Auteur Topic: Bardo thodrol. Het tibetaans boek van leven en sterven.(tibetaans doden boek)  (gelezen 9218 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

lord rainbow

  • Gast
[img[/img]


De woorden 'Het Tibetaans Boek van Leven en Sterven' blijken bij de lezers van dit artikel verwarring op te roepen. De Bardo Thödrol is in een klassiek geworden Nederlandse vertaling het Tibetaans Dodenboek genoemd (Lama Kazi Dawa-Samdup en Evans-Wentz, Ankh-Hermes, Deventer, 1973). Sogyal Rinpoche heeft een commentaar (en inleiding) geschreven op de Bardo Thödrol die in het Nederlands vertaald is als 'Het Tibetaans Boek van Leven en Sterven'. Bovenstaand artikel is een veel korter commentaar op de Bardo Thödrol, gebaseerd op onder andere beide hierboven genoemde boeken (zie bronnen). Kortom Bardo Thödrol kan op minstens twee manieren in het Nederlands worden vertaald: 'Het Tibetaans Dodenboek' of 'Tibetaans Boek van Leven en Sterven'.

Joann S. Bakula is de schrijfster van “Esoteric Psychology: a model for the Development of Human Consciousness”en vele artikelen. Ze geeft les in filosofie en over het Tibetaans Boek van Leven en Sterven op de Universiteit van Zuid Oregon en transpersoonlijke psychologie aan de online studenten van Greenwich University.

De Bardo Thödrol, ofwel het Tibetaans boek van Leven en Sterven , is het bekendste en meest mysterieuze boek van Tibet, wijd en zijd bekend. Velen beginnen eraan, maar weinigen lezen het helemaal uit. Zoals een hoge bergtop die door velen bewonderd wordt, maar moeilijk te beklimmen is. De bedoeling van dit artikel is de hoogten toegankelijker te maken. De Bardo Thödrol is een van de schatten of ‘termas’ die Padmasambhava, de Indiase leraar die het boeddhisme in Tibet introduceerde, verborg in grotten en in de gedachten van zijn toekomstige discipelen. Hij leerde over drie van de zes bardos ofwel toestanden van samsara, de cyclus van leven en sterven. Alle zes zijn het overgangsstadia, de een leidt natuurlijk en onvermijdelijk tot de volgende, behalve als dit process onderbroken wordt doordat verlichting gebeurt.
Drie van de zes bardos zijn toestanden in het leven: wakker zijn, de slaap en droom toestand en de meditatieve toestand (Karma-glin-pa 169). Deze drie beginnen met de geboorte en eindigen met de dood. De drie bardos besproken in het Tibetaans boek van leven en sterven, daarentegen, beginnen met de dood en eindigen met wedergeboorte. Deze drie bardos van de dood worden de bardo van helder licht, de bardo van schijnende waarheid of realisatie van Werkelijkheid en de bardo van worden, genoemd.
Het meest waarschijnlijke tijdstip om spontaan verlichting te bereiken en het proces van overgang van de ene bardo naar de andere te onderbreken, is tijdens de ‘natuurlijke bevrijding’ ofwel de dood. Om die reden schreef Padmasambhava zijn handleiding voor degenen die recent overleden zijn, om aan hen negenenveertig dagen voor te lezen. Maar het is ook bedoeld om de lezer te instrueren. Elk deel begint met zoiets als “O gij van bevoorrechte geboorte, maak gebruik van uw mogelijkheden en gebruik uw goed onderwezen mentale krachten om werkelijke vrijheid te verkrijgen!” De tekst van de eerste bardo wordt drie tot vier dagen voorgelezen, de tweede twee weken lang en de derde eenendertig dagen lang. Opgeteld zijn dit negenenveertig dagen dat het boek overdacht en voorgelezen moet worden door de levenden voor de gestorvene. Er wordt gezegd dat de precieze tijd die de overledene in elke bardo doorbrengt nogal varieert, afhankelijk van het individu.
De eerste bardo: grond realiteit of helderheid 

De ervaring van de eerste bardo, de chikhai bardo, onmiddelijk na de dood, wordt beschreven als helder licht, de ervaring van de oorspronkelijke staat die nooit geboren is en nooit dood gaat. “De grond realiteit van alles is open, leeg en naakt als het luchtruim. Lichtgevende leegte zonder centrum of omtrek ... verschijnt (Sogyal 259). Deze toestand komt als een totale en onverwachte verassing voor de meeste mensen, die in een zwijm door haar licht gaan, onbewust dat het heldere licht hun eigen meest innerlijke essentie en de Grond van hun Wezen is, en dat het niets bevat dat zou kunnen veroorzaken dat het sterft. De Dalai Lama schrijft in zijn boek Dzogchen over Helder Licht, Ati Yoga (Adi in de theosofische traditie, het eerste of goddelijke niveau), en de Grote Volmaaktheid.
Openheid cultiveren voor deze toestand via meditatieve oefening maakt het waarschijnlijker dat, op het moment van uiteindelijke waarheid en gelegenheid, we het licht zullen kunnen zien, herkennen en ons er mee kunnen identificeren, ons realiserend dat we Dat zijn. Het Tibetaans boek van leven en sterven maant ons om de kans te grijpen door te denken, “Ik ben aangekomen op het moment van de dood, dus nu, door middel van de dood, zal ik alleen de houding aannemen die grenzeloos als de ruimte is, een verlichte toestand van denken, vriendschappelijkheid en compassie is en volmaakte verlichting bereiken voor alle bewuste wezens.” (Fremantle en Trungpa 84-5)
Om ons voor te bereiden op deze unieke kans, is het verstandig om voortdurend te bedenken en de gedachte te versterken dat de essentie van geest even onbeperkt en leeg is als de nachtelijke hemel zonder sterren of melkwegstelsels; het is zonder grens of plaats, zonder punten van licht. “Maar deze bewustzijnstoestand is niet slechts een leeg niets, het is zonder obstakels, sprankelend, zuiver en helder ... Onsterfelijk Licht.”(Fremantle en Trungpa 86-7).   Het dramatische en traumatische loslaten van dat wat we denken dat we zijn – alle gedachten, emoties, interesses, relaties, wat we bereikt hebben, voorkeur en afkeur – brengt ons terug tot onze zuivere, naakte essentie. Op het moment dat de Boeddha verlichting bereikte, bracht het een bijna totale herinnering van alle duizenden levens die hij geleefd had en stervensprocessen die hij meegemaakt had. De lucht, dag of nacht, is een grote leraar van de uiteindelijke realiteit, een realiteit waarin we gevormd worden, waarin de zon leeft, een perfecte voorstelling van onze eigen innerlijke essentie. “Ruimte is een Entiteit”, schreef H.P. Blavatsky en dit wordt uit de eerste hand ervaren op het moment van de dood, iedereen heeft die mogelijkheid.
De eerste bardo van de Grond heeft twee fasen. De eerste wordt het opkomen van het oorspronkelijke witte licht, de natuur van de Grond Realiteit genoemd, ook wel Moeder Glans of Moeder Realiteit, gezien op het moment van sterven. De tweede is de Secundaire Glans, ofwel Kinder Glans, onmiddelijk na de dood gezien. Robert Thurman (130) beschrijft dit als het “schijnbare heldere licht, doorzichtig maar nog steeds gefilterd door concepten.” De Dalai Lama (Varela 208) heeft gezegd dat het heel waarschijnlijk is dat het heldere licht van de bijna dood ervaring een exacte kopie is van het heldere licht.
De Tweede Bardo: Visioenen van Goden

Als we het primaire of secundaire heldere licht van ons eigen bewustzijn in de eerste bardo niet herkennen, zakken we af naar de tweede bardo, de chonyid bardo, die minder abstract is. Het is tweezijdig: een week visioenen van fantastische, goede goden en de tweede week dezelfde goden in hun wraakzuchtige vorm. Beide gebeuren in vijf groepen of families van schitterende kleuren. Dit is de centrale mandala van de Boeddhistische meditatie, geordend als vijf cirkels die verschijnen in het centrum, het oosten, het zuiden, het westen en het noorden van het hart. Visualisatie van de primaire cirkel van het hart zal helpen het volgende te begrijpen.
Het verschijnen van de godheden, de Dhyani Boeddhas, in hun positieve aspecten, tijdens zeven dagen, is extra interessant voor bestudeerders van De Geheime Leer en de theorie van de zeven stralen. H.P. Blavatsky schrijft dat de “Dhyani-Boeddha’s, of Dhyan-Chohans” dezelfde zijn als de “Elohim of Zonen Gods, de Planeetgeesten van alle landen” (8) en de aartsengelen (23). Deze zijn verbonden met de “zevenvoudige hierarchie van bewuste Goddelijke Machten ... de ontwerpers, vormers, en uiteindelijk de scheppers van het hele gemanifesteerde universum; ... zij bezielen en leiden, zij zijn de intelligente Wezens die de evolutie aanpassen en controleren ... Als groep zijn ze bekend als Dhyan Chohans”(15-6). Ze zijn verwant aan de Bijbelse zeven “dagen” van de schepping, de “Zeven Scheppingen” van de Purana’s, en de zeven stanzas van het boek van Dzyan, die de “zeven grote stadia van het evolutionaire process” beschrijven. Elke familie brengt haar eigen entourage van Bodhisattva’s met zich mee, die H.P. Blavatsky definieert als “de menselijke tegenhangers van de Dhyani-Boeddha’s.” De Dhyani Boeddha’s en hun bodhisattva’s verschijnen alle in zowel mannelijke als vrouwelijke vorm, met hun wijsheidsleringen en hun goddelijke attributen. Blavatsky schrijft ook nog, “Esoterisch, daarentegen, zijn er zeven Dhyani-Buddha’s, waarvan er vijf gemanifesteerd zijn, .. twee zullen komen in het Zesde en Zevende Wortel Ras.” (55)
Sogyal Rinpoche’s book Het Tibetaanse boek van leven en sterven en zijn traditie zijn onmisbaar bij de diepere studie van deze bardo, ook wel de dharmata of “Intrinsieke Glans” genoemd en gedefinieerd als “de intrinsieke natuur van alles, de essentie van de dingen zoals ze zijn ... de naakte, ongeconditioneerde waarheid, de essentie van realiteit, of de werkelijke natuur van fenomenaal bestaan.” (274) Rinpoche schrijft dat deze bardo kan “langsflitsen als een bliksemflits; je zult nauwelijks weten wat er gebeurd is,” tenzij je voorbereid bent. Als je dat bent, dan verschijnt helderheid als een “vloeiende trillende wereld van geluid, licht, en kleur” als een luchtspiegeling; dit is de “spontane verschijning van Rigpa, de simpele stralen en kleuren beginnen te integreren en komen samen in punten of ballen van licht” die zich ontrollen vanuit het hart. Deze worden tiklés of bindus genoemd. Uit deze punten van licht komen de visioenen van eenheid met de goden, jouw hart één met het hunne. Ontelbare lichtende bollen verschijnen in hun stralen, die zich vergroten en dan “oprollen,” op het moment dat de goden zich in jou oplossen. Dan komt de voorstelling van de vier wijsheidsleringen in een dramatisch vertoon   van kleden, ballen, en baldakijnen van gekleurde lichten. Elke mogelijkheid wordt getoond, van wijsheid en verlichting, tot verwarring en wedergeboorte. “Het hele visioen lost dan weer op in haar oorspronkelijke essentie, zoals een tent inelkaar stort als de scheerlijnen doorgesneden worden” (276-8).
Als voorbeeld van de taal die in het Tibetaans boek van leven en sterven gebruikt wordt: de eerste dag van de grote visioenen daagt met “de lichtstraal van de gezegende Vairochana’s mededogen” emanerend vanuit het centrum van het hart, het Centrale Rijk, de oorspronkelijke manifestatie waar al het andere uit voort kwam. “De hele Ruimte zal schijnen met een blauw licht ... helder, brilliant, heel scherp en blauw licht van opperste wijsheid ... zoek er uw toevlucht in” (Fremantle en Trungpa 96-7).
De vijfvoudige verzameling waaruit het menselijk lichaam is opgebouwd, de skanda’s (vijf hopen), heeft hier ook haar wortels. Elk van de skanda’s wordt geassocieerd met de verschijning van een van de Dhyani Buddha families en wijsheidsleringen, en elk bevat een “gif,” ontstaan vanuit de identificatie met het afgescheiden bestaan. Deze vergiften zorgen ervoor dat de mens van elke archetypische godheid wegrent, inplaats van ernaar toe. Op die manier rent hij elke keer weer naar wedergeboorte in plaats van naar verlichting. De vijf wijsheden en de vijf vergiften, of blokkerende menselijke eigenschappen, laten in combinatie zien wat de relatie is tussen de goddelijke vonk en het menselijke dier in al zijn fantastische en verschrikkelijke schoonheid – van dier naar levende God, zoals Blavatsky zei.
De zeven dagen van het hart kunnen als volgt samengevat worden (Fremantle en Trungpa 92-133):

Dag 1: Centraal Zaden Rijk, oneindige wijsheid, het gif van oneindige onwetendheid, de skanda of het geheel van bewustzijn, blauw.
Dag 2: Oostelijk Rijk van Complete Vreugde, wijsheid als een spiegel, het gif van haat en agressie, de skanda van vorm, wit.
Dag 3: Zuidelijke Glorieuze Rijk, wijsheid van gelijkheid, het gif van trots, de skanda van gevoel, geel.
Dag 4: Westerlijke Heerlijke Rijk, onderscheidingsvermogen, het kennen van echt en onecht, het gif van verlangen en lust, de skanda van waarneming, rood.
Dag 5: Noordelijke Rijk van Opgebouwde Handelingen, de wijsheid van het volbrengen van handelingen, het gif van afgunst, de skanda van concepten, groen.
Dag 6: Alle vijf families samen, met hun wijsheden, skanda’s en vergiften, met daarbij de beschermers van de poort zoals Yamantaka, de Vernietiger van de Dood, al met al 42 godheden.
Dag 7: Het rijk van zuivere ruimte, het opkomen van de vijf families van Adepten-kennis vasthoudende goden, die nu gaan naar de keelchakra, met de heren en dakini’s van dans en vele anderen, die verschijnen als niet bijzonder vredelievend, niet bijzonder angstaanjagend. Dit leidt tot de eerste dag van het opkomen van de wraakzuchtige godheden.
De tweede week van visioenen, die in negatieve beelden verschijnen, worden beschreven met afschrikwekkende bijvoegelijke naamwoorden. Ze verschijnen niet uit het hart, maar uit het brein. Deze goden worden vaak beschreven als “bloed drinkend,” symbolisch voor de dorst naar leven die in Samsara, de wereld van verschijnselen, overheerst. Padmasambhava herinnert ons er herhaaldelijk aan dat de Buddha Herukas (of wraakzuchtige vormen) dezelfde energiën zijn die we eerder zagen, alleen dan in hun negatieve toestand. Dit aspect van de verlichte families – een nieuwe betekenis gevend aan de vijf families die even beroemd zijn als de Godfather – kan goed gebruikt worden om alle obstakels naar vreugde (bliss) en verlichting op te heffen, of het nu gaat om onwetendheid, verlangen, versluieringen, verdraaiingen, “sluiers,” of wat ook verlichting in de weg staat. Ze zijn bewapend met “wijsheidswapens” voor het verslaan van lijden, zoals stroppen, zwaarden en bijlen. Samuel Johnson herinnert ons eraan dat er niets geschikter is dan een strop om concentratie te oefenen.
Evens-Wentz (133n) vergelijkt de wraakzuchtige figuren met de “wachter op de drempel.” Een voorbeeld moet voldoende zijn: Nu, op de achtste dag, zullen de bloed drinkende wraakzuchtige goden verschijnen. Herken hen zonder afgeleid te worden.” De “Glorieuze, Grote Boeddha-Heruka zal vanuit uw brein verschijnen,” het centrale deel,   “zijn negen ogen staren in de jouwe met een wraakzuchtige uitdrukking. Zijn wenkbrouwen zijn als bliksemflitsen.” Hij maakt “luide en fluitende geluiden ... zijn hoofden zijn bekroond met gedroogde schedels en de zon en de maan.” Zijn zes handen houden een wiel, een bijl, een zwaard, een bel, een ploegschaar en een schedelbeker vast. (Fremantle and Trungpa, 140). Na twee weken boeddha’s en boeddha heruka’s, komt men terug in de bardo van wording.
De Derde Bardo: De Bardo van Wording

De ervaring van de dood betekent voor de meeste mensen tijdens de eerste twee bardo’s een toestand van vergetelheid, en een wakker worden wanneer “lucht en aarde zich scheiden” en al onze gewoonte neigingen geactiveerd en weer wakker worden. We zijn nu in de volle complexiteit van verschijnselen en ontmoeten een veelvoud van echt lijkende vormen en gebeurtenissen. De derde bardo overbrugt de tijd tussen het opnieuw wakker worden van zelfbewustzijn en het ingaan in de baarmoeder van het volgend leven. Het ontstaat door ons falen de twee eerdere bardo’s te herkennen als de werkelijke essentie van bewustzijn. Deze derde en langste bardo wordt de sipa bardo genoemd, de bardo van worden en bestaan – het bestaan van een mentaal of bardo lichaam en het innerlijke bestaan van bewustzijn. Het is in deze bardo dat het verschil tussen de Tibetaanse lering en de Theosofische Lering het meest duidelijk is. De eerste ontmoedigt comfort waar dan ook als onderdeel van haar boodschap van verlichting. De tweede benadrukt de continuiteit van bruikbaarheid, leerlingschap, groei en dienst.
Het mentaal lichaam

De voornaamste eigenschap van het derde bardo is de dat het denkvermogen een fundamentele rol speelt; dit heeft weer een lichaam, een mentaal lichaam, met veel grotere helderheid dan in levende toestand en een ongelimiteerde bewegingsvrijheid, slechts beperkt door gewoonte neigingen uit het verleden. Dit stadium is het tegenovergestelde van ontbinding. Hier begint al het mentale dat bij de dood ontbonden was, weer te verschijnen, zoals de bewustzijnstoestanden van onwetendheid, verlangen en boosheid. De herinnering aan karma uit het verleden is nog vers en een mentaal of bardo lichaam ontstaat. Dit is als het ware je Brigitte Bardo lichaam.
“We ontmoeten en praten tijdens korte momenten met vele andere reizigers in de bardo wereld, zij die voor ons gestorven zijn,” schrijft Sogyal (289). We hebben er helderziende vermogens, zoals spoken die hebben, en er wordt gezegd dat we de sexe en culturele identiteit behouden van ons vorig leven. Dat wat eerder gedacht en gedaan werd, gaat door. Ons wordt geadviseerd gehechtheid aan mensen en bezittingen op te geven. Verlang niet naar een lichaam. Houd je verlangens, boosheid, vijandigheid en angst in, maar ontwikkel liefde en mededogen. Tenslotte kan het bardo lichaam niet vernietigd worden. Welke angstwekkende dingen er ook gebeuren, het mentaal lichaam heeft geen fysiek brein en kan niet overwonnen worden. Net als in een droom kun je weliswaar angst en verschrikking ervaren, maar ze lossen snel weer op en je bent zoals je was: de dromer en ontwerper van je eigen wereld. “Al deze zijn niets meer dan je eigen verwarde projecties, in essentie leeg en zonder substantie,” zoals het bardo lichaam dat zelf ook is. “Leegte kan leegte geen pijn doen.” (Sogyal, 294)

Terugkijk op het leven en oordeel

Er komt een intens terugkijken op het vorig leven. Ervaringen worden opnieuw doorleefd. Miniscule details die al lang vergeten waren worden bekeken en plekken waar men leefde worden opnieuw bezocht. (Sogyal 290) Dan wordt er geoordeeld. “Je goede geweten, een witte beschermengel, treedt op als je advocaat... terwijl je slechte geweten, een zwarte demon, de rol van openbare aanklager op zich neemt. De ‘Heer van de Dood,’ die voor zit, kijkt in de spiegel van karma en oordeelt ... Uiteindelijk vindt al het oordelen plaats in ons eigen bewustzijn. Wij zijn zowel rechter als aangeklaagde” (Sogyal 292) Zij die bijna-dood ervaringen hebben doorgemaakt, vertellen dat de uiteindelijke vraag is: “Kan je jezelf vergeven?” De berechtingsprocedure omvat het ervaren van het effect dat we op anderen gehad hebben, door gedachte, woord en daad.

Wedergeboorte

Naarmate het moment van wedergeboorte naderbij komt, wordt het verlangen naar een lichaam sterker. Verslaving aan begeerte uit het verleden komt weer terug. Omdat het mentaal lichaam de vijf elementen in zich heeft, kan het hunkeren naar voedsel en plezier en gaat het waar deze aanwezig zijn. Opnieuw is er verlangen naar een fysiek lichaam en begint de zoektocht naar een mogelijkheid om herboren te worden. Het toekomstige leven heeft langzaam meer invloed dan het vorige leven.
Op dit punt worden instructies gegeven om de ingang naar de baarmoeder te sluiten. “Denk weerstand,” wordt ons gezegd. “Op dit moment zullen beelden van mannen en vrouwen die de liefde bedrijven opkomen. Als je hen ziet, kom dan niet tussen hen in, maar herinner je eraan te mediteren op de man en de vrouw als de guru en zijn gezellin.” Een andere methode is afkeren van “passie en agressie.” “Als je als man geboren zult worden, zul je jezelf ervaren als man, en geweldadige agressie voelen voor de voor en jaloezie en verlangen naar de moeder. Als je als vrouw geboren zult worden, gebeurt het omgekeerde. Dit zal er voor zorgen dat je het pad opgaat dat naar de baarmoeder leidt, en je zult een opzichzelf staande extase voelen op het moment dat ovum en sperma elkaar ontmoeten. (Fremantle en Trungpa 201-2). Deze overeenkomst met het lot van koning Oedipus is een van vele overeenkomsten met het klassieke Griekse gedachtegoed.
Wat volgt is een gruwel voor de meeste westerlingen: “Je zult je ogen openen en je bent een jonge hond,” een voorbeeld van het boeddhistische geloof in de loka’s, of de zes vormen van bestaan mogelijk op dit moment: een god, een semi-god, een mens, een dier, een hongerige geest, of een helwezen. Het wijdverspreide geloof in zo’n transmigratie onder Hindus en Buddhisten wordt niet gedeeld door de meeste hedendaagse westerlingen, die de Theosofische Traditie volgend, de theorie van karma en reincarnatie combineren met het geloof in evolutie.

Het kiezen van een baarmoeder

Als de instructies om de ingang tot de baarmoeder te sluiten niet succesvol waren, dan is het tijd om wedergeboorte te aanvaarden, een “menselijke baarmoeder te kiezen,” op een van de vier continenten, waarvan op slechts een de dharma bloeit. Het Tibetaans boek van leven en sterven besluit met het advies: “het boek hardop te lezen en te overdenken,” omdat het een “diepgaande instructie is die bevrijding brengt door gezien, gehoord en gelezen te worden.” Carl Jung (in Evan-Wentz) suggereert het boek van achter naar voren te lezen, wat de manier is om in ons bewustzijn tot onze bron terug te keren.
Bronnen

Blavatsky, Helena Petrovna. An Abridgement of “The Secret Doctrine.” Ed. Elizabeth Preston and Christmas Humphreys. Wheaton, IL: Theosophical Publishing House, 1968.

Dalai Lama XIV (Bstan-‘dzin-rgya-mtsho). Dzogchen: the Heart Essence of the Great Perfection. Ithaca, NY: Snow Lion, 2000.

Evans-Wentz, W. Y., ed. The Tibetan Book of the Dead; or, The After-death Experiences on the Bardo Plane. 3rd ed. New York: Oxford University Press, 1960.

Fremantle, Francesca, and Chögyam Trungpa. The Tibetan Book of the Dead: The Great Liberation through Hearing in the Bardo. Boston, MA: Shambhala, 1992.

Sogyal, Rinpoche The Tibetan Book of Living and Dying. San Francisco: HarperSanFrancisco, 1992.

Karma-glin-pa and Padmasambhava, with commentary by Gyatrul Rinpoche. Natural Liberation:
Padmasambhava’s Teachings on the Six Bardos. Boston, MA: Wisdom, 1998.

Thurman, Robert A. F., ed, The Tibetan Book of the Dead: The Great Book of Natural Liberation through Understanding in the Between. New York: Bantam, 1993.

Varela, Francisco J., ed. Sleeping, Dreaming, and Dying: An Exploration of Consciousness with the Dalai Lama. Boston: Wisdom, 1997.


http://www.katinkahesselink.net/boeddha/dodenboek.html
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 17:27 door DirkJan »

lord rainbow

  • Gast
[/img]






BIRTH, DEATH AND BARDO

BY KYABJE ZONG RINPOCHE

Birth, death and bardo: what are these three things? How do people die? You have asked me about this and of course I have to give a meaningful answer. We have to understand what we mean by birth, death and bardo in general. We must know how the bardo is entered. We die, go into bardo, take birth, again die going yet again into bardo. There is an unending cycle of the three; no end to it at all. It is useful to develop aversion to Samsara (or Cyclic Existence) and very good for practice to know this.

Though this is how things are, you have raised the question today of people coming back again into the same body after death. These people say they see a white light but we cannot say with certainty where it is really there or not.

Usually when people die of some sickness or other, and the consciousness is about to leave the body, there is a feeling of being pressed under a huge mound of earth and a feeling of suffocation. They ask the nurse to help them stand up saying “Give me your hand”.
This is the time of the loss of one’s vital energy. After some time the dying cannot even make a sound. All of the water element in them starts to dry up: the lips dry and the nose becomes pinched. Later they cannot see nor hear properly. The ability of all the sense organs to function weakens.
When people feel this pressing downwards they are only having in fact a mental experience, just like the seeing of a mirage even down to the flowing of water. It is only a thing of the mind for it is not really seen.
After this someone dying senses something, like blue-ish smoke which too is also experienced just by the mind. Around the smoke flickers a fire like burning straw thrown into darkness. These things fade slowly. A lamp-like still fire is seen, and after that something white, like colour of the rays of the moon. Out of the latter something else glows red-ish or crimson, like the rising sun.
Suddenly all is pitch dark. He becomes unconscious; no memory at all remains. This unconscious state finishes and the subtle mind crystallizes and becomes clear. Everything is insubstantial to this mind, like the colour of a clear sky before an autumn dawn. During this period of insubstantiality, the consciousness of the person stays in the body for two days in such a state, while realized beings can stay as long as twenty one days if they wish.


The state of bardo is established the moment after the consciousness, which has accompanied us since beginningless time, leaves the body. The person is completely dead.
Now, there are reasons for the above appearance– the smoky vision and the revolving fire, the still lamp, the whitish and red-ish luminescence, and the dawn-like darkness. Why we see them is because of the energy nodes and channels that we have in the body. How does energy flow through these? It would take too much space.
We shall talk now about what there is after death when the consciousness leaves the body. If this is to be reborn as a human being, then the bardopa (that is the consciousness in the bardo state) has human form. If instead it is to be born a deva (or god), then it is of a deva forms; if an animal, then of an animal form. This bardo body has all the normal sense or cognitive powers and it goes wherever the consciousness wants to without stumbling, and reaches whatever he wants instantaneously. When he goes back home and talks to the family, he does everything that he used to do. We, who are alive, remain silent because we cannot see him. He thinks that we are snubbing him and so feels sad. When he walks over muddy ground, his feet remain clean without any dirt, nor are there any footprints in the mud. His body cannot be seen. He does not discriminate between sunlight or moonlight for his body does not have the two Boddhi minds, the white and the red. His body is that of a mind body only.

In the process of conception in a mother’s womb again, all suddenly becomes dark. He experiences heat and cold as he now has the bodily senses. The three delusions of existence, namely attachment, hatred and ignorance, can individually activate in his mind some memory or other. While he is in the mother’s womb for, say in the case of a human being, he can neither see nor hear. His body increase in size slowly under the influence of the wind element. There is pain and suffering. There is cold and heat. If the mother remains hungry he feels hanging in the air. If she eats a lot, then he feels squashed. If she jumps, he feels as if falling into a chasm. If she drinks hot or cold fluids, then he feels hot or cold.
When the nine months are over and if a boy, his head would be to the right of the womb with his head facing the mother’s back. If this consciousness happens to be a girl, then the head is to the left and faces the front. The reasons for this are due to effects when the bardopa enters the womb.
It sometimes happens that, when a mother is giving birth to twins with one sitting higher in the womb than the other, the lower one comes out first, the higher later. At the time of conception, however, the higher one is conceived before the lower one, and in addition there is a slight size difference between the two.
About to be born, he stays upside down in the mother’s womb for seven days. Now there is great suffering. In coming out, he experiences great pain. When he finally emerges he can see, hear, taste and smell. While he is staying inside the womb he cannot eat food through the mouth but instead his food is given through the mother’s umbilical cord which is attached to the placenta. So this is how birth takes place.

Some say there are people who come back into the dead body and some of these see light. If you were to read a certain Bardo Töthul (or Tibetan Book of the Dead) text in one volume, you would see revealed there quite vividly how Bardo is established. Sometimes one will find there exaggerated comments which arouse one’s suspicion, though the rest is perfectly consistent.
The Bardopas who are to be born as devas or humans in happy births have crimson coloured bodies. They see white paths before them as if someone had laid out a white strip of cloth. Other bardopas are for example black and travel dark paths with some going upright, some crawling, and some even upside down and there are also differences between the various bardopas’ way of walking.

After the bardo state some of the bardopas come back to the dead body and they are called “daelog” in Tibetan. We have these daelog in Kham or Eastern Tibet. Once a consciousness is in the form of a daelog he can come and go almost as he pleases. This happens many times and since the bardopas can travel everywhere very quickly they have many stories to tell when they come back. If the body is not taken out of the room within seven days there is a possibility that he may come back.

But there is more than this, for if we were to meditate on the practice called Powa Drung Jug we would be able to leave our bodies and enter into another corpse. It is mentioned in the biography of Gyalsae Drindon Dawa that he entered into a corpse of a pigeon and so went across the river.
Jetzun Tara Natha entered the body of a dead child and stayed there for three years while he benefitted many disciples by giving teachings and so fulfilled the true purpose of many sentient beings by leading them further along the path to liberation. For three years he kept his own body incorruptible and stored safely away. The blessed body of the dead child was returned after he reentered his own body. He did this no less than six times. If one has achieved Powa Drung Jug, then this is possible.

Ordinary beings can enter their own dead bodies during the bardo but they cannot prevent decomposition, and can enter only if their body is safe and intact. For example, if the head is cut off then the bardopa cannot reenter the body. There are other cases where the bardopa cannot enter an intact body because his own karma, relating to that particular body, is exhausted. He would not even like to come near to it as he would find it repulsive, dirty and reeking of a foul stench. This is rare. No doctor could make him come back by either medicine or ritual. Thus by the force of their karma it would be possible that one or two people might be able to come back from death.

The above is how the bardo state is generally established.
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 17:27 door DirkJan »

lord rainbow

  • Gast
« Laatst bewerkt op: 07-07-2012 21:04 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Een oude Tibetaanse medische tekst verklaart ons fysiek lichaam als volgt:

De zintuigelijke vormen van bewustzijn komen voort uit onze geest. Het vlees, de botten, het reukorgaan en geuren worden gevormd uit het element aarde.
Het bloed, het smaakorgaan, smaken en vloeibare stoffen in het lichaam komen voort uit het element water.
Warmte, heldere lichaamskleur, het gezichtsorgaan en vorm worden gevormd uit het element vuur.
De adem, het tastorgaan en fysiek gevoel worden gevormd uit het element lucht.
De holtes in het lichaam, het gehoororgaan en geluiden worden gevormd uit het element ruimte.

Wanneer het stervensproces begint betekent dat niet dat ook de geest (Tibetaans: sem) uiteenvalt. Het bardo-onderricht (leer van de zgn. tussenstaten) verklaart dat gedurende het stervensproces de elementen in elkaar oplossen of "zich in elkaar terugtrekken". Je zou kunnen zeggen dat de geest zich terugtrekt terwijl de elementen die als basis dienen voor het fysieke bestaan geleidelijk "oplossen". Wanneer een element en het daarmee corresponderende lichaamsdeel z’n kracht verliest, trekt het zich terug in het volgende element, dat zich dan manifesteert.

Naarmate het vermogen van het eerst element om als drager van het bewustzijn te dienen afneemt, worden de volgende duidelijker zichtbaar. Over het algemeen lossen de grovere elementen op in de meer subtielere elementen.

Wanneer het feitelijke stervensproces inzet maken we acht stadia door. De acht stadia worden benoemd aan de hand van uiterlijke-, innerlijke- en geheime beelden (onder "geheim" wordt hier verstaan: nog niet bekend aan onszelf).

De eerste vier stadia omvatten het terugtrekken van de vier elementen (verbonden met lichaam, psyche en spiritualiteit). Tijdens de laatste vier stadia trekken de subtiele lagen (psyche en spiritualiteit) van het bewustzijn zich terug en lossen op in het oorspronkelijke, subtielste bewustzijn. Deze acht stadia zou je ook in milde vorm kunen herkennen wanneer we gaan slapen, dan trekt het lichaamsbewustzijn zich terug, maar wanneer we gaan dromen is er nog steeds een bewustzijn van beelden. Wanneer tijdens de slaapperiode ook het droombewustzijn zich terugtrekt, ervaren we geen lichaam en beelden. Bij het wakker worden vindt dit proces in omgekeerde volgorde plaats, eerst worden we ons bewust van het ontstaan van beelden, daarna van ons lichaam en dan pas de omgeving.

Het proces van het gradueel oplossen van de energiestromen kan beginnen lang voor de dood intreedt en is herkenbaar voor ingewijden.
Dit kan soms twee jaar van tevoren kenbaar zijn, soms ook heel kort voor het sterven en hierbij worden de al genoemde uiterlijke beelden (1), innerlijke beelden (2), en geheime beelden (3) onderscheiden:

I Element aarde lost op in water (verzwakking van de miltfunctie):
dit is het gebied rond de navelstreek, omdat dit gebied alles met leven te maken heeft: de opwaartse en neerwaartse energiestrom (o.a het vermogen van het lichaam om rechtop te zitten).
1) het aarde element beïnvloedt, vooral het spierweefsel - de beenderen en botten en het reukvermogen - de kracht verdwijnt uit het lichaam - de kleur van de huid en tandenverandert - de tastzin en het vermogen om onze bewegingen te beheersen neemt af.
2) er kan een mistige sfeer waargenomen worden - met als reactie het wrijven in de ogen
3) er kunnen hallucinaties plaatsvinden

II Element water lost op in vuur ( verzwakking van de nierfunctie):
energie sluit zich rond het hartchakra
1) het water beïnvloedt het bloed, de lichaamsvochten en het smaakvermogen - de glans van de huid verdwijnt - men krijgt een droge mond - de de neusvleugels vallen naar binnen - geen controle meer over de blaas
2) er kan prikkelbaarheid onstaan
3) er kunnen beelden als rookwolken worden waargenoen

III Element vuur lost op in lucht (verzwakking van de leverfunctie):
energie concentratie rond de keelstreek
1) het vuurelement beïnvloedt de lichaamstemperatuur en de kwaliteit van de huid, lucht, en ademhaling - de huid wordt vochtig omdat de warmte vanuit het lichaam naar buiten komt en we onze innerlijke warmte verliezen - de adem ui de neus en mond wordt koud en ook het lichaam begint koud aan te voelen.
2) het bewustzijn is niet meer stabiel - er is soms herkenning, soms niet
3) gewaarwording van kleine lichtpuntjes die op en neer flikkeren

IV Element lucht gaat op in ruimte (longen functioneren niet meer):
1) de ogen draaien naar achteren in de kassen - ademhaling stokt - lange pauzes tussen de ademhalingen - er ontstaat gereutel vanuit het lichaam - controle over de ontlasting verdwijnt
2) het bewustzijn verliest zich in illusies naar gelang het leven dat men geleid heeft - vredevolle of angstige beelden verchijnen
3) gewaarwording als bij het licht van een kaarsvlam

Bij sommige personen komt het voor dat de vier actieve elementen (aarde, water, vuur en lucht) het normale proces doorlopen, maar dat de energie van het element ruimte niet direct ophoudt met functioneren en dat het hart nog een periode na de dood warm blijft.
De energie va het element ruimte blijft in het hart, omdat de persoon (het bewustzijn) in de staat van "aanwezig zijn" blijft.

Zoals de energiestromen zich oplossen, opgaan in elkaar, zo lossen ook de zintuigen op. met als laatste het gehoor. Het is daarom aan te raden bij stervenden zacht te spreken of te fluisteren. Wanneer de adem stopt gaat dit alleen om de uiterlijke ademhaling en zou men nog in het leven kunnen terugkeren (westen: schijndood) Daarom, indien mogelijk, het lichaam laten rusten tot ook de innerlijke ademhaling ten einde is, ongeveer 2 á 3 uur na het stoppen van de uiterlijke adem.
De verschillende bestanddelen (elementen) waaruit het lichaam bij de conceptie werd opgebouwd, zijn zich bij het stervensproces op een andere manier tot elkaar gaan verhouden (werken niet meer samen).

V Ruimte gaat op in bewustzijn
Wanneer het element ruimte zich terugtrekt houdt het hart, het orgaan dat in relatie staat tot het element ruimte, op te functioneren.
Er komt levensvocht uit het lichaam


Een andere kijk naar de dood

"Vaak ervaren we weerstand onze eigen sterven en dood aan een onderzoek te onderwerpen of om er zelfs maar aan te denken. We vinden het meestal niet de juiste tijd voor dit onderwerp, dat komt later wel. Het is daarom belangrijk om te weten hoe onze geest funktioneert, niet alleen overdag maar ook ’s-nachts wanneer wij slapen en dromen tot op het moment van onze dood. Als wij dood en sterven onderzoeken ontdekken we dat de dood niet het angstaanjagende zwarte gat is waarin wij opgezogen en verslonden worden, maar een potentiële bron kan zijn van vertroosting, of zelfs van vreugde.
Vanuit onze beperkte projectie houden we gewoonlijk sterven voor iets negatiefs, maar dat is alleen maar een versmalling in onze visie.
In feite kan sterven een veel betere ervaring zijn dan al die ervaringen die we gewoonlijk voor aangenaam houden omdat deze gewone ervaringen ons niet die diepe ervaring van geluk en vrede kan geven. Een mooie bloem kan ons raken, maar kan ons niet de subtiele helderheid en vrede van de doodservaring schenken. Een vriend of vriendin kan ons wellicht een zekere mate van plezier of geluk geven, maar is niet in staat onze fundamentele problemen op te lossen; zij zijn slechts een tijdelijke oplossing voor een aantal van onze meer oppervlakkige problemen.
Maar ten tijde van onze dood houden echter al onze problemen en angsten op. Wanneer alle tegenstrijdige denkbeelden vanzelf in ruimte oplossen, is de weg vrij om het buitengewone, subtielste inzicht te ervaren. We moeten daarom inzien dat de dood geen plotselinge en angsaanjagende totale vernietiging is, maar een geleidelijk proces van loslaten van ons lichaam met als gevolg dat ons bewusrzijn steeds zuiverde en subtieler wordt".

dalai lama

Basho

  • Gast
Compendium van de Abhidhamma

“In het compendium van functies zijn er veertien functies, namelijk wedergeboorteverbinden, levenscontinuüm, richten, zien, horen, ruiken, proeven, aanraken, ontvangen, onderzoeken, bepalen, javana (dat wil zeggen actieve fase in het cognitieve proces), registreren en sterven. […]

   Wedergeboorteverbinden (patisandhi): Deze functie, die plaatsvindt bij de conceptie, wordt wedergeboorteverbinden genoemd omdat het betreffende citta het nieuwe bestaan met het vorige verbindt. Het bewustzijn dat deze functie vervult, het patisandhicitta of wedergeboorteverbindende bewustzijn, komt in ieder afzonderlijk bestaan slechts eenmaal op, namelijk op het moment van wedergeboorte.”
(citaat uit: Acariya Anuruddha: “Compendium van de Abhidhamma”, Asoka 1999, blz. 191-192)

   […] in ieder leven [is] hetzelfde bewustzijnstype verantwoordelijk voor de drie functies van wedergeboorterverbinden, bhavaga (levenscontinuüm, basale onderstroom van het bewustzijn) en sterven. Op het moment van conceptie ontstaat het bewustzijnstype dat het nieuwe bestaan met het oude verbindt. Gedurende ons leven komt ditzelfde bewustzijnstype ontelbare malen op als de passieve bhavangastroom en houdt het de continuïteit van het bestaan in stand. Bij het sterven komt ditzelfde bewustzijnstype weer op als het heengaan uit het oude bestaan.
   Er zijn negentien citta’s die deze drie functies uitoefenen. Het onheilzame resultante onderzoekende bewustzijn (santirana) heeft ellendige bestaansgebieden – de hellewerelden, het dierenrijk, de sfeer van de peta’s en die van de asura’s. Het heilzame resultante onderzoekende bewustzijn vergezeld van neutraal gevoel heeft deze functies in het geval van een menselijke wedergeboorte met aangeboren blindheid, doofheid, stomheid, enzovoort, en eveneens bij wedergeboorte in bepaalde lagere klassen van goden en geesten. De handicap is het gevolg van onheilzaam kamma, maar de wedergeboorte als mens is het gevolg van heilzaam kamma, hoewel van een betrekkelijk zwakke gradatie. Het is niet zo dat onderzoeken plaatsvindt op het moment van wedergeboorte of tijdens het bhavanga, want een bewustzijn kan slechts één functie tegelijk vervullen.
(citaat uit: Acariya Anuruddha: “Compendium van de Abhidhamma”, Asoka 1999, blz. 195)
« Laatst bewerkt op: 06-05-2012 09:08 door Basho »

lord rainbow

  • Gast
advice for the moment of death, sogyal rinpoche:
« Reactie #5 Gepost op: 07-07-2012 16:27 »
advice for the moment of death,
sogyal rinpoche:


http://vimeo.com/45067384#


In May 2004, on the occasion of His Holiness the Dalai Lama's visit to Glasgow, Scotland, Sogyal Rinpoche gave an historic public talk on Living and Dying Today.
In this extract from that talk, Sogyal Rinpoche comments on the advice for the moment of death by Padmasambhava, which also can be found in Chapter 14 of The Tibetan Book of Living and Dying.
A podcast of this complete talk is coming soon on The Tibetan Blog of Living and Dying.


“Taking impermanence truly to heart is to be slowly freed from the idea of grasping, from our flawed and destructive view of permanence, from the false passion for security on which we have built everything. Slowly it dawns on us that all the heartache we have been through from grasping at the ungraspable was, in the deepest sense, unnecessary.”

The Tibetan Book of Living and Dying, page 34.


“If you want to know the truth of life and death, you must reflect continually on this: there is only one law in the universe that never changes–that all things change and that all things are impermanent.”

The Tibetan Book of Living and Dying, page 29
« Laatst bewerkt op: 07-07-2012 17:12 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
« Laatst bewerkt op: 02-11-2012 20:18 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
THE TIBETAN BOOK OF THE DEAD IS ABOUT LIFE

''The details presented [in The Tibetan Book of the Dead] are very much what happens in our daily living situation. They are not just psychedelic experiences or visions that appear after death. These experiences can be seen purely in terms of the living situation; that is what we are trying to work on. In other words, the whole thing is based on another way of looking at the psychological picture of ourselves in terms of a practical meditative situation.''

THE TIBETAN BOOK OF THE DEAD IS A BOOK OF SPACE

''The Tibetan Book of the Dead…is not based on death as such. It is a “Book of Space.” Space contains birth and death; space creates the environment in which to behave, breathe, and act. It is the fundamental environment which provides the inspiration for this book.''

Trungpa

« Laatst bewerkt op: 12-12-2013 17:31 door Dirk Knol »