Toon bijdragen

Deze sectie stelt je in staat om alle bijdragen van dit lid te bekijken. Je kunt alleen de bijdragen zien waar je op dit moment toegang toe hebt.


Topics - Sybe

Pagina's: 1 2 [3] 4
101
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. Tekst door mij vertaald in Nederlands.]

Anguttara Nikaya 1.314 (9)

“Bhikkhu’s, voor een persoon van verkeerde visie, welk fysiek karma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat niet wenselijk is, niet verlangd en onplezierig is, tot nadeel en lijden. Om welke reden? Omdat de visie slecht is.
Veronderstel, bhikkhu’s, een zaadje van neem (Azadirachta indica, Siebe), bittere komkommer of bittere kalebas werd in de vochtige grond geplant. Welke voedingsstoffen het ook uit de grond en het water opneemt, het zou allemaal leiden tot diens bittere, bijtende en onaangename smaak. Om welke reden? Omdat het zaad slecht is. Zo ook voor een persoon van verkeerde visie. Welk fysiek karma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat niet wenselijk is, niet verlangd en onplezierig is, tot nadeel en lijden. Om welke reden? Omdat de visie slecht is".

Anguttara Nikaya 1.315 (10)

“Bhikkhu’s, voor een persoon van juiste visie, welk fysiek karma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat wenselijk is, verlangd en plezierig is, tot welzijn en geluk. Om welke reden? Omdat de visie goed is.
Veronderstel, bhikkhu’s, een zaadje van suikerriet, heuvel rijst, of een druif werd in de vochtige grond geplant. Welke voedingsstoffen het ook uit de grond en het water opneemt, het zou allemaal leiden tot diens zoete, aangename en verrukkelijke smaak. Om welke reden? Omdat het zaad goed is. Zo ook voor een persoon van juiste visie. Welk fysiek karma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat wenselijk is, verlangd en plezierig is, tot welzijn en geluk. Om welke reden? Omdat de visie goed is”.

Ik denk dat dit een belangwekkende tekst is. Ook in discussies over kamma. Als we aannemen dat dit verwoordt wat de Boeddha gezegd en bedoeld heeft, dan toont het bijvoorbeeld dat de Boeddha niet perse onderwijst dat goede intenties tot geluk lijden of tot voorspoed. Niet intentie is het zaadje maar de visie die de intentie aansticht, of de visie die er achter zit. Als de visie niet goed is, niet juist, dan kun je nog zulke beste intenties hebben, het gevolg is niet wenselijk, geen welzijn.

Ik vind dit opvallend afwezig in discussies over kamma. Regelmatig lees ik dat de intentie de kwaliteit van een daad bepaalt. Dat motivatie de bepalende factor is. Goede motivatie, goede intentie, goede daad, goed gevolg. Maar uit deze tekst kun je dat mijns inziens niet opmaken. Daden, kamma, intentie, wil, daar zit meestal een bepaalde visie achter, een bepaalde perceptie, een bepaald begrip, soort wijsheid. Het lijkt me dat dit fragment zegt dat dit eigenlijk de kwaliteit van intentie, daad en ook gevolg bepaalt.

Benieuwd wat jullie er van vinden.

Siebe





102
Bron:
http://www.kalu.org.br/index.php/kalu-rimpoche/i-kalu-rimpoche/ensinamentos-em-audio
Hier onder een persoonlijke selectie en verslag van de audio-teaching van Kalu Rinpoche, 07. The Nature of Mind. Het is een flink artikel geworden maar ik post het toch het liefst in één keer, bij elkaar. Kalu Rinpoche was een leraar van de Tibetaanse (karma-)kagyu lineage. Maar het zou ronduit verkeerd zijn, vind ik, te denken dat dit artikel niet past onder het menu Algemeen, Zen of Theravada boeddhisme. Maar iets moet een plek hebben. Ik hoop dat jullie het interessant en leerzaam vinden.


De natuur of aard van geest (en de vier niveaus van versluiering).

Als men op een bepaald niveau de aard of natuur van geest niet begrijpt of waardeert, de geest die transformatie ondergaat door beoefening, is het erg betwijfelbaar dat beoefening erg voordelig zal zijn of dat men tot een vorm van realisatie zal komen. Er moet een soort eerste begrip zijn van de natuur van geest. Zonder begrip tast men in het duister.

Wat is dan geest? Geest veroorzaakt alles wat we ervaren, alle plezier en pijn, geluk en ongeluk, vreugde en smart, gedachten en concepten, het hele spectrum aan ervaringen. Alle staten van geest worden ervaren door iets, dat we ‘geest’ noemen of zo labelen. Als je dat 'iets' wilt beschrijven, kun je niet iets vinden dat je kunt beschrijven in termen van een bepaalde vorm, grootte, kleur, als iets tastbaars, met een lokatie. Het heeft in die zin geen kenmerken. Het is leeg van kenmerken. Het is leeg. Het is ook geen ding. Men kan niet verklaren: “geest is...”. Daarom wordt gezegd dat geest in essentie leeg is. In dat lege niet tastbare en niet duidbare aspect lijkt het op ruimte.

Dit is als verklaring van geest echter niet compleet. Als je het voorbeeld gebruikt van ruimte kan ruimte ook verlicht zijn en donker, verduisterd. Ruimte kan dus ook een verlichte kwaliteit aannemen. Bij het beschrijven van geest moeten we er rekening mee houden dat de geest kan waarnemen. Er is een kwaliteit van helderheid. De geest is in staat waar te nemen. Diens potentieel om te ervaren is diens helderheid/kenvermogen. Hier wordt naar verwezen als diens natuur. Dus geest is in essentie leeg, en als spontane expressie van die leegte, straling van die leegte, is er een soort helderheid/kenvermogen, de mogelijkheid om waar te nemen of de mogelijkheid om te ervaren. Het is nodig dit begrip helderheid nader te omschrijven. Er is een helderheid die een visuele kwaliteit heeft zoals wanneer de zon opkomt en we weer dingen kunnen zien. De soort helderheid die wij bedoelen heeft echter betrekking op alles wat we ervaren, dus niet alleen visuele zaken maar alle zintuigdomeinen. Het is een soort psychologische helderheid om alles waar te nemen. Geest kan voelen, ruiken, proeven, geluk ervaren etc. Dat alles heeft betrekking op helderheid.

Gegeven dat de geest in essentie leeg is, gegeven dat het van nature helder is, is er ook het aspect van bewustzijn, het herkent een vorm, ziet een vorm, onaangename vorm, heeft waarde-oordelen over waarnemingen etc. Zo ook met andere zintuiglijke ervaringen. De geest kan al deze verschillen, zoals verschillende vormen of kleuren, smaken, geluiden etc waarnemen. De geest heeft een zekere precisie, ervaart details. Geest manifesteert zichzelf op deze dynamische manier. Het manifeseert zich op een onbelemmerde manier als bewustzijn. Het kan de details van de situatie waarnemen en op een selectieve manier op details reageren. En dat is onze meest duidelijk bewuste ervaring. Dit kunnen we een derde aspect noemen van de natuur van geest, namelijk, diens dynamiek, diens onbelemmerde manifestatie als bewustzijn.

Dus bij het beschrijven van geest, van dat wat ervaart, maken we drie verklaringen: 1. Allereerst er is het geen ding, het is in essentie leeg van kenmerken, 2. terwijl het op hetzelfde moment een helderheid/kenvermogen tentoonspreidt als diens natuur, 3. terwijl het op hetzelfde moment zich rechtstreeks op een dynamisch onbelemmerde manier manifesteert als bewustzijn. Dit zijn geen drie verschillende geesten. Deze drie verklaringen gelden voor alle bewuste wezens, van de kleinste tot de grootste.

Deze lege, heldere en dynamische staat van bewustzijn wordt in het boeddhistisch vocabulair alaya genoemd, het fundament of de basis of de bron van waaruit alles ontstaat. Dit wordt ook tathagatagarbha genoemd of Boeddha-Natuur. Het is in feite het potentieel voor verlichting. De oorzaak van verlichting is deze aanwezige zuivere natuur van geest of zuivere alaya. Zonder dit zou verlichting niet mogelijk zijn. Deze Boeddha-natuur is de fundamentele natuur van onze geest. Hierdoor is verlichting mogelijk. Het is reeds aanwezig op een latente manier. In een tantra wordt gezegd:

“Alle levende wezens zijn Boeddha,
Maar incidentele verduisteringen verbergen dit feit.
Als de incidentele verduisterende elementen eenmaal zijn verwijderd,
Wordt het potentieel verwezenlijkt,
Wat latent aanwezig was, wordt geactualiseerd als volledig verlichting”.

Als we deze Boeddha-Natuur hebben waarom zijn we dan allesbehalve Boeddha’s? Waarom zijn we verward, niet verlicht? Hoewel deze lege, heldere en dynamische natuur van geest, dat verlichting is, al bestaat, nemen we dit op dit moment niet rechtstreeks waar. Er zijn een aantal elementen aanwezig die deze directe waarneming of realisatie belemmeren. Deze zijn altijd aanwezig geweest sinds we spreken over geest. Vanaf de tijd zonder begin. De geest ervaart altijd al zaken op de verkeerde manier, mist het punt.

Het meest fundamentele niveau van verwarring of onwetendheid is precies dit gebrek aan directe ervaring van de natuur van geest. Dit wordt avidya genoemd of onwetendheid, maripa in het Tibetaans. Niet weten, niet waarnemen, niet bewust zijn van zichzelf, is het meest fundamentele niveau van verwarring. Dit wordt vergeleken met een oog dat zichzelf ook niet ziet. Het oog ziet wel objecten etc. Maar niet zichzelf. Zo heeft ook de geest zichzelf nog niet gezien. Dit wordt gedefinieerd als fundamentele onwetendheid. Dit eerste en meest fundamentele verduisterende aspect is dus deze fundamentele onwetendheid die ook altijd al samen met de geest aanwezig is geweest. Het eerste probleem is dat de geest zichzelf dus niet ziet.

Vanwege dit gebrek aan directe ervaring van de natuur van geest, begint een verdere vertekening. Ook die heeft altijd al plaatsgevonden en vindt ook nog altijd plaats. De dynamische manifestatie van geest als bewustzijn verrijst op een vertekende manier. Geest ervaart niet zijn eigen ontastbare leegte maar poneert een zelf of subject, iets wat als aanwezig wordt ervaren, als solide wordt ervaren, als echt, aanwezig, continuerend. Op hetzelfde moment is er ook een vertekening van het aspect helderheid. Het vermogen van de geest om ervaringen te veroorzaken wordt vertekend in die zin dat het wordt geprojecteerd als iets objectiefs, als iets anders-dan dit subject. Dit is het tweede niveau van dualistische verwardheid. De geest staat nu onder een soort dwang om zaken te ervaren in termen van zelf en ander, subject en object, waarnemer en waarneming als gescheiden onafhankelijke eenheden. Deze dwangmatige dualistische wijze van ervaren is een gewoonte, een neiging, geworteld in de aanleg. Niet in de ultieme natuur van geest maar het is een ingewortelde gewoonte om dualistisch te ervaren.

Nu zijn we nog verder van de rechtstreekse ervaring van de natuur van geest. Het eerste niveau is dus geest die zichzelf niet ziet waardoor vervolgens een soort dwangmatige dualistisch ervaren ontstaat.

Gegeven dat er altijd dit dualistische raamwerk is geweest en is, is er weer een verdere manifestatie op basis daarvan, namelijk emotionaliteit. Het is de respons van het (denkbeeldig) subject op een object/waarneming. Dit kan zijn als gehechtheid, aantrekken, of in andere gevallen als afstoten of agressie of weerzin van wat het ervaart. Er is ook een onderliggend element van domheid of verwarring in de geest, in de zin dat de geest niet bewust is van wat er echt plaatsvindt. De vertekening wordt als ultieme realiteit ervaren, het subject en de emotionaliteit van liefde en haat, of welk aantrekken of afstoten dan ook, wordt gehouden voor ultieme realiteit. Dat is een element dat je begoocheling/domheid kunt noemen.

Deze drie, aantrekken/gehechtheid, afstoten/weerzin/afkeer, en een element van domheid of begoocheling worden de drie primaire emoties genoemd. Deze geven weer aanleiding tot allerlei verdere vormen van emotionaliteit zoals hebzucht uit aantrekken, haat uit afstoten of weerzin en trots uit begoocheling. Het worden steeds complexere vormen van emotionaliteit. Traditioneel wordt gesproken over 21.000 per primaire emotie. Dat zijn dus 63.000 soorten emotionele toestanden, plus nog 21.000 vanuit een combinatie van de drie primaire emoties, in totaal dus 84.000 emotionele toestanden van onverlichte wezens. Het derde niveau van verwarring is dit complex van emotionaliteit dat verrijst uit de drie basis emoties. Dit is nog weer verder van de ervaring van de natuur van geest.

Tenslotte is er het vierde niveau van actie of liever re-actie omdat we vanuit onze emotionele verwarring gedwongen worden fysiek, verbaal of mentaal (niet-vaardig) te reageren op situaties die we tegenkomen. Dit wordt negatief karma genoemd. Dit zijn de neigingen die in een individu versterkt worden door reacties op situaties, gebaseerd op emotionele verwarring. Deze neigingen verrijzen later als bewuste ervaringen en dragen bij aan het gehele proces van samsara. Dit complex van karma is het grofste niveau van verwarring dat wij als onverlichte wezens ervaren.

In het beschrijven van de zuivere of fundamentele natuur van geest spreken de teksten over de alaya, of fundamentele herkomst of bron, maar als de kwalificerende term yeshe in tibetaans, of jnana in Sanskriet over transcedentaal gewaarzijn/bewustzijn, een oorspronkelijke/oer of transcedentale staat van gewaarzijn die de fundamentele natuur van geest is, als de bron van alle verlichte ervaring. Dat ervaren we op dit moment niet rechtstreeks. Wat we nu ervaren is het gevolg van deze vier niveaus van: 1. fundamentele onwetendheid, 2. dualistisch vastklampen, 3. emotionaliteit en 4. karma.

Dat complex van verwarring kunnen we ook een soort bron of oorsprong noemen maar nu een onzuivere, alaya vijnana, de discursieve verwarde staat van bewustzijn dat de bron is van alle onverlichte ervaring.

Er is op een bepaalde manier altijd een vertekening geweest en nog altijd (gaande) van de zuivere alaya in een onzuiver aspect. Net zoals in fris en helder water modder wordt gegooid. De helderheid is niet verdwenen maar belemmerd. De lagen van verwarring zijn te dik of solide zodat de pure alaya niet tevoorschijn komt, niet gevoeld wordt. Er staat teveel in de weg. Van tijd tot tijd kan de pure alaya, het transcedente gewaarzijn, naar de oppervlakte komen. Dit veroorzaakt bewuste ervaring van positieve kwaliteiten zoals geloof, vertrouwen, mededogen, liefdevolle vriendelijkheid, altruisme. Deze soort kwaliteiten kunnen toegeschreven worden aan de voelbare aanwezigheid van de zuivere alaya. Deze momenten zijn zeldzaam door de belemmerende natuur van verwarring in de geest. Zo worden ook de positieve neigingen niet zo vaak versterkt en daarmee ook niet de ervaringen van geluk en hogere wedergeboorten. Dat er meer wezens in de lagere rijken zitten dan in de hogere is een bevestiging van het feit dat er een natuurlijke tendens is dat negatieve emoties ontstaan en negatieve karmische tendensen worden versterkt. De balans slaat over het algemeen door naar verwarring, negativiteit en lijden.

Is het mogelijk om al deze verduisterende elementen te elimineren? Ja, zulke methoden bestaan. In het Mahayana wordt bijvoorbeeld bodhicitta aanbevolen als een middel tot zuiveren. Zo’n geesteshouding ontwikkelen, zuivert iemand ongelofelijk sterk.

Het karmische proces is analoog aan een soort informatieopslagsysteem of databank. Een persoon begaat een bepaalde daad die mogelijk gemotiveerd is door een positieve motivatie, leidend tot een positieve karmische tendens/neiging. Of een negatieve daad en motivatie leidend tot een negatieve tendens. Deze daden op een fysiek, verbaal of mentaal niveau creeeren nieuwe neigingen of versterken bestaande en die worden op een bepaalde manier opgeslagen. Het lost weer op in een voorbewust niveau van verwarring in de geest en wordt daar opgeslagen als een latente neiging. Totdat op enig moment in de toekomst door omstandigheden zo’n latente neiging weer als bewuste ervaring wordt ervaren, bijvoorbeeld als geluk of lijden. Dit is een alsmaar doorgaand proces waarin niks verloren gaat. Het houdt niet vanzelf op. Het put niet vanzelf uit. Een neiging kan kalpa’s lang latent blijven maar als de omstandigheden juist zijn toch weer opspelen op enig moment. De voorgaande niveaus van verwarring, fundamentele onwetendheid, dualistisch vastklampen/perceptie en emotionaliteit zijn voor dit karmische proces de brandstof.

De eliminatie van de verduisteringen in de aanleg van een individu kent verschillende tijdschalen. Je kunt van leven tot leven bijvoorbeeld karma langzaam geleidelijk doorwerken. Dit kan eonenlang duren voordat verlichting wordt bereikt. Maar de vier niveaus kunnen ook snel weggewerkt worden door diepzinnige onderrichtingen en ijver, commitment en wijsheid van een leerling. De tantrische teksten zeggen idealiter in 6 maanden of anders 1 jaar of 10 jaar of dit leven. De vier niveaus van verwardheid, die de directe waarneming van de natuur van geest belemmeren, kunnen zeker geëlimineerd worden.

De voorbereidende oefeningen in de Kagyu traditie, zoals de Ngondro, dienen om te zuiveren. Dienen om de verwarring te verwijderen. Proberen dichter bij de rechtstreekse ervaring van natuur van geest te komen. Zo kan men de eerste bhumi bereiken. Het eerste bodhisattva stadium van realisatie. Het (vierde) karmische niveau van versluiering/verwarring is nu verwijderd, het grofste niveau van verduistering. De geest is niet meer onderworpen aan dit grofste aspect van verwarring.

Van fundamentele onwetendheid naar dualistisch vastklampen naar emotionele verwardheid, naar karma wordt alles steeds complexer. Het spirituele proces werkt omgekeerd van complexiteit weer naar eenvoud. Men begint bij het elimineren van de grofste, meest complexe niveaus en gaat zo verder tot de directe ervaring van de natuur van geest.

Bij het zevende stadium van bodhisattva realisatie, de zevende bhumi, is emotionele verwardheid opgelost. Emotionaliteit is niet langer een verduisterend element.

Het volgende niveau betreft dwangmatig dualistisch vastklampen, zelf en ander, subject en object, waarnemer en waargenomene als gescheiden zaken. Dit wordt doorgewerkt, opgelost op het 8, 9, en tot bijna de piek van de tiende bhumi. De dwangmatige gewoontevolle neiging van dualistische perceptie wordt geëlimineerd.

Het allereerste en meest subtiele en fundamentele niveau van onwetendheid wordt geëlimineerd wanneer de bodhisattva voorbij de piek van de tiende bhumi gaat, wat ook wel de elfde bhumi wordt genoemd, en door fundamentele verwardheid heen breekt en het gebrek aan ervaring van de natuur van geest wordt vervangen door rechtstreekse ervaring. Er is nu niet langer een verduisterend aspect aanwezig.

Is er nog een directer pad? Het hangt van omstandigheden af maar met een werkelijk verlichte en vaardige meester die over diepzinnige onderrichtingen beschikt en een werkelijk toegewijde, intelligente, ijverige leerling, is het mogelijk dat alle vier niveaus van verwardheid in één keer worden geëlimineerd, ogenblikkelijk. Iemand kan dan direct een ervaring hebben van de natuur van geest. Dit is mogelijk maar vereist wel deze nogal zeldzame omstandigheden. Een donker gebouw kan ogenblikkelijk verlicht worden wanneer men een lucifer afsteekt. Zo direct kan het zijn.

Boeddhaschap bereiken kan vergeleken worden met het oplossen van wolken, wolken die verhinderen dat de zon onbelemmerd schijnt. Als alle belemmeringen in de geest zijn weggewerkt, komt de zon, de verlichte natuur van geest, vanzelf naar voren.
Als er geen wolken zijn dan kan er ook geen regen vallen, bliksemen etc. Wanneer zo ook de belemmerende factoren in de geest afwezig zijn, treedt er geen negativiteit meer op, en geen lijden. Een Boeddha heeft zo alle verduisterende factoren geëlimineerd of overwonnen en de inherente vermogens van geest kunnen zich vrijuit manifesteren. Bovendien heeft de Boeddha beperkingen van de cyclus van wedergeboorte overstegen.

De geest is dus in essentie leeg. Wat dat impliceert is dat de geest geen limiet heeft. Je kunt niet zeggen dat de geest leeg is tot zover en daarna niet meer. Als we spreken over iets wat zo leeg is als ruimte, spreken we over iets wat alomtegenwoordig is, zoals de staat van verlicht bewustzijn is. Als er eenmaal de directe ervaring is van de leegte van geest, heeft die leegte geen grenzen. Waar dan ook deze leegte is, is ook de helderheid. Wat betekent dat we hier spreken over een staat van alwetendheid, de mogelijkheid om verleden, heden en toekomst zonder enige beperkingen te zien of ervaren. En het feit dat men verklaart dat de geest dynamisch en onbelemmerd is in manifestatie, impliceert dat de verwezenlijking van verlichting zichzelf uitdrukt, verlicht zijn drukt zichzelf uit als mededogen, als activiteit. Het is niet een stagnerende of statische staat maar een actieve dynamische staat van bewustzijn. Een verklaring als ‘de activiteit van de Boeddha gaat door totdat samsara leeg is’, is gebaseerd op het begrip dat de natuur van geest op inherente wijze aanhoudend dynamisch en onbelemmerd is.

De natuur van geest kan wel beschreven worden, zoals nu, maar intellectueel begrip hiervan is niet voldoende. Dat is als lapwerk en slijt ook weer. Het gaat om het vertalen van wat je hoort naar directe ervaring.

Helderheid, leegte en gewaarzijn, wat de onderscheidende aspecten zijn van de fundamentele natuur van geest, vertegenwoordigt de fundamentele of ultieme staat van bewustzijn. Dit noemen we co-emergerend bewustzijn. Het is co-emergerend met geest. Het is de natuur van geest zelf. Concomiterend met geest. De natuur van geest ontdekken is dit co-emergerend transcedent gewaarzijn ontdekken, als de ultieme staat van ervaring. Om dit te ontdekken moet men begrijpen, zo zei de Boeddha, dat iets anders dan je eigen inspanning qua zuivering en ontwikkeling, en de zegen die men ontvangt van een gerealiseerde leraar, dom is, zinloos, niet werkend.

groetjes
Siebe





103
Algemeen / De gewetensnood van intentie
« Gepost op: 13-08-2015 23:27 »
Eens moet je toch ook als boeddhist, lijkt me, ophouden met het voeden of volgen van intenties, van plannen, van voornemens.

Eens moet je dit toch aanvoelen als niet-zelf? Hoe authentiek of zuiver handel je nou werkelijk met al die intenties, plannen, voornemens? Het draait toch steeds maar weer om Ik en dualiteit.

En op een dag kun je niet eens meer gewoon zonder plannen zijn, zonder voornemens, zonder intenties en ervaar je zoiets al bedreigend en maakt het je neerslachtig zonder plannen en voornemens te zijn. Dus maak je maar weer plannen en heb je weer miljarden intenties. jezelf weer veilig gesteld. Ik heb intenties, dus ik besta!

Wat heeft het dan allemaal voor zin he? Wat een gedoe. Word je niet alleen maar gekunstelder door al die intentionele activiteit? Altijd maar zo doel-bewust bezig? Wat is er mis mee werkelijk eens vanuit je authentieke zelf te handelen? Wat staat er tussen? Beeldvorming? Opvoeding? De druk uit de omgeving? Omdat je vindt dat bepaalde dingen nou eenmaal zo horen te gaan? Wat is het? Waarom ben je niet authentiek?

We hebben veel te veel intenties met elkaar. En daarom is er nooit echt een contact en ontmoeting van hart tot hart. Het is allemaal zo ziellloos. Een wereld waarin iedereen altijd maar intenties met de ander heeft zelfs goede, is evengoed de hel. Het vuur van intentie, het gloeiend koper van intentie, de smeltkroes van intentie, de vlammen van intentie.

Weet je, je blijft toch in gewetensnood, ook met goede intenties, omdat je toch aanvoelt dat het nooit echt authentiek gedrag is of was. Er is een breuk. Er is iets wat blijft zeuren. Iets waardoor zelf een positieve intentie niet zuiver is.

Niemand is eenvoudigweg zichzelf. Alles heeft de smaak van opgekloptheid, door intentie. Allemachtig wat hebben we toch Boeddha's nodig, de intentielozen.

Wat wij nodig hebben, vinden jullie niet, wat ik nodig heb, oke,  is terug naar eenvoud, naar ongekunsteldheid, naar intentieloosheid. We moeten wat meer oog krijgen voor de kwaliteit van intentieloosheid en intenties begrijpen als de kwaal en niet de oplossing. Als zelfvervreemding in plaats van authentiek gedrag. Jazeker, we moeten weer leren en durven kiezen ook voor de voortreffelijkheid, de perfectie, de wijsheid van intentieloosheid.

De Boeddha is intentieloos. Daarin zit diens kwaliteit en heil. Goede intenties verbeteren de geest toch niet, slechte verslechteren de geest ook niet. Je wordt er niet beter of slechter van. Het is allemaal kinderlijk gedoe eigenlijk. Sorry, het is zo. Al die goede bedoelingen? Prachtig hoor, maar wat is er mis mee zonder bedoeling te zijn? Zie je daar de perfectie dan niet in? Nee, want we hebben het al zover gebracht dat zonder intentie, zonder plannen, zonder voornemens we ons niet meer veilig voelen, niet onszelf, niet levend, niet dit en dat. Bravo! Wat een prestatie van formaat, als boeddhist.

Waar intenties worden gevolgd is wijsheid al verzwakt. Daar is het gevoel van authentiek-zelf al bedolven onder een lawine van waanvoorstellingen van zelf en ander. Uit dwaling gaan we voortdurend weer dat pad op van intenties. Maak jezelf en de wereld iets minder verward, zoek je heil niet in intentionele activiteit.

Siebe














104
Anusaya, Onderliggende neigingen of tendensen

De Boeddha onderwijst dat de bezoedelingen zich in drie lagen in de geest bevinden:
1. De meest basale is het niveau van de latente tendensen (anusaya), waar een bezoedeling enkel sluimerend ligt zonder enige activiteit.
2. Het tweede niveau is het stadium van manifestatie (pariyutthana), waar een bezoedeling, door de invloed van een stimulans, opborrelt in de vorm van onheilzame gedachten, emoties, en wilshandelingen.
3. Dan, op het derde niveau, gaat de bezoedeling aan een zuivere mentale manifestatie voorbij, om een onheilzame handeling door lichaam of spraak, in beweging te zetten. Daarom wordt dit niveau het stadium van overschrijding (vitikamma) genoemd.
http://www.sleuteltotinzicht.nl/wbk.htm#Anusaya

Anguttara Nikaya 7.11(1), Onderliggende neigingen/tendensen (1)
“Bhikkhu’s, er zijn deze zeven onderliggende neigingen. Welke zeven? De onderliggende neiging tot zintuiglijke begeerte, de onderliggende neiging tot afkeer/weerzin de onderliggende neiging tot visies, de onderliggende neiging tot twijfel, de onderliggende neiging tot verbeelding, de onderliggende neiging tot begeerte naar bestaan/worden en de onderliggende neiging tot onwetendheid”.

Anguttara Nikaya 7.12 (2), Onderliggende neigingen/tendensen (2)
“Bhikkhu’s, het spirituele leven wordt geleefd om van de zeven onderliggende neigingen afstand te doen en ze te ontwortelen. Welke zeven? De onderliggende neiging tot zintuiglijke begeerte, de onderliggende neiging tot afkeer/weerzin de onderliggende neiging tot visies, de onderliggende neiging tot twijfel, de onderliggende neiging tot verbeelding, de onderliggende neiging tot begeerte naar bestaan/worden en de onderliggende neiging tot onwetendheid”. Het spirituele leven wordt geleefd om van deze zeven onderliggende neigingen afstand te doen en ze te ontwortelen.
“Wanneer een bhikkhu afstand heeft gedaan van onderliggende neiging tot zintuiglijke begeerte, het aan de wortel heeft doorgehakt, het als de stomp van een palmboom heeft gemaakt, het volledig uitgewist heeft zodat het niet meer in de toekomst kan ontstaan; wanneer hij afstand heeft gedaan van de onderliggende neiging tot afkeer/weerzin...de onderliggende neiging tot visies...de onderliggende neiging tot twijfel...de onderliggende neiging tot verbeelding...de onderliggende neiging tot begeerte naar bestaan...de onderliggende neiging tot onwetendheid, het aan de wortel heeft doorgehakt, het als een stomp van een palmboom heeft gemaakt, het volledig uitgewist heeft zodat het niet meer in de toekomst kan ontstaan, dan wordt hij een bhikkhu genoemd zonder onderliggende neigingen, iemand die begeerte/hunkering heeft afgesneden/overwonnen, de keten afgeworpent, en door volledig door verbeelding heen te breken, heeft hij een einde gemaakt aan lijden”.

Deze teksten over deze neigingen relateren ook aan de hier geposte Cetana sutta’s
(zie http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2235.0.html)

Samyutta Nikaya 12. 38(8}, Cetana (1), fragment

Te Savatthi. “Bhikkhu’s, wat men zich voorneemt, en wat men van plan is, en waar men dan ook naar neigt/uitgaat: dit wordt een basis voor de instandhouding/handhaving/onderhoud van bewustzijn (...).

Siebe


105
Algemeen / De Altijd Aanwezige Mentale Factoren en Kamma
« Gepost op: 12-07-2015 12:01 »
Deze draad is mede ingegeven door de discussies over kamma

Dagpo Rinpoche legt in het boek 'Karma' uit dat bij een moment gewaarwording/cognitie, bijvoorbeeld het horen van een bepaald geluid, het ruiken van een bepaalde geur etc. er altijd minimaal vijf mentale factoren aanwezig zijn bij het primaire bewustzijn. In geval van iets horen is dat primaire bewustzijn 'auditief bewustzijn'. In geval van zien, 'visueel bewustzijn' etc.  Dit primaire bewustzijn, daarvan wordt gezegd dat het enkel registreert, het doet niks met wat het gewaar wordt.

De vijf mentale factoren die altijd minimaal aanwezig zijn bij een moment gewaarwording: Er is altijd de mentale factor contact, want zonder zintuiglijk contact geen zintuiglijke gewaarwording. Er moet het samenkomen zijn van een zintuig, object van het zintuig en bewustzijn. Er is altijd een bepaalde gevoel of sensatie bij een zintuiglijke gewaarwording. Een smaak kan scherp zijn, bitter. Een geluid onaangenaam hard etc. Er is ook altijd de mentale factor waarneming/onderscheiding, want (in het geval van bijvoorbeeld) een geluid moet het wel onderscheiden zijn van ander zaken om waar te nemen. Er moet als het ware iets geïsoleerd worden. Er wordt ook meer of minder aandacht gegeven aan een waarneming/cognitie. Daarnaast, is er de mentale activiteit, die de geest ergens naar doet uitgaan. Dit wordt beschreven als de mentale factor die überhaupt het hele proces van gewaarworden/cognitie, mogelijk maakt. Het begint daarmee kun je zeggen lijkt me.

Deze bij gewaarworden altijd aanwezige mentale factor 'mentale activiteit' die de geest ergens naar doet uitgaan, en ook wel beschreven wordt als een soort drang (urge),  daarvan zegt Rinpoche, dat is kamma met de natuur van geest. Er wordt ook gezegd dat dit veelal op een onbewust niveau zal werken. Min of ongemerkt (en hoe minder getraind hoe ongemerkter volgens mij) gaat je geest ergens naar uit. Ineens merk je bijvoorbeeld dat je aan het dagdromen bent geraakt maar hoe kwam dat weer ineens zo? De aanzet is veelal heel snel en onbewust. Zo kun je ook ineens verwikkeld raken in de intentie kwaad te doen, bijvoorbeeld. Alles kan zomaar omslaan.

Deze mentale activiteit die de geest ergens naar doet uitgaan, kamma met de natuur van geest, wordt beschreven als een neutraal iets. Het is zelf, puur als aanzet, als een soort drang (urge) niet moreel of immoreel. Bij mij komt het beeld binnen van een afslag nemen. Dat is op zichzelf geen morele daad maar als die afslag leidt naar een (im)moreel pad dan wordt het (im)morele activiteit. Als de geest bijvoorbeeld uitgaat naar het idee om iemand kwaad te doen, dan zit dat in de sfeer van het immorele/schadelijke. Laat je zo'n intentie nu niet onmiddellijk los, blijf je er met de geest op gericht, voedt je jezelf er zo mee, dan kan dat zo overgaan van een mentaal niveau naar verbale en fysieke immorele activiteiten. Omgekeerd geldt dit ook voor morele activiteiten uiteraard. Als je zo gericht blijft, je er mee voedt, dan haal je zaken naar binnen, als het ware. En zo kun je dan kamma verzamelen.

In de visie die Dagpo Rinpoche presenteert rondt die mentale activiteit van gericht zijn op, bijvoorbeeld op iemand schade willen berokkenen, ook eens af. Als die afrondt laat die, zeker als het langdurig en krachtig is geweest, een mentale indruk achter. Ook dit wordt gepresenteerd als kamma. Indrukken die achterblijven van morele activiteiten zijn heilzaam en kunnen in dit leven of volgende levens  rijpen in de vorm van positieve/heilzame ervaringen. Bij schadelijke indrukken is dit omgekeerd. Uit schadelijke mentale indrukken kunnen geen ervaringen van heil/welzijn ontstaan. Uit heilzame geen onheilzame.

Siebe




106
Theravada Boeddhisme / Agati
« Gepost op: 30-06-2015 13:30 »
(ik post dit onder theravada-boeddhisme maar het kan denk ik ook onder algemeen)

Agati

Etymologisch betekent “gati” in Pali onder andere: ‘gaan, reis, loop of koers, toevlucht, bestemming’. “Agati” betekent ‘van koers, verkeerde koers, verkeerd pad, verkeerde bestemming, misfortuin’.
[bron: The Student’s English-Pali Dictionary, by Maung Tin, M.A. Professor of Pali, Rangoon College, 1920]

Vanuit het onderricht over kamma worden drie immorele of niet heilzame wortels onderscheiden. Deze zijn hebzucht (lobha), haat (dosa) en begoocheling (moha). In het onderricht over agati worden vier verkeerde paden of invloeden onderscheiden. Je kunt het ook zien als vier verkeerde impulsen.

Ik vind dit wel leuk en goed om te vermelden omdat hier ook de sfeer van angst wordt genoemd als iets wat aan kan zetten tot scheef gedrag. Ik ben besprekingen van angst nog niet zo vaak tegengekomen. Ik vind dit opvallend, juist omdat het bij mij wel duidelijk speelt. In dit onderricht over agati komt angst dus wel aan bod.

Onder invloed van vier (soorten) sferen/invloeden wordt je gedrag scheef, als het ware, neemt een verkeerde loop:

Chandagati: dit is gedrag dat scheef/eenzijdig (onzuiver) wordt onder invloed van voorkeur, aantrekken, hebzucht, lust, verlangen, hartstocht, zin;
Dosagati: dit is gedrag dat scheef wordt onder invloed van afkeer, afstoten, weerzin, woede, ergernis;
Mohagati: dit is gedrag dat scheef wordt onder invloed van begoocheling, verwardheid,  dwaasheid, onwetendheid;
Bhayagati: dit is gedrag dat scheef wordt onder invloed van angst, verlegenheid/schroom, lafhartigheid, nervositeit.

Ik heb met opzet zoveel woorden gekozen. Ze kunnen wel onderscheiden worden, lijkt me, maar ze horen bij een zelfde soort sfeer vind ik. En daar schijnt het vooral om te gaan,  bijvoorbeeld de algemene sfeer van ergernis, haat, geprikkeldheid, afkeer, weerzin, afstoten. Je kunt daar natuurlijk allerlei gradaties in onderscheiden, van milde afkeer tot intense haat en ergernis,  maar het gaat hier volgens mij meer om hoe je onder invloed van het gehele-bereik van die sfeer je scheef gaat gedragen.

Ik vind ze allemaal goed herkenbaar maar vooral ook ‘bhayagati’ dat speelt heel duidelijk.

Er is ook een Agati Sutta. Deze heb ik hieronder vertaald

Anguttara Nikaya 4.19, Agati Sutta, Van Koers
[bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an04/an04.019.than.html
Door mij vertaald]


“Er zijn deze vier manieren om van koers te geraken. Welke vier? Men raakt van koers door verlangen. Men raakt van koers door afkeer . Men raakt van koers door begoocheling. Men raakt van koers door angst. Dit zijn de vier manieren om van koers te geraken.

Als je-
Door verlangen
    Afkeer
        Begoocheling
            Angst-
De Dhamma schendt,
vermindert je aanzien,
Zoals bij het krimpen
De maan.

“Er zijn deze vier manieren om niet van koers geraken. Welke vier? Men raakt niet van koers door verlangen. Men raakt niet van koers door afkeer . Men raakt niet van koers door begoocheling. Men raakt niet van koers door angst. Dit zijn de vier manieren om niet van koers te geraken”

Als je-
Door verlangen,
    Afkeer,
        Begoocheling
            Angst-
De Dhamma niet schendt,
Neemt je aanzien toe,
Zoals bij het wassen
De maan.

Groetjes,
Siebe


107
Manieren van Beoefening; pijnlijk/plezierig-snel/langzaam
[bron; Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. Sutta door mij vertaald]

Anguttara Nikaya 4.162 (2), In Detail

“Bhikkhu’s, er zijn deze vier manieren van beoefenen. Welke vier?
(1) Beoefening die pijnlijk is met langzame directe kennis; (2) beoefening die pijnlijk is met snelle directe kennis; (3) beoefening die plezierig is met langzame directe kennis; en (4) beoefening die plezierig is met snelle directe kennis.
(1) “En wat bhikkhu’s is de beoefening die pijnlijk is met langzame directe kennis? Hier is iemand van nature sterk geneigd tot wellust/begeerte en ervaart vaak pijn en misnoegen1 die geboren wordt uit wellust. Van nature is hij sterk geneigd tot haat en ervaart vaak pijn en misnoegen geboren uit haat. Van nature is hij sterk geneigd tot begoocheling en ervaart vaak pijn en misnoegen geboren uit begoocheling. Deze vijf vermogens komen in hem zwak tot ontwikkeling: het vermogen te vertrouwen, het vermogen van energie, het vermogen van mindfulness, het concentratievermogen en het vermogen van wijsheid (begripsvermogen). Omdat deze vijf vermogens zwak aanwezig zijn in hem, realiseert hij op een langzame manier de ogenblikkelijke voorwaarde voor de vernietiging van de asava’s. Dit wordt de beoefening genoemd die pijnlijk is met langzame directe kennis.
(2) “En wat is beoefening die pijnlijk is met snelle directe kennis? Hier is iemand van nature sterk geneigd tot wellust en ervaart vaak pijn en misnoegen die geboren wordt uit wellust. Van nature is hij sterk geneigd tot haat en ervaart vaak pijn en misnoegen geboren uit haat. Van nature is hij sterk geneigd tot begoocheling en ervaart vaak pijn en misnoegen geboren uit begoocheling. Deze vijf vermogens komen in hem prominent tot ontwikkeling: het vermogen te vertrouwen, het vermogen van energie, het vermogen van mindfulness, het concentratievermogen en het vermogen van wijsheid. Omdat deze vijf vermogens  prominent aanwezig zijn in hem, realiseert hij op een snelle manier de ogenblikkelijke voorwaarde voor de vernietiging van de asava’s.
(3) “En wat is beoefening die plezierig is met langzame directe kennis? Hier is iemand van nature niet sterk geneigd tot wellust en ervaart niet vaak pijn en misnoegen die geboren wordt uit wellust. Van nature is hij niet sterk geneigd tot haat en ervaart niet vaak pijn en misnoegen geboren uit haat. Van nature is hij niet sterk geneigd tot begoocheling en ervaart niet vaak pijn en misnoegen geboren uit begoocheling. Deze vijf vermogens komen in hem zwak tot ontwikkeling: het vermogen te vertrouwen, het vermogen van energie, het vermogen van mindfulness, het concentratievermogen en het vermogen van wijsheid. Omdat deze vijf vermogens zwak aanwezig zijn in hem, realiseert hij op een langzame manier de ogenblikkelijke voorwaarde voor de vernietiging van de asava’s. Dit wordt de beoefening genoemd die plezierig is met langzame directe kennis.
(4) “En wat is de beoefening die plezierig is met snelle directe kennis? Hier is iemand van nature niet sterk geneigd tot wellust en ervaart niet vaak pijn en misnoegen die geboren wordt uit wellust. Van nature is hij niet sterk geneigd tot haat en ervaart niet vaak pijn en misnoegen geboren uit haat. Van nature is hij niet sterk geneigd tot begoocheling en ervaart niet vaak pijn en misnoegen geboren uit begoocheling. Deze vijf vermogens komen in hem prominent tot ontwikkeling: het vermogen te vertrouwen, het vermogen van energie, het vermogen van mindfulness, het concentratievermogen en het vermogen van wijsheid. Omdat deze vijf vermogens prominent aanwezig zijn in hem, realiseert hij op een snelle manier de ogenblikkelijke voorwaarde voor de vernietiging van de asava’s. Dit wordt de beoefening genoemd die plezierig is met snelle directe kennis.
“Bhikkhu’s, dit zijn de vier manieren van beoefenen”.

1. "Dejection"; droefgeestigheid, moedeloosheid, neerslachtigheid, zwaarmoedigheid, afmatting, beklemming, bedroefheid, vermoeienis.

Siebe



108
Bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012
Door mij vertaald

Anguttara Nikaya 4.95: Crematie brandstapel

“Monniken, er zijn deze vier soorten personen in de wereld. Welke vier? Iemand die noch voor zijn eigen welzijn noch voor andermans welzijn beoefent; iemand die voor het welzijn van anderen beoefent maar niet voor zijn eigen welzijn; iemand die voor zijn eigen welzijn beoefent maar niet voor het welzijn van anderen; en iemand die zowel voor zijn eigen welzijn als dat van anderen beoefent. (in andere vertalingen wordt dit zo verwoord dat de persoon zich wel/niet inzet om het welzijn van zichzelf en/of anderen te bevorderen, Siebe)

“Monniken, stel dat een crematie brandstapel aan beide uiteinden in lichter laaie zou staan en in het midden zou het ingesmeerd zijn met uitwerpselen, dan zou het niet als aanmaakhout gebruikt kunnen worden in het dorp of in het bos. Ik zeg dat de persoon die noch voor zijn eigen welzijn beoefent noch voor het welzijn van anderen, net zo is.

“Monniken, de persoon die beoefent voor het welzijn van anderen maar niet voor zijn eigen welzijn, is de meest voortreffelijke en meest sublieme van de (eerste) twee personen. De persoon die beoefent voor zijn eigen welzijn maar niet voor het welzijn van anderen, is de meest voortreffelijke en meest sublieme van de (eerste) drie personen. De persoon die beoefent voor het welzijn van zowel zichzelf als dat van anderen is de voornaamste, de beste, de belangrijkste, de superieure en de meest voortreffelijke van deze vier personen.
Net zoals van een koe melk komt; van melk wrongel; van wrongel boter; van boter boterolie; van boterolie de afgeroomde boterolie, dat als het beste van al deze wordt gewaardeerd; zo is ook de persoon die zowel het welzijn van zichzelf als dat van anderen beoefent, de voornaamste, de beste, de belangrijkste, de superieure en de meest voortreffelijke van deze vier personen”.

Verder, sterk samengevat

Anguttara Nikaya 4.96
-Iemand die noch voor zijn eigen welzijn oefent/inzet noch voor het welzijn van anderen, is niet bezig om de eigen hebzucht, haat en begoocheling te verwijderen noch moedigt hij anderen aan dat te doen.
-Iemand die voor zijn eigen welzijn beoefent en niet voor het welzijn van anderen, oefent zich er in om zijn eigen hebzucht, haat en begoocheling te verwijderen maar moedigt anderen niet aan dat ook te doen.
-Iemand die voor andermans welzijn beoefent en niet voor zijn eigen welzijn, die moedigt anderen aan om bij zichzelf hebzucht, haat en begoocheling te verwijderen maar traint zich er zelf in niet in om de eigen hebzucht, haat en begoocheling te verwijderen.
-Iemand die zowel voor zijn eigen welzijn oefent als voor dat van anderen, traint zich er in om de eigen hebzucht, haat en begoocheling te verwijderen en moedigt anderen ook aan om hebzucht, haat en begoocheling bij zichzelf te verwijderen.

In Anguttara Nikaya 4.99 wordt dit op soortgelijke manier uitgewerkt voor het niet-doden, stelen, sexueel wangedrag, liegen en het drinken van alcoholische of bedwelmende dranken (de oorzaak van onachtzaamheid).

Zie ook tussenliggende sutta's.

Siebe


109
Theravada Boeddhisme / De zeven soorten personen
« Gepost op: 03-06-2015 20:40 »
De zeven soorten personen
[bron; The Middle Lenght Discourses of the Buddha, A New Translation of the Majjhima Nikaya, translated by Bhikkhu Nanamoli and Bhikkhu Bodhi]

Een korte samenvatting van §15 t/m §22 van Majjhima Nikaya 70 waarin deze zeven soorten personen worden onderscheiden.

1. De persoon die-op-beide-manieren-bevrijd wordt. Dit is iemand die met diens lichaam die bevrijdingen ervaart en er in verwijlt die vredevol zijn en immaterieel, die vormen overstijgen, en zijn asava’s worden vernietigd door zijn aanschouwen/zien met wijsheid.

2. De persoon bevrijd-door-wijsheid. Hier heeft iemand niet dat contact/ervaring met die bevrijdingen die vredevol zijn en immaterieel, die vormen overstijgen, maar diens asava’s worden vernietigd door zijn aanschouwen/zien met wijsheid.

Van deze personen zegt de Boeddha: “Van zo’n bhikkhu zeg ik niet dat hij nog altijd ijverig werk te doen heeft. Waarom? Hij heeft zijn werk ijverig gedaan; hij is niet meer in staat om onachtzaam te zijn”.

3. De lichaams-getuige. Hier heeft iemand weer met zijn lichaam contact met die bevrijdingen die vredevol zijn en immaterieel, die vormen overstijgen en sommige van zijn asava’s worden vernietigd door zijn aanschouwen/zien met wijsheid.

4. De persoon-die-visie-zal-bereiken. Hier heeft iemand niet dat contact met die vredevolle immateriele bevrijdingen die vormen overstijgen, verwijlt er niet in, maar sommige van diens asava’s worden vernietigd door zijn aanschouwen/zien met wijsheid en hij heeft met wijsheid de onderrichtingen beoordeeld en onderzocht die door de Boeddha zijn verkondigd.

5. De persoon-bevrijd-door-vertrouwen.  Hier heeft iemand niet dat contact met die vredevolle immateriele bevrijdingen die vormen overstijgen, verwijlt er niet in, maar sommige van zijn asava’s worden vernietigd door zijn aanschouwen/zien met wijsheid, en zijn vertrouwen wordt gezaaid, geworteld en gevestigd in de Tathagata.

6. Een Dhamma-volger. Hier heeft iemand niet dat contact met die vredevolle immateriele bevrijdingen’s die vormen overstijgen, verwijlt er niet in, en zijn asava’s worden nog niet vernietigd door zijn aanschouwen/zien met wijsheid, maar door middel van wijsheid heeft hij op een toereikende manier een overdachte acceptatie bereikt van die onderrichtingen die door de Tathagata zijn verkondigd. Bovendien heeft hij deze kwaliteiten: het vermogen om te vertrouwen, het vermogen van energie, het vermogen tot mindfulness, het concentratievermogen en het vermogen van wijsheid.

7. Een vertrouwen-volgeling. Hier heeft iemand niet dat contact met de immateriele jhana’s, verwijlt er niet in, en diens asava’s worden nog niet vernietigd door zijn aanschouwen/zien met wijsheid, niettemin heeft hij een toereikende hoeveel vertrouwen in en liefde voor de Tathagata. Verder heeft hij deze kwaliteiten: het vermogen om te vertrouwen, het vermogen van energie, het vermogen tot mindfulness, het concentratievermogen en het vermogen van wijsheid.

Van deze vijf personen zegt de Boeddha: “Ik zeg over zo’n bhikkhu dat hij nog altijd ijverig werk te doen heeft. Waarom? Omdat wanneer deze eerwaarde gebruik maakt van geschikte rustplaatsen en omgaat met goede vrienden en zijn spirituele vermogens in balans brengt, kan hij hier en nu met directe kennis realiseren en dat opperste doel van het heilige leven binnengaan en er in verwijlen waarvoor mensen terecht het leven als huishouder opgeven en het thuisloze leven verkiezen”.

§22. “Bhikkhu’s, ik zeg niet dat definitieve kennis allemaal ineens wordt verwezenlijkt. Integendeel, definitieve kennis wordt verwezenlijkt door geleidelijke training, door geleidelijke beoefening, door geleidelijke vordering. 
(...)

Gemeenschappelijke factor lijkt me dat de asava's steeds worden vernietigd door wijsheid. De verschillende personen zijn niet zomaar te identificeren als...dit is een stroom-intreder, dit is een arhat, dit is een eenmaal terugkerende etc. Het fijne weet ik er nog niet van.

Groet,
Siebe



110
Meditatie / Behoefte aan Structuur
« Gepost op: 21-03-2015 12:24 »
Als je bijvoorbeeld veel kalmte-meditatie doet dan ben je mijns inziens bezig met het oplossen van structuur en het leren verwijlen in en met het structuurloze. Mijn ervaring hiermee is dat dit ook een tegenreactie op gang kan brengen. Je kunt niet zeggen dat je deze tegenreactie bewust of zelf op gang brengt met je wil of intentie. Het gebeurt gewoon. De tegenreactie kan zijn dat je gevoelens krijgt van controle-verlies en dat het stress-systeem juist actiever wordt.

Neurologisch wordt dit geloof ik verklaard doordat de structuur van een duidelijk zelfbewustzijn of gevoel van zelf, normaal het diepere stress systeem er onder houdt, dempt. Wanneer die dempende remmende werking oplost gaat juist het stress systeem actiever worden.

Het is dan ook niet zo dat kalmte-meditatie enkel onschuldig is, geen kwaad kan, je perse kalmeert. Dit is waarschijnlijk een kwestie van aanleg. Als je in je dagelijks leven graag alles onder controle hebt, slecht tegen onverwachte dingen kunt, het onbekende niet spontaan open verwelkomt, ook een sterke behoefte hebt aan structuur, dan heb je waarschijnlijk ook wel een aanleg waarbij het stress systeem snel op tilt zal slaan en dan ben je waarschijnlijk gevoelig voor controle-verlies. 

Ik denk dat vooral de behoefte die je voelt aan structuur een indicator kan zijn in welke categorie je zelf valt. De behoefte aan structuur is groot bij bijvoorbeeld mensen met autistische neigingen en die hebben we allemaal in zekere mate wel iets. Dingen moeten op hun eigen plek liggen, van rommel raak je van slag,
je wilt altijd weten waar je aan toe bent, dingen moeten duidelijk zijn, je houdt niet van onduidelijkheid, afspraak is afspraak, je geest gaat ook altijd uit naar het vinden van structuur, ziet snel verbanden, kan daarin ook doorslaan en magisch denken. Wat vooral overheerst denk ik is een sterke behoefte aan duidelijkheid. Het motto is, duidelijk is goed, onduidelijkheid is verkeerd. De structuur verzekert de duidelijkheid.

Boeddhisme kan dan soms ook heerlijk zijn als het allerlei rijtjes heeft die je uit je hoofd kunt leren. Zo kan de leer maar ook de beoefening als het ware aansluiten bij die sterke behoefte aan duidelijkheid en structuur. Iemand die dit heeft kan weer weinig met uitspraken in boeddhisme die elkaar tegenspreken. Wat moet je daar nou mee? Onduidelijkheid is slecht. Wat je vanuit je behoefte aan structuur doet is dat je eigenlijk alles op een rijtje wilt hebben. Op een rijtje hebben is goed en je idee van helderheid.

Ik denk dat als je jezelf hierin herkent dat je ook waarschijnlijk wel gevoelig bent voor controle-verlies en stress bij (teveel, te langdurige) kalmte-meditatie. Ik zou willen adviseren er mee uit te kijken en bijvoorbeeld korte sessies te doen, 5-10 minuten hooguit, en het liefst onder begeleiding.

Ik vind het ook belangrijk te schrijven dat je als mens dit niet bewust doet of op gang brengt. Het is als hartslag. Als je een berg beklimt gaat die vanzelf omhoog. Zo zet je ook niet bewust het stress-systeem aan tot meer activiteit. Het kan zijn dat deze aanleg tot gevoelens van controle-verlies en sterke behoefte aan structuur afstamt van acties uit vorige levens. Nu je dit toch hebt moet je er toch rekening mee houden.

Wanneer zich tekenen voordoen van toename van stress en controle-verlies door meditatie, dan heb ik gehoord van een wat oudere leerling, dat het zaak is onmiddellijk deze oefening te stoppen.
Je hier als een soort held tegenover stellen, denkend dat je alles wel even zult overwinnen, kan wel eens helemaal verkeerd uitpakken. Misschien zijn er mensen die hier anders over denken of andere adviezen hebben gehoord, dan hoor ik die graag, maar mijn eigen ervaring is ook dat dit soort ervaringen deuren openen die moeilijk of niet te beheersen zijn en ook langdurig open kunnen blijven staan.

Siebe

111
Algemeen / Het zit gewoon (niet) in me
« Gepost op: 20-03-2015 22:14 »
Het is misschien wel heel inspirerend te horen over "de innerlijk zon", of over "dat alles al in je zit om gelukkig te zijn" etc., maar ik vind het ook naief, riekend naar bedrog en misleiding.

Het meeste geluk haalt een mens toch uit iets anders. Gevoed bijvoorbeeld met de aandacht van anderen, de nabijheid van anderen, gevoed door een goede maaltijd, bevredigende baan, gevoed door aangename gevoelens, gevoel door het gevoel belangrijk te zijn. Dat soort dingen. Mijn ervaring is dat wanneer dit (deels) wegvalt de innerlijk zon ondergaat. Je wordt verteerd door hunkering en uit niks blijkt meer dat je alles in je hebt om gewoon gelukkig, vredig te zijn. Dit zegt misschien wel alles over mij maar zo werkt het voor mij. Is het bij jullie anders?

Het zijn vaak de omstandigheden die zo bepalend zijn voor je gevoel van welbevinden. Maak je niet teveel wijs. Toen ik nog in bed naast een vriendin lag, lekker tegen haar warme lijf aan, ja, dan heb je ook vrijwel geen gevoel meer van hunkering. Je voelt je bij haar in ieder geval gewaardeerd, geliefd, gewenst, gezien. Heb je een leuke baan, leuke vrienden, alles wat aardig voor elkaar, dan speelt natuurlijk hunkering ook veel minder. Ja, dan zou je zelfs helemaal kunnen leeglopen over de innerlijk zon en hoe je als mens alles al in je hebt om vredig en gelukkig te zijn. Maar het kan snel omslaan hoor.

Dus hoe realistisch is het allemaal he?

Siebe

112
Theravada Boeddhisme / Nibbana (Nirvana)
« Gepost op: 21-02-2015 14:41 »
Nibbana (Nirvana)

Bronnen:
-Digha Nikaya (DG): The Long Discourses of the Buddha, A translation of the Digha Nikaya by Maurice Walshe, 1996;
-Majjhima Nikaya (MN): The Middle Length Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, original translation by Bhikkhu Nanamoli, translation edited and revised by Bhikkhu Bodhi, 1995;
-Samyutta Nikaya (SN): The Connected Discourses of the Buddha, A New Translation of the Samyutta Nikaya, Bhikkhu Bodhi, Volume I+II, 2000;
-Anguttara Nikaya (AN): The Numerical Discourses of the Buddha, A Translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, 2012;
-Dhammapada, A Translation, Ven. Thanissaro Bhikkhu, Buddha Dharma Education Association Inc, 1997;
-Udana: A Translation With an Introduction & Notes by Thanissaro Bhikkhu, 2012;
-Itivuttaka: This was said by the Buddha, A Translation by Thanissaro Bhikkhu, revised edition 2013;
-Sutta Nipata: The Sutta Nipata, A Collection of Discourses Being One of the Canonical Books of The Buddhist, Translated from Pali by V. Fausböll, Oxford, 1881.

Inleiding

De gezegende is verlicht en onderwijst de Dhamma omwille van verlichting. De Gezegende is getemd en onderwijst de Dhamma om jezelf te temmen. De Gezegende is vredig en onderwijst de Dhamma omwille van vrede. De Gezegende is overgestoken en onderwijst de Dhamma om over te steken. De Gezegende heeft Nibbana bereikt en onderwijst de Dhamma om Nibbana te bereiken (MN35§26).

Het heilige leven wordt geleefd met Nibbana als diens fundament, met Nibbana als diens bestemming en uiteindelijk doel (SN.48.42(2)). Of, net iets anders geformuleerd, het heilige leven gaat over in Nibbana, bereikt zijn hoogtepunt in Nibbana en eindigt in Nibbana (MN44§29).

Het Edele Achtvoudige Pad, ook wel de Middenweg genoemd, de weg tussen streng ascetisme en hedonisme, leidt naar volledige ontnuchtering, tot passieloosheid, tot beëindiging, tot vrede, tot directe kennis, tot verlichting, tot Nibbana. In de sutta’s wordt dit vergeleken met de rivier de Ganges. Zoals deze neigt naar de zee, afloopt naar de zee, naar de zee stroomt, en overgaat in de zee, zo neigt ook Meesters Gautama’s gezelschap van thuislozen en huishouders naar Nibbana, loopt af naar Nibbana, stroomt naar Nibbana en gaat over in Nibbana (o.a. MN73§14).

Nibbana zoeken is de edele zoektocht. Iemand die zelf onderhevig is aan geboorte, en het gevaar begrepen heeft van wat onderhevig is aan geboorte, zoekt de ongeboren ultieme bescherming tegen gebondenheid (bondage), Nibbana; zelf onderhevig zijnde aan veroudering, en het gevaar begrepen hebbend van wat onderhevig is aan veroudering, zoekt iemand de niet verouderende ultieme bescherming tegen gebondenheid, Nibbana; zelf onderhevig aan ziekte, en het gevaar begrepen hebbend van wat onderhevig is aan ziekte, zoekt iemand de niet ziek wordende ultieme bescherming tegen gebondenheid, Nibbana; zelf onderhevig aan sterven, en het gevaar begrepen hebbend van wat sterfelijk is, zoekt iemand de doodloze ultieme bescherming tegen gebondenheid, Nibbana; zelf onderhevig zijnde aan smart, en het gevaar begrepen hebbend van wat onderhevig is aan smart, zoekt iemand de smartvrije ultieme bescherming tegen gebondenheid, Nibbana; zelf onderwerp zijnde van bezoedeling, en het gevaar begrepen hebbend van dat wat onderwerp is van bezoedeling, zoekt iemand de onbezoedelde ultieme bescherming tegen gebondenheid, Nibbana. Dit is de edele zoektocht (MN26§12). De Boeddha heeft deze zoektocht beëindigd, volbracht, Nibbana gerealiseerd, gedaan wat gedaan moest worden.

Wat heeft de Boeddha allemaal over dit uiteindelijke doel, deze ultieme toevlucht, Nibbana, onderwezen? Het gaat natuurlijk om een niet-conceptuele ervaring, zoals de smaak van suiker, waarbij formuleringen in woorden dat onmogelijk kunnen uitdrukken, maar toch...er zijn wel woorden aan besteed. Wat is er over gezegd of geschreven? Mij inspireert het om hierover te lezen. Misschien jullie ook.
Ik heb zaken in een aantal hoofdstukken/delen ondergebracht:

1. Wat Nibbana niet is,
2. Een selectie uit sutta’s en sutta-fragmenten over Nibbana,
3. Niet bevorderlijk om Nibbana te realiseren,
4. Bevorderlijk om Nibbana te realiseren,
5. Waarom realiseren sommigen wel Nibbana en anderen niet?
6. Nibbana-element met en zonder overblijfsel.

De komende tijd zal ik dit in delen posten.

Moge jullie allemaal de ultieme toevlucht realiseren.

Het beste,

Siebe

113
Theravada Boeddhisme / Schepper in de Sutta Pitaka
« Gepost op: 01-02-2015 20:57 »
Schepper in de Sutta Pitaka

Bronnen:
-Digha Nikaya: The Long Discourses of the Buddha, A translation of the Digha Nikaya by Maurice Walshe, 1996
-Majjhima Nikaya: The Middle Length Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, original translation by Bhikkhu Nanamoli, translation edited and revised by Bhikkhu Bodhi, 1995;
-Samyutta Nikaya: The Connected Discourses of the Buddha, A New Translation of the Samyutta Nikaya, Bhikkhu Bodhi, Volume I+II, 2000
-Anguttara Nikaya: The Numerical Discourses of the Buddha, A Translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, 2012
-Dhammapada, A Translation, Ven. Thanissaro Bhikkhu, Buddha Dharma Education Association Inc, 1997
-Udana: A Translation With an Introduction & Notes by Thanissaro Bhikkhu, 2012;
-Itivuttaka: This was said by the Buddha, A Translation by Thanissaro Bhikkhu, revised edition 2013
-Sutta Nipata: The Sutta Nipata, A Collection of Discourses Being One of the Canonical Books of The Buddhist, Translated from Pali by V. Fausböll, Oxford, 1881
-Nettippakarana: The Guide (Netti-ppakaranam), according to Kaccana Thera, translated from the Pali by Bhikkhu Nanamoli, The Pali Text Society, London, 1977.
-Milindapañha: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I (1890) en II (1894), Oxford

Inleiding

Ik voelde de behoefte dit eens uit te zoeken. Wat staat er nou precies geschreven over een Schepper in de sutta’s? Misschien vinden jullie het ook leerzaam om mee te lezen wat ik aan informatie gevonden heb.

Ik kwam een stuk tekst tegen van Bhikkhu Bodhi dat dit onderwerp denk ik mooi inleidt. Hier zal ik mee beginnen en daarna aan de hand van negen punten weergeven wat ik zelf in de sutta’s gevonden heb. 

“Brahma was de oppergod van het vroege Brahmanisme, voorgesteld als de schepper van het universum en werd door de brahmanen vereerd door offers en rituelen. Deze voorstelling van Brahma komt een enkele keer voor in de Boeddhistische Canon, echter als een onderwerp van kritiek en satire in plaats van als een onderwerp van geloof. In zo’n context wordt het woord ‘brahma’ als een gepaste naam gebruikt, vaak aangedikt tot Mahabrahma, “Brahma de Grote”. De Boeddha herinterpreteerde het idee van brahma  en veranderde de enkele al-machtige god van de brahmanen in een klasse van verheven goden verblijvend in het vorm rijk (rupadhatu) ver boven de hemelen van de zintuiglijke-sfeer. Naar hun verblijf wordt verwezen als “de brahma wereld”, waarvan er vele zijn, van uiteenlopende dimensies en verschillende mates van hegemonie. Binnen hun rijk verblijven de brahma’s in gezelschappen en Mahabrahma (of soms een brahma met een meer persoonlijke naam) wordt als de heerser van dat gezelschap gezien, compleet met ministers en bijeenkomst. Net als alle levende wezens zijn de brahma’s vergankelijk, nog altijd gebonden aan de cyclus van wedergeboorte, hoewel ze dit soms vergeten en denken dat ze onsterfelijk zijn.
Het pad tot wedergeboorte in de brahma wereld is meesterschap over de jhana’s, waarvan elk ontologisch afgestemd is op een specifiek niveau van het vorm rijk (de tekst verwijst hier naar tabel 3 in het boek Siebe). Soms noemt Boeddha de vier “goddelijk verblijven”(brahmavihara) het middel tot wedergeboorte in de brahma wereld. Dit zijn de “onmetelijke” meditaties op liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, altruistische vreugde en gelijkmoedigheid (metta, karuna, mudita, upekkha).
De Nikaya’s bieden een ambivalente evaluatie van de brahma’s, zoals kan worden gezien in de huidige samyutta (di. Brahmasamyutta, Siebe). Aan de andere kant, bepaalde brahma’s worden weergegeven als kloeke beschermers van de Boeddha’s bevoegdheid en als toegewijde volgelingen van de Meester. Maar juist vanwege hun lange levensduur en verheven status in de cosmische hierarchie, zijn de brahma’s vatbaar voor begoocheling en verbeelding/eigendunk; inderdaad, ze verbeelden zichzelf soms dat ze al-machtige scheppers en heersers van het universum zijn. Mogelijk weerspiegelt deze dubbelzinnige evaluatie Boeddha’s ambivalente houding ten aanzien van de brahmanen; bewondering voor de eeuwenoude spirituele idealen van het brahmaanse leven (zoals bewaard gebleven in de uitdrukkingen brahmacariya en brahmavihara) gekoppeld aan de afwijzing van de pretenties van eigentijdse brahmanen aangaande hun eigen superioriteit gebaseerd op geboorte en lineage” (...). [bron: Samyutta Nikaya, deel I, Bhikkhu Bodhi, bladzijde 81+82)]

Wat dat laatste betreft, uit Digha Nikaya 27 §2 (en MN84§4, MN93§5) maak ik ook op dat de Brahmanen in de tijd van de Boeddha geloofden dat ze de hoogste kaste waren, gezuiverd zijn, ware kinderen van Brahma, geschapen door Brahma, geboren uit zijn mond (waar bijvoorbeeld anderen uit de voeten zijn geboren), erfgenamen van Brahma. Boeddha zegt hierover...”Deze Brahmanen stellen Brahma verkeerd voor, vertellen leugens en verdienen veel onverdienste” (...). Tot zover deze inleidende woorden.

Ik zal nu verder verslag doen van wat ik zelf gevonden heb in de verschillende Nikaya’s aan de hand van de volgende punten:

1. Mahabrahma, de Schepper is geen Schepper? Over de herkomst van het geloof in een Schepper?
2. Een god, of Brahma als (eerste) oorzaak?
3. De Schepper, de Al-Ziende, Mahabrahma weet niet alles?
4. De erkenning van de heerschappij en invloedssfeer van (Baka de) Brahma
5. Boeddha (en anderen) wedergeboren als Mahabrahma
6. De status van (Maha)brahma
7. Nadenken over je Schepper halen je uit de concentratie?
8. Brahma Sahampati verzoekt Boeddha om het wiel in beweging te brengen
9. Deva’s/goden die zich verheugen in (eigen) schepping en deva’s die macht uitoefenen over andermans scheppingen.

Voor een beetje goed overzicht raad ik aan alle posten te lezen.

Groetjes,
Siebe

114
Theravada Boeddhisme / Het Ongeconditioneerde in de Sutta Pitaka
« Gepost op: 23-01-2015 17:06 »
Het Ongeconditioneerde in de Sutta Pitaka

[bronnen:
-Digha Nikaya: The Long Discourses of the Buddha, A translation of the Digha Nikaya by Maurice Walshe, 1996.
-Majjhima Nikaya: The Middle Length Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, original translation by Bhikkhu Nanamoli, translation edited and revised by Bhikkhu Bodhi, 1995
-Anguttara Nikaya: The Numerical Discourses of the Buddha, A Translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, 2012].
Deze boeken zijn te vinden op het web als pdf documenten


Het ongeconditioneerde-Pali: asankhata,
Het geconditioneerde-Pali: sankhata.

Sutta fragmenten waarin gesproken wordt over Het Ongeconditioneerde

Digha Nikaya 34
§1.3 (9) “Welke twee dingen moeten grondig geleerd worden? Twee elementen, het geconditioneerde en het ongeconditioneerde (sankhata-dhatu en asankhata -dhatu)
(Noot 1138 bij dit tekstfragment verklaart dat asankhata-dhatu een term is voor Nibbana)

Anguttara Nikaya 3.47 (7)
“Bhikkhu’s, er zijn deze drie kenmerken die het geconditioneerde bepalen. Welke drie? Een ontstaan/opkomen wordt gezien, een verdwijnen wordt gezien, en diens verandering terwijl het aanhoudt/duurt wordt gezien. Dit zijn de drie kenmerken die het geconditioneerde bepalen”.
“Bhikkhu’s, er zijn deze drie kenmerken die het ongeconditioneerde bepalen. Welke drie? Er wordt geen ontstaan/opkomen gezien, geen verdwijnen wordt gezien, en geen verandering terwijl het aanhoudt/duurt wordt gezien. Dit zijn de drie kenmerken die het ongeconditioneerde bepalen”.

Majjhima Nikaya 44
§9. “Dame, wat is het Edele Achtvoudige Pad?”
“Vriend Visakha, het is eenvoudigweg dit Edele Achtvoudige Pad; dat is, juiste visie, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste indachtigheid en juiste concentratie”.
§10. “Dame, is het Edele Achtvoudige Pad geconditioneerd of ongeconditioneerd?”
“Vriend Visakha, het Edele Achtvoudige Pad is geconditioneerd”.

Majjhima Nikaya 115
Korte inleiding: iemand kan wijs en een onderzoeker worden genoemd als hij deskundig is in de elementen, in de (zintuig)bases, in afhankelijk ontstaan en in wat mogelijk is en onmogelijk.
Bij deskundigheid in de elementen:
§9 “Maar, eerwaarde heer, kan er nog een andere manier zijn waarop een bhikkhu deskundig genoemd kan worden in de elementen?”
“Dat kan er zijn, Ananda. Ananda, er zijn deze twee elementen: het geconditioneerde element en het ongeconditioneerde element. Wanneer hij deze twee elementen kent en ziet, kan een bhikkhu deskundig in de elementen worden genoemd.
(noot 1081 bij dit tekstfragment verklaart: het geconditioneerde elementen bestaat uit alles wat voortgebracht wordt door voorwaarden en is een aanduiding voor de vijf aggregaten. Het ongeconditioneerde element is Nibbana.

(zie verdere posten)

Siebe

115
Lumineuze geest en bijkomstige bezoedelingen
[bron: The Numerical Discourses of the Boeddha, A Translation of the Anguttara Nikaya, by Bhikkhu Bodhi, 2012]. Onderstaande door mij hieruit vertaald. tekst tussen [..] niet door mij toegevoegd. Tekst tussen (...) wel.

Anguttara Nikaya, The Book of Ones

1.49 (9)
“Lumineus, bhikkhu’s, is deze geest, maar het wordt bezoedeld door bijkomstige bezoedelingen.”

1.50 (10)
“Lumineus, bhikkhu’s, is deze geest, en het wordt bevrijd van bijkomstige bezoedelingen.”

1.51 (1)
“Lumineus, bhikkhu’s is deze geest, maar het wordt bezoedeld door bijkomstige bezoedelingen. De niet geinstrueerde wereldlijke persoon begrijpt dit niet zoals het werkelijk is; daarom zeg ik dat er voor de niet geinstrueerde wereldlijke persoon geen ontwikkeling van de geest is”.

1.52 (2)
“Lumineus, bhikkhu’s, is deze geest, en het wordt bevrijd van bijkomstige bezoedelingen. De geinstrueerde edele leerling begrijpt dit zoals het werkelijk is; daarom zeg ik dat er voor de geinstrueerde edele leerling ontwikkeling van de geest is”.

Anguttara Nikaya, The Book of the Threes

3.101 (10) De vuil verwijderaar
“Bhikkhu’s, er zijn grove bezoedelingen van goud: aarde, grind en gruis. Welnu, de vuil verwijderaar of zijn leerling doet het goud eerst in een trog en wast het, spoelt het af en reinigt het. Wannneer dat verwijderd is en geelimineerd, zijn er nog altijd middelgrote bezoedelingen in het goud: fijn grind en grof zand. De vuil verwijderaar of zijn leerling wast het, spoelt het af en reinigt het nog een keer. Wanneer dat verwijderd is en geelimineerd, blijven er nog fijne bezoedelingen over in het goud: fijn zand en zwarte stof. Dus de vuil verwijderaar of zijn leerling wast het, spoelt het en reinigt het nog een keer. Wanneer dat is verwijderd en geelimineerd, blijven er alleen goudkorrels over.
De goudsmid of zijn leerling doet het goud nu in een smeltkroes en blaast het aan en smelt het. Maar zelfs wanneer dit gedaan is, is het goud nog niet uitbehandeld en de vuiligheid is nog altijd niet volledig verwijderd. Het goud is nog niet smeedbaar, te hanteren, en lumineus, maar nog altijd broos en niet geschikt om mee te werken.
Maar als de goudsmid of zijn leerling doorgaat met het aanblazen, vloeibaar maken en smelten, komt er een tijd dat het goud uitbehandeld is en de vuiligheid volledig verwijderd, zodat het goud smeedbaar wordt, te hanteren, en lumineus, kneedbaar en geschikt om mee te werken. Welk sieraad de goudsmid er dan ook van wil maken- of dat nu een armband is, een oorbel, een halsketting of een gouden bloemenkrans- hij kan dat doel realiseren.
Zo geldt ook, bhikkhu’s, wanneer een bhikkhu toegewijd is aan de hogere geest zijn er in hem grove bezoedelingen; lichamelijk, verbaal en mentaal wangedrag. Een serieuze capabele bhikkhu geeft ze prijs, verdrijft ze, beeindigd ze en wist ze uit. Wanneer dit gedaan is dan zijn er in hem nog middelmatige bezoedelingen over: wellustige gedachten, gedachten van kwade wil en gedachten van leed-toebrengen. Een serieuze, capabele bhikkhu geeft ze prijs, verdrijft ze, beeindigd ze en wist ze uit. Wanneer dit gedaan is zijn er in hem nog subtiele bezoedelingen over: gedachten over zijn relaties, gedachten aan zijn land en gedachten aan zijn reputatie. Een serieuze, capabele bhikkhu geeft ze prijs, verdrijft ze, beeindigd ze en wist ze uit. Wanneer dit gedaan is dan blijven er gedachten verbonden met de Dhamma over. Die concentratie is niet vredevol en verheven, niet verworven door volledige kalmering, niet geneigd tot eenwording, maar wordt beteugeld en gecontroleerd door krachtige onderdrukking [van de bezoedelingen].
Maar, bhikkhu’s, er komt een tijd dat zijn geest innerlijk stabiel wordt, bedaard/kalm, één gemaakt en geconcentreerd. Die concentratie is vredevol en verheven, verworven door volledige kalmering en eenwording (bereikt); het wordt niet beteugeld door krachtige onderdrukking van [bezoedelingen]. Wanneer er dan zo een geschikte/bruikbare basis is, is hij in staat om elke staat te verwezenlijken realiseerbaar door directe kennis van waar hij zijn geest op zou richten (lastige zin).
Als hij wenst: ‘Moge ik de uiteenlopende soorten psychische vermogens uitoefenen: één geweest zijnde, mag ik vele worden; veel geweest zijnde, moge ik één worden, moge ik verschijnen en verdwijnen, moge ik ongehinderd door een muur gaan, door een wal, door een berg zoals door de ruimte; moge ik in en uit de aarde duiken alsof het water is; moge ik over water lopen zonder te zinken alsof het grond is; kruiselings gezeten moge ik door de ruimte reizen zoals een vogel; moge ik met mijn hand de zon en maan aanraken die zo krachtig en machtig zijn; moge ik meesterschap over het lichaam uitoefenen, zover als tot in de Brahma wereld’, hij is in staat dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruikbare basis is”.
(...)

De sutta beschrijft vervolgens de andere vermogens van een kneedbare, ééngeworden, smetteloze geest (hier enkel slechts opgesomd):
-het goddelijk oor,
-inzicht in andermans geest,
-kennis van vorige geboorten en de details, eonen van het evolueren van de wereld en desintegreren van de wereld,
-goddelijk oog, dat de migratie van wezens ziet overeenkomstig hun kamma,
-bij de beeindiging van de bezoedelingen de smetteloze bevrijding van geest, bevrijding door wijsheid.

3.102 (11)  Een goudsmid
“Bhikkhu’s, wanneer een bhikkhu toegewijd is aan de hogere geest dan dient hij van tijd tot tijd aandacht te besteden aan de drie kenmerken/punten. Van tijd tot tijd dient hij aandacht te besteden aan het kenmerk/punt van concentratie, van tijd tot tijd aan het kenmerk van inspanning en van tijd tot tijd tot het kenmerk van gelijkmoedigheid.
Als een bhikkhu toegewijd aan de hogere geest zich uitsluitend richt op het kenmerk van concentratie dan is het mogelijk dat zijn geest zich zal bewegen naar luiheid. Als hij zich uitsluitend richt op het kenmerk van inspanning is het mogelijk dat zijn geest beweegt naar rusteloosheid. Als hij zich uitsluitend richt op het kenmerk van gelijkmoedigheid is het mogelijk dat zijn geest niet op de geschikte manier geconcentreerd is voor de vernietiging van de smetten. Maar wanneer een bhikkhu toegewijd aan de hogere geest van tijd tot tijd aandacht besteedt aan het kenmerk van concentratie, van tijd tot tijd aandacht besteedt aan het kenmerk van inspanning en van tijd tot tijd aan het kenmerk van gelijkmoedigheid wordt zijn geest kneedbaar, hanteerbaar, en lumineus, buigzaam en op de juiste manier geconcentreerd voor de vernietiging van de smetten.
Veronderstel, bhikkhu’s, dat een goudsmid of zijn leerling een oven voorbereiden, de smeltkroes verhitten, met een tang wat goud pakken en het in de smeltkroes doen. Daarna zou hij er van tijd tot tijd op blazen, van tijd tot tijd er water over besprenkelen en van tijd tot tijd er alleen maar naar kijken. Als de goudsmid of zijn leerling uitsluitend op het goud zouden blazen, dan is het mogelijk dat het goud juist opbrandt. Als hij uitsluitend water op het goud zou sprenkelen, is het mogelijk dat het goud zou afkoelen. Als hij er uitsluitend naar zou kijken is het mogelijk dat het goud niet de juiste samenstelling krijgt. Maar als de goudsmid of zijn leerling van tijd tot tijd er op zou blazen, van tijd tot tijd er water op zou sprenkelen en van tijd tot tijd er enkel naar zou kijken, zou het goud smeedbaar, hanteerbaar en lumineus worden, buigzaam en geschikt om mee te werken. Wat voor soort sieraad de goudsmid dan ook wenst te maken- of dat nu een armband is, een oorbel, een halsketting of gouden bloemenkrans- hij kan dit doel realiseren.
Zo dient ook een bhikkhu toegewijd aan de hogere geest van tijd tot tijd aandacht te geven aan drie kenmerken. Van tijd tot tijd dient hij aandacht te besteden aan het kenmerk van concentratie, van tijd tot tijd aan het kenmerk van inspanning en van tijd tot tijd aan het kenmerk van gelijkmoedigheid.
Als een bhikkhu toegewijd aan de hogere geest zich uitsluitend richt op het kenmerk van concentratie dan is het mogelijk dat zijn geest zal bewegen naar luiheid. Als hij zich uitsluitend richt op het kenmerk van inspanning is het mogelijk dat zijn geest beweegt naar rusteloosheid. Als hij zich uitsluitend richt op het kenmerk van gelijkmoedigheid is het mogelijk dat zijn geest niet op de geschikte manier geconcentreerd is voor de vernietiging van de smetten. Maar wanneer hij van tijd tot tijd aandacht besteedt aan het kenmerk van concentratie, van tijd tot tijd aandacht besteedt aan het kenmerk van inspanning en van tijd tot tijd aan het kenmerk van gelijkmoedigheid, wordt zijn geest kneedbaar, hanteerbaar, en lumineus, buigzaam en op de juiste manier geconcentreerd voor de vernietiging van de smetten. Wanneer er dan zo een geschikte/bruikbare basis is, is hij in staat om elke staat te verwezenlijken realiseerbaar door directe kennis van waar hij zijn geest op zou richten.
Als hij wenst: ‘Moge ik de uiteenlopende soorten psychische vermogens uitoefenen: één geweest zijnde, moge ik vele worden; veel geweest zijnde, mag ik één worden, moge ik verschijnen en verdwijnen, moge ik ongehinderd door een muur gaan, door een wal, door een berg zoals door de ruimte; moge ik in een uit de aarde duiken alsof het water is; moge ik over water lopen zonder te zinken alsof het grond is; kruiselings gezeten moge ik door de ruimte reizen zoals een vogel; moge ik met mijn hand de zon en maan aanraken die zo krachtig en machtig zijn; moge ik meesterschap over het lichaam uitoefenen, zover als tot in de Brahma wereld’, hij is in staat dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruibare basis is”.
(...)
Nu volgt in de sutta een beschrijving van dezelfde vermogens die horen bij een geschikt/bruibaar gemaakte geest als in sutta 3.101.

Siebe

116
Theravada Boeddhisme / Āsava
« Gepost op: 12-01-2015 19:55 »
Āsava, een verkennend onderzoek

Etymologie/betekenis

Hieronder eerst een weergave van wat ik aan informatie gevonden heb.

“De Boeddhisten leenden de term van de Jains, die het gebruikten om de stroom van karmische deeltjes te beschrijven die zich vasthechten aan de jiva’s (alwetende levenskrachten) en deze belemmerden, hun alwetendheid blokkerend. Aangezien boeddhisten de quasi-materialistische karma theorie van de Jains verwierpen, paste de term āsava- die voor de Jains de stroom van deeltjes aanduiden die werd aangetrokken door bepaalde soorten activiteit-nooit goed in de eigen boeddhistische karma theorieën.
In plaats daarvan functioneerde de term in boeddhisme als een evocatief zinnebeeld voor de meest fundamentele karmische problemen: met āsava’s blijft men door gaan zo te handelen dat men gebonden blijft aan samsara; men wordt vrij van samsara alleen door het elimineren of ‘vernietigen’ (khaya) van deze āsava’s”.
(...) “De āsava’s zijn diep gezetelde neigingen die iemand er toe drijven om plezier, verder bestaan, onwetendheid en schadelijke/destructieve visies en theorieën achterna te jagen en er aan vast te klampen. Ze zijn de neigingen die, dankzij onwetendheid en onjuiste visies, zich aan ons opdringen om te verlangen en gehecht te raken”.
[bron: Buddhist Phenomenology, A Philosophical Investigation of Yogacara Buddhism, by San Lusthaus, p. 126] .

“Want āsava moet afgeleid worden van ā + √-sru en betekent dus “iets dat naar (iemand) toestroomt’, en het is in deze betekenis dat het als een goed-gedefinieerde term voorkomt bij de Jains, waar het de invloed van eerder karma schijnt te betekenen dat stroomt in en op de ziel en deze verstoort. Deze betekenis van ‘stromen’ kan gevoeld worden wanneer de āsava’s “vloeden” (floods) worden genoemd (Digha Nikaya 33, bijvoorbeeld, Siebe) en ook in die weinige sutta’s waarin de term verschijnt in een andere dan diens stereotype vorm, zulke sutta’s gaan vaak over een dispuut met de Jains” (...) “de werkelijke betekenis van āsava is “een vloed die overweldigt”. [bron: Divine Revelation in Pali Buddhism, door Peter Masefield, p. 84+85]

Het studenten woordenboek Engels-Pali:
āsava, alcoholische drank, bedwelmend middel, passie, drug, giftige-drug.
āsavati, (√su) druppen, stromen.
khināsava, iemand in wie de giftige drugs gezuiverd zijn, een heilige (arahant, Siebe).
vasavatti, adj, in verleiding brengen, Mara.
āsavakkhayakaranana, kennis die oorzaak is van de vernietiging van menselijke hartstochten.
anvāssavati, ergens vandaan stromen, resulteren in.
savati, (√su): stromen.
[bron: Student’s English-Pali dictionary by Maung Tin. M.A. Professor of Pali, Rangoon College, British Burma Press, Rangoon, 1920].

Op de site http://www.sleuteltotinzicht.nl wordt het zo gezegd;
āsava’s kan  “'onzuiverheden'; 'bedwelmingen'; 'neigingen'; 'impuls'; 'aanzet'; 'dwang'; betekenen. Wordt gebruikt om naar de hoofdbezoedelingen te verwijzen. Het komt overeen met de term tanha, wat gewoonlijk vertaald wordt als begeerte of hunkering. Wij vertalen het woord āsava ( ā+ sava = in - stromen) als een invloed die iemand tot een bepaald gedrag aanzet”. (“sava” ben ik niet tegengekomen in het genoemde woordenboek, wel savati in de betekenis van stromen, Siebe)

“De Attha-salini stelt verschillende verklaringen voor (blz 48, regels 9 e.v.). “Āsava’s zijn dingen die stromen (asavanti), d.w.z. die stromen of ontstaan vanuit de zintuigen en de geest. Of, āsava’s kunnen gedefinieerd worden als dingen, die, als staten, ‘uitmonden/stromen’ tot een staat van adopteren/eigenmaken, en die, zoals in ruimte, zover stromen als de allerhoogste bestaanssfeer. De betekenis is dat ze zich voordoen en deze staten binnen dit ruimtebereik houden. Het voorvoegsel ‘ā’ in āsava wordt inderdaad gebruikt in de betekenis van ‘binnen(in) houden’. Of, zoals de sappen van de madira vrucht (Bassia latifolia), etc, bedwelmend/alcoholisch worden door gisting voor een bepaalde periode, zo worden ook bepaalde staten, die zoals deze bedwelmende middelen zijn, āsava’s genoemd....Of, āsava’s zijn die staten die de pijnen van de zee van aanhoudende geboorten vruchtbaar maken of verwekken (The Expositionor, i, 63-4)” (...)
“Het schijnt aan de aandacht van de meeste lexicografen en vertalers te zijn ontsnapt dat de Sankriet vorm van āsava (identiek aan het Pali woord) voorkomt in de geschriften van Cura en Ksemendra. Het betekent “bedwelmende drank/brouwsel” wanneer het in zijn alledaagse betekenis wordt gebruikt”...
(deze laatste betekenis ben ik ook tegengekomen in het Pali-Engels woordenboek, zie boven, Siebe). 
[bron: The Bodhisattva Doctrine in Buddhist Sanskrit Literature, by Har Dayal, page 119]

Bhikkhu Bodhi  op http://en.wikipedia.org/wiki/Asava
“De āsava's of smetten/bezoedelingen zijn een indeling van bezoedelingen beschouwd in hun rol als ondersteuning van de voorwaartse beweging van het proces van geboorte en dood. De commentaren herleiden het woord van een wortel (√)su dat “stromen” betekent. Geleerden verschillen van mening of de stroom door het voorzetsel ā inwaarts of uitwaarts is; derhalve hebben sommige het weergegeven als “instromingen” of “in-vloeden”, anderen als “uitstromingen” of “effluenten”. Een relevante passage in de sutta’s geeft het echte belang van de term aan, onafhankelijk van etymologie, wanneer het de āsava's beschrijft als staten “die bezoedelen, hernieuwing van bestaan brengen, problemen geven, in lijden rijpen, en tot toekomstige geboorte, verouderen en dood leiden”(MN 36.47; I 250). Dus andere vertalers, de letterlijk betekenis omzeilend, hebben het weergeven als “infecties/kankers/aanvretingen” (cankers), “bederf”, “smetten/bezoedelingen””.

De passage in Majjhima Nikaya 36 waarnaar Bhikkhu Bodhi hierboven verwijst opgezocht en hieronder vertaald:
“De Gezegende zei: “In wie dan ook niet afstand is gedaan van de āsava’s die bezoedelen, die leiden tot hernieuwd worden, die problemen geven, die rijpen in stress en leiden tot toekomstige geboorte, verouderen & dood: Hem noem ik begoocheld. Want het is van het niet afstand doen van āsava’s dat iemand begoocheld is. In wie dan ook afstand is gedaan van de āsava’s die bezoedelingen, die leiden tot hernieuwd worden, die problemen geven, die rijpen in stress, en leiden tot toekomstige geboorte, verouderen & dood: Hem noem ik niet-begoocheld. Want het is door het afstand doen van de āsava’s dat iemand niet-begoocheld is. De Tathagata, Aggivessana, heeft afstand gedaan van de āsava’s die bezoedelen, die leiden tot hernieuwd worden, die problemen geven, die rijpen in stress en leiden tot toekomstige geboorte, verouderen & dood, hun wortel is vernietigd, gemaakt tot de stronk van een palmboom, verstoken van bestaansvoorwaarden, niet bestemd om in de toekomst weer te ontstaan. Wanneer bij de palmboom de kroon wordt verwijderd, is deze niet in staat om verder te groeien. Op dezelfde manier is in de Tathagata afstand gedaan van de āsava’s die bezoedelen, die leiden tot hernieuwd worden, die problemen geven, die rijpen in stress, en leiden tot toekomstige geboorte, verouderen & dood, hun wortel vernietigd, gemaakt tot de stronk van een palmboom, verstoken van bestaansvoorwaarden, niet bestemd om in de toekomst weer te ontstaan”. http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.036.than.html

Āsava: een ‘smet’ die de voortgang naar verlichting belemmert”
http://dharma.ncf.ca/faqs/glossary.html

Āsava. Sommige van de psychologische begrippen gevonden in de preken van de Boeddha worden in beeldende en metaforisch taal beschreven; één zo’n term is āsava. Twee zulke metaforen zijn het bedwelmende extract van een bloem en uitscheiding vanuit een wond. Een āsava symboliseert iets dat lang in de geest heeft gesluimerd/gesudderd, en dit concept kan vergeleken worden met het Freudiaanse notie van het Id (Es?, Siebe), dat weer beschreven is als een ‘ketel van kokende/ziedende opgewondenheid’”
[Uit: An Introduction to Buddhist Psychology and Counselling: Pathways of Mindfullness-Based Therapies, by Padmasiri de Silva, page 36]

Voor mezelf samenvattend:

Het lijkt me dat de kern is dat āsava een soort stroom is, een soort (negatieve) be-in-vloed-ing dat een gistende en vertroebelende werking heeft op wat oorspronkelijk helder, onberoerd, vredig en wijs is. Dit gistingsproces brengt activiteiten op gang in een toestand van begoocheling/roes/bedwelming. Kernwoorden die ik uit de voorgaande informatie haal zijn: stromen, infecteren, bedwelmen en rijpen als lijden.

Asava’s kun je denk ik zien als in-vloeden die zorgen voor het ontstaan van onjuiste visie. De eerste factor van het Edele Achtvoudige Pad. Het Pad kan ook goed beschouwd worden als een Stroom. Juiste visie leidt immers tot juist voornemen/motivatie. Dat leidt weer tot juiste spraak, enzovoort. Je kunt denk ik zeggen dat asava die be-in-vloed-ing is die zorgt voor onjuiste visie/begoocheling en zo een reactieketen in gang brengt wat uitmondt in lijden en samsara in stand houdt.

“Wanneer, vrienden, een edele leerling de āsava’s begrijpt, de oorzaak van āsava’s, de beeindiging van āsava’s en de weg die leidt naar het eindigen van āsava’s, op die manier is hij iemand met juiste visie, wiens visie waarachtig is, die vertrouwen in de Dhamma heeft vervolmaakt en gearriveerd is bij deze ware Dhamma”. http://www.accesstoinsight.org/lib/authors/nanamoli/wheel377.html

Misschien kun je  āsava beschouwen als alles wat zich op geconditioneerde wijze dwangmatig en ongewild aan het bewustzijn opdringt en je betovert, in de roes brengt van die invloed.
Dat kan denk ik vanuit verschillende lagen, diepten. Vanuit de indrukken en ervaringen die je had in dit leven. Maar evengoed is er denk ik wel een laag dat voorbij gaat aan wat je persoonlijk in dit leven hebt meegemaakt en die bijvoorbeeld meer te maken heeft met hoe wij algemeen als mens in elkaar steken. Daarnaast acht ik het goed mogelijk dat er ook nog subtielere lagen zijn die be-invloeding van vorige levens en misschien ook bepaalde sferen mogelijk maken. Om hierin diepten te onderscheiden lijkt me zinvol.

Praktische voorbeelden die bij me opkwamen:
Voorbeeld. Je ziet iemand, het is je baas, en meteen komen op geconditioneerde wijze, samenhangend met het label “baas” allerlei zaken op gang. Misschien krijg je de neiging jezelf te verlagen, de baas te verhogen, te slijmen of misschien juist de neiging om heel onafhankelijk te doen oid. Maar zoiets is denk ik wat met  āsava wordt bedoeld. Er komt van alles los, op gang, gaat stromen en gisten in jezelf. Dat pak je vervolgens mentaal op en dat zet verder verbaal en lichamelijk gedrag in gang. Vaak denk je dan achteraf...wat bezielt me toch?

Met zintuiglijk begeerte is dat ook duidelijk wel te merken. Mooie mensen, aangename smaken, mooie muziek kan wellust opwekken bijvoorbeeld, er kan van alles gaan stromen wanneer je iets ziet, ruikt, hoort etc. Het lelijke kan bijvoorbeeld ook op gang brengen dat je liever je hoofd afkeert?

Verlegenheid is waarschijnlijk ook wel een mooi voorbeeld. Je loopt gewoon langs een terras maar waarom is dat niet iets eenvoudigs? Waarom dringt bijvoorbeeld het gevoel op dat je bekeken wordt, komt misschien iets van afweer op gang in jezelf, misschien schaamte, verlegenheid, misschien ga je als reflex juist nog wat meer rechtop lopen? Maar er komt waarschijnlijk van alles op gang eigenlijk zonder dat je daarover nou echt controle hebt, toch? Je bent dan eigenlijk op een bepaalde manier niet meer jezelf, toch?
Wat dat betreft vind ik de omschrijving: 'een vloed die overweldigt', wel beeldend.

Gevoelens van onveiligheid, overlevingsinstinct brengen ook zulke stromen op gang, lijkt me.

Zijn het energiestromen, informatiestromen? De reflex is in ieder geval wel om betrokken te raken in de ontstane beroering. Ik noem dit "je komt in je hoofd te zitten".

Is āsava iets mentaals?  Dat weet ik niet maar het kan zich zeker mentaal manifesteren. Men spreekt wel over 'mentale fermentaties'. Misschien heeft iemand hier andere ideeen over of een beter inzicht in? Graag!

Boeddha maakte een onderscheid in drie en soms vier soorten  āsava’s. In de volgende post meer hierover.

Siebe





117
Theravada Boeddhisme / De Vier Paden en Zuivering
« Gepost op: 25-12-2014 14:10 »
[bron; Patisambhidamagga, vertaling Nanamoli, Treatise on Knowledge, §355 t/m 358]

Door het stroom-intreden pad worden de volgende imperfecties volledig afgesneden in zijn (haar, Siebe) eigen bewustzijn:

1. [verkeerde] visie van individualiteit,
2. onzekerheid,
3. misvatting aangaande deugdzaamheid/verdienste en plichten,
i. de onderliggende neiging tot [verkeerde] visie,
ii. de onderliggende neiging tot onzekerheid.

Bewustzijn wordt bevrijd, volledig bevrijd van deze vijf imperfecties met hun manieren/modus van obsessie.

Door het eenmaal-terugkeren pad worden de volgende imperfecties volledig afgesneden in zijn eigen bewustzijn:

4. de grove keten van hebzucht naar zintuiglijk verlangens,
5. de grove keten van weerstand,
iii. de grove onderliggende neiging tot hebzucht naar zintuiglijk verlangens,
iv. de grove onderliggende neiging tot weerstand.

Bewustzijn wordt bevrijd, volledig bevrijd van deze vier imperfecties met hun manieren/modus van obsessie.

Door het niet-terugkeren pad worden de volgende imperfecties volledig afgesneden in zijn eigen bewustzijn:

4. de secundaire keten van hebzucht naar zintuiglijke verlangens,
5. de secundaire keten van weerstand,
iii. de secundaire onderliggende neiging tot hebzucht naar zintuiglijke verlangens,
iv. de secundaire onderliggende neiging tot weerstand.

Bewustzijn wordt bevrijd, volledig bevrijd van deze vier imperfecties met hun manieren/modus van obsessie.

Door het arahant pad worden de volgende imperfecties volledig afgesneden in zijn bewustzijn:

6. hebzucht naar materieel [bestaan],
7. hebzucht naar immaterieel [bestaan],
8. verwaandheid/verbeelding [trots],
9. agitatie,
10. onwetendheid,
v. de onderliggende neiging tot verwaandheid/verbeelding (trots),
vi. de onderliggende neiging tot hebzucht naar bestaan,
vii. De onderliggende neiging tot onwetendheid.

Bewustzijn wordt bevrijd, volledig bevrijd van deze acht imperfecties met hun manieren/modus van obsessie.

Siebe

118
Algemeen / mentaliteit
« Gepost op: 23-12-2014 22:24 »
Mentaliteit ligt denk ik dicht bij je. Het is moeilijk om jezelf en mentaliteit te (onder)scheiden. Mentaliteit is een soort sfeer in je geest, een soort kleur, misschien venijnig, misschien fris, misschien liefdevol, misschien optimistisch, pessimistisch, kwaad willend. Er kan van alles rijpen. Mentaliteit houdt, anders dan een gedachte of emotie, meestal wel langer aan.

In sutta's wordt best veel aandacht besteed vind ik aan mentale training/cultivatie. Kwade of negatieve staten indachtig span je je ijverig in om er wat beters tegenover te zetten en te zorgen dat die beperkende mentaliteit niet weer ontstaat. Mentale cultivatie maakt je denk ik ook mentaal soepeler. Ik ben hier geen ster in. Heb dit best verwaarloosd. Je kunt maar beter een positieve mentaliteit hebben of een neutrale maar een negatieve mentaliteit is behoorlijk belastend, met name irritatie en onvriendelijkheid vind ik.

Mentaliteit kun je denk ik ook goed in verband brengen met de zes rijken van bestaan.
Heb je tijdelijk of langer een venijnige, vurige mentaliteit, en dat voel je, dan zit je in het hellerijk. Is er veel hunkering, veel begeerte, veel wind, dan ben je even een hongerige geest. Is er mentale blindheid en volg je dwangmatig en blind je gewoontepatronen dan ben je als een dier. Het mensenrijk associeer ik vooral met dromerigheid. Verlangend, het gras is elders altijd groener. Iets van armoede-mentaliteit.
De mentaliteit van afgunst is die van een jaloerse god en de mentaliteit van trots van een god, kortgezegd.

Mentaliteit bestaat samen met vorm/materialiteit mede op basis van de eerste drie schakels, onwetendheid, karmische formaties en bewustzijn. Mentaliteit en geloof in zelf, lijken me heel innig verweven. Waar een mentaliteit is, is geloof in zelf?

Mentaliteit staat volgens mij niet los van materialiteit. Denk bijvoorbeeld aan de invloed van honger op je mentaliteit. Je kan kribbig worden, geirriteerd door honger/trek. Welgevoed en je ontspant ook mentaal.
Of denk aan hoe medicatie van invloed is op stemmingen etc.

Mentaliteit en geest. Dit ligt tricky vind ik. Mentaliteit is echt iets in en van je hoofd. Het brein is denk ik hierin heel bepalend. Maar is dat geest? Dat denk ik niet. Mentaliteit is iets wat kan wisselen, van kleur, dan eens zus, dan eens zo maar geest heeft die wisselende aard niet en verwijst eerder naar datgene wat mentaliteit ervaart.

Heeft een Boeddha mentaliteit?

Iemand nog ideeen/inzichten/ervaringen?

Siebe





 








119
Humor en afleiding / online
« Gepost op: 14-12-2014 21:07 »
Vandaag maar liefst op een gegeven moment 27 mensen tegelijkertijd online hier.
....en toen zag ik de pornobeelden
diep begrip van de situatie welde in me op:-)

"Boeddhaforum probeert mensen te interesseren voor de leer van Boeddha" ;D

Siebe



120
Theravada Boeddhisme / Leegte in de Pali Canon
« Gepost op: 12-12-2014 19:14 »
Het onderstaande is een uitwerking van de gegevens gepost onder de naam 'Leegte in de Vinaya Pitaka', 'Leegte in de Sutta Pitaka' en 'Leegte in de Abhidhamma Pitaka'. Het heeft niet de status van uitleg of commentaar.

Ik heb bij aanvang willen vaststellen wat leegte betekent in suññata vagga van Majjhima Nikaya. Ik ben begonnen die sutta’s te lezen, deels te vertalen en voor mezelf inzichtelijk te maken wat leegte hier betekent. Het commentaar bij zulke teksten verwijst vaak ook weer naar andere teksten. Zo kwam ik in aanraking met leegte in verschillende contexten en is in een later stadium het ambitieuze plan ontstaan om de gehele Pali Canon te verkennen op het onderwerp leegte.

Over de methode van verkenning. Ik heb (natuurlijk) niet alle werken doorgelezen of bestudeerd. De genoemde werken zijn met zoekprogramma’s doorzocht op termen als: emptiness, voidness, empty, void, insubstantiality, core, inherent, intrinsic, sunnata, suññata, sunna, suñña, substance, essence, existence en een enkele keer in overeenkomende duitse termen. Bij een ‘hit’ heb ik de tekst nader bekeken, vertaald en gepost op het forum.

Die heb ik het onderstaande document verwerkt. Tevens is er een tabel ontstaan dat een soort inhoudsopgave is geworden van leegte in de Pali Canon. Het heeft niet de pretentie volledig te zijn. Bovendien kan het zo begrepen worden dat over leegte op vele andere plekken in de Pali Canon onderwerp is maar dan niet zo expliciet.

Ik heb me niet beziggehouden met welke werken canoniek zijn. Daar heb ik helemaal geen verstand van. Ik heb de Birmese editie van de Pali Canon aangehouden enkel omdat deze me het meest uitgebreid leek.

De resultaten van de verkenning zijn ook niet het gevolg van jarenlange studie van dit onderwerp noch de inzichten van iemand met enige verwezenlijking.

Van de Patisambhidamagga, de canonieke gids die wordt toegeschreven aan Saripuuta, vond ik de vertaling van Nanamoli op het internet. Dit was echter een gescand exemplaar van het boek dat zich niet leende voor de functie zoeken. Ik ben later bij de uitwerking van alle gegevens deze vertaling van Nanamoli (vluchtig) gaan doorlezen. Dit bleek een rijke bron van informatie. Met name uit de verhandelingen over bevrijdingen en leegte heb ik veel geput. Sommige gegevens zijn niet al eerder gepost op het forum.

Siebe Groen
December 2014

121
Theravada Boeddhisme / Leegte in de Vinaya Pitaka
« Gepost op: 17-11-2014 20:37 »
De komende tijd zal ik de Vinaya Pitaka verkennen op het onderwerp Leegte.

“De Vinaya (Pali) is het totaal aan regels, voorschriften en reguleringen die de Boeddha neerlegde om de Sangha en het leven van de bhikkhus en bhikkhunis in goede banen te leiden” [bron: (en voor meer informatie) zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vinaya].

Deze verkenning is natuurlijk geen inhoudelijk bespreking van de Vinaya. Voor een overzicht van de Vinaya, zie bijvoorbeeld op: http://static.sirimangalo.org/pdf/vinayacontents.pdf.

Ik ben van plan te verkennen:
-Suttavibhanga I: Mahavibhanga, Bhikkuvibhanga, hoofdstukken 0 t/m 8
-Suttavibhanga II; Bhikkhunivibhanga, Hoofdstukken 1 t/m 6
-Khandhaka I: Mahavagga, hoofdstukken 1 t/m 10
-Khandhaka II: Cullavagga, hoofdstukken 1 t/m 12
-Parivara

Dit beslaat, als ik het goed heb, de gehele Vinaya Pitaka (als ik delen mis hoor ik het graag).

Net als bij de verkenning van de Sutta Pitaka en Abhidhamma Pitaka gebruik ik vooral de zoekfuncties in programma's om teksten mee te verkennen op het onderwerp leegte. Dit voelt wel een beetje respectloos maar het is ondoenlijk om alle teksten door te lezen. Ik denk dat ik zo toch een redelijk beeld kan geven, straks, van Leegte in de Pali Canon.

Ik beschouw dit als een fase van informatie verzamelen. Waar staat wat? Wat staat er? Relevante stukken vertaal ik. Ik ben van plan zo al die informatie uit de drie korven (Vinaya, Sutta en Abhidhamma) samen te brengen in een overzicht geheten 'Leegte in de Pali Canon'.

Het is pittig. Het valt vooral niet mee om zo via google te zoeken naar geschikte bronnen waar je ook nog eens met een programma in kunt zoeken. Geduld beoefenen. De Vinaya Pitaka viel wat dat betreft best mee. Als het goed is heb ik alle documenten om te verkennen.

Siebe



122
Theravada Boeddhisme / Leegte in de Abhidhamma Pitaka
« Gepost op: 04-11-2014 10:54 »
De komende tijd zal ik de Abhidhamma Pitaka verkennen op het onderwerp Leegte. Je zou kunnen zeggen, en dat is niet uit de lucht gegrepen, dat Leegte altijd impliciet onderwerp is in de onderrichtingen van de Boeddha, en dan ben je klaar zeg maar:-), maar ik zoek en verken vooral de tekstfragmenten waarin Leegte expliciet wordt genoemd en/of onderwerp is, zo op zoek naar concrete informatie.

Dit wordt geen inhoudelijk verslag van de inhoud van de Abhidhamma. Ik ben ook helemaal niet thuis in deze materie. Ik hoop dat dit niet een al te groot bezwaar is.

De verhandelingen van de Abhidhamma die ik van plan ben te verkennen zijn:
-Dhammasangani
-Vibhanga
-Dhatukatha
-Puggalapannati
-Kathavatthu
-Yamaka
-Pathana

Net als bij de verkenning van de Sutta Pitaka gebruik ik vooral de zoekfuncties in programma's om teksten mee te verkennen. Dit voelt wel een beetje respectloos maar het is ondoenlijk om alle teksten door te lezen. Ik denk dat ik zo toch een redelijk beeld kan geven van Leegte in de Pali Canon.

Ik beschouw dit als een eerste fase, een fase van informatie verzamelen. Waar staat wat? Wat staat er? Relevante stukken vertaal ik. Ik ben van plan zo al die informatie uit de drie korven (Vinaya, Sutta en Abhidhamma) samen te brengen in een overzicht geheten 'Leegte in de Pali Canon'.

Ik beschouw dit als een verkenning. Het is sowieso niet compleet omdat niet alle werken voor mij toegankelijk zijn gebleken. Verder informeert deze verkenning van Leegte in de Pali Canon natuurlijk op een studentikoze manier over Leegte in de Pali Canon. Toch kan het misschien vragen/twijfels wegwerken of Leegte in het oorspronkelijk boeddhisme een rol speelde/speelt? Waar, en hoe dan? Is dit heel anders dan in het Mahayana, dat soort vragen en twijfels.

Siebe





123
Theravada Boeddhisme / Leegte in de Sutta Pitaka
« Gepost op: 12-09-2014 13:41 »
In deze draad wil ik graag verslag doen van mijn verkennende studie naar Leegte in de Pali Canon. Mijn vertrekpunt hierbij is het commentaar geworden van de eerwaarde Thanissaro Bhikku bij de sutra genaamd 'De Grote Verhandeling over Leegte', Majjhima Nikaya 122. De vertaler geeft in het woord vooraf aan dat leegte vanuit drie perspectieven wordt benaderd in de Pali Canon:

-1. als een meditatief verblijf;
-2. als kenmerk van objecten;
-3. als een type van bewustzijns-bevrijding/ontspanning (awareness release).

Dit wilde ik graag nader onderzoeken. Verder wordt Hoofdstuk 3.3 in Majjihima Nikaya (Sutra's MN121 t/m 130) aangegeven als het hoofdstuk over Leegte (sunnata vagga). Ik was nieuwsgierig naar deze sutra's.

Ik heb me de laatste tijd vooral beziggehouden met Mahayana teksten. Ik neig er ook toe om zaken die ik lees in die context  te vertalen en begrijpen. Dit kan mogelijk vertekenen en als iemand dat ziet gebeuren hoop ik dat ie ingrijpt.
Voor mij speelt ook mee dat ik de leer van Boeddha wil bestuderen en beoefenen maar geen verdraaiing daarvan. Ik zie de Pali sutta's als de oorspronkelijke leer. Ik heb tot nu toe nog geen reden gevonden om te concluderen dat de Mahayana teksten die ik vertaald heb en bestudeer nu wezenlijk afwijken van het oorspronkelijk boeddhisme.

Verder geloof ik ook dat het Mahayana voor mij op dit moment te hoog gegrepen is. Ik voel me geen lid van deze edele familie omdat het mij vrijwel ontbreekt aan werkelijke liefde voor mensen, werkelijk ongekunstelde vriendelijkheid, een open houding naar alles en iedereen, vertrouwen in mijn naaste, ruimhartigheid, dat soort edele kwaliteiten. Mensen die behoren tot de Mahayana-familie worden beschreven als zulke mensen en dat heeft niet betrekking op mij. Het intensief omgaan en werken met mensen is voor mij ook gewoonweg te ingewikkeld. Ik beleef er geen genoegen aan maar raak erdoor  gespannen, verstoord en teleurgesteld. Dat vooraf.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Verkennende studie naar Leegte in (delen van) de Pali-Canon

1. Leegte als meditatief verblijf komt bijvoorbeeld aan bod in de sutra genaamd; de Kleine Verhandeling over Leegte (Cula-Sunnata-Sutta) http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.121.than.html

Deze sutra start met een vraag van Ananda. Ananda heeft eens gehoord dat de Gezegende heeft gezegd: “ik verblijf nu volledig in een onderkomen (dwelling) van leegte (emptiness)”. Ananda vraagt zich af of hij dat goed gehoord heeft. De Boeddha geeft aan dat hij dat goed gehoord, onthouden en geleerd heeft. Boeddha herhaalt het nog eens: “Nu, zowel als eerder verblijf ik volledig in een onderkomen van leegte”.

De Boeddha beschrijft wat dit betekent aan de hand van hoe de geest in verschillende omstandigheden verschillende zaken waarneemt. Het begint bij een monnik die, blijkbaar, een bedelronde doet in een dorp en allerlei waarnemingen en indrukken heeft van het dorp en van de mensen aldaar. Op een gegeven moment gaat hij de wildernis in. Daar neemt hij de zaken waar die bij de wildernis horen. Op dat moment is zijn geest leeg van de waarnemingen en verstoringen die horen bij een dorp en het zien van mensen. De monnik gaat zitten en heeft dan waarnemingen van de aarde. Op dat moment is zijn geest leeg van waarnemingen en verstoringen van de wildernis. Dus hij beschouwt het leeg van wat er dan ook niet is. Wat er overblijft, dat onderscheidt hij als aanwezig. Zo gaat dit verder in een proces van toenemende subtielere waarnemingen en verstoringen.

De meditatie verdiept zich en de persoon gaat dan door de meditatie stadia van de vier vormloze jhana’s; de oneindigheid van ruimte, de oneindigheid van bewustzijn, nietsheid en noch waarneming noch niet-waarneming. In al die stadia geldt dat het volgend stadium leeg is van de waarnemingen en daarop gebaseerd verstoringen van het vorige stadium. Voorbeeld. In het stadium van nietsheid zijn er niet meer de waarnemingen van oneindig bewustzijn en oneindige ruimte. De verstoringen die op basis daarvan zouden bestaan zijn er dan ook niet meer. Dus leeg daarvan. Maar in dat stadium is er nog wel de waarneming van nietsheid en een beetje verstoring gebaseerd op de waarneming van nietsheid. Dat is dan het aspect van niet-leegte.

Na de vier vormloze jhana’s te hebben ervaren komt de zogenaamde themaloze concentratie. Opnieuw stelt de mediterende vast dat deze staat leeg is van de waarnemingen en verstoringen van de vorige staten. Er is nog een beetje verstoring over, namelijk “die verbonden met de zintuigsferen, afhankelijk van dit specifieke lichaam met leven als diens voorwaarde”.

Op dit moment, hier nu aangekomen, onderscheidt/bemerkt (discerns) de mediterende: “deze themaloze concentratie van bewustzijn is gefabriceerd en mentaal gevormd”...en “wat dan ook gefabriceerd is, is niet constant en onderhevig aan beeindiging. Voor hem- aldus wetend en ziend-wordt de geest bevrijd van het effluent (asava) van zintuiglijk verlangen, het effluent van worden, het effluent van onwetendheid. Met bevrijding, is er de kennis “Bevrijd””. Dus er komt zo een einde aan alle bezoedeling.
Er is ook nog een niet-leegte, namelijk “die verbonden met de zintuigsferen, afhankelijk van dit specifieke lichaam met leven als diens voorwaarde”. Belangrijk lijkt me dat in deze laatste situatie de geest vrij is van alle smetten, vrij van alle effluenten of bezoedelingen; die van zintuiglijk verlangen, die van worden en onwetendheid.

De sutra eindigt dat alle contemplatieven en Brahmanen die ooit een leegte vonden, vinden, en zullen vinden die zuiver is, superieur en onovertroffen, precies deze zelfde leegte vonden, vinden en zullen vinden. Het slotadvies is om jezelf er in te trainen om deze leegte ook binnen te gaan en er in te verblijven.
Terugkerend naar het begin. Boeddha verwijlt dus voortdurend in deze staat vrij van bezoedeling.

Andere sutra’s zoals http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an09/an09.042.than.html spreken na het overstijgen van “noch waarneming, noch niet-waarneming” niet over een ‘themaloze concentratie’ zoals in MN121, maar over “de beeindiging van waarneming & gevoel”. Volgens mij verwijst dit naar hetzelfde. Ik heb de neiging dit zo te begrijpen dat in dit stadium bewustzijn niet meer duaal functioneert, dus niet meer als een bewustzijn-van-iets. Dit komt omdat alle bezoedeling, ook die van onwetendheid, geeindigd is. Dus het gebruikelijke dualisme waarnemer-waargenomene lost daar op volgens mij. Daarom heet dit stadium denk ik “beeindiging van waarneming & gevoel”.

Omdat ik veel Mahayana teksten heb gelezen vertaal ik dit min of meer automatisch op deze manier; op dit punt ‘gaat’ (duaal, verward functionerend) bewustzijn eigenlijk ‘over in’ wijsheid omdat bewustzijn niet langer onder invloed is van de bezoedelingen. Ik vertaal dit ook naar het Pad van Zien, één van de vijf paden. Hier aangekomen is er sprake van een zien/begrijpen van de ware natuur van geest, die deze wijsheid is, ons gezicht van egoloosheid. Daarom lost onwetendheid als effluent ook op lijkt me, omdat je nu in dit stadium, je ware gezicht, egoloosheid, met ogen van wijsheid direct ziet. Maar daar moet je wel eerst aankomen. Waarom eindigt het effluent van worden? Mijns inziens, omdat je nu, vanuit deze directe ontdekking, begrijpt dat dit je ware natuur is. Je kunt op dit vlak niet iemand anders worden. 
Je kunt zeg maar heel erg investeren om iets te worden, wat we gewoonlijk constant doen, maar wat je hier ontdekt, rechtstreeks gaat zien/ervaren/begrijpen, is dat dit niet wijs is.
Als andere mensen denken dat het anders zit hoor ik dit graag.

Sutra AN 9.42 geeft ook aan dat op het laatste stadium géén vervolg is. Je kunt allerlei stadia doorlopen zoals de vier vorm- en vier vormloze jhana’s en zo bezien kun je spreken over een vorig en volgend stadium, maar er is géén vervolg op de laatste. Daar waar geen vervolg op is, is mijns inziens de natuur van geest, onbezoedeld, leeg, zuiver, superieur en onovertroffen. Je kunt bijvoorbeeld water zuiveren van zout en andere verontreiniging maar op een gegeven moment blijft water over. Ook die betekenis heeft leegte hier volgens mij. Als een voleindiging en afwezigheid van alle bezoedelingen.
Deze sutra http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.002.than.html geeft informatie over bezoedelingen. Maar ik heb zelf niet het idee dat dit hetzelfde is als Boeddhaschap maar toch eerder ook een tijdelijke situatie. Bezoedelingen zijn denk ik niet definitief geeindigd of ontworteld. Ik hoor graag van anderen hoe ze dit zien.

Ik zie het zo dat ook de andere meditatie stadia, bijvoorbeeld van nietsheid, best wel stadia van leegte mogen worden genoemd maar het einde van de sutra geeft aan dat er een leegte is die zuiver is, superieur is en onovertroffen, en dat is de situatie vrij van alle mentale fermentaties, vrij van smetten (asava's). Het laatste stadium is anders dan de andere omdat er namelijk geen vervolg op is.

Leegte heeft hier denk ik zoals de eerwaarde vertaler Thanissaro Bhikkhu aangeeft zeker de betekenis van meditatief verblijf maar mijns inziens ook van "de wijsheid van egoloosheid', het verblijf zonder vervolg, de  staat vrij van bezoedeling. 

Tot zover deze verkenning van de Kleine Verhandeling over Leegte, Majjhima Nikaya 121.

Siebe

124
Theravada Boeddhisme / Tanha, deel I
« Gepost op: 09-09-2014 21:06 »
Tanha, een studie

Tanha in de Vier Edele Waarheden

-“Welnu, wat is de Edele Waarheid van het Ontstaan van Stress? Het is de hunkering (tanha) die zorgt voor verder worden -vergezeld van hartstocht en vergenoegen, nu eens hier & nu eens daar genietend, namelijk, hunkering naar zintuiglijk genoegen, hunkering naar worden, hunkering naar niet-worden”.

-“Dit monniken is de Edele Waarheid van de Beeindiging van Stress: Het zonder overblijfsel verdwijnen & beeindigen, afzweren, opgeven en loslaten van diezelfde hunkering (tanha)”. 

Hoe komt er een einde aan die hunkering (tanha)? Door het Edele Achtvoudige Pad.
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/dn/dn.22.0.than.html
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn56/sn56.011.than.html

Hoewel tanha, hunkering, wordt gezien als de hoofd-oorzaak van lijden is het niet de eerste oorzaak.

Tanha in Paticca-Samupadda (afhankelijk co-ontstaan).

Tanha is de achtste schakel, in het Engels ‘craving’ genoemd. Als er geen gevoel is, aangenaam, onaangenaam, neutraal, dan mist een basis voor het ontstaan van hunkering.
http://www.accesstoinsight.org/lib/authors/nyanatiloka/wheel394.html#ch3
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/dn/dn.15.0.than.html

Tanha, het mechanisme

In deze sutra http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/dn/dn.15.0.than.html onder het kopje ‘craving’ en ‘dependent on craving’ wordt beschreven hoe hunkering leidt tot zoeken. Hunkering heeft dat effect dat we nu eens hier, nu eens daar, naar bevrediging zoeken. Maar die hunkering doet zich niet op een gewilde manier voor. Het dringt zich eerder op aan de geest. Op het moment dat die hunkering aanwezig is, is er onvrede, een gevoel van tekort, gemis, lijden. Hunkering zet via zoeken van alles in gang. Dit wordt in de genoemde sutra beschreven. Door zoeken is er verkrijgen/verwerven, niet alleen van fysiek en uiterlijke zaken maar ook innerlijke, bijvoorbeeld mentale zaken. Uiteindelijk leidt het via verlangen en hartstocht naar gehechtheid, bezitterigheid en worden we beschermend en defensief. Allerlei onvaardige verschijnselen komen in het spel, uiterlijk geweld, conflicten, ruzies, beschuldigingen, liegen etc. (zie de genoemde sutra).

De hunkering leidt niet alleen in dit leven tot stress en lijden maar functioneert ook als een keten. Het ketent aan samsara, waardoor wezens lang, heel lang rondzwerven en worden wedergeboren. Deze schaduwzijden van hunkering kennend neemt een wijze er afstand van:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/iti/iti.1.001-027.than.html#iti-015

Hunkering is inherent onbevredigend want hunkering betekent een toestand van ontbering, gemis, gevoel van armoede. Hunkering volgend, dat sterker makend, dat voedend is geen oorzaak van geluk maar van dieper lijden. In extreme vorm is dit te zien bij verslaving. Wanneer de hunkering groeit, groeien de banden, je raakt er steeds meer in verstrikt, wordt onvrijer. Een wijs iemand voedt deze hunkering, tanha, dus niet.

Door hunkering neigt de geest ook niet naar verzaking/verloochening. Hierdoor kent deze bezoedelde geest niet de kwaiteiten die moeite waard zijn om te realiseren, zie SN 27.8.
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn27/sn27.001-010.than.html#sn27.008

Door hunkering is er aldoor een gebeuren van zoeken en ook verkrijgen/verwerven van (bijvoorbeeld) mentale toestanden of zaken die zelf weer onbestendig zijn, niet constant, instabiel. Dit brengt onrust en ongenoegen. Dit is dus geen goede toevlucht.
Dit begrijpend neemt men afstand van deze manier om geluk te zoeken.

Het is dus belangrijk dat de geest deze omslag maakt naar verzaking, verloochening. In vele sutra’s wordt het belang daarvan aangegeven. Een houding van ontgoocheling/desillusie is belangrijk.
“Voor een monnik die de Dharma beoefent overeenkomstig de Dharma, is wat overeenstemt met de Dharma dit: dat hij ontgoocheling blijft cultiveren met betrekking tot vorm....met betrekking tot gevoel...met betrekking tot waarneming...met betrekking tot fabricaties...met betrekking tot bewustzijn.
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.039.than.html.

Het ongeconditioneerde (nirvana) heeft niet het kenmerk van instabiliteit, uiteenvallen, niet constant zijn.

Tanha en het heilige leven.

Er bestaan nu en bestonden in de tijd van Boeddha verschillende visies over wat het heilige leven is. Is dat een leven van rituelen? Is het een leven van martelaarschap? Is het een leven van verzaking aan thuis? Een leven in een klooster? Is het gewoon een normaal werkend bestaan?

In de Pali sutta’s wordt duidelijk dat het heilige leven vervuld is, de taak vervuld is, wannneer tanha/hunkering met wortel en al verwijderd is, tot een einde gebracht, niet meer in staat op te komen.
In de tijd van Boeddha werd dit vergeleken met vuur. Vuur werd in de tijd zo gezien dat het gevangen zit, verstrikt is, gebonden aan de brandstof, het hout bijvoorbeeld. Vuur in deze toestand was dus een symbool van onvrijheid. De mens, geest is zo ook verstrikt en gebonden aan hunkering, tanha. Is niet vrij.
De Verlichting van de Boeddha is niet een uitdoving van dit vuur maar het vrijmaken of bevrijden van het vuur. Het vuur is niet meer afhankelijk van de voeding van hout en lucht etc maar is vrij.

Het heilige leven kennen betekent ook kennis hebben van stress en lijden, kennis hebben van de oorzaak er van, het beeindigen er van en de Weg die naar beeindiging lijdt. Zie paragraaf 103 van de site:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/iti/iti.4.100-112.than.html#iti-100
Het is het einde van tanha, van hunkering, dat ook een einde maakt aan de (gedwongen) kringloop van geboorte en dood.

(zie deel II)

125
Theravada Boeddhisme / Visies, Verklaard en Onverklaard
« Gepost op: 28-08-2014 15:00 »
De Boeddha heeft volgens de sutra´s een aantal vraagstukken onverklaard gelaten en/of geen stelling ingenomen, geen positie ingenomen, noch voor het één noch voor het ander
bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.063.than.html#views

-de cosmos is eeuwig, de cosmos is niet-eeuwig (wel kwam ik elders tegen dat er perioden worden onderscheiden van inkrimping en uitdijing)
-de cosmos is begrensd, de cosmos is grenzeloos
-de ziel en het lichaam zijn hetzelfde, de ziel en het lichaam zijn niet-hetzelfde
-na de dood bestaat een Tatahagata, na de dood bestaat een Tatahagata niet, na de dood is er sprake van zowel bestaan als niet-bestaat van een Tathagata, na de dood is er sprake van het noch bestaan noch niet-bestaan van een Tathagata.

De vragensteller eist in de genoemde sutra als het ware dat de Boeddha een antwoord geeft, en pas dan zal hij tot het heilige leven toetreden.

In deze sutra wordt het voorbeeld gegeven van een man die getroffen is door een giftige pijl. Hij vraagt zich allerlei zaken af over herkomst van de pijl, van welk gif, etc. De man wil niet dat de pijl er uit gehaald wordt voordat ie antwoord op al deze vragen heeft. De man zou sterven en hij zou geen antwoord hebben op zijn vragen. De Boeddha geeft aan dat als het toetreden tot het heilige leven afhankelijk is van het innemen van zo'n standpunt door de Boeddha, de persoon die wil toetreden eerder zal sterven want de Boeddha verklaart niet zulke dingen als; de cosmos is eeuwig of niet-eeuwig etc.

De reden waarom een Boeddha dit niet verklaard, wordt ook gegeven. Omdat ze niet verbonden zijn met het doel, niet fundamenteel zijn voor het heilig leven. Ze leiden niet tot ontgoocheling, passieloosheid, beëindiging, kalmeren, directe kennis, zelf-ontwaken, Onthechting.

In deze sutra http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an10/an10.096.than.html wordt dit gesprek min of meer nog eens herhaald met het accent er op, vind ik, dat de positie ' de cosmos is eeuwig' en de andere stellingen geen directe kennis is van iemand, maar een standpunt. De kennis of het weten van een Boeddha heeft niet de vorm van een standpunt.

In deze sutra http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn45/sn45.171.than.html
wordt visie vergeleken met een vloed/overstroming en wat het doel is van het achtvoudige Pad in relatie tot deze vloed.

In deze sutra http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an04/an04.010.than.html#views wordt zo'n visie, zo'n standpunt vergeleken met een juk. Het doel van de beoefening is juist ook bevrijd te worden van het juk van visies. De koorts naar visies/standpunten, de obsessie er naar, het verheugen in visie, de dorst naar visie, de drang naar visie is geen beëindiging van lijden. Al die passie, de honger er naar, het voeden er van, het versterken er van, dat is niet verbonden met het doel.

Bovendien, standpunten leiden vaak tot geruzie, getwist, worden vurig verdedigd etc en dat doet ook de goede kwaliteiten niet toenemen. http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/snp/snp.4.08.than.html

Het is echter ook weer niet zo dat Boeddha dus onderwees dat er geen juiste en onjuiste visies bestaan. Nee, Boeddha onderscheidde ook wel degelijk juiste en onjuiste visies. Dit is hier na te lezen:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.117.than.html#micchaditthi

Voorbeelden van onjuiste visies: 1. dat er geen resultaat/vrucht is van handelen (afwijzing van karma). In de tijd van de Boeddha waren er bijvoorbeeld meesters die onderwezen dat zelfs al zou je elk levend wezen vermoorden en veranderen in een hoop vlees, dit geen enkel nadelig gevolg voor jezelf zou hebben. Dit is een verkeerde visie. 2. Een verkeerde visie is het ontkennen van het bestaan van wedergeboorte of dat er geen volgende wereld is. Dit was ook een visie uit zijn tijd en in deze tijd ook natuurlijk.

Het is volgens mij niet zo dat Boeddha met diens uitspraken over karma of wedergeboorte slechts
aansluiting zocht bij het bestaande culturele gedachtengoed. Nee, want de kennis over karma en wedergeboorte heeft in boeddhisme niet de natuur van een standpunt. Het behoort tot directe kennis lijkt me. Zou het wel zo zijn dat al dat gepraat over karma en wedergeboorte enkel het uitwisselen is van standpunten, meningen, niet veel anders dan speculaties over 'de cosmos is eindig of oneindig' dan was het wel zo onderwezen lijkt me. Dan had Boeddha dat denk ik ook wel geschaard onder het kopje 'onverklaard'.
Maar daar staat het niet.

Er worden in de genoemde sutra twee soorten juiste visie onderscheiden:
1. Er is juiste visie met effluenten (uitstromingen),  begeleid/bijkomend met verdienste, resulterend in verwerving/verkrijging/aanwinst [van wording]. (Ik denk dat hier mee bedoeld wordt dat je bijvoorbeeld onder invloed van een goede intentie iets deugdzaams doet. Dit leidt niet tot het beëindiging van wording volgens mij omdat het intentioneel is maar er ontstaat wel een positieve vrucht).
Enkele voorbeelden van juiste visie: a. er zijn vruchten en gevolgen van goede en slechte activiteiten; b. er is een wereld hierna en er zijn contemplatieven voor wie dit directe kennis is (dus geen standpunt).

2. Er is juiste visie die nobel is, zonder effluent(en), transcedent, een factor van het pad. Dit wordt verder als volgt toegelicht (lastig te vertalen, een poging):
 "de scherpzinnigheid/onderscheiding, de faculteit van onderscheiding, de kracht van onderscheiding, het analyseren van kwaliteiten als een factor van ontwaken, de pad-factor van juiste visie in iemand die het edele pad ontwikkelt en wiens geest edel is, wiens geest zonder effluents/uitstromingen is, die volledig in bezit is van het edele pad. Dit is de juiste visie die edel is, zonder effluents, transcedent, een factor van het pad". (vertaling van: The discernment, the faculty of discernment, the strength of discernment, analysis of qualities as a factor for awakening, the path factor of right view[1] in one developing the noble path whose mind is noble, whose mind is without effluents, who is fully possessed of the noble path. This is the right view that is noble, without effluents, transcendent, a factor of the path).

Juiste visie is de eerste factor van het Pad. Visie is zo belangrijk omdat het als het ware vooraf gaat.
Onjuiste visie leidt bijvoorbeeld tot een onjuist voornemen of onjuiste intentie. Onjuiste intentie tot onjuiste spraak. Onjuiste spraak tot onjuist handelen. Als een kettingreactie. Zo beïnvloedt onjuiste visie alle anderen factoren van het pad. Daarom is visie zo belangrijk. Dit is hier na te lezen: ttp://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an10/an10.103.than.html
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an10/an10.104.than.html

Een overzicht van visies en de bespreking er van is te vinden in:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/dn/dn.01.0.bodh.html besproken.

-eternalitische visies (het Zelf en de wereld zijn eeuwig);
-gedeeltelijk eternalistische visies (er wordt iets onderscheiden dat eeuwig bestaat en zaken die niet eeuwig bestaan);
-visies over begrensd of grenzeloos zijn van de wereld
-visies van zogenaamde 'eindeloze dubbelzinnigheid' (dit is de visie van iemand die eigenlijk niet weet hoe het zit maar eindeloos kletst over onderwerpen als het bestaan van Zelf of niet-bestaan van zelf, het eeuwig of niet eeuwig zijn van de wereld. Dan eens dit zeggend dan weer iets anders. Zo glad als een aal. Laat zich niet vastpinnen op een uitspraak, maar tegelijkertijd zit er ook geen wijsheid achter. Er is niks gevonden, niks ontdekt, er is enkel maar eindeloze dubbelzinnig;
-visies van toevallig-ontstaan (dat er geen oorzaak is voor het ontstaan van de wereld of het Zelf);
-visies over onsterfelijkheid (bijvoorbeeld dat het zelf onsterfelijk is en de dood op zo'n manier overleeft dat het waarnemend blijft, visies dat het zelf onsterfelijk is maar niet-waarnemend de dood overleeft, visies dat het onsterfelijke zelf noch waarnemend noch niet-waarnemend de dood overleeft);
- visies van vernietiging (dat het zelf een materiele vorm heeft die wordt vernietigd bij de dood. Over wat deze materiele vorm is kan verschillend worden gedacht, van grof naar zeer subtiel, maar in de vernietigingsleer wordt die materiele vorm vernietigd bij de dood, valt uiteen, en zo ook het Zelf)
- visies over Nirvana Hier en Nu (dat men op grond van bepaalde actuele ervaringen zegt het Nirvana bereikt te hebben).

Een visie die nu bestaat is dat het bewustzijn/geest en daarmee ook het zelfgevoel, een emergerende eigenschap is. Deze visie van emergentie komt er volgens mij op neer, grijp ajb in als het niet klopt, dat het geheel meer is dan de som der delen. Eigenschappen van het geheel zijn niet te herleiden tot de delen.
Bijvoorbeeld 1 atoom heeft bepaalde eigenschappen maar groeperen ze zich tot een ding of oppervlakte bijvoorbeeld dan ontstaan er nieuwe eigenschappen. Je kunt bijvoorbeeld op een fiets wegfietsen, vooruitkomen, maar niet met alleen een ketting of stuur. In die zin is het zinledig zeg maar eigenschappen van het geheel te herleiden tot delen of te zoeken in de delen. En, ook niet onbelangrijk, het geheel is dus iets anders dan louter de som van de delen. Je kan dit doortrekken naar het onderzoek naar het Zelf.
Is het niet te vinden in de delen dan betekent dat niet dat het niet bij het geheel hoort. Dus het zelf zou zo bezien wel niet het lichaam kunnen zijn, niet gevoel, niet perceptie, niet mentale zaken en niet bewustzijn maar wel in de samenkomt van al die zaken kunnen ontstaan en bestaan. Het Zelf zoeken in de delen of identificeren met de delen zou zelfs zinloos zijn.

Dit wordt ook binnen deze visie van emergentie toegepast op bewustzijn of geest. Bewustzijn of geest is niet te herleiden tot fysische processen maar staat er volgens deze leer ook niet los van. Het brein, de doorbloeding, de structuur, de cellulaire processen, de neurologische activiteit, dat allemaal individueel is niet bewustzijn of geest maar dat allemaal samen vormt de emergente eigenschap, namelijk bewustzijn of geest. Het is als het ware in deze visie de materie of fysische processen die van zichzelf bewust wordt. Primair is materie, fysische processen.

Eindigen nu al die fysische processen die samen de emergente eigenschap, bewustzijn, voortbrachten, dan eindigt ook het resultaat, bewustzijn/geest/zelfgevoel. http://nl.wikipedia.org/wiki/Emergentie.
Ik gebruik de begrippen geest, bewustzijn, zelf heel slordig maar dat gebeurt volgens mij in deze visie ook.

Ik denk niet dat je deze visie kunt plaatsen onder 'vernietigingsleer' omdat ook binnen deze leer het Zelf eigenlijk niet echt bestaat, niet inherent, dus ook niet wordt vernietigd. Het is ook nooit echt geboren.

Misschien wil iemand dat eens onderzoeken en commentaar op geven?

Nu maar eens stoppen

Siebe


















126
Algemeen / gewild en ongewild
« Gepost op: 27-08-2014 14:14 »
Je kunt een gewilde en ongewilde reeks oorzaken en gevolgen onderscheiden.

Je ziet of ruikt bijvoorbeeld iets en eigenlijk zonder dat je iets bewust doet of wilt zijn er allerlei associaties, emoties, gedachten, herinneringen. Dus het ene zet het andere in gang. Het voltrekt zich op een manier dat je hiervoor niet je best doet, je doet het niet intentioneel, het overkomt je min of meer, het gaat automatisch. Zoals hardlopen. Of je nu wilt of niet, je hard gaat sneller pompen en je bloed sneller stromen etc.

Een andere reeks lijkt te zijn dat je bewust zaken zelf op gang brengt of stuurt. Daar is het gevoel dat er een soort eigen-kracht bestaat. Je bent zelf in staat emoties op te roepen bijvoorbeeld, een gedachte te vormen die je wilt denken, voorstellingen te creeeren/mentale beelden te vormen wanneer je wilt fantaseren, herinneringen op te roepen als je je best doet. Dit is een ongelofelijk vermogen vind ik. Hoe dit vermogen ook precies begrepen moet worden, ik vind het wonderbaarlijk.
Je kunt zo best zeggen dat wij als mens ook een soort scheppers zijn lijkt of in ieder geval een soort scheppend vermogen bezitten. Je kunt levendige beelden oproepen van vakanties of wat dan ook. Dat dit kan is toch wonderbaarlijk? Hoe kan het dat we dit kunnen?

Het gevoelen is ook dat zolang je dit kunt dit vermogen min of meer onvoorwaardelijk bestaat. Toch kan dit niet iets anders zijn dan een illusie toch? Er is heel goed in te denken, het gebeurt ook, dat er iets stuk is in je brein bijvoorbeeld en je bijvoorbeeld helemaal niet meer herinneringen onder controle hebt, of helemaal geen voorstellingen meer kunt vormen. Is zoiets niet mogelijk? Ik denk het wel. Dus het gevoelen dat het gewilde op deze manier zich onttrekt aan het voorwaardelijk ontstaan moet ook wel een illusie zijn lijkt me.

Verder weet ik het niet meer

Siebe



127
In de Brahmajala sutta behandelt Boeddha onder andere de visie van Nirvana Hier en Nu.
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/dn/dn.01.0.bodh.html (hoofdstuk 5)

De Boeddha beschrijft dat er vijf gronden/redenen zijn waarop men het Nirvana Hier en Nu claimt, uitroept. Deze berusten alle vijf op verkeerd begrip.

De eerste reden om Nirvana Hier en Nu te claimen (beetje lastige vertaling vind ik) is wanneer het zelf zich intens verheugt in de vijf strengen of snoeren van zintuigelijke genoegens (revels in the strands of sense pleasures).

"Herein, bhikkhus, a certain recluse or a brahmin asserts the following doctrine or view: 'When this self, good sir, furnished and supplied with the five strands of sense pleasures, revels in them — at this point the self attains supreme Nibbāna here and now.' In this way some proclaim supreme Nibbāna here and now for an existent being.

Vervolgens zegt iemand:
"'There is, good sir, such a self as you assert. That I do not deny. But it is not at that point that the self attains supreme Nibbāna here and now. What is the reason? Because, good sir, sense pleasures are impermanent, suffering, subject to change, and through their change and transformation there arise sorrow, lamentation, pain, grief, and despair. But when the self, quite secluded from sense pleasures, secluded from unwholesome states, enters and abides in the first jhāna, which is accompanied by initial and sustained thought and contains the rapture and happiness born of seclusion — at this point, good sir, the self attains supreme Nibbāna here and now.' In this way others proclaim supreme Nibbāna here and now for an existent being.

Dit herhaalt zich voor de tweede, derde en vierde jhana.

De vijf gronden zijn dus: het ervaren van heel sterk zintuigelijk genoegen, en de ervaringen van respectievelijk de eerste tot en met de vierde jhana's.

Volgens Boeddha bestaat er ook geen andere grond of reden voor de visie van het Nirvana Hier en Nu.

"It is on these five grounds, bhikkhus, that these recluses and brahmins who maintain a doctrine of Nibbāna here and now proclaim supreme Nibbāna here and now for an existent being. Whatever recluses or brahmins proclaim supreme Nibbāna here and now for an existent being, all of them do so on these five grounds or on a certain one of them. Outside of these there is none.

Over de vijf visies zegt de Boeddha ook:

""This, bhikkhus, the Tathāgata understands. And he understands: 'These standpoints, thus assumed and thus misapprehended, lead to such a future destination, to such in the world beyond.' He understands as well what transcends this, yet even that understanding he does not misapprehend. And because he is free from misapprehension, he has realized within himself the state of perfect peace. Having understood as they really are the origin and the passing away of feelings, their satisfaction, their unsatisfactoriness, and the escape from them, the Tathāgata, bhikkhus, is emancipated through non-clinging.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Iets wat hier mee samenhangt is dat ik wel geloof dat werkelijke openheid, egoloosheid, hier en nu kan zijn. Het is mijns inziens niet zo dat dit alleen bestaat dankzij en pas na kalpa's mediteren en trainen.
Dat geloof ik niet. Ik geloof dat de geest in zo'n staat van openheid en egoloosheid kan zijn en dan ook spontaan verlicht kan handelen, goed en vaardig. Het is dan niet zo dat die mens bevrijd is of het Nirvana heeft bereikt maar de goedheid en wijsheid van egoloosheid kan zich toch evengoed wel manifesteren.
Ik denk ook wel dat training een hindernis kan zijn hierbij.

Siebe

128
Algemeen / Het Obstakel Menselijkheid
« Gepost op: 29-07-2014 23:19 »

Ik zie niet goed in hoe je bevrijding zou kunnen realiseren wanneer je niet afstand doet van je menselijkheid. Als je naaste wilt blijven, Mens onder Mensen, kun je dan ooit Boeddhaschap realiseren? Neem bijvoorbeeld zulke algemeen menselijke trekken als hebzucht, haat, agressie, kwade wil, lust, trots, opgeblazenheid...al die eindeloze gewone dingen van ons. Als je mens wilt blijven in die zin hoe kun je dan Boeddhaschap bereiken?

Toch, is het niet zo dat er vanuit de omgeving, familie, collega's, vrienden, partner, jezelf een soort druk bestaat om toch maar vooral mens te zijn (en blijven), mét hebzucht, mét afkeer, hekel, ergernis, verontwaardiging, boosheid? Bestaat er niet iets wat je "een keurslijf" kunt noemen?

En dan heb je ook zelf nog je twijfels. "Is die menselijkheid ook niet het hoogste goed?" "Moeten we hier niet vooral in die menselijkheid op aarde zijn?" Is het niet belangrijk dat we hier vooral als persoonlijkheid zijn? Levend met emoties als afkeer, voorkeur, temidden van mensen die dat ook doen? Is dat niet het ware leven? Is dit niet de bestemming of taak van de mens? Is dit niet wat God wil?" Dat soort gedachten.

Is het niet zo dat om verlichting te realiseren eigenlijk niks en niemand meewerkt? Je werkt er zelf niet aan mee, anderen niet, de natuur ook niet, Philips ook niet. Des te groter is het wonder van Boeddha's verlichting.

Hooguit kun je de hartewens koesteren denk ik dat de Boeddha in jezelf sterker is dan alle tegenwerkende krachten. Eigen verdienste? Nee dat bestaat gewoonweg niet. Het is enkel de verdienste van de Boeddha in ons dat wij ooit als Boeddha over de Aarde zullen wandelen. Mocht er ook enige deugdzaamheid of kwaliteiten zijn bij ons zoals mededogen, liefdevolle vriendelijkheid en wijsheid dan is dit ook enkel de verdienste van Boeddha.

Menselijkheid als Obstakel?


Siebe




129
Algemeen / Dialoog
« Gepost op: 28-07-2014 13:11 »
Dialoog is gewoon een door ego bedachte manier van communiceren om eigenbelangen op een verhullende manier veilig te stellen. Meesters voeren geen dialogen. Hun liefde voor waarheid snijdt flauwekul weg.

De dialogicus in ons heeft ooit de beslissing gemaakt dat al dat onderhandelen met zichzelf en anderen de Weg is. Schaamteloos bejubelt het vervolgens het strategisch zijn. Het eert de diplomaat in zichzelf. Hangt slingers om diens wereldlijke geslepenheid. Prijst de gekunstelde presentatie van zichzelf in de wereld. Zingt de lof over halve waarheden. Stelt bijbedoelingen veilig. Spint als een poes het deuntje van zelfbedrog.

Omdat de dialogicus van onderhandelen met zichzelf een levenskunst heeft gemaakt is geen daad meer echt oprecht. Maar het voelt zich innig en oprecht betrokken bij alles in iedereen. Dialoog is conflict. Dialoog is zelf-vervreemding. Iemand met ego-belangen zoekt de dialoog.

Politici voeren eerst debat en als ze dan moeten samenwerken moeten ze in dialoog met elkaar. Ja, ze moeten wel. Verdeeldheid lost het niet op. Het brengt hooguit een geforceerde toestand van eenheid.
Dit geldt mijns inziens evengoed voor religieuze dialogen. Verdeeldheid lost het niet op, hooguit verhult het dat wat beter.

Beter lijkt me de Boeddha-Dharma te beoefenen. Wij zijn zelf verdeeld. Laten we die verdeeldheid maar oplossen.

Siebe

130
Algemeen / Zoals het bedoeld is
« Gepost op: 21-07-2014 12:03 »

Je kunt er natuurlijk van uit gaan dat er zoiets geldt als..."een dier of wezen leeft zoals het bedoeld is. Maar zo'n zienswijze is niet zonder risico. Is een mens als homo bedoeld of als hetero? Door wie of wat dan? De natuur, bestaan, God? Bestaat er echt zo'n opperwezen met een ontwerp, plan, bedoelingen?

Een zwangere vrouw die rookt, veel stress heeft, slecht eet, beinvloedt de aard/aanleg van het nog ongeboren kind. Is dat kind, wanneer het dan wordt geboren met een bepaalde aanleg, dan zo bedoeld? Door wie of wat dan? Door die moeder? Of is het gewoon enkel oorzaak en gevolg en speelt bedoeling niet?
Is iemand die met een afwijking wordt geboren zo bedoeld?

Hoe moeten we dit zien. Als troostende gedachten of als wat?

In de praktijk kun je zien dat zo'n zienswijze ook ellende kan veroorzaken. Homo's zouden niet de bedoeling zijn van God, bijvoorbeeld, en het hetero leven wel. Homo's komen zo allerlei moeilijkheden tegen. Zo'n zienswijze levert munitie aan haat.

Sommige mensen vinden het niet de bedoeling dat de mens zichzelf inent en zo beschermt tegen ziekten. Sommige mensen vinden dat je niet actief iemands ondragelijk lijden mag eindigen. Dat is niet de bedoeling. Alleen God beschikt over leven en dood. Het is niet de bedoeling om voorbehoedsmiddelen te gebruiken. Op zondag te werken. Etc.


Moet je het allemaal respecteren? Totdat het je jezelf treft?

Als je zo denkt, in termen van bedoeling, dan kun je ook denken: "een mens is een omnivoor, dus ook een vleeseter. Zo is diens leven bedoeld. Dus niet-vlees eten is onnatuurlijk en moet ik dus niet doen".
Zo stimuleert dus deze visie het houden van dieren voor het vlees, het doden, het bejagen en eten van dieren.

Deze visie is inferieur vind ik. Het zet niet aan tot het goede, het opent niet het hart, maar verzekert eerder dat slechte dingen doorgaan en het hart zich niet opent.

In boeddhisme beschrijft men dat ook de natuur van dieren Boeddha is. Het belangrijkste lijkt me dat een wijs iemand een dier kent als een Boeddha maar een onwijs mens kent een dier (en mens) enkel van diens  trekken. Dit is een verkeerde zienswijze. Ook dieren hebben het in zich om van agressief te keren naar vriendelijk, bijvoorbeeld. De geest verschilt niet wezenlijk van een mens. Diens natuur is ook helder, leeg en verlicht.

Het lijkt misschien alsof iemand goed voor een dier zorgt wanneer ie inspeelt op diens dierlijke trekken maar dit is een kortzichtige kijk denk ik. Natuurlijk moet je rekening houden met het bestaan van die trekken en er niet volledig tegenin gaan, maar ook belangrijk is te begrijpen dat het slechts trekken zijn, die je ziet, niet diens Boeddha-natuur. Dingen liggen niet vast. Katten jagen niet op muizen. Wat mensen denken dat instinct is, en vastligt, is veelal gewoon aangeleerd gedrag. Sommige katten gaan vriendschappelijk om met muizen.

Het enige wat echt telt, vind ik, is niet of wezens zich gedragen zoals ze bedoeld zijn, want dat bestaat mijns inziens niet, maar of ze stappen in de goede richting zetten. Wij kunnen net als bij mensen een verschil maken. Ook bij een mens ligt iemands aard niet vast. Het is maar wat we voeden, wat we versterken door er aandacht aan te besteden. Bij dieren is het net zo.

Laten we ons dus alstublieft niet laten leiden door wat zogenaamd natuurlijk is en onnatuurlijk of bedoeld is of niet bedoeld is, maar begrijpen dat de natuur van elk wezen Boeddha is en dat wij zien slechts de overheersende ingesleten trekken zijn, niet iets wezenlijks. Alles wat we zien is veranderlijk, bijkomstig van aard, onwezenlijk, niet-Zelf en ligt niet vast. Omdat dit zo is, zijn er altijd stapjes te maken in de goede richting, hoe moeilijk dat soms ook is, voor mens, dier of welk wezen dan ook.

Siebe























131
Algemeen / Met jezelf uithouden
« Gepost op: 18-07-2014 23:36 »

Van mezelf ben ik van beton. Keihard. Ik kan mezelf wel een beetje verzachten met liefdevolle gedachten, met lekkere dingen, aangename strelingen, door handigheidjes, maar zonder inspanning stol ik geleidelijk, als beton, als een rivier die in de winter bevriest.

Ik denk dat ik zelden tot nooit echt van mensen gehouden heb. Niet dat ik niet goed wil doen maar het gaat allemaal niet van harte zeg maar. Het is alsof mijn hart gebroken of gestolen of gesloten is, zoiets.
Ook bij vorige relaties heb ik grote bedenkingen. Was dat nou liefde?
Wat mensen aangaat is het beste wat ik kan bieden, dat ik ze niet haat, niet onvriendelijk doe, niet kwets, redelijk normaal doe, maar een open onbelast hart? Nee, dat kan ik niet bieden, integendeel. Liefde is voor mij een grote onbekende.

Het is best een harde les maar dit is waar ik ben, gestolde Siebe, verhard, verdicht, eerder onvriendelijk dan vriendelijk, eerder ontoegankelijk dan toegankelijk, eerder streng dan mild, eerder meedogenloos dan meedogend.

Er zit iets aan me vast, en dat overspant me, een kant van gevoelloosheid, doffe onverschilligheid, uitgeputheid. Ik heb dit denk ik altijd gehad. Als kind ook al. Ook niet tot rust komen.

Ik zou het graag bij mezelf willen vinden, met mezelf willen uithouden, maar dat gaat helemaal niet. Dat vind ik een vreselijk naar gegeven, te weten dat ik het niet met mezelf kan uithouden. Het is alsof je zeg maar van een junk vraagt het met zichzelf uit te houden zonder drugs. Die kan dat niet. Ik ook niet.

Ik geloof in het onderricht over karma. Wie het niet met zichzelf kan uithouden, zoals ik, weet dus wat karma betekent. Veel dingen die je gedaan hebt, driftig worden (vooral dat denk ik zelf), jaloers worden, hebzuchtig zijn, geilheid, eigenwaan, al die zaken, het keert zich allemaal tegen je. Omdat het er was kun je het nu niet met jezelf uithouden. Het is geen straf van God denk ik. Ik denk ook niet dat de Duivel er achter zit. Alleen, je kunt als mens jezelf versieren/verschonen of vervuilen. Wie zichzelf vervuilt kan het op een gegeven moment niet meer met zichzelf uithouden. Zo eenvoudig is het denk ik. 

Wat zich onvermijdelijk tegen je keert is de drijfveer van egocentrische bevrediging. Het verlangen naar aangename gevoelens. Dat kan via van alles zijn, ook dingen als werk, vriendschappen, sport etc. In de kern draait vrijwel alles om egocentrische verlangens.

Hoe menselijk ook, dat volgend, dat sterker makend, je vervuilt jezelf, langzaam maar zeker.
Als je eenmaal dat beloningscentrum in je brein, Mara, tot je roerganger maakt, helt alles al omlaag. Je toekomst is zeker. Je gaat de lagere rijken tegemoet. Je zult gaan merken dat het gezeur in je geest steeds overheersender wordt, het armoede-gevoel steeds sterker en je lijden intensiveert. Met als gevolg dat je wrs nog sterker naar aangename gevoelens zoekt. Wat een ellende!

Het is echt heel moeilijk het met jezelf uit te houden, vind ik. Er is zoveel drang verzameld. Drang om iets te betekenen, drang om belangrijk te zijn, drang om goed te doen, drang naar zintuigelijke ervaringen, drang naar gezelschap, drang naar een goed gesprek etc etc. Maar altijd komt het er op neer dat die drang je gelukkig moet maken, het moet er even voor zorgen dat je je ellende vergeet.

Ik gun het jullie, dat jullie het met jezelf kunnen uithouden.

Siebe



132
Mahayana Boeddhisme / De Tien Paramita´s en hun Obstakels
« Gepost op: 21-05-2014 15:54 »
[bron: Het Onderscheiden van de Midden en de Extremen, Madhyantavibhanga, basistekst van Asanga, gebaseerd op de inspiratie van Boeddha Maitreya, commentaar door de eerbiedwaardige Khenchen Thrangu Rinpoche, door mij vertaald uit het Engels]

We komen nu bij de bespreking van de tien paramita’s, de “transcedente activiteiten”, waar we ons mee bezig moeten houden. De bespreking van de zevenendertig factoren van verlichting was voornamelijk een bespreking van samadhi en prajna. Hoewel de paramita’s ook betrekking hebben op samadhi en prajna, hebben ze hoofdzakelijk betrekking op activiteiten en gedrag. Volgend is een lijst van tien dingen die men moet opgeven om de tien paramita’s te verwezenlijken, met één punt voor elke paramita.

1. Het vastklampen aan rijkdom verhindert vrijgevigheid. Om de paramita van vrijgevigheid te verwezenlijken moet men afstand doen van gierigheid.
2. Een veeleisende levensstijl verhindert discipline. Een slechte, foutieve, verwarde discipline is het tegenovergestelde van de paramita van discipline. Het is door de beoefening van discipline dat men geboorte verwezenlijkt in een hogere rijk, als een mens of god. Als men zich bezig houdt met gebrekkige ethiek, of gebrekkige discipline, dan zal men in de toekomst geen goed lichaam hebben; als de basis van je beoefening.
3. Het niet zorgen voor levende wezens verhindert geduld. De derde paramita is geduld of verdraagzaamheid. Diens natuur is in wezen anderen mentaal niet opgeven; anderen niet uitsluiten met je geest. Anderen in de steek laten, niet om hun geven, is de essentie van het obstakel dat iemand verhindert voor het hebben van een dergelijke paramita van geduld, duldzaamheid en verdraagzaamheid.
4. Tekortkomingen en opportunisme voorkomen inspanning. De vierde paramita is inspanning. Luiheid is diens tegendeel. Luiheid verhindert dat iemands fouten afnemen en dat iemands goede kwaliteiten toenemen.
5. Afleiding verhindert een stabiele geest. De vijfde paramita, dhyana in het Sanskriet, sam ten in het Tibetaans, betekent letterlijk een stabiele geest. Het wordt vaak vertaald als “concentratie”.
De betekenis van de term is “stabiliteit van gedachten” of “stabiliteit van geest”. Afleiding, de geest her en der rondzwervend, is het fundamentele obstakel voor het ontwikkelen van de paramita van dhyana.
6. Pervers denken blokkeert prajna. De zesde paramita is prajna, sherab in het Tibetaans, “lichtende, heldere, inzichtsvolle, scherpe kennis”. Op het niveau van het paramita is prajna volledig geweldig. Het tegenovergestelde wordt eenvoudigweg “verkeerde, brokkelige* prajna” genoemd. Het zou bestaan uit een foutieve en perverse manier van denken over dingen.
7. Het niet uitputten van wat bevrijding belemmert, blokkeert vaardige methode. De zevende paramita is die van vaardige methode (Skt. upaya). De functie van zulke vaardigheid in methode is dat het faciliteert dat de wortels van dat wat gunstig is omvangrijk worden; het verhindert dat ze ooit uitgeput raken of op raken. Als men niet zulke bedrevenheid heeft in upaya dan zullen de wortels van wat dan ook voordelig is en geplant is in iemands continuïteit van zijn niet bloeien, zal niet groeien en omvangrijk worden; deze wortels zullen uitgeput raken.
8. Het uitputten van ononderbroken deugdzaamheid blokkeert wensgebeden. De achtste paramita wordt in het Tibetaans mön lam genoemd en betekent letterlijk “een pad van wensen”, veelal vertaald met “wensgebed”. Als men zo’n paramita heeft van wensgebeden of wensen, als men zo’n paramita heeft van visie, dan zullen de wortels van verdienste die in iemands continuüm bestaan nooit worden verbroken; helemaal tot volledige verlichting zullen ze nooit afgesneden worden.
Wanneer we over de paramita’s spreken worden soms zes genoemd en soms tien. Nu spreken we over tien; de vier verdere paramita’s zijn vaardige methode, wensgebeden, kracht en wijsheid. De laatste vier zijn vormen van prajna die naar een hoog niveau zijn gegaan. De natuur van deze paramita’s is prajna die erg speciaal is geworden.
9. Het uitputten van de zekerheid van prajna blokkeert kracht. Op die manier spreken we over de negende paramita, de paramita van kracht. Kracht verwijst naar het toegenomen zijn tot een erg hoog niveau en het erg sterk geworden zijn van prajna zodat het niet overwonnen kan worden door klesha, door onwetendheid, door obstakels of door verwarring, maar overschijnt** ze daarentegen allemaal; letterlijk in het Tibetaans “het overmeestert*** hen met diens glans”, “het onderdrukt ze met diens glans”. In dit geval is alles wat tegengesteld is aan, en dissonerend met zulke prajna op dezelfde manier een obstakel voor de paramita van kracht.
10. Het missen van grote capaciteit belemmert wijsheid. De tiende paramita is wijsheid, of jnana in het Sanskriet en yeshe in het Tibetaans. Vanwege die wijsheid kan men kennis aan anderen onderwijzen en men kan het zelf houden. Daarom geniet men al dharma’s. Iemands vermogen dat grote capaciteit mist zou een obstakel tot zulke wijsheid zijn.
* “crummy”, ** “outshines”, ***”overpowers”

Siebe

133
Filosofie en Metafysica / Is waarnemen scheppen?
« Gepost op: 17-05-2014 20:55 »
Neem een lp die je tien jaar geleden kocht. Dat ding is gewoon tien jaar oud. Punt.

Begin je die af te spelen dan is de muziek die je hoort zeker niet tien jaar oud maar actueel. Dit is nu eenmaal de aard van gewaarwordingen. Gewaarwordingen ontstaan niet in het verleden en toekomst, ze hebben geen verleden en toekomst, maar ze definieren als het ware wat voor jou als subject, hier en nu is.
Daarmee definieren ze eigenlijk ook wat niet hier en nu is.
Het effect van bewustzijn, de manier waarop dat werkt, zo kun je zeggen denk ik, is dat het dus een hier en nu creeert, tevoorschijn roept, definieert, verwekt. Alles wat je ziet, ruikt, voelt, proeft etc is actueel.

Je kunt natuurlijk zeggen, voor een mens bestaat enkel het hier en nu. Ook herinneringen aan zijn verleden zijn immers gewaarwordingen hier en nu. Maar betekent dit ook dat alles enkel hier en nu ontstaat, bestaat en vergaat? Mijns inziens niet. Het is net als die plaat. Die is niet hier en nu ontstaan, maar tien jaar geleden en wanneer je die afspeelt, hoor je hier en nu actuele muziek. Bewustzijn creeert de mogelijkheid van actuele beleving. 

Ziet een Boeddha geen plaat die een bepaalde leeftijd heeft? Ziet een Boeddha die plaat als iets wat op dat moment ontstaat ofzo? Prima, dat kan voor een individuele geestestroom misschien zo lijken maar dit is een illusie. De plaat is tien jaar geleden al ontstaan en niet dankzij waarneming maar dankzij een geheel ander proces van fabricage. Het bestaat dankzij fenyl, moleculen etc. En het bestaat zo, ook wel los van de vraag of iemand het waarneemt. Dit zegt de realist geworden Siebe.

natuurlijk bestaat de plaat voor een waarnemer van die plaat op dat moment voor die waarnemer afhankelijk van het waarnemen, maar de plaat bestaat natuurlijk ook wel los van diens waarnemen. De plaat wordt niet geschapen tijdens het waarnemen. Als jij naar mij kijkt schep je mij natuurlijk niet. Ik verdwijn heus niet wanneer jij dood neervalt maar jij zult me niet meer ervaren en dat is iets geheel anders. Dat is subjectieve perceptie.

230-65 miljoen geleden, toen er nog niet eens primaten bestonden, laat staan mensen, was er allang een Aarde, bevolkt met talloze wezens, geheel onafhankelijk zich ontwikkelend van de mens. De sporen van dit verleden vinden we gewoon in de grond, vandaag was het nog in het nieuws, de grootste dino ooit wrs. Is dit de grote dinobot illusie show? Is dat bot niet echt 100 miljoen jaar oud maar net ontstaan vanuit de waarneming? Dit gaat naar zotheid toch? Of ben ik gek?

We kunnen actualiteit ook overdrijven denk ik, teveel doorschieten in een hier en nu benadering maar onvermijdelijk gaat dat naar IK, IK ben het centrum van alles, IK ben de schepper, Ik ben God. Ik geloof er niet in.

Ik sta open voor enige discussie, maar met mate:-)

Siebe


134
Mahayana Boeddhisme / Bewustzijn
« Gepost op: 17-05-2014 12:58 »
Acht soorten bewustzijn

(De zintuig bewustzijnen krijgen de informatie van de zintuig organen en sturen het naar het mentale bewustzijn zonder het te beoordelen of analyseren).

1. oog bewustzijn (Skt. chakurvijñana, Tib. mig gi mam par shes pa)
2. oor bewustzijn (Skt. shrotravijñana, Tib. ma ba 7 mam par shes pa)
3. neus bewustzijn (Skt. ghra envijñana, Tib. sna 'i mam par shes pa)
4. tong bewustzijn (Skt.jihvavijñana, Tib. lce í mam par shes pa)
5. lichaam bewustzijn (Skt. kayenvijñana, Tib. lus kyi rnam par shes pa)
(Het mentale bewustzijn neemt de informatie van het zintuig bewustzijn en identificeert de objecten gebaseerd op voorgaande ervaring opgeslagen in het achtste bewustzijn. Dit bewustzijn evalueert en beslist of de stimulus plezierig, onplezierig, of eenvoudigweg neutraal is).
6. mentale bewustzijn (Skt. manovijñana, Tib. yid kyi rnam par shes pa)
(Het verstoorde bewustzijn* is altijd aanwezig en het geeft een gevoel** van “Ik” en “mijn” bij alles wat het onderscheid maakt tussen “Ik” en “ander”).
7. verstoord bewustzijn* (Skt. kleshavijñana, Tib. nyon mongs mam par shes pa)
(Het basis bewustzijn slaat alle latente indrukken op van de andere zeven bewustzijnen en dus is het de basis voor de andere zeven bewustzijnen.
8. basis bewustzijn*** (Skt. alayavijñana, Tib. kun gzhi mam par shes pa)

* “afflicted consciousness”, ** “a sense”, *** “ground consciousness”, ook opslag bewustzijn

[Bron: Het Onderscheiden van het Midden van het Extreem, Skt. Madhyantavibhanga, Tib. ü ta nam ched,
Door Asanga gebaseerd op de inpiratie van Boeddha Maitreya, Een Commentaar door Thrangu Rinpoche
Vertaald door Jules Levinson, Ph. D., Vertaald door mij van het Engels in Nederlands
-----------------------------------------------------------------------------------------------------
Eigen brouwsel:

Als er gesproken wordt over een dualistisch geest of verstoord bewustzijn (het zevende in de beschouwing van acht soorten bewustzijn) dan moet dit volgens mij niet begrepen worden als iets wat werkelijk is ontstaan of bestaat. Het is hooguit de manier waarop de onscheidbare vereniging van ruimtelijkheid en gewaarzijn, de natuur van geest, tijdelijk onder invloed van onwetenheid wordt verwrongen zeg maar, en zo, binnen die verwrongen situatie, een vertekend begrip heeft.
Het is denk ik zo te zien dat de perceptie van een duidelijke dualiteit eerder een nogal sterk opdringende sfeer wordt, iets wat erg op de voorgrond kan treden in de onbezoedelde dharmadatu.

Het effect van bijvoorbeeld verstorende emoties als woede, trots, hebzucht etc is dat de duale perceptie, het gevoel van een duidelijk aanwezig Ik en Ander, een duidelijke scheiding, zich erg opdringt/verhardt/stolt. Toch wordt dit binnen, bijvoorbeeld, de Uttara Tantars Shastra, beschouwd als iets wat nooit werkelijk ontstaan is, werkelijk bestaat ook, hoewel de indruk zich dus wel duidelijk sterk voordoet. Dus dualistisch geest bestaat denk ik alleen qua naam, nominaal.

Dualiteit is een zeer subtiele hardnekkige gewoonte, zo wordt onderwezen, en duurt voort tot Boeddhaschap. Terwijl verstorende emoties door bijvoorbeeld kalmte-meditatie tot bedaren kunnen worden gebracht, kunnen worden onderdrukt, kan alleen wijsheid ze ontwortelen omdat wijsheid hun oorzaak, het geloof in dualiteit als werkelijk bestaand, overwint.

Gewoonten hebben een na-ijl effect. Als je bijvoorbeeld stopt met drinken dan blijft je lichaam er naar vragen, je houdt een drang. Dus wat je jarenlang gevoed of gevolgd hebt, of het nu verstorende emoties zijn of duale perceptie, zoiets blijft zich als het ware ontladen. Zo is er ook een na-ijl effect van overblijvende indrukken van dualiteit.
Tot op de hoogste niveaus van ontwikkeling blijft zich de indruk van dualiteit zich voordoen maar de beoefenaar, inmiddels innig vertrouwd geraakt met niet conceptuele (niet duale) oorspronkelijke wijsheid, ervaart de indruk van dualiteit nu als enkel-verschijning en daarmee valt de bekoring weg.

Het begrijpen van alles wat in de geest verschijnt als enkel-verschijning zie ik ook terug in het verhaal waarin Boeddha werd belaagd door Mara. Wat voor opwellingen er ook in zijn geest opkwamen, ze met liefdevolle vriendelijkheid beschouwend en met de wijsheid die begrijpt dat het enkel verschijningen zijn, stond Mara eigenlijk machteloos.

tot zover!
Siebe



135
Algemeen / in verlegenheid
« Gepost op: 11-05-2014 20:52 »
De geest zit vol schema's. Merkwaardig oplichtende schema's waar je in verwikkeld raakt.
Ik ben hier altijd heel gevoelig voor geweest. Nog wel. Het is alsof de geest aldoor in een rol schiet.
Een soort suggestieve werking die uitgaan van beelden die even oplichten.

Ik heb dit bijvoorbeeld ook met politie. Als ik een politie-auto zie aankomen dan ga ik me al een beetje verdachte voelen. Als ik een baas ontmoet dan ben ik allang niet meer mezelf. Als ik vroeger een mooi meisje zag, dan werd ik iets heel bijzonders:-) Ging ik sporten dan speelde weer een ander schema.
Het is zijn allemaal van die merkwaardige schema's. Ik ben eigenlijk zelden mezelf en vrijwel constant in verlegenheid.

Ineens heb je verbeelding. Eerst fiets je nog gewoon door de straat, dan gebeurt er iets, iets licht op, een schema/beeld, en hup ineens fietst daar verbeelding. Eerst loop je nog tussen bomen, redelijk ontspannen en dan kom je iemand tegen en ineens loopt er verbeelding. Eerst sport je gewoon en dan ineens weet je je bekeken en dan sport daar opeens verbeelding.

Siebe, verbeeldingsexpert






136
Algemeen / loslaten
« Gepost op: 27-04-2014 00:05 »
Ik constateer dat ik moeilijk kan loslaten. De dingen moeten goed gaan en zolang dat niet zo is...dan moet er gemalen, gepiekerd, gedaan worden. Onder controle brengen, daar gaat het om. Plezier en ontspanning speelt geen enkele rol.

Er blijft dat obsessieve. Er is ook nog altijd een angst en bezorgdheid dat dingen fout gaan, dat ik dingen fout doe. Dat kan hevige vormen aannemen. Ik vind het van mezelf eigenlijk kinderachtig maar het is er nou eenmaal, iets waarmee ik moet leven.

Als alles goed gaat dan is loslaten eigenlijk gemakkelijk. Als een klus die je goed geklaard hebt. Je kunt ontspannen, loslaten. Maar er is eigenlijk altijd iets te herstellen, iets te verbeteren, iets te klaren. Het gewicht, de lading die het voor me heeft is niet normaal. Ik weet het en toch is het onbeheersbaar.

Controle, de zaken moeten goed gaan, werken, het goed doen, functioneren naar behoren.

Het lichaam, de geest, de spullen, alles.

Het is natuurlijk enkel strijd. Enkel verloren gevecht. Enkel vermoeienis maar wat hebben zulke gedachten voor zin? Ze leggen geen enkel gewicht in de schaal. De beleving blijft toch dat alles van levensbelang is.
Ja, van levensbelang.

Een vriendin van me heeft MS. Die ziekte symboliseert dit leven. Er is geen behandeling voor. Alles vervalt, valt uit, wordt slechter, laat je in de steek, doet het niet, werkt niet meer, blijkt onbetrouwbaar. Alles. Je lichaam, voortbewegen lukt niet meer, mentale capaciteiten zoals het vermogen te plannen, ordenen worden minder, het vermogen te herinneren, etc. Alles waarop je altijd leunde wankelt. Het desintegreert allemaal.

Straks liggen we daar allemaal op ons bedje. Uitgemergeld door ziekte. Op van vermoeienis. Hopelijk hebben we nog geestelijke kracht maar misschien zijn we inmiddels dement en in de war. Ja, nu ook op dit moment liggen er vele wezens op sterven.

Hoe nutteloos is toch al die obsessie in me. Hoe dwaas al dat vastklampen. En toch is het er.

Ik hoop met heel mijn hart dat wij allemaal de staat vrij van gehechtheid realiseren. Waar we ook gehecht aan raken, aan jeugd, dit lichaam, dit leven, gezondheid, idealen, spullen, visies, wat dan ook, en hoe menselijk dit ook is, het is enkel een verloren gevecht. Ook als voelt het nu in dit leven als een veilige toevlucht, ja zelfs als winst, eens zal het zich tegen ons keren en dan blijken we slechte verliezers. Laten we nu, daarom reeds in dit leven, leren loslaten. Moge we allemaal zo zacht leven als de Boeddha en zo zacht gaan en een goed verblijf vinden en wie weet nog in dit leven bevrijding realiseren.

Siebe














137
Algemeen / Beoefening en obstakels, intensivering van lijden
« Gepost op: 23-04-2014 11:36 »

Het komt niet zo heel vaak ter sprake maar mijns inziens vergroot beoefening ook het lijden.
Ik zie het zelf zo dat de zaken die vluchtig van aard zijn, gedachten, impulsen, waarnemingen etc niet zulke obstakels zijn.

Er zijn ook verschijnselen die langduriger bestaan en die ook door beoefening mijns inziens sneller rijpen. Ik denk dan aan somberheid, angsten, wanhoop, mentale spanning, agressie, van allerlei nare zaken kunnen het zijn. Hun aard is anders. Ze verdwijnen wel weer maar kunnen ook lang aanhouden, uren, dagen, weken, maanden of nog langer.

Ik zie dit zelf als het rijpend gevolg van negatief karma. Dit soort kwellend rijpende verschijnselen zijn mijns inziens geen gedachten of conceptuele zaken. Ze vergen een andere aanpak, althans, in zoverre ze geen zelf-bevrijdend karakter.

Geduldig verdragen en doorgaan met beoefening is volgens mij een raadgeving maar misschien weten meer mensen uit de praktijk hoe met dit soort obstakels het beste kan worden omgegaan?

Siebe

138
Er zijn denk ik zat mensen, ik wel, die aanvoelen, begrijpen, ervaren dat emoties als haat, woede, ergernis, jaloezie etc kwellend zijn. En worden aangetrokken door het beeld van de Boeddha als de Serene.
Dus vinden ingang bij Boeddha, Dharma en Sangha in het verwerpen van kwellende toestanden en streven naar sereniteit, naar vrede, vrijheid van deze kwellende emoties.

Volgens de visie in de Uttara Tantra Shastra en onder andere Gampopa's Jewel Ornament of Liberation is deze vrede in de vorm van de vrijheid van alle verstorende of kwellende emoties de vrucht van het sravaka-yana en pratyekaboeddha-yana. Deze vrucht noemt men een eenzijdige nirvanische vrede.
 
Wat de beoefenaar gedaan heeft of doet is samsara verwerpen, alle verstoring van vrede/sereniteit teniet doend, wegwerkend en nirvana, vrede, aanvaardend. Als men zo beoefent, is dus de vrucht een nirvanische vrede. Dit wordt in de werken het aspect van bevrijding van de mentale vergiften genoemd. Dit  is mogelijk omdat deze verstoring een aan de geest bijkomstig aspect is, zoals wolken bijkomstig zijn aan de lucht. Haal je de ontstaansvoorwaarden van wolkvorming weg, dan blijft enkel lucht over. Op deze manier moet ook de bevrijding van verstorende emoties worden begrepen en de vrede.

Toch is deze vrijheid van verstorende emoties, deze eenzijdige nirvanische vrede, deze vrucht, volgens de genoemde werken niet equivalent aan Boeddha-schap of definitief nirvana. Wat mankeert er aan? Er is nog een subtiele notie van Ik en dualiteit, een Ik die vredig is. Er is nog een sluier van kennis over. Ik denk dat je het zo mag zeggen: De sluier van kennis ervaart, als het ware, vrede als het Zelf, dus er is een soort identificatie in de vorm van "vrede, dat is mijn ware zelf, dit ben Ik, dit is van-mij". Dus er is nog gehechtheid over. Het onderricht beschrijft daarom de vrede in de vorm van de vrijheid van kwellende emoties als een voorlopig nirvana. Niet als het definitieve.
 
In het definitieve nirvana is geen enkel spoor van identificatie.  Dit is een zogenaamd niet-verwijlend nirvana. Hoe bereikt men dit? Dit bereikt men middels de wijsheid die samsara/verstoring niet verwerpt en de vrede van nirvana niet aanvaardt, wil. Samsara, bijvoorbeeld de actieve verstorende emoties die de geest teisteren, worden niet verworpen maar gezien in hun ware aard, leeg, bijkomstig, als schimmen, komend en gaand. En ware vrede is equivalent aan de geest zonder enige gehechtheid. Door zo te beoefenen bereikt men een staat waarin de geest nergens verwijlt, noch in samsara maar ook niet in nirvanische vrede.

In het kader van dit onderricht is het belangrijk ook liefdevolle vriendelijkheid te ontwikkelen naar bijvoorbeeld verstorende emoties of slechte neigingen. Zo onderging Boeddha ook het gevecht met Mara. Mara's leger bestookte Boeddha met pijlen maar hoe woest Mara ook werd, Boeddha was liefdevol naar elke vorm van kwaad in zichzelf en kende al het komen en gaan, al het bestookt worden, als leeg, niet in staat hem te deren.

Als de geest nergens verwijlt, nergens wortel schiet, op geen enkele manier met iets geidentificeerd is, kan die niet gedeerd worden. De geest is dan als ruimte. Je kunt er pijlen op afschieten maar er is niks om doel te treffen. Dit beschrijft niet-verwijlend nirvana. Maar de geest die vrede ervaart als "dit ben Ik", dit is van-mij, dit is mijn Zelf, dit is mijn thuis", de geest die ergens wortelt, die maakt van zichzelf een doel, die kan wel gedeerd worden, die wordt getroffen.

Alleen Leegte, in de vorm van vrijheid van alle gehechtheid, het nergens verwijlend nirvana, wordt gezien als de ultieme toevlucht, de waarheid van beëindiging van lijden.

Siebe

139
Mahayana Boeddhisme / Uttara Tantra Shastra, Boeddha
« Gepost op: 24-03-2014 10:58 »
Bron: Ratnagotravibhaga, Nederlands, Boeddha Natuur
De Mahayana Uttaratantra Shastra (Tib. theg pa chen po rgyud bla ma’i bstan bcos)
Door Arya Maitreya, Opgeschreven door Arya Asanga
Commentaar door Jamgön Kongtrül Lodrö Thayé, Genaamd “The Unassailable Lion’s Roar” (Het Onweerlegbare Leeuwen Gebrul)
Vertaling in het Engels door Rosemarie Fuchs. Engelse tekst door mij vertaald in Nederlands

Het eerste Vajrapunt wat behandeld wordt is een uitleg van Boeddha
-----------------

Het Eerste Vajra Punt: Boeddha
B.II.2. Gedetailleerde uitleg van de delen
B.II.2.1. Gedetailleerde uitleg van de Drie Juwelen als datgene wat bereikt dient te worden.
B.II.2.1.1. De Boeddha die de leraar is
B.II.2.1.1.1. Presentatie van de natuur van de Boeddha door middel van een lofzang

Boeddha is zonder begin, midden of einde. Hij is vrede zelf,
volledig zelf-ontwaakt en zelf-ontplooid1 in boeddhaschap.
Deze staat bereikt hebbend, toont hij het onvernietigbare, permanente
pad zodat diegene die geen realisatie hebben het kunnen realiseren.
Het ultieme zwaard en vajra van kennis en meedogende liefde hanterend, doorsnijdt hij de zaailing van lijden 
en vernietigt de muur van twijfels samen met diens omringende
struikgewas van uiteenlopende visies. Ik buig neer voor deze Boeddha.

(1) “self-expanded”

Uitleg van de basistekst
Aangezien boeddhaschap vrij is van een aanvankelijk in bestaan komen, een verblijven in de tussentijd en een definitieve beëindiging, is het ongecreeerd. Aangezien alle gedachten en conceptuele uitwijdingen gepacificeerd zijn, is het op spontane wijze aanwezig1. Aangezien een boeddha volledig zelf-ontwaakt en zelf-ontplooid is zonder leraar door middel van zelf-gewaar oorspronkelijke wijsheid2, is boeddha-schap geen realisatie door voorwaarden van buitenaf. Dit zijn de kwaliteiten die je eigen profijt vormen.
Aangezien een boeddha is ontwaakt uit de slaap van onwetendheid en zijn begrip is uitgebreid om het kenbare te omarmen, heeft hij het bezit van de meest voortreffelijke kennis verworven. Door middel van deze kennis toont hij binnen samsara het permanente pad, de betekenis van de onvernietigbare ware staat (Skt dharmata). Dit is meedogende liefde.
Het allerhoogste zwaard van kennis hanterend en meedogende liefde doorsnijdt hij de scheut van naam en vorm die de onmiddelijke oorzaken van lijden zijn.
De allerhoogste vajra van kennis en meedogende liefde hanterend, vernietigd hij de muur van twijfels over de waarheid, en over handeling en diens vrucht, dat is omgeven door het dichte bos van de uiteenlopende visies die voorafgaan aan de formatie van die visies die behoren tot de angstaanjagende [of vergankelijke] verzameling3. Dit is bekwaamheid of vermogen.
Met deze bezit hij de kwaliteiten die het profijt voor anderen vormt.
Daarom buig ik met groot respect neer voor deze Boeddha (Zie ook Deel Drie, aantekening 4).
(1)”spontaneously present” (2) “self-aware primordial wisdom” (3) “the fearful [or transitoy] collection”

B.II.2.1.1.2. Uitleg van de betekenis van de lofzang gepresenteerd in categorien

Niet gecreëerd zijnde en op spontane wijze aanwezig,
niet een realisatie door vreemde1 condities,
kennis uitoefenend2, meedogende liefde, en bekwaamheid,
heeft Boeddhaschap [de kwaliteiten van] de twee voordelen.

(1) “extraneous” (2) “wielding”

Uitleg
Bij de voorgaande sectie is boeddhaschap getoond met zes of acht kwaliteiten:
Aangezien het niet veroorzaakt is door oorzaken en voorwaarden, heeft het de kwaliteiten van niet gecreëerd en onveranderlijk te zijn (1). Aangezien het vrij is van welbewuste inspanning, heeft het de kwaliteit van spontaan aanwezig te zijn (2). Aangezien het zelf-gewaar is, heeft het de kwaliteit niet door externe voorwaarden gerealiseerd te worden (3).
Aangezien een Boeddha deze drie kwaliteiten bezit, heeft hij de kwaliteit van kennis (4).
Aangezien hij andere wezens leidt om ook deze kennis te bereiken, heeft hij de kwaliteit van grote meedogende liefde (5). Aangezien hij het opgeven1 van alle oorzaken van lijden van alle andere wezens veroorzaakt, daardoor het lijden ontwortelend dat de vrucht van deze oorzaken is, heeft hij de kwaliteit begiftigd te zijn met bekwaamheid (6).
In termen van het onderwerp zijn er zes verschillende soorten kwaliteiten. Indien ingedeeld naar aspecten, vormen de eerste drie de kwaliteit van het best mogelijk profijt voor jezelf, en de laatste drie vormen de kwaliteit van het best mogelijk profijt voor anderen. Deze als een geheel beschouwend bezit boeddhaschap acht kwaliteiten. (Zie ook Deel Drie, aantekening 5).
(1) “relinquishment”

B.II.2.1.1.3. Gedetailleerde uitleg door het combineren van de lofzang en diens betekenis

Diens natuur is zonder begin, midden, of einde;
Derhalve, [de staat van een boeddha] is niet gecreëerd.
Aangezien het de vredevolle dharmakaya bezit
wordt het beschreven als “spontaan aanwezig” te zijn.
Aangezien het gerealiseerd moet worden door zelf-gewaarzijn1
is het geen realisatie door vreemde condities.
Deze drie aspecten gerealiseerd zijnde, is er kennis.
Aangezien het pad getoond is, is er meedogende liefde.
Er is bekwaamheid aangezien de mentale vergiften en lijden
zijn overwonnen door oorspronkelijke wijsheid en mededogen.
Door de eerste drie is er profijt voor jezelf.
Door de laatste drie is er profijt voor anderen.

(1)  “self-awareness”

Uitleg
Hier wordt boeddhaschap uitgelegd op zo’n manier dat de beweringen in de voorgaande sectie gemaakt over de verschillende kwaliteiten stapsgewijs worden bewezen op basis van de redenen onderwezen in de lofzang:
(1) Wat dan ook samengesteld is en gecreëerd, bestaat uit de drie aspecten van begin, midden en eind, of, in andere woorden, heeft de eigenschappen van in bestaan komen, van verblijven, en dan worden vernietigd. Aangezien Boeddhaschap van een natuur is dat vrij is van deze, is het niet gecreëerd.
Algemeen gesproken zijn er vier onderrichtingen met betrekking tot de term “niet gecreëerd”. Afhankelijk van de volgende criteria wordt het onderwerp in kwestie beschouwd als gecreëerd of niet gecreëerd; Het eerst criterium is of er wel of niet ontstaan en beëindiging is door oorzaken en voorwaarden. De tweede is of er wel of niet ontstaan en beëindiging is van karma en mentale vergiften. De derde is of er wel of niet een ontstaan plaatsvindt van een lichaam van mentale aard en een beëindiging in termen van een onvoorstelbare dood plaatsvindt. De vierde is of het onderwerp in kwestie wel of niet aan de leerlingen verschijnt als iets wat in de ervaring komt en eindigt.
In deze context gelooft Rongtompa dat in het licht van deze vier criteria de dharmakaya van alle boeddha’s niet gecreëerd is, in de betekenis van niet verschijnend aan de leerlingen als iets dat in bestaan komt en eindigt.
Het is daarom nodig te begrijpen dat boeddhaschap de kwaliteit bezit van niet gecreëerd te zijn. Echter, als men het neemt als geheel als zijnde niet gecreëerd, dient men te begrijpen dat dit diens bezit van kennis, meedogende liefde, en bekwaamheid tegenspreekt.
(2) Boeddhaschap is begiftigd met de dharmakaya zelf, dat volledige vrede is. Het is vrede in de betekenis van vrijheid van elke welbewuste inspanning in termen van concept-gebonden activiteit van lichaam en spraak, de conceptuele activiteit van de geest enzovoort. Daarom wordt het beschreven als spontaan aanwezige activiteit.
(3) Aangezien het gerealiseerd moet worden door middel van zelf-verrezen oorspronkelijke wijsheid zijnde zelf-gewaar1, is het geen realisatie door externe condities zoals andermans uitlatingen enzovoort.
(4) De dharmadatu gerealiseerd hebbend in diens drie aspecten van kwaliteiten, zoals ongecreeerdheid enzovoort, realiseert een boeddha [ook] dat het binnen alle levende wezens hetzelfde is. Dus hij bezit de meest uitstekende oorspronkelijke wijsheid van kennis.
(5) Om ook andere wezens die getraind dienen te worden te leiden naar deze uiteindelijke zuiverheid, demonstreert hij op heldere wijze het pad voorbij de wereld in overeenstemming met hun respectievelijk karmisch fortuin2. Daarom bezit hij de meest uitmuntende liefde en mededogen.
(6)Door middel van oorspronkelijke wijsheid en zijn grote mededogen, eerder vermeld, is hij  in staat het afstand doen van lijden van wezens te veroorzaken, hun skandha’s eliminerend, die lijden aantrekken, en hun mentale vergiften, die deze skanda’s veroorzaken, tot hun volledige einde. Daarom bezit hij de meest uitstekende activiteit of bekwaamheid.
In deze context wordt het uitgelegd dat door de eerste drie kwaliteiten het beste mogelijk profijt voor jezelf tot stand wordt gebracht, terwijl de laatste drie het best mogelijke profijt voor anderen tot stand brengen. (Zie ook Deel Drie, aantekening 6).
(1)”self-sprung primordial wisdom being self-aware” (2) “karmic fortunes”

140
Algemeen / Passie
« Gepost op: 22-03-2014 14:09 »
Identiteitsgevoel stamt niet echt af van wat komt en gaat. Als er bijvoorbeeld boosheid ontstaat wordt je niet een volledig ander mens. Er blijft iets constant. Die constante identiteit die stamt niet af van het komen en gaan van emoties, gedachten, visies, gevoelens, smaken, geuren, kleuren etc, meningen, niet van of je wel of niet pijn hebt, niet van lust, niet van passie, haat, hebzucht etc.

Van alles wat de aard heeft van komen en gaan stamt ons van binnenuit ervaren gevoel van identiteit niet af. Dit betekent mijn inziens de leer van geen-Zelf.  Het identiteitsgevoel wat in de stroom van verschijnselen die komen en gaan constant blijft stamt af van het passieloze, maar goed doorgrond ik dit nog niet. Maar het stamt niet af van wat komt en gaat.
 
Je kunt er verschillende waarderingen bij hebben. Dat roert zich allemaal in me. Je kunt passieloosheid bijvoorbeeld niet normaal of menselijk vinden ofzo. Je kunt vinden dat passie het ware doel van het leven is. Dat een mens zonder passie niet echt leeft. Dat we bedoeld zijn om met passie vorm te geven aan ons leven etc etc. Dit soort normatieve overwegingen kunnen toch nimmer het wijsgerige ontkrachten.
Het kan er hooguit mee overhoop liggen, er kwaad over spreken, het verdringen of gewoonweg er blind voor zijn.

Siebe





141
Het gewone leven / Het Theater
« Gepost op: 16-03-2014 12:54 »
Ons leven is heel goed vergelijkbaar met kijken naar een film vind ik. Een film is puur imaginair maar als je er in opgaat, er ook in wilt opgaan, dan beleef je alles alsof het echt gebeurt, werkelijk is, waar is, niet maar een illusie is. Je kan zelfs gaan huilen of boos worden. Ja, als mens willen we ook graag opgaan in de film! Dit zegt iets over wat ons bekoort lijkt me. Waar de prioriteiten liggen.   

Innerlijk zijn er ook allerlei projecties. Gedachten komen voorbij, meningen, visies, emoties komen en gaan, gevoelens, stemmingen, sferen, ja, er is zelfs een soort verhaal. In de regel beleven we dit komen en gaan van deze projecties zoals in een spannende film waarin je opgaat. Het is heel werkelijk, heel waar wat er gebeurt.

Er komt een moment dan wordt dat allemaal heel belangrijk voor je. Dan wil je alsmaar daarover praten, delen, je wilt aldoor gesteund, erkend, gezien etc worden in alles wat je innerlijk ervaart. Je gaat je telkens meer identificeren met dit innerlijk komen en gaan. Dit is de weg van psychologie, van de wereld. Deze weg ben ik altijd gegaan.

Het innerlijk wordt steeds concreter, het wordt alsmaar echter. Zo wortelt ook egocentrisme steeds steviger. Het wordt erg belangrijk dat anderen naar je luisteren, dat ze je innerlijk zien, steunen, troosten, begrijpen. Zo ontwikkel je zeg maar helemaal niet zelf de capaciteit of aanleg om zaken los te laten of relativeren. Je gebruikt de aanwezige wijsheid in je niet. Het wordt een hele ernstige zaak om Siebe te zijn!

Ik ben altijd zo gegaan. Ik kon niks loslaten en heb daar nu nog moeite mee. Het is eigenlijk ook pas sinds boeddhisme dat ik ben gaan begrijpen dat je kunt loslaten en hoe.
Het is absoluut geen zegen wanneer je niet hebt geleerd los te laten en gehecht bent aan een innerlijk.
Wanneer je maar aldoor over zaken wilt praten die allang niet meer actueel zijn.

Dit voeden, vooral ook bij anderen, dus aldoor maar een luisterend oor bieden, iemand zijn verhaal laten doen, is niet erg handig. Het kan dan wel tijdelijk iemand opluchten en iemand kan het erg waarderen dat je zo goed kunt luisteren, maar het is beter dat iemand leert om zelf zaken los te gaan laten en het innerlijke, emoties, verlangens, gedachten, zijn eigen lijden etc niet zo serieus te nemen. Dit is de betekenis van ontspannen. Het is niet goed wanneer wij faciliteren dat iemand anders geen beroep doet op wijsheid.

Luisteren brengt iemand misschien tijdelijk opluchting maar werkt niet bevrijdend. Iemand kan echt veel beter zelf leren loslaten.

Nu ik verslaafd  geraakt ben aan het innerlijk valt het niet mee af te kicken. Ik ben er wel van overtuigd dat dit de Weg is. Het beste is te leren loslaten en ook anderen aan te sporen zo te gaan. Psychologie is een oerwoud waar je alleen maar in kan verdwalen. Hoe de geest zich er ook in vermaakt, zoals bij een film, uiteindelijk keert het zich tegen je.

Of iemand zich wel of niet met het onderricht van Boeddha kan verbinden hangt vooral af van iemands persoonlijke liefde op te gaan in de film. Dat is het ware obstakel en niet of je westerling bent of oosterling.

Siebe filmliefhebber








142
Algemeen / Onderscheid
« Gepost op: 09-03-2014 11:12 »
In boeddhisme bestaan eindeloos veel indelingen. In wezens, rijken van bestaan, vier edele waarheden, achtvoudig pad, veel indelingen in soorten mensen, onderscheid gebaseerd op de mate van zuivering, onderscheid in ontwikkelingsniveau's of rijpheid, eindeloos veel.

Er wordt bijvoorbeeld ook gesproken over de vijf soorten wijsheid. De alles-omvattende wijsheid, de wijsheid die gelijkheid van alles en iedereen realiseert, spiegelgelijke wijsheid, de alles tot stand brengende wijsheid en de wijsheid van het perfecte onderscheid. Dus ook onderscheid wordt gezien als een wijsheid.

Tegelijkertijd wordt er gesproken over de sluier van het kenbare en wat daarvan een hoofdkenmerk is dat er in de geest een sterk gevoel of besef van dualiteit aanwezig is, subject/ik en object/ander, waarnemer en waargenomene, binnen en buiten. De geest die dit onderscheid ervaart als iets wat absoluut bestaat staat onder invloed van deze sluiers van het kenbare en is begoocheld over hoe de zaken echt bestaan, namelijk, niet absoluut gescheiden.

Betekent dit dat onderscheid niet bestaat?

Siebe

143
Theravada Boeddhisme / stroom-intreder
« Gepost op: 03-03-2014 20:51 »
Weet iemand wanneer iemand een stroom-intreder wordt genoemd? ja, als je de stroom intreedt, maar wat betekent dit precies?

Mag je bijvoorbeeld zeggen dat dit moment overeenkomt met het Pad van Zien, Het Pad waarop iemand voor eerst met de ogen van wijsheid de ware natuur ziet?

groet,
Siebe

144
Algemeen / Pauwen in de Rui
« Gepost op: 19-02-2014 22:47 »
Van Boeddha-activiteit wordt gezegd dat het spontaan is. Een Boeddha denkt niet; "vandaag zal ik Basho eens helpen en morgen ga ik Siebe van zijn waandenkbeelden afhelpen". Dit wordt onder andere onderwezen in het laatste hoofdstuk van Gampopa's Jewel Ornament of Liberation en ook in de Uttara Tantra Shastra heb ik dit gelezen.

Ik denk dat wij teveel bedoelingen hebben. Ongemerkt raak je zo verslaafd aan bedoelingen. Je geest kan niet meer bedoelingsloos zijn. Het lukt niet echt te verwijlen in de natuurlijke staat van eenvoud. Het beoefenen van bedoelingen geeft onrust in je geest.

Om Boeddha te worden moeten we mijns inziens meer bedoelingslozer worden. Bedoelingsloos is een enorm groot goed.

Eenvoudig zijn is voor een neuroot als ik heel ingewikkeld:-)
Wat een zegen toch wanneer mensen eenvoudig zijn.
Loslaten, eenvoudig worden.

Aldoor bedoelingen hebben en beoefenen, ook goede, is gelijk aan het opbouwen van steeds meer weerstand tegen innerlijke eenvoud, weer meer weerstand om je jezelf te kunnen zijn.

Laten we niet opgeven en de veren van gekunsteldheid van ons afwerpen.

Kom op, Pauwen in de rui!

Siebe Donskuiken

145
Tibetaans Boeddhisme / De Vijf Paden
« Gepost op: 18-02-2014 12:49 »
In boeddhisme bestaat onderricht over hoe het complete Pad er uitziet. Dat wordt op verschillende manieren belicht. Eén zo'n manier is via het onderricht over de Vijf Paden. Het onderricht over de Vijf Paden geeft als het ware een beeld van de stadia van een beginnend beoefenaar tot en met iemand die volledig ontwaakt en ontplooid is, iemand die Boeddhaschap heeft bereikt.

Ik vind dit zelf heel fijn onderricht. Het sluit ook aan op de discussie over ontwikkelweg, devotieweg en ontdekkingsweg. Je zult zien dat die drie wegen in dit ene Pad van beginnend beoefenaar naar Boeddhaschap geen aparte wegen zijn. Het geeft ook het overzicht van waar je als beoefenaar mee bezig bent. Dat is denk ik nuttig.

Ik zal de Vijf Paden kort beschrijven en put daaruit uit het werk van Gampopa, Het Juwelen Sieraad van Bevrijding, the Jewel Ornament of Liberation, in het Engels vertaald door Khenpo Konchog Gyaltsen Rinpoche. Het werk kun je vinden op het web. Ik zal een grof overzicht geven van de Vijf Paden . In Gampopa's werk zijn de Paden in detail uitgewerkt.

Grofweg ziet het overzicht van de Vijf Paden er als volgt uit. Iedereen begint op het Pad van Verzamelen. Hier hoor of lees je voor het eerst over het onderricht, je bezoekt centra, studeert, informeert je. Je ontwikkelt een basis intellectueel begrip van de leer en het pad. De wijsheid die ontstaat uit leren, studie en nadenken over is belangrijk. Verschillende scholen leggen verschillende accenten. Er zijn scholen die erg veel tijd en energie steken in een grondige studie, een heel goed intellectueel basisbegrip van de leer, en anderen besteden er nauwelijks aandacht aan. Iedereen kan hier zijn eigen weg in zoeken en vinden naargelang wat past bij diens eigen aard en belangstelling.

Je ontwikkelt op dit Pad van Verzamelen een bepaald gevoel bij de Vier Edele Waarheden, bij de schakels, een idee van wat Verlichting of Nirvana kan zijn etc. Je gaat voor het eerst mediteren en dat geeft ook een bepaald gevoel voor het onderricht. Je interesse wordt gewekt. Hier wordt de metafoor gebruikt van hitte en vuur. Op het Pad van Toepassing wordt de hitte steeds groter. Het onderricht leeft meer en meer voor je en je hebt de wens en de ijver om te ontdekken wat Boeddha en meesters ontdekt hebben, dus wat is nou de betekenis van al die woorden?  Heel grof gesteld ontwikkel je op dit Pad ook alsmaar meer vermogens en krachten op het vlak van vertrouwen, ijver, indachtigheid, wijsheid etc.

Je kunt dit rekenen onder een ontwikkelpad. Dat ontwikkelen wordt op zo'n manier geduid dat een eerdere onrijpe geest geleidelijk rijpt. Maar op de eerste Paden stapel je eigenlijk de verdienste op die een directe realisatie van de betekenis van het onderricht mogelijk maakt. Wanneer dat gebeurt heet dat het Pad van Zien. Hier realiseert men op een niet intellectuele manier voor het eerst de Vier Edele Waarheden. Men realiseert direct de betekenis van alles-doordringende leegte (of Boeddha-natuur). Misschien dat men hier de vrucht van stroom-intreder verwerft?? Het ontwikkelpad legt het fundament voor ontdekken.

Dit Zien markeert een belangrijk punt op het Pad. Ik denk dat je kunt zeggen dat het wijsheidsoog nu geopend is. Het is echter niet zo dat je nu een Boeddha bent of al Boeddhaschap hebt bereikt. Er zijn vooralsnog ook nog bezoedelingen zoals verstorende emoties en sluiers van kennis. Het punt dat iemand voor eerst direct de betekenis van alles-doordringende leegte realiseert, markeert ook de zogenaamde eerste bodhisattva bhumi genaamd Grote Vreugde. Grote Vreugde want de realisatie gaat gepaard met grote vreugde omdat men dichterbij Verlichting komt en werkelijk gaat aanvoelen dat men in staat is profijt te brengen aan andere wezens. Hier zit natuurlijk ook het stuk devotie. Naarmate je het onderricht steeds levendiger maakt, steeds meer van jezelf, neemt devotie ook toe. Het punt dat iemand voor het eerst de betekenis van alles-doordringend leegte ziet, markeert ook het punt dat iemand een Bodhisattva wordt genoemd. Het moet allemaal echter niet aangezien worden voor Volledige Verlichting of Boeddhaschap. Ook bij een Bodhisattva is er nog duisternis en de geschriften zeggen wel dat er tussen een Bodhisattva en Boeddha nog een wereld van verschil is.

Na het Pad van Zien komt men op het Pad van Meditatie. Wat men op dit Pad van Meditatie doet is zichzelf vertrouwd maken de realisatie op het Pad van Zien. Het is een verdergaande zuivering die de subtielere sluiers zal wegnemen. Na het Pad van Meditatie is er het Pad van Perfectie of Pad van niet meer leren. De training is vervolmaakt en men treedt de stad van Nirvana binnen.

Iemand die zo het hele Pad aflegt realiseert een zogenaamde tweevoudige zuiverheid en die vrucht is Boeddhaschap genoemd. Men realiseert de oorspronkelijke zuiverheid van de geest. Dit is niet iets wat iemand veroorzaakt maar dit is van oorsprong aanwezig. En er is sprake van een tweede zuiverheid, namelijk, dat er afstand is gedaan van alle bijkomstige bezoedelingen/smetten of sluiers.  Dit is de maximale ontplooiing van de geest, Boeddhaschap genoemd.

De geest in deze staat heeft wonderbaarlijke vermogens.
Het pad wordt ook beschreven aan het toenemen van die vermogens. Intuitie/wijsheid perfectioneert zich, je kunt Boeddha's bezoeken en zien, je naar wereldsystemen verplaatsen, etc. Je kunt dit nalezen in het onderricht over de tien bodhisattva bhumi's die een verder uitwerking zijn vanaf het Pad van Zien.

Het is voor ons niet te bevatten wat Boeddhaschap en de hogere paden werkelijk behelsen. Alleen met woorden kan men zeggen dat het geboorteloze, het vervalloze, het onveranderlijke, het doodloze is binnengegaan.


Siebe

146
Tibetaans Boeddhisme / De Vijf Soorten Aanleg of Families
« Gepost op: 12-02-2014 11:47 »
Het idee is dat er zoveel scholen en voertuigen zijn ontstaan in boeddhisme omdat mensen in aanleg verschillen. In aanleg moet dan hier in deze context begrepen worden als: ze verschillen in aangeboren en en aangeleerde gewoonten, in emotionele stabiliteit, in spirituele rijpheid, in temperament, in intelligentie, in mentale soepelheid etc.

Het idee is dat het onderricht van Boeddha aldus ook op verschillende gronden landt. Het beeld wordt gebruikt van regenwater. Dat is in beginsel van 1 -smaak maar als het valt op siltige aarde dan krijgt het een zoute smaak, valt het op grond met veel ijzer dan krijgt het een metaal-achtige smaak etc.  Er ontstaan eindeloos veel smaken uit de ene smaak. Bij overdracht van onderricht is dit onvermijdelijk gaande. Toch, de essentie is 1-smaak, namelijk die van Boeddhaschap.

Gampopa beschrijft in zijn Jewel Ornament of Liberation vijf verschillende soorten aarde waarin het onderricht valt.  Het wordt ook beschreven als de vijf soorten aanleg of families.

1. afgesneden/onverbonden familie
Deze mensen/wezens worden beschreven door zes karaktertrekken: geen droefheid bij samsara, geen vertrouwen als ze de kwaliteiten van de Boedha vernemen, geen belangstelling voor wat anderen denken, geen bescheidenheid, geen mededogen, weinig tot geen berouw over slechte daden.
Er wordt ook wel gezegd dat ze consequent positieve kwaliteiten vernietigen en de deugdzaamheid missen die naar Verlichting leidt. Ze dolen erg lang rond in samsara maar ze kunnen wel verlichting behalen.

2. onzekere aanleg/de onbepaalde familie
De kenmerken van deze mensen is dat het met hun meerdere kanten kan opgaan. Komen ze een sravaka-leraar tegen dan inspireert hun dat en behalen ze die vrucht die hoort bij die beoefening. Ontmoeten ze een Mahayana leraar dan worden ze deel van de Mahayana familie. Dus hun toekomst is onzeker en, minder dan van hun eigen aanleg, afhankelijk van bijkomstige condities. Dus deze mensen moeten eigenlijk zorgen voor de beste bijkomstige condities mogelijk.

3. de Sravaka familie
Deze mensen vrezen in aanleg samsara (zijn bang voor het lijden/verwardheid) en verlangen sterk om nirvana te bereiken. Ze hebben weinig mededogen. Hebben weinig belangstelling anderen profijt te brengen

4. De Familie van pratyeka's
Hebben bovenstaande drie kenmerken en zijn in aanvulling daarop erg trots. Ze hebben een voorkeur om op eenzame plekken te leven en houden de identiteit van hun meesters geheim.

Deze families bereiken de gevolgen van hun beoefening maar deze zijn niet het definitieve nirvana wordt gezegd. Wat bereiken ze? Ze bereiken kwellingsvrije staten van meditatieve concentratie, maar deze staten zijn gebaseerd op de psychische inprenting van onwetendheid. Aangezien hun meditatieve concentraties vrij zijn van gekweldheid geloven ze dat ze nirvana bereikt hebben, en (ver)blijven zo.
Elders werd dit als volgt uitgelegd: de sluier van verstorende emoties is weliswaar opgelost maar niet de sluier van het kenbare, dat is eigenlijk de meest fundamentele sluier, een subtielere.

Er wordt wel gezegd dat Boeddha de sravaka-arhat en pratyekaboeddha het gunt dat ze uitrusten in de behaalde vrede maar moedigt ze verder te gaan.

Voor mezelf leg ik het zo uit: er zijn mensen die raken aldoor in de war van het leven in de wereld, zoals ik, met diens waanzin, ijdelheid, ego-spelletjes, lijden. Deze mensen verlangen naar een bevrijding daarvan.
Voor hun is het leven in de wereld een kwelling. Deze mensen hebben over het algemeen veel onrust en oordelen en hoge mate van ernst. In eenzaamheid kunnen ze echt ontspannen en ervaren dan toestanden van vrede. Zo wekt men het verlangen naar nirvana als vrede op. Dit kan men in de wereld niet waarmaken omdat levend daarin er aldoor de spanning, onrust en kwellingsrijke staten ontstaan. Dus verlangt men naar wereldverlating. Primair is er een begaanheid met het eigen welzijn. De mate van trots onderscheidt hierin de mens met sravaka of pratyeka boeddha aanleg, maar beide streven naar het beeindigen van kwellingsrijke staten.

5. Mahayana aanleg of familie.

Over het algemeen kun je zeggen dat deze familie zich onderscheidt doordat in aanleg meer mededogen (dus ook wijsheid) aanwezig is. Lichamen en spraak zin op een natuurlijke wijze zachtaardig zonder afhankelijkheid van een remedie. Hun geesten zijn minder bedrieglijk en ze hebben een liefdevolle vriendelijkheid en klaarheid jegens levende wezens. Zijn niet grof of arrogant. Zijn niet sluw bezig.

In mijn eigen woorden: Iemand die in de Mahayana-familie zit raakt niet zo verward door de wereld, is goed en stevig geaard en kan makkelijk werken met de omstandigheden en alle uiteenlopende wezens.
Terwijl iemand met de sravaka en pratyeka aanleg eerder aldoor met van alles en nog wat worstelt.
In de Mahayana familie is men waarschijnlijk verzoenlijker.  Iemand in de Mahayana familie kan zichzelf zijn in de wereld, in die zin dat de natuurlijk eenvoud en vrede niet aldoor verstoord wordt,  maar iemand in de sravaka of pratyeka familie worstelt juist aldoor daarmee. De sravaka en pratyeka familie is zodoende bang voor verwardheid en zal dus ook neigen om zaken/mensen/omstandigheden te vermijden die verwardheid helpen opwekken.

Van alle families wordt gezegd is de Mahayana familie het meest dichtbij de oorzaak van verlichting en de onverbonden familie is het verst af van die hoofdoorzaak van Verlichting. Van de onzekere familie zijn sommigen dichtbij en sommigen veraf. De hoofdoorzaak van Verlichting is het rechtstreeks zien (met de ogen van wijsheid) van de Boeddha-Natuur. De hoofdoorzaak van Verlichting, Boeddha-natuur, is bij alle families aanwezig, maar is per familie dus meer of minder bedekt door bezoedelingen.

Dit was een korte samenvatting van Hoofdstuk 1 van Gampopa's Jewel Ornament of Liberation

Siebe


147
Mahayana Boeddhisme / Mahayana Mahaparinirvana Sutra.
« Gepost op: 09-02-2014 16:09 »
Vertaald in het Engels door Kosho Yamamoto, 1973, van Dharmakshema’s Chinese versie
(Taisho Tripitaka Deel. 12, Nr. 374). Bewerkt, herzien en copyright Dr. Tony Page, 2007,
fragment door mij vertaald uit de Engelse versie.

Het sluit aan bij de gesprekken over Zelf en/of geen-Zelf.
fragment uit hoofdstuk 12; Over de Natuur van de Tathagata, aan het woord is Boeddha

<begin fragment> "Wanneer het op de kwestie van lijden aankomt, zeggen de onwetenden dat het lichaam niet-eeuwig is en alles lijden is. Verder, ze weten niet dat er ook de natuur van Gelukzaligheid in het lichaam is. Als er gezinspeeld wordt op het Eeuwige, zeggen gewone stervelingen dat alle lichamen niet-eeuwig zijn, als niet gebakken tegels. Iemand met Wijsheid onderscheidt dingen en zegt niet dat alles niet-eeuwig is. Waarom niet? Omdat de mens het zaad van de Boeddha-Natuur bezit. Wanneer er over het geen-Zelf wordt gesproken, zeggen gewone stervelingen dat er niet het Zelf kan zijn in het boeddhistisch onderricht. Iemand die wijs is moet weten dat geen-Zelf een tijdelijke bestaan(vorm)1 is en niet waar is.
Het aldus kennend, moet men geen enkele twijfel hebben. Wanneer van de verborgen Tathagatagarbha wordt vastgesteld dat het leeg en stil is, zullen gewone stervelingen denken aan beëindiging en vernietiging. Iemand die wijs is weet dat de Tathagata Eeuwig en Onveranderlijk is. Als van Bevrijding wordt vastgesteld dat het iets is zoals een droombeeld2, zeggen gewone stervelingen dat de persoon die Bevrijding bereikt iemand is die oplost3 in nietsheid; een persoon met Wijsheid denkt dat hij een mensen-leeuw is en dat, hoewel hij komt en gaat, Eeuwig is en niet verandert”.
   “Als er vastgesteld wordt dat onwetendheid in alle dingen verblijft, horen gewone stervelingen dit en denken aan twee verschillende bestaansvormen, het “heldere” en het “niet-heldere”. De wijze mens ziet dat de natuur niet-twee is en dat de natuur van de niet-twee de ware natuur [“zelf-natuur”] is. Als er wordt vastgesteld dat dingen op bewustzijn geplaats zijn4 [er van afhankelijk zijn], zeggen gewone stervelingen “twee”, dat “samskara” [wilsuiting, mentale impuls] en “vijnana” [bewustzijn]  zijn. Maar de wijze weet dat diens natuur niet-twee is en dat de natuur van de niet-twee de "svabhavika” [“eigen-natuur”, “zelf-natuur”] is. Als we spreken over de “tien goede daden” en de “tien slechte daden”, over wat gemaakt kan worden en wat niet gemaakt kan worden, over goede rijken en slechte rijken, wit onderricht [sukladharma=saddharma=wonderbaarlijke Dharma] en zwart onderricht krsnadharma =Pali kanhadhamma] stellen gewone stervelingen zich twee dingen voor. Maar de wijze weet dat de natuur niet-twee is en dat de natuur van de niet-twee de ware natuur is. Wanneer er wordt vastgesteld dat alle dingen in lijden eindigen, zeggen gewone stervelingen dat dit twee is. Maar de wijze weet dat de natuur niet-twee is en dat de natuur van niet-twee de ware natuur is. Als we vaststellen dat alle gemaakte dingen niet-eeuwig zijn en dat de verborgen opslagplaats van de Tathagata ook niet-eeuwig is (huh??, Siebe), dan zeggen gewone stervelingen twee. Maar de wijze weet dat de natuur niet-twee is en dat niet-twee de ware natuur is. Er kunnen niet de twee dingen zijn van Zelf en geen-Zelf. Dit is waar de verborgen opslagplaats van de Tathagata naar verwijst. Dit is wat geprezen wordt door ontelbare, talloze, grenzeloze aantallen van alle Boeddha’s. Ik leg nu in deze al-perfecte sutra alles uit. Er is het niet-twee in de natuur en kenmerken van Zelf en niet-Zelf. Je moet de dingen zo nemen<einde fragment>

1 “temporary existence, 2 "phantom", schim, verschijning, spook, 3 "wears away”, 4 "sit on"

De teksten tussen [..] is niet door mij toegevoegd, ik heb dat alleen vertaald.


Siebe




148
Algemeen / Drama
« Gepost op: 08-02-2014 20:15 »
Boeddhisme beoefenen heeft denk ik ook wel iets te maken met de bereidheid of moeite die je juist hebt afstand te doen van drama. Dat is heel lastig want drama hoort zo bij het mens zijn. Het afstand doen van drama roept allerlei tegenreacties op, protesten in jezelf..."god man dit is toch menselijk"! "dit is toch normaal!", "dit wil ik echt niet verliezen want dan verlies ik mijn menselijkheid!", "dan ben ik zo niet mezelf"

Zo kun je heel dramatisch doen over het bestaan van lijden. Als iets wat niet mag en moet. Of over armoede of rijkdom, oneerlijkheid. Of over ouder worden, rimpels krijgen, haar verliezen, je baan verliezen, winnen/verliezen, je gezondheid verliezen etc. Die structuur van drama heeft denk ik alles te maken met de structuur van ego.

Gezichtsverlies is een vreselijke ramp. Een enorm drama. Dodelijke ernst. Geen speelsheid, geen humor. Alles is zo stijf en onverzoenelijk als...ego. Alles draait aldoor maar om winnen of verliezen, competitie, prestatie.  De eer van de familie, het vaderland, de eer van de vlag, het jongetje dat als hoogste doel in zijn leven heeft dat vader trots op hem is, de heldenverering, het kwaad versus het goede. Het is allemaal een enorme voorliefde voor drama en waanzin eigenlijk. En tegelijkertijd is dat heel menselijk.

Bekend is wrs wel het verhaal waarin Boeddha een vrouw tegenkomt die haar kind verloren is, het is dood. De vrouw is radeloos verdrietig en zoekt iemand die het kind weer tot leven kan wekken. In feite handelt Boeddha zo dat hij het drama weghaalt bij deze vrouw door haar te laten inzien dat in elk huis die ze bezoekt mensen zijn overleden. Langzaam verschuift er iets bij de vrouw, het overlijden van het kind is e blijft een verdrietige gebeurtenis maar de radeloosheid trekt weg, het drama gaat weg. 

Siebe, een drama:-)






149
Het gewone leven / Bedreven beoefenaar
« Gepost op: 06-02-2014 20:12 »
Wat ik ben tegengekomen is dat oude meesters adviseren om de wereld te verlaten, alle plekken, mensen en omstandigheden te vermijden die opwinding of onrust kunnen veroorzaken. Ze zagen dat niet als een nederlaag, een falen, een uitvlucht maar een manier om te facilteren diepgaand te ontspannen, de geest werkelijk te kunnen kalmeren. Ver weg van zorgen, verplichtingen, en al die zaken die de geest aldoor in beroering brengen. Ze leefden vaak zelf langdurig geisoleerd. Meesters als Tilopa, Naropa, Gampopa, Milarepa en anderen.

De oude meesters zitten veel meer dan de moderne meesters denk ik op de lijn dat je eerst je ware natuur moet ontdekken en er voor moet zorgen dat je daarvoor de goede omstandigheden schept voor jezelf.
Dit is de primaire zorg. Die ontdekking en het verder doen ontplooien van die natuur geven het zelfvertrouwen, de stabiliteit om met alles en iedereen om te gaan. Er zal dan spontaan mededogen, spontane vriendelijkheid etc zijn naar anderen.

Het gaan aanleren om in en drukke samenleving met iedereen en alles open en vredevol etc om te gaan is meer het aanleren van techniek, een soort vaardigheid. Hoewel dit natuurlijk wel handig is, in hoeverre verschil je dan van een handige verkoper? Een tactische manager. Een slimme politicus? Moet je je nou wel zo daar mee bezighouden? Is het authentiek? In hoeverre versterken we zo niet alleen maar de waan en illusies in de wereld?

Siebe

150
Algemeen / Drang
« Gepost op: 06-02-2014 16:04 »

Ik zie de drang te bestaan als de drang jezelf te manifesteren, te uiten, meningen te vormen, te discussieren, twisten, verheugend in kritiek en twisten, ook als drang zaken intellectueel te willen begrijpen. Het is misschien samen te vatten als geldingsdrang.

Onderscheidt het zich van levenslust?

De drang naar zintuiglijke ervaringen ken ik ook goed. Je aangenaam willen voelen, even het zoet van snoep, de kick van mooie gedachten of visies, etc.  De hunkering aldoor naar aangename ervaringen. Neurologisch schijnt dit te maken te hebben met het genot/beloningscentrum.
Ik heb als ongelukkige puber enorm veel gesnoept, elke dag een half pond of meer, op school. Me even lekker voelen. Ik zie bij velen dat als reactie op lijden men zich wil vertroosten, even aangename gevoelens, een lekker bad, snoep, drank, museum oid. Jezelf verwennen. Welness. Hoe sterker het lijden hoe groter die drang naar aangename gevoelens. Je gaat immers het onaangename haten. Krijgt de pest in. Je wilt het niet.

De drang naar niet-bestaan. Ik begrijp dit nu als de drang om er gewoon niet te zijn, niet meteen in extreemste vorm van dood willen maar ook willen slapen (dan ben je er ergens ook niet), lang uitslapen, lekker niets doen, willen dromen, willen ontsnappen.   Het is eigenlijk een drang tot luiheid, heb ik bedacht.

Van drang wordt gezegd dat het niet stilt door bevrediging. Dat geloof ik. Het wordt juist sterker als je het volgt of gehoorzaamt.  Drang is wel menselijk. Boeddha veroordeelde drang niet volgens mij maar spoorde zeker niet aan het te volgen. 

Door consequent niet mijn zoetbehoefte te volgen, ook tegen de trek in, heb ik minder drang daarnaar gekregen. Dus het werkt wel. Het uitputten van drang lijkt misschien op zelfkwelling maar uiteindelijk is het een opluchting.

Drang als oorzaak van lijden staat denk ik niet tegenover de visie dat onwetendheid over onze ware natuur de oorzaak is, want die natuur is drangloos.

Qua drang staat boeddhisme haaks op de wereld die juist aanspoort om drang te volgen en bevredigen.
Maar dat evolueert niet naar bevrijding maar naar gehechtheid en afhankelijkheid.

Siebe








Pagina's: 1 2 [3] 4