Auteur Topic: Mahayana Mahaparinirvana Sutra.  (gelezen 4994 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2928
    • Bekijk profiel
Mahayana Mahaparinirvana Sutra.
« Gepost op: 09-02-2014 16:09 »
Vertaald in het Engels door Kosho Yamamoto, 1973, van Dharmakshema’s Chinese versie
(Taisho Tripitaka Deel. 12, Nr. 374). Bewerkt, herzien en copyright Dr. Tony Page, 2007,
fragment door mij vertaald uit de Engelse versie.

Het sluit aan bij de gesprekken over Zelf en/of geen-Zelf.
fragment uit hoofdstuk 12; Over de Natuur van de Tathagata, aan het woord is Boeddha

<begin fragment> "Wanneer het op de kwestie van lijden aankomt, zeggen de onwetenden dat het lichaam niet-eeuwig is en alles lijden is. Verder, ze weten niet dat er ook de natuur van Gelukzaligheid in het lichaam is. Als er gezinspeeld wordt op het Eeuwige, zeggen gewone stervelingen dat alle lichamen niet-eeuwig zijn, als niet gebakken tegels. Iemand met Wijsheid onderscheidt dingen en zegt niet dat alles niet-eeuwig is. Waarom niet? Omdat de mens het zaad van de Boeddha-Natuur bezit. Wanneer er over het geen-Zelf wordt gesproken, zeggen gewone stervelingen dat er niet het Zelf kan zijn in het boeddhistisch onderricht. Iemand die wijs is moet weten dat geen-Zelf een tijdelijke bestaan(vorm)1 is en niet waar is.
Het aldus kennend, moet men geen enkele twijfel hebben. Wanneer van de verborgen Tathagatagarbha wordt vastgesteld dat het leeg en stil is, zullen gewone stervelingen denken aan beëindiging en vernietiging. Iemand die wijs is weet dat de Tathagata Eeuwig en Onveranderlijk is. Als van Bevrijding wordt vastgesteld dat het iets is zoals een droombeeld2, zeggen gewone stervelingen dat de persoon die Bevrijding bereikt iemand is die oplost3 in nietsheid; een persoon met Wijsheid denkt dat hij een mensen-leeuw is en dat, hoewel hij komt en gaat, Eeuwig is en niet verandert”.
   “Als er vastgesteld wordt dat onwetendheid in alle dingen verblijft, horen gewone stervelingen dit en denken aan twee verschillende bestaansvormen, het “heldere” en het “niet-heldere”. De wijze mens ziet dat de natuur niet-twee is en dat de natuur van de niet-twee de ware natuur [“zelf-natuur”] is. Als er wordt vastgesteld dat dingen op bewustzijn geplaats zijn4 [er van afhankelijk zijn], zeggen gewone stervelingen “twee”, dat “samskara” [wilsuiting, mentale impuls] en “vijnana” [bewustzijn]  zijn. Maar de wijze weet dat diens natuur niet-twee is en dat de natuur van de niet-twee de "svabhavika” [“eigen-natuur”, “zelf-natuur”] is. Als we spreken over de “tien goede daden” en de “tien slechte daden”, over wat gemaakt kan worden en wat niet gemaakt kan worden, over goede rijken en slechte rijken, wit onderricht [sukladharma=saddharma=wonderbaarlijke Dharma] en zwart onderricht krsnadharma =Pali kanhadhamma] stellen gewone stervelingen zich twee dingen voor. Maar de wijze weet dat de natuur niet-twee is en dat de natuur van de niet-twee de ware natuur is. Wanneer er wordt vastgesteld dat alle dingen in lijden eindigen, zeggen gewone stervelingen dat dit twee is. Maar de wijze weet dat de natuur niet-twee is en dat de natuur van niet-twee de ware natuur is. Als we vaststellen dat alle gemaakte dingen niet-eeuwig zijn en dat de verborgen opslagplaats van de Tathagata ook niet-eeuwig is (huh??, Siebe), dan zeggen gewone stervelingen twee. Maar de wijze weet dat de natuur niet-twee is en dat niet-twee de ware natuur is. Er kunnen niet de twee dingen zijn van Zelf en geen-Zelf. Dit is waar de verborgen opslagplaats van de Tathagata naar verwijst. Dit is wat geprezen wordt door ontelbare, talloze, grenzeloze aantallen van alle Boeddha’s. Ik leg nu in deze al-perfecte sutra alles uit. Er is het niet-twee in de natuur en kenmerken van Zelf en niet-Zelf. Je moet de dingen zo nemen<einde fragment>

1 “temporary existence, 2 "phantom", schim, verschijning, spook, 3 "wears away”, 4 "sit on"

De teksten tussen [..] is niet door mij toegevoegd, ik heb dat alleen vertaald.


Siebe



« Laatst bewerkt op: 01-04-2014 18:45 door Dirk Knol »

Y1010

  • Gast
Re:Mahayana Parinirvana sutra
« Reactie #1 Gepost op: 11-02-2014 20:12 »
de tekst gaat over zelf en geen zelf en staat vol van

....de wetende en de...
....de wijzen en de ...
....de stervelingen en de ....


Y1010

  • Gast
Re:Mahayana Parinirvana sutra
« Reactie #2 Gepost op: 11-02-2014 20:18 »
het is zo ontzettend belangrijk
dat het zelf juist gekend is
alle wortels moeten we opgraven om het juist te zien

Y1010

  • Gast
Re:Mahayana Parinirvana sutra
« Reactie #3 Gepost op: 11-02-2014 20:33 »
Er is het niet-twee in de natuur en kenmerken van Zelf en niet-Zelf.

ja zo is het

en waarom dan een tekst van een gespleten kop

?


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2928
    • Bekijk profiel
Re:Mahayana Parinirvana sutra
« Reactie #4 Gepost op: 01-04-2014 13:28 »
fragment uit de Mahaparinirvana sutra, door mij vertaald uit Engels

“O goede man! Hier is een man die de zee wil oversteken op een drijvende zak. Toen was er een rakshasa [vlees etende demon] in de zee. Hij volgt de man en smeekt hem de zak (te geven). Terwijl hij dit hoort denkt de man: “Als ik [het aan hem] geef, zal ik zeker zinken en sterven”. Hij antwoordt: “O rakshasa! Je kunt me doden maar je kunt de drijvende zak niet krijgen”. De rakshasa zegt: “Als je niet de gehele zak aan mij kunt geven, geef dan de helft”. Maar de man wil [hem] nog altijd niet [de zak] geven. De rakshasa zegt opnieuw: “Als je me niet de helft kunt geven, geef dan een derde deel”. De man zegt niet “ja”. De rakshasa gaat door: “Als je me niet dat beetje kan geven waar je hand op rust, zal ik zwaar te lijden hebben onder honger en zorgen. Geef me alstublieft een beetje?” De man zegt verder: “Wat je verlangt te hebben is, inderdaad, niet veel. Maar ik moet deze dag nog de zee oversteken. Ik weet niet hoe ver het is. Als ik [je] enig deel geef, zal de lucht geleidelijk ontsnappen. Hoe kan ik [dan] hopen deze moeilijke zee over te steken? Als de lucht ontsnapt, zal ik zinken en halverwege sterven”.

“O goede man! Hetzelfde is er aan de hand met de Bodhisattva die de voorschriften naleeft. Hij is als de man die er naar verlangt om de zee over te steken en die erg bezorgd is om de drijvende zak te beschermen en gunt het niet [om het weg te geven]. Wanneer de Bodhisatva aldus er zorg voor draagt om de voorschriften te bewaken, dan zullen er op zijn pad altijd de rakshasa’s verschijnen van kwaadaardige illusies, die aan de Bodhisattva zullen zeggen: “Geloof me, ik zal je niet gaan bedriegen. Bega gerust de vier ernstige overtredingen en draag zorg voor de andere voorschriften. Ik zal je hiervoor vrede brengen en je zult ontwaken in Nirvana. De Bodhisattva zal dan zeggen: “Ik zal liever de voorschriften naleven en geboren worden in de Avichi hel dan ze breken en geboren worden in de hemel”. De rakshasa van illusie zal zeggen: “Als je niet de vier ernstige overtredingen kan begaan, bega dan de samghavasesa. Ik zal hiervoor er voor zorgen dat je gemakkelijk Nirvana bereikt”. De Bodhisattva zal geen gehoor geven. De rakshasa zal weer zeggen: “Als je niet de samghavavesa kunt begaan, bega dan de sthulatyaya. Hiervoor zal je een vredig Nirvana krijgen”. Opnieuw zal de Bodhisattva geen gehoor geven. De rakshasa zal opnieuw zeggen: “Als je niet de sthulatyaya begaat, verbreek dan [de regels van de] naihsargika-prayascittika. Hiervoor zal je een vredig Nirvana krijgen”. De Bodhistatva zal opnieuw weigeren zich te onderwerpen. Daarna zal de rakshasa weer zeggen: “Als je niet de prayascittika kunt begaan, bega dan alstublieft de duskrta. Hiervoor zal je een vredig Nirvana krijgen”. Daarna zal de Bodhisattva tegen zichzelf zeggen: “Als ik de duskrta bega en dit niet beken ten overstaan van de gemeenschap [van monikken], kan ik wel eens niet in staat zijn de zee van geboorte en dood over te steken en Nirvana te bereiken”. De Bodhisattva-mahasattva is [aldus] erg strikt in het vermijden van deze erg onbeduidende overtredingen [verboden door de voorschriften] en zijn geest is als een diamant. De Bodhisattva handhaaft de voorschriften op een respectvolle en onverschillige1 [kalme] manier tegen de vier ernstige overtredingen en de duskrta.
1 “indifferently”
einde fragment

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2928
    • Bekijk profiel
Re:Mahayana Mahaparinirvana Sutra
« Reactie #5 Gepost op: 09-07-2014 13:35 »
[fragment uit hoofdstuk 21, Over Zuivere Activiteiten, door mij vertaald uit Engels]

    “O Wereld-Geeerde! Waarom is het dat wanneer een Bodhisattva zulke liefdevolle vriendelijkheid verwezenlijkt, we het niettemin niet grote liefdevolle-vriendelijkheid noemen?”. “O goede man! We noemen liefdevolle vriendelijkheid niet grote liefdevolle-vriendelijkheid omdat het [grote liefdevolle-vriendelijkheid] moeilijk te verwezenlijken is. Waarom is dat zo? Sinds heel lang geleden, gedurende talloze kalpa’s, heeft men “asrava’s” [bezoedelingen, illusies] opgehoopt en niet het goede beoefend. Om deze reden is men niet in staat om de geest in een dag te bedwingen. O goede man! Wanneer een erwt opgedroogd is, kan men proberen een priem er doorheen te duwen, maar dat lukt niet. Zo is het in dit geval ook. De “asrava’s” zijn net zo hard. Men zou er de hele dag en nacht mee bezig kunnen zijn en het kunnen proberen, men kan ze toch niet bedwingen. Verder, de hond van een huis is niet bang voor mensen, en het hert van het bos is bang voor mensen en rent weg. Woede is moeilijk om afstand van te doen, als de hond die een huis bewaakt; maar het hart van liefdevolle vriendelijkheid vervliegt gemakkelijk, als het hert in bos. Daarom is deze geest moeilijk te bedwingen. Daarom zeggen we niet “grote liefdevolle vriendelijkheid”. Bovendien, aansluitend, O goede man! Wanneer we een tekening op een steen maken, blijft het altijd zo. Maar op water getekend, verdwijnt het onmiddelijk en diens kracht blijft daar niet. Van woede is moeilijk afstand te doen, als een tekening in steen. Een goede daad verdwijnt gemakkelijk, als een tekening op water. Daarom is het niet gemakkelijk om deze geest te bedwingen. Een grote vuurbal geeft langdurig licht; de helderheid van een bliksemschicht houdt niet lang aan. Het is hier hetzelfde. Woede is een vuurbal; liefdevolle-vriendelijkheid is als bliksem. Dat is waarom deze geest moeilijk te bedwingen is. Derhalve, “we zeggen niet “grote liefdevolle vriendelijkheid”.
    “O goede man! Wanneer een Bodhisattva-mahasattva de eerste grond/bodem1 bereikt [“bhumi- niveau van een hogere Bodhisattva] wordt dit “grote liefdevolle-vriendelijkheid”genoemd. Waarom? O goede man! De laatste [d.i. meest] kwaadaardige persoon is de icchantika. Wanneer een Bodhisattva van de eerste “bhumi” grote liefdevolle-vriendelijkheid” beoefent, bestaat er geen onderscheiding in zijn geest- zelfs niet naar een icchantika. Aangezien niets verkeerds wordt gezien, komt er geen woede op. Om deze reden noemen we dit inderdaad “grote liefdevolle-vriendelijkheid”. O goede man! Hij ontneemt bij alle wezens wat geen voordeel geeft. Dit is grote liefdevolle-vriendelijkheid. Hij verlangt er naar een ontelbare hoeveelheid voordeel en gelukzaligheid aan alle wezens te geven. Dit is groot mededogen. Hij plant vreugde in de geesten van alle wezens. Dit is grote meelevende vreugde. Er is geen bewaken of beschermen. Dit is grote gelijkmoedigheid [“upeksha”]. Mijn Dharma ziet niet je eigen bestaan en zelf; wat gezien wordt is dat alle dingen op een geheel-gelijke manier worden beschouwd en met een onverdeelde geest. Dit is grote gelijkmoedigheid. Men verzaakt zijn eigen gelukzaligheid en geeft het aan anderen. Dit is grote gelijkmoedigheid [of: groot opgeven/loslaten2].

1 “soil”, 2 “relinquishment”, verzaking

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2928
    • Bekijk profiel
Mahayana Mahaparinirvana Sutra, over drang/begeerte
« Reactie #6 Gepost op: 11-07-2014 19:40 »
Hoofdstuk 20 van de Mahayana Mahaparinirvana sutra begint met negen meditaties over drang. Negen prachtige vergelijkingen. Hier komt dat fragment, vertaald uit het Engels.

"Waar drang gaat volgen alle banden van bezoedeling in diens gevolg. Als voorbeeld, het is als vette kleding dat stof oppikt, en wat er dan ook mee in contact komt, blijft daar. Hetzelfde met drang. Wanneer drang toeneemt dan komen karmische banden [“bandhana”- de banden van bezoedeling] tot stand. Bovendien, aansluitend, O goede man! Als voorbeeld, het is zoals in het geval van vochtige grond waar een kiemplantje gemakkelijk kan ontspruiten. Hetzelfde met drang. Het brengt gemakkelijk de kiemplant van de bezoedeling van karma teweeg. 
    “O goede man! Als de Bodhisattva-mahasattva, verwijlend in het onderricht van deze Mahayana Mahaparinirvana sutra, diepgaand mediteert op deze drang, [ziet hij] dat er negen soorten zijn, die zijn: 1) drang als een onbetaalde schuld, 2) als een vrouwelijke rakshasa [vlees-etende demon], 3) als een prachtige bloem waarin een adder nestelt, 4) haatvolle gulzigheid1, die schadelijk is en die men met geweld meent te moeten hebben [er op staan om het te hebben], 5) als een lustvolle vrouw, 6) als het “maruca” [“mallika”] zaad, 7) als het taaie vlees2 van een puist, 8 als een storm, en 9) als een komeet.
    “Waarom zeggen we dat drang als een onbetaalde schuld is? O goede man! Als voorbeeld, het is zoals in het geval van een arme vrouw die van anderen geld heeft geleend en de schuld terug moet betalen. Ze wil het geld terugbetalen maar kan dat niet. Ze wordt gevangen gezet en kan niet vrijkomen. Hetzelfde is het geval met sravaka en pratyeka-boeddha’s. Aangezien er een overblijvende bezoedeling van drang is, kunnen ze niet onovertroffen Verlichting bereiken. O goede man! Daarom zeggen we dat het als een uitstaande schuld is.
    “Waarom zeggen we dat drang als een rakshasa vrouw is? O goede man! Als een voorbeeld, er is een man die een rakshasa vrouw als echtgenoot krijgt. De rakshasa vrouw krijgt een kind. Maar nadat het geboren is, verslindt ze het. Na het verslonden te hebben, verslindt ze ook haar eigen echtgenoot. O goede man! De rakshasa vrouw van drang is ook zo. Alle wezens krijgen goede kinderen. Maar als ze geboren worden, worden ze verslonden. Wanneer het goede kind opgegeten is, eet drang wezens op en geeft ze een leven in de rijken van de hel, dieren en hongerige geesten. Alleen de Bodhisattva is een uitzondering. Daarom zeggen we, “zoals in het geval van een rakshasa vrouw”.
    “O goede man! Waarom zeggen we dat er een adder leeft in een prachtige bloem? Als voorbeeld, een man houdt van nature van prachtige bloemen. Hij merkt een zorgwekkende adder niet op. Hij stapt naar voren, pakt de bloem, wordt gebeten door de adder en sterft. Hetzelfde is bij alle gewone stervelingen het geval. Ze verzwelgen de bloemen van vijf begeerten. Deze drang, de adder binnenin de drang niet ziend, neemt bezit van hen. Gebeten door de adder van drang sterven ze en worden geboren in de onfortuinlijke rijken. Het is anders bij de Bodhisattva. Dat is waarom we zeggen dat het is zoals in het geval van een prachtige bloem waarin een adder leeft.
    “O goede man! Waarom zeggen we dat we, noodgedwongen3, nuttigen wat niet behulpzaam is? Als voorbeeld, er is hier een man die nuttigt wat niet behulpzaam is. Na het genuttigd te hebben, krijgt hij pijn in zijn maag, krijgt last van slappe darmen [diarree], en sterft. Hetzelfde met het voedsel van drang. Alle wezens van de vijf rijken klampen zich vast aan gulzigheid. Als een gevolg worden ze wedergeboren in de drie slechte rijken, behalve de Bodhisattva. Dit is waarom we over “eten wat niet behulpzaam is” spreken.
    “O goede man! Hoe komt het dat de dingen zo gaan als bij een lustvolle vrouw? Als voorbeeld, een onwetende persoon raakt bevriend met een lustvolle vrouw die op een handige manier veinst en vleit en vertrouwdheid met ze toont. Ze neemt alle geld en rijkdom van die persoon weg. Wanneer deze allemaal verdwenen zijn, verlaat de vrouw de man. Zo gaan de dingen met de lustvolle vrouw van drang. De stomzinnigen en diegenen zonder wijsheid raken bevriend met zulken. Deze vrouw van drang berooft iemand van alles wat goed is. Wanneer het goede eindigt, neemt drang iemand mee naar de drie kwaadaardige rijken, behalve de Bodhisattva. Dat is waarom we zeggen dat de dingen zo gaan als bij een lustvolle vrouw.
    “O goede man! Waarom is drang als maruca [wisteria/blauwe regen] zaad?
Als voorbeeld, een vogel kan er naar pikken en het kan op de grond vallen, naast uitwerpselen, of het kan met de wind meegenomen worden naar onder een boom, waar het groeit en zichzelf om een niagrodha heenwikkelt, zodat de boom niet kan groeien en tenslotte dood gaat. Hetzelfde met het maruca zaad van drang. Het wikkelt zichzelf om het goede wat gedaan is door gewone stervelingen heen, en veroorzaakt tenslotte dat het afsterft. [Het goede] afgestorven zijnde, eindigen ze [de gewone stervelingen] in de drie onfortuinlijke rijken, behalve de Bodhisattva. Daarom zeggen we dat dingen gelden zoals in het geval van de maruca.
    “O goede man! Hoe is drang als het taaie vlees van een puist? Wanneer een puist voor een lange tijd bestaat, ontstaat er taai vlees. De persoon probeert het geduldig te genezen en de gedachte er aan verlaat nooit diens geest. Als de persoon toestaat het te vergeten neemt het taaie vlees toe en komen er wormen uit. Als gevolg sterft de man. Het is hetzelfde met de puisten van gewone stervelingen en de onwetende. Drang groeit uit tot taai vlees. Men moet zich inspannen en dit taaie vlees van drang genezen. Als men dat niet doet, zullen de drie onfortuinlijke rijken op iemand wachten aan het einde van iemands leven. Maar de Bodhisattva maakt hier geen deel van uit. Dat is waarom we zeggen dat het als het taaie vlees van een puist is.
    “O goede man! Waarom is het als een storm? Als voorbeeld, het is zoals wanneer een storm een berg vergruizeld, pieken afvlakt, en diep-gewortelde bomen ontwortelt. Hetzelfde bij de storm van drang. Men [kan] een kwaadwillende geest bekomen jegens je ouders en de wortel van Verlichting ontwortelen zoals van de zeer geleerde Shariputra, die onovertroffen en stevig is. Alleen de Bodhisattva zit hier niet bij. Daarom zeggen we dat het als een storm is.
    “O goede man! Waarom is het als een komeet? Als voorbeeld, wanneer een komeet verschijnt, nemen hongernoden en ziekten toe en mensen worden door ziekte mager en gaan gebukt onder zorgen. Hetzelfde bij de komeet van drang. Het snijdt inderdaad de zaden van het goede weg en zorgt er voor dat gewone stervelingen lijden aan eenzaamheid, hongersnood, en de ziekte van bezoedeling, er voor zorgend dat ze geboorte en dood herhalen en onder uiteenlopende zorgen gebukt gaan. Alleen de Bodhisattva is niet onder hen. Daarom zeggen we dat de dingen zo gaan als in het geval van een komeet. O goede man! Er zijn negen soorten meditatie over de banden van drang door een Bodhisattva-mahasattva die in het onderricht van het Mahayana Mahaparinirvana verwijlt.

(iets verderop in de tekst)

(....) “O goede man! Hoe verwijlt de Bodhisattva-mahasattva in de Mahayana Mahaparinirvana sutra en ziet hij beeindiging en de waarheid van beeindiging? Hij roeit de bezoedeling uit [ “asravas”]. Als bezoedeling weggesneden is, wordt dit het Eeuwige genoemd. Wanneer de vlam van bezoedeling geblust is, is wat er dan is stilte en beeindiging. Wanneer bezoedeling vernietigd is, komt gelukzaligheid op (....).

1 “hateful gluttony”, 2 “stubborn flesh”, 3 “perforce”

Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2928
    • Bekijk profiel
Mahayana Mahaparinirvana Sutra, over geven (danaparamita)
« Reactie #7 Gepost op: 17-07-2014 15:27 »
Fragment uit hoofdstuk 21

"Wanneer het geven wordt verricht, wordt er geen onderscheid gemaakt of de ontvanger de morele voorschriften heeft nageleefd of heeft geschonden, of hij een waarachtig veld van verdienste is of een slecht veld van verdienste, of hij ontwikkeld is of onontwikkeld. Wanneer het geven wordt verricht, wordt er geen onderscheid aangelegd tussen het goede en slechte van het vat; er wordt geen verschil gezien tussen de juiste of verkeerde tijd of plaats. Men staat er niet bij stil of er nu een hongersnood is, of een overvloed aan dingen en gelukzaligheid. Geen onderscheid wordt gemaakt aangaande de oorzaak of het gevolg er van, of zorgen gemaakt over wat juist [achtenswaardig] of niet juist is aan de ontvanger, ofwel hij rijk is of niet rijk. Verder, de Bodhisattva doet niet de moeite om enig verschil te zoeken of de ontvanger een persoon is die geeft of iemand die ontvangt, wat het ding is dat gegeven wordt of eindigt, of de beloning van wat gegeven wordt. Het enige dat gedaan wordt, is dat het geven onophoudelijk wordt verricht.
    “O goede man! Als de Bodhisattva zou kijken naar het naleven of het schenden van de voorschriften of de gevolgen daarvan, dan kan er uiteindelijk1 geen geven kunnen zijn. Als er geen geven is dan kan er ook niet het vervolmaken van danaparamita [transcedent geven] zijn. Als er geen danaparamita is, dan kan er ook niet enig aankomen bij onovertroffen Verlichting zijn”.
    “O goede man! Als een illustratie: er is een man die getroffen is door een giftige pijl. Zijn familieleden roepen er een dokter bij om hem van het gif te verlossen en willen de pijl er uithalen. De man zegt: “Raak me geen moment aan! Ik zal denken: [waar kan zo’n pijl vandaan komen? Wie schoot het af? Was het een Kshatriya, een Brahmaan, een Vaishya of Sudra]”. Hij denkt ook: “Wat voor soort hout is dit? Bamboe of wilg? Door wie werd de ijzeren punt gemaakt? Is het sterk of zacht? Van welke vogel komen de veren van de pijl? Komt het van een kraai, een uil of adelaar? Waarvan is het vergif gemaakt? Is het door de mens gemaakt of natuurlijk? Is het een menselijk vergif of van een giftige slang?”. Een onwetend persoon zoals deze kan om al deze dingen te weten komen dit nooit afronden. Ergo, hij zal sterven. O goede man! Het is bij de Bodhisattva hetzelfde. Indien hij, al gevend,  zou proberen te achterhalen of de ontvanger de voorschriften had nageleefd of overtreden, wat het gevolg van de gift ook zou kunnen zijn- hij zou uiteindelijk niet in staat  zijn om te geven. Als er geen geven is, dan zal danaparamita niet volbracht zijn. Als danaparamita niet volbracht is, kan er niet het verwezenlijken van onovertroffen Verlichting zijn".
[einde citaat]
1 “to the end”

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2928
    • Bekijk profiel
Re:Mahayana Mahaparinirvana Sutra, H21, fragment.
« Reactie #8 Gepost op: 30-07-2014 15:14 »
Vertaald uit Engels, fragment Hoofdstuk 21 Mahayana Mahaparinirvana Sutra, over Zuivere Activiteiten (a)

“Bovendien, verder, O goede man! Wanneer de Bodhisattva-mahasattva vanuit zijn hart van liefdevolle vriendelijkheid lamp-licht [lampen] weggeeft, dient hij altijd te bidden: “Ik zal wat ik nu weggeef, delen met alle wezens, en hierdoor zal ik wezens in staat stellen om gezegend te zijn met grenzeloos licht en te verwijlen in het boeddhistisch onderricht. Ik bid dat alle wezens het licht van de lamp verkrijgen. Ik bid dat alle wezens gezegend zullen zijn met het licht dat al-wonderbaarlijk is en het beste. Ik bid alle wezens gezegend zullen zijn met ogen die helder zijn, stralend en niet vertroebeld. Ik bid dat alle wezens het grote Licht van Wijsheid verkrijgen en het feit begrijpen dat ze geen zelf hebben, geen stadium van een wezen, mens of leven. Ik bid dat alle wezens de smetteloze Boeddha-Natuur zien, die zoals ruimte is. Ik bid dat alle wezens gezegend zullen zijn met het zuivere vleselijke oog, zodat ze in staat zullen zijn de diepten van de werelden van de tien richtingen te zien, die zo talloos zijn als de zandkorrels in de rivier Ganges. Ik bid dat alle wezens gezegend zullen zijn met het licht van de Boeddha en over alle tien richtingen zullen schijnen. Ik bid dat alle wezens gezegend zullen zijn met onbelemmerd inzicht, zodat ze in staat zullen zijn de zuivere Boeddha-Natuur te zien. Ik bid dat alle wezens gezegend zullen zijn met het licht van grote Wijsheid en alle duisternis zullen vernietigen en de [staat van geest van de] icchantika. Ik bid dat het begrensde licht van alle wezens zal schijnen over alle talloze Boeddha-landen. Ik bid dat alle wezens het licht van de lamp van het Mahayana zullen aansteken en bevrijd zijn van het slot van de twee voertuigen. Ik bid dat het licht waarmee alle wezens gezegend zullen zijn de duisternis van onwetendheid zal afbreken voor duizend jaar. Ik bid dat alle wezens gezegend zullen zijn met het licht van een vuurbal en afstand zullen doen van de duisternis van de drieduizend grote-duizend werelden. Ik bid dat alle wezens de vijf ogen [d.i. Het fysieke oog, het deva-oog, het oog van Wijsheid, het Dharma-oog en het Oog van een Boeddha] zullen vervolmaken en zullen ontwaken aan het ware aspect van alle dingen en het leraarloze licht zullen realiseren. Ik bid dat alle wezens geen gehechte visies of onwetendheid zullen hebben. Ik bid dat alle wezens gezegend zullen zijn met het wonderbaarlijke licht van het Grote Nirvana van het Mahayana en alle wezens de Boeddha-Natuur tonen”. O goede man! Wanneer de Bodhisattva-mahasattva vanuit zijn hart van liefdevolle-vriendelijkheid lamp-licht weggeeft, dient hij altijd aldus beloften te doen. O goede man! Elke herkomst van het goede van alle sravaka’s, pratyekaboeddha’s, Bodhisattva’s en alle Tathagata’s heeft als  fundament liefdevolle-vriendelijkheid” [einde fragment].

Siebe