Auteur Topic: Wat zocht de Boeddha?  (gelezen 1755 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3001
    • Bekijk profiel
Wat zocht de Boeddha?
« Gepost op: 31-07-2016 14:58 »
[Bron: Majjhima Nikaya 26, vertaling Bhikkhu Bodhi en Nanamoli, door mij vertaald uit het Engels]

fragmenten uit Majjhima Nikaya 26

Het Edele en Laaghartige Zoeken

§5. “Bhikkhu’s, er zijn deze twee soorten zoeken (of zoektochten): het edele zoeken en het laaghartige zoeken . En wat is het laaghartige zoeken? Hier zoekt iemand die zelf onderhevig is aan geboorte naar wat ook onderhevig is aan geboorte; zijnde zelf onderhevig aan verouderen, zoekt hij naar wat ook onderhevig is aan verouderen; zijnde zelf onderhevig aan ziekte, zoekt hij naar wat ook onderhevig is aan ziekte; zijnde zelf onderhevig aan de dood, zoekt hij naar wat ook onderhevig is aan de dood; zijnde zelf onderhevig aan smart, zoekt hij naar wat ook onderhevig is aan smart; zijnde zelf onderhevig aan bezoedeling, zoekt hij naar wat ook onderhevig is aan bezoedeling.

§6. “En waarvan kan gezegd worden dat het onderhevig is aan geboorte? Vrouwen en kinderen zijn onderhevig aan geboorte, mannelijke en vrouwelijke slaven, geiten en schapen, gevogelte en varkens, olifanten, vee, paarden en merries, goud en zilver zijn onderhevig aan geboorte. Deze objecten van gehechtheid zijn onderhevig aan geboorte; en iemand die aan deze dingen gebonden is, verslaafd aan hen, volledig toegewijd aan hen, zijnde zelf onderhevig aan geboorte, zoekt hij wat ook onderhevig is aan geboorte.

§7 “En waarvan kan gezegd worden dat het onderhevig is aan verouderen? Vrouwen en kinderen zijn onderhevig aan verouderen, mannelijke en vrouwelijke slaven, geiten en schapen, gevogelte en varkens, olifanten, vee, paarden en merries, goud en zilver zijn onderhevig aan verouderen. Deze objecten van gehechtheid zijn onderhevig aan verouderen; en iemand die aan deze dingen gebonden is, verslaafd aan hen, volledig toegewijd aan hen, zijnde zelf onderhevig aan verouderen, zoekt hij wat ook onderhevig is aan verouderen.

§8. “En waarvan kan gezegd worden dat het onderhevig is aan ziekte? Vrouwen en kinderen zijn onderhevig aan ziekte, mannelijke en vrouwelijke slaven, geiten en schapen, gevogelte en varkens, olifanten, vee, paarden en merries, goud en zilver zijn onderhevig aan ziekte. Deze objecten van gehechtheid zijn onderhevig aan ziekte; en iemand die aan deze dingen gebonden is, verslaafd aan hen, volledig toegewijd aan hen, zijnde zelf onderhevig aan ziekte, zoekt hij wat ook onderhevig is aan ziekte.

§9 “En waarvan kan gezegd worden dat het onderhevig is aan de dood? Vrouwen en kinderen zijn onderhevig aan de dood, mannelijke en vrouwelijke slaven, geiten en schapen, gevogelte en varkens, olifanten, vee, paarden en merries, goud en zilver zijn onderhevig aan de dood. Deze objecten van gehechtheid zijn onderhevig aan de dood; en iemand die aan deze dingen gebonden is, verslaafd aan hen, volledig toegewijd aan hen, zijnde zelf onderhevig aan de dood, zoekt hij wat ook onderhevig is aan de dood.

§10 “En waarvan kan gezegd worden dat het onderhevig is smart? Vrouwen en kinderen zijn onderhevig aan smart, mannelijke en vrouwelijke slaven, geiten en schapen, gevogelte en varkens, olifanten, vee, paarden en merries, goud en zilver zijn onderhevig smart. Deze objecten van gehechtheid zijn onderhevig aan smart; en iemand die aan deze dingen gebonden is, verslaafd aan hen, volledig toegewijd aan hen, zijnde zelf onderhevig aan smart, zoekt hij wat ook onderhevig is aan smart.

§11 “En waarvan kan gezegd worden dat het onderhevig is aan bezoedeling? Vrouwen en kinderen zijn onderhevig aan bezoedeling, mannelijke en vrouwelijke slaven, geiten en schapen, gevogelte en varkens, olifanten, vee, paarden en merries, goud en zilver zijn onderhevig bezoedeling. Deze objecten van gehechtheid zijn onderhevig aan bezoedeling; en iemand die aan deze dingen gebonden is, verslaafd aan hen, volledig toegewijd aan hen, zijnde zelf onderhevig aan bezoedeling, zoekt hij wat ook onderhevig is aan bezoedeling. Dit is het laaghartig zoeken.

§12. “En wat is het edele zoeken? Hier zoekt iemand die zelf onderhevig is aan geboorte, die het gevaar heeft begrepen van wat onderhevig is aan geboorte, naar de ongeboren opperste bescherming tegen ketening/knechting1, Nibbana; zijnde zelf onderhevig aan verouderen, het gevaar begrepen hebbend van wat onderhevig is aan verouderen, zoekt hij de niet-verouderende opperste bescherming tegen ketening, Nibbana; zijnde zelf onderhevig aan ziekte, het gevaar begrepen hebbend van wat onderhevig is aan ziekte, zoekt hij de niet-ziekelijke opperste bescherming tegen ketening, Nibbana; zijnde zelf onderhevig aan de dood, het gevaar begrepen hebbend van wat onderhevig is aan de dood, zoekt hij de doodloze opperste bescherming tegen ketening, Nibbana; zijnde zelf onderhevig aan smart, het gevaar begrepen hebbend van wat onderhevig is aan smart, zoekt hij de smartvrije opperste bescherming tegen ketening, Nibbana; zijnde zelf onderhevig aan bezoedeling, het gevaar begrepen hebbend van wat onderhevig is aan bezoedeling, zoekt hij de onbezoedelde opperste bescherming tegen ketening, Nibbana. Dit is het edele zoeken.

§13. “Bhikkhu’s, voor mijn verlichting, toen ik alleen nog maar een niet-verlichte Bodhisattva was zocht ook ik, zelf onderhevig aan geboorte, naar wat ook onderhevig was aan geboorte; zelf onderhevig aan verouderen, ziekte, dood, smart en bezoedeling, zocht ik naar wat ook onderhevig was aan verouderen, ziekte, dood, smart en bezoedeling.
Toen overwoog ik het volgende: ‘Waarom, zijnde zelf onderhevig aan geboorte, zoek ik naar wat ook onderhevig is aan geboorte? Waarom, zijnde zelf onderhevig aan verouderen, ziekte, dood, smart en bezoedeling, zoek ik naar wat ook onderhevig is aan verouderen, ziekte, dood, smart en bezoedeling? Stel dat ik, zijnde zelf onderhevig aan geboorte, het gevaar begrepen hebbend van wat onderhevig is aan geboorte, de ongeboren opperste bescherming tegen ketening zoek, Nibbana. Stel dat ik, zelf onderhevig aan verouderen, ziekte, dood, smart en bezoedeling, begrepen hebbend wat het gevaar is van wat onderhevig is aan verouderen, ziekte, dood, smart en bezoedeling, de niet-verouderende, niet-ziekelijke, doodloze, smartvrije en onbezoedelde opperste bescherming tegen ketening zoek, Nibbana’.

1. "bondage", dit kan zowel verwijzen naar de staat van iemand die gebonden is zoals een slaaf, gevangene of lijfeigene, als naar een staat waarin je onderworpen bent aan een kracht of invloed.

Hartelijke groet,
Siebe

Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 912
  • Geslacht: Man
    • Bekijk profiel
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: Wat zocht de Boeddha?
« Reactie #1 Gepost op: 02-08-2016 05:37 »
Hallo Siebe,

In vervolg op je post over Wat zocht de Boeddha, een kleine aanvulling.

   "En zelf aan geboorte, ouderdom, ziekte, sterven, leed en onreinheid onderhevig, in dit bestaan dat aan geboorte, ziekte, sterven, leed en onreinheid onderhevig is, het lijden inziende, op zoek naar het geboortevrije, ouderdomvrije, ziektevrije, doodvrije, leedvrije, onreinheidvrije, op zoek naar de onvergelijkbare innerlijke vrede, op zoek naar uitdoving, vond ik de geboortevrije, ouderdomvrije, ziektevrije, doodvrije, leedvrije, onreinheidvrije, onvergelijkbare innerlijke vrede, de uitdoving, Nibbāna." (MN.26)

    "Allen die ouderdom en dood niet kennen, de oorsprong ervan niet kennen, de opheffing ervan niet kennen, die het pad dat voert naar opheffing van ouderdom en dood niet kennen, allen die geboorte, worden, grijpen, dorst, gevoel, aanraking, de zes zintuigen, naam en vorm, bewustzijn, de formaties niet kennen, die de opheffing ervan niet kennen, die de weg niet kennen die voert naar de opheffing ervan, – zij allen hebben het doel niet bereikt. Zij komen niet over ouderdom en dood heen.
   Maar allen die ouderdom en dood wel kennnen, allen die geboorte, worden, grijpen, dorst, gevoel, aanraking, de zes zintuigen, naam en vorm, bewustzijn, de formaties wel kennen, die de opheffing ervan kennen, die de weg kennen die naar de opheffing ervan voert, die hebben het doel hier al bereikt." (SN.XII.13-14, 29-30, 71-81).

   “In zoverre men de restloze uitdoving van de begeerte ondervindt, in zoverre men de restloze uitdoving van de afkeer ondervindt, in zoverre men de restloze uitdoving van de onwetendheid ondervindt, in zoverre is Nibbāna zichtbaar hier en nu. (AN.III.56; SN.XLV.7; zie ook SN.XLV.34).
   Men hecht dan nergens meer aan. Bevrijd is men van de smetten. De vuren van de passies, van begeerte, afkeer en onwetendheid zijn dan definitief uitgedoofd. (Zie SN.XXXV.28).

Groeten
Nico
« Laatst bewerkt op: 02-08-2016 10:36 door nico70 »