Auteur Topic: De verbeelding "Ik ben"  (gelezen 1175 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2747
    • Bekijk profiel
De verbeelding "Ik ben"
« Gepost op: 21-09-2017 20:50 »
De Verbeelding “Ik ben” (asmimana)

De verbeelding “Ik ben” schijnt de meest persistente en overtuigende bijkomstige bezoedeling te zijn in de geest. Het schijnt zich niet voor te doen zonder gehechtheid aan (één van) de khandha’s (SN22.83). Het is niet constant aanwezig. Er wordt ook wel gesproken over de eigenwaan “Ik ben”, het verlangen “Ik ben” en de obsessie “Ik ben” (SN22.89) omdat er ook een honger naar en een obsessie is met de verbeelding “Ik ben of "Ik besta”.

De eigenwaan “Ik ben” verwijst volgens mij naar de belevingswijze dat er een soort wezentje is in ons dat iets ziet, iets ruikt, proeft, hoort, tactiele sensaties voelt, denkt, een wezentje dat bepaalde zaken wel wil ervaren en andere niet, dat leeft en straks zal sterven, dat pijn als een zware last ervaart, dat zich gekwetst voelt, wellicht minderwaardig, gelijk aan anderen of superieur etc.

Udana 2.1 geeft aan dat volgens de Boeddha de eliminatie van deze onpeilbare eigenwaan “Ik ben” de ultieme gelukzaligheid is. De eigenwaan of verbeelding “Ik ben” wordt dus gezien als een soort ultieme keten of last. Het schijnt dat alle levende wezens er mee belast zijn, niet altijd perse op een zo welbewuste, maar eerder op een soort onderbewuste instinctieve manier.

Het is niet voordat door deze verbeelding “Ik ben” heen gebroken is dat iemand vrij genoemd kan worden van alle ketens, vrij van lijden, vrij van begeerte. Van de vier soorten heiligen of edelen heeft kennelijk alleen de arahant dit gerealiseerd. Een stroom-intreder schijnt wel op een zo’n manier doorgedrongen te zijn in de kwestie identiteit dat er geen identificatie meer plaatsvindt met het lichaam, gevoelens, waarneming, mentale formaties en bewustzijn, en deze ook niet meer beleeft als van-mij, maar toch is ie t.a.v. deze khandha’s nog niet volledig vrij van de verbeelding “Ik ben”, het verlangen “Ik ben” en de obsessie “Ik ben” (SN22.89). Het wordt vergeleken met een geur die blijft hangen na wassen. Zo is er kennelijk ook na stroom-intrede t.a.v. de khandha's ook altijd nog een resterende subjectieve geur “Ik ben”.

Onaangename ervaringen zijn doorgaans een stimulus voor het actief worden van de onderliggende neiging tot afkeer/weerzin. Let er maar op. Ervaar pijn, of te koud water onder de douche en er is meteen iets van verkramping, terugtrekking, weerzin een afstootreactie (dosa). Het schijnt dat zo’n reactiepatroon over vele levens is opgebouwd. Het behoort als het ware tot onze bagage.
Aangename ervaringen zijn een stimulus voor het activeren van de latente neiging tot heb-zucht.
Let er maar op. Als je iets aangenaams ervaart, dan verwelkom je dat, dan nodig je dat uit, dan wil je dat hebben, aantrekken, heb-zucht.
Zo kun je denk ook zeggen dat vrijwel elke gewaarwording de onderliggende neiging tot verbeelding activeert. Dit uit zich concreet, lijkt me, als een dualistische belevingswijze van een subject, een soort wezentje, een entiteit-Ik dat iets ruikt, iets ziet, iets hoort, proeft, tactiele sensaties ervaart, die leeft, pijn ervaart, voornemens heeft, die zal sterven, die zich verbeeldt minderwaardig te zijn, gelijk aan anderen is of superieur etc. Op het moment dat deze verbeelding “Ik ben” zich manifesteert is er geen twijfel aan dat dit onze ware identiteit is.

Volgens mij heeft de Boeddha gezien dat dit niet onze ware identiteit is. Eigenlijk geven neurologen ook aan dat er geen Ik is.  Waar moet dat Ik ook zijn? In het brein? Het is toch niet zo gek dat het waarschijnlijk enkel maar een soort mentale constructie is, iets wat door omstandigheden ontstaat, net als een emotie, of neiging?

Hoe enorm sterk de notie van een ego of van “Ik ben” ook verstrengeld lijkt met geest, volgens mij geeft boeddhisme aan dat het mogelijk is in deze kwestie van identiteit door te dringen op een manier dat je echt ziet of realiseert dat deze verbeelding “Ik ben” iets is wat voorwaardelijk ontstaat en niet zelf is, niet wie/wat je echt bent.  Op dat moment ken je het voorwaardelijk ontstaan van “Ik ben”.

Gelijkenis

Eén van de mooiste gelijkenissen die ik ooit ben tegengekomen (weet niet meer waar) om gevoel  te krijgen voor de verhouding tussen de natuur van geest en geloof in ego is die van het heldere kristal. Geest is van nature als een helder kristal. Zet je een helder kristal op rood papier, of hou je het tegen een rode achtergrond, dan lijkt het kristal ook inherent rood. De rode kleur lijkt opeens eigen aan het kristal maar in wezen is dit een illusie, nietwaar? Zouden we oordelen: ‘het kristal is van zichzelf rood’,  dan is dat gewoon een vergissing, we zijn dan begoocheld over de echte kleur van het kristal, die helder is. Zo schijnt dit ook te zijn met geest. Hoewel de kleur “Ik ben”, dus de subjectieve kleur, zich heel indringend en overtuigend kan voordoen in de geest, is en blijft geest van nature helder. Ik ben” schijnt dus enkel een kleur te zijn die dus niet de natuur van geest is. Zoals dat kristal ook niet echt rood is, zo is "Ik ben" ook niet echt de kleur van geest. Dat besef is er doorgaans helemaal niet als de verbeelding “Ik ben” (de ego-waan) in de geest ontstaat. Het voelt op dat moment ultiem waar en werkelijk dat geest, als dat wat ervaart, een entiteit-Ik of ego is. Dit is volgens mij wat wordt bedoeld met de wortel moha. Moha is dat je je feitelijk vergist. Je kunt je vergissen in de ware kleur van het kristal. En zo kunnen wezens zich ook vergissen in hun ware identiteit en iets wat eigenlijk voorwaardelijk ontstaat "Ik ben" beleven als hun identiteit. Zoiets.

Er wordt gezegd dat men in het zich voorstellen of verbeelden wordt gebonden door Mara. Door niet te verbeelden wordt men bevrijd van de Kwaadaardige. Wat zijn de voorstellingen (beelden) rondom het Ik? “Ik ben” is een voorstelling, “Ik ben dit” is een voorstelling, “Ik zal zijn”, “Ik zal niet zijn”, “Ik zal uit vorm bestaan”, “Ik zal vormloos zijn”, “Ik zal waarnemend zijn”, “Ik zal niet-waarnemend zijn”,  “Ik zal noch waarnemend noch niet-waarnemend zijn”. Al de bovenstaande voorstellingen worden een verwikkeling in verbeelding genoemd. Verwikkeling in verbeelding wordt gezien als een ziekte, een gezwel, een pijl, daarom dient er zo getraind te worden: “we zullen met een geest verblijven waarin verbeelding neergeslagen is” (SN35.248).

De notie of eigenwaan of verbeelding “Ik ben” wordt ook gezien als een verstoring. Dit geeft denk ik aan dat het bijkomstig is, zoals men in jhana zaken (bijvoorbeeld gedachten en vreugde) ook ziet als een verstoring. “Ik ben” is een soort verstoring die niet gemakkelijk te negeren valt. Een ultiem soort ruis.
De verbeelding “Ik ben’ wordt ook gezien als een vermenigvuldiging/proliferatie (SN35.248).  Dat duidt er op, volgens mij, dat als die notie er eenmaal is, dan leidt dat vervolgens tot allerlei andere mentaal gebabbel, gedachten, ideeen. Mentaal vermeerderen zich zaken heel snel. Men spreekt van mentale proliferatie.
De notie of voorstelling van “Ik ben” wordt ook gezien als herkauwen (AN4.200). Ik begrijp dat zelf zo dat de eigenwaan “Ik ben” steeds weer opboert en je er mentaal steeds weer op blijft kauwen, gedurende dit leven en al talloze levens.


Eindigen van de Verbeelding “Ik ben”, het verlangen "Ik ben" en de obsessie "Ik ben"

De verbeelding “Ik ben”, het verlangen "Ik ben" en de obsessie "Ik ben" kan eindigen als het tegenovergestelde wordt beoefend van de in geest aanwezige tendenzen. Dus in plaats van wat wordt ervaren te zien en beleven als ‘Dit ben Ik’, dat te zien en beleven als ‘dit ben ik niet’. In plaats van wat wordt ervaren te beleven als ‘dit is van-mij’, dat te zien en beleven als ‘dit is niet van-mij’. In plaats van wat wordt ervaren te beleven als ‘dit is mijn zelf’ of ‘dit ben ik zelf’, dat te zien en beleven als ‘dit is niet mijn zelf’ of ‘dit ben ik niet zelf’.

Sutta’s geven die instructie mee om wat er dan ook ervaren wordt aan vorm/lichamelijkheid, gevoelens, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn, zo te bezien: “dit ben ik niet, dit is niet van-mij, dit is niet mijn-zelf’. Als men op deze manier langdurig traint hierin, dan kan dat kennelijk volledig afrekenen met de bestaande instinctieve neigingen tot identificatie (Ik-maken). Ook zal het afrekenen met de bestaande instinctieve neiging tot mijn-maken, d.w.z. de neiging om wat ervaren wordt aan lichamelijkheid, gevoelens, waarneming, mentale formaties en bewustzijn te beleven als van-mij, als iets wat je bezit, als iets wat je hebt. Het zal uiteindelijk ook de onderliggende neiging tot verbeelding “Ik ben” volledig ontmantelen (SN22.89).

“Hij heeft begeerte afgesneden, de keten gestript, en door volledig door verbeelding heen te breken, heeft hij een einde gemaakt aan lijden.” (bv. AN5.200, SN36.3 e.a.)

groet,




« Laatst bewerkt op: 21-09-2017 20:59 door Sybe »

MaartenD

  • Gast
Re: De verbeelding "Ik ben"
« Reactie #1 Gepost op: 20-10-2017 15:28 »
Een prachtig stuk, Sybe. Ik heb het sterke vermoeden dat ik het langzaam nog eens moet lezen. En misschien nog eens.

Meditatie heeft me geleerd dat er een vinger is te krijgen tussen gedachten en emoties en de identificatie met die gedachten en emoties. Relatief snel nadat ik begon te mediteren merkte ik (ja, daar gaan we al) dat gedachten en gevoelens opkomen en vergaan zonder dat die mij of van mij hoeven te zijn. Dit was een enorme bevrijding.. 'het hoeft niet'. Het is moeilijk uitdrukken hoe sterk dit plotselinge beseffen was.

Van nature denk ik toch al in processen. Eigenlijk lijkt het heel simpel: in de geest vinden van allerlei processen plaats en dat is het wel. Elk proces is onderling afhankelijk ontstaan. Het meest verrassende is nog hoe sterk de illusie van zelf is.

Ik heb wel een vraag. Je zegt dat de illusie "Ik ben" gebroken moet worden maar dit lijkt niet het hele verhaal.

De Sabbasava sutta zegt:
Citaat
7. "Wanneer hij op deze manier onverstandig nadenkt, ontstaat in hem één van de zes verkeerde ideeën:

Het idee 'Ik heb een zelf' ontstaat in hem als zijnde waar en werkelijk;
of het idee 'Ik heb geen zelf' ontstaat in hem als zijnde waar en werkelijk; ......

De Boeddha wees beide ideeën af als een extreme visie dus het is blijkbaar te simpel om te zeggen 'er is geen zelf'. Of begrijp ik dat verkeerd?

Kan het zijn dat beide ideeën de verborgen aanname van een 'ik' bevatten en daarom hoe dan ook niet geldig kunnen zijn?

Een aantal jaar geleden schreef ik een boekje waarin ik pleitte voor een rationele visie op de werkelijkheid, die dan als fundament kon dienen om met alle mensen iets gezamenlijks te vinden. Echte ratio is ook zelf-loos, je volgt de weg die het bewijsmateriaal aanwijst, of je dat nou leuk vindt of niet, of het je uitkomt of niet. Een zelf doet er gewoon niet toe. Dat is min of meer hoe ik gevoelsmatig de idee Sabbe dhammā anattā begrijp.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2747
    • Bekijk profiel
Re: De verbeelding "Ik ben"
« Reactie #2 Gepost op: 20-10-2017 20:05 »
Hallo Maarten,

Ik ben ook maar een geïnteresseerde leken-beoefenaar hoor. Ik hoop dat het ergens op slaat wat ik schrijf. Ik onderzoek al langere tijd theravada-teksten. Ik ben echter begonnen bij mahayana-teksten. Ik merk eigenlijk dat die mij nog altijd inspireren. Misschien is dat helemaal foutief maar soms moet je toch ergens op durven vertrouwen toch?

Er zijn mensen die zeggen dat de Boeddha enkel een leer van niet-zelf (anatta) onderwees, en geen leer van zelf onderwees. Volgens mij is dat in letterlijke zin waar. In de overgeleverde Pali sutta's kom je, voor zover ik weet, bijvoorbeeld niet tegen dat de Boeddha het ongeconditioneerde, het vredevolle, Nibbana, het Doodloze, het zelf noemde of het ware zelf.  Ik vermoed niet omdat dit niet ons ware zelf is, maar omdat er anders het gevaar bestaat dat men zich daarmee identificeert, wat eigenlijk nog erger is dan je identificeren met opkomende verschijnselen. Identificeren met vrede is blokkeren, denk ik. Het zal lijden ook niet opheffen, eerder veroorzaken. Dus identificatie met het geconditioneerde is niet oke, maar met het ongeconditioneerde is nog erger.

Je kunt je wel afvragen, vind ik, was het toch niet de bedoeling van de Boeddha om met zijn leer van anatta, een atta te onthullen ?

Stel je eens voor dat er echt helemaal geen zelf zou zijn en alles aan ons als mens zou niet-zelf zijn, hoe is het dan mogelijk om vrede te realiseren? Onmogelijk! Immers als alles instabiel is aan jezelf, kun je nooit ergens anders uitkomen dan bij instabiliteit. Vrede is dan onmogelijk. Dit klopt toch? Het kan niet anders of er moet iets zijn wat aangeduid kan worden als zelf, iets wat stabiel is, ongeconditioneerd.

Mijns inziens wordt dat hier uitgedrukt:

...”Bahuna, het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van tien dingen dat hij verblijft met een geest zonder grenzen. Welke tien? (1) Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van vorm dat hij met een geest vrij van grenzen verblijft. (2)-(5) Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht, en vrijgemaakt is van gevoel....waarneming...wilsformaties...bewustzijn dat hij verblijft met een geest zonder grenzen.
(6)-(10). Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van geboorte...ouderdom...dood...lijden...bezoedelingen dat hij verblijft met een geest zonder grenzen.
AN10.81

Volgens mij beschrijft dit dat als er helemaal geen begeerte is, en daarmee geen enkel spoortje gehechtheid in de geest aanwezig is, dan is geest geen lokaal iets, niet iets individueels, niet iets waarvan je kunt zeggen, 'het is hier of daar'. Dat wat vrij is van geboorte, ouderdom, dood, lijden en bezoedelingen, is dat niet wat de Boeddha wil onthullen met zijn leer van niet-zelf?

Hoe dan ook, volgens mij gaat het er om dat we echt zien hoe alles bestaat en gaat en vooral ook dat we geest kennen als geest. Ergens heb ik er gevoel voor dat als je geest kent als geest, dan eindigen gedachten als 'Ik ben', of 'Ik ben dit' want je ziet dan de aard of natuur van geest. Die is sowieso niet verwoordbaar, voorbij woorden, gedachten, concepten, visies.

groet,


Offline nico70+

  • Sangha Ouderling
  • *****
  • Berichten: 881
  • Geslacht: Man
    • Bekijk profiel
    • Facetten van het Boeddhisme
Re: De verbeelding "Ik ben"
« Reactie #3 Gepost op: 21-10-2017 12:46 »
Beste,

Citaat
..”Bahuna, het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van tien dingen dat hij verblijft met een geest zonder grenzen. Welke tien? (1) Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van vorm dat hij met een geest vrij van grenzen verblijft. (2)-(5) Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht, en vrijgemaakt is van gevoel....waarneming...wilsformaties...bewustzijn dat hij verblijft met een geest zonder grenzen.
(6)-(10). Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van geboorte...ouderdom...dood...lijden...bezoedelingen dat hij verblijft met een geest zonder grenzen. AN10.81

Het bovenstaande betekent dat de Boeddha zich niet meer identificeert met vorm, gevoel, waarneming, wilsformaties, bewustzijn. Zijn geest, citta, het kennende deel van de geest, is vrij van de bezoedelingen, is vrij van begeerte, voorkeur, is vrij van haat, afkeer, is vrij van alle onwetendheid. Dat alles behoort hem niet toe. Het bewustzijn is als een parasiet; het eigent zich alles toe. Maar de Boeddha onderwees dat er geen atta, geen zelf is. Dat ben ik niet, dat behoort mij niet toe. M.a.w. als er bewustzijn ontstaat, dan is er alleen bewustzijn, zonder meer. Het bewustzijn dat zich niets meer toe-eigent is vrij. Het bewustzijn dat zich nog iets toe-eigent, is niet vrij, is gebonden. Dat is een samengesteld bewustzijn. Maar als ingezien wordt dat er alleen verschijnselen zijn, dat er nergens een eigenaar is, en als alle voorkeur en afkeer is verdwenen, dan eigent het bewustzijn zich niets meer toe. Het is dan vrij. Het is vrij van de metgezellen begeerte, haat en onwetendheid. Dat is een niet-samengesteld bewustzijn, een enkelvoudig bewustzijn. Het is niet samengesteld. En wat niet samengesteld is, dat kan niet uiteenvallen. Dat bewustzijn is niet beperkt maar zonder grenzen.
Het ik-bewustzijn dat zich alles toe-eigent is door het niet meer samenstellen geworden tot een zó- bewustzijn. Zó is het ontstaan, zó is het vergaan. Niet meer: "ik voel", maar: zó is het gevoel ontstaan.'

      "Waar water en aarde, vuur en lucht geen houvast hebben, [...] daar wordt naam en vorm zonder rest opgeheven." (S.1.27)
[m.a.w. De elementen hebben geen houvast meer als men inziet dat er geen zelf is, geen ik. Het ik-bewustzijn verdwijnt en men eigent zich niets meer toe. ]
   Degenen die zich hebben afgewend van de wereld, [...] die begeerte en haat hebben opgegeven en zich hebben losgemaakt van onwetendheid, [...] zij zijn in de wereld vrij van begeerte." (S.I.28)
   Wat wordt onder "wereld" verstaan? - Aan de godheid Rohitassa is dat uitgelegd. In het lichaam van iemand zelf met waarneming en geest beschrijft de Boeddha de wereld, het ontstaan van de wereld, het ophouden ervan en de weg die voert naar het verdwijnen van de wereld. (S.II.26)
   En elders onderwees de Boeddha: "Waar oog is en zichtbare vormen, visueel bewustzijn en dingen kenbaar door visueel bewustzijn, daar is een wereld en de aanduiding 'wereld'. - Waar oor is en klanken, hoorbewustzijn en dingen kenbaar door hoorbewustzijn, daar is een wereld en de aanduiding 'wereld'. - Waar neus is en geur, reukbewustzijn en dingen kenbaar door reukbewustzijn, daar is een wereld en de aanduiding 'wereld'. - Waar tong is en smaak, smaakbewustzijn en dingen kenbaar door smaakbewustzijn, daar is een wereld en de aanduiding 'wereld'. - Waar lichaam is en aanraking, tastbewustzijn en dingen kenbaar door tastbewustzijn, daar is een wereld en de aanduiding 'wereld'. - Waar geest is en ideeën, geestbewustzijn en dingen kenbaar door geestbewustzijn, daar is een wereld en de aanduiding 'wereld'. (Salayatana sutta)
   
   De heilige die onwetendheid geheel en al heeft opgeheven eigent zich niets meer toe; hij weet dat alles zonder een zelf is, zonder een ik. Er zijn alleen lege verschijnselen, oorzakelijk ontstaan. (Zie: S.IV.19)
   Dat drukte de eerwaarde bhikkhunī Somā,  een volmaakte heilige, als volgt uit: Ik denk niet meer in termen van “ben ik een man of een vrouw of ben ik eigenlijk iets. Ik denk niet meer aan een “zelf”. (S.5.2)
   En Brahma Sahampati legde aan de moeder van de eerwaarde Brahmadeva uit dat deze een volmaakte heilige was.
   "Hij is leeg van bestaanssubstraten, meer dan een god, iemand die niets zijn eigen noemt, [...] Hij is in vrede. [...] Als een tamme olifant gaat hij, zonder fouten, een bhikkhu van hoge zedelijke discipline, met een bevrijd hart."  (S.VI.3)

Groeten,
Nico

MaartenD

  • Gast
Re: De verbeelding "Ik ben"
« Reactie #4 Gepost op: 21-10-2017 18:09 »
Oei, wat een teksten. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die dit overdonderend vinden. Toch vragen dit soort dingen vast een flinke uitleg, vooral als je zoekende bent..

In mijn persoonlijke ervaring heb ik geleerd dat uiterste precisie in de uitdrukking veel problemen voorkomt en zelfs oplost. Het gevaar is dan weer dat je scherpzinnigheid (in het uitleggen van de suttas, vinaya etc., als doel an sich gaat zien. Evenzogoed zijn er voorbeelden te over waarin mensen oeverloos discussiëren omdat ze dezelfde woorden net verschillend gebruiken en hun eigen definities importeren in het gesprek als verborgen aanname.

De manier waarop ik er min of meer uitkom met het zelf-loze is het verschil aan te wijzen tussen individualiteit - wat wel degelijk bestaat - en een vaststaand zelf. Een boom bestaat zonder twijfel en als je dat niet gelooft dan ben je van harte uitgenodigd er dwars doorheen te lopen. Maar wat maakt die boom een boom? Wat is de essentiële boom-heid diep van binnen? Het is zo'n vraag die nutteloos is omdat, in de boeddhadhamma, er geen atta bestaat. (Nog specifieker, 'niet gevonden wordt'.) Voor mensen geldt mutatis mutandis niets anders. Natuurlijk bestaan mensen.

De Boeddha kan denk ik niet bedoeld hebben dat alles maar illusie is. Waarom anders werken aan het oplossen van lijden? De Dhamma beoefenen vermindert zelfs het lijden stapje voor stapje, wat past bij groot mededogen. Het is pas als de geest de realiteit probeert te grijpen en probeert in te kaderen in hapbare concepten dat illusie ontstaat. Het zelf in de zin van een ziel of essentie - dat wat ons in diepste instantie 'ons zelf' maakt - is de grootste illusie van allemaal.

Nico70 slaat denk ik de spijker op z'n kop als hij zegt:
Citaat
Niet meer: "ik voel", maar: zó is het gevoel ontstaan.'
Wat ik zo fascinerend vind is dat het leerstuk van anatta enorm veel lijkt op de natuurwetenschappelijke drijfveer alles zo feitelijk mogelijk te bezien. Wat gebeurt er nou echt? Dit kun je blijven vragen en onze chan/zen broeders en zusters schijnen dit ook echt te doen. We weten tegenwoordig uit modern onderzoek dat alles op verschillende niveaus te beschrijven is als een eindeloze serie geneste processen zonder dat een verhaal op één niveau per se meer waar is dan een verhaal op een ander niveau. Sean Carroll schreef hier mooi over. Lijkt dit niet op onderling afhankelijk ontstaan?

A propos, met mijn opmerking over zorgvuldigheid van uitdrukking bedoelde ik niet te zeggen dat jullie niet zorgvuldig zouden zijn. Dit zijn observaties die bij me opkomen nu ik eindelijk van gedachten kan wisselen met andere boeddhisten op een forum. Ik merk ook hoe onhandig het voelt en brokkelig om te moeten formuleren wat in mijn voorstelling heel helder lijkt.