Auteur Topic: AN 10.60 Girimānanda sutta , de tien contemplaties.  (gelezen 3249 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Subhatto

  • Thaise Woud Traditie
  • Geïntresseerde
  • *
  • Berichten: 6
  • Geslacht: Man
  • De gift van Dhamma overteft alle andere giften
    • Bekijk profiel
    • Forest Dhamma Books
AN 10.60 Girimānanda sutta , de tien contemplaties.
« Gepost op: 05-03-2012 11:34 »
Eens verbleef de Verhevene te Savatthi, in het Jetavana-klooster van Anathapindika. Te dien tijde nu leed de Eerwaarde Girimānanda aan een ziekte, hij werd erdoor gekweld en hij was zwaar ziek. Daarop begaf zich de Eerwaarde Ānanda naar de Boeddha, groette hem, ging naast hem neerzitten, en zei:

“Bhante, de Eerwaarde Girimānanda lijdt aan een ziekte, hij wordt erdoor gekweld en hij is zwaar ziek. Het ware goed, Bhante, indien de Gezegende de Eerwaarde Girimānanda zou opzoeken, uit medelijden met hem.”

Daarop sprak de Verhevene: “Ānanda, indien jij de monnik Girimānanda opzoekt en hem de tien contemplaties opzegt, dan zal die monnik, na ze te hebben vernomen, onmiddellijk van zijn ziekte genezen. Die tien contemplaties zijn:

1) Contemplatie over niet-bestendigheid.
2) Contemplatie over niet-zelf.
3) Contemplatie over walgelijkheid.
4) Contemplatie over nadeel (gevaar).
5) Contemplatie over het opgeven (het afzien).
6) Contemplatie over onthechting (zich afzonderen).
7) Contemplatie over beëindiging.
8) Contemplatie over afkeer van de hele wereld.
9) Contemplatie over niet-blijvendheid van alle samengestelde dingen.
10) Oplettendheid bij het in- en uitademen.

(1) En wat, Ānanda, is contemplatie over niet-bestendigheid? - Welnu, Ānanda, een monnik gaat naar het woud of naar de voet van een boom of naar een lege plek en overweegt er aldus: ‘Materie (vorm) is niet bestendig; gevoel of gewaarwording is niet bestendig; waarneming is niet bestendig; geestelijke formaties zijn niet bestendig; bewustzijn is niet bestendig.’ Aldus blijft hij niet-bestendigheid beschouwen in deze vijf groeperingen. Dit, Ānanda, heet contemplatie over niet-bestendigheid.

(2) En wat, Ānanda, is contemplatie over niet-zelf? - Welnu, Ānanda, een monnik gaat naar het woud of naar de voet van een boom of naar een lege plek en overweegt er aldus: ‘Het oog is niet-zelf, zichtbare objecten zijn niet-zelf; het oor is niet-zelf; geluiden zijn niet-zelf; de neus is niet-zelf, geuren zijn niet-zelf; de tong is niet-zelf, smaken zijn niet-zelf; het lichaam is niet-zelf, lichamelijke kontakten (tastbare objecten) zijn niet-zelf; de geest is niet-zelf, mentale objecten zijn niet-zelf.’ Aldus blijft hij niet-zelf beschouwen in deze inwendige en uitwendige grondslagen. Dit, Ānanda, heet contemplatie over niet-zelf.

(3) En wat, Ānanda , is contemplatie over onzuiverheid? - Welnu, Ānanda, een monnik beschouwt dit lichaam van top tot teen, vanaf de voetzolen opwaarts, vanaf het puntje van het hoofdhaar neerwaarts. Hij beschouwt dit lichaam dat met huid overgoten is, zoals het vol is van vele soorten onzuiverheden. ‘Dit lichaam bestaat uit: hoofdharen, lichaamsharen, nagels, tanden, huid, vlees, pezen, beenderen, merg, nieren, hart, lever, borstvlies, milt, longen, darmen, buikvlies, maag, uitwerpselen, gal, slijm, etter, bloed, zweet, vet, tranen, bloedwater, speeksel, neusslijm, gewrichtsvloeistof, urine en de hersenen.’ Aldus blijft hij onzuiverheid beschouwen in dit lichaam. Dit, Ānanda, heet contemplatie over onzuiverheid.

(4) En wat, Ānanda, is contemplatie over nadeel (gevaar)? - Welnu, Ānanda, een monnik gaat naar het woud of naar de voet van een boom of naar een lege plek en overweegt er aldus: ‘Talrijk zijn de kwalen, talrijk zijn de nadelen (gevaren) van dit lichaam. Want in dit lichaam ontstaan verscheidene ziektes, zoals oogziekte, oorziekte, neusziekte, tongziekte, lichaamsziekte, hoofdpijn, de bof, mondziekte, tandpijn, hoest, astma, verkoudheid, brandend maagzuur, koorts, maagkwalen, flauwte, dysenterie, gezwel, koliek, melaatsheid, steenpuist, klierziekte, tuberculose, vallende ziekte, ringworm, jeuk, huiduitslag, roos op het hoofd, puistjes, oververzadigdheid, suikerziekte, aambeien, kanker, etterkanaal (fistel), en ziektes ontstaan uit gal, uit slijm, uit winden, uit conflicten van de lichaamsvochten, uit weersveranderingen, uit ongunstige omstandigheden (onjuist gedrag), ziektes ontstaan door opzet van anderen, ziektes ontstaan uit resultaten van wilsakties, en verder koude, hitte, honger, dorst, uitwerpsels en urine.’ Aldus blijft hij nadeel (gevaar) beschouwen in dit lichaam. Dit, Ānanda, heet contemplatie over nadeel (gevaar).

(5) En wat, Ānanda, is contemplatie over opgeven (vernietiging van de smetten)? - Welnu, Ānanda, een monnik staat geen gedachte van zinsverlangen toe die in hem is ontstaan. Maar hij geeft ze op, verdrijft ze, maakt er een einde aan en vernietigt ze. Hij staat geen gedachte van kwaadwil toe die in hem is ont¬staan. Maar hij geeft ze op, verdrijft ze, maakt er een einde aan en vernietigt ze. Hij staat geen gedachte van wreedheid toe die in hem is ontstaan. Maar hij geeft ze op, verdrijft ze, maakt er een einde aan en vernietigt ze. Hij staat geen euvele, onheilzame gemoedstoestanden toe die in hem van tijd tot tijd ontstaan. Maar hij geeft ze op, verdrijft ze, maakt er een einde aan en vernietigt ze. Dit, Ānanda, heet contemplatie over opgeven.

(6) En wat, Ānanda, is contemplatie over onthechting? - Welnu, Ānanda, een monnik gaat naar het woud of naar de voet van een boom of naar een lege plek en overweegt er aldus: ‘Dit is vredig, dit is verheven, namelijk het tot stilstand komen van alle grondslagen van bestaan, de uitdoving van begeerte, onthechting, Nibbāna.’ Dit, Ānanda, heet contemplatie over onthechting.

(7) En wat, Ānanda, is contemplatie over beëindiging? - Welnu, Ānanda, een monnik gaat naar het woud of naar de voet van een boom of naar een lege plek en overweegt er aldus: ‘Dit is vredig, dit is verheven, namelijk het tot stilstand komen van alle samengestelde dingen, het opgeven van alle grondslagen van bestaan, de uitdoving van begeerte, beëindiging, Nibbāna.’ Dit, Ānanda, heet contemplatie over beëindiging.

(8) En wat, Ānanda, is contemplatie over afkeer van de hele wereld? - Welnu, Ānanda, doordat een monnik wat voor betrokkenheid met en hechten aan deze wereld opgeeft, doordat hij geestelijke vooroordelen, verkeerde meningen en verborgen neigingen betreffende deze wereld opgeeft, doordat hij er niet naar verlangt maar ze opgeeft, daardoor wordt hij onthecht (vrij). Dit, Ānanda, heet contemplatie over afkeer van de gehele wereld.

(9) En wat, Ānanda, is contemplatie over niet-blijvendheid van alle samengestelde geestelijke dingen? - Welnu, Ānanda, een monnik is teleurgesteld en misselijk van alle samengestelde geestelijke dingen, hij is ze beu. Dit, Ānanda, heet contemplatie over niet-blijvendheid van alle samengestelde geestelijke dingen.

(10) En wat, Ānanda, is oplettendheid bij het in- en uitademen? - Welnu, Ānanda, een monnik gaat naar het woud of naar de voet van een boom of naar een lege plek en hij gaat er met gekruiste benen neerzitten. Hij houdt het lichaam rechtop en zijn oplettendheid houdt hij levendig. En oplettend ademt hij in, oplettend ademt hij uit.

Wanneer hij lang inademt, weet hij: ‘Ik adem lang in.’ Wanneer hij lang uitademt, weet hij: ‘Ik adem lang uit.’ Wanneer hij kort inademt, weet hij: ‘Ik adem kort in.’ Wanneer hij kort uitademt, weet hij: ‘Ik adem kort uit.’

‘Bewust van het hele ademhalingsproces zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘Bewust van het hele ademhalingsproces zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘Het hele ademhalingsproces tot rust brengend, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘Het hele ademhalingsproces tot rust brengend, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘Vervoering ondervindend, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘Vervoering ondervindend, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘Zaligheid ondervindend, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘Zaligheid ondervindend, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘De geestelijke formaties ondervindend, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘De geestelijke formaties ondervindend, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘De geestelijke formaties tot rust brengend, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘De geestelijke formaties tot rust brengend, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘De geest ondervindend zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘De geest ondervindend, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘De geest buitengewoon blij makend, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘De geest buitengewoon blij makend, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘De geest concentrerend, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘De geest concentrerend, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘De geest bevrijdend (van de hindernissen), zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘De geest bevrijdend, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘Nadenkend over niet-blijvendheid, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘Nadenkend over niet-blijvendheid, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘Nadenkend over onthechting, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich;. ‘Nadenkend over onthechting, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘Nadenkend over beëindiging, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘Nadenkend over beëindiging, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

‘Nadenkend over het opgeven, zal ik inademen,’ aldus oefent hij zich. ‘Nadenkend over het opgeven, zal ik uitademen,’ aldus oefent hij zich.

Dit, Ānanda, heet oplettendheid bij het in- en uitademen.

Ānanda, indien jij de monnik Girimānanda opzoekt en hem deze tien contemplaties opzegt, dan zal die monnik Girimānanda, na ze te hebben vernomen, onmiddellijk zijn genezen van zijn ziekte.”

Na deze tien contemplaties van de Gezegende geleerd te hebben, bezocht de Eerwaarde Ānanda de Eerwaarde Girimānanda en zei hem de tien contemplaties op. Toen de Eerwaarde Girimānanda ze had vernomen, was zijn ziekte onmiddellijk genezen. Hij herstelde ervan en aldus verdween de ziekte van de Eerwaarde Girimānanda.
« Laatst bewerkt op: 14-07-2013 14:16 door lord rainbow »
De Dhamma beschermt diegene die de Dhamma in praktijk brengt.

lord rainbow

  • Gast
Re:Girimānanda sutta - De toespraak tot de Eerwaarde Girimānanda
« Reactie #1 Gepost op: 05-03-2012 16:43 »
(1) En wat, Ānanda, is contemplatie over niet-bestendigheid? - Welnu, Ānanda, een monnik gaat naar het woud of naar de voet van een boom of naar een lege plek en overweegt er aldus: ‘Materie (vorm) is niet bestendig; gevoel of gewaarwording is niet bestendig; waarneming is niet bestendig; geestelijke formaties zijn niet bestendig; bewustzijn is niet bestendig.’ Aldus blijft hij niet-bestendigheid beschouwen in deze vijf groeperingen. Dit, Ānanda, heet contemplatie over niet-bestendigheid.

Heel fijn,zo'n mooie tekst in het nederlands.
Kun jij het verschil verwoorden tussen: gewaarwording,waarneming en bewustzijn?

mobinhan

  • Gast
Re:Girimānanda sutta - De toespraak tot de Eerwaarde Girimānanda
« Reactie #2 Gepost op: 10-11-2012 18:14 »
Ik denk dat gewaarwording, de emoties zijn die binnenin je speelt.
waarneming, wat je waarneemt met je  zintuigen.
En het laatste is zelfs eng om dat los te laten.. je bewustzijn. Je eigen innerlijke ik, de persoon achter de gedachten en intenties

mobinhan

  • Gast
Re:Girimānanda sutta - De toespraak tot de Eerwaarde Girimānanda
« Reactie #3 Gepost op: 10-11-2012 18:29 »
Aldus heb ik gehoord: Eens verbleef de Gezegende te Benares (Varanasi), in het hertenpark van Isipatana. Daar sprak hij tot de monniken van de groep van vijf[1]: "Monniken." -- "Eerwaarde Heer", antwoordden zij. En de Gezegende sprak als volgt:

"Monniken, vorm is niet-zelf. Zou vorm wèl het zelf zijn, dan zou deze vorm niet tot ziekte leiden, en kan iemand van vorm zeggen: 'Laat mijn vorm zo zijn, laat mijn vorm niet zo zijn.' En omdat vorm niet-zelf is, leidt het tot ziekte, en daarom kan niemand van vorm zeggen: 'Laat mijn vorm zo zijn, laat mijn vorm niet zo zijn.'"

"Monniken, gevoel is niet-zelf. Zou gevoel wèl het zelf zijn, dan zou dit gevoel niet tot ziekte leiden, en kan iemand van gevoel zeggen: 'Laat mijn gevoel zo zijn, laat mijn gevoel niet zo zijn.' En omdat gevoel niet-zelf is, leidt het tot ziekte, en daarom kan niemand van gevoel zeggen: 'Laat mijn gevoel zo zijn, laat mijn gevoel niet zo zijn.'"

"Monniken, waarneming is niet-zelf. Zou waarneming wèl het zelf zijn, dan zou deze waarneming niet tot ziekte leiden, en kan iemand van waarneming zeggen: 'Laat mijn waarneming zo zijn, laat mijn waarneming niet zo zijn.' En omdat waarneming niet-zelf is, leidt het tot ziekte, en daarom kan niemand van waarneming zeggen: 'Laat mijn waarneming zo zijn, laat mijn waarneming niet zo zijn.'"

"Monniken, mentale factoren zijn niet-zelf. Zouden mentale factoren wèl het zelf zijn, dan zouden deze mentale factoren niet tot ziekte leiden, en kan iemand van mentale factoren zeggen: 'Laat mijn mentale factoren zo zijn, laat mijn mentale factoren niet zo zijn.' En omdat mentale factoren niet-zelf zijn, leidt het tot ziekte, en daarom kan niemand van mentale factoren zeggen: 'Laat mijn mentale factoren zo zijn, laat mijn mentale factoren niet zo zijn.'"

"Monniken, bewustzijn is niet-zelf. Zou bewustzijn wèl het zelf zijn, dan zou dit bewustzijn niet tot ziekte leiden, en kan iemand van bewustzijn zeggen: 'Laat mijn bewustzijn zo zijn, laat mijn bewustzijn niet zo zijn.' En omdat bewustzijn niet-zelf is, leidt het tot ziekte, en daarom kan niemand van bewustzijn zeggen: 'Laat mijn bewustzijn zo zijn, laat mijn bewustzijn niet zo zijn.'"

 

"Monniken, wat denken jullie: is vorm blijvend of vergankelijk?" -- "Vergankelijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is hetgeen dat vergankelijk is, pijnlijk of plezierig?" -- "Pijnlijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is het van hetgeen dat vergankelijk en pijnlijk is omdat het aan verandering onderhevig is, juist om te zeggen: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" -- "Nee, Eerwaarde Heer."

"Is gevoel blijvend of vergankelijk?" -- "Vergankelijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is hetgeen dat vergankelijk is, pijnlijk of plezierig?" -- "Pijnlijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is het van hetgeen dat vergankelijk en pijnlijk is omdat het aan verandering onderhevig is, juist om te zeggen: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" -- "Nee, Eerwaarde Heer."

"Is waarneming blijvend of vergankelijk?" -- "Vergankelijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is hetgeen dat vergankelijk is, pijnlijk of plezierig?" -- "Pijnlijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is het van hetgeen dat vergankelijk en pijnlijk is omdat het aan verandering onderhevig is, juist om te zeggen: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" -- "Nee, Eerwaarde Heer."

"Zijn mentale factoren blijvend of vergankelijk?" -- "Vergankelijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is hetgeen dat vergankelijk is, pijnlijk of plezierig?" -- "Pijnlijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is het van hetgeen dat vergankelijk en pijnlijk is omdat het aan verandering onderhevig is, juist om te zeggen: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" -- "Nee, Eerwaarde Heer."

"Is bewustzijn blijvend of vergankelijk?" -- "Vergankelijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is hetgeen dat vergankelijk is, pijnlijk of plezierig?" -- "Pijnlijk, Eerwaarde Heer." -- "Welnu, is het van hetgeen dat vergankelijk en pijnlijk is omdat het aan verandering onderhevig is, juist om te zeggen: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'?" -- "Nee, Eerwaarde Heer."

mobinhan

  • Gast
Re:Girimānanda sutta - De toespraak tot de Eerwaarde Girimānanda
« Reactie #4 Gepost op: 18-11-2012 20:13 »
In objectief gewaarzijn (het woord objectief is in feite overbodig) is er begrip, wijsheid of inzicht waardoor we de dingen kunnen zien zoals ze werkelijk zijn. Zonder bewustzijn kunnen wij niet leven, maar het bewustzijn kan zich op twee belangrijke manieren verschillend ontwikkelen: met begeerte of zonder begeerte. Wanneer bewustzijn zonder begeerte is, noemen we het 'gewaarzijn' hetgeen de functie van bewustzijn is. Een 'lege geest' hebben betekent in diepere zin dat er geen spoor is van een op persoonlijkheid gefundeerd bewustzijn. De Boeddha zei: "Tanhaya mulam kanatha", graaf de wortel van begeerte op.