Auteur Topic: Lumineuze geest en bijkomstige bezoedelingen  (gelezen 2961 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2972
    • Bekijk profiel
Lumineuze geest en bijkomstige bezoedelingen
« Gepost op: 20-01-2015 18:57 »
Lumineuze geest en bijkomstige bezoedelingen
[bron: The Numerical Discourses of the Boeddha, A Translation of the Anguttara Nikaya, by Bhikkhu Bodhi, 2012]. Onderstaande door mij hieruit vertaald. tekst tussen [..] niet door mij toegevoegd. Tekst tussen (...) wel.

Anguttara Nikaya, The Book of Ones

1.49 (9)
“Lumineus, bhikkhu’s, is deze geest, maar het wordt bezoedeld door bijkomstige bezoedelingen.”

1.50 (10)
“Lumineus, bhikkhu’s, is deze geest, en het wordt bevrijd van bijkomstige bezoedelingen.”

1.51 (1)
“Lumineus, bhikkhu’s is deze geest, maar het wordt bezoedeld door bijkomstige bezoedelingen. De niet geinstrueerde wereldlijke persoon begrijpt dit niet zoals het werkelijk is; daarom zeg ik dat er voor de niet geinstrueerde wereldlijke persoon geen ontwikkeling van de geest is”.

1.52 (2)
“Lumineus, bhikkhu’s, is deze geest, en het wordt bevrijd van bijkomstige bezoedelingen. De geinstrueerde edele leerling begrijpt dit zoals het werkelijk is; daarom zeg ik dat er voor de geinstrueerde edele leerling ontwikkeling van de geest is”.

Anguttara Nikaya, The Book of the Threes

3.101 (10) De vuil verwijderaar
“Bhikkhu’s, er zijn grove bezoedelingen van goud: aarde, grind en gruis. Welnu, de vuil verwijderaar of zijn leerling doet het goud eerst in een trog en wast het, spoelt het af en reinigt het. Wannneer dat verwijderd is en geelimineerd, zijn er nog altijd middelgrote bezoedelingen in het goud: fijn grind en grof zand. De vuil verwijderaar of zijn leerling wast het, spoelt het af en reinigt het nog een keer. Wanneer dat verwijderd is en geelimineerd, blijven er nog fijne bezoedelingen over in het goud: fijn zand en zwarte stof. Dus de vuil verwijderaar of zijn leerling wast het, spoelt het en reinigt het nog een keer. Wanneer dat is verwijderd en geelimineerd, blijven er alleen goudkorrels over.
De goudsmid of zijn leerling doet het goud nu in een smeltkroes en blaast het aan en smelt het. Maar zelfs wanneer dit gedaan is, is het goud nog niet uitbehandeld en de vuiligheid is nog altijd niet volledig verwijderd. Het goud is nog niet smeedbaar, te hanteren, en lumineus, maar nog altijd broos en niet geschikt om mee te werken.
Maar als de goudsmid of zijn leerling doorgaat met het aanblazen, vloeibaar maken en smelten, komt er een tijd dat het goud uitbehandeld is en de vuiligheid volledig verwijderd, zodat het goud smeedbaar wordt, te hanteren, en lumineus, kneedbaar en geschikt om mee te werken. Welk sieraad de goudsmid er dan ook van wil maken- of dat nu een armband is, een oorbel, een halsketting of een gouden bloemenkrans- hij kan dat doel realiseren.
Zo geldt ook, bhikkhu’s, wanneer een bhikkhu toegewijd is aan de hogere geest zijn er in hem grove bezoedelingen; lichamelijk, verbaal en mentaal wangedrag. Een serieuze capabele bhikkhu geeft ze prijs, verdrijft ze, beeindigd ze en wist ze uit. Wanneer dit gedaan is dan zijn er in hem nog middelmatige bezoedelingen over: wellustige gedachten, gedachten van kwade wil en gedachten van leed-toebrengen. Een serieuze, capabele bhikkhu geeft ze prijs, verdrijft ze, beeindigd ze en wist ze uit. Wanneer dit gedaan is zijn er in hem nog subtiele bezoedelingen over: gedachten over zijn relaties, gedachten aan zijn land en gedachten aan zijn reputatie. Een serieuze, capabele bhikkhu geeft ze prijs, verdrijft ze, beeindigd ze en wist ze uit. Wanneer dit gedaan is dan blijven er gedachten verbonden met de Dhamma over. Die concentratie is niet vredevol en verheven, niet verworven door volledige kalmering, niet geneigd tot eenwording, maar wordt beteugeld en gecontroleerd door krachtige onderdrukking [van de bezoedelingen].
Maar, bhikkhu’s, er komt een tijd dat zijn geest innerlijk stabiel wordt, bedaard/kalm, één gemaakt en geconcentreerd. Die concentratie is vredevol en verheven, verworven door volledige kalmering en eenwording (bereikt); het wordt niet beteugeld door krachtige onderdrukking van [bezoedelingen]. Wanneer er dan zo een geschikte/bruikbare basis is, is hij in staat om elke staat te verwezenlijken realiseerbaar door directe kennis van waar hij zijn geest op zou richten (lastige zin).
Als hij wenst: ‘Moge ik de uiteenlopende soorten psychische vermogens uitoefenen: één geweest zijnde, mag ik vele worden; veel geweest zijnde, moge ik één worden, moge ik verschijnen en verdwijnen, moge ik ongehinderd door een muur gaan, door een wal, door een berg zoals door de ruimte; moge ik in en uit de aarde duiken alsof het water is; moge ik over water lopen zonder te zinken alsof het grond is; kruiselings gezeten moge ik door de ruimte reizen zoals een vogel; moge ik met mijn hand de zon en maan aanraken die zo krachtig en machtig zijn; moge ik meesterschap over het lichaam uitoefenen, zover als tot in de Brahma wereld’, hij is in staat dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruikbare basis is”.
(...)

De sutta beschrijft vervolgens de andere vermogens van een kneedbare, ééngeworden, smetteloze geest (hier enkel slechts opgesomd):
-het goddelijk oor,
-inzicht in andermans geest,
-kennis van vorige geboorten en de details, eonen van het evolueren van de wereld en desintegreren van de wereld,
-goddelijk oog, dat de migratie van wezens ziet overeenkomstig hun kamma,
-bij de beeindiging van de bezoedelingen de smetteloze bevrijding van geest, bevrijding door wijsheid.

3.102 (11)  Een goudsmid
“Bhikkhu’s, wanneer een bhikkhu toegewijd is aan de hogere geest dan dient hij van tijd tot tijd aandacht te besteden aan de drie kenmerken/punten. Van tijd tot tijd dient hij aandacht te besteden aan het kenmerk/punt van concentratie, van tijd tot tijd aan het kenmerk van inspanning en van tijd tot tijd tot het kenmerk van gelijkmoedigheid.
Als een bhikkhu toegewijd aan de hogere geest zich uitsluitend richt op het kenmerk van concentratie dan is het mogelijk dat zijn geest zich zal bewegen naar luiheid. Als hij zich uitsluitend richt op het kenmerk van inspanning is het mogelijk dat zijn geest beweegt naar rusteloosheid. Als hij zich uitsluitend richt op het kenmerk van gelijkmoedigheid is het mogelijk dat zijn geest niet op de geschikte manier geconcentreerd is voor de vernietiging van de smetten. Maar wanneer een bhikkhu toegewijd aan de hogere geest van tijd tot tijd aandacht besteedt aan het kenmerk van concentratie, van tijd tot tijd aandacht besteedt aan het kenmerk van inspanning en van tijd tot tijd aan het kenmerk van gelijkmoedigheid wordt zijn geest kneedbaar, hanteerbaar, en lumineus, buigzaam en op de juiste manier geconcentreerd voor de vernietiging van de smetten.
Veronderstel, bhikkhu’s, dat een goudsmid of zijn leerling een oven voorbereiden, de smeltkroes verhitten, met een tang wat goud pakken en het in de smeltkroes doen. Daarna zou hij er van tijd tot tijd op blazen, van tijd tot tijd er water over besprenkelen en van tijd tot tijd er alleen maar naar kijken. Als de goudsmid of zijn leerling uitsluitend op het goud zouden blazen, dan is het mogelijk dat het goud juist opbrandt. Als hij uitsluitend water op het goud zou sprenkelen, is het mogelijk dat het goud zou afkoelen. Als hij er uitsluitend naar zou kijken is het mogelijk dat het goud niet de juiste samenstelling krijgt. Maar als de goudsmid of zijn leerling van tijd tot tijd er op zou blazen, van tijd tot tijd er water op zou sprenkelen en van tijd tot tijd er enkel naar zou kijken, zou het goud smeedbaar, hanteerbaar en lumineus worden, buigzaam en geschikt om mee te werken. Wat voor soort sieraad de goudsmid dan ook wenst te maken- of dat nu een armband is, een oorbel, een halsketting of gouden bloemenkrans- hij kan dit doel realiseren.
Zo dient ook een bhikkhu toegewijd aan de hogere geest van tijd tot tijd aandacht te geven aan drie kenmerken. Van tijd tot tijd dient hij aandacht te besteden aan het kenmerk van concentratie, van tijd tot tijd aan het kenmerk van inspanning en van tijd tot tijd aan het kenmerk van gelijkmoedigheid.
Als een bhikkhu toegewijd aan de hogere geest zich uitsluitend richt op het kenmerk van concentratie dan is het mogelijk dat zijn geest zal bewegen naar luiheid. Als hij zich uitsluitend richt op het kenmerk van inspanning is het mogelijk dat zijn geest beweegt naar rusteloosheid. Als hij zich uitsluitend richt op het kenmerk van gelijkmoedigheid is het mogelijk dat zijn geest niet op de geschikte manier geconcentreerd is voor de vernietiging van de smetten. Maar wanneer hij van tijd tot tijd aandacht besteedt aan het kenmerk van concentratie, van tijd tot tijd aandacht besteedt aan het kenmerk van inspanning en van tijd tot tijd aan het kenmerk van gelijkmoedigheid, wordt zijn geest kneedbaar, hanteerbaar, en lumineus, buigzaam en op de juiste manier geconcentreerd voor de vernietiging van de smetten. Wanneer er dan zo een geschikte/bruikbare basis is, is hij in staat om elke staat te verwezenlijken realiseerbaar door directe kennis van waar hij zijn geest op zou richten.
Als hij wenst: ‘Moge ik de uiteenlopende soorten psychische vermogens uitoefenen: één geweest zijnde, moge ik vele worden; veel geweest zijnde, mag ik één worden, moge ik verschijnen en verdwijnen, moge ik ongehinderd door een muur gaan, door een wal, door een berg zoals door de ruimte; moge ik in een uit de aarde duiken alsof het water is; moge ik over water lopen zonder te zinken alsof het grond is; kruiselings gezeten moge ik door de ruimte reizen zoals een vogel; moge ik met mijn hand de zon en maan aanraken die zo krachtig en machtig zijn; moge ik meesterschap over het lichaam uitoefenen, zover als tot in de Brahma wereld’, hij is in staat dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruibare basis is”.
(...)
Nu volgt in de sutta een beschrijving van dezelfde vermogens die horen bij een geschikt/bruibaar gemaakte geest als in sutta 3.101.

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2972
    • Bekijk profiel
Lumineuze geest en bijkomstige bezoedelingen
« Reactie #1 Gepost op: 21-01-2015 11:30 »
Lumineuze geest en bijkomstige bezoedelingen
[bron: The Numerical Discourses of the Boeddha, A Translation of the Anguttara Nikaya, by Bhikkhu Bodhi, 2012]. Onderstaande door mij hieruit vertaald. Tekst tussen (...) door mij toegevoegd. Deze sutta is in zijn geheel vertaald, inclusief de vertaling van de vermogens van een gezuiverde geest. De beschrijving van de vermogens is hetzelfde als in de eerder geposte sutta's 3.101 en 3.102 waar ik ze alleen heb genoemd.

Anguttara Nikaya, Book of the Fives

5.23 (3) Bezoedelingen
“Bhikkhu’s, er zijn deze vijf bezoedelingen van goud, er mee bezoedeld waardoor goud niet smeedbaar, hanteerbaar en lumineus is maar broos en niet geschikt om mee te werken (verwerken). Welke vijf? IJzer, koper, tin, lood en zilver. Dit zijn de vijf bezoedelingen van goud, er mee bezoedeld waardoor goud niet smeedbaar, hanteerbaar en lumineus is maar broos en niet geschikt om mee te werken. Maar wanneer het goud vrijgemaakt is van deze vijf bezoedelingen is het smeedbaar, hanteerbaar en lumineus, buigzaam en geschikt om mee te werken. Welk soort sieraad men er dan ook van wil maken- of dat nu een armband is, oorbellen, een halsketting of een gouden bloemenkrans- men kan zijn doel realiseren.
Zo zijn er, bhikkhu’s, ook vijf bezoedelingen van de geest, er mee bezoedeld waardoor de geest niet kneedbaar/soepel is, hanteerbaar en lumineus, maar broos en niet op een geschikte manier geconcentreerd voor de vernietiging van asava’s (taints). Welke vijf? Zintuiglijk verlangen, kwade wil, mat/dufheid en slaperigheid, rusteloosheid en wroeging, en twijfel. Dit zijn de vijf bezoedelingen van de geest, er mee bezoedeld waardoor de geest niet kneedbaar/soepel, hanteerbaar en lumineus is, maar broos en niet op een geschikte manier geconcentreerd voor de vernietiging van de asava’s. Maar wanneer de geest vrijgemaakt is van deze vijf bezoedelingen, wordt het kneedbaar/soepel, hanteerbaar en lumineus, buigzaam en op geschikte manier geconcentreerd voor de vernietiging van de asava’s. Wanneer er dan zo een geschikte/bruikbare basis is, is hij in staat om elke staat te verwezenlijken realiseerbaar door directe kennis van waar hij zijn geest op zou richten.
Als men wenst: ‘Moge ik de uiteenlopende soorten psychische vermogens uitoefenen: één geweest zijnde, moge ik vele worden; veel geweest zijnde, mag ik één worden, moge ik verschijnen en verdwijnen, moge ik ongehinderd door een muur gaan, door een wal, door een berg zoals door de ruimte; moge ik in een uit de aarde duiken alsof het water is; moge ik over water lopen zonder te zinken alsof het grond is; kruiselings gezeten moge ik door de ruimte reizen zoals een vogel; moge ik met mijn hand de zon en maan aanraken die zo krachtig en machtig zijn; moge ik meesterschap over het lichaam uitoefenen, zover als tot in de Brahma wereld’, is men in staat dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruikbare basis is.
Als men wenst: ‘Moge ik, met het goddelijk oor element, dat gezuiverd is en dat van de mens te boven gaat, beide soorten geluid horen, de goddelijke en menselijke, diegenen die ver af zijn als ook die nabij zijn’, is men in staat dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruikbare basis is.
Als men wenst: ‘Moge ik de geesten van andere wezens en personen begrijpen, ze met mijn eigen geest omvat hebbend. Moge ik een geest met begeerte als een geest met begeerte begrijpen en een geest zonder begeerte als een geest zonder begeerte; een geest met haat als een geest met haat en een geest zonder haat als een geest zonder haat; een geest met begoocheling als een geest met begoocheling en een geest zonder begoocheling als zonder begoocheling, een verkrampte geest als verkrampt en een afgeleide geest als afgeleid; een verheven geest als verheven en een niet-verheven geest als niet-verheven; een overtrefbare geest als een overtreffende en een onovertroffen geest als onovertroffen; een geconcentreerde geest als geconcentreerd en een ongeconcentreerde geest als ongeconcentreerd; een bevrijde geest als bevrijd en een niet-bevrijde geest als niet-bevrijd’, is men in staat dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruikbare basis is.
Als men wenst: ‘Moge ik mijn veelvuldige vorige verblijven herinneren, dat is, één geboorte, twee geboorten, drie geboorten, vier geboorten, vijf geboorten, tien geboorten, twintig geboorten, dertig geboorten, veertig geboorten, vijftig geboorten, honderd geboorten, duizend geboorten, honderdduizend geboorten, vele eonen van wereld-desintegratie, vele eonen van wereld-evolutie, vele eonen van wereld-desintegratie en wereld-evolutie aldus: “Daar werd ik zo genoemd, hoorde ik bij die stam, zag ik er zo uit, zo was mijn eten, zo mijn ervaring van plezier en pijn, zo mijn levensduur; daar heengaand werd ik elders wedergeboren en daar ook was ik zo genaamd, behoorde tot die stam, zag ik er zo uit, zo was mijn eten, zo mijn ervaring van plezier en pijn, zo mijn levensduur; daar heengaand werd ik hier geboren”- moge ik aldus mijn veelvuldige vorige verblijven herinneringen met al hun aspecten en details’, dan is men in staat dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruikbare basis is.
Als men wenst: ‘Moge ik met het goddelijk oog, dat gezuiverd is en dat van de mens te boven gaat, wezens zien heengaan en wedergeboren worden, inferieur en superieur, mooi en lelijk, fortuinlijk en onfortuinlijk, en begrijpen hoe het met wezens gaat in overeenstemming met hun karma, aldus: “Deze wezens die wangedrag vertoonden met lichaam, spraak en geest, die de edelen beschimpten, onjuiste visies hadden, en karma verzamelden onder invloed van onjuiste visies, zijn bij de afbraak van het lichaam, na de dood wedergeboren op de vlakte van ellende, in een slechte bestemming, in de lagere wereld, in de hel; maar deze wezens die goed gedrag vertoonden met lichaam, spraak en geest, die de edelen niet beschimpten, die juiste visie hadden, zijn na de afbraak van het lichaam, na de dood, wedergeboren in een goede bestemming, in een hemelse wereld”- dus moge ik met het goddelijk oog dat gezuiverd is en dat van de mens te boven gaat, wezens zien heengaan en wedergeboren worden, inferieur en superieur, mooi en lelijk, fortuinlijk en onfortuinlijk, en begrijpen hoe het met wezens gaat in overeenstemming met hun karma’, dan is men in staat dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruikbare basis is.
Als men wenst: ‘Moge ik met de vernietiging van de asava’s in ditzelfde leven voor mezelf met directe kennis de smetteloze bevrijding van geest realiseren, bevrijding door wijsheid, er bij aangekomen, moge ik er in verwijlen’, dan is men in staat om dit te realiseren, aangezien er een geschikte/bruikbare basis is".

Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2972
    • Bekijk profiel
Bruikbaar geworden geest vrij van bezoedelingen
« Reactie #2 Gepost op: 21-01-2015 20:04 »
De bruikbaar geworden geest vrij van bezoedelingen

Sutta’s lijken deze geest die soepel, hanteerbaar en zuiver is geworden en een bruikbare/geschikte basis vormt voor de kennis van de herinnering aan vorige levens, kennis van karma, kennis van de vier edele waarheden, kennis van vernietiging van de asava’s, te verbinden met de vierde jhana, zuivere indachtigheid door gelijkmoedigheid.
Een greep uit een aantal Majjhima Nikaya sutta’s waaruit dit zou kunnen blijken (pretendeert niet compleet te zijn).
Door mij vertaald uit het Engels. Tekst tussen (...) is van mij.
[bron: The Middle Length Discourses of the Buddha, A New Translation of the Majjhima Nikaya, translated by Bhikkhu Nanamoli and Bhikkhu Bodhi, 1995].

Majjhima Nikaya 4
§27. "Toen mijn geconcentreerde geest zo (d.w.z. na het doorlopen van de eerste drie jhana’s en het verblijven in de vierde jhana, Siebe) gezuiverd was, helder, vrij van imperfecties, soepel, hanteerbaar, stabiel en aangekomen bij onverstoorbaarheid, richtte ik het op de kennis van de herinnering aan vorige levens. Ik herinnerde mijn vele vorige levens, dat is, één geboorte....”etc.

Majjhima Nikaya 36
§38. "Toen mijn geconcentreerde geest zo (d.w.z na het doorlopen van de eerste drie jhana’s en het verblijven in de vierde jhana, Siebe) gezuiverd was, helder, smetteloos, vrij van imperfecties, soepel, hanteerbaar, stabiel en aangekomen bij onverstoorbaarheid, richtte ik het op de kennis van de herinnering aan vorige levens. Ik herinnerde mijn vele vorige levens, dat is, één geboorte....”etc.

Majjhima Nikaya 39
§18. "Weerom, bhikkhu’s, met het afstand doen van plezier en pijn en met het eerder verdwijnen van vreugde en smart, nadert een bhikkhu de vierde jhana en verblijft er in, dat noch-pijn-noch-plezier kent en zuivere indachtigheid door gelijkmoedigheid. Terwijl hij zit, doordringt hij dit lichaam met een zuivere heldere geest, zodat geen deel van zijn gehele lichaam niet doordrongen is met de zuivere heldere geest. Net zoals bij een zittende man die vanaf zijn hoofd bedekt zou zijn met een wit kleed geen lichaamsdeel niet bedekt zou zijn met het witte kleed; zo zit ook een bhikkhu dit lichaam doordringend met een zuivere heldere geest, zodat geen lichaamsdeel niet doordrongen is met de zuivere heldere geest.
§19. Wanneer zijn geconcentreerde geest zo gezuiverd is, helder, smetteloos, vrij van imperfecties, soepel, hanteerbaar, stabiel en aangekomen bij onverstoorbaarheid, richt hij het op de kennis van de herinnering aan vorige levens. Hij herinnert zijn vele vorige levens, dat is, één geboorte...”etc.

Majjhima Nikaya 119 (lijkt op het voorgaande fragment)
§21. "Weerom, bhikkhu’s, met het afstand doen van plezier en pijn en met het eerder verdwijnen van vreugde en smart, nadert een bhikkhu de vierde jhana en verblijft er in, dat noch-pijn-noch-plezier kent en zuivere indachtigheid door gelijkmoedigheid. Terwijl hij zit doordringt hij dit lichaam met een zuivere heldere geest, zodat geen deel van zijn gehele lichaam niet doordrongen is met de zuivere heldere geest. Net zoals bij een zittende man die vanaf zijn hoofd bedekt zou zijn met een wit kleed geen lichaamsdeel niet bedekt zou zijn met het witte kleed; zo zit ook een bhikkhu dit lichaam doordringend met een zuivere heldere geest, zodat geen lichaamsdeel niet doordrongen is met de zuivere heldere geest. Terwijl hij zo toegewijd, volijverig en vastberaden verwijlt, worden zijn herinneringen en intenties gebaseerd op het leven als huishouder prijsgegeven; met het achterlaten van ze, wordt zijn geest innerlijk stabiel, gekalmeerd, tot eenheid gebracht en geconcentreerd. Dat is ook hoe een bhikkhu indachtigheid van het lichaam ontwikkelt”.

Majjhima Nikaya 51
§20. “Aldus afstand gedaan hebbend van deze vijf hindernissen, imperfecties van de geest die wijsheid verzwakken, tamelijk afgezonderd van zintuiglijke genoegens, afgezonderd van niet heilzame staten, nadert hij de eerste jhana en verblijft er in, dat vergezeld gaat van gedachteconceptie en redenerend denken, met verrukking en genoegen geboren uit afzondering”.
§22,23 beschrijven dan de tweede en derde jhana
§24. “Wanneer zijn geconcentreerde geest zo gezuiverd is, helder, smetteloos, vrij van imperfecties, soepel, hanteerbaar, stabiel en aangekomen bij onverstoorbaarheid, richt hij het op de kennis van de herinnering aan vorige levens. Hij herinnert zich vele vorige levens, dit is, één geboorte...”etc.

Majjhima Nikaya 76
§47. “Wanneer zijn geconcentreerde geest zo (d.w.z. na het doorlopen van de eerste drie jhana’s en het verblijven in de vierde jhana, Siebe) gezuiverd is, helder, smetteloos, vrij van imperfecties, soepel, hanteerbaar, stabiel en aangekomen bij onverstoorbaarheid, richt hij het op de kennis van de herinnering aan vorige levens. Hij herinnert zich vele vorige levens, dit is, één geboorte...”etc.

Majjhima Nikaya 101
§42. “Wanneer zijn geconcentreerde geest zo (d.w.z. na het doorlopen van de eerste drie jhana’s en het verblijven in de vierde jhana, Siebe) gezuiverd is, helder, smetteloos, vrij van imperfecties, soepel, hanteerbaar, stabiel en aangekomen bij onverstoorbaarheid, richt hij het op de kennis van de herinnering aan vorige levens. Hij herinnert zich vele vorige levens, dit is, één geboorte...”etc.

Majjhima Nikaya 112
§19. “Toen mijn geconcentreerde geest zo (d.w.z. na het doorlopen van de eerste drie jhana’s en het verblijven in de vierde jhana, Siebe) gezuiverd was, helder, vrij van imperfecties, soepel, hanteerbaar, stabiel en aangekomen bij onverstoorbaarheid, richtte ik het op de kennis van de vernietiging van de asava’s. Ik begreep rechtstreeks zoals het feitelijk is: “Dit is lijden”...”Dit is de oorzaak van lijden”...”Dit is de beëindiging van lijden”...”Dit is de weg die leidt naar het einde van lijden”. Ik begreep rechtstreeks zoals het feitelijk is: “Dit zijn de asava’s”...”Dit is de oorzaak van de asava’s”...”Dit is de beëindiging van de asava’s”...”Dit is de weg die leidt naar het einde van de asava’s”.
§20. “Toen ik aldus wist en zag, werd mijn geest bevrijd van de asava van zintuiglijk verlangen, van de asava van bestaan/worden en van de asava van onwetendheid. Toen het bevrijd werd kwam de kennis op: “Het is bevrijd”. Ik wist meteen: “Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd, wat gedaan moest worden, is gedaan, er is geen komst meer van enige staat van bestaan”.
“Het is door het aldus weten en aldus zien, vrienden, dat met betrekking tot dit lichaam met diens bewustzijn en alle externe tekens, Ik-maken, mijn-maken, en de onderliggende neiging tot verbeelding in mij ontworteld zijn”.

Majjhima Nikaya 140
§20. “Dan (d.w.z. na het doorlopen van de eerste drie jhana’s en het verblijven in de vierde jhana, Siebe) blijft er alleen gelijkmoedigheid over, gezuiverd en helder, soepel, hanteerbaar en stralend.. Stel, bhikkhu’s, dat een bedreven goudsmid of zijn leerling een oven zouden voorbereiden, de smetkroes verhitten, met wat tangen goud zouden pakken en dit in de smeltkroes zouden doen. Van tijd tot tijd zou hij er op blazen, van tijd tot tijd zou hij het met water besprenkelen, van tijd tot tijd zou hij er alleen maar naar kijken. Dat goud zou gezuiverd worden, goed gezuiverd, volledig gezuiverd, foutloos, vrij van vuiligheid, smeedbaar, hanteerbaar en stralend. Welk sieraad hij er dan ook van zou willen maken, of dat nu een gouden ketting zou zijn, of oorbellen of een halsketting of een gouden bloemenkrans, het zou zijn bedoeling dienen. Zo, bhikkhu’s, blijft er dan ook alleen gelijkmoedigheid over, gezuiverd en helder, kneedbaar/soepel, hanteerbaar en stralend”.

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2972
    • Bekijk profiel
Re: Lumineuze geest en bijkomstige bezoedelingen
« Reactie #3 Gepost op: 22-01-2015 10:26 »
[bron: The Numerical Discourses of the Boeddha, A Translation of the Anguttara Nikaya, by Bhikkhu Bodhi, 2012]. Onderstaande door mij hieruit vertaald. Tekst tussen (...) door mij toegevoegd.

Anguttara Nikaya, The Book of the Tens

10.117 (5) Sangarava

“Toen benaderde de brahmaan Sangarava de Gezegende en begroette hem hartelijk. Toen ze klaar waren met hun begroeting en hartelijkheden, nam hij plaats aan een kant en zei tegen de Gezegende:
‘Meester Gotama wat is de nabije oever? Wat is de verre oever?’
‘Brahmaan, onjuiste visie is de nabije oever, juiste visie de verre oever. Onjuiste intentie de nabije oever, juiste intentie de verre oever. Onjuiste spraak de nabije oever, juiste spraak de verre oever. Onjuist handelen de nabije oever, juist handelen de verre oever. Onjuist levensonderhoud de nabije oever, juist levensonderhoud de verre oever. Onjuiste inspanning de nabije oever, juiste inspanning de verre oever. Onjuiste indachtigheid de nabije oever, juiste indachtigheid de verre oever. Onjuiste concentratie de nabije oever, juiste concentratie de verre oever. Onjuiste kennis de nabije oever, juiste kennis de verre oever. Onjuiste bevrijding de nabije oever, juiste bevrijding de verre oever. De ene, brahmaan, is de nabije oever, de andere is de verre oever’.

Schaars zijn de mensen 
die de overkant bereiken.
De rest loopt enkel
langs de [nabije] oever.

Wanneer de Dhamma op de juiste manier wordt uiteengezet
zijn die mensen die overeenkomstig beoefenen
diegenen die voorbij het rijk van de dood
zullen gaan, zo moeilijk over te steken.

Eenmaal de duistere kwaliteiten achter zich gelaten
dient een wijs persoon de heldere te ontwikkelen.
Vanuit thuis in thuisloosheid aangekomen
waar het moeilijk is om zich te verheugen-

Daar, in afzondering, dient men vreugde te zoeken,
afstand gedaan hebbend van zintuiglijke genoegens.
Niets bezittend, de wijze persoon
dient zichzelf te zuiveren van mentale bezoedelingen.

Diegenen wiens geest op de juiste manier goed ontwikkeld is
in de verlichtingsfactoren,
wie door niet-hechten vreugde vindt
in het afstand doen van (vast)grijpen:
lumineus, met smetten (asava’s) vernietigd,
ze zijn de bekoelden in de wereld”.


Siebe