Auteur Topic: De vier edele waarheden en het achtvoudige pad  (gelezen 10258 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

lord rainbow

  • Gast
De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Gepost op: 23-02-2013 19:31 »
De Vier Edele Waarheden
Traditioneel wordt deze tekst 'de eerste prediking van Boeddha' genoemd.

Zie ook

De Boeddha zei:

'En ik ontdekte die diepe waarheid, die zo moeilijk te doorgronden, zo moeilijk te begrijpen is, die niet louter door redeneren is te verwerven, die zo rustgevend en verheven is en alleen zichtbaar voor de wijzen.
'De wereld echter geeft zich over aan genot, vermeit zich in genot, laat zich verleiden en betoveren door genot. Waarlijk, die wezens kunnen de wet van oorzaak en gevolg, het afhankelijk ontstaan van alles amper begrijpen. Er zijn echter wezens die maar heel weinig stof op hun oogleden hebben en zij begrijpen de waarheid wel.'

Wat is nu de edele waarheid van het lijden?

Geboorte is lijden; aftakeling is lijden; de dood is lijden; verdriet, geweeklaag, pijn, smart en wanhoop zijn lijden;krijgen wat je niet wil is lijden; niet krijgen wat je graag wilt hebben is lijden; kortom, de vijf groepen waaruit het bestaan is opgebouwd zijn lijden.


Wat is nu de edele waarheid van de oorsprong van het lijden?

Verlangen, dat een nieuwe wedergeboorte bewerkstelligt en, gepaard gaande met genietingen en lustgevoelens, nu hier, dan daar, steeds nieuwe verrukkingen vindt. Maar waar ontstaat dit verlangen en waar schiet het wortel? Dit gebeurt waar ter wereld er maar verrukkelijke en aangename dingen zijn. Het oog, het oor, de neus, de tong, het lichaam en de geest zijn verrukkelijk en aangenaam. Daar ontstaat dit verlangen en  schiet het wortel. 
Zichtbare dingen, geluiden, geuren, smaken, lichamelijke indrukken en zaken die het verstand betreffen zijn verrukkelijk en aangenaam. Daar ontstaat dit verlangen en schiet wortel.
Bewustzijn, zintuigelijke indrukken, gevoelens die voortkomen uit gevoelsmatige indrukken, waarneming, wil, verlangen, denken en bespiegeling zijn verrukkelijk en aangenaam. Daar onstaat verlangen en schiet het wortel.


Wat is nou de edele waarheid van het ophouden van het lijden?

Het volkomen teloorgaan en uitdoven van dit verlangen, het verzaken en opgeven, je ervan bevrijden en je eraan onthechten, het uitdoven van hebzucht, haat en begoocheling. Dat heet nirvana.

Een leerling die zich aldus heeft bevrijd en in wiens hart vrede woont, hoeft niets toe te voegen aan wat hij heeft gedaan; er valt niets meer te doen. Zoals een vaste rots niet meer geschokt door de wind, kunnen vormen, geluiden, geuren, smaken, contacten van welke aard ook, het gewenste en het niet-gewenste, niet maken dat zo iemand wankelt. Hij is standvastig van geest en bereikt de bevrijding.
Wie heeft nagedacht over alle tegenstellingen op deze aarde en zich door niets ter wereld meer laat verstoren, wie sereen is en vrij van woede, verdriet en verlangen, is geboorte en verval voorbij.
Dit noem ik ontstaan, vergaan noch stilstaan, geboren worden noch sterven. Er is geen houvast, geen ontwikkeling, geen enkel aanhechtingspunt. Dat is het eind van het lijden.

Het doel van het heilige leven bestaat dus niet uit het krijgen van aalmoezen, het zoeken naar eer of roem of het verwerven van moraal, concentratie en het oog van kennis. Het doel van het heilige leven is de onaantastbare bevrijding van het hart, dat is de essentie, het uiteindelijke doel.


Wat is nu de edele waarheid van de weg die leidt tot het ophouden van het lijden?

Je niet langer vermeien in sensuele genoegens - het lage, het gemene, vulgaire, goddeloze, dat geen vrucht afwerpt; je niet langer ophouden met versterving - het pijnlijke, goddeloze, dat geen vrrucht afwerpt. Die beide extremen worden door de Volmaakte vermeden,  hij heeft de middenweg gevonden en weet wat tot vrede, inzicht, nirvana leidt, namelijk het edele achtvoudige pad , de weg die leidt tot  het ophouden van het lijden:

1. Het juiste inzicht,visie.
2. De juiste intentie,motivatie,gedachte
3. De juiste spraak
4. De juiste handelswijze
5. Het juiste levensonderhoud
6. De juiste inspanning
7. De juiste opmerkzaamheid,aandacht.
8. De juiste concentratie.

Dit is de middenweg, die door de Volmaakte is ontdekt, die maakt dat je ziet en weet en die leidt tot vrede, inzicht en verlichting.



(Uit de Samytta Nikaya, in de vertaling van Nyanatiloka.
Nederlandse vertaling van het boekje "De leringen van Boeddha", samengesteld door Jack Kornfield, uitgegeven in Nederland door Altamira-Becht, 2000, blz. 33-37)
« Laatst bewerkt op: 01-03-2013 20:32 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #1 Gepost op: 01-03-2013 20:34 »
Het nobele achtvoudige pad wordt ook wel onderverdeeld in drieen:

- Shila(morele zelfdicipline),

- Samadhi(concentratie) en

- Prajna(wijsheid).


Uitgeklapt geeft dat:


Shila:

afzien van de tien onheilzame,schadelijke handelingen:

- drie van het lichaam: doden,stelen,overspel.

- vier van de spraak: liegen, roddelen, prietpraat, kwetsend taalgebruik.

- drie van de geest: hebzucht, kwaadwil en foutieve zienswijze.

Wanneer we shila beoefenen blijft over:

 1)  Juist,heilzaam, spreken.
 2)  Juiste handelen.
 3)  Juist levensonderhoud.

Onder samadhi vallen:

 4)  Juiste inspanning.
 5)  Juiste concentratie.
 6)  Juiste gewaarzijn,aandacht.

Onder prajna hebben we dan nog:

 7)  Juiste denken,gedachte,motivatie.
 8   Juiste visie,zienswijze,begrijpen.
« Laatst bewerkt op: 12-10-2013 22:27 door Dirk Knol »

Basho

  • Gast
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #2 Gepost op: 20-05-2013 19:25 »
Het (menselijke) lijden
Het lijden in de wereld is één van de belangrijkste onderwerpen van alle grote religies. Lijden wordt over het algemeen omschreven als het moeten ondergaan van ellende en smart, zowel lichamelijk, geestelijk als emotioneel. Elk mens krijgt in zijn of haar leven te maken met kortstondig of langdurig lijden, het is een onontkoombaar onderdeel van ons bestaan. Vandaar dat de filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) stelde dat het lijden één van de centrale problemen van de mensheid is. Hoe intensief het lijden is en hoe dat beleefd wordt, is van mens tot mens verschillend. Het is ook van belang hoe de persoonlijke instelling is van de persoon die lijdt. Lichamelijk lijden kan heel ernstig zijn, maar als degene die hier onder lijdt een rotsvast geloof heeft in God of op een andere wijze geestelijk niet wil toegeven aan de negatieve kanten van de pijn die geleden wordt, is er al veel gewonnen. Er hangt dus veel af van de instelling die iemand heeft. Vaak kunnen mensen die al veel hebben doorstaan meer verdragen dan iemand die over het algemeen niet veel heeft geleden en opeens met een bepaalde vorm van lijden wordt geconfronteerd. Over het algemeen kan psychisch lijden soms als nog zwaarder worden ervaren dan lichamelijk lijden. Pijn is trouwens in een aantal gevallen een belangrijk signaal van het lichaam dat er iets aan de hand is, dat er schade wordt veroorzaakt als er niets wordt gedaan. Dit geldt met name voor handelingen die schadelijk kunnen zijn. Iemand die bijvoorbeeld te dicht bij een vuur staat, zal merken dat zijn of haar lichaam hier last van krijgt. Zou deze “pijn” niet optreden, dan zou het lichaam daarvan schade kunnen ondervinden door middel van verbrandingsverschijnselen.


Ik schreef al dat het (menselijke) lijden een belangrijke rol speelt in de grote religies. Godsdienst en spiritualiteit hebben bepaalde methoden ontwikkeld om het lijden draaglijker te maken. In het Christendom is Jezus Christus (de Messias, de Gezalfde) degene die centraal staat in het lijden. Christenen geloven dat via de kruisweg van Jezus, door middel van de foltering en kruisiging die hij heeft ondergaan, hij de zonde van de wereld heeft overwonnen. Het Nieuwe Testament stelt in dit kader dat het geestelijke lijden de zwaarste vorm van lijden is, en dat het werk van Christus nadrukkelijk hierop gericht is, ondanks het feit dat hij ook zieken en behoeftige mensen genezen heeft.

In het Boeddhisme staat het lijden zelfs centraal, De Vier Edele Waarheden en het Achtvoudige Pad van Gautama de Boeddha hebben van meet af aan een prominente rol in zijn leer, omdat dit gebaseerd is op de eigen zoektocht, ervaring en bevindelijkheid van prins Siddhartha (die later de Boeddha werd genoemd). Toen deze prins in India werd geboren omstreeks 600 v.Chr., kreeg zijn vader Suddhodana van een ziener of astroloog te horen dat Siddhartha óf een groot vorst zou worden, óf alle aardse zaken zou verwerpen en de wereld zou intrekken als een Verlicht spiritueel leider. Natuurlijk wilde de koning zijn prins bestemmen voor de troon, dus zorgde hij er voor dat prins Siddhartha nooit met de gebreken van het leven te maken kreeg. Want dat zou mogelijk zijn spirituele zoektocht kunnen veroorzaken.

Elke dag werden alle paleizen brandschoon gemaakt en alles wat maar met geboorte, ziekte, ouderdom en dood te maken had geweerd. Toch was de nieuwsgierigheid van Siddhartha groot naar wat er buiten de paleizen van zijn vader zou zijn, want hij kon nooit buiten de muren van die enorme gebouwen treden. Zijn vader was zoals gezegd bang dat zijn zoon de troon in opvolging zou weigeren als hij in aanraking zou komen met de gebreken van het menselijke bestaan.  Op een dag ging Siddhartha toch uit rijden, verliet het paleis en gaf zijn wagenmenner de opdracht hem toelichting te geven op wat hij eventueel te zien kreeg. Weldra ontwaarde de prins een stokoude man en vroeg zijn wagenmenner wat dit voor een verschijnsel was. De laatstgenoemde vertelde hem dat dit het lot van ieder levend wezen is, het ouder worden. Verderop lag een ernstig zieke die verzorgd werd door verdrietige naasten. Siddhartha vroeg om opheldering, en zijn wagenmenner moest toegeven dat ieder mens, zelfs als hij of zij nog jong is, ziek kan worden. De prins was geschokt over deze zaken, maar raakte des te meer van slag toen hij een lijk zag en zijn wagenmenner stelde dat niemand aan de dood kan ontsnappen en dat dit iedereen vroeg of laat zal overkomen.

Dit was de aanzet tot de zesjarige zoektocht van Siddhartha. Hij verliet de paleizen van zijn vader, liet huis en haard achter (ook zijn vrouw en kind) en werd zwervende. Hij bezocht alle grote Leraren van India, maar ondanks de diverse spirituele oefeningen vond hij geen innerlijke rust. Op een dag had hij zichzelf – in een poging de menselijke begeerten af te zweren – als asceet zodanig uitgehongerd, dat hij tijdens een lichamelijke wasbeurt bijna uit zwakheid verdronk in het water van een rivier. Een meisje hielp hem uit het water en gaf de prins acuut melk te drinken. Op dat moment besefte Siddhartha dat hij via het ascetisme totaal op de verkeerde weg was. Hij ging weer eten en sterkte aan. Toen ging hij onder een Bodhiboom zitten met het strikte voornemen niet eerder verder te gaan met zijn leven voordat hij de Verlichting zou smaken. Hij ontspande zich diep in meditatie en uiteindelijk realiseerde hij de Verlichting, kreeg een diep inzicht in het lijden waarover hij vervolgens ging prediken in de vorm van de Vier Edele Waarheden.

Volgens Gautama de Boeddha ligt de oorsprong van het lijden in onwetendheid omtrent hoe begeerte en hunkering feitelijk werken. Aanvankelijk spiegelt het verlangen ons mooi voor hoe het zou zijn om dit of dat te bezitten, tot zich te nemen of dit of dat te zijn als ideale persoonlijkheid. Maar de begeerte leidt de mens om de tuin en volgt er onvermijdelijk lijden. Want het begeren eindigt nooit, het is een onafgebroken jacht naar rijkdom, geluk, comfort, bezit, enzovoort. Niet dat er iets mis is met dit soort zaken, maar het najagen ervan creëert onuitsprekelijk lijden. Want ieder mens begeert wat hij of zij naar zich toe wil halen. En wil afstoten wat onplezierig lijkt. Met als gevolg dat er conflicten ontstaan over wie wat kan bezitten. Hierdoor kunnen zelfs oorlogen ontstaan. Ook is het zo, dat alles onafgebroken aan verandering onderhevig is, en dat het dus onmogelijk is om bepaalde zaken “vast” te houden. We kunnen – zoals het Christendom stelt – slechts rentmeester zijn van alles wat God ons op aarde schenkt, nooit de “bezitter”. Omdat we onszelf immers niet hebben geschapen en we geenszins invloed hebben op het moment van onze dood. Toch gedragen we ons, alsof we van alles en nog wat bezitten en cultiveren ons bezit, ons consumentisme en hoe we er idealiter uit zouden moeten zien via het schoonheidsideaal. Niet dat schoonheid goed of slecht zou zijn, maar de identificatie ermee zorgt er voor dat we vroeg of laat zullen lijden onder het feit dat schoonheid geen vast te houden “goed” is.

Met beleefde groet,

Basho ;)
« Laatst bewerkt op: 14-07-2013 10:02 door Basho »

Basho

  • Gast
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #3 Gepost op: 20-05-2013 19:27 »
Vier Edele Waarheden: 1. Er is lijden.
Ik heb hierboven een inleiding geschreven over het (menselijke) lijden in het licht van de spiritualiteit en in het bijzonder in het kader van het Boeddhisme. Gautama de Boeddha heeft de analyse van het lijden tot de kern van zijn prediking gemaakt. Alles heeft hij in het werk gesteld om dit zo duidelijk mogelijk uit te werken. In het India van zijn tijd waren er – voor zover ik heb begrepen - genoeg andere spirituele leraren en yogi’s, die uiteraard ook over het lijden spraken, maar zo kernachtig als de Boeddha heeft geen van hen dit omschreven. De moeilijkheid van het lijden is in de monotheïstische godsdiensten, zoals onder andere het Christendom, ook een belangwekkende vraag, waar het lijden van Jezus immers een prominente rol speelt. Er wordt echter veelal tegenin geredeneerd door niet-Christenen of zelfs atheïsten dat het toch onmogelijk is dat een almachtige en goede God het lijden laat bestaan in zijn schepping. En dat als het kwade immers ook deel uitmaakt van het bestaan, weergegeven door de Tegenstrever, de Satan, de Duivel duidelijk af zou doen aan Gods almacht. Dit zou verder met name het geloof in een liefdevolle God belemmeren, omdat Hij immers het kwade niet uit de wereld helpt. Dit agnostische dualisme - dat naast de keuzevrijheid van de mens, de profetieën en schriftelijk vastgelegde verhalen zoals in de Bijbel, de Koran en dergelijke uiteen zijn gezet volledig ontkent - is onjuist en een veel te simpele voorstelling van zaken. Feitelijk zet de mens zichzelf via zijn of haar gedrag steeds weer neer als God-gelijk, de verheerlijking of zelfs de verafgoding van het zelf of ego. Het geloof van de Judeeërs en het Christendom hebben scherp ingezien dat de mens slechts een rentmeester van de aarde kan zijn, maar dat God degene is en blijft die hem dat rentmeesterschap gegeven heeft. En dat wij niet de bezitters zijn van deze aardbol, ook al gedragen we ons wel op die manier. Met alle gevolgen van dien. Dat zien we vooral in deze tijd zeer duidelijk gebeuren. De Boeddha stelt dat dit “zelf” slechts een eigen ontwerp is, met name voorvloeiend uit de bestaansdorst, dat feitelijk geen wezenlijk bestaansrecht heeft, het is eerder een illusie die zelfs een onuitsprekelijk en bestendig lijden veroorzaakt. Dit ego is een samenraapsel van verkeerde veronderstellingen van de mens omtrent zichzelf en de kosmos, van zijn plaats in dit hele gebeuren. Dat betekent natuurlijk niet dat we er niet zijn, en ook niet dat het ego altijd fout is. Het is eerder een logisch gebeuren, wat iedereen door het leven wordt aangemeten of zichzelf gaandeweg aanmeet.


Zelfzucht werkt echter verblindend, omdat het van origine ontstaat uit de onwetendheid over hoe gehechtheid en identificatie eigenlijk werken. De mens is immers gehecht aan de hunkering naar genot, en probeert dit tegen wil en dank te bereiken. Boeddha stelt echter dat het onmogelijk is om genot vast te houden. Er is niets mis met genieten, het is echter funest om het na te jagen, omdat het in de gang van zaken ligt besloten dat genot in de maalstroom van het leven afgewisseld wordt door andere gevoelens, zoals matheid en onplezierigheid. Dit is echter wat de mensen doen: najagen van genoegens, comfort. Het leven zoals het is, wordt niet geaccepteerd. Altijd is er wel een reden om te “veranderen”, te verbeteren, te idealiseren. Maar een ideaal lijkt aanvankelijk hoop te geven, doch het is een diepe hopeloze valkuil. Omdat het niets meer is dan een concept, een bedenksel, een gestold idee in de geest, iets om na te streven. Maar ieder mens heeft zo zijn eigen gevormde beelden van wat ideaal is om te bereiken, na te streven. Met als gevolg oneindige onderlinge conflicten, omdat het niet anders kan dan dat deze verschillende idealen op een gegeven moment met elkaar in botsing komen. De Boeddha stelt dat immers niets op zichzelf staat, ook de mens niet. Onze levens zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden en met alles om ons heen, of we dat nu inzien of niet. Daarbij is alles veranderlijk, niets blijft onafgebroken hetzelfde. Het leven is een proces waarin elk moment verandering als vanzelf plaatsvindt. Doordat de mens uit zelfzucht in dat bestaan in wil grijpen, als het ware ergens aan vast wil haken, ontstaat eigenlijk chaos. Maar vanwege onze geestelijke verblinding zien we dat niet, hebben we onvoldoende inzicht in hoe de zaken daadwerkelijk in elkaar steken. Gautama de Boeddha stelt dat als de mensen daadwerkelijk in zouden zien wat de gevolgen van hun zelfzuchtige daden zouden zijn, ze zich daarvan in walging zouden afwenden. Men kijkt echter slechts rond in het eigen besloten kringetje, het cirkeltje van het individualisme.

Als we echter slechts om ons heen kijken, zien we conflict en oorlog. Het lijkt soms ver weg te zijn, en we verbazen ons er over dat mensen elkaar elders in de wereld een kopje kleiner maken via het oorlogswapentuig. Maar de wortel van dit “kwaad” huist in het hart van ieder mens. Het is als een zaadje dat uitgroeien kan tot een enorme boom als het maar voldoende water krijgt. En wij geven het in geestelijke zin water door al onze begeerten naar de diverse idealen. Onder het mom van mooie woorden worden reeds eeuwenlang de schandelijkste daden verdoezeld. Dit is ons bestaan, we lijden, en willen helemaal geen oorlog! Toch gebeurt het telkens opnieuw, en verbazen we ons erover. We zeggen dat we liefde willen, een liefdevol leven willen leiden en gelukkig willen zijn. Maar toch blijven al die conflicten maar bestaan. Hoe kan dat? Soefi-meester G.I. Gurdjieff stelde ooit dat de mens een gewoontedier is, een machine, die zuiver mechanisch en oppervlakkig leeft en op een gegeven moment totaal geïdentificeerd met alles sterft zonder ooit ontwaakt te zijn. Dat ontwaken zag hij als een kunst, zoals de psychoanalyticus Erich Fromm de liefde omschreef als een kunst en een kunde. Vanuit onze zelfzucht is dat inderdaad iets dat niet vanzelfsprekend is, ook al menen we dat we de liefde natuurlijk allang kennen. Niets is minder waar… Eigenlijk is het wonderlijk dat we de open liefde die een baby bijvoorbeeld letterlijk is, gaandeweg kwijt lijken te raken.

De Eerste Edele Waarheid van de Boeddha stelt dat het lijden bestaat, er is niet aan te ontkomen. Dit lijden wordt gevormd door geboorte, ziekte, ouderdom en dood. Geboren worden is smartelijk, omdat de eenheidsband met de moeder wordt doorgesneden. Het kind moet voortaan zelf ademen, eten en drinken. Dat wordt niet meer voor hem gedaan, de navelstreng werkt niet meer. Er is geen weg terug. We worden op aarde gezet, een wereld die we niet zelf hebben ontworpen. En in dit bestaan moeten we maar zelf onze weg zien te vinden. Gautama de Boeddha zegt dat het bestaan begint vanuit geestelijke blindheid en zonder kennis:

“Peinzende over de oorsprong van geboorte en dood, erkende de Verlichte, dat onwetendheid de wortel was van alle kwaad, en dat de schakels in de ontwikkeling van het leven, de twaalf nidana’s genoemd, deze zijn:
In het begin is er bestaan, dat blind is en zonder kennis; en in deze zee van onwetendheid werken de verlangens vormend en organiserend. Uit vormende en organiserende verlangens ontstaan bewustheid en gevoelens. Gevoelens doen organismen ontstaan, die als individuele wezens leven. Deze organismen ontwikkelen de zes velden, dat zijn de vijf zinnen en het verstand. De zes velden komen in aanraking met dingen. Aanraking doet gewaarwording ontstaan. Gewaarwording schept de dorst naar het persoonlijk bestaan. De bestaansdorst schept gehechtheid aan dingen. De gehechtheid brengt de groei en de voortduring van zelfbewustzijn voort. Het zelfbewustzijn blijft voortbestaan in vernieuwde geboorten. De vernieuwde geboorten van het zelf zijn de oorzaak van lijden, ouderdom, ziekte en dood. Zij brengen weeklachten, angst, en wanhoop voort.
De oorzaak van alle smart ligt in het eerste begin en is verhuld in de onwetendheid, waaruit het leven ontstaat. Neem de onwetendheid weg, en de verkeerde verlangens, die uit onwetendheid ontspringen, zullen vernietigd worden; vernietig deze verlangens, en de verkeerde gewaarwordingen, die er uit ontstaan, zullen worden uitgewist. Vernietig de verkeerde gewaarwordingen, en de dwalingen in de verpersoonlijkte wezens nemen een einde. Vernietig de dwalingen in verpersoonlijkte wezens, en de inbeeldingen der zes velden zullen verdwijnen. Vernietig de inbeeldingen, en de aanraking met de dingen zal niet langer verkeerde begrippen doen ontstaan. Vernietig verkeerde begrippen, en de dorst zal verdwijnen. Vernietig de dorst, en gij zult u bevrijd hebben van alle ziekelijke gehechtheid. Vernietig de gehechtheid, dan vernietigt gij daarmee de zelfzucht van het zelfbewustzijn. Indien de zelfzucht van het zelf vernietigd is, zult bij boven geboorte, ouderdom, ziekte en dood verheven zijn en zult gij aan alle lijden ontkomen.”

(citaat uit: Paul Carus: “Het evangelie van Boeddha”, Uitgeverij Ankh Hermes Deventer 1983, blz. 39-40).

Het zojuist geciteerde citaat van Carus kan heilzaam zijn, mits de juiste interpretatie van Boeddha’s woorden wordt begrepen. In dit citaat staat regelmatig het woord “vernietigen”. Mijns inziens betekent dit niet dat we actief een gevecht aangaan met onze verlangens, onze gehechtheid, onze genotzucht. Jezus Christus stelde reeds dat het kwade niet moet worden weerstaan, omdat wanneer men gaat strijden tegen een bepaalde neiging in zichzelf, u via onderdrukking ongewild juist meer energie verleent aan die neiging, waardoor de neiging onbedoeld aan kracht zal winnen. Dit is een heilloze weg, die menig asceet gegaan is, zonder enige uitweg. Zelfs de Boeddha heeft het ascetisme uitgeprobeerd voorafgaande aan zijn Verlichting. Hij is er door eigen ervaring achter gekomen dat het nergens toe leidt, het is niet de bedoeling om het lichaam of de geest tegen te werken, te onderdrukken of in een kwaad daglicht te stellen. Waar het daadwerkelijk om gaat, is een diepgaand begrip over de menselijke gehechtheid, de identificaties die ons binden. Dat moet qua werking worden beschouwd en beseft. Natuurlijk is het belangrijk als u de concentratie kunt opbrengen in uw werk, en alle dingen die u doet. Maar zonder inzicht in hoe onze verlangens werken, zonder onderzoek hoe dit uitwerkt, blijft men in een gehechte toestand leven en lijden. Wanneer een fundamenteel inzicht (dus niet slechts met het denken, maar met ons hele wezen) ontstaat in hoe de mens zichzelf en anderen tegenwerkt omwille van zelfzuchtige strevingen, is er sprake van “vernietiging” van de dorst. Dat is dus het gevolg van een bevindelijkheid en een invoelend begrijpen, niet van een gevecht met zichzelf. De enige die graag het gevecht wil aangaan en zichzelf wil rechtvaardigen is het ego. De Boeddha maakt slechts een analyse van hoe de stroom van het leven als proces werkt, via ontstaan en vergaan en weer ontstaan. Hier wordt grofweg (ook) de weg van het karma en de wedergeboorte gekenschetst. Ik kom daar later nog op terug, omdat ook over het karma en de wedergeboorte een aanzienlijk aantal mijns inziens onjuiste en zelfs funeste ideeën en veronderstellingen bestaan. Ik vervolg dit schrijven later via de beschrijving van de Tweede Edele Waarheid van de Boeddha.

Met vriendelijke groet,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 14-07-2013 10:14 door Basho »

Basho

  • Gast
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #4 Gepost op: 20-05-2013 19:28 »
Vier Edele Waarheden: 2. De oorzaak van het lijden.
Dit is het vervolg op de eerder door mij hier geplaatste beschrijving van de Eerste Edele Waarheid. Via de prediking van de Tweede Edele Waarheid heeft Gautama de Boeddha een omschrijving gegeven van wat de oorzaak is van het lijden. Deze oorzaak is de begeerte, die wordt aangewakkerd door de gewaarwording van de wereld via de zintuigen. De vijf groepen van bestaan die hierin actief zijn, worden in het Boeddhisme Skandha’s genoemd. Dat betreft achtereenvolgens de materie en de vormen, de gewaarwording via de zintuigen (lichaam, ogen, tong, neus, oren, en de geest), de perceptie, onze intenties en het bewustzijn of de aandacht. Alles waar wij ons aan kunnen hechten – zowel in de wereld om ons heen als in onze geest - behoort tot deze vijf groepen van bestaan. Het is in dit verband opvallend dat in het Boeddhisme de menselijke geest wordt beschouwd als een zintuig, terwijl dat in Westerse modellen over het algemeen niet zo is. Dit komt, omdat in het Westen de hersenen en hun functies worden beschouwd als de zetel van het zelf, het ik, het ego, dat de waarnemer is van datgene wat zich aan ons manifesteert via de vijf zintuigen. In het Boeddhisme daarentegen, beschouwt men de hersenen net als de andere zintuiglijke organen als perceptieorganen die zintuiglijk werken en dus geen uitzondering zijn. De Boeddha beschouwt het zelf niet als iets wat daadwerkelijk bestaansrecht heeft als kernachtige substantie van ons wezen. Eerder beschouwt hij het “ik” als een illusie, in zoverre dat in dualistische zin wordt beschouwd als een ik versus de ander of de wereld. Niets is volgens het Boeddhisme afgescheiden van al het andere, vandaar dat de Boeddha stelt dat het veronderstelde “ik” als waarnemer van het waargenomene een waandenkbeeld is. De reden hiervan is, dat hij aangeeft dat de vijf groepen van bestaan een gecombineerde indruk geven dat wij een ego zouden zijn, terwijl het “ik” in zijn leer slechts een idee, een concept is. Ons lichaam is een samengestelde organische machine, die onder één noemer wordt gebracht onder het concept “ik”. Wanneer we bij ons naar binnen kijken en op zoek gaan naar dat “zelf” in ons lichaam, vinden we nergens een onveranderlijke kern die zich met recht “ik” zou kunnen noemen. Natuurlijk is het woord “ik” passend in ons praktische bestaan, anders zouden we niet met elkaar kunnen communiceren, maar de Boeddha blijft er op hameren dat we ons minutieus bewust moeten blijven van het feit dat de dualiteit ik versus de ander (of de wereld) geen absoluut bestaansrecht heeft. Dat betekent trouwens niet dat we er niet zijn, het Boeddhisme erkent zeer zeker ons bestaan, maar ontkent slechts het feit dat ons leven wordt vertegenwoordigd door een ego.


Hoe komt het dan dat we het gevoel hebben dat we “ik” zijn en dat er sprake is van een “ander”? Het opgroeiende kind ervaart namelijk op een gegeven moment dat er een grens is aan zijn of haar lichaam, dat er anderen zijn naast zichzelf. Dit geschiedt door ervaring via het lichaam als één der vijf groepen van bestaan, door zintuiglijke ervaring dus. In het (Tibetaanse) Boeddhisme draait elk leven zijn persoonlijke rondje in het karmische Levenswiel, dat wordt vastgehouden door Yama, oftewel de Dood. In het Christendom kunnen we dat vergelijken met de Duivel of de Tegenstrever die de mens verleidt tot het kwade door middel van de hoofdzonden. Dat Boeddhistische Levenswiel bevat in grote lijnen alle belangrijke situaties waarin mensen hun leven leiden (het voert te ver om dat hier allemaal uit te gaan werken), waarbij rondom de wielkern drie belangrijke symbolische dieren zich ophouden, namelijk een haan, een slang en een varken. Deze dieren staan voor de drie soorten mentaal vergif; de haan symboliseert bijvoorbeeld de begeerte, het verlangen en de voorkeur. De slang staat voor de agressie, de haat of de afkeur en het varken symboliseert het vooroordeel of de vooringenomenheid. De wortel van alle lijden en smart is onwetendheid. Mensen weten volgens het Boeddhisme over het algemeen niet dat ze denken, keuzen maken en dientengevolge handelen vanuit vooringenomenheid (het varken). Ze etiketteren wat goed is als dit netjes strookt met datgene wat hun kortstondig geluk brengt, verlangen daarnaar en willen dat ten koste van alles nastreven (de haan). Desnoods gebruikt men concurrentie, geweld en agressie om het “plezierige” te bereiken en beschouwt men als “slecht” datgene wat we niet willen, wat ons zelfbeeld bedreigt of wat bij ons aversie oproept. Dit Levenswiel draait dus om deze drie mentale vergiften, en is karmisch van aard. Dat wil zeggen dat we handelen vanuit de drie mentale vergiften en dat blijven doen. Uit onwetendheid blijven we ronddraaien in het Levenswiel en kunnen er zo niet uit geraken. We blijven alsmaar alles herhalen, omdat we ons leven laten draaien om de verdediging en rechtvaardiging van ons “ik”, ons ego.

Soefi-meester G.I. Gurjieff omschreef dit ooit als volgt, ik citeer: “De subjectieve mens kan geen algemeen begrip van goed en kwaad hebben; voor hem is alles kwaad wat indruist tegen zijn begeerten of belangen, of tegen zijn opvatting van wat goed is.
Men kan zeggen dat voor de subjectieve mens het kwade in het geheel niet bestaat, dat voor hem alleen maar verschillende opvattingen van het goede bestaan. Niemand doet ooit iets opzettelijk in het belang van het kwade, uit liefde voor het kwade. Iedereen handelt om het goede te doen, zoals hij het ziet. Maar iedereen ziet het weer anders. Het gevolg is dat de mensen elkaar afslachten en doodslaan om het goede te dienen. De oorzaak is alweer precies dezelfde: de onwetendheid van de mensen en de diepe slaap waarin zij leven.
Dit is zo voor de hand liggend dat het vreemd is dat men daarover nooit eerder heeft gedacht. Maar het is een feit dat het niet wordt ingezien, iedereen beschouwt zijn “goed” als het enig goede en al het andere als kwaad. Het is naïef en zinloos te hopen dat de mensen dit ooit zullen begrijpen en zullen komen tot een en hetzelfde algemene begrip van het goede.”
(citaat uit: P.D. Ouspensky: “Op zoek naar het wonderbaarlijke”, Mirananda Wassenaar 1977, blz. 173-174).

Het dualisme van het besef van “goed” en “kwaad”, komt ook voor in de Bijbel in het scheppingsverhaal van Genesis. Adam en Eva mogen van God van alle bomen in het paradijs eten, behalve van één boom, namelijk de boom van de kennis van goed en kwaad. Toch eten ze op een gegeven moment toch van deze boom, omdat allereerst Eva door de slang wordt verleid, die droogjes stelt dat de mens geenszins zal sterven als men van de verboden boom eet, maar eigenlijk eerder Godgelijk zal worden, kennende goed en kwaad. De Verleider stelt dus feitelijk dat God een leugenaar is! Totdat het te laat is, en Adam en Eva merken dat ze naakt zijn en zich voor God gaan verbergen. God verdrijft ze uit het paradijs der éénheid en vanaf die datum leeft de mens vanuit de versplintering van de eenheid in de tegendelen: het dualisme. Dit wordt in het Christendom de zondeval genoemd en er is geen weg terug, omdat God een engel met vlammend zwaard aan de poort van het paradijs heeft geplaatst. De enige manier om de eenheid opnieuw te ervaren is de weg vooruit dwars door de kennis van goed en kwaad heen en zich bewust te worden van de werking van de eigen subjectiviteit en zuiver te leven volgens de voorschriften van Christus. Ook het Boeddhisme biedt een uitweg uit deze impasse via het Achtvoudige pad, maar dat is een onderdeel van de Vierde Edele Waarheid en dat zal ik later uitwerken na de bespreking van de Derde Edele Waarheid. Ik zal in dat kader ook het karma nog nader beschrijven in Boeddhistisch perspectief.

Hoe stappen wij uit de wurgende greep van het Levenswiel? Dit vereist een wezenlijk begrip, een Ontwaking vanuit het karma wat ons gevormd heeft vanaf de begindagen der schepping. We zijn mens met menselijke eigenschappen die (geheel of gedeeltelijk) zijn overgeërfd. Dit lichaam is ons voertuig om in de wereld te kunnen leven. Alleen is de mensheid ergens de verkeerde kant op gegaan, zoals onder andere in het Bijbelse scheppingsverhaal is beschreven. We leven vanuit de illusie dat we afgescheiden zijn van anderen, dat we als het ware opgesloten zitten in ons lijf. Terwijl we feitelijk deel uitmaken van een levend systeem, de schepping van de levende God, zoals u wilt. We ademen onafgebroken, dat gaat zelfs vanzelf. We kunnen maar enkele minuten zonder zuurstof, die verkrijgen we via de lucht. We zijn dus afhankelijk van de lucht om ons heen. Onze huid “ademt” onafgebroken via onze poriën, als we die poriën afsluiten, sterven we binnen enkele uren. We zijn dus steeds in onderlinge uitwisseling met het levende systeem. Als mensen hebben we elkaar nodig, we zorgen voor elkaar, hebben sociaal contact. We zouden letterlijk geestelijk ongezond worden als we geen sociaal contact meer met elkaar zouden kunnen onderhouden. Dat is een “onzichtbare” behoefte, die ons verbindt met onze medemens, onze naaste. Vandaar dat Jezus predikte dat we onze naasten dienen lief te hebben als onszelf. Uit deze simpele voorbeelden blijkt, dat alles afhankelijk is van alles, niets staat (statisch) op zichzelf. De Boeddha stelt dat de geestelijke intentie steeds voorafgaat aan het handelen, dat alles begint bij de geest, zoals verwoord is in de Dhammapada, ik citeer:

“De dingen worden voorafgegaan door de geest,
Hebben de geest als voorman,
worden door de geest gemaakt.
Als iemand met verdorven geest spreekt of handelt,
Dan volgt hem leed, als het wiel de voet van het trekdier.

“De dingen worden voorafgegaan door de geest,
Hebben de geest als voorman,
worden door de geest gemaakt.
Als iemand met een zuivere geest spreekt of handelt,
Dan volgt hem vreugde, als een schaduw die niet wijkt.”

(citaat uit: Jan de Breet & Rob Janssen: “De verzameling van korte teksten”, Asoka Rotterdam 2011, blz. 273).

Maar hoe “verkrijgen” of “herkrijgen” we een zuivere geest? Het Boeddhisme heeft daarvoor een medicijn ontwikkeld, dat meditatie heet. Via meditatie is het mogelijk om door middel van innerlijke beschouwing datgene wat in ons leeft waakzaam te doorzien, en vervolgens los te laten. Dat betekent wel dat we inzicht hebben in de aard van onze mentale constructies. Er zijn namelijk grofweg drie vormen van mentale constructies:

1.   Zuivere waarneming;
2.   Waarneming die ook berust op reeds eerdere mentaal gevormde constructies;
3.   Verzonnen waarneming, pure fantasie.

Als gevolg van de drie mentale vergiften is het helaas zo, dat volgens het Boeddhisme de meeste mensen leven vanuit (2) de waarneming die ook berust op reeds eerdere mentaal gevormde constructies en op (3) een verzonnen waarneming, pure fantasie. We ervaren de wereld en onszelf dus op een verwrongen wijze, met als gevolg dat we via foutieve waardebepalingen en bijbehorende intenties onnodig lijden onder het bestaan, dat zich zoals gezegd welhaast automatisch afspeelt tussen aantrekking, afstoting en egoïstische begeerte. Met als gevolg een verregaande geestelijke verblinding. Zelfs als we menen hiertegen te vechten, zijn we er nog het slachtoffer van. Een sprekend voorbeeld in dit kader is mijns inziens de wijze waarop de apostel Petrus (en ook de andere discipelen van Jezus) voorafgaande aan de kruisweg van Christus probeert Jezus ervan te overtuigen dat hij steeds bij Hem zal blijven en desnoods met Hem zal willen sterven. Terwijl Christus aangeeft dat Petrus Hem na de nachtelijke gevangenneming tot driemaal toe zal verloochenen voordat de haan zal kraaien. Petrus is er echter steevast van overtuigd dat hij Jezus zal blijven volgen (Bijbel, Mattheüs 26:34-35). Maar als de situatie eenmaal daadwerkelijk plaatsvindt en Christus wordt weggevoerd om gekruisigd te worden, verloochent Petrus inderdaad Jezus driemaal, waarna de haan kraait… (Bijbel: Mattheüs 26:69-75). Hier zien we het verschil tussen iemand zijn (zelf gecreëerde beeld van de persoonlijke) vaste overtuiging en hoe hij uiteindelijk daadwerkelijk handelt in een situatie waarin hij op een gegeven moment in de verdrukking raakt en zichzelf wil behouden.

Ik vervolg dit schrijven later via de beschrijving van de Derde Edele Waarheid van de Boeddha.

Metta toegewenst,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 14-07-2013 10:37 door Basho »

Basho

  • Gast
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #5 Gepost op: 26-05-2013 14:26 »
Vier Edele Waarheden: 3. Het ophouden van het lijden.
Dit is het vervolg op de eerder door mij hier geplaatste beschrijving van de Tweede Edele Waarheid van de Boeddha. Daarbij begin ik met een nogal uitgebreide beschrijving van de leer van het karma. Het zal de lezer verbazen dat ik deze beschrijving niet eerder heb gesorteerd onder de Tweede Edele Waarheid, omdat die immers duidelijk draait om de oorzaak van het lijden in relatie tot het Levenswiel. En dat Levenswiel is tenslotte datgene waar we als het ware in gevangen lijken te zitten, als gevolg van de menselijke onwetendheid en de daaraan gekoppelde geestelijke verblindheid door de drie mentale vergiften (zie verder mijn beschrijving van de Tweede Edele Waarheid). Ik heb er toch voor gekozen om het karma hier in onder de Derde Edele Waarheid te brengen, omdat ik de karmaleer beschouw als iets wat als het ware zowel de Tweede als de Derde Edele Waarheid klaarblijkelijk het meeste raakt. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die deze keuze niet vinden kloppen, maar dat is dan maar zo. De leer van het karma bevat mijns inziens in de algemene opvattingen veel wat ik beschouw als een halve waarheid, en er zitten soms een aantal vreemde en zelfs onzuivere ideeën in verscholen. Waarbij ik aanteken dat ik uiteraard niet de wijsheid in pacht heb. Ook wat ik schrijf, is een bepaalde interpretatie. Ik beschouw de karmaleer als één van de onderwerpen, tezamen met de leer der wedergeboorte c.q. de reïncarnatie als concepten die in het Boeddhisme letterlijk “lijden” onder veel (naar mijn mening) verkeerde denkbeelden, die kunnen leiden tot een onjuist beeld van wat karma eigenlijk betekent. De betekenis van het woord “karma” is “handeling”, of “datgene wat wordt bewerkstelligd”. In de diverse omschrijvingen van het karma kom ik het meest de interpretatie tegen die neerkomt op karma als “de wet van oorzaak en gevolg”.


Voordat ik verder in ga op het karma nog het volgende. Er zijn naast de leer van het karma diverse andere spirituele opvattingen over wat de menselijke handelingen tot gevolg hebben of kunnen hebben. Daarbij valt op, dat oorzaken en gevolgen over het algemeen worden geprojecteerd naar een leven na de dood. In het Christendom en in de Islam zal God namelijk na de dood oordelen over de mens; of hij in voldoende mate het geloof heeft beleden en of hij of zij geleefd heeft volgens de voorschriften van de Bijbel of de Koran e.d. Ook in de Germaanse mythologie is dit ongeveer van toepassing, waarbij goede (helden)daden worden vergolden via het al dan niet betreden van het Walhalla ná dit aardse leven. Dit is dus een ander gezichtspunt dan in het Boeddhisme of zelfs binnen het Hindoeïsme e.d. gangbaar is, waar de gevolgen van elk handelen worden vergolden via een wet die niet als zodanig wordt toegeschreven aan een God of aan goden. De mens is volgens het Boeddhisme (en ook het Hindoeïsme) zelf verantwoordelijk voor zijn daden, en wat men zaait, zal men op den duur oogsten. Maar het is niet altijd duidelijk op welke manier een goede daad uitmondt in goede gevolgen, slechte daden zullen worden vereffend via negatieve gevolgen en neutrale daden uitdraaien op neutrale gevolgen. Sommige mensen die geen vlieg kwaad doen, worden getroffen door de meest ernstige negatieve omstandigheden en lieden die de slechtste daden verrichten lijken vooralsnog in voorspoed voort te leven. De verklaring die hiervoor wordt gegeven draait onder andere om de leer van het Levenswiel, waarbinnen de mens met zijn leven(s) onafgebroken ronddraait via diverse situaties en omstandigheden. Daaruit lijkt geen uitweg mogelijk te zijn, en leven na leven blijft de mens gevangen in dit Levenswiel. Dit betekent, dat er geen sprake zou zijn van één aards leven, en dat een bepaalde daad via het karma zelfs pas tot uiting kan komen in een volgend leven. Maar wij kunnen echter niet zien over de grens van de dood, dus is het de vraag in hoeverre we dit willen aannemen als “waar”. De Boeddha wijst echter naar het leven wat we nu en hier leiden, en in hoeverre we op dit moment een plaats hebben in het Levenswiel. En dat we nu en hier de keuze hebben, mits we voldoende waakzaam zijn, om uit de greep van dat Levenswiel te geraken, ongeacht de huidige omstandigheden. Dit betekent dat dus óók een onzichtbaar leven wordt geprojecteerd naar een bestaan na de dood, waarin de begeerte van de mens zich kan vormen tot een nieuw leven. Dit is een verschil met het Hindoeïsme, waarbinnen de Goddelijke vonk (het Zelf) afhankelijk van het karma daadwerkelijk verhuist naar een ander lichaam, hetzij in de vorm van een mens, dier, of een ander element in de kosmos (al naar gelang het veroorzaken van goed danwel slecht karma). Het Boeddhisme ziet dat als een geloof der zotten, omdat er volgens de Boeddha geen substantieel kernachtig Zelf of zelf kan bestaan dat verhuist van bestaan naar bestaan. Gautama de Boeddha stelt dat slechts de begeerte als het ware overleeft, de dorst naar het (persoonlijke) bestaan dat leidt naar een nieuwe geboorte. Daarbij is het dus niet zo dat degene die ooit leefde en is gestorven, als zelf of Zelf verhuist naar een ander bestaan en weer een nieuw leven aanneemt. Omdat er immers geen sprake is van een “degene”, een “zelf” of “Zelf”. Zwart/wit beschouwd speelt de kosmische en karmische wet van oorzaak en gevolg in tegenstelling tot het Christendom en de Islam e.d. ook een directe en prominente rol in dit leven op aarde, hier-en-nu. De projectie via wedergeboorte (van de dorst naar het leven) naar een bestaan na dit leven is maar een deel van de Boeddhistische leer. Nu en hier is de wet van het karma namelijk dus ook onafgebroken aan het werk in elk (menselijk) leven. Iedereen kan begrijpen dat wat veroorzaakt wordt, een bepaald gevolg heeft of kan hebben. Wanneer ik een kopje van de tafel stoot (oorzaak), valt dat op de grond aan diggelen (gevolg). De Boeddha stelt dat het karma een alles doordringend principe is en niet iets wat pas na de dood zou doorwerken. Daar zitten zelfs gradaties in, want het intentionele handelen telt het allerzwaarste. Wie iemand bewust kwaad doet, terwijl hij of zij wéét dat het verkeerd is en dat het een (ondraaglijk) lijden teweeg zal brengen bij de ander, zal daar veel zwaardere gevolgen van ondervinden dan wanneer een bepaalde persoon per abuis op een mier trapt. In het laatste geval is de karmische uitwerking te verwaarlozen of zelfs geheel afwezig, omdat het niet de opzet was om de mier dood te trappen.

De leer van het karma is mijns inziens slechts een wijze van verklaring om iets te verduidelijken en geen blind noodlot waaraan eigenlijk niets te veranderen zou zijn. Het is slechts een uitwerking van een model hoe de zaken er voor staan. Wanneer een mens er intentioneel voor kiest om zich anders te gaan gedragen, zullen de gevolgen van deze intentie ook daadwerkelijk anders uitwerken. Gautama de Boeddha stelt immers dat alles onderling afhankelijk is van alles, niets staat op zichzelf. Het karma is dus geen simpele of dogmatische wet die slechts zou draaien om beloning en straf. Er schuilt geen hogere macht achter die bewust fatale straffen uitdeelt of beloningen verleent voor bepaald gedrag. Hiermee brengt de Boeddha de volledige verantwoordelijkheid van de mens voor zijn of haar daden naar de persoon zelf. Waarbij het dus niet mogelijk is om intenties of daden af te schuiven via projectie op goden, duivels of demonen en dergelijke. Iemand is zelf volledig verantwoordelijk voor de eigen levenswijze en kan dus zelf bewust keuzen maken. Waarbij het uiteraard wel zaak is om zuiver en juist te leven, neergelegd in het Achtvoudige pad, wat ik nader uit zal werken in de beschrijving van de Vierde Edele Waarheid. In dit kader is de persoonlijke vrijheid om bepaalde keuzen te maken van groot belang en is het dus volgens het Boeddhisme mogelijk om tot op zekere hoogte het eigen leven een andere kant op te dirigeren, zodat men zelf minder lijdt en minder lijden veroorzaakt.

Soms wordt geopperd dat ook het Christendom hier en daar de leer der wedergeboorte of reïncarnatie zou huldigen. Dit is mijns inziens een grove misvatting. Christus spreekt nooit over een leven na de dood zoals de Boeddha dat gedaan heeft. Het Christendom draait om het leven van één leven op aarde, daarin moet men in het reine komen met zichzelf en met God. De genadeleer heeft in deze ook een belangrijke plaats, helaas kan ik dat hier niet verder uitwerken, omdat ik dan teveel zou afwijken van het onderwerp. Gautama de Boeddha spreekt over talloze levens hier op aarde, waarbij het zaak is om via het lijden te leren om op een bepaald moment de eigen verantwoordelijkheid op zich te nemen om een ethisch juist en zuiver leven te leven. Daarvoor biedt hij als hulpmiddel zijn Achtvoudige pad. Waardoor men als het ware uit de wurggreep komt van het Levenswiel. En via de Verlichting, het Ontwaken, zal de begeerte met de bijbehorende mentale vergiften geen vat meer hebben op de Ontwaakte. Met als direct gevolg dat er geen wedergeboorte meer zal plaatsvinden en dientengevolge hoeft de mens niet langer te lijden onder het bestaan. Het Levenswiel als levenslot wordt als het ware verlaten. De verlossing is immanent en permanent. Dit klinkt vrij nihilistisch, maar de Boeddha stelt daarbij wel, dat wanneer men tot Ontwaken komt, de Verlichting realiseert, men in dit leven daarvan al de vruchten zal plukken, door middel van vrede, innerlijke rust en serene vreugde, ongeacht de levensomstandigheden en de uitwerking van eventuele resten van de karmische uitwerking. Daarbij speelt bevindelijkheid een zeer grote rol, net als bijvoorbeeld in het Christendom. Jezus stelt namelijk dat uiterlijke schijn geen waarde heeft als hij de Schriftgeleerden en Farizeeën ervan beticht dat ze de wet van Mozes slechts met de mond belijden en niet met het hart. En dat al die uiterlijke rituelen dan wel perfect worden uitgevoerd, maar dat men tegelijkertijd in het hart volledig onzuiver van intentie kan zijn. Waardoor het heil niet kan worden gerealiseerd en het Koninkrijk der Hemelen wordt gemist. Het gaat dus ook bij Christus om de intentie die in het menselijk hart verborgen ligt. Wat dit betreft is de overeenkomst met het Boeddhisme evident: de uiterlijke godsdienstige rituelen van de Brahmanen zijn volgens de Boeddha nutteloos. De goedheid en boosaardigheid liggen immers beiden verborgen in het menselijke hart. Aan de oogst herkent men de zaaiing in goede aarde, het ligt er dus maar net aan welke beweegreden men wil voeden, ten goede of ten kwade.

Feitelijk waarschuwen zowel Christus als Boeddha voor de uitwerking van de kwade opzet, ook al is hun leer van die uitwerking verschillend. Waarom? Christus leefde in een hele andere cultuur dan de Boeddha. Jezus predikte onder de Joden; de Joodse godsdienst is totaal anders dan de religies van Azië. Het Brahmanisme en het Hindoeïsme zijn gestoeld op onder andere de Veda’s en de Upanishaden. Daarin was de leer der reïncarnatie aanvankelijk slechts gericht op een leven na de dood in een godenrijk of hemel. Maar later werd een andere en uitgebreidere interpretatie hierin prominent, waar dus op een gegeven moment de karmische variant van de reïncarnatie aan werd verbonden.  Terwijl de eschatologische leer van de woestijngodsdiensten een heel andere culturele en religieuze basis had en heeft. Jezus sprak zoals gezegd immers in het raamwerk van een heel andere religieuze opvatting  dan de Boeddha, vandaar dat hun benaderingswijze dientengevolge geheel anders is. Het is dus volstrekt nutteloos om bijvoorbeeld de leer der wedergeboorte of de reïncarnatie proberen te vinden of te projecteren in de Christelijke godsdienst (er wordt in de Bijbel wel gesproken over het opnieuw geboren worden, maar dat heeft een geheel andere betekenis). Er zijn eerder aanwijzingen dat bepaalde ideeën rond het reïncarneren bestonden in bijvoorbeeld de Romeinse (en dus vanuit een Christelijk gezichtspunt als “heidens” beschouwde) godsdienst. Wie beweert dat er toch sprake zou kunnen zijn van de uitwisseling van dit soort concepten tussen de verschillende religies, weet mijns inziens niet waar hij of zij over praat. Christus heeft trouwens diverse malen ontkend dat er sprake zou zijn van een soort “karma”, bijvoorbeeld in Johannes 9:1-3, ik citeer uit de Bijbel (Nieuwe Statenvertaling):

“En in het voorbijgaan zag Hij iemand die blind was van de geboorte af.
En Zijn discipelen vroegen Hem: Rabbi, wie heeft er gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden?
Jezus antwoordde: Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet […]”


Het tegen wil en dank toch in willen passen van reïncarnatie en wedergeboorte in bijvoorbeeld het Christendom neigt eerder naar New Age denken. En voor zover ik het kan beoordelen heeft dat New Age denken weinig nieuws gebracht, eerder chaos, omdat men van alles door elkaar ging mengen, met als gevolg een nutteloze mengelmoes van spirituele ideeën. Denk in dit kader slechts aan de mijns inziens zeer merkwaardige poging van de Theosofie om de astrologie in het keurslijf van de karmaleer te persen. Terwijl het karma grofweg gesteld feitelijk de vrucht is van dat wat men in het verleden heeft gedaan c.q. veroorzaakt en de astrologie het menselijk lot afhankelijk wil stellen van uiterlijke planetaire invloeden.

Het ophouden van het lijden, van de onafgebroken uitwerking van het karma is gelegen in het doorzien van hoe de begeerte de mens kluistert aan het lijden dat er uit volgt, verblind als hij of zij is door de drie mentale vergiften. Door inzicht, doorzicht, innerlijke beschouwing, meditatie en contemplatie kan de mens wezenlijk bewust worden van de identificaties die hij koestert, het vast willen houden aan wat plezierig lijkt of is en het weg willen duwen van wat onplezierig lijkt of is. Dit is feitelijk het doorsnijden van de wortel van de oorzaak van alle smart en van de menselijke onwetendheid. Verlossing uit het lijden is dus mogelijk, waarbij de mens zelf gewaarzijn en waakzaamheid dient te betrachten en letterlijk moet waken bij de poorten van de zes zintuigen, net zolang totdat de Ontwaking doorbreekt. Dit kan korte tijd duren of lange tijd in beslag nemen, niemand kan daar wat over zeggen. Meditatie is in dit kader een belangrijk middel. Ik zal in de bespreking van de Vierde Edele Waarheid het Achtvoudige pad bespreken, dat door de Boeddha is gegeven als hulpmiddel voor de verlossing. Wat betreft de wedergeboorte in Boeddhistisch perspectief blijf ik echter vraagtekens zetten over de bevindelijkheid hiervan. Ik ben me ervan bewust dat zonder het wedergeboorte als concept het Boeddhisme eigenlijk geen verlossingsleer kan brengen, de wedergeboorte en het karma zijn wezenlijke bestanddelen van die Boeddhistische leer. Daarentegen kunnen we - zoals eerder is betoogd - niet over de grens van de dood heen kijken en dus niet zien wat het karma brengen zal in een volgend bestaan. Eigenlijk wil ik op deze manier helemaal niet nadenken over een volgend, zich vormend leven. Ik ben ervan overtuigd, net als in het Tibetaanse Boeddhisme wordt gesteld, dat Verlichting mogelijk is in dit leven. Ik zie de wet van de herhaling van zetten, van het karma, van oorzaak en gevolg hier-en-nu plaatsvinden. Dat is ruim voldoende om te beseffen dat er lijden is en dat de richting van het lot kan worden gewijzigd. Dit betekent niet dat ik de leer van de wedergeboorte verwerp, maar ik kan het niet verifiëren, dus “geloof” ik er niet in. Gautama de Boeddha heeft aangegeven dat we zelf het licht moeten zijn voor onszelf, onze eigen grond en toevlucht. En dat we zelf zijn prediking moeten toetsen, en niet zijn woorden voor zoete koek moeten slikken. Ik kan een leven na de dood in Boeddhistisch perspectief niet zien, niet onderzoeken (want dan moet ik eerst sterven), dus voel ik meer voor het antwoord dat Osho (Bhagwan Shree Rajneesh) ooit aan een leerling gaf die hem vroeg naar een leven na de dood via reïncarnatie of wedergeboorte. Hij zei: “Je kunt je beter afvragen of je wel daadwerkelijk lééft vóór de dood.” En zo is het. We kunnen slechts hier-en-nu handelen, met een milde, voedende en bevindelijke aandacht.

Ik vervolg dit schrijven later via de beschrijving van de Vierde Edele Waarheid van de Boeddha. Schroom vooral niet om opmerkingen te geven of om vragen te stellen over het vorenstaande.

Met beleefde groet,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 26-05-2013 14:35 door Basho »

Offline Tommy

  • Verspreider van inzicht
  • ***
  • Berichten: 136
  • Geslacht: Man
  • Enlighten me.
    • Bekijk profiel
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #6 Gepost op: 16-06-2013 15:06 »
Eigenlijk kan de oorzaak van het lijden worden samengevat in:
'Het willen dat een situatie anders is dan hij nu is.'
Toch?
"Listen, I have a feeling we're both here for the same reason. Why not team up? It might make things easier."
Toa Mata Pohatu

lord rainbow

  • Gast
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #7 Gepost op: 16-06-2013 15:10 »
Lekker kort.

Basho

  • Gast
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #8 Gepost op: 13-07-2013 16:12 »
Vier Edele Waarheden: 4. Het Achtvoudige Pad dat leidt tot het ophouden van het lijden.
Dit is het vervolg op de eerder door mij hier geplaatste beschrijving van de Derde Edele Waarheid.
De Vierde Edele Waarheid betreft het Achtvoudige Pad van de Boeddha, dat hij heeft ontworpen in het kader van zijn Verlichting en als leidraad voor zijn volgelingen om het heil te realiseren. Wat betreft het Boeddhisme, is het mooi dat de monniken (bhikkhus) of nonnen (bhikkhunis) hun toevlucht kunnen nemen tot de Boeddha, de Dharma (de leer) en de Sangha (de gemeenschap), maar dat men ook desgewenst weer kan uittreden uit de Sangha, wanneer men niet langer het gevoel heeft dat men monnik wil zijn. Met andere woorden: de poort tot het Boeddhisme staat altijd open, ook al wil je op een bepaald moment liever naar buiten gaan. Natuurlijk legt de bhikkhu wel een rituele gelofte af als hij de Sangha betreedt, dat hij zich zal houden aan maar liefst 227 regels (patimokkha) neergelegd in de Vinaya (de Boeddhistische monastieke regels). Mocht een monnik of non echter één van de volgende regels overtreden, dan volgt een directe verwijdering uit de Sangha:

1.   Als hij of zij seksuele gemeenschap heeft, onkuis leeft.
2.   Als hij of zij een rol speelt c.q. betrokken is in het doden van een levend wezen.
3.   Als hij of zij een (waardevol) goed steelt, geen respect en achting heeft voor andermans bezit.
4.   Als hij of zij beweert een Verlicht persoon te zijn, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet het geval is.


Er is dus wel degelijk sprake van orderegelgeving, ook al lijkt het soms in het moderne Westerse Boeddhisme dat regels van ondergeschikt belang zijn. Men wil het Boeddhisme vrij selectief benaderen, en vaak slechts gebruiken wat zal leiden tot een heilzaam resultaat. Vooral de introductie van het Zenboeddhisme lijkt wars van regels en goed te passen bij de moderne Westerling, die moe is van religieuze dogma’s en vaak niet meer in een God wil geloven (secularisatie). Gelukkig is het Boeddhisme zo ingesteld, dat het zich vrij gemakkelijk aanpast aan de cultuur waarin het opbloeit. Uiteraard zijn er verschillen in de opstelling van de regels in de diverse Aziatische culturen waar het Boeddhisme zich heeft ontwikkeld, maar voor zover ik weet houdt men zich allen aan de volgende, door Gautama de Boeddha opgestelde vermijding van de tien ondeugden, ik citeer:

“Boeddha zeide: Alle daden van  levende wezens worden slecht door tien dingen, en door die tien dingen te vermijden worden zijn goed. Er zijn drie ondeugden van het lichaam, vier ondeugden van de tong, en drie ondeugden van de geest.
De ondeugden van het lichaam zijn: moord, diefstal en overspel; van de tong: leugen, laster, gezwets, en ijdel gebabbel; van de geest: begeerlijkheid, haat en dwaling.
Ik leer u de tien ondeugden te vermijden:
I. Dood niet, doch heb achting voor het leven.
II. Steel niet, noch pleeg roof; doch help ieder beschikking te hebben over de vruchten van zijn arbeid.
III. Laat af van onreinheid, en leid een leven van kuisheid.
IV. Lieg niet, doch wees waar. Spreek de waarheid met bescheidenheid, zonder vrees en met een liefhebbend hart.
V. Verzin geen kwade getuigenissen, noch breng deze over. Vit niet, doch zie op de goede zijden van uw medemensen, zodat gij hen in oprechtheid verdedigen kunt tegen hun vijanden.
VI. Zweer niet, doch spreek betamelijk en waardig.
VII. Verspil uw tijd niet met babbelen, doch spreek om uw bedoeling duidelijk te maken, of zwijg stil.
VIII. Begeer niet en benijd niet, doch verheug u over de voorspoed van anderen.
IX. Reinig uw hart van boosaardigheid en koester geen haat, zelfs niet tegen uw vijanden; doch omvat alle levende wezens met vriendelijkheid.
X. Bevrijd uw ziel van onwetendheid en wees verlangend de waarheid te leren, vooral in het éne  nodige, opdat bij niet ten prooi valt of aan twijfelzucht of aan dwalingen. Twijfelzucht zal u onverschillig maken en dwalingen zullen u op doolwegen leiden, zodat gij het edele pad niet vinden zult, dat ten eeuwigen leven leidt.”
(citaat uit: Paul Carus: “Het evangelie van Boeddha”, Uitgeverij Ankh Hermes Deventer 1983, blz. 94-95).

Het Achtvoudige Pad is als volgt samengesteld:

1.   Het ware (zuivere) begrip;
2.   De ware (zuivere) voornemens;
3.   Het ware (zuivere) spreken;
4.   Het ware (zuivere) handelen;
5.   De ware (zuivere) wijze van voorzien in het levensonderhoud;
6.   Het ware (zuivere) streven;
7.   Ware (zuivere) gedachten;
8.   De ware (zuivere) toestand van innerlijke vrede.

Dit is dus via de ethische regelgeving de manier om tot de Verlichting te komen. Daarbij wordt uiteraard gebruik gemaakt van meditatie, alhoewel dat niet altijd het geval is. Westerlingen hebben een vrij exotische kijk op het Boeddhisme, en denken ten onrechte dat er altijd gemediteerd wordt door monniken. Opvallend aan het Achtvoudige Pad is, dat in elke regel staat vermeld dat er sprake is van het “ware” of “zuivere”. In sommige vertalingen gebruikt men het woord “juiste”. Dat heeft een diepere betekenis. Want wat is zuiver of waar? Wat dit aangaat vertrouwt de Boeddhist op het inzicht en het bewustzijn c.q. de Verlichting van de Boeddha, zolang men zelf onverlicht is. Mensen zijn volgens het Boeddhisme van nature onwetend, en hun intrinsieke Boeddhanatuur is versluierd door de vereenzelviging met de begeerten van het eigen subjectieve ego. Zolang er geen diep inzicht is in de werking van het ego, dient de leerling zich te houden aan regels, zodat men alvast kan beseffen hoe invoelen werkt, hoe mededogen en barmhartigheid in werkelijkheid hun vorm kunnen hebben. De Boeddha zelf hoeft zich niet strikt aan de regelgeving te houden, een Verlichte is zichzelf tot wet en voelt als het ware elke situatie feilloos aan. Dat vereist over het algemeen een verdiept en minutieus inzicht in hoe mens en wereld werken als proces, als systeem van onafgebroken veranderlijkheid en onderlinge afhankelijkheid. Inzicht dient echter niet slechts verstandelijk te zijn, want dat is onvoldoende. Bewust inzicht moet als het ware tot in de botten diep in het wezen van de mens gerealiseerd zijn. Meditatie, het bestuderen van de heilige geschriften en de ware en zuivere levenswijze kan hiertoe bijdragen. Het Achtvoudige pad kan in deze ondersteunend werken.

Het is echter moeilijk, zo niet bijna onmogelijk voor de eenling om zich te houden aan ethische regels, vandaar dat de Sangha of gemeenschap elkaar helpt en bijstaat. Mijns inziens zijn religieuze regels in dit kader een tijdelijk houvast, totdat de persoon in kwestie zelf Verlicht is en zich van nature gedraagt als een ethisch zuiver mens. Het is daarentegen niet de bedoeling om de begeerte van de mens, die het egoïsme voedt, bij voorbaat de pas af te snijden. Mensen moeten eerst leren wat haat is, wat begeerte teweegbrengt, enzovoort. Anders verzandt men bij voorbaat in acetisme, hetgeen de Boeddha zelf heeft uitgeprobeerd en waarvan hij heeft aangegeven dat het een heilloze weg is. Vandaar dat in het Boeddhisme het zelfonderzoek centraal staat. Men dient zelf via bewuste beoefening te kijken naar de eigen boosheid, de eigen neigingen, de werking van het eigen ego. Hier van meet af aan tegen strijden is zinloos, omdat verzet over het algemeen leidt tot een bestendiging of versterking van datgene waar men tegen wil strijden. Dat is de weg van de afwijzing en een bijkomend nadeel daarvan is dat men bij afwijzing niet meer bewust kijkt  en registreert hoe bijvoorbeeld de begeerte of de haat werkt, omdat deze emoties immers bij voorbaat worden afgewezen of onderdrukt. Vandaar dat bijvoorbeeld de Vipassana meditatie door de Boeddha is ontwikkeld, waarbij de beoefenaar als een getuige kijkt en registreert wat er zich allemaal in zichzelf voordoet in meditatie en in het dagelijkse leven, zonder oordeel of afwijzing. 

Het is opvallend dat de meeste, zo niet alle religieuze systemen gebruik maken van ethische regelgeving. Ook het Christendom heeft dit soort regels, denk maar aan de Tien Geboden, of de Bergrede van Christus. Er zijn ook diverse overeenkomsten tussen datgene wat de Boeddha heeft gepredikt en wat Jezus Christus heeft gezegd. Ik geef hier een voorbeeld: De Boeddha stelt dat we de ander niet moeten haten, en dat geldt zelfs ten aanzien van onze vijanden. Ook Christus predikt dat in zijn Bergrede, ik citeer:

“U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen” (Bijbel, Herziene Statenvertaling, Mattheüs 5:43-44)

Dit universalisme gaat radicaal in tegen het egoïsme, waarin het ego wordt verheerlijkt en de liefde voor de medemens wordt veronachtzaamd of ontkend. In het egoïsme komt de wereld op ons over als zijnde gevaarlijk en op zijn minst negatief. Het bestaan buigt zich echter niet voor het menselijke ego, maar het leven richt zich naar datgene wat het bestaan feitelijk is, in al haar facetten. Mensen raken gefrustreerd doordat ze vechten tegen datgene wat ze onplezierig vinden of niet wensen, met als gevolg cynisme en onverschilligheid. Dit betekent trouwens niet dat we klaarblijkelijk onrecht in stand laten. Karl Marx stelde dat religie opium was voor het volk, en daarmee wees hij terecht op het feit, dat het kapitalistische onrecht destijds door de godsdienst werd vergoelijkt (in zijn tijd). Aan de andere kant is de huidige wereld zo langzamerhand totaal in de ban van de verheerlijking van het egoïsme en vinden we dat we voor onszelf op moeten komen. Vaak echter is dat ontaard in zelfrechtvaardiging en het hebben van een zogeheten kort lontje. Ik steek wat dit aangaat ook de hand in eigen boezem,want ik ben geen haar beter dan wie dan ook.

Hopelijk heb ik zo ongeveer uit kunnen leggen wat de Vier Edele Waarheden inhouden. Uiteraard heb ik het Achtvoudige Pad niet helemaal regel voor regel geanalyseerd, omdat dit artikel anders veel te lang wordt. Ik zal die analyse eventueel voor later bewaren en nog eens apart bespreken. Schroom vooral niet om opmerkingen te geven of om vragen te stellen over het vorenstaande.
« Laatst bewerkt op: 13-07-2013 16:19 door Basho »

Offline Ujukarin

  • Global Moderator
  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 658
  • Geslacht: Man
    • Bekijk profiel
    • Triratna Boeddhistisch Centrum Amsterdam
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #9 Gepost op: 13-07-2013 16:35 »
Hoi Basho,

Goed spitwerk! Eén nuance slechts: de lijst van 10 voorschriften die je gebruikt is zeer authentiek boeddhistisch, en toevallig ook gekozen als basis van leefregels van sommige moderne/Westerse Orden zoals de mijne, maar in Azië vrij weinig gebruikt. Veel populairder zijn:
  • De vijf (leken)voorschriften. De eerste drie zijn dezelfde, de vierde betreft waarheid/onwaarheid spreken en de vijfde betreft bedwelmende middelen vermijden om een heldere geest te krijgen. In zekere zin kun je zeggen dat deze vierde en vijfde de 'stamvaders' zijn van respectievelijk de vier spraakvoorschriften en drie geest-voorschriften uit de lijst van tien.
  • Op vollemaansdagen voor leken vaak een andere lijst van 10, afgeleid van de 10 voorschriften die een novice monnik/non op zich neemt

Doch nogmaals dank voor je overzicht...

With folded palms,

<Ujukarin>

Basho

  • Gast
Re:De vier edele waarheden en het achtvoudige pad
« Reactie #10 Gepost op: 13-07-2013 17:48 »
Heel hartelijk dank voor de aanvulling/nuance, Ujukarin! Ik heb dus een klein foutje gemaakt in de interpretatie w.b. de plaatsing van de 10 authentiek Boeddhistische regels die ik genoemd heb in Aziatisch perspectief. Ik was in de veronderstelling dat die universeel Boeddhistisch waren en voor iedereen gold en geldt. Maar hoe het ook zij, ik laat de tekst gewoon zoals die is, met jouw waardevolle aanvulling er bij. Fijn dat je een reactie hebt gegeven, zo kan ik weer wat van een ander leren.

Ik maak een diepe buiging met respect voor u,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 13-07-2013 17:50 door Basho »