Auteur Topic: Schepper in de Sutta Pitaka  (gelezen 28940 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Schepper in de Sutta Pitaka
« Gepost op: 01-02-2015 20:57 »
Schepper in de Sutta Pitaka

Bronnen:
-Digha Nikaya: The Long Discourses of the Buddha, A translation of the Digha Nikaya by Maurice Walshe, 1996
-Majjhima Nikaya: The Middle Length Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, original translation by Bhikkhu Nanamoli, translation edited and revised by Bhikkhu Bodhi, 1995;
-Samyutta Nikaya: The Connected Discourses of the Buddha, A New Translation of the Samyutta Nikaya, Bhikkhu Bodhi, Volume I+II, 2000
-Anguttara Nikaya: The Numerical Discourses of the Buddha, A Translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, 2012
-Dhammapada, A Translation, Ven. Thanissaro Bhikkhu, Buddha Dharma Education Association Inc, 1997
-Udana: A Translation With an Introduction & Notes by Thanissaro Bhikkhu, 2012;
-Itivuttaka: This was said by the Buddha, A Translation by Thanissaro Bhikkhu, revised edition 2013
-Sutta Nipata: The Sutta Nipata, A Collection of Discourses Being One of the Canonical Books of The Buddhist, Translated from Pali by V. Fausböll, Oxford, 1881
-Nettippakarana: The Guide (Netti-ppakaranam), according to Kaccana Thera, translated from the Pali by Bhikkhu Nanamoli, The Pali Text Society, London, 1977.
-Milindapañha: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I (1890) en II (1894), Oxford

Inleiding

Ik voelde de behoefte dit eens uit te zoeken. Wat staat er nou precies geschreven over een Schepper in de sutta’s? Misschien vinden jullie het ook leerzaam om mee te lezen wat ik aan informatie gevonden heb.

Ik kwam een stuk tekst tegen van Bhikkhu Bodhi dat dit onderwerp denk ik mooi inleidt. Hier zal ik mee beginnen en daarna aan de hand van negen punten weergeven wat ik zelf in de sutta’s gevonden heb. 

“Brahma was de oppergod van het vroege Brahmanisme, voorgesteld als de schepper van het universum en werd door de brahmanen vereerd door offers en rituelen. Deze voorstelling van Brahma komt een enkele keer voor in de Boeddhistische Canon, echter als een onderwerp van kritiek en satire in plaats van als een onderwerp van geloof. In zo’n context wordt het woord ‘brahma’ als een gepaste naam gebruikt, vaak aangedikt tot Mahabrahma, “Brahma de Grote”. De Boeddha herinterpreteerde het idee van brahma  en veranderde de enkele al-machtige god van de brahmanen in een klasse van verheven goden verblijvend in het vorm rijk (rupadhatu) ver boven de hemelen van de zintuiglijke-sfeer. Naar hun verblijf wordt verwezen als “de brahma wereld”, waarvan er vele zijn, van uiteenlopende dimensies en verschillende mates van hegemonie. Binnen hun rijk verblijven de brahma’s in gezelschappen en Mahabrahma (of soms een brahma met een meer persoonlijke naam) wordt als de heerser van dat gezelschap gezien, compleet met ministers en bijeenkomst. Net als alle levende wezens zijn de brahma’s vergankelijk, nog altijd gebonden aan de cyclus van wedergeboorte, hoewel ze dit soms vergeten en denken dat ze onsterfelijk zijn.
Het pad tot wedergeboorte in de brahma wereld is meesterschap over de jhana’s, waarvan elk ontologisch afgestemd is op een specifiek niveau van het vorm rijk (de tekst verwijst hier naar tabel 3 in het boek Siebe). Soms noemt Boeddha de vier “goddelijk verblijven”(brahmavihara) het middel tot wedergeboorte in de brahma wereld. Dit zijn de “onmetelijke” meditaties op liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, altruistische vreugde en gelijkmoedigheid (metta, karuna, mudita, upekkha).
De Nikaya’s bieden een ambivalente evaluatie van de brahma’s, zoals kan worden gezien in de huidige samyutta (di. Brahmasamyutta, Siebe). Aan de andere kant, bepaalde brahma’s worden weergegeven als kloeke beschermers van de Boeddha’s bevoegdheid en als toegewijde volgelingen van de Meester. Maar juist vanwege hun lange levensduur en verheven status in de cosmische hierarchie, zijn de brahma’s vatbaar voor begoocheling en verbeelding/eigendunk; inderdaad, ze verbeelden zichzelf soms dat ze al-machtige scheppers en heersers van het universum zijn. Mogelijk weerspiegelt deze dubbelzinnige evaluatie Boeddha’s ambivalente houding ten aanzien van de brahmanen; bewondering voor de eeuwenoude spirituele idealen van het brahmaanse leven (zoals bewaard gebleven in de uitdrukkingen brahmacariya en brahmavihara) gekoppeld aan de afwijzing van de pretenties van eigentijdse brahmanen aangaande hun eigen superioriteit gebaseerd op geboorte en lineage” (...). [bron: Samyutta Nikaya, deel I, Bhikkhu Bodhi, bladzijde 81+82)]

Wat dat laatste betreft, uit Digha Nikaya 27 §2 (en MN84§4, MN93§5) maak ik ook op dat de Brahmanen in de tijd van de Boeddha geloofden dat ze de hoogste kaste waren, gezuiverd zijn, ware kinderen van Brahma, geschapen door Brahma, geboren uit zijn mond (waar bijvoorbeeld anderen uit de voeten zijn geboren), erfgenamen van Brahma. Boeddha zegt hierover...”Deze Brahmanen stellen Brahma verkeerd voor, vertellen leugens en verdienen veel onverdienste” (...). Tot zover deze inleidende woorden.

Ik zal nu verder verslag doen van wat ik zelf gevonden heb in de verschillende Nikaya’s aan de hand van de volgende punten:

1. Mahabrahma, de Schepper is geen Schepper? Over de herkomst van het geloof in een Schepper?
2. Een god, of Brahma als (eerste) oorzaak?
3. De Schepper, de Al-Ziende, Mahabrahma weet niet alles?
4. De erkenning van de heerschappij en invloedssfeer van (Baka de) Brahma
5. Boeddha (en anderen) wedergeboren als Mahabrahma
6. De status van (Maha)brahma
7. Nadenken over je Schepper halen je uit de concentratie?
8. Brahma Sahampati verzoekt Boeddha om het wiel in beweging te brengen
9. Deva’s/goden die zich verheugen in (eigen) schepping en deva’s die macht uitoefenen over andermans scheppingen.

Voor een beetje goed overzicht raad ik aan alle posten te lezen.

Groetjes,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Hoofdstuk 1, Mahabrahma, de Schepper is geen Schepper?
« Reactie #1 Gepost op: 01-02-2015 21:05 »
Hoofdstuk 1

1. Mahabrahma, de Schepper is geen Schepper? Over de herkomst van het geloof in een Schepper?

Er wordt in de Sutta’s gesproken over een wezen dat zichzelf tot Brahma verklaart, de (...) “Grote Brahma, de Overwinnaar, de Onoverwinnelijke, Al-ziende, al-Machtige, de Heer, de Maker en Schepper, Heerser, Beschikker en Opdrachtgever, Vader van allen die zijn geweest en zullen zijn” (...). De tekst geeft eigenlijk aan dat dit wezen zich in zijn eigen status als schepper vergist. De wezens die denken door hem geschapen te zijn vergissen zich ook door dit wezen als hun schepper te beschouwen. De mensen die uiteindelijk op Aarde worden wedergeboren en zich hun (vermeende) Schepper herinneren en daarvan getuigen, vergissen zich ook. Als je het zo bekijkt lijkt dus alles één grote vergissing. Zie onderstaande sutta fragmenten.

Uit: Digha Nikaya 1, Brahmajala Sutta

§2.2 “Er komt een tijd, monniken, vroeg of laat na een lange periode, dat de wereld inkrimpt. Op het moment van inkrimping worden wezens merendeels geboren in de Abhassara Brahma wereld (deel van rupaloka dat niet vernietigd wordt, noot48, Siebe). En daar verblijven ze, geest-gemaakt (mentaal gecreeerd, niet door sex voortgebracht, noot 49), zich voedend met vreugde (ze hebben geen materieel voedsel nodig, gevoed door de jhana factor piti, noot 50, zelf-lumineus, door de lucht bewegend, glorieus- en ze blijven een hele lange tijd zo.
2.3. Maar vroeg of laat na een lange periode komt de tijd dat de wereld begint uit te dijen. In deze uitdijende wereld verschijnt een leeg Brahma paleis. Dan valt een wezen door de uitputting van diens levensduur of van zijn verdiensten uit de Abhassara wereld en verrijst in het lege Brahma-paleis. En daar verblijft hij, geest-gemaakt, zich voedend met vreugde, zelf-lumineus, door de lucht bewegend, glorieus- en hij blijft zo voor een hele lange tijd.
2.4 Daarna ontstaat in dit wezen dat daar al zolang alleen is geweest onrust, onvrede en grieven, en hij denkt: “Oh, als er nou eens wat andere wezens hier zouden komen!”. En andere wezens vallen door de uitputting van levensduur of van hun verdiensten uit de Abhassara wereld en verrijzen in het Brahma-paleis als metgezellen van dit wezen. En daar verblijven ze, geest-gemaakt, zich voedend met vreugde, zelf-lumineus, door de lucht bewegend, glorieus- en ze blijven een hele lange tijd zo.
2.5 En dan, monniken, denkt dat wezen dat daar het eerst verrees: “Ik ben Brahma, de Grote Brahma, de Overwinnaar, de Onoverwinnelijke, de Al-Ziende, De  Al-Machtige, de Heer, de Maker en Schepper, Heerser, Beschikker en Opdrachtgever, Vader van allen die zijn geweest en zullen zijn. Deze wezens zijn door mij geschapen. Hoezo? Omdat ik eerst deze gedachte had: “Oh, als er nou eens wat andere wezens hier zouden komen!”. Dat was mijn wens en toen kwamen deze wezens in deze bestaansvorm!. Maar deze wezens die vervolgens verrezen denken: “Dit, vrienden, is Brahma, de Grote Brahma, de Overwinnaar, de Onoverwinnelijke, de Al-Ziende, de Al-Machtige, de Heer, de Maker en Schepper, Heerser, Beschikker en Opdrachtgever, Vader van allen die zijn geweest en zullen zijn. Hoezo? We hebben gezien dat hij hier het eerst was en dat we na hem verrezen”.
2.6. En dit wezen dat het eerst verrees leeft langer, is mooier en krachtiger dan zij zijn. En het kan gebeuren dat sommige wezens uit dat rijk wegvallen en in deze wereld worden geboren. Eenmaal in deze wereld geboren, verzaakt hij het leven als huishouder en gaat het thuisloze leven tegemoet. Op een gegeven moment bereikt hij door middels van moeite, inspanning, toepassing, oprechtheid en juiste aandacht, zo’n niveau van mentale concentratie dat hij daarbij zijn laatste bestaan herinnert, maar geen enkele daarvoor. En hij denkt: “Die Brahma, de Grote Brahma, de Overwinnaar, de Onoverwinnelijke, de Al-Ziende, De  Al-Machtige, de Heer, de Maker en Schepper, Heerser, Beschikker en Opdrachtgever, Vader van allen die zijn geweest en zullen zijn, hij maakte ons en hij is permanent, stabiel, eeuwig, niet onderhevig aan verandering, voor altijd hetzelfde. Maar wij die door die Brahma zijn geschapen zijn vergankelijk, onstabiel, kort-levend, bestemd om heen te gaan, en we zijn in deze wereld gekomen”.

Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Hoofdstuk 2, een god, of Brahma als (eerste) oorzaak?
« Reactie #2 Gepost op: 02-02-2015 11:49 »
Hoofdstuk 2

Een god, of Brahma als (eerste) oorzaak?

A. Alle dingen begonnen met de schepping door een god, of Brahma?

Dit geloof was er in er in de tijd van de Boeddha en wordt besproken in Digha Nikaya 24.
§2.14 (...) “Er zijn, Bhaggava, sommige asceten en Brahmanen die tot hun leer verklaren dat alle dingen begonnen zijn met de schepping door een god, of Brahma. Ik ben naar ze toe gegaan en zei: “Eerwaarde heren, is het waar dat jullie verklaren dat alle dingen begonnen met de schepping door een god, of Brahma?”. “Ja”, antwoordden ze. Toen vroeg ik: “In dat geval, hoe verklaren de eerwaarde leraren dan dat dit (een god of Brahma als de eerste oorzaak aanduiden, Siebe) geschiedde?”. Maar ze konden geen antwoord geven, en dus vroegen ze het aan mij. En ik antwoorde:
§2.15.-17. “Vroeg of laat komt er na een lange periode een tijd dat deze wereld inkrimpt”(...)...En nu herhaalt zich dezelfde tekst als in DN1, zoals eerder besproken in het vorige hoofdstuk. Nog eens kort samengevat: op enig moment komt er een wezen in het lege Brahma-paleis dat gaat (onterecht) geloven dat het Maker en Schepper van andere wezens is. En de wezens die met dat wezen leven zien hem ook (onterecht) aan voor hun Schepper. Eenmaal op op aarde, getuigen deze mensen (onterecht) van het bestaan van het Schepper-wezen. Maar alles berust dus op een misverstand.

Dus je ziet hier in deze sutta ook weer dat op deze manier de herkomst van ‘het geloof in god als eerste oorzaak’ lijkt te worden verklaard, als een misinterpretatie van de feitelijke gang van zaken, namelijk, dat geen van de wezens eeuwig is, onvergankelijk, en dat wezens ook niet als gevolg van een wens verrezen in het Brahma paleis maar door oorzaak en gevolg, dat is, door de uitputting van hun levensduur of hun karma in een andere bestaansvorm. Het niet eeuwig zijn van Mahabrahma dat komt later ook nog aan bod.

B. Pijn en plezier en noch-pijn-noch-plezier worden veroorzaakt door de scheppende activiteit van God?

Dit houdt de mens blijkbaar ook al eeuwen bezig. Nu nog. In sutta’s wordt soms deze kwestie besproken of alles wat je actueel aan pijn en plezier of noch pijn-noch-plezier ervaart, alleen wordt veroorzaakt door vroegere daden, of bijvoorbeeld zonder enige oorzaak of voorwaarde bestaat, of, de visie dat dit allemaal veroorzaakt wordt door God’s scheppende activiteit.

Dit wordt onder andere besproken in Anguttara Nikaya 3.61 (1). Ik zal alleen de laatste doctrine, Gods scheppende activiteit is de oorzaak, hieruit vertalen.

(...) “Er zijn andere asceten en brahmanen die een leer en visie als deze er op na houden: ‘Wat deze persoon dan ook ervaart- ofwel plezier, pijn, of noch-plezier-noch-pijn- al dat wordt veroorzaakt door Gods scheppende activiteit’ “(...)

(...) “Daarna, bhikkhu’s, benaderde ik die asceten en brahmanen die een leer en visie als deze er op na houden; ‘Wat deze persoon dan ook ervaart- ofwel plezier, pijn, of noch-plezier-noch-pijn- al dat wordt veroorzaakt door God’s scheppende activiteit’, en ik zei tegen hen: ‘Is het waar dat jullie eerwaarden zo’n leer en visie er op na houden?’. Toen ik ze dit vroeg, bevestigden ze dit. Toen zei ik tegen ze: ‘In zo’n geval is het door God’s scheppende activiteit dat je levende wezens zou kunnen doden, stelen, je zou kunnen overgeven aan sexuele activiteit, zou kunnen liegen, verdeeldheid zaaiende woorden uitspreken, grof/ruw spreken, je overgeven aan zinloos geklets; dat je vol verlangen zou kunnen zijn, een geest van kwade wil hebt, en verkeerde visie er op na houdt’.
Diegenen die op Gods scheppende activiteit terugvallen als de essentiele waarheid hebben geen verlangen [om te doen] wat gedaan dient te worden en [om te vermijden] wat niet gedaan dient te worden, noch spannen ze zich hiervoor in. Aangezien ze niet als waar en geldig begrijpen alles wat gedaan en niet gedaan dient te worden, zijn ze beneveld/verward (muddle-minded), ze bewaken zichzelf niet en zelfs de persoons aanduiding ‘asceet’ kan niet op een legitieme manier op hen van toepassing zijn”(...).

Ja, alle activiteit verklaren als God's scheppende activiteit daarin zit geen onderscheidingsvermogen. Het leidt tot waanzin vind ik ook. Als mens of wezen ben je dan enkel een marionet en wat dan te denken over zoiets als vrije wil? Maar ja, als je eenmaal activiteiten onderscheidt die door God's scheppende activiteit worden veroorzaakt, dan kom je ook bij daden die door de scheppende activiteit van een Duivel worden veroorzaakt. En dan heb je misschien ook nog wel een categorie die door de mens of het wezen worden veroorzaakt? Lastig.

Ook in Majjhima Nikaya 101 is het onderwerp wat de oorzaak is van wat je actueel ervaart/voelt. De visie van de Niganthas is hier vooral het onderwerp van kritiek. De Nigantha’s waren, blijkbaar, een sekte die geloofden dat je alles wat je actueel ervaart  komt door vroegere daden. Als je nu bijvoorbeeld pijnen ervaart komt dat door slechte daden vroeger. Door streng ascetische beoefening zou je dit effect kunnen uitwissen. Maar ja, Boeddha wijst daar op in de sutta, de keuze voor strenge ascese is natuurlijk zelf iets waardoor je actueel felle pijnen gaat ervaren. Dus de vlieger gaat niet op dat alle pijn bijvoorbeeld door vroegere daden ontstaat. Op een gegeven moment evalueert de Boeddha de (doctrine van) Nigantha’s. Tien redenen geeft hij waarom de Nigantha’s en hun leer gecensureerd dienen te worden. Boeddha onderwijst daarna wat wel het juiste streven is en geeft tien goede redenen om de Tathagata te prijzen.

§22 (2) “Als het plezier en pijn dat wezens voelen, veroorzaakt worden door de scheppende daad van een Oppergod, dan moeten de Nigantha’s zeker geschapen zijn door een kwaadaardige Oppergod aangezien ze nu zulke pijnlijk, folterende, stekende gevoelens hebben”.
§22 (7) “Als het plezier en pijn dat wezens voelen wordt veroorzaakt door de scheppende daad van een Opperste God, dan moet de Nigantha’s gecensureerd worden; zo niet, dan moeten zo nog altijd gecensureerd worden”.

§46(2) “Als het plezier en pijn dat wezens voelen veroorzaakt worden door de scheppende daad van een Oppergod, dan moet de Tathagata zeker geschapen zijn door een goede Oppergod aangezien hij nu zulke smetteloze gevoelens ervaart”.
§46(7) “Als het plezier en pijn dat wezens voelen veroorzaakt worden door de scheppende daad van een Opperste God, dan moet de Tathagata geprezen worden; zo niet, dan moet de Tathagata nog steeds geprezen worden”.

Ik denk dat dit soort dicussies nog altijd actueel zijn. Ligt er werkelijk een wil en wilsactiviteit van God, een Scheppend wezen, Schepper, ten grondslag aan gebeurtenissen in de wereld of, dichterbij, bij wat je zelf overkomt? Het overlijden van een geliefde, een ramp, zelf ziek worden, wat dan ook? Deze visie bestaat en zeker ook daaraan gekoppeld de visie van een zich wrekende of bestraffende God. Els Borst heeft de toorn van God over zichzelf afgeroepen? Inenten druist tegen de bedoelingen van God in? Zoveel mensen zoveel meningen.

Voor mijzelf heeft dit ook gespeeld rondom het overlijden van mijn vader. Hij had een hersentumor en onderging een slopend ziekteproces. Op een voor mezelf niet goed verklaarbare manier had ik altijd gelooft in het goede van het bestaan. Ik kwam hiermee overhoop te liggen.

Siebe


Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2860
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #3 Gepost op: 02-02-2015 17:55 »
Op deze manier wordt het twijfelachtig dat er gezegd wordt
dat de Boeddha zich niet over het al dan niet bestaan van een schepper god
heeft uitgelaten en dat dit thema onder de zogenaamde onbesliste kwesties valt...
met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Hoofdstuk 3, De Schepper, Al-Ziende, Mahabrahma weet niet alles?
« Reactie #4 Gepost op: 03-02-2015 11:09 »
Hoofdstuk 3

3. De Schepper, de Al-Ziende/Wetende, Mahabrahma weet niet alles?

Uit Digha Nikaya 11, Kevaddha Sutta: Over Kevaddha, Wat Brahma niet wist.

In deze sutta lijkt de alwetendheid van Mahabrahma betwist te worden. Korte inleiding: op een gegeven moment komt bij een bepaalde monnik in de Sangha de gedachte op: “Ik vraag me af waar de vier grote elementen- het element aarde, het element water, het element vuur, het element lucht- zonder overblijfsel eindigen”. De monnik zoekt bij diverse deva’s antwoord maar niemand weet het. Hij zoekt het steeds hogerop in de hierarchie, onder andere bij Sakka, heer van de drieendertig goden, maar ook die weet het niet. Uiteindelijk wordt hem gewezen op het bestaan van Mahabrahma die zal het antwoord weten! Op een gegeven moment verschijnt Mahabrahma. Vanaf dit punt zal ik vertalen:

§81. “Toen duurde het niet lang of de Grote Brahma verscheen. En die monnik ging naar hem toe en zei: “Vriend, waar eindigen de vier grote elementen-aarde, water, vuur, lucht- zonder overblijfsel?” waarop de Grote Brahma antwoordde: “Monnik ik ben Brahma, de Grote Brahma, de Overwinnaar, de Onoverwinnelijke, Al-Ziende, Al-Machtige, de Heer, de Maker en Schepper, Heerser, Beschikker en Opdrachtgever, Vader van allen die zijn geweest en zullen zijn”.
§82. Een tweede keer zei de monnik: “Vriend, ik vroeg u niet of u Brahma bent, Grote Brahma...etc....ik vroeg u waar de vier grote elementen zonder overblijfsel eindigen”. En een tweede keer antwoordde de Grote Brahma hetzelfde als eerder.
§83. En een derde keer zei de monnik: “Vriend, dat vroeg ik u niet, ik vroeg waar de vier grote elementen- aarde, water, vuur en lucht- zonder overblijfsel eindigen”. Toen, Kevaddha (dit is de persoon waar de Boeddha dit aan vertelt, Siebe), nam de Grote Brahma de monnik bij de arm, leidde hem terzijde van hem en zei: “Monnik, deze deva’s geloven dat er niets is dat Brahma niet ziet, dat er niets is wat hij niet weet, dat er niets is waar hij onbewust van is. Dat is waarom ik niet ten overstaan van hen sprak. Maar, monnik, ik weet niet waar de vier grote elementen zonder overblijfsel eindigen. En daarom, monnik, hebt je verkeerd gehandeld, je hebt verkeerd gehandeld door voorbij te gaan aan de Gezegende Heer en elders een antwoord op deze vraag te gaan zoeken. Welnu, monnik, ga slechts naar de Gezegende Heer toe en stel hem deze vraag, en welk antwoord hij dan ook geeft, accepteer dat”.

De monnik gaat dan naar de Boeddha en de Boeddha geeft dan aan dat de vraag anders gesteld moet worden namelijk (alternatieve vertalingen uit andere bronnen tussen haken gezet):

‘Waar vinden/hebben aarde, water, vuur en lucht geen fundament/grondvest?
Waar zijn lang en kort, klein en groot (fijn en grof), eerlijk en oneerlijk-
Waar zijn “naam-en-vorm” volledig vernietigd?’ (beeindigd).

En het antwoord is:

‘Waar bewustzijn tekenloos is (bewustzijn zonder kenmerk), grenzeloos,
geheel lumineus,
Daar vinden/hebben aarde, water, vuur en lucht geen fundament/grondvest.
Daar zijn zowel lang en kort, klein en groot, eerlijk en oneerlijk-
Daar zijn “naam-en-vorm” geheel vernietigd (beeindigd).
Met de beeindiging van bewustzijn (verdeeld/duaal weten) wordt dit allemaal vernietigd (beeindigd dit)".

Aldus sprak de Heer en huishouder Kevaddha genoot er van en verblijde zich in zijn woorden”. <einde sutta>.

Alternatieve vertalingen (in Engels): http://suttacentral.net/en/dn11, en
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/dn/dn.11.0.than.html

Dit zijn heel interessante verzen vind ik.

Wat je denk ik in deze sutta kunt vaststellen is dat de sutta meegeeft dat Mahabrahma ook niet alles weet, hij is niet perfect. Je zou kunnen zeggen, niet alleen zijn status als Schepper wordt ontkend maar ook zijn Al-Wetendheid. Dat de Boeddha superieur wordt geacht aan Mahabrahma dat is wel duidelijk. Zie ook komende posten.

Boeddha spreekt regelmatig over het doodloze, het ongeconditioneerde, Nibbana, het smetteloze, het vredevolle, allemaal synoniemen voor hetzelfde. Blijkbaar kent het wezen dat zichzelf weer Schepper, Al-Ziend/Wetend etc. noemt dit blijkbaar niet. Het is immers ook ongeschapen. Het is niet gecreeerd. Ongeboren. Het bestaat niet op basis van oorzaken en voorwaarden. Is er dan iets wat niet geschapen is maar ook niet de Schepper zelf is? Dat lijkt de situatie toch?

Het ongeborene, het ongeconditioneerde, het ongeschapene aan te zien voor de Schepper, dat lijkt mij waaghalzerij, nekbrekend, hoofdsplijtend. Volgens mij is het nou juist niet de bedoeling dat we dit begrijpen als een wezen, laat staan als een scheppend wezen. Het ongeconditioneerde, ongeschapene dat is iets dat geen verval kent, daarmee geen ouderdom, geen ziekte, geen dood, ook geen verandering. Het wordt beschouwd als de ultieme toevlucht en iets wat je kunt zien/ontdekken. Maar toevlucht daarin is geen toevlucht in een Schepper nietwaar?

Wat is dan de aard van dit ongeconditioneerde? Mag je het zien als een soort absolute oergrond, dat inherent scheppende vermogens bezit en dat je als een soort oerbron van alles mag beschouwen? Ik denk het niet. Waarom niet? Omdat zoals het vers zegt, de elementen hebben/vinden daar geen grondvest. Dan kan het ook geen oerbron zijn lijkt me. Bovendien, als het ongeconditioneerde iets kan voortbrengen, is het dan niet veranderlijk, kan het dan vrede zijn? Zo wat bespiegelingen.

Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Hoofdstuk 4, De heerschappij en invloedssfeer van (Baka de) Brahma
« Reactie #5 Gepost op: 04-02-2015 12:14 »
Hoofdstuk 4

De erkenning van de heerschappij en invloedssfeer van (Baka de) Brahma

Zoals al in de inleiding is beschreven komt er vanuit de sutta’s een beeld naar voren dat de Brahma’s, bijvoorbeeld onder invloed van Mara, er verkeerde zienswijze op na houden, vooral over hun eigen onvergankelijke status.
De onderstaande sutta vind ik interessant met name omdat hierin de heerschappij en invloedssfeer van (Baka) de Brahma door de Boeddha wordt erkend. Bovendien wordt er volgens mij ook onderwezen van welke aard die invloedssfeer is en hoe deze tot stand komt. De sutta waarover het gaat is Majjhima Nikaya 49, Brahmanimantanika Sutta, de Uitnodiging van een Brahma.

In deze sutta wordt gesproken over Baka de Brahma die gelooft dat de brahma wereld waarin hij leeft en ook hijzelf §2 (...) “permanent is, altijddurend, eeuwig, compleet is, niet vergankelijk; want dit is noch geboren noch veroudert het, noch sterft het, noch gaat het heen, noch verschijnt het opnieuw, en voorbij dit is er geen ontsnapping” (bijvoorbeeld geen Nibbana).

De Boeddha bespeurt deze gedachten in de geest van Baka de Brahma en verschijnt onmiddellijk aan hem. Hij zegt dat de waardige Baka de Brahma teruggevallen is in onwetendheid omdat hij beweert §4 (...) “ van het vergankelijke dat het onvergankelijk is, van het kortdurende dat het altijddurend is, van het niet-eeuwige dat het eeuwig is, van het incomplete dat het compleet is, van dat wat heen zal gaan, dat het niet heen zal gaan, van dat wat geboren is, veroudert, sterft, heengaat en opnieuw verschijnt dat het noch geboren wordt, noch sterft, noch heengaat, noch opnieuw verschijnt, en wanneer er hieraan een ontsnapping is, zegt hij dat hieraan geen ontsnappen is”.

Daarna neemt Mara de Kwaadaardige, bezit van een lid van het Brahma gezelschap en die vertelt de Boeddha: §5 (...) “bhikkhu, bhikkhu, geloof hem; want deze Brahma is de Grote Brahma, de Heerser (Opperheer), de Onovertroffene, met Onfeilbare Visie, Uitoefenaar van Heerschappij, Heer Maker en Schepper, Meest Hoge Voorzienigheid, Meester en Vader van al degenen die zijn en ooit zullen zijn”(...).

Hierna waarschuwt het door Mara bezeten Brahma-lid onder andere dat iedereen die vroeger Brahma veroordeelden met afkeer/weerzin voor Brahma, werden wedergeboren in een inferieur lichaam (lagere rijken) en iedereen die hem verheerlijkte door zich te verheugen in Brahma werd wedergeboren met een superieur lichaam. Het lid van het Brahma gezelschap besluit zijn (dreigende) betoog met...§5 (...) “Wees zeker, goede heer, om alleen te doen wat de Brahma zegt; ga nooit aan het woord van de Brahma voorbij” (let. stap er niet overheen).

De Boeddha weet dat dit de woorden van Mara de Kwaadaardige zijn. Leden van de Brahma gemeenschap zijn in diens handen gevallen. Maar de Boeddha niet.
Baka de Brahma herhaalt zijn visie over eeuwigheid nog eens. Hij blijft bij zijn standpunten. Hij en zijn wereld is eeuwig, compleet etc. En voorbij dat is er geen ontsnapping (geen Nibbana). Dat gaan zoeken zal alleen maar tot vermoeidheid en teleurstelling leiden.

Baka de Brahma zegt dan: §7 ..”als je aan aarde...aan water,...aan vuur...aan lucht...aan wezens...aan goden...aan Pajapati...aan Brahma, zal vasthouden (noot 507, vasthouden door middel van hunkering, verbeelding en visies), zal je dicht bij mij zijn, binnen mijn domein, voor mij om mijn wil op te leggen en te straffen”(...) (alternatieve vertaling van het laatste stuk van deze zin van dharmafarer.org....”voor mij om mijn wil op te leggen en je laag te maken en bescheiden/nederig”).

De Boeddha zegt dan: §8 “Dat weet ik ook, Brahma. Als ik aan aarde zal vasthouden...aan vuur...aan lucht...aan wezens...aan goden...aan Pajapati...aan Brahma, zal ik dicht bij u zijn, binnen uw domein, voor u om uw wil op te leggen en te straffen. Verder, ik begrijp uw bereik en de reikwijdte van uw heerschappij aldus: ‘Baka de Brahman heeft zoveel kracht, zoveel macht, zoveel invloed’

“Welnu, goede heer, hoever denk je dat mijn bereik en mijn heerschappij zich uitbreidt?
[Boeddha zegt dan]:

“Zover als maan en zon omwentelen
De windstreken beschijnend en verlichtend
Over een duizendvoudige dergelijke wereld
Breidt uw opperheerschappij zich uit.

En daar kent u de hogen en lagen,
En diegene met begeerte en vrij van begeerte,
De staat die zo is (is thus) en anderszinds,
Het komen en gaan van wezens”.

“Brahma, ik begrijp uw bereik en de reikwijdte van uw heerschappij aldus: Baka de Brahma heeft zoveel kracht, zoveel macht, zoveel invloed”.

De Boeddha onthult daarna in §10 aan Brahma dat er drie lichamen zijn die Brahma noch kent noch ziet: 1. het lichaam van [ de goden van] Stromende Straling, van waaruit Brahma heenging (stierf) en hier (waar Brahma actueel is) verscheen. Brahma is dit vergeten maar de Boeddha niet; 2. het lichaam van [de goden van] Glazende Glorie en 3. het lichaam van [de goden van] Grote Vrucht.

De Boeddha maakt (zo weer) duidelijk dat ze wat betreft kennis niet op hetzelfde niveau zitten. Boeddha kent Brahma als Brahma, wat dus lijkt te betekenen, als een wezen met grote macht en invloedssfeer maar wel onderdeel van de cyclus van wedergeboorten en vergankelijk, en dus, blijkbaar, ook vatbaar voor illusies. Brahma wil dan de Boeddha verlaten maar dat lukt hem niet. De Boeddha lukt dat wel en door wonderbaarlijke vermogen maakt hij zichzelf onzichtbaar maar het Brahma gezelschap hoort wel zijn stem. Als de Boeddha onzichtbaar is geworden uit de Boeddha dit vers (§27) (alternatieve vertaling tussen haken gezet; van dharmafarer.org):

“In elke wijze van bestaan angst gezien hebbend (Angst gezien hebbend in bestaan na bestaan)
En in bestaan zoekend naar niet-bestaan,
Bevestigde ik geen enkele wijze van bestaan (verheugde ik me in geen enkel bestaan)
Noch klampte ik me vast aan enige verheugenis/begeestering [in bestaan]”.

Het gezelschap van Brahma’s is dan onder de indruk van de kracht en macht van de Boeddha. Mara neemt dan weer iemand van het gezelschap in bezit en waarschuwt dat er vroeger ook leraren waren die hun leerlingen met de Dhamma gidsten maar ze verwierven na de dood een inferieur lichaam en degenen die dat niet deden verwierven na de dood allemaal een superieur lichaam. De 'bezeten' Brahma concludeert dus (onderaan) §29 (...) “dit (de Dhamma) is beter om onverklaard te laten, en dus, goede heer, informeer niemand anders”. (...). Mara spoort de Boeddha dus aan de Dhamma niet te onderwijzen en uit voortdurend dreigende taal.

Boeddha begrijpt dat dit weer de stem van Mara is en dat het niet uit mededogen voor het welzijn van wezens is dat Mara dit zegt. Mara is volgens Boeddha bang dat diegenen aan wie de Dhamma wordt onderwezen aan zijn invloedssfeer ontsnappen. De Boeddha zegt dan dat hij werkelijk gerealiseerd is. Hij heeft §30 (...) “afstand gedaan van de asava’s die bezoedelen, hernieuwd bestaan brengen, problemen geven, rijpen als lijden, en leiden tot toekomstige wedergeboorte, verouderen en dood; hij heeft ze bij de wortel afgesneden, gemaakt als de stronk van een palmboom, afstand van ze gedaan zodat ze in de toekomst niet meer kunnen ontstaan” (...). Mara was niet in staat om te antwoorden en omdat [de sutta begon] met Brahma’s uitnodiging, wordt deze verhandeling “Over de Uitnodiging van een Brahma” genoemd. Zo eindigt deze sutta.

Dit einde is wel grappig want er is geen letterlijke uitnodiging van Brahma geweest natuurlijk maar blijkbaar wordt hier diens verkeerde visie van eeuwigheid, verstaan als een uitnodiging voor de Boeddha om te verschijnen.

Ik vind dit een interessante sutta omdat het mijns inziens aangeeft dat Boeddha wel een enorme invloedssfeer erkend van dit wezen, hier genaamd Baka de Brahma, en dan, blijkbaar, vooral door het vasthouden/hechten door middel van hunkering, verbeelding en visies. De invloedssfeer en aantrekkingskracht van de verbeelding is toch ook immens? Je kunt eigenlijk best zeggen, vind ik, dat het de drijvende kracht is in de wereld.

De verbeelding heeft een enorm impact. Wat daar leeft dat geloof je heel snel als iets wat waar en werkelijk is. En het lijkt ook zo te zijn dat de verbeelding de invloed die het op je heeft ook niet wil prijsgeven.
Wie bezit wie? Bezitten wij als mens verbeelding of bezit verbeelding ons? 

Een noot bij MN49 (noot 499) geeft een interessante visie vind ik. Er staat: (...) “Dus Baka de Brahma kan gehouden worden ‘bestaan/worden’ of persoonlijkheid te vertegenwoordigen in diens meest op de voorgrond tredende vorm, op een blinde manier betrokken in de activiteit van verbeelden, zichzelf onderhoudend met diens begoochelingen van duurzaamheid, plezier en zelfheid. Aan de basis van bestaan/worden staat hunkering, gesymboliseerd door Mara- ogenschijnlijk onopvallend in het gezelschap, niettemin de werkelijke auteur van alle uitstromingen van de verbeelding, degene die het volledige universum in zijn grip houdt. De alliantie van Brahma en Mara, God en Satan, een onbegrijpelijke vereniging vanuit Westers theistisch perspectief, wijst op de dorst naar voort-bestaan als de verborgen herkomst van alle wereld bevestiging/affirmatie, ofwel theistisch of niet-theistisch. In de sutta gaat de oppervlakkige theoretische strijd tussen Baka en Boeddha spoedig over in een boeiende diepzinnige confrontatie tussen Mara en de Boeddha- Mara als hunkering de bevestiging van bestaan/worden eisend, de Verlichte wijzend op beëindiging van bestaan/worden door het ontwortelen van verheugenis/begeestering (delight)”.

Van de mens wordt wel gezegd dat het een verhalend wezen is, wat denk ik wel iets zegt over de kracht en macht van verbeelding.

Een sutta die qua inhoud lijkt op bovenstaande is Samyutta Nikaya 6.4 (4) Brahma Baka.
In deze sutta is Brahma Baka er weer van overtuigd dat (...) “Dit (zijn Brahma wereld en ook hijzelf) is permanent, dit is stabiel, dit is eeuwig, dit is compleet, dit is onvergankelijk. Inderdaad, dit is waar men niet wordt geboren, niet veroudert, niet sterft, niet heengaat en niet wordt wedergeboren; en er is geen andere ontsnapping die hier boven uit stijgt”.

Boeddha noemt de levensduur van Brahma in deze sutta kort, namelijk 100.000 nirabbuda’s (vers 573). Ik heb dit opgezocht in de noot. Als ik het goed berekend heb, (wat nog niet meevalt) dan is dat 2x een 1 met 48 nullen jaar. Best kort, op de eeuwigheid:-)
Boeddha beschrijft ook de verdienstelijke daden van Brahma Baka. Interessant vond ik ook dat Boeddha in deze sutta aangeeft (vers 578) dat hij eens een leerling was van Brahma Baka, genaamd Kappa.

Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Hoofdstuk 5, Boeddha (en anderen) wedergeboren als Mahabrahma
« Reactie #6 Gepost op: 05-02-2015 11:41 »
Hoofdstuk 5

5. Boeddha (en anderen) wedergeboren als Mahabrahma

De onderstaande sutta uit Khuddaka Nikaya, het boek Itivuttaka, geeft aan dat Boeddha zelf ook eens geboren is in dat lege Brahma paleis dat op enig moment ontstaat in een periode van uitdijing. De Boeddha werd toen wedergeboren als Brahma, Grote Brahma, de Onoverwonnen Overwinnaar, Al-Ziende, Uitoefenaar van Kracht/Macht. Maar hij heeft/krijgt hier niét de namen ‘Maker en Schepper’, ‘Beschikker en Opdrachtgever’, ‘Vader van allen die zijn geweest en zullen zijn’. Dat lijkt het verschil met het wezen in Digha Nikaya 1 dat daar ook geboren wordt maar zichzelf (onterecht) als de Schepper en Vader etc. beschouwt en ook zo wordt beschouwd door andere wezens.

Itivuttaka §22
Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de Arahant, aldus heb ik het gehoord: “Monniken wees niet bang voor daden van verdienste. Dit is een synoniem voor wat gelukzalig is, wenselijk, aangenaam, liefkozend, begerenswaardig- dat is, daden van verdienste. Ik weet op directe wijze dat nadat ik lang verdienstelijke daden heb verricht, ik de wenselijke, aangename, liefkozende en begerenswaardige gevolgen daarvan heb ervaren. Na zeven jaar lang een geest van goede wil te hebben ontwikkeld, kwam ik daarna zeven eonen van inkrimping en uitdijing niet terug in deze wereld. Wanneer het eon dan ook inkrimpte, ging ik [het rijk van] de (stromende, Siebe) Straling/luister binnen. Wanneer het eon dan ook uitdijde verscheen ik in een leeg Brahma verblijf. Daar was ik Brahma, de Grote Brahma, de Onoverwonnnen Overwinnaar, Al-Ziende (Total Seer), Uitoefenaar van Kracht/Macht. Daarna was ik zesendertig keer Sakka, heerser van de goden. Vele honderden keren was ik een koning, een wiel-draaiende keizer, een rechtvaardige koning van Dhamma, veroveraar van de vier windstreken van de aarde, stabiele heerschappij over het land handhavend, voorzien van de zeven schatten- om maar niet te spreken van de keren dat ik een lokale koning was. De gedachte kwam bij me op: ‘Van welke actie van mij is dit de vrucht, van welke actie het gevolg, dat ik nu zulke grote kracht en macht heb?’. Toen kwam de gedachte bij me op; ‘Dit is de vrucht van mijn drie [soorten] activiteit, het gevolg van drie soorten activiteit, dat ik nu zo’n grote kracht en macht heb: d.i., vrijgevigheid, zelf-bestuur (self-control), & zelfbeheersing (retraint)”’.

Train in daden van verdienste
Die het voornaamste profijt van gelukzaligheid voortbrengen-
Ontwikkel vrijgevigheid,
Een wijs leven1
Een geest van goede wil.
Deze drie dingen ontwikkelend
Die gelukzaligheid voortbrengen
Verschijnen de wijzen
In een wereld van zuivere gelukzaligheid”

(1. let. “a life in tune”, een harmonieus leven)

Een sutta met vrijwel dezelfde inhoud komt ook voor in Anguttara Nikaya 7.62 (9), met als titel “Wees niet bang voor verdienste”. Deze sutta geeft aan dat Boeddha zeven keer Grote Brahma was, wedergeboren in het lege Brahma kasteel in een periode van uitdijing. Betreffende vers:

(...)
“Zeven keer was ik Grote Brahma,
De uitoefenaar van heerschappij;
Zesendertig keer was ik heerser van de deva’s,
Heerschappij over de deva’s uitoefenend”
(...)

Anguttara Nikaya 7.66 (2), genaamd Zeven Zonnen, bespreekt de toekomst van de Aarde en de wereld. In deze sutta wordt ook een andere leraar genoemd, genaamd Sunetta, die ook zeven jaar lang liefdevolle vriendelijkheid beoefende en tijdens een periode van kosmische uitdijing wordt geboren in een leeg Brahma kasteel. (...) “Daar was hij Brahma, de Grote Brahma, de overwinnaar, de onoverwonnene, de al-ziende, de uitoefenaar van heerschappij”(...).

Dus de sutta’s geven aan dat niet bij iedereen, niet bij Boeddha noch bij Sunetta, de gedachte opkomt, eenmaal geboren in het lege Brahma-paleis, dat ze Schepper zijn en Vader van alle wezens, zoals bij dat wezen in Digha Nikaya 1 gebeurde.

Uit Digha Nikaya 1, §1.26, blijkt trouwens dat Boeddha het vereren van Mahabrahma als onjuist levensonderhoud beschouwt en als (één van de) laaghartige kunsten (base arts). De asceet Gotama laat zich daar niet mee in.

Nog wat meer informatie over de Brahma-werelden. In de Digha Nikaya, vertaald door Maurice Walshe, wordt in de inleiding de boeddhistische cosmologie besproken. Deze bestaat uit drie werelden: de Wereld van Zintuig-Verlangen (kama-loka), de Wereld van Vorm (of de fijn stoffelijke wereld: rupa loka) en de Vormloze (of onstoffelijke) Wereld (arupa-loka). Er worden binnen deze drie werelden éénendertig staten of verblijven onderscheiden waarin men wedergeboren kan worden. Wat de Brahma staten aangaat, het gevolg/hofhouding van Brahma wordt als de twaalfde staat genoemd en de ministers van Brahma als de dertiende. De veertiende staat is die van de Grote Brahma’s (Maha Brahma’s). Dit zijn de laagste drie staten van de fijnstoffelijke wereld.
De menselijke staat is de vijfde staat en valt binnen de wereld van Zintuig-Verlangen. Deze staat wordt gezien als ideaal omdat het vrijwel onmogelijk is om in een andere staat verlichting te bereiken. De wezens beneden de menselijke staat lijden te intens en hebben hele andere beslommeringen en de wezens boven de menselijke staat gaan vaak op in geluk.
Binnen deze éénendertig staten is het hellerijk de laagste staat, met intens lijden, en de deva's van de sfeer van noch-waarneming-noch-niet-waarneming de hoogste. Ik heb het zo begrepen dat geen van deze staten of bestaansvormen eeuwig is.

Voorbij dit alles, zo wordt gezegd, ligt het rijk/sfeer/staat van het Bovenwereldlijke (lokuttara) of Nibbana- 'de andere kant/oever', het enige veilige toevluchtsoord. En hoewel dit ervaren kan worden, kan het niet beschreven worden.

Hoewel je op basis van hun eigen aanspraken zou kunnen vermoeden dat de Mahabrahma's heel hoog in deze drie werelden zouden leven, zo'n beetje in de top, is dit dus niet zo en is hun sfeer/rijk eigenlijk maar net boven de Zintuig-Wereld. Niettemin worden ze toch beschreven als wezens met enorm invloed en macht.

Siebe














Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2860
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #7 Gepost op: 05-02-2015 11:54 »
Daar de idee is dat wij sinds beginloze tijden bestaan,
is het mogelijk dat ook wij alles al zijn geweest.
Van koning tot bedelaar,
van dier tot Brahma, van man tot vrouw enzovoorts.

In het rad van wedergeboorte zijn we in alle rijken/staten
meerdere malen geweest.

Wat dat betreft kan er geen verschil zijn tussen de Boeddha en onszelf.



met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #8 Gepost op: 05-02-2015 12:27 »
Daar de idee is dat wij sinds beginloze tijden bestaan,
is het mogelijk dat ook wij alles al zijn geweest.
Van koning tot bedelaar,
van dier tot Brahma, van man tot vrouw enzovoorts.

In het rad van wedergeboorte zijn we in alle rijken/staten
meerdere malen geweest.

Wat dat betreft kan er geen verschil zijn tussen de Boeddha en onszelf.

Ik weet niet of je kunt zeggen, louter gebaseerd op duur, dat we in alle staten wel eens geweest moeten zijn. Het is toch ook afhankelijk van verdienstelijke daden en meditatieve ontwikkeling?

Siebe


Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2860
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #9 Gepost op: 05-02-2015 13:22 »
Ja dat wel natuurlijk.

De verbeelding van het bestaan als kringloop in de vorm van een rad,
zoals de pratitya sammutpada, laat  een op en neergaande beweging
,door de verschillende rijken, van geboorten zien.
Er is beweging omhoog en omlaag.
(De eerste cirkel rond de naaf van haat, hartstocht en onwetendheid.)
Dat aan de hand van intentionele handelingen zoals je opmerkt.




met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Hoofdstuk 6, De status van (Maha)Brahma
« Reactie #10 Gepost op: 05-02-2015 16:59 »
Hoofdstuk 6

6. De status van (Maha) Brahma

De voorgaande posten hebben ook al veel onthult over de status van (een) Mahabrahma. Mahabrahma leeft niet eeuwig, is volgens de wijsheid van de Boeddha geen Schepper of Vader van wezens, is gevoelig voor begoocheling en weet ook niet alles maar heeft wel een voorname status en grote invloedssfeer.

In  Anguttara Nikaya 10.29 (9)
Kosala (1) wordt het zo gezegd (fragment uit de sutta):

(...) “Zover, bhikkhu’s, als dit duizendvoudige wereldsysteem zich uitbreidt, daarin heeft Mahabrahma de voornaamste status. Maar zelfs voor Mahabrahma is er transformatie (“alteration”; omvorming, wijziging) ; er is verandering. Het zo ziende wordt de onderrichtte edele leerling ontgoocheld/ontnuchterd daarmee; ontgoocheld/ontnuchterd zijnde wordt hij passieloos ten aanzien van het voornaamste, om maar niet te spreken over wat inferieur is” (...). 

Dit onthult ook iets over wat in boeddhisme prioriteit heeft. Dat is niet zozeer een hogere wedergeboorte maar bevrijding van de cyclus van alle bestaansvormen (zie verder).

In Samyutta Nikaya 6.5 (5)
, genaamd Een Bepaalde Brahma, komt bij een bepaalde brahma (hier wordt niet gesproken over Mahabrahma) de gedachte op dat geen asceet of brahmaan bij hem (in zijn brahma verblijf/rijk) kan komen. De Boeddha vangt die gedachte op en verschijnt onmiddellijk in die brahma wereld. En zo doen drie andere grote meesters.
Het vers wat dan volgt vertaal ik hieronder.

(580) “Houd je er vandaag nog altijd die visie op na, vriend,
De visie die je er eerder op na hield?
Zie je de straling (het aura van de Boeddha, volgens nooit 393)
Die diegene in de brahma wereld overtreft?”

(581). “Ik houd er niet langer die visie op na, geachte heer,
De visie die ik er eerder op na hield.
Inderdaad ik zie de straling
Die diegene in de brahma wereld overtreft.
Hoe kan ik vandaag volhouden,
‘Ik ben duurzaam en eeuwig?’

Op zich is er in boeddhisme ook ruimte voor een streven naar een hogere wedergeboorte maar het ultieme is toch het streven naar bevrijding. In dat licht staat ook steeds de status van (Maha)Brahma.
Een sutta die dit mooi beschrijft, vind ik, is Anguttara Nikaya 5.170 (10) genaamd Bhaddaji. Ik heb deze in zijn geheel hieronder vertaald:

“De eerwaarde Ananda verbleef eens te Kosambi in Ghosita’s park. Toen naderde de eerwaarde Bhaddaji de eerwaarde Ananda en ze begroeten elkaar. Toen ze hun begroetingen en hartelijkheden hadden beëindigd, ging hij aan een kant zitten. De eerwaarde Ananda zei toen tegen hem: “Vriend Bhaddaji wat is de voornaamste aanblik? Wat is het voornaamste soort geluid? Wat is het voornaamste geluk? Wat is de voornaamste waarneming? Wat is de voornaamste onder de staten van bestaan?”
“Er is, vriend, Brahma, de overwinnaar, de onoverwonnene, de universele ziener , de uitoefenaar van kracht/macht. Brahma te zien krijgen is de voornaamste aanblik. Er zijn deva’s van stromende straling die overdekt zijn met en overstromen van geluk. Soms uiten ze zich geïnspireerd: ‘Oh wat een geluk! Oh, wat een geluk!’. Dat geluid te horen krijgen is het voornaamste soort geluid. Er zijn de deva’s van glanzende glorie. Omdat ze gelukkig zijn, ervaren ze een erg vredevol geluk; dit is het voornaamste geluk. Er zijn de deva’s van de basis van nietsheid: dit is de voornaamste waarneming. Er zijn de deva’s van de basis van noch-waarneming-noch-niet-waarneming: dit is de voornaamste staat van bestaan” (in de boeddhistische kosmologie is dit de laatste, 31e bestaansvorm).
Stemt de eerwaarde Bhaddaji dan in met de menigte van dit? (wat hier bedoeld wordt is me niet helemaal duidelijk, misschien omdat het over allemaal verschillende zaken gaat?)
“De eerwaarde Ananda is geleerd, dus verhelder dit zelf maar”.
“Luister dan, vriend Bhaddaji, en wees er met je aandacht bij. Ik zal spreken”.
“Ja, vriend”, antwoordde de eerwaarde Bhaddaji. De eerwaarde Ananda zei dit:
“Op welke manier ook, vriend, dat iemand iets dergelijks ziet waardoor onmiddellijk daarna de vernietiging van de asava’s plaatsvindt; dit is de voornaamste aanblik. Op welke manier dan ook iemand iets dergelijks hoort waardoor onmiddellijk daarna de vernietiging van de asava’s plaatsvindt; dit is het voornaamste soort geluid. Op welke manier iemand dan ook gelukkig is zodat onmiddellijk daarna de vernietiging van de asava’s plaatsvindt; dit is het voornaamste geluk. Op welke manier iemand dan ook iets dergelijks waarneemt zodat onmiddellijk daarna de vernietiging van de asava’s plaatsvindt; dit is de voornaamste waarneming. Op welke manier iemand dan ook bestaat, zodat onmiddellijk daarna de vernietiging van de asava’s plaatsvindt: dat is voornaamste staat van bestaan”.

Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Hoofdstuk 7, Nadenken over de/een Schepper halen je uit je concentratie?
« Reactie #11 Gepost op: 06-02-2015 11:24 »
Hoofdstuk 7

7. Nadenken over de/een Schepper halen je uit je concentratie?

Samyutta Nikaya 5.9, Sela

De vertaling van deze sutta:
Te Savatthi. Toen, in de morgen, kleedde de bhikkhuni Sela zich aan...ze ging aan de voet van een boom zitten om daar de dag door te brengen. Toen benaderde Mara de Kwaadaardige de bhikkhuni Sela, er op uit om bij haar angst op te roepen, vrees en afschrikking, wensend dat ze uit haar concentratie zou geraken. Hij benaderde haar en sprak haar in een vers aan:

(548) “Door wie is deze marionet geschapen?
Waar is de maker van de marionet?
Waar is de marionet ontstaan?
Waar houdt de marionet op te bestaan?”

Toen viel de bhikkhuni Sela in: “Welnu, wie is dit...?
Dit is Mara de Kwaadaardige...die wil dat ik uit mijn concentratie geraak”.
Toen de bhikkhuni begrepen had, “Dit is Mara de Kwaadaardige,” antwoordde ze hem in verzen:

(549) “Deze marionet is niet door zichzelf gemaakt,
Noch is deze misère door een ander gemaakt.
Het is in bestaan gekomen door een oorzaak;
Bij het scheiden/verdwijnen (breakup) van de oorzaak zal het eindigen.

(550) “Zoals wanneer een zaadje in een veld gezaaid is
Groeit het afhankelijk van een paar factoren:
Het heeft zowel de voedingsstoffen van de grond nodig
Als een stabiele toevoer van vocht:

(551) “Net zo zijn de aggregaten en elementen
En deze zes bases van zintuiglijk contact
In bestaan gekomen afhankelijk van een oorzaak;
Met het scheiden van de oorzaak zullen ze eindigen”.

Toen realiseerde Mara de Kwaadaardige, zich, “De bhikkhuni Sela kent me”, werd droevig en teleurgesteld en verdween daar meteen. Zo eindigt de sutta.

Er zijn zo van die speculaties over het begin der dingen (en over de toekomst) waarvan de Boeddha onderwees dat iedereen daar zo zijn eigen mening over heeft, maar, daar komt het volgens mij op neer, Boeddha vond ze niet bevorderlijk voor het welzijn of voor de Dhamma, niet voor het hogere heilige leven. Ze zijn niet bevorderlijk omdat ze niet leiden tot ontgoocheling, niet tot passieloosheid, beëindiging, kalmte, realisatie, verlichting, Nibbana.

Visies over schepping waren er in de tijd van de Boeddha ook al, zoals, “het zelf en de wereld zijn zelf-geschapen”...”ze zijn door een ander geschapen” (created by another)...”ze zijn zowel zelf-geschapen als door een ander geschapen”...”Ze zijn noch zelf-geschapen noch geschapen door een ander, maar zijn door toeval ontstaan” [Digha Nikaya 29, §34]. Voor de vernietiging van zulke visies over het verleden (of toekomst), voor het overstijgen van ze, heeft Boeddha de vier fundamenten van indachtigheid onderwezen (DN29, §40).

Maar in de samyutta sutta zie je dus dat gedachten over schepping ook de non Sela opdringen. Altijd dringen zich maar weer vragen op toch? Het is wel illustratief denk ik dat die gedachten aan een Schepper hier weer worden ingegeven door Mara, de Kwaadaardige. Het is niet God of Mahabrahma of een Schepper die zulke gedachten ingeeft. Anders gezegd, het staat niet in een positief daglicht dat zulke vragen zich opdringen. Je zou ook kunnen denken; de Schepper wil zich bekend maken aan zijn schepsel. Nee, in die sfeer zit het niet.

Mij doet deze sutta vooral denken aan gewetensnood. Gewetensnood geboren vanuit het gevoel dat je iets of iemand toebehoort. Misschien, de familie, de buurt, een bedrijf, geloofsgenoten, land of iets dergelijks. Een gevoel dat je toch het bezit bent van iemand en van daaruit gevoel van verplichting, schuldgevoel ook, zich opdringt. En wat is daarvan de ultieme uitwerking? Ik denk dat je het bezit bent van een opperwezen, een Schepper, Mahabrahma, door dat wezen geschapen, dus Kind van dat Wezen.

Ben je nou als mens ten diepste vrij of ben je toch iemands bezit? Ben je toch van-God, van-Mahabrahma? Wat is je verantwoordelijkheid? Tot nu toe zie ik niet veel ruimte voor het idee van een Schepper-God in boeddhisme en/of voor idee dat je kind bent van een Vader-God Wezen. De Brahmanen hadden wel dit idee. En wel op zo'n manier dat zij de enige ware kinderen van God/Brahman waren. Boeddha keurde dit af. Boeddha zou toch gemakkelijk op het geloof van de Brahmanen hebben kunnen aansluiten door bijvoorbeeld te onderwijzen dat alle wezens kinderen van God zijn, maar dit ben ik nergens tegengekomen.

Het geweten is een terrein waarbij je ook heel goed misbruik van mensen kunt maken, zo gevoelig ligt dit. Managers weten natuurlijk heel goed op het geweten van een werknemer in te spelen. Ouders op dat van hun kinderen. Leraren op dat van hun leerlingen. Leiders weten altijd jonge mannen te mobiliseren om voor hun-land te vechten. Geweten is wat dat betreft een ultiem bind-middel. Wat betekent vrijheid in het licht van zo'n opspelend geweten en waar trek je de grens? Wanneer zeg je..dit doe ik niet! Ik ben niet van dit bedrijf, dit land, deze buurt, dit...

De bhikkhuni Sela lijkt voorbij te gaan aan de influistering dat ze het bezit is van een Schepper, gemaakt door een Schepper. Ze plaats dit in een sfeer van oorzakelijkheid. Door oorzaken is de marionet ontstaan.

Siebe



Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Hoofdstuk 8, Brahma Sahampati's verzoek
« Reactie #12 Gepost op: 07-02-2015 11:53 »
Hoofdstuk 8

8. Brahma Sahampati verzoekt de Boeddha om het wiel van Dhamma in beweging te brengen

Op dit forum kwam eens dit ter sprake: “verhip, dacht ik. Uitgerekend de scheppergod Brahma moet er volgens de overleveringen aan te pas komen om Gautama de Boeddha er toe te bewegen om het rad van de leer in beweging te zetten. Hoe zit dat nu met het vermeende non-theïsme bij het boeddhisme? En is datgene wat Gautama de Boeddha deed eigenlijk dan niet óók de wil van God opvolgen?” [IssaBoeddha in ‘God versus Nirvana’, reactie 63].

Ik heb dit hoofdstuk vooral opgenomen vanwege deze opmerkingen destijds.  Ik wilde dit eens uitzoeken. Wat is de status van het wezen dat Boeddha vlak na zijn verlichting verzoekt het wiel van Dhamma in beweging te brengen? Is het een Schepper-God, is hier sprake van theïsme en gods-dienst?

Eerst een sutta die Brahma’s verzoek beschrijft:

Samyutta Nikaya, 6.1 (1) Brahma’s verzoek (sutta in zijn geheel vertaald)

“Aldus heb ik gehoord. De Gezegende verbleef eens te Uruvela op de oevers van de rivier Neranjara aan de voet van de Indische Vijgenboom vlak nadat hij juist volledig verlicht was geworden. Toen, terwijl de Gezegende alleen in afzondering was, kwam een gedachte op in zijn geest: 'Deze Dhamma die ik heb ontdekt is diep, moeilijk te zien, moeilijk te begrijpen, vredevol en subliem, niet binnen de sfeer van redeneren, subtiel, te ervaren door de wijzen. Maar deze generatie verheugt zich in gehechtheid (adhesion), schept genoegen in gehechtheid, verblijdt zich in gehechtheid (zintuiglijk genot). Voor zo’n generatie is deze staat moeilijk te zien, dat is, specifieke voorwaardelijkheid, afhankelijk ontstaan. En ook deze staat is moeilijk te zien, dat is, het kalmeren van alle formaties, het loslaten van alle gehechtheden (eigen-makingen), de vernietiging van hunkering, passieloosheid, beëindiging, Nibbana. Als ik de Dhamma zou onderwijzen en anderen zouden me niet begrijpen, dan zou dat vermoeiend voor me zijn, dat zou moeilijk zijn'. Daar op volgend kwamen deze verbluffende verzen in de Gezegende op, niet eerder in het verleden gehoord:

(556) “Genoeg nu met proberen te onderwijzen!
Wat ik met zoveel ontbering heb gevonden;
Deze Dhamma is niet gemakkelijk om te begrijpen
Door diegene bedrukt door begeerte en haat.

(557) “Diegene aangevuurd door begeerte, gehuld in duisternis
Zullen nooit deze diepzinnige Dhamma zien,
Diep, moeilijk te zien, subtiel,
Tegen de stroom ingaand”.

Terwijl de Gezegende zo nadacht, neigde zijn geest naar een leven zonder moeilijkheden (living at ease), niet naar het onderrichten van de Dhamma. Toen, na met zijn eigen geest de gedachten van de Gezegende aanschouwd te hebben, dacht Brahma Sahampati: 'O wee, de wereld is verloren! Oh wee, de wereld zal ten onder gaan omdat de geest van de Tathagata, de Arahant, de Volmaakt Verlichte neigt naar een leven zonder moeilijkheden, niet naar het onderrichten van de Dhamma'. Daarna verdween Brahma Sahampati uit de Brahma wereld en verscheen voor de Gezegende, net zo snel als een krachtig iemand zijn gebogen arm strekt of zijn uitgestrekte arm buigt. Hij schikte zijn bovenkleding over één schouder, knielde met de rechterknie op de grond, vouwde zijn handen samen als eerbiedigwaardige begroeting aan de Gezegende en zei tegen hem: 'Eerwaarde heer, laat de Gezegende de Dhamma onderwijzen; laat de Zegenrijke de Dhamma onderwijzen. Er zijn wezens met weinig stof in hun ogen die afglijden omdat ze de Dhamma niet horen. Er zullen er zijn die de Dhamma begrijpen'. Dit is wat Brahma Sahampati zei. Dit gezegd hebbende zei hij verder dit:
(558) 'In het verleden verscheen er onder de Magadhans
Een onzuivere Dhamma, uitgedacht door diegenen die nog altijd bezoedeld zijn.
Gooi deze deur naar het Doodloze open! Laat hen
De Dhamma horen die de Smetteloze ontdekte.

(559) “Net zoals iemand op een bergtop
De mensen beneden zich zou kunnen zien,
Zo, O wijze, universeel oog,
Beklim het paleis gemaakt van de Dhamma.
Zelf vrij zijnde van smart, aanschouw de mensen
Ondergedompeld in smart, bedrukt door geboorte en verval.

(560) “Sta op, O held, overwinnaar van de slag!
O karavaan leider, schuldvrije, trek de wereld in.
Onderwijs de Dhamma, O Gezegende:
Er zullen er zijn die begrijpen'.

Na Brahma’s verzoek begrepen te hebben, verkende de Gezegende vanuit mededogen, met het oog van een Boeddha, de wereld. Terwijl hij dit zo deed, zag de Gezegende wezens met weinig stof in hun ogen en met veel stof in hun ogen, met heldere vermogens en met trage vermogens, met goede kwaliteiten en slechte kwaliteiten, gemakkelijk te onderwijzen en moeilijk te onderwijzen, en enkelen die zo verbleven dat ze blaam en angst voelden voor de andere wereld. Net zoals in een vijver met blauwe of rode of witte lotussen sommige lotussen geboren kunnen zijn in het water, groeien in het water en gedijen terwijl ze ondergedompeld zijn in het water, zonder boven het water uit te stijgen; sommige lotussen kunnen in het water geboren zijn, groeien in het water, en staan op gelijk niveau met het water; sommige lotussen kunnen geboren zijn in het water en groeien in het water maar zouden boven het water uitsteken en daar staan zonder bevuild te zijn door het water- zo zag de Gezegende, terwijl hij de wereld verkende met het oog van een Boeddha, ook wezens met weinig stof in de ogen en met veel stof, met heldere vermogens en trage vermogens, met goede kwaliteiten en slechte kwaliteiten, gemakkelijk te onderwijzen en moeilijk te onderwijzen, en enkelen die zo verbleven dat ze blaam en angst voelden voor de andere wereld. Dit gezien hebbende, antwoordde hij Brahma Sahampati in een vers:

(561) 'De deuren tot het Doodloze zijn voor hen geopend:
Laat diegene met oren vertrouwen opwekken.
Problemen voorziend, O Brahma, sprak ik niet over
De verfijnde, sublieme Dhamma onder de mensen'.

Toen dacht Brahma Sahampati, 'De Gezegende heeft ingestemd [met mijn verzoek] betreffende het onderwijzen de Dhamma', hij betoonde eerbied aan de Gezegende en verdween onmiddellijk” <einde sutta>. 

De bovenstaande sutta komt vrijwel in zijn geheel ook voor in Majjhima Nikaya 26, §19 t/m 21, of, waarschijnlijk beter gezegd, de sutta Samyutta Nikaya 6.1 is overgenomen uit MN26.

Is het nu in de sutta de scheppergod Brahma die de Boeddha verzoekt het wiel in beweging te brengen, is het diens heilige wil die Boeddha gehoorzaamt? Dat lijkt me allemaal vergezocht. De brahma wordt met een specifieke naam aangeduid, Brahma Sahampati. Zoals af te leiden is uit de vorige posten hebben de brahma’s of mahabrahma’s niet de status van schepper. Ze kunnen dat zelf wel menen, en ook andere wezens kunnen hen als hun Schepper en Vader beschouwen maar toch berust dit alles op een misinterpretatie van de feitelijke gang van zaken, zo valt af te leiden uit de al besproken sutta’s. Dus nee, Brahma Sahampati staat niet voor een Schepper-God.
Is het verzoek van Brahma Sahampati te beschouwen als Boeddha die de wil van de Schepper-God gehoorzaamt? Ook zoiets vind ik heel vergezocht. Er is eigenlijk niks wat daar op wijst, of het moet iemands wens zijn dat het zo is. Verder zal uit onderstaand overzicht meer duidelijk worden over Brahma Sahampati, met name de laatste sutta.

Brahma Sahampati komt in sutta’s naar voren als een Brahma met grote eerbied voor Boeddha, Dhamma en Sangha. Een overzicht van sutta's waarin Brahma Sahampati een rol speelt:

In Majjhima Nikaya 67
treedt Brahma Sahampati ook op een positieve manier op door het vertrouwen te helpen herstellen van de Boeddha in een luidruchtige Sangha waarmee de Boeddha niet wilde samenleven (§8,9). Dit gebeurt ook in Samyutta Nikaya 22.80 (8.

In Samyutta Nikaya 6.2, genaamd Eerbied, merkt Boeddha op dat men lijdt wanneer men niemand heeft om te eerbiedigen, respect te betuigen. Maar wie moet de Boeddha zo vlak na zijn Verlichting eerbiedigen? Brahma Sahampati moedigt de gedachten van de Boeddha aan om alleen de Dhamma te eerbiedigen. Een sutta met dezelfde inhoud is Anguttara Nikaya 4.21 (1) genaamd Uruvela (1).

In Samyutta Nikaya 6.3, genaamd Brahmadeva, moedigt Brahma Sahampati een moeder aan om geen offers te doen aan Brahma, aan hem, maar juist te offeren aan die thuisloze die bij haar aan de deur komt voor aalmoezen. Dit is haar eigen zoon die arhantschap heeft bereikt en waarvan de Brahma Sahampati zegt dat hij de deva’s overtroffen heeft en offers waardig is van mensen en deva’s. Hij bezingt deze vrucht van het heilige leven in verzen.

In Samyutta Nikaya 6.10, genaamd Kokalika, verschijnt Brahma Sahampati aan de Boeddha om te vertellen dat een monnik die vijandige gedachten koesterde ten aanzien van Sariputta en Moggallana (??/) was wedergeboren in de Paduma hel. Een sutta hier vrijwel identiek aan is Anguttara Nikaya 10.89 (9) genaamd Kokalika.

Samyutta Nikaya 6.15 beschrijft het definitieve (pari) Nibbana van de Boeddha. Gelijktijdig met zijn definitieve Nibbana reciteerde Brahma Sahampati een vers ter ere van de Tathagata.

In Samyutta Nikaya 11.17 (7), genaamd Verering van de Boeddha, geeft Brahma Sahampati aan hoe de Tathagata geëerd dient te worden:

(919) “Sta op, O held, overwinnaar van de slag!
O karavaan leider, schuldvrije, trek de wereld in.
Onderwijs de Dhamma, O Gezegende:
Er zullen er zijn die begrijpen”.

In Samyutta Nikaya 47.18 (8}, genaamd Brahma, treedt Brahma Sahampati ook op. Hier weer vlak nadat de Boeddha volledig verlicht is geworden. De Boeddha zegt:  (...) “Dit is de éénrichtingsweg voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van smart en gejammer, voor het verdwijnen van pijn en ongenoegen, voor het verwezenlijken van de methode, voor de realisatie van Nibbana, dat is, de vier vestigingen van indachtigheid”(...).
Brahma Sahampati merkt deze gedachten op bij de Boeddha en bevestigt aan de Boeddha dat dit inderdaad de éénrichtingsweg is voor de zuivering van wezens, etc. Verder uit hij het volgende vers:

“De ziener van de vernietiging van geboorte,
Mededogend, kent de eenrichtingsweg
Waardoor ze in het verleden de stroom overstaken
Waardoor ze zullen oversteken en nu oversteken”.

Samyutta Nikaya 48.57 (7) heet Brahma Sahampati. Dit speelt zich ook weer af vlak nadat Boeddha volledig verlicht is geworden. Brahma Sahampati hoort weer de gedachten van de Boeddha en bevestigt dat de vijf vermogens; het vermogen van vertrouwen, het vermogen van energie, het vermogen van indachtigheid, het concentratievermogen en het vermogen van wijsheid, indien ze ontwikkeld en gecultiveerd worden, het Doodloze als hun basis/fundament (ground) hebben, het Doodloze als hun bestemming, het Doodloze als hun uiteindelijke doel”.

Verder onthult Brahma Sahampati in deze sutta iets over zijn verleden en wedergeboorte: (...) “Eens in het verleden, eerwaarde heer, leidde ik het heilige leven onder de Volmaakt Verlichte Kassapa. Daar kenden ze me als de bhikkhu Sahaka. Door het ontwikkeld en gecultiveerd hebben van deze zelfde vijf vermogens, eerwaarde heer, elimineerde ik het verlangen naar zintuiglijk genoegens en dus, na het scheiden van het lichaam, na de dood, werd ik in een goede bestemming wedergeboren, in de brahma wereld. Daar kennen ze me als Brahma Sahampati. Zo is het, Gezegende! Zo is het Zegenrijke! Ik weet dit, ik zie dit: hoe deze vijf vermogens, indien ontwikkeld en gecultiveerd, het Doodloze als hun fundament hebben, het Doodloze als hun bestemming, het Doodloze als hun uiteindelijke doel”. Zo eindigt de Sutta

Conclusie
Als het niet al duidelijk was dan maakt dit laatste suttafragment wel duidelijk, lijkt me, dat Brahma Sahampati niet geidentificeerd kan worden als de eeuwige oppergod of Schepper maar dat hij eens de monnik Sahaka was die door diens verdienste werd wedergeboren als Brahma Sahampati in de fijnstoffelijke brahma wereld.  Als monnik Sahaka heeft hij vroeger zelf de Dhamma beoefend.  Als Brahma Sahampati vereert dit wezen Boeddha, Dhamma en Sangha in diverse sutta's.
Het idee dat dit verzoek van Brahma Sahampati aan de Boeddha om het wiel van Dhamma in beweging te brengen dus iets te maken zou hebben met godsdienst/theïsme of beantwoording van de Wil van een Scheppergod mag wel ongegrond genoemd worden.

Siebe




Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #13 Gepost op: 07-02-2015 14:51 »
Conclusie
Als het niet al duidelijk was dan maakt dit laatste suttafragment wel duidelijk, lijkt me, dat Brahma Sahampati niet geidentificeerd kan worden als de eeuwige oppergod of Schepper maar dat hij eens de monnik Sahaka was die door diens verdienste werd wedergeboren als Brahma Sahampati in de fijnstoffelijke brahma wereld.  Als monnik Sahaka heeft hij vroeger zelf de Dhamma beoefend.  Als Brahma Sahampati vereert dit wezen Boeddha, Dhamma en Sangha in diverse sutta's.
Het idee dat dit verzoek van Brahma Sahampati aan de Boeddha om het wiel van Dhamma in beweging te brengen dus iets te maken zou hebben met godsdienst/theïsme of beantwoording van de Wil van een Scheppergod mag wel ongegrond genoemd worden.

Siebe

Brahma mag dan al niet eeuwig zijn, maar hij is en blijft dan nog een God of Schepper.
Dus was het de wil van een God of Schepper die bewust aanleiding heeft gegeven tot...
Met oprechte dank aan Brahma,alle goden, allen die geïnspireerd werden en zijn. :)

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #14 Gepost op: 07-02-2015 19:13 »
Brahma mag dan al niet eeuwig zijn, maar hij is en blijft dan nog een God of Schepper.
Dus was het de wil van een God of Schepper die bewust aanleiding heeft gegeven tot...
Met oprechte dank aan Brahma,alle goden, allen die geïnspireerd werden en zijn. :)

Zucht...wat bezielt jou toch steeds?

Siebe




Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Hoofdstuk 9, nimmanarati deva's en paranimmita-vasavatti deva's
« Reactie #15 Gepost op: 08-02-2015 17:49 »
Hoofdstuk 9

9. Deva’s die zich verheugen in schepping/scheppen (nimmanarati deva) en deva’s die macht uitoefenen over andermans scheppingen/deze controleren (paranimmita-vasavatti deva).

Het woord deva schijnt zoiets te betekenen als ‘stralende’. Algemeen zijn het inwoners van hemelse rijken maar het kan ook aards zijn. In de boeddhistische kosmologie worden alle wezens boven het mensenrijk, het vijfde rijk, deva’s genoemd. Voor een overzicht van deze wezens, hun levensduur en de oorzaak van hun wedergeboorte in een bepaalde staat, zie (bijvoorbeeld):
http://www.dhammawiki.com/index.php?title=31_planes_of_existence

De deva’s die zich verheugen in schepping en de deva’s die macht uitoefenen over andermans schepping zijn de twee hoogste staten binnen de Wereld van Zintuig-Verlangen (kama-loka), respectievelijk de tiende en elfde staat. In deze elfde staat, dus samen met de deva’s die macht uitoefenen over andermans schepping, wordt ook Mara geacht te leven [bron; Majjhima Nikaya, Inleiding, blz. 47].

Ook Brahma’s en Grote (Maha) Brahma’s worden dus deva’s genoemd. Zoals uit de tabel op de genoemde site af te leiden is, is wedergeboorte in een brahma-wereld vooral afhankelijk van bedrevenheid in (het bereiken van) de eerste jhana. De mahabrahma’s (staat 14) hebben ten opzichte van de andere brahma’s (staten 12 en 13) een superieure bekwaamheid gerealiseerd wat betreft de eerste jhana. De mate van bekwaamheid betekent hier volgens mij het relatief gemak waarmee iemand naar wens de eerste jhana bereikt. 

Van de deva’s die zich verheugen in schepping wordt gezegd dat ze elk vorm kunnen scheppen die ze willen. Daarom heb ik ze toch ook opgenomen in een apart hoofdstuk. Wat dit concreet betekent weet ik verder ook niet. De andere genoemde deva’s zouden zich verheugen in andermans schepping om ze in hun macht te krijgen [bron: Digha Nikaya, Walshe, Inleiding blz. 42]. Ook wat dit precies in de praktijk betekent weet ik niet.

Majjhima Nikaya 120§7-11 geeft aan dat deze twee soorten deva’s lang leven, mooi zijn en erg gelukkig zijn. Samyutta Nikaya 5.7 vers 541 geeft aan dat deze deva’s nog altijd gebonden zijn door zintuiglijke ketens en dat ze opnieuw onder Mara’s invloed komen.
Anguttara Nikaya 8.36 geeft aan dat de basis voor de wedergeboorte van beide deva’s vrijgevigheid en deugdzaam gedrag is in superieure mate beoefend, maar men heeft niét de verdienstelijke activiteit ondernomen van meditatieve ontwikkeling. Men heeft bijvoorbeeld geen beheersing over de eerste jhana, wat iemand zou kunnen brengen in de hogere fijn-stoffelijke brahma-wereld.

Er zijn heel wat deva’s die groot zintuiglijk genoegen ervaren, en mensen worden aangetrokken tot het geluk dat ze ervaren, maar in boeddhisme wordt aangemoedigd hieraan voorbij te gaan. Een aantal sutta’s die dit beschrijven:

Itivuttaka §95 Dit werd gezegd door de Gezegende, gezegd door de Arahant, aldus heb ik gehoord: “Monniken er zijn deze drie manieren om zintuiglijke genoegens te verkrijgen. Welke drie? Diegenen in wiens zintuiglijke verlangens reeds voorzien is, diegenen die zich verheugen in scheppen, diegenen die controle uitoefenen over wat door anderen is geschapen1. Dit zijn de drie manieren om zintuiglijke genoegens te verkrijgen”.

Deva’s in wiens genoegens reeds voorzien is
diegene met controle,
diegene die zich verheugen in schepping,
en ieder ander die geniet van zintuiglijke verlangens
in deze staat hier
of waar dan ook,
gaan niet voorbij
de omzwervingen (samsara).
Deze schaduwzijde van
zintuiglijke genoegens kennend,
dienen de wijzen afstand te doen van alle zintuiglijke genoegens,
ofwel menselijk
of goddelijk.
Door de stroom van hebzucht naar lieflijke,
bekoorlijke vormen doorgesneden te hebben,
zo moeilijk te overstijgen, zonder overblijfsel,
door stress begrepen te hebben,
zijn ze, zonder overblijfsel,
volledig vrij/ongebonden.
Zij, de wijzen, met de verwezenlijking-van-wijsheids
edele visie
juiste gnosis,
rechtstreeks het einde van geboorte kennend,
kennen ze geen verder worden meer.

(Noot 1: zoals het vers duidelijk maakt, deze drie categorie verwijzen naar drie niveau’s van deva’s in de hemelen van zintuiglijk verlangen. “Diegenen die controle uitoefenen” zijn de hoogste van deze niveau’s).

Dhammapada 186-187
“Zelfs al zou het gouden munten regenen
Dan zouden zintuiglijk genoegens ons nog niet vervullen.
‘Stressvol,
ze geven weinig plezier’-
Dit wetend, zoekt de wijze zelfs
geen vreugde in hemelse zintuiglijke genoegens.
Hij is iemand die zich verheugt in
het eindigen van hunkering,
een leerling van de Juiste
Zelf-Ontwaakte”.

Hoewel deze groepen deva’s regelmatig worden genoemd in de sutta’s (bijvoorbeeld in DN33 §40, MN31§21, MN41§22/23, MN97§30, SN1.49§169, AN3.70, AN6.10, AN8.36) wordt er niet veel informatie over ze gegeven. Althans ik heb niet meer gevonden, behalve enige informatie op deze site:
http://www.cittaviveka.org/files/books/dawn/dawn20.htm

Wat schepping betreft, ik kwam ook tegen dat er deva’s zijn die vrij door de ruimte bewegen en naar wens soms koelte, warmte, storm, wind en regen kunnen doen ontstaan. Dit is na te lezen in Samyutta Nikaya 32.53-57. Volgens mij kan dit zo begrepen worden dat dit soort klimatologische zaken meestal andere oorzaken hebben maar het kan soms veroorzaakt worden door deva’s. Mogelijk dat deze deva’s behoren tot de groep van deva’s die zich verheugen in scheppen/schepping?

Omdat de nimmanarati deva's (staat 10), blijkbaar, scheppende vermogens bezitten heb ik ze hier opgenomen. Zoals ik het begrepen heb is de andere groep deva's, de deva's die macht uitoefenen over andermans scheppingen, niet bezig met schepping.

Siebe





Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #16 Gepost op: 09-02-2015 17:13 »
Brahma mag dan al niet eeuwig zijn, maar hij is en blijft dan nog een God of Schepper.
Dus was het de wil van een God of Schepper die bewust aanleiding heeft gegeven tot...
Met oprechte dank aan Brahma,alle goden, allen die geïnspireerd werden en zijn. :)

Zucht...wat bezielt jou toch steeds?

Siebe
In meditatie heb ik ooit Brahma gezien, zou dat misschien de reden zijn....

Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #17 Gepost op: 09-02-2015 17:18 »
Siebe, wat bezielt je eigenlijk om hier op dit forum zo een prestatie te leveren?
Dat is niet min al die teksten en dat doet niemand je na.
Wat bezielt je om dit te doen?

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #18 Gepost op: 09-02-2015 18:20 »
In meditatie heb ik ooit Brahma gezien, zou dat misschien de reden zijn....

Ik begrijp niet waarom dat er toe zou moeten leiden dat je meent dat Brahma Sahampati een Schepper is.
Dat zeg je en ik begrijp niet waar dat vandaan komt. Uit voorgaande posten blijkt nu juist dat Boeddha een Mahabrahma niet beschouwde als de Schepper.
Siebe



Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
afronding
« Reactie #19 Gepost op: 09-02-2015 21:18 »
Ik heb nog in de sutta's gekeken naar Sakka, heer van de Tavatimsa hemel, heer van de drieëndertig goden. Ook hij is onderhevig aan geboorte en dood en niet vrij van begeerte, haat en begoocheling. Hij was Magha in vorig leven en samen met drieëndertig vrienden zeer verdienstelijk.

Veel was ook wel elders op het forum al ter sprake gekomen. Misschien is het voordeel dat nu alles bij elkaar staat. Hopelijk is het in die zin behulpzaam.  Mocht er nog iets ontbreken dan hoor ik het graag.
Ik ben wel benieuwd wat jullie indrukken zijn bij wat ik gepost heb.

Siebe

Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2860
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #20 Gepost op: 09-02-2015 21:35 »
Ik waardeer je bijdragen en de inspanningen
die je erin stopt om ze in het Nederlands te produceren.

Het thema van het al dan niet bestaan ven een schepper God
in het boeddhisme popt af en toe ook op in dialogen elders op het forum.
Het is fijn dat soetra informatie hierover bijeen is gebracht.
Kan men het zelf op zijn gemak belezen.


Voor mij is het een nieuw gezichtspunt dat de Boeddha in de soetra's wel degelijk uitspraken heeft gedaan omtrent het al dan niet bestaan van een schepper God.

En ik begrijp dat hij in feite zegt dat zo'n schepper God niet bestaat.
Dat zo'n God hooguit zelf denkt dat ie als zodanig bestaat.


Dat is toch heel andere informatie die je ook binnen het boeddhisme hoort namelijk:

De boeddha heeft geen uitspraak gedaan omtrent het al of niet bestaan van een schepper God.
En hij heeft dat niet gedaan omdat een antwoord niet zou bijdragen aan bevrijding.
Volgens deze gedachte valt dit thema in de categorie 'onbesliste kwesties'.

met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #21 Gepost op: 10-02-2015 13:33 »
Voor mij is het een nieuw gezichtspunt dat de Boeddha in de soetra's wel degelijk uitspraken heeft gedaan omtrent het al dan niet bestaan van een schepper God.

En ik begrijp dat hij in feite zegt dat zo'n schepper God niet bestaat.
Dat zo'n God hooguit zelf denkt dat ie als zodanig bestaat.


Dat is toch heel andere informatie die je ook binnen het boeddhisme hoort namelijk:

De boeddha heeft geen uitspraak gedaan omtrent het al of niet bestaan van een schepper God.
En hij heeft dat niet gedaan omdat een antwoord niet zou bijdragen aan bevrijding.
Volgens deze gedachte valt dit thema in de categorie 'onbesliste kwesties'.

Bedankt voor je reactie. Fijn wat terug te horen.

Ik begrijp het ook zoals jij. Een Schepper-God ben ik niet tegengekomen maar wel fragmenten waarin duidelijk wordt gemaakt dat het idee van een Schepper-God berust op een misverstand. Ik zie ook een verklaring gegeven worden voor het geloof op Aarde in een Schepper-God, Vader van alle wezens. Ook dat berust op een misverstand, lijkt me de strekking. Ook het vereren van Mahabrahma, die in de sutta's wordt opgevoerd als een wezen dat soms denkt dat ie Schepper en Vader is van alle wezens, noemt Boeddha niet een verheffende bezigheid, integendeel. Zo bezien lijkt me dit ook niet onbeslist.

Uit de sutta's komt naar voren dat de werkelijke overwinnaar, de alwetende of alziende, ook niet Mahabrahma is, maar deze aanduidingen komen de Boeddha toe en de arahants. Waarom?
Juist omdat zij het ongeschapene hebben gevonden/gezien. Dat wat voorbij geboorte, verouderen, ziekte en dood is. Het draait juist daarom, dat ongeschapene, Nibbana.

Je zou theïsme alsnog kunnen invoeren door te veronderstellen dat precies dit ongeschapene de schepper-God is. Als Boeddha dat zou vinden had ie er wel zo over gesproken toch? Nee, ook daar is geen grond voor vind ik.

Ik geloof overigens wel dat het best mogelijk is, en volgens mij gebeurt dit ook, om dit ongeschapene bijvoorbeeld in beoefening wél voor te stellen als een wezen. En zo kan theïsme en boeddhisme qua beoefening toch wel weer op elkaar lijken. Heeft dit Nibbana een Wil zoals er bijvoorbeeld een Wil van de eeuwige christelijke schepper-god is. Dat volgens mij ook niet.

Interessant vond ik ook die sutta over Baka de Brahma waarin de verbeelding aan bod komt. Opvallend vond ik dat deze Baka de Brahma, blijkbaar, graag mensen/wezens straft, vernedert en zijn wil oplegt. Dit roept bij mij de vraag op of Christus niet in de ban was van Baka de Brahma. Was het wel de Vader-God die ingaf dat hij zo moest lijden of was het...

Voor mezelf merk ik ook dat dit een emotioneel beladen kwestie is. Ik merk dat ik zelfs niet echt vrijuit durf te denken en concluderen maar heel heel voorzichtig ben, alsof de toorn van God elk moment op mij kan neerdalen, en dat terwijl ik niet religieuze ouders heb of zo ben opgevoed.
Dat je als het ware niet eens vrijuit durft te denken en onderzoeken dat zegt denk ik wel hoeveel impact het geloof in een Opperwezen heeft en diens macht en kracht.

Voor mij is het in ieder geval wel zeker dat er ook iets in je zit wat je gewoon in de greep wil houden. Het wil dit soorten angsten, dreigingen, bezorgdheden etc ook bevestigen. Het wil ze ook begrijpen als gegrond.
Het is er gevoelig voor in de zin dat het ze uitlegt als betekenisvol in plaats van enkel verschijnselen.

Hier gaan boeddhisme en theistische religies uit elkaar vind ik. Want een goed geinstrueerde boeddhist zal op geen enkel verschijnsel, of het nu angst is, gevoel van dreiging, zelfs geloof in God, ingaan alsof het iets is wat waar is of geldig. Het zijn enkel lege verschijnselen die horen bij de eindeloze stroom projecties die geest nou eenmaal al eonenlang produceert. De betekenis die de mens er zelf aangeeft, dat onderscheidt in boeddhisme een wijze van een niet-wijze. Een wijs iemand kent al die projecties als leeg, niet-van mij, illusie-gelijk, allemaal van deze zelfde smaak.
Het is onwetendheid, dwz, de stroom projecties serieus nemen, aanzien voor ultiem werkelijk en waar, dat wezens bindt aan samsara. Het zou ten diepste allemaal toneel zijn, een merkwaardig schimmenspel, waarin we ofwel geloven ofwel de keuze gaan maken dat het ook ten diepste allemaal werkelijk zonder reden is, ongegrond, en enkel verschijnsel en niet de moeite waard om zelfs maar naar te luisteren. Dat is eigenlijk, vind ik, de betekenis van kamma-onderricht.

De bekoring tot verhalen, wat eigenlijk afleidt van het feit dat niemands identiteit een verhaal is, of beeldend van aard is, is denk ik vooral Mara. Als mens blijven we daartoe heel erg aangetrokken.
Dat Mara de wereld beheerst dat vind ik dan ook aannemelijker dan dat een Goede God de wereld bestiert.

Tegelijkertijd is het ook zo dat je als mens-zonder-verhaal je zo alleen komt te staan dat ook dit ondraaglijk is en oorzaak van lijden. Als je gevoel hebt voor je verhaalloze identiteit, juist dan raak je als mens verward in een wereld met zoveel verhalen. De twee heren zitten altijd in een mens. Het meest waarachtig voelt voor mij toch de verhaalloze lijn.

Dat zou je niet zeggen na weer zo'n verhaal he ;D

Siebe





Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2860
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #22 Gepost op: 10-02-2015 17:28 »
....Het is onwetendheid, dwz, de stroom projecties serieus nemen, aanzien voor ultiem werkelijk en waar, dat wezens bindt aan samsara....

Ja dat en het hechten eraan toch?

met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #23 Gepost op: 10-02-2015 17:52 »
....Het is onwetendheid, dwz, de stroom projecties serieus nemen, aanzien voor ultiem werkelijk en waar, dat wezens bindt aan samsara....

Ja dat en het hechten eraan toch?

Ja, hechten, grijpen en daarin zit denk ik ook het aspect van be-grijpen. Instinctief be-grijp je de verschijnselen die opkomen toch veelal als van-mij, als Ik.

Als je wandelt in een bos, stel, dan gaat je geest heel snel uit naar iets wat beweegt. Dat valt meteen op en er gaat meteen instinctief aandacht uit naar die beweging. Dat is dan iets uiterlijks. Maar innerlijk is ditzelfde instinct actief.
Als er innerlijk beroering ontstaat, er komt iets op, er verschijnt iets, er beweegt iets, dan gaat er ook meteen iets naar uit. Alleen al het effect van verschijnen, van beweging wekt dit op. Dit ergens naar uitgaan van de geest noemt Dagpo Rinpoche in zijn boek over karma, (ook) karma.

Siebe



Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #24 Gepost op: 10-02-2015 21:01 »
In meditatie heb ik ooit Brahma gezien, zou dat misschien de reden zijn....

Ik begrijp niet waarom dat er toe zou moeten leiden dat je meent dat Brahma Sahampati een Schepper is.
Dat zeg je en ik begrijp niet waar dat vandaan komt. Uit voorgaande posten blijkt nu juist dat Boeddha een Mahabrahma niet beschouwde als de Schepper.
Siebe

Dat klopt niet. De Boeddha bracht alleen het 'eeuwige' van Brahma ter discussie.


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #25 Gepost op: 10-02-2015 22:23 »
Dat klopt niet. De Boeddha bracht alleen het 'eeuwige' van Brahma ter discussie.

Waar baseer je dat op?
(op het lezen van alle posten?)
Siebe



Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2860
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #26 Gepost op: 10-02-2015 22:40 »
Dat klopt niet. De Boeddha bracht alleen het 'eeuwige' van Brahma ter discussie.


Ik lees in de in dit topic bijeengebrachte teksten
dat de Boeddha zowel het eeuwige- als het scheppende
karakter van Brahma ontkend.
met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #27 Gepost op: 10-02-2015 22:55 »
Voor mij is het een nieuw gezichtspunt dat de Boeddha in de soetra's wel degelijk uitspraken heeft gedaan omtrent het al dan niet bestaan van een schepper God.

En ik begrijp dat hij in feite zegt dat zo'n schepper God niet bestaat.
Dat zo'n God hooguit zelf denkt dat ie als zodanig bestaat.
Dat is toch heel andere informatie die je ook binnen het boeddhisme hoort namelijk:

De boeddha heeft geen uitspraak gedaan omtrent het al of niet bestaan van een schepper God.
En hij heeft dat niet gedaan omdat een antwoord niet zou bijdragen aan bevrijding.
Volgens deze gedachte valt dit thema in de categorie 'onbesliste kwesties'.

Ik heb begrepen, dat blijkt uit de sutta's, dat de Brahmanen vonden dat zij de enige ware kinderen waren van Brahma, de Schepper. Je zou kunnen denken dat Boeddha gesteld zou hebben als reactie daarop dat niet alleen zij, maar alle wezens kinderen zijn van die ene ware God of Schepper. Maar dit deed Boeddha niet, voor zover ik weet.

Sommige van de Brahma wezens, zoals Brahma Sahampati worden voorgesteld als heel positief, deugdzaam, maar je hebt ook die Baka de Brahma en dat is meer een wezen dat zijn-wil wil opleggen en wil straffen of vernederen. Je zou kunnen denken dat dit de goede kant en slechte kant in de verbeelding symboliseert of beschrijft. Die neiging te straffen zit in de mens. Iemand je wil opleggen. Je zou dat kunnen zien als de invloedssfeer van Baka de Brahma. De donkere duistere kant in jezelf. De strenge oordeler in jezelf. Niet mild, niet mededogen, altijd streng en geneigd te willen straffen. Een lama in Cadzand noemde dit eens dictator-Ik. Hier zit een stuk venijn. Zelf-haat soms, ander-haat. Venijn. Deze kant kan bij mij erg opspelen. De andere kant daarvan is de altijd positieve, licht, warme, de milde deugdzame Brahma Sahampati.

Siebe













Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #28 Gepost op: 11-02-2015 13:35 »
Ik lees in de in dit topic bijeengebrachte teksten
dat de Boeddha zowel het eeuwige- als het scheppende
karakter van Brahma ontkend.

Ja, dat vind ik ook. Je kunt dit ook nog anders benaderen.
Als er sprake zou zijn geweest van een daad van schepping van wezens dan lijkt me ook dat er sprake moet zijn van een te onderscheiden beginpunt van wezens die gaan rondzwerven in die schepping, van leven op leven. Is dit wat in de sutta's naar voren komt?

Samyutta Nikaya 15, Anamataggasamyutta, Verbonden Verhandelingen over Zonder te Ontdekken/Zichtbaar Begin behandelt dit, lijkt me. Lees de sutta's maar eens na in dit hoofdstuk.

Een voorbeeld:
SN 15.1(1), genaamd Gras en Hout
"Bhikkhu's, dit samsara is zonder een ontdekbaar/zichtbaar (discoverable) begin. Een eerste punt wordt niet onderscheiden van wezens die rondtrekken en rondzwerven belemmert door onwetendheid en geketend door hunkering".

Dit tekstfragment herhaalt zich steeds in de sutta's van dit hoofdstuk.

Stel dat Boeddha de scheppingsdaad van wezens had gekend of omarmde dan strookt dat niet met het niet onderscheiden van een eerste punt, nietwaar?

Siebe



Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #29 Gepost op: 11-02-2015 14:50 »
Dat klopt niet. De Boeddha bracht alleen het 'eeuwige' van Brahma ter discussie.


Ik lees in de in dit topic bijeengebrachte teksten
dat de Boeddha zowel het eeuwige- als het scheppende
karakter van Brahma ontkend.

Ja dat zie ik hier ook allemaal verschijnen.
Misschien moet ik dan wat teksten opmaken waarin staat dat de Brahma een goddelijke schepper is. :)
Niemand zal ontkennen dat het allemaal niet logisch is of binnen ons menselijk vermogen werkelijk niet te vatten is.
Dus er is geen autoriteit die je hier iets kan over zeggen, dus wat op papier of online verschijnt, is allemaal met de nodige voorzichtigheid te nemen.
Wat niet de waarheid is en verteld wordt als waarheid is gewoonweg een leugen of misleiding en dat mag in elk geval niet gebeuren. Ik wil nu toch even benadrukken dat de waarheid soms heel wat anders zou kunnen zijn.
Sorry.

Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #30 Gepost op: 11-02-2015 16:34 »
Er zijn inderdaad geen wezens. Er is niets met een essentie dat ook maar zou kunnen bestaan. Een wezen is iets wat in essentie bestaat en het boeddhisme legt de nadruk dat er net in essentie niets bestaat dat als een eenheid op zichzelf zou kunnen betiteld worden. Wat is, vloeit in elkaar over, dus het is allemaal meer verbeelding dan bestaan. Dat is al herhaaldelijk gezegd hier.
Maar Brahma kan wel Schepper zijn, ook al is datgene wat geschapen werd zonder wezen.

Dus omdat er geen wezens zijn en er teksten zijn die beschrijven dat er ook nooit scheppers van wezens kunnen zijn, is het onjuist om te concluderen dat er geen Scheppers kunnen zijn.

Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 583
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #31 Gepost op: 08-05-2015 01:27 »
Ik waardeer je bijdragen en de inspanningen
die je erin stopt om ze in het Nederlands te produceren.

Het thema van het al dan niet bestaan ven een schepper God
in het boeddhisme popt af en toe ook op in dialogen elders op het forum.
Het is fijn dat soetra informatie hierover bijeen is gebracht.
Kan men het zelf op zijn gemak belezen.


Voor mij is het een nieuw gezichtspunt dat de Boeddha in de soetra's wel degelijk uitspraken heeft gedaan omtrent het al dan niet bestaan van een schepper God.

En ik begrijp dat hij in feite zegt dat zo'n schepper God niet bestaat.
Dat zo'n God hooguit zelf denkt dat ie als zodanig bestaat.


Dat is toch heel andere informatie die je ook binnen het boeddhisme hoort namelijk:

De boeddha heeft geen uitspraak gedaan omtrent het al of niet bestaan van een schepper God.
En hij heeft dat niet gedaan omdat een antwoord niet zou bijdragen aan bevrijding.
Volgens deze gedachte valt dit thema in de categorie 'onbesliste kwesties'.

De aangehaalde teksten zijn geen bewijs dat Boeddha een uitspraak heeft gedaan omtrent het al of niet bestaan van een schepper God.
De aangehaalde teksten zijn parabels, ze bevatten een stichtende boodschap, ze zijn geen wetenschappelijke of filosofische teksten.

Los daarvan is het overduidelijk dat Boeddha geen God de Schepper heeft kunnen ontdekken in zijn waarnemen van de realiteit zoals die aan hem verschijnt.  Maar dit is niet de (kern)boodschap. Meer zelfs, het is niet ter zake, of relevant voor de bevrijding (waar Boeddha voor staat).

Eén van de betekenissen van het begrip Dharma is "het vervullen van de plicht". In de betekenis van een zinvol leven voeren. Je levensbestemming bereiken, een waardevol leven leiden. Maar op een hoger niveau dan voor je egoïstische levensdoelen.
Op een dag ga je dood, en je leven is je nalatenschap.

Deze zorg, dit attent zijn voor je nalatenschap kan de mens bevrijden van de zinloosheid van de dood.

Maar toch zit je nog altijd met  de innerlijke duisternis, de onvrede. Juist door de beperktheid van het mens zijn, de verbondenheid met de zintuigen. Een mensenleven is te kort voor een volledige bevrijding van de zinloosheid van de dood.

Toch sta je niet alleen in het streven voor de nalatenschap. Dit is de Sangha. Je hoeft ook niet de bevrijding van de zinloosheid van de dood alleen te dragen. Je draagt dat deel dat jij kunt dragen. Door attent te zijn voor de Sangha, de medestanders, overstijgt dit de beperktheid van het individuele mens zijn, haar onvolkomenheid. Je staat niet alleen.

Ten laatste is er de vrucht. Dit is het Boeddhalichaam in het universum. waar je deel van uitmaakt door het attent te zijn op de nalatenschap, door attent te zijn op de medestanders. Het Boeddhalichaam dat het universum bevrucht met vreugde, vrede in de harten en geesten van iedereen die het kan begrijpen, bevatten en meedoet. Het Boeddhalichaam dat de mens bevrijdt van het lijden van zijn individuele beperktheid; van de woede van zijn onvolkomenheid; van de pijn die de mens ervaart bij het niet bereiken van "ik wil".
"Ik wil" die berust door op te stijgen naar en deel uit te maken van ... .

De Dharma, De Sangha, De Boeddha.
« Laatst bewerkt op: 08-05-2015 01:35 door gouden middenweg & de wilde natuur »
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #32 Gepost op: 09-05-2015 17:03 »
Los daarvan is het overduidelijk dat Boeddha geen God de Schepper heeft kunnen ontdekken in zijn waarnemen van de realiteit zoals die aan hem verschijnt. 

Is dat zo?




Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #33 Gepost op: 09-05-2015 17:10 »
Gautama Boeddha stelde dat de monotheïstische religies ontstaan doordat een onderdaan van Maha Brahma sterft in zijn leven als godheid, en wedergeboren wordt als mens. Wanneer deze persoon zich vervolgens richt op meditatie en de herinnering van zijn vorige levens, herinnert hij zich zijn leven als onderdaan van Maha Brahma. Vervolgens predikt hij deze herinnering aan anderen als religieuze leer. (Brahmajala Sutta, Vers 39 - 44)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Maha_Brahma
Misschien nodig Wikipedia te bewerken als je vindt dat het niet zo zou zijn.  :)

Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 583
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #34 Gepost op: 09-05-2015 23:06 »
Los daarvan is het overduidelijk dat Boeddha geen God de Schepper heeft kunnen ontdekken in zijn waarnemen van de realiteit zoals die aan hem verschijnt. 

Is dat zo?

In ruimere context geplaatst gaat  Brahmajala Sutta  eigenlijk over de religieuze gevangenis, het web der priesters. Dus dat men de vastgeroeste paden moet durven los te laten. Kijk naar de realiteit, de werkelijkheid, neem niet alles zomaar voor waar. Laat je niet vangen. Laat je niets aanpraten.

De maatstaf moeten niet de priesters zijn, of één of andere religieuze of filosofische stroming, zelfs niet als ze het etiket boeddhistisch draagt. Jij moet kijken zoals het is, is de fundamentele onvrede dermate verdwenen dat jij zelf  in alle eerlijkheid kunt zeggen, "ja, ik heb gevonden wat ik zocht".

« Laatst bewerkt op: 10-05-2015 07:49 door gouden middenweg & de wilde natuur »
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #35 Gepost op: 11-05-2015 23:06 »

Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 583
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #36 Gepost op: 14-05-2015 08:44 »
http://en.wikipedia.org/wiki/Brahmajala_Sutta_%28Theravada%29

dit ook als aanvulling

De Boeddhistische uitweg uit de lijdenskringloop van geboren worden en sterven is het onvergankelijke. En dit onvergankelijke heeft niets met een god te zien. De Boeddhistische mythologie beschrijft dit onvergankelijke van zo'n verheven aard dat ook voor de goden (als ze  bestaan) dit onvergankelijke een uitweg is uit de kringloop van verschijnen en verdwijnen.

Maar de menselijke aard ziet dit onvergankelijke als een hebbeding, iets dat ze willen bereiken, iets dat ze willen ervaren.
Mensen kunnen dit onvergankelijke moeilijk zien omdat ze hun ogen sluiten voor dat deel van zichzelf dat bekommert is om de anderen. Dat deel van zichzelf dat bekommert is om anderen heeft geen probleem met de natuur van het onvergankelijke.
Alleen het deel van de mens dat hardop roept "en wat heb ik eraan", dat heeft moeite met het onvergankelijke.

Maar als je ziet dat er geen zelf is, dan zie je ook wie de ontvanger is van jou erfenis.
Pas wanneer de bekommernis omtrent jou erfenis in jou leeft kun je ook opgelucht zijn met het onvergankelijke waar Boeddha het over heeft.

Er is een uitweg uit de kringloop, maar de menselijke (lichte) blindheid ziet dit niet als de uitweg omdat hij er zelf niets aan heeft. (zo denkt een mens, zo ervaart een mens dat).

Maar een andere schat, waar je wel ervaart dat je er iets aan hebt, is juist het meer mens worden. De dingen doen die je meer in balans brengen, in evenwicht.
Het beoefenen van het keuzeloos gewaarzijn zoals Nathan zegt, of het beoefenen van de gelijkmoedigheid zoals Boeddha zegt. Of het beoefenen van de naastenliefde zoals Jezus zegt. Jou talenten tot ontwikkeling brengen. Je zwakheden proberen te overwinnen. Het lijden relativeren. Het drama in je hart relativeren. De werkelijkheid aanvaarden zoals ze is.

« Laatst bewerkt op: 14-05-2015 10:16 door gouden middenweg & de wilde natuur »
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #37 Gepost op: 14-05-2015 22:33 »
wat je hier betitelt als het 'onvergankelijke' is gewoon 'wat is'
en 'wat is' neemt steeds verschillende vormen aan
dat 'wat is' heeft ook met god te maken

waar haal je dat vandaan dat god daar niks mee te maken heeft?
hoezo wat zou verheven zijn en wat zou niet verheven zijn?


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #38 Gepost op: 15-05-2015 22:50 »
wat je hier betitelt als het 'onvergankelijke' is gewoon 'wat is'

Ja, het heeft verschillende namen gekregen zoals Boeddha-Natuur, Zuiver Zijn, Verwijlende Natuur,
Nibbana en nog wel andere. Men zegt dat Asanga contact kon leggen met de toekomstige Boeddha Maitreya en dat Asanga onderricht ontving. Dat heeft geleid tot onder andere het werk "Onderscheiden van Verschijnselen en Zuiver Zijn". Verschijnselen worden geclassificeerd als samsara. Zuiver Zijn is nirvana, het overstijgen van smart. Ik denk dat je kunt zeggen dat Boeddha hier in de sutta's ook naar verwijst als het doodloze. Een veel gebruikte term is ook gewoon Wijsheid. Wijsheid is Verwijlende Natuur.

en 'wat is' neemt steeds verschillende vormen aan
dat 'wat is' heeft ook met god te maken

waar haal je dat vandaan dat god daar niks mee te maken heeft?
hoezo wat zou verheven zijn en wat zou niet verheven zijn?

In de sutta's is 'het personage' dat het meest lijkt op een christelijke God, die Schepper is, die Vader is van Wezens, Beschikker (over hun verdere lot na de dood), die Almachtig is, Alwetend is, het personage van Mahabrahma. De sutta's maken echter wel duidelijk dat de kenmerken die dit personage zichzelf toedicht en die ook door andere wezens aan hem worden toegedicht, zoals dat dit personage Schepper en Vader is, gewoonweg niet waar zijn. Dit kun je nalezen. Het is allemaal een groot misverstand dat berust op verkeerd inzicht in oorzaak en gevolg. Verder, dit wezen dat zichzelf de Schepper waant, gelooft ook dat het al vrij is van geboorte en dood. Ook dat wordt duidelijk ontkend. Dit wezen is gewoon gebonden aan samsara. Verder wordt diens Alwetendheid ontkend want het kent Nibbana niet, de doodloze dimensie. Mahabrahma schiep deze doodloze dimensie niet, Mahabrahma is het niet, Mahabrahma kent het niet. Maar waarschijnlijk zie jij een ander verband?

Zoals ik het begrijp is het doodloze, zuiver zijn, wijsheid, ook geen persoon. Het heeft ook niet, zoals een God, een bedoeling of Wil. Niettemin, zo heb ik het begrepen, zuiver zijn heeft wel effect op wezens. Mensen krijgen onbewust vaak lessen, ingevingen, intuitief aangereikt vanuit dit niveau. Ook kun je het denk ik begrijpen als de stem van roeping. Waar Christenen dat vertaald hebben als de roeping van een Vader, een Wezen, een God, lijkt boeddhisme dit te vertalen als iets wat in wezen je eigen natuur is die roept, instrueert en leidt. En zolang je nog niet begrijpt en ervaart dat je dit zelf bent, begrijp en ervaar je het als iets anders.

Iemand met perfecte intuitie is geheel zelf-leidend. Een Boeddha heeft perfecte intuitie. Diens kennis over andere mensen komt bijvoorbeeld helemaal niet via denken of redeneren tot hem. Men zegt zelfs dat de manier waarop hij wezens helpt puur intuitief is. Er wordt gesproken in deze zin over spontane Boeddha-activiteit. Dus toen jij sprak over lessen die je worden aangereikt, dan zou dit een mogelijke weg kunnen zijn. Voelen we ook niet vaak aan dat we iets moeten doen? Een bepaalde richting op gaan, stappen nemen?

Er zijn lineages in boeddhisme die ook vanaf dit niveau ontspringen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de kagyu-lineage dan begint die niet bij Sakyamuni Boeddha maar op dit niveau van perfecte intuitie of wijsheid, het dharmakaya niveau. Tilopa was zo'n uitzonderlijk zuiver mens met ongekende onbelemmerde intuitieve vermogens. Zoeken we niet het zuivere contact met onszelf, met ons pure Hart? 

Intuitief weten wat te doen is één ding, het doen is een tweede vind ik.  Zo kun je vaak intuitief best weten dat je een bepaalde stap moet zetten, je voelt dat gewoon, maar je mist bijvoorbeeld de moed. je bent bijvoorbeeld gehecht aan je comfort, aan je leventje. Dat verhindert dan dat je eigenlijk de lessen opvolgt die je aangereikt krijgt. Moed is denk ik een belangrijk aspect. Ik heb weinig moed.

In deze zin zou je denk ik ook kunnen spreken over 'gehoorzamen'. Al die scepsis, al dat wantrouwen, al die  egocentrisch gehechtheid, al dat het zwijgen opleggen van je innerlijke stem, ja dat is eigenlijk een soort ongehoorzaamheid aan je innerlijk stem of weten. Er roept iets, je weet het, maar je luistert toch liever niet. "Ik hoor je niet"<vingers in de oren>.
Ik denk dat dit niet een gehoorzamen is aan een Vaderlijk Wezen, niet aan een Schepper, maar eerder aan de verwijlende natuur, de boeddha-natuur, aan je ware zelf.

Siebe


Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #39 Gepost op: 16-05-2015 15:45 »
Siebe, je hebt weer gepost. :)
Hopelijk verstoort het je rust niet. Het is een heel mooie post. Dankjewel.

Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #40 Gepost op: 16-05-2015 16:23 »
Moed is denk ik een belangrijk aspect. Ik heb weinig moed.


wat houdt je tegen?

wat denk je van onderstaande zienswijze?

als jij het niet doet, niemand anders zal het doen
als de wereld rondom je is veranderd, dan is dat slechtst omdat je bent veranderd
het vraagt een actieve inzet van je
de wereld zie je zo omdat je het ziet hoe je bent
als je aanvoelt dat je iets moet doen, dan hoor je dat gewoon te doen
want niemand anders kan dat doen
het is jouw wereld




« Laatst bewerkt op: 16-05-2015 17:20 door Y1010 »

Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 583
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #41 Gepost op: 16-05-2015 19:05 »
Los daarvan is het overduidelijk dat Boeddha geen God de Schepper heeft kunnen ontdekken in zijn waarnemen van de realiteit zoals die aan hem verschijnt. 

Is dat zo?

Wanneer men vertrekt vanuit de zintuigelijke waarneming van de realiteit kan men geen god met onze zintuigen waarnemen. Zoals men bv. een vogel kan waarnemen, of een berg, of een auto enz.
Als er een god is dan maakt die god zich niet op die wijze kenbaar aan mensen.

Boeddha spreekt over de uitweg, maar beroept zich nergens op het feit dat hij die uitweg heeft gevonden via een direct contact met een eventuele god.
Noch benoemt hij die uitweg als god.
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 583
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #42 Gepost op: 17-05-2015 07:35 »
wat je hier betitelt als het 'onvergankelijke' is gewoon 'wat is'
en 'wat is' neemt steeds verschillende vormen aan
dat 'wat is' heeft ook met god te maken

waar haal je dat vandaan dat god daar niks mee te maken heeft?
hoezo wat zou verheven zijn en wat zou niet verheven zijn?

als het onveranderlijke god is, en god de schepper, en de schepper een persoon zoals een mens een persoon is die denkt, praat, voelt, interactie heeft dan is er geen sprake van onveranderlijkheid.
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #43 Gepost op: 17-05-2015 16:44 »
gouden natuur
zou je dat kunnen toelichten?

Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 583
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #44 Gepost op: 19-05-2015 22:26 »
gouden natuur
zou je dat kunnen toelichten?

als het onveranderlijke god is, en god de schepper, en de schepper een persoon zoals een mens een persoon is die denkt, praat, voelt, interactie heeft dan is er geen sprake van onveranderlijkheid.

Ik weet niet goed wat ik hier aan moet toelichten.
Het is gewoon een logische gevolgtrekking die ik opper.

Als je enerzijds een godsvoorstelling hebt waaruit blijkt dat er eigenlijk geen sprake is van onveranderlijkheid, en Boeddha stelt dat juist het onveranderlijke de uitweg is, dan kan die bepaalde godsvoorstelling hier niet voor in aanmerking komen.
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #45 Gepost op: 21-05-2015 22:36 »
het onveranderlijke is dat wat is en steeds blijft, ook al verandert het van vorm
al wat is, is en dat zal altijd zijn en neemt steeds een andere vorm aan
dus is alles wat is, het onveranderlijke, ook al zien we het van vorm veranderen
er zijn ook goden die ook scheppers zijn, maar dat is niet zo algemeen aanvaard
ook deze zijn gevat in die algemene onveranderlijkheid
« Laatst bewerkt op: 21-05-2015 22:41 door Y1010 »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3525
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #46 Gepost op: 21-05-2015 23:48 »
er zijn ook goden die ook scheppers zijn, maar dat is niet zo algemeen aanvaard

ter info: in boeddhisme bestaat ook zo'n klasse deva's/goden die scheppen.

Je kunt ze hier- http://www.dhammawiki.com/index.php?title=31_planes_of_existence - vinden in rijk nummer 10. Toen ik dit bekeek destijds in de sutta's ben ik niet erg veel wijzer geworden wat deze deva's/goden nu precies scheppen. Misschien hebben ze te maken met het kunnen doen ontstaan van stormen, hagelbuien en dat soort verschijnselen. Weet niet precies. Ze leven wel allemaal ongelofelijk lang en een leven als zo'n deva/god komt voort uit heilzame activiteiten, deugdzaamheid, wijsheid en vrijgevigheid. Deze wedergeboorte komt dus niet voort uit vertrouwdheid met meditatieve absorptie (jhana stadia).

Je kunt dit type bestaan ook niet gelijkstellen aan Mahabrahma, het wezen dat meent dat het Schepper is van andere wezens, Vader, Almachtig, Alwetend en in die zin het meest lijkt op een christelijke God. Die leeft in een ander rijk, nummer 14.

Siebe




Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #47 Gepost op: 21-05-2015 23:54 »
dat is een mooi overzicht
dankjewel


Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 583
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #48 Gepost op: 24-05-2015 11:29 »

hoezo wat zou verheven zijn en wat zou niet verheven zijn?

Dit slaat op hart en geest. De helderheid van hart en geest.
Een ander woord voor Dharma is Wet, wat je dan alweer kan begrijpen als leer, maar het is meer dan een leer alleen. Het is niet zomaar een leer. Het is meer een medicijn dat hart en geest helder maakt.

Maar de wet is ongeboren. Ze was er al voordat de mensen er waren. Maar je kunt niet zeggen dat ze de schepper van mensen en/of goden is. Het is het medicijn dat het hart en geest van mensen en goden helder maakt.

Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

Y1010

  • Gast
Re: Schepper in de Sutta Pitaka
« Reactie #49 Gepost op: 27-05-2015 20:09 »

hoezo wat zou verheven zijn en wat zou niet verheven zijn?

Dit slaat op hart en geest. De helderheid van hart en geest.
Een ander woord voor Dharma is Wet, wat je dan alweer kan begrijpen als leer, maar het is meer dan een leer alleen. Het is niet zomaar een leer. Het is meer een medicijn dat hart en geest helder maakt.

Maar de wet is ongeboren. Ze was er al voordat de mensen er waren. Maar je kunt niet zeggen dat ze de schepper van mensen en/of goden is. Het is het medicijn dat het hart en geest van mensen en goden helder maakt.


helderheid van hart en geest? geest is alleen verantwoordelijk