in de stroom getredene noch de eenmaal wederkerende heeft zin-genot en het ik-bewustzijn volledig opgegeven. In beiden is nog een rest van bevrediging in attractieve en begerenswaardige objecten.

1.5b. De vijf hogere boeien

   De vijf hogere boeien zijn:

6. rūparāga, begeerte naar fijnstoffelijk bestaan.
7. arūparāga, begeerte naar onstoffelijk bestaan.
8. māna, verwaandheid.
9. uddhacca, rusteloosheid en zich te veel zorgen maken.
10. avijjā, onwetendheid.
(zie: A.IX.70; A.X.13; A.X.12; D.2; M.64)

   "Door deze onzuiverheden is de geest niet buigzaam en hanteerbaar; ze mist dan de stralende helderheid. Maar als de geest ervan vrij is, dan is ze buigzaam en hanteerbaar; ze heeft dan de stralende helderheid. Als men dan de geest richt op een staat die gerealiseerd kan worden door de hogere geestelijke vermogens, dan kan die verwerkelijkt worden indien aan de andere voorwaarden voldaan wordt." (A.V.23).

   Als men de volmaakte heiligheid (arahatta) heeft bereikt, is men volledig vrij van de vijf hogere boeien.
   


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 15-06-2018 12:41
1.5.a1. Mahā Mālunkya sutta – Het overwinnen van de vijf lagere boeien

   Wanneer de persoonlijkheidsvisie tot een gewoonte is geworden en in iemand geworteld is, dan is zij een lagere boei.
   Wanneer de twijfel tot gewoonte is geworden en in hem niet ontworteld is, dan is zij een lagere boei.
   Wanneer het vasthouden aan regels en rituelen tot een gewoonte is geworden en in iemand niet ontworteld is, dan is dat een lagere boei.
   Wanneer de zinsbegeerte tot een gewoonte is geworden en in hem niet ontworteld is, dan is dat een lagere boei.
   Wanneer de kwaadwil tot een gewoonte is geworden en in iemand niet ontworteld is, dan is dat een lagere boei.

   Een niet onderwezen wereldling die geen acht slaat op de edelen en die in hun leer niet geschoold is, die geen acht slaat op oprechte mensen en die in hun leer niet geschoold is, die persoon vertoeft met een hart dat door de visie van een persoonlijkheid bezeten en verslaafd is. Hij begrijpt niet overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan die ontstane persoonlijkheidsvisie ontkomt. En wanneer die persoonlijkheidsvisie tot een gewoonte is geworden en in hem niet ontworteld is, dan is zij een lagere boei.
   Hij vertoeft met een hart dat door twijfel bezeten en verslaafd is, en hij begrijpt niet overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan de ontstane twijfel ontkomt. En wanneer die twijfel tot gewoonte is geworden en in hem niet ontworteld is, dan is zij een lagere boei.
   Hij vertoeft met een hart dat bezeten en verslaafd is door het vasthouden aan regels en rituelen. En hij begrijpt niet overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan het ontstane vasthouden aan regels en rituelen ontkomt. Wanneer dat vasthouden aan regels en rituelen tot een gewoonte is geworden, en in hem niet ontworteld is, dan is dat een lagere boei.
    Hij vertoeft met een hart dat bezeten en verslaafd is door zinnelijke begeerte. En hij begrijpt niet overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan de ontstane zinnelijke begeerte ontkomt. Wanneer die zinnelijke begeerte tot een gewoonte is geworden, en in hem niet ontworteld is, dan is dat een lagere boei.
   Hij vertoeft met een hart dat bezeten en verslaafd is door kwaadwil. En hij begrijpt niet overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan de ontstane kwaadwil ontkomt. Wanneer die kwaadwil tot een gewoonte is geworden, en in hem niet ontworteld is, dan is dat een lagere boei.

   Een goed onderwezen edele volgeling die acht slaat op de edelen en in hun leer geschoold is, die oprechte mensen acht en in hun leer geschoold is, die vertoeft niet met een hart dat door geloof in een persoonlijkheid bezeten en verslaafd is. Hij begrijpt overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan het ontstane geloof in een persoonlijkheid ontkomt. Het geloof in persoonlijkheid is in hem overwonnen samen met de eraan ten grondslag liggende neiging.
   Hij vertoeft niet met een hart dat door twijfel bezeten en verslaafd is. Hij begrijpt overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan de ontstane twijfel ontkomt. De twijfel is in hem overwonnen samen met de eraan ten grondslag liggende neiging.
   Hij vertoeft niet met een hart dat door vasthouden aan regels en rituelen bezeten en verslaafd is. Hij begrijpt overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan het ontstane vasthouden aan regels en rituelen ontkomt. Het vasthouden aan regels en rituelen is in hem overwonnen samen met de eraan ten grondslag liggende neiging.
   Hij vertoeft niet met een hart dat door zinnelijke begeerte bezeten en verslaafd is. Hij begrijpt overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan de ontstane zinnelijke begeerte ontkomt. De zinnelijke begeerte is in hem overwonnen samen met de eraan ten grondslag liggende neiging.
   Hij vertoeft niet met een hart dat door kwaadwil bezeten en verslaafd is. Hij begrijpt overeenkomstig de werkelijkheid hoe men aan de ontstane kwaadwil ontkomt. De kwaadwil is in hem overwonnen samen met de eraan ten grondslag liggende neiging.

    Er is een pad, een weg naar het overwinnen van de vijf lagere boeien. Zonder dat pad te begaan kan men de lagere boeien niet kennen of zien of overwinnen.
   Er is een pad, een weg naar het overwinnen van de vijf lagere boeien. Door dat pad te begaan is het mogelijk de vijf lagere boeien te kennen of te zien of te overwinnen.
   Als men iemand de Dhamma onderwijst met als doel het ophouden van de persoonlijkheid, maar als zijn geest niet daarin intreedt en geen vertrouwen, standvastigheid en vastbeslotenheid verkrijgt, dan is hij te beschouwen als een zwak iemand.
   Als men iemand de Dhamma onderwijst met als doel het ophouden van de persoonlijkheid, en als zijn geest daarin intreedt en vertrouwen, standvastigheid en vastbeslotenheid verkrijgt, dan is hij te beschouwen als een sterk iemand.

   Het pad, de weg naar de overwinning van de vijf lagere boeien is als volgt. Na het overwinnen van onheilzame toestanden van de geest treedt men binnen in de eerste jhana en men vertoeft erin.
   Wat er ook bestaat aan vorm, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn, men ziet deze toestanden als vergankelijk, als onvoldaan, als een ziekte, een gezwel, als een ongeluk, als lijden, als iets vreemds, als iets dat zich oplost, als leeg, als niet-zelf.*1]
   Men wendt zijn geest van deze toestanden af en leidt hem naar het doodloze element aldus: "Dit is vol vrede, dit is het hoogste, namelijk het tot stilstand komen van alle formaties, het loslaten van alle toeëigening, de vernietiging van alle verlangens, de ontzegging, het beëindigen, Nibbana." Op deze basis verkrijgt men de vernietiging van de neigingen. Maar wanneer men de vernietiging van de neigingen niet verkrijgt, dan wordt men op grond van dat verlangen naar de Dhamma, die blijdschap over de Dhamma, met de vernietiging van de vijf lagere boeien iemand die ertoe voorbestemd is om spontaan (in de Zuivere Verblijven) weer te verschijnen en daar Nibbana te bereiken, zonder ooit van die wereld terug te keren. Dat is het pad naar de overwinning van de vijf lagere boeien.
   Verder treedt men binnen in de tweede jhana en vertoeft erin.
   Wat daarin ook bestaat aan vorm, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn, men ziet deze toestanden als vergankelijk, als onvoldaan, als een ziekte, een gezwel, als een ongeluk, als lijden, als iets vreemds, als iets dat zich oplost, als leeg, als niet-zelf.
   Men wendt zijn geest van deze toestanden af en leidt hem naar het doodloze element aldus: "Dit is vol vrede, dit is het hoogste, namelijk het tot stilstand komen van alle formaties, het loslaten van alle toeëigening, de vernietiging van alle verlangens, de ontzegging, het beëindigen, Nibbana." Op deze basis verkrijgt men de vernietiging van de neigingen. Maar wanneer men de vernietiging van de neigingen niet verkrijgt, dan wordt men op grond van dat verlangen naar de Dhamma, die blijdschap over de Dhamma, met de vernietiging van de vijf lagere boeien iemand die ertoe voorbestemd is om spontaan (in de Zuivere Bereiken) weer te verschijnen en daar Nibbana te bereiken, zonder ooit van die wereld terug te keren. Dat is het pad naar de overwinning van de vijf lagere boeien.
   Verder treedt men binnen in de derde jhana en vertoeft erin. Wat daarin ook bestaat aan vorm, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn, men ziet deze toestanden als vergankelijk, als onvoldaan, als een ziekte, een gezwel, als een ongeluk, als lijden, als iets vreemds, als iets dat zich oplost, als leeg, als niet-zelf.
   Men wendt zijn geest van deze toestanden af en leidt hem naar het doodloze element aldus: "Dit is vol vrede, dit is het hoogste, namelijk het tot stilstand komen van alle formaties, het loslaten van alle toeëigening, de vernietiging van alle verlangens, de ontzegging, het beëindigen, Nibbana." Op deze basis verkrijgt men de vernietiging van de neigingen. Maar wanneer men de vernietiging van de neigingen niet verkrijgt, dan wordt men op grond van dat verlangen naar de Dhamma, die blijdschap over de Dhamma, met de vernietiging van de vijf lagere boeien iemand die ertoe voorbestemd is om spontaan (in de Zuivere Bereiken) weer te verschijnen en daar Nibbana te bereiken, zonder ooit van die wereld terug te keren. Dat is het pad naar de overwinning van de vijf lagere boeien.   
   Verder treedt men binnen in de vierde jhana en vertoeft erin.
   Wat daarin ook bestaat aan vorm, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn, men ziet deze toestanden als vergankelijk, als onvoldaan, als een ziekte, een gezwel, als een ongeluk, als lijden, als iets vreemds, als iets dat zich oplost, als leeg, als niet-zelf.
   Men wendt zijn geest van deze toestanden af en leidt hem naar het doodloze element aldus: "Dit is vol vrede, dit is het hoogste, namelijk het tot stilstand komen van alle formaties, het loslaten van alle toeëigening, de vernietiging van alle verlangens, de ontzegging, het beëindigen, Nibbana." Op deze basis verkrijgt men de vernietiging van de neigingen. Maar wanneer men de vernietiging van de neigingen niet verkrijgt, dan wordt men op grond van dat verlangen naar de Dhamma, die blijdschap over de Dhamma, met de vernietiging van de vijf lagere boeien iemand die ertoe voorbestemd is om spontaan (in de Zuivere Bereiken) weer te verschijnen en daar Nibbana te bereiken, zonder ooit van die wereld terug te keren. Dat is het pad naar de overwinning van de vijf lagere boeien.
   Verder treedt men binnen in de vormloze sfeer van  "ruimte is oneindig“ en men vertoeft erin. Wat daarin ook bestaat aan vorm, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn,*2] men ziet deze toestanden als vergankelijk, als onvoldaan, als een ziekte, een gezwel, als een ongeluk, als lijden, als iets vreemds, als iets dat zich oplost, als leeg, als niet-zelf.
   Men wendt zijn geest van deze toestanden af en leidt hem naar het doodloze element aldus: "Dit is vol vrede, dit is het hoogste, namelijk het tot stilstand komen van alle formaties, het loslaten van alle toeëigening, de vernietiging van alle verlangens, de ontzegging, het beëindigen, Nibbana." Op deze basis verkrijgt men de vernietiging van de neigingen. Maar wanneer men de vernietiging van de neigingen niet verkrijgt, dan wordt men op grond van dat verlangen naar de Dhamma, die blijdschap over de Dhamma, met de vernietiging van de vijf lagere boeien iemand die ertoe voorbestemd is om spontaan (in de Zuivere Bereiken) weer te verschijnen en daar Nibbana te bereiken, zonder ooit van die wereld terug te keren. Dat is het pad naar de overwinning van de vijf lagere boeien.
   Verder treedt men binnen in de sfeer van "oneindig is het bewustzijn“ en men vertoeft erin. Wat daarin ook bestaat aan vorm, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn, men ziet deze toestanden als vergankelijk, als onvoldaan, als een ziekte, een gezwel, als een ongeluk, als lijden, als iets vreemds, als iets dat zich oplost, als leeg, als niet-zelf.
   Men wendt zijn geest van deze toestanden af en leidt hem naar het doodloze element aldus: "Dit is vol vrede, dit is het hoogste, namelijk het tot stilstand komen van alle formaties, het loslaten van alle toeëigening, de vernietiging van alle verlangens, de ontzegging, het beëindigen, Nibbana." Op deze basis verkrijgt men de vernietiging van de neigingen. Maar wanneer men de vernietiging van de neigingen niet verkrijgt, dan wordt men op grond van dat verlangen naar de Dhamma, die blijdschap over de Dhamma, met de vernietiging van de vijf lagere boeien iemand die ertoe voorbestemd is om spontaan (in de Zuivere Bereiken) weer te verschijnen en daar Nibbana te bereiken, zonder ooit van die wereld terug te keren. Dat is het pad naar de overwinning van de vijf lagere boeien.
   Verder treedt men binnen in de sfeer van "er is niets“ en men vertoeft erin. Wat daarin ook bestaat aan vorm, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn, men ziet deze toestanden als vergankelijk, als onvoldaan, als een ziekte, een gezwel, als een ongeluk, als lijden, als iets vreemds, als iets dat zich oplost, als leeg, als niet-zelf.
   Men wendt zijn geest van deze toestanden af en leidt hem naar het doodloze element aldus: "Dit is vol vrede, dit is het hoogste, namelijk het tot stilstand komen van alle formaties, het loslaten van alle toeëigening, de vernietiging van alle verlangens, de ontzegging, het beëindigen, Nibbana." Op deze basis verkrijgt men de vernietiging van de neigingen. Maar wanneer men de vernietiging van de neigingen niet verkrijgt, dan wordt men op grond van dat verlangen naar de Dhamma, die blijdschap over de Dhamma, met de vernietiging van de vijf lagere boeien iemand die ertoe voorbestemd is om spontaan (in de Zuivere Bereiken) weer te verschijnen en daar Nibbana te bereiken, zonder ooit van die wereld terug te keren. Dat is het pad naar de overwinning van de vijf lagere boeien.

   Hoe is het mogelijk dat men van enkele monniken zegt dat zij de bevrijding van het hart bereiken en van anderen dat zij de bevrijding door wijsheid bereiken?
   Het verschil ligt in de vaardigheden.*3]
 (M.64; zie ook A.XI.17)
_____
*1] Inzicht dat berust op kalmte van de geest: zelfs in deze verheven toestanden van de geest worden de kenmerken van het bestaan ingezien.
*2] In de vormloze meditatieve verdiepingen is vorm als object van beschouwing niet meer aanwezig.
*3] De bevrijding is in beide gevallen dezelfde. De manier waarop ze verkregen wordt, verschilt onderling, al naar gelang concentratie of wijsheid de overheersende vaardigheid is. In beide gevallen zijn zowel concentratie als wijsheid hoog ontwikkeld aanwezig.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 15-06-2018 17:13
1.5.a2. De volgeling Dighavu

   Behalve voorgaande methode om de vijf lagere boeien te overwinnen (zie § 1.5.a1) kan men ook het vergankelijke, het onvoldane van vorm, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn beschouwen, en dat zij leeg zijn van een zelf, dat zij niet-zelf, niet ik zijn. Dit blijkt uit de leerrede tot Dighavu.

   De volgeling Dighavu was zwaar ziek. De Verhevene bezocht hem en gaf hem de volgende raad. “Oefen je in vertrouwen in de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha. Beoefen de deugden die door wijzen geprezen worden.” – "Die vier delen van stroomintrede zijn bij mij te vinden,” zei Dhigavu. – "Dan moet je nog zes dingen ontplooien. Vertoef bij alle vormen bij de vergankelijkheid ervan. Zie het onvoldane van vergankelijkheid. Beschouw niet-ik bij het onvoldane. Neem de overwinning ervan waar, het onthechten, de opheffing.” – Dhigavu stierf kort daarna. Hij had toen het niveau van niet meer wederkeer bereikt. (S.LV.3)
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 15-06-2018 23:43
1.5.1. geloof in persoonlijkheid

   Deze boei bestaat in het geloof in persoonlijkheid; de verkeerde opvatting dat geestlichamelijkheid iets zelfstandigs is.

   "Wie denkt dat geestlichamelijkheid zijn persoonlijkheid is, hem toebehoort, een zelf is, die is nog onderhevig aan deze boei.
   En wat is geestlichamelijkheid, naam en vorm? – Gevoel, waarneming, motivatie, voorstelling, denken, aanraking, oplettendheid, overweging: dat heet naam (geest). De vier grofstoffelijke elementen [aarde, water, vuur, lucht] en de vorm die afhankelijk is van die grofstoffelijke elementen, dat heet vorm (lichaam)."   
   
   "Onderhevig aan de boei van persoonlijkheid is degene die aldus denkt: 'Materiële dingen zijn blijvend, en ook gevoelens, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn zijn blijvend. Materiële dingen zijn op zichzelf staand, zij hebben een zelfstandig bestaan. En ook gevoelens, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn zijn zelfstandig. Alle formaties zijn blijvend; alle dingen zijn  op zichzelf staand; zij hebben een zelfstandigheid.'” (M.35).

   "Deze boei bestaat ook uit het denken dat het oog, het oor, de neus, de tong, het lichaam en de geest niet vergankelijk, niet veranderlijk zijn, dat de zintuigen iemand  toebehoren.
   Wie dit obstakel nog heeft, denkt dat vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en gedachten niet veranderlijk en vergankelijk zijn, dat ze een zelf hebben, dat ze iemand toebehoren."
   
   "De edele volgeling(e) heeft juist inzicht, namelijk: 'Materiële dingen zijn niet blijvend, en ook gevoelens, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn zijn niet blijvend. Materiële dingen zijn niet op zichzelf staand, zij hebben geen zelfstandig bestaan. En ook gevoelens, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn zijn niet zelfstandig. Alle formaties zijn niet blijvend; alle dingen zijn niet op zichzelf staand; zij hebben geen zelfstandigheid.'” (M.35).
   
   Het oog is ontstaan. De zichtbare vormen zijn ontstaan. Het zienbewustzijn is ontstaan door contact van oog en zichtbare vorm. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik zie”. Maar in feite is er niemand die ziet. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van zienbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.
   Het oor is ontstaan. De hoorbare geluiden zijn ontstaan. Het hoorbewustzijn is ontstaan door contact van oor en hoorbare geluiden. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik hoor”. Maar in feite is er niemand die hoort. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van hoorbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.
   De neus is ontstaan. De ruikbare geuren zijn ontstaan. Het ruikbewustzijn is ontstaan door contact van neus en ruikbare geuren. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik ruik”. Maar in feite is er niemand die ruikt. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van ruikbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.
   De tong is ontstaan. De proefbare smaken zijn ontstaan. Het smaakbewustzijn is ontstaan door contact van tong en proefbare smaken. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik proef”. Maar in feite is er niemand die proeft. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van smaakbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.
   Het lichaam is ontstaan. De aanraakbare voorwerpen zijn ontstaan. Het aanraakbewustzijn is ontstaan door contact van lichaam en aanraakbare voorwerpen. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik raak aan”. Maar in feite is er niemand die aanraakt. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van aanraakbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.
   Het geestelijke is ontstaan en zal weer vergaan. Het geestelijke is niet blijvend, het is zonder een zelfstandig iets.
   Gedachten zijn ontstaan. De denkbare dingen zijn ontstaan. Het denkbewustzijn is ontstaan door contact van geest en denkbare dingen. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik denk”. Maar in feite is er niemand die denkt. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van denkbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.
   Emoties, een glimlach, een traan, ze zijn oorzakelijk ontstaan. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.
   Herinneringen zijn ontstaan. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik herinner me”. Maar in feite is er niemand die zich iets herinnert. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van herinneringen. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.
   Het lichamelijke is ontstaan en ook het geestelijke. En wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend, is zonder een “zelf”.  Wat niet blijvend is, is niet van mij; dat behoort mij niet toe. Dus moet ik dat loslaten, mij ervan afkeren. Zo wordt de bevrijding van lijden bereikt.
   
   "De edele volgeling(e) ziet in: 'Het zien-bewustzijn, het hoor-bewustzijn, het ruik-bewustzijn, het smaakbewustzijn, het tastbewustzijn en het geest-bewustzijn zijn eveneens veranderlijk en vergankelijk.
   Het contact door zien, horen, ruiken, proeven, aanraken en door de geest is veranderlijk en vergankelijk.
   Het gevoel dat ontstaat door de verschillende bovengenoemde contacten is veranderlijk en vergankelijk. 
   De waarneming van vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en van de geest is veranderlijk en vergankelijk.
   De wil naar vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en naar geestelijke objecten is veranderlijk en vergankelijk.
   Het verlangen naar vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en naar geestelijke objecten is veranderlijk en vergankelijk.
   Het aarde-element, het vloeibare element, het hitte-element, het lucht-element, het ruimte-element, het bewustzijn-element  –  ze zijn veranderlijk en vergankelijk.
   De lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de formaties, het bewustzijn – dat alles is veranderlijk en vergankelijk.'
   Wie deze dingen zo begrijpt en inziet, die wordt een in de stroom getredene genoemd. Hij kan niet meer terugvallen in lagere werelden van bestaan. Hij is veilig en gaat de Verlichting tegemoet.” (S.XXVI.1-10)

   "Vorm, gevoel, waarneming, bewustzijn, en datgene wat formatie heeft, dat ben niet ik, dat behoort mij niet toe. Door zo te denken wordt men vrij ervan." (S.IV.16).

   Er vinden alleen processen plaats, maar er zit geen "ego" achter.

   "Vormen, geluiden, smaken, geuren, aanrakingen en al die dingen, ze zijn een boos lokmiddel voor de wereld. Wie ze heeft overwonnen, straalt zoals de zon." (S.IV.17).

   "De zintuigen en de zintuiglijke objecten zijn van Mara. Waar de zintuigen en bijhorende objecten niet als eigen worden beschouwd, daar is voor Mara geen toegang." (S.IV.19).

   De zintuigen zijn niet zelf, ze ontstaan en vergaan. De zintuiglijke objecten zijn niet zelf, ze ontstaan en vergaan. Het bewustzijn ontstaan door contact van zintuig en object is niet zelf, het ontstaat en vergaat. Het contact tussen zintuig en object is niet zelf, het ontstaat en vergaat. Het gevoel ontstaan door contact tussen zintuig en object is niet zelf, het ontstaat en vergaat. De dorst ontstaan door het gevoel, is niet zelf, die ontstaat en vergaat. Dat is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf. - Zo weet men dan, zo ziet men in. En men hecht nergens meer aan. Dat is het opheffen van persoonlijkheid. Wanneer men onthecht is, is men vrij. (zie: M.148)

   
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 17-06-2018 11:24
1.5.2. Twijfel

   Deze boei is gedeeltelijk besproken bij: De vijf hindernissen, § 1.1.5.
   
   Twijfel als hogere boei heeft betrekking op dingen uit het verleden en in de toekomst, en op oorzakelijk ontstaan. Er hoort ook toe onzekerheid of iets heilzaam is of niet, of iets beoefend moet worden of niet, of iets van hoge of van lage waarde is, etc. Ze uit zich in besluiteloosheid en in een verdeelde geesteshouding.*1]
   Twijfel, besluiteloosheid (viccikacchā, kankhā) is te verwerpen als karmisch onheilzaam wanneer erdoor het denken verlamd wordt en wanneer erdoor de innerlijke ontwikkeling van de mens gehinderd wordt. Kritische twijfel in onzekere gevallen is toegestaan. In de toespraak tot de Kalamas heeft de Boeddha aanbevolen iets onbekends kritisch te onderzoeken, ook als het de leer betreft.

   "Niets anders ken ik waardoor zozeer de niet ontstane twijfel tot ontstaan en de ontstane twijfel tot groei en ontwikkeling komt dan onwijs nadenken. Want wie onwijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane twijfel tot ontstaan en de ontstane twijfel krijgt groei en ontwikkeling." (A.1.2)

   "Niets anders ken ik waardoor de niet ontstane twijfel niet tot ontstaan komt en de ontstane twijfel verdwijnt dan wijs nadenken. Want wie wijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane twijfel niet tot ontstaan en de ontstane twijfel verdwijnt." (A.1.2)

   Oplettendheid, aanhoudend denken is het tegendeel van twijfel.
   De hindernis van twijfel wordt volledig opgeheven op het pad van niet-wederkeer (A.VI.65)
   Het commentaar bij M.7 zegt: “Als hij terugblikt op het opgeven van de smetten en op zijn onwankelbaar vertrouwen, ontstaat er sterke vreugde in degene-die-niet-wederkeert met de gedachte: ‘Dergelijke smetten zijn nu door mij opgegeven.’ Het is als de vreugde van een koning die verneemt dat een opstand in het grensgebied is onderdrukt.”
_____
*1] Buddhist Dictionary : Manual of Buddhist Terms and Doctrines. Edited by
Nyanaponika. (4th revised ed.). Kandy 1980.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 17-06-2018 16:06
1.5.1. geloof in persoonlijkheid

   Deze boei bestaat in het geloof in persoonlijkheid; de verkeerde opvatting dat geestlichamelijkheid iets zelfstandigs is.

Het schijnt niet zo dat te zijn dat een stroom-betreder helemaal vrij is van de notie "Ik ben" (SN22.89).
https://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.089.than.html.

Volgens mij is 'geloof in persoonlijkheid' daarom ook een wat twijfelachtige vertaling van sakkaya ditthi. Het schijnt wel zo te zijn dat een stroom-intreder zich niet meer identificeert met de khandha's, bijvoorbeeld. Er functioneren niet meer zelfbeelden in de vorm van 'Ik ben dit". Maar de notie "Ik ben", of "Ik besta", dat zich door jarenlange gewenning in relatie tot het lichamelijke, gevoelens, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn heeft gevormd , resteert nog en verdwijnt pas bij het verwezenlijken van arahantschap. Op dat moment is ook onwetendheid volledig opgeheven.

groet,
Siebe



Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 17-06-2018 16:50
1.5.3. Bijgeloof; gehechtheid aan regels en rituelen

   Dit is het geloof dat door het volgen van bepaalde regels en rituelen iets veroorzaakt kan worden, met name door bovennatuurlijke krachten of machten. De eigenlijke betekenis van de regels en van de rituelen wordt dan niet begrepen. Het is het verkeerd opvatten van rites en ceremonies als zou dit de juiste manier zijn om iets te bereiken. Het is gehechtheid aan verkeerde praktijk.
   

1.5.4. Begeerte naar zintuiglijk genot, zintuiglijke verlangens

   
    Deze boei is besproken bij: De vijf hindernissen, §  1.1.1.

1.5.5. Afkeer, innerlijk tegenstreven
      
   Deze hindernis is besproken bij: De vijf hindernissen, § 1.1.2.


1.5.6. Begeerte naar fijnstoffelijk bestaan
   
   Begeerte naar fijnstoffelijk bestaan bestaat in het verlangen naar de toestanden die bereikt worden tijdens de eerste t/m de vierde meditatieve verdieping.

1.5.7. Begeerte naar onstoffelijk bestaan
      
   Dit is verlangen naar de toestand in de vier onstoffelijke meditatieve verdiepingen (het gebied van de ruimte-oneindigheid, het gebied van de bewustzijn-oneindigheid, het gebied van de niets-is-er sfeer, het gebied van noch-waarneming-noch-niet-waarneming).
   
1.5.8. Verwaandheid
   
   Hoogmoed, status-bewustzijn is bewustzijn van superioriteit of inferioriteit; het waanidee van het hebben van deze of gene status ten opzichte van een ander. Het bestaat uit de gedachten: "Ik ben niet zo goed als hij is", of "Ik ben net zo goed als hij is", of "Ik ben beter of hoger dan hij is."
   Deze hindernis is moeilijk op te geven. Het idee dat men beter is dan, of gelijk is aan, of niet zo goed is als de andere, komt voort uit een bepaalde soort van gehechtheid. Maar wanneer de geest volledig goed en slecht heeft overstegen, kunnen dergelijke ideeën van minderwaardigheid, superioriteit of gelijkheid niet bestaan.*1] Deze hindernis komt ook voort uit het niet begrijpen van de waarheid van anattâ.
   Bij de mening meer, minder of gelijk te zijn aan anderen gaat het niet altijd om hoogmoed of trots. Het is moeilijk zich niet met anderen te vergelijken.*2]

   "Hoogmoed is niet heilzaam. Geef ze op. Hoogmoed brengt iemand op het neerwaartse pad, tot zelfs in de hel. Maar degene die volmaakt heilig is, geniet roem en geluk. Hij ziet de waarheid en heeft de belemmeringen overwonnen." (S.VIII.3)
_____
*1] Buddhadasa Bhikkhu: Emancipation from the World. Kandy 1976, Bodhi Leaves No. B 73, p. 15-16.
*2] Buddhadasa Bhikkhu. Handbuch für die Menschheit, zum Verständnis des Buddhismus, s.a., p. 77-88.


1.5.9. Rusteloosheid en zich te veel zorgen maken

   Deze boei is besproken bij: De vijf hindernissen, § 1.1.4.

1.5.10. Onwetendheid

   Deze boei werd ook vermeld bij  §  1.2.3.

   Onder onwetendheid (moha, avijjā) verstaat men dat men de vier edele waarheden niet weet, namelijk: lijden, het ontstaan ervan, het verdwijnen ervan en de weg die voert naar het verdwijnen ervan (M.9; S.II.4; A.III.74; A.III.141).
   Ook verstaat men onder onwetendheid dat men de lichamelijkheid niet begrijpt; dat men niet begrijpt dat lichamelijkheid onderhevig is aan ontstaan en vergaan. Men begrijpt niet het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert.
   Men begrijpt niet het gevoel, de waarneming, de formaties, het bewustzijn. Zij zijn allemaal aan ontstaan en vergaan onderhevig. Men begrijpt niet het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert.  - Dat is onwetendheid en in zoverre is men in onwetendheid geraakt. (S.22.113, 126-128, 130-132)
   
   Onwetend is men als men geen weet heeft van oorzakelijk ontstaan, van niet-zelf (ego-loosheid), van vergankelijkheid.

   “Het begin van onwetendheid is niet te kennen. Men kan niet zeggen dat er vóór een bepaald moment geen onwetendheid was en daarna wel. Maar het moet aldus ingezien worden dat onwetendheid veroorzaakt is. Want onwetendheid moet voedsel hebben, kan zonder voedsel niet bestaan. En wat is het voedsel van onwetendheid? Het is begeerte, haat, traagheid etc., slecht gedrag, onbezonnenheid, niets opmerken en om niets iets geven. Hierbij is steeds het ene het voedsel voor het andere. Als laatste voedingsbodem is er slecht gezelschap. Zo wordt onwetendheid gevoed en grootgebracht." (A.X.61)

   Onwetendheid is de basis van alle leven-bevestigende acties, van alle kwaad en lijden. Door onwetendheid worden wezens voor de gek gehouden als zou het leven permanent, gelukkig, substantieel en mooi zijn. Die illusie voorkomt dat ze zien dat alles in werkelijkheid vergankelijk is, vatbaar voor onbevredigdheid, leeg van ik en mijn, en in feite onzuiver. Onwetendheid wordt gedefinieerd als 'het niet kennen van de vier edele waarheden, namelijk lijden, de oorsprong ervan, de beëindiging ervan en de weg naar de beëindiging ervan.'  Wetend daarentegen is degene die wel het lijden kent, het ontstaan ervan, de opheffing ervan, en het pad naar de opheffing ervan.' (zie M.9)

   Onwetendheid blijft bestaan, zij het op een zeer verfijnde manier, tot het bereiken van arahantschap.*1]

   De ontwikkeling van de neigingen (driften) is oorzaak voor de ontwikkeling van onwetendheid. De opheffing van de neigingen is oorzaak voor de opheffing van onwetendheid. Het pad dat voert naar de opheffing van onwetendheid is het achtvoudige pad. (M.9)

   "Onwetendheid is een groot kwaad en moeilijk te overwinnen. De oorzaak, de voorwaarde dat niet ontstane onwetendheid tot ontstaan komt en dat de ontstane onwetendheid steeds groter en sterker wordt, is onwijs nadenken. Want wie onwijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane onwetendheid  tot ontstaan en de ontstane onwetendheid wordt steeds groter en sterker." (A.III.69)
   Wat  er aan onwetendheid bestaat, dat is een wortel van het onheilzame. Wat de onwetende volvoert in daden, woorden of gedachten, ook dat is onheilzaam. Wat een onwetende, overweldigd door onwetendheid, met verstrikte geest, iemand anders ten onrechte aan lijden toevoegt, - hetzij door terechtstelling, inkerkering, onttrekking van goederen, beschuldiging of uitwijzing,  in de gedachte dat hij de macht heeft en de macht wil gebruiken, ook dat is onheilzaam. Zo ontstaan in hem, door onwetendheid geproduceerd, door onwetendheid als voorwaarde, uit onwetendheid ontsprongen, deze veelvoudige onheilzame dingen. (A.III.70)
_____
*1] Buddhist Dictionary (avijjâ); Buddhadasa Bhikkhu: Emancipation from the World. Kandy 1976, Bodhi Leaves No. B 73, p. 19-20.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 17-06-2018 23:51
1.5.10.1. opheffen van onwetendheid
   
   "De oorzaak, de voorwaarde dat de niet ontstane onwetendheid niet tot ontstaan komt en dat de ontstane onwetendheid verdwijnt, is wijs nadenken. Want wie wijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane onwetendheid niet tot ontstaan en de ontstane onwetendheid verdwijnt." (A.III.69)

   "Men begrijpt de lichamelijkheid; ze is aan ontstaan en vergaan onderhevig. Men begrijpt het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert.
   Men begrijpt het gevoel, de waarneming, de formaties, het bewustzijn. Ze zijn aan ontstaan en vergaan onderhevig. Men begrijpt het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert. - Dat is weten en in zoverre is men tot weten geraakt. (S.22.114, 126-128, 130-132)

   De vrijheid van het weten kan alleen door voedsel tot stand komen, kan zich niet zonder voedsel ontwikkelen. Edel gezelschap is de voedingsbodem; aan edele leer gehoor geven is nuttig voor verdere groei; oplettend, helder bezonnen worden, de zintuigen goed behoeden, zuivere levenswandel uitoefenen, de vier grondslagen van oplettendheid veroveren, de zeven factoren van Verlichting leren verwerkelijken: dat laat tenslotte de vrijheid van het weten ontstaan. (A.X.61)

   In afhankelijkheid van onwetendheid ontstaan wilsformaties, vormingen. Door het beëindigen van onwetendheid houden wilsformaties op. De ontwikkeling van de neigingen (driften) is oorzaak voor de ontwikkeling van onwetendheid. De opheffing van de neigingen is oorzaak voor de opheffing van onwetendheid. Na het verdwijnen van onwetendheid komen bij de volmaakte heilige geen vragen meer op over ouderdom en dood, geboorte, worden, grijpen, dorst, gevoel, aanraking, het bereik van de zes zintuigen, naam-en-vorm, bewustzijn.
   Na het restloze verdwijnen en na opheffing van de onwetendheid is er geen lichamelijke activiteit, geen spreken, en geen denken ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. Er is dan geen veld, geen basis, er is dan geen bereik, geen betrekking ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. (M.9)

   Als onwetendheid is opgeheven, is er geen denken meer in termen van ik en mijn.

      
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 18-06-2018 12:06
1.6. Opdroging van de neigingen

   "Slechts enkele monniken zijn er die door opdroging van de neigingen al in dit leven de neigingsvrije bevrijding van het gemoed, de bevrijding door wijsheid, verwerkelijkt hebben. – Veel meer monniken zijn er die na volledige opdroging van de vijf boeien wedergeboren worden in geestelijke gedaante om vandaar uit te doven, om niet meer naar deze wereld terug te keren.

   Weinig monniken zijn er die na volledige opdroging van de vijf boeien in geestelijke gedaante wedergeboren worden om vandaar uit te doven. - Veel meer monniken zijn er die na volledige opdroging van drie boeien, na verdunning van prikkeling, afkeer en waan nog één keer terugkeren naar deze wereld. Daarna maken zij aan het lijden een einde.

   Weinig monniken zijn er die na volledige opdroging van drie boeien, na verdunning van prikkeling, afkeer en waan nog één keer terugkeren naar deze wereld. - Veel meer monniken zijn er die na volledige opdroging van de drie boeien in de stroom zijn getreden, ontkomen aan het dwaalspoor. Doelbewust gaan zij voort naar volledige ontwaking." (S.LV.52)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 18-06-2018 17:52
1.7. De poel water
   
   Als iemand aan de oever van een troebele poel water staat, kan hij – hoewel hij kan zien -  door  de troebelheid van het water de vissen, de mossels, de kiezelsteentjes in het water niet zien. Juist zo kan iemand met troebele geest noch het eigen heil inzien noch het heil van iemand anders, noch het heil van beiden. Hij is ook niet in staat om die bovenmenselijke (uttara-manussa) eigenschap van het naar heiligheid voerende inzicht te verwerkelijken, vanwege die troebele geest.
   Als iemand aan de oever van een heldere poel water staat, kan hij daarin de vissen, de mossels, de kiezelsteentjes zien, omdat het water helder en niet troebel is. Juist zo kan iemand met heldere geest het eigen heil onderkennen, het heil van iemand anders en het heil van beiden. Hij is ook in staat om de bovenmenselijke eigenschap van het naar heiligheid voerende inzicht te verwerkelijken, vanwege zijn heldere geest. (A.I.7)


1.8. Het heldere bewustzijn
   
    Het bewustzijn is helder, maar het wordt verontreinigd door erbij komende smetten.*1]
   Voor de wereldling die dit niet begrijpt,*2] is er geen ontplooiing van de geest.*3]
   Helder is dit bewustzijn en het is vrij van erbij komende smetten. (A.I.9-10)
   De bekwame, edele volgeling begrijpt dit overeenkomstig de werkelijkheid. Daarom kan hij de geest ontplooien. (A.I.11)
_____
*1] 'helder, letterlijk stralend; commentaar: rein, helder (pabhassara). De geest (citta) wordt in het commentaar met 'onderbewustzijn' (bhavanga-citta) uitgelegd.
   Door de snelle wissel van het bewustzijn wordt duidelijk dat met heldere geest niet een eeuwige heldere ziel bedoeld is.
   Het commentaar legt onderbewustzijn uit als het met de wedergeboorte-bewustzijn beginnende onderbewust verlopende geestesproces dat aan de individuele levensafloop zijn continuiteit geeft.
   De vertaling van bhavanga-citta met onderbewustzijn is nu ingeburgerd. Maar er is niet het onderbewustzijn mee bedoeld van de moderne dieptepsychologie.
*2] puthujjana; letterlijk gewone mens. Hieronder wordt begrepen degene die nog geen niveau van heiligheid heeft bereikt, hetzij monnik, non, mannelijke of vrouwelijke lekenvolgeling.
*3] Commentaar: hij weet niet dat het onderbewustzijn op deze manier verontreinigd kan zijn door smetten maar ook er vrij van kan zijn.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 19-06-2018 12:24
1.9. Onthechten
 
   De hoofdzaak van het Boeddhisme is onthechten. Als men nergens meer aan gehecht is, nergens meer aan hecht, dan is er echte vrijheid. Begeerte, verlangen naar, of afkeer van laat ons echter hechten aan iets of iemand anders.
   De Boeddha heeft er een mooi voorbeeld voor gegeven: twee ossen zijn door een touw met elkaar verbonden. De ene os is niet de hindernis voor de andere os, maar het touw is de hindernis. Zo is het ook met de dingen en mensen om ons heen. Begeerte naar of afkeer van iets of iemand is de hindernis. Als wij in luxe leven, zouden wij dat leven kunnen voortzetten, als wij er maar niet aan hechten. Wij kunnen genieten maar we mogen ons nergens aan hechten. Het nadeel van luxe is dat men er gehecht aan raakt.
   Dit in te zien en toe te passen: dat is de kunst. De Boeddha heeft daarvoor diverse methoden van ontwikkeling van de geest (meditatiemethoden) uitgelegd. Voor ieder type persoon is er wel een passende methode.*1] Het doel ervan is uiteindelijk inzicht te krijgen – uit eigen ervaring en niet door boekenkennis – in de waarheid, in de werking van de eigen geest.
 
oog:
   Als wij iets zien, kan er begeerte ontstaan naar het geziene voorwerp of de geziene persoon. De begeerte is dan de hindernis, niet het voorwerp of de persoon.
oor:
   Als wij iets horen, kan er begeerte ontstaan naar het gehoorde voorwerp of de gehoorde persoon. De begeerte is dan de hindernis, niet het voorwerp of de persoon.
neus:
   Als wij iets ruiken, kan er begeerte ontstaan naar het geroken voorwerp of de geroken persoon. De begeerte is dan de hindernis, niet het voorwerp of de persoon.
mond (tong):
   Als wij iets proeven, kan er begeerte ontstaan naar het geproefde voorwerp of de geproefde persoon. De begeerte is dan de hindernis, niet het voorwerp of de persoon.
lichaam (aanraking):
   Als wij iets aanraken, kan er begeerte ontstaan naar het aangeraakte voorwerp of de aangeraakte persoon. De begeerte is dan de hindernis, niet het voorwerp of de persoon.
geest:
   Als wij iets denken, kan er begeerte ontstaan naar het idee of het bedenksel. De begeerte is dan de hindernis, niet het voorwerp of de persoon.
 
   Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf: door zo te denken wendt men zich af van iets. Men wordt onthecht.
   Dit is vergankelijk, sterfelijk. Zich hechten aan iets of iemand is oorzaak voor leed. Door zo te denken wendt men zich af. Men wordt onthecht.
______
*1] Meer over ontwikkeling van de geest  in het nog te volgen topic: Contemplaties.

 
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 19-06-2018 14:28
Ja, en voorwaarde van onthechten is het verdwijnen van begeerte. Voorwaarde van het verdwijnen van begeerte is inzicht in de drie kenmerken van geconditioneerd bestaan.

Begeerte komt op zodra er in ons een visie ontstaat dat iets ons gelukkig zal maken. Dat maakt dat iets er aantrekkelijk uit ziet. Het kan van alles zijn. Een nieuwe baan, een ijsje, partner, kind, huis, auto, status, eer, erkenning, controle, wat dan ook. Dan zoeken we nog altijd het heil in het geconditioneerde, in dat wat zelf onderhevig is aan verandering, verval, etc. De Boeddha noemde dit geen edele zoektocht. Het is de zoektocht van de wereld.

Zolang we niet inzien dat dit heilloos is, zullen we deze begeerte waarschijnlijk ook niet opgeven. Wie ziet begeerte echt als de oorzaak van lijden? We lezen dat wel, maar wie ziet het echt zo?

De wereld is als een soort reclamespot op de tv. De belofte van geluk ligt overal dik bovenop. Zolang die reclame geest ook nog in ons waart, zolang we er gevoelig voor zijn, voor die smeulende gedachte aan geluk, zolang zal het vuur van begeerte ook wel niet eindigen en de rook van gehechtheid verschijnen.

Begeerte is niet onschuldig. Reclamemakers vangen mensen in hun net, en zo vangt Mara ook wezens in zijn net. De Almachtige. De belofte van geluk is de boodschap van alle reclamemakers, inclusief Mara. Ook als boeddhistische meesters geluk beloven is dat gewoon reclamepraat, waarschijnlijk om leerlingen aan zich te verbinden, de tempels te vullen en hun ambities gefinancierd te krijgen.

We zijn gewoon te gevoelig voor de reclame boodschap van geluk. Mara kent onze zwakke plek en buit die maximaal uit. Wat je ook ziet en hoort in de wereld, ook van wetenschap & techniek, het draagt allemaal de geur van Mara. Of het nou een zelfrijdende auto is, internet, moderne ziekenhuisapparatuur, de duurste medicijnen, de persoonlijke digitale assistent, de smartphone, alles....het wil allemaal uitdragen hoe gelukkig we zullen worden met dat spul. Zeepbel na zeepbel creeert Mara, de listige.

Het net van de Almachtige zit steeds strakker om de wereld gespannen en vrijwel niemand ontsnapt er meer uit.

Afgelopen moet het zijn! Doorsnijd het net van Mara Siebje. Hou op te dromen over geluk hier of daar. Word wakker. Joehoe...hoor je me wel!
 

snurk snurk Siebe





Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 19-06-2018 18:51
2. De niveaus van heiligheid

   Het Boeddhisme kent vier niveaus van heiligheid. Die niveaus zijn zowel door monniken en nonnen als door leken te bereiken. Het verwezenlijken ervan heeft niets te maken met intelligentie, maar wel met wijsheid. Intelligentie kan zelfs een hindernis worden.

   De volgende hindernissen zijn al overwonnen vóórdat het pad van de edelen betreden wordt, voordat men in de stroom kan treden. Die hindernissen zijn: toorn, woede, lasteren, kleineren, verachten, tirannie, overheersen, afgunst, jaloersheid, nijd, gierigheid en bedriegen.

   Volgens het commentaar bij M.7. is elk ‘opgeven’ van de smetten van tijdelijke aard voordat de edele paden bereikt worden.

   Wat betreft het bereiken van de niveaus van heiligheid moeten vier eigenschappen ontplooid en geoefend worden. Ze voeren naar verwerkelijking van de vrucht van stroomintrede, van eenmaal wederkeer, van niet meer wederkeer, en van volmaakte heiligheid. Ze voeren naar het verkrijgen, groei en rijpheid van wijsheid. Die vier eigenschappen zijn: 1) omgang met juiste mensen; 2) luisten naar de juiste leer; 3) gedegen oplettendheid; 4) het navolgen van de leer. (S.LV.55-74)

   Wie met de volgende zes dingen is voorzien, die is, wanneer hij de goede leer verneemt, in staat om het pad van zekerheid te verkrijgen, de volmaaktheid in het goede. Die zes dingen zijn: wanneer de door de Volmaakte verkondigde leer verkondigd wordt, dan luistert hij graag ernaar. Hij leent gewillig gehoor. Hij wendt zijn geest naar het begrijpen ervan. Het heilzame neemt hij op. Het onheilzame vermijdt hij. En hij heeft overtuiging (vertrouwen) overeenkomstig de leer. (A.VI.88; vgl. A.V.151-153)

   Via zes stappen kan men bevrijding verkrijgen: beheersing van de zintuigen is de basis van deugdzaamheid. Deugdzaamheid is het fundament voor juiste concentratie. Juiste concentratie is de basis van inzicht, van begrijpen van de ware aard van lichamelijke en geestelijke verschijnselen. Juist inzicht, begrip van de ware natuur van lichamelijke en geestelijke verschijnselen is de basis van afkeer en niet-hechten. Wanneer afkeer en niet-hechten er zijn, dan is er de basis voor juist inzicht, kennis en visie van bevrijding.(A.VI.50)
   
   Wanneer iemand een formatie als blijvend of als geluk brengend of als een zelf, als een ik beschouwt, dan is het niet mogelijk dat hij overtuiging van de leer bezit.
   En wanneer hij geen overtuiging van de leer bezit, dan is het niet mogelijk dat hij het volmaakte pad van zekerheid kan betreden.
   Zonder evenwel het volmaakte pad van zekerheid betreden te hebben is het niet mogelijk dat hij de vrucht van stroomintrede, van eenmaal wederkeer, van niet meer wederkeer of van volmaakte heiligheid kan verwerkelijken.*1]

   Maar wanneer iemand elke formatie als vergankelijk of als lijden brengend of als niet-zelf, als niet ik beschouwt, dan is het wel mogelijk dat hij overtuiging van de leer zal bezitten. Wanneer hij overtuiging van de leer bezit, dan is het mogelijk dat hij het volmaakte pad van zekerheid zal betreden. En wanneer hij het volmaakte pad van zekerheid heeft betreden, dan is het mogelijk dat hij de vrucht van stroomintrede, van eenmaal wederkeer, van niet meer wederkeer of van volmaakte heiligheid zal verwerkelijken. (A.VI.98-100)

   Wanneer iemand Nibbana als lijden beschouwt, dan is het niet mogelijk dat hij overtuiging van de leer bezit.
   En wanneer hij geen overtuiging van de leer bezit, dan is het niet mogelijk dat hij het volmaakte pad van zekerheid kan betreden.
   Zonder evenwel het volmaakte pad van zekerheid betreden te hebben is het niet mogelijk dat hij de vrucht van stroomintrede, van eenmaal wederkeer, van niet meer wederkeer of van volmaakte heiligheid kan verwerkelijken. 

   Maar wanneer iemand Nibbana als het geluk beschouwt, dan is het wel mogelijk dat hij overtuiging van de leer zal bezitten. Wanneer hij overtuiging van de leer bezit, dan is het mogelijk dat hij het volmaakte pad van zekerheid zal betreden. En wanneer hij het volmaakte pad van zekerheid heeft betreden, dan is het mogelijk dat hij de vrucht van stroomintrede, van eenmaal wederkeer, van niet meer wederkeer of van volmaakte heiligheid zal verwerkelijken. (A.VI.101)
_____
*1] Tussen het betreden van het pad en het verkrijgen van de vrucht van eenzelfde niveau van heiligheid kunnen meerdere maanden of jaren liggen. Wel zal de vrucht steeds verkregen worden nog vóór het einde van het leven van de betreffende heilige.


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 20-06-2018 11:15
2.01. Doel van het heilige leven

   De eerwaarde Ananda werd te Kosambi bezocht door de brahmaan Unnabho. De brahmaan vroeg tot welk doel het heilige leven gevoerd wordt bij de Boeddha. Het antwoord van Ananda luidde: “Tot overwinning van de wil. En er is een pad om de wil te overwinnen. Men ontplooit de kracht van concentratie, de kracht van volharding en vaste wil, de kracht van energie, de kracht van het hart, het gemoed, en de kracht van onderzoek."
   De brahmaan: “Dat kan niet, de wil kan niet overwonnen worden door de wil.”
   Ananda: “U had eerst de energie om hierheen te komen. Die energie is nu gekalmeerd. In uw gemoed kwam eerst het plan op om hierheen te komen. Dat gemoed is nu gekalmeerd. Eerst had u het onderzoeken gericht op het hierheen gaan en nu is dat onderzoeken voorbij.
   Evenzo, wanneer iemand een volmaakte heilige geworden is, dan is bij hem datgene wat eerst de wil was om heilig te worden, na het bereiken van heiligheid gekalmeerd. Wat eerst de energie was om heilig te worden, is bij hem na het bereiken van heiligheid als energie gekalmeerd. Wat eerst het plan in zijn gemoed was om heilig te worden, is na het bereiken van de heiligheid in zijn gemoed gekalmeerd. Wat eerst als onderzoek gericht was op de heiligheid, is beëindigd na het bereiken van heiligheid." (S.LI.15)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 20-06-2018 23:30
2.02 Vier soorten van edele personen

   Over de acht soorten heiligen, de vier soorten van edele personen sprak de Boeddha o.a. in het Culasihanada sutta. (M.11)

   "Alleen hier [in de leer van de Boeddha] bestaan de vier soorten van edele personen [namelijk stroomingetredenen, eenmaal wederkerenden, niet meer wederkerenden en Arahants]. Andere leerstellingen zijn leeg van ware edele mensen.
   Waarom alleen hier? – Wel, zij hebben de volgende vier dingen: 1. vertrouwen in de Leraar; 2. vertrouwen wat betreft de Dhamma; 3. vervulling van de oefening van deugdzaamheid; 4. de medevolgelingen in de Dhamma, hetzij leken hetzij monniken en nonnen, zijn hen lief en aangenaam.
   Het doel is bereikbaar voor iemand die vrij is van begeerte, vrij van haat, en vrij van onwetendheid. Het is niet bereikbaar voor iemand die nog onderhevig is aan begeerte, aan haat, en aan onwetendheid.
   Het doel is bereikbaar voor iemand die vrij is van verlangen, die vrij is van hechten. Het is bereikbaar voor iemand met inzicht. Het is bereikbaar voor iemand die geen voorkeur en geen afkeer heeft.
   
   De volmaaktheid is uniek en niet algemeen. En die volmaaktheid is het bezit van de begeerteloze, van de haatloze, van de waanloze. Wie zonder dorst is, en wie niet meer ergens aan hecht, en wie weet, wie inzicht heeft, die heeft de volmaaktheid. Degene die niet verheugd noch ontstemd is, heeft deze volmaaktheid.
   Er zijn twee soorten van meningen, de mening van bestaan en de mening van niet-bestaan. Degenen die het begin en het einde van deze twee meningen juist begrijpen, lust en lijden, en de overwinning overeenkomstig de waarheid, die geen dorst meer hebben, die niet meer ergens aan hechten, zij die weten, die niet blij noch ontstemd zijn, die geen bijzonderheid behaagt, zij worden verlost van geboorte, ouderdom en sterven, van zorg, verdriet en pijn, van wanhoop en verdriet. Zij worden verlost van lijden.
   Er zijn vier soorten van hechten: hechten aan lust, aan meningen, aan deugdzame werken, aan zelfbehoud.

   De Volmaakte is in staat alle hechten vanaf de basis uit te leggen. Het viervoudige hechten heeft zijn oorsprong in dorst. De dorst heeft zijn oorsprong in het gevoel. Het gevoel heeft zijn oorsprong in de aanraking. De aanraking heeft zijn oorsprong in het zesvoudige bereik. Het zesvoudige bereik ontspringt uit naam en vorm. Naam en vorm ontspringt uit bewustzijn. Bewustzijn heeft als oorsprong de onderscheidingen. De onderscheidingen ontspringen uit niet-weten.
   Wanneer onwetendheid overwonnen wordt en echt weten bij iemand ontstaat, dan hecht hij niet meer aan genot van de zintuigen, dan hecht hij niet meer aan meningen, niet meer aan regels en rituelen, hecht niet meer aan de leer van een zelf. Wanneer hij niet meer aan iets hecht, is hij niet opgewonden. Wanneer hij niet opgewonden is, bereikt hij persoonlijk Nibbana. Hij begrijpt dan dat geboorte ten einde is gebracht, dat het heilige leven is geleefd, dat gedaan is wat gedaan moest worden. Er is verder niets meer te doen." (M.11)
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 21-06-2018 13:08
2.1. Sotapanna, de in de stroom getredene

   Met stroomingetredene wordt bedoeld degene die in de stroom [naar Nibbana] is getreden, en degene die op weg is om het doel van stroomintrede te verwerkelijken. (A.IX.9) Het is degene die het pad van de edelen heeft betreden, en degene die de vervulling of de vrucht van stroomintrede heeft verwerkelijkt.
   Beiden zijn geschenken waard, gastvrijheid waard, gaven waard, waard eerbiedig gegroet te worden; zij zijn het beste veld voor goede werken in de wereld. (A.IX.10; A.X.16; A.VIII.59)

   Degenen die met de vernietiging van drie boeien in de stroom getredenen zijn geworden, zij zijn niet langer aan het verderf onderhevig. Zij zijn ontkomen aan het dwaalspoor, niet meer onderhevig aan wedergeboorte in lagere sferen van bestaan. Zij gaan niet meer naar de hel, naar de dierenwereld, naar het rijk van de ongelukkige geesten, gaan niet meer op een verkeerde weg, gaan niet naar ondergang. Zij zijn goed gevestigd, bestemd voor volledige Verlichting. Doelbewust gaan zij dan voort naar volledige Ontwaking. Veilig zullen zij aan de andere oever aankomen. (A.V.179; M.34, M.6, M.22, S.LV.24-25, 52)

   De in de stroom getredene, de Sotapanna heeft geen enkele twijfel meer wat betreft de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha. Hij heeft een onwankelbaar vertrouwen.
   Verder is hij vrij van de smet van bijgeloof, en van gehechtheid aan regels en rituelen.
   Ook is hij gedeeltelijk vrij van geloof in persoonlijkheid, de verkeerde opvatting dat geestlichamelijkheid iets zelfstandigs is, gebaseerd op de idee van een "ik". (Deze smet wordt pas bij volmaakte heiligheid helemaal verwijderd)
   Ook heeft hij de begeerte, haat en onwetendheid die naar lagere werelden van bestaan voeren, [ten dele] opgeheven. (A.III.95; A.VI.89-91)
   
   Volgens het commentaar bij M.7 zijn door het pad van in de stroom treden (sotapatti-magga) de smetten lasteren, kleineren, verachten, tirannie, overheersen, afgunst, nijd, jaloersheid, huichelarij, misleiding en  bedriegen opgeheven.

   Het commentaar bij M.7 benadrukt herhaaldelijk dat steeds waar in de tekst ‘opgeven’ wordt vermeld, verwezen wordt naar iemand die een niet-wederkerende is (anagami). Want ook als de smetten opgegeven zijn bij het in-de-stroom-treden, worden de staten van de geest welke die smetten veroorzaken, alleen vernietigd door het pad van niet-wederkeer.

   Als iemand weet dat die smetten aanwezig zijn, geeft hij ze op. Als hij dan die smetten heeft opgegeven, verkrijgt hij onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, in de leer en in de gemeenschap van de heiligen. En als hij de smetten gedeeltelijk*1] heeft opgegeven, er afstand van heeft gedaan, ze heeft losgelaten, dan weet hij: ‘Ik ben begiftigd met onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, ben begiftigd met onwankelbaar vertrouwen in de leer, ben begiftigd met onwankelbaar vertrouwen in de gemeenschap van de Ariyasangha.’ En hij verkrijgt enthousiasme voor het doel, verkrijgt enthousiasme voor de leer, verkrijgt blijdschap verbonden met de leer. Als hij verblijd is, ontstaat vreugde in hem; vol vreugde in de geest wordt zijn lichaam rustig. Als zijn lichaam rustig is, voelt hij geluk; en de geest van degene die gelukkig is, wordt geconcentreerd.*2] (M.7)

   Wie met de volgende zes dingen is voorzien, die is, wanneer hij de goede leer verneemt, in staat om het pad van zekerheid te verkrijgen, de volmaaktheid in het goede. Die zes dingen zijn: wanneer de door de Volmaakte verkondigde leer verkondigd wordt, dan luistert hij graag ernaar. Hij leent gewillig gehoor. Hij wendt zijn geest naar het begrijpen ervan. Het heilzame neemt hij op. Het onheilzame vermijdt hij. En hij heeft overtuiging (vertrouwen) overeenkomstig de leer. (A.VI.88)
   
   Het geloof in persoonlijkheid is bij de stroomingetredene niet volledig verdwenen. Er is nog een rest van ik-bewustzijn bij hem of haar aanwezig.
_____
*1] gedeeltelijk: dat is in die mate waarin de betreffende smetten zijn vernietigd door de paden van heiligheid.
*2] De functie van rust is hier het kalmeren van elke geringe lichamelijke en geestelijke rusteloosheid die afkomstig is van hartstochtelijke vreugde. De rust verandert dat laatste zo in een kalm geluk gevolgd door meditatieve verzinking. - Deze vaak voorkomende passage maakt in de leer van de Boeddha het belang duidelijk van geluk als een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van concentratie en van geestelijke vooruitgang in het algemeen.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 21-06-2018 22:40
2.1.1. Schakels en kenmerken van stroomintrede

   Er zijn vier schakels naar stroomintrede, en wel: omgang met goede mensen; het luisteren naar de goede leer; grondige oplettendheid; het navolgen van de leer. De stroom is het achtvoudige pad. Iemand is een in de stroom getredene wanneer hij het edele achtvoudige pad navolgt. (S.LV.5, 50, 55-74)

   Aan drie omstandigheden kan men de persoon herkennen die vervuld is van vertrouwen en toewijding [d.w.z. de in de stroom getredene]:
   Hij ziet graag deugdzame personen; hij luistert graag naar de goede leer [of leest ze graag]; hij leeft zijn huiselijk leven met een van gierigheid onbevlekt hart; hij is vrijgevig, met open handen; hij vindt vreugde aan het schenken, is de behoeftigen toegedaan; hij vindt vreugde aan het uitdelen van gaven.
   "Wie graag de deugdzamen ziet, de goede leer graag hoort, en ook de vlek van gierigheid heeft verwijderd, die geldt als persoon vol vertrouwen." (A.III.42; zie ook A.XI.15)
   
   "Wanneer iemand elke bestaansvorm als niet blijvend, als vergankelijk beschouwt, of als hij elke bestaansvorm als niet-ik beschouwt, dan is het mogelijk dat hij overtuiging overeenkomstig de leer zal hebben. En dan kan hij het volmaakte pad van zekerheid betreden. Dan is het mogelijk dat hij de vrucht van stroomintrede, zal verwerkelijken." (A.VI.98, 100)

   De asceet Kondañña begreep na de eerste leerpreek van de Boeddha dat alles wat ontstaan is, ook zal vergaan. Hij begreep de leer van vergankelijkheid uit eigen ervaring. Hij werd toen een in de stroom getredene. En de eerwaarde Sariputta en de eerwaarde Maha Moggallana vernamen: “Van alle dingen die oorzakelijk zijn ontstaan, heeft de Volmaakte de oorzaak uitgelegd. En ook hoe die tot uitdoving komen.” Dat was genoeg voor beiden om de waarheid in te zien: “Alles wat aan ontstaan onderhevig is, is ook onderhevig aan vergaan.” Door dit inzicht bereikten zij het eerste niveau van heiligheid. Anderen zien in dat er geen zelf is, zoals de eerwaarde Rahula.

   Vier kenmerken heeft iemand die in de stroom is getreden. Die vier kenmerken zijn: onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, in de Dhamma en in de Ariyasangha; en het navolgen van de deugden die door de edelen geprezen worden, d.w.z. de vijf regels van goed gedrag navolgen, volmaakt moreel gedrag, volmaakte zedelijkheid. (A.V.179; S.LV.53, 3, 26-27, 30, 44-45; S.XII.41; A.IX.12-13, D.33)
   Verder richt men zijn aandacht op het oorzakelijke ontstaan. Als dit is, volgt dat; als dit niet is, volgt dat niet. (S.LV.28, 31-33, 41-43; S.XII.41) 
   Ook is men dan vrij van gierigheid, geeft met open hand, is vrijgevig. (S.LV.1, 4, 6-20, 22-23, 53).

   "Oefen u in het luisteren naar (of het lezen van) leerreden van de Boeddha. Oefen u aldus in de vier schakels van stroomintrede: "Met onwankelbare helderheid zullen wij de Boeddha, Dhamma en Sangha navolgen; en ook de deugden die aan edelen dierbaar zijn." (S.LV.53)

   De vier schakels van stroomintrede zijn de vier paden naar de goden. De edele volgeling overweegt verder: “Vrijheid van last is het hoogste bij de goden. Als ik niemand belast, dan volg ik verder het pad naar de goden.” (S.LV.34-35)

   Als de edele volgeling die vier eigenschappen opvolgt, is hij een in de stroom getredene. Wie deze vier eigenschappen opgevolgd heeft, die is begiftigd met hemelse of menselijke levensenergie, met hemelse of menselijke schoonheid, met hemels of menselijk heil, met hemelse of menselijke roem, met hemelse of menselijke macht. (S.LV.30)

   Wanneer een edele volgeling de vijf regels van goed gedrag navolgt, en wanneer hij met de vier kenmerken van stroomintrede is voorzien, en wanneer hij deze edele methode met het verstand goed heeft gezien en volledig heeft doordrongen, dan kan hij, wanneer hij dat wenst, van zichzelf beweren: "Verwijderd is voor mij de hel, verwijderd is voor mij wedergeboorte als dier, verwijderd is voor mij de sfeer van de ongelukkige geesten, verwijderd is voor mij een lage vorm van bestaan, een smartelijk bestaan en verdoemenis. Ik ben iemand die in de stroom is getreden. Het is onmogelijk voor mij om terug te vallen in de verdoemenis. Ik ben veilig; de volmaakte Verlichting is mijn doel." (S.XII.41; zie ook A.III.76)

   Wie onwankelbaar vertrouwen heeft in de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha, en wiens deugdzaamheid goed is, door de edelen geprezen, die is niet arm. Zijn leven is niet tevergeefs. En hij heeft geen angst voor de dood. (S.LV.26-27, 44-45)   

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 22-06-2018 12:49
2.1.2. De zes overwegingen van iemand die in de stroom is getreden

   Er zijn zes onderwerpen van overweging, namelijk:
1. De overweging over de Verlichte,
2. De overweging over de leer,
3. De overweging over de gemeenschap van de monniken,
4. De overweging over deugdzaamheid,
5. De overweging over vrijgevigheid,
6. De overweging over de godheden. (A.VI.9)
   
   Een edele volgeling heeft het op ervaring gebaseerde onwankelbare vertrouwen in de Boeddha, in de Dhamma en in de (Ariya)Sangha. 

(1)   Hij denkt aan de Volmaakte aldus: ‘Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.’

   Wanneer de edele volgeling aan de Volmaakte denkt, dan wordt zijn geest niet omsponnen door begeerte, noch door afkeer of onwetendheid. In het aanzicht van de Volmaakte is zijn geest juist gericht. Met juist gerichte geest krijgt hij enthousiasme voor het doel, enthousiasme voor de leer, krijgt vreugde aan de leer. In de vreugdige ontstaat vervoering; met vervoerde geest wordt het innerlijke rustig; van binnen vredig ondervindt hij geluk, en de geest van de gelukkige concentreert zich. Van deze edele volgeling zegt men dat hij onder de verkeerd gerichte mensen vertoeft in het bezit van het juiste, dat hij onder de lijdende mensen zonder lijden vertoeft. In de stroom van de leer getreden, ontplooit hij de overweging over de Verlichte.

(2)   Verder denkt een edele volgeling aan de leer: ‘Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit om alles zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.’

   Wanneer de edele volgeling aan de leer denkt, dan wordt zijn geest niet omsponnen door begeerte, noch door afkeer of onwetendheid. In het aanzicht van de leer is zijn geest juist gericht. Met juist gerichte geest krijgt hij enthousiasme voor het doel, enthousiasme voor de leer, krijgt vreugde aan de leer. In de vreugdige ontstaat vervoering; met vervoerde geest wordt het innerlijke rustig; van binnen vredig ondervindt hij geluk, en de geest van de gelukkige concentreert zich. Van deze edele volgeling zegt men dat hij onder de verkeerd gerichte mensen vertoeft in het bezit van het juiste, dat hij onder de lijdende mensen zonder lijden vertoeft. In de stroom van de leer getreden, ontplooit hij de overweging over de leer.

(3)   Verder denkt een edele volgeling aan de gemeenschap van de Orde: ‘Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Deze Orde van de discipelen van de Gezegende – namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen – is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.’

   Wanneer de edele volgeling aan de Orde denkt, dan wordt zijn geest niet omsponnen door begeerte, noch door afkeer of onwetendheid. In het aanzicht van de Orde is zijn geest juist gericht. Met juist gerichte geest krijgt hij enthousiasme voor het doel, enthousiasme voor de leer, krijgt vreugde aan de leer. In de vreugdige ontstaat vervoering; met vervoerde geest wordt het innerlijke rustig; van binnen vredig ondervindt hij geluk, en de geest van de gelukkige concentreert zich. Van deze edele volgeling zegt men dat hij onder de verkeerd gerichte mensen vertoeft in het bezit van het juiste, dat hij onder de lijdende mensen zonder lijden vertoeft. In de stroom van de leer getreden, ontplooit hij de overweging over de Orde.

(4)   Verder denkt de edele volgeling aan eigen deugdzaamheid: 'Mijn deugd is ongebroken, ongedeerd, onbesmet, zonder blaam, bevrijdend, door de wijzen geprezen, onbeïnvloed;*1] ze bevordert geestelijke concentratie.' 

   Wanneer de edele volgeling aan eigen deugdzaamheid denkt, dan wordt zijn geest niet omsponnen door begeerte, noch door afkeer of onwetendheid. In het aanzicht van de deugdzaamheid is zijn geest juist gericht. Met juist gerichte geest krijgt hij enthousiasme voor het doel, enthousiasme voor de leer, krijgt vreugde aan de leer. In de vreugdige ontstaat vervoering; met vervoerde geest wordt het innerlijke rustig; van binnen vredig ondervindt hij geluk, en de geest van de gelukkige concentreert zich. Van deze edele volgeling zegt men dat hij onder de verkeerd gerichte mensen vertoeft in het bezit van het juiste, dat hij onder de lijdende mensen zonder lijden vertoeft. In de stroom van de leer getreden, ontplooit hij de overweging over eigen deugdzaamheid.

(5)   Verder denkt de edele volgeling aan eigen vrijgevigheid: ‘Goed heb ik het getroffen dat ik temidden van de mensen die omsponnen zijn met de kwaal van gierigheid thuis leef met een gemoed dat vrij is van de kwaal van gierigheid, vrijgevig, met open handen, tot geven geneigd, de armen toegedaan, vreugde hebbend aan het uitdelen van gaven.'

   Wanneer de edele volgeling aan de vrijgevigheid denkt, dan wordt zijn geest niet omsponnen door begeerte, noch door afkeer of onwetendheid. In het aanzicht van de vrijgevigheid is zijn geest juist gericht. Met juist gerichte geest krijgt hij enthousiasme voor het doel, enthousiasme voor de leer, krijgt vreugde aan de leer. In de vreugdige ontstaat vervoering; met vervoerde geest wordt het innerlijke rustig; van binnen vredig ondervindt hij geluk, en de geest van de gelukkige concentreert zich. Van deze edele volgeling zegt men dat hij onder de verkeerd gerichte mensen vertoeft in het bezit van het juiste, dat hij onder de lijdende mensen zonder lijden vertoeft. In de stroom van de leer getreden, ontplooit hij de overweging over de vrijgevigheid.

(6)   Verder denkt de edele volgeling aan de godheden: ‘Er zijn de goden in de sfeer van de Vier Grote Koningen, er zijn de goden in de sfeer van de Drieëndertig, er zijn de gelukzalige goden (de Yama-goden), er zijn de tevreden goden (in de Tusita-hemel), er zijn de goden die graag scheppen, er zijn de goden die heersen over de scheppingen van anderen, er zijn de goden in de wereld van Brahmâ, en er zijn goden in sferen hoger dan deze.
   Die goden hadden zo’n vertrouwen dat zij na de dood daar wedergeboren werden. En zo’n vertrouwen is ook in mij aanwezig.
   Die goden waren deugdzaam, edelmoedig en vrijgevig, zij waren leergierig en zij hadden begrip zodat zij na de dood daar wedergeboren werden. En zulke eigenschappen zijn ook bij mij aanwezig.'


   Wanneer de edele volgeling deze eigenschappen, die de goden hebben en die ook hijzelf heeft, zich te binnen roept, op die tijd is zijn geest niet omhuld door begeerte, noch door afkeer of onwetendheid. Met het oog op de goden is zijn geest juist gericht. Met juist gerichte geest krijgt hij enthousiasme voor het doel, enthousiasme voor de leer, krijgt vreugde aan de leer. In de vreugdige ontstaat vervoering; met vervoerde geest wordt het innerlijke rustig; van binnen vredig ondervindt hij geluk, en de geest van de gelukkige concentreert zich. Van deze edele volgeling zegt men dat hij onder de verkeerd gerichte mensen vertoeft in het bezit van het juiste, dat hij onder de lijdende mensen zonder lijden vertoeft. In de stroom van de leer getreden, ontplooit hij de overweging over goden. 

   Wie als edele volgeling succes heeft en de leer heeft begrepen, die vertoeft vaak in deze toestand. (A.VI.10; zie ook: A.III.71; A.V.179; A.IX.12-14)
_____
*1] Onbeïnvloed, d.w.z. de deugdzaamheid is niet beïnvloed door begeerte (tanhā) naar winst, eer, wedergeboorte in een hemel, noch door verkeerde meningen (ditthi).

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 23-06-2018 12:31
2.1.3. De vijf krachten


   Degenen die zich oefenen om hogere kennis te verkrijgen, bezitten vijf krachten: vertrouwen, schaamte,*1] morele vrees,*2] energie en inzicht.

   1. De kracht van vertrouwen bestaat hierin:
De edele volgelingen bezitten vertrouwen; zij geloven in de Verlichting van de Volmaakte, op deze manier: "Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene."
   2. Zij voelen schaamte over verkeerd gedrag in daden, woorden en gedachten. Zij schamen zich bij het verrichten van slechte daden.
   3. Zij hebben morele vrees, morele afkeer van alles wat verkeerd en onheilzaam is; zij hebben morele afkeer van alle slechte daden.
   4. De kracht van energie bestaat hierin: de edele volgelingen spannen hun wil in om de onheilzame dingen te overwinnen en om de heilzame dingen te verkrijgen. Zij zijn standvastig, met stalen kracht; zij vergeten hun plicht niet om heilzame dingen te doen.
   5. De kracht van wijsheid bestaat hierin: de edele volgelingen begrijpen het oorzakelijke ontstaan en vergaan en dat inzicht zal hen uiteindelijk leiden naar Nibbāna, de vernietiging van lijden. (A.V.2)

   Elders worden nog twee andere krachten vermeld, namelijk oplettendheid en concentratie.
   De kracht van oplettendheid bestaat hierin: Een edele volgeling bezit oplettendheid, is begiftigd met hoogste oplettendheid en bezonnenheid. Zelfs wat lang geleden gedaan of gezegd werd, dat herinnert hij zich. - De kracht van oplettendheid is te zien in de vier grondslagen van oplettendheid.
   De kracht van concentratie bestaat hierin. Een edele volgeling verkrijgt, afgezonderd van de zinnendingen, de eerste meditatieve verdieping (jhana), dan de tweede, de derde en de vierde jhana. (A.V.14-15)
_____
*1] Schaamte is gemotiveerd door zelfrespect en is inwaarts gericht.
*2] Morele vrees is naar buiten gericht; het is de vrees voor consequenties zoals blaam, slechte reputatie en straf.


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 24-06-2018 13:36
2.1.4. Voordelen van stroomintrede

   De in de stroom getredene kan er zeker van zijn Nibbâna te bereiken. (S.LV.22) Hij ziet de vier edele waarheden in en zal hoogstens nog zeven keer herboren worden. (S.LVI.52-60; S.XIII.1-11)

   Het verwerven van de vrucht van in de stroom treden heeft zes voordelen: 1) Men heeft vast vertrouwen in de leer. 2) Het is onmogelijk om terug te vallen. 3) Er is een grens aan het lijden in de kringkoop van bestaan (hoogstens nog 7x wordt men dan herboren). 4) Men is begiftigd met bovennatuurlijke kennis die niet door de gewone wereldling gedeeld wordt. 5) Men heeft helder begrip van oorzaken, en 6) van de verschijnselen die daaruit ontstaan. (A.VI.97)

   Iemand die helemaal niets bezit van de vier schakels van stroomintrede, die wordt een buitenstaander genoemd, iemand die aan de kant van de gewone mensen is blijven staan. – Onverschillig, nonchalant, slordig, nalatig vertoeft degene die de Boeddha, Dhamma en Sangha navolgt en de deugden die dierbaar zijn aan de edelen. Maar hij is daarmee tevreden, hij streeft niet verder, noch overdag noch 's nachts. Door die slordigheid verkrijgt hij geen vreugde. Zonder vreugde geen vervoering. Zonder vervoering geen tot rust komen. Hij vertoeft in wee, krijgt geen concentratie. De dingen worden hem niet duidelijk. Zo is degene die slordig is.
   Maar serieus vertoeft de edele volgeling die de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha navolgt en de edele deugden. Hij is daarmee niet tevreden maar streeft verder, overdag en 's nachts. Vreugde ontstaat, vervoering ontstaat. Het lichaam komt tot rust. Hij voelt zich goed. Het gemoed concentreert zich. De dingen worden hem duidelijk. Zo is hij iemand die serieus vertoeft. (S.LV.40)

   Iemand met de vier stromen van verdienste is welvarend, heeft grote rijkdom, grote roem. (S.LV.44-45)

   Over degene die in de stroom is getreden, spreken de goden graag op hun bijeenkomsten. Zij denken: “Wat wij toen nagevolgd hebben, dat is ook door deze edele volgeling nagevolgd. Hij is de goden nabij.” (S.LV.36)

   Net zoals regen in de bergen eerst kleine kloven en spleten vult, dan kleine poelen, daarna grote poelen, dan beken en rivieren; en tenslotte bereikt het water de grote oceaan. Evenzo voeren de eigenschappen van de in de stroom getredene in vloeiende overgangen naar de andere oever, naar opdroging van de neigingen. (S.LV.38)

   De eigenschappen genoemd voor mannelijke in de stroom getredenen gelden natuurlijk ook voor vrouwelijke in de stroom getredenen. (zie S.LV.39)


   In A.VI.119-139 noemde de Verhevene veel leken die het niveau van stroomintrede bereikt hadden.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 24-06-2018 19:43
2.1.5. De melaatse Suppabuddha en de zegeningen van een sotapanna
   
   Te Rājagaha leefde een man met naam Suppabuddha. Hij was melaats; zijn ledematen waren erg aangetast door die ziekte. Hij was heel arm. Hij kleedde zich in weggeworpen stroken stof die hij aan elkaar naaide. En hij at wat anderen over hadden van hun maal.
   Op een dag kwam de Boeddha terug van zijn aalmoezenrondgang. Hij ging met zijn gevolg Rājagaha binnen. De bewoners ervan maakten een zitplaats voor hem gereed. En hij onderwees er de Dhamma.
   Suppabuddha zag van verre het volk en hij vroeg zich af waarom het daar bijeen was gekomen. Hij dacht dat er eten uitgedeeld werd en dat ook hij er misschien iets zou krijgen. Hij kwam dichter bij en zag de Verhevene de leer onderwijzen. Suppabuddha ging aan de rand van de menigte zitten om naar de leer te luisteren.
   Hij was in zulke omstandigheden wedergeboren als resultaat van een vergrijp jegens de Paccecabuddha Tagarasikhi. Maar hij was in staat om de leer vlug te begrijpen en hij bereikte het eerste niveau van heiligheid (sotāpatti).
   Suppabuddha wilde graag aan de Leraar bekend maken wat hij bereikt had na diens onderricht van de Dhamma. Maar wegens zijn melaatsheid wilde hij niet samen met de menigte gaan. Hij wachtte daarom tot de Verhevene naar het Veluvana-klooster was gegaan en ging er daarna eveneens heen.
   Sakka, de koning van de goden besefte wat Suppabuddha van plan was. Om hem te testen, rees hij in de lucht omhoog en zei: “Suppabuddha, je bent de armste van allen, je lijdt veel en je bent de laagste van alle mensen. Ik zal je onbegrensde rijkdom geven als je de Boeddha, Dhamma en Sangha loochent en zegt dat je dat Drievoudige Juweel beu bent.” Suppabuddha vroeg daarop wie tot hem sprak. “Ik ben Sakka, koning van de goden,” luidde het antwoord, waarop Suppabuddha zei: “Jij dwaas, je zegt dat ik arm ben en behoeftig en ziek. Maar integendeel, ik heb geluk bereikt en grote rijkdom, namelijk de rijkdom van vertrouwen, de rijkdom van moreel goed gedrag, de weelde van bescheidenheid, de weelde van vrees voor zonde, de rijkdom van een heilige leer, van ontzegging, van wijsheid; deze zeven voorraden van rijkdom zijn van mij. Alwie deze voorraden van rijkdom bezit, hetzij man of vrouw, zo iemand is niet arm; het leven van zo iemand is niet tevergeefs. Dit zijn de zeven voorraden van achtenswaardige rijkdom. Zij die deze voorraden van rijkdom bezitten, worden niet arm genoemd door Boeddhas of Pacceka-Boeddhas.”
   Sakka ging naar de Verhevene en vertelde hem de gebeurtenis. En de Verhevene zei: “Het is zelfs met 100 of 1000 geldstukken niet mogelijk dat men de Boeddha, Dhamma en Sangha laat verloochenen door de melaatse Suppabuddha.”
   Later werd Suppabuddha als resultaat van een slechte daad door de horens van een koe gedood. Hij werd in een hemelse sfeer wedergeboren.*1]
_____
*1] Dhammananda, K. Sri: The Dhammapada. Kuala Lumpur 1988, p. 157-158 (V. 7); Burlingame, E.W. (transl). Buddhist Legends. London 1979, V.7.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 25-06-2018 12:05
2.1.6. De waarheid-toegewijde en de vertrouwen-toegewijde - I

   De in de stroom getredenen zijn door het eerste inzicht van de waarheid boven elke twijfel verheven. Door twee geestelijke eigenschappen wordt twijfel vernietigd, namelijk wijsheid en vertrouwen. Dientengevolge zijn er twee soorten van individuen die in de stroom van de Dhamma treden, die het pad van de edelen betreden, namelijk de waarheid-toegewijde (dhammānusārī) en de vertrouwen-toegewijde (saddhānusārī).

   Meer over deze twee soorten van individuen volgt in §§ 3.1 en 3.2.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 25-06-2018 20:18
2.1.7. Drie soorten van in de stroom getredenen
   
   Na het verdwijnen van de drie boeien (geloof in persoonlijkheid, twijfel, en hechten aan regels en rituelen) is iemand in de stroom getreden. Hij is ontkomen aan de lagere werelden van bestaan, is er zeker van de volmaakte Verlichting te bereiken. Hij is volmaakt in de regels van deugdzaamheid, maar slechts ten dele volmaakt in de concentratie van de geest, slechts ten dele volmaakt in wijsheid. Er zijn drie soorten van personen die in de stroom zijn getreden:

   1. Nog maximaal zeven keer wordt hij wedergeboren onder hemelse wezens en mensen, en daarna maakt hij aan het lijden een einde. Die persoon noemt men "iemand die hoogstens nog zeven keer wedergeboren wordt" (sattakkhattu-parama).

   2. Nog twee of drie keer wordt hij wedergeboren bij edele families en daarna maakt hij aan het lijden een einde. Die persoon noemt men "iemand die van geslacht tot geslacht gaat" (kolankola).

   3. Nog slechts één keer wordt hij als mens wedergeboren. Daarna maakt hij aan het lijden een einde. Die persoon noemt men "nog eenmaal ontluikende" (eka-bījī). (A.III.88-89; A.IX.12; zie ook A.X.63-64)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 26-06-2018 12:39
2.2. Sakadagami, de eenmaal wederkerende

   Degenen die drie boeien hebben overwonnen, en in wie begeerte, haat en onwetendheid zijn verminderd, zij zijn eenmaal wederkerenden; nog één keer komen zij in deze wereld terug om aan het lijden een einde te maken.(M.22; zie ook S.I.6 en M.34).

   Onder eenmaal wederkerende wordt verstaan degene die eenmaal wederkeert en degene die op weg is om het doel van eenmaal wederkeer te verwerkelijken. (A.IX.9) Eenmaal Wederkerenden zijn degenen die het pad van eenmaal wederkeer betreden en degenen die de vervulling van eenmaal wederkeer verwerkelijken.
   Beide eenmaal wederkerenden (pad en vervulling) zijn geschenken waard, gastvrijheid waard, gaven waard, waard eerbiedig gegroet te worden, zij zijn het beste veld voor goede werken in de wereld. (A.IX.10; A.X.16; A.VIII.59)

   Iemand is een volgeling van de Boeddha, Dhamma en Sangha met onverstoorbare duidelijkheid. Hij is volmaakt in deugdzaamheid, maar matig ontwikkeld in concentratie en wijsheid. Hij is nog niet bevrijd van de boeien die wedergeboorte veroorzaken (upapatti-patilābhiyāni samyojanāni) en de boeien die aan het (tegenwoordige) bestaan kluisteren (bhava-patilābhiyāni samyojanāni). Zo iemand wordt een eenmaal wederkerende. Na het volledige verdwijnen van drie boeien en het afnemen van begeerte, haat en onwetendheid keert hij nog één keer naar deze wereld terug. Daarna maakt hij aan het lijden een einde. Hij zal veilig aan de andere oever aankomen.
   Ook zo'n persoon is waarlijk volkomen bevrijd van de hel, van de dierenwereld, het rijk van de ongelukkig geesten, is geheel bevrijd van dwalingen, van een slechte weg, geheel bevrijd van ondergang. (A.IX.12; M.34, S.LV.52, A.III.89; A.IV.131; vgl. A.X.63-64)

   Bij de eenmaal wederkerende (sakadagamin) zijn begeerte naar zingenot, zintuiglijke verlangens, zinnelijke lust en boosheid heel afgezwakt; en haat, kwaadwil en onwetendheid zijn verminderd. De geest is dan verheven en wordt nog slechts zeer zwak aan zinnelijkheid gehecht. Door het pad van eenmaal wederkeer wordt men bijna vrij van persoonlijkheidsvisie, begeerte naar zintuiglijk genot, en kwaadwil.

   Noch de in de stroom getredene noch de eenmaal wederkerende heeft zin-genot volledig opgegeven. In beiden is nog een rest van bevrediging in attractieve en begerenswaardige objecten.


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 26-06-2018 13:59
2.2. Sakadagami, de eenmaal wederkerende

   Degenen die drie boeien hebben overwonnen, en in wie begeerte, haat en onwetendheid zijn verminderd, zij zijn eenmaal wederkerenden; nog één keer komen zij in deze wereld terug om aan het lijden een einde te maken.(M.22; zie ook S.I.6 en M.34).

Zoals ik het begrepen heb: Een eenmaal terugkerende, een sakadagami, komt niet meer terug in de vier lagere werelden en ook niet als mens.  "deze wereld''  verwijst dus niet naar deze-wereld-als-mens.

Siebe

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 29-06-2018 22:22
2.3. Anagami, de niet meer wederkerende

   Het niveau van niet meer wederkeer is dat van degene die niet meer wederkeert naar deze wereld en degene die op weg is om het doel van niet meer wederkeer te verwerkelijken. (A.IX.9) Zij zijn degenen die het pad van niet meer wederkeer hebben betreden en degenen die de vervulling van niet meer wederkeer hebben verwerkelijkt.

   Door het pad van niet wederkeer zijn de volgende smetten opgeheven: begeerte naar zintuiglijk genot, zintuiglijke verlangens, zinnelijke lust; gehechtheid aan zinnelijke verlangens; gehechtheid aan het lichaam;
gehechtheid aan vorm (materiële objecten); haat, kwaadwil, tegenzin, afkeer, innerlijk tegenstreven, vijandschap; traagheid en luiheid; rusteloosheid, zich te veel zorgen maken, gewetensonrust, piekeren.
   Twijfel aan Boeddha, Dhamma en Ariyasangha was al opgeheven bij stroomintrede. Maar twijfel wat betreft dingen uit het verleden en in de toekomst, twijfel over oorzakelijk ontstaan, onzekerheid of iets heilzaam is of niet, twijfel over de oefening e.d., besluiteloosheid wordt pas opgeheven op pad van niet wederkeer.

   Volgens de commentaren bij M.7 en bij S.I.5-6 zijn door het pad van niet-wederkeer (anagami-magga) de volgende smetten helemaal opgeheven: kwaadwil, tegenzin, haat, boosheid, toorn, woede, vijandschap, nalatigheid, onoplettendheid, traagheid en luiheid, waan, illusie, hoogmoed, verkeerd inzicht, zinnelijke lust.
    Waan, onwetendheid wordt evenwel pas helemaal opgeheven wanneer volmaakte heiligheid, arahantschap bereikt is.

   Zes eigenschappen moeten overwonnen worden om het doel van niet-wederkeer (anāgāmī-phala) te verwerkelijken, namelijk: vertrouwenloosheid, schaamteloosheid, gewetenloosheid, traagheid, onoplettendheid en onwijs nadenken. (A.VI.65)

   Verder moet de niet meer wederkerende vijf krachten (indriyāni) onderhouden, nl. saddhā, vertrouwen; viriya, energie; sati, bezonnenheid; samādhi, geestelijke concentratie; en paññā, inzicht. (commentaar bij S.I.5)

   “Na het volledige verdwijnen van de vijf boeien verschijnt men in een geestelijke wereld. Daar bereikt men Nibbāna zonder nog ooit vanuit die wereld naar de zinnelijke sfeer terug te keren.” Men wordt spontaan (ongeslachtelijk) wedergeboren in de godenwereld van de Zuivere Verblijven (suddhāvāsa). (Zie S.LV.24, 52; A.XI.17)

   Degenen die spontaan wedergeboren worden in de godenwereld van de Zuivere Verblijven – zij zijn waarlijk volkomen bevrijd van de hel, van de dierenwereld, het rijk van de ongelukkig geesten, zijn geheel bevrijd van dwalingen, van een slechte weg, geheel bevrijd van ondergang. Zij zullen veilig aan de andere oever aankomen. (M.34; S.I.5; S.IV.24; S.LV.24, 52; A.XI.17; zie ook M.22)

   Beide niet meer wederkerenden zijn geschenken waard, gastvrijheid waard, gaven waard, waard eerbiedig gegroet te worden, zij zijn het beste veld voor goede werken in de wereld. (A.IX.10; A.X.16; A.VIII.59)

   De niet meer wederkerende heeft alle zinnelijke verlangens en alle kwaadwil opgegeven. Omdat er geen enkel overblijfsel meer is van de vijf lagere boeien, keert de edele die dit niveau heeft bereikt, nooit meer terug naar de zinnelijke sfeer van bestaan.


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 29-06-2018 22:34
2.3.1. Vijf soorten van niet meer wederkerenden

   Iemand is volmaakt in deugdzaamheid, volmaakt in concentratie, maar slechts matig ontwikkeld in wijsheid.
        Na het verdwijnen van de vijf lagere boeien wordt hij een "op halve route uitdovende" (antara-parinibbayi). Hij heeft nog een rest van hechten.
   Of hij wordt een "na halve route uitdovende" (upahacca-parinibbayi). Hij heeft nog een rest van hechten.
   Of hij wordt een "moeiteloos uitdovende" (asankhara-parinibbayi).
   Of hij wordt een "met moeite uitdovende" (sasankhara-parinibbayi).
   Of hij wordt een "stroomopwaarts naar de Zuivere goden gaande" (uddhamsoto kanitthagami).
   
   Dit zijn de vijf soorten van niet meer wederkerenden.
(A.III.88-89; A.IX.12; vgl. A.VII.52, A.X.63-64)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 30-06-2018 14:47
2.4. Arahant, de volmaakte heilige

   Het laatste niveau is dat van de volmaakte heiligen en van degenen die op weg zijn het doel van volmaakte heiligheid te verwerkelijken. (A.IX.9) Zij zijn degenen die het pad van volmaakte heiligheid hebben betreden en degenen die de vervulling van volmaakte heiligheid hebben verwerkelijkt.
   Degenen die met de vernietiging van de neigingen Arahants zijn geworden, die het heilige leven hebben geleefd, die gedaan hebben wat gedaan moest worden, die de last hebben afgelegd, die de boeien van het worden vernietigd hebben en die door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd zijn, – zij zijn veilig aan de andere oever aangekomen waarbij zij de stroom van Mara trotseerden.
(M.34; zie ook A.X.63-64)

   De volmaakte heiligen en degenen die op weg zijn om het doel van volmaakte heiligheid te verwerkelijken zijn geschenken waard, gastvrijheid waard, gaven waard, waard eerbiedig gegroet te worden, zij zijn het beste veld voor goede werken in de wereld. (A.IX.10; A.X.16; A.VIII.59)

   De volgende eigenschappen moeten overwonnen worden om de volmaakte heiligheid (arahatta) te verwerkelijken, namelijk: geestelijke starheid, koppigheid, verstoktheid, loomheid, opwinding, rusteloosheid, gebrek aan vertrouwen, achteloosheid, onoplettendheid. (A.VI.66). Elders worden ook nog eigenwaan, de mening van minder of meer te zijn, en vernederende onderworpenheid genoemd (A.VI.76). Verder, als iemand schaamteloos, gewetenloos, onwijs is en bezorgd om lichaam en leven, dan is hij niet in staat om volmaakte heiligheid te bereiken. (A.VI.83)
   Maar wie deze eigenschappen heeft overwonnen, is in staat om de volmaakte heiligheid te bereiken.

   Door het pad van volmaakte heiligheid is onwetendheid helemaal overwonnen. De mening 'ik ben', het geloof in persoonlijkheid is geheel en al verdwenen.
        En alle soorten van begeerte, met inbegrip van het verlangen naar bestaan in de fijnstoffelijke en de onstoffelijke sferen zijn vernietigd. Ook is men dan vrij van de hogere boeien eigendunk, verwaandheid, en rusteloosheid.

   Na het verdwijnen van onwetendheid komen bij de volmaakte heilige geen vragen meer op over ouderdom en dood, geboorte, worden, grijpen, dorst, gevoel, aanraking, het bereik van de zes zintuigen, naam-en-vorm, bewustzijn. (S.XII.35)
   De arahant heeft elk geloof in persoonlijkheid opgegeven; hij heeft geen ik-bewustzijn meer.

   "Alle naamgeving heeft hij opgegeven, is in geen woning ingekeerd. Hij heeft de dorst naar naam en vorm afgesneden. Hij heeft de boeien doorgesneden en is vrij van lijden en hoopvolle verwachtingen. Hem hebben goden en mensen hier en hiernamaals gezocht maar nergens gevonden." (S.I.34)

   Volgens het commentaar bij M.7 zijn door het pad van heiligheid (arahatta-magga) de volgende smetten opgeheven: hebzucht en onjuist begeren, koppigheid, verstoktheid, aanmatigen, wedijveren, onstuimigheid, rivaliteit, eigendunk, verwaandheid, hoogmoed, laatdunkendheid, pronkzucht, ijdelheid, verwaandheid.
   Hebzucht wordt echter al opgeheven bij niet wederkeer.

   “Door de uitdoving van alle smetten bereikt men reeds in dit leven de bevrijding van de geest, de bevrijding door wijsheid, welke bevrijding vrij is van smetten en die men zelf heeft begrepen en verwerkelijkt.”

   "Iemand is volmaakt in de regels van deugdzaamheid, volmaakt in concentratie van de geest en volmaakt in wijsheid. En door uitdroging van de neigingen komt hij nog in dit leven in het bezit van de neigingsvrije bevrijding van het gemoed en de bevrijding van wijsheid, ze zelf inziende en verwerkelijkende." (A.III.88-89; zie ook S.LV.52)

   Onzeker zijn de zinnelijke genietingen. Wie van de boeien bevrijd is, hecht aan niets meer. Door terzijde leggen van wens en begeerte, door overwinning van onwetendheid is iemands inzicht gezuiverd. (S.IX.2)

   "Zij die de waarheden goed hebben begrepen, zij laten zich niet verleiden om naar andere leraren te gaan. Zij zijn volmaakt ontwaakt, door juist inzicht. Zij lopen effen ook op oneffen grond." (S.I.7-8)

   "Wie de illusies vermijdt en wie steeds geconcentreerd is, wie met een goed hart vast en zeker bevrijd is en alleen in de wildernis vertoeft, onvermoeibaar, die zal over het bereik van de dood heen aan de reddende oever aankomen." (S.I.9)

    “De arahants treuren niet om het verleden; zij hebben geen verlangens naar de toekomst; het heden is voldoende voor hen. En daarom zien zij er stralend uit.” (S.I.1,10).

        Wie het hoogste niveau van heiligheid hebben bereikt, zij zijn zonder hechten, vol zelfbeheersing. Zij hebben alle boeien verbroken. Zij zijn bedwongen, vrij, onverstoorbaar en wensloos. Zij hebben begeerte en haat opgegeven en ook onwetendheid en meningen. Zij zijn onzelfzuchtig, zonder wens. Zij koesteren geen verlangen naar wat dan ook in de wereld. Zij verlangen ook niet naar een bestaan hier of elders. Zij werden stil, ontkwamen aan de hartstochten. Zij zijn zonder kwaadwil, vrij van toekomstig bestaan. Zij zijn offergaven waardig.” (Sn.490-499; zie ook A.X.20)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 01-07-2018 12:24
2.4.1. Hoe alle boeien opgeheven worden

   Vrij geworden van lust, vrij geworden van ongoede dingen, afgezonderd van zintuiglijk verlangen, afgezonderd van onheilzame gedachten, treedt iemand binnen en vertoeft in de eerste meditatieve verdieping. Deze gaat gepaard met indrukken, overwegingen en redeneren, is ontstaan uit afzondering en is vol vreugde en vervoering.
   En hij overweegt: "Ook deze eerste jhana is samengesteld. Ze is vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen.
   Verder, door het tot bedaren brengen van overdenken en redeneren verkrijgt iemand innerlijke kalmte, geestelijke eenwording. En hij treedt binnen en vertoeft in de tweede meditatieve verdieping. Deze is vrij van overwegingen en redeneren, is ontstaan uit concentratie en is vol vreugde en vervoering.
    En hij overweegt: "Ook deze tweede jhana is samengesteld. Ze is vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen.
   Verder, na het afnemen van vervoering en door het vrij worden van zucht naar vreugde vertoeft hij in gelijkmoedigheid, oplettend en helder bewust. En hij ervaart in eigen persoon dat gevoel waarvan de heiligen zeggen: 'Vol vreugde leeft degene die gelijkmoedigheid heeft en die oplettend is.' Zo treedt hij binnen en verblijft hij in de derde meditatieve verdieping.
   En hij overweegt: "Ook deze derde jhana is samengesteld. Ze is vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen.
   Verder, na plezier en pijn te hebben opgegeven, en door het verdwijnen van eerdere vervoering en verdriet, treedt hij binnen en vertoeft hij in de vierde meditatieve verdieping. Deze heeft geen angst noch vreugde, is vrij van leed en vrij van geluk; ze is geheel gezuiverd door gelijkmoedigheid en oplettendheid.
   En hij overweegt: "Ook deze vierde jhana is samengesteld. Ze is vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen.

   Verder doorstraalt hij met liefdevolle vriendelijkheid ... met mededogen ... met medevreugde ... met gelijkmoedigheid ... de ene windrichting, en evenzo de tweede, de derde en de vierde; en ook opwaarts en neerwaarts, en in de tussenliggende richtingen. Hij doorstraalt de hele wereld met een geest die vervuld is met liefdevolle vriendelijkheid, met mededogen, met medevreugde en met gelijkmoedigheid, vrij van haat en kwaadwil.
   En hij overweegt: "Ook deze goddelijke verblijven zijn samengesteld. Ze zijn vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen. (A.XI.17)

   Verder, door volledige overwinning van het waarnemen van vormen, door vernietiging van voorwerp-waarnemingen, door het niet ingaan op veelheids-waarnemingen, bereikt iemand met de gedachte ‘Oneindig is de ruimte’ het gebied van de ruimte-oneindigheid.
   En hij overweegt: "Ook deze meditatieve verdieping is samengesteld. Ze is vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen.
   Verder, wanneer iemand volledig het gebied van de ruimte-oneindigheid heeft overwonnen, bereikt hij met de gedachte ‘Oneindig is het bewustzijn’ het gebied van de bewustzijns-oneindigheid.
   En hij overweegt: "Ook deze meditatieve verdieping is samengesteld. Ze is vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen.
   Verder, wanneer iemand volledig het gebied van de bewustzijns-oneindigheid heeft overwonnen, bereikt hij met de gedachte ‘Niets is er’ het gebied van de niets-is-er sfeer.
   En hij overweegt: "Ook deze meditatieve verdieping is samengesteld. Ze is vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen." (A.XI.17)
      
        Er zit een verborgen gevaar in de verheven staten van de meditatieve verdiepingen. Anderen kunnen erdoor gefascineerd worden en zich eraan hechten. Maar de Arahant is vrij daarvan.*1]

   De eerste drie graden van edelen hebben nog nieuwsgierigheid en willen graag meer weten over bepaalde dingen. Maar de arahant heeft dat niet. Zijn geest heeft alle verlangen naar wat dan ook opgegeven: ze heeft angst en afkeer opgegeven, piekeren en vrees, wantrouwen en twijfel en alle verlangen om iets te weten of te zien. De geest van de volmaakte heilige is vrij. Niets kan hem of haar uitdagen of verlokken en niets kan nieuwsgierigheid in hem of haar opwekken. En dat kan gewoonweg omdat partijdigheid is opgegeven.*2]

   De volmaakte heiligen zijn zonder begeerte, zonder haat en zonder illusie. Zij zijn zonder verlangen naar iets en hechten nergens meer aan. Zij zijn bevrijd van alle lijden. (M.11; zie ook M.140)

   Iemand die een Arahant is, met vernietigde neigingen, die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moet worden, die de last heeft afgelegd, die het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het bestaan heeft verwoest, en die door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, hij onderkent het aarde-element direct als aarde-element. Hij maakt zich geen voorstelling ervan, hij is niet van mening 'het aarde-element is van mij,' hij schept er geen behagen in.

   En waarom maakt hij zich geen voorstelling ervan? Omdat hij het volledig heeft doorschouwd. Hij is vrij van begeerte, vrij van afkeer, vrij van onwetendheid. Begeerte, afkeer en onwetendheid zijn vernietigd.
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, [...] het gebied van de onstoffelijke meditatieve verdiepingen, en evenzo met datgene wat gezien, gehoord, ondervonden, vernomen is, en evenzo met eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana. (M.1)
   De Arahant heeft niet alleen de mening van een persoonlijkheid overwonnen, maar ook begeerte en ik-waan. De oorzaak voor conceptuele voorstellingen is bij hem niet meer aanwezig. Hij heeft de vier edele waarheden in deze objecten doorschouwd. Tevens heeft hij die vier edele waarheden in zich verwerkelijkt en heeft hij het einde van dukkha bereikt.
_____
*1] Buddhadasa Bhikkhu: Emancipation from the World. Kandy 1976. Bodhi Leaves No. B 73, p. 14-15.
*2] idem, p. 18-19. - Zie eventueel
'Volleerd' (S.XXII.57)

 (http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2576.msg19593.html#msg19593)
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 02-07-2018 16:33
2.4.2. De krachten van een arahant

   Een volmaakte heilige, iemand in wie de neigingen opgedroogd zijn, bezit de volgende krachten.    
1. Hij heeft overeenkomstig de werkelijkheid, met juiste wijsheid, duidelijk ingezien dat alle formaties vergankelijk zijn.
2. Hij heeft overeenkomstig de werkelijkheid, met juiste wijsheid, duidelijk ingezien dat de begeerten naar zingenot lijken op een kuil vol gloeiende kolen.
3. Het gemoed van de volmaakte heilige is geneigd naar opheffing, in de opheffing blijvend vindt hij vreugde in ontzegging, volledig bevrijd van de dingen die door de neigingen worden veroorzaakt.
4. De volmaakte heilige heeft de vier grondslagen van oplettendheid ontplooid en goed ontwikkeld.
5. Hij heeft de vier juiste inspanningen ontplooid en goed ontwikkeld.
6. Hij heeft de vier grondslagen van geestelijke kracht (de 4 wegen naar macht) ontplooid en goed ontwikkeld.
7. Hij heeft de vijf vaardigheden ontplooid en goed ontwikkeld.
8. Hij heeft de vijf krachten ontplooid en goed ontwikkeld.
9. Hij heeft de zeven factoren van Verlichting ontplooid en goed ontwikkeld.
10. Hij heeft het edele achtvoudige pad ontplooid en goed ontwikkeld.*1]

   Met deze krachten als steun ziet de volmaakte heilige de opdroging van zijn neigingen aldus: 'Opgedroogd zijn in mij de neigingen.' (A.VIII.28; zie ook A.XI.15)
_____
*1] De hier vermelde groepen vormen de 37 dingen die naar de Verlichting voeren (bodhipakkhiya-dhamma).
Zie het topic Factoren van Verlichting.


 (http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2468.0.html)
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 02-07-2018 17:28
2.4.2. De krachten van een arahant

   Een volmaakte heilige, iemand in wie de neigingen opgedroogd zijn, bezit de volgende krachten.    

6. Hij heeft de vier jhanas ontplooid en goed ontwikkeld.

   Met deze krachten als steun ziet de volmaakte heilige de opdroging van zijn neigingen aldus: 'Opgedroogd zijn in mij de neigingen.' (A.VIII.28, 59-60; zie ook A.XI.15)

Hallo Nico,

In welke sutta staat dat de arahant de vier jhana's heeft ontplooid en ontwikkeld?

groet,
Siebe

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 02-07-2018 19:39
Beste Siebe,

Zoals ik al heb aangegeven, staat dat in AN VIII 28,
zie ook AN XI 15.

De vermelding AN V 59-60 is een vergissing.

Vriendelijke groet
Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 02-07-2018 20:03
Hallo Nico,

Ik krijg deze sutta's als ik ze opzoek:

https://suttacentral.net/an8.28/en/bodhi
https://suttacentral.net/an11.15/en/thanissaro

Ik zie daar niet staan dat een arahant de vier jhana's heeft ontplooid en goed heeft ontwikkeld.

Ik wil niet moeilijk doen maar het viel me op.

groet,
Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 02-07-2018 22:06
Beste Siebe,

De eerwaarden Bodhi en Thanissaro zullen een andere manier van nummering van de suttas aanhouden. Ik volg de nummering die hier in Europa gebruikelijk is/was. Beide eerwaarden zullen de tegenwoordige nummering aanhouden volgens het laatste concilie. En die nummering komt niet overeen met wat gebruikelijk was.

Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 02-07-2018 23:59
Beste Siebe,

Zojuist even suttacentralnet bekeken. Er zijn 2 versies van AN.8.28. En een versie komt overeen met de tekst die ik aanhaal.

28. Powers (2nd)
Then Venerable Sāriputta went up to the Buddha,[...] My defilements have ended.’

What eight?  [...]


Furthermore, a mendicant with defilements ended has well developed the four kinds of mindfulness meditation. [...]

Dat betekent in vertaling: een bhikkhu in wie de smetten zijn beëindigd, heeft de vier soorten van inzicht meditatie goed ontwikkeld.

Dat wijkt dus af van de vertalingen van die tekst die ik heb geraadpleegd.

Vriendelijke groet
Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 03-07-2018 16:40
Beste Siebe,

Ik heb de Europese vertalingen van het betreffende sutta nog eens gelezen. En inderdaad, in een ervan staat hetzelfde als in de Amerikaanse vertalingen. Als nr. 4 staan "de vier grondslagen van oplettendheid". Maar als nr. 6 staan de vier grondslagen van geestelijke kracht, (de 4 wegen naar macht).
Ik heb dat inderdaad verkeerd vertaald.

Bedankt voor je oplettendheid en
Vriendelijke groet
Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 03-07-2018 17:20
2.4.3. Onmogelijkheden voor een heilige

   Er zijn meerdere dingen die voor een heilige onmogelijk zijn.
1. De arahant is niet in staat om een wezen willens en wetens van het leven te beroven.
2. Hij is niet in staat om iets wat hem niet is gegeven, zich met diefachtige bedoeling toe te eigenen.
3. Hij is niet in staat om seksuele omgang te hebben.
4. Hij is niet in staat om willens en wetens de onwaarheid te zeggen.
5. Hij is niet in staat om opgeslagen goederen*1] te genieten zoals vroeger toen hij nog in een huis woonde.
6. Hij is niet in staat om de euvele weg van begeerte, hebzucht te gaan.
7. Hij is niet in staat om de euvele weg van haat, rancune te gaan.
8. Hij is niet in staat om de euvele weg van waan, illusie, onwetendheid te gaan.
9. Hij is niet in staat om de euvele weg van de angst te gaan. (A.IX.7)

   Andere onmogelijkheden voor een volmaakte heilige zijn:
10. De arahant is niet in staat om de Verhevene te loochenen.
11. Hij is niet in staat om van de leer af te vallen.
12. Hij is niet in staat om van de gemeenschap van de monniken af te vallen.
13. Hij is niet in staat om van de training af te vallen. (A.IX.8 )

_____
*1] Goederen. In D.1 worden voedingsmiddelen, gewaden, voertuig vermeld. Het is voor een monnik niet geoorloofd om opgeslagen goederen, d.w.z. goederen die niet voor direct gebruik dienen, te gebruiken.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 04-07-2018 12:10
2.4.4. Eigenschappen van een arahant
   
   Als eigenschappen van een volmaakte heilige worden genoemd: zij hebben al het kwaad ontzegd, zij zijn steeds bezonnen, zij hebben de boeien verbroken, zij zijn verlicht. (Ud.I.5).

   Tien andere eigenschappen die iemand bezit die volledig heilig, een Arahant is geworden, zijn: juist inzicht, juist denken, juist spreken (juist taalgebruik), juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste concentratie, juist weten (juiste kennis), juiste bevrijding. (A.X.109-115)

   Er worden nog meer eigenschappen van een Arahant vermeld.
   Wanneer de volmaakte heilige drie eigenschappen heeft, dan heeft hij het hoogste doel bereikt. Hij geldt dan als eerste onder goden en mensen.
   Hij heeft de volmaakte deugdzaamheid die eigen is aan hen die geen onderricht meer nodig hebben.
   Hij heeft de volmaakte concentratie die eigen is aan hen die geen onderricht meer nodig hebben.
   Hij heeft de volmaakte wijsheid die eigen is aan hen die geen onderricht meer nodig hebben. (A.XI.11, zie ook A.III.58)

   En de volmaakte heilige heeft nog drie andere eigenschappen. Hij kan wonderen verrichten.
(1) Het wonder van magische krachten (iddhi patihariya).
(2) Het wonder van waarzeggen, gedachten lezen (adesana patihariya).
(3) Het wonder van onderwijzen (anusansani patihariya). (A.XI.11, zie ook D.11, A.III.61)   

   Het wonder van magische krachten bestaat hierin. Men heeft de kracht om uit één veelvuldig te worden, en uit veelvuldig weer één. Men heeft de kracht om zich zichtbaar te maken en onzichtbaar. Men heeft de kracht om ongehinderd door wanden, muren, bergen te gaan als door de lucht. Men heeft de kracht om in de aarde op- en onder te duiken als in water. Men heeft de kracht om op het water te lopen als op vaste bodem. Men heeft de kracht om zich in zittende houding in de lucht te bewegen als een vogel. Men heeft de kracht om met de hand de maan en de zon aan te raken. Men heeft de kracht om zijn lichaam te beheersen tot in de Brahma-wereld.

   Niet alle arahants hebben de magische krachten.
Degenen die door inzicht bevrijd zijn, hebben die krachten [nog] niet. (S.XII.70)

   Het wonder van waarzeggen, gedachten lezen bestaat hierin: Men kan met het hemelse oor beide soorten geluiden horen, de hemelse en de aardse, die van veraf en die van dichtbij.
   Men kan dan ook de geest van anderen doordringen; het gemoed met verlangen, het gemoed met afkeer, het gemoed met waan, het standvastige gemoed en het verstrooide, het edelmoedige en het niet edelmoedige gemoed, het overtrefbare en het niet overtrefbare gemoed, het niet geconcentreerde en het geconcentreerde gemoed, het niet bevrijde en het bevrijde gemoed.
   Men kan zich dan aan veel verschillende vormen van bestaan herinneren, aan één geboorte en aan twee geboorten, aan 3, 4, 5, 10 geboorten, aan 20, 30, 40, 50, 100 geboorten, aan 1000 en aan 100.000 geboorten. Men kan zich herinneren aan talrijke perioden van wereldvergaan en aan talrijke perioden van wereldontstaan en aan talrijke perioden van wereldvergaan-wereldontstaan. “Toen had ik die naam, behoorde tot die familie, was van die kaste, kreeg dat voedsel, ondervond dit en dat aan lust en leed, werd zo oud. Vandaar heengegaan werd ik elders wedergeboren. Ik had dan die of die naam (etc).” Zo kan men zich aan verscheidene vroegere vormen van bestaan herinneren met de bijzondere gebeurtenissen en details.
   Men kan dan met het hemelse oog de wezens overzien en kennen hoe zij heengaan en wedergeboren worden, lage en voorname, mooie en lelijke, gelukkige en ongelukkige, overeenkomstig hun kamma. (S.LI.11)
   Het wonder van onderricht bestaat hierin: Men kan onderricht geven in deugdzaamheid, concentratie en inzicht welk uiteindelijk voert naar de uitdoving van de smetten. (zie D.11, A.III.61) Men onderricht hoe men moet denken en hoe men niet moet denken. Men onderricht hoe men moet overwegen en hoe men niet moet overwegen. Men onderricht wat men moet overwinnen en wat men zich eigen moet maken. (A.III.61)
   
   En de volmaakte heilige heeft verder nog de volgende eigenschappen: Hij heeft juist inzicht, hij heeft juist weten en hij heeft juiste bevrijding. Ook heeft hij volmaakt weten en volmaakt gedrag.
   Met al deze eigenschappen geldt hij als eerste onder de goden en mensen. Hij heeft de hoogste volmaaktheid bereikt, de hoogste zekerheid, de hoogste heiligheid; hij heeft het hoogste doel bereikt. (A.XI.11)

   Beweerd werd en wordt dat de volmaakte heilige egoïstisch is door alleen naar eigen heil te streven. Maar de Arahant is niet egoïstisch. Want arahantschap wordt alleen verkregen door alle vormen van egoïsme op te geven.*1] In Majjhima Nikaya 27 (Cūlahatthipadopama Sutta) is een beschrijving te vinden van iemand die het arahant-ideaal nastreeft.*2] In het kort volgt die beschrijving hier.
De Arahant geeft het doden van levende wezens op. Stok en zwaard legt hij neer en hij is bescheiden en barmhartig, mededogend jegens al wat leeft. Hij neemt niets wat niet is gegeven en hij leeft afgescheiden, ziet af van lust. Hij liegt niet meer, spreekt steeds de waarheid en bedriegt niet. Hij geeft lasterpraat op. Wat hij hier gehoord heeft, herhaalt hij niet elders. Hij verenigt gescheidenen, spoort vrienden aan; hij verheugt zich over eendracht, en hij spreekt woorden die eenheid bevorderen. Hij geeft ruwe taal op; zijn woorden zijn aangenaam voor het oor, hartverwarmend. Hij geeft kletspraatjes op. Hij spreekt wat tijdig is, waar en vol betekenis. Hij ziet ervan af schade toe te brengen aan zaden en planten. Hij ziet af van het aannemen van goud en zilver, vrouwen en meisjes, slaven en slavinnen. Hij ziet af van het aannemen van schapen en geiten, pluimvee en varkens, vee, velden en landerijen. Hij ziet af van de oneerlijke activiteiten van omkoperij, misleiding en bedrog. Hij ziet af van messentrekkerij, doden, gevangen zetten, roven, plunderen; hij ziet af van alle geweld.*3]

De Arahant heeft dat alles opgegeven en ziet af van alles wat hierboven is vermeld. En daar is niets egoïstisch bij. Verder heeft de Arahant elke vorm van hoogmoed en egoïsme overwonnen. De Arahant heeft de vier grote deugden van liefdevolle vriendelijkheid (mettā), mededogen (karunā), medeleven (muditā), en gelijkmoedigheid (upekkhā) beoefend. Hij of zij is actief betrokken bij het helpen van anderen; daarin uit zich dat arahantschap bereikt is.*4]
   "Als men begeerte, afkeer en onwetendheid opgeeft, als men waarlijk weet, met een gemoed dat wel-bevrijd is, als men aan niets hier en hierna hecht, dan heeft men deel aan de vruchten van het heilige leven.” (Dhp.19 en 20)

   Een omschrijving van een volmaakte heilige is in de volgende leerrede.
   Te Savatthi bereikte de eerwaarde Brahmadeva volmaakte heiligheid. Daarna bezocht hij zijn moeder die offers placht te geven aan Brahmâ. Brahma Sahampati zei haar dat zij nu gaven kon geven aan haar zoon die hoger was dan een god.
   "Hij is leeg van bestaanssubstraten, meer dan een god, iemand die niets zijn eigen noemt, die voor niemand anders hoeft te zorgen.*5]
   Gelaten gaat hij op zoek naar eten.
Voor hem is er geen vroeger en geen later.*6]
Hij is in vrede, zonder toorn, onschuldig, zonder wens.
Hij heeft de staf tegenover de hele wereld neergelegd.*7]
Hij is vrij van wereldse invloeden, met een vredig hart,
Als een tamme olifant gaat hij, zonder fouten,
een bhikkhu van hoge zedelijke discipline, met een bevrijd hart." (S.VI.3)
_____
*1] Nârada Maha Thera: The Buddha and His Teachings. (4th enlarged ed.) - Kandy 2524/1980, p.566.
*2] zie: M.27 in: Soma Thera (tr.):
The Lesser Discourse of the Buddha on the Elephant-footprint Simile, Kandy 1960, Bodhi Leaves No. B.5, p. 20-26; zie ook: Neumann, Karl Eugen (Übers.): Die Reden Gotamo Buddhos. Aus der mittleren Sammlung Majjhimanikāyo des Pālo-Kanons, Wien 1956, (Die Elefantenspur), p. 202-204; Horner, I.B. (Transl.): The Collection of the Middle length Sayings (Majjhima-Nikāya), Vol. I. : The first fifty discourses (Mūlapaņņāsa). Oxford 2000, p. 224-226.
*3] Soma Thera (tr.): The Lesser Discourse of the Buddha on the Elephant-footprint Simile, Kandy 1960, Bodhi Leaves No. B 5, p. 20-23.
*4] Katz, Nathan:
Buddhist Images of Human Perfection. The Arahant of the Sutta Pitaka Compared with the Bodhisattva and the Mahâsiddha. Delhi, 1989 [1982], p. 165-166, 190, 194-202 en 265.
*5] anaññaposiya. Commentaar: hij heet zo omdat hij behalve voor de eigen persoon voor geen andere personen hoeft te zorgen.
*6] D.w.z. hij is steeds gelijk.
*7]
nikkhtttadando tasathāvaresu. Commentaar: ook al gaat hij met een wandelstok rond, hij is niet van plan die stok te gebruiken om iemand te slaan.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 05-07-2018 13:27

2.4.5. Resultaat van onthechting


   Wanneer een edele volgeling(e) het oorzakelijke ontstaan en de oorzakelijk ontstane dingen met juist inzicht goed heeft doorzien zoals ze in werkelijkheid zijn, dan vraagt hij of zij niet “ben ik vroeger in het bestaan getreden of ben ik toen niet in het bestaan getreden? Als wat of in welke gedaante ben ik in het verleden in het bestaan getreden? Uit welke bestaansvorm komende ben ik in het verleden in het bestaan gekomen?”
   Hij of zij vraagt dan ook niet “zal ik in de toekomst in het bestaan treden of zal ik dan niet in het bestaan treden? Als wat of in welke gedaante zal ik in de toekomst in het bestaan treden? Uit welke bestaansvorm komende zal ik in de toekomst in het bestaan treden?”
   Hij vraagt dan ook niet “ben ik nu hier of ben ik nu niet hier? Als wat of in welke gedaante ben ik nu hier? Waaruit ben ik gekomen en waarheen zal ik gaan?”
   Zulke vragen komen niet bij hem of haar op. En wel omdat hij of zij dit oorzakelijke ontstaan en die oorzakelijk ontstane dingen met juist inzicht heeft doorzien, zoals ze in werkelijkheid zijn. (S.XII.20; M.38)

   Als iemand zich identificeert met het lichaam, als hij meent dat hij gelijk is aan het lichaam, dan blijft het ik-bewustzijn bestaan.
   Als iemand zich identificeert met het gevoel, als hij meent dat hij gelijk is aan het gevoel, dat het gevoel hem toebehoort, dan blijft het ik-bewustzijn bestaan.
   Als iemand zich identificeert met waarneming, als hij meent dat hij gelijk is aan waarneming, dat waarneming hem toebehoort, dan blijft het ik-bewustzijn bestaan.
   Als iemand zich identificeert met geestelijke formaties, als hij meent dat hij gelijk is aan geestelijke formaties, dan blijft het ik-bewustzijn bestaan.
   Maar als men inziet dat het lichaam ontstaan is en ook zal vergaan, als men inziet dat men van dat alles niet kan zeggen dat ze mij toebehoren, noch dat "ik" lichaam, gevoel, waarnemingen, geestelijke formaties of bewustzijn ben, dat er alleen oorzaken en gevolgen zijn, dan identificeert men zich niet meer daarmee. Het ik-bewustzijn maakt plaats voor een zo-bewustzijn. Zo is het ontstaan; zo is het vergaan.
   Het bewustzijn, de geest, het gemoed (citta) van de volmaakte heilige vertoeft nergens meer, d.w.z. er is nergens meer een grijpen, hechten, nergens meer een inbezitname door voorkeur of afkeer. Het gemoed (citta), het bewustzijn van de Arahant is vrij.
(zie S. XXII.53)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 06-07-2018 11:29
2.4.6. Heiligheid hangt niet af van geleerdheid
   
     Er waren twee monniken: de een was nog een wereldling maar was wel bedreven in de verzen van de leer. In de praktijk oefende hij echter niet uit wat hij theoretisch wist. De andere monnik kende weinig van buiten maar hij beoefende de leer in de praktijk. Na niet lange tijd verwerkelijkte hij Nibbāna en genoot de vruchten van het heilige leven. De geleerde monnik wilde de ander in de war brengen door hem enkele ingewikkelde vragen te stellen in tegenwoordigheid van de Boeddha. Maar de Verhevene kende de lage beweegreden. Zelf stelde hij enkele vragen die verband hielden met de verwerkelijking van de leer. De Arahant beantwoordde ze allemaal vanuit eigen ervaring. Maar de geleerde monnik kon dat niet omdat hij geen enkel van de paden van heiligheid bereikt had. Daarop prees de Boeddha de Arahant met de woorden:
“Al reciteert men ook veel uit de heilige teksten,*1] maar als men er niet overeenkomstig naar handelt, dan is die onoplettende persoon als een koeherder die het vee van anderen telt. Hij heeft geen deel aan de vruchten van het heilige leven.
Al reciteert men weinig uit de heilige teksten, maar als men wel overeenkomstig de leer handelt, als men begeerte, afkeer en onwetendheid opgeeft, als men waarlijk weet, met een gemoed dat wel-bevrijd is, als men aan niets hier en hierna hecht, dan heeft men deel aan de vruchten van het heilige leven.” (Dhp.19 en 20)
_____
*1] heilige teksten = de Pali Canon
 

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 06-07-2018 15:31
2.4.7. Zuiverheid
 
     Dat zuiverheid, reinheid, heiligheid niet verkregen wordt door wassing met water, maar door een juiste levenswijze, toont het volgende.
 
     Bij een zekere gelegenheid vertoefde de Gezegende nabij Gayā. Daar was ook een groot aantal asceten. In de koude winternachten,*1] gedurende een week vóór en een week na volle maan, doken zij in het water. Ook brachten zij brandoffers. Zij dachten dat zij op die manier zuiverheid kregen. De Verhevene zag al die asceten zo bezig en bij die gelegenheid sprak hij het vers:
     “Niet door water is men zuiver, al nemen velen hier ook een bad. Diegene is zuiver en een brahmaan, in wie waarheid is en Dhamma.” (Ud.I.ix).
_____
*1) In Noord-India is het koude seizoen in de maanden januari en februari.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 07-07-2018 17:10
2.4.8. Hoe een zieke leek aan te manen

   Dat ook leken de volmaakte heiligheid kunnen bereiken, blijkt o.a. uit het volgende.

   Hoe moet men een zieke, lijdende leek aanmanen?
   Wijs hem op de vier schakels van stroomintrede die de zieke heeft.
   Vraag of hij verlangen heeft naar zijn ouders. Indien ja, zeg hem dan dat hij aan de dood onderworpen is. Met of zonder verlangen naar zijn ouders moet hij sterven. Zeg hem dat hij dat verlangen naar zijn ouders moet opgeven.
   Als hij dat verlangen heeft opgegeven, vraag hem dan of hij naar vrouw en kind verlangt. Indien ja, zeg hem dan dat hij aan de dood onderworpen is. Zeg hem dat hij met of zonder dat verlangen naar vrouw en kind moet sterven en dat hij dat verlangen moet opgeven.
   Vraag dan of hij nog verlangen heeft naar de menselijke vijf wensgenietingen. Indien ja, zeg hem dan: 'Veel beter en uitgelezener dan de menselijke zinnendingen zijn de hemelse zinnendingen. Het zou goed zijn als je je gemoed verheft boven de menselijke zinnendingen en het gemoed richt op de zinnendingen in de diverse hemelse sferen, vanaf de Vier Grote Koningen, de sfeer van de Drieëndertig ...t/m de goden die heersen over de scheppingen van anderen. En richt dan verder het gemoed op de Brahma-wereld.' Als hij dat gedaan heeft, zeg hem dan dat ook de goden en de Brahma-wereld onbestendig zijn, niet blijvend, zonder zelfstandigheid. 'Het is goed als je je gemoed verheft boven de Brahma-wereld en richt op de opheffing van persoonlijkheid.' Als hij dat heeft gedaan, is er geen verschil tussen die leek en een monnik wiens gemoed geheel bevrijd is van de neigingen. Beiden zijn bevrijd. (S.LV.54)


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 08-07-2018 13:26
2.4.9. Bekendmaking van volmaakte heiligheid

   Om vijf redenen kan iemand bekend maken dat hij de volmaakte heiligheid heeft verwerkelijkt. Die vijf redenen zijn: uit domheid en dwaasheid; met kwade bedoeling en uit hebzucht; in waanzin en geestelijke verwarring; uit zelfoverschatting; en overeenkomstig de waarheid kan iemand bekend maken dat volmaakte heiligheid verwerkelijkt is. (A.V.93; vgl. A.X.84-86)

   De juiste manier waarop iemand bekend kan maken dat de volmaakte heiligheid is verwerkelijkt, blijkt uit het volgende.

   Eens vertoefde de Verhevene te Savatthi in het Jetavana-klooster. De eerwaarden Khema en Suma gingen toen naar de Verhevene toe, groetten hem eerbiedig, gingen terzijde zitten en de eerwaarde Khema zei toen:
       "Heer, wie een heilige is, een vernietiger van de neigingen, die de heilige levenswandel heeft voltooid en zijn werk heeft volbracht, die de last heeft afgelegd en de ketenen van het bestaan heeft losgemaakt, die door het volmaakte weten bevrijd is, bij zo iemand komt niet meer de gedachte: 'Er is iemand die beter is dan ik' of 'Er is iemand die gelijk is aan mij' of 'Er is iemand die minder is dan ik.' Zo sprak de eerwaarde Khema, en de Meester keurde het goed. Toen hij zag dat de meester het goedkeurde, stond de eerwaarde Khema op van zijn zitplaats, begroette de Verhevene eerbiedig, en met de rechter kant naar hem toegewend, vertrok hij.
   Korte tijd later sprak ook de eerwaarde Sumana als boven tot de Verhevene. Die woorden werden eveneens door de Meester goedgekeurd.
   Enige tijd nadat beide eerwaarden vertrokken waren, richtte de Boeddha zich tot de monniken met de woorden:
   "Voorwaar, monniken, op zo'n manier maken edele zonen bekend dat zij het weten van heiligheid hebben. De waarheid werd getoond zonder naar zichzelf te wijzen. Er zijn echter een paar dwazen die opscheppen en doen alsof ze heiligheid kennen. Maar dezen zullen later in de problemen komen." (A.VI.49)

   "Niet beter en niet gelijk,
   niet slechter ook zich beschouwend,
   zo gaan heiligen vrij van boeien,
   opgedroogd voor de geboorte,
   beëindigd is het volmaakte doel
   van het heilige leven." (A.VI.49)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 09-07-2018 12:39
2.4.10. Chabbisodhana sutta – M.112
   
   De bewering van een monnik dat hij arahantschap heeft bereikt, moet grondig onderzocht worden volgens de regels die in deze toespraak uitgelegd worden.

   Eens vertoefde de Verhevene te Savatthi in het Jetavana-klooster. Daar sprak hij tot de monniken over iemand die beweert de volmaakte heiligheid bereikt te hebben.
   "Wanneer een bhikkhu beweert dat geboorte ten einde is gebracht, dat het heilige leven geleefd is, dan moeten die woorden van hem niet goedgekeurd noch afgekeurd worden. De volgende vraag moet gesteld worden: 'Vriend, er zijn vier manieren om zich uit te drukken. Die manieren zijn door de Verhevene, die weet en ziet, die volmaakt verlicht is, juist verkondigd, namelijk: het geziene te berichten zoals het gezien wordt; het gehoorde te berichten zoals het gehoord wordt; het gevoelde te berichten zoals het gevoeld wordt; het ondervondene te berichten zoals het ondervonden wordt.
   Op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij met betrekking tot deze vier manieren om zich uit te drukken, zodat zijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen?'

   Bhikkhus, wanneer een bhikkhu volmaakt heilig is, met de neigingen vernietigd, wanneer hij het ware doel heeft bereikt, de boeien van het worden heeft vernietigd en door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:
   'Vrienden, met betrekking tot het geziene vertoef ik zonder ertoe aangetrokken te worden, zonder ervan afgestoten te worden, onafhankelijk, ongebonden, vrij, bevrijd, met een grenzenloos hart.*1] Met betrekking tot het gehoorde vertoef ik zonder ertoe aangetrokken te worden, zonder ervan afgestoten te worden, onafhankelijk, ongebonden, vrij, bevrijd, met een grenzenloos hart. Met betrekking tot het gevoelde vertoef ik zonder ertoe aangetrokken te worden, zonder ervan afgestoten te worden, onafhankelijk, ongebonden, vrij, bevrijd, met een grenzenloos hart. Met betrekking tot het ondervondene vertoef ik zonder ertoe aangetrokken te worden, zonder ervan afgestoten te worden, onafhankelijk, ongebonden, vrij, bevrijd, met een grenzenloos hart. Doordat ik met betrekking tot die vier manieren om zich uit te drukken op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat mijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen.'

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikhu tonen. Dan kan men hem een andere vraag stellen.

   'Vriend, er zijn deze vijf groepen van bestaan waaraan vastgehecht wordt. Die vijf groepen zijn door de Verhevene juist verkondigd, namelijk de bestaansgroep van de vorm waaraan vastgehecht wordt, de bestaansgroep van het gevoel waaraan vastgehecht wordt, de bestaansgroep van de waarneming waaraan vastgehecht wordt, de bestaansgroep van de formaties waaraan vastgehecht wordt, en de bestaansgroep van het bewustzijn waaraan vastgehecht wordt.
   Op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij met betrekking tot die vijf bestaansgroepen waaraan vastgehecht wordt, zodat zijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen?'
   Wanneer een bhikkhu iemand is met vernietigde neigingen, iemand die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, die het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het worden heeft vernietigd en die door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:
   'Vrienden, nadat ik vorm als krachteloos ingezien heb, als voorbijgaand en zonder troost, heb ik met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten wat betreft vorm, met het loslaten van de innerlijke standpunten, het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft vorm, begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, nadat ik gevoel als krachteloos ingezien heb, als voorbijgaand en zonder troost, heb ik met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten wat betreft gevoel, met het loslaten van de innerlijke standpunten, het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft gevoel, begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, nadat ik waarneming als krachteloos ingezien heb, als voorbijgaand en zonder troost, heb ik met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten wat betreft waarneming, met het loslaten van de innerlijke standpunten, het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft waarneming, begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, nadat ik bewustzijn als krachteloos ingezien heb, als voorbijgaand en zonder troost, heb ik met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten wat betreft bewustzijn, met het loslaten van de innerlijke standpunten, het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft bewustzijn, begrepen dat mijn geest bevrijd is.'   
   Doordat ik met betrekking tot deze vijf bestaansgroepen waaraan vastgehecht wordt, op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat mijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen.'

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikhu tonen. Dan kan men hem een andere vraag stellen.

   'Vriend, de volgende zes elementen zijn door de Verhevene juist verkondigd, en wel: het aarde-element, het water-element, het vuur-element, het wind-element, het ruimte-element en het bewustzijn-element.
   Op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij wat betreft die zes elementen, zodat zijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen?'


   Wanneer een bhikkhu iemand is met vernietigde neigingen, die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het worden vernietigd heeft en door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:

   'Vrienden, ik heb het aarde-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het aarde-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en van het vasthechten welke berusten op het aarde-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het aarde-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het water-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het water-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het water-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het water-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het vuur-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het vuur-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het vuur-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het vuur-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het wind-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het wind-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het wind-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het wind-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het ruimte-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het ruimte-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het ruimte-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het ruimte-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het bewustzijn-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het bewustzijn-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het bewustzijn-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het bewustzijn-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
    'Doordat ik wat betreft die zes elementen op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat mijn geest door niet vasthechten bevrijd is van de neigingen.'

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikkhu tonen. Dan kan men hem een andere vraag stellen.
   'Vriend, door de Verhevene zijn de volgende zes inwendige en uitwendige grondslagen van de zintuigen verkondigd, en wel: het oog en vormen, het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingsobjecten, de geest en geestobjecten.
   Op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij wat betreft die zes inwendige en uitwendige grondslagen van de zintuigen, zodat zijn geest door niet vasthechten bevrijd is van de neigingen?'

   Wanneer een bhikkhu iemand is met vernietigde neigingen, die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het worden vernietigd heeft en door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:

   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebberigheid, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft het oog, vormen, zien-bewustzijn en dingen die door het zien-bewustzijn kunnen worden ervaren,*2] heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebberigheid, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft het oor, geluiden, hoor-bewustzijn en dingen die door het hoor-bewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebberigheid, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft de neus, geuren, ruik-bewustzijn en dingen die door het ruik-bewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebzucht, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft de tong, smaken, smaakbewustzijn en dingen die door het smaakbewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebzucht, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft het lichaam, aanrakingsobjecten, aanrakingsbewustzijn en dingen die door het aanrakingsbewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebberigheid, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft de geest, geestobjecten, geestbewustzijn en dingen die door het geestbewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   Doordat ik wat betreft die zes inwendige en uitwendige fundamenten van de zintuigen op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat mijn geest door niet vasthechten bevrijd is van de neigingen.'   

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikkhu tonen. Dan kan men hem een andere vraag stellen.
   'Vriend, op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij dat wat betreft dit lichaam met zijn bewustzijn en alle uiterlijke tekens, het ik-maken, mijn-maken en de neigingen tot (ik-)waan in hem ontworteld zijn?'

   Wanneer een bhikkhu iemand is met vernietigde neigingen, die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het worden vernietigd heeft en door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:

   'Vrienden, vroeger toen ik het leven van gezinshoofd leidde, was ik onwetend. Toen onderwees de Tathagata of zijn discipel mij de leer (Dhamma). Toen ik de Dhamma hoorde, kreeg ik vertrouwen in de Tathagata. In het bezit van dat vertrouwen overwoog ik: 'Het leven van een gezinshoofd is eng en stoffig. Het leven in de huisloosheid is wijd en open. Als men thuis woont, is het niet gemakkelijk om het volmaakte en zuivere heilige leven te leiden. Stel dat ik hoofdhaar en baard afscheer, het gele gewaad aantrek en van het leven in huis vertrek naar een leven zonder huis.' Bij een latere gelegenheid doet ik dat, waarbij ik een klein of groot vermogen, een kleine of grote kring van verwanten opgaf.
   Nadat ik zo in de huisloosheid was vertrokken en de oefening en levenswijze van de bhikkhus op mij had genomen, onthield ik mij ervan levende wezens te doden; stok en wapens legde ik terzijde; ik leefde vol mededogen met alle levende wezens. Ik onthield mij ervan te nemen wat niet werd gegeven. Ik nam alleen wat gegeven werd, wachtte af wat gegeven werd. Zo verbleef ik in zuiverheid. Ik gaf onkuis gedrag op. Ik onthield me van de gewone praktijk van geslachtsverkeer. Ik onthield me ervan de onwaarheid te zeggen. Ik sprak de waarheid, was vertrouwenswaardig. Ik was iemand die de wereld niet bedroog. Ik onthield me ervan hatelijk te spreken. Ik verspreidde geen roddelpraatjes. Ik vertelde niet hier wat ik elders gehoord had om die mensen van elkaar te scheiden; en ik vertelde niet elders wat ik hier vernomen had om die mensen van elkaar te scheiden. Ik bevorderde eendracht en vriendschap. Ik onthield me van het gebruik van ruwe taal. Ik uitte woorden die zacht waren, aangenaam, die tot het hart gaan, die hoffelijk zijn.Ik onthield me van geklets, praatte alleen op de juiste tijd, zei wat met de feiten overeenkomt, sprak over dat wat goed is, sprak over de Dhamma en de discipline. Te juister tijd zei ik woorden die het waard zijn onthouden te worden, verstandig, gematigd en heilzaam. Ik onthield me ervan zaadgoed en planten te beschadigen. Ik oefende mij erin alleen één maaltijd per dag te eten. Ik onthield me ervan 's nachts en buiten de gepaste tijd te eten. Ik onthield me van dansen, zingen, musiceren en het bezoek aan theatervoorstellingen.
   Ik onthield mij ervan sieraden te dragen of parfum en schoonheid-crèmes te gebruiken. Ik onthield mij van hoge en brede bedden. Ik onthield mij ervan goud en zilver aan te nemen. Ik onthield mij ervan ongekookt voedsel aan te nemen. Ik onthield mij ervan ruw vlees aan te nemen. Ik nam geen vrouwen en meisjes aan. Ik nam geen slaven en slavinnen aan. Ik nam geen geiten en schapen aan, geen pluimvee en geen varkens. Ik nam geen olifanten, runderen, paarden, velden en landerijen aan. Ik onthield mij ervan als bode te fungeren en boodschappen over te brengen. Ik onthield mij van kopen en verkopen. Ik gebruikte geen valse gewichten, valse metalen en valse maten. Ik onthield mij van zwendel en bedrog. Ik onthield mij van het toebrengen van letsel, boeien, struikroverij, plunderen en geweld.
   Ik had voldoende aan de kleren die mijn lichaam beschermen, en met de aalmoezen-maaltijd om mijn maag te vullen. Waarheen ik ook ging, ik nam alleen dat mee. Juist zoals een vogel alleen met de vleugels als bagage vliegt, evenzo had ik voldoende aan de kleren die mijn lichaam beschermen en aan de aalmoezen-maaltijd om mijn maag te vullen. Voorzien van deze opeenhoping van edele deugdzaamheid ondervond ik een zaligheid die onberispelijk is.
   Wanneer ik met het oog een vorm zag, hechtte ik mij niet eraan. Omdat slechte, onheilzame toestanden van de geest – zoals begeerte en droefheid - in mij hadden kunnen binnendringen wanneer ik het zintuig van zien onbeheerst had gelaten, oefende ik mij in het beheersen ervan. Ik beschermde het zintuig van zien, ik hield me bezig met het beheersen van dat zintuig.
   Evenzo met het oor (zintuig van horen) en geluid, neus (zintuig van ruiken) en geur, tong (zintuig van proeven) en smaak, lichaam (zintuig van aanraken) en aanrakingsobject, geest (zintuig van denken e.d.) en geestelijk object.
   Kortom, wanneer ik met een zintuig een zintuiglijk object waarnam, hechtte ik me niet eraan. Omdat slechte, onheilzame toestanden van de geest – zoals begeerte en droefheid - in mij hadden kunnen binnendringen wanneer ik de zintuigen onbeheerst had gelaten, oefende ik mij in het beheersen ervan. Ik beschermde de zintuigen, ik hield me bezig met het beheersen van die zintuigen.
   Omdat ik deze edele beheersing van de zintuigen had, ondervond ik in mij een zaligheid die onbevlekt is.

   Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het komen en bij het gaan. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het toekijken en wegkijken. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het buigen en strekken van de ledematen. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het dragen van het (onder)gewaad, het buitengewaad en de nap. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het eten, drinken, kauwen en proeven. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij de ontlasting en bij het urineren. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het gaan, staan, zitten, inslapen, wakker worden, bij het spreken en bij het zwijgen.
   Omdat ik deze opeenhoping van edele deugdzaamheid, deze edele beheersing van de zintuigen en deze edele oplettendheid en dit heldere weten bezat, trok ik mij terug naar een afgescheiden verblijfplaats: in een bos, aan de voet van een boom, op een berg, in een bergkloof, in een grot, op een lijkenplaats, in een jungle, op een open veld, op een bundel stro.
   Na terugkeer van de ronde voor aalmoezen, na de maaltijd ging ik met gekruiste benen en met het lichaam rechtop neerzitten, oplettend en helder bewust. Ik overwon de hebzucht naar wereldlijke dingen en vertoefde met een hart dat vrij is van hebzucht. Ik zuiverde mijn geest van hebzucht. Ik overwon kwaadwil en haat en vertoefde met een hart dat vrij is van kwaadwil, dat mededogen ondervindt voor het welzijn van alle levende wezens. Ik zuiverde mijn geest van kwaadwil en haat. Ik overwon traagheid en starheid en vertoefde met een hart dat vrij is van traagheid en starheid, met lichte geest, oplettend en helder bewust. Ik zuiverde mijn geest van traagheid en starheid. Ik overwon rusteloosheid en gewetenswroeging en vertoefde gelijkmoedig, met een geest die innerlijke vrede heeft. Ik zuiverde mijn geest van rusteloosheid en gewetenswroeging. Ik overwon de twijfel en vertoefde vrij van twijfel, zonder onzekerheid wat betreft heilzame toestanden van de geest. Ik zuiverde mijn geest van twijfel.   
   Nadat ik deze vijf hindernissen, deze onvolkomenheden van het hart die de wijsheid zwak maken, had overwonnen, trad ik geheel afgescheiden van zintuiglijk genot, afgescheiden van onheilzame geestelijke toestanden, in de eerste meditatieve verdieping (jhana) in. Die is begeleid door begin- en aanhoudende toewending van de geest. En ik vertoefde erin met vervoering en geluk die ontstaan zijn uit afzondering.
   Met het tot bedaren brengen van de begin- en aanhoudende toewending van de geest trad ik binnen in de tweede meditatieve verdieping. Ze heeft innerlijke kalmte en eenheid van het hart zonder begin- en aanhoudende toewending van de geest. En ik vertoefde erin, met vervoering en geluk ontstaan uit concentratie.
   Met het afnemen van de vervoering, in gelijkmoedigheid vertoevend, oplettend en helder bewust, vol lichamelijk ondervonden zaligheid trad ik binnen in de derde meditatieve verdieping, waarvan de edelen zeggen: 'Zalig leeft degene die vol gelijkmoedigheid is en die oplettend is.' En ik vertoefde erin.
   Na het overwinnen van geluk en smart en het al eerdere verdwijnen van vreugde en droefenis, trad ik binnen in de vierde meditatieve verdieping, die op grond van gelijkmoedigheid niets smartelijks noch iets aangenaams heeft en die zuiverheid van de oplettendheid in zich heeft. En ik vertoefde erin.
   Toen mijn geconcentreerde geest op die manier gezuiverd was, helder, smetteloos, vrij van onvolkomenheden, gedwee, bruikbaar, vast en onwrikbaar, richtte ik mijn geest op het weten van de vernietiging van de neigingen.
   Ik begreep overeenkomstig de werkelijkheid wat lijden is, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is, wat de weg is die naar het beëindigen ervan voert.
   Ik begreep overeenkomstig de werkelijkheid wat de neigingen zijn, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is, en wat de weg is die naar het beëindigen ervan voert.
   Toen ik zo wist en zag, was mijn geest bevrijd van de neiging van de zinnen, van de neiging van worden en van de neiging van onwetendheid.
   Toen de geest zo bevrijd was, kwam het weten dat ze bevrijd is. Ik zag direct: 'Geboorte is ten einde gebracht, het heilige leven is geleefd, gedaan is wat gedaan moest worden, verder is er niets meer te doen.'

   Vrienden, doordat ik op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat wat betreft dit lichaam met zijn bewustzijn en alle uiterlijke tekens het ik-maken, mijn-maken en de neiging tot (ik-)waan in mij zijn ontworteld.'

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikhu tonen. Dan moet men hem zeggen dat het een grote winst is om een dergelijke metgezel in het heilige leven te zien."

   Zo sprak de Verhevene. De bhikkhus waren tevreden en verheugden zich over de woorden van de Verhevene. (M.112 = MN.XII.2)
_____
*1] Anders dan in M.111 betekenen deze termen hier de volledige en definitieve vernietiging van de smetten.
*1] Anders dan in M.111 betekenen deze termen hier de volledige en definitieve vernietiging van de smetten.
*2] Men kan de vraag stellen waarom "vormen" (rūpā) en "dingen die door het zien-bewustzijn kunnen worden ervaren" (cakkhuviññāna-viññātabbā dhammā) afzonderlijk worden vermeld. Het commentaar stelt twee oplossingen voor: 1. "vormen" heeft betrekking op waargenomen zien-objecten; "dingen die ..." heeft betrekking op niet-waargenomen zien-objecten. 2. "Vormen" heeft betrekking op elke materiële vorm; "dingen ..." heeft betrekking op de mentale groepen van bestaan in verband met zien-bewustzijn. De eerste suggestie gaat mank omdat aan iets dat niet in de geest doordringt, ook niets vastgehecht wordt. De tweede suggestie is onwaarschijnlijk omdat hij de symmetrie van de leerrede kapot maakt - ook geuren etc. zijn materiële vorm.
        Een andere interpretatie is denkbaar: de Boeddha kiest de formulering "aan het oog, oor, enz. waarneembaar " (viññātabbā) anders meestal in verband met de vijf strengen van zinnelijk genot. Daar gaat het om meer dan alleen het proces van zien dat de Boeddha, bijv. in verband met de controle van de zintuigen als "het oog ziet een vorm" formuleert. Men zou dus kunnen zeggen dat het opgeven van 'vorm' dezelfde betekenis heeft als niet-hechten aan het proces van zien, dat het opgeven van 'dingen' dezelfde betekenis heeft als niet-hechten aan het geziene en dat wat de geest ervan maakt.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 10-07-2018 18:26
3. Soorten bevrijdingen

   De indeling van de heiligen in de vier of acht individuen gaat uit van het niveau dat de heilige bereikt heeft. De heilige wordt er ingedeeld naar aantal van afgelegde boeien, smetten, hindernissen. Er is nog een andere indeling, en wel naar soort van bevrijding. Bij de volgende zevenvoudige indeling van edelen (heiligen) staat hun geestelijke vaardigheid op de voorgrond.

   Er zijn bhikkhus die ijverig, met overleg gedaan hebben wat gedaan moet worden; en er zijn bhikkhus die nog niet gedaan hebben wat gedaan moet worden.
   De bhikkhus die in de hogere opleiding staan, wier geest het doel nog niet heeft bereikt, en die nog streven naar de hoogste zekerheid voor het geboeid zijn, zij hebben nog werk te vervullen, ijverig, met overleg. En wel om de volgende redenen. Wanneer die eerwaarden gebruik maken van passende ligplaatsen en omgang hebben met goede spirituele vrienden (kalyānamitta), en hun spirituele vermogens in evenwicht houden, dan kunnen zij door eigen ervaring met hogere geestelijke kracht intreden in het hoogste doel van het heilige leven, en daarin vertoeven.
   De bhikkhus die Arahants zijn, die de neigingen hebben vernietigd, die het heilige leven hebben geleefd, die gedaan hebben wat gedaan moest worden, die de last hebben afgelegd, die het ware doel hebben bereikt, die de boeien van het worden hebben vernietigd en door inzicht volledig zijn bevrijd, zij hebben hun werk ijverig, met overleg vervuld. Zij zijn niet meer in staat om nalatig te zijn.

   Er zijn zeven soorten van personen in de wereld, namelijk:
1. iemand die vol vertrouwen is.
2. iemand die de Dhamma toegewijd is;
3. iemand die door vertrouwen bevrijd is;
4. de lichaamsgetuige;
5. iemand die rijp is in visie, iemand die visie zal bereiken;
6. iemand die door wijsheid bevrijd is;
7. iemand die op beide soorten bevrijd is, die beiderzijds bevrijd is.
(Zie M.70)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 11-07-2018 13:52
3.1 en 3.2. De vertrouwen-toegewijde en de waarheid-toegewijde - II

   De vertrouwen-toegewijde (saddhānusārī) is iemand die vertrouwen volgt, iemand die vol vertrouwen is.
   Iemand die vertrouwen volgt, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en er niet in vertoeft, en zijn neigingen zijn nog niet vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet; maar hij heeft voldoende vertrouwen in de Tathagata, voldoende liefde voor de Tathagata. Bovendien heeft hij de eigenschappen van vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken.*1] (M.70)

   De waarheid-toegewijde is iemand die de Dhamma toegewijd is, iemand die de Dhamma navolgt. Bij hem is wijsheid de voerende geestelijke vaardigheid.

   Iemand die de Dhamma volgt, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en er niet in vertoeft, en zijn neigingen zijn nog niet vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet; maar met wijsheid heeft hij de leringen die door de Tathagata verkondigd zijn, reflectief voldoende aangenomen. Bovendien bezit hij de eigenschappen van vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken. (M.70)

   Monniken, uiteindelijk inzicht wordt niet ineens verkregen. Integendeel, uiteindelijk inzicht wordt door trapsgewijze oefening, door stapsgewijze praktijk, door stapsgewijze vorderingen verkregen. En wel aldus:
   Iemand die vertrouwen heeft (in een leraar), zoekt hem op, bewijst hem eer, luistert oplettend, verneemt de Dhamma, onthoudt de Dhamma; hij onderzoekt de betekenis ervan, neemt die leringen reflectief aan; vlijt komt in hem op, hij gebruikt zijn wil; onderzoekt de Dhamma, hij spant zich in; wanneer hij zich vastbesloten inspant, verwerkelijkt hij met het lichaam*2] de uiteindelijke waarheid en ziet ze waarbij hij ze met wijsheid doordringt.
   Er is een vierdelige uitspraak, en wanneer ze gereciteerd wordt, kan een wijze ze vlug begrijpen.
   Een volgeling vol vertrouwen moet zich aldus gedragen: De Verhevene is de leraar, ik ben een leerling; de Verhevene weet, ik weet niet. De leer van de leraar is voedzaam en verfrissend. Al blijft van mij alleen nog mijn huid, pezen en beenderen over, en drogen vlees en bloed in mijn lichaam op, mijn energie zal niet minder worden zolang ik nog niet bereikt heb wat met mannelijke energie en vasthoudendheid bereikt kan worden. Door een volgeling met vertrouwen kan een van twee vruchten verwacht worden: ofwel uiteindelijk inzicht hier en nu, of, wanneer nog een rest van hechten over is, niet-wederkeer." (M.70)

   Over de vertrouwen-toegewijde en de waarheid-toegewijde sprak de Boeddha als volgt:

   "Het oog is vergankelijk, veranderlijk. Het oor, de neus, de tong, het lichaam en de geest zijn vergankelijk en veranderlijk.
   Veranderlijk en vergankelijk zijn ook de vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en gedachten.
   Het zien-bewustzijn, het hoor-bewustzijn, het ruik-bewustzijn, het smaak-bewustzijn, het tast-bewustzijn, en het geest-bewustzijn zijn eveneens veranderlijk en vergankelijk.
   Het contact door zien, horen, ruiken, proeven, aanraken en door de geest is veranderlijk en vergankelijk.
   Het gevoel dat ontstaat door de verschillende bovengenoemde contacten is veranderlijk en vergankelijk.
   De waarneming van vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en van de geest is veranderlijk en vergankelijk.
   De wil naar vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en naar geestelijke objecten is veranderlijk en vergankelijk.
   Het verlangen naar vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en naar geestelijke objecten is veranderlijk en vergankelijk.
   Het aarde-element, het vloeibare element, het hitte-element, het lucht-element, het ruimte-element, het bewustzijn-element – ze zijn veranderlijk en vergankelijk.
   De lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de formaties, het bewustzijn – dat alles is veranderlijk en vergankelijk.
   Wie aldus in deze dingen vertrouwen heeft, aldus ervan overtuigd is, die wordt een vertrouwen-toegewijde (saddhānusārī) genoemd; hij heeft de juiste weg betreden, hij heeft het bereik van hogere, edele mensen betreden; hij heeft het bereik van de wereldse mensen achter zich gelaten. Hij is niet in staat om een daad te verrichten ten gevolge waarvan hij in de hel, in de dierenwereld of in de wereld van de geesten wedergeboren zou kunnen worden. Hij is niet in staat om heen te gaan voordat hij het doel van de stroomintrede heeft verwerkelijkt.*3]
   Wie deze dingen zo begrepen heeft dat ze hem in zekere mate duidelijk worden, die wordt een waarheid-toegewijde (dhammānusārī) genoemd; hij heeft de juiste weg betreden, hij heeft het bereik van hogere, edele mensen betreden; hij heeft het bereik van de wereldse mensen achter zich gelaten. Hij is niet in staat om een daad te verrichten ten gevolge waarvan hij in de hel, in de dierenwereld of in de wereld van de geesten wedergeboren zou kunnen worden. Hij is niet in staat heen te gaan voordat hij het doel van de stroomintrede verwerkelijkt heeft.
   Wie deze dingen zo begrijpt en inziet, die wordt een in de stroom getredene genoemd. Hij kan niet meer terugvallen in lagere werelden van bestaan. Hij is veilig en gaat de Verlichting tegemoet.” (S.XXV.1-10)

   Degenen die de Dhamma navolgen, of die vol vertrouwen zijn, zij allen gaan de Verlichting tegemoet. (M.22; M.34)

   Beide toegewijden zijn geschenken waard, gastvrijheid waard, gaven waard, waard eerbiedig gegroet te worden; zij zijn het beste veld voor goede werken in de wereld. (A.X.16)   
_____
*1] Degenen die de Dhamma volgen en degenen die vertrouwen volgen zullen in de stroom intreden. Bij hen staat wijsheid respectievelijk vertrouwen op de eerste plaats.
*2] Het commentaar heeft een eenvoudige uitleg: 'met het geestelijke lichaam.' Misschien is ook de omschrijving 'in dit leven' toelaatbaar.
*3] Hier wordt met doel van stroomintrede bedoeld het verwerkelijken van de vrucht of vervulling van stroomintrede.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 12-07-2018 13:01
3.3. door vertrouwen bevrijd

   De door vertrouwen bevrijde (saddhavimutto) bezit, zonder de verdiepingen bereikt te hebben, een sterk vertrouwen en een zekere mate aan inzicht. (Zie A.III.21)
   Iemand die door vertrouwen bevrijd is, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en hij vertoeft er niet in; maar enige van zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet, en hij heeft zijn vertrouwen in de Tathagata gesteld welk vertrouwen in hem geworteld en verankerd is. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 13-07-2018 00:07
3.4a. De lichaamsgetuige

   Als 'lichaamsgetuige' (kāyasakkhi) geldt degene die een of meerdere van de verdiepingen helemaal beheerst, die dus in kalmte van geest (samatha) sterk ontwikkeld is, maar niet in inzicht (vipassanā). (Zie A.III.21 en A.IX.43)

   De lichaamsgetuige bezit een hoge mate aan concentratievermogen. (Zie A.III.21) Iemand verkrijgt de eerste meditatieve verdieping. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het lichamelijk verwerkelijkt. In bepaalde opzichten wordt die persoon als lichaamsgetuige aangeduid.
   Iemand verkrijgt de tweede meditatieve verdieping. [etc tot aan] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het lichamelijk verwerkelijkt. In bepaalde opzichten wordt die persoon als lichaamsgetuige aangeduid.
   Iemand verkrijgt na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het lichamelijk verwerkelijkt. In elk opzicht wordt die persoon als lichaamsgetuige aangeduid. (A.IX.43; zie ook A.III.21).

   De lichaamsgetuige is degene die met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en erin vertoeft, en enkele van zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet.*1] - Deze persoon moet nog werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken. (M.70)
_____
*1] 'lichaamsgetuige'
(kayasakkhi). Deze en de beide volgende behoren tot de zes hogere leerlingen (sekha).

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 13-07-2018 15:03
3.4b. De door weten bevrijde

   De lichaamsgetuige wordt in de volgende leerrede genoemd iemand die door weten bevrijd is.

   "Broeder, men spreekt van 'door weten bevrijde'. In hoeverre echter wordt iemand door de Verhevene als 'door weten bevrijde' aangeduid?"
   "Broeder, daar verkrijgt een monnik de eerste verdieping, en in wijsheid doordringt hij die. In zoverre heeft de Verhevene iemand als 'door weten bevrijde' aangeduid, in bepaald opzicht.
   Broeder, verder verkrijgt de monnik de tweede verdieping ...[en verder tot en met] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming; en in wijsheid doordringt hij dat. Ook in zoverre heeft de Verhevene iemand als 'door weten bevrijd' aangeduid, in bepaald opzicht.
   Broeder, verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En wijs inziende komen de neigingen in hem tot uitdroging. In zoverre heeft de Verhevene iemand als 'door weten bevrijd' aangeduid, in elk opzicht." (A.IX.44)

   Ook de 'door weten bevrijde' (paññā-vimutta) kan – hoewel niet noodzakelijk – de verdiepingen gedeeltelijk of helemaal bereiken, maar hij beheerst ze geenszins op dat niveau zoals de lichaamsgetuige. Zijn voorkeur bestaat in inzicht.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 14-07-2018 13:04
3.4.1. De uitweg uit de benauwdheid

   Te Kosambi in het Ghosita-klooster. De eerwaarde Udāyī*1] sprak er tot de eerwaarde Ananda:
   "Broeder, door Pañcālacanda, de godenzoon, werd het volgende gezegd:

   'De Machtige in weten heeft de uitweg
   uit de benauwdheid ingezien,
   de Boeddha, die de verdieping vond,
   de bevrijde, wijze held.'*2]

   Wat heeft hierbij de Verhevene als benauwdheid aangeduid en wat als de uitweg uit de benauwdheid?"

   "Broeder, de vijf zinnendingen heeft de Verhevene als benauwdheid aangeduid. Het zijn: de vormen, de geluiden, de geuren, de smaken, de lichamelijke indrukken – de begeerde, lieflijke, aangename, dierbare, zinnelijke, prikkelende. Broeder, deze vijf zinnendingen werden door de Verhevene als benauwdheid aangeduid.
   Broeder, daar verkrijgt de monnik, afgescheiden van de zinnendingen, afgescheiden van onheilzame geestelijke toestanden, de eerste verdieping. In zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.*3] Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat denken en overwegen nog niet zijn verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.
   Verder verkrijgt de monnik na uitdoving van denken en overwegen de tweede verdieping. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht. Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat de vervoering nog niet is verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.
   Verder verkrijgt de monnik na bevrijding van de vervoering de derde verdieping. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht. Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat daar het geluk van gelijkmoedigheid nog niet is verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.
   Verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van vreugde en leed de vierde verdieping. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.
   Hij verkrijgt na volledige overwinning van de lichamelijkheidswaarnemingen het gebied van de 'ruimte is oneindig'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.
   Hij verkrijgt na volledige overwinning van het gebied 'ruimte is oneindig' het gebied van 'bewustzijn is oneindig'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.   
   Hij verkrijgt na volledige overwinning van het gebied van 'bewustzijn is oneindig' het gebied van 'niets is er'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.
   Hij verkrijgt na volledige overwinning van het gebied van 'niet is er' het gebied van 'noch waarneming noch niet waarneming'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht. Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat daar de waarnemingen die verbonden zijn met het gebied van noch waarneming noch niet waarneming nog niet zijn verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.
   Verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En wijze inziende komen in hem de neigingen tot opdroging. In zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, en wel in elk opzicht (nippariyāyena)." (A.IX.42)
_____
*1] hier is Kāludāyī bedoeld.
*2] Vergelijk S.I.7. Daar wijst de Boeddha op juiste oplettendheid, die zowel tot volmaakte concentratie als ook tot het hoogste doel, Nibbana, kan voeren.
*3] 'In bepaald opzicht'
(pariyāyena); vergelijk 'in zoverre' (tad-angena) in A.IX.33. Deze beperking wordt in beide teksten gemaakt omdat de verdiepingen slechts een tijdelijke bevrijding van de zinnendingen geven maar geen definitieve en restloze opdroging van alle neigingen. Die kan alleen door het doordringende inzicht (vipassanā) wat betreft de vergankelijkheid, het onvoldane en de onpersoonlijkheid van alle vormen van bestaan verwerkelijkt worden.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 15-07-2018 10:08
3.5. door inzicht gerijpt; rijp in visie

   De door inzicht gerijpte (ditthippatto) heeft de weg van inzicht (vipassana) gevolgd, zonder de verdiepingen bereikt te hebben. Hij bezit een hoge mate aan wijsheidsvermogen. (Zie A.III.21)

   Iemand die rijp is in visie is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn [de vormloze verdiepingen] en die vorm transcenderen, en er niet in vertoeft, maar enige neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet; en de leringen die door de Tathagata verkondigd zijn, worden door hem met wijsheid volledig ingezien en doordrongen. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken.
                                                        -=-

   Degene die bevrijd is door vertrouwen bezit een hoge mate aan vermogen van vertrouwen.*1] Degene die een lichaamsgetuige is bezit een hoge mate aan concentratievermogen. En degene die door inzicht gerijpt is, bezit een hoge mate aan wijsheidsvermogen. (A.III.21)

   De lichaamsgetuige heeft de acht meditatieve verdiepingen of een ervan bereikt (vgl. A.IX.43). De door inzicht gerijpte (ditthippatto) heeft de weg van inzicht (vipassana) gevolgd, zonder de verdiepingen bereikt te hebben. De door vertrouwen bevrijde (saddhavimutto) bezit, zonder de verdiepingen bereikt te hebben, een sterk vertrouwen en een zekere mate aan inzicht. (Zie M.70; voetnoot bij A.III.21)

   “Degene die bevrijd is door vertrouwen of degene die een lichaamsgetuige is of degene die door inzicht gerijpt is, - men kan niet zonder meer zeggen dat iemand van deze drie mensen hoger en verhevener is. Want degene die door vertrouwen bevrijd is, kan zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevinden; degene die een lichaamsgetuige is, kan een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende zijn; of degene die een door inzicht gerijpte is, kan een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende zijn. Of het kan zijn dat degene die een lichaamsgetuige is, zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevindt; dat de door vertrouwen bevrijde een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende is; dat de door inzicht gerijpte een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende is.
   Of het kan zijn dat de door inzicht gerijpte zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevindt; dat de door vertrouwen bevrijde een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende is; dat de lichaamsgetuige een eenmaal wederkerende of een niet meer wederkerende is. (A.III.21)

   [Kortom, men kan niet zonder meer zeggen wie van hen de hogere en verhevenere is. De een kan zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevinden, de ander kan een eenmaal wederkerende zijn en de derde kan een niet meer wederkerende zijn.
   Het hangt af van het niveau van heiligheid dat zij bereikt hebben.]
_____
*1] De vermogens van vertrouwen, concentratie en wijsheid (saddh'indriyam, samadh'-indriya, paññ'indriya) zijn drie van de vijf vermogens of geestelijke vaardigheden (indriya); de beide andere zijn energie en oplettendheid. (vgl. A.VI.55).

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 16-07-2018 13:37
3.6a. Bevrijding van het hart
   
   Van sommigen zegt men dat zij de bevrijding van het hart (van het gemoed) bereiken en van anderen dat zij de bevrijding door wijsheid bereiken. Het verschil ligt in de vaardigheden. (M.64)
   De bevrijding is in beide gevallen dezelfde. De manier waarop ze verkregen wordt, verschilt onderling, al naar gelang concentratie of wijsheid de overheersende vaardigheid is. In beide gevallen zijn zowel concentratie als wijsheid hoog ontwikkeld aanwezig.

   Voor het bereiken van de noch pijnlijke noch aangename bevrijding van het gemoed zijn er vier voorwaarden, namelijk: met het overwinnen van geluk en leed en met het reeds vroegere verdwijnen van vreugde en droefenis, treedt iemand binnen in de vierde jhana. Op grond van gelijkmoedigheid omvat die noch iets pijnlijks noch iets aangenaams, ze omvat zuiverheid van de oplettendheid. En hij vertoeft erin.

   Voor het bereiken van de bevrijding van het gemoed zonder kenmerken zijn er twee voorwaarden, namelijk het niet achtslaan op alle kenmerken en het acht slaan op het kenmerkvrije element. (M.43)

   Voor het voortduren van de kenmerkvrije bevrijding van het gemoed zijn er drie voorwaarden, namelijk het niet acht slaan op alle eigenschappen, het acht slaan op het kenmerkvrije element en de eerdere vastlegging (van de duur ervan). (M.43)

   Voor het uittreden uit de kenmerkvrije bevrijding van het gemoed zijn er twee voorwaarden, namelijk het acht slaan op alle kenmerken en het niet acht slaan op het kenmerkvrije element. (M.43)
   
   De onmeetbare bevrijding van het gemoed, de bevrijding van het gemoed door nietsheid, de bevrijding van het gemoed door leegheid en de kenmerkloze bevrijding van het gemoed,*1] – enerzijds zijn dat verschillende toestanden met verschillende kenmerken, anderzijds zijn ze één, alleen met verschillende kenmerken.
   En op welke manier zijn het verschillende toestanden met verschillende kenmerken? - Iemand doordringt een hemelrichting met een hart dat vervuld is van metta, en evenzo de tweede, derde en vierde hemelrichting, en ook opwaarts en neerwaarts, in alle richtingen. En hij vertoeft erin, tot allen evenveel metta als tot zichzelf. De hele wereld doordringt hij met een gemoed dat vol metta is, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.
   Hij doordringt alle hemelrichtingen met een hart dat gevuld is van meegevoel, en ook naar boven en naar beneden, in alle richtingen. Hij heeft evenveel meegevoel tot anderen als tot zichzelf. Hij doordringt de hele wereld met een hart dat vervuld is van meegevoel, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.
   Hij doordringt de ene hemelrichting met een hart dat vervuld is van medevreugde, en evenzo de tweede, derde en vierde hemelrichting. En ook naar boven en naar beneden, in alle richtingen, tot allen evenveel als tot zichzelf. Hij doordringt de hele wereld met een hart dat vervuld is van medevreugde, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.
   Hij doordringt de ene hemelrichting met een hart dat vervuld is van gelijkmoedigheid, en evenzo de tweede, derde en vierde hemelrichting. En ook naar boven en naar beneden, in alle richtingen, tot allen evenveel als tot zichzelf. Hij doordringt de hele wereld met een hart dat vervuld is van gelijkmoedigheid, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.
   Dit wordt de onmetelijke bevrijding van het hart genoemd. (M.43)

   De bevrijding van het hart door nietsheid is als volgt. Met het volledig overwinnen van het gebied van bewustzijnsoneindigheid, waarbij iemand zich voor de geest haalt 'daar is niets', treedt hij binnen in het gebied van de nietsheid en hij vertoeft erin.
   De bevrijding van het gemoed door leegheid is als volgt. Iemand overweegt: 'dit is leeg van een zelf of van iets dat tot een zelf behoort.'
   De kenmerkloze bevrijding van het hart is als volgt. Onder niet acht slaan op alle kenmerken treedt een bhikkhu binnen in de kenmerkloze concentratie van het hart en hij vertoeft erin.
   Op die manier zijn dat verschillende toestanden met verschillende kenmerken. (M.43)

   En op welke manier zijn deze toestanden één, alleen met verschillende kenmerken? - Begeerte legt maatstaven op, haat legt maatstaven op, onwetendheid legt maatstaven op. In iemand wiens neigingen vernietigd zijn, zijn deze maatstaven opgeheven, aan de wortel afgesneden, zodat ze niet meer kunnen ontstaan.
   Van alle soorten van de onmetelijke bevrijding van het hart wordt de onwrikbare bevrijding van het hart op de voorgrond geplaatst. Die onwrikbare bevrijding van het hart is leeg van begeerte, leeg van haat en leeg van onwetendheid.
   In iemand wiens neigingen vernietigd zijn, zijn begeerte, haat en onwetendheid opgeheven, verwijderd, zodat ze niet meer kunnen ontstaan. Van alle soorten van de bevrijding van het hart door nietsheid wordt de onwrikbare bevrijding van het hart op de voorgrond geplaatst. Die onwrikbare bevrijding van het hart is leeg van begeerte, leeg van haat, leeg van onwetendheid.
   Begeerte schept kenmerken, haat schept kenmerken, onwetendheid schept kenmerken.*2] In iemand wiens neigingen vernietigd zijn, zijn begeerte, haat en onwetendheid opgeheven, verwijderd, zodat ze niet meer kunnen ontstaan.
   Van alle soorten van de kenmerkvrije bevrijding van het gemoed wordt de onwrikbare bevrijding van het gemoed op de voorgrond geplaatst. Die onwrikbare bevrijding van het gemoed evenwel is leeg van begeerte, leeg van haat en leeg van onwetendheid.
   Op die manier zijn die toestanden één, alleen met verschillende kenmerken. (M.43)
_____
*1] De bevrijding van het gemoed is een toestand zonder lijden. Deze toestand kan tijdelijk door ontwikkeling van de geest / concentratie bereikt worden. Hij kan permanent bereikt worden door de vernietiging van de neigingen. De noch pijnlijke noch aangename bevrijding van het hart is de vierde jhana; de onmetelijke bevrijding van het hart is de praktijk van de Brahmaviharas, de goddelijke verblijven; de bevrijding van het hart door nietsheid is de derde vormloze meditatieve verdieping. De bevrijdingen van het hart worden 'onwrikbaar' genoemd wanneer ze verbonden zijn met de vernietiging van de neigingen.
*2] En wel juist die kenmerken of kentekenen
(nimitta), waarvan men zich bij de oefening van de beheersing van de zintuigen probeert te bevrijden.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 17-07-2018 16:20
3.6b. bevrijding door wijsheid

   Iemand die door wijsheid bevrijd is, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en die vormen transcenderen, en hij vertoeft er niet in. Maar zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet. - Hij heeft zijn taak volbracht.*1] (M.70)

   Iemand is niet wijs als hij niet begrijpt wat dukkha is, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is en wat de weg is die voert naar het beëindigen van dukkha.
   Iemand die wijs is begrijpt wat dukkha is, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is en wat de weg is die voert naar het beëindigen van dukkha.
   Het bewustzijn ervaart; het ervaart 'aangenaam', het ervaart 'pijnlijk', het ervaart 'noch pijnlijk noch aangenaam'.
   Wijsheid en bewustzijn, deze twee toestanden van de geest zijn met elkaar verbonden, ze zijn niet gescheiden, en het is onmogelijk ze van elkaar te scheiden om het verschil ertussen te kunnen beschrijven. Want wat men begrijpt dat ervaart men, en wat men ervaart, dat begrijpt men.
   Het verschil tussen wijsheid en bewustzijn is dat wijsheid ontplooid moet worden en dat bewustzijn volledig doorschouwd moet worden. (M.43)

     Met gezuiverd geest-bewustzijn dat vrij is van de vijf zintuiglijke vermogens, kan het gebied van de ruimte-oneindigheid ontsloten worden: ruimte is oneindig. Het gebied van bewustzijnsoneindigheid kan zo ontsloten worden: bewustzijn is oneindig. Het gebied van nietsheid kan zo ontsloten worden: niets is er.
   Een ontsluitbare toestand begrijpt men met het oog der wijsheid.
   Het doel van wijsheid is direct inzicht met hogere kracht van geest; het doel is volledig doorzien;*2] het doel ervan is het overwinnen.

   Er zijn twee voorwaarden voor het ontstaan van juist inzicht, namelijk de uiting van iemand anders en juist overwegen.   
   Juiste visie wordt ondersteund door vijf factoren, wanneer ze de bevrijding van het gemoed als vrucht heeft, wanneer ze de bevrijding door wijsheid*3] als vrucht en nut heeft. Juiste visie wordt ondersteund door deugdzaamheid, leren, uitleg, rust en inzicht.
   Juiste visie die door deze vijf factoren ondersteund wordt, heeft de bevrijding van het gemoed als vrucht en nut, heeft de bevrijding door wijsheid als vrucht en nut.
   Er zijn drie soorten van worden, namelijk worden van de sferen der zinnen, worden van de (fijnstoffelijke) vorm en vormloos worden.
   Het vernieuwen van het worden in de toekomst komt tot stand doordat de wezens die door onwetendheid geremd en door begeerte geboeid zijn, zich vermaken aan het een en ander.
   Met het verdwijnen van de onwetendheid, met het verschijnen van waar weten, en met het ophouden van de begeerte komt de vernieuwing van het worden in de toekomst niet tot stand. (M.43)
_____
*1] Iemand die op beide soorten bevrijd is, is een Arahant, die bevrijding op basis van een vormloze meditatieve verdieping heeft verkregen, resp. een Arahant die de vormloze verdiepingen kan uitoefenen. Iemand die bevrijd is door wijsheid, is een Arahant in het algemeen.
2*] Het verschil tussen onmiddellijk inzicht met hogere geestelijke kracht en volledig inzicht bestaat hierin: Onmiddellijk inzicht hebben alle edelen vanaf stroomintrede gemeenschappelijk. Volledig inzicht is het geheel en al doordringen van de vier edele waarheden hetwelk naar de vernietiging van de neigingen, naar arahantschap voert.
*3] De bevrijding van het gemoed en de bevrijding door wijsheid zijn twee aspecten van arahantschap.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 18-07-2018 11:15
3.7. Beiderzijds bevrijd   

   Iemand die op beide soorten bevrijd is (die tweevoudig bevrijd is), is degene die met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en die daarin vertoeft; zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet. - Hij heeft de taak volbracht. (M.70)

   "Broeder, men spreekt van 'beiderzijds bevrijde'. In hoeverre echter wordt iemand door de Verhevene als een beiderzijds bevrijde aangeduid?"
   "Broeder, daar verkrijgt de monnik de eerste verdieping ...[en verder tot en met] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het in eigen persoon verwerkelijkt; en in wijsheid doordringt hij het. In zoverre heeft de Verhevene iemand als een beiderzijds bevrijde aangeduid, in bepaald opzicht.
   Broeder, verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het in eigen persoon verwerkelijkt; en in wijsheid doordringt hij het. In zoverre heeft de Verhevene iemand als beiderzijds bevrijde aangeduid, en wel in elk opzicht. (A.IX.45)

    In de 'beiderzijds bevrijde' (ubbhatobhāga-vimutta) zijn zowel de voortreffelijke eigenschappen van de lichaamsgetuige als ook die van de 'door wijsheid bevrijde' volmaakt vertegenwoordigd.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 19-07-2018 12:15
4. Nibbāna

   Nibbâna schept niet noch is het geschapen, omdat het de beëindiging is van al het scheppen. Het bereiken van Nibbâna veronderstelt de volledige eliminatie van de verontreinigingen die de oorzaak zijn van alle onbevredigende geestelijke staten. Nibbâna ligt buiten de beperkingen van ruimte en tijd. Alle veroorzaakte verschijnselen houden er op te bestaan. Het is een toestand van vrijheid van alle boeien.*1]
   
   “We hoeven geen angst te hebben dat ons leven na het overwinnen van de geestelijke onzuiverheden dan droog en kleurloos wordt. De volledige vrijheid van begeerte maakt het denken en handelen niet onmogelijk. Integendeel, men staat dan als overwinnaar boven de dingen. Niets en niemand kan ons dan nog storen. Dat is echt geluk.”*3]
   “In de mens is een diep liggend deel dat niet naar begeerte zoekt. Het is het vrije reine element van de geest dat de vreugde van de ‘spirituele voeding’ zoekt. Dat deel wordt de bron van de tevredenheid van de Verlichte mens wiens geest door geen verontreiniging gestoord kan worden.”*4]

   “We moeten nergens aan hechten, niet aan het slechte noch aan het goede. In het begin moeten we het slechte vermijden en verwijderen. In het midden moeten we het goede aanleren en behouden. Tot slot moet noch het een noch het andere vastgehouden worden. Zo verkrijgt men ware vrijheid.”*5]
   Wie volkomen vrij is van begeren, wie niet meer door iets aangetrokken wordt noch ergens een afkeer van heeft, die heeft nibbana bereikt. Diens geest heeft blijvende vrijheid en onafhankelijkheid verkregen.
Iemand die de ware natuur der dingen ziet, die het hechten aan en het vasthouden van de dingen heeft opgegeven, die is een ware Boeddhist. Het waarnemen dat er geen zelf is, dat niets blijvend is en dat alles onvolkomen is, onbevredigend, dat is de ware weg om een goede Boeddhist te worden.*6]
   Door de kracht van helder inzicht bereikt de geest het niveau dat boven de wereld verheven is. Wij kunnen ons van dat niveau geen voorstelling maken. Nibbana is een toestand die met geen enkele andere vergeleken kan worden. Net zo min als een kikker die steeds in en rond dezelfde poel leeft, iets weet van de heuvels en bergtoppen en het mooie uitzicht, net zo min heeft de normale mens weet van het verheven niveau van de vrijheid van de geest.*7]
_____
*1] Ling, Trevor: A Dictionary of Buddhism. Indian and South-East Asian. Calcutta/New Delhi 1981, zie: nibbana; en: Buddhadasa Bhikkhu. Handbuch für die Menschheit, zum Verständnis des Buddhismus, s.a., p. 90.
*3] Buddhadasa Bhikkhu. Handbuch für die Menschheit, p. 9.
*4] idem, p. 9.
*5] idem, p. 16-18.
*6] idem, p. 29-30.
*7] idem, p. 77-91.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 19-07-2018 22:43
4. Nibbāna

   Nibbâna schept niet noch is het geschapen, omdat het de beëindiging is van al het scheppen. Het bereiken van Nibbâna veronderstelt de volledige eliminatie van de verontreinigingen die de oorzaak zijn van alle onbevredigende geestelijke staten. Nibbâna ligt buiten de beperkingen van ruimte en tijd. Alle veroorzaakte verschijnselen houden er op te bestaan. Het is een toestand van vrijheid van alle boeien.*1]

Als alle veroorzaakte verschijnselen er op houden te bestaan, hoe kan iemand die Nibbana in dit leven realiseert dan nog zien, ruiken, voelen, proeven, denken, horen, kortom verder leven?

Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 20-07-2018 13:31
Als alle veroorzaakte verschijnselen er op houden te bestaan, hoe kan iemand die Nibbana in dit leven realiseert dan nog zien, ruiken, voelen, proeven, denken, horen, kortom verder leven?

Je kan het volgens mij lezen als volgt: 'alle veroorzaakte verschijnselen er op houden op zichzelf, als zelf te bestaan'. De verschijnselen op zich verdwijnen niet, ze worden gezien voor wat ze zijn: verschijnselen die geen zelf hebben, verschijnen en weer verdwijnen. Het creëren, projecteren van een zelf in de verschijnselen is beëindigd. Dit maakt dat er ook geen gehechtheid meer is (er is geen zelf dat zich hecht en geen zelven waaraan gehecht kan worden).

Maar we hoeven geen angst te hebben hiervoor: zien, ruiken, voelen, proeven, denken, horen, leven blijven gewoon doorgaan zonder zelf, zelfloos, bevrijd van zelf. "De volledige vrijheid van begeerte maakt het denken en handelen niet onmogelijk. Integendeel, men staat dan als overwinnaar boven de dingen. Niets en niemand kan ons dan nog storen. Dat is echt geluk."
"Wij kunnen ons van dat niveau geen voorstelling maken. Nibbana is een toestand die met geen enkele andere vergeleken kan worden."

Alles wat je weten wil is er terug te vinden in de tekst die Nico aanhaalt. Blijf niet steken in het feit dat het zichzelf lijkt tegen te spreken (geen zelf, iemand/zelf die dat realiseert en erover getuigt), het lijkt tegenstrijdig omdat je dit niet kan vatten, je kan het onmogelijk bedenken, je kan er geen voorstelling van maken. Vind vrede hierin, mogelijks is dat juist de opening ernaar toe. Het denken, bedenken, mentaal proberen vatten (de scheppende geest) is allesinds wat het (het stoppen van alle scheppen) in de weg staat.

Denk daar eens NIET over na... Laat het denken (scheppen) eens tot stilstand komen.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 20-07-2018 14:47
Beste Siebe,

Ik hoop dat de volgende leerrede iets meer duidelijkheid brengt voor jou wat betreft Nibbana.
Zie ook reactie 70 van dit topic http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2673.msg21135.html#msg21135
 (http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2673.msg21135.html#msg21135)

Vriendelijke groet
Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 20-07-2018 15:03
5. De wortel van alle dingen M.1. (MN.1.1).
   
   Eens vertoefde de Verhevene te Ukkhattha in het Subhaga bosje, aan de voet van een koninklijke salaboom. Daar sprak hij tot de bhikkhus als volgt.
   "Bhikkhus,ik zal tot jullie spreken over de wortels van alle dingen. Luistert goed en opmerkzaam.” – “Jawel, heer.” *1]

(De wereldling)

   "Bhikkhus, een niet onderwezen wereldling,*2] die geen acht slaat op de edelen of op oprechte mensen, en de leer van hen niet navolgt, die er niet in geschoold is, hij neemt het aarde-element als aarde-element waar.*3] Hij maakt zich er een voorstelling van, is van mening dat het hem toebehoort, en schept er behagen in. De reden is dat hij het niet volledig heeft doorzien.
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens,*4] hemelse wezens,*5] Pajapati,*6] Brahma,*7] hemelse wezens van overstromende glans,*8] hemelse wezens van de stralende heerlijkheid,*9] hemelse wezens van het grote gevolg,*10] de overwinnaar, het gebied van oneindigheid van ruimte, het gebied van oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, en het gebied van noch waarneming noch niet waarneming.
   Hij neemt het geziene als het geziene waar, hij maakt zich er een voorstelling van, is van mening dat het hem toebehoort en schept er behagen in. De reden is dat hij het niet volledig heeft doorschouwd.
   Evenzo is het met het gehoorde, het ondervondene,*11] het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”*12]

(Iemand in hogere scholing)

   "Bhikkhus, iemand in hogere scholing,*13] wiens geest het doel nog niet heeft bereikt en die nog streeft naar de hoogste zekerheid tegen het geboeid zijn, hij onderkent het aarde-element direct als aarde-element.*14] Als hij dat onderkent heeft, moet hij zich er geen voorstelling van maken.*15] Hij moet niet menen: 'Het is van mij.' Hij moet er geen behagen in scheppen. En waarom? Opdat hij het volledig moge doorschouwen.
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van oneindigheid van ruimte, het gebied van oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming.
   Hij neemt het geziene als het geziene waar, hij maakt zich er een voorstelling van, is van mening dat het hem toebehoort en schept er behagen in. De reden is dat hij het niet volledig heeft doorschouwd.
   Evenzo is het met het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De arahant – I)

   "Bhikkhus, iemand die een arahant is, met vernietigde neigingen, die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moet worden, die de last heeft afgelegd, die het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het bestaan heeft verwoest, en die door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, hij onderkent het aarde-element direct als aarde-element. Hij maakt er zich geen voorstelling van,*16] hij is niet van mening 'het aarde-element is van mij,' hij schept er geen behagen in.
   En waarom? Omdat hij het volledig heeft doorschouwd.*17]
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De arahant -II)

   “Bhikkhus, een arahant maakt zich geen voorstelling van het aarde-element. Hij is niet van mening 'het aarde-element is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat hij vrij is van begeerte, omdat begeerte vernietigd is.*18]
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De arahant – III en IV)

   “Bhikkhus, een arahant maakt zich geen voorstelling van het aarde-element. Hij is niet van mening 'het aarde-element is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat hij vrij is van afkeer, omdat afkeer vernietigd is. En ook omdat hij vrij is van onwetendheid, omdat onwetendheid vernietigd is.”
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De Tathagata -I)

   "Bhikkhus, de Tathagata,*19] de Verlichte, de Volmaakt Ontwaakte, onderkent het aarde-element direct als aarde-element. Hij maakt zich er geen voorstelling van, is niet van mening 'het aarde-element is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat de Tathagata het volledig tot aan het einde heeft doorschouwd.*20]
   Hij onderkent het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De Tathagata -II)

   "Bhikkhus, de Tathagata, de Verlichte, de Volmaakt Ontwaakte, onderkent het aarde-element direct als aarde-element. Hij maakt zich er geen voorstelling van, is niet van mening 'het aarde-element is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat de Tathagata begrepen heeft dat behagen scheppen de wortel van dukkha is en dat er met worden (als voorwaarde) geboorte, en voor alles wat geworden is, ouderdom en dood zal zijn.*21] Daarom is de Tathagata door de volledige vernietiging en door het opgeven, het beëindigen en loslaten van begeerte tot de hoogste Verlichting ontwaakt.
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.
   Bhikkhus, de Tathagata, de Verlichte, de Volmaakt Ontwaakte, maakt zich er geen voorstelling van, is niet van mening 'dat alles is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat de Tathagata begrepen heeft dat behagen scheppen de wortel van dukkha is en dat er met worden (als voorwaarde) geboorte, en voor alles wat geworden is, ouderdom en dood zal zijn. Daarom is de Tathagata door de volledige vernietiging en door het opgeven, het beëindigen en loslaten van begeerte tot de hoogste Verlichting ontwaakt.”

   Zo sprak de Verhevene. Maar die Bhikkhus waren niet blij met de woorden van de Verhevene.*22]

   Het sutta stelt dat alle termen slechts conventionele symbolen zijn. Zij onthullen de werkelijkheid niet. Er is geen verschil tussen de gewone mens van de wereld, de gedisciplineerde mens die nog moet leren, de in de stroom getredene en de arahant wat betreft het gebruik van woorden in de dagelijkse betekenis ervan. Het verschil ligt in het feit dat de mens van de wereld ze als werkelijkheid beschouwt, terwijl de arahant de ware natuur ervan heeft verwerkelijkt als leeg, verstoken van een eigenheid. En daarom is de eerste eraan gehecht, en de laatste niet. Ook de heiligen van de verschillende niveaus zijn in staat er niet aan gehecht te zijn in overeenstemming met de graad van hun geestelijke ontwikkeling.*23]
_____
*1] Volgens het commentaar is deze leerrede gericht tot een grote groep van voormalige Brahmanen, die erg gehecht waren aan hun uitsluitend theoretisch begrip van de leer.
*2] Een wereldling is iemand die nog geen niveau van heiligheid bereikt heeft. Hij bevindt zich nog volledig in de sfeer van verkeerde opvattingen.
*3] Het werkwoord
sañjanati heeft niet betrekking op het "directe inzien overeenkomstig de werkelijkheid", maar op de waarneming van de wereldling die door onwetendheid gevormd is, het “als waar aannemen” dat de basis is voor de vorming van een concept, waardoor de scheiding tussen subject en object gevestigd wordt, en zo de ik-illusie.
*4] Volgens het commentaar zijn daarmee de wezens tot en met de sfeer van de mensen bedoeld. De hogere sferen worden aansluitend behandeld.
*5] Devas van de zinnelijke sferen.
*6] Naam van een Vedische god.

*7] Dit heeft betrekking op de hemelse wezens wier sfeer van bestaan overeenkomt met de geestelijke toestand van de eerste jhana.
*8] De wezens op het niveau overeenkomend met de 2e jhana.
*9] De wezens overeenkomend met de 3e jhana.
*10] De wezens overeenkomend met de 4e jhana.

*11] Het ondervondene omvat datgene wat geproefd, gesmaakt, geroken en aangeraakt is.
*12] Enige commentatoren zijn van mening dat de Boeddha hier spreekt over verkeerde voorstellingen van Nibbana. Maar Bhikkhu Ñanananda wijst erop dat deze begrenzing van de betekenis niet overeenkomt met de geest van de leerrede. Het zou een poging zijn om de “heiligheid” van Nibbana te redden. Maar aan het concept van Nibbana moet geen bijzondere plaats gegeven worden. Een Verlichte hecht aan geen enkel concept, ook niet aan Nibbana.
*13] Een in de stroom getredene, een eenmaal wederkerende, een niet meer wederkerende: op deze niveaus van heiligheid is verkeerde opvatting al overwonnen, maar nog niet de basis-onwetendheid.
*14] Het werkwoord
abhijanati beschrijft een onderkennen, letterlijk een erboven staan, dat vrij is van verkeerde opvatting.
*15] De oefenende, die al een bovenwereldlijk niveau bereikt heeft, maar nog niet volledig bevrijd is, is nog niet vrij van de waan "ik ben". Hij weet echter op grond van zijn juiste zienswijze dat dit ik-idee niet overeenkomt met de waarheid. Hij werkt daarom aan de volledige bevrijding.
*16] De arahant heeft niet alleen de mening van een persoonlijkheid overwonnen, maar ook begeerte en ik-waan. De oorzaak voor conceptuele voorstellingen is bij hem niet meer aanwezig.

*17] Hij heeft de vier edele waarheden in deze objecten doorschouwd. Tevens heeft hij die vier edele waarheden in zich verwerkelijkt en heeft hij het einde van dukkha bereikt.
*18] In de volgenden drie paragrafen wordt duidelijk gemaakt dat het volledige doorschouwen van de arahant samengaat met de vernietiging van de drie onheilzame wortels: begeerte, afkeer, onwetendheid. De merkwaardige formulering "vrij van begeerte door de vernietiging van de begeerte" betekent dat hij niet alleen tijdelijk vrij is van begeerte, maar dat ze aan de wortel afgesneden is.
*19] Een aanduiding voor de Boeddha die deze term vaak gebruikte als hij over zichzelf sprak.
*20] "Tot aan het einde" heeft betrekking op de eigenschap die Boeddhas van arahants onderscheidt. Beiden zijn op gelijk niveau wat betreft de vernietiging van de neigingen. Maar het volledige doorschouwen van alle verschijnselen is alleen aan Boeddhas voorbehouden.
*21] Een korte samenvatting van de keten van oorzakelijk ontstaan. Die keten had de Boeddha in de nacht van zijn Verlichting ingezien. Hier sluit de Boeddha de kring door erop te wijzen dat het behagen scheppen uiteindelijk oorzakelijk met dukkha verbonden is.

*22] Volgens een commentaar waren de Bhikkhus niet verheugd over de woorden van de Boeddha omdat zij de moeilijke leerrede niet hadden begrepen. Maar vermoedelijk hadden zij de woorden juist heel goed begrepen en voelden zij zich in hun hoogmoed betrapt. De PTS-uitgave heeft een ander einde. Daar zijn de Bhikkhus zoals gewoonlijk blij met de leerrede.
*23] Bapat, P.V. (Ed.)
: The Majhima Nikāya (1. Mūla pannāsakam). [s.l.] 1958, p. ix.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 20-07-2018 15:07
Wat informatie die wel relevant is:

Sommige arahants kunnen in een staat komen die nirodha samapatti heet. In deze staat zijn er geen citta vitthis en geen bhavanga wordt gezegd. Deze staat wordt in de sutta's aangeduid als 'the cessation of perception and feeling',  de beeindiging van perceptie (sanna) en gevoel (vedana).

In deze staat ervaart men constant de vrede/ontspanning van Nibbana. Dat is geen gevoel, geen vedana want er is geen vedana.Er is ook geen sankhara. Er is dan ook geen ademhaling maar het lichaam blijft wel warm en men is niet dood. Het leven in het lichaam wordt onderhouden door karmische energie. Het is niet te bedenken of voor te stellen wat het is om in deze staat te zijn.

Parinibbana, dat is de staat die een arahant of Boeddha realiseert na de dood, schijnt te lijken op deze staat behalve dat men dan niet meer terugkomt in deze wereld van 31 bestaansvormen.

Men schijnt maximaal 7 dagen in deze staat van nirodha samapatti te kunnen verwijlen.

Informatie: https://puredhamma.net/living-dhamma/samadhi-jhana-magga-phala/nirodha-samapatti-phala-samapatti-jhana-and-jhana-samapatti/

Dus in deze zin klopt het wel dat dat alle veroorzaakte verschijnselen ophouden te bestaan als men voortdurend de vrede van Nibbana ervaart in nirodha samapatti.

groet,
Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 20-07-2018 16:54
Beste Siebe,

In de meditatieve toestand die jij beschrijft, is geen constante ervaring van vrede. Ze is tijdelijk, net zoals alle andere meditatieve verdiepingen.
Hierover o.a. het volgende:

De eerwaarde Sariputta trad binnen in die sfeer van 'beëindiging van waarneming en gevoel'. En hij vertoefde erin. En zijn neigingen werden vernietigd doordat hij met wijsheid zag. (M.111)

   Oplettend trad hij uit die bereikingstoestand. Daarna beschouwde hij de vroegere toestanden die beëindigd en veranderd waren, op de volgende manier: 'Deze toestanden treden dus inderdaad in verschijning nadat zij voorheen niet aanwezig waren. Na het aanwezig zijn ervan vallen ze uiteen.' Met betrekking tot die toestanden vertoefde hij zonder voorkeur, zonder afkeer, onafhankelijk, ongebonden, vrij, bevrijd, met een ongelimiteerd hart. Hij begreep 'Er is verder niets meer te doen,' en met het beoefenen van die bereikingstoestand bevestigde hij dat er niets meer is. (M.111)
   Hij had meesterschap en volmaaktheid bereikt in edele deugdzaamheid, in edele concentratie, in edele wijsheid, in edele bevrijding. (M.111)

   Het opheffen van waarneming en gevoel is niet een 'negende verdieping' maar een toestand waarin de geestelijke processen tijdelijk volledig ophouden. Ze komt tot stand door de combinatie van kalmte van geest en bovenwereldlijk inzicht. Voorwaarde is minimaal de vernietiging van de vijf lagere boeien. Die toestand is dus mogelijk bij niet meer wederkerenden en Arahants die meester zijn in de vormloze gebieden. (noten bij M.66)

   De Arahant overweegt: "Ook deze meditatieve verdieping is samengesteld. Ze is vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen. (A.XI.17)
Belangrijk is dat de neigingen opdrogen, verwelken, niet meer tot bestaan komen.
   Dat staat ook heel duidelijk in Sutta Nipata vers 210:

“Wie elk oord van bestaan heeft begrepen,
 wie naar geen ervan verlangen koestert,
 wie vrij is van begeerte en zonder wens,

 hij of zij hoeft niet meer te strijden:
 aangekomen is die persoon aan de oever.”

Vriendelijke groet
Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 20-07-2018 17:52
Nico ik ben blij met je reactie maar zou het wel op prijs stellen dat je goed leest wat ik schrijf. Ik schrijf nergens dat nirodha samapatti een constante ervaring van vrede is, maar wel zolang je er in verblijft, en naar men zegt is dit voor maximaal 7 dagen.

Ik ga MN111 eens lezen.

Siebe


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 20-07-2018 18:42
Beste Siebe,

Je schreef  inderdaad
Citaat
In deze staat ervaart men constant de vrede/ontspanning van Nibbana.

Dat heb ik - inderdaad verkeerd - uitgelegd als zou men constant, blijvend de vrede van Nibbana ervaren. Maar ik zie nu dat je bedoelt dat "in die [meditatieve] staat" constant vrede ervaren wordt.
Dat was dus een misverstand van mijn kant.

Het verschil tussen die meditatieve toestand en een dode is beschreven in MN.43.

Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 20-07-2018 20:50
bedankt

Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 20-07-2018 21:48

[knip informatie MN111]

   De Arahant overweegt: "Ook deze meditatieve verdieping is samengesteld. Ze is vergankelijk en aan beëindiging onderworpen." Zo'n inzicht heeft hij dan. Hierin blijvend bereikt hij de opdroging van de neigingen. (A.XI.17)
Belangrijk is dat de neigingen opdrogen, verwelken, niet meer tot bestaan komen.
   Dat staat ook heel duidelijk in Sutta Nipata vers 210:

“Wie elk oord van bestaan heeft begrepen,
 wie naar geen ervan verlangen koestert,
 wie vrij is van begeerte en zonder wens,

 hij of zij hoeft niet meer te strijden:
 aangekomen is die persoon aan de oever.”

Vriendelijke groet
Nico

Ik heb die ene zin vet gemaakt Nico, want inderdaad ik zie ook in de sutta's heel duidelijk dat het daar om draait. Je kunt wel bijzondere boven-wereldijke staten bereiken, dingen zien die anderen niet zien, etc. maar als de asava's niet eindigen, dan realiseer je ook geen arahantschap. Dan is er geen sprake van bevrijding.

Daarom is in de Pali sutta's realisatie onlosmakelijk verbonden met concrete veranderingen op het vlak van de persoonlijkheid. Dat wordt duidelijk uitgelegd in het onderricht over hoe de Paden de ketens geleidelijk verzwakken en afbreken.

De Pali sutta's zijn glashelder, iemand die het eerste niveau van heiligheid heeft bereikt, sotapanna magga/phala, die is moreel niet perfect, die kan nog fouten maken, maar niet zulke grove als mensen ge-, laat staan misbruiken.
En ook al vliegt iemand door de lucht, loopt ie over water, kan ie zich transformeren in vuur, dat maakt iemand ook geen heilige, geen sotapanna -geen arahant.

Ik las net MN111. Sariputta kon kennelijk al die verschillende meditatieve staten doorlopen, naar wens, inclusief de beeindiging van waarneming & gevoel. Kennelijk, toen hij die laatste staat bereikte, en dit met wijsheid bekeek, droogden de asava's, de diepere begeerten helemaal op. Kennelijk bereikte hij zo arahantschap. Ik ben wel nieuwsgierig naar de staat aangeduid als beeindiging van waarneming & gevoel.

Volgens mij is het niet zo dat dit de enige manier is. Het is niet perse nodig om zo'n goed mediteerder te zijn die door al die subtiele staten kan gaan en de geest heel erg weet te bedaren, zelfs tot een punt dat activiteit wegvalt,  om arahantschap te bereiken. Je hebt ook, zoals je een aantal posten terug aangaf,  de bevrijde door wijsheid. Die ervaart niet al die jhana's en ook niet de beeindiging van waarneming en gevoel maar bereikt toch bevrijding, de opdroging van de asava's.

Anders gezegd, ook mensen die niet zo goed al die subtiele meditatieve staten kunnen bereiken, geen nood, dat is ook niet echt nodig. En mensen die ze wel kunnen bereiken, pas op, dat maakt je nog  geen heilige (arahant).

Siebe

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 21-07-2018 01:17
Beste Siebe,

Hoe Sariputta de volmaakte heiligheid verwerkelijkte, is niet overgeleverd. Ik heb o.a. het volgende over hem verzameld:
Sariputta was ouder dan de Boeddha. Voor zijn bekering tot de leer van de Boeddha was hij samen met zijn vriend Moggallana een aanhanger van de rondtrekkende asceet Sañjaya. Op een dag zag hij de volmaakte heilige Assaji, een van de vijf asceten die door de Verhevene na de Verlichting bekeerd werden. Sariputta was onder de indruk van diens uitstraling en waardig gedrag en vroeg wiens meester Assaji navolgde en wat diens leer inhield. Het antwoord luidde dat de grote wijze uit de stam van de Sakyas zijn leermeester was en dat Assaji zelf pas in de Orde was opgenomen en de leer nog niet helemaal kende maar wel het wezenlijke ervan kon uitleggen. Assaji zei toen het vers: “Van alle dingen die oorzakelijk zijn ontstaan, heeft de Volmaakte de oorzaak uitgelegd. En ook hoe die tot uitdoving komen.” Dat was genoeg voor Sāriputta om de waarheid in te zien: “Alles wat aan ontstaan onderhevig is, is ook onderhevig aan vergaan.” Door dit inzicht bereikte hij het eerste niveau van heiligheid. Niet lang daarna werd hij door de Boeddha in de Orde opgenomen. Veertien dagen na de inwijding bereikte Sāriputta de volmaakte heiligheid.

   De staat aangeduid als beëindiging van waarneming en gevoel kan ik niet voor je omschrijven. Het zouden maar woorden zijn. En ik denk niet dat wij beiden die staat in dit leven zullen bereiken. Ik ben er niet nieuwsgierig naar. Je kunt eventueel MN.44 eens lezen.

Vriendelijke groet
Nico
  
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 21-07-2018 12:01
6. Tot besluit
   
   In het Boeddhisme kent men vier niveaus van heiligheid. Iedereen kan een heilige worden. Maar meerdere hindernissen belemmeren de vooruitgang op het pad van de edelen, het pad naar de bevrijding van lijden. Meerdere smetten verontreinigen de geest waardoor men de waarheid niet of niet duidelijk kan zien. Tien boeien kluisteren iemand aan het leven van lijden, frustratie en onvoldaanheid. Door geleidelijk die hindernissen, smetten en boeien te verwijderen, bereikt men achtereenvolgend de vier niveaus van heiligheid.
   De sotapanna, de in de stroom getredene, heeft de drie lagere boeien opgeheven. Voor hem of haar is er hoogstens nog zeven keer een wedergeboorte onder de goden of mensen. Wie het eerste niveau van heiligheid bereikt heeft, is in de stroom naar het hoge doel, Nibbana. Dan is geen terugkeer in de lagere werelden van bestaan meer mogelijk. Met zekerheid gaat men in de richting van volledige vrijheid van lijden, naar volmaakte heiligheid. Men heeft dan de garantie dat het hoogste geluk dat er bestaat bereikt zal worden.
   De sakadagami, de eenmaal wederkerende, heeft ook de drie lagere boeien overwonnen. En verder zijn in hem of haar bepaalde soorten van begeerte, afkeer en onwetendheid verminderd. Hij of zij komt nog één keer in deze wereld terug en maakt daarna een einde aan het lijden.
   De anagami, de niet meer wederkerende, heeft de vijf lagere boeien opgeheven, zonder overblijfsel ervan. Daarom keert hij of zij nooit meer terug naar deze wereld van lijden.
   De Arahant, de volmaakte heilige, heeft niet alleen de vijf lagere boeien overwonnen, maar ook zijn bij hem of haar de vijf hogere boeien opgeheven. Begeerte is helemaal overwonnen, helemaal verdreven; haat, afkeer is totaal verdwenen; en aan onwetendheid is geheel en al een einde gemaakt. Het hoge doel is bereikt. Verder is er niets meer te doen.
   Van het lichaam is afstand gedaan. Van de zintuigen is afstand gedaan. Van het bewustzijn is afstand gedaan. Dit wil zeggen dat de Arahant het lichaam niet meer beschouwt als tot hem behorende, als een zelf. Het weten, het inzicht is er dat het lichaam ontstaan is en weer zal vergaan. Het behoort hem of haar niet toe. Het is zonder zelf, zonder een ik. Er is geen enkele reden waarom hij of zij aan het lichaam zou hechten.
   Evenmin beschouwt hij of zij de zintuigen als een zelf. Het weten, het inzicht is er dat de zintuigen ontstaan zijn en weer zullen vergaan. Ze behoren hem of haar niet toe. Ze zijn zonder zelf, zonder een ik. Er is geen enkele reden waarom hij of zij aan de zintuigen zou hechten.
   Er is geen ik die ziet of hoort of ruikt of proeft of aanraakt of denkt, maar door oorzaken ontstaat zien-bewustzijn, ruik-bewustzijn, smaak-bewustzijn, aanraak-bewustzijn, denk-bewustzijn. En die soorten bewustzijn zijn veroorzaakt door contact. Wat veroorzaakt is, zal weer vergaan. Ze behoren hem of haar niet toe. Ze zijn zonder zelf, zonder een ik. Er is geen enkele reden waarom hij of zij aan die soorten bewustzijn zou hechten.
   Zo heeft de Arahant afstand genomen van het lichaam, van de zintuigen en van het bewustzijn. Met bewustzijn is hier bedoeld het ik-bewustzijn. In de plaats daarvan is door volledige opheffing van onwetendheid gekomen het zo-bewustzijn: zo is het ontstaan, zo is het vergaan. Dat zo-bewustzijn, het weten, de citta, hecht zich nergens meer aan. Het is vrij, onbegrensd.
   Dat is het doel van het pad van de edelen: te komen tot een citta, een bewustzijn, een weten dat zich nergens meer aan hecht, dat vrij is, helder en stralend.

   De uiteindelijke bevrijding van alle lijden bestaat in onthechting, het loslaten, zich nergens aan hechten. Ze bestaat in het doven van het vuur van verlangen naar iets of het vuur van afkeer van iets. Door het opheffen van alle onwetendheid komt de waarheid in ons aan het licht. Daardoor zien wij dat er geen enkele reden is om ons ergens aan te hechten: alles is immers veranderlijk, vergankelijk, veroorzaakt, niet alleen ‘het andere’ maar ook wijzelf.    
   Als men in overeenkomst met de leer handelt, als de geest bedwongen is, kan men deel hebben aan de vruchten van het heilige leven. Vredig en kalm is men dan, met een stralend uiterlijk. Een groot geluk vervult iemand dan. En zo'n toestand is ook tegenwoordig mogelijk. (zie A.I.4)


Met vriendelijke groet
Nico

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 21-07-2018 12:33
Beste Nico,

Hoe Sariputta de volmaakte heiligheid bereikte, wordt dat dan niet beschreven in MN111? Ik denk van wel.

Ik gebruik de vertaling van Bhikkhu Bodhi. Daarin wordt dit met name beschreven in de §§19-20. De §§ daarvoor beschrijven hoe Sariputta steeds subtielere meditatieve staten bereikte (opeenvolgende jhana] en uiteindelijk zelfs de beeindiging van waarneming en gevoel binnengaat, waarvan gezegd wordt dat er op dat moment geen geestelijke processen (citta vitthi's en bhavanga) meer plaatsvinden en ook geen ademhaling meer is. Maar men is niet dood.

Hieronder de betreffende fragmenten:

§19 (deels) ...."door het volledig te boven gaan van de basis van noch waarneming noch niet waarneming naderde Sariputta de beeindiging van waarneming en gevoel en verbleef er in. En zijn asava's werden vernietigd door zijn zien met wijsheid"

Dus kennelijk was de staat genaamd de beeindiging van waarneming en gevoel, en wat hij toen met wijsheid zag, voor Sariputta de basis voor de vernietiging van de asava's (bodhi noemt dit taints). Ik heb ook in andere sutta's uitgelegd zien worden dat beeindiging de basis kan zijn van de vernietiging van de asava's, kennelijk met als voorwaarde, dat er dan met wijsheid wordt gezien.

Waarom werd Sariputta op dat moment niet een arahant? Want de vernietiging van de asava's tekent toch het realiseren van arahantschap?

Ik vermoed dat dit komt omdat Sariputta op dat moment nog niet ogenblikkelijk besefte dat zijn taak er eigenlijk op zat.

§20. "Hij kwam mindful weer uit deze verwezenlijking [de beeindiging van waarneming & gevoel, Siebe]. Na dat gedaan te hebben, herdacht hij de vorige [bereikte] staten, die waren gestopt en veranderd, aldus: 'Dus, inderdaad, deze staten, terwijl ze er eerst niet zijn, komen te bestaan; na [een tijdje] te bestaan, verdwijnen ze [weer]'. Wat deze staten aangaat, verbleef hij zonder aantrekking, zonder afstoting, onafhankelijk, onthecht, vrij, gedissocieerd, met een geest vrij van obstakels. Hij begreep: 'Er is geen ontsnapping [hieraan] voorbij, en met de cultivatie daarvan, bevestigde hij dat dat er niet is".

Dus, ook al veranderde de geest steeds van toestand, van een betrekkelijk grove naar een steeds subtielere jhana staat, van een nog relatief actieve naar een steeds meer inactieve staat,  de constante tijdens al die veranderingen was eigenlijk geest zonder enige voorkeur en afkeer, onthecht, vrij.

Sariputta had de volledig onthechte geest al gevonden en gerealiseerd maar kennelijk moest dat tot hem doordringen. Toen dat gebeurde besefte hij dat de taak er op zit. "Er is geen ontsnapping hieraan voorbij". 
Zo werd hij een arahant wiens asava's zijn beeindigd en wie beseft dat de taak er op zit.

Zoiets lees ik er in. Verbetering/Commentaar welkom.

Siebe




Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 21-07-2018 14:00
Beste Siebe,

Inderdaad bereikte de eerwaarde Sariputta toen volmaakte heiligheid, arahantschap. Er staat immers:
Hij begreep 'Er is verder niets meer te doen,' en met het beoefenen van die bereikingstoestand bevestigde hij dat er niets meer is. (M.111)
   Hij had meesterschap en volmaaktheid bereikt in edele deugdzaamheid, in edele concentratie, in edele wijsheid, in edele bevrijding. (M.111)

Met die woorden wordt aangegeven dat hij een arahant was geworden.
Ik heb daar vroeger niet zo op gelet omdat ik me toen meer richtte op de meditatieve verdiepingen.
Bedankt voor je opmerkzaamheid.

Nico

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 21-07-2018 20:09
Graag gedaan Nico.

Ik neig het op dit moment zo te zien dat bij de beeindiging van waarneming en gevoel men eigenlijk heel direct de (natuur van) geest ervaart. Alle inhouden van geest zijn verdwenen, er is geen mentale activiteit bijvoorbeeld noch zintuiglijke waarnemingen. Geest is als een zee maar nu zonder enige beroering.

Je zou dat doorlopen van de jhana's en de beeindiging van waarneming & gevoel kunnen zien als een soort uitkleden. In de eerste jhana heeft de geest noch de kleding van gedachtevorming aan. In de tweede jhana nog de kleding van vreugde etc etc. Maar geest komt steeds naakter te staan. Bij de beeindiging van waarneming en gevoel is het poedelnaakt. Naakter kan niet.

Er kan op dat moment ook geen besef van zelf of  notie van 'Ik ben' zijn, want dat is een formatie, iets wat ontstaat dankzij begeerte en gehechtheid en dat kan niet aanwezig zijn in de beeindiging van waarneming en gevoel, lijkt me. Dus geest ziet zichzelf op dat moment, ziet diens eigen aard of natuur. Op dat moment ziet men dus ook in, met wijsheid, en zonder twijfel, dat geest geen Ik-entiteit is. Kennelijk is dat zien in staat om de asava's op dat moment totaal te vernietigen.

Wat ik zelf ook hieruit haal is dat we nergens bang voor hoeven te zijn. We kunnen in een proces van steeds leger worden, steeds meer verstillen niet onszelf verliezen! Het enige obstakel is dat we door gewoonte dit en dat menen te moeten ervaren, om te bestaan. Dat is niet zo. Dat tekent nog de invloed van eonenlange onjuiste identiteitsvisies.

Immers, kijk naar gedachten, als die verdwijnen hou je niet op te bestaan. Als boosheid verdwijnt hou je niet op te bestaan, etc. Eigenlijk geven de meditatie-meesters aan, ook al verstilt alles, je houd niet op te bestaan, je wordt juist meer en meer jezelf. Je ziet jezelf uiteindelijk glashelder.

Wat we kunnen leren van zulke meditatie-meesters is dat we sowieso niet ophouden te bestaan, wat er dan ook eindigt en hoe ver geest ook verstilt tijdens meditatie. Maar we vrezen uit gewoonte het steeds leger en stiller worden van geest omdat we al zolang geidentificeerd zijn met volheid en drukte. Dat geeft ons het gevoel dat we onszelf verliezen als formaties eindigen.

Het is toch niet voor niets, lijkt me, dat de eerste keten die moet worden prijsgegeven verkeerde identiteitsvisies zijn (sakkaya ditthi) want zolang we leven  met verkeerde identiteitsvisies, zolang blokkeren we ook een proces van loslaten, naakter worden, leger worden, wijzer worden, verstillen en onze ware zelf zien.

Sakkaya ditthi moet echter niet verward worden met ego-geloof of de notie "Ik ben".

Siebe




Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 21-07-2018 22:34
Je zou dat doorlopen van de jhana's en de beeindiging van waarneming & gevoel kunnen zien als een soort uitkleden. In de eerste jhana heeft de geest noch de kleding van gedachtevorming aan. In de tweede jhana nog de kleding van vreugde etc etc. Maar geest komt steeds naakter te staan. Bij de beeindiging van waarneming en gevoel is het poedelnaakt. Naakter kan niet.

Dat is allemaam mooi wat je hier schrijft. Je klinkt als een dzogchen yogi nu:

Citaat
Kleed het Gewaarzijn [Bewustzijn] niet aan met de mantel van uitgebreidde intelektuele analyses, want het is de naakte helderheid zelf. Wees ontspannen in de schitterende gelijkmoedigheid die geen partijdigheid kent. Voel je vrij en op je gemak, zonder zorgen voor de wereld, in een staat waarin gewaarwordingen geen enkel residu achterlaten.

Bron: De vlucht van de Garoeda van Shabkar Lama. Een beroemde meditatietekst uit de Dzogchen-traditie

Als ik even mag aanvullen vanuit bovenstaande (Dzogchen) traditie. In Dzogchen noemt men deze toestand de geest in rust (de toestand die Sariputta beschrijft is echt wel de complete rust, de zee zonder beroering zoals jij het omschreef). Het herkennen van de geest in rust, wordt in Dzogchen aangevuld met het herkennen van de geest in beweging. Uit dezelfde meditatie-tekst:

Citaat
Emaho! Luister aandachtig mijn zonen en dochters!

Ontspan, laat jezelf tot rust komen in de vrije ruimte van de oorspronkelijke aard van de geest en neem deze kalme staat van de geest waar. Terwijl je deze stille geest waarneemt, verblijf je in de oneindige ruimte van Gewaarzijn. Weet daarom, geliefde kinderen van mijn hart; een kalme geest is het gewaarzijn van een lege geest.

Dit is het kennen van kalmte als een sierraad van de geest.

Als een gedachte in de geest omhoogtkomt, neem dan waar hoe zij zich manifesteert. Zij verlaat nog voor geen milimeter de ruimte van het lege en stralende Gewaarzijn. Weet daarom, geliefde kinderen van mijn hart: een aktieve geest is nog steeds een lege geest in een staat van Gewaarzijn.

Dit is het herkennen van het spel van de geest.

Ongeacht hoe groot of heftig een vloedgolf ook is, zij kan geen moment ontsnappen aan de oceaan. Op dezelfde wijze kan de geest, of die nu beweegt of stil is, nog geen milimeter ontsnappen aan Gewaarzijn en leegte. Als hij aktief is, is wat dan ook ontstaat de schitterende uitstraling van het Gewaarzijn zelf. Daarom: ontspan!

De overtuiging dat je mediteert als de geest kalm is en je niet mediteert als de geest aktief is, maakt duidelijk dat je de inherente leegte van zowel kalmte als aktiviteit niet begrijpt. Het bewijst dat deze drie - stilte, beweging en Gewaarzijn - nog niet tot één geheel versmolten zijn.

Daarom geliefde zonen en dochters van mijn hart, zijn stilte en beweging beide de kontinuiteit van Gewaarzijn Wanneer je stilte, beweging en Gewaarzijn elk op zich volledig begrepen hebt, laat deze drie dan nu één worden.

Dat is het herkennen dat stilte en beweging niet-dualistisch zijn.

Dit maar even ter aanvulling.

Ik ben het ook met de rest wat je schrijft redelijk met je eens: er valt niets te vrezen, geest die zichzelf, diens eigen aard ziet, is geen verlies (gapende leegte), maar een bevrijding (Gewaarzijn dat niet aangetast wordt door de verschijnselen). De asava's worden vernietigd (bevrijden zichzelf in Dzogchen termen) doordat gezien wordt dat de aard van de geest er niet door aangetast is.

Om af te sluiten daarom nog even een laatste stukje uit die meditatie-tekst:

Citaat
De aard van de geest is in zijn zuiverheid als een smetteloze kristallen bal: zijn essentie is leegte, zijn aard is helderheid en zijn manifestatie is onbeperkt.

De aard van de geest wordt op geen enkele manier beïnvloed door de negativiteit van samsara. Vanaf het aleereerste begin is hij al velicht. Vertrouw daarop!

Dit is mijn inleiding in het herkennen van de oorspronkelijke aard van de geest, de grond van ons zijn, onze ware existentiële situatie.

De vrees die zich wel kan voordoen, komt voort uit de gehechtheid aan het zelf, aan de identiteiten en komt voort uit de onmogelijkheid om het stoppen van voorstellen te kunnen voorstellen.

Veel helderheid en Gewaarzijn toegewenst!

Dorje.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 22-07-2018 14:18
Bedankt Dorje, ik denk dat we op koers kunnen blijven als we maar blijven beseffen dat ware bevrijding de volledige en definitieve ontworteling van begeerte is door wijsheid. In die geest ontbreekt alle gehechtheid en alle bezoedelingen. Er komt noch hebzucht noch haat ooit meer op bijvoorbeeld.

als we maar niet een richting opgaan waarin ware bevrijding draait om speciale staten en speciale kennis en de beeindiging van begeerte helemaal niet meer speelt.

Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 22-07-2018 17:21
Ik ben het ook met de rest wat je schrijft redelijk met je eens: er valt niets te vrezen, geest die zichzelf, diens eigen aard ziet, is geen verlies (gapende leegte), maar een bevrijding (Gewaarzijn dat niet aangetast wordt door de verschijnselen). De asava's worden vernietigd (bevrijden zichzelf in Dzogchen termen) doordat gezien wordt dat de aard van de geest er niet door aangetast is.

Hoi Dorje,

Ik heb vet gemaakt waar ik op inga.

Over vernietiging van de asava's. Bij Sariputta werden de asava's echt vernietigd. Vernietigd betekent hier in de terminologie van de Pali sutta's nadrukkelijk NIET dat de asava's (of begeerten of bezoedelingen ) zichzelf bevrijden. Nee, vernietigd betekent in de termen van de sutta's: "has cut it off at the root, made it like a palm stump, done away with it, so that it is no longer subject to future arising" (citaat uit MN22).

Dat laatste daar gaat het om...ze kunnen in de toekomst niet meer ontstaan. Dus van zelfbevrijding van asava's of bezoedeling is geen sprake bij Sariputta of iedere andere arahant. Het gaat om de ontworteling van de bezoedelingen en begeerte.

Zelfbevrijding in dzogchen gaat misschien daar ook wel naartoe, maar deze sutta gaat niet over zelfbevrijding van begeerte of asava's maar de vernietiging.

Arahantschap is niet verbonden met zelfbevrijding van bezoedelingen en neigingen maar met de ontworteling en dus volledige en definitieve afwezigheid van begeerte.

Siebe





Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 22-07-2018 22:56
Bedankt Dorje, ik denk dat we op koers kunnen blijven als we maar blijven beseffen dat ware bevrijding de volledige en definitieve ontworteling van begeerte is door wijsheid.

Zeker, door wijsheid die voortkomt uit naakt (ontdaan van alle formaties, ontdaan van bezitten, verwerpen en koesteren) zien.

In die geest ontbreekt alle gehechtheid en alle bezoedelingen. Er komt noch hebzucht noch haat ooit meer op bijvoorbeeld.

Je zou het ook zo kunnen zien: haat en hebzucht komen nooit rechtstreeks op in de geest, er komen gedachten op (de wortel) en de gehechtheid er aan of de afkeer ervan creeren de hebzucht en de haat. Een geest vrij van hebzucht en haat is geen geest vrij van gedachten, maar één waarin gedachten geen wortel meer zijn tot het ontwikkelen van hebzucht en haat. In het naakt zien van gedachten als niet-zelf (niet te bezitten, niet te verwerpen, niet te koesteren) bevrijden gedachten zichzelf van begeert en haat, doordat de begeerte en haat geen substantie meer heeft om zich in te settelen. Dat is zelfbevrijding.

als we maar niet een richting opgaan waarin ware bevrijding draait om speciale staten en speciale kennis en de beeindiging van begeerte helemaal niet meer speelt.

Helemaal mee eens, zoals ik eerder al aanhaalde: speciale staten zijn ook maar zaken die verschijnen en weer verdwijnen, als ze naakt gezien worden (zonder bezit, verwerpen of koesteren) voor wat ze zijn (iets dat verschijnt en weer verdwijnt) dan beeindigd ook de begeerte naar deze staten. Net zo met speciale kennis ook maar een verzameling van gedachten is, die verschijnen en weer verdwijnen, als ze naakt gezien worden (zonder bezit, verwerpen of koesteren) voor wat ze zijn (iets dat verschijnt en weer verdwijnt) dan beeindigd ook de begeerte naar deze kennis. En daar en alleen daar gaat het om, ook in Dzogchen.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 22-07-2018 23:41
Over vernietiging van de asava's. Bij Sariputta werden de asava's echt vernietigd. Vernietigd betekent hier in de terminologie van de Pali sutta's nadrukkelijk NIET dat de asava's (of begeerten of bezoedelingen ) zichzelf bevrijden. Nee, vernietigd betekent in de termen van de sutta's: "has cut it off at the root, made it like a palm stump, done away with it, so that it is no longer subject to future arising" (citaat uit MN22).

Dat laatste daar gaat het om...ze kunnen in de toekomst niet meer ontstaan. Dus van zelfbevrijding van asava's of bezoedeling is geen sprake bij Sariputta of iedere andere arahant. Het gaat om de ontworteling van de bezoedelingen en begeerte.

Precies, en wat is de wortel van bezoedeling en begeerte? De gedachten die er aan voorafgaan en worden verworpen of gekoesterd omdat ze aanzien worden als zelf (mijn gedachten). De ontworteling doe je aan de wortel, aan de gedachte zelf, in Dzogchen omschrijft men dit als de gedachten zien met naakt gewaarzijn, en als niets anders dan dit naakt gewaarzijn, het gewaarzijn (de oceaan) en de golven (de gedachten, dat wat in de oceaan verschijnt) zijn niet onderscheiden van elkaar, de golf, hoe hoog ook, kan nooit ontsnappen aan de oceaan. Het is door eerst de geest te zien als oceaan (de volledige stilte van de geest) en dan de geest te zien als de golven (de gedachten die opkomen en weer verdwijnen, maar nooit buiten het gewaarzijn treden) en dan alles als gewaarzijn, dat de wortel van begeerte wordt uitgetrokken, in Dzogchen omschreven als de gedachten bevrijden zichzelf van begeerte en bezoedelingen. "Zichzelf bevrijden" omdat ze niet worden onderdrukt, niet worden getransformeerd, maar gewoon "met wijsheid gezien" worden als niet onderscheiden van de helderheid van de geest zelf.

Het was dan ook, letterlijk gezien toch, niet helemaal correct om te schrijven dat de asava's zichzelf bevrijden, het is correcter om te schrijven dat de wortels worden aangepakt, nl. de gedachten die er aan voorafgaan en dat die zichzelf bevrijden van de asava's, als ze gezien worden met en als naakt gewaarzijn.

Zelfbevrijding in dzogchen gaat misschien daar ook wel naartoe, maar deze sutta gaat niet over zelfbevrijding van begeerte of asava's maar de vernietiging.

Akkoord.

Arahantschap is niet verbonden met zelfbevrijding van bezoedelingen en neigingen maar met de ontworteling en dus volledige en definitieve afwezigheid van begeerte.

Akkoord, en toch het eindresultaat is hetzelfde: ontworteling en dus volledig en definitief niet meer opkomen van begeerte. Of het echt verschilt met wat zich bij Sariputta heeft voorgedaan is nog maar de vraag: "door het volledig te boven gaan van de basis van noch waarneming noch niet waarneming naderde Sariputta de beeindiging van waarneming en gevoel en verbleef er in. En zijn asava's werden vernietigd door zijn zien met wijsheid". Wat is zien met wijsheid? Zien dat niets een zelf heeft. Dat er dus niets is om aan te hechten of te verwerpen, en dat hierdoor begeerte bij de wortel wordt verwijderd.
Het is maar hoe je het beziet.

Citaat
Neem je geest zorgvuldig waar terwijl je je aandacht afwisselend geconcertreerd en ontspannen laat zijn. Bij momenten zul je je dan volstrekt tevreden voelen en verschijnselen zullen zich zo levendig als leegte voordoen dat je zult denken, 'Hoewel ik de dingen daarbuiten met mijn hand zou kunnen aanraken, is er in werkelijkheid niets om vast te grijpen!' Dit zal je inzicht bevestigen en een diep vertrouwen doen ontstaan, zoals 'Dit moet vast en zeker het Dzogchen inzicht zijn!' Op dergelijke momenten zul je vertrouwen krijgen in je inzicht. Maar bederf het niet door het vast te grijpen. Ontspan je, zonder je ergens aan te hechten.

Bron: De vlucht van de Garoeda van Shabkar Lama. Een beroemde meditatietekst uit de Dzogchen-traditie
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 23-07-2018 12:09
Hoi Dorje,

Ik weet nog niet helemaal zeker of we op 1 lijnen zitten, vandaar deze reactie. Kunnen we afstemmen. Bovendien vind ik het leuk te delen wat ik geleerd heb.

De leer erkent wat bezoedelingen aangaat, zoals hebzucht (voorkeur) en haat (afkeer) drie situaties:

1.  ze bestaan als latente neiging. Dit is een situatie dat er geen actuele trigger/aanleiding is om die emoties te doen opkomen in de geest. Ook al ervaar je ze dan niet, boeddhisme onderwijst dan dat ze in een latente fase zijn. Ze slapen als het ware, totdat een trigger die latente neigingen aanspreekt, en wij ze ook echt ervaren. Dit is een erg belangrijk inzicht. Want mensen kunnen wel denken dat ze vrij zijn hebzucht en haat, in andere omstandigheden, extreme bijvoorbeeld zoals hongersnood of oorlog, kan men wel veranderen in een demon die anderen naar het leven staat, vol haat en vijandigheid. Dus, dat we iets niet opmerken in onze geest, zoals haat, zoals trots, wijst niet op ontworteling of afwezigheid van die neigingen maar (waarschijnlijk) enkel op hun slapende of sluimerende toestand.

2. de situatie van ontstaan. Een latente neiging wordt getriggerd door wat we ruiken, zien, horen, proeven etc. Misschien wekt een bepaald geluid of geur automatisch bij ons afkeer op. Op dat moment wordt de latente neiging van afkeer getriggerd en komt afkeer op. Er is geen entiteit Ik of zelf die dit regelt.
Het verwerken van zintuiglijke informatie, inclusief de emoties/reacties die daarbij automatisch ontstaan, wordt niet geregeld door een entiteit zelf.  Maar ga hier ajb niet op reageren want dan verliezen we de rode draad uit het oog, de bestaanswijzen van bezoedelingen.

3. een situatie van overschrijding. Op dit niveau is een emotie/reactie die ontstaan is doordat een latente neiging werd getriggerd, uitgegroeid tot een motiverende kracht in de geest die leidt tot verbaal en fysiek handelen. Iemand zegt je iets, afkeer en ergernis komt op, en je scheldt die persoon uit.


Het punt in de leer van de Boeddha lijkt te zijn dat hij over ware bevrijding sprak in termen van de totale ontmanteling van bezoedelingen tot op het niveau van latente neigingen. Dan zit iemands taak er echt op.

Ware bevrijding speelt zich niet af in de tweede situatie waarin afkeer en hebzucht, bijvoorbeeld, zijn opgekomen en men deze met wijsheid beziet en ze zichzelf bevrijden.

De zuivering van de geest in de leer  en oefenpraktijk van de Boeddha gaat dus zover dat het afrekent met het diepste niveau,  de latente neigingen (anusaya) en eerder zit iemands taak er ook niet op.

De niveaus van heiligheid of realisatie zijn ook op deze manier beschreven. zie eventueel het topic: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2120.0.html.

Dit betekent volgens mij  ook dat het bij de soort bevrijding die de Boeddha belichaamde niet gaat om zelfbevrijding.
De zelfbevrijding van, bijvoorbeeld, de impuls tot afkeer wijst er op dat de zuivering nog niet diep genoeg volbracht is, want anders zou er geen afkeer meer opkomen.
 
Bij een arahant zijn de onderliggende of latente neigingen zover gezuiverd dat ze ook niet meer hebzucht, eigenwaan/trots, hebzucht, etc. kunnen doen ontstaan. De onderliggende neigingen zijn als het ware krachteloos geworden. Welke trigger ook, en in welke omstandigheid een arhant ook verkeert, het zal geen bezoedeling veroorzaken in de geest want de onderliggende neiging is krachteloos.

Heb jij het idee dat ook dzogchen draait om het zuiveren van de geest tot op het niveau van de onderliggende neiging zodat bezoedelingen niet meer ontstaan? Of betekent ware bevrijding in dzogchen toch iets anders?


Siebe




Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 23-07-2018 18:18
Het punt in de leer van de Boeddha lijkt te zijn dat hij over ware bevrijding sprak in termen van de totale ontmanteling van bezoedelingen tot op het niveau van latente neigingen. Dan zit iemands taak er echt op.

Het doel van Dzogchen:

Citaat
The aim of dzogchen meditation is to attain (1) a true stopping of dumbfoundedness and thereby a true stopping of the alaya for habits and (2) the complete functioning of all the innate good qualities of rigpa in order to be of fullest benefit to all beings.

Bron: https://studybuddhism.com/en/tibetan-buddhism/tantra/mahamudra-dzogchen/what-is-dzogchen

Ware bevrijding speelt zich niet af in de tweede situatie waarin afkeer en hebzucht, bijvoorbeeld, zijn opgekomen en men deze met wijsheid beziet en ze zichzelf bevrijden.

Het zien gaat over een stap daar nog voor, zoals ik mijzelf corrigeerde, het is het zien van de gedachten (om precies te zijn de gedachten, gevoelens en waarnemingen) als niet-zelf, waardoor gedachten/gevoelens/waarnemingen, eens dit zien volledig gestabiliseerd is, geen enkele aanleiding meer zijn tot voorkeur of afkeer. Het gevolg hiervan is een echt stoppen van de alaya, de opstapelplaats van gewoontes, gewoontes die opgeslagen zijn zijn latente gewoontes. Een tweede gevolg hiervan  is het volledig functioneren van alle oorspronkelijk aanwezige kwaliteiten van Rigpa (Zuiver Gewaarzijn).

De zuivering van de geest in de leer  en oefenpraktijk van de Boeddha gaat dus zover dat het afrekent met het diepste niveau,  de latente neigingen (anusaya) en eerder zit iemands taak er ook niet op.

Dan zitten we op eenzelfde lijn, denk ik toch, tenminste als je er mee kan leven dat het wel anders wordt beschreven. In Dzogchen beschrijft men het niet dat men de geest zuivert, maar dat men direct ziet dat de geest al zuiver is. De onzuiverheid zit in het aanzien van alles wat in de geest verschijnt als zelf en het aanzien van dat wat ziet ook als een zelf dat er los van staat, wat de alaya van gewoontes creëert en in stand houdt en latent en manifest oorzaak tot lijden is. De latente neigingen kunnen niet wortelen in dit zien, het zien bevrijdt gedachtes/gevoelens/waarnemingen van neigingen uit verleden, heden en toekomst (latent). Iemands taak in Dzogchen zit er als het ware op als men volledig gestabiliseerd is in dit zien.

De niveaus van heiligheid of realisatie zijn ook op deze manier beschreven. zie eventueel het topic: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2120.0.html.

Dat zijn inderdaad beschrijvingen, beschrijvingen zijn altijd anders in verschillende systemen. Daar moet je geen overeenkomsten gaan zoeken, waar ze te vinden zijn is in het effect van de leer, het eindresultaat, de essentie van een leer, daar waar het echt om gaat.

Dit betekent volgens mij  ook dat het bij de soort bevrijding die de Boeddha belichaamde niet gaat om zelfbevrijding.
De zelfbevrijding van, bijvoorbeeld, de impuls tot afkeer wijst er op dat de zuivering nog niet diep genoeg volbracht is, want anders zou er geen afkeer meer opkomen. 

Dat is niet waar zelfbevrijding om gaat, zie bovenstaande.

Heb jij het idee dat ook dzogchen draait om het zuiveren van de geest tot op het niveau van de onderliggende neiging zodat bezoedelingen niet meer ontstaan? Of betekent ware bevrijding in dzogchen toch iets anders?

Het effect is hetzelfde, de beschrijving is anders.
In Dzogchen gaat het in essentie niet om zuiveren van de geest (hoewel in een voorbereiding tot Dzogchen dit zeker wel aan bod komt), maar in het herkennen van de geest als al zuiver van in het begin. Het niet zien hiervan wordt aanzien als de oorzaak van de latente en manifeste neigingen en bezoedelingen. Het komen tot een juist zien en hierin stabiliseren zorgt ervoor dat onderliggende neigingen niet meer kunnen ontstaan en dus ook geen bezoedelingen meer kunnen ontstaan.

Namaste!


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 23-07-2018 21:32
Bedankt Dorje,

Neem het zien en ruiken van een mensen lijk dat trilt van de maden. Je ziet hoe maden uit de mond en ogen kruipen en het rottende vlees trilt er van. Om je heen zwermen vliegen. Bij de meesten van ons zal er dan zeker automatisch ook iets van afkeer, walging, vluchtgedrag, emoties ontstaan.

Zeg jij nou eigenlijk dat als iemand volledig gestabileerd is in zien, dat elke automatische reactie van walging ook zal uitblijven dan?

Of,

Blijft het toch zo dat die walging weliswaar opkomt maar zolang zien gestabiliseerd is zal dat je niet beinvloeden?

Ik denk dat jij het eerste zegt maar toch nog even voor de zekerheid.


Siebe



 

 
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 23-07-2018 23:22
Bedankt Dorje,

Neem het zien en ruiken van een mensen lijk dat trilt van de maden. Je ziet hoe maden uit de mond en ogen kruipen en het rottende vlees trilt er van. Om je heen zwermen vliegen. Bij de meesten van ons zal er dan zeker automatisch ook iets van afkeer, walging, vluchtgedrag, emoties ontstaan.

Zeg jij nou eigenlijk dat als iemand volledig gestabileerd is in zien, dat elke automatische reactie van walging ook zal uitblijven dan?

Dat zeg ik, ja. Mooi voorbeeld. Iemand die volledig gestabiliseerd is in het zien van alle gedachten/gevoelens/waarnemingen als zuiver op zich (zonder zelf), kan nog steeds denken, voelen en waarnemen, zien, ruiken, tasten, ... Maar als al deze dingen als de helderheid van Gewaarzijn gezien worden en dat waar het zich in afspeelt als de leegte van Helderheid gezien wordt en leegte en helderheid niet meer als aparte dingen onderscheiden worden, dan is er geen enkele voorkeur, noch afkeur, noch onverschilligheid. Walging blijft dan uit.

En dat wil niet zeggen dat respons uitblijft, dat reageren op de wereld uitblijft, integendeel, doordat de kwaliteiten van zuiver, oorspronkelijk Gewaarzijn niet meer belemmerd zijn door voorkeur, afkeur, onverschilligheid, zal er spontaan een respons komen vanuit die persoon ten behoeve van levende wezens.

Stel nu dat het gaat om een wonde van een levend iemand die uitpuilt van de krioelende maden en de enige manier om die mens te redden zonder de maden te doden zou zijn deze met de mond een voor een voorzichtig te verwijderen, dan zou iemand die volledig gestabiliseerd is in dit zien dit spontaan en zonder de minste walging uitvoeren.

Blijft het toch zo dat die walging weliswaar opkomt maar zolang zien gestabiliseerd is zal dat je niet beinvloeden?

Voor iemand die geïntroduceerd is in dit zien, of dit zien zelf ontdekt heeft, maar hier nog niet in gestabiliseerd is, is de herkenning van de waarnemingen van de beelden van die maden nog niet gelijktijdig met het verschijnen er van, komt heel de keten van voorkeur, afkeur en onverschilligheid door het niet herkennen van deze waarnemingen als puur Gewaarzijn, toch nog in gang, waardoor walging ontstaat, braakneiging en vluchten, maar door de eerdere herkenning van alles als puur Gewaarzijn zelf, in de introductie/ontdekking en de verdiepende praktijk waarin men hier steeds meer aandacht voor ontwikkelt, kan het zijn dat de herkenning iets later, als de keten al gestart is, alsnog zich voordoet, waardoor verdere ontwikkeling van die keten afgebroken wordt en alsnog puur Gewaarzijn opnieuw wordt herkend en van daaruit handelen zich kan voordoen. De keten van oorzaak en gevolg is dan wel al in gang gezet, de ontwikkeling en het onderhoud van manifeste en latente neigingen is hier dus nog niet bevrijdt, hoewel negatieve handelingen zich niet meer zo snel zullen voordoen. Dit noemt men in Dzogchen het schrijven in modder, het laat nog sporen na in de ontwikkeling van karma, maar deze sporen blijven niet meer zolang effect hebben (de tekens in deze modder vervagen gemakkelijk met de tijd), hoe beter men gestabiliseerd raakt in dit zien, hoe sneller deze gedachten/gevoelens/waarnemingen herkend worden als puur Gewaarzijn, hoe vloeibaarde de modder wordt waarin Karma geschreven wordt en hoe minder lang de tekens blijven hangen. Het volledig stabiliseren in deze herkenning wordt dan voorgesteld als schrijven in water. Alles (gedachten/gevoelens/waarnemingen) worden even snel herkend als puur Gewaarzijn als ze verschijnen, en dit spontaan, zonder enige moeite, als vanzelf en zonder onderbreking en men hier nooit meer uitvalt, noch gedurende waken, noch gedurende dromen, noch gedurende diepe slaap, noch na de dood van lichaam en geest, dan en pas dan kan voorkeur, afkeur, onverschilligheid zich nooit meer voordoen en kunnen begeerte, haat en onwetendheid niet meer opkomen. Dat is de volledige bevrijding, verlichting, Nirvana, Nibbana.

Heldere dromen en heldere diepe slaap toegewenst!

Dorje.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: MaartenD op 24-07-2018 08:38
Ik merk dat walging en afkeer zich redelijk makkelijk laten vervangen door neutrale aandacht of zelfs medelijden. Zelfs medevreugde hoort tot de mogelijkheden. Die maden moeten tenslotte ook eten, niet? Ik heb helemaal niks compleet gestabiliseerd maar ik merk wel wat dit redelijk goed te oefenen is. Het is voor mij makkelijk om te geloven dat een arahant/compleet gerealiseerde/hoe je het ook noemt geen enkele walging zou ervaren, zelfs niet in aanleg.

In termen van kamma hebben we allemaal stapels oude, lichte en donkeren 'op voorraad'. In het nu en het hier bepalen we in elk geval gedeeltelijk wat we aanboren. En we maken ook hier en nu nieuwe. Misschien kunnen we een beetje kiezen welke modder we kiezen om in te schrijven? Pas las ik ergens op reddit dat het eigenlijk raar is dat iedereen wel accepteert dat het heden anders zou zijn als we eerder een kleine verandering hadden aangebracht maar dat bijna niemand er ooit bij stil staat dat de toekomst anders zal zijn als we nu een kleine bijdrage leveren.

Met warme groet (maar niet té warm!),

Maarten
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 24-07-2018 10:14
Ik merk dat walging en afkeer zich redelijk makkelijk laten vervangen door neutrale aandacht of zelfs medelijden. Zelfs medevreugde hoort tot de mogelijkheden. Die maden moeten tenslotte ook eten, niet? Ik heb helemaal niks compleet gestabiliseerd maar ik merk wel wat dit redelijk goed te oefenen is.

Ziedaar, het bewijs dat het allemaal zo ingewikkeld niet hoeft te zijn. Is Dzogchen echt nodig? Neen. Als er spontaan geen walging opkomt doordat de geest gezuiverd is (of stabiel als zuiver wordt herkend), prima. Als walging wel nog opkomt (of je nu het Dzogchen pad, Theravada, Mahayana, Zen of wat dan ook volgt) en je hebt de helderheid van geest om het op te merken (kort nadat het opgekomen is of zelfs pas veel later), en je hebt de daadkracht om het te kunnen veranderen in iets neutraler of positiever, dan is het heel zinvol zowel voor jezelf, als voor de ander, om dit te doen en versterkt dit de mogelijkheid dat het in de toekost steeds vroeger wordt opgemerkt. Heb je de daadkracht niet om het in iets anders te veranderen, onderdruk het dan, zodat je tenminste voorkomt dat je je zelf of anderen er mee zou schaden. Kan je het zelfs niet onderdrukken, heb dan mededogen met jezelf, verval dan niet in zelf-afwijzing "ach, ik ben niet goed genoeg, ik kad dit niet, ik ben geen goede boeddhist", wat juist de mogelijkheid dat het in de toekost steeds vroeger wordt opgemerkt te niet doet, omdat er een negatieve ervaring aan gekoppeld is in het verleden, het pijn doet, en ego vermijd altijd pijn en gaat er dus onbewust voor.  Het belangrijkste is het opmerken, een groeiend bewustzijn en geduld op dit vlak.

Iedereen kan zich hier ergens wel in vinden, en de ene keer zelfs in het eerste en de andere keer dan weer in het laatse, maar zolang we de helderheid van geest ontwikkelen en cultiveren om tenminste op te merken wat er in die geest zich afspeelt, zijn we op een Boeddhistische weg, welke naam je het ook geeft.

Niet te warme groeten terug,

Dorje.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 24-07-2018 17:30
Oke Dorje. Ik blijf er enige twijfels bij houden in de zin dat ik me afvraag in hoeverre dat men via dzogchen nou werkelijk de onderliggende neigingen aanpakt, of dat je eerder met het stabiliseren van dat zien in een soort staat van concentratie bent waarin het ontstaan van gewoonte-neigingen op actuele wijze volledig wordt afgesneden.

Anders gezegd, als je uit dat zien wegvalt, als dat zien instabiel is, zoals bij de meeste mensen, dan breekt als het ware ook direct weer de vloed van gewoonte-energieen, de neigingen,  door. Dat geef jij ook aan.
Je moet dus steeds in een bepaalde staat zijn, en zaken steeds op een bepaalde manier herkennen etc, anders dan blijken de neigingen nog altijd volop aanwezig. Dat voelt voor mij eerder als een soort 'afgedwongen' afsnijden van 'the alaya of habits' op een actuele wijze, dan een daadwerkelijke structurele en fundamentele ontworteling van neigingen en bezoedelingen.

groet,
Siebe

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 24-07-2018 20:00
Oke Dorje. Ik blijf er enige twijfels bij houden in de zin dat ik me afvraag in hoeverre dat men via dzogchen nou werkelijk de onderliggende neigingen aanpakt, of dat je eerder met het stabiliseren van dat zien in een soort staat van concentratie bent waarin het ontstaan van gewoonte-neigingen op actuele wijze volledig wordt afgesneden.

Dat komt omdat je niet los kan komen van de manier waarop het in het Theravada wordt beschreven, nl. passend bij de methodes die hier gehanteerd worden. In het Theravada gaat men uit van een zelf, dat gezuiverd wordt, tot het zo zuiver is, dat niet-zelf wordt gerealiseerd, nibanna, geen toestand, geen staat, maar het einde van alle toestanden en staten.

In Dzogchen pakt men het anders aan en dusdanig wordt nirvana anders beschreven, nl. passend bij de methodes die hier gehanteerd worden. In Dzogchen gaat men niet uit van een zelf dat gezuiverd moet worden, met gaat uit van de oorspronkelijke natuur van de geest (niet-zelf), die al van in het begin zuiver is en dus niet gezuiverd moet worden. Het moet direct herkend worden. Dit herkennen van niet-zelf is als een doorbreken door de gemanifesteerde onzuiverheid naar het ongemanifesteerde dat altijd zuiver is. Door de gehechtheid aan zelf, blijft zelf verschijnen in dit ongemanifesteerde en dit is wat jij noemt het wegvallen uit het zien, correcter is dit te benoemen als het steeds weer manifesteren van een zelf en een gehechtheid hieraan. In plaats van het zelf dat steeds weer terug verschijnt te gaan zuiveren, is het in Dzogchen zaaks dit zelf steeds opnieuw te zien wegvallen in niet-zelf, dit heeft geen direct zuiverende werking zoals je terecht opmerkt, maar de werking ervan is dat dit herkennen zich steeds sneller voordoet, zodat het wel een effect heeft op het doen en laten van het zelf dat steeds opnieuw verschijnt en dit steeds minder karma in gang zet. Het zelf wordt als het ware niet gezuiverd, maar steeds transparanter (zodat er steeds gemakkelijker doorheen wordt gezien en de neigingen van dit zelf steeds minder vat krijgen). Het eindresultaat is hetzelfde: het definitief wegvallen van zelf, mijn, bezit, hechting, afkeer, onwetendheid: Nirvana. De weg is zeer zeker anders, er wordt gezegd sneller voor wat Dzogchen betreft, omdat men steeds door het zelf dat gezuiverd lijkt te moeten worden doorbreekt naar niet-zelf (de eindtoestand), maar men hier niet eerder in kan stabiliseren als gehechtheid aan zelf zich hierdoor nog niet volledig zelf bevrijdt heeft, vandaar dat zolang die gehectheid er nog steeds is, concentratie nodig is, aandacht nodig is, het gaat niet vanzelf, het vereist een enorme discipline, MAAR hoe transparanter zelf wordt, hoe gemakkelijker, spontaner dit wordt en uiteindelijk valt zelf (als dat moeilijk voor te stellen zie het als de zelf-gerichtheid die wegvalt) definitief weg.

Ik hoop dat dit de zaken nog wat verduidelijkt, maar ik vermoed dat het moeilijk zal blijven. De vraag is, is het echt nodig hier zo ver op in te gaan? Vanwaar is die twijfel zo belangrijk? Waarom je niet gewoon richten op dat waar je geen twijfel over hebt? Of schuilt er daar toch nog twijfel over en voel je de behoefte om deze twijfel weg te werken door al het andere als twijfelachtig te kunnen catalogiseren in je mind?
Ik vraag het mij gewoon af.

Hoe dan ook, een prettige avond Siebe, alle goeds.

Dorje.


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 24-07-2018 20:54
Beste Dorje,

Ook in het Theravada gaat men uit van een niet-zelf, en niet van een zelf dat gereinigd moet worden.
De mening dat er een zelf is, moet gezuiverd worden.
In het Theravada wordt nergens onderwezen dat er een zelf is.
Meer hierover ga ik later posten in het thema: oorzakelijk ontstaan en de bevrijding van lijden.

Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 24-07-2018 21:51
Beste Dorje,

Ook in het Theravada gaat men uit van een niet-zelf, en niet van een zelf dat gereinigd moet worden.
De mening dat er een zelf is, moet gezuiverd worden.
In het Theravada wordt nergens onderwezen dat er een zelf is.
Meer hierover ga ik later posten in het thema: oorzakelijk ontstaan en de bevrijding van lijden.

Nico

Bedankt Nico, dat is een mooie aanvulling, ben benieuwd naar je toekomstig draadje hierover. Het kan ook niet anders dan dat het op hetzelfde neerkomt. Het is alleen moeilijk zo te zien vanuit het zelf dat er meent te zijn.

In Theravada wordt de mening dat er een zelf is gezuiverd. In Dzogchen bevrijd de mening dat er een zelf is zichzelf door het zien dat er geen zelf is. Hetzelfde in ander woorden, als je het mij vraagt. Het steeds weer zien dat er geen zelf is zuivert de mening dat er een zelf is en het zuiveren van de mening dat er een zelf is maakt het zien dat er geen zelf is mogelijk. Het spreekt elkaar niet tegen, het één versterkt het ander en omgekeerd. Mooi!

Namaste!
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 24-07-2018 22:22
Wat volgens mij meespeelt in de leer van de Boeddha is dat mensen waarschijnlijk zelden helder, volbewust, in volle aanwezigheid, met gestabiliseerd zien sterven. Misschien kan iemand hier iets over zeggen. Ik vermoed het. Mensen zijn misschien gesedeerd, verward, misschien niet bij vol bewustzijn, aanwezigheid en zien is mogelijk afwezig of heel instabiel etc. Lijkt me best aannemelijk.

En onder zulke omstandigheden is het belangrijk dat je tijdens je leven de juiste beoefening hebt gedaan en de vruchten hebt bereikt, omdat dan min of meer onbewuste processen het overnemen. Anders gezegd, valt er nog wat te sturen tijdens het sterven?  Als je beoefening vrucht heeft gedragen, kunnen er geen processen meer plaatsvinden die er voor zorgen dat je een geboorte krijgt in lagere rijken.

Volgens mij is het zo dat zelfs al wordt je dement, als je in dit leven sotapanna magga/phala hebt bereikt, dan ben je toch beschermd. Is dat ook zo voor een dzogchen-beoefenaar? Als je nou als dzogchen beoefenaar niet bij volbewustzijn sterft, niet helder aanwezig, met instabiel of afwezig zien, wat dan? Kan dan toch tijdens sterven overmatige agressie, paniek, hebzucht ontstaan?

Over het geloof in een zelf. De sutta's spreken mijns inziens hierover vooral als de notie 'Ik ben"
Volgens mij heeft de Boeddha niet onderwezen dat dit nou primair het probleem is. Als hij dat had gevonden had hij vast wel onderwezen dat niet begeerte, maar geloof in zelf de wortel en oorzaak is van al het lijden en alle bezoedelingen.

Als geloof in zelf de oorzaak/voorwaarde is voor het ontstaan van haat en zintuiglijk verlangen of alle andere neigingen, dan zouden alle bezoedelingen en neigingen pas eindigen wanneer dit geloof in zelf volledig is ontworteld. Dat wordt niet onderwezen. Geloof in zelf, in de vorm van "Ik ben" blijft bestaan tot arhantschap, maar daarvoor is twijfel, haat en zintuiglijk verlangen al volledig verdwenen uit de geest.

De sutta's geven aan dat geloof in zelf, de notie 'Ik ben" samen ontstaat met gehechtheid (SN22.83) aan de khandha's. En gehechtheid is weer het resultaat van begeerte.

Dus begeerte, gehechtheid en notie van zelf vormen een soort eenheid, volgens mij, als het ene er is, is het andere er ook. Maar primair onderwees de Boeddha de oorzaak van lijden als begeerte en als dat eindigt zal dat andere verschijnsel, geloof in zelf, ook vanzelf eindigen.

groet,
siebe

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 25-07-2018 09:28
Mensen zijn misschien gesedeerd, verward, misschien niet bij vol bewustzijn, aanwezigheid en zien is mogelijk afwezig of heel instabiel etc. Lijkt me best aannemelijk.

Het zien is een zien dat mens (lichaam/geest-mechanisme) geen zelf heeft: het is iets wat verschijnt, geboren wordt, ziek wordt, dement wordt en sterft, dus weer verdwijnt. Het zien zelf is niet geboren, wordt niet ziek, wordt niet dement, verandert niet en sterft niet. Het is ongeconditioneerd, niet-zelf. Dat wat je denkt te zijn, een zelf, is niet wat gestabiliseerd wordt in het zien, het stabiliseren er in is het vrijkomen van de mening dat er een zelf is dat zich moet concentreren, dat dement kan worden en uiteindelijk sterft. Het is de mening dat er een zelf is dat dement wordt, dat oorzaak en gevolg in stand houdt, het is de onbewuste gehechtheid aan dit dementerende zelf dat de latente neigingen doet botvieren en dus karma in stand houdt. Zonder die mening is er gewoon dementie zonder iemand die zich hier tegen verzet en dus geen keten van oorzaak en gevolg, er is dan ook geen botvieren van opgeslagen neugingen zoals agressie bijvoorbeeld wat voor kan komen bij dementerende waarbij de mening het zelf te zijn dat dementeerd nog niet gezuiverd is. Zonder deze mening is er gewoon sterven zonder iemand die er zich tegen verzet en dus geen keten van oorzaak en gevolg meer en dus een bevrijding uit het eindeloze rad van wedergeboorte.

Niet het geloof in een zelf dat gezuiverd moet worden is de beste bescherming tegen het botvieren van neigingen als dementie zich voordoet. De neigingen zijn pas volledig weg als niet-zelf is gerealiseerd, de enige bescherming tegen deze neigingen is dus het zuiveren van de mening dat zelf is. Zelfs al is dit niet helemaal rond tegen het einde van het leven, zal dit de beste bescherming zijn tegen de neigingen die nog steeds aanwezig zijn.

Zoek je bescherming tegen jezelf voor als de controle wegvalt over dit zelf? Zoek deze dan in de realisatie van niet-zelf en niet louter in de zuivering van dit zelf.

Zoek je heil in een betere wedergeboorte voor dit zelf, hou je dan bezig met het zuiveren van dit zelf, maar besef dan dat dit niet de essentie is van de leer van Boeddha.

Beter nog is beiden te combineren: het zelf, zolang het nog niet doorzien is als niet bestaand, te zuiveren, te sturen, te controleren, oorzaak en gevolg zo positief mogelijk te maken, ethisch gedrag te beoefenen, goede daden te verrichten, ... Dit zuiveren van het zelf helpt om het zelf uiteindelijk te doorzien als onbestaand, waardoor alle beoefening stopt en lichaam en geest sowieso zelfloos (ethisch zuiver) spontaan zuiver handelt, zelfs in dementie omdat er geen zelf meer is waaraan gehecht wordt, de bron van alle problemen.

Dus je hebt gelijk, het zou zonde zijn om geen ethisch gedrag en dergelijke te beoefenen in dit leven, het zou bij wijze van spreken zonde zijn om dit zelf waaraan de hechting zo moeilijk is te doorbreken niet zo zuiver mogelijk te houden, maar uiteindelijk is dit geen doel op zich, maar een middel om helder te krijgen dat er geen zelf is dat gezuiverd moet worden, maar dat het geloof er in dat is wat gezuiverd moet worden.

Ook in Dzogchen is dit zo. Je kan maar beginnen met Dzogchen na intensieve voorbereidende zuiverende praktijken, zodat de geest/grond/aarde klaar wordt om het zaad van de realisatie van niet-zelf te ontvangen en opdat dit effectief tot groei en bloei kan komen.

Dus begeerte, gehechtheid en notie van zelf vormen een soort eenheid, volgens mij, als het ene er is, is het andere er ook. Maar primair onderwees de Boeddha de oorzaak van lijden als begeerte en als dat eindigt zal dat andere verschijnsel, geloof in zelf, ook vanzelf eindigen.

Volgens jou. Niet-zelf is ontzettend moeilijk te begrijpen omdat dat wat het wil begrijpen denkt een zelf te zijn, denkt werkelijk te bestaan. De leer komt volledig tegemoet aan dit zichzelf bestaand wanende zelf, wandelt er zelfs mee mee, maar het doel is dat het uiteindelijk, op het einde van de wandeling, door-zien wordt. Dit doel kan je evengoed halen uit de Leer als heel het proces dat tegemoet komt aan dit geloof in zelf en er mee mee wandelt om deze gehechtheid eraan kwijt te geraken.

Dus je hebt gelijk: begeerte (dat in essentie ontstaat uit gehechtheid aan zelf) opheffen, heft de gehechtheid aan zelf uiteindelijk ook op, en ook omgekeerd. Blijkbaar wordt dit laatste toch ook in de Palu Sutta's benadrukt. Maar laten we verdere discussie hierover uitstellen tot dat Nico hier meer over post. Intussentijd lees ik met belangstelling zijn draadje over het ontstaan van Boeddhisme, boeiend allemaal en ook relativerend, menselijk, het zit doorspekt met zelf-gehechtheid. De essentie is echter sowieso bewaard gebleven, maar om de essentie te kunnen zien moet het zelf eerst worden doorzien en ontdaan van de mening dat het er is. Boeddhisme is dus niet iets wat je kan lezen en weten, het is iets dat je moet beoefenen en het beoefenen legt de essentie er van bloot, niet de kennis erover.

Vriendelijke groeten,

Dorje.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 25-07-2018 21:18
Hoi Dorje,

Ik heb al wat pogingen gedaan om een beetje goed reactie te schrijven maar ook weer heel wat aan de kant gezet. Wat resteert nu is dit:

-Voor jou is het kennelijk een uitgemaakte zaak dat begeerte ontstaat vanuit gehechtheid aan zelf.  Ik weet dat niet zo zeker. Gehechtheid vooronderstelt toch al de aanwezigheid van begeerte? Is er niet eerst begeerte en dan gehechtheid aan zelf?

-Zouden dieren zonder zelfbesef of zelfnotie geen begeerte hebben?

-Het onderricht onderscheidt verschillende niveaus van realisatie; stroom-intrede, eenmaal terugkeren, niet meer terugkeren en arahantschap. Al die niveaus worden gekenmerkt doordat bepaalde bezoedelingen en neigingen definitief verdwijnen. Er wordt onderwezen dat op het niveau van niet meer terugkeren zintuiglijk verlangen en haat/woede niet meer opkomen in de geest. Toch bestaat op dit niveau nog altijd wel een geloof in zelf. Op dit niveau hebben personen bijvoorbeeld nog altijd mana, de neiging tot eigenwaan/verbeelding en zich te meten aan anderen in termen van superieur, gelijk en minderwaardig. Bovendien, er kan ook nog rusteloosheid zijn en verlangens naar subtiele staten.
Dat geeft toch nog wel aan dat er een geloof in zelf is. Hoe kan zintuiglijk verlangen en haat al verdwenen zijn, volgens jou, als geloof in zelf op dat moment nog gewoon aanwezig is? Waarom verlangt dat zelf niet meer naar genot en waarom wordt het zelf niet meer boos?

Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 25-07-2018 21:37
Beste Siebe,

        Hoewel ik later uitgebreid iets ga posten over diverse methoden van contemplatie, door welke methoden de bevrijding bereikt kan worden, wil ik toch nu al een kort antwoord geven op je vragen.
     Door onwetendheid is er een geloof in een ego, een ik. Het ego hecht zich nog ergens aan, er is nog begeerte of afkeer. Als onwetendheid helemaal verdwenen is bij volmaakte heiligheid, verdwijnt ook het geloof in een ego. Dan is er geen basis voor begeerte en afkeer meer.

Vriendelijke groet
Nico
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 25-07-2018 22:59
-Voor jou is het kennelijk een uitgemaakte zaak dat begeerte ontstaat vanuit gehechtheid aan zelf.  Ik weet dat niet zo zeker. Gehechtheid vooronderstelt toch al de aanwezigheid van begeerte? Is er niet eerst begeerte en dan gehechtheid aan zelf?

Dat hangt van uw definitie van "gehechtheid aan zelf" af. Gehechtheid aan zelf, zoals ik het hier gebruik, is de oorzaak van de cyclus van wedergeboorte, dus evengoed de oorzaak voor een wedergeboorte als dier. Er is gehechtheid aan zelf, hieruit komt het steeds weer verwikkeld raken in één of andere vorm, in een menselijk lichaam of in het lichaam van een dier, de andere mogelijkheden laat ik even buiten beschouwing. M.a.w. er hoeft geen besef van zelf opdat er gehechtheid aan zelf zou zijn. "Zelf" slaat op alles wat zelfstandig, los van het geheel, lijkt te bestaan. Geest projecteert in een boek een zelf, in een huis een zelf, iemand van het andere geslacht een zelf en in de ervaarder van boek, huis, andere wordt ook een zelf geprojecteerd. Het projecteren (of opdelen) van niet-zelf in zelf hier (subject) en zelf daar (object), of dit nu bewust gebeurd door een mens met zelf-besef, of onbewust door een dier zonder zelf-besef, de opdeling tussen subject die begeerte heeft naar een object (bvb. de andere mens, het ander dier van het andere geslacht), is dat wat voort komt uit gehechtheid (het niet kunnen loslaten van deze opdeling, dualiteit) aan zelf. M.a.w. begeerte kan pas ontstaan als tweede stap, nl. als er door gehechtheid (bewust/onbewust) al een opdeling is tussen zelf hier (subject) en zelf daar (object). Er is een een object nodig (fysiek of mentaal, maar hoe dan ook iets anders, afgescheiden van dat waarin de begeerte ontstaat) om begeerte te doen opkomen. Neem die gehechtheid aan zelf, aan dualiteit, aan opdeling tussen object/subject weg en begeerte kan niet bestaan.

-Zouden dieren zonder zelfbesef of zelfnotie geen begeerte hebben?

Zeer zeker.
Dat is het nadeel aan het gehecht zijn aan zelf in een dierlijk lichaam, er is geen zelf-besef, dus kan er ook moeilijk besef ontstaan dat er zelf-gehechtheid is. En dat is nu juist het voordeel aan het gehecht zijn aan zelf in een menselijk lichaam, er is zelf-besef, het is in zo'n menselijk lichaam dus de mogelijkheid dit zelf te onderzoeken en niet-zelf te realiseren, waardoor de gehechtheid aan zelf (wat nog steeds verschijnt, maar waar het gewaarzijn/bewustzijn op zich zich niet meer mee identificeert) kan opgeheven worden en bewustzijn/gewaarzijn ontsnapt aan de eindeloze cyclus van wedergeboorte door gehechtheid aan zelf: nibbana/nirvana. Als het lichaam (subject-zelf), dat zich benut van bewustzijn/gewaarzijn en er voor zorgt dat er in dat bewustzijn/gewaarzijn zelven (object-zelven) verschijnen, uitdooft, dan vervalt alle zelf en blijft het ongeconditioneerde over, de niet-formatie, en gezien de gehechtheid aan zelf er niet meer is, is er geen formatie meer van subject-zelf en object-zelf, is er geen nieuwe geboorte meer, paranibanna/paranirvana.
 
-Het onderricht onderscheidt verschillende niveaus van realisatie; stroom-intrede, eenmaal terugkeren, niet meer terugkeren en arahantschap. Al die niveaus worden gekenmerkt doordat bepaalde bezoedelingen en neigingen definitief verdwijnen. Er wordt onderwezen dat op het niveau van niet meer terugkeren zintuiglijk verlangen en haat/woede niet meer opkomen in de geest. Toch bestaat op dit niveau nog altijd wel een geloof in zelf. Op dit niveau hebben personen bijvoorbeeld nog altijd mana, de neiging tot eigenwaan/verbeelding en zich te meten aan anderen in termen van superieur, gelijk en minderwaardig. Bovendien, er kan ook nog rusteloosheid zijn en verlangens naar subtiele staten.
Dat geeft toch nog wel aan dat er een geloof in zelf is. Hoe kan zintuiglijk verlangen en haat al verdwenen zijn, volgens jou, als geloof in zelf op dat moment nog gewoon aanwezig is? Waarom verlangt dat zelf niet meer naar genot en waarom wordt het zelf niet meer boos?

Omdat, zoals ik eerder aangaf het zelf is gezuiverd, maar zolang er nog neiging tot eigenwaan/verbeelding is, is er nog zelf dat iets begeert (zichzelf of de beelden), deze begeerte valt pas weg (nibbana) als gehechtheid aan zelf wegvalt. Het is de gehechtheid aan zelf die eerst wegvalt (niet het zelf, deze valt pas weg in paranibbana), er blijft een zelf verschijnen, er blijft een respons van een zelf (de Boeddha) naar de wereld (object), maar zonder identificatie met dat zelf ("dat ben ik") en dus is deze respons compleet zuiver en zelfloos, ten behoeve van het geheel en niet ten behoeve van een zelf (afscheiding) binnen dat geheel. Dit klinkt een beetje paradoxaal, zelfloos zelf, maar dat is omdat taal (dat beschrijvend is, opdelend is, dualistisch is) zoiets niet kan omschrijven.

Dus, zoals ik eerder al aangaf, het is zeer zeker nuttig, zolang er nog gehechtheid is aan zelf, om dat zelf waar er nog gehechtheid aan is, te zuiveren en tot stroom-intrede, eenmaal terugkeren, niet meer terugkeren en arahantschap te brengen, maar de uiteindelijke, totale bevrijding, boeddhaschap, is die van gehechtheid aan zelf. Dzogchen richt zich hier direct op, op het rechtstreeks herkennen van dat zelf niet bestaat (een construct is dat verschijnt en weer verdwijnt), maar moet eerst het zelf wel degelijk ook gezuiverd worden voor herkenning hiervan überhaupt mogelijk is (intensieve voorbereidende zuiverende praktijken) opdat het herkennen kan plaats vinden, en moet je ook begrijpen dat met eventjes herkennen de kous nog niet af is, dit herkennen is niet zomaar aan te houden, dus moet steeds opnieuw gebeuren.

Laat ik afsluiten met wat ik eerder schreef aan Nico:
Het steeds weer zien dat er geen zelf is (Dzogchen) zuivert de mening dat er een zelf is en het zuiveren van de mening dat er een zelf is (Theravada) maakt het zien dat er geen zelf is mogelijk. Het spreekt elkaar niet tegen, het één versterkt het ander en omgekeerd. Voel je je het meest vertrouwd met Theravada, beoefen dit dan, je hebt niets anders nodig. Voel je je het meest vertrouwd met Dzogchen, beoefen dit dan, je hebt niets anders nodig. Maar voel je je vertrouwd met beiden, beoefen beiden dan hand in hand: zuiver het zelf, en sta steeds ook open voor het zien dat er geen zelf is, dus eigenlijk niets valt te zuiveren. Weer een pardox, maar het is gewoon een feit dat het zien dat er geen zelf is, dus niets gezuiverd moet worden, maar mogelijk is als het zelf een bepaalde mate van transparantie (zuiverheid) behaalt, het zien zuivert het zelf nog verder (maakt het nog transparanter) en het zuiveren maakt dat het zien gemakkelijker kan plaatsvinden. Het één versterkt het ander. Maar als dit te verwarrend is, hou je dan bij het één of het ander, maak een keuze en vind rust in die keuze, zodat je er ten volle voor kunt gaan, in plaats van steeds maar weer het andere dan wat je gekozen hebt proberen te begrijpen of in twijfel te trekken.

Namaste.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 25-07-2018 23:45
Hallo Nico,

Onwetendheid op het meest subtiele niveau betekent volgens mij dat wij niet ervaren, niet zien, dat de notie "Ik ben" eigenlijk ook maar gewoon een formatie is, een mentaal schijnsel. Het is iets wat voorwaardelijk ontstaat. Net als een gedachte, net als een emotie komt het op in de geest maar het is niet de geest zelf. Het kan eindigen. Dit is moeilijk te zien.

Elke keer als we de zaken niet zien zoals ze zijn, dus ook de notie "ik ben" niet aanzien voor wat het is, een verschijnsel dat voorwaardelijk ontstaat, wezensvreemd, zijn we begoocheld.

Wijsheid ziet alles zoals het werkelijk is. Die wijsheid die kan de bezoedelingen en asava's volledig beeindigen.

Over het geloof in ego en onwetendheid als basis voor afkeer.
Zoals je ook weet is afkeer al eerder beeindigd, namelijk bij niet meer terugkeren. De basis van die afkeer, evenals van twijfel, evenals zintuiglijk verlangen, kan dus ook niet dit subtiele ego geloof zijn want die duurt tot arhantschap.

Anders gezegd, als het echt zo is dat het geloof in ego de basis is van alles bezoedelingen en neigingen, dan kan het ook alleen zo zijn dat alle bezoedelingen en neigingen pas eindigen bij arahantschap.
Dat wordt niet onderwezen.


siebe






Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: MaartenD op 26-07-2018 08:27
Citaat
Wijsheid ziet alles zoals het werkelijk is. Die wijsheid die kan de bezoedelingen en asava's volledig beeindigen.

Wat is het dan wat wijs is of wijs functioneert? De geest? Is 'de geest' niet ook alleen maar een formatie?

De geest is - net als alle sankhara - een voorwaardelijk ontstaan. Akkoord. Het kent geen 'ik', geen kern die bestendig is. So far, so good. Dit is standaard orthodoxie. Sean Carroll navolgend zou ik wel willen zeggen dat er weinig mis is met toch praten over de geest en gedachten en wijsheid op een dagdagelijks niveau.

Het houdt namelijk een keer op. We kunnen alles een illusie noemen. Maar wat is dan illusie? Is dat niet ook maar een waanbeeld van de geest die zelf wil oordelen? Zo komen we om in overgrote vroomheid en luchtfietserij.

Met warme groet,

Maarten

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 26-07-2018 17:22
Citaat
Wijsheid ziet alles zoals het werkelijk is. Die wijsheid die kan de bezoedelingen en asava's volledig beeindigen.

Wat is het dan wat wijs is of wijs functioneert? De geest? Is 'de geest' niet ook alleen maar een formatie?

De geest is - net als alle sankhara - een voorwaardelijk ontstaan. Akkoord. Het kent geen 'ik', geen kern die bestendig is. So far, so good. Dit is standaard orthodoxie. Sean Carroll navolgend zou ik wel willen zeggen dat er weinig mis is met toch praten over de geest en gedachten en wijsheid op een dagdagelijks niveau.

Het houdt namelijk een keer op. We kunnen alles een illusie noemen. Maar wat is dan illusie? Is dat niet ook maar een waanbeeld van de geest die zelf wil oordelen? Zo komen we om in overgrote vroomheid en luchtfietserij.

Hoi Maarten,

Wat houdt je precies bezig?

groet,
siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 26-07-2018 17:55
Hallo Nico,

Onwetendheid op het meest subtiele niveau betekent volgens mij dat wij niet ervaren, niet zien, dat de notie "Ik ben" eigenlijk ook maar gewoon een formatie is, een mentaal schijnsel. Het is iets wat voorwaardelijk ontstaat. Net als een gedachte, net als een emotie komt het op in de geest maar het is niet de geest zelf. Het kan eindigen. Dit is moeilijk te zien.

Elke keer als we de zaken niet zien zoals ze zijn, dus ook de notie "ik ben" niet aanzien voor wat het is, een verschijnsel dat voorwaardelijk ontstaat, wezensvreemd, zijn we begoocheld.

Wijsheid ziet alles zoals het werkelijk is. Die wijsheid die kan de bezoedelingen en asava's volledig beeindigen.

Over het geloof in ego en onwetendheid als basis voor afkeer.
Zoals je ook weet is afkeer al eerder beeindigd, namelijk bij niet meer terugkeren. De basis van die afkeer, evenals van twijfel, evenals zintuiglijk verlangen, kan dus ook niet dit subtiele ego geloof zijn want die duurt tot arhantschap.

Anders gezegd, als het echt zo is dat het geloof in ego de basis is van alles bezoedelingen en neigingen, dan kan het ook alleen zo zijn dat alle bezoedelingen en neigingen pas eindigen bij arahantschap.
Dat wordt niet onderwezen.


siebe

Hoi Siebe,

Als ik even mag tussenkomen. Het begin van je tekst is mooi verwoord en daar sta ik volledig achter. Maar de conclusie die je trekt op het einde, nl. dat afkeer "volledig" beëindigd is voor onwetendheid (geloof in ego) volledig is beëindigd, lijkt mij iets te kort door de bocht. Zolang er geloof in ego is, is er voorkeur en afkeer. Misschien heel subtiel (voorkeur voor dat wat ego bevestigd en afkeer tegen dat wat ego niet bevestigd), dit soort voorkeur/afkeer kan maar wegvallen met het wegvallen van identificatie met ego ("Dat ben ik").

Het is anderzijds zeer zeker mogelijk dat grovere vormen van begeerte en afkeer gezuiverd kunnen worden, waardoor de geest rustiger wordt, minder speelbal van onbewuste neigingen, zodat zien dat "Ik ben" ook maar iets is dat in de geest opkomt, ook effectief kan plaatsvinden. Maar het is maar met het wegvallen van dit geloof, dat "volledige" bevrijding van alle vormen van begeerte en afkeer, hoe subtiel ook, kan plaatsvinden.

Ik wil de discussie hier niet voorop lopen, laten we geduldig afwachten met welke teksten Nico gaat afkomen rond dit thema. Geduld is een ook een boeddhistische beoefening.

;)
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 26-07-2018 19:32
Als ik even mag tussenkomen. Het begin van je tekst is mooi verwoord en daar sta ik volledig achter. Maar de conclusie die je trekt op het einde, nl. dat afkeer "volledig" beëindigd is voor onwetendheid (geloof in ego) volledig is beëindigd, lijkt mij iets te kort door de bocht. Zolang er geloof in ego is, is er voorkeur en afkeer. Misschien heel subtiel (voorkeur voor dat wat ego bevestigd en afkeer tegen dat wat ego niet bevestigd), dit soort voorkeur/afkeer kan maar wegvallen met het wegvallen van identificatie met ego ("Dat ben ik").

Hoi Dorje,

Het onderricht belicht dit ook vanuit onderliggende neigingen (anusaya). Gewaarwordingen triggeren voortdurend onderliggende neigingen zoals de neiging tot identificatie, mijn-maken, de neiging tot twijfels, de neiging tot afkeer, de neiging tot voorkeur, de neiging tot verbeelding/eigenwaan en de neiging tot onwetendheid. Ik ben niet volledig maar zo heb je een beeld.

Een aanblik van Trump zou bij iemand een gevoel van sympathie kunnen veroorzaken en de onderliggende neiging tot voorkeur triggeren. Een ander iemand krijgt misschien bij de aanblik van Trump een onaangenaam gevoel en dat triggert dan de onderliggende neiging tot afkeer.
Zoiets gebeurt niet door een zelf. Het gebeurt voorwaardelijk. Als dit, dan dat.

Ik geloof dat de onderliggende neiging tot verbeelding (mana) triggert dat gewaarwordingen worden ervaren vanuit de notie "Ik ben".Hierover ben ik niet zeker. Het kan ook zijn dat de onderliggende neiging tot onwetendheid hiervoor verantwoordelijk is. Ik ga dat eens bestuderen.

In ieder geval, via de notie "Ik ben" raken we op een persoonlijk getinte manier, of via een persoonlijke sfeer, gebonden aan gewaarwordingen en niet zozeer op een emotionele manier gehecht aan gewaarwordingen, zoals wanneer de onderliggende neiging tot afkeer en voorkeur wordt getriggerd.

Deze persoonlijke manier van gehecht raken aan gewaarwordingen via de notie  "Ik ben" is subtieler dan via voorkeur en afkeer gebonden raken aan gewaarwordingen en houdt ook langer aan.
Dus voordat dat deze persoonlijke manier van gehecht raken via de notie "Ik ben" eindigt is afkeer en voorkeur al beeindigd. Ja, ook de meeste subtiele vormen er van.

Ik geloof zelf dat als je dit wilt belichten vanuit subject-object dualiteit je ook kunt zeggen dat subject-object dualiteit ook verschillende sterkten heeft. Als deze dualiteit nog erg krachtig is, wat eigenlijk betekent dat het geloof in zelf nog erg krachtig is,  kan afkeer en voorkeur ontstaan, maar is geloof in zelf al niet meer zo krachtig, dan ook niet subject-object dualiteit. Dit is wellicht redelijk om te verklaren waarom dan bijvoorbeeld ook geen afkeer meer ontstaat.

Maar wat echt het verschil maakt volgens mij, zoals jij ook aangeeft, is dat we blijven contempleren op de vergankelijke aard van de khandha's, dus ook van de notie "Ik ben".

Als we de notie "Ik ben" werkelijk kunnen ervaren als bijkomstig aan geest, als een bij ver-schijnsel, dan zien we ook door onze eigen ogen.

In de leer van de Boeddha moeten de onderliggende neigingen echt ontworteld worden:

"-Bhikkhu’s, het spirituele leven wordt geleefd om van de zeven onderliggende neigingen afstand te doen en ze te ontwortelen" (AN7.12)

Als je sterft en er zijn nog onderliggende neigingen dan is de kans groot dat ze tijdens het sterven, wanneer er bepaalde gewaarwordingen zijn, activeren. Als er in het laatste moment bijvoorbeeld afkeer/haat zou ontstaan, dan, heb ik begrepen, kun je zelfs geboren worden in de hel. 
Ik denk ook dat je hierbij moet bedenken dat sterven niet altijd zo welbewust allemaal gebeurt en zien en aanwezigheid waarschijnlijk instabiel of zelfs afwezig is.

De geest moet dus niet tijdelijk afgesneden worden van onderliggende neigingen, en ze moeten niet worden onderdrukt, maar ontworteld. Als er geen onderliggende neigingen meer zijn, dan is er ook geen begeerte meer. Als er geen onderliggende neigingen meer zijn, dan is er ook geen mogelijkheid meer om aan gewaarwordingen gehecht te raken.


Siebe

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 26-07-2018 19:57
Siebe,

Ik ben op veel zaken wat je hier in je reactie aanhaalt eerder al uitvoerig ingegaan. Ik ga dat niet weer doen. Ik heb het gevoel dat we in cirkeltjes beginnen draaien. Je kent mijn standpunt, jij hebt een ander. Prima.

Het ga je goed,

Dorje.

P.S. En laten we niet vergeten dat het maar standpunten zijn, eigenlijk ook maar gewoon formaties, mentale verschijnselen, iets wat voorwaardelijk ontstaat. Net als een gedachte, net als een emotie komt het op in de geest maar het is niet de geest zelf. Het kan eindigen. Dit is moeilijk te zien.
;)

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 26-07-2018 23:32
Hoi Dorje,

Het is niet mijn standpunt dat de onderliggende neiging tot twijfel, identiteitsvisies, zintuiglijk verlangen en afkeer al verdwenen zijn voordat de notie "Ik ben" volledig verdwenen is.

“Friends, even though a noble disciple has abandoned the five lower fetters, still, in relation to the five aggregates subject to clinging, there lingers in him a residual conceit ‘I am,’ a desire ‘I am,’ an underlying tendency ‘I am’ that has not yet been uprooted. Sometime later he dwells contemplating rise and fall in the five aggregates subject to clinging: ‘Such is form, such its origin, such its passing away; such is feeling … such is perception … such are volitional formations … such is consciousness, such its origin, such its passing away.’ As he dwells thus contemplating rise and fall in the five aggregates subject to clinging, the residual conceit ‘I am,’ the desire ‘I am,’ the underlying tendency ‘I am’ that had not yet been uprooted—this comes to be uprooted"(fragment uit SN22.89)

https://suttacentral.net/sn22.89/en/bodhi

De vijf lagere ketens waar de tekst over spreekt  zijn:

-identiteitsvisie, sakkya ditthi
-hardnekkige twijfel,
-gehechtheid aan rituelen en geloften,
-zintuiglijke wellust,
-weerzin/afkeer.

Deze sutta SN22.89 geeft dus aan dat terwijl bijvoorbeeld afkeer afwezig is, er nog altijd een..."residual conceit ‘I am,’ a desire ‘I am,’ an underlying tendency ‘I am’ aanwezig is in relatie tot de khandha's. Er is eigenlijk nog altijd een subtiele vorm van gehechtheid. Gehechtheid via die "Ik ben" notie.
Daarom kan die arme Khemaka de pijn die ie heeft eigenlijk ook nauwelijks verdragen. Hij kan dat niet op een onthechte wijze ervaren, niet omdat nog afkeer aanwezig is, maar omdat ie nog zo'n resterend ego-geloof heeft.

Je kunt dus hieruit ook afleiden, lijkt me, dat deze resterende verbeelding "Ik ben", het verlangen "Ik ben" en de onderliggende neiging "Ik ben" niet de oorzaak of basis kan zijn van het ontstaan van afkeer en die andere ketens.

Op basis hiervan denk ik dat het toch niet oke is te zeggen dat wanneer er nog een geloof in ego is, er ook wel afkeer moet zijn.

Een mogelijke verklaring is misschien dat deze resterende verbeelding "Ik ben", het verlangen "Ik ben" en de onderliggende neiging "Ik ben"  door het Pad al niet meer sterk genoeg zijn om die bezoedelingen te doen ontstaan. Maar de vijf hogere ketens zijn nog wel altijd aanwezig. Dit zijn:
hebzucht naar vorm bestaan,
-hebzucht naar vormloos bestaan,
-verbeelding,
-rusteloosheid,
-onwetendheid.

waarschijnlijk ervaart Khemaka nog altijd een vorm van agitatie/rusteloosheid bij die pijnlijke gevoelens die ie heeft.

Deze laatste vijf keten worden trouwens bij arhantschap afgeworpen.

Je ziet hier ook hoe de sutta's aangeven hoe die verbeelding "Ik ben" etc wordt ontworteld.

Het is op basis hiervan dat ik denk dat het goed is je visie te heroverwegen dat zolang er een geloof in ego is, ook wel afkeer moet zijn.


Als ik iets verkeerd interpreteer dan hoor ik het graag van iemand.


Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: nico70+ op 27-07-2018 00:23
Beste Siebe,


Toen ik vele jaren geleden met mijn broer die als antropoloog in Brazilië werkzaam was, door het binnenland van de staat Ceara (Noordoost Brazilië) reed, kwamen wij ergens een bordje tegen met de tekst (in vertaling): Hier is het centrum van de wereld." Ik moest er aanvankelijk om glimlachen. Maar later dacht ik er over na.
Iedereen is het centrum van de wereld. Want iedereen ziet de wereld met zijn of haar ogen, interpreteert alles met zichzelf als centrum.
En zolang als er een gedachte van een "ik" bij iemand aanwezig is, net zolang is er een groot of klein centrum vanwaar voorkeur of afkeer uitgaat.
En de mening van een "ik" verdwijnt pas geheel en al bij het bereiken van de vrucht van arahantschap.

Wijlen mijn eerwaarde vriend Dr. Tuan Pim-Aksorn, sub-decaan aan de koninklijke universiteit te Bangkok en directeur van het Internationaal Meditatiecentrum daar, vroeg mij eens waarom mensen hoofdpijn hebben. Zijn antwoord was kort: "Omdat zij een hoofd hebben."
Zolang wij ons iets toe-eigenen, ergens aan hechten door voorkeur of afkeer, zolang is er dukkha. Pas als de onwetendheid helemaal verdwenen is, is er ware vrijheid van dukkha.

Net als Dorje zou ik je willen vragen nog even geduld te hebben. Over enige tijd ga ik iets posten waardoor je wellicht je mening gaat veranderen.

Met vriendelijke groet
Nico



Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 27-07-2018 14:52
Mijn ervaring is dat het belangrijk is Pali begrippen te gebruiken om zaken goed begrijpen. Want wat bedoelt iemand bijvoorbeeld met voorkeur? Ik zal nu een behoorlijk gedetailleerde uitleg geven die overeenkomt met de sutta's . Ik hoop dat jullie het geduld hebben dit goed door te nemen voordat er weer allerlei verwijten komen.

De algemene lijn is dat door beoefening lobha (heb-zucht), dosa (haat/afkeer/weerzin) en moha (begoocheling) in stadia steeds zwakker wordt en uiteindelijk verdwijnt (bij arhantschap). Als je deze post doorleest zul je zien hoe dit in stadia gebeurt.

Ik zal nu per stadium uitleggen wat gebeurt.

Sotapanna, de stroom-intreder


Wanneer iemand dit stadium heeft bereikt, is de meest grove vorm van heb-zucht (lobha), dat gretige in de geest, verdwenen. Lobha is nu gereduceerd tot kama raga. Kama raga betekent dat men nog altijd zintuiglijk verlangen heeft en dat er ook bij aangename gevoelens min of meer vanzelf een impuls ontstaat dat aangename te verwelkomen, aan te trekken, willen. 

Wat voor hebzucht (lobha) geldt, geldt ook voor dosa, haat. Bij de sotapanna is sterke afkeer verdwenen. Dosa is patigha geworden. De instinctieve of automatische impuls van afkeer die vaak wordt getriggerd wanneer we iets onaangenaams ervaren, is afgezwakt. Het is er nog wel maar zwakker. Een stroom-intreder zal dus ook bij onaangename zintuiglijke ervaringen nog wel afkeer voelen, bijvoorbeeld een soort irritatie maar niet zo'n sterke afkeer meer.

Verder is moha, begoocheling, gereduceerd tot avijja, onwetendheid. De stroom-intreder begrijpt nog niet volledig de vier edele waarheden zoals men dat op latere stadia kent maar is al wel zeker over wat het juiste Pad is. Bij een stroom-intreder is het Dhamma-oog geopend. Men heeft al wel de juiste visie. Men ziet de nadelen van begeerte heel duidelijk. Men ziet dat elke toe-eigening kansloos is. Hoewel het begrip van de vier edele waarheden niet perfect is, is het wel stevig.

Men hecht ook aan geen enkele identiteitsvisie. Wat ook verdwenen is een neiging om steeds maar te twijfelen over de weg die de Boeddha wijst. Er is een visie van wat heilzaam is, wat bevorderlijk is, wat gedaan en gelaten moet worden en daar is geen twijfel meer over. Men ziet het pad, de Dhamma.

Wat verdwenen is zijn identiteitsvisies in de vorm van "ik ben dit" of 'dit, dat ben ik". Wat echter nog niet verdwenen is, is asmi mana, d.w.z. de notie/verbeelding "Ik ben", het verlangen "Ik ben", de onderliggende neiging "Ik ben". Dit kun je ook het geloof in ego noemen en het verlangen naar een ego.

Een sotapanna ziet ook de betrekkelijkheid in van regels en rituelen en hecht er niet meer aan.

Dus afwezig bij een sotapanna zijn:
-de onderliggende neiging tot twijfel, twijfels over wat de weg is komen niet meer op
-identiteitsvisies
-gehechtheid of verkeerd begrip van de waarde van regels en rituelen

Sakadagami, de eenmaal terugkeerder


Als een bepaalde zintuiglijke gewaarwording gepaard gaat met een aangenaam gevoel dan triggert dat vrijwel automatisch de onderliggende neiging om dat te verwelkomen, omarmen, willen, aantrekken. Dit is kama raga en deze neiging is al zwakker geworden bij sotapanna en wordt nog zwakker op dit niveau.
Als een bepaalde zintuiglijke gewaarwording gepaard gaat met een onaangenaam gevoel dan triggert dat vrijwel automatisch en vrijwel altijd de onderliggende neiging van weerzin, afkeer, afstoting, er bij weg willen, niet willen ervaren, niet verwelkomen. Dit is op dit niveau patigha. Ook deze neiging was al bij sotapanna verzwakt en is nog zwakker bij de sakadagami.

Op dit niveau is de notie/verbeelding "Ik ben", het verlangen "Ik ben" en de onderliggend neiging "Ik ben"nog aanwezig.

Dus het belangrijkste kenmerk is dat zintuiglijk verlangen en afkeer nog verder afzwakken.

Anagami, niet meer terugkeren

Dit is een heel bijzonder niveau eigenlijk want op dit niveau zijn bovenstaande neigingen totaal verdwenen. Of er nu een gewaarwording is die gepaard gaat met een aangenaam gevoel of onaangenaam gevoel men is als het ware de sfeer van de zintuigen ontstegen. Er is noch enige impuls tot verwelkoming van het zintuiglijk aangename (kama raga) noch enige afkeer of weerzin bij het onaangenaam zintuiglijke (patigha). De onderliggende neigingen (anusaya) die dit veroorzaken zijn ontworteld.

Let wel, op dit niveau is niet alle lobha, of verlangen of hebzucht, verdwenen maar wel aangaande het zintuiglijke. Maar er is nog altijd een onderliggend verlangen naar subtiele mentale staten. Dit is echter, en dat moet goed begrepen, geen zintuiglijk verlangen, geen kama raga. Het is rupa raga en arupa raga, de verlangens naar de vrede van jhana. Jhana is echter niet iets zintuiglijks. Dus heeft iemand op dit niveau nog voorkeur? Ja, maar niet wat betreft iets zintuiglijks, maar wel een verlangen om te verwijlen in zulke vredevolle en aangename staten. Dit is echter totaal iets anders dan kama raga, verlangens naar aangename/mooie geuren, smaken, ideeen, visies, geluiden etc.

Afkeer is echter volledig afwezig. Dat wil niet zeggen dat iemand natuurlijk gevoelloos is en niet meer weet wat aangenaam is en onaangenaam is maar de onderliggende neiging van afkeer of weerzin is weg.
Die reactiviteit ten aanzien van wat we zintuiglijk ervaren wordt is weg. Dit is dus al zo bij anagami en niet, zoals kennelijk wordt gedacht, bij arahantschap! 

Op dit niveau is ook nog altijd de notie/verbeelding "Ik ben", het verlangen "Ik ben" en de onderliggende neiging "Ik ben" aanwezig. Dat blijft aanwezig en verdwijnt pas bij de arahant.

Verder is er nog aanwezig uddacca, dat wel wordt uitgelegd als rusteloosheid (maar dat wil ik nog eens goed onderzoeken) en mana , verbeelding eigenwaan. De onderliggende neiging mana-anusaya is verantwoordelijk voor de notie "Ik ben".

Dus net zoals bijvoorbeeld gewaarwordingen die gepaard gaan met aangename en onaangename gevoelens, de onderliggende neigingen van respectievelijk voorkeur (kama raga) en afkeer (patigha) triggeren, zo triggeren gewaarwordingen ook de mana-anusaya en dan ontstaat de verbeelding dat er een soort entiteit-Ik is.

Dat er bij een Anagami niet meer op reactieve wijze voorkeur en afkeer ontstaat bij zintuiglijke gewaarwordingen, is ook de reden waarom deze persoon, geest, niet meer terugkeert naar de zintuiglijke wereld, de kama loka, na de dood. Daarom wordt hij niet meer terugkeerder genoemd.
Die geest is niet meer met het zintuiglijke bezig. Er is niks meer wat die geest bindt aan de sfeer van de zintuigen, de kama loka. Dus, sterf je als niet meer terugkeerder, dan kom je niet meer terug in de kama -loka.

Arahant

De geest wordt nog verder gezuiverd. Bij anagami is dus dosa zelfs in de gereduceerde vorm (als patigha) verdwenen uit de geest. Dosa verdwijnt niet bij arhantschap maar eerder, bij anagami.
Het komt niet meer op. Maar er is nog lobha, een vorm van verlangen of hebzucht naar de vredevollle staten van de materiele en immateriele jhana's. De immateriele jhana's zijn de sfeer van eindeloos bewustzijn, ruimte etc.

Bij arahattamagga/phala verdwijnt ook dit verlangen naar jhana. Dit betekent dus ook dat er in de geest geen oorzaak meer bestaat voor wedergeboorte in corresponderende rijken van de fijnstoffelijke wereld (rupa loka) en onstoffelijke wereld (arupa loka).

Verder verdwijnen rusteloosheid, verbeelding/eigendunk en de onderliggende neiging tot onwetendheid is nu ook helemaal opgelost. Dit betekent dat iemand nu de vier edele waarheden perfect begrijpt en wijsheid geperfectioneerd is.

Omdat elke begeerte ten aanzien van het zintuiglijke ontbreekt (kama loka), en zelfs elk verlangen naar  het fijnstoffelijke (rupa loka) en zelf het onstoffelijke (arupa loka), ontbreekt elk oorzaak om daar nog eens wedergeboren te worden. Dus de oorzaken van wedergeboorte ergens in samsara zijn dus verdwenen.

Wedergeboorte is beeindigd. De taak zit er dan op.

Bij het niveau van de arahant verdwijnt ook de notie "Ik ben".

Ik hoop dat het zo duidelijk is wanneer welke voorkeuren en welke afkeer verdwijnt.

In zeer gecondenseerde vorm:
http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2120.0.html

Groet,
Siebe

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 27-07-2018 21:12
Geduld Siebe, geduld, laat het los, probeer het eens gewoon los te laten en kijk dan wat dit doet met je geest. Je zou versteld kunnen staan.

Het ga je goed,

Dorje.



Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 27-07-2018 23:20
ach man...

Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 28-07-2018 19:32
De kwestie die hier ter sprake kwam is of er zolang er onwetendheid is ook voorkeur en afkeer is.

Voorkeur

Voorkeur bestaat op verschillende niveau's. Als hebzucht (lobha) is het heel sterk. Het is dan een soort gretigheid in je geest. Als je deze gretigheid in je geest hebt dan kan dat zo erg verblinden dat je wandaden begaat. Je wilt koste wat kost krijgen wat je verlangt. Bij gretigheid denk ik ook aan verslaving, hele sterk hunkeren, en ook fanatisme. Deze lobha is een immorele wortel. Er komt niks dan ellende uit voort. Het zet aan tot wandaden dus tot onheilzaam (akusala) kamma zoals doden, stelen, vreemdgaan, liegen etc.

Bij het niveau van sotapanna is lobha gereduceerd tot kama raga. Dus de gretigheid is weg maar er zijn nog wel zintuiglijke verlangens. Het is niet meer zo sterk dat je je door die verlangens immoreel gaat gedragen.

Kama raga, dus die lichtere vorm van heb-zucht, is nog verder verzwakt bij het niveau van sakadagami.
En bij het niveau van anagami is het zelfs afwezig. Voorkeursneigingen ten aanzien van het zintuiglijke (geuren, vormen, geluiden, ideeen etc) zijn ontworteld.

Op dit niveau resteert nog wel altijd wel een voorkeur of verlangen naar jhana, rupa raga en arupa raga.
Bij arahantschap verdwijnt ook rupa raga en arupa raga.

Afkeer

Net zoals hebzucht ook wordt gereduceerd bij sotapanna stadium, zo wordt ook de scherpe kant van afkeersneigingen gereduceerd bij sotapanna stadium. Dosa wordt patigha.  Een sotapanna kan best nog geirriteerd raken, maar niet meer tot een niveau dat ie moreel totaal over de grens gaat.
Bij het niveau van sakadagami wordt de neiging tot afkeer nog meer verzwakt.
Bij het niveau van anagami is deze afwezig.

Dus de grote lijn qua hebzucht en haat, is dat dit steeds zwakker wordt en dan zelfs verdwijnt.

Onwetendheid

Bij onwetendheid is het net als bij voorkeur en afkeer. Dat kan heel sterk zijn, heel krachtig, diep en ook minder krachtig. Het is dus niet zo dat er een vast soort onwetendheid is.

Onwetendheid is aanwezig in alle stadia behalve bij de arahant; van een nog niet edele, iemand op weg naar sotapanna, een sotapanna, een sakadagami, en een anagami. Dus onwetendheid is ook nog aanwezig, bij een anagami, waarbij de reactieve voorkeur -en afkeerneigingen bij zintuiglijke gewaarwordingen al ontworteld zijn.

Wat hierbij speelt is dat gedurende deze fasen onwetendheid in kracht afneemt en wijsheid in kracht toe. Dus panna wordt sterker en moha/avijja wordt steeds minder krachtig. Het is dus ook niet zo dat iemand die de Dhamma ziet, een sotapanna, onwetendheid al volledig heeft verdreven. Dat is pas bij de arahant zo. Onwetendheid heb je dus net als hebzucht en haat in verschillende gradaties. Trouwens, onwetendheid is ook iets wat van moment tot moment ontstaat, bestaat en eindigt en zelfs dan zijn er dus verschillende gradaties. 

Terwijl wijsheid toeneemt, neemt onwetendheid af, en nog voordat onwetendheid totaal verdwenen is, bij arhantschap, is wijsheid kennelijk al zo sterk dat het met neigingen van voorkeur en afkeer op het zintuiglijke vlak heeft afgerekend.

Dat onwetendheid verschillende gradaties kent, sterkten, diepten kan ook zo verwoord worden dat een sotapanna, iemand die de stroom is ingetreden en de juiste visie heeft, zeker de Dhamma ziet, maar diens zien is nog lang niet zo sterk en volmaakt als de arahant.

Siebe

















Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 29-07-2018 21:46
1.1.2. Haat, afkeer, kwaadwil
   
Deze hindernis wordt geheel en al opgeheven bij niet-wederkeer.

Nico, wat zeg je hier nou zelf?

Afkeer wordt opgeheven bij niet meer wederkeer, de anagami. 

En is dan onwetendheid al volledig opgeheven?

Oftewel, is er zolang er onwetendheid is, ook afkeer?

Siebe





Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 29-07-2018 21:54
Nico, je zei ook:

"En zolang als er een gedachte van een "ik" bij iemand aanwezig is, net zolang is er een groot of klein centrum vanwaar voorkeur of afkeer uitgaat".

Maar hoe rijmt dat zich met je vorige uitspraak dat de neiging van afkeer geheel en al wordt opgeheven bij de anagami, terwijl die nog gewoon de verbeelding "Ik ben" heeft (want dat wordt pas bij de arahant verwijderd).

Hoe zit het nou met die neiging van afkeer en de notie "Ik ben"?

Siebe



Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 31-07-2018 18:07
1.1.2. Haat, afkeer, kwaadwil
      "Haat, afkeer is een groot kwaad maar gemakkelijk te overwinnen. De oorzaak, de voorwaarde dat niet ontstane haat tot ontstaan komt en dat de ontstane haat steeds groter en sterker wordt, is een afstotend object. Want wie over een afstotend object onwijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane haat tot ontstaan en de ontstane haat wordt steeds groter en sterker." (A.III.69; A.I.2)

De nummering van de sutta's verschilt nog wel eens bij Nico maar het verwijst naar deze sutta, lijkt me:
https://suttacentral.net/an3.68/en/sujato

Ik wilde iets delen over deze dosa of afkeer. Iets wat ik las en nuttige info vond.

De haat en afkeer die hier wordt bedoeld , dosa, is een soort secundaire manifestatie van heb-zucht of verlangen. Het komt voort uit gefrustreerd verlangen. Bijvoorbeeld je wilt heel graag iets horen, zien, voelen, proeven, meemaken etc. en dat wordt gehinderd. Dan kan dat willen zomaar omslaan in kwade wil, in afkeer, haat, woede. Waarschijnlijk des te liever je iets wilde, des te sterker ook de reactie van afkeer en haat.

Dus dosa wordt ook op al die manieren vertaald maar verwijst dus eigenlijk naar de reactie die vaak automatisch komt bij gefrustreerde verlangens. Wat we bijvoorbeeld niet willen is pijn ervaren of iets anders onaangenaams. Als we dan iets onaangenaams ervaren, roept dat meestal afkeer op. Of we worden ziek en beperkt in kracht of vermogens, dat willen we niet en kan ook afkeer etc. oproepen. Je kunt je dan voorstellen dat dit in lichte, tot ook heel hevige mate kan zijn.

Dat vurige niet-willen kun je eigenlijk niet loszien, lijkt me, van vurig willen. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het onderricht geeft eigenlijk aan dat dit vurig willen eigenlijk erg gevaarlijk is, want dit pijnigt natuurlijk onszelf al op het moment dat het ontstaat maar het is ook dit soort vurig willen dat geboorte veroorzaakt in lagere rijken. Het schijnt dat dit afwezig is bij de sotapanna, bij het eerste niveau van realisatie. Dat vurig willen, die begeerte, is dan al zover bekoeld dat dit niet meer voorkomt. Belangrijk hierbij is, zo wordt aangegeven, dat men ook zelf het gevaar er van begrijpt want geest zal niet snel afstand van iets doen als ie het als voordelig ziet, en er geen gevaar in ziet. Het onderricht over kamma en wedergeboorte is ook relevant.

De afkeer en haat (en dus ook de heb-zucht) die op deze wijze ontstaat is dus bij sotapanna al flink in kracht gereduceerd, zover dat geboorte in lagere rijken is uitgesloten. Het betekent dus niet dat er niet hele kwalijke karmische zaden nog in de geest kunnen zijn, maar ze kunnen gewoon niet meer een geboorte in lagere rijken veroorzaken. Hier zie je dus dat het zuiveren van de geest niet betekent dat je al het verzamelde negatief kamma zuivert. Het betekent dat je een einde maakt aan asava, en de begeerte.

Afkeer en haat, dosa vermindert nog meer bij het volgende niveau van realisatie, sakadagami, de eenmaal terugkeerder. Bij het daarop volgende niveau, de niet meer terugkeerder, anagami, is het afwezig.
Dat is al voor arhantschap. Voordat onwetendheid volledig is verdwenen. Omdat het voor arhatschap verdwijnt, geeft de sutta waarschijnlijk ook aan dat het relatief (tov lobha en moha) snel verdwijnt.
Bij een anagami is de dosa cetasika dus afwezig.

Is er bij een anagami helemaal geen aangedaanheid meer, geen agitatie in de geest? Jawel, want is nog altijd een onderliggende neiging tot eigenwaan/verbeelding, een hebzucht tot bestaan, en tot onwetendheid.  Het schijnt zelfs zo te zijn dat een anagami, hoewel dus een dosa cetasika afwezig is, toch nog lichte vormen kan ervaren van irritatie en ergernis die dus gebaseerd is op die neigingen (bron Lal Pinnaduwage, puredhamma.net).

In die zin denk ik dat het klopt wat Dorje eerder zei en ook wat Nico eerder zei, dat zolang er een soort centrum is van waaruit we zaken beleven, een Ik, vanuit een "Ik ben" notie, zolang is er een oorzaak van agitatie.

Ik vermijd bewust het woord afkeer en voorkeur omdat dit in de regel verwijst naar reacties op zintuiglijke prikkels. Een neiging van verwelkoming van die prikkels en een afstoting. Dit soort aangedaan is echter al verdwenen bij een anagami, hoewel die nog altijd een notie van "Ik ben" heeft.

De notie "Ik ben" verdwijnt samen met de onderliggende neiging tot verbeelding/eigenwaan, de onderliggende neiging tot hebzucht naar bestaan, agitatie, en de onderliggende neiging tot onwetendheid.
Dit verdwijnt allemaal op hetzelfde moment, schijnt. Arahatschap is dan gerealiseerd. Geest raakt niet meer geagiteerd.

Ik denk dat het zo aardig samengevat is. Als iemand meent dat het anders zit, dan hoor ik het graag.

Siebe










Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 31-07-2018 21:07
In die zin denk ik dat het klopt wat Dorje eerder zei en ook wat Nico eerder zei, dat zolang er een soort centrum is van waaruit we zaken beleven, een Ik, vanuit een "Ik ben" notie, zolang is er een oorzaak van agitatie.

Wat iemand zegt of schrijft kan nooit kloppen. Niemand heeft ooit gelijk. Gelijk kan niemand hebben, gelijk is iets dat niet bezit kan worden. Wat wel kan is dat je met iemand tot een gelijk komt. En dat is wat er hier uiteindelijk gebeurd is: de een ziet de context van waaruit de ander spreekt/schrijft en ziet, hoewel woorden in de een zijn context mogelijks een andere invulling krijgen, waar de ander werkelijk naar verwijst met die woorden en komt de een zo tot een gelijkaardig zien als de ander. Mooi!

Als het vuur van gelijk willen halen afkoelt, wordt tot een gelijk komen (tot een gelijkaardig zien komen) mogelijk.

Dit komt uit de West-Vlaamse Sutta. Geen bronvermelding, er is nog geen geschreven bron, wordt enkel mondeling overgedragen.

Dorje.

Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 31-07-2018 22:49
Ik hoop hoe dan ook dat jij er ook iets van opsteekt Dorje.

Dat er nog geagiteerdheid kan ontstaan na de anagami fase komt kennelijk door andere neigingen dan dosa en kama raga. Ik vind dat trouwens niet zo gemakkelijk te begrijpen maar het onderricht geeft dit wel aan.

Neem het besef dat iemand je disrespectvol of onwaardig behandelt. Stel dat dat tot wat beroering in de geest leidt, tot een lichte ergernis, tot agitatie. Kan dit gebeuren zonder dosa?

En stel je nou voor dat geloof in ego weg is, betekent dit dan dat iemand al het besef kwijt raakt van respectvol en niet respectvol worden behandeld? Kun je met die persoon doen en laten wat je wilt, die persoon heeft geen idee meer van respect en disrespect?
Ik vermoed dat dit onzin is en dat dit niet de implicatie is van geen notie hebben van "Ik ben". Je weet donders goed, lijkt me, hoe je behandeld wordt. Mee eens?

Het is trouwens niet zo dat ik koste wat kost tot een gelijk wil komen, stel je voor! Ik hoop ook dat als ik ongelijk heb, iemand ingrijpt, en mij dit duidelijk maakt. Als we op inhoud blijven discussieren kunnen we veel leren.

Siebe


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 01-08-2018 23:52
Ik hoop hoe dan ook dat jij er ook iets van opsteekt Dorje.

Tuurlijk, ik steek er ontzettend veel van op, maar niet zozeer uit de inhouden, eerder uit wat er in de conversatie gebeurd, niet de inhoud, maar het effect ervan op de geest. Daar ligt voor mij het boeiend leerterrein.

En stel je nou voor dat geloof in ego weg is, betekent dit dan dat iemand al het besef kwijt raakt van respectvol en niet respectvol worden behandeld? Kun je met die persoon doen en laten wat je wilt, die persoon heeft geen idee meer van respect en disrespect?
Ik vermoed dat dit onzin is en dat dit niet de implicatie is van geen notie hebben van "Ik ben". Je weet donders goed, lijkt me, hoe je behandeld wordt. Mee eens?

Neen, je vat het geloof in ego verliezen veel te persoonlijk op, alsof er een persoon is, een zelf, waarbij dit gebeurd, het is het geloof juist een zelf te zijn dat wegvalt. Er is dan geen zelf meer dat met disrespect wordt behandeld, dus ook geen neiging dit zelf te gaan verdedigen, maar bij die wat disrespectvol reageert is er wel nog geloof in zelf, en dus ontwikkeling van karma. Vandaar dat als vanzelf, natuurlijk en zelfloos, een respons komt die een halt toeroept aan dit gedrag of de consequenties ervan terugspiegeld. Niet ter bescherming van een zelf, maar als een voorkomen van nodeloze verderzetting van karma.

M.a.w. zelfloosheid staat niet gelijk aan deurmat worden voor de maatschappij. Het betekent spiegel worden voor de maatschappij. Negatief gedrag wordt genadeloos terug gespiegeld, niet ter bescherming van een zelf, maar ter bescherming van het geheel, de maatschappij en de individuen daarbinnen die geloven in zelf en dus lijden als zelf.

Het is trouwens niet zo dat ik koste wat kost tot een gelijk wil komen, stel je voor! Ik hoop ook dat als ik ongelijk heb, iemand ingrijpt, en mij dit duidelijk maakt. Als we op inhoud blijven discussieren kunnen we veel leren.

Tot een gelijk komen (tot een gelijkaardig zien komen, tot echte communicatie komen met wederzijds begrip) kost niets. Het is gratis en nooit schadelijk. Tot een gelijk komen heeft niets met gelijk halen te maken, het heeft enkel te maken met tot een gelijkaardig zien komen, door niet te discussiëren, vechten over inhouden, maar juist door niet vast te houden aan inhouden, gezamenlijk te komen tot waar de inhouden in verschijnen en daar elkaar werkelijk ontmoeten. Het is een ontmoeting, geen discussie.

Discussie leidt (of lijdt) enkel tot versterking van het zelf, een bevestigen van zelf, of, indien dit niet wordt bekomen, tot een bijsturing van het zelf, opdat het sterker wordt en nog beter tot bevestiging kan komen in de toekomst.

Ontmoeting is helemaal iets anders. Ik wil Nico ontmoeten in zijn manier van teksten aanhalen en interpreteren over niet-zelf, hier kan gerust discussie/debat uit ontstaan, maar dat is dan niet het doel, dat is dan het middel om tot diepere ontmoeting te komen. Ik wil jou ook ontmoeten, maar dat lukt mij niet, jij wilt enkel discussiëren. Je zoekt geen wederzijds begrip op, je zoekt te begrijpen, op jouw manier en enkel jouw manier.

Vlaamse groeten,

Dorje
Streng (maar rechtvaardig, niet te zachtaardig, maar wel goed bedoeld!)
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 02-08-2018 12:51
Dorje,

Respecteer nou maar gewoon dat ik niet perse tot een gelijk wil komen, in de zin dat ik gewoon wél erken dat iemand gelijk kan hebben en ongelijk. Jouw relativerende zalvende preken hierover gaan bij mij het ene oor in en het andere uit. Ik heb er niks mee. Soms heb ik ongelijk, soms een ander, en het is prima dat dat vastgesteld wordt en daarover inhoudelijke discussie ontstaat.

Ik ben op inhoud ingegaan op jouw opmerking dat zolang er onwetendheid is (volgens jou is dat hetzelfde als geloof in ego) er ook voorkeur en afkeer is.

Ik heb het onderricht zo goed mogelijk verwoord en duidelijk gemaakt dat het onderricht verschillende soorten voorkeur en afkeer onderscheidt. Het is belangrijk om die te kennen want alleen zo kun je een afgewogen oordeel vormen of er nog voorkeur en afkeer is zolang er onwetendheid is. Ik snap nu dat jij geen idee hebt wat ik eigenlijk heb geschreven, noch daarin geïnteresseerd was. Dat vermoedde ik al.

Dat je niks opsteekt van de inhoud maar alleen iets leert van wat er in de conversatie met jou gebeurt, dat is ook weer zoiets waarvan ik kan zien dat je dit met enige trots zegt. Je wilt weer een punt maken.
Nou goed, je doet maar. Misschien komt er een dag dat je wel geinteresseerd bent in de inhoud en je eigen meningen durft te onderzoeken.

Als ik door jouw ogen kijk naar mezelf Dorje, en dat doe ik natuurlijk als ik je reacties lees, dan krijg ik het gewoon benauwd er van. Maar goed, het zij zo .

Siebe


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 02-08-2018 16:52
Siebe,

Niemand kan door iemand anders ogen terugkijken naar zichzelf, wat er gebeurd is kijken door de ogen van een projectie, het beeld dat je maakt van de ander, dat lijkt te kijken naar de projectie die je van jezelf maakt.

Trotsheid, oordeel, veroordeel, waarde oordeel zit altijd in de projecterende geest, nooit in dat waarop geprojecteerd wordt.  Het is ook zo dat ik "verborgen" trotstheid in jou zie, ik zie het in Nico, ik zie het in Maarten, en daar uit concludeer ik, dat ik het eigenlijk vooral in mezelf zie, alleen verberg ik het niet. Ik verwoord de dingen en geniet van dit verwoorden, omdat het vanzelf komt, ik hou het niet tegen. Als het echt iemand zou schaden, dan zou ik het tegen houden, maar als het goed klinkt, waarom zou ik het inslikken? Welk kwaad kan ik er mee aanvangen, toch niet aan jou, het triggert jou gewoon en daar kan je dan weer wat mee, niet aan medelezers, ook zij zullen misschien getriggerd worden en dan kunnen ze daar ook weer wat mee, niet aan mezelf, ik ben zelf getriggerd en daar kan ik dan ook weer wat mee. De trotsheid die zich ten toon spreidt, raakt de trotsheid in ieder die het leest, en ook die wat het schrijft. Het raakt, en dat wat geraakt wordt is zelf. Het legt zelf bloot, klaar om gezien te worden (bij mezelf, bij jezelf, niet bij de ander). Wat je niet wilt zien, zal je altijd blijven verbergen.

Ik ben niet vrij van zelf, en doe dan ook niet alsof, jij bent er niet vrij van, niemand hier is er vrij van.

Achter de trots zit er echter onderzoek verborgen, onderzoek naar dat zelf. Welnu ik verberg liever het onderzoek, want dat is mijn privee weg, dan de trots. Ik hoef hier geen beeld van mezelf hoog houden en de trotst... die dooft zichzelf uit, als het onderzocht blijft, als het steeds opnieuw gezien wordt en niet weggemoffeld wordt, in tussentijd kan het lekker andermans trots kietelen: "acht wat een zelfvoldane vent, daar sta ik torenhoog boven! Ik moet die man beschermen tegen zichzelf". Ach, wie beschermt er wie? Zelf beschermt altijd zichzelf.

Ondertussen vloeien er woorden, gebeuren er dingen in de geest, woelt en stoeit het daar, bij jou en bij mij en bij wie nog allemaal, het wordt allemaal bloot gelegd. Heerlijk toch?

Bedankt voor je inzicht in mijzelf,

Dorje.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 02-08-2018 17:46
Ik heb lang genoeg met ruziende ouders geleefd om te weten dat je tot in de eeuwigheid kunt porren in smeulend vuur, er komen dan heus wel vlammen. Wist je dat nog niet? Is het heerlijk? Ach, ik vind het helemaal niks. Het onthult niks nieuws. Het is het oeroude altijd maar continuerende gedoe van de bezoedelingen. Soap. 

Laten we praten over visies, over meningen, en die zonodig corrigeren, onderzoeken.

Een interessante visie was de visie dat er afkeer en voorkeur zal bestaan zolang er geloof in ego is.  Ik denk dat er dingen voor en dingen tegen die visie pleiten. Zelf heb je dat ook al een beetje genuanceerd. Wat het onderricht er over aangeeft, heb ik proberen te verwoorden. Ik vond dat leerzaam.

Interessant zou ook zijn om de mening te onderzoeken dat de Boeddha met onwetendheid hetzelfde bedoelde als geloof in ego. Is dat nou waar? Wat zeggen de sutta's over onwetendheid? Geven ze aan dat dit hetzelfde is als geloof in ego/zelf? Dit zou weer een interessant leerzaam gesprek kunnen opleveren.


Siebe


Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 02-08-2018 18:21
Siebe,

Ik ben niet de geschikte gesprekspartner daarvoor, voor mij zijn meningen, formaties. Ze zijn voor mij maar zinvol als ze gebruikt worden om te verwijzen naar het niet-gevormde, het ongeconditioneerde. Er zullen altijd dingen zijn die voor en tegen een visie pleiten, omdat geen enkele visie absoluut is, zelfs niet die van de Boeddha, niet de Theravada visie, niet de Mahayana visie, niet de Zen visie, niet de Dzogchen visie, enkel dat waarnaar ze verwijzen is absoluut en hier zijn geen woorden voor (vandaar dat verschillende verwijzingen juist mogelijk zijn). De verschillen boeien mij niet, wel het gelijke naar waar verwezen wordt, dit zou onderhand toch duidelijk moeten zijn. In dit opzicht, als je gaat toespitsen op het taalgebruik in één visie en dit gaat doortrekken, dan kom je sowieso tot voor en tegen, tot verdeeldheid en tot onenigheid, en dat boeit mij niet. Ik laat mij gewoon niet verleiden om mee te gaan in een strakke opdeling, een discussie van contexten.

Waar ik mij wel graag mee inhoudt is de convergentie, het samenkomen van de verschillende visies, en dat vereist een los komen van strak woordgebruik en meer naar de essentie van de dingen gaan en niet strak toespitsen op de beschrijvende categorieën.  Voor mij is dat niet verwarrend, maar juist verhelderend.

Laat het rusten nu, ok? Ik zal nooit tegemoet komen aan hoe jij de dingen wilt benaderen en jij hoeft niet tegemoet te komen aan hoe ik de dingen benader. Als we daar beiden vrede mee kunnen vinden, is heel dit gepor in het vuur toch niet voor niets geweest. Het maakt dan geen vlammen, maar we wakkeren ze ook niet meer aan, laat het vuur dan uitdoven... Een woordgebruik dat niet vreemd is in de sutta's die je graag aanhaalt.

Alle goeds, en excuses dat ik niet in je verhaal mee kan.

Dorje.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 02-08-2018 21:51
Siebe ontmoet Dorje, 2 augustus 2018, Wallonie

Siebe: theravada en mahayana meesters komen allemaal tot dezelfde realisatie.
Dorje: Zo is het Siebe! Zo ken ik je weer. Now we are talking.

Siebe; als we de natuur van de geest zien dan weten we dat de notie "Ik ben" (geloof in ego) ook maar iets is wat voorwaardelijk ontstaat in de geest.
Dorje: Siebe je bent een man naar mijn hart. je verstaat de essentie van Boeddha's leer!

Siebe: Boeddha-natuur doordringt alle wezens en is de hoofd-oorzaak van verlichting.
Dorje: Siebe ik ben zo blij dat we elkaar eindelijk ontmoeten. Dit doet me echt deugt. Kom hier, een knuffel!

Siebe: het maakt niet uit of er wedergeboorte is, voor iemand die het absolute ziet is dit allemaal zonder betekenis geworden
Dorje: siebe ik zag in jou eigenlijk altijd al een broeder, maar ik deed net alsof je mijn tegenstander was.

Siebe: Welke religie ook, hun boodschap is in essentie hetzelfde
Dorje: Zeker en vast

Siebe: welke capaciteiten iemand ook bezit er is voor iedereen een Pad naar volledige bevrijding
Dorje: ja, pad van opgeven, pad van transformeren, pad van zelfbevrijding

Siebe: We hoeven ons niet eindeloos in te spannen om afstand te doen van bezoedelingen, als we de oorspronkelijke staat ontdekken, kennen we alles wat verschijnt op spontane wijze als bijkomstig.
Dorje: u ziet de weg der zelfbevrijding broeder

Siebe: we moeten altijd goed beseffen dat leringen zijn als vingers die wijzen naar de maan. We moeten de maan zien.
Dorje: Exactlement, vingerstaren is zinloos. Vijf vingers maken 1 hand

Siebe: verschijnselen zijn leeg en geest is in essentie ook leeg. Hun natuur is hetzelfde. waar zouden lege verschijnselen vandaan moeten komen? waar zouden ze naartoe moeten gaan? Het is enkel het spel van de citta. Bewegende geest is stille geest. Het is enkel onwetendheid wat verdeelt.
Dorje: non de ju!

Siebe: samsara is de wereld van verschijnselen. Verschijnselen zijn leeg. Nibbana is leeg. Samsara is Nibbana.
Dorje: ouila, frites met mayonaise en smullen maar

Het was leuk kennis met u te maken Dorje. Het was leuk u te ontmoeten Siebe.

Buig Dorje<<<<>>>>, buig Siebe,

Knal met hoofden tegen elkaar

sorry, de ontmoeting kon niet helemaal pijnloos aflopen.

Siebe






Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Dorje op 02-08-2018 23:09
Eindelijk: een ontmoeting van geest tot geest.
Kom hier, ik geef je een knuffel.

Het ga je goed knul, ach nog een knuffel, die kopstoot vergeef ik je zonder problemen, het is toch maar een formatie.
8)

Nu dit afgerond is, ga ik mij wat terug trekken. Ik ga een online beggeleidde retraite starten, van 3 maand, ik trek mij niet helemaal terug, het is de bedoeling om het in het dagdagelijkse leven te blijven, maar wel met een focus op de retraite te houden, een engagment aangaan om meer te mediteren en meer te onderzoeken terwijl het gewone leven gewoon doorloopt. Misschien post ik daardoor wat minder, of misschien juist meer, sorry mijn broeder Siebe, ik kan niets beloven. Maar laten we dit onderwerp (de conversatie tussen ons toch) even uitdoven, de vlammen hebben hun werk al lang gedaan, nu lekker op de blaren gaan zitten.

Namaste!

Dorje.
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 03-08-2018 12:49
Oke, succes er mee.

Ik hoop voor jou en voor mij dat het meevalt met de blaren.

Laten we een mooie mix maken van luisteren, studeren/nadenken en mediteren.


Siebe
Titel: Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
Bericht door: Passievrucht op 03-08-2018 18:11
Siebe: het maakt niet uit of er wedergeboorte is, voor iemand die het absolute ziet is dit allemaal zonder betekenis geworden

Hier sta ik overigens op dit moment niet achter, dit voor de duidelijkheid. Ik weet ook niet hoe het zit, maar de teksten geven aan dat de Boeddha zijn eigen vorige levens zag en ook zag hoe wezens overeenkomstig hun kamma en visies heengaan en ergens anders weer opnieuw verschijnen. Het wordt onderwezen als ware kennis, de tegenhanger van onwetendheid. Het blijkt toch niet uit de teksten dat voor de Boeddha kamma, wedergeboorte, verschillende bestaansvormen zonder betekenis was. Het maakt een belangrijk deel uit van zijn leer.

Siebe