Auteur Topic: Dhammapada: De Brahmaan  (gelezen 1931 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Y1010

  • Gast
Dhammapada: De Brahmaan
« Gepost op: 28-05-2014 20:25 »
door een post van isa had ik me vergist tussen brahman en brahmaan, daarom heb ik dit hier gepost :)

Dhammapada: Brāhmaṇavagga
Hoofdstuk 26 — vers 383 tot 423
26. De Brahmaan
383
Span jezelf in, verbreek de stroom;
Verwerp sensueel verlangen, o Brahmaan!
Als de vernietiging van het gevormde gekend is,
Dan ken je het Ongemaakte, o Brahmaan.
384
Wanneer betreffende twee dingen
Een Brahmaan de overkant bereikt heeft:
Dan verdwijnen alle ketens
Van die wetende man.
385

Voor wie deze zijde en gene zijde;
Voor wie beide oevers niet bestaan:
Wie angstloos is, vrij van ketens:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
386
Wie mediteert, zonder smet,
Al zittend, zonder corruptie,
En zijn taak volbracht heeft:
Het hoogste welzijn is bereikt,
Hem verklaar ik een Brahmaan.
387
De zon schijnt bij dag;
De maan schijnt bij nacht;
De krijger schijnt, wanneer gewapend;
De Brahmaan schijnt, al mediterend;
En de hele dag, de hele nacht,
Schijnt de Boeddha met pracht.
388
Omdat hij het kwade van zich afweert,
Noemt men hem een Brahmaan.
En een asceet omdat hij vredig leeft.
Door de eigen onzuiverheden te verbannen:
Daardoor wordt hij een thuisloze genoemd.
389
Men moet een Brahmaan niet slaan,
En een Brahmaan moet niet boos worden.
Wie een Brahmaan slaat, moet zich schamen;
Wie daardoor boos wordt, des te meer.
390
Voor een Brahmaan is er niets beters
Dan de geest terughouden van het geliefde.
Telkens als hij zich afwend
Van de neiging tot geweld:
Lijden wordt dan steeds weer gestild.
391
Wie geen slechte daad begaat
Met lichaam, spraak en geest:
In drie domeinen is hij beheerst;
Hem verklaar ik een Brahmaan.
392

Van wie men de Dhamma leren kennen heeft,
Zoals onderwezen door de Volledig Verlichtte:
Men dient hem vol respect eer te betuigen,
Zoals een Brahmaan het offervuur.
393
Niet door samengeklit haar, familie
Of afkomst is hij een Brahmaan.
In wie waarheid en Dhamma is:
Hij is puur, hij is een Brahmaan.
394
Waarom heb je samengeklit haar, jij stommeling?
Waarom dat gewaad van je, van antelopenhuid?
Je innerlijk is als een jungle;
Je raakt slechts de buitenkant.
395

Een man die weggeworpen vodden als kleding draagt,
En een mager lichaam heeft, met aderen bedekt,
En op zichzelf in het bos meditatie beoefend:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
396

Ik noem niet iemand een Brahmaan
Door geboorte of afkomst uit een moeder.
Hij wordt een hooghartig man genoemd,
Indien hij nog iets in bezit heeft.
Maar wie niets heeft, en nergens aan hecht:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
397
Wie alle ketens doorbroken heeft,
En werkelijk geen verlangen heeft:
Wie gehechtheid voorbij, onthecht is:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
398

Wie riem en teugel doorgesneden heeft,
En het tuig, samen met het hoofdstel:
Hij is Ontwaakt en heeft de dissel opgeheven;
Hem verklaar ik een Brahmaan.
399
Wie beledigingen, slagen en gevangenneming
Zonder boos te worden verdraagt,
Wiens geduld zijn kracht is, een machtig leger:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
400
Vriendelijk, plichtsgetrouw,
Deugdzaam, niet verwaand,
Beheerst, zijn laatste lichaam dragend:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
401
Als water op een lotus–blad;
Als mosterdzaad op de punt van een pijl;
Wie niet bevuild wordt door sensueel verlangen:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
402
Wie zelf het einde kent
Van het lijden hier;
Onthecht, de last neergelegd:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
403
Wie diepe wijsheid heeft, verstandig is;
Wie weet wat het pad is en wat niet;
Wie het hoogste welzijn bereikt heeft:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
404
Wie niet omgaat met leken en monniken,
Wie thuisloos rondtrekt,
Wie weinig behoeften heeft:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
405
Wie afstand van geweld gedaan heeft
Voor alle wezens: zowel bangen als sterken,
Wie niet doodt, noch anderen daartoe aanzet:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
406
Wie onder vijandigen niet vijandig is,
Wie tussen gewelddadigen vrijheid ervaart,
Wie ongehecht is tussen mensen die hechten:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
407
Van wie passie, haat en eigendunk
En hypocrisie weggevallen zijn,
Zoals een mosterdzaadje dat valt
Van de punt van een naald:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
408
Wie zachtaardige woorden spreekt
Die waar en informatief zijn,
En waar niemand boos om wordt:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
409
Wie hier in deze wereld
Niets neemt wat niet gegeven is:
Of het nu lang of kort,
Groot of klein, mooi of lelijk is:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
410
Bij wie verlangen niet bestaat
Voor deze wereld nog die hierna:
Passieloos, onthecht:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
411
Wie nergens aan gehecht is,
Door kennis zonder twijfel is,
En Absorptie in het Doodloze bereikt heeft:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
412
Wie hier aan zowel goed als kwaad,
Aan allebei de ketens ontsnapt is:
Zonder zorgen, vrij van smet, en zuiver:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
413
Wie vlekkeloos is als de maan:
— schoon, zuiver, en sereen —
Bij wie verrukking over bestaan
Totaal vernietigd is:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
414
Wie dit moeilijk begaanbare,
Dit gevaarlijke pad te boven ging:
Waanideeën — zwerven door Saṃsāra;
Wie is overgestoken naar de andere kant,
Zonder lust en twijfel mediteert,
Niet gehecht, Nibbāna behaald:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
415
Wie zintuiglijk genot verlaten heeft,
En thuisloos rond zou zwerven:
Wiens verlangens en bestaan
Totaal vernietigd zijn:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
416
Wie begeerte verlaten heeft,
En thuisloos rond zou zwerven:
Wiens begeerte en bestaan
Totaal vernietigd zijn:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
417
Wie de menselijke en goddelijke juk
Van zich afgeworpen heeft,
En van alle boeien bevrijd is:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
418
Wie vreugde en aversie verlaten heeft,
Koel geworden, vrij van hechting;
Een held die de hele wereld veroverd heeft:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
419
Wie het overlijden van wezens doorziet,
En ook hun wedergeboorte, in elk opzicht:
Onthecht, Gelukkig, Ontwaakt:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
420
Wiens gaan niet bekend is
Bij goden, mensen en engelen:
Met corrupties vernietigd, waardig:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
421
Voor wie er niets is in het verleden,
Noch in het heden en in de toekomst:
Wie niets bezit, vrij van hechten:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
422
Een reus, een edele, een held,
Een grote, zegevierende ziener:
Vrij van begeerte, zijn studie voltooid:
Hem verklaar ik een Brahmaan.
423
Wie zijn vorige levens kent,
De hemelen en hellen ziet,
En het eind van geboorte bereikt heeft;
Die wijze met de hoogste kennis behaald,
Die al het bereikbare verworven heeft:
Hem verklaar ik een Brahmaan.