Auteur Topic: Inleiding tot de Comparatieve Filosofie (herplaatsing)  (gelezen 4420 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Avalokiteshvara

  • Gast
Inleiding tot de Comparatieve Filosofie (herplaatsing)
« Gepost op: 30-05-2011 18:17 »
Woord vooraf: het betreft hier een herplaatsing van precies dezelfde topic die ik via een startpost zelf vorige week op dit forum had gepost. Ik heb elders al uitgelegd wat de reden van de verwijdering is geweest. Ik ga dat dus niet nogmaals uitleggen. Wat de enkele reacties betreft van forumleden die destijds op deze topic hebben gereageerd: sorry dat je reactie helaas niet meer terug te halen is; dat is mijn fout. Mijn startpost is wel opnieuw te plaatsen, omdat ik al mijn schriftelijke reacties immers op mijn computer opsla. Dat doe ik uiteraard niet van anderen, ik zou niet weten waarom (het zou achteraf misschien wel handig zijn geweest). Maar het lijkt me vrij simpel voor degenen die nu wat kwijt zijn om opnieuw op deze topic te reageren, mits je dat nog wilt, natuurlijk.

Ik ben momenteel bezig met een studie comparatieve filosofie en lees de vier boeken (meer dan 2000 pagina’s) van Ulrich Libbrecht daarover. Ik kwam een interessante passage tegen, die gaat over de benadering van de werkelijkheid via objectiviteit en subjectiviteit. Het is geen gemakkelijk te lezen stuk met vrij moeilijke woorden. Ik stel voor dat als je dit lezen wil, je zelf de moeilijke woorden opzoekt, want ik kan niet bepalen wie welk woord “moeilijk” vindt of er de betekenis van moet opzoeken. Let wel: het is slechts een passage uit de context, om de gehele context te lezen, zul je toch de boeken zelf moeten lezen. Ik citeer dus Libbrecht:

“Laten we ons de objectiviteit in haar totaliteit voorstellen als de onpeilbare en ondefinieerbare oceaan. Elk subject is een golf aan het oppervlak van deze oceaan.  De zelfervaring van de golf – de subjectiviteit – is tevens ervaring van de oceaan – de objectiviteit. Elke subject ervaart de oceaan echter op een zeer beperkte wijze, afhankelijk van zijn eigen golfkwaliteiten (amplitudo, golflengte, intensiteit, intentionaliteit.). De gezamenlijke onderlinge beïnvloeding van al deze golven – hun intensivering, demping en interferentie – genereert de transcendentale golf. Het is natuurlijk nogal vermetel zich voor te stellen dat de totale dynamiek van de oceaan kan afgeleid worden uit de dynamiek van deze transcendentale golf. Derhalve omringt de objectiviteit ons als een aperion [1], dat nooit zijn geheim zal prijsgeven, omdat onze subjectiviteit steeds asymptotisch de realiteit benadert. Hoe intens wij ook onze wetenschappelijke kennis mogen opdrijven, altijd zal de totale objectiviteit ons ontsnappen. Dat betekent dat de werkelijkheid meer is dan mijn subjectiviteit kan ervaren. In dat geval is zelfs een transcendentaal subject niet in staat de objectiviteit in haar totaliteit te ervaren. Dit betekent dat de mens niet het eindpunt van de evolutie is, en dat zijn transcendente dimensies slechts een deel van de objectiviteit kunnen ervaren. Daarom is het filosofisch niet legitiem de transcendentale subjectiviteit gelijk te stellen aan een soort superpositie van de geactualiseerde subjectiviteiten. Dit betekent dat een transcendentaal subject een tijdgebonden constructie is, en feitelijk een proces. Gesteld dat ik elke dimensie van mijn eigen subjectieve ervaring extrapoleer aan de hand van de vele subjectieve topervaringen van de mensheid, die ik in de literatuur beschreven vind, dan nog kan ik geen algoritme bedenken die mij toelaat het transcendentaal subject van de toekomst te construeren, laat staan dit in absolute zin te doen. Ik weet niet wat de mens is. Ik weet niet of de mens geen bepaalde vorm van een meer algemene subjectiviteit is. Stel nu dat er zoiets als zuivere geesten, zielen of engelen zouden bestaan, welke zou dan de aard van hun subjectiviteit zijn? Ik kan dus alleen een ‘transcendentaal subject’ uitdenken voor de tijd waarin ik mezelf bevindt. En evenmin als de australopithecus ons kon dromen, kunnen wij de homo sapientissimus dromen.
   Wij moeten daarom elke notie van subjectiviteit afleiden uit de oceaan van kosmische mogelijkheden, ook die van transcendentaal subject. De mens, zoals we die thans kennen, is slechts contingent ten aanzien van het ‘transcendentaal veld’[2]. Het antropisch principe is in feite een theologisch geïnspireerde omkering van de tijdsas. Er is evenwel geen enkele reden om aan te nemen dat de mens de enige mogelijkheid is waarin de subjectiviteit zich kan realiseren.
   Ik kan dus mezelf verstaan als een van de mogelijkheden waarin de oceaan van de objectiviteit tot begrip van zichzelf in de fenomenaliteit komt. Daarom realiseer ik mij dat de transcendentale subjectiviteit niet construeerbaar is, en ik feite alleen maar een vage extrapolatie kan zijn. In de actualiteit zelf kan niemand de totale potentialiteit beschrijven. En ik leg me daarbij neer, niet zonder huiver voor de bodemloosheid van de oceaan. De ‘volmaaktheid’ kan nooit aan mij bekend worden. Wat is immers een volmaakt menselijk lichaam? En waarom zou het menselijk lichaam volmaakter zijn dan andere lichamen? En wat is een volmaakte rationaliteit? Niemand kan dit ooit begrijpen. Als ik dan een model bouw besef ik maar al te goed dat het om een zwak model gaat, dat niet van een kosmologisch model kan losgemaakt worden, en dat alle subjectiviteit voor altijd binnen de oceaan van objectiviteit is gevangen. Een transcendentaal bewustzijn, dat alle rationaliteit grond en vorm kan geven, is geen vermogen van mijn bewustzijn (subjectiviteit), maar een vermogen van de objectiviteit zelf. De oceaan die zichzelf begrijpt creëert hiervoor als instrument de rationaliteit, die ons alleen in haar menselijke vorm bekend is. De logica is geen structurele eigenschap van mijn ratio, maar van het universum zelf. Maar mijn rationaliteit is de enige toegangsweg tot de kosmische rationaliteit. Daarmee wordt de mens van zijn voetstuk gehaald waarop hij zich sinds de Griekse filosofie geplaatst heeft: hij is niet het objectieve subject, maar het subjectieve object. En dit geldt ook voor zijn transcendentale emotionaliteit. De mens is niet het subject dat bewust de eenwording met de oceaan van het mysterie nastreeft; hij is immers niets dan oceaan. Hij is alleen maar het mysterie voorzover dat in hem een van zijn vormen van zelfervaring creëert. Want de oceaan genereert de golven, het zijn niet de golven die de oceaan constitueren. De werkelijkheid is niet gelijk aan de universele verzameling van de golven.
   Als ik derhalve over een transcendentaal subject spreek, bedoel ik daarmee niet dat dit subject een autonoom bewustzijn is dat zich tegenover het object plaatst. Wel neem ik aan dat ik in de filosofische praktijk alleen maar uit mijn eigen – vaak ten onrechte autonoom gedachte – subjectiviteit en transcendentale subjectiviteit kan afleiden door de totaliteit van de menselijke ervaring in het perspectief van mijn eigen ervaring te plaatsen. Ik wens echter geen ogenblik te vergeten dat ik maar een golf van de oceaan ben, en ik slechts mezelf als dusdanig kan duiden. Elk antropologisch model moet dan ook door kosmologische dimensies gedragen worden en theoretisch onderbouwd.

[1] Het begrip aperion […] is afkomstig van Anaximander […].
[2] […]’Het transcendentaal veld kan begrepen worden in oppositie van het transcendentaal subject … het Ik (staat) niet in het centrum, maar er is sprake van de wording van een transcendent, dus voorwaardelijk, maar onpersoonlijk, en pre-individueel veld, waar de mens niet per definitie mee samenvalt[…].’


Citaat uit Ulrich Libbrecht: “Inleiding comparatieve filosofie”, Van Gorcum & Comp. B.V. Assen 1995, blz. 20-21.
« Laatst bewerkt op: 01-06-2011 14:43 door Avalokiteshvara »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Inleiding tot de Comparatieve Filosofie (herplaatsing)
« Reactie #1 Gepost op: 30-05-2011 23:05 »
Beste A. Zoals ik al in mijn eerdere bijdrage schreef, en nu in andere woorden, het is voor de denker heel belangrijk om zelf goed te blijven denken, ook als een bekend filosoof iets schrijft , want er is door bekende filosofen ook heel wat onzin geschreven. 

Bij deze dus wat gedachten van mij naar aanleiding van dit stuk:

Laten we eens kijken naar wat de Heer Ulrich Libbrecht al in de eerste allinea schrijft:


“Laten we ons de objectiviteit in haar totaliteit voorstellen als de onpeilbare en ondefinieerbare oceaan. Elk subject is een golf aan het oppervlak van deze oceaan.  De zelfervaring van de golf – de subjectiviteit – is tevens ervaring van de oceaan – de objectiviteit.

Libbrecht schrijft als eerste dat we ons de objectiviteit  in haar totaliteit gaan voorstellen als een onpeilbare en ondefinieerbare oceaan.
Dan zegt hij: Elk subject is een golf aan het oppervlak van de oceaan.
Als we nu blijven nadenken en ons niet laten meeslepen door abstracte terminologie dan hebben we waargenomen dat ook een golf in de oceaan nog steeds oceaan is. Of heeft iemand ooit een golf aan de oppervlakte van een oceaan gezien die, omdat hij golf is, niet meer oceaan is?
Dan zegt hij: de zelfervaring van de golf is subjectiviteit en – objectiviteit – (daar heeft hij gelijk in) Je zou namelijk kunnen zeggen; bewegende objectiviteit is anders als stilstaande objectiviteit. Maar of objectiviteit beweegt of stilstaat, het blijft objectiviteit.
Doorgeredeneerd zou je kunnen zeggen dat een bewegende golf niet minder of beperkter is dan een stilstaande golf maar juist iets meer is (nl. transformerend is)
Verder is een golf (subjectieve beweging) die tijdsgebonden is, omdat hij inhoudelijk oceaan is, daardoor  niet minder inhoudelijk objectief wanneer hij 5 minuten golf  is, een uur of een dag. Hij is alleen maar minder golf als hij minder of korter beweegt of (tijdelijk) onbeweeglijk is
 
Nogmaals: De Heer Libbrecht legt zijn eigen subjectiviteit in het wezen van de golf door te schrijven: Elk subject is een golf aan het oppervlak van de oceaan. Hij voegt dus iets toe aan de oceaan wat er voorheen niet was, (En wat is dat dan?)  want de oceaan is totaliteit van onpeilbare en ondefinieerbare objectiviteit. Daarmee is ook de golf inhoudelijk onpeilbare en ondefinieerbare objectiviteit.
Nu zou er dus iemand kunnen zijn die zegt; “Maar we hebben het niet over de inhoud van de oceaan maar over de beweging dus zou hier met golf bedoeld kunnen worden de BEWEGING van de oceaan. In mijn beleving doet dat echter niets af aan het verhaal. Ook als we hier de beweging los koppelen van de oceaan dan is de golfbeweging nog steeds inhoudelijk oceaan. Als de beweging van de oceaan,  die objectief werkelijkheid is als onpeilbare  en ondefinieerbare inhoud,  door een onbekende externe factor wordt veroorzaakt – die in het verhaal van Libbrecht niet wordt benoemd – dan is die beweging eveneens objectieve werkelijkheid anders zouden we die niet kunnen waarnemen en benoemen. Als die beweging van die oceaan een illusie is dan zou een  gesprek niet eens kunnen plaats vinden want dan is het praten over een golf daardoor een illusionair gesprek.

Wat Libbrecht ook doet is van te voren vaststellen dat de oceaan onpeilbare en ondefinieerbare objectieve werkelijkheid is om daar vervolgens, overeenkomstig zijn interpretatie dat hij een subjectieve golf is, zelf als subjectieve golf een objectief verhaal over te vertellen. Hoe kan dat in GN ??? Ik zou zeggen dat hij daarmee in tegenspraak is met zijn eigen verhaal.

 
Dit zijn zo wat van mijn gedachten over dit verhaal van Libbrecht.
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Avalokiteshvara

  • Gast
Re:Inleiding tot de Comparatieve Filosofie (herplaatsing)
« Reactie #2 Gepost op: 01-06-2011 15:08 »
Libbrecht is denk ik niet de eerste de beste, het lijkt me erg sterk dat hij zijn eigen tegenstrijdigheden niet zou zien, en/of er op gewezen zou zijn. Verder wijs ik er op, dat ik maar een heel klein deel heb kunnen citeren hierboven, met het gevaar dat het uit de context wordt gehaald van een geschrift in vier delen dat maar liefst meer dan 2000 pagina's aan tekst bevat. Maar natuurlijk is het ook mogelijk dat sommige hoogleraren volstrekte onzin uitbraken, we moeten altijd op onze hoede zijn. Op de website die draait om Libbrecht staat het volgende, ik citeer:

“Prof. dr. Ulrich Libbrecht (1928) is een autoriteit in de oosterse en comparatieve filosofie. Hij studeerde sinologie in Gent, promoveerde in 1972 cum laude aan de R.U. Leiden en werd datzelfde jaar hoogleraar in Leuven met als opdracht sinologische studies, Chinese filosofie en Boeddhologie. Hij richtte ook de School voor Comparatieve Filosofie in Antwerpen op.”
(Bron: website van Prof. Dr. U. Libbrecht)

De vier delen over de comparatieve filosofie vind je via een weblink hier:

Inleiding comparatieve filosofie, 4 vols.
Van Gorcum, Assen, 1995,1999, 2002, 2005;
In deel I van dit werk werd een theoretisch kader ontworpen dat ons in staat moet stellen het Westers, Chinees en Indisch denken met elkaar te vergelijken.
In deel II werd dit model toegepast op bestaande levensvisies, respectievelijk gefundeerd op naturaliteit, rationaliteit en mysticiteit. Daarmee blijft het model zelf nog statisch. In deel III stellen we daarom de vraag naar de interne dynamiek van een dergelijk model.
Deel IIIA beperkt zich tot een onderzoek naar de zes mogelijke relaties die natuur, ratio en mystieke ervaring in de praktijk met elkaar verbinden. Dit komt neer op een bezinning op de relatie tussen wetenschap, Zen en theologie. De relatie natuur- wetenschap leidt tot de vraag naar de betekenis van de experimentele wetenschap en de technologie. De relatie natuur- mystiek heeft vooral betrekking op Zen. De relatie rationaliteit-mystiek is in feite van grote complexiteit en omvat dan ook het grootste deel van dit boek. De betekenis van de relatie tussen mystiek en rationaliteit gaat uit van de ideeën van angst en verwondering – die van de inverse relatie van het ‘Erstaunen’. Er wordt ingegaan op de ontmythologisering en de intellectuele mystiek.
De kern van het hele betoog vormt de cyclische relatie die tussen beide dimensies van het transcendente bestaan functioneert. In dit verband worden achtereenvolgens besproken: God in de natuurkunde, de idee van een ‘Vernunftglaube’ in de zin van Kant, met toepassing op boeddhisme en christendom, en de toevoegbaarheid van mystiek als kritische religiositeit aan het kritisch rationalisme van Popper.
In deel IIIB komt de ‘beatitudo’ aan de orde , evenals de interne dynamiek van het model, met onder andere het probleem van het dualisme en de complementariteit.”


Ik ben nog maar net met de (zelf)studie bezig van de meer dan 2000 blz. dat dit werk in totaal beslaat. Kortgeleden ontving ik via de boekhandel een wat meer leesbare samenvatting van Libbrecht zijn “Inleiding Comparatieve Filosofie” onder de titel Burger van de Wereld, als extra toelichting. Maar goed. Het hierboven geplaatste citaat uit de “Inleiding Comparatieve Filosofie”, deel 1 staat de beeldende vergelijking van de oceaan en de golven van die oceaan. Jij, Chan, schrijft terecht dat de oceaan die door Libbrecht wordt omschreven als objectiviteit, via de golf aan de oppervlakte daarentegen weer een omschrijving krijgt als subject. Hoe kan een golf subjectief zijn terwijl hij onderdeel uitmaakt van de objectieve oceaan, er deel van is en precies dezelfde samenstelling heeft als de oceaan zelf. Dit zou betekenen dat Libbrecht zichzelf in deze – van oorsprong Boeddhistische vergelijking – tegenspreekt. Hij legt zijn eigen subjectiviteit in het wezen van de golf, stel je. Toch betoogt Libbrecht dat hij onderdeel uitmaakt van de oceaan als werkelijkheid, als objectiviteit. Deze objectiviteit zegt hij nooit geheel te kunnen kennen of doorgronden (als subject), hooguit beseft hij dat hij als golf bestaat uit water en dat de totale oceaan immers ook bestaat uit precies datzelfde water. Maar hij is meer modelbouwer dan filosoof, alhoewel we hem inderdaad mogen aanspreken op eventuele tegenstrijdigheden. Ik vraag me echter af of je nog wel filosofie kan bedrijven als je het onderscheidingsvermogen via de subjectiviteit die wij alleen denken te zijn helemaal achterwege zou laten. Je verzandt dan in de objectiviteit waarover vervolgens misschien niets meer te zeggen valt. Want, waarom hebben we dan onderscheidingsvermogen gekregen van moedertje natuur, kunnen we onszelf afvragen…

Helaas sluipt er in jouw eigen verhaal ook een kleine tegenstrijdigheid, je schrijft namelijk, ik citeer:

“Dan zegt hij: de zelfervaring van de golf is subjectiviteit en – objectiviteit – (daar heeft hij gelijk in) Je zou namelijk kunnen zeggen; bewegende objectiviteit is anders als stilstaande objectiviteit. Maar of objectiviteit beweegt of stilstaat, het blijft objectiviteit.
Doorgeredeneerd zou je kunnen zeggen dat een bewegende golf niet minder of beperkter is dan een stilstaande golf maar juist iets meer is (nl. transformerend is)
Verder is een golf (subjectieve beweging) die tijdsgebonden is, omdat hij inhoudelijk oceaan is, daardoor  niet minder inhoudelijk objectief wanneer hij 5 minuten golf  is, een uur of een dag. Hij is alleen maar minder golf als hij minder of korter beweegt of (tijdelijk) onbeweeglijk is.


Wat is in dit verband een “stilstaande golf”, of zelfs een "tijdelijke onbeweeglijke golf"? Dat is mijns inziens een tegenstrijdigheid, omdat een namelijk golf niet kan stilstaan, een golf is altijd een beweging, in dit geval een beweging aan de oppervlakte van de oceaan. Een stilstaande golf bestaat derhalve niet (of je zou moeten spreken van een golf in aanleg, in potentie, die zich ooit zal ontwikkelen als golf, maar feitelijk is dat geen golf). Als de wind gaat liggen, en het wateroppervlak van de oceaan zich volstrekt glad zou trekken, zo glad als een spiegel, dan zijn er immers geen golven meer. Dat stilstaande water (natuurlijk blijven watermoleculen e.d. altijd bewegen in het water, dus wat is “stilstand”) zou in dit beeldende verhaal van Libbrecht geen enkele subjectiviteit meer kennen in de vorm van de golf en/of golven. Vandaar dat ik denk dat we dit verhaal als zodanig zullen moeten opvatten als een metafoor, een beeldend verhaal om iets duidelijk te maken. Wanneer we het ontleden, het al te letterlijk nemen en op zoek gaan naar zwakke punten in het verhaal, vinden we altijd wel iets, net zoals ik een tegenstrijdigheid in jouw reactie kon vinden, Chan.

"Zij die in alle tijden de mensen hebben geleerd
hoe ze met het water moesten omgaan,
hebben dit niet geleerd van Yü de Grote,
ze hebben dit geleerd van het water.
(Kuo-yü)"


citaat uit: Ulrich Libbrecht, "Burger van de Wereld", Uitgeverij Damon Budel 2001, blz. 12

Wordt vervolgd, want ik wil over de comparatieve filosofie nog wel door blijven redeneren, iets wat verdere studie vereist van de geschriften van Libbrecht. En daar ben ik dus mee bezig… :)
« Laatst bewerkt op: 01-06-2011 15:17 door Avalokiteshvara »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Inleiding tot de Comparatieve Filosofie (herplaatsing)
« Reactie #3 Gepost op: 02-06-2011 00:44 »
Wat aanvullende gedachten:

Of een filosoof wel of niet de eerste de beste is of de laatste en slechte is niet echt relevant. Het kan als gedachte een hechting zijn aan een bepaalde voorstelling om dat belangrijk te vinden. Wat relevant is is dat men zelf over het onderwerp kan nadenken en dat men niet om de een of andere reden zonder meer accepteert wat men leest of hoort.

Wetenschappers zijn ook beperkt. Tegenwoordig zeggen de meest vrije wetenschappelijk denkers dat dat wat nu als wetenschappelijke waarheid wordt gezien door andere wetenschappers over niet al te lange tijd  al weer zal worden weerlegd.

Een goed voorbeeld vind ik de Black Smokers op de bodem van de oceaan, jarenlang heeft de wetenschap beweerd dat in een omgeving van grote warmte en bepaalde chemisch verbindingen geen leven mogelijk is, terwijl, toen men de smokers ging onderzoeken, men moest vaststellen dat er precies in die eerder beschreven omgeving een zeer rijk leven voorkomt.

Libbrecht betoogt dat de golf deel uit maakt van de objectiviteit en de subjectiviteit, terwijl hij verder geen omschrijving geeft van die subjectiviteit.
Men zou, in zijn verhaal die subjectiviteit kunnen zoeken in een externe factor die de oceaan van de objectiviteit doet bewegen. 
Dan heb je dus twee zaken, de oceaan van de objectiviteit en de daar buiten gelegen subjectiviteit van de beweging die de oceaan van objectiviteit doet bewegen.
Libbrecht legt dit in het door jou aangehaalde stuk niet expliciet uit, hij komt hier ineens met de golf op de proppen die subjectief is als golf. Ik zou denken dat hij hier dan zelf wellicht beter had kunnen schrijven als 'bewegende kracht'– in plaats van golf – die inwerkt op de oceaan van objectiviteit.

Als we even uitgaan van een oceaan die niet beweegt, dan hebben we volkomen stilstand, – een stilstaande beweging, een stilstaande golf, – (welk zoals je terecht opmerkt in wezen niet bestaat omdat ze zich zelf in de tegenspraak opheft) dan is de oceaan niet vloeiend en niet in beweging en niet tranformerend.
Libbrecht geeft de objectiviteit materieel gestalte met het woord oceaan, terwijl hij de beweging als onzichtbare externe factor niet eens benoemd maar alleen de werking er van. Hij geeft dus een suggestie van objectieve materiele werkelijkheid en subjectieve niet zichtbare 'werkelijkheid die we alleen maar als werkelijkheid waarnemen in de werking op de objectieve werkelijkheid.

De objectieve werkelijkheid, de oceaan is echter juist wel peilbaar en definieerbaar omdat ze objectief is.
Dat wil zeggen we kunnen deze objectiviteit objectief beschrijven en definieren.
We kunnen deze wereld objectief waarnemen met onze zintuigen, we kunnen deze meten, wegen, zien, enzovoort en categoriseren met begrippen.
Het is de subjectiviteit van de levende beweging, welke onpeilbaar is en welke we niet kunnen definieren. Het enige wat we van de levende beweging 'objectief' kunnen waarnemen is de WERKING die ze heeft op de objectieve wereld.

Wat hier dan wordt beschreven is de wereld van de materie en de wereld van de geest.
De wereld van de materie is de voor ons liggende objectieve werkelijkheid, de wereld van de geest is de wereld van de levende geest, van de onpeilbare oergrond van de beweging.
Die beweging nemen we meditatief waar als we naar een zaadje kijken als deze tot plant wordt. We kunnen de transformatie van de materiele wereld (plant) zien en meten, maar de kracht waardoor dit alles plaats vindt, de kracht van de manifestatie van het leven in de materie plant, kunnen we niet objectief waarnemen. Deze nemen we waar, die ervaren wij,  met een hoog ontwikkeld meditatief bewustzijn en op het moment dat we dan met ons levende bewustzijn een worden met de levende geest in de (objectieve wereld) plant, zijn we in een Verlichte toestand. En daar beleven we 'het totaal' van de objectieve wereld.

Wat zegt Libbrecht dus, hij zegt dat de golf (als beweging) subjectief is (buiten de inhoud staat) en inhoudelijk objectief is, en hij zegt dat de objectieve oceaan onpeilbaar en ondefinieerbaar is. (terwijl alle materiele wetenschappen laten zien dat dat  nou juist NIET het geval is).
Omdat de golf als beweging inwerkt op het objectieve, deze tot haar inhoud kan maken, maar er ook buiten kan staan,  kan ze de inhoud van het objectieve leren kennen in bewuste zelfervaring. Omdat de golf als beweging in de beweging zit , en daar NIET buiten kan staan, omdat ze beweging is, kan ze zich zelf niet peilen, niet definieren,  maar alleen maar direct ervaren. Dat is waar het bewustzijn zichzelf als bewustzijn ontmoet.

Je zou het ook zo kunnen lezen: Omdat de geest (bewustzijn) inwerkt op de materie door het leven in de materie,  maar er als geest – bewustzijn –  ook buiten staat, kan ze de materie in objectiviteit objectief  leren  kennen en samenvatten in taal,  zoals bijv. begrippen en definities, maar aangezien ze als geest  in zichzelf aanwezig is en daar niet buiten staat kan ze zichzelf niet  in taal, begrippen en definities leren kennen, maar zichzelf als geest alleen maar direct ervaren.

De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Avalokiteshvara

  • Gast
Re:Inleiding tot de Comparatieve Filosofie (herplaatsing)
« Reactie #4 Gepost op: 02-06-2011 12:10 »
Okee, dat was dus het voorbeeld van de oceaan, hieronder komt dat nogmaals terug. Maar het gaat Libbrecht in zijn Comparatieve Filosofie vooral om het creëren van een werkbaar model. Hij probeert mijns inziens via analyse de overeenkomstige structuren aan te tonen tussen de drie grote filosofische culturen, die als gevolg van de menselijke activiteiten zijn ontstaan. De mens was volgens hem ooit in zeer vroeger tijden een jager en een verzamelaar, maar deze waren afhankelijk van de dieren die wegtrokken en de werking der seizoenen. We zijn heden ten dage ook nog afhankelijk van wat de aarde ons geeft, alleen hebben we ons genesteld in vastere structuren via de cultuur, waardoor we een overschot hebben gekregen aan vrije energie. Onze energie is dus niet meer strikt gebonden aan het jagen op dieren in de natuur en dergelijke, iets wat destijds in vroeger tijden eigenlijk bijna geen vrije energie overliet om na te denken over de zin van het leven en te reflecteren op ons handelen. Mettertijd ontstonden de volgens hem belangrijkste culturen met de volgende karakteristieken, die volgens Libbrecht uniek zijn. Hij betoogt dat we onze cultuur kunnen verrijken door in de spiegel van de andere culturen te kijken door de overeenkomsten te zoeken en de verschillen te respecteren. Hij zoekt naar culturele oppervlaktestructuren en naar dieptestructuren, die onder andere model staan voor zijn Comparatieve Filosofie. Uiteraard voert dit verder dan deze versimpelde omschrijving, maar ik ben uiteraard nog druk bezig met het lezen van zijn boeken… Hij zegt dat we onmogelijk kunnen oordelen over een andere cultuur als we die cultuur niet proberen te leren kennen. Libbrecht kiest daarbij voor de culturele differentiatie zoals die er nu is en vanuit de historie, en niet voor de eenheidsworst die zou kunnen ontstaan als één cultuur veruit dominant zou worden en de andere culturen volledig zou opslokken. Hij onderscheidt vanuit de historie de volgende drie belangrijkste culturele stromingen:

1.   De cultuur van het worden
2.   De cultuur van het zijn
3.   De cultuur van het niet-zijn


Sub 1. De cultuur van het worden is naar zijn mening de Chinese cultuur van Tao (de Weg), het wuwei (niet-handelen, niet ingaan tegen de natuurlijke ordepatronen) en het tzu-jen (het vanzelf-zo). De Chinezen kennen via het Taoïsme geen scheppende God, de wereld en de Kosmos zijn eeuwigdurend en dit proces is onafgebroken in wording via expansie (yang) en recessie (yin) van de niet-kenbare chi-krachten die werkzaam zijn in het hele universum. De enige constante in dit wereldbeeld is dat alles voortdurend verandert, de I Ching is hier een goed voorbeeld van, en dit wijsheidsboek heet dan ook niet voor niets het “Boek der Veranderingen”.

“De wijze mens zal echter te allen tijde proberen zijn diepste tao geen schade toe te brengen: daarom zal hij de natuur geen geweld aandoen. Zijn levensdevies is dan ook: wu-wei, niet-handelen: dit betekent: niet ingaan tegen de natuurlijke ordepatronen. Dit Tao is een onverklaarbaar mysterie, en voldoet dus door zijn sacraliteit aan de religieuze nood van de mens. Het voldoet ook aan de rationele nood: ‘wetenschap’ bestaat niet in de analytische kennis van de verschijnselen, maar in de zorgvuldige waarneming (aisthesis) van hun ordepatronen; waardoor men zelf op die patronen kan inspelen en een natuurvriendelijke technologie ontwikkelen. Economie bestaat niet in het opdringen van een rationeel model aan de aarde, maar een ontplooien van de natuurlijke trends, bijvoorbeeld in de landbouw, die veredelde natuur is.”

Citaat uit: Ulrich Libbrecht, "Burger van de Wereld", Uitgeverij Damon Budel 2001, blz. 12-13.

Sub 2. De cultuur van het zijn is volgens Libbrecht de (aanvankelijk) eurocentrische Westerse cultuur, die zich vanuit Europa heeft ontwikkeld en is uitgewaaierd naar het Amerikaanse continent en dergelijke. De Grieken hebben volgens hem in dit verband de basis gelegd voor de beschouwing van de wereld in wording vanuit een soort “startpunt” (de Rede, het uitgangspunt, Big Bang?); de onbewogen beweger van Aristoteles en de Deus Faber van Plato zijn hier rationele voorbeelden van. Als uitgangspunt gaat men uit van de fenomenale wereld, die in wording is, maar onvolmaakt. Het kenmerk van deze zienswijze is, dat wij via de Griekse filosofie aannemen dat het volmaakte onveranderlijk moet zijn. De ultimate reality moet dus buiten deze wereld een oorzaak hebben, waarmee het concept “God” als wereldgeest wordt geïntroduceerd, het eeuwige en onveranderlijk volmaakte, iets wat we terugvinden in de religie van de woestijnculturen (Joodse godsdienst, Islam), en het Christendom:

“Het blijvende in de kosmos is God, als wereldgeest gedacht; het blijvende in de mens is zijn ziel, die hem na de dood overleeft; het blijvende in de materie is dan het atoom, of de elementen… Al de verschijnselen moeten in onderlinge causale relatie verklaard worden. Hun interne structuur kan door analyse blootgelegd worden. Dit constitueert de wetenschap. Deze kennis kan toegepast worden op de fenomenaliteit zelf, waardoor nieuwe structuren met nieuwe eigenschappen ontstaan, dat is de technologie, die het precaire bestaan kan comforteren.”

Citaat uit: Ulrich Libbrecht, "Burger van de Wereld", Uitgeverij Damon Budel 2001, blz. 15.

Sub 3. De cultuur van het niet-zijn wordt gevormd door in de eerste plaats het Hindoeïsme en de Veda’s, wat later is uitgegroeid naar het Boeddhisme. In het Boeddhisme staat het anatta (niet-zelf) grofweg centraal. Het Boeddhisme benadrukt de onkenbare grond van alle dingen en dit is via het shunya-begrip (het onkenbare is voor het rationele verstand als het ware “Leeg”) voor altijd een mysterie. En dit mysterie wordt met name verbeeld via het verhaal van de oceaan en de golven (zie de startpost van deze topic), het N-iets, wat betekent dat de oceaan van de werkelijkheid eigenlijk geen object is wat rationeel te benaderen zou zijn:

“Deze oceaan genereert golven, d.i. fenomenen (verschijnselen) die waarneembaar zijn en dus wel analyseerbaar door het verstand. Maar deze golven hebben slechts een relationele realiteit: zij verschijnen in de tijd en verdwijnen er weer uit, en vormen dus geen real reality. Maar de golven staan in relatie met elkaar, zij kunnen elkaar waarnemen. Hieruit ontstaat een fout realiteitsbewustzijn: we denken namelijk dat de som van alle golven – de verzameling van alle fenomenen – de realiteit is. Boeddhisten noemen een dergelijke ‘realiteit’ maya, d.i. ver-schijn-sel, dus ‘schijn’ ten aanzien van de real reality: want deze golven hangen oorzakelijk van elkaar af en wat door iets anders veroorzaakt is heeft uiteraard geen absoluut karakter. Ook hier treffen we geen gods-begrip aan (als men echter beweert dat het Boeddhisme een atheïsme is, moet men deze term kwalificeren: er is wel degelijk een absolute realiteit, maar aangezien deze ‘leeg’ is voor de menselijke rationaliteit, is er geen gods-begrip). Heeft een ‘golf’, een fenomeen dan geen absolute waarde? Een golf is in diepste wezen zee. Dit betekent dat de diepste natuur van elk fenomeen de zee-natuur is, d.i. de Boeddha-natuur (dit is dus niet de natuur van Boeddha, maar de ware natuur van elk wezen, ook van plant en dier; Gautama Siddharta zou als eerste deze natuur ‘gerealiseerd’ (cf. infra) hebben, en was daarom de eerste buddha, d.i. verlichte).”

Citaat uit: Ulrich Libbrecht, "Burger van de Wereld", Uitgeverij Damon Budel 2001, blz. 13-14.

Het Taoïsme heeft het Boeddhisme in China als het ware geaard, met als gevolg dat de ware spiritualiteit en het sacrale in de natuur zelf zouden liggen. Dat is het non-dualisme van Zen.
« Laatst bewerkt op: 02-06-2011 12:21 door Avalokiteshvara »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Inleiding tot de Comparatieve Filosofie (herplaatsing)
« Reactie #5 Gepost op: 02-06-2011 18:10 »
Ik waardeer je inbreng van de studie van Libbrecht maar ik wil van dit forum niet al te veel een filosofisch forum maken en overal waar Libbrecht het naar mijn idee fout heeft uitleg gaan geven.
Ook in het hier door jou aangehaalde stukje lees ik weer dat de oceaan golven genereert. Als een oceaan golven vertoond dan zijn deze objectief waarneembaar en omdat de oceaan in dit geval objectief en waarneembaar is zijn de golven ook objectief. De oceaan genereerd echter geen golven. Er is iets van buiten de oceaan dat golven genereert. Bij een echte oceaan zijn dat bijvoorbeeld wind en warmte. Als ik wat van de echte oceaan in een afgesloten vat stop en in een kelder zet waar de condities (!!) buiten het vat altijd dezelfde zijn dan genereert er niets meer in het vat golven. Het zou goed kunnen dat we met 2000 bladzijden Libbrecht hier 4000 bladzijden gedachten over Libbrechts werk gaan krijgen. Lijkt me in de context hier iets te veel, dus ik laat het hierbij.
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn