Auteur Topic: Soka Gakkai - voorheen ook Nichiren shoshu - boeddhisme.  (gelezen 9816 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

lord rainbow

  • Gast
Wat is de SGI, de Soka Gakkai Internationaal?

De Soka Gakkai Internationaal (SGI) is een internationale organisatie die het als haar hoofddoel en levenstaak ziet een bijdrage te leveren aan vrede, cultuur en onderwijs op basis van de filosofie en idealen van het boeddhisme van Nichiren Daishonin. De SGI bestaat uit 80 vertegenwoordigende organisaties met leden verspreid over 190 landen en gebieden.

Ten behoeve van haar leden en van de samenleving als geheel organiseert de SGI activiteiten waarin de ontwikkeling van de positieve kwaliteiten in de mens, die nodig zijn voor individueel geluk, wereldvrede en voorspoed, centraal staat. De omvang en aandachtspunten van deze doelstellingen zijn ontleend aan de filosofie en de beoefening van het Nichiren Boeddhisme.

Gebaseerd op Nichirens filosofie die uitgaat van het leven zelf, zijn de leden van de SGI allen diep betrokken bij vrede, cultuur en onderwijs. Hoewel de omvang en aard van de activiteiten per land verschillen naargelang de culturele eigenheid van de betreffende samenleving, komen deze activiteiten voort uit het gedeelde besef dat individueel geluk, vrede en voorspoed in de respectieve maatschappelijke groeperingen onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn.

De SGI put haar inspiratie uit het boeddhisme van Nichiren (1222-1282), dat de hoogste nadruk legt op de onschendbaarheid van het leven. Met hun beoefening streven de leden ernaar om vertrouwen te hebben in het leven, onder alle omstandigheden waarde te creëren en bij te dragen aan het welzijn van vrienden, familieleden en hun omgeving. Deze transformatie van het individu wordt ook wel het proces van ‘menselijke revolutie’ genoemd. Volgens de leerstellingen van Nichiren bezitten alle mensen, ongeacht hun maatschappelijke of persoonlijke omstandigheden, het vermogen om een waardevol en creatief leven te ontwikkelen - om een verlichte levenstaat te bereiken. Verder leert het boeddhisme dat blijvende vrede uiteindelijk alleen kan worden bereikt door de innerlijke impulsen van haat en geweld, die wij allen in ons hebben - het boeddhisme noemt dit de ‘fundamentele duisternis van het leven’ - te weerstaan en te overwinnen. Dit dynamische proces van zelfverbetering, van angst naar vertrouwen, van vernietiging naar creativiteit, van haat naar medeleven, en het positieve effect daarvan op de maatschappij, vormt de kern van de visie van de SGI op een vreedzame wereld.
Deze waarden komen tot uiting in het Handvest van de SGI dat kerngedachten belichaamt als het ideaal van wereldburgerschap, de geest van verdraagzaamheid en het veilig stellen van de fundamentele mensenrechten.
 
Omdat de gemeenschap van Soka Gakkai-leden een steeds internationaler karakter kreeg, werd op 26 januari 1975 op het eiland Guam de Soka Gakkai International (SGI) opgericht. In de daarop volgende jaren breidde de SGI zich in verschillende landen uit en in alle windstreken ontwikkelden zich landelijke organisaties. Deze organisaties hebben hun eigen activiteiten opgezet in overeenstemming met de culturele eigenheid van hun respectieve samenlevingen en vormen nu met elkaar de internationale gemeenschap van de SGI.

Geschiedenis
 
 
De Soka Gakkai werd in 1930 opgericht door een aantal onderwijzers onder de naam Soka Kyoiku Gakkai (Genootschap voor Waardecreërende Opvoeding en Onderwijs). De oprichter van deze groep,






Tsunesaburo Makiguchi (1871-1944), was een onderwijzer en schrijver die zich hartstochtelijk toewijdde aan de hervorming van het Japanse onderwijssysteem. Hij vond het belangrijk dat mensen kritisch en onafhankelijk leerden te denken en zocht naar het soort onderwijs waarbij het individu zich geheel en al zou kunnen ontplooien.
Het zwaartepunt in de filosofie van Tsunesaburo Makiguchi ligt in zijn theorie van waarde: de idee dat het creëren van waarde een unieke, menselijke activiteit is en in feite eigen is aan de mens.
Zijn niet-aflatende zoektocht naar de zin van het leven bracht hem uiteindelijk in contact met de leerstellingen van Nichiren Daishonin. Tijdens het bestuderen van deze filosofie kwam hij tot de conclusie dat deze leer mogelijk de geestelijke basis zou kunnen zijn voor het waardecreërend onderwijs dat hem altijd voor ogen had gestaan.
Makiguchi stierf op 18 november 1944 op 73-jarige leeftijd.

In 1928 begon Tsunesaburo Makiguchi dit boeddhisme te beoefenen samen met de jonge onderwijzer Josei Toda (1900-1958). Deze had hij rond 1920 voor het eerst ontmoet en samen richtten zij de Soka Kyoiku Gakkai op. Aanvankelijk werden de leden voornamelijk onder collega’s geworven en men concentreerde zich op raakvlakken tussen boeddhistische beginselen en Tsunesaburo Makiguchi’s theorie van het creëren van waarde.
Japan stevende op dat moment regelrecht af op oorlog en vernietiging, een koers die volkomen indruiste tegen het boeddhistische respect voor het leven. Met het voortduren van de Tweede Wereldoorlog en de steeds kleiner wordende kans op een mogelijke overwinning, verdubbelde de militaristische regering haar inspanningen om elke afwijkende mening in de kiem te smoren. Makiguchi en Toda werden steeds meer onder druk gezet om hun overtuiging te herroepen en de oorlog te steunen. Hun aanhoudende verzet leidde in 1943 tot hun arrestatie en gevangenneming als ‘gedachtemisdadigers’ samen met andere leiders van de Soka Kyoiku Gakkai.
Makiguchi heeft in de gevangenis mishandeling en ontberingen moeten ondergaan, omdat hij zijn overtuiging onder geen enkele voorwaarde wenste op te geven. Hij stierf op 73-jarige leeftijd in de gevangenis van Tokio.
Josei Toda overleefde de beproeving van de gevangenis en werd op 3 juli 1945 vrijgelaten, slechts enkele weken voor de overgave van Japan. De Soka Kyoiku Gakkai was grotendeels uiteengevallen door de onderdrukking die de leden tijdens de oorlog hadden ondervonden. Ondanks zijn verslechterde gezondheid nam Toda onmiddellijk de taak op zich om de organisatie weer op te bouwen.
Deze kreeg de nieuwe naam Soka Gakkai (Organisatie voor het Creëren van Waarde). Deze naam paste beter bij Toda’s beslissing om de levenstaak van de organisatie niet te beperken tot het gebied van onderwijs, maar uit te breiden naar de verbetering van de samenleving als geheel. Onder Toda’s leiding nam de Soka Gakkai snel in omvang toe tot meer dan 750.000 huishoudens op het moment van zijn overlijden in 1958.





Ikeda met Toda(rechts)



Zijn taak werd overgenomen door Daisaku Ikeda die op 3 mei 1960 benoemd werd tot derde president van de Soka Gakkai. Ikeda leerde Josei Toda kennen toen hij 19 jaar oud was en onder diens begeleiding beoefende hij het boeddhisme.
 
Daisaku Ikeda heeft zich ononderbroken ingezet om de ideeën ten aanzien van vrede, cultuur en onderwijs, waar Toda hem deelgenoot van maakte, in praktijk te brengen.
Op 8 september 1957 legde Toda de verklaring af dat het gebruik van kernwapens onder welke omstandigheden dan ook een misdaad is. Hij riep de jeugd van de wereld op om zich in te zetten voor de afschaffing van deze massavernietigingswapens.
Daisaku Ikeda is deze uitdaging aangegaan en spant zich onvermoeibaar in om de voorwaarden voor een vreedzame wereld te scheppen.
Hij heeft gesprekken gevoerd met academici en intellectuelen uit heel de wereld, te beginnen met de Engelse historicus dr. Arnold Toynbee, met beleidsmakers en politieke leiders als Zhou Enlai, Corazon Aquino, Michail Gorbatsjov en Nelson Mandela. In al zijn geschriften en toespraken spreekt hij over vredeskwesties. Zo biedt hij de Verenigde Naties jaarlijks een vredesvoorstel aan op de Dag van de SGI (26 januari) waarin hij onderwerpen als wereldburgerschap aansnijdt en oproept tot een gezamenlijke inspanning voor een wereld zonder oorlog.
De inspanningen van president Ikeda om Josei Toda’s droom van een vreedzame wereld te verwezenlijken, zijn verder de aanzet geweest tot vergaande initiatieven van de SGI als niet-gouvernementele organisatie (ngo), aangesloten bij de VN. Centraal hierin stonden algemene informatieve programma’s die tot doel hadden door middel van tentoonstellingen, symposia en andere forums de mensen meer bewust te maken van zaken als oorlog en vrede en de haalbaarheid van vreedzame alternatieven.

De SGI ondersteunt verschillende aan de VN gerelateerde activiteiten en staat sedert 1983 ingeschreven als een ngo van de Economische en Sociale Raad (ECOSOC). De Soka Gakkai van Japan is sinds 1981 ngo van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) en neemt als ngo deel aan het VN Ontwikkelingsprogramma (UNDP).

Daisaku Ikeda heeft een aantal instituten opgericht die zich wijden aan vrede en interculturele dialoog, alsook wereldwijde culturele uitwisseling. Zijn grote verdienste op het gebied van onderwijs is het oprichten van het Soka-schoolsysteem dat reikt van kinderopvang tot aan postdoctoraal niveau.
 
Vrede,cultuur en onderwijs

Vrede

De SGI legt de grootste nadruk op de waardigheid van het leven en de daaruit voortvloeiende vrede. De vrede waar SGI-leden hun activiteiten aan wijden is echter niet louter de afwezigheid van gewapend conflict, maar eerder een dynamisch, interactief proces dat de diepgewortelde neiging van de mensheid tot zelfvernietiging transformeert in een creatieve en positieve levenshouding.
Zodoende is het een conditie waarin de waardigheid van het leven en de fundamentele rechten van alle mensen gerespecteerd en volledig gewaarborgd worden.
De activiteiten van de SGI weerspiegelen daarom in al hun verscheidenheid de maatschappelijke betrokkenheid die noodzakelijk is om tot een oplossing te komen voor ongelijkwaardigheid en conflict.
Cultuur
Een manier om mensen te helpen waardering te voelen voor hun eigen leven en dat van anderen is hen bewust te maken van hun creativiteit, het kenmerk van onze menselijkheid.
Cultuur is in staat om een brug te slaan tussen mensen in de hele wereld, doordat het leven erdoor verrijkt en geïnspireerd wordt. Culturele uitwisseling vergroot het wederzijdse begrip en respect tussen de verschillende volkeren en bevordert vreedzame coëxistentie en onderlinge waardering.
Hiertoe volgt de SGI een tweeledige strategie: het aanmoedigen van ieder individu om zijn of haar eigen creativiteit te ontdekken; en het scheppen van voorwaarden waardoor alle culturen van elkaars meesterwerken kunnen genieten, door het promoten van concerten en tentoonstellingen die de rijke culturele schatten toegankelijk maken voor iedereen.
Onderwijs
Betrokkenheid bij het onderwijs blijft een van de vaste kenmerken van de organisatie die in 1930 door Tsunesaburo Makiguchi werd opgericht als de Soka Kyoiku Gakkai, voorloper van de SGI. Volgens Makiguchi heeft het onderwijs ten doel het unieke, creatieve vermogen in ieder mens te ontwikkelen. Alleen door studie kunnen de wonden uit het verleden helen en een op de toekomst gerichte samenleving worden opgebouwd. Het is een wapen tegen fanatisme en andere vormen van bekrompenheid en moedigt aan tot een universeel gevoel van menselijkheid - beide van oudsher boeddhistische doelstellingen.
De SGI is onderwijs blijven beschouwen als een levenslang streven naar zelfbewustzijn en ontwikkeling. Onderwijs zet aan tot kritisch nadenken, het maken van welbewuste keuzes en het waarderen van het leven in al zijn verscheidenheid. Met haar sterke nadruk op de ontwikkeling van de gehele mens zet de SGI zich in om educatieve mogelijkheden te scheppen voor burgers van alle leeftijden en achtergronden door middel van discussieforums, seminars, tentoonstellingen en interculturele uitwisselingen.
 
 
Het handvest van de SGI

Inleiding

Wij, de vertegenwoordigende organisaties en leden van de Soka Gakkai Internationaal (SGI) onderschrijven het basisdoel en de levenstaak van de SGI om op basis van de filosofie en idealen van het boeddhisme van Nichiren Daishonin een bijdrage te leveren aan vrede, cultuur en onderwijs.

Wij onderkennen:

- dat de mensheid nooit eerder in de geschiedenis in zo sterke mate getuige is geweest van de uitersten van oorlog en vrede, discriminatie en gelijkheid, armoede en overvloed als in de 20e eeuw;

- dat de ontwikkeling van een in toenemende mate geperfectioneerde militaire technologie, zoals die van kernwapens, de overleving van de menselijke soort zelf bedreigt;

- dat het bestaan van gewelddadige etnische en religieuze discriminatie een eindeloze opeenvolging van conflicten veroorzaakt;

- dat het egoïsme en de ongebreidelde hebzucht van de mensheid wereldwijd problemen veroorzaken, zoals de aantasting van het milieu en het ontstaan van een grotere economische kloof tussen ontwikkelde en onderontwikkelde gebieden, met ernstige gevolgen voor de gezamenlijke toekomst van de mensheid.
Wij geloven dat het Nichiren Boeddhisme, een humanistische filosofie met een oneindig diep respect voor het leven en een allesomvattend medeleven, mensen in staat stelt hun inherente wijsheid te ontwikkelen; dat het de creativiteit van de menselijke geest voedt, zodat zij de problemen en crises waarmee de mensheid op dit moment geconfronteerd wordt, te boven kunnen komen en een vreedzame en welvarende samenleving kunnen creëren.
Wij, de vertegenwoordigende organisaties en leden van de SGI, zijn daarom vastbesloten de banier van wereldburgerschap, tolerantie en respect voor de mensenrechten, gebaseerd op de humanistische geest van het boeddhisme, hoog te houden en wij gaan de uitdaging aan om de wereldwijde vraagstukken waar de mensheid mee geconfronteerd wordt, op te lossen door middel van dialoog en praktische inspanningen, vanuit een standvastige toewijding aan geweldloosheid.
Hierbij nemen wij dit handvest aan en onderschrijven de volgende doelstellingen en beginselen:

Doelstellingen en beginselen

1. De SGI zal bijdragen aan vrede, cultuur en onderwijs voor het geluk en welzijn van de gehele mensheid, met als uitgangspunt het boeddhistische respect voor het leven.

2. De SGI zal, op basis van het ideaal van wereldburgerschap, de fundamentele mensenrechten beschermen en geen enkel persoon, om welke reden dan ook, discrimineren.

3. De SGI zal de vrijheid van religie en religieuze uitingsvormen respecteren en beschermen.

4. De SGI zal het begrip van het Nichiren Boeddhisme bevorderen door middel van interactie tussen gewone mensen, en zo bijdragen aan hun individuele geluk.

5. De SGI zal haar leden door middel van haar organisaties aanmoedigen om als waardevolle burgers bij te dragen aan het welzijn van hun respectieve sociale omgeving.

6. De SGI zal de onafhankelijkheid en zelfstandigheid van haar vertegenwoordigende organisaties in acht nemen en rekening houden met de omstandigheden in ieder afzonderlijk land.

7. De SGI zal, op basis van de boeddhistische geest van verdraagzaamheid, mensen die andere religies aanhangen respecteren, de dialoog met hen aangaan en met hen samenwerken om zaken van fundamenteel menselijk belang op te lossen.

8. De SGI zal culture verschillen respecteren en het uitwisselen van cultuurgoed bevorderen om zo een internationale gemeenschap van wederzijds begrip en harmonie tot stand te brengen.

9. De SGI zal zich inzetten voor de bescherming van de natuur en het milieu, uitgaande van het boeddhistische ideaal van symbiose.

10. De SGI zal bijdragen aan de bevordering van onderwijs, strevend naar waarheid en de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis, om alle mensen in staat te stellen hun individuele karakter te ontplooien en te genieten van een bevredigend en gelukkig leven.
 
 
 
Filosofische basis van de SGI
 
De filosofische grondslag van de SGI wordt uitgedrukt in een enkele zin uit deel 1 van De menselijke revolutie, een roman die de geschiedenis van de Soka Gakkai verhaalt. Deze luidt: “Een grote revolutie in het karakter van een enkel persoon zal een verandering teweeg helpen brengen in het lot van een land, en zelfs een verandering in het lot van de gehele mensheid.”
Het doel van dit proces van innerlijke hervorming gaat uit van de stelling dat iedere menselijke handeling een invloed heeft die niet beperkt blijft tot de onmiddellijke omgeving, maar tot in het grotere geheel van het leven doorwerkt.

Deze filosofische benadering vindt zijn oorsprong in de leerstellingen van boeddha Shakyamuni die ca. 2500 jaar geleden geleefd heeft. Tijdens zijn jeugd stond hij bekend als prins Gautama Siddhartha en hij distantieerde zich, naar men zegt, op 19-jarige leeftijd van de levenswijze die hem afschermde van het menselijk lijden buiten zijn ommuurde bestaan. In zijn zoektocht naar het antwoord op het onontkoombare lijden van het menselijk bestaan en naar het middel om dit lijden te kunnen overwinnen, reisde hij het hele land door. Tijdens zijn reizen voerde hij gesprekken met zowel tegenstanders als bewonderaars en gaf lezingen om zo zijn verworven inzichten in het hoe en waarom van het menselijk bestaan uit te dragen.
Gedurende de vijftig jaar na zijn verlichting op dertigjarige leeftijd, onthulde hij zijn leerlingen de essentie van zijn eigen verlichting. In de Lotus Soetra, algemeen beschouwd als zijn uiteindelijke en hoogste leer, onthulde hij dat ieder mens een aangeboren en universele waarheid bezit, de boeddhanatuur, die aan de basis ligt van en inherent is aan alle vormen van bestaan. De Lotus Soetra is een leer die benadrukt, dat de dagelijkse realiteit van het leven de aanzet en mogelijkheid tot zelfverbetering biedt, en daarom juist aanmoedigt om meer betrokken te zijn bij anderen en de samenleving als geheel.

De Lotus Soetra steekt ook boven de andere leerstellingen van Shakyamuni uit door de verklaring dat het bereiken van verlichting voor alle mensen mogelijk is, zonder onderscheid te maken naar ras, geslacht, maatschappelijke status of opleiding. Het is daarom een democratische en humanistische leer die zich krachtig voor het leven uitspreekt.
Na het overlijden van Shakyamuni verspreidden zich verschillende boeddhistische scholen over heel Azië. Omdat hij vijftig jaar lang op verschillende manieren zijn verlichting had uitgelegd al naargelang het bevattingsvermogen van de mensen en hun omstandigheden, ontstonden er vele scholen, elk met een eigen interpretatie van de leer. De Lotus Soetra, die zich van Centraal-Azië naar China, het Koreaanse schiereiland en Japan verspreidde, onderscheidde zich van alle andere leerstellingen.
Halverwege de zesde eeuw bereikte het boeddhisme Japan. Het werd in hoge mate beschermd door de overheid, maar de onbegrijpelijke leer en de naleving van ingewikkelde kloosterregels sprak de gewone man niet echt aan. Toen in de dertiende eeuw de klasse van krijgsheren opkwam en de aristocratie - de belangrijkste beschermer van de traditionele boeddhistische scholen - in verval raakte, ontstonden er nieuwe, toegankelijke vormen van boeddhisme.
Nichiren verklaarde, verwijzend naar de Lotus Soetra van Shakyamuni, dat Nam-myoho-renge-kyo de hoogste waarheid vertegenwoordigt. De kern van Nichirens leer, Nam-myoho-renge-kyo, wordt belichaamd in de gohonzon, wat letterlijk ‘voorwerp van toewijding’ betekent. De gohonzon vertegenwoordigt niet iets wat buiten onszelf staat of van ons leven gescheiden is. Wat Nichiren tot een revolutionair persoon maakt, is het feit dat mensen voor de allereerste keer in staat werden gesteld de hoogste boeddhistische leer te beoefenen. Hij heeft hiermee een methode verschaft waarbij een levensstaat van absoluut geluk kan worden opgebouwd die niet beïnvloed wordt door veranderende omstandigheden van buitenaf.
Nichiren leefde van 1222 tot 1282 in een roerige tijd die gekenmerkt werd door sociale onrust en natuurrampen. Als zoon van een visser werd hij priesterstudent en na een periode van diepgaande studie realiseerde hij zich dat de Lotus Soetra het hart van de boeddhistische leerstellingen vormt. Daarop wijdde hij zijn leven aan het verspreiden van zijn inzichten, ondanks het feit dat hij talloze vervolgingen moest ondergaan wegens het verkondigen van een zogenaamd ondermijnende leer.
Het boeddhisme van Nichiren gaat ervan uit dat alle mensen het vermogen in zich hebben om op eigen kracht verlichting te bereiken. Volgens zijn leer is het universum onderworpen aan een enkel beginsel of wet. Door deze wet te begrijpen kunnen mensen hun nog verborgen talenten ontwikkelen en zo in harmonie komen met hun omgeving.

De filosofie van het Nichiren Boeddhisme is bijzonder, omdat het een voertuig is om de individuele capaciteit te vergroten, wat zeggen wil dat iedereen de kracht bezit om het onvermijdelijke lijden in het leven te boven te komen en de omgeving, de maatschappij en de gehele wereld positief te beïnvloeden. De reikwijdte ervan is revolutionair, omdat men wijsheid en begrip kan ontwikkelen en kan leren handelen vanuit het diepe besef dat het eigen geluk onverbrekelijk verbonden is met het geluk van anderen. De grootste persoonlijke bevrediging en vervulling die men in het leven kan vinden, ligt in het werken voor het geluk van anderen.   
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 17:58 door DirkJan »

lord rainbow

  • Gast
Re:Soka Gakkai,voorheen ook Nicherin,boeddhisme
« Reactie #1 Gepost op: 11-01-2012 13:20 »
Shakyamuni is de historische grondlegger van het boeddhisme en leefde ongeveer 2500 jaar geleden in Noord-India. Shakyamuni, ook wel Siddhartha Gautama genoemd, was een prins van de Shakya-stam. Op jonge leeftijd werd hij diep geraakt door wat hij beschouwde als de vier onontkoombare vormen van lijden van het menselijk leven: geboorte, ziekte, ouderdom en dood. Hij gaf zijn leven van koninklijke luxe op en begon zijn ontdekkingstocht naar de grondoorzaak en oplossing van het menselijk lijden.
Een aantal jaren legde hij zich toe op de enorm strenge regels en leerstellingen van de verschillende religieuze sekten van zijn tijd. Zodra hij ze echter meester was, verwierp hij ze, omdat ze niet het antwoord gaven waarnaar hij zocht. In het besef dat hij de oplossing helemaal alleen moest vinden, verzonk hij in diepe meditatie, zittend onder een vijgenboom bij de stad Gaya, en het resultaat was dat hij verlicht werd tot de ware aard van het leven.
Daarna onderwees hij zijn verlichting aan anderen op twee fundamentele manieren. De eerste veertig jaar onderwees hij wat hij was gaan begrijpen aan de hand van vertellingen en gelijkenissen, en stemde deze af op het bevattingsvermogen van zijn toehoorders. Maar in de laatste acht jaar van zijn leven onderwees hij zijn verlichting direct in wat hij zijn hoogste leer noemde: de Lotus Soetra. In deze soetra verklaart Shakyamuni dat al zijn leerstellingen die vóór de Lotus Soetra komen, genegeerd en alleen gezien moeten worden ter voorbereiding en dat alleen de Lotus Soetra nagevolgd moet worden. Hoewel Shakyamuni in de Lotus Soetra de ervaring van zijn verlichting en het bestaan van de Wet van het leven beschreef, gaf hij er geen precieze beschrijving van. Hij legde ook niet uit hoe verlichting te bereiken is, maar wel dat ieder mens in aanleg de boeddhanatuur bezit.
Shakyamuni bleef tot het einde van zijn leven prediken. “Verval ligt besloten in alles wat samengesteld is. Werk uw redding nauwgezet uit”, waren, naar men zegt, de woorden die hij uitsprak voor hij op tachtigjarige leeftijd zijn laatste adem uitblies.
 
 
De Lotus Soetra
 
In het jaar na Shakyamuni’s dood kwamen zijn leerlingen bijeen in de Eerste Boeddhistische Vergadering om zijn vele leerstellingen voor het nageslacht te verzamelen. Ongeveer een eeuw na zijn dood ontstond er een schisma in het boeddhisme, zodat er twee hoofdstromingen ontstonden: het Theravada-boeddhisme (dat later Hinayana werd genoemd door de Mahayana-boeddhisten) en het Mahayana-boeddhisme. Theravada-boeddhisten hielden zich strikt aan de leerstellingen en de kloosterregels zoals Shakyamuni die oorspronkelijk had opgesteld en zij legden nadruk op zijn vroegere leerstellingen. De meer vrijzinnige Mahayana-school legde Shakyamuni’s soetra’s vrijer uit en benadrukte zijn latere leerstellingen en het belang van de verspreiding van het boeddhisme in de maatschappij door leken. Deze splitsing werd ook geografisch zichtbaar. Het Theravada-boeddhisme verspreidde zich hoofdzakelijk zuidwaarts over Sri Lanka, Birma, Thailand, Cambodja, Laos en andere delen van Zuid-Azië. Het Mahayana-boeddhisme verspreidde zich naar het noorden door Centraal-Azië, China en Korea en bereikte in de 6e eeuw Japan.
De Lotus Soetra is een Mahayana-soetra die het ware aspect van alle verschijnselen en Shakyamuni’s ware identiteit als de Boeddha die ontelbare jaren geleden verlichting bereikte, onthult. Het is een van de meeste verbreide boeddhistische geschriften waarin wordt verkondigd dat alle mensen boeddhaschap kunnen bereiken. Er bestaan drie Chinese vertalingen van de oorspronkelijk Sanskriet tekst.
De Japanse titel van Kumarajiva’s alomgeprezen vertaling luidt Myoho-renge-kyo (Soetra van de Mystieke Wet van de lotus). In China en Japan verwijst de naam Lotus Soetra gewoonlijk naar deze vertaling van Kumarajiva.
De Indiase geleerde Nagarjuna (ca. 150-250) haalde de Lotus Soetra aan in zijn ‘Verhandeling over de grote vervolmaking van wijsheid’, en zijn landgenoot Vasubandhu (4e of 5e eeuw) schreef er een commentaar op. In China werd Kumarajiva’s ‘Soetra van de Mystieke Wet van de lotus’ alom geprezen en gelezen. T’ien-t’ai (538-597) classificeerde het enorme aantal soetra’s in de zogenaamde vijf perioden en acht leerstellingen, die de Lotus Soetra boven alle andere soetra’s stellen. Zijn drie hoofdwerken, die de theoretische basis vormden voor de naar hem vernoemde T’ien-t’ai School, zijn alle drie gebaseerd op de Lotus Soetra. In Japan wees prins Shotoku (574-622) de Lotus Soetra aan als een van de drie leerstellingen die het land konden beschermen. In de Heian-periode (794-1185) vestigde Dengyo de T’ien-t’ai School in Japan en deze werd een van de belangrijkste boeddhistische richtingen (de Tendai School).
Grote geleerden als Nagarjuna in India, T’ien-t’ai in China en Dengyo in Japan hebben de ontwikkeling van het Mahayana-gedachtegoed in belangrijke mate gestimuleerd. Naarmate het boeddhisme zich echter in Azië verspreidde en ontwikkelde, versplinterde het steeds verder onder invloed van de verschillende culturen in de landen waar het wortel schoot. 
Tijdens de Kamakura-periode in Japan (1185-1333) had het aantal boeddhistische scholen zich enorm uitgebreid. Tegelijkertijd was het boeddhisme het ‘Laatste Tijdperk van de Wet’ ingegaan, de laatste van de drie perioden na de dood van de Boeddha waarin het boeddhisme in verwarring raakt en het mensen niet langer naar verlichting kan leiden. Men zegt dat het Laatste Tijdperk van de Wet in 1052 begonnen is en tienduizend jaar en langer zal duren.
Tegen deze achtergrond van geestelijke verwarring in het onrustige Japan van de 13e eeuw kwam Nichiren Daishonin ter wereld. Hij bevestigde opnieuw de superioriteit van Shakyamuni’s hoogste leer, de Lotus Soetra, en verklaarde dat de eeuwige waarheid - de Wet of levensessentie waarvan alles in het universum doordrongen is - uitgekristalliseerd wordt in de titel van deze soetra, Myoho-renge-kyo. Na vele jaren studie kwam hij tot de conclusie dat het reciteren van Nam-myoho-renge-kyo de juiste boeddhistische beoefening is voor het Laatste Tijdperk van de Wet, en door zijn verlichte staat op te tekenen op een stoffelijk voorwerp van toewijding, de gohonzon, verschafte hij ook het middel waarmee iedereen zijn of haar aangeboren boeddhanatuur kan ontwikkelen.
Nichiren Daishonin werd direct opgevolgd door de tweede hogepriester Nikko Shonin, die de oorspronkelijke manuscripten van de leerstellingen en brieven die de Daishonin aan zijn leerlingen had geschreven, verzamelde en kopieerde voor latere generaties. 
Omdat dit proces, ondanks roerige tijden, door de eeuwen heen werd voortgezet, heeft Josei Toda, de tweede president van de Soka Gakkai, na zijn benoeming in 1951 deze verzamelde geschriften kunnen publiceren in een boek dat bekend geworden is als de Gosho (lett. ‘eerbiedwaardige geschriften’). Het merendeel hiervan is in het Engels uitgegeven als The Writings of Nichiren Daishonin; in het Nederlands zijn een aantal geschriften gebundeld en uitgegeven als De geschriften van Nichiren Daishonin

lord rainbow

  • Gast
Re:Soka Gakkai,voorheen ook Nicherin,boeddhisme
« Reactie #2 Gepost op: 11-01-2012 13:21 »
Nam-myoho-renge-kyo
 
Dit is de hoogste Wet of ware essentie van het leven, die doordringt tot in het gehele universum. De aanroeping ‘Nam-myoho-renge-kyo’ werd ingesteld door Nichiren Daishonin die deze voor het eerst in het openbaar uitsprak op 28 april 1253 bij de tempel Seicho-ji in de huidige prefectuur Chiba in Japan.
Myoho-renge-kyo is de titel, of daimoku, van de Chinese vertaling van de Lotus Soetra, de hoogste boeddhistische leer die boeddha Shakyamuni de laatste acht jaar van zijn leven uiteenzette. Nam is een woord uit het Sanskriet, dat ‘toewijding’ betekent.
De leer van Nam-myoho-renge-kyo, uiteengezet door Nichiren Daishonin, omvat de hoogste, Mystieke Wet (myoho) en de oorzaak en het gevolg waarop zij is gebaseerd (renge). Deze enkele frase ‘Nam-myoho-renge-kyo’ is te beschouwen als de uitdrukking van de hoogste wet van oorzaak en gevolg voor het bereiken van boeddhaschap. Daarom kan men zelfs door een enkele recitatie van Nam-myoho-renge-kyo de oorzaak en het gevolg van verlichting bewerkstellingen in zijn leven op het moment zelf.
 
Dagelijkse beoefening

De dagelijkse beoefening in het boeddhisme van Nichiren Daishonin heet gongyo, wat letterlijk ‘volhardende beoefening’ betekent. De gongyo bestaat uit het reciteren van twee gedeeltes uit de Lotus Soetra en het reciteren van Nam-myoho-renge-kyo, gericht naar de gohonzon, het fundamentele voorwerp van toewijding in het Nichiren Boeddhisme. Het reciteren van de soetra is de voorbereidende beoefening om de voorspoed van de belangrijkste beoefening, het reciteren van Nam-myoho-renge-kyo - de Mystieke Wet van het universum - te versterken. Gongyo wordt iedere morgen en avond gedaan. De delen uit de Lotus Soetra zijn het 2e hoofdstuk ‘Geschikt middel’ (Hoben) en het versgedeelte uit het 16e hoofdstuk ‘De levensspanne van de Aldus Gekomene’ (Juryo).


Nam-myoho-renge-kyo

Nam-myoho-renge-kyo is de hoogste Wet of ware essentie van het leven, die doordringt tot in het gehele universum. De aanroeping ‘Nam-myoho-renge-kyo’ werd ingesteld door Nichiren Daishonin die deze voor het eerst in het openbaar verkondigde op 28 april 1253 bij de tempel Seicho-ji in de huidige prefectuur Chiba in Japan. Bij deze gelegenheid verklaarde hij dat in Nam-myoho-renge-kyo de essentie van het boeddhisme vervat is en dat door de beoefening ervan elk mens in staat is boeddhaschap te bereiken, ongeacht diens omstandigheden.
Nichiren Daishonin verklaarde dat ‘Nam-myoho-renge-kyo’ het wezen van zijn leven is. En hij leert hiermee dat in wezen ook ons leven niets anders is dan Nam-myoho-renge-kyo. Gewoonlijk gaat dat echter schuil achter de donkere wolken van aardse verlangens of karma, zodat de zon van de levensstaat van boeddhaschap, die in de diepte van ons wezen helder straalt, bedekt blijft.
Nichiren Daishonin stelt dat ‘Nam’, ofwel ‘namu’, van Nam-myoho-renge-kyo twee dingen inhoudt. Het eerste is zichzelf toewijden aan, of zijn leven verbinden met de eeuwige en onveranderlijke waarheid. Het andere is dat men door deze verbinding tegelijkertijd een onuitputtelijke wijsheid aanboort die toepasbaar is op elke veranderende omstandigheid.
Myoho: hiervan vertegenwoordigt ‘myo’ de latente, geestelijke en potentiële aspecten van het leven; ook dood, ofwel het leven in de staat van noch bestaan, noch niet-bestaan. ‘Ho’ is het werkelijke, stoffelijke aspect van alle verschijnselen, dat wij kunnen waarnemen met onze zintuigen; het is het tegenovergestelde van ‘myo’, dat we niet kunnen zien. ‘Ho’ houdt ook al onze illusies in, en ‘myo’ onze innerlijke verlichting.
Renge: de wet van de gelijktijdigheid van oorzaak en gevolg, waarvoor de lotusbloem symbool staat, omdat bloem en zaad tegelijkertijd opkomen.
Kyo: soetra, leer, geluid, vibratie; de onverbrekelijke verbondenheid van alle verschijnselen in het universum. Wanneer wij Nam-myoho-renge-kyo reciteren, geven we door middel van geluid uitdrukking aan de hoogste leer, waardoor de boeddhanatuur binnenin direct wordt gestimuleerd en contact maakt met alle verschijnselen in het universum. ‘Kyo’ betekent ook draad, weefsel, de continuïteit van deze leer door verleden, heden en toekomst heen; en het betekent ook ‘rede’ of ‘logica’.
In een van zijn geschriften, ‘Het ware aspect van alle verschijnselen’, spreekt Nichiren Daishonin over “alle wezens en hun omgeving in de Tien Werelden”. Hiermee doelt hij op het hele scala van verschijnselen, ofwel alle dingen die in het universum verschijnen, ook het leven zelf. Dit alles, zegt Nichiren Daishonin, is “de manifestatie van Myoho-renge-kyo”, de fundamentele en universele Wet die leven en dood, ontstaan en vernietiging, oorzaak en gevolg omvat en onderhoudt.
‘Nam’ van Nam-myoho-renge-kyo duidt daarom op geloof, het vurige en diepe geloof in Myoho-renge-kyo, dat het voorwerp van toewijding in ons eigen leven is. Zolang we een dergelijk geloof bezitten, kunnen we de fundamentele duisternis en illusie in ons leven verdrijven en direct de kracht van Myoho-renge-kyo in ons leven naar buiten brengen. In die zin is Nam-myoho-renge-kyo ook de naam van het leven van de Boeddha zelf.
Nichiren Daishonin bevrijdde zich vele malen van hevige vervolgingen. Door ze te doorstaan leverde hij het feitelijk bewijs dat het mogelijk is in het leven van een mens de levensstaat van een boeddha te manifesteren; een levensstaat die begiftigd is met de oneindige kracht van de Mystieke Wet. Deze levensconditie van boeddhaschap gaf hij concreet vorm in een voorwerp van toewijding, de gohonzon. Met de gohonzon als focus van ons gebed kunnen we de Mystieke Wet, die zich in ons eigen hart bevindt, ontsluiten.
 
 
 
gohonzon
 
De gohonzon is de belichaming van de Wet van Nam-myoho-renge-kyo in de vorm van een voorwerp van toewijding. Honzon betekent ‘voorwerp van fundamenteel respect’, go
betekent ‘respectwaardig’. De gohonzon die elk lid ontvangt heeft de vorm van een papierrol waarop in zwarte sumi-inkt een aantal Chinese karakters en twee Sanskriet karakters staan. Samen staan deze karakters voor het leven in de hoogste levensstaat: boeddhaschap.
Het voorwerp van toewijding is het fundamentele voorwerp van respect dat als basis dient voor iemands inzicht en gedrag. Hoe sterk iemands geloof ook is, zolang men zich baseert op een inferieur voorwerp van toewijding, zal men nooit werkelijk geluk kennen maar eerder het pad van ongeluk opgaan. Nichiren Daishonin verklaarde dat het voorwerp van toewijding respectwaardig moet zijn. Daarom is het erg belangrijk te zoeken naar een verheven en waardig voorwerp van toewijding.
In elk tijdperk en in ieder mens is er één ding dat mensen gemeen hebben, namelijk een basis voor hun denken en gedrag, het geheel aan waarden dat aan het hele menselijk bestaan ten grondslag ligt. Je zou kunnen zeggen dat het voorwerp van toewijding het schip is om de zee van het leven over te steken, of de kracht om de koers in het leven te bepalen en vast te houden.
Al verschilt de situatie van land tot land, er bestaat een plechtig voorwerp van toewijding dat de mensen aannemen en dat zich diep in hun leven wortelt, een voorwerp dat hen in staat stelt meester te zijn over het eigen gedrag en de eigen gedachten. Het kan bijvoorbeeld rijkdom of macht zijn, de almacht van de wetenschap of de vele onbegrensde verlangens die ons leven kent. Dit zijn geen voorwerpen van toewijding die respect hebben voor de edelheid van onze geest of de kostbaarheid van ons leven. Eerder bevredigen zij verlangens of aspecten van het leven die materialistische zaken van levensbelang achten.
Wat is het ware voorwerp van toewijding? In concreto is dit het voorwerp of de basis die het meeste respect verdient. In het Nichiren Boeddhisme wordt dit voorwerp van toewijding gezocht in het leven van de mens. Het ware voorwerp van toewijding in ons geloof is daarom het respectwaardige leven van alle mensen, of de boeddhastaat inherent aan al het leven.

lord rainbow

  • Gast
Re:Soka Gakkai,voorheen ook Nicherin,boeddhisme
« Reactie #3 Gepost op: 11-01-2012 13:25 »
Toen de SOka Gakkai (SGI) in 1930 door haar eersten twee presidenten Tsunesaburo Makiguchi en Josei Toda werd opgericht, sloot zij zich aan bij de traditie van de Fuji-school die door Nikko, de opvolger van Nichiren Daishonin, was gesticht en die werd vertegenwoordigd door NICHIREN SHOSHU, een kleine verpauperde priesterorde van het Nichiren Boeddhisme. Gedurende de daaropvolgende zestig jaar deed de vooruitstrevende lekenbeweging van de Soka Gakkai (SGI) haar uiterste best om een harmonieuze relatie met de priesterorde van Nichiren Shoshu in stand te houden. Maar vanaf het begin was het duidelijk dat hun prioriteiten tegenstrijdig waren. De priesters van Nichiren Shoshu waren er met hun bijna 700-jarige geschiedenis in de eerste plaats op gericht hun orde in stand te houden. De Soka Gakkai (SGI), geïnspireerd door haar oprichters, was gericht op de opdracht van Nichiren Daishonin: het verwezenlijken van Kosenrufu (wereldvrede), de wereldwijde verspreiding van zijn leerstellingen.
het was het voorstel van president Makiguchi om een vorm te bedenken voor het reciteren van de Lotus Soetra als onderdeel van de dagelijkse beoefening van lekengelovigen. Een proactieve lekengroep die de levensopdracht om Kosenrufu (wereldvrede) te verwezenlijken in haar hart sloot, verschilde hemelsbreed van de instelling van de vroegere volgelingen van Nichiren Shoshu. In de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw was Nichiren Shoshu erg rijk geworden dankzij de ondersteuning van de lekengelovigen van de Soka Gakkai (SGI). Uiteindelijk begrepen de priesters dat de zelfredzame beoefening van Nichiren Boeddhisme voortkwam dat zij ooit en hun bezittingen in hun macht zouden kunnen krijgen, en zij namen daarom hun toevlucht tot een wanhoopsdaad.

In november 1991 excommuniceerde Nichiren Shoshu, geleid door de hogepriester Nikken Abe, alle meer dan tien miljoen SGI-leden. Zij hoopten dat ze een groot percentage van de leden naar de tempels konden lokken, maar dat was niet het geval. Van één kant bekeken was de kern van het conflict de hardnekkigheid waarmee de geestelijke volhielden dat priesters de noodzakelijke bemiddelaars zijn tussen lekengelovigen en de kracht en leerstellingen van het Nichiren Boeddhisme, Met hun nadruk op rituelen en formaliteiten , die geen deel uitmaken van de leer van Nichiren Daishonin, werden verering van een gehoorzaamheid aan henzelf en met name aan hun hogepriester het belangrijkste aspect van het geloof van een beoefenaar.Al vanaf de begin jaren van de Soka Gakkai (SGI) verwierf de priesterorde enorm veel materiële welvaart en aanzien. Desondank bleef de Priesterorde autoritair gedrag vertonen terwijl de lekenorganisatie uitgroeide tot een wereldwijd lichaam van miljoenen gelovigen. Elke keer dat de leden van de Soka Gakkai (SGI) de priesters ter verantwoording wilden roepen vanwege hun onverantwoordelijke gedrag, probeerden de priesters nog hardnekkiger de Soka Gakkai -leden aan zich te onderwerpen. In 1991 excommuniceerde de priesterorde de hel organisatie in de veronderstelling dat de leden gedwongen waren de SGI te verlaten en zich rechtstreeks te verbinden aan een plaatselijke tempel om de gohonzon (voorwerp van toewijding) te ontvangen.

Dit is maar een fractie van wat er allemaal is gebeurd, en wat voor vreselijke dingen Nichiren Shoshu nog heeft uitgehaald. De SGI-Nederland heeft zich volledig terug getrokken en losgekoppeld van deze priesterorde en stelt dat het Boeddhisme van Nichiren Daishonin voor iedereen is en dat ieder mens een boeddha-natuur bezit en een gohonzon mag en kan ontvangen.
« Laatst bewerkt op: 09-02-2012 16:37 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Re:Soka Gakkai - voorheen ook Nicherin shoshu - boeddhisme.
« Reactie #4 Gepost op: 10-05-2012 18:43 »
I. De geschiedenis van de relatie tussen de SGI en de Nichiren Shoshu
(Notie: De Soka Gakkai International (SGI) of Soka Gakkai (SG) word onder verschillende namen vernoemt zoals, SG, SGI, Soka Gakkai, Soka Gakkai International, Gakkai, NSA (Amerika), Soka Gakkai International Nederland, SGI-Nederland, SGIN en anderen. Maar allen zijn feitelijk verschillende namen voor de zelfde organisatie. Voor de duidelijkheid worden de bekende afkortingen, SG en SGI gebruikt. Daar waar dit anders is zoals bij citaten of in ander historisch verband wordt dit duidelijk vernoemd.)

1. Hoe en Wanneer was de Soka Gakkai opgericht?

In 1928, bekeerde Tsunesaburo Makiguchi, het hoofd van de basisschool Shirogane in Tokio, zich tot het Nichiren Shoshu Boeddhisme nadat hij was geïntroduceerd door een Hokkeko gelovige, die zelf was bekeerd door een voormalige Hoge Priester van de Nichiren Shoshu die zijn functie had neer gelegd om het boeddhisme van Nichiren Daishonin te verkondigen in Tokio. Makiguchi werd lid van de Nichiren Shoshu en vervolgens shakubuku-de hij Josei Toda die zich vervolgens ook bekeerde tot de Nichiren Shoshu.
Makiguchi richtte vervolgens, op 18 November 1930, een educatieve organisatie op met de naam Soka Kyoiku Gakkai (Waarde creërende educatieve vereniging). De organisatie en haar leden waren toegewijd aan de educatieve theorieën van Makiguchi. Beiden, Makiguchi en Toda bekeerde eensgezinde onderwijzers tot de Nichiren Shoshu. De leden van de Soka Kyoiku Gakkai werden na hun bekering, lid van de Nichiren Shoshu Hokkeko, de leken organisatie die in de dertiende eeuw door Nichiren Daishonin zelf was opgericht. (In zijn inscriptie op het fundamentele object van verering, de Dai-Gohonzon, droeg de Daishonin de Dai-Gohonzon op aan zowel een individuele leken gelovige als ook aan de “mensen van de Hokkeko”)

2. Wat was de oorspronkelijke doelstelling van de SG en wat was de relatie met de
Nichiren Shoshu?

In Januari 1946, na de dood van Makiguchi in de gevangenis, en onder leiding van Josei Toda, veranderde de Soka Kyoiku Gakkai haar naam in Soka Gakkai. Voornamelijk om financiële redenen verzocht de organisatie toestemming van de Nichiren Shoshu voor de aanvraag bij de Japanse overheid als religieuze organisatie. De Nichiren Shoshu was bereid, onder speciale voorwaarden, hierbij te assisteren, en op 27 Augustus 1952 ontving de organisatie de speciale status als religieuze organisatie van de gouverneur van Tokio. De voorwaarden waarmee President Toda en de Soka Gakkai volledig mee instemde waren:

1. Elk lid van de Soka Gakkai moet tot een Nichiren Shoshu tempel behoren en als Nichiren Shoshu gelovige ingeschreven staan.
2. De Soka Gakkai zal de leerstellingen van de Nichiren Shoshu volgen zoals die worden onderricht in de Hoofd Tempel (Taiseki-ji)
3. De Soka Gakkai zal de Drie Schatten van de Nichiren Shoshu beschermen:de Boeddha, de Wet en de Priester orde.

3. Hoe beschouwde de presidenten Makiguchi, Toda en Ikeda de relatie tussen de SG en
de Nichiren Shoshu?

Toen de Soka Gakkai werd opgericht maakte de tweede president Toda de onvoorwaardelijke belofte aan de Nichiren Shoshu de drie belangrijkste principes na te komen. In de officiële verordeningen van de SG staat:

“Deze religieuze organisatie erkent de Groot Mandala, welke Nichiren Daishonin optekende voor alle levende wezens in de gehele wereld, als het object van verering en propageert de leerstellingen van de Nichiren Shoshu.” (Seikyo Shimbun, 20 Juni 1952)

Het blijkt hieruit dus duidelijk dat de SG organisatie was opgericht met als doel de doctrines van de Nichiren Shoshu te propageren, met aan de basis het ware object van verering voor de laatste dag van de wet: de Dai-Gohonzon.
Een van de meest belangrijke beginselen van de Nichiren Shoshu welke President Toda en de SG beloofden te beschermen is de Kechimyaku: De transmissie van de Wet van Nichiren Daishonin aan de 2de Hoge Priester Nikko Shonin en dan vervolgens een-voor-een aan iedere opeenvolgende Hoge Priester. Een eerbied voor deze doctrine was de kern van geloof voor zowel Makiguchi als ook Toda, en lijkt ook eens te zijn gekoesterd door de 3de SG President, Daisaku Ikeda. De eerste President Makiguchi verklaarde:
“Hoe kan het dat, als een kwestie van principe, een leven van grote voorspoed zo onmiskenbaar karakteristiek is voor het bestaan van (stervelingen) zoals wij? Om dit te kunnen begrijpen zullen we ons eerst moeten realiseren dat er een geheime wet bestaat die uitsluitend van generatie op generatie binnen de Nichiren Shoshu Hoofd tempel is overgedragen.” (Het empirisch bewijs van een leven of grote deugdzaamheid: Report voor de vierde algemene bijeenkomst, p.13)   

President Makiguchi zei ook:
“We zullen in alles de leerstellingen van de Nichiren Shoshu Taisekiji volgen welke waren overgedragen aan de grondlegger Nikko Shonin en een leven vervullen van grote voorspoed voor ons zelf als ook voor anderen.” (id.: Rapport van de vijfde algemene bijeenkomst, p.5)

De tweede president Toda bevestigde het respect van zijn organisatie voor de Kechimyaku:
“De Nichiren Shoshu is de leer welke correct is overgedragen sinds de tijd van Nichiren Daishonin, voor meer dan zeshonderd jaar in een onafgebroken successie... Dag en nacht ervaren we aan de eerste hand dat dit boeddhisme de enige juiste religie is dat ons naar werkelijk geluk leidt.” (De complete werken van Josei Toda, vol.3, p.111)

Josei Toda scheef tevens:
“We zijn net als taxi chauffeurs die onwetende mensen naar een betere plaats leiden. Wanneer we iemand zien die verdwaald is, dan leiden we hem naar de Dai-Gohonzon op onze eigen manier. Dit is de missie van de Soka Gakkai. Of we al dan niet het goud in de goudmijn vinden hangt af van onze beoefening. De missie van onze Soka Gakkai is om mensen naar de Dai-Gohonzon te leiden, de goudmijn.” (id., p.113)

In overeenstemming met de determinaties van de eerste en tweede presidenten proclameerde de derde president Daisaku Ikeda:
“Het bestaat geen twijfel dat onze Soka Gakkai een leken organisatie is van de Nichiren Shoshu. Daarvoor zijn het vereren van de Dai-Gohonzon en het dienen van de Hoge Priester de basis van de Gakkai.” (Daibyakurenge, Juni 1960; Toespraak van de presidentiële inhuldiging ceremonie op 3 Mei 1960)

Deze historische verklaringen door de drie presidenten van de Soka Gakkai, verhelderen de reden van het bestaan van de SG en al haar activiteiten. Maar vandaag de dag heeft de SGI niet langer meer de behoefte te beoefenen als een leken organisatie van de Nichiren Shoshu en heeft al haar eerdere beloftes en toezeggingen ontkent.

4. Waarom en hoe werd de SG politiek actief?

In 1956, terwijl Josei Toda nog president was, stelde drieënvijftig leden van de Soka Gakkai zich beschikbaar voor lokale verkiezingen en namen zitting in locale gemeente raden. Ze deden dit omdat ze vonden dat de religie die door de Ska Gakkai werd gepreekt de Japanse nationale religie moest worden. Ze baseerde dit op een veronderstelde relatie met de boeddhistische leer, o-butsu myogo, dat zij moedwillig zo interpreteerde dat het in hun straatje paste. President Toda was hier zeer ongelukkig over. Hij verklaarde: “zolang ik de leider ben, zal ik verdoemd zijn als ik een politieke partij zou vormen.” (Sougou, 7 juli 1957)
Toen Daisaku Ikeda na de dood van Josei Toda president werd, herhaalde hij de intenties van zijn mentor toen hij zei dat de SG niet met de verkiezingen mee zou doen omdat, “de Gakkai een religieuze organisatie”, was. (De verzamelde toespraken van de president, vol. 1, p.86)   
Maar spoedig daarna, in november 1961, president Ikeda veranderde zijn standpunt en installeerde de 'Schone regering politieke genootschap' (Komei Seiji Renmei), met de slogan: “Soka Gakkai moet de nationale religie zijn.”
Omdat hij er zich van bewust was dat dit tegenstrijdig was met zijn en Toda's eerdere verbod tegen de oprichting van zo'n politieke partij, produceerde Daisaku Ikeda een zogenaamd “laatste wil van zijn meester”. Hierin citeerde hij Josei Toda als of deze had verklaard dat de Soka Gakkai zich kandidaat zou moeten stellen wanneer de tijd daarvoor rijp was. (Seikyo Shimbun, 5 Mei 1964)
Onder de absolute controle van Daisaku Ikeda groeide de Komeito partij langzaam maar zeker uit tot een invloedrijke politieke macht in Japan. Het vergrootte voornamelijk haar macht om zo de ideeën van Ikeda te promoten en op deze manier hem en de organisatie te kunnen beschermen. Maar de soms dubieuze activiteiten veroorzaakte vaak oneindige controversie en schandalen, zowel binnen de politieke kringen als ook in the Japanse samenleving. Sinds 1961 werken leden van de Japanse SGI actief in de buurten en nationale politieke arena en hebben ze als taak de overwinning voor de Komeito partij in iedere verkiezing zeker te stellen.

5.   Wat was de Sho-Hondo?

De Sho-Hondo was een massief, modern bouwwerk dat werd gebouwd om de Dai-Gohonzon te huisvesten. Het stond op het complex van de Nichiren Shoshu Hoofd tempel Taisekiji, waar nu de Hoando staat. De Sho-Hondo werd in 1972 gerealiseerd, en in 1998 door de Nichiren Shoshu afgebroken.
Tijdens de 27ste Hoofd-kwartier Vertegenwoordigers bijeenkomst in mei 1964, kondigde President Ikeda een donatie plan voor de realisatie van de Sho-Hondo aan. Tijdens de gelegenheid van de realisatie van de Sho-Hondo in 1972 nam Daisaku Ikeda van de gelegenheid gebruik om te stellen dat, het hoog heiligdom de laatste wil van Nichiren Daishonin was.
In de instructies van de Daishonin staat dat de Honmon-no-kaidan – de eeuwige huisvesting van de Dai-Gohonzon waar alle mensen van de wereld zouden kunnen komen om te beoefenen – gebouwd zou moeten worden bij de Hoofd tempel, wanneer de tijd van wezenlijk Kosen-rufu was gerealiseerd. Natuurlijk was dit in 1972 nog niet het geval. Desalniettemin verzocht de SG President Ikeda de Nichiren Shoshu over en over, zijn stelling dat de Sho-Hondo het ware Hoog Heiligdom was, te steunen en dat het als zodanig ook het Hoog Heiligdom genoemd zou moeten worden.
Hij vond tevens dat de Sho-Hondo meer een soort van symbool was. Zijn ideeën waren geheel in strijd met de richtlijnen van de Daishonin. Daisaku Ikeda zei:
“Wanneer we spreken over de Honmon-no Kaidan, de Nichiren Shoshu zal een ceremonie houden ter gelegenheid van het accepteren van het verzoek van de Overheid, dat iedereen de vrijheid zou moeten hebben om de Hoofd tempel te bezoeken en de Dai-   Gohonzon van de Honmon-no Kaidan te vereren. Dit heiligdom zal dan een soort van publiek gebouw worden. De constructie van de Honmon-no Kaidan is alleen maar een symbool voor deze overeenkomst... De realisatie van Kaidan is een formaliteit...De Kaidan is, om zo te zeggen, een monument dat het geluk van de mensen symboliseert.” (Lezingen over Boeddhisme, Vol. 4, p.59, 60)

De 66ste Hoge Priester van de Nichiren Shoshu, Nittatsu Shonin, weigerde het verzoek van Ikeda omdat deze waren gebaseerd op een verkeerd begrip van het Ware Boeddhisme. De Hoge Priester verklaarde duidelijk dat de Sho-Hondo alleen een tijdelijke huisvesting voor de Dai-Gohonzon zou zijn, op weg naar de realisatie van Kosen-rufu. Het zou niet moeten worden beschouwd als het uiteindelijke Hoog Heiligdom, welke alleen gebouwd zal worden wanneer Kosen-rufu daadwerkelijk gerealiseerd is, dat is, wanneer alle mensen in de wereld correct het Ware Boeddhisme beoefenen, in overeenstemming met de richtlijnen van de Ware Boeddha.
Sinds de dood van President Toda en voor meer dan 30 jaar heeft de Nichiren Shoshu onder leiding van verschillende Hoge Priesters geduldig geprobeerd president Ikeda en de SG te onderrichten in de leer van de Ware Boeddha. Beoefening, studie en trachten de ware leerstellingen van Nichiren Daishonin te volgen is de tijdloze en fundamentele geest die alle Nichiren Shoshu gelovigen zouden moeten trachten op te houden. De obsessie van President Ikeda met de Sho-Hondo als zijn persoonlijke succes maakte hem onwillig te luisteren naar het advies van de Hoge Priester.
Vanaf deze periode, werd de SG President Ikeda steeds arroganter, stellend dat de constructie van de Sho-Hondo zijn persoonlijke triomf was, gerealiseerd door zijn inzet. Deze negatieve houding en acties ten op zichtte van de de priesterorde resulteerde in een toenemende mate van problemen die uiteindelijk de basis vormde voor de afwijkingen van de SG ten aanzien van de Nichiren Shoshu doctrines in 1977 als ook weer in 1990; en de SG voor altijd uit de Nichiren Shoshu slingerde.

6.   Hoe en wanneer motiveerde Daisaku Ikeda de Soka Gakkai zich af te keren van de leerstellingen van het Nichiren Shoshu Boeddhisme?

Toen de Sho-Hondo in 1972 was gerealiseerd, toonde Daisaku Ikeda zijn negatieve gevoelens jegens de Nichiren Shoshu. Zowel in zijn schriftelijke als ook in zijn publieke optredens oefende hij druk uit op de priesterorde om de SG te erkennen als de primaire beweging voor Kosen-rufu en stond erop dat de Nichiren Shoshu priesterorde en de Hokkeko leken organisatie zich op de tweede plaats zouden stellen. Bij 1977, had de SG een aantal priesters, die zich hadden uitgesproken tegen de excessen van de SG, onderworpen aan een serie van 'onderzoeken'. Wereld wijd begonnen de SG leiders tegenover de leden van SG, steeds meer kritiek te uiten, als zouden de Nichiren Shoshu en de priesterorde ineffectief, slap en overbodig zijn voor de realisatie van wereld wijde Kosen-rufu.
Daisaku Ikeda leidde deze campagne door openlijk te verklaren:
“De hoofd Tempel Taisekiji is een opgave voor de Soka Gakkai. De Soka Gakkai is het belangrijkste van alle maal.” (2de Hoofd-kwartier bijeenkomst, 10 Juni 1975)
De SG beging de ernstige laster ten aanzien van de Kechimyaku (de erfenis van het levensbloed van het Ware Boeddhisme) door opdracht te geven zeven papieren Gohonzons over te zetten op hout zonder daarvoor de permissie van de Hoge Priester te hebben ontvangen. Dit is een zeer fundamentele laster van de Erfenis van de Wet. Beiden, Nichiren Daishonin en Nikko Shonin gaven duidelijke en onveranderlijke richtlijnen betreffende het actueel optekenen van de Gohonzon welke uitsluitend door de opeenvolgende Hoge Priesters van de Nichiren Shoshu kan worden uitgevoerd.
In de “Bennaku Kanjin sho”, de 56st hoge Priester Nichio Shonin verklaarde:
“Het is precies door het Levensbloed van deze gouden Woorden dat de Hoge priester de ziel van de Wet van de grondlegger overschrijft en zo de essentie van het Object van verering overdraagt. Dit wordt 'de Ware Overdracht aan uitsluitend een persoon' genoemd.” (p. 229)

President Toda gaf altijd strikte en ondubbelzinnige raad aan de leden van de SG betreffende het optekenen van de Gohonzon:
“De Dai-Gohonzon is het enige voorwerp dat we niet zelf kunnen maken. Het is de verlichting van Nichiren Daishonin, en bestaat niet apart van de opeenvolgende Hoge Priesters, die de enige zijn die deze ontvangen. (Daibyaku Renge, No. 98, p.9)

Halverwege de jaren Zeventig, onderrichtte de SG de volgende punten aan al haar leden. Deze geven een duidelijke indicatie van de afwijkingen van de organisatie ten aanzien van de leer van de Nichiren Shoshu:

De oorsprong van het SG Boeddhisme is te vinden in de 'verlichting' van de tweede president Toda die hij bereikte tijdens zijn detentie gedurende de Tweede Wereld oorlog.
De 'tussenkomst van de meesters en leraren' in onnodig. (Hierbij de vormgevend aan de ontkenning van de leerstellingen van de Daishonin betreffende de Overerving van de Wet (Kechimyaku) door de successievelijke Hoge Priesters.)
De Nieuwe menselijke Revolutie (The new Human Revolution) [Een book dat naar bewering door Daisaku Ikeda was geschreven] is de 'Nieuwe Gosho' van de moderne tijd.
President Ikeda is vandaag de dag de grote meester die alleen de drie deugden van soeverein, leraar en ouder bezit.
De tempel is alleen maar een plaats voor het uitvoeren van ceremonies terwijl de SG centers (kaikan) de ware opleiding plaatsen voor Kosen-rufu zijn.
Leken gelovigen zijn gekwalificeerd offers te ontvangen. (In de Nichiren Shoshu, leden geven uitsluitend oprechte offers (gokuyo) aan de Gohonzon. Dat is een traditie die al 700 onveranderlijk is gebleven en is geheel verschillend van de 'donaties' [zaimu] welke door de SG leiders worden geaccepteerd.)

Er bestaat onomstotelijk bewijs dat de SG al vroeg, gedurende de zeventiger jaren, plannen had controle te krijgen over de Nichiren Shoshu, of anders haar banden met de Nichiren Shoshu te verbreken. Deze bestaan in de vorm van authentieke rapporten welke door zijn meest naaste en vertrouwelijke adviseurs, aan President Ikeda waren gepresenteerd. Het “Yamazaki en Yahiro document” van April 1974 verklaart:
“Vroeger of later, zullen we onze relatie met de Nichiren Shoshu moeten begraven, en we zullen daarom een idee formuleren waarmee we op ieder tijdstip de relatie kunnen verbreken zonder dat we daar zelf niet het slachtoffer van worden. Een alternatieve keuze is om een plan op te zetten om de Hoofd Tempel zo controleren dat we ons zelf kunnen beschermen.”

Het “Hojo document” van Juni 1974 bevat de volgende verklaring:
“Op langer termijn gezien zullen we geen andere keuze hebben dan ons af te scheiden van de Nichiren Shoshu... Wanneer de tijd rijp is zullen we moeten vechten tot het eind.”
In die periode was Masatomo Yamazaki was de meest vooraanstaande juridisch adviseur voor Daisaku Ikeda en de SG, Yoio Yahiro was eveneens een juridisch adviseur voor de SG en Hiroshi Hojo was de vice-president van de SG. Kort hier na werd Hiroshi Hojo de vierde president van de SG, door Daisaku Ikeda zelf gekozen. Toen deze schokkende documenten jaren later publiekelijk werden gemaakt, werden Yamazaki, Yahiro en Hojo, de voormalige vertrouwelingen van Ikeda en top leiders van de SG, eenvoudig weg door Daisaku Ikeda en de nieuwe top geschandaliseerd. Daisaku Ikeda beweerde dat hij niets wist van deze documenten of van de intenties van deze drie individuen – zijn meest vertrouwelijke assistenten in die tijd.
Tijdens de zeventiger jaren groeide de kritiek onder de Nichiren Shoshu priesters in Japan over de deviatie van de SG. De meeste leden van de SG in Japan en wereldwijd, die zich bewust werden van de afwijkingen van de SG, konden geen bevredigend antwoord krijgen op hun vragen die ze de vooraanstaande leiders stelde. Een groot aantal leden verlieten de SG en een aantal gaf hun beoefening van het Boeddhisme helemaal op. Betreurenswaardig genoeg, vernietigde of gooide velen hun ware Gohonzon weg.
Als Daisaku Ikeda toen geen actie had ondernomen, was de SG waarschijnlijk uiteen gevallen. Om te voorkomen dat dit zou gebeuren bood hij de Hoge Priester Nittatsu Shonin zijn verontschuldigingen aan voor zijn laster. Hij maakte de belofte voor de Hoge Priester dat hij alle problemen zou oplossen.
Bovendien publiceerde de SG een verklaring getiteld “De basis problemen betreffende de doctrine” in het Seikyo Shimbun magazine van 30 Juni 1978. Het artikel erkende dat de Soka Gakkai zich enigszins had vergist en dat het niet de ware leerstellingen van de Daishonin had gevolgd, en maakte de belofte dat vanaf die dag, de SG haar uiterste best zou doen weer terug te keren naar de ware geloof. De inhoud was echter dubbelzinnig en verwees niet naar de verantwoordelijke rol die President Ikeda zelf in de affaire had gespeeld. Rond de zelfde tijd kwam aan het licht dat de SG zelf gohonzons had opgetekend waarvoor ze geen autorisatie hadden verkregen. Op 28 September 1978, kozen de leiders van de SG er voor de zeven ongeautoriseerde replica's die ze van verschillende Gohonzons hadden gemaakt 'terug' te geven aan de Hoofd-tempel.
De Nichiren Shoshu ontfermde zich over de vervalste objecten.
Op 7 November 1978 tijdens de 'bijeenkomst ter gelegenheid van de viering van het 48ste bestaan van de Soka Gakkai' kwamen 2000 leiders naar de Hoofd tempel Taisekiji om hun excuus aan de Dai-Gohonzon en de Hoge Priester aan te bieden. (dit wordt ook wel de, 'Excuus pelgrimage' genoemd.) Omdat sommige van de Nichiren Shoshu priesters er op stonden dat President Ikeda persoonlijke verantwoording nam voor de problemen, trad hij voor twee functies af: als president van de SG op 24 April 1979 en als Hokkeko Sokoto (de onbezoldigd leider van alle Nichiren Shoshu leken gelovigen) op 26 April.
De Hoge Priester Nittatsu Shonin verklaarde in een resolutie betreffende alle problemen met de Soka Gakkai, dat onder reële omstandigheden de SG, als leken organisatie van de Nichiren Shoshu, de principes van het Nichiren Shoshu Boeddhisme strikt zou naleven. Alle leiders en Daisaku Ikeda maakte de belofte dit stellig te doen. Na het neerleggen van zijn functie als derde President van de SG werd Hiroshi Hojo de vierde president van de SG. En spoedig daarna, in 1981, werd Einosuke Akiya benoemd als vijfde president.

7.    Hoe kwam het dat Daisaku en de SG werden geëxcommuniceerd van de Nichiren Shoshu?

In 1984, herbenoemde de 67ste Hoge Priester Nikken Shonin, Daisaku Ikeda als Hokkeko Sokoto (leider van alle leken groepen). Dit was een gebaar van waardering en begrip voor zijn schijnbare wroeging en zijn acties om alle publieke laster van de Nichiren Shoshu tegen te gaan. Maar plotseling gaf Daisaku Ikeda, op 16 November 1990, een toespraak, waarin hij zijn meest negatieve en arrogante houding tentoonspreidde en hij openlijk de Hoge Priester en de Nichiren Shoshu lasterde. De toespraak werd tijdens de 35ste SGI Hoofd-kwartier bijeenkomst via satelliet door heel Japan uitgezonden. In zijn toespraak verklaarde hij:
“ De Hoge Priester moet denken aan het geluk van de leken gelovigen en niet aan macht...Tijdens het de viering van het vijftig jarig bestaan (van de SG) leed ik een pijnlijke nederlaag. Ik was verraden, bekritiseerd en gedwongen af te treden als president. Ik was hevig bekritiseert door de Nichiren Shoshu.”

Het spreekt voor zich dat dit allemaal verzonnen was. De Nichiren Shoshu priesterorde onder leiding van verschillende opeenvolgende Hoge Priesters had vele jaren geduldig geprobeerd de SGI leiders en volgelingen te onderrichten in de correcte beoefening van het Ware Boeddhisme, gelijktijdig de inspanningen van de SG voor de verspreiding in Japan en de rest van de wereld te respecteren. In een enkele toespraak deed Daisaku Ikeda zijn eerdere publieke uitspraken van wroeging tijdens de Excuus Pelgrimage, dertien jaar eerder, met enkele kwade uitspraken, die door iedereen te horen waren, teniet.
Als gevolg hiervan bood de Nichiren Shoshu, tijdens de 'liaison conferentie', op 13 December 1990, de SGI een document aan waarin zij informeerde naar de bedoeling van de uitspraken van Daisaku Ikeda. De SGI weigerde het document te aanvaarden. Op 16 December 1990 poste de Nichiren Shoshu het document naar het SGI hoofd-kwartier. De SGI stuurde als antwoord een uitermate vijandige brief in plaats een van oprechtheid. Tijdens de vergadering op 27 December 1990 onthief de Nichiren Shoshu alle Hokkeko Sokoto en Dai-koto, inclusief Daisaku Ikeda, van hun functie.
Spoedig daarna, aan het begin van 1991, begon de SGI met een publieke 'laster en haat' campagne jegens de Hoge Priester en de Nichiren Shoshu. Ondanks dat de Nichiren Shoshu aanhoudend de overige leden van de SGI adviseerde terug te keren naar de basis van hun geloof en beoefening werd dit door de meeste leden genegeerd en voerde in plaats daarvan hun laster tegen de Hoge priester en de Nichiren Shoshu op. Dit werd zorgvuldig door Daisaku Ikeda en de top leiders van de SGI geregistreerd. Ze gaven wereldwijd de zelfde 'Laster en Haat' opdrachten aan alle leiders van de SGI. Als gevolg hiervan nam de Nichiren Shoshu in Maart 1991 de noodgedwongen beslissing de begeleiding van alle overzeese gelovigen direct op zich te nemen.
De Nichiren Shoshu zond in Oktober 1991 de SGI een waarschuwing en adviseerde serieus te reflecteren op de situatie. De SGI negeerde dit en vervolgde onverminderd hun laster en aanvallen op de Hoge Priester en de Nichiren Shoshu. Op 7 November 1991 adviseerde de Nichiren Shoshu de SGI om de organisatie te ontbinden. Ondanks het feit dat de 2de president Toda en zelfs President Ikeda, nadat hij de derde president was geworden, waarschuwde tegen het idee dat de SG zich ooit tegen de Nichiren Shoshu en de Hoge Priester zou keren, negeerde de SGI de vermaning en escaleerde hun acties tegen de Nichiren Shoshu. Dit resulteerde er in dat de Nichiren Shoshu geen andere keuze had en de SGI organisatie excommuniceerde. De Nichiren Shoshu gaf Daisaku Ikeda de mogelijkheid zijn excuus aan te bieden maar ontving daarop geen antwoord, hij werd op 11 Augustus 1992 persoonlijk verbannen uit de Nichiren Shoshu. De ban had betrekking op de SGI als organisatie en op Daisaku Ikeda persoonlijk ,maar had geen betrekking op de individuele leden van de SGI. Het was pas een aantal jaren later, gedurende welke de Nichiren Shoshu haar best deed om alle leden van de SGI te bereiken en hun de kans te geven weer terug te keren naar het Nichiren Shoshu Boeddhisme, dat de Nichiren Shoshu besloot alle resterende leden te excommuniceren op grond van het feit dat ze zich tegen de leerstellingen van de Ware Boeddha hadden gekeerd.

Op dit moment kan ieder SGI lid dat wenst de SGI te verlaten en afstand doet van zijn of haar laster, kan toe treden of her-toetreden tot de Nichiren Shoshu. Het eerste dat gedaan moet worden is zo spoedig mogelijk het vervalste SGI object uit huis te verwijderen. Begin met twee maal per dag de authentieke Nichiren Shoshu Gongyo te beoefen. Informeer bij de/een Hokkeko lid wat verder te doen. Indien mogelijk probeer naar de tempel in Parijs te gaan of te wachten op de priesters die verschillende malen per jaar Nederland bezoeken. Je kan een verzoek indienen voor een Kankai (terug keer) ceremonie of voor een Gojukai ceremonie indien je deze nog niet eerder hebt ontvangen. Deze zijn een onderdeel van de meer dan 700 jaar oude beoefening van de Nichiren Shoshu, zoals deze door de Ware Boeddha werden onderricht.



http://desgiverlaten.blogspot.com/p/i-de-geschiedenis-van-de-relatie-tussen.html


« Laatst bewerkt op: 18-08-2012 14:19 door lord rainbow »

Leeuwenhart

  • Gast
Re:Soka Gakkai - voorheen ook Nicherin shoshu - boeddhisme.
« Reactie #5 Gepost op: 18-08-2012 12:44 »
Wellicht is deze link naar het 'sgi verlaten' blog geplaatst in het kader van hoor-wederhoor, alleen het vergelijken van officiële SGI publicaties en persoonlijke roddels is enigszins vreemd.

Het is wel ironisch dat de enige woorden van Nichiren zelf die de schrijver citeert zijn:

“Onthoudt dat de gelovigen van de Lotus Soetra absoluut de laatste moeten zijn die elkaar beschimpen.”


lord rainbow

  • Gast
Re:Soka Gakkai - voorheen ook Nicherin shoshu - boeddhisme.
« Reactie #6 Gepost op: 18-08-2012 14:21 »
Persoonlijk beschouw ik het als betrouwbare inside informatie.

Maar hier wat officielers...

http://www.sginl.org/Home/Index/147

en even connecteren:

http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,1396.msg10584.html#msg10584
« Laatst bewerkt op: 18-08-2012 14:49 door lord rainbow »

Leeuwenhart

  • Gast
Re:Soka Gakkai - voorheen ook Nicherin shoshu - boeddhisme.
« Reactie #7 Gepost op: 20-08-2012 00:34 »
Persoonlijk beschouw ik het als betrouwbare inside informatie.


Hoezo?

Het is overigens Nichiren en niet Nicherin. En Nichiren Shoshu en Nichiren Shu zijn verschillende scholen.

Offline Axioma

  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 1
  • Geslacht: Man
    • Bekijk profiel
Re:Soka Gakkai - voorheen ook Nichiren shoshu - boeddhisme.
« Reactie #8 Gepost op: 07-07-2013 15:53 »
Bij toeval kwam ik deze discussie tegen toen ik op zoek was naar mijn eigen blog, 'de SGI verlaten'.
Ik wilde even reageren op een aantal punten die in de voorgaande posten aan de orde zijn gekomen.

Vooral eerst denk ik dat de titel 'Soka Gakkai - voorheen ook Nichiren Shoshu - boeddhisme' misleidend is. Het is nu meer dan 20 jaar geleden dat de Soka Gakkai zich afsplitste van de Nichiren Shoshu en een eigen sekte vormde rond haar leider, Daisaku Ikeda en heeft dus geen enkele relatie (meer) met Nichiren Shoshu.

Ik wilde lord Rainbow bedanken voor het plaatsen van 'De geschiedenis van de relatie tussen de SGI en de Nichiren Shoshu'. Dit is een blog dat ik in het verleden heb geschreven en eigenlijk al weer een tijdje niet naar gekeken had.

Leeuwenhart schreef in reactie hierop:

Citaat
"Wellicht is deze link naar het 'sgi verlaten' blog geplaatst in het kader van hoor-wederhoor, alleen het vergelijken van officiële SGI publicaties en persoonlijke roddels is enigszins vreemd.

Het is wel ironisch dat de enige woorden van Nichiren zelf die de schrijver citeert zijn:

“Onthoudt dat de gelovigen van de Lotus Soetra absoluut de laatste moeten zijn die elkaar beschimpen.”

Ik denk dat ik in dit artikel zoveel mogelijk naar authentieke documentatie heb verwezen. Het probleem voor leden van de SGI is dat ze vaak enorm eenzijdig zijn geïnformeerd en zelden de gelegenheid nemen hetgeen hen door de SGI wordt gezegd, te toetsen aan de werkelijkheid. De SGI heeft haar best gedaan oorspronkelijke artikelen en teksten te verdoezelen of te herschrijven waardoor het er voor de SGI leden niet makkelijker op wordt informatie te controleren. Dit geldt tevens voor de vertalingen van de 'Gosho' of geschriften van Nichiren Daishonin. De oorspronkelijke vertalingen van deze geschriften zijn in het verleden in het Engels gepubliceerd onder de naam, 'The Major Writings of Nichiren Daishonin' en waren redelijk conform de oorspronkelijke Gosho. Maar nadat de SGI zich van de Nichiren Shoshu had afgesplitst heeft de SGI zowel haar oorspronkelijke 'Human Revolution' als ook de Gosho op nieuw vertaald. In de New Human Revolution wordt nog meer de nadruk gelegd op de zogenaamde meester-leerling relatie tussen Ikeda en Josei Toda en is alle referentie naar de Nichiren Shoshu verwijderd. Voor velen binnen de SGI is de Human Revolution belangrijker dan de Gosho. (Ik wil  hier nog even opmerken dat de familie van Josei Toda zich totaal hebben gedistantieerd van de SGI. Zowel de weduwe van Toda als ook zijn oudste zoon, die begin dit jaar overleed, hadden hun begrafenis ceremonie in de Nichiren Shoshu tempel waartoe ook Josei Toda behoorde.)

De huidige SGI ontkent het belang van de Drie Schatten of wel, de Dharma, de Boeddha en de priesterorde, zoals dit door Nichiren Daishonin zelf was onderwezen en welke door de grondleggers van de SGI, Makiguchi en Toda, meer dan eens zijn onderstreept. In de oorspronkelijke tekst van de Gosho, 'De vier vormen van dankbaarheid', wordt de  dank die we verschuldigd zijn aan de Drie Schatten door de SGI als volgt vertaalt: de Boeddha, de Wet en de Boeddhistische orde. Hiermee suggereert de SG dat we dankbaar moeten zijn voor alle mensen die beoefenen en dat met name dus de SGI organisatie hiervoor in aanmerking komt. Maar in de Major Writings wordt terecht als derde, de dankbaarheid aan de 'Priesters' genoemd. In de originele Japanse tekst gebruikt de Daishonin het woord 'Sou' (僧) wat letterlijk priester betekent en geen andere vertaling kent. Het zijn subtiele verschillen die maar door weinigen zijn opgemerkt, maar die fundamenteel afwijken van de oorspronkelijke tekst. Nichren Daishonin verwijst vaak naar de rol van de priester en de rol van de leek. Hij verwijst hierbij ook naar een tekst uit de Nirvana sutra waarin Shakyamuni Buddha zei:
'Van binnenuit, zijn er de discipelen die de onpeilbare diepte van de doctrine begrijpen. Van buiten uit, zijn er de puur oprechte leken. Aldus zal het zijn tot in oneindigheid.”
Priester en leek zijn dus gelijk in de capaciteit om verlichting te bereiken maar verschillen wel degelijk in de functie die eenieder heeft.

 Toen ik met het boeddhisme van Nichiren Dashonin begon was ik zelf ook lid van de SGI. Persoonlijk was ik altijd eerst een boeddhist en daarna pas een lid van de leken organisatie. Tijdens de laatste jaren bij de SGI kwam de nadruk steeds meer te liggen op het belang van mr. Ikeda en wat hij had te zeggen. In de laatste fase (voor de afsplitsing) werden zelfs foto's van hem naast de Gohonzon, op het altaar geplaatst. Dit is iets dat je bijvoorbeeld bij de Nichiren Shoshu nooit zal zien. Hoewel we de rol van de hoge priester binnen de Nichiren Shoshu belangrijk is, wordt hij dus niet aanbeden, het enige object van verering binnen de Nichiren Shoshu is de Groot Mandala of Dai-Gohonzon. (Het woord hoge Priester is feitelijk een slechte vertaling voor het woord Geka, dat eigenlijk veel meer zegt over de werkelijke functie. Het woord Geka (jp) betekent letterlijk, de gene die het dichtst bij de koning zit, of wel, zijn meest directe raadsheer of vertrouwens-man . Dus in geen geval wordt hij gezien als de incarnatie van Nichiren Daishonin of iets van gelijke strekking. Meer een vertegenwoordiger dus).

Ik was de eerste die officieel de SGI in Nederland verliet en de contacten tussen de hoofd tempel van de Nichiren Shoshu en de leden van de Nichiren Shoshu in Nederland onderhield. Nu woon ik al meer dan 17 jaar in Japan en ben zeer goed op de hoogte van de activiteiten van de Nichiren Shoshu en die van de SG in Japan en wereld wijd. Misschien wordt het tijd dat ik een wat uitvoerigere uitleg ga schrijven over de essentie van het Nichiren Shoshu boeddhisme. De bovenstaande titel van deze discussie zou de indruk kunnen wekken dat het niet veel af wijkt van het geen de SGI doet. Het grootste verschil zou de zogenaamde autoritaire regime van Geka en de priester orde zijn. Helaas is dit gebaseerd op de negatieve propaganda van de SGI aan haar leden, en niet op de werkelijkheid. Ik denk dat menig lid van de SGI en anderen die alleen maar de negatieve uitleg over de Nichiren Shoshu lezen, verbaast zullen op kijken wanneer ze Taisekiji zouden bezoeken of een priester zouden ontmoeten.   
Voor de genen die iets meer willen weten: http://nst.org/Articles/BasicOfPractice.pdf

Ik ben ook altijd bereid, fatsoenlijke en eerlijke vragen te beantwoorden. Je kan dit ook doen via mijn blog:
http://desgiverlaten.blogspot.jp/

« Laatst bewerkt op: 08-07-2013 03:04 door Axioma »

Offline RichHuig

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 17
  • Geslacht: Man
  • Namu Daishi Kon Go Hen Jo
    • Bekijk profiel
Re:Soka Gakkai - voorheen ook Nichiren shoshu - boeddhisme.
« Reactie #9 Gepost op: 07-06-2014 23:24 »
Hallo allen,
Ook ik kwam dit tpic bij toeval tegen en wil hierover graag het volgende over aanhalen:

Zowel de Nichiren Shoshu als de SGI, hangen aan verdraaide leerstellingen van de Lotus Sutra.
Beide partijen zijn afgedwaald door Nichiren als de Nieuwe Ware Boeddha te beschouwen, dit is niet zoals in de Lotus Sutra staat vermeld.

Daarnaast heeft Nikko, ondank dat hij tot de zes discipelen van Nichiren behoorde, nooit een legitieme positie verkregen als de enige echte opvolger van Nichiren Shonin.

Er zijn zelfs brieven van de hand van Nikko, nota bene in bezit van de Shoshu waarin Nikko aangeeft het bijzonder spijtig te vinden dat hij geen religieuze voorwerpen van Nichiren heeft geërfd.

Ook het verschijnsel van de "bloedlijn"binnen de Shoshu waarbij de priester functie zogenaamd wordt doorgegeven is helaas een kunstimatig in het leven geroepen ritueel wat toendertijd de voornaamste functie had van exclusiviteit, om het toemalige shogunaat tevrede te houden en te paaien.

Daarnaast is ook de Daigohonzon een verzinsel onder het mom van exclusiviteit.
Het blok is van een dergelijk formaat dat Nichiren dit onmogelijk alleen heeft kunnen verplaasten.
Het dateert van een periode die onmogelijk tijdens het leven van Nichiren heeft kunnen plaatsvinden.
Als Nichiren deze Daigohonzo zelf zou hebben ingekerfd, zou dit dan niet ergens in één van de brieven van Nichiren SHonin worden vermeld ? Dit is geenzins het geval.

Dan het volgende , de SGI zegt Nichiren te volgen, maar draait vooral om de affectie van Ikeda.
Er zijn berichten vanuit de SGI , dat het zelfs verboden is om een afbeelding van Shakyamuni Boeddha naast de butsudan e hangen, terwijl de Shakyamuni Boeddha de Eeuwige Boeddha is, zoals geopenbaard in hoofdstuk 16 van de Lotus Sutra.

Ook het feit dat de SGI zegt dat Shakyamuni's leringen niet meer effectief zouden zijn klopt niet en is in strijd met de beschrijving van de Lotus Sutra.
Hierin wordt vermeld dat de Dharma steeds minder en minder toegangelijk zal zijn tijdens het tijdperk Mappo, de laaste tijdperk van de Dharma .
Hiermee wordt dus niet gezegd dat Shakyamuni Boeddha ineens niet meer de ware Boeddha is .

De SGI, en dan met name Ikeda, is vooral uit op zijn eigen godsbeeld en verrijking ten koste van mensen die zich in goed vertrouwen binden aan de organisatie.

Ik ben geen geleerde, maar ben zeker geen beginner meer voor waar het betreft het Boeddhisme volgens Nichiren.

Met Gassho,

Richard
Namu Myoho Renge Kyo !
Namu Daishi Kon Go Hen Jo
_/|\_

lord rainbow

  • Gast
Re:Soka Gakkai - voorheen ook Nichiren shoshu - boeddhisme.
« Reactie #10 Gepost op: 07-06-2014 23:31 »
Bedankt voor jullie aanvullende informatie

Dirk knol voorheen lord rainbow