Auteur Topic: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon  (gelezen 48310 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Milindapanha, deel 6
« Reactie #100 Gepost op: 17-12-2015 10:47 »
[bron: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I, 1890, fragmenten door mij vertaald, suggesties voor verbeteringen welkom]

Milindapanha, een zesde selectie

Boek IV, hoofdstuk 7

Over manieren van voortbrengen, Kamma-geboren bewuste wezens

§18. “Eerwaarde Nagasena, wat zijn zij waarvan, in deze context, wordt gezegd,  “karma-geboren” en “oorzaak-geboren”, en “seizoen-geboren" te worden?” En wat is het dat niets van al deze is?”
“Alle wezens, O koning, die bewust zijn, worden karma-geboren (komen in bestaan als gevolg van karma). Vuur en alle dingen die uit zaden groeien, worden oorzaak-geboren (het gevolg van een vooraf-bestaande materiele oorzaak). De Aarde, en de heuvels, water en wind--al deze worden seizoen-geboren (voor hun bestaan afhankelijk van redenen verbonden met het weer). Ruimte en Nirvana bestaan gelijkelijk onafhankelijk van karma, en oorzaak en seizoenen. Van Nirvana, O koning, kan niet gezegd worden dat het karma-geboren wordt of oorzaak-geboren of seizoen geboren; dat het is geweest, of niet is geweest, of voortgebracht1 kan worden, dat het verleden of toekomst of heden is, dat het waarneembaar is door het oog of de neus of het oor of de tong of door het tactiele zintuig. Maar het is waarneembaar, O koning, door de geest. Door middel van zijn zuivere hart, verfijnd en puur/(op)recht2, vrij van de belemmeringen, vrij van lage begeerten, die leerling die volledig gerealiseerd is, kan Nirvana zien.
“Eerwaarde Nagasena, deze fijne puzzel is goed onderzocht, vrij gemaakt van twijfel, tot zekerheid gebracht. Aan mijn verwarring is een einde gemaakt zodra ik u consulteerde, O beste van de beste leiders van scholen!”

Persoonlijke noten (door mij toegevoegd)

1. “produced”
2. “straight”

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Milindapanha, slot
« Reactie #101 Gepost op: 18-12-2015 11:10 »
[bron: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I, 1890, fragmenten door mij vertaald, suggesties voor verbeteringen welkom]

Milindapanha, slot

Boek IV, hoofdstuk 8, Dilemma van voortijdige dood

Dood door de werking van karma is dood op het gepaste moment (geen voortijdige dood)

§39. “Eerwaarde Nagasena, wanneer wezens sterven, sterven ze dan allemaal in de volheid/compleetheid van tijd, of sterven sommige buiten het gepaste moment1?”
“Er is zoiets, O koning, als de dood op het gepaste moment, en zoiets als voortijdige dood”.
“Wie zijn zij dan wiens overlijden op het gepaste moment is, en wie zijn zij wiens overlijden voortijdig is?”
“Hebt u ooit opgemerkt, O koning, dat in het geval van mango bomen of Gambu bomen of andere vrucht dragende bomen, hun vruchten zowel vallen als ze rijp zijn en wanneer ze niet rijp zijn?”
“Ja, dat heb ik”
“Wel, die gevallen vruchten, vallen die allen op het gepaste moment, of vallen sommige voortijdig?”
“Zulke vruchten, Nagasena, die rijp en volgroeid zijn wanneer ze vallen, vallen in de compleetheid van tijd. Maar van de rest vallen sommige omdat ze doorboord worden door wormen, sommige omdat ze neergehaald worden door een lange stok, sommige omdat ze door de wind er af geblazen worden, sommige omdat ze rot geworden zijn--en al deze vallen niet op het gepaste moment.
“Net zo, O koning, die mensen die sterven als gevolg van ouderdom, sterven in compleetheid/volheid van tijd . Maar van de rest sterven sommige door het vreselijke gevolg van het karma (van slechte daden), sommige door buitensporig rondtrekken2, sommige door overdadige activiteit’.

§40. “Eerwaarde Nagasena, diegene die door karma sterven, of door reizen of door activiteit, of door ouderdom, ze sterven allemaal in de compleetheid van tijd: en zelfs hij die in de baarmoeder sterft, dat is diens bestemde tijd3, zodat ook hij in de compleetheid van tijd sterft; en zo ook bij hem die op het kraambed sterft, of wanneer hij een maand oud is, of op welke leeftijd dan ook tot honderd jaar. Het is altijd diens bestemde moment, en het is in de compleetheid van tijd dat hij sterft. Dus, Nagasena, er is niet zoiets als de dood buiten het gepaste moment. Want allen die sterven, sterven op het bestemde moment”.

“Er zijn zeven soorten personen, O koning, die, terwijl er nog altijd een stuk van hun bestemde leeftijd over is, sterven buiten de tijd. En welke zijn de zeven? De verhongerende mens, O koning, die geen voedsel kan krijgen, wiens ingewanden worden verteerd--en de dorstige mens die geen water kan krijgen, wiens hart opgedroogd is--en de mens door een slang gebeten, die, terwijl hij verteerd wordt door de heftige energie van het vergif, geen genezing kan vinden-- en hij die vergif ingenomen heeft en terwijl al zijn ledematen branden, niet in staat is om medicijnen te verwerven--en iemand die in het vuur gevallen is, die wanneer hij in brand staat, geen middelen kan vinden om het vuur te doven--en hij die in het water gevallen is en geen vaste grond kan vinden om op te staan--en de mens verwond door een pijl die met zijn kwaal geen chirurg kan vinden--al deze zeven, terwijl er nog altijd een portie van hun bestemde tijd loopt, sterven buiten het passende moment. En hierin (in alle zeven gevallen) verklaar ik dat ze allemaal van één natuur zijn164-1. De dood van stervelingen, O koning, vindt plaats op acht manieren--door overvloed van het wind humeur, of van het gal humeur, of van het slijm humeur, door de kwalijke vereniging van deze drie, door variaties in temperatuur, door ongelijkheid in bescherming, door (medische) behandeling, en door de werking van karma164-2. En van deze, O koning, is het alleen dood door de werking van karma, de dood op het passende moment, de rest zijn gevallen van de dood buiten het passende moment. Want er wordt gezegd:

“Door honger, dorst, door vergif, en door beten,
Verbrand, verdronken, of vermoord, mensen sterven buiten de [gepaste] tijd;
Door de drie humeuren, en door de drie gecombineerd,
Door hitte, door ongelijkheden, door hulpmiddelen,
Door al deze zeven sterven mensen buiten de [gepaste] tijd164-3

§41. Maar er zijn sommige mensen, O koning, die sterven door de werking van één of andere slechte daad die ze verricht hebben in een vorige geboorte. En van deze, O koning, zal wie dan ook anderen heeft laten verhongeren, na zelf gedurende vele honderden duizenden jaren gekweld te zijn door honger, uitgehongerd, uitgeput, uitgemergeld en weggekwijnd met het hart, opgedroogd, weggekwijnd, verhit, en van binnen helemaal in brand, ofwel als jeugdige of volwassene of oudere, ook van honger sterven. En die dood zal voor hem een dood zijn op het bestemde moment.
Wie dan ook anderen heeft laten sterven door uitdroging, zal, na gedurende vele honderden duizenden jaren een Peta te zijn geworden die verteerd wordt door dorst, dun en ellendig, zelf ook, ofwel als jeugdige of als volwassene of oudere, sterven van de dorst. En die dood zal voor hem een dood zijn op het bestemde moment.
Wie dan ook andere doodt door ze te laten bijten door slangen, zal, na vele honderden duizenden jaren rondgedoold te hebben van bestaansvorm tot bestaansvorm, waarin hij voortdurend wordt gebeten door boa constrictors en zwarte slangen, zelf ook, ofwel als jeugdige of volwassene of oudere, sterven door een slangenbeet. En dat zal voor hem een dood zijn op het bestemde moment.
Wie dan ook anderen heeft laten sterven door vergif, zal, na voor vele honderden duizenden jaar bestaan te hebben met brandende ledematen en gebroken lichaam, en de geur van een lijk inhalerend, zelf ook, ofwel als jeugdige of volwassene of oudere, sterven aan vergif. En dat zal voor hem een dood zijn op het bestemde moment.
Wie dan ook anderen gedood heeft door vuur, hij die van hellerijk165-2 tot hellerijk heeft rondgedoold, van de ene massa van brandende kolen naar de anderen, met brandende en gemartelde ledematen, gedurende vele honderden duizenden jaren, zal zelf ook, ofwel als jeugdige of volwassene of oudere, door verbranding sterven. En dat zal voor hem een dood zijn op het bestemde moment.
Wie dan ook anderen verdronken heeft, zal, nadat hij vele honderden duizenden jaren geleden heeft als invalide wezen, geruïneerd, gebroken, zwak van ledematen, en gespannen in de geest/hart, zelf ook, ofwel als jeugdige of volwassene of oudere, sterven door verdrinking. En dat zal voor hem een dood zijn op het bestemde moment.
Wie dan ook anderen gedood heeft door het zwaard, zal, na vele honderden duizenden jaren geleden te hebben onder sneden en wonden en klappen en kneuzingen, of (indien geboren als mens) steeds vernietigd door wapens, zelf ook, ofwel als jeugdige of volwassene of oudere, sterven door het zwaard. En dat zal voor hem een dood zijn op het bestemde moment”.

§42. “Eerwaarde Nagasena, de dood buiten de gepaste tijd waarover je ook spreekt--kom, vertel me de reden daarvan”.
“Zoals een groot en machtig vuur, O koning, waarop droog gras en stokken en takken en bladeren zijn opgehoopt, niettemin, wanneer diens voedsel is verbruikt, zal uitsterven door de uitputting van de brandstof. Toch wordt van zo’n soort vuur gezegd dat het gedoofd is in de compleetheid van tijd, zonder dat er een calamiteit of ongeluk (met het is gebeurd). Net zo, O koning, geldt dat van de mens, wanneer hij vele duizenden dagen heeft geleefd, wanneer hij oud is en de jaren zich tonen, uiteindelijk sterft van ouderdom, zonder dat een calamiteit of ongeluk met hem gebeurd is, wordt gezegd dat hij de dood bereikt heeft in de volheid/compleetheid van tijd. Maar als er een groot en machtig vuur zou zijn, O koning, waarop droog gras en stokken en takken en bladeren was opgehoopt, en daarna zou een machtige regenwolk zijn regen er op loslaten, en het zou zo uitgaan zelfs voordat de brandstof was verbruikt, kan dan gezegd worden, O koning, dat dat grote vuur uitgegaan is in de volheid van tijd?”.
“Nee, heer, dat kan niet.”
“Maar waarin zou het tweede vuur, in diens natuur, verschillen van de eerste?”
“De tweede, heer, dat leed onder de aanval van de regen--dat vuur zou voor diens tijd uitgegaan zijn.”
“Net zo, O koning, wie dan ook voor zijn tijd sterft doet dat als gevolg van het lijden onder de aanval van één of andere aandoening4, --van overvloed aan wind humeur, of van gal humeur, of van slijm humeur, of van de vereniging van de drie, of van variaties in temperatuur, of van ongelijkheid in bescherming, of van behandeling, of van honger, of van dorst, of van vuur, of van water, of van het zwaard. Dit, O koning, is de reden waarom er zoiets bestaat als sterven voor iemands tijd”.

[knip andere voorbeelden van §43 t/m 49 die elk op hun eigen manier illustreren dat er zoiets bestaat als sterven buiten de gepaste tijd]

§50. “Zeer wonderbaarlijk, Nagasena zeer vreemd! Heel goed heb je, door redenering en met voorbeelden, uitgelegd hoe het is dat mensen voor hun tijd sterven. Dat er zoiets bestaat als voortijdige dood heb je helder gemaakt en eenvoudig en duidelijk. Een onnadenkend mens, en Nagasena, zelfs een verwarde kerel, zou door één van je vergelijkingen tot de conclusie kunnen komen dat voortijdige dood zich voordoet;- om maar niet te spreken over een competent mens! Heer, ik was bij de eerste van uw voorbeelden al overtuigd dat zo'n dood zich voordoet, maar toch, vanuit de wens om steeds meer oplossingen te horen, wilde ik niet toegeven”.

<hier eindigt het dilemma van voortijdige dood>

Noten van de Engelse vertaling (nummering afkomstig van een word-versie)

164:1 Hînati-kumburê werd kennelijk anders gelezen (misschien ekamse na vadâmi).
Want hij vertaalt, blz. 444, 'In deze dood zeg ik niet dat er één oorzaak is’
164:2 Zoals boven was opgemerkt op blz. 112 (van de Pali), zijn sommige van deze medische termen erg onzeker, en de Singhalese [versie] biedt geen hulp.
164:3 Niet gevonden in de Pitakas.
165:2 Yama-visaya, 'verblijf van de god van de dood.' (Het Engels vertaalt “purgatory”, vagevuur. De hellen zijn een plaats van loutering (het negatieve karma wordt verbruikt) en verblijf is niet eeuwig, Siebe).

Persoonlijke noten (door mij toegevoegd)

1. “..in fullness of time, or do some die out of due season?”...oftewel, is er zoiets als voortijdige dood of sterven wezens eigenlijk altijd op het ‘juiste/gepaste/bestemde’ moment. Dat laatste is de positie van koning Milinda. Nagasena, de arahant, geeft aan dat er wel zoiets bestaat als voortijdige dood.
2. “excessive journeying”
3. “appointed time”, toegewezen, aangewezen, vastgestelde tijd
4. “disease”

Er wordt dus hier binnen boeddhisme wel zoiets als ‘voortijdige dood’ onderscheiden. Maar als een wezen sterft door de werking van karma, dan is dat géén voortijdige dood.

Dit besluit de selectie van fragmenten over karma in Milindapanha, het laatste en achttiende werk van Khuddaka Nikaya, Birmese editie van de Tipitaka.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Buddhavamsa
« Reactie #102 Gepost op: 24-12-2015 12:29 »
[bron: The Minor Anthologies of the Pali Canon, Part III, Chronicles of Boeddha’s (Buddhavamsa) and Basket of Conduct (Cariyapitaka, translated by I.B Horner, PTS, Oxford, 2000; fragmenten door mij vertaald]

Buddhavamsa

De Buddhavamsa is het veertiende deel van Khuddaka Nikaya. In dit deel vertelt de Boeddha hoe zijn besluit tot stand kwam om een Boeddha te worden. Bovendien geeft hij de geschiedenis weer van de 24 Boeddha's die hem zijn voorgegaan. Daarbij kun je onder andere denken aan een korte beschrijving van de omwentelingen van het wiel van Dhamma, het aantal gemeenschappen, kort iets over de familie, hoe lang die Boeddha huishouder was, hoe die Boeddha het thuisloze leven in ging, wie de belangrijkste leerlingen waren, de levensduur destijds, waar die Boeddha stierf, etc. Bij de beschrijving van al die 24 Boeddha’s wordt ook aangegeven wie de latere Boeddha Gotama destijds was. Vaak een brahmaan en edele-krijger, wat keren een strenge asceet met geklit haar, een paar keer een naga koning, een enkele keer een dier, namelijk een leeuw, en een enkele keer Sakka, een yakkha en heer van de vier continenten. Al de Boeddha’s voorspellen het Boeddhaschap van deze brahmaan, edele krijger etc., de latere Boeddha Gotama.

De eerste Boeddha die hier ter sprake komt is Boeddha Dipankara. In zijn tijd was de latere Boeddha Gotama een zeer strenge asceet met geklit haar genaamd Sumedha.
Deze asceet Sumedha raakte erg geinspireerd toen hij het woord “Boeddha” hoorde. Hij vernam dat deze Boeddha Dipankara binnenkort zou arriveren. Mensen waren al druk bezig de weg vrij en schoon te maken voor hem. Hieronder heb ik de paragrafen vertaald waarin de bodhicitta wordt beschreven van Sumedha en waarin hij Boeddha Dipankara ontmoet die het Boeddhaschap van Sumedha voorspelt, of in de woorden van de tekst: “...mijn kamma bekend makend”. 

Hoofdstuk IIA, Relaas van Sumedha

(...)
§42. Toen ik “Boeddha” hoorde kwam meteen enthousiasme in me op. “Boeddha, Boeddha” zeggend, drukte ik mijn geluk uit.
§43 Daar uitgelaten staand, met opgewonden geest, redeneerde ik, “Hier zal ik zaden [van verdienste] zaaien; inderdaad, laat het moment niet voorbijgaan!
§44. Als jullie voor een Boeddha schoonmaken, geef mij dan [ook] een stuk [van de weg]. Ik zal zelf ook de directe weg, het pad en de route schoonmaken”.
§45. Ze gaven me toen een stukje van de directe weg om schoon te maken. Denkend “Boeddha, Boeddha”, maakte ik toen de weg vrij/schoon.
§46. Voordat mijn stuk gereed was, betrad de grote wijze Dipankara, de Overwinnaar, de directe weg, samen met vier honderdduizend standvastigen die de zes soort super kennis hadden, wiens bezoedelingen waren vernietigd, smetteloos.
§47 Er waren velen die, op drums slaand, voorwaarts gingen om hem te ontmoeten. Mensen en godheden, zich verheugend, applaudisseerden.
§48 Deva’s zagen de mensen en mensen zagen devata’s, en beide, hun handen gevouwen, volgden de Tathagata.
§49. De deva’s met deva-achtige muziek instrumenten, de mensen met door de mens gemaakte [instrumenten], beide ze bespelend, volgden de Tathagata.
§50 Godheden in de zenit van de hemel strooiden in alle richtingen deva-achtige mandarava bloemen naar beneden, lotussen, bloemen van de koraalboom.
§51 De mensen op het oppervlak van de aarde gooiden in alle richtingen bloemen van campaka, salala, nipa, naga, punnaga en ketaka omhoog.
§52 Mijn haar losmakend, mijn schors-kleding en een stuk huid daar uitspreidend in de modder, ging ik languit liggen met het gezicht naar beneden.
§53 “Laat de Boeddha over mij heen lopen met zijn leerlingen. Laat hem niet de modder betreden- het zal voor mijn welzijn zijn”.
§54 Terwijl ik zo op de aarde lag, ging dit om in mijn geest: Als ik zou wensen zou ik mijn bezoedelingen vandaag kunnen opbranden.
§55 Wat is het nut terwijl ik hier onbekend [blijf] met het realiseren van Dhamma? Na alwetendheid bereikt te hebben, zal ik een Boeddha worden in de wereld met de deva’s.
§56 Wat is het nut dat alleen ik oversteek, een man zijnde bewust van mijn kracht? Na alwetendheid bereikt te hebben, zal ik veroorzaken dat de wereld samen met de deva’s oversteekt*.
§57 Door deze daad van verdienste van mij jegens de superieure onder mensen zal ik alwetendheid bereiken, ik zal veroorzaken dat vele mensen oversteken.
§58 De stroom van samsara doorsnijdend, de drie wordingen1 verpletterend, inschepend op het schip van Dhamma2, zal ik veroorzaken dat de wereld met de deva’s oversteekt.
§59 Menselijk bestaan, het realiseren van de (mannelijke) sexe4, oorzaak, een Leraar zien, vertrekken5, het verwezenlijken van de speciale kwaliteiten, een daad van verdienste, en wilskracht- door het combineren van deze acht dingen slaagt het voornemen.
§60 Dipankara, kenner van de wereld(en), ontvanger van offerandes, dichtbij mijn hoofd staande, sprak deze woorden:



§61 Zie je deze erg strenge asceet, een asceet met geklit haar? Ontelbare eons vanaf nu zal hij een Boeddha in de wereld zijn.
§62 Na vertrokken te zijn van de heerlijke stad Kapila, zal de Tathagata zich inspannen voor het streven en strenge oefeningen uitvoeren.
§63 Na het zitten aan de wortel van de Ajapa boom en het accepteren daar van melk-rijst, zal de Tathagata naar de Neranjara gaan.
§64 Wanneer hij de melk-rijst op de bank van Neranjara heeft genuttigd, zal die Overwinnaar naar de wortel van de Boom van Ontwaken gaan door de glorieuze weg voorbereid.
§65 Daarna, na een rondgang om het podium van de Boom van Ontwaken te hebben gemaakt, zal de ongeëvenaarde van grote faam ontwaken aan de wortel van een Assattha boom.
§66 Diens verwekker en moeder6 zal Maya worden genoemd, zijn vader Suddhodana; hij zal Gotama worden genoemd.
(...)
§76 Dipankara, kenner van de wereld(en), ontvanger van offerandes, mijn kamma bekend makend, lifte zijn rechter voet op.”
§77 Alle zonen van de Overwinnaar die daar waren gingen om me heen, hun rechterkant naar mij gericht houdend; deva’s, mensheid en demonen vertrokken (toen), op respectvolle wijze groetend.
§78 Toen de leider van de wereld met de Sangha buiten mijn gezichtsveld waren, uit mijn prosternatie houding komend, ging ik met mijn benen kruislings zitten.
§79 Ik was gelukkig van geluk, vreugdevol van vreugde en overspoeld met enthousiasme toen ik daar met mijn benen gekruist zat.
(...)

Later in deze tekst onderzoekt Sumedha de dingen die een Boeddha maken, zaken die volgroeien in Ontwaken. Hij ziet dat dit de tien paramita’s of perfecties zijn, van: 1. Geven of vrijgevigheid. 2. Moraliteit of Ethisch Gedrag, 3 Verzaking, 4. Wijsheid of Begrip, 5. Energie, 6. Geduld of Verdraagzaamheid, 7. Waarheid(-spreken), 8. Resolute Vastberadenheid, 9. Liefdevolle Vriendelijkheid, 10. Gelijkmoedigheid of Evenwichtigheid. De Bodhisattva beoefende dit doorlopend in al zijn levens en vestigde zich er stevig in.

Noten bij de Engelse tekst

1. De zintuiglijke, fijn-stoffelijke en onstoffeljke sferen waar bezoedelingen door kamma zijn, BvAC. 91
2. Dit is het edele achtvoudige Pad voor het oversteken van de vier vloeden, BvAC. 91. Vergelijk de drie kwaliteiten van een schip die aangenomen moeten worden, Miln.376f.
4. “Het is onmogelijk dat een vrouw....een Volledig Zelf-Ontwaakte kan zijn”, M.iii.65, A.i.28. “Bodhisattva’s die de aspiratie hebben gemaakt...gaan niet naar de vrouwelijke status”, itthibhavam na gacchanti, CpA. 330.
5. Alleen Bodhisattva’s die vertrokken in thuisloosheid, bereiken Zelf-Ontwaken, huishouders kunnen dat niet doen, BvAC 92. Dit vers wordt vaak geciteerd.
6. De woorden janika mata worden gebruikt om Maya, de moeder die hem baarde, te onderscheiden van Mahapajapati, zijn tante die hem opvoedde en optrad als zijn tweede moeder.

Persoonlijke noot (door mij toegevoegd)

* Je kunt wel zeggen, lijkt me, dat Sumedha, de strenge asceet met geklit haar, hier een wens of motivatie tot uitdrukking brengtt waarvan meestal wordt gezegd dat deze het Mahayana kenmerkt. Theravada zou alleen gaan over individuele of persoonlijke bevrijding met ook die bijbehorende motivatie. Maar hier zie je toch duidelijk, vind ik, dat ‘de eerste’ voornemens van de latere Boeddha, diens prille bodhicitta, in de persoon van Sumedha, ruim was, kennelijk niet alleen gericht op persoonlijke bevrijding maar juist op het bevrijding van de gehele wereld en deva’s.

Ps. Hoewel het slechts raakt aan het onderwerp kamma- "mijn kamma bekend makend"-vond ik het leuk deze fragmenten hier te posten.

hartelijke groet,
Siebe

« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 18:51 door DirkJan »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Cariya Pitaka
« Reactie #103 Gepost op: 26-12-2015 12:52 »
[Bron: "Basket of conduct", in Minor Anthologies III, tweede editie, vertaald door I. B. Horner, 1975, Pali Text Society, Bristol]

Cariya Pitaka, Inleiding

In het Theravada boeddhisme worden tien paramita’s of perfecties onderscheiden. Tien kwaliteiten of deugden die naar Boeddhaschap leiden: 1. Perfectie van Geven of Vrijgevigheid (dana paramita), 2. van Moraliteit of Ethisch Gedrag (sila paramita), 3. van Verzaking (nekkhamma paramita), 4. van Begrip/Wijsheid (panna paramita), 5. Van Energie (virya paramita), 6. Van Geduld of Volharding (khanti paramita), 7. Van Waarheid of Waarachtigheid (sacca paramita), 8. Van Vastberadenheid (adhitthana paramita) 9. Van Liefdevolle vriendelijkheid (metta paramita) en 10. Gelijkmoedigheid of Evenwichtigheid (upekkha paramita).

Er wordt gezegd dat de Boeddha als Bodhisattva in eindeloos veel geboorten, door talloze tijdperken heen, de 10 perfectheden vele malen ten uitvoer heeft gebracht en heeft vervolmaakt. De Cariya Pitaka doet hiervan verslag via 35 korte verhalen.
Het doet verslag van het perfectioneren van 7 paramita’s, te weten, die van Geven (10 verhalen), Moraliteit (10 verhalen), Verzaking (5 verhalen), Resolute Vastberadenheid (1 verhaal), Waarheid (6 verhalen), Liefdevolle Vriendelijkheid (2 verhalen) en Gelijkmoedigheid (1 verhaal). Van de andere drie paramita’s, Wijsheid, Energie en Geduld wordt niet in aparte hoofdstukken verslag gedaan, maar ze worden wel genoemd in de slotverzen. Ze worden ook genoemd in de Buddhavamsa. De slotverzen van de Cariya Pitaka heb ik hieronder compleet vertaald.

De verhalen schijnen verteld te zijn door de Boeddha op verzoek van Sariputta en beslaan bestaansvormen in dit wereldtijdperk [bron: http://www.sleuteltotinzicht.nl/ca0-00.htm].
Ik ben in de Cariya Pitaka ook verslagen tegengekomen van dierlijke geboorten, namelijk als haas, olifant, buffel, hert, aap, jonge kwartel en vis.

Cariya Pitaka, Een Indruk van Enkele Verhalen

Om een indruk te geven van de soort verhalen heb ik hier beneden vier in eigen woorden samengevat.

In het eerste hoofdstuk over de perfectie van Geven (HI.8} staat een verhaal waarin de Boeddha in een vorig leven een krijger-edele genaamd Sivi was. Kennelijk een (soort) koning. Hij had naar eigen zeggen zo’n beetje alles gegeven aan mensen wat gegeven kan worden. “Zelfs als iemand me om een oog zou vragen, zou ik die, onbewogen, geven”,  zo zegt hij. Sakka, heer van de deva’s, vangt dit op, en verschijnt aan de koning als een bevende, ziekelijke, blinde oude man. En zeker, hij geeft beide ogen aan de man, zonder enige spoor van spijt. Alwetendheid was hem meer lief dan zijn eigen ogen.

Een ander verhaal in het hoofdstuk over Geven (H.I.10) beschrijft een geboorte als haas. Deze wijze haas gaf andere dieren les over welke daden goed zijn en welke slecht zijn en alleen het goede te doen. De haas wilde een grote gift geven maar hij had weinig. Hij besloot dat als iemand voor voedsel in zijn buurt zou komen, hij zichzelf zou geven, als ultiem offer aan een hongerige. Sakka, koning van de deva’s, ving deze intentie op en stelde hem op de proef. Hij verscheen aan de haas als een brahmaan. De haas zag dat hij een geschikte ontvanger was. De brahmaan maakte een groot vuur en de haas sprong er midden in. Het brandende vuur was voor de haas als heerlijk verkoelend water voor iemand die het heet heeft. De haas gaf zijn gehele lichaam. De deugd van geven was hem zelfs meer lief dan zijn eigen leven.

Hoofdstuk III.6 doet verslag van de Perfectie van Resolute Vastberadenheid. In het verleden was de latere Boeddha de enige koningszoon genaamd Mugapakkha. Geen van de zestien duizend vrouwen van de koning had geboorte gegeven aan een jongetje. Om nog maar eens aan te geven hoe speciaal dit jongetje werd behandeld als potentiele troonopvolger. Maar dit kind zag dat het leven met de macht van een koning, ook ruw is en nadelig voor het bereiken van bevrijding. Het heeft ook een schaduwkant. Hoe kon hem deze ellende bespaard blijven? Een devata adviseerde hem geen enkele intelligentie te tonen, wees als een dwaas voor alle wezens, laat alle mensen je minachten. Hij volgde dit advies zestien jaar op. Doktoren etc. onderzochten hem wel maar ze vonden ook geen gebreken. Ze wisten niet wat er met hem aan de hand was en ze wisten geen raad met hem. Ze gaven hem dan maar de naam ‘de onheilspellende/ongeluk-brenger’. De generaal en priesters en alle andere wezens besloten toen dat ze van hem af moesten, deze onheilbrenger. Mugapakkha was zeer verheugd over dit besluit van deze mensen. Zelfs toen voor hem een kuil werd gegraven, zag hij niet af van zijn resolute vastberadenheid om in het leven door te gaan voor een soort idioot, om maar niet het negatieve karma te verzamelen dat komt met de heerschappij van een koning. Moeder en vader vond hij niet naar, noch had hij een hekel aan zichzelf. Maar Alwetendheid was hem lief en daar was hij op gericht.

Hoofdstuk III.15 behandelt de Perfectie van Gelijkmoedigheid. Het beschrijft een vorige geboorte waarin de Bodhisattva op een begraafplaats leefde en leunde tegen een skelet. Kinderen spotten met hem en anderen betuigden hem juist eerbied en brachten voedsel, bloemenkransen, parfums mee. Hij was dezelfde tegen hen die hem leed bezorgden of geluk. Vriendelijkheid1 en woede bestonden niet. De Bodhisattva was in balans ten aanzien van lijden en geluk, verering en terechtwijzingen. Hij was dezelfde in alle omstandigheden. Dit was de perfectie van Gelijkmoedigheid.

Dit enkel om een indruk te geven van de soort verhalen.

Na de 35 verhalen zijn er slotverzen. Deze heb ik hieronder volledig vertaald:

1(7)”Na aldus menig lijden en geluk ervaren te hebben in uiteenlopende bestaansvormen, realiseerde ik superieur Zelf-Ontwaken.
2(8} Na giften gegeven te hebben die behoren te worden gegeven, na moraliteit in diens totaliteit voltooid te hebben, na verzaking te hebben geperfectioneerd, realiseerde is superieur Zelf-Ontwaken.
3(9) Na de geleerden bevraagd te hebben5, na me ingelaten te hebben met superieure energie, na naar de perfectie van geduld te zijn gegaan, realiseerde ik superieur Zelf-Ontwaken.
4(10). Na resolute vastberadenheid ferm gemaakt te hebben, waarheid-spreken bewakend, na naar de perfectie van liefdevolle vriendelijkheid te zijn gegaan, realiseerde ik superieur Zelf-Ontwaken.
5(11) Jegens winst en niet-winst, jegens eer en terechtwijzing, jegens respect en disrespect- na hetzelfde te zijn geweest in alle omstandigheden2, realiseerde is superieur Zelf-Ontwaken.
6(12) Na luiheid te hebben gezien als een gevaar en uitvoer van energie als vrede, wees opwekkers van energie3- dit is het onderricht van de Boeddha’s.
7(13) Na conflict4 te hebben gezien als een gevaar en niet-conflict als vrede, wees verenigd, warmhartig- dit is het onderricht van de Boeddhas.
8(14) Na nalatigheid als een gevaar te hebben gezien en toewijding als vrede, ontwikkel het acht-voudige Pad- dit is het onderricht van de Boeddha’s.

De Heer, op deze manier zijn eigen eerdere gedrag illustrerend, sprak de verhandeling over Dhamma genaamd Heroïsche Verhalen van de Boeddha”.

Persoonlijke noten (door mij toegevoegd)


1. In de tekst staat “kindliness”, wordt vertaald als welwillendheid, vriendelijkheid, goedheid.
2. dit verwijst naar de perfectie van gelijkmoedigheid
3. “be putters forth of energy”
4. “contention”, ik denk hier in de betekenis van; conflict, strijd, twist, rivaliteit, competitie.

Noten bij de Engelse vertaling

5. Dit geeft de perfectie van Wijsheid aan, CpA. 274. Geen van de drie perfecties van dit vers heeft een overeenkomende cariya in Cariya Pitaka.

Cariya Pitaka en Kamma

Je kunt alle verhalen over vorige levens in deze Cariya Pitaka, maar ook in andere delen van de Tipitaka, mijns inziens niet los zien van het onderwerp kamma. De verhalen willen denk ik illustreren hoe gedurende vele levens een uiterste verdienstelijke basis werd gelegd. Het streven om alle levende wezens naar de overkant te brengen, het verdienstelijk bezig zijn, het ontwikkelen, mediteren etc. is allemaal niet begonnen in het leven van de persoon die Gotama werd genoemd en de latere Boeddha werd. Vele levens daarvoor stonden al in het teken van afstand doen van al het kwaad, al het goede tot ontwikkeling te brengen en het hart te zuiveren. Praktisch gezien hier uitgewerkt in het perfectioneren van tien paramita’s.

Je zou ook kunnen zeggen dat de verhalen willen illustreren dat er over de vele levens heen continuïteit is, in de zin dat sporen/zaden/krachten van zulke verdienstelijke activiteit (en trouwens ook onverdienstelijke) op de een of andere manier niet verloren gaat.
Je zou immers kunnen denken dat alles toch eindigt met de dood (nihilisme) en dat het beoefenen van deugd of kwaliteiten zo ook weinig zin heeft, omdat het nooit de drempel van de dood passeert, maar dat lijkt niet op wat de teksten onthullen.

Technisch wordt het zo uitgelegd dat bewustzijn van moment tot moment ontstaat, even bestaat en weer verdwijnt. Een stroom van discrete momenten. Als kralen aan een ketting. Deze stroom gaat door totdat de voorwaarden daarvoor zijn verdwenen.
Het ontstaan van een volgend moment bewustzijn wordt geconditioneerd door de eigenschappen van een vorig moment. Misschien te vergelijken met een proces dat bij een nieuwe processtap ook weer oude opgeslagen informatie inlaadt of verzamelt. Het nieuwe moment is daardoor geconditioneerd door het oude. Zo blijft er een link tussen wat eerder gedaan is en een nieuw er op volgend moment.

hartelijke groet,
Siebe






 



Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Nettippakarana, deel 1
« Reactie #104 Gepost op: 28-12-2015 10:35 »
[bron: Nettippakarana: The Guide (Netti-ppakaranam), according to Kaccana Thera, translated from the Pali by Bhikkhu Nanamoli, The Pali Text Society, London, 1977; fragmenten door mij vertaald, persoonlijke noten toegevoegd, suggesties voor verbeteringen welkom].

Nettippakarana, inleiding

Dit werk bevindt zich (ook) alleen in de Birmese editie van de Tipitaka en is later toegevoegd. Het is het zestiende werk van Khuddaka Nikaya. Voor meer algemene informatie: https://en.wikipedia.org/wiki/Nettipakarana. In het onderstaande heb ik een selectie gemaakt met fragmenten over kamma.

Nettippakarana, een eerste selectie

§ 238
<Geen enkel soort kwaad doen,
Het perfectioneren van profijtelijke vaardigheden,
En je eigen hart zuiveren:
Dit is de Boeddha’s Leer
1>
                                                                            (Pe 54, 91; Dh. 183; D. ii, 49)

Wat “geen enkel soort kwaad” wordt genoemd, is de drie soorten wangedrag, namelijk lichamelijk wangedrag, verbaal wangedrag en mentaal wangedrag. Dit zijn de tien onprofijtelijke [onvoordelige/onheilzame] loop der daden2, namelijk, ademende wezens doden, nemen wat niet gegeven is en wangedrag in sensuele verlangens; valse spraak, arglistige spraak, ruwe spraak en roddel; en hebzucht, kwade wil en verkeerde visie238/1.
§239. Dit zijn twee soorten actie3, namelijk keuze/beslissing en concomitant4 van bewustzijn239/1 (vgl. Pe 35-6).
§240. Hierbij, het doden van ademende dingen, arglistige spraak en ruwe taal worden vorm gegeven door haat5; nemen wat niet gegeven is, wangedrag in sensuele verlangens, en valse spraak worden vorm gegeven door hebzucht; en roddel wordt vorm gegeven door begoocheling. Deze zeven soorten daden zijn actie als keuze240/1.
§241. Hebzucht is hebberigheid als een wortel van het niet profijtelijke; kwade wil is haat als een wortel van het niet profijtelijke; verkeerde visie is het verkeerde pad. Deze drie soorten handeling zijn actie als concomitant van bewustzijn. Daarom werd er gezegd ‘actie als keuze en actie als concomitant van bewustzijn’ (zie §239).
§242. Wanneer een wortel van het niet profijtelijke tot [expressie] komt [door] de middelen [bestaande uit lichaam of spraak], komt het tot [expressie als] één [van de vier] slechte manieren, namelijk die door wil, haat, angst of begoocheling.
§243. Hierbij, wanneer het tot [expressie] komt [als] de slechte manier door wil, wordt het vorm gegeven door hebzucht; wanneer het tot [expressie] komt [als] de slechte weg door haat, wordt het vorm gegeven door haat; wanneer het tot [expressie] komt [als] de slechte manieren door angst en begoocheling, wordt het vorm gegeven door begoocheling.
§244. Hierbij, van hebzucht wordt afstand gedaan door middel van [het contempleren] over lelijkheid [of afzichtelijkheid], haat door middel van liefdevolle vriendelijkheid, en begoocheling door middel van begrip. Tevens, van hebzucht wordt afstand gedaan door middel van toeschouwende-gelijkmoedigheid, en haat door middel van liefdevolle vriendelijkheid en mededogen, en van begoocheling wordt afstand gedaan en verdwijnt door meelevende blijdschap/vreugde. Dat is waarom de Gezegende zei:

Geen enkel soort kwaad doen,
Het perfectioneren van profijtelijke vaardigheden,
En je eigen hart zuiveren:
Dit is de Boeddha’s Leer’.

§245.En wat wordt genoemd ‘elk soort kwaad’ is de acht onjuistheden6, namelijk onjuiste visie, onjuiste intentie, onjuiste spraak, onjuist handelen, onjuist levensonderhoud, onjuiste inspanning, onjuiste aandachtigheid, en onjuiste concentratie. Deze worden genoemd ‘elk soort kwaad’. Ieder niet-bewerkstelligen van, niet-doen, niet-beoefenen van deze acht onjuistheden wordt genoemd ‘geen enkel soort kwaad doen’.
§246. Wanneer van de acht onjuistheden afstand wordt gedaan, bereiken de acht juistheden uitmuntendheid (sampajjanti). Ieder bewerkstelligen van, voortbrengen van uitmuntendheid in (sampadana) de acht juistheden, wordt genoemd ‘het perfectioneren (upasampada) van profijtelijke vaardigheden’.
§247. “En je eigen hart zuiveren’, is het bewerkstelligen van, in bestaan houden van7 het <Eeuwenoude Pad8> (S. ii, 105)247/1, het is indachtigheid daarvan.
Wanneer het hart wordt gezuiverd, worden de categorieën gezuiverd. Dat is waarom de Gezegende zei <Bhikkhu’s, een heilig leven9 wordt onder de Volmaakte geleefd met het doel het hart te zuiveren>
§248. Het zuiveren bestaat uit twee soorten, namelijk het afstand doen van belemmeringen en het ontwortelen van onderliggende/latente neigingen. Er zijn ook twee niveaus/terreinen10 van zuiveren, namelijk het niveau van zien en het niveau van in-bestaan-houden.
§249. Hierbij, dat waarvan men bij het doorzien11 er van zuivert, is Lijden. Dat waar vanuit men zuivert is de Oorsprong12. Dat waardoor men zuivert is het Pad. En dat wat gezuiverd wordt, is Beeindiging13 (vgl. Pe 91). Dit zijn de vier Waarheden. Derhalve zei de Gezegende: 

Geen enkel soort kwaad doen,
Het perfectioneren van profijtelijke vaardigheden,
En je eigen hart zuiveren:
Dit is de Boeddha’s Leer’.

Noten behorend bij de Engelse vertaling

238/1: De eerste drie staan bekend als lichamelijke, de volgende vier als verbale, en de laatste drie als mentale niet profijtelijke activiteiten [daden/handelingen].
239/1: Deze tweevoudige verdeling schijnt typisch te zijn voor dit werk en de Pe (Petakopadesa, Siebe). Vanuit de volgende paragrafen [kan afgeleid worden dat], de eerste, klaarblijkelijk, staat voor lichamelijke en verbale activiteit samen en de tweede voor mentale.
240/1: De analyse van activiteit wordt hier gemakkelijker begrepen als het volgende onderscheid in gedachten wordt genomen. Een ‘loop der daad’ (kammapatha) is een volbrachte ‘historische daad’ beschouwd als iets wat voortgaat van de eerste planning er van tot en met de uitvoering er van, wiens ‘loop/koers’ lichaam en/of spraak met zich meebrengt. De ‘keuze/beslissing’ (cetana) is hier het kortstondige mentale ‘willen’ (of ‘bevestiging’) op ieder en alle stadia van de ‘loop/koers’. ‘Mentale activiteit’- ‘actie als concomitant van bewustzijn’, is hier eenvoudigweg hebzucht, kwade wil, en verkeerde visie, en hun respectievelijke profijtelijke tegendelen. Zie DhsA. 82ff.
(persoonlijk toevoeging: Dagpo Rinpoche beschrijft in zijn boek ‘Karma’ dat de drie schadelijke mentale activiteiten van hebzucht, kwade wil en verkeerde zienswijze zelf geen kamma zijn maar verstorende emoties, zie blz. 60).
247/1: Het ‘Eeuwenoude Pad’ verwijst niet naar een ander pad dan het ‘Edele Pad’ [knip tussendeel]. Het is hetzelfde pad dat alle Boeddha’s ontdekken.

Persoonlijke noten (door mij toegevoegd)

1. “Dispensation”
2. “courses of action”, de tien koersen of loop die daden/activiteit neemt. Het begint bijvoorbeeld bij een bepaalde wilsactiviteit, bijvoorbeeld intentie en mondt uit bijvoorbeeld in iets stelen. 
3. “two kinds of action”, twee soorten daden of handelingen
4. ”concomitant”, samengaand, begeleidend of tegelijkertijd voorkomend, gelijktijdig
5. Het lijkt me niet dat hier bedoeld wordt dat dit de enige mogelijkheid is. Ik heb bijvoorbeeld wel eens gelezen dat het doden van levende wezens ook vorm gegeven kan worden door hebzucht of bijvoorbeeld door begoocheling. Bij hebzucht zou je kunnen denken aan het pronken met de vacht of veren van dieren. Bij begoocheling aan het offeren van dieren om God(en) te behagen.
6. “wrongnesses”
7. “keeping in being”
8. “Ancient Path”
9. “divine life”
10. “planes”
11. “the penetration”,
12. “Origin”
13. “Cessation”

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Nettippakarana, deel 2
« Reactie #105 Gepost op: 30-12-2015 10:39 »
[bron: Nettippakarana: The Guide (Netti-ppakaranam), according to Kaccana Thera, translated from the Pali by Bhikkhu Nanamoli, The Pali Text Society, London, 1977; fragmenten door mij vertaald, persoonlijke noten toegevoegd, puntjes in de tekst geven aan dat de tekst zich herhaalt als er voor; suggesties voor verbeteringen welkom].

Nettippakarana, een tweede selectie

§552 (...)

<Alle wezens zullen (zeer zeker) sterven
Omdat het einde van leven de dood is.
Overeenkomstig hun daden gaan ze
verdienstelijke en slechte vruchten [oogstend]:
Kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel;
Verdienste-makers gaan verder naar de hemel
> (Pe 9; S. I, 97);
<Anderen onderhouden/handhaven het pad in (het) bestaan
En vinden uitdoving vrij van bezoedelingen
1> (vgl. Dh. 126)

§553. ‘Alle wezens’ edel en immoreel; diegene die belichaamt zijn (vgl. Ps. ii, 131) en diegenen voorbij belichaming553/1. ‘Zullen sterven’ door de twee soorten dood, namelijk door langzame dood en door niet-langzame dood. Niet-langzame dood is dat van diegenen die belichaamt zijn en langzame dood is dat van die voorbij belichaming553/2.
‘Omdat het einde van leven de dood is’: het volledig eindigen van leven, het volledige einde door de dood, [komt] met de uitputting van de levensduur, met het stoppen van de vermogens (vgl. M. i, 295). ‘Overeenkomstig hun daden gaan ze’ [betekent] eigenaarschap van actie/daad2. ‘Verdienstelijke en slechte vruchten [oogstend]’ [betekent] de staat van het zien van de vruchten van daden en [het] niet-gescheiden zijn [van hen]. Diegenen die beslissingen van onverdienste3 hebben gemaakt, zijnde ‘kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel’ terwijl ‘verdienste-makers [verder gaan] naar de hemel’: diegene die beslissingen van verdienste hebben gemaakt, zullen naar een goede bestemming gaan. ‘Anderen onderhouden het pad in (het) bestaan en vinden uitdoving vrij van bezoedelingen’ [betekent] het te boven gaan/overwinnen van alle beslissingen4. Dat is waarom de Gezegende zei, ‘Alle wezens zullen (zeer zeker) sterven Omdat het einde van leven de dood is. Overeenkomstig hun daden gaan ze, Verdienstelijke en slechte vruchten [oogstend]: Kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel, Verdienste-makers gaan verder naar de hemel. ’Anderen onderhouden het pad in (het) bestaan En vinden uitdoving vrij van bezoedelingen’.

§554. ‘Alle wezens zullen (zeer zeker) sterven Omdat het einde van leven de dood is. Overeenkomstig hun daden gaan ze, Verdienstelijke en slechte vruchten [oogstend]: Kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel’ zijn de [twee extreme] manieren van luxe/weelde [hedonisme. Siebe] en van boetedoening [strenge ascese, Siebe]. ‘Anderen onderhouden het pad in (het) bestaan En vinden uitdoving vrij van bezoedelingen’ is de middenweg.

§555. ‘Alle wezens zullen (zeer zeker) sterven Omdat het einde van leven de dood is. Overeenkomstig hun daden gaan ze, Verdienstelijke en slechte vruchten [oogstend]: Kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel’: dit is verderf. Dit is wat er voor zorgt dat cyclus [van geboorte en dood] zich voordoet.

§556.  ‘Alle wezens zullen (zeer zeker) sterven Omdat het einde van leven de dood is. Overeenkomstig hun daden gaan ze, Verdienstelijke en slechte vruchten [oogstend]: Kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel’: er zijn deze drie ronden/cycli: de ronde van lijden, de ronde van actie, en de ronde van bezoedeling. ‘Anderen onderhouden het pad in (het) bestaan En vinden uitdoving vrij van bezoedelingen’, is het stoppen (het zich niet voordoen) van de drie ronden/cycli.

§557. ‘Alle wezens zullen (zeer zeker) sterven...Kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel’: is de teleurstelling. ‘De verdienste makers [gaan door] naar de hemel’, is de beloning. ‘Anderen onderhouden het pad in (het) bestaan En vinden uitdoving vrij van bezoedelingen’, is de ontsnapping (vgl. §32).

§558. ‘Alle wezens zullen (zeer zeker) sterven...Kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel’ is oorzaak en vrucht. De vijf categorieën zijn de vrucht en het begeren de oorzaak. ‘Anderen onderhouden het pad in (het) bestaan En vinden uitdoving vrij van bezoedelingen’ is het pad en diens vrucht.

§559. ‘Alle wezens zullen (zeer zeker) sterven...Kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel’ is verderf. Dat verderf is er in drie soorten: verderf door begeerte, verderf door visies, verderf door wangedrag (zie §760). Hierbij, verderf door begeerte kan gedemonstreerd worden door de drie soorten begeerte, namelijk begeerte naar zintuiglijke verlangens, begeerte naar bestaan, en begeerte naar niet-bestaan (§425); of anders kan het gedemonstreerd worden door waar men dan ook aan hecht. In detail is het de zesendertig manieren van gedrag van het net van begeerte (A. ii, 211ff.). Hierbij, ook verderf door visies kan gedemonstreerd worden [namelijk] door nihilisme [vernietigingsleer, Siebe] en eternalisme [eeuwigheidsleer, Siebe]; of anders kan het gedemonstreerd worden door waar iemand dan ook op staat door zo’n [verkeerde] visie: ‘Alleen dit is waar; al het andere is onjuist’ (M. ii, 233). Diens detail is de tweeënzestig soorten visies (zie D, Sutta 1; M. Sutta 102). En hierbij, verderf door wangedrag kan gedemonstreerd worden door actie als keuze en als concomitant van bewustzijn (§§239-41), [dat is], door de drie soorten wangedrag, namelijk lichamelijk wangedrag en verbaal wangedrag [als de eerste] en mentaal wangedrag [als de laatste]. Diens detail is de tien niet profijtelijke loop/koers der daden. ‘Anderen onderhouden het pad in (het) bestaan En vinden uitdoving vrij van bezoedelingen’ is zuivering5 (vgl. §760). Welnu, deze zuivering is er ook in drie soorten, dat wil zeggen: verderf door begeerte wordt gezuiverd door kalmte, en die kalmte is de concentratie categorie; verderf door visies wordt gezuiverd door inzicht, en dat inzicht is de begrip/wijsheid categorie; en verderf door wangedrag wordt gezuiverd door goed gedrag, en dat goede gedrag is de deugdzaamheid/moraliteit categorie.

§560. ’Alle wezens zullen (zeer zeker) sterven Omdat het einde van leven de dood is. Overeenkomstig hun daden gaan ze Verdienstelijke en slechte vruchten [oogstend]: Kwaaddoeners [gaan verder] naar de hel’ is de weg van onverdienste. ‘De verdienste-makers gaan verder naar de hemel’ is de weg van verdienste. ’Anderen onderhouden het pad in (het) bestaan En vinden uitdoving vrij van bezoedelingen’; is de weg die verdienste en onverdienste overstijgt.

§561. Hierbij, wat betreft ‘de weg van verdienste’ en de ‘weg van onverdienste’ dit is één weg die waar dan ook naar toe leidt6, één onder de staten van onbehagen en één andere onder de goden. En wat betreft de ‘weg die verdienste en onverdienste te boven gaat’, deze weg leidt ofwel naar hier of daar (zie §562).

§562. Welnu, er zijn drie klassen, namelijk de klasse van diegenen zeker-van-onjuistheid, de klasse van diegenen zeker-van-juistheid en de klasse van diegenen niet-aldus-zeker7 (vgl. Pe 32; D. iii, 217). Terwijl de zeker-van-onjuistheid klasse en de zeker-van-juistheid klasse hierbij één weg zijn, namelijk die ofwel naar hier of daar leidt (§561) is het de klasse van diegenen zonder deze zekerheid dat hierbij de weg is die waar dan ook naar toe leidt. Om welke reden? Als iemand [in deze klasse] de [vereiste-] voorwaarde had, zou hij herrijzen8 in de hel, als hij de [vereiste] voorwaarde had, zou hij herrijzen onder de dieren, als hij de [vereiste] voorwaarde had, zou hij herrijzen in het geestenrijk, als hij de [vereiste] voorwaarde had zou hij herrijzen onder Asura Demonen, als hij de [vereiste] voorwaarde had, zou hij herrijzen onder de goden, als hij de [vereiste] voorwaarde had, zou hij herrijzen onder de mensen, als hij de [vereiste] voorwaarde had, zou hij uitdoving realiseren. Daarom is dit de weg  die waar dan ook naar toe leidt.

§563. Ongelimiteerde Kennis aangaande de oorzaak en aangaande voorval hierover,  wordt genoemd: De Tweede Kracht van de Volmaakte bestaande uit Kennis van de Weg die waar dan ook naar toe Leidt (vgl. Pe 34-5).

Noten bij de Engelse vertaling

553/1. Wat zijn diegene voorbij belichaming’? NettiA en Tika negeren dit beide. Voor het bereik van ‘belichaming’ zie M. ii, 265. (Wordt hier niet de wezens in het vormloze rijk bedoeld?, Siebe)
553/2. Wat is dit voor soort dood? NettiA en Tika negeren dit beide.

Persoonlijke noten (door mij toegevoegd)

1. "find extinction free from taints” (bevrijding, lijkt me).
2. Eigenaarschap van kamma.
3. “determinations of demerit” (en even verder) “determinations of merit”. ‘Determination’ kan ook ‘voornemen’ betekenen. Maar ik denk dat ‘beslissing’ hier beter is. Men is overgegaan tot een morele of immorele daad.
4. “the surmounting of all determinations”, voorbij kamma.
5. “cleansing”, reiniging
6. “leads anywhere”, overal, om het even waar
7. ”those certain-of-wrongness”, “those-certain-of-rightness”, “those not-thus-certain.”
8. “reappear”, opnieuw verschijnen, wedergeboren worden.


hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Nettippakarana, slot
« Reactie #106 Gepost op: 01-01-2016 11:56 »
[bron: Nettippakarana: The Guide (Netti-ppakaranam), according to Kaccana Thera, translated from the Pali by Bhikkhu Nanamoli, The Pali Text Society, London, 1977; fragmenten door mij vertaald, persoonlijke noten toegevoegd, suggesties voor verbeteringen welkom].

Nettippakarana, slot

§570. Zoals deze [wezens] geloven, zo komen ze tot bestaan570/1. [Want] ze starten deze of die soort van het ondernemen van actie. Ze ondernemen actie op zes manieren: sommige door hebzucht, sommige door haat, sommige door begoocheling, sommige door vertrouwen, sommige door energie, en sommige door begrip.
§571. Die [actie kan] verdeeld [ worden] in tweeën als die actie die samen gaat met de cylcus1 en die naar uitdoving gaat2.
§572. Hierbij, iedere actie die [iemand] verricht door hebzucht, en door haat en door begoocheling is zwarte actie met zwarte rijping (zie §844). Hierbij, iedere actie die hij doet door vertrouwen en door energie is witte actie met witte rijping. Hierbij, iedere actie die hij doet door hebzucht en door haat en door begoocheling en door vertrouwen is zwarte-en-witte actie met zwarte-en-witte rijping. Hierbij, iedere actie die hij doet door energie en door begrip is actie die niet zwart en niet wit is met noch-zwarte-noch-witte rijping. Dat is de superieure actie, de beste actie, en het draagt bij aan de uitputting van actie3 (vgl. M. i, 389f.)

(...)

§846. <Bhikkhu’s, er zijn deze vier soorten actie/daden. Welke vier? Er is zwarte actie met zwarte rijping. Er is witte actie met witte rijping. Er is zwart-witte actie met zwarte-witte rijping. Er is niet-zwarte-niet-witte actie met niet-zwarte-niet-witte rijping, welke de superieure soort actie is, de beste soort actie, welke bijdraagt aan de uitputting van actie> (A. ii, 230).
Hierbij, iedere ‘zwarte actie met zwarte rijping’ en ieder ‘zwart-witte actie met zwarte-witte rijping’ zijn verderf4. Iedere ‘witte actie met witte rijping’ is moraliteit. Iedere ‘niet-zwarte-niet-witte actie met niet-zwarte-niet-witte rijping, welke de superieure soort actie is, de beste soort actie, welke bijdraagt aan de uitputting van actie’ is inzicht5.

Noten behorend bij de Engelse vertaling

570/1. Er dient een punt, niet een vraagteken, te staan achter bhavanti. Dit is een verwijzing naar de schakel van de formule van Afhankelijk Ontstaan: upadanappaccaya bhavo (voor een speciale vervanging daar van upadana door adhimokkha in sommige gevallen- dat staat voor saddha- zie Vbh. 165).
(toevoeging van mijn kant: saddha is geloof of zelfvertrouwen, bron: www. sleuteltotinzicht.nl.

Persoonlijke noten (door mij toegevoegd)

1. “goes with the roundabout”, ‘roundabout’ verwijst hier volgens mij naar samara, de cyclus van geboorte en dood. ‘goes with de roundabout’. Dat samsara begeleidt, bestendigt, de cyclus van wedergeboorte blijft voeden.
2. “goes to extinction”, actie die geen verdere voeding vormt voor wedergeboorte in samsara en leidt tot bevrijding.
3. “exhaustion of action”, actie die bijdraagt aan de beëindiging van kamma.
4 “corruption”
5. “penetration”; volgens bhikkhu samahita betekent dit dat je echt in de materie bent doorgedrongen. Dus je begrip van de Leer (bijvoorbeeld de Vier Edele Waarheden) is niet meer louter intellectueel.

Zie ook:
http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2287.msg17390.html#msg17390

Dit besluit een selectie van fragmenten over karma in Nettippakarana.

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Re: Sutta's of sutta fragmenten over Kamma, Anguttara Nikaya 8.40
« Reactie #107 Gepost op: 02-01-2016 11:53 »
[bron: Anguttara Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi, 2012. De sutta door mij vertaald in Nederlands, suggesties voor verbetering welkom]

Anguttara 8.40 (10), Sabba,lahusa, Sutta1, Bevorderlijk

(1) “Bhikku’s, de vernietiging van leven, herhaaldelijk beoefend, ontwikkeld en gecultiveerd, is bevorderlijk voor de hel, voor het dierenrijk en voor de sfeer van gekwelde geesten; voor iemand wedergeboren als mens bevordert de vernietiging van leven minimaal een korte levensduur.
(2) “Nemen wat niet gegeven is, herhaaldelijk beoefend, ontwikkeld en gecultiveerd, is bevorderlijk voor de hel, voor het dierenrijk en voor de sfeer van gekwelde geesten; voor iemand wedergeboren als mens bevordert het nemen wat niet gegeven is minimaal het  verlies van rijkdom.
(3) “Seksueel wangedrag, herhaaldelijk beoefend, ontwikkeld en gecultiveerd, is bevorderlijk voor de hel, voor het dierenrijk en voor de sfeer van gekwelde geesten; voor iemand wedergeboren als mens bevordert seksueel wangedrag minimaal vijandschap en rivaliteit.
(4) “Valse spraak, herhaaldelijk beoefend, ontwikkeld en gecultiveerd, is bevorderlijk voor de hel, voor het dierenrijk en voor de sfeer van gekwelde geesten; voor iemand wedergeboren als mens bevordert valse spraak minimaal valse beschuldigingen.
(5) “Verdeeldheid zaaiende spraak, herhaaldelijk beoefend, ontwikkeld en gecultiveerd is bevorderlijk voor de hel, voor het dierenrijk en voor de sfeer van gekwelde geesten; voor iemand wedergeboren als mens bevordert verdeeldheid zaaiende spraak minimaal dat je gescheiden wordt van je vrienden.
(6) “Grove spraak, herhaaldelijk beoefend, ontwikkeld en gecultiveerd, is bevorderlijk voor de hel, voor het dierenrijk en voor de sfeer van gekwelde geesten; voor iemand wedergeboren als mens bevordert grove spraak minimaal onaangename geluiden.
(7) “Zinloos gebabbel, herhaaldelijk beoefend, ontwikkeld en gecultiveerd, is bevorderlijk voor de hel, voor het dierenrijk en voor de sfeer van gekwelde geesten; voor iemand wedergeboren als mens bevordert zinloos gebabbel minimaal dat anderen je woorden niet vertrouwen.
(8} “Drank en wijn drinken, herhaaldelijk beoefend, ontwikkeld en gecultiveerd, is bevorderlijk voor de hel, voor het dierenrijk en voor de sfeer van gekwelde geesten; voor iemand wedergeboren als mens bevordert het drinken van drank en wijs minimaal waanzin.

Persoonlijke noot (door mij toegevoegd)

1. Deze Sutta wordt ook wel de Duccarita Vipaka Sutta genoemd, de Verhandelingen over de Gevolgen van Slecht Gedrag. Een alternatieve, Engelse, vertaling, is hier te vinden: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an08/an08.040.than.html

Persoonlijke Bemerkingen
Je ziet hier twee manieren beschreven waarop verzameld kamma kan rijpen. Het bepaalt de soort wedergeboorte (daarover in een latere post meer details). Slecht gedrag bevordert wedergeboorte in lagere of ongelukkige bestaansvormen. Positief of deugdzaam gedrag in gelukkige bestaansvormen. In meer technische verhandelingen over kamma behoort dit tot het volledig rijpend gevolg van kamma.
Ook wordt in de bovenstaande sutta het spiegelend of echo-achtig effect van kamma beschreven. Doodt je, bijvoorbeeld, een wezen, kortom verkort je diens leven, dan leidt dat volgens de sutta kennelijk bij een menselijke wedergeboorte minimaal tot het verkorten van je eigen levensduur. Dus je krijgt terug wat je hebt veroorzaakt. Steel je iets, kortom maak je iemand armer, dan kan dat zo rijpen dat je zelf moeite hebt rijkdom te vergaren of vast te houden. Etc. In meer technische verhandelingen over kamma noemt men dit spiegelend effect een (latere) ervaring overeenkomstig de oorzaak. Dus je krijgt later een ervaring die qua aard overeenkomt met de soort daad die je zelf eerder verrichte. Overigens, je kunt dit ook uitwerken voor positieve daden. Die leiden in principe 'opwaarts', naar gelukkige bestemmingen. En als je als mens wordt wedergeboren leiden ze ook tot positieve ervaringen.

Een andere manier waarop kamma kan rijpen, in deze sutta niet beschreven, is als neiging overeenkomstig de oorzaak. Heb je in vorige levens, bijvoorbeeld, herhaaldelijk wezens gekweld of gedood, die neiging gehad, gevolgd en sterk gemaakt, dan kan dat een neiging worden in een volgend leven. Dus dit beweegt zich dan op het vlak van karakter, geneigdheden, van aanleg. Een nogal extreem voorbeeld hiervan is te vinden in Majjhima Nikaya 57 waarin een asceet wordt beschreven die als spirituele beoefening het leven van een os imiteert. Een andere asceet imiteert het leven van een hond. De Boeddha geeft dan aan dat als ze dit werkelijk vervolmaken, dus alle trekken of neigingen van een hond of os zullen vervolmaken, ze ook geboren zullen worden onder respectievelijk de ossen en honden. Zie: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2287.msg17651.html#msg17651
Het verzameld kamma kan ook situaties bepalen, zoals of je wordt wedergeboren in arme omstandigheden of juist welgestelde. Of je wordt wedergeboren in een voorname familie of juist van lage komaf. Of je invloedrijk bent of eerder onbeduidend. Dat wordt bijvoorbeeld beschreven in Majjhima Nikaya 135. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2287.msg17327.html#msg17327

hartelijke groet,
Siebe

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Inleiding

In de Visuddhimagga, H. XIX, §15, vermeldt Buddhaghosa een viervoudige indeling van kamma:
1. Zwaarwegend kamma (garuka kamma), 2. Gewoontevol kamma (acinnaka (acchinna-) of bahula kamma), 3. Dood-drempel kamma (asanna kamma) en 4. Kamma opgeslagen door verricht te zijn (katatta kamma). Voor een omschrijving hiervan zie verder.

Buddhaghosa geeft ook een volgorde aan waarin het rijpt en schrijft hierover:
“Hierbij, wanneer er zwaarwegend kamma is en niet-zwaarwegend kamma, rijpt het kamma het eerst naarmate dat zwaarwegender is, ofwel profijtelijk of onprofijtelijk, ofwel kamma bestaande uit het doden van je moeder of kamma van de verheven sferen (Jhana, Siebe). Op dezelfde manier geldt dat wanneer er gewoontevol kamma is en niet-gewoontevol kamma, het kamma het eerste rijpt naarmate dat gewoontevoller is, ofwel bestaande uit goed of slecht gedrag. Dood-drempel kamma is dat wat wordt herinnert op het moment van de dood: want wanneer een mens nabij de dood (kamma) kan herinneren, wordt hij overeenkomstig dat geboren. Kamma dat niet inbegrepen is in de vorige drie soorten (en) dat vaak herhaald is, wordt genoemd, kamma (opgeslagen) door te verricht te zijn. Dit veroorzaakt wedergeboorte-koppeling1 als de anderen tekortschieten” (Vism. H. XIX, §15).

Kamma Prioriteit & Wedergeboorte

Hoe spelen deze vier soorten kamma een rol bij wedergeboorte? Eerwaarde Narada Mahathera werkt dat uit in zijn boek “The Buddha and His Teachings”, H.20, bladzijde 284/85. Ik heb dit deel hier onder vertaald en de tekst aangevuld met voorbeelden van de site: https://shivaboddha.wordpress.com/kamma/)

1. De eerste is garuka kamma wat betekent een zwaarwegende of serieuze daad. Het wordt zo genoemd omdat het diens gevolg zeker voortbrengt in dit leven of het volgende. Van de morele kant zijn de zwaarwegende daden de Jhana’s of Extases, terwijl van de immorele kant dit de daarna-effectieve2 afgrijselijke misdaden zijn (anantariya kamma)- namelijk, je moeder doden, je vader doden, een arahant doden, de Boeddha verwonden en de eenheid van de Sangha verbreken.
Als, bijvoorbeeld, een bepaald persoon de jhana’s zou ontwikkelen en later één van deze ernstige misdaden zou begaan, zou zijn goede kamma weggevaagd3 worden door het krachtige slechte kamma. Zijn volgende geboorte zal geconditioneerd worden door het slechte kamma ondanks dat hij eerder de jhana’s heeft verworven. Als voorbeeld: Devadatta verloor zijn psychisch krachten en werd in een slechte staat geboren omdat hij de Boeddha verwondde en een splijting in de Sangha creëerde.
Koning Ajatasattu, zoals de Boeddha opmerkte, zou het eerste stadium van heiligheid gerealiseerd hebben als hij niet zijn vader had vermoord. In dit geval belemmerde het krachtige slechte kamma zijn spirituele verwezenlijking.
(Permanent scepticisme (niyata micchaditthi), als verkeerde visie, wordt ook één van de zwaarwegende kamma’s genoemd, Siebe).

2. Wanneer er geen zwaarwegend kamma is om de toekomstige geboorte te conditioneren kan een dood-nabij/drempel (asanna) kamma functioneren. Dit is de actie die men doet, of herinnert, onmiddellijk voor het moment van sterven. Dankzij diens belang bij het bepalen van de toekomstige geboorte, heerst de gewoonte in boeddhistische landen nog altijd om een stervende persoon te herinneren aan zijn goede daden en er voor te zorgen dat hij goed doet op zijn sterfbed.
Soms kan een slecht persoon gelukkig sterven en een goede wedergeboorte hebben als hij zich gelukkigerwijs op het laatste moment een goede daad herinnert of doet.
Het verhaal gaat dat een zekere beul, die toevallig wat aalmoes had gegeven aan de eerwaarde Sariputta, deze goede daad op het moment van sterven herinnerde en werd geboren in een staat van gelukzaligheid. Dit betekent niet dat hij, hoewel hij een goede geboorte geniet, zal worden vrijgesteld van de gevolgen van de slechte daden die hij tijdens zijn leven heeft verzameld. Ze zullen hun passend gevolg krijgen als gelegenheden ontstaan.
Soms kan, aan de andere kant, een goed persoon ongelukkig sterven door het plotseling herinneren van een slechte daad van hem/haar of door het koesteren van een onplezierige gedachte, mogelijkerwijs opgedrongen door ongunstige omstandigheden. Koningin Millika, de gemalin van koning Kosala, leefde een rechtvaardig leven, maar als gevolg van het herinneren tijdens het moment van sterven van een leugen die ze eens had gedaan, moest ze zeven dagen lijden in een staat van ellende.

3. Gewoontevol (acinna) Kamma is de volgende in prioriteit van gevolg. Dit is het kamma dat men constant verricht en herinnert en waar men erg van houdt. Gewoonten, ofwel goed of slecht, worden een tweede natuur. Ze geven min of meer vorm aan het karakter van een persoon. In de vrije tijd houden we ons vaak bezig met gewoontevolle gedachten en daden. Op dezelfde manier brengen we op het moment van de dood, tenzij beïnvloed door andere omstandigheden, in de regel, gewoontevolle gedachten en daden weer te binnen in de geest. Het kan wedergeboorte veroorzaken in afwezigheid van de bovenste twee.
Cunda, een slager, die in de nabijheid van het klooster van de Boeddha leefde, stierf gillend als een varken omdat hij in zijn levensonderhoud voorzag door het slachten van varkens.
Koning Dutthagamani van Ceylon had de gewoonte om aalmoezen te geven aan de bhikkhu’s voordat hij zelf aan het eten begon. Het was dit gewoontevol kamma dat hem verblijdde op het moment van de dood en hem een geboorte gaf in het rijk van Tusita.

4. De laatste in deze categorie is Opgestapelde/Opgehoopte/Verzameld (katatta) kamma dat alles omvat dat niet inbegrepen kan worden in de voorgaande drie. Dit is als het ware het spaartegoed van een bepaald wezen.

In “The Buddha and his Teachings” schrijft Eerwaarde Narada Mahathera ook: “In de regel hangt het laatste gedachte-proces af van het algemene gedrag van de persoon"...Dit geeft ook het belang aan van het ontwikkelen van goede gewoonten en het afleren van slechte. Hij vervolgt: "In sommige uitzonderlijke gevallen, misschien door gunstige of ongunstige omstandigheden, kan een goed persoon een slechte gedachte ervaren en een slecht persoon een goede op het moment van de dood. De toekomstige geboorte zal bepaald worden door dit laatste gedachte-proces, ongeacht het algemene gedrag”. Dus kennelijk prevaleert dan het gewoontevol-kamma niet.[The Buddha and his Teachings, Eerwaarde Narada Mahathera, H. 20, blz. 283].

Persoonlijke noten (door mij toegevoegd)

1. “rebirth-linking”
2. “subsequently effective”, het kenmerk van dit zwaarwegend of ernstig kamma schijnt te zijn dat het sowieso gevolg krijgt en wel in dit leven of het leven er direct op volgend.
3. “obliterated”, uitgewist, doorgehaald, vernietigd. Het kan ook betekenen dat iets aan het zicht wordt onttrokken, zoals wanneer je een naam op een deur zou overschilderen met een dikke laag zwarte verf. 

Persoonlijke bemerkingen
Het rijtje van deze vier soorten kamma ben ik, als zodanig, nog niet in teksten van de Pali Canon tegengekomen. Hoort het dan thuis in sutta's of sutta fragmenten over kamma in de Pali Canon? Ik meen van wel. Mijn indruk is dat het wel af te leiden is uit de teksten. In ieder geval biedt het een soort overzicht welk soort kamma prioriteit heeft en hoe dit een rol speelt bij het proces van wedergeboorte.

hartelijke groet,
Siebe




« Laatst bewerkt op: 04-01-2016 16:46 door Dirk Knol »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Inleiding

“... Inherent aan kamma is de potentie om diens bijpassende gevolg voort te brengen. De oorzaakt brengt het gevolg voort, het gevolg verklaart de oorzaak. Het zaad brengt de vrucht voort, de vrucht verklaart het zaad, zo is hun relatie. Net zo zijn kamma en diens gevolg”. 
[The Buddha and His Teaching, H.19, Narada Mahathera].

Hoewel kamma kennelijk de potentie heeft om diens bijpassende gevolg voort brengen, zijn er wel factoren/omstandigheden die de werking van kamma beïnvloeden. Die er bijvoorbeeld voor zorgen dat verzameld negatief kamma eerder zal rijpen dan verzameld positief kamma, of omgekeerd. Het onderstaande is een vertaling van een beschrijving van deze factoren/omstandigheden in “The Buddha and His Teachings, Hoofdstuk 21, pag. 298 t/m 301, eerwaarde Narada Mahathera.

Factoren/krachten/omstandigheden die de werking van kamma beïnvloeden


<begin vertaling>

“Bij de werking van kamma dient begrepen te worden dat er voordeel brengende en nadeel brengende krachten (factoren/omstandigheden) zijn die deze zelf-opererende wet tegenwerken en ondersteunen. Geboorte (gati), tijd of voorwaarden/omstandigheden (kala), persoonlijkheid of uiterlijk (upadhi) en inspanning (payoga) zijn zulke hulpmiddelen en belemmeringen voor het rijpen (vrucht dragen) van kamma.

1. Geboorte
(Gati)
Als, bijvoorbeeld, een persoon in een edele familie wordt geboren of in een staat van geluk, zal zijn fortuinlijke geboorte soms het rijpen van zijn slechte kamma belemmeren.
Als hij, aan de andere kant, in een staat van ellende wordt geboren of in een onfortuinlijke familie, dan zal zijn onfortuinlijke geboorte een gemakkelijk kans bieden voor zijn slechte kamma om te functioneren.
Dit staat op een technische manier bekend als Gati Sampatti (gunstige geboorte) en Gati Vipatti (ongunstige geboorte).
Een niet intelligent persoon, die door enig goed kamma wordt geboren in een koninklijke familie, zal op basis van zijn edele bloedverwanten, door de mensen geëerd worden. Als dezelfde persoon een minder fortuinlijke geboorte zou hebben, zou hij niet op dezelfde manier behandeld worden.
Koning Dutthagamani van Ceylon, bijvoorbeeld, verwierf slecht kamma door oorlog met de Tamils te voeren, en goed kamma door zijn uiteenlopende religieuze en sociale daden. Dankzij zijn goede reproductieve kamma werd hij geboren in een hemelse gelukzalige staat. De traditie zegt dat hij zijn laatste geboorte zal hebben in de tijd van de toekomstige Boeddha Metteyya (Maitreya). Zijn slechte kamma kan, daarom, niet succesvol functioneren dankzij zijn gunstige geboorte.
Om een ander voorbeeld te citeren, koning Ajatasutta, die vadermoord beging, werd later beroemd om zijn vroomheid en devotie dankzij zijn samenwerking met de Boeddha. Hij lijdt nu in een ellendige staat als gevolg van zijn ernstige daad (vadermoord). Zijn ongunstige geboorte zou hem daarom niet in staat stellen om van de voordelen van zijn goede daden te genieten.

2. Persoonlijkheid of Uiterlijk (Upadhi)
Schoonheid (Upadhi Sampatti) en lelijkheid (Upadhi Vipatti) zijn twee andere factoren die de werking van kamma hinderen en begunstigen. Als, door een bepaald soort goed kamma, een persoon een gelukkige geboorte verkrijgt maar op onfortuinlijk wijze misvormd is, zal hij niet volledig kunnen genieten van de voordelige gevolgen van zijn goede kamma. Zelfs een legitieme erfgenaam van de troon zou misschien niet opgevoed worden voor die verheven positie als hij fysiek misvormd is. Schoonheid, aan de andere kant, zal een aanwinst zijn voor de bezitter. Een goed uitziende zoon van een arme ouder zou de aandacht van anderen kunnen trekken en zou in staat kunnen zijn om via hun invloed zich te onderscheiden.

3. Tijd of voorwaarden/omstandigheden (Kala)
Gunstige tijd of gelegenheid/omstandigheid en ongunstige tijd of gelegenheid/omstandigheid (Kala Sampatti en Kala Vipatti) zijn twee andere factoren die de werking van kamma beïnvloeden; de ene helpt de ander belemmert de werking van kamma.
In het geval van een hongersnood zal iedereen zonder uitzondering hetzelfde lot moeten ondergaan. Hier opent de ongunstige conditie de mogelijkheid voor slecht kamma om te gaan functioneren. Aan de andere kant zullen de gunstige condities het functioneren van slecht kamma voorkomen.

4. Inspanning (Payoga)
Van deze voordeel brengende en nadeel brengende krachten (factoren) is inspanning (payoga) het belangrijkste. In de werking van kamma speelt inspanning of gebrek aan inspanning een grote rol. Door huidige inspanning kan men nieuw/vers kamma creëren, nieuwe omstreken, nieuwe omgeving, en zelfs een nieuwe wereld. Hoewel geplaatst in de meest gunstige omstandigheden en voorzien van alle faciliteiten, als men geen krachtige inspanning doet, mist men niet alleen gouden kansen maar men zou zichzelf ook kunnen ruineren. Persoonlijke inspanning is essentieel voor zowel wereldlijke als spirituele vooruitgang.
Als een persoon geen poging doet om zichzelf te genezen van een ziekte of zichzelf te bevrijden van zijn moeilijkheden, of met ijver voor zijn vooruitgang streeft, dan zal zijn slechte kamma een geschikte kans vinden om diens bijpassende gevolgen voort te brengen. Aan de andere kant, als hij zich van zijn kant inspant om zijn problemen te boven te komen, om zijn omstandigheden te verbeteren, om het beste gebruik te maken van de zeldzame kansen, om krachtig te streven voor zijn echte vooruitgang, zal zijn goede kamma hem bijstaan/hem steunen.
Toen de Bodhisattva Maha Janaka schipbreuk leed in diepe zee deed hij een grote inspanning om zichzelf te redden, terwijl de anderen tot de goden baden en hun lot in hun handen legde. Het gevolg was dat de Bodhisattva ontsnapte terwijl de anderen verdronken.
Deze twee belangrijke factoren staan op technische wijze bekend als Payoga Sampatti en Payoga Vipatti.

Hoewel we noch op absolute wijze de bedienden zijn van kamma noch de meester over ons kamma, is het vanuit deze tegenwerkende en ondersteunende factoren duidelijk dat het rijpen van kamma tot op zekere hoogte beïnvloed wordt door externe omstandigheden, omgevingen, persoonlijkheid, individueel streven en soortgelijke zaken.
Het is deze doctrine van kamma dat troost, hoop, vertrouwen en morele moed geeft aan een boeddhist.
Wanneer het onverwachte gebeurt, moeilijkheden, mislukkingen en hij tegenslag ontmoet, realiseert de Boeddhist dat hij oogst wat hij heeft gezaaid, en wist een oude schuld uit. In plaats van het op te geven, alles aan kamma overlatend, spant hij zich krachtig in om het onkruid er uit te trekken en nuttige zaden te zaaien, want de toekomst is in zijn handen.
Hij die in kamma gelooft veroordeelt zelfs niet de meest verderfelijke want zij hebben elk moment de kans om zichzelf te hervormen. Hoewel bestemd1om te lijden in ellendige staten, hebben ze hoop op het realiseren van eeuwige vrede. Door hun daden creëren ze hun eigen hellen en door hun eigen daden kunnen ze ook hun eigen hemelen creëren.

Een boeddhist die volledig overtuigd is van de wet van kamma bidt niet tot een ander om gered te worden, maar vertrouwt op zelfbewuste wijze op zichzelf voor zijn bevrijding. In plaats van zichzelf over te geven, of enig bovennatuurlijke macht te bevredigen/sussen/verzoenen2, zou hij vertrouwen op zijn eigen wilskracht en onophoudelijk werken voor het welzijn en geluk van allen.
Dit geloof in kamma, “valideert zijn inspanning en doet zijn enthousiasme ontsteken”, omdat het individuele verantwoordelijkheid leert.

Voor een doorsnee boeddhist dient kamma als een afschrikwekkend middel terwijl het voor een intellectueel dient als een stimulans om goed te doen.
Deze wet van kamma verklaart het probleem van lijden, het mysterie van het zogenaamde lot en voorbestemming van sommige religies, en boven alles de ongelijkheid van de mensheid. We zijn de architecten van ons eigen lot. We zijn onze eigen scheppers. We zijn onze eigen vernietigers. We bouwen onze eigen hemelen. We bouwen onze eigen hellen.
Wat we denken, spreken en doen, wordt van onszelf3. Het zijn deze gedachten, woorden en daden die de naam kamma aannemen en van leven op leven verder gaan, ons verheffend en verlagend in de loop van onze omzwervingen in Samsara.

De Boeddha zegt-
“s’ Mens verdiensten en zonden die hij hier heeft verricht:
Dat is het ding dat hij bezit, dat neemt hij hier vandaan mee,
Dat volgt zijn stappen, als achtervolgende schaduwen.
Laat hem daarom een goede voorraad aanleggen voor het leven elders.
Zeker podium in enig andere toekomstige wereld,
Beloningen van verdienstelijk goed wacht wezens”.
<einde hoofdstuk 21, einde vertaling>

Persoonlijke noten (door mij toegevoegd)

1. “bound to”
2. “or propitiating any supernatural agency”,
3. “what we think, speak en do, become our own”.

Persoonlijke bemerkingen
Je kunt het denk ik zo zien dat iedereen een verzameling positief kamma (verdienste) en een verzameling negatief kamma heeft als mens. Je kunt wel nagaan dat omstandigheden, bijvoorbeeld, werkloosheid, armoede, slechte vooruitzichten, bijvoorbeeld, eerder een appèl zullen doen op negatieve tendensen in jezelf. Je zult waarschijnlijk eerder kwaad worden, bitter misschien, kwade wil zal misschien gaan overheersen. Waardoor je nog meer negatief kamma verzameld. Je kunt in een neerwaartse negatieve spiraal terecht komen en anderen zitten misschien in het momentum van een opwaartse spiraal.
Het zal denk ik maar weinigen gegeven zijn dat de omstandigheden er nauwelijks te doen.

Aan de ene kant is het goed zaken te aanvaarden als ze eenmaal ontstaan zijn, niet met kwaadheid te reageren bijvoorbeeld. Maar het onderricht over kamma stimuleert juist ook actieve en wijze inspanning. Ik kwam een illustratief verhaal hierover tegen dat als volgt gaat:

Op een dag ving een visser drie vissen. Eén van de vissen geloofde in kamma (als lot). Het deed geen enkele moeite om te ontsnappen en bleef gewoon rustig liggen in de boot omdat het geloofde dat het wel geluk zou hebben, het zou ontsnappen, en het was niet noodzakelijk om iets anders te doen. De tweede vis geloofde in zich inspannen. Het geloofde dat als het zich maar genoeg zou inspannen, het zou kunnen ontsnappen. Dus het deed zijn best om te ontsnappen door steeds maar weer op en neer te springen. De visser ging zich daar zo aan ergeren dat hij het dood sloeg. De arme “gelover in enkel extreme inspanning” werd daar ter plekke gedood. De derde vis was erg slim. Het geloofde dat wijsheid en inspanning noodzakelijk waren voor succes. Het wachtte tot het juiste moment om uit de boot te springen. Het moment dat de boot even naar een kant overhelde, sprong het er uit en kreeg het voor elkaar om te ontsnappen. De arme “extreme kamma-gelover” (fatalistische visie, lot) werd door de vrouw van de visserman gekookt. [uit Patthana in Daily Life, An Introduction to the Law of Conditionality, U Hla Myint, 2010, vbladzijde 171].

Dit verhaal zou een Jataka zijn. Ik heb niet kunnen achterhalen naar welke Jataka dit verhaal verwijst.

Hartelijke groet,
Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Over Kamma, uit de Abhidhamma van de Pali Canon
« Reactie #110 Gepost op: 30-05-2017 20:26 »
Het onderstaande betreft niet sutta's of sutta fragmenten over Kamma uit de Pali Canon maar het stamt uit werken van de Abhidhamma van de Pali Canon. Het leek me goed dit hier te plaatsen.

Wat wordt geproduceerd door kamma?


1. Wedergeboorte-bewustzijn, patisandhi-citta.

Ons leven wordt gezien als een ononderbroken serie van citta’s. Als een soort stroom waarbij de ene citta geheel wegvalt en een ander weer ontstaat. Ook tijdens bewusteloosheid of diepe droomloze slaap is dit gaande. Citta wordt wel vertaald als bewustzijn maar bedenk daarbij dus dat er ook tijdens bewusteloosheid en diepe droomloze slaap de ene citta eindigt en de andere ontstaat.
De eerste citta van het leven wordt wedergeboorte-bewustzijn genoemd, patisandhi citta. De laatste van het vorige leven, cuti -citta.

De patisandhi-citta is het resultaat van ofwel akusala (onheilzaam, immoreel niet-vaardig) kamma of kusala (heilzaam/moreel/vaardig)  kamma. Een geboorte als mens wordt gezien als het resultaat van kusala kamma, dus van heilzaam/moreel/vaardig kamma.

De patisandhi citta is een zogenaamde vipaka citta, geproduceerd door kamma, of het rijpend gevolg van kamma. De patisandha citta bij een mens kan vergezeld gaan van zogenaamde mooie wortels, zoals panna (wijsheid), adosa (afwezigheid van afkeer) en alobha (gulheid). Het kan ook zijn dat de patisandhi citta van een mens niet vergezeld gaat van deze wortels (ahetuka kusala vipaka). Een mens is dan vanaf de geboorte gehandicapt, bijvoorbeeld het oog- of oorzintuig ontwikkelt zich niet of er zijn andere handicaps. Dat mensen worden geboren met verschillende karakters en capaciteiten en niveaus van wijsheid etc. wordt verklaart door verschillen in patisandhi citta die weer verschillend zijn door verschillende soorten kamma.

De patisandhi citta heeft enkel de functie van wedergeboorte-bewustzijn, het linkt als het ware het vorige leven aan het huidige. Het neemt geen zintuiglijke objecten waar. Toch ‘ervaart’ het wel een object, zoals alle citta’s samen bestaan met een object. Het object van de patisandhi citta is het object dat de laatste javana citta’s van het vorige leven ervoeren. Dus de laatste impuls-momenten van het leven. Wat daar als object werd waargenomen dat is ook het object van de patisandhi-citta.

De cuti citta (het laatste citta moment van dit leven) van een arahant wordt niet meer opgevolgd door een nieuwe patisandhi citta. Het proces van wedergeboorte is daarmee beëindigd. Bij een niet-arhant volgt na de cuti-citta weer een patisandhi citta. Geneigdheden komen mee. Er is geen zelf dat overgaat van het ene leven na het andere, maar een cuti-citta moment wordt opgevolgd door een patisandhi-citta moment.

Het soort wedergeboorte-bewustzijn en daarmee de bestemming wordt geproduceerd of is rijpend gevolg van kamma, is vipaka citta.

2.Kamma en het cognitieve proces. Tijdens het leven brengt kamma zintuiglijke gewaarworden voort, citta of bewustzijnsmomenten van zien, horen, proeven, tactiel voelen en ruiken. Er is geen Ik of zelf dat ziet, hoort etc. maar dit is een functie van een citta, een bewustzijnsmoment (panca vinnanas). De citta's die gewaarworden zijn vipaka citta's, resultaat of rijpend gevolg van karma.
Nina van Gorkom hanteert in haar boeken consequent de zienswijze dat wanneer er iets onaangenaams wordt ervaren, dat dus ook het resultaat is van akusala kamma (onheilzaam, immoreel, niet-vaardig) van jezelf. Wordt er iets plezierigs ervaren dan is dat het resultaat van kusala kamma van jezelf. Je kunt denk ik wel zeggen dat deze uitleg, deze systematiek, afwijkt van de sutta’s, want daarin wordt aangegeven dat er ook andere oorzaken voor onaangename ervaringen kunnen zijn dan kamma.
Kamma produceert ook het zogenaamde ontvangende bewustzijnsmoment (sampathicchana citta) en onderzoek-bewustzijnsmoment (santirana-citta). Dit zijn momenten in het cognitieve proces. Het zijn korte momenten voordat bepaalt wordt wat wordt ervaren (votthanapona citta).

3.Tijdens het levens brengt kamma de sensitieve delen van de zintuigen voort. Doorgaans wordt hier naar verwezen als de zintuigorganen, het oog, oor, etc. Het zijn de middelen waarmee citta een object gewaarwordt. Deze sensitieve delen zijn het fysiek gevolg van kamma. Het schijnt niet precies hetzelfde te zijn als de fysieke zintuigorganen zoals de ogen, oren, neus, mond/tong, huid/lichaam maar het schijnt te verwijzen naar die zintuiglijke delen die zintuiglijke data kunnen verwerken. Dit wordt een zintuigdeur genoemd (dvara).
De citta die ziet, doet dat bijvoorbeeld via de deur van het oogzintuig. Zo ook voor de andere zintuigelijke domeinen. Gedurende het leven ontstaan deze deuren en deze vallen ook weer weg. Gedurende ons leven wordt dit geproduceerd door kamma. Het oogzintuig, oor-zintuig, etc. zijn rupa’s en deze rupa’s worden voortgebracht door kamma. Zoals ik het begrijp moet je ook deze rupa’s  zien als iets wat dus niet continue aanwezig is. Dit is wel ons idee, onze beleving, maar er is geen continue zien of continue horen. Het zijn hele korte elkaar razendsnel opeenvolgende momenten.
Het niet zien/kennen van de vergankelijkheid van waarnemingen van moment tot moment geeft ons de indruk dat alles op een soort onvergankelijke wijze bestaat. Bovendien, we denken ook dat we zaken als 'een huis' kunnen zien of dat we beweging kunnen zien, maar dit zijn geen objecten van visueel bewustzijn maar van denken. In de praktijk husselen we dus waarnemen en denken door elkaar, oftewel de zintuigpoorten en de geest-poort.

4.Kamma bepaalt sexe. Kamma produceert vanaf het eerste moment van ons leven en gedurende ons leven vrouwelijkheid (feminity-faculty) en mannelijkheid (masculinity-faculty). Dit zijn twee subtiele rupa’s. Het is dus door kamma dat men geboren wordt als man of vrouw. Geboorte als vrouw wordt gezien als een minder soort (lesser degree) kusala kamma dan bij geboorte als man. De vrouwelijke en mannelijke kenmerken worden geconditioneerd door de rupa’s van vrouwelijkheid en mannelijkheid. Deze rupa’s doordringen het gehele lichaam. We houden onze sexe voor onszelf maar het is, volgens van Gorkom, enkel een geconditioneerd element.

5.Levens-vermogen (life-faculty; rupa-jivitindrya) is ook een subtiele rupa die door kamma wordt geproduceerd vanaf het eerste begin van het leven en gedurende het leven. Het ontstaat alleen in levende wezens. Het onderhoudt en handhaaft de rupa’s in een groep die het vergezelt. Deze rupa komt niet voor in planten en dode materie. Rupa’s van een levend lichaam worden ondersteund door dit levens-vermogen.

6.Hart-basis (hadayavatthu). Dit is ook een rupa die enkel door kamma wordt geproduceerd. In de rijken van bestaan waar nama en rupa is, zoals de onze, hebben citta’s een fysieke plaats van herkomst, een basis (vatthu). Visueel bewustzijn heeft als diens basis de oog-basis, de rupa die het (sensitief) deel van het oogzintuig is en zo ook voor de andere soorten bewustzijn. Naast de zintuig-bases is er ook een andere basis, de hart-basis. Dit is de plaats van herkomst van alle andere citta’s uitgezonderd de zintuig-cognities (visueel bewustzijn, auditief bewustzijn etc). De fysieke basis van de patisandhi-citta is bijvoorbeeld de hart-basis. Kamma produceert deze rupa, deze hart-basis, van het eerste moment van leven en gedurende het leven. De Visuddhimagga verklaart dat de hart-basis binnenin het hart is.
Wanneer we boos zijn, bijvoorbeeld, ontstaan citta’s die geworteld zijn in afkeer en zij ontstaan bij de hart-basis.

Bronnen:
-The Buddhist Teaching on Physical Phenomena, Nina van Gorkom, 2008
-Abhidhamma in Daily Life, Nina van Gorkom, 2010


groet,

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3392
Zwaarte van verdienstelijke en onverdienstelijke daden

Niet elk gedrag weegt even zwaar. Hieronder heb ik fragmenten verzameld die iets onthullen over de verschillende zwaarte van verdienstelijk en onverdienstelijk gedrag (kamma).

-Als je rechtvaardig leeft en niet geeft om iets goed te maken, is dat geven verdienstelijker dan wanneer je geeft om iets goed te maken. (SN1.32)

-Bij succesvolle of verdienstelijke vrijgevigheid spelen drie factoren aan de kant van de gever: de gever is blij voor het geven; de gever heeft een serene geest tijdens het geven, vertrouwen stellend in de daad van geven; en de gever is opgetogen na het geven.
Er spelen ook drie factoren aan de kant van de ontvanger die een gift succesvol of verdienstelijk maken: de ontvangers zijn verstoken van wellust of oefenen om wellust te verwijderen, de ontvangers zijn verstoken van haat of oefenen om haat te verwijderen, en de ontvanger is verstoken van begoocheling of oefent om begoocheling te verwijderen. De verdienste van zo’n gift is niet gemakkelijk te meten. (AN6.37)

-De Sangha wordt een onovertroffen veld van verdienste genoemd (DN16§2.9, DN24§1.6, en vele andere).
De Boeddha onderwees niet dat alleen geven aan hem en zijn Sangha tot grote vrucht leidt en niet aan andere Sangha’s. Echter, een gift aan een deugdzaam persoon is vruchtbaarder dan aan een immoreel persoon. De meest (offer) waardige persoon is degene die afstand heeft gedaan van de vijf mentale hindernissen en vijf kwaliteiten bezit, namelijk, deugdzaam gedrag, concentratie, wijsheid, bevrijding en kennis en visie van bevrijding van iemand die voorbij training is (oftewel een arahant of Boeddha). (AN3.57, SN3.25)

-Wanneer een monnik immoreel is, met een slecht karakter, ongeacht hoe lang hij dan ook is ingetreden, giften aan hem zijn niet van grote vrucht. Omgaan met zo’n persoon leidt tot lijden voor lange tijd. Men dient geen toevlucht te zoeken bij zo’n persoon.
Wanneer een monnik moreel is, met een goed karakter, ongeacht hoe lang hij dan ook is ingetreden, giften aan hem zijn van grote vrucht. Omgaan met zo’n persoon leidt tot geluk voor lange tijd. Men dient toevlucht te zoeken bij zo’n persoon. (AN3.99)

-Wanneer men vertrouwt op een goed  persoon zijn vier voordelen te verwachten: men groeit in edel deugdzaam gedrag; men groeit in edele concentratie; men groeit in edele wijsheid; men groeit in edele bevrijding (AN4.242)

Aansluitend: Waar draagt een gift grote vrucht?
-“Iemand die zijn vorige geboorten kent,
Die de hemelen ziet en de ellendige rijken
Die de vernietiging van geboorte heeft bereikt
Een wijze, volleerd in ware kennis.” (SN7.13)

-In SN11.16 beschrijft de Boeddha dat een gift aan de vier personen die de weg beoefenen en de vier die de vruchten hebben gerealiseerd, grote vrucht draagt.

-SN1.33 bespreekt de verdienste van vrijgevigheid. De sutta geeft ook aan dat op een onderscheidende manier geven, goed is. Hiermee wordt bedoeld dat men onderscheidt maakt in wat je offert en ook aan wie je geeft. Geven is des te verdienstelijk naarmate degene aan wie je geeft zuiverder is. Een gift aan de Sangha, dus de edelen, wordt gezien als zeer verdienstelijk (zie SN, noot 68). Ook in deze sutta geeft de Boeddha aan dat geven geprezen dient te worden maar het pad van de Dhamma dat leidt tot Nibbana, overtreft geven.

-Een aalmoes gegeven aan een monnik die achteloos is, die zintuiglijke verlangens heeft ten opzichte van het aangeboden voedsel, die er verkikkerd op is, er het gevaar niet van inziet, die kwade wil heeft en gedachten aan leed toebrengen, is niet van grote vrucht, niet erg verdienstelijk. Het is wel verdienstelijk als iemand niet gehecht raakt aan het aangeboden voedsel, het gevaar er van inziet, gedachten van verzaking heeft in relatie tot dat voedsel, gedachten heeft van goede wil en mededogen (AN3.123)

-“Op onderscheidende wijze geven wordt geprezen door de Gezegende-
Aan diegene offers waardig
Hier in de wereld van de levenden.
Wat aan hen gegeven wordt, draagt grote vrucht
Als zaden gezaaid in vruchtbare aarde.” (SN1.33, vers 99)

-Geven is verdienstelijk en het is verdienstelijker als het zonder verwachtingen, met een niet beperkte geest, een geest niet op zoek naar beloningen, wordt gedaan. Verwachtingen zouden kunnen zijn dat men geeft om een geboorte als deva te krijgen. Het verschil tussen geven met een zonder zulke verwachtingen, is dat men na de deva staat weer terug zal komen als mens. Zonder verwachtingen dus niet. (AN7.52)

-Om verdienste te verzamelen dient men toevlucht te zoeken bij iemand met juiste visie, juiste intentie, juiste spraak…juiste bevrijding. Zoekt men toevlucht bij iemand met onjuiste visie, onjuiste intentie..onjuiste bevrijding dan verzamelt men veel onverdienste. (AN10.166)
Op dezelfde manier dient men toevlucht te nemen tot iemand die geen leven vernietigt, niet steelt, niet seksueel wangedrag vertoont, niet vals spreekt, niet verdeeldheid zaait, niet grof spreekt, iemand die zonder verlangen is, van goede wil en juiste visies koestert. Tot iemand die tegengesteld gedrag vertoont moet men geen toevlucht nemen want dat is onverdienstelijk. (AN10.210) 

-“Monniken, al de gronden voor het verzamelen van verdienste die leiden naar een spontane geboorte [in de hemel] zijn niet gelijk aan een zestiende van de bewustzijns-bevrijding door goede wil (metta). Goede wil-hen overtreffend- schijnt, gloeit, en verblindt (Iti§27)

-Iemand kan maand na maand, honderd jaar duizend offers brengen, maar als iemand slechts één moment eerbied betuigt aan degene met een ingetoomde en gedisciplineerde geest, dan is zulk een eerbetoon veel beter dan een eeuw lang offers brengen. (Dhp 106)

-De laatste maaltijd bereid door Cunda, waardoor de Boeddha waarschijnlijk fataal ziek werd, moet gezien worden als verdienste. Cunda hoeft hierover geen berouw te voelen Twee aangeboden maaltijden zijn extra verdienstelijk, van grote vrucht, degene waarna de Boeddha opperste verlichting realiseert en de maaltijd waarna de Boeddha het Nibbana element zonder enig overblijfsel realiseert (parinibbana). Cunda’s daad, diens bereiden van de laatste maaltijd draagt bij aan het lang leven, tot een mooi uiterlijk, tot geluk, roem, tot de hemel en heerschappij. (DN16§4.42).

-Een gift aan iemand die het verkeerde pad bezit draagt geen vrucht en is niet voordelig. Een gift aan een persoon die de acht factoren van het edele achtvoudige pad bezit is van grote vrucht en voordeel. (AN8.34)
Het object van wangedrag maakt ook uit. Haat bijvoorbeeld jegens iemand die al juiste visie heeft, weegt heel zwaar. Zo’n persoon is minimaal stroom-intreder. Dit weegt nog zwaarder dan haat jegens leraren en leerlingen van andere sekten. (AN6.54, AN7.73) De Sangha van de Boeddha (de edelen) is het onovertroffen veld van verdienste. Dit betekent ook dat wangedrag jegens die Sangha extra zwaar weegt.

De zwaarste karmische daden, de ergste onverdienste zijn: het doden van je vader, het doden van je moeder, het doden van een arshant, het verwonden van een Boeddha en het veroorzaken van tweedeling in de Sangha. Van deze daden wordt gezegd dat ze niet te genezen zijn. Eenmaal begaan leiden ze na de dood tot een ogenblikkelijke geboorte in de hel.
https://suttacentral.net/an5.129/en/sujato
https://suttacentral.net/an5.129/en/thanissaro
Ook als je later weer geboren zou worden als mens kun je nog ellendige gevolgen van deze wandaden moeten meemaken. Dit wordt gezegd van Moggallana. Hij kwam op gewelddadige wijze om het leven. Het wordt verklaard doordat hij in een vorige leven zijn ouders had vermoord.
https://www.accesstoinsight.org/lib/authors/hecker/wheel263.html#top

« Laatst bewerkt op: 08-05-2019 12:58 door Sybe »