Auteur Topic: Rebel Boeddha. Dzogchen Ponlop rinpoche.  (gelezen 8613 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

lord rainbow

  • Gast
Rebel Boeddha. Dzogchen Ponlop rinpoche.
« Gepost op: 27-12-2011 16:10 »
''De Boeddha onderrichte uit eigen ervaring en het zou
toch geweldig zijn als wij zijn leer precies zo konden beoefenen
als ooit door hem bedoeld,zonder de air van
religiositeit die er vaak omheen hangt.
Van zichzelf is deze leer al een machtig instrument
dat het gewaarzijn versterkt en het inzicht doet toenemen.
Maar het is niet eenvoudig om de instrumenten van hun
culturele verpakking te ontdoen.Hoort het mooie pakpapier om het cadeau dat je van je vriend krijgt nu bij het cadeau of is het gewoon een stuk papier?
Zijn de godsdienstige ceremonien en rituelen belangrijker dan het geen tijdens deze ceremonien en rituelen geeerd wordt,namelijk: de onuitsprekelijke heiligheid omtrent de waarheid van wie wij zijn?''

''Waar denk je aan als je het woord 'boeddha' hoort?
Een gouden beeld? Een jonge prins gezeten onder een boom? Aan Keanu Reeves in the film 'little buddha'?
Aan monniken in pij met kaalgeschoren hoofden? Misschien komen er heel veel associaties op, misschien ook niet. De meesten van ons hebben echter geen realistisch beeld bij dit woord.
Het woord boeddha betekent gewoon 'wakker' of 'ontwaakt'.
Het verwijst niet naar een bepaalde historische figuur,filosofie of religie.

Het verwijst naar je eigen geest. Je weet dat je een geest bezit,maar hoe ziet deze eruit?
Hij is wakker-hiermee bedoel ik niet dat hij niet slaapt. Ik bedoel dat jouw geest echt
wakker is; je kunt je niet voorstellen hoe wakker.
Je geest is stralend helder,open,ruim en vol uitmuntende kwaliteiten: onvoorwaardelijke liefde,
mededogen en de wijsheid die de dingen ziet zoals ze werkelijk zijn.

Met andere woorden: jouw ontwaakte geest is altijd goed en nooit
dof of verward. Hij raakt nooit overstuur door twijfels,angsten en emoties
die ons zo vaak overvallen.
De ware geest is een geest vervuld van vreugde en vrij van iedere vorm van lijden.
Dit is wie wij werkelijk zijn.Dit is de ware aard van jouw geest en van ieders geest.
Maar die geest zit niet zomaar  perfect te wezen en niets te doen.
Hij is de hele tijd bezig en schept zo jouw wereld.

Als dit waar is,waarom is jouw leven-en de hele wereld-dan niet volmaakt? Waarom ben je dan niet voortdurend gelukkig? Waarom lach je de ene keer en ben je even later weer wanhopig?
 En waarom maken 'ontwaakte' mensen ruzie,waarom liegen en bedriegen ze,waarom stelen ze en voeren ze oorlog?

Hierom: hoewel de ontwaakte staat de ware aard van onze geest is,beseffen de meeste mensen dit niet.
Waarom niet?
Iets ontneemt ons het zicht. Hier en daar zien we er wel stukjes van,maar op het moment dat we deze zien,duikt er iets anders in onze geest op:'hoe laat is het ?' 'is het al etenstijd?'O kijk een vlinder.'
En weg is het besef.''

''Ironisch genoeg,is dat wat jou het zicht op de ware aard van je geest
ontneemt,ook je eigen geest. Namelijk dat deel van je geest
dat altijd druk en bezig is,
voortdurend in beslag genomen door een
niet-aflatende stroom van gedachten,emoties en concepten.
Wij denken dat we dit drukke gedeelte van de geest zijn,
omdat het zo eenvoudig te herkennen is,
net als het gezicht van iemand die tegenover je staat.

Zo is de gedachte die je nu denkt in je beleving
veel duidelijker aanwezig dan het gewaarzijn
van die gedachte.
Als je boos bent,let je meer op wat je boosheid opriep
dan op de
werkelijke bron ervan,op datgene waar je boosheid uit voortkomt.
Met andere woorden: je merkt op wat je geest doet,
maar de geest zelf zie je niet.
Je identificeert je met de inhoud van de
drukke geest-gedachten,emoties,ideeen-en uiteindelijk
denk je dat je al die dingen bent: 'Dit ben ik. Zo ben ik.'

Dit is hetzelfde als dromen tijdens je slaap
en geloven dat alle droombeelden werkelijk zijn.
Als je in je droom bijvoorbeeld achtervolgt wordt
door een vreemdeling die je bedreigt,is dat heel eng
en het voelt echt aan. Maar als je wakker wordt,zijn
zowel die vreemdeling als je angst meteen verdwenen
en voel je je opgelucht.
Als je tijdens het dromen had geweten dat het maar
een droom was,dan was je helemaal niet bang geweest.

Op een vergelijkbare manier zijn wij in ons dagelijks leven als de
dromer die gelooft dat de droom werkelijkheid is.
We denken dat we wakker zijn,maar dat zijn we niet.
We denken werkelijk dat we die drukke geest
vol gedachten en emoties zijn.
Maar als we dan wakker worden,verdwijnt het misverstand
over wie wij denken te zijn,
samen met het lijden dat het gevolg is van deze verwarring.''

''Er zijn veel prachtige,veelzeggende verhalen over de geboorte van de Boeddha,
zijn leven en het moment waarop hij de staat van verlichting bereikte.
Voor sommigen is de Boeddha een alledaagse man die een uitzonderlijk leven leidde.
Voor anderen is hij een soort spirituele superman,een goddelijk wezen,
wiens handelen aantoont dat gewone mensen de vrijheid kunnen bereiken,die hij vond.

In wezen verschillen de belangrijkste elementen uit de jonge jaren van de Boeddha
niet zoveel van die uit ons eigen leven.
Alleen stamde hij af van een rijk,koninklijk geslacht,terwijl dat
bij de meeste van ons niet het geval  is.
Ten diepste echter zien we als we naar de jeugd van Boeddha Shakyamuni kijken,
die toen nog gewoon Siddharta heette,de worsteling van een jongeman die los wil komen van
de autoriteit van zijn oudersen de gemeenschap en die op zoek is naar onafhankelijkheid en vrijheid.''

''Soms denken we dat vrijheid simpelweg betekent
dat er geen controle van buitenaf meer is en dat we
kunnen doen en laten wat we willen,wanneer we maar willen. Of misschien
denken we dat we niet langer beheerst worden door innerlijke,
psychologische krachten die horen bij de vrije expressie van onze gevoelens.
Maar dit soort vrijheid is geen totale vrijheid.
Als deze niet samengaat met intelligentie en een goede dosis gezond verstand,dan kan het zijn dat we volkomen impulsief gaan handelen en onze emoties de vrije hand geven.
Dan voelen we ons misschien vrij om anderen te beledigen of om de hele nacht door te halen en ons over te geven aan allerlei vormen van opwinding en vertier.
Maar dan zijn we niet langer de baas over onszelf en dus ook niet vrij.
Misschien dat deze vorm van vrijheid ons een bepaalde tijd  het gevoel geeft dat we vrij zijn en borrelen van energie,maar dit duurt maar kort en meestal worden de pijn en verwarring vervolgens alleen maar erger.

Misschien ook menen we dat vrijheid betekent dat we keuzes kunnen maken. Dat we de keuze hebben om te kunnen doen wat we willen met ons leven,onze tijd en ons geld. Vervolgens kunnen we goede of slechte keuzes maken,maar in ieder geval is het onze keuze.
Deze zogenaamde vrijheid is niet meer dan een facade als we toch iedere dag dezelfde keuzes maken,dezelfde dingen steeds weer opnieuw doen en steeds weer opdezelfde manier op dingen reageren.

Als we onder de oppervlakte kijken naar wat daar speelt,waarom we ongelukkig zijn,dan zien we dat hetzelfde verhaal steeds weer opnieuw herhaald wordt.
Op meerdere gebieden in ons leven worstelen we met dezelfde onbewuste patronen die
agressie,verlangen,jaloezie,trots of ontkenning veroorzaken,tot we ons
opgesloten voelen in het web dat we zelf gesponnen hebben.

Juist van deze dingen willen wij ons op het boeddhistische pad bevrijden:
van de gewoonte patronen die ons leven beheersen
en die het zicht op de ontwaakte staat van de geest belemmerd.''

''Toen Siddharta het paleis verliet op zoek naar verlichting deed hij dit niet omdat
hij al zijn hoop had gevestigd op een bepaalde religie,omdat hij een charismatische guru had ontmoet, of omdat hij was geroepen door God.
Ook vertrok hij niet omdat hij het ene geloof had ingeruild voor het andere.zoals een christen hindoe kan worden,of een republikein democraat.
Hij begon aan zijn reis gewoon omdat hij een groot verlangen naar de waarheid en betekenis van het leven.
Hij ging op zoek zonder precies te weten waarnaar hij zocht.''
« Laatst bewerkt op: 27-01-2013 16:16 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. Dzogchen Ponlop rinpoche.
« Reactie #1 Gepost op: 03-01-2012 17:01 »
''Als het zou kunnen,zouden wij waarschijnlijk allemaal opgaan in de droom
die doorgaat voor ons wakende leven.
Maar iets haalt ons steeds weer uit onze slaap.
Hoe duf en verward we ook zijn,ons slaperige zelf is altijd verbonden met totale wakkerheid.

Deze wakkerheid heeft een scherpe,doordringende kwaliteit.
Onze eigen intelligentie en helder gewaarzijn hebben het vermogen
om dat wat ons het zicht op ons ware zelf ,de ware aard van onze geest,ontneemt,
te doorzien.Aan de ene kant zijn we gewend om te slapen en tevreden met onze dromen,
maar aan de andere kant schudt ons ontwaakte zelf
ons voortdurend wakker en doet het -bij wijze van spreken- steeds weer het licht aan.

Dit ontwaakte zelf,de ware geest die altijd wakker is,
wil de begrenzingen van de slaap,van die illusionaire werkelijkheid,doorbreken.
En dus blijft het ons net zo lang provoceren, prikkelen,duwen,
trekken en aansporen,tot we voldoende geinspireerd zijn om in aktie te komen.

Je zou kunnen zeggen dat we allemaal een innerlijke rebel hebben.
Op het geestelijk pad is deze rebel de stem van je eigen ontwaakte geest.
Het is de scherpzinnige,heldere intelligentie,die verwarring
en lijden als blijvende toestand niet aksepteert.
Hoe ziet deze Rebel Boeddha eruit?
Hij is een herrieschopper van herioisch formaat. De Rebel Boeddha is een afvallige
die zijn verbond met de slaap opzegt en trouw zweert aan de ontwaakte staat.

Dit betekent dat je de macht hebt om je dromende zelf wakker te schudden, die
oplichter die zich voordoet als je ware zelf.
Je hebt de middelen in handen om je te ontdoen van alles
wat lijden veroorzaakt en je opsluit in verwarring.
Je bent zelf de grootste voorvechter van je eigen vrijheid.''




''Hoe ziet die mysterieuze onbekende die wij geest noemen er nu
precies uit? Is de geest ons brein of een nevenprodukt van het brein?
Bestaat hij uit chemicalien en neurotransmitters die de verbindingen in onze hersens laat oplichten
en zo gewaarwordingen,gedachten en gevoelens teweegbrengen die uiteindelijk verantwoordelijk zijn 
voor de genialiteit van ons bewustzijn? Dit is in ieder geval wel de materialistische kijk van de neuro wetenschap,die de geest als een funktie van het brein ziet.
Vanuit boeddhistisch oogpunt echter ,zijn geest en lichaam twee afzonderlijke entiteiten.
Uit ons brein en de werking van ons brein komt zeker een aantal weinig verfijnde mentale verschijnings vormen voort,maar de geest in zijn subtielere en uiteindelijke betekenis is niet langer materieel van aard en ook niet perse gebonden aan een bepaalde fysieke plek.

Het boeddhisme spreekt op verschillende manieren over de geest.
Je hebt de verwarde of slapende geest
en de verlichte of ontwaakte geest.
Het is ook mogelijk om de geest te beschrijven aan de hand van relatieve
en fundamentele aspekten.
Het relatieve aspekt verwijst naar de verwarde geest,
het fundamentele aspekt naar zijn verlichte natuur.
De relatieve geest is ons gewone bewustzijn,onze alledaagse,dualistische kijk op de wereld,
waarin 'ik' gescheiden is van 'jij' en 'dit' van 'dat'.Het lijkt alsof er een fundamentele scheiding
is binnen alles wat we ervaren.Wij gaan er blindelings van uit dat goed en slecht van elkaar gescheiden zijn
,net als juist en verkeerd- en ga zo maar door.
Deze manier van kijken zorgt vaker voor misverstanden en konflikten
dan voor harmonie.
Het fundamentele aspekt van de geest is eenvoudig weg
de ware aardvan onze geest,voorbij elke polariteit.
Dit is wie wij ten diepste zijn,ons meest fundamentele open en
onbegrensde gewaarzijn.Zo helder als een helderblauwe hemel
gevuld met licht.

De relatieve geest is onze alledaagse geest vol waarnemingen,gedachten
en emoties.We kunnen deze geest ook onze 'van moment tot moment geest' noemen,
omdat hij zo snel beweegt en voortdurend veranderd- van kijken,naar luisteren,naar denken,
naar voelen enzovoort.
Eigenlijk bestaat hij uit drie geesten in een: de waarnemende geest,de conceptuele geest en de emotionele geest.Samen zorgen deze drie lagen of aspekten van de relatieve geest voor al onze bewuste,mentale aktiviteit.
Het is belangrijk dat wij begrijpen hoe de drie samenwerken
en zo al onze ervaringen creeeren.

Met de waarnemende geest wordt bedoeld onze rechtstreekse gewaarwording van: licht,geluid,geur,
smaak en aanraking. Omdat deze zo snel opkomen en weer voorbij gaan,,besteden we doorgaans niet veel aandacht aan deze ervaringen.Ze gaan aan ons voorbij en we bevinden ons als het ware meteen in het tweede aspekt van de geest: de konceptuele of denkende geest.

We produceren het ene etiket na het andere en zijn ons niet bewust van
hoe ver we afgedwaald zijn van onze eigen ervaring.
Dit noemen we de conceptuele geest. Deze concepten brengen
de derde laag van de geest tot leven: de emotionele geest.
We reageren op etiketten en raken verstrikt in onze gebruikelijke gevoelens
van voorkeur en afkeer,jaloezie,woede enz.
Uiteindelijk leven we in een wereld die bijna helemaal opgebouwd is uit koncepten en emoties.''

''Het woord emotie zoals we dat kennen in de nederlandse taal ( de beleving van intens gevoel,kan zowel verheffend als verwoestend zijn),heeft niet dezelfde betekenis als die het boeddhisme er aan geeft.
Binnen het boeddhisme verwijst het woord emotie altijd naar een geest die zich in een geagiteerde,verontruste,gekwelde,in de ban van onwetendheid verkerende
en verwarde toestand bevindt. De eigenschappen van agitatie en verontrusting zorgen ervoor
dat de emotionele geest een mentale toestand is die iedere helderheid ontbeert.Hierdoor is het meteen ook een toestand die er voor zorgt dat wij zonder na te denken en vaak onverstandig handelen.
Daarom worden emotionele gemoedsstemmingen gezien als een toestand van de geest waarin ons
gewaarzijn is verduisterd en dus als ondergeschikt aan ons vermogen om de ware aard van de geest te kunnen ervaren.

Aan de andere kant zijn er de gevoelens die onze ervaring van openheid en helderheid versterken.Gevoelens van liefde,vreugde en mededogen bijvoorbeeld.
Deze worden dan ook niet gezien als 'emotie' in de hierboven genoemde betekenis,maar als positieve,mentale factoren,als aspekten van wijsheid oftewel kwaliteiten van de otwaakte geest.

Maar ieder sterk gevoel- ook al noemen we het 'liefde' -dat gedreven wordt door bezitterigheid,materiele gehechtheid,zelfbevestiging of beheers drang,wordt gezien als een alledaagse(relatieve) emotie.''

''Wanneer onze concepten vastere vorm aannemen en zo diep in onze geest verankerd raken dat zij een deel van ons wezen lijken,gaan wij ze 'waarden' noemen.
Iedere cultuur heeft zijn waarden,normen en principes.Wanneer wij deze blindelings aannemen en niet langer zien dat zij persoonlijk en cultureel bepaald zijn,kunnen zij een bron van verwarring worden,leiden tot oordelen over de rechtmatigheid van andere ideeen en zelfs over de waarde van een mensen leven.
Waarden verschillen niet van onze andere concepten.Ook zij komen voort uit de alledaagse geest en worden op dezelfde manier geproduceerd.
Wij schieten heel snel van gewaarwording naar concept en emotie,en van daar is het nog maar een kleine stap naar waarde oordelen: concepten die zo'n solide vorm hebben aangenomen dat zij niet langer bevraagd en betwijfeld worden.
De boeddha leerde dat zelfkennis de sleutel is tot ontwaken.
Door zelfkennis verdwijnt onwetendheid,zoals de duisternis uit een kamer verdwijnt wanneer het licht aan gaat.Dit licht verlicht in een klap de hele kamer,het maakt niet uit hoe lang het donker is geweest.''
« Laatst bewerkt op: 05-01-2012 16:04 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. dzogchen ponlop rinpoche.
« Reactie #2 Gepost op: 03-01-2012 17:11 »
''Emoties zijn vrij eenvoudig te herkennen,maar toch kennen we ze niet zo goed als we denken.
We zien meestal wel het directe leed dat zij aanrichten. Maar war we vaak niet doorhebben,is
dat we onze emoties gebruiken om de greep op ons zelf en ons eigen belang te versterken, terwijl
dit juist een diepere oorzaak van ons lijden is.Dit komt doordat wij ons identificeren met onze emotionele toestand en vervolgens trots zijn op de persoon die we zijn: 'Ik ben een boos mens','Ik ben jaloers' of 'Ik ben een en al verlangen'. Wat het ook is: het maakt ons speciaal. We krijgen een bepaald aanzien - dat vinden we in ieder geval zelf,vanwege ons temperament. We zijn niet zomaar iemand en we hebben onze woede en passie om dat te bewijzen. Hierdoor worden onze emoties onderdeel van de waan waarin we leven.

Het werkelijk ervaren van emoties is iets totaal anders. Zij komen een gaan op een heel natuurlijke wijze.
Als zij opkomen zijn ze kleurrijk en vol energie en als ze ons weer verlaten blijft er niets achter.
Het is belangrijk om te weten dat een emotie niet meer is dan een gedachte wanneer hij opkomt.
Vervolgens maken wij er meer van. Hierdoor worden zij opeens heel belangrijk: de supersterren van onze denkende geest,dat waar het om draait. Vergeleken met onze emoties lijken al onze andere gedachten saai
geklets.

Soms omarmen we een emotie zo krachtig dat dit een lichamelijke reaktie veroorzaakt. Een plotselinge vlaag van woede werkt als een adrenaline spuit en bezorgt ons een bonkend hart. Een aanval van jaloezie houdt ons de hele nacht wakker,we verzinnen allerlei verhaaltjes en rechtvaardigen ons gedrag.''

''Soms vinden we van ons zelf dat we helemaal niets waard zijn. Dan kijken we op onszelf neer.
We vertrouwen onze eigen kwaliteiten niet meer en denken dat we het pad dat we gaan niet langer kunnen volgen en de uitdagingen die we tegenkomen niet meer aankunnen. Misschien hebben we nog wel een gunstige indruk van ons zelf,maar echt diep gaat deze niet. Aan de oppervlakte zijn we optimistisch,
maar onderhuids heerst een gevoel van hopeloosheid. We kunnen zelfs gaan denken dat de leer van de Boeddha anderen kan helpen, maar dat het voor ons niks is. Als we in deze toestand verkeren gooien we ons
goede voornemen over boord.
Vertrouw erop dat je geen hopeloos geval bent,hoe lui,ontembaar of gek je geest in jouw ogen ook is.
Dit vertrouwen ontwikkel je door te blijven volharden in de beoefening.''

''Mindfulness is een van de eerste dingen die we leren in de boeddhistische beoefening. Geest en lichaam dienen tegelijkertijd aanwezig te zijn.Het komt er op neer dat wij er voor zorgen dat we helemaal aanwezig zijn in het huidige moment
en dat we ons zelf weer terugbrengen in het huidige moment zodra we merken dat we afgedwald zijn.Het gaat hier dus over twee dingen: als eerste over het gewaarzijn van het huidige moment en als tweede over de open en ongedeelde aandacht die opmerkt dat wij het huidige moment verlaten en die ons hier weer naar terug brengt.

De handeling die de geest in het heden brengt is een daad van zelf discipline. Aan de neiging van de geest om voortdurend alle kanten op te gaan wordt niet langer gehoor gegeven.Je kunt dit vergelijken met het moment waarop de schoolbel gaat aan het begin van de les en de leraar en de leerlingen tot de orde roept.De chaos is even verdwenen en heeft plaats gemaakt voor enkele luttele maar kostbare seconden van rust,stilte en ongedeelde aandacht. Net als kleine kinderen vindt de geest het heel moeilijk om lang stil te zijn. Hij wordt rusteloos en kan niet langer stilzitten. Iedere leraar zal je vertellen dat hij geen les kan geven wanneer
de kinderen maar zitten te draaien op hun stoelen.Hetzelfde geldt voor het trainen van de geest. We dienen ons er voortdurend aan te herinneren dat we aanwezig moeten zijn en goed moeten opletten. Onze training is gebaseerd op twee oefeningen: mindfulness en gewaar zijn.
Gewaarzijn betekent: volledig bewust aanwezig zijn in het huidige moment.
Mindfulness wil zeggen dat je 'je herinnert' of 'niet vergeet' om je geest te observeren en te zien wanner die afdwaalt van het heden,van het nu. Op het moment dat we dit waarnemen,zijn we weer terug in het huidige moment. Zonder de beoefening van mindfulness verdwalen we in de voortdurende gedachten stroom van de geest.Ons gewaar zijn is dan als een kind dat verdwaald is in een dicht begroeid bos.

Je zou kunnen zeggen dat onze geest is als een huis
En mindfulness is als de huurder van het huis.
Omdat we geen inbrekers en ongewenste gasten willen,doen we de deuren en ramen van het huis op slot.
Er kan nu niemand naar binnen,tenzij wij hem binnen laten.
Niemand kan onaangekondigd binnen stappen. Dat is de funktie van mindfulness: waakzaam zijn en opletten wat onze geest wil binnen dringen.Het doel is niet om alles buiten te sluiten,maar om ons bewust te blijven van wat er om ons heen gebeurd. Alleen dan kunnen we hier op een gepaste manier mee omgaan.
We kunnen de deur openen voor onze kwade gedachten,ernaar luisteren en ze vervolgens weer laten vertrekken. We herkennen dat het slechts een gedachte is en we vereenzelvigen ons er niet mee.
En daar gaat het om. Onze ervaring veranderd. We denken niet langer: ''Ik ben nu heel kwaad', maar:''Oh
kijk,een kwade gedachte komt nu mijn geest binnen. Een gedachte die slechts te gast is in je geest kun je gemakkelijk loslaten. Dit wordt een stuk moeilijker als je de identiteit van de gast aanneemt. Wie moet je dan vragen te vertrekken?


Door op deze manier een vorm van aandachtige aanwezigheid te ontwikkelen,verstevigen we deze positieve eigenschap,die de kracht heeft om onze negatieve eigenschappen te transformeren.''




''Kennis is de sleutel tot vrijheid. Maar hoe bewegen we ons van een staat
van onwetendheid naar weten? De logica van het boeddistisch pad is heel eenvoudig.
We beginnen terwijl we in een staat van verwarring verkeren die wordt gedomineerd door onwetendheid.
Als we kennis en inzicht ontwikkelen door studie,contemplatie en meditatie,dan bevrijden we ons van onwetendheid en komen we uit bij wijsheid.

De essentie van dit pad is daarom de cultivering van onze intelligentie
en ontwikkeling van ons inzicht.Wanneer we met onze intelligentie werken wordt deze scherper
en doordringender.Uiteindelijk wordt zij zo scherp dat zij door de concepten en onwetendheid die
ons aan het lijden gebonden houden,heen snijdt.

Wij trainen dus onze geest,zodat deze zichzelf kan bevrijden: we oefenen,trainen
en versterken de Rebel Boeddha in onszelf.
Bij intelligentie draait het niet alleen maar om de kwantiteit,om hoeveel we weten.
Intelligentie is aktief en handelt.
Zij is de armen en de benen van de wijsheid waarmee zij verbonden is.
De intelligentie brengt ons in beweging en leidt ons naar ons doel.
Als we de conceptuele grenzen doorbreken,veranderen we niet alleen onszelf,
maar ook de wereld om ons heen.
Dit is niet altijd gemakkelijk.Dit vraagt om een sterke overtuiging,
omdat we datgene wat ons het meest nabij is in twijfel trekken:
de definitie van ons zelf,zowel van ons persoonlijke zelf, als het zelf van anderen.
Of dit nu een lijdend of tiranniek zelf is maakt niet uit;
we hebben het tot nu toe altijd gekoesterd.
Zodra je de waarheid omtrent je ware zelf kent,dan zie je hem in al zijn naaktheid
,ontdaan van alle concepten.Je kunt het sprookje 'De nieuwe kleren van de keizer' wel
voorlezen,maar het wordt anders wanneer je je zelf tot keizer uitroept.''

''Iedereen wil gelukkig zijn,maar voortdurend vernietigen we ons eigen geluk alsof het onze vijand is.
In het begin bestaat een groot deel van ons pad uit het onderzoek naar oorzaak en gevolg
en naar de manier waarop zij in ons leven werkzaam zijn.Tijdens dit onderzoek
veranderd onze kijk op de dingen.Zaken waartoe wij ons eerder aangetrokken voelden en
waar wij ons zonder nadenken mee in lieten,roddelen over onze collega's bijvoorbeeld,
beschouwen we als volkomen verkeerd wanneer we doorkrijgen welke gevolgen dit heeft.
Ons geroddel kwetst anderen en ,indirekt,ook ons zelf.Het is geen onschuldige bezigheid.
Als we het verband tussen oorzaak en gevolg eenmaal hebben gelegd,staan we afkerig tegenover handelingen die we eerder heel normaal vonden.Dan zien we dat we ons vaak ellendig voelden omdat we impulsief en onnadenkend handelden en niet omdat de hele wereld tegen ons is.

Impulsief handelen heeft te maken met begeerte.
Begeerte bevindt zich in een diepere,bijna voortdurend aanwezige gevoelslaag.
Wij kunnen een soort vrij rondwarende begeerte gewaar worden,
niet gebonden aan een bepaald object,
maar meestal hecht begeerte zich aan de prettige,mooie dingen die we zien,horen,
ruiken,proeven en voelen. Als de begeerte eenmaal een voorwerp gevonden heeft,dan willen wij dit hebben.
Dit kan betekenen dat we het in gedachten willen houden om er een tijdje van te genieten,zoals bijvoorbeeld een mooi bergaanzicht.Het kan ook betekenendat we ons vreemd gaan gedragen en iets tot een obsessie wordt,een romantische tripje naar parijs bijvoorbeeld.Veel van wat wij zeggen en doen komt voort uit begeerte. We willen iets en grijpen ernaar zonder ook maar even over de gevolgen na te denken. Er is
geen interval,geen ruimte in dit proces,die ons in staat stelt om te zien of dit wel iets is wat wij werkelijk willen.Dit kan van alles zijn: een nieuwe liefde,een nieuwe auto of de genoegdoening van wraak.
Het is een heel sterk gevoel,een soort honger die iedere gedachte uitbant,behalve de gedachte aan eten:
je moet iets in je mond stoppen,het maakt niet uit wat.
Begeerte is onweerstaanbaar en blind.
Het heeft een bedwelmende kracht,die ons heel enthousiast maakt
en die tegelijkertijd ons vermogen tot helder denken aantast.
We moeten erachter zien te komen hoe begeerte werkt in samenhang met het mechanisme van oorzaak en gevolg. Wanneer de energie van begeerte zich verbindt met de kracht van onze gewoonte patronen,doen we er goed aan ons dat andere verlangen(naar persoonlijke vrijheid) te herinneren.

Lijden wordt niet altijd veroorzaakt door iets wat wij als negatief beschouwen.
Het kan ook het gevolg zijn van iets dat wij leuk vinden en veroorzaakt worden door verlangen,
rijkdom,roem,macht of succes bijvoorbeeld.
Een alledaagse bron van geluk kan een bron van lijden worden wanneer we er teveel aan gehecht raken.
We hoeven maar naar het journaal te kijken om elke dag weer te zien hoeveel mensen er lijden als gevolg van gehechtheid aan bezittingen.Als beurshandelaar,drugdealer of loterij winnaar weet je nooit of jij de laatste bent die lacht.

Met de dingen die ons dagelijks geluk schenken,is op zichzelf niets  mis.
Het is juist mooi dat ze er zijn en dat we er plezier aan kunnen beleven.
We hoeven ze dus helemaal niet af te wijzen.
Het gevaar is echter dat onze gehechtheid eraan ons verblindt.
En dan verliezen we ons doel uit het oog.

Het is belangrijk te begrijpen dat we onze vrijheid niet verkrijgen wanneer we het lijden zelf verwerpen,maar wanneer wij de oorzaken van het lijden achter ons laten.Wanneer lijden de kop op steekt ,dan is het er nu eenmaal en dan zullen we het moeten doorleven.We kunnen niet terug gaan in de tijd en de handelingen en omstandigheden die tot dit lijden hebben geleid,alsnog veranderen.Net zomin als we het zaadje kunnen rooien van de appel die wij nu in onze hand houden.''
« Laatst bewerkt op: 07-01-2012 17:36 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. Dzogchen Ponlop rinpoche. De drie oefeningen.
« Reactie #3 Gepost op: 03-01-2012 17:11 »
''Er zijn verschillende ,methoden die we op het boeddhistische pad gebruiken
om de geest te trainen.Dit zijn de instrumenten die we gebruiken om de toestanden
van geestelijke duisternis,strijd en ontmoediging,de veroorzakers van lijden,te verlichten
en tot rust te brengen.
De beoefening is gericht op drie verschillende aspecten: discipline,meditatie en hogere kennis.
Wanneer je er eenmaal van overtuigd bent dat je jezelf kunt trainen,wanneer je beseft wat je beoefent en
ook probeert om zoveel mogelijk in het huidige moment aanwezig te zijn gedurende dit hele proces,dan ben je klaar voor de drie oefeningen waar het om gaat. Alle drie helpen ze je wakker te worden en persoonlijke vrijheid te verwerven.

Discipline:

Als we het over discipline hebben bedoelen we niet
dat we een stout kind in een lief kind willen veranderen.En ook niet dat we onze geest met een stok moeten slaan of geselen om hem zo te onderwerpen. Evenmin is het een of ander slinks trucje om alle
opwindende en interessante dingen uit je leven te bannen.
Net als met het woord emotie heeft discipline boeddhistisch gezien een aantal betekenissen die je niet in een Nederlands woordenboek terug vindt. Als eerste heeft het de betekenis van afkoelen ; net wanneer de hitte van een zomerdag je teveel dreigt te worden ,vind je wat verkoeling in de schaduw van een boom. Je voelt je zo prettig in de koelte van de schaduw,dat je er kalm en rustig van wordt.Dit is een goed beeld van wat de beoefening van discipline met je doet: het verminderd de zorgen en verdriet die we ervaren als we verstrikt zijn geraakt in onze gewoonte patronen.
Discipline betekent ook je eigen plek innemen,op eigen benen staan.Dit houdt in dat je niet voortdurend
de steun van een ander nodig hebt zoals vroeger,toen je nog een kind was. Toen waren er,vanzelfsprekend,veel autoriteiten. Ouders,leraren en mentoren op school vertelden je wat je moest doen.
Zo leerde je hoe je je thuis,op school en in het openbaar dient te gedragen.Maar later,toen je dit allemaal achter de rug had,realiseerde je je dat je je eigen gids kunt zijn. Dat is een bevrijdend inzicht.
Op dezelfde manier komr er op het geestelijk pad een moment waarop je in staat bent om je eigen handelen te evalueren en fouten te corrigeren.Uiteindelijk zijn wij degene die het best over ons zelf kunnen oordelen.
Wij kennen onze gewoontepatronen als geen ander.

Het probleem met leraren is dat wij ons aan hen altijd van onze beste kant laten zien.
Als je hier heel goed in bent,dan kun je in de aanwezigheid van een leraar een heel ander mens zijn dan normaal.Maar hoe zou een leraar je kunnen helpen als je dit doet? Sommige leerlingen zijn zelfs bang van hun leraar. Zij volgen de regels,of gedragen zich op de juiste manier,om de leraar niet te ontstemmen.
De beoefening van discipline zou echter niet op angst,wat voor soort dan ook,gebaseerd moeten zijn.Dan is er geen sprake van ware discipline. Echte discipline komt van het hartsverlangen naar vrijheid.

Van een bepaalde kant bezien houdt discipline in dat je een pad van ethisch goed gedrag volgt: sommige dingen doe je niet, andere juist wel. Nu zouden we kunnen denken dat discipline eenvoudigweg het volgen van regels en het doorstaan van allerlei ontberingen betekent.
Maar de bedoeling van deze beoefening is in eerste instantie dat we ons bewust worden van onze handelingen,dat wij helder zien wat we doen en herkennen welke handelingen schadelijk en welke  heilzaam zijn. Aandachtig handelen en ervoor zorgen dat wij ons zelf en anderen geen schade berokkenen,zijn kenmerken van een gedisciplineerde geest.
Dit betekent dat we onze aannames over wat nu precies positief en wat negatief handelen is,zullen moeten onderzoeken. Sommige handelingen kunnen in een bepaald sociaal opzicht positief zijn,maar weer negatief wanneer anders bekeken. Discipline gaat verder dan het volgen van regels.Het vereist een zuiver onderscheidingsvermogen,empathie en eerlijkheid.Je zult deze disciopline voor je zelf moeten ontwikkelen. Jij bent degene die onderweg is,die voor zich zelf een pad naar zijn eigen vrijheid baant.

Wil je een gedisciplineerd mens worden, dan zul je mindfulness en gewaarzijn moeten ontwikkelen,zodat je helder en nauwkeurig naar je eigen handelen kan kijken. Gedisciplineerd zijn betekent dat je het hele plaatje overziet: je ziet je gedachten en de intentie van die gedachten,hoe deze intenties zich ontwikkelen en vervolgens tot uitdrukking komen in spraak en handelen. En je overziet ook de gevolgen van je handelingen
voor jezelf,anderen en je omgeving.
Wanneer gewaarzijn en mindfulness aanwezig zijn gedurende dit hele proces,dan zul je een grotere mate van vrijheid ervaren. Dan laat je je niet beperken door je gewoonlijke neigingen en handel je ook niet langer blindelings omdat je denkt dat dit van je verwacht wordt. Je kunt er dan voor kiezen om woorden die op je tong branden uit te spreken of om even te wachten tot je wat afgekoeld bent.
Dit is een Rebel Boeddha moment: je staat op het punt om voor de zoveelste keer verstrikt te raken,vervolgens komt iets op het allerlaatste moment tussenbeide en bevrijdt je,waardoor je buiten gevaar bent. Het is je basale intelligentie,je wakkere geest die dan in aktie komt.In het begin zul je nog vaker wel dan niet verstrikt raken,maar later wordt het handelen van de Rebel Boeddha geest steedssneller en nauwkeuriger,waardoor je kunt ontspannen,zelfs als de emoties hoog oplopen.
Met een keer proberen aandachtig en gedisciplineerd te zijn en vervolgens te zeggen: ''Ik heb het geprobeerd,maar het werkt niet'', kom je er niet. Het heeft tijd nodig. Je zult met regelmaat moeten blijven oefenen.Op een gegeven moment zul je dan de transformerende energie ervaren.Of je de manier waarop je de dingen gewend bent te doen nu veranderd of niet,je zult in ieder geval merken dat de manier waarop je naar je handelen kijkt veranderd. Als je gewend bent om op je werk mensen bevelen toe te schreeuwen ,dan zul je dat waarschijnlijk nog steeds doen.Maar de manier waarop je naar je eigen schreeuwen kijkt, is mischien wel veranderd.''

''Wanneer we spreken over discipline en ethiek,hebben we het ten diepste over
het vervangen van oude ,voor ons zelf schadelijke gewoonten,door nieuwe,meer constructieve.
Er zijn heel veel redenen waarom we doen wat we doen. Maar als we voorbij onze gewoontepatronen en de konditionering door onze leefomgeving kijken,dan zien we dat de onwetende geest de ware oorzaak is:
niet weten en ook niet willen weten.
Omdat we dit niet kunnen verhelpen en in het begin zelfs niet zien
dat dit zo is,gaan we er eerst voor zorgen
dat we ons bewust worden van ons handelen.
We werken van boven naar beneden en van buiten naar binnen
en dragen het licht van gewaarzijn met ons mee.
Uiteindelijk zal ook het licht in ons diepste wezen aan gaan.''



Meditatie:

(samenvallen met de geest.
gewend raken om bij de eigen geest te verblijven)


''Meditatie zorgt voor standvastigheid,rust en helderheid in onze drukke,geagiteerde geest.
Zonder de steun van meditatie wordt het heel lastig om discipline te trainen. We hebben een doelgerichte,kalme en standvastige geest nodig willen we helder naar ons handelen kunnen kijken.
Doordat we mediteren,kunnen we ook de discipline beoefenen.
Er zijn veel verschillende soorten meditatie,maar de belangrijkste methoden zijn: het stil verblijven (shamatha) en de inzichtmeditatie (vipashyana).

De beoefening van meditatie is in principe een proces waarin je jezelf steeds beter leert kennen
doordat je je eigen geest beter leert kennen. Vanuit boeddhistisch perspectief is de geest altijd al ontwaakt.
Gewaarzijn en mededogen zijn zijn ware aard. De Boeddha onderrichtte verschillende meditatie vormen
waarmee we deze ware aard kunnen ontdekken en er ten volle van kunnen genieten. Alle meditatie vormen zij bedoeld om onze open ongedeelde aandacht( mindfulness),ons gewaarzijn en ons gevoel van innerlijke vrede te versterken en om ons beter met onze emoties om te leren gaan.

Shamatha of stil verblijven of concentratie of gewoon zit meditatie is een oefening die ons helpt om een vredige geest te ontwikkelen. Tegelijkertijd ontwikkelen we met deze oefening het vermogen steeds langer in deze vredige staat te kunnen verblijven.
Doorgaans is onze geest een wervelstorm aan gedachten.
Vrede is het tot rust komen van alle mentale opwinding en stress die door deze wervelstorm veroorzaakt wordt.
Behalve dat onze geest vol zit met gedachten,zijn deze gedachten doorgaans ook nog eens gericht op verleden en toekomst. Dit komt omdat wij ons of voorvallen uit het verleden herinneren,of ons op een obsessieve manier voorstellingen maken over,en voorbereiden op,de toekomst. Doorgaans ervaren we het huidige moment helemaal niet. Zolang dit proces voortduurt,zal onze geest geen rust kennen. Het is heel lastig om iets van voldoening of tevredenheid te ervaren als je in herinneringen aan het verleden leeft of in een toekomst die voornamelijk uit projecties en speculaties bestaat.
Mochten we ooit aankomen in het moment dat we ons voor ogen houden,dan bereiden we ons voor op een nieuwe,nog betere en zonniger toekomst.

Zit meditatie kalmeert deze wervelwind aan gedachten,welke hierdoor afkoelt. Wanneer we de zitmeditatie gedurende langere tijd beoefenen,zal de geest op natuurlijke wijze tot rust komen.
Als we eenmaal geleerd hebben de geest te kalmeren en te stabiliseren,dan kunnen we beginnen met de
beoefening van de inzichtmeditatie. Deze leidt tot een dieper inzicht niveau en geeft een rechtstreeks zicht op de ware aard van de geest. Dit werkt echter niet zolang de geest nog geagiteerd en verstrooid is.


Hogere kennis:

''Op het boeddhistisch pad zijn drie manieren waarop we kennis kunnen verwerven: door studie,contemplatie en meditatie.
Eerst verkrijgen we intellektuele kennis,door luisteren en lezen.
Deze verinnerlijken we door reflectie en vervolgens gaan we hieraan voorbij
en komen we bij een volkomen nieuwe vorm van weten uit: een weten dat niet langer steunt op een referentie kader.

Hogere kennis klinkt misschien als iets wat je pas verkrijgt
wanneer je geslaagd bent voor Het Instituut voor Hogere Kennis,
een soort spirituele universiteit. In je zoektocht naar deze kennis denk je misschien dat je het praktische,alledaagse leven achter je dient te laten om je in een verheven ivoren toren te vestigen.
Het tegenovergestelde is waar.
Juist de kleine dingen en praktische zaken in het alledaagse leven
leiden tot kennis en inzicht,van welke aard dan ook.
Wie tot hogere kennis wil komen,dient juist de kleine dingen in zijn leven
volkomen helder in ogenschouw te nemen.

Hogere kennis betekent twee dingen: het is een manier van kijken,en het is wat je ziet.
De manier van kijken is helder zien of beter zien dan je gewoonlijk doet. Verder en dieper dan je ooit gedaan hebt. Je ziet, als je helder ziet, hoe de dingen werkelijk zijn.
Als je naar je zelf kijkt ,zie je zelfloosheid,en als je naar de wereld kijkt,zie je leegte.
Het is alsof je al heel lang slecht ziet en door een ingreep ineens
een perfect zicht hebt waardoor alles kristal helder en zonder enige vertekening of onscherpte
voor je staat.
De ingreep die je inzicht heeft verbeterd is in deze beeldspraak het verwerven van hogere kennis,die de verwarring in de geest oplost. In wezen is dit een proces waarin wij onze natuurlijke intelligentie versterken en aanscherpen  tot deze kristal helder is. Hierdoor verdwijnt de duisternis van
onwetendheid,omdat deze intelligentie nu de hele geest verlicht.
Op dit punt smelten de intelligentie die ziet en dat wat gezien wordt,samen in de ervaring van wijsheid
die zichzelf gewaar is: de Boeddha geest,de verlichte geest,de geest die volkomen vrij is.''

In het begin gebruiken we onze intelligentie nog om onze gewoonte patronen te doorzien als deze zich voordoen en hier vervolgens niet aan toe te geven. Dat is de eerste opdracht voor een rebel boeddha.
Maar dit is nog een defensieve handeling die ons wakker en bij de les moet houden.Hij observeert vanaf de zijlijn en bemoeit zich af en toe met het spel.
Later wordt onze intelligentie proactief en moedig: zij zoekt naar mogelijkheden om ons wakker te schudden. Zij komt naar buiten,bemoeit zich met onze gewoonte patronen en pleit te midden van onze verwarring voor wakkerheid.
De oorzaak van deze ontwikkeling is de verwerving van hogere kennis. Deze zorgt ervoor dat de Rebel Boeddha,onze aangeboren intelligentie,een kracht wordt die zich volledig inzet voor onze bevrijding.''


''Het verwerven van hogere kennis leidt als eerste naar een begrip van de relativiteit van de werkelijkheid
en vervolgens naar een dieper begrip van de uiteindelijke werkelijkheid: de ware, zelfloze aard van de geest.
Met zijn onderricht over zelfloosheid laat de Boeddha ons zien dat we er naast zitten wanner we denken dat
er dingen zijn die een afzonderlijk bestaan leiden binnen de constante stroom aan ervaringen die ons leven is.
Wij denken van ons zelf dat we het eeuwige leven hebben,dat wij onveranderlijk in de tijd blijven bestaan en niet beinvloed worden door zaken van buiten af. We gaan er ook vanuit dat de wereld om ons heen ook zo'n blijvende, onveranderlijke vorm heeft. Maar of we nu naar ons zelf kijken,naar grotere of kleinere voorwerpen,of naar onze leefomstandigheden,er is helemaal niets te vinden dat aan deze voorwaarden voldoet.
Het enige wat we zien is verandering. Als we ons inzicht op de wereld om ons heen laten schijnen,dan zien we onze vertrouwde,alledaagse wereld in een nieuw en helder licht.Dan zien we dat ook de wereld voortdurend veranderd en geen onveranderlijke ,solide kern heeft. Ook de wereld is open,uitgestrekt en zonder zelf.
Dit is een waarachtige blik in de leegte.: de uiteindelijke en ware aard van onze geest en van de wereld.''

''Zoals eerder beschreven is de boeddhistische kijk op leegte anders dan onze gewone blik op de wereld.
Het vergt enige tijd en ook de nodige oefening,voor we een positief idee bij dit concept krijgen.
Zolang we het slechts vanuit intellectueel standpunt bekijken,blijft leegte een soort niets,een situatie waarin je van alles verstoken bent. In werkelijkheid is het iets volkomen anders.
De termen leegte en zelfloosheid geven de gewaarwording van volledigheid of volheid weer,
die feitelijk ervaren wordt als openheid en onbegrensdheid.

Deze leegte is dus niet de leegte van een leeg kopje,
een leegstaande kamer of,nog erger,van een lege portemonnee.
Dit dus allemaal niet.
Wanneer we de leegte werkelijk ervaren,geeft dit een heel goed gevoel.
We voelen ons dan niet langer depressief of bezorgd,maar zijn volkomen zorgeloos.
Alsof we strak vastgebonden waren met een stuk touw
en er iemand langs komt die ons los maakt Door onze plotselinge bevrijding voelen we ons heel erg goed,ontspannen en gelukkig.
Dit is dus geen vacuum,een soort van lege desolate plek waar iedereen aan het klagen is: zo ziet ons dagelijks leven er juist uit.

We lopen de werkelijke leegte voortdurend mis zolang we gefixeerd blijven op onze ideeen over leegte.
Daarom is een open onderzoekende geest die ervaringen zonder vooringenomenheid en oordelen bekijkt,
zo belangrijk.
Het is niet nodig volledig inzicht in de leegte te hebben voordat deze zijn transformerende werking doet.
Zelfs de geringste twijfels over de echtheid van wat wij doorgaans de werkelijkheid noemen,helpen mee.
Je kunt dit vergelijken met een land dat door een diktator geregeerd wordt. In het begin geloven de mensen  misschien nog in hem en steunen ze zijn idealen. Maar op een gegeven moment gaan zij zich toch afvragen wat hij nu eigenlijk van plan is. Zij vertrouwen hem niet meer,twijfelen aan zijn bedoelingen en vanaf dat moment neemt zijn invloed af. Hij heeft niet meer de volledige steun voor zijn beleid.
Als wij beginnen te twijfelen aan het bestaan van het ego-zelf,gebeurt in wezen precies het zelfde: onze gewoonte patronen en verwarring krijgen dan minder vat op ons. We worden minder de slaaf van onze onwetendheid en het vastklampen aan het zelf. De verhoudingen in dit krachten spel zijn voor altijd veranderd.''


Uit:

Rebel Boeddha
op weg naar vrijheid

door: dzogchen ponlop rinpochee

uitg: servire.

isbn: 978-90-215-4904-0
« Laatst bewerkt op: 08-01-2012 22:38 door lord rainbow »

Basho

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. dzogchen ponlop rinpochee.
« Reactie #4 Gepost op: 03-01-2012 19:26 »
''Ironisch genoeg,is dat wat jou het zicht op de ware aard van je geest
ontneemt,ook je eigen geest. Namelijk dat deel van je geest
dat altijd druk en bezig is,
voortdurend in beslag genomen door een
niet-aflatende stroom van gedachten,emoties en concepten.
Wij denken dat we dit drukke gedeelte van de geest zijn,
omdat het zo eenvoudig te herkennen is,
net als het gezicht van iemand die tegenover je staat.

Zo is de gedachte die je nu denkt in je beleving
veel duidelijker aanwezig dan het gewaarzijn
van die gedachte.
Als je boos bent,let je meer op wat je boosheid opriep
dan op de
werkelijke bron ervan,op datgene waar je boosheid uit voortkomt.
Met andere woorden: je merkt op wat je geest doet,
maar de geest zelf zie je niet.
Je identificeert je met de inhoud van de
drukke geest-gedachten,emoties,ideeen-en uiteindelijk
denk je dat je al die dingen bent: 'Dit ben ik. Zo ben ik.'

Dit is hetzelfde als dromen tijdens je slaap
en geloven dat alle droombeelden werkelijk zijn.
Als je in je droom bijvoorbeeld achtervolgt wordt
door een vreemdeling die je bedreigt,is dat heel eng
en het voelt echt aan. Maar als je wakker wordt,zijn
zowel die vreemdeling als je angst meteen verdwenen
en voel je je opgelucht.
Als je tijdens het dromen had geweten dat het maar
een droom was,dan was je helemaal niet bang geweest.

Op een vergelijkbare manier zijn wij in ons dagelijks leven als de
dromer die gelooft dat de droom werkelijkheid is.
We denken dat we wakker zijn,maar dat zijn we niet.
We denken werkelijk dat we die drukke geest
vol gedachten en emoties zijn.
Maar als we dan wakker worden,verdwijnt het misverstand
over wie wij denken te zijn,
samen met het lijden dat het gevolg is van deze verwarring.''

Het “ik” of de werking van de menselijke geest is een belangrijk aspect van het Boeddhisme, wat vaak leidt tot veel discussies en debatten. De Boeddha predikte in dit kader de leer van anatta, het niet-zelf. Zolang we spreken over de dingen (waarvan we denken dat ze buiten ons zijn), kunnen we gemakkelijk aannemen dat het geen zelfstandig iets is. Een huis heeft geen zelfstandige kern, maar is opgebouwd uit diverse losse elementen. Ook bomen hebben geen zelfstandige kern, geen zelfstandig bestaan. Een boom is geworteld in de aarde, dat is zijn voeding, dus is de boom afhankelijk van zijn bestaan van de aarde en heeft hij geen eigen kern van zelfstandigheid. Maar als we bij de mens komen, gaan veel mensen afhaken, omdat ze van mening zijn en blijven dat de mens immers wel zou beschikken over een zelfstandige kern, een ik, ego, geest, ziel of zelf (al dan niet weergegeven met hoofdletters). Het Boeddhisme erkent geen geest als een tegenstelling tot materie, zoals dat in vrijwel alle filosofische of religieuze systemen wordt aangenomen. Het bewustzijn wordt uitsluitend beschouwd als een vermogen of een orgaan, bijvoorbeeld net als het oor en het oog, en wordt gesorteerd onder de Skandha’s of gehechtheidsgroepen (aggregaten). Via de vijf fysieke zintuigen (oog, oor, tong, neus, lichaam) ervaren we verschillende delen van de wereld, maar niet de gehele wereld. Ideeën en gedachten maken immers ook deel uit van de wereld, echter, het is niet mogelijk om deze ideeën en gedachten zintuiglijk waar te nemen. Ideeën en gedachten maken immers geen deel uit van de vijf fysieke zintuiglijke organen. Deze ideeën en gedachten kunnen echter wel worden “waargenomen” door ons bewustzijn. Toch zijn die ideeën en gedachten afhankelijk van de vijf zintuiglijke organen en hun vermogens. Derhalve worden ideeën en gedachten bepaald door fysieke ervaringen en vervolgens gevormd door ons bewustzijn. Vandaar dat het bewustzijn analoog wordt beschouwd aan de vijf zintuiglijke organen, net als het oog, oor, tong, neus en lichaam en valt binnen het vijfde Skandha: de verzameling van bewustzijn (vijnanasskandha). De zes vermogens (oog, oor, tong, neus, lichaam én bewustzijn) vormen de basis voor het bewustzijn als reactie c.q. ontvankelijkheid en hiermee corresponderen de afzonderlijke zes uiterlijke verschijnselen: zichtbare vorm, geluid, smaak, geur, tastbare dingen en ideeën of gedachten.

Volgens de leer van het Boeddhisme bestaat geen duurzame en onveranderlijke geest die zou kunnen worden beschouwd als de Ziel, het Zelf, de Geest of het Ego c.q. het Ik in onderlinge tegenstelling tot de materie. Het oude, nog immer in de opvatting van de mens standhoudende paradigma dat het bewustzijn een Zelf of Ziel zou bevatten of zelfs zou “zijn” welke als een duurzame substantie ten grondslag zou liggen aan het leven, is volgens het Boeddhisme een onjuist idee. Het zelf of Zelf of Atman (Brahmanisme, Hindoeïsme) of de Ziel (Christendom), enzovoort wordt door de Boeddha beschouwd als een niet op zichzelf bestaande kern, sterker nog: hij predikte vanaf zijn Verlichting dat er geen sprake is van een zelf of Zelf en ontkende het Atman van de Brahmanen en de Hindoes. Hij stelde dat de mens zonder vaste blijvende kern is. Er is wel het lichaam, maar dat ontstaat uit twee cellen en bouwt zich op onder inname van voeding en dergelijke. Dat lichaam is eerst een miniatuur wat met het blote oog niet te zien is (twee geslachtscellen), maar groeit langzaam maar zeker met de jaren tot kind, volwassene en oudere. Uiteindelijk sterft het lichaam en blijft er niets van over, het ontbindt zich. Is dat lichaam een zelf? Heeft of is dit lichaam een kern dat zich een zelf zou kunnen noemen, is het zelfstandig ? Mocht dat wel zo zijn, dan zou het lichaam immers altijd gelijk blijven. We kunnen zelfs niet over het lichaam een bevel voeren, want wanneer we ziek worden, is het niet mogelijk om het lichaam het bevel te geven om gezond te worden. Dat regelt het lichaam zelf, zonder dat wij er ook maar iets over te vertellen hebben. Voorts moeten we eten en drinken, we kunnen niet zonder. Ons lichaam is dus onderling afhankelijk van voeding en drinken, we kunnen niet beslissen om maar niet meer te eten en te drinken. Ook is het niet mogelijk om te bepalen dat we ons niet meer zouden hoeven ontlasten, wij hebben daar geen bevel over, we moeten naar het toilet. Het lichaam regelt dit en wij hebben hier geen verregaande invloed op. Hooguit kunnen we eten en ons ontlasten voor een korte tijd uitstellen, maar dat kan zelfs gevolgen hebben voor onze gezondheid. Het lichaam is dus niet van ons, het is zonder een zelfstandigheid.

Dit geldt eigenlijk tevens voor gevoelens, gevoelens dragen geen zelfstandigheid in zich. Zij ontstaan immers als gevolg van bepaalde omstandigheden en verdwijnen daarna weer. Het ene moment ergeren we ons, het volgende moment kunnen we ons over iets anders verheugen. Hoe kan hier sprake zijn van een zelfstandig iets? Gevoelens zijn dus niet van ons, het is zonder een zelfstandigheid. Ook gedachten hebben geen zelfstandigheid. Ook ons “zelfstandig denken” heeft geen zelfstandigheid, wij zijn immers niet gelijk te stellen met onze gedachten en ideeën. Wij beweren dat gedachten komen en weer gaan, hetgeen feitelijk een manier van spreken is, want gedachten komen niet ergens vandaan en gaan ook niet ergens naartoe. Gedachten en ideeën worden veroorzaakt door bepaalde omstandigheden en zijn derhalve situatieafhankelijk. Wanneer de omstandigheden wijzigen of verdwijnen, wijzigen of verdwijnen ook die gedachten en ideeën. Eigenlijk is de gehele mens op een dergelijke wijze te ontleden en zal men nergens iets aantreffen als zijnde een “zelfstandig” iets, een Ziel, een kern, een geest of een Atman. Alles ontstaat als gevolg van bepaalde omstandigheden en alles vergaat weer als deze omstandigheden zich wijzigen of weer verdwijnen. Dat is de leerstelling van anatta (niet-zelf), want alles is aan diverse oorzaken gebonden en is op de een of andere manier veroorzaakt door meerdere dingen of omstandigheden. Gautama de Boeddha zei:

“Alle voorwaardelijke dingen zijn vergankelijjk.
Alle voorwaardelijke dingen zijn lijden, dukkha.
Alle Dharma’s zijn zonder zelf.”

 
Verdere woorden van de Boeddha over niet-zelf (bron: Nico Moonen: “Facetten van het Boeddhisme”), ik citeer:

   '“Afzondering is geluk voor de tevredene; en vriendelijkheid jegens de wereld is geluk voor degene die in verdraagzaamheid leeft. Geen behagen scheppen is geluk voor degene die zinsverlangen te boven is gekomen. Maar bevrijd te zijn van de mening ‘ik ben’, dat is het grootste geluk van alles.”[1]
 
Onderricht over het kenmerk van niet-zelf (anatta).
 
      “Vorm[2] is geen zelfstandig iets. Als vorm zelfstandig was, zou men de vorm kunnen laten zijn zoals men wenste. Maar omdat vorm geen zelfstandig iets is, daarom voert ze tot lijden, onvoldaanheid, en daarom kan men niet ermee handelen zoals men wenst.
      Gevoel is geen zelfstandig iets. Als gevoel zelfstandig was, zou men het gevoel kunnen laten zijn zoals men wenste. Maar omdat gevoel geen zelfstandig iets is, daarom voert het tot lijden, onvoldaanheid, en daarom kan men niet ermee handelen zoals men wenst.
      Waarneming is geen zelfstandig iets. Als waarneming zelfstandig was, zou men de waarneming kunnen laten zijn zoals men wenste. Maar omdat waarneming geen zelfstandig iets is, daarom voert ze tot lijden, onvoldaanheid, en daarom kan men niet ermee handelen zoals men wenst.
      Geestelijke formaties[3] zijn geen zelfstandige dingen. Als geestelijke formaties zelfstandig waren, zou men de geestelijke formaties kunnen laten zijn zoals men wenste. Maar omdat geestelijke formaties geen zelfstandige dingen zijn, daarom voeren ze tot lijden, onvoldaanheid, en daarom kan men niet ermee handelen zoals men wenst.
      Bewustzijn is geen zelfstandig iets. Als bewustzijn zelfstandig was, zou men het bewustzijn kunnen laten zijn zoals men wenste. Maar omdat bewustzijn geen zelfstandig iets is, daarom voert het tot lijden, onvoldaanheid, en daarom kan men niet ermee handelen zoals men wenst.”
       Vorm is niet-blijvend en wat niet-blijvend is, is smartelijk. – Wat niet-blijvend is, wat smartelijk is omdat het onderhevig is aan verandering, daarvan kan men niet zeggen: ‘Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf.’
      Op gelijke wijze is het met gevoel, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn. Ook daarvan kan men niet zeggen: ‘Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf.’
      Zo moet met juist begrip elke soort van vorm - hetzij vroeger, toekomstig of tegenwoordig ontstaan, hetzij ruw of fijn, inwendig of uitwendig,[4] hetzij laag of verheven, veraf of nabij - worden beschouwd zoals ze werkelijk is, namelijk: ‘Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.’
      En ook elke soort van gevoel, van waarneming, van geestelijke formaties en van bewustzijn moet aldus worden beschouwd zoals ze werkelijk is, namelijk: ‘Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.’
        Wanneer een edele volgeling(e) die de waarheid heeft vernomen, op die manier ziet, wendt hij (zij) zich af van vorm. En ook wendt hij (zij) zich af van gevoel, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn.[5]
      Wanneer men zich afwendt, ebt de hartstocht weg. Met het wegebben van de hartstocht is men bevrijd. En wanneer men bevrijd is, is er het zekere weten dát men bevrijd is. En met de gedachte: ‘Volbracht is wat volbracht kan worden, niets gaat meer hierboven uit,’ begrijpt men dat het heilige leven vervuld is.
 
      Materiële dingen zijn niet-blijvend, en ook gevoelens, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn zijn niet-blijvend. Materiële dingen zijn niet op zichzelf staand, zij hebben geen zelfstandig bestaan. En ook gevoelens, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn zijn niet zelfstandig. Alle formaties zijn niet-blijvend; alle dingen zijn niet op zichzelf staand; zij hebben geen zelfstandigheid.”[6]
 
      “Lichamelijkheid, gevoel, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn, - dat alles is niet-blijvend. Niets ervan zal steeds hetzelfde blijven, zonder aan verandering onderhevig te zijn. Indien er zo'n Kern, zo'n Ego bestond, - blijvend en onveranderlijk, - dan zou een heilig leven dat naar de volledige uitdoving van lijden voert, niet mogelijk zijn.”[7]
 
      De contemplatie over niet-zelf is aldus: ‘Het oog is niet zelfstandig; vormen zijn niet zelfstandig. Het oor is niet zelfstandig; geluiden zijn niet zelfstandig. De neus is niet zelfstandig; geuren zijn niet zelfstandig. De tong is niet zelfstandig; smaak is niet zelfstandig. Het lichaam is niet zelfstandig; aanrakingen zijn niet zelfstandig. De geest (het bewustzijn) is niet zelfstandig; gedachten en ideeën zijn niet zelfstandig.’
      Zo denkt men na over niet-zelfstandigheid.”[8]
 
      Men moet niet menen dat men gelijk is aan de zes zinsorganen (inclusief de geest), aan de zes zinsobjecten en aan de corresponderende zes soorten bewustzijn. Men moet niet menen: ‘Zij behoren mij toe.’ Noch moet men menen dat men zelf gelijk is aan het geheel van die dingen.[9]
      De wijze volgeling(e) die aldus geen onjuiste meningen meer heeft, hecht zich niet langer meer aan iets in de wereld. Als men niet meer aan iets hecht, beeft men niet. Door niet langer te beven, bereikt hij of zij in eigen persoon de uitdoving van alle ijdelheid. En het weten is er: ‘Wedergeboorte is uitgedoofd, het heilige leven is geleefd, er is geen verder bestaan te verwachten.’[10]
 
      “Geef op wat niet van jou is. En wat is niet van jou? - Lichamelijkheid, gevoel, waarneming, geestelijke formaties, bewustzijn, - zij zijn niet van jou. Geef ze op. Wanneer je ze opgeeft, zal dat je voor een lange tijd welzijn en geluk brengen.”[11]
 
     “Wat er ook kan worden ingesloten als materiële vorm of als gevoelens of als waarneming of als geestelijke formaties of als bewustzijn, - zulke dingen ziet hij of zij als niet-blijvend, als lijden, als kwaal, als een gezwel, als een angel, als een ramp, als een kwelling, als weerzinwekkend, als ontbinding, als leeg, als niet-zelf.”[12]
 
      “Als iemand veel vertoeft met zijn geest gesterkt door waarneming van niet-zelf in lijden, dan wordt zijn geest bevrijd van de waanvoorstellingen die dit lichaam met zijn bewustzijn en alle externe dingen behandelen in termen van ‘ik’ en ‘mijn’.”[13]   
 
      “Als iemand zes beloningen ziet, moet dat voldoende voor hem zijn om waarneming van niet-zelf onbegrensd in alle formaties te vestigen. Het zijn de volgende zes beloningen: hij zal bevrijd zijn van de wereld van alles (van de gehele wereld). Hij zal niet meer gehinderd worden door te handelen in termen van ‘ik’ en ‘mijn’. Hij zal de kennis verkrijgen die niet door allen gedeeld wordt. En hij zal duidelijk de oorzaken zien en ook oorzakelijk ontstane dingen.”[14] 
 
      “Als iemand weet en ziet dat het oog niet zelfstandig is en dat vormen niet zelfstandig zijn, als iemand weet en ziet dat het oor niet zelfstandig is en dat tonen niet zelfstandig zijn, als iemand weet en ziet dat de neus niet zelfstandig is en dat geuren niet zelfstandig zijn, als iemand weet en ziet dat de tong niet zelfstandig is en dat smaken niet zelfstandig zijn, als iemand weet en ziet dat het lichaam niet zelfstandig is en dat aanrakingen niet zelfstandig zijn, als iemand weet en ziet dat de geest niet zelfstandig is en dat gedachten niet zelfstandig zijn, - dan worden zijn boeien vernietigd.”[15] 
 
      “Waarneming van niet-zelf(standigheid) bereikt het punt waarop de waan verdwijnt van ‘ik ben’; en dat verdwijnen van die waan is de uitdoving (nibbāna) hier en nu.”[16]         
 
      “Het is onmogelijk dat iemand die juist denkt, iets beschouwt als zelf.”[17] 
 
      “Als bepaalde dingen gecombineerd worden, spreekt men van een wagen. En evenzo, als alle vijf groepen verschijnen, gebruiken wij de aanduiding ‘mens’. Ellende slechts ontstaat en ellende slechts bestaat en vergaat. Niets anders dan lijden verschijnt en niets anders dan ellende verdwijnt.”[18] 
 
      “Er is geen lichamelijkheid, geen gevoel, geen waarneming, er zijn geen geestelijke formaties die en er is geen bewustzijn dat blijvend is en dat steeds hetzelfde zal blijven, zonder aan verandering onderhevig te zijn. Indien er zulk ego bestond dat blijvend en onveranderlijk is, dan zou een heilig leven dat naar de volledige uitdoving van lijden voert, niet mogelijk zijn.”[19]
 
      Eens zei de Eerwaarde Ānanda tot de Verhevene: “De wereld is leeg; op welke manier, Heer, is de wereld leeg? Wat is de betekenis ervan?”
      En de Boeddha gaf ten antwoord: “De wereld is leeg in zoverre ze leeg is van een zelfstandig iets (attā) en leeg van wat toebehoort aan een zelfstandig iets. Het oog is leeg van zelfstandigheid en van wat behoort tot zelfstandigheid. En evenzo is zichtbaar object leeg van zelfstandigheid, en ook het oogcontact is leeg ervan. Op gelijke wijze is het met de andere zintuigen, met de objecten van die zintuigen en met de contacten van die zintuigen. Zo is het ook met het coördinerende zintuig, herkenbare objecten, mentaal bewustzijn en contact. Dat alles is leeg van zelfstandigheid en van wat behoort tot zelfstandigheid. En wat er ook voor prettige, pijnlijke of neutrale gevoelens ontstaan met betrekking tot de zintuigen en tot de coördinerende geest, ook die zijn leeg van zelfstandigheid en van wat er behoort tot zelfstandigheid.” (S.IV.54).[20]

[1] Vin.Mv.Kh.1.
[2] Vorm (rupa) is omschreven in termen van de vier grote elementen, namelijk: aarde (vastheid), water (cohesie), vuur (hitte, vertering) en lucht (beweging).
[3] Geestelijke formaties zijn o.a. besluit, wil, gedachten, afkeer, sympathie, enz.
[4] inwendig of uitwendig: d.w.z. bij de beschouwer zelf of bij anderen.
[5] d.w.z. hij beschouwt ze niet meer als eigendom, als tot zichzelf behorende. Hij laat ze los; ze raken hem niet meer.
[6] M.35, geciteerd in: Ñânamoli Thera: 'Anattâ according to the Theravada,' The Wheel No. 202/204 (Kandy 1974), p. 100-101.
[7] S.XXII,96, in: The Three basic Facts of Existence. III. Egolessness (Anattâ). Collected Essays. Kandy 1974. The Wheel No. 202/204.
[8] A.X.60, geciteerd in: Ñânamoli 1974, The Wheel No. 202/204, p. 100-101.
[9] Een mens is een wezen, samengesteld uit vijf groepen: (a) De groep van materie, namelijk vaste, vloeibare en gasvormige stoffen, hitte en beweging. Eveneens behoren ertoe de zintuigen en de corresponderende objecten: oog met zichtbare vorm, oor met klank, neus met geur, tong met smaak en lichaam met tastgevoel. Het verstand en de geest met gedachten en ideeën behoren ook ertoe. (b) De groep van gevoelens: de gevoelens ondervonden door het contact van lichamelijke en geestelijke organen met de buitenwereld. (c) De groep van gewaarwordingen: er is herkenning van objecten door de gewaarwording. (d) De groep van geestelijke formaties: hiertoe behoren alle wilsactiviteiten. De wilsactiviteiten brengen moreel resultaat voort. Tot de wilsacties behoren o.a. aandacht, vertrouwen, verlangen, concentratie, energie, afkeer. - In totaal zijn er 52 geestelijke activiteiten. (e) De groep van bewustzijn: bewustzijn is een reactie met als basis een van de zes zintuigen en met het corresponderende uiterlijke verschijnsel als object. Zo heeft bijvoorbeeld visueel bewustzijn het oog als basis en de zichtbare vorm als object.
[10] S.XXXV.90, in: Nyanatiloka (comp., tr. & expl.): The Buddha's Path to Deliverance, in its threefold division and seven stages of purity.  (repr.). Kandy 1982, p. 166-167.
[11] M.22, geciteerd in: Ñânamoli 1974, The Wheel No. 202/204, p.100-101.
[12] M.64; A.IV.124, geciteerd in: Ñânamoli 1974, The Wheel No. 202/204, p.100-101.
[13] A.VII.46, geciteerd in: Ñânamoli 1974, The Wheel No. 202/204, p.100-101.
[14] A.VI.104, geciteerd in: Ñânamoli 1974, The Wheel No. 202/204, p.100-101.
[15] S.XXXV.55, geciteerd in: Ñânamoli 1974, The Wheel No. 202/204, p.100-101.
[16] Ud.IV.1, geciteerd in: Ñânamoli 1974, The Wheel No. 202/204, p.100-101.
[17] M.115, geciteerd in: Ñânamoli 1974, The Wheel No. 202/204, p.100-101.
[18] S.V.10, geciteerd in: Nyânatiloka Mahathera (Comp. & transl.): 'Extracts from the Samyutta-Nikaya Dealing with Egolessness,' The Wheel No. 202/204 (Kandy 1974), p. 37.
[19] S.XXII,96. 
[20] Points of Controversy, p. 61-62.'

Mededogen met al het leven,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 03-01-2012 20:17 door Basho »

Basho

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. dzogchen ponlop rinpoche.
« Reactie #5 Gepost op: 05-01-2012 20:22 »
Nog een ander commentaar op het eerder door mij aangehaalde citaat van Lord Rainbow:

Zie: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,1382.msg10465.html#msg10465

Het denkbeeld dat de mens slaapt terwijl hij zelf in de veronderstelling is dat hij wakker is, is een idee dat in de spiritualiteit al vele eeuwen oud is en wellicht teruggaat tot het begin der tijden. Wie zal het zeggen? In de Christelijke evangeliën staat in ieder geval herhaaldelijk ‘slaapt niet’, ‘ontwaakt’, ‘wees waakzaam’. Ook in het Boeddhisme wordt het waakzaam-zijn benadrukt. Het zogenaamde ‘zelfbewustzijn’, waarvan iedereen van jongs af aan klakkeloos aanneemt dat het duurzaam en onveranderlijk is, blijkt bij nader inzien sterke overeenkomsten te hebben met de toestand van het slapen. Het grote verschil is dat als we in bed liggen te snurken, we passief zijn en dientengevolge niets kunnen doen. Terwijl als we uit de passieve slaap komen, maar feitelijk nog in een soort associatieve half-slaap verkeren, we van allerlei zaken kunnen doen die hun weerslag hebben op onszelf en op anderen. Alleen is het grootste struikelblok om daadwerkelijk te kunnen ontwaken uit die subjectieve half-slaap, we over het algemeen in de stellige en hardnekkige overtuiging leven immers ‘klaarwakker’ te zijn.

Wat wij normaliter ‘klaarwakker’ noemen, betekent echter dat we feitelijk (half)slapen. We kunnen de stroom der gedachten en associaties niet stoppen, de verbeelding gaat onafgebroken door al naar gelang de omstandigheden en het lukt ons niet om onze emoties te beheersen of de aandacht gericht te houden. We leven onafgebroken in de subjectieve wereld van ‘dit vind ik leuk’, ‘dat vind ik niet prettig’, ‘hier houd ik van’ en ‘die of dat haat ik’ en alle verdere verlangens. De werkelijke wereld zoals deze is gaat als het ware schuil achter een gordijn van de persoonlijke verbeelding, een fenomeen wat in het Oosten wordt aangeduid door maya, de sluier der illusie. Het is voor de subjectieve mens erg moeilijk om te ‘ontwaken’. Een van de belangrijkste struikelblokken die ik daarvoor noemde was en is de stellige overtuiging die men heeft dat men allang ‘klaarwakker’ is. Men wil nog wel geloven dat de anderen 'in slaap' leven, maar dat men zelf in deze staat zou verkeren... Een ander struikelblok is dat de mens van nature opgroeit in omstandigheden die hem in slaap sussen, want de hele mensheid verkeert feitelijk in deze (half)slaap, maar denkt ten onrechte dat men ‘klaarwakker’ is. Er is dus in de normale omstandigheden geen enkel referentiekader waaruit zou blijken dat iemand daadwerkelijk ‘wakker’ is.

Eigenlijk is altijd hulp van buitenaf nodig, het is de mens niet zelf gegeven om zelfstandig te ontwaken uit zijn subjectieve associatieslaap, uit zijn machinale leven dat onderling afhankelijk is van alles om hem heen. De mens wordt als het ware bestuurd door de omstandigheden, terwijl hij steevast van mening is dat hij zijn leven zelf bestuurt in vrijheid. Figuren als bijvoorbeeld de Boeddha tonen echter waar de schoen wringt, dat we leven in ‘aannames’, dat we denken dat we een onafscheidelijk, onveranderlijk en volledig ontwaakt wezen zijn. Terwijl de waarheid is dat we totaal verstrikt leven in allerlei veronderstellingen, gedachteassociaties, onze levensomstandigheden en de waan van het substantiële ‘ik’. Terwijl we elk moment veranderlijk zijn, afhankelijk zijn van de wereld om ons heen en derhalve niet over een duurzaam ‘ik’ beschikken. We slapen terwijl we waken en denken wakker te zijn. We zien de dingen niet zoals ze werkelijk zijn, we associëren er stevig op los hoe de dingen volgens ons zouden zijn of zouden moeten zijn. Met als gevolg dat we lijden, omdat er altijd ergens een vonk in ons is die roept in de woestijn: ‘ontwaak’ uit deze (half)slaap. Maar of we daarnaar luisteren? Dat is zeer de vraag…

Wijsheid toegewenst,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 05-01-2012 20:59 door Basho »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Rebel Boeddha. dzogchen ponlop rinpoche.
« Reactie #6 Gepost op: 05-01-2012 21:57 »
Als een 'figuur 'als de Boeddha, die voorheen mens was, uit zijn slaap is wakker geworden, en als mens zoals je beschrijft  door de omstandigheden voorheen bestuurd werd door de omstandigheden, en zoals je beschrijft altijd hulp van buitenaf nodig heeft, wie of wat heeft Hem dan doen ontwaken??????
Wie of wat heeft Hem dan wakker gemaakt uit zijn slaap waarin hij illusionair leefde in vrijheid.???
Welke biljartbal heeft Hem als biljartbal aangestoten en daarmee bepaald hoe hij ineens, in zijn geval als de Boeddha, door de energie van de andere biljartbal over het levenslaken ging rollen???

Met wat voor oor zouden we ineens gaan luisteren als dat oor voorheen niet luisterde? Wat is het in de mens dat hij of zij ineens wel luistert terwijl hij of zij daarvoor nooit luisterde en luisteren kon omdat hij of zij voortdurend 'sliep' in een droom van werkelijkheid???
Is slapen niet alleen maar een uitdrukking van 'onbewust' zijn?

Kan een filosofie die werkelijk vele eeuwen lang, tot op de dag van vandaag niet wakker wordt, en niet wakker wil worden met betrekking tot de wereld van de natuurfenomenen ( zoals we dat kennen in de natuurwetenschappen van het westen) de weg zijn om werkelijk wakker te worden???
Slaapt ze zelf dan al niet voortdurend voor de helft van de realiteit van het tijdelijke bestaan op aarde?

Wat heeft de mens gewonnen als deze door een kracht van buitenaf moet worden wakker gemaakt?
En wat wordt er eigenlijk wakker gemaakt?
Iets wat voorheen niet inherent in de mens aanwezig was, of iets wat voorheen wel inherent in de mens aanwezig was?
Wat valt er wakker te maken als er niet voortdurend iets in de mens is wat wakker gemaakt kan worden?

Is het niet juist expliciet het lijden, dat zo miskende en zo onderschatte lijden,  dat de mens wakker maakt?
Juist dat lijden waar we volgens het Boeddhisme aan moeten proberen te ontkomen?

Is het dan zo dat als we met alle macht proberen te ontkomen aan het lijden dat we juist daarmee zouden aangeven dat we niet wakker willen worden?



 
« Laatst bewerkt op: 05-01-2012 22:02 door chan »
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Basho

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. dzogchen ponlop rinpoche.
« Reactie #7 Gepost op: 05-01-2012 22:18 »
Uw vragen bevatten eigenlijk zelf de antwoorden al. De Boeddha heeft zeer zeker enige "hulp van buitenaf" gekregen, heeft diverse leraren gehad die hem leerden mediteren. Uiteraard is hij zelf uiteindelijk de weg gegaan, en heeft hij met vallen en opstaan het ontwaken “bereikt”, dat wat we Verlichting noemen. Leraren kunnen “van buitenaf” slechts aanwijzingen geven, maar niet echt “helpen”. Ze kunnen het uiteindelijke niet voor u realiseren, dat moet u zelf doen. Iedereen die het serieus probeert, kan door middel van de vingerwijzende “hulp”, de aanwijzingen, het uiteindelijke realiseren. Dat heeft niets met een “kracht” te maken, of u zou het lijden een drijvende kracht willen noemen, want het lijden kan een drijfveer zijn om iets aan de individuele situatie te gaan doen. Het kan de drijfveer zijn van de zoektocht naar waarheid. Uiteindelijk kan het lijden tot bloei komen en kunnen de mooiste bloemen ontstaan. Dat is het mysterie. Maar er is geen enkele garantie, dat is het paradoxale aan de hele kwestie. Maar als men niets probeert, niet tracht om inzicht of doorzicht te krijgen in de situatie, in de eigen neigingen, belemmeringen en dergelijke, dan zal er niets “gebeuren”. Het zaadje kan een enorme boom worden, maar als het zaadje zichzelf als het ware inkapselt, gebeurt er… niets.

Hopelijk is de uitleg enigszins begrijpelijk,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 05-01-2012 22:21 door Basho »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Rebel Boeddha. dzogchen ponlop rinpoche.
« Reactie #8 Gepost op: 05-01-2012 22:20 »
Van Lord Rainbow:

Zo is de gedachte die je nu denkt in je beleving
veel duidelijker aanwezig dan het gewaarzijn
van die gedachte.
Als je boos bent, let je meer op wat je boosheid opriep dan op de
werkelijke bron ervan,op datgene waar je boosheid uit voortkomt.
Met andere woorden: je merkt op wat je geest doet,
maar de geest zelf zie je niet.
Je identificeert je met de inhoud van de
drukke geest-gedachten,emoties,ideeen-en uiteindelijk
denk je dat je al die dingen bent: 'Dit ben ik. Zo ben ik.'


De gedachte die je nu denkt is veel duidelijker aanwezig omdat je in het denken met je aandacht bij die gedachte bent.
Zo ben je meer met je denken in het boos zijn als je met je aandacht van het denken bij je boos zijn bent.
Zo ben je meer met je denken bij dat wat de bron is van je boosheid als je met de aandacht van het denken bij de bron van je boosheid bent.
In alle gevallen merk je met het bewustzijnde denken de werkzaamheid van de geest op.
Zo kun je met de aandacht van je denkende bewustzijn, als je objectief denkt en bewust bent, waarnemen dat je sympathie en je antipathie niet zit in het bewustzijn en het denken zelf maar in de rol die je  de sympathie en antipathie laat spelen in het denken.
Zo kun je er meer sympathie voor hebben om je aandachtig denken te richten op de boosheid dan op de brom van de boosheid omdat je onbewust er niet aan wilt dat je zelf de bron van die boosheid bent.

De geest zelf kun je niet zien, alleen maar de werkzaamheid van de Geest die je ervaart in de aandacht, het denken en het bewustzijn.
Niemand identificeert zich met de werkzaamheid van de objectieve Geest, de objectieve aandacht, en het objectieve denken.
Mensen identificeren zich alleen maar met de reslutlaten van het subjectieve denken, met dat wat in het denken vanuit sympathie en antipathie als ego tevoorschijn komt.
Zoals IK ben een Geleerde Ayatollah (vertaald; teken van God), IK ben een Roomse Bisschop, IK ben een verlichte Boeddhist.
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

lord rainbow

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. dzogchen ponlop rinpoche.
« Reactie #9 Gepost op: 05-01-2012 22:26 »
Ja,

of: ' Ik ben heel zielig'

of: 'Ik kan niks'

of: ' Ik ben nu eenmaal zo'

of: 'Ik weet het beter'
« Laatst bewerkt op: 06-01-2012 00:43 door lord rainbow »

Basho

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. dzogchen ponlop rinpoche.
« Reactie #10 Gepost op: 05-01-2012 22:45 »
U kunt de werking van uw geest in zekere zin observeren, er een niet-oordelende getuige van zijn. Dat klinkt enigszins kunstmatig, ik weet het. Hierin dien je volgens het Boeddhisme je de rol aan te meten van de onderzoeker, niet van de rechter. Ik herinner er aan dat dit een vorm van beoefening is, dus… Als men via een niet-oordelende getuige de werkingen van de geest observeert, bent u niet langer betrokken bij de emoties, gevoelens en toestanden. Weer herinner ik u eraan dat dit een oefening in meditatie is. Als men boos is, overweldigd door woede, is men zichzelf niet bewust dat men kwaad is. Men is letterlijk overweldigd door de eigen woede, en het lichaam maakt zich gereed voor vechten of vluchten.

Wanneer echter het licht van bewustzijn en gewaarzijn aanwezig zijn, ziet men als het ware de woede en wordt men beschaamd, schrikt men van zichzelf en zal de woede snel zakken. Over het algemeen lukt dit niet zo gemakkelijk, omdat we gewend zijn aan onze zelfrechtvaardigingen, het rechtvaardigen van onze boosheid en het veroordelen van van alles en nog wat. Als men veroordeelt, observeert men de desbetreffende emotie niet meer en valt er niets te leren. Wanneer we boos zijn geweest, herinneren we onszelf meestal pas achteraf en niet tijdens de woede-uitbarsting.

Dus is het de kunst om de woede te observeren als ze opkomt, en in hevigheid toeneemt. Kijk gewoon onbevooroordeeld naar die woede, en probeer er geen “ik” in te projecteren in de vorm van: “ik ben kwaad”. Een niet-veroordelende en onderzoekende geesteshouding kan in deze zijn vruchten afwerpen. Ik herhaal dat het een beoefening is, waarbij kritiek of veroordeling achterwege dienen te worden gelaten. Dan loopt men de kans om zich volledig gewaar te worden van de woede, en er inzicht in te verkrijgen. Maar over het algemeen willen mensen helemaal niet kijken naar hun minder aangename kanten. Toch zal men hiermee bewust en gewaar mee in het reine moeten komen, het onbevooroordeeld tegemoet moeten treden. Anders zal het u altijd blijven bewolken en zult u niets leren.

Mededogen toegewenst,

Basho :)

lord rainbow

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. dzogchen ponlop rinpoche.
« Reactie #11 Gepost op: 27-01-2013 16:21 »
Nog een ander commentaar op het eerder door mij aangehaalde citaat van Lord Rainbow:

Zie: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,1382.msg10465.html#msg10465

...is dit niet hetzelfde...?

ik bedoel: het staat er toch al ?
« Laatst bewerkt op: 27-01-2013 16:38 door lord rainbow »

Basho

  • Gast
Re:Rebel Boeddha. Dzogchen Ponlop rinpoche.
« Reactie #12 Gepost op: 27-01-2013 18:20 »
Het staat er inderdaad al, maar ik gebruikte de link naar hetzelfde citaat om te voorkomen dat ik opnieuw het hele citaat als lap tekst zou moeten gaan plaatsen. :P

Met vriendelijke groet,

Basho :)