Auteur Topic: De Tien Paramita´s en hun Obstakels  (gelezen 3101 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
De Tien Paramita´s en hun Obstakels
« Gepost op: 21-05-2014 15:54 »
[bron: Het Onderscheiden van de Midden en de Extremen, Madhyantavibhanga, basistekst van Asanga, gebaseerd op de inspiratie van Boeddha Maitreya, commentaar door de eerbiedwaardige Khenchen Thrangu Rinpoche, door mij vertaald uit het Engels]

We komen nu bij de bespreking van de tien paramita’s, de “transcedente activiteiten”, waar we ons mee bezig moeten houden. De bespreking van de zevenendertig factoren van verlichting was voornamelijk een bespreking van samadhi en prajna. Hoewel de paramita’s ook betrekking hebben op samadhi en prajna, hebben ze hoofdzakelijk betrekking op activiteiten en gedrag. Volgend is een lijst van tien dingen die men moet opgeven om de tien paramita’s te verwezenlijken, met één punt voor elke paramita.

1. Het vastklampen aan rijkdom verhindert vrijgevigheid. Om de paramita van vrijgevigheid te verwezenlijken moet men afstand doen van gierigheid.
2. Een veeleisende levensstijl verhindert discipline. Een slechte, foutieve, verwarde discipline is het tegenovergestelde van de paramita van discipline. Het is door de beoefening van discipline dat men geboorte verwezenlijkt in een hogere rijk, als een mens of god. Als men zich bezig houdt met gebrekkige ethiek, of gebrekkige discipline, dan zal men in de toekomst geen goed lichaam hebben; als de basis van je beoefening.
3. Het niet zorgen voor levende wezens verhindert geduld. De derde paramita is geduld of verdraagzaamheid. Diens natuur is in wezen anderen mentaal niet opgeven; anderen niet uitsluiten met je geest. Anderen in de steek laten, niet om hun geven, is de essentie van het obstakel dat iemand verhindert voor het hebben van een dergelijke paramita van geduld, duldzaamheid en verdraagzaamheid.
4. Tekortkomingen en opportunisme voorkomen inspanning. De vierde paramita is inspanning. Luiheid is diens tegendeel. Luiheid verhindert dat iemands fouten afnemen en dat iemands goede kwaliteiten toenemen.
5. Afleiding verhindert een stabiele geest. De vijfde paramita, dhyana in het Sanskriet, sam ten in het Tibetaans, betekent letterlijk een stabiele geest. Het wordt vaak vertaald als “concentratie”.
De betekenis van de term is “stabiliteit van gedachten” of “stabiliteit van geest”. Afleiding, de geest her en der rondzwervend, is het fundamentele obstakel voor het ontwikkelen van de paramita van dhyana.
6. Pervers denken blokkeert prajna. De zesde paramita is prajna, sherab in het Tibetaans, “lichtende, heldere, inzichtsvolle, scherpe kennis”. Op het niveau van het paramita is prajna volledig geweldig. Het tegenovergestelde wordt eenvoudigweg “verkeerde, brokkelige* prajna” genoemd. Het zou bestaan uit een foutieve en perverse manier van denken over dingen.
7. Het niet uitputten van wat bevrijding belemmert, blokkeert vaardige methode. De zevende paramita is die van vaardige methode (Skt. upaya). De functie van zulke vaardigheid in methode is dat het faciliteert dat de wortels van dat wat gunstig is omvangrijk worden; het verhindert dat ze ooit uitgeput raken of op raken. Als men niet zulke bedrevenheid heeft in upaya dan zullen de wortels van wat dan ook voordelig is en geplant is in iemands continuïteit van zijn niet bloeien, zal niet groeien en omvangrijk worden; deze wortels zullen uitgeput raken.
8. Het uitputten van ononderbroken deugdzaamheid blokkeert wensgebeden. De achtste paramita wordt in het Tibetaans mön lam genoemd en betekent letterlijk “een pad van wensen”, veelal vertaald met “wensgebed”. Als men zo’n paramita heeft van wensgebeden of wensen, als men zo’n paramita heeft van visie, dan zullen de wortels van verdienste die in iemands continuüm bestaan nooit worden verbroken; helemaal tot volledige verlichting zullen ze nooit afgesneden worden.
Wanneer we over de paramita’s spreken worden soms zes genoemd en soms tien. Nu spreken we over tien; de vier verdere paramita’s zijn vaardige methode, wensgebeden, kracht en wijsheid. De laatste vier zijn vormen van prajna die naar een hoog niveau zijn gegaan. De natuur van deze paramita’s is prajna die erg speciaal is geworden.
9. Het uitputten van de zekerheid van prajna blokkeert kracht. Op die manier spreken we over de negende paramita, de paramita van kracht. Kracht verwijst naar het toegenomen zijn tot een erg hoog niveau en het erg sterk geworden zijn van prajna zodat het niet overwonnen kan worden door klesha, door onwetendheid, door obstakels of door verwarring, maar overschijnt** ze daarentegen allemaal; letterlijk in het Tibetaans “het overmeestert*** hen met diens glans”, “het onderdrukt ze met diens glans”. In dit geval is alles wat tegengesteld is aan, en dissonerend met zulke prajna op dezelfde manier een obstakel voor de paramita van kracht.
10. Het missen van grote capaciteit belemmert wijsheid. De tiende paramita is wijsheid, of jnana in het Sanskriet en yeshe in het Tibetaans. Vanwege die wijsheid kan men kennis aan anderen onderwijzen en men kan het zelf houden. Daarom geniet men al dharma’s. Iemands vermogen dat grote capaciteit mist zou een obstakel tot zulke wijsheid zijn.
* “crummy”, ** “outshines”, ***”overpowers”

Siebe