Auteur Topic: Nagarjuna, 70 coupletten over leegte.  (gelezen 4731 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

lord rainbow

  • Gast
Nagarjuna, 70 coupletten over leegte.
« Gepost op: 21-12-2011 17:12 »
[IMG]]


Nagarjuna (ca. 200) staat bekend als de filosoof van de leegte (sunyata) of voorwaardelijkheid: het idee dat dingen leeg zijn, geen substantie, wezen of essentie hebben. Volgens Nagarjuna bestaan de dingen niet op zichzelf maar uitsluitend in samenhang met alle andere dingen en alleen maar als gevolg van een wereldomspannende keten van oorzaken en een wereldomspannend netwerk van omstandigheden, die allemaal aan hun ontstaan, verandering en vergaan bijdragen. De dingen doen zich weliswaar aan ons voor als objectief en autonoom, maar in werkelijkheid zijn ze subjectief en afhankelijk, kortom illusoir.

Nagarjuna wordt door Mahayana boeddhisten beschouwd als een tweede Boeddha.  In de eeuwen na de Boeddha hield men zich voornamelijk bezig met het behouden en catalogiseren van de boeddhistische leer.  En toen kwam Nagarjuna.  Hij verduidelijkte de leer van de Boeddha in een geheel eigen filosofische taal.   Zijn taal is bondig, cryptisch.  De hoofdredenering is vaak impliciet. Hij voert dikwijls fictieve tegenstanders op wiens argumenten hij ontkracht. Hij gebruikt daar bij de boeddhistische logica (het tetralemma) en reduceert hiermee alle andere argumenten tot het absurde. 

Nagarjuna's belangrijkste bijdrage is het concept van shunyata of leegheid van eigen bestaan. Hij bekritiseerdt met name de boeddhistische scholen die aannemen dat woorden verwijzen naar echt bestaande substanties, dat wil zeggen dingen, die hun eigen essentie zijn, die op zich bestaan, niet veranderen en zelf hun eigenschappen kenbaar maken. Hij laat zien dat dit volgens de alledaagse ervaring en volgens de logica onmogelijk is.  Hij erkent dat we in het alledaagse leven er wel van uitgaan dat de dingen onveranderlijk zichzelf blijven, maar hij stelt daar tegenover dat dit slechts een voorlopige waarheid is of een waarheid bij wijze van spreken. De absolute waarheid  bestaat uit het inzicht dat de voorlopige waarheid alleen maar een verhulling is van het feit dat de dingen in wezen leeg zijn van eigen bestaan of substantie (svabhava) en dus illusie. Dit inzicht is de volmaaktheid van wijsheid. Het leidt tot het nirvana, want het dooft alle hunkering naar bestaan of niet bestaan. Door het postuleren van twee niveau's (voorlopige en absolute waarheid), vermijdt hij zowel de positie dat alles echt( permanent,eeuwig bestaand) is, als de positie dat alles onecht(helemaal niet bestaand) is.

De drie belangrijkste thema's die Nagarjuna behandelt zijn:  leegte (sunyata), onderlinge verwevenheid (pratitya samutpada) en de doctrine van de twee waarheden (het relatieve en het absolute). Met leegte wordt bedoeld dat verschijnselen geen eigen aard (svabhava) hebben. Eigen aard wordt vaak vertaald als essentie of substantie.  Dingen met een eigen aard worden niet gefabriceerd uit andere dingen. Ze zijn onveranderlijk en onafhankelijk van andere verschijnselen.  Lege verschijnselen - daarentegen - kennen geen eigen, tijdloos en onafhankelijk bestaan. Bijvoorbeeld, een boom is een boom alleen bij gratie van zonlicht, aarde, takken, bladeren, het woord "boom" en mijzelf.  Het begrip leegte is daarom nauw verwant met de leer van onderlinge verwevenheid (onderling afhankelijk co-ontstaan, pratitya samutpada). Deze theorie wordt in de boeddhistische sutra's geformuleerd als :   

Wanneer dit is, is dat.
Van het ontstaan van dit, komt het ontstaan van dat.
Wanneer dit niet is, is dat niet.
Van het eindigen van dit, komt de beëindiging van dat.
 
We kunnen "dit" en "dat" vervangen door iedere denkbare dualiteit om een idee te krijgen van wat pratitya samutpada inhoudt, zoals:  als er hitte is dan is er koelte, of als het goede ontstaat, dan dan verschijnt het kwade, enzovoort. Pratitya betekent afhankelijkheid. Dingen verschijnen in afhankelijkheid van elkaar, bestaan kortstondig en verdwijnen weer. Dus het gaat om condities - het verband houden met elkaar.  Deze visie op de causaliteit is alomvattend en gaat verder dan ons gebruikelijke lineaire denken in oorzaak en gevolg. Oorzaak en gevolg bestaan bij Nagarjuna niet als onafhankelijke entiteiten.  Integendeel, alle condities zijn met elkaar verweven, afhankelijk van elkaar, van onze taal  en van onze geest.

Nagarjuna beschrijft ook de twee waarheden. Enerzijds is er de alledaagse, conventionele werkelijkheid die wij met onze taal kunnen omschrijven (samsara).  Anderzijds is er een ultieme, absolute werkelijkheid die onuitsprekelijk is (nirvana). Vanuit de absolute visie is alles wederzijds afhankelijk en leeg. Verschijnselen hebben geen essentie en bestaan alleen maar via onze conventies, zoals de taal. Uiteindelijk is zelfs het begrip leegte leeg. Daarom is het ook niet mogelijk om uitspraken te doen over de aard van het absolute. De twee werelden zijn echter nauw met elkaar verbonden, zij zijn slechts twee visies op dezelfde werkelijkheid.  Je kunt de wereld zien zoals zij is (nirvana) of zoals zij zich aan ons voordoet (samsara).

Volgens sommigen heeft het idee van de leegte de basis gelegd voor het mahayana-boeddhisme (het grote voertuig), dat het oorspronkelijke hinayana-boeddhisme (het kleine voertuig) al snel overvleugelde. Voortaan was het niet meer nodig om je uit de wereld terug te trekken en als monnik, door een levenslange praktijk van meditatie-oefeningen, ascese en verdienste, naar verlichting te streven, maar kon iedereen, ook de leek, alleen maar door het realiseren van de leegte der dingen, linea recta tot verlichting komen.

In de Shunyatasaptati, een korte tekst van zeventig coupletten over shunyata, de leegte van de woorden en de dingen, toont Nagarjuna aan dat alle dingen zonder substantie zijn, en alle onderscheidingen ongegrond. Daarom kunnen we volgens hem niets wezenlijks over wat dan ook zeggen, en dat zou het inhoudsloze onderricht van de Boeddha zijn.

De Boeddha onderwees dat het idee van een zelf ontstaat afhankelijk van de vijf skandha's(combinatie van lichamelijke en geestelijke processen die we zijn) en dat het ophoudt wanneer zij ophouden. Hij gaf aan dat als ze van elkaar gescheiden zouden worden er echter geen feitelijk zelf te vinden zou zijn binnen een van hen of als restant zou overblijven na het scheidings proces.
Er bestaat dus feitelijk geen zelf,er is alleen een label 'ík' dat verwijst naar een niet bestaand zelf en dat toegeschreven is aan of benoemd is op basis van de vijf skandha's.

Onwetendheid is geloven dat een dergelijk zelf in de kern van wezens bestaat en het grijpen naar dat zelf.

Wat in deze coupletten centraal staat is het weerleggen van het inherent bestaan van een verschijnsel dat op dit moment,in het heden,ontstaat.
Het konventionele bestaan dat aan ons verschijnt wordt hier niet weerlegd.
Het gaat er niet om de realiteit te ontkennen,het gaat er veel meer om de realiteit te zien zoals ze is.

Het is mogelijk om de dualiteit van het denken te overstijgen,indien je niet vasthoudt aan je eigen overtuiging als zou dat de enige juiste zijn.
We zullen alles los moeten laten.Pas dan gaan we voorbij woorden.
Zolang je vast blijft houden aan welk idee of welke filosofie dan ook als een absoluut iets,bindt je jezelf steeds weer vast in de relatieve werkelijkheid en blijft de deur naar de uiteindelijke werkelijkheid gesloten.


"Hoewel we woorden gebruiken om over leegte te spreken,kan het begrip
leegte niet in woorden worden uitgedrukt.

Hoewel we zeggen dat de geest,het bewustzijn van nature helder licht en
wetend is,is het eigenlijk voorbij alle woorden en symbolen.

Hoewel de geest in essentie leeg is,omvat diezelfde geest alles en is die
geest in alles."

Tilopa,elfde eeuwse mahasiddhi.






Titel:

zeventig stanza's waarin wordt uitgelegd hoe verschijnselen
leeg zijn van inherent bestaan.





1
''Hoewel de Boeddha's hebben gesproken over ontstaan, voortduren, vergaan, zijn, niet-zijn, laag, middelmatig en hoog, deden ze dat niet in absolute zin maar in wereldse zin.''

''ontstaan,voortbestaan en vergaan;bestaan en niet-bestaan;inferieuer,middelmatig en superieur hebben geen werkelijk bestaan. Deze termen worden door de Boeddha gebruikt in overeenstemming
met de konventies van de wereld.''

De Boeddha heeft zowel de verduisteringen die een obstakel zijn voor voor het bereiken van bevrijding als de verduisteringen die een obstakel zijn voor alwetendheid opgeheven. Zo kan hij in een enkel moment zowel de uiteindelijke realiteit met betrekking tot verschijnselen als wel de konventionele realiteit,de manier waarop verschijnselen aan gewone mensen verschijnen,waarnemen.
De term 'ontstaan' verwijst naar een situatie waarbij een bepaald verschijnsel zoals een object of ding door een ander verschijnsel veroorzaakt wordt. Hiermee wordt bedoeld dat bepaalde oorzaken en omstandigheden het vermogen bezitten het ontstaan van een verschijnsel teweeg te brengen.Geen enkel verschijnsel kan op eigen kracht ontstaan. Dit houdt echter niet in dat de aanwezigheid van een god zoals Shiva voor het ontstaan van iets vereist is.

Wanneer we een verschijnsel zorgvuldig onderzoeken,komen we tot de ontdekking dat de basis van zijn verondersteld bestaan als onafhankelijke entiteit niet te vinden is. Toch ontstaat het verschijnsel afhankelijk van bepaalde oorzaken en omstandigheden.

Alle verschijnselen ontstaan door benoeming.
Hiermee wordt bedoeld dat we bepaalde kenmerken benoemen
op een basis van benoeming (een basis die bij analyse in feite onvindbaar is).
De basis van benoeming en het benoemde verschijnsel zouden moeten worden herkend als verschijnselen die louter afhankelijk ontstaan.Men zal het concept dat 'er een ding of verschijnsel is dat zonder benoeming ontstaat'moeten opgeven door meditatieve analyse.
Nagarjuna stelt zich in deze verhandeling ten doel misvattingen over verschijnselen te weerleggen.

Verschijnselen als 'ontstaan','voortbestaan' en 'vergaan' hebben geen werkelijk bestaan.
Dat wil niet zeggen dat het ze volkomen ontbreekt aan elke soort bestaan,
maar dat ze leeg zijn van op zich zelf bestaan.

'Werkelijk' bestaan verwijst naar naar dat wat inherent vanuit zichzelf bestaat zonder van iets anders afhankelijk te zijn voor dit bestaan.
Geen enkel verschijnsel is echter afhankelijk voor zijn bestaan van zich zelf.
Alle verschijnselen zijn voor hun bestaan afhankelijk van andere oorzaken en omstandigheden.
Het ontbreekt ze aan inherent bestaan,
werkelijk bestaan of
bestaan vanuit zichzelf.die in deze kontekst synoniem zijn.
Er wordt niet gezegd dat het ze ontbreekt aan relatief bestaan.
Wanneer je begrijpt dat het 'ontstaan','voortbestaan' en 'vergaan' ontbreekt aan werkelijk bestaan,begrijp je ook dat het 'bestaan' en 'niet-bestaan' ontbreekt aan werkelijk bestaan.

Hier is 'bestaan' een term die verwijst naar de aggregaten,elementen,ingangen en samengestelde verschijnselen in het heden.

'Niet-bestaan' is een term die verwijst naar de aggregaten,elementen en ingangen van het verleden en de toekomst en naar niet-samengestelde verschijnselen in het algemeen. Deze ontbreekt het allen aan inherent bestaan omdat ze allemaal ontstaan,voortbestaan en vergaan.
Evenzo moet het 'bestaan'en 'niet-bestaan' ook ontbreken aan werkelijk bestaan omdat ze benoemd zijn op basis van verschijnselen die het ontbreekt aan werkelijk bestaan,zoals de elementen enz.

'Bestaan' wordt ook gebruikt om te verwijzen naar de persoon,die louter het  'ik' is dat benoemd is op basis van de verzameling van de vijf aggregaten.

'Niet-bestaan' verwijst naar de niet-persoon,hetgeen de verzameling van de vijf aggregaten is die dient als basis voor de benoeming 'ik'.

'Bestaan' kan ook verwijzen naar funktionele dingen en 'niet-bestaan' kan verwijzen naar niet-funktionele dingen.Deze ontbreekt het ook aan inherent bestaan.

'Inferieur' verwijst naar misleide (d.w.z. niet-heilzame) verschijnselen.
'Middelmatig' verwijst naar verschijnselen die niet worden gespecificeerd al helzaam of niet-heilzaam.
'Superieur' verwijst naar heilzame verschijnselen.

Al die verschillende termen die hierboven gedefinieerd worden verwijzen naar dat wat het aan werkelijk bestaan ontbreekt en worden niet gebruikt voor dat wat het aan konventioneel bestaan ontbreekt.
Ze worden gebruikt om het geloof in inherent bestaan te elimineren en het vertrouwen in niet-inherent bestaan te  grondvesten.


2
''Alle verschijnselen moeten ofwel zelf-bestaan ofwel niet-zelfbestaan hebben. Er is geen verschijnsel dat anders is dan deze twee,noch zijn er enige uitdrukkingen die niet in deze twee categorien vallen.
Alle verschijnselen die het onderwerp zijn van deze verhandeling zijn gelijk aan nirwana,omdat het alle verschijnselen ontbreekt aan inherent bestaan.''

In de uitleg van het vorige couplet werd gezegd dat 'bestaan' wordt gebruikt met betrekking tot het 'ik' dat wordt benoemd op basis van de vijf aggregaten,maar dat het 'ik' in feite leeg is van werkelijk bestaan.Nu kun je je afvragen waarom de Boeddha het dan in vele geschriften sprak over het bestaan van een zelf of 'ik'

Het is niet mogelijk over verschijnselen als 'ik' te spreken zonder gebruik te maken van de twee categorien :
(vanuit zich) zelf-bestaan en niet-zelf-bestaan,hoewel het alle verschijnselen in werkelijkheid ontbreekt aan zelf-bestaan.
Om het vasthouden aan het zelf,dat opgeheven moet worden,te herkennen moet je het onderscheid kennen tussen het konventionele 'ik' en het 'ik' of 'zelf' dat verworpen moet worden.

Boeddha heeft het over een 'ik' om het zelf-bestaan ervan te kunnen weerleggen.
Betreffende het 'ik' of 'zelf' dat verworpen moet worden zei hij dat dat er 'geen ik of zelf bestaat.'
Maar betreffende het 'konventionele ik of zelf' zei hei dat er wel een 'ik of zelf'  bestaat.
Hij onderwees dat het 'conventionele ik' degene is die activiteiten verricht, in het cyclische bestaan( samsara)
ronddoolt  en bevrijding en de staat van de hoogste verlichting bereikt.

Nirwana verwijst naar een staat voorbij het lijden. Vasthouden aan het zelf(dat wat verworpen moet worden)
ontstaat wanneer een persoon  zich richt op het 'konventionele ik.'
Wanneer hij kennis neemt van 'het leeg zijn van zelf',kan hij ermee vertrouwd raken door erop te mediteren,waarna hij de direkte waarneming kan realiseren.
Door erop te mediteren kan hij het vasthouden aan het zelfbestaan van een zelf en de indrukken daarvan opheffen.
Het niet-inherent bestaan van een 'ík'  wordt gerealiseerd wanneer het inherent bestaan ervan wordt weerlegd.
Door te mediteren op wat men gerealiseerd heeft,het feit dat 'ik' leeg is van konkreet bestaan,kan het vasthouden aan een zelf opgeheven worden.
Op dat punt aangeland,bereikt iemand de staat van nirwana.
Vanaf dat moment wordt hij niet meer herboren door karma en het grijpen naar zelfbestaan  van het zelf,dat wat verworpen moet worden.

Wanneer iemand het inherent bestaan van verschijnselen weerlegt,blijft het konventioneel bestaan van verschijnselen over en dat staat gelijk aan de natuurlijke staat van bevrijding.


3
''Alle dingen zijn volledig zonder essentie, zowel afzonderlijk als in hun totaliteit, zowel qua oorzaken als qua omstandigheden. Daarom noemen we ze leeg.''


4
''Het zijnde ontstaat niet, want het bestaat al. Het niet-zijnde ontstaat niet, want het bestaat niet. Het zijnde en het niet-zijnde ontstaan niet tegelijkertijd want ze gaan niet samen. Als niets ontstaat of vergaat, kan er ook geen sprake zijn van vergankelijkheid of onvergankelijkheid.''

''Sommigen beweren dat een gevolg al inherent bestaat in de natuur van zijn oorzaak,maar dan kan het niet ontstaan,omdat het al bestaat.
Anderen beweren dat een gevolg inherent bestaat,maar niet in de natuur van zijn oorzaak; dus kan het niet ontstaan, omdat het niet in de natuur van de oorzaak is.
Weer anderen beweren dat een gevolg zowel bestaat als niet inherent  in zijn oorzaak,maar dan poneren ze tegenstrijdige zienswijzen over een object,omdat een object niet tegelijkertijd kan bestaan en niet kan bestaan.Omdat verschijnselen niet inherent ontstaan,is het dus ook zo dat ze niet inherent voortbestaan of ophouden.''


5
''Wat reeds geboren is kan niet geboren worden want het is er al. Wat ongeboren is kan niet geboren worden want het is er niet. Wat op dit moment geboren wordt, is half ongeboren en half geboren en kan dus evenmin geboren worden.''

''Alles wat al ontstaan is,zal niet kunnen ontstaan. Alles wat niet ontstaan is,zal niet ontstaan.
Of een verschijnsel is al ontstaan of anders zal het ontstaan; er is geen andere mogelijkheid buiten deze twee.
Alles wat in het proces van ontstaan is,moet al ontstaan zijn of anders zal het ontstaan in de toekomst.''


6
''Als er een effect is, ligt dat reeds besloten in de oorzaak, zodat er niets veroorzaakt wordt. Zonder effect is er evenmin sprake van een oorzaak. Een oorzaak die geen oorzaak is, is tegenstrijdig. Ook is het niet logisch dat een oorzaak actief is in alle drie de tijden.''


7
''Zonder het ene kan het menigvuldige niet bestaan. Zonder het menigvuldige kan het ene niet bestaan. Het voorwaardelijke is daarom ontelbaar.''

''Zonder een kunnen er geen vele zijn en zonder vele is het niet mogelijk te verwijzen naar een.Daarom ontstaan een en vele afhankelijk en deze verschijnselen hebben niet het teken van inherent bestaan.''


8
''De twaalf oorzaken van het lijden* zijn voorwaardelijk, leeg en ongeboren. Daarom bestaan ze niet, noch in de ene geest, noch in de vele.''

* De zogeheten nidanas: onwetendheid, karma, bewustzijn, lichaam en geest, de zes zintuigen, prikkels, pijn en genot, honger en dorst, verlangen, vastklampen, het bestaan zelf, ouderdom en dood

''De twaalf schakels van onderling afhankelijk ontstaan resulteren in lijden;aangezien de twaalf schakels en lijden niet onafhankelijk van elkaar ontstaan,bestaan ze niet inherent.Bovendien is het niet aanvaardbaar om te poneren dat de twaalf schakels gebaseerd zijn op een enkel moment van een bewustzijn noch op opeenvolgende momenten van het bewustzijn,daar dergelijke momenten afhankelijk ontstaan en niet inherent bestaan.''


9
''Vergankelijk bestaat niet, onvergankelijk bestaat niet, niet-zelf bestaat niet, zelf bestaat niet, onzuiverheid bestaat niet, zuiverheid bestaat niet, geluk bestaat niet en lijden bestaat niet. Daarom bestaan er ook geen onjuiste zienswijzen.*''

* de vier onjuiste zienswijzen: niet begrijpen dat alles vergankelijk is, dat het leven lijden is, dat mensen geen ziel wezen hebben en dat de dingen leeg zijn

''Omdat gebrekkige dingen afhankelijk van elkaar ontstaan,bestaan ze niet inherent als permanente verschijnselen,noch bestaan ze inherent als vegankelijke verschijnselen,noch als verschijnselen met zelf-natuur noch zonder zelf-natuur;noch als zuiver noch als onzuiver,noch als gelukzalig noch als lijden.Aldus bestaan de vier misvattingen niet als kwaliteiten die inherent in verschijnselen bestaan,maar worden ze veeleer aan verschijnselen toegeschreven.''

De vier misvattingen zijn vier 'kenmerken' van samengestelde en gebrekkige verschijnselen.De vier misvattingen zijn: vergankelijke verschijnselen zien als permanent,onzuivere verschijnselen zien als zuivere verschijnselen,verschijnselen die zelfloos zijn zien als verschijnselen die een zelf hebben en verschijnselen die lijden teweeg brengen zien als verschijnselen die geluk teweeg brengen.
Het zijn misvattingen omtrent een object door het uit onwetendheid overschatten van zijn natuur en door er kenmerken aan toe te voegen.

Men kan zich afvragen of de misvatting van het zien van een zelfloos verschijnsel als een verschijnsel met een zelf fundamenteler is dan de andere drie misvattingen. Dit is echter niet juist,want deze vier misvattingen zijn grove misvattingen en de ene is niet fundamenteler dan de andere.Het geloof in het inherent bestaan van een zelfnatuur in verschijnselen,hetgeen de basis van onwetendheid is,is een subtiele misvatting.
Als er bijvoorbeeld aan de gebrekkige aggregaten vastgehouden wordt als inherent bestaande vergankelijke verschijnselen,dan is dat een subtielere misvatting dan het vasthouden aan de gebrekkige aggregaten als inherent bestaande permanente verschijnselen.
Als begrepen wordt dat de aggregaten (combinatie van lichaam en geest) niet inherent bestaan als vergankelijke verschijnselen,dan moet ook begrepen zijn dat de aggregaten niet inherent bestaan.
Maar als begrepen wordt dat de aggregaten geen inherent bestaande permanente verschijnselen zijn,dan hoeft niet begrepen te zijn dat de aggregaten niet inherent bestaan.

Een niet verduisterd bewustzijn voegt aan een verschijnsel geen eigenschappen toe en onderkent dat zelfs leegte of zelfloosheid niet van de kant van  verschijnselen ontstaat,maar aan hen wordt toegevoegd of aan hen wordt toegeschreven door het bewustzijn.

Er ligt een vergissing op de loer.
Namelijk te geloven dat wanneer het bewustzijn van de vier misvattingen is bevrijd,zich werkelijke kenmerken openbaren die inherent en onafhankelijk in de natuur van verschijnselen bestaan.
In relatieve zin is het waar dat verschijnselen vergankelijk  enz. zijn en op die manier komt onwetendheid in relatieve zin voort uit de vier misvattingen. Maar omdat alle verschijnselen afhankelijk van andere verschijnselen ontstaan,bestaan ze feitelijk niet inherent en de kenmerken die aan hen worden toegekend dus ook niet.
Of deze kenmerken nu de vier misvattingen of hun tegenovergestelden zijn,het zijn allemaal kenmerken die er aan zijn toegevoegd en deze kenmerken hebben geen inherent bestaan in de natuur van deze objecten.
En daarom bestaat de onwetendheid die relatief uit de vier misvattingen ontstaat ook niet inherent.


10
''Derhalve bestaat er geen onwetendheid gebaseerd op onjuiste zienswijzen. Zonder onwetendheid ontstaat er geen karma. Zo ook voor de andere tien oorzaken van het lijden.''

''Er zijn geen vier misvattingen die inherent bestaan en dus kan er geen onwetendheid zijn die hieruit ontstaat. Omdat die onwetendheid niet inherent bestaat,kan het niet het leven schenken aan karmische formaties,wat betekent dat karmische formaties niet zullen ontstaan en dus ook de overige schakels niet.(van de pratitya samutpada).''

Als onwetendheid niet inherent bestaat,moet dat wat ervan afhankelijk is ook leeg zijn van konkreet bestaan.
Dus karmische  formaties die afhankelijk van onwetendheid ontstaan,bestaan niet op een solide manier,net zoals de andere tien schakels die elk successievelijk van de voorafgaande schakels afhankelijk zijn.



11
''Onwetendheid ontstaat niet zonder karma en zonder karma ontstaat er geen onwetendheid. Wederkerig als ze zijn, kunnen ze niet op zichzelf bestaan.''

''Onwetendheid kan niet ontstaan als een oorzaak behalve afhankelijk van de karmische formaties. Ook de karmische formaties kunnen niet ontstaan behalve afhankelijk van hun oorzaak,onwetendheid.
Omdat onwetendheid en karmische formaties met elkaar verbonden zijn  als oorzaak en gevolg,daarom worden deze twee door een betrouwbare cognitie gekend als niet inherent bestaand.''



12
''Hoe kan datgene wat niet op zichzelf bestaat, iets voortbrengen dat wel op zichzelf bestaan? Het voorwaardelijke schept niet het onvoorwaardelijke.''

''Geen van de twaalf schakels (van afhankelijk ontstaan) kan op zichzelf inherent ontstaan,maar is afhankelijk van de overige schakels.Hoe kan een schakel dan een andere schakel produceren? Bovendien,omdat een schakel is ontstaan als een oorzaak afhankelijk van de andere schakels,hoe kan het dan fungeren als een voorwaarde voor het ontstaan van gevolgen zoals de andere schakels?''




13
De vader is niet de zoon, de zoon is niet de vader, noch bestaan ze gelijktijdig. De een bestaat alleen in relatie tot de ander. Zo is het ook met de twaalf oorzaken van het lijden.

14
Net zoals gedroomde pijn en gedroomd genot geen echte oorzaak hebben en niet echt zijn, zo bestaat het afhankelijke niet op zichzelf, noch datgene wat daar weer van afhankelijk is.

15
Vraag: Als dingen niet op zichzelf bestonden, zouden het inferieure, het middelmatige en het superieure en de tienduizend dingen, grondeloos zijn, en zonder oorzaak!

16
Antwoord: als dingen op zichzelf bestonden, zou er toch zeker geen sprake zijn van voorwaardelijkheid? Als dingen onvoorwaardelijk bestonden, hoe zouden ze dan niet op zichzelf kunnen bestaan? Het ware zijn verdwijnt niet.

17
Hoe kan het niet-zijnde een eigen bestaan, een afgeleid bestaan of geen-bestaan leiden? Hieruit volgt dat de ideeën van een eigen bestaan, een afgeleid bestaan en niet-bestaan voortkomen uit de vier onjuiste zienswijzen.

18
Vraag: Als de dingen werkelijk leeg waren, zou niets kunnen ontstaan of vergaan. Hoe kan datgene wat niet op zichzelf bestaat dan toch ontstaan en vergaan?

19
Antwoord: Zijn en niet-zijn bestaan niet onafhankelijk van elkaar. Zou dat wel het geval zijn, dan zouden ze altijd zijn. Zonder niet-zijn, geen zijn. Zonder zijn, geen niet-zijn.

20
Zonder zijn geen niet-zijn. Zijn ontstaat noch uit zichzelf noch uit iets anders. Daarom bestaat het zijnde niet. Dus is er geen zijn en derhalve ook geen niet-zijn.

21
Is er zijn dan is er onvergankelijkheid; is er niet-zijn dan moet er wel vergankelijkheid zijn. Zodra er iets is, treedt deze paradox op. Daarom is er niets.

22
Vraag: Deze paradox heeft niets te maken met onvergankelijkheid. Dingen vergaan nou eenmaal nadat ze iets veroorzaakt hebben.
Antwoord: zoals gezegd staat dat helemaal niet vast. Vergankelijkheid en onvergankelijkheid zijn wederzijds afhankelijk.

23
Vraag: Het onderricht van de Boeddha over de Weg betreft ontstaan en vergaan, niet leegte!
Antwoord: Deze twee sluiten elkaar niet uit.

24
Vraag: Als er geen ontstaan en vergaan zou zijn, wat is het dan dat ten einde komt wanneer wij het nirwana betreden?
Antwoord: Bestaat bevrijding niet in het besef dat er in wezen niets ontstaat of vergaat?

25
Als nirwana het gevolg is van een vergaan dan is er vergankelijkheid. Zo niet, dan is er onvergankelijkheid. Daar beide problematisch zijn gebleken, is het niet logisch om het nirwana gelijk te stellen aan zijn of niet-zijn.

26
Zou vergankelijkheid op zichzelf bestaan, dan zou het onafhankelijk moeten zijn van zijn. Maar vergankelijkheid kan niet bestaan zonder zijn, noch zonder niet-zijn.

27
Een teken dankt zijn bestaan aan een betekenis waar het niet mee samenvalt. Een teken betekent niet zichzelf. Noch betekenen teken en betekenis elkaar, want wat zelf ongefundeerd is kan het ongefundeerde niet funderen.

28
Zo ook voor oorzaak en gevolg, waarneming en waarnemer, degene die ziet en hetgeen hij ziet, degene die voelt en hetgeen hij voelt, en zo voort, zonder uitzondering.

29
De drie tijden* bestaan niet werkelijk aangezien ze relatief zijn en wederzijds afhankelijk. Ze veranderen onophoudelijk want ze bestaan niet op zichzelf. Ze zijn niet; het zijn slechts onderscheidingen.

* verleden, heden en toekomst

30
Omdat ontstaan, duur en vergaan niet werkelijk zijn, geldt hetzelfde voor alle dingen erdoor gekenmerkt worden.

31
Het onvergankelijke vergaat niet, evenmin als het vergane. Het blijvende blijft niet, evenmin als het niet-blijvende. Het geborene wordt niet geboren, evenmin als het ongeborene. 

32
Samengesteld en niet-samengesteld zijn veel noch een; zijnd, noch niet-zijnd, noch zijnd én niet-zijnd. Meer mogelijkheden zijn er niet.

33
Vraag: De Bhagavat, de Leraar, heeft gesproken over de duur van karma, de aard van karma, de gevolgen van karma, en ook over het persoonlijke karma van de levende wezens en over de onvergankelijkheid van karma.

34
Antwoord: Karma bestaat niet op zichzelf. Wat niet ontstaat, vergaat niet. Denken dat het op zichzelf bestaat, schept een ik. Het ik is slechts een onderscheiding.

35
Als karma echt was, zou het lichaam dat het voortbracht onvergankelijk zijn. Maar dan zou karma ook geen lijden veroorzaken.

36
Karma is niet het gevolg van omstandigheden en al helemaal niet van niet-omstandigheden. Het is een illusie, een sprookje, een luchtspiegeling.

37
Karma wordt veroorzaakt door klesas*. Het is een kwestie van hartstocht. Het lichaam heeft karma als oorzaak. Derhalve zijn alle drie voorwaardelijk.

* klesas (spreek uit 'kleesjaas', enkelvoud klesa) oorzaken van het lijden, in het bijzonder onwetendheid, ik-denken (denken dat je iemand bent), aantrekking, afstoting en hechting

38
Zonder karma geen dader. Zonder deze beide, geen gevolgen. Zonder deze, niemand die het ondergaat. Alles is leeg.

39
Begrijpt men eenmaal dat karma leeg is, dan onstaat het niet meer. Zonder karma ook geen gevolgen van karma.

40
Net zoals wanneer Heer Tathagata op magische wijze een verschijning projecteert, en deze verschijning op zijn beurt een verschijning projecteert.

41
De verschijning die de Tathagata projecteert is immers leeg, om nog maar te zwijgen over de verschijning geprojecteerd door de projectie. Beide zijn slechts namen, onbeduidende onderscheidingen.

42
Welnu, de dader komt overeen met de verschijning geprojecteerd door de Tathagata, zijn karma met de verschijning geprojecteerd door de projectie. Van nature zonder betekenis, zijn het slechts onderscheidingen.

43
Als karma op zichzelf bestond, zou er geen nirwana zijn, noch de daden van een dader. Als karma niet bestond, dan ook niet de fijne of vervelende gevolgen ervan.

44
'Is' en 'is niet' en ook 'is - is-niet' zijn door de Boeddha's opgevoerd met een bedoeling. Die is niet gemakkelijk te begrijpen!

45
Als vorm van zichzelf al materiaal is, komt het niet voort uit de elementen*. Het komt ook niet voort uit zichzelf. Hieruit volgt dat het niet bestaat.

* aarde, water, lucht, vuur

46
De vier grote elementen worden niet aangetroffen in één ervan, noch bevindt één ervan zich in een van de vier. Hoe kunnen de vier grote elementen dan de oorzaak zijn van vorm?

47
Aangezien het object zelf niet wordt waargenomen, maar alleen zijn verschijningsvorm, bestaat het object niet op zichzelf. Maar de verschijningsvorm is eveneens voorwaardelijk en bestaat dus ook niet op zichzelf. Een object zonder verschijningsvorm is evenmin voorstelbaar.

48
Zou de geest in staat zijn substantie te bevatten dan zou hij ook zijn eigen substantie kunnen vatten. Maar hoe kan een geest die alleen voorwaardelijk bestaat, zijn eigen gebrek aan substantie bevatten?

49
Als de geest op één bepaald moment niet het ontstaan van een vorm kan bevatten, hoe zou het dan wel een eerdere of latere vorm kunnen bevatten?

50
Kleur en vorm worden nooit afzonderlijk van een object aangetroffen. Ze zijn er niet van gescheiden maar ze zijn er ook niet aan gelijk.

51
Het gezichtsvermogen zit niet in het oog, niet in het object en ook niet tussen beide in. Daarom is iedere conceptie van het gezichtsvermogen als een functie van het oog of het object onjuist.

52
Als het oog zichzelf niet eens kan zien, hoe zou het dan wel objecten kunnen zien? Oog en vorm zijn zonder substantie. Hetzelfde geldt voor de overige zintuigen.

53
Het oog bevat niets eigens, nog het eigene van iets anders. Vorm is al even leeg. Hetzelfde geldt voor de overige waarnemingsvelden.

54
Als ieder zintuigveld leeg is dan is iedere combinatie van zintuigvelden ook leeg. Leeg is leeg. Leegte berust niet op niet-leegte, noch berust niet-leegte op leegte.

55
Zonder substantie kunnen de drie* op geen enkele wijze met elkaar in contact komen. Zonder contact geen gevoel.

*de drie: de indriya: (zintuigorganen), visaya (zintuigobjecten), en vijnana (waarnemingsvelden / het denken)

56
Het bewustzijn bestaat niet op zichzelf maar berust op de interne en externe zintuigvelden, die op hun beurt niet op zichzelf bestaan. Hieruit volgt dat ook het bewustzijn zonder substantie is, net als luchtspiegelingen en illusies.

57
Daar bewustzijn optreedt in samenhang met een waarneembaar object, bestaat het waarneembare niet op zichzelf. Daar het bewuste subject niet bestaat zonder het waarneembare en het bewustzijn, bestaat het bewuste subject niet op zichzelf.

58
Alles mag dan vergankelijk lijken, in werkelijkheid is niets vergankelijk of onvergankelijk. Zouden de dingen werkelijk bestaan, dan waren zij hetzij vergankelijk, hetzij onvergankelijk. Dus bestaan ze niet.

59
Daar de entiteiten 'begeerte', 'haat' en 'waan' het gevolg zijn van verkeerde zienswijzen, bestaan ze niet op zichzelf.

60
Daar men hetzelfde kan begeren of haten en er allerlei waanideeën over kan hebben, berusten de hartstochten op onderscheid. Onderscheid is niet reëel dus zijn de hartstochten ook niet reëel.

61
Dat wat men zich verbeeldt, bestaat niet echt. Als men zich niets verbeeldt, hoe zou er dan verbeelding kunnen zijn? Zowel het verbeelde als de verbeelding zijn voorwaardelijk. Daarom zijn ze beide leeg.

62
Ziet men eenmaal de waarheid, dan is het gedaan met onwetendheid, die immers het gevolg is van de vier onjuiste zienswijzen. Zonder onwetendheid kan zich geen karma vormen. Net zo vergaat het de andere oorzaken van het lijden.

63
Datgene wat voorwaardelijk ontstaat uit dit of dat, ontstaat niet in afwezigheid van dit of dat. Zijn en niet-zijn, samengesteld en enkelvoudig, laten zich niet meer tegenover elkaar stellen. Dit is Nirwana.

64
Denken dat dingen die voortkomen uit oorzaken en omstandigheden werkelijk zijn, is wat de Leraar onwetendheid noemt. Hieruit ontstaan de twaalf oorzaken van het lijden.

65
Maar als men eenmaal inziet dat de dingen leeg zijn, verkeert men niet langer in een waan. Het is gedaan met onwetendheid en de twaalf spaken van het wiel komen tot stilstand.

66
Karma kan men vergelijken met illusies, luchtspiegelingen, netjes van haar, schuim, zeepbellen, fantomen, dromen, cirkels van ronddraaiende fakkels.

67
Niets bestaat op zichzelf, en het niet-zijnde bestaat ook niet. Zijn en niet-zijn, beide geboren uit oorzaken en omstandigheden, zijn leeg.

68
Daar alle dingen zonder substantie zijn, leert de onvergelijkbare Tathagata de voorwaardelijkheid aller dingen.

69
Het ultieme is niets anders dan de leegte. De volmaakte Boeddha's, de Bhagavats, hebben hun verhalen echter moeten aanpassen aan wereldse conventies.


70
De wereldse conventies blijven onaangetast. In werkelijkheid heeft de Tathagata niets geleerd. Maar dwazen die de woorden van de Tathagata niet begrepen hebben, vrezen zijn inhoudsloze discours.

71
Het principe van voorwaardelijkheid kent geen uitzonderingen. Als het afhankelijke niet op zichzelf bestaat, dan bestaat het helemaal niet. En daarmee basta.

72
Iemand die oprecht de waarheid zoekt, iemand die dit principe logisch onderzoekt en vertrouwt op de grondeloze leer, laat de kwestie van zijn en niet-zijn achter zich en rust in vrede.

73
Wanneer men eenmaal begrijpt dat alle bestaan voorwaardelijk is, dan verdwijnen de onjuiste zienswijzen vanzelf. Van zienswijzen verschoond, maakt men zich niet langer druk om begeerte, illusie en boosheid, en dat is het nirwana.






De tijd

1. Als het heden en de toekomst afhankelijk zouden zijn van het verleden, dan zouden heden en toekomst tijdens het verleden moeten bestaan.

2. Als daarentegen het heden en de toekomst toen niet bestonden, hoe kunnen ze er dan toch afhankelijk van zijn?

3. Er bestaat anderzijds ook geen verleden dat onafhankelijk van beide een feit is. Er is daarom geen heden en geen toekomst.

4. Op precies dezelfde manier moeten ook beide overgebleven aspecten worden beschouwd en ook het hogere, lagere en middelste deel, enzovoort en eenheid, enz.

5. Tijd die stilstaat bestaat niet. Tijd die niet stilstaat wordt niet waargenomen. Hoe kan tijd zich kenbaar maken als waarneembaar als ze niet wordt waargenomen.

6. Als tijd afhankelijk is van de dingen, hoe zou er dan tijd kunnen bestaan zonder de dingen. Er bestaat echter geen enkel ding, hoe zou tijd dan kunnen bestaan?
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 17:53 door DirkJan »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Nagarjuna, 70 coupletten over leegte.
« Reactie #1 Gepost op: 21-12-2011 23:05 »
Interessante bijdrage Lord Rainbow.

Ook Nagarjuna schijnt zich met zijn uitspraken dus vooral aan de materiële wereld gehecht te hebben. ik bedoel:  aan de materie gehecht te hebben om daar uitspraken over te doen.
Ik vraag me af hoeveel miljard keer nog herhaald moet worden dat alle materiële existentie, de dingen dus, de objecten dus, de materie, vergankelijk van aard zijn, niet inherent zijn.
Het lijkt me dat ieder weldenkend mens met enige opleiding, zeker in de westerse cultuur, daar nu toch wel van op de hoogte is of kan zijn.

Verlichting treedt niet zozeer op door de realisering van leegte maar door inzicht in de werkelijkheid van het materiële vergankelijke bestaan. Maar vermoedelijk is dat wat je bedoelt. (?)

We kunnen natuurlijk wel wat over het inherente bestaan zeggen, over de Geest dus en de werking van de Geest  op aarde maar het is natuurlijk wel zo dat dat niet eenvoudig is omdat de taal vaak ontoereikend is.

De teksten van Nagarjuna zijn verder aardig te volgen zolang de lezer bij 'leeg' zich maar blijft voorstellen dat het over de leegte der dingen gaat, de leegte  van materiele existentie der dingen.
De Geest, inherent van bestaan,  is bepaald niet leeg.

Ik vermoed dat de teksten , zo vertaald, zoals wel vaker , wel eens niet correct de oorspronkelijke betekenis zouden kunnen weergeven. Als ik het zo lees vindt ik het allemaal wel erg abstract en staan er zaken waar ik het niet mee eens ben,.....uitgaande van de inherente Geest.
Nagarjuna heeft het nergens over de in herent bestaande Geest, hij (er)kent deze schijnbaar niet ?.
Hij kent alleen maar wat niet inherent is wat inherent is kent hij schijnbaar niet...... daarom kan hij er niets over zeggen (?).

Neem de volgende regel;

53 Als het oog zichzelf niet eens kan zien, hoe zou het dan wel objecten kunnen zien? Oog en vorm zijn zonder substantie. Hetzelfde geldt voor de overige zintuigen.

Dit is dus een Mahayana denkwijze.

Wat te denken van de volgende denkwzijze

Het oog kan zien omdat het zich zelf opoffert in de activiteit van zien om het  'zien' van het andere mogelijk te maken.

Dat zelfde geldt voor het denken, ons denken kan ideëen 'zien'- een geestelijk, innerlijk proces, door opoffering.
Dat is klaarblijkelijk geen Boeddhistische denkwijze maar een christelijke, je zelf opofferen om het andere mogelijk te maken.

Het zien van de wereld om ons heen, zintuiglijk gesproken vindt plaats , wordt mogelijk door een zintuig wat voortdurend afsterft in haar activiteit en weer wordt opgebouwd.

Ons lichaam is voortdurend in afbraak en opbouw. (Ouder worden en sterven wil zeggen dat de opbouw afneemt, en de afbraakkrachten de overhand krijgen).
 
Dan:
56. Het bewustzijn bestaat niet op zichzelf maar berust op de interne en externe zintuigvelden, die op hun beurt niet op zichzelf bestaan. Hieruit volgt dat ook het bewustzijn zonder substantie is, net als luchtspiegelingen en illusies.



Echter,
het bewustzijn kan op aarde aards bewustzijn zijn door middel van de aardse zintuigen.
Onze zintuigen zijn - vanuit geestelijke wereld  opgebouwde - mediators waar de geestelijke werking 'doorheen' plaats kan vinden.
Met onze geestlijke zintuigen - het denken(inspiratie, voorstellingsvermogen, intuitie),  kunnen we geestelijke werkelijkheid waarnemen.
Een goede meditatie, op basis van een eerder in meditatie aangeleerde concentratie, is werking van de geest welke  Geestelijke werkelijkheid kan waarnemen zonder tussenkomst van de zintuigen en dan ook zonder de tussenkomst van een denkproces.
Dat is - in mijn ervaring - je geconcentreerd richten op een gedachte zoals: in het beginne was het Woord, en deze gedachte zichzelf uit laten spreken.

Ik vind de teksten,  zoals  vermeld,  van Nagarjuna weinig toereikend voor de tijd waarin wij leven.


De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

lord rainbow

  • Gast
Re:Nagarjuna, 70 coupletten over leegte.
« Reactie #2 Gepost op: 21-12-2011 23:36 »
citaat Chan:

''Ik vraag me af hoeveel miljard keer nog herhaald moet worden dat alle materiële existentie, de dingen dus, de objecten dus, de materie, vergankelijk van aard zijn, niet inherent zijn.
Het lijkt me dat ieder weldenkend mens met enige opleiding, zeker in de westerse cultuur, daar nu toch wel van op de hoogte is of kan zijn.''


antwoord:

Kunnen bedenken dat personen en verschijnselen vergankelijk (leeg) zijn,
en dus niet konkreet of vanuit  eigen kracht of identiteit bestaan,
is nog iets anders dan de werkelijkheid of ons zelf ook als zodanig
te ervaren.

In mijn leven verschijnen  de dingen ,
hoewel ik weet (kan bedenken) dat ze niet werkelijk bestaan
en samengesteld en voorbijgaand van aard zijn,toch alsof ze wel
werkelijk bestaan.

(zeker in de postmeditatieve tijd dan toch)



Verlichting treedt niet zozeer op door de realisering van leegte maar door inzicht in de werkelijkheid van het materiële vergankelijke bestaan. Maar vermoedelijk is dat wat je bedoelt. (?)

min of meer..
wanneer emoties,gedachten,belevingen,
waarnemingen,voorkeuren en dergelijke processen
ook onder 'materieel' vallen,
zijn de benamingen voor mij inwisselbaar.


citaat Chan:

''Nagarjuna heeft het nergens over de in herent bestaande Geest, hij (er)kent deze schijnbaar niet ?.
Hij kent alleen maar wat niet inherent is wat inherent is kent hij schijnbaar niet...... daarom kan hij er niets over zeggen (?).''


antwoord:

Door de leegte van personen en verschijnselen te realiseren,
realiseer(t) je (zich) de verlichting.Dat is dus de bedoeling ervan.


http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,267.msg1208.html#msg1208

Let wel: alleen de openingspost van het topic....
« Laatst bewerkt op: 22-12-2011 00:58 door lord rainbow »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Nagarjuna, 70 coupletten over leegte.
« Reactie #3 Gepost op: 22-12-2011 08:27 »
Voor mij is weten dat personen en verschijnselen vergankelijk zijn geen leegte.
Als ik naar een persoon of een ding kijk weet ik dat die persoon en dat verschijnsel de uitdrukking zijn van een idee, van een inherente geestelijke werkelijkheid.
Zij vormen samen voor mij de werkelijkheid, de materie en de geestelijke inhoud daarvan.
Het 'zien'van deze eenheid is ook geen leegte want het is de volheid van het zien dat lichaam en Geest een zijn.
Het 'zien' is de volheid van geestelijke werkzaamheid oftewel de werkzaamheid van de geest.
In die zin zijn we dus allemaal potentieel Boeddha's.
Heel veel mensen zien echter niet wat ik hierboven beschreven heb, zij zien, overeenkomstig het denken van Immanuel Kant (het materialistisch denken geformuleerd door hem ongeveer 250 jaar geleden) alleen de materie als de enige werkelijkheid, en alle - onzichtbare -  processen als afgeleid van materiële werking.
In dat denken wordt de Geest als oorsprong van al het vergankelijke ontkend.

In het moderne Boeddhisme wordt de materie als niet inherent gezien, echter de Geest wordt niet gekend en erkend. Dat is niet in overeenstemming met de leringen van Boeddha zoals onder ander hier door jou en Basho in bijdragen ondersteund.

Het moderne Boeddhisme blijft steken in de ontkenning van de werkelijkheid van het vergankelijke bestaan en is door die voortdurende herhaalde traditionele ontkenning van materie in wezen op haar manier GEHECHT aan die materie.
In die zin is de materie voor moderne Boeddhisten de Broodheer, het is hun bron van inkomsten.
Krishnamurti wees hier in zijn talks ook regelmatig op: 
De mensen die zich inzetten voor  het bestaan van oorlog en de mensen die zich inzetten voor het voorkomen van oorlog zijn allemaal verbonden aan het fenomeen oorlog, alleen op een verschillende manier.
Dus, de mensen die zich actief hechten aan het materieel bestaan en de mensen die dat materieel bestaan actief als een werkelijkheid ontkennen zijn allemaal verbonden, gehecht, aan dat materieel bestaan hoewel op een verschillende manier.

In wezen is dit alles bij elkaar een fenomeen van onwaarachtigheid, het verschijnsel dat het moderne Boeddhisme niet leeft vanuit het bewustzijn dat het bestaan van het verschijnsel Boeddhisme verbonden is met het bestaan van de materie. Zij vormen een eenheid.

Dat is wat ik dus het misbruik van het Boeddhisme, de leringen van Boeddha,  noem.
Het moderne Boeddhisme is in heel veel gevallen een soort van degeneratie van het oorspronkelijke Boeddhisme, de leer van Boeddha waarin de Geest inherent van bestaan, de oergrond, de oorsprong,  van al het vergankelijke is. 


De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

lord rainbow

  • Gast
Re:Nagarjuna, 70 coupletten over leegte.
« Reactie #4 Gepost op: 23-12-2011 12:24 »
Omstreeks de eerste eeuw kreeg ergens langs de Zijderoute een omvangrijke collectie geschriften gestalte die, samengenomen, de Perfectie van Wijsheid-teksten is gaan heten.
Ze zijn waarschijnlijk de bron geweest voor de Mahāyana Mahāparinirvāna Soetra wanneer deze spreekt over de identiteit tussen het relatieve (samvrti) en het bovenredelijke (paramartha), of ook: het ledige en het niet-ledige, of het zelf en het niet-zelf.

"In de samengestelde elementen (samskrta dhātu) tonen zich de niet-samengesteldheden (asamkrta dharma), en in de niet-samengesteldheden tonen zich de samengestelde elementen."

Het is een andere manier om de Hart Soetra's woorden te herhalen: vorm is leegte, leegte is vorm. (De Hart Soetra is onderdeel van de Perfectie van Wijsheids-Geschriften.)
De Mahāparinirvāna Soetra zal deze gedachtegang gebruiken om aan te tonen dat Boeddhanatuur noch vorm, noch leegte is, en ook niet zowel vorm als leegte - geheel in navolging van de 1e of 2e-eeuwse Nagārjuna's "Zangen van het Midden".


[De monnik] "Káshyapa sprak tot de Boeddha: Wereld-Gezegende, Is er in de 25 vormen van bestaan een zelf of niet?"
"Boeddha antwoordde: Goede man, "Zelf" betekent Tathāgata-garbha. Ieder wezen heeft Boeddhanatuur. Dit is het zelf. Zo'n zelf is vanaf het begin zonder begin bedekt met ontelbare [mentale] bezoedelingen."


We worden aangespoord zowel het zelf als het niet-zelf te zien. En hier wordt dus verteld dat zowel zelf als niet-zelf Boeddhanatuur is, want:
"Ik zal je nu vertellen hoe je de Tathāgata-garbha binnengaat.
Zou zelf zijn [of bestaan hebben], dan is dit de leer van "is" [atma-vada of sásvata-drsti].
Als zelf niet [bestaand] is, dan kan er geen verdienste zijn, zelfs niet wanneer je zuivere handelingen verricht.
Wanneer iemand zegt dat alle dingen [dharma] geen zelf bezitten, dan is dit niet meer of minder dan de leer van "niet-is" [anatma-vada of ucchédika-drsti - oedzjéédika-: de verkeerde mening over totale vernietiging of totaal niet-zijn].
Als je zegt dat zelf bestaat, dan is dit de eeuwigheidsleer [sásvata-drsti].
Zou iemand zeggen dat alle dingen niet-eeuwig zijn, dan is dit de "niet-is" mening.
Zou iemand zeggen dat alle dingen bestaan, dan is dit de "eeuwig-is" mening [eeuwigheidsleer].
Zou iemand zeggen dat alles lijden is [sarvam dukkham - een leenterm uit het Brahmanisme], dan is dit de "niet-is" mening.
Zou iemand zeggen dat alles vreugde is [een vedánta-opvatting], dan is dit de "eeuwig-is" mening.
Als iemand het Pad van het "eeuwig-is" bewandelt, dan vervalt die persoon [automatisch ook] in de ketterij van "niet-is" [want er wordt gedacht in dualiteit tussen is en niet-is].
Iemand die het Pad bewandelt waarin wordt gesteld dat alle dingen [uiteindelijk] uitdoven, vervalt [om dezelfde reden] in de mening van "eeuwig-is".

Deze beide passages waarin de Tathāgata-garbha wordt besproken tonen de houding die ook de eerdergenoemde Nagārjuna in zijn "Zangen van het Midden" aannam. Er is een totale negatie (ontkenning) van alles wat maar enigszins zou kunnen leiden tot denken in tegengestelden of in dualiteit:heb je het over "eeuwig", dan kun je dat alleen maar doen wanneer je ook "niet-eeuwig" in gedachten hebt. Heb je het over "is", dan kun je dat alleen maar doen met "niet-is" in het achterhoofd. Beide uitersten zijn fout. De Zoheid van de Tathāgata gaat daar boven uit. Dat betekent echter niet dat hier het Taoïstische Ene naar voren wordt geschoven, want ook Een - in tegenstelling tot twee of meer - wordt ontkend.
We hebben het hier werkelijk over de woordloze Dharma.

http://www.buddha-dharma.eu/Boeddhamatrix-in-de-Nirvana-soetra.html

lord rainbow

  • Gast
Dalai lama on bodhicitta.
« Reactie #5 Gepost op: 10-01-2012 15:42 »
His Holiness the Dalai Lama gives a half-day afternoon teaching on Nagarjuna's "Commentary on Bodhichitta" organized by a Vietnamese group in New York on October 4th, 2009.

Met een uitleg over de werkelijkheid binnen de vier scholen.
(vaibhasika en sautantrika (realistic schools),cittamatra(yogacara,mind-only),madhyamika(svatantrika en prasangika)
En natuurlijk een paar rondjes leegte verkenning....



http://www.youtube.com/watch?v=NKNGH0uqFWo&feature=relmfu
« Laatst bewerkt op: 10-01-2012 18:16 door lord rainbow »