Auteur Topic: Schepping van de wereld  (gelezen 48907 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 552
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
    • Bekijk profiel
Re: Schepping van de wereld
« Reactie #100 Gepost op: 30-04-2009 19:50 »
.
« Laatst bewerkt op: 09-08-2011 22:00 door Betweter »
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

martin69

  • Gast
Re: Schepping van de wereld
« Reactie #101 Gepost op: 01-05-2009 09:23 »
Jawel, het kan wel uitmaken welke religie je aanhangt.

Als voor jou het woord God, betekenisloos is, in de zin van dat het vanbinnen iets losmaakt dan zullen die boodschappen door jou onbegrepen blijven. Het raakt je niet, het maakt je niet wakker.

Terwijl bij jou het woord Boeddha of de leuzes van het boeddhisme misschien juist zeer betekenisvol is. Het maakt iets los vanbinnen, het maakt je wakker, het raakt je.
Je gaat bv. de teksten bestuderen, je gaat de leuzes van de religie in de praktijk omzetten. Je wordt dus een actieve beoefenaar.
In elke religie staat god of goden centraal. Een god die straft en beloont, een god waaraan je je moet onderwerpen, een god die vindt dat blind geloof een deugd is. In elke religie is "blind" geloof een deugd, een eis. Godsgeloof is per definitie altijd onverdraagzaam. Omdat andere opvattingen een bedreiging zijn voor de invloed en macht van dat geloof. Steeds weer maak je de fout door de stellen wat religie voor mij persoonlijk zou betekenen. Maar daar gaat het niet om, het gaat erom wat de funtie van religie in het algemeen is, niet wat het voor mij persoonlijk zou kunnen betekenen.

Het boeddhisme is eigenlijk niet te vergelijken met wat voor religie dan ook, er is geen god, en "blind" geloof wordt afgeraden in het boeddhisme. Het boeddhisme is GEEN religie, maar een levensfilosofie die in principe met elke religie te combineren is. Maar fundamentalistische christenen of moslims zullen het boeddhisme alleen maar als een bedreiging zien, net zoals ze dat doen met de evolutietheorie.

Daar ben ik het slechts ten dele mee eens, het christelijk geloof bijvoorbeeld heeft moreel gezien heel weinig te bieden in vergelijking met het boeddhisme, tevens zijn de positieve werking van geloof op lichaam en geest niet per se correct. Geloof heeft voor veel mensen buitengewoon negatieve, pijnlijke en stressvolle gevolgen.


1. Als jij dat zo ziet dan is dat zo voor jou.
2. Ik zie dat anders. Ik moet erbij zeggen dat ik dit vroeger net als jij zo zag. Maar juist de beoefening van het Boeddhisme heeft mijn visie hieromtrent veranderd.
1. Het is zo, geloof heeft voor veel mensen buitengewoon negatieve, pijnlijke en stressvolle gevolgen. Het is maar net hoe jouw speciale geloof in elkaar zit. Het is daarom meestal een soort bouwpakketje dat mensen vaak samenstellen al naar gelang de persoonlijke behoefte. Het heeft niets met de werkelijke wereld om ons heen te maken. Kortom: een illusie, een verzinsel.
Maar ook geloof in illusies en pure onzin kan mensen gelukkiger maken. De vraag is dan of jij als persoon zo in elkaar zit dat je dat acceptabel vindt.
2. De boeddhistische leer houdt zich bezig met het mens-zijn zelf. De tripitaka bevat vele meters met geschriften die zich uitsluitend bezig houden met de menselijke psychologie en de problemen die daaruit voortkomen en de oplossingen die het boeddhisme biedt. Het boeddhisme onderscheid zich daarmee heel duidelijk ten opzichte van godsdiensten.

Een religie heeft qua leer weinig te bieden omdat een religie als puntje bij paaltje komt nauwelijks over diepgaande inzichten beschikt. De leer is vooral gefocussed op de aanbidding van de onzichtbare god en heil dat er van verwacht moet worden. En natuurlijk staat het blinde geloof in god centraal.

lord rainbow

  • Gast
Boeddha over Ishvara,want God bestond nog niet...
« Reactie #102 Gepost op: 20-12-2011 17:58 »
Er is een vroege Soetta, een Leerrede uit de Pali-collectie (Sudatta sutta SN 10.8 ), waarin Boeddha onderricht geeft aan een jongeman die zijn belangrijkste supporter zou worden, Anātha-pindika (of Anātha-pindada in het Sanskriet). De ontmoeting vond plaats in het Bamboebos in Ràdjagaha (Rajgir) in Noord-India.


In dat gesprek zegt Boeddha dat, indien god (hier Ishvara, een concept uit de veda, en uiteraard niet de god van de christenen omdat het Christendom nu eenmaal iets jonger is dan het Boeddhisme) de schepper van alle leven zou zijn, al dit leven zich zonder vragen stellen zou moeten voegen naar Zijn macht. Die levenden zouden geen eigen individualiteit hebben, en omdat ze geen individualiteit zouden hebben, zouden ze ook niet in staat zijn de juiste moraliteit te beoefenen, dwz zelf bewuste keuzes maken tussen wat goed en niet goed is of lijkt.

Boeddha zegt voorts dat indien de wereld door god geschapen zou zijn, er geen leed, ellende en kwaad in deze wereld zou zijn, want alle daden, de zuivere en de onzuivere, komen dan van Hem (en god voorstellen als een entiteit waarin in potentie kwaad aanwezig is, was ondenkbaar, ook in de vedische tijd).

Als dat zo is, zegt Boeddha (als er een god-schepper is waaruit geen kwaad kan komen), dan zou er naast hem nog een andere scheppende oorzaak moeten zijn (en zou god niet meer aan de vedisch-filosofische omschrijving voldoen van in-zichzelf-bestaand [svabhāva]. Deze en de volgende gedachten vergen enige kennis van de vedische filosofie.)

Een vierde argument gaat langs de lijnen van logische filosofie: Te zeggen dat het Absolute (de absolute in-zichzelf-bestaande god) ons geschapen heeft is geen overtuigend argument, want dat wat absoluut (svabhāva) is kan geen oorzaak zijn (het berust als het ware bewegingloos, of zonder handelen in zichzelf). Integendeel, alle dingen komen tot ontstaan omdat er een veelheid aan voorwaarden en condities aan ten grondslag liggen, en wanneer we geconstateerd hebben dat dit inderdaad zo is, kunnen we niet meer zeggen dat het Absolute schept. En zouden we zeggen dat het Absolute alle dingen doordesemt, dan kan het toch niet de schepper van alle dingen zijn! (want tegelijkertijd absoluut zijn en zichzelf scheppen zijn logische tegengesteldheden.)

Zouden we vervolgens aannemen dat dan inplaats van god (Ishvara) het Zelf (Atman) de scheppende kracht is, waarom schiep dat Zelf dan niet alle dingen als aangenaam en aantrekkelijk? Waarom zou het Zelf zichzelf zoveel leed en verdriet aandoen (dat we in de wereld ontmoeten)?

Noch god, noch het zelf, noch een of ander oorzaaksloos toeval schiep ons. Waardoor we zijn ontstaan zijn onze eigen daden die zowel goede als kwade resultaten voorbrachten, alles in overeenstemming met de wet van oorzaak en gevolg.



Hier onderwijst Boeddha langs de lijnen van de relatieve moraliteit; hij had een hoogopgeleide jongeman voor zich die op dit moment voor het eerst met Boeddha's gedachten in aanraking kwam. Boeddha onderwees in overeenstemming met de capaciteiten van zijn toehoorder.

Het is dan opmerkelijk dat er in de twintigste/eenentwintigste eeuw boeddhistische stromingen zijn gekomen die menen dat ze, eenmaal aangekomen in de westerse wereld, niet moeten onderwijzen in overeenstemming met Boeddha's prediking aan Anātha-pindika, maar liever toegeven aan een in de westerse wereld heersend gods- en zielsbesef, in de gedachte dat de "westerling" anders niet in staat zou zijn de eerste schrede te zetten op het pad van de Boeddha-Dharma. Een dergelijke gedachtegang kan alleen ontstaan wanneer de Dharma-prediker meent dat "het westen" niet klaar is voor een iets verdergaand filosofisch discours. Het tegendeel is echter waar. Filosofie, en met name logische filosofie, voorzover het ontdaan is van theologische accreties werd in het westen geboren.
« Laatst bewerkt op: 20-12-2011 18:02 door lord rainbow »

lord rainbow

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #103 Gepost op: 21-12-2011 01:34 »
De mens als geestelijk wezen bestond al in Genesis 1. Maar in Genesis 2 werd deze geestelijke mens geformeerd uit stof van de aardebodem, zodat hij een stoffelijk, vleselijk lichaam verkreeg, dat stamde uit het dierenrijk. De mens is dus geen vleselijk wezen met geestelijke ervaringen, maar een geestelijk wezen met vleselijke ervaringen!



Genesis 1:

1 In het begin schiep God de hemel en de aarde.
(1:1-3) In het begin schiep God de hemel en de aarde [...] God zei – Ook mogelijk is de vertaling: ‘In het begin toen God de hemel en de aarde schiep [...] zei God’.

2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
(1:2) Gods geest zweefde over het water – Gods geest, of: ‘Gods adem’. Ook mogelijk is de vertaling: ‘een hevige wind joeg het water op’.

3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht.

4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis;

5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

6 God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’

7 En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven.

8 Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.

9 God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het.

10 Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.

11 God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het.

12 De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was.

13 Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

14 God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren,

15 en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het.

16 God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren.

17 Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde,

18 om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was.

19 Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.

20 God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’

21 En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was.

22 God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’

23 Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.

24 God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het.

25 God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.

26 God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’

27 God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.



Genesis 2:

4 In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte,

5 groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; (2:5) geen mensen om het land te bewerken – In het Hebreeuws is er hier en in het vervolg een woordspel tussen ’adam, ‘mens’, en ’adama, ‘land/aarde/aardbodem/akker’.

6 wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide.

7 Toen maakte God, de HEER, de mens.
Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.


Zoals ik dit lees, zijn Genesis 1 en 2 twee verschillende scheppingsmythen van de mens:
In Genesis 1 was de aarde al helemaal begroeit en voorzien van beesten voordat de mens werd geschapen,
In Genesis 2 waren er nog geen struiken etc toen de mens werd gemaakt.

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #104 Gepost op: 21-12-2011 08:52 »
Apart Lord Rainbow.

De mens als geestelijk wezen bestond al in Genesis 1.

De mens is uit geest ontstaan, naar Gods beeld en gelijkenis staat er geschreven, geest uit geest.
De mens komt incarnerend  ook uit de Geest, en keert bij het sterven van het lichaam weer terug naar de Geest.
Geest is iets anders als het vage begrip 'energie' wat ik in dit verband wel eens van self-proclamed 'Boeddhisten' verneem.

Een mooie bijdrage.

Chan
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Basho

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #105 Gepost op: 08-02-2012 15:12 »
Brahma, de God-Schepper
In de periode van de Rig-Veda (1700 en 1100 v.Chr.) hing men in India het legendarische geloof aan dat het universum ontstaan was uit een oeroffer met als god-schepper Prajapati. Deze God-Schepper kreeg later de naam Brahma, en werd beschouwd als een oermens welke vooraf zou gaan aan de schepping van het universum. Deze oermens verdeelde zich naar de diverse kasten. Brahma’s mond vormde zich als de brahmaan (priester). Uit de armen van deze God-Schepper ontstond de ksatriya (krijger, militair) en uit de heupen de vaishya (koopman, landeigenaar, ambachtslid). Uit de voeten van Brahma ontstond de shudra (arbeider). Volgens het Hindoeïsme is Brahma de allerhoogste God, de Schepper, de Ene, waaruit alle verscheidenheid voortkomt. In het Boeddhisme komt Brahma als zodanig ook voor, maar dan meer als een mythische en legendarische figuur, niet als Schepper en zeer zeker niet als een Almachtige; de God-Vader of God-Schepper van alles. Ook Brahma is net als alle levende wezens in het Boeddhisme onderhevig aan de vergankelijkheid en de dood. Wanneer in de Pali-Canon een Sangha-monnik bijvoorbeeld op een bepaald moment vragen stelt aan Brahma, waar de elementen aarde, vuur, water en wind ophouden zonder een spoor achter te laten, antwoordt deze niet maar getuigt meteen van zijn eigen macht. Daarna geeft Brahma toe dat hij het antwoord eigenlijk helemaal niet weet en verwijst direct naar de Boeddha, die het antwoord wel kan formuleren op de vragen van de monnik:

“’Waar vinden aarde, water vuur en wind geen vaste voet?
Waar houden lang en kort, klein en groot, mooi en lelijk,
Waar houden naam-en-vorm volledig op?’

Het antwoord daarop [van de Boeddha] is:

‘Het onzichtbare bewustzijn, oneindig, aan alle kanten lichtend:
Daar vinden aarde, water vuur en wind geen vaste voet.
Daar houden lang en kort, klein en groot, mooi en lelijk,
Daar houden naam-en-vorm volledig op.
Door het ophouden van perceptie vindt dit alles daar een eind.’”
(citaat: J. de Breet en R. Janssen: “Digha-Nikaya. De verzameling van lange leerredes”, Asoka Rotterdam 2001, blz. 218)

De plaats van de godenwereld in het Boeddhisme
Het bovenstaande ligt in de lijn van dat het Boeddhisme de theorie van een God-Schepper niet als zodanig erkent en ook niet die van een onsterfelijke ziel of Atman. De mens is in de wereld van het bestaan bij uitstek degene die op deze plaats (en niet elders) de vrijheid heeft van de keuze tussen goede en slechte daden. In het Boeddhisme wordt verder onder andere gesproken over de godenwereld van de zogeheten deva’s, of hemelse wezens. Deze legendarische hemelse wezens hebben volgens de geschriften een erg lang leven, maar zij zijn net als Brahma onderworpen aan vergankelijkheid en de dood. Zij hebben net als alle wezens (half-goden, dieren, helbewoners, hongerige geesten en mensen) hun plaats in het levenswiel en zijn dientengevolge onderworpen aan de vergankelijkheid. De plaats van de godenwereld is dus totaal anders dan die in het Brahmanisme, het Hindoeïsme en zeker in vergelijking met bijvoorbeeld de woestijngodsdiensten (Jodendom, Christendom en Islam). Vandaar dat het getuigt van “spiritueel shoppen” als mensen proberen niet-Boeddhistische elementen te introduceren in de Boeddhistische leer. Hierdoor wordt geen enkele religie of godsdienst een dienst bewezen, het wordt eerder een chaos waar niemand meer iets aan heeft. In elk religieus systeem is (intern) het leersysteem exact afgestemd, hierin kan niet zomaar naar wens worden gerommeld met andere waarden die in dat bepaalde leersysteem “vreemd” zijn.

Het levenswiel (klik met de muisknop op de afbeelding voor een ander formaat)

Sterker nog, de zes rijken van ervaring binnen het levenswiel zijn geen plaatsen die te bezoeken zouden zijn. Het vertegenwoordigen ook geen bestemmingen die zouden fungeren als datgene wat men te wachten staat als beloning of straf. Als gevolg van de menselijke handelingen, datgene wat men doet, denkt en zegt schept men zelf de oorzaken van plezier en pijn die verbonden zijn aan de zes rijken binnen het levenswiel. Het levenswiel is als het ware een soort “schema” in de Boeddhistische mythologie om iets duidelijk te maken, te duiden. Heel vaak worden de zes rijken van ervaring namelijk gebruikt om te verwijzen naar een bepaalde geestestoestand waarin iemand zich op een bepaald moment bevindt. Als iemand bijvoorbeeld boos is of haatgevoelens heeft, wordt dat beschouwd als dat hij of zij zich op dat moment als het ware bevindt in de wereld van de helbewoners. De verwijzing naar de wereld van de hongerige geesten staat bijvoorbeeld voor de mens die nooit genoeg heeft van het verzamelen van materiële zaken en altijd maar meer wil “verkrijgen”, desnoods ten koste van de andere mensen.

Boeddha stelt verder in zijn leer:

      “Na afloop van lange tijdsduren ontplooit zich deze wereld. Dan ontstaat er een lege Brahma-wereld. Het een of andere levende wezen duikt dan in die lege Brahma-hemel op. Het wezen is zelf-lichtend; vreugde is zijn voedsel. Als dat wezen daar zo lange tijd heeft geleefd in eenzaamheid, wordt het onbehaaglijk en onrustig. En het denkt: ‘Ach, mochten toch ook andere wezens hier komen.’ En ook andere wezens duiken op in het gezelschap van dat eerste wezen. Zij leven eveneens lange, lange tijd. Dan komt bij het wezen dat het eerste daar ontstaan was, de volgende gedachte op: “Ik ben Brahma, de grote Brahma, de allesoverwinnaar, de onoverwonnene, die alles ziet, de heer, de schepper, de hoogste, de heerser, de vader van het gewordene en van het wordende. Deze wezens hier zijn door mij geschapen. Want zij ontstonden op mijn wens.”
      En bij de wezens die later daar verschenen waren, komt de gedachte op: “Dit is de grote Brahma, de allesoverwinnaar, de onoverwonnene, die alles ziet, de heer, de schepper, de hoogste, de heerser, de vader van het gewordene en van het wordende. Deze wezens hier zijn door mij geschapen. Want zij ontstonden op mijn wens. Door deze heer Brahma zijn wij geschapen. Want wij zagen hem hier als eerste; en wijzelf zijn na hem verschenen.”
      Nu heeft echter het wezen dat als eerste gekomen is, een langer leven, is mooier en heeft meer macht. De wezens die later verschenen, hebben een korter leven, zijn niet zo mooi en hebben minder macht. Zo is het mogelijk dat een wezen uit die godenwereld verdwijnt en hier in deze menselijke wereld komt. Hier neemt die persoon het leven aan van een asceet. En met ijverig streven bereikt hij dan een zodanige geestelijke concentratie dat hij zich aan die ene vroegere levensplaats herinnert. Maar er is geen herinnering meer aan andere voorgaande levens. Die persoon spreekt dan aldus: ‘Deze heer Brahma, de grote Brahma, de allesoverwinnaar, de onoverwonnene, die alles ziet, de heer, de schepper, de hoogste, de heerser, de vader van het gewordene en van het wordende door wie wij zijn geschapen, die is eeuwig, blijvend, onveranderlijk. En eeuwig zal hij gelijk blijven. Maar wij zijn door Brahma geschapen en wij zijn vergankelijk, zonder blijvendheid, met een kort leven, aan veranderingen onderhevig. En met zulke geaardheid zijn wij in deze wereld gekomen.’
      Aldus zijn de verkeerde meningen ontstaan over een blijvende, eeuwige hemel en over een scheppende, eeuwige God.”

      De Boeddha probeerde geen kosmologische theorie uit te leggen. Het wezenlijke van zijn leer wordt niet aangetast door het wel of niet bestaan van deze sferen. Het is ook niet juist om iets te verwerpen alleen maar omdat het niet door iemands beperkte kennis begrepen kan worden.
      Er is in alle werelden van bestaan een begin, geboorte; en dientengevolge is er ook een einde, dood. Niets hier is zelfstandig, alles is op de een of andere manier aan bepaalde voorwaarden gebonden. En iets kan alleen maar bestaan zolang die voorwaarden aanwezig zijn. Als de voorwaarden van iets of iemand ophouden te bestaan, houdt ook het iets of die iemand op te bestaan. Een blijvend, zelfstandig iets is er niet. Een eeuwig leven is er niet, maar evenmin is er een eeuwig ‘niet-meer-zijn’. Veroorzaakte verschijnselen enkel zijn er, zonder blijvendheid. De werelden van bestaan zijn slechts tijdelijke werelden, hoelang ze ook mogen duren. En zich hechten aan iets dat niet-blijvend is, is (de oorzaak van) lijden, onvoldaanheid. Zich nergens meer aan hechten is vrij te zijn van lijden, vrij van onvoldaanheid. Wie niet meer hecht, is vrij. En voor de bevrijde is er geen geboorte meer en ook geen dood. Dan is het einde van lijden gevonden. Dat is het hoogste doel. Maar wie niet naar dat hoge doel streven, laten zij in ieder geval zich inspannen om een van de gelukkige oorden van bestaan te bereiken.” (Citaat: N. Moonen: Facetten van Boeddhisme en de “Digha-Nikaya. De verzameling van lange leerredes, hoofdstuk 1)”

(Zie vervolg in de volgende aansluitende bijdrage)
« Laatst bewerkt op: 08-02-2012 16:06 door Basho »

Basho

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #106 Gepost op: 08-02-2012 15:12 »
(Vervolg van mijn bijdrage aansluitend hierboven)

Niet verbonden met de Dhamma
In de Digha-Nikaya, De verzameling van lange leerredes, hoofdstuk 1 de Brahmajala-Sutta, oftewel “de leerrede van het goddelijke net” wijst Gautama de Boeddha op 62 soorten asceten en Brahmanen, via een rankschikking naar welke metafysische theorieën ze verkondigen. Het gaat in dit kader om de volgende theorieën waar volgens de Boeddha menselijke gehechtheid en vereenzelviging aan ten grondslag liggen:

a.   De oorsprong van de wereld en het “zelf”;
b.   De vraag of de wereld oneindig danwel eindig is in de kosmos;
c.   De aard van een leven na de dood.

Gautama de Boeddha onderscheidt de volgende wijzen van theorie van de asceten en Brahmanen, op grond waarvan ze beweren: “Het zelf en de wereld zijn eeuwig, onveranderlijk, zo onbeweeglijk als een bergpiek, zo vast als een zuil en de levende wezens verhuizen en gaan voort in een [eeuwige] kringloop; ze vallen weg uit het ene bestaan en rijzen weer op in het andere. Maar het blijft eigenlijk in alle eeuwigheid hetzelfde.” (citaat: J. de Breet en R. Janssen: “Digha-Nikaya. De verzameling van lange leerredes”, Asoka Rotterdam 2001, blz. 62)

1.   Eternalisme, met verschillende wijzen van verkondiging dat het zelf en de wereld eeuwig zouden zijn (het zich herinneren van vorige levens, met de bijbehorende bijzonderheden en details; het zich herinneren van vorige levens, met de bijbehorende verschillende verblijfplaatsen uit het verleden gedurende de inkrimping en uitdijing van de kosmos, of herhaalde inkrimpingen en uitdijingen van de kosmos; het zich herinneren van vorige levens, met de bijbehorende verschillende verblijfplaatsen uit het verleden gedurende talloze inkrimpingen en uitdijingen van de kosmos; het zich geheel en volledig laten leiden door de logica, men volgt het eigen denken en baseert zich als zodanig geheel op het eigen inzicht);
2.   Gedeeltelijk eternalist, gedeeltelijk niet-eternalist;
3.   Extensionisten, zij stellen zich de wereld voor als eindig, begrensd;
4.   Zij, die zich uitsluitend bedienen van ontwijkende antwoorden (glad zijn als een aal);
5.   Accidentalisten, het zelf en de wereld zijn “toevallig ontstaan.”

Het voert te ver om hier alle 62 aspecten te behandelen die de Boeddha heeft uitgelegd in dit kader, maar ik heb de belangrijkste varianten weergegeven van de metafysische ideeën waarop de asceten en Brahmanen zich volgens de Boeddha baseren. In de Potthapada Sutta (Digha-Nikaya, hoofdstuk 9) vraagt de asceet Potthapada aan de Boeddha:

1.   “’Is de wereld eeuwig? Is dit alleen waar en alle andere opvattingen onjuist?
2.   Is de wereld niet-eeuwig?
3.   Is de wereld eindig?
4.   Is de wereld oneindig?
5.   Is het leven hetzelfde als het lichaam?
6.   Is het leven één ding en het lichaam iets anders?
7.   Komt een Voleindige na de dood weer tot bestaan?
8.   Komt een Voleindige na de dood niet meer tot bestaan?
9.   Komt een Voleindige na de dood zowel wel als niet meer tot bestaan?
10.   Komt een Voleindige na de dood noch wel noch niet meer tot bestaan?’

En steeds antwoordt de Boeddha dat dit niet door hem verkondigd wordt.
‘Waarom worden deze zaken niet door de Verhevene verkondigd? Ze leiden niet tot een doel, Potthapada, ze zijn niet verbonden met de Dhamma, ze gaan tegen het oorspronkelijke heilige leven in, ze leiden niet tot afkeer van het wereldse leven, niet tot passieloosheid, tot ophouden, tot innerlijke rust, tot kennis uit eigen ervaring, tot ontwaken, tot nirvana. Daarom worden ze door mij niet verkondigd.’” (citaat: J. de Breet en R. Janssen: “Digha-Nikaya. De verzameling van lange leerredes”, Asoka Rotterdam 2001, blz. 202-203). Gautama de Boeddha wijst vervolgens meteen op de Vier Edele Waarheden (van het lijden) omdat zijn leer immers draait om deze Vier Edele Waarheden en niet om speculatieve, filosofische, of metafysische vragen.

Boeddha de mens, de leraar
Gautama de Boeddha was een mens als iedereen en heeft er geen aanspraak op gemaakt dat hij een Messias zou zijn, of een speciale afgezant, Profeet of zoon van welke godheid dan ook. In de Dhamma van de Boeddha ontbreekt totaal een God die de mens zal straffen als men niet luistert naar de “boodschapper” of “afgezant” van welke godheid dan ook. Alles draait in de leer van de Boeddha om het lijden en de opheffing van dat lijden, door de inspanning van de mens zelf. Die mens staat derhalve centraal en niet één of andere kosmische God als Schepper waarin men zou moeten geloven. Het ligt dus in de persoon zelf om te ontdekken wat de Boeddha ook heeft ontdekt in zijn “Verlichting”. Een geloof in een God is in de Boeddhistische leer nutteloos. Toch respecteert de Boeddhist alle religies, hij getuigt slechts van wat de Boeddha onderwees:

“De Boeddha onderwijst dat alle dingen drie karaktereigenschappen (ti lakkhana) gemeen hebben.

Alles wat de aard van opkomen in zich heeft, heeft ook de aard van vergaan in zich. Zodra iets opkomt, treedt het proces van verval al in werking. Alle verschijningsvormen, alle dingen in het bestaan, worden gekenmerkt door drie eigenschappen: de eerste eigenschap is dat alle dingen vergankelijk zijn. Omdat dingen vergankelijk zijn, zijn dingen onvolmaakt en onbevredigend van aard; en daarom in essentie beladen met lijden. Dit is de tweede eigenschap. De derde eigenschap is, dat alle dingen veranderen. Alles is zonder een 'zelf', zonder enige vaste kern. Er is geen enkel fenomeen in het hele universum dat twee momenten hetzelfde blijft. Dit is de derde eigenschap die alle dingen gemeen hebben. Dit is de ware aard van dingen. Het is een onomstotelijk feit en een vaststaande wet.

Echter, mensen met een verkeerd inzicht, beschouwen datgene wat vergankelijk is, als zijnde onvergankelijk; onbevredigende dingen als zijnde bevredigend; instabiele dingen als zijnde stabiele en blijvende dingen etc. Dat is de omgekeerde wereld, dat is de dingen op z'n kop zien.

De drie karaktereigenschappen worden door geen enkele godheid verkondigd, ook niet door zijn afgezant, zijn profeet, of zijn zoon. Integendeel, deze personages beweren dat er een goddelijke schepper is, maar de waarheidzoeker zal ontdekken dat dat gebaseerd is op een verkeerd inzicht. Het is alleen een Boeddha die de drie karaktereigenschappen verkondigt. Daarom kan de boodschap van geen enkele godheid ons bevrijding van lijden schenken, maar de boodschap van een Boeddha wel, alhoewel de Boeddha slechts kan wijzen. Wijzelf moeten het werk doen om tot deze realiteit te ontwaken.
In het boeddhisme is er geen plaats voor een goddelijke schepper of een wezen waarvan wij afhankelijk zijn voor onze bevrijding. De bewering dat er een goddelijke schepper is, is volgens de boeddhistische gedachtegang gebaseerd op een verkeerd inzicht in de ware aard van dingen. En wie onderwijst dat bevrijding afhankelijk is van een goddelijke macht, maakt mensen afhankelijk van die goddelijke macht.

Verder zorgt een geloof in een goddelijke schepper ervoor dat men de eigen verantwoordelijkheid naast zich neerlegt. Een schepper bepaalt ook je lot, hetgeen mensen inactief maakt ten opzichte van het nastreven van een deugdzaam leven. Als alles de 'wil van een god is', dan begrijp je niet dat wilshandelingen gevolgen hebben (verkeerd inzicht), dus heeft het ook geen enkele zin om een deugdzaam leven te leiden... Maar de Boeddha benadrukt steeds dat wijzelf de volledige verantwoordelijkheid hebben in alles wat we doen en willen bereiken. Daarmee heeft hij de mens boven elke godheid geplaatst. Hij zei: "Atta hi attano natho", iemand is zijn eigen redder.

Boeddhisme is vrij van dwangmatigheid en bekeringsdrang en eist van de volger niet een blind geloof. Nog nooit in de geschiedenis heeft een boeddhistisch land anders denkenden aangevallen of vervolgd omdat een andere gedachtegang niet welkom was of niet gerespecteerd werd. Ook voor individuele boeddhisten is het uitermate ongepast om pogingen te doen anderen te bekeren. Er mag alleen mondjesmaat gewezen worden indien daar aanleiding voor is. Het willen bekeren van anderen is nergens anders aan te wijten dan aan de eigen begeerte; de Boeddha heeft begeerte aangewezen als hoofdoorzaak van lijden, het is een immorele factor van de geest... Vanaf het allereerste begin zal de scepticus aangenaam getroffen worden door haar roep tot een diepgaand onderzoek. Boeddhisme is, van het begin tot het einde, open voor iedereen die ogen heeft om te zien en een geest om te begrijpen.” (citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

Veel inzicht toegewenst,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 08-02-2012 15:38 door Basho »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #107 Gepost op: 08-02-2012 19:43 »
Een interessante bijdrage naar mijn idee.

Vanuit de inleiding kan men een beetje begrijpen dat dat wat Boeddha in zijn tijd leerde gezien moet worden in de context van de cultuur van zijn tijd, namelijk de om hem heen heersende machtige Brahmaanse cultuur.
Die Brahmaanse cultuur is bepaald niet synoniem met de latere boeddhistische en christelijke cultuur.

Verder is er in dit stuk bij 'dingen' sprake van zintuiglijke fenomenen en dat wat daaruit voortkomt, al dat wat niet inherent van bestaan is. Er wordt vrijwel niets medegedeeld over dat wat inherent van bestaan is.

Wat vooral interessant is is het stuk waar gesproken wordt over "kennis uit eigen ervaring".
Alle vragen hier aan Boeddha gesteld kunnen hier niet beantwoord worden als kennis uit eigen ervaring van de vragensteller.
Antwoorden van een leraar zouden in dit verband makkelijk kunnen worden opgepakt als leerstellingen en verworden tot dogma's.
Het zet de vragensteller niet aan tot eigen onderzoek.

Aan de aandachtig lezer zal het verder niet ontgaan dat hier toch wel sprake is van het maken van een verschil tussen het ware en het  niet ware inzicht waarbij in wezen wordt beweerd dat alleen Boeddha- en dus al zijn volgelingen die zichzelf 'Boeddhisten' noemen -  zoiets als de enige echte waarheid bezitten.
Het krijgt daarmee het imago van "het enige ware geloof".

En dan, voor de balans, in reactie op 'aanvallen vanuit een boeddhistisch land'.
Voor die personen die het niet aankunnen om de schier eindeloze reeks van oorlogsmisdaden begaan door japanners in bijvoorbeeld de tweede wereld oorlog in woord en beeld te vinden op het internet - welke van een ongekende wreedheid was -  tot zich te nemen, wat informatie op schrift onder andere ook over het Japanse Zen-boeddhisme.

Buddhism and violence

But Buddhism, like the other great faiths, has not always lived up to its principles - there are numerous examples of Buddhists engaging in violence and even war.
•in the 14th century Buddhist fighters led the uprising that evicted the Mongols from China
•in Japan, Buddhist monks trained Samurai warriors in meditation that made them better fighters
 
In the twentieth century Japanese Zen masters wrote in support of Japan's wars of aggression. For example, Sawaki Kodo (1880–1965) wrote this in 1942:

It is just to punish those who disturb the public order. Whether one kills or does not kill, the precept forbidding killing [is preserved]. It is the precept forbidding killing that wields the sword. It is the precept that throws the bomb.

Sawaki Kodo

In Sri Lanka the 20th century civil war between the mostly Buddhist Sinhalese majority and the Hindu Tamil minority has cost 50,000 lives.


Verder het volgende:

I. Review of Brian Daizen Victoria, Zen War Stories (London: RoutledgeCurzon, 2003).

            Brian Daizen Victoria’s work, which follows his earlier more systematic work Zen at War (1997), narrates and evaluates a number of the personalities and events that exemplify Zen Buddhism’s support of and complicity with the totalitarian military regime of Imperial Japan. The author, himself trained as a Soto Zen priest, provides a series of somewhat chilling stories, translations from war-time texts, and interviews with unapologetic survivors. This “case material” comes with an accompanying critical commentary. This provocative book will interest those concerned with the ideology and psychology of late Imperial Japan and the possible uses of Buddhism in justifying “holy war,” including political assassination, atrocities against civilians such as the Nanjing massacre, and suicide attacks. Zen War Stories should be greatly welcomed, since surprisingly little attention has been given to the political role of Zen Buddhists and lay Zen intellectuals—such as D.T. Suzuki and the philosophers of the Kyoto school—before and during the Second World War. It sheds a different light on a pacifist religion by showing how it can be employed to justify uncontrolled violence.
            The author argues that violence is incompatible with Buddhism’s message of peace and compassion and pursues the weighty evidence of Zen’s failure to live accordingly. Victoria documents the support given by Zen Buddhists to the military regime, including masters who would later bring Zen to the west. He also shows the uses that the military intentionally made of Zen, such as modeling military life upon Zen monastic practices (from the organization of units down to mess-kits) and cultivating a philosophy which made Japanese indifferent to death and suffering—whether one’s own or others’. If a soldier did not care about his own life and was resigned to death, how much value could he see in the life of others?

            These examples raise some significant questions: Given Buddhism’s declared commitment to non-violence and compassion, how could Japanese Buddhists justify an aggressive and offensive holy war against the west and the colonization (in the name of liberation) of Japan’s Asian neighbors? Given that the majority of Zen masters and practitioners did not passively tolerate Japanese policy but actively sought to legitimate it through Buddhism, is Zen—if not Buddhism itself—totalitarian? How is it that Zen—which is often seen as individualistic, irreverent, ironic, undogmatic, and questioning—was used to mold and inspire soldiers and citizens for total war?

            Victoria contends that Zen’s antinomianism and amoral attitude, since enlightenment transcends good and evil in the Zen tradition, allows it to develop nonattachment in an ethically indifferent manner. This hardness to life and death made Zen the preferred form of Buddhism for the medieval Samurai. Combat and war were not contradictory to enlightenment but could become avenues to it if done responsively without attachment, desire, or hatred. According to Victoria, this image of the ideal warrior—popularized by D.T. Suzuki and later many martial arts films—played into the military's program of “spiritual education” which cultivated a fanatical military spirit indifferent to the individual’s fate.

            Japanese scholars maintained that Japanese Zen was the perfection of Buddhism, one that overcame the pacifism and weakness of Asia. This created the strange practice of sending Zen missions to Buddhist countries. It also promoted the idea of Japanese superiority over and “responsibility” for its Asian neighbors. The government sought to legitimate its exploitive occupation of East and Southeast Asia in part by appealing to Zen’s role in creating a “pan-Asian” Buddhism capable of resisting Western colonialism.

            Victoria also examines how Buddhists helped war criminals evade capture and its role as consolation for many of the war criminals hung by the Tokyo War Crimes Tribunal. Since many of the figures and ideas remain the same, the legacy of wartime Zen—he argues—is still at work in the “corporate Zen” of the postwar period.

            Although a valuable contribution, this book fails to take account of the Buddhist tradition of just-war thinking which Imperial Japan appealed to and misused in order to legitimate offensive war and occupation. The author is often in danger of conflating the varieties of Buddhism in his attempt to question Buddhism as such through its Zen incarnation. To reduce Buddhism to the Japanese Zen of the wartime period—which is actually a Shinto-Zen synthesis—would be to repeat the very claim that Zen is the “essence” of Buddhism. Recognizing the variety of Buddhist positions on war would indicate a more nuanced approach to the more ambiguous figures presented in this book, such as D.T. Suzuki and some of the Kyoto school. Being implicated in the Zeitgeist makes one to some degree responsible but it is not identical to active engagement for a totalitarian regime. The recognition of pluralism within Buddhism would be appropriate given the significant differences that exist between Japanese Zen and Chan in China, Korea, and Vietnam.

De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #108 Gepost op: 08-02-2012 23:49 »
Een uitleg over wat waar niet bijhoort gebaseerd op de karakteristieken van de behandelde religieuze 'culturen'is net zoiets als een museum bezoek.

De gids:
" In deze zaal hebben we alles wat met het hindoeisme te maken geeft, in de volgende zaal al het oude en het vergankelijke van het boeddhisme wat is bewaard gebleven geconserveerd en een plek gegeven, en in de daaropvolgende zalen het katholicisme, de Islam en het protestantisme. Dan hebben we nog kleinere zalen waar u de andere wat minder bekende religies ten toon gesteld ziet staan
Wilt u er op letten dat U de beelden niet van de ene zaal meeneemt naar de andere zaal en vice versa want dan komen de andere bezoekers in de war en krijgen we problemen met de historici die er op toe zien dat alles nu juist op de goede plek staat ter lering van de bezoekers.
Dus alstublieft overal van af blijven en alleen maar met de ogen 'aanraken'.
En ja, er staat in ieder zaal ook een bankje waar u kunt gaan zitten als U zich daar prettig bij voelt.
Maar wilt u er wel rekening mee houden dat ook het bankje bij de zaal hoort waar ze in staat.

met vriendelijke groet

Chan




 
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

lord rainbow

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #109 Gepost op: 09-02-2012 16:41 »
voor de balans:

In 1928 begon Tsunesaburo Makiguchi dit boeddhisme te beoefenen samen met de jonge onderwijzer Josei Toda (1900-1958). Deze had hij rond 1920 voor het eerst ontmoet en samen richtten zij de Soka Kyoiku Gakkai op. Aanvankelijk werden de leden voornamelijk onder collega’s geworven en men concentreerde zich op raakvlakken tussen boeddhistische beginselen en Tsunesaburo Makiguchi’s theorie van het creëren van waarde.
Japan stevende op dat moment regelrecht af op oorlog en vernietiging, een koers die volkomen indruiste tegen het boeddhistische respect voor het leven. Met het voortduren van de Tweede Wereldoorlog en de steeds kleiner wordende kans op een mogelijke overwinning, verdubbelde de militaristische regering haar inspanningen om elke afwijkende mening in de kiem te smoren. Makiguchi en Toda werden steeds meer onder druk gezet om hun overtuiging te herroepen en de oorlog te steunen. Hun aanhoudende verzet leidde in 1943 tot hun arrestatie en gevangenneming als ‘gedachtemisdadigers’ samen met andere leiders van de Soka Kyoiku Gakkai.
Makiguchi heeft in de gevangenis mishandeling en ontberingen moeten ondergaan, omdat hij zijn overtuiging onder geen enkele voorwaarde wenste op te geven. Hij stierf op 73-jarige leeftijd in de gevangenis van Tokio.
Josei Toda overleefde de beproeving van de gevangenis en werd op 3 juli 1945 vrijgelaten, slechts enkele weken voor de overgave van Japan.

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #110 Gepost op: 09-02-2012 19:02 »
En zo zien we maar weer, elke religie heeft zijn specifieke aktieve relatie en betrokkenheid tot geweld en oorlog en het zijn de individuen in de religie welke zich daarin positief of negatief onderscheiden.
Dat, je met jouw zelf onderscheiden van de algemene situatie om je heen is individueel geestes-zielewerk gebaseerd op persoonlijk inzicht voortkomend uit zelfstandig denken.
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Basho

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #111 Gepost op: 09-02-2012 20:07 »
voor de balans:

In 1928 begon Tsunesaburo Makiguchi dit boeddhisme te beoefenen samen met de jonge onderwijzer Josei Toda (1900-1958). Deze had hij rond 1920 voor het eerst ontmoet en samen richtten zij de Soka Kyoiku Gakkai op. Aanvankelijk werden de leden voornamelijk onder collega’s geworven en men concentreerde zich op raakvlakken tussen boeddhistische beginselen en Tsunesaburo Makiguchi’s theorie van het creëren van waarde.
Japan stevende op dat moment regelrecht af op oorlog en vernietiging, een koers die volkomen indruiste tegen het boeddhistische respect voor het leven. Met het voortduren van de Tweede Wereldoorlog en de steeds kleiner wordende kans op een mogelijke overwinning, verdubbelde de militaristische regering haar inspanningen om elke afwijkende mening in de kiem te smoren. Makiguchi en Toda werden steeds meer onder druk gezet om hun overtuiging te herroepen en de oorlog te steunen. Hun aanhoudende verzet leidde in 1943 tot hun arrestatie en gevangenneming als ‘gedachtemisdadigers’ samen met andere leiders van de Soka Kyoiku Gakkai.
Makiguchi heeft in de gevangenis mishandeling en ontberingen moeten ondergaan, omdat hij zijn overtuiging onder geen enkele voorwaarde wenste op te geven. Hij stierf op 73-jarige leeftijd in de gevangenis van Tokio.
Josei Toda overleefde de beproeving van de gevangenis en werd op 3 juli 1945 vrijgelaten, slechts enkele weken voor de overgave van Japan.

Bedankt voor het geven van enige balancerende info, Lord Rainbow. Voor een nog wat meer extra uitgewerkte balans: De Boeddha is zelf van geboorte afkomstig uit een geslacht van militaire heersers, de sakya-clan. Hij wist dus exact wat geweld was. Op zijn pad naar de Verlichting en vooral daarna toonde de Boeddha via onder andere het Dhammapada e.a. aan, dat haat en geweld altijd onjuist zijn en altijd leiden tot meer menselijk lijden. In de Samyutta Nikaya vraagt een militair hem op de man af of gesneuvelden inderdaad naar de hemel gaan. Gautama de Boeddha antwoordt de op een antwoord aandringende militair echter, na herhaaldelijk gezwegen te hebben, dat degene die op het slagveld sterft, per definitie reeds verlaagd is door de wens om anderen te zien sterven. Daarbij stelt de Boeddha tevens dat als men sneuvelt, altijd nog meer haat, pijn en wraakzucht aan de orde zijn voordat men ontslaapt. Een wedergeboorte zal sowieso plaatsvinden in de sfeer van de hel in het levenswiel. Hieruit volgt dat nooit en te nimmer geweld mag en kan worden gebruikt volgens Gautama de Boeddha. De klassieke Boeddhistische houding van geweldloosheid is echter niet zozeer gebaseerd op zogeheten ‘humanistische’ grondslag, doch eerder op het religieus inzicht in de werking van het karma. De Boeddha stelt in dit kader letterlijk: “Het Dharma overstijgt etnische en nationale belangen.” Dat Boeddhisten toch soms naar de wapenen hebben gegrepen, is een ander verhaal. In met name China en Japan zien we een uitgesproken verweving van het martiale met het Boeddhisme. In India daarentegen hebben de Boeddhistische monniken zich strikt buiten het militaire bedrijf gehouden. Uiteraard werden de kloosters wel bewaakt door militair getrainde monniken, maar dat was slechts ter eventuele verdediging tegen roofzuchtig en moordzuchtig gespuis.

De hele filosofie van Bodhidharma, degene die het Boeddhisme naar China bracht vanuit India, de leer van Zen, draait om agressiebeheersing, niet om haat uit te leven. Ene Michael Jerryson wist als criticus van het Boeddhisme te beweren, of liever te generaliseren dat niets menselijks vreemd zou zijn aan de Boeddhisten. Hij beschrijft in zijn kritiek dat bijvoorbeeld Thaise Boeddhisten een geweer naast hun bed hadden. Jerryson verzuimt daarbij expliciet te vermelden dat deze monniken zelf het doelwit waren van de aanval. Ook hier is weer sprake van het recht zichzelf te mogen verdedigen. Deze meneer Jerryson verzuimt zelfs duidelijk aan te geven wie de daadwerkelijke agressors eigenlijk waren, en verbloemt dat door te stellen dat het geweld in Thailand “meerlagig” zou zijn, en dus het gevolg van drugshandel, corruptie en gesjoemel in zakenkringen. Terwijl er in werkelijkheid op een bepaald moment sprake was van een bepaalde Islamitsche agressie ten opzichte van de Thaise Boeddhisten, die zich dus als zodanig wilden verdedigen. Het lijkt me van gezond verstand getuigen dat je je huis, haard en zelfs je kinderen mag beschermen tegen de aanval van agressieve lieden.

Dit wil trouwens niet zeggen dat het Boeddhisme nooit betrokken is geweest bij militaire aangelegenheden. Boeddhisten zijn immers leden van de mensensoort, maar leren wel een methode om negatieve neigingen te doorzien en te overstijgen. Het simpele en mijns inziens gevaarlijke idee dat men louter door het lidmaatschap van een religie of godsdienst ‘gered’ is en daardoor automatisch voorbestemd is tot de eeuwige zaligheid is bij uitstek een vast ingrediënt van het Christendom en de Islam. In deze godsdiensten heerst(e) door de eeuwen heen een bepaalde uitgesproken “bekeringsdrang”, desnoods te bewerkstelligen via het zwaard, folteringen, godsdienstoorlogen en ga zo maar door (in het zuiden van Thailand zijn Boeddhisten zelfs onthoofd en in brand gestoken door agressieve moslims). Een verdeling van de mensheid in twee tegengestelde kampen, namelijk de “geredde” leden en de heidense of zelfs verdoemde “buitenstaanders” is een totaal Boeddhistisch-vreemd idee (via de leer van karma en wedergeboorte is het immers zeer wel mogelijk in het tegenovergestelde “kamp” geboren te worden!).

In het bovenstaande – eerder door mij aangehaalde - citaat van Peter van Loosbroek staat letterlijk, ik citeer het nog maar een keer:

“Boeddhisme is vrij van dwangmatigheid en bekeringsdrang en eist van de volger niet een blind geloof. Nog nooit in de geschiedenis heeft een boeddhistisch land anders denkenden aangevallen of vervolgd omdat een andere gedachtegang niet welkom was of niet gerespecteerd werd.”

Het gaat dus om het feit dat “anders denkenden” niet of nooit intentioneel door Boeddhisten zijn aangevallen volgens de Boeddhistische schrijver Peter van Loosbroek. Ik heb al eerder aangegeven op dit forum dat ik niet mijn hand in het vuur kan steken voor elk woord wat in een citaat staat vermeld, omdat ik immers geen corrector ben, maar een forumlid. Maar ik denk dat Van Loosbroek het op zich wel goed heeft verwoord. Als Boeddhisten betrokken zijn geraakt bij militaire aangelegenheden, is dat over het algemeen omwille van de verdediging, niet van de aanval voortkomend uit religieuze bekeringdrang. Van Loosbroek stelt dat dus slechts in een religieus kader, niet in een nationalistisch of etnisch en politiek kader (alle misbruik van religie in politieke zin, e.a. ten spijt). Iedereen weet dat wanneer politiek met religie wordt vermengd, hieruit allerlei verwrongen vergoelijkingen van geweld kunnen voortkomen. Ik wil hiermee zeer zeker niet zelf eventuele nationalistische, ethische en politiek getinte acties van “Boeddhisten” (of van wie dan ook) vergoelijken (als dat al van toepassing is), maar slechts wijzen op het feit dat dit niet moet worden aangezien voor of zelfs verwisseld met het religieuze kader, waar Van Loosbroek mijns inziens met name op wijst. Het generaliseren van het Boeddhisme via allerlei negatieve kritiek is erg gemakkelijk, men kan altijd wel iets vinden om uit te vergroten. Criticus Jerryson stelt overigens zelf dat het Boeddhisme niet aanzet tot agressie tegen andersdenkenden. Mochten Boeddhisten zich wel op deze wijze gedragen, dan hebben ze echter geen enkel citaat van Gautama de Boeddha in handen ter vergoelijking van hun handelswijze. Iets, wat helaas op dogmatische of zelfs fundamentalistische wijze via diverse Bijbelse en/of Koran-citaten wél mogelijk is.

Ik had trouwens niet kunnen bevroeden dat dit onderwerp “via een balans” zo van belang zou worden (gemaakt) in deze topic, omdat het onderwerp immers de Schepping van de wereld is. Het leek me toch wel van belang om enige info te geven en het kaf van het koren te halen.

Verdraagzaamheid toevertrouwend,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 09-02-2012 21:10 door Basho »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
    • Bekijk profiel
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #112 Gepost op: 09-02-2012 21:53 »
Ik vind het interessant om door dit topic heen zo te lezen dat voor de ene '' Boeddhist'(?) boeddhisme een filosofie is, en voor de andere 'Boeddhist'(?)boeddhisme religie.
Al die verschillende interpretaties maken het er niet makkelijker op.

Ik ben het verder niet eens met de stelling dat het Boeddhisme niet dwingend is en vrij van bekeringsdrang.
Ik kan heel duidelijk waarnemen dat er in bijvoorbeeld Thailand wel een cultuur van dwang is die voortkomt uit een bepaalde interpretatie van het Boeddhisme.
De hele cultuur daar is 'Boeddhistisch' en wel een heel specifieke, kinderen worden opgevoed in het boeddhisme, in wezen dus tot op zekere hoogte geindoctrineerd terwijl juist het Boeddhisme iets is wat pas opgepakt kan worden wanneer iemand de leeftijd van het werkelijke denken heeft bereikt.
Een van mijn kennissen , een Thai, waagde het om tijdens een bijeenkomst in een klooster, tegen de aldaar belerende monnik een opmerking te maken over het feit dat Boeddha zijn vrouw en kind in de steek liet, waar de monnik tamelijk agressief op reageerde en de opmerking plaatste: Heb jij geen boeddhistische opvoeding gehad soms?
In Thailand is een behoorlijk boeddhistische sociale controle, aldaar is het boeddhisme compleet verweven met de culturele conventies en wezenlijk gesproken een aantasting van de persoonlijke vrijheid.
Dat geeft daar ook de spanning tussen de islamieten en de Boeddhisten in het zuiden en ook de Boeddhisten daar, de Thaise politie en de militairen, hebben op mensonterende wijze een onacceptabel aantal mensen vermoord.

Dus geweld kan op vele manieren en op vele niveaus plaats vinden en vindt plaats in en vanuit alle religies. Dat betekent natuurljk niet dat de essentie van het ware boeddhisme, laat ik zeggen van dat wat Boeddha tijdens zijn leven leerde , en niet de vele verschillende interpretaties daarvan daarna, geen vredelievende geweldloze essentie is. Zoals dat ook waar te nemen is in de zuivere Christelijke leer zoals dat door Jezus tijdens zijn leven werd uitgedragen. Wat weer heel anders is als wat er te vinden is in de daarna volgende interpretaties van die leer zoals die terug te vinden zijn in bijvoorbeed het Katholicisme en Protestantisme.
Die ongenuanceerde maar wel begrijpelijke verwarring van christelijkheid met christelijke instituties zoals bovengenoemde religies blijft maar door gaan, maar datzelfde valt ook waar te nemen in het geinstitutionaliseerde boeddhisme.  Al die verschillende interpretaties en organisaties in al die religies die onderling zelfs regelmatig heftig in tegenspraak met elkaar zijn.

Het lijkt mij wel duidelijk, zodra de leringen van een oorspronkelijk uitzonderlijk spiritueel
persoon zoals Boeddha en Jezus Christus  een persoonlijke aangelegenheid worden dan heb je de poppen aan het dansen. Persoonlijk in de zin van hoe kan IK - waarbij in dat geval het ego wordt bedoeld - deze historische religieuze ervaring gebruiken in het belang van mijn zelf.
Dan is het niet de spirituele ervaring die de maat geeft maar het zelf.
In die zin kan een zelf die religie gaan aanhangen die hij of zij als meest voordelig inschat voor het zelf.
Is dat een door het kwaad geinspireerd zelf dan komt daar het kwaad uit voort, is dat een door het goede geinspireerde persoonlijkheid dan komt daar het goede uit voort.
Te stellen dat het de religie zelf is die dat bepaald is een naieve beschouwingswijze.
Het is de mens die in de meeste gevallen de religie als gereedschap voor zijn persoonlijke doelen gebruikt en niet andersom. Dat is wat de geschiedenis laat zien, die van het oosten  en die van het westen, die van de mensheid.

Blijft verder de vraag open; Zou Boeddha uit zelfverdediging zijn aanvaller hebben gedood?

Wat mij betreft: Lijkt mij niet.
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Basho

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #113 Gepost op: 15-02-2012 17:07 »
Het is jammer dat er zover wordt afgedwaald van het oorspronkelijke onderwerp. Veel tekst over menselijk geweld en hoe dat in religies zou werken en waardoor. Ik wilde slechts de plaats duiden waar het Boeddhisme zich bevindt ten opzichte van de scheppingstheorieën van andere religies. Ik heb benadrukt dat met name politiek misbruik van een religie kan zorgen voor veel geweld. Maar goed, dat terzijde. Geweld kan worden gepleegd in naam van wat of wie dan ook, maar heeft met de oorspronkelijke boodschap van bijvoorbeeld een godsdienst of religie niets van doen. Dat is duidelijk.

Aan het einde van de laatste bijdrage wordt de vraag gesteld of Boeddha uit zelfverdediging de tegenstander zou doden als hij aangevallen zou worden. Met daarbij de veronderstelling dat dit niet het geval zou zijn. Maar dat is slechts koffiedik kijken. De Boeddha is al meer dan 2500 jaar dood, dus kunnen we het hem niet meer vragen. Ik zie het nut van dit soort speculatieve vragen ook niet echt. Ik denk dat iedereen het volste recht heeft zich te verdedigen als een agressor in de aanval gaat. Het is echter een verschil of u met de dood bedreigd wordt of dat u met woorden aangevallen wordt. Iemand die de intentie heeft om u te doden, zou u uzelf daar niet tegen mogen verdedigen? Ik denk echter van wel… Laten we geen heilige pretenties smeden. Woorden hebben weinig van doen als u oog in oog komt te staan met iemand die een geweer op u richt. De situatie op dat moment vereist de juiste actie, dat is alles.

Met vriendelijke groet,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 15-02-2012 17:09 door Basho »

Y1010

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #114 Gepost op: 16-02-2012 21:48 »
Basho,
er is een goddelijk geschrift: de Bhagavad Gita. Ook al behoort het niet tot de boeddhistische literatuur: zeker lezen (als je dat al niet gedaan hebt).

Basho

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #115 Gepost op: 17-02-2012 19:08 »
Basho,
er is een goddelijk geschrift: de Bhagavad Gita. Ook al behoort het niet tot de boeddhistische literatuur: zeker lezen (als je dat al niet gedaan hebt).

Klopt, de Bhagavad Gita is een deel van het epos de Mahabharata en behoort tot de top van de klassieke religieuze literatuur. Een erg mooi geschrift wat ik zeer waardeer, ook al is het niet Boeddhistisch. Toch bedankt voor de tip, Y1010.

Met vriendelijke groet,

Basho :)

Y1010

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #116 Gepost op: 17-02-2012 22:26 »
Dan weet je ook waarom ik dat hier heb gepost.
Niemand houdt van geweld en het liefst ga je vluchten. Maar als er een taak is die gedaan moet worden om anderen te beschermen, ook al is dit niet de taak die we verkiezen, dan nog moet die taak vervuld worden.

Wijkt dat af van boeddhistische opvattingen?
Voor zover ik de teksten ken, wordt er niets van vermeld.
Een nieuw topic?

Maar dat is ver van de schepping van de wereld.

Basho

  • Gast
Re:Schepping van de wereld
« Reactie #117 Gepost op: 05-07-2012 09:54 »
Sowieso heeft het christendom qua leer weinig te bieden omdat het christendom als puntje bij paaltje komt nauwelijks over diepgaande inzichten beschikt. De leer is vooral gefocussed op de aanbidding van god en heil dat er van verwacht moet worden. En natuurlijk het blinde geloof in god. Blind geloven is een deugd, het is zelfs een eis, daarom wordt de twijfelaar een schuldgevoel aangepraat, je mag geen andere goden aanbidden, want dan kom je in de hel.

Dit is wel een erg eenzijdige en negatief gekleurde voorstelling van zaken. Ik snap je wel, er zijn bepaalde Christelijke stromingen die behoorlijk zwaar op de hand leven, het is de vraag of dat recht doet aan de essentiële wezenlijkheid van het Christendom, dat wat met name Jezus heeft gezegd. Toch heeft het Christendom wel degelijk zeer diepgaande inzichten, de Bijbel heeft haar eigen wijsheidsleer en die is zeer zeker niet oppervlakkig en/of slechts gefocust op een blind vereist geloof in God, e.a. Ook het aanpraten van schuldgevoel is onzin, alhoewel het zeer zeker wijdverbreid voorkomt, omdat het zondebeginsel vaak totaal foutief is uitgelegd in bepaalde Christelijke stromingen. Het Christendom is volgens mij helemaal niet bedoeld als “hel en verdoemenis”-leer, ook al lijkt dat soms zo. Er is een enorme hoeveelheid onzin verspreid, mede door toedoen van de kerk, ik weet het. Enne, wat betreft dat blinde geloof:

“39 Hij sprak tot hen een gelijkenis: ‘Een blinde kan toch niet een blinde op de weg geleiden? Zullen zij niet beiden in een kuil vallen?’ (citaat: Bijbel, Lukas 6:39)

Jezus waarschuwt hier dus zelf voor blinde (bege)leiders, en derhalve stelt hij dus mijns inziens geenszins dat je zomaar “blind” zou moeten geloven. Uiteraard is het geloof een zeer belangrijk item in het Christendom, het is immers een religie die de weg van het hart predikt en volgt. Het is echter de vraag of dat een “blind” geloof zou moeten betekenen, of impliceren, ik denk zelf van niet. Waar zijn al die Bijbelboeken dan nog voor nodig om te bestuderen ter inspiratie? Dan is dat ook allemaal niet meer nodig… Maar goed, iedereen moet zelf maar uitmaken waar hij of zij in gelooft of niet in gelooft. Of welk spiritueel pad men daadwerkelijk wil uitproberen. Het lijkt me echter te gemakkelijk om het Christendom zomaar op een vrij eenzijdige wijze naar de prullenmand te verwijzen. Er is veel onrecht gedaan in naam van religie, hetgeen feitelijk een dekmantel was voor politiek machtsmisbruik. Dat zien we heden ten dage nog steeds gebeuren, helaas.

Ik beschouw echter de kern van het Christendom als zeer waardevol, het zorgzaam zijn voor de naaste medemens; de gulden regel waarin wordt vermeld dat je een ander niet iets moet aandoen wat je jezelf ook niet zou aandoen. Dat is wijsheid, getuigt wezenlijk van respect; dat is mededogen, iets wat we ook in het Boeddhisme uitgebreid terugzien.

Met beleefde groet,


Basho :)
« Laatst bewerkt op: 05-07-2012 09:56 door Basho »