Auteur Topic: Anattalakkhana soetra. Het Niet-zelf kenmerk  (gelezen 2472 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

lord rainbow

  • Gast
Anattalakkhana soetra. Het Niet-zelf kenmerk
« Gepost op: 21-12-2011 00:57 »
SN 22:59 – Anattalakkhaṇa Sutta

Het Niet–zelf Kenmerk


<59> De Gezegende verbleef eens in het Hertenpark van Isipatana, nabij Bārāṇasī. En daar sprak de Gezegende de groep van vijf monniken als volgt toe: "Monniken!"
"Eerwaarde," antwoordden de monniken. De Gezegende zei dit:

Niet–zelf omdat men last ondervindt, geen controle bezit

"Monniken, fysieke vorm is zonder zelf. Als fysieke vorm zelf zou zijn, zou men geen last van fysieke vorm ondervinden. En dit zou dan mogelijk zijn met fysieke vorm: 'Laat mijn fysieke vorm zó zijn, laat mijn fysieke vorm niet zó zijn.' Juist omdat fysieke vorm zelfloos is, monniken, daarom ondervindt men last van fysieke vorm, en daarom is dit niet mogelijk met fysieke vorm: 'Laat mijn fysieke vorm zó zijn, laat mijn fysieke vorm niet zó zijn.'

"Monniken, gevoelens zijn zonder zelf. Als gevoelens zelf zouden zijn, zou men geen last van gevoelens ondervinden. En dit zou dan mogelijk zijn met gevoelens: 'Laat mijn gevoelens zó zijn, laat mijn gevoelens niet zó zijn.' Juist omdat gevoelens zelfloos zijn, monniken, daarom ondervindt men last van gevoelens, en daarom is dit niet mogelijk met gevoelens: 'Laat mijn gevoelens zó zijn, laat mijn gevoelens niet zó zijn.'

"Monniken, percepties zijn zonder zelf. Als percepties zelf zouden zijn, zou men geen last van percepties ondervinden. En dit zou dan mogelijk zijn met percepties: 'Laat mijn percepties zó zijn, laat mijn percepties niet zó zijn.' Juist omdat percepties zelfloos zijn, monniken, daarom ondervindt men last van percepties, en daarom is dit niet mogelijk met percepties: 'Laat mijn percepties zó zijn, laat mijn percepties niet zó zijn.'

"Monniken, vormingen zijn zonder zelf. Als vormingen zelf zouden zijn, zou men geen last van vormingen ondervinden. En dit zou dan mogelijk zijn met vormingen: 'Laat mijn vormingen zó zijn, laat mijn vormingen niet zó zijn.' Juist omdat vormingen zelfloos zijn, monniken, daarom ondervindt men last van vormingen, en daarom is dit niet mogelijk met vormingen: 'Laat mijn vormingen zó zijn, laat mijn vormingen niet zó zijn.'

"Monniken, bewustzijn is zonder zelf. Als bewustzijn zelf zou zijn, zou men geen last van bewustzijn ondervinden. En dit zou dan mogelijk zijn met bewustzijn: 'Laat mijn bewustzijn zó zijn, laat mijn bewustzijn niet zó zijn.' Juist omdat bewustzijn zelfloos is, monniken, daarom ondervindt men last van bewustzijn, en daarom is dit niet mogelijk met bewustzijn: 'Laat mijn bewustzijn zó zijn, laat mijn bewustzijn niet zó zijn.'
Veranderlijk en onbevredigend, dus zelfloos

"Wat denken jullie, monniken? Is fysieke vorm constant of veranderlijk?" "Veranderlijk, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk is, is dat onbevredigend of bevredigend?" "Onbevredigend, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk, onbevredigend en aan verandering onderhevig is, is het passend om dat als volgt te bezien: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" "Nee, Eerwaarde."

"Wat denken jullie, monniken? Zijn gevoelens constant of veranderlijk?" "Veranderlijk, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk is, is dat onbevredigend of bevredigend?" "Onbevredigend, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk, onbevredigend en aan verandering onderhevig is, is het passend om dat als volgt te bezien: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" "Nee, Eerwaarde."

"Wat denken jullie, monniken? Zijn percepties constant of veranderlijk?" "Veranderlijk, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk is, is dat onbevredigend of bevredigend?" "Onbevredigend, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk, onbevredigend en aan verandering onderhevig is, is het passend om dat als volgt te bezien: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" "Nee, Eerwaarde."

"Wat denken jullie, monniken? Zijn vormingen constant of veranderlijk?" "Veranderlijk, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk is, is dat onbevredigend of bevredigend?" "Onbevredigend, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk, onbevredigend en aan verandering onderhevig is, is het passend om dat als volgt te bezien: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" "Nee, Eerwaarde."

"Wat denken jullie, monniken? Is bewustzijn constant of veranderlijk?" "Veranderlijk, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk is, is dat onbevredigend of bevredigend?" "Onbevredigend, Eerwaarde." "En dat wat veranderlijk, onbevredigend en aan verandering onderhevig is, is het passend om dat als volgt te bezien: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" "Nee, Eerwaarde."


Alles correct bezien als zelfloos

"Daarom, monniken, betreffende wat voor fysieke vorm dan ook: in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij: álle fysieke vormen dienen met juist inzicht, overeenkomstig de waarheid, als volgt bezien te worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf'.

"Betreffende wat voor gevoelens dan ook: in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij: álle gevoelens dienen met juist inzicht, overeenkomstig de waarheid, als volgt bezien te worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf'.

"Betreffende wat voor percepties dan ook: in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij: álle percepties dienen met juist inzicht, overeenkomstig de waarheid, als volgt bezien te worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf'.

"Betreffende wat voor vormingen dan ook: in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij: álle vormingen dienen met juist inzicht, overeenkomstig de waarheid, als volgt bezien te worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf'.

"Betreffende wat voor bewustzijn dan ook: in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij: ál het bewustzijn dient met juist inzicht, overeenkomstig de waarheid, als volgt bezien te worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf'.


Resultaat van juist inzicht

"Zo ziend, krijgt een goed onderwezen edele discipel genoeg van fysieke vorm; hij krijgt genoeg van gevoelens; hij krijgt genoeg van percepties; hij krijgt genoeg van vormingen; hij krijgt genoeg van bewustzijn. Als hij er genoeg van heeft, wordt hij passieloos; passieloos, wordt [zijn geest] bevrijd; bevrijd, is er de kennis dat het bevrijd is. Hij beseft: 'Geboorte is ten einde, het religieuze leven is geleefd, wat gedaan moest worden is gedaan, er is geen verdere toestand van bestaan.'"
 
Zo sprak de Gezegende. En de monniken van de groep van vijf waren tevreden en verheugd met de woorden van de Gezegende. En terwijl deze expositie gegeven werd, werden de harten van de monniken van de groep van vijf door onthechting bevrijd van de corrupties.