Recente berichten

Pagina's: [1] 2 3 ... 10
1
2.1.1. Schakels en kenmerken van stroomintrede

   Er zijn vier schakels naar stroomintrede, en wel: omgang met goede mensen; het luisteren naar de goede leer; grondige oplettendheid; het navolgen van de leer. De stroom is het achtvoudige pad. Iemand is een in de stroom getredene wanneer hij het edele achtvoudige pad navolgt. (S.LV.5, 50, 55-74)

   Aan drie omstandigheden kan men de persoon herkennen die vervuld is van vertrouwen en toewijding [d.w.z. de in de stroom getredene]:
   Hij ziet graag deugdzame personen; hij luistert graag naar de goede leer [of leest ze graag]; hij leeft zijn huiselijk leven met een van gierigheid onbevlekt hart; hij is vrijgevig, met open handen; hij vindt vreugde aan het schenken, is de behoeftigen toegedaan; hij vindt vreugde aan het uitdelen van gaven.
   "Wie graag de deugdzamen ziet, de goede leer graag hoort, en ook de vlek van gierigheid heeft verwijderd, die geldt als persoon vol vertrouwen." (A.III.42; zie ook A.XI.15)
   
   "Wanneer iemand elke bestaansvorm als niet blijvend, als vergankelijk beschouwt, of als hij elke bestaansvorm als niet-ik beschouwt, dan is het mogelijk dat hij overtuiging overeenkomstig de leer zal hebben. En dan kan hij het volmaakte pad van zekerheid betreden. Dan is het mogelijk dat hij de vrucht van stroomintrede, zal verwerkelijken." (A.VI.98, 100)

   De asceet Kondañña begreep na de eerste leerpreek van de Boeddha dat alles wat ontstaan is, ook zal vergaan. Hij begreep de leer van vergankelijkheid uit eigen ervaring. Hij werd toen een in de stroom getredene. En de eerwaarde Sariputta en de eerwaarde Maha Moggallana vernamen: “Van alle dingen die oorzakelijk zijn ontstaan, heeft de Volmaakte de oorzaak uitgelegd. En ook hoe die tot uitdoving komen.” Dat was genoeg voor beiden om de waarheid in te zien: “Alles wat aan ontstaan onderhevig is, is ook onderhevig aan vergaan.” Door dit inzicht bereikten zij het eerste niveau van heiligheid. Anderen zien in dat er geen zelf is, zoals de eerwaarde Rahula.

   Vier kenmerken heeft iemand die in de stroom is getreden. Die vier kenmerken zijn: onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, in de Dhamma en in de Ariyasangha; en het navolgen van de deugden die door de edelen geprezen worden, d.w.z. de vijf regels van goed gedrag navolgen, volmaakt moreel gedrag, volmaakte zedelijkheid. (A.V.179; S.LV.53, 3, 26-27, 30, 44-45; S.XII.41; A.IX.12-13, D.33)
   Verder richt men zijn aandacht op het oorzakelijke ontstaan. Als dit is, volgt dat; als dit niet is, volgt dat niet. (S.LV.28, 31-33, 41-43; S.XII.41) 
   Ook is men dan vrij van gierigheid, geeft met open hand, is vrijgevig. (S.LV.1, 4, 6-20, 22-23, 53).

   "Oefen u in het luisteren naar (of het lezen van) leerreden van de Boeddha. Oefen u aldus in de vier schakels van stroomintrede: "Met onwankelbare helderheid zullen wij de Boeddha, Dhamma en Sangha navolgen; en ook de deugden die aan edelen dierbaar zijn." (S.LV.53)

   De vier schakels van stroomintrede zijn de vier paden naar de goden. De edele volgeling overweegt verder: “Vrijheid van last is het hoogste bij de goden. Als ik niemand belast, dan volg ik verder het pad naar de goden.” (S.LV.34-35)

   Als de edele volgeling die vier eigenschappen opvolgt, is hij een in de stroom getredene. Wie deze vier eigenschappen opgevolgd heeft, die is begiftigd met hemelse of menselijke levensenergie, met hemelse of menselijke schoonheid, met hemels of menselijk heil, met hemelse of menselijke roem, met hemelse of menselijke macht. (S.LV.30)

   Wanneer een edele volgeling de vijf regels van goed gedrag navolgt, en wanneer hij met de vier kenmerken van stroomintrede is voorzien, en wanneer hij deze edele methode met het verstand goed heeft gezien en volledig heeft doordrongen, dan kan hij, wanneer hij dat wenst, van zichzelf beweren: "Verwijderd is voor mij de hel, verwijderd is voor mij wedergeboorte als dier, verwijderd is voor mij de sfeer van de ongelukkige geesten, verwijderd is voor mij een lage vorm van bestaan, een smartelijk bestaan en verdoemenis. Ik ben iemand die in de stroom is getreden. Het is onmogelijk voor mij om terug te vallen in de verdoemenis. Ik ben veilig; de volmaakte Verlichting is mijn doel." (S.XII.41; zie ook A.III.76)

   Wie onwankelbaar vertrouwen heeft in de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha, en wiens deugdzaamheid goed is, door de edelen geprezen, die is niet arm. Zijn leven is niet tevergeefs. En hij heeft geen angst voor de dood. (S.LV.26-27, 44-45)   

2
Prikbord + Agenda + Weblinks / Re: even tussenuit
« Laatste bericht door Marcel Gepost op Vandaag om 22:38 »
Tot later.
3
Prikbord + Agenda + Weblinks / even tussenuit
« Laatste bericht door Sybe Gepost op Vandaag om 17:28 »
Ga er even tussenuit. Ben wat te overspannen aan het worden.

groet,
Siebe
4
Wijsheden / Re: Inspirerende citaten
« Laatste bericht door Sybe Gepost op Vandaag om 17:24 »
ach, ik wil ook niet zo extreem doen dat rollen totaal onnuttig zijn. Wat ik bedoel te zeggen is dat ik het fijn vind als mensen (ikzelf ook) niet steeds zo in een rol of houding schieten.

Siebe
5
Theravada Boeddhisme / Re: tilakkhana
« Laatste bericht door Sybe Gepost op Vandaag om 17:19 »
Ik ben gematigd enthousiast over de site . Ik heb er evengoed vaak mijn bedenkingen bij.
Bij mij trekken dezelfde soort gedachten langs als bij jou, zie ik.

alle goeds,
Siebe


6
Theravada Boeddhisme / Re: tilakkhana
« Laatste bericht door MaartenD Gepost op Vandaag om 16:23 »
Beste Siebe,

Ik heb je dit al vaker verteld maar bij mijn weten begrijpt niemand in de hoofdstroom van de theravada het begrip anicca als louter de woordenboek-definitie van 'vergankelijkheid'. Er wordt meestal dubbel of driedubbel vertaald. De sutta's zelf geven ruim voldoende aanleiding in hun explicaties om op die ideeën te komen. En natuurlijk gaan anicca en dukkha over perceptie, het gaat tenslotte om geconditioneerde fenomenen. Ook dat is behoorlijk standaard.

Voorts.. er komt veel overeen met de sutta's. Het komt op mij wat over als twee christenen waarvan de ene beweert dat hun god wraakzuchtig is en de ander beweert dat hun god liefdevol is. Beiden kunnen zeggen dat hun visie overeenkomt met de Bijbel. En terecht trouwens. (Een nogal orthodoxe vriend van me zei vaker dat God weliswaar rechtvaardig was maar gelukkig ook genadig.)

Ik snap je enthousiasme voor puredhamma, mij spreekt de site ook best aan. Echter, ik meen dat er niet zo'n gapend gat in interpretatie of vertaling schuilt als je soms lijkt te denken.

Ik wil je wel bedanken voor je bereidwillige hulp bij mijn pogingen om de subtiele concepten te leren begrijpen.

Met warme groet,

Maarten
7
Theravada Boeddhisme / Re: Persoonlijkheidsvisie, sakkaya ditthi
« Laatste bericht door nico70+ Gepost op Vandaag om 14:34 »
Beste Siebe,

Als je meer hierover wilt weten, lees dan eerst eens rustig het topic: smetten van de geest en niveaus van heiligheid. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2673.0.html
Daar wordt het een en ander uitgelegd.

Nico
8
Algemeen / 1 lang toneelstuk?
« Laatste bericht door Sybe Gepost op Vandaag om 14:11 »
Borobodur haalde dit citaat aan ter inspiratie

"Wanneer een verlicht persoon de dualiteit van het jij en ik overstijgt, ziet hij/zij het leven als 1 lang toneelstuk. Daarom blijft hij/zij vol humor en opgewekt. Hij/zij speelt zijn rol, maar vergeet nooit dat het een voorstelling is".

Mijn indruk is niet dat de Boeddha vol humor en opwekt was. Ook het idee dat voor de Boeddha het leven alleen maar een lang toneelstuk was, herken ik niet na lezen van de sutta's. De Boeddha onderschat, vind ik, geen moment de ernst van het leven. Niks is toneel noch spel noch onecht. De Boeddha zet volgens mij in de sutta's nibbana en samsara niet tegenover elkaar als echt en onecht of als waar en onwaar of tegenover elkaar als werkelijk en onwerkelijk. 

Boeddha was volgens mij een serieus mens. Dat hij het leven zag als 1 lang toneelspel. Ik geloof er niks van. Het idee dat een verlichte op Aarde rondloopt met een soort opgewektheid dankzij de wetenschap dat alles maar toneelspel is, is een interpretatie van verlichting die ik niet terugvind in de sutta's.

Siebe




9
Theravada Boeddhisme / Identiteitsvisie, sakkaya ditthi
« Laatste bericht door Sybe Gepost op Vandaag om 13:51 »
Stroom-intrede wordt in de sutta's zo beschreven:

..."the Lord delivered a graduated discourse on generosity, on morality and on heaven, showing the danger, degradation and corruption of sense-desires, and the profit of renunciation. And when the Lord knew that Pokkharasati's mind was ready, pliable, free from the hindrances, joyful and calm, then he preached a sermon on Dhamma in brief: on suffering, its origin, its cessation, and the path. And just as a clean cloth from which all stains have been removed receives the dye perfectly, so in the Brahmin Pokkharasati, as he sat there, there arose the pure and spotless Dhamma-eye, and he knew: 'Whatever things have an origin
must come to cessation."
(DN3§2.21)

Stroom-intrede, zegt men, verwijst naar dat ontstaan van het zuivere, smetteloze Dhamma-oog.

In de sutta's wordt (min of meer) steeds deze tekst gebruikt. Het dhamma-oog gaat dus steeds open na een teaching van de Boeddha. Eerst een geleidelijke en daarna over de vier edele waarheden. Ik ken geen sutta's die aangeven dat het gebeurt tijdens meditatie in afzondering. Misschien zijn die er wel maar ik herinner ze niet.

Wat voor mij overeind blijft is dat sakkaya ditthi bij stroom-intrede eindigt.

Wat betekent het, praktisch gezien, als sakkaya ditthi eindigt?

Dat wordt mijns inziens uitgelegd in SN22.1.
https://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.001.than.html

Dit gaat heel ver vind ik. Wie kan nou zeggen dat ie bij bijvoorbeeld veranderingen in het lichaam; ziekte, pijnen, ouderdom etc. niet geestelijk aangedaan raakt? Kun je niet makkelijk angstig worden als je ergens pijn voelt? Onaangedaan blijven bij veranderingen van het lichamelijke, gevoelens, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn, dat is nogal wat toch?

Wat is er, denken jullie, voor nodig?

Siebe


10
2.1. Sotapanna, de in de stroom getredene

   Met stroomingetredene wordt bedoeld degene die in de stroom [naar Nibbana] is getreden, en degene die op weg is om het doel van stroomintrede te verwerkelijken. (A.IX.9) Het is degene die het pad van de edelen heeft betreden, en degene die de vervulling of de vrucht van stroomintrede heeft verwerkelijkt.
   Beiden zijn geschenken waard, gastvrijheid waard, gaven waard, waard eerbiedig gegroet te worden; zij zijn het beste veld voor goede werken in de wereld. (A.IX.10; A.X.16; A.VIII.59)

   Degenen die met de vernietiging van drie boeien in de stroom getredenen zijn geworden, zij zijn niet langer aan het verderf onderhevig. Zij zijn ontkomen aan het dwaalspoor, niet meer onderhevig aan wedergeboorte in lagere sferen van bestaan. Zij gaan niet meer naar de hel, naar de dierenwereld, naar het rijk van de ongelukkige geesten, gaan niet meer op een verkeerde weg, gaan niet naar ondergang. Zij zijn goed gevestigd, bestemd voor volledige Verlichting. Doelbewust gaan zij dan voort naar volledige Ontwaking. Veilig zullen zij aan de andere oever aankomen. (A.V.179; M.34, M.6, M.22, S.LV.24-25, 52)

   De in de stroom getredene, de Sotapanna heeft geen enkele twijfel meer wat betreft de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha. Hij heeft een onwankelbaar vertrouwen.
   Verder is hij vrij van de smet van bijgeloof, en van gehechtheid aan regels en rituelen.
   Ook is hij gedeeltelijk vrij van geloof in persoonlijkheid, de verkeerde opvatting dat geestlichamelijkheid iets zelfstandigs is, gebaseerd op de idee van een "ik". (Deze smet wordt pas bij volmaakte heiligheid helemaal verwijderd)
   Ook heeft hij de begeerte, haat en onwetendheid die naar lagere werelden van bestaan voeren, [ten dele] opgeheven. (A.III.95; A.VI.89-91)
   
   Volgens het commentaar bij M.7 zijn door het pad van in de stroom treden (sotapatti-magga) de smetten lasteren, kleineren, verachten, tirannie, overheersen, afgunst, nijd, jaloersheid, huichelarij, misleiding en  bedriegen opgeheven.

   Het commentaar bij M.7 benadrukt herhaaldelijk dat steeds waar in de tekst ‘opgeven’ wordt vermeld, verwezen wordt naar iemand die een niet-wederkerende is (anagami). Want ook als de smetten opgegeven zijn bij het in-de-stroom-treden, worden de staten van de geest welke die smetten veroorzaken, alleen vernietigd door het pad van niet-wederkeer.

   Als iemand weet dat die smetten aanwezig zijn, geeft hij ze op. Als hij dan die smetten heeft opgegeven, verkrijgt hij onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, in de leer en in de gemeenschap van de heiligen. En als hij de smetten gedeeltelijk*1] heeft opgegeven, er afstand van heeft gedaan, ze heeft losgelaten, dan weet hij: ‘Ik ben begiftigd met onwankelbaar vertrouwen in de Boeddha, ben begiftigd met onwankelbaar vertrouwen in de leer, ben begiftigd met onwankelbaar vertrouwen in de gemeenschap van de Ariyasangha.’ En hij verkrijgt enthousiasme voor het doel, verkrijgt enthousiasme voor de leer, verkrijgt blijdschap verbonden met de leer. Als hij verblijd is, ontstaat vreugde in hem; vol vreugde in de geest wordt zijn lichaam rustig. Als zijn lichaam rustig is, voelt hij geluk; en de geest van degene die gelukkig is, wordt geconcentreerd.*2] (M.7)

   Wie met de volgende zes dingen is voorzien, die is, wanneer hij de goede leer verneemt, in staat om het pad van zekerheid te verkrijgen, de volmaaktheid in het goede. Die zes dingen zijn: wanneer de door de Volmaakte verkondigde leer verkondigd wordt, dan luistert hij graag ernaar. Hij leent gewillig gehoor. Hij wendt zijn geest naar het begrijpen ervan. Het heilzame neemt hij op. Het onheilzame vermijdt hij. En hij heeft overtuiging (vertrouwen) overeenkomstig de leer. (A.VI.88)
   
   Het geloof in persoonlijkheid is bij de stroomingetredene niet volledig verdwenen. Er is nog een rest van ik-bewustzijn bij hem of haar aanwezig.
_____
*1] gedeeltelijk: dat is in die mate waarin de betreffende smetten zijn vernietigd door de paden van heiligheid.
*2] De functie van rust is hier het kalmeren van elke geringe lichamelijke en geestelijke rusteloosheid die afkomstig is van hartstochtelijke vreugde. De rust verandert dat laatste zo in een kalm geluk gevolgd door meditatieve verzinking. - Deze vaak voorkomende passage maakt in de leer van de Boeddha het belang duidelijk van geluk als een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van concentratie en van geestelijke vooruitgang in het algemeen.

Pagina's: [1] 2 3 ... 10