Auteur Topic: Nibbana (Nirvana)  (gelezen 27886 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3381
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #50 Gepost op: 21-06-2015 13:40 »
Ik heb het hele sutta nog eens geraadpleegd. En ook de voorgaande suttas. Ik denk dat ik inderdaad een denkfout heb gemaakt. Sub 4 is geen arahant bedoeld maar iemand die in het eerste niveau van heiligheid heeft bereikt, een in de stroom getredene.

Oke, bedankt voor je reactie.
Siebe

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 918
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #51 Gepost op: 30-04-2016 14:40 »
Over Nibbana wil ik nog een leerrede toevoegen.

M.131 = M.III.187. Bhaddekaratta Sutta 
– De toespraak over de ideale liefhebber van eenzaamheid [
1]
 
       Eens woonde de Verhevene te Sāvatthi in het klooster van Anathapindika. Daar sprak hij de monniken als volgt toe: “Monniken, ik zal jullie de samenvatting en de uiteenzetting verkondigen van de ideale liefhebber van eenzaamheid. Luistert oplettend.
 
Laat men niet het verleden nog eens opsporen
of smachten naar de toekomst;
wat tot het verleden behoort, is achtergelaten,
nog niet bereikt is wat nog moet komen.
Maar wat thans is, neemt hij waar,
met inzicht, zoals en wanneer het komt.
In het onbeweeglijke, het niet-prikkelbare,
in die staat moet de wijze groeien.
Vandaag nog moet men zich beijveren,
morgen kan de dood al komen - wie weet?
Want geen afspraak kunnen we maken
met de dood en zijn machtige heerscharen.
Maar iemand die aldus oplettend vertoeft,
overdag en 's nachts, onvermoeibaar,
hij is door de Stille Wijze[2] genoemd:
‘de ideale liefhebber van eenzaamheid’.
 
       En hoe, monniken, spoort men het verleden nog eens op? Hij denkt: ‘Ik had zo’n vorm in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke gevoelens in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Hij denkt: ‘ Ik had zulke waarnemingen in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke gedachten en ideeën in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zo’n bewustzijn in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Zo spoort men het verleden nog eens op.[3]
      
       En monniken, hoe spoort men het verleden niet meer op? Hij denkt: ‘Ik had zo’n vorm in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke gevoelens in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke waarnemingen in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke gedachten en ideeën in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zo’n bewustzijn in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Zo spoort men het verleden niet meer op.[4]
       En hoe, monniken, smacht men naar de toekomst? Hij denkt: ‘Ik kan zo’n vorm hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke gevoelens hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke waarnemingen hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke gedachten en ideeën hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zo’n bewustzijn hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Zo smacht men naar de toekomst.[5]
 
       En monniken, hoe smacht men niet naar de toekomst? Hij denkt: ‘Ik kan zo’n vorm hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke gevoelens hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke waarnemingen hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke gedachten en ideeën hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zo’n bewustzijn hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Zo smacht men niet naar de toekomst.[6]
  
       En hoe is men gericht naar het heden? Monniken, een niet-onderricht gewoon mens die geen rekening houdt met de edelen, is onbekwaam in de leer van de edelen, is ongeoefend in de leer van de edelen. Hij houdt geen rekening met de goede lieden, hij is onbekwaam in de leer van de goede lieden, is ongeoefend in de leer van de goede lieden. En daarom beziet hij vorm als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als vorm hebbende, of vorm als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in vorm. Hij beziet gevoelens als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als gevoelens hebbende, of gevoelens als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in gevoelens. Hij beziet waarneming als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als waarneming hebbende, of waarneming als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in waarneming. Hij beziet gedachten en ideeën als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als gedachten hebbende, of gedachten als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in gedachten en ideeën. Hij beziet bewustzijn als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als bewustzijn hebbende, of bewustzijn als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in bewustzijn. Zo is men gericht naar het heden.[7]
 
       En hoe, monniken, is men niet gericht naar het heden? Monniken, een onderricht edel volgeling die rekening houdt met de edelen, is bedreven in de leer van de edelen, geoefend in de leer van de edelen. Hij houdt rekening met de goede lieden, hij is bedreven in de leer van de goede lieden, is geoefend in de leer van de goede lieden. En daarom beziet hij niet vorm als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als vorm hebbende, of vorm als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in vorm. Hij beziet niet gevoelens als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als gevoelens hebbende, of gevoelens als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in gevoelens. Hij beziet niet waarneming als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als waarneming hebbende, of waarneming als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in waarneming. Hij beziet niet gedachten en ideeën als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als gedachten hebbende, of gedachten als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in gedachten en ideeën. Hij beziet niet bewustzijn als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als bewustzijn hebbende, of bewustzijn als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in bewustzijn. Zo is men niet gericht naar het heden.[8] 
 
‘Laat men niet het verleden nog eens opsporen
of smachten naar de toekomst;
wat tot het verleden behoort, is achtergelaten,
nog niet bereikt is wat nog moet komen.
Maar wat thans is, neemt hij waar,
met inzicht, zoals en wanneer het komt.
In het onbeweeglijke, het niet-prikkelbare,
in die staat moet de wijze groeien.
Vandaag nog moet men zich beijveren,
morgen kan de dood al komen - wie weet?
Want geen afspraak kunnen we maken
met de dood en z'n machtige heerscharen.
Maar iemand die aldus oplettend vertoeft,
overdag en ‘s nachts, onvermoeibaar,
hij is door de Stille Wijze genoemd:
'de ideale liefhebber van eenzaamheid’.
 
       Met betrekking hierop is gezegd: ‘Monniken, ik zal u de samenvatting en de uiteenzetting verkondigen van de ideale liefhebber van eenzaamheid.’” [9]
      
       Aldus sprak de Verhevene. Vol vreugde verblijdden zich de monniken over de woorden van de Verhevene. (M.131 = M.III.187)


[1] Ñânananda, Bhikkhu: 'Bhaddekaratta Sutta (The Discourse on the Ideal Lover of Solitude),' in: Ideal Solitude. An exposition of the Bhaddekaratta Sutta, The Wheel No. 188 (Kandy 1973), p.19-22.
 
[2] d.w.z. de Boeddha.

[3] Door te denken hoe het oog was en hoe vormen waren in het verleden, wordt het bewustzijn stevig gebonden door verlangen. Men schept er behagen in en zo spoort men het verleden nog eens op. Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest (d.w.z. denken, wilsacties e.d.} en ideeën. Men denkt aan het verleden en verlangt ernaar. Men vindt het aangenaam en zo is men gehecht aan het verleden.

[4] Door te denken hoe het oog was en hoe vormen waren in het verleden, zonder dat het bewustzijn eraan gebonden is door verlangen, daardoor schept men er geen behagen in. En zo spoort men het verleden niet meer op. Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en ideeën. Men denkt wel aan het verleden maar zonder verlangen ernaar. En omdat men geen verlangen heeft, is men niet gehecht aan het verleden.

[5] Door te denken hoe het oog kan zijn in de toekomst en hoe vormen kunnen zijn, verlangt men vurig naar iets wat nog niet verkregen is. Door dit verlangen schept men er behagen in en zo smacht men naar de toekomst. Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en ideeën. Men denkt dan aan wat in de toekomst kan zijn en men verlangt ernaar. Men vindt het aangenaam en zo is men gehecht aan de toekomst.

[6] Door te denken hoe het oog kan zijn in de toekomst en hoe vormen kunnen zijn, zonder te verlangen naar wat nog niet verkregen is, daardoor schept men er geen behagen in. En zo smacht men niet naar de toekomst. Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en ideeën. Men denkt wel aan de toekomst maar zonder verlangen ernaar. En omdat men geen verlangen heeft, is men niet gehecht aan de toekomst.

[7] gericht naar het heen. Letterlijk staat er: geleid naar tegenwoordige dingen.
   Door te denken hoe tegenwoordig het oog is en hoe vormen zijn, is het bewustzijn stevig gebonden door verlangen. Men schept er behagen in en zo is men gericht naar het heden. – Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en gedachten. – Men denkt aan het heden met verlangen. Men schept er behagen in en zo is men gehecht aan het heden.

[8] Door te denken hoe tegenwoordig het oog is en hoe vormen zijn, zonder verlangen ernaar, is het bewustzijn er niet aan gebonden. Daardoor schept men er geen behagen in en zo is men niet gericht naar het heden. – Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en gedachten. – Men denkt aan het heden zonder verlangen. Men schept er geen behagen in en zo is men niet gehecht aan het heden.

[9] Over het alleen vertoeven schreef Wilhelm Busch: “Der Einsame, der hat es gut, weil keiner da der ihn was tut.” (Degene die alleen leeft, heeft het goed omdat er niemand is die hem iets doet). Ware eenzaamheid is nog veel beter, is de hoogste veiligheid.

       Ware eenzaamheid is het niet gehecht zijn aan iets, noch aan heden, noch aan verleden, noch aan toekomst.


lord rainbow

  • Gast
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #52 Gepost op: 30-04-2016 17:09 »

En daarom beziet hij vorm als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als vorm hebbende, of vorm als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in vorm.

De eerste twee foutieve zienswijze kan ik begrijpen.
Maar wat wordt bedoeld met: 'vorm als in zelfstandigheid' en
'zelfstandigheid als in vorm'?

Offline annaputta

  • Actief Lid
  • **
  • Berichten: 40
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #53 Gepost op: 01-05-2016 14:34 »
Met 'vorm als in zelfstandigheid' en 'zelfstandigheid als in vorm' wordt m.i. bedoeld dat men kan menen dat vorm, het materiële, bestaat als een zelfstandig iets.
En men kan menen dat er een zelf bestaat die zich uit in vorm.
Misschien is de vertaling onduidelijk.
Beide meningen zijn een verkeerde mening over anatta, niet-zelf. Vorm is niet zelfstandig en er is geen zelfstandig iets als vorm.

Groeten

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 918
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #54 Gepost op: 01-05-2016 14:46 »
Hallo,

Met de uitleg van Annaputta ben ik het eens. Ik had het niet anders geformuleerd.
Nico

lord rainbow

  • Gast
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #55 Gepost op: 01-05-2016 18:36 »

En daarom beziet hij vorm als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als vorm hebbende, of vorm als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in vorm.

De eerste twee foutieve zienswijze kan ik begrijpen.
Maar wat wordt bedoeld met: 'vorm als in zelfstandigheid' en
'zelfstandigheid als in vorm'?

Uit jullie reactie maak ik op dat er in betreffende zinsnede
twee keer hetzelfde wordt gezegd.
De eerste twee zijn hetzelfde als de tweede twee?


« Laatst bewerkt op: 01-05-2016 18:39 door DirkJan »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3381
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #56 Gepost op: 01-05-2016 22:00 »
Bhikkhu Bodhi vertaalt in plaats van zelfstandigheid, self, dus gewoon zelf.

Ik vind de sutta trouwens beter thuishoren in de draad over sakkaya ditthi, identiteitsvisie.

De sutta beschrijft in het begin allerlei ideeen over Ik en vanaf de alinea die start met "En hoe is men gericht naar het heden" beschrijft de sutta de vier soorten identiteitsvisie (sakkaya ditthi) toegepast op de 5 khandha's, zoals gebruikelijk is bij de bespreking hiervan.

Het gaat daar in die twee alinea's in wezen om de volgende identiteitsvisies:

-iemand beschouwt vorm (het lichaam) als (zich)zelf. Je kunt je afvragen, is dit nu een soort filosofische beschouwing? Ik ben van mening van niet. Sakkaya ditthi wordt in de sutta's besproken als een neiging.
Deze eerste vorm van sakkaya ditthi begrijp ik als de neiging jezelf volledig te identificeren met het lichaam (of andere khandha's). Dus je staat s'ochtends voor de spiegel en eigenlijk zonder dat je er erg in hebt, functioneert de perceptie, "ik ben dat lichaam wat ik zie". Je kunt je dus afvragen wat precies wordt  bedoeld met het woord 'beschouwt' in 'iemand beschouwt vorm als (zich)zelf'. Of wat wordt precies bedoeld met 'visie'  in 'identiteitsvisie'. Onbewust houden we er veelal visies op na over onszelf, doorlopend, de hele dag, van s'ochtends voor de spiegel tot s' avonds laat. Sakkaya ditthi lijkt dus de neiging aan te duiden die is samen te vatten als de notie 'Ik ben dit'. Een bepaalde concrete perceptie of kijk op jezelf.

De tweede vorm van sakkaya ditthi is:
-'iemand beschouwt vorm (het lichaam) als van-mij'. Dit is concreet gezien de perceptie 'ik heb een  lichaam', 'ik bezit een lichaam'. Je hoeft zo'n visie volgens mij niet eens hardop te denken om hem toch te hebben omdat het eerder een neiging is dan een gedachtegang mijns inziens. Als iemand je wil verwonden dan wijk je. Je begrijpt het lichaam als van-mij. Je begrijpt de pijn die zal ontstaan als van-mij. Daarom zie ik dit soort zaken eerder als neigingen of zelfs instincten dan doelbewuste en weloverwogen beschouwingen.

De derde vorm van sakkaya ditthi is:
-iemand beschouwt vorm (het lichaam) als in (zich)zelf. Hier beschouw je dan het lichaam niet als van-mij maar je beschouwt het lichaam als een aspect van jezelf of onderdeel van jezelf. Er zit kennelijk niet het idee in van bezit zoals bij de tweede. Maar het is een soort opvatting dat het lichaam een deelaspect is van jezelf als geheel. Als een soort deelverzameling. Ik kan deze neiging niet zo thuisbrengen.

De vierde vorm van sakkaya ditthi is:
-iemand beschouwt (zich)zelf als in vorm. Dit is omgekeerd aan de derde. Hier beschouw je het dan zo dat jijzelf, je identiteit, eigenlijk een aspect is van het lichaam of vorm, daarin vervat. Ik denk bijvoorbeeld zoals materialisten dat zien. Zelfbewustzijn of identiteitgevoel is een aspect van het functionerend brein, van vorm, zeggen zij. Wij zijn zeg maar het brein, of in diens functioneren vervat, als het ware.

Zoals hier boven voor vorm/lichaam is uitgewerkt zo wordt het ook op precies dezelfde manier uitgewerkt voor de vier andere khandha's van gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn. Samen geeft dit 20 vormen van sakkaya ditthi.

Van sakkaya ditthi, deze 20 vormen van identiteitsvisie, samen te vatten als de notie "Ik ben dit" wordt afstand gedaan bij stroom-intrede. Wat dan nog niet verdwijnt is de notie "Ik ben".

Siebe







lord rainbow

  • Gast
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #57 Gepost op: 01-05-2016 22:43 »
aha..toch vier..

dank je

Online gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 574
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #58 Gepost op: 02-05-2016 05:33 »
Over Nibbana wil ik nog een leerrede toevoegen.

M.131 = M.III.187. Bhaddekaratta Sutta 
– De toespraak over de ideale liefhebber van eenzaamheid [
1]
 
       Eens woonde de Verhevene te Sāvatthi in het klooster van Anathapindika. Daar sprak hij de monniken als volgt toe: “Monniken, ik zal jullie de samenvatting en de uiteenzetting verkondigen van de ideale liefhebber van eenzaamheid. Luistert oplettend.
 
Laat men niet het verleden nog eens opsporen
of smachten naar de toekomst;
wat tot het verleden behoort, is achtergelaten,
nog niet bereikt is wat nog moet komen.
Maar wat thans is, neemt hij waar,
met inzicht, zoals en wanneer het komt.
In het onbeweeglijke, het niet-prikkelbare,
in die staat moet de wijze groeien.
Vandaag nog moet men zich beijveren,
morgen kan de dood al komen - wie weet?
Want geen afspraak kunnen we maken
met de dood en zijn machtige heerscharen.
Maar iemand die aldus oplettend vertoeft,
overdag en 's nachts, onvermoeibaar,
hij is door de Stille Wijze[2] genoemd:
‘de ideale liefhebber van eenzaamheid’.
 
       En hoe, monniken, spoort men het verleden nog eens op? Hij denkt: ‘Ik had zo’n vorm in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke gevoelens in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Hij denkt: ‘ Ik had zulke waarnemingen in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke gedachten en ideeën in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zo’n bewustzijn in het verleden,’ en hij denkt er met genoegen aan. Zo spoort men het verleden nog eens op.[3]
       
       En monniken, hoe spoort men het verleden niet meer op? Hij denkt: ‘Ik had zo’n vorm in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke gevoelens in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke waarnemingen in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zulke gedachten en ideeën in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Hij denkt: ‘Ik had zo’n bewustzijn in het verleden,’ maar hij denkt er niet met genoegen aan. Zo spoort men het verleden niet meer op.[4]
       En hoe, monniken, smacht men naar de toekomst? Hij denkt: ‘Ik kan zo’n vorm hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke gevoelens hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke waarnemingen hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke gedachten en ideeën hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zo’n bewustzijn hebben in de toekomst,’ en hij schept behagen in die gedachte. Zo smacht men naar de toekomst.[5]
 
       En monniken, hoe smacht men niet naar de toekomst? Hij denkt: ‘Ik kan zo’n vorm hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke gevoelens hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke waarnemingen hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zulke gedachten en ideeën hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Hij denkt: ‘Ik kan zo’n bewustzijn hebben in de toekomst,’ maar hij schept geen behagen in die gedachte. Zo smacht men niet naar de toekomst.[6]
   
       En hoe is men gericht naar het heden? Monniken, een niet-onderricht gewoon mens die geen rekening houdt met de edelen, is onbekwaam in de leer van de edelen, is ongeoefend in de leer van de edelen. Hij houdt geen rekening met de goede lieden, hij is onbekwaam in de leer van de goede lieden, is ongeoefend in de leer van de goede lieden. En daarom beziet hij vorm als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als vorm hebbende, of vorm als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in vorm. Hij beziet gevoelens als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als gevoelens hebbende, of gevoelens als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in gevoelens. Hij beziet waarneming als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als waarneming hebbende, of waarneming als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in waarneming. Hij beziet gedachten en ideeën als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als gedachten hebbende, of gedachten als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in gedachten en ideeën. Hij beziet bewustzijn als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als bewustzijn hebbende, of bewustzijn als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in bewustzijn. Zo is men gericht naar het heden.[7]
 
       En hoe, monniken, is men niet gericht naar het heden? Monniken, een onderricht edel volgeling die rekening houdt met de edelen, is bedreven in de leer van de edelen, geoefend in de leer van de edelen. Hij houdt rekening met de goede lieden, hij is bedreven in de leer van de goede lieden, is geoefend in de leer van de goede lieden. En daarom beziet hij niet vorm als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als vorm hebbende, of vorm als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in vorm. Hij beziet niet gevoelens als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als gevoelens hebbende, of gevoelens als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in gevoelens. Hij beziet niet waarneming als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als waarneming hebbende, of waarneming als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in waarneming. Hij beziet niet gedachten en ideeën als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als gedachten hebbende, of gedachten als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in gedachten en ideeën. Hij beziet niet bewustzijn als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als bewustzijn hebbende, of bewustzijn als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in bewustzijn. Zo is men niet gericht naar het heden.[8] 
 
‘Laat men niet het verleden nog eens opsporen
of smachten naar de toekomst;
wat tot het verleden behoort, is achtergelaten,
nog niet bereikt is wat nog moet komen.
Maar wat thans is, neemt hij waar,
met inzicht, zoals en wanneer het komt.
In het onbeweeglijke, het niet-prikkelbare,
in die staat moet de wijze groeien.
Vandaag nog moet men zich beijveren,
morgen kan de dood al komen - wie weet?
Want geen afspraak kunnen we maken
met de dood en z'n machtige heerscharen.
Maar iemand die aldus oplettend vertoeft,
overdag en ‘s nachts, onvermoeibaar,
hij is door de Stille Wijze genoemd:
'de ideale liefhebber van eenzaamheid’.
 
       Met betrekking hierop is gezegd: ‘Monniken, ik zal u de samenvatting en de uiteenzetting verkondigen van de ideale liefhebber van eenzaamheid.’” [9]
       
       Aldus sprak de Verhevene. Vol vreugde verblijdden zich de monniken over de woorden van de Verhevene. (M.131 = M.III.187)


[1] Ñânananda, Bhikkhu: 'Bhaddekaratta Sutta (The Discourse on the Ideal Lover of Solitude),' in: Ideal Solitude. An exposition of the Bhaddekaratta Sutta, The Wheel No. 188 (Kandy 1973), p.19-22.
 
[2] d.w.z. de Boeddha.

[3] Door te denken hoe het oog was en hoe vormen waren in het verleden, wordt het bewustzijn stevig gebonden door verlangen. Men schept er behagen in en zo spoort men het verleden nog eens op. Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest (d.w.z. denken, wilsacties e.d.} en ideeën. Men denkt aan het verleden en verlangt ernaar. Men vindt het aangenaam en zo is men gehecht aan het verleden.

[4] Door te denken hoe het oog was en hoe vormen waren in het verleden, zonder dat het bewustzijn eraan gebonden is door verlangen, daardoor schept men er geen behagen in. En zo spoort men het verleden niet meer op. Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en ideeën. Men denkt wel aan het verleden maar zonder verlangen ernaar. En omdat men geen verlangen heeft, is men niet gehecht aan het verleden.

[5] Door te denken hoe het oog kan zijn in de toekomst en hoe vormen kunnen zijn, verlangt men vurig naar iets wat nog niet verkregen is. Door dit verlangen schept men er behagen in en zo smacht men naar de toekomst. Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en ideeën. Men denkt dan aan wat in de toekomst kan zijn en men verlangt ernaar. Men vindt het aangenaam en zo is men gehecht aan de toekomst.

[6] Door te denken hoe het oog kan zijn in de toekomst en hoe vormen kunnen zijn, zonder te verlangen naar wat nog niet verkregen is, daardoor schept men er geen behagen in. En zo smacht men niet naar de toekomst. Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en ideeën. Men denkt wel aan de toekomst maar zonder verlangen ernaar. En omdat men geen verlangen heeft, is men niet gehecht aan de toekomst.

[7] gericht naar het heen. Letterlijk staat er: geleid naar tegenwoordige dingen.
   Door te denken hoe tegenwoordig het oog is en hoe vormen zijn, is het bewustzijn stevig gebonden door verlangen. Men schept er behagen in en zo is men gericht naar het heden. – Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en gedachten. – Men denkt aan het heden met verlangen. Men schept er behagen in en zo is men gehecht aan het heden.

[8] Door te denken hoe tegenwoordig het oog is en hoe vormen zijn, zonder verlangen ernaar, is het bewustzijn er niet aan gebonden. Daardoor schept men er geen behagen in en zo is men niet gericht naar het heden. – Op gelijke wijze is het met het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingen, de geest en gedachten. – Men denkt aan het heden zonder verlangen. Men schept er geen behagen in en zo is men niet gehecht aan het heden.

[9] Over het alleen vertoeven schreef Wilhelm Busch: “Der Einsame, der hat es gut, weil keiner da der ihn was tut.” (Degene die alleen leeft, heeft het goed omdat er niemand is die hem iets doet). Ware eenzaamheid is nog veel beter, is de hoogste veiligheid.

       Ware eenzaamheid is het niet gehecht zijn aan iets, noch aan heden, noch aan verleden, noch aan toekomst.

De ideale liefhebber van eenzaamheid is de wereldverzaker, de mens die bevrijding zoekt die niet verloren gaat.
De ideale liefhebber van eenzaamheid kan het beste het pad der Nobelen betreden.

Hoe beoefent een nobel mens de weg der Nobelen die bevrijding schenkt die niet verloren gaat. ?

Hij bewaart de helderheid, hij keert terug naar de helderheid.
Hij bekwaamt zich in het bewaren van de helderheid, hij bekwaamt zich in het herstellen van de helderheid. Hij blijft bij de helderheid. Hij is niet gericht in hoofdzaak op iets anders dan de helderheid. Het is de helderheid die hij laat groeien.

Hij bewaart mentaal evenwicht en balans. Hij keert terug naar mentaal evenwicht en balans.
Hij bekwaamt zich in het bewaren van mentaal evenwicht en balans. Hij bekwaamt zich in het herstellen van mentaal evenwicht en balans.
Hij blijft bij mentaal evenwicht en balans. Hij is niet gericht in hoofdzaak op iets anders dan mentaal evenwicht en balans. Het is het mentale evenwicht en balans die hij laat groeien.

Hij ziet wanneer hij de helderheid verlaat. Zodra hij ziet dat hij de helderheid verlaat keert hij terug naar de helderheid.

Hij ziet wanneer hij zijn gedachten vol goede en slechte emoties en verlangens richt op het verleden dat hij de helderheid verlaat.
Hij ziet wanneer hij zijn gedachten vol goede en slechte emoties en verlangens richt op de toekomst dat hij de helderheid verlaat.

De nobele die bevrijding zoekt die niet verloren gaat, bekwaamt zich, doet de staat van helderheid groeien. bewaart de helderheid, keert terug naar de helderheid, herstelt de helderheid, leeft verder in de helderheid.

De nobele die bevrijding zoekt die niet verloren gaat, bekwaamt zich, doet de staat van evenwicht en balans groeien. bewaart de staat van evenwicht en balans, keert terug naar evenwicht en balans, herstelt evenwicht en balans, leeft verder in evenwicht en balans.
Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

Offline annaputta

  • Actief Lid
  • **
  • Berichten: 40
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #59 Gepost op: 02-05-2016 07:44 »
Hallo DirkJan,

In vervolg op mijn eerdere reactie op >En daarom beziet hij vorm als iets zelfstandigs, of zelfstandigheid als vorm hebbende, of vorm als in zelfstandigheid, of zelfstandigheid als in vorm.<

Er is de vage herinnering dat ik bedoeld sutta meerdere tientallen jaren geleden heb vertaald. Ik wilde toen het begrip atta, zelf, niet meer als "zelf" omschrijven maar als zelfstandig iets. Heb er van gemaakt": "zelfstandigheid". Maar dat is toch niet een juiste vertaling, zie ik nu. Dus het woord "zelfstandigheid" moet er vervangen worden door "zelf".
     
Groeten
Nico

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 918
  • Geslacht: Man
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #60 Gepost op: 09-08-2017 13:40 »
Beste Siebe,

   In topic De Bodhisatta in het Theravada, reactie 5, schreef je iets over het bewustzijn zonder kenmerk. In reactie 6 d.o.v. schreef ik dat ik een antwoord hierop thuis hoort bij het onderwerp Nibbana. Ik heb daarom je bijdragen over Nibbana eens rustig gelezen.

 
   Ik verwijs als antwoord over dat bewustzijn naar het topic Over Bewustzijn, reactie 18.

   Hier in het topic Nibbana citeer je in deel 2B:  Anguttara Nikaya 9.47(6). Op directe wijze zichtbaar (2). Sub (9)
 “Verder, vriend, met het volledig te boven komen van de basis van noch-waarneming-noch-niet-waarneming gaat een bhikkhu de beëindiging van waarneming en gevoel binnen en verblijft er in, en (dit) met wijsheid gezien hebbend, worden zijn asava’s volkomen vernietigd. In zoverre, vriend, heeft de Gezegende gesproken over een op directe wijze zichtbaar Nibbana in een niet-voorlopige zin”.  (vergelijk ook AN 9.34(3) in reactie 7, deel 2F)

   Volgens jou is het op directe wijze zichtbare Nibbana in niet voorlopige zin gelijk aan de meditatieve verdieping van beëindiging van waarneming en gevoel.
   Maar alle meditatieve verdiepingen zijn tijdelijk. Het hechten eraan is een hindernis. In het vervolg van je betoog over Nibbana staat dat de toestand van Nibbana vrij is van voorkeur, vrij van afkeer, vrij van hechten aan iets, vrij van alle onwetendheid.
   In de meditatieve verdiepingen is er vrede van gemoed, maar dat is een tijdelijke vrede. In boven aangehaalde zin (sub 9) staat – en dat moet niet over het hoofd worden gezien - "... en dit met wijsheid gezien hebbende, worden zijn asava's (neigingen) volkomen vernietigd."
   Volgens mij is het op directe wijze zichtbare Nibbana in niet  voorlopige zin gelijk aan de vernietiging van de asavas, en wel door het inzicht dat alle meditatieve verdiepingen tijdelijk zijn en dat men er niet aan moet hechten. Nibbana is de uitdoving van de smetten, van alle neigingen.

   Dit blijkt heel duidelijk uit de volgende leerrede (D.15)  waarvan ik enkele gedeeltes hier laat volgen.

   "Wanneer iemand de gewaarwording niet als het zelf opvat, noch het zelf als vrij van gewaarwording opvat, noch opvat dat het zelf gewaarwordt, noch de opvatting heeft dat het zelf in staat is tot gewaarworden, diegene hecht niet meer aan iets in de wereld. Nergens aan hechtend beeft hij niet; niet bevend komt hij uit eigen kracht tot volledig uitdoven. “Vernietigd is geboorte, het reinheidsleven is uitgeleefd, de opgave is volbracht, hierna is niets meer te doen."
   Wie nu met betrekking tot die persoon zou zeggen dat hij van mening is dat de Volmaakte na de dood is, of dat de Volmaakte na de dood niet is, of dat de Volmaakte na de dood zowel is als niet is, of dat de Volmaakte na de dood noch is noch niet is, – dat is een onmogelijkheid. En wel omdat die persoon bevrijd is van benoeming, uitleg, bevrijd in direct inzicht."
   
En verder:

   "Er zijn zeven niveaus van bewustzijn en twee gebieden. De zeven niveaus zijn:
1. Er zijn wezens veelvoudig lichamelijk, veelvoudig zinnelijk, zoals de mensen en enige soorten van goden en enige soorten in de lagere werelden.
2. Er zijn wezens veelvoudig lichamelijk, een geheel vormend (uniform) zinnelijk, zoals de goden in het gevolg van Brahma in zoverre zij op het eerste niveau wedergeboren zijn.
3. Er zijn wezens een geheel vormend lichamelijk, veelvoudig zinnelijk, zoals de stralende Abhassara goden.
4. Er zijn wezens een geheel vormend lichamelijk, een geheel vormend zinnelijk, zoals de Subhakinna-goden.
5. Er zijn wezens die na volledige overwinning van de vorm-waarnemingen, na vernietiging van de weerstand-waarnemingen, door het niet ingaan op de veelheids-waarnemingen, het gebied bereiken van ruimteoneindigheid.
6. Er zijn wezens die na volledige overwinning van het gebied van ruimteoneindigheid het gebied bereiken van oneindig is het bewustzijn.
7. Er zijn wezens die na volledige overwinning van bewustzijnsoneindigheid het gebied bereiken van niets is er.
Dan is er het gebied van wezens vrij van waarneming; en het gebied van noch waarneming noch niet waarneming.
   Wie nu van die niveaus van bewustzijn en van die twee gebieden het ontstaan inziet, het vergaan ervan inziet, het geluk ervan inziet, het lijden ervan inziet, de bevrijding ervan inziet, – kan die persoon zich erover verheugen? – Neen heer. – Wanneer iemand het ontstaan en vergaan ervan overeenkomstig de waarheid inziet en er zonder hechten van bevrijd is, zo iemand heet iemand die in weten bevrijd is."

   Dan somt de Boeddha acht soorten bevrijdingen op, waartoe de onstoffelijke meditatieve verdiepingen. En verder:
   "Wanneer iemand deze acht bevrijdingen in voorwaartse richting volbrengt, in omgekeerde volgorde volbrengt, in beide richtingen volbrengt, ze volbrengt waar het hem wenselijk is, op welke manier het hem wenselijk is, hoe lang het hem wenselijk is, ze volbrengt, ze voltooid; wie door het verdwijnen van de neigingen de neigingsvrije bevrijding van de geest, de wetensbevrijding al in dit leven zelf begrepen heeft, verwerkelijkt heeft, zich eigen heeft gemaakt, die persoon heet iemand die tweezijdig bevrijd is. Een andere bevrijding dan die bestaat er niet. (uit D.15)

   Ook hier de nadruk op de bevrijding van de geest door het verdwijnen van de neigingen en door weten, inzicht.


   Je citeert verder AN 3.32(2) met het vers:
“De pieken en dalen in de wereld begrepen hebbend,
Wordt hij niet verstoord door ook maar iets in de wereld.
Vredevol, zonder rook, onbezorgd wensloos,
Is hij, zeg ik, geboorte en ouderdom voorbij gegaan”.

   Nibbana is het zijn zonder wens. Wie de pieken en dalen in de wereld begrepen heeft, ziet in dat zij veranderlijk en vergankelijk zijn. Daarom hecht hij er niet aan. Hij wordt er helemaal niet meer door gestoord.

   Hij klampt zich nergens meer aan vast en bereikt daardoor Nibbana. (MN.98 vers 45)
   Verder citeerde je  SN 38.1.A : “De vernietiging van begeerte, de vernietiging van haat, de vernietiging van begoocheling: dit, vriend, wordt Nibbana genoemd”
   In de voorgaande teksten is geen sprake van de meditatieve verdiepingen, maar wel van onthechten, van de vernietiging van begeerte, haat en onwetendheid. Wie Nibbana verwerkelijkt heeft, is vrij van voorkeur en van afkeer, en vrij van onwetendheid. Het inzicht is er dan dat er geen persoonlijkheid is.

   In reactie  deel 2F citeer je AN 10.7 (7) met o.a. >De beëindiging van bestaan is nibbana<
   In Nibbana is de opheffing van persoonlijkheid. Er is geen toeëigening meer. Eerst eigende het bewustzijn zich alles toe: "ik" zie, "ik" hoor, "ik" denk (et.). Maar door de vernietiging van onwetendheid komt het duidelijke weten dat er geen "ik" is. Dat is het einde van bestaan. Het bewustzijn eigent zich niets meer toe.

   Door Annaputta in reactie 35 is hier ook over geschreven. Ik hoef dus niet verder hierover te schrijven.

Groeten, Nico   
   
« Laatst bewerkt op: 11-08-2017 03:51 door nico70 »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3381
Re: Nibbana (Nirvana)
« Reactie #61 Gepost op: 11-08-2017 11:21 »
Beste Siebe,

   In topic De Bodhisatta in het Theravada, reactie 5, schreef je iets over het bewustzijn zonder kenmerk. In reactie 6 d.o.v. schreef ik dat ik een antwoord hierop thuis hoort bij het onderwerp Nibbana. Ik heb daarom je bijdragen over Nibbana eens rustig gelezen.

 
   Ik verwijs als antwoord over dat bewustzijn naar het topic Over Bewustzijn, reactie 18.

   Hier in het topic Nibbana citeer je in deel 2B:  Anguttara Nikaya 9.47(6). Op directe wijze zichtbaar (2). Sub (9)
 “Verder, vriend, met het volledig te boven komen van de basis van noch-waarneming-noch-niet-waarneming gaat een bhikkhu de beëindiging van waarneming en gevoel binnen en verblijft er in, en (dit) met wijsheid gezien hebbend, worden zijn asava’s volkomen vernietigd. In zoverre, vriend, heeft de Gezegende gesproken over een op directe wijze zichtbaar Nibbana in een niet-voorlopige zin”.  (vergelijk ook AN 9.34(3) in reactie 7, deel 2F)

   Volgens jou is het op directe wijze zichtbare Nibbana in niet voorlopige zin gelijk aan de meditatieve verdieping van beëindiging van waarneming en gevoel.
   Maar alle meditatieve verdiepingen zijn tijdelijk. Het hechten eraan is een hindernis.

Hallo Nico,

In AN9.47 wordt aangegeven dat men tijdens jhana Nibbana ziet in een voorlopige zin. Dat verzin ik niet.
"(1)—(8] "Here, friend, secluded from sensual pleasures . . . a bhikkhu enters and dwells in the first jhana To this extent, too, the Blessed One has spoken of directly visible nibbana in a provisional sense.."

Voorlopig, omdat de vrede (dankzij het tijdelijk onderdrukt zijn van bezoedelingen) die iemand dan ervaart ook voorlopig is, zoals jij ook aangeeft. Jhana is tijdelijk, zoals je zegt. Concentratie kan bezoedelingen tijdelijk onderdrukken maar niet ontwortelen, dat moet komen van wijsheid.

Deze sutta geeft ook aan dat iemand Nibbana eigenlijk alleen kent of ziet of realiseert, als bezoedelingen niet tijdelijk maar volledig en definitief zijn beeindigd. Dan kent/ziet men Nibbana in een niet-voorlopige zin.

Het is dus niet zo dat de realisatie van Nibbana, zoals sommigen denken, verwijst naar een of andere piek-ervaring, indringend moment, ontwaken, het ontdekken van het ware zelf. Het draait altijd om de beëindiging van onheilzame neigingen, dosa, lobha en moha. Zie verder.

In het vervolg van je betoog over Nibbana staat dat de toestand van Nibbana vrij is van voorkeur, vrij van afkeer, vrij van hechten aan iets, vrij van alle onwetendheid.
   In de meditatieve verdiepingen is er vrede van gemoed, maar dat is een tijdelijke vrede. In boven aangehaalde zin (sub 9) staat – en dat moet niet over het hoofd worden gezien - "... en dit met wijsheid gezien hebbende, worden zijn asava's (neigingen) volkomen vernietigd."
   Volgens mij is het op directe wijze zichtbare Nibbana in niet  voorlopige zin gelijk aan de vernietiging van de asavas, en wel door het inzicht dat alle meditatieve verdiepingen tijdelijk zijn en dat men er niet aan moet hechten. Nibbana is de uitdoving van de smetten, van alle neigingen.

Volledig mee eens en mijns inziens echt een hele belangrijke constatering. Er zijn bijvoorbeeld mensen die hoge realisaties toekennen aan mensen die nog allerlei bezoedelingen vertonen. Dit klopt niet. Kennis van de Dhamma en de realisatie van Nibbana gaat gepaard met het verdwijnen van bezoedelingen. Het grijpt in op het niveau van iemands karakter/neigingen en veredelt dat. Dat lees ik tenminste. Een edel Pad dat een mens niet merkbaar veredelt is ook geen edel Pad.

   Dit blijkt heel duidelijk uit de volgende leerrede (D.15)  waarvan ik enkele gedeeltes hier laat volgen.

   "Wanneer iemand de gewaarwording niet als het zelf opvat, noch het zelf als vrij van gewaarwording opvat, noch opvat dat het zelf gewaarwordt, noch de opvatting heeft dat het zelf in staat is tot gewaarworden, diegene hecht niet meer aan iets in de wereld. Nergens aan hechtend beeft hij niet; niet bevend komt hij uit eigen kracht tot volledig uitdoven. “Vernietigd is geboorte, het reinheidsleven is uitgeleefd, de opgave is volbracht, hierna is niets meer te doen."
   Wie nu met betrekking tot die persoon zou zeggen dat hij van mening is dat de Volmaakte na de dood is, of dat de Volmaakte na de dood niet is, of dat de Volmaakte na de dood zowel is als niet is, of dat de Volmaakte na de dood noch is noch niet is, – dat is een onmogelijkheid. En wel omdat die persoon bevrijd is van benoeming, uitleg, bevrijd in direct inzicht."
   
En verder:

   "Er zijn zeven niveaus van bewustzijn en twee gebieden. De zeven niveaus zijn:
1. Er zijn wezens veelvoudig lichamelijk, veelvoudig zinnelijk, zoals de mensen en enige soorten van goden en enige soorten in de lagere werelden.
2. Er zijn wezens veelvoudig lichamelijk, een geheel vormend (uniform) zinnelijk, zoals de goden in het gevolg van Brahma in zoverre zij op het eerste niveau wedergeboren zijn.
3. Er zijn wezens een geheel vormend lichamelijk, veelvoudig zinnelijk, zoals de stralende Abhassara goden.
4. Er zijn wezens een geheel vormend lichamelijk, een geheel vormend zinnelijk, zoals de Subhakinna-goden.
5. Er zijn wezens die na volledige overwinning van de vorm-waarnemingen, na vernietiging van de weerstand-waarnemingen, door het niet ingaan op de veelheids-waarnemingen, het gebied bereiken van ruimteoneindigheid.
6. Er zijn wezens die na volledige overwinning van het gebied van ruimteoneindigheid het gebied bereiken van oneindig is het bewustzijn.
7. Er zijn wezens die na volledige overwinning van bewustzijnsoneindigheid het gebied bereiken van niets is er.
Dan is er het gebied van wezens vrij van waarneming; en het gebied van noch waarneming noch niet waarneming.
   Wie nu van die niveaus van bewustzijn en van die twee gebieden het ontstaan inziet, het vergaan ervan inziet, het geluk ervan inziet, het lijden ervan inziet, de bevrijding ervan inziet, – kan die persoon zich erover verheugen? – Neen heer. – Wanneer iemand het ontstaan en vergaan ervan overeenkomstig de waarheid inziet en er zonder hechten van bevrijd is, zo iemand heet iemand die in weten bevrijd is."

   Dan somt de Boeddha acht soorten bevrijdingen op, waartoe de onstoffelijke meditatieve verdiepingen. En verder:
   "Wanneer iemand deze acht bevrijdingen in voorwaartse richting volbrengt, in omgekeerde volgorde volbrengt, in beide richtingen volbrengt, ze volbrengt waar het hem wenselijk is, op welke manier het hem wenselijk is, hoe lang het hem wenselijk is, ze volbrengt, ze voltooid; wie door het verdwijnen van de neigingen de neigingsvrije bevrijding van de geest, de wetensbevrijding al in dit leven zelf begrepen heeft, verwerkelijkt heeft, zich eigen heeft gemaakt, die persoon heet iemand die tweezijdig bevrijd is. Een andere bevrijding dan die bestaat er niet. (uit D.15)

   Ook hier de nadruk op de bevrijding van de geest door het verdwijnen van de neigingen en door weten, inzicht.

Klopt Nico, ik zie dit ook consequent gebeuren in de Sutta-Pitaka. Bevrijding van geest, verlichting, realisatie van Nibbana staat niet los van het verdwijnen van onheilzame neigingen, en mensen die dat wel zo onderwijzen, die onderwijzen zeker niet overeenkomstig de overlevering van de Pali Sutta's. Ik ben blij dat je dit nog eens onder de aandacht brengt.

AN10.24 geeft duidelijk aan ook dat iemand de Dhamma begrijpt en ontwikkelt is in de Dhamma, in zoverre diens bezoedelingen nog aanwezig zijn of verdwenen zijn. Een arahat begrijpt de Dhamma volledig en is er volledig in ontwikkeld en is dan ook vrij van bezoedelingen. Een gewoon mens, nog geen stroom-intreder, vertoont nog allerlei onheilzame neigingen. Die heeft nog geen echt begrip van de Dhamma.
Een nog door bezoedelingen beheerst persoon die spreekt alsof ie de Dhamma begrijpt en er in ontwikkeld is, dat is als een arme die claimt rijk te zijn.

Steeds weer, ook bij de bespreking van vier vruchten van het heilige leven (stroom-intrede etc), legt het onderricht bij realisatie/werkelijk begrip van de Leer, de nadruk op de afname of zelfs beëindiging van onheilzame neigingen.

Veel mensen hebben indringende ervaringen, mystieke ervaringen, ervaringen van liefde, eenwording, uittredingen, diepe zegeningen, opliftende vreugde, jhana etc. maar nemen de bezoedelingen van die mensen hierdoor af? Het onderricht geeft aan, daar gaat het om, want als je eigenwaan bijvoorbeeld niet afneemt, maar zelf toeneemt, dan is er zelfs geen sprake van vooruitgang en nog altijd een situatie van bezoedelingen en lijden. De realisatie van Nibbana verwijst dus, zoals jij ook duidelijk aangeeft, absoluut niet naar 1 openbaring, naar satori, naar een ervaring van het ware zelf, het zien van de ware natuur, het ondergedompeld worden in het Ene, oid. maar het gaat om een combinatie van zien en de effecten die dit op je heeft. Nemen de onheilzame neigingen echt wel af? Als dit niet zo is, dan kunnen die ervaringen natuurlijk voor iemand heel betekenisvol zijn, maar met de realisatie van Nibbana heeft dat niks te doen.

   Je citeert verder AN 3.32(2) met het vers:
“De pieken en dalen in de wereld begrepen hebbend,
Wordt hij niet verstoord door ook maar iets in de wereld.
Vredevol, zonder rook, onbezorgd wensloos,
Is hij, zeg ik, geboorte en ouderdom voorbij gegaan”.

   Nibbana is het zijn zonder wens. Wie de pieken en dalen in de wereld begrepen heeft, ziet in dat zij veranderlijk en vergankelijk zijn. Daarom hecht hij er niet aan. Hij wordt er helemaal niet meer door gestoord.

   Hij klampt zich nergens meer aan vast en bereikt daardoor Nibbana. (MN.98 vers 45)
   Verder citeerde je  SN 38.1.A : “De vernietiging van begeerte, de vernietiging van haat, de vernietiging van begoocheling: dit, vriend, wordt Nibbana genoemd”
   In de voorgaande teksten is geen sprake van de meditatieve verdiepingen, maar wel van onthechten, van de vernietiging van begeerte, haat en onwetendheid. Wie Nibbana verwerkelijkt heeft, is vrij van voorkeur en van afkeer, en vrij van onwetendheid. Het inzicht is er dan dat er geen persoonlijkheid is.

   In reactie  deel 2F citeer je AN 10.7 (7) met o.a. >De beëindiging van bestaan is nibbana<
   In Nibbana is de opheffing van persoonlijkheid. Er is geen toeëigening meer. Eerst eigende het bewustzijn zich alles toe: "ik" zie, "ik" hoor, "ik" denk (et.). Maar door de vernietiging van onwetendheid komt het duidelijke weten dat er geen "ik" is. Dat is het einde van bestaan. Het bewustzijn eigent zich niets meer toe.

   Door Annaputta in reactie 35 is hier ook over geschreven. Ik hoef dus niet verder hierover te schrijven.

Bedankt.


groet,