Auteur Topic: Bewustzijn  (gelezen 2858 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2750
    • Bekijk profiel
Bewustzijn
« Gepost op: 17-05-2014 12:58 »
Acht soorten bewustzijn

(De zintuig bewustzijnen krijgen de informatie van de zintuig organen en sturen het naar het mentale bewustzijn zonder het te beoordelen of analyseren).

1. oog bewustzijn (Skt. chakurvijñana, Tib. mig gi mam par shes pa)
2. oor bewustzijn (Skt. shrotravijñana, Tib. ma ba 7 mam par shes pa)
3. neus bewustzijn (Skt. ghra envijñana, Tib. sna 'i mam par shes pa)
4. tong bewustzijn (Skt.jihvavijñana, Tib. lce í mam par shes pa)
5. lichaam bewustzijn (Skt. kayenvijñana, Tib. lus kyi rnam par shes pa)
(Het mentale bewustzijn neemt de informatie van het zintuig bewustzijn en identificeert de objecten gebaseerd op voorgaande ervaring opgeslagen in het achtste bewustzijn. Dit bewustzijn evalueert en beslist of de stimulus plezierig, onplezierig, of eenvoudigweg neutraal is).
6. mentale bewustzijn (Skt. manovijñana, Tib. yid kyi rnam par shes pa)
(Het verstoorde bewustzijn* is altijd aanwezig en het geeft een gevoel** van “Ik” en “mijn” bij alles wat het onderscheid maakt tussen “Ik” en “ander”).
7. verstoord bewustzijn* (Skt. kleshavijñana, Tib. nyon mongs mam par shes pa)
(Het basis bewustzijn slaat alle latente indrukken op van de andere zeven bewustzijnen en dus is het de basis voor de andere zeven bewustzijnen.
8. basis bewustzijn*** (Skt. alayavijñana, Tib. kun gzhi mam par shes pa)

* “afflicted consciousness”, ** “a sense”, *** “ground consciousness”, ook opslag bewustzijn

[Bron: Het Onderscheiden van het Midden van het Extreem, Skt. Madhyantavibhanga, Tib. ü ta nam ched,
Door Asanga gebaseerd op de inpiratie van Boeddha Maitreya, Een Commentaar door Thrangu Rinpoche
Vertaald door Jules Levinson, Ph. D., Vertaald door mij van het Engels in Nederlands
-----------------------------------------------------------------------------------------------------
Eigen brouwsel:

Als er gesproken wordt over een dualistisch geest of verstoord bewustzijn (het zevende in de beschouwing van acht soorten bewustzijn) dan moet dit volgens mij niet begrepen worden als iets wat werkelijk is ontstaan of bestaat. Het is hooguit de manier waarop de onscheidbare vereniging van ruimtelijkheid en gewaarzijn, de natuur van geest, tijdelijk onder invloed van onwetenheid wordt verwrongen zeg maar, en zo, binnen die verwrongen situatie, een vertekend begrip heeft.
Het is denk ik zo te zien dat de perceptie van een duidelijke dualiteit eerder een nogal sterk opdringende sfeer wordt, iets wat erg op de voorgrond kan treden in de onbezoedelde dharmadatu.

Het effect van bijvoorbeeld verstorende emoties als woede, trots, hebzucht etc is dat de duale perceptie, het gevoel van een duidelijk aanwezig Ik en Ander, een duidelijke scheiding, zich erg opdringt/verhardt/stolt. Toch wordt dit binnen, bijvoorbeeld, de Uttara Tantars Shastra, beschouwd als iets wat nooit werkelijk ontstaan is, werkelijk bestaat ook, hoewel de indruk zich dus wel duidelijk sterk voordoet. Dus dualistisch geest bestaat denk ik alleen qua naam, nominaal.

Dualiteit is een zeer subtiele hardnekkige gewoonte, zo wordt onderwezen, en duurt voort tot Boeddhaschap. Terwijl verstorende emoties door bijvoorbeeld kalmte-meditatie tot bedaren kunnen worden gebracht, kunnen worden onderdrukt, kan alleen wijsheid ze ontwortelen omdat wijsheid hun oorzaak, het geloof in dualiteit als werkelijk bestaand, overwint.

Gewoonten hebben een na-ijl effect. Als je bijvoorbeeld stopt met drinken dan blijft je lichaam er naar vragen, je houdt een drang. Dus wat je jarenlang gevoed of gevolgd hebt, of het nu verstorende emoties zijn of duale perceptie, zoiets blijft zich als het ware ontladen. Zo is er ook een na-ijl effect van overblijvende indrukken van dualiteit.
Tot op de hoogste niveaus van ontwikkeling blijft zich de indruk van dualiteit zich voordoen maar de beoefenaar, inmiddels innig vertrouwd geraakt met niet conceptuele (niet duale) oorspronkelijke wijsheid, ervaart de indruk van dualiteit nu als enkel-verschijning en daarmee valt de bekoring weg.

Het begrijpen van alles wat in de geest verschijnt als enkel-verschijning zie ik ook terug in het verhaal waarin Boeddha werd belaagd door Mara. Wat voor opwellingen er ook in zijn geest opkwamen, ze met liefdevolle vriendelijkheid beschouwend en met de wijsheid die begrijpt dat het enkel verschijningen zijn, stond Mara eigenlijk machteloos.

tot zover!
Siebe



Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2750
    • Bekijk profiel
De Acht Soorten Bewustzijn
« Reactie #1 Gepost op: 21-05-2014 21:34 »

[bron: Transcending Ego: Distinguishing Consciousness from Wisdom (Tib. namshe yeshe gepa) of
Rangjung Dorje, The Third Karmapa, With a Commentary by The Venerable KhenchenThrangu Rinpoche]

Hier meer gedetailleerde informatie over de Acht Soorten Bewustzijn.

THE EIGHT CONSCIOUSNESSES: AN OVERVIEW
The treatise Distinguishing Consciousness and Wisdom assumes that we have familiarity with the doctrine of the eight consciousnesses. Therefore, before explaining the treatise itself, I shall give a brief description of the eight consciousnesses.
The first teachings given by the Buddha were those of the Hinayana path now practiced primarily by Theravada Buddhists.3 These teachings enumerated six different kinds of consciousness. First, there are five consciousnesses associated with the five physical sensory organs: the visual consciousness of the eye, the auditory consciousness of the ear, the olfactory consciousness of the nose, the gustatory consciousness of the tongue, and the tactile consciousness of the body. These five sensory consciousnesses directly perceive the external objects of visual forms, sounds, smells, tastes, and body sensations without any conceptual differentiation of these phenomena into good and bad, pleasant and unpleasant, and so on. They are nonconceptual consciousnesses of direct perception.

The sixth consciousness is the mental consciousness, which engages with the perceptions of the five sensory consciousnesses. In the Buddhist science of epistemology and logic, called the Pramana, the mental consciousness is defined as a conceptual consciousness. It is the mental consciousness that defines a visual perception, for example, as being good or bad, large or small, and so forth. So first, an object is perceived by the eye and apprehended by the visual consciousness. This then passes on to the mental consciousness, which then conceptualizes, “This is good,” or “This is big.” This categorization goes on, of course, for the perceptions of the other four sensory consciousnesses.
The mental consciousness does not have the ability of direct perception. So, for example, if we see a bell, the visual consciousness produces a visual image of the bell, but doesn’t apprehend the name “bell” or its characteristics. The mental consciousness, however, apprehends a mental image of the bell, not as a visual image, but relies on the concept of “bell” and its specific characteristics. For example, the visual consciousness can see only one side of a door. The mental consciousness, however, can join many instances of perceiving the door and thus can conceive a mental image of the front, back, inside, and outside of the door.

The five external sensory consciousnesses are like a mute who can see. Although a mute person can see everything, he cannot describe what he has seen. The mental consciousness, on the other hand, is said to be like a blind person who can speak: he is able to describe things, but he cannot directly perceive them.
The Buddhist teaching on the six consciousnesses refuted the pre-Buddhist doctrines that asserts the existence of a single consciousness. These nonBuddhist theories held that there is only one consciousness, although it may seem as if there are many. They gave the example of a monkey inside a house with six windows. Sometimes, the monkey looks out the east window, sometimes out the north window, then out of the west window, and so on. An observer on the outside might think that there are six monkeys in that house, even though in fact there is only one. This was to explain how one consciousness could process information from the five sensory and the mental consciousness.

The Buddha postulated a different view. He countered that there were six distinct consciousnesses, each with its own particular characteristics. The Buddha taught that if there were only one monkey inside the house, when it looked out of an eastern window, for example, then all the other windows would be empty. But when we see something with our eyes, our ears do not become deaf. When we listen with our ears, our eyes do not become blind. We can see, hear, and smell simultaneously, within the same instant, therefore six separate consciousnesses can be identified.

These consciousnesses were described by the Buddha to be aggregates (Skt. skandhas), not single units. For example, when we perceive different colors, such as yellow, red, or white, one consciousness does not perceive all these colors; instead a different aggregate of visual consciousness perceives each color. Similarly, there are also different visual consciousnesses for shapes. In the same way, an aggregation of auditory consciousnesses is itself an aggregation of a multitude of momentary consciousness perceiving different sounds. Similarly, a collection of tactile aggregates experience the sensations of hands, feet, and other body parts simultaneously.4 The sixth mental consciousness is also made of many parts, because the mind can conceive of many different things such as past, present, and future.

The six consciousnesses are impermanent. A visual consciousness does not last from morning to evening. The visual consciousness of an image arises for only an instant; it then ceases and is immediately followed by another visual consciousness that lasts for only an instant. Therefore these six consciousnesses are aggregates of successive momentary experiences.
As well as being impermanent, the five sensory and the mental consciousness are classed as temporary because they are not always present. For example, when one closes one’s eyes, there is no longer a visual consciousness perceiving visual images. The mental consciousness is also characterized by the quality of luminosity (Tib. salwa),5 and clearly perceives the object, while the seventh and eighth consciousnesses are not as vivid and apparent. The seventh and eighth consciousnesses are classed as being “ever-present but unclear” while the first six consciousness are classed as “temporary, but vivid.”

In the Mahayana teachings the Buddha described two additional consciousnesses. The seventh consciousness is called the afflicted consciousness and it functions basically as clinging to a self. This consciousness is very subtle in that it does not need to specifically think, “Is this me?” Instead, it is continuously and latently present, clinging to a self whether a visual, auditory, gustatory, olfactory, or kinesthetic perception is taking place. This contrasts with the mental consciousness where the feeling of self is very conscious and discernible. The afflicted seventh consciousness is a neutral obscuration and in itself is neither positive nor negative. It does not create good or bad karma. However, the belief in a self directly opposes the wisdom of realizing egolessness.6 This affliction is the principle obstacle that must be removed to attain liberation.

The eighth consciousness is called the ground consciousness; it too is an aspect of luminosity and understanding that is ever present. No matter what kind of sensory perception occurs, this underlying continuity of consciousness is there. The eighth ground consciousness is the basis, the ground, for all the other consciousnesses. It can be analyzed in terms of mind and mental events. Five mental events arise from the ground consciousness: form, feeling, identification, formation, and consciousness.7 In the case of the seventh consciousness there are nine mental events: the above five as well as clinging to self, attachment to self, pride in self, and ignorance in relation to self. These mental events are like the transformations or the movements of the consciousnesses. When we look thoroughly and directly at the mind, we can identify each of these consciousnesses.

Among the eight consciousnesses, the mental consciousness is the most important. The visual consciousness may see an image which may or may not be beautiful; the ear consciousness may hear a pleasant or unpleasant sound and so on, but it is the mental consciousness that decides if the sensory perception is beautiful or ugly. The liking of a perception brings about joy, attachment, and gives rise to the afflictions or disturbing emotions (Skt. kleshas).8 Experiencing an unpleasant sensory perception brings suffering and a disturbance of mental clarity. When meditating, we use our mental consciousness to calm and pacify the mind. Meditation pacifies all sensations and experiences of happiness and suffering, of attachment and aversion. When all sensations have been pacified, the mind is clear and peaceful. We then rest in this clear and peaceful state. This completely natural and true state of the mind is ultimate wisdom. When this state of wisdom is attained, all the eight consciousnesses are transformed into the five wisdoms.
This text describes the consciousness, explains how they function, and defines the nature of the five wisdoms in detail; therefore, it is called The Treatise Distinguishing Consciousness from Wisdom.

Siebe