Auteur Topic: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon  (gelezen 43353 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Er is versnipperd zeker veel informatie te vinden over kamma op het forum. Het leek me handig een overzichtelijke plek te maken waar sutta's en/of sutta fragmenten over kamma uit de Pali Canon te vinden zijn. Ik denk dat mensen zo tenminste op een eerlijke en open manier geinformeerd worden.

Ik heb gezien dat sommige sutta's al in het Nederlands vertaald zijn. Handig! Ik weet niet alle. Dan zal ik ze vertalen uit het Engels. Als iemand zin heeft hieraan mee te werken, en ook sutta's en/of sutta fragmenten te posten in het Nederlands, graag!

Misschien kunnen we deze plek reserveren als een plek waar puur de sutta's of sutta fragmenten over kamma te vinden zijn uit de Pali Canon, en andere plekken gebruiken om hier eventueel over te discussieren.

Ik hoop dat jullie dit initiatief op prijs stellen.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #1 Gepost op: 05-09-2015 19:33 »
https://suttacentral.net/nl/mn135

Majjhima Nikaya 135. De korte uiteenzetting over kamma


De brahmaanse student Subha gaat naar de Boeddha

"Aldus heb ik gehoord. Eens leefde de Gezegende nabij Savatthi in het Jetavana, het park van Anathapindika. Toen ging de student Subha (brahmaan), zoon van Todeyya, naar de Gezegende en zij begroetten elkaar. Nadat het hoffelijke en vriendelijke gesprek was beëindigd, ging hij aan zijn zijde zitten en vroeg hij de Gezegende:

“Meester Gotama, wat is er de oorzaak en omstandigheid van dat men bij menselijke wezens minderwaardigheid en voortreffelijkheid aantreft? Want men treft mensen aan die kort leven en mensen die lang leven, zieke en gezonde mensen, lelijke en knappe mensen, onbeduidende en invloedrijke mensen, arme en rijke mensen, mensen van lage afkomst en mensen van hoge afkomst, domme en wijze mensen. Wat is er de oorzaak en omstandigheid van, Meester Gotama, dat men bij menselijke wezens minderwaardigheid en voortreffelijkheid aantreft?”

“Student, wezens zijn eigenaren van hun daden (kamma), erfgenamen van hun daden; zij zijn gevormd door hun daden, zij zijn verbonden aan hun daden, zij hebben hun daden als hun thuisbasis. Het is door de daad waardoor wezens minderwaardig of voortreffelijk zijn.”

“Ik begrijp niet in detail de betekenis van het standpunt van Meester Gotama, het standpunt dat hij beknopt verwoord heeft zonder dat hij de betekenis in detail uiteengezet heeft. Het zou goed zijn als Meester Gotama mij de Dhamma zou onderwijzen, zodat ik in detail de betekenis van het standpunt van Meester Gotama kan begrijpen.”

“Goed dan, student, luister en let goed op wat ik zal zeggen.” —“Zeker, Meester Gotama”, antwoordde de brahmaanse student Subha. De Gezegende zei dit:

De wegen die naar een lang en naar een kort leven leiden

“Hier, student, is een vrouw of een man die levende wezens doodt, die moordzuchtig is, die bloed aan de handen heeft, die geneigd is tot slaan en geweld, die meedogenloos is ten opzichte van levende wezens. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, mogelijk in de hel. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan leeft hij kort, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt tot een kort leven, namelijk: levende wezens doden, moordzuchtig zijn, bloed aan de handen hebben, geneigd zijn tot slaan en geweld, meedogenloos zijn ten opzichte van levende wezens.”

 “Maar hier, student, is een vrouw of een man, die gestopt is met het doden van levende wezens, die zich onthoudt van het doden van levende wezens, die de zweep en het wapen terzijde heeft gelegd, die zorgzaam en vriendelijk is; dit is iemand die voortdurend mededogen heeft met alle levende wezens. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren op een gelukkige bestemming, mogelijk in de hemelse wereld. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan leeft hij lang, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar een lang leven, namelijk: het stoppen van het doden van levende wezens, het zich onthouden van het doden van levende wezens, de zweep en het wapen terzijde leggen, zorgzaam en vriendelijk zijn; voortdurend mededogen hebben met alle levende wezens.”

De wegen die naar ziekte en naar gezondheid leiden

“Hier, student, is een vrouw of een man die wezens letsel toebrengt met zijn handen, met kluiten aarde, met een stok of met een mes. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, mogelijk in de hel. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij ziekelijk, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar ziekte, namelijk: wezens letsel toebrengen met de handen, met kluiten aarde, met een stok of met een mes.”

“Maar hier, student, is een vrouw of een man die wezens geen letsel toebrengt met zijn handen, met kluiten aarde, met een stok of met een mes. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren op een gelukkige bestemming, mogelijk in de hemelse wereld. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij gezond, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar gezondheid, namelijk: wezens geen letsel toebrengen met de handen, met kluiten aarde, met een stok of met een mes.”

De wegen die naar lelijkheid en naar schoonheid leiden

“Hier, student, is een vrouw of een man van een boosaardig en prikkelbaar karakter; zelfs bij de minste of geringste kritiek voelt hij zich beledigd, wordt hij boos, vijandig, wraakzuchtig en geeft hij blijk van kwaadwilligheid, haat en bitterheid. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, mogelijk in de hel. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij lelijk, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar lelijkheid, namelijk: een boosaardig en prikkelbaar karakter hebben; bij de minst geringste kritiek beledigd zijn, boos, vijandig, wraakzuchtig zijn en blijk geven van kwaadwilligheid, haat en bitterheid.”

“Maar hier, student, is een vrouw of een man niet van een boosaardig en prikkelbaar karakter; die zich niet beledigd voelt bij kritiek, niet boos, niet vijandig, niet wraakzuchtig en hij geeft geen blijk van kwaadwilligheid, haat en bitterheid. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren op een gelukkige bestemming, mogelijk in de hemelse wereld. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij mooi, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar schoonheid, namelijk: geen boosaardig en prikkelbaar karakter hebben; bij kritiek je niet beledigd voelen, niet boos, niet vijandig, niet wraakzuchtig zijn en geen blijk geven van kwaadwilligheid, haat en bitterheid.”

De wegen die naar onbeduidendheid en naar invloedrijkheid leiden

“Hier, student, is een vrouw of een man jaloers, iemand die afgunstig is, iemand die anderen hun winst misgunt, wrok koestert omdat anderen hulde betuiging, respect, eerbiediging, begroetingen en verering ontvangen. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, mogelijk in de hel. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij onbeduidend, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar onbeduidendheid, namelijk: jaloers zijn, afgunstig zijn, anderen hun winst misgunnen, en wrok koesteren omdat anderen hulde betuiging, respect, eerbiediging, begroetingen en verering ontvangen.”

“Maar hier, student, is een vrouw of een man niet jaloers, iemand die niet afgunstig is, iemand die anderen hun winst niet misgunt, geen wrok koestert omdat anderen hulde betuiging, respect, eerbiediging, begroetingen en verering ontvangen. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren op een gelukkige bestemming, mogelijk in de hemelse wereld. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij invloedrijk, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar invloedrijkheid, namelijk: niet jaloers zijn, niet afgunstig zijn, anderen hun winst gunnen, geen wrok koesteren omdat anderen hulde betuiging, respect, eerbiediging, begroetingen en verering ontvangen.”

De wegen die naar armoede en naar welgesteldheid leiden

“Hier, student, is een vrouw of een man die geen eten, drinken, kleding, schoeisel, bloemen, wierrook, zalven, geen slaapplaats, geen onderdak, en geen licht geeft aan kluizenaars of brahmanen. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, mogelijk in de hel. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij arm, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar armoede, namelijk: geen eten, drinken, kleding, schoeisel, bloemen, wierrook, zalven, geen slaapplaats, geen onderdak, en geen licht geven aan kluizenaars of brahmanen.”

“Maar hier, student, is een vrouw of een man die eten, drinken, kleding, schoeisel, bloemen, wierrook, zalven, een slaapplaats, een onderdak, en licht geeft aan kluizenaars of brahmanen. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren op een gelukkige bestemming, mogelijk in de hemelse wereld. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij welgesteld, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar welgesteldheid, namelijk: het geven van eten, drinken, kleding, schoeisel, bloemen, wierrook, zalven, een slaapplaats, een onderdak, en licht geven aan kluizenaars of brahmanen.”

De wegen die naar lage afkomst en naar hoge afkomst leiden

“Hier, student, is een vrouw of een man halsstarrig en arrogant; hij betuigt geen hulde aan wie hij hulde zou moeten betuigen, hij staat niet op voor wie hij zou moeten opstaan, hij geeft geen zitplaats aan wie een zitplaats verdient, hij gaat niet opzij voor wie hij opzij zou moeten gaan, hij vereert niet degene die vereerd zou moeten worden, hij respecteert niet degene die gerespecteerd zou moeten worden, hij eerbiedigt niet degene die geëerbiedigd zou moeten worden, hij eert niet degene die geëerd zou moeten worden. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, mogelijk in de hel. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij van lage afkomst, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar lage afkomst, namelijk: halsstarrig en arrogant zijn; geen hulde betuigen aan wie hulde betuigd zou moeten worden, niet opstaan voor wie men zou moeten opstaan, geen zitplaats geven aan degene die een zitplaats verdient, niet opzij gaan voor degene waarvoor men opzij zou moeten gaan, niet degene vereren die vereerd zou moeten worden, niet degene respecteren die gerespecteerd zou moeten worden, niet degene eerbiedigen die geëerbiedigd zou moeten worden, niet degene eren de geëerd zou moeten worden.”

“Maar hier, student, is een vrouw of een man niet halsstarrig en niet arrogant; hij betuigt hulde aan wie hij hulde zou moeten betuigen, hij staat op voor wie hij zou moeten opstaan, hij geeft een zitplaats aan wie een zitplaats verdient, hij gaat opzij voor wie hij opzij zou moeten gaan, hij vereert degene die vereerd zou moeten worden, hij respecteert degene die gerespecteerd zou moeten worden, hij eerbiedigt degene die geëerbiedigd zou moeten worden, hij eert degene die geëerd zou moeten worden. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren op een gelukkige bestemming, mogelijk in de hemelse wereld. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij van hoge afkomst, ongeacht waar hij herboren wordt.”

 “Dit, student, is de weg die leidt naar hoge afkomst, namelijk: niet halsstarrig en niet arrogant zijn; hulde betuigen aan wie hulde betuigd zou moeten worden, opstaan voor wie men zou moeten opstaan, een zitplaats geven aan degene die een zitplaats verdient, opzij gaan voor degene waarvoor men opzij zou moeten gaan, hem vereren die vereerd zou moeten worden, hem respecteren die gerespecteerd zou moeten worden, hem eerbiedigen die geëerbiedigd zou moeten worden, hem eren de geëerd zou moeten worden.”

De wegen die naar domheid en naar wijsheid leiden

“Hier, student, is een vrouw of een man die geen bezoek brengt aan een monnik of een brahmaan en dan de vraag stelt: ‘Wat, Eerwaarde Heer, is heilzaam? Wat is onheilzaam? Wat is berispelijk? Wat is niet berispelijk? Wat moet ontwikkeld worden? Wat moet niet ontwikkeld worden? Welk soort gedrag zal voor lange tijd tot mijn nadeel en lijden strekken? Welk soort gedrag zal voor lange tijd tot mijn voordeel en geluk strekken?’ Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, mogelijk in de hel. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren in een staat van ellende, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij dom, ongeacht waar hij herboren wordt.”

“Dit, student, is de weg die leidt naar domheid, namelijk: geen bezoek brengen aan een monnik of een brahmaan en dan de vraag stellen: ‘Wat, Eerwaarde Heer, is heilzaam? Wat is onheilzaam? Wat is berispelijk? Wat is niet berispelijk? Wat moet ontwikkeld worden? Wat moet niet ontwikkeld worden? Welk soort gedrag zal voor lange tijd tot mijn nadeel en lijden strekken? Welk soort gedrag zal voor lange tijd tot mijn voordeel en geluk strekken?’”

“Maar hier, student, is een vrouw of een man die een bezoek brengt aan een monnik of een brahmaan en dan de vraag stelt: ‘Wat, Eerwaarde Heer, is heilzaam? Wat is onheilzaam? Wat is berispelijk? Wat is niet berispelijk? Wat moet ontwikkeld worden? Wat moet niet ontwikkeld worden? Welk soort gedrag zal voor lange tijd tot mijn nadeel en lijden strekken? Welk soort gedrag zal voor lange tijd tot mijn voordeel en geluk strekken?’. Vanwege de uitvoering en vanwege het feit dat men hiermee instemt, wordt hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren op een gelukkige bestemming, mogelijk in de hemelse wereld. Als hij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, niet wordt wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld, maar in plaats daarvan terugkomt in de menselijke staat, dan is hij wijs, ongeacht waar hij herboren wordt.”

 “Dit, student, is de weg die leidt naar wijsheid, namelijk: een bezoek brengen aan een monnik of een brahmaan en dan de vraag stellen: ‘Wat, Eerwaarde Heer, is heilzaam? Wat is onheilzaam? Wat is berispelijk? Wat is niet berispelijk? Wat moet ontwikkeld worden? Wat moet niet ontwikkeld worden? Welk soort gedrag zal voor lange tijd tot mijn nadeel en lijden strekken? Welk soort gedrag zal voor lange tijd tot mijn voordeel en geluk strekken?’”

Conclusie

 “Op die manier, student, zorgt de weg die leidt naar een kort leven ervoor, dat mensen kort leven, en zorgt de weg die leidt naar een lang leven ervoor, dat mensen lang leven; zorgt de weg die leidt naar ziekte ervoor, dat mensen ziek zijn, en zorgt de weg die leidt naar gezondheid ervoor, dat mensen gezond zijn; zorgt de weg die leidt naar lelijkheid ervoor, dat mensen lelijk zijn, en zorgt de weg die leidt naar schoonheid ervoor, dat mensen mooi zijn; zorgt de weg die leidt naar onbeduidendheid ervoor, dat mensen onbeduidend zijn, en zorgt de weg die leidt naar invloedrijkheid ervoor, dat mensen invloedrijk zijn; zorgt de weg die leidt naar armoede ervoor, dat mensen arm zijn, en zorgt de weg die leidt naar welgesteldheid ervoor, dat mensen welgesteld zijn; zorgt de weg die leidt naar lage afkomst ervoor, dat mensen van lage afkomst zijn, en zorgt de weg die leidt naar hoge afkomst ervoor, dat mensen van hoge afkomst zijn; zorgt de weg die leidt naar domheid ervoor, dat mensen dom zijn, en zorgt de weg die leidt naar wijsheid ervoor, dat mensen wijs zijn.”

 “Student, wezens zijn eigenaren van hun daden, erfgenamen van hun daden; zij zijn gevormd door hun daden, zij zijn verbonden aan hun daden, zij hebben hun daden als hun thuisbasis. Het is door de daad dat wezens minderwaardig of voortreffelijk zijn.”

Slot

Toen dit gezegd was, zei de brahmaanse student Subha, zoon van Todeyya, tegen de Gezegende: “Het is verbazingwekkend, Eerwaarde Gotama, het is wonderbaarlijk, Eerwaarde Gotama! Net zoals iemand rechtzet wat op z'n kop staat, openbaar maakt wat verborgen was, of de weg wijst aan hem die verdwaald is, of een lamp omhoog houdt in de duisternis zodat zij die ogen hebben dingen zullen zien; net zo is de Dhamma door de Eerwaarde Gotama op vele manieren uitgelegd! Daarom, neem ik mijn toevlucht in hem, in zijn Dhamma en in zijn Sangha. Dat de Gezegende mij als een volgeling moge aannemen als iemand die zijn toevlucht heeft genomen vanaf deze dag tot het einde van zijn leven!”



Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Majjhima Nikaya 136, De Grote Uiteenzetting over Kamma
« Reactie #2 Gepost op: 06-09-2015 11:52 »
http://www.sleuteltotinzicht.nl/m136.htm

nummering tussen [..] verwijst naar noten onderaan de tekst. (...) zijn soms gebruikt om veel herhaling te voorkomen. Kortgezegd: deze sutta toont dat iemand met helder schouwen kan zien dat iemand die veel wangedrag heeft vertoond met lichaam,  spraak en geest toch wordt wedergeboren op een goede bestemming en iemand met juist gedrag in de hel. Hoe kan dat? De Boeddha verklaart dit. Tegelijkertijd wordt vastgehouden aan het principe dat wandaden tot leed leiden en dat heilzame daden tot heil leiden. De Sutta geeft ook aan dat je dus verkeerde conclusies kan trekken uit wat je waarneemt.

Majjhima Nikaya 136, De Grote Uiteenzetting over Kamma


1. Aldus heb ik gehoord. Eens leefde de Gezegende in Rajagaha, in het Bamboebos (Veluvana), de Voederplaats van de Eekhoorns. In die tijd leefde de Eerwaarde Samiddhi in een boshut.

De zwerver Potaliputta gaat naar de Eerwaarde Samiddhi

Toen kwam de zwerver Potaliputta, die bij wijze van training wandelde en rondzwierf, naar de Eerwaarde Samiddhi en wisselde begroetingen met hem uit. Toen het hoffelijke en lofwaardige gesprek was beëindigd, ging hij aan zijn zijde zitten. Toen hij dat had gedaan sprak hij tot de Eerwaarde Samiddhi:
2. "Vriend Samiddhi, ik heb dit gehoord en geleerd uit de mond van de monnik Gotama: 'Lichamelijke kamma's zijn vergeefs, verbale kamma's zijn vergeefs, alleen mentale kamma's zijn echt. Maar die toestand is pas te bereiken wanneer men een staat heeft bereikt waarin helemaal niets (van de gevolgen van kamma's) wordt gevoeld.'"
"Oh nee, vriend Potaliputta, zeg dat niet! Stel de Gezegende niet in een verkeerd daglicht! Het is niet goed de Gezegende in een verkeerd daglicht te stellen. De Gezegende zou niet aldus spreken: 'Lichamelijke kamma's zijn vergeefs, verbale kamma's zijn vergeefs, alleen mentale kamma's zijn echt. Maar die toestand is pas te bereiken wanneer men een staat heeft bereikt waarin helemaal niets (van de gevolgen van kamma's) wordt gevoeld.'"
"Hoe lang is het geleden dat jij van huis bent weggegaan, vriend Samiddhi?"
"Niet lang, vriend, drie jaar."
"Ziedaar, wat zullen we tegen de oudere bhikkhu's zeggen, als de jonge bhikkhu meent dat de Meester zo verdedigd moet worden? Na opzettelijk kamma te hebben gemaakt, vriend Samiddhi, via het lichaam, de spraak of de geest, wat voelt men dan (van het gevolg daarvan)?"
"Na opzettelijk kamma te hebben gemaakt, vriend Potaliputta, via het lichaam, de spraak of de geest, voelt men lijden (als het gevolg daarvan)."
Toen stond de zwerver Potaliputta, terwijl hij het noch eens noch oneens was met de woorden van de Eerwaarde Samiddhi, op van zijn plaats en ging weg.

De Eerwaarde Samiddhi gaat naar de Eerwaarde Ananda

3. Spoedig nadat de zwerver Potaliputta was weggegaan, ging de Eerwaarde Samiddhi naar de Eerwaarde Ananda en wisselde begroetingen met hem uit. Toen het hoffelijke en lofwaardige gesprek was beëindigd, ging hij aan zijn zijde zitten. Toen hij dat had gedaan, vertelde hij de Eerwaarde Ananda zijn hele gesprek met de zwerver Potaliputta.
Toen dit was gezegd, zei de Eerwaarde Ananda hem: "Vriend Samiddhi, dit gesprek moet aan de Gezegende verteld worden. Kom, laat ons naar de Gezegende gaan, en laat ons, na zo te hebben gedaan, hem hierover vertellen. Zoals hij antwoordt, zo zullen wij het onthouden."
"Goed, vriend", antwoordde de Eerwaarde Samiddhi.

De vraag over kamma wordt aan de Boeddha voorgelegd

Toen gingen zij gezamenlijk naar de Gezegende, en na hem respect te hebben betuigd, gingen zij aan zijn zijde zitten. Toen zij dat hadden gedaan, vertelde de Eerwaarde Ananda de Gezegende het hele gesprek van de Eerwaarde Samiddhi met de zwerver Potaliputta.
4. Toen dit was verteld, sprak de Gezegende tot de Eerwaarde Ananda: "Ik ken de zwerver niet eens van gezicht, Ananda. Hoe zou er zo'n gesprek geweest kunnen zijn? De vraag van de zwerver Potaliputta zou beantwoord moeten zijn na hem geanalyseerd te hebben, maar deze verblinde man Samiddhi beantwoordde hem zonder kwalificatie[1]."
Toen dit was gezegd, sprak de Eerwaarde Udayin tot de Gezegende: "Maar, Eerwaarde Heer, veronderstel dat de Eerwaarde Samiddhi toen hij sprak hiernaar verwees, namelijk: 'Al wat gevoeld wordt is lijden[2]'"
5. Toen richtte de Gezegende zich tot de Eerwaarde Ananda: "Zie, Ananda, hoe deze verblinde man Udayin tussenbeide komt. Ik wist, Ananda, dat deze verblinde man Udayin nu op onredelijke wijze tussenbeide zou komen. Om te beginnen betrof het de drie soorten gevoelens (vedana) waarover door de zwerver Potaliputta een vraag werd gesteld. Als deze verblinde man Samiddhi, toen hem de vraag werd gesteld, de zwerver Potaliputta aldus had geantwoord: 'Na een opzettelijk kamma gemaakt te hebben via het lichaam, de spraak en de geest dat (door het gevolg daarvan) voelbaar zal zijn als genoegen, voelt hij genoegen; na een opzettelijk kamma gemaakt te hebben via het lichaam, de spraak en de geest dat (door het gevolg daarvan) voelbaar zal zijn als pijn, voelt hij pijn; na een opzettelijk kamma gemaakt te hebben via het lichaam, de spraak en de geest dat (door het gevolg daarvan) voelbaar zal zijn noch als genoegen noch als pijn, voelt hij noch genoegen noch pijn' -- door hem aldus te antwoorden, Ananda, zou de verblinde man Samiddhi de zwerver Potaliputta het juiste antwoord gegeven hebben. Bovendien, Ananda, wie zijn de dwaze onnadenkende zwervers van andere sekten dat zij de grote uiteenzetting van kamma van de Tathagata zullen begrijpen? (Maar) als jij, Ananda, zou luisteren naar de Tathagata wanneer hij de grote uiteenzetting van kamma geeft, (zou jij het kunnen begrijpen)[3]."

De vier personen in verschillende omstandigheden

"Dit is het tijdstip, Gezegende, dit is het tijdstip, Verhevene, voor de Gezegende om de grote uiteenzetting van kamma te geven. Als de bhikkhu's het van de Gezegende gehoord hebben, zullen zij het onthouden."
"Luister dan, Ananda, en let goed op wat ik zal zeggen." -- "Zeker, Eerwaarde Heer", antwoordde de Eerwaarde Ananda. De Gezegende zei dit:
6. "Ananda, er bestaan vier soorten personen in de wereld. Welke vier?"
I. "Hier doodt iemand levende wezens, neemt wat niet gegeven is, misdraagt zich onder invloed van seksuele verlangens, vertelt leugens, spreekt boosaardig, spreekt wrede taal, roddelt, is hebzuchtig, is van kwade wil, en heeft verkeerd inzicht[4]. Bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, wordt hij wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel."
II. "Maar hier doodt iemand levende wezens, neemt wat niet gegeven is, misdraagt zich onder invloed van seksuele verlangens, vertelt leugens, spreekt boosaardig, spreekt wrede taal, roddelt, is hebzuchtig, is van kwade wil, en heeft verkeerd inzicht. Bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, wordt hij wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld."
III. "Hier onthoudt iemand zich van het doden van levende wezens, van het nemen van wat niet is gegeven, van wangedrag onder invloed van seksuele verlangens, van leugens, van kwaadaardige taal, van wrede taal, van roddel, hij is niet hebzuchtig, is niet van kwade wil, en heeft juist inzicht[5]. Bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, wordt hij wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld."
IV. "Maar hier onthoudt iemand zich van het doden van levende wezens, van het nemen van wat niet is gegeven, van wangedrag onder invloed van seksuele verlangens, van leugens, van kwaadaardige taal, van wrede taal, van roddel, hij is niet hebzuchtig, is niet van kwade wil, en heeft juist inzicht. Bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, wordt hij wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel.

Verschillende inzichten vanwege een bepaalde toestand

7. I. "Hier, Ananda, bereikt een monnik of brahmaan ten gevolge van ijver, inspanning, toewijding, vlijt, en juiste aandacht, zo'n concentratie van de geest dat hij, wanneer zijn geest geconcentreerd is, ziet met het hemelse gezichtsvermogen, dat gezuiverd is en het menselijke gezichtsvermogen overstijgt, dat hier iemand levende wezens doodt, neemt wat niet is gegeven, zich misdraagt onder invloed van seksuele verlangens, leugens vertelt, boosaardig spreekt, wrede taal spreekt, roddelt, hebzuchtig is, van kwade wil is, verkeerd inzicht heeft. Hij ziet dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, is wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel. Hij zegt: 'Het schijnt dat er slechte kamma's bestaan en dat wangedrag gevolgen heeft; want ik heb gezien dat hier iemand levende wezens doodde (...) verkeerd inzicht had. Ik heb gezien dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, is wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel.' Hij zegt: 'Het schijnt dat iemand die levende wezens doodt (...) verkeerd inzicht heeft, altijd, bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, zal worden wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel. Zij die aldus weten, weten het goed; zij die anderszins weten vergissen zich in hun kennis.'"
"Op die manier begrijpt hij hardnekkig verkeerd wat hij zelf te weten is gekomen, heeft gezien en gevoeld; terwijl hij alleen daaraan vasthoudt, zegt hij: 'Alleen dit is waar, al het andere is verkeerd.'"
8. II. "Maar hier bereikt een monnik of brahmaan ten gevolge van ijver, inspanning, toewijding, vlijt, en juiste aandacht, zo'n concentratie van de geest dat hij, wanneer zijn geest geconcentreerd is, ziet met het hemelse gezichtsvermogen, dat gezuiverd is en het menselijke gezichtsvermogen overstijgt, dat hier iemand levende wezens doodt (...) verkeerd inzicht heeft. Hij ziet dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, is wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld. Hij zegt: 'Het schijnt dat er geen slechte kamma's bestaan, dat wangedrag geen gevolgen heeft. Want ik heb gezien dat hier iemand levende wezens doodde (...) verkeerd inzicht had. Ik heb gezien dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, is wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld.' Hij zegt: 'Het schijnt dat iemand die levende wezens doodt (...) verkeerd inzicht heeft, altijd, bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, zal worden wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld. Zij die aldus weten, weten het goed; zij die anderszins weten vergissen zich in hun kennis.'"
"Op die manier begrijpt hij hardnekkig verkeerd wat hij zelf te weten is gekomen, heeft gezien en gevoeld; terwijl hij alleen daaraan vasthoudt, zegt hij: 'Alleen dit is waar, al het andere is verkeerd.'"
9. III. "Hier bereikt een monnik of brahmaan ten gevolge van ijver, inspanning, toewijding, vlijt, en juiste aandacht, zo'n concentratie van de geest dat hij, wanneer zijn geest geconcentreerd is, ziet met het hemelse gezichtsvermogen, dat gezuiverd is en het menselijke gezichtsvermogen overstijgt, dat hier iemand zich onthoudt van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft. Hij ziet dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, is wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld. Hij zegt: 'Het schijnt dat er goede kamma's bestaan, dat goed gedrag gevolgen heeft. Want ik heb gezien dat hier iemand zich onthield van het doden van levende wezens (...) juist inzicht had. Ik zag dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, was wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld.' Hij zegt: 'Het schijnt dat iemand die zich onthoudt van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft, altijd, bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, zal worden wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld. Zij die aldus weten, weten het goed; zij die anderszins weten vergissen zich in hun kennis.'"
"Op die manier begrijpt hij hardnekkig verkeerd wat hij zelf te weten is gekomen, heeft gezien en gevoeld; terwijl hij alleen daaraan vasthoudt, zegt hij: 'Alleen dit is waar, al het andere is verkeerd.'"
10. IV. "Maar hier bereikt een monnik of brahmaan ten gevolge van ijver, inspanning, toewijding, vlijt, en juiste aandacht, zo'n concentratie van de geest dat hij, wanneer zijn geest geconcentreerd is, ziet met het hemelse gezichtsvermogen, dat gezuiverd is en het menselijke gezichtsvermogen overstijgt, dat hier iemand zich onthoudt van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft. Hij ziet dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, is wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel. Hij zegt: 'Het schijnt dat er geen goede kamma's bestaan, dat goed gedrag geen gevolgen heeft. Want ik heb gezien dat hier iemand zich onthield van het doden van levende wezens (...) juist inzicht had. Ik zag dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, was wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel.' Hij zegt: 'Het schijnt dat iemand die zich onthoudt van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft, altijd, bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, zal worden wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel. Zij die aldus weten, weten het goed; zij die anderszins weten vergissen zich in hun kennis.'"
"Op die manier begrijpt hij hardnekkig verkeerd wat hij zelf te weten is gekomen, heeft gezien en gevoeld; terwijl hij alleen daaraan vasthoudt, zegt hij: 'Alleen dit is waar, al het andere is verkeerd.'"

Verklaring van de inzichten

11. I. "Welnu, Ananda, wanneer een monnik of brahmaan aldus spreekt: 'Het schijnt dat er slechte kamma's bestaan, dat wangedrag gevolgen heeft', geef ik hem daarin gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Want ik heb gezien dat iemand levende wezens doodde (...) verkeerd inzicht had. Ik zag dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, was wedergeboren in staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel', geef ik hem daarin gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Het schijnt dat iemand die levende wezens doodt (...) verkeerd inzicht heeft, altijd, bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, zal worden wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Zij die aldus weten, weten het goed; zij die anderszins weten vergissen zich in hun kennis', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij hardnekkig verkeerd begrijpt wat hij zelf te weten is gekomen, heeft gezien en gevoeld; en wanneer hij, terwijl hij alleen daaraan vasthoudt, zegt: 'Alleen dit is waar, al het andere is verkeerd', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Hoe komt dat? De kennis van de Tathagata omtrent de grote uiteenzetting over kamma is anders."
12. II. "Wanneer nu een monnik of brahmaan aldus spreekt: 'Het schijnt dat er geen slechte kamma's bestaan, dat wangedrag geen gevolgen heeft', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Want ik heb gezien dat iemand levende wezens doodde (...) verkeerd inzicht had. Ik zag dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, was wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld', geef ik hem daarin gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Het schijnt dat iemand die levende wezens doodt (...) verkeerd inzicht heeft, altijd, bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, zal worden wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Zij die aldus weten, weten het goed; zij die anderszins weten vergissen zich in hun kennis', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij hardnekkig verkeerd begrijpt wat hij zelf te weten is gekomen, heeft gezien en gevoeld; en wanneer hij, terwijl hij alleen daaraan vasthoudt, zegt: 'Alleen dit is waar, al het andere is verkeerd', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Hoe komt dat? De kennis van de Tathagata omtrent de grote uiteenzetting over kamma is anders."
13. III. "Wanneer nu een monnik of brahmaan aldus spreekt: 'Het schijnt dat goede kamma's bestaan, dat goed gedrag gevolgen heeft', geef ik hem daarin gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Want ik heb gezien dat iemand zich hier onthield van het doden van levende wezens (...) juist inzicht had. Ik zag dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, was wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld', geef ik hem daarin gelijk."
"Wanneer hij zegt: 'Het schijnt dat iemand die zich onthoudt van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft, bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, altijd wordt wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld[6]', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij zegt: 'Zij die aldus weten, weten het goed; zij die anderszins weten vergissen zich in hun kennis', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij hardnekkig verkeerd begrijpt wat hij zelf te weten is gekomen, heeft gezien en gevoeld; en wanneer hij, terwijl hij alleen daaraan vasthoudt, zegt: 'Alleen dit is waar, al het andere is verkeerd', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Hoe komt dat? De kennis van de Tathágata omtrent de grote uiteenzetting over kamma is anders."
14. IV. "Wanneer nu een monnik of brahmaan aldus spreekt: 'Het schijnt dat er geen goede kamma's bestaan, dat goed gedrag geen gevolgen heeft', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Want ik heb gezien dat iemand zich hier onthield van het doden van levende wezens (...) juist inzicht had. Ik zag dat hij bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, was wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel', geef ik hem daarin gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Iemand die zich onthoudt van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft, zal altijd, bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, worden wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij aldus spreekt: 'Zij die aldus weten, weten het goed; zij die anderszins weten vergissen zich in hun kennis', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Wanneer hij hardnekkig verkeerd begrijpt wat hij zelf te weten is gekomen, heeft gezien en gevoeld; en wanneer hij, terwijl hij alleen daaraan vasthoudt, zegt: 'Alleen dit is waar, al het andere is verkeerd', geef ik hem daarin geen gelijk."
"Hoe komt dat? De kennis van de Tathagata omtrent de grote uiteenzetting over kamma is anders."

De grote uiteenzetting over kamma

15. I. "Welnu, Ananda, er is de persoon die hier levende wezens heeft gedood (...) verkeerd inzicht heeft gehad. En bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, wordt hij wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel[7]. Maar (wellicht) was het slechte kamma dat zijn lijden voortbrengt, eerder door hem gemaakt, of was het slechte kamma dat zijn lijden voortbrengt later door hem gemaakt, of was verkeerd inzicht door hem opgevat en voltooid op het moment van zijn dood[8]. En dat was waarom hij, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, werd wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel. Maar aangezien hij hier levende wezens heeft gedood (...) verkeerd inzicht heeft gehad, zal hij het gevolg daarvan hier en nu voelen, of in zijn volgende wedergeboorte, of in een daarop volgend bestaan."
16. II. "Nu is er de persoon die hier levende wezens heeft gedood (...) verkeerd inzicht heeft gehad. En bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, wordt hij wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld.[9] Maar (wellicht) was het goede kamma dat zijn geluk voortbrengt, eerder door hem gemaakt, of was het goede kamma dat zijn geluk voortbrengt later door hem gemaakt, of was juist inzicht door hem opgevat en voltooid op het moment van zijn dood. En dat was waarom hij, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, werd wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld. Maar aangezien hij hier levende wezens heeft gedood (...) verkeerd inzicht heeft gehad, zal hij het gevolg daarvan hier en nu voelen, of in zijn volgende wedergeboorte, of in een daarop volgend bestaan[10]."
17. III. "Nu is er de persoon die hier heeft afgezien van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft gehad. En bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, wordt hij wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld[11]. Maar (wellicht) was het goede kamma dat zijn geluk voortbrengt eerder door hem gemaakt, of was het goede kamma dat zijn geluk voortbrengt later door hem gemaakt, of was juist inzicht door hem opgevat en voltooid op het moment van zijn dood. En dat was waarom hij, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, werd wedergeboren op een gelukkige bestemming, in de hemelse wereld. Maar omdat hij hier heeft afgezien van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft gehad, zal hij het gevolg daarvan hier en nu voelen, of in zijn volgende wedergeboorte, of in een daarop volgend bestaan."
18. IV. "Nu is er de persoon die hier heeft afgezien van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft gehad. En bij de ontbinding van het lichaam, na de dood, wordt hij wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel[12]. Maar (wellicht) was het slechte kamma dat zijn lijden voortbrengt, eerder door hem gemaakt, of was het slechte kamma dat zijn lijden voortbrengt later door hem gemaakt, of was verkeerd inzicht door hem opgevat en voltooid op het moment van zijn dood. En dat was waarom hij, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, werd wedergeboren in de staten van ontbering, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, in de hel. Maar aangezien hij hier heeft afgezien van het doden van levende wezens (...) juist inzicht heeft gehad, zal hij het gevolg daarvan hier en nu voelen, of in zijn volgende wedergeboorte, of in een daarop volgend bestaan[13]."
19. "Aldus, Ananda,
is er kamma dat niet in staat is (om een goed gevolg voort te brengen) en niet in staat lijkt (om een goed gevolg voort te brengen);
er is kamma dat niet in staat is (om een goed gevolg voort te brengen) en in staat lijkt (om een goed gevolg voort te brengen);
er is kamma dat in staat is (om een goed gevolg voort te brengen) en in staat lijkt (om een goed gevolg voort te brengen);
er is kamma dat in staat is (om een goed gevolg voort te brengen) en niet in staat lijkt (om een goed gevolg voort te brengen)[14]."
Dit is wat de Gezegende zei. De Eerwaarde Ananda was tevreden gesteld en hij verheugde zich in de woorden van de Gezegende.

Eindnoten (zie wbk verwijst naar de site, raadpleeg eventueel de site en hyperlink aldaar, Siebe)

[1] Dit zijn twee van de vier manieren om een vraag te beantwoorden. De andere twee zijn: antwoorden met een tegenvraag, en de vraag 'terzijde leggen', dat wil zeggen antwoorden met stilzwijgen. Zie wbk pañha byakarana
[2] Dit is een citaat van de woorden van de Boeddha: zie Samyutta Nikaya, Vedana Samyutta, Rahogata vagga Sutta 1.
[3] Dit is een toevoeging die noodzakelijk is om deze zin te begrijpen.
[4] Dit zijn de tien onheilzame soorten kamma, zie wbk kamma patha.
[5] Dit zijn de tien heilzame soorten kamma.
[6] Dit komt neer op de overtuiging in theïstische religies waar verondersteld wordt dat deugdzaamheid en geloof (= al wat gehouden wordt voor juist inzicht) verlossing garanderen.
[7] Devadatta bijvoorbeeld, die prins Ajatasattu overhaalde om zijn vader (die een 'in de stroom getredene' was) te vermoorden, probeerde driemaal de Boeddha te vermoorden en slaagde er eens in hem te verwonden en veroorzaakte een schisma in de Sangha; de laatste twee handelingen leiden stellig tot een geboorte in de hel.
[8] Deze opeenvolging van drie frasen lijkt te betekenen: 'eerder' ofwel eerder in dit leven voor hij hetzij de heilzame hetzij de onheilzame soorten kamma op zich nam, ofwel in een vorig leven; 'later' later in datzelfde leven, want zelfs als iemand veel slecht kamma maakt, zal hij gewoonlijk zo nu en dan ook wat goed kamma maken; 'verkeerd inzicht (...) moment van zijn dood' dit soort verkeerd inzicht zal van het type zijn 'er is geen kamma, er zijn geen gevolgen van kamma, er is geen kwaad, er zijn geen gevolgen van kwaad', etc.
De volgende geboorte hangt feitelijk af van hetgeen tijdens de laatste momenten het object was van het bewustzijn van de stervende. Op dat moment moet men zich al zijn goede kamma in herinnering roepen: edelmoedigheid, liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, zuivere leefregels, etc. Aan kwaad moet dan niet gedacht worden, hoewel zwaar slecht kamma dat eerder gemaakt is, zich in de geest kan binnendringen en het moeilijk of onmogelijk kan maken dat men zich zijn edelmoedigheid en deugdzaamheid in het naleven van de voorschriften herinnert.
[9] Een goed voorbeeld hiervan is het verhaal van 'Kopertand', de openbare beul die, na een loopbaan vol moord als rover, daarna als de moordenaar van zijn eigen rovervrienden en later gedurende vijftig jaar als beul van alle misdadigers, werd onderwezen door de Eerwaarde Sariputta Thera. Zijn geest werd bevrijd van de zware last van slecht kamma zodat hij een hemelse wedergeboorte bereikte.
[10] Hoewel zo iemand een hemelse geboorte heeft bereikt zal het slechte kamma dat hij heeft gemaakt vroeger of later rijpen; hij is niet ontsnapt aan de gevolgen ervan.
[11] Koning Pasenadi van Kosala, bijvoorbeeld.
[12] Dit was wat koningin Mallika, de vrouw van koning Pasenadi, overkwam, die een goed leven had geleid, edelmoedig, zich houdend aan de vijf regels en aan de acht regels (zie sikkhapada) op uposatha dagen etc. Maar eens deed zij kwaad door een seksuele verhouding met een hond te hebben. Dit kwaad dat zij niet bekend had, woog zwaar op haar geest en zij herinnerde het zich toen zij stierf. Als gevolg daarvan bracht zij zeven dagen in de hel door. De kracht van haar goedheid afkomstig van het maken van veel goede kamma's gaf haar daarna een wedergeboorte in een hemelse wereld. Zie Commentaar bij de Dhammapada, 3: 119-123.
[13] Hoewel deze deugdzame en goede persoon een lage wedergeboorte heeft verkregen door de kracht van eerder gemaakt slecht kamma, zal toch het goede kamma door hem gemaakt vroeger of later rijpen, wanneer het een kans krijgt.
[14] Deze laatste beknopte paragraaf is wellicht duidelijk geweest voor de Eerwaarde Ananda Thera, of hij heeft misschien gevraagd om een uitleg, zoals wij die nodig hebben en vinden in het Commentaar, dat zegt:
Een sterk onheilzaam kamma (niet in staat om een goed gevolg voort te brengen), waarvan het gevolg zal komen vóór de gevolgen van zwakkere onheilzame kamma's.
Heilzaam kamma (dat in staat lijkt om een goed gevolg voort te brengen) wordt gevolgd door onheilzaam kamma gemaakt vlak voor de dood, dat zorgt dat het eerder genoemde kamma niet in staat is om onmiddellijk een goed gevolg voort te brengen.
Een sterk heilzaam kamma zal zelfs eerder rijpen dan veel opeengehoopt onheilzaam kamma.
Onheilzaam kamma (dat niet in staat lijkt om een goed gevolg voort te brengen) wordt gevolgd door heilzaam kamma gemaakt vlak voor de dood, dat eerst zal rijpen en in staat is om goede gevolgen voort te brengen.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 6.63
« Reactie #3 Gepost op: 07-09-2015 17:24 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling, Bhkkhu Bodhi, 2012, door mij vertaald]

www.accestoinsight.com leidt de onderstaande sutta als volgt in: “De Boeddha verklaart dat meesterschap over de Dhamma komt van het mediteren op zes factoren in de geest, die elk grondig/diep begrepen dienen te worden, op zes verschillende manieren”.

Welke zes factoren?
1. Zintuiglijke genoegens, 2. Gevoelens, 3. Waarnemingen. 4. De Asava’s, 5. Kamma en 6. Lijden.
Van elke factor dient men inzicht/kennis te ontwikkelen op zes manieren:
A. Wat is het? B. De bron en oorsprong er van. C. De diversiteit. D. De Gevolgen. E. De beëindiging er van. F. De Weg leidend tot de beëindiging er van.

Ik zal in het kader van het onderwerp van deze draad “Kamma” alleen de fragmenten over Kamma van deze Sutta vertalen.

Deze Anguttara Nikaya 6.63 sutta wordt in gesprekken over kamma vaak aangehaald omdat dit, kennelijk, één van de weinige plekken is waar te lezen is wat de Boeddha met Kamma bedoelde in zijn Leer, hoe hij het definieerde en gebruikte in zijn Leer.

Anguttara Nikaya 6.63, Nibbedhika Sutta, Doordringend

(...)
(5) “Kamma dient begrepen te worden; de bron en oorsprong van kamma dient begrepen te worden; de diversiteit van kamma dient begrepen te worden; de gevolgen van kamma dienen begrepen te worden; de beëindiging van kamma dient begrepen te worden; de weg leidend naar de beëindiging van kamma dient begrepen te worden”.

(...nu wordt in het onderstaande uitgewerkt wat wordt bedoeld)

(5) “Wanneer er werd gezegd: ‘Kamma dient begrepen te worden; de bron en oorsprong van kamma dient begrepen te worden; de diversiteit van kamma dient begrepen te worden; de gevolgen van kamma dienen begrepen te worden; de beëindiging van kamma dient begrepen te worden; de weg leidend naar de beëindiging van kamma dient begrepen te worden’, om welke reden werd dit gezegd?
“Het is wilsactiviteit (cetana, Siebe), bhikkhu’s, dat ik kamma noem. Want gewild hebbend, handelt men door lichaam, spraak en geest.
“En wat is de bron en oorsprong van kamma? Contact is diens bron en oorsprong.
“En wat is de diversiteit van kamma? Er is kamma dat wordt ervaren in de hel; er is kamma dat wordt ervaren in het dierenrijk; er is kamma dat wordt ervaren in het rijk van gekwelde geesten; er is kamma dat wordt ervaren in de mensen wereld; en er is kamma dat wordt ervaren in de deva wereld. Dit wordt de diversiteit van kamma genoemd.
“En wat is het gevolg van kamma? Het gevolg van kamma, zeg ik, is drievoudig: [te worden ervaren] in dit huidige leven, of in de [volgende] wedergeboorte, of een daarop volgende gelegenheid. Dit wordt het gevolg van kamma genoemd.
“En wat, bhikkhu’s, is de beëindiging van kamma? Met het beëindigen van contact is er het beëindigen van kamma.
“Dit edele achtvoudige Pad is de weg leidend naar de beëindiging van kamma, namelijk, juiste visie, juiste intentie, juist spreken, juist handelen, juiste levensonderhoud, juiste inspanning, juiste indachtigheid en juiste concentratie.
“Wanneer, bhikkhu’s, een edele leerling aldus kamma begrijpt, de bron en oorsprong van kamma, de diversiteit van kamma, de gevolgen van kamma, de beëindiging van kamma en de weg leidend naar de beëindiging van kamma, begrijpt hij dat dit diepzinnige spirituele leven de beëindiging van kamma is.
“Wanneer er werd gezegd: ‘Kamma dient begrepen te worden; de bron en oorsprong van kamma dient begrepen te worden; de diversiteit van kamma dient begrepen te worden; de gevolgen van kamma dient begrepen te worden; de beëindiging van kamma dient begrepen te worden; de weg leidend naar de beeindiging van kamma dient begrepen te worden’ was het vanwege dit dat dit werd gezegd”.
(...)

Nog een bemerking (pas op voor Siebisme):
In deze sutta wordt dus aangegeven dat in de leer van de Boeddha kamma verwijst naar wilsactiviteit (cetana). Je kunt je afvragen wat daar allemaal onder valt, nietwaar?
Ik heb het zo begrepen dat wilsactiviteit niet alleen verwijst naar duidelijk welbewuste plannen, voornemens en intenties in de geest maar dat het ook verwijst naar het momentum/impuls of aandrang van latente neigingen.  Die latente neigingen kun je dan zien als iets wat je op een vaak onbewuste manier drijft, of motiveert, aanzet tot gedrag in geest, woord en gebaar. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat bij een bepaalde gelegenheid de latente neiging tot bijvoorbeeld kwade wil wordt getriggerd en van daaruit wilsactiviteit ontstaat dat dan kan uitgroeien bij jezelf tot een duidelijk bewust ervaren hekel of kwade wil.

Er zijn ook cetana sutta's en deze verwijzen in ieder geval ook naar plannen, voornemens en neigingen.

Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 3.34
« Reactie #4 Gepost op: 08-09-2015 11:08 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. Sutta door mij vertaald. Enkele noten van Bhikkhu Bodhi inbegrepen voor verduidelijking].

De onderstaande sutta beschrijft drie oorzaken voor negatief/onheilzaam kamma en drie oorzaken voor positief/heilzaam kamma. De sutta spreekt ook over niet-hebzucht, niet-haat en niet-begoocheling als oorzaken van kamma. Wat kan dat betekenen? Voorbeelden van niet-hebzucht, niet-haat, niet begoocheling zijn respectievelijk; geven vanuit een  altruistische motivatie, handelen vanuit liefdevolle vriendelijkheid en handelen vanuit wijsheid. De sutta beschrijft ook dat aan het rijpingsproces van karmische zaden een einde kan komen.

Anguttara Nikaya 3.34 (4), Oorzaken

“Bhikkhu’s, er zijn deze drie oorzaken voor het ontstaan van kamma. Welke drie? Hebzucht is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; haat is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; begoocheling is een oorzaak voor het ontstaan van kamma.
(1) “Ieder kamma, bhikkhu’s, gevormd door hebzucht, geboren vanuit hebzucht, veroorzaakt door hebzucht, ontstaan vanuit hebzucht, rijpt waar het individu dan ook wedergeboren wordt. Waar dat kamma dan ook rijpt, het is daar dat men het gevolg ervaart, ofwel in dit huidige leven, of in de [volgende] wedergeboorte, of een daarop volgende gelegenheid.
(2) “Ieder kamma, bhikkhu’s, gevormd door haat, geboren vanuit haat, veroorzaakt door haat, ontstaan vanuit haat, rijpt waar het individu dan ook wedergeboren wordt. Waar dat kamma dan ook rijpt, het is daar dat men het gevolg ervaart, ofwel in dit huidige leven, of in de [volgende] wedergeboorte, of een daarop volgende gelegenheid.
(3) “Ieder kamma, bhikkhu’s, gevormd door begoocheling, geboren vanuit begoocheling, veroorzaakt door begcooheling, ontstaan vanuit begoocheling, rijpt waar het individu dan ook wedergeboren wordt. Waar dat kamma dan ook rijpt, het is daar dat men het gevolg ervaart, ofwel in dit huidige leven, of in de [volgende] wedergeboorte, of een daarop volgende gelegenheid.

“Veronderstel, bhikkhu’s, dat zaden die intact zijn, niet verrot, niet beschadigd door de wind en de hitte van de zon, vruchtbaar, goed geconserveerd, in goed bewerkte aarde werden gezet, in een goed veld en de juiste hoeveel regen zouden ontvangen: op deze manieren zouden deze zaden groeien, toenemen, rijpen. Zo rijpt ook elk kamma dat gevormd is door hebzucht...haat...begoocheling, geboren vanuit begoocheling, waar het individu dan ook wordt wedergeboren. Waar dat kamma dan ook rijpt, het is daar dat men het gevolg ervaart, ofwel in dit huidige leven, of in de [volgende] wedergeboorte, of een daarop volgende gelegenheid. “Dit zijn de drie oorzaken van het ontstaan van kamma.

“Bhikkhu’s er zijn drie [andere] oorzaken voor het ontstaan van kamma (positief/heilzaam kamma, Siebe). Welke drie? Niet-hebzucht is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; niet-haat is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; niet begoocheling is een oorzaak voor het ontstaan van kamma.
(1) “Van ieder kamma, bhikkhu’s, gevormd door niet-hebzucht, geboren vanuit niet-hebzucht, veroorzaakt door niet-hebzucht, ontstaan vanuit niet-hebzucht, wordt afstand gedaan wanneer hebzucht verdwenen is; het bij de wortel afgesneden is, is gemaakt tot de stomp van een palmboom, is uitgewist zodat het in de toekomst niet meer kan ontstaan373.
(2) “Van ieder kamma gevormd door niet-haat, geboren vanuit niet-haat, veroorzaakt door niet-haat, ontstaan vanuit niet-haat, wordt afstand van gedaan wanneer haat verdwenen is; het bij de wortel afgesneden is, is gemaakt tot de stomp van een palmboom, is uitgewist zodat het in de toekomst niet meer kan ontstaan.
(3) “Van ieder kamma gevormd door niet-begoocheling, geboren vanuit niet-begoocheling, veroorzaakt door niet-begoocheling, ontstaan vanuit niet-begoocheling, wordt afstand van gedaan wanneer begoocheling verdwenen is; het bij de wortel afgesneden is, is gemaakt tot de stomp van een palmboom, is uitgewist zodat het in de toekomst niet meer kan ontstaan.

“Veronderstel, bhikkhu’s, dat er zaden zijn die intact zijn, niet verrot, niet beschadigd door de wind en de hitte van de zon, vruchtbaar, goed geconserveerd. Daarna zou een man ze in een vuur verbranden, ze tot as reduceren, en de as ziften in een sterke wind of ze laat meevoeren door de snelle stroming van een rivier. Op deze manier zouden deze zaden bij de wortel zijn afgesneden, gemaakt tot de stomp van een palmboom, uitgewist zodat ze niet meer in de toekomst kunnen ontstaat.
Zo geldt ook dat van elk kamma dat gevormd is door niet-hebzucht....niet-haat....niet-begoocheling, geboren vanuit niet-begoocheling, veroorzaakt door niet-begoocheling, ontstaan vanuit niet-begoocheling, afstand wordt gedaan wanneer begoocheling is verdwenen; het is bij de wortel afgesneden, gemaakt tot de stomp van een palmboom, uitgewist zodat ze niet meer in de toekomst kan ontstaan.

Wat voor kamma een onwetend persoon ook [gedaan heeft]
Geboren vanuit hebzucht, haat of begoocheling,
Of wat door hem gevormd werd nou weinig of veel was,
Het wordt precies hier ervaren:
Er bestaat geen andere plek voor374.

Daarom dient een wijs persoon afstand te doen van
[iedere daad] geboren vanuit hebzucht, haat en begoocheling.
Een bhikkhu, kennis teweegbrengend,
Dient afstand te doen van alle slechte bestemmingen.

noot 373 verklaart: “Deze verklaring moet zorgvuldig geïnterpreteerd worden. Voor een arahant- die afstand heeft gedaan van hebzucht, haat en begoocheling- is het kamma dat eerder gecreëerd is, of dat nu goed of slecht is, nog altijd in staat om te rijpen tijdens het laatste leven. Maar omdat er geen verdere wedergeboorte is, geraakt bij diens heengaan al het in het verleden verzamelde kamma buiten werking. Dus de intentie van deze verklaring is niet dat het eerdere kamma van een arahant niet kan rijpen terwijl de arahant leeft, maar dat het buiten werking geraakt bij het heengaan van de arahant; want er zal geen verder bestaans-continuum zijn waarin diens vruchten zouden kunnen ontstaan.
Brahmali schrijft: “Er moet hier een onderscheid zijn tussen ‘niet-hebzucht (alobha) en de situatie dat ‘hebzucht verdwenen is’ (lobha vigata). De eerste moet verwijzen naar de motivatie achter een specifieke actie, de laatste naar het volledig ontwortelen van hebzucht, alleen bereikt door de niet-terugkerende of de arahant. Alleen in het licht van dit onderscheid slaat deze verklaring ergens op.

noot 374 in eigen woorden kort samengevat: het kamma dat wordt verzameld rijpt niet bij een ander maar bij jezelf, in je eigen geestesstroom.


groet,
Siebe

lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #5 Gepost op: 08-09-2015 14:06 »
Inleiding bij de kleine analyse van karma door de Breet/Jansen:

De Boeddha verklaart tegenover een monnik dat de ongelukkige en gelukkige hoedanigheden van de wezens en de omstandigheden waarin ze leven voortvloeien uit hun daden in een vorig bestaan.
Volgens Schmidt is deze leerrede het product van een oudere monnik(thera), wiens uiteenzetting na vaak gereciteerd te zijn door zijn volgelingen aan de Boeddha werd toegeschreven.
Het volgende soetra,de grote analyse van karma, is het product van een andere thera, die meende dat de zaken niet zo simpel lagen als in het onderhavige, de kleine analyse, soetra voorgesteld.
Zijn aanhangers noemden dit soetra 'klein' of 'geringer' en hun eigen leerrede lieten zij in het begin door de Boeddha zelf 'groot' of 'beter'noemen. Aldus Schmidt.
De uitspraak van de Boeddha aan het begin van paragraaf 4 , dat de wezens de 'erfgenamen van hun daden zijn' en die ook elders in de canon voorkomt , kan gezien worden als het kernthema waarom beide soetra's gecomponeerd zijn.


Inleiding bij de grote analyse van karma door de Breet/Jansen:

De Boeddha nuanceert de uiteenzetting over karma in het vorige soetra en stelt nu dat karma uit dit leven niet altijd direct in het volgende leven gevolgen hoeft te hebben, maar ook pas in een later leven tot rijping kan komen.
Daarom kunnen mensen die nu slecht leven in een hemelse wereld terecht komen en die goed leven in de hel.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #6 Gepost op: 08-09-2015 19:55 »
Inleiding bij de kleine analyse van karma door de Breet/Jansen:

De Boeddha verklaart tegenover een monnik dat de ongelukkige en gelukkige hoedanigheden van de wezens en de omstandigheden waarin ze leven voortvloeien uit hun daden in een vorig bestaan.
Volgens Schmidt is deze leerrede het product van een oudere monnik(thera), wiens uiteenzetting na vaak gereciteerd te zijn door zijn volgelingen aan de Boeddha werd toegeschreven.
Het volgende soetra,de grote analyse van karma, is het product van een andere thera, die meende dat de zaken niet zo simpel lagen als in het onderhavige, de kleine analyse, soetra voorgesteld.
Zijn aanhangers noemden dit soetra 'klein' of 'geringer' en hun eigen leerrede lieten zij in het begin door de Boeddha zelf 'groot' of 'beter'noemen. Aldus Schmidt.
De uitspraak van de Boeddha aan het begin van paragraaf 4 , dat de wezens de 'erfgenamen van hun daden zijn' en die ook elders in de canon voorkomt , kan gezien worden als het kernthema waarom beide soetra's gecomponeerd zijn.


Inleiding bij de grote analyse van karma door de Breet/Jansen:

De Boeddha nuanceert de uiteenzetting over karma in het vorige soetra en stelt nu dat karma uit dit leven niet altijd direct in het volgende leven gevolgen hoeft te hebben, maar ook pas in een later leven tot rijping kan komen.
Daarom kunnen mensen die nu slecht leven in een hemelse wereld terecht komen en die goed leven in de hel.

Ik wil mijn indrukken hierbij ook wel delen,

Ik vind dat de kleine en grote leerrede over kamma, hierboven, prachtig op elkaar aansluiten. De kleine leerrede overdrijft, volgens mij, bewust. Het stelt alles zwart/wit. Het voert personen op met gedrag dat niemand vertoont. Niemand steelt alleen maar. Iemand is ook wel eens vrijgevig. Niemand doodt alleen maar. Mensen beschermen ook het leven van hun familie bijvoorbeeld of clan. Niemand brengt alleen maar letsel toe. Dezelfde mensen zijn vaak ook weer zorgzaam naar anderen etc.

Dus hier wordt mijns inziens bewust overdreven. Waarom? Ik denk omdat de kleine leerrede over kamma het principe van kamma wil illustreren. Het toont dat er een duidelijke en zekere relatie is tussen zaad (bepaalde deugdzame en ondeugdzame daden) en wat iemand oogst/gewas (gevolgen in de vorm van bepaalde ervaringen en situaties) en omgekeerd.

Natuurlijk moet de schrijver van deze sutta en de samenstellers van de Canon ook beseft hebben dat niemand uitsluitend goede zaden op de geest verzameld maar ook negatieve. Met zulke wijze mensen kan dat niet anders. Dus het lijkt me dat we veilig kunnen aannemen dat de kleine leerrede bewust ongenuanceerd is opgesteld om het principe van kamma te illustreren; dit zaad leidt tot dat gewas en dat gewas komt voort uit dit zaad.

Nu in de kleine leerrede het verband is uitgelegd tussen zaadje en gewas/oogst brengt de grote leerrede over kamma in beeld dat er natuurlijk nooit alleen maar slechte zaden zijn of nooit alleen maar goede op de geestes-stroom. Per zaad weten we dankzij de kleine leerrede welk gewas er uit voortkomt, maar wat komt er uit een veld vol verschillende zaden? Hoe gaat dat er uitzien?

Dat belicht de grote leerrede. Ook niet in detail maar het toont enkele grote lijnen. Misschien schiet het ene zaad eerder op dan het andere onder bepaalde omstandigheden. Dus de grote leerrede vertaalt het principe van kamma naar de complexe praktijk dat wezens eigenaar zijn van talrijke soorten zaden, maar houdt het principe van kamma tegelijkertijd overeind. Nog altijd komen er geen positieve gewassen uit negatieve zaden etc. Ook blijft overeind dat zaden die op enig moment niet ontkiemen dat later alsnog wel kunnen doen.

De grote leerrede brengt zo bezien in beeld dat in de complexe realiteit van een veld vol zaden moeilijk valt te voorspellen wat er precies gaat gebeuren, maar het principe van kamma zoals uitgelegd in de kleine leerrede blijft overeind. Verder voegt de grote leerrede toe dat de visie op het moment van sterven ook een belangrijke rol speelt bij de soort wedergeboorte.

Siebe









Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 10.47
« Reactie #7 Gepost op: 09-09-2015 12:48 »
[bron: Angutarra Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. Waar in de tekst “...” staan herhaalt de tekst zich zoals er voor. Sutta door mij vertaald].

De vorige sutta bracht (niet-)hebzucht, (niet-)haat en niet-(begoocheling) in verband met kamma. De onderstaande sutta voegt er (on)juiste aandacht en (on)juiste gerichtheid aan toe.

Ik heb gelezen, en dat is denk ik goed te delen, dat hebzucht, haat en begoocheling/verkeerde zienswijze zelf geen kamma is maar verstorende emoties. De begeleidende mentale activiteit van deze drie schadelijke mentale activiteiten is kamma. (Dagpo Rinpoche, Kamma, blz. 86).

Ik begrijp het zo (aanvulling of kritiek welkom): Stel dat je de mentale activiteit van hebzucht of haat in de geest enkel gewaar bent, zonder dat dit dus zich vermengt met wilsactiviteit, zonder dat het dus motiverend wordt, dan zijn het enkel verstorende emoties. Die komen en gaan. Maar als hebzucht en haat drijvende krachten worden achter je gedrag, dan is die drijvende onheilzame/negatieve wilsactiviteit zelf negatief/onheilzaam kamma. En als dat leidt tot verbale en fysiek wandaden, dan wordt het dus ook een voorwaarde van het verrichten (en verzamelen) van onheilzaam/negatief verbaal en fysiek kamma.

Begoocheling. Ik neig het zo te zien. Begoocheling is ook vaak een drijvende kracht achter ons handelen, namelijk omdat we gedreven worden door en vanuit de perceptie van een echt bestaand ego/zelf, dus de perceptie dat geest iemand is. Dus begoocheling verwijst dan naar de drijvende kracht van een verkeerde visie op onszelf. Het kunnen ook andere verkeerde visie zijn die een drijvende kracht vormen achter verbaal en fysiek gedrag.

Juiste aandacht en onjuiste aandacht verwijst naar wijze aandacht/beschouwing en niet-wijze aandacht/beschouwing. Majjhima Nikaya 2 zegt het zo dat door onwijze aandacht/beschouwing nog niet ontstane bezoedelingen (zoals hebzucht, haat en begoocheling) ontstaan en dat reeds ontstane nog verder aangroeien. En door wijze aandacht ontstaan nog niet opgekomen bezoedelingen niet, en van reeds ontstane wordt afstand gedaan. Dus aandacht kan functioneren als een wijze of niet-wijze poortwachter.

Onjuiste en juiste gerichtheid. Daarbij denk ik vooral aan gerichtheid op tekens, zoals op het tegen van schoonheid/aantrekkelijkheid wat er voor kan zorgen dat lust, hebzucht, verlangen binnenstroomt. Gerichtheid op het teken van vijandigheid/onaantrekkelijkheid waardoor afkeer/haat de geest kan binnenstromen. Zo zijn er vele tekens, van gevaar, het teken onrechtvaardigheid etc. Eindeloos veel tekens. Ik vermoed dat het ook kan verwijzen naar je algemene koers. Dus ben je egocentrisch gericht, gericht op ego-doelen. Of ben je gericht op verzaking, innerlijke vrede, het ontdekken of realiseren van verlichting.

Anguttara Nikaya 10.47 (7), Mahali

“De Gezegende verbleef eens te Vesali in de hal met het puntdak in het Grote Woud. Toen benaderde Mahali, de Licchavi, de Gezegende, betoonde hem eerbied, ging terzijde zitten en zei tegen hem:
“Bhante, wat is de oorzaak en voorwaarde voor het verrichten van slecht karma, voor het zich voordoen van slecht kamma2052?
“Mahali, (1) hebzucht is een oorzaak en voorwaarde voor het verrichten van slecht kamma, voor het zich voordoen van slecht kamma. (2) Haat is een oorzaak en voorwaarde voor het verrichten van slecht kamma, voor het zich voordoen van slecht kamma. (3) Begoocheling is een oorzaak en voorwaarde voor het verrichten van slecht kamma, voor het zich voordoen van slecht kamma. (4) Onzorgvuldige aandacht is een oorzaak en voorwaarde voor het verrichten van slecht kamma, voor het zich voordoen van slecht kamma. (5) Een verkeerd gerichte geest is een oorzaak en voorwaarde voor het verrichten van slecht kamma, voor het zich voordoen van slecht kamma.
“Bhante”, wat is de oorzaak en voorwaarde voor het verrichten van goed karma, voor het zich voordoen van goed kamma?
“Mahali (6) niet-hebzucht is een oorzaak en voorwaarde voor het verrichten van goed karma, voor het zich voordoen van goed kamma? (7) Niet-haat is een is een oorzaak en voorwaarde...(8} Niet-begoocheling is een oorzaak en voorwaarde...(9) Zorgvuldige aandacht is een oorzaak en voorwaarde...(10) Een op de juiste manier gerichte geest is de oorzaak en voorwaarde voor het verrichten van goed karma, voor het zich voordoen van goed kamma.
“Als deze tien grondbeginselen niet bestonden in de wereld, Mahali, zou onjuist gedrag, gedrag tegengesteld aan de Dhamma, en juist gedrag, gedrag in overeenstemming met de Dhamma, niet worden gezien. Maar omdat deze tien grondbeginselen in de wereld bestaan, worden onjuist gedrag gedrag, gedrag tegengesteld aan de Dhamma, en juist gedrag, gedrag in overeenstemming met de Dhamma, gezien”.

noot 2052: “Vanwege de ambivalentie van het woord kamma (dat zowel “een daad” betekent en “de mogelijke gevolgen veroorzaakt door een daad”), kunnen de vraag en het antwoord ook geformuleerd zijn in termen van “een slechte daad”. Hetzelfde geldt voor het vervolg met betrekking tot goed kamma)

groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta’s door mij vertaald in Nederlands.]

In deze post informatie over de relatie tussen visie/zienswijze en kamma.

Over het algemene belang van juiste visie


Anguttara Nikaya 1.316 (1)


“Bhikkhu’s, er is één persoon die in de wereld komt voor het nadeel van vele mensen, voor het ongeluk van vele mensen, voor de ondergang, schade en lijden van vele mensen, van deva’s en mensen. Wie is die persoon? Het is iemand die verkeerde visie koestert en een onjuist perspectief heeft. Hij lokt vele mensen weg van de goede Dhamma en vestigt ze in een slechte Dhamma. Dit is die persoon die in de wereld komt voor het nadeel van vele mensen, voor het ongeluk van vele mensen, voor de ondergang, schade en lijden van vele mensen, van deva’s en mensen".

Anguttara Nikaya 1.318 (3)

“Bhikkhu’s, ik zie niets dat zo afkeuringswaardig is als verkeerde visie. Verkeerde visie is de ergste van de zaken die afkeuringswaardig zijn”.

Over het belang van kamma, als een voorbeeld van juiste visie

Anguttara Nikaya 1. 319 (4 )

"Bhikkhu's, ik zie geen enkel persoon die zo optreedt voor het leed van vele mensen, het ongeluk van vele mensen, voor de ondergang, het nadeel en lijden van vele mensen, van deva's en mensen, als de lege man Makkhali. Net zoals een val gezet aan de monding van een rivier, nadeel zou brengen, lijden, rampspoed en onheil voor vele vissen, zo is ook de lege man Makkhali, als het ware, "een val voor mensen", die in de wereld gekomen is voor het nadeel, lijden, rampspoed en onheil voor vele mensen".

Wie is deze man Makkhali? Bhikkhu Bodhi schrijft in noot 175 bij deze sutta: “Makkhali Gosala was één van de zes leraren die in dezelfde tijd leefden als de Boeddha. Hij was de stichter (of misschien enkel een voorname leraar) van de Ajlvaka’s (of Ajivika’s). DN2.20, I53-54 schrijft de leer van niet-oorzakelijkheid (ahetukavada) aan hem toe, volgens welke er geen oorzaak is voor de bezoedelingen of zuivering van wezens, die geen energie hebben, zelf-controle, of vermogen van vrije keuze”.

Dus eigenlijk onderwees deze tijdgenoot guru de leer van niet-kamma. Hier zie je ook een voorbeeld dat Boeddha wel degelijk zeer kritisch was, en met name als het gaat om de visies van mensen. Neem Digha Nikaya 1, die behandelt talrijke visie. Ik denk dat de Boeddha zo kritisch was omdat de motivatie, het spreken en doen en laten vaak gedreven wordt door een bepaalde visie. De visie er achter is heel bepalend voor het gevolg.

Over de relatie (on)juiste visie/zienswijze en kamma

Anguttara Nikaya 1.314 (9)

“Bhikkhu’s, voor een persoon van verkeerde visie, welk fysiek karma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat niet wenselijk is, niet verlangd en onplezierig is, tot nadeel en lijden. Om welke reden? Omdat de visie slecht is.

Veronderstel, bhikkhu’s, een zaadje van neem (Azadirachta indica, Siebe), bittere komkommer of bittere kalebas werd in de vochtige grond geplant. Welke voedingsstoffen het ook uit de grond en het water opneemt, het zou allemaal leiden tot diens bittere, bijtende en onaangename smaak. Om welke reden? Omdat het zaad slecht is. Zo ook voor een persoon van verkeerde visie. Welk fysiek karma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat niet wenselijk is, niet verlangd en onplezierig is, tot nadeel en lijden. Om welke reden? Omdat de visie slecht is".

Anguttara Nikaya 1.315 (10)

“Bhikkhu’s, voor een persoon van juiste visie, welk fysiek karma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat wenselijk is, verlangd en plezierig is, tot welzijn en geluk. Om welke reden? Omdat de visie goed is.

Veronderstel, bhikkhu’s, een zaadje van suikerriet, heuvel rijst, of een druif werd in de vochtige grond geplant. Welke voedingsstoffen het ook uit de grond en het water opneemt, het zou allemaal leiden tot diens zoete, aangename en verrukkelijke smaak. Om welke reden? Omdat het zaad goed is. Zo ook voor een persoon van juiste visie. Welk fysiek karma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat wenselijk is, verlangd en plezierig is, tot welzijn en geluk. Om welke reden? Omdat de visie goed is”.

Voorbeelden van onjuiste visies

-De visie van niet-kamma, van niet-oorzakelijkheid (zie boven);
-De visie dat er geen leven is na de dood (geen cyclus van wedergeboorten);
-De visie dat iemand geen vader en moeder heeft;
-De visie dat dierenoffers nuttig zijn of voordeel brengen;
-De visie van nihilisme en eternalisme;
-Verkeerde visies over Nibbana Hier en Nu
-...

Wie dit verder zou willen onderzoeken kan Digha Nikaya 1 raadplegen.

groet,
Siebe




Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 3.137
« Reactie #9 Gepost op: 10-09-2015 20:28 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta’s door mij vertaald in Nederlands.]

Nog een sutta over Makkhali die de leer van niet-kamma onderwees en Boeddha's visie daarop.

Anguttara Nikaya 3.137 (5), Een haaromslag (haren mantel/deken)

“Bhikkhu’s, een haaromslag wordt verklaard als het ergste soort geweven kledingstuk. Een haaromslag is koud in koud weer, warm in warm weer, lelijk, stinkend en oncomfortabel. Zo wordt ook de leer van Makkhali verklaard als de ergste onder de doctrines van de verschillende asceten. De lege man Makkhali onderwijst de leer en visie: ‘Er is geen kamma, geen daad, geen energie’.
(1) “Bhikkhu’s, De Gezegenden, Arahants, Volmaakt Verlichten van het verleden onderwezen een leer van kamma, een leer van daden, een leer van energie. Niettemin spreekt de lege man Makkhali hen tegen [met zijn claim]: ‘Er is geen kamma, geen daad, geen energie’.
(2) De Gezegenden, Arahants, Volmaakt Verlichten van de toekomst zullen ook een leer van kamma, een leer van daden, een leer van energie onderwijzen. Niettemin spreekt de lege man Makkhali hen tegen [met zijn claim]: ‘Er is geen kamma, geen daad, geen energie’.
(3) “Op het moment ben ik de Arahant, de Volmaakt Verlichte en ik onderwijs een leer van kamma, een leer van daden, een leer van energie. Niettemin spreekt de lege man Makkhali me tegen [met zijn claim]: ‘Er is geen kamma, geen daad, geen energie’. Net als een val aan de monding van een rivier, nadeel, lijden, onheil en rampspoed zou veroorzaken bij vele vissen, zo is ook de lege man Makkhali, als het ware, ‘een val voor mensen’, die in deze wereld is gekomen voor het nadeel, lijden, onheil en rampspoed voor vele wezens”.

groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 3.111+112
« Reactie #10 Gepost op: 11-09-2015 10:34 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta’s door mij vertaald in Nederlands. "(...)" in de tekst geven aan dat daar de tekst zich herhaalt zoals eerder]

Oorzaken van Kamma

Anguttara Nikaya 3.111 (9), Oorzaken (1)

“Bhikkhu’s, er zijn deze drie oorzaken voor het ontstaan van kamma. Welke drie? Hebzucht is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; haat is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; begoocheling is een oorzaak voor het ontstaan van kamma.
(1) “Ieder kamma gevormd door hebzucht, geboren uit hebzucht, veroorzaakt door hebzucht, ontstaan vanuit hebzucht is onheilzaam en laakbaar en resulteert in lijden. Dat kamma leidt tot het ontstaan van kamma, niet tot de beëindiging van kamma.
(2) “Ieder kamma gevormd door haat....(3) Ieder kamma gevormd door begoocheling, geboren uit begoocheling, veroorzaakt door begoocheling, ontstaan vanuit begoocheling is onheilzaam en laakbaar en resulteert in lijden. Dat kamma leidt tot het ontstaan van kamma, niet tot de beëindiging van kamma.
“Dit zijn de drie oorzaken voor het ontstaan van kamma.
“Er zijn, bhikkhu’s, deze drie [andere] oorzaken voor het ontstaan van kamma. Welke drie? Niet-hebzucht is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; niet-haat is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; niet-begoocheling is een oorzaak voor het ontstaan van kamma.
(1) “Ieder kamma gevormd door niet-hebzucht, geboren uit niet-hebzucht, veroorzaakt door niet-hebzucht, ontstaan vanuit niet-hebzucht is heilzaam en onberispelijk/onschuldig en resulteert in geluk. Dat kamma leidt tot het beëindiging van kamma, niet tot het ontstaan van kamma.
(2) “Ieder kamma gevormd door niet-haat....(3) Ieder kamma gevormd door niet-begoocheling, geboren uit niet-begoocheling, veroorzaakt door niet-begoocheling, ontstaan vanuit niet-begoocheling is heilzaam en onberispelijk en resulteert in geluk. Dat kamma leidt tot het beëindiging van kamma, niet tot het ontstaan van kamma.
“Dit zijn de drie [andere] oorzaken voor het ontstaan van kamma”.

Dat het laatste soort kamma leidt tot de beëindiging van kamma wordt ook beschreven in de eerder geposte sutta, Anguttara Nikaya 3.34. Het is daar in een bijgevoegde noot toegelicht. Op de één of andere manier voelt die verklaring voor mij onbevredigend maar er komt ook niet meteen iets anders op.

Angutta Nikaya 3.112 (10), Oorzaken (2)

“Bhikkhu’s, er zijn deze drie oorzaken voor het ontstaan van kamma. Welke drie? (1) Verlangen komt op met betrekking tot zaken in het verleden die de basis zijn van verlangen en begeerte. (2) Verlangen komt op met betrekking tot zaken in de toekomst die de basis zijn van verlangen en begeerte. (3) Verlangen komt op met betrekking tot zaken die op het moment bestaan die de basis zijn van verlangen en begeerte.
(1) “En hoe, bhikkhu’s, komt verlangen op met betrekking tot zaken uit het verleden die de basis zijn van verlangen en begeerte? Men denkt aan en onderzoekt op mentale wijze zaken uit het verleden die de basis zijn van verlangen en begeerte. Terwijl men dat zo doet, komt verlangen op. Wanneer verlangen opkomt, is men geketend door deze zaken. De mentale bekoring/verdwazing* noem ik de keten. Het is op deze manier dat er verlangen ontstaat met betrekking tot zaken uit het verleden die de basis zijn van verlangen en begeerte.
(2) “En hoe, bhikkhu’s, komt verlangen op met betrekking tot zaken in de toekomst die de basis zijn van verlangen en begeerte? Men denkt aan en onderzoekt op mentale wijze zaken in de toekomst die de basis zijn van verlangen en begeerte. Terwijl men dat zo doet, komt verlangen op. Wanneer verlangen opkomt, is men geketend door deze zaken. De mentale bekoring/verdwazing noem ik de keten. Het is op deze manier dat er verlangen ontstaat met betrekking tot zaken in de toekomst die de basis zijn van verlangen en begeerte.
(3) “En hoe, bhikkhu’s, komt verlangen op met betrekking tot zaken die op het moment  bestaan die de basis zijn van verlangen en begeerte? Men denkt aan en onderzoekt op mentale wijze zaken die op moment bestaan die de basis zijn van verlangen en begeerte. Terwijl men dat zo doet, komt verlangen op. Wanneer verlangen opkomt, is men geketend door deze zaken. De mentale bekoring/verdwazing noem ik de keten. Het is op deze manier dat er verlangen ontstaat met betrekking tot zaken die op het moment bestaan die de basis zijn van verlangen en begeerte.
“Dit zijn de drie oorzaken voor het ontstaan van kamma.
“Er zijn, bhikkhu’s, deze drie [andere] oorzaken voor het ontstaan van kamma. Welke drie? (1) Verlangen komt niet op met betrekking tot zaken in het verleden die de basis zijn van verlangen en begeerte. (2) Verlangen komt niet op met betrekking tot zaken in de toekomst die de basis zijn van verlangen en begeerte. (3) Verlangen komt niet op met betrekking tot zaken die op het moment bestaan die de basis zijn van verlangen en begeerte.
(1) “En hoe, bhikkhu’s, komt verlangen niet op met betrekking tot zaken in het verleden die de basis zijn van verlangen en begeerte? Men begrijpt het toekomstige gevolg van zaken in het verleden die de basis zijn van verlangen en begeerte. Na het toekomstig gevolg begrepen te hebben, vermijdt men het. Na het vermeden te hebben, wordt men onbewogen** in geest, en na het met wijsheid binnen te zijn gegaan, ziet men579.
Het is op deze manier dat verlangen niet ontstaat met betrekking tot zaken uit het verleden die de basis zijn van verlangen en lust.
(2) “En hoe, bhikkhu’s, komt verlangen niet op met betrekking tot zaken in de toekomst die de basis zijn van verlangen en begeerte? Men begrijpt het toekomstige gevolg van zaken in de toekomst die de basis zijn van verlangen en begeerte. Na het toekomstig gevolg begrepen te hebben, vermijdt men het. Na het vermeden te hebben, wordt men onbewogen in geest, en na het met wijsheid binnen te zijn gegaan, ziet men.
Het is op deze manier dat verlangen niet ontstaat met betrekking tot zaken in de toekomst die de basis zijn van verlangen en lust.
(3) “En hoe, bhikkhu’s, komt verlangen niet op met betrekking tot zaken die op het moment bestaan die de basis zijn van verlangen en begeerte? Men begrijpt het toekomstige gevolg van zaken die op het moment bestaan die de basis zijn van verlangen en begeerte. Na het toekomstig gevolg begrepen te hebben, vermijdt men het. Na het vermeden te hebben, wordt men onbewogen in geest, en na het met wijsheid binnen te zijn gegaan, ziet men. Het is op deze manier dat verlangen niet ontstaat met betrekking tot zaken die op het moment bestaan die de basis zijn van verlangen en lust.
“Dit zijn de drie [andere] oorzaken van het ontstaan van kamma”

*”infatuation”, een onberedeneerde liefde of aantrekking. Het heeft zowel een betekenis in de zin van onberedeneerde aantrekking als ook tegelijkertijd een soort verdwazing.
**”dispassionate”, bedaard, kalm, onverstoorbaar, zonder emotie (zonder voorkeur of afkeer) wordt ook wel vertaald.
Noot 578: “Men ziet, na het met de wijsheid van het pad samen met inzicht doorzien te hebben”


Groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 10.104
« Reactie #11 Gepost op: 11-09-2015 19:19 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands]

Nogmaals Visie en Kamma

Anguttara Nikaya 10.104 (4), Een Zaadje
(zie ook AN 1.314 en 1.315, eerder gepost)

“Bhikkhu’s, voor een persoon van verkeerde/onjuiste visie, verkeerde intentie, verkeerde spraak, verkeerd handelen, verkeerd levensonderhoud, verkeerde inspanning, verkeerde aandachtigheid, verkeerde concentratie, verkeerde kennis en verkeerde bevrijding, welk lichamelijk kamma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, belustheid, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat onwenselijk is, niet verlangd, onplezierig, tot nadeel en lijden. Om welke reden? Omdat de visie slecht is.

“Veronderstel, bhikkhu’s, een zaadje van neem, bittere komkommer of bittere kalebas werd in de vochtige grond geplant. Welke voedingsstoffen het ook uit de grond en het water zou opnemen, het zou allemaal leiden tot diens bittere, bijtende en onaangename smaak. Om welke reden? Omdat het zaad slecht is. Zo geldt ook voor een persoon van verkeerde visie, verkeerde intentie, verkeerde spraak, verkeerd handelen, verkeerd levensonderhoud, verkeerde inspanning, verkeerde aandachtigheid, verkeerde concentratie, verkeerde kennis en verkeerde bevrijding, dat welk lichamelijk kamma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, belustheid, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat onwenselijk is, niet verlangd, onplezierig, tot nadeel en lijden. Om welke reden? Omdat de visie slecht is.

“Bhikkhu’s, voor een persoon van juiste visie, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste aandachtigheid, juiste concentratie, juiste kennis en juiste bevrijding, welk lichamelijk kamma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, belustheid, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat wenselijk is, verlangd, plezierig, tot welzijn en geluk. Om welke reden? Omdat de visie goed is.

“Veronderstel, bhikkhu’s, een zaadje van suikerriet, heuvel rijst, of een druif werd in de vochtige grond geplant. Welke voedingsstoffen het ook uit de grond en het water zou opnemen, het zou allemaal leiden tot diens zoete, aangename en verrukkelijke smaak. Om welke reden? Omdat het zaad goed is. Zo geldt ook voor een persoon van juiste visie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste aandachtigheid, juiste concentratie, juiste kennis en juiste bevrijding, dat welk lichamelijk kamma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, belustheid, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat wenselijk is,  verlangd, plezierig, tot welzijn en geluk. Om welke reden? Omdat de visie goed is”.
 
Het Edele Achtvoudige Pad wordt ook wel voorgesteld als een stroom. Als iemand geen juiste visie heeft dan volgen daaruit ook onjuiste intenties of wilsactiviteiten en die geven weer aanleiding tot onjuiste spraak, onjuist handelen etc.

Groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands]

Oorzaken van Kamma

Anguttara Nikaya 6.39 (9), Het Ontstaan

“Bhikkhu’s, er zijn deze drie oorzaken voor het ontstaan van kamma. Welke drie? (1) Hebzucht is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; (2) haat is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; (3) begoocheling is een oorzaak voor het ontstaan van kamma.
“Het is niet niet-hebzucht dat vanuit hebzucht ontstaat; veeleer, het is eenvoudigweg hebzucht dat ontstaat vanuit hebzucht. Het is niet niet-haat dat ontstaat vanuit haat, veeleer, het is eenvoudigweg haat dat ontstaat vanuit haat. Het is niet niet-begoocheling dat ontstaat vanuit begoocheling; veeleer, het is eenvoudigweg begoocheling dat ontstaat vanuit begoocheling.
“Het is niet [het rijk] van deva’s en mensen- of enige andere goede bestemming- die worden gezien vanwege kamma geboren uit hebzucht, haat en begoocheling, veeleer, het is de hel, het dierenrijk en de sfeer van gekwelde geesten- als ook andere slechte bestemmingen-die worden gezien vanwege kamma geboren vanuit hebzucht, haat en begoocheling. Dit zijn drie oorzaken voor het ontstaan van kamma.
“Er zijn, bhikkhu’s, drie [andere] oorzaken voor het ontstaan van kamma. Welke drie? (4) Niet-hebzucht is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; (5) niet-haat is een oorzaak voor het ontstaan van kamma; (6) niet begoocheling is een oorzaak voor het ontstaan van kamma.
“Het is niet hebzucht dat uit niet-hebzucht ontstaat; veeleer, het is eenvoudigweg niet-hebzucht dat ontstaat vanuit niet-hebzucht. Het is niet haat dat ontstaat vanuit niet-haat, veeleer, het is eenvoudigweg niet-haat dat ontstaat vanuit niet-haat. Het is niet begoocheling dat ontstaat vanuit niet-begoocheling; veeleer, het is eenvoudigweg niet-begoocheling dat ontstaat vanuit niet-begoocheling.
“Het is niet de hel, het dierenrijk en de sfeer van gekwelde geesten- of enig andere slechte bestemming- die worden gezien vanwege kamma geboren vanuit niet-hebzucht, niet-haat en niet-begoocheling; veeleer, het is [het rijk] van deva’s en mensen- als ook andere goede bestemmingen- die worden gezien vanwege kamma geboren uit niet-hebzucht, niet-haat en niet-begoocheling. Dit zijn drie [andere] oorzaken voor het ontstaan van kamma”.

Anguttara Nikaya 10.174 (8}, Oorzaken van Kamma

“Bhikkhu’s, de vernietiging van leven, zeg ik, is drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat en veroorzaakt door begoocheling. Stelen, zeg ik, is ook drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat en veroorzaakt door begoocheling. Seksueel wangedrag, zeg ik, is ook drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat en veroorzaakt door begoocheling. Vals spreken, zeg ik, is ook drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat en veroorzaakt door begoocheling. Verdeeldheid-zaaiende spraak, zeg ik, is ook drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat en veroorzaakt door begoocheling. Grove spraak, zeg ik, is ook drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat en veroorzaakt door begoocheling. IJdele/zinloze spraak, zeg ik, is ook drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat en veroorzaakt door begoocheling. Verlangen, zeg ik, is ook drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat, en veroorzaakt door begoocheling. Kwade wil, zeg ik, is ook drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat en veroorzaakt door begoocheling. Verkeerde visie, zeg ik, is ook drievoudig: veroorzaakt door hebzucht, veroorzaakt door haat en veroorzaakt door begoocheling.
“Dus, bhikkhu’s, hebzucht is een bron en oorsprong van kamma; haat is een bron en oorsprong van kamma; begoocheling is een bron en oorsprong van kamma. Met het vernietigen van hebzucht wordt een bron van kamma opgedoekt. Met de vernietiging van haat wordt een bron van kamma opgedoekt. Met de vernietiging van begoocheling wordt een bron van begoocheling opgedoekt”. 

De bovenstaande tien soorten gedrag worden ook wel de tien onheilzame routes van kamma genoemd. Het onthouden daarvan, de tien heilzame routes van kamma.

Groet,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands]

Indelingen van kamma in donker en licht

Anguttara Nikaya 4.233 (2), In Detail

“Bhikkhu’s, er zijn deze vier soorten kamma door mij verkondigd nadat ik ze voor mezelf met directe kennis gerealiseerd had. Welke vier? Er is donker kamma met donker gevolg; er is licht* kamma met licht gevolg; er is donker-en-licht kamma met donker-en-licht gevolg; en er is kamma dat is noch-donker-noch-licht met noch-donker-noch-licht gevolg, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma.
(1) “En wat, bhikkhu’s, is donker kamma met donker gevolg? Hier verricht iemand een leed veroorzakende** lichamelijke wilsactiviteit, een leed veroorzakende verbale wilsactiviteit, een leed veroorzakende mentale wilsactiviteit942. Als consequentie wordt hij geboren in een leed veroorzakende wereld. Wanneer hij in zo’n wereld wordt geboren, is hij in aanraking met leed veroorzakende contacten. In aanraking met leed veroorzakende contacten, voelt hij leed veroorzakende gevoelens, uitsluitend pijnlijk, zoals in het geval van hellewezens. Dit wordt donker kamma met donker gevolg genoemd.
(2) “En wat, bhikkhu’s, is licht kamma met licht gevolg? Hier verricht iemand een niet-leed veroorzakende lichamelijke wilsactiviteit, een niet-leed veroorzakende verbale wilsactiviteit, een niet-leed veroorzakende mentale wilsactiviteit943. Als consequentie wordt hij geboren in een niet-leed veroorzakende wereld. Wanneer hij in zo’n wereld wordt geboren, is hij in aanraking met niet-leed veroorzakende contacten. In aanraking met niet-leed veroorzakende contacten, voelt hij niet-leed veroorzakende gevoelens, uitsluitend plezierig, zoals in het geval van de deva’s van stralende glorie. Dit wordt licht kamma met licht gevolg genoemd.
(3) “En wat is donker-en-licht kamma met donker-en-licht gevolg? Hier verricht iemand een lichamelijke wilsactiviteit die zowel leed-veroorzakend als niet-leed veroorzakend is, een verbale wilsactiviteit die zowel leed-veroorzakend als niet-leed veroorzakend is, een mentale wilsactiviteit die zowel leed-veroorzakend als niet-leed veroorzakend is. Als consequentie wordt hij geboren in een wereld die zowel leed veroorzakend als niet-leed veroorzakend is. Wanneer hij wordt wedergeboren in zo’n wereld is hij in aanraking met zowel contacten die leed veroorzaken als niet-leed veroorzaken. In aanraking met contacten die zowel leed veroorzaken als niet-leed veroorzaken, voelt hij gevoelens die zowel leed-veroorzaken als niet-leed veroorzaken, gemengd plezier en pijn, zoals in het geval van mensen en sommige deva’s en sommige wezens in de lagere wereld. Dit wordt donker-en-licht kamma met donker-en-licht gevolg genoemd.
(4) “En wat is kamma dat noch-donker-noch-licht is met noch-donker-noch-licht gevolg, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma? De wilsactiviteit voor het afstand doen van het soort kamma dat donker is met donker gevolg, de wilsactiviteit voor het afstand doen van het soort kamma dat licht is met licht gevolg, de wilsactiviteit voor het afstand doen van het soort kamma dat donker en licht is met donker-en-licht gevolg: dit wordt kamma dat noch donker noch licht is met noch-donker-noch-licht gevolg genoemd, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma946.
“Dit, bhikkhu’s, zijn de vier soorten kamma die door mij zijn verkondigd nadat ik ze voor mezelf met directe kennis had gerealiseerd”.

Noot 942: "Hier kan 'een leed veroorzaken lichamelijke wilsactiviteit' (sabyapajjhum kayasankharam) begrepen worden als de wil die verantwoordelijk is voor de drie routes van onheilzaam lichamelijk kamma (doden, stelen en seksueel wangedrag, Siebe), een 'leed veroorzakende verbale wilsaciviteit' als de wil verantwoordelijk voor de vier routes van onheilzaam verbaal kamma (liegen, tweedracht-zaaien, botte/kwetsende taal, zinloos/ijdel geklets, Siebe) en 'een leed veroorzakende mentale wilsactiviteit' als de wil verantwoordelijk voor de drie routes van onheilzaam mentale kamma (verlangen/hebzucht, kwade wil en verkeerde zienswijzen). 
Noot 943: “De tien koersen van heilzaam kamma samen met de wilsactiviteit van de jhana’s.
Noot 946: “MP: ‘de wil(sactiviteit) van het pad leidend tot het einde van de rondgang”
* “bright”, helder
* “afflictive”


Hier zie je dus dat het qua wilsactiviteit, kennelijk, ook niet altijd zwart/wit, donker/licht of onheilzaam/heilzaam is maar dat er ook wilsactiviteit wordt erkend die zowel leed veroorzakend als niet-leed veroorzakend kan zijn. Dit past bij het mensenrijk waar er een redelijke balans is tussen bijvoorbeeld aangename en onaangename ervaringen, in vergelijking met de hellerijken die uitsluitend pijnlijk zijn en de hemelse rijken die overheersend aangenaam zijn.

Anguttara Nikaya 4.235 (4), Trainingsregels (1)

“Bhikkhu’s, er zijn deze vier soorten kamma door mij verkondigd nadat ik ze voor mezelf met directe kennis gerealiseerd had. Welke vier? Er is donker kamma met donker gevolg; er is licht kamma met licht gevolg; er is donker-en-licht kamma met donker-en-licht gevolg; en er is kamma dat is noch-donker-noch-licht met noch-donker-noch-licht gevolg, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma.
(1) “En wat, bhikkhu’s, is donker kamma met donker gevolg? Hier vernietigt iemand leven, neemt wat niet gegeven is, geeft zich over aan seksueel wangedrag, spreekt op valse wijze, en geeft zich over aan sterke drank, wijn en bedwelmende middelen, de basis voor achteloosheid. Dit wordt donker kamma met donker gevolg genoemd.
(2) “En wat is licht kamma met licht gevolg? Hier onthoudt iemand zich van het vernietigen van leven, onthoudt zich van iets nemen wat niet gegeven is, onthoudt zich van seksueel wangedrag, onthoudt zich van valse spraak, en onthoudt zich van sterke drank, wijn, en bedwelmende middelen, de basis van achteloosheid. Dit wordt licht kamma met licht gevolg genoemd.
(3) “En wat is donker-en-licht kamma met donker-en-licht gevolg? Hier verricht iemand een lichamelijke wilsactiviteit die zowel leed-veroorzakend als niet-leed veroorzakend is, een verbale wilsactiviteit die zowel leed-veroorzakend als niet-leed veroorzakend is, een mentale wilsactiviteit die zowel leed-veroorzakend als niet-leed veroorzakend is. Als consequentie wordt hij geboren in een wereld die zowel leed veroorzakend als niet-leed veroorzakend is. Wanneer hij wordt wedergeboren in zo’n wereld is hij in aanraking met zowel contacten die leed veroorzaken als niet-leed veroorzaken. In aanraking met contacten die wel leed veroorzaken als niet-leed veroorzaken, voelt hij gevoelens die zowel leed-veroorzaken als niet-leed veroorzaken, gemengd plezier en pijn, zoals in het geval van mensen en sommige deva’s en sommige wezens in de lagere wereld. Dit wordt donker-en-licht kamma met donker-en-licht gevolg genoemd.
(4) “En wat is kamma dat noch-donker-noch-licht is met noch-donker-noch-licht gevolg, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma? De wilsactiviteit voor het afstand doen van het soort kamma dat donker is met donker gevolg, de wilsactiviteit voor het afstand doen van het soort kamma dat licht is met licht gevolg, de wilsactiviteit voor het afstand doen van het soort kamma dat donker en licht is met donker-en-licht gevolg: dit wordt kamma dat noch donker noch licht is met noch-donker-noch-licht gevolg genoemd, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma.
“Dit, bhikkhu’s, zijn de vier soorten kamma die door mij zijn verkondigd nadat ik ze voor mezelf met directe kennis had gerealiseerd”.

Anguttara Nikaya 4.236 (5)Trainingsregels (2)

“Bhikkhu’s, er zijn deze vier soorten kamma door mij verkondigd nadat ik ze voor mezelf met directe kennis gerealiseerd had. Welke vier? Er is donker kamma met donker gevolg; er is licht kamma met licht gevolg; er is donker-en-licht kamma met donker-en-licht gevolg; en er is kamma dat is noch-donker-noch-licht met noch-donker-noch-licht gevolg, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma.
(1) “En wat, bhikkhu’s, is donker kamma met donker gevolg? Hier doodt iemand zijn moeder, doodt iemand zijn vader, doodt iemand een arahant, laat met een geest vol haat het bloed vloeien bij de Tathagata of creëert een schisma in de Sangha. Dit wordt donker kamma met donker gevolg genoemd.
(2) “En wat is licht kamma met licht gevolg? Hier onthoudt iemand zich van het vernietigen van leven, onthoudt zich van het nemen wat niet gegeven is, onthoudt zich van seksueel wangedrag, onthoudt zich van valse spraak, onthoudt zich van verdeeldheid zaaiende spraak, onthoudt zich van botte/grove spraak, onthoudt zich van ijdele praat; hij is zonder verlangen, van goede wil, en onderhoudt juiste visie. Dit wordt licht kamma met licht gevolg genoemd.
(3) “En wat is donker-en-licht kamma met donker-en-licht gevolg? Hier verricht iemand een lichamelijke wilsactiviteit die zowel leed-veroorzakend als niet-leed veroorzakend is, een verbale wilsactiviteit dat zowel leed-veroorzakend als niet-leed veroorzakend is, een mentale wilsactiviteit die zowel leed-veroorzakend als niet-leed veroorzakend is. Als consequentie wordt hij geboren in een wereld die zowel leed veroorzakend als niet-leed veroorzakend is. Wanneer hij wordt wedergeboren in zo’n wereld is hij in aanraking met zowel contacten die leed veroorzaken als niet-leed veroorzaken. In aanraking met contacten die wel leed veroorzaken als niet-leed veroorzaken, voelt hij gevoelens die zowel leed-veroorzaken als niet-leed veroorzaken, gemengd plezier en pijn, zoals in het geval van mensen en sommige deva’s en sommige wezens in de lagere wereld. Dit wordt donker-en-licht kamma met donker-en-licht gevolg genoemd.
(4) “En wat is kamma dat noch-donker-noch-licht is met noch-donker-noch-licht gevolg, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma? De wilsactiviteit voor het afstand doen van het soort kamma dat donker is met donker gevolg, de wilsactiviteit voor het afstand doen van het soort kamma dat licht is met licht gevolg, de wilsactiviteit voor het afstand doen van het soort kamma dat donker en licht is met donker-en-licht gevolg: dit wordt kamma dat noch donker noch licht is met noch-donker-noch-licht gevolg genoemd, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma.
“Dit, bhikkhu’s, zijn de vier soorten kamma die door mij zijn verkondigd nadat ik ze voor mezelf met directe kennis had gerealiseerd”.

Anguttara Nikaya 4.237 (6), Het Edele Pad.

[Alles zoals in 4.233 tot]:
“En wat is kamma dat noch donker noch licht is met noch-donker-noch-licht gevolg, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma? Juiste visie, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste aandachtigheid en juiste concentratie: dit wordt kamma dat noch donker noch licht is met noch-donker-noch-licht gevolg genoemd, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma.
“Dit, bhikkhu’s, zijn de vier soorten kamma door mij verkondigd nadat ik ze zelf met directe kennis heb gerealiseerd”.

Anguttara Nikaya 4.238 (7), Verlichtingsfactoren

“Bhikkhu’s, er zijn deze vier soorten kamma die door mij zijn verkondigd nadat ik ze voor mezelf met directe kennis had gerealiseerd. Welke vier?
[Alles zoals in 4.233 tot:]
“En wat is kamma dat noch donker noch licht is met noch-donker-noch-licht gevolg, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma? De verlichtingsfactor van aandachtigheid, de verlichtingsfactor van het onderscheiden van verschijnselen, de verlichtingsfactor van energie, de verlichtingsfactor van verrukking, de verlichtingsfactor van kalmte, de verlichtingsfactor van concentratie en de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid: dit wordt kamma dat noch donker noch licht is met noch-donker-noch-licht gevolg genoemd, kamma dat leidt tot de vernietiging van kamma.
“Dit, bhikkhu’s, zijn de vier soorten kamma door mij verkondigd nadat ik ze zelf met directe kennis heb gerealiseerd”.

Groet,
Siebe


Offline annaputta

  • Actief Lid
  • **
  • Berichten: 40
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #14 Gepost op: 13-09-2015 14:53 »
Hallo Siebe,

Ik heb meerdere teksten gevonden over kamma en de gevolgen ervan. De numerieke indeling van Ang. Nik. is bij mij anders dan door jou vermeld. Er zullen zeker teksten bij zijn die u al hebt vermeld. Ik geef hier een lijstje van wat ik heb gevonden.
A.II, 16-18, 27-30, 35;
A.III, 17, 22, 34, 54-55, 70, 77-78, 101, 112-114, 147-154, 164-183;
A.IV, 4, 17-19, 77, 81-83, 85, 232-238;
A.V, 43, 129;
A.VI, 18, 39, 63;
A.X, 208.

Verder nog enkele teksten :
     De mens is de schepper van zijn eigen wereld, van de wereld waarin hij leeft. Niemand anders is er die ons leven bepaalt tenzij ons eigen willen.

   “Waardoor wordt de wereld geleid?
   Waardoor wordt ze meegetrokken?
        Onder welke macht alleen
         zal iedereen komen te staan?
 
   Door de geest wordt de wereld geleid.
   Door de geest wordt ze meegetrokken.
         En enkel in de macht van de geest
         zal iedereen komen te staan.” (S.I.7.2)
 
En in het Dhammapada wordt gezegd:
 
   “De geest is de voorloper van alle kwade staten,
   de geest is het belangrijkste;
   door de geest worden ze geschapen.
   Als iemand spreekt of handelt met verdorven geest
   zal tengevolge daarvan hem of haar lijden volgen,
   net zoals het wiel de hoef volgt van de os.” (Dhp.1)
 
   “De geest is de voorloper van alle goede staten,
   de geest is het belangrijkste;
   door de geest worden ze geschapen.
   Als iemand spreekt of handelt met zuivere geest
   zal tengevolge daarvan hem of haar geluk volgen,
   net zoals de schaduw iemand niet verlaat.” (Dhp.2)
 
      Waar is wilsactie opgeborgen? Deze vraag werd door koning Milinda gesteld aan de Eerwaarde Nagasena. Het antwoord luidde: “Koning, men zegt niet dat wilsactie is opgehoopt in deze stroom van bewustzijn of in een of ander deel van het lichaam. Maar afhankelijk van geest en zaak rust zij en zij manifesteert zich op het geschikte moment. Het is juist zoals met appels; die zijn niet opgeborgen in de appelboom. Maar afhankelijk van de boom ontstaan zij in het daarvoor geschikte seizoen.”

            Moreel resultaat heeft de voorwaarden nodig waarin het kan gaan werken.
In het boek Dhammapada vinden wij meerdere voorbeelden van heilzaam resultaat dat vóór onheilzaam resultaat komt. Een bloeddorstig iemand voegde zich eens bij een bende dieven en beging veel misdaden. Later werd hij een beul. De Eerwaarde Sariputta bekeerde hem. Als gevolg daarvan onderging die man zo’n volledige verandering dat hij na de dood in een hemelse staat herboren werd. De Boeddha gaf als uitleg dat die goede wedergeboorte te danken was aan het mededogen en het heilzame advies van de Eerwaarde Sariputta. En daarom de regels: “Beter dan duizend woorden zonder zin is één goed woord vol zin, bij het horen (of lezen) waarvan men tot vrede komt.” (Dhp.100).

      Een ander voorbeeld is dit: Anathapindika steunde zeer edelmoedig de gemeenschap van de monniken. Daardoor verloor hij het grootste gedeelte van zijn fortuin. Omdat hij erg veel aalmoezen gaf, werd hij bekritiseerd. Maar hij trok er zich niets van aan en bleef zijn edelmoedige daden voortzetten. De Boeddha sprak daarop de verzen:
      “Zelfs een kwaaddoener ontmoet goed,
      zolang als het kwaad niet tot rijping komt;
      maar als het kwade vrucht draagt,
      dan ontmoet hij de onheilzame resultaten ervan.
       
      Zelfs een goed persoon ontmoet kwaad
      zolang als het goede niet tot rijping komt;
      maar als het goede vrucht draagt,
      dan ontmoet de goede de heilzame resultaten ervan.” (Dhp.119-120)
 
     Vernietigend gedrag zijn wilsacties met zo'n macht dat zij volledig de invloed van zwakker gedrag vernietigen. In de plaats daarvan wordt het onheilzame of heilzame moreel resultaat van de eigen wilsacties gesteld.
      Een goed voorbeeld van vernietigend gedrag vinden wij in het boek Dhammapada. Angulimala, de beruchte moordenaar, werd door de Boeddha bekeerd. Later werd hij niet alleen een monnik vol mededogen, maar hij bereikte zelfs het hoogste niveau van heiligheid. Daarna ging hij heen in de staat van Nibbāna. De monniken vroegen hoe het mogelijk was dat zo'n moordenaar een heilige was geworden. En de Verhevene antwoordde: “Alwie zijn kwade daad bedekt met een goede daad, hij verlicht deze wereld zoals de maan zonder wolken.” (Dhp.173)


Offline annaputta

  • Actief Lid
  • **
  • Berichten: 40
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #15 Gepost op: 13-09-2015 15:43 »
Hallo Siebe,

Nog enkele andere teksten over kamma en de gevolgen ervan, uit het Samyutta Nikaya:

S.3.20. Goede daden hebben goede gevolgen; slechte daden hebben slechte gevolgen. Wilsacties in daad, woord en gedachten zijn ons eigendom; de gevolgen ervan nemen we mee naar een volgend bestaan. Daarom moet men goede werken doen als voorraad voor een toekomstig bestaan. Verdienstelijke werken worden in de andere wereld een vaste basis voor de levende wezens.
 
S.3.21. Vier soorten van personen (donker-licht): Degene (arm of rijk) die zich slecht gedraagt, wordt in een lagere sfeer van bestaan wedergeboren. Degene (arm of rijk), die zich goed gedraagt, wordt in een hogere sfeer wedergeboren, in de hemel.

S.3.22. Dood komt voor iedereen. Na de dood gaan de wezens naar goede of slechte sferen van bestaan overeenkomstig hun daden. Daarom moet men goede daden verrichten als voorraad voor een toekomstig bestaan. Verdienstelijke werken worden in de andere wereld een vaste steun voor de levende wezens.

S.7.19. Te Savatthi. Een brahmaan die voor zijn moeder zorgde, ging naar de Boeddha en vroeg of hij zijn plicht deed nu hij voor moeder en vader zorgde.
   De Boeddha: "Zeer zeker doe je je plicht, brahmaan. Wie voor vader en moeder zorgt die krijgt veel verdienste. Hij wordt door de wijzen hier geprezen en na de dood gaat hij naar de hemel."

S.11.11-13. Te Savatthi. De Verhevene vertelde er dat Sakka vroeger, toen hij een mens was, zeven geloften had aangenomen en vervuld. Daarom werd hij als Sakka, koning der goden, wedergeboren.
   Die zeven geloften zijn:
1. Zolang ik leef zal ik vader en moeder steunen.
2. Zolang ik leef zal ik de oudsten in de familie hoogachten en vereren. (d.w.z. grootouders, ooms, tantes; eventueel ook nog oudste broer).
3. Zolang ik leef zal ik vriendelijke, zachtmoedige taal gebruiken.
4. Zolang ik leef zal ik niet lasteren.
5. Zolang ik leef zal ik thuis wonen met een geest die vrij is van onreinheden en gierigheid; vrijgevig zal ik zijn, mij aan gaven verheugend, toegankelijk voor de vragenden, mij verheugend aan het verdelen van aalmoezen.
6. Zolang ik leef zal ik de waarheid spreken.
7. Zolang ik leef zal ik niet toornig zijn. Als toorn in mij ontstaat zal ik die direct onderdrukken.

     Een goed mens noemen de Tavatimsa goden degene die vader en moeder ondersteunt, die de oudsten in de familie hoog vereert, die zachtmoedig is en vriendelijk spreekt, die lasterpraat vermijdt, die zich inspant om de gierigheid te onderdrukken, en die de toorn overwint.

(Sakka is dus in de hemel wedergeboren als gevolg van goede daden).

Gevolgen van goede en slechte daden zijn ook te vinden in het Petavatthu en het Vimanavatthu.


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #16 Gepost op: 13-09-2015 21:12 »
Hallo Siebe,

Ik heb meerdere teksten gevonden over kamma en de gevolgen ervan. De numerieke indeling van Ang. Nik. is bij mij anders dan door jou vermeld. Er zullen zeker teksten bij zijn die u al hebt vermeld. Ik geef hier een lijstje van wat ik heb gevonden.
A.II, 16-18, 27-30, 35;
A.III, 17, 22, 34, 54-55, 70, 77-78, 101, 112-114, 147-154, 164-183;
A.IV, 4, 17-19, 77, 81-83, 85, 232-238;
A.V, 43, 129;
A.VI, 18, 39, 63;
A.X, 208.

Hoi Annaputta,

Jammer dat de nummering van AN niet hetzelfde is. Ik hou, zoals je wel hebt gezien, de nummering aan uit de vertaling van bhikkhu Bodhi. Ik heb inmiddels al wat meer Anguttara Nikaya teksten klaar om hier te posten. Ik probeer er wat overzicht in aan te brengen en de sutta's bijvoorbeeld thematisch te rangschikken, bijvoorbeeld: oorzaken van kamma, indelingen van kamma, kamma als thema (komt nog) etc. Als je een Nikaya doorzoekt kun je vaak wel sutta's over kamma vinden die thematisch bij elkaar passen. Zo komt er ook wat overzicht in. Zo doe ik dit op dit moment met AN.

Mijn inzet is inmiddels wat verschoven. Ik vind het nu vooral handig te informeren over wat de Boeddha onderwees over kamma. Ik richt me op sutta's met een duidelijke informatieve waarde. Als bijvoorbeeld een sutta in Samyutta Nikaya vrijwel identiek is aan eentje die al gepost is, zal ik die overslaan. Het gaat me namelijk niet om hier een compleet overzicht te presenteren van alle teksten over kamma maar om te informeren. Zulke sutta's over kamma, met een duidelijke onderscheidende informatieve waarde, zou ik dan het liefst hier volledig vertaald zien in het Nederlands. Dat is wel wat werk maar daar heeft iedereen het meest aan denk ik.

Zou je er zo aan willen meewerken om bijvoorbeeld een Nikaya voor je rekening te nemen?
Ik vind dan wel dat de bron waaruit je vertaald bekend moet zijn en vermeld en het liefst ook openbaar.
Gratis te downloaden. Bijvoorbeeld:
Digha N door Walshe
Majjhima N bhikkhu Nanamoli en bhikkhu Bodhi
Samyutta N deel I+II door Bhikkhu Bodhi
Anguttara N door bhikkhu Bodhi

Voor Khuddhaka N gebruik ik diverse bronnen voor de diverse boeken.

Soms gaat alleen bepaald fragment in een sutta  maar over kamma. Als dat onderscheidend informatief is, dan kunnen we dat fragment volledig vertalen. Het lijkt me handig toch steeds oog te houden voor wat hier al gepost is om veel herhaling te voorkomen. Als de hele sutta relevant is dan vind ik, nogmaals, dat we de hele sutta moeten vertalen en hier plaatsen.

Wil je zo meedoen?

Groet,
Siebe







Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta's en/of fragmenten door mij vertaald in Nederlands]

Kamma als thema om vaak bij stil te staan

Anguttara Nikaya 5.57 spoort aan om vaak bij vijf thema’s stil te staan. Kamma is één van die thema’s. De eerste vier (in eigen woorden, kortgezegd): 1. Dat je veroudert en daar niet van uitgezonderd bent. 2. dat je gevoelig bent voor ziekte. 3. Dat je gaat sterven. 4. Dat je moet scheiden van alles en iedereen die je lief is. 5. Is het thema kamma en de reflectie gaat als volgt: “Ik ben de eigenaar van mijn kamma, de erfgenaam van mijn kamma; ik heb kamma als mijn oorsprong/komaf, kamma als mijn familielid, kamma als mijn resort; ik zal de erfgenaam zijn van wat voor kamma, goed of slecht, ik ook doe”.

De sutta werkt dit nu per thema uit. Ik beperk me bij het vertalen tot het laatste thema kamma en vertaal ook de afsluitende verzen.

Anguttara Nikaya 5.57 (7), Thema’s

(...)
(5) “En ter wille van welk voordeel dient een vrouw of een man, een huishouder of een thuisloze (iemand die toevlucht genomen heeft) vaak stil te staan bij: ‘Ik ben de eigenaar van mijn kamma, de erfgenaam van mijn kamma; ik heb kamma als mijn oorsprong/komaf, kamma als mijn familielid, kamma als mijn resort; ik zal de erfgenaam zijn van wat voor kamma, goed of slecht, ik ook doe’? Mensen laten zich in met wangedrag verricht door lichaam, spraak en geest. Maar wanneer men vaak bij dit thema stilstaat, wordt van zulk wangedrag ofwel volledig afstand gedaan of het vermindert. Het is ter wille van dit voordeel dat een vrouw of man, een huishouder of een thuisloze vaak stil dient te staan bij: ‘Ik ben de eigenaar van mijn kamma, de erfgenaam van mijn kamma; ik heb kamma als mijn oorsprong/komaf, kamma als mijn familielid, kamma als mijn resort; ik zal de erfgenaam zijn van wat voor kamma, goed of slecht, ik ook doe?"
(...)
(5) "Deze edele leerling staat er zo bij stil: ‘Ik ben niet de enige die de eigenaar is van zijn kamma, de erfgenaam van zijn kamma; die kamma als zijn oorsprong/komaf heeft, kamma als zijn familielid heeft, kamma als zijn resort heeft; die de de erfgenaam zal zijn van wat voor kamma, goed of slecht, iemand ook doet. Alle wezens die komen en gaan, die heengaan en wedergeboorte ondergaan, zijn eigenaren van hun kamma, de erfgenamen van hun kamma; allen hebben kamma als hun oorsprong/komaf, kamma als hun familielid, kamma als hun resort; allen zullen de erfgenaam zijn van wat voor kamma, goed of slecht, ze ook doen’. Als hij vaak bij dit thema stilstaat, wordt het pad gegenereerd. Hij volgt dit pad, ontwikkelt het, en cultiveert het. Terwijl hij dat zo doet, wordt van de ketens volledig afstand gedaan en de onderliggende neigingen worden ontworteld.

“Wereldlijke mensen onderhevig aan ziekte,
Ouderdom en dood worden met weerzin bekeken
[door andere mensen] die in overeenstemming
Met hun natuur bestaan.

“Als ik vol afkeer zou geraken
Van zulke wezens die zo’n natuur hebben,
Zou dat niet gepast zijn voor mij
Aangezien ik ook dezelfde natuur heb.

“Terwijl ik zo verbleef
En terwijl ik de staat zonder toe-eigeningen kende
Overwon ik alle bedwelming-
De intoxicatie met gezondheid,
Met jeugd, en met het leven-
Veiligheid gezien hebbend in verzaking.

Enthousiaste ijver kwam toen in me op
Aangezien ik duidelijk Nibbana zag.
Nu ben ik niet in staat
Om te zwelgen in zintuiglijke genoegens.
Vertrouwend op het spirituele leven,
Zal ik nooit meer terugkomen”.


De volgende sutta somt tien onderwerpen op waar iemand die toevlucht heeft genomen vaak bij dient stil te staan. De reflectie over kamma hoort daar ook bij. De gehele sutta:

Anguttara Nikaya 10.48 (8}, Dingen/zaken

“Bhikkhu’s, er zijn deze tien dingen waar iemand die toevlucht heeft genomen vaak bij stil dient te staan. Welke tien?
(1) “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Ik ben een klasseloze toestand binnen gegaan’2053.
(2) “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Mijn levensonderhoud is afhankelijk van anderen’2054
(3) “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Mijn gedrag dient anders te zijn’2055.
(4) “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Berisp ik mezelf met betrekking tot verdienstelijk gedrag?*
(5) “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Berispen mijn wijze medemonniken me met betrekking tot verdienstelijk gedrag, na me onderzocht te hebben?
(6) “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Ik moet vertrekken en scheiden van alles en iedereen dat me lief en aangenaam is’.
(7) “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Ik ben de eigenaar van mijn kamma, de erfgenaam van mijn kamma; ik heb kamma als mijn oorsprong/komaf, kamma als mijn familielid, kamma als mijn resort; ik zal de erfgenaam zijn van wat voor kamma, goed of slecht, ik ook doe’.
(8} “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Hoe besteed ik mijn nachten en dagen?’
(9) “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Verheug ik me in lege hutten?’
(10) “Iemand die toevlucht heeft genomen dient vaak stil te staan bij: ‘Heb ik enig bovenmenselijk onderscheid in kennis en visie bereikt die de edelen waard is, zodat ik in mijn laatste tijd, wanneer ik ondervraagd wordt door mijn medemonniken, niet in verlegenheid zal zijn?’
“Dit, bhikkhu’s, zijn de tien dingen waar iemand die toevlucht heeft genomen vaak bij stil dient te staan”.

Noot 2053 in eigen woorden: tot welke kaste of klasse men ook behoorde, dat wordt opgegeven en men wordt een asceet, een volgeling van de Boeddha.
Noot 2054 in eigen woorden: men heeft geen salaris en ontvangt giften van anderen zoals eten, onderkomens, kleding en medicijnen. Men gebruikt deze vier zaken niet zonder hierbij stil te staan.
Noot 2055: Mp: “leken lopen met opgezwollen borst, hun hoofd hooghoudend, op een speelse manier, met chaotische tred. Maar mijn manier moet anders zijn. Ik moet met gekalmeerde zintuigvermogens lopen, met een kalmte geest, met langzame en afgemeten stappen, zoals een kar die door water of een ruwe plaats gaat”.
*: De bedoeling van deze en de volgende overweging is of iemand of anderen fouten/gebreken kan/kunnen ontdekken met betrekking tot verdienstelijk gedrag. Zaken beter kunnen doen.



De overweging van "eigenaar van kamma" vind ik zelf heel krachtig. Als je beziet dat je de eigenaar bent van wilsactiviteit (kamma) in de vorm van neigingen, en weet van jezelf dat je toch gevoelig bent voor de wilsactiviteit van die slechte neigingen, dan weet je ook dat je zo het onheil over jezelf afroept als je weer die slechte neigingen gehoorzaamt. Dus je creëert heel duidelijk dan je eigen sores. Hopelijk brengt dit een gevoel van verantwoordelijkheid en urgentie met zich mee om daar wat aan te doen. Zoals de sutta zegt, kan wangedrag langzaam verminderen als je er niet meer aan toegeeft, en wellicht zelfs eindigen wanneer je besluit je ook ijverig te gaan inzetten op dit vlak. Je kunt je elke dag weer bewust verbinden met gedragsregels/geloften, toevlucht nemen, jezelf disciplineren etc. Ik beleef dit zelf als een leerproces met vallen en opstaan.

Een ander aspect van deze overweging, althans zo werkt het bij mij door, is de realisatie dat het bij andere mensen of wezens net zo werkt als bij jezelf. Dus iemand bezoedelt en zuivert zichzelf door de wilsactiviteiten en bijbehorend gedrag vanuit zijn/haar eigen aanleg.
Het geeft, vind ik, een realistisch zicht op wat je voor anderen kunt doen en ook vooral wat je niet kunt doen. Iemand blijft de eigenaar van zijn kamma. Je kunt iemand nog zo steunen, adviseren, liefhebben, maar als die persoon zelf prooi blijft van onheilzame wilsactiviteiten, dan roept die persoon toch leed en ellende over zichzelf af.

groet,
Siebe



Offline annaputta

  • Actief Lid
  • **
  • Berichten: 40
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #18 Gepost op: 14-09-2015 19:00 »
Hallo Sybe,

Door mij zijn de volgende geschriften over kamma geraadpleegd. Dus dat hoeft u niet meer te doen.

1. Voor het Dhammapada is geraadpleegd:

Adikaram, E.W. 1984. The Dhammapada. with Preface, Pali Text and English Translation by E.W. Adikaram. Colombo : Gunasena, 1984. (1st. ed. 1954).
Burlingame, Eugene Watson (tr.) 1979.  Buddhist Legends. Translated from the original Pali text of the Dhammapada Commentary.  London : PTS, 1979.  (Harvard Oriental Series, Vol. 28, 29, 30).   
Carter, John Ross [et al.] 1987. The Dhammapada. Transl. by John Ross Carter and Mahinda Palihawadana. New York (etc) : Oxford University Press, 1987.
Dhammananda, K. Sri (tr.) 1988. The Dhammapada. Kuala Lumpur : Sasana Abhiwurdi Wardhana Society, 1988. 
Nârada Thera. 1978. The Dhammapada : Pali Text and translation with stories in brief and notes.  (3rd ed.) - Colombo: BMS, 2522-1978.  (1st ed. 1963).

2. Voor het Samyutta Nikaya is geraadpleegd:

Geiger, Wilhelm (Übers.) 1930. Samyutta-Nikâya. Die in Gruppen geordnete Sammlung aus dem Pâli-Kanon der Buddhisten. Übers. von Wilhelm Geiger. 1. Band, München-Neubiberg: Benares-Verlag, 1930. 2. Band, München-Neubiberg: Schloß, 1925.
ook in: www.palikanon.com/samyutta/samyutta.html

3. Voor het Majjhima Nikaya is geraadpleegd:

Horner, I.B. (tr.) 2000. The Collection of the Middle Length Sayings (Majjhima-Nikāya). Vol. 1. The first fifty discourses (Mūlapannāsa). Translated from the Pāli by I.B. Horner. Oxford: PTS, 2000.
Neumann, Karl Eugen. 1922. Die Reden Gotamo Buddhos aus der mittleren Sammlung Majjhimanikâyo des Pâli-Kanons. Bd. 1-3. Übers. von Karl Eugen Neumann. (3. Aufl.) München : Piper, 1922.
Neumann, Karl Eugen. 1956. Die Reden Gotamo Buddhos. Aus der mittleren Sammlung Majjhimanikâyo des Pâli-Kanons. Übers. von Karl Eugen Neumann. (4. Aufl.) Zürich: Artemis; Wien : Zsolnay, 1956. (Karl Eugen Neumanns Übertragungen aus dem Pâli-Kanon, Bd. I). (1. Aufl. 1896-1902)
www.palikanon.com/majjhima/m_index_new.html

4. Voor het Digha Nikaya is geraadpleegd:

Walshe, Maurice  (tr.) 1996. The Long Discourses of the Buddha. A Translation of the Dîgha Nikâya. Kandy : BPS, 1996.  (The Teachings of the Buddha).
Dahlke, Paul .  Buddha. Auswahl aus dem Palikanon. Übers. von Paul Dahlke. Wiesbaden : Fourier, [s.a.]
www.palikanon.com/digha/d.htm

5. Voor de vragen van koning Milinda aan de Eerwaarde Nagasena is geraadpleegd:

Horner, I.B. (tr.)  Milinda's Questions. Vol. I & II.  (repr.) - Oxford: PTS, 1990 & 1991.  (Sacred books of the Buddhists, Vol. XXII & Vol. XXIII). (1st ed. 1963 & 1964).

6. Voorbeelden van de uitwerking van goede en slechte wilsacties zijn te vinden in:

Horner, I.B. (tr.) 1974; assisted by N.A. Jayawickrama. Vimânavatthu : Stories of the Mansions.  London: PTS, 1974.  (The Minor Anthologies of the Pali Canon  Part IV). 
Masefield, Peter (tr.) 1989. Elucidation of the Intrinsic meaning so named The Commentary on the Vimâna Stories (Paramattha-dîpanî nâma Vimânavatthu-atthakathâ).  Transl. By Peter Masefield; assisted by N.A. Jayawickrama. Oxford: PTS, 1989. 
Gehman, H.S. (tr.) 1974.  Petavatthu : Stories of the Departed.  London : PTS, 1974.  (The Minor Anthologies of the Pali Canon  Part IV).

7. algemene literatuur over kamma

https://sites.google.com/site/kammawilsacties/


Ariyadhamma, Ven. Mahāthera Nāuyane.The Short Analysis of Kamma. A Discourse by the Buddha. Kandy : BPS, 1992. Bodhi Leaves No. 128.
Bodde, Albert. Karma en reïncarnatie : Een zoektocht naar liefde en logica in de schepping. Deventer : Ankh-Hermes, 1997
Buddharakkhita, Acharya. 'Law of Karma and Rebirth. a Buddhist Perspective,' in: Buddhism & Jainism, Cuttack 1976, Part II, p. 95-117.
Bullen, Leonard A. 'Action and Reaction in Buddhist Teachings,' The Wheel No. 221/224 (Kandy 1975), p. 51-66.
Devendra, Asoka. 'Kamma, a universal law of justice,' Vesak Sirisara 61(2540/1996), p. 15-18.
Glasenapp, Helmuth von 'Die Lehre vom Karman in der Philosophie der Jainas, nach den Karmagranthas dargestellt,' in: Ausgewählte kleine Schriften, Wiesbaden 1980, S. 1-114.
Gorkom, Nina van. 'Questions and Answers about Kamma Result,' The Wheel No. 221/224 (Kandy 1975), p. 67-98.
Hoffmann, R.E. Wiedergeburt und Wirken : Eine widerspruchsfreie Weltanschauung. Berlin : Hoffmann, 1978.
Jayatilleke, K.N. 'The Buddhist Doctrine of Karma,' The Wheel No. 141/143 (Kandy 1969), p. 16-30.
Jayatilleke, K.N. 'The Case for the Buddhist Theory of Survival and Karma,' The Wheel No. 141/143 (Kandy 1969), p. 31-93.
Jayatilleke, K.N. Survival and Karma in Buddhist Perspective. Kandy : BPS, 1969. The Wheel No. 141/143.
Kaiser-Queri, Thea.  Karma-Logik : Weisheit der Leidbefreiung. Dachau : Zauner, 1967.
Kamma and its Fruit. Essays. Kandy : BPS, 1975. The Wheel No. 221/224.
Karunaratna, Suvimalee. Prisoners of karma. A Story. Kandy : BPS, 1991. Bodhi Leaves No. 125.
Ñānajīvako, Bhikkhu. 'Kamma - the Ripening Fruit' ,The Wheel No. 221/224 (Kandy 1975), p. 24-50.
Ñānamoli Thera (tr.) The Buddha's Words on Kamma. Four Discourses of the Buddha from the Middle Length Collection. Edited by Khantipālo Bhikkhu. Kandy : BPS, 1977. The Wheel No. 248/249
Nanayakkara, D.D.P. Heredity Beyond Materiality. Causality and moral responsibility. Kandy : BPS, 1979. Bodhi Leaves No. B 83.
Nyanaponika Thera. 'Reflections on Kamma and its Fruits,' The Wheel No. 221/224 (Kandy 1975), p. 111-120.
Nyanatiloka Mahāthera. 'Kamma and Rebirth,' The Wheel No. 394/396 (Kandy 1994), p. 14-31.
Nyānatiloka Mahathera. Karma and Rebirth. (2nd impr.) - Kandy : BPS, 1964. The Wheel No. 9. (1st. ed. 1959).
Ottama, Ashin. The message in the teachings of kamma, rebirth, samsara : A gateway to deeper understanding. Kandy : BPS, 1998. The Wheel no. 425/427.
Schmidt-Leukel, Perry (Hrsg.) Die Idee der Reinkarnation in Ost und West. Hrsg. von Perry Schmidt-Leukel; in Zusammenarbeit mit der Gesellschaft für europäisch-asiatische Kulturbeziehungen e.V. (GEAK). München : Diederichs, 1996.
Seidenstücker, Karl (Übers.) Pāli-Buddhismus in Übersetzungen : Texte aus dem Buddhistischen Pāli-Kanon und dem Kammavāca. Übers. von Karl Seidenstücker. (2. verm. u verb. Aufl.) - München-Neubiberg: Schloß, 1923.
Singh Ji Maharaj, Sant Kirpal. Karma. Das Gesetz von Ursache und Wirkung. Zürich : Origo Verlag, 1972. (Lebendige Bausteine, Bd. 12).
Story, Francis. 'Action,' The Wheel No. 221/224 (Kandy 1975), p. 1-9.
Story, Francis. 'Collective Karma,' The Wheel No. 221/224 (Kandy 1975 ), p. 106-110.
Story, Francis. 'Kamma and Causality,' The Wheel No. 221/224 (Kandy 1975), p. 10-23.
Story, Francis. 'Karma and Freedom,' The Wheel No. 221/224 (Kandy 1975), p. 99-105.
Thittila, Ven. U 'What Kamma Is?' Gems of Buddhist Wisdom, Kuala Lumpur 1983, p. 90-93.
Werner, Karel. The Law of Karma and Mindfulness. Kandy : BPS, 1973. Bodhi Leaves No. B 61.

« Laatst bewerkt op: 14-09-2015 22:20 door annaputta »

Aurelius Augustinus

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #19 Gepost op: 14-09-2015 19:25 »
Ik wil mijn grote respect uitspreken voor het vele werk dat u hier verricht. Dank daarvoor, voor ieder die hier aan meewerkt. Eén kleine opmerking aangaande de laatste bijdrage: de allerlaatste weblink naar algemene literatuur inzake kamma werkt helaas niet. Wilt u daar nog een keer naar kijken, waarde annaputta?

Offline annaputta

  • Actief Lid
  • **
  • Berichten: 40
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #20 Gepost op: 14-09-2015 22:21 »
Bedankt voor de opmerking. De link is gerepareerd.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
(on)mogelijkheden aangaande kennis over kamma
« Reactie #21 Gepost op: 15-09-2015 10:42 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta's en/of fragmenten door mij vertaald in Nederlands]

Mogelijkheden en onmogelijkheden aangaande kennis van kamma

Inleiding

Ik heb drie sutta’s geselecteerd die iets beschrijven over de mogelijkheden en onmogelijkheden van kennis over kamma. Anguttara Nikaya 4.77 toont dat kennis van [de precieze] gevolgen van kamma behoort tot de zogenaamde Vier Onvoorstelbare Zaken. De sutta geeft aan dat wanneer je dit wilt proberen te snappen, intellectueel, je ofwel waanzin oogst of frustratie. Het heeft dus geen zin je hoofd er over te breken.
Ik heb een fragment uit Anguttara Nikaya 6.64 toegevoegd om te laten zien dat kennis van de gevolgen van kamma wel één van de zes krachten (soorten kennis) is van de Tathagata. De zes krachten die deze sutta beschrijft (in eigen woorden kortgezegd): 1. Een Tathagata kent het mogelijke als mogelijk en het onmogelijke als onmogelijk. 2. Een Tathagata kent het gevolg van kamma, 3. De Tathagata kent bezoedeling en zuivering, de manifestatie van de jhana’s, bevrijdingen, concentraties en meditatieve realisaties. 4. Een Tathagata herinnert zijn vele vorige geboorten, 5. Met het goddelijk oog ziet de Tathagata het heengaan en weer wedergeboren worden van wezens overeenkomstig hun kamma. 6. De Tathagata kent de smetteloze bevrijding van geest, bevrijding door wijsheid en verwijlt er in. Ik heb van deze sutta hier onder alleen de gedeelten over kamma vertaald.

Sutta’s beschrijven ook drie soorten zogenaamde ware kennis. 1. De herinneringen aan vorige geboorten/verblijven, 2. Kennis van het heengaan en weer wedergeboren worden van wezens overeenkomstig hun kamma (zie vijfde kracht van de Tathagata), 3. Kennis van de Vier Edele Waarheden en Kennis van de Asava’s op een manier overeenkomstig de vier edele waarheden.
Ik heb uit Anguttara Nikaya 3.58 een beschrijving van de tweede soort ware kennis vertaald, de kennis van het heengaan en weer wedergeboren worden van wezens overeenkomstig hun kamma.
Deze zelfde beschrijving komt in vele sutta’s voor. De kennis over het heengaan en weer wedergeboren worden van wezens overeenkomstig hun kamma wordt gezien door het zogenaamde goddelijk oog. Het is kennis die behoort tot de Tathagata en het wordt in de sutta's ook beschreven als kennis die kan worden verkregen vanuit de vierde jhana. De geest is dan volledig onbezoedeld, zuiver, soepel en gelijkmoedige indachtigheid en kan zich dan richten op de boven beschreven drie soorten kennis.
Nu de sutta's en/of fragmenten.

Kamma als Hoofdbreker

Anguttara Nikaya 4.77 (7), Onvoorstelbare Zaken

“Bhikkhu’s, er zijn deze vier onvoorstelbare zaken771 die men zich niet moet proberen voor te stellen/verbeelden; iemand die probeert ze voor te stellen zou ofwel gek worden of gefrustreerd. Welke vier? (1) Het domein van de Boeddha is een onvoorstelbare zaak die men niet moet proberen voor te stellen; iemand die het probeert voor te stellen zou ofwel gek worden of gefrustreerd. (2) Het domein van iemand in jhana is een onvoorstelbare zaak die men niet moet proberen voor te stellen; iemand die het probeert voor te stellen zou ofwel gek worden of gefrustreerd. (3) Het gevolg van kamma is een onvoorstelbare zaak die men niet moet proberen voor te stellen; iemand die het probeert voor te stellen zou ofwel gek worden of gefrustreerd. (4) Speculatie over de wereld is een onvoorstelbare zaak die men niet moet proberen voor te stellen; iemand die het probeert voor te stellen zou ofwel gek worden of gefrustreerd772. Dit zijn de vier onvoorstelbare zaken die men zich niet moet proberen voor te stellen; iemand die probeert ze voor te stellen/snappen zou ofwel gek worden of gefrustreerd”.

Noot 771: “Acinteyyani". Mp zegt alleen “ongeschikt om aan te denken” (cintetum ayuttani)
Noot 772: “Mp licht de vier als volgt toe: “Het domein van de Boeddha’s (buddhavisaya) is de werkwijze en spirituele macht (pavattica anubhavoca) van de Boeddha’s kwaliteiten, zoals de alwetende kennis enzovoort. Het domein van iemand in jhana (jhanavisaya) betreft de directe soorten kennis en jhana’s. Het gevolg van kamma (kammavipaka) betreft het gevolg van kamma te worden ervaren in het huidige leven enzovoort. Speculatie over de wereld (lokacinta) betreft zulke wereldlijke speculatie als: ‘Wie maakte de zon en de maan? Wie maakte de aarde en de oceaan? Wie creëerde levende wezens? Wie maakte de bergen, mango’s, palmen en kokosnoten?”


De Tathagata kent de gevolgen van kamma

Anguttara Nikaya 6.64, Het Leeuwengebrul
(alleen de fragmenten over kamma vertaald)

“Bhikkhu’s, er zijn deze zes krachten van de Tathagata die de Tathagata bezit op grond waarvan hij de plaats van de belangrijkste stier claimt, zijn leeuwengebrul laat horen op bijeenkomsten en het Brahma wiel in beweging zet.
(...)
(2) “Verder, de Tathagata begrijpt het gevolg van het ondernemen van kamma in het verleden, toekomst en heden in termen van mogelijkheden en oorzaken zoals het werkelijk is1424. Aangezien de Tathagata het gevolg begrijpt van het ondernemen van kamma in het verleden, toekomst en heden in termen van mogelijkheden en oorzaken zoals het werkelijk is, is dit ook een kracht die de Tathagata bezit op grond waarvan hij de plaats van de belangrijkste stier claimt, zijn leeuwengebrul laat horen op bijeenkomsten en het brahma wiel in beweging zet”.
(...)
(2) “Als anderen de Tathagata benaderen en hem een vraag stellen met betrekking tot zijn kennis zoals het werkelijk is over de gevolgen van het ondernemen van kamma in het verleden, heden en toekomst in termen van mogelijkheden en oorzaken, dan antwoordt de Tathagata, op deze manier bevraagd, precies zoals hij deze kennis heeft begrepen”.

Noot 1424: Thanaso hetuso. Mp verklaart mogelijkheid (thana) als voorwaarde (paccaya). Vibh. 338-30 (Be§810 ) volgend houdt het dit voor: kennis van de voorwaarden van kamma die een gevolg kunnen geven in verbinding met vier factoren die ofwel diens rijpen kunnen versterken of hinderen; rijk (gati, iemand plaats van wedergeboorte), toe-eigeningen (upadhi, iemands lichaam en geest), tijd (kala) en inspanning (payoga). De oorzaak (hetu) is het kamma zelf.

Ware kennis van het (heen)gaan van wezens overeenkomstig hun kamma

Anguttara Nikaya 3.58 (8}, Tikanna

(...)
“Wanneer zijn geest zo geconcentreerd is (vierde jhana, Siebe), gezuiverd, gereinigd, smetteloos, vrij van bezoedeling, soepel, hanteerbaar, stabiel en onverstoorbaar, richt hij het op de kennis van het heengaan en de wedergeboorte van wezens. Met het goddelijk oog dat gezuiverd is en het menselijke overtreft, ziet hij wezens heengaan en wedergeboren worden, inferieur en superieur, mooi en lelijk, fortuinlijk en onfortuinlijk, en hij begrijpt hoe wezens aldus overeenkomstig hun kamma gaan: ‘Deze wezens die zich inlieten met wangedrag door lichaam, spraak en geest, die de edelen beschimpten, verkeerde visie onderhielden en kamma ondernamen op basis van verkeerde visie, bij het scheiden van het lichaam, na de dood, zijn wedergeboren in de vlakte van ellende, in een slechte bestemming, in de lagere wereld, in hel; maar die wezens zich inlieten met goed gedrag door lichaam, spraak en geest, die de edelen niet beschimpten, die juiste visie onderhielden en kamma ondernamen gebaseerd op juiste visie, bij het scheiden van het lichaam, na de dood, zijn wedergeboren in een goede bestemming, in een hemelse wereld’. Dus met het goddelijk oog, dat gezuiverd is en het menselijke overtreft, ziet hij wezens heengaan en wedergeboren worden, inferieur en superieur, mooi en lelijk, fortuinlijk en onfortuinlijk, en hij begrijpt hoe wezens in overeenstemming met hun kamma gaan.
“Dit is de tweede ware kennis door hem bereikt. Onwetendheid is verdreven, ware kennis is ontstaan; duisternis is verdreven, licht is ontstaan, zoals gebeurt wanneer men aandachtig, volijverig en vastbesloten verblijft”.
(...)

Bemerkingen
Je ziet dus dat kennis van kamma tot de mogelijkheden behoort maar het piekeren of intellectueel proberen te snappen van de precieze gevolgen van kamma, dat leidt alleen maar tot gekte of frustratie. Ik stel me voor dat dit ook verwijst naar het proberen te snappen waarom juist jij ziek wordt, of dit of dat moet meemaken (is het rijpend kamma?). Als je dat niet direct, intuitief weet, breek je je hoofd er over. Dit is misschien wel menselijk maar, zoals de sutta zegt, het kan je gek maken of gefrustreerd. Dus de aansporing zie ik om dit niet te doen.
Ook de soort kennis over kamma die Anguttara Nikaya 3.58 beschrijft, is volgens mij geen intellectuele kennis. Het is eerder een intuitieve, direct schouwende vorm van kennis. De Tathagata kent wel de gevolgen etc. van kamma.

Ik vind zelf dat we het onvoorstelbare karakter van gevolgen van daden ook niet moeten overdrijven. De precieze gevolgen zijn misschien onvoorstelbaar, maar over het algemeen kun je ook prima nagaan wat de gevolgen zijn van wilsactiviteiten van jezelf (en anderen). Iedereen weet toch dat als je jezelf weer eens laat leiden door de wil uit te blinken, te imponeren, een discussie te willen winnen, te willen vergelden o.i.d. je ook van alles over jezelf afroept, aan leed/pijn/situaties etc. Dus de gevolgen van wilsactiviteiten zijn ook weer niet zo duister/onvoorstelbaar maar vaak ook goed merkbaar.

Groet,
Siebe



Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #22 Gepost op: 15-09-2015 10:45 »
Ik wil mijn grote respect uitspreken voor het vele werk dat u hier verricht. Dank daarvoor, voor ieder die hier aan meewerkt

Hallo,
Bedankt, het doet me deugd dat je het waardeert.
Siebe


lord rainbow

  • Gast
Re: (on)mogelijkheden aangaande kennis over kamma
« Reactie #23 Gepost op: 15-09-2015 15:11 »
Ik heb drie sutta’s geselecteerd die iets beschrijven over de mogelijkheden en onmogelijkheden van kennis over kamma. Anguttara Nikaya 4.77 toont dat kennis van [de precieze] gevolgen van kamma behoort tot de zogenaamde Vier Onvoorstelbare Zaken. De sutta geeft aan dat wanneer je dit wilt proberen te snappen, intellectueel, je ofwel waanzin oogst of frustratie. Het heeft dus geen zin je hoofd er over te breken.

Ik heb sterk de indruk dat dit de kern van het betoog van Ujukarin is...
in deze draad
« Laatst bewerkt op: 18-09-2015 16:11 door Dirk Knol »

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 3.74
« Reactie #24 Gepost op: 16-09-2015 11:18 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta's en/of fragmenten door mij vertaald in Nederlands]

Het Verslijten van Oud Kamma en het Niet-Creeeren van Nieuw Kamma
(het principe van zuivering)

Anguttara Nikaya 3.74 (4), De Nigantha

“De Eerwaarde Ananda verbleef eens te Vesali in de hal met het puntdak in het Grote Woud. Toen benaderden de Licchavi Abhaya en de Licchavi Panditakumara de Eerwaarde Ananda, betoonden hem eerbied en gingen aan zijn zijde zitten495. De Licchavi Abhaya zei toen tegen de Eerwaarde Ananda: “Bhante, De Nigantha Nataputta claimt dat hij al-wetend en al-ziend is en al-omvattende kennis en visie heeft, [bewerend]: ‘Wanneer ik wandel, sta, slaap en waak, zijn kennis en visie constant en voortdurend bij me aanwezig’496.
Hij schrijft voor om oud kamma te beëindigen door middel van streng/striktheid en het afbreken van de brug door niet nieuw kamma te creeeren497. Dus, door de vernietiging van kamma wordt lijden vernietigd. Door de vernietiging van lijden wordt gevoel vernietigd. Door de vernietiging van gevoel zal al het lijden worden versleten. Op deze manier vindt het overwinnen [van lijden] plaats door deze op rechtstreekse wijze zichtbare zuivering door verslijten498. Wat zegt de Gezegende hier van?
“Abhaya, deze drie soorten ver/wegslijtende zuivering zijn op de juiste wijze uiteengezet door de Gezegende, de Arahant, de Volmaakt Verlichte die weet en ziet, voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van smart en geweeklaag, voor het heengaan van pijn en moedeloosheid, voor de  verwezenlijking van de methode, voor de realisatie van Nibbana. Welke drie?
(1) “Hier, Abhaya, is een bhikkhu deugdzaam, hij verblijft in bedwang gehouden door de Patimokkha, in bezit van goed gedrag en toevlucht, gevaar ziend in de kleinste fout. Na zich met de trainingsregels verbonden te hebben, traint hij ze. Hij creëert geen enkel nieuw kamma en hij beëindigt het oude kamma na er steeds weer opnieuw mee in contact te zijn geweest499. Het verslijten is direct zichtbaar, ogenblikkelijk, iemand uitnodigend om te komen en het te zien, toepasbaar, op persoonlijke wijze te worden ervaren door de wijzen.
(2) “Wanneer, Abhya, deze bhikkhu zo bekwaamd is in deugdzaam gedrag, afgezonderd van zintuiglijke genoegens, afgezonderd van onheilzame staten gaat hij de eerste jhana binnen en verwijlt er in, dat bestaat uit verrukking en plezier geboren uit afzondering, vergezeld van gedachten en onderzoek. Met het bedaren van gedachten en onderzoek gaat hij de tweede jhana binnen en verwijlt er in, dat interne kalmte kent en eenwording van geest en bestaat uit verrukking en plezier geboren uit concentratie, zonder gedachte en onderzoek. Met het eveneens verdwijnen van verrukking verwijlt hij gelijkmoedig en, aandachtig (mindful) en op heldere wijze begrijpend, ervaart hij plezier met het lichaam; hij gaat de derde jhana binnen en verwijlt er in, waarover de edelen verklaren: ‘Hij is gelijkmoedig, aandachtig, iemand die gelukkig verwijlt’. Met het afstand doen van plezier en pijn, en met het al eerder heengaan van vreugde en moedeloosheid; gaat hij de vierde jhana binnen en verwijlt er in, noch pijnlijk noch plezierig, dat zuivering van aandachtigheid heeft door gelijkmoedigheid.
Hij creëert geen nieuw kamma en hij beëindigt het oude kamma na er steeds weer opnieuw mee in contact te zijn geweest. Het verslijten is direct zichtbaar, ogenblikkelijk, iemand uitnodigend om te komen en het te zien, toepasbaar, op persoonlijke wijze te worden ervaren door de wijzen.
(3) “Wanneer, Abhaya, deze bhikkhu zo bekwaamd is in deugdzaam gedrag en concentratie, dan, met het vernietigen van de bezoedelingen (asava’s), realiseert hij voor zichzelf met directe kennis, in ditzelfde leven, de smetteloze bevrijding van geest, bevrijding door wijsheid, en na het te zijn binnengegaan, verwijlt hij er in. Hij creëert geen nieuw kamma en hij beëindigt het oude kamma na er steeds weer opnieuw mee in contact te zijn geweest. Het verslijten is direct zichtbaar, ogenblikkelijk, iemand uitnodigend om te komen en het te zien, toepasbaar, op persoonlijke wijze te worden ervaren door de wijzen500.
“Dit, Abhaya, zijn de drie soorten verslijtende zuivering die op de juiste wijze zijn uiteengezet door de Gezegende, de Arahant, de Volmaakt Verlichte die weet en ziet, voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van smart en geweeklaag, voor het heengaan van pijn en moedeloosheid, voor de verwezenlijking van de methode, voor de realisatie van Nibbana.
Toen dit werd gezegd, zei de Licchavi Panditakumara tegen de Licchavi Abhaya: “Waarom, vriend Abhaya, bedank je de Eerwaarde niet voor zijn welgesproken woorden?”
“Hoe, vriend, zou ik de Eerwaarde Ananda niet kunnen bedanken voor zijn welgesproken woorden? Als iemand de Eerwaarde Ananda niet zou bedanken voor deze welgesproken woorden, zou iemands hoofd in tweeën splijten!”

Noot 495: “De Licchavi’s waren de dominante clan in de Vajji republiek, die diens hoofdstad te Vesali had”.
Noot 496: “Voor een satire van Nataputta’s claim op alwetendheid, zie MN76.21-22, II 519, 13-33.
Noot 497: “Mp: Hij verklaart de vernietiging van verzameld kamma door strenge beoefening (ayuhitakammanam) en het huidige niet-verzamelen van enig kamma dat verzameld zou kunnen zijn. De afbraak van de brug (setughatam) is de afbraak/ontmanteling van de factor en de afbraak van de voorwaarde (padaghatam paccayaghatam)”. Vermoedelijk wordt bedoeld de vernietiging van karmische opeenhopingen en hun voorwaarde. SED geeft “band of keten” als betekenissen voor setu, wat hier lijkt te passen.
Noot 498: “Het “weg/verslijten” (nijara) van oud kamma door strenge praktijken is een fundamenteel concept van de Jains”.
Noot 499: “Mp: Hij verzamelt geen nieuw kamma. ‘Oud kamma’ is het kamma verzameld in het verleden. Na er steeds weer mee contact te hebben gemaakt, laat hij het verdwijnen. Dit betekent, na steeds weer opnieuw in aanraking te zijn geweest met het resulterend-contact, vernietigt hij dat kamma”.
Noot 500: “Mp identificeert de drie stadia van het verslijten als de vier edele verwezenlijkingen. De beschrijving van de bhikkhu in het eerste (stadium van) “weg/verslijten” als deugdzaam, duidt volgens Mp op de lagere twee paden en vruchten- die van stroom-intrede en de eenmaal-terugkerende- want van leerlingen op deze stadia wordt gezegd dat ze deugdzaam gedrag hebben vervuld. De beschrijving van de bhikkhu in het tweede (stadium van) “wegslijten” als iemand die de vier jhana bereikt, duidt op de verwezenlijking van het derde pad en vrucht, die van de niet-terugkerende, beschreven als iemand die concentratie vervuld heeft. En de beschrijving in het derde (stadium van) “wegslijten” als iemand die de vernietiging van de bezoedelingen heeft bereikt, duidt op de vrucht van arahantschap, aangezien de arahant wijsheid vervuld heeft. Mp noemt een andere interpretatie die er op neer komt dat alle drie soorten “wegslijten” beschrijvingen zijn van arahantschap, gemaakt vanuit het standpunt van de arahant’s deugdzaamheid, concentratie en wijsheid. Voor de correlatie tussen de drie trainingen en de vier edele verwezenlijkingen, zie AN. 3.86".


Nog wat persoonlijke bemerkingen

Je kunt hier de training zien op de drie gebieden van gedrag, concentratie en wijsheid. De basis van de training is toch deugdzaam gedrag want als je maar onheilzame gewoonten blijft volgen en versterken, roep je toch ook steeds weer de sores over jezelf af. Dus pure moraliteit is de basis. Daarom kan beheersing en disciplinering via geloften nuttig zijn als je van jezelf weet dat je gemakkelijk neigt naar slechte gewoonten. Vanuit mijn ervaring moet je uitgaan van een onbeheersbare situatie. Bepaalde slechte gewoonten zijn jou de baas. Dat is het vertrekpunt. Als het andersom is, heb je geen training nodig.
Verder lijkt me dat de Boeddha hier strenge beoefening/ascese, -kennelijk gewoon bij de Nigantha's-, niet aanbeveelt als middel voor het verslijten van oud-kamma, maar het louter gewaarzijn van het rijpend gevolg.

Gedurende de training zal waarschijnlijk wel oud kamma tot rijping komen. Voorbeeld hoe dit voor mij leeft:
Als je bijvoorbeeld nogal vaak vanuit een bepaalde felheid of venijn of vijandigheid (in de aanval) hebt gereageerd op mensen, op situaties etc., dan is de kans volgens mij groot dat dat zich eens tegen je keert, als het ware, en je zelf die felheid of dat venijn als een soort brandende mentale pijn gaat ervaren. Zelfs (of waarschijnlijk "juist") als je stopt met bepaald (bijvoorbeeld zulk venijnig) onheilzaam gedrag, is het opgeslagen jarenlange gevolg (potentieel) daarvan niet meteen weg. Je hebt iets verzameld/sterk gemaakt en dat wil ook iets, daar zit een bepaald kracht achter. Het kan gaan rijpen. Dus het effect van slechte gewoonten is niet meteen weg als je er mee stopt, maar rijpt (vaak) als ervaringen van leed.

Stel dat nu dat er een venijnig pijnlijk gevoel rijpt in je geest. Nu kun je daar vervolgens ook weer met afkeer/venijn/haat op reageren, niet willen-voelen, weerzin, maar dan komt er geen einde aan. Dan stapelt zich enkel meer venijn op venijn. Het principe achter het verslijten van het oude kamma is volgens mij dat je het (in dit geval een rijpend venijnig gevoel) enkel gewaar bent, dus je bent er mee in contact, dat wel, maar verder ook niet. De teksten spreken over het telkens weer er mee in contact zijn.

Het principe is volgens mij dat dit rijpend pijnlijk gevoel ook eens zal eindigen. Als de brandstof op is, dooft het. En de kunst is dus het ook niet meer van nieuw brandstof te voorzien, door niet opnieuw vanuit haat en hebzucht en begoocheling te reageren erop. Er zijn denk ik ook wel rijpende verschijnsel die, zoals de tekst zegt, ogenblikkelijk kunnen uitdoven, als er volledig gewaarzijn is. Misschien hangt deze capaciteit ook af van iemands staat. Ik heb een beetje persoonlijke ervaring hiermee.

Door wat rijpt als het gevolg van het volgen van jarenlange slechte gewoonten, enkel gewaar te zijn, zonder voorkeur, zonder afkeer, en het kennend als enkel een leeg verschijnsel, niet-zelf, tijdelijk, creëer je ook geen nieuw kamma. Want er is geen reactie vanuit voorkeur/hebzucht, geen reactie vanuit afkeer/haat en er is geen begoocheling in die zin dat er enkel gewaar zijn is.

Dus, alles wat je ervaart, of het nu aangenaam is, zeer aangenaam, onaangenaam, zeer onaangenaam, neutraal, enkel gewaar zijn, louter ervaren. Er is dan sprake van gelijkmoedigheid naar alle verschijnselen die je ervaart. Daarover meer in de volgende post.

Groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 4.195
« Reactie #25 Gepost op: 17-09-2015 11:15 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta's en/of fragmenten door mij vertaald in Nederlands]

Het Beëindigen van Oud Kamma en het Niet-Creëeren van Nieuw Kamma
(gelijkmoedigheid m.b.t. alles wat wordt ervaren, zes constante verblijven)

Anguttara Nikaya 4.195 (5), Vappa

“De Gezegende verbleef eens onder de Sakyans te Kapilavatthu in het Vijgenboom Park. Toen benaderde Vappa de Sakya, een leerling van de Niganthas, de Eerwaarde Mahamoggallana, betoonde hem eerbied en ging aan zijn zijde zitten. Toen zei de Eerwaarde Mahamoggallana tegen hem: "Hier, Vappa, als iemand lichaam, spraak en geest in bedwang heeft, met het verdwijnen van onwetendheid en het ontstaan van ware kennis, zie je dan iets op basis waarvan bezoedelingen die pijnlijk gevoel kunnen voortbrengen  bij zo’n persoon zouden kunnen ontstaan (let. bij hem kunnen binnenstromen, Siebe) in toekomstige levens?"
“Ik zie zo’n mogelijkheid, Bhante. In het verleden deed men een slechte daad wiens gevolg nog niet gerijpt is. Op die basis zouden bezoedelingen die pijnlijk gevoel kunnen voortbrengen in zo’n persoon kunnen ontstaan in enig volgend leven”918.
Terwijl dit gesprek tussen de Eerwaarde Mahamoggallana en Vappa de Sakya gaande was, kwam de Gezegende in de avond te voorschijn uit afzondering en ging naar de publieke hal. Hij ging op de aan hem toegewezen zetel zitten en zei tegen de Eerwaarde Mahamoggallana: “Moggallana, wat waren jullie nu net aan het bespreken? En wat hebben jullie al besproken?”
[De Eerwaarde Mahamoggallana doet hier verslag van het complete gesprek met Vappa de Sakya, concluderend:]
“Dit, Bhante, was het gesprek dat ik had met Vappa de Sakya toen de Gezegende arriveerde”
Toen zei de Gezegende tegen Vappa de Sakya: “Als, Vappa, je zou toegeven wat toegegeven zou moeten worden, en verwerpt wat verworpen zou moeten worden; en als je, wanneer je de betekenis van mijn woorden niet begrijpt, me verder zou bevragen, zeggend: “Hoe zit dit Bhante? Wat is hiervan de betekenis?’; dan zouden we dit kunnen  bespreken”.
“Bhante, ik zal aan de Gezegende toegeven wat toegegeven moet worden, en verwerpen  wat verworpen moet worden; en wanneer ik de betekenis van zijn woorden niet begrijp, zal ik hem daarover verder bevragen, zeggend: “Hoe zit dit Bhante? Wat is hiervan de betekenis?’ Dus laten we dit bespreken”.
(1) “Wat denk je, Vappa? Die bezoedelingen, verontrustend, koortsachtig die zouden kunnen ontstaan vanwege lichamelijke ondernemingen, doen zich niet voor wanneer men zich hiervan onthoudt. Hij creëert geen enkel nieuw kamma en hij beëindigt het oude kamma na steeds weer opnieuw contact er mee te hebben gemaakt919. Het verslijten is op rechtstreekse wijze zichtbaar, ogenblikkelijk, iemand uitnodigend te komen en te zien, toepasbaar, door de wijzen persoonlijk te worden ervaren. Zie je iets, Vappa, op basis waarvan bezoedelingen die pijnlijke gevoelens kunnen voorbrengen in zo’n persoon zouden kunnen ontstaan in toekomstige levens?”
“Nee, Bhante”.
(2) “Wat denk je, Vappa? Die bezoedelingen, verontrustend, koortsachtig die zouden kunnen ontstaan vanwege verbale ondernemingen, doen zich niet voor wanneer men zich hiervan onthoudt. Hij creëert geen enkel nieuw kamma en hij beëindigt het oude kamma na steeds weer opnieuw contact er mee te hebben gemaakt. Het verslijten is op rechtstreekse wijze zichtbaar, ogenblikkelijk, iemand uitnodigend te komen en te zien, toepasbaar, door de wijzen persoonlijk te worden ervaren. Zie je iets, Vappa, op basis waarvan bezoedelingen die pijnlijke gevoelens kunnen voorbrengen in zo’n persoon zouden kunnen ontstaan in toekomstige levens?”
“Nee, Bhante”.
(3) “Wat denk je, Vappa? Die bezoedelingen, verontrustend, koortsachtig die zouden kunnen ontstaan vanwege mentale ondernemingen, doen zich niet voor wanneer men zich hiervan onthoudt. Hij creëert geen enkel nieuw kamma en hij beëindigt het oude kamma na steeds weer opnieuw contact er mee te hebben gemaakt. Het verslijten is op rechtstreekse wijze zichtbaar, ogenblikkelijk, iemand uitnodigend te komen en te zien, toepasbaar, door de wijzen persoonlijk te worden ervaren. Zie je iets, Vappa, op basis waarvan bezoedelingen die pijnlijke gevoelens kunnen voorbrengen in zo’n persoon zouden kunnen ontstaan in toekomstige levens?”
“Nee, Bhante”
(4) "Wat denk je, Vappa? Met het verdwijnen van onwetendheid en het ontstaan van ware kennis doen die bezoedelingen, verontrustend en koortsachtig, die op voorwaarde van onwetendheid bestaan zich niet langer voor. Hij creëert geen enkel nieuw kamma en hij beëindigt het oude kamma na steeds weer opnieuw contact er mee te hebben gemaakt. Het verslijten is op rechtstreekse wijze zichtbaar, ogenblikkelijk, iemand uitnodigend te komen en te zien, toepasbaar, door de wijzen persoonlijk te worden ervaren. Zie je iets, Vappa, op basis waarvan bezoedelingen die pijnlijke gevoelens kunnen voorbrengen in zo’n persoon zouden kunnen ontstaan in toekomstige levens?”
“Nee, Bhante”.
“Een bhikkhu, aldus op volmaakte wijze bevrijd in geest, Vappa, verwezenlijkt zes constante verblijven. Na een vorm gezien te hebben met het oog, is hij noch vreugdevol noch bedroefd, maar verwijlt gelijkmoedig, aandachtig en op heldere wijze begrijpend920. Na een geluid met het oor gehoord te hebben...Na een geur met de neus geroken te hebben...Na een smaak met de tong ervaren te hebben...Na een tactiel object met het lichaam gevoeld te hebben...Na een mentaal verschijnsel bewust te zijn geworden met de geest, is hij noch vreugdevol noch bedroefd, maar verwijlt gelijkmoedig, aandachtig en op heldere wijze begrijpend.
“Wanneer hij een gevoel ervaart die met het lichaam eindigt, begrijpt hij: ‘ik voel een gevoel die met het lichaam eindigt’. Wanneer hij een gevoel voelt dat eindigt met het leven’, begrijpt hij: ‘ik voel een gevoel dat eindigt met het leven’. Hij begrijpt: ‘Bij het scheiden van het lichaam, de uitputting van het leven volgend, zal alles wat gevoeld wordt, precies daar bekoelen (let. koel worden)921.
“Stel, Vappa, een schaduw wordt gezien op basis van de aanwezigheid van een boomstronk. Daarna zou er een man komen die een schep en emmer meebrengt. Hij zou de stronk aan de voet afhakken, het uitgraven en de wortels er uittrekken, zelfs de fijnere wortels en de wortelharen. Hij zou de stronk in stukken hakken, de stukken splijten en ze tot spaanders reduceren. Daarna zou hij de spaanders in de zon en wind drogen, ze in een vuur verbranden en ze tot as terugbrengen. Na dat zo gedaan te hebben, zou hij de as in een sterk wind strooien of het laten meevoeren door de sterke stroming van een rivier. Dus de schaduw die afhankelijk van die boomstronk bestond, zou bij de wortel zijn afgesneden, gemaakt tot de stomp van een palm, uitgewist zodat het in de toekomst niet meer zal kunnen ontstaan922.
“Zo ook, Vappa, verwezenlijkt een bhikkhu op volmaakte wijze bevrijd in geest, zes constante verblijven. Na een vorm gezien te hebben met het oog...Na een geluid met het oor gehoord te hebben...Na een geur met de neus geroken te hebben...Na een smaak met de tong ervaren te hebben...Na een tactiel object met het lichaam gevoeld te hebben...Na een mentaal verschijnsel bewust te zijn geworden met de geest, is hij noch vreugdevol noch bedroefd, maar verwijlt gelijkmoedig, aandachtig en op heldere wijze begrijpend.
Wanneer hij een gevoel ervaart die met het lichaam eindigt, begrijpt hij: ‘ik voel een gevoel die met het lichaam eindigt’. Wanneer hij een gevoel voelt dat eindigt met het leven’, begrijpt hij: ‘ik voel een gevoel dat eindigt met het leven’. Hij begrijpt: ‘Bij het scheiden van het lichaam, de uitputting van het leven volgend, zal alles wat gevoeld wordt, precies daar bekoelen’” .
Toen dit was gezegd zei Vappa de Sakya, een leerling van de Niganthas, tegen de Gezegende: “Stel, Bhante, er was een man die paarden fokte voor de verkoop, op zoek naar winst, maar hij zou geen winst behalen en in plaats daarvan alleen maar vermoeienis en stress oogsten. Net zo nam ik, op zoek naar winst mijn toevlucht tot de Niganthas, maar ik behaalde geen winst en in plaats daarvan oogste ik alleen vermoeienis en stress. Vanaf vandaag strooi ik, welk vertrouwen ik ook had in de dwaze Niganthas in een sterke wind of laat het meevoeren door de stroming van een rivier.
“Uitstekend, Bhante!.....Laat de Gezegende mij beschouwen als een leken volgeling die vanaf vandaag toevlucht heeft genomen voor de rest van zijn leven”.

Noot 918: “Dit schijnt een leerstelling van de Jains te zijn geweest, die door de praktijk van zelf-kwelling er naar zochten om vroeger (gemaakt) kamma te vernietigen. Zie de les gegeven door Nattaputta (Mahavira) in AN3.74”.
Noot 919: “Mp: Na steeds opnieuw in aanraking te zijn geweest met het kamma door contact met kennis, vernietigt hij het kamma dat geëlimineerd moet worden door kennis. Na steeds weer opnieuw het in aanraking te zijn geweest met het gevolg door resulterend-contact, vernietigt hij het kamma dat moet worden geëlimineerd door [het ervaren van] het gevolg”
Noot 920: “Mp: ‘Omdat hij gelijkmoedigheid heeft verworven, dat ook omvat wordt door aandachtigheid (mindfulness) en helder begrip en mentale balans als diens kenmerk heeft, ‘verwijlt hij gelijkmoedig’, mentaal in balans in relatie tot die objecten’”.
Noot 921: “Dit toont de houding van de arahant met betrekking tot huidige ervaringen. Hij weet dat zijn gevoelens alleen voortduren zolang het lichaam en de vitaliteit voortduren, en dat met het sterven van het lichaam en de vernietiging van vitaliteit alle gevoelens tot een einde komen. Mp verklaart “zullen precies daar bekoelen” (idh'eva sitibhavissanti)” zo: “Ze zullen bekoelen (let. Koel worden); verstoken van de verstoring en moeilijkheden veroorzaakt door het zich voordoen [van het levensproces]; ze zullen nooit meer terugkomen. [Dit vind] precies hier [plaats], zonder dat hij elders heen gaat door middel van wedergeboorte”.
Noot 922: Mp: “Hier is de toepassing van het voorbeeld: Het lichaam moet gezien worden als de boom. Heilzaam en onheilzaam kamma zijn als de schaduw die afhankelijk is van de boom. De mediteerder is als de man die de schaduw wil verwijderen; wijsheid is als de schep; concentratie is als de emmer; inzicht is als de pikhouweel (khanitti, niet genoemd in de sutta; DOP definieert zowel kuddala en khanitti als gereedschap om mee te graven, een spade, tuinschep). De tijd van het opgraven van de wortels met de schep, is als tijd om onwetendheid te doorsnijden met het pad van arahantschap. De tijd van het reduceren van de boomstronk tot stukken, als de tijd van het zien van de aggregaten; de tijd van het splijten van de stukken is als de tijd van het zien van de zintuigbases; de tijd van het reduceren van de stukken tot spaanders is als de tijd van het zien van de elementen. De tijd van het drogen van de spaanders in de wind en zon, is als het toepassen van lichamelijke en mentale energie. De tijd van het verbranden van de spaanders in een vuur, is als de tijd van het verbranden van de bezoedelingen met kennis. De tijd van het reduceren van de spaanders tot as, is als de tijd dat de vijf aggregaten zich nog altijd voordoen [nadat men arahantschap heeft bereikt]. De tijd van het strooien van de as in een sterke wind en ze laten meevoeren door de stroming, is als de beëindiging van de vijf aggregaten, die bij de wortel zijn afgesneden met geen verdere wedergeboorte. Zoals de verstrooide en meegevoerde as naar de niet te onderscheiden staat (apannattibhavupagamo) gaan, zo dient men de niet te onderscheiden staat (appannattibhavo) te begrijpen die bereikt wordt door het niet-ontstaan van resulterende aggregaten in hernieuwd bestaan”.


Opmerking
Zie ook Anguttara Nikaya 3.74, eerder gepost.

Groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 3.100
« Reactie #26 Gepost op: 18-09-2015 10:58 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta's en/of fragmenten door mij vertaald in Nederlands]

Het spirituele leven is onmogelijk als iemand het (rijpend) kamma op precies dezelfde wijze moet ervaren als het gecreëerd is. Het beëindigen van lijden zou onmogelijk zijn.

(kamma boekhouding?)

Anguttara Nikaya 3.100 (9), Een Klont Zout

“Bhikkhu’s, als men het zo zou zeggen: ‘Een persoon ervaart kamma op precies dezelfde wijze als hij het gecreëerd heeft’, dan kan men in zo’n geval geen spiritueel leven leiden, en er zou geen mogelijkheid gezien worden voor het volledig beëindigen van lijden546. Maar als men het zo zou zeggen: ‘Wanneer een persoon kamma creëert dat moet worden ervaren op een bepaalde manier, ervaart hij het gevolg op precies die manier’, dan is in zo’n geval het leiden van een spirituele leven mogelijk547.
“Hier, bhikkhu’s, heeft een persoon onbeduidend/nietig slecht kamma gecreëerd, toch leidt het hem naar de hel, terwijl een ander persoon hier precies hetzelfde onbeduidende kamma heeft gecreëerd, niettemin wordt het ervaren in ditzelfde leven, zonder dat zelfs maar een gering [residu] wordt gezien, minder overvloedig [residu].
“Wat voor soort persoon creëert onbeduidend kamma dat hem naar de hel leidt? Hier is een persoon onontwikkeld in lichaam, deugdzaam gedrag, geest en wijsheid; hij is beperkt en heeft een gemeen/laag karakter548 en hij verwijlt in lijden549. Wanneer zo’n persoon onbeduidend kamma creëert leidt hem dat naar de hel.
“Wat voor soort persoon creëert precies hetzelfde onbeduidende slechte kamma en niettemin wordt het ervaren in ditzelfde leven, zonder zelfs maar een gering [residu/saldo] te zien, minder overvloedig [residu]? Hier is een persoon ontwikkeld in lichaam, deugdzaam gedrag, geest en wijsheid. Hij is ongelimiteerd en heeft een hoogstaand karakter en hij verwijlt zonder beperking550 (let. zonder meting, Siebe). Wanneer zo’n persoon precies hetzelfde onbeduidende slechte kamma creëert,  wordt dit ervaren in ditzelfde leven, zonder zelfs maar een gering [residu] wordt gezien, minder overvloedig [residu]551.
(1) “Stel dat een man een klont zout zou laten vallen in een kleine kom met water. Wat denken jullie bhikkhu’s? Zou die klont zout de kleine hoeveelheid water in de kom zout en ondrinkbaar maken?
“Ja, Bhante. Om welke reden? Omdat het water in de kom beperkt is, dus die klont zout zou het water zout maken en ondrinkbaar”.
“Maar stel dat een man een klont zout in de rivier de Ganges zou laten vallen. Wat denken jullie bhikkhu’s? Zou die klont zout de rivier Ganges zout en ondrinkbaar maken?”
“Nee, Bhante. Om welke reden? Omdat de rivier de Ganges een grote hoeveelheid water bevat, dus die klont zout zou het niet zout en ondrinkbaar maken”.
“Zo ook, bhikkhu’s, heeft hier een persoon onbeduidend slecht kamma gecreëerd, toch leidt het hem naar de hel, terwijl een ander persoon hier precies hetzelfde onbeduidende slechte kamma heeft gecreëerd, niettemin wordt dat ervaren in ditzelfde leven, zonder dat zelfs maar een gering [residu] wordt gezien, veel minder overvloedig [residu].
“Wat voor soort persoon creëert onbeduidend slecht kamma dat hem naar de hel leidt? Hier is een bepaalde persoon onontwikkeld in lichaam, deugdzaam gedrag, geest en wijsheid. Wanneer zo’n persoon een onbeduidend slecht kamma creëert, leidt dat hem naar de hel
“Welke soort persoon creëert precies hetzelfde onbeduidende slechte kamma en wordt niettemin ervaren in ditzelfde leven, zonder zelfs maar een gering [residu/saldo] te zien, nog veel minder een overvloedig [residu]? Hier is een bepaald persoon ontwikkeld in lichaam, deugdzaam gedrag, geest en wijsheid. Wanneer zo’n persoon precies hetzelfde onbeduidende slechte kamma heeft gecreëerd, wordt het ervaren in ditzelfde leven, zonder zelfs maar een gering [residu] te zien, veel minder overvloedig [residu].
(2) "Hier, bhikkhu’s, is iemand gevangen gezet voor [het stelen] van een halve kahapana, een kahapana, of honderd kahapana’s553, terwijl iemand anders niet gevangen wordt gezet voor [het stelen] van dezelfde hoeveelheid geld.
“Welk soort persoon wordt gevangen gezet voor [het stelen] van een halve kahapana, een kahapana, of honderd kahapana’s? Hier is iemand arm, met weinig bezit en rijkdom. Zo’n persoon wordt gevangen gezet voor [het stelen] van een halve kahapana, een kahapana, of honderd kahapana’s.
“Wat voor soort persoon wordt niet gevangen gezet voor [het stelen] van een halve kahapana, een kahapana, of honderd kahapana’s? Hier is iemand rijk, met veel geld en rijkdom. Zo’n persoon wordt niet gevangen gezet voor [het stelen] van een halve kahapana, een kahapana, of  honderd kahapana’s.
“Zo ook, bhikkhu’s, heeft een persoon onbeduidend slecht kamma gecreëerd, toch leidt het hem naar de hel, terwijl een ander persoon hier precies hetzelfde onbeduidende kamma heeft gecreëerd, niettemin wordt dat ervaren in ditzelfde leven, zonder dat zelfs maar een gering [residu] wordt gezien,  veel minder overvloedig [residu].
“Welk soort persoon creëert onbeduidend slecht kamma dat hem naar de hel leidt? Hier is een persoon onontwikkeld in lichaam, deugdzaam gedrag, geest en wijsheid. Wanneer zo’n persoon een onbeduidend slecht kamma creëert leidt dat hem in de hel
“Welke soort persoon creëert precies hetzelfde onbeduidende slechte kamma en wordt het niettemin ervaren in ditzelfde leven, zonder dat zelfs maar een gering [residu/saldo] wordt gezien, veel minder een overvloedig [residu]?  Hier is een persoon ontwikkeld in lichaam, deugdzaam gedrag, geest en wijsheid. Wanneer zo’n persoon precies hetzelfde onbeduidende slechte kamma heeft gecreëerd, wordt het ervaren in ditzelfde leven, zonder dat zelfs maar een gering [residu] wordt gezien, veel minder overvloedig [residu].
“Bhikkhu’s, neem het geval van een schapenhandelaar of een slager die iemand kan doden, gevangen kan zetten, beboeten, of anderszins iemand kan straffen die een van zijn schapen gestolen heeft, maar dat niet bij kan doen bij iemand anders die zijn schaap gestolen heeft.
“Wat voor soort persoon554 kan de schapenhandelaar of slager doden, gevangen zetten, beboeten of anderszins straffen voor het stelen van een schaap? Iemand die arm is, met weinig bezit en rijkdom. De schapen handelaar of slager kunnen zo’n persoon doden, gevangen zetten, beboeten of anderszins straffen voor het stelen van een schaap.
“Wat voor soort persoon kan de schapenhandelaar of slager niet doden, gevangen zetten, beboeten of anderszins straffen voor het stelen van een schaap? Iemand die rijk is, met veel geld en rijkdom, een koning of een koninklijke minister. De schapenhandelaar of slager kunnen zo’n persoon niet doden, gevangen zetten, beboeten of anderszins straffen voor het stelen van een schaap.
“Zo ook, bhikkhu’s, heeft een bepaald persoon onbeduidend slecht kamma gecreëerd, toch leidt het hem naar de hel, terwijl een ander persoon hier precies hetzelfde onbeduidende kamma heeft gecreëerd, niettemin wordt dat ervaren in ditzelfde leven, zonder dat zelfs maar een gering [residu] wordt gezien, veel minder overvloedig [residu].
“Wat soort persoon creëert onbeduidend slecht kamma dat hem naar de hel leidt? Hier is een persoon onontwikkeld in lichaam, deugdzaam gedrag, geest en wijsheid; hij is beperkt en heeft een gemeen/laag karakter en hij verwijlt in lijden. Wanneer zo’n persoon onbeduidend slecht kamma heeft gecreëerd leidt hem dat in naar de hel.
“Wat voor soort persoon creëert precies hetzelfde onbeduidende slechte kamma en niettemin wordt het ervaren in ditzelfde leven, zonder dat zelfs maar een gering [residu/saldo] wordt gezien, een veel minder overvloedig [residu]? Hier is een persoon ontwikkeld in lichaam, deugdzaam gedrag, geest en wijsheid. Hij is ongelimiteerd en heeft een hoogstaand karakter en hij verwijlt zonder beperking. Wanneer zo’n persoon precies hetzelfde onbeduidend slechte kamma heeft gecreëerd, wordt dit ervaren in ditzelfde leven, zonder dat zelfs maar een gering [residu] wordt gezien, veel minder overvloedig [residu].
“Als, bhikkhu’s, men het zo zou zeggen: ‘Een persoon ervaart kamma op precies dezelfde wijze als hij het gecreëerd heeft’, dan kan men in zo’n geval geen spiritueel leven leiden en er zou geen mogelijkheid gezien worden voor het volledig beëindigen van lijden. Maar als men het zo zou zeggen: ‘Wanneer een persoon kamma creëert dat moet worden ervaren op een bepaalde manier, ervaart hij het gevolg op precies die manier’, is in zo’n geval het leiden van een spirituele leven mogelijk en een kans wordt gezien om volledig een einde te maken aan lijden”.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Noot 546:... “Het exacte verschil tussen de twee posities is niet zelf-evident. Mp verklaart als uitleg: “Op precies dezelfde wijze: Als men zegt, ‘Men ervaart het gevolg van kamma op precies dezelfde manier als men het gecreëerd heeft’, aangezien het dan niet mogelijk is om het gevolg te voorkomen van kamma dat eens gedaan is, zou men zeker het gevolg ervaren van welk kamma men dan ook gecreëerd heeft. In zo’n geval kan men het spirituele leven niet leiden: kamma te ervaren bij wedergeboorte, gedaan vóór de ontwikkeling van het pad, zou noodzakelijkerwijs ervaren moeten worden, of men nu wel of niet het spirituele leven geleid heeft. Er zou geen kans worden gezien om volledig een einde te maken aan lijden: aangezien er in zo’n geval het verzamelen van kamma door jezelf is en het ervaren van diens gevolg, daarom zou er dan ook geen kans worden gezien om een einde te maken aan het lijden van de rondgang (in samsara, Siebe).” Het punt dat Mp probeert te maken, lijkt het, is dat als men het gevolg moet ervaren van elk kamma dat men gecreëerd heeft van het type dat wordt ervaren bij wedergeboorte, en van elk kamma dat men gecreëerd heeft van het type dat wordt ervaren in enig leven na het volgende, dan zou men moeten doorgaan in de volgende wedergeboorte, en in oneindige toekomstige wedergeboorten, om deze gevolgen te ervaren. Omdat die kamma’s bestemd zijn te rijpen, moet men in zo’n geval voor eeuwig in samsara blijven om hun vruchten te ervaren. Het is echter uit de sutta helemaal niet duidelijk dat dit de bedoelde betekenis is. Het lijkt veeleer dat de sutta zegt dat men niet het gevolg van kamma hoeft te ervaren op precies dezelfde manier als men het gecreëerd heeft (zodat, als voorbeeld, als men iemand vermoord heeft, men niet ook op zijn beurt vermoord zou worden). Het punt is dan dat wanneer iemands heilzame en onheilzame kamma’s rijpen, ze zullen moeten worden ervaren als, respectievelijk, plezierig en als pijnlijk, hoewel de mate van het plezier en de pijn niet overeen behoeft te komen met de morele kracht van de oorspronkelijke activiteit”.
Noot 547: “Mp verklaart dit in termen van de Abhidhamma theorie dat kamma wordt gecreëerd door de zeven javanacittas, de karmisch actieve mentale gebeurtenissen in een cognitief proces. De eerste javana is van het soort dat wordt ervaren in dit huidige leven (ditthadhammavedaniya); als het de kans mist om in dit leven te rijpen, wordt het disfunctioneel (ahosi). De zevende javana wordt ervaren na de wedergeboorte in het volgende leven (upapajjavedaniya), en als het de kans mist om in dat leven te rijpen, wordt het disfunctioneel. De middelste vijf javanas moeten worden ervaren bij een daarop volgende gelegenheid (aparapariyayavedaniya), wat betekent dat ze elk moment kunnen rijpen na het volgende leven zolang men in samsara blijft. Aangezien deze theorie lang na de Nikaya’s ontstond, is het onwaarschijnlijk dat het de bedoeling van de huidige passage aangeeft. Zoals ik in noot 546 uitlegde, lijkt de tekst eenvoudigweg te zeggen dat wanneer men onheilzaam kamma creëert, men het gevolg als pijnlijk zal ervaren, ofwel in sterke mate ofwel in zwakke mate, maar de mate van het gevolg, kan niet op een starre manier gecorreleerd worden aan de ernst van de oorspronkelijke daad. Het omgekeerde geldt voor heilzaam kamma, dat ervaren wordt als plezierig. Het is deze variabiliteit die iemand in staat stelt, door het ontwikkelen van het pad, om de consequenties van ernstig onheilzaam kamma te overwinnen en daardoor het einde van lijden in samsara te bereiken. Deze interpretatie lijkt ondersteund te worden door de voorbeelden gegeven in de sutta.
De Chinese variant, MA11 (bij T I 433a12-434a11) maakt geen duidelijk onderscheid tussen de twee tegengestelde posities. Ik lees het zo: “De Boeddha vertelde de bhikkhu’s: [als men zegt] “Men ontvangt het gevolg van kamma overeenkomstig de manier waarop het door een persoon is gedaan”- beoefent men in dit geval niet het spirituele leven en is niet in staat lijden de beëindigen. Als men zegt: “Men ontvangt het gevolg van kamma overeenkomstig de manier waarop het gedaan is door een persoon”-dan beoefent men in dit geval het spirituele leven en is in staat lijden te beëindigen. [knip Chinese tekst hiervan, Siebe]. Ofwel is hier sprake van een fout in het overbrengen van de tekst, of het punt in deze versie is dat, van twee mensen die dezelfde visie onderhouden van kamma, iemand niet beoefent en dus geen einde maakt aan lijden, terwijl de ander wel beoefent en een einde aan lijden maakt”.
Noot 548 : Paritto appatumo. Mp verklaart: “Hij is beperkt door de beperkingen van zijn verdiensten (parittaguno). Zijn zelf (atuma) is zijn lichaam (attabhavo); hoewel zijn lichaam groot kan zijn, heeft hij een ‘laag karakter’, vanwege de beperkingen van zijn verdiensten”. Atuma(n) is een alternatieve vorm van atta(n) (Skt. Atman). Mp identificeert het met attabhava. De Chinese versie leest de overeenkomende zin als volgt: “zijn levensduur is erg kort”.
Noot 550: Aparitto mahatta (Be: mahatto). Mp (Ce): “Hij is ongelimiteerd omdat zijn verdiensten niet beperkt zijn; zelfs wanneer zijn lichaam klein is, heeft hij een ‘groots karakter’ vanwege de grootheid van zijn verdiensten”. (Gunamahantataya mahatta). Mp verklaart dat al deze termen impliceren dat de persoon die wordt beschreven een arahant is, hetgeen raadselachtig is, aangezien volgens de Abhidhamma filosofie die de commentaren steunt, een arahant helemaal geen enkel kamma creëert. Wederom, de Chinese parallel (bij T I 433b11) interpreteert dit door middel van de levensduur: “hij heeft een extreem lange levensduur”.
Noot 551: “Dat is, een residu te worden ervaren in volgende levens.
Noot 553: ”Kahapana: de belangrijkste valuta gebruikt in Noord-India gedurende de tijd van de Boeddha”.


Persoonlijk bemerkingen

Het voorbeeld van het zout en de hoeveelheid water vind ik wel duidelijk. Iemand kan veel verdienste hebben verzameld, veel kwaliteiten belichamen zoals liefdevolle vriendelijkheid, mededogen en wijsheid. Als zo iemand dan toch een onbeduidende slechte daad begaat, valt dat (bij zichzelf) als het ware in hele andere aarde dan bij iemand die niet zulke kwaliteiten bezit en eerder een gemeen, laaghartig karakter heeft. De daad kan hetzelfde zijn maar omdat het in hele andere aarde valt, als het ware, is het (rijpend) gevolg van die negatieve daad niet hetzelfde.

Een ander illustratief voorbeeld zou Angulimala kunnen zijn. Er wordt gezegd dat hij 999 mensen had vermoord voordat hij zich bekeerde. Zou kamma nu op exact dezelfde manier ervaren worden als het gecreëerd is, dan zou hij eerst, volgens de boekhouding, zelf ook 999 keer vermoord moeten worden. Dat gebeurde niet. Angulimala bereikte arahantschap. Het spirituele leven en de beëindiging van lijden, zou onmogelijk zijn wanneer kamma een soort exacte boekhoudkundige zaak zou zijn, lijkt deze sutta te willen benadrukken.

Groet,
Siebe




Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 10.217
« Reactie #27 Gepost op: 19-09-2015 11:14 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta's en/of fragmenten door mij vertaald in Nederlands. Waar "..." in de tekst staan, herhaalt deze zich als eerder]

Er is geen beëindiging van lijden zo lang men niet de gevolgen heeft ervaren van gewild kamma dat gedaan en verzameld is.


tien onheilzame vormen van wilsactiviteit en gedrag én tien heilzame vormen van wilsactiviteit en gedrag

Anguttara Nikaya 10.217 (7), Gewild/intentioneel* (1)

“Bhikkhu’s, ik zeg niet dat er een beëindiging van gewild kamma is dat gedaan en verzameld is2180, zo lang men [diens gevolgen] niet heeft ervaren, en dat kan in ditzelfde leven zijn, of een [volgende] wedergeboorte, of bij een daarop volgende gelegenheid. Maar ik zeg niet dat er een beëindiging van lijden is zo lang men niet [de gevolgen van] gewild kamma dat gedaan en verzameld is, heeft ervaren2181.
“Wat dit betreft, bhikkhu’s, is er een drievoudige verdorvenheid en ontaarding/falen/fout (verder vertaald als “ontaarding”, Siebe) van lichamelijk kamma2182, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, met een pijnlijke uitkomst en gevolg; een viervoudige verdorvenheid en ontaarding van verbaal kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, met een pijnlijke uitkomst en gevolg; en een drievoudige verdorvenheid en ontaarding van mentaal kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, met een pijnlijke uitkomst en gevolg;
“En hoe, bhikkhus, is er een drievoudige verdorvenheid en ontaarding van lichamelijk kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, met een pijnlijke uitkomst en gevolg?
(1) “Hier vernietigt iemand leven. Hij is moordzuchtig, heeft bloed aan de handen, geeft zich over aan slaan en geweld, genadeloos naar levende wezens.
(2) “Hij neemt wat niet gegeven is. Hij steelt de rijkdom en het bezit van anderen in de dorpen of het bos.
(3) “Hij geeft zich over aan seksueel wangedrag. Hij heeft seksuele relaties met vrouwen die nog onder de bescherming staan van hun moeder, vader, moeder en vader, broer, zuster of familieleden; die beschermt zijn door hun Dhamma; die een man hebben; wiens overtreding een straf met zich meebrengt; of zelfs met iemand die al verloofd is.
Het is op deze manier dat er er een drievoudige verdorvenheid en ontaarding van lichamelijk kamma is, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, met een pijnlijke uitkomst en gevolg.
“En hoe, bhikkhu’s, er een viervoudige verdorvenheid en ontaarding van verbaal kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, met een pijnlijke uitkomst en gevolg?
(4) “Hier spreekt iemand vals. Als hij wordt opgeroepen voor een raad te verschijnen, voor een bijeenkomst, voor de aanwezigheid van zijn familieleden, voor zijn vereniging, of voor het gerecht, en zo als een getuige ondervraagd: ‘Zo, goede man vertel wat je weet’, dan niet wetend zegt hij, ’Ik weet’, of wetend, zegt hij, ‘Ik weet het niet’;  niet ziend zegt hij, ‘Ik zie’, of ziend zegt hij, “Ik zie het niet’. Dus hij liegt doelbewust in zijn eigen belang, of voor andermans belang, of voor enig onbeduidend wereldlijk doel.
(5) “Hij zaait met zijn spraak verdeeldheid. Na hier iets gehoord te hebben, herhaalt hij dat elders om [die mensen] tegen deze [mensen] op te zetten; of na elders iets gehoord te hebben, herhaalt hij het aan deze mensen om [hen] tegen die [mensen] op te zetten. Dus hij is iemand die mensen verdeelt die verenigd zijn, een verdeeldheid zaaier, iemand die geniet van kliekjes vormen, blij is met kliekjes vormen,  zich verheugt in kliekjes vormen, een spreker van woorden die kliekjes creëeren.
(6) “Hij spreekt op ruwe wijze. Hij spreekt woorden die ruw zijn, hard, kwetsend voor anderen, beledigend voor anderen, grenzend aan woede, niet bevorderlijk voor concentratie.
(7) “Hij geeft zich over aan zinloos geklets. Hij spreekt op een ongepast moment, spreekt op valse wijze, vertelt wat onvoordelig is, spreekt tegengesteld aan de Dhamma en de leer; op een ongepast moment spreekt hij zulke woorden die waardeloos zijn, onredelijk, onsamenhangend en onvoordelig.
“Op deze manier is er een viervoudige verdorvenheid en ontaarding van verbaal kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, met een pijnlijke uitkomst en gevolg.
“En hoe, bhikkhu’s, is er een drievoudige verdorvenheid en ontaarding van mentaal kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, met een pijnlijke uitkomst en gevolg?
(8} “Hier is iemand vol verlangen. Hij verlangt aldus naar de rijkdom en het bezit van anderen: “Oh, mag wat aan een ander toebehoort van mij zijn!”
(9) “Hij heeft aldus een geest van kwade wil en intenties: “Moge deze wezens geslagen worden, geslacht, afgeslacht, vernietigd of uitgeroeid!”. 
(10) “Hij onderhoudt aldus verkeerde visie en een onjuist perspectief: ‘Er is niets gegeven, niets geofferd, niets aangeboden; er is geen vrucht of gevolg van goede en slechte activiteiten; er is niet deze wereld noch een andere wereld; er is geen moeder, geen vader; er zijn geen spontaan wedergeboren wezens; er zijn in de wereld geen asceten of brahmanen met juist gedrag en juiste beoefening die, na zelf deze wereld en de andere wereld door directe kennis te hebben gerealiseerd, ze bekend maken aan anderen’.
“Het is op deze manier dat er een drievoudige verdorvenheid en ontaarding van mentaal kamma is, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, met een pijnlijke uitkomst en gevolg.
“Het is, bhikkhu’s, vanwege de drievoudige verdorvenheid en ontaarding van lichamelijk kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, dat bij het scheiden van het lichaam, na de dood, wezens geboren worden in de vlakte van ellende, in een slechte bestemming, in de lagere wereld, in de hel; of het is vanwege de viervoudige verdorvenheid en ontaarding van verbaal kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, dat bij het scheiden van het lichaam, na de dood, wezens geboren worden in de vlakte van ellende, in een slechte bestemming, in de lagere wereld, in de hel, of het is vanwege de
drievoudige verdorvenheid en ontaarding van mentaal kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, dat bij het scheiden van het lichaam, na de dood, wezens geboren worden in de vlakte van ellende, in een slechte bestemming, in de lagere wereld, in de hel. Net zoals dobbelstenen, wanneer ze omhoog geworpen worden, stevig komen te liggen waar ze dan ook vallen2183, zo is het ook vanwege de drievoudige verdorvenheid en ontaarding van lichamelijk kamma...of het is vanwege de viervoudige verdorvenheid en ontaarding van verbaal kamma...of het is vanwege de
drievoudige verdorvenheid en ontaarding van mentaal kamma, ontstaan vanuit onheilzame wilsactiviteit, dat bij het scheiden van het lichaam, na de dood, wezens geboren worden in de vlakte van ellende, in een slechte bestemming, in de lagere wereld, in de hel.
“Bhikkhu’s, ik zeg niet dat er een beëindiging is van gewild kamma dat gedaan en verzameld is, zo lang men [diens gevolgen] niet heeft ervaren, en dat kan in ditzelfde leven zijn, of een [volgende] wedergeboorte, of bij een daarop volgende gelegenheid. Maar ik zeg niet dat er een beëindiging van lijden is zolang men niet [de gevolgen van] gewild kamma dat gedaan en verzameld is, heeft ervaren.
“Wat dit betreft, bhikkhu’s, is er een drievoudig succes van lichamelijk kamma, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit, met een plezierige uitkomst en gevolg.
“En hoe, bhikkhu’s, is er een drievoudig succes van lichamelijk kamma, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit met een plezierige uitkomst en gevolg?
(1) “ Na afstand te hebben gedaan van de vernietiging van leven, onthoudt iemand zich hier van de vernietiging van leven. Met de roede en het wapen weggelegd, gewetensvol en vriendelijk, verblijft hij mededogend naar alle levende wezens.
(2) “Na afstand te hebben gedaan van het nemen wat niet gegeven is, onthoudt hij zich van het nemen van wat niet gegeven is. Hij steelt niet de rijkdom en het bezit van anderen in het dorp of in het bos.
(3) “Na afstand te hebben gedaan van seksueel wangedrag, onthoudt hij zich van seksueel wangedrag. Hij heeft geen seksuele relaties met vrouwen die nog onder de bescherming staan van hun moeder, vader, moeder en vader, broer, zuster of familieleden; die beschermt zijn door hun Dhamma; die een man hebben; wiens overtreding een straf met zich meebrengt; of zelfs met iemand die al verloofd is.
“Het is op deze manier dat er een drievoudig succes van lichamelijk kamma is, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit en met een plezierige uitkomst en gevolg.
“En hoe, bhikkhu’s, is er een viervoudig succes van verbaal kamma, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit met een plezierig uitkomst en gevolg?
(4) “Na afstand te hebben gedaan van valse spraak, onthoudt iemand zich hier van valse spraak. Als hij opgeroepen wordt voor een raad te verschijnen, op een bijeenkomst, voor de aanwezigheid bij zijn familieleden, voor zijn vereniging, of voor het gerecht, en zo als een getuige ondervraagd: ‘Zo, goede man vertel wat je weet’, dan niet wetend zegt hij, ’Ik weet het niet’, of wetend, zegt hij, ‘Ik weet het’;  niet ziend zegt hij, ‘Ik zie niet’, of ziend zegt hij, “Ik zie het’. Dus hij liegt niet doelbewust in zijn eigen belang, of voor andermans belang, of voor enig onbeduidend wereldlijk doel.
(5) “Na afstand te hebben gedaan van verdeeld-zaaiende spraak, onthoudt iemand zich hier van verdeeldheid-zaaiende spraak. Na hier iets gehoord te hebben, herhaalt hij dat niet elders om [die mensen] tegen deze [mensen] op te zetten; of na elders iets gehoord te hebben, herhaalt hij het niet aan deze mensen om [hen] tegen die [mensen] op te zetten. Dus hij is iemand die de mensen herenigt die verdeeld zijn, een promotor van eenheid, iemand die geniet van eendracht, blij is met eendracht, zich verheugt in eendracht, een spreker van woorden die eendracht promoten.
(6) “Na afstand te hebben gedaan van ruwe spraak, onthoudt hij zich van ruwe spraak. Hij spreekt zulke woorden die zachtaardig zijn, aangenaam voor het oor, en lieflijk, die naar het hart gaan, die beschaafd zijn, door velen verlangd en plezierig voor velen.
(7) “Na afstand te hebben gedaan van zinloos geklets, onthoudt hij zich van zinloos geklets. Hij spreekt op een gepaste tijd, spreekt de waarheid, vertelt voordelig woorden, spreekt over de Dhamma en de leer; op een gepast moment spreekt hij zulke woorden die het waard zijn om opgenomen te worden, redelijk, bondig en voordelig”
“Het is op deze manier dat er er een viervoudig succes van verbaal kamma is, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit en met een plezierige uitkomst en gevolg.
“En hoe, bhikkhu’s, is er een drievoudig succes van mentaal kamma, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit met een plezierig uitkomst en gevolg?
(8} “Hier is iemand zonder verlangen. Hij verlangt niet aldus naar de rijkdom en bezit van anderen: “Oh, mag wat een ander toebehoort van mij zijn!’
(9) “Hij is van goede wil en zijn intenties zijn aldus vrij van haat: ‘Mogen deze wezens gelukkig leven, vrij van vijandigheid, kwelling en ongerustheid!’.
(10) “Hij onderhoudt juiste visie en heeft aldus een correct perspectief: ‘‘Er is wat gegeven is,  geofferd, en aangeboden; er is een vrucht of gevolg van goed en slechte activiteiten; er is deze wereld en een andere wereld; er is een moeder en vader; er zijn spontaan wedergeboren wezens; er zijn in de wereld asceten of brahmanen met juist gedrag en juiste beoefening die, na zelf deze wereld en de andere wereld door directe kennis te hebben gerealiseerd, ze bekend maken aan anderen’.
“Het is op deze manier dat er er een drievoudig succes is van mentaal kamma, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit en met een plezierige uitkomst en gevolg.
“Het is, bhikkhu’s, vanwege het drievoudig succes van lichamelijk kamma, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit, dat bij het scheiden van het lichaam, na de dood, wezens geboren worden op een goede bestemming, in een hemelse wereld; of het is vanwege het viervoudige succes van verbaal kamma, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit, dat bij het scheiden van het lichaam, na de dood, wezens geboren worden op een goede bestemming, in een hemelse wereld; of het is vanwege het drievoudige succes van mentaal kamma, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit, dat bij het scheiden van het lichaam, na de dood, wezens geboren worden op een goede bestemming, in een hemelse wereld. Net zoals dobbelstenen, wanneer ze omhoog geworpen worden, stevig komen te liggen waar ze dan ook vallen, zo is het ook vanwege het drievoudig succes van lichamelijk kamma....of het is vanwege het viervoudige succes van verbaal kamma...of het is vanwege het drievoudig succes van mentaal kamma, ontstaan vanuit heilzame wilsactiviteit, dat bij het scheiden van het lichaam, na de dood, wezens geboren worden op een goede bestemming, in een hemelse wereld.
“Bhikkhu’s, ik zeg niet dat er een beëindiging is van gewild kamma dat gedaan en verzameld is, zo lang men [diens gevolgen] niet heeft ervaren, en dat kan in ditzelfde leven zijn, of een [volgende] wedergeboorte, of bij een daarop volgende gelegenheid. Maar ik zeg niet dat er een beëindiging van lijden is zolang men niet [de gevolgen van] gewild kamma dat gedaan en verzameld is, heeft ervaren”.

Noten

*Ik vind “volitional”, de Engelse naam van de sutta, eigenlijk lastig te vertalen. Je zou het kunnen vertalen als intentioneel/bedoeld/voorbedacht/welbewust maar dat doet mijns inziens toch ook niet helemaal recht aan de betekenis van kamma als wilsactiviteit. Volgens mij hoeft wilsactiviteit niet perse te verwijzen naar welbewuste wilsactiviteit, het kan ook meer verborgen liggen, voorbewust of min of meer onbewust plaatsvinden, zeg maar, en die zin verwijst het dan meer naar de mentale activiteit die de geest ergens naar doet uitgaan of neigen.
Noot 2180: “De tekst heeft de tweede naamval meervoud sancetanikanam kammanam. Uit eerbied van gevestigd Engels, heb ik het enkelvoud “kamma” gebruikt. Gezien het feit dat kamma per definitie wil(sactiviteit) (cetana ‘ham bhikkhave kammam vadami) is, klinkt gewild kamma dubbelop, maar ik volg het Pali. Blijkbaar spelen in de tekst twee betekenissen van kamma, de letterlijk betekenis van daad/actie, en de uitgebreide betekenis van een daad die de capaciteit heeft om ethisch gedetermineerde vruchten voort te brengen. De eerste betekenis wordt, misschien, geaccentueerd door kata, “gedaan”, de laatste door upacita “verzameld/opgeslagen”, als ook door de verwijzing van de tijdsperioden wanneer het kan rijpen.
Noot 2181: “Over de drievoudige rijping van kamma, zie pagina’s 1639-40, noot 372. De Boeddha’s verklaring dat er geen beëindiging van gewild kamma is zolang men diens gevolg niet ervaren heeft, lijkt in tegenspraak met één van de belangrijkste premissen van zijn onderricht, namelijk, dat om bevrijding te bereiken- “om lijden te beëindigen”- men niet alle gevolgen hoeft te ervaren van al het kamma dat men in het verleden heeft verzameld. Deze leerstelling (tenminste volgens de Nikaya’s) werd voorgesteld door de Jains, zoals verklaard in MN 14.17, I 92,*kl35-93,kl*10; MN 101.10, II 218, 1-12. Echter, aangezien de cyclus van wedergeboorten “zonder te ontdekken begin is” (anamatagga samsara) en we in deze lange periode allemaal immens veel kamma hebben verzameld, zou het nagenoeg een oneindigheid duren om zulk kamma uit te putten door het ervaren van diens gevolg. De Boeddha onderwees dat de sleutel tot bevrijding niet de uitwissing was van vroeger kamma (ofwel door het ervaren van het gevolg of door strenge beoefening), maar de eliminatie van de bezoedelingen. Arahants, door het beëindigen van de bezoedelingen, vernietigen de mogelijkheid van het rijpen van al hun vroeger kamma voorbij dat residu dat zou kunnen rijpen in hun laatste leven. Mp legt uit dat de verklaring in de tekst een impliciete betekenis heeft: “Dit is bedoeld om te tonen dat zolang samsara voortduurt, en er kamma is dat de capaciteit heeft om te rijpen (patiladdhavipakarahakamma) ‘er geen plaats op aarde is waar men aan een slechte daad kan ontsnappen’”. (het citaat is van Dhp 127). In andere woorden, het punt is niet dat al het kamma dat gecreëerd is zal moeten rijpen, maar dat elk kamma dat gecreëerd en verzameld is, de mogelijkheid behoudt te rijpen zolang als men rondzwerft in de cyclus van wedergeboorten. [knip Chinese versie, Siebe].
Noot 2182 Kayakammantasandosabyapatti. Mp beduidt dit als “een fout bestaand uit lichamelijke activiteit” (kayakammantasankhata vipatti). Blijkbaar hebben bij Mp sandosa en byapatti dezelfde betekenis, aangeduid door vapatti,  maar ik hou het er op dat de samenstelling een dvanda is: verdorvenheid en ontaarding.
Noot 2183: verwijst naar noot 582. Hier valt te lezen: “Mp zegt dat het een speciaal soort dobbelsteen is met zes oppervlakken, gelijksoortig aan een juweel”(rest weggelaten, Siebe)

Groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 10.219
« Reactie #28 Gepost op: 20-09-2015 12:02 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands. Anders dan in het origineel, heb ik de sutta niet ingekort]

Er is geen beëindiging van lijden zo lang men niet de gevolgen heeft ervaren van gewild kamma dat gedaan en verzameld is.

Slecht kamma dat niet verder gaat: Het effect van het beoefenen van de vier onmetelijken

Anguttara Nikaya 10.219 (9), Het Daad-Geboren Lichaam

“Bhikkhu’s, ik zeg niet dat er een beëindiging van gewild kamma is dat gedaan en verzameld is, zo lang men [diens gevolgen] niet heeft ervaren, en dat kan in ditzelfde leven zijn, of een [volgende] wedergeboorte, of bij een daarop volgende gelegenheid. Maar ik zeg niet dat er een beëindiging van lijden is zo lang men niet [de gevolgen van] gewild kamma dat gedaan en verzameld is, heeft ervaren2185.
“Deze edele leerling, bhikkhu’s, die zo verstoken is van verlangen, verstoken van kwade wil, niet verward, met helder begrip, altijd aandachtig, verblijft één windrichting doordringend met een geest vervuld van liefdevolle vriendelijk, net zo de tweede windrichting, de derde windrichting en de vierde windrichting. Aldus boven, beneden, overdwars en overal, en naar allen als naar hemzelf, verblijft hij de hele wereld doordringend met een geest vervuld van liefdevolle vriendelijkheid, omvangrijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandigheid, zonder kwade wil. Hij begrijpt het aldus: ‘Eerder was mijn geest beperkt en onontwikkeld, maar nu is het onmetelijk en goed ontwikkeld. Geen meetbaar kamma verblijft daar en houdt daar stand2186.
“Wat denken jullie, bhikkhu’s, als een jongere vanaf zijn kindertijd de bevrijding door liefdevolle vriendelijk-heid zou ontwikkelen, zou hij dan een slechte daad begaan?2187
“Nee, Bhante”.
“Kan lijden hem beïnvloeden hij geen slechte daad doet?”
“Nee, Bhante. Want op basis van wat kan lijden op iemand inwerken die geen slechte daad doet?”2188
“Een vrouw of man dient deze bevrijding van geest door liefdevolle vriendelijkheid te ontwikkelen. Een vrouw of man kunnen dit lichaam niet met zich meenemen wanneer ze gaan. Stervelingen hebben geest als hun essentie (let. kern, Siebe)2189.
“[De edele leerling] begrijpt: Welke slechte daad ik hier in het verleden ook deed met dit daad-geboren lichaam2190, het wordt allemaal hier ervaren. Het zal niet verder volgen/gaan2191. Wanneer de bevrijding van geest door liefdevolle vriendelijkheid op deze manier is ontwikkeld, leidt het tot niet-terugkeren voor een wijze bhikkhu hier2192 die niet doordringt in een verdere bevrijding2193.
“Deze edele leerling, bhikkhu’s, die zo verstoken is van verlangen, verstoken van kwade wil, niet verward, met helder begrip, altijd aandachtig, verblijft één windrichting doordringend met een geest vervuld van mededogen, net zo de tweede windrichting, de derde windrichting en de vierde windrichting. Aldus boven, beneden, overdwars en overal, en naar allen als naar hemzelf, verblijft hij de hele wereld doordringend met een geest vervuld van mededogen, omvangrijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandigheid, zonder kwade wil. Hij begrijpt het aldus: ‘Eerder was mijn geest beperkt en onontwikkeld, maar nu is het onmetelijk en goed ontwikkeld. Geen meetbaar kamma verblijft daar en houdt daar stand
“Wat denken jullie, bhikkhu’s, als een jongere vanaf zijn kindertijd de bevrijding door mededogen zou ontwikkelen, zou hij dan een slechte daad begaan?
“Nee, Bhante”.
“Kan lijden op hem beïnvloeden als hij geen slechte daad doet?”
“Nee, Bhante. Want op basis van wat kan lijden iemand beïnvloeden die geen slechte daad doet?”
“Een vrouw of man dient deze bevrijding van geest door mededogen te ontwikkelen. Een vrouw of man kunnen dit lichaam niet met zich meenemen wanneer ze gaan. Stervelingen hebben geest als hun essentie.
“[De edele leerling] begrijpt: Welke slechte daad ik hier in het verleden ook deed met dit daad-geboren lichaam, het wordt allemaal hier ervaren. Het zal niet verder gaan. Wanneer de bevrijding van geest door mededogen op deze manier is ontwikkeld, leidt het tot niet-terugkeren voor een wijze bhikkhu hier die niet doordringt in een verdere bevrijding.
“Deze edele leerling, bhikkhu’s, die zo verstoken is van verlangen, verstoken van kwade wil, niet verward, met helder begrip, altijd aandachtig, verblijft één windrichting doordringend met een geest vervuld van altruïstische vreugde, net zo de tweede windrichting, de derde windrichting en de vierde windrichting. Aldus boven, beneden, overdwars en overal, en naar allen als naar hemzelf, verblijft hij de hele wereld doordringend met een geest vervuld van altruïstische vreugde, omvangrijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandigheid, zonder kwade wil. Hij begrijpt het aldus: ‘Eerder was mijn geest beperkt en onontwikkeld, maar nu is het onmetelijk en goed ontwikkeld. Geen meetbaar kamma verblijft daar en houdt daar stand.
“Wat denken jullie, bhikkhu’s, als een jongere vanaf zijn kindertijd de bevrijding door altruïstische vreugde zou ontwikkelen, zou hij dan een slechte daad begaan?
“Nee, Bhante”.
“Kan lijden hem beïnvloeden als hij geen slechte daad doet?”
“Nee, Bhante. Want op basis van wat kan lijden iemand beïvloeden die geen slechte daad doet?”
“Een vrouw of man dient deze bevrijding van geest door altruïstische vreugde te ontwikkelen. Een vrouw of man kunnen dit lichaam niet met zich meenemen wanneer ze gaan. Stervelingen hebben geest als hun essentie.
“[De edele leerling] begrijpt: Welke slechte daad ik hier in het verleden ook deed met dit daad-geboren lichaam, het wordt allemaal hier ervaren. Het zal niet verder volgen/gaan. Wanneer de bevrijding van geest door altruïstische vreugde op deze manier is ontwikkeld, leidt het tot niet-terugkeren voor een wijze bhikkhu hier die niet doordringt in een verdere bevrijding.
“Deze edele leerling, bhikkhu’s, die zo verstoken is van verlangen, verstoken van kwade wil, niet verward, met helder begrip, altijd aandachtig, verblijft één windrichting doordringend met een geest vervuld van gelijkmoedigheid, net zo de tweede windrichting, de derde windrichting, en de vierde windrichting. Aldus boven, beneden, overdwars en overal, en naar allen als naar hemzelf, verblijft hij de hele wereld doordringend met een geest vervuld van gelijkmoedigheid, omvangrijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandigheid, zonder kwade wil. Hij begrijpt het aldus: ‘Eerder was mijn geest beperkt en onontwikkeld, maar nu is het onmetelijk en goed ontwikkeld. Geen meetbaar kamma verblijft daar en houdt daar stand.
“Wat denken jullie, bhikkhu’s, als een jongere vanaf zijn kindertijd de bevrijding door gelijkmoedigheid zou ontwikkelen, zou hij dan een slechte daad begaan?
“Nee, Bhante”.
“Kan lijden hem beïnvloeden als hij geen slechte daad doet?”
“Nee, Bhante. Want op basis van wat kan lijden iemand beïinvloeden die geen slechte daad doet?”
“Een vrouw of man dient deze bevrijding van geest door gelijkmoedigheid te ontwikkelen. Een vrouw of man kunnen dit lichaam niet met zich meenemen wanneer ze gaan. Stervelingen hebben geest als hun essentie.
“[De edele leerling] begrijpt: ‘Welke slechte daad ik hier in het verleden ook deed met dit daad-geboren lichaam, het wordt allemaal hier ervaren. Het zal niet verder gaan’. Wanneer de bevrijding van geest door gelijkmoedigheid op deze manier is ontwikkeld, leidt het tot niet-terugkeren voor een wijze bhikkhu hier die niet doordringt in een verdere bevrijding”.

Noten

Noot 2185: In eigen woorden kortgezegd: Bhikkhu Bodhi merkt op dat er hier waarschijnlijk sprake is van een weglating van de beschrijving van de tien richtingen waarin het met kamma kan opgaan zoals in AN 10.217. Voor de structuur raadpleegt Bodhi de Chinese variant van deze sutta. Die structuur is als volgt (nu vertaal ik letterlijk): “Volgend op de openingsverklaring definieert de Boeddha de tien soorten onheilzaam kamma van lichaam, spraak en geest. Hij zegt dan dat een geïnstrueerde edele leerling de drievoudige onheilzame soorten kamma afdankt (lichamelijk, verbaal en mentaal) en de drie heilzame soorten cultiveert. Op dit punt heeft “ldie geïnstrueerde edele leerling”, die zulke energie en verdienste/deugdzaamheid bezit, zijn kamma van lichaam, spraak en geest gezuiverd. Hij is zonder woede en vijandigheid, heeft slaperigheid verdreven, rusteloosheid en zelfgenoegzaam geëlimineerd, heeft afstand gedaan van twijfel en is voorbij eigenwaan gegaan. Hij is aandachtig, in bezit van helder begrip en is niet verward. Hij doordringt dan de tien windrichtingen en de gehele wereld met een geest van liefdevolle vriendelijkheid en de andere drie onmetelijken (mededogen, altruistische vreugde en gelijkmoedigheid, Siebe).
Noot 2186: (weglating pali tekst, Siebe). “Mp identificeert “meetbaar kamma” met zintuiglijke-sfeer kamma (kamavacarakamma), kamma dat genegen is diens gevolg in de zintuiglijke-sfeer voort te brengen. Aangezien de leerling die beschreven wordt vermoedelijk een niet-terugkeerder is (of iemand bestemd om een niet-terugkerende te worden), zal hij of zijn wedergeboorte nemen in het vorm rijk en nooit meer afdalen naar de zintuiglijke-sfeer. Dus het zintuiglijke-sfeer kamma kan geen kans krijgen om te rijpen.
Noot 2187: “Zoals al eerder aangestipt draagt het Pali woord kamma twee betekenissen die vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn: de etymologische betekenis, eenvoudigweg een actie of daad, en de soteriologische betekenis, een daad beschouwd als een morele kracht die vergeldende consequenties met zich mee kan brengen. Het is vreemd dat de tekst op ondubbelzinnige wijze zegt dat iemand die de bevrijding van geest door liefdevolle vriendelijkheid ontwikkelt, geen slechte daad kan begaan. Het lijkt mij dat hoewel zo’n persoon geen slechte daden meer zou kunnen begaan die gemotiveerd worden door haat en kwade wil, ze toch nog altijd slechte daden kunnen doen, zelfs kleine, gemotiveerd door hebzucht en begoocheling. (voor wie het wat het waard is, ik vermoed toch dat dit anders ligt. Waar liefdevolle vriendelijkheid is, is zeker geen hebzucht en ik denk ook geen begoocheling, Siebe).
Noot 2188: Deze verklaring lijkt ook tegen-intuïtief. Diegene die geen slechte daden in dit leven doen, kunnen zeker de karmische gevolgen ervaren van slechte daden die in het verleden zijn gedaan. Zo werd Moggallana vermoord en de Boeddha zelf werd zwaar verwond door een scherpe steen die van de kei afbrak die naar hem toe werd gesmeten door Devadatta. Deugdzame mensen die geen arahants zijn, kunnen ook psychologisch lijden, en niet enkel fysieke pijn, als een consequentie van onwenselijke situaties. Ananda, bijvoorbeeld, een deugdzame monnik, voelde verdriet en smart toen de Boeddha ziek werd en Visaka, een stroom-intreder, treurde m de dood van haar kleinkind (het laatste commentaar van Bodhi vind ik zelf niet overtuigend. Mensen lijden niet onder onwenselijke-situaties maar onder situaties die men door verlangens als onwenselijk ervaart. Dus het lijden komt van de begeerte, Siebe).
Noot 2189: ”Cittantaro ayam bhikkhave macco. Mp: “Ze hebben geest als hun oorzaak, of hun innerlijk is door geest (cittakarano atha va citten’eva antariko). Want met de geest bij wedergeboorte, die zonder onderbreking de geest bij de dood volgt, wordt men een deva, een hellewezen, of een dier”.
Noot 2190: ”Karajakaya, ik vertaal de uitdrukking letterlijk maar het zou vrijwel hetzelfde kunnen betekenen als zulke Engelse uitdrukkingen als “dit sterfelijk lichaam”, of “dit stoffelijk lichaam”. DOP sv kara zegt: “Een lichaam voortgebracht door actie, het fysieke lichaam”. SN 12.37, II, 65, 1 spreekt over het lichaam als “oud kamma” (puranamidam...kammam). De Chinese variant heeft niks wat met deze term overeenkomt”.
Noot 2191: “Mp: “Door middel van liefdevolle-vriendelijkheid wordt het gevoel dat zou worden ervaren bij wedergeboorte afgesneden en dus volgt het iemand niet verder. Dit is de reflectie van een edele persoon die een stroom-intreder of een eenmaal-terugkerende is”. Vermoedelijk wordt al het slechte kamma hier ervaren (sabbam tam idha vedantyam), in dit leven, en zal niet verder volgen (na tam anugam bhavissati) omdat zijn volgende wedergeboorte in het vorm rijk zal zijn, en hij zal nibbana bereiken in het vorm rijk zonder terug te keren naar deze wereld.
Noot 2192: [knip Pali tekst]. Mp: “Een wijze bhikkhu hier: De wijsheid in dit onderricht wordt ‘wijsheid hier’ genoemd. De betekenis [ van een wijze hier] is een edele leerling die thuis is in de edele wijsheid die behoort tot het onderricht” [knip Pali tekst].
Noot 2193: “Mp noemt dit een staat van een “jhana niet-terugkeerder (jhananagamita). Zulke personen hebben de twee lagere vruchten gerealiseerd en de jhana’s bereikt, maar hebben nog niet echt het stadium van niet-terugkeerder bereikt. Door de karmische kracht van hun jhana’s zullen ze worden wedergeboren in het vorm rijk, waar ze de hogere twee paden en vruchten bereiken zonder ooit weer terug te keren naar de zintuigelijke sfeer; dus ze worden “jhana niet-terugkeerders” genoemd. Zie ook pagina 1664, noot 539.

Persoonlijke Bemerkingen
Ik weet niet precies hoe letterlijk-'Er is geen beëindiging van lijden zo lang men niet de gevolgen heeft ervaren van gewild kamma dat gedaan en verzameld is-' moet worden genomen. Het staat er nogal letterlijk, nietwaar? In ieder geval onthult AN 3.100 (eerder gepost) dat de gevolgen van oud kamma niet op precies dezelfde manier hoeft te worden ervaren als het gecreëerd is.
Bodhi begrijpt het zo dat niet elk zulk gewild kamma dat gedaan en verzameld is moet rijpen, maar het behoudt het potentieel te rijpen zo lang men in samsara rondgaat (zie AN 10.217, noot 2181, eerder gepost).

Het lijkt er op alsof de sutta wil zeggen dat wanneer je vanaf een bepaald moment afstand hebt gedaan van alle onheilzame wilsactiviteit en er mee samenhangend onheilzaam gedrag, en je verstoken bent van geestelijke hindernissen, en de vier onmetelijken cultiveert, je in dit leven te maken blijft houden met de (nadelige) gevolgen (rijpend kamma) van eerdere onheilzame wilsactiviteiten en gedrag, maar deze worden hier, in dit leven ervaren en zullen niet verder gaan.

Groet,
Siebe




Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 4.182
« Reactie #29 Gepost op: 21-09-2015 10:02 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands]

Kan iemand garanderen dat slecht kamma niet diens gevolg zal voortbrengen?

Anguttara Nikaya 4.182 (2), Garantsteller

“Bhikkhu’s, bij vier dingen kan geen garantsteller zijn, noch een asceet, een brahmaan, een deva, Mara, Brahma, noch wie dan ook in de wereld. Welke vier?
(1) “Niemand kan garanderen, noch een asceet, een brahmaan, een deva, Mara, Brahma, noch wie dan ook in de wereld, dat wat belast is met verouderen, niet oud zal worden.
(2) “Niemand kan garanderen, noch een asceet, een brahmaan, een deva, Mara, Brahma, noch wie dan ook in de wereld, dat wat belast is met ziekte, niet ziek zal worden.
(3) “Niemand kan garanderen, noch een asceet, een brahmaan, een deva, Mara, Brahma, noch wie dan ook in  de wereld, dat wat belast is met sterven, niet zal sterven.
(4) “Niemand kan garanderen, noch een asceet, een brahmaan, een deva, Mara, Brahma, noch wie dan ook in de wereld, dat slecht kamma- bezoedeld, hernieuwd bestaan bevorderend, rijpend in lijden, leidend tot toekomstige geboorte, verouderen en dood- niet diens gevolg zal voortbrengen.
“Bij deze vier dingen, bhikkhu’s, kan geen garantsteller zijn, noch een asceet, een brahmaan, een deva, Mara, Brahma, noch wie dan ook in de wereld”.

Groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 10.216
« Reactie #30 Gepost op: 22-09-2015 09:57 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands. Op plaatsen met "..." herhaalt de tekst zich als er voor]

Op welke manier zijn wezens erfgenamen van hun kamma?

Sluipend door het leven of Oprecht?

Anguttara Nikaya 10. 216 (6), Sluipend*

“Bhikkhu’s, ik zal jullie een uiteenzetting van de Dhamma over sluipen geven2177. Luister en let goed op. Ik zal spreken.”
“Ja, Bhante”, antwoorden die bhikkhu’s. De Gezegende zei dit:
“En wat, bhikkhu’s, is die uiteenzetting van de Dhamma over sluipen? Bhikkhu’s, wezens zijn de eigenaren van hun kamma, de erfgenamen van hun kamma; ze hebben kamma als hun oorsprong, kamma als hun verwant, kamma als hun resort; welk kamma ze dan ook doen, goed of slecht, ze zijn diens erfgenaam.
(1) “Hier vernietigt iemand leven; hij is moordzuchtig, heeft bloed aan de handen, geeft zich over aan slaan en geweld, is genadeloos naar levende wezens. Hij sluipt voort door lichaam, spraak en geest2178. Zijn lichamelijk kamma is corrupt/scheef/onoprecht/krom/oneerlijk (verder vertaald als “corrupt”, Siebe); zijn verbale kamma is corrupt; zijn mentale kamma is corrupt. Zijn bestemming is corrupt; zijn wedergeboorte is corrupt. Echter, voor iemand met een corrupte bestemming en wedergeboorte, zeg ik, is er één van deze twee bestemmingen: ofwel de uitsluitend pijnlijke hellen of een sluipende diersoort. En wat zijn de sluipende diersoorten? De slang, de schorpioen, de duizendpoot, de mangoeste, de kat, de muis en de uil2179, of enig ander dier dat wegsluipt wanneer ze mensen zien. Dus een wezen wordt wedergeboren vanuit een wezen; iemand wordt wedergeboren door diens daden. Wanneer iemand wedergeboren is, werken contacten op iemand in. Het is op deze manier, zeg ik, dat wezens erfgenamen zijn van hun kamma.
(2) “Iemand neemt wat niet gegeven is...(3)...geeft zich over aan seksueel wangedrag...(4)...spreekt vals...(5)...spreekt verdeeldheid zaaiende woorden...(6)...spreekt op een botte manier...(7)...geeft zich over aan zinloos gekletst...(8}...is vol verlangen...(9)...heeft een geest van kwade wil en haatvolle intenties...(10)...onderhoudt verkeerde visie en heeft aldus een onjuist perspectief: ‘Er is niets gegeven, niets geofferd, niets aangeboden; er is geen vrucht of gevolg van goede en slechte activiteiten; er is niet deze wereld noch een andere wereld; er is geen moeder, geen vader; er zijn geen spontaan wedergeboren wezens; er zijn in de wereld geen asceten of brahmanen met juist gedrag en juiste beoefening die, na zelf deze wereld en de andere wereld door directe kennis te hebben gerealiseerd, ze bekend maken aan anderen’. Hij sluipt voort door lichaam, spraak en geest. Zijn lichamelijk kamma is corrupt; zijn verbale kamma is corrupt; zijn mentale kamma is corrupt. Zijn bestemming is corrupt; zijn wedergeboorte is corrupt. Echter voor iemand met een corrupte bestemming en wedergeboorte, zeg ik, is er één van deze twee bestemmingen: ofwel de uitsluitend pijnlijke hellen of een sluipende diersoort. En wat zijn de sluipende diersoorten? De slang, de schorpioen, de duizendpoot, mangoeste, de kat, de muis en de uil, of enig ander dier dat wegsluipt wanneer ze mensen zien. Dus een wezen wordt wedergeboren vanuit een wezen; iemand wordt wedergeboren door diens daden. Wanneer iemand wedergeboren is, werken contacten op iemand in. Het is op deze manier, zeg ik, dat wezens erfgenamen zijn van hun kamma.
“Bhikkhu’s, wezens zijn de eigenaren van hun kamma, de erfgenamen van hun kamma; ze hebben kamma als hun oorsprong, kamma als hun verwant, kamma als hun resort; welk kamma ze dan ook doen, goed of slecht, ze zijn diens erfgenaam.
(1) “Na afstand te hebben gedaan van de vernietiging van leven, onthoudt iemand zich hier van de vernietiging van leven. Met de roede en het wapen weggelegd, gewetensvol en vriendelijk, verblijft hij mededogend naar alle levende wezens. Hij sluipt niet voort door lichaam, spraak en geest. Zijn lichamelijk kamma is puur/recht/eerlijk (verder vertaald als “puur”; zijn verbaal kamma is puur; zijn mentale kamma is puur. Zijn bestemming is puur; zijn wedergeboorte is puur. Maar voor iemand met een pure bestemming en wedergeboorte, zeg ik, is er een van twee bestemmingen: ofwel de uitsluitend plezierige hemelen of voorname families, zoals die van welgestelde khattiyas, welgestelde brahmanen of welgestelde huishouders, [families die] rijk [zijn], met grote rijkdom en veel bezit, overvloedig goud en zilver, overvloedige schatten en bezittingen, overvloedig fortuin en graan. Dus een wezen wordt wedergeboren vanuit een wezen; iemand wordt wedergeboren door diens daden. Wanneer iemand wedergeboren is, werken contacten op die iemand in. Het is op deze manier, zeg ik, dat wezens erfgenamen zijn van hun kamma.
(2) Na afstand te hebben gedaan van nemen wat niet gegeven is...(3)...onthoudt zich van seksueel wangedrag...(4)...onthoudt zich van valse spraak...(5)...onthoudt zich van tweedracht-zaaiende spraak...(6)...onthoudt zich van botte spraak...(7)...onthoudt zich van zinloos geklets...(8}...is zonder verlangen...(9)...is van goede wil...(10)...heeft juiste visie en heeft aldus een correct perspectief: ‘Er is wat gegeven is, geofferd, en aangeboden; er is een vrucht of gevolg van goed en slechte activiteiten; er is deze wereld en een andere wereld; er is een moeder en vader; er zijn spontaan wedergeboren wezens; er zijn in de wereld asceten of brahmanen met juist gedrag en juiste beoefening die, na zelf deze wereld en de andere wereld door directe kennis te hebben gerealiseerd, ze bekend maken aan anderen’. Hij sluipt niet voort door lichaam, spraak en geest. Zijn lichamelijk kamma is puur; zijn verbale kamma is puur; zijn mentale kamma is puur. Zijn bestemming is puur; zijn wedergeboorte is puur. Maar voor iemand met een pure bestemming en wedergeboorte, zeg ik, is er een van twee bestemmingen: ofwel de uitsluitend plezierige hemelen of voorname families, zoals die van welgestelde khattiyas, welgestelde brahmanen of welgestelde huishouders, [families die] rijk [zijn], met grote rijkdom en veel bezit, overvloedig goud en zilver, overvloedige schatten en bezittingen, overvloedig fortuin en graan. Dus een wezen wordt wedergeboren vanuit een wezen; iemand wordt wedergeboren door diens daden. Wanneer iemand wedergeboren is, werken contacten op die iemand in. Het is op deze manier, zeg ik, dat wezens erfgenamen zijn van hun kamma.
“Bhikkhu’s, wezens zijn de eigenaren van hun kamma, de erfgenamen van hun kamma; ze hebben kamma als hun oorsprong, kamma als hun verwant, kamma als hun resort; welk kamma ze dan ook doen, goed of slecht, ze zijn diens erfgenaam.
“Dit, bhikkhu’s is die uiteenzetting van de Dhamma over sluipen”.

Noten

*”Creeping”, ik heb het hier vertaald als “sluipen”. “Sluipend door het leven”. Dat zie ik hier als welbewust stiekem ergens op uit zijn, op heimelijke motieven.  'Waar valt iets te halen?'. Een egocentrische gerichtheid en zelden tot nooit oprecht, en recht door zee. Dus, sluipend door het leven.
Noot 2177: [knip Pali tekst] “Mp: Een uiteenzetting van de Dhamma dat “sluipen” als diens onderwerp heeft”.
Noot 2178: “met het doen van die actie sluipt hij voorwaarts, sluipt rond, kronkelt rond”.
Noot 2179: Ulaka. De uil kan hier toegevoegd zijn omdat het heimelijk opereert. De Chinese variant te T I 273c27-28 noemt alleen vier dieren: de slang, de muis, de kat en de vos.

Groet,
Siebe


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 4.171
« Reactie #31 Gepost op: 23-09-2015 13:31 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands. In de vertaling van Bhikkhu Bodhi werd de onderstaande sutta gevolgd door een ander deel over 'de vier verworvenheden van individualiteit'. Bodhi geeft aan dat het onduidelijk is of dit deel nu bij deze sutta  hoort of het begin van een nieuwe markeert. Ik heb dit deel weggelaten omdat ik het minder relevant vond en ook vanwege de lengte. Gezien de discussies die we hier gevoerd hebben, leek het me gepast wat meer ruimte te besteden aan persoonlijke bemerkingen.]

Heilzame en Onheilzame Wilsactiviteit Vanuit Jezelf of Aangesticht door Anderen brengen respectievelijk innerlijk Plezier en Pijn voort.


Met Onwetendheid als Voorwaarde

Anguttara Nikaya 4.171 (1), Wil(sactiviteit)863, (Cetana Sutta)

“Bhikkhu’s, wanneer er het lichaam is, dan ontstaat er vanwege lichamelijke wilsactiviteit innerlijk plezier en pijn; wanneer er spraak is, dan ontstaat er vanwege verbale wilsactiviteit innerlijk plezier en pijn; wanneer er de geest is, dan ontstaat er vanwege mentale wilsactiviteit innerlijk plezier en pijn - met onwetendheid zelf als voorwaarde.864
“Ofwel, bhikkhu’s, verricht iemand uit zichzelf die lichamelijke wilsactiviteit op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat, of anderen zorgen er voor dat iemand die lichamelijke wilsactiviteit voortbrengt op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat. Ofwel met helder begrip verricht iemand die lichamelijke wilsactiviteit op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat, of zonder helder begrip verricht iemand die lichamelijke wilsactiviteit op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat.865
“Ofwel, bhikkhu’s, verricht iemand uit zichzelf die verbale wilsactiviteit op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaay, of anderen zorgen er voor dat iemand die verbale wilsactiviteit voortbrengt op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat. Ofwel met helder begrip verricht iemand die verbale wilsactiviteit op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat, of zonder helder begrip verricht iemand die verbale wilsactiviteit op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat.
“Ofwel, bhikkhu’s, verricht iemand uit zichzelf die mentale wilsactiviteit op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat, of anderen zorgen er voor dat iemand die mentale wilsactiviteit voortbrengt op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat. Ofwel met helder begrip verricht iemand die mentale wilsactiviteit op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat, of zonder helder begrip verricht iemand die mentale wilsactiviteit op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat.
“Onwetendheid is vervat in deze staten.866. Maar bij het zonder enig overblijfsel vervagen en beëindigen van onwetendheid, bestaat dat lichaam niet op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat; bestaat die spraak niet op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat; bestaat die geest niet op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat.867 Dat veld bestaat niet, die site bestaat niet, die basis bestaat niet, die locatie bestaat niet op voorwaarde waarvan innerlijk plezier en pijn in iemand ontstaat."868

Noten

Noot 863: Het eerste deel van deze sutta, tot de sectie van de vier verworvenheden van individualiteit, is ook in SN12.25, II 39-41, maar dan gericht aan Ananda”.
Noot 864: Mp verklaart dit met verwijzing naar het Abhidhamma schema van cittas, soorten bewustzijn; zie CMA32-40, 46-64. Ik vat Mp’s verklaring samen: Lichamelijke wilsactiviteit bestaat uit twintig soorten door middel van de acht soorten zintuig-sfeer heilzame cittas en twaalf soorten onheilzame cittas. Zo ook voor verbale wilsactiviteit. Maar mentale wilsactiviteit bestaat ook hier uit plus de negen soorten van sublieme (mahaggata) wilsactiviteit, namelijk, wilsactiviteit verbonden met de vijf jhana’s van het Abhidhamma systeem en de vier vormloze verwezenlijkingen. Vanwege lichamelijke wilsactiviteit ontstaat er plezier op voorwaarde van de acht soorten heilzaam kamma, en pijn op voorwaarde van de twaalf soorten van onheilzaam kamma, dat is, het kamma opgewekt in de corresponderende actieve soorten bewustzijn. Zo ook voor de andere twee poorten/deuren. Onwetendheid is een voorwaarde (avijjapaccayava) omdat, vanwege het er zijn van onwetendheid, wilsactiviteit zich voordoet in de drie poorten als een voorwaarde voor plezier en pijn. Dus deze verklaring in de sutta verwijst naar onwetendheid als de fundamentele oorzaak. Plezier en pijn ontstaan “innerlijk” (ajjhattam) wanneer ze in jezelf ontstaan. Het woord [innerlijk] lijkt het retributieve/vergeldings-aspect van kamma te onderstrepen”. 
Noot 865: “Mp “Iemand handelt vanuit zichzelf” (samam) wanneer men de handeling/actie begint zonder door anderen daartoe aangespoord te zijn. Iemand wekt activiteit op door anderen, wanneer anderen iemand aanmoedigen of opdracht geven te handelen. Iemand handelt met helder begrip (sampajano) wanneer men het heilzame en onheilzame als zodanig kent en hun respectievelijke gevolgen. Als men dit niet begrijpt, handelt men zonder helder begrip”.
Noot 866: Imesu bhikkhave dhammesu avijja anupatita. Mp: “Onwetendheid is vervat  (is altijd ook aanwezig, Siebe) in de wilsstaten die boven geanalyseerd zijn, zowel functionerend als een co-bestaande voorwaarde/gelijktijdig opkomende voorwaarde, als een beslissing-ondersteunende voorwaarde (sahajatavasena ca upanissayavasena ca). Dus de cyclus van bestaan en diens wortel, onwetendheid, worden getoond”.
Noot 867: Mp, “Arahants worden gezien terwijl ze met het lichaam activiteiten verrichten. Ze vegen het terrein van de heilige plaats en de bodhi boom, gaan weg en komen terug, doen uiteenlopende taken, etc., maar in hun geval brengen de twintig soorten wilsactiviteit die zich voordoen bij de lichamelijke poort, niet langer karmische gevolgen voort (avipakadhammatam apajjanti). Hier wordt met het woord “lichaam” de wilsactiviteit bedoeld die zich voordoet bij de lichamelijke poort. Dezelfde methode geldt voor de andere twee”. Mp-t: “Wanneer arahants activiteiten verrichten hoe komt het dan dat ze geen lichamelijk of ander soort kamma creëren? In de zin dat deze daden geen gevolgen dragen, want een activiteit door een arahant gedaan is noch heilzaam noch onheilzaam maar een louter handeling (kiriyamatta) die geen gevolgen voortbrengt”.
Noot 868: Mp: “’Veld’ etc., zijn namen voor heilzame en onheilzaam kamma. Want dat is een veld (khetta) in de zin van een plaats waar gevolgen groeien; een site (vatthu) in de zin van hun fundament; een basis (ayatana) in de zin van een oorzaak; een lokatie (adhikarana) in de zin van een plaats van gebeuren”.

Persoonlijke Bemerkingen

In principe leiden onheilzame wilsactiviteiten innerlijk tot pijn, en heilzame innerlijk tot plezier, ervaren in dit leven, een volgende of enig daarop volgende. Kun je dit nu ook omdraaien en zeggen dat dus elke actuele innerlijke ervaring van plezier en pijn, wordt veroorzaakt door eerdere morele/heilzame en immorele/onheilzame wilsactiviteit/daden? Is al dit soort ervaring van pijn en plezier rijpend kamma?

De visie van de Boeddha hieromtrent wordt besproken in o.a. MN14, MN101, SN 36.21 en AN 3.61. Noot 922 bij sutta MN101 uit de Majjhima Nikaya vertaling van Bhikkhu Nanamoli en Bhikkhu Nanamoli, geeft een antwoord op de vraag of alle actuele pijn en plezier veroorzaakt wordt door kamma in het verleden. Noot 922:  “Het onderricht van de Boeddha erkent het bestaan van gevoelens die niet het gevolg zijn van eerdere activiteit maar een begeleidend/concomitant [verschijnsel] van huidige activiteit, en staat ook toe dat er gevoel is dat noch karmisch actief is noch karmisch gevolg”.
In eigen woorden, stel bijvoorbeeld dat iemand strenge ascetische beoefeningen zou gaan doen (in MN14 wordt het voorbeeld gegeven van constant blijven staan), dan treden onaangename gevoelens (pijn) gewoon op als begeleidende of bijbehorende verschijnselen van die strenge oefeningen. De ervaren pijn is hier dan geen gevolg van wandaden in het verleden. Het is geen rijpend-kamma.

Samyutta Nikaya 36.21 geeft meerdere oorzaken voor het ontstaan van actuele gevoelens, en karma is er eentje van. De andere zijn: 1. ontregeling van wind, gal en slijm of 2. onbalans in de drie (o.a. de tibetaanse geneeskunde hanteert dit systeem); 3. verandering van het klimaat. Ja, als je opeens snijdende koude wind te verwerken krijgt, dan voel je dat wel. Ook wordt 4. achteloos gedrag als oorzaak aangegeven. Als je met je kont in een heet bad gaat zitten, omdat je zo achteloos was om niet wat koud water er bij te mengen en de temperatuur even met je vinger te controleren...5. een aanval/aanranding. En 6. sommige gevoelens hier en nu worden veroorzaakt als gevolg van kamma.

Deze opsomming van zes oorzaken is ook terug te vinden in AN 5.104. Daar wordt gesproken over “ongemak ontstaand vanuit gal, slijm en wind; of hun combinatie; ongemak voortgebracht door verandering van klimaat; ongemak voortgebracht door achteloos gedrag; ongemak voortgebracht door aanvallen/aanrandingen; of ongemak voortgebracht als het gevolg van kamma.

Over het ontstaan van ziekten onthult AN 10.60 iets. Het somt ook weer de voorgaande reeks op: “ziekten ontstaan vanuit gal, slijm, wind of hun combinatie, ziekten voortgebracht door de verandering van klimaat; ziekten voortgebracht door achteloos gedrag; ziekten voortgebracht door aanval/aanranding; of ziekten voortgebracht als het gevolg van kamma.
Ja, als iemand in de winter geen warme jas aandoet, achteloos zich gedraagt, en hij krijg een longontsteking, moet je dat dan zien als vergelding (karmische retributie) voor een eerder begane wandaad? Het lijkt me dat we ons gezond verstand kunnen blijven gebruiken.

Dus in de visie van de Boeddha is niet alle ervaring rijpend- kamma. Ziekte, ongemak, gevoelens van pijn/plezier, kunnen voortgebracht zijn als gevolg van kamma. Hoeft dus niet. Er zijn ook andere oorzaken.

Voor mezelf vind ik het belangrijk twee zaken uit elkaar te houden:

(1). kamma als wilsactiviteit (cetana). De sutta's onderwijzen daarover, en mijn persoonlijke ervaring bevestigt dit, dat er een directe en duidelijke relatie is tussen wat je drijft, wilt, op uit bent, waartoe je neigt, en persoonlijke ervaringen van pijn/plezier, voorspoed/tegenspoed, pijnlijke/plezierige situaties waarin je telkens weer belandt.

(2). Een net iets andere context die veel gebruikt wordt, is kamma in de betekenis van verzameld-kamma. 
Verzameld kamma verwijst naar de verzamelde mentale indruk of afdruk van eerdere morele of immorele wilsactiviteit en daden. Vooral als wilsactiviteit en daden een bepaalde intensiteit had, dan blijft daar iets van bij je, ook als die wilsactiviteit en daden al weer opgehouden zijn. Wat bij je blijft is dus een soort afdruk, mentale indruk. We verzamelen veel van zulke mentale indrukken in dit leven maar hadden bij de geboorte ook al vele bij ons. Dit worden wel karmische zaden genoemd. Daaruit, dus als het ware van binnenuit, vanuit wat op de bewustzijnsstroom is verzameld, kunnen dan gevolgen ontstaan, dus vanuit die karmische zaden. Die kunnen gaan groeien, rijpen, en zo bepaalde gevoelens, ziekte, ongemak etc. voortbrengen. De teksten zeggen dus duidelijk dat niet alle ziekte, ongemak en gevoelens het gevolg zijn van zulke rijpende zaadjes of rijpend kamma dat is verzameld. Het is moeilijk te zeggen hoe dit precies zit en gaat. Het advies is je hoofd er niet over te breken. De precieze details vormen het domein van de Boeddha's (zie reactie 21).

Groet,
Siebe

lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #32 Gepost op: 23-09-2015 17:46 »
Je bedoeld 'verzameld' hier niet in de zin van de indeling van karma in:

- karma dat gecreeerd is, maar niet verzameld
- karma dat verzameld is, maar niet gecreeerd
- karma dat zowel verzameld als gecreeerd is
- karma dat noch verzameld, noch gecreeerd is

of wel?
 

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #33 Gepost op: 23-09-2015 18:36 »
Je bedoeld 'verzameld' hier niet in de zin van de indeling van karma in:

- karma dat gecreeerd is, maar niet verzameld
- karma dat verzameld is, maar niet gecreeerd
- karma dat zowel verzameld als gecreeerd is
- karma dat noch verzameld, noch gecreeerd is

of wel?

Ik heb dit onderscheid nog niet gezien maar ik gebruik het eigenlijk wel zo.

Iemand verzamelt kamma, -zo beschrijft Dagpo Rinpoche dat en ik zie geen afwijking met de sutta's-, wanneer er sprake is van (gerichte) wilsactiviteit. Bijvoorbeeld, je bent er echt op uit iemand te doden, gemotiveerd, er is die wilsactiviteit, en je brengt dit tot uitvoering en iemand sterf. Dan verzamel je het kamma van doden en je creëert ook het kamma van doden, want iemand sterft. Verzamelen draait om wat je zelf verzamelt, je laadt als het ware een schuld op je, er komt iets bij je.

Je kunt natuurlijk ook ongewild bijvoorbeeld een insect doden (de sutta's geven ergens het voorbeeld van mieren die door een blinde monnik per ongeluk worden gedood). Dan wordt het kamma van doden weliswaar gecreëerd, want de insecten zijn immers dood, maar je verzamelt dat kamma niet bij jezelf, omdat er geen sprake was van die wilsactiviteit. Je laadt als het ware geen schuld op jezelf.

Ook geldt, als je langdurige wilsactiviteit hebt om iemand te doden, je bent er langdurig op gericht, maar je ziet daar toch vanaf, dan verzamel je toch dit negatief kamma ook al is het niet gecreeerd. Je bent toch er mee beladen geraakt.

Dus, in het geval van verzamelen speelt wilsactiviteit een beslissende rol. Langdurige of intense wilsactiviteit rondt of als een mentale indruk. Dus zelfs wanneer de wilsactiviteit is beëindigd is daar nog wel een afdruk van bij je, een zaad. Zo'n zaadje, wanneer dit het gevolg is van onheilzame wilsactiviteit (tijdens voornemen of daad), kan pijnlijke gevoelens, ongemak en ziekten veroorzaken etc. Maar dat wil dus niet zeggen dat elk pijnlijk gevoel, ongemak en ziekte zo veroorzaakt wordt. Zie vorige tekst.

Je hebt dus kamma in de betekenis van wilsactiviteit gedurende voornemen en daad, en kamma in de betekenis van verzameld kamma, de sporen/zaden die van zulke wilsactiviteiten overblijven op je eigen geestesstroom en kunnen gaan rijpen.

Er is nog wel meer over te zeggen zoals je weet maar dit is zoals ik het gebruik.

Is het duidelijk zo of knelt er iets bij je?

Groet,
Siebe

lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #34 Gepost op: 23-09-2015 20:33 »
duidelijk

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands]

Kamma het Veld, Bewustzijn het Zaad, Begeerte het Vocht

Anguttara Nikaya 3.76 (6), Bestaan

Toen benaderde de Eerwaarde Ananda de Gezegende, betoonde hem eerbied, ging aan zijn zijde zitten en zei tegen hem:
“Bhante, er wordt gezegd: ‘bestaan, bestaan’. Op welke manier, Bhante, is er bestaan?”503
(1) “Indien, Ananda, er geen kamma rijpend in het zintuig-rijk was, zou dan zintuig-sfeer bestaan worden onderscheiden?”
“Nee, Bhante.”
“Dus, Ananda, voor wezens belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte/hunkering, is kamma het veld, bewustzijn het zaad en begeerte het vocht voor het zich vestigen van hun bewustzijn in een inferieur rijk. Op deze manier is er de voortbrenging van hernieuwd bestaan in de toekomst.504
(2) “Indien, Ananda, er geen kamma rijpend in het vorm rijk was, zou dan vorm-sfeer bestaan worden onderscheiden?”
“Nee, Bhante.”
“Dus, Ananda, voor wezens belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte, is  kamma het veld, bewustzijn het zaad en begeerte het vocht voor het zich vestigen van hun bewustzijn in het middelste rijk. Op deze manier is er de voortbrenging van hernieuwd bestaan in de toekomst.
(3) “Indien, Ananda, er geen kamma rijpend in het vormloze rijk was, zou dan vormloos-sfeer bestaan worden onderscheiden?”
“Nee, Bhante.”
“Dus, Ananda, voor wezens belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte, is  kamma het veld, bewustzijn het zaad en begeerte het vocht voor het zich vestigen van hun bewustzijn in een superieur rijk. Op deze manier is er de voortbrenging van hernieuwd bestaan in de toekomst.
“Het is op deze manier, Ananda, dat er bestaan is”.

Anguttara Nikaya 3.77 (7), Wil en Aspiratie

Toen benaderde de Eerwaarde Ananda de Gezegende, betoonde hem eerbied, ging aan zijn zijde zitten en zei tegen hem:
“Bhante, er wordt gezegd: ‘bestaan, bestaan’. Op welke manier, Bhante, is er bestaan?”
(1) “Indien, Ananda, er geen kamma rijpend in het zintuig-rijk was, zou dan zintuig-sfeer bestaan worden onderscheiden?”
“Nee, Bhante.”
“Dus, Ananda, voor wezens belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte, is kamma het veld, bewustzijn het zaad en begeerte het vocht voor hun wil en aspiratie505 om in een lager rijk gevestigd te worden. Op deze manier is er de voortbrenging van hernieuwd bestaan in de toekomst.
(2) “Indien, Ananda, er geen kamma rijpend in het vorm rijk was, zou dan vorm-sfeer bestaan worden onderscheiden?”
“Nee, Bhante.”
“Dus, Ananda, voor wezens belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte, is  kamma het veld, bewustzijn het zaad en begeerte het vocht voor hun wil en aspiratie om in een middelste rijk gevestigd te worden. Op deze manier is er de voortbrenging van hernieuwd bestaan in de toekomst.
(3) “Indien, Ananda, er geen kamma rijpend in het vormloze rijk was, zou dan vormloze-sfeer bestaan worden onderscheiden?”
“Nee, Bhante.”
“Dus, Ananda, voor wezens belemmerd door onwetendheid en geketend door begeerte, is kamma het veld, bewustzijn het zaad en begeerte het vocht voor hun wil en aspiratie om in een superieur rijk gevestigd te worden. Op deze manier is er de voortbrenging van hernieuwd bestaan in de toekomst.
“Het is op deze manier, Ananda, dat er bestaan is”.

Noten

Noot 503: Bhava. Wat bedoeld wordt is een concrete staat van individueel bestaan in één van de drie rijken. Nibbana wordt bhavanirodha genoemd, de beëindiging van individueel bestaan”.
Noot 504: Ayatim punabbhavabhinibbatti hoti. Mp zegt het bewustzijn dat als het zaad (bija) dient, het karmisch actieve bewustzijn (abhisankharavinnanam) is, dat samen/co-ontstaat met kamma. Bij het benoemen van begeerte als het vocht (sneha) is een woordspel betrokken. Sneha, kan in Pali zowel vocht als affectie/(toe)genegenheid betekenen; in de laatste betekenis wordt sneha soms gebruikt als een synoniem voor begeerte. Het wedergeboorte proces wordt in gelijksoortige termen beschreven in SN 5.9, SN 12.64, SN 22.53, SN 54. Het “inferieure rijk” (hina dhatu) is het zintuig- rijk. Op dezelfde manier, net beneden (?, Siebe), is het “middelste rijk”(majjhima dhatu) het vorm rijk, en het “superieure rijk”(panita dhatu) is het vormloze rijk. Het pad van de Boeddha richt zich op het overwinnen van wedergeboorte in alle rijken”.
Noot 505: Cetana patitthita patthana patitthita: Mp: “De karmische wil en aspiratie”.

Groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands]

Bijgelovig of gelovend in kamma?

Het geloof in kamma als kwaliteit

Anguttara Nikaya 5.175 (5), Candala

“Bhikkhu’s, in bezit van vijf kwaliteiten is een lekenvolgeling een candala van een lekenvolgeling, een smet van een lekenvolgeling, de laatste onder de lekenvolgelingen.1170 Welke vijf? (1) Hij is verstoken van vertrouwen; (2) hij is immoreel; (3) hij is bijgelovig en gelooft in veelbelovende tekenen, niet in kamma; (4) hij zoekt hier buiten naar een persoon die waard is om aan te offeren1171; en (5) hij doet eerst daar [verdienstelijke] daden. In bezit van deze vijf kwaliteiten is een lekenvolgeling een candala van een lekenvolgeling, een smet van een lekenvolgeling, de laatste onder de lekenvolgelingen.
“Bhikkhu’s, in bezit van vijf kwaliteiten is een lekenvolgeling een juweel van een lekenvolgeling, een rode lotus van een lekenvolgeling, een witte lotus van een lekenvolgeling. Welke vijf? (1) Hij is begiftigd met vertrouwen; (2) hij is deugdzaam; (3) hij is niet bijgelovig en gelooft in kamma, niet in veelbelovende tekenen; (4) hij zoekt niet buiten [de kloosterorde] naar een persoon die het waard is om aan te offeren; en (5) en hij doet eerst hier [verdienstelijke] daden. In bezit van deze vijf kwaliteiten is een lekenvolgeling een juweel van een lekenvolgeling, een rode lotus van een lekenvolgeling, een witte lotus van een lekenvolgeling.”

Noten

Noot 1170: [knip Pali tekst]. De cadala’s waren de laagste van de paria groep (of onaanraakbaren, Siebe).
Noot 1171: [knip Pali tekst]. Dat is, buiten de boeddhistische kloosterorde. Over de relatieve waarde van offers in termen van verdienste, zie MN142.

Kamma als Belemmering

Anguttara Nikaya 6.86 (2), Belemmeringen/Obstructies

“Bhikkhu’s, in bezit van zes kwaliteiten, zelfs als iemand luistert naar de goede Dhamma, is iemand niet in staat om de vaste koers te betreden [bestaand uit] de juistheid* in heilzame kwaliteiten.1433 Welke zes? (1) Iemand wordt belemmerd door kamma; (2) iemand wordt belemmerd door bezoedeling; (3) iemand wordt belemmerd door het gevolg [van kamma]; (4) iemand is zonder vertrouwen; (5) iemand is zonder verlangen; en (6) iemand is niet wijs.1434
In bezit van deze zes kwaliteiten, zelfs als iemand luistert naar de goede Dhamma, is iemand niet in staat om de vaste koers te betreden [bestaand uit] de juistheid in heilzame kwaliteiten.
“Bhikkhu’s, in bezit van zes kwaliteiten, terwijl iemand luistert naar de goed Dhamma, is iemand in staat de vaste koers te betreden [bestaande uit] de juistheid in heilzame kwaliteiten. Welke zes? (1) Iemand wordt niet belemmerd door kamma; (2) iemand wordt niet belemmerd door bezoedeling; (3) iemand wordt niet belemmerd door het gevolg [van kamma]; (4) iemand is begiftigd met vertrouwen; (5) iemand heeft verlangen; en (6) iemand is wijs. In bezit van deze zes kwaliteiten, terwijl iemand luistert naar de goede Dhamma, is iemand in staat de vaste koers te betreden [bestaande uit] de juistheid in heilzame kwaliteiten”.

Noten

* “rightness”: Hier wordt denk ik bedoeld de soort juistheid/gerechtigheid qua geweten en moraliteit.
Noot 1433: (er wordt bij deze noot o.a. verwezen naar noot 358 waar hetzelfde tekstfragment wordt besproken. Hier staat): [knip Pali tekst] “Dit is een technische uitdrukking die het betreden van het wereld-overstijgend pad aanduidt. Mp: “De vaste koers [bestaande uit] de juistheid in heilzame kwaliteiten: juistheid in heilzame kwaliteiten bestaande uit het betreden van het pad”. Hoewel “juistheid in heilzame kwaliteiten” dubbelop klinkt, wordt hier bedoeld, de harmonie en kracht van de heilzame kwaliteiten die nodig zijn om het pad van stroom-intrede te betreden. Voor meer over deze uitdrukking in AN, zie 5.151-53 en 6.86-88. Zie ook SN25.1-10, III 225-28, dat zegt dat bij het betreden van de “vaste koers van juistheid” (sammattaniyama) men de edele vlakte/niveau betreedt en ofwel een dhammanusari of een saddhanusari wordt.
Noot 1434: Mp: Belemmering door kamma (kammavaranata) vindt plaats door de vijf ernstige daden met ogenblikkelijk gevolg (zie AN 6.87). “Belemmering door bezoedeling (kilesavaranata) vindt plaats door verkeerde visie met vast gevolg (dat is, een ernstige verkeerde visie die de werking van kamma ontkent). Belemmering door gevolg (vipakavaranata) is een onheilzaam resulterende wedergeboorte of een wortelloze heilzame resulterende wedergeboorte”. Deze twee soorten van wedergeboorte bewustzijn missen de wortel van wijsheid en dus is iemand die door hen wedergeboren wordt, ook niet in staat op het pad te bereiken. Over de rol van wedergeboorte bewustzijn zie CMA 179, 194-95. Het soort verlangen dat nodig is (chanda) is, is heilzaam verlangen, verlangen om het goede te doen (kattukamyatachandam).

Groetjes,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. Sutta fragment door mij vertaald in Nederlands]

Kamma in relatie tot De Vier Edele Waarheden en Afhankelijk Ontstaan

Fragment uit Anguttara Nikaya 3.61

(...)
“En wat, bhikkhu’s, is de edele waarheid van lijden? Geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, de dood is lijden; smart, geweeklaag, pijn, moedeloosheid en (doods)angst zijn lijden; niet krijgen wat je wilt is lijden; in het kort, de vijf aggregaten onderwerp/mikpunt van vastklampen zijn lijden. Dit wordt de edele waarheid van lijden genoemd.
“En wat, bhikkhu’s, is het edele waarheid van de oorsprong/oorzaak van lijden? Met onwetendheid als voorwaarde, [komen er] wilsactiviteiten noot Siebe; met wilsactiviteiten als voorwaarde, bewustzijn; met bewustzijn als voorwaarde, naam-en-vorm; met naam-en-vorm als voorwaarde, de zes zintuig bases; met de zes zintuig bases als voorwaarde, contact; met contact als voorwaarde, gevoel; met gevoel als voorwaarde, begeerte; met begeerte als voorwaarde, vastklampen; met vastklampen als voorwaarde, bestaan (soms ook ‘worden’ genoemd, Siebe); met bestaan als voorwaarde, geboorte; met geboorte als voorwaarde, komen ouderdom, de dood, smart, geweeklaag, moedeloosheid en doodsangst. Zo is het ontstaan van deze gehele overvloed aan lijden. Dit wordt de edele waarheid van de oorzaak van lijden genoemd438.
“En wat, bhikkhu’s, is de edele waarheid van het beëindigen van lijden? Met het zonder overblijfsel vervagen en beëindigen van onwetendheid komt de beëindiging van wilsactiviteiten; met het b0ëeindigen van wilsactiviteiten, beëindiging van bewustzijn; met het beëindigen van bewustzijn, beëindiging van naam-en-vorm; met het beëindigen van naam-en-vorm, beëindiging van de zes zintuig basis; met het beëindigen van de zes zintuig basis, beëindiging van contact; met het beëindigen van contact, beëindiging van gevoel; met het beëindigen van gevoel, beëindiging van begeerte; met het beëindigen van begeerte, beëindiging van vastklampen; met het beëindigen van vastklampen, beëindiging van bestaan; met het beëindigen van bestaan, beëindiging van geboorte; met het beëindigen van geboorte, eindigen ouderdom, de dood, smart, geweeklaag, moedeloosheid en (doods)angst. Zo is de beëindiging van deze gehele overvloed aan lijden. Dit wordt de edele waarheid van de beëindiging van lijden genoemd.
“En wat, bhikkhu’s, is de edele waarheid van de weg leidend naar de beëindiging van lijden? Het is eenvoudigweg dit edele achtvoudige pad; dat is, juiste visie, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juist aandachtigheid en juiste concentratie. Dit wordt de edele waarheid van de weg leidend naar de beëindiging van lijden genoemd”.
(...)

Noten

Noot Siebe: Sankhara. Dit Pali woord wordt op verschillende manieren vertaald heb ik gezien. Als wilsformaties, als formaties en als wilsactiviteit. In AN wordt het als deze tweede schakel in 'afhankelijk ontstaan' vertaald als wilsactiviteiten (volitional activities).
Walshe schrijft in noot 4 bij de inleiding van Digha Nikaya: “De uiteenlopende betekenissen van dit woord zijn goed uiteengezet in BDic, de belangrijkste is die van ‘formaties (de Eerwaarde Nyanatiloka’s woord) in verschillende betekenissen. Hier betekent het ‘alles wat gevormd is of samengesteld’ in de meest algemene zin. In de formule van afhankelijk ontstaan wordt het weergegeven als ‘karma-formaties’, en geeft de karmische patronen aan, goed of slecht, voortgebracht door vroegere onwetendheid, die het toekomstige karakter van het individu gaan vormgeven. Als één van de vijf groepen van aggregaten (khandha’s) zijn de sankhara’s, ‘mentale formaties’, inclusief sommige functies die niet karmisch zijn”.
Dus in de formule van afhankelijk ontstaan verwijst sankhara het puur naar het wilsaspect, en in de khandha opsomming heeft sankhara een ruimere betekenis. Daar verwijst het naar de mentale formaties van wil, emotie en intellect.

In de algemene inleiding van Samyutta Nikaya van Bhikkhu Bodhi, deel I, staat op bladzijde 45:
(...) Dus sankhara’s zijn zowel dingen die samenstellen, construeren en verbinden en de dingen die samengesteld zijn, geconstrueerd zijn en verbonden zijn...
(1) Als de tweede factor in de formule van afhankelijk ontstaan, zijn sankhara’s de karmisch actieve wilsactiviteiten verantwoordelijk, in verbinding met onwetendheid en begeerte, voor het voortbrengen van wedergeboorte en het onderhouden van de voorwaartse beweging van samsara van het ene naar het andere leven. Sankhara is [hier] synoniem met kamma, waar het etymologisch verwant aan is, beide afgeleid zijnde van karoti. Deze sankhara’s worden als drievoudig onderscheiden door het kanaal waarin het tot uitdrukking komt, als lichamelijk, verbaal en mentaal (II 4, 8-10, etc.); ze zijn ook onderverdeeld naar ethische kwaliteit, in verdienstelijk, onverdienstelijk en onverstoorbaar (II 82, 9-13). Om de relevante betekenis van sankhara over te brengen, geef ik hier de term aan met “wilsformaties” (“volitional formations”, Siebe). Het woord kan ook vertaald zijn als “activiteiten” dat de verbinding met kamma expliciet/duidelijk maakt, maar deze weergave zou de connectie met sankhara in andere contexten dan afhankelijk ontstaan, verbreken, waarvan het wenselijk lijkt deze te behouden”. (In AN vertaalt Bodhi de tweede schakel als wilsactiviteiten (volitional activities, Siebe).

In de Majjhima Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi en Bhikkhu Nanamoli staat in de inleiding op bladzijde 30: (...) “Vanwege onwetendheid (avijja)- gedefinieerd als niet-kennis van de Vier Edele Waarheden- houdt een persoon zich bezig met wilsactiviteiten of kamma, die lichamelijk, verbaal of mentaal, heilzaam of onheilzaam kunnen zijn. Deze karmische activiteiten zijn de formaties (sankhara’s), en ze rijpen in staten van bewustzijn (vinnana)- eerst als het wedergeboorte bewustzijn op het moment van bevruchting en daarna als de passieve staten van bewustzijn resulterend vanuit kamma dat in de loop van een leven rijpt”(...).

Noot 438: "Dit is misschien een uniek geval waar de edele waarheden van de oorsprong/oorzaak en beëindiging van lijden worden uitgelegd door middel van de volledige twaalf factoren van afhankelijk ontstaan. In SN 12.43, II 72-73, wordt het ontstaan (samudaya) van lijden verklaard door middel van de schakels van bewustzijn via begeerte; diens heengaan (atthangama) door middel van de beëindiging van de schakels van begeerte via ouderdom en de dood. In de Chinese variant, MA 13 (in T I 435 a24-436 a10), worden de tweede en derde waarheden niet verklaard door middel van afhankelijk ontstaan maar volgens de gangbare formuleringen zoals gevonden in SN 56.11, V 421, en elders.

Voor meer details over kamma in relatie tot voorwaardelijk ontstaan: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,314.msg16746.html#msg16746

hartelijke groet,
Siebe

lord rainbow

  • Gast

Noten
Noot Siebe: Sankhara. Dit Pali woord wordt op verschillende manieren vertaald heb ik gezien. Als wilsformaties, als formaties en als wilsactiviteit.

Ook gehoord: karmische formaties.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Kamma in relatie tot beoefening/instructie
« Reactie #39 Gepost op: 27-09-2015 11:26 »
Kamma in relatie tot Beoefening/Instructie

In deze post heb ik enige informatie verzameld over kamma die meer in de sfeer zit van beoefening en instructie. Een selectie uit enkele sutta’s uit Anguttara Nikaya die hoop ik een aardige indruk geven van Boeddha’s instructies aangaande kamma als wilsactiviteit en het niet creëren van nieuw kamma en het beëindiging van oud kamma.

Fragment uit AN. 3.133 (1), Een Krijger

(...) “Hier ziet een bhikkhu welke soort vorm dan ook- ofwel vroeger, toekomstig of actueel, intern of extern, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of dichtbij- aldus zoals het werkelijk is met correcte wijsheid: ‘Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’ (...).
[Hetzelfde doet de bhikkhu met gevoel, waarneming, bewustzijn en ook met wilsactiviteit. Alleen de laatste]: “Hier ziet een bhikkhu welke soort wilsactiviteit dan ook- ofwel vroeger, toekomstig of actueel, intern of extern, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of dichtbij- aldus zoals het werkelijk is met correcte wijsheid: ‘Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’ (...).

Er worden wat dit betreft zes klassen van wilsactiviteit onderscheiden: met betrekking tot vormen, geuren, smaken, geluiden, tactiele waarnemingen en mentale verschijnselen (later daarover meer). Het gaat er om het bekende patroon te doorbreken van afstoten en aantrekken, willen en niet-willen waarnemen wat je waarneemt.

Dezelfde instructie komt op veel plaatsen voor in de Sutta Pitaka. In Anguttara Nikaya bijvoorbeeld ook in AN 4.181, 4.196.

Een net iets anders maar vergelijkbare manier is te lezen in het vers van Anguttara Nikaya 4.16 (6).

Vers uit AN 4.16
(...)
“Na het kennen van het verfijnde van vorm,
Het ontstaan van gevoelens,
Hoe waarnemingen ontstaan
En waar het verdwijnt;
Na het kennen van wilsactiviteiten
Als wezensvreemd, als lijden en niet als zelf
Waarlijk die bhikkhu die op de juiste manier ziet,
Vredevol, verheugt zich in de vredevolle staat.
Hij draagt zijn laatste lichaam,
Na Mara en zijn berg overwonnen te hebben”.

In Anguttara Nikaya 9.36 (5), genaamd Jhana, geeft de Boeddha aan dat de vernietiging van de asava’s plaatsvindt afhankelijk van de 8 jhana’s en de beëindiging van waarneming en gevoel. In die toestand van jhana’s (exclusief de basis van noch-waarneming-noch-niet-waarneming want die is te subtiel om verschijnselen met inzicht te beschouwen) instrueert de Boeddha dan:

(...) “Hij beschouwt welk verschijnsel daar dan ook bestaat met betrekking tot vorm, gevoel, waarneming, wilsactiviteiten en bewustzijn als vergankelijk, lijden, een ziekte, een puist, een angel, ellende, aandoening, wezensvreemd, desintegrerend, leeg en niet-zelf. Hij keert zijn geest af van die verschijnselen en richt het zo op het doodloze element: ‘Dit is vredevol, dit is subliem, dat is, het kalmeren van alle activiteiten, het loslaten van alle verworvenheden, de vernietiging van begeerte, vrede/bedaardheid, beëindiging, nibbana’. Als hij hier ferm in is, bereikt hij de vernietiging van de asava’s. Maar als hij niet de vernietiging van de asava’s bereikt vanwege die passie voor de Dhamma (voor kalmte en inzicht, zie noot 1917, Siebe), vanwege dat verheugen in de Dhamma (idem, Siebe), dan, met de volledige vernietiging van de vijf lagere ketens, wordt hij iemand van spontane wedergeboorte, dankzij welk hij het definitieve nibbana daar bereikt zonder ooit weer uit die wereld te vertrekken” (...).

Een soortgelijke tekst komt voor in Anguttara Nikaya 4.124 (4). Het gaat daar om dezelfde soort inzichtmeditatie maar toegepast op wat verschijnt in de eerste vier jhana’s. Tevens ontbreekt het deel om de geest te richten op het doodloze. In Anguttara 4.126 wordt de inzichtmeditatie toegepast op alles wat er aan geconditioneerde verschijnselen is (met betrekking tot vorm, gevoel, waarneming, wilsactiviteiten en bewustzijn) maar nu niet toegepast vanuit de jhana stadia maar vanuit de meditatie op de vier onmetelijken; liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, altruïstische vreugde en gelijkmoedigheid.

De bovenstaande beschouwingswijze kan in drie hoofd contemplaties verdeeld worden:
-De contemplatie van het vergankelijke karakter van geconditioneerde verschijnselen: “vergankelijk”, “desintegrerend” (anicca nupassana);
-De contemplatie van het pijnlijke/onbevredigende karakter van geconditioneerde verschijnselen; “lijden”, “ziekte”, “puist”, “angel”, “ellende”, “aandoening” (dukkha nupassana).
-De contemplatie van niet-zelf kenmerk van geconditioneerde verschijnselen: “wezensvreemd”, “leeg/ledig”, “niet-zelf” (anatta of sunnata nupassana).

De kern lijkt me steeds: ook wilsactiviteit is een geconditioneerde verschijnsel. Ook rijpend kamma.
Het kennen als vergankelijk, leedvol/niet aantrekkelijk, en niet-zelf. Er niet aan hechten. Het is een bijkomstigheid.
Van wilsactiviteit verwachten we vaak juist ons heil, investeren er flink in, maar ook dat dient uiteindelijk ook niet in ons voordeel. Want wat op basis van wil ontstaat of voortgebracht is, zal weer vergaan, is instabiel en in die zin draagt het zo de kiem van lijden al weer in zich. Het door wilsactiviteit voortgebrachte kan geen ultieme toevlucht zijn. Dit geldt voor uiterlijke zaken maar natuurlijk vooral ook innerlijke. Wat dat laatste betreft, het geldt ook voor de jhana’s. Dit is onderwerp in Anguttara Nikaya 11.16.

Fragment uit Anguttara Nikaya 11.16
Hier gaat een bhikkhu de jhana’s binnen en verwijlt er in...(...)...”hij overweegt dit en begrijpt het zo: ‘Deze eerste jhana is geconstrueerd en voortgebracht door wil. Maar wat dan ook voortgebracht is door wil, is vergankelijk, zal eindigen’. Als hij hierin ferm is, bereikt hij de vernietiging van de asava’s. Maar als hij niet de vernietiging van de asava’s bereikt vanwege die passie voor de Dhamma, dan, bij de volledige vernietiging van de vijf lagere ketens, wordt hij iemand van spontane wedergeboorte, dankzij welk hij het definitieve nibbana daar bereikt zonder ooit weer uit die wereld te vertrekken” (...).

Dit herhaalt zich dan in sutta voor de tweede, derde en vierde jhana en ook de vier onmetelijken die hier ook op basis van wil bestaan. Hierna gaat het verder op dezelfde wijze met de vormloze jhana’s, ‘de oneindigheid van ruimte’, ‘de oneindigheid van bewustzijn’ en ‘nietsheid’. Steeds beschouwt de beoefenaar: ‘dit is geconstrueerd en voortgebracht door wil. Maar wat dan ook voortgebracht is door wil, is vergankelijk, zal eindigen’. De basis van noch-waarneming-noch-niet-waarneming is niet inbegrepen want diens bouwstenen/samenstellende delen worden als te subtiel beschouwd om objecten te kunnen zijn voor contemplatie (zie noot 2227).

Dus wat op grond van wil wordt voortgebracht is vergankelijk en zal weer eindigen. Kan dus nooit een veilige toevlucht zijn. Is het een ontmoediging van jhana’s? Dat zeker niet. Het wil denk ik vooral tonen dat alles wat op basis van wil wordt voortgebracht, ook concentratiestaten, welke toestanden dan ook, dat is en blijft instabiel en draagt het leed van veranderlijkheid al weer in zich. Niks is vast te houden. Het geconditioneerde kan dus gewoon niet als toevlucht dienen. Dus ontgoocheling met het geconditioneerde. En zo zien wat mogelijk is inzake geluk/welzijn maar ook wat is onmogelijk. Wat is handig/wijs om aandacht te geven en in te investeren en wat niet?

Dat wat zonder wil, inspanningsvrij bestaat, geen product is van methode, beoefening, geloof, het ongeconditioneerde, dat kan eigenlijk alleen toevlucht zijn want dat is stabiel.
Daarom, de Boeddha onderwijst het Pad naar het Ongeconditioneerde.

Ik denk dat de sutta’s tonen dat dit ongeconditioneerde te midden van het geconditioneerde bestaat maar dat we het alleen moeten zien. Zoals AN 9.36 zegt (zie boven): “hij keert zijn geest af van geconditioneerde verschijnselen en richt zich zo op het doodloze element’. Mijns inziens drukt dit uit...dit doodloze, vredevolle element is er al. Het is de natuur van geest. Het is wie of wat we in essentie zijn. Dit ongeconditioneerde wordt niet voortgebracht door beoefening maar vraagt om gezien te worden. Het is begeerte, onze wellust, obsessie met geconditioneerde verschijnselen, ons heil dan weer eens hierin zoekend, dan weer eens daarin zoekend, waardoor het ongeconditioneerde ongezien blijft en daarmee de beëindiging van lijden.
Tot zover dit deel.

Anguttara Nikaya 9.66 bespreekt wilsactiviteit als een khandha, een mikpunt van vastklampen en bespreekt het ontwikkelen van mindfulness om afstand te doen van de vijf aggregaten.

Anguttara Nikaya 9.66 (4), Aggregaten

“Bhikkhu’s, er zijn deze vijf aggregaten onderwerp van vastklampen. Welke vijf? Het vorm aggregaat mikpunt van vastklampen, het gevoel aggregaat mikpunt van vastklampen, het waarneming aggregaat mikpunt van vastklampen, het wilsactiviteiten aggregaat mikpunt van vastklampen en het bewustzijn aggregaat mikpunt van vastklampen. Dit zijn de vijf aggregaten mikpunt van vastklampen. De vier vestigingen van mindfuless moeten worden ontwikkeld voor het afstand doen van deze vijf aggregaten. Welke vier? Hier verwijlt een bhikkhu terwijl hij het lichaam in het lichaam gewaar is*, volijverig, helder begrijpend, na verlangen en moedeloosheid ten aanzien van de wereld verwijderd te hebben. Hij verwijlt terwijl hij gevoelens in gevoelens gewaar is, volijverig, helder begrijpend, na verlangen en moedeloosheid ten aanzien van de wereld verwijderd te hebben. Hij verwijlt terwijl hij verschijnselen in verschijnselen gewaar is, volijverig, helder begrijpend, na verlangen en moedeloosheid ten aanzien van de wereld verwijderd te hebben. Hij verwijlt terwijl hij geest in geest gewaar is, volijverig, helder begrijpend, na verlangen en moedeloosheid ten aanzien van de wereld verwijderd te hebben. Deze vier vestigingen van mindfulness moeten ontwikkeld worden voor het afstand doen van deze vijf aggregaten die mikpunt zijn van vastklampen”

* “contemplating body in body...feeling in feeling...etc”.: ik vind dit lastig te vertalen maar volgens mij wordt bedoeld dat je het lichaam gewaar bent zoals in een lichaamsscan. Dus je voelt echt je lichaam, je bent het lichaam gewaar in het lichaam. Ook zo voor  de andere volgens mij. Dus volgens mij wordt hier heel iets anders bedoeld dan beschouwen, denken maar eerder voelen/ervaren/gewaarzijn/registeren.

Om geen nieuw kamma te verzamelen moedigt de Boeddha aan alle verschijnselen die je kunt ervaren via de zintuigen, inclusief mentale verschijnselen ...(...) “gelijkmoedig, aandachtig en op heldere wijze begrijpend”...te ervaren (zie reactie 25). Dat komt neer op keuzeloos of willoos gewaar zijn. Hoe meer de nadruk komt te liggen op puur  ervaren, hoe minder op oordelen. Hoe minder op oordelen (de wilsactiviteit van aantrekken en afstoten) hoe minder nieuw kamma je verzameld. Oud kamma zal waarschijnlijk ook wel rijpen gedurende de beoefening, bijvoorbeeld als mentale pijn. Er wel in contact mee zijn maar ook weer niet oordelend lijkt de manier om de brandstof van dit oude kamma te verbruiken.

Belangrijke kamma zuiverende krachten zijn:
- spijt,berouw(gebaseerd op inzicht)
- het voornemen, de onheilzame handeling niet meer te verrichten
- er iets positiefs tegenover stellen.
- de kracht van het object(hernieuwen van het toevlucht nemen).

Het goede of heilzame doen. Het kwade of onheilzame laten. En het zuiveren van de geest. 

Er kan natuurlijk veel meer over gezegd worden, maar tot zover.

Ter afronding van kamma in Anguttara Nikaya een sutta die wat dit betreft zicht geeft op de Boeddha

Anguttara Nikaya 10.81 (1), Bahuna

De Gezegende verbleef eens te Campa op een oever van de Gaggara Lotus Plas. Toen benaderde de Eerwaarde Bahuna de Gezegende, betoonde hem eerbied, ging aan zijn zijde zitten en zei tegen hem:
“Bhante, van hoeveel dingen is de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt dat hij met een geest vrij van grenzen verwijlt?”
“Bahuna, het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt van tien dingen dat hij met een geest vrij van grenzen verwijlt. Welke tien? (1) Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van vorm dat hij met een geest vrij van grenzen verwijlt. (2-5). Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van gevoel...waarneming...wilsactiviteiten...bewustzijn dat hij met een geest vrij van grenzen verwijlt. (6)-(10). Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van geboorte...ouderdom...dood...lijden...bezoedelingen dat hij met een geest vrij van grenzen verwijlt.
“Net zoals een blauwe, rode of witte lotus bloem, hoewel geboren en ontluikend in het water, boven het water uitsteekt en daar onbezoedeld door het water staat, net zo, Bahuna, het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van deze tien dingen dat hij met een geest vrij van grenzen verwijlt”.

Dit besluit Anguttara Nikaya. Ik zal nu doorgaan met Samyutta Nikaya. Kan even op zich laten wachten.

Hartelijke groet,
Siebe

lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #40 Gepost op: 27-09-2015 14:57 »

Anguttara Nikaya 9.66 bespreekt wilsactiviteit als een khandha, een mikpunt van vastklampen en bespreekt het ontwikkelen van mindfulness om afstand te doen van de vijf aggregaten.

Anguttara Nikaya 9.66 (4), Aggregaten

“De vier vestigingen van mindfuless moeten worden ontwikkeld voor het afstand doen van deze vijf aggregaten. Welke vier? Hier verwijlt een bhikkhu terwijl hij het lichaam in het lichaam gewaar is*, volijverig, helder begrijpend, na verlangen en moedeloosheid ten aanzien van de wereld verwijderd te hebben. Hij verwijlt terwijl hij gevoelens in gevoelens gewaar is, volijverig, helder begrijpend, na verlangen en moedeloosheid ten aanzien van de wereld verwijderd te hebben. Hij verwijlt terwijl hij verschijnselen in verschijnselen gewaar is, volijverig, helder begrijpend, na verlangen en moedeloosheid ten aanzien van de wereld verwijderd te hebben. Hij verwijlt terwijl hij geest in geest gewaar is, volijverig, helder begrijpend, na verlangen en moedeloosheid ten aanzien van de wereld verwijderd te hebben. Deze vier vestigingen van mindfulness moeten ontwikkeld worden voor het afstand doen van deze vijf aggregaten die mikpunt zijn van vastklampen”

* “contemplating body in body...feeling in feeling...etc”.: ik vind dit lastig te vertalen maar volgens mij wordt bedoeld dat je het lichaam gewaar bent zoals in een lichaamsscan. Dus je voelt echt je lichaam, je bent het lichaam gewaar in het lichaam. Ook zo voor  de andere volgens mij. Dus volgens mij wordt hier heel iets anders bedoeld dan beschouwen, denken maar eerder voelen/ervaren/gewaarzijn/registeren.

Vertaling de breet/janssen:

"En hoe is een monnik aandachtig?
Welnu een monnik blijft bij het lichaam (de gevoelens enz...),
het lichaam beschouwend, energiek, volbewust, aandachtig,
een einde makend aan de hunkering naar
en het verdriet om de wereld.
Zo is een monnik aandachtig.¨

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Samyutta Nikaya 46.26
« Reactie #41 Gepost op: 01-10-2015 10:32 »
De komende tijd zal ik een selectie posten van sutta's over Kamma uit Samyutta Nikaya. Hieronder de eerste van de serie. Ik hoop dat het leerzaam zal zijn, Siebe


[Bron: Samyutta Nikaya, Vol. II, Bhikkhu Bodhi, 2000. De sutta op enkele punten meer uitgewerkt. Waar "..." in de tekst staan herhaalt deze zich als eerder].

Met de Vernietiging van Begeerte komt de Vernietiging van Kamma. Met de vernietiging van Kamma, de vernietiging van Lijden

Samyutta Nikaya 46.26 (6), De Vernietiging van Begeerte

“Bhikkhu’s, ontwikkel het pad en de weg dat leidt naar de vernietiging van begeerte. En wat is het pad en de weg die leidt naar de vernietiging van begeerte? Het is: de zeven factoren van verlichting. Welke zeven? De verlichtingsfactor van indachtigheid, welke gebaseerd is op afzondering, bedaardheid/vrede, beëindiging, rijpend/volgroeiend in bevrijding. Hij ontwikkelt de verlichtingsfactor van het onderscheiden van staten dat gebaseerd is...de verlichtingsfactor van energie...de verlichtingsfactor van verrukking...de verlichtingsfactor van kalmte...de verlichtingsfactor van concentratie...de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid welke gebaseerd is op afzondering, bedaardheid, beëindiging, rijpend in bevrijding”.
Toen dit werd gezegd vroeg de Eerwaarde Udayi de Gezegende: “hoe worden de zeven factoren van verlichting ontwikkeld en gecultiveerd zodat ze leiden naar de vernietiging van begeerte?”
“Hier, Udayi, ontwikkelt een bhikkhu de verlichtingsfactor van indachtigheid welke gebaseerd is op afzondering, bedaardheid, beëindiging, rijpend in bevrijding; welke uitgestrekt is, verheven, onmetelijk, zonder kwade wil. Wanneer hij de verlichtingsfactor van indachtigheid ontwikkelt welke gebaseerd is op afzondering, bedaardheid, beëindiging, rijpend in bevrijding; welke uitgestrekt is, verheven, onmetelijk, zonder kwade wil, wordt afstand gedaan van begeerte. Met het afstand doen van begeerte, wordt afstand gedaan van kamma. Met het afstand doen van kamma, wordt afstand gedaan van lijden...[voor de andere verlichtingsfactoren hetzelfde].
“Hij ontwikkelt de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid welke gebaseerd is op afzondering, bedaardheid, beëindiging, rijpend in bevrijding; welke uitgestrekt is, verheven, onmetelijk, zonder kwade wil. Wanneer hij de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid ontwikkelt welke gebaseerd is op afzondering, bedaardheid, beëindiging, rijpend in bevrijding; welke uitgestrekt is, verheven, onmetelijk, zonder kwade wil, wordt afstand gedaan van begeerte. Met het afstand doen van begeerte, wordt afstand gedaan van kamma. Met het afstand doen van kamma, wordt afstand gedaan van lijden.
“Dus, Udayi, met de vernietiging van begeerte komt de vernietiging van kamma; met de vernietiging van kamma komt de vernietiging van lijden”.


hartelijke groet,
Siebe

 

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
[Bron: Samyutta Nikaya, Vol. II, Bhikkhu Bodhi, 2000. Waar "..." in de tekst staan herhaalt deze zich als eerder. Noten aangeduid met een * zijn door mij toegevoegd. De nummering van de andere noten verwijst naar de nummering van de eerwaarde Bhikkhu Bodhi].

Het lichaam en de zes interne zintuigbases als oud kamma, wat betekent dit?

Samyutta Nikaya 12.37 (7), Niet van Jullie

Te Savathhi. “Bhikkhu’s, dit lichaam is niet van jullie, noch behoort het anderen toe.110 Het is oud kamma, dat moet worden gezien als voortgebracht en vormgegeven door wil(sactiviteit), als iets wat gevoeld wordt111. Daarin, bhikkhu’s, besteedt de geïnstrueerde edele leerling als volgt zorgvuldig en oplettend aandacht aan afhankelijk ontstaan zelf: ‘Wanneer dit bestaat, komt dat te bestaan; met het ontstaan van dit, ontstaat dat. Wanneer dit niet bestaat, dan komt dat niet te bestaan; met de beëindiging van dit, eindigt dat. Dat is, met onwetendheid als voorwaarde komen er wilsformaties; met wilsformaties als voorwaarde, bewustzijn; met bewustzijn als voorwaarde, naam-en-vorm; met naam-en-vorm als voorwaarde, de zes zintuig bases; met de zes zintuig bases als voorwaarde, contact; met contact als voorwaarde, gevoel; met gevoel als voorwaarde, begeerte; met begeerte als voorwaarde, vastklampen; met vastklampen als voorwaarde, bestaan (soms ook ‘worden’ genoemd, Siebe); met bestaan als voorwaarde, geboorte; met geboorte als voorwaarde, komen ouderdom, de dood, smart, geweeklaag, moedeloosheid en doodsangst. Zo is het ontstaan van deze gehele overvloed aan lijden.
Maar met het zonder overblijfsel vervagen en beëindigen van onwetendheid komt de beëindiging van wilsactiviteiten; met het beëindigen van wilsactiviteiten, beëindiging van bewustzijn; met het beëindigen van bewustzijn, beëindiging van naam-en-vorm; met het beëindigen van naam-en-vorm, beëindiging van de zes zintuig basis; met het beëindigen van de zes zintuig basis, beëindiging van contact; met het beëindigen van contact, beëindiging van gevoel; met het beëindigen van gevoel, beëindiging van begeerte; met het beëindigen van begeerte, beëindiging van vastklampen; met het beëindigen van vastklampen, beëindiging van bestaan; met het beëindigen van bestaan, beëindiging van geboorte; met het beëindigen van geboorte, eindigen ouderdom, de dood, smart, geweeklaag, moedeloosheid en (doods)angst. Zo is de beëindiging van deze gehele overvloed aan lijden”.

Noot 110: Spk: Aangezien er feitelijk geen zelf is, is er niets dat aan een zelf toebehoort; dus zegt hij, “Het is niet van jullie”(na tumhakam). En aangezien er geen zelf van anderen is, zegt hij “noch behoort het anderen toe” (na pi annesam). Zie ook SN 22.33 en 35.101.
Noot 111: Spk:  Het is oud kamma (puranam idam kammam): Dit lichaam is niet feitelijk oud kamma, maar omdat het voortgebracht is door oud kamma wordt er over gesproken in termen van diens voorwaarde. Het dient gezien te worden als voortgebracht (abhisankhata) in die zin dat het gemaakt wordt door voorwaarden; als vormgegeven door wil(sactiviteit) (abhisancetayita), in die zin dat het gebaseerd is op wil(sactiviteit), geworteld in wil(sactiviteit); en als iets wat gevoeld wordt (vedaniya) in die zin dat het een basis is voor wat gevoeld wordt [Spk-pt: omdat het een basis en object van gevoel is].
Zie ook SN 35.146 (zie volgende suttar, Siebe) waar hetzelfde idee wordt uitgebreid tot de zes interne zintuigbases. Om het lichaam te beschouwen in termen van afhankelijk ontstaan, overweegt men dat dit lichaam ondergebracht kan worden onder “vorm” in de samenstelling “naam-en-vorm”. Men beschouwt dan dat naam-en-vorm in bestaan komt met bewustzijn, d.w.z. het wedergeboorte-bewustzijn, als een gelijktijdig opkomende voorwaarde, en dat zowel bewustzijn en naam-en-vorm ontstaan vanuit de wilsformaties, d.w.z. De karmische activiteiten van het voorgaande bestaan. Dus het thema van deze sutta is verbonden met de drie die er direct op volgen. (Dit zijn de drie cetana sutta’s die hier binnenkort worden gepost, Siebe)

Samyutta Nikaya 35.146 (1), Kamma

“Bhikkhu’s, ik zal jullie onderwijzen over nieuw en oud kamma, de beëindiging van kamma en de weg leidend naar de beëindiging van kamma. Luister daar naar en wees er met je aandacht goed bij, ik zal spreken...
“En wat, bhikkhu’s, is oud kamma? Het oog* is oud kamma, te worden gezien als voortgebracht en vormgegeven door wil(sactiviteit), als iets wat gevoeld wordt.146. Het oor is oud kamma...de neus is oud kamma...de tong is oud kamma...het lichaam is oud kamma...de geest is oud kamma, te worden gezien als voortgebracht en vormgegeven door wil(sactiviteit), als iets wat gevoeld wordt. Dit wordt oud kamma genoemd.
“En wat, bhikkhu’s, is nieuw kamma? Welke actie men dan ook nu doet** door lichaam, spraak en geest. Dit wordt nieuw kamma genoemd.
“En wat, bhikkhu’s, is het beëindigen van kamma? Wanneer men bevrijding bereikt door het beëindigen van lichamelijke actie, verbale actie en mentale actie**, dit wordt de beëindiging van kamma genoemd.
“En wat, bhikkhu’s, is de weg leidend naar de beëindiging van kamma? Het is dit Edele Achtvoudige Pad: dat is, juiste visie, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste indachtigheid, juiste concentratie.
“Dus, bhikkhu’s, ik heb oud kamma onderwezen ik heb nieuw kamma onderwezen, ik heb de beëindiging van kamma onderwezen, ik heb de weg leidend naar de beëindiging van kamma onderwezen. Wat er dan ook gedaan dient te worden, bhikkhu’s, door een meedogende leraar vanuit mededogen met zijn leerlingen, hun welzijn verlangend, dat heb ik voor jullie gedaan. Dit zijn de voeten van de bomen, bhikkhu’s, dit zijn lege hutten. Mediteer, bhikkhu’s, wees niet nalatig anders heb je er later spijt van. Dit is onze instructie aan jullie.”

Noten

* met het oog wordt niet het letterlijk het fysieke oog bedoeld maar de interne zintuigbasis
** het lijkt me dat hier bedoeld wordt ...elke gewilde actie door lichaam, spraak en geest
Noot 146: Cp. 12.37 (zie boven, Siebe). Spk biedt hier in essentie dezelfde verklaring zoals die bij SN 12.37 noot 111, er aan toevoegend dat in deze sutta het voorbereidende stadium van inzicht (pubbabhagavipassana) wordt besproken.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Samyutta Nikaya 12.38
« Reactie #43 Gepost op: 03-10-2015 11:11 »
[Bron: Samyutta Nikaya, Vol. I, Bhikkhu Bodhi, 2000. De nummering van de noten verwijst naar de nummering van de eerwaarde Bhikkhu Bodhi].

In Anguttara Nikaya 6.63 wordt gezegd: “Het is wil(sactiviteit) (cetana, Siebe), bhikkhu’s, dat ik kamma noem. Want gewild hebbend, handelt men door lichaam, spraak en geest”. De komende tijd zal ik drie Cetana sutta's posten die verduidelijken wat cetana behelst en wat de rol van cetana is in afhankelijk ontstaan. Deze sutta’s zijn al eens eerder op het forum gepost. Ik heb ze iets gewijzigd. Verder heb ik nu ook de noten van de eerwaarde Bhikkhu Bodhi vertaald. Dat vond ik een hele klus maar het is wel handig denk ik.

De rol van cetana/kamma/wilsactiviteit in de voorwaartse beweging van afhankelijk ontstaan.

Samyutta Nikaya 12.38 (8}, Wil(sactiviteit) (1), Cetana (1)

Te Savatthi. “Bhikkhu’s, wat men zich voorneemt, en wat men van plan is, en waar men dan ook naar neigt/uitgaat: dit wordt een basis voor de instandhouding/handhaving/onderhoud van bewustzijn. Wanneer er een basis is, is er een ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn. Wanneer bewustzijn wordt gevestigd en tot wasdom is gekomen, is er de voortbrenging van toekomstig hernieuwd bestaan. Wanneer er de voortbrenging van toekomstig hernieuwd bestaan is, is er  toekomstige geboorte, verouderen-en-dood, smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid. Zo is de herkomst van deze gehele verzameling lijden112.
“Als, bhikkhu’s, men zich niets voorneemt, en men geen plannen maakt, maar men heeft nog altijd wel een neiging naar iets: wordt dit een basis voor de instandhouding van bewustzijn. Wanneer er een basis is, is er een ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn. Wanneer bewustzijn wordt gevestigd en tot wasdom is gekomen, is er de voortbrenging van toekomstig hernieuwd worden. Wanneer er de voortbrenging van toekomstig hernieuwd worden is, is er toekomstige geboorte, verouderen-en-dood, smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid. Zo is de herkomst van deze gehele verzameling lijden113.
“Maar, Bhikkhu’s, wanneer men zich niets voorneemt, en men geen plannen maakt, en men heeft geen neiging naar iets: bestaat er geen basis voor de instandhouding van bewustzijn. Wanneer er geen basis is, is er geen ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn. Wanneer bewustzijn niet gevestigd wordt en niet tot wasdom komt, is er geen voortbrenging van toekomstig hernieuwd bestaan. Wanneer er geen voortbrenging is van toekomstig hernieuwd bestaan, eindigen toekomstige geboorte, verouderen-en-dood, smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid. Zo is de beëindiging van deze gehele verzameling lijden”114

Noten

Noot 112: Spk: Hier behelst de zinsnede wat men zich voorneemt (ceteti), alle heilzame en onheilzame wilsactiviteit van de drie niveaus van bestaan (Engels; “planes”). Wat men van plan is(pakappeti), de mentale vormingen van begeerte en visies (tanhaditthikappa) in de acht citta’s vergezeld van hebzucht [Spk-pt: de vormingen van visies doen zich alleen voor in de citta’s verbonden met visies]; en waar men dan ook naar neigt/uitgaat (anuseti) betekent de onderliggende neigingen (anusaya) onder de rubriek/de kop van gelijktijdig opkomende- en beslissing ondersteunende voorwaarde voor de twaalf (onheilzame) wilsactiviteiten. (Over de twaalf onheilzame citta’s, zie CMA 1:4-7).
Dit wordt een basis (arammanam etam hoti): Deze uiteenlopende staten zoals wilsactiviteit worden een voorwaarde; want hier is het woord arammana bedoeld als voorwaarde (paccaya; dat is, hier beduidt arammana niet een object van bewustzijn, de gebruikelijke betekenis in de Abhidhamma). Voor de instandhouding van bewustzijn (vinnanassa thitiya): voor het doel van het in standhouden van het karmisch bewustzijn. Wanneer er deze voorwaarde is, is er een ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn (patittha vinnanassa hoti), d.w.z. Voor het zich vestigen van dat karmisch bewustzijn [Spk-pt: het heeft een capaciteit om vruchten in iemands mentale continuüm voort te brengen]. Wanneer [dat] (karmisch) bewustzijn wordt gevestigd en tot wasdom is gekomen (tasmim patitthite vinnane ... virulhe): wanneer het, na kamma opgewekt te hebben, is gegroeid, wortels heeft voortgebracht, door diens vermogen om wedergeboorte te versnellen (“precipitate”), is er de voortbrenging van toekomstig hernieuwd bestaan.
Cp 12.64 en 22.53-54 beneden. AN I 223-24 verklaart het proces van hernieuwd bestaan in soortgelijke termen (zie noot 24). Ik zie de werkwoorden ceteti en pakappeti als zinspelingen op sankhara (die, als karmische activiteiten, uitdrukking zijn van cetana- zie AN III 415, kl7-8). Anuseti verwijst duidelijk naar anusaya of onderliggende neigingen, waarbij avijjanusaya is inbegrepen, de onderliggende neiging tot onwetendheid (=onwetendheid in de gebruikelijke formule van afhankelijk ontstaan) en raganusaya, de onderliggende neiging tot wellust (=begeerte in de gebruikelijke formule). De wijze waarop ze bewustzijn in standhouden/onderhouden is dus niet verschillend van de wijze waarop de wilsformaties, gevoed door onwetendheid en begeerte, dienen als de voorwaarde voor bewustzijn: samen, (onder)steunen ze de stroom van bewustzijn, bezielen het met karmische mogelijkheden voor hernieuwd bestaan, en werpen het in een nieuw bestaan, daarbij het proces op gang brengend dat tot een climax komt in geboorte. Ik ben het niet volledig met Spk eens dat het vinnana dat wordt “onderhouden” en “gevestigd” als het karmische bewustzijn ziet. Ik interpreteer het eenvoudigweg als het lopende/voortgaande proces van bewustzijn, met inbegrip van zowel de karmische actieve als de resulterende fasen. In SN 22.53-54 wordt over de andere vier aggregaten gesproken als de aramanna en patittha van vinnana, maar ik betwijfel of deze toepassing hier zal werken. Bij het gebruik van de categorieën van de Abhidhamma lijkt het er op dat in deze sutta de termen arammana en patitthia de beslissing ondersteunende voorwaarde (upanissayapaccaya) voor bewustzijn aanduidt, terwijl ze in de twee sutta’s van de Khandhasamyutta, ze de gelijktijdig opkomende voorwaarde en ondersteunende voorwaarden (sahajatapaccaya, nissayapaccaya) aanduiden.
Ik gebruik “wil(sactiviteit)” als een weergave van cetana maar “zich voorneemt” voor het overeenstemmende werkwoord ceteti; Ik gebruik “intentie”voor het (unrelated?, niet verbonden) zelfstandig werkwoord sankappa. Ik rechtvaardig deze ogenschijnlijke inconsistentie op grond van het feit dat in Pali het werkwoord sankappeti (overeenkomend met sankappa) zich zelden voordoet (als het zich al voordoet), terwijl het Engels een eenvoudig werkwoord mist overeenkomend met “wil(sactiviteit)” (“volition”, Siebe)
“Een ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn”, is een weergave van patitthita vinnanassa. Ik vind dat “gevestigd” consistent beter werkt als een weergave van het deelwoord patitthita, maar “ondersteuning” voor het zelfstandig naamwoord patittha, dus om het deelwoord en het zelfstandig naamwoord in de huidige passage (en in SN 22.53-54) te overbruggen, heb ik deze samengestelde uitdrukking gesmeed.

Noot 113: Spk: Dit verwijst naar een moment waarin zich geen [heilzaam en onheilzame] wilsactiviteit van de drie niveaus van bestaan voordoet, en zich geen mentale vormingen voordoen van begeerte en visies.  Maar men heeft nog altijd een neiging: hiermee worden de onderliggende neigingen begrepen omdat er nog niet afstand van is gedaan hier in de resultanten van de drie niveaus van bestaan, in de beperkte functionele staten (de vijf-deur genoemde en geest-deur genoemde cittas (?, Siebe)), en in vorm. Zo lang de onderliggende neigingen bestaan, worden ze een voorwaarde voor het karmisch bewustzijn, want er is geen manier om diens ontstaan te voorkomen.
Spk-pt: Deze tweede sectie wordt verklaard om te tonen dat heilzaam en onheilzaam kamma dat in staat is om wedergeboorte voort te brengen, wordt verzameld in het voorbereidende deel (van het pad van beoefenen) en dat zelfs zonder het maken van plannen (door begeerte en visies), de wilsactiviteiten van inzichtmeditatie in een mediterende die de gevaren in bestaan heeft gezien, nog altijd geconditioneerd worden door de onderliggende neigingen en in staat zijn om wedergeboorte voort te brengen. Het wordt ook verklaard om te tonen dat zelf wanneer heilzame en onheilzame staten zich niet voordoen, er nog altijd een zich vestigen is van karmisch bewustzijn met onderliggende bezoedelingen als voorwaarde; want zo lang als van deze niet afstand is gedaan, liggen zijn ze latent aanwezig in de bestaande resultanten van de drie niveaus van bestaan, etc.

Noot 114: Spk: Wanneer men zich niets voorneemt, etc: Door de eerste zinsnede (“zich niets voorneemt”) toont hij dat de heilzame en onheilzame wilsactiviteiten met betrekking tot de drie niveaus van bestaan zijn geëindigd; met de tweede (“geen plannen maakt”), dat de begeerte en visies in de acht citta’s (vergezeld door hebzucht) zijn geëindigd; met de derde (“geen neiging heeft”) dat de onderliggende neigingen die latent aanwezig zijn in de eerdergenoemde staten geëindigd zijn. Wat wordt hier besproken? De functie van het pad van arahantschap (arahattamaggassa kiccam). Het kan ook geïnterpreteerd worden als de arahant die zijn taak doet (khinasavassa kiccakaranam) en de negen boven-wereldlijke paden (navalokuttaradhamma, d.w.z. De vier paden, hun vruchten en Nibbana)
Spk-pt: In deze sectie wordt de functie van het pad van arahantschap besproken omdat dat pad de voortbrenging (“production, Siebe) van de onderliggende neigingen volledig stopt.  “De arahant die zijn taak doet” kan gezegd worden vanwege de uitsluiting van gevoel, etc. (betekenis niet duidelijk). Er kan over de negen boven wereldlijke staten worden gesproken omdat de onderliggende neigingen ontworteld/vernietigd worden door de series van paden, en de vruchten volgen ogenblikkelijk op de paden, en Nibbana is het object van beide.
Ik begrijp het zo dat met het “niet gevestigde bewustzijn” (appatitthita vinnana) hier een bewustzijn wordt bedoeld zonder het vooruitzicht op een toekomstige wedergeboorte door de voortstuwende kracht van onwetendheid, begeerte en de wilsformaties. Van de arahant wordt gezegd dat hij overlijdt/expireert met bewustzijn “niet gevestigd”, zoals in SN4.23 en SN 22.87".

hartelijke groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
[Bron: Samyutta Nikaya, Vol. I, Bhikkhu Bodhi, 2000. Waar "..."in de tekst staan herhaalt deze zich als eerder. Een noot met een "*" is door mij toegevoegd. De andere noten en de nummering zijn van de eerwaarde Bhikkhu Bodhi].

De rol van Kamma/Cetana/Wil(sactiviteit) in de voorwaartse beweging van afhankelijk ontstaan

Samyutta Nikaya 12.39 (9), Wil(sactiviteit) (2), Cetana (2)

Te Savatthi. “Bhikkhu’s, wat men zich voorneemt, en wat men van plan is, en waar men dan ook naar neigt: dit wordt een basis voor de instandhouding van bewustzijn. Wanneer er een basis is, is er een ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn. Wanneer bewustzijn wordt gevestigd en tot wasdom is gekomen, is er een afdaling van naam-en-vorm115. Met naam-en-vorm als voorwaarde komen de zes zintuigbases [in bestaan]; met deze zes zintuigbases als voorwaarde, contact; met contact als voorwaarde, gevoel...begeerte...vastklampen...bestaan (wordt ook “worden” genoemd, Siebe)...geboorte; met geboorte als voorwaarde, komen verouderen-en-dood, smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid in bestaan. Zo is de herkomst van deze gehele verzameling lijden.
“Als, bhikkhu’s, men zich niets voorneemt, en men geen plannen maakt, maar men heeft nog altijd wel een neiging naar iets, wordt dit een basis voor de instandhouding van bewustzijn. Wanneer er een basis is, is er een ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn. Wanneer bewustzijn wordt gevestigd en tot wasdom gekomen is, is er een afdaling van naam-en-vorm. Met naam-en-vorm als voorwaarde, komen de zes zintuigbases [in bestaan]... Zo is de herkomst van deze gehele verzameling lijden.
“Maar, bhikkhu’s, wanneer men zich niets voorneemt, en men geen plannen maakt, en men geen neiging naar iets heeft, bestaat er geen basis voor de instandhouding van bewustzijn. Wanneer er geen basis is, is er geen ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn. Wanneer bewustzijn niet wordt gevestigd en niet tot wasdom komt, is er geen afdaling van naam-en-vorm. Met de beëindiging van naam-en-vorm komt de beëindiging van de zes zintuigbases....Zo is de beëindiging van deze gehele verzameling lijden”.

Noten

Noot 115: Namarupassa avakkanti. Zie SN 12.12, waar de voortbrenging van toekomstig hernieuwd bestaan tussen bewustzijn en de zes zintuig bases wordt geplaatst. Deze samen nemend betekenen de twee sutta’s dat de “afdaling van naam-en-vorm” en de “voortbrenging van toekomstig hernieuwd bestaan” onderling verwisselbaar zijn (dit ondanks de commentariële voorliefde om de laatste altijd als karmische actief bestaan te zien). Spk verklaart dat er een “link” (sandhi) is tussen bewustzijn en naam-en-vorm; dus in deze interpretatie beduidt bewustzijn het karmisch generatieve bewustzijn van het vorige bestaan, naam-en-vorm het begin van het huidige bestaan. Het lijkt me, echter, meer waarschijnlijk dat vinnana zich zowel over het vroegere leven als het huidige leven uitspreidt (Engels: “straddle”), als het principe van persoonlijke continuïteit.

Samyutta Nikaya 12.40 (10), Wil(sactiviteit) (3), Cetana (3)

Te Savatthi. “Bhikkhu’s, wat men zich voorneemt, en wat men van plan is, en waar men dan ook naar neigt: dit wordt een basis voor de instandhouding van bewustzijn. Wanneer er een basis is, is er een ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn. Wanneer bewustzijn wordt gevestigd en tot wasdom is gekomen, is er geneigdheid*. Wanneer er geneigdheid is, is er komen en gaan. Wanneer er komen en gaan is, is er heengaan en weer wedergeboren worden116. Wanneer er heengaan en wedergeboorte is, komen ook toekomstige geboorte, verouderen-en-dood, smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid te bestaan. Zo is de herkomst van deze gehele verzameling lijden.
“Als, bhikkhu’s, men zich niets voorneemt, en men geen plannen maakt, maar men heeft nog altijd wel een neiging naar iets, wordt dit een basis voor de instandhouding van bewustzijn...Zo is de herkomst van deze gehele verzameling lijden.
“Maar, bhikkhu’s, wanneer men zich niets voorneemt, en men geen plannen maakt, en men geen neiging naar iets heeft, bestaat er geen basis voor de instandhouding van bewustzijn. Wanneer er geen basis is, is er geen ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn. Wanneer bewustzijn niet wordt gevestigd en niet tot wasdom komt, is er geen geneigdheid. Wanneer er geen geneigdheid is, is er geen komen en gaan. Wanneer er geen komen en gaan is, is er geen heengaan en weer wedergeboren worden. Wanneer er geen heengaan en wedergeboorte is, eindigen toekomstige geboorte, verouderen-en-dood, smart, geweeklaag, pijn, ongenoegen en radeloosheid. Zo is de beëindiging van deze gehele verzameling lijden”.

Noten

* Inclination: Als niet psychologisch begrip kan het verwijzen naar een inclinatie, een helling, glooiingshoek. Dat geeft denk ik ook aan hoe het woord in een psychologisch of geestelijke context wordt gebruikt. Het kan dan o.a. betekenen: neiging, tendens, genegenheid, begeerte. The FreeDictionary geeft  (door mij vertaald): “een karakteristieke gezindheid of tendens om op een bepaalde manier te reageren; een neiging, beheptheid, geneigdheid. Geneigdheid leek me het meest geschikt.

Noot 116: Spk: Geneigdheid (nati) is begeerte (“craving”), “geneigdheid” genoemd in de zin van neigen naar (namanatthena) aangename vormen, etc. “Er is komen en gaan (agatigati): er is een gaan van bewustzijn door middel van wedergeboorte richting wat opgekomen is (bij de dood), zichzelf presenterend als kamma of het teken van kamma of het teken van toekomstige bestemming. (Er wordt gezinspeeld op de drie objecten van het laatste bewuste proces voorafgaande aan de dood; zie CMA 5:35-37). Er is heengaan, hier heengaand, en wedergeboren worden, wedergeboorte daar.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Samyutta Nikaya 22.56
« Reactie #45 Gepost op: 05-10-2015 10:55 »
[Bron: Samyutta Nikaya, Vol. I, Bhikkhu Bodhi, 2000. Noten niet op volgorde omdat het een fragment is uit een sutta en het me toch handig leek noot 82 toe te voegen. Dit fragment meer uitgewerkt dan het origineel waar vanwege herhaling "..." werden gebruikt]

Zes klassen van wilsformaties

Fragment uit Samyutta Nikaya 22.56 (4), Fasen van de Kleverige Aggregaten

(...)
“En wat, bhikkhu’s, zijn wilsformaties? Er zijn deze zes klassen van wil(sactiviteit)85: wil(sactiviteit) ten aanzien van vormen, wil(sactiviteit) ten aanzien van geluiden, wil(sactiviteit) ten aanzien van geuren, wil(sactiviteit) ten aanzien van smaken, wil(sactiviteit) ten aanzien van tactiele objecten, wil(sactiviteit) ten aanzien van mentale verschijnselen. Dit worden wilsformaties genoemd. Met het ontstaan van contact is er het ontstaan van wilsformaties. Met het beëindigen van contact is er het beëindigen van wilsformaties. Dit Edele Achtvoudige Pad is de weg leidend naar het beëindigen van wilsformaties; dat is, juist visie, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste indachtigheid en juiste concentratie.
“Welke asceten en brahmanen dan ook, die wilsformaties zo op rechtstreekse wijze kennen, diens ontstaan, diens beëindigen en de weg leidend naar diens beëindigen, zij beoefenen met de bedoeling zich af te keren*1 van wilsformaties, voor diens vervagen en beëindigen, zij beoefenen goed. Diegenen die op de goede manier beoefenen, hebben vaste voet verkregen in deze Dhamma en Discipline82.
“En welke asceten en brahmanen dan ook die zo op rechtstreekse wijze wilsformaties kennen, diens ontstaan, diens beëindigen, en de weg leidend naar diens beëindigen, worden middels het afkeren van wilsformaties, middels diens vervagen en beëindigen, bevrijd door niet-vastklampen (onthechting, Siebe), ze zijn op de juiste manier bevrijd. Diegenen die goed bevrijd zijn, zijn gerealiseerden. Wat deze gerealiseerden aangaat, er is geen ronde die ze beschrijft*2.
(...)

Noten

*1. “revulsion”; op een archaïsche manier (en dit past denk ik hier het beste) betekent het 'zich afkeren van', dus niet zozeer een afkeer van, maar een afkeren van. Men raakt er niet meer door bekoord. Men zoekt er geen heil meer in. Men neemt er geen toevlucht meer in. Stopt met investeren er in. Wilsformaties zijn ook maar geconditioneerde verschijnselen, niet-zelf, niet duurzaam, en worden ook gezien als corruptie van de geest. In talrijke sutta's komt dit aspect voor van het afwenden van het geconditioneerde. Er geen heil meer in zoeken en van verwachten. Je er niet mee vereenzelvigen. Het zien als louter verschijnselen die komen en gaan maar tijdelijk zijn, niet-zelf. Zo een realistische kijk ontwikkelen op wat geconditioneerde verschijnselen kunnen bieden als het gaat om welzijn. Wanneer de geest inziet dat dat wat komt en gaat geen toevlucht kan zijn en niet-zelf is, houdt ie op zich er aan vast te klampen. Wanneer de geest niet meer gehecht is, houdt ie ook op geagiteerd te zijn.

*2 “consummate ones...there is no round for describing them”. Dit verwijst naar de arahants die de taak hebben volbracht. Er is geen overblijvende cyclus van wedergeboorten meer. “round” kan ook verwijzen naar ‘basis’, dus er is geen basis voor de beschrijving van een arahant.

Noot 85: Het feit dat er een verschil is tussen de naam van het aggregaat (sankharakkhanda) en de (term van de) definitie (sancetana) geeft aan dat dit aggregaat een groter terrein beslaat dan de andere. In de Abhidhamma Pitaka en de commentaren wordt de sankharakkhanda behandeld als een “paraplu categorie” voor het classificeren van alle mentale factoren anders dan gevoel en waarneming. Wil(sactiviteit) wordt alleen genoemd als de belangrijkste factor in dit aggregaat, niet als diens enige bestanddeel.

Noot 82: Deze paragraaf toont leerlingen (sekha) die op directe wijze de Vier Edele Waarheden kennen en beoefenen voor het realiseren van Nibbana, de uiteindelijke beëindiging van de vijf aggregaten. Om deze reden wordt gezegd dat de leerlingen “vaste voet (gadhanti) hebben verkregen in deze Dhamma en Discipline”, in contrast met de arahants die hun werk hebben volbracht.

Persoonlijke bemerkingen


De soort wilsactiviteit in deze post zou ik in voorwaardelijk ontstaan plaatsen na de schakel gevoel. Met zintuiglijk contact als voorwaarde, ontstaat er bij zintuiglijke waarnemingen een bepaald gevoel. Wanneer er eenmaal zulke gevoelens zijn, ontstaan er ook wilsformaties. Je wilt ook iets met die gevoelens. Bijvoorbeeld ze vasthouden, herhalen, als ze aangenaam zijn. Of wellicht juist er van weg, afstoten, afkeren als ze onaangenaam zijn. Deze toch al bestaande neigingen worden zo opnieuw bevestigd en verder versterkt. Dat gaat richting sterkere ketening en niet richting meer vrijheid.

hartelijke groet,
Siebe

lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #46 Gepost op: 05-10-2015 15:22 »
1 ...wat dan met de karmisch formaties tussen
onwetendheid en bewustzijn..?

2 Als je ze na gevoel zet, vallen ze dan samen met de schakel 'verlangen',
en is het meer een impliciet gebeuren..of zet je er een schakeltje bij?

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #47 Gepost op: 05-10-2015 18:02 »
1 ...wat dan met de karmisch formaties tussen
onwetendheid en bewustzijn..?

2 Als je ze na gevoel zet, vallen ze dan samen met de schakel 'verlangen',
en is het meer een impliciet gebeuren..of zet je er een schakeltje bij?


de wilsformaties die onderwerp zijn van de vorige post die hebben 'contact' als voorwaarde. Dus dat kan niet gaan over de karmische formaties tussen onwetendheid en bewustzijn.
Ik plaats het dan onder begeerte. Er kan hebzucht ontstaan of bijvoorbeeld haat als begeertevolle reactie op gevoelens na zintuiglijke contact. Zulke hebzucht of haat kan het gedrag, verbaal en lichamelijk, gaan beinvloeden. Zie ik iets verkeerd? Het kan zijn dat ik niets begrijp en dan helpt het wanneer je bijvoorbeeld 'gewoon' jouw kennis deelt.

Siebe

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, SN 1.57, 3.20 en 3.22
« Reactie #48 Gepost op: 06-10-2015 09:58 »
[Bron: Samyutta Nikaya, Vol. I, Eerwaarde Bhikkhu Bodhi, 2000].

Kamma bepaalt de bestemming. Als een schaduw blijft het bij je.


Samyutta Nikaya 1.57 (7), Voortbrengen (3)

“Wat is het dat een persoon voortbrengt?
Wat heeft hij dat in de rondte gaat?
Wat betreedt samsara?
Wat bepaalt zijn bestemming?”

“Begeerte is wat een persoon voortbrengt;
Zijn geest is wat in de rondte gaat;
Een wezen betreedt samsara;
Kamma bepaalt zijn bestemming.”

Slotverzen van Samyutta Nikaya 3. 20 (2), Kinderloos (2)

(...)
“Graan, rijkdom, zilver, goud,
Of welke andere bezittingen er ook zijn,
Slaven, werkers, boodschappers,
En die leven als afhankelijken van jou:
Zonder ook maar iets mee te nemen moet je gaan,
Alles moet achtergelaten worden.

“Maar wat je gedaan hebt door lichaam,
Of door spraak of geest:
Dit is wat werkelijk van jezelf is,
Dit neem je mee wanneer je gaat;
Dit is wat je verder volgt
Als een schaduw die nooit weggaat.

“Daarom dient men te doen wat goed is
Als een verzameling voor het toekomstig leven.
Verdiensten zijn de ondersteuning voor levend wezens
[wanneer ze geboren worden] in de andere wereld.”


Slotverzen van Samyutta Nikaya 3.22 (2), Grootmoeder

“Alle wezens zullen sterven,
Want het leven eindigt met de dood.
Ze zullen gaan overeenkomstig hun daden,
De vruchten oogstend van hun verdienste en kwaad:
De kwaaddoeners gaan naar de hel,
De verdienstelijken naar een gelukkig rijk.

“Daarom dient men te doen wat goed is
Als een verzameling voor het toekomstig leven.
Verdiensten zijn de ondersteuning voor levend wezens
[wanneer ze geboren worden] in de andere wereld.”

Dit besluit de selectie van sutta's over kamma in Samyutta Nikaya.

hartelijke groet,
Siebe



Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2857
    • Bekijk profiel
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 7
« Reactie #49 Gepost op: 10-10-2015 11:06 »
[tekst afkomstig van: http://www.sleuteltotinzicht.nl/m007.htm, auteur: Peter van Loosbroek- Ananda, bijgewerkt op: 22 mei 2004. In de oorspronkelijke tekst kwamen hyperlinks voor die verwijzen naar meer informatie. Deze heb ik onderstreept gelaten. Gebruik eventueel de hyperlinks op de site voor meer informatie. “(...)” zijn toegevoegd door de auteur. Hier herhaalt de tekst zich zoals eerder]

Kwade daden wegwassen in de rivier? Het innerlijk bad van Dhamma-beoefening.

Majjhima Nikaya 7, Vatthupama Sutta, De gelijkenis van de doek

1. Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende nabij Savatthi in het Jetavana, het park van Anathapindika. Daar wendde hij zich tot de monniken en zei: "Monniken." En zij antwoordden hem: "Eerwaarde Heer." En de Gezegende sprak toen als volgt:

2. "Monniken, veronderstel dat een doek bezoedeld en bevlekt zou zijn, en dat een verver deze in één of andere verf zou dompelen, of die nu blauw, geel, rood of paars zou zijn; de doek zou er armoedig gekleurd uitzien en de kleur zou onzuiver zijn. Waardoor komt dat? Dat komt doordat deze doek niet zuiver is. En ook zo, wanneer de geest bezoedeld is, kan een ongelukkige bestemming worden verwacht. Monniken, veronderstel dat een doek zuiver en helder is, en dat een verver deze dan in een of andere verf zou dompelen, of die nu blauw, geel, rood of paars zou zijn; de doek zou er goed gekleurd uitzien en zuiver van kleur zijn. Waardoor komt dat? Dat komt doordat deze doek zuiver is. En net zo, wanneer de geest onbezoedeld is, kan een gelukkige bestemming worden verwacht."

3. "Wat, monniken, zijn de onvolkomenheden die de geest bezoedelen (Ocittassa upakkilesa)? Begeerte en onrechtvaardige hebzucht is1 een onvolkomenheid die de geest bezoedelt2. Kwade wil (...) woede (...) wrok (...) minachting (...) een dominante houding (...) afgunst (...) gierigheid (...) illusie (...) fraude (...) stijfhoofdigheid (...) verwaandheid (...) eigendunk (...)
zelfverheffingswaan (...) ijdelheid (...) nalatigheid is een onvolkomenheid die de geest bezoedelt.

4. "Wetend dat begeerte en onrechtvaardige hebzucht een onvolkomenheid is die de geest bezoedelt, verlaat een monnik deze3. Wetend dat kwade wil (...) nalatigheid een onvolkomenheid is die de geest bezoedelt, verlaat een monnik deze."

5. "Wanneer een monnik eenmaal weet dat begeerte en onrechtvaardige hebzucht een onvolkomenheid is die de geest bezoedelt en deze verlaten heeft; wanneer een monnik eenmaal weet dat kwade wil (...) nalatigheid een onvolkomenheid is die de geest bezoedelt en deze verlaten heeft, bezit hij aldus een onwrikbaar vertrouwen (aveccappasada)4 in de Boeddha op deze manier: 'Deze Gezegende Heer is een Arahat, een Volledig Verlichte Boeddha, perfect in wijsheid en gedrag, de Goed-Gegane, kenner van de werelden, een onvergelijkbare trainer van wezens, een Leraar van goden en mensen, hij is de Verlichte, de Gezegende.'"

6. "Hij bezit een onwrikbaar vertrouwen in de Dhamma op deze manier: 'De Dhamma is goed verkondigd door de Gezegende, zichtbaar hier en nu, onmiddellijk effectief, nodigt uit tot onderzoek, leidt tot bevrijding en wordt door de wijzen zelf ervaren.'"

7. "Hij bezit een onwrikbaar vertrouwen in de Sangha op deze manier: 'De Sangha van de discipelen van de Gezegende beoefent de goede weg, beoefent de rechte weg, beoefent de ware weg, beoefent de juiste weg, dat wil zeggen, de vier paren van personen, de acht typen individuen. Deze Sangha van de discipelen van de Gezegende is giften waardig, is gastvrijheid waardig, is offerranden waardig, is waardig voor eerbiedige begroeting, het is een onovertrefbaar veld van verdiensten voor de wereld.'"

8. "Wanneer hij (de onvolkomenheden van de geest) heeft opgegeven, uitgedreven, losgelaten, verlaten en gedeeltelijk heeft laten varen5, overweegt hij aldus: 'Ik ben in het bezit van een onwrikbaar vertrouwen in de Boeddha', en hij verwerft inspiratie in de betekenis, hij verwerft inspiratie in de Dhamma, en hij verwerft blijheid die verbonden is met de Dhamma. Wanneer hij blij is, wordt vreugde in hem geboren; van iemand die vreugdevol is, wordt het lichaam kalm; iemand van wie het lichaam kalm is, voelt geluk; de geest van iemand die geluk voelt, raakt geconcentreerd6."

9. "Hij overweegt aldus: 'Ik ben in het bezit van een perfect vertrouwen in de Dhamma', en hij verwerft inspiratie in de betekenis, hij verwerft inspiratie in de Dhamma, en hij verwerft blijheid die verbonden is met de Dhamma. Wanneer hij blij is, wordt vreugde in hem geboren; van iemand die vreugdevol is, wordt het lichaam kalm; iemand van wie het lichaam kalm is, voelt geluk; de geest van iemand die geluk voelt, raakt geconcentreerd."

10. "Hij overweegt aldus: 'Ik ben in het bezit van een perfect vertrouwen in de Sangha, en hij verwerft inspiratie in de betekenis, hij verwerft inspiratie in de Dhamma, en hij verwerft blijheid die verbonden is met de Dhamma. Wanneer hij blij is, wordt vreugde in hem geboren; van iemand die vreugdevol is, wordt het lichaam kalm; iemand van wie het lichaam kalm is, voelt geluk; de geest van iemand die geluk voelt, raakt geconcentreerd."

11. "Hij overweegt aldus: 'De onvolkomenheden zijn door mij gedeeltelijk opgegeven, uitgedreven, losgelaten, verlaten en afgestaan, en hij verwerft inspiratie in de betekenis, hij verwerft inspiratie in de Dhamma, en hij verwerft blijheid die verbonden is met de Dhamma. Wanneer hij blij is, wordt vreugde in hem geboren; van iemand die vreugdevol is, wordt het lichaam kalm; iemand van wie het lichaam kalm is, voelt geluk; de geest van iemand die geluk voelt, raakt geconcentreerd."

12. "Monniken, als een monnik zulke deugdzaamheid heeft, van zulk een staat van concentratie is en zulke wijsheid heeft -- (en vervolgens) aalmoezenvoedsel eet dat bestaat uit heerlijke heuvelrijst met verscheidene sauzen en curry -- dan zal dat geen obstakel voor hem zijn. Net zoals een doek die bezoedeld en bevlekt is, zuiver en schoon wordt met behulp van helder water, of net zoals goud zuiver en stralend wordt met behulp van een vuurhaard; zo ook, als een monnik zulke deugdzaamheid heeft, van zulk een staat van concentratie is en zulke wijsheid heeft -- (en vervolgens) aalmoezenvoedsel eet dat bestaat uit heerlijke heuvelrijst met verscheidene sauzen en curry -- dan zal dat geen obstakel voor hem zijn."

13. "Hij vertoeft terwijl hij één kwadrant doordringt met een geest vol van liefdevolle vriendelijkheid (metta), zo ook het tweede kwadrant, zo ook het derde, zo ook het vierde; zo boven, beneden, rondom en overal, en naar allen zowel als naar hemzelf, vertoeft en verblijft hij terwijl hij de gehele wereld doordringt met een geest vol van liefdevolle vriendelijkheid, overvloedig, verheven, onmetelijk, zonder vijandigheid en zonder kwade wil."

14. "Hij vertoeft terwijl hij één kwadrant doordringt met een geest vol van mededogen (karuna) (...)."
15. "Hij vertoeft terwijl hij één kwadrant doordringt met een geest vol van meelevende vreugde (mudita) (...)."
16. "Hij vertoeft terwijl hij één kwadrant doordringt met een geest vol van gelijkmoedigheid (upekkha), zo ook het tweede kwadrant, zo ook het derde, zo ook het vierde; zo boven, beneden, rondom en overal, en naar allen zowel als naar hemzelf, vertoeft en verblijft hij terwijl hij de gehele wereld doordringt met een geest vol van gelijkmoedigheid, overvloedig, verheven, onmetelijk, zonder vijandigheid en zonder kwade wil."

17. "Hij begrijpt aldus: 'Daar is dit, daar is het lagere, daar is het hogere, en daaraan voorbij is een ontsnapping aan dit gehele veld van waarneming7.'"
18. "Wanneer hij aldus weet en ziet, is zijn geest bevrijd van de bezoedeling van zintuiglijke begeerte (kamasava), van de bezoedeling van begeerte naar bestaan (bhavasava), en van de bezoedeling van onwetendheid (avijjasava). Wanneer het (zijn geest) bevrijd is ontstaat de kennis: 'Het is bevrijd.' Hij begrijpt: 'Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd, wat gedaan moest worden is gedaan, er is geen enkel worden meer met betrekking tot elke staat van bestaan.' Monniken, deze monnik wordt genoemd: 'iemand die een innerlijk bad heeft gehad'."

19. Tijdens die gelegenheid zat de brahmaan Sundarika Bharadvaja niet ver van de Gezegende en zei: "Gaat Meester Gotama naar de Bahuka Rivier om te baden?"
"Wat voor zin heeft het om naar de rivier de Bahuka te gaan, brahmaan? Wat kan de rivier de Bahuka doen?"
"Meester Gotama, de rivier de Bahuka wordt door velen gezien als dat zij bevrijding schenkt, zij wordt door velen gezien als dat zij verdiensten geeft en velen wassen hun kwade daden weg in de rivier de Bahuka."
Toen sprak de Gezegende de brahmaan Sundarika Bharadvaja in versvorm aan:

Bahuka en Adhikakka,
Gaya en ook Sundarika,
Payaga en Sarassati,
en de rivier de Bahumati --
een dwaas kan er voor altijd baden
maar dit zuivert zijn donkere daden niet.
Wat kan de Sundarika terugdraaien?
Wat de Payaga? Wat de Bahuka?
Zij kunnen een boosdoener niet zuiveren,
een man die wreedheden
en beestachtige daden heeft verricht.
Iemand die zuiver in het hart is
heeft voor altijd de Feestdag van de Lente,
de Heilige Dag8;
iemand die eerlijk in zijn daad is,
iemand die zuiver in het hart is,
brengt zijn deugdzaamheid tot perfectie.
Het is in deze Leer, brahmaan,
waar jij zou moeten baden,
om van jezelf een toevlucht voor alle wezens te maken.
En als je geen leugens spreekt,
noch levende wezens kwelt,
noch dingen neemt die niet gegeven zijn,
als je geloof hebt en vrij van hebzucht bent,
wat heeft het dan voor zin om naar Gaya te gaan?
Elke waterput zou jouw Gaya kunnen zijn.

21. Toen dit was gezegd, zei de brahmaan Sundarika Bharadvaja: "Het is verbazingwekkend, Eerwaarde Gotama, het is wonderbaarlijk, Eerwaarde Gotama! Net zoals iemand rechtzet wat op z'n kop staat, openbaar maakt wat verborgen was, of de weg wijst aan hem die verdwaald is, of een lamp omhoog houdt in de duisternis zodat zij die ogen hebben dingen zullen zien; net zo is de Dhamma door de Eerwaarde Gotama op vele manieren uitgelegd! Daarom, neem ik mijn toevlucht in hem, in zijn Dhamma en in zijn Sangha. Ik wil het thuisloze leven ingaan en de hogere inwijding nabij de Eerwaarde Gotama ontvangen."

22. Toen werd Sundarika Bharadvaja ingewijd als een leek en ontving de hogere inwijding nabij de Boeddha. Later, door een leven te leiden in afzondering, ijverig, energiek en met een vastbesloten wil, begreep, ervoer en verwezenlijkte hij in korte tijd, die hoogste perfectie van een edel leven waarvoor de zonen van goede gezinnen het huiselijke leven op harmonieuze wijze verlaten, en het thuisloze leven aangaan. Wedergeboorte werd ten einde gebracht; een edel leven was geleefd; wat gedaan moest worden was gedaan en in dit aardse bestaan was er niets anders meer wat nog gedaan moest worden: Sundarika Bharadvaja was een van de Arahats geworden.

Eindnoten

Noot 1: Hier wordt het enkelvoud aangehouden omdat begeerte en onrechtvaardige hebzucht in deze als één item in de opsomming beschouwd wordt.
Noot 2: MA biedt een aantal alternatieven voor begeerte (bhijjha) en onrechtmatige hebzucht (visamalobha), maar legt dan uit dat, vanuit het standpunt van de hogere training, dat alle hebzucht onrechtvaardig is en de twee termen daarom kunnen worden verstaan als louter verschillende namen voor dezelfde mentale factor, namelijk hebzucht of hartstocht.
Noot 3: MA vermeld dat het verlaten waarover hier gesproken wordt, begrepen moet worden als 'verlating door uitroeiing' (samucchedappahana), dat is: complete ontworteling door het bovenwereldse pad. De zestien bezoedelingen worden achtergelaten door de edele paden in de volgende volgorde:
Door het pad van de in de stroom getredene (sotapatti magga) worden de volgende factoren uitgeroeid (verlaten): 5. minachting; 6. een dominante houding; 7. afgunst; 8. gierigheid; 9. illusie.
Door het pad van de niet terugkerende (anagami magga) worden de volgende factoren uitgeroeid (verlaten): 2. kwade wil; 3. woede; 5. wrok of vijandigheid; 16. nalatigheid.
Door het pad van Heiligheid (arahatta magga) worden de volgende factoren uitgeroeid (verlaten): 1. begeerte en onrechtmatige hebzucht; 11. stijfhoofdigheid; 12. verwaandheid; 13. eigendunk; 14. zelfverheffingswaan; 15. ijdelheid.
MA handhaaft, door naar een oude verklarende bron te verwijzen, dat in deze passage het pad van de niet terugkerende is beschreven. Daarom moeten wij begrijpen dat de bezoedelingen die volledig achtergelaten worden door het pad van Arahatschap, op dit punt enkel -- in de zin van hun grovere manifestaties -- gedeeltelijk achtergelaten zijn.
Noot 4: Onwrikbaar vertrouwen in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha (aveccappasada) is een eigenschap van een edele discipel, d.w.z. iemand die één van de vier paden verworven heeft. Op het laagste niveau (sotapatti) is er reeds sprake van een perfect vertrouwen omdat hijzelf de waarheid van de Dhamma heeft gezien. Zie ook sotapannassa angani.
Noot 5: Deze vertaling volgt de interpretatie yatodhi en de verklaring van MA hier als de gedeeltelijke verlating van bezoedelingen door de eerste drie paden, in tegenstelling tot de volledige (anodhi) verlating van de bezoedelingen door het vierde en uiteindelijke pad. Bhikkhu Ñanamoli, die de interpretatie yathodhi volgt, vertaalt: "En welke (voor wat betreft deze onvolkomenheden) dan ook overeenkomstig binnen het gebied (van de drie eerste paden welke hij verworven heeft) opgegeven zijn -- zijn (voor altijd) gevallen, losgelaten, verlaten, opgegeven."
Noot 6: De Pali equivalenten zijn: blijheid (pamojja); vreugde (piti); kalmte (passaddhi); geluk (sukha); concentratie (samadhi). Voor meer informatie zie bojjhanga.
Noot 7: MA: De huidige paragraaf toont de inzicht meditatiebeoefening van de niet terugkerende gericht op Arahatschap en de daaropvolgende paragraaf toont zijn verwerkelijking van Arahatschap. De uitspraak, 'daar is dit' duidt op de waarheid van lijden; 'daar is het lagere', duidt op de oorzaak van lijden; 'daar is het hogere', duidt op de waarheid van het pad; en 'de ontsnapping aan dit gehele veld van waarneming', is Nibbana, de opheffing van lijden.
Noot 8: Er is een Pali woord phaggu dat verwijst naar een dag van brahmaanse zuivering in de maand Phagguna (februari - maart).

hartelijke groet,
Siebe