Auteur Topic: Boeddhisme Japan: beknopte geschiedenis.  (gelezen 4100 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

lord rainbow

  • Gast
Boeddhisme Japan: beknopte geschiedenis.
« Gepost op: 19-09-2011 19:00 »
Het boeddhisme ontstond in India en verspreidde zich naar China. In het midden van de 6de eeuw kwam het vanuit China over Korea Japan binnen. Het boeddhisme werd door de leidende klasse in Japan gezien als de verpersoonlijking van een vergevorderde en superieure beschaving. Om controle over de ideeën en technologie die het boeddhisme in Japan had binnengebracht te krijgen, voorzag de elite een reeks van tempels, die geheel ter beschikking van de nieuwe leer stonden. Deze tempels en bijhorende priesters werden volledig door de staat en aristocratie gesteund.
Zo konden de priesters zich toeleggen op verschillende takken van de leer:

• Ze leerden de Chinese transcripties van de boeddhistische leer te lezen, die al waren vertaald vanuit het Sanskriet;
• Ze werden experts in techniek en bouw, architectuur en geneeskunde;
• Ze hielden ceremonies en gebeden, die door het keizerlijk hof en de aristocratie gevraagd werden omwille van hun spirituele en materiële welzijn.
Toen de tempels uitbreidden, werden hun taken complexer.

Toch werd het boeddhisme eerst niet gezien als een échte godsdienst. Dit gebeurde pas 3 eeuwen na haar intrede, in het midden van de Nara-periode (710-784). Sindsdien werden de priesters echt ingeschakeld bij specifieke religieuze activiteiten. Sommigen lieten de tempels achter zich en trokken de bergen in om daar mensen te bekeren. Die personen maakten deel uit van het gewone volk, dat geloofde in verschillende inheemse praktijken. De priesters zorgden ervoor dat het boeddhisme duidelijker was en ook vertelden zij dat de kami (de inheemse goden) ook de boeddhistische leer beleden.
Vanaf de tweede helft van de 10de eeuw, begon de Japanse maatschappij gemonopoliseerd te worden door enkele vooraanstaande families. Diegenen die uit de boot vielen, begonnen een grotere interesse in het boeddhisme te tonen. Ze waren aangetrokken door de leer van het relatieve en tijdelijke van deze wereld en het streven naar het transcendente. Ze begonnen de leer van Boeddha te bestuderen, wat tot dan toe enkel het recht van leerling-priesters was geweest. Ook lieten ze zich onderwijzen door priesters, die veelal buiten de tempels actief waren.

Tendai-school

Saicho (767 – 822) stichtte de Tendai-school. De term Tendai is afkomstig van het Chinese Tiantai, dat op zijn beurt naar de berg met dezelfde naam genoemd is.
Saicho bezocht in China de boeddhistische sekte, die zich op de hoger vermelde berg bevond. Daar bestudeerde hij de Chinese teksten en, het belangrijkste schrift voor Tendai, de Lotus-Sūtra. Eenmaal teruggekeerd naar Japan, wilde Saicho een eigen wijdingsplatform inrichten. Dit werd echter niet toegestaan, deels omdat de staat zo beter de clerus kon controleren.
Voor Saicho was dit wijdingsplatform belangrijk om 2 redenen:

• Zich onafhankelijker opstellen tegenover het oude Nara-boeddhisme (dit boeddhisme werd toen gezien als staatsgodsdienst, en had haar hoogtepunt ten tijde van keizer Shomu (regeerde van 724 – 749))
• Hij wilde de Mahayana-regel invoegen. Dit betekent dat novices gewijd kunnen worden in het eigen klooster op de berg Hieizan . De regel die tot dan gold, was de Hnaaana-regel, volgens de regels van het Nara-boeddhisme.
Saicho kreeg uiteindelijk zijn wijdingsplatform wel, ware het niet dat hij toen reeds gestorven was. Na zijn dood kreeg de Tendai school ook staatserkenning en kreeg de tempel op de berg Hieizan de naam Enryakui . Ook kreeg Saicho; de titel Dengyo Daishi, of ‘Grootmeester in de Verspreiding van de Leer’.
De centrale idee van het Tendai-boeddhisme is de idee van hongaku homon : de verlichting is iets dat moet ontdekt worden in onszelf, het is aangeboren. Het is intrinsieke verlichting.

Uit dit boeddhisme ontstond het Kamakura-boeddhisme. Met als 3 belangrijkste stromingen:

1. Reine Land-school

2. Nichiren-school

3. Zen-boeddhisme-school

Reine Land-school
Kenmerken en uitleg
Het Reine Land-boeddhisme is ontstaan tegen de achtergrond van het vroege Mahayana.

Kenmerken:
• aandacht voor de leken
• mogelijkheid tot ontsnappen aan de kringloop van de werdergeboorte, voor wie niet in staat is om de nodige discipline en geleerdheid aan de dag te leggen.
Die ontsnappingsmogelijkheid vindt men terug door de geboorte in een Rein Land (ojo ). Dit Reine Land wordt aanzien als het Reine Land van Amitabha, in het Japans Amida genoemd. Zijn land noemt men ‘(Gokuraku) Jodo’ , het ‘(Paradijs van het) Zuivere Land’. Een andere naam voor het land van Amida is: ‘Westelijke Paradijs’.
Het is belangrijk om in deze boeddhistische strekking te zien dat het gewone volk een groot aanspreekpunt was. De modale Japanner kon vanaf nu immers gered worden door het boeddhisme. Ook was het zo dat men zich volgens de Reine Land-school in de Mappo-tijd bevond. Dit was een tijd van degeneratie van de boeddhistische leer. De mensen snapten het boeddhisme niet, ze kunnen dat niet op eigen kracht. De oplossing hiervoor is: zich overgeven aan de genade van de boeddha Amida. Deze bevindt zich in een westelijk paradijs: het Reine Land, terwijl wij in een onreine wereld leven. Om steun te krijgen van de Amida boeddha, moeten wij hem aanroepen en hij zal ons dan in het uur van onze dood naar het westelijk paradijs voeren. Hier berust men dus op de kracht van een ander, de boeddha in dit geval. Men omschrijft dit met de term tariki .
Er wordt gehandeld volgens het uitspreken van nembutsu . Dit is het scanderen van de zin: Namu Amida Butsu (Ik zoek mijn vlucht in de boeddha Amida). Als men dit genoeg doet en met genoeg volharding en geloof, kan men hierdoor ojo bereiken.

Er zijn verschillende vormen van nembutsu:
• de aanroepende nembutsu,
• de contemplatieve nembutsu,
• de meditatieve nembutsu.

Het Reine Land-boeddhisme werd later ingedeeld in 5 grote takken:

1. Chinzei (Jodo-shinzei), gesticht door Shokoo

2. Seizan (Jodo-seizan), gesticht door Shoku en ingedeeld in 2 groepen: Jodo-seizan en Fudan Nembutsu

3. Choraku-ji (Jodo-choraku-ji), gesticht door Ryukqnrisshi

4. Kuhon-ji (Jodo-kuhon-ji), gesticht door Chosei

5. Ichinengi (Jodo-ichinengi), gesticht door Gyosei. Het Reine Land-boeddhisme (samen met zijn zijtakken) heeft nu ongeveer 4,5 miljoen volgelingen.
Tijdens zijn verbreiding over India, China en de rest van Azië, onderging het Boeddhisme sterke invloeden van volksgeloof en lokale godenaanbidding. Na de dood van Boeddha ontstond naast de verering van de ‘historische Boeddha’, ook een verering van de ‘transcendente Boeddha’s’. Dit zijn voorstellingen van Boeddha’s als belichamingen van wijsheid, een bewustzijn dat overal, zuiver en onsterfelijk aanwezig is. Boeddha Shakyamuni had het er vaak over dat hij lang niet de enige Boeddha was, dat er Boeddha’s in alle tijden waren geweest en zouden blijven. Elk van die Boeddha’s ‘beheert’ een eigen tijdperk of gebied. De Boeddha Amitabha (‘Oneindig licht’; of ‘Oneindige wijsheid’) verblijft in een Zuiver Land, ‘Sukhavati’. Dit land is zowel deze reële wereld, tenminste als we die echt doorzien, als een bewustzijnstoestand waarin wie zoekt, herboren kan worden.
In sommige Aziatische religies of esoterische stromingen bestonden nauw aan het Boeddhisme verwante praktijken om zich te bevrijden uit de beperkingen van het ego. In het Taoïsme bijvoorbeeld bestonden ook methodes om zich te concentreren op het licht als symbool van universeel leven en bewustzijn. Op die manier worden naast Boeddha Shakyamuni, nog andere Boeddha’s vereerd. In China begon de Boeddha Amitabha, soms ook Amitayus (‘Oneindig leven’) genoemd, de andere voorstellingen te overheersen. Toch was de Amida- of Zuivere Landtraditie in feite nooit zozeer een ‘school’ op zich, als een stroming die geïntegreerd werd in zowat alle andere scholen.

Wat nog meespeelde in het ontstaan van de Amida-stroming, was dat de spontane Boeddhistische lekenbeweging nood had aan een eenvoudige praktijk die toepasbaar was in het dagelijkse leven. Dit i.p.v. de moeilijke meditatiepraktijk die de kloosterlingen zich konden permitteren. De meest eenvoudige en tegelijk krachtige concentratievormen zijn visualisaties en mantra’s. Aanvankelijk bestond zo’n visualisatie uit het in het bewustzijn houden van de Boeddha Amida door zeer gedetailleerd alle delen van Boeddha’s lichaam, of alle bestanddelen van het Zuivere Land voor zich te zien. Niet bepaald een eenvoudige toepassing dus. De mantra’s bestond uit het uitspreken van het verlangen tegenover de Boeddha Amida om herboren te worden in zijn rijk. Uiteindelijk bleek vooral een mantra als ‘namo amida bu’ de meest geschikte praktijk voor het gewone volk.

Het gevaar was wel dat zo’n formule een gemakkelijke poging kon blijven om ‘de hemel te verdienen’. Daarom bleven voor de meer toegewijde discipelen de andere Boeddhistische praktijken bestaan: toevlucht tot de Boeddha, de Dharma (de leer) en de Sangha. Voor de leek kwam het er vooral op aan de mantra zin te doen krijgen door hem te koppelen aan de eigen dagelijkse ervaring. Op die manier kan het verlangen naar bevrijding levend worden gehouden, door het doorzien van onze verstarde ego’s, en het herkennen van de Boeddhanatuur in onszelf en anderen.

Met de verspreiding van het Boeddhisme van India naar China kwam er een nog wezenlijker verandering in de Indische tendens om de wereld te verzaken. Die tendens werd nu aangevuld met een meer humanistische, praktische en losse manier van omgaan met spiritualiteit. De Chinezen vervingen in feite de erg systematische denktrant van de Indiërs door een meer intuïtieve benadering.

Anderzijds werden de principes van steunen op een combinatie van zelfkracht en Ander-kracht nog duidelijker. De Chinezen plaatsten de parabel van het Zuivere Land als voorstelling van Ander-kracht sterk op de voorgrond. Vaak vernauwde men die parabel echter tot een letterlijke weergave van een paradijs waarin geen ‘kwaad’ meer is, en waarin we ‘later’ herboren zullen worden als we genoeg onze best doen. Terwijl Boeddha het Zuivere Land eerder als een metafoor gebruikte voor een uitgezuiverd bewustzijn dat de realiteit zoals-ze-is herkent. Dit bewustzijn is ruimte- en tijdloos, en straalt door in alles en iedereen, zonder notie van een zelf.

De begrippen ‘Amitabha’ en ‘Amitayus’ worden later weer samengesmolten tot ‘Amida-Boeddha’. In feite is hij een bodhisattva die symbool staat voor verlossing. Daaraan is ondertussen steeds meer behoefte, in een periode waarin de kracht en praktische toepasbaarheid van het Amida-Boeddhisme getest worden door hongersnood, sociale onrust en oorlogen. Ook het boeddhisme zelf raakt in verval. Op bepaalde momenten is het Amida-Boeddhisme de enige stroming die onderlinge solidariteit op gang brengt en nog zorgt voor enige sociale samenhang. Enkele regimes proberen het Boeddhisme uit te roeien, iets wat bijvoorbeeld lukt met Ch’an- (Zen) kloosters maar niet met de volkse Amida-gemeenschappen.

Pas toen de Zuivere Landtraditie zich van China naar Japan verspreidde, werd zij een zelfstandige stroming. Rond 1300 ontstaat de Japanse variant, het ‘Shin-Boeddhisme’, dat nog meer de nadruk legt op het integreren van de Boeddhistische leer in het leven van alledag. Nog meer dan in China verschuift de Boeddhistische praktijk van moeilijke visualisaties of meditatie naar het uitspreken van de mantra “namu amida butsu” (ik zoek mijn toevlucht bij de Boeddha van het onmetelijke land). Die formule wordt gezien als een oefening in bescheidenheid. Precies door onze onwetendheid te erkennen, kan ons kleine, zoekende ik de oneindige en onuitsprekelijke realiteit ontmoeten. Door de eenvoud van deze praktijk bevestigen we dat de realiteit van elke dag goed is, precies zoals ze is, dat je goed bent precies zoals je bent.

Een ander element van het Shin-Boeddhisme is dienstbaarheid. De religieuze praktijk staat niet meer in dienst van het eigen zielenheil, om als beloning voor een goed leven na de dood wedergeboren te worden in een Zuiver Land. Bevrijding van het ego is niet het resultaat van een lange, moeilijke en individuele inspanning, maar hangt samen met de bevrijding van anderen in je directe omgeving.
In verschillende Aziatische landen, zeker in Japan, waren Boeddhistische strekkingen ondertussen verengd tot strak georganiseerde staatsgodsdiensten. Het Shin-Boeddhisme zette zich hier tegen af door niet enkel de inbreng van priesters maar ook die van leken op de voorgrond te plaatsen. De oefenzaal was geen afgesloten ruimte meer, maar een onderdeel van de dagelijkse, wereldse activiteiten.



Honen (1133-1212)

Enkele peilers in Honens leven
• Op vijftienjarige leeftijd deed Honen zijn intrede in het Tendai-klooster van de Enryakuji op de Hieizan.
• 1150: trok zich terug in een kluizenaarshut om te mediteren.
• 1175: hij was ervan overtuigd dat de weg naar verlossing lag in het aanroepen van de boeddha Amida. En dus begon hij in Kyoto te prediken over de nembutsu. Hij stichtte er de Jodo-shu school. De basisprincipes staan beschreven in de Senchaku hongan nembutsu-shu(‘Bloemlezing over de Oorspronkelijke Eed en Nembutsu) (1198).

• 1204: het boeddhistische bestuur begint een campagne tegen Honens leer.
• 1206: 4 van zijn volgelingen worden geëxecuteerd
• 1207: Honen wordt verbannen naar Shikoku , zijn exclusieve nembutsu ook.
• 1211: Honen krijgt de toestemming om terug te keren naar Kyoto, schrijft er zijn Testament in één pagina
• 1212: Honen sterft

Honens Reine ideeën en daden
Honens belangrijkste punt handelde over de exclusieve nembutsu (senju-nembutsu). Dit betekent dat men herhaaldelijk ‘Namu Amida butsu’ moet reciteren. Zo zal men in het Reine Land van boeddha Amida terechtkomen.
In een correspondentie met Hojo Masako zegt Honen: “Zij die niet geloven in nembutsu, zijn zij die zware zonden gepleegd hebben in hun vorig leven, en die onmiddellijk naar de hel zullen terugkeren.” Het woord ‘hel’ gebruikte Honen zelden, door zijn dogmatisch en obsessief geloof, was hij zo ver gekomen, dat iedereen geholpen kon worden door het aanroepen van de boeddha Amida.
Honen probeerde ook de persistente vrouwenhaat van het boeddhisme recht te zetten, maar toch behandelde hij de seksen niet als volledig gelijk. Noch had hij de bedoeling om vrouwen te bevrijden van het religieuze seksisme.
Maar, toch moet gezegd worden dat hij vrouwen aanvaardde als volwaardige wezens. Zo sprak hij met een prostituee, en probeerde hij haar duidelijk te maken dat de aard van haar beroep haar kans op redding, op zijn minst, reduceerde. Interessant is wel dat het niet Honen was die vrouwen ‘bevrijdde’, maar de vrouwen die hem bevrijd hadden. Hij was namelijk omringd door de vastberaden, koppige vrouwen die verwant waren met de Heian-literatuur.
Het traditionele boeddhistische systeem organiseerde een aanval tegen Honen en zijn exclusieve nembutsu. De hogepriesters gaven toe dat er waarde zat in nembutsu, maar dat Honens beweringen spotten met het boeddhisme. In 1204 organiseerden de monniken van de Enryakuji een petitie.

Er werd een tekst opgemaakt met de 9 zwaarste fouten tegen het boeddhisme:
1. Het stichten van een nieuwe school: Het was ongepast geweest om een nieuwe school op te richten, zonder toestemming te vragen aan het ‘bestuur’.
2. Een nieuw beeld afschilderen: Er werd een sesshu-fusha (all- inclusive verlossing) mandala afgebeeld, waarin het licht van Amida over de nembutsu-volgelingen schijnt, en de volgelingen en monniken van andere scholen in het donker laat.
3. De Shakyamuni boeddha niet genoeg ‘belichten’: Amida werd als enige boeddha aanschouwd.
4. Goede daden voorkomen: Men kan enkel verlossing krijgen door Amida te aanroepen, niet door o.a. donaties te doen.
5. De goddelijke geesten verraden: Het Reine Land heeft oa de kami’s veronachtzaamd, geen respect aan schrijnen betoond…
6. De Pure Land-gedachte verkeerd interpreteren: Door zijn verkeerde interpretatie van die gedachte heeft hij het volk misleid.
7. Nembutsu verkeerd interpreteren: Het Reine Land had tot dan toe de contemplatieve nembutsu boven de vocale nembutsu gesteld. Honen had het recht niet om deze nu hoger te plaatsen.
8. De geestelijken/predikers beledigen: oonen had geopperd dat diegene die niet in Amida geloven, de zonde en slechtheid boven het hoofd hangen hadden.
9. Het verstoren van de nationale orde: De school wou een einde aan de door de staat georganiseerde rituelen en kon dus ook anti-boeddha’s creëren.

In 1205 vond de Ken’ei vervolging plaats, en Honen, Shinran en 6 anderen werden veroordeeld tot verbanning. Vier van hen werden tot de doodstraf veroordeeld. Honen organiseerde geen frontale weerstand, maar nam zich een houding aan die sprak van verzoeningsgezindheid.
Senchakushu
Dit is de afkorting van Senchaku hongan nembutsu shu: een bloemlezing over de Oorspronkelijke Eed en Nembutsu. Het werd geschreven in 1198, en bevat de principes van het Reine Land-boeddhisme. In dit schrift maakt hij het drievoudige heilige schrift van het Reine Land-boeddhisme en zijn grootste grondleggers duidelijk. Aan de hand van deze leerstellingen beweert hij dat de ultieme bevrijding komt door het herhaaldelijk aanroepen van boeddha Amida. Ook beweert hij dat die bevrijding enkel uitvoerbaar is door de degeneratie van de tijd (Mappo). Hij herhaalt hierin ook dat nembutsu uitvoeren, leidt tot de hergeboorte in Amida’s Westelijke Paradijs. Want het is Amida’s belofte of oorspronkelijke eed (hongan) om iedereen te redden wie hem aanroept.
Ichimai Kishomon
Deze tekst heet: Testament in één pagina. Hij werd geschreven in 1211. Hierin laat hij zijn volgelingen een eed zweren: ‘ik geloof in redding door nembutsu.’ Hij waarschuwt hen dat voor wie Amida niet langer aanroept en aanbidt, er geen verlossing mogelijk is. Hij gebruikte zijn testament als een soort van contract om zijn volgelingen te dwingen te kiezen tussen geloof en verdoemenis, tussen samenhang en verdrijving.

Shinran (1173-1263)

Leven
• Op acht à negenjarige leeftijd trad Shinran de Tendai-school op de Hieizan in (in de Enryakuji).
• 1201: Shinran zonderde zich af in een tempel in Kyoto , Rokkakudo genaamd. Daar ontving hij een nachtelijke openbaring en kwam tot inzicht dat hij zich totaal aan Honens leer zou gaan wijden.
• 1207: Shinran werd samen met leermeester Honen en anderen veroordeeld tot verbanning. Shinran werd naar de Echigo provincie gestuurd (vandaag: Niigata prefectuur).
• 1212: Shinran verkrijgt amnestie, maar keert niet terug naar Kyoto, want Honen was toen reeds gestorven. Hij start een nieuw leven in de Hitachi provincie (vandaag: Ibaragi prefectuur), mét een vrouw én kinderen. Dit was in tegenstrijd met het celibaat-zijn. Later werd dit normaal voor boeddhistische monniken van de Jodo Shin-shū. In de Kanto-regio slaagt hij erin veel volgelingen voor de Reine Land-school aan te trekken.
• 1223-1224: Shinran start aan zijn grootste werk: de Kyogyoshinsho .
• 1235: Shinran keert terug naar Kyoto. Hier creëert hij wasan (religieuze lofzangen).
Ondertussen had zijn zoon Zenran het leiderschap over de volgelingen in de Kanto-regio overgenomen, zonder het daar met Shinran over gehad te hebben. Shinran snijdt de band met zijn zoon door. Na dit voorval schreef Shinran zijn Jinen honi sho (beschouwing over de ultieme waarheid des dingen).
• 1263: Shinran sterft in Kyoto.

Shinrans leer

Net zoals Honen vond Shinran dat de mensheid zich in de mappo-tijd bevond.
Maar, volgens Shinran was nembutsu niets anders dan het tonen dat men gezegend is om te mogen leven in deze wereld. Die zegen komt in een vorm van verzekering dat men boeddha zal bereiken in het volgende leven. Ook is er een soort van parallelheid tussen de volgende wereld en deze: als men in de volgende wereld boeddha bereikt, dan krijgt men nu gemoedsrust (shinjin). Wie dit geloofde, was volgens Shinran verzekerd, vanaf men de eerste nembutsu uitsprak. Nembutsu werd dus een uiting van dankbaarheid voor de reeds verzekerde redding in het hiernamaals.
Toen Shinran ouder werd, evolueerde deze idee: ‘Een persoon met het juiste geloof is gelijk aan boeddha’s en boddhisattva’s.’
Shinran focuste zich ondertussen ook op het karakter en de mogelijkheden van mensen. Honen had hieromtrent beweerd dat alle wezens doelen waren van Amida’s redding. Shinran wou hun écht binnenste leren kennen.
Hij vond ook dat de mens in niets anders in staat was dan wangedrag. Hij geloofde niet dat de mens in staat was om zichzelf te redden. De mens heeft iemand anders nodig, Amida boeddha (tariki ).
Shinran vond dat iedereen gelijk was tegenover Amida boeddha, en dus wou hij de verheven rol als leider van de Nieuwe Reine Land-school, waar anderen hem instopten, niet echt aanvaarden. Dit is een teken dat Shinran zelf geen wens had om een nieuwe stroming te starten. En zoals de geschiedenis uitwees, dit gebeurde pas na zijn dood, door zijn spirituele opvolgens en eigen afstammelingen.
Andere aspecten van Shinrans leer: de nadruk op dankbaarheid en bescheidenheid.
Kyogyoshinsho
Shinran begon dit werk te schrijven rond zijn 50ste levensjaar, maar zeker voor zijn 51ste verjaardag. (1223-1224) Hij schreef verder tot aan zijn dood. Waarschijnlijk was de tekst af op zijn 60ste, maar legde het opzij tot hij 75 was. Van dan af aan tot zijn 85ste voegde hij constant kleine tekstjes en meningen tussen. Kyogyoshinsho is de afkorting van Ken jodo shinjitsu kyo-gyo-sho monrui Het boek bestaat uit 6 hoofdstukken, geschreven in het Chinees:

1. Verklaring van de echte leer
2. Verklaring van de ware levensstijl
3. Verklaring van het ware geloof
4. Verklaring van de echte realisatie
5. Verklaring van het echte boeddha-land
6. Verklaring van het land waar men van gedaante verandert
Het grootste deel van dit boek bestaat uit citaten van boeddhistische sutra’s, commentaren en nog meer commentaren.

De criteria om citaten te kiezen waren:
• Hun betekenis kwam overeen met zijn begrip van het essentiële Mahayana
• Hun uitdrukking was geschikt om over te brengen aan anderen
Hierdoor komen sommige interessante, traditionele teksten niet voor. Ook loopt Shinrans commentaar door heel de tekst. Door zijn commentaren geeft hij zijn eigen mening weer, maar linkt hij bepaalde citaten aan anderen.


Het nieuwe Kamakura boeddhisme

Het nieuwe Kamakura boeddhisme bestond uit
• Reine Land boeddhisme van Honen
• Ware Reine Land boeddhisme van Shinran
• Zenscholen van Eisai en Dogen
• Lotusschool van Nichiren
Deze term staat in tegenstelling tot de ‘oude’ boeddhistische scholen Deze waren:
• de 6 Nara scholen
• Shingon school
• Tendai school


Zen-boeddhisme

Zen komt voort van het Chinese chan, dat dan weer van het Sanskriet dhyana voortkomt. Het betekent meditatie.
Door meditatie verkrijgt men volledige rust, en bereikt men het nirvana. Dit gebeurt niet onmiddellijk, men moet verschillende fases en aangepaste meditatieoefeningen en technieken doorlopen.
Japanse Tendai monniken verlieten Japan, uit onvrede met de degeneratie-tijd van het boeddhisme. Zij trokken naar China, waar het Zen-boeddhisme zijn intrede reeds gedaan had.
Eisai en de Rinzai-school
Myoan Eisai (1141-1215) is een Tendai-boeddhist, maar legt zich later toe op Zen-boeddhisme.
Hij sticht de Hoonji naast het Kashii schrijn in Chikuzen (noordwest Fukuoka) en organiseert wijdingsceremonieën. Later wordt de zen-leer op aanvraag van de Hieizan door het hof verboden.
In de laatste 5jaar van de 12de eeuw reist Eisai naar Kamakura, waar hij contacten legt met het shogunaat. Hierdoor wordt de Kenninji in Kyoto onder zijn hoede geplaatst en kan hij later de restauratiewerken aan de Tōdaiji controleren.

Hij heeft 2 belangrijke werken geschreven:
1. Kyozen gokokuron (de verspreiding van zen ter bescherming van de staat)
2. Kissa yojoki (Drink thee en verleng uw leven)


Dogen en de Soto-school

Kigen Dogen (1200-1253) trekt op vroege leeftijd naar de Hieizan, om daar het boeddhisme te bestuderen. Later trekt hij naar China, en houdt zich daar met het zen-boeddhisme bezig. Eenmaal teruggekeerd naar Japan sluit hij zich aan bij een opkomend zenmeester, Enni Benen , die de Tofukuji opricht en verlaat Kyoto voorgoed.
Hij houdt eerder van de afzondering van een monnikenleven, dan dat de godsdienst zich volledig openstelt ten opzichte van de lekengemeenschap.
In 1243 vertrekt Dogen naar Eichzen en neemt er zijn intrek in de Eiheiji
Zijn belangrijkste werk is:
1. Shobo genzo (Het oog en de schatkamer van de ware leer)


Lotus- of Nichiren-school

Nichiren (1222-1282) begint op 12-jarige leeftijd zijn boeddhistische studies aan een Tendai-tempel, die goede banden had met de tempel op de Hieizan.
Eerst aangetrokken door het Reine Land boeddhisme, ondervindt hij tegenstrijdigheden en richt zich op de Lotussutra.
Zijn belangrijkste werk is Rissho ankoku ron (1260) (Verhandeling over een vredevolle staat door het herstel van de orthodoxie). Dit werk leidt tot een verbanning: hij had immers zware kritiek geuit tegenover het "godslasterlijke" Reine Land-boeddhisme van Honen, dat zou leiden tot de ondergang van Japan.
Er wordt hem gratie verleend, maar hij blijft onverstoorbaar kritiek spuien. Opnieuw wordt hij verbannen (1271), deze keer keert hij de Tendai-school de rug toe.
Nogmaals wordt hem gratie verleend (1274), maar dit was waarschijnlijk omdat zijn ‘voorspelling’ omtrent een dreiging van een Mongoolse inval juist bleek te zijn.
Later in dat jaar trekt hij zich terug op de Minobu berg in de Kai provincie.   

richardhgz04

  • Gast
Re:Boeddhisme Japan: beknopte geschiedenis.
« Reactie #1 Gepost op: 19-09-2011 20:15 »
Wouw erg leerzaam. Thx voor het posten

Offline Katinka - Boeddha hoekje

  • Mindfulness Trainer en Boeddhistisch Student
  • Administrator
  • Verspreider van inzicht
  • *****
  • Berichten: 116
  • Geslacht: Vrouw
  • Forum eigenaar en manager
    • Bekijk profiel
    • Een Boeddha hoekje
Re:Boeddhisme Japan: beknopte geschiedenis.
« Reactie #2 Gepost op: 11-11-2011 15:08 »
Nuttig om een overzicht van Boeddhisme in Japan te zien zonder dat het gelijk alleen over Zen gaat :)

Offline jacintha

  • Geïntresseerde
  • *
  • Berichten: 6
    • Bekijk profiel
Re:Boeddhisme Japan: beknopte geschiedenis.
« Reactie #3 Gepost op: 11-01-2012 11:54 »
Interessant om te lezen! Ik ken voornamelijk de geschiedenis rond de Nichiren-school, het is interessant om ook het grotere verband en de geschiedenis eromheen  te lezen.