Auteur Topic: De madhyamika filosofie  (gelezen 16664 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Viriya

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 462
  • Geslacht: Man
  • Zoek!
    • Bekijk profiel
    • Toegang tot Inzicht (De verzamel site van Boeddhistische Geschriften)
De madhyamika filosofie
« Gepost op: 02-04-2007 09:58 »
Post 1 van Lord Rainbow over de madhyamika filosofie: "De madhyamika spreekt niet over het onnoembare.Zij geeft alleen aan hoe de relatieve werkelijkheid beter gekend kan worden,in de overtuiging dat daardoor vanzelf ook de deur naar de uiteindelijke werkelijkheid open gaat.En dit is heel veelbelovend.


De madhyamika probeert door middel van redenering alle beperkende filosofien af te breken.
Want het is alleen wanneer wij voorbij het relatieve bewustzijn gaan,wanneer wij voorbij terminologie en woorden gaan,dat we een eenheid of alheid zullen ontdekken.
Daarin vinden wij blijvende vrede,blijvende opheffing van het lijden,liefde,kracht en wijsheid.

Dat is de rede waarom een boeddhist zijn foutieve zienswijze wil opheffen.Het biedt niet alleen bevrijding van het gebrekkige bestaan,het is ook een weg om de uiteindelijke werkelijkheid te ervaren,die schuil gaat achter het spel der verschijnselen.

Deze tweedeling in relatieve en uiteindelijke werkelijkheid is essentieel voor de madhyamika filosofie.


Het is mogelijk om de dualiteit van het denken te overstijgen,indien je niet vasthoudt aan je eigen overtuiging als zou dat de enige juiste zijn.
We zullen alles los moeten laten.Pas dan gaan we voorbij woorden.
Zolang je vast blijft houden aan welk idee of welke filosofie dan ook als een absoluut iets,bindt je jezelf steeds weer vast in de relatieve werkelijkheid en blijft de deur naar de uiteindelijke werkelijkheid gesloten.

Post 2: "het onderscheid in samsara en nirwana is inderdaad lastig,maar volgens mij wel essentieel.Omdat zo vermeden wordt dat je in een uiteste of extreme visie terecht komt.
Samsara en nirwana zijn twee kanten van dezelfde medaille.Dat maakt het zo subtiel allemaal."

Door redenering alle beperkte filosofi?n afbreken<-- Hoe gaat dit in zijn gang?
Onderscheid in samsara en nirwana voorkomt dat je in een uiterste of extreme visie hebt<-- Hoe gaat dit in zijn gang?

Met metta,
Django
« Laatst bewerkt op: 20-12-2011 20:56 door lord rainbow »
http://www.toegangtotinzicht.nl
 De Verzamelsite van Alle Nederlandse Boeddhistische Geschriften

lord rainbow

  • Gast
De vier punten analyse
« Reactie #1 Gepost op: 02-04-2007 18:13 »
Hallo django,
Leuk om er een apart topic aan te wijden!
Mijn antwoord bestaat voornamelijk uit het bijeenbrengen van informatie die elders op het forum al aanwezig is,met hier en daar een kleine nieuwe toevoeging.

Mijn bronnen zijn, tenzij anders vermeld, de onderrichtingen van wijlen Geshe Konchog Lhundup,
Lama Zopa Rinpochee,  Geshe Sonam Gyaltsen, de vertalingen door Hans van den Bogaert en de aantekeningen die ik daarvan gemaakt heb.

Hier volgt eerst het antwoord op je eerste vraag:"hoe gaat dat in zijn werk."


de redeneertechniek van deze analytische meditatie
op zelfloosheid of leegte van personen en verschijnselen



De methode van de vier punten analyse.

1- Vaststellen van het object dat verworpen dient te worden.

Waar je in deze analyse naar kijkt is niet het ik, zoals we het intellektueel kunnen begrijpen als alleen maar een benoeming op basis van een verzameling lichamelijke en geestelijke processen.
Waar je naar kijkt is het ik zoals zich dat steeds voor doet als een konkrete,opzichzelfstaande entiteit.Het ik dat heel manifest is als je bijvoorbeeld boos bent.

2- Vaststellen dat er maar twee mogelijkheden zijn.
- of het bestaat als zijnde een met de basis van benoeming.

- of het bestaat als iets anders dan de basis van benoeming.

Waar zit dat ik dat zo onafhankelijk bestaat.Van waaruit we eigenlijk voortdurend handelen?

Waar zit dat ik dat zich zo ongelooflijk kan opwinden,dat zo in zijn/haar trots geraakt kan worden,dat zo boos kan worden,dat zo heftig kan velangen?

3- Vaststellen van het niet(konkreet )een zijn.
Als het een is met het lichaam,waar zit het dan?Je hebt lichaam en geest,is het dan het lichaam of de geest.Als het allebei is heb je op zijn minst twee elkaar wederzijds uitsluitende ikken....
En dat kan natuurlijk niet.

-4 Vaststellen dat het niet(konkreet) verschillend is.Als het iets anders
is,moet het tevoorschijn komen als je je lichaam en geest helemaal uitkleed,ontleed.


Als je dus eerst hebt vastgesteld wat nu precies het ik is waaraan je zo vasthoudt en van waaruit je leeft en handelt,stel je vervolgens vast dat als er daadwerkelijk zo'n solide ik bestaat,er maar twee mogelijkheden zijn: of het is hetzelfde als de basis van benoeming(=lich/geest)of het is iets totaal anders,los van de basis van benoeming.
Een andere mogelijkheid is er niet,immers: het gaat hier over een konkreet,onafhankelijk,op eigen kracht bestaand ik.Zo doet het zich aan ons voor.
 
Laten we nemen:Fiets.
 
1 Fiets
2 De fiets is of gelijk aan zijn onderdelen, of iets dat losstaat van zijn onderdelen. Er zijn geen andere opties.

3 Het fiets-zijn zit als je het bestudeert in geen van zijn onderdelen. Niet in de wielen, in het stuur of het frame. Zelfs als de hele handel op een hoop gooit heb je nog steeds geen fiets. Dus de fiets is niet gelijk aan zijn onderdelen.

4 Als je alle onderdelen weghaalt blijft er niets over dat je fiets noemt. Dus de fiets bestaat evenmin onafhankelijk van zijn onderdelen.

Oftewel: een fiets is geen inherent   bestaand object. Het bestaat slechts in afhankelijkheid met zijn onderdelen, de configuratie ervan, zijn makers, de waarnemer en de manier van gebruik, etc.
 

Dat er maar twee opties zijn heeft te maken met dat we het hebben over 'konkreet','op zichzelf,vanuit eigen kracht' bestaan hebben.

Als de fiets inherent bestaat,moet hij als zodanig te vinden zijn.Ofwel als iets buiten het object om(wat eigenlijk onzin is),ofwel als samenvallend met het object.

Wanneer we de 'fiets' nu gaan analyseren blijkt hij uit allerlei onderdelen te bestaan:is dan het tandwiel de fiets,of het stuur? dan heb je op zijn minst al twee fietsen.

Hoe meer je analyseert,hoe minder (konkrete) fiets er gevonden wordt.

Uiteindelijk blijkt de fiets niets meer te zijn dan een benoeming op basis van zijn funktie.

De fiets bestaat dus niet(=konkreet,inherent).

Wat natuurlijk wel bestaat is het geheel van oorzaken,onderdelen,enz,wat wij aanduiden met het woord 'fiets'.De fiets bestaat wel als afhankelijk ontstaan,op relatief nivo.
 
 
Nog een rondje:
 


Het identificeren van het object van ontkenning

Ofschoon we de hele tijd naar een inherent bestaand ik grijpen, zelfs tijdens onze slaap, is het niet eenvoudig vast te stellen hoe het aan onze geest verschijnt. Om het duidelijk te identificeren, moeten we beginnen om ervoor te zorgen dat het zich sterk manifesteert door situaties te overdenken waarin we een overdreven ik-gevoel hebben, zoals wanneer we voor schut gezet worden, beschaamd, bang of verontwaardigd zijn. We herinneren of verbeelden ons zo'n situatie en proberen dan zonder enig commentaar of analyse een duidelijk mentaal beeld te krijgen van hoe het ik vanzelf verschijnt op zulke tijden. In dit stadium moeten we geduldig zijn, omdat het vele sessies kan duren voordat we een duidelijk beeld krijgen. Uiteindelijk zullen we zien dat het ik volledig solide en echt lijkt te zijn, van zijn eigen kant bestaand zonder van het lichaam of de geest afhankelijk te zijn. Dit helder verschijnende ik is het inherent bestaande ik dat wij zo sterk koesteren. Dit is het ik dat wij verdedigen wanneer we bekritiseerd worden en waarop we zo trots zijn wanneer we geprezen worden.
     Zodra we een beeld hebben van hoe het ik in deze extreme situaties verschijnt, zouden we moeten proberen te identificeren hoe het gewoonlijk verschijnt, in minder extreme situaties. We kunnen bijvoorbeeld het ik observeren dat op dit ogenblik mediteert en proberen te ontdekken hoe het aan onze geest verschijnt. Ten slotte zullen we zien dat, hoewel er in dit geval niet zo'n opgeblazen ik-gevoel is, het ik niettemin nog steeds inherent bestaand lijkt te zijn, van zijn eigen kant bestaand zonder van het lichaam of van de geest afhankelijk te zijn.
     Zodra we een beeld hebben van het inherent bestaand ik, richten we ons hier voor een tijdje op met ??npuntige concentratie en gaan dan verder naar het tweede stadium.

Het weerleggen van het object van ontkenning

Als het ik bestaat op de manier waarop het verschijnt, dan moet het bestaan op een van deze vier manieren: als het lichaam, als de geest, als de verzameling van het lichaam en de geest, of als iets gescheiden van het lichaam en de geest; er is geen andere mogelijkheid. We overdenken dit zorgvuldig totdat we overtuigd raken dat dit het geval is en gaan dan verder met het onderzoeken van elk van de vier mogelijkheden:

1.      Als het ik het lichaam is, is het zinloos om te zeggen 'mijn lichaam'; omdat de bezitter en het bezit identiek zijn.     
         Als het ik het lichaam is, is er geen wedergeboorte, omdat het ik ophoudt te bestaan      wanneer het lichaam sterft.
         Als het ik en het lichaam identiek zijn, dan zou, aangezien we in staat zijn geloof te ontwikkelen, te dromen, wiskundige raadsels op te lossen enz., hieruit volgen dat vlees, bloed en beenderen hetzelfde kunnen doen.
     Omdat niets van dit alles waar is, volgt hieruit dat het ik niet het lichaam is.

2.      Als het ik de geest is, is het zinloos om te zeggen 'mijn geest', omdat de bezitter en het bezit identiek zijn;maar gewoonlijk wanneer we ons richten op onze geest zeggen we 'mijn geest'. Dit wijst er duidelijk op dat het ik niet onze geest is.
         Als het ik de geest is, dan volgt hieruit, aangezien elk persoon vele soorten geestestoestanden heeft, zoals de *zes bewustzijnen, conceptuele geestestoestanden en niet-conceptuele geestestoestanden, dat elk persoon net zoveel ikken heeft. Daar dit absurd is,volgt hieruit dat het ik niet de geest is.

3.      Daar het lichaam en de geest niet het ik zijn, kan de verzameling van lichaam en geest niet het ik zijn. De verzameling van lichaam en geest is een verzameling van dingen die niet het ik zijn, dus hoe kan de verzameling zelf dan het ik zijn ? 
     In een kudde koeien bijvoorbeeld is geen van de dieren een schaap, daarom is de kudde zelf geen schaap. Op dezelfde manier is in de verzameling van lichaam en geest noch het lichaam, noch de geest het ik, daarom is de verzameling zelf niet het ik.

Misschien vindt u dit punt moeilijk te begrijpen, maar als u hier een lange tijd met een kalme en positieve geest over nadenkt en het met meer ervaren beoefenaars bespreekt, zal het u geleidelijk aan duidelijk worden. U kunt ook authentieke boeken over het onderwerp raadplegen, zoals Hart van Wijsheid.

4.      Als het ik niet het lichaamis, niet de geest en niet de verzameling van lichaam en geest, is de enige mogelijkheid die overblijft dat het iets is dat gescheiden is van het lichaam en de geest. Als dit het geval is, moeten we in staat zijn het ik waar te nemen zonder dat ?f het lichaam ?f de geest verschijnt, maar als we ons verbeelden dat ons lichaam en onze geest totaal zouden verdwijnen, zou er niets overblijven dat het ik genoemd kan worden. Daarom volgt hieruit dat het ik niet gescheiden is van het lichaam en de geest.

We zouden ons moeten voorstellen dat ons lichaam geleidelijk aan in niets oplost. Daarna lost onze geest op, onze gedachten verwaaien met de wind en onze gevoelens, wensen en bewustzijn versmelten in het niets. Is er iets van het ik dat achtergebleven is? Er is niets. Het is duidelijk dat het ik niet iets is dat gescheiden is van het lichaam en de geest.

We hebben nu alle vier de mogelijkheden onderzocht en zijn er niet in geslaagd om het ik te vinden. Daar we reeds besloten hebben dat er geen vijfde mogelijkheid is, moeten we concluderen dat het werkelijk bestaande, of inherent bestaande, ik dat gewoonlijk zo duidelijk verschijnt, helemaal niet bestaat.   Waar er eerder een inherent bestaand ik verscheen, verschijnt nu een afwezigheid van dat ik. Deze afwezigheid van een inherent bestaand ik is leegte, de uiteindelijke waarheid.


     We kunnen ons misschien afvragen 'Als er geen werkelijk bestaand ik is, wie is er dan aan het mediteren? Wie zal er uit de meditatie opstaan, met anderen spreken, en antwoorden wanneer mijn naam wordt geroepen?' Ofschoon er niets is binnen het lichaam of de geest, of gescheiden van het lichaam en de geest, dat het ik is, betekent dit niet dat het ik helemaal niet bestaat. Hoewel het ik niet op ??n van de hierboven genoemde manieren bestaat , bestaat het wel op een conventionele manier. Het ik is louter een benaming die door de conceptuele geest aan de verzameling van lichaam en geest toegeschreven is. Zolang we maar tevreden zijn met de loutere benaming 'ik', is er geen probleem. We kunnen denken ?ik besta?, ?ik ga naar de stad? enz.. Het probleem doet zich alleen voor wanneer we een ik zoeken buiten de louter conceptuele toeschrijving 'ik'. De zelfvervormende geest grijpt naar een ik dat uiteindelijk bestaat, onafhankelijk van conceptuele toeschrijving, alsof er achter dit etiket een ?echt? ik zou bestaan. Als zo'n ik bestond zouden we het moeten kunnen vinden, maar door nader onderzoek hebben we gezien dat het ik niet gevonden kan worden . De conclusie van ons onderzoek was een definitieve onvindbaarheid van het ik. Deze onvindbaarheid van het ik is de leegte van het ik, de uiteindelijke aard van het ik. Het ik dat bestaat als een loutere toeschrijving is de conventionele aard van het ik.     

Als je deze meditatie techniek toepast,ontstaat er een gevoel dat je iets kwijt bent.er is opeens een enorme rumte,een enorme openheid.Die openheid,die ruimte dienen we vast te houden.op te koncentreren of bij te verblijven,zonder daaruit weer allerlei konklusies te trekken.Zonder weer met onszelf in discussie te gaan van:"oh,het is zus," of'oh het is zo."
Het gaat om de tolerantie van afwezigheid daarvan.
Dit geeft tevens het belang aan van concentratie.Met behulp van concentratie houden we de ervaring van afwezigheid vast.
Op die manier ontstaat een nieuwe absorptie,een diepe concentratie op een afwezigheid,die als de ruimte is.
Wanneer je opstaat uit de meditatie,zien we toch alle verschijnselen weer alsof ze opzichzelf bestaan.Die neiging is nu eenmaal heel sterk ontwikkeld.
Dan is het belangrijk te bedenken dat alles afhankelijk ontstaan is. 


Het antwoord op je tweede vraag,hoe de twee waarheden of werkelijkheden te samen een extreme visie voorkomen is als volgt:
Als je alleen maar ziet dat de relatieve werkelijkheid geen harde kern heeft,zou je de konklusie kunnen trekken dat er dus helemaal niets bestaat en dat het dan ook niet uitmaakt wat je doet.Dat is nihilisme.
Van de andere kant kun je ook de gelukzaligheid gaan koesteren die je in meditatieve absorpties ervaart.En dat is zweverij.Want je leeft ook in de relatieve werkelijkheid.
Bij het beantwoorden van deze tweede vraag kom ik er voor mijn gevoel toch nie helemaal uit....

nou,is flinke hap geworden

hartelijke groet
« Laatst bewerkt op: 03-05-2017 12:57 door DirkJan »

Offline Viriya

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 462
  • Geslacht: Man
  • Zoek!
    • Bekijk profiel
    • Toegang tot Inzicht (De verzamel site van Boeddhistische Geschriften)
Re: de madhyamika filosofie
« Reactie #2 Gepost op: 02-04-2007 20:56 »
Sooweej :o, het is zeker een flinke tekst geworden en je hebt mij alleen nog maar nieuwsgieriger gemaakt ;D. Ik zal even samenvatten wat je in je vorige post hebt gezegd (ik hoop dat dit correct is, anders heb ik het niet begrepen ;))

1. De filosofie maakt dus veel gebruik van de vierpunten analyse . Waaruit kan worden geconcludeerd dat alles vergankelijk is.

2. Door de relatieve werkelijkheid (waar alles vergankelijk is) en de absolute werkelijkheid (dat ongeconditioneerd is) altijd in notie te nemen met hoe je denkt, veroorzaakt dit een denken dat gericht is op de Middenweg.

Ik heb zelf nog enkele dingen opgezocht die andere forumlezer misschien ook interessant vinden en hopelijk het geheel vergroot, want de vier punten analyse is een mooie methode om op redelijk eenvoudige wijze tot echt begrip in de drie karakteristieken van het bestaan te komen.

Katinka Hesseling heeft op haar site (http://hermes7.katinkahesselink.net/2004/juli.html) dit stukje over de madhyamika filosofie geschreven:
Haar filosofie komt op het volgende neer, hoewel dit uiteraard een vereenvoudiging is: Niets is uiteindelijk werkelijk. Maar alles bestaat relatief. Het is een relatieve werkelijkheid dat er tafels en stoelen in deze ruimte staan. Maar uiteindelijk zijn de tafels en de stoelen onwerkelijk, in de zin dat ze geen uiteindelijk bestaan hebben. Voor theosofen is het begrip het makkelijkst te benaderen vanuit het Hindu begrip Maya. Dat wil zeggen, het idee dat alles schijn is. Er zijn in het Boeddhisme meerdere manieren om dit uit te leggen. Voor mij is de meest eenvoudige de volgende: alles wat wij zien, alles wat we ervaren, alles waar we waarde aan hechten, alles wat we kunnen verzinnen is tijdelijk. Nauwkeuriger, en nu komen we dichter bij de Boeddhistische benadering: alles wat samengesteld is, is eindig. Alles wat ooit is samengesteld, in elkaar gezet, ontstaan uit meerdere ingredienten ? zal ooit weer uit elkaar vallen.


Een tekst van Buddhanet.net (http://www.buddhanet.net/e-learning/buddhistworld/maha2.htm) die het ook zeer duidelijk uitlegd:

The fathers of the Mahayana were considered to be Nagarjuna, who lived between the first and second ceturies of our era, and founded what is known as the Madhamika philosophy or philosophy of the Middle Way and Maitreyanatha who lived in the third century of our era. Maiteyanatha's philosophy was developed in the fourth century by two brothers, Asangha and Vasubandhu and was known as Yogacara or Vijnavada philosophy. Yoga means meditation and Vijna means consciousness or mind. This also became known as the "Mind Only" school as it emphasised subjective idealism - that consciousness is the ultimate reality. Legend has it that Nagarjuna recieved instruction from the Nagas (Serpent Kings) when he visited their Dragon's Palace under the sea.

Nagarjuna taught that there is neither reality nor non-reality but only relativity. Madhyamika attacked the Sthaviravada belief that everything, even component parts are in perpetual flux or state of becoming. Madhyamika introduced the concept of Sunyata or emptiness. It taught that all elements (Dharmas) are impermanent and have no independent existence in themselves. They may be broken down into parts, the parts into sub-parts and so on infinitely. Therefore, taught Nagarjuna, all phenomena have a relative as opposed to an absolute existence. All of life is reduced to a single, underlying flux, a stream of existence with an everlasting becoming. However, madhyamika tells us nothing of the nature of this stream of life. Nagarjuna used the dialectic method to ruthlessly negate all pairs of opposites. He taught that Sunyata is the absolute realityand that there is no difference between Samsara (the phenomenal world) and Sunyata (the indescribable absolute).

Another important concept attributed to Nagarjuna is his teaching of Samvrti or relative truth and Paramartha or ultimate truth. Relative truth is conventional or empirical truth - that experienced by the senses, whereas, the ultimate truth is Sunyata which can only be realised by transcending concepts through intuitive insight.


Met metta,
Django
« Laatst bewerkt op: 30-12-2011 18:58 door lord rainbow »
http://www.toegangtotinzicht.nl
 De Verzamelsite van Alle Nederlandse Boeddhistische Geschriften

lord rainbow

  • Gast
Re:De madhyamika filosofie
« Reactie #3 Gepost op: 30-12-2011 19:31 »
In deze analyse is sprake van de logika van de tegenstelling.Iets is of het een of het ander.
Kijken we bijvoorbeeld naar lichaam en geest. Iets wat geest is kan nooit lichaam zijn,
omdat de natuur van lichaam en geest volstrekt verschillend is.
Lichaam is vorm,gestalte,kleur.
Geest is helder,weten. Geest heeft geen vorm,geen kleur en geen gestalte.
Als we deze logika toepassen op het 'ik' en de aggregaten(combinatie van lichaam en geest die de basis vormen waarop een persoon benoemd wordt),dan zijn er ook maar twee mogelijkheden.

Er is een verband tussen het ik en de aggregaten,dat is iedereen duidelijk. Maar als er een konkreet,solide,onafhankelijk 'ik' zou bestaan,zoals dat zich aan ons voordoet,dan zijn er maar twee mogelijkheden:

ik = lichaam en geest

of

ik = niet lichaam en geest.

Als je er eenmaal van overtuigd bent dat er maar twee mogelijkheden zijn en dat is hier zo omdat we spreken van konkreet(inherent,solide,onafhankelijk,permanent) bestaan,ga je onderzoeken of het 'ik' lichaam en geest is.
De conclusie zal zijn dat het 'ik' niet het lichaam is en ook niet de geest.
Dan blijft alleen de mogelijkheid over dat het iets is dat losstaat van lichaam en geest.
Maar dat kunnen we niet stellen,omdat het 'ik'bepaalde lichamelijke en geestelijke ervaringen heeft.

Je kunt dus nooit zeggen dat het helemaal iets anders is dan lichaam en geest.
Als je dan zegt dat het dus toch lichaam en geest is,dan zit je met twee ikken te kijken.

Wanneer je zegt dat het niet het lichaam is maar wel de geest,
welk gedeelte van de geest is het dan?
Zo ga je zoeken om dat ik te lokaliseren.


Het is niet gemakkelijk om in een simpele redenering als deze mee te gaan.
De meeste mensen proberen toch altijd weer slimmer te zijn
dan de methode die geboden wordt.
Als je in plaats van het 'ik'op te laten komen om het vervolgens te verwerpen,
iets nieuws gaat formuleren,dan werkt de methode niet.Dan heb je er niks aan.
Tenzij je die nieuwe ideeen dan weer gaat gebruiken
als object dat verworpen dient te worden.
Dan begin je weer van voren af aan.( met de vier punten analyse).

We zijn geneigd om steeds weer iets anders in de plaats te zetten
van dat wat we verwerpen.
Als iets iets niet is,willen we toch op zijn minst dat het iets
anders is. Het moet altijd iets zijn. We hebben nooit geleerd om te zeggen:''Het is niet blauw en daarmee klaar.''
Nee, als het niet blauw is dan is het wel geel of groen.
We hebben altijd een andere bevestiging nodig. Dat is eigenlijk de wetenschappelijke methode waarbij men uitgaat van een veronderstelling dat iets waar is. Dit blijft waar totdat er een tegenstelling in
aangetoond wordt. Dan is het gewoon niet waar,maar dan is er weer iets anders
dat waar is. Er moet altijd iets waar zijn.
In de filosofie van de Madhyamika verwerpen we,maar we zetten er niets voor in de plaats.
Nagarjuna zegt:'' Het is niet blauw,het is niet geel,het is niet groen en het is ook niet wit.''
Als er dan iemand zegt:'' Oh,dan moet het wel rood zijn,'' dan zal Nagarjuna zeggen:
''En het is ook niet rood.''
« Laatst bewerkt op: 30-12-2011 19:33 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Madhyamika vervolg
« Reactie #4 Gepost op: 30-12-2011 22:18 »
Wat is nu eigenlijk het probleem van de foutieve zienswijze
van onafhankelijk(inherent,solide,konkreet,permanent) bestaan van
personen en verschijnselen?

De madhyamika analyseert de relatieve werkelijkheid.
Dat moeten we goed onthouden.
Aangezien er een relatieve werkelijkheid is,die onderzocht wordt,
is er ook een absolute werkelijkheid.
Maar daar doet de madhyamika geen uitspraken over.

Doordat we vasthouden aan een onafhankelijk bestaan van zelf en verschijnselen,ontstaat gehechtheid en begeerte aan onszelf en aan de dingen die ons zelfbeeld bevestigen en ondersteunen en
ontstaat aversie en agressie tegen alles wat dat zelfbeeld van ons in gevaar brengt of in gevaar zou kunnen brengen.
En zo is de weg vrij voor allerlei verstorende emoties.

De neiging van het vasthouden aan inherent bestaande entiteiten zorgt ervoor
dat we de dingen voortdurend waarnemen op een manier waarop ze niet bestaan.
En daarmee zitten we dus telkens fout.
Zelfs ten aanzien van de relatieve werkelijkheid.

Dus het probleem is dat we de werkelijke aard van het bestaan niet kennen.
Het probleem is bovendien dat wat we van het bestaan wel kennen,namelijk de relatieve werkelijkheid,waarnemen op een totaal foutieve wijze. We zien dingen die er niet zijn.
Het gaat er dus niet om een vreemde wereldvisie aan te leren. Het gaat erom op te houden met onze vreemde wereldvisie,met het zien van dingen die er absoluut niet zijn.

En als we ophouden met dingen te zien die er niet zijn
dan is er geen basis meer voor gehechtheid en begeerte
en dan is er ook geen basis meer voor aversie,agressie en haat.
Alleen als we de wijsheid van zelfloosheid ontwikkelen
zullen we er in slagen de wortel van het lijden door te kappen.
Alleen dan zullen we er in slagen voorgoed een eind te maken aan alle
verstorende houdingen en de onzuivere karmische akties die daaruit voortvloeien.

Alle andere doelen waar in meditaties naar gestreefd wordt
zoals het bereiken van de diepe absorpties in eenpuntige concentratie
of samadhi,alle nivo's van samadhi en de daaruit voortvloeiende vermogens.
zijn niet in staat ons te bevrijden van het gebrekkige bestaan.
Daarom heten alle methoden die de eenpuntige concentratie helpen ontwikkelen,weledse methoden.

De wijsheid die de leegte realiseert is de enige manier om te ontsnappen
uit dit gebrekkige bestaan.
Daarom wordt het een bovenwereldse of transcedente wijsheid genoemd. Omdat ze
ons verlost van het gebrekkige,wereldse bestaan.

Vaak wordt de vergissing gemaakt dat de diepe staat van concentratie die bereikt wordt,
gezien wordt als bevrijding. Een diepe concentratie is echter alleen maar een
tijdelijke bevrijding. Zodra de concentratie is beindigt kom je tot de ontdekking
dat je helemaal niet bevrijd bent.
Op een gegeven moment begint er een of andere karmische wind te waaien.

Er zijn veel filosofische systemen met allemaal opvattingen over wat het 'ik' is.
Hoewel we in verschillende filosofien verschillende opvattingen zullen vinden
over wat het 'ik' nu precies is,gaat het daar hier(analytische meditatie zelfloosheid)
helemaal niet om.

Hier gaat het erom een techniek toe te passen
die welke opvatting je ook hebt over het 'ik'
en het vasthouden hieraan,onderuit haalt.
Zolang we vasthouden is er lijden.
« Laatst bewerkt op: 01-01-2012 16:21 door lord rainbow »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:De madhyamika filosofie
« Reactie #5 Gepost op: 30-12-2011 23:21 »
De ervaring van de meetbare werkelijkheid op aarde vertelt mij dat lichaam kan bestaan zonder Ik.
Neem een mineraal waar.  geen Ik
Neem een plant waar.  geen IK
Neem een dier waar. geen IK
Lichamen zonder Ik.

De mens is een lichaam met een IK.
De mens is een enkelvoudig lichaam waar het idee dat leidde tot de manifestatie van dat lichaam (de meetbare werkelijkheid),  maar zelf onmeetbaar,   in 'aanwezig' is/kan zijn.

Het volgende zeggen:

Maar als er een konkreet,solide,onafhankelijk 'ik' zou bestaan,zoals dat zich aan ons voordoet,dan zijn er maar twee mogelijkheden:

ik = lichaam en geest

of

ik = niet lichaam en geest.



is een bevooroordeeld denken , een denken dat ook los staat van de ervaring en alleen maar abstractie is, gedachtenspinsel.

Een dergelijk benadering verstaat wellicht onder Geest de psyche van de mens, maar dat is niet waar we het over hebben als we het hebben over het IK van de mens.
Het Ik van de mens is niet de psyche van de mens , want de mens kan een psyche hebben zonder IK ervaring (primaire autisten).

Het Ik van de mens is de innerlijke ervaring in bewustzijn van een innerlijk centrum van bewustzijn.
(Wat bij een primair autist 'ontbreekt')
Geest is dat wat inherent van bestaan is.
Bewustzijn wat niet meer nodig heeft als bewustzijn om zichzelf in en als bewustzijn te ervaren is deel van de Geest.
Psyche ervaart zichzelf niet als psyche, het is het denken, het bewustzijn, dat psyche als psyche ervaart en kent.
De menselijke psyche is niet inherent van bestaan


De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

lord rainbow

  • Gast
Re:De madhyamika filosofie
« Reactie #6 Gepost op: 30-12-2011 23:39 »
Een dergelijk benadering verstaat wellicht onder Geest de psyche van de mens, maar dat is niet waar we het over hebben als we het hebben over het IK van de mens.
Het Ik van de mens is niet de psyche van de mens , want de mens kan een psyche hebben zonder IK ervaring (primaire autisten).

Dit is precies het hele punt waarom
de madhyamika onderscheidt maakt tussen de twee waarheden :

-de relatieve werkelijkheid

-de absolute werkelijkheid.


Het onderzoek betrekt zich op de relatieve werkelijkheid.
De manier waarop we die (de meeste mensen dan toch) waarnemen
en de manier waarop ze bestaat.
We moeten deze twee niet door elkaar gaan halen of met elkaar verwarren.
Zo werkt het natuurlijk niet.

« Laatst bewerkt op: 01-01-2012 16:18 door lord rainbow »

Offline Irene

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 22
  • Geslacht: Vrouw
  • Moge alle levende wezens gelukkig zijn.
    • Bekijk profiel
Re:De madhyamika filosofie
« Reactie #7 Gepost op: 31-12-2011 13:21 »
We kunnen toch niets anders doen dan de weg van de Boeddha gaan. Met de groots mogelijke toewijding. Meer kunnen wij niet doen, al het andere is grijpen.

Met liefdevolle vriendelijkheid,

Irene

lord rainbow

  • Gast
Madhyamika vervolg 1
« Reactie #8 Gepost op: 01-01-2012 16:15 »
....

Als we door een onderzoek als de vierpunten analyse tot de konklusie komen
dat het 'ik' op de manier waarop we dachten dat het bestond
nergens te vinden is,als we die analyse goed hebben gedaan,
dan moet er een schrik reaktie komen. Een gevoel alsof je iets kwijt bent.
 
Zoals al eerder gezegd ontkend de madhyamika geenszins het bestaan van een 'ik' als een
funktionerend geheel op relatief nivo.
Maar dit 'ik' zoals het wel bestaat is dus niets anders dan een benoeming,een etiket op het geheel van lichamelijke en geestelijke processen. Alle verschijnselen zijn eigenlijk alleen maar benoemingen,
het voorzien van een naam op grond van de basis voor benoeming of op grond van onderdelen.
Er zijn een aantal onderdelen of processen waarop we een naam plakken.
We leven dus in een wereld van etiketten.
Een wereld van abstrakte termen en als we een object waarnemen
dat min of meer voldoet om zo'n etiket te dragen,
dan plakken we er niet alleen het etiket op,
we gaan er zelfs vanuit dat dat het object hetzelfde is als het plaatje dat wij erop plakken.
Zo verwarren we dus een abstrakt begrip met een concreet object.

Wanneer we iets visueels waarnemen dan komt die waarneming tot stand door een groot aantal oorzaken en omstandigheden. Er is een uitwendig object ( buiten het lichaam),er is het zintuig,er is de vorm van bewustzijn die verbonden is met dat zintuig. Er komt heel wat bij kijken voordat we ons bewustzijn van een object.
Als we het objekt echter als een opzichzelf staande entiteit gaan onderzoeken
dan kunnen we het daar niet vinden.
Voeren we de analyse korrekt uit dan zal de konklusie zijn
dat het object zelf  niet te vinden is in het object.
Het objekt blijkt zonder essentie,zonder harde kern te zijn.

Wanneer de analyse niet correct wordt uitgevoerd dan bestaat het gevaar dat we in een van de twee extreme zienswijze vervallen.
We komen dan ofwel tot de conklusie dat er een object buiten ons aanwezig is als een onafhankelijk,permanent bestaand iets,eternalisme, ofwel we komen tot de conklusie dat er helemaal geen object bestaat,nihilisme.

Het is erg belangrijk te beseffen dat er twee dingen aan de hand zijn met betrekking tot objecten die we onderzoeken. Er is een basis van benoeming,het relatief bestaande object en er is een vasthouden aan die basis van benoeming alsof dat een konkrete entiteit is. Dit laatste is wat verworpen dient te worden in de meditatie.
We verwisselen als het ware voortdurend de benoeming met de basis van benoeming.
« Laatst bewerkt op: 22-03-2014 19:03 door Dirk Knol »

lord rainbow

  • Gast
Madyamika vervolg 2 de vier scholen
« Reactie #9 Gepost op: 01-01-2012 16:19 »
Vanwege de complexiteit van de filosofie zijn er in het boeddhisme verschillende scholen ontstaan.
We kennen de scholen van de Vaibhasika's,sautantrika's,cittamatra's en madhyamika.
Deze verschillende scholen hebben verschillende opvattingen over het 'zelf' ,over funktionerende personen en over de verschijnselen daaromheen,met dienverstande dat de vaibhasika's en de sautantrika's er een eenvoudiger filosofie op na houden dan de cittamatrins en dat alle filosofieonderuit wordt gehaald door de madyamika school.
In de scholen van vaibhasika en sautanrika wordt aangenomen dat als iets bestaat dat het dan ook echt(werkelijk) moet bestaan. Niet-echt bestaand bestaat niet.
De cittamatrins beperkt het echte bestaan tot de geest. De uitwendige verschijnselen bestaan niet echt( werkelijk,inherent) maar de geest bestaat wel echt.
Als de geest niet echt zou bestaan zou die er niet zijn en zouden de uiterlijke objecten niet bestaan.

De twee scholen van de madyamika(de middenweg) te weten svatantrika madhyamika en prasangika madhyamika gaan een stuk verder. Zij ontkennen ook het echte bestaan van de geest.

De cittamatra ( mind only) gaat dus verder dan de lagere filosofische scholen in dat ze beseffen dat de objecten om ons heen enkel bestaan bij de gratie van hun waarneming of het bewustzijn van die objecten.

De svatantrika houden vast aan het mentaal bewustzijn als echt bestaand.
De prasangika zegt dat zelfs het mentaal bewustzijn niet echt bestaat als een konkrete,onafhankelijke entiteit.

We zien dus een verschil in opvattingen binnen het boeddhisme.
Boeddha heeft deze verschillende opvattingen ook zelf onderwezen.
Naarmate de mensen meer konden verwerken gaf hij ze moeilijker leerstellingen.
Er wordt echter gezegd,zeker binnen het tibetaans boeddhisme, dat alle filosofische leerstellingen in hun toenemnde mate van complexiteit eigenlijk een geheel dienen te  vormen.
We beginnen met de eenvoudiger opvattingen van de vaibhasika filosofie.
Werken dan via de toegespitstere denkbeelden van de sautantrika toe
naar de cittamatra school.Vervolgens gaan we via de svatantrika madhyamika door
naar de prasangika madhyamika.
Er blijft zo steeds minder over en uiteindelijk niets om aan vast te houden.

Het blijkt vaak dat het niet handig is om meteen met de prasangika filosofie te beginnen.
Het is technisch zo moeilijk omdat het om een niet bevestigende ontkenning gaat.
Er wordt alleen maar in ontkend.
Er wordt niets in bevestigd.
Bovendien bestaat het gevaar dat mensen zozeer afgeschrikt worden door de uitspraak dat er niets bestaat dat ze helemaal de kluts kwijt raken en er niets meer over willen horen.
De prasangika filosofie die door Nagarjuna en Chandrakirti onder woorden is gebracht is wanneer je die als een apart stelsel beschouwt eigenlijk ondoorgrondelijk. Het is ook erg vreemd als je zegt dat er geen 'ik' is en dat er niets is dat echt bestaat.Je denkt dan al gauw van : ''waar hebben ze het in vredesnaam over.?''

Voor mensen met een niet al te scherpe intelligentie bestaat zelfs het gevaar dat naar aanleiding van dit soort uitspraken de conclusie getrokken wordt dat er inderdaad helemaal niets bestaat en dat het dus helemaal niets uitmaakt wat je verder doet. Dat je er dus maar op los kunt leven ook al gaat dat ten koste van alles en iedereen.

In Tibet begint men eerst met het behandelen van hindoeistische systemen,boeddhisme was immers een reaktie op het hindoeisme van die tijd,en vervolgens de boeddhistische leerstellingen.
Hier in het westen beginnen we dus eigenlijk achterste voren men is ook vooral geinteresserd in de essentie.

Maar het is wel handig om te weten dat de prasangika dus reageert  op voorgaande leerstelsels.




Cittamatra :


Alle verschijnselen zijn manifestaties van mentale energie
en bestaan niet buiten de geest.
Zij vernietigen de dualistische ziens wijze door te zien dat alle objecten in het veld van de zes zintuigen niets meer zijn dan louter projecties van onze eigen geest.
Alle relatieve verschijnselen komen op en verdwijnen als de bubbles in een glas cola.
De cola correspondeert met de geest zelf, terwijl de bubbles relatieve verschijnselen zijn
waargenomen met de zes zintuigen.

Kunnen de bubbles gescheiden worden van de cola?
Nee!
Daarom zijn ze niet gescheiden,ze zijn non dualistisch.





Prasangika( konsekwentelijken) madhyamika:


Het is juister te zeggen dat het bestaan van dingen afhankelijk is
van het erkennen door een benoemend bewustzijn.

De konsekwenelijken overstijgen het dualisme door te realiseren dat zowel het subject(de geest) als het object(zintuigelijk veld) illusoir zijn en leeg van (opzich)zelfbestaan.
Subject en object zijn wederzijds onderling afhankelijk.
Ze kunnen niet onafhankelijk van elkaar bestaan.
Om die reden zijn de konsekwentelijken het niet eens met de mind only(cittamatra) positie
dat de geest zelf - als bron en substantie van waaruit alle verschijnselen voortkomen- werkelijk,inherent bestaat.
Alle verschijnselen,ook geest,zijn leeg van het geringste spoor van zelfbestaan.

Elk verschijnsel heeft twee karakteristieke kwaliteiten of naturen.
De ene is de relatieve verschijning- kleur,vorm enz- Dit wordt 'misleidende waarheid' genoemd omdat
het onafhankelijk lijkt te bestaan van oorzaken,voorwaarden en omstandigheden.
In termen van dit nivo onderscheiden we subject/object,dit en dat.
Alhoewel alle verschijnselen,innerlijke en uiterlijke,deelhebben aan deze relatieve natuur
komen ze wel tot stand,bestaan ze en verwijnen ze weer,
zonder ooit verwijderd te zijn van de sfeer van non dualiteit.

De andere is de non dualistische absolute natuur van verschijnselen,die spontaan co-exists
met alle verschijnselen.
Verschijnselen zelf en de natuur van verschijnselen hebben verschillende kwaliteiten.Ze zijn niet hetzelfde ding.
Alle verschijnselen hebben tegelijkertijd zowel een relatieve/konventionele manier van bestaan als wel
een absolute,ware natuur,die non dualistisch is.

Bepaalde energien komen samen en produceren een relatief verschijnsel.
Diens relatieve manier van bestaan is dualistisch
en verschijnt in termen van een subject-object relatie;
toch: alle dingen komen op binnen de ruimte van non dualiteit.
« Laatst bewerkt op: 01-01-2012 17:54 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Madhyamika vervolg 3 beoefening
« Reactie #10 Gepost op: 01-01-2012 17:09 »
De conclusie is dat het 'ik' als een konkrete,onafhankelijke entiteit
bij nader onderzoek niet blijkt te bestaan en dus niets anders is dan
de benoeming op de basis van een veelheid van lichamelijke  en geestelijke processen.

Het is niet de bedoeling dat we dit als het zoveelste stukje informatie in onze computer stoppen
en daar verder niets mee te doen.
Het is de bedoeling dat wij met de techniek( de analytische meditatie van de vierpunten analyse)
steeds opnieuw aan het werk gaan totdat we echt overuigd raken van het feit dat 'ik' niets anders is dan
een benoeming.
Waarom is dat zo?

Ook al komen we tot een ervaring van die absentie of een vacuuum,
van dat 'ik',dan zullen we daarna toch weer als we ons opwinden
een heel solide 'ik' in onszelf tegenkomen.
We blijven deze analyse dus beoefenen tot we bevrijd zijn.

We proberen bovendien om de conclusie die we aldus bereiken vast te houden.
We richten daar onze volledige koncentratie op
en we maken daar een diepe absorptie van.
Een diepe absorptie op het ontbreken van het 'ik'.
De absorptie die 'als de ruimte' is. Zij is een onbegrensde verademing.

Dus we hebben behalve deze vipassana of inzicht meditatie hier ook de
Koncentratie meditatie nodig. We zien steeds opnieuw dat de verschillende
technieken en beoefeningen die in het boeddhisme onderwezen worden
alles met elkaar te maken hebben.

Terwijl we met de kracht van de koncentratie gericht blijven op dat
vacuuum van dat 'ik',zal de conclusie waarschijnlijk in kracht afnemen.
Hij wordt een beetje oud bakken. Dan is het de bedoeling dat we
binnen die concentratie en zonder uit de concentratie op te staan opnieuw
opnieuw ons overtuigen van de waarheid van dat vacuuum
door op een subtiele manier nog eens de vier punten analyse te doen.

In het begin zal dat niet gaan.
Als je in het begin gaat nadenken over de vier punten zul je merken
dat je concentratie verstoord raakt.
Maar dat is een kwestie van oefenen om meer gemak en vaardigheid er in te krijgen,
Op een gegeven moment wordt het dan mogelijk om binnen die diepe concentratie
een subtiele analytische meditatie te doen zonder dat de concentratie verstoord wordt.
Dit is het gezamenlijk beoefenen van shamatha en vipassana ofwel het gezamenlijk beoefenen van de eenpuntige concentratie en de diepe inzicht meditatie.
Dit wordt genoemd 'de eenpuntige concentratie die de diepe absorptie
en het diepe inzicht verbindt'.
Daar is een voorbeeld voor:

Als het meer van onze geest rimpelloos is en geheel tot rust is gekomen door onze concentratie,
dan kan daar gerust een klein visje in heen en weer zwemmen
dat het meer onderzoekt zonder rimpels te veroorzaken in dat meer.
Dat is dus een heel andere manier van onderzoeken.
Als wij in het begin onderzoeken dan gaan we zo tekeer in dat meer
dat het hele meer in rep en roer komt. We spetteren en plonsen,dan is de
concentratie verbroken.
Het is dus mogelijk om als dat kleine visje heel subtiel in dat meer rond te zwemmen
zonder dat de concentratie daar onder lijdt.

Omdat deze meditatie onderdeel uitmaakt van het mahayana onerricht
wordt de feitlijke beoefening voorafgegaan door de motivatie
verlichting te willen bereiken ten einde alle wezens
effectief van dienst te kunnen zijn datzelfde te doen.
« Laatst bewerkt op: 01-01-2012 19:51 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Madhyamika beoefening vervolg.
« Reactie #11 Gepost op: 01-01-2012 21:55 »
Tweede etappe van de meditatie, het onderzoeken
van andere verschijnselen dan personen.
Lichaam en geest zijn object van onderzoek .

Wanneer we het 'ik' hebben geanalyseerd en het niet hebben kunnen vinden,
dan kan de opvatting blijven bestaan dat ons lichaam wel echt bestaat als
een solide,onafhankelijke entiteit,of dat onze geest als zodanig wel echt bestaat.
Daarom is de tweede etappe van de meditatie het onderzoeken van
andere verschijnselen dan personen.
Het lichaam nemen we als eerste onder de loep.Waar is dat lichaam? Wat is dat lichaam?
Het lichaam is in je armen,je benen,je hoofd,je romp.En omdat al die dingen elkaar wederzijds uitsluitend zijn,het hoofd is niet het been enz.,hebben we dan al zes lichamen.
Het lichaam verschijnt aan ons als solide.
Het lichaam heeft in het boeddhisme vijf ledematen.Het hoofd wordt ook
als ledemaat gezien.Welnu,het lichaam is al deze vijf ledematen nietwaar...?

Dit vaststellen van wat het lichaam is is weer het eerste punt van onze analyse.
Het tweede punt is jezelf er van te overtuigen dat er maar twee mogelijkheden zijn:
als er een lichaam is dan is het hetzelfde als romp met medelaten
of het is iets heel anders.

Als het lichaam alle ledematen is,dan hebben we zoveel lichamen als er ledematen zijn.
Immers: de lede maten zijn elkaar wederzijds uitsluitend.
De arm is niet het been. Dit is natuurlijk alleen zo wanneer we uitgaan
van op eigen kracht bestaande entiteiten.Dit is alleen waar in termen van
inherent bestaan.

Dan gaan we het lichaam zoeken in de onderdelen.In de hand,in de vingers,in de nagels,in de cellen.
We zullen het lichaam nergens vinden.
Dan komen we op het idee dat het dus wel iets heel anders zal moeten zijn
dan romp en ledematen.Dit kunnen we nagaan door romp en ledematen denkbeeldig
uit te gummen en dan moet het lichaam vanzelf overblijven.

Nou en datzelfde kun je toepassen op onderzoek van onderdelen van het lichaam.
De hand of de hersenen of wat dan ook.
Bijvoorbeeld wat is de 'hand'? De hand is of de palm met vingers,nagels enz,
of het is iets heel anders.
Waar is nu de hand in de hand?
We hebben hier heel wat handen in de hand,we hebben kootjes,beentjes,nagels,
vel,pezen,spieren enz.
Nu is iemand heel slim en die zegt dat de hand
de verzameling is van palm,vingers,kootjes,zenuwen,bloedvaten enz.

Als de hand de verzameling is van al die onderdelen van de hand,dan onstaat
het probleem dat elk van die onderdelen de hand is.
Als de verzameling van de onderdelen de hand is dan kun je je afvragen
welke onderdelen gemist kunnen worden
terwijl er toch nog gesproken kan worden van een hand.
En dan kun je ook ontdekken welk onderdeel
dan essentieel is voor het begrip 'hand'.

Hoe meer we zoeken naar het lichaam binnen de verzameling vanonderdelen,des te minder zullen we het vinden.Ook de opvatting dat het lichaam de verzameling onderdelen is houdt niet stand.
Wanneer we dan gaan zoeken naar een lichaam buiten het lichaam,zijn we snel uitgezocht.
Als het zou bestaan als een konkreet iets,dan zouden we het moeten kunnen vinden.Dan zouden we het bestaan ervan wetenschappelijk moeten kunnen aantonen door objectieve waarneming.Zulks is niet het geval.Daaruit kan alleen maar geconcludeerd worden dat het lichaam zoals wij er aan vasthouden niet bestaat.
Dit geld voor alle verschijnselen.
Het feit dat we vasthouden aan dingen die niet bestaan is een betreurenswaardige situatie.
Keer op keer bevestigen we onze waanwereld.
Het zou mooi zijn daar eens een punt achter te zetten.
Al die verschillende dingen die zich zo konkreet aan ons voordoen,
bestaan zo niet.Zelfs niet in relatieve zin.
« Laatst bewerkt op: 02-01-2012 00:35 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Madhyamika beoefenin vervolg 1
« Reactie #12 Gepost op: 01-01-2012 23:53 »
Veel moeilijker wordt het wanneer we de geest gaan onderzoeken.
De geest of het bewustzijn blijkt bijzonder moeilijk grijpbaar te zijn.
Wat doet de prasangika met de geest?
We gaan kijken naar de geest van vanochtend,de geest van nu en de geest
van straks.
Wat is nu je bewustzijn,dat van nu of dat van straks?
Als het bewustzijn de verzameling van alle drie is
dan heb je dus weer drie bewustzijns.
Hiermee overtuigen we ons dat het derde punt van de analyse
geen stand houdt.
We kunnen niet zeggen dat het bewustzijn gelijk is
aan al die momenten van bewustzijn.
We kunnen dus niet zeggen: bewustzijn = al die momenten van bewustzijn.
Want dan hebben we een heleboel bewustzijns.

We kunnen ook niet zeggen dat het bewustzijn iets heel anders is
dan al die momenten van bewustzijn,het vierde punt van de analyse.
We kunnen dus ook niet zeggen:
bewustzijn = iets geheel anders dan al die bewustzijnsmomenten.

Dan kun je zeggen dat elk moment van bewustzijn bewustzijn is.
Wat dan?

Al die momenten die elkaar opvolgen hebben elk hun eigen natuur of identiteit.
Dan blijft dezelfde conclusie geldig want elk moment van bewustzijn heeft een begin,een duur en
een eind.Als het bewustzijn gelijk is aan begin,voortzetting en eind,dan hebben we een bewustzijn dat het begin is van bewustzijn,een bewustzijn dat het voortduren van bewustzijn is en het bewustzijn dat het eind van dat bewustzijn is, of het laatste moment van dat moment van bewustzijn is.
En dan hebben we weer drie bewustzijns.

Dus we kunnen nooit volhouden dat het bewustzijn elk moment van bewustzijn is.
We kunnen evenmin zeggen dat het bewustzijn
iets heel anders is dan al die momenten van bewustzijn.
« Laatst bewerkt op: 03-05-2017 12:42 door DirkJan »

Basho

  • Gast
Re:De madhyamika filosofie
« Reactie #13 Gepost op: 12-01-2012 21:40 »
Nog wat extra info:

Madhyamika Skrt., vertegenwoordiger van de door Nagarjuna en Aryadeva gestichte school van het madhyamika boeddhisme die in India, Tibet, China en Japan grote betekenis heeft gekregen (sanlun stroming, sanron school). Naast de grondleggers behoorden Budddhapalita (vijfde eeuw), Bhavaviveka (zesde eeuw) , Chandrakirti, Shantirakshita en Kamalashila (achtste eeuw) tot de belangrijkste vertegenwoordigers van deze stroming, die vooral invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de madhyamaka stroming in Tibet.
   De naam van de stroming is ontleend aan de middenweg die zij volgt met betrekking tot het vraagstuk van het zijn of niet-zijn van de dingen. Met behulp van de acht ontkenningen (Nagarjuna) wordt iedere uitspraak over de natuur van de dingen als onjuist afgewezen om het illusoire karakter en de betrekkelijkheid van de dingen aan te tonen. Daar alle verschijnselen afhankelijk van bepaalde voorwaarden ontstaan (pratitya-samutpada), existeren ze niet op zichzelf en zijn ze dus ‘leeg’ van een onvergankelijk zelf (svabhava).
   De leegte (shunyata) is in de madhyamika stroming van tweeledige aard. Enerzijds is zijn het ontbreken van een zelf (ook:  zelfloosheid); anderzijds betekent zij het ‘verlost zijn’, aangezien leegte identiek is met het absolute. De ‘leer verwerkelijken’ wil zeggen, de bevrijding realiseren. Dit wordt bereikt door de geest te ‘reinigen’ van instemming en ontkenning. Voor de madhyamika stroming is leegte het hoogste beginsel, dat daarom vaak wordt vereenzelvigd met de dharmakaya (trikaya). Op grond van de veronderstelde radicale leegte van alle dingen wordt de madhyamaka leer ook wel shunyatavada (leer van de leegte) genoemd.
   Het absolute kan echter alleen worden verwerkelijkt doordat de mediterende ‘door de relatieve waarheid’ heengaat om tot het absolute, de hoogste waarheid, te komen. Dit is de idee van de ‘tweeledige waarheid’ waardoor deze stroming wordt gekenmerkt. De relatieve, ‘versluierde’ waarheid (samvrita-satya) is de realiteit van het dagelijks leven. Vanuit dit gezichtspunt bezitten conventionele begrippen geldigheid en zijn de verschijnselen reëel. Deze werkelijkheid wordt gekenmerkt door dualiteit. De ‘waarheid in haar hoogste betekenis’ (paramartha-satya) is vrij van alle ongerechtigheden, omdat in haar alle tegenstellingen zijn opgeheven. De ‘werkelijkheden’ die door het verstand worden begrepen, bezitten in laatste instantie weliswaar geen geldigheid, maar hebben niettemin hun eigen waarde. Om die reden is het accepteren van de niet-realiteit, de leegheid van alle dingen, zoals naar voren komt in het leven van een madhyamika, niet de ontwaarding van alle menselijke ervaringen: naar buiten toe lijkt het alsof hij de wereld met haar lijden als werkelijkheid accepteert. Zo neemt hij de zedelijkheidsregels (shila) in acht en spant zich in andere wezens vooruit te helpen over de weg naar de bevrijding. Aan de andere kant weet hij dat deze handelswijze in wezen slechts een kunstgreep is.
   Een verdere ontwikkeling van deze basisgedachte, terug te vinden in het werk van Nagarjuna, voltrok zich op het gebied van de logica en onder invloed van de tweede grote richting van het Indiase mahayana, de yogachara stroming. De vervolmaking van de logica dwong de madhyamika stroming houdbare bewijzen voor haar leer te leveren. De vertegenwoordigers van de yogachara stroming beantwoordden in hun leer punten van twijfel die de madhyamika’s open hadden gelaten, zoals bijvoorbeeld het vraagstuk van het ontstaan van de wereld der verschijnselen.
   De eerste vooraanstaande madhyamika na Aryaveda was Buddhapalita, die een commentaar schreef over op het hoofdwerk van Nagarjuna, de Madhyamaka-karika, waarin hij tegenwerpingen en hun ‘ongewenste conclusies’ (prasanga) al deducerende tot in het absurde doortrok. Aan deze methode heeft de door hem gestichte prasangika school haar naam te danken.
   Bhavaviveka maakte gebruik van de yogachara leer en de door Dignaga ontwikkelde logica. Hij maakte in zijn manier van argumenteren gebruik van  ‘juiste logische kenmerken’, waarmee hij zijn school de naam svatantrika bezorgde. Bovendien verdiepte hij zich grondig in de argumentatie van zijn tegenstanders. Dit leidde tot zijn kritiek op de methode van Buddhapalita.
   Voor de ontwikkeling en verrijking van de madhyamika filosofie was van doorslaggevende betekenis dat Bhavaviveka de psychologie en verlossingsleer van de yogachara stroming in zijn systeem opnam, zij het met bepaalde afwijkingen die vooral betrekking hadden op de aard van het bewustzijn, dat hij als een bestanddeel van de wereld der verschijnselen beschouwde.
   Chandrakirti wilde Nagarjuna’s leer herstellen in zijn oorspronkelijke vorm. Hij beschouwde zichzelf als een volgeling van Buddhapalita en wees de vernieuwingen van Bhavaviveka af, vooral de wijze waarop deze gebruik maakte van logische gevolgtrekkingen, een werkwijze die volgens hem strijdig is met de fundamentele eis dat een madhyamika geen stellingen poneert.
   Nog een belangrijke vertegenwoordiger van deze school was Shantideva (zevende-achtste eeuw), die beroemd is geworden op grond van twee geschriften: de Bodhicharyavatara (‘intrede in het leven naar verlichting’) en de Shikshasamuchcharya (‘Verzameling van leringen’) waarin hij een reeks voorschriften opsomt waaraan een boddhisattva zich tijdens het volgen van de weg moet houden.
   In het Tibetaans boeddhisme speelde de madhyamaka filosofie al in het laatste kwart van de achtste eeuw een doorslaggevende rol. De basis hiervoor was de invloed van de Indiase geleerde Shantirakshita en diens leerling Kamalashila. Deze twee leraren vertegenwoordigden in die tijd in India de yogachara-madhyamaka school, die in Nagarjuna’s leer elementen van de yogachara stroming had opgenomen. Kamalashila zou eens aan een dispuut met aanhangers van het ch’an (zen) boeddhisme hebben deelgenomen. Toen hij dit dispuut in zijn voordeel had beslist, werd de Indiase exegese van de madhyamaka leer door de koning van Tibet verplicht gesteld.
   Met de ‘tweede verbreiding van de boeddhistische leer’ in de elfde eeuw won de madhyamaka stroming van Chandrakirti in Tibet aan betekenis. Ongeveer in diezelfde tijd ontstond een nieuwe interpretatie van de madhyamaka leer: de shentong school (Tib., lett. ‘leegheid van het overige’), die berustte op een synthese met de leer van Asanga. Vanuit haar standpunt gezien vielen de overige scholen onder de zogeheten rangtong-theorie (‘leegheid van al het eigene’). Tussen de elfde en veertiende eeuw werden de diverse madhyamaka leringen in Tibet in hun geheel overgenomen en verder ontwikkeld. Met het definitieve ontstaan van de vier grote Tibetaanse orden bereikte de exegese van deze leringen haar hoogtepunt. In de volgende eeuwen werden ze binnen de orden of ‘leertradities’ steeds opnieuw becommentarieerd. Met de rime beweging (in de negentiende eeuw) werden ten slotte nieuwe pogingen in het werk gesteld tot ordening van de uiteenlopende madhyamaka interpretaties.
   De uiteenlopende wijsgerige theorieën van de madhyamaka stroming zijn in de Siddhanta literatuur uiteengezet. Daarnaast werden in het Tibetaanse boeddhisme voornamelijk praktische meditatiehandboeken geschreven die tot doel hadden de mediterende zover te brengen dat hij of zij rechtstreeks inzicht in de madhyamaka leer verwierf.”

(citaat: Fischer-Schreiber, Ehrhard en Diener: “Lexicon Boeddhisme”, Asoka uitgeverij 2008, blz. 220-221).
« Laatst bewerkt op: 12-01-2012 22:07 door Basho »

lord rainbow

  • Gast
Re:De madhyamika filosofie
« Reactie #14 Gepost op: 15-01-2012 21:15 »
Eerlijk gezegd vraag ik me af hoeveel mensen er zijn die deze interessante beschrijving van de madhyamika filosofie willen en kunnen volgen.

Niet bijzonder veel denk ik. .
Het moet ergens een beetje aanslaan.
En zonder voldoende moeite en inspanning om er vertrouwd mee te geraken,
gaat het ook niet lukken er iets aan te hebben.
En zoals gezegd: niet iedere methode is geschikt voor iedereen.


Wat wordt hier onder andere duidelijk?
Ik zou zeggen: dat het Boeddhisme dus niet zo eenvoudig en simpel is als men graag wil doen geloven en dat de leer van Boeddha blijkbaar interpreteerbaar is en ook werd en wordt geïnterpreteerd.

Inderdaad. Het is  een levende leer en geen dode letter. Dat is ook een van de redenen voor het ontstaan van de mahayana beweging.


Het Theravada onderricht vormt in feite de basis voor het Mahayana onderricht, zodat het Mahayana gezien kan worden als een uitbreiding van de leer. Volgens de Mahayana zelf, is deze leer al door de historische Boeddha onderwezen, maar is veel later neergeschreven en toegankelijk gemaakt voor het grotere publiek.
Volgens de Mahayana scholen dienen enkele leringen van de Boeddha zoals bewaard in de Theravada traditie geinterpreteerd te worden, en niet letterlijk opgevat te worden, waardoor er hier en daar aanzienlijke verschillen ontstaan in filosofie en beoefening.

In feite doet het mahayana wat de boeddha in het hinayana al verkondigt:'' Neem niets aan omdat ik het zeg.''
Het mahayana onderzoekt zeg maar niet op basis van 'quotation'( citeren...?), maar op basis , met behulp van de logica,denken,redeneren.

verder lezen hinayana-mahayana.

http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,577.msg4176.html#msg4176

en deze video over de verschillende voertuigen ,  nut en samenhang daarvan:

http://www.youtube.com/watch?v=BLvV2EjSpFY&feature=related


En wie weet wat voor ontwikkelingen zich nog gaan voordoen...
De aarde is niet langer plat,maar rond. Zo is de 'mount meru', ook uit de tibetaanse cosmologie verwenen.
Althans voor boeddhisten die bekend zijn met de wetenschappelijke stand van zaken.

En wat te denken van dit citaat: ''Ik verkondig vaak dat wij boeddhisten in levens voorafgaand aan en volgend op het huidige leven geloven. Als de wetenschap echter door middel van het meest nauwgezette onderzoek zou kunnen bewijzen dat vorige en komende levens niet bestaan - niet louter door ze niet te vinden,want er is een wereld van verschil tussen het niet-vinden van iets en het bewijs dat iets niet bestaat - dan zouden wij boeddhisten dat moeten accepteren. Het is een basis principe van een boeddhist om datgene wat wordt bevestigt door onderzoek te accepteren.Als aan de andere kant iets niet overeenkomt met de feiten,zelfs als dat iets is wat onderwezen is door de Boeddha,dan zal dat verworpen worden,of in het laatst genoemde geval gezien worden als iets wat geinterpreteerd dient te worden.''

dalai lama




Wat betreft het devotioneel boeddhisme:

Hoe vreemd het ook klinkt,althans in mijn oren,historisch gezien wordt het devotioneel boeddhisme
geassocieerd met de madhyamika.

Nagarjuna meende dat er twee wegen open liggen voor degene die zich serieus op het pad van het boeddhisme begeven:

- De moeilijke weg van op zich zelf te vertrouwen.

- De makkelijke weg van afhankelijkheid in de compassie van de Boeddha's.

Bijvoorbeeld de verering van Boeddha Amitabha. De Boeddha van het oneindig licht.Deze bereikte het Boeddhaschap aeons (is heeeeel lang) geleden.Het is een puur transcedente figuur.
In India,Nepal,Tibet en Mongolie aanbeden als een van de vijf hoofdboeddha's ( Sambhogakaya's).
In China en Japan vereerd als de personificatie van de Dharmakaya zelf.

Het is  meer mythisch en poetisch van aard dan historisch en rationeel.
De dialektiek van Nagarjuna was een omzetting van een dogmatische vorm van boeddhisme naar de logische vorm,zo is het devotioneel boeddhisme een overbrenging van de leer van het rationele
naar emotionele vorm.

Gedurende het bestaan van het devotioneel boeddhisme in India,was het een aspect binnen alle richtingen.
In China en Japan ontwikkelt de verering van Amitabha zich tot een zelfstandige richting.
« Laatst bewerkt op: 29-03-2013 19:54 door lord rainbow »