Auteur Topic: Leegte in de Sutta Pitaka  (gelezen 41745 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Sutta Pitaka
« Gepost op: 12-09-2014 13:41 »
In deze draad wil ik graag verslag doen van mijn verkennende studie naar Leegte in de Pali Canon. Mijn vertrekpunt hierbij is het commentaar geworden van de eerwaarde Thanissaro Bhikku bij de sutra genaamd 'De Grote Verhandeling over Leegte', Majjhima Nikaya 122. De vertaler geeft in het woord vooraf aan dat leegte vanuit drie perspectieven wordt benaderd in de Pali Canon:

-1. als een meditatief verblijf;
-2. als kenmerk van objecten;
-3. als een type van bewustzijns-bevrijding/ontspanning (awareness release).

Dit wilde ik graag nader onderzoeken. Verder wordt Hoofdstuk 3.3 in Majjihima Nikaya (Sutra's MN121 t/m 130) aangegeven als het hoofdstuk over Leegte (sunnata vagga). Ik was nieuwsgierig naar deze sutra's.

Ik heb me de laatste tijd vooral beziggehouden met Mahayana teksten. Ik neig er ook toe om zaken die ik lees in die context  te vertalen en begrijpen. Dit kan mogelijk vertekenen en als iemand dat ziet gebeuren hoop ik dat ie ingrijpt.
Voor mij speelt ook mee dat ik de leer van Boeddha wil bestuderen en beoefenen maar geen verdraaiing daarvan. Ik zie de Pali sutta's als de oorspronkelijke leer. Ik heb tot nu toe nog geen reden gevonden om te concluderen dat de Mahayana teksten die ik vertaald heb en bestudeer nu wezenlijk afwijken van het oorspronkelijk boeddhisme.

Verder geloof ik ook dat het Mahayana voor mij op dit moment te hoog gegrepen is. Ik voel me geen lid van deze edele familie omdat het mij vrijwel ontbreekt aan werkelijke liefde voor mensen, werkelijk ongekunstelde vriendelijkheid, een open houding naar alles en iedereen, vertrouwen in mijn naaste, ruimhartigheid, dat soort edele kwaliteiten. Mensen die behoren tot de Mahayana-familie worden beschreven als zulke mensen en dat heeft niet betrekking op mij. Het intensief omgaan en werken met mensen is voor mij ook gewoonweg te ingewikkeld. Ik beleef er geen genoegen aan maar raak erdoor  gespannen, verstoord en teleurgesteld. Dat vooraf.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Verkennende studie naar Leegte in (delen van) de Pali-Canon

1. Leegte als meditatief verblijf komt bijvoorbeeld aan bod in de sutra genaamd; de Kleine Verhandeling over Leegte (Cula-Sunnata-Sutta) http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.121.than.html

Deze sutra start met een vraag van Ananda. Ananda heeft eens gehoord dat de Gezegende heeft gezegd: “ik verblijf nu volledig in een onderkomen (dwelling) van leegte (emptiness)”. Ananda vraagt zich af of hij dat goed gehoord heeft. De Boeddha geeft aan dat hij dat goed gehoord, onthouden en geleerd heeft. Boeddha herhaalt het nog eens: “Nu, zowel als eerder verblijf ik volledig in een onderkomen van leegte”.

De Boeddha beschrijft wat dit betekent aan de hand van hoe de geest in verschillende omstandigheden verschillende zaken waarneemt. Het begint bij een monnik die, blijkbaar, een bedelronde doet in een dorp en allerlei waarnemingen en indrukken heeft van het dorp en van de mensen aldaar. Op een gegeven moment gaat hij de wildernis in. Daar neemt hij de zaken waar die bij de wildernis horen. Op dat moment is zijn geest leeg van de waarnemingen en verstoringen die horen bij een dorp en het zien van mensen. De monnik gaat zitten en heeft dan waarnemingen van de aarde. Op dat moment is zijn geest leeg van waarnemingen en verstoringen van de wildernis. Dus hij beschouwt het leeg van wat er dan ook niet is. Wat er overblijft, dat onderscheidt hij als aanwezig. Zo gaat dit verder in een proces van toenemende subtielere waarnemingen en verstoringen.

De meditatie verdiept zich en de persoon gaat dan door de meditatie stadia van de vier vormloze jhana’s; de oneindigheid van ruimte, de oneindigheid van bewustzijn, nietsheid en noch waarneming noch niet-waarneming. In al die stadia geldt dat het volgend stadium leeg is van de waarnemingen en daarop gebaseerd verstoringen van het vorige stadium. Voorbeeld. In het stadium van nietsheid zijn er niet meer de waarnemingen van oneindig bewustzijn en oneindige ruimte. De verstoringen die op basis daarvan zouden bestaan zijn er dan ook niet meer. Dus leeg daarvan. Maar in dat stadium is er nog wel de waarneming van nietsheid en een beetje verstoring gebaseerd op de waarneming van nietsheid. Dat is dan het aspect van niet-leegte.

Na de vier vormloze jhana’s te hebben ervaren komt de zogenaamde themaloze concentratie. Opnieuw stelt de mediterende vast dat deze staat leeg is van de waarnemingen en verstoringen van de vorige staten. Er is nog een beetje verstoring over, namelijk “die verbonden met de zintuigsferen, afhankelijk van dit specifieke lichaam met leven als diens voorwaarde”.

Op dit moment, hier nu aangekomen, onderscheidt/bemerkt (discerns) de mediterende: “deze themaloze concentratie van bewustzijn is gefabriceerd en mentaal gevormd”...en “wat dan ook gefabriceerd is, is niet constant en onderhevig aan beeindiging. Voor hem- aldus wetend en ziend-wordt de geest bevrijd van het effluent (asava) van zintuiglijk verlangen, het effluent van worden, het effluent van onwetendheid. Met bevrijding, is er de kennis “Bevrijd””. Dus er komt zo een einde aan alle bezoedeling.
Er is ook nog een niet-leegte, namelijk “die verbonden met de zintuigsferen, afhankelijk van dit specifieke lichaam met leven als diens voorwaarde”. Belangrijk lijkt me dat in deze laatste situatie de geest vrij is van alle smetten, vrij van alle effluenten of bezoedelingen; die van zintuiglijk verlangen, die van worden en onwetendheid.

De sutra eindigt dat alle contemplatieven en Brahmanen die ooit een leegte vonden, vinden, en zullen vinden die zuiver is, superieur en onovertroffen, precies deze zelfde leegte vonden, vinden en zullen vinden. Het slotadvies is om jezelf er in te trainen om deze leegte ook binnen te gaan en er in te verblijven.
Terugkerend naar het begin. Boeddha verwijlt dus voortdurend in deze staat vrij van bezoedeling.

Andere sutra’s zoals http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an09/an09.042.than.html spreken na het overstijgen van “noch waarneming, noch niet-waarneming” niet over een ‘themaloze concentratie’ zoals in MN121, maar over “de beeindiging van waarneming & gevoel”. Volgens mij verwijst dit naar hetzelfde. Ik heb de neiging dit zo te begrijpen dat in dit stadium bewustzijn niet meer duaal functioneert, dus niet meer als een bewustzijn-van-iets. Dit komt omdat alle bezoedeling, ook die van onwetendheid, geeindigd is. Dus het gebruikelijke dualisme waarnemer-waargenomene lost daar op volgens mij. Daarom heet dit stadium denk ik “beeindiging van waarneming & gevoel”.

Omdat ik veel Mahayana teksten heb gelezen vertaal ik dit min of meer automatisch op deze manier; op dit punt ‘gaat’ (duaal, verward functionerend) bewustzijn eigenlijk ‘over in’ wijsheid omdat bewustzijn niet langer onder invloed is van de bezoedelingen. Ik vertaal dit ook naar het Pad van Zien, één van de vijf paden. Hier aangekomen is er sprake van een zien/begrijpen van de ware natuur van geest, die deze wijsheid is, ons gezicht van egoloosheid. Daarom lost onwetendheid als effluent ook op lijkt me, omdat je nu in dit stadium, je ware gezicht, egoloosheid, met ogen van wijsheid direct ziet. Maar daar moet je wel eerst aankomen. Waarom eindigt het effluent van worden? Mijns inziens, omdat je nu, vanuit deze directe ontdekking, begrijpt dat dit je ware natuur is. Je kunt op dit vlak niet iemand anders worden. 
Je kunt zeg maar heel erg investeren om iets te worden, wat we gewoonlijk constant doen, maar wat je hier ontdekt, rechtstreeks gaat zien/ervaren/begrijpen, is dat dit niet wijs is.
Als andere mensen denken dat het anders zit hoor ik dit graag.

Sutra AN 9.42 geeft ook aan dat op het laatste stadium géén vervolg is. Je kunt allerlei stadia doorlopen zoals de vier vorm- en vier vormloze jhana’s en zo bezien kun je spreken over een vorig en volgend stadium, maar er is géén vervolg op de laatste. Daar waar geen vervolg op is, is mijns inziens de natuur van geest, onbezoedeld, leeg, zuiver, superieur en onovertroffen. Je kunt bijvoorbeeld water zuiveren van zout en andere verontreiniging maar op een gegeven moment blijft water over. Ook die betekenis heeft leegte hier volgens mij. Als een voleindiging en afwezigheid van alle bezoedelingen.
Deze sutra http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.002.than.html geeft informatie over bezoedelingen. Maar ik heb zelf niet het idee dat dit hetzelfde is als Boeddhaschap maar toch eerder ook een tijdelijke situatie. Bezoedelingen zijn denk ik niet definitief geeindigd of ontworteld. Ik hoor graag van anderen hoe ze dit zien.

Ik zie het zo dat ook de andere meditatie stadia, bijvoorbeeld van nietsheid, best wel stadia van leegte mogen worden genoemd maar het einde van de sutra geeft aan dat er een leegte is die zuiver is, superieur is en onovertroffen, en dat is de situatie vrij van alle mentale fermentaties, vrij van smetten (asava's). Het laatste stadium is anders dan de andere omdat er namelijk geen vervolg op is.

Leegte heeft hier denk ik zoals de eerwaarde vertaler Thanissaro Bhikkhu aangeeft zeker de betekenis van meditatief verblijf maar mijns inziens ook van "de wijsheid van egoloosheid', het verblijf zonder vervolg, de  staat vrij van bezoedeling. 

Tot zover deze verkenning van de Kleine Verhandeling over Leegte, Majjhima Nikaya 121.

Siebe
« Laatst bewerkt op: 02-11-2014 13:50 door Dirk Knol »

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN122, De Grote Verhandeling over Leegte
« Reactie #1 Gepost op: 14-09-2014 12:50 »
Hoofdstuk 3.3. Van Majjhima Nikaya is het hoofdstuk over Leegte, sunnata-vagga.
Het betreft de sutra’s MN 121 t/m 130. Wat nu volgt is een verkenning van MN122, De Grote Verhandeling over Leegte. Als anderen willen meelezen en ook hun ideeen, commentaar willen geven, elkaar verrijkend, dan zou ik dat leuk vinden. De tekst tussen haakjes beschrijven mijn ideeen er bij


Verkenning van de Maha-Sunnata Sutta, de Grote Verhandeling over Leegte (Majjhima Nikaya 122) http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.122.than.html

Boeddha ziet dat er veel zitplaatsen zijn voorbereid en vraagt zich af of hier veel monniken leven. Ananda geeft aan dat dit het geval is. De Boeddha anticipeert hierop door aan te geven dat een monnik (ik lees hier ‘iemand’) die zich verheugt in gezelschap of groepen, toegewijd is zich te verheugen in gezelschap en groepen, geniet van gezelschap en groepen, daaraan toegewijd is etc...niet zonder moeilijkheden, zonder problemen- naar wens het genoegen van verzaking, het genoegen van afzondering, het genoegen van vrede, het genoegen van zelf-ontwaken deelachtig zal worden.

Het is volgens de Boeddha onmogelijk dat zo iemand de bewustzijnsbevrijding zal binnengaan en er in verwijlen die tijdelijk en aangenaam is, of in de bewustzijnsbevrijding die niet tijdelijk is en voorbij provocatie (niet veroorzaakt/opgewekt, Siebe) is. Iemand die alleen leeft, afgezonderd, teruggetrokken uit een groep, kan dit wel verwachten.

Boeddha geeft aan dat hij geen enkele vorm ziet wiens verandering en wijziging niet smart, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop zou veroorzaken bij iemand die er hartstochtelijk naar verlangt en zich er in verheugt (ook het plezier en verheugen in gezelschap en groepen is een vorm die niet constant is, weer zal verdwijnen en bij gemis er aan is er dan smart, verdriet, etc).

Maar er is een verblijf ontdekt door de Tathagata, zo gaat de sutra verder, waar, niet aandacht bestedend aan enig thema (weer die themaloze concentratie uit MN121), hij interne leegte (internal emptiness) binnengaat en er in verwijlt. Hoe ga je dit verblijf binnen? Door de geest van binnen eerst te stabiliseren, bedaren, tot eenheid te brengen en te concentreren. Hoe?

Dan volgt de beschrijving van de mediterende die door de 1e t/m 4e vorm jhana gaat, met als vierde jhana een toestand van zuivere evenwichtigheid & indachtigheid, noch-plezier-noch-pijn. Daarna (in die toestand blijkbaar), richt hij zijn aandacht op interne leegte. (Dus hier werkt het wat anders dan in MN121, waar de persoon pas na de vier vormloze jhana’s zich richtte op de themaloze concentratie. Blijkbaar kan dit ook vanuit de vierde vorm-jhana. Voorwaarde lijkt in ieder geval te zijn dat de geest van binnen gestabiliseerd is, bedaard, tot eenheid gebracht en geconcentreerd is. Dit soort staten zijn niet geheel zonder bezoedeling maar worden in de sutra’s gezien als “een opening in een begrensde/ingeperkte plek”).

De sutra beschrijft nu dat de mediterende na zijn aandacht gericht te hebben op interne leegte merkt dat zijn geest daar geen plezier aan beleeft, geen tevredenheid ervaart, niet stabiel (steady) wordt of zich er aan overgeeft. Op die manier is hij daar, in die interne leegte waakzaam/aandachtig (alert). Na zijn aandacht gericht te hebben op interne leegte richt hij zijn aandacht op externe leegte. (Wat dit betekent wordt in de sutra niet toegelicht). Daarna richt de mediterende zich op interne & externe leegte. In beide gevallen merkt hij weer op dat zijn geest geen plezier ervaart, geen genoegen er aan beleeft, niet stabiel wordt en zich er niet aan overgeeft. Hij richt zich daarna op het onverstoorbare en weer merkt hij dat zijn geest daar geen plezier aan beleeft, geen voldoening aan beleeft, niet stabiel wordt of zich er aan overgeeft. Wanneer dit zo het geval is moet hij de geest van binnen stabiel maken, bedaren, tot eenheid brengen en concentreren in het eerste thema van concentratie (mijns inziens interne leegte).

Wanneer hij nu (blijkbaar opnieuw) weer zijn aandacht richt op achtereenvolgens interne leegte, externe leegte, interne & externe leegte en het onverstoorbare beleeft ie daar wél plezier aan, is er tevreden mee, wordt stabiel en geeft zich er aan over. Op deze manier is ie daar, in die interne leegte, waakzaam. (Mijns inziens grijpt dit fragment terug op de inleiding. Het geeft mijns inziens aan dat het niet plezier beleven, geen genoegen ervaren, je niet kunnen overgeven aan interne leegte, hetzelfde is als geen genoegen beleven aan innerlijke stilte, vrede, verzaking. Iemand die erg van drukte houdt, van gezelschappen, groepen, zich daarin verheugt etc, verheugend in rumoer, is waarschijnlijk ook iemand die niet plezier en genoegen beleeft aan die interne leegte. Zo iemand met een voorliefde voor drukte kan volgens Boeddha niet zonder moeilijkheden en problemen het genoegen van verzaking, het genoegen van afzondering, het genoegen van vrede, het genoegen van zelf-ontwaken deelachtig worden. Dus het gaat ook over het waarderen van interne leegte, van het vredevolle, onverstoorbare). 

Wat in de sutra volgt is, vind ik, een beschrijving van het verder bewaken/onderhouden van deze interne leegte. Wat de mediterende ook doet, staan, zitten etc, waakzaam in die leegte, bewaakt ie die interne leegte tegen het binnenvallen van begeerte, droefheid, kwaad, niet vaardige kwaliteiten. Ook wanneer ie spreekt, zal ie geen woorden spreken die niet leiden tot ontgoocheling, kalmeren, beeindigen, directe kennis, zelf-ontwaken, Bevrijding. Dus aldoor waakzaam in die interne leegte, ook naar gedachten. Geen gedachten toelaten die niet leiden tot ontgoocheling...Bevrijding zoals gedachten aangaande zintuiglijke verlangens, kwade wil of het leed willen toebrengen aan anderen. Ook wat de verlangens en voornemens aangaat rondom zintuiglijke indrukken is ie zo waakzaam en weet of er betrokkenheid is met zulke verlangens of dat dit afwezig is.
Verder, in die interne leegte is ie waakzaam op het ontstaan en verdwijnen van de aggregaten van vorm, gevoel, waarneming, fabricaties en bewustzijn. Hij neemt afstand van elke waan van “Ik ben” met betrekking tot deze vijf aggregaten van hechten.

“Deze kwaliteiten, Ananda, zijn op exclusieve wijze (exclusively) handig in hun aarding (grounding), edel, transcedent, ontoegankelijk voor de Kwaadaardige” (moeilijke zin om te vertalen vind ik).

In het vervolg van de sutra geeft Boeddha aan dat het voor een leerling gepast is om een leraar te volgen, zelfs alsof ie aan hem gekoppeld is, als gesprekken leiden tot bescheidenheid, tevredenheid, aansporen tot afzondering, tot geen-verwikkeling, doorzettingsvermogen opwekken, deugdzaamheid, concentratie, onderscheiding, bevrijding en de kennis en visie van bevrijding (in sutra's worden volgers van andere leraren vaak afgebeeld als kwebbelaars die een enorm rumoer maken en de sangha van de Boeddha als bedaard).

Verder wordt de ondergang/verderf besproken van de leraar, de leerling en van iemand die het heilige leven leidt. Wat is het verderf van de leraar? De leraar leeft afgezonderd. Brahmanen en huishouders bezoeken hem. Hij raakt verkikkerd op dingen die bekoren, vervalt tot hebzucht, en keert terug tot luxe.
Wat is het verderf van de leerling? Een leerling leeft afgezonderd maar wordt bezocht door brahmanen en huishouders. Hij raakt verkikkerd op dingen die verleiden, vervalt tot hebzucht en keert tot luxe terug.
En hoe is het verderf van iemand die het heilige leven leidt? Er is een Tathagata die afgezonderd leeft, in de wildernis, een begraafplaats, de open lucht etc. Brahmanen en huishouders bezoeken hem maar hij wordt niet verleid, vervalt niet tot hebzucht en keert niet tot luxe terug. Een leerling van die leraar imiteert de leraar. Leeft afgezonderd. Brahmanen en huishouders bezoeken hem en hij raakt wel verkikkerd op dingen die verleiden, vervalt tot hebzucht en tot luxe.
Boeddha geeft aan dat het verval van iemand die het heilige leven leidt in meer pijn, meer bitterheid rijpt dan van de leraar en eerste leerling. Het leidt zelfs tot de lagere rijken.

Het advies is verder om met een leraar om te gaan op een bereidvaardige/vriendelijke manier en niet op een tegenwerkende manier. Wat betekent dit? Zijn leerlingen luisteren en wenden hun geesten aan tot gnosis. Niet ver/afbuigend, dwalen ze niet af van de boodschap van de leraar.

Tot zover een soort van samenvatting van de sutra in eigen woorden.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Deze sutra lijkt me ook een sutra waarin leegte vooral als een meditatief verblijf wordt beschouwd. Hier spelen kalmtemeditatie en inzichtmeditatie ook samen een rol lijkt me.
Wie of wat is waakzaam? Inzicht. Het zien opkomen en weer vertrekken, weet hebben van wat er speelt. Waakzaam aanwezig. Weten ook wat behulpzaam is aangaande het doel en wat niet.

Opvallend is, vind ik, dat de themaloze concentratie dus niet perse iets is wat pas na de vierde vormloze jhana komt. Op basis hiervan concludeer ik nu dat de themaloze concentratie dus niet hetzelfde is als “geen waarneming & gevoel” dat meestal wordt beschreven als de fase na de vierde vormloze jhana en geen vervolg heeft. Misschien is er iemand hier die hier meer weet van heeft?

Opvallend vind ik verder de introductie waarin gezegd wordt dat het onmogelijk is voor iemand die zich verheugt in en genoegen beleeft aan groepen en gezelschap om tijdelijke en niet tijdelijke bevrijding te realiseren. Maar het is ook weer niet zo gek als je bedenkt dat zo’n voorliefde waarschijnlijk samen opgaat met een hekel aan of moeite met stilte, moeite met interne leegte, moeite met de afwezigheid van elke beroering/fermentatie.  Toch denk ik wel dat je kunt zeggen dat deze moeite een algemeen menselijke trek is. Er is denk ik minimaal een ongemakkelijke relatie met stilte, leegte, met de afwezigheid van beroering.
Vooral het daaraan overgeven is denk ik voor ons niet zo gemakkelijk. Als je niet aan die hekel of moeite voorbijkomt dan kan ik me wel voorstellen dat het onmogelijk is bevrijding te realiseren, tijdelijk of definitief.

Leegte als kenmerk van de mentale of zintuigelijke verschijnselen die komen en gaan wordt hier niet zo expliciet besproken maar wel in de zin dat de mediterende aan het komen en gaan niet de waan “Ik ben” verbindt.

Leegte in de context van een tijdelijke bewustzijnsbevrijding speelt ook wel een rol denk ik omdat ook de jhanastadia worden gezien als een opening in een ingeperkte plek, dus een opening in een geest die onder invloed staat van de beperkende factoren van begeerte/verlangen, haat en de waan Ik ben. De gevonden interne leegte is zo’n opening. Dus van alle drie betekenissen van leegte in de Pali Canon: als meditatief verblijf, als eigenschap van een object, als tijdelijke bewustzijnsbevrijding treedt denk ik de eerste het meest naar voren in deze sutra.

Siebe

lord rainbow

  • Gast
Re:Leegte in de Pali-Canon, MN122, De Grote Verhandeling over Leegte
« Reactie #2 Gepost op: 14-09-2014 13:16 »
Na zijn aandacht gericht te hebben op interne leegte richt hij zijn aandacht op externe leegte. (Wat dit betekent wordt in de sutra niet toegelicht)

Interne leegte betreft  zelfloosheid van de persoon en
externe leegte betreft  zelfloosheid van verschijnselen....wellicht...

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, MN122, De Grote Verhandeling over Leegte
« Reactie #3 Gepost op: 14-09-2014 19:59 »
Na zijn aandacht gericht te hebben op interne leegte richt hij zijn aandacht op externe leegte. (Wat dit betekent wordt in de sutra niet toegelicht)

Interne leegte betreft  zelfloosheid van de persoon en
externe leegte betreft  zelfloosheid van verschijnselen....wellicht...

Hoi!

Wat minder speelt in deze sutra's vind ik is bijvoorbeeld de instructie dat ook alle waarnemingen en verstoringen, in welke meditatiestadium dan ook, leeg zijn, dwz, niet inherent bestaan, nooit werkelijk ontstaan zijn, louter verschijningen zijn, illusoire verschijningen, als magische projecties. 

Leegte wordt hier gebruikt in de betekenis van leeg-zijn-van. Meer een soort inhoudsbepaling.
De geest kan vol zijn haat maar wanneer er geen haat is, is ie leeg van haat. Zo heeft elk meditatiestadium, van de 1e vorm jhana tot de laatste vormloze jhana zijn eigen specifieke vorm van 'leeg-zijn-van-dit en dat', maar ook nog zijn unieke 'niet-leeg-zijn-van-dit en dat'. Uitzondering is de ultieme leegte. Daar in dat stadium zonder vervolg, zijn alle mentale rijpingen geeindigd.

Aangezien het hier blijkbaar niet zozeer gaat om het doorzien van de lege natuur van innerlijk waargenomen verschijnselen en verstoringen, maar meer om de aan- en afwezigheid  er van, denk ik dat het ook zo van toepassing is op externe leegte. De meditatie op externe leegte is denk ik ook op de afwezigheid van bijvoorbeeld objecten, dus op ruimtelijkheid, lege ruimte. Dit vind ik het meest in lijn liggen met de betekenis van leegte in deze sutra's. 

Siebe





Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Het hoofdstuk over Leegte, Majjhima Nikaya 3.3., sunnata vagga, bestaat uit tien sutra's. Dit is de derde sutra opgenomen in dit hoofdstuk.

Verkenning van Majjhima Nikaya 123, Acchariyabbhuta-dhamma Sutta, De Verhandeling over Wonderbaarlijke Dingen
[tekst van: http://www.mahindaramatemple.com/e-tipitaka/Majjhima-Nikaya/mn-123.htm]

Een samenvatting van de sutra

Deze sutra start met een grote groep bhikkhus die na het middagmaal in gesprek raken over hoe wonderbaarlijk en verbazingwekkend het is dat de Zogegane de Verlichten van voorheen kent. Hun naam, wijsheid, stam, bevrijding etc. Ananda zegt dat de Zogegane inderdaad zulke wonderbaarlijke en verbazingwekkend dingen kent en er mee bedeeld is.

De Gezegende komt vervolgens uit afzondering en nadert de hal en vraagt waar ze over spreken. Ananda vertelt dat. Vervolgens vraagt de Boeddha aan Ananda om voor het plezier van velen de wonderbaarlijke en verbazingwekkende dingen van de Zogegane te verkondigen. Ananda vertelt dan wat hij van de Gezegende zelf gehoord heeft. Ik zal dit kort samenvatten.

De Gezegde werd geboren bij de goden van geluk, met indachtig bewustzijn (mindful awareness); degene die streefde naar Verlichting verbleef onder de goden van geluk, met indachtig bewustzijn; degene die streefde naar verlichting verbleef daar tot het einde van zijn levensduur; degene die streefde naar verlichting verdween bij de goden van geluk en daalde neer in de baarmoeder van de moeder, met indachtig bewustzijn; er verscheen een onmetelijke schittering in de werelden van goden en mensen, Mara’s, Brahma’s, kluizenaars en Brahmanen. De wezens die altijd in het donker leefden tussen de wereldsystemen zagen elkaar daarom (voor het eerst) en wisten nu dat daar andere wezens geboren waren. Het tienduizend-voudige wereldsysteem trilde en beefde. De schittering oversteeg de luister van de goden; toen degene die streefde naar verlichting werd geboren uit de baarmoeder van de moeder stonden vier goden de vier windrichtingen te bewaken; de moeder was van nature deugdzaam, hield zich afzijdig van het doden van levende wezens, stelen, seksueel wangedrag, liegen en bedwelmende dranken; vanaf de dag dat degene die streefde naar verlichting afdaalde in de baarmoeder van de moeder kwam er geen sensueel verlangen naar mannen in haar op. Ze was boven de gehechtheid aan gedachten aan enige man uitgestegen; toen degene die naar verlichting streefde in deze wereld geboren werd, was de moeder bedeeld en voorzien van de vijf zintuiglijke genoegens; de moeder was gezond, gelukkig en had geen enkele aandoening; ze kon degene die streefde naar verlichting zien in haar baarmoeder, compleet met alle ledematen, groot en klein; zeven dagen na de geboorte van degene die streefde naar verlichting ging de moeder heen en werd geboren bij de gelukkige goden; de moeder droeg degene die streefde naar verlichting een volledige tien maanden; andere vrouwen baren zittend of liggend. De moeder van degene die streefde naar verlichting baarde staand; na de geboorte accepteerden eerst de goden hem en daarop volgend mensen; voordat hij een voet op aarde zette, accepteerden vier goden hem en zeiden tegen de moeder; “wees gelukkig koningin, je hebt een krachtige zoon gebaard"; toen degene die streefde naar verlichting werd geboren werd hij geboren niet verontreinigd met water in de doorgang, slijm, bloed of enige onzuiverheid; spoedig na de geboorte stond hij en deed zeven stappen naar het noorden, keek in alle richtingen en sprak majestueuze woorden; “Ik ben de voornaamste (chief) in deze wereld, de meest geaccepteerde en de hoogstgeplaatste (senior). Dit is mijn laatste geboorte, ik zal niet weer geboren worden”; er verscheen een onmetelijke schittering die de pracht en praal van de goden oversteeg. De wezens die altijd in het donker leefden tussen de wereldsystemen zagen elkaar daarom en wisten nu dat daar andere wezens geboren waren. Het tienduizend-voudige wereldsysteem trilde en beefde op basis van deze schittering.

De Boeddha zegt dan...”breng ook dit als iets wonderbaarlijke en verbazingwekkend van de Gezegende naar buiten: Ananda, de Gezegende kent/weet het ontstaan, aanhouden en verdwijnen van gevoelens, het ontstaan, aanhouden en verdwijnen van waarnemingen, het ontstaan, aanhouden en verdwijnen van gedachten. Ananda breng dit ook naar buiten als iets wonderbaarlijks en verbazingwekkends van de Gezegende (dit is een vrij losse vertaling van de engelse tekst, maar ik zou niet weten hoe het beter kan. Als iemand vindt dat het beter kan, grijp dan in).

Ananda herhaalt dit en was blij wetend dat de Leraar zijn woorden bevestigde. De bhikkhus verheugden zich in de woorden van Ananda. Zo eindigt deze sutra.
-------------------------------------------------------------------------------------------------

In deze sutra lijkt het onderwerp 'leegte' vooral in het slot te zitten.  Er wordt denk ik gezegd dat een Boeddha aldoor het ontstaan, aanhouden en verdwijnen van gevoelens, waarnemingen en gedachten indachtig is.

Het wonderbaarlijke zit hem, vind ik, ook vooral in het indachtig zijn van het ontstaan. Neem waarnemingen. Je doet je ogen open en er zijn waarnemingen, bijvoorbeeld van kleuren. Er lijkt geen sprake van ontstaan. Je kunt natuurlijk wel al redenerend afleiden dat waarnemingen moeten ontstaan maar je bent waarschijnlijk het ontstaan niet op een actuele manier indachtig.

Toch spreekt Boeddha in sutra’s over (het stadium van) het beeindigen van waarneming en gevoel. Het wonderbaarlijke zit er voor mij ook in dat ik geloof dat dit ook moed vereist want je bent toch als mens, ik wel, geidentificeerd met wat komt en gaat, bijvoorbeeld met waarnemingen en gevoel. Het is zo makkelijk gezegd: "ik ben niet gevoel, ik ben niet waarneming, ik ben niet gedachte etc" maar als er verstilling plaatsvindt van die zaken en ze eindigen voor jezelf, dan is het toch niet zo eenvoudig om in die verstilling, in die afwezigheid, in die beëindiging, volledig te ontspannen vind ik.

Er komt toch, bij mij, hoe dan ook, als zaken verstillen, een soort gebeuren op gang van controleren.  Als zaken bedaren, helemaal verstillen, raak je als het ware het vertrouwde kwijt. De neiging bestaat dan ook...ik raak mezelf kwijt en dat kan je in paniek brengen of er toe aanzetten dat je weer de bekende drukte, gebrek aan verstilling, opwekt. Het is dus niet vanzelfsprekend dat je in verstilling, in beëindiging, volledig kunt ontspannen, je er gewoon aan over kunt overgeven. Maar dat dit komt omdat je al zo lang op een verkeerde manier naar jezelf kijkt, namelijk je waarnemingen aanziet voor jezelf, dat kan ik wel aanvoelen. Het realiseren is wat anders.

tot zover,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN124, Bakkula Sutta
« Reactie #5 Gepost op: 15-09-2014 21:52 »
In Majjhima Nikaya wordt het hoofdstuk 3.3. "Sunnata Vagga" genoemd. Het hoofdstuk over leegte. Het bestaat uit de sutra's MN121 t/m 130. Hieronder een verkenning van de vierde sutra Majjhima Nikaya 124.

Verkenning van Majjhima Nikaya 124, Bakkula Sutta, De Wonderbaarlijke dingen over Eerwaarde Bakkula.
(bron: http://www.mahindaramatemple.com/e-tipitaka/Majjhima-Nikaya/mn-124.htm)

Ik zal deze sutra kort samenvatten. Deze sutra gaat over de wonderbaarlijke kwaliteiten van Eerwaarde Bakkula. Diens vriend, Acela-Kassapa, stelt hem in deze sutra vragen. Hoe lang was eerwaarde Bakkula een thuisloze? Voor tachtig jaar. Hoe vaak gaf de eerwaarde zich over aan seksuele dingen? Eerwaarde Bakkula zegt dat het ongepast is zo ondervraagt te worden. Het is beter om te vragen hoe vaak er een sexueel getinte gewaarwording in hem opkwam. Eerwaarde Bakkula antwoordt dat dit geen één keer gebeurde in die tachtig jaar. Acela-Kassapa vindt dit wonderbaarlijk en verbazingwekkend, net als de rest van zijn antwoorden. Ik vat dit heel  kort samen; Eerwaarde Bakkula kent geen enkele kwade, pijn veroorzakende gewaarwording, geen enkel zintuiglijk verlangen (sensual thought), geen enkele kwade gedachte. Verder maakt de sutra geloof ik duidelijk dat de eerwaarde Bakkula zich al die tijd ook altijd hield aan de voorschriften van een monnik.

Acela-Kassapa krijgt dan ook een bepaalde inwijding van Bakkula. Hij trok zich terug uit de menigte en verbleef ijverig in het verdrijven (abode zealous for dispelling). Het resultaat is dat Acela-Kassapa niet lang na die inwijding het edele einde van het heilige leven hier en nu bereikt. Hij wist dat geboorte vernietigd was, het heilige leven geleefd, wat gedaan moest worden gedaan, wist dat er verder niks te wensen was.

Aan het eind van de sutra kondigt de eerwaarde Bakkula zijn heengaan aan, zijn definitieve uitdoving. Gezeten te midden van de Gemeenschap van bhikku’s bereikte hij de definitieve uitdoving. Net als al die andere wonderbaarlijke kwaliteiten, zoals het geheel ontbreken van sexuele percepties, het ontbreken van kwade, pijn veroorzakende gedachten en gewaarwordingen, het ontbreken van zintuiglijk verlangen in al die tachtig jaar als thuisloze, brengt Acela-Kassapa dit naar buiten als een wonderbaarlijk en verbazingwekkend iets van de eerwaarde Bakkula.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Er wordt hier niet zo direct verwezen in termen/woorden naar leegte. Wel naar de afwezigheid van bezoedelingen zoals zintuiglijke verlangens, seksueel verlangen en kwaadwillende gedachten. Dus ik denk dat deze sutra is opgenomen in dit hoofdstuk over leegte omdat het verwijst naar de leegte die zuiver is, superieur en onovertroffen, zoals beschreven in MN 121. Leegte in termen van de afwezigheid van alle bezoedelingen. De eerwaarde Bakkula was denk ik zo’n uitzonderlijk mens, een belichaming van deze ultieme leegte, deze zuiverheid. In tachtig jaar geen enkele seksueel getinte waarneming, geen enkele kwaadwillende gedachte? Ja, dat mag met recht wonderbaarlijk en verbazingwekkend worden genoemd (zei de smeerkees).

Als iemand vind dat deze sutra anders uitgelegd/begrepen moet worden of opmerkingen heeft over de vertaling dan hoor ik het graag (niet allemaal tegelijk:-)

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN125, Dantabhumi Sutta
« Reactie #6 Gepost op: 16-09-2014 18:00 »
In Majjhima Nikaya wordt het hoofdstuk 3.3. "Sunnata Vagga" genoemd. Het hoofdstuk over leegte. Het bestaat uit de sutra's MN121 t/m 130. Hieronder een verkenning van de vijfde sutra, Majjhima Nikaya 125.

Verkenning van Majjhima Nikaya 125, Dantabhumi Sutta, de Verhandeling over het ‘Getemde Stadium’.
(bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.125.horn.html_

Deze sutra begint met een gesprek tussen prins Jayasena en de novice Aciravata. Prins Jayasena wordt in de dharma onderwezen door de nieuweling maar acht het onmogelijk dat een monnik (ik lees; ‘iemand’) eenpuntigheid van geest kan bereiken wanneer die persoon ijverig, vurig verlangend en vastberaden is. De nieuweling doet verslag van dit gesprek aan Boeddha. De Boeddha vraagt wat het nut is van zo’n opinie, van iemand die leeft te midden van zintuiglijke genoegens, geniet van zintuiglijk genoegen, opgaat in gedachten aan zintuiglijk genoegen, koortsig er naar verlangend, gretig op zoek er naar. Door zo iemand kan dit niet gekend worden want het wordt gekend, gezien, bereikt en gerealiseerd door verzaking/verloochening (renunciation). Boeddha vergelijkt dit met twee vrienden waarvan eentje een steile bergwand beklimt en verslag doet van wat ie op de top ziet; prachtige parken, bossen en uitgestrekte vlakten. De andere vriend, nog aan de voet van de berg, zegt dat dit onmogelijk is. De man op de top daalt af van de berg en neemt vervolgens zijn vriend mee naar de top. Daar ziet die persoon met eigen ogen de prachtige parken, bossen en uitgestrekte vlakten.

In het vervolg van de sutra legt Boeddha mijns inziens uit hoe je op die top komt. Het is een verslag van het Pad.

De vergelijking wordt getrokken met het temmen van een wilde bosolifant. Een temmer wordt verzocht om deze wilde olifant uit het bos te halen en te temmen. Wanneer hij een bosolifant tegenkomt, bindt hij hem aan zijn eigen olifant vast en brengt deze naar open terrein. De bosolifant heeft echter een verlangen naar het bos. De temmer wordt opgedragen om de bos-manieren, bos-herinneringen en bos-aspiraties, het leed, de rusteloosheid en koorts naar het bos van de bosolifant te bedwingen, door hem vertrouwd te maken met de dorpen en hem te laten wennen aan menselijke manieren.

De olifanten temmer slaat een grote paal in de grond en bindt de olifant met zijn nek er aan vast om zijn bos-manieren te bedwingen en hem te laten wennen aan menselijke manieren. Hij benadert de olifant met zachtaardige woorden, aangenaam om te horen, liefhebbend, naar het hart gaand etc. Hij geeft hem voer en water. Wanneer de olifant dat accepteert, begrijpt de temmer” deze olifant zal nu leven”. De temmer leert de olifant verder verschillende taken uit te voeren. Hij leert hem eerst dit en dan dat. Tenslotte leert hij de olifant iets wat “standing your ground” wordt genoemd. Omringd met allerlei dreigende mensen met speren verzet de getemde bosolifant geen voet. Hij blijft zelfs onbewogen met allerlei herrie om zich heen. Hij is als goud gezuiverd van alle onzuiverheden, geschikt voor een koning, een koninklijk attribuut.

De Zelf-Ontwaakte, de Gezegende is een onvergelijkbare wagenmenner van de te temmen mensen. Hij maakt in de wereld bekend wat hij weet. Huishouders ontwikkelen vertrouwen in de woorden die zachtaardig zijn en naar het hart gaan. Ze begrijpen dat het leven als huishouder benauwd en stoffig is. Het is niet gemakkelijk voor een huishouder het heilig leven volledig waar te maken. Maar de mens moet als het ware ook die stap maken naar het open terrein, zoals de bosolifant uit het bos naar het open terrein werd gebracht. Net als de olifant verlangt naar de plek waar ie vandaan komt, het bos, zo heeft de mens ook verlangen, met name naar de vijf strengen van zintuiglijk genoegen.
De Tathagata weet dit en disciplineert de mens door het instellen van ethische leefregels, door de leerling te verbinden met juist moreel gedrag en houding. Wanneer de leerling dan zo moreel is en gecontroleerd leeft door de controle van de Plichten (Obligations, Geloften) dan disciplineert de Tathagata de leerling verder door het onderricht over het bewaken van de zintuigen. Door niet op te gaan in de algemene verschijning en in de details van wat je waarneemt, raak je niet betoverd, in trance, bekoord en ook niet droefgeestig van wat je waarneemt. Niet geschikte staten van geest stromen zo niet de geest binnen. Dus bewaak het orgaan van de geest.

Als dit zo is disciplineert de Tathagata de leerling verder namelijk door het advies om bescheiden te eten. Net genoeg om dit lichaam te onderhouden, niet voor de lekkerte/plezier, niet om er mooi van te worden etc. Zo worden oude gevoelens tenietgedaan. Er zal dan ook onberispelijkheid zijn.

Wanneer de leerling bescheiden met eten is, spoort de Boeddha de leerling aan om voortdurend de geest te zuiveren van hinderlijke/belemmerende mentale staten.

Wanneer er zo de intentie tot ijver is, spoort de Boeddha de leerling aan aandachtig te zijn bij alles wat je doet en aldoor helder bewust. Of je nu zit, eet, drinkt, waakt, slaapt, praat, zwijgt etc, altijd met aandacht en helder bewust.

Wanneer de leerling dan dit heeft ontwikkeld, spoort de Boeddha de leerling aan zich af te zonder, een eenzame plek op te zoeken, kruisbeens te gaan zitten, indachtigheid te ontwikkelen en afstand te doen van de vijf hinderissen, te beginnen bij begeerte naar de wereld. Hij zuivert diens geest daarvan. Mededogend en bekommerd om het welzijn van alle wezens reinigt ie zichzelf van kwade wil. Door het licht waar te nemen, aandachtig, helder bewust, zuivert ie de geest van luiheid en traagheid. Hij kalmeert de geest en verwijdert rusteloosheid en zorgen. Niet verward over wat vaardige staten zijn, zuivert ie zijn geest van twijfel.

Na het verwijderd hebben van deze vijf hinderissen, die bezoedelingen van de geest zijn en intuitieve wijsheid verzwakken, ontwikkelt ie de vier vormen van indachtigheid; van het lichaam, gevoel, de geest en mentale staten. Dit is om de begeerte en droefgeestigheid in de wereld onder controle te brengen. Net zoals de olifant een touw om zijn nek kreeg om zijn bos-manieren, bos-aspiraties, zijn koorts naar het bos etc te bedwingen en hem tevreden te maken met dorpen en hem te wennen aan menselijke manieren, zo zijn ook deze vier toepassingen banden in de geest om de manieren, de aspiraties, het leed, de rusteloosheid en de koorts van huishouders te bedwingen. Ze zijn er om te leiden naar het juist pad, om Nirvana te realiseren.
Terwijl de leerling het lichaam, gevoel, geest en mentale staten contempleert moet ie niet verwikkeld raken in een trein van gedachten.

Wat volgt is een beschrijving hoe de mediterende van de tweede tot en met de vierde vorm jhana stadium gaat.

Wanneer de geest zo bedaard is, onbeweeglijk, richt de mediterende zich op de kennis van:
-vorige gewoonten en levens. Hij herinnert zich....vorige gewoonten, dus 1 geboorte, twee..honderdduizend etc.
-kennis van karma; met het deva-oog ziet hij dat er consequenties zijn van daden wat betreft de plaats van wedergeboorte etc
-de vernietiging van de bezoedelingen (“cankers” in het engels, figuurlijk gebruik denk ik als kanker dat het gezonde aanvreet, het kan ook roest betekenen en duidt dan op een soort aanslag, verontreiniging). Hij begrijpt; dit is dhukka, dit is het ontstaan van dhukka, dit is de beeindiging, dit is de weg die dhukka beeindigd.
Hij ziet..”dit zijn de bezoedelingen, dit is het ontstaan er van, dit het einde er van, dit de weg die leidt tot beeindiging”. Dit wetend, dit ziend wordt zijn geest bevrijd van de bezoedelingen van zintuiglijk genoegens, van worden en onwetendheid. Met die bevrijding komt de kennis: Ik ben vrij; en hij begrijpt, Geboorte is vernietigd.

Net als de getemde olifant ook alle bedreigingen en herrie om zich heen verdraagt aan het einde van de training verdraagt deze monnik...(niet alles vertaald) hitte, honger, dorst, koude, steken van vliegen,  onwelkome woorden, grievende taal, lichamelijke gevoelens die wanneer ze ontstaan pijnlijk zijn, acuut, scherp, ellendig, dodelijk. Gezuiverd van alle afval van gehechtheid, afkeer en verwardheid is hij offerandes, respect en eerbied waard en is een onovertroffen veld van verdienste in de wereld.

Zo wordt een monnik getemd genoemd wanneer alle bezoedelingen zijn vernietigd. Zo sterft iemand getemd of ongetemd.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
In deze sutra wordt de term leegte niet genoemd maar verwijst hier mijns inziens weer naar de ultieme leegte zoals genoemd in MN121, waarin alle bezoedelingen zijn geeindigd. De volledig beëindiging van de bezoedeling van zintuiglijk verlangen, van worden en van onwetendheid. Deze leegte is het Getemde Stadium, lijkt me.

Siebe

Offline Koenraad

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 29
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #7 Gepost op: 17-09-2014 09:59 »
Daarnaast wordt ook genoemd dat in dit specifieke geval er eerst concentratie wordt ontwikkeld om erna het inzicht te ontwikkelen. Daarmee is er geen directe benadering van leegte, maar via concentratie enerzijds en inzicht anderzijds.

Ik zou meer willen benaderen dat leegte via het Getemde Stadium loopt en niet Getemde Stadium gelijk stellen aan leegte. De term suggereert namelijk dat het een stadium is, dat er iets voor komt maar vooral ook iets na. Daarnaast suggereert het woord "Getemde" alsof er nog iets te temmen is. Wat is er nog te temmen als er niets meer is.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon. MN125 nader bekeken
« Reactie #8 Gepost op: 17-09-2014 13:44 »
Daarnaast wordt ook genoemd dat in dit specifieke geval er eerst concentratie wordt ontwikkeld om erna het inzicht te ontwikkelen. Daarmee is er geen directe benadering van leegte, maar via concentratie enerzijds en inzicht anderzijds.

Ik zou meer willen benaderen dat leegte via het Getemde Stadium loopt en niet Getemde Stadium gelijk stellen aan leegte. De term suggereert namelijk dat het een stadium is, dat er iets voor komt maar vooral ook iets na. Daarnaast suggereert het woord "Getemde" alsof er nog iets te temmen is. Wat is er nog te temmen als er niets meer is.

Hoi,

Ja, ik zie wat je zegt. De vraag is steeds in hoeverre iets tijdelijk is of niet. In de sutra's wordt dit onderscheid wel gemaakt tussen bijvoorbeeld een tijdelijke bewustzijnsbevrijding en een niet tijdelijke. Het lijkt mij persoonlijk sterk dat wanneer iemand tijdens een meditatiesessie de beëindiging van bezoedelingen ervaart en daarmee de beëindiging van dhukka in het hier en nu, dat dit betekent dat iemand voortaan definitief verlost is van bezoedelingen en nooit meer dhukka zal ervaren.

Wat aan het einde van MN125 wordt beschreven, het inzicht in de vier edele waarheden, het inzicht in de bezoedelingen, de onverstoorbaarheid die de monnik heeft bereikt, dat wijst denk ik wel op iets anders dan een tijdelijke staat. Wat dat betreft vind ik 'stadium' ook niet zo gepast. Maar misschien is deze persoon, hoewel getemd, nog geen Boeddha?

Ik geloof trouwens niet, maar misschien bedoel je dat ook niet, dat leegte betekent dat er niets meer is.

Siebe

Offline Koenraad

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 29
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #9 Gepost op: 17-09-2014 14:48 »
leegte is niet niets, maar ook weer niet iets. Staat dat niet ergens, leegte is vorm en vorm is leegte.

Als je kijkt, zie je heel veel dingen. Gelijk komen er van binnen allerlei meningen op: mooi, ugh lelijk enz. Op het moment dat dat wegvalt, dus die mentale meningen, blijft het kijken. Bijvoorbeeld, je ziet een bloem. Dat komt binnen en je denkt "mooi" en krijgt een goed gevoel. Bij leegte blijft het ding wat je ziet, maar de termen "bloem" en "mooi" komen niet meer en het goede gevoel valt dan ook weg. Uiteindelijk is denken de basis van het gevoel. Betekent nog niet dat de "bloem" er niet meer is of niet meer bestaat, het is gewoon.

Daarmee dan verder, als er dus geen denken meer opkomt, valt er niets meer te temmen. Temmen is alleen nodig bij mij, de ongetrainde mind. Het boeddhisme uit dit in een heel mooi plaatje van een olifant en aapje. Eerst rent je achter de olifant aan, zelfs als die gevangen is... dan langzamerhand ga je ervoor lopen (de mind leiden, de olifant) om uiteindelijk gewoon samen te rusten. Dan is het mogelijk om de olifant te bereiden zonder moeite en ook vooral zonder touw. Beiden zijn vrij en gaan toch samen. Leegte is dan voor mij het laatste, Getemde Stadium klinkt voor mij meer op het laatst, als je samen rust. Er volgt nog wat na. mmm, ik hoop dat dit duidelijkheid geeft....

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN126, Bhumija Sutta
« Reactie #10 Gepost op: 17-09-2014 15:03 »
In Majjhima Nikaya wordt het hoofdstuk 3.3. "Sunnata Vagga" genoemd. Het hoofdstuk over leegte. Het bestaat uit de sutra's MN121 t/m 130. Hieronder een verkenning van de zesde sutra, Majjhima Nikaya 126.

Verkenning van Majjhima Nikaya 126, Bhumija Sutta, Aan Bhumija
(bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.126.than.html)

De sutra begint met de ontmoeting tussen de eerwaarde Bhumija en prins Jayasena. De prins vertelt de eerwaarde dat er brahmanen en contemplatieven zijn die het onderricht en de visie verdedigen: of men nu een wens gedaan heeft voor resultaat, geen wens voor resultaat, zowel een wens als geen wens, noch een wens noch geen wens, wanneer men het heilige leven volgt is men (sowieso) niet in staat/capabel om resultaten te verkrijgen. De prins vraagt zich af wat de leraar van de eerwaarde Bhumija, de Boeddha, daar van zou zeggen. Wat is zijn visie, wat verklaart hij?

De eerwaarde Bhumija geeft dan aan dat hij het niet gehoord heeft van de Boeddha maar dat er een kans bestaat dat de Boeddha zou zeggen dat wanneer men het heilige leven niet op een passende manier volgt/leidt men geen resultaten zal verkrijgen, zelfs indien men een wens gedaan heeft, geen wens gedaan heeft, zowel een wens als geen wens gedaan heeft en noch een wens noch geen wens gedaan heeft. Maar wanneer men het heilige leven op de passende manier volgt dan is men in staat om resultaten te verkrijgen, of men nu een wens daarvoor gemaakt heeft, geen wens...etc.

Eerwaarde Bhumija ontmoet dan de Gezegende en doet verslag van de ontmoeting met de prins. Hij vraagt zich af of hij de Gezegende recht heeft gedaan, of zijn antwoord een goede weergave was van de Dharma, in lijn was met de Dharma. Of is er reden om hem te bekritiseren?

De Boeddha geeft aan dat hij in lijn heeft gesproken met wat de Boeddha zegt, in lijn met de Dharma. Want welke brahmanen of contemplatieven dan ook bedeeld zijn met onjuiste visie, onjuist voornemen, onjuiste spraak, onjuist handelen, onjuist levensonderhoud, onjuiste inspanning, onjuiste indachtigheid en onjuiste concentratie (het edele achtvoudige pad, siebe), of ze nu een wens voor resultaat gedaan hebben, niet gedaan hebben...etc.... zij zijn niet in staat om resultaten te verkrijgen.

De Boeddha geeft vier gelijkenissen.

-Er is een man die probeert om olie uit zand te persen. Of ie nu een wens gemaakt heeft voor resultaat, niet een wens, ...etc....hij is niet in staat om resultaten te verkrijgen. Waarom? Omdat het geen geschikte manier is om resultaten te verkrijgen.

-Een man op zoek naar melk wringt aan de hoorn van een koe. Of ie nu een wens gemaakt heeft voor resultaat, niet een wens, ...etc...hij is niet in staat om resultaten te verkrijgen. Waarom? Omdat het geen geschikte manier is om resultaten te verkrijgen.

-Een man probeert boter te maken uit water. Of ie nu een wens gemaakt heeft voor resultaat, niet een wens, ...etc...hij is niet in staat om resultaten te verkrijgen. Waarom?
Omdat het geen geschikte manier is om resultaten te verkrijgen.

-Een man probeert vuur te maken met een nat sappig stuk hout. Of ie nu een wens gemaakt heeft voor resultaat, niet een wens, ...etc...hij is niet in staat om resultaten te verkrijgen. Waarom? Omdat het geen geschikte manier is om resultaten te verkrijgen.

Maar elke brahmaan of contemplatief toebedeeld met juiste visie, juist voornemen, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste indachtigheid en juiste concentratie, die is in staat om resultaten te verkrijgen bij het volgen van het heilige leven, of ze nu een wens gemaakt hebben voor resultaat, geen wens...etc.

De Boeddha geeft dan vier gelijkenissen.

-een man perst olie uit sesamzaad. Of ie nu een wens gemaakt heeft voor resultaat, geen wens.....etc...hij zal in staat zijn om resultaten te verkrijgen. Waarom? Omdat het de geschikte manier is om resultaten te verkrijgen.

-een man wringt de speen van een koe. Of ie nu een wens gemaakt voor resultaat, geen wens.....etc...hij zal in staat zijn om resultaten te verkrijgen. Waarom? Omdat het de geschikte manier is om resultaten te verkrijgen.

-een man maakt boter op de juiste manier. (De beschrijving laat ik achterwege). Of ie nu een wens gemaakt heeft voor resultaat, geen wens.....etc...hij zal in staat zijn om resultaten te verkrijgen. Waarom? Omdat het de geschikte manier is om resultaten te verkrijgen.

-een man maakt vuur met droog, saploos hout. Of ie nu een wens gemaakt heeft voor resultaat, geen wens.....etc...hij zal in staat zijn om resultaten te verkrijgen. Waarom? Omdat het de geschikte manier is om resultaten te verkrijgen.

Dus brahmanen en contemplatieven toebedeeld met juiste visie, juist voornemen, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste indachtigheid en juiste concentratie, die zijn in staat om resultaten te verkrijgen wanneer ze het heilige leven volgen, of ze nu een wens gemaakt hebben voor resultaat, geen wens...etc.

Eerwaarde Bhumija verheugde zich in de woorden van de Gezegende. Zo eindigt de sutra
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Waarom is deze sutra opgenomen in het hoofdstuk over leegte, sunnata vagga? Het woord leegte valt niet. Is het desondanks toch te begrijpen als een verhandeling over leegte? Wat denken jullie?

Ik denk dat de samenstellers met deze sutra willen aangeven dat in boeddhisme alles doordrongen is van leegte; begin, midden en eind, boven en onder. Dat begint al bij de juiste visie, de eerste factor in het edele achtvoudige pad. Alle woorden, alle lessen, alle instructies, ze zijn volgens mij allemaal verbonden met leegte. Deze sutra geeft dat ook aan: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn20/sn20.007.than.html.

Zonder inzicht in leegte, ben je dan wel toebedeeld met juiste visie? Is er dan wel sprake van een gepaste, geschikte methode of probeer je olie uit zand te persen?

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN125 nader onderzocht
« Reactie #11 Gepost op: 17-09-2014 20:58 »
leegte is niet niets, maar ook weer niet iets. Staat dat niet ergens, leegte is vorm en vorm is leegte.

Als je kijkt, zie je heel veel dingen. Gelijk komen er van binnen allerlei meningen op: mooi, ugh lelijk enz. Op het moment dat dat wegvalt, dus die mentale meningen, blijft het kijken. Bijvoorbeeld, je ziet een bloem. Dat komt binnen en je denkt "mooi" en krijgt een goed gevoel. Bij leegte blijft het ding wat je ziet, maar de termen "bloem" en "mooi" komen niet meer en het goede gevoel valt dan ook weg. Uiteindelijk is denken de basis van het gevoel. Betekent nog niet dat de "bloem" er niet meer is of niet meer bestaat, het is gewoon.

Daarmee dan verder, als er dus geen denken meer opkomt, valt er niets meer te temmen. Temmen is alleen nodig bij mij, de ongetrainde mind. Het boeddhisme uit dit in een heel mooi plaatje van een olifant en aapje. Eerst rent je achter de olifant aan, zelfs als die gevangen is... dan langzamerhand ga je ervoor lopen (de mind leiden, de olifant) om uiteindelijk gewoon samen te rusten. Dan is het mogelijk om de olifant te bereiden zonder moeite en ook vooral zonder touw. Beiden zijn vrij en gaan toch samen. Leegte is dan voor mij het laatste, Getemde Stadium klinkt voor mij meer op het laatst, als je samen rust. Er volgt nog wat na. mmm, ik hoop dat dit duidelijkheid geeft....

Ja, dat denk ik wel. Nog even over dat "Getemde Stadium". Of met "het Getemde Stadium" in MN125 een tijdelijke bevrijding wordt bedoeld, of iets waar weer iets na komt, nog een ander stadium, dat betwijfel ik. Natuurlijk kleeft dat wel aan het woord 'stadium' maar er zijn toch aanwijzingen dat dit niet wordt bedoeld. Zo kun je lezen dat de monnik die dit getemde stadium realiseert  "gezuiverd is van alle afval en onzuiverheden van gehechtheid, afkeer en verwardheid,  hij is....een onovertroffen veld van verdienste".
Als je een onovertroffen veld van verdienste bent, staat niks en niemand meer boven je. Bovendien, is er nog verder zuivering mogelijk? Dus ik neig er toch toe dat het Getemde Stadium eigenlijk gewoon verwijst naar de realisatie van Boeddhaschap, de volledige zuivering en beëindiging van alle bezoedelingen.
Ook de alinea's daarvoor wijzen daarop omdat ook de vier edele waarheden worden gekend, alles over bezoedelingen, ook alles over vorige levens, karma.

Siebe











Offline Koenraad

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 29
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #12 Gepost op: 18-09-2014 09:22 »
Staat het Getemde Stadium (alleen) voor volledige zuivering? Dan zou de stap van leegte realiseren nog volgen. Als met het Getemde Stadium het Boeddhaschap wordt bedoeld dan zouden zowel leegte als verdiensten gerealiseerd zijn. De weg van concentratie is zuivering, de weg van inzicht is leegte. Beide zijn nodig om het Boeddhaschap te realiseren. Binnen de boddhisatva's wordt dit onderscheid namelijk ook gemaakt. Er zijn boddhisatva's die alles gezuiverd hebben, maar nog niet de leegte gerealiseerd. Daarmee is volledig boeddhaschap niet gerealiseerd. Los van dat ze alle eer verdienen voor dat enorme feit, want als ik naar mezelf kijk dan is er behoorlijk wat karma opgebouwd en voor ik dat allemaal gezuiverd heb.... kan ik alleen maar hopen en wensen ook op een dag nog maar op de helft te komen.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #13 Gepost op: 18-09-2014 13:23 »
Staat het Getemde Stadium (alleen) voor volledige zuivering? Dan zou de stap van leegte realiseren nog volgen. Als met het Getemde Stadium het Boeddhaschap wordt bedoeld dan zouden zowel leegte als verdiensten gerealiseerd zijn. De weg van concentratie is zuivering, de weg van inzicht is leegte. Beide zijn nodig om het Boeddhaschap te realiseren. Binnen de boddhisatva's wordt dit onderscheid namelijk ook gemaakt. Er zijn boddhisatva's die alles gezuiverd hebben, maar nog niet de leegte gerealiseerd. Daarmee is volledig boeddhaschap niet gerealiseerd. Los van dat ze alle eer verdienen voor dat enorme feit, want als ik naar mezelf kijk dan is er behoorlijk wat karma opgebouwd en voor ik dat allemaal gezuiverd heb.... kan ik alleen maar hopen en wensen ook op een dag nog maar op de helft te komen.

Dat laatste sluit ik me bij aan!

Wat jij schrijft over de bodhisattva's dat ken ik niet. Wat ik er van weet is dat iemand op enig moment, met een goede basis en voldoende verdienste, alles-doordringende leegte realiseert. Dit markeert het Pad van Zien. Deze persoon heeft nu de eerste bodhisattva bhumi, Grote Vreugde, bereikt. Dit kun je misschien een moment ontwaken noemen. Het wijsheids-oog is geopend. Dit betekent niet dat iemand geheel vrij is van bezoedelingen. Wel dat deze bezoedelingen niet meer zo'n overheersende invloed hebben op die persoon.

Vervolgens, na die realisatie/ontdekking van alles-doordringende leegte, gaat een tijd in dat men zich meer en meer vertrouwd maakt met die realisatie. Als je bijvoorbeeld heel direct hebt ervaren dat je natuur egoloos is, dan is het niet zo dat daarna meteen al latente inprentingen en neigingen rondom het geloof in ego bij jezelf zijn uitgeput of geeindigd. Dit soort zaken zuiver je verder op het Pad van Meditatie en de basis daarvoor is dus die realisatie van alles-doordringende leegte. Dit is de visie zoals Gampopa die verwoord in The Jewel Ornament of Liberation.

Siebe

Offline Koenraad

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 29
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #14 Gepost op: 18-09-2014 14:56 »
Wellicht dat er verschillende wegen zijn in de tradities. Eigenlijk hoor ik je zeggen dat na leegte de zuivering begint (nou ja begint... groot woord, maar miste een betere) en daarmee zou bij volledige zuivering ook het boeddhaschap bereikt zijn. Dit past binnen de Theravada traditie. Wel hoor ik je de 2 elementen aangeven: zuivering en leegte realiseren. Zuivering volgt vanuit inzicht en leegte vanuit concentratie.

Het realiseren van één van die 2 elementen maakt je tot een groot persoon alleen nog geen volledig gerealiseerde boeddha.... Aangezien het 2 elementen zijn kun je ook meer focus leggen op zuivering en erna pas leegte realiseren. Je kunt altruïstisch zijn en daarmee zuiveren zonder leegte gerealiseerd te hebben. Dit wordt volgens mij weergegeven in de Boddhisatvacaryavara. De boddhisattva's in de mahayana traditie leggen meer nadruk op zuivering en ego-loosheid terwijl leegte min of meer daaruit volgt.

mm, nu ik dit zo schrijf besef ik ook eens te meer dat hierin ook een mooie keuze ligt. Twee wegen met hetzelfde eindpunt, kun je vrij kiezen wat bij je past. Alle wegen leiden tot roma. Logischerwijs komt hier ook geen antwoord op aangezien het voor de één makkerlijker/belangrijker is altruisme op te wekken en voor een ander is de weg inzicht. Uiteindelijk komen beide bij elkaar. Wat mooi en diep is dat.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN127, Anuruddha Sutta
« Reactie #15 Gepost op: 18-09-2014 15:00 »
In Majjhima Nikaya wordt het hoofdstuk 3.3. "Sunnata Vagga" genoemd. Het hoofdstuk over leegte. Het bestaat uit de sutra's MN121 t/m 130. Hieronder een verkenning van de zevende sutra, Majjhima Nikaya 127.


Verkenning van Majjhima Nikaya 127, Anuruddha Sutta, Aan Eerwaarde Anuruddha
(bron: http://www.mahindaramatemple.com/e-tipitaka/Majjhima-Nikaya/mn-127.htm)

De timmerman Pancakanga nodigt de eerwaarde Anuruddha uit voor een maaltijd. Die moet vroeg komen want hij heeft het druk. De timmerman blijkt met de volgende kwestie te zitten. De timmerman heeft van oudere bhikku’s gehoord: huishouder ontwikkel ‘grenzeloze bevrijding van geest”. Van een ander hoorde hij: ontwikkel ‘de bevrijding van de geest die groot gegroeid is’. Pancakanga wil graag van eerwaarde Anuruddha weten of ‘de grenzeloze bevrijding van geest’ en de ‘bevrijding van de geest die groot gegroeid is’ verschillen in woord en betekenis of dat er misschien sprake is van dezelfde betekenis op verschillende manieren verwoord? Pancakanga denkt zelf dat ze weliswaar verschillend verwoord zijn maar dezelfde betekenis hebben.

Anuruddha maakt duidelijk dat dit niet zo is. Ze verschillen zowel in betekenis als in woorden. Hij legt uit:

Wat is ‘de grenzeloze bevrijding van geest’? Hier doordringt de bhikku één richting met gedachten van liefdevolle vriendelijkheid. Dan een tweede, derde, de vierde, boven, onder, overdwars, in alle omstandigheden, voor alle doeleinden, doordringt hij de wereld met gedachten van liefdevolle vriendelijkheid, uitgestrekt, groot gegroeid en onmetelijk zonder kwade wil en boosheid. (Samenvattend) precies hetzelfde doet de bhikku met mededogende gedachten, met intrinsieke vreugde (intrinsic joy, ik ken dit als ‘meelevende vreugde’ en het wordt soms ook wel ‘dankbaarheid’ genoemd) en evenwichtigheid (kalme gelijkmoedige geest).

Wat is de ‘bevrijding van geest die groot gegroeid is’? (Ik zal dit nu in eigen woorden samenvatten). De bhikku geeft zich over aan (indulge) het doordringen van de omvang van de wortel van één boom. Dit is de bevrijding van de geest die groot gegroeid is. Daarna doet hij hetzelfde maar nu bij de wortels van twee of drie bomen en verwijlt daarin. Dit is de geest die groot gegroeid is. Zo verruimt hij zijn geest als het ware. Dit gaat zo verder...met de omvang van een dorp en diens velden, één koninkrijk, twee of drie grote koninkrijken, de aarde.

Dus zo zijn het verschillende zaken in betekenis en woord. (bij de laatste gaat het dus blijkbaar vooral om de omvang).

De sutra vervolgt dan met een vaststelling dat er (waarschijnlijk in relatie tot deze praktijken, Siebe) vier soorten (hieruit) voortvloeiende bestaansvormen zijn. Wat zijn deze vier? Een bepaald iemand doordringt met beperkte schittering (effulgance), terwijl ie zich daaraan overgeeft verblijft ie daarin. Na de dood wordt hij geboren bij de goden van beperkte schittering. Een bepaald iemand doordringt met grenzeloze glans/schittering...na de dood...geboren bij de goden van grenzeloze glans/schittering . Een bepaald iemand doordringt met onzuivere glans/schittering....na de dood ...geboren bij de goden van onzuivere glans/schittering. Een bepaald iemand doordringt met zuivere glans/schittering....na de dood...geboren bij de goden met zuivere glans/schittering.

Als deze goden samenkomen dan valt hun verschil in schoonheid wel op maar niet hun verschil in glans/ schittering. Dit wordt vergeleken met een verzameling olielampen.
De verschillen in vlammen zijn wel duidelijk maar het is als het ware één glans/schittering. Waar deze goden ook verwijlen ze vermaken zich opperbest. Ze staan niet stil bij de kwestie over ze permanent zijn of eeuwig. Ze vermaken zich gewoon.

Een andere eerwaarde Abhiyo Kaccano vraagt dan aan Anuruddha of alle goden met glans/straling van beperkte glans zijn of zijn er ook goden met grenzeloze glans.

In gepaste volgorde zijn er bepaalde goden met beperkte glans en anderen met grenzeloze glans.

Hoe zit dit?

Anuruddha stelt hierop Kaccano wedervragen waaruit blijkt dat de mate van glans/schittering afhankelijk is van iemands mentale ontwikkeling. Hoe groter die is hoe minder beperkt de glans/schittering. Diegene die met diens geest de grootste ruimte weet te doordringen, diens mentale ontwikkeling is superieur vergeleken met iemand die minder ruimte kan doordringen.

Kaccano vraagt zich verder af: Zijn alle goden met onzuivere glans/schittering of zijn er enkele goden met zuivere glans/schittering?

Er zijn goden met onzuivere glans/schittering en anderen met zuivere glans/schittering.

Hoe zit dit?

Eerwaarde Anuruddha vergelijkt dit met een olielamp die brandt. Als de olie en de lont onzuiver zijn dan flikkert de vlam. Als iemand de ruimte doordringt maar diens lichamelijk wangedrag is niet grondig overwonnen, diens luiheid en traagheid en rusteloosheid en bezorgdheid niet geeindigd dan heeft hij, terwijl hij de ruimte doordringt en er in verwijlt, een flikkerende schittering. Na de dood wordt hij geboren bij de goden van onzuivere schittering. Maar als de olie en lont zuiver zijn, dan flikkert de vlam niet. Zo ook wanneer een bhikku de ruimte doordringt en diens lichamelijk wangedrag is overwonnen, luiheid en traagheid, rusteloosheid en bezorgdheid goed geeindigd zijn, dan heeft hij, terwijl hij de ruimte doordringt en verwijlt, een niet flikkerende schittering. Na de dood zal hij geboren worden bij de goden van zuivere schittering.

Eerwaarde Kaccana merkt op dat de eerwaarde Anuruddha niet gezegd heeft...”ik heb dit gehoord (zoals de meeste sutra’s beginnen) of “dat het zoals dit zou moeten zijn”, maar hij was heel stellig over goden dit en dat. De indruk bestaat dat de eerwaarde Anuruddha onder de goden heeft geleefd. De eerwaaede Anuruddha bevestigt dit.

Aan het einde van de sutra geeft de eerwaarde Kaccana de timmerman Pancakanga krediet voor het aan de orde stellen van deze kwestie want de verhandeling “heeft onze twijfels verdreven”.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ik denk dat de context van deze sutra een man is met een druk leven, een timmerman, die een soort handig makkelijk toepasbaar advies vraagt dat hem heel direct voordeel zal brengen (een godenrijk).
Hij is waarschijnlijk te druk om de dharma goed te bestuderen en beoefenen. Blijkbaar geven de ouderlingen hem dan de raad die een geboorte zal geven in een godenrijk. Het verband met leegte is me niet meteen duidelijk.

De sutra geeft wel aan dat wanneer de geest vrij is van de hindernissen van lichamelijk wangedrag, luiheid en traagheid, rusteloosheid, en bezorgdheid dat er dan ook vanzelf een zuivere straling/glans is. Dit zou kunnen verwijzen naar een kenmerk van de lege natuur van geest, die lumineus is, verlicht. Misschien hebben jullie nog andere ideeen over waarom juist deze sutra is opgenomen in het hoofdstuk over leegte?

Siebe

Offline Koenraad

  • Boeddha Forumganger
  • **
  • Berichten: 29
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #16 Gepost op: 18-09-2014 16:54 »
Wellicht niet zozeer omdat het over de leegte zelf gaat, maar over de wijze waarop die leegt zich ontwikkeld.

Ik blijf nog moeite houden met die wortel vergelijking. Hij komt bij mij binnen als een mogelijkheid tot het in één keer elimineren van die afflictie, waarbij ik gelijk de gedachten krijg waar de wortel is en waar de bijl. Ook in deze sutra wordt niet over direct halen gesproken, maar over een proces: stap voor stap. Dus bijvoorbeeld beginnen met het niet opzettelijk doden. Is dat geïntegreerd kun je de volgende stap pakken enz.

Op die manier loop je verder en kom je na heel wat bijschaven tot de kern-afflictie die dan dooft nadat je er geen gehoor meer aan gegeven hebt (geef een plant geen water en hij gaat dood). Nadat alles geëlimineerd is kom je tot een punt dat er niets meer is. Misschien is dat wat hier bedoeld wordt? Niet rome zelf, maar een weg erheen?

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #17 Gepost op: 18-09-2014 21:42 »
Wellicht dat er verschillende wegen zijn in de tradities. Eigenlijk hoor ik je zeggen dat na leegte de zuivering begint (nou ja begint... groot woord, maar miste een betere) en daarmee zou bij volledige zuivering ook het boeddhaschap bereikt zijn. Dit past binnen de Theravada traditie. Wel hoor ik je de 2 elementen aangeven: zuivering en leegte realiseren. Zuivering volgt vanuit inzicht en leegte vanuit concentratie.

Het realiseren van één van die 2 elementen maakt je tot een groot persoon alleen nog geen volledig gerealiseerde boeddha.... Aangezien het 2 elementen zijn kun je ook meer focus leggen op zuivering en erna pas leegte realiseren. Je kunt altruïstisch zijn en daarmee zuiveren zonder leegte gerealiseerd te hebben. Dit wordt volgens mij weergegeven in de Boddhisatvacaryavara. De boddhisattva's in de mahayana traditie leggen meer nadruk op zuivering en ego-loosheid terwijl leegte min of meer daaruit volgt.

mm, nu ik dit zo schrijf besef ik ook eens te meer dat hierin ook een mooie keuze ligt. Twee wegen met hetzelfde eindpunt, kun je vrij kiezen wat bij je past. Alle wegen leiden tot roma. Logischerwijs komt hier ook geen antwoord op aangezien het voor de één makkerlijker/belangrijker is altruisme op te wekken en voor een ander is de weg inzicht. Uiteindelijk komen beide bij elkaar. Wat mooi en diep is dat.

Ik betwijfel of dat bij elkaar komt. Er zijn toch zat mensen op de aarde, moslims, christenen, joden, humanisten, eindeloos veel soorten mensen, die zijn met goede dingen bezig. Goede daden, helpen mensen, dieren in nood, zieken, armen, hulpbehoevenden etc. Er zijn eindeloos veel inspanningen op dit vlak. Maar kent iemand van deze mensen de alles-doordringende leegte? Kent iemand diens ware natuur? Waarschijnlijk niemand van die mensen. Als ze sterven gaan ze misschien door hun goede daden naar een hemel maar realiseren ze bevrijding?

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #18 Gepost op: 19-09-2014 00:13 »
Wellicht niet zozeer omdat het over de leegte zelf gaat, maar over de wijze waarop die leegt zich ontwikkeld.

Ik blijf nog moeite houden met die wortel vergelijking. Hij komt bij mij binnen als een mogelijkheid tot het in één keer elimineren van die afflictie, waarbij ik gelijk de gedachten krijg waar de wortel is en waar de bijl. Ook in deze sutra wordt niet over direct halen gesproken, maar over een proces: stap voor stap. Dus bijvoorbeeld beginnen met het niet opzettelijk doden. Is dat geïntegreerd kun je de volgende stap pakken enz.

Op die manier loop je verder en kom je na heel wat bijschaven tot de kern-afflictie die dan dooft nadat je er geen gehoor meer aan gegeven hebt (geef een plant geen water en hij gaat dood). Nadat alles geëlimineerd is kom je tot een punt dat er niets meer is. Misschien is dat wat hier bedoeld wordt? Niet rome zelf, maar een weg erheen?

Ik vind het leuk dat je meedenkt maar ik krijg er geen echt vat op merk ik.
Zou je nog eens, in andere woorden, willen aangeven waarom volgens jou MN127 over leegte gaat?

Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN 128, Upakilesa Sutta
« Reactie #19 Gepost op: 19-09-2014 14:14 »
In Majjhima Nikaya wordt het hoofdstuk 3.3. "Sunnata Vagga" genoemd. Het hoofdstuk over leegte. Het bestaat uit de sutra's MN121 t/m 130. Hieronder een verkenning van de achtste sutra, Majjhima Nikaya 128.

Verkenning van Majjhima Nikaya 128, Upakilesa Sutta, De Kleine Bezoedelingen*
(* minor defilments: minor kan ook bijkomstig of onbeduidend betekenen)
(bron: http://www.mahindaramatemple.com/e-tipitaka/Majjhima-Nikaya/mn-128.htm)

Er is een ruzie ontstaan onder de bhikku’s van Kosambi. Ze twisten en gebruiken ruwe woorden. De Boeddha maant de bhikku’s tot drie keer toe te stoppen met ruzien, het gebruiken van ruwe woorden en geen disputen te hebben. Maar een bikkhu antwoordt ook drie keer dat het hun zaak is, dat zij er op aangekeken zullen worden en dat de Boeddha weg moet gaan.

De Boeddha gaat dan op zijn aalmoesronde. Teruggekomen bij zijn onderkomen zegt hij een vers. In het kort: hoe de dwaas niet luistert naar de wijze, hoe mens het hoofddoel vergeten, hoe aan haat maar nooit een einde komt, hoe haat niet kan eindigen door haat, hoe dwazen zelfs het land kunnen ruineren en maar niet lijken te beseffen dat ook zij weer worden wedergeboren. Als je geen wijze vriend vindt, leef dan alleen want men zou niet met dwazen moeten omgaan.

De Gezegende ontmoet dan drie bhikku’s die wel op voet van vriendschap samenleven, als water en melk gaan ze harmonieus samen, ze bekijken elkaar met vriendelijke ogen.
De Boeddha vraagt aan één van de bhikku’s, Anuruddha, (ook de bhikku in de vorige sutra) of hij ijverig verwijlt in het verdrijven en of hij al enige zich onderscheidende kennis heeft bereikt, een plezierig verwijlen, dat boven de mens uitstijgt?

Anuruddha antwoordt dat bij het ijverig verdrijven glans/schittering waarnam en prachtige vormen. Deze glans/schittering en prachtige vormen verdwenen echter binnen een mum van tijd en dit teken begrepen ze niet.

De Boeddha zegt dat dit teken begrepen moet worden. De Boeddha doet nu verslag van zijn persoonlijke ervaringen met de beoefening van concentratie toen hij nog een zoeker was van verlichting. Hij nam ook glans/schittering waar en prachtige vormen en ook die verdwenen in een mum van tijd. De Boeddha vroeg zich toen af hoe dat kwam. Boeddha wist dat twijfels waren opgekomen. Op basis van die twijfels was de concentratie verzwakt. Toen zo de concentratie verzwakte, verdwenen de glans/schittering en prachtige vormen. Boeddha besteedde er toen op zo’n manier aandacht aan dat twijfels niet meer opkwamen. Hij verdreef twijfel. Weer ijverig verwijlend in verdrijven nam de boeddha weer schittering/glans waar en prachtige vormen. Maar ze verdwenen weer in een mum van tijd. Vanaf nu herhaalt zich dit in de sutra, waarbij het punt is dat er factoren zijn die de concentratie verzwakken waardoor de waargenomen glans/schittering weer in een mum van tijd verdwijnt. Al deze factoren worden verdreven.
Ik zal deze factoren in deze samenvatting opsommen: geen-aandacht (non-attention) verzwakte de concentratie, luiheid en traagheid, angst, verheugenis, kwaadaardigheid, teveel inspanning, te weinig inspanning, teveel streven (naar), uiteenlopende waarnemingen, teveel aan vormen denken.

Boeddha wist dat twijfels, geen-aandacht.. tot en met... teveel denken aan vormen, kleine bezoedelingen van de geest zijn en verdreef ze.

Toen de Boeddha zo doorheen de nacht, de dag, en dag en nacht ijverig verdrijvend verwijlde, nam de Boeddha beperkte glans/straling waar en beperkte vormen.
Wat is de reden? Het viel hem in....wanneer mijn concentratie beperkt is, is mijn kennis beperkt. Met beperkte kennis neem ik beperkte glans/schittering waar en zie ik beperkte vormen. Wanneer mijn concentratie grenzeloos is, is mijn kennis grenzeloos. Met grenzeloze kennis neem ik grenzeloze glans/schittering en grenzeloze vormen waar.

Toen de Boeddha deze kleine bezoedelingen had verdreven, kwam in hem op dat hij concentratie op een drievoudige manier zou moeten ontwikkelen. Toen ontwikkelde Boeddha concentratie met gedachten en discursieve gedachten (redenerende gedachten). Ontwikkelde concentratie zonder gedachten, redenerend denkend. Ontwikkelde concentratie zonder gedachten en zonder redenerend denken. Ontwikkelde concentratie met vreugde en zonder. Ontwikkelde concentratie die evenwichtigheid/gelijkmoedigheid is. Toen ontstond kennis en visie/zicht en Boeddha wist dat zijn bevrijding onwankelbaar was. Dit is mijn laatste geboorte. Er is geen wedergeboorte meer.

Eerwaarde Anuruddha verheugde zich in de woorden. Zo eindigt de sutra.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Een sutra die ik nog laat inwerken. Misschien wil iemand anders eens zijn ideeen de vrije loop laten over deze sutra en het onderwerp leegte? (uiteraard zijn opmerkingen over de samenvatting of vertaling ook welkom)

Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN128 nader bekeken
« Reactie #20 Gepost op: 19-09-2014 22:13 »

Op die manier loop je verder en kom je na heel wat bijschaven tot de kern-afflictie die dan dooft nadat je er geen gehoor meer aan gegeven hebt (geef een plant geen water en hij gaat dood). Nadat alles geëlimineerd is kom je tot een punt dat er niets meer is. Misschien is dat wat hier bedoeld wordt? Niet rome zelf, maar een weg erheen?

Ik heb begrepen dat Boeddha een belangwekkende ervaring had voordat ie een thuisloze werd.  Ik geloof dat hij onder een boom zat, in de schaduw, meen ik, en hij ervoer een diepe sereniteit van geest, een smetteloosheid. Dat maakte op hem blijkbaar veel indruk. Ik heb begrepen dat toen Boeddha stopte met de weg van het versterven, precies deze ervaring hem weer binnenviel. Dit kon wel eens de weg zijn.

Dit zie ik ook terug in sutra's. De leegte, de sereniteit, de vrede en smetteloosheid is er gewoon. De ingang tot leegte is er. Het is niet zo dat Boeddha smachtend op zoek was naar sereniteit toch? Hij ervoer gewoon de sereniteit in zichzelf alleen hij ervoer ook hoe die steeds verstoord wordt. Er zijn factoren die de geest binnendringen en verstoren. Daarom ligt het accent in veel sutra's op het identificeren en verdrijven van die factoren.

Ik denk dat in dit hoofdstuk over leegte, leegte ook vooral in die betekenis wordt gebruikt van een sereniteit, een smetteloosheid die er al is. De instructies zijn niet ingesteld om die leegte te veroorzaken maar juist om alles wat die natuurlijk aanwezige leegte verstoort te verdrijven. Boeddha noemt dat in MN128 "kleine bezoedelingen".

Verder heb ik het idee dat leegte hier in deze sutra's overheersend functioneert binnen een context van mentale ontwikkeling en het mentale domein. Niet zozeer als een zaak van het hart maar eerder van het hoofd. Dat is mijn indruk althans.  Ook het aspect van glans/schittering in MN127 en 128 valt binnen deze context van mentale ontwikkeling. MN127 laat daarover geen twijfel. Van het Mahayana weet ik dat men ook het mentale bewustzijn een luminositeit toekent. Mijns inziens is dat ook de glans/schittering waarover in MN127 en 128 wordt gesproken.

Het is voor mij wel zeker dat het mentale een schijnsel heeft. Het gevoel een persoon te zijn, de indruk, notie van een persoonlijkheid hangt sterk samen met dit mentale schijnsel volgens mij. Maar het is geen onprettig licht. Het is eigenlijk heel plezierig. Het is een soort licht van optimisme en dus blijheid maar heel 'hoofdelijk', mentaal. De luminositeit van het mentale bewustzijn is volgens mij geen verlichting. Waarschijnlijk kun je zeggen dat deze luminositeit verdwijnt, uitgaat, wanneer je in diepe droomloze slaap gaat en verder aan de basis staat van droom-ervaringen.

De luminositeit of verlichting van de natuur van geest lijkt me iets anders. Dit is niet eindigend.

Vind(en) jij/(jullie) ook dat leegte hier vooral functioneert in een mentale context?

Siebe











Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN129, Balapandita Sutta
« Reactie #21 Gepost op: 20-09-2014 14:20 »
In Majjhima Nikaya wordt het hoofdstuk 3.3. "Sunnata Vagga" genoemd. Het hoofdstuk over leegte. Het bestaat uit de sutra's MN121 t/m 130. Hieronder een verkenning van de negende sutra, Majjhima Nikaya 129.

Verkenning van Majjhima Nikaya 129, Balapandita Sutta, Het Herkennen van de Dwaas en de Wijze

Er zijn drie tekenen, kenmerken en verworvenheden van een dwaas. Welke drie?
De dwaas heeft dwaze gedachten, dwaze woorden en dwaze handelingen. Zo herkent de wijze de dwaas.

De dwaas ervaart narigheid en ongenoegen hier en nu op drie manieren. De dwaas weet dat wanneer er in een menigte gesproken wordt over het doden van levende wezens, stelen, seksueel wangedrag, liegen en het innemen van alcoholische dranken dat deze dingen ook op hem slaan. Ten tweede, de dwaas ziet hoe een kwaaddoener door de gezaghebbers op allerlei folterende manieren wordt bestraft daarvoor. Hij weet dat hij ook zulke slechte dingen doet en is bang dezelfde behandeling te moeten ondergaan. Ten derde, ook wanneer een dwaas ontspannen is denkt hij aan zijn wangedrag en dit drukt zwaar op hem.

Na de dood gaat de dwaas met diens wangedrag in lichaam, spraak en geest omlaag en wordt geboren in de hel. De hel is volkomen onwelkom en naar. Deze narigheid kan moeilijk vergeleken worden met iets. Een bhikku vraagt aan de Boeddha dit toch te doen.

De Boeddha vergelijkt dit dan met iemand die driemaal daags zesduizend zweepslagen krijgt en maar blijft leven. De gezegende neemt vervolgens een kleine steen in zijn hand en maakt duidelijk dat die steen qua omvang niets is vergeleken de Himalaya. Zo kan ook de vergelijking van drie maal daags zesduizend zweepslagen eigenlijk niet vergeleken worden met de ellende in de hel.
De Boeddha geeft dan een beschrijving van het leed in de hel. Ik neem dat niet op in deze samenvatting. Dit is na te lezen in de tekst. De persoon ervaart scherpe felle pijnen, intens leed en hij sterft niet totdat zijn onverdienste (negatief karma) eindigt.

Naast in de hel is er ook wedergeboorte onder dieren. De dwaas die gretig is naar smaken en slechte dingen doet, zal geboren worden onder verschillende soorten dieren; onder de viervoeters en gras eten; in het gezelschap van dieren die uitwerpselen eten; in het gezelschap van dieren die geboren worden in het donker (zoals wormen); in het gezelschap van dieren in het water; in het gezelschap van dieren die leven en sterven in rottende dingen of vieze poelen.

Hoe klein de kans is dat een dwaas die eenmaal in de hel gevallen is weer het bestaan als mens terugvindt, vergelijk de Boeddha met een blinde schildpad die eens in de honderd jaar naar de oppervlakte komt en die per toeval zijn kop door een gat in een ploegschaar (plough share) zou steken die op de golven heen en weer beweegt over de uitgestrekte oceaan. De kans is groter dat dit gebeurt dan dat een dwaas vanuit de hel weer het bestaan als mens vindt. Waarom? Omdat in de hel geen juist/rechtvaardig leven is, geen goed gedrag, verdienste of een aardige geest. Ook niet onder de dieren. Die eten elkaar op, de zwakkere wordt opgegeten. En zelfs wanneer iemand dan weer wedergeboren wordt als mens na een hele lange periode, dan is dat in een lage clan, in een lagere familie, onder armoedige omstandigheden. Met lichamelijk vele kwalen, misvormingen, blindheid, verlamd. Die persoon vertoont weer wangedrag en gaat na de dood omlaag naar de hel. Dit is de sfeer van de dwaas.

De Boeddha beschrijft dan de drie tekenen, kenmerken en verworvenheden van de wijze. De wijze denkt aan het welzijn/varen, spreekt goede woorden en handelt wijs. De wijze ervaart genoegen en plezier in het hier nu op drie manieren.  Als mensen in een groep praten over het onthouden van doden, stelen, seksueel wangedrag, over niet liegen en geen alcoholistisch dranken nuttigen, dan weet een wijze dat dit ook betrekking heeft op hem. Wanneer hij een crimineel op vreselijke wijze bestraft ziet worden voor gedaan kwaad, dan weet hij dat hij niet zulk slecht gedrag heeft vertoont. Ten derde, wanneer de wijze ontspant en hij nadenkt over zijn goede daden drukken ook deze goede daden zwaar op hem. Het komt bij hem op: Ik deed geen onverdienstelijke dingen, ik verdreef de angst van de angstigen, maakte geen kwaadaardige bloedige fouten, deed verdienstelijke dingen en later zal ik het gevolg oogsten. Dus hij treurt en jammert niet en raakt niet verbijsterd.

Na de dood gaan de wijzen omhoog, worden geboren in de hemel. Het genoegen daar is moeilijk te vergelijken met iets. Een bhikku vraagt dit toch te doen. Boeddha beschrijft dan het aangename leven van een zogenaamde Universele Monarch die over zeven schatten en vier krachten/vermogens bezit. Dit is na te lezen in de tekst. Boeddha maakt weer met de vergelijking van het steentje en de Himalaya duidelijk dat het genoegen wat een Universele Monarch beleeft nog niks is vergeleken het leven in de hemel.

Als de wijze na een lange tijd weer het bestaan als mens zou verkrijgen dan wordt hij geboren in een hogere clan met veel rijkdom. Hij zal mooi zijn en zich goed gedragen met lichaam, spraak en mentaliteit en weer in de hemel geboren worden. Dit is de sfeer van de wijze.

De bhikku’s verheugden zich in de woorden van de Gezegende. Zo eindigt de sutra.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bemerkingen: de wijze, wijs gedrag, wordt hier, blijkbaar, niet zo direct in verband gebracht met bevrijding van geboorte en dood, maar eerder met het realiseren van een hogere wedergeboorte, in een hemel, door deugdzaam gedrag.

De sutra's die gaan over ´de dwaas´ maken op mij wel eens een veroordelende indruk, hard, niet echt meedogend of liefdevol. Maar aan de andere kant staat mijn overtuiging dat dwaasheid ook veel ellende veroorzaakt dat zeker niet beperkt blijft tot de dwaas zelf. Dat is nou net het punt.

En het is precies een kenmerk van een dwaas dat ie er zich daar niks van aantrekt. De dwaas is dus ook onverschillig. Kijk als mensen niet oog hebben voor gevolgen van daden, zoals kinderen of pubers soms nauwelijks dat kunnen overzien, dan is dat niet echt dwaasheid. Dat is meer een soort onvermogen. Maar dwaasheid is iets wat de dwaas koestert. Die iemand is gewoon trots op slechte daden, trots op smal-geestigheid, trots op verstorende emoties. Dwaasheid zit hem vooral in die koestering vind ik.

Dwaasheid is enorm krachtig. Het werkt ongelofelijk besmettelijk. Zet één dwaas in een schone groep mensen en langzaam maar zeker wordt niet de dwaas schoon maar de groep wordt steeds smeriger. Een deugdzaam iemand kan een dwaas niet deugdzaam maken maar een dwaas kan wel een in aanleg deugdzaam iemand verpesten. In die zin kan ik me goed vinden in het advies van Boeddha om omgang met dwazen te mijden. 

Je zou denken dat dwaasheid niet verleidelijk is maar niks is minder waar. De mens, ik wel, heeft een enorme voorliefde voor de dwaas en diens dwaasheid en een hekel aan licht.

Een dwaas heeft geen gevoel voor leegte. Alles draait om Ik, om ego, om eer, aanzien, gezien worden, indruk maken, erkend worden, gewaardeerd worden, veroveren etc. De besmettelijkheid van dwaasheid vind ik echt ongelofelijk. Eén dwaas kan zoveel ellende teweegbrengen.

Een wijs iemand heeft mijns inziens van nature meer gevoel voor leegte, bijvoorbeeld in de vorm van een minder sterk gestold geloof in Ego, meer gevoel voor de dimensie van licht. Hierdoor is diens gedrag van nature zachter, milder, vriendelijker, liefdevoller. Daar reken ik mezelf niet toe. Ik zit eerder nog in de sfeer van de dwaas.

Ik vind het best opvallend dat deze sutra over de dwaas en wijze is opgenomen in sunnata vagga, het hoofdstuk over leegte. Als anderen hierover wat kwijt willen...

Siebe











Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN129, Balapandita Sutta, weblink
« Reactie #22 Gepost op: 20-09-2014 14:22 »
Ik was vergeten een link te geven voor de tekst, hierbij

http://www.vipassana.info/129-balapandita-e.htm

Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN130, Devaduta Sutta
« Reactie #23 Gepost op: 21-09-2014 22:24 »
In Majjhima Nikaya wordt het hoofdstuk 3.3. "Sunnata Vagga" genoemd. Het hoofdstuk over leegte. Het bestaat uit de sutra's MN121 t/m 130. Hieronder een verkenning van de laatste sutra, Majjhima Nikaya 130.

Verkenning van Majjhima Nikaya 130, Devaduta Sutta, De Deva Boodschappers
(bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.130.than.html)

De Boeddha ziet met het goddelijk oog, gezuiverd en de mens overtreffend, hoe wezens heengaan en weer opnieuw verschijnen, zoals iemand die tussen twee huizen staat mensen ziet binnengaan en vertrekken. De Boeddha ziet hoe wezens met goed gedrag van lichaam, spraak en geest, die edelen niet beschimpten, die juiste visies hadden en handelden onder invloed van juiste visies, na de dood een goede bestemming krijgen, de hemelse wereld. En hoe wezens voor wie het tegenovergestelde geldt na de dood worden wedergeboren in het rijk van de hongerige geesten, dat van de dieren of van de hel.

De bewakers van de hel grijpen zo’n wezen bij de arm en presenteren hem aan koning Yama: “Dit, heer, is een man zonder respect voor vader en moeder en zonder eerbied voor contemplatieven, zonder eerbied voor brahmanen, zonder eerbied voor de leiders van zijn clan. Laat zijne hoogheid de straf bepalen”.

Koning Yama ondervraagt, interpelleert en bestraft de man dan aangaande de eerste deva boodschapper. Wat nu in de sutra volgt is een beschrijving van vijf deva boodschappers die de man, als het goed was, in zijn vorig bestaan als mens had aangezet tot bedachtzaamheid en goed gedrag. Maar de man was achteloos/onverschillig. Hij zag de boodschappers wel maar het had niet als gevolg dat hij zijn achteloos/onverschilligheid en slecht gedrag opgaf. Het leidde niet tot bezinning. 

Wat zijn de goddelijke (deva) boodschappers: 1. een (pas)geboren kind dat in zijn eigen urine en uitwerpselen ligt. De man heeft het wel gezien maar niet begrepen dat hij ook onderhevig is aan geboorte. Het zien van deze boodschapper heeft hem niet aangemoedigd bedachtzaam te worden en goed gedrag te vertonen. Hetzelfde geldt voor het zien van 2. een oudere met alle tekenen van ouderdom, 3. een ziek persoon, 4. een crimineel die op afschuwelijke wijze wordt bestraft voor zijn daden en 5 een dode. Dus nu is de persoon in de hel. Hij was achteloos in het leven als mens.

Wat volgt in de sutra is een beschrijving van de afschuwelijke martelingen die de persoon te verduren krijgt in de hel. Ik laat deze beschrijving hier in deze samenvatting achterwege. Dit is na te lezen op de webpagina.

Er is in de hel geen ontsnapping mogelijk aan felle stekende pijnlijke gevoelens. Het wezen sterft niet totdat zijn slechte karma uitgeput is. Tot die tijd herhaalt het intense lijden zich op allerlei afschuwelijk manieren.

Boeddha geeft aan dat hij dit alles niet gehoord heeft van andere contemplatieven of Brahmanen. Integendeel, Boeddha vertelt het precies zoals hij dit voor zichzelf weet, heeft gezien en begrepen.

De sutra eindigt met een vers. Een (poging tot een) vertaling:

Gewaarschuwd door de deva boodschappers,
Die jeugdigen die achteloos zijn
Betreuren het een hele lang tijd-
Gaan mensen een lagere staat binnen.
Maar diegene hier die goed zijn,
  Mensen van integriteit,
Gewaarschuwd door de deva boodschappers
  Zijn niet onverschillig
  Voor de edele Dharma-nooit.
In hechten gevaar ziend,
  Van het in-het-spel-komen
  Van geboorte & dood,
Worden ze bevrijd door het ontbreken van hechten
Zij, gelukkig, bij veiligheid aankomend,
Volledig vrij in het hier-&-nu,
Voorbij gegaan aan alle animositeit & gevaar
Zijn ontsnapt aan
Alle lijden & stress.

Zo eindigt de sutra.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Dit is de laatste sutra van de in totaal tien in het hoofdstuk over leegte.

Net als in de vorige sutra is ook in deze sutra een uitgebreide beschrijving van het intense leed wat voortvloeit uit slecht gedrag en/of verkeerde visies. Het lijkt alsof de samenstellers van sunnata vagga, dit hoofdstuk eindigend met  twee sutra's die zo duidelijk het lot van wijsheid en dwaasheid illustreren, als het ware, nog eens benadrukken hoe belangrijk inzicht in leegte is. Daden gedaan onder invloed van verkeerde visies monden uit in lagere bestaansrijken, met hun ellende.

De deva boodschappers zijn momenten die het in zich hebben dat ze tot inkeer leiden, een aanzet tot beter gedrag. Het zijn denk ik ook momenten waarop het voorbijgaande karakter van alles zo duidelijk binnenkomt. Ze doorbreken als het ware de waan van de dag. De sutra's beschrijven hoe de deva-boodschappers op Siddharta diepe indruk maakten. Wonderbaarlijk is die ontvankelijkheid van geest. Je kunt als mens zo afgestomd raken overal voor, zo aan gewend. Maar wonderbaarlijk is het wanneer iets echt diep tot je doordringt, vind ik. Dat is denk ik ook een manier om te begrijpen wat leeg is.

In het vers wijst Boeddha op het gevaar van gehechtheid. Ja, dat is ook zoiets. Dat zie je pas later.
Gehecht aan gezondheid verdraag je je ziekte niet, gehecht aan het leven wordt het sterven een hels karwei, gehecht aan schoonheid, je uiterlijk, je krachten, je vitaliteit verdraag je ouderdom niet, gehecht aan comfort verdraag je discomfort niet, gehecht aan aandacht, verdraag je een gebrek aan aandacht niet, gehecht aan drukte verdraag je stilte niet, gehecht aan het bekende, verdraag je het onbekende niet, gehecht aan luxe verdraag je een kom rijst niet, gehecht aan rust verdraag je onrust niet, gehecht aan ...eindeloos...wat een ellende dit geeft.  Ik kan niet anders zeggen dat ik ook ten prooi ben gevallen van gehechtheid. De demon heeft mij in zijn macht, heeft mij in zijn bek. Ik ben van Mara, helaas, ik heb er geen andere woorden voor.

Wonderbaarlijk is de Zegevierende die vrij is.

Siebe








Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, Indrukken van de Verkenning
« Reactie #24 Gepost op: 22-09-2014 20:10 »

Mijn indruk van de tien sutra’s van sunnata vagga is dat leegte in dit hoofdstuk zeker niet één of andere metafysische of filosofische kwestie is. Het verwijst volgens mij heel direct, heel praktisch, naar de leegte die een kalme, evenwichtige en indachtige geest van binnen, innerlijk, ervaart. Die interne leegte dat is volgens mij precies wat het woord zegt. Er is een leegte. Je kunt dit misschien ook roerloosheid of ruimtelijkheid noemen.

Het is volgens mij niet zo dat het intense inspanning vergt of diepgaand inzicht om die roerloosheid, dat aspect van lege ruimtelijkheid, innerlijk indachtig te zijn. Zo bezien is het ontdekken van de ingang tot leegte niet een of andere buitengewone zaak lijkt me (zie verder).

De nadruk in sunnata vagga ligt, vind ik, op het verdrijven van alles wat deze interne leegte, deze roerloosheid, beroert, bezoedelt als het ware. Er is, als het ware, steeds van alles dat deze interne leegte instroomt en waar met gehechtheid op gereageerd wordt. De sutra’s noemen in principe drie hoofdstromen of effluenten; die van de gerichtheid op zintuiglijke verlangens, die van worden en die van onwetendheid. MN128 noemt de ‘kleine bezoedelingen’. De aanmoediging lijkt me om je voortdurend ijverig in te spannen deze te verdrijven zodat ze niet meer ontstaan. Wat hier niet speelt vind ik, of misschien hooguit heel erg terzijde, is de meditatie op de leegte van dat wat instroomt, dus ook op de leegte van bezoedelingen.

Verder is mijn indruk dat leegte in dit hoofdstuk niet alleen een betekenis heeft van een tijdelijke gerealiseerde staat van geest vrij van bezoedelingen,  maar ook gebruikt wordt in de betekenis van een onbezoedeldheid die niet meer verloren gaat en die bovendien ook niet uitgelokt/gevormd is.
De instructies in sunnata vagga komen er mijns inziens op neer dat je als beoefenaar niet onbezoedeldheid vormt of creeert maar je verdrijft bezoedelingen en dan is onbezoedeldheid vanzelf de vrucht. Dus in die zin wordt leegte denk ik ook gezien als de van oorsprong smetteloze natuur van geest.

Verder vermoed ik dat het zo is dat je interne leegte op verschillende manieren kunt kennen. Gewoonlijk kennen we het als innerlijke stilte, als vrede, als roerloze sereniteit, het ontbreken van stress, peace of mind. Anders gezegd, gewoonlijk kennen we het als-een-waarneming, als een onderwerp of thema van het bewustzijn. Ik denk dat het een wereld van verschil is of je leegte kent-als-waarneming of leegte kent op een manier dat je er mee samenvalt, dat je het wordt en bent. Mijns inziens is de soort kennis die een Boeddha of gerealiseerd persoon over leegte heeft in de laatste vorm.

Boeddha is mijns inziens als het ware die leegte helemaal binnengaan, heeft zich er helemaal aan overgegeven. Wat ie zo heeft gezien/ontdekt/begrepen dat heeft het wonderbaarlijke vermogen om definitief een einde te maken aan lijden & stress en geboorte en dood. Het heeft allemaal voor mij niet te bevatten gevolgen. Ik denk niet dat je kunt zeggen dat je leegte kent als je innerlijk een waarneming van leegte hebt. Zoveel mensen hebben dit maar zijn we vrij, zonder stress? Ik niet.
Dus die kennis, interne-leegte-als-waarneming, bevrijdt niet. Het is hooguit een ingang. Een uitnodiging. De deur staat open. Nu nog er in opgaan. Die leegte is denk ik van een subtiliteit en diepzinnigheid die we nu hooguit kunnen vermoeden.

In MN127 en MN128 komt denk ik een ander aspect van deze subtiliteit van leegte aan bod namelijk diens karakter van licht/straling. Dus misschien mag je in sunnata vagga ook lezen dat leegte en licht bij elkaar horen. Dit is een interpretatie waarmee ik in ieder geval vertrouwd ben en waar denk ik op grond van de sutta's wel iets voor te zeggen is. Leegte is dus in die zin niet een niets, een ledigheid, een lege ruimte.

Tot zover.

Als andere mensen een hele andere indruk hebben gekregen van leegte in de sunnata vagga en/of kritiek  hebben dan hoor ik het graag.

Ik ga nu verder met het onderzoek naar Leegte in de Pali Canon en zal me dan richten op sutra’s waarin leegte verwijst naar een kenmerk van verschijnselen of object.

Siebe
 

lord rainbow

  • Gast
Re:Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #25 Gepost op: 22-09-2014 22:54 »
Voor mij is leegte
ook een andere formulering
van:  afhankelijk ontstaan

In die zin wijzen de soetra's er ook op
hoe van het een het ander komt,
hoe van het nalaten van het een
het ander uitblijft

Dat is volgens mij de rede dat ze in het hoofdstuk over leegte staan

Flink stukje monniken werk je vertalingen.
Erg fijn!

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon
« Reactie #26 Gepost op: 23-09-2014 17:37 »
Voor mij is leegte
ook een andere formulering
van:  afhankelijk ontstaan

In die zin wijzen de soetra's er ook op
hoe van het een het ander komt,
hoe van het nalaten van het een
het ander uitblijft

Dat is volgens mij de rede dat ze in het hoofdstuk over leegte staan

Flink stukje monniken werk je vertalingen.
Erg fijn!

Bedankt Dirk!

Zou je wat specifieker willen ingaan op wat je bedoelt en heb je dan specifieke sutra's op het oog?
Siebe




Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, Indrukken van de Verkenning
« Reactie #27 Gepost op: 23-09-2014 22:37 »
Verder vermoed ik dat het zo is dat je interne leegte op verschillende manieren kunt kennen. Gewoonlijk kennen we het als innerlijke stilte, als vrede, als roerloze sereniteit, het ontbreken van stress, peace of mind. Anders gezegd, gewoonlijk kennen we het als-een-waarneming, als een onderwerp of thema van het bewustzijn. Ik denk dat het een wereld van verschil is of je leegte kent-als-waarneming of leegte kent op een manier dat je er mee samenvalt, dat je het wordt en bent. Mijns inziens is de soort kennis die een Boeddha of gerealiseerd persoon over leegte heeft in de laatste vorm.

Anders gezegd, samen met het bewustzijn dat zich naar binnen keert en daar interne leegte waarneemt bestaat het gevoel dat Siebe, Dirk, Koenraad die interne leegte waarneemt. Leegte nemen we dan waar als een soort object, verschijnsel, als iets anders dan wijzelf zijn in ieder geval. Ik-hier en daar- leegte/stilte/roerloosheid. Zo leegte/stilte/het roerloze waarnemen en kennen is het niet echt zien.
Als we leegte/stilte/roerloosheid met de ogen van stilte/roerloosheid/leegte zien, dan is dat wel wat anders. 

Siebe




Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, Nog Wat Overwegingen
« Reactie #28 Gepost op: 25-09-2014 12:44 »
In de inleiding van MN122, de Grote Verhandeling over Leegte, beschrijft de eerwaarde vertaler Thanissaro Bhikkkhu dat leegte vanuit drie perspectieven wordt benaderd in de Pali Canon:

-1. als een meditatief verblijf;
-2. als een kenmerk van objecten;
-3. als een type van bewustzijns-bevrijding/ontspanning (awareness release).

Ik heb nog niet het gevoel door te kunnen met de bespreking van de sutra's waarin leegte in de betekenis van het kenmerk van objecten wordt gebruikt. Voor mezelf moet ik nog tot een soort van conclusie komen hoe leegte nu gebruikt wordt in sunnata vagga. Een poging:

Na de verkenning van hoofdstuk 3.3. Van Majjhima Nikaya, het hoofdstuk over leegte, vind ik zelf dat leegte in dit hoofdstuk op verschillende manieren wordt gebruikt. Vaak is het in relatie tot de activiteit van ledigen, het leeg maken, verdrijven, of leeg worden. Er komt een einde aan het ledigen. Dit is mijns inziens de ultieme leegte die in MN121 besproken wordt als zuiver, superieur en onovertroffen en de Boeddha verwijlt hierin. 

De aansporing is steeds om de geest te ledigen van de hindernissen. Mentaal kwalijke toestanden, zoals kwade wil, niet toleren wanneer ze ontstaan, zeker niet versterken, maar verdrijven en zorgen dat het niet meer in bestaan komt. Dit is het aspect van ijver. De aansporing is deze ijver te ontwikkelen en sterk te maken.

Leegte wordt in sunnata vagga onder andere in de betekenis gebruikt van een leeg zijn van, de afwezigheid van:
-Iemand die inzicht toepast, die is aldoor indachtig wat er in de geest ontstaat en verdwijnt. Of ie nu in een stad loopt of in een bos mediteert en door allerlei stadia van meditatieve verdieping gaat. Hij weet...het is leeg van dit en nog niet leeg van dat. Uiteindelijk kan de mediterende uitkomen bij het leeg worden van de drie hoofd fermentaties van zintuiglijk verlangen, worden en onwetendheid en dat met inzicht bekeken, de bevrijding hier en nu meemaken (MN121);
-Leeg van gedachten en onrust, leeg van begeerte, droefheid, kwaad, onvaardige kwaliteiten, zintuiglijk verlangen; leeg van de identificatie met de vijf aggregaten terwijl ze ontstaan en verdwijnen (MN122;
-Leeg van gevoelens, waarnemingen en gedachten (MN123);
-Leeg van seksuele neigingen/gedachten, leeg van kwaadheid, leeg van zintuiglijk verlangens (MN124);
-Leeg van de vijf hindernissen, leeg van alle drie hoofdbezoedelingen en daarmee leeg van stress en lijden (MN125);
-Leeg van onjuiste visie, onjuist voornemen tot en met onjuist concentratie (MN126)
-Leeg van kwaadheid (MN127,
-Leeg van de kleine bezoedelingen (MN128).

Leegte en de activiteit van ledigen gaan in sunnata vagga samen op. Je kunt de geest ledigen, vrijmaken van hindernissen, als kwade wil, rusteloosheid en zorgelijkheid bijvoorbeeld. Maar -  het resultaat, leegte, dat is niet iets wat je veroorzaakt. Als je bijvoorbeeld modderig water reinigt, vrijmaakt van modder, dan blijkt het resultaat gewoon schoon water. Als dat schone water er al niet zou zijn bij de fase van modderig water,  zou schoon water nooit het resultaat van reiniging/zuivering kunnen zijn.
Zo zit dit volgens mij ook met ledigen en leegte. De smetteloze leegte is niet iets wat iemand veroorzaakt door ledigen maar het is gewoon de vrucht van reinigen/ledigen. De smetteloosheid zat ook al in de vervuilde fase. Het is alleen vrijgemaakt van smetten. De smetteloosheid zien in de vervuilde fase is denk ik 'de ingang tot leegte'.

De ultieme leegte van MN121 is mijns inziens ook niet door de Boeddha veroorzaakt. Wat tot stand gebracht is, is dat de aanwezige leegte vrijgemaakt is van alle smetten, alle beperkende, verstorende factoren en toen toonde leegte diens ware gezicht van ruimheid, vrede, glans/straling/wijsheid, mededogen, vrijheid van stress en lijden. 

Als Boeddha in MN121 zegt aan Ananda dat hij zowel vroeger als nu in verblijft in een onderkomen van leegte (dwelling of emptiness) dan verwijst dit mijns inziens niet naar een tijdelijke of uitgelokte meditatieve staat maar wordt leegte hier bedoeld als de vrucht van ledigen, als leegte helemaal vrijgemaakt van alle bezoedelingen, dus vrij van beperkende stresserende factoren. Mag je hier niet zeggen dat leegte synoniem is voor bevrijding, voor nirvana, voor het beeindigen van lijden en stress? Ik denk het wel.

Als iemand hierover van gedachten wil wisselen graag.

Siebe



Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, een uitstapje
« Reactie #29 Gepost op: 26-09-2014 20:14 »

knip..... als er dus geen denken meer opkomt, valt er niets meer te temmen. Temmen is alleen nodig bij mij, de ongetrainde mind. knip

Je kunt het lijden ook biologisch evolutionair bekijken. Zo zag ik laatst een documentaire over jonge kangoeroe´s. Zulke buideldieren zitten normaal heel dicht bij mama, heel veilig, veel genegenheid en fysiek contact. Nu blijkt, en dat geldt voor veel meer dieren, inclusief mensen, dat wanneer zulke veiligheid, nestwarmte, uitingen van genegenheid, ontbreekt, jonge dieren gewoon sterven van de stress of ze worden zwaar neurotisch. Ik heb gehoord dat als je mensen baby´s niet koestert, niet streelt, geen affectie toont ze ook sterven van de stress.

Het meeste lijden wortelt mijns inziens hierin, in die behoefte en die verwachtingen rondom nestwarmte, veiligheid, liefde, genegenheid. Het is niet of nauwelijks en cognitieve, bewust denkende, zaak.
Natuurlijk, als je negatief denkt helpt dat je niet, maar lijden is volgens mij veel meer een zaak van hunkering, een zaak van ingesteld staan op ontvangen, vanaf de geboorte woordloos verwachtend.

Hoe eerder iemand de stap maakt van ingesteld staan op ontvangen naar geven, hoe beter. Want dan merk je dat niet alleen ontvangen voedt maar ook geven. Geven verrijkt je. Ingesteld staan op ontvanger verarmt je. Maar je kunt heel erg in die ingesteldheid op ontvangen blijven hangen, zegt de ervaringsdeskundige. Het is een hele krachtige betovering.

Het is alsof je binnenste verscheurd is. Je voelt je niet compleet, gelukzalig, heel en rijk. Je voelt je armoedig. Je bent nu veroordeeld tot romantiek. Je bent een dolende, een zoeker. Als je dit openlijk deelt omarmt de wereld je. Je kunst, je gedichten, de manier waarop je loopt, vrijt, er bent. De wereld is dol op hunkerende mensen en hun drama's.

Het woordloos verwachten vreet je op.

Aangevreten blad Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, Als Kenmerk van Verschijnselen
« Reactie #30 Gepost op: 27-09-2014 15:07 »
Ik ga nu verder met de verkenning van (enkele) sutra’s in de Pali Canon waarin leeg(te) vooral wordt gebruikt in de betekenis van een kenmerk van objecten of verschijnselen.

Eén van die sutra’s is de Sunna Sutta; Leeg:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn35/sn35.085.than.html

In sunnata vagga werd met het leeg zijn van (bijvoorbeeld) bepaalde bezoedelingen verwezen naar de afwezigheid van die bezoedelingen in de geest. Leeg van. De vrucht is het verwijlen in een ultieme leegte die vrij is van alle bezoedelingen en daarmee ook van stresserende en verduisterende factoren.

In Sunna Sutta wordt gesproken over het leeg-zijn-van-de-wereld? Verwijst dit dan ook naar de afwezigheid van een wereld? Wat betekent de uitspraak “de wereld is leeg, de wereld is leeg?”

Ananda vraagt aan de Boeddha in welk opzicht de wereld leeg is. De Boeddha zegt dan dit zo is inzoverre het leeg is van een zelf of van iets (wat dan ook) betrekking heeft op een zelf. En wat is leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf? Het oog is leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf. Vormen zijn leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf. Oog-bewustzijn is leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf. Oog-contact is leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf.
Dit herhaalt zich voor de andere vijf zintuigen, met als laatste het intellect, de ideeen, het intellectuele-bewustzijn, intellectueel-contact die ook ieder voor zich leeg zijn van een zelf of iets aangaande een zelf. Zo eindigt de sutra.

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, Als Kenmerk van Verschijnselen
« Reactie #31 Gepost op: 28-09-2014 17:37 »
Ik ga nu verder met de verkenning van (enkele) sutra’s in de Pali Canon waarin leeg(te) vooral wordt gebruikt in de betekenis van een kenmerk van objecten of verschijnselen.

Eén van die sutra’s is de Sunna Sutta; Leeg:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn35/sn35.085.than.html

In sunnata vagga werd met het leeg zijn van (bijvoorbeeld) bepaalde bezoedelingen verwezen naar de afwezigheid van die bezoedelingen in de geest. Leeg van. De vrucht is het verwijlen in een ultieme leegte die vrij is van alle bezoedelingen en daarmee ook van stresserende en verduisterende factoren.

In Sunna Sutta wordt gesproken over het leeg-zijn-van-de-wereld? Verwijst dit dan ook naar de afwezigheid van een wereld? Wat betekent de uitspraak “de wereld is leeg, de wereld is leeg?”

Ananda vraagt aan de Boeddha in welk opzicht de wereld leeg is. De Boeddha zegt dan dit zo is inzoverre het leeg is van een zelf of van iets (wat dan ook) betrekking heeft op een zelf. En wat is leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf? Het oog is leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf. Vormen zijn leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf. Oog-bewustzijn is leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf. Oog-contact is leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf.
Dit herhaalt zich voor de andere vijf zintuigen, met als laatste het intellect, de ideeen, het intellectuele-bewustzijn, intellectueel-contact die ook ieder voor zich leeg zijn van een zelf of iets aangaande een zelf. Zo eindigt de sutra.

Aansluitend op deze sutra:

-Hoe is men boven en voorbij de dood?

"Altijd indachtig, Mogharaja,
bekijk de wereld als
leeg,
elke visie in termen van zelf
verwijderd hebbend.
Op deze manier
is men boven en voorbij de dood.
Iemand die de wereld
op deze manier bekijkt
wordt niet door de Koning van de Dood gezien".

http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/snp/snp.5.15.than.html

Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, Als Kenmerk van De Skandha's
« Reactie #32 Gepost op: 29-09-2014 18:50 »
Om de leegte van de vijf skandha’s te illustreren gebruikt Boeddha vijf gelijkenissen in
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.095.than.html

Samenvatting van de sutra

De skandha “vorm” wordt vergeleken met vlokken schuim op de oever van de rivier Ganges. Iemand die zulke vlokken schuim op de juiste manier bekijkt en onderzoekt schijnt zo’n vlok schuim leeg toe (empty), ledig (void), zonder substantie. Op dezelfde manier ziet, observeert en onderzoekt hij op de juiste manier elke vorm vroeger, in het heden of in de toekomst; innerlijk of uiterlijk; opzichtig of subtiel; gewoon of subliem; ver of dichtbij. Want welke substantie zou er in vorm zijn?

De skandha “gevoel” wordt vergeleken met waterbellen die op het oppervlakte van water verschijnen en weer verdwijnen wanneer het stortregent. Iemand die dat op de juiste manier bekijkt en onderzoekt schijnt zo’n waterbel leeg toe, ledig, zonder substantie. Op dezelfde manier ziet, observeert en onderzoekt hij op de juiste manier elk gevoel van vroeger, heden of toekomst; innerlijk of uiterlijk; opzichtig of subtiel; gewoon of subliem; ver of dichtbij. Want welke substantie zou er in gevoel zijn?

Hetzelfde herhaalt zich voor de andere skandha’s.
De skandha “waarneming” wordt vergeleken met een luchtspiegeling in het hete seizoen.
De skandha “(mentale) formaties/fabricaties” wordt vergeleken met een man die in een bananenboom op zoek is naar kernhout. Hij haalt de top er af en verwijdert de buitenste lagen maar vindt geen kernhout.
De skandha “bewustzijn” wordt vergeleken met een magische illusie. Wat er dan ook ontstaat is leeg, ledig en zonder substantie.

Het aldus ziende raakt de goed-geinstrueeerde leerling van edelen ontnuchterd/ontgoocheld ten aanzien van vorm, gevoel, waarneming, (mentale) formaties en bewustzijn. Door deze ontnuchtering (er niet meer in willen investeren, door gevoed willen worden, er heil in zoekend, Siebe) wordt hij vredig. Door vrede is hij bevrijd. Met bevrijding is er de kennis “Bevrijd”. Hij onderscheidt dat “Geboorte is beeindigd, het heilige leven vervuld, de taak gedaan. Er is niks verder voor deze wereld”.

Daarna spreekt de Gezegende enkele verzen. Een vertaling:

Vorm is als een vlok schuim;
Gevoel, een bubbel;
Waarneming, een luchtspiegeling;
Fabricaties, een bananenboom;
Bewustzijn, een magische truc-
  dit is onderwezen
  door de Verwante van de Zon.
Hoe je ze ook observeert,
Onderzoek ze op de juiste manier,
Ze zijn leeg, ledig
  voor wie dan ook ze op de juiste
  manier ziet.

Beginnend met het lichaam
Zoals onderwezen door Degene
Met diepzinnig inzicht:
Indien verlaten door drie dingen
  - leven, warmte, & bewustzijn-
Wordt vorm van de hand gewezen, weggelegd.
Wanneer het van deze (drie) beroofd is
Ligt het weggegooid,
  gewaarwordingsloos
Een maal voor anderen.
Zo gaat het:
Het is een magische truc,
Het gebrabbel van een idioot
Er wordt van gezegd dat het een
  moordenaar is.
Er wordt hier geen substantie
gevonden.

Dus een monnik, doorzettingsvermogen opgewekt,
dient de aggregaten
dag en nacht te (be)schouwen
  indachtig
  waakzaam;
dient alle ketens af te danken;
dient van zichzelf zijn
eigen toevlucht te maken;
dient te leven alsof
zijn hoofd in brand staat-
  strevend naar de staat
zonder aftakeling.

Siebe



Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon; In de Dhammapada
« Reactie #33 Gepost op: 30-09-2014 13:11 »
Leegte in de Dhammapada

092. Zij die niet vergaren, die volledig begrip hebben van de aard van voedsel, hebben als hun gebied het objectloze en de leegte van perfecte vrijheid. Zoals vogels die in de lucht vliegen, is hun gang moeilijk te bespeuren.
http://www.sleuteltotinzicht.nl/dhphfd07.htm

369. Monnik, ledig je boot. Wanneer hij leeg is zal hij snel varen. Nadat je hartstocht en haat afgeworpen hebt, zul je Nibbana bereiken.
http://www.sleuteltotinzicht.nl/dhphfd25.htm

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, Als Kenmerk van De Skandha's
« Reactie #34 Gepost op: 01-10-2014 12:38 »
Om de leegte van de vijf skandha’s te illustreren gebruikt Boeddha vijf gelijkenissen in
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.095.than.html

Het aldus ziende raakt de goed-geinstrueeerde leerling van edelen ontnuchterd/ontgoocheld ten aanzien van vorm, gevoel, waarneming, (mentale) formaties en bewustzijn. Door deze ontnuchtering (er niet meer in willen investeren, door gevoed willen worden, er heil in zoekend, Siebe) wordt hij vredig. Door vrede is hij bevrijd. Met bevrijding is er de kennis “Bevrijd”. Hij onderscheidt dat “Geboorte is beeindigd, het heilige leven vervuld, de taak gedaan. Er is niks verder voor deze wereld”.

Boeddha ontkent niet dat er ook plezier vast zit aan vorm, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn. http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.060.than.html
Boeddha zegt in deze sutra dat als de skandha´s alleen plezierig zouden zijn dat mensen niet ontgoocheld zouden raken, en als ze alleen stresserend zouden zijn dan zouden mensen er niet zo door bekoord raken.
De weg van zuiveren ligt in het minder bekoord raken door de skandha´s, ophouden er in te investeren. In de wetenschap dat dit niet de weg is naar Vrede, naar lange termijn welzijn.

Heel sterk zie je dit bij een drugsverslaafde. Er zit natuurlijk plezier vast aan de effecten van die drugs, tijdelijke aangename gevoelens, aangename mentale staten. Het stresserende effect is dat dit natuurlijk niet duurzaam is, en dat het een voortdurende inspanning/voeding nodig heeft om te blijven voortbestaan.
Het lange termijn effect is dat iemands welbevinden steeds afhankelijker wordt van die drugs en dat ie zonder er steeds ellendiger aan toe is. Wat een toevlucht leek tot geluk en welzijn blijkt een valkuil met speren. Dus de manier waarop je je voedt, keert zich dan keihard tegen je. 
Boeddha is in dit opzicht als een ouder die zijn kind ook ontmoedigt om bepaald ongezond voedsel tot zich te nemen.

Je kunt je ook voeden met imago. Imago is niemands natuur. Het houdt niet aan. Het is niet zelf. Wat je neerzet is een kunstgreep. Het vergt voeding, investering, gerichte activiteit. Het kan nooit je lange-termijn welzijn dienen om iets wat op een geforceerde manier bestaat (dankzij activiteit), overeind te houden. 

Hoe eenvoudig dit ook in elkaar zit, het valt toch niet mee van voeding te veranderen.
Verslaafde Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, Als Kenmerk van De Skandha's
« Reactie #35 Gepost op: 01-10-2014 17:58 »
Het aldus ziende raakt de goed-geinstrueeerde leerling van edelen ontnuchterd/ontgoocheld ten aanzien van vorm, gevoel, waarneming, (mentale) formaties en bewustzijn. Door deze ontnuchtering (er niet meer in willen investeren, door gevoed willen worden, er heil in zoekend, Siebe) wordt hij vredig. Door vrede is hij bevrijd. Met bevrijding is er de kennis “Bevrijd”. Hij onderscheidt dat “Geboorte is beeindigd, het heilige leven vervuld, de taak gedaan. Er is niks verder voor deze wereld”.

In de Phena sutra, de 'Schuim  Sutra' wijst Boeddha op het leeg, ledig zijn van de aggregaten en het ontbreken van iets substantieels erin/aan.  In vele andere sutra's wijst Boeddha op de aggregaten als "dit ben ik niet", dit is niet van mij, dit is niet mijn zelf".

In http://www.accesstoinsight.org/lib/authors/thanissaro/notselfstrategy.pdf wijst de eerwaarde Thanissaro Bhikku er op dat de leer van niet-zelf een strategie is, een strategie die de bekoring verbreekt met de skandha's, met dat wat tijdelijk is, dat wat niet constant is, dat wat niet aanhoudt, dat wat voeding nodig heeft om voort te bestaan.

Je zou kunnen zeggen, denk ik, het is een uitnodiging tot (meer) inactiviteit. Ware toevlucht kan nooit liggen in iets wat opgebouwd is, wat gevoed moet worden om voort te bestaan, wat inspanning vergt om te bestaan.

Siebe











Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, Leegte als Bewustzijnsbevrijding
« Reactie #36 Gepost op: 03-10-2014 20:36 »
In MN122 geeft de eerwaarde Thanissaro Bhikku aan dat leegte in de Pali Canon wordt benaderd vanuit drie perspectieven:
-1. als een meditatief verblijf;
-2. als een kenmerk van objecten
-3. als een soort bewustzijnsbevrijding (awareness release).

Ik ga nu verder met de verkenning van het derde perspectief; leegte als een soort bewustzijnsbevrijding. Ik heb hierbij wat extra informatie verzamelt dat misschien wat context geeft en hopelijk nuttig is.

Zoals ik het begrijp kan bewustzijnsbevrijding ingedeeld worden in een ontlokte/geprovoceerde/veroorzaakte bewustzijnsbevrijding en er is een niet ontlokte/niet geprovoceerde/niet veroorzaakte (unprovoked) bewustzijnsbevrijding. Deze laatste is superieur aan de geprovoceerde vormen van bewustzijnsbevrijding.

Waarvan is/wordt het bewustzijn bevrijd? Van haat/afkeer, hartstocht/passie en begoocheling en de effecten daarvan op de geest. Waarom bevrijd? Omdat hartstocht, afkeer en begoocheling grenzen maken. Ze maken de geest smal, kleingeestig. Ze werken stresserend.

Over de onderstaande soorten bewustzijnsbevrijding wordt gezegd dat ze verschillend zijn in betekenis en naam in zoverre ze anders worden opgewekt. Ik begrijp het zo dat ze ook overeenkomen in betekenis, namelijk in zoverre ze vergeleken bij de niet provoceerde bewustzijnsbevrijding allemaal geprovoceerd zijn.

De niet geprovoceerde bewustzijnsbevrijding is leeg van hartstocht, leeg van afkeer en leeg van begoocheling. Deze drie bezoedelingen kunnen totaal eindigen. In de tekst wordt het zo gezegd: “In een monnik wiens fermentaties geeindigd zijn, is afstand gedaan van deze, hun wortel is vernietigd, tot een palmyra (soort palm, Siebe) stomp gemaakt, beroofd van de voorwaarden van ontwikkelen/worden, niet bestemd om in de toekomst te ontstaan”. Zoals ik het nu begrijp geldt deze totale en definitieve beeindiging, deze ontworteling van de drie wortels, niet voor de onderstaande bewustzijnsbevrijdingen.

In Majjhima Nikaya 43 worden verschillende soorten bewustzijn-bevrijding besproken .
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.043.than.html

-de noch plezierige noch pijnlijke bewustzijnsbevrijding. Dit is de bevrijding van het bewustzijn van de vierde vorm jhana. Een stadium van zuivere gelijkmoedigheid en indachtigheid, noch-plezier-noch-pijn. In dit stadium is de geest vrij/leeg van de vijf hindernissen.

-de themaloze bewustzijnsbevrijding. De sutra geeft aan dat voor het bereiken van deze bevrijding twee voorwaarden bestaan: gebrek aan aandacht voor alle thema’s (in een noot bij SN41.7 wordt een thema uitgelegd als “een object van bewustzijn”) en aandacht voor het themaloze kenmerk. Waarom is dit een bevrijding? Omdat hartstocht, afkeer en begoocheling het maken van een thema is en dit afwezig is.

-de onmetelijke bewustzijnsbevrijdingen. Dit is de bevrijding die tot stand komt door met een geest bezield/doortrokken van goede wil alle windrichtingen te doordringen. Boven, beneden, rondom, overal, de hele wereld omvattend. Hetzelfde doet men met een geest bezield/doortrokken van 2. mededogen, met 3. waardering/dankbaarheid en met 4. evenwichtigheid. De geest is dan in alle gevallen rijk/overvloedig, ruim, onmetelijk, vrij van vijandelijkheid, vrij van kwade wil.

In Anguttara Nikaya 6.13, de Nissaraniya Sutta, wordt aangegeven dat elk van de vier een vorm van bewustzijnsbevrijding is. Wanneer goede wil ontwikkeld is, is dit de ontsnapping aan kwade wil (en diens effect op de geest). Door mededogen ontsnapt men aan slechtheid/gemeenheid. Door waardering/dankbaarheid (ook wel meelevende vreugde genoemd) ontsnapt men aan rancune/wreveligheid. Door evenwichtigheid ontsnapt men aan hartstocht. http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an06/an06.013.than.html.

-de nietsheid bewustzijnsbevrijding. Dit wordt zo beschreven: “er is de situatie dat een monnik bij het volledig overstijgen van de dimensie van oneindig bewustzijn [waarneemt] “Er is niets” en de dimensie van nietsheid binnengaat en er in verwijlt”. Waarom is deze nietsheid een bevrijding? Omdat passie, afkeer en begoocheling ‘iets’ is. Dus in nietsheid is dat “iets” afwezig.

-de leegte bewustzijnsbevrijding. (hier is dan de derde manier waarop leegte wordt benaderd in de Pali Canon). Dit wordt als volgt beschreven: “Er is de situatie dat een monnik de wildernis is in gegaan, zit aan de wortel van een boom, of in een leeg onderkomen, en dit overweegt: “dit is leeg van een zelf of van iets wat betrekking heeft op een zelf.” Dit wordt de leegte bewustzijnsbevrijding genoemd.
De leegte-bewustzijnsbevrijding lijkt me hier ook een tijdelijke, opgewekte, bevrijding van het geloof in een Ik. In de sutra's het bedrog van "Ik ben" genoemd. Ik denk dat het ook betrekking heeft op het leeg zijn van een zelf van uiterlijke zaken. Soms, wanneer je zo zelfbewust bent weegt dat zwaar op het bewustzijn. Het voelt als een kramp. De leegte-bewustzijnsbevrijding kan dit denk ik bevrijden. Het kan misschien ook een remedie vormen voor alle ernst en dodelijke serieusheid die de geest ook zo kan benauwen/stresseren. Dat zijn wat persoonlijke associaties. 

- de tekenloze bewustzijnsbevrijding. Deze wordt besproken in de eerder genoemde Nissaraniya Sutta. Dit lijkt te betekenen dat het bewustzijn niet meer “de gang/koers/neiging (Engels: drift) van tekens volgt”. Als er sprake is van een ontsnapping aan alle tekens is dit de tekenloze bewustzijnsbevrijding.
Ik heb hier gevoel voor in zoverre ik kan ervaren hoe verschijnselen die je ervaart, vaak onbewust en zelfs ongewild, zoveel lading meekrijgen, zoveel teken en betekenis. Denk aan het extreem van post-traumatische stress. Als ergens een deur hard dichtklapt kan dat al betekenen dat iemand met PTSS daar volledig van door het lint gaat omdat het teken "oorlog/dreiging/gevaar" onmiddellijk oplicht. En zo zijn er ook bij een niet ziek iemand eindeloos veel tekens die vaak onbewust en ongewild richting ervaringen gaan. Dat beklemt en benauwd het bewustzijn vaak ook omdat je zo in die ervaringen (emotioneel) betrokken raakt.

Majjhima Nikaya 106 geeft aan dat wanneer men de leegte-bewustzijnsbevrijding beoefent en er regelmatig in verwijlt, de geest vertrouwen ontwikkelt in deze dimensie. Als er volledig vertrouwen is, bereikt hij ofwel nu de dimensie van nietsheid of anders zal hij toegewijd raken aan inzicht/wijsheid (discernment). Bij de afbraak/ophouden van het lichaam, na de dood, is het mogelijk dat zijn wedergeboorte bewustzijn (leading-on consciousness) naar de dimensie van nietsheid zal gaan.
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.106.than.html

Anuttara 9.44, de Paññavimutti Sutta, beschrijft ook bevrijding door inzicht/onderscheidingsvermogen (discernment). Van de eerste vorm-jhana tot en met de dimensie van noch waarneming noch niet-waarneming is er sprake van bevrijding door inzicht met een vervolg. Wat geen vervolg heeft zal ik hieronder vertalen:
“Verder, met het volledig overstijgen van de dimensie van noch waarneming, noch niet-waarneming, gaat hij de beeindiging van waarneming & gevoel binnen en verblijft er in. En terwijl hij dit met inzicht/onderscheidingsvermogen ziet, komen de mentale fermentaties helemaal tot een einde. En hij kent het door inzicht. Het is in dit bestek dat iemand door de Gezegende wordt beschreven als bevrijd door inzicht zonder een vervolg”. http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an09/an09.044.than.html

Siebe


 

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Bespreking van Sunnata Vagga door Eerwaarde Dhammavuddho Thero
« Reactie #37 Gepost op: 04-10-2014 20:52 »
Ven. Dhammavuddho Thero bespreekt op YouTube de sutra´s van Majjhima Nikaya.
Ook de  teksten van Sunnata Vagga, MN121 tm 130, komen aan bod.
Hieronder een bespreking van Majjhima Nikaya 121, de kleine verhandeling over leegte.
https://www.youtube.com/watch?v=vboI0IZUJv8

De andere besprekingen zijn gemakkelijk te vinden.
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, Indrukken van de Verkenning
« Reactie #38 Gepost op: 05-10-2014 13:17 »
Anders gezegd, samen met het bewustzijn dat zich naar binnen keert en daar interne leegte waarneemt bestaat het gevoel dat Siebe, Dirk, Koenraad die interne leegte waarneemt. Leegte nemen we dan waar als een soort object, verschijnsel, als iets anders dan wijzelf zijn in ieder geval. Ik-hier en daar- leegte/stilte/roerloosheid. Zo leegte/stilte/het roerloze waarnemen en kennen is het niet echt zien.
Als we leegte/stilte/roerloosheid met de ogen van stilte/roerloosheid/leegte zien, dan is dat wel wat anders. 

Bewustzijn, voelen en waarnemen worden in deze sutra (onder het kopje 'Perception')
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.043.than.html, gezien als zaken die met elkaar verbonden zijn.

Het wordt zo gezegd: "Gevoel, waarneming & bewustzijn, vriend: zijn deze kwaliteiten verbonden of niet verbonden (conjoined)? Is het mogelijk om de verschillen tussen hen onderling af te bakenen wanneer ze van elkaar gescheiden zijn?"

"Gevoel, waarneming & bewustzijn zijn verbonden, vriend, niet niet-verbonden. Het is niet mogelijk om de verschillen onderling af te bakenen wanneer ze van elkaar gescheiden zijn. Want wat men voelt, dat neemt men waar. Wat men waarneemt, dat is men bewust (kent men). Daarom zijn deze kwaliteiten verbonden, niet niet-verbonden, en het is niet mogelijk om de onderlinge verschillen af te bakenen wanneer ze van elkaar gescheiden zijn".

In dezelfde sutra wordt een zelfde soort relatie beschreven tussen onderscheidingsvermogen (discernment) en bewustzijn. Het wordt zo gezegd:

"Onderscheidingsvermogen en bewustzijn zijn verbonden, vriend, niet niet-verbonden. Het is niet mogelijk
de verschillen tussen beide af te bakenen wanneer ze gescheiden zijn. Want wat iemand onderscheidt, dat is iemand bewust (kent iemand, Siebe). Daarom zijn deze kwaliteiten verbonden, niet niet-verbonden, en het is niet mogelijk om de onderlinge verschillen af te bakenen wanneer ze van elkaar gescheiden zijn".

"Onderscheidingsvermogen & bewustzijn, vriend, Van deze kwaliteiten die verbonden zijn, niet niet-verbonden, moet onderscheidingsvermogen ontwikkeld worden, bewustzijn moet volledig begrepen worden".

Dit wordt in noot 1 als volgt toegelicht: "Onderscheidingsvermogen moet ontwikkeld worden omdat het een deel is van de vierde edele waarheid, het pad van de beoefening die leidt tot het einde van lijden. Bewustzijn moet volledig begrepen worden omdat het als een object van hechten/vastklampen, onderdeel is van de eerste edele waarheid, de waarheid van lijden & stress".

Siebe









Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, MN 151, Pindapata-parisuddha Sutta
« Reactie #39 Gepost op: 05-10-2014 22:19 »
Ik kwam op internet een studie tegen van Majjhima Nikaya 121, de Kleine Verhandeling over Leegte:
http://dharmafarer.org/wordpress/wp-content/uploads/2009/12/11.3-Cula-Sunnata-S-m121-piya.pdf
In deze studie wordt verwezen naar Majjhima Nikaya 151. Deze sutra valt niet onder het hoofdstuk over Leegte, Sunnata Vagga, maar sluit daar wel erg goed op aan vind ik. Daarom deze verkenning hier ook toegevoegd.


Een Verkenning van Majjhima Nikaya 151, Pindapata-parisuddha Sutta, De Zuiverheid van Aalmoes Voedsel.

Sariputta komt uit zijn afzondering en nadert de Gezegende, toont hem eerbied en gaat aan één kant zitten. Boeddha merkt dan op dat Sariputta’s mentale vermogens helder zijn en zijn huidskleur zuiver is en vraagt dan in welk verwijlen hij het meeste van zijn tijd doorbrengt.

Sariputta antwoordt dan dat hij het meest van zijn tijd in ‘leegte’ doorbrengt.

(In alle sutra's die ik las in het Engels wordt hier niet het woord "voidness" of "emptiness" of "the void" gebruikt maar "voidance". Sariputra verwijlt meestal "in voidance".
Voidance kan volgens het woordenboek zowel ‘de daad van le(di)gen’ betekenen als ook  ‘de conditie van het leeg zijn', 'niet met iets bezet zijn’. Wat wordt hier bedoeld? Ik begrijp uit het commentaar van de Eerwaarde Dhammavuddho Thero op deze sutra te zien/horen op YouTube dat hij sowieso niet in de tekst "voidance" leest maar "voidness". Verwijlen in "voidness" (leegte) is volgens de eerwaarde een staat van concentratie namelijk een staat waarbij geen aandacht wordt besteed aan enig teken. Het is de tekenloze (signless) concentratie. De eerwaarde verwijst hierbij naar MN122. Daar lees ik: "niet aandacht bestedend aan enig thema, gaat hij interne leegte binnen en verwijlt er in". Daar wordt dus niet gesproken over "signless" (tekenloos) maar "themeless" (themaloos). De eerwaarde lijkt dus de tekenloze en themaloze concentratie te beschouwen als dezelfde (soort) concentratie, Siebe).

Boeddha zegt dan dat het goed is dat Sariputta meestal zo verwijlt. Dit is het verwijlen van Grote Wezens. Wat in de sutra volgt is wat volgens de Boeddha een bhikku in beschouwing dient te nemen als hij de meeste tijd in leegte/ledigen (voidance) wil doorbrengen. Dit wordt uitgelegd aan de hand van een monnik die op aalmoes ronde gaat.

De bhikku heeft in de gaten of er tijdens deze aalmoesronde in diens geest interesse ontstaat naar vormen op basis van oogbewustzijn, hebzucht op die basis, woede, begoocheling of afkeer/hekel aan vormen op basis van oogbewustzijn. Wanneer dit zo is dient hij de ijver op te wekken om deze kwaadaardige gedachten (eerwaarde Dhammavuddho Thero spreekt over ‘states’, staten) te verdrijven. Wanneer dit niet zo is dient hij vreugdevol en gelukkig te verblijven en in die gedachten dag en nacht te trainen.

Hetzelfde herhaalt zich in de sutra voor geluiden die gekend worden door oor-bewustzijn, geuren gekend door neus-bewustzijn, smaken gekend door tong-bewustzijn, aanrakingen gekend door lichaamsbewustzijn en gedachten gekend door geest-bewustzijn.
Telkens als ie merkt dat er interesse ontstaat, hebzucht, woede, begoocheling of afkeer vanuit dat zintuiglijk contact, dan spant ie zich in dat te verdrijven. Is dat niet ontstaan dan traint ie zich daar dag en nacht in.

(de beoefenaar traint zich dus niet alleen in verdrijven maar ook in het niet ontstaan van verstoringen, Siebe).

De monnik (ik lees beoefenaar, Siebe) beschouwt ook de aan- of afwezigheid van de vijf strengen van zintuiglijkheid. Is dit aanwezig dan opnieuw wekt hij die ijver op dit te verdrijven. Wanneer dit verdreven is dient hij vreugdevol te zijn en gelukkig, en dag en nacht in die gedachten te trainen. (Eerwaarde Dhammavuddho Thero geeft in het commentaar aan dat wanneer de geest niet telkens meer uitgaat naar zintuiglijk genoegens, de geest zo vrediger wordt. Volgens de eerwaarde is dit maar weinig mensen gegeven en vergt dit een volledige toewijding, Siebe).

(Je kunt volgens mij zeggen dat de eerste beschouwing vooral gaat over het niet (zo) in beroering raken, verstoord, op welke manier dan ook, positief of negatief of op onverschillige wijze) door zintuiglijke gewaarwordingen. De tweede beschouwing gaat meer over hunkering of begeerte naar zintuiglijk genoegens/aangename ervaringen, Siebe)

Op dezelfde manier bewaakt en onderhoudt de bhikku (ik lees beoefenaar) de aan of afwezigheid van de vijf hindernissen. Als ze er zijn wekt hij weer de ijver op ze te verdrijven en als ze er niet zijn, verwijlt ie vreugdevol en gelukkig en traint zich er dag en nacht in.

(Om dus de meeste tijd in leegte door te brengen moet je dus ook zaken gaan verdrijven, jezelf er van vrijmaken: 1. allerlei beroering/verstoring die ontstaat op basis van zintuiglijke contact; 2. verlangens naar/dorst naar zintuiglijke aangename ervaringen, 3. de vijf hindernissen. Dit komt ook overeen met MN2.
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.002.than.html
In MN2 wordt uitgelegd hoe met fermentaties om te gaan. Er worden 7 manieren aangegeven om afstand te doen van fermentaties: door zien, door beteugelen, gebruiken, tolereren, afstand doen, vernietigen en ontwikkelen. Onder vernietigen vallen: intenties/wellust/verlangens naar zintuiglijke genoegens,
kwade wil, gedachten/staten van wreedheid, opgekomen kwaad, niet vaardige mentale kwaliteiten. Deze moeten uit het bestaan gejaagd worden, verdreven worden. Het advies is niet om deze zaken te tolereren bijvoorbeeld omdat ze toch leeg zouden zijn. In Sunnata Vagga, en ook in deze MN151 en MN2, wordt, zeg maar, geen houding van tolerantie aangemoedigd aangaande dit soort staten/neigingen maar een houding om er eens en voor altijd mee af te rekenen, uit het bestaan te bannen en te zorgen dat ze gewoonweg niet meer opkomen, Siebe).

De sutra vervolgt met een beschouwing van de vijf skandha's. Wat de vijf aggregaten van hechten aangaat, vraagt de beoefenaar zich af of deze op de juiste manier door hem (haar) begrepen worden. Wanneer dat niet zo is, zet hij zichzelf aan tot ijver om ze op de juiste manier te begrijpen. Wanneer hij ze op de juiste manier begrijpt, dan verwijlt hij vreugdevol en gelukkig en traint zich er dag en nacht in.
(Op-de- juiste-manieren-begrijpen, legt de Eerwaarde uit, betekent het karakter van verschijnen en verdwijnen van de skandha’s ervaren en de skandha’s (welke dan ook) niet beschouwen als “dit ben ik, dit is van-mij, dit is mijn zelf”. Om in de termen te spreken van MN2, hier speelt het afstand doen van fermentaties door zien, Siebe)

De beoefenaar gaat na of de vier vestigingen van indachtigheid goed ontwikkeld zijn. Wanneer dit niet zo is dient hij weer de ijver op te wekken dit tot stand te brengen. Wanneer het wel goed ontwikkeld is dan verwijlt hij vreugdevol en gelukkig en traint zich dag en nacht in die gedachten.

Dezelfde beschouwingen gelden voor de ontwikkeling van ‘de vier juiste inspanning’, ‘de vier supra-normale vermogens’, ‘de vijf mentale vermogens’, ‘de zeven factoren van verlichting’, ‘het Edele Achtvoudige Pad’, ‘kalmte (shamata) en inzicht’ (vipassana) en ‘wetenschap en bevrijding’ (wetenschap verwijst hier volgens noot 2 naar kennis van de Vier Edele Waarheden. De eerwaarde spreekt over ‘ware kennis’/true knowledge, Siebe).

(De eerwaarde Dhammavuddho Thero wijst ook op het belang van de volgorde. Zo wijst de eerwaarde er op, als voorbeeld, dat een juiste beschouwing van de vijf aggregaten ook vereist dat afstand is gedaan van de vijf hindernissen. Dus, zo bezien zou je kunnen zeggen dat je je eerst toelegt op verdrijven. Je zorgt eerst dat uit zintuiglijk contact niet allerlei verstorende emoties ontstaan, je geeft zintuiglijk genoegens op,
en doet afstand van de vijf hindernissen. Hier geldt niet..."dit alles is toch leeg/ledig, laat ik het tolereren", Siebe).

Welke kluizenaar (wereldverzaker, recluse) in het verleden aalmoes-voedsel zuiverde deed het op deze beschouwende manier. Iedere kluizenaar in de toekomst zal het ook zo doen. Iedere huidige doet het ook zo. De Boeddha spoort Sariputta aan om op deze manier te trainen. Eerwaarde Sariputta verheugde zich in de woorden van de Boeddha. Zo eindigt de sutra.

Siebe




Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, MN 151, Pindapata-parisuddha Sutta
« Reactie #40 Gepost op: 06-10-2014 09:45 »
Een Verkenning van Majjhima Nikaya 151, Pindapata-parisuddha Sutta, De Zuiverheid van Aalmoes Voedsel.

[knip verkenning]
Wie de tekst in het Engels wil nalezen. Ik heb deze tekst gebruikt.
http://www.mahindaramatemple.com/e-tipitaka/Majjhima-Nikaya/mn-151.htm

Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, MN121 nader bekeken
« Reactie #41 Gepost op: 06-10-2014 13:21 »
Andere sutra’s zoals http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an09/an09.042.than.html spreken na het overstijgen van “noch waarneming, noch niet-waarneming” niet over een ‘themaloze concentratie’ zoals in MN121, maar over “de beeindiging van waarneming & gevoel”. Volgens mij verwijst dit naar hetzelfde. Ik heb de neiging dit zo te begrijpen dat in dit stadium bewustzijn niet meer duaal functioneert, dus niet meer als een bewustzijn-van-iets. Dit komt omdat alle bezoedeling, ook die van onwetendheid, geeindigd is. Dus het gebruikelijke dualisme waarnemer-waargenomene lost daar op volgens mij. Daarom heet dit stadium denk ik “beeindiging van waarneming & gevoel”.

Omdat ik veel Mahayana teksten heb gelezen vertaal ik dit min of meer automatisch op deze manier; op dit punt ‘gaat’ (duaal, verward functionerend) bewustzijn eigenlijk ‘over in’ wijsheid omdat bewustzijn niet langer onder invloed is van de bezoedelingen
.

Ik heb nu het commentaar van de eerwaarde Dhammavuddha Thero op YouTube gehoord aangaande MN121. Ik geloof dat ik geen totaal verkeerde route nam.

Een aantal dingen vallen me op. In de Engelse tekst die ik als basis van de verkenning gebruik komt na het stadium van 'noch waarneming noch niet-waarneming', de zogenaamde 'themeless concentration', de themaloze concentratie. De eerwaarde gebruikt hier echter 'the signless concentration', de tekenloze concentratie. Het schijnt hier te gaan om het Pali woord animitta. www.sleuteltotinzicht brengt dit ook in verband met het tekenloze.

Wat is dit precies? De tekenloze concentratie? 

De eerwaarde zegt dat hij aanneemt dat het hier gaat om het stadium wat meestal in de sutra's 'noch waarneming noch niet-waarneming' opvolgt, namelijk 'de beëindiging van waarneming & gevoel'. Dat nam ik ook aan. In dit stadium is er geen object-van/voor-bewustzijn zegt hij. In die zin dat er geen object is voor de zes vormen van bewustzijn, geen bewustzijn-van-iets, ontbreekt een teken. In die zin is het volgens de eerwaarde de teken-loze concentratie.

Het betekent niet dat in het stadium van beëindiging van waarneming & gevoel geen bewustzijn meer is, geen gewaarzijn, een soort niets, maar er is volgens de eerwaarde juist grenzeloos verlicht, helder bewustzijn. Zoals ik dat begrijp functioneert dat dan niet meer dualistisch (als bewustzijn-van-iets) maar als wijsheid.

De eerwaarde zegt dat iemand maximaal 7 dagen in deze staat kan verblijven. De Boeddha verbleef er zeven dagen in. Toen verplaatste hij zich en verbleef er nog zeven dagen in. Het is, blijkbaar een gefabriceerde mentaal gevormde staat en in die zin ook niet constant, geconditioneerd.

Je kunt je dan wel afvragen, vind ik, wat het dan betekent dat Boeddha "nu, zowel als eerder, volledig in een onderkomen van leegte verblijft" (begin van de sutra). Verwijst dat dan wel naar een staat waarin je maximaal zeven dagen kan verblijven of wordt daar toch verwezen naar een ander soort leegte waar je bijvoorbeeld continue in kan verwijlen? Dus verwijst 'het onderkomen van leegte' in de begin van de sutra wel naar een mentaal gevormd soort leegte?

Hoe dan ook, blijkbaar, door wat je in die staat gedurende meditatie ziet/begrijpt eindigen de drie hoofdbezoedelingen, effluenten, die van zintuiglijk verlangen, worden/bestaan en onwetendheid. Dus de verstoringen die die bezoedelingen veroorzaken, zijn er dan ook niet. Je hebt je egoloze gezicht gezien zou ik zeggen.

Dit is de superieure en onovertroffen entree in leegte. Contemplatieven van het verleden, heden of toekomst die in een leegte verwijlden, verwijlen of zullen verwijlen die zuiver is, superieur en onovertroffen verwijlen allemaal in deze zelfde leegte, zo zegt de sutra.

tot zover,

Siebe















Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon, Als Poort tot Bevrijding
« Reactie #42 Gepost op: 06-10-2014 18:57 »
Een aantal dingen vallen me op. In de Engelse tekst die ik als basis van de verkenning gebruik komt na het stadium van 'noch waarneming noch niet-waarneming', de zogenaamde 'themeless concentration', de themaloze concentratie. De eerwaarde gebruikt hier echter 'the signless concentration', de tekenloze concentratie. Het schijnt hier te gaan om het Pali woord animitta. www.sleuteltotinzicht brengt dit ook in verband met het tekenloze.

Wat is dit precies? De tekenloze concentratie?

Ik heb wat meer achtergrond informatie gevonden. Ik kwam onderricht tegen over de zogenaamde drie deuren of poorten tot bevrijding. Deze sluiten aan bij de drie kenmerken van het geconditioneerde; vergankelijkheid, lijden en zelfloos karakter. Alle drie kunnen een poort tot bevrijding vormen.
Onderstaande een vertaling van een korte uitleg hiervan. Ik vond het ingewikkeld Engels. Als iemand fouten aantreft of een voorstel heeft tot een betere vertaling, graag...met name de laatste zin kom ik niet goed uit.

bron: http://www.accesstoinsight.org/lib/authors/bodhi/wheel277.html

Vertaling:
“Het pad naar nirvana ligt in het begrijpen van samsara om de reden dat de ondervindelijke realisatie van het ongeconditioneerde te voorschijn komt vanuit een eerder doordringen van/diep inzicht in de fundamentele natuur van het geconditioneerde, zonder welke dat onmogelijk is. De staten van geest die nirvana realiseren worden bevrijdingen (vimokkha) genoemd, en deze bevrijdingen zijn drievoudig overeenkomstig het specifieke aspect van nirvana waarop ze zich richten- het tekenloze (amittta), het wensloze (appanihita) en leegte (sunnata). De tekenloze-bevrijding focust op nirvana als leeg van de “tekens” bepalend voor een geconditioneerde formatie, de wensloze-bevrijding als vrij van de hunkering van verlangen, en de leegte-bevrijding als leeg van zelf of enige soort substantiele identiteit. Welnu, deze drie bevrijdingen worden elk binnengegaan door een aparte poort of deur die “de drie poorten tot bevrijding” worden genoemd. Deze drie poorten staan precies voor de drie universele kenmerken van het geconditioneerde- vergankelijkheid, lijden en zelfloosheid. Inzicht in elk kenmerk is een andere poort die leidt naar de realisatie van het ongeconditioneerde. De diepzinnige contemplatie over vergankelijkheid wordt de poort tot de tekenloze bevrijding genoemd, omdat begrip van vergankelijkheid het “teken van formaties” weghaalt, de kenmerkloze realiteit van het onvergankelijke openbarend aan het zicht van de contemplatieve kijk. De contemplatie over lijden wordt de poort tot de wensloze-bevrijding genoemd omdat begrip van het lijden inherent in/aan alle formaties, het verlangen opdroogt dat naar hen uitreikt. En diepe contemplatie over zelfloosheid wordt de poort naar de leegte-bevrijding genoemd omdat het de leegte van substantiele identiteit in alle verschijnselen blootlegt en bijgevolg de niet levensvatbaarheid (unviability) van de zelf-notie in relatie tot het ongeconditioneerde. (de volgende zin laat ik onvertaald want die begrijp ik niet goed, misschien een ander??) In each close the understanding of the conditioned and the realization of the unconditioned are found to lock together in direct connection, so that by penetrating the conditioned to its very bottom and most universal features, the yogin passes through the door leading out of the conditioned to the supreme security of the unconditioned.
---------------------------------------------------------------------------------------------
fragment in het Engels:

The path to nibbana lies through the understanding of samsara for the reason that the experiential realization of the unconditioned emerges from a prior penetration of the fundamental nature of the conditioned, without which it is impossible. The states of mind which realize nibbana are called liberations (vimokkha), and these liberations are threefold according to the particular aspect of nibbana they fix upon — the signless (animitta), the wishless (appanihita), and emptiness (suññata). The signless liberation focuses upon nibbana as devoid of the "signs" determinative of a conditioned formation, the wishless liberation as free from the hankering of desire, and the emptiness liberation as devoid of a self or of any kind of substantial identity. Now these three liberations are each entered by a distinct gateway or door called "the three doors to liberation," (vimokkhamukha).[26] These three doors signify precisely the contemplations of the three universal marks of the conditioned — impermanence, suffering, and selflessness. Insight into each mark is a different door leading into the realization of the unconditioned. The profound contemplation of impermanence is called the door to the signless liberation, since comprehension of impermanence strips away the "sign of formations" exposing the markless reality of the imperishable to the view of the contemplative vision. The contemplation of suffering is called the door to the wishless liberation, since understanding of the suffering inherent in all formations dries up the desire that reaches out for them. And deep contemplation of selflessness is called the door to the emptiness liberation, since it exposes the voidness of substantial identity in all phenomena and hence the unviability of the self-notion in relation to the unconditioned. In each close the understanding of the conditioned and the realization of the unconditioned are found to lock together in direct connection, so that by penetrating the conditioned to its very bottom and most universal features, the yogin passes through the door leading out of the conditioned to the supreme security of the unconditioned.

------------------------------
eigenlijk, zo zie ik het nu, gaat het om verschillende manieren om ontgoocheld te raken, passieloos, omtrent geconditioneerde verschijnselen. Of je nu de vergankelijkheid ervan ziet, hun intrinsiek lijden omdat het samengestelde toch weer uiteenvalt, of hun natuur van geen-zelf, het gaat in de kern om een geest die zich, door dit begrip, niet meer inspant op dit vlak, die stopt met investeren, identificeren, die ophoudt zich vol te eten met het geconditioneerde.

Siebe, nu toch wat eten


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Leegte in de Pali-Canon; Als Pad tot het Ongeconditioneerde
« Reactie #43 Gepost op: 07-10-2014 11:17 »
Sunnata Samadhi Sutta, Leegte Concentratie, Samyutta Nikaya 43.4
bron: http://suttacentral.net/en/sn43.4

“En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? De leegte concentratie, de tekenloze concentratie, de ongerichte (undirected) concentratie: dit wordt het pad leidend naar het ongeconditioneerde genoemd...”

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon; Als Pad tot het Ongeconditioneerde
« Reactie #44 Gepost op: 07-10-2014 14:39 »
Sunnata Samadhi Sutta, Leegte Concentratie, Samyutta Nikaya 43.4
bron: http://suttacentral.net/en/sn43.4

“En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? De leegte concentratie, de tekenloze concentratie, de ongerichte (undirected) concentratie: dit wordt het pad leidend naar het ongeconditioneerde genoemd...”

Siebe

Hoe zijn deze concentraties het pad naar het ongeconditioneerde?

Dat wordt uitgelegd op deze bijzondere site:
http://www.accesstoinsight.org/lib/authors/bodhi/wheel277.html#fn-26

Die site geeft commentaar op een hele bijzondere weergave van interafhankelijk ontstaan zoals verwoord in de Upanisa Sutta. Ik vind het heel mooi en leerzaam. Ik raad het aan te lezen.

Het beschrijft hoe lijden de voorwaarde vormt voor vertrouwen. Het lijden spoort aan te zoeken naar een oplossing.

Zo wordt de volgende keten beschreven
Lijden
Vertrouwen
Blijdschap
Verrukking
Kalmte
Geluk
Concentratie
Kennis en visie van dingen zoals ze zijn
Ontgoocheling
Vrede, passieloosheid
Bevrijding
Kennis van de vernietiging van de bezoedelingen

Ik zal vanaf Concentratie heel kort samenvatten

Concentratie is geen doel op zichzelf. Het heeft een onderdrukkend effect op de bezoedelingen. Het kan ze niet vernietigen. Dat kan alleen wijsheid. Een goed ontwikkelde concentratie heeft dit onderdrukkend effect en zorgt er voor dat de geest niet zo meesleept, versnipperd raakt, niet meer als een kaarsvlam in de wind is. Het belangrijkste is dat concentratie de kennis/wijsheid (panna, prajna) ondersteunt van de dingen zoals ze zijn. Door concentratie ontstaat er kennis/inzicht in het vergankelijke, onbevredigende, en zelfloze karakter van geconditioneerde verschijnselen.

Deze kennis, dit inzicht leidt er toe dat er een andere orientatie in de geest ontstaat, een soort bekering. Dit wordt Nibbida genoemd. Men raakt ontgoocheld/ontnuchterd, is niet meer bekoord te investeren in zaken die men nu kent/begrijpt als vergankelijk, leeg, onbevredigend, zelfloos. Dit is iets wat groeit en wanneer dat inzicht erg krachtig is heet het balava vipassana. Het verlangen naar bevrijding groeit. De geest richt zich meer en meer op het ongeconditioneerde, op het doodloze element (amata dhatu). Dan komt er een moment dat men nirvana realiseert en de kennis krijgt over de vernietiging van de bezoedelingen op een manier dat men geen twijfels houdt of deze misschien toch nog eens de kop op zullen steken.

Ik heb het nu wel erg sterk samengevat wat op de site wordt besproken maar het geeft wel aan denk ik welke rol concentratie speelt op het pad. Het is ook geen doel op zichzelf om de leegte of het geen-zelf karakter van het geconditioneerde te begrijpen, maar het wordt in deze sutra geplaatst in een context van het maken van een omslag/andere orientatie in de geest/bekering. Innerlijk moeten we zeg maar de bekering maken van de bekoring met alles wat geconditioneerde ontstaat naar het doodloze, het ongeconditioneerde.

Siebe





Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, Als Poort tot Bevrijding
« Reactie #45 Gepost op: 07-10-2014 19:47 »
De staten van geest die nirvana realiseren worden bevrijdingen (vimokkha) genoemd, en deze bevrijdingen zijn drievoudig overeenkomstig het specifieke aspect van nirvana waarop ze zich richten- het tekenloze (amittta), het wensloze (appanihita) en leegte (sunnata). De tekenloze-bevrijding focust op nirvana als leeg van de “tekens” bepalend voor een geconditioneerde formatie, de wensloze-bevrijding als vrij van de hunkering van verlangen, en de leegte-bevrijding als leeg van zelf of enige soort substantiele identiteit

Leegte als Poort tot Bevrijding.

Hier, http://www.palikanon.com/english/wtb/u_v/vimokkha.htm, wordt het zo gezegd:

•3. Whosoever being filled with wisdom, considers all formations as without a self (anattā), such a one attains the emptiness liberation" (Vis.M. XXI, 70 = Pts.M. II, p. 58).

"Wie dan ook vervuld is van wijsheid, beschouwt alle formaties als zonder een zelf (anatta), zo iemand bereikt de leegte bevrijding".

Op de site ook wat meer informatie over de tekenloze (signless) en de wensloze (desireless) bevrijding.

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Het hoofdstuk over Leegte, Majjhima Nikaya 3.3., sunnata vagga, bestaat uit tien sutra's. Dit is de derde sutra opgenomen in dit hoofdstuk.

Verkenning van Majjhima Nikaya 123, Acchariyabbhuta-dhamma Sutta, De Verhandeling over Wonderbaarlijke Dingen
[tekst van: http://www.mahindaramatemple.com/e-tipitaka/Majjhima-Nikaya/mn-123.htm]

Knip samenvatting van de sutra

Eerwaarde Dhammavuddho Thero bespreekt op YouTube (onder andere) Majjhima Nikaya's sutras. Deze sutra, MN123 uit Sunnata Vagga, noemt hij de minst belangrijke. Bij de in de sutra genoemde wonderen plaatst hij bedenkingen, zoals het licht tijdens de geboorte, de vier Goden die waken over moeder en kind, de fysieke smetteloosheid van de pasgeborene, het kunnen zien van het kind in de baarmoeder door de moeder etc. Bij al die wonderen zegt de eerwaarde..."hard to believe". Volgens hem zijn die wonderbaarlijke zaken later toegevoegd.

De sutra is misschien van oorsprong wel heel kort geweest. Misschien alleen de laatste drie alinea's waarin wordt gewezen op het wonderbaarlijke aspect van het waarnemen door de Zogegane van het ontstaan, aanhouden en verdwijnen van gevoelens, waarnemingen en gedachten.

Dat wat vanuit Tushita hemel de baarmoeder van de moeder op Aarde binnenging, noemt de eerwaarde 'the soul'. Hij beschrijft dit als een bundel van energie, dus niet een zelf, niet een vaste identiteit.

Siebe



Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, MN124, Bakkula Sutta
« Reactie #47 Gepost op: 08-10-2014 17:29 »
In Majjhima Nikaya wordt het hoofdstuk 3.3. "Sunnata Vagga" genoemd. Het hoofdstuk over leegte. Het bestaat uit de sutra's MN121 t/m 130. Hieronder een verkenning van de vierde sutra Majjhima Nikaya 124.

Verkenning van Majjhima Nikaya 124, Bakkula Sutta, De Wonderbaarlijke dingen over Eerwaarde Bakkula.
(bron: http://www.mahindaramatemple.com/e-tipitaka/Majjhima-Nikaya/mn-124.htm)

[knip samenvatting]


De eerwaarde Dhammavuddho Thero bespreekt op YouTube de sutra's van Majjhima Nikaya. Net als van MN123 is de eerwaarde niet zo gecharmeerd van deze sutra MN124. In die zin dat de eerwaarde een aantal zaken vergezocht vindt zoals het gedurende tachtig jarige thuisloze bestaan zelfs niet de geringste kenmerken van een vrouw gezien te hebben door de hoofdpersoon de eerwaarde Bakkula. Zo zijn er nog een aantal zaken.

Nou ja, het komt er denk ik op neer dat de eerwaarde wel gelooft dat iemand door langdurige beoefening in bijvoorbeeld vorige levens diens karakter kan perfectioneren en erg zuiver kan leven, ascetisch noemt de eerwaarde het, maar dit lijkt toch wel wat overdreven te worden in de sutra. Hoe dan ook, Acela Kassapa was erg onder de indruk van de eerwaarde Bakkula, ontwikkelde veel vertrouwen, en bereikte arhatschap.

Siebe



Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, MN125, Dantabhumi Sutta
« Reactie #48 Gepost op: 08-10-2014 18:24 »
In Majjhima Nikaya wordt het hoofdstuk 3.3. "Sunnata Vagga" genoemd. Het hoofdstuk over leegte. Het bestaat uit de sutra's MN121 t/m 130. Hieronder een verkenning van de vijfde sutra, Majjhima Nikaya 125.

Verkenning van Majjhima Nikaya 125, Dantabhumi Sutta, de Verhandeling over het ‘Getemde Stadium’.
(bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.125.horn.html_

[knip samenvatting]

De eerwaarde Dhammavuddho Thero bespreekt op YouTube de sutra's van Majjhima Nikaya.
De eerwaarde houdt erg van deze sutra. MN 125, vanwege de mooie vergelijking van het temmen/trainen van een bosolifant en het temmen/trainen van de geest van de huishouder of wereldling.

In de sutra moet de bosolifant eerst uit het bos gehaald worden en eenmaal uit het bos dan kan het bos  (de bos-gewoonten, bos-intenties, bos-verlangens, bosneigingen etc) uit de olifant gehaald worden. Dit is ook zo bij de mens die bevrijding wens.  Die mens moet eerst uit het bestaan van huishouder. Dan moet de huishouder uit zijn geest gehaald worden. Dit gaat dan vooral om diens wereldlijke verlangens, gedachten, ambities, neigingen, etc.

Dit vergt een stap voor stap behandeling, zoals de bosolifant ook stap voor stap gewend wordt aan het bestaan buiten het bos.  Eerst legt men zich toe op het naleven van de voorschriften etc, men leert de zintuigen te bewaken, gaat matigen met eten, leert kwalijke mentale staten verdrijven, niet veel slapen, leert alles met aandacht doen, overwint de vijf hindernissen, ontwikkelt de vier soorten indachtigheid.
En wanneer dit laatste goed ontwikkeld is, is dat volgens de eerwaarde gelijk aan de eerste jhana. Dit wordt de basis voor de andere jhana stadia. Zo verwerft men de drie soorten kennis, en bereikt arhatschap.

De bosolifant moet dus eerst uit het bos gehaald worden en dan het bos uit het olifant. De eerwaarde gebruikt dit fragment en deze sutra ook als een soort aanzet tot kritiek op het beoefenen van boeddhisme in het dagelijks leven als huishouder. Want de huishouder/wereldling moet eerst uit het huis/wereld gaan en dan kan het huis/wereld uit de huishouder/wereldling gehaald worden. De eerwaarde is in die zin kritisch naar het Mahayana en Tibetaans Boeddhisme in zoverre hierin geen of veel minder de nadruk ligt op het verlaten van huis en haard.

Ik heb wel gevoel voor die kritiek

Siebe











Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Re:Leegte in de Pali-Canon, Leegte als Bewustzijnsbevrijding
« Reactie #49 Gepost op: 10-10-2014 14:16 »
In Majjhima Nikaya 43 worden verschillende soorten bewustzijn-bevrijding besproken .
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.043.than.html

-de themaloze bewustzijnsbevrijding. De sutra geeft aan dat voor het bereiken van deze bevrijding twee voorwaarden bestaan: gebrek aan aandacht voor alle thema’s (in een noot bij SN41.7 wordt een thema uitgelegd als “een object van bewustzijn”) en aandacht voor het themaloze kenmerk. Waarom is dit een bevrijding? Omdat hartstocht, afkeer en begoocheling het maken van een thema is en dit afwezig is.

Ik heb nu wat besprekingen gevolgd op YouTube van de Majjhima Nikaya sutra's uit deze draad. Over het algemeen vind ik de vertalingen die de eerwaarde gebruikt beter te volgen dan de teksten die ik zelf gelezen heb en naar verwijs in deze draad. Soms wijkt de tekst inhoudelijk af.

Soms is het verwarrend omdat bijvoorbeeld in de ene tekst wordt gesproken over "themeless awareness release" of "themes" (www.accestoinsight.org; MN43, MN121, MN122) terwijl de eerwaarde Dhammavuddho Thero dit bijvoorbeeld vertaald met "signless release of mind" en "signs. Als het goed is gaat het dan om het Pali woord Animitta.

Zo meende ik dus dat de "themaloze bewustzijnsbevrijding" iets anders was dan de "tekenloze bewustzijnsbevrijding". Dit lijkt dus niet zo te zijn.

Er bestaan  twee voorwaarden voor het bereiken/ontstaan van de  tekenloze bevrijding van bewustzijn/geest,  namelijk gebrek aan aandacht voor alle tekens en aandacht voor het tekenloze element. Het vergt bovendien een vastberadenheid/daad van de wil/voornemen voor het voortdurend er van.
Als je aandacht besteedt aan een teken en/of gebrek hebt aan aandacht voor het tekenloze element dan houdt deze tekenloze bevrijding van geest op te bestaan.

Wat het verschil aangaat..
-bij de leegte-bewustzijnsbevrijding is de focus op het karakter van geen-zelf van het geconditioneerde,
-bij de wensloze bewustzijnsbevrijding is de focus op het onbevredigend karakter van het geconditioneerde
-bij de tekenloze bewustzijnsbevrijding is de focus op het vergankelijke karakter van het geconditioneerde.

Dat valt hier http://www.palikanon.com/english/wtb/u_v/vimokkha.htm na te lezen

Dat bijvoorbeeld de tekenloze bewustzijnsbevrijding inspanning vergt, onderhoud, zegt volgens mij wel dat dit ook zelf een geconditioneerde toestand is. De drie immorele wortels, hartstocht, afkeer en begoocheling zijn tijdelijk dan onderdrukt, en daarom heten het bevrijdingen, maar zijn, in tegenstelling tot 'the unprovoked (de eerwaarde vertaald dit met "unshakbale") bewustzijnsbevrijding', niet ontworteld.

Siebe