Auteur Topic: 'Ben ik verslaafd?'  (gelezen 2821 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Nathan

  • Gast
'Ben ik verslaafd?'
« Gepost op: 26-09-2015 07:42 »

'SIGNALEN VAN VERSLAVING

- controleverlies
- meer gebruiken of langer doorgaan dan u van plan was
- vaker gebruiken dan u van plan was
- in de problemen komen of grenzen overgaan door uw gebruik of gedrag
- er veel aan moeten denken of er veel mee bezig zijn
- ontwenningsverschijnselen als u niet drinkt of gebruikt'

Bron: https://www.jellinek.nl/ben-ik-verslaafd/?gclid=CPPU_7z9k8gCFUf3wgodSX4G_w

Nathan

  • Gast
Re: 'Ben ik verslaafd?'
« Reactie #1 Gepost op: 26-09-2015 07:53 »
Bestaat er een staat zonder verslavingen, die Boeddha mogelijk nirvana noemde?
Ja, want als je niet meer wordt beheerst door verlangens, kun je dan nog wel ergens aan verslaafd zijn?
Nirvana betekent uitgeblust.

Aurelius Augustinus

  • Gast
Re: 'Ben ik verslaafd?'
« Reactie #2 Gepost op: 26-09-2015 08:48 »
"Verslaafd" is volgens mij hier een verkeerde definitie. We hebben allemaal verlangens, maar "verlangen" is niet per definitie een verslaving. Beter zou zijn om over gehechtheid  te spreken. "Gehechtheid" is een term die ook vaak in de spiritualiteit wordt gebruikt. Verslaving is een overtreffende trap, waarbij een zodanige afhankelijkheid van een bepaald genotmiddel of een bepaalde handeling bestaat, dat iemand er totaal van afhankelijk is en het hele functioneren draait om dat ene middel of die ene handeling. Er is dan zelfs geen sprake meer van problematisch gedrag of gebruik, maar is er voor de persoon in kwestie eigenlijk geen weg meer terug uit de verslaving zonder hulp van buitenaf.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3070
    • Bekijk profiel
Re: 'Ben ik verslaafd?'
« Reactie #3 Gepost op: 26-09-2015 17:40 »
Bestaat er een staat zonder verslavingen, die Boeddha mogelijk nirvana noemde?
Ja, want als je niet meer wordt beheerst door verlangens, kun je dan nog wel ergens aan verslaafd zijn?
Nirvana betekent uitgeblust.

Boeddhisme onderscheidt verschillende gelaagdheden qua bezoedelingen of corruptie van geest. Eén van die lagen heet de karmische sluier en betreft gewoonte-neigingen. Als je nog wel neigingen hebt maar ze beheersen jou niet meer (zo) dan is die sluier als het ware opgelost. Dit is echter geen bevrijding of Nibbana. Het grofste niveau van versluiering is nu opgelost. De subtielere betreffen emotionele versluiering, versluiering door dualistische perceptie en de meest fundamentele versluiering, is die van fundamentele onwetendheid. Dit laatste is het ontbreken van directe kennis over de natuur of aard van jezelf of geest. Omdat dit soort directe kennis ontbreekt overheerst de perceptie dat jezelf, geest, dat wat ervaart, een persoon is. Daar waar jij tegen zegt...'je bent er al'. De vraag is en blijft wie/wat is dat 'je' die er al is.
Het wordt ervaren als iets persoonlijks. Het is de overheersende perceptie dat er iemand gewaar is, iemand ervaart, iemand leeft, iemand waarneemt, iemand gelukkig is, vrij is, wijs is, etc. Dus het geloof in zelf is stevig gevestigd. Onwetendheid is dan niet ontworteld.

Siebe

Aurelius Augustinus

  • Gast
Re: 'Ben ik verslaafd?'
« Reactie #4 Gepost op: 26-09-2015 20:15 »
Maya is de zogeheten “sluier van illusies” in zowel het Boeddhisme als het Hindoeïsme. Het betekent dat de mens over het algemeen de wereld en de fenomenen zodanig “versluierd” waarneemt dat het die mens letterlijk verhindert om daadwerkelijk inzicht te hebben in de werkelijkheid, de dingen zoals ze feitelijk zijn. Deze sluier van illusies of zinsbegoocheling ontstaat als gevolg van een zogeheten eenzijdige materiële waarneming via de zintuigen (skandha’s) waaraan een foutieve subjectieve interpretatie wordt gegeven. De ware toestand van de wereld is aan het zicht onttrokken. Dit is de oorzaak van het lijden, dat er voor zorgt dat de mens geen vrede en rust kan vinden. Gautama de Boeddha wijst onder andere de meditatie aan om deze versluiering te kunnen doorbreken.

De onbestendige wereld waarin alles onafgebroken onderhevig is aan verandering wordt dus door het ‘onverlichte’ bewustzijn aangezien voor de enige empirische werkelijkheid. Volgens het Zenboeddhisme echter:

“is het niet zozeer een illusie of waan om de wereld der verschijnselen voor reëel te verslijten. Het illusoire bestaat er veeleer uit de wereld der verschijnselen te verslijten voor de enige en onveranderlijke werkelijkheid, waardoor onze blik op het essentiële van de dingen wordt vertroebeld. In wezen zijn het relatieve en het absolute één en zelfs identiek met elkaar.”

(Citaat uit: I. Fischer-Schreiber e.a. “Lexicon Boeddhisme”, Uitgeverij Asoka Rotterdam 2008, blz. 236)

Oftewel, volgens Zen geldt:

Samsara = Nirwana.

Van toepassing zijnde Boeddhistische soetra:

Samyutta Nikaya 22:95 – Phena Sutta

Schuim

<95> De Gezegende verbleef eens in Ayojjhā, aan de oever van de rivier de Ganges. En daar sprak de Gezegende de monniken als volgt toe:

‘Monniken, stel dat er een grote hoop schuim op deze rivier de Ganges zou drijven. Dan zou een man met goed zicht dat kunnen bezien, beschouwen en zorgvuldig onderzoeken. En wanneer hij dat dan beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van een hoop schuim? En zo ook is het voor een monnik die welke fysieke vorm dan ook beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt: betreffende [fysieke vorm] in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij. En wanneer hij dat beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van fysieke vorm?

‘Monniken, stel dat er in de herfst grote druppels regen uit de lucht zouden vallen, en dat water bubbels op het water zouden verschijnen en weer verdwijnen. Dan zou een man met goed zicht dat kunnen bezien, beschouwen en zorgvuldig onderzoeken. En wanneer hij dat dan beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van een water bubbel? En zo ook is het voor een monnik die welk gevoel dan ook beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt: betreffende [gevoelens] in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij. En wanneer hij dat beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van gevoelens?

‘Monniken, stel dat er in de laatste maand van het hete seizoen er in de middag een luchtspiegeling zou glinsteren. Dan zou een man met goed zicht dat kunnen bezien, beschouwen en zorgvuldig onderzoeken. En wanneer hij dat dan beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van een luchtspiegeling? En zo ook is het voor een monnik die welke perceptie dan ook beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt: betreffende [percepties] in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij. En wanneer hij dat beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van perceptie?

‘Monniken, stel dat een man hardhout nodig heeft, speurt naar hardhout, rondloopt op zoek naar hardhout, en met een scherp hakmes een bos in zou gaan. En daar zou hij een rechtopstaande, jonge, grote bananenboom zien. Hij zou die bij de wortel afsnijden, vervolgens de top erafsnijden, en de buitenlagen ervan afhalen. En wanneer hij de buitenlagen ervan afhaalt, zou hij niet eens zachthout vinden, laat staan hardhout! Dan zou een man met goed zicht dat kunnen bezien, beschouwen en zorgvuldig onderzoeken. En wanneer hij dat dan beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van een bananenboom? En zo ook is het voor een monnik die welke vormingen dan ook beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt: betreffende [vormingen] in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij. En wanneer hij dat beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van vormingen?

‘Monniken, stel dat er een goochelaar of zijn leerling aan een kruising van vier hoofdwegen een goocheltruc uit zou voeren. Dan zou een man met goed zicht dat kunnen bezien, beschouwen en zorgvuldig onderzoeken. En wanneer hij dat dan beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van een goocheltruc? En zo ook is het voor een monnik die welk bewustzijn dan ook beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt: betreffende [bewustzijn] in het verleden, de toekomst of het heden, inwendig of uitwendig, grof of fijn, inferieur of superieur, ver weg of dichtbij. En wanneer hij dat beziet, beschouwt en zorgvuldig onderzoekt, lijkt het hem leeg, zonder inhoud en zonder essentie. Want wat zou dat dan wezen, monniken, de essentie van bewustzijn?

‘Zo ziend, heeft een goed–onderwezen leerling van de Edelen genoeg van fysieke vorm, genoeg van gevoelens, genoeg van percepties, genoeg van vormingen, en genoeg van bewustzijn. Omdat hij er genoeg van heeft, heeft hij er geen passie voor en raakt onthecht. Onthecht, is hij ervan bevrijd. Bevrijd, weet hij dat hij ervan bevrijd is. Hij beseft: ‘Geboorte is ten einde, het religieuze leven is geleefd, wat gedaan moest worden is gedaan, er is geen verdere toestand van bestaan.’

Zo sprak de Gezegende. En nadat de Gelukkige dat zei, sprak de leraar ook nog dit:

‘Fysieke vorm is als een hoop schuim,
Gevoelens als een water bubbel.
Perceptie is als een luchtspiegeling,
Vormingen als een bananenboom.
Bewustzijn is als een goocheltruc;
Zo onderwees hij die aan de zon verwant is.

‘Hoe je ze ook beschouwt,
En ze zorgvuldig onderzoekt;
Leeg en zonder inhoud zijn ze,
Voor wie dit zorgvuldig beziet.

‘De man van diepe wijsheid
Onderwees over dit lichaam
Dat het weggeworpen wordt
Als het van drie dingen verlaten is.

‘Levenskracht, hitte en bewustzijn:
Wanneer zij het lichaam verlaten,
Dan ligt het daar weggeworpen:
Zonder gevoel, voedsel voor anderen.

‘Zo is die opeenvolging, die gebeurtenis:
Een goocheltruc voor idioten,
Een moordenaar wordt het genoemd;
Een essentie kan men er niet vinden.

‘Aldus de groepen van bestaan beschouwend
Wekt een monnik energie op.
Of het nu dag of nacht is:
Hij is aandachtig en oplettend.

‘Hij zou alle ketens dienen te verlaten,
En een toevlucht voor zich maken,
Leven alsof zijn hoofd in brand staat:
Verlangend naar wat eeuwig is.’”

(Bron citaat: http://www.suttas.net/suttas/samyutta-nikaya/22/sn22-95-phena-sutta.php)
« Laatst bewerkt op: 26-09-2015 20:21 door Aurelius Augustinus »

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3070
    • Bekijk profiel
Re: 'Ben ik verslaafd?'
« Reactie #5 Gepost op: 26-09-2015 22:28 »
Maya is de zogeheten “sluier van illusies” in zowel het Boeddhisme als het Hindoeïsme. Het betekent dat de mens over het algemeen de wereld en de fenomenen zodanig “versluierd” waarneemt dat het die mens letterlijk verhindert om daadwerkelijk inzicht te hebben in de werkelijkheid, de dingen zoals ze feitelijk zijn. Deze sluier van illusies of zinsbegoocheling ontstaat als gevolg van een zogeheten eenzijdige materiële waarneming via de zintuigen (skandha’s) waaraan een foutieve subjectieve interpretatie wordt gegeven. De ware toestand van de wereld is aan het zicht onttrokken. Dit is de oorzaak van het lijden, dat er voor zorgt dat de mens geen vrede en rust kan vinden. Gautama de Boeddha wijst onder andere de meditatie aan om deze versluiering te kunnen doorbreken.

Bedankt voor de sutta. De belangrijkste sluier is onwetendheid. Sinds beginloze tijd, zo wordt dat gezegd, overheerst bij ons de perceptie dat geest, dat wat ervaart, een persoonlijke zelf is, iemand, een wezen. Deze perceptie of visie zet van alles in gang. Het zet onjuiste intenties in gang, onjuiste spraak, onjuist handelen etc. Dus de kern is juiste visie verkrijgen. En die juiste visie ontstaat zoals je zegt uit meditatie, uit een directe ervaring van de natuur van geest. Een Pad-moment. Een moment dat je een soort kennis krijgt die je niet gemeen hebt met vele mensen, boven-wereldlijk zogezegd.
Dit is niet te beredeneren kennis, en bestaat niet op grond van geloof.

Ik zie het verder zo (nog meer Siebisme-alert):
Voor de Boeddha is meditatie-beoefening vooral een proces van ledigen geweest. Wat dit betreft werd de Boeddha op het spoor gebracht door een jeugdherinnering. Hij ervoer destijds een serene geest, waarschijnlijk de eerste jhana.
Het ledigen is goed te zien bij de beschrijvingen van de jhana's. Er verdwijnt steeds meer. Eerst de vijf hindernissen, dan gedachten, redenerend denken, dan vreugde etc etc. Wat er in ene stadium nog is, dat is in het andere stadium een verstoring en beeindigt daar. Zo herhaalt dit zich. Het is als het ware een proces van steeds verder lediging, verdieping, verstilling en ontsluiting. Ontsluiting want het aanwezige dat verstoorde de natuurlijke staat, vernauwde deze, beperkte deze, als het ware. Dus tegelijkertijd met het eindigen van verstoringen zoals vreugde ontsluit de geest zich, als het ware, steeds meer, wordt steeds ruimer, subtieler. Althans...het komt meer tot zichzelf. De geest wordt steeds leger.

De Boeddha heeft dit helemaal voltooid, tot een punt dat het niet verder kon. Dat punt mag je dan, vind ik, gerust "natuur van geest" noemen. Hier is de geest vrij van welke verstoring dan ook. Als een zee waarin alle golven zijn gekalmeerd, volmaakte vrede, en werkelijk elk rimpeltje, (vreugde is een vloedgolf) ontbreekt. Dit is 'de beëindiging van waarneming en gevoel' genoemd.

Niemand van de leraren van de Boeddha kende deze beëindiging van waarneming en gevoel. Als iemand weet, uit eigen ervaring, met directe kennis, dat geest niet diens inhoud is, dan is de leer van niet-zelf geen theorie meer. Iemand heeft dan echt het einde van vorm meegemaakt, het einde van waarneming, het einde van gevoel, het einde van mentale formaties, het einde van bewustzijn. Ja, daar schrijft de Boeddha voortdurend over. Niet alleen het ontstaan kennen, maar ook het einde van dat alles.

Als bij ons gedachten verdwijnen dan raken we niet in paniek. We weten dus, gedachten zijn niet-zelf. Ons bestaan hangt er niet vanaf. Zo ook met emoties, wil etc. Maar de Boeddha heeft dit dus geperfectioneerd mijns inziens. Dat vergt ook veel moed. Het vergt dat je vooral meditatie durft toe te laten en te laten gebeuren wat er ook wil gebeuren. Wat dat betreft zie ik meditatie vooral als een laten gebeuren, overgave, ontspannen, loslaten, inactiviteit volledig toelaten. 

Het bijzondere is eigenlijk dat de Boeddha onderwijst dat er in wezen niks kan gebeuren. Wat we ook verliezen, wat ook oplost of eindigt (gedachte, boosheid, impuls, wilsformatie, geur, geluid, wat dan ook), dat is sowieso niet-zelf, dat zijn wij niet. Het enige wat eigenlijk kan gebeuren is dat je in paniek raakt omdat je je in de ijlheid (het missen van alles waar je je bestaan gewoonlijk in herkend) niet meer terug kan vinden. Dus meditatie leert ons dat we onszelf niet meer gaan zoeken, daarmee vinden we juist onszelf. Zoeken is echter een hardnekkige gewoonte. Al zolang gebeurt dit. geduld is een schone zaak.

Als we zo alles met wijsheid bezien, zo onderwijzen de sutta's, dan lost onwetendheid op, wilsformaties lossen op, lijden eindigt. Wilsformaties horen echt bij de perceptie van geest-als-een-wezen, als-iemand. Die perceptie van geest als wezen die wil zoveel AA. Die wil aanzien, niet sterven, dit en dat.

Vrede is ieders natuur. Alleen we zijn voortgejakkerd door begeerte nooit zover gekomen om dit goed en direct zo te zien. Het is niet iets persoonlijks maar vrede is de ultieme realiteit. Dat geloof ik. Het is de ongeboren Boeddha.

Siebe