Toon bijdragen

Deze sectie stelt je in staat om alle bijdragen van dit lid te bekijken. Je kunt alleen de bijdragen zien waar je op dit moment toegang toe hebt.


Topics - ekayano maggo

Pagina's: [1]
1
Algemeen / Sila, Samadhi, Pañña
« Gepost op: 26-03-2019 14:00 »


Samatha meditatie is er op gericht je mind (bewustzijn) te zuiveren. Een zuivere mind is een voorwaarde voor het kunnen laten opkomen van wijsheid. Ahba vergelijkt het met een raam. Als het raam vies is zie je niet wat er buiten gebeurt. Maak je het raam wat schoner dan kun je er wat beter doorheen kijken. Pas als het raam helemaal schoon en zuiver is kun je precies zien wat zich buiten afspeelt. Door middel van samatha meditatie kalmeer en concentreer je je mind waardoor hij zuiver en helder wordt en je de werkelijkheid kunt doorgronden.

In het Westen wordt vaak wat laatdunkend over samatha gedacht. Het gaat in het boeddhisme toch immers om het bereiken van inzicht, daarom is vipassana (ook wel droge inzichtsmeditatie) veel beter. Vaak wordt in dat licht heel selectief naar de suttas (leerredes van de Boeddha) gekeken om aan te tonen dat de Boeddha ook enkel vipassana zonder samatha onderwees, en de beoefening van samatha eigenlijk helemaal niet nodig is. Maar wie de suttas goed bestudeert weet dat de Boeddha als het om meditatie gaat voornamelijk over samatha, en dan ook nog eens vaak over de jhana (zeer hoge en zuivere niveaus van concentratie) spreekt, daar hoef je niet selectief voor te zoeken.

artikel

2
Prof. dr. R.H.C. (Rob) Janssen (87) is overleden. Hij was al geruime tijd ziek. Rob Janssen was emeritus professor in de klinische psychologie en persoonlijkheidsleer. Nadat hij in Nederland bekend was geraakt met het boeddhisme, werd hij in 1974 in Bodhgaya, India, de plaats waar de Boeddha de verlichting verkreeg, boeddhist. Sindsdien volgde hij colleges Pali en Sanskriet, gegeven door prof. Tilmann Vetter aan de Universiteit Leiden.

Van 1982 tot 1998 was hij voorzitter van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme (SVB), en bekleedde die functie opnieuw sinds februari 2007. Daarna was hij secretaris van de stichting.

Sinds het jaar 2000 verschijnt er in Nederland een serie vertalingen in het Nederlands van boeken die behoren tot de Pali-Canon, de canon van gewijde geschriften van de Theravada-boeddhisten van Zuid-Oost Azië, die lang geleden samengesteld werd in India. Deze vertalingen zijn van de hand van Rob Janssen, Jan de Breet en anderen, en werden gepubliceerd door Asoka, een uitgeverij in Rotterdam, gespecialiseerd in Nederlandstalige boeken over het boeddhisme.

Deze twee mensen observeerden dat er in het Nederlands alleen een paar kleine bloemlezingen uit de Pali-Canon bestonden en een vertaling van de beroemde Dhammapada, alle van de hand van wijlen dr. Tonny Kurpershoek-Scherft. Daar de Pali-Canon de oudste boeddhistische teksten bevat, de teksten die het dichtst bij de Boeddha staan, meenden zij dat, met het oog op de toenemende belangstelling voor het boeddhisme in Nederland en Vlaanderen, er mogelijk een behoefte bestond aan Nederlandse vertalingen van complete werken uit dit corpus.

Janssen en zijn partner Jan de Breet begonnen in 1997 met het vertalen van de Digha-Nikaya (de verzameling van lange leerredes) op basis van voorbereidend werk dat zij al gedaan hadden in de jaren 1989-90. Uiteraard annoteerden zij de tekst ook en schreven een inleiding tot het geheel en tot alle afzonderlijke leerredes. Toen zij deze taak bijna volbracht hadden, vonden zij uitgeverij Asoka bereid het boek te publiceren.

Door bemiddeling van prof. Vetter, die hun vertaling gunstig beoordeelde, slaagden zij erin een subsidie voor de publicatie te verkrijgen van het J. Gonda-Fonds, een fonds gecreëerd bij testament door wijlen prof. Jan Gonda, die lange tijd hoogleraar indologie in Utrecht was, en verbonden met de Koninklijke Nederlandse Academie van Kunsten en Wetenschappen (KNAW).

Aldus verscheen in november 2001 De verzameling van lange leerredes in één dik deel en werd aan het publiek gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van de SVB in de Chinese tempel in Amsterdam.

Ondertussen was er in 2000, ook bij Asoka, een vertaling van de Theragatha en Therigatha verschenen onder de titel Verzen van monniken en nonnen. Deze was van de hand van inmiddels wijlen prof. Ria Kloppenborg, hoogleraar boeddhisme aan de Universiteit Utrecht.

Rob Janssen en Jan de Breet gingen door met het vertalen en toelichten van de Pali-Canon. In de loop van de jaren publiceerden zij een aantal boeken, waaronder ook een vertaling van een Sanskriet-werk, dus niet uit de Pali-Canon.

artikel

3
Als dit jaar, mogelijk al in het voorjaar van 2019, de nieuwe site van de stichting Vrienden van het boeddhisme (VvB) in de lucht komt, is er naar het zich laat aanzien, daarop geen plaats meer voor het driemaandelijks virtuele magazine van de stichting. Er zijn vergevorderde plannen om van de stichting een soort uitgeverij te maken die online en gratis -via het principe van Creative Commons- de door Rob Janssen en Jan de Breet gemaakte vertalingen van de Pali Canon zal publiceren. De plannen worden op 2 maart door het bestuur van de stichting besproken.

Sinds 1997 vertalen Janssen en De Breet delen van de Pali–Canon en andere boeddhistische bronteksten in het Nederlands. De publicatie daarvan wordt sinds 2008 door de VvB gesubsidieerd. De boeken worden/werden uitgegeven door Bodhi, de uitgeverij van Gerolf T’Hooft.

Eind 2018 is met uitgever, Gerolf T’Hooft, overeengekomen dat de Stichting VvB de boekenvoorraad plus rechten van de serie overneemt. In maart 2019 zal een nieuwe VvB-website gereed zijn, waarbinnen de serie een prominente plek zal innemen. Hoewel er in de toekomst wel degelijk ruimte voor artikelen zal zijn, ontbreekt het de stichting volgens het bestuur aan middelen en menskracht om daarnaast de organisatie van het online Magazine van de VvB duurzaam en degelijk ter hand te nemen.

Hoewel al sinds het voorjaar van 2017 binnen het VvB-bestuur gesproken wordt over deze opzet, een stichting met focus op vertalingen, die zich volledig richt op beheer van de Pali-vertalingen, en die ook in bezit heeft – de vertalingen worden tot nu toe in boekvorm uitgegeven door uitgever Gerolf T’Hooft van voorheen uitgeverij Asoka en thans Bodhi, komen de plannen voor het aan de kant zetten van het magazine -in deze vorm- voor de magazineredactie als een complete verrassing.

In januari 2019 werd redacteur Kees Moerbeek- tevens bestuurslid, door VvB-voorzitter André Kalden (oud-voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland) op de hoogte gesteld van het voorgenomen besluit om het magazine op te heffen. De honderden donateurs van de stichting zijn dat nog niet.

Aan de uitgever van het Boeddhistisch Dagblad heeft het stichtingsbestuur in januari dit jaar voorgesteld online ruimte te bieden aan het af te stoten magazine, maar de uitgever heeft dat geweigerd omdat de stichting VvB niet uitsluit in de toekomst zelf weer magazineachtige artikelen te plaatsen en het BD ook de titel ‘magazine van de stichting Vrienden van het boeddhisme’ niet mocht voeren als het magazine in een aparte bijlage binnen het BD zou worden gepubliceerd. Daarnaast bekritiseerde de uitgever van het BD de werkwijze van het stichtingsbestuur om zonder overleg met de magazineredactie het magazine af te stoten/op te heffen.
Beginselen boeddhisme

De stichting Vrienden van het Boeddhisme (VvB) wil in de huidige vorm– zonder voorkeur voor een bepaalde richting of stroming – de kennis van de beginselen van het boeddhisme bevorderen en de praktische toepassing van deze beginselen aanmoedigen. De stichting streeft volgens eigen zeggen naar een vormgeving van het boeddhisme passend in de westerse samenleving. Zij staat open voor leringen, beschouwingen en informatie uit alle boeddhistische richtingen en scholen. Het accent ligt op hedendaags boeddhisme in landen met een westerse cultuur, zonder de rest van de wereld uit het oog te verliezen. De eeuwenlange tradities en de banden daarmee krijgen zeker ook aandacht. Er loopt immers een ononderbroken lijn van de Boeddha naar zelfs de meest kritische neo-boeddhisten. De VvB wil een ontmoetingsplaats zijn voor vrienden van het boeddhisme.

lees verder

4
Toen hij slechts zeven jaar was zei het jongetje tegen zijn moeder dat hij met boeddhistische geleerden in debat wilde gaan. Veel leraren waren verbaasd en nieuwsgierig en hoorden tot hun verbijstering aan hoe het jongetje een tantra reciteerde die ging over iets voorbij oorzaak en gevolg en de ware natuur. Sommige leraren waren ook wel verontrust, want dit week nogal af van de boeddhistische weg van geleidelijkheid, oorzaak en gevolg, geloften en de beheersing van het dagelijks leven. Het moge duidelijk zijn dat het hier niet ging over een doorsnee jongetje.
Hij heette Garab Dorje en wordt beschouwd als een manifestatie van Boeddha Shakyamuni.

De Boeddha heeft aanwijzingen gegeven dat er in de toekomst een leraar zou verschijnen die onderricht zou geven over de staat voorbij oorzaak en gevolg.  Dit wordt dzogchen-onderricht genoemd.


Geen religie, systeem of leer

Dzogchen is geen religie, filosofie, systeem  of een leer. Dzogchen is een staat van zijn.
 Niet zomaar een staat van zijn zoals verblijf in de leegte of een andere meditatieve ervaring, maar de perfecte staat van zijn van elk individu.  De werkelijke, natuurlijke staat van zijn, die iedereen al bezit en die alleen nog maar ontdekt hoeft te worden, een staat voorbij alle concepten. ‘Wat is dat, die perfecte staat van zijn? Beschrijf het eens?’ vraagt een ieder die dit voor de eerste keer hoort. Antwoord: ‘Iets wat de normale menselijke begrippen te boven gaat. Iets wat niet valt uit te leggen met woorden. Zelfs Boeddha kon geen woorden vinden toen hij deze staat ontdekte. Het is een beetje alsof je aan iemand die het totaal niet kent uit zou moeten leggen wat de smaak van suiker is. Je kunt er dikke wetenschappelijke verhandelingen over laten lezen, of films over vertonen. Dan nog weet je niet waar het over gaat. Hooguit op een intellectuele manier, maar de essentie van suiker kent hij nog steeds niet. Eén korreltje suiker op de tong maakt hem dat ‘instant’ duidelijk. Hij proeft suiker en heeft een flits van een inzicht brengende ervaring. Degene die hem het korreltje suiker op de tong legde introduceerde de proever in de smaak van suiker.  De proever twijfelt niet over die ervaring en leeft verder in de wetenschap dat de essentie van suiker – ongeacht de overige eigenschappen – de zoete smaak is en integreert die kennis in zijn leven.  Het bovenstaande is een sterk vereenvoudigde weergave van wat Garab Dorje aan het eind van zijn leven kernachtig en eenvoudig samenvatte in de Drie Verklaringen:

    Directe introductie
    Niet in twijfel verblijven
    Verblijven in de staat van contemplatie

 
Drie series van onderricht

In relatie tot deze drie uitspraken volgde later een classificatie van het dzogchen-onderricht in drie volstrekt gelijkwaardige series: de serie van Semde, de serie van de Geest die zich richt op het basisbegrip van de staat van dzogchen. Dan de serie van Longde, de serie van de Ruimte: het overwinnen van twijfel over de staat. Tenslotte de Upadesha-serie, ook wel Mennagde genoemd. Dit is de Essentiële of Geheime serie, methodes tot het integreren van de kennis in alle aspecten van het bestaan. Integratie is een zeer belangrijk begrip in dzogchen. Het volgen van elke serie is een op zichzelf staand pad.
Drie hoofdmethodes van onderricht

Om nog even in de drie-cijfers te blijven: Er zijn in dzogchen drie hoofdmethodes van transmissie, n.l. de mondelinge, de symbolische en de directe introductie. 1. Mondeling, met behulp van symbolen en de directe transmissie. Bij de mondelinge overdracht vertelt de leraar iets over de basis, wat werkelijke kennis  is en hoe we aan die kennis kunnen komen. 2. Symbolen: de leraar kan hierbij gebruik maken van symbolen, waarvan de spiegel wel een hele belangrijke is. Wat is een spiegel? In dzogchen-termen kijken we niet zozeer naar het voorwerp, maar vooral naar de aard  van een spiegel. De aard van een spiegel is dat hij weergeeft wat er voor verschijnt. Even makkelijk reflecteert de spiegel een berglandschap als een speldenknop. Even makkelijk een gouden Boeddhabeeld als het kadaver van een rat. Zonder oordeel, zonder analyse, zonder afwijzen of accepteren. De symboliek is een analogie voor de waarnemende, menselijke geest. De student leert om naar verschijnselen (samsara) te kijken met een geest als de aard van een spiegel. Niet-dualistisch, zonder oordeel of analyse. Hierdoor bevrijden die verschijnselen zichzelf en geven geen karma meer. 3. Directe Introductie: bij de derde methode gaat de leraar ervan uit dat de student al kennis heeft van de mondelinge en symbolische transmissie. De student kan dan, op hetzelfde moment als de leraar, in zijn ware natuur verblijven en dan ontstaat de mogelijkheid om directe introductie te ontvangen. Een belangrijke beoefening in dit verband is de Guru Yoga, waarbij de student in dezelfde staat komt als de leraar. Guru Padmasambhava , die een leerling van Garab Dorje was en dzogchen in Tibet introduceerde, zei: “Alle verlichte wezens in deze werkelijke staat zijn van hetzelfde principe; in wijsheid zijn alle verlichte wezens hetzelfde.”

Lichaam, Spraak en Geest

Alweer het cijfer drie; volgens de dzogchenleer bestaat elk individu uit drie aspecten: lichaam, spraak en geest. Deze drie aspecten vormen onze relatieve staat van zijn, dus het fysieke bestaan in de wereld,  die onderworpen is aan leven in de tijd en aan de dualistische scheiding van subject en object (ik en het of ik en de ander).  Wanneer we aan onszelf denken is de eerst opkomende  gedachte aan die van ons lichaam, ons fysieke bestaan en het gevoel van een ‘ik.’ Vanuit die materiële dimensie van het lichaam kunnen we de energie begrijpen, oftewel de Spraak, het tweede aspect van het individu. De trilling, de klank, oftewel de energie van de stem is subtieler dan de grovere dimensie van het lichaam en moeilijker te begrijpen. De spraak is verbonden met de ademhaling en de levensenergie van het individu. Deze energie kan bijvoorbeeld tot uiting komen in het reciteren van mantra’s. De geest is het meest subtiele en verborgen aspect van het individu. Je zou de geest kunnen zien als het ‘administratiekantoor’ van ons samsarisch bestaan. Op een subtieler niveau is de geest de zetel van ons bewustzijn. Om voorbij de beperkingen van onze dualistische staat te gaan, kunnen we beginnen met ons bewust te worden van het lichaam, de stem en de geest. Hier inzicht in verkrijgen betekent inzicht hebben in onze relatieve staat van zijn.  Die relatieve staat van zijn is alles wat we doen in samsara. Overdenken, oordelen, afwijzen of accepteren; zelfs het doen van praktijk is relatief. We kunnen leren om deze staat van zijn in diens ware aard te integreren zodat we weer worden als een spiegel die alles helder reflecteert .

De Drie Paden

Vanuit dzogchenperspectief zijn er (alweer) drie paden die een persoon die verlichting zoekt kan volgen: 1. Het Pad van Opgeven of afstand doen. Om een halt toe te roepen aan de oorzaken van lijden en wedergeboorte moet de beoefenaar afzien van daden die negatief karma voortbrengen. Hierbij volgt men de sutra-onderrichtingen zoals de Boeddha deze onderwees. Dit pad wordt wel het Hinayana of Theravada genoemd. 2. Het Pad van Transformatie. Dit pad wordt gevonden in de Tantra-leer. In deze leer wordt er van niets afgezien, maar de energie wordt gebruikt om negatieve daden om te zetten in wijsheid. Ik ben me ervan bewust dat de bocht hier wel erg kort wordt afgesneden, maar een nadere uiteenzetting gaat verder dan het doel van dit artikel: iets over dzogchen en dzogchen in Nederland vertellen. 3. Het Pad van Zelfbevrijding. Hierbij valt er niets op te geven of te transformeren, maar alle daden en verschijnselen, positief of negatief bevrijden zichzelf door er geen bijzondere aandacht aan te besteden, niet anders dan door onszelf gade te slaan als met de aard van een spiegel. De Drie Paden passen bij verschillende individuen met verschillende capaciteiten. Voor alle duidelijkheid: capaciteit heeft hier niets met intelligentie of verstandelijke vermogens te maken.

Rinpoche vertegenwoordigt een traditie van meesters die teruggaat tot de tijd van Garab  Dorje en Guru  Padmasambhava en is een van de grootste – voor mij de grootste – dzogchenmeesters van deze tijd.  Hij werd in 1938 geboren in Derghe in Oost-Tibet. In zijn vroegste jeugd ontving hij veel onderricht en initiaties van meesters uit verschillende tradities. Hij heeft daarnaast als gereïncarneerde leraar op traditionele wijze volledige opleiding ontvangen. Dit maakt rinpoche tot een geleerde op het gebied van de boeddhistische leer. In 1960 kwam hij op uitnodiging van professor Tucci naar Italië om te assisteren bij wetenschappelijk onderzoek. Hij doceerde Tibetaanse en Mongoolse taal en literatuur aan de universiteit van Napels. Eind 1976 begon hij dzogchenonderricht te geven. Eerst in Italië en later in andere landen over de hele wereld. Zijn stijl van onderricht geven kan gerust uniek genoemd worden. Veel van dit onderricht is te volgen via open Webcasts. Steeds weer benadrukt hij de ware natuur van elk individu en hoe deze te ontdekken.  Voortdurend reist hij de hele wereld rond en bereikt duizenden studenten.  Daarnaast heeft rinpoche vele boeken over dzogchen en methodieken geschreven en is er bijzonder veel geluids- en filmmateriaal beschikbaar.

Dzogchen Community Nederland

Behalve de International Community, verspreid over de wereld in meer dan veertig landen met duizenden deelnemers, is er ook in Nederland een Dzogchen Community.

Ter afsluiting. Na de twee goede artikelen van Robert Hartzema over dzogchen leek het mij goed om te proberen wat eenvoudige informatie over dzogchenbeoefening en in het bijzonder dzogchenbeoefening in Nederlandte verstrekken. Dit gebaseerd op het onderricht van de grote dzogchenmeester Namkhai Norbu Rinpoche. Natuurlijk heb ik ook geprobeerd om in bescheiden mate iets inhoudelijks over dzogchen in het algemeen te vertellen. Een artikel is hiertoe niet werkelijk toereikend. Misschien dat de lezer toch voldoende aanknopingspunten vindt of is er in voldoende mate belangstelling gewekt om zich verder te informeren.

bron

5
Op de een of andere manier houdt mij de
biografie van Krishnamurti toch op zijn tijd steeds weer bezig.
Hij is erg veel ziek geweest, maar ook is er sprake van een soort 'proces van ontwaken' dat toch eigenaardig in elkaar lijkt te steken.
Na zijn ontdekking, door Charles Webster Leadbeater, als de nieuwe wereldleraar,
is er in zijn theosofische tijd sprake van astraal contact met meesters uit tibet.
Deze verzorgen bepaalde inwijdingen en bereiden gaandeweg zijn lichaam voor opdat Maitreya Boeddha er zal kunnen intreden.
Een en ander vond plaats onder super visie van C.W. Leadbeater.

In 1929 verlaat Krishnamurti de Theosofische vereniging.
Hij gaat onafhankelijk verder.
Het verhaal wat hieronder begint,
speelt zich af in 1948.
Das bijna 20 jaar later.
In het verhaal  wordt Krishnamurti K genoemd.


[...]
In juni vonden nog twee soortgelijke gebeurtenissen plaats. Op de 17e was K alleen gaan wandelen en had Pupul en Nandini gevraagd of ze in zijn kamer op hem wilden wachten.
     Toen hij terugkwam was hij 'een vreemde': "K was verdwenen. Het eerste wat hij zei was dat hij van binnen gewond was; dat hij verbrand was; dat er een pijn dwars door zijn hoofd trok. Hij zei:'Weet je, het scheelde weinig, of je had hem niet meer terug gezien. Bijna kwam hij niet meer terug.'
Hij bleef zijn lichaam maar betasten om te zien of het er wel helemaal was. Hij zei:'Ik moet teruggaan en er achter komen wat er tijdens die wandeling gebeurde. Er gebeurde iets en ze maakten zich uit de voeten, maar ik weet niet of ik teruggekomen ben. Misschien liggen er nog stukken van me op de weg.' "

De volgende avond wachten Pupul en Nandini opnieuw op hem in zijn kamer terwijl hij alleen aan het wandelen was. Toen hij omstreeks zeven uur terugkwam, was hij opnieuw 'een vreemde'. Hij ging liggen. Hij zei dat hij zich verbrand voelde, volkomen verbrand. Hij huilde. Hij zei:' Weet je ik ben er achter gekomen wat er tijdens die wandeling gebeurd is. Hij kwam helemaal en nam de leiding over. Daarom wist ik niet meer of ik teruggekomen was. Ik wist niets. Ze hebben me zo verbrand dat er meer leegte ontstaat. Ze willen uitzoeken hoeveel er van hem kan komen.'
Opnieuw voelden Pupul en Nandini hoe de kamer met dezelfde trilling vervuld werd als op de avond van 30 mei.
Het feit dat deze zusters niets wisten van vroegere gebeurtenissen met betrekking tot K's 'proces', geeft dit verslag een bijzondere waarde, vooral omdat er zoveel overeenkomsten zijn tussen dit en andere verslagen die in 'krishnamurti: jeugd en bewustwording' worden gegeven: het lichaam dat 'Amma' riep, het regelmatig bewusteloos raken van de pijn, zijn ontzag voor Krishna en de angst hem terug te roepen, zijn besef, dat de pijn zou ophouden als K terugkwam, maar het 'proces' eveneens.[...]
Uit Pupul Jayakars aantekeningen blijkt dat er, behalve K, ook andere aanwezigen waren, net zoals tijdens die andere opgetekende voorvallen, het geval was- de 'zij', die heel voorzichtig met het lichaam omgingen, waarschijnlijk dezelfde 'zij' die met K waren teruggekeerd tijdens de eerste door Pupul vermelde gebeurtenis- 'vlekkeloos, onaangetast, zuiver'. Vervolgens was er de 'hij' die tijdens de wandeling van de 17e 'volledig gekomen was' en 'de leiding volledig had overgenomen'.
Het wezen dat met verschrikkelijke pijn op bed lag, was verbrand om meer leegte te scheppen, zodat een groter gedeelte van deze 'hij' het lichaam van K kon binnen gaan.

Er bleken dus, behalve de naamloze groep die als 'zij' werden omschreven, drie entiteiten te zijn: - het wezen dat achterbleef om de pijn van het lichaam te ondergaan; Krishna die weggaat en weer terugkomt, en de mysterieuze 'hij' .
Zijn al deze entiteiten verschillende aspecten van het bewustzijn van K of zijn het verschillende wezens?[...]

Uit: Krishnamurti
jaren van vervulling
door: Mary Lutyens

Is deel twee van de driedelige biografie over Krishnamurti

6
Controverse en verandering / atman is anatman
« Gepost op: 19-11-2018 14:38 »
[...]"Een tweede vraag: of deze opvatting van radicaal Geen- zelf, van momentaan ervaren zonder duurzame ervaarder, nu waar is of niet, is ze wel echt boeddhistisch? We kunnen niet ontkennen dat boeddhistische scholastici ze in de beslotenheid van hun kloosters inderdaad ontwikkeld hebben, en nog minder dat hedendaagse boeddhisten ze gretig belijden. Maar ze wordt wel door het oppergezag tegen gesproken: de Boeddha zelf.
Die sprak openlijk over 'zijn' voorgaande levens, hij zei dan: "Toen ik Rama was....", "Toen ik koning van Kasi was ...".
Hij sprak over de opeenvolgende levens van andere mensen, die volgens hem in hun huidige leven de vruchten oogsten van 'hun' daden in 'hun' vorige leven. Ook de veertiende Dalai Lama, de bekendste hedendaagse boeddhist, is voor zijn volgelingen het individue dat eerder als de dertiende Dalai Lama belichaamd was, daarvoor als twaalfde enz. Boeddhisten ontkomen er zelf niet aan om stilzwijgend de continuiteit van een individueel subject te poneren.

3.10. Coomaraswamy over Zelf en niet-Zelf.
 
De Tamil-Srilankaanse wijsgeer en kunsthistoricus Ananda Kentish Coomaraswamy( 1877-1947) zag klaar in het misverstand van de schijnbare tegenstelling tussen de oepanisjadische notie van het Zelf (atman) en de boeddhistische leer van Geen- zelf (anatta/anatman):
"Er is geen echte tegenstelling tussen boeddhisme en brahmanisme,(...) [De Boeddha] verschilt in de meest wezenlijke opzichten niet van de atmanisten, hoewel hij een veel duidelijker formulering geeft van de wet van oorzaak en gevolg als het wezenskenmerk van de wereld van het Worden. Het grootste deel van deze polemiek wordt echter verspild aan een misverstand."
   
    Een misverstand ontstaat wanneer men hetzelfde woord in een verschillende betekenis gebruikt:

    "Op het eerste gezicht kan niets duidelijker lijken dan de tegenstelling tussen het boeddhistische anatta  'geen-atman', en het brahmaanse atman, de enige werkelijkheid. Maar in het gebruik van dezelfde term atta of atman spreken boeddhisten en brahmanen over verschillende dingen, en wanneer men dat beseft, wordt duidelijk dat de boeddhistische disputaties over dit punt nagenoeg al hun waarde verliezen.(...) Niets wijst erop dat de boeddhisten ooit echt de zuivere leer van atman begrepen, namelijk 'niet zus, niet zo'. Hun aanval op de idee van ziel of zelf is gericht tegen de opvatting van de eeuwigheid in de tijd van een niet-veranderende individualiteit, ze spreken niet van de tijdloze geest (...)  In werkelijkheid leerde beiden eensgezind dat de ziel of het ego ( manas, ahamkara, vijnana enz) ingewikkeld en fenomenaal is, terwijl we niets weten over dat wat  'niet zo' is."
   
    Omdat het Zelf zuiver subject is, kan het niet een passief kennisobject zijn, en in die zin is het onkenbaar, maar in de staat van kaivalya ( "afzondering [ van het bewustzijn uit zijn objecten]"in Patanjali's terminologie) of enstase is het subject en object tegelijkertijd. Daarentegen zijn alle specifieke gerichte bewustzijnsfuncties, zoals zintuiglijke waarneming, geheugen, verbeelding en redenering- en dit is iets wat men al vroeg in de meditatie praktijk opmerkt- voorwerpen van het bewustzijn, die opkomen en verdwijnen in hun parade voor het oog van het bewustzijn, zoals wolken aan een winderige hemel. Al deze verschijnselen kunnen afgedaan worden als vluchtig, maar het bewustzijn zelf niet: dat is de zee waarop de golven als tijdelijke vormen verschijnen, noodzakelijk als de duurzame grondslag waarop de tijdelijke golven mogelijk worden.
    De klassieke boeddhistische stelling dat het Zelf net zo vergankelijk en 'onwerkelijk' is als zijn immer wijzigende voorwerpen, kan maar in ernst  genomen worden door wie de technische betekenis van de term 'Zelf' niet kent, en niet beseft dat het de basis is voor eender welke bewustzijnstoestand inbegrepen de Ontwaking. Maar, merkt Coomaraswamy op, er waren volop mensen die verwarde of alleszins niet-oepanisjadische ideeen van het Zelf hadden: dat zou gelijk zijn aan het lichaam, de hersenen, het identiteits gevoel, het karmisch beladen persoonliikheidscomplex dat van lichaam naar lichaam transmigreert. Aan hen moet de Boeddha een verward begrip van het Zelf ontleend hebben:

    "Ofwel was Gautama alleen vertrouwd met pop-brahmanisme, ofwel koos hij ervoor om de hogere aspecten te negeren. In ieder geval, degenen die hij in debat zo gemakkelijk verslaat zijn louter stropoppen die nooit de doctrine van het ongeconditioneerde Zelf presenteren. Gautama ontmoet geen tegenstander van zijn eigen kaliber, en daarom wordt het merendeel van de boeddhistische polemiek besteed aan in de lucht slaan. Deze kritiek geldt zowel de moderne als de antieke uiteenzetting." [ Coomaeaswamy 1988: 200]

  Inderdaad, over dit zowel als over andere onderwerpen zegeviert de Boeddha in werkelijk alle debatten die hij ooit gevoerd heeft. Althans in de enige bron die we over hem hebben, de boeddhistische canon. A priori moet niet uitgesloten worden dat hij soms wel debatten verloor, maar dat zijn hofschrijvers die episoden weggelaten of bijgekleurd hebben. O, is die twijfel aan de Boeddha's onfeilbaarheid wat oneerbiedig? Misschien, maar ze is methodisch noodzakelijk. In ieder geval, we zien hem nooit met een doorslaggevend argument een pleitbezorger van de werkelijke leer van het Zelf uit het veld slaan.

Bron: De donkere zijde van het boeddhisme,
door: Koenraad Elst

8
Leraar en oprichter van Triratna Boeddhistische Orde en Beweging Urgyen Sangharakshita (93) (Dennis Lingwood) is vanmorgen in het ziekenhuis van Hereford, VK, overleden. Hij werd daar gisteren opgenomen met een longontsteking.

In herinnering aan hem zullen er activiteiten plaatsvinden in de Triratna Centra van Amsterdam en Arnhem. Zijn leerlingen zeggen hem in dankbaarheid te denken voor alles wat hij voor hen en de wereld gedaan heeft en hen over de dharma geleerd en verhelderd heeft. Over enkele dagen zal Bhante’s lichaam opgebaard worden op Adhisthana, het centrum van Triratna in het Britse Coddington waar hij woonde. De begrafenis zal ook plaatsvinden op Adhisthana. Nadere bijzonderheden volgen nog. Bijzonderheden zijn ook te volgen op de Sangharakshita Remembrance Page op www.thebuddhistcentre.com

Urgyen Sangharakshita kreeg bij zijn geboorte in 1925 in Londen de naam Dennis Lingwood. Hij ontwikkelde al op zeer jonge leeftijd een interesse in de culturen en filosofieën van het Oosten, voornamelijk als autodidact. Op 16-jarige leeftijd realiseerde hij zich door het lezen van de Diamant Soetra dat hij een boeddhist was en ‘altijd al was geweest’.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij als dienstplichtig militair uitgezonden naar India waar hij na het einde van de oorlog bleef en boeddhistisch monnik werd. Bij zijn inwijding kreeg hij de naam Sangharakshita. Na een paar jaar onder leiding van belangrijke leraren uit de boeddhistische traditie gestudeerd en beoefend te hebben, begon hij zelf onderricht te geven en te schrijven. hij speelde een belangrijke rol in de opleving van het boeddhisme in India, in het bijzonder door zijn werk onder de volgelingen van dr. B.R Ambedkar.

Na 20 jaar in India keerde hij in 1964 naar Engeland terug. In 1967 richtte hij de Vrienden van de Westerse Boeddhisten Orde op ( sinds 2010 Triratna Boeddhistische Beweging) en in 1968 de Westerse Boeddhisten Orde (sinds 2010 Triratna Boeddhistische Orde) In India genaamd Trailokya Bauddha Mahasangha en sinds 2010 ook Triratna)

Als vertaler tussen oost en west, tussen de traditionele en moderne wereld, en tussen principes en beoefeningen, wordt de diepgang van de ervaring van Sangharakshita, alsmede zijn helder denken, volgens velen overal gewaardeerd. Hij gaf hier uiting aan in vele boeken, lezingen, seminars en gesprekken. Hij heeft altijd in het bijzonder de nadruk gelegd op het doorslaggevende belang van ‘toewijding’ in het spirituele leven, ‘voor toevlucht gaan’, en de hoogste waarde toegekend aan spirituele vriendschap en spirituele gemeenschap, en aan het directe verband tussen religie en kunst (‘the art of religion’). Ook benadrukte hij de noodzaak van een samenleving die spirituele idealen en aspiraties ondersteunt.
Internationaal

Triratna is een internationale boeddhistische beweging met meer dan 164 centra in 30 landen over vijf continenten en meer dan 2000 ordeleden over de hele wereld.

Begin 2000 heeft Sangharakshita zijn belangrijkste verantwoordelijkheden overgedragen aan zijn meest ervaren volgelingen in de Orde. Vanuit het Triratna centrum in Herefordshire (UK), waar hij woonde, richtte hij zich de laatste jaren op persoonlijk contact met mensen en op zijn literaire werk.

Windhorse Publication (www.windhorsepublication.com) is vorig jaar begonnen met het samenstellen van een compleet overzicht van al zijn gepubliceerde en ongepubliceerde werk. Deze collectie kan gezien worden als een overzicht van zijn levenswerk als boeddhistische schrijver en leraar.

Seksueel misbruik
Voormalige leden van de Triratna Boeddhistische Orde (voorheen de Westerse Boeddhistische Orde (WBO) in Norfolk, Engeland, beweren dat zij in de jaren zeventig en tachtig in retraites jarenlang seksueel misbruikt zijn door hun leraar Dennis Lingwood , voormalig hoofd en oprichter van de beweging. Lingwood heeft de seksuele relaties met een aantal van zijn studenten toegegeven. De BBC onderzocht de beschuldigingen.

Mark Dunlop (66) uit Norwich, is een van de slachtoffers. Hij sloot zich in de jaren zeventig in Surlingham aan bij de vrienden van de Westerse Boeddhistische orde. Lingwood, ook bekend als Sangharakshita, was op dat moment de leider van de groep. De leraar moedigde hem aan seksuele activiteiten met hem aan te gaan om een ‘spirituele vooruitgang te boeken’. Het was echt misbruik van vertrouwen van naïeve jonge mensen die het boeddhisme wilden beoefenen, zegt Dunlop.

Hij wil graag dat de nog steeds bestaande groep verontschuldigingen aanbiedt voor het misbruik door Lingwood. De BBC sprak met drie mannen die zeggen dat ze onder het mom van een spirituele vriendschap door Lingwood onder druk werden gezet om een seksuele relatie met hem aan te gaan. Ze zeggen daaronder al jaren te lijden.

De Triratna Boeddhistische Beweging heeft meditatiecentra over de hele wereld en duizenden leden die profiteren van meditatie en de boeddhistische leer. Een woordvoerder van de beweging zegt tegen de BBC, dat Lingwood als gevolg van zijn slechte gezondheid geen interview kan toestaan, maar zegt ook zich niet boven kritiek verheven te voelen. ‘Door de jaren heen heeft onze gemeenschap veel geleerd van vroegere problemen. De seksuele relaties tussen Sangharakshita en andere leden van onze orde, zijn erkend door Sangharakshita. Hoewel we geen celibataire orde zijn, hebben we seksuele relaties tussen leden van de orde en de leraren sterk afgeraden, gebaseerd op de lessen die we trokken uit ons eigen verleden.’

bron


9
27-09-2018
Chögyal Namkhai Norbu, een gerespecteerde dzogchenmeester, boeddhistisch geleerde en leider van de internationale dzogchen-gemeenschap, is op 79-jarige leeftijd in het Merigar West boeddhistisch centrum in Arcidisso, Italië overleden. Norbu gaf meer dan 50 jaar les in de Tibetaanse boeddhistische leer van dzogchen.

bron

10
Algemeen / de zes rijken hoe werkt het , een invalshoek
« Gepost op: 23-09-2018 10:05 »
 Hier worden de zes rijken behandeld als psychologische staten van zijn van de onwetende/verwarde geest.

Voorafgaand aan dit hoofdstuk beschrijft Trungpa
"de ontwikkeling van ego."
Dat wordt allemaal een beetje veel om in te tikken.
Hij spreekt in dit stuk over "de aap."

Hieronder beschrijft hij de rondgang van deze aap
in het cyclische bestaan,samsara.

Voor de duidelijkheid:
samsara is wat zich afspeelt in onze geest.
Het is niet iets buiten ons.
Het boeddhisme onderzoekt de geest.

Daar gaat ie:

"Toen we de aap achter lieten, bevond hij zich in het hellenrijk, waar hij probeerde zich een weg door de muren van zijn huis naar buiten te schoppen, te scheuren en te duwen.De ervaringen van de aap in het hellenrijk zijn heel angstjagend en afschuwelijk."..............

........"Deze en andere hallucinaties worden opgewekt door een sfeer van claustrofobie en agressie.Het is het gevoel opgesloten te zijn in een kleine ruimte zonder lucht om te ademen en zonder ruimte om te bewegen. Opgesloten als hij is probeert de aap niet alleen de muren van zijn claustrofobische gevangenis te vernietigen; hij probeert zelfs zichzelf te doden om aan zijn afschuwelijke en niet aflatende pijn te ontsnappen. Maar hij kan zichzelf niet echt doden en zijn zelfmoordpogingen verergeren alleen maar zijn marteling.
   Hoe meer de aap worstelt om de muren te vernietigen of ze de baas te worden, hoe vaster en benauwender ze worden. Totdat op een gegeven moment de hevige agressie van de aap wat afneemt.
In plaats van met de muren te vechten, houdt hij zich er niet langer mee bezig, bemoeit hij zich er niet meer mee.
   Hij zit daar verlamd, bevroren, opgesloten in zijn pijn zonder dat hij nog worstelt om eraan te ontsnappen."............

......"Maar tenslotte begint de aap uitgeput te raken van zijn worsteling. De intensiteit van het hellenrijk neemt af, de aap begint te ontspannen. Plotseling ziet hij de mogelijkheid van een meer open, een meer ruime manier van zijn. Hij smacht naar deze nieuwe toestand. Dit is het rijk van de hongerige geesten. Het gevoel van uitputting en honger naar bevrijding.."........

......"In elk van zijn fantasien ervaart hij in een flits een mogelijke bevrediging. Hij rijkt ernaar en wordt onmiddelijk teleurgesteld. Elke keer als hij op het punt staat iets plezierigs te bereiken, wordt hij ruw wakker geschud uit zijn idyllische droom. Maar zijn honger is zo groot dat hij zich niet af laat schrikken en voortdurend fantasien over een toekomstige bevrediging blijft uitbroeden.".......
......."De marteling van het rijk van de hongerige geesten is niet zozeer de pijn van niet te krijgen wat je wilt hebben; het is eerder de onverzadigbare honger zelf die pijn doet."......

......."De pijn en de honger van de preta loka, alsook de agressie van het hellenrijk en de moeilijkheden in de andere rijken, verschaffen de aap iets opwindends om zich mee bezig te houden, iets tastbaars om zich op te richten, iets dat hem er zich zeker van doet voelen dat hij echt bestaat. Hij is bang deze zekerheid en dit vermaak op te geven, bang om zich in de onbekende wereld van de open ruimte te begeven. Hij zou liever in zijn vertrouwde gevangenis blijven, hoe pijnlijk en benauwend die ook moge zijn. Maar als de aap herhaaldelijk gedwarsboomd wordt in zijn pogingen om zijn fantasien te bevredigen, begint hij te wrokken en tegelijk er ook in te berusten. Hij begint zijn intense honger te verliezen en zich ontspannen te voelen bij een vast gewoonte patroon van reacties op de wereld."........

......."Dit is het dierenrijk, het rijk van domheid. Hij klampt  zich vast aan vertrouwde doelstellingen en vertrouwde irritaties.......Maar tenslotte begint de aap te beseffen dat hij zijn pleziertjes en pijnlijke ervaringen zelf kan uitkiezen. Hij begint wat intelligenter te worden, en gaat onderscheid maken tussen pijnlijke en aangename ervaringen, om zijn plezier te vergroten en de pijn zo klein mogelijk te houden. Dit is het mensenrijk, het rijk van de onderscheidende begeerte. "........."Maar de aap ontdekt dat, hoewel hij intelligent is en zijn wereld zo kan manipuleren dat hij krijgt wat hij plezierig vindt, hij plezier toch niet kan vasthouden en dat hij ook niet altijd kan krijgen wat hij wil hebben. Hij wordt geplaagd door ziekte, ouderdom en dood- door allerlei frustraties en problemen. Pijn is een vaste begelijder van zijn genoegens.
   Dus komt hij, heel logisch, op de mogelijkheid van het bestaan van een hemel, wat het volledig uitbannen van pijn en het bereiken van genot betekent.."

Op deze wijze verteld Trungpa verder over het rijk van
de asura's en de deva's.
Vervolgens gaat hij door naar de dhyana- of concentratie staten van het rijk de vormloze goden, de uiterste verfijning van de zes rijken.

......."Zo beschouwd ego ( de aap) onbegrensde ruimte en onbegrensd bewustzijn vanuit zijn centrale hoofdkwartier. Het rijk van ego is volledig uitgedijd, zelfs het centrale gezag kan zich niet voorstellen hoe ver zijn rijk zich wel uitstrekt. Ego wordt een reusachtig gigantisch beest."..........Daar het alles omvat, kan het niet worden omschreven als dit of dat. Ego staat dus stil bij de notie van niet dit en niet dat, het idee dat het zichzelf niet kan indenken of voorstellen.
Maar tenslotte wordt zelfs deze staat van geest overstegen, als ego beseft dat het idee dat het ondenkbaar en onvoorstelbaar is, op zijn beurt een voorstelling is. Dus staat ego stil bij het idee van niet dit, en niet dat. Het idee dat het onmogelijk is iets met zekerheid te beweren, is iets waar ego zich mee voed, trots op is, zich mee identificeert, en wat het daarom gebruikt om zijn continuuiteit te handhaven. Dit is het hoogste nivo van concentratie en succes dat de verwarde, samsarische geest kan bereiken.....Hij heeft de staat van Egoschap bereikt."

"Vroeger of later neemt de staat van absorptie waarin de aap verkeert af en raakt hij in paniek. Hij voelt zich bedreigt, verward, kwetsbaar en hij stort zich in het rijk van de asura's ( jaloerse goden).Maar de angst  en de afgunst in dit rijk is  overweldigend
en de aap vraagt zich voortdurend af wat er is misgegaan. Dus keert hij terug naar het rijk van de mensen. Maar het mensenrijk is ook erg pijnlijk. De voortdurende inspanning om uit te vinden wat er aan de hand is, wat er is misgegaan, vergroot alleen maar de pijn en verwarring. De aap ontsnapt dus aan de aarzeling en het kritisch perspectief van het menselijk intellect en stort zich in het dierenrijk,
waar hij maar wat doorsukkelt."..........

........."Een gevoel van heimwee naar het godenrijk wordt heel sterk en de intensiteit van de worsteling om ernaar terug te keren neemt toe."......."De honger houdt niet op, tot hij tenslotte overweldigt wordt door de frustratie van zijn steeds terugkerende honger en hij zich in nog heviger worsteling stort om zijn verlangens te bevredigen. De agressie van de aap wordt zo intens dat zijn omgeving erop reageer met een even grote agressie en er zich een atmosfeer van hitte en claustrofobie ontwikkelt. De aap merkt dat hij terug is in de hel. Hij is er in geslaagd de volledige kringloop te maken van hel naar hemel en weer terug. Deze voortdurende kringloop van strijd, succes, ontchoogeling en pijn is de cirkel van samsara, de karmische kettingreactie van dualistische fixatie."

11
Over dit forum / plaatjes/gifjes plaatsen
« Gepost op: 22-09-2018 18:36 »
Voorheen, in een ver verleden, heb ik plaatjes en gifjes kunnen plaatsen op het forum. Totdat photobucket er de klad ingooide.

Nu dacht ik weer een mani gebedswiel te plaatsen, maar dat lukt me dus niet.
Computertechnisch ben ik niet zo sterk onderlegd.
Een avatar uploaden gaat  heel gemakkelijk.

Is er een mogelijkheid om op een gemakkelijke wijze
plaatje of gif te plaatsen?

En als het niet gemakkelijk kan, kan iemand het dan misschien op een eenvoudige manier uitleggen?

13
Als je verder niets te doen hebt misschien wel interessant.

SEP14  Morgen van 20:00 - 21:30
Facebook Live with Lama Jigmé Namgyal
Openbaar · Georganiseerd door Phuntsok Chö Ling

https://www.facebook.com/events/544459319316172/

H o w . t o . t r a n s f o r m . e m p a t h y . i n t o . c o m p a s s i o n a t e . a c t i o n

A lot is written, talked and thought about compassion. But what is compassion actually, and how can you cultivate compassion in yourself? How do you work on an attitude where you can develop real attention for others, but also for yourself?

True compassion in daily life has a positive influence on yourself and your environment: your family, friends, colleagues, neighbors ... on your neighborhood, your village or city. Compassion is a universal human value, and the development of compassion is a quality that we all possess from birth.

14
Humor en afleiding / Meneer van Dalen
« Gepost op: 10-09-2018 15:10 »
De president directeur van Philips geeft een rondleiding in de nieuwe fabriek aan Mark Rutte.
Van Dalen, een van de monteurs, staat te sleutelen aan de produktie lijn, als Mark Rutte langs loopt en roept:
“ Hey, goedemorgen van Dalen”.
Van Dalen kijkt op en zegt: "Ha die Mark."
De president directeur kijkt verbaasd en als de rondleiding voorbij is zoekt hij van Dalen op en vraagt hem hoe het mogelijk is dat hij Mark Rutte kent. "Ach" zegt Van Dalen "er zijn wel meer prominenten die mij kennen".
"Ja ja" roept de directeur.
"Jazeker" zegt Van Dalen "zo is de paus bijvoorbeeld ook een goede bekende van mij."
"Daar geloof ik niets van!' werpt de president directeur tegen.
"Nou" zegt Van Dalen "dan gaan we op kosten van de zaak naar het St. Pietersplein en dan zal ik het u laten zien."
Ze nemen het vliegtuig en de volgende zondag staat de president directeur temidden van een uit heel Italie en omstreken toegestroomd publiek op het St Pietersplein.

Even na 11.00 uur komt de Paus het balkon op met Van Dalen aan zijn zijde. Gezamenlijk wuiven ze een dol enthousiaste menigte toe.
Als Van Dalen na de ceremonie weer naar buiten komt is het St. Pietersplein inmiddels leeg.
De enig overgebleven persoon die van Dalen er nog aantreft is de president directeur. Hij zit er een beetje desolaat en totaal onthutst bij. Verwarring staat in zijn ogen. Van Dalen snelt naar hem toe en vraagt of alles in orde is met hem. De president directeur kijkt hem verbouwereerd aan en zegt: “Staat Angela Merkel hier naast mij en vraagt: "wie is eigenlijk dat mannetje naast van Dalen?"

15
Media en Nieuws / De jongste broer van de dalai lama
« Gepost op: 31-08-2018 08:41 »
In deze aflevering een fragment met de jongste broer van de dalai lama. Vond ik boeiend.

https://www.npostart.nl/de-boeddhistische-blik-van-dis-en-de-dalai-lama/29-08-2018/KN_1701073

16
Het gewone leven / Werkelijkheidsbeleving
« Gepost op: 30-08-2018 18:31 »
..."Wat we horen, zien, ruiken, proeven en fysiek voelen, al deze zintuiglijke ervaring vermengt zich van moment tot moment met onze mentale ervaring, dat wil zeggen met wat we denken, vinden, voelen, willen, met onze hoop en vrees, onze fantasien, onze verbeelding en al het andere dat we maar kunnen bedenken en door ons hoofd gaat.
 
   De zes stromen van ervaring voegen zich voortdurend samen tot onze werkelijkheidsbeleving van het moment, zonder dat we nog weten welke bijdrage uit welke bron komt. Zo ontstaat een verbeelde werkelijkheid, die we niet als zodanig onderkennen.
Om een voorbeeld te geven: als we het geluid van een auto horen, dan hebben we vaak de ervaring dat er een auto voorbij rijdt. In feite horen we alleen maar geluid, maar we vullen dat mentaal aan met het beeld van een auto.
Dat mentale beeld kan zo sterk zijn - bijvoorbeeld als we het geluid herkennen als typisch voor een vrachtwagen - dat het bijna is alsof we de vrachtwagen zien rijden, terwijl er toch in feite alleen maar het geluid is van een motor.
   Evenzo kan de mentale stroom zonder dat we ons dat bewust zijn mengen met de zintuiglijke stromen: 'Zelfs de zo eenvoudige gebeurtenis als 'het zien van een kennis' is voor een deel een geestelijke activiteit. Wij vullen de fysieke verschijning van de mens die we zien met alle ideeen die we over hem hebben en van het totaal beeld dat wij ons voorstellen maken deze ideeen zeer zeker het grootste deel uit. Zij vullen tenslotte zo volkomen de wangen op, ze houden zich zo precies aan de lijn van de neus, ze weten zo goed de klank van een stem de nuance te geven alsof deze slechts een doorzichtig omhulsel is, dat elke keer dat wij dat gezicht zien en deze stem horen, het deze ideeen zijn die wij terug vinden en waarnaar wij luisteren.
 
   De stroom van mentale gebeurtenissen kunnen we goed zien wanneer we de zintuiglijke stroom van ervaring constant houden, bijvoorbeeld wanneer we een fysiek heel monotoon karweitje opknappen of als we stil zitten, zodat de situatie van ons lichaam en onze zintuigen min of meer constant en rustig is.
Wat dan nog alleen beweegt, is onze gedachtenstroom en dat geeft ons de gelegenheid deze stroom min of meer in vacuo te zien.
Daar kunnen we iets van leren, namelijk wat onze geest voortdurend allemaal ten tonele voert en hoe dat bijdraagt tot het tot stand komen van onze werkelijkheidsbeleving."

..."Al ontbreekt ons, wanneer we in onze werkelijkheidsbeleving bevangen zijn, de distantie die eigen is aan onbevangenheid, er kan wel een ander soort van distantie werkzaam zijn: een intellectuele of conceptuele distantie. Deze distantie brengt geen onbevangenheid, maar bindt ons juist meer aan onze mentale stroom.
  De distantie waar we hier op doelen bestaat uit het innerlijk commentaar, dat we meestal gaande hebben bij wat we meemaken.
Het is alsof er in onze geest een 'innerlijke reporter' werkzaam is, die ons vertelt en verklaart wat we zien, horen en verder ervaren. In de psychotherapie wordt hiervoor tegenwoordig wel de term 'zelf-spraak' gebruikt. We beleven onze werkelijkheid als een documentaire of nieuws uitzending, waarbij er een stem of een ondertiteling is, die onze ervaring toelicht, vanuit een gedistantieerde positie.
   Deze innerlijke reporter is ons allemaal wel bekend, hij of zij of het is vrijwel onafgebroken aan het woord.: hij informeert, evalueert, waarschuwt en kapittelt ons. Hij spreekt ons nu eens vermanend dan weer bemoedigend toe. En dat alles met een urgentie alsof hij waakt over onze belangen. Nu eens is hij actief met betrekking tot de situatie waarin we ons feitelijk bevinden, dan weer met betrekking tot situaties waarin we ons niet bevinden, zowel mogelijke als onmogelijke situaties, zowel verwachte als verleden situaties. Deze zogenaamde reporter is natuurlijk een metafoor voor ons innerlijk commentaar in de vorm van een gedachtenstroom, dat van de vroege morgen tot de late avond ( en zelfs in onze dromen) onze geest vult. Het is dit commentaar, deze ideeen, die wij terugvinden en waarnaar wij luisteren.
 
   De distantie, die onze mentale stroom in de vorm van een innerlijk commentaar lijkt in te nemen ten opzichte van onze actuele ervaring is een schijn-distantie, want wat de inhoud van ons commentaar ook moge zijn, ze maakt deel uit van onze situatie van dit moment. Ook al gaat dit commentaar over onze actuele situatie, ze maakt tegelijk deel uit van onze totale ervaringsstroom en kleurt haar. Ze geeft - in de vorm van een schijnbare gedistantieerde ondertiteling bij onze verdere ervaringen - aan onze werkelijkheidsbeleving juist haar subjectieve karakter.    Voor de ene mens kan een bepaalde situatie door dit commentaar reden tot irritatie zijn terwijl voor een ander mens diezelfde situatie een rede tot vreugde is. Als we een aggressief innerlijk commentaar hebben tegenover iemand, dan menen we een vijand te zien. Als we een vriendelijke ondertiteling gaande hebben tegenover iemand, dan menen we een vriend te zien. Vervolgens menen we ook dat die vijand of vriend zich buiten ons bevindt en een objectief bestaan heeft. Maar wie voor de een een vriend is kan in de ogen van een ander een vijand zijn, dus zo objectief is dat bestaan van deze vriend of vijand niet. Sterker nog, ook in onze eigen beleving ligt de zaak niet vast. We zijn voortdurend aan het 'bijstellen'. Wanneer we bijvoorbeeld iemand menen te herkennen, dan duikt de hele geschiedenis die we met deze persoon hebben in onze geest op en we ervaren de persoon in die context. En we zullen deze persoon bejegenen vanuit die context, waarin hij vriend of vijand is.Deze persoon is voor ons wie we denken dat hij of zij is. Blijkt dan dat we een ander voor ons hebben dan we dachten, dan verandert onze werkelijkheidsbeleving van deze zelfde persoon weer."

Bovenstaande voorbeelden zijn ons bekend genoeg, maar het wordt al moeilijker om de invloed van ons commentaar op onze ervaring te bepalen, als we niet naar een persoon uit onze omgeving, maar naar onszelf kijken. Ook dan duikt in onze geest een al of niet goed gedocumenteerd commentaar op, dat maakt dat we onszelf op een bepaalde manier 'zien' en bejegenen. Maar zijn we wie we denken te zijn? Zo ja, dan kunnen we ons nooit in onszelf vergissen.
Zo nee, hoe stellen we dan vast of en in welke mate en op welke momenten we ons vergissen? Dat is geen onschuldige vraag want onze manier van omgang met onszelf hangt er vanaf! Zullen we het anderen vragen en ze in ons zelfonderzoek betrekken? Dat kan een riskante bezigheid zijn: 'Ik denk dat ik zus ben, maar jij denkt dat ik zo ben. Dat komt omdat ik denk dat jij zo in mekaar zit dat je mij niet anders kan zien zoals ik denk dat jij mij ziet'. Daarover kunnen we tot diep in de nacht eindeloze gesprekken voeren, met als doel een gemeenschappelijke werkelijkheidsbeleving op te bouwen, waarin ons zelfbeeld en ons beeld van de ander een acceptabele plaats heeft.
   
   Maar hebben we ooit direct naar onszelf, naar de activiteit van onze geest gekeken of hebben we alleen maar over onszelf gedacht en gespeculeerd, alleen dan wel samen met anderen en ons geidentificeerd met de uitkomst van onze speculaties, met andere woorden ons geidentificeerd met wie we dachten te zijn?
Hebben we de commentator - onze gedachtenstroom - zelf wel eens bekeken in plaats van te luisteren naar commentaar en ons mee te laten voeren in de stroom?"

   Nog moeilijker wordt het als we de invloed van onze gedachtenstroom op het totaal van onze ervaring willen achterhalen. Hoe is onze verhouding tot de werkelijkheid in haar totaliteit? Hoe reeel is onze werkelijkheidsbeleving van moment tot moment? Beleven we de werkelijkheid als vriend of vijand, als bedreigend of prettig, als beheersbaar of overweldigend? Is ze verdorven of heilig en wat is er werkelijk aan zulke beleving? Verteld onze werkelijkheidsbeleving iets over de werkelijkheid of over onszelf? Of zegt ze iets over beide tegelijk, maar in welke mate? We tasten daarover in het duister. Toch zijn dit belangrijke vragen, omdat onze werkelijkheidsbeleving doorwerkt in ons spreken en handelen, in onze concrete omgang met de wereld en de medemens.
   
   Het punt waarop de contemplatieve tradities niet moe worden de nadruk te leggen is, dat we de precieze contouren van onze blindheid of duisternis eigenlijk niet kennen. Wel doen zich in onze ervaring momenten voor, waarop we ons iets van onze blindheid ( even) bewust worden. Momenten dat we 'wakker worden' uit ons zelfbedrog of illusie. De garantie dat we meteen daarna niet weer in een nieuwe film met ondertiteling vallen, hebben we niet. Hoeveel illusies we nog gaande hebben is ons ook onbekend. Maar we kunnen wel dat 'wakker worden' cultiveren. Dan raken we steeds meer vertrouwd met dat typisch menselijke vermogen om te onderscheiden, om wakker te worden in een ruimte waarin we helder zicht hebben op de aard van de werkelijkheidsbeleving. En het is precies dat vermogen, dat de contemplatieve tradities systematisch proberen te cultiveren.
   Vanuit de contemplatieve tradities gezien is het de essentie van de niet verlichte mens dat hij blind is in die zin dat hij gelooft in de realiteit van zijn eigen zelfgeschapen werkelijkheidsbeleving. Hij beleeft deze niet als relatief maar als absoluut. Daarom ziet hij ook niet de mogelijkheid - laat staan - noodzaak om zich ervan of eruit te bevrijden. Behalve dan misschien op die enkele ( veelal ongevraagde ) momenten, die iets van de relativiteit even zichtbaar maken, momenten die de basis vormen van wat we later in het kader van de bekering zullen bespreken.
 
   Kortom, onze werkelijkheidsbeleving is doortrokken van een onbekende mate van blindheid of - zo men wil - zelfbedrog. Blindheid, zelfbedrog is een van de grote contemplatieve thema's.
De contemplatieve tradities hebben het dan ook in allerlei toonaarden en termen over duisternis, verwarring, blindheid, onwetendheid en over de tegenhangers ervan: licht, helderheid van geest, inzicht. In de Tenach ( het oude testament) van de joodse traditie wordt over het openen van de ogen gesproken. In het nieuwe testament gebruikt Paulus(Ef, 1-18) de uitdrukking 'Het verlichte oog van onze geest'. In de Islam wordt Allah geprezen als 'Hij die u uitbrengt uit de duisternis naar het licht'. ( Sura 33:43) In de Hindoe traditie wordt gesproken over het openen van 'het derde oog'. In de boeddhistische sutra's wordt het wekken van  geestelijk
onderscheidingsvermogen wel aangeduidt met de term 'Het openen van het oog van Wijsheid'. Dat licht of geopende oog geeft ons zicht
op de mate waarin onze werkelijkheidsbeleving onze eigen misleidende schepping is."

Uit: De verborgen bloei
       Han F. de Wit



17
Voorstellen / ekayano maggo
« Gepost op: 28-08-2018 06:34 »
Goede dag allen.

Pagina's: [1]