Auteur Topic: Samsara  (gelezen 1815 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Nathan

  • Gast
Samsara
« Gepost op: 15-09-2015 21:08 »
Bij reïncarnatie ben je eenvoudigweg onderworpen aan de gevolgen van het najagen van je verlangens mogelijk in onwetendheid.
Reïncarnatie is niet toevallig, het rad wordt simpelweg draaiende gehouden door jezelf, je schaduwkant.
Wie beheerst wie, wanneer je zelfvervulling zoekt? Zolang als je je eigen schaduw niet echt kent, zal deze over jou heersen. Zul je dingen doen die je eigenlijk niet wil doen. Een gespleten situatie.
Je beëindigt je verlangens niet door ze te willen beheersen of een methode ervoor te gebruiken. Verlangens vragen enkel aandacht als ze er zijn zonder enige bedoeling, plan, angst, haat,... Als er sprake is van iemand die waarneemt zal dat niet werken. Ik en mijn verlangens, is olie op het vuur. Verlangens laten zich door niets en niemand overheersen, hoogstens tijdelijk. Alleen als er sprake is van keuzeloos gewaarzijn is er niemand om ze te vervullen of te beheersen. Verlangens haten of er bang voor zijn is niet het antwoord, ook niet door ze oneindig te vervullen. Je verlangens kennen, is jezelf kennen zonder enige weerstand, plan of geloof. In zien wat is zoals het is ligt het antwoord.
Als je niet meer overheerst wordt door je verlangens, uit dat in een leven zonder verslaving(en). Je leeft en geniet zonder dat je je daarbij toch nog ergens aan onderworpen voelt.
Als er een verlangen opduikt is er geen reden tot dilemma. Het gaat enkel om aandacht. En weet dat aandacht liefde is en in zichzelf geen dualiteit kent.
In liefde is er geen zelfvervulling. Dat is dan geen idee of een idee over een idee maar een feit.
Je reincarneert niet toevallig. 'Schuld en boete' is jouw ervaring of niet. Als je echt vrij bent van het najagen van verlangens ben je niet meer in de macht van het rad der wedergeboorte. Dan leef je enkel nu, waarin geen dood is.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2965
    • Bekijk profiel
Re: Samsara
« Reactie #1 Gepost op: 16-07-2018 21:02 »
Dit gaat niet in op wat nathan schreef maar kwam in me op.

Het is denk ik een misverstand dat samsara staat voor leven in kommer en kwel, ellende, narigheid, lijden.
Als je de uitleg mag geloven zijn er maar 4 rijken of bestaansvormen die wel overwegend in kommer en kwel leven. In de hellenrijken is dit zeker zo. In het rijk van de preta's ook. In het asura en dierenrijk is er ook veel ellende. Het mensenrijk kent een mix van genoegen en ongenoegen. De andere 26 bestaansvormen worden niet overheerst door kommer en kwel. Integendeel. In die 26 bestaansvormen verschilt de subtiliteit van geluk maar er is naar het schijnt overwegend geluk. Wezens zonder grofstoffelijk lichaam schijnen niet meer ziek te worden of pijn te ervaren zoals wij. Sommige wezens verkeren in een staat zonder enige hebzucht en haat.

Dus je hebt eigenlijk 4 rijken of bestaansvormen waarin  kommer en kwel echt overheerst maar 26 waarin dit niet het geval is. Het schijnt wel zo te zijn dat de Boeddha zag dat de thuisbasis van wezens de lagere rijken is. Zoals iemand wel eens een uitstapje kan maken ergens naartoe maar toch telkens weer thuiskomt, zo schijnt de thuisbasis van wezens ook de lagere rijken te zijn waarin kommer en kwel overheerst.

Hoe eindeloos lang de levensduur ook kan zijn, voor alle is die eindig. En dan komt de crux, want als de geest niet tot op een bepaald niveau gezuiverd is (stroom-intrede) dan kan na een lang aangenaam leven nog altijd weer een erg lang onaangenaam leven volgen. Als stroom-intrede niet is bereikt, staan de poorten naar de lagere rijken dus nog altijd open.

Naar men zegt is dit ook al eindeloos lang gaande. Dit voelt misschien als ons enige leven, nu hier als mens, maar op de tijdschaal van samsara is onze levensduur als mens onmetelijk klein. Maar hoe onmetelijk klein ook, dit leven als mens wordt gezien als zeer kostbaar, want het is geschikt om de dhamma te beoefenen en de poorten naar de lagere rijken voorgoed te sluiten, of Nibbana te bereiken. Met het afsluiten van de lagere rijken blijft heel veel kommer en kwel wezens bespaard.

Dat we als mens Nibbana realiseren is denk ik behoorlijk zeldzaam. Meer wezens bereiken waarschijnlijk Nibbana in een niet-menselijke bestaansvorm.

groet,
Siebe





Borobudur

  • Gast
Re: Samsara
« Reactie #2 Gepost op: 16-07-2018 22:28 »
Citaat
Rijkdom bestaat niet uit veel bezittingen, maar uit weinig nodig hebben.

Citaat
Dukkha vindt zijn wortels in verlangens. Verlangens naar zintuiglijk genot, verlangens naar het bestaan van bepaalde dingen en verlangens naar het niet-bestaan van bepaalde dingen.[\quote]

Volgens mij is het simpel: als iemand geoefend is in het minder verlangen, minder wil, in dit leven, is die beter voorbereid op het volgende leven. Het kommer en kwel zit hem volgens mij in het teveel of te intensief willen.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2965
    • Bekijk profiel
Re: Samsara
« Reactie #3 Gepost op: 17-07-2018 11:20 »
Het kommer en kwel zit hem volgens mij in het teveel of te intensief willen.

Ja klopt. Zo heb ik dit ook zien uitleggen en volgens mij klopt die uitleg.

Intense hebzucht schijnt het primaire gevaar te zijn. Het voornaamste waar we ons op moeten richten. 

Dosa, haat/woede, is een secundaire manifestatievorm van zulke intense hebzucht wordt gezegd. Dat klopt wel volgens mij. Wanneer iets of iemand je intense hebzucht dwarsboomt en je niet kunt krijgen wat je zo intens verlangt dan wordt je woest.

Het is dit soort intense hebzucht (lobha in Pali) die je kokend van woede kan maken als iemand je plannen, verlangens, hebzucht dwarsboomt. Het is deze intense hebzucht dat geboorte kan veroorzaken in de lagere rijken, waarschijnlijk de hellen, los van de ellende die het in dit leven veroorzaakt.

De abhidhamma spreekt hierover als de vier lobha citta's die verbonden zijn met ditthi, dus de hebzucht die gebaseerd is op verkeerde visie.

Als hebzucht zo intens is, dan zal je ook alles doen om je zin te krijgen en overschrijd je makkelijk morele grenzen. Je wordt moreel gezien ijskoud en keihard dan. Je gaat over lijken desnoods. Wanneer je zo moreel blind bent geworden is dat een zware vorm van begoocheling (moha).

Bij stroom-intrede is dit type intense hebzucht niet meer aanwezig. De vier lobha citta's gebaseerd op verkeerde visie ontstaan niet meer want er is geen verkeerde visie meer.
Dit fanatisme, deze razernij, deze waanzin, deze vurigheid ontstaat niet meer. Er is dan nog altijd wel een vorm van hebzucht aanwezig bij stroom-intrede maar milder (geen lobha meer).

Omdat er nog altijd een vorm van hebzucht is, kan een stroom-intreder ook nog altijd wel geirriteerd raken maar niet meer kokend van woedend. Als stroom-intrede is bereikt, walst men niet meer over zijn eigen en andermans morele grenzen heen. Men wordt niet meer zo meedogenloos, kil en hard. Hoe men ook uitgedaagd wordt, dat zal niet meer gebeuren, wordt gezegd. In deze zin is de moraliteit van een stroom-intreder onverbrekelijk en wordt geprezen door de wijzen. Een mens die nog geen stroom-intrede heeft bereikt kan nog moreel bezwijken. Zelfs een doorgaans kalm en vredelievend mens kan dan nog een demon worden, onder omstandigheden, maar bij stroom-intrede schijnt dit uitgesloten te zijn.

De crux van het verliezen van deze intense vorm van hebzucht schijnt juiste visie te zijn want die intense vorm van hebzucht is verbonden met onjuiste visie.

Mensen die nog dat fanatisme hebben, die vurige wil, die intense hebzucht die zo kan omslaan in kokende woede en een moreel ijskoude geest veroorzaakt, die zien nog teveel voordeel in wat ze najagen, alsof dat hun enige houvast is, hun enige doel, hun ware toevlucht. Er zit nog zoveel achter. Als iets dan zoveel emotionele waarde heeft dan kun je wel nagaan bij jezelf dat het erg pijnlijk is wanneer iets of iemand je intense verlangens blokkeert.

Als iemand de juiste visie krijgt dan ziet men meer en meer in dat niks zoveel fanatisme rechtvaardigt, dat zulke extreme hebzucht werkelijk nadelig is, dat het niet behulpzaam is zich zo te storten op zaken, dat alles toch instabiel is, niet kan dienen als toevlucht. Dit is iets wat kan moet groeien door contemplatie, zo wordt aangegeven.

Te intensief willen maakt ons dus makkelijk ijskoud, meedogenloos, moreel blind, we vervreemden helemaal van onszelf en anderen, worden hele ongevoelige wezens en wandaden ervaren we dan niet eens meer als wandaden. We slaan onszelf nog op de borst ook voor wandaden.

Ja, onze eerst zorg zou moeten zijn dat te intensief iets willen. Waarom willen we iets zo intensief?
Wat is dat fanatisme in onszelf, die vurige wil, die intense gretigheid. Wat gebeurt er toch allemaal?
Hoe ontstaat het? Wat wil het? Hoe komen we er vanaf?

Hier richt de boeddha-dhamma zich op.

Siebe