Auteur Topic: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon  (gelezen 48277 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #50 Gepost op: 10-10-2015 16:13 »
Bij noot drie:

Waar is de eenmaal terugkerende?

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #51 Gepost op: 10-10-2015 21:27 »
Bij noot drie:

Waar is de eenmaal terugkerende?

Goede vraag Dirk. Jij altijd met je kritische vragen :D

Het onderwerp bij noot 3 is complete ontworteling. Ik denk dat de eenmaal terugkerende ontbreekt in de opsomming omdat deze zintuiglijk verlangen en kwade wil/weerstand weliswaar afzwakt maar deze nog niet volledig heeft ontworteld. Door het pad van niet meer terugkeren wordt men ook volledig vrij van zintuiglijk verlangen en kwade wil.

In deze draad: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2120.msg15980.html#msg15980
wordt in deze context een onderscheid gemaakt tussen een grove keten van zintuiglijk verlangen en kwade wil/weerstand die door het pad van eenmaal terugkeren wordt afgesneden en een secundaire, subtielere vorm van zintuiglijk verlangen en kwade wil die dan ook nog door het niet-meer terugkeren pad wordt afgesneden.

Hier wordt hetzelfde net iets anders weer verwoord:
http://www.sleuteltotinzicht.nl/wbk.htm#ariya puggala/ariya

hartelijke groet,
Siebe





Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 45
« Reactie #52 Gepost op: 11-10-2015 10:55 »
[tekst naar een vertaling ervan door Annaputta aan de hand van de volgende bronnen:
www.palikanon.de, Neumann, Karl Eugen (Übertr): Die Reden Gotamo Buddhos. Mittlere Sammlung. I. München 1922. Horner, I.B. (Transl.): The Collection of the Middle Length Sayings (Majjhima-Nikaya). Vol.1. The first fifty discourse (Mulapannasa). Oxford 2000.
Zie ook: https://sites.google.com/site/kammawilsacties/36a]. Enkele aanpassingen gedaan door mij.


Zaaien en oogsten

Majjhima Nikaya 45, Cūladhammasamādāna Sutta, De Kleine Toespraak Over de Manier van het Ondernemen van Dingen

Aldus heb ik gehoord. De Gezegende verbleef eens te Savatthi in Jeta’s Gaarde, Anathapindika’s Park. De Verhevene sprak er zo de monniken toe: “Monniken,”- “Eerwaarde heer, “ antwoordden ze. De Gezegende zei dit:
“Monniken, er zijn vier manieren van het ondernemen van dingen. Welke vier?
1. Een manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst rijpt als pijn.
2. Een manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst rijpt als pijn.
3. Een manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst rijpt als genoegen.
4. Een manier van ondernemen van dingen doen die nu aangenaam is en die in de toekomst rijpt als genoegen.

Nu aangenaam, later pijn

Wat, monniken, is de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst rijpt als pijn? Bhikkhu’s, er zijn bepaalde kluizenaars en brahmanen die onderrichten dat er geen kwaad schuilt in het genot van de zintuigen. Zij maken er een gewoonte van in zingenot te zwelgen, en vinden verstrooiing bij rondtrekkende vrouwen2, die hun haar in een knot gebonden dragen. Zij zeggen het volgende: ‘Welke toekomstige verschrikkingen zien die goede monniken en brahmanen in het zingenot wanneer zij praten over het afstand doen ervan en het volledig doorzien van het zingenot beschrijven? Aangenaam is de aanraking van de tedere, zachte, donzige arm van deze rondtrekkende vrouwen!’ Zo wennen zij eraan in zingenot te zwelgen. En ten gevolge van die handelingen verschijnen zij na de dood in omstandigheden die vol ontberingen zijn, in een ongelukkige bestemming, in verdorvenheid, ja zelfs in de hel. Daar ondervinden zij pijnlijke, kwaalvolle, doorborende gevoelens. Zij zeggen dan: ‘Dit is de toekomstige verschrikking die de goede monniken en brahmanen in zingenot zagen, toen zij spraken over het afstand doen ervan en het volledige doorschouwen van zingenot beschreven. Want op grond van zingenot, ten gevolge van zingenot ondervinden wij nu pijnlijke, kwaalvolle, doorborende gevoelens’.

Monniken, stel dat in de laatste maand van het warme seizoen een vruchtscheut van de Maluva-klimplant openbarstte en een zaadje ervan aan de voet van een Sala boom neerviel. Een deva die in die boom huisde, werd daarop bang, verontrust en hij sprong op van schrik. De vrienden en kameraden, naaste en verre familieleden – tuindevas, parkdevas, boomdevas en devas die geneeskrachtige kruiden, gras en machtige bomen bewonen3 – kwamen bijeen en stelden de deva gerust met de woorden: ‘Wees niet bang, heer, heb geen angst. Misschien zal het zaadje van die klimplant door een pauw of een wild dier opgegeten worden of een bosbrand zal het verbranden, of bosarbeiders dragen het weg, of witte mieren eten het op. Of het is misschien zelfs niet eens vruchtbaar.’
Toen werd het door de neerslag van een regenwolk vochtig en ontkiemde het. En de tedere, zachte, donzige rank van de klimplant wikkelde zich om die Sala boom heen. De deva die in de boom woonde, dacht toen: ‘Welke toekomstige verschrikkingen zagen mijn vrienden en familieleden in het zaadje van de Maluva-klimplant dat zij samenkwamen en mij op een dergelijke manier gerust stelden? De aanraking van de tedere, zachte, donzige rank is aangenaam.’
Toen omhulde die klimplant de Sala boom helemaal en kloofde de hoofdtakken van de boom. De deva die in de boom woonde realiseerde toen: ‘Dit is de toekomstige verschrikking die ze zagen in het zaadje van Mulava-klimplant. Wegens dat zaadje ondervind ik nu pijnlijke, kwaalvolle, doorborende gevoelens’.
Op dezelfde manier, monniken, is het met bepaalde kluizenaars en brahmanen die onderrichten dat er niets kwaads schuilt in het genot van de zintuigen. Zij maken een gewoonte van zingenot, wennen eraan, zwelgen in zingenot en ten gevolge van die handelingen verschijnen zij na de dood in omstandigheden die vol ontberingen zijn, in een ongelukkige bestemming, in verdorvenheid, ja zelfs in de hel. Daar ondervinden zij pijnlijke, kwaalvolle, doorborende gevoelens. Dit wordt genoemd, de manier van  ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst rijpt als pijn. 

Nu pijn, later pijn

En wat, monniken is de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst rijpt als pijn? Iemand loopt naakt rond, zeden en gewoonten verwerpend. Hij likt zijn handen af, komt niet als erom gevraagd wordt, blijft niet staan als erom gevraagd wordt. Hij neemt geen eten aan dat hem gebracht wordt of dat voor hem gereed gemaakt wordt. Hij neemt geen uitnodiging aan om te komen eten. Hij ontvangt niets uit een pot, niets uit een schotel, niets dat over de drempel, een staf, een stamper aangereikt wordt. Hij ontvangt niets van twee die samen eten, van een zwangere, van een vrouw die borstvoeding geeft, van een vrouw die bij een man ligt, van een plaats waar de verdeling van eten is aangekondigd. Hij ontvangt niets waar een hond wacht, waar vliegen zoemen. Hij neemt geen vis of vlees aan, hij drinkt geen brandewijn, wijn of gefermenteerde brouwsels. Hij houdt zich aan één huishouden, één hap; hij houdt zich aan twee huishoudens, twee happen; hij houdt zich aan drie huishoudens, drie happen; hij houdt zich aan vier huishoudens, vier happen; hij houdt zich aan vijf huishoudens, vijf happen; hij houdt zich aan zes huishoudens, zes happen; hij houdt zich aan zeven huishoudens, zeven happen. Hij leeft van een volle lepel per dag, van twee volle lepels per dag, van drie volle lepels per dag, van vier volle lepels per dag, van vijf volle lepels per dag, van zes volle lepels per dag, van zeven volle lepels per dag. Hij neemt eenmaal per dag eten tot zich; hij neemt alle twee dagen eten tot zich; hij neemt alle drie dagen eten tot zich; hij neemt alle vier dagen eten tot zich; hij neemt alle vijf dagen eten tot zich; hij neemt alle zes dagen eten tot zich; hij neemt alle zeven dagen eten tot zich; en zo verder tot eenmaal per twee weken. Zo houdt hij zich bezig met de praktijk van eten slechts in vastgestelde tussenpozen tot zich te nemen. Hij eet loof of gierst of wilde rijst of spanen van schors, of mos of het kaf van rijst, of afval van rijst of sesam-meel, of gras of koemest. Hij leeft van wortels en vruchten uit het bos, hij voedt zich met afgevallen fruit. Hij kleedt zich in hennep, in hennep bevattende stof, in lijkgewaden, in lompen uit de afval, in boomschors, in antilopenvel, in vodden van antilopenvel, in weefsels van kusa-gras, in weefsels van boomschors, in weefsels van houtspanen, in wol van mensenhaar, in wol uit dierenhaar, in uilenvleugels. Hij is iemand die zich de haren en de baard uittrekt, die de praktijk van het haren en baard uittrekken uitoefent. Hij is iemand die steeds blijft staan en zitgelegenheden verwerpt. Hij is iemand die steeds op de grond hurkt. Hij is iemand die een mat uit doornen gebruikt; hij maakt een mat uit dorens tot zijn bed. Hij beoefent de praktijk driemaal per dag, ook 's avonds, om in het water te staan.
Op die manier houdt hij zich op veelvuldige manier bezig met de uitoefening van de praktijk waarbij hij het lichaam kwelt en doodt. Na de dood verschijnt hij in omstandigheden die vol ontberingen zijn, op een ongelukkige plaats van bestemming, in verdoemenis, ja zelfs in de hel. Dit wordt genoemd, de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst rijpt als pijn.

Nu pijn, later genoegen

En wat, monniken, is de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst rijpt als genoegen? Hier, monniken, heeft iemand van nature een sterke begeerte in zich en ondervindt voortdurend pijn en droefheid geboren uit begeerte. Van nature heeft hij sterke haat in zich en voortdurend ondervindt hij pijn en droefheid geboren uit haat. Hij heeft van nature een sterke onwetendheid en voortdurend ondervindt hij pijn en droefheid geboren uit onwetendheid. In pijn en met droefheid, wenend met een gezicht dat door tranen overstroomd wordt, leidt hij desondanks het volmaakte en reine heilige leven. Na de dood verschijnt hij op een gelukkige plaats van bestemming, ja zelfs in de hemelse wereld. Dit wordt genoemd, de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst rijpt als genoegen.

Nu aangenaam, later genoegen

En wat, monniken, is de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst rijpt als genoegen? Hier, monniken, heeft iemand heeft van nature niet sterke begeerte in zich en hij ondervindt niet voortdurend pijn en droefheid geboren uit begeerte. Hij heeft van nature niet sterke haat in zich en hij ondervindt niet voortdurend pijn en droefheid geboren uit haat. Hij heeft van nature niet sterke onwetendheid in zich en hij ondervindt niet voortdurend pijn en droefheid geboren uit onwetendheid. Helemaal afgescheiden van zingenot, afgescheiden van onheilzame geestestoestanden treedt hij binnen in de eerste jhana, die met aanvankelijke en blijvende toewending van de geest begeleid is, en hij vertoeft erin, met vervoering en gelukzaligheid die uit afgescheidenheid ontstaan is. Met het kalmeren van aanvankelijke en blijvende toewending treedt hij binnen in de tweede jhana, die innerlijke rust en eenheid van de geest inhoudt, zonder aanvankelijke en blijvende toewending van de geest, en hij vertoeft erin, met vervoering en gelukzaligheid die uit concentratie is ontstaan. Met het vervagen van de vervoering, in gelijkmoedigheid vertoevend, oplettend en helder bewust, met lichamelijk beleefde gelukzaligheid, treedt hij binnen in de derde jhana waarvan de edelen zeggen: ‘gelukzalig vertoeft degene die vol gelijkmoedigheid en oplettendheid is,’ en hij vertoeft erin. Met het overwinnen van geluk en pijn en het al eerder verdwijnen van vreugde en droefheid treeft hij binnen in de vierde jhana. Deze heeft op grond van gelijkmoedigheid niets pijnlijks noch iets aangenaams in zich maar wel zuiverheid van de oplettendheid, en hij vertoeft erin. Na de dood verschijnt hij op een gelukkige plaats van bestemming, ja zelfs in de hemelse wereld. Dit wordt genoemd, de manier van  ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst rijpt als genoegen.
Dit zijn de vier manieren van ondernemen van de dingen.
 
Dat is wat de Verhevene zei. De monniken waren tevreden en verheugd over de woorden van de Verhevene”.

Noten (van K.E. Neumann)

(Noot 1 niet relevant en hier weggelaten)
Noot 2: Er hoeven geen prostituees mee bedoeld te zijn. Met het woord paribbājikā wordt bedoeld een rondtrekkende spiritueel zoekende. Rondtrekkende vrouwelijke asceet of rondtrekkende non is niet de juiste omschrijving, omdat bedoelde vrouwen met mannen omgang hebben naar het schijnt.
Noot 3: Een interessante toevoeging aan de veel besproken vraag of planten levende wezens zijn en pijn kunnen voelen. Blijkbaar kan het ‘zenuwsysteem’ van planten tot woonplaats dienen van fijnstoffelijke wezens. Dit is een mogelijke uitleg waarom volgens Boeddhistische leer planten geen kamma verrichten maar toch op mentale golven reageren.

hartelijke groet,
Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 46
« Reactie #53 Gepost op: 12-10-2015 09:33 »
[tekst naar een vertaling er van door Annaputta aan de hand van de volgende bronnen:
www.palikanon.de, Neumann, Karl Eugen (Übertr): Die Reden Gotamo Buddhos. Mittlere Sammlung. I. München 1922. Horner, I.B. (Transl.): The Collection of the Middle Length Sayings (Majjhima-Nikaya). Vol.1. The first fifty discourse (Mulapannasa). Oxford 2000.
Zie ook: https://sites.google.com/site/kammawilsacties/36b. Enkele aanpassingen doorgevoerd door mij.


Lange toespraak over de manier van ondernemen van dingen

Het verschil tussen de onwetende persoon en de wijze persoon

Er zijn vier manieren waarop men een leven kan leiden:
(1) Men kan nu aangenaam leven maar onaangenaam later.
(2) Men kan nu onaangenaam leven en ook later.
(3) Men kan nu onaangenaam leven en aangenaam later.
(4) En men kan nu en ook later aangenaam leven.

Majjhima Nikaya 46, Mahādhammasamādāna sutta, De grote toespraak over de manier van  ondernemen van dingen

Aldus heb ik gehoord. De Gezegende verbleef eens te Savatthi in Jeta’s Gaarde, Anathapindika’s Park. De Verhevene sprak er zo de monniken toe: “Monniken,”- “Eerwaarde heer, “ antwoordden ze. De Gezegende zei dit:
“Monniken, in de meeste gevallen hebben levende wezens deze wens, dit verlangen, namelijk dat toch onwelkome, ongewenste, onaangename dingen zullen afnemen en welkome, aangename dingen zullen toenemen. Hoewel levende wezens deze wens hebben, nemen ongewenste, onaangename dingen voor hen toe, en gewenste, aangename dingen nemen af. De oorzaken hiervan zijn als volgt.
Een niet onderwezen doorsnee persoon die geen achting heeft voor de edelen en die in hun Dhamma niet geoefend en geschoold is, die geen achting heeft voor oprechte mensen  en in hun Dhamma niet geoefend en geschoold is, die persoon weet niet welke dingen wel en welke dingen niet gecultiveerd moeten worden, hij weet niet welke dingen nagevolgd moeten worden en welke niet. Omdat hij dat niet weet, cultiveert hij dingen die niet gecultiveerd moeten worden en cultiveert hij geen dingen die wel gecultiveerd moeten worden. Hij volgt dingen na die niet nagevolgd moeten worden, en hij volgt niet de dingen na die wel nagevolgd moeten worden. Omdat hij dat doet, nemen onwelkome, ongewenste, onaangename dingen voor hem toe en welkome, gewenste en aangename dingen nemen af. Dat overkomt iemand die het niet begrijpt (het niet ziet).
De goed onderwezen edele leerling die achting heeft voor de edelen en die in hun Dhamma geoefend en geschoold is, die achting heeft voor oprechte mensen en in hun Dhamma geoefend en geschoold is, die persoon weet welke dingen wel en welke dingen niet gecultiveerd moeten worden, hij weet wat nagevolgd moet worden en wat niet.
Omdat hij dat weet, cultiveert hij dingen die gecultiveerd moeten worden en cultiveert hij geen dingen die niet gecultiveerd moeten worden. Hij volgt dingen na die nagevolgd moeten worden, en hij volgt geen dingen na die niet nagevolgd moeten worden. Omdat hij dat doet, nemen onwelkome, ongewenste, onaangename dingen voor hem af en welkome, gewenste en aangename dingen nemen toe. Waarom is dat zo? Dat gebeurt met iemand die het begrijpt.

Bhikkhu´s, er zijn vier manieren van ondernemen van dingen, namelijk
1. Een manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als pijn rijpt;
2. Een manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als pijn rijpt;
3. Een manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als genoegen rijpt;
4. Een manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als genoegen rijpt.

(De onwetende persoon)

Een onwetende die de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als pijn rijpt, niet kent, begrijpt aldus niet in overeenstemming met de waarheid: ‘Deze manier van ondernemen van dingen is nu pijnlijk en rijpt in de toekomst als pijn’. Omdat hij dat niet weet en niet begrijpt, beoefent de onwetende deze manier en vermijdt ze niet. Daarom nemen onwelkome, ongewenste, onaangename dingen voor hem toe en welkome, gewenste, aangename dingen nemen af. Dat overkomt iemand die het niet begrijpt.
Een onwetende die de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als pijn rijpt, niet kent, begrijpt aldus niet in overeenstemming met de waarheid: ‘Deze manier van ondernemen van dingen is nu aangenaam en rijpt in de toekomst als pijn. Omdat hij dat niet weet en niet begrijpt, beoefent de onwetende deze manier en vermijdt ze niet. Daarom nemen voor hem onwelkome, ongewenste, onaangename dingen toe, en welkome, gewenste, aangename dingen nemen af. Dat overkomt die het niet begrijpt.
Een onwetende die de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als genoegen rijpt, niet kent, begrijpt aldus niet in overeenstemming met de waarheid: ‘Deze manier van ondernemen van dingen is nu pijnlijk en rijpt in de toekomst als genoegen. Omdat hij dat niet weet en niet begrijpt, beoefent de onwetende deze manier niet maar vermijdt ze. Daarom nemen onwelkome, ongewenste, onaangename dingen voor hem toe en welkome, gewenste, aangename dingen nemen af. Dat overkomt iemand die het niet begrijpt.
Een onwetende die de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als genoegen rijpt, niet kent, begrijpt aldus niet in overeenstemming met de waarheid: ‘Deze manier van ondernemen van dingen is nu aangenaam en rijpt in de toekomst als genoegen. Omdat hij dat niet weet en niet begrijpt, beoefent de onwetende deze manier niet maar vermijdt ze. Daarom nemen onwelkome, ongewenste, onaangename dingen voor hem toe en welkome, gewenste, aangename dingen nemen af. Dat overkomt iemand die het niet begrijpt.

(De wijze persoon)

Een wijze die de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als pijn rijpt, kent, begrijpt aldus in overeenstemming met de waarheid: ‘Deze manier van ondernemen van dingen is nu pijnlijk en rijpt in de toekomst als pijn’. Omdat hij dat weet en begrijpt, beoefent de wijze deze manier niet en vermijdt ze. Daarom nemen onwelkome, ongewenste, onaangename dingen voor hem af en welkome, gewenste, aangename dingen nemen toe. Dat overkomt iemand die het begrijpt.
Een wijze die de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als pijn rijpt, kent, begrijpt aldus in overeenstemming met de waarheid:
‘Deze manier van ondernemen van dingen is nu aangenaam en rijpt in de toekomst als pijn’. Omdat hij dat weet en begrijpt, beoefent de wijze deze manier niet en vermijdt ze. Daarom nemen voor hem onwelkome, ongewenste, onaangename dingen af, en welkome, gewenste, aangename dingen nemen toe. Dat overkomt iemand die het begrijpt.
Een wijze die de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als genoegen rijpt, kent, begrijpt aldus in overeenstemming met de waarheid: ‘Deze manier van ondernemen van dingen is nu pijnlijk en rijpt in de toekomst als genoegen’. Omdat hij dat weet en begrijpt, beoefent de wijze deze manier en vermijdt ze niet. Daarom nemen voor hem onwelkome, ongewenste, onaangename dingen af, en welkome, gewenste, aangename dingen nemen toe. Dat overkomt iemand die het begrijpt.
Een wijze die de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als genoegen rijpt, kent, begrijpt aldus in overeenstemming met de waarheid: ‘Deze manier van ondernemen van dingen is nu aangenaam en rijpt in de toekomst als genoegen’. Omdat hij dat weet en begrijpt, beoefent de wijze deze manier en vermijdt ze niet. Daarom nemen onwelkome, ongewenste, onaangename dingen voor hem af en welkome, gewenste, aangename dingen nemen toe. Dat overkomt iemand die het begrijpt.

(De vier manieren)

(1) Wat, bhikkhu´s is de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als pijn rijpt?
Wel, iemand met pijn en droefheid doodt levende wezens en hij ondervindt pijn en droefheid die het doden van levende wezens als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid neemt hij wat niet is gegeven en hij ondervindt pijn en droefheid die het nemen van wat niet is gegeven als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid oefent hij verkeerd gedrag uit bij zingenot en hij ondervindt pijn en droefheid die het verkeerde gedrag bij zingenot als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid spreekt hij de onwaarheid en hij ondervindt pijn en droefheid die het spreken van de onwaarheid als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid spreekt hij hatelijk, vijandig, en hij ondervindt pijn en droefheid die hatelijk spreken als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid gebruikt hij grove woorden en hij ondervindt pijn en droefheid die het gebruik van grove woorden als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid kletst hij en hij ondervindt pijn en droefheid die het kletsen als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid is hij hebzuchtig en hij ondervindt pijn en droefheid die hebzucht als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid is zijn geest vol kwade wil en hij ondervindt pijn en droefheid die kwade wil als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid heeft hij verkeerde visie en hij ondervindt pijn en droefheid die verkeerde visie als voorwaarde hebben.
Na de dood verschijnt hij in omstandigheden die vol ontberingen zijn, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, ja zelfs in de hel. Dit noemt men de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als pijn rijpt.

(2) Wat, bhikkhu´s, is de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als pijn rijpt?
Iemand vol genoegen en vreugde doodt levende wezens en hij ondervindt genoegen en vreugde die het doden van levende wezens als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde neemt hij wat niet is gegeven en hij ondervindt genoegen en vreugde die het nemen van wat niet is gegeven als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde oefent hij verkeerd gedrag uit bij zingenot en hij ondervindt genoegen en vreugde die het verkeerde gedrag bij zingenot als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde spreekt hij de onwaarheid en hij ondervindt genoegen en vreugde die het spreken van de onwaarheid als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde spreekt hij hatelijk, vijandig, en hij ondervindt genoegen en vreugde die hatelijk spreken als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde gebruikt hij grove woorden en hij ondervindt genoegen en vreugde die het gebruik van grove woorden als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde kletst hij en hij ondervindt genoegen en vreugde die het kletsen als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde is hij hebzuchtig en hij ondervindt genoegen en vreugde die hebzucht als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde is zijn geest vol kwade wil en hij ondervindt genoegen en vreugde die kwade wil als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde heeft hij verkeerde visie en hij ondervindt genoegen en vreugde die verkeerde visie als voorwaarde hebben.
Na de dood verschijnt hij in omstandigheden die vol ontberingen zijn, op een ongelukkige bestemming, in verdoemenis, ja zelfs in de hel. Dit noemt men de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als pijn rijpt.

(3) Wat, bhikkhu´s, is de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als genoegen rijpt?
Iemand vol pijn en droefheid onthoudt zich van het doden van levende wezens en hij ondervindt pijn en droefheid die het zich onthouden van het doden van levende wezens als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid onthoudt hij zich ervan te nemen wat niet is gegeven en hij ondervindt pijn en droefheid die het zich onthouden van te nemen wat niet is gegeven als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid onthoudt hij zich ervan verkeerd gedrag uit te oefenen bij zingenot en hij ondervindt pijn en droefheid die zich onthouden van verkeerd gedrag bij zingenot als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid onthoudt hij zich ervan de onwaarheid te spreken en hij ondervindt pijn en droefheid die het zich onthouden van het spreken van de onwaarheid als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid onthoudt hij zich ervan hatelijk, vijandig te spreken en hij ondervindt pijn en droefheid die het zich onthouden van hatelijk spreken als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid onthoudt hij zich ervan grove woorden te gebruiken en hij ondervindt pijn en droefheid die het zich onthouden van het gebruik van grove woorden als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid onthoudt hij zich ervan te kletsen en hij ondervindt pijn en droefheid die het zich onthouden van kletsen als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid is hij niet hebzuchtig en hij ondervindt pijn en droefheid die afwezigheid van hebzucht als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid heeft hij geen kwade wil en hij ondervindt pijn en droefheid die het hebben van geen kwade wil als voorwaarde hebben.
Vol pijn en droefheid heeft hij juiste visie en hij ondervindt pijn en droefheid die juiste visie als voorwaarde hebben.
Na de dood verschijnt hij op een gelukkige bestemming, ja zelfs in de hemelse wereld. Dit noemt men de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als genoegen rijpt.

(4) Wat, bhikkhus, is de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als genoegen rijpt?
Iemand vol genoegen en vreugde onthoudt zich van het doden van levende wezens en hij ondervindt genoegen en vreugde die het zich onthouden van het doden van levende wezens als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde onthoudt hij zich ervan te nemen wat niet is gegeven en hij ondervindt genoegen en vreugde die het zich onthouden van te nemen wat niet is gegeven als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde onthoudt hij zich ervan verkeerd gedrag uit te oefenen bij zingenot en hij ondervindt genoegen en vreugde die het zich onthouden van verkeerd gedrag bij zingenot als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde onthoudt hij zich ervan de onwaarheid te spreken en hij ondervindt genoegen en vreugde die het zich onthouden van het spreken van de onwaarheid als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde onthoudt hij zich ervan hatelijk, vijandig te spreken en hij ondervindt genoegen en vreugde die het zich onthouden van hatelijk spreken als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde onthoudt hij zich ervan grove woorden te gebruiken en hij ondervindt genoegen en vreugde die het zich onthouden van het gebruik van grove woorden als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde onthoudt hij zich ervan te kletsen en hij ondervindt genoegen en vreugde die het zich onthouden van kletsen als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde is hij niet hebzuchtig en hij ondervindt genoegen en vreugde die afwezigheid van hebzucht als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde heeft hij geen kwade wil en hij ondervindt genoegen en vreugde die het hebben van geen kwade wil als voorwaarde hebben.
Vol genoegen en vreugde heeft hij juiste visie en hij ondervindt genoegen en vreugde die juiste visie als voorwaarde hebben.
Na de dood verschijnt hij in een gelukkige bestemming, ja zelfs in de hemelse wereld. Dit noemt men de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als genoegen rijpt.

(De gelijkenissen)

Bhikkhu´s, stel dat er een bittere pompoen is gemengd met vergif. Iemand die wil leven, die niet wil sterven, die plezier wil hebben en die terugdeinst voor pijn, komt naderbij. Men zegt hem dat die pompoen met vergif gemengd is en dat hij ervan kan drinken als hij wil. Ook zegt men hem dat de kleur, de geur en de smaak ervan hem niet goed zullen bekomen en dat hij daarna zal sterven of dodelijk lijden zal ondervinden. Zonder na te denken drinkt die persoon ervan; hij ziet er niet van af. Na ervan gedronken te hebben bekomt hem de kleur, de reuk en de smaak ervan slecht en hij sterft of ondervindt dodelijk lijden. – Net zo is het met de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als pijn rijpt.
Stel dat er een bronzen kopje is vol met een drank die een goede kleur, een goede smaak en goede geur heeft. Maar er zit vergif in. Iemand die wil leven, die niet wil sterven, die plezier wil hebben en die terugdeinst voor pijn, komt naderbij. Men zegt hem dat de drank in het bronzen kopje een goede kleur, goede smaak en goede geur heeft, maar dat de drank met vergif gemengd. Hij kan ervan drinken als hij wil. Ook zegt men hem dat de kleur, de geur en de smaak ervan hem goed zullen bekomen maar dat hij daarna zal sterven of dodelijk lijden zal ondervinden. Zonder na te denken drinkt die persoon ervan; hij ziet er niet van af. Na ervan gedronken te hebben bekomt hem de kleur, de reuk en de smaak ervan goed maar hij sterft of ondervindt dodelijk lijden. – Net zo is het met de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als pijn rijpt.
Stel dat er gegiste urine is gemengd met verschillende medicijnen. Iemand die aan geelzucht lijdt, komt naderbij. Men zegt hem dat de gegiste urine met verschillende medicijnen is gemengd. Hij kan ervan drinken als hij wil. Ook zegt men hem dat de kleur, de geur en de smaak ervan hem niet goed zullen bekomen maar dat hij daarna gezond zal worden. Die persoon drinkt ervan na er over nagedacht te hebben; hij ziet er niet van af. Wanneer hij ervan drinkt, bekomt hem de kleur, de reuk en de smaak ervan slecht, maar daarna wordt hij gezond. – Net zo is het met de manier van ondernemen van dingen die nu pijnlijk is en die in de toekomst als genoegen rijpt.
Stel dat er een mengsel is van yoghurt, honing, botervet en melasse. Iemand die aan dysenterie lijdt, komt naderbij. Men zegt hem dat het een mengsel is van yoghurt, honing, botervet en melasse. Hij kan ervan drinken als hij wil. Ook zegt men hem dat de kleur, de geur en de smaak ervan hem goed zullen bekomen en dat hij daarna gezond zal worden. Die persoon drinkt ervan na er over nagedacht te hebben; hij ziet er niet van af. Wanneer hij ervan drinkt, bekomt hem de kleur, de reuk en de smaak ervan goed en daarna wordt hij gezond. – Net zo is het met de manier van ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als genoegen rijpt.
Net zoals de zon in de herfst, in de laatste maand van de regentijd, wanneer de hemel helder en zonder wolken is, zich verheft boven de aarde en met haar licht, haar stralen, haar glans elke duisternis in de ruimte verdrijft, evenzo verdringt de manier van  ondernemen van dingen die nu aangenaam is en die in de toekomst als genoegen rijpt, met haar licht, haar stralen, haar glans elke andere leer van doorsnee kluizenaars en brahmanen.

Zo sprak de Verhevene. De bhikkhus waren tevreden en verheugd over de woorden van de Verhevene.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 56
« Reactie #54 Gepost op: 14-10-2015 10:09 »
[bron: Majjhima Nikaya, oorspronkelijke vertaling door Bhikkhu Nanamoli, bewerkt en herzien door Bhikkhu Bodhi, Buddhist Publication Society, 1995]

Over de Zwaarte van de Daad/Kamma

De visie van de Boeddha afgezet tegen die van de Nigantha’s (Jains).

De visie van de Boeddha over de zwaarte van de daad wordt hier belicht door deze te plaatsen tegenover deze van de Jain leraar genaamd Nigantha Nataputta. De leer van de Niganthas verschilde op een aantal punten van die van de Boeddha. Zo hadden de Nigantha’s o.a. een doctrine dat je via strenge beoefening (ascese) oude wandaden kon uitboeten en door geen nieuwe wandaden te begaan, kon men, kort gezegd, zo lijden beëindigen en bevrijding realiseren. De Boeddha onderwees niet de zuivering van wandaden door strenge ascese. Een ander verschil komt ter sprake in deze onderhavige sutta, namelijk een verschillende visie over de zwaarte of ernst van de soort daad of activiteit. Is nu de fysieke daad het ernstigst of misschien de verbale of de mentale? Ik heb deze sutta in fragmenten vertaald. Voor wie de gehele sutta in het Nederlands wil lezen:
http://www.suttas.net/suttas/majjhima-nikaya/mn56-upali-sutta.php
 
Fragmenten Majjhima Nikaya 56, Upali Sutta, Aan Upali

De Gezegende vroeg: “Tapassi (een leerling Nigantha), hoeveel soorten acties beschrijft de Nigantha Nataputta voor het uitvoeren van een slechte daad, voor het begaan van een slechte daad?”
“Vriend Gotama, de Nigantha Nataputta is niet gewend om de omschrijving ‘actie, actie’ te gebruiken; de Nigantha Nataputta is gewend om de omschrijving ‘roede, roede’ te gebruiken”.579
“Dan, Tapassie, hoeveel soorten van roede omschrijft de Nigantha Nataputta voor de uitvoering van een slechte daad, voor het begaan van een slechte daad?”
“Vriend, Gotama, de Nigantha Nataputta omschrijft drie soorten roede voor de uitvoering van een slechte daad, voor het begaan van een slechte daad; dat is, de lichamelijke roede, de verbale roede en de mentale roede”.580
(...)
“Van deze drie soorten roede, Tapassie, aldus geanalyseerd en onderscheiden, welke soort roede beschrijft de Nigantha Nataputta als het meest afkeuringwaardig/laakbaar voor het uitvoeren van een slechte daad, voor het begaan van een slechte daad: de lichamelijke roede of de verbale roede of de mentale roede?”
“Van deze drie soorten roede, vriend Gotama, aldus geanalyseerd en onderscheiden, omschrijft de Nigantha Nataputta de lichamelijk roede als het meest afkeuringwaardig voor het uitvoeren van een slechte daad, voor het begaan van een slechte daad en niet zo erg de verbale roede en de mentale roede.”

Tapassi herhaalt dit standpunt desgevraagd drie maal aan de Boeddha. Daarna vraagt de Nigantha Digha Tapassie hoeveel soorten roede de Boeddha onderscheidt. De Boeddha maakt duidelijk dat hij in zijn leer niet over ‘danda/roede’ spreekt maar over ‘actie/daad’.
(...)
“Tapassie, ik beschrijf drie soorten acties voor de uitvoering van een slechte daad, voor het begaan van een slechte daad: dat is, lichamelijke actie, verbale actie en mentale actie”.

Welke is volgens de Boeddha het meest afkeuringwaardig voor het uitvoeren van een slechte daad, voor het begaan van een slechte daad?
(...)
“Van deze drie soorten acties, Tapassi, aldus geanalyseerd en onderscheiden, omschrijf ik de mentale actie als de meest afkeuringwaardig voor het uitvoeren van een slechte daad, voor het begaan van een slechte daad, en niet zo erg de lichamelijke actie en verbale actie581.
De Boeddha herhaalt dit desgevraagd drie maal aan Tapassi. Zo gaan ze uit elkaar.
Tapassi bezoekt hierna zijn leraar Nigantha Nataputta en de leraar is tevreden over hoe zijn leringen zijn overgedragen door zijn leerling. (...) “wat stelt deze triviale mentale roede nou voor in vergelijking met de grove lichamelijke roede?”

De huishouder Upali hoort dit gesprek tussen leraar en leerling Nigantha aan en is het er mee eens. Hij vat het plan op in debat te gaan met de Boeddha en hem om de oren te slaan met dit geweldige standpunt. Strijdlustig gaat Upali naar de Boeddha. Tapassi heeft meteen zijn bedenkingen want die kluizenaar Gotama is een magiër die mensen van andere sekten weet te bekeren.

Het debat vangt toch aan en Upali herhaalt nog maar eens dat de mentale roede triviaal is vergeleken met de fysieke roede/daad. Er ontstaat dan een vraaggesprek. Ik zal kort de argumenten samenvatten die de Boeddha geeft en die weerleggen dat de mentale daad triviaal is, zelfs duidelijk maken dat deze zeer bepalend is, ook binnen de leer van de Nigantha’s:
1. Iemand kan zich houden aan de lichamelijke en verbale regels van de Nigantha’s, geen wandaden begaan via deze poorten, maar door de mentale roede, in de visie van Nigantha’s, wedergeboren worden onder goden genaamd ‘geest-gebonden’. Waarom geest-gebonden? Omdat hij toch niet vrij was van (mentale) gehechtheid. Blijkbaar is dus de mentale roede/daad/actie ook in de leer van de Nigantha’s toch niet zo onbelangrijk als deze de bestemming van wedergeboorte in dit geval bepaalt.
2. Wat niet gewild wordt, zoals niet-intentioneel of per ongeluk wezens doden, is in de discipline van de Nigantha’s (en ook de Boeddha) niet erg afkeuringwaardig. Maar volgens de Nigantha’s wel als men het wil. Dus wil is een beslissende factor. Aangezien wil een mentale zaak (roede) is, is dus ook in dit geval de mentale daad niet te bezien als iets triviaals, integendeel, zelfs niet in de leer van Nigantha’s.
3. Iemand kan magische vermogens en meesterschap over de geest bezitten en zou met een daad van mentale haat een stad tot as kunnen reduceren. Upali erkent dat zulke vermogens bestaan. Dus de mentale roede is zeker niet triviaal.
4. Vergelijkbaar met het voorgaande: zieners hebben met een mentale daad van haat vroeger vier bossen gecreëerd. Blijkbaar is de mentale daad dus niet zo onbeduidend.

De huishouder Upali was eigenlijk al bij het eerste argument overtuigd zegt hij maar verlangde nog meer te horen. De huishouder Upali neemt toevlucht tot de Boeddha. De Boeddha moedigt Upali aan grondig te onderzoeken. Na te zijn onderwezen door de Boeddha in verschillende thema’s, verrees in Upali de smetteloze onberispelijke visie van de Dhamma: “Alles wat onderhevig is aan ontstaan, is onderhevig aan beeindiging”. 588 Toen zag de huishouder Upali de Dhamma, bereikte de Dhamma, begreep de Dhamma, doorgrondde de Dhamma; hij ging voorbij twijfel, deed afstand van verwarring, verwierf onversaagdheid en werd van anderen onafhankelijk in de leraars religieuze systeem”.*589

Noten


Noot 579: Danda, oorspronkelijk een stok of staf, verkrijgt [hier] de betekenis van roede als een instrument om mee te straffen, en krijgt derhalve de betekenis van bestraffing of belasting, zelfs zonder verwijzing naar een instrument. Hier schijnt het idee te worden geopperd dat de Jains lichamelijke, verbale en mentale activiteit beschouwden als instrumenten waarbij het individu zichzelf kwelt door verlenging/bestendiging van zijn gebondenheid aan samsara en kwelt anderen door ze leed te berokkenen.
Noot 580: MA: De Nigantha’s hielden aan dat de eerste twee “roedes” karma creëren onafhankelijk van de betrokkenheid van de geest (acittaka) net zoals, wanneer de wind waait, de takken heen en weer gaan en de bladeren ritselen zonder enig initiatief van geest.
Noot 581 “De Boeddha kan dit gezegd hebben omdat in zijn onderricht wil(sactiviteit) (cetana), een mentale factor,  het essentiële ingredient is van kamma, en in diens afwezigheid- dat is, in het geval van niet intentionele lichamelijke of verbale activiteit- geen kamma wordt gecreëerd. MA, echter, handhaaft dat de Boeddha dit zei verwijzend naar verkeerde visie met vaste consequenties (niyata miccha dtthi) en het citeert ter ondersteuning AN 1:18.3/i.33: “Bhikkhu’s, ik zie niets zo afkeuringwaardig als verkeerde visie. Verkeerde visie is het meest afkeurenswaardig van alle dingen”. Deze soorten van verkeerde visie worden beschreven in MN60.5, 13 en 21.
Noot 588: MA: Visie van de Dhamma (dhammacakkhu) is het pad van stroom-intrede. De uitspraak “Alles wat onderhevig is aan ontstaan, is onderhevig aan beëindiging” toont de manier waarop het pad verrijst. Het pad neemt beëindiging (Nibbana) als diens object, maar diens functie is om alle geconditioneerde staten te doorzien/doordringen als onderhevig aan ontstaan en beëindiging.
Noot 589: De “Dhamma” waar hier naar verwezen wordt, zijn de Vier Edele Waarheden. Na deze waarheden voor zichzelf te hebben gezien, heeft hij de keten van twijfel doorgesneden en bezit nu de “visie die edel is en bevrijdend en (welke) degene die er in overeenstemming mee oefent, leidt naar de volledige vernietiging van lijden” (MN48.7).
* “dispensation”

Aanvullende informatie

Als het gaat om de zwaarte van kamma dan is van de drie lichamelijke daden van doden, stelen en seksueel wangedrag, doden het zwaarst wegend, dan stelen dan seksueel wangedrag. Bij verbaal wangedrag weegt liegen het zwaarst, dan tweedracht zaaien, dan kwetsende taal en dan zinloos kletsen. Bij de drie mentale schadelijke activiteiten weegt vasthouden aan verkeerde visies het zwaarst, dan kwaadwilligheid en dan hebzucht. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat van het ene vaak het andere komt en zo bezien iets onbeduidends kan ontsporen tot iets ernstigs.

De zwaarte/ernst van daad hangt ook af van: [bron: Dagpo Rinpoche, Karma, blz 67, 68]
-het object. Wandaden jegens je ouders of spirituele leraar wegen zwaarder dan tegenover onbekenden, bijvoorbeeld. Ze wegen extra zwaar als mensen kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld ziek of hulpeloos, erg jong, erg oud. Dit geldt zowel voor schadelijke als ook voor heilzame daden. Iets positiefs doen voor een zieke, bijvoorbeeld, is extra krachtig vanwege het object
-de motivatie; Je kunt bijvoorbeeld iets doen vanuit enorme agressie of bijvoorbeeld vanuit gematigde boosheid. Dat maakt verschil qua ernst of zwaarte. Als je daden gemotiveerd worden door mededogen of de verlichtingsgeest, dan worden de activiteiten krachtiger dan wanneer dezelfde activiteiten worden gedaan met een neutrale motivatie.
-de manier van handelen. Een handeling kan schadelijk zijn, zoals doden, maar ook ronduit misdadig zoals iemand doodmartelen.
-frequentie: iets wat we altijd doen is veel ernstiger dan wanneer we bepaald heilzaam of schadelijk gedrag ooit maar één keer gedaan hebben.
-aanwezigheid van tegenkrachten. Door spijt over slechte daad te hebben wordt deze minder ernstig. Als we ons verheugen over slechte daden maakt dit ze ook zwaarder.

hartelijke groet,
Siebe
 

lord rainbow

  • Gast

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 57
« Reactie #56 Gepost op: 15-10-2015 15:04 »
[tekst afkomstig van: http://www.sleuteltotinzicht.nl/m057.htm, auteur Peter van Loosbroek- Ananda, hyperlinks in de tekst verwijderd maar ter herkenning wel onderstreept gelaten, raadpleeg eventueel de site voor meer informatie betreffende de hyperlinks, “wbk” verwijst naar het woordenboek op de site]

De Boeddha ontmoet twee asceten: de één imiteert het gedrag van een hond; de ander dat van een os. De Boeddha levert hun een toespraak over wilshandelingen (kamma) en het gevolg (vipaka) en openbaart hun bestemming wanneer zij hun oefening vervolmaakt hebben.

Majjhima Nikaya 57, Kukkuravatika Sutta, De hondendienst asceet

1. Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende in het land van de Koliya's, in de stad Haliddavasana.
2. Toen gingen Punna, de zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet, en ook Seniya, de naakte hondendienst asceet, naar de Gezegende1. Punna de ossendienst asceet bracht de Gezegende hulde en ging naast hem op de grond zitten; Seniya de naakte hondendienst asceet, wisselde begroetingen met de Gezegende uit en nadat het hoffelijke en vriendelijke gesprek beëindigd was, nam ook hij plaats aan zijn zijde. Hij rolde zichzelf op als een hond.

Toen Punna de ossendienst asceet zat, vroeg hij de Gezegende: "Eerwaarde Heer, deze naakte hondendienst asceet Seniya doet wat moeilijk te doen is: hij eet zijn voedsel als het op de grond geworpen wordt. Dat hondenbestaan is lang geleden door hem opgepakt en is sinds lange tijd door hem beoefend. Wat zal zijn bestemming zijn? Wat zal zijn richting voor de toekomst zijn?"

"Genoeg, Punna, laat dat zo. Vraag me dat niet."

Een tweede maal en een derde maal vroeg Punna de ossendienst asceet aan de Gezegende: "Eerwaarde Heer, deze naakte hondendienst asceet Seniya doet wat moeilijk te doen is: hij eet zijn voedsel als het op de grond geworpen wordt. Dat hondenbestaan is lang geleden door hem opgepakt en is sinds lange tijd door hem beoefend. Wat zal zijn bestemming zijn? Wat zal zijn richting voor de toekomst zijn?"

"Welnu, Punna, omdat ik je kennelijk niet kan overtuigen wanneer ik zeg 'Genoeg, Punna, laat dat zo. Vraag me dat niet', zal ik je antwoorden."

3. "Hier, Punna, ontwikkelt iemand onafgebroken en ten volle de dienst om een hond te worden, hij ontwikkelt onafgebroken en ten volle de gewoontes van een hond, hij ontwikkelt onafgebroken en ten volle de geest van een hond, hij ontwikkelt ten volle en onafgebroken het gedrag van een hond. Omdat hij dat zo gedaan heeft wordt hij, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in het gezelschap van honden."

"Maar als zijn inzicht zodanig is: 'Door deze verdienste of door dit werk of door dit ascetisme of door dit religieuze leven zal ik een (voorname) god worden of een andere god (van lagere rangorde)', dan is dat in zijn geval een verkeerd inzicht. Ik zeg dat er twee bestemmingen zijn voor iemand met een verkeerd inzicht: de hel of de baarmoeder van een dier. Dus, Punna, als zijn hondenwerk succesvol is, zal het hem naar het gezelschap van honden brengen; zo niet, dan zal het hem naar de hel brengen2."

4. Toen dit gezegd was, weende Seniya de naakte hondendienst asceet, en vergoot hij tranen. Toen richtte de Gezegende zich tot Punna, zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet: "Punna, ik kon je niet overtuigen toen ik zei: 'Genoeg, Punna, laat dat zo. Vraag me dat niet.'"

Toen zei Seniya, de hondendienst asceet3: "Eerwaarde Heer, ik ween niet omdat de Gezegende dit over mij heeft gezegd. Maar deze hondendienst is lang geleden door mij opgepakt en is sinds lange tijd door mij beoefend. Eerwaarde Heer, hier is Punna, een zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet; dat ossenbestaan is lang geleden door hem opgepakt en is sinds lange tijd door hem beoefend. Wat zal zijn bestemming zijn? Wat zal zijn richting voor de toekomst zijn?"

"Genoeg, Seniya, laat dat zo. Vraag me dat niet."

Een tweede maal... Een derde maal vroeg Seniya de hondendienst asceet aan de Gezegende: "Eerwaarde Heer, hier is Punna, een zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet; dat ossenbestaan is lang geleden door hem opgepakt en is sinds lange tijd door hem beoefend. Wat zal zijn bestemming zijn? Wat zal zijn richting voor de toekomst zijn?"

"Welnu, Seniya, omdat ik je kennelijk niet kan overtuigen wanneer ik zeg 'Genoeg, Seniya, laat dat zo. Vraag me dat niet', zal ik je antwoorden."

5. "Hier, Seniya, ontwikkelt iemand onafgebroken en ten volle de dienst om een os te worden, hij ontwikkelt ten volle en onafgebroken de gewoontes van een os, hij ontwikkelt ten volle en onafgebroken de geest van een os, hij ontwikkelt ten volle en onafgebroken het gedrag van een os. Omdat hij dat zo gedaan heeft wordt hij, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in het gezelschap van ossen."

"Maar als zijn inzicht zodanig is: 'Door deze verdienste of door dit werk of door dit ascetisme of door dit religieuze leven zal ik een (voorname) god worden of een andere god (van lagere rangorde)', dan is dat in zijn geval een verkeerd inzicht. Ik zeg dat er twee bestemmingen zijn voor iemand met een verkeerd inzicht: de hel of de baarmoeder van een dier. Dus, Seniya, als zijn ossenwerk succesvol is, zal het hem naar het gezelschap van ossen brengen; zo niet, dan zal het hem naar de hel brengen."

6. Toen dit gezegd was, weende Punna, een zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet, en vergoot hij tranen. Toen richtte de Gezegende zich tot Seniya, de ossendienst asceet: "Seniya, ik kon je niet overtuigen toen ik zei: 'Genoeg, Seniya, laat dat zo. Vraag me dat niet.'"

Toen zei Punna, de ossendienst asceet: "Eerwaarde Heer, ik ween niet omdat de Gezegende dit over mij heeft gezegd. Maar deze ossendienst is lang geleden door mij opgepakt en sinds lange tijd beoefend. Eerwaarde Heer, dit vertrouwen heb ik in de Gezegende: 'De Gezegende is in staat mij de *onderDhamma* te leren op een zodanige wijze dat ik wellicht deze ossendienst kan neerleggen en dat deze naakte hondendienst asceet Seniya wellicht zijn hondendienst kan neerleggen.'"

"Dan, Punna, luister goed naar wat ik zal zeggen."

"Ja, Eerwaarde Heer", antwoordde hij. De Gezegende zei dit:

7. "Punna, er zijn door mij vier soorten kamma verkondigd nadat ik die mijzelf gerealiseerd had door rechtstreekse kennis. Welke zijn die vier? Er is donker kamma met donkere rijping, er is helder kamma met heldere rijping, er is donker-en-helder kamma met donkere-en-heldere rijping, en er is kamma dat noch donker noch helder is met noch donkere noch heldere rijping (vipaka), kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma."

8. "En wat, Punna, is donker kamma met donkere rijping? Hier zet iemand een ongezonde lichamelijke formatie op gang, hij zet een ongezonde verbale formatie op gang, hij zet een ongezonde mentale formatie op gang4. Nadat hij een ongezonde lichamelijke formatie, een ongezonde verbale formatie en een ongezonde mentale formatie op gang heeft gezet, wordt hij wedergeboren in een ongezonde wereld. Wanneer hij in een ongezonde wereld is wedergeboren, zullen ongezonde indrukken hem raken. Geraakt door ongezonde indrukken, voelt hij ongezonde gevoelens, bijzonder pijnlijk, net zoals in het geval van wezens in de hel. Aldus is de wedergeboorte van een wezen toe te schrijven aan het wezen zelf: iemand wordt wedergeboren in overeenstemming met het kamma dat hij heeft verricht. Wanneer iemand is wedergeboren, treffen indrukken hem. Zo, zeg ik, zijn wezens de erfgenamen van hun eigen kamma. Dit wordt genoemd: donker kamma met donkere rijping."

9. "En wat, Punna, is helder kamma met heldere rijping? Hier zet iemand een gezonde lichamelijke formatie op gang, hij zet een gezonde verbale formatie op gang, hij zet een gezonde mentale formatie op gang. Nadat hij een gezonde lichamelijke formatie, een gezonde verbale formatie en een gezonde mentale formatie op gang heeft gezet, wordt hij wedergeboren in een gezonde wereld. Wanneer hij in een gezonde wereld is wedergeboren, zullen gezonde indrukken hem raken. Geraakt door gezonde indrukken, voelt hij gezonde gevoelens, bijzonder aangenaam, net zoals in het geval van de goden van Schitterende Glorie. Aldus is de wedergeboorte van een wezen toe te schrijven aan het wezen zelf: iemand wordt wedergeboren in overeenstemming met het kamma dat hij heeft verricht. Wanneer iemand is wedergeboren, treffen indrukken hem. Zo, zeg ik, zijn wezens de erfgenamen van hun eigen kamma. Dit wordt genoemd: helder kamma met heldere rijping."

10. "En wat, Punna, is donker en helder kamma met donkere en heldere rijping? Hier zet iemand een lichamelijke formatie op gang die en ongezond en gezond is, hij zet een verbale formatie op gang die en ongezond en gezond is, hij zet een mentale formatie op gang die en ongezond en gezond is. Nadat hij een lichamelijke formatie die en ongezond en gezond is, een verbale formatie die en ongezond en gezond is en een mentale formatie op gang heeft gezet die en ongezond en gezond is, wordt hij wedergeboren in een wereld die en ongezond en gezond is. Wanneer hij in een wereld is wedergeboren die en ongezond en gezond is, zullen hem en ongezonde en gezonde indrukken raken. Aangeraakt door en ongezonde en gezonde indrukken, voelt hij en ongezonde en gezonde gevoelens, aangename en onaangename met elkaar gemengd, net zoals in het geval van menselijke wezens, sommige goden en sommige wezens in de lagere werelden. Aldus is de wedergeboorte van een wezen toe te schrijven aan het wezen zelf: iemand wordt wedergeboren in overeenstemming met het kamma dat hij heeft verricht. Wanneer iemand is wedergeboren, treffen indrukken hem. Zo, zeg ik, zijn wezens de erfgenamen van hun eigen kamma. Dit wordt genoemd: donker en helder kamma met donker en heldere rijping."

11. "En wat, Punna, is noch donker noch helder kamma met noch donkere noch heldere rijping, kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma? De intentie van het opgeven van donker kamma met donkere rijping, de intentie van het opgeven van helder kamma met heldere rijping, de intentie van het opgeven van kamma dat donker en helder is met donkere en heldere rijping -- dat is kamma dat noch donker noch helder is met noch donker noch heldere rijping, kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma5. Dit zijn de vier soorten kamma die door mij zijn verkondigd nadat ik die mijzelf gerealiseerd had door rechtstreekse kennis.

12. Toen dit gezegd was, zei Punna, een zoon van de Koliya's en een ossen-plicht asceet, tegen de Gezegende: "Het is verbazingwekkend, Eerwaarde Gotama, het is wonderbaarlijk, Eerwaarde Gotama! Net zoals iemand rechtzet wat op z'n kop staat, openbaar maakt wat verborgen was, of de weg wijst aan hem die verdwaald is, of een lamp omhoog houdt in de duisternis zodat zij die ogen hebben dingen zullen zien; net zo is de Dhamma door de Eerwaarde Gotama op vele manieren uitgelegd! Daarom, neem ik mijn toevlucht in hem, in zijn Dhamma en in zijn Sangha. Dat de Gezegende mij als een volgeling moge aannemen als iemand die zijn toevlucht heeft genomen vanaf deze dag tot het einde van zijn leven!"

13. Maar Seniya de naakte honden-plicht asceet zei: "Het is verbazingwekkend, Eerwaarde Gotama, het is wonderbaarlijk, Eerwaarde Gotama! Net zoals iemand rechtzet wat op z'n kop staat, openbaar maakt wat verborgen was, of de weg wijst aan hem die verdwaald is, of een lamp omhoog houdt in de duisternis zodat zij die ogen hebben dingen zullen zien; net zo is de Dhamma door de Eerwaarde Gotama op vele manieren uitgelegd! Daarom, neem ik mijn toevlucht in hem, in zijn Dhamma en in zijn Sangha. Ik wil het thuisloze leven ingaan en de hogere inwijding nabij de Eerwaarde Gotama ontvangen."

14. "Seniya, wie voorheen een volgeling van een andere leerstelling is geweest, en die wil toetreden en de hogere inwijding wil ontvangen in deze Dhamma en Discipline, die heeft een proeftijd van vier maanden. Aan het einde van deze vier maanden, wanneer de monniken tevreden met hem zijn, dan laten zij hem toe en wijden zij hem in als een monnik. Hoe dan ook, ik zie een verschil tussen persoonlijkheden."
"Als, Heer, wie voorheen een volgeling van een andere leerstelling is geweest, en die wil toetreden en de hogere inwijding wil ontvangen in deze Dhamma en Discipline, en die een proeftijd heeft van vier maanden (...) dan zal ik een proeftijd hebben van vier jaren. Als aan het einde van deze vier jaren, de monniken tevreden met mij zijn, laat mij dan toetreden en laat hen mij als monnik inwijden!"

15. Toen werd Seniya ingewijd als een leek en ontving de hogere inwijding nabij de Boeddha. Later, door een leven te leiden in afzondering, ijverig, energiek en met een vastbesloten wil, begreep, ervoer en verwezenlijkte hij in korte tijd, die hoogste perfectie van een edel leven waarvoor de zonen van goede gezinnen het huiselijke leven op harmonieuze wijze verlaten, en het thuisloze leven aangaan. Wedergeboorte werd ten einde gebracht; een edel leven was geleefd; wat gedaan moest worden was gedaan en in dit aardse bestaan was er niets anders meer wat nog gedaan moest worden: Seniya was een van de Arahats geworden.

Eindnoten

Noot 1: MA: Punna droeg hoorns op zijn hoofd en had een staart van achteren vastgebonden. Zo ging hij met de koeien gras eten. Seniya volbracht alle handelingen die kenmerkend voor een hond zijn.
Noot 2: Het dient vermeld te worden dat een verkeerde levenswijze voor een asceet minder zwaardere gevolgen heeft wanneer die levenswijze beoefend wordt zonder verkeerd inzicht dan wanneer dat gepaard gaat met verkeerd inzicht. Hoewel er tegenwoordig slechts enkelen de hondenplicht oefening beoefenen, zijn er vele afwijkende levensstijlen over de gehele wereld verspreid. En naarmate deze verdedigd worden door verkeerd inzicht, des te pijnlijker de gevolgen zullen zijn. Zie ditthi; niyata miccha ditthi; kamma; kamma patha in wbk.
Noot 3: Wie wat zei, kan hier verwarrend overkomen, tenzij je er vanuit gaat dat Punna en Seniya allebei huilen. Dat is overigens niet zo ondenkbaar... Er is hier geen sprake van een naamsverwarring.
Noot 4: Een bezoedeld kamma begaan door het lichaam (spraak, geest).
Noot 5: MA: Dit is de handeling van de vier boven-wereldse paden waarvan Arahatschap het hoogtepunt is. Ofschoon de Arahat wel daden uitvoert, hebben zijn daden geen karmische potentie meer om nieuw bestaan te genereren of gevolgen voort te brengen, zelfs niet in het huidige bestaan.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 61
« Reactie #57 Gepost op: 16-10-2015 10:02 »
[tekst afkomstig van: http://www.sleuteltotinzicht.nl/m061.htm, auteur Peter van Loosbroek- Ananda, hyperlinks in de tekst verwijderd maar wel onderstreept gelaten, raadpleeg eventueel de site voor meer informatie]

Het zuiveren van de drie karmische poorten door het voortdurend bespiegelen van de eigen motieven en consequenties van daden

Majjhima Nikaya 61, Ambalatthikarahulovada Sutta, Advies aan Rahula te Ambalatthika

1. Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende te Rajagaha in het Veluvana, bij de eekhoorn voederplaats.
2. Tijdens die gelegenheid leefde de Eerwaarde Rahula te Ambalatthika. Toen het avond was, stond de Gezegende van zijn meditatieplaats op en ging naar de Eerwaarde Rahula in Ambalatthika. De Eerwaarde Rahula zag de Gezegende in de verte aankomen, maakte een zetel gereed en zette water klaar om de voeten te wassen. De Gezegende ging op de zetel zitten die voor hem in gereedheid was gebracht en waste zijn voeten. De Eerwaarde Rahula betuigde hulde aan hem en ging aan zijn zijde zitten.
3. Toen liet de Gezegende een beetje water achter in de kom en vroeg de Eerwaarde Rahula: "Rahula, zie je dit beetje water dat in de kom is achtergebleven?" -- "Ja, Eerwaarde Heer." -- "Net zo'n beetje, Rahula, stelt het monnikschap voor van degene die zich niet schamen om bewust een leugen te vertellen."
4. Toen gooide de Gezegende het beetje water dat over was weg, en vroeg hij de Eerwaarde Rahula: "Rahula, zag je dat beetje water dat weggegooid was?" -- "Ja, Eerwaarde Heer." -- "Net zo, Rahula, hebben degene die zich niet schamen om bewust een leugen te vertellen, hun monnikschap weggegooid."
5. Toen keerde de Gezegende de waterkom ondersteboven en vroeg de Eerwaarde Rahula: "Rahula, zie je deze waterkom die ondersteboven gekeerd is?" -- "Ja, Eerwaarde Heer." -- "Net zo, Rahula, hebben degene die zich niet schamen om bewust een leugen te vertellen, het monnikschap ondersteboven gekeerd."
6. Toen zette de Gezegende de waterkom weer rechtop en vroeg hij de Eerwaarde Rahula: "Rahula, zie je deze holle, lege waterkom?" -- "Ja, Eerwaarde Heer." -- "Net zo hol en leeg, Rahula, is het monnikschap van degene die zich niet schamen om bewust een leugen te vertellen."

De strijdbare olifant die veel kwaad doet door ook zijn slurf te gebruiken

7. "Veronderstel, Rahula, dat er een grote koninklijke olifant was met slagtanden zo groot als de disselbomen van een rijtuig, volgroeid in gestalte, van zuiver ras en strijdvaardig. In de strijd zou hij zijn taak uitvoeren met zijn voorpoten en zijn achterpoten, met zijn voorkant en zijn achterkant, met zijn kop en met zijn oren, met zijn slagtanden en met zijn staart, maar hij zou zijn slurf terughouden."
"Dan zou zijn berijder denken: 'Deze grote koninklijke olifant met slagtanden zo groot als de disselbomen van een rijtuig, volgroeid in gestalte, van zuiver ras en strijdvaardig, voert zijn taak in de strijd uit met zijn voorpoten en zijn achterpoten, met zijn voorkant en zijn achterkant, met zijn kop en met zijn oren, met zijn slagtanden en met zijn staart, maar hij houdt zijn slurf nog terug. Hij heeft zijn leven nog niet voor de koning opgegeven.'"
"Maar wanneer een grote koninklijke olifant (...) zijn taak in de strijd uitvoert met zijn voorpoten en zijn achterpoten, met zijn voorkant en zijn achterkant, met zijn kop en met zijn oren, met zijn slagtanden en met zijn staart, en ook met zijn slurf, dan zou zijn berijder denken: 'Deze grote koninklijke olifant met slagtanden zo groot als de disselbomen van een rijtuig, volgroeid in gestalte, van zuiver ras en strijdvaardig, voert zijn taak in de strijd uit met zijn voorpoten en zijn achterpoten, met zijn voorkant en zijn achterkant, met zijn kop en met zijn oren, met zijn slagtanden en met zijn staart, en ook met zijn slurf. Hij heeft zijn leven voor de koning opgegeven. Nu is er niets dat deze grote koninklijke olifant niet zou doen1.'"
"Zo ook, Rahula, wanneer iemand zich niet schaamt om bewust een leugen te vertellen, is er geen kwaad, zeg ik, dat die persoon niet zal doen. Daarom, Rahula, moet je aldus trainen: 'Ik zal geen enkele leugen vertellen, zelfs niet voor de gein.'"

De gelijkenis van de spiegel

8. "Wat denk je, Rahula? Wat is het doel van een spiegel?" -- "Voor het doel van bespiegeling, Eerwaarde Heer."
"Net zo, Rahula, moet een daad met het lichaam pas begaan worden na herhaaldelijke bespiegeling; moet een daad met de tong pas begaan worden na herhaaldelijke bespiegeling; moet een daad met de geest pas begaan worden na herhaaldelijke bespiegeling."

Lichamelijke handeling

Wanneer de intentie er is
9. "Rahula, wanneer je een daad met het lichaam wilt begaan, moet je diezelfde lichamelijke daad als volgt bespiegelen: 'Zal deze daad die ik met het lichaam wil begaan, tot mijn eigen nadeel leiden, tot het nadeel van anderen, of tot het nadeel van beiden? Is het een onheilzame lichamelijke daad met pijnlijke gevolgen, met pijnlijke resultaten? Als je weet, wanneer je bespiegelt: 'Deze daad die ik met het lichaam wil begaan, zal tot mijn eigen nadeel leiden, tot het nadeel van anderen, of tot het nadeel van beiden; het is een onheilzame lichamelijke daad met pijnlijke gevolgen, met pijnlijke resultaten', dan moet je zulk een daad met het lichaam beslist niet begaan."
"Maar als je weet, wanneer je bespiegelt: 'Deze daad die ik met het lichaam wil begaan, zal niet tot mijn eigen nadeel leiden, niet tot het nadeel van anderen, of niet tot het nadeel van beiden; het is een heilzame lichamelijke daad met aangename gevolgen, met aangename resultaten', dan kun je zulk een daad met het lichaam gerust begaan."

Op het moment van uitvoering
10. "En ook, Rahula, terwijl je een daad met het lichaam begaat, moet je diezelfde lichamelijke daad als volgt bespiegelen: 'Leidt deze daad die ik met het lichaam bega, tot mijn eigen nadeel, tot het nadeel van anderen, of tot het nadeel van beiden? Is het een onheilzame lichamelijke daad met pijnlijke gevolgen, met pijnlijke resultaten? Als je weet, wanneer je bespiegelt: 'Deze daad die ik met het lichaam bega, leidt tot mijn eigen nadeel, tot het nadeel van anderen, of tot het nadeel van beiden; het is een onheilzame lichamelijke daad met pijnlijke gevolgen, met pijnlijke resultaten', dan moet je zulk een lichamelijke daad staken."
"Maar als je weet, wanneer je bespiegelt: 'Deze daad die ik met het lichaam bega, zal niet tot mijn eigen nadeel leiden, niet tot het nadeel van anderen, of niet tot het nadeel van beiden; het is een heilzame lichamelijke daad met aangename gevolgen, met aangename resultaten', dan kun je zulk een daad met het lichaam gerust voortzetten."

Na de uitvoering
11. "En ook, Rahula, nadat je een daad met het lichaam beging, moet je diezelfde lichamelijke daad als volgt bespiegelen: 'Leidt deze daad die ik met het lichaam beging, tot mijn eigen nadeel, tot het nadeel van anderen, of tot het nadeel van beiden? Is het een onheilzame lichamelijke daad met pijnlijke gevolgen, met pijnlijke resultaten? Als je weet, wanneer je bespiegelt: 'Deze daad die ik met het lichaam beging, leidt tot mijn eigen nadeel, tot het nadeel van anderen, of tot het nadeel van beiden; het is een onheilzame lichamelijke daad met pijnlijke gevolgen, met pijnlijke resultaten', dan moet je zulk een lichamelijke daad bekennen, openbaren, en het voorleggen aan de Leraar of aan je wijze metgezellen in het heilige leven. En nadat je het bekend hebt, geopenbaard hebt en het voorgelegd hebt, moet je beteugeling ondernemen voor de toekomst2."
"Maar als je weet, wanneer je bespiegelt: 'Deze daad die ik met het lichaam beging, zal niet tot mijn eigen nadeel leiden, niet tot het nadeel van anderen, of niet tot het nadeel van beiden; het is een heilzame lichamelijke daad met aangename gevolgen, met aangename resultaten', dan kun je gelukkig en blij leven, en dag en nacht in zulke heilzame staten verkeren."

Verbale handeling

Wanneer de intentie er is
12. "Rahula, wanneer je een daad met de spraak wilt begaan (...) (lees verder in 9, met in acht neming dat het nu geen lichamelijke, maar een verbale handeling betreft) (...) dan kun je zulk een daad met de spraak gerust begaan."

Op het moment van uitvoering
13. "En ook, Rahula, terwijl je een daad met de tong begaat (...) (lees verder in 10, met in acht neming dat het nu geen lichamelijke, maar een verbale handeling betreft) (...) dan kun je zulk een daad met de spraak gerust voortzetten."

Na de uitvoering
14. "En ook, Rahula, nadat je een daad met de tong beging... (lees verder in 11, met in acht neming dat het nu geen lichamelijke, maar een verbale handeling betreft) ...dan kun je gelukkig en blij leven, en dag en nacht in zulke heilzame staten verkeren."

Mentale handeling

Wanneer de intentie er is
15. "Rahula, wanneer je een daad met de geest wilt begaan (...) (lees verder in 9, met in acht neming dat het nu geen lichamelijke, maar een mentale handeling betreft) (...) dan kun je zulk een daad met de geest gerust begaan."

Op het moment van uitvoering
16. "En ook, Rahula, terwijl je een daad met de geest begaat (...) (lees verder in 10, met in acht neming dat het nu geen lichamelijke, maar een mentale handeling betreft) (...) dan kun je zulk een daad met de geest gerust voortzetten."

Na de uitvoering
17. "En ook, Rahula, nadat je een daad met de geest beging (...) (lees verder in 11, met in acht neming dat het nu geen lichamelijke, maar een mentale handeling betreft3 (...) dan kun je gelukkig en blij leven, en dag en nacht in zulke heilzame staten verkeren."

Slot

18. "Rahula, welke kluizenaren en brahmanen er ook in het verleden hun lichamelijke handeling, hun verbale handeling en hun mentale handeling zuiverden, zij deden dat allemaal door op deze wijze herhaaldelijk te bespiegelen. Welke kluizenaren en brahmanen er ook in de toekomst hun lichamelijke handeling, hun verbale handeling en hun mentale handeling zuiveren, zij zullen dat allemaal doen door op deze wijze herhaaldelijk te bespiegelen. Welke kluizenaren en brahmanen er ook in het heden hun lichamelijke handeling, hun verbale handeling en hun mentale handeling zuiveren, zij doen dat allemaal door op deze wijze herhaaldelijk te bespiegelen."
"Daarom, Rahula, moet je aldus trainen: 'Wij zullen onze lichamelijke handelingen, onze verbale handelingen en onze mentale handelingen zuiveren door deze herhaaldelijk te bespiegelen.'"
Dat is wat de Gezegende zei. De Eerwaarde Rahula was verheugd en verblijdde zich over de woorden van de Gezegende.

Eindnoten

Noot 1: De tong wordt vergeleken met de slurf van de olifant. Als de olifant ook zijn slurf gebruikt, richt hij veel schade aan. Zo kunnen ook wij, door onze tong op een verkeerde manier te gebruiken, veel schade aanrichten.
Noot 2: Door een verkeerde daad als deze te bekennen, te openbaren en beteugeling te ondernemen voor de toekomst, leidt tot groei in de discipline van de Edelen. Zie M65.13.
Noot 3: In deze sectie echter, wordt de passage 'dan moet je zulk een lichamelijke daad bekennen (...) en het voorleggen' vervangen door het volgende: "Dan dien je je afstoot wekkend, beschaamd en walgelijk te voelen vanwege die mentale handeling (...)" Deze vervanging is gemaakt omdat onheilzame gedachten -- in tegenoverstelling tot lichamelijke en verbale overschrijdingen -- geen schuldbekentenis vereisen als een teken van zuivering.

hartelijke groet,
Siebe

lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 57
« Reactie #58 Gepost op: 16-10-2015 12:47 »
11. "En wat, Punna, is noch donker noch helder kamma met noch donkere noch heldere rijping, kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma? De intentie van het opgeven van donker kamma met donkere rijping, de intentie van het opgeven van helder kamma met heldere rijping, de intentie van het opgeven van kamma dat donker en helder is met donkere en heldere rijping -- dat is kamma dat noch donker noch helder is met noch donker noch heldere rijping, kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma5. Dit zijn de vier soorten kamma die door mij zijn verkondigd nadat ik die mijzelf gerealiseerd had door rechtstreekse kennis.

Staat hier nu dat intentie de boosdoener is.
Ook als het gaat om helder karma met heldere rijping?

Nu kom ik uit op ' intentieloze intentie' .

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 57
« Reactie #59 Gepost op: 16-10-2015 13:31 »
11. "En wat, Punna, is noch donker noch helder kamma met noch donkere noch heldere rijping, kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma? De intentie van het opgeven van donker kamma met donkere rijping, de intentie van het opgeven van helder kamma met heldere rijping, de intentie van het opgeven van kamma dat donker en helder is met donkere en heldere rijping -- dat is kamma dat noch donker noch helder is met noch donker noch heldere rijping, kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma5. Dit zijn de vier soorten kamma die door mij zijn verkondigd nadat ik die mijzelf gerealiseerd had door rechtstreekse kennis.

Staat hier nu dat intentie de boosdoener is.
Ook als het gaat om helder karma met heldere rijping?

Nu kom ik uit op ' intentieloze intentie' .

De algemene schets is volgens mij: positieve of heilzame wilsdaden (kamma) die kunnen je bestaan nu en later verheffen, bijvoorbeeld later zorgen voor een wedergeboorte op een gelukkige bestemming. Maar omdat het op deze manier niet zorgt voor bevrijding van samsara, juist mede aanzet tot wedergeboorte in een gelukkige bestemming, zou je het kunnen zien als een boosdoener. Niet iets wat bevrijdt.

Ja, de intentie om intentie/wil op te geven klinkt wat merkwaardig. Maar hier wordt volgens mij niet de soort intentie bedoeld als wilsdaad, maar eerder als een soort inzicht. Noot 5 zegt dat dit de handeling is van de vier boven-wereldlijk paden.

Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 78
« Reactie #60 Gepost op: 17-10-2015 11:28 »
[tekst via https://suttacentral.net die linkt naar http://www.suttas.net, vertaald door Dhammajoti, 2008]

Over de Oorsprong en het Einde van (On)Heilzame Gewoonten en (On)Heilzame Intenties

Is iemand die geen kwaad begaat met lichaam, spraak, geest en qua levensonderhoud een gerealiseerde?

Majjhima Nikaya 78, Samaṇamaṇdikaputta Sutta, De Sutta over Samaṇamaṇdikaputta

<260> 1. Aldus heb ik gehoord. De Gezegende verbleef eens in Anāthapiṇḍika’s Bosklooster, in het Bos van Prins Jeta nabij Sāvatthī. En de rondzwervende asceet Uggāhamāna Samaṇamaṇdikaputta verbleef toen in de debatteer-zaal in Mallikā's Park, omgeven met Tinduka-bomen, samen met een grote groep volgelingen van meer dan driehonderd rondzwervende asceten.
2. En de timmerman Pañcakaṅga verliet Sāvatthī rond het middaguur om de Gezegende te bezoeken. En toen had hij de volgende gedachte: “Het is eigenlijk niet de goede tijd om de Gezegende te bezoeken: hij is nu in retraite. En het is nu ook niet de tijd om de hooggeachte monniken te bezoeken: zij zijn nu in retraite. Als ik nu eens naar de debatteer-zaal in Mallikā's Park zou gaan, naar de rondzwervende asceet Uggāhamāna Samaṇamaṇdikaputta?” En toen ging de timmerman Pañcakaṅga naar de debatteer-zaal in Mallikā's Park, naar de rondzwervende asceet Uggāhamāna Samaṇamaṇdikaputta.
3. En de rondzwervende asceet Uggāhamāna zat toen samen met een grote groep rondzwervende asceten luidruchtig en rumoerig te discussiëren over allerlei banale onderwerpen, en ze maakten daarbij een groot lawaai. Ze hadden het zo over koningen, dieven, ministers, legers, gevaren, oorlogen, eten, drinken, kleding, bedden, rozenkransen, geuren, familie, voertuigen, dorpjes, marktstadjes, steden, landen, vrouwen, helden, straten, waterputten, spoken, trivia, verklaringen van de wereld, verklaringen van de zeeën, en over diverse soorten levens.
En de rondzwervende asceet Uggāhamāna zag de timmerman Pañcakaṅga van verre aankomen. Toen hij hem zag, maande hij zijn groep tot stilte: "Wees stil, eerwaardes, maak geen geluid! Hier komt de timmerman Pañcakaṅga aan, een discipel van de monnik Gotama, één van de in het wit geklede lekenvolgelingen die in Sāvatthī woont. Die eerwaardes houden van rust. Zij zijn onderwezen in rust, en bevelen rust aan. Ik denk dat hij wel hierheen zal komen als hij vind dat onze groep rustig is." En daarop werden die rondzwervende asceten stil. <261>
4. En toen ging de timmerman Pañcakaṅga naar de rondzwervende asceet Uggāhamāna, wisselde vriendelijke beleefdheden met hem uit, en ging de terzijde van hem zitten. Toen de timmerman Pañcakaṅga gezeten was, zei de rondzwervende asceet Uggāhamāna het volgende:

De Vier Eigenschappen van Uggāhamāna

5. "Timmerman, wanneer iemand over vier eigenschappen beschikt, beschrijf ik hem als iemand die het heilzame volbracht heeft en volkomen bekwaam is, een onoverwinnelijke asceet die het hoogste goed bereikt heeft. En welke vier eigenschappen zijn dat? Hier, timmerman, [1] begaat iemand geen kwade acties met het lichaam, [2] hij spreekt geen kwade woorden, [3] hij heeft geen kwade intenties, en [4] voorziet niet op een kwade manier in zijn levensonderhoud. Dit zijn de vier eigenschappen waarvan ik zeg dat iemand die over ze beschikt, het heilzame volbracht heeft en volkomen bekwaam is, een onoverwinnelijke asceet die het hoogste goed bereikt heeft."
6. En de timmerman Pañcakaṅga keurde deze uitspraak van de rondzwervende asceet Uggāhamāna niet goed en ook niet af. Zonder die uitspraak goed of af te keuren stond hij op en ging weg, denkend: "Van de Gezegende zal ik de betekenis van deze uitspraak te weten komen."
7. En toen ging de timmerman Pañcakaṅga naar de Gezegende. Nadat de timmerman Pañcakaṅga bij de Gezegende aangekomen was en hem eerbied getoond had, ging hij terzijde van de Gezegende zitten. Zo gezeten vertelde de timmerman Pañcakaṅga de Gezegende alles over zijn gesprek met de rondzwervende asceet Uggāhamāna. De Gezegende zei het volgende: <262>

De Staat van een Baby

8. "Als dat zo was, timmerman, dan zou een baby die op zijn rug ligt ook het heilzame volbracht hebben en volkomen bekwaam zijn. Volgens die uitspraak van de rondzwervende asceet Uggāhamāna, zou ook die baby een onoverwinnelijke asceet zijn, die het hoogste goed bereikt heeft! Een baby heeft immers geen notie van het begrip 'lichaam'; hoe kan hij dan kwade acties met het lichaam begaan, buiten een beetje wriemelen? Een baby heeft immers geen notie van het begrip 'woord'; hoe kan hij dan kwade woorden spreken, buiten een beetje huilen? Een baby heeft immers geen notie van het begrip 'intentie'; hoe kan hij dan kwade intenties hebben, buiten een beetje chagrijnig zijn? Een baby heeft immers geen notie van het begrip 'levensonderhoud'; hoe kan hij dan op een kwade manier in zijn levensonderhoud voorzien, buiten het sappelen aan zijn moeders borsten? Daarom, timmerman, zou volgens die uitspraak van de rondzwervende asceet Uggāhamāna, die baby die op zijn rug ligt het heilzame volbracht hebben en volkomen bekwaam zijn, en die baby zou een onoverwinnelijke asceet zijn, die het hoogste goed bereikt heeft. <263>
"Timmerman, wanneer iemand over vier eigenschappen beschikt, beschrijf ik hem niet als iemand die het heilzame volbracht heeft, noch als iemand die volkomen bekwaam is, noch als iemand die een onoverwinnelijke asceet is die het hoogste goed bereikt heeft. Maar ik beschrijf hem wel als iemand die de staat van een baby bereikt heeft. En welke vier eigenschappen zijn dat? Hier, timmerman, [1] begaat iemand geen kwade acties met het lichaam, [2] hij spreekt geen kwade woorden, [3] hij heeft geen kwade intenties, en [4] voorziet niet op een kwade manier in zijn levensonderhoud. Wanneer iemand over deze vier eigenschappen beschikt, beschrijf ik hem niet als iemand die het heilzame volbracht heeft, noch als iemand die volkomen bekwaam is, noch als iemand die een onoverwinnelijke asceet is die het hoogste goed bereikt heeft. Maar ik beschrijf hem wel als iemand die de staat van een baby bereikt heeft.

De Tien Eigenschappen

9. "Timmerman, wanneer iemand over tien eigenschappen beschikt, beschrijf ik hem als iemand die het heilzame volbracht heeft en volkomen bekwaam is, een onoverwinnelijke asceet die het hoogste goed bereikt heeft.1

Voorwaarden voor het Bereiken van de Tien Eigenschappen

"[Maar] ik zeg dat men [eerst] als volgt dient te weten: 'Dit is onheilzaam gedrag', 'Dit is de oorsprong van onheilzaam gedrag', 'Hier komt onheilzaam gedrag tot een einde zonder dat er iets van overblijft', 'Aldus handelend begaat men het pad naar het einde van onheilzaam gedrag.'
"Ik zeg dat men [eerst] als volgt dient te weten: 'Dit is heilzaam gedrag', 'Dit is de oorsprong van heilzaam gedrag', 'Hier komt heilzaam gedrag tot einde zonder dat er iets van overblijft', 'Aldus handelend begaat men het pad naar het einde van heilzaam gedrag.'
"Ik zeg dat men [eerst] als volgt dient te weten: 'Dit zijn onheilzame intenties', 'Dit is de oorsprong van onheilzame intenties', 'Hier komen onheilzame intenties tot einde zonder dat er iets van overblijft', 'Aldus handelend begaat men het pad naar het einde van onheilzame intenties.'
"Ik zeg dat men [eerst] als volgt dient te weten: 'Dit zijn heilzame intenties', 'Dit is de oorsprong van heilzame intenties', 'Hier komen heilzame intenties tot einde zonder dat er iets van overblijft', 'Aldus handelend begaat men het pad naar het einde van heilzame intenties.' <264>

Wat Men Dient te Weten over Onheilzaam Gedrag
(Bhikkhu Bodhi en ook Thanissaro Bhikkhu vertaalt hier en in de rest "gewoonten" i.p.v "gedrag". Omdat ik de nederlandse tekst overgenomen heb, heb ik dit niet veranderd, Siebe)

10. "En wat, timmerman, is onheilzaam gedrag? Onheilzame lichamelijke acties, onheilzame verbale acties en immoreel levensonderhoud: dit noemt men onheilzaam gedrag.
"En wat, timmerman, is de oorsprong van onheilzaam gedrag? Hun oorsprong is vermeld: men moet hier zeggen dat hun oorsprong geestelijk is. Maar welk type geest? Want de geest is veelsoortig, divers en gevarieerd. De geest met verlangen, met boosheid, met onwetendheid: dát is de oorsprong van onheilzaam gedrag.
"En wat, timmerman, is de plek waar onheilzaam gedrag tot einde komt zonder dat er iets van overblijft? Hun einde is vermeld: hier, timmerman, verlaat een monnik slecht lichamelijk gedrag, en ontwikkelt goed lichamelijk gedrag; hij verlaat slecht verbaal gedrag en ontwikkelt goed verbaal gedrag; hij verlaat slecht mentaal gedrag en ontwikkelt goed mentaal gedrag; hij verlaat fout levensonderhoud en verdient de kost met juist levensonderhoud. Hier komt onheilzaam gedrag tot einde zonder dat er iets van overblijft.
"En hoe handelend, timmerman, begaat men het pad naar het einde van onheilzaam gedrag? Hier, timmerman, genereert een monnik de wil om nog niet ontstane kwade en onheilzame staten niet tot ontstaan te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om reeds ontstane kwade en onheilzame staten te verwijderen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om nog niet ontstane goede en heilzame staten tot ontstaan te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om reeds ontstane goede en heilzame staten te laten voortduren en niet te laten beëindigen, om ze te versterken en tot volledige ontwikkeling te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Zo handelend, timmerman, begaat men het pad naar het einde van onheilzaam gedrag.2 <265>

Wat Men Dient te Weten over Heilzaam Gedrag

11. "En wat, timmerman, is heilzaam gedrag? Heilzame lichamelijke acties, heilzame verbale acties en heilzaam levensonderhoud: dit noemt men heilzaam gedrag.
"En wat, timmerman, is de oorsprong van heilzaam gedrag? Hun oorsprong is vermeld: men moet hier zeggen dat hun oorsprong geestelijk is. Maar welk type geest? Want de geest is veelsoortig, divers en gevarieerd. De geest zonder verlangen, zonder boosheid, zonder onwetendheid: dát is de oorsprong van heilzaam gedrag.
"En wat, timmerman, is de plek waar heilzaam gedrag tot einde komt zonder dat er iets van overblijft? Hun einde is vermeld: hier, timmerman, is een monnik deugdzaam maar identificeert zich daar niet mee, en hij kent de Vrijheid van het Hart en de Bevrijding door Wijsheid overeenkomstig de waarheid. Zo komt heilzaam gedrag tot einde zonder dat er iets van overblijft.
"En hoe handelend, timmerman, begaat men het pad naar het einde van heilzaam gedrag? Hier, timmerman, genereert een monnik de wil om nog niet ontstane kwade en onheilzame staten niet tot ontstaan te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om reeds ontstane kwade en onheilzame staten te verwijderen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om nog niet ontstane goede en heilzame staten tot ontstaan te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om reeds ontstane goede en heilzame staten te laten voortduren en niet te laten beëindigen, om ze te versterken en tot volledige ontwikkeling te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Zo handelend, timmerman, begaat men het pad naar het einde van heilzaam gedrag. <266>

Wat Men Dient te Weten over Onheilzame Intenties

12. "En wat, timmerman, zijn onheilzame intenties? Intenties van sensueel verlangen, intenties van kwaadwilligheid, intenties van geweld: deze noemt men onheilzame intenties.
"En wat, timmerman, is de oorsprong van onheilzame intenties? Hun oorsprong is vermeld: men moet hier zeggen dat percepties hun oorsprong zijn. Maar welk type perceptie? Want percepties zijn veelsoortig, divers en gevariëerd. Percepties van sensueel verlangen, van kwaadwilligheid, van geweld: dát is de oorsprong van onheilzame intenties.
"En wat, timmerman, is de plek waar onheilzame intenties tot einde komen zonder dat er iets van overblijft? Hun einde is vermeld: hier, timmerman, betreedt een monnik, afgezonderd van sensueel genot en van onheilzame staten, met sturend en beschouwend denken en met vreugde en geluk geboren uit afzondering, [het meditatiestadium van] de eerste jhāna en verblijft daar. Hier komen onheilzame intenties tot einde zonder dat er iets van overblijft.
"En hoe handelend, timmerman, begaat men het pad naar het einde van onheilzame intenties? Hier, timmerman, genereert een monnik de wil om nog niet ontstane kwade en onheilzame staten niet tot ontstaan te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om reeds ontstane kwade en onheilzame staten te verwijderen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om nog niet ontstane goede en heilzame staten tot ontstaan te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om reeds ontstane goede en heilzame staten te laten voortduren en niet te laten beëindigen, om ze te versterken en tot volledige ontwikkeling te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Zo handelend, timmerman, begaat men het pad naar het einde van onheilzame intenties. <267>

Wat Men Dient te Weten over Heilzame Intenties

13. "En wat, timmerman, zijn heilzame intenties? Intenties van afstand doen, intenties van goedwillendheid, intenties van geweldloosheid: deze noemt men heilzame intenties.
"En wat, timmerman, is de oorsprong van heilzame intenties? Hun oorsprong is vermeld: men moet hier zeggen dat percepties hun oorsprong zijn. Maar welk type perceptie? Want percepties zijn veelsoortig, divers en gevarieerd. Percepties van afstand doen, van goedwillendheid, van geweldloosheid: dát is de oorsprong van heilzame intenties.
"En wat, timmerman, is de plek waar heilzame intenties tot einde komen zonder dat er iets van overblijft? Hun einde is vermeld: hier, timmerman, met het stillen van sturend en beschouwend overwegen, gaat een monnik [het meditatiestadium van] de tweede jhāna binnen en verblijft daar met een innerlijk rustige geest die op één punt gericht is, zonder sturend en beschouwend denken, en beleeft vreugde en geluk die uit concentratie geboren is. Hier komen heilzame intenties tot einde zonder dat er iets van overblijft.
"En hoe handelend, timmerman, begaat men het pad naar het einde van heilzame intenties? Hier, timmerman, genereert een monnik de wil om nog niet ontstane kwade en onheilzame staten niet tot ontstaan te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om reeds ontstane kwade en onheilzame staten te verwijderen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om nog niet ontstane goede en heilzame staten tot ontstaan te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Hij genereert de wil om reeds ontstane goede en heilzame staten te laten voortduren en niet te laten beëindigen, om ze te versterken en tot volledige ontwikkeling te laten komen, en hij maakt een inspanning, zet zich in, wekt geestkracht op, en gaat ertegenaan. Zo handelend, timmerman, begaat men het pad naar het einde van heilzame intenties.3 <268>

Opsomming van de Tien Eigenschappen

14. "En, timmerman, wanneer iemand over welke tien eigenschappen beschikt, beschrijf ik hem als iemand die het heilzame volbracht heeft en volkomen bekwaam is, een onoverwinnelijke asceet die het hoogste goed bereikt heeft? [1] Hier beschikt een monnik over de juiste visie van een volledig getrainde; [2] hij beschikt over het juiste voornemen van een volledig getrainde; [3] hij beschikt over de juiste spraak van een volledig getrainde; [4] hij beschikt over het juist handelen van een volledig getrainde; [5] hij beschikt over het juiste levensonderhoud van een volledig getrainde; [6] hij beschikt over de juiste inspanning van een volledig getrainde; [7] hij beschikt over de juiste aandacht van een volledig getrainde; [8] hij beschikt over de juiste concentratie van een volledig getrainde; [9] hij beschikt over de juiste kennis van een volledig getrainde; en [10] hij beschikt over de juiste bevrijding van een volledig getrainde. Wanneer iemand over deze tien eigenschappen beschikt, beschrijf ik hem als iemand die het heilzame volbracht heeft en volkomen bekwaam is, een onoverwinnelijke asceet die het hoogste goed bereikt heeft.
Zo sprak de Gezegende. En de timmerman Pañcakaṅga was tevreden en verheugd met de woorden van de Gezegende.

Noten

Noot1: In de Chinese vertaling komt de voorgaande zin pas later voor: aan het begin van §14.
Noot 2: De Chinese vertaling vermeld dat het pad naar het einde van onheilzaam gedrag bestaat uit de Vier Vestigingen van Aandacht in plaats van de Vier Juiste Inspanningen. Hetzelfde geldt voor de paden naar het einde van heilzaam gedrag, onheilzame intenties en heilzame intenties (§11, 12 en 13).
Noot 3: De Chinese vertaling beschrijft hierna gedetailleerd hoe een edele discipel het Achtvoudig Pad ontwikkelt gebaseerd op het kennen van de heilzame en onheilzame varianten van gedachten en gedrag, en gebaseerd op inzicht in het ontstaan en het tot einde komen ervan. Dit maakt dat de overgang van paragraaf 13 naar 14 in de Chinese vertaling soepeler verloopt, omdat zij achtergrondinformatie bevat over de totstandkoming van de tien eigenschappen zoals die in een volledig getrainde aanwezig zijn. De Pali versie van deze beschrijving staat in MN 117: Mahācattārisaka Sutta.


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Juiste Intentie
« Reactie #61 Gepost op: 18-10-2015 12:11 »
[bron: Majjhima Nikaya, oorspronkelijke vertaling door Bhikkhu Nanamoli, bewerkt en herzien door Bhikkhu Bodhi, Buddhist Publication Society, 1995, noten volgen de nummering van Eerwaarde Bodhi]

Wil(sactiviteit) als Onderdeel van het Achtvoudige Pad, Juiste Intentie

Fragmenten uit Majjhima Nikaya 117, Mahacattarisaka Sutta,

(...)
§10 “Daarbij, bhikkhu’s, komt juiste visie eerst. En hoe komt juiste visie eerst? Men begrijpt verkeerde intentie als verkeerde intentie en juiste intentie als juiste intentie: dit is iemands juiste visie.1105
§11 “En wat, bhikkhu’s, is verkeerde intentie? De intentie van zintuiglijk verlangen, de intentie van kwade wil, en de intentie van wreedheid (soms ook vertaald als "geweld" genoemd, Siebe): dit is verkeerde intentie.
§12 “En wat, bhikkhu’s, is juiste intentie? Juiste intentie, zeg ik, is tweevoudig: er is juiste intentie die beïnvloed wordt door bezoedelingen, deelnemend aan verdienste, rijpend aan de kant van gehechtheid, en er is juiste intentie die edel is, smetteloos, boven-wereldlijk, een factor van het pad.
§13 “En wat, bhikkhu’s, is juiste intentie die beïnvloed wordt door bezoedelingen, deelnemend aan verdienste, rijpend aan de kant van gehechtheid? De intentie van verzaking, de intentie van niet-kwade wil, en de intentie van niet-wreedheid:1106 Dit is juiste intentie die beïnvloed wordt door bezoedelingen, deelnemend aan verdienste, rijpend aan de kant van gehechtheid.
§14 “En wat, bhikkhu’s, is juiste intentie die edel is, smetteloos, boven-wereldlijk, een factor van het pad? Het denken, gedachte, intentie, mentale absorptie, mentale standvastigheid, richten van geest, verbale formatie (innerlijke spraak, Siebe) in iemand wiens geest edel is, wiens geest smetteloos is, die het edele pad bezit en het edele pad ontwikkelt:1107 dit is juiste intentie die edel is, smetteloos, boven-wereldlijk, een factor van het pad.
§15 “Men spant zich in om afstand te doen van verkeerde intentie en juiste intentie te betreden: dit is iemands juiste inspanning. Indachtig doet men afstand van verkeerde intenties, indachtig betreedt en verwijlt men in juiste intentie: dit is iemands juiste indachtigheid. Dus deze drie staten draaien rondom juiste intentie, dat is, juiste visie, juiste inspanning en juiste indachtigheid.1108

Noten


Noot 1105: “MA verklaart dit als de juiste visie van inzicht die juiste intentie begrijpt door middels van diens functie en door verwarring op te lossen. Het lijkt, echter, dat een meer elementair onderscheid van de twee soorten intentie [hier] de kwestie is.
Noot 1106: “Dit is de standaard omschrijving van juiste intentie als factor van het Edele Achtvoudige Pad, zie MN 141.25 “. (zie beneden, Siebe)
Noot 1107:  “In deze omschrijving wordt de factor van intentie (sankappa) geïdentificeerd als aangewende gedachte (vitakka), dat verder wordt gespecificeerd als de factor die verantwoordelijk is voor de absorptie (het geabsorbeerd raken, Siebe) door het fixeren en richten van de geest op diens object. Voor aangewende gedachte als “verbale formaties”, zie MN44.15”.
(Toevoeging van mij aan deze noot uit sleuteltotinzicht.nl: vitakka is het op het punt staan vast te grijpen aan een object om het de aandacht te geven. Haar kenmerk is het vastzetten van het bewustzijn op het object).
Noot 1108: “MA, Deze verklaring verwijst uitsluitend naar de samen/co-bestaande factoren die boven-wereldlijke juiste intentie vergezellen. In de voorbereidende fase van de beoefening, ontstaan de drie wereldlijke juiste intenties afzonderlijk, maar op het moment van het boven-wereldlijke pad ontstaat een enkele juiste intentie terwijl het de drievoudige verkeerde intenties doorsnijdt. Dus de boven-wereldlijke juiste intentie kan ook beschreven worden als de intentie van verzaking, niet-kwade wil en niet-wreedheid. Dezelfde methode is van toepassing op juiste spraak, etc.

Fragment uit Majjhima Nikaya 8, §14 (12) “Iemand die verkeerde intentie heeft, heeft de juiste intentie door dit te [willen] vermijden”.

Fragment uit Majjhima Nikaya 60, §11 “Aangezien er feitelijk een andere wereld is, heeft iemand die de visie heeft, ‘er is een andere wereld, juiste visie. Aangezien er feitelijk een andere wereld is, heeft iemand die mikt op ‘er is een andere wereld’, juiste intentie (...) [zo ook voor de andere factoren].
§19: “Aangezien er feitelijk doen* is, heeft iemand die de visie heeft, ‘er is doen’, juiste visie. Aangezien er feitelijk doen is, heeft iemand die mikt op, ‘er is doen’, juiste intentie (...) [zo ook voor de andere factoren].
§27: “Aangezien er feitelijk oorzakelijkheid is, heeft iemand die de visie heeft, ‘er is oorzakelijkheid’, juiste visie. Aangezien er feitelijk oorzakelijkheid is, heeft iemand die mikt op, ‘er is oorzakelijkheid’ juiste intentie (...)

* Een uitleg bij deze doctrine in noot 629: “Deze doctrine van niet-doen (akiriyavada) wordt in de Samannaphala Sutta (Digha Nikaya 2.17/i.52-53) toegeschreven aan Purana Kassapa. Hoewel bij een eerste kennismaking de visie lijkt te berusten op materialistische premissen, zoals de voorgaande nihilistische visie doet, is er canoniek bewijs dat Purana Kassapa een fatalistische doctrine koesterde. Dus zijn morele anti-nomianisme volgt waarschijnlijk vanuit de visie dat alle activiteit voorbestemd is op manieren die de toekenning van morele verantwoordelijkheid aan de handelende persoon tenietdoen. Zie Basman, History and Doctrines of the Ajikika’s, blz. 84)”.

Fragment uit Majjhima Nikaya 141 [in een uitleg van het Achtvoudige Pad]
§25 “En wat, vrienden, is juiste intentie? Intenties van verzaking, intentie van niet-kwade wil, en intenties van niet-wreedheid- dit wordt juiste intentie genoemd”.

Persoonlijke Bemerkingen

Er is dus juiste intentie die beïnvloed wordt door bezoedelingen, die deelneemt aan verdienste, en rijpt aan de kant van gehechtheid. Dit soort juiste intentie, heilzame intentie, zorgt denk ik voor wedergeboorte in gelukkige bestaansvormen, bijvoorbeeld in een hemel, maar aldus bevrijdt het niet van samsara. Zo blijf je gebonden aan samsara.

Dat deze juiste intentie beïnvloed wordt door bezoedelingen, verwijst denk ik niet zozeer naar beïnvloeding door haat of hebzucht, want zulke intentionele activiteit is niet juist. Het verwijst volgens mij vooral naar de invloed van begoocheling, verkeerde visie. Iemand heeft nog niet de visie van de stroom-intreder dus men heeft nog een verkeerde visie van individualiteit of persoonlijk zelf. Onder invloed van zulke begoocheling kan iemands intentie toch goed of heilzaam zijn, bijvoorbeeld vanuit liefdevolle zorg.

Het verschil met de soort juiste intentie die smetteloos is, is volgens mij dat deze laatste geen brandstof vormt voor verdere wedergeboorte, en daarom rijpt het denk ik ook niet aan de kant van gehechtheid (aan de cyclus van geboorte, verouderen en dood) zoals de vorige. Zo iemand heeft ook de visie van het Pad.

Dhammapada vers 412 [uit www.sleuteltotinzicht.nl]
Wie in deze wereld voorbij beide banden is gegaan -- verdienste en kwaad -- hij is zonder verdriet, onbezoedeld en zuiver; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Siebe
 

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Majjhima Nikaya 129
« Reactie #62 Gepost op: 19-10-2015 09:44 »
[samenvatting aan de hand van: Majjhima Nikaya, oorspronkelijke vertaling door Bhikkhu Nanamoli, bewerkt en herzien door Bhikkhu Bodhi, Buddhist Publication Society, 1995]

Kamma en de Bestemming van de Dwaas en van de Wijze

Majjhima Nikaya 129, Balapandita Sutta

Een korte samenvatting van de sutta in eigen woorden:

De dwaas

Er zijn drie kenmerken van een dwaas, drie tekenen, drie toeschrijvingen. Welke? Een dwaas is iemand die slechte gedachten denkt, slechte woorden spreekt en slechte daden doet. Hier en nu voelt de dwaas pijn en verdriet op drie manieren: 1. mensen spreken onderling slecht over wangedrag en iemand die het vertoont. De dwaas weet dat hij zich inlaat met zulk wangedrag en dat de mensen dit hebben gezien ook. 2. Mensen worden streng gestraft voor wangedrag. De dwaas weet dat hij ook overtredingen begaat en weet dat dit ook gezien is door anderen. 3. Wanneer de dwaas rust, bedekken en omhullen hem de wandaden die hij beging via geest, spraak en lichaam. Hij heeft niet gedaan wat goed is en zal naar een bijbehorende bestemming gaan. Een dwaas die zichzelf heeft overgegeven aan wangedrag met lichaam, spraak en geest, zal na de ontbinding van het lichaam, na de dood, verschijnen in staat van ontbering, een ongelukkige bestemming, zelfs in de hel. Dit verontrust hem erg.

De Boeddha geeft nu op verzoek een indruk van het intense leed in de slechte bestemmingen van de hellerijken en het dierenrijk. Naast slechte daden wordt ook ‘verheugen in smaken’ aangegeven als een oorzaak van wedergeboorte onder dieren.
De Boeddha geeft aan dat als een dwaas eenmaal naar de verdoemenis is gegaan, de kans dat ie weer de mensenstaat vindt, kleiner is dan dat een blinde schildpad die eens in de honderd jaar aan de oppervlakte komt, zijn kop toevallig zal steken in het enige juk dat drijft op de woeste golven van de zee. Waarom? Omdat in de slechte bestemmingen de Dhamma niet wordt beoefend, er wordt niet gepraktiseerd wat goed is, er wordt niet gedaan wat heilzaam is, er is geen vervulling van verdienste. Wat overheerst is dat ze elkaar onderling opeten en het afslachten van de zwakken.

De wijze

Er zijn drie kenmerken van een wijze, drie tekenen, drie toeschrijvingen. Welke? Een wijze denkt goede gedachten, spreekt goede woorden en doet goede daden.
Hier en nu voelt een wijze plezier en vreugde op drie manieren: 1. mensen spreken onderling slecht over wangedrag en iemand die het vertoont. De wijze weet dat hij zich niet inlaat met zulk wangedrag en niemand dat van hem gezien heeft ook. 2. Mensen worden streng gestraft voor wangedrag. De wijze weet dat hij geen overtredingen begaat en door niemand gezien is ze te begaan. 3. Wanneer de wijze rust bedekken en omhullen hem de goede daden die hij beging via geest, spraak en lichaam. Maar de wijze weet dat hij geen slechte daden heeft begaan maar goede en naar een bijbehorende bestemming zal gaan. Een wijze die zichzelf heeft overgegeven aan goed gedrag met lichaam, spraak en geest, zal na de ontbinding van het lichaam, na de dood, verschijnen in een gelukkige bestemming, zelfs in de hemel.

De sutta geeft nu een beschrijving van het soort geluk in de hemel aan de hand van het welzijn van een zogenaamde Wiel-Draaiende Monarch.

Als op enig moment na het einde van een lange periode de wijze terugkomt naar de menselijke staat wordt hij wedergeboren in een hoge en rijke familie. Hij is mooi, aantrekkelijk en gracieus. Hij heeft een goed leven en gedraagt zich goed. Na de dood zal hij wedergeboren worden op een gelukkige bestemming, zelfs in de hemelse wereld.

De gelukkige worp van een gokker die bij de eerste worp een fortuin wint, is niks vergeleken bij de gelukkige worp van de wijze die zich goed gedraagt met lichaam, spraak en geest.

Dit besluit Majjhima Nikaya

hartelijke groet,
Siebe




Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Kamma als Voeding
« Reactie #63 Gepost op: 26-10-2015 10:07 »
[bron: Digha Nikaya vertaling van Maurice Walsh, 1995]

Mentale wilshandeling als één van de vier soorten voeding/voedsel

Fragment uit Digha Nikaya 33, §1.11

(...)
Vier voedingen (ahara): “materieel”1061 (kabalinkara), voedsel, grof of subtiel;1062 contact als tweede; mentale wil (manosancetana)1063 als derde; bewustzijn als vierde.
(...)

Noten

Noot 1061: Gewoonlijk betekent dit normaal menselijk voedsel maar zie noot 1062.
Noot 1062: Dit verwijst naar het voedsel van de deva’s, soms ook kabalinkara (vgl. Noot 74) genoemd.
Noot 1063: Deze wil= kamma

Inleiding
Er is niet alleen honger in de zin van honger naar fysiek voedsel maar ook naar ervaringen, overleven (of bestaan), naar aangename gevoelens bijvoorbeeld, of naar avontuur, naar macht, controle, aanzien, etc. We hongeren op verschillende manieren en voeden ons op verschillende manieren. Wie de honger overwint, gaat voorbij aan het lijden. 

Voedsel heeft hier ook de betekenis van voeding of ondersteuning, zoals zuurstof vuur voedt of ondersteunt. Het ene voedt of ondersteunt het andere. Als er niet dit is, dan ook niet dat. In deze zin verwijst voeding/voedsel naar voorwaardelijkheid. Boeddhisme onderscheidt 24 vormen van voorwaardelijkheid (paccaya) en de voedsel-voorwaarde (ahara paccaya) is daar één van.

Ik zal in het onderstaande alleen ingaan op mentale wil of kamma als voedsel. De andere drie: eetbaar voedsel, zintuiglijke indrukken (contact) en bewustzijn zal ik hier niet bespreken. Wie meer wil weten over de andere drie soorten voedsel kan de onderstaande site raadplegen.

Mentale wil (of vertaald als wilsgedachte) als voeding/voedsel/nutrient
De informatie is afkomstig van:
http://www.accesstoinsight.org/lib/authors/nyanaponika/wheel105.html


(onderstaande tekst letterlijk vertaald van de site)
“Wilsgedachte betekent hier hoofdzakelijk kamma- d.w.z. wedergeboorte voortbrengende en levens-bevestigende activiteit- en de Boeddha heeft dit vergeleken (in SN12.63) met een man die door twee anderen naar en in een kuil van gloeiende kolen (samsara) wordt gesleept . De twee slepende krachten zijn ‘s mens karmische activiteiten, goed (maar nog altijd begoocheld) en slecht. Het zijn onze karmische neigingen, onze levens-bevestigende wilsdaden, onze plannen en ambities, die ons op onweerstaanbare wijze naar die diepe kuil van samsara slepen met diens gloeiende kolen van intens lijden. Dus werd er gezegd dat wilsgedachte, in de zin van kamma, de voeding is van wedergeboorte in de drie niveaus van bestaan (zintuiglijk, fijnstoffelijk/vorm en onstoffelijk/vormloos, Siebe).
Het voedsel van wilsgedachte manifesteert zichzelf in de onophoudelijk drang van de mens om plannen te maken en te aspireren, te worstelen en overwinnen, te bouwen en te vernietigen, te doen en teniet te doen, uit te vinden en te ontdekken, te vormen en veranderen, te organiseren en creëren. Deze drang heeft de mens in de diepten van de oceaan gebracht en in de onmetelijkheid van de ruimte. Het heeft hem de meest kwaadaardige van alle roofdieren gemaakt en hem ook in staat gesteld om de verheven hoogten van een genie in creativiteit en gedachte te bereiken.
De rusteloosheid die aan de basis ligt van al dat verlangen naar activiteit en van de creatieve drang, is de constante honger naar alle vier soorten voeding van het leven en naar een variëteit van hen op verschillende niveaus van grofheid en sublimiteit. Het is wilsgedachte dat moet gaan foerageren om de mens van de andere soorten voeding te voorzien die hij begeert. Het is een onophoudelijke taak, een overwinning opleverend die slechts kort duurt, en eentje die steeds weer eindigt in een nederlaag.
In wilsgedachte verschijnt de wereld als wil en vermogen, en als een scheppende kracht. Gevoed door dit krachtige voedsel zal het proces van het bouwen van de wereld en het vernietigen van de wereld doorgaan totdat samsara in diens ware natuur wordt gezien als een kuil van gloeiende kolen, de grondeloze diepe die niet gevuld kan worden door onze voortdurende onderdompeling er in, welke verschijning we dan ook aannemen in onze migratie”.

Van dezelfde site, fragmenten uit de Eerwaarde Buddhaghosa’s Saarattha-ppakaasini, het commentaar op de Samyutta Nikaya (enkele fragmenten):

“Voeding (aahaara) heeft de betekenis van “voorwaarde”(paccaya); omdat voorwaarden hun eigen gevolgen met zich meebrengen (aaharan.ti)”
“Wilsgedachte is een belangrijke voorwaarde voor bewustzijn” (zie ook reactie 43 en 44 in deze draad; SN 12.38, 12.39 en 12.40; “wat men zich voorneemt, en wat men van plan is, en waar men dan ook naar neigt/uitgaat: dit wordt een basis voor de instandhouding/handhaving/onderhoud van bewustzijn. Wanneer er een basis is, is er een ondersteuning voor het zich vestigen van bewustzijn. Wanneer bewustzijn wordt gevestigd en tot wasdom is gekomen, is er de voortbrenging van toekomstig hernieuwd bestaan)
“Wat is het nu dat wordt gevoed (of geconditioneerd) door elk van de vier soorten voedsel? ...De voeding van wilsgedachte voedt en conditioneert de drie staten van bestaan”.
“De voeding van wilsgedachte, wanneer het zich voordoet als kamma dat leidt tot wedergeboorte in de zintuiglijke sfeer, voedt en conditioneert zintuiglijk bestaan. Wanneer het zich voordoet als kamma dat leidt tot wedergeboorte in de fijn-stoffelijke of onstoffelijke sfeer voedt en conditioneert het het overeenkomende bestaan. Zo voedt en conditioneert de voeding wilsgedachte in alle gevallen de drie staten van bestaan”.
“Wanneer er gezegd wordt dat ‘wilsgedachte de drie staten van bestaan voedt en conditioneert’, wordt alleen gesproken over karmisch heilzame en onheilzame wilsactiviteit, onderhevig aan de bezoedelingen (saasava-kusala-akusala)”.
Onder de vier soorten voedsel... “vervult wilsgedachte de functie van voeding door middel van verzamelen (kamma; aayuuhamaano). Op welke manier? (...) “De voeding van wilsgedachten, in het verzamelen van heilzame en onheilzaam kamma, zorgt voor de onderhoud van wezens door het genereren/verwekken van de wortel van bestaan”. (...)

“Alle gevaar die zich voordoet in de drie staten van bestaan is geworteld in de ophoping van heilzaam en onheilzaam kamma. Derhalve is het gevaar in wilsgedachte de verzameling van kamma”.

“...Als het voedsel van wilsgedachte wordt begrepen (zie de tekst op de site voor een nadere omschrijving hiervan) worden daardoor de drie soorten begeerte begrepen, “d.w.z. zintuiglijke begeerte, de begeerte naar (eeuwig) bestaan en de begeerte naar zelf-vernietiging. Waarom is dit zo? Omdat wils(karmische)gedachte wortelt in begeerte, en als van de oorzaak geen afstand wordt gedaan, kan van het gevolg ook niet afstand zijn gedaan”

De Geconditioneerde Natuur van Voedsel

Fragment uit Samyutta Nikaya 12.11

“Er zijn, o monniken, vier soorten voedsel (of vier nutriënten) voor het levensonderhoud van wezens die geboren zijn en voor de ondersteuning van wezens die geboorte zoeken. Welke vier?
Eetbaar voedsel, grof en subtiel; ten tweede, zintuiglijke-indrukken; ten derde, wilsgedachte (of mentale wil); ten vierde, bewustzijn?
Van deze vier soorten voedsel, O monniken, wat is hun bron, wat is hun oorsprong, van waaruit worden ze geboren, wat geeft ze bestaan?
Deze vier soorten voedsel, O monniken, hebben begeerte als hun oorzaak, hebben begeerte als hun oorsprong, zijn geboren vanuit begeerte, en begeerte geeft ze het bestaan”
(...)

Enkele fragmenten uit Samyutta Nikaya 12.64

-“Als, O monniken, er hartstocht naar wilsgedachte bestaat, als er genoegen in bestaat en begeren er naar, dan vestigt bewustzijn zich daarin en groeit. Waar bewustzijn zich vestigt en groeit, daar zal zich geest-en-lichaam voordoen. Waar zich geest-en-lichaam voordoen daar is de groei van karma-formaties. Waar karma-formaties groeien, is er een toekomstig verrijzen van hernieuwd bestaan. Wanneer er een toekomstig hernieuwd verrijzen is, is er toekomstige wedergeboorte, verval en dood. Dit, zeg ik, O monniken, is beladen met smart, belast met hevig lijden en wanhoop.

-“Maar als, O monniken, er geen lust is naar de voeding van eetbaar voedsel, zintuiglijke-indrukken, wilsgedachte en bewustzijn, als er geen genoegen in ze is en geen begeren naar hen, dan vestigt bewustzijn zich niet daarin en groeit niet. Waar bewustzijn zich niet vestigt noch groeit, daar zal zich geest-en-lichaam niet voordoen. Waar zich geest-en-lichaam niet voordoen daar is niet de groei van karma-formaties. Waar karma-formaties niet groeien, is er geen toekomstig verrijzen van hernieuwd bestaan. Wanneer er geen toekomstig hernieuwd verrijzen is, is er geen toekomstige wedergeboorte, verval en dood. Dit, zeg ik, O monniken, is vrij van smart, van hevig lijden en wanhoop.

Enkele fragmenten uit Samyutta Nikaya 12.31

“’Door de beëindiging van voeding is dat wat in bestaan gekomen is, bestemd te eindigen’- diegene ziet met ware wijsheid, zoals het werkelijk is. En na met ware wijsheid te hebben gezien zoals het werkelijk is, dat ‘door de beëindiging van die voeding, is wat in bestaan gekomen, bestemd te eindigen’, is iemand onderweg naar het zich afkeren van wat onderhevig is aan eindigen, naar onverstoordheid en beëindiging. Aldus, O heer, is iemand in hogere training”.

“’Door de beëindiging van voeding, is dat wat in bestaan gekomen is, bestemd te eindigen’- diegene ziet men ware wijsheid, zoals het werkelijk is. En na het met ware wijsheid te hebben gezien zoals het werkelijk is, dat ‘door de beëindiging van die voeding, is dat wat in bestaan is gekomen, bestemd te eindigen’, dan door het zich afkeren van wat onderhevig is aan eindigen, vanuit onverstoordheid (met het) en de beëindiging (van het) wordt iemand bevrijd zonder hechting. Aldus, O heer is iemand een kenner van de Dhamma...”.

Fragment uit Majjhima Nikaya 9

Voeding als basis voor Juist Begrip (Juiste Visie)

...Toen stelden de monniken een andere vraag aan de eerwaarde Sariputta: “Vriend, kan er een andere manier zijn waarop gezegd kan worden dat een edele leerling iemand is met Juist Begrip, wiens visie juist is, wie in bezit is van stabiel vertrouwen in de Dhamma, die dit goed onderricht heeft gerealiseerd?”
“Dat kan zo zijn, vrienden. Als, vrienden, een edele leerling voeding kent, de herkomst van voeding kent, het beëindigen van voeding kent en de weg die leidt naar het beëindigen van voeding kent, dan is hij, in zoverre, iemand van Juist Begrip, wiens visie juist is, wie in bezit is van stabiel vertrouwen in de Dhamma, die dit goed onderricht heeft gerealiseerd?”
“En wat is voeding? Er zijn vier soorten voeding voor het levensonderhoud van wezens die geboren zijn en voor de ondersteuning van wezens die geboorte zoeken. Wat zijn de vier? Eetbaar voedsel, grof en fijn; zintuiglijke-indrukken is de tweede; wilsgedachte, de derde; en bewustzijn, de vierde.
“Door het ontstaan van begeerte is er het ontstaan van voeding. Door het beëindigen van begeerte is er het beëindigen van voeding. De weg die leidt naar het beëindigen van voeding is het Edele Achtvoudige Pad, namelijk, juist begrip, juiste gedachte, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juist aandachtigheid en juiste concentratie.
“Vrienden, als een edele leerling aldus voeding kent, het ontstaan van voeding kent, het beëindigen van voeding en de weg die leidt naar de beëindiging van voeding, doet hij volledig afstand van de innerlijke neiging tot hebzucht, hij werpt af de innerlijke neiging tot kwade wil, hij elimineert de innerlijke neiging tot de opinie-en-eigenwaan van ‘Ik ben’, hij dankt onwetendheid af, brengt kennis voort en wordt een beëindiger van lijden hier en nu”.

Dit besluit Digha Nikaya

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Nidhi Kanda Sutta
« Reactie #64 Gepost op: 27-10-2015 16:50 »
[bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/khp/khp.1-9.than.html#khp-8]

Pali Canon, Khuddaka Nikaya, Khuddakapatha, De Kleinere Lezingen

Het spaartegoed van positief kamma (verdienste)

Nidhi Kanda Sutta - Het Spaartegoed

Een persoon verstopt spaartegoed,
diep onder de grond, aan de waterlijn:
“Wanneer er een behoefte of verplichting ontstaat,
zal dit in mijn behoeften voorzien,
voor mijn bevrijding wanneer ik word aangeklaagd door de koning,
gemolesteerd door dieven,
in geval van schulden, hongersnood, of ongelukken.”
Met zulke doeleinden
wordt in de wereld
wen spaartegoed verstopt.

Maar ongeacht hoe goed het ook opgeslagen is,
diep ondergronds, aan de waterlijn,
het zal niet allemaal altijd in je behoeften voorzien.
het spaartegoed wordt verplaatst,
of iemands geheugen laat hem in de steek;
of - ongezien-
gaan naga’s er mee vandoor,
geesten stelen het,
of haatvolle erfgenamen rennen er mee weg.
Wanneer iemands verdienste geëindigd is
is het volledig vernietigd.

Maar wanneer een man of vrouw
Een goed-opslagen spaartegoed opzij heeft gezet
van geven, deugdzaamheid,
beteugeling & zelfbeheersing,
met betrekking tot een heiligdom,
de Sangha,
een goed individu,
gasten,
moeder, vader,
of een oudere broer of zus:
is dat een goed-opgeslagen spaartegoed.
Het kan niet ontvreemd worden.
Het volgt je verder.
Wanneer, na deze wereld verlaten te hebben,
je waar dan ook naartoe moet gaan,
neem je het mee.
Dit spaartegoed wordt niet gedeeld met anderen,
en kan niet door dieven gestolen worden.

Dus, wijs, dien je verdienste te verzamelen,
het spaartegoed dat je verder zal volgen.
Dit is het spaartegoed
dat alles geeft wat ze willen
aan mensen, goden.

Wat deva’s zich dan ook wensen,
dat alles wordt hierdoor verkregen.
Een mooie teint, mooie stem,
een goed gebouwd lichaam, goed gevormd,
heerschappij, aanhang,
dat alles wordt hierdoor verkregen.
Aards koningschap, oppergezag,
de gelukzaligheid van een keizer,
koningschap over deva’s in de hemelen:
Dat alles wordt hierdoor verkregen.
De verwezenlijking van de menselijke staat,
Iedere vreugde in de hemel,
de verwezenlijking van Bevrijding:
Dat alles wordt hierdoor verkregen.
Uitstekende vrienden,
Juiste toepassing1,
meesterschap van helder weten & bevrijding2:
Dat alles wordt hierdoor verkregen.
Scherpzinnigheid3, bevrijdingen4,
De perfectie van leerlingschap:
Dat alles wordt hierdoor verkregen.
Privé Ontwaken5,
Boeddhaschap:
Dat alles wordt hierdoor verkregen.

Zo krachtig is dit,
De vervulling van verdienste.
Dus de wijzen, de verstandigen,
Prijzen het spaartegoed van verdienste
Dat reeds gemaakt is.

Noten

Noot 1: Juiste beoefening van de Dhamma
Noot 2. Helder weten = kennis van vorige levens, kennis van het heengaan en weer verrijzen (wedergeboorte) van wezens, kennis van het eindigen van de mentale rijpingen (asava’s, Siebe): zintuiglijke passie, worden, visies, onwetendheid. Bevrijding= bevrijding van de cyclus van wedergeboorten.
Noot 3: Scherpzinnigheid = scherpzinnigheid met betrekking tot de Dhamma, mb.t. diens betekenis, m.b.t. taal, & m.b.t. schranderheid. Deze talenten worden gevonden in sommige, maar niet alle, arahants.
Noot 4. Bevrijdingen. (De noot beschrijft de acht soorten bevrijding die in DN15 worden besproken. Hier niet vertaald, Siebe).
Noot 5. Privé Ontwaken: Ontwaken als een Private Boeddha (Pratyeka Boeddha, Siebe), iemand die kan ontwaken zonder te vertrouwen op de onderrichtingen van anderen, maar niet de Dhamma kan formuleren op een manier die een Volledige Boeddha beheerst.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Dhammapada, deel 1
« Reactie #65 Gepost op: 28-10-2015 09:43 »
[teksten afkomstig van http://www.sleuteltotinzicht.nl]

Een eerste selectie uit Dhammapada, Het Pad van Waarheid

Dhammapada

001. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.
002. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met zuivere gedachten, volgt geluk dat daardoor is veroorzaakt, zoals iemands schaduw die hem nooit verlaat.

015. Hier lijdt iemand en in het hiernamaals lijdt iemand; op beide manieren lijdt degene die kwaad doet. Iemand lijdt en wordt gekweld wanneer hij zijn eigen onzuivere wilshandelingen ziet.
016. Hier is iemand gelukkig en in het hiernamaals is iemand gelukkig; op beide manieren is degene die goed doet gelukkig. Iemand is gelukkig en verheugt zich wanneer hij zijn eigen zuivere wilshandelingen ziet.
017. Hier brandt iemand en in het hiernamaals brandt iemand; op beide manieren brandt degene die kwaad doet. Berouwvol brandt iemand: 'ik heb kwaad begaan', en nog meer brandt iemand nadat hij naar een ellendige sfeer is gegaan.
018. Hier is iemand gelukkig en in het hiernamaals is iemand gelukkig; op beide manieren verheugt zich degene die goed doet. Sereen is hij: 'verdiensten heb ik verricht', en nog meer verheugt hij zich nadat hij naar een zegenrijke sfeer is gegaan.

024. Volhardend en indachtig, zuiver in handelingen, zorgvuldig in alle activiteiten, een rechtschapen leven leidend; voor zulk een oplettend persoon neemt de glorie toe.

053. Zoals van veel bloemen, veel bloemkransen kunnen worden gemaakt, zo moet door een sterveling veel goede daden worden verricht.

066. Dwazen met een zwak onderscheidingsvermogen zijn als vijanden voor zichzelf, want zij begaan slechte daden die slechte gevolgen hebben.
067. Die daden zijn niet goed, daden waarvan men spijt krijgt, waarvan men de gevolgen met huilen en een betraand gezicht ervaart.
068. Maar die daden zijn goed, daden waarvan men geen spijt krijgt, waarvan men de gevolgen met blijheid en een vreugdevolle geest ervaart.
069. Wanneer slechte daden nog niet tot rijping zijn gekomen, beschouwt de dwaas die daden als honing. Maar wanneer het kwaad rijpt, dan lijdt de dwaas.
071. Zoals melk niet onmiddellijk stremt, zo zijn kwade daden die begaan zijn. Al smeulend vervolgen ze de dwaas zoals vonken die met as bedekt zijn.

117. Als iemand een kwade daad heeft begaan, doe dat dan niet wederom. Wens niet om dat nogmaals te doen, want kwaad leidt tot lijden.
118. Als iemand een verdienstelijke daad heeft verricht, doe dat dan wederom. Wens om dat nogmaals te doen, want verdienstelijke daden leiden tot geluk.

119. Zolang kwade daden niet tot rijping komen beschouwt degene die kwaad doet, dit als het goede. Maar wanneer kwade daden tot rijping komen, dan beschouwt de zondaar de ware natuur van het kwade.
120. Zolang goede daden niet tot rijping komen beschouwt zelfs degene die goed doet, dit als het kwade. Maar wanneer goede daden tot rijping komen, dan beschouwt degene die goed doet dit als werkelijk goed.
121. Denk niet aldus lichtjes over het kwade: 'Dit heeft geen gevolgen voor mij', want ook door het vallen van waterdruppels wordt een waterkan gevuld. De dwaas vult zichzelf met het kwade; hij verzamelt het beetje bij beetje.
122. Denk niet aldus lichtjes over het goede: 'Dit heeft geen gevolgen voor mij', want ook door het vallen van waterdruppels wordt een waterkan gevuld. De heilige vult zichzelf met het goede; hij verzamelt het beetje bij beetje.
123. Zoals een koopman met veel weelde maar met weinig bewaking, een gevaarlijk pad vermijdt, zo vermijdt hij volledig het kwaad, net zoals hij als liefhebber van het leven, gif vermijdt.
124. Als er geen wond in een hand is, dan kan er gif in gedragen worden. Het gif dringt niet binnen als iemand geen wonden in zijn hand heeft. Op dezelfde manier zijn er geen kwade gevolgen voor iemand die geen kwaad begaat.
125. Wie zich vergrijpt aan iemand die smetteloos is, die zuiver is, die zonder bezoedelingen is, op die dwaas valt het kwaad terug zoals stof dat tegen de wind in geworpen is.
126. Sommigen worden geboren in de baarmoeder, kwaaddoeners komen in de hel tot leven, weldoeners gaan naar de hemelen, zij die zonder bezoedelingen zijn verwerven het totale Nibbana.
127. Noch in de lucht, noch midden in de oceaan, noch door te verblijven in een berggrot; nergens is die plaats op aarde te vinden, waar iemand vrij is van zijn kwade daden.

131. Wie dan ook letsel met geweld toebrengt aan wezens die gelukkig willen zijn, zal -- als een wezen dat zelf gelukkig wil zijn-- in zijn volgende geboorte ook geen geluk voor zichzelf verwerven.
132. Wie dan ook geen letsel met geweld toebrengt aan wezens die gelukkig willen zijn, zal -- als een wezen dat zelf gelukkig wil zijn-- in zijn volgende geboorte ook geluk voor zichzelf verwerven.
133. Spreek geen harde woorden tot anderen, want ter vergelding komen harde woorden terug. Twistgesprekken strekken inderdaad tot lijden, want je neemt deel aan veel aanvallen.

136. Als een dwaas slechte daden begaat, kent hij de gevolgen er niet van. Zulk kamma verbrandt de onwijze persoon als iemand die door vuur wordt verschroeid.
137. Wie een geweldloze geweld aandoet, wie de onschuldige slecht behandelt, komt snel tot één van deze tien toestanden: (...)
138. (...) hevige pijn vanwege ontbering, verwonding van het lichaam, een ernstige ziekte, of gestoordheid van geest (...)
139. (...) problemen met koningen, beschuldigingen, het verlies van verwanten, vernietiging van weelde (...)
140. (...) of zijn huizen branden door een vuurzee af. En wanneer het lichaam tot zijn einde komt, wordt die onwijze, kwade persoon in de hel geboren.

161. Kwade daden worden door iemand zelf begaan, zij worden geboren uit hemzelf en voortgebracht door hemzelf. Door het kwaad wordt de onwijze geplet, zoals de diamant de hardste edelsteen plet.
162. Iemand met een zeer slecht gedrag, doet zichzelf aan wat zijn vijanden hem wensen, precies zoals de Maluva klimplant een Sala boom verstikt.
163. Wat slecht en schadelijk is voor jezelf, is makkelijk te doen. Maar wat goed en voordelig is, dat is bijzonder moeilijk om te doen.
164. Een onwetend persoon die vanwege verkeerde inzichten de weg verspert naar het onderwijs van de arahats, van edele personen die een rechtvaardig leven leiden - zijn daad is als de vruchten van de bamboe welke tot zelfvernietiging strekken.
165. Door iemand zelf worden kwade daden begaan, iemand bezoedelt zichzelf. Door iemand zelf worden geen kwade daden begaan, iemand zuivert zichzelf. Zuiverheid en onzuiverheid is afhankelijk van iemand zelf. Niemand kan een ander zuiveren.

[einde eerste selectie]

hartelijke groet,
Siebe


lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #66 Gepost op: 28-10-2015 23:03 »
001. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.
002. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met zuivere gedachten, volgt geluk dat daardoor is veroorzaakt, zoals iemands schaduw die hem nooit verlaat.

Hieruit lees ik dat 'geest' synoniem is met 'denken'.

Maar dat zal wellicht de 'denk geest' zijn...
Het aspect van de geest dat denkt.

Kvind deze verzen verwarrend omdat geest en gedachten in vertalingen
vaak door elkaar gebruikt worden in een adem.

De vertaling van Tonny Kurpershoek Scherft doet hetzelfde,
maar dan omgekeerd:

''Eerst komt het denken. Het is het denken
dat de wereld doet ontstaan: de geest stuurt,de wereld is zijn schepping.
Wie spreekt of handelt met verdorven geest -hem volgt leed, als het wagenwiel
de voet van het trekdier.'' enz.

De vertaling van Harischandra Kaviratna :

"Alle verschijningsvormen van het bestaande hebben het denken als voorloper,
het denken als opperste leider, en uit het denken zijn zij gevormd.
Lijden volgt hem die met onreine gedachten spreekt of handelt, zoals het wiel de voet volgt van degeen die de wagen trekt.'' enz

Hier komt het woordje 'geest' niet voor.

Dat is in ieder geval konsekwent.

Op grond van de verschillende vertalingen vermoed ik dat wanneer in een vertaling
zowel 'geest' als 'denken' gebruikt worden er sprake moet zijn van een 'stukje'
van de geest, dat als denken benoemd wordt.
Dan denk ik dat er een pali term moet zijn die overeenkomt met een woord als 'denk geest'.

Immers: ik zie niet dat geest  en denken volledig samenvallen of synoniem zijn van elkaar.

Daarom ben ik geneigd vertalingen die dat wel doen, zoals de jouwe hierboven en die van Tonny K.S. te beschouwen als een vertaling die tekort schiet.

Maar of dat iets zegt over de vertalingen
of meer over mijn eigen verwarring.....

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Dhammapada, deel 1
« Reactie #67 Gepost op: 28-10-2015 23:17 »
001. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.
002. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met zuivere gedachten, volgt geluk dat daardoor is veroorzaakt, zoals iemands schaduw die hem nooit verlaat.

Hieruit lees ik dat 'geest' synoniem is met 'denken'.

Anders zou er staan: het denken is de voorloper van alle dingen enz

Hoi Dirk,

Ik ben tegengekomen dat er talloze vertalingen zijn van deze eerste twee verzen. Die verschillen soms nogal vind ik.

Ik heb verder gezien dat 'juiste gedachten/juiste bedoelingen/juiste intenties' wel als een soort synoniemen worden gebruikt. Zie bijvoorbeeld: https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Achtvoudige_Pad.

Siebe





Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #68 Gepost op: 28-10-2015 23:55 »
Daarom ben ik geneigd vertalingen die dat wel doen, zoals de jouwe hierboven en die van Tonny K.S. te beschouwen als een vertaling die tekort schiet.

Maar of dat iets zegt over de vertalingen
of meer over mijn eigen verwarring.....

Hoi Dirk,

Ja ik volg je wel. Ik wil wel even duidelijk maken dat het  niet mijn-vertaling was. De tekst heb ik letterlijk overgenomen van de site www.sleuteltotinzicht.nl.

Siebe

lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #69 Gepost op: 29-10-2015 07:42 »
De vertaling van de Breet/Janssen is,
evenals die van Harischandra Kaviratna
ook konsekwent, maar dan in het gebruik van het woordje 'geest'.

''De dingen worden voorafgegaan door de geest,
hebben de geest als voorman, worden door de geest gemaakt.
Als iemand met verdorven geest spreekt of handelt,
dan volgt hem leed, als het wiel de voet van het trekdier.''

Er zijn dus vertalingen waarin geest en denken met elkaar verward worden.
Er zijn vertalingen waarin konsekwent over denken gesproken wordt.
En er zijn vertalingen waarin konsekwent over geest gesproken wordt.

Ik houd het erop dat denken en geest niet synoniem zijn.
Dat zou onzin zijn.

Maar wat wil het vers nu eigenlijk zeggen?

Ik vertaal het met zoveel als dat je als mens
verantwoordelijk bent voor je eigen leven.
Het zelf richting geeft.
En dat een belangrijke factor hierin is
hoe je tegen het leven en de wereld aankijkt.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Dhammapada, slot
« Reactie #70 Gepost op: 29-10-2015 15:33 »
[teksten afkomstig van http://www.sleuteltotinzicht.nl]

Dhammapada, Het Pad van Waarheid, slot

Dhammapada

168. Ontwaak tot de realiteit, wees niet begoocheld. Leef correct volgens de Dhamma. Iemand die realistisch leeft, is gelukkig in deze wereld en in de volgende.
169. Beoefen op correcte wijze de Dhamma, houd geen slechte koersen aan. Iemand die realistisch leeft, is gelukkig in deze wereld en in de volgende.

173. Iemand die zijn slechte daden met goede daden compenseert, verlicht deze wereld zoals de maan wanneer die bevrijd wordt van donkere wolken.

177. Vrekken gaan niet naar de hemelse sferen, dwazen juichen grootmoedigheid nooit toe, maar iemand met wijsheid verheugt zich daarover bij het geven en zal gelukkig zijn in toekomstige levens.

183. Het vermijden van al het kwaad, altijd het goede doen en de eigen geest zuiveren; dit is de Leer van alle Boeddha's.

220. Als verdienstelijke daden zijn verricht en men van deze wereld naar de andere wereld gaat, dan verwelkomen die verdiensten iemand daar op dezelfde manier zoals verwanten een geliefde ontvangen die van een lange reis terugkeert.

240. Roest dat uit ijzer is ontstaan, vreet het ijzer zelf weg. Op dezelfde wijze leiden iemands eigen grensoverschrijdende daden hem naar een staat van ellende.

246. Wie in de wereld leven vernietigt, wie woorden van onwaarheid spreekt, wie neemt wat niet vrijwillig is gegeven of naar de partner van iemand anders gaat, (...)
247. (...) of bedwelmende drank drinkt; hij die dit uitbundig volgt, vernietigt reeds in deze wereld zijn eigen wortel.
248. Daarom, mens, moet je dit weten: kwade daden zijn moeilijk te beteugelen. Laat hebzucht en slechtheid je niet naar beneden halen zodat je voor lange tijd zult lijden.

267. Wie boven goede en slechte daden is uitgestegen en het heilige leven nastreeft, die de wereld op een wijze manier bespiegelt; zulk een persoon wordt terecht 'bhikkhu' genoemd.

281. In spraak altijd waakzaam, met de geest goed beteugeld, nooit met het lichaam onheilzame daden begaan. Op deze manier zal iemand deze drie deuren van kamma zuiveren en de weg bereiken die door de zieners bekend is gemaakt.

306. Iemand die de waarheid ontkent en iemand die iets gedaan heeft en zegt: "Dat heb ik niet gedaan", gaan naar de hel (niraya). Na de dood vergaat het beide typen personen, die deze slechte daden verrichten, hetzelfde.
307. Velen die het gele gewaad dragen, zijn onbeheerst en doen slechte dingen; deze slechteriken worden door hun slechte daden in de hel wedergeboren.
309. Vier dingen overkomen een achteloos persoon die slaapt met iemand die (met iemand anders) gehuwd is: hij wint aan zonde maar schiet tekort in slaap, het derde is ongenade, terwijl het vierde de hel (niraya) is.
310. Zonde verkregen en slechte geboorte, schrikt man en vrouw -- kort is hun vreugde, de koning beveelt een zware straf: daarom moet men niet slapen met iemand die gehuwd is.
311. Zoals kusa gras de hand verwondt wanneer het verkeerd vastgegrepen wordt, zo trekt een verkeerd gehanteerd kloosterleven iemand de hel (niraya) in.
312. Het kan zijn dat daden niet van harte worden uitgevoerd, dat het doen van geloften onzuiver is, dat het heilige leven op een dubieuze wijze geleid wordt. Dit alles brengt geen goede resultaten voort.
313. Als er iets is dat gedaan moet worden, doe het dan met grote standvastigheid, want een slap kloosterleven doet in werkelijkheid het stof alleen maar verder toenemen.
314. Het is beter om geen kwade daad te begaan, want de kwade daad doet later pijn. Het is beter om een goede daad te begaan, want als een goede daad is begaan, krijgt men daar nooit berouw over.
315. Zoals een grensdorp aan zowel de binnenkant als de buitenkant bewaakt wordt, zo moeten ook jullie jezelf beschermen. Laat het juiste moment niet zomaar aan je voorbij gaan, want zij die het juiste moment missen, komen tot ellende doordat zij zichzelf naar de hel (niraya) zenden.
316. Zij schamen zich waar men zich niet voor hoeft te schamen, maar waar men zich voor dient te schamen, daar schamen zij zich niet voor. Zo gaan wezens, door het verkeerde inzicht te omhelzen, naar ellendige staten (niraya).
317. Zij vrezen datgene waar men geen vrees voor hoeft te hebben, maar wat men zou moeten vrezen, daar hebben zij geen vrees voor. Zo gaan wezens, door het verkeerde inzicht te omhelzen, naar ellendige staten (niraya).
318. Men ziet het verkeerde in wat niet verkeerd is, maar wat werkelijk verkeerd is, dat ziet men niet als het verkeerde. Zo gaan wezens, door het verkeerde inzicht te omhelzen, naar ellendige staten (niraya).
319. Het verkeerde wordt gezien als het verkeerde; ook weten zij wat niet verkeerd is. Zo gaan wezens, door het juiste inzicht te omhelzen, naar gelukkige staten.

325. Een verdwaasde luiaard die vraatzuchtig is, die door slaap in beslag genomen is, die zich rolt als hij ligt zoals een groot varken dat helemaal verstopt zit, volgepropt met voedsel, komt steeds weer terug in de baarmoeder.

331. Het is een zegening als je vrienden hebt wanneer je in nood verkeert. Als je met weinig tevreden bent, is dat een zegening voor je. Als je verdienstelijke daden hebt verricht is dat een zegening wanneer het einde van je leven nadert. Het achterlaten van al het lijden is een zegening.
332. Respect voor de moeder brengt zegening in deze wereld, evenals respect voor de vader. In deze wereld komt zegening door de monniken te respecteren en hen die bijzonder deugdzaam zijn (de Arahat's).
333. Het beoefenen van deugdzaamheid tot op hoge leeftijd is een zegening. Het is een zegening wanneer het zelfvertrouwen zeer stabiel is. Een zegening is het wanneer ware wijsheid is verworven. Een zegening is het vermijden van kwade daden.
341. In mensen stroomt begeerte naar aangename dingen. Zij zijn doordrenkt met sensualiteit en jagen het geluk (daarin) na. Zulke mensen gaan steeds van geboorte naar ouderdom.

348. Laat het verleden los, laat de toekomst los, laat het heden los; ga voorbij elke vorm van bestaan. Met de geest bevrijd in elk opzicht, zal je niet meer tot geboorte en ouderdom komen.

351. Iemand die het doel bereikt heeft, die zonder vrees is, die zonder begeerte is en vrij van bezoedelingen is; hij heeft de doornen van het bestaan uitgetrokken. Dit is zijn allerlaatste bestaansvorm.

391. Wie geen verkeerde dingen doet via het lichaam, via de spraak en via de geest; iemand die in deze drie gebieden beheerst is, hij is degene die ik een brahmaan noem.
400. Wie zonder boosheid is en plichtsgetrouw is, vol deugdzaamheid en vrij van begeerte, wie getraind is -- hij is in zijn laatste lichaam. Hij is degene die ik een brahmaan noem.
412. Wie in deze wereld voorbij beide banden is gegaan -- verdienste en kwaad -- hij is zonder verdriet, onbezoedeld en zuiver; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Dit besluit Dhammapada

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #71 Gepost op: 29-10-2015 15:56 »
[knip vertalingen]

Ik vertaal het met zoveel als dat je als mens
verantwoordelijk bent voor je eigen leven.
Het zelf richting geeft.
En dat een belangrijke factor hierin is
hoe je tegen het leven en de wereld aankijkt.

Ja. Via dit vers en verder vele andere sutta's en fragmenten over kamma belicht de Boeddha mijns inziens hoe een mens zichzelf via daden door geest, woord en daad bevuilt, en zo de ellende over zichzelf afroept.
En ook hoe hij ook zichzelf zuivert en zo ook voorspoed over zichzelf afroept. Het kan rijpen in dit leven, volgende of nog later.

Zie bijvoorbeeld Dhammapada vers 165.
165. Door iemand zelf worden kwade daden begaan, iemand bezoedelt zichzelf. Door iemand zelf worden geen kwade daden begaan, iemand zuivert zichzelf. Zuiverheid en onzuiverheid is afhankelijk van iemand zelf. Niemand kan een ander zuiveren.

Visie of zienswijze is zoals je zegt essentieel omdat activiteit door geest, woord en gebaar, vaak aangesticht wordt door een bepaalde visie. 

Zie bijvoorbeeld:
Anguttara Nikaya 1.314 (9)

“Bhikkhu’s, voor een persoon van verkeerde visie, welk fysiek karma, verbaal kamma en mentaal kamma hij dan ook opwekt/aansticht en onderneemt in overeenstemming met die visie, en wat zijn wil, geneigdheid en intentionele activiteiten dan ook zijn, allen leiden tot wat niet wenselijk is, niet verlangd en onplezierig is, tot nadeel en lijden. Om welke reden? Omdat de visie slecht is.

Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Udana, deel 1
« Reactie #72 Gepost op: 30-10-2015 10:17 »
[bronnen: www.sleuteltotinzicht.nl. Hyperlinks verwijderd en onderstreept gelaten. Raadpleeg eventueel de site voor meer informatie. Udana: Exclamations, a translaton with an introduction & notes by Thanissaro Bhikkhu (Geoffrey DeGraff, 2012)]

Een selectie uit Udana, deel 1

Udana 1.3, De Bodhi boom - 3, Tatiyabodhi Sutta

Afhankelijk ontstaan in voorwaartse en achterwaartse richting. De rol van wilshandelingen of karmische formaties (sankhara) hierin.

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Heer in Uruvela, nabij de rivier de Nerañjara aan de voet van de Bodhi boom, toen hij juist de volledige verlichting gerealiseerd had. In die tijd zat de Heer gedurende zeven dagen met zijn benen gekruist, en hij ervoer de zegen der bevrijding. Toen, aan het einde van die zeven dagen, rees de Heer uit die concentratie op en schonk gedurende de laatste wake van de nacht weldoordachte aandacht aan het afhankelijk ontstaan zowel in voorwaartse als in achterwaartse richting, als volgt:
Doordat het één er is, is er het ander; door het ontstaan van het één, ontstaat het ander; als het één er niet is, is het ander er ook niet; door de opheffing van het één houdt ook het ander op. Dat wil zeggen: met onwetendheid als voorwaarde ontstaan wilshandelingen; met wilshandelingen als voorwaarde ontstaat bewustzijn; met bewustzijn als voorwaarde ontstaan geest en lichaam; met geest en lichaam als voorwaarde ontstaat de zesvoudige basis; met de zesvoudige basis als voorwaarde ontstaat contact; met contact als voorwaarde ontstaat gevoel; met gevoel als voorwaarde ontstaat begeerte; met begeerte als voorwaarde ontstaat hechten; met hechten als voorwaarde ontstaat worden; met worden als voorwaarde ontstaat geboorte; met geboorte als voorwaarde ontstaan ouderdom en dood, verdriet, weeklagen, pijn, smart en wanhoop. Dit is de bron van deze hele massa van lijden.
Maar door de volledige verdwijning en opheffing van onwetendheid, houden wilshandelingen op; door de opheffing van wilshandelingen houdt bewustzijn op; door de opheffing van bewustzijn houden geest en lichaam op; door de opheffing van geest en lichaam houdt de zesvoudige basis op; door de opheffing van de zesvoudige basis houdt contact op; door de opheffing van contact houdt gevoel op; door de opheffing van gevoel houdt begeerte op; door de opheffing van begeerte houdt hechten op; door de opheffing van hechten houdt wording op; door de opheffing van wording houdt geboorte op; door de opheffing van geboorte houden ouderdom en dood, verdriet, weeklagen, pijn, smart en wanhoop op. Dit is de beëindiging van deze hele massa van lijden.
Toen, zich de betekenis ervan realiserend, uitte de Heer bij die gelegenheid deze geïnspireerde uitspraak:

Wanneer deze waarheden duidelijk worden
voor de volijverige mediterende brahmaan,
drijft hij Mara's schare uiteen en staat hij
zoals de zon die de hemel verlicht1.

Noten

Noot 1: Mara is in het boeddhisme de Verzoeker, die de krachten personifieert die de vooruitgang in het spirituele leven belemmeren. Hij wordt in de boeddhistische kunst afgebeeld als het hoofd van een vijandelijk leger dat tegenover de toekomstige Boeddha staat opgesteld op de vooravond van zijn verlichting. Voor een uitleg over Mara's leger zie Snp3-02 en Mara in het Woordenboek. (raadpleeg de site, Siebe)

Udana 2.3, De Stok, Danda Sutta

De gevolgen van het pijnigen van wezens die ook geluk zoeken.

Aldus heb ik gehoord. Eens leefde de Gezegende nabij Savatthi in het Jetavana, het park van Anathapindika. In die periode, daar tussen Savatthi en het Jetavana, sloegen een aantal jongens een slang met een stok. Nadat de Heer in de ochtend zijn gewaad had aangedaan en zijn bedelnap en bovenpij genomen had, ging hij naar Savatthi om voedsel te verzamelen. Toen zag hij die jongens daar, tussen Savatthi en het Jetavana, terwijl zij een slang sloegen met een stok.
Toen, zich de betekenis ervan realiserend, uitte de Heer bij die gelegenheid deze geïnspireerde uitspraak:

Hij, die voor zichzelf geluk wenst,
wezens die ook geluk zoeken, met een stok pijnigt,
verwerft geen geluk in het hiernamaals.
Hij, die voor zichzelf geluk wenst,
wezens die ook geluk zoeken, niet pijnigt,
verwerft geluk in het hiernamaals.

Udana 3.1, Kamma, Kamma Sutta

Het Rijpen van Oud Kamma verdragen, het Stof van het Verleden Afgeschud

Aldus heb ik gehoord. Eens leefde de Gezegende nabij Savatthi in het Jetavana, Anathapindika’s klooster. En bij die gelegenheid zat een bepaalde monnik niet ver weg van de Gezegende, zijn benen gekruist, zijn lichaam rechtop, felle pijnen verdragend, scherp en heftig, die het gevolg waren van oud kamma- indachtig, waakzaam, zonder lijden. De Gezegende zag hem daar zitten niet ver weg, zijn benen gekruist, zijn lichaam rechtop, felle pijnen verdragend, scherp en heftig, die het gevolg waren van oud kamma- indachtig, waakzaam en niet door hen verslagen.
Toen, zich het belang ervan realiserend, deed de Heer bij die gelegenheid deze  uitspraak:

Voor de monnik die
al het kamma
achter zich heeft gelaten,
het stof van het verleden afgeschud
stabiel, niet bezitterig,
Zoéén1:
Het heeft geen zin om
Het aan een ander te vertellen.

Noten

Noot 1: Zoéén (Engels “such”, Pali tadin), een bijvoeglijk naamwoord toegepast op de geest van iemand die het doel gerealiseerd heeft. Het geeft aan dat de geest “is wat het is”- onbeschrijfelijk maar niet onderhevig aan verandering of wijziging.

Persoonlijke bemerkingen
Ik denk, de monnik identificeert zich niet meer met de felle pijnen die het rijpend gevolg zijn van oude wandaden. Niet meer identificerend heeft het voor zo iemand geen zin meer om over ‘zijn’ felle pijn te communiceren met anderen.

Op https://suttacentral.net/en/ud3.1 wordt het vers als volgt weergegeven (door mij vertaald uit het Engels):

“Voor de monnik die alle daden heeft opgegeven,
Voor hij die het stof van wat eerder gedaan is, afschudt,
Voor hij die onzelfzuchtig is, stabiel, [voor] Zoéén,
Is er geen behoefte om met mensen te spreken”.

Udana 4.2, Hoog-gespannen (Uddhata Sutta)

Voortdurend Indachtig, niet-identificerend, worden slechte bestemmingen achtergelaten

Ik heb gehoord dat de Gezegende eens in Upavattana verbleef, het Mallan Salbos nabij Kusinara1. Bij die gelegengheid, niet ver weg van de Gezegende, verbleven vele monniken in hutten in de wildernis: hooggespannen, luidruchtig, lichtzinnig, babbelziek, met loze woorden en met een wanordelijke indachtigheid, niet waakzaam, ongeconcentreerd, hun geesten verstrooid, met hun [zintuiglijke] vermogens wijd open. De Gezegende zag deze vele monniken die in de hutten in de wildernis verbleven: hooggespannen, luidruchtig, lichtzinnig, babbelziek, met loze woorden en met een wanordelijke indachtigheid, niet waakzaam, ongeconcentreerd, hun geesten verstrooid, met hun [zintuiglijke] vermogens wijd open. Toen, zich het belang er van realiserend, verkondigde de Gezegende bij die gelegenheid:

Door het onbeschermd laten van je lichaam
In verkeerde visie ondergedompeld
Overwonnen door luiheid en traagheid,
Komen jullie onder Mara’s heerschappij.
Daarom,
Met een beschermde geest,
Gericht op juist voornemen,
Toegewijd aan Juiste visie
Komen-en-gaan kennend,
Luiheid en traagheid overwinnend,
Laat een monnik
Alle slechte bestemmingen
Achter zich.

Noot 1: Dit is de locatie waar de Boeddha later volledig bevrijd werd.

einde Udana, deel 1

hartelijke groet,
Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Udana, slot
« Reactie #73 Gepost op: 31-10-2015 11:17 »
[bronnen: www.sleuteltotinzicht.nl. Hyperlinks verwijderd en onderstreept gelaten. Raadpleeg eventueel de site voor meer informatie. Udana: Exclamations, a translaton with an introduction & notes by Thanissaro Bhikkhu (Geoffrey DeGraff, 2012]

Een selectie uit Udana, slot

Samenvatting van Udana 5.3, De Lepralijder (Kutthi Sutta)

Het rijpend gevolg van verwensingen aan het adres van een Pratyeka-Boeddha

Deze sutta beschrijft hoe Suppaboeddha, de lepralijder, na les van de Boeddha een stroom-intreder wordt, iemand die de drie lagere ketens heeft verbroken en (dus) niet meer in een slechte bestemming zal worden wedergeboren, op weg naar zelf-ontwaken.  Korte tijd later overlijdt Suppaboeddha, de lepralijder.
Als de monniken vragen waarom Suppaboeddha in dit leven zo’n armzalig, ellendig hoopje mens was, antwoordt de Boeddha dat in een vorig leven Suppaboeddha de zoon was een rijke bankier. Op een dag op weg naar een park, schold hij de Pratyeka-Boeddha Tagarasikhin uit voor lepralijder. Hij bespuugde hem en toonde hem disrespect door hem zijn linkerzijde toe te keren en te vertrekken. Als gevolg van deze daad kookte hij in de hel voor vele jaren, vele honderden jaren, vele duizenden jaren, vele honderden duizend jaren. En toen, als een overblijfsel van die daad, werd Suppaboeddha, de lepralijder, een armzalig ellendig wrak van een mens in dit leven.

De sutta eindigt met het vers

“Zoals iemand met ogen en energie
Verraderlijke, oneffen plaatsen zou vermijden
Zo dient een wijze, in de wereld van het leven,
Slechte daden te vermijden.”

Udana 5.4, De Jongens, Kumaraka Sutta

Wezens pijnigen leidt tot zelf pijn ervaren later

Aldus heb ik gehoord. Eens leefde de Gezegende nabij Savatthi in het Jetavana, het park van Anathapindika. In die periode, daar tussen Savatthi en het Jetavana, kwelden een aantal jongens een vis (in een vijver). Nadat de Heer in de ochtend zijn gewaad had aangedaan en zijn bedelnap en bovenpij genomen had, ging hij naar Savatthi om voedsel te verzamelen. Toen zag hij die jongens daar, tussen Savatthi en het Jetavana, bezig met het kwellen van de vis.
Toen hij dit zag, ging hij naar hen toe en vroeg: "Jongens, vrezen jullie, pijn?" -- "Ja, Eerwaarde Heer, wij vrezen pijn. Wij verafschuwen pijn."
Toen, zich de betekenis ervan realiserend, uitte de Heer bij die gelegenheid deze geïnspireerde uitspraak:

"Als jullie pijn vrezen, als jullie pijn verafschuwen,
doe dan geen slechte daad in het openbaar of stiekem.
Als jullie een slechte daad begaan hebben
of er nu één begaan,
dan zullen jullie niet aan pijn ontkomen,
ook al zouden jullie daarvoor willen vluchten".

Udana 7.3, Gehecht aan Zintuiglijke Genoegens (1), Kamesu Satta Sutta

De sterke karmische ketening door zintuiglijke begeerte

Ik heb gehoord dat de Gezegende eens nabij Savatthi in het Jetavana verbleef, het klooster van Anathapindika. En bij die gelegenheid waren de meeste mensen in Savatthi  buitensporig gehecht aan zintuiglijke genoegens. Ze leefden in vuur en vlam voor, waren hebzuchtig naar, verslaafd aan, verkleefd met, opgaand in zintuiglijke genoegens. Toen trokken in de vroege morgen een groot aantal monniken hun onderkleed aan en- hun bekers en gewaad dragend- gingen ze Savatthi in voor aalmoezen. Na op aalmoesronde te zijn geweest in Savatthi, na de maaltijd, terugkerend van hun aalmoesronde, gingen ze naar de Gezegende. Bij aankomst bogen ze voor de Gezegende en gingen aan een kant zitten. Terwijl ze daar zaten, zeiden ze tegen de Gezegende, “De meeste mensen in Savatthi zijn buitensporig gehecht aan zintuiglijke genoegens. Ze leven in vuur en vlam voor, zijn hebzuchtig naar, verslaafd aan, verkleefd met, gaan op in zintuiglijke genoegens”.
Toen, het belang hiervan realiserend, verkondigde de Gezegende bij die gelegenheid:

“Gehecht aan zintuiglijke verlangens,
Gehecht aan zinnelijke banden,
Geen kwaad in de keten ziend,
Nooit zullen diegenen gehecht aan de keten, de band,
De stroom oversteken,
Die zo groot en breed is”.

Udana 7.4, Gehecht aan Zintuiglijke Genoegens (2), Kamesu Satta Sutta

De sterke karmische ketening door zintuiglijke begeerte

Ik heb gehoord dat de Gezegende eens nabij Savatthi in het Jetavana verbleef, het klooster van Anathapindika. En bij die gelegenheid waren de meeste mensen in Savatthi  buitensporig gehecht aan zintuiglijke genoegens. Ze leefden in vuur en vlam voor, waren hebzuchtig naar, verslaafd aan, verkleefd met, opgaand in zintuiglijke genoegens. Toen deed de Gezegende vroeg in de morgen zijn onder gewaad aan en- zijn beker en gewaad dragend- ging Savatthi binnen voor de aalmoesronde. Hij zag dat de meeste mensen in Savatthi buitensporig gehecht zijn aan zintuiglijke genoegens. Ze leven in vuur en vlam voor, zijn hebzuchtig naar, verslaafd aan, verkleefd met, opgaand in zintuiglijke genoegens. Toen, het belang hiervan realiserend, verkondigde de Gezegende bij die gelegenheid:

“Verblind door wellustigheid
Bedekt door het net
Versluierd door de sluier van begeerte,
Gebonden door de bloedverwant van de achtelozen1,
Als vissen in de opening van een val2,
Gaan ze naar verouderen en dood,
zoals een melk-drinkend kalf naar zijn moeder".

Noten

Noot 1. Mara. Er is hier een allitererend woordspel tussen het woord “gebonden” (bhandu) en “bloedverwant” (bhanduna).
Noot 2. Dit vers is tot op dit punt identiek aan een vers dat toegeschreven wordt aan de Eerwaarde Rahula in Thag 4.8 (vers 297 in de PTS editie).

Fragment uit Udana 8.6, Pataligamiya Sutta

De vruchten van een immoreel en moreel leven

De vruchten van een immoreel leven

En de Heer sprak de lekenvolgelingen van Pataligama als volgt toe2: "Huishouders, deze vijf gevaren ontmoet iemand die immoreel is, iemand die van deugdzaamheid is afgebogen. Welke zijn deze? Ten eerste: hij lijdt grote verliezen aan bezittingen door onoplettendheid omtrent zijn zaken. Ten tweede: hij krijgt een slechte naam vanwege zijn ondeugdzaamheid en zijn misdragingen. Ten derde: hij is te midden van welke gemeenschap dan ook -- of het een gemeenschap is van Khattiya's, brahmanen, huishouders of asceten -- onzeker en verlegen. Ten vierde: hij sterft onrustig. Ten vijfde: hij wordt, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, in een ongelukkige staat geboren, in een sfeer van ellende, in de lagere werelden, in een hel. Dit zijn de vijf gevaren voor iemand met een slechte moraliteit."

De vruchten van een moreel leven

"En deze vijf zegeningen, huishouders, komen tot iemand die een goede moraliteit heeft en die deugdzaamheid beoefent: Welke zijn deze? Ten eerste: hij wint aan weelde door zorgvuldig aandacht te schenken aan zijn zaken. Ten tweede: hij krijgt een goede naam vanwege zijn deugdzaamheid en zijn goede gedrag. Ten derde: hij is te midden van welke gemeenschap dan ook -- of het een gemeenschap is van Khattiya's, brahmanen, huishouders of asceten -- vol zelfvertrouwen en is zelfverzekerd. Ten vierde: hij sterft rustig. Ten vijfde: hij wordt, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, in een gelukkige staat geboren, in een hemelse wereld. Dit zijn de vijf zegeningen die tot iemand komen die een goede moraliteit heeft en die deugdzaamheid beoefent."

Noten

Noot 2: Een voorbeeld dat de Boeddha zijn toespraak aanpast aan zijn toehoorders. Hier predikt hij over de hemelse sferen als het gevolg van deugdzaamheid. Voor de meer ontwikkelden predikte hij over de Vier Edele Waarheden met Nibbana als resultaat.

Dit besluit Udana

hartelijke groet,
Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Itivuttaka, deel 1
« Reactie #74 Gepost op: 01-11-2015 11:34 »
[bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/iti/index.html, sutta’s door mij vertaald]. 

Een selectie

Itivuttaka, deel 1.

Uit de Groep van Enen.

Het gevolg van vrij zijn van hebzucht

Iti 1.1 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Doe afstand van één kwaliteit, monniken, en ik garandeer je niet-terugkeren. Welke ene kwaliteit? Doe afstand van hebzucht als die ene kwaliteit en ik garandeer je niet-terugkeren1. Dit was de betekenis van wat de Gezegende zei. Dus aangaande dit werd gezegd2:

De hebzucht waarmee
Wezens naar een slechte bestemming gaan3,
  Hunkerend:
Vanuit het op de juiste wijze onderscheiden van die hebzucht,
Laten diegene die het helder zien
  los.
Loslatend,
Komen ze nooit meer in deze wereld terug.

Dit was, ook, de betekenis van wat door de Gezegende werd gezegd, aldus heb ik  het gehoord4.

Noten


Noot 1: Niet terugkeren: het derde van de vier niveaus van Ontwaken. Bij het bereiken van dit niveau zal men nooit meer wedergeboren worden in deze wereld. Een niet-terugkeerder die niet doorgaat met het bereiken van arahantschap in dit leven, zal wedergeboren worden in de Brahma werelden genaamde de Zuivere Verblijven en zal daar nibbana verwezenlijken.
Noot 2,4: Deze verklaringen worden in elke rede herhaalt. Om eentonigheid te vermijden worden ze hier alleen in de eerste en laatste rede gegeven (ik neem dat over, Siebe).
Noot 3:. De slechte bestemmingen: wedergeboorte in de hel, als een hongerige geest, als een kwade demon of als een gewoon dier. Wat de goede bestemmingen aangaat- wedergeboorte als een mens, in de hemel of in de Brahma werelden- deze staten zijn niet duurzaam en afhankelijk van kamma.

Het gevolg van vrij zijn van afkeer

Iti 1.2 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Doe afstand van één kwaliteit, monniken, en ik garandeer je niet-terugkeren. Welke ene kwaliteit? Doe afstand van afkeer als die ene kwaliteit en ik garandeer je niet-terugkeren.

De afkeer waarmee
Wezens naar een slechte bestemming gaan,
  Overstuur:
Vanuit het op de juiste wijze onderscheiden van die afkeer,
Laten diegene die het helder zien
  Los
Loslatend,
Komen ze nooit meer in deze wereld terug.

Het  gevolg van vrij zijn van begoocheling

Iti 1.3  Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Doe afstand van één kwaliteit, monniken, en ik garandeer je niet-terugkeren. Welke ene kwaliteit? Doe afstand van begoocheling als die ene kwaliteit en ik garandeer je niet-terugkeren.

De begoocheling waarmee
Wezens naar een slechte bestemming gaan,
  verward:
Vanuit het op de juiste wijze onderscheiden van die begoocheling,
Laten diegene die het helder zien
  Los.
Loslatend,
Komen ze nooit meer in deze wereld terug.

Het gevolg van vrij zijn van woede

Iti 1.4 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik gehoord: “Doe afstand van één kwaliteit, monniken, en ik garandeer je niet-terugkeren. Welke ene kwaliteit? Doe afstand van woede als die ene kwaliteit en ik garandeer je niet-terugkeren.

De woede waarmee
Wezens naar een slechte bestemming gaan,
  razend:
Vanuit het op de juiste wijze onderscheiden van die woede,
Laten diegene die het helder zien
  Los.
Loslatend,
Komen ze nooit meer in deze wereld terug.

Het gevolg van vrij zijn van minachting

Iti 1.5  Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Doe afstand van één kwaliteit, monniken, en ik garandeer je niet-terugkeren. Welke ene kwaliteit? Doe afstand van minachting als die ene kwaliteit en ik garandeer je niet-terugkeren.

De minachting waarmee
Wezens naar een slechte bestemming gaan,
  laatdunkend:
Vanuit het op de juiste wijze onderscheiden van die minachting,
Laten diegene die het helder zien
  Los.
Loslatend,
Komen ze nooit meer in deze wereld terug.

Het gevolg van vrij zijn van eigendunk

Iti 1.6 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Doe afstand van één kwaliteit, monniken, en ik garandeer je niet-terugkeren. Welke ene kwaliteit? Doe afstand van eigendunk als die ene kwaliteit en ik garandeer je niet-terugkeren.

De eigendunk waarmee
Wezens naar een slechte bestemming gaan,
  trots:
Vanuit het op de juiste wijze onderscheiden van die eigendunk,
Laten diegene die het helder zien
  Los.
Loslatend,
Komen ze nooit meer in deze wereld terug.

Het gevolg van onwetendheid

Iti 1.14 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “monniken, ik voorzie geen enkele andere belemmering- belemmerd waardoor mensen voor een lange, lange tijd rondzwerven en transmigreren- als de belemmering van onwetendheid. Belemmerd door de belemmering van onwetendheid zwerven en transmigreren mensen voor lange, lange tijd.”

Geen ander ding
Belemmert mensen zo
Dat ze rondzwerven, dag en nacht,
Als wanneer ze verstrikt zijn
In begoocheling.
Maar diegene die begoocheling loslaten,
De hoop duisternis verdrijven,
Zwerven niet verder.
Hun oorzaak wordt niet gevonden.

De voortstuwende kracht van begeerte

Iti 1.15 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Monniken, ik voorzie geen enkele andere keten- geketend waarmee wezens samengevoegd voor een lange lange tijd rondzwerven en transmigreren- als de keten van begeerte. Geketend door de keten van begeerte, gaan wezens samengevoegd voor een lange lange tijd rondzwerven en transmigreren.”

Met begeerte als zijn gezelschap, zwerft
Een mens voor een lange, lange tijd.
Noch in deze staat hier
Noch elders
Gaat hij voorbij
Het rondzwerven.
Deze schaduwzijde kennend-
Dat door begeerte stress in het spel komt-
Leeft de monnik
Vrij van begeerte,
Verstoken van vastklampen,
Indachtig
het leven van een bedelmonnik.

Het gevolg van het verdelen van de Sangha

Iti 1.18 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Eén ding, wanneer dat ontstaat, ontstaat voor het nadeel van wezens, voor het ongeluk van velen, voor het nadeel en het ongeluk van vele wezens, zowel mensen als goden. Welk ene ding? Verdeeldheid in de Sangha. Wanneer de Sangha verdeeld wordt, is er onderlinge onenigheid, er is onderling misbruik, kliekjesvorming, elkaar verlatend. Dan verliezen diegenen met weinig vertrouwen [in het onderricht] alle vertrouwen, terwijl sommige van diegene die vertrouwensvol zijn anders worden.”

Gedoemd voor een eon
In ontbering
In de hel:
Iemand die de Sangha heeft verdeeld.
Zich verheugend in partijvorming,
Onoordeelkundig-
Zijn bescherming voor ketening
Is geblokkeerd.
Een eendrachtige Sangha verdeeld hebbend
Kookt hij voor een eon
In de hel.

[Iti 1.19. Iemand die helpt bij het onderhouden van eendracht kan zich een eon verheugen in de hemel]

Het gevolg van een verdorven geest

Iti 1.20 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Er is het geval dat een bepaalde persoon een verdorven geest heeft. Die geest met [mijn] bewustzijn omvat hebbend, ontwaar ik, ‘Als deze persoon op dit moment zou sterven, dan zou hij, alsof hij weggedragen zou worden, in de hel geplaatst worden’. Waarom is dat zo? Omdat zijn geest verdorven is. Het is vanwege verdorvenheid van geest dat er situaties zijn waarin wezens- na het scheiden van het lichaam, na de dood- herrijzen in de sfeer van ontbering, de slechte bestemming, de lagere rijken, in de hel.”

Het geval kennend
Van een persoon met een verdorven geest,
Legde de Ontwaakte diens betekenis uit
In de aanwezigheid van de monniken.
Als die persoon
Op dit moment zou sterven
Zou hij herrijzen in de hel
Omdat diens geest verdorven is-
Als hij weggedragen werd
En daar geplaatst.
Het is vanwege verdorvenheid van geest
Dat wezens naar
Een slechte bestemming gaan.

[Iti 1.21 iemand met een heldere geest zal herrijzen in een hemel, alsof hij daar naar toe gedragen werd]

Dit besluit deel 1

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Itivuttaka, slot
« Reactie #75 Gepost op: 02-11-2015 11:36 »
[bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/iti/index.html, sutta’s door mij vertaald].

Een selectie

Itivuttaka, slot

Uit de Groep van Enen

Iti 1.22 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Monniken, wees niet bang voor verdienstelijke daden. Dit is een andere manier van vertellen wat gelukzalig is, wenselijk, aangenaam, innemend, begerenswaardig-  d.w.z. verdienstelijke daden. Ik weet dat, na lang verdienstelijke daden te hebben verricht, ik langdurig wenselijke, aangename, innemende, begerenswaardige gevolgen ervoer. Na zeven jaar een geest van goede wil te hebben ontwikkeld, keerde ik zeven eonen van inkrimping en uitdijing niet terug in deze wereld. Wanneer het eon dan ook inkrimpte, ging ik naar het rijk van Stromende Straling. Wanneer het eon dan ook uitdijde, herrees ik in een leeg Brahma verblijf. Daar was ik de Grote Brahma, de Onverslagen Overwinnaar, Al-ziend en Uitoefenaar van Macht. Toen was ik zesendertig keer Sakka, heerser van de goden. Vele honderden keren was ik een koning, een wiel-draaiende keizer, een rechtvaardige koning van Dhamma, veroveraar van de vier windstreken van de aarde, een  stabiele heerschappij over het land handhavend, voorzien van de zeven schatten- om maar niet te spreken over de keren dat ik een lokale koning was. De gedachte deed zich bij me voor: ‘Van welke daad van mij is dit de vrucht, van welke daad het gevolg, dat ik nu zulke grote kracht en macht bezit?’. Toen kwam de gedachte in me op: ‘Dit is de vrucht van mijn drie [soorten] daden, dat ik nu zo’n grote kracht en macht bezit: d.w.z. geven, zelfbeheersing en beteugeling”’(self-control en restraint)

Train in verdienstelijke daden
Die langdurige gelukzaligheid brengen-
Ontwikkel geven
Een leven in balans
Een geest van goede wil.
Deze drie dingen ontwikkelend
Die gelukzaligheid brengen
Herrijzen de wijzen
In een wereld van gelukzaligheid
Zuiver.

Uit de Groep van Tweeën

Iti 2.28 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Behept met twee dingen leeft een monnik in stress in het huidig leven- verontrust, ontdaan, opgewonden- en bij het scheiden van het lichaam, na de dood, kan een slechte bestemming worden verwacht. Welke twee? Het niet bewaken van de zintuig-poorten, en geen matiging kennen wat voedsel aangaat. Behept met deze twee dingen leeft een monnik in het huidige leven in stress- verontrust, ontdaan, opgewonden- en bij het scheiden van het lichaam, na de dood, kan een slechte bestemming worden verwacht.

Oog en oor en neus,
Tong en lichaam en geest:
Wanneer een monnik deze poorten onbewaakt laat
- geen matiging kent wat eten betreft
Zijn zintuigen niet beteugeld-
Ervaart hij stress:
Stress in het lichaam, stress
In de geest
Branden in het lichaam
Branden in geest
Ofwel overdag of s’ nachts
Hij leeft
In lijden en stress.

Iti 2.29 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Behept met twee dingen leeft een monnik in comfort in het huidige leven- niet verontrust, niet ontdaan en niet opgewonden- en bij het scheiden van het lichaam, na de dood, kan een goede bestemming worden verwacht. Welke twee? Een bewaken van de zintuig-poorten en matiging kennen wat voedsel aangaat. Behept met deze twee dingen leeft een monnik in het huidige leven in comfort- niet verontrust, niet ontdaan en niet opgewonden- en bij het scheiden van het lichaam, na de dood, kan een goede bestemming worden verwacht.

Oog en oor en neus,
Tong en lichaam en geest:
Wanneer een monnik deze poorten goed beschermt
- matiging kent wat voedsel aangaat,
Zijn zintuigen beteugeld-
Ervaart hij comfort:
Comfort in het lichaam, comfort
In geest.
Geen branden in het lichaam,
Geen branden in de geest,
Ofwel overdag of s’ nachts
Hij leeft
In comfort.

Iti 2.32 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: Behept met twee dingen wordt een persoon- alsof weggedragen- zo in de hel geplaatst. Welke twee? Slechte gewoonten en slechte zienswijzen. Behept met deze twee dingen wordt een persoon- alsof hij weggedragen wordt- zo in de hel geplaatst.

Slechte gewoonten
En slechte visies1:
Een persoon, niet ontwarend
Behept met deze twee dingen
Bij het scheiden van het lichaam
Herrijst in de hel.

Noten

Noot 1: MN 117 geeft het volgende voorbeeld van een slechte zienswijze: “Er is niets gegeven, niets aangeboden, niets geofferd. Er is geen vrucht of gevolg van goede of slechte daden. Er is niet deze wereld, geen volgende wereld, geen moeder, geen vader, geen spontaan wedergeboren wezens; geen brahmanen of contemplatieven die, op de juiste wijze voortgaand en beoefenend, deze en de volgende wereld bekend maken na het voor zichzelf op rechtstreekse wijze gekend en gerealiseerd te hebben”.

Iti 2.33 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: Behept met twee dingen wordt een persoon- alsof weggedragen- zo geplaatst in de hemel. Welke twee? Gunstige gewoonten en gunstige zienswijzen. Toebedeeld met deze twee dingen wordt een persoon- alsof weggedragen- zo geplaatst in de hemel.”

Gunstige gewoonten en
Gunstige zienswijzen:
Een persoon, ontwarend,
Toebedeeld met deze twee dingen,
Bij het scheiden van het lichaam
Herrijst in de hemel.

Uit de Groep van Drieën

Iti 3.60 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Er zijn deze drie bases voor verdienstelijke activiteit. Welke drie? De basis voor verdienstelijke activiteit gemaakt van geven, de basis voor verdienstelijke activiteit gemaakt van deugdzaamheid, en de basis voor verdienstelijke activiteit gemaakt van ontwikkeling [meditatie]. Dit zijn de drie bases voor verdienstelijke activiteit”.

Train in verdienstelijke daden
Die langdurige gelukzaligheid brengen-
Ontwikkel geven,
Een leven in balans,
Een geest van goede wil.
Deze drie dingen
ontwikkelend
Herrijzen de wijzen
In een wereld van gelukzaligheid
Zuiver.

Iti 3.64 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Er zijn deze drie soorten wangedrag. Welke drie? Lichamelijk wangedrag, verbaal wangedrag, mentaal wangedrag1. Dit zijn de drie soorten wangedrag.”

Zich hebben beziggehouden
Met lichamelijk wangedrag,
Verbaal wangedrag
Wangedrag van de geest,
Of wat dan ook nog meer gebrekkig is,
Niet gedaan hebbend wat vaardig is,
Veel gedaan hebben wat dat niet is,
Bij het scheiden van het lichaam,
Herrijst de niet-wijze in
De hel.

Noten

Noot 1. (hier wordt verwezen naar een noot bij Iti 1.30. Daar wordt uitgelegd dat het bij lichamelijk wangedrag gaat om doden, stelen en seksueel wangedrag; bij verbaal wangedrag gaat het om liegen, verdeeldheid zaaien, grove kwetsende taal, en ijdel geklets; en bij mentaal wangedrag gaat het om hebzucht, kwade wil en verkeerde visies/zienswijzen)

[Iti 3.65 geeft aan dat de wijze door het afstand doen van lichamelijk, verbaal en mentaal wangedrag na de dood in een hemel herrijst. (ik schrijf ‘herrijs’. Het Engels vertaalt hier als “reappears”.

Iti 3.89 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: “Overwonnen door drie vormen van verkeerde Dhamma- zijn geest overweldigd- is Devadatta1 op onherstelbare wijze (Engels "incurably") gedoemd tot ontberingen, tot de hel, voor een eon. Welke drie? Overwonnen door slechte verlangens- zijn geest overweldigd- is Devadatta op onherstelbare wijze gedoemd tot ontberingen, tot de hel, voor de duur van een eon. Overwonnen door vriendschap met slechte mensen- zijn geest overweldigd- is Devadatta op onherstelbare wijze gedoemd tot ontberingen, tot de hel, voor de duur van een eon. En, terwijl er nog meer gedaan moest worden, stopte hij niettemin halverwege met een klein beetje onderscheidende realisatie. Overwonnen door deze drie vormen van verkeerde Dhamma- zijn geest overweldigd- is Devadatta op onherstelbare wijze gedoemd tot ontberingen, tot de hel, voor een eon”.

Moge niemand in de wereld
Ooit wedergeboren worden
Met slechte verlangens.
Weet dat
Door dat
Slechte verlangen
Zijn bestemming
Die is van allen met slechte verlangens.

Ik heb gehoord hoe Devadatta
- beschouwd als wijs, bedaard,
Gloeiend van eer-
Geknecht door achteloosheid,
De Tathagata aanviel
En in de vier-poortige, angstaanjagende plek viel,
Avici, de niet verzachtende hel.

Wie dan ook een complot smeedt
Tegen iemand die vrij is van verderf
Wie geen slechte daad begaan heeft:
Dat kwaad treft hem zelf,
Verdorven in de geest,
Oneerbiedig.

Wie dan ook denkt
De oceaan te vervuilen
Met een pot vergif
Kan niet slagen,
Want de hoeveelheid water is groot.
Zo is het
Wanneer iemand
De Tathagata mishandelt
-op de juiste manier gegaan,
Met een vredevolle geest-
Want mishandeling treft hem niet.
Een wijs persoon zou vriendschap moeten sluiten,
Zou omgang moeten hebben
Met een persoon als hij-
Wiens pad een monnik kan volgen
En het einde van
Lijden en stress bereiken.

Noten

Noot 1: Devadatta, één van de neven van de Boeddha, smeedde een complot om de Sangha over te nemen, en het liep uit op het creëren van een tweedeling. Zijn verhaal wordt verteld in Cv VII (zien ook 1.18). Zijn “klein beetje onderscheidende realisatie” was zijn meesterschap over psychische krachten. 

Iti 3.93 Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de arahant, aldus heb ik het gehoord: Monniken, er zijn deze drie vuren. Welke drie? Het vuur van passie, het vuur van afkeer, het vuur van begoocheling. Dit, monniken, zijn de drie vuren.” Dit was de betekenis van wat de Gezegende zei. Dus aangaande dit werd gezegd:


Het vuur van passie brandt in een sterveling
Opgewonden, verkikkerd
Op zintuiglijke verlangens;
Het vuur van afkeer, in een kwaadwillig persoon
Die doodt;
Het vuur van begoocheling, in een verward persoon
Onwetend
Over de edele onderrichtingen.
Deze vuren niet begrijpend,  mensen
- dol op zelf-identiteit-
Niet bevrijd van Mara’s boeien
Zwellen aan de rangen van de hel,
De baarmoeders van gewone dieren, demonen,
Het rijk van de hongerige geesten.

Terwijl diegenen die dag en nacht,
Toegewijd zijn
Aan de onderrichtingen
Van de juiste zelf-ontwaakte,
Het vuur van passie doven,
Constant het onreine waarnemend.
Zij, voortreffelijke mensen,
Doven het vuur van afkeer
Met goede wil,
En het vuur van begoocheling
Met de scherpzinnigheid die leidt
Tot doordringen.
Zij, de meesterlijken, dag en nacht onvermoeid,
[de vuren] gedoofd
Na, zonder overblijfsel
Stress begrepen te hebben,
Zijn volledig ongebonden. 
Zij, de wijzen, met een realiseerder-van-wijsheids
Edele visie
Juiste gnosis
Op rechtstreekse wijze
Het einde van geboorte kennend
Worden niet meer wedergeboren.

Dit was, ook, de betekenis van wat door de Gezegende werd gezegd, aldus heb ik  het gehoord.

Dit besluit de selectie uit Itivuttaka

hartelijke groet,
Siebe

Offline gouden middenweg & de wilde natuur

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 574
  • Er zit geen ZELF in het ik-gevoel noch erbuiten.
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #76 Gepost op: 04-11-2015 23:43 »
001. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.
002. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met zuivere gedachten, volgt geluk dat daardoor is veroorzaakt, zoals iemands schaduw die hem nooit verlaat.

Hieruit lees ik dat 'geest' synoniem is met 'denken'.

Maar dat zal wellicht de 'denk geest' zijn...
Het aspect van de geest dat denkt.

Kvind deze verzen verwarrend omdat geest en gedachten in vertalingen
vaak door elkaar gebruikt worden in een adem.

De vertaling van Tonny Kurpershoek Scherft doet hetzelfde,
maar dan omgekeerd:

''Eerst komt het denken. Het is het denken
dat de wereld doet ontstaan: de geest stuurt,de wereld is zijn schepping.
Wie spreekt of handelt met verdorven geest -hem volgt leed, als het wagenwiel
de voet van het trekdier.'' enz.

De vertaling van Harischandra Kaviratna :

"Alle verschijningsvormen van het bestaande hebben het denken als voorloper,
het denken als opperste leider, en uit het denken zijn zij gevormd.
Lijden volgt hem die met onreine gedachten spreekt of handelt, zoals het wiel de voet volgt van degeen die de wagen trekt.'' enz

Hier komt het woordje 'geest' niet voor.

Dat is in ieder geval konsekwent.

Op grond van de verschillende vertalingen vermoed ik dat wanneer in een vertaling
zowel 'geest' als 'denken' gebruikt worden er sprake moet zijn van een 'stukje'
van de geest, dat als denken benoemd wordt.
Dan denk ik dat er een pali term moet zijn die overeenkomt met een woord als 'denk geest'.

Immers: ik zie niet dat geest  en denken volledig samenvallen of synoniem zijn van elkaar.

Daarom ben ik geneigd vertalingen die dat wel doen, zoals de jouwe hierboven en die van Tonny K.S. te beschouwen als een vertaling die tekort schiet.

Maar of dat iets zegt over de vertalingen
of meer over mijn eigen verwarring.....

In het engels :
Mind precedes all mental states. Mind is their chief; they are all mind-wrought. If with an impure mind a person speaks or acts suffering follows him like the wheel that follows the foot of the ox.

In het pali :

Manopubbaṅgamā dhammā,
 manoseṭṭhā manomayā;
 Manasā ce paduṭṭhena,
 bhāsati vā karoti vā;
 Tato naṃ dukkhamanveti,
 cakkaṃva vahato padaṃ.

woord voor woord vertaling (sleuteltotinzicht) :
dhamma: ervaring; manopubbhangama: gedachten gaan vooraf; manosettha: gedachten zijn overheersend; manomaya: door gedachten gecreëerd; ce: daarom; padutthena: (met) onzuivere; manasa: gedachten; bhasati va: (iemand) spreekt; karoti va: of handeld; tato: daarom; dukkham: lijden; nam: die persoon; anveti: volgt; vahato padam: trekkende dier; cakkam iva: zoals het wiel van de kar.

----------
Stel dat ik en xxxx over jou aan het slecht spreken zijn. Maar in jou afwezigheid. Dan zal je waarschijnlijk hierover geen enkele reactie vertonen.

Stel dat ik en xxxx over jou aan het slecht spreken zijn. In jou aanwezigheid, maar in een voor jou onverstaanbare taal, en met een lichaamstaal waaruit niets negatiefs blijkt. Dan zal je waarschijnlijk hierover geen enkele reactie vertonen.

Stel dat ik iets tegen jou zeg dat je krenkt. En je innerlijke mentale staat is boos zijn, gekrenkt zijn in je trots.

Wanneer je geen reactie hebt wanneer we slecht spreken in je afwezigheid, kan men daaruit concluderen dat het niet het slecht spreken op zich is, dat iemand krenkt, of boos maakt.
Zelfs als men slecht spreekt in iemands aanwezigheid, en de persoon begrijpt het niet of ziet er niets slechts in, zal er geen reactie zijn.

dit toont aan dat de mens zelf, de schepper is van de mentale staat, van bv. boosheid.

Wat zorgt er nu voor dat ik bv. gekrenkt ben in mijn trots wanneer iemand iets zegt ?

Is het (mijn) geest of zijn het (mijn) gedachten ?
Is het mogelijk om te spreken over geest zonder gedachten ?
Of is het mogelijk om te spreken over gedachten zonder geest ?

de menselijke geest behelzen gedachten, en gedachten omvatten ook geest. In die zin lijken me beide vertalingen wel juist, maar tegelijkertijd ook alweer verkeerd als men daaruit concludeert dat er zoiets bestaat als een menselijke geest zonder gedachten, of gedachten die louter op zichzelf bestaan, los van de geest.

Ik veronderstel dat honden niet denken, maar ze kunnen wel boos zijn. Dit gegeven lijkt me te bewijzen dat geest een betere vertaling is dan gedachten en denken.

Maar wat ik ook kies als vertaling, wanneer iemand iets tegen me zegt, zou het kunnen zijn dat ik me gekrenkt in mijn trots voel.



Waarheid in spirituele zin is gevonden hebben wat je zocht.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #77 Gepost op: 05-11-2015 17:50 »
Is het (mijn) geest of zijn het (mijn) gedachten ?
Is het mogelijk om te spreken over geest zonder gedachten ?
Of is het mogelijk om te spreken over gedachten zonder geest ?

de menselijke geest behelzen gedachten, en gedachten omvatten ook geest. In die zin lijken me beide vertalingen wel juist, maar tegelijkertijd ook alweer verkeerd als men daaruit concludeert dat er zoiets bestaat als een menselijke geest zonder gedachten, of gedachten die louter op zichzelf bestaan, los van de geest.

Zie bijvoorbeeld deze draad: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2281.0.html.

Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Sutta Nipata, deel 1
« Reactie #78 Gepost op: 06-11-2015 14:29 »
[teksten (en noten) afkomstig van: http://www.sleuteltotinzicht.nl/snp0-00.htm. Hyperlinks die doorverwijzen naar meer informatie heb ik verwijderd, hier zijn ze onderstreept. Raadpleeg voor meer informatie de hyperlinks op de site]

Sutta Nipata, Collectie van toespraken

Een eerste selectie

Sutta Nipata 2.6, Het Goede leven, Dhammacariya Sutta

De bestemming van de rotte appel. De rotte appel verwijderen

274. Als iemand het huiselijke leven opgeeft, een kluizenaar wordt en een puur en celibatair leven leidt, is dit het waardevolste juweel.
275. Hoe dan ook, als hij een praatziek karakter heeft en beestachtige gewoontes heeft die voortkomen uit het plezier hebben in het kwetsen van anderen; het leven van zo een wordt dan minderwaardig en zijn bezoedelingen nemen toe.
276. Een monnik die geniet van redetwisten, die versluierd is door begoocheling, die verstaat de Dhamma niet die door de Boeddha gepredikt is, zelfs niet als deze uitgelegd wordt.
277. Geleid door onwetendheid (avijja), begrijpt hij niet dat het kwetsen van degene wiens geest goed geordend is, wangedrag is dat naar een onheilzame staat voert.
278. Deze monnik, zal absoluut na de dood ellende ervaren, naar plaatsen van lijden gaan, van geboorte tot geboorte, van duisternis naar nog grotere duisternis.
279. Zoals een beerput die al enkele jaren gevuld wordt moeilijk te zuiveren is, zo is ook een onzuiver wezen moeilijk te zuiveren.
280. Monniken, als jullie zo iemand kennen die sterk gehecht is aan het wereldse leven, die onheilzame verlangens heeft, achterbakse motieven en wiens gedrag kwaadaardig is.
281. Verban hem dan en stoot hem uit, volledig; veeg hem eruit zoals stof, weiger hem, verwijder hem!
282. Verwijder dan deze niet deugenden die geen monniken zijn, maar doen alsof ze dat wel zijn; verwerp hen die hiervoor genoemde ongewenste karaktertrekken bezitten!
283. Wees zuiver en ga om met de zuiveren; ben waakzaam, eendrachtig en sta op; maak een einde aan lijden!

Sutta Nipata 3.10, Kokalika, Kokalika Sutta

De ernstige gevolgen van onheilzaam spreken. Geboren met een bijl in de mond.

Eens, toen de Boeddha in het Jetavana klooster te Savatthi verbleef, kwam er een monnik genaamd Kokalika naar hem toe die de volgende opmerking maakte:
"Heer, Sariputta en Maha Moggallana zijn vol van kwade verlangens. Zij zijn door kwade verlangens in beslag genomen."
De Boeddha antwoordde hierop: "Kokalika, zeg zoiets niet! Heb vertrouwen in de geest voor wat hen betreft; Sariputta en Maha Moggallana zijn deugdzaam."
Maar Kokalika herhaalde zijn beschuldiging jegens de twee discipelen. De Boeddha antwoordde als tevoren, maar de monnik beschuldigde de discipelen als tevoren. Voor de derde keer werd hem door de Boeddha gevraagd dit niet te doen. Toen maakte Kokalika een diepe buiging voor de Boeddha en ging weg.
Hij had nog maar een klein stukje gelopen toen hij zich niet goed voelde worden. Overal op zijn lichaam verschenen puisten ter grootte van mosterdzaden. De puisten begonnen te zwellen, ze groeiden en groeiden totdat ze zo groot waren als erwten. De puisten werden zo groot als bonen, als eieren, als wilde appels, als peren. Toen barstten de puisten open en er stroomde pus en bloed uit. Kokalika stierf aan deze ziekte en ten gevolge van de kwade wil die hij getoond had, werd hij in één van de ellendige sferen geboren die bekend staat als de Paduma, de Lotus.
Tegen het einde van de nacht kwam Brahma Sahampati naar de Boeddha en vertelde hem hoe Kokalika gestorven was en dat zijn kwade wil er de oorzaak van was dat hij werd wedergeboren in de Paduma. De volgende morgen riep de Boeddha de monniken bijeen om uit te leggen wat Brahma Sahampati hem had verteld over Kokalika's dood. "Monniken, het leven van een wezen in de Paduma wereld duurt zo lang, dat wij de jaren bijna niet in aantallen kunnen uitdrukken. Kokalika is daar wedergeboren vanwege zijn kwade wil jegens Sariputta en Maha Moggallana."
En als Leraar, ging de Boeddha verder door dit te zeggen:
657. Iemand die geboren wordt, wordt geboren met een bijl in zijn mond. Hij, van wie zijn spraak onheilzaam is, snijdt zichzelf met deze bijl.
658. Als een persoon iemand prijst terwijl die berispt dient te worden, of iemand benadeelt die prijzenswaardig is, dan verzamelt deze persoon kwaad met zijn mond. Dit kwaad zal niet tot geluk leiden.
659. Het doet maar een beetje pijn wanneer iemand geld verliest tijdens het gokken met dobbelstenen, zelfs wanneer alles wordt verloren wat hem toebehoorde. Maar als iemand haatdragend is ten opzichte van deugdzame mensen, dan is dit inderdaad veel pijnlijker.
660. Het beledigen van mensen die de waarheid spreken, haatdragend zijn in gedachte en in spreken, leidt tot wedergeboorte in een staat van ellende voor lange, lange wereldtijdperken.
661. Liegen leidt tot deze sferen. Iets doen en dan te zeggen 'Dit heb ik niet gedaan'; dit is liegen. In de zin van de dood en van wedergeboorte zijn beide handelingen gelijk: op het moment van de dood moet je de gevolgen onder ogen zien van onheilzame daden.
662. Als een persoon iemand aanvalt die vreedzaam is, die puur en integer is, dan keert de aanval zich naar de dwaas die de aanval uitvoerde, net zoals zand dat tegen de wind in gegooid wordt.
663. De persoon met een hebzuchtig karakter beledigt anderen met woorden1. Hij is zonder geloof, hebzuchtig, ellendig en vol laster.
664. Als jij zo iemand bent, onbetrouwbaar en onwaardig, vol laster, kwaad en van slecht gedrag, gemeen en slecht, dan kun je het best maar niet zoveel spreken anders kom je in een sfeer van ellende!
665. Als je zo handelt, verspreid je bezoedelingen. Het is een belediging voor mensen die het goede doen en het is een bezoedelde handeling op zichzelf. Als je handelingen vergaart zoals deze, dan zal je in het meer van ellendige staten vallen.
666. Waarom is dat zo? Het is vanwege het feit dat dingen die mensen doen, niet in het verleden verdwijnen. Deze daden komen naar ons terug, ze keren terug naar hun dader. Een persoon van wiens handelingen bezoedeld zijn, is een dwaas. Op een dag zal hij de pijn zelf voelen.
667. De pijn die hij zal voelen zal zijn als de pijn van ijzeren staven waarmee hij afgeranseld wordt en als ijzeren pinnen die hem priemen. In een sfeer zoals deze, voelt alles wat hij eet aan als roodgloeiende ijzeren kogels.
668. Er is daar niets, zo wordt er gezegd, wat niet zwaar en niet pijnlijk is. Er zijn geen aangename woorden van vertroosting, niets biedt een ontsnapping voor degene die in deze sfeer lijden, de sfeer waar de wereld een vuurhaard is. Zelfs een bed is van roodgloeiende as.
669. Verwikkeld in netten, verpletterd door hamerslagen, zijn zij ondergedompeld in diepe duisternis die zich in alle richtingen uitstrekt.
670. Dan bevinden ze zich in een grote ketel, brandend en kokend, op en neer bubbelend in de hitte van de vuurhaard waardoor hun lichamen helemaal worden opgeslokt.
671. De persoon van onheilzame daden verkeert in deze staat: zwetend en kokend in bloed en rottend vlees. Waarheen hij zich ook beweegt, hij rot weg vanaf waar hij met deze rottende massa in aanraking is.
672. Dan kookt de persoon van onheilzame daden in water dat geïnfecteerd is door wormen. Het is onmogelijk voor hem om stil te staan. Bovendien hebben de kokende potten, die rond zijn en zo glad zijn als kegels, geen oppervlakten waaraan hij zich vast kan houden.
673. Dan komt hij in de jungle van de zwaardbladen, waar ledenmaten worden gehavend en gehakt, de tong opengehaald door haken, het lichaam geslagen en geranseld.
674. Vervolgens komt hij in Vetarani, een waterachtige sfeer waar moeilijk doorheen te komen is vanwege zijn twee stromen die snijdend zijn zoals scheermessen. De arme wezens vallen erin en zitten daar hun onheilzame daden die ze in het verleden hebben begaan, uit.
675. Aangevreten door hongerige jakhalzen, raven en zwarte honden, gespikkelde gieren en kraaien, kreunen de lijdenden.
676. De Paduma sfeer duurt een lange tijd. De wetenschappers berekenen haar lengte in termen van het aantal vrachtladingen met sesamzaadjes: wanneer één zaadje per honderd jaar zou worden verwijderd, en als de wagen dan leeg is, zo lang duurt het verblijf in de Paduma. Daarbij zeggen ze, dat het aantal dat vrachtladingen bevat, vijfduizend honderd en twintig miljoen zaadjes is.
678. En zo lang als de ellendige sferen door de mensen in deze wereld 'ellendig' worden genoemd, voor zo'n lange tijd zullen mensen in die sferen moeten leven. Wees daarom voorzichtig. Wees vol met zuivere, heilzame en vriendelijke eigenschappen. Bewaak constant de bewegingen van de geest en de bewegingen van de spraak.

Noten

Noot 1: In het geval van Kokalika hangt de hebzucht direct samen met zijn ambities. Later werd hij de hoofdmonnik van Devadatta toen deze een scheuring in de Sangha teweegbracht. Om zelf beter of meer te lijken, spreken immorele mensen slecht over een ander die de kwaliteiten heeft waarover ze zelf zouden willen beschikken. Mocht het jou overkomen, trek je er dan niets van aan, blijf altijd jezelf en vertrouw op de wet van oorzaak en gevolg.

Einde eerste selectie Sutta Nipata

hartelijke groet,
Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Sutta Nipata, slot
« Reactie #79 Gepost op: 07-11-2015 12:16 »
[inleiding, tekst van de sutta, en noten  afkomstig van: http://www.sleuteltotinzicht.nl/snp0-00.htm, hyperlinks die in de tekst doorverwijzen naar meer informatie heb ik hier verwijderd, hier zijn ze onderstreept. Raadpleeg voor meer informatie de hyperlinks op de site. De Pali woorden tussen haken die steeds herhaald worden in de tekst, heb ik verwijderd]

Een selectie, slot

Sutta Nipata , slot

Inleiding

In de Dvayatanupassana Sutta komt een essentieel aspect van de Dhamma naar voren, namelijk dat er geen allereerste begin van fenomenen is. Hoewel hij begeerte (tanha) als hoofdoorzaak van lijden aanwijst, laat de Boeddha ook hier weer overduidelijk zien dat fenomenen onderling van elkaar afhankelijk zijn. Alles heeft een 'voorwaardelijke conditie' om te kunnen 'bestaan'. En als wij dingen een naam geven (zoals contact, gevoelens, begeerte etc.), is dat slechts een conventionele aanduiding om communiceren met elkaar mogelijk te maken. Wat we goed dienen te begrijpen is, dat in diepe werkelijkheid dat ding dat we een naam hebben gegeven, daarom nog geen dingen zijn die op zichzelf kunnen bestaan. Vanwege die reden is het dan ook mogelijk om op vele manieren een einde aan lijden te maken, zoals de Boeddha hier laat zien.
Er is een basisformule waarmee het afhankelijk ontstaan wordt aangegeven (zie paticcasamuppada). Om zijn Leer voor meer mensen toegankelijk te maken, heeft de Boeddha, zoals elk praktisch leraar dat zou doen, de Dhamma op verschillende manieren uiteengezet. Deze sutta is daar een goed voorbeeld van.
Ik heb voor de verschillende onderwerpen de exacte (en letterlijke) betekenis van het Pali aangehouden zodat er een goed beeld ontstaat van wat de Boeddha werkelijk heeft gezegd. Uiteraard zijn die Pali termen weer zoals gewoonlijk toegevoegd waardoor de betekenis van alles nog duidelijker wordt.

Sutta Nipata 3.12, Tweevoudige bespiegeling, Dvayatanupassana Sutta

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Boeddha in het oostelijke park van Migaramatu's landgoed te Savatthi. Op een avond toen het volle maan was, zat hij in de open lucht met zijn monniken om hem heen. Toen hij zag dat ze zwegen, sprak hij tot hen.
"Monniken", zei hij, "in deze wereld gebeurt het soms dat dingen gezegd worden omtrent vakkundigheid, dat er edele en bevrijdende uiteenzettingen gedaan worden die naar volledige verlichting leiden. Welnu, monniken, waarom zou je naar zulke uiteenzettingen luisteren? Mensen kunnen je dezelfde vraag stellen, en, als ze dat doen, dien je ze als volgt te antwoorden: 'Het is voor het begrijpen van twee dingen zoals zij werkelijk zijn1.'"

Lijden en het ophouden van lijden

"Men kan je vragen wat die twee dingen dan zijn, en, als men dat doet, dien je als volgt te antwoorden: 'De eerste bespiegeling (nupassana) is dit: dit is lijden (dukkha) en dit is de oorzaak (samudaya) van lijden. De tweede bespiegeling is dit: dit is waar lijden ophoudt (nirodha) en dit is het pad (magga) dat leidt naar het ophouden van lijden.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust2, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
1. "Er zijn mensen die niet begrijpen wat lijden is. Zij weten niet waar het vandaan komt, waar het volledig ophoudt, en zij kennen het pad niet, de manier om het lijden te doen ophouden."
2. "Dus, in hun geringe kennis omtrent het bevrijden van de geest en (daarom) geen bevrijding kunnen verwerven door kennis, zijn zij niet in staat een einde aan lijden te maken. Zij gaan alsmaar door met geboren worden en tot ouderdom komen."
3. "Er zijn ook mensen die wel begrijpen wat lijden is. Zij weten waar het vandaan komt, zij kennen de oorzaak, en zij kennen het pad, de manier om het lijden te doen ophouden."
4. "Zij hebben de bevrijding van geest verkregen en (begrijpen zij) de bevrijding door kennis. Nu kunnen zij een einde aan lijden maken. Zij gaan niet meer door met geboren worden en tot ouderdom komen3."

De basis gehechtheden

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat de basis gehechtheden (upadhi)4, de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van deze basis gehechtheden er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid, en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis , of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
5. "Er zijn veel vormen van lijden in deze wereld5 en elke vorm ontstaat aan dezelfde bron: de basis gehechtheden. Als iemand niet beter weet, geeft hij toe aan deze basis gehechtheden; traag en stompzinnig gaat hij van de ene ellende door naar de andere ellende. Dus, maak die ellende niet voor jezelf; gebruik je kennis om te zien waar lijden begint en waar het zich verder ontwikkelt in gehechtheid6."

Onwetendheid

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat onwetendheid (avijja) de voorwaardelijke conditie van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van deze onwetendheid er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid, en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
6. "Voortdurend reizen van geboorte (jati) naar geboorte, van deze vorm naar die vorm, telkens weer; dit is het resultaat van onwetendheid."
7. "Het is vanwege deze onwetendheid dat mensen stompzinnig en verward zijn, dat zij eindeloos van het ene leven naar het andere reizen. Maar als je naar kennis reist, dan laat je dit steeds maar worden wedergeboren, achter je, dan ga je niet door met het alsmaar worden (bhava)."

Mentale formaties

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat mentale formaties (sankhara's) de voorwaardelijke conditie van al het lijden zijn. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van deze mentale formaties er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
8. "Elke vorm van lijden ontstaat uit mentale formaties. Ruk de mentale formaties uit en er wordt geen lijden meer geproduceerd."
9. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van de mentale formaties, dat zij de voorwaardelijke conditie van lijden zijn. Door het volledige bedaren van de mentale formaties en het stoppen van de nasleep van waarnemingen (sañña), verdwijnt het lijden."
10. "Wijze mensen begrijpen dit overeenkomstig de realiteit (sacca). Met de juiste kennis7 overwinnen de wijzen de onderworpenheid aan Mara. Voor hen is er geen wedergeboorte (patisandhi) meer."

Bewustzijn

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat bewustzijn8 (viññana) de voorwaardelijke conditie van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van dit bewustzijn er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning,  oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
11. "Elke vorm van lijden ontstaat uit bewustzijn. Vanwege het ophouden van bewustzijn wordt er geen lijden meer geproduceerd."
12. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van bewustzijn, dat het de voorwaardelijke conditie van lijden is. Maar als bewustzijn volledig tot een einde gekomen is, wordt daarmee de begeerte van een persoon beëindigd9; dan is totale ongebondenheid verwerkelijkt10."

Contact

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat contact (phassa) de voorwaardelijke conditie van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van contact er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
13. "Voor sommige mensen is contact, het moment waarop een zintuig (adhyatma ayatana) en een zintuigobject (bahir ayatana) elkaar ontmoeten, betoverend. En zo worden zij door de getijden van het bestaan heen geconditioneerd, zwervend over een lege, doelloze weg. En nergens is er enig teken van doorbroken banden (saññojana)."
14. "Maar anderen begrijpen hun zintuiglijke activiteit, en omdat zij dat begrijpen, vult de stilte hen met vreugde. Zij zien precies wat contact doet, en vrij van begeerte, realiseren zij totale ongebondenheid."

Gevoelens

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat gevoelens (vedana) de voorwaardelijke conditie van al het lijden zijn. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van gevoelens er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
15-16. "Of het nu een aangenaam gevoel, een onaangenaam gevoel of een neutraal gevoel betreft; of het nu intern of extern waargenomen wordt, men dient dit allemaal te zien als lijden, als het verdraaien (vipallasa) van je inzicht (vipassana), als een fragiele ervaring. Men dient met wijsheid de opkomende en verdwijnende aard te zien en daardoor er onthecht van te raken. De monnik wordt vrij van begeerte en wordt volledig kalm vanwege de uitroeiing van gevoelens11."

Begeerte

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat begeerte (tanha) de voorwaardelijke conditie van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van begeerte er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
17. "Wanneer een man begeerte als zijn metgezel heeft, zal hij van geboorte tot geboorte reizen, nu weer hier en dan weer daar, zonder dat daar ooit een einde aan komt12."
18. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van begeerte, dat het de voorwaardelijke conditie van lijden is. Met deze kennis kun je begeerte doen verdwijnen. Het hechten verdwijnt daarmee eveneens zodat je vrij kunt zijn om echt te leven, altijd waakzaam, een waar asceet."

Hechten

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat hechten (upadana) de voorwaardelijke conditie van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van hechten er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis , of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
19. "Van hechten als een voorwaardelijke conditie komt worden. Als iemand wordt13, dan komt iemand tot lijden. Een persoon die geboren wordt, moet ook sterven. Dit is de productie van lijden."
20. "En zo, volleerd in wijsheid, verdrijven de wijzen elke vorm van hechten. Zij hebben gezien hoe de kracht van worden (bhava) kan worden gestopt. Daarom gaan zij niet meer van geboorte tot geboorte."

Energie van geboorte

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat de energie van geboorte (arambha)14 de voorwaardelijke conditie  van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van de energie van geboorte er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
21. "Elke vorm van lijden ontstaat uit de energie van geboorte. Roei de energie van geboorte uit en er wordt geen lijden meer geproduceerd."
22. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van de energie van geboorte, dat het de voorwaardelijke conditie van lijden is. Maar wanneer die energie is verlaten, is er de vrijheid van de energieloze15."
23. Voor de persoon wiens koortsachtige begeerte16 vernietigd is en de geest kalm geworden is, is de cyclus van geboorte en wedergeboorte achtergelaten en is er geen terugvallen naar wedergeboorte meer.

Voeding

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat voeding (ahara) de voorwaardelijke conditie van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van voeding er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis , of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
24. "Elke vorm van lijden ontstaat uit voeding. Roei de voeding uit en er wordt geen lijden meer geproduceerd."
25. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van voeding, dat het de voorwaardelijke conditie van lijden is. Maar wanneer je alle vormen van voeding leert begrijpen, raak je er niet meer aan gehecht."
26. "Wanneer iemand volledig begrijpt wat gezond is, kan hij het mentale vergif vaarwel zeggen17. Hij kan dan sterk en met helder inzicht midden in de Leer staan, als een wijs mens, als een wezen dat voorbij elke definitie is18."

Verstoringen

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat verstoringen (iñjita) de voorwaardelijke conditie van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van verstoringen er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
27. "Elke vorm van lijden ontstaat uit verstoringen als voorwaardelijke conditie. Roei de verstoringen uit en er wordt geen lijden meer geproduceerd."
28. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van verstoringen, dat ze de voorwaardelijke conditie van lijden zijn. Geef daarom verstoringen op, doorbreek de mentale formaties. Laat de monnik, vrij van verstoringen en gehechtheid, indachtig (sati) door het leven gaan."

Afhankelijkheid

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat afhankelijkheid (nissito) de voorwaardelijke conditie van wankelen19 is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van afhankelijkheid er geen wankelen meer geproduceerd wordt.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
29. "De onafhankelijke mens beeft niet en wordt niet verward. Maar een mens die zich afhankelijk opstelt klampt zich vast, hij grijpt zich op allerlei manieren aan het bestaan vast; hij kan daarom niet ontsnappen aan het bestaan."
30. "Overdenk dit kwalijke gevolg dat er een ernstig gevaar (adinava) schuilt in het afhankelijk zijn. Daarom gaat de oplettende monnik verder zonder ergens op te leunen en zonder zich ergens aan te hechten."

Het stoffelijke en het onstoffelijke

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat er meer vrede (santi) is in het onstoffelijke (arupa) dan in het fijnstoffelijke (rupa). De tweede bespiegeling is, dat er meer vrede is in het ophouden20 (nirodha) dan in het onstoffelijke.'"
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
31. "Wezens van zowel de stoffelijke sfeer (rupavacara) als van de onstoffelijke sfeer (arupavacara) die het ophouden niet begrijpen, komen keer op keer in het bestaan21."
32. "Maar die wezens die de ware aard van het stoffelijke hebben begrepen, die goed gegrondvest zijn in het onstoffelijke en zichzelf bevrijden middels het ophouden, dat zijn degenen die de dood achter zich laten."

Het meest verheven inzicht

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat in de wereld, inclusief zijn mara's en brahma's, kluizenaren (samana) en brahmanen (brahmana), met zijn koningen en gewone mensen, dingen gezien worden als zijnde waar, terwijl de hogere wezens, de edelen van geest22, heel helder vanwege hun verheven wijsheid, die dingen zien als zijnde onwaar23. De tweede bespiegeling is, dat in de wereld, inclusief zijn mara's en brahma's, kluizenaren (samana) en brahmanen (brahmana), met zijn koningen en gewone mensen, dingen gezien worden als zijnde onwaar, terwijl de hogere wezens, de edelen van geest, heel helder vanwege hun verheven wijsheid, die dingen zien als zijnde waar."
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende ."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
33. "In de wereld, inclusief zijn goden (deva's), ziet men in wat geen zelf (anatta) is, een zelf (atta). Gebonden aan geest en lichaam (nama rupa) denken zij dat dit waar is."
34. "In welke termen zij het ook begrijpen, de werkelijkheid is altijd anders dan dat, en dat is wat er verkeerd aan is: het verandert. Want wat slechts een moment duurt, is bedrieglijk van aard."
35. "Maar het niet-bedrieglijke is het Ongebondene (Nibbana). Dat is wat de edelen van geest kennen als zijnde waar. Met dit inzicht in realiteit eindigt hun begeerte. Zij zijn volkomen ongebonden."

Lijden en geluk

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat in de wereld, inclusief zijn mara's en brahma's, kluizenaren (samana) en brahmanen (brahmana), met zijn koningen en gewone mensen, dingen gezien worden als geluk, terwijl de hogere wezens, de edelen van geest, heel helder vanwege hun verheven wijsheid, die dingen zien als lijden (dukkha). De tweede bespiegeling is, dat in de wereld, inclusief zijn mara's en brahma's, kluizenaren (samana) en brahmanen (brahmana), met zijn koningen en gewone mensen, dingen gezien worden als lijden, terwijl de hogere wezens, de edelen van geest, heel helder vanwege hun verheven wijsheid, die dingen zien als zijnde geluk."
"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning, oplettendheid en vastberadenheid, kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis, of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende."
Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:
36. "Alle beelden, geluiden, geuren, smaken, tastbare objecten en ideeën, zijn aangenaam en verlokkelijk, zolang men denkt dat deze werkelijk bestaan; deze worden door de wereld, inclusief zijn goden (deva's) gezien als een zegening."
37. "Maar wanneer ze verdwijnen24, worden ze door hen gezien als lijden (dukkha)."
38. "Het stoppen van zelfidentiteit (nama rupa), dat wordt door de edelen van geest gezien als zegening. Maar dit verschilt erg van de manier waarop het door de wereld in het algemeen wordt gezien."
39. "Wat anderen zegen (sukha) noemen, wordt door de edelen van geest lijden (dukkha) genoemd. En wat anderen lijden noemen, kennen de edelen van geest als zegen. Begrijp deze paradox goed; het is moeilijk dit te begrijpen en de onwetenden zijn hieromtrent verdwaasd."
40. "Er is duisternis voor hen die bezoedeld zijn. Er is blindheid voor hen die niet zien. Maar voor de waakzamen is het zonneklaar; voor hen die kunnen zien, is er licht. De dwaas ziet de Dhamma niet, hij begrijpt de ware aard van dingen niet."
41. "Voor hen die overmand zijn door de begeerte om te worden (bhava tanha), die voortgaan in de stroom van worden (bhava), zij die onder de invloed van Mara zijn, is het niet makkelijk om volledig tot deze Dhamma te ontwaken."
42. "Wie anders dan de edelen van geest, zijn bekwaam om verlichting te begrijpen? Door die staat perfect te kennen, worden alle bezoedelingen (asava's) uitgeblust."
Dit is wat de Boeddha zei. De monniken waren vol van vreugde toen zij de woorden van de gezegende hoorden. Toen deze uiteenzetting werd gedaan, werden ongeveer zestig monniken in hun geest bevrijd van de aanwezige bezoedelingen (asava's).

Noten

Noot 1: Kort gezegd heeft de Boeddha ons twee belangrijke aspecten geleerd, namelijk het lijden en het ophouden van lijden. Heel deze sutta duidt daarom ook op een tweevoudige bespiegeling die tot het ultieme inzicht van die twee aspecten leidt.
Noot 2: Hiermee worden de banden (saññojana) 6-10 bedoeld.
Noot 3: Het is misschien goed om 1-4 te verduidelijken en hier te verwijzen naar de drie aspecten van de Vier Edele Waarheden: Zie de eindnoot drie aspecten in S56-011 voor meer informatie.
Noot 4: De meeste vertalers gebruiken hier het woord 'hechten', maar dat is niet helemaal juist; het betreft hier specifiek de basis gehechtheden (upadhi).
Noot 5: Zowel de interne als externe wereld wordt hier bedoeld.
Noot 6: Begeerte is de hoofdoorzaak van lijden; daar begint lijden. Begeerte ontwikkelt zich verder in gehechtheid.
Noot 7: Ik heb hier steeds het woord 'kennis' gebruikt, maar 'wijsheid' is daar gelijk aan, dus dat kan ook.
Noot 8: Besef dat het om 'zelfbewustzijn' gaat.
Noot 9: Dus dat 'zelfbewustzijn' voedt begeerte en begeerte het 'zelfbewustzijn' of ego.
Noot 10: Dit verwijst naar Nibbana. 'Ongebondenheid' is onafhankelijkheid; Nibbana is niet iets wat afkomstig is van iets anders, het valt niet binnen een wet van oorzaak en gevolg zoals alle dingen binnen samsara dat wel doen.
Noot 11: Betekent niet dat hij onverschillig is of dat gevoelens er niet mogen zijn, maar hij hecht er niet aan.
Noot 12: Het is wellicht het best te begrijpen dat door begeerte het wezen, het ego, oneindig in stand gehouden wordt.
Noot 13: D.w.z. als het proces van worden (bhava) in iemand continueert.
Noot 14: Hier gebruikt de Boeddha (de letterlijk door mij vertaalde term) 'energie van geboorte'. In de formule van het afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada) gebruikt hij de term worden (bhava).
Noot 15: Oftewel van degene die vrij van de wordingsdrang is.
Noot 16: Hier wordt verwezen naar de begeerte om te worden (bhava tanha).
Noot 17: Hier wordt verwezen naar de bezoedelingen (asava's).
Noot 18: Dit betekent dat je dan fenomenen niet meer als losse entiteiten of stukjes ziet zoals we ze noemen (definiëren), maar je het hele bestaan als een proces ziet. Dat is 'voorbij de definitie'.
Noot 19: 'Wankelen' of 'onzekerheid', 'onvrede', 'angst', 'beven', 'verwarring'.
Noot 20: Is gelijk aan de derde Edele Waarheid oftewel Nibbana.
Noot 21: Dit heeft betrekking op zowel de wezens die in die sferen leven, als de wezens die aan die sferen gehecht zijn.
Noot 22: 'De edelen van geest' zijn zij die één of meer graden van heiligheid hebben verworven, maar hier worden de Arahat's in het bijzonder bedoeld. Zie ariya puggala/ariya.
Noot 23: In de oorspronkelijke tekst wordt verwezen naar een specifieke aanduiding, namelijk yathabhutam, hetgeen op het diepste inzicht duidt.
Noot 24: Wanneer die aangename en verlokkelijke beelden, geluiden etc. veranderen... Daarom zijn ook aangename dingen een voorwaardelijke conditie van lijden (dukkha).

Persoonlijke bemerking

Sankhara, hier aangeduid als mentale formaties, mag hier denk ik begrepen worden als de wedergeboorte voortbrengende heilzame en onheilzame wilsactiviteit (ook wel karmische formaties).

hartelijke groet,
Siebe



Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Vimanavatthu
« Reactie #80 Gepost op: 09-11-2015 10:54 »
[bron: Stories of the Mansions, new translation of the verses and commentarial excerpts by I. B Horner, assisted by N.A Jayawiekrama, 1974, Pali Text Society]

Inleiding

Anguttara Nikaya 6.63, de Nibbedhika Sutta beschrijft:
-“En wat is de diversiteit van kamma? Er is kamma dat wordt ervaren in de hel; er is kamma dat wordt ervaren in het dierenrijk; er is kamma dat wordt ervaren in het rijk van gekwelde geesten; er is kamma dat wordt ervaren in de mensen wereld; en er is kamma dat wordt ervaren in de deva wereld. Dit wordt de diversiteit van kamma genoemd”.

Wat het bovenstaande aangaat, in de Vimanavatthu, het zesde boek van Khuddaka Nikaya, wordt het kamma beschreven wat in de deva wereld wordt ervaren. Wat de titel aangaat, ‘vimana’ betekent 'verblijf'. Hier verwijst de term naar hemelse verblijven die door wezens verworven zijn die verdienstelijke daden (puñña) hebben verricht. ‘Vatthu’ betekent ‘verhaal’. Het betreft hier 85 verzen in 7 hoofdstukken (vagga's) over welke verdienstelijke daden er voor hebben gezorgd dat een wezen werd wedergeboren in een hemelse sfeer (als deva). In de eerste 4 vagga's doen vrouwelijke hemelwezens verslag over de verdienstelijke daden die zij hebben verricht gedurende hun vorige bestaansvormen als menselijke wezens en hoe zij werden geboren in de deva loka met prachtige verblijven als gevolg. In de laatste 3 vagga's vertellen de mannelijke hemelwezens hun verhaal. Er zijn ook twee verhalen over dieren die worden wedergeboren als deva, namelijk over een kikker en een paard (verhaal 51 en 81).

Vimanavatthu

In het eerste verslag wordt beschreven hoe koning Pasenadi van Kosala zeven dagen lang ongeëvenaarde aalmoezen gaf aan de Sangha en de Boeddha. En Anathapindika, de grote bankier/handelaar had drie dagen lang aalmoezen gegeven. Dit werd bekend in heel Jambudipa. En mensen begonnen zich af te vragen, ‘brengt het geven van aalmoezen alleen grote vruchten voort wanneer het zulk soort grandioze vrijgevigheid betreft of eerder een vrijgevigheid die overeenkomt met je eigen middelen?’
Dit kwam de Gezegende ter ore en hij zei hierover: ‘Niet enkel vanwege de geschiktheid van de gift brengt vrijgevigheid geweldige vruchten voort, maar veeleer door de geschiktheid van de gedachte [er achter] en de geschiktheid van het veld van diegene aan wie de aalmoezen worden gegeven’. Ik zie dit zelf zo dat deze thema's met concrete voorbeelden worden uitgewerkt in de vimanavatthu.

Wat veel verhalen me duidelijk hebben gemaakt is dat zelfs een kleine gift grote voordelige gevolgen heeft wanneer deze gegeven wordt aan een bijzonder verdienstelijk wezen, iemand die offerwaardig is, eerbied waardig, zoals een Boeddha of arahant of een leerling van de Boeddha.

Dus, in 85 korte verhalen wordt in vimanavatthu door de deva’s beschreven welke verdienstelijke daden er voor zorgden dat men werd wedergeboren in de pracht en praal en gelukzaligheid van de hemelse deva verblijven. In de verhalen speelt vooral Maha-Moggallana de rol van degene die in staat is de deva’s te ontmoeten en met ze te communiceren over dit soort zaken. De Boeddha (en enkele anderen) kon dit ook. Maar meestal is het Maha-Moggallana die op een zogenaamde deva-tour is. Dan past hij zijn psychische bijzondere vermogens toe, ziet en beschrijft de schitterende pracht en praal van de deva verblijven en vraagt dan naar de verdienstelijke daden die de oorzaak waren van al dat moois. De deva weet dit en doet dan verslag van diens verdienstelijke daden als mens in diens vorige leven.

Ik had de vimanavatthu nog niet gelezen. Het gaat me te ver om alle 85 verhalen kort samen te vatten.
Het onderstaande is een korte weergave van wat mij opviel.

Het veld van verdienste, dus aan wie je offert of geeft of wie je eerbied betoont, doet er zeer toe. Zelfs een kleinigheid gegeven aan een Boeddha of arahant of boeddhistische monnik zoals een enkele bloem, een klein beetje van je eten, kan al veroorzaken dat je als hemels wezen wordt wedergeboren. Ook het enkel betonen van eerbied kan dit veroorzaken. Belangrijker dan de soort gift lijkt dus vooral de eerbied, het vertrouwen waarmee je geeft, de devotie die je voelt bij het geven en aan wie je geeft. Wat dit laatste betreft, de soort verdienstelijke activiteit in de vimanavatthu heeft vooral betrekking op de Boeddha en de Sangha, als degene die eerbied waardig zijn en hulp etc ontvangen.

Voorbeelden van vrijgevigheid/geven: het aanbieden van je eigen stoel aan een bedelmonnik, het aanbieden van naalden aan monniken die hun gewaden verzorgen, fruit, bloemen, aalmoezen, medicijnen, een lamp, wat water, onderdak verzorgen, verblijven voor de monniken bouwen, wat sesamzaad, zorgen voor verkoeling etc. Met eten, verzorging, onderdak wordt de Boeddha en de Sangha in de verhalen geholpen. De verhalen in de vimanavatthu maken duidelijk dat dit zeer verdienstelijke activiteit is en kan rijpen als geboorte in een hemels verblijf. Offers aan de relikwieën in een stupa wordt ook beschreven als mogelijke oorzaak van een wedergeboorte als deva.

Naast eerbied en vrijgevigheid die de deva’s hebben genoemd als oorzaak van hun wedergeboorte in een hemels verblijf, wordt ook ander positief gedrag genoemd, zoals: het toevlucht nemen en onderhouden van de vijf voorschriften; niet-doden, niet-stelen, niet vreemd gaan (kuisheid), niet liegen en geen sterke of bedwelmende dranken gebruiken. Ook zelfbeheersing (geduld) speelt hierbij een rol, zoals niet woedend worden of gaan schelden al ben je woedend en zou je willen schelden. Ook het zorgen voor je oude ouders wordt genoemd. Het luisteren naar de Dhamma en het zien van het doodloze wordt genoemd. Dus kortweg, geven, zelf-beheersing, beteugeling en ontwikkeling.

Wat ik ook in de Vimanavatthu tegenkwam is dat de Boeddha soms voorzag dat mensen spoedig zouden sterven en het kamma hadden om wedergeboren te worden in verdoemenis. De Boeddha regelde dan iets waardoor ze een verdienstelijke daad konden verrichten (bijvoorbeeld aan de Boeddha eten konden geven). Daarna, als gevolg van deze verdienstelijke daad, werd iemand dan wedergeboren in een hemels vertrek in plaats van de hel.

In de meeste verhalen wordt gesproken over een wedergeboorte als deva in ‘the realm of the Thirty-Three’, het rijk van de Drieëndertig, de Tavatimsa hemel. Dit is een rijk in de kama-loka, de zintuiglijke wereld, waartoe ook het mensenrijk behoort. Sakka, is de heerser in dit rijk. Zie: http://www.accesstoinsight.org/ptf/dhamma/sagga/loka.html

Dit besluit de Vimanavatthu.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Petavatthu
« Reactie #81 Gepost op: 11-11-2015 10:09 »
[bron: Stories of the Departed (Petavatthu), together with excerpts from the frame stories from dhammapala's commentary, translated from Pali into English by Henry Snyder Gehman, 1942]

Petavatthu

Petavatthu is het zevende deel van Khuddaka Nikaya. Het betreft de 'verhalen van de hongerige geesten' (ook wel gekwelde geesten). Het zijn tekenende verslagen over de ellendige staten van wezens die in ongelukkige bestaansvormen zijn geboren (de peta's) als gevolg van hun slechte daden. Er zijn 51 verhalen die in 4 hoofdstukken (vagga's) zijn onderverdeeld. Hier staat het ellendige leven van de kwaaddoeners beschreven; dit, in contrast met het schitterende leven van de deva's beschreven in vimanavatthu, het vorige deel van Khuddaka Nikaya (zie vorige post).

Wederom worden weer de voordelige gevolgen van vrijgevigheid en andere morele kwaliteiten benadrukt, terwijl kwaadwilligheid, jaloezie, gierigheid, begeerte en verkeerde inzichten aangewezen worden als de oorzaken voor de geboorte in de ongelukkige staten van de peta's. Het grootste lijden in deze sfeer is een ernstig gebrek aan voedsel (honger en dorst), kleding en onderkomen voor het 'verdoemde' wezen (staat tussen aanhalingstekens omdat alles voorbijgaat). Een zekere en onmiddellijke bevrijding van zulke ellendige sferen kan het ongelukkige wezen worden verschaft, als zijn verwanten verdienstelijke daden (puñña) verrichten en de gevolgen ervan met hem willen delen. In Tirokuttapeta Vatthu wordt een gedetailleerd verslag gegeven over hoe koning Bimbisara bevrijding aan zijn vorige verwanten brengt die als ongelukkige peta's leden, door middel van het grootschalig offeren van voedsel, kleding en verblijven aan de Boeddha en zijn gevolg van monniken.
[bron: www.sleuteltotinzicht.nl]

Het bovenstaande vat alles als geheel goed samen vind ik en daarom heb ik het vrijwel letterlijk overgenomen van de bovenstaande site. Wat is mij verder opgevallen is in de petavatthu:

Ik was vertrouwd met het beeld van peta’s met dikke buiken en met een hals ter grootte van een speldeknop waar niks doorheen kan. Dit beeld ben ik niet tegengekomen. Het algemene beeld van peta’s in petavatthu is dat van een uitgemergeld wezen, zeer dun, met aderen duidelijk zichtbaar, ribben die uitsteken, en vaak ook stinkend (uit hun mond). Peta’s kunnen verder allerlei soorten persoonlijke aandoeningen hebben die samenhangen met hun wandaden in het verleden. Soms eten ze dwangmatig delen van zichzelf op, of worden door wormen aangevreten. Als ze willen drinken verdwijnt al het water of ze moeten pus en bloed drinken. Zoeken ze schaduw dan verandert dat in hitte. Ze worden dus meer dan alleen door honger en dorst gekweld. Ze vinden niet wat ze zoeken.

Het komt ook in de verhalen voor dat peta’s soms samen met zulke ellende ook in relatief mooie omstandigheden kunnen leven of bepaalde fraaie kanten hebben. Dat hangt dan samen met het rijpen van deugdzame daden verricht in het verleden. Dus die combinatie van ellende tot rijping gekomen als gevolg van immoreel gedrag, en iets moois tot rijping gekomen door eigen moreel gedrag, komt bij sommige peta’s ook voor.

Zoals boven al aangegeven is, kunnen peta’s verlost worden van bepaalde ellende door het overdragen van verdienste. Bijvoorbeeld als men iets offert of geeft aan de Boeddha, een arahant of een een monnik (personen die offerwaardig zijn), en men draagt de verdienste daarvan op aan de peta, dan wordt beschreven hoe dit onmiddelijk voordelig is voor het welzijn van de peta’s. Zo zijn er ook verhalen van peta’s die zelf weinig goeds gedaan hebben in hun leven als mens maar door het overdragen van verdienste door verwanten toch in relatief aardige omstandigheden leven als peta.

Een overzicht van wandaden die ik ben tegengekomen en die er (mede) voor zorgden dat men als peta werd wedergeboren:
- liegen, jaloezie, hebzucht (niet geven, bezitterigheid, niet delen), wellust,
- misbruik maken van machtspositie,
- verdeeldheid zaaien tussen twee monniken die het goed met elkaar kunnen vinden,
- negatief staan tegenover, of het misgunnen van giften aan de Boeddha en Sangha,
- ongelovig zijn, niet religieus zijn,
- op een bepaalde manier misbruik maken van kluizenaars/monniken en brahmanen,
- geen respect hebben voor verdienstelijke daden en anderen hierin ontmoedigen of zelfs blokkeren,
- vreemd gaan, daar over liegen,
- verkeerd levensonderhoud zoals vissen en jagen, of op frauduleuze wijze (bijvoorbeeld frauderen met maten en gewichten) rijkdom vergaren,
- geen eerbied hebben voor de Boeddha of Sangha,
- verkeerde visies onderhouden (zie Boek IV, verhaal 3 voor een overzicht)
- gehechtheid aan een geliefde. Zelfs wanneer veel goede daden zijn verricht kan die affectie toch voor een peta geboorte zorgen, zie boek IV, verhaal 11).

Er worden ook wezens beschreven die eerst wedergeboren waren in de hel en nu als peta leefden.

Wat ik ook een opvallend punt vond in de Petavatthu is dat in enkele verhalen de nutteloosheid van geweeklaag of het rouwen om een overledene wordt benadrukt. De wijzen keren hun geest af van verdriet en rouw en moedigen anderen ook aan dit te doen. Het verdriet en de rouw helpt de overledene helemaal niet en deze komt er niet mee terug. Men kan beter iets offeren aan iemand die offerwaardig is en de verdienste er van opdragen aan de overledene.

Ter afsluiting, Anguttara Nikaya 6.63, de Nibbedhika Sutta beschrijft:
-“En wat is de diversiteit van kamma? Er is kamma dat wordt ervaren in de hel; er is kamma dat wordt ervaren in het dierenrijk; er is kamma dat wordt ervaren in het rijk van gekwelde geesten; er is kamma dat wordt ervaren in de mensen wereld; en er is kamma dat wordt ervaren in de deva wereld. Dit wordt de diversiteit van kamma genoemd”.

Petavatthu beschrijft dus het kamma dat wordt ervaren in het rijk van gekwelde of hongerige geesten, de peta's.

Dit besluit Petavatthu.

hartelijke groet,
Siebe



Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Theragatha, deel 1
« Reactie #82 Gepost op: 16-11-2015 10:05 »
[bron voor de verzen: https://suttacentral.net/thag, verzen door mij vertaald uit het Engels]

Theragatha, Verzen van de Monniken

Inleiding

‘De Theragatha 'verzen van monniken' biedt buitengewone prachtige persoonlijke optekeningen in versvorm van monniken ten tijde van de Boeddha. In hun gedichten vertellen zij vaak met hartverscheurende eerlijkheid de ellende die zij in hun leven hebben ontmoet en hoe zij vervolgens de strijd zijn aangegaan op hun weg naar de verwerkelijking van Arahatschap. En zo vormen deze verzen voor ieder van ons inspirerende herinneringen om deze buitengewone mannen in hun voetstappen te volgen’.
[bron: http://www.sleuteltotinzicht.nl/thag00-000.htm]

Ik heb een aantal verzen uit Theragatha, het zevende deel van Khuddaka Nikaya, geselecteerd die betrekking hebben op het onderwerp kamma. De komende tijd zal ik dit in delen posten.

Theragatha, een eerste selectie

Thag. 1.25, Nandiya

Duistere, als je zo’n monnik aanvalt,
Wiens geest vol licht is
En de vrucht bereikt heeft
Zal je ten prooi vallen aan lijden.

Thag. 1.48, Sanjaya

Sinds ik het leven als huishouder
Verruilt heb voor het thuisloze leven
Ben ik niet enige intentie gewaar geweest
Die immoreel en haatvol is.

Thag. 1.67, Ekadhammasavaniya

Mijn bezoedelingen zijn weggebrand door het beoefenen van jhana;
Wedergeboorte in alle staten van bestaan is voorbij,
Transmigratie door geboorten is geëindigd,
Nu is er geen wedergeboorte meer in enige staat van bestaan.

Thag 1.80, Ugga

Welke activiteiten ik dan ook heb verricht,
Ofwel onbeduidend of belangrijk
Zijn alle volledig uitgeput;
Nu is er geen wedergeboorte meer in enige staat van bestaan.

Thag. 1.81, Samitigutta

Wat voor kwaad ik ook gedaan heb
In vorige geboorten,
Het moet hier ervaren worden,
En niet op enige andere plek.

Thag. 1.96, Khandasumana

Ik offerde een enkele bloem,
En daarna vermaakte ik me in de hemel
Gedurende 800 miljoen jaar;
Met wat er van overgebleven is, heb ik nibbana gerealiseerd.

Thag. 1.98, Abhaya

Als je gericht bent op het aangename aspect
Van aanblikken die je ziet, zul je je aandachtigheid verliezen.
Het ervarend met een begeertevolle geest
Blijf je er aan vasthouden.
Je bezoedelingen groeien,
Leidend tot de wortel van wedergeboorte in een of ander staat van bestaan.


Thag. 1.99, Uttiya

Als je gericht ben op het aangename aspect
Van geluiden die je hoort, zul je je aandachtigheid verliezen.
Het ervarend met een begeertevolle geest
Blijf je er aan vasthouden.
Je bezoedelingen groeien,
Leidend tot transmigratie.

Thag. 2.12, Jotidasa

Mensen die zich ruw gedragen-
Mensen aanvallend,
Ze vastbindend,
Ze op allerlei manieren pijnigend-
Ze worden op dezelfde manier behandeld;
Hun daden verdwijnen niet.

Wat voor daden een persoon dan ook doet
Ofwel goede of slechte,
Ze zijn de erfgenaam van alle
En iedere daad die ze verrichten.

Thag. 2.13, Herannakani

De dagen en nachten vliegen voorbij
En dan wordt het leven korter.
De vitaliteit van stervelingen verspilt,
Als het water in kleine stromen.

Maar wijl slechte daden verrichtend
Beseft de dwaas niet-
Het zal later bitter worden;
Ja, het gevolg zal slecht voor hem zijn.

Thag. 3.7, Varana

Wie dan ook onder de mensen
Die andere wezens leed berokkend:
Vanuit deze wereld en de volgende,
Zal die persoon vallen.

Maar iemand met een geest van liefdevolle vriendelijkheid,
Mededogend naar alle wezens:
Die soort persoon
Veroorzaakt verdienste in overvloed.

Men dient te trainen in goede spraak,
In de nabijheid zijn van asceten,
In het alleen zitten in verscholen plaatsen,
En in het kalmeren van de geest.

Einde eerste selectie.

hartelijke groet,
Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Theragatha, deel 2
« Reactie #83 Gepost op: 17-11-2015 15:16 »
[bron voor de verzen: https://suttacentral.net/thag, verzen door mij vertaald uit het Engels]

Theragatha, Verzen van de Monniken, deel 2

Thag. 4.5, Jambuka

Gedurende vijfenvijftig jaar
Droeg ik modder en vuiligheid;
Eén maal per maand etend,
Ik trok mijn haar en baard uit.

Ik stond op één voet;
Ik sloeg stoelen af;
Ik at opgedroogde mest;
Ik nam geen voedsel aan dat voor mij opzij gezet was.

Na veel van dit soort daden te hebben verricht,
Die tot een slechte bestemming leiden,
Terwijl ik verzwolgen werd door de grote vloed,
Ging ik naar de Boeddha voor toevlucht.

Zie het toevlucht nemen!
Zie de voortreffelijkheid van de Dhamma!
Ik heb de drie soorten kennis bereikt,
En de instructies van de Boeddha vervuld.

Thag. 4.10, Dhammika

“Dhamma beschermt je echt als je de Dhamma beoefent;
Op de juiste manier beoefende Dhamma brengt geluk.
Als je de Dhamma beoefent, is dit het profijt-
Je zult niet naar een slechte bestemming gaan.

Dhamma en wat niet-Dhamma is
Leiden niet beide tot dezelfde gevolgen.
Wat niet-Dhamma is leidt tot de hel,
Terwijl de Dhamma je op een goede bestemming brengt.

Dus je dient enthousiast te zijn om daden van Dhamma te verrichten,
Je verheugend in de Zegenrijke, de vredige.
Leerlingen van de beste van de Gezegenden zijn ferm in de Dhamma;
Die wijzen moedigen aan naar de allerbeste van de toevluchten te gaan”.

  “De puist is losgebarsten van diens oorsprong,
  Het net van begeerte is ongedaan gemaakt.
  Hij heeft transmigratie geëindigd, hij heeft niets,
  Net als de volle maan aan een heldere nachtelijke hemel”.

Thag. 5.7, Gayakassapa

Drie keer per dag-
S’ morgens, s’ middags en s’ avonds-
Ging ik te water in Gaya,
Voor het Gaya lente festival.

“Wat voor soort slechte daden ik ook gedaan heb
In vorige geboorten,
Ik zal het hier nu wegwassen”-
Dit is de visie is ik vroeger had.

Na de goed-gesproken woorden gehoord te hebben
Betreffende de Dhamma en het doel,
Dacht op ik op een wijze manier na
Over het ware, wezenlijke doel.

Ik heb alle slechte dingen weggewassen
Ik ben smetteloos, gereinigd, zuiver;
De zuivere erfgenaam van de zuivere
Een rechtmatige zoon van de Boeddha.

Toen ik in de achtvoudige stroom dook,
Werden alle slechte dingen weggewassen.
Ik heb de drie soorten kennis verworven,
En de instructies van de Boeddha vervuld.

Thag 6.8, Migajala

Het werd goed onderwezen door degene die ziet,
De Boeddha, Verwante van de Zon,
Die voorbij alle ketens is gegaan,
En al het omwentelen1 vernietigde.

Leidend tot bevrijding, oversteken,
De wortel van begeerte opdrogend,
De wortel van vergif afsnijdend, het slachthuis,
En leidend tot nibbana

Door het doorhakken van de wortel van niet-weten2
Verpulvert het mechanisme van daden,
En maakt de bliksemschicht van kennis los
Bij het oppakken van bewustzijn.

Ons informerend over onze gevoelens,
Ons bevrijdend van grijpen,
Wijselijk alle staten van bewustzijn beschouwend
Als een kuil vol brandende kolen.

Erg fijn, erg diep,
Geboorte en dood voorkomend,
Leidend tot het beeindigen3 van lijden, gelukzaligheid-
Het is het edele achtvoudige pad.

Daad als daad kennend,
En gevolg als gevolg;
Afhankelijk ontstaande verschijnselen ziend
Alsof ze in een helder licht staan;
Leidend tot grote veiligheid, vrede,
Het is voortreffelijk aan het einde.

1.  ”rolling-on”, 2. “unknowing”, 3 “stilling”

Thag. 8.2, Sirimitta

Zonder kwaadheid of wrok,
Zonder bedriegerij, en vrij van kwaadsprekerij,
Zo’n monnik, in balans,
Treurt niet na de dood.

Zonder kwaadheid of wrok,
Zonder bedriegerij, en vrij van kwaadsprekerij,
Een monnik met de zintuigpoorten bewaakt,
Treurt niet na de dood.

Zonder kwaadheid of wrok,
Zonder bedriegerij, en vrij van kwaadsprekerij,
Een deugdzame monnik
Treurt niet na de dood.

Zonder kwaadheid of wrok,
Zonder bedriegerij, en vrij van kwaadsprekerij,
Een monnik met goede vrienden
Treurt niet na de dood.

Zonder kwaadheid of wrok,
Zonder bedriegerij, en vrij van kwaadsprekerij,
Een wijze monnik
Treurt niet na de dood.

Wie dan ook vertrouwen heeft in de Tathagata,
Dat onwankelbaar is en stevig gevestigd,
Wiens ethiek goed is,
De edelen welgevallig, en prijzenswaardig,

Die vertrouwen heeft in de Sangha,
En wiens visie in orde is-
Ze worden “vrij van armoede” genoemd;
Hun leven is niet verspild.

Daarom zou een wijs persoon zichzelf wijden
Aan vertrouwen, deugdzaamheid,
Zekerheid, en de visie van Dhamma,
De onderrichtingen van de Boeddha herinnerend.

Einde tweede selectie

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Theragatha, deel 3
« Reactie #84 Gepost op: 18-11-2015 11:42 »
[bron voor de verzen: https://suttacentral.net/thag, verzen door mij vertaald uit het Engels]

Theragatha, Verzen van de Monniken, deel 3

Thag. 10.5, Kappa

Gevuld met verschillende soorten viezigheid,
Een geweldige producent van mest,
Als een stagnerende beerput
Een grote puist, een grote wond,

Vol pus en bloed,
Gezonken in een toilet-kuil,
Druipend van vloeistoffen
Dit stinkende lichaam lekt altijd.

Verbonden door zestig pezen,
Gecoat met een vlezige coating
Gekleed in een jas van huid,
Dit stinkende lichaam is waardeloos.

Bij elkaar gehouden door een skelet van beenderen,
En verbonden door zenuwen;
Het neemt houdingen aan
Door een complex van vele dingen.

We starten met de zekerheid van de dood,
In de aanwezigheid van de koning van de dood;
En na het lichaam hier afgedankt te hebben,
Gaat een persoon waar hij naar toe wil.

Omhult door onwetendheid,
Verknoopt door de vier knopen,
Zinkt dit lichaam weg in de vloed,
Gevangen in het net van onderliggende neigingen.

Het juk opgelegd door de vijf hindernissen,
Aangedaan door gedachten,
Vergezeld door de wortel van begeerte,
Verholen door begoocheling.

Zo gaat het lichaam door,
Voortgedreven door het mechanisme van daden.
Maar bestaan eindigt in heengaan;
Gescheiden, het lichaam geeft de geest.

Die blinde, niet ontwaakte mensen
Die dit lichaam beschouwen als het hunne,
Doen het afgrijzen van het knekelveld toenemen,
En nemen weer wedergeboorte in één of andere staat van bestaan.

Diegene die dit lichaam vermijden,
Als een met uitwerpselen ingesmeerde slang,
Zij verdrijven de wortel van wedergeboorte,
En realiseren nibbana, zonder bezoedelingen.

Thag. 12.1, Silava

Men dient gewoon in deugdzaamheid te trainen,
Want in deze wereld, wanneer deugdzaamheid is
Gecultiveerd en goed getraind,
Voorziet het in alle succes.

Drie soorten geluk verlangend-
Lof, voorspoed,
En zich verheugen in de hemel na het heengaan-
De wijze dient deugdzaamheid te beschermen.

De deugdzamen hebben vele vrienden,
Vanwege hun zelfbeheersing.
Maar iemand zonder deugdzaamheid, met slecht gedrag,
Jaagt zijn vrienden weg.

Een persoon met slecht gedrag heeft
Een slechte reputatie en is berucht.
Een deugdzaam persoon heeft altijd
Een goede reputatie, faam, en lof.

Deugdzaamheid is het vertrekpunt en fundament;
De moeder aan het hoofd
Van alle goede kwaliteiten:
Daarom dien je deugdzaamheid te zuiveren.

Deugdzaamheid is een begrenzing en een zelfbeheersing,
Een genoegen voor de geest;
De plaats waar alle Boeddha’s oversteken:
Daarom dien je deugdzaamheid te zuiveren.

Deugdzaamheid is de weergaloze kracht;
Deugdzaamheid is het ultieme wapen;
Deugdzaamheid is de beste versiering;
Deugdzaamheid is een prachtig harnas.

Deugdzaamheid is een sterke brug;
Deugdzaamheid is de onovertroffen geur;
Deugdzaamheid is het beste parfum,
Dat zich in alle richtingen verspreidt.

Deugdzaamheid is het beste proviand;
Deugdzaamheid is de onovertroffen voorraad voor een reis;
Deugdzaamheid is het beste voertuig,
Dat je in alle richtingen brengt.

In dit leven worden ze bekritiseerd;
Na het heengaan zijn ze ongelukkig in een lager rijk;
Een dwaas is overal ongelukkig,
Omdat ze niet behept zijn met deugden.

In dit leven zijn ze beroemd;
Na het heengaan zijn ze gelukkig in de hemel;
Een persoon met begrip is overal gelukkig,
Omdat ze behept zijn met deugden.

Deugdzaamheid is heel goed in dit leven,
Maar een persoon met begrip is superieur
Onder mensen en goden,
Overwinnend met deugdzaamheid en begrip.

Einde derde selectie

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Theragatha, deel 4
« Reactie #85 Gepost op: 20-11-2015 09:46 »
[bron: https://suttacentral.net/thag, verzen door mij vertaald uit het Engels]

Theragatha, Verzen van de Monniken, deel 4

Thag. 16.4, Ratthapala

Zie deze chique marionet,
Een hoop zweren, een samengesteld lichaam,
Ziekelijk, hevig verlangend,
Zonder blijvende stabiliteit.

Zie deze chique vorm,
Met diens edelstenen en oorbellen;
Het zijn beenderen verpakt in huid,
Mooi gemaakt door diens kleding.

Versierde voeten
En gepoederd gezicht
Is genoeg om een dwaas te misleiden,
Maar niet een zoeker van de overkant.

Haar in acht vlechten
En lijntjes rondom de ogen,
Is genoeg om een dwaas te misleiden,
Maar niet een zoeker van de overkant.

Zoals een nieuw versierde make-up doos,
Het walgelijk lichaam helemaal versierd
Is genoeg om een dwaas te misleiden
Maar niet een zoeker van de overkant.

De jager legde zijn val,
Maar het hert raakte niet verstrikt;
Na het lokaas opgegeten te hebben, gaan we,
De herten-vanger jammerend achterlatend.

De val van de jager is stuk,
En het hert raakte niet verstrikt;
Na het lokaas opgegeten te hebben gaan we,
De herten-vanger jammerend achterlatend.

Ik zie rijke mensen in de wereld,
Die, vanwege begoocheling, de rijkdom niet weggeven die ze hebben verworven.
Hebzuchtig hamsteren ze hun rijkdom,
Belust op altijd meer zintuigelijke genoegens.

Een koning die de aarde met geweld heeft veroverd,
Van zee tot zee over het land heersend,
Ontevreden met deze oever van de oceaan
Zou nog altijd verlangen naar de overkant.

De koning en de meeste andere mensen
Bereiken de dood terwijl ze nog niet vrij zijn van begeerte.
Alsof ze ontbreken, doen ze afstand van het lichaam;
Want zintuiglijke genoegens geven geen voldoening in deze wereld.

Familieleden jammeren, hun haar laat los,
Zeggend “Oh, helaas, ze zijn niet onsterfelijk!”
Het lichaam gewikkeld in een lijkwade halen ze er uit,
Maken een brandstapel, en verbanden het.

Het wordt met staken gepookt terwijl het verbrandt,
Een enkel kledingstuk dragend, alle rijkdom achtergelaten.
Noch verwanten noch vrienden noch metgezellen
Kunnen je helpen wanneer je sterft.

Erfgenamen nemen de rijkdom,
Maar wezens gaan verder in overeenstemming met hun daden.
Rijkdom volgt je niet wanneer je sterft;
Noch kinderen, vrouw, rijkdom, noch koninkrijk.

Een lang leven wordt niet verkregen door rijkdom,
Noch verbant weelde ouderdom;
Want de wijzen hebben gezegd dat dit leven kort is,
Het is niet eeuwig, diens aard is verval.

De rijken en de armen voelen diens aanraking;
De dwazen en de wijzen voelen het ook;
Maar de dwaas ligt erbij alsof hij neergeslagen is door zijn eigen verdwaasdheid,
Terwijl de wijzen niet huiveren bij de aanraking.

Daarom is wijsheid zeker beter dan rijkdom,
Aangezien je door wijsheid in dit leven perfectie kan bereiken;
Maar als je onperfectioneerd blijft, dan zal je vanwege begoocheling,
Leven na leven slechte daden verrichten.

Eén persoon gaat de baarmoeder binnen en de wereld aan gene zijde,
Transmigrerend van het ene leven naar het volgende;
Terwijl iemand met weinig wijsheid, vertrouwen in hen stellend,
Ook een baarmoeder binnengaat en de wereld aan gene zijde.

Net zoals een dief gepakt bij de ingang van het huis
Wordt gestraft vanwege zijn eigen slechte daden;
Zo worden na het heengaan, in de wereld aan gene zijde
Mensen gestraft vanwege hun eigen slechte daden.

Zintuiglijke genoegens zijn divers, fijn, heerlijk,
Maar hun variatie aan vormen, stresseren de geest;
Gevaar ziend in de soorten van zintuiglijke genoegen,
Vertrok ik, O Koning.

Zoals vruchten van een boom vallen, zo vallen mensen,
Jong en oud, wanneer het lichaam eindigt.
Dit ziend vertrok ik ook, O Koning;
Zonder twijfel, het leven van een asceet is beter.

Behept met vertrouwen, ging ik verder,
Het onderricht van de overwinnaar binnengaand.
Mijn vertrek was niet voor niks;
Ik eet schuldenvrij voedsel.

Ik zag zintuiglijke genoegens als branden,
Goud als een scheermes
Conceptie in een baarmoeder als lijden
En de hellen als zijn zeer angstaanjagend.

Dit gevaar kennend,
Werd ik bevangen door ontzag
Ik werd neergestoken, en toen werd ik vredevol;
Ik heb het einde van bezoedelingen gerealiseerd.

Ik heb de leraar gevolgd
En de instructies van de Boeddha vervult.
De zware last is neergelegd,
Ik heb de gehechtheid om wedergeboren te worden in enige staat van bestaan ongedaan gemaakt.

Ik heb het doel bereikt
Omwille waarvan ik vertrok
Van thuis in thuisloosheid-
Het eindigen van alle ketens.

Einde vierde selectie

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Theragatha, slot
« Reactie #86 Gepost op: 21-11-2015 10:48 »
[bron: https://suttacentral.net/thag, verzen door mij vertaald uit het Engels]

Theragatha, Verzen van de Monniken, slot

Thag. 16.8, Angulimala

  “Asceet, je loopt, maar je zegt ‘ik sta stil;’
  En ik sta stil maar je vertelt me dat dit niet zo is.
  Ik vraag je dit, asceet:
  Waarom sta jij stil en ik niet?”
  
  “Angulimala, ik sta altijd stil-
  Ik heb gewelddadigheid jegens alle levende wezens opgegeven.
  Maar jij hebt geen beheersing jegens levende wezens;
  Daarom sta ik stil en jij niet”.
  
  “Het is lang geleden sinds een asceet,
  Een grote wijze die ik eer, dit grote bos heeft betreden.
  Nu ik uw verzen over de Dhamma heb gehoord
  Zal ik duizend kwaden afdanken”.
  
  Met deze woorden smeet de rover zijn zwaard en wapens
  In een kuil, een klif, een afgrond.
  Op dat moment vereerde hij de voeten van de Gezegende,
  En vroeg de Boeddha om de toevlucht.
  
  Toen zei de Boeddha, de meedogende grote wijze,
  De leraar van de wereld samen met diens goden,
  Tegen hem, “Kom monnik!”
  Enkel dit was voor hem genoeg om een monnik te zijn.

“Wie dan ook eerder achteloos was,
En dat naderhand niet is,
Verlicht de wereld,
Zoals de maan bevrijd van een wolk.

Iemand wiens slechte daden
Worden geblokkeerd door vaardige activiteit,
Verlicht de wereld,
Zoals de maan bevrijd van een wolk.

De jonge monnik
Die toegewijd is aan de onderrichtingen van de Boeddha
Verlicht de wereld
Zoals de maan bevrijd van een wolk.

Moge zelfs mijn vijanden een Dhamma-gesprek horen!
Moge zelfs mijn vijanden zich toewijden tot de onderrichtingen van de Boeddha!
Moge zelfs mijn vijanden omgaan wanneer ze kunnen
Met diegenen die mensen vestigen in de Dhamma!

Moge zelfs mijn vijanden de Dhamma horen op geschikte tijden,
Van diegenen die spreken over aanvaarding,
Berusting prijzend;
En moge ze op overeenkomstige wijze beoefenen!

Ze zouden zeker mij of enig ander
Zeker geen leed berokkenen;
Maar zouden de ultieme vrede realiseren,
Omkijkend naar zowel sterke en kwetsbare wezens.

Een bewateraar leidt het water,
Pijlmakers vormen pijlen,
Timmermannen geven vorm aan hout;
De gedisciplineerden temmen zichzelf.

Sommigen temmen met stokken,
Met gekromde staken of zwepen;
Maar de vredige temde mij
Zonder roede of zwaard.

Mijn naam is “Onschadelijk”
Hoewel ik vroeger schadelijk was.
Vandaag is mijn naam waarachtig,
Omdat ik niemand kwaad doe.

Ik was vroeger een rover,
De beruchte Angulimala.
Meegevoerd door een grote vloed,
Ging ik naar de Boeddha als een toevlucht.

Ik had vroeger bloed aan mijn handen,
De beruchte Angulimala.
Zie mijn toevlucht nemen-
Ik heb de gehechtheid aan wedergeboorte in enige staat van bestaan ongedaan gemaakt.

Ik heb veel van zulke daden gedaan
Die leiden naar een slechte bestemming.
Ik heb de gevolgen van mijn daden ervaren,
Dus ik geniet van mijn voedsel vrij van schuld.

Dwazen en domme mensen
Wijden zich aan achteloosheid.
Maar de intelligente beschermt aandachtigheid
Als hun beste schat.

Wijd jezelf niet aan achteloosheid,
Noch verheug je in seksuele intimiteit.
Als je aandachtig bent en jhana beoefent
Zal je het hoogste geluk bereiken.

Ik was welkom, niet onwelkom,
Het advies dat ik kreeg was goed.
Van de dingen die gedeeld worden
ontmoette ik het beste.

Ik was welkom, niet onwelkom.
Het advies dat ik kreeg was goed.
Ik heb de drie soorten kennis verworven,
En de instructies van de Boeddha vervult.

In de wildernis, aan de voet van een boom,
In bergen, of in grotten;
In die tijd, waar ik dan ook was,
Was mijn geest ongerust. 

Maar nu ga ik gelukkig liggen en sta gelukkig op,
Ik leef mijn leven gelukkig,
Buiten het bereik van Mara;
De leraar had mededogen met mij.

Ik hoorde vroeger bij de kaste van brahmanen,
Hooggeboren aan beide kanten,
Nu ben ik een zoon van de Gezegende,
De leraar, de Koning van de Dhamma.

Ik ben vrij van begeerte, zonder grijpen,
Mijn zintuig-poorten worden bewaakt en goed beteugeld.
Ik heb de wortel van narigheid vernietigd,
En het einde van bezoedelingen gerealiseerd.

Ik heb de leraar gevolgd
En de instructies van de Boeddha vervuld.
De zware last is neergelegd.
Ik heb de gehechtheid aan wedergeboorte in enige staat van bestaan ongedaan gemaakt”.

Dit besluit de selectie uit Theragatha.

hartelijke groet,
Siebe



Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Bron: http://digital.library.upenn.edu/women/davids/psalms/psalms.html#C-I
Door mij vertaald. Ik vond het lastig te vertalen. Oud Engels. Verbeteringen altijd welkom. 


Inleiding

De laatste posten betroffen gedichten uit Theragatha. Verzen van monniken die arahantschap realiseerden. Het volgende boek in de Pali Canon, in Khuddaka Nikaya is Therigatha. Dit zijn de persoonlijke verslagen in versvorm van de vrouwen, de nonnen, die arahantschap bereikten. Ik heb enkele gedichten geselecteerd en vertaald die relateren aan het onderwerp kamma. Soms is dat misschien maar met enkele regels of zijdelings. Het leek me ook leuk de gedichten hier te delen. Het biedt als zodanig ook een overzicht van wat er te vinden is allemaal in de Pali Canon.
De indeling is net als in Theragatha. Het start met de gedichten bestaande uit 1 vers. Dit loopt op en eindigt met een gedicht met zeer vele verzen, genaamd het grote hoofdstuk.


Therigatha, De verzen van nonnen, Een eerste selectie

Thag. 1.2, Mutta

De Boeddha verscheen aan de mediterende Mutta en uitte het onderstaande vers aan deze leerlinge. Standvastig in deze aansporing realiseert zuster Mutta niet lang daarna arahantschap en uit triomfantelijk het vers. Vlak voor het sterven uit ze het vers opnieuw.

“Word vrij, Bevrijd80, vrij zoals de maan
vanuit de bek van de draak helder in de hoogte uitvaart.
Wis de schulden uit die je belemmeren, en zo,
Met opgeruimd hart, breek je snel door”.

Noot 80: Mutta=bevrijd (vrouw)

Thig. 1.5, Een andere non Tissa (Thig. 1.4 is ook genaamd “Tissa", Siebe)

Deze Tissa beoefent inzicht. De meester verscheen aan haar en uitte het onderstaande vers. Toen ze het vers hoorde nam inzicht toe en ze realiseerde arhantschap. Daarna werd het haar gewoonte om de regels te herhalen.

“Tissa! Leg goed op je hart het juk
Van de edelste ontwikkeling. Zie het moment daar!
Laat het niet aan je voorbij gaan! want voor velen
Die in narigheid treuren ging dat moment voorbij”.

Thig. 1.9, Bhadra

Bhadra beoefende ook inzicht. De meester verscheen op dezelfde manier aan haar als bij de andere non Tissa. De meester uitte het onderstaande vers. Toen ze het vers hoorde nam inzicht toe en ze realiseerde arhantschap. Daarna werd het haar gewoonte om de regels te herhalen.

“Bhadra, die met overtuigd hart verscheen
Tot zekere gelukzaligheid, O Zegenrijke!
Dat devote hart. Ontwikkel alles dat goed is,
Zich begevend naar de uiterste Veiligheid”.

Thag 1.11, Mutta

Mutta beoefende inzicht maar haar gedachten gingen aldoor uit naar externe objecten die haar interesse hadden. Dus beoefende ze zelfbeheersing, en haar vers herhalend, streefde ze naar inzicht totdat ze Arhantschap bereikte; toen jubelend, herhaalde ze:

“O vrij inderdaad! O glorieus vrij
Ben ik vrij van drie verdraaide dingen:-
Van handmolen, vijzel, van mijn gebochelde heer!
Ja, maar ik ben vrij van wedergeboorte en van de dood,
En alles dat me terug sleurde, is weggeworpen”. 

Thig. 1.13, Visakha

Na het bereiken van arahantschap reflecteerde ze over de gelukzaligheid van bevrijding en kondigde AÑÑĀ (hoogste kennis, gnosis, perfecte kennis van de arahant) af:

“De Boeddha’s wil wordt gedaan! Zorg er voor dat
Je zijn wil doet. En als je het gedaan hebt, hoef je nooit meer
de daad te berouwen. Was, dan, haastig je
Voeten en ga apart zitten; alleen”.

Thig. 1.15, Uttara

Haar jubelvers na het verwezenlijken van arhantschap:

“Ik heb mezelf goed gedisciplineerd in daad,
In spraak en ook in gedachte, verrukt en aandachtig.
Begeerte samen met de wortel van begeerte110 is overwonnen;
Koel ben ik nu; ik ken Nibbana’s vrede111.

Noot 110: d.w.z.onwetendheid (commentaar).
Noot 111: [knip pali] ‘koel geworden ben ik, tevreden’ of ‘vredig’...[knip rest]

Thig. 2.9, Abhaya

De non Abhaya mediteerde op enkele smerige dingen. De Boeddha veroorzaakte dat ze voor haar de objecten zag die ze daarbij had gekozen. Ze werd door vrees bevangen. Glorie uitstralend verscheen de Boeddha voor haar alsof hij daar zat en zei:

“Broos, O Abhaya, is het lichaam,
Waartoe het geluk van de wereldling is beperkt.
Voor mezelf zal ik deze sterfelijke omlijsting neerleggen,
Aandachtig en beheerst in alles wat ik doe.

Want geheel mijn hart lag in het werk waarbij
Ik me ontworstelde aan al dat gekweekte kwaad.
Begeerte heb ik vernietigd, en heb overgebracht
dat wat de Boeddha’s aan mensen hebben onthuld"144.

Noot 144. Let. (als in vele andere verzen), ‘gedaan is de wil, of eerder het systeem van onderrichtingen (sasanan) van de Boeddha’, [knip rest van de noot]

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Therigatha, 16, Punna
« Reactie #88 Gepost op: 03-12-2015 16:32 »
Bron: http://digital.library.upenn.edu/women/davids/psalms/psalms.html#C-I
Door mij vertaald. Ik vond het lastig te vertalen. Oud Engels. Verbeteringen altijd welkom.

Therigatha, Verzen van nonnen, een tweede selectie

Thig. 16, Psalm van zestien verzen, toegeschreven aan Punna of Punnika

Punna of Punnika bekeerde (let. temde) een brahmaan die geloofde dat je door de doop in water jezelf kon zuiveren. Met de bekering verdiende ze het respect van haar meester Anathapindika en werd van  slaaf in zijn huishouding een vrije vrouw. Ze trad toe tot de Sangha. Niet lang er na realiseerde ze arahantschap. Nadenkend over haar verwezenlijking sprak ze de volgende verzen:

Bezweerder van water1, ik ging naar de rivier,
zelfs in de winter, met vrees klappen te krijgen,
Achtervolgt door de vrees voor verwijten van maitresses.

‘Wat, brahmaan, vrees je dat je altijd zo
de rivier in gaat? Waarom onderga je met
bevende ledematen bittere koude?’

‘Wel, weet je, jongedame Punnika, waarom
iemand vragen die door rechtvaardig kamma aldus het
gevolg van slecht kamma wegneemt? Wie in zijn jeugd,
Of ouderdom slechte daden heeft verricht, wordt door de water doop
van dat kamma verlost.’

‘Neen welnu, wie, onwetend aan de onwetenden,
Heeft je dit verteld: dat de water doop
Je kan helpen vrij te worden van slecht kamma?
Waarom gaan dan de vissen, en de schildpadden,
De kikkers, de waterslangen, de krokodillen
En allen die in het water rondspoken, niet rechtstreeks
Naar de hemel? Ja hoor, allen met karmisch slecht werk-
Slagers van schapen en varkens, plezier jagers,
Dieven, moordenaars- spatteren wat met water
Worden vrij van slecht kamma!
En als deze stromen het kwaad wat je vroeger
Hebt gedaan kunnen wegnemen, dan zou het ook je
Verdienste wegnemen, je naakt en berooid achterlatend.
Die, vrees waarmee jij, brahmaan, hier steeds weer
Komt baden en beven, die, zelfs die maak je niet ongedaan,
En bescherm je huid voor bevriezing’.

‘Mensen die verkeerde wegen waren ingeslagen
Leidt je nu op het Edele Pad.
Jongedame, ik geef je mijn badkleding”.

‘Hou je kleding! Ik zoek geen kleding.
Als je lijden2 vreest, als je er niet van houdt,
Doe dan geen openlijk noch verborgen kwaad.
Maar als je kwaad zal doen, of hebt gedaan,
Dan is er voor jou geen ontsnappen aan lijden,
Zelfs als je het ziet aankomen en wegvlucht.
Als je lijden vreest, als lijden je niet verheugt,
Ga dan en zoek de Boeddha en de Norm
En de Sangha voor je toevlucht; leer van hen
de voorschriften te onderhouden. Zo zal je het goede vinden’.

Zie! Ik neem mijn toevlucht in de Boeddha,
En in de Norm en Sangha. Ik zal van hen leren
De voorschriften op me te nemen en te onderhouden;
Zo zal ik inderdaad het goede vinden.

Eens werd ik maar als een zoon van brahmanen geboren.
Vandaag sta ik als zodanig op in daad.
De edele Drievoudige Wijsheid heb ik verworven,
Verworven de ware Veda-kennis, en gepromoveerd
Ben ik, van beter sacrament teruggekeerd,
Gereinigd door het innerlijk spiritueel bad.’

“drawer of water”, 2 ‘ill”, euvel, kwaad, ziek, naar

hartelijke groet,
Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Therigatha 20.2
« Reactie #89 Gepost op: 04-12-2015 10:59 »
Bron: http://digital.library.upenn.edu/women/davids/psalms/psalms.html#C-I
Door mij vertaald. Ik vond het lastig te vertalen. Oud Engels. Suggesties voor verbeteringen welkom.


Therigatha, Verzen van nonnen, een derde selectie

Thag. 20. 2, Rohini

Na het horen van het onderricht van de Boeddha werd Rohini een stroom-betreder. Ze onderwees haar ouders de leer. Die accepteerden het en stemden in met haar toetreden tot de Sangha. Studerend voor inzicht bereikte ze niet lang hierna arahantschap, samen met een grondig begrip van de Norm en de betekenis. Nadenkend over een discussie die ze had met haar vader terwijl ze alleen nog maar de Stroom had betreden, uitte ze de essentie daarvan als triomfantelijke/jubel verzen:

‘”Zie de kluizenaars!” zeg je altijd.
“Zie de kluizenaars!” die me wakker maken.
Lof voor kluizenaars gaat altijd over je tong.
Zeg, jongedame, heb je een kluizenaars geest in wording?
Je geeft deze kluizenaar wanneer ze komen,
voedsel en drinken in overvloed. Kom op, Rohini,
Ik vraag je, waarom zijn kluizenaar je dierbaar?
Ze werken niet graag, het luie gezelschap.
Ze komen rond van wat anderen hun geven.
Klaplopers zijn het, en gulzig naar lekkernijen-
Ik vraag je, waarom zijn kluizenaars je dierbaar?’

Gedurende vele dagen, beste vader, heb je gevraagd naar
ontroerende kluizenaars. Nu zal ik hun deugden
en hun wijsheid en hun werk verkondigen.

Vol werklust zijn ze, geen lui gezelschap.
Ze doen het edelste werk, ze drijven wellust
En haat uit. Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

De drie wrede wortels van kwaad verdrijven ze,
Het van binnen helemaal zuiver makend, geen bezoedeling achterlatend,
Geen smet. Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

Hun werk in daden is zuiver, zuiver is hun werk
In spraak, en niet minder zuiver hun werk in gedachte.
Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

Onbevlekt als een schelp of als een parel,
Van een schitterend bondig karakter, van buiten,
Van binnen347. Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

Geleerd en bekwaam in de Norm; gekozen*,
En levend volgens de Norm die ze uiteenzetten
En onderwijzen. Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

Geleerd en bekwaam in de Norm; gekozen,
En levend volgens de Leer; bedaard,
Aandachtig. Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

Ver en afgelegen trekken ze rond, beheerst;
Wijs in hun woorden en zachtmoedig, ze kennen het einde
Van lijden. Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

En wanneer ze over straat gaan
Kijken ze voor niks om; niet nieuwsgierig
Lopen ze. Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

Ze bewaren geen schat voor het vlees,
Noch opbergkist noch krat. Ze volmaakten
Hun zoektocht. Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

Ze grijpen geen munt; geen goud pakt hun hand,
Noch zilver. In hun behoeften voorziet de dag.
Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

Vanuit menige stam en menig platteland
Voegen ze zich bij de Sangha, onderling verbonden
In liefde. Daarom zijn kluizenaar me dierbaar.

‘Welnu, werkelijk voor ons welzijn, O Rohini,
Werd je als dochter geboren in dit huis!
Je vertrouwen is in de Boeddha, de Norm
En in de Sangha; levendig je devotie.
Want je weet goed dat dit het superieure Veld is
Waar verdienste gecreëerd kan worden. We zullen ons voortaan
Ook wenden tot heilige mensen.
Want daardoor zal voor ons eigen baat 
Een register aan vrijgevige offerandes opstapelen’.

‘Als je lijden vreest, als je er niet van houdt
Ga dan naar en zoek de Boeddha en de Norm
En de Sangha voor je toevlucht; leer van hen
En onderhoudt de voorschriften. Zo zal je welzijn vinden’.

Zie! Ik neem mijn toevlucht in de Boeddha,
En in de Norm en Sangha. Ik zal van hen leren
De voorschriften op me te nemen en te handhaven;
Zo zal ik inderdaad welzijn vinden.

Eens werd ik maar als een zoon van brahmanen geboren.
Vandaag sta ik op als brahmaan in daad.
De edele Drievoudige Wijsheid heb ik verworven,
Verworven de ware Veda-kennis, en gepromoveerd
Ben ik, van beter sacrament teruggekeerd,
Gereinigd door het innerlijk spiritueel bad.’

Noot 347: onbezoedeld door hebzucht, haat of begoocheling; vol van de A-sekha’s kwaliteiten-deugdzaamheid, contemplatie, concentratie, inzicht (Commentaar).
* “elect”

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Therigatha, Sumedha, slot
« Reactie #90 Gepost op: 05-12-2015 12:32 »
Bron: http://digital.library.upenn.edu/women/davids/psalms/psalms.html#C-I
Door mij vertaald. Ik vond het lastig te vertalen. Oud Engels. Suggesties voor verbeteringen welkom.


Therigatha, Verzen van nonnen, slot

Psalm van het Grote Hoofdstuk, Sumedha

Sumedha was dochter van koning Konca (ook koning Heron genoemd). Zij wilde haar leven wijden aan religie en zwoer zintuiglijke verlangens en genoegens af. Ze verliet de wereld en trad toe tot de bhikkhuni’s. Niet lang daarna, inzicht vestigend, en rijp voor bevrijding, verwezenlijkte ze arahantschap, met een grondig begrip van de Norm in vorm en betekenis. En nadenkend over haar overwinning, sprak ze deze triomfantelijke verzen:

Koning Heron’s dochter te Mantavati
Geboren uit diens belangrijkste gemalin, was Sumedha,
Toegewijd aan de makers van de Wet413
Een deugdzame jongedame was ze en welbespraakt,
Geleerd en goed getraind in het systeem van onze Heer.
Zij, voor wie haar ouders een geschikte partner zochten, sprak;
‘Luister nu, vader, moeder, jullie beiden!
Geheel de liefde van mijn hart is aan Nibbana gegeven.
Alles dat ontstaat is vergankelijk,
Zelfs als het de natuur van een god heeft.
Wat voor ruil is dat, dan, voor mij met het lege
Leven van de zintuigen, dat weinig geeft, veel om zeep helpt?
Bitter als het gif van slangen zijn zintuiglijke
Verlangens, waarnaar jeugdige dwazen smachten.
Voor die vele nachten in volledige misère
Rekken ze de gepijnigde levens in de rijken van ongeluk.
De kwaadwillenden, kwaaddoeners rouwen
In levens van loutering. Altijd zijn dwazen
Zonder beheersing in daad en woord en gedachte.
Oh! Maar de dwazen hebben geen weet of wil.
Ze kunnen niet bevatten wat er voor zorgt dat smart ontstaat-
Indien onderwezen, leren ze het niet; in hun ingedutte geesten
Ontwaakt de Viervoudige Waarheid niet.
Die Waarheden, O moeder, die de Ontwaakte,
De Beste, de Boeddha aan ons heeft onthuld,
Zij, de meerderheid, kennen ze niet, en ze
Verheugen zich in het weer in het bestaan komen,
En verlangen er naar wedergeboren te worden onder de goden.
Zelfs bij de goden is geen eeuwig thuis.
Behoeftig worden moet niet duurzaam zijn.
Niettemin zij, de dwaze zielen, zijn opnieuw niet bevreesd
Om ergens weer geboren te worden.
Er zijn vier manieren van akelig leven en alleen twee
manieren van voorspoed416- en hoe moeilijk deze te verwerven!
Noch als iemand in de vier terecht komt
Is daar verzaking van die wereld;
Lijden jullie beide opdat ik mijn wereld verzaak;
En in de gezegende onderrichtingen van de Heer,
Hij van de Tien Krachten, ongeacht wat dan ook,
Zal ik er naar streven om geboorte en dood te ontwortelen.
Hoe kan ik me verheugen in vele geboorten,
In dit armzalig lichaam, schuim zonder ziel?
Dat ik een volkomen einde mag maken aan de dorst er
Weer te zijn, lijden dat ik achter me laat.
Nu is het tijdperk van Boeddha’s! Gegaan de behoefte
Aan een kans. Het moment is daar!
O laat me zolang ik leef nooit de
Voorschriften onderschatten, noch bezwaar hebben tegen het heilige leven!’.

Zo sprak Sumedha en opnieuw: ‘Moeder en vader van mij, nooit zal ik
Als lekenvrouw mijn vasten verbreken en eten.
Ik zal hier eerder gaan liggen en sterven!’

De aangedane moeder huilde, de vader, verbijsterd
Van verdriet, wilde het uit haar hoofd praten en haar
geruststellen, zij die daar languit op de paleis vloer lag:-
“Sta op, lief kind. Waarom dit ongeluk voor jou? Je bent verloofd en aanstaande
te gaan regeren in Varanavati, met de toegezegde bruidegom
koning Anikaratta, knappe jongeheer.
Je bent bestemd zijn belangrijkste gezellin te worden, zijn koningin.
Het is moeilijk, klein kind, om de wereld te verlaten,
Moeilijk zijn de voorschriften en het heilige leven.
Als koningin zal je gezag hebben,
Rijkdom en oppergezag en weelde.
Jij die hiermee gezegend bent en jong, geniet
Van de genoegens die het leven je schenkt.
Op naar je huwelijk, kind’.

Toen antwoordde Sumedha aan hen: Nee, niet zo!
Geen ziel, geen essentie kan worden voortbrengen.
Eén van de twee zal het zijn- kiezen jullie welke:
Of laat me de wereld verlaten, of laat me sterven.
Zo, en zo alleen zou ik er voor kiezen om te trouwen.
Wat is het waard- dit lichaam smerig, onrein,
Geuren afscheidend, bron van angsten, een tas
Van huid gevuld met een karkas, ondertussen
Onzuiverheid afscheidend? Wat is het me waard die weet-
Weerzinwekkend karkas, bepleisterd met vlees en bloed,
De prooi van wormen, diner voor vogels-
Aan wie zal zo’n ding als dit gegeven worden?
Bijna gereed om naar het knekelveld gedragen te worden.
Daar wordt dit lichaam neergegooid, wanneer geest is vervlogen,
Als nutteloos houtblok, waarvan zelfs verwanten zich afkeren.
Weggeworpen het ding dat ze in bad gedaan hebben
Het voedsel van walgelijke dingen, waarvan zelfs de eigen ouders terugdeinzen,
Laat staan hun verwanten.
Ze hebben een liefde voor deze zielloze omlijsting,
Deze aan elkaar geregen beenderen en zenuwen, smerig lichaam,
Gevuld met veelvuldige afscheidingen.
Zou men het lichaam ontleden, en binnenste buiten keren,
De geur zou bewijzen zelfs voor je eigen moeder niet te verduren te zijn.
De factoren van mijn bestaan, organen, elementen,
allen zijn een vergankelijke samenstelling, diep geworteld
In geboorte, zijn lijden, en zonder meer wat ik niet wil*.
Wie, dan, kan ik dan kiezen om te trouwen?
Eerder zou ik dag na dag dood gaan
Door telkens weer opnieuw met 300 speren doorboord te worden,
Zelfs gedurende 100 jaar, als dit dan uiteindelijk pijn zou eindigen, anders niet eindigend. 
De wijzen zouden deze [deal] sluiten, en
Volledige vernietiging ontmoeten, ziend dat Zijn Woord,
Die van de Meester, gaat: “Langdurig is het ronddolen van hen die,
verkikkerd, steeds weer opnieuw verrijzen”.
Ontelbaar de manieren waarop we dood gaan,
Onder goden en mensen, als demonen of als dieren,
Onder de geesten, of in de krochten van de hel.
En daar hoeveel verdoemde gekwelde levens!
We hebben zelfs in de hemel geen veilige toevlucht.
Daarenboven, voorbij Nibbana’s gelukzalig is niets.
En zij hebben die gelukzaligheid verworven die al hun harten
Hebben verbonden met het gezegende Woord van Hem
Die de Tienvoudige Kracht had, en gefocust,
Er naar hebben gestreefd geboorte en dood verre van zich te houden.
Deze dag, mijn vader, zal ik voortgaan!
Ik moet niets hebben van lege weelde! Zintuiglijke verlangens
Staan me tegen en maken me ziek, en zijn geworden
Als de stomp van waar eens een palm stond’.

Zo sprak ze tegen haar vader. De koning,
Anikararra, op weg zijn jeugdige bruid het hof te maken, kwam nu
Dichterbij op het afgesproken tijdstip. Maar Sumedha
Maakte haar zachte bos haar los
En sneed het met een dolk af. Toen sloot
Ze de deur die naar eigen kamers met terras leiden,
En ogenblikkelijk verwierf ze de gelukzaligheid van de eerste jhana.
Daar zat ze verloren in verrukking terwijl
Anikaratta in de hoofdstad aankwam.
Toen beschouwde ze vergankelijkheid,
De gedachte ontwikkelend425. Daarna is ze handelswaar
terwijl Anikaratta snel de treden van
het paleis beklimt, rijkelijk behangen met edelstenen
En goud, en diep buigend voor Sumedha.

‘Heers in mijn koninkrijk en geniet van mijn rijkdom
En macht. Rijk, gelukkig en zo jong ben je,
Geniet van de genoegens die het leven en liefde kunnen voortbrengen,
Ondanks dat ze moeilijk te verkrijgen zijn en door maar weinig verworven.
Aan jou sta ik mijn koninkrijk af!
Doe nu weg wat je dan ook wilt, geef giften in overvloed.
Wees niet neerslachtig. Je ouders zijn ontdaan’.

Aan hem antwoordde Sumedha, voor wie verlangens van
zinnelijke liefde waardeloos waren, noch bezig
Om op een dwaalspoor te geraken: ‘O richt
de toegenegenheden van het hart niet op deze zinnelijke liefde.
Zie al het gevaar, de zintuiglijke verzadiging.
Mandhata, koning van de vier continenten van de wereld,
Had meer rijkdom om zijn zintuigen te verzadigen
Dan enig ander man, stierf niettemin
Ontevreden, zijn wensen onvervuld.
Nee, zelf als de regen-god het liet regenen met alle zeven soorten
Edelstenen tot de aarde en hemel vol waren, dan nog altijd zouden
De zintuigen hunkeren, en mensen onverzadigd sterven.
‘Als de scherpe lemmets van zwaarden zijn zintuiglijke verlangens’.
‘Als de balancerende koppen van slangen klaar om weg te schieten’.
‘Als laaiende fakkels’, en ‘als afgekloven beenderen’.
Vergankelijk, onstabiel zijn zintuiglijke verlangens,
Zwanger van lijden en vol gevaarlijk gif,
Verzengend om aan te raken, als een verhitte ijzeren bol.
Verderfelijk hun wortel, onheilspellend de vrucht.
Als ‘vruchten’ die de klimmer tot val brengen,
Zijn zintuiglijke verlangens; slecht als de ‘hompen vlees’
Die gulzige vogels van elkaar afpikken;
Als bedrieglijke ‘dromen’; als ‘geleende goederen’ die weer opgeëist worden.
‘Als lansen en speren zijn zintuiglijke verlangens’,
‘De pest, een puist, en bron van verderf en onheil.
Een fornuis van gloeiende kolen’, de wortel van verderf,
Moordzuchtig en de bron van verschrikkelijke ellende.

Zo is de onheilspellendheid van zintuiglijke verlangen,
die blokkades van bevrijding, verklaard.
Ga, verlaat me, want ik vertrouw mezelf niet,
Terwijl ik aan deze wereld toch part en deel heb.
Wat moet een ander voor me doen? Voor mij
Wiens hoofd in vuur en vlam staat, wiens stappen worden achtervolgt
Door geboorte en dood die niet talmen. Om ze
Volledig te verpletteren moet ik me onvermijdelijk inspannen.

Toen ze bij haar deur aankwam, zag ze de koning,
Haar huwelijkskandidaat, en haar ouders daar zitten
En ze weenden. En sprak nogmaals tegen hen:

‘Lang moeten ze nog door de werelden ronddolen
Die onwetend altoos hun tranen vernieuwen,
Een eindeloos huilende wereld om vaders dood,
Of vermoorde broer, of dat ze zelf moeten sterven.
Roep in je geest op hoe gezegd werd dat tranen
En melk en bloed over de wereld vloeien zonder einde.
En haal in je geest die grafheuvel aan beenderen,
Die wezens opstapelen die ronddolen in de werelden.
Herinner je de vier oceanen die vergeleken worden
Met al de stromen van tranen, melk en bloed.
Herinner de ‘grote stapel beenderen van 1 mens,
Van alleen maar 1 eon, gelijk aan Vipula’;
En hoe ‘groot India niet zou volstaan
te bedekken met kleine tel-balletjes van aarde
om alle voorouders mee te tellen
Van je eigen levensronde zonder einde.
Herinner hoe ‘de kleine vierkanten van riet
En takken en twijgen nooit kunnen volstaan
Als telramen voor je verwekte werelden zonder begin’
Herinner je hoe de parabel werd verteld
Van een ‘bijziende schildpad in de Oosterse Zeeën,
Of andere oceanen, die eens in de loop van de tijd’,
Zijn hoofd door het gat van een drijvend juk steekt’;
Zo zeldzaam als dit is de kans op geboorte als mens.
Herinner je ook de ‘lichaam’-parabel,
De ‘hoop schuim’, van spuug zonder kern,
Op drift zijnde. Zie hier de vijf vergankelijke factoren.
En O vergeet niet de hel waar velen lijden.
Herinner je hoe we de knekelvelden doen aanzwellen,
Nu stervend, nu weer ergens anders wedergeboren.
Herinner wat over ‘krokodillen433’ werd gezegd,
En wat die gevaren voor ons betekenden, en O!
bewaar in je geest de Vier, de Edele Waarheden.

HET NECTAR VAN DE NORM IS HIER! O hoe
Kun je voldaan zijn met de bittere teugen
Van zintuiglijke bevrediging? Alle zintuiglijke genoegens
Zijn bitterder voor het vervolgend vijfvoudige Lijden435

HET NECTAR VAN DE NORM IS HIER! O hoe
Kun je voldaan zijn met koortsachtige charges
Van zintuiglijke bevrediging? Alle zintuiglijke genoegens
Zijn brandend, kokend, gistend, stovend.

ER IS, WAAR VIJANDIGHEID NIET IS437. O hoe
Kun je voldaan zijn met zintuiglijke genoegens
Terwijl ze je zoveel vijanden bezorgen- de toorn
Of hebzucht van de koning, of dief, of rivaal, leed door
Vuur, of water- ja, zo veel vijanden!

BEVRIJDING WACHT! O hoe kun je
Voldaan zijn met zintuiglijke genoegens, waarin
ketens liggen en dood? Ja, in precies die genoegens
Schuilen kerker en beul. Zij die zich willen overgeven aan
Hun lusten moeten daarna onvermijdelijk tegenspoed ondergaan.
Voor hem wie ze lang vasthoudt en niet loslaat
Zullen stroo-fakkels branden. Dus, in de parabel440
Branden zintuiglijke verlangens hem die niet loslaat.
Gooi, vanwege wat ijdel zintuiglijk genoegen, niet
weg, het ruimere sublieme geluk,
Anders slik je net als de vin karper de haak in,
Alleen maar om jezelf in verderf terug te vinden.
Tem jezelf in zintuiglijke verlangens, noch laat
Jezelf door hen ketenen, zoals een hond
Aan de ketting vastzit; anders zullen ze waarlijk
Met jou doen als de hongerige paria’s met die hond442.
Ik zeg nogmaals, onmetelijke hoeveelheid tegenspoed
En vele uitputtende narigheid van de geest
Zul je ondergaan, het juk opgelegd door zinnelijk leven. Geef op,
Geef verlangens van de zintuigen op! Ze vergaan.

ER IS, DAT WAT NOOIT OUDER WORDT! O hoe
Kun je voldaan zijn met zintuiglijke verlangens
Die zo snel verouderen? Worden niet alle dingen wedergeboren,
Waar dan ook, gegrepen door ziekte en dood?
DIT dat nooit ouder wordt, dat niet sterft,
DIT nooit verouderend, nooit stervend Pad-
Daar komt geen smart, geen vijanden,
Noch is daar enige menigte; geen bezwijmen of falen,
Er komt geen angst, noch wat dan ook dat kwelt-
Naar DIT, het Ambrozijnen Pad, zijn velen
volledig gegaan. En vandaag, zelf nu kan het verworven worden.
Maar alleen door een leven dat zich volkomen
Overgegeven heeft aan devotie. Zwoeg niet**,
En je zult het niet realiseren!’.

  Zo beëindigde Sumedha
wat ze te zeggen had, zij die geen vreugde vond
In alle activiteiten die van leven tot leven leiden,
En, aan Anikarrata aldus haar geest
verklarend, liet ze haar lokken op de grond vallen.
Toen stond hij op met uitgestrekte gevouwen handen,
En met haar vader die zo voor haar opkwam:
‘O sta Sumedha toe om de wereld te verlaten,
Dat ze de Waarheid en Vrijheid mag zien!’

De ouders dulden het haar en weg was ze.
Bevreesd om te blijven en angst en hartzeer op te bouwen.
Zes vertakkingen van Inzicht realiseerde ze,
Als leerling, de Hoogste Vrucht verwervend.
  ------------------

O wonderbaarlijk dit! O waarlijk wonderbaarlijk!
Nibbana voor de dochter van een koning!
Haar staat en gedrag in eerdere geboorten,
Zoals ze in haar laatste leven vertelde, waren deze:
‘Toen Konagamana hier Boeddha was,
En een nieuw verblijf, Het Park van de Sangha,
Tot zijn onderkomen nam, bouwden twee van mijn vrienden en ik
Een vihara te gebruiken door de meester.
En vele gewonnnen en eeuwen van levens
Leefden we onder de goden, om naar niet te spreken van onder de mensen.
Machtig onze glorie en kracht onder
De goden, noch hoef ik te spreken over de faam op aarde.
Was ik niet een gezellig van een keizer,
De schat-vrouw onder de Zeven Schatten?

Geduld*** in de Waarheid onderwees de Meester-
Dit was de oorzaak, de bron, de wortel,
Dit is de Eerste Schakel in de lange Oorzakelijke Lijn,
Dit is Nibbana indien we de Norm liefhebben.

Zo handelend, zij die hun vertrouwen in Hem stellen,
Superieure Wijsheid451, verliezen elke wens en hoop
Om terug tot bestaan te komen- en zo bevrijd
Worden ze van alle smetten van de hartstochten gezuiverd.


Noten


Noot 413: Sasanakara, is volgens het commentaar, Ariyanas- d.w.z. Arahants, inclusief de Boeddha’s. Daar net onder, sasana is weergegeven door ‘systeem’. Sumedha=erg wijs.
Noot 416: Wedergeboorte in ‘hel’, als dier, als ‘geest’, als demon zijn vier (louterende levens’, vinipata, in 452): als mens of als god zijn de twee.
Noot 425: het commentaar geeft aan dat ze door ging met de andere ‘tekenen’-lijden, of smart, en zielloosheid.
Noot 433: Het gevaar van krokodillen wordt, in twee van de Nikaya’s, metaforisch gebruikt voor gulzigheid; een van de vier gevaren van ‘van diegene die naar het water toe gaan’; het wordt in de Canon alleen toegepast voor de verleidingen van een Bhikkhu (Majjh. Nik., i. 460; Ang. Nik. ii.124)
Noot 435: Let. ‘Zijn bitterder voor het vijfvoudige-bitter’, door het commentaar verklaard als ‘door het er op volgend nog scherper Lijden (dhukkam). Vijfvoudig verwijst naar de vijf zintuigen.
Noot 437: let. Het niet-vijandige zijn’ (absoluut lokatief). Het Pali heeft geen metafoor voor plaats.
Noot 440; In Majjhima Nik. i 365, waar gezegd wordt dat de fakkel die tegen de wind in wordt gedragen niet lang vastgehouden wordt.
Noot 442: De hond, volgens het commentaar, niet in staat om aan ze te ontsnappen, wordt gedood en vermoedelijk opgegeten. [knip rest]
Noot 451: Let. ‘Die onmetelijke wijsheid heeft’.
* “and first and last the thing i would not”
** “labour not”, werk niet?
*** "endurance", uithoudingsvermogen


Dit besluit de selecties uit Therigatha, De Verzen van Nonnen

hartelijke groet,
Siebe




Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Patisambhida Magga
« Reactie #91 Gepost op: 08-12-2015 10:45 »
[vertaald uit: The Path of Discrimination, (Patisambidamagga), translated from the Pali by Bhikkhu Nanamoli, 1982]

Patisambhidamagga

Inleiding.

Patisambhida Magga is het twaalfde deel of verhandeling van Khuddaka Nikaya. Het wordt toegeschreven aan de Eerwaarde Sariputta. Hier worden de meest belangrijkste leerstellingen van de Boeddha behandeld in de stijl van de Abhidhamma. De Patisambhida Magga is onderverdeeld in 3 hoofdstukken (vagga's): Maha vagga, Yuganaddha vagga, en Pañña vagga. Elke vagga bestaat uit 10 subgroepen, katha's genaamd, zoals Nana Katha, Ditthi Katha, etc.
De verhandeling van elk onderwerp is zeer gedetailleerd en biedt het theoretische fundament voor de beoefening van het Pad. http://www.sleuteltotinzicht.nl/ptsm0-00.htm

Het onderstaande betreft hoofdstuk 7, Kammakatha, uit Mahavagga (“Great Division”), de Verhandeling over Actie (of daad/handeling). Ik heb dit iets meer uitgeschreven dan in het boek van Nanamoli.

Patisambhidamagga, Kammakatha, Over Actie [daad, handeling]

Er is actie [een daad, handeling] geweest, er is actie-gevolg geweest: er is actie geweest, er is geen actie-gevolg geweest.
Er is actie geweest, er is actie-gevolg: er is actie geweest, er is geen actie-gevolg.
Er is actie geweest, er zal actie-gevolg zijn: er is actie geweest, er zal geen actie-gevolg zijn.
Er is actie, er is actie-gevolg: er is actie, er is geen actie-gevolg
Er is actie, er zal actie-gevolg zijn: er is actie, er zal geen actie-gevolg zijn.
Er zal actie zijn, er zal actie-gevolg zijn: er zal actie zijn, er zal geen actie-gevolg zijn.

2. Er is voordelige [heilzame] actie geweest, er is voordelig actie-gevolg geweest: er is voordelige actie geweest, er is geen voordelig actie-gevolg geweest.
Er is voordelige actie geweest, er is voordelig actie-gevolg: er is voordelige actie geweest, er is geen voordelig actie-gevolg.
Er is voordelige actie geweest, er zal voordelig actie-gevolg zijn: er is voordelige actie geweest, er zal geen voordelig actie-gevolg zijn.
Er is voordelige actie, er is voordelig actie-gevolg: er is voordelige actie, er is geen voordelig actie-gevolg.
Er is voordelige actie, er zal voordelig actie-gevolg zijn: er is voordelige actie, er zal geen voordelig actie-gevolg zijn.
Er zal voordelige actie zijn, er zal voordelig actie-gevolg zijn: er zal voordelige actie zijn, er zal geen voordelig actie-gevolg zijn.

3. Er is onvoordelige [onheilzame] actie geweest, er is onvoordelig actie-gevolg geweest: er is onvoordelige actie geweest, er is geen onvoordelig actie-gevolg geweest.
Er is onvoordelige actie geweest, er is onvoordelig actie-gevolg: er is onvoordelige actie geweest, er is geen onvoordelig actie-gevolg.
Er is onvoordelige actie geweest, er zal onvoordelig actie-gevolg zijn: er is onvoordelige actie geweest, er zal geen onvoordelig actie-gevolg zijn.
Er is onvoordelige actie, er is onvoordelig actie-gevolg: er is onvoordelige actie, er is geen onvoordelig actie-gevolg.
Er is onvoordelige actie, er zal onvoordelig actie-gevolg zijn: er is onvoordelige actie, er zal geen onvoordelig actie-gevolg zijn.
Er zal onvoordelige actie zijn, er zal onvoordelig actie-gevolg zijn: er zal onvoordelige actie zijn, er zal geen onvoordelig actie-gevolg zijn.

4. Er is afkeuringswaardige [verwerpelijke] actie geweest, er is afkeuringswaardig actie-gevolg geweest: er is afkeuringswaardig actie geweest, er is geen afkeuringswaardig  actie-gevolg geweest.
Er is afkeuringswaardige actie geweest, er is afkeuringswaardig actie-gevolg: er is afkeuringswaardige actie geweest, er is geen afkeuringswaardig actie-gevolg.
Er is afkeuringswaardige actie geweest, er zal afkeuringswaardig actie-gevolg zijn: er is afkeuringswaardige actie geweest, er zal geen afkeuringswaardig actie-gevolg zijn.
Er is afkeuringswaardige actie, er is afkeuringswaardig actie-gevolg: er is afkeuringswaardige actie, er is geen afkeuringswaardig actie-gevolg.
Er is afkeuringwaardige actie, er zal afkeuringswaardig actie-gevolg zijn: er is afkeuringswaardige actie, er zal geen afkeuringswaardig actie-gevolg zijn.
Er zal afkeuringswaardige actie zijn, er zal afkeuringswaardig actie-gevolg zijn: er zal afkeuringswaardig actie zijn, er zal geen afkeuringswaardig actie-gevolg zijn.

5. Er is niet afkeuringswaardig [niet verwerpelijke] actie geweest...etc.

6. Er is donkere actie geweest...etc

7. Er is heldere actie geweest, er is helder actie-gevolg geweest: er is heldere actie geweest, er is geen helder actie-gevolg geweest.
Er is heldere actie geweest, er is helder actie-gevolg: er is heldere actie geweest, er is geen helder actie-gevolg.
Er is heldere actie geweest, er zal helder actie-gevolg zijn: er is heldere actie geweest, er zal geen helder actie-gevolg zijn.
Er is heldere actie, er is helder actie-gevolg: er is heldere actie, er is geen helder actie-gevolg.
Er is heldere actie, er zal helder actie-gevolg zijn: er is heldere actie, er zal geen helder actie-gevolg zijn.
Er zal heldere actie zijn, er zal helder actie-gevolg zijn: er zal heldere actie zijn, er zal geen helder actie-gevolg zijn.

8. Er is actie vruchtbaar [productief] voor plezier geweest...

9. Er is actie vruchtbaar [productief] voor pijn geweest...

10. Er is actie resulterend in plezier geweest...

11. Er is actie resulterend in pijn geweest, er is actie-gevolg resulterend in pijn geweest: er is actie resulterend in pijn geweest, er is geen actie-gevolg resulterend in pijn geweest.
Er is actie resulterend in pijn geweest, er is actie-gevolg resulterend in pijn: er is actie resulterend in pijn geweest, er is geen actie-gevolg resulterend in pijn.
Er is actie resulterend in pijn geweest, er zal actie-gevolg resulterend in pijn zijn: er is actie resulterend in pijn geweest, er zal geen actie-gevolg resulterend in pijn zijn.
Er is actie resulterend in pijn, er is actie-gevolg resulterend in pijn: er is actie resulterend in pijn, er is geen actie-gevolg resulterend in pijn.
Er is actie resulterend in pijn, er zal actie-gevolg resulterend in pijn zijn: er is actie resulterend in pijn, er zal geen actie-gevolg resulterend in pijn zijn.
Er zal actie resulterend in pijn zijn, er zal actie-gevolg resulterend in pijn zijn: er zal actie resulterend in pijn zijn, er zal geen actie-gevolg resulterend in pijn zijn.
                                                                                              *
                                                                          Einde Verhandeling over Actie

Ja, Abhidhamma-stijl,

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Milindapanha, deel 1
« Reactie #92 Gepost op: 12-12-2015 11:09 »
[bron: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I, 1890]

Inleiding Milandapanha

Milindapanha is denk ik een aantrekkelijk werk voor iedereen die veel vragen en twijfels heeft bij boeddhisme. In dit werk speelt koning Milinda de rol van een soort criticus van het boeddhisme. Koning Milinda was Yonaka (Graeco-Bactrian) koning van Sagala (Griekenland). Hij heeft allerlei vragen en bedenkingen bij allerlei boeddhistische leerstellingen. Eerwaarde Nagasena, een arahant, gaat daarover met de koning in gesprek, licht zo het onderricht toe en neemt als het ware de twijfel of scepsis bij koning Milinda weg. Beide zouden zo'n 500 jaar na het overlijden van de Boeddha geleefd hebben.
Ik heb het zo begrepen dat Milandapanha niet door iedereen wordt erkend als een canoniek werk. Het schijnt niet opgenomen te zijn in de Singhalese en Thaise editie maar wel in de Birmese editie van de Tipitaka en schijnt later toegevoegd te zijn. Het is het achttiende en laatste werk van Khuddhaka Nikaya.
De komende tijd zal ik een aantal teksten posten uit Milindapanha waarbij het onderwerp kamma een rol speelt.

Milandapanha, een eerste selectie

Boek II, Hoofdstuk 2

§6. De koning zei: “Wat is het, Nagasena, dat wordt wedergeboren?”
“Naam en vorm wordt wedergeboren.”
“Wat, is het deze zelfde naam-en-vorm die wordt wedergeboren?”
“Nee, maar door deze naam-en-vorm worden daden verricht, goed of slecht, en door deze daden (dit karma) wordt een andere naam-en-vorm wedergeboren”
“Als dat zo is, heer, zou het nieuwe wezen dan niet bevrijd worden van diens slechte karma?”
“De oudere monnik antwoordde: “Ja, als het niet wedergeboren werd. Maar precies omdat het wedergeboren wordt, O koning, wordt het daarom niet bevrijd van diens slechte karma”
“Geef me iets ter illustratie.”

“Stel, O koning, een man zou een mango stelen van een andere man, en de eigenaar van de mango zou hem grijpen en hem voor de koning brengen en hem van het misdrijf beschuldigen. En de dief zou zeggen: ‘Uwe Hoogheid! Ik heb de mango’s van deze man niet gestolen. Die hij in de grond stopte, dat zijn anderen dan diegenen die ik wegnam. Ik verdien het niet om gestraft te worden’. Hoe dan? Zou hij schuldig zijn?”
“Zeker, heer. Hij zou het verdienen om gestraft te worden”.
“Maar op basis van wat?”
Omdat, ondanks wat hij dan ook mag zeggen, hij zou schuldig zijn met betrekking tot de laatste mango die resulteerde van de eerste (die de eigenaar in de grond stopte)”.
“Net zo, grote koning, worden goede en slechte daden gedaan door deze naam-en-vorm en een andere wordt wedergeboren. Maar die andere wordt daardoor niet bevrijd van diens slechte daden (diens karma).”
“Geef me een nog een voorbeeld”

Het is als rijst of suiker dat ook zo gestolen wordt, waarvan hetzelfde gezegd kan worden als de mango. Of het is als een vuur dat een man, in het koude seizoen, zou kunnen aansteken, en, nadat hij zichzelf opgewarmd had, laat branden en weggaat. Als dan dat vuur een andermans veld in brand zou steken, en de eigenaar van het veld zou hem grijpen, en hem voor de koning brengen en hem beschuldigen van de schade, en hij zou zeggen: ‘Uwe Majesteit! Ik was het niet die het veld van deze man in brand stak. Het vuur dat ik liet branden was een ander vuur dan dat diens veld afbrandde. Ik ben niet schuldig”. Wel, zou de man, O koning, schuldig zijn?”
“Zeker, heer”
“Maar waarom?”
“Omdat, ondanks wat hij dan ook mag zeggen, hij zou schuldig zijn met betrekking tot het er op volgend vuur dat uit het eerdere ontstond.”
“Net zo, grote koning, worden goede en slechte daden gedaan door deze naam-en-vorm en een andere wordt wedergeboren. Maar die andere wordt daardoor niet bevrijd van diens slechte daden (diens karma).
“Geef me nog een voorbeeld”

“Stel, O koning, een man zou een lamp pakken en naar de bovenste verdieping van zijn huis gaan, en daar zijn maaltijd opeten. En de oplaaiende lamp zou het strodak in brand zetten, en van daaruit zou het huis vlam vatten, en nadat het huis vlamvatte zou het hele dorp platbranden. En ze zouden hem grijpen en hem vragen: ‘Waarom, kerel, zette je ons dorp in de brand?’ En hij zou antwoorden: “Ik heb jullie dorp niet in brand gestoken! De vlam van de lamp, bij wiens licht ik aan het eten was, was één ding; het vuur dat uw dorp afbrandde was een ander ding”. Wel, als ze zo ruziënd, dit bij u voor het gerecht zouden brengen, O koning, in wiens voordeel zou u dan in dit geval beslissen?
“In het voordeel van de dorpelingen.”
“Maar waarom?
“Omdat, heer, ondanks wat de man dan ook zou zeggen, het ene vuur werd door het andere voortgebracht.”
“Net zo, grote koning, is het één naam-en-vorm dat eindigt met de dood, en een andere naam-en-vorm welk wordt wedergeboren. Maar de tweede is het gevolg van de eerste, en wordt daarom niet bevrijd van diens slechte daden”.
“Geef me nog een voorbeeld.”

“Stel, O koning, een man zou een jong meisje kiezen om te huwen en een prijs betalen en weggaan. En zij zou in de loop der tijd opgroeien tot een vrouw, en dan zou een andere man een prijs voor haar betalen en haar trouwen. En wanneer de eerste dan terug zou komen, zou deze zeggen: “Waarom, mijn kerel, heb je mijn vrouw meegenomen?” En de ander zou antwoorden: 'Het is niet jouw vrouw die ik meegenomen heb! Het kleine meisje, het nog enkel kind, die je koos om te huwen en een prijs voor betaalde is één, het meisje opgegroeid tot vrouw die ik koos om mee te trouwen en een prijs voor betaalde is een ander'. Nu, als ze zo ruziënd het bij u voor het gerecht zouden brengen, O koning, wiens kant zou u dan in dit geval kiezen?”
“De kant van de eerste”
“Maar waarom?”
“Omdat, ondanks wat de tweede ook zou zeggen, het opgegroeide meisje zou afgeleid zijn van het andere meisje”.
“Net zo, grote koning, is het één naam-en-vorm dat eindigt met de dood, en een andere naam-en-vorm welk wordt wedergeboren. Maar de tweede is het gevolg van de eerste, en wordt daarom niet bevrijd van diens slechte daden”.
“Geef me nog iets ter illustratie.”

“Stel dat een man, O koning, een kan melk zou kopen van een herder, zou weggaan en het bij hem in bewaring zou laten terwijl hij zou zeggen: ‘Ik zal het morgen ophalen'. En de volgende dag zou het wrongel worden. En wanneer de man zou komen en er naar zou vragen, stel dan dat de ander hem de wrongel zou aanbieden, en hij zou zeggen: 'Ik kocht van jou geen wrongel; geef me mijn kan met melk'. En de ander zou antwoorden: 'Zonder een fout van mijn kant is je melk in wrongel veranderd'. Nu, als ze zo ruziënd het bij u voor het gerecht zouden brengen, O koning, ten gunste van wie zou u dan in dit geval kiezen?”
“Ten gunste van de herder”
“Maar waarom?”
“Omdat, ondanks wat de ander ook mag zeggen, de wrongel is afgeleid van de melk”.
“Net zo, grote koning, is het één naam-en-vorm dat eindigt met de dood, en een andere naam-en-vorm welk wordt wedergeboren. Maar die andere is het gevolg van de eerste, en wordt daarom daardoor niet bevrijd van diens slechte daden (diens slechte karma)”.
“Uitstekend, Nagasena!”

hartelijke groet,
Siebe


lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon
« Reactie #93 Gepost op: 12-12-2015 16:08 »
Milindapanho

De vragen van milinda
tweespraak tussen een griekse koning
en een boeddhistische monnik

vertaald uit het pali door Tonny Kurpershoek-Scherft

uitgeverij asoka

isbn: 9 5670 014 6 / nugi613


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Milindapanha, deel 2
« Reactie #94 Gepost op: 13-12-2015 12:12 »
[bron: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I, 1890, fragmenten door mij vertaald, suggesties voor verbeteringen welkom]

Milindapanha, een tweede selectie

Boek III, hoofdstuk 4

§1. De koning zei: “Worden de vijf ayatana’s* (oog, oor, neus, tong en lichaam), Nagasena, geproduceerd door uiteenlopende acties of door één actie?” (dat is, het gevolg van uiteenlopende karma’s of door één karma).
“Door uiteenlopende acties, niet door één.”
“Geef me een voorbeeld.”
“Wel, wat denkt u, koning? Als ik in een veld vijf soorten zaden zou zaaien, zou het product van deze verschillende zaden dan van uiteenlopende soorten zijn?”
“Ja, zeker.”
“Wel, precies zo met betrekking tot de productie van ayatana’s.”
“Uitstekend, Nagasena!”

Persoonlijke noot:

* zintuigbasis. In dit fragment wordt gesproken over vijf zintuig bases. Er wordt in teksten ook gesproken over een zesde ayatana, namelijk de basis van de geest, manayatana, (bron: www.sleuteltotinzicht.nl).
zie ook: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2287.msg17557.html#msg17557

§2. De koning zei: “Waarom, Nagasena, zijn niet alle mensen gelijk, maar leven sommige kort en sommige  lang, zijn sommige ziekelijk en sommige gezond, sommige lelijk en sommige mooi, sommige zonder invloed en sommige met grote macht, sommige arm en sommige rijk, sommige laag geboren en sommige hoog geboren, sommige dom en sommige wijs?”
“De oudere antwoordde: “Waarom zijn niet alle groenten gelijk, maar sommige wrang, en sommige zout, en sommige bitter, sommige zuur, en sommige scherp en sommige zoet?”
“Ik denk, heer, dat het komt omdat ze van verschillende soorten zaden komen.”
“En net zo, grote koning, moeten de door u genoemde verschillen onder mensen verklaard worden. Want door de Gezegende is gezegd: “Wezens, O brahmaan, hebben elk hun eigen karma, zijn erfgenamen van karma, behoren tot de stam van hun karma, zijn familieleden door karma, hebben elk hun karma als hun beschermende opperheer. Het is karma dat ze opdeelt in laag en hoog en soortgelijke verdelingen”.
“Uitstekend Nagasena!”

hartelijke groet,
Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Milindapanha, deel 3
« Reactie #95 Gepost op: 14-12-2015 10:07 »
[bron: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I, 1890, fragmenten door mij vertaald, suggesties voor verbeteringen welkom]

Milindapanha, een derde selectie

Boek III, hoofdstuk 5

§7 De koning zei: “Is er, Nagasena, enig wezen dat van dit lichaam naar een ander verhuisd? [als in een zielsverhuizing, Siebe]”
“Nee, dat is er niet”
“Maar als dat zo zou zijn, zou het dan niet vrij worden van diens slechte daden?”
“Ja, als het niet wedergeboren werd; maar als het werd wedergeboren, nee.”
“Geef me een illustratie.”
“Stel, O koning, dat een man andermans mango’s zou stelen, zou de dief dan straf verdienen?”
“Ja”
“Maar hij zou niet de mango’s gestolen hebben die de andere man in de grond geplant heeft. Waarom zou hij straf verdienen?”
“Omdat diegene die hij stal het gevolg waren van diegenen die geplant werden”
“Net zo, grote koning, deze naam-en-vorm verricht daden, ofwel zuiver of onzuiver, en door dat karma wordt een andere naam-en-vorm wedergeboren. En daarom wordt het niet bevrijd van diens slechte daden”.
“Uitstekend, Nagasena!”

§8 De koning zei: “Wanneer daden worden verricht, Nagasena door één naam-en-vorm, wat wordt er dan van die daden [wat gebeurt er dan met die daden]?”
“De daden zouden het volgen, O koning, als een schaduw die het nooit verlaat”.
“Kan iemand die daden aanwijzen, zeggend: ‘Hier zijn deze daden, of daar?”’
“Nee”
“Geef me een voorbeeld.”
“Welnu, wat denk u, O koning? Kan iemand de vruchten aanwijzen die een boom nog niet voortgebracht heeft, zeggend: ‘Hier zijn ze, of daar’”?
“Zeker niet, heer.”
“Precies zo, grote koning, zolang de continuïteit van het leven niet wordt afgesneden, is het onmogelijk om de daden die verricht worden aan te wijzen."
“Uitstekend Nagasena!”

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Milindapanha, deel 4
« Reactie #96 Gepost op: 15-12-2015 11:20 »
[bron: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I, 1890, fragmenten door mij vertaald, suggesties voor verbeteringen welkom]

Milindapanha, een vierde selectie

Boek IV, hoofdstuk 1

De Boeddha’s zondeloosheid; Is alle pijn geworteld in karma?

§62. “Eerwaarde Nagasena, had de Gezegende, toen hij een Boeddha werd, alle kwaad in hemzelf opgebrand, of was daar nog altijd enig resterend kwaad in hem aanwezig?”
“Hij had alle kwaad opgebrand. Er was niets van over”.
“Maar hoe kan dat, heer? Leed de Tathagata niet lichamelijke pijn?”
“Ja, O koning. Te Ragagaha doorboorde een scherf/fragment van een rots zijn voet, en eens leed hij aan dysenterie, en eens, toen de humeuren/energieen1 van zijn lichaam verstoord waren, werd hem een purgatief toegediend, en eens toen hij gehinderd werd door wind, gaf de oudere die op hem wachtte (dat is Ananda) hem heet water”.
“Dan, heer, als de Tathagata bij zijn Boeddha worden al het kwaad in zichzelf heeft vernietigd-moeten deze andere verklaringen dat zijn voet doorboord werd door een scherf, dat hij dysenterie had, enzovoort, onjuist zijn. Maar als ze waar zijn dan kan hij niet vrij geweest zijn van kwaad, want er is geen pijn zonder karma. Alle pijn is geworteld in karma, en het is op basis van karma dat lijden ontstaat. Dit dilemma is aan jou gepresenteerd en jij moet het oplossen”.

§63. “Nee, O koning. Niet al het lijden is geworteld in karma. Er zijn acht oorzaken waardoor leed2 ontstaat, waardoor vele wezens pijn lijden. En wat zijn deze acht? Een overvloed aan wind, aan gal en aan slijm, de vereniging van deze humeuren, variaties in temperatuur, het vermijden van verschillen/ongelijkheden3, extern(e) medium/werking4 en karma. Vanuit elk van deze ontstaan er soorten leed, en dit zijn de acht oorzaken waardoor vele wezens pijn lijden. En wie dan ook handhaaft dat het karma is dat wezens bezeert, en daarnaast geen andere reden voor pijn bestaat, zijn stelling is onjuist”.
“Maar, heer, alle andere zeven soorten pijn hebben elk ook karma als diens oorsprong, want ze worden allemaal geproduceerd door karma.
“Als, O koning, alle aandoeningen5 werkelijk afgeleid zouden zijn van karma, dan zouden er geen karakteristieke kenmerken zijn waarmee ze van elkaar onderscheiden konden worden. Wanneer de wind [energie] verstoord is, is dat zo op één of andere van de [volgende] tien manieren- door koude of door hitte, of door honger, of door dorst, of door teveel eten, of door te lang staan, of door teveel inspanning, of door te snel lopen, of door medische behandeling of als het gevolg van karma. Van deze tien, treden negen niet op in een vorig leven of in een volgend leven, maar in iemands huidige bestaan. Daarom is het niet juist om te zeggen dat alle pijn door karma ontstaat. Wanneer het gal [energie], O koning, verstoord wordt, is dat op één of andere van [de volgende] drie manieren-door koude, of door hitte, of door ongeschikt voedsel. Wanneer het [de] slijm [energie] wordt verstoord is dat zo door koude, of door hitte, of door voedsel en drank. Wanneer ofwel één van deze drie humeuren worden verstoord of vermengd, geeft dat diens eigen speciale, kenmerkende pijn. Dan zijn er de speciale pijnen die ontstaan vanuit variaties in temperatuur, vermijding van verschillen, en externe werking/medium. En daar is de daad die karma als diens vrucht heeft, en de pijn zo teweeggebracht ontstaan vanuit de verrichte daad. Dus wat ontstaat als de vrucht van karma is veel minder dan wat vanuit andere oorzaken ontstaat. En de onwetenden gaan te ver als ze zeggen dat elke pijn voortgebracht wordt als de vrucht van kamma. Niemand zonder het inzicht van een Boeddha kan de reikwijdte van de activiteit van karma bepalen.

§64. Welnu, toen de voet van de Gezegende gescheurd werd door een scherf van een rots, werd de pijn die volgde, niet voortgebracht door enig ander van de acht oorzaken die ik noemde, maar alleen door een externe werking/medium4. Want Devadatta, O koning, had gedurende honderden duizenden opeenvolgende geboorten haat gekoesterd jegens de Tathagata. Het was in zijn haat dat hij een grote rots greep, en het over de rand duwde in de hoop dat het op zijn hoofd zou vallen. Maar twee andere rotsen kwamen samen, en onderschepten het voordat het de Tathagata had bereikt; en door de kracht van die botsing werd er een fragment afgerukt en viel op de voet van de Gezegende, en liet het bloeden. Welnu, deze pijn moet in de Gezegende voortgebracht zijn ofwel als het gevolg van zijn eigen karma, of door iemand anders zijn daad. Want anders dan deze twee kan er geen ander soort pijn zijn. Het is zoals wanneer een zaadje niet ontkiemt- dat moet zijn door ofwel de slechtheid van de grond, of door een defect in het zaadje. Of het is zoals wanneer voedsel niet wordt verteerd- dat moet zijn ofwel door een defect in de maag, of door de slechtheid van het voedsel.”

§65. Maar hoewel de Gezegende nooit pijn leed dat het gevolg was van zijn eigen karma, of teweeggebracht door de vermijding van verschillen, leed hij toch pijn vanuit elk van de andere zes oorzaken. En door de pijn die hij kon hebben, was het niet mogelijk om hem van het leven te beroven. Er komen tot dit lichaam van ons, O koning, samengesteld uit de vier elementen, wenselijke sensaties/gevoelens en het omgekeerde, plezierig en onplezierig. Stel, O koning, een kluit aarde zou in de lucht gegooid worden, en weer op de grond neervallen. Zou het de consequentie/gevolg zijn van enige daad die het eerder had gedaan dat het zo zou vallen?”
“Nee, heer. Er is geen reden op de uitgestrekte aarde [te vinden] waardoor die kluit het gevolg zou kunnen ervaren van een daad, ofwel goed of slecht. Het zou vanwege een huidige oorzaak zijn onafhankelijk van karma dat de kluit weer op de aarde valt.”
“Wel, O koning, de Tathagata moet beschouwd worden als de uitgestrekte aarde. En zoals de kluit er op zou vallen ongeacht enige daad die het verricht heeft, zo was het ook ongeacht enige daad door hem gedaan dat het fragment van de rots op zijn voet viel”.

§66. “Nogmaals, O koning, mensen halen de grond open en ploegen de aarde. Maar is dat het gevolg van een daad die eerder gedaan is?”
“Zeker niet, heer.”
“Precies zo met het vallen van die scherf. En de dysenterie die hem overviel was op dezelfde manier geen gevolg van een eerdere daad, het werd veroorzaakt door de vereniging van de drie humeuren. En welke lichamelijk ziekte hij dan ook kreeg, dat had diens oorsprong, niet in karma, maar in één van andere zes oorzaken waar naar verwezen is. Want er is gezegd door de Gezegende, O koning, door hem die boven alle goden staat, in de glorieuze verzameling genaamd de Samyutta Nikaya, in de Sutta genoemd naar Moliya Sivaka: “Er zijn bepaalde pijnen, Sivaka, die in de wereld ontstaan vanuit galachtige humeur. En je moet zeker weten welke dat zijn, want het is een zaak van algemene kennis in de wereld welke dat zijn. Maar die Samana’s en Brahmanen, Sivaka, die van mening zijn en de visie verkondigen dat welk plezier of pijn of neutraal gevoel, iemand dan ook ervaart, dat altijd is vanwege een eerdere daad- ze gaan voorbij aan zekerheid, ze gaan voorbij kennis, en daarin zeg ik dat ze verkeerd bezig zijn. En zo ook voor de pijnen die veroorzaakt worden door het slijm-humeur, of door het wind-humeur, of door de vereniging van die drie, of door variaties in temperatuur, of door vermijding van verschillen, of door externe actie, of als het gevolg van karma. In elk van deze gevallen dien je zeker te weten welke die zijn, want het is een zaak van algemene kennis welke die zijn. Maar die Samana’s of Brahmanen die van mening zijn of de visie verkondigen dat wat voor plezier, of pijn, of neutraal gevoel een mens ook zou kunnen ervaren, altijd het gevolg is van een eerdere daad- ze gaan voorbij zekerheid, ze gaan voorbij doorsnee kennis. En daarin zeg ik dat ze verkeerd bezig zijn. Dus, O koning, niet alle pijn is het gevolg van karma. En je moet als feit accepteren dat toen de Gezegende een Boeddha werd, hij alle kwaad binnenin hem had opgebrand”
“Uitstekend, Nagasena! Het is zo; en ik accepteer het zoals je zegt”

Persoonlijke noten (door mij ingevoegd):

1. In de oosterse geneeskunde onderscheidt men ‘humeuren’ of basisenergieën zoals, wind, gal en slijm, bijvoorbeeld in de Tibetaanse geneeskunde. Bij ziekte kan zo’n humeur of basisenergie te actief zijn of in overvloed aanwezig of te zwak/weinig, of er kan een disbalans zijn in alle drie samen. Hoe dit precies zit weet ik niet. Het werken met en herstellen van zulke energieën via behandelingen is wat een arts-heler onder andere doet om te genezen.
2. “Sufferings”, verschillende soorten lijden, hier vertaald als "leed".
3. “the avoding of dissimilarities”: Ik weet niet wat hier wordt bedoeld. Misschien kan iemand dit in de vertaling van Tonny Kurpershoek-Scherft nakijken en hier delen. Ik heb geen noot gevonden die dit toelicht.
4. “external agency”. Verderop in de sutta wordt duidelijk dat met deze laatste onder andere ‘externe actie’ wordt bedoeld. External agency kan vertaald worden als "externe kracht", "extern medium", "externe werking". In dit geval was de lang gekoesterd haat van Devadatta jegens de Boeddha als externe kracht/werking, oorzaak van het bezeren van zijn voet, en dus niet het karma van de Boeddha.
5. "diseases", ziekten leek me hier minder gepast dan "aandoeningen".

Zie eventueel ook: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2287.msg17449.html#msg17449

Hier zie je dus dat de besproken lichamelijke pijnen die de Boeddha ervoer niet worden verklaard als het rijpen van slechte daden eerder begaan. Ook hier blijkt duidelijk dat het niet de bedoeling is te denken dat alle pijn of onaangenaam gevoel het gevolg is van eerder verrichte slechte daden (kamma), in dit of vorige levens. Er worden dus 7 andere oorzaken onderscheiden voor pijnlijke gevoelens. Vier hiervan zou je medische/fysiologische/biologische verklaringen kunnen noemen, lijkt me, te weten; overvloed aan wind, overvloed aan gal, overvloed aan slijm en de vereniging van die drie. 'Variaties in temperatuur', wellicht een klimatologische verklaring. De betekenis van 'vermijding van verschillen', als oorzaak van pijn, is me niet duidelijk. Zou fijn zijn als iemand dat opheldert. 'Externe werking/kracht/medium' als verklaring voor pijn spreekt min of meer voor zich. En dan is er nog karma als verklaring voor pijn. Het is denk ik goed te realiseren dat het begrip 'karma' in verschillende betekenissen wordt gebruikt. In deze context als-verklaring wordt het vooral gebruikt in de betekenis van kamma-vipaka. In vorige of dit leven zijn door iemand slechte daden verricht. Die zijn als een soort zaadjes bij die iemand. Op enig moment kunnen die zaden ontkiemen en dat kan dan een onaangenaam gevoel geven. Zo kunnen onaangename gevoelens nu dus verklaart worden als veroorzaakt door karma, als rijpend gevolg van eerder verrichte slechte daden.

Deze, en andere tekstfragmenten, geven dus uiteenlopende verklaringen voor het ontstaan en hebben van onaangename gevoelens.

hartelijke groet,
Siebe


lord rainbow

  • Gast
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Milindapanha, deel 4
« Reactie #97 Gepost op: 15-12-2015 21:23 »
3. “the avoding of dissimilarities”: Ik weet niet wat hier wordt bedoeld. Misschien kan iemand dit in de vertaling van Tonny Kurpershoek-Scherft nakijken en hier delen. Ik heb geen noot gevonden die dit toelicht.


'Avoding' ?


De vragen van Milinda is er in drie en in zeven hoofdstukken.
Volgens Tonny KS  en anderen, zijn alleen de eerste drie origineel
en zijn de hoofdstukken vier t/m zeven later toegevoegd.

In haar boekje staan  alleen de  drie...
« Laatst bewerkt op: 15-12-2015 21:26 door Dirk Knol »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Milindapanha, deel 4
« Reactie #98 Gepost op: 15-12-2015 22:07 »
3. “the avoding of dissimilarities”: Ik weet niet wat hier wordt bedoeld. Misschien kan iemand dit in de vertaling van Tonny Kurpershoek-Scherft nakijken en hier delen. Ik heb geen noot gevonden die dit toelicht.


'Avoding' ?


De vragen van Milinda is er in drie en in zeven hoofdstukken.
Volgens Tonny KS  en anderen, zijn alleen de eerste drie origineel
en zijn de hoofdstukken vier t/m zeven later toegevoegd.

In haar boekje staan  alleen de  drie...

Oke, bedankt, weer zo wat...

Ik heb Samyutta Nikaya 36.21, Sivaka, die hier in Milindapanha wordt aangehaald, nog eens er op nageslagen en dit vergeleken met bovenstaande Milindapanha tekst. Het rijtje oorzaken voor pijnlijke gevoelens (niet in dezelfde volgorde als in teksten):

Samyutta Nikaya 36.21                                           Milindanpanha (boek 4, h.1 §63)

ontregeling van wind                                                overvloed aan wind
ontregeling van slijm                                                overvloed aan slijm
ontregeling van gal                                                   overvloed aan gal
onbalans in de drie                                                   vereniging van deze drie
verandering van weer                                               variaties in temperatuur
aanslag/aanval                                                         externe werking/kracht/medium
karma                                                                      karma

Dit lijkt me identiek,
blijft over

achteloos gedrag                                                 vermijden/vermijding van ongelijkheden/onderscheid
(careless behaviour)                                                      (avoiding/avoidance of dissimilarities)

Ja, je kan 'vermijden of niet zien of niet erkennen van onderscheid misschien wel de basis van achteloos gedrag noemen? Misschien snijdt dit hout zo en als iemand meent dat het anders zit hoor ik het graag.
Dus mogelijk verwijst "avoidance of dissimilarities" naar 'achteloos gedrag'.

Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3382
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Milindapanha, deel 5
« Reactie #99 Gepost op: 16-12-2015 09:45 »
[bron: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I, 1890, fragmenten door mij vertaald, suggesties voor verbeteringen welkom]

Milindapanha, een vijfde selectie

Boek IV, hoofdstuk 4

De overheersende kracht van zich eenmaal uitwerkend kamma

§1. “Eerwaarde Nagasena, er is door de Gezegende gezegd: ‘dit is de leider van die van mijn leerlingen in de Sangha die de kracht van Iddhi1 bezitten, ik bedoel Moggallana’. Maar aan de andere kant zeggen ze dat zijn dood plaatsvond doordat hij doodgeslagen werd met knuppels, zodat zijn schedel barstte en zijn beenderen vermalen tot poeder, en al zijn vlees en zenuwen gekneusd en samen gebeukt waren. Welnu, Nagasena, als de oudere [monnik], de grote Moggallana, werkelijk suprematie had bereikt in de magische kracht van Iddhi, dan kan het niet waar zijn dat hij doodgeknuppeld werd. Maar als zijn dood zo geschiedde, dan moet de bewering dat hij de leider was van diegenen die Iddhi bezitten, wel onjuist zijn. Hoe kon hij die zelfs niet in staat was, met de kracht van zijn Iddhi, zijn eigen moord te voorkomen, niettemin het waard zijn om door te gaan als helper van de wereld van goden en mensen? Dit is ook een dilemma, nu aan jou voorgelegd en je moet het oplossen”.

§2. "De Gezegende verklaarde, O koning, dat Moggallana de leider was onder de leerlingen met de kracht van Iddhi. En hij werd toch doodgeknuppeld. Maar dat was omdat hij toen in bezit genomen werd door de nog grotere kracht van karma.”

§3. "Maar, eerwaarde Nagasena, zijn niet deze beide dingen bijkomstig [minder belangrijk] voor hem die de krachten van Iddhi heeft--dat is het bereik van zijn kracht en het gevolg van zijn karma--beide net zo onvoorstelbaar? En kan het onvoorstelbare niet bedwongen worden door het onvoorstelbare? Net zo, heer, als diegenen die de vruchten willen, een bos appel naar beneden zullen halen met een bos appel, of een mango met een mango, moet zo op dezelfde manier het onvoorstelbare niet beteugeld worden door het onvoorstelbare?”

“Zelfs onder dingen die voorbij het bereik van het voorstellingsvermogen gaan, grote koning, overtreft toch het ene het andere, is één meer krachtig dan de ander. Net zo, O koning, als de vorsten in de wereld van dezelfde categorie zijn, maar onder hen, zo van dezelfde categorie, kan eentje de rest overwinnen en hen onder zijn gezag brengen--net zo is onder de dingen voorbij het begrip van het voorstellingsvermogen, het voortbrengende gevolg van karma veruit het meest krachtig. Het is precies het gevolg van karma dat de rest overwint, en hen onder diens heerschappij heeft; en geen andere invloed is van enig nut voor de mens in wie karma diens onvermijdelijke afloop uitwerkt. Het is, O koning, zoals wanneer een man een overtreding van de wet heeft begaan. Noch zijn moeder noch zijn vader, noch zijn zusters noch zijn broers, noch zijn vrienden noch zijn intieme partners kunnen hem dan beschermen. Hij staat hierin onder het gezag van de koning die zijn bevel zal uitvaardigen ten aanzien van hem. En waarom is dat zo? Vanwege het verkeerde wat hij gedaan heeft. Zo is het precies het gevolg van kamma dat alle andere invloeden overwint, en ze onder diens heerschappij heeft, en geen andere invloed kan de mens van nut zijn in wie karma diens onvermijdelijke afloop uitwerkt. Het is zoals wanneer een bosbrand is ontstaan op de aarde, dan zijn zelfs niet een duizend emmers water van nut om het te blussen, maar de vuurzee overmeesterd alles, en brengt het onder diens controle. En waarom is dat zo? Vanwege de hevigheid van diens hitte. Zo is het precies het gevolg van karma dat alle andere invloeden overwint, en ze onder diens heerschappij heeft; en geen andere invloed kan de mens van nut zijn in wie karma diens onvermijdelijke afloop uitwerkt. Dat is, grote koning, waarom de eerwaarde, de grote Moggallana, toen hij op het moment dat hij in bezit genomen werd door karma, doodgeknuppeld werd, toch niet in staat was gebruik te maken van diens Iddhi krachten”.
“Uitstekend, Nagasena! Dat is zo, en ik accepteer het zoals jij het zegt”.

Persoonlijke noot

1. Iddhi: "Nu, monniken, geniet de monnik verscheidene magische krachten (iddhi vidha), zoals dat hij één iemand is geweest, hij velen wordt, en nadat hij velen is geweest, wordt hij weer één iemand. Hij verschijnt en verdwijnt. Zonder gehinderd te worden gaat hij door muren en bergen, net zoals hij door de lucht gaat. Hij duikt in de aarde en komt daar weer uit tevoorschijn, net zoals in het water. Hij loopt over water zonder te zinken, net zoals hij over aarde loopt. Met zijn benen gekruist zweeft hij door de lucht, net zoals een vogel op zijn vleugels. Met zijn hand raakt hij de zon en de maan aan, deze zo machtige, zo krachtige. Tot zelfs de Brahma-wereld is hij meester over zijn lichaam." http://www.sleuteltotinzicht.nl

"En geen andere invloed kan de mens van nut zijn in wie karma diens onvermijdelijke afloop uitwerkt", dit betekent niet dat er een onvermijdelijke afloop is wat kamma betreft. Verzameld kamma kan gezuiverd of geneutraliseerd worden. Het is geen noodlot. Maar als kamma zich eenmaal uitwerkt, als die uitwerking eenmaal op gang komt, dan overheerst die uitwerking, op dat moment, kennelijk, andere invloeden.

Over de uitwerking van kamma zie ook: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2287.msg17430.html#msg17430

hartelijke groet,
Siebe