Auteur Topic: De vier edele waarheden en het middenpad  (gelezen 552 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
De vier edele waarheden en het middenpad
« Gepost op: 18-11-2017 22:11 »
De vier edele waarheden en het middenpad

Inleiding

   Toen de Boeddha na de Verlichting alleen vertoefde, kwam deze gedachte bij hem op: “Deze leer die ik heb ontdekt, is diep en moeilijk te zien, is moeilijk te ontdekken, moeilijk te begrijpen. Ze is de meest vredige en is het opperste doel van alles. Deze leer is niet bereikbaar door alleen maar redeneren; ze is subtiel, door de wijze te ervaren. [...]  Het is moeilijk deze waarheid te zien, namelijk oorzakelijk ontstaan en ook het tot rust komen van alle formaties, het opgeven van alle gehechtheden, het verdwijnen van de levensdorst, uitdoving van begeerte, het wegkwijnen van lust, onthechting, beëindiging, Nibbāna. [...]. (M.26)

   Ook kwam bij de Boeddha deze gedachte op in zijn geest: “Dit is de rechtstreekse weg voor de reiniging van de wezens, voor het te boven komen van verdriet en gejammer, voor het verdwijnen van lichamelijk en geestelijk lijden. Dit is de directe weg om het juiste pad te bereiken, om Nibbana te verwerkelijken, namelijk de vier grondslagen van oplettendheid. 

   Zeven dagen lang, onmiddellijk na zijn Verlichting zat de Boeddha neer aan de voet van de Maha Bodhi-boom. Hij ondervond toen de hoogste verheven zaligheid van de Bevrijding. Op het einde van die zeven dagen rees hij op uit die concentratie en zijn geest hield zich weer bezig met oorzakelijk ontstaan.
   Hij ontdekte dat wanneer het ene ontstaat, het andere ontstaat; wanneer het ene niet ontstaat, ontstaat het andere ook niet. Aan alle voorwaarden moet voldaan worden om iets te doen ontstaan.
[zie verder eventueel: Oorzakelijk ontstaan en oorzakelijke opheffing van het lijden]
https://sites.google.com/site/oorzakelijkontstaan/



Verkondiging van de leer

   Hij ging naar Varanasi, naar het hertenpark te Isipatana. Daar verbleven de vijf asceten die samen met hem strenge ascese hadden beoefend. En hij richtte het gebruikelijke gesprek tot hen, namelijk het gesprek over het geven (vrijgevigheid),*1] over deugdzaamheid*2] en over een betere wereld,*3] en hij verkondigde de ellende, de leegheid en onreinheid van begeerte en de zegen van ontzegging en verzaking. (D.14) Toen de Verhevene merkte dat hun geest goed voorbereid was, gedwee, vrij van hindernissen, bevredigd, verkondigde hij datgene wat de karakteristieke leer van de Boeddhas is: lijden, het ontstaan ervan, het beëindigen ervan en de weg naar de beëindiging ervan. (D.14) En hij sprak de volgende leerrede:
_____
*1] Zie eventueel het topic: Dana, geven. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2369.0.html
*2] Zie eventueel het topic: Richtlijnen en adviezen voor leken. Reactie 1, sub 3. Deugdzaamheid. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2479.0.html
*3] Zie eventueel het topic: De werelden van bestaan. Reactie 14-17. De gelukkige sferen. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2497.0.html

« Laatst bewerkt op: 18-11-2017 22:12 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #1 Gepost op: 19-11-2017 12:52 »
Het middenpad, het edele achtvoudige pad

   “Twee uitersten moeten niet uitgeoefend worden door iemand die vanuit het huiselijke leven vertrokken is in de huisloze staat. Het zijn deze twee: a) behagen scheppen in zingeneugten, en b) zelfkwelling. En waarom? Wel, behagen scheppen in zingeneugten is laag, vulgair, werelds, onedel en voert tot lijden. Ook zelfkwelling is laag, vulgair, werelds, onedel en voert tot lijden.
   Het middenpad dat door de Volmaakte ontdekt is, vermijdt deze twee uitersten. Dat middenpad geeft visie, kennis en het voert tot vrede, tot direct inzicht, tot Verlichting en tot Nibbāna. En wat is nu dat middenpad? Het is niets anders dan het edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste concentratie, juiste oplettendheid en juiste geestesontwikkeling. Dat is het middenpad dat door de Volmaakte ontdekt is en dat visie geeft, kennis geeft, en dat tot vrede, tot direct inzicht, tot Verlichting en tot Nibbāna voert. 


Anatta en anicca
   
   Na deze eerste toespraak over de leer onderwees de Verhevene de vijf asceten verder met een tweede toespraak over de leer. Hij gaf onderricht over het kenmerk van niet-zelf (anatta).

   De Boeddha onderwees dat er geen kern, geen zelf is, nergens, niet ergens binnenin en niet ergens buiten. Dat was toen en is ook nu nog steeds heel tegengesteld aan wat de gangbare gedachtengang is. Er is geen ziel die van het ene leven verhuist naar een ander leven.
   
   Ook onderwees de Boeddha later dat alles veranderlijk en vergankelijk is. Geen enkel samengesteld iets en niemand blijft eeuwig bestaan. Ook de hoogste god zal eens van dat goddelijk leven afscheid moeten nemen.   
   Omdat alles wat bestaat verandert en vergaat, ontstaat er frustratie. Dat komt omdat men iets begeert, positief of negatief.
   Als men iets graag wil hebben, en men krijgt het niet, is er frustratie, leed. En als men iets graag wil hebben, en men krijgt het, dan zal de interesse erin veranderen of het gekregene verandert zelf; en dat is dan weer oorzaak voor frustratie, leed.
   Als men graag in het gezelschap van iemand is, en men kan niet men die persoon omgaan, dan is dat oorzaak voor frustratie, leed. Als men graag in het gezelschap van iemand is, en men kan wel met die persoon omgaan, dan kan die persoon veranderen, of onze belangstelling in die persoon verandert, of er komt door oorzaken een einde aan die omgang. Dat is dan oorzaak voor frustratie, leed.

   De Boeddha ontdekte de manier om aan die frustratie een einde te maken.

   "Of Volmaakten ontstaan of niet ontstaan, het blijft een feit, een vaste en noodzakelijke voorwaarde van het bestaan, dat alle formaties vergankelijk zijn (anicca); dat alle formaties aan het lijden onderworpen zijn (dukkha); dat alle dingen zonder zelf zijn (anattâ).
   Dit onderkent en doorschouwt de Volmaakte, hij onderwijst het, toont het, maakt het bekend, onthult het, maakt het duidelijk en maakt het openbaar. Alle formaties zijn vergankelijk, zijn aan het lijden onderhevig en alle dingen zijn zonder een zelf. (A.III.137)

   Het lijden in de wereld begint met de conceptie, dan de geboorte, dan ziekten, ouderdom en sterven. En dan weer opnieuw geboorte ergens in de een of andere sfeer van bestaan.
   Is er dan nergens een einde aan deze hele kringloop van geboren worden en sterven?

   Ja, er is een einde. De Boeddha heeft de manier ontdekt hoe er een einde komt aan geboorte en sterven. Dat einde wordt Nibbana, de uitdoving genoemd. Andere namen zijn o.a. het Doodloze en de andere oever.
   Aan deze oever draagt men nog de last mee van onvoldaanheid, frustratie, van voorkeur naar iets of iemand, van afkeer van iets of iemand. Men draagt aan deze oever ook de last mee van te menen dat er een zelf, een ego is.
   Aan de andere oever is men van die last bevrijd. De leer van de Boeddha is een middel om van deze oever naar de andere oever te gaan. Ze is als een vlot. Het vlot wordt niet meegenomen als de andere oever bereikt is. Dat hebben we aan de andere kant niet meer nodig.    
   Hoe men aan de andere oever komt, is door de Boeddha op veel manieren uitgelegd. Maar het komt allemaal uit op: de vier edele waarheden en het achtvoudige pad.

   Een overdenken van die vier edele waarheden behoort tot de elementen van de Verlichting (bodhipakkhiya-dhamma). (A.I.35)  Het geeft een vredig gemoed.
   Het overdenken van de vier edele waarheden is verbonden met heil, voert naar ontzegging, opheffing, rust, inzicht, volledige ontwaking, naar Nibbana. Daarom spant u in om de vier edele waarheden overeenkomstig de werkelijkheid in te zien. (S.56.41)
   
   De vier Edele Waarheden zijn als volgt:
I.        Het is de verkondiging van de Edele Waarheid van dukkha, lijden, onvoldaanheid.
II.       Het is de verkondiging van de Edele Waarheid van het ontstaan van lijden.
III.      Het is de verkondiging van de Edele Waarheid van het beëindigen van lijden.
IV.       Het is de verkondiging van de Edele Waarheid van het pad dat voert naar het beëindigen van lijden. (M.141; D.22)

   Zolang de Volmaakte, de Heilige, de volmaakt Ontwaakte niet in de wereld verschijnt, zolang worden ook geen groot licht en geen grote glans openbaar. Zolang heerst er duisternis. De vier edele waarheden worden dan niet getoond, niet uitgelegd, niet onthuld, worden dan niet verkondigd.
   Maar wanneer de Volmaakte, de Heilige, volmaakt Ontwaakte in de wereld verschijnt, dan worden ook een groot licht en een grote glans openbaar. Er heerst dan geen duisternis meer. De vier edele waarheden worden dan getoond, uitgelegd, onthuld, worden dan verkondigd. (S.56.38 )

   Onwetend is degene die het lijden niet kent, die het ontstaan ervan niet kent, die de opheffing ervan niet kent, en die het pad naar de opheffing ervan niet kent.     Wetend is degene die wel het lijden kent, het ontstaan ervan, de opheffing ervan, en het pad naar de opheffing ervan. (S.56.17-18 )

   Omdat de vier edele waarheden niet begrepen werden, daarom is deze lange kringloop van bestaan doorlopen, zowel door de Boeddha als door ons. (S.56.21)

   Wie de vier edele  waarheden niet inziet, die kan geen einde maken aan geboorte en ouderdom. Maar wie de vier edele waarheden inziet, die kan een einde maken aan geboorte en dood. (S.56.22; S.56.41)

   De edele waarheid van lijden is te doorzien; de edele waarheid van het ontstaan van lijden moet overwonnen worden; de edele waarheid van de opheffing van lijden moet verwerkelijkt worden; de edele waarheid van het pad dat voert naar de opheffing van lijden moet ontplooid worden. (S.56.29)
_____
*   Meer over anatta, vergankelijkheid en frustratie, zie het topic:  De drie aspecten van het leven. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2492.0.html


Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1643
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #2 Gepost op: 19-11-2017 22:34 »
   Ook onderwees de Boeddha later dat alles veranderlijk en vergankelijk is. Geen enkel samengesteld iets en niemand blijft eeuwig bestaan. Ook de hoogste god zal eens van dat goddelijk leven afscheid moeten nemen.   
   Omdat alles wat bestaat verandert en vergaat, ontstaat er frustratie. Dat komt omdat men iets begeert, positief of negatief.
   Als men iets graag wil hebben, en men krijgt het niet, is er frustratie, leed. En als men iets graag wil hebben, en men krijgt het, dan zal de interesse erin veranderen of het gekregene verandert zelf; en dat is dan weer oorzaak voor frustratie, leed.
   Als men graag in het gezelschap van iemand is, en men kan niet men die persoon omgaan, dan is dat oorzaak voor frustratie, leed. Als men graag in het gezelschap van iemand is, en men kan wel met die persoon omgaan, dan kan die persoon veranderen, of onze belangstelling in die persoon verandert, of er komt door oorzaken een einde aan die omgang. Dat is dan oorzaak voor frustratie, leed.

   De Boeddha ontdekte de manier om aan die frustratie een einde te maken.

   "Of Volmaakten ontstaan of niet ontstaan, het blijft een feit, een vaste en noodzakelijke voorwaarde van het bestaan, dat alle formaties vergankelijk zijn (anicca); dat alle formaties aan het lijden onderworpen zijn (dukkha); dat alle dingen zonder zelf zijn (anattâ).
   Dit onderkent en doorschouwt de Volmaakte, hij onderwijst het, toont het, maakt het bekend, onthult het, maakt het duidelijk en maakt het openbaar. Alle formaties zijn vergankelijk, zijn aan het lijden onderhevig en alle dingen zijn zonder een zelf. (A.III.137)

Toen ik een puber was raakte ik doordrongen van vergankelijkheid. Ik zag dan foto's, bijvoorbeeld, en bedacht dan 'al die mensen zijn al dood'. Ook hun roem, het is weg. Alle roem die topsporters toevalt, we spreken er soms zelfs over als 'eeuwige roem', maar de waarheid is dat beroemde sporters snel in vergetelheid raken, ook olympische. Ik zag ook dat elke generatie leeft alsof het het toppunt van ontwikkeling is. Ook zo'n dwaas idee want als we terugkijken zien we juist hoe primitief alles was. Maar toch, ook nu vinden we ons ontwikkelingsniveau weer heel wat. Maar goed, er komt een tijd dan kijken we op onze moderne flitsende smartphones net zo terug als wij nu terugkijken op de eerste computers.

Toch, toch kan ik anicca niet waarmaken. Ik wil maar een perfecte wereld. Ik wil niet dat dingen stuk gaan. Ik wil niet dat mijn lichaam stukgaat of dat van anderen. Ik wil niet dat mijn technische spullen kapot gaan. Ik wil niet dood. Ik wil die hele vergankelijkheid niet. Ja, ik weet wel, het slaat nergens op, dit volledig kansloze verzet, deze irreeele verlangens maar het zou een grove leugen zijn te vertellen dat het er niet is.

Ik wil perfectie. Dat zit ook in me. Dat lijkt sterker in me te zitten dan anicca sanna. Ik wil een auto die nooit kapot gaat. Ik wil een computer die nooit crashed. Ik wil een lichaam dat niet ziek word en aftakelt.
Ik wil ...Ik heb wel enig gevoel voor anicca, maar toch vooral ook nog altijd een sterke afkeer van.

Het laat zich allemaal zo slecht rationeel benaderen vind ik. Natuurlijk weet ik wel_verstandelijk_dat het ergens allemaal een nogal kansloze onderneming is, en dat al die angstige bezorgdheid over lichamen die stukgaan, dingen die stukgaan een last is, lijden, maar kan het niet loslaten merk ik. Het is sterker dan mezelf.

Je zou denken dat als je met anicca wordt geconfronteerd, door het overlijden van een ouder, een dierbare die aftakelend ziek is, of als je zelf ziek wordt, je eigen veroudering ziet etc. dat je er wel gevoeliger voor zou worden, dat je realistischer in het leven komt te staan. Ik kan dat nog niet echt zeggen. Ik zie anicca toch nog altijd een vijand. Emotioneel kan ik veranderlijkheid, instabiliteit en vergankelijkheid nog altijd nauwelijks verwerken/aan.

Dit is geen hulpvraag hoor en ook geen uitnodiging om te vertellen wat de Boeddha hierop adviseerde. Het is een bekentenis.

groet,





Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #3 Gepost op: 19-11-2017 23:46 »
Beste Siebe,

Een kleine reactie: de waarheid van anicca, veranderlijkheid, vergankelijkheid, is ook te zien bij het verwelken van een bloem, bij het veranderen van de seizoenen, bij het vallen van de bladeren in de herfst, bij het smelten van de sneeuw, bij het ouder worden. Je moet je handen wassen als ze bevuild zijn geworden. Zweet ontstaat bij warm weer of bij inspanning.  Er verandert steeds iets. Dat dagelijks op te merken is het beschouwen van anicca.

Groet
Nico
« Laatst bewerkt op: 20-11-2017 01:16 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #4 Gepost op: 19-11-2017 23:52 »
I. De waarheid van lijden

   De edele waarheid van lijden, onvoldaanheid (dukkha)*1] is als volgt: geboorte is lijden; ouder worden is lijden; ziekte is lijden; sterven is lijden; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop zijn lijden; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is lijden; het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft, is lijden; niet te krijgen wat men graag heeft, is lijden; kortom de vijf groeperingen van hechten zijn lijden.” (S.56.11; M.141)

   “En wat is geboorte? – Wat hier of elders het voortgebracht worden is, het in het bestaan treden, het verschijnen van de groeperingen van bestaan, het verkrijgen van de zintuiglijke organen, het geboren worden: dat heet geboorte.” (M.141; D.22)

   “En wat is ouder worden? - Wat hier of elders veroudering is, verval van de tanden, vergrijzing, het rimpelen van de huid, het afnemen van de levenskracht, het afsterven van de zinsorganen: dat heet ouder worden.” (M.141; D.22)

   “En wat is sterven? - Wat hier of elders het afscheiden is, het uiteenvallen, het verdwijnen, de dood, het beëindigen van de levenstijd, het uiteenvallen van de groeperingen van bestaan, het afwerpen van het lichaam: dat heet sterven.” (M.141)

   “En wat is verdriet? - Wat bij iemand die door het een of andere verlies of lijden getroffen is, bedroefdheid is, wanhoop, verslagenheid, innerlijke zorg: dat heet verdriet.” (M.141)

   “En wat is geweeklaag? - Wat bij iemand die door het een of andere verdriet of lijden getroffen is, gejammer en treuren is: dat heet geweeklaag.” (M.141)

   “En wat is pijn? - Wat lichamelijk pijnlijk en onaangenaam is, wat er bestaat aan pijnlijke en onaangename gevoelens die door lichamelijk contact veroorzaakt zijn: dat heet pijn.” (M.141)

   “En wat is leed? - Wat geestelijk pijnlijk en onaangenaam is, wat er bestaat aan pijnlijke en onaangename gevoelens die door geestelijk contact veroorzaakt zijn: dat heet leed.” (M.141)

   “En wat is wanhoop? - Wat bij iemand die door het een of andere verlies of lijden getroffen is, troosteloosheid en vertwijfeling is, de wanhopige en troosteloze geestestoestand: dat heet wanhoop.” (M.141)

   “En wat is het lijden dat bestaat in het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft? - Wat er bestaat aan ongewenste, onbehaaglijke, onaangename objecten zoals vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en gedachten, het ontmoeten daarvan, het samenkomen, de verbinding ermee: dat is het lijden dat bestaat in het verenigd zijn met datgene waaraan men een afkeer heeft. Of wat er bestaat aan wezens die iemand schade, onheil, onaangenaamheden en onzekerheid wensen, het ontmoeten van hen, het samenkomen, de verbinding met hen: dat is het lijden dat bestaat in het verenigd zijn met wie men een afkeer heeft.” (M.141)

   “En wat is het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft? - Wat er bestaat aan gewenste, behaaglijke, aangename objecten, zoals vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en gedachten, het missen ervan, ze niet ontmoeten, niet ermee samenkomen: dat is het lijden dat bestaat in het gescheiden zijn van wat men liefheeft.
   En ook wat er bestaat aan wezens die iemand heil, geluk, welzijn en zekerheid wensen, hen niet ontmoeten, hen missen, niet met hen samenkomen: dat is het lijden dat bestaat in het gescheiden zijn van wie men liefheeft.” (M.141)

   “En wat is het lijden dat bestaat in het niet verkrijgen wat men wenst? - In wezens die aan wedergeboorte onderhevig zijn, ontspringt de wens: ‘Ach, mochten wij toch niet meer aan wedergeboorte onderhevig zijn.’ Maar zoiets kan door wensen niet bereikt worden. En in wezens die aan veroudering, dood, verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop onderhevig zijn, ontspringt de wens dat zij daaraan toch niet meer onderhevig mochten zijn. Maar zoiets kan door wensen niet bereikt worden. Dat is het lijden dat bestaat in het niet verkrijgen wat men wenst.” (M.141)

   “En wat zijn de als lijden geldende vijf groeperingen van hechten? - Het is de groepering van lichamelijkheid, de groepering van gevoelens, de groepering van waarnemingen, de groepering van geestelijke formaties en de groepering van bewustzijn.” (M.141; zie ook  S.56.11)

   Een mens is een wezen, samengesteld uit vijf groepen: (a) De groep van materie, namelijk vaste, vloeibare en gasvormige stoffen, hitte en beweging. Eveneens behoren ertoe de zintuigen en de corresponderende objecten: oog met zichtbare vorm, oor met klank, neus met geur, tong met smaak en lichaam met tastgevoel. Het verstand en de geest met gedachten en ideeën behoren ook ertoe. (b) De groep van gevoelens: de gevoelens ondervonden door het contact van lichamelijke en geestelijke organen met de buitenwereld. (c) De groep van gewaarwordingen: er is herkenning van objecten door de gewaarwording. (d) De groep van geestelijke formaties: hiertoe behoren alle wilsactiviteiten. De wilsactiviteiten brengen moreel resultaat voort. Tot de wilsacties behoren o.a. aandacht, vertrouwen, verlangen, concentratie, energie, afkeer. - In totaal zijn er 52 geestelijke activiteiten. (e) De groep van bewustzijn: bewustzijn is een reactie met als basis een van de zes zintuigen en met het corresponderende uiterlijke verschijnsel als object. Zo heeft bijvoorbeeld visueel bewustzijn het oog als basis en de zichtbare vorm als object.
_____
*1]  Het Pali-woord dukkha betekent niet alleen lichamelijk lijden, maar houdt ook in de frustratie, het geestelijk leed dat veroorzaakt wordt door het feit dat alles wat bestaat onvoldaan is, onvolmaakt. Er is weliswaar vreugde en geluk, maar dat is slechts tijdelijk. En juist dat tijdelijke, dat onvolmaakte is oorzaak voor leed, frustratie. Dat wordt onder dukkha, lijden verstaan.

N.B.  De meeste  voetnoten zijn ontleend aan de vertalingen die geraadpleegd zijn.
« Laatst bewerkt op: 19-11-2017 23:55 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #5 Gepost op: 20-11-2017 20:20 »
II. De waarheid van het ontstaan van lijden

   De edele waarheid van het ontstaan van lijden is als volgt: het is de begeerte die wedergeboorte doet ontstaan, die vergezeld gaat van genoegen en lust en die nu eens hier en dan weer daar steeds nieuw behagen schept. Met andere woorden, het is het verlangen naar zinnelijke begeerten, het verlangen naar bestaan en het verlangen naar niet-bestaan. (S.56.11; M.141)

   “En waar komt dit verlangen tot ontstaan en waar vat het post? - Er zijn in de wereld aantrekkelijke en aangename dingen; dáár komt verlangen tot ontstaan en dáár vat het post.
   De zes zintuigen (inclusief de geest) zijn in de wereld aantrekkelijk en aangenaam; daar ontspringt het verlangen en daar vat het post.
   Het verlangen vat ook post bij de objecten van de zintuigen.
   Het bewustzijn dat ontstaat in afhankelijkheid van zintuig en object, is eveneens in de wereld aantrekkelijk en aangenaam; daar vat het verlangen post.
   Contact dat veroorzaakt is door de zintuigen, is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt verlangen tot ontstaan en daar vat het post.
   Gevoelens die oorzakelijk ontstaan door contact van de zintuigen met de zintuiglijke objecten, zijn in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt verlangen tot ontstaan en daar vat het post.
   Waarneming van vormen, geluiden, geuren, smaken, van dingen die aangeraakt kunnen worden en van geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.
   De wil gericht op vormen, geluiden, geuren, smaken, dingen die aangeraakt kunnen worden en gericht op geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.
   De begeerte naar vormen, geluiden, geuren, smaken, naar dingen die aangeraakt kunnen worden en naar geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.
   Het overdenken van vormen, geluiden, geuren, smaken, dingen die aangeraakt kunnen worden en geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.
   Het onderzoeken van vormen, geluiden, geuren, smaken, dingen die aangeraakt kunnen worden en geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.” (M.141; D.22).

   De begeerte komt tot ontstaan bij aantrekkelijke en aangename dingen die met de zes zintuigen waargenomen worden.
   
   "Wat nu is bevrediging van begeerte? Er zijn vijf soorten van begeren, namelijk: (1) Vormen die door het visuele orgaan in het bewustzijn treden, verlangde, geliefde, verrukkelijke, aangename. (2) Geluiden die door het gehoor in het bewustzijn treden, verlangde, geliefde, verrukkelijke, aangename. (3) Geuren die door het ruikorgaan in het bewustzijn treden, verlangde, geliefde, verrukkelijke, aangename. (4) Smaken die door het proeforgaan in het bewustzijn treden, verlangde, geliefde, verrukkelijke, aangename. (5) Aanrakingen die door de tastzin in het bewustzijn treden, verlangde, geliefde, verrukkelijke, aangename.
   Wat er bestaat aan goede en gewenste dingen volgens die vijf soorten begeren, dat is bevrediging van begeerte." (M.14)

   "Wat is de ellende van het begeren? Iemand voorziet in zijn levensonderhoud door een baan. Hij is onderhevig aan hitte, koude, zon en wind. Muggen en wespen en kruipende insecten plagen hem. Honger en dorst lijdt hij. Dat is de ellende van het begeren, door begeerte ontstaan.
   Als hij met zijn moeite geen rijkdom verkrijgt, dan wordt hij naargeestig en verdrietig, wanhopig. Hij denkt: ‘Tevergeefs is mijn streven, mijn moeite heeft geen doel.’ Dat is de ellende van het begeren.
   Als hij wel tot rijkdom komt, plaagt hem de pijn om die rijkdom te behouden. Dat is de ellende van het begeren.
   Door begeerte gedreven ontstaan ruzie, oorlog, twist, strijd. Door begeerte gedreven wordt er gedood, worden verdragen verbroken, wordt gestolen en bedrogen, wordt echtbreuk gepleegd. Door begeerte gedreven gaan zij de weg van het onrecht. Na de dood komen zij op het neerwaartse pad, dat tot onheil voert." (M.14)

   Begeerten zijn onbevredigend en er zit een groot gevaar in. Men moet niet op bovennatuurlijke realisatie wachten om het gevaar in de zintuiglijke genietingen in te zien.
   "Onbevredigend zijn begeerten, vol leed, vol kwalen, de ellende overweegt. Zelfs als de heilige discipel deze zin overeenkomstig de waarheid met volkomen wijsheid heeft ingezien, maar als hij buiten de begeerte, buiten het onheilzame geen gelukzaligheid en niets beters (de eerste jhana – of iets dat nog meer vol vrede is) heeft verwerkelijkt, dan danst hij nog om de begeerte heen. Maar zodra de heilige discipel die zin heeft ingezien en hij vindt - buiten de begeerten, buiten het onheilzame - gelukzaligheid en iets beters, dan danst hij niet meer om de begeerte heen. (M.14)
   [m.a.w. dan geeft hij de begeerte op.]

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #6 Gepost op: 21-11-2017 18:44 »
III. De waarheid van het beëindigen van lijden

   De edele waarheid van het beëindigen van lijden is als volgt: het is het volledig wegebben en het volledig uitdoven van die begeerte, het verwerpen, het opgeven en het achterlaten ervan; het is de bevrijding ervan en het zich losmaken ervan. (M.141)

   “En waar wordt die begeerte opgeheven en waar wordt ze uitgedoofd? - Wat er in de wereld aan aantrekkelijke en aangename dingen bestaat, namelijk vormen, geluiden, geuren, smaken, dingen die aangeraakt kunnen worden en geestelijke objecten, dáár wordt die begeerte opgeheven en dáár wordt ze uitgedoofd.” (M.141).
   
   Het lijden wordt beëindigd als de begeerte verdwijnt, als er helemaal geen begeerte meer is naar aantrekkelijke en aangename objecten.
   En de begeerte verdwijnt als de mening van een "ik" er niet meer is.

« Laatst bewerkt op: 21-11-2017 22:48 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #7 Gepost op: 21-11-2017 22:13 »
IV. De waarheid van het pad dat voert naar het beëindigen van lijden

   De edele waarheid van het pad dat voert naar het beëindigen van lijden, is als volgt: het is niets anders dan het edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste concentratie. (M.141)

   Zoals eerder vermeld wordt het edele achtvoudige pad ook het Middenpad genoemd. (S.56.11)


Het middenpad of het edele achtvoudige pad

   Twee uitersten moeten niet gedaan worden: 1) Hechten aan zin-genot; dat is laag, heilloos, onedel. 2) Zelfkwelling; dat is pijnlijk, heilloos, onedel. – Beoefen het middenpad dat naar rust, ontwaking, Nibbana voert. – Dat middenpad is het achtvoudige pad. (S.56.11)

   “Men moet niet streven naar het geluk van zintuiglijke genietingen. Die zijn laag, gewoon, grof,*1] onedel en brengen onheil. En men moet niet streven naar zelfkastijding. Die is pijnlijk, onedel en brengt onheil. De middenweg die door de Tathagata ontdekt is, vermijdt beide uitersten. Hij geeft inzicht, geeft weten, hij voert naar de vrede, naar hogere geestelijke kracht, naar Verlichting, naar Nibbana.” (M.139)

   ‘Men moet niet streven naar het geluk van zintuiglijke genietingen. Die zijn laag, gewoon, grof, onedel en brengen onheil. En men moet niet streven naar zelfkastijding. Die is pijnlijk, onedel en brengt onheil,’ zo werd gezegd, en waarvan afhankelijk werd dat gezegd?
   Het streven naar de vreugde van degene wiens geluk verbonden is met zinsverlangen - laag, gewoon, grof, onedel en onheilzaam - is een toestand die omringd is door leed, ergernis, wanhoop en koorts; het is de verkeerde weg.
   De bevrijding van het streven naar de vreugde van degene wiens geluk verbonden is met zinsverlangen, is een toestand die vrij is van leed, ergernis, wanhoop en koorts; het is de juiste weg.

   Het streven naar zelfkastijding - pijnlijk, onedel en onheilzaam - is een toestand die omringd is door leed, ergernis, wanhoop en koorts; het is de verkeerde weg.
   De bevrijding van het streven naar zelfkastijding is een toestand die vrij is van leed, ergernis, wanhoop en koorts; het is de juiste weg.

   In afhankelijkheid hiervan werd gezegd dat men niet naar het geluk van zintuiglijke genietingen moet streven, en dat men niet naar zelfkastijding moet streven.

(de middenweg)

   ‘De middenweg die door de Tathagata is ontdekt, vermijdt beide uitersten. Hij geeft zien, geeft weten, hij voert naar de vrede, naar hogere geestelijke kracht, naar Verlichting, naar Nibbana,' zo werd gezegd. En afhankelijk waarvan werd dat gezegd? Het is dit edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juiste manier van leven, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste concentratie. In afhankelijkheid hiervan werd gezegd dat de middenweg de beide uitersten vermijdt, dat hij weten geeft, naar vrede voert, naar hogere geestelijke kracht, naar Verlichting, naar Nibbana. (M.139; A.III.163)

   ’Men moet weten hoe men geluk omschrijft, en wanneer men dat weet, moet men streven naar het geluk binnen in zich zelf,' zo werd gezegd, en afhankelijk waarvan werd dat gezegd?
   Er zijn deze vijf strengen van zinnelijke genoegens. En welke?
   (1) De eerste streng bestaat uit vormen die met het oog waarneembaar zijn, die gewenst, aangenaam, prettig en sympathiek zijn, die verbonden zijn met zinnelijke hebzucht en begeerte opwekken.
   (2) De tweede streng bestaat uit geluiden die met het oor waarneembaar zijn, die gewenst, aangenaam, prettig en sympathiek zijn, die verbonden zijn met zinnelijke hebzucht en begeerte opwekken.
   (3) De derde streng bestaat uit geuren die met de neus waarneembaar zijn, die gewenst, aangenaam, prettig en sympathiek zijn, die verbonden zijn met zinnelijke hebzucht en begeerte opwekken.
   (4) De vierde streng bestaat uit smaken die met de tong waarneembaar zijn, die gewenst, aangenaam, prettig en sympathiek zijn, die verbonden zijn met zinnelijke hebzucht en begeerte opwekken.
   (5) De vijfde streng bestaat uit aanrakingsobjecten die met het lichaam waarneembaar zijn, die gewenst, aangenaam, prettig en sympathiek zijn, die verbonden zijn met zinnelijke hebzucht en begeerte opwekken.
   Dit zijn de vijf strengen van zintuiglijk geluk. Het geluk en de vreugde die ontstaan in afhankelijkheid van deze vijf strengen van zintuiglijke genoegens worden geluk van de zintuiglijke genoegens genoemd - een onrein geluk, een gewoon, onedel geluk. Ik zeg van deze soort van geluk dat ze niet onderhouden moet worden, dat ze niet ontplooid moet worden, dat ze niet uitgeoefend moet worden, en dat ze gevreesd moet worden.
   Geheel afgescheiden van zintuiglijke genoegens, afgescheiden van onheilzame toestanden van de geest, treedt men binnen in de eerste jhana, die samengaat met begin- en aanhoudende toewending van de geest, en men vertoeft erin, met vervoering en geluk die uit de afzondering zijn ontstaan. Door het tot bedaren brengen van begin- en aanhoudende toewending van de geest treedt men binnen in de tweede jhana, die samengaat met innerlijke kalmte en eenheid van het hart, zonder begin- en aanhoudende toewending van de geest, en men vertoeft erin, met vervoering en zaligheid die ontstaan zijn uit de concentratie. Door het tot bedaren brengen van vervoering, in gelijkmoedigheid vertoevend, oplettend en helder bewust, vol lichamelijk ondervonden zaligheid, treedt men binnen in de derde jhana waarvan de edelen zeggen: ‘Zalig vertoeft degene die vol gelijkmoedigheid is en vol oplettendheid,’ en hij vertoeft erin. Met het overwinnen van geluk en pijn en het eerder al verdwijnen van vreugde en droefheid, treedt men binnen in de vierde jhana, die op grond van gelijkmoedigheid niets pijnlijks noch iets aangenaams in zich heeft, en die samengaat met zuiverheid van oplettendheid; en men vertoeft erin. Dit wordt zaligheid van ontzegging genoemd, zaligheid van afzondering, zaligheid van de vrede, zaligheid van de Verlichting. Ik zeg van deze soort van geluk dat ze onderhouden moet worden, dat ze ontplooid moet worden, dat ze uitgeoefend moet worden en dat ze niet gevreesd hoeft te worden.
   In afhankelijkheid hiervan werd gezegd: ’Men moet weten hoe men geluk omschrijft, en wanneer men dat weet, moet men streven naar het geluk binnen in zich zelf.’  (M.139)

   Het middenpad wordt ook als volgt omschreven:
   Men vertoeft bij het lichaam in de beschouwing van het lichaam, ijverig, helder bewust en oplettend, waarbij men vurig verlangen en droefenis wat de wereld betreft bedwingt.
   Met vertoeft bij de gevoelens in de beschouwing van de gevoelens, ijverig, helder bewust en oplettend, waarbij men vurig verlangen en droefenis wat de wereld betreft bedwingt.
   Men vertoeft bij de geest in de beschouwing van de geest, ijverig, helder bewust en oplettend, waarbij men vurig verlangen en droefenis wat de wereld betreft bedwingt.
   Men vertoeft bij de objecten van de geest in de beschouwing van objecten van de geest, ijverig, helder bewust en oplettend, waarbij men vurig verlangen en droefenis wat de wereld betreft bedwingt.
   Dit noemt men het middenpad. (A.III.157) *2]

   Verder wordt als middenpad genoemd:
   Men wekt in zich de wil op, streeft ernaar, zet zijn wilskracht in, drijft zijn geest aan en spant zich in om de niet ontstane slechte, onheilzame dingen niet te laten ontstaan – om de ontstane slechte, onheilzame dingen te overwinnen – om de niet ontstane heilzame dingen te laten ontstaan – om de ontstane heilzame dingen te vestigen, niet te laten verdwijnen, maar ze tot groei en volle ontplooiing te brengen. (A.III.158; zie ook A.IV.13-14)

   Of men ontplooit de krachten die bestaan uit de concentratie van gedachten, de concentratie van de wilskracht, de concentratie van de geest, de concentratie van onderzoek. Deze gaan samen met inspanning en vastberadenheid. (A.III.159; zie ook A.V.67-68; S.51.1 en 11)

   Of men ontplooit de geestelijke krachten, namelijk: vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. (A.III.160-161 zie ook A.V.13 en 15)

   Of men ontplooit de zeven factoren van Verlichting: oplettendheid; onderzoeken van de waarheid; energie; vreugde; sereniteit; concentratie; gelijkmoedigheid. (A.III.162)

    Bovenstaande krachten en factoren zijn bekend als factoren van Verlichting (satta-timsa bodhipakkhiya-dhammā).

   De bovengenoemde elementen van het middenpad worden achtereenvolgend besproken.
_____
*1] Grof: hier niet in de zin van pharusavācā, woorden die hard, beledigend zijn, maar pothujjanikākathā, een manier van spreken van gewone mensen, wereldlingen (puthujjanā).
*2] Zie voor deze vier beschouwingen het topic: De vier grondslagen van oplettendheid.
http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2570.msg19367.html#msg19367
   
« Laatst bewerkt op: 21-11-2017 22:50 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #8 Gepost op: 22-11-2017 19:54 »
1. Juist inzicht
   
   Juist inzicht is het begin van het pad en het is het einde van het pad.
   Juist inzicht is dit weten van lijden, weten van het ontstaan van lijden, weten van het verdwijnen van lijden, weten van het pad dat voert naar het beëindigen van lijden. (M.141) Kortom, het is het inzien van de vier edele waarheden.
   juist inzicht is o.a. het inzien van de aspecten van het leven: dukkha, anicca, anatta;  en het inzien van de keten van oorzakelijkheid.

   Juist inzicht gaat vooraf aan het inzien van de vier edele waarheden. (S.56.37)

juist en onjuist inzicht


   "Juist inzicht komt op de eerste plaats.*1] Iemand begrijpt verkeerd inzicht als verkeerd inzicht. En hij begrijpt juist inzicht als juist inzicht. Dat is zijn juiste inzicht.

   Wat is verkeerd inzicht? – Iemand heeft het verkeerde inzicht: 'Er zijn geen [resultaten van] gaven, er is niets wat gegeven of geofferd is. Er is geen vrucht of resultaat van goede en slechte daden. Er is niet deze wereld, niet de andere wereld. Er is geen moeder, geen vader. Er zijn geen spontaan geboren wezens. Er zijn geen goede en deugdzame monniken en brahmanen op de wereld die deze wereld en de andere wereld door verwerkelijking met hogere geestelijke kracht hebben leren kennen en uitleggen.' - Dat is verkeerd inzicht. (vgl.M.60 en M.114)

   Wat is juist inzicht? - Juist inzicht is van tweevoudige aard: Er is juist inzicht dat beïnvloed wordt door de neigingen, dat deel heeft aan verdiensten, dat aan de kant van in beslagname (vastgrijpen, hechten) tot ontwikkeling komt, en er is juist inzicht dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.
   Juist inzicht dat beïnvloed wordt door de neigingen, dat deel heeft aan verdiensten, dat aan de kant van in beslagname tot ontwikkeling komt, is het volgende: 'Er zijn [resultaten van] gaven, er is wat gegeven of geofferd is. Er is een vrucht of resultaat van goede en slechte daden. Er is deze wereld en de andere wereld. Er is een moeder en een vader. Er zijn spontaan geboren wezens. Er zijn goede en deugdzame monniken en brahmanen op de wereld die deze wereld en de andere wereld door verwerkelijking met hogere geestelijke kracht hebben leren kennen en uitleggen.' - Dat is juist inzicht dat beïnvloed wordt door de neigingen, dat deel heeft aan verdiensten, dat aan de kant van in beslagname tot ontwikkeling komt.
   Juist inzicht dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad, is het volgende: De wijsheid, de spirituele bekwaamheid van de wijsheid, de geestelijke kracht van de wijsheid, de factor van Verlichting van de doorgronding van de werkelijkheid, de factor van het pad van het juiste inzicht in iemand wiens geest edel is, wiens geest vrij is van neigingen, die het edele pad bezit en die het edele pad ontplooit: dat is juist inzicht dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.

   Iemand spant zich in om verkeerd inzicht te overwinnen en om juist inzicht te krijgen. Dat is zijn juiste inspanning. Oplettend overwint iemand verkeerd inzicht. Oplettend krijgt iemand juist inzicht en hij vertoeft erin. Dat is zijn juiste oplettendheid. Zo draaien deze drie toestanden rond om het juiste inzicht en zij ontmoeten elkaar, namelijk juist inzicht, juiste inspanning en juiste oplettendheid."
   In iemand met juiste visie is verkeerde visie vernietigd, en de vele slechte, onheilzame toestanden die met verkeerde visie als voorwaarde ontstaan, zijn eveneens vernietigd; en de vele heilzame toestanden die met juiste visie als voorwaarde ontstaan, komen door ontplooiing tot volmaaktheid. (M.117)

   Juist inzicht komt op de eerste plaats. In iemand met juist inzicht ontstaat juist denken. In iemand met juist denken ontstaat juist spreken. In iemand met juist spreken ontstaat juist handelen. In iemand met juist handelen ontstaat juist levensonderhoud. In iemand met juist levensonderhoud ontstaat juiste inspanning. In iemand met juiste inspanning ontstaat juiste oplettendheid. In iemand met juiste oplettendheid ontstaat juiste concentratie. In iemand met juiste concentratie ontstaat juist weten. In iemand met juist weten ontstaat juiste bevrijding. Derhalve bezit iemand in hogere training op de weg acht factoren, de Arahant bezit tien factoren.*2]
   Daarin komt juiste visie, juist inzicht op de eerste plaats. En op welke manier komt juist inzicht op de eerste plaats?
   In iemand met juiste visie is verkeerde visie vernietigd, en de vele slechte, onheilzame toestanden die met verkeerde visie als voorwaarde ontstaan, zijn eveneens vernietigd; en de vele heilzame toestanden die met juiste visie als voorwaarde ontstaan, komen door ontplooiing tot volmaaktheid.
   Degenen die de vier edele waarheden niet inzien, die hangen nog steeds aan de lippen van anderen: 'Of die iets werkelijk weet en ziet? '
   Maar allen die de vier edele waarheden inzien, die hangen niet meer aan de lippen van anderen. (S.56.39)
   Wie de vier edele waarheden inziet, kan daarin niet door andersdenkenden tot wankelen gebracht worden. Daarom spant u in om de vier edele waarheden overeenkomstig de werkelijkheid in te zien. (S.56.40)
_____
*1] Juist zoals onwetendheid per definitie het niet weten van de vier edele waarheden en daarmee ook van het achtvoudige pad is, is omgekeerd juist inzicht die factor die alle andere bestanddelen doordringt.
*2] De andere twee factoren van het pad van de Arahant worden aldus uitgelegd: juist weten is het weten van de vernietiging van de neigingen; juiste bevrijding is het ondervinden van de bevrijding van alle neigingen.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1643
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #9 Gepost op: 22-11-2017 20:08 »
   Begeerten zijn onbevredigend en er zit een groot gevaar in. Men moet niet op bovennatuurlijke realisatie wachten om het gevaar in de zintuiglijke genietingen in te zien.

mee eens. Het lijkt zo onschuldig he, die eerste sigaret, die eerst joint, dat eerste snufje cocaïne, die eerste slaappil, die eerste zak snoep die je koopt. Nu weet ik wel beter. Als je eenmaal die geest van verslaving aanspreekt, die zucht naar genot, en zo steeds sterker maakt, dat beloningscentrum van het brein, hou dan de weg omlaag maar eens tegen.

Vooral het grijpen in de geest wordt heel sterk. Begeerte wordt heel sterk. Gehechtheid wordt heel sterk. Je geest wil constant maar iets om vast te pakken, naar uit te zien, zich op te storten, ja, bijna maniakaal, alsof je bezeten bent, zo gretig wordt geest die naief is omgegaan met zintuiglijke genot, waaronder ik ook het verlangen naar roes versta, in welke vorm dan ook. Zo gretig alsof het leven er van afhangt.

Nee, het uit zijn op zintuiglijk genot en dat steeds zoeken en vinden, is niet iets onschuldigs. Dat de Boeddha dit besprak als een gevaar is volkomen terecht. Het is niet overdreven. Het vormt je op een hele negatieve manier, kan ik merken.

Een groot deel van het lijden komt gewoon neer op het sterk aanwezig zijn van de geest der verslaving. Die geest kan maar niet rust vinden, in zichzelf verwijlen maar moet, uit een soort innerlijke noodzaak, altijd maar zich ergens op storten, in opgaan, zich mee verbinden, zichzelf in verliezen. Hierdoor is er een onvermogen gewoon te ontspannen en het gewoon ontspannen leuk te hebben. Alles gebeurt ook veel te fanatiek, zonder ontspanning, te serieus, te gretig, te fel, alles gaat te...

Ik heb zelf nooit echt drugs gebruikt. Wel een tijd gerookt en een keer een paar trekjes van een joint, maar ik heb veel gesnoept en heb veel gretigheid bij me. Het verschilt wel van dag tot dag maar over het algemeen kan ik wel zeggen dat ik een gretige hongerige neigingen hebben. Deze geest der verslaving is niet mals.

Als je eenmaal die geest van verslaving sterk hebt gemaakt, dat beloningscentrum van het brein, dan kun je wel vergeten dat je het nog gewoon leuk kan hebben met jezelf. Nee, dan kun je het niet met jezelf uithouden. Het sterk maken van begeerte is een hele harde les. Omdat dit zo is, wordt het nog verleidelijker om iets te gebruiken, te snoepen, drinken etc. Het is een spiraal omlaag.

Het start allemaal bij  het  volkomen naieve idee dat tijdelijk genot je het welzijn zal brengen wat je zo erg mist. Maar goed, doe het maar eens anders...

groet


 

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #10 Gepost op: 23-11-2017 13:07 »
1.1. Sammāditthi sutta. Juist inzicht (M.9)

   De eerwaarde Sariputta sprak tot de monniken aldus: Wat is juist inzicht?
   Als men het onheilzame onderkent en de wortel ervan, als men het heilzame onderkent en de wortel ervan, in zoverre heeft men juist inzicht.
   Wat is het onheilzame, wat is de wortel ervan, wat is het heilzame en wat is de wortel ervan?
   Onheilzaam is doden, stelen, seksueel verkeerd gedrag, liegen, lasteren, ruwe taal, kletspraat, begeerte, kwaadwil, verkeerde visie.
   De wortel van het onheilzame is begeerte, haat, onwetendheid.

   Heilzaam is afzien van doden, afzien van stelen, afzien van verkeerd seksueel gedrag, afzien van lasteren, afzien van ruwe taal, afzien van geklets; heilzaam is begeerteloosheid, welwillendheid, juiste visie.
   De wortel van het heilzame is vrij te zijn van begeerte, vrij te zijn van haat, vrij te zijn van  onwetendheid.

   Wie het onheilzame kent en de wortel ervan, wie het heilzame kent en de wortel ervan, en wie de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wie de neiging van afkeer heeft verjaagd, wie de neiging van de ik-heid heeft verdelgd, wie het niet weten heeft verloren, wie het weten heeft verworven, die maakt aan het lijden nog in dit leven een einde. In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht; in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Er is nog een andere manier waarop men het juiste inzicht bezit.
   Wanneer de edele volgeling het voedsel onderkent en de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan, en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Wat is het voedsel, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan, en het pad dat voert naar de opheffing ervan?
   Er zijn vier soorten van voedsel:
voedsel dat dient voor de vorming van het lichaam;
aanraking, contact (phassa);
geestelijke wil (cetana);
bewustzijn (viññana).*1]

   De ontwikkeling van de dorst is oorzaak van de ontwikkeling van het voedsel. Het verdwijnen van de dorst is oorzaak van het verdwijnen van het voedsel.
   Het pad dat voert naar het verdwijnen van het voedsel is het edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht; juist denken; juist spreken; juist handelen; juist levensonderhoud; juiste inspanning; juiste oplettendheid; juiste ontwikkeling van de geest of juiste concentratie.
   De edele volgeling kent nu het voedsel, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan, en het proces dat voert naar de opheffing ervan. En hij heeft de neiging van de begeerte volledig verloochend, heeft de neiging van afkeer verjaagd, heeft de neiging van de ik-heid verdelgd, heeft onwetendheid verloren, het weten verworven. Zo maakt hij aan het lijden nog in dit leven een einde. In zoverre heeft men juist inzicht. In zoverre behoort men tot de edele leer.

   Er is nog een andere manier waarop men het juiste inzicht bezit.
   Wie het lijden onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft de edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.
   Wat nu is het lijden, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan? – Geboorte is lijden; ouder worden is lijden; ziekte is lijden; sterven is lijden; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop zijn lijden; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is lijden; het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft, is lijden; niet te krijgen wat men graag heeft, is lijden; kortom de vijf groeperingen van hechten zijn lijden.
   Het ontstaan van lijden is als volgt: het is de begeerte (tanha) die wedergeboorte doet ontstaan, die vergezeld gaat van genoegen en lust en die nu eens hier en dan weer daar steeds nieuw behagen schept. Met andere woorden, het is het verlangen naar zinnelijke begeerten, het verlangen naar bestaan en het verlangen naar niet-bestaan.
   De opheffing van lijden is als volgt: het is het volledig wegebben en het volledig uitdoven van die begeerte, het verwerpen, het opgeven en het achterlaten ervan; het is de bevrijding ervan en het zich losmaken ervan.
   Het pad dat voert naar de opheffing van lijden, is niets anders dan het edele achtvoudige pad, namelijk juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste ontwikkeling van de geest of juiste concentratie.
   Wanneer men de vier edele waarheden onderkent, en wanneer men de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer men de neiging van afkeer heeft verjaagd, de neiging van de ik-heid heeft verdelgd, wanneer men het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt men aan het lijden nog in dit leven een einde. In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Er is nog een andere manier waarop men het juiste inzicht bezit.
   Wanneer men het ouder worden en sterven onderkent en de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft men juist inzicht.
   Wat is ouder worden en sterven, wat is de ontwikkeling ervan, wat is de opheffing ervan en wat is het pad dat voert naar de opheffing ervan? - Wat hier of elders veroudering is, verval van de tanden, vergrijzing, het rimpelen van de huid, het afnemen van de levenskracht, het afsterven van de zinsorganen: dat heet ouder worden.
   Wat hier of elders het afscheiden is, het uiteenvallen, het verdwijnen, de dood, het beëindigen van de levenstijd, het uiteenvallen van de groeperingen van bestaan, het afwerpen van het lichaam: dat heet sterven.
   De ontwikkeling van de geboorte is oorzaak voor de ontwikkeling van ouderdom en dood. De opheffing van geboorte is oorzaak voor de opheffing van ouderdom en dood. En het pad naar opheffing ervan is het edele achtvoudige pad.
      Wanneer nu de edele volgeling ouderdom en sterven onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Verder, wanneer de edele volgeling de geboorte onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Wat is geboorte, wat is de ontwikkeling ervan, wat is de opheffing ervan en wat is het pad dat voert naar de opheffing ervan? – Wat hier of elders het voortgebracht worden is, het in het bestaan treden, het verschijnen van de groeperingen van bestaan, het verkrijgen van de zintuiglijke organen, het geboren worden: dat heet geboorte.
     De ontwikkeling van het worden is oorzaak voor de ontwikkeling van de geboorte. De opheffing van het worden is oorzaak voor de opheffing van de geboorte. Het pad dat voert naar de opheffing ervan is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling de geboorte onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer hij de neiging van de afkeer heeft verjaagd, de neiging van de ik-heid heeft verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Verder, wanneer de edele volgeling het worden onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn drie soorten van worden: zinnelijk worden, worden met vorm en vormloos worden. De ontwikkeling van de in bezit name (het hechten) is oorzaak voor de ontwikkeling van het worden. De opheffing van de in bezit name (het hechten) is oorzaak voor opheffing van het worden. Het pad dat voert naar de opheffing van het worden is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling het worden onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer hij de neiging van de afkeer heeft verjaagd, de neiging van de ik-heid heeft verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.
   
   Verder, wanneer de edele volgeling de in bezit name, het hechten onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn vier soorten van in bezit name (hechten): de in bezit name van de zinnelijkheid (het hechten aan zinnelijkheid), de in bezit name van meningen (het hechten aan meningen), de in bezit name van deugdzame werken (het hechten aan deugdzame werken), de in bezit name van de eigen persoonlijkheid (het hechten aan de eigen persoonlijkheid).
   De ontwikkeling van de dorst is de oorzaak voor de ontwikkeling van de in bezit name (het hechten). De opheffing van de dorst is de oorzaak voor de opheffing van de in bezit name (het hechten). Het pad dat voert naar de opheffing ervan is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling de in bezit name (het hechten) onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.
   
   Verder, wanneer de edele volgeling de dorst onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn zes soorten van dorst: dorst naar vormen, dorst naar geluiden, dorst naar geuren, dorst naar smaken, dorst naar aanrakingen, dorst naar gedachten.
   De ontwikkeling van het gevoel is oorzaak voor de ontwikkeling van de dorst. De opheffing van het gevoel is oorzaak voor de opheffing van de dorst. Het pad dat voert naar de opheffing van de dorst is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling de dorst onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Verder, wanneer de edele volgeling het gevoel onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn zes soorten van gevoel: gevoel ontstaan door contact met het oog; gevoel ontstaan door contact met het oor; gevoel ontstaan door contact met de neus; gevoel ontstaan door contact met de tong; gevoel ontstaan door contact met het lichaam; gevoel ontstaan door contact met de geest.
   De ontwikkeling van het contact is oorzaak voor de ontwikkeling van het gevoel. De opheffing van het contact is oorzaak voor de opheffing van het gevoel. Het pad dat voert naar de opheffing van gevoel is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling het gevoel onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Verder, wanneer de edele volgeling het contact (de aanraking) onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn zes soorten van contact: contact met het oog, contact met het oor, contact met de neus, contact met de tong, contact met het lichaam, contact met de geest.
   De ontwikkeling van het zesvoudige bereik der zintuigen is oorzaak voor de ontwikkeling van contact. De opheffing van het zesvoudige bereik der zintuigen is oorzaak voor de opheffing van contact. Het pad naar opheffing van contact is het edele achtvoudige pad.
    Wanneer nu de edele volgeling het contact onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Verder, wanneer de edele volgeling het bereik of gebied van de zes zintuigen onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn zes gebieden: het gebied van het oog, het gebied van het oor, het gebied van de neus, het gebied van de tong, het gebied van het lichaam, het gebied van de geest.
   De ontwikkeling van naam en vorm is oorzaak voor de ontwikkeling van het bereik van de zes zintuigen. De opheffing van naam en vorm is oorzaak voor de opheffing van het bereik van de zes zintuigen. Het pad dat voert naar de opheffing van het bereik van de zes zintuigen is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling het bereik van de zes zintuigen onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Verder, wanneer de edele volgeling naam en vorm onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Gevoel, waarneming, gedachte, aanraking, oplettendheid, dat noemt men naam. De vier elementen [aarde, water, vuur en lucht] en wat door die vier elementen gevormd bestaat, dat noemt men vorm. Samen noemt men dat naam en vorm.
   De ontwikkeling van het bewustzijn is oorzaak voor de ontwikkeling van naam en vorm. De opheffing van het bewustzijn is oorzaak voor de opheffing van naam en vorm. Het pad dat voert naar de opheffing van naam en vorm is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling naam en vorm onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Verder, wanneer de edele volgeling het bewustzijn onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn zes soorten van bewustzijn: oogbewustzijn, oorbewustzijn, neusbewustzijn, tongbewustzijn, lichaambewustzijn, geestbewustzijn.
   De ontwikkeling van de formaties is oorzaak voor de ontwikkeling van het bewustzijn. De opheffing van de formaties is oorzaak voor de opheffing van het bewustzijn. Het pad dat voert naar de opheffing van het bewustzijn is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling het bewustzijn onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Verder, wanneer de edele volgeling de formaties (sankhara) onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn drie soorten van formaties: formaties van het lichaam, formaties van de taal, formaties van het hart.
   De ontwikkeling van onwetendheid is oorzaak voor de ontwikkeling van de formaties. De opheffing van de onwetendheid is oorzaak voor de opheffing van de formaties. Het pad dat voert naar de opheffing van de formaties is het edele achtvoudige pad.
    Wanneer nu de edele volgeling de formaties onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven een einde aan het lijden.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.

   Verder, wanneer de edele volgeling de onwetendheid onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Onwetendheid bestaat hierin: het lijden niet kennen, de ontwikkeling van lijden niet kennen, de opheffing van het lijden niet kennen, het pad dat voert naar de opheffing van lijden niet kennen.
   De ontwikkeling van de neigingen (driften) is oorzaak voor de ontwikkeling van de onwetendheid. De opheffing van de neigingen is oorzaak voor de opheffing van de onwetendheid. Het pad dat voert naar de opheffing van onwetendheid is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling de onwetendheid onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.
 
   Verder, wanneer de edele volgeling de neigingen (asava) onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn drie soorten van neigingen: neiging tot zinnelijkheid, neiging tot bestaan, neiging tot onwetendheid.
   De ontwikkeling van de onwetendheid is oorzaak voor de ontwikkeling van de neigingen. De opheffing van de onwetendheid is oorzaak voor de opheffing van de neigingen. Het pad dat voert naar de opheffing van de neigingen is het edele achtvoudige pad.
   Wanneer nu de edele volgeling de neigingen onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en de weg die voert naar de opheffing ervan, en wanneer hij de neiging van de begeerte volledig heeft verloochend, wanneer de neiging van de afkeer is verjaagd, de neiging van de ik-heid is verwoest, wanneer hij het niet weten heeft verloren, het weten heeft verworven, dan maakt hij nog in dit leven aan het lijden een einde.
   In zoverre heeft een edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer. (M.9)
_____
*1] “Waartoe dienen die soorten voedsel? Het juiste antwoord erop is: Het voedsel bewustzijn is de oorzaak voor toekomstige wedergeboorte en nieuw bestaan. Daaruit ontstaan de zes zintuigen en daaruit ontstaat aanraking. Uit de aanraking ontstaat het gevoel. Daaruit ontstaat de dorst.” (S.12.12)
   Vorm is afhankelijk van de vijf grote elementen [aarde, water, vuur, lucht en ruimte].  Van het ontstaan van voedsel komt het ontstaan van vorm; van het beëindigen van voedsel is het beëindigen van vorm. (Zie S.12.27-28 )
« Laatst bewerkt op: 23-11-2017 13:21 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #11 Gepost op: 24-11-2017 20:38 »
1.2. Begeerte, haat, onwetendheid

   In de voorgaande leerrede – en in vele andere leerreden – is sprake van begeerte, haat en onwetendheid. Deze begrippen probeer ik via enkele leerreden uit te leggen.

1.2.1. Begeerte

   Twee voorwaarden zijn er voor het ontstaan van begeerte, namelijk een aantrekkelijk object en onverstandig (onwijs) nadenken. (A.II.124)
   Alles kan dienen als object voor begeerte: kleuren en vormen, geluiden en geuren, smaken en aanrakingen, ideeën en gedachten.

   Negen dingen hebben hun wortels in begeerte. Na het begeren volgt het zoeken; na het zoeken volgt het verkrijgen; na het verkrijgen volgt de beslissing; na de beslissing volgt de hebzucht; na de hebzucht volgt de egoïstische drang; daarna volgt het in bezit nemen; daarna volgt de gierigheid; daarna volgt het waken over de dingen; en bij het waken over iets grijpt men naar stok en zwaard, er volgt strijd, ruzie, twist, lasterpraat en leugens, en er ontstaan veel andere slechte, onheilzame dingen. (A.IX.23, zie ook D.15)

   Ontstaan en einde van de begeerte wordt door de Boeddha uitgelegd in het Dutiyanidâna Sutta (A.III.113).
   "Er zijn drie oorzaken voor het ontstaan van wilsacties, namelijk op grond van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen ontstaat begeerte.
   Hoe ontstaat die begeerte dan? – Men overweegt vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen in de geest, men denkt erover na.
Terwijl men zo overweegt, ontstaat in iemand de begeerte. Met begeerte is men aan die dingen geboeid; want de smet van de geest door hevig verlangen noem ik een boei. Zo ontstaat op grond van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen de begeerte.
   
   Drie andere oorzaken van ontstaan van wilsacties zijn er, namelijk: op grond van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen ontstaat geen begeerte.
   Hoe ontstaat dan geen begeerte? – Men ziet het toekomstige resultaat in van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen. Dat resultaat kennende, vermijdt men ze. Terwijl men ze vermijdt en de geest ervan afwendt, onderkent men ze, ze wijs doordringend.
   Zo ontstaat op grond van vroegere, tegenwoordige of toekomstige verlangen opwekkende dingen geen begeerte."

   Ook in de leerrede "De 36 sporen van begeerte" (A.IV.199) heeft de Verhevene gesproken over begeerte.
   
   "Monniken, de begeerte (tanha) zal ik jullie tonen; ze is als een net, rusteloos drijvende, zich ver uitstrekkend, verstrikkend, waarin de mensheid verzonken en verwikkeld is als in de war geraakte draden, vervlochten als een strik uit gras en twijgen, zodat de mensen niet heen komen over de lagere werelden, de sporen van lijden, de afgronden van bestaan, de kringloop van het bestaan (samsāra). Monniken, luistert en let goed op mijn woorden." - "Jawel, heer," gaven die monniken ten antwoord. En de Verhevene sprak:   
   "Monniken, wat nu is die begeerte waarin de mensheid verstrikt is? 
   Monniken, er zijn achttien door de eigen persoon veroorzaakte sporen van de begeerte, en er zijn achttien uiterlijk veroorzaakte sporen van de begeerte.
   Wat nu zijn de achttien door de eigen persoon veroorzaakte sporen van de begeerte? -  Wanneer de gedachte bestaat van 'ik ben',*1] dan ontstaat ook de gedachten 'dat ben ik' *2] – 'juist zo ben ik' – 'ik ben anders'*3]   - 'ik ben eeuwig zijnde'*4] – 'ik ben niet eeuwig zijnde'*5]  - 'Misschien kan ik zijn' - 'Misschien kan ik dat zijn' – 'Misschien ben ik precies hetzelfde' – 'Misschien ben ik wel anders' – 'Graag zou ik willen zijn' - 'Graag zou ik dat willen zijn' – 'Graag zou ik precies zo willen zijn' – 'Graag zou ik anders willen zijn' – 'Ik zal zijn.' - 'Ik zal dat zijn' - 'Ik zal precies zo zijn' – 'Ik zal anders zijn'. Dit zijn de achttien door de eigen persoon veroorzaakte sporen van de begeerte.
   Wat nu zijn de achttien uiterlijk veroorzaakte sporen van de begeerte? - Wanneer de gedachte bestaat: 'Om deze reden ben ik,'*6] dan ontstaan ook de gedachten: 'Om deze reden ben ik dat'*7] - 'Om deze reden ben ik precies zo' - 'Om deze reden ben ik anders' - 'Om deze reden ben ik eeuwig zijnde' - 'Om deze reden ben ik niet eeuwig zijnde' - 'Om deze reden ben ik misschien' - 'Om deze reden ben ik misschien dat' - 'Om deze reden ben ik misschien precies zo' - 'Om deze reden ben ik misschien anders' - 'Om deze reden wil ik graag precies zo zijn' - 'Om deze reden wil ik graag anders zijn' - ''Om deze reden wil ik graag zijn' - 'Om deze reden wil ik graag dat zijn' - 'Om deze reden zal ik zijn' - 'Om deze reden zal ik dat zijn' - 'Om deze reden zal ik precies zo zijn' - ''Om deze reden zal ik anders zijn.' Dit zijn de achttien uiterlijke sporen van de begeerte.
   Derhalve zijn er achttien door de eigen persoon veroorzaakte sporen van de begeerte en achttien uiterlijk veroorzaakte sporen van de begeerte. Dit noemt men de zesendertig sporen van de begeerte. Op die manier zijn er zesendertig verleden sporen van de begeerte, zesendertig toekomstige sporen van de begeerte, zesendertig tegenwoordige sporen van de begeerte, dus honderd en acht sporen van de begeerte.
   Monniken, dat is de begeerte, als een net, rusteloos drijvende, zich ver uitstrekkend, verstrikkend, waarin de mensheid verzonken en verwikkeld is als in de war geraakte draden, vervlochten als een strik uit gras en twijgen, zodat de mensen niet heen komen over de lagere werelden, de sporen van lijden, de afgronden van bestaan, de kringloop van het bestaan. (A.IV. 199)
 
   Kortom, lijden ontstaat door begeerte en begeerte ontstaat door de mening dat er een "ik" is.
_____
*1] Hoe ontstaat de gedachte 'Ik ben'? - Bij de lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de geestelijke vormingen en het bewustzijn overkomt hem het verlangen (chanda) 'Ik ben', de eigendunk (māna) 'Ik ben', de visie (ditthi) 'Ik ben.' Wanneer dat er is, dan bestaan er ook zulke uitbreidingen (papañcitāni) van zoals 'Dat ben ik', 'Precies zo ben ik' etc.
*2] Commentaar: de vijf groepen van bestaan in hun geheel en zonder betrekking op andere wezens.
*3] Commentaar: beter of minder.
*4] Commentaar: "Van de lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de geestelijke vormingen en het bewustzijn in hun geheel denkt hij: 'Ik ben blijvend, eeuwig, niet aan verandering onderhevig.' Hij denkt op de volgende manier: 'Eeuwig zijnde ben ik'.
*5] Commentaar: Van de lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de geestelijke vormingen en het bewustzijn in hun geheel denkt hij: 'Ik zal te gronde gaan, zal vernietigd worden, zal er niet meer zijn.' Hij denkt: 'Niet eeuwig zijnde ben ik.' 
*6] Commentaar:  Vanwege deze lichamelijkheid, dit gevoel, deze waarneming, deze geestelijke vormingen, dit bewustzijn. Vanwege het afzonderlijk nemen van deze vijf groepen.
*7] Commentaar: De gedachte: 'Door deze ereparasol, dit zwaard, deze wijdingsdienst, ben ik een edelman;' door dit vedische weten deze positie als hofpriester etc. ben ik een brahmaan;' enz.


1.2.2. Haat

   Haat, afkeer is de keerzijde van begeerte: ik wil dat niet.
   Twee voorwaarden zijn er voor het ontstaan van haat, namelijk een afstotend object en onwijs nadenken.
(A.II.125)
   “Afkeer omvat alle graden van tegenzin, van het zwakste spoor van kwaadwil tot en met de hoogste top van haat en gramschap.” (A.III.68 ).
   Het beoefenen van liefdevolle vriendelijkheid is het tegendeel van kwaadwil.

   
« Laatst bewerkt op: 25-11-2017 14:35 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #12 Gepost op: 25-11-2017 14:40 »
1.2.3. Onwetendheid
   
   Onder onwetendheid (moha, avijjā) verstaat men dat men de vier edele waarheden niet weet, namelijk: lijden, het ontstaan ervan, het verdwijnen ervan en de weg die voert naar het verdwijnen ervan (M.9; S.II.4; A.III.74; A.III.141).

   Ook verstaat men onder onwetendheid dat men de lichamelijkheid niet begrijpt; dat men niet begrijpt dat lichamelijkheid onderhevig is aan ontstaan en vergaan. Men begrijpt niet het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert.
   Men begrijpt niet het gevoel, de waarneming, de formaties, het bewustzijn. Zij zijn allemaal aan ontstaan en vergaan onderhevig. Men begrijpt niet het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert.  - Dat is onwetendheid en in zoverre is men in onwetendheid geraakt. (S.22.113, 126-128, 130-132; vgl. ook S.35.79-80)
   
   Onwetend is men als men geen weet heeft van oorzakelijk ontstaan, van niet-zelf (ego-loosheid), van vergankelijkheid.

   Onwetendheid is één van de smetten (āsava).

   “Het begin van onwetendheid is niet te kennen. Men kan niet zeggen dat er vóór een bepaald moment geen onwetendheid was en daarna wel. Maar het moet aldus ingezien worden dat onwetendheid veroorzaakt is. Want onwetendheid moet voedsel hebben, kan zonder voedsel niet bestaan. En wat is het voedsel van onwetendheid? Het is begeerte, haat, traagheid etc., slecht gedrag, onbezonnenheid, niets opmerken en om niets iets geven. Hierbij is steeds het ene het voedsel voor het andere. Als laatste voedingsbodem is er slecht gezelschap. Zo wordt onwetendheid gevoed en grootgebracht." (A.X.61)

1.2.4. Weten

   Wetend is degene die het lijden kent, het ontstaan ervan, de opheffing ervan, en het pad naar de opheffing ervan. (A.III.141)

    Wat is weten en in hoeverre in men tot weten geraakt? - Men begrijpt de lichamelijkheid; ze is aan ontstaan en vergaan onderhevig. Men begrijpt het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert.
   Men begrijpt het gevoel, de waarneming, de formaties, het bewustzijn. Ze zijn aan ontstaan en vergaan onderhevig. Men begrijpt het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert. - Dat is weten en in zoverre is men tot weten geraakt. (S.22.114, 126-128, 130-132)

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1643
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #13 Gepost op: 26-11-2017 12:50 »
   Wat is weten en in hoeverre in men tot weten geraakt? - Men begrijpt de lichamelijkheid; ze is aan ontstaan en vergaan onderhevig. Men begrijpt het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert.
   Men begrijpt het gevoel, de waarneming, de formaties, het bewustzijn. Ze zijn aan ontstaan en vergaan onderhevig. Men begrijpt het ontstaan ervan, de opheffing ervan en de weg die naar de opheffing ervan voert. - Dat is weten en in zoverre is men tot weten geraakt. (S.22.114, 126-128, 130-132)

Hallo Nico,

Wat betreft het begrijpen van het ontstaan en de beëindiging van de khandha's. Word hiermee bedoeld dat men daarvan hier en nu kennis heeft, dus het beëindigingen van de khandha's al kent dit leven, of...?

groet,


Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #14 Gepost op: 26-11-2017 13:41 »
Beste,

Het kennen van het ontstaan van iets en het weten van de weg naar de beëindiging ervan betekent NIET dat men dan al de beëindiging zelf heeft verwerkelijkt. Men moet nog veel oefenen om de hele weg af te leggen. Maar men weet dan wel dat iets ontstaat en hoe iets ontstaat. Dat is het begin van het weten, het begin van de weg.
Aan het einde van mijn bespreking van de vier edele waarheden zal pas besproken worden hoe men de beëindiging zelf verwerkelijkt. Dus nog even geduld.

Nico

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #15 Gepost op: 26-11-2017 16:18 »
1.2.5. De wortels van het onheilzame -  Aññatitthiya Sutta (A.III.69)
   
   Er zijn drie eigenschappen, namelijk begeerte, haat en onwetendheid. Wat is het verschil tussen die eigenschappen?
   Begeerte is een klein kwaad, maar moeilijk te overwinnen. Haat is een groot kwaad maar gemakkelijk te overwinnen. Onwetendheid is een groot kwaad en moeilijk te overwinnen.
   [Volgens het commentaar is begeerte een klein kwaad (appa-savajjo), met betrekking tot het oordeel van de wereld en het karma-resultaat (vipaka). Dit geldt in het bijzonder voor die vormen van begeerte die binnen de vijf regels van deugdzaamheid blijven. Maar volgens het commentaar is begeerte moeilijk te verwijderen. Ze volgt iemand gedurende lange tijd. Zelfs na twee of drie wedergeboorten  kan (een bepaalde uitingsvorm van de) begeerte nog bestaan.
   Haat en onwetendheid zijn eveneens groot kwaad volgens het oordeel van de wereld en met betrekking tot de karma-werking ervan. Haat is op zich een onaangename geestestoestand maar kan wanneer men het kwaad en het gevaar daarbij ziet, gemakkelijker overwonnen worden.
   Onwetendheid echter kan, net zoals de begeerte, zeer diepe wortels in de mens hebben en kan slechts moeilijk verwijderd worden.]


   De oorzaak, de voorwaarde dat niet ontstane begeerte tot ontstaan komt en dat de ontstane begeerte steeds groter en sterker wordt, is een aantrekkelijk object. Want wie over een aantrekkelijk object onwijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane begeerte tot ontstaan en de ontstane begeerte wordt steeds groter en sterker.
   De oorzaak, de voorwaarde dat niet ontstane haat tot ontstaan komt en dat de ontstane haat steeds groter en sterker wordt, is een afstotend object. Want wie over een afstotend object onwijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane haat tot ontstaan en de ontstane haat wordt steeds groter en sterker.
   De oorzaak, de voorwaarde dat niet ontstane onwetendheid tot ontstaan komt en dat de ontstane onwetendheid steeds groter en sterker wordt, is onwijs nadenken. Want wie onwijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane onwetendheid  tot ontstaan en de ontstane onwetendheid wordt steeds groter en sterker.
   
   De oorzaak, de voorwaarde dat niet ontstane begeerte niet tot ontstaan komt en dat de ontstane begeerte verdwijnt, is een walgelijk object. Want wie over een walgelijk object wijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane begeerte niet tot ontstaan en de ontstane begeerte verdwijnt.
   De oorzaak, de voorwaarde dat de niet ontstane haat niet tot ontstaan komt en dat de ontstane haat verdwijnt, is de liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van het hart. Want wie over de liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van het hart, wijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane haat niet tot ontstaan en de ontstane haat verdwijnt.
   De oorzaak, de voorwaarde dat de niet ontstane onwetendheid niet tot ontstaan komt en dat de ontstane onwetendheid verdwijnt, is wijs nadenken. Want wie wijs nadenkt, bij hem komt de niet ontstane onwetendheid niet tot ontstaan en de ontstane onwetendheid verdwijnt.

Offline Sybe

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1643
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #16 Gepost op: 26-11-2017 17:12 »
   Haat, afkeer is de keerzijde van begeerte: ik wil dat niet.
   Twee voorwaarden zijn er voor het ontstaan van haat, namelijk een afstotend object en onwijs nadenken.
(A.II.125)
   “Afkeer omvat alle graden van tegenzin, van het zwakste spoor van kwaadwil tot en met de hoogste top van haat en gramschap.” (A.III.68 ).
   Het beoefenen van liefdevolle vriendelijkheid is het tegendeel van kwaadwil.

Aansluitend hierop, ik ben ook tegengekomen dat 'afkeer als keerzijde van begeerte' zo kan worden begrepen: als je iets begeert, op iets zint, van plan bent, maar dat wordt gedwarsboomd, dan kun je in je eigen ervaring nagaan dat goede wil heel snel kan omslaan in kwade wil, in woede, afkeer, of zelfs haat.
Dit schijnt de betekenis te zijn van dosa. Het schijnt de haat te zijn die ontstaat door lobha, vooral dus als iets/iemand in de weg staat van wat je wilt.

Patigha (Pali) schijnt weer een mildere vorm van haat te zijn die meer is als een frictie, ergernis, maar die niet zozeer leidt tot heel slecht gedrag.

bron: https://puredhamma.net/key-dhamma-concepts-that-have-been-hidden/sorting-out-some-key-pali-terms-tanha-lobha-dosa-moha-etc/lobhadosa-moha-versus-raga-patigha-avijja/





Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #17 Gepost op: 26-11-2017 19:38 »
Siebe,

bedankt voor de aanvulling. Verder: als je iets wilt en je krijgt het niet, dan is dat frustratie, dukkha.

Nico
« Laatst bewerkt op: 27-11-2017 12:26 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #18 Gepost op: 26-11-2017 20:46 »
1.2.6. De wortels van het heilzame en het onheilzame (A.III.70)   

   Er zijn drie wortels van het onheilzame, namelijk begeerte, haat en onwetendheid.
   Wat  er aan begeerte bestaat, dat is een wortel van het onheilzame. Wat de begerende volvoert in daden, woorden of gedachten, ook dat is onheilzaam. Wat een begerende, overweldigd door begeerte, met verstrikte geest, iemand anders ten onrechte aan lijden toevoegt, - hetzij door terechtstelling, inkerkering, onttrekking van goederen, beschuldiging of uitwijzing – in de gedachte dat hij de macht heeft en de macht wil gebruiken, ook dat is onheilzaam. Zo ontstaan in hem, door begeerte geproduceerd, door begeerte als voorwaarde, uit begeerte ontsprongen, deze veelvoudige onheilzame dingen.
   Wat  er aan haat bestaat, dat is een wortel van het onheilzame. Wat de hatende volvoert in daden, woorden of gedachten, ook dat is onheilzaam. Wat een hatende, overweldigd door haat, met verstrikte geest, iemand anders ten onrechte aan lijden toevoegt, - hetzij door terechtstelling, inkerkering, onttrekking van goederen, beschuldiging of uitwijzing – in de gedachte dat hij de macht heeft en de macht wil gebruiken, ook dat is onheilzaam. Zo ontstaan in hem, door haat geproduceerd, door haat als voorwaarde, uit haat ontsprongen, deze veelvoudige onheilzame dingen.
   Wat  er aan onwetendheid bestaat, dat is een wortel van het onheilzame. Wat de onwetende volvoert in daden, woorden of gedachten, ook dat is onheilzaam. Wat een onwetende, overweldigd door onwetendheid, met verstrikte geest, iemand anders ten onrechte aan lijden toevoegt, - hetzij door terechtstelling, inkerkering, onttrekking van goederen, beschuldiging of uitwijzing,  in de gedachte dat hij de macht heeft en de macht wil gebruiken, ook dat is onheilzaam. Zo ontstaan in hem, door onwetendheid geproduceerd, door onwetendheid als voorwaarde, uit onwetendheid ontsprongen, deze veelvoudige onheilzame dingen.
   Van een dergelijk mens zegt men dat hij op de onjuiste tijd spreekt, onwaar en zonder redenen, dat hij tegen recht en orde spreekt. Want hij brengt immers de ander ten onrechte lijden. Wanneer men hem feiten
voorhoudt, dan antwoordt hij verachtelijk en geeft niets toe. Wanneer men hem iets wat niet toetreft, voorhoudt, dan neemt hij niet de moeite duidelijk te maken dat dit verkeerd en niet waar is. Zo’n mens, overweldigd door de uit begeerte, haat en onwetendheid ontsprongen onheilzame dingen, leeft hier al in ellende, vol frustratie, wanhoop en kwalen. En na de dood kan hij een pad van lijden verwachten.
   Dat zijn de drie wortels van het onheilzame.

   Drie wortels van het heilzame zijn er, namelijk begeerteloosheid, haatloosheid, het zijn zonder onwetendheid.
   Wat  er aan begeerteloosheid bestaat, dat is een wortel van het heilzame. Wat de begeerteloze volvoert in daden, woorden of gedachten, ook dat is heilzaam. Dat iemand die zonder begeerte is, niet door de begeerte overweldigd, niet met verstrikte geest, iemand anders niet ten onrechte lijden toevoegt, - hetzij door terechtstelling, inkerkering, onttrekking van goederen, beschuldiging of uitwijzing, in de gedachte dat hij de macht heeft en de macht wil gebruiken, ook dat is heilzaam. Zo ontstaan in hem, door begeerteloosheid geproduceerd, door begeerteloosheid als voorwaarde, uit begeerteloosheid ontsprongen, deze veelvoudige heilzame dingen.
   Wat er aan haatloosheid bestaat, dat is een wortel van het heilzame. Wat de haatloze volvoert in daden, woorden of gedachten, ook dat is heilzaam. Dat iemand die zonder haat is, niet door de haat overweldigd, niet met verstrikte geest, iemand anders niet ten onrechte lijden toevoegt, - hetzij door terechtstelling, inkerkering, onttrekking van goederen, beschuldiging of uitwijzing, in de gedachte dat hij de macht heeft en de macht wil gebruiken, ook dat is heilzaam. Zo ontstaan in hem, door haatloosheid geproduceerd, door haatloosheid als voorwaarde, uit haatloosheid ontsprongen, deze veelvoudige heilzame dingen.
   Wat  er aan niet-onwetendheid bestaat, dat is een wortel van het heilzame. Wat de niet-onwetende volvoert in daden, woorden of gedachten, ook dat is heilzaam. Dat iemand die niet onwetend is, niet door onwetendheid overweldigd, niet met verstrikte geest, iemand anders niet ten onrechte lijden toevoegt, - hetzij door terechtstelling, inkerkering, onttrekking van goederen, beschuldiging of uitwijzing, in de gedachte dat hij de macht heeft en de macht wil gebruiken, ook dat is heilzaam. Zo ontstaan in hem, door niet-onwetendheid geproduceerd, door niet-onwetendheid als voorwaarde, uit niet-onwetendheid ontsprongen, deze veelvoudige heilzame dingen.
    Van een dergelijk mens zegt men dat hij te juister tijd spreekt, waar en gegrond, overeenkomstig recht en orde. Want hij brengt iemand anders geen lijden toe. Wanneer men hem feiten voorhoudt, bekent hij ze, toont geen minachting. Wanneer men hem iets wat niet toetreft, voorhoudt, dan doet hij moeite uit te leggen dat dit verkeerd en onwaar is. In zo’n mens zijn de uit begeerte, haat en onwetendheid ontsprongen slechte onheilzame dingen verdwenen, met de wortel verwoest.  Al in dit leven leeft hij gelukkig, zonder leed, wanhoop en kwalen. Al in dit leven bereikt hij de Verlossing.
   Dat zijn de drie wortels van het heilzame.

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #19 Gepost op: 27-11-2017 15:32 »
1.2.7. De wortels van het onheilzame en van het heilzame -  Channa Sutta (A.III.72)
   
   De eerwaarde Ananda onderwees eens aan de zwervende asceet Channa het volgende.
   "Uit begeerte, haat en onwetendheid, overweldigd daardoor, met verstrikte geest, brengt men zichzelf schade toe, brengt men anderen schade toe, brengt men beide schade toe, lijdt men geestelijke pijn en smart.
   Maar als begeerte, haat en onwetendheid zijn opgeheven, dan brengt men zichzelf geen schade toe, noch brengt men anderen schade toe, noch brengt men beide schade toe, dan lijdt men geen geestelijke pijn en smart.
   Uit begeerte, haat en onwetendheid, overweldigd daardoor, met verstrikte geest, voert men een slecht gedrag in daden, woorden en gedachten. Men kent niet overeenkomstig de werkelijkheid het eigen heil, het heil van de ander, nog beider heil. Maar als begeerte, haat en onwetendheid zijn opgeheven, dan voert men geen slecht gedrag in daden, woorden en gedachten. En men kent overeenkomstig de werkelijkheid het eigen heil, het heil van de ander en beider heil.
   Begeerte, haat en onwetendheid maken blind, maken ogenloos, maken onwetend, verwoesten de wijsheid, zijn met kwalen verbonden en voeren niet naar Nibbana.
   
   Het pad dat naar de overwinning van begeerte, haat en onwetendheid voert, is  het edele achtvoudige pad: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste concentratie.”
   

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #20 Gepost op: 28-11-2017 19:55 »
1.2.8. opheffen van onwetendheid
   
   De vrijheid van het weten kan alleen door voedsel tot stand komen, kan zich niet zonder voedsel ontwikkelen. Edel gezelschap is de voedingsbodem; aan edele leer gehoor geven is nuttig voor verdere groei; oplettend, helder bezonnen worden, de zintuigen goed behoeden, zuivere levenswandel uitoefenen, de vier grondslagen van oplettendheid veroveren, de zeven factoren van Verlichting leren verwerkelijken: dat laat tenslotte de vrijheid van het weten ontstaan. (A.X.61)

   In afhankelijkheid van onwetendheid ontstaan wilsformaties, vormingen. Door het ophouden van onwetendheid houden wilsformaties op. De ontwikkeling van de neigingen (driften) is oorzaak voor de ontwikkeling van onwetendheid. De opheffing van de neigingen is oorzaak voor de opheffing van onwetendheid. Na het verdwijnen van onwetendheid komen bij de volmaakte heilige geen vragen meer op over ouderdom en dood, geboorte, worden, grijpen, dorst, gevoel, aanraking, het bereik van de zes zintuigen, naam-en-vorm, bewustzijn.
   Na het restloze verdwijnen en na opheffing van de onwetendheid is er geen lichamelijke activiteit, geen spreken, en geen denken ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. Er is dan geen veld, geen basis, er is dan geen bereik, geen betrekking ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. (M.9)

   Als onwetendheid is opgeheven, is er geen denken meer in termen van ik en mijn.
   En wat zijn de formaties, vormingen? – De vorming van lichamelijke acties; de vorming van praten; de vorming van denken. [daden, woorden, gedachten].
Na het verdwijnen van onwetendheid komen bij de volmaakte heilige geen vragen meer op over ouderdom en dood, geboorte, worden, grijpen, dorst, gevoel, aanraking, het bereik van de zes zintuigen, naam-en-vorm, bewustzijn. (S.12.35)

   [De opheffing van naam en vorm, van geest en lichaam, betekent dat men ze niet meer als eigen beschouwt.
   Met opheffing van het bewustzijn is bedoeld dat het ik-bewustzijn is opgeheven en gewijzigd in een zo-bewustzijn: zo is het ontstaan; zo is het vergaan.]


Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #21 Gepost op: 29-11-2017 00:16 »
1.2.9.  De drie oorzaken voor het ontstaan van de daden - Nidāna Sutta (A.III.34)
   
   Er zijn drie oorzaken voor het bestaan van daden, namelijk: begeerte; afkeer; onwetendheid.*1]
   Een daad [wilsactie] (kamma), die uit begeerte verricht werd, die uit begeerte is ontstaan, door begeerte veroorzaakt, - zo’n daad zal daar vruchten dragen waar die betreffende persoon ook wedergeboren wordt.*2] En waar die daad ook vruchten draagt, daar krijgt men deel aan de vrucht, hetzij in dit leven, in het volgende of in een later leven.*3] Evenzo is het met een daad die uit afkeer verricht werd, die uit afkeer is ontstaan, door afkeer veroorzaakt. En ook is het zo met een daad die uit onwetendheid is verricht. 
   Deze drie oorzaken zijn er voor het ontstaan van daden.

   Er zijn drie verdere oorzaken voor het ontstaan van daden, namelijk: het zijn zonder begeerte, het zijn zonder afkeer, het zijn zonder onwetendheid.*4]
   Een daad die uit het zijn zonder begeerte, het zijn zonder afkeer, het zijn zonder onwetendheid verricht werd, die daaruit ontstaan is, daardoor veroorzaakt, zo’n daad is – in zoverre begeerte, afkeer en onwetendheid verdwenen zijn – overwonnen, ontworteld, vernietigd; ze is niet meer onderworpen aan nieuw ontstaan.
   Deze drie oorzaken voor het ontstaan van daden zijn er.

   “Of de dwaas nu zijn daden heeft verricht
   Uit begeerte, afkeer of onwetendheid,
   Hetzij kleine of grote daden,
   Daarvoor moet hij lijden.
   Er is geen andere mogelijkheid.
 
   Maar wanneer de volgeling met helder weten
   Onwetendheid, begeerte en afkeer doorschouwt,
   Wanneer hij het weten in zich opwekt,
   Dan kan hij een slecht bestaan ontgaan.”
_____
*1] Dit zijn de drie wortels van het onheilzame (akusala-mûla); 'begeerte' (lobha), 'haat' (dosa), 'onwetendheid' (moha). Omdat lobha elk niveau van lust, dosa elk niveau van onlust kan betekenen, kan men lobha de attraktieve en dosa de repulsieve (= patigha, letterlijk: terugstoting) kant van de onwetendheid noemen, want zowel ieder begeerte- als haatmoment  is veroorzaakt door de aanwezigheid van de onwetendheid. Begeerte en haat kunnen echter nooit in hetzelfde bewustzijnsmoment optreden. Zie ook  A.III, 69-70.
*2] atta-bhâvo, letterlijk: Ikheid, ik vorm; dit is natuurlijk alleen in de zin van het normale spraakgebruik (vohâra-vasena) en niet als een uiteindelijke uitspraak (paramattha-vasena) te verstaan.
*3] Over deze drievoudige indeling van het karma (kamma) wat betreft de tijd van resultaat, zie A.III.101.
*4] Dit zijn de drie wortels van het heilzame (kusala-mûla), alobha, adosa, amoha.

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #22 Gepost op: 29-11-2017 20:43 »
1.3. Onmogelijk en mogelijk (A.I.25)
   
   Het is onmogelijk dat iemand met inzicht*1] iets dat ontstaan is beschouwt als onvergankelijk. Wel is het mogelijk dat een wereldling iets dat ontstaan is beschouwt als onvergankelijk.
   Het is onmogelijk dat iemand met inzicht iets dat gevormd is beschouwt als gelukbrengend. Maar een wereldling kan iets dat gevormd is wel als gelukbrengend beschouwen.
   Het is onmogelijk dat iemand met inzicht iets als een zelf beschouwt.*2] Maar een wereldling kan iets wel als zelf beschouwen.*3]
_____
*1] Ditthi-sampanno: dit is de gebruikelijke aanduiding voor de "in de stroom getredene" (sotapanna), het eerste niveau van heiligheid. Het gaat hier dus om de niveaus van heiligheid (ariya-magga) en het daar verworven onwrikbare inzicht (magga-ditthi). Zie A.VI.89-95.
*2] Iets (kañci dhammam). In de beide eerste alineas staat 'een formatie' (kañi sankharam); het derde kenteken van niet-ik heeft echter ook betrekking op nibbana dat niet gevormd is, niet geworden is, maar eveneens geen 'ik' of 'opperzelf' voorstelt of omsluit. Zie Dhp.277-279.
*3] Niet-zelf, anatta. Met deze anatta-leer wordt niet het bestaan van een persoonlijkheid in conventionele zin ontkent. Maar alleen dat er als een onophoudelijk veranderlijke geestlichamelijk proces geen blijvende kern als basis is.




Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #23 Gepost op: 29-11-2017 23:33 »
1.4. Onjuist en juist inzicht (A.I.28 )

   Als iemand met verkeerde opvatting die verkeerde opvatting volgt en dan handelingen verricht in daad, woorden en gedachten, wat daarbij zijn wil is, zijn wens en verlangen, en zijn [andere] geestelijke functies , – dat alles brengt ongewenste, onaangename dingen, brengt onheil en leed. De reden is dat zijn bedoeling niet goed is.

   Als iemand met juist inzicht dat juist inzicht volgt en dan acties uitvoert in daden, woorden en gedachten, wat daarbij zijn wil is, zijn wens en verlangen en zijn [andere] geestelijke functies, – dat alles brengt gewenste, blijde en aangename dingen, brengt zegen en geluk. De reden is dat zijn inzicht juist is.

   Als men iets met verkeerde bedoelingen doet, hetzij in daad, woorden of gedachten, dan brengt dat iets onaangenaams, geen zegen maar leed.
   Als men iets met juist inzicht doet, hetzij in daad, woorden of gedachten, dan brengt dat iets aangenaams, brengt zegen en geluk.


1.5. De invloed van verkeerde opvatting en van juist inzicht (A.I.29)
   
   Er is een wezen dat, als het in de wereld verschijnt, vele mensen onheil, ongeluk en schade brengt, dat tot onheil en lijden ontstaat voor goden en mensen. Het is het wezen met verkeerde opvatting, met een verkeerd denkbeeld. Zo iemand brengt vele mensen af van het goede en versterkt hen in het slechte.

   Er is een wezen dat, als het in de wereld verschijnt, velen zegen brengt, voor velen tot welzijn, heil en zegen ontstaat, voor goden en mensen. Het is het wezen dat juist inzicht, juiste opvatting, een juist denkbeeld heeft. Zo iemand brengt namelijk veel mensen af van het kwade en versterkt hen in het goede.

   Niets anders ken ik dat een zo groot kwaad is dan de verkeerde opvatting. Van alle kwaad is verkeerde opvatting, verkeerde mening het grootste.

« Laatst bewerkt op: 30-11-2017 22:55 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #24 Gepost op: 30-11-2017 22:55 »
1.6. De vijf hindernissen - Avarana Sutta (A.V.51)

   “Er zijn vijf belemmeringen en hindernissen, overdekkingen van de geest die inzicht krachteloos maken, namelijk: zintuiglijk verlangen, kwaadwil, traagheid en luiheid, rusteloosheid en bezorgdheid, en twijfel.
      Zonder dat hij deze vijf heeft overwonnen, is het voor een monnik, wiens inzicht aldus kracht en energie mist, onmogelijk om zijn eigen ware heil te weten, het heil van anderen en het heil van beiden. En hij zal niet in staat zijn om die bovenmenselijke sfeer van onderscheidend niveau te verwerkelijken, namelijk de kennis en visie waardoor het bereiken van heiligheid mogelijk wordt.
      Maar als een monnik de vijf belemmeringen en hindernissen heeft overwonnen, deze overdekkingen van de geest die inzicht krachteloos maken, dan is het mogelijk dat hij met zijn sterk inzicht zijn eigen ware heil kan weten, het heil van anderen en het heil van beiden. En hij zal in staat zijn om die bovenmenselijke sfeer van onderscheidend niveau te verwerkelijken, namelijk de kennis en visie waardoor het bereiken van heiligheid mogelijk wordt.
      Wiens hart overweldigd is door onbeheerst verlangen, kwaadwil, traagheid en luiheid, rusteloosheid en bezorgdheid, en door twijfel, die persoon doet wat hij niet moet doen en verwaarloost wat hij moet doen. En daardoor komt zijn goede naam en zijn geluk tot verderf.” (A.V.51).

   Volgens het commentaar noemde de Verhevene  ‘zintuiglijk verlangen’ als eerste smet, omdat ze als eerste ontstaat. Want bij alle wezens, in welke sfeer van bestaan zij ook herboren worden, ontstaat het eerst zintuiglijk verlangen door het verlangen naar bestaan. Daarna verschijnen de andere smetten, al naar gelang de omstandigheden.
   Het verlangen naar de zinsobjecten wordt voorgoed opgegeven door het pad van niet-wederkeer. Maar alle soorten van zintuiglijk verlangen, van begeerte, met inbegrip van het verlangen naar bestaan in de fijnvormige en de vormloze sferen, zijn alleen vernietigd op het pad van volmaakte heiligheid.


Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #25 Gepost op: 01-12-2017 20:14 »
2. Juist denken (nr. 2 van het edele achtvoudige pad)

   Juist denken is denken aan verzaking, denken aan welwillendheid, denken aan niet-kwaaddoen. (M.141) Het is het hebben van een onthoudende, vredige, geweldloze gezindheid.

Juist en onjuist denken

   Iemand begrijpt verkeerd denken als verkeerd denken. En iemand begrijpt juist denken als juist denken. Dat is zijn juiste visie.
   Wat is verkeerd denken? - Het is het denken aan zinnelijke begeerte, het denken aan kwaadwil en het denken aan wreedheid. Dat is verkeerd denken.
   Wat is juist denken? - Juist denken is van tweevoudige aard. Er is juist denken dat beïnvloed wordt door de neigingen, dat aan verdiensten deel heeft, dat aan de kant van de in beslag neming tot rijpheid komt. En er is juist denken dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.
    Het denken van ontzegging, het denken van niet kwaadwil, en het denken van niet wreedheid  - dat is juist denken dat beïnvloed wordt door de neigingen, dat aan verdiensten deel heeft, dat aan de kant van de in beslag neming tot rijpheid komt.
   Het denken, de gedachten, de bedoeling, het vastleggen en het richten van het hart, de uitrusting van het hart, de vorming van de taal in iemand wiens geest edel is, wiens geest vrij is van neigingen, die het edele pad bezit en het edele pad ontplooit, - dat is juist denken dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.
   Iemand spant zich in om verkeerd denken te overwinnen en om juist denken te krijgen. Dat is zijn juiste inspanning. Oplettend overwint iemand verkeerd denken. Oplettend krijgt iemand juist denken en hij vertoeft erin. Dat is zijn juiste oplettendheid. Zo draaien deze drie toestanden rond om juist denken en zij ontmoeten elkaar, namelijk juist denken, juiste inspanning en juiste oplettendheid.
   In iemand met juist denken is verkeerd denken vernietigd, en de vele slechte, onheilzame toestanden die met verkeerd denken als voorwaarde ontstaan, zijn eveneens vernietigd; en de vele heilzame toestanden die met juist denken als voorwaarde ontstaan, komen door ontplooiing tot volmaaktheid. (M.117)

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #26 Gepost op: 02-12-2017 16:56 »
3. Juist spreken

   Juist spreken is afzien van onjuiste taal, afzien van geroddel, afzien van harde, ruwe taal, afzien van ijdel geklets. (M.141) Juist spreken is het gebruiken van ware, verzoenende, milde en wijze taal [ook in geschrift]. (A.IV.145-148 )

juist en onjuist taalgebruik

   Iemand begrijpt verkeerd spreken als verkeerd spreken. En iemand begrijpt juist spreken als juist spreken. Dat is zijn juiste visie.
   Wat is verkeerd spreken? - Het is onware taal, booswillige taal, het gebruik van ruwe woorden en geklets.
   Wat is juist spreken? - Juist spreken is van tweevoudige aard: er is juist spreken dat beïnvloed wordt door de neigingen, dat deelheeft aan verdiensten, dat aan de kant van in beslag neming tot rijping komt. En er is juist spreken dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.
   Onthouding van onwaar spreken, onthouding van booswillig spreken, onthouding van het gebruik van ruwe woorden en onthouding van geklets, - dat is juist spreken dat beïnvloed wordt door de neigingen, dat deelheeft aan verdiensten, dat aan de kant van in beslag neming tot rijping komt.
   Het afstand nemen van de vier soorten van verkeerd gedrag wat de taal betreft, het ontzeggen, het opgeven, de onthouding ervan in iemand wiens geest edel is, wiens geest vrij is van neigingen, die het edele pad bezit en het edele pad ontplooit, - dat  is juist spreken dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.
   Iemand spant zich in om verkeerd spreken te overwinnen en om juist spreken te verkrijgen. Dat is zijn juiste inspanning. Oplettend overwint iemand verkeerd spreken, oplettend verkrijgt iemand juist spreken en vertoeft erin. Dat is zijn juiste oplettendheid. Zo draaien deze drie toestanden rond om juist spreken en ontmoeten elkaar, namelijk juiste visie, juiste inspanning en juiste oplettendheid.
   In iemand met juist spreken is verkeerd spreken vernietigd, en de vele slechte, onheilzame toestanden die met verkeerd spreken als voorwaarde ontstaan, zijn eveneens vernietigd; en de vele heilzame toestanden die met juist spreken als voorwaarde ontstaan, komen door ontplooiing tot volmaaktheid. (M.117)

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #27 Gepost op: 03-12-2017 17:29 »
4. Juist handelen

   Juist handelen is afzien van doden, van stelen, en van ongeoorloofd seksueel gedrag. (M.141).
   Volgens het Boeddhisme is verkeerd seksueel gedrag: seksuele omgang met iemand die onder de hoede staat van ouder(s), broer, zuster, verwanten, of met personen die tot een religieuze orde behoren. Ook verkeerd is seksuele omgang met degenen die een echtgenoot (-genote) hebben, met personen die verloofd zijn of met lieden die gevangen zijn. Tot deze laatsten behoren krijgsgevangenen, slaven, gegijzelden en onderhorigen.

Juist en onjuist handelen

   Iemand begrijpt verkeerd handelen als verkeerd handelen. En hij begrijpt juist handelen als juist handelen. Dat is zijn juiste visie.
   Wat is verkeerd handelen? - Het doden van levende wezens, het nemen van wat niet is gegeven, en verkeerd gedrag in zintuiglijk genot, - dat is verkeerd handelen.
   Wat is juist handelen? - Juist handelen is van tweevoudige aard. Er is juist handelen dat beïnvoed wordt door de neigingen, dat aan verdiensten deelheeft, dat aan de kant van de in beslag neming tot rijpheid komt. En er is juist handelen dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.
   Onthouding van het doden van levende wezens, onthouding van het nemen wat niet werd gegeven, en onthouding van verkeerd gedrag in zinnelijk genot, - dat is juist handelen dat beïnvoed wordt door de neigingen, dat aan verdiensten deelheeft, dat aan de kant van de in beslag neming tot rijpheid komt.
   Het afstand nemen van de drie soorten lichamelijk verkeerd gedrag, het ontzeggen, het opgeven, de onthouding ervan in iemand wiens geest edel is, wiens geest vrij is van neigingen, die het edele pad bezit en het edele pad ontplooit, - dat is juist handelen dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.
   Iemand spant zich in om verkeerd handelen te overwinnen en om juist handelen te verkrijgen. Dat is zijn juiste inspanning. Oplettend overwint iemand verkeerd handelen, oplettend verkrijgt iemand juist handelen en hij vertoeft erin. Dat is zijn juiste oplettendheid. Zo draaien deze drie toestanden rond om juist handelen en ontmoeten elkaar, namelijk juiste visie, juiste inspanning en juiste oplettendheid.
   In iemand met juist handelen is verkeerd handelen vernietigd, en de vele slechte, onheilzame toestanden die met verkeerd handelen als voorwaarde ontstaan, zijn eveneens vernietigd; en de vele heilzame toestanden die met juist handelen als voorwaarde ontstaan, komen door ontplooiing tot volmaaktheid. (M.117)

5. Juist levensonderhoud
   
   Juist levensonderhoud bestaat hierin dat een edele volgeling verkeerd levensonderhoud vermijdt en in zijn levensbehoeften voorziet op de juiste manier. (M.141)  Men voorziet zodanig in levensonderhoud dat men anderen geen schade of nadeel of letsel toebrengt.

Juist en onjuist levensonderhoud

   Iemand begrijpt verkeerd levensonderhoud als verkeerd levensonderhoud. En iemand begrijpt juist levensonderhoud als juist levensonderhoud. Dat is zijn juiste visie.
   Wat is verkeerd levensonderhoud? - Huichelen, mompelen [van spreuken], waarzeggen, toespelingen maken, met hulp van winst naar verdere winst streven,*1] - dat is verkeerd levensonderhoud.
   Wat is juist levensonderhoud? - Juist levensonderhoud is van tweevoudige aard. Er is juist levensonderhoud dat beïnvloed wordt door de neigingen, dat aan verdiensten deelheeft, dat op de kant van de in beslag neming tot rijpheid komt. En er is juist levensonderhoud dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.
   Een edele volgeling overwint verkeerd levensonderhoud en verwerft zijn levensonderhoud door juist levensonderhoud, - dat is juist levensonderhoud dat beïnvloed wordt door de neigingen, dat aan verdiensten deelheeft, dat aan de kant van de in beslag neming tot rijpheid komt.
   Het afstand nemen van verkeerd levensonderhoud, het ontzeggen, het opgeven, de onthouding ervan in iemand wiens geest edel is, wiens geest vrij is van neigingen, die het edele pad bezit en het edele pad ontplooit, - dat is juist levensonderhoud dat edel is, vrij van neigingen, bovennatuurlijk, een factor van het pad.
   Iemand spant zich in om verkeerd levensonderhoud te overwinnen en om juist levensonderhoud te verkrijgen. Dat is zijn juiste inspanning. Oplettend overwint iemand verkeerd levensonderhoud, oplettend verkrijgt iemand juist levensonderhoud en vertoeft erin. Dat is zijn juiste oplettendheid. Zo draaien deze drie toestanden rond om juist levensonderhoud en ontmoeten elkaar daar, namelijk juiste visie, juiste inspanning en juiste oplettendheid.
   In iemand met juist levensonderhoud is verkeerd levensonderhoud vernietigd, en de vele slechte, onheilzame toestanden die met verkeerd levensonderhoud als voorwaarde ontstaan, zijn eveneens vernietigd; en de vele heilzame toestanden die met juist levensonderhoud als voorwaarde ontstaan, komen door ontplooiing tot volmaaktheid.(M.117)

   Juist denken, juist spreken, juist handelen en juist levensonderhoud houdt dus in dat men de vijf regels van deugdzaamheid navolgt. (zie het topic: Richtlijnen en adviezen voor leken, Sub 4 en 5. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2479.msg18752.html#msg18752
_____
*1] Dit is verkeerde levenswijze voor Bhikkhus; voor leken is als verkeerde levenswijze genoemd: handel in wapens; handel in levende wezens; handel in bedwelmende middelen; handel in vergif. (A.V.177) 
« Laatst bewerkt op: 04-12-2017 01:06 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #28 Gepost op: 04-12-2017 16:02 »
6. Juiste inspanning

   Inspanning, wil (samma-ppadhana; chanda) is een van de factoren van Verlichting. Om zich juist in te spannen heeft men energie nodig, een andere factor van Verlichting.
   De factor van Verlichting van energie wordt voortgebracht wanneer men met wijsheid iets onderzoekt, doorgrondt en begint met exact navorsen ervan. En door ontplooiing komt die factor in iemand tot volmaaktheid. (M.118 )
   Wanneer de verlichtingsfactor van energie aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van energie.' Of wanneer de verlichtingsfactor van energie afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van energie.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van energie geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van energie geschiedt. (M.10)
   De kracht van energie is te herkennen aan de vier juiste inspanningen. (S.48.8 )
   Gesteund op de wil verkrijgt men concentratie van het hart. Men neemt een vast voornemen, spant zich in, wekt energie op, versterkt zijn geest, spoort zichzelf aan om het ontstaan van kwaad tegen te gaan en ook het ontstaan van onheilzame gedachten die nog niet zijn ontstaan. Men neemt een vast voornemen, spant zich in, wekt energie op, versterkt zijn geest, spoort zichzelf aan om de slechte, onheilzame gedachten te verdrijven die reeds zijn ontstaan. Men neemt een vast voornemen, spant zich in, wekt energie op, versterkt zijn geest, spoort zichzelf aan om heilzame gedachten die nog niet zijn ontstaan, te ontwikkelen. En men neemt een vast voornemen, spant zich in, wekt energie op, versterkt zijn geest, spoort zichzelf aan om de heilzame gedachten die zijn ontstaan, te bewaren, te vermeerderen, tot rijpheid te brengen, te ontwikkelen en te vervolmaken. Dit heet juiste inspanning. (M.141; zie ook M.77 en S.48.10)
    Kortom, ze bestaat erin dat men het onheilzame niet laat opkomen, dat het reeds opgekomen onheilzame overwonnen wordt, dat het reeds ontstane heilzame behouden wordt en dat het heilzame dan tot ontwikkeling wordt gebracht.

   In iemand met juiste inspanning is verkeerde inspanning vernietigd, en de vele slechte, onheilzame toestanden die met verkeerde inspanning als voorwaarde ontstaan, zijn eveneens vernietigd; en de vele heilzame toestanden die met juiste inspanning als voorwaarde ontstaan, komen door ontplooiing tot volmaaktheid. (M.117)

   Tot juiste inspanning behoort m.i. ook een andere factor van Verlichting, namelijk het ontwikkelen van de vier krachten (iddhi-pada). Deze krachten bestaan uit de concentratie van gedachten, de concentratie van de wilskracht, de concentratie van de geest, de concentratie van onderzoek. Zij gaan samen met inspanning en vastberadenheid. (A.III.159; zie ook M.77; A.V.67-68; S.51.1 en 11; S.48.11)
   

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #29 Gepost op: 05-12-2017 15:27 »
7. Juiste oplettendheid

   Oplettendheid is een van de factoren van Verlichting (sati-indriya). Oplettendheid wordt ook vermeld als geestelijke vaardigheid (indriya) en als geestelijke kracht (bala). Het vermogen van oplettendheid is een eigenschap die het ontwaken bevleugelt, ze voert naar ontwaking. (S.48.51)
   De kracht van oplettendheid is te herkennen aan de vier grondslagen van oplettendheid. (S.48.8 ) De kracht van oplettendheid bestaat hierin: Een edele volgeling is begiftigd met hoogste tegenwoordigheid van geest, met volle aandacht en behoedzaamheid; hij herinnert zich goed wat ooit  gezegd en gedaan is en onthoudt dat.
       
   Juiste oplettendheid bestaat in het voortdurend beschouwen van het lichaam, van de gevoelens, van de geest en van de geestelijke objecten. En de edele volgeling doet dat onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het bedwingen van wereldse begeerte en droefenis. - Dat is de vaardigheid van oplettendheid (M.141; zie ook S.48.10).
   
   In iemand met juiste oplettendheid is verkeerde oplettendheid vernietigd, en de vele slechte, onheilzame toestanden die met verkeerde oplettendheid als voorwaarde ontstaan, zijn eveneens vernietigd; en de vele heilzame toestanden die met juiste oplettendheid als voorwaarde ontstaan, komen door ontplooiing tot volmaaktheid. (M.117)

   Men moet steeds oplettend zijn bij alle daden, zowel geestelijke, mondelinge en schriftelijke of lichamelijke activiteiten. Oplettendheid is hoger dan geleerdheid. Want zonder oplettendheid is men niet in staat om het geleerde in praktijk te brengen. Ook is men dan niet in staat om slechte gedachten te verdrijven en om ze te vervangen door goede.

   “Monniken, oplettendheid is zó krachtig dat erdoor goede gedachten ontstaan die nog niet zijn ontstaan, of dat erdoor slechte gedachten afnemen die al zijn ontstaan.”
   “Degene die behagen schept in oplettendheid en die met vrees onoplettendheid, onachtzaamheid beschouwt, zal niet terugvallen. Hij of zij is in de nabijheid van Nibbāna.” (Dhp.32).   

   Steeds wanneer iemand het lichaam als lichaam beschouwt, of gevoelens als gevoelens beschouwt, of wanneer iemand de geest als geest beschouwt, of objecten van de geest als objecten van de geest beschouwt, ijverig, volledig oplettend en helder bewust, nadat hij hebzucht en droefenis tegenover de wereld heeft bedwongen, - bij die gelegenheid is onafgebroken oplettendheid in hem verankerd. Steeds wanneer onafgebroken oplettendheid in iemand is verankerd, - bij die gelegenheid wordt de factor van Verlichting van oplettendheid in hem voortgebracht. En hij ontplooit die factor en door ontplooiing komt die in hem tot volmaaktheid. (M.118 )

   Welnu, wanneer de verlichtingsfactor van oplettendheid aanwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van oplettendheid.' Of wanneer de verlichtingsfactor van oplettendheid afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van oplettendheid.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van oplettendheid geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van oplettendheid geschiedt. (M.10)
     
   Zie eventueel het topic: De vier grondslagen van oplettendheid. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2570.msg19367.html#msg19367

7.1. De toevlucht voor oplettendheid

   Een brahmaan vroeg eens: "De  vijf zintuigen – zien, horen, ruiken, proeven, aanraken – hebben verschillende bereiken, en geen bereik merkt iets van het bereik van de andere zintuigen. Wat is de toevlucht ervan?"
   De Boeddha: "Voor deze vijf zintuigen die verschillende bereiken hebben, en waarvan de een niets van het bereik van de ander merkt, is de geest de toevlucht. De geest merkt iets uit het bereik van de anderen."
   De brahmaan: "Heer, wat is de toevlucht voor de geest?"
   De Boeddha: "De toevlucht voor de geest is de oplettendheid. De toevlucht voor de oplettendheid is de bevrijding. De toevlucht voor de bevrijding is Nibbana.
Nibbana is het einddoel." (S.48.42)
« Laatst bewerkt op: 05-12-2017 15:33 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #30 Gepost op: 06-12-2017 14:51 »
8. Juiste ontwikkeling van de geest
   
   Juiste ontwikkeling van de geest of juiste concentratie is o.a. het vertoeven in de vier meditatieve verdiepingen (jhanas). (M.141; S.56.11)
   De kracht van concentratie is te herkennen aan de vier jhanas. (S.48.8 )  De kracht van concentratie bestaat hierin: de edele volgeling heeft het loslaten, de onthechting, tot centraal beginpunt gemaakt, en zo verkrijgt hij concentratie en eenheid van het hart. Ver van begeerte, ver van onheilzame dingen vertoeft hij overwegend, overdenkend, uit eenzaamheid geboren, vol vervoering, in de eerste jhana, de tweede jhana, de derde jhana en de vierde jhana.  (S.48.10)

   In iemand met juiste concentratie is verkeerde concentratie vernietigd, en de vele slechte, onheilzame toestanden die met verkeerde concentratie als voorwaarde ontstaan, zijn eveneens vernietigd; en de vele heilzame toestanden die met juiste concentratie als voorwaarde ontstaan, komen door ontplooiing tot volmaaktheid. (M.117)

   Bij iemand wiens lichaam kalm is en die geluk ondervindt, wordt de geest geconcentreerd. Steeds wanneer de geest geconcentreerd wordt in iemand wiens lichaam kalm is en die geluk ondervindt, - bij die gelegenheid wordt de factor van Verlichting van concentratie in hem voortgebracht. En hij ontplooit die factor, en door ontplooiing komt die in hem tot volmaaktheid. (M.118 )
   Wanneer de verlichtingsfactor van concentratie aanwezig is, weet een monnik met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van concentratie.' Of wanneer de verlichtingsfactor van concentratie afwezig is, weet hij met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van concentratie.' En hij begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van concentratie geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van concentratie geschiedt. (M.10)   

8.1. De vier jhanas

   Zoals boven vermeld, is de kracht van concentratie te herkennen aan de vier jhanas. Enkele gegevens over die jhanas volgen hier.

1. De eerste jhana
   Deze gaat samen met beginconcentratie van de geest en aanhoudende concentratie ervan. Ze gaat gepaard met indrukken, overwegingen en redeneren. Ze gaat samen met vervoering en zaligheid. (S.28.1; D.2; M.26; M.43; M.51; M.77; M.78, M.79; M.107; M.111; M.112; M.125; S.16.9; A.II.13; A.V.28 )
   
   Onheilzame bedoelingen worden zonder rest [tijdelijk] opgeheven wanneer men, afgescheiden van zinsverlangen, afgescheiden van onheilzame geestestoestanden, binnentreedt in de eerste jhana (M.78 )
   Iemand kan de eerste jhana bereikt hebben en dan denken dat hij al bevrijd is. Maar dat is zichtbaar welzijn. (M.8 )

2. De tweede jhana
   Men verkrijgt innerlijke kalmte, geestelijke eenwording. En men treedt binnen en vertoeft in de tweede meditatieve verdieping (tweede jhana). Deze is vrij van overwegingen en redeneren, en is vol vreugde en vervoering. (S.28.2; M.26; M.77; M.79; M.111; M.112; S.21.1; S.16.9; A.II.13; A.V.28 )
   De 2e jhana noemt men het edele zwijgen. (S.21.1)
   Iemand kan de tweede jhana bereikt hebben en dan denken dat hij al bevrijd is. Maar dat is zichtbaar welzijn. (M.8 )

3. De derde jhana
   Door het vrij worden van zucht naar vreugde vertoeft men in gelijkmoedigheid, oplettend en helder bewust. Zo treedt men binnen en verblijft men in de derde meditatieve verdieping (derde jhana) die vol lichamelijk ondervonden zaligheid is. (S.28.3; M.13;  M.26; M.77; M.79; M.107, M.111; M.112; S.16.9; A.II.13; A.V.28 )
   Verdere toestanden in deze jhana zijn
geestelijke eenwording, contact, gevoel, waarneming, wil en geest; ijver, vastbeslotenheid, energie, oplettendheid, gelijkmoedigheid en het opmerken. (M.111)
   Iemand kan de derde jhana bereikt hebben en dan denken dat hij al bevrijd is. Maar dat is zichtbaar welzijn. (M.8 )

4. De vierde jhana
   Door het verdwijnen van vreugde en verdriet treedt men binnen en vertoeft men in de vierde meditatieve verdieping (vierde jhana). Vanwege gelijkmoedigheid heeft deze jhana niets pijnlijks noch iets aangenaams in zich; ze is vrij van leed en vrij van geluk; ze is heel zuiver. (S.28.4; M.26; M.43; M.44; M.77; M.79; M.107; M.111; M.112; S.16.9; A.II.13; A.V.28 )
   Verdere toestanden in deze jhana zijn: de zuiverheid van de oplettendheid en de geestelijke eenwording; contact, gevoel, waarneming, wil en geest; ijver, vastbeslotenheid, energie, oplettendheid, gelijkmoedigheid en het opmerken. (M.111)
   De vierde jhana wordt – evenals de vormloze meditatieve verdiepingen - in het algemeen met het verzamelbegrip "het onwrikbare" aangeduid. Gelijkmoedigheid is er de voornaamste geestelijke factor. (noot bij M.105)
   Iemand kan de vierde jhana bereikt hebben en dan denken dat hij al bevrijd is. Maar dat is zalige rust. (M.8 )

   De toestanden in de vier jhanas zijn hoger en verhevener dan zintuiglijke genietingen; om die toestanden te verwerkelijken voeren velen het heilige leven zoals onderwezen door de Verhevene. (M.79) Het vertoeven erin noemt men de hoge geestesoefening. (A.III.90) Het vertoeven in de eerste, tweede, derde en vierde jhana wordt ook genoemd vertoeven als hemels wezen. (A.IV.190)

   Wanneer men ook maar voor een ogenblik de eerste, tweede, derde of vierde jhana ontplooit, dat is niet tevergeefs. Men volgt de regels van de Meester, handelt in overeenkomst met de instructies [...]. Hoeveel te meer geldt dit voor diegenen die de jhanas vaak oefenen. (A.I.35)  En men ontplooit de vaardigheden en krachten die met de eerste, tweede, derde of vierde jhana verbonden zijn, namelijk: vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. (A.I.35)

   Veel mediterenden zijn van mening dat de meditatieve verdiepingen zoiets zijn als een soort 'blackout' (of 'whiteout'). In de suttas tot dit thema worden behalve de vijf geestelijke factoren [beginconcentratie van de geest en aanhoudende concentratie ervan, vervoering, zaligheid, geestelijke eenwording] verder nog vermeld contact (phassa), gevoel (vedanā), waarneming (saññā), wil (cetanā) en geest (citta); ook ijver (chanda), vastbeslotenheid (adhimokkha), energie (viriya), oplettendheid (sati), gelijkmoedigheid (upekkhā) en opmerken (manasikāra) worden genoemd. (noot 2 bij M.111).




Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #31 Gepost op: 07-12-2017 16:13 »
8.2. Onderwerpen voor concentratie
   
   Door de Boeddha werden meerdere onderwerpen voor concentratie en contemplatie aanbevolen, bijvoorbeeld:

1. de drie aspecten van het leven. 

   zie het topic:  De drie aspecten van het leven. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2492.0.html
   
2. de vier grondslagen van oplettendheid.
   Zie het topic: De vier grondslagen van oplettendheid.
http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2570.0.html

3. De vier Brahma-vihāra-oefeningen
   mettā, karunā, mudita, upekkha; liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, medevreugde of gelijkmoedigheid. Zie o.a. het topic Metta, welwillendheid, liefdevolle vriendelijkheid  http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2383.0.html
 
4. meditatie voor rust, kalmte.
   o.a.
vijf overwegingen voor iedereen.
   'Het is zeker dat ik oud word; ik kan het proces van veroudering niet ontgaan. Het is zeker dat ik ziek word; ik kan ziekte niet ontgaan. Het is zeker dat ik zal sterven; ik kan de dood niet ontgaan. Bij alle dingen die dierbaar en geliefd zijn, zal er verandering komen en er zal scheiding van komen. Ik ben de eigenaar van mijn wilsacties en de erfgenaam ervan; mijn daden zijn de moederschoot waaruit ik ontsproot; wilsacties zijn mijn familie en mijn bescherming. Welke daden ik ook zal doen, goede of slechte, ik zal de erfgenaam ervan zijn.'

contemplatie over de dood.
   Bij het overwegen van de dood moet men beginnen bij het nadenken over de dood van een neutraal iemand. Daarbij ontstaan geen emoties. Bij het beschouwen van de eigen dood kan ontzetting of angst ontstaan. Bij het overwegen van de dood van een geliefd mens kan verdriet ontstaan. En door het nadenken over de dood van een vijandige persoon kan vreugde ontstaan. Die gevoelens belemmeren een juist beschouwen van de dood.

   De overweging is aldus: “Eens komt de dood; de levenskracht zal ophouden.”
   "Dood zal er plaats hebben, de levensmogelijkheid zal onderbroken worden."
   “Dood zal er komen, voor mooi en lelijk, voor arm en rijk. Dood zal er komen voor ieder van ons.”

Uitwissing.
   Het kan zijn dat iemand vertoeft in een van de meditatieve verdiepingen en dat hij dan denkt: 'Ik vertoef in uitwissing.' Maar dat is niet zo. In de discipline van de Edelen heet zoiets: 'vertoeven op z'n gemak hier en nu'  of 'vertoeven in vrede.'
   Maar hierin moet uitwissing geoefend worden:

   "Anderen kunnen kwaad doen, maar ik zal argeloos worden en geen kwaad doen.
   Anderen kunnen levende wezens doden, maar ik zal afzien van het doden en kwellen van levende wezens.
   Anderen kunnen nemen wat niet is gegeven, maar ik zal afzien van het nemen wat niet is gegeven.
   Anderen kunnen onkuis leven, maar ik zal kuis leven.
   Anderen kunnen valse getuigenis afleggen en liegen, maar ik zal afzien van valse getuigenis en van liegen.
   Anderen kunnen lasteren, maar ik zal afzien van lasterpraat.
   Anderen kunnen ruwe taal bezigen, maar ik zal afzien van het gebruik van ruwe taal.
   Anderen kunnen zich overgeven aan roddelpraatjes, maar ik zal afzien van geroddel.
   Anderen kunnen hebzuchtig zijn, maar ik zal niet hebzuchtig zijn.
   Anderen kunnen gedachten van kwaadwil hebben, maar ik zal geen gedachten van kwaadwil hebben.
   Anderen kunnen verkeerde visies hebben, maar ik zal juiste visies hebben.
   Anderen kunnen verkeerde bedoelingen hebben, maar ik zal juiste bedoelingen hebben.
   Anderen kunnen verkeerde taal gebruiken, maar ik zal juiste taal gebruiken.
   Anderen kunnen verkeerde daden verrichten, maar ik zal juiste daden verrichten.
   Anderen kunnen een verkeerd levensonderhoud hebben, maar ik zal een juist levensonderhoud hebben.
   Anderen kunnen verkeerde inspanning doen, maar ik zal juiste inspanning doen.
   Anderen kunnen verkeerde oplettendheid hebben, maar ik zal juiste oplettendheid hebben.
   Anderen kunnen verkeerde concentratie hebben, maar ik zal juiste concentratie hebben
   Anderen kunnen verkeerde kennis en verkeerd weten hebben, maar ik zal juiste kennis en juist weten hebben.
   Anderen kunnen verkeerde bevrijding hebben, maar ik zal juiste bevrijding hebben.
   Anderen kunnen overweldigd zijn door traagheid en starheid, maar ik zal vrij zijn van traagheid en starheid.
   Anderen kunnen opgewonden en rusteloos zijn,    maar ik zal niet opgewonden en niet rusteloos zijn.
   Anderen kunnen twijfelen, maar ik zal vrij zijn van twijfel.
   Anderen kunnen boos zijn, maar ik zal niet boos zijn.
   Anderen kunnen vijandig zijn, maar ik zal niet vijandig zijn.
   Anderen kunnen kleineren en verachten, maar ik zal niet kleineren en niet verachten.
   Anderen kunnen overheersen en heerszuchtig zijn, maar ik zal niet overheersen en niet heerszuchtig zijn.
   Anderen kunnen afgunstig en vol nijd zijn, maar ik zal niet afgunstig en niet vol nijd zijn.
   Anderen kunnen jaloers zijn, maar ik zal niet jaloers zijn.
   Anderen kunnen bedriegen, maar ik zal niet bedriegen.
   Anderen kunnen huichelaars zijn, maar ik zal geen huichelaar zijn.
   Anderen kunnen koppig zijn, maar ik zal niet koppig zijn en niet verstokt.
   Anderen kunnen hoogmoedig zijn, maar ik zal niet hoogmoedig zijn.
   Anderen kunnen moeilijk te vermanen zijn en onhandelbaar, maar ik zal gemakkelijk te vermanen zijn en handelbaar.
   Anderen kunnen slechte vrienden hebben, maar ik zal edele vrienden hebben.
   Anderen kunnen nalatig en onoplettend zijn, maar ik zal oplettend en achtzaam zijn.
   Anderen kunnen onbetrouwbaar zijn, maar ik zal betrouwbaar zijn.
   Anderen kunnen zonder schaamte zijn, maar ik zal vol schaamte zijn.
   Anderen kunnen gewetenloos zijn, maar ik zal gewetensvol zijn.
   Anderen kunnen zonder leren zijn, maar ik zal veel leren.
   Anderen kunnen lui zijn, maar ik zal energiek zijn.
   Anderen kunnen gebrek hebben aan oplettendheid, maar ik zal gevestigd zijn in oplettendheid.
   Anderen kunnen zonder wijsheid zijn, maar ik zal begiftigd zijn met wijsheid.
   Anderen kunnen een verkeerd begrip hebben overeenkomstig hun persoonlijke opvattingen, kunnen daar vast aan houden en het niet gemakkelijk verwerpen, maar ik zal geen verkeerd begrip hebben overeenkomstig persoonlijke opvattingen, ik zal daar niet vast aan houden en zal het met gemak verwerpen.
   Zó moet geoefend worden." (M.8 )

   Kortom, anderen kunnen verkeerde wilsacties verrichten in daad, woord en gedachten, maar ik zal vrij zijn van verkeerde wilsacties in daad, woord en gedachten. Zó moet geoefend worden.

5. saddha, vertrouwen.
   o.a. denken aan het drievoudige Juweel. Zie het nog volgende nr. 8.3.1. Vertrouwen.   

« Laatst bewerkt op: 08-12-2017 01:44 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #32 Gepost op: 08-12-2017 12:19 »
8.3. De vijf geestelijke vaardigheden of krachten (indriya)

   Behalve de reeds genoemde factoren van Verlichting (overdenken van de vier edele waarheden; inspanning; energie; het ontwikkelen van de vier krachten; oplettendheid) zijn er verder nog vijf geestelijke vaardigheden of krachten, namelijk: vertrouwen (saddhā; saddhindriya), energie (viriya-indriya), oplettendheid, bezonnenheid (sati-indriya), geestelijke concentratie (samādhi), inzicht, wijsheid (paññā). (S.48.1, 11, 59-60; M.77; A.III.160-161; zie ook A.V.13 en 15)
      
   Wanneer een edele volgeling het ontstaan en vergaan, verfrissing, ellende en ontkomen van de vijf krachten overeenkomstig de werkelijkheid inziet, dan noemt men hem een edele volgeling, een in de stroom getredene. Hij is ontkomen aan de neerwaartse weg. Doelbewust gaat hij naar de volledige ontwaking.
   Wanneer een edele volgeling het ontstaan en vergaan, verfrissing, ellende en ontkomen van de vijf krachten overeenkomstig de werkelijkheid inziet en zonder hechten verlost is, dan noemt men hem een heilige, iemand wiens neigingen opgedroogd zijn. Hij heeft het doel bereikt, gedaan wat gedaan moest worden. Hij is vrij van de last, heeft de boeien van het bestaan volledig doorgesneden. Hij is bevrijd in volmaakte wijsheid. (S.48.2-5)

   Wie het ontstaan en vergaan, verfrissing, ellende en ontkomen van de vijf krachten overeenkomstig de werkelijkheid niet inzien, die zijn geen echte brahmanen en asceten.
   Maar wie het ontstaan en vergaan ervan wel inzien, die hebben het doel van het ascetendom al in dit leven verwerkelijkt.  (S.48.6-7)


Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #33 Gepost op: 08-12-2017 14:27 »
8.3.1.Vertrouwen
   
   De kracht van vertrouwen is te herkennen aan de vier factoren van stroomintrede. (S.48.8 )
   De kracht van vertrouwen bestaat hierin: Men heeft vertrouwen in de Volmaakte, aldus:
   "Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene." (S.48.10)

   Verder heeft men vertrouwen in de leer en in de gemeenschap van de heiligen:

   "Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf."

   "Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Deze Orde van de discipelen van de Gezegende – namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen*1] – is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld."
(A.IV.52; S.XI.3; zie ook M.12 en M.89)
_____
*1] De vier paren van personen, d.w.z. de personen die het 1e, 2e, 3e of 4e niveau van heiligheid bereikt hebben.  Tot hen kunnen niet alleen monniken en nonnen behoren, maar ook mannelijke en vrouwelijke leken.


Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #34 Gepost op: 08-12-2017 14:29 »

8.3.2. energie
   Zie bij 6. juiste inspanning.

8.3.3.Oplettendheid
   Zie bij 7. juiste oplettendheid

8.3.4. Concentratie.
Zie bij 8. juiste ontwikkeling van de geest
    

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #35 Gepost op: 08-12-2017 22:21 »
8.3.5. Wijsheid

   De kracht van wijsheid is te herkennen aan de vier edele waarheden. (S.48.8 )  Wijsheid is de beste eigenschap tot ontwaken. (S.48.54-55) De kracht van wijsheid bestaat hierin: de edele volgeling is wijs, ziet opgang en verval, de wijsheid die edel is en doorborend, die voert naar volledige opdroging van lijden. Hij onderkent: dit is lijden, dat is de ontwikkeling van lijden, dat is de opheffing van lijden, dat is het pad dat voert naar de opheffing van lijden. (S.48.10)
   Zolang als het edele inzicht (de edele wijsheid) niet is opgestegen in een edele volgeling, zolang zijn de vier [andere] vaardigheden niet vast gegrondvest, zolang hebben ze geen vaste basis.
   Maar zodra in een edele volgeling het edele inzicht (de edele wijsheid) is opgestegen, dan zijn de vier [andere] vaardigheden vast gegrondvest, hebben dan een vaste basis.
   Evenzo, zodra in een edele volgeling het edele inzicht (de edele wijsheid) is opgestegen, zijn de vier vaardigheden vast gegrondvest, hebben dan een vaste basis. Het zijn de vaardigheden van vertrouwen, van energie, oplettendheid, concentratie. In de edele volgeling die wijsheid bezit, vestigt zich dientengevolge energie, oplettendheid, concentratie. (S.48.52)

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #36 Gepost op: 09-12-2017 00:50 »
8.3.6. Vruchten en voordelen

   Het vermogen van wijsheid geldt als het hoogste onder de eigenschappen voor ontwaking. Het vermogen van vertrouwen is een eigenschap die het ontwaken bevleugelt, ze voert naar ontwaking. De vermogens van energie, van oplettendheid, van concentratie, van wijsheid zijn eigenschappen die het ontwaken bevleugelen en naar ontwaking voeren. (S.48.51, 67-70)

   Wanneer de vijf  krachten (bala), namelijk vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en inzicht, goed zijn ontwikkeld, kunnen ook strenge regels met gemak nagevolgd worden. Het is belangrijk alle boeien en elk hechten te overwinnen hoe onnozel ze ook lijken. (M.66)
 
   Wie de vijf krachten volledig heeft voltooid, is een heilige. Zijn ze zwakker, is hij iemand die naar de verwerkelijking van de vrucht van heiligheid vooruitgaat.
Zijn ze nog zwakker, dan is hij een niet meer wederkerende. Zijn ze nog zwakker, dan is hij iemand die naar de verwerkelijking van de vrucht van niet meer wederkeer vooruitgaat. Zijn zij nog zwakker, dan wordt hij een eenmaal wederkerende. Zijn ze nog zwakker, dan is hij iemand die naar de verwerkelijking van de vrucht van eenmaal wederkeer vooruitgaat. Zijn zij nog zwakker, dan wordt hij een in de stroom getredene. Zijn ze nog zwakker, dan is hij iemand die naar de verwerkelijking van de vrucht van stroomintrede vooruitgaat. Zijn zij nog zwakker, dan wordt hij iemand die de leer navolgt. En zijn zij nog zwakker dan wordt hij iemand die uit vertrouwen navolgt.
   Maar wie de vijf krachten helemaal niet heeft, die wordt door de Boeddha een buitenstaander genoemd, iemand die aan de kant van de gewone mensen is blijven staan.
   Zo maakt het verschil van de krachten het verschil van de vruchten uit; het verschil van de krachten maakt het verschil van de personen uit.
   Zo wordt volmaakt succes door volmaakt werkzaam zijn bereikt; gedeeltelijk succes door gedeeltelijk werkzaam zijn. Niet onvruchtbaar zijn de vijf krachten. (S.48.15-18; S.48.24)
 
   Men is een meester in de vijf krachten als men vertrouwen ontplooit, een kracht die naar kalmering voert en naar ontwaking; en als men energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid ontplooit als krachten die naar kalmering en naar ontwaking voeren. (S.48.19)

   Door het ontplooien en ontwikkelen van deze vijf krachten komt men door opdroging van de neigingen nog in dit leven tot de neigingsvrije bevrijding van het gemoed, tot de bevrijding door wijsheid, nadat men ze zelf verwerkelijkt en verkregen heeft. (S.48.20; zie ook S.48.44-56, 61-70)


Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #37 Gepost op: 09-12-2017 19:14 »
8.4. De zeven factoren van Verlichting

   Het op één punt gericht zijn van de geest die met de zeven factoren van Verlichting is uitgerust, noemt men de edele juiste concentratie met de ondersteunende factoren en de uitrusting ervan. (M. 117)

   Zie voor deze factoren van Verlichting het topic: Factoren van Verlichting.
http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2468.0.html



Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #38 Gepost op: 09-12-2017 19:36 »
9. Onvermoeibaarheid

   Te Savatthi. Koning Pasenadi van Kosala bezocht de Boeddha en zei: "Heer, toen ik in eenzame meditatie helemaal in de stilte verdiept was, kwam de volgende gedachte bij me op: 'De leer is door de Verhevene goed verkondigd, maar (alleen) voor de vriend van het goede, niet voor de vriend van het kwade.'”
   De Verhevene: "Zo is het koning. Eens vertoefde ik in het gebied van de Sakyas, in een marktplaats van de Sakyas. De bhikkhu Ananda kwam naar me toe, groette eerbiedig en ging terzijde neerzitten. Hij zei: 'De helft van de heilige levenswandel bestaat in de vriendschap met de goeden, in het gezelschap van de goeden.'
   Ik zei toen tot hem dat de hele heilige levenswandel bestaat in de vriendschap van de goeden, in het gezelschap van de goeden. Van een bhikkhu die een vriend van de goeden is, is te verwachten dat hij voor een vriend van de goeden het edele achtvoudige pad zal vervolmaken, dat pad zal verbreden."
   "En hoe, Ananda, doet men dat? – De bhikkhu vervolmaakt het juiste inzicht, dat op afzondering gebaseerd is, op gelijkmoedigheid gebaseerd is, op opheffing gebaseerd is, dat eindigt in afkeer. Hij vervolmaakt het juiste willen en het juiste spreken. Hij vervolmaakt het juiste handelen en de juiste levenswijze. Hij vervolmaakt het juiste zich inspannen. Hij vervolmaakt de juiste meditatie (geestelijke concentratie) die op afzondering berust, op gelijkmoedigheid, op opheffing, en die eindigt in afkeer. Op die manier, Ananda, vervolmaakt een bhikkhu die een vriend van de goeden is, het edele achtvoudige pad, verbreedt dat pad.
   En in die zin, Ananda, moet je ook begrijpen dat de hele heilige levenswandel bestaat in de vriendschap van de goeden, in het gezelschap van de goeden."
   Daarom, grote koning, moet u zich hierin oefenen: 'ik wil een vriend van de goeden zijn.' Aan deze ene eigenschap moet u vasthouden: aan de onvermoeibaarheid in goede dingen. Als u dan als voorbeeld bent en onvermoeid aan de onvermoeibaarheid vasthoudt, dan zullen ook de hofdames, de dienstplichtige edelen, de lieden in de stad en in het land, onvermoeibaar aan de onvermoeibaarheid vasthouden.
   Als u onvermoeid aan de onvermoeibaarheid vasthoudt, wordt uw eigen zelf beschermd, en ook worden de hofdames beschermd en de schatkamer en voorraadkamers.
   Samen met degene die naar bijzondere genietingen verlangt, prijzen de wijzen de onvermoeibaarheid bij verdienstelijke daden.
   De wijze die onvermoeibaar is, krijgt beide zegeningen: zegen in het tegenwoordige leven en zegen voor zijn toekomstig bestaan.
   Omdat hij de zegen verkrijgt, daarom heet degene met volharding een wijze." (S.3.18 )


Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #39 Gepost op: Gisteren om 00:15 »
10. Nibbana

Door Siebe is al iets gepost over Nibbana. (zie het topic Nibbana http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2140.0.html   en het topic Het ongeconditioneerde in de Sutta Pitaka  http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2131.0.html ). Ik ga daar niet verder op in, maar post hier een bloemlezing over Nibbana, als einddoel van het edele achtvoudige pad, en wel door juist inzicht (zie 1.1. Sammaditthi sutta) = http://www.boeddhaforum.nl/index.php?topic=2576.msg19477#new
   Ik hoop dat er na het lezen van deze bloemlezing menig misverstand over het begrip Nibbana wordt opgeheven..

   De edele waarheid nr. III is de waarheid van het beëindigen van lijden. Het einde van lijden is de vrede van Nibbana.
   Vermeld werd dat de middenweg de beide uitersten vermijdt, dat hij weten geeft, naar vrede voert, naar hogere geestelijke kracht, naar Verlichting, naar Nibbana.
   Ook werd vermeld dat de oplettendheid de toevlucht is voor de geest. De toevlucht voor de oplettendheid is de bevrijding. De toevlucht voor de bevrijding is Nibbana. Nibbana is het einddoel." (S.48.42)

   Duidelijk heeft de Boeddha gesproken over Nibbana en ook dat wij ons geen voorstelling ervan moeten maken. Want elke voorstelling ervan is verkeerd.

       “Als de heilige in diepe, stille uren van gedachten de waarheid achterhaalt, dan is hij vrij van vreugde en van leed, en van vorm en vormloze staten eveneens. Waar water, aarde, vuur en lucht geen post vatten, daar branden geen lichtende sterren, noch schijnt er de zon. En de maan schijnt er niet met haar schitterende stralen. Maar het tehuis van de duisternis is daar niet.” (Ud.I.10)

   Eens verbleef de Gezegende te Savatthi, in het park van Anathapindika. Bij die gelegenheid onderwees hij de monniken met een leerrede over Nibbāna. En die monniken luisterden vol aandacht en met open oren naar de leer; mentaal namen zij alles op. De woorden van de Verhevene luidden:
   “Monniken, er bestaat die toestand waarin geen aarde is noch water, noch vuur noch lucht. Daarin is noch de sfeer van [de meditatieve verdiepingen van] oneindige ruimte noch van oneindig bewustzijn noch van nietsheid noch van noch-bewust-noch-niet-bewust-zijn. Daarin is noch deze wereld noch een wereld aan gene zijde noch beide samen, noch maan en zon. Monniken, van daar is geen wording tot geboorte, zo verklaar ik. Daarheen is geen gaan (vanuit leven); daarin is geen duur; van daar is geen vallen; daar is geen ontstaan. Het is niet iets dat bevestigd is, het beweegt niet verder, het is niet op iets gebaseerd. Waarlijk, dat is het einde van lijden.”
   En hij vervolgde met de woorden: “Moeilijk is het oneindige te zien; waarheid is niet iets gemakkelijks om waar te nemen; begeerte is doorstoken door hem die weet; voor hem die ziet, blijft er niets over.”
   En verder sprak hij: “Monniken, er is een ongeboren, een niet-ontstaan, ongeschapen, niet-samengesteld iets. Monniken, indien dat ongeborene, niet-ontstane, ongeschapene, niet-samengestelde er niet was, zou een ontsnapping vanuit dit hier wat geboren, ontstaan, geschapen, samengesteld is, niet waarneembaar zijn.”
   En hij eindigde met de woorden: “Voor degene die zich vasthecht, is er wankelen; voor degene die zich niet vasthecht, is er geen wankelen. Als er geen wankelen is, is er kalmte. Als er kalmte is, is er geen zich neigen. Als er geen neiging is, is er geen komen-en-gaan (naar geboorte). Als er geen komen-en-gaan is, is er geen sterven-en-wedergeboorte. Als er geen sterven-en-wedergeboorte is, is er geen ‘hier’ of ‘ginds’ noch iets tussen die twee. Dit waarlijk is het einde van lijden.” (Ud.VIII.1-4).

      Wat hier ook ontstaat aan lijden, het is door (wedergeboorte producerende) wilsactiviteiten veroorzaakt (is ervan afhankelijk). Als de (wedergeboorte producerende) wilsactiviteiten ophouden, dan is er geen verder ontstaan van lijden meer. (Sn.III.12, vers 731)
    
   Om die ongeboren sfeer te ontdekken en aan ons mee te delen, daarom heeft de Boeddha-in-wording (Bodhisatta) gestreefd naar de Verlichting. Het doel van elke Boeddhist is te streven naar en het bereiken van Nibbāna. Er is geen ander doel.

« Laatst bewerkt op: Gisteren om 12:09 door nico70 »

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #40 Gepost op: Gisteren om 14:28 »
10.1. Benamingen voor Nibbana

   Nibbana betekent letterlijk: uitdoving. Het is de uitdoving van de vuren van passies, van begeerte, afkeer en onwetendheid. Het is geen ophouden van alles.

   Andere benamingen voor Nibbana zijn: het onbeweeglijke (M.131), het onverwoestbare (S.XXII.32), het ongevormde, het doel, het driftlose, de waarheid, het transcendente, het fijne, datgene wat heel moeilijk te zien is, datgene wat niet verwelkt, het blijvende, het onoplosbare, het onzichtbare, datgene wat niet afgezonderd is, het stille, het doodloze, het uitverkorene, het geluk, de vrede, de opdroging van de dorst, het verwonderlijke, het buitengewone, datgene wat zonder nood is, het noodloze ding, de wensloosheid, het onbenarde, het niet prikkelbare, het zuivere, de bevrijding, datgene wat zonder hechten is, het eiland, de geborgenheid, de bescherming, de toevlucht, de andere oever. (S.43.1-44)

Offline nico70

  • Sangha lid
  • ****
  • Berichten: 370
    • Bekijk profiel
Re: De vier edele waarheden en het middenpad
« Reactie #41 Gepost op: Vandaag om 16:34 »
10.2. De sfeer van Nibbana

   Over de sfeer van dat hoge doel kan niets geschreven worden. Het is als met de geur van een bloem of de smaak van een sappige vrucht of de aanraking van fluweel of zijde. Ook zoiets kan niet in woorden worden uitgelegd. Alleen eigen ervaring kan dat leren.

   Bij meerderen heerst(e) de mening dat Nibbāna een ophouden, een verdwijnen van alles is. Maar dat is geenszins het geval. Nibbāna is een toestand die door iedereen verwerkelijkt kan worden. Het is het grootste geluk; het is de opperste vrede en hoogste vrijheid die er bestaat.
   Wij weten nog niet uit eigen ervaring hoe de sfeer van Nibbāna is. Maar dát die sfeer bestaat, is zeker. Ze is door de Boeddha en door de Arahants verwerkelijkt. Zij zijn onze gidsen op de weg naar dat hoge doel. Door geleidelijke oefening is er vooruitgang en geleidelijk bedwingen wij dan de vele hindernissen, bedwingen wij onszelf. En dan kunnen wij in eigen persoon het geluk, de vrede en de vrijheid van Nibbāna ervaren.
   
   »Nibbāna is omschreven als een bovenwereldse staat die reeds in dit leven verwezenlijkt kan worden. Het is een toestand die vrij is van de hartstochten, maar het is niet een staat van niets-heid. Het is een blijvende zalige sfeer van bevrijding welke bevrijding het resultaat is van de volledige uitroeiing van de hartstochten. Metafysisch is Nibbāna de uitdoving van lijden; psychologisch is het de opheffing van egoïsme; ethisch is het de verwijdering van begeerte, afkeer en onwetendheid. Nibbāna heet ‘leeg’ niet omdat die sfeer nietsheid is, maar omdat die sfeer leeg is van begeerte, afkeer en onwetendheid. Nibbāna is noch een eeuwig zijn (eternalisme) noch een eeuwig niet meer zijn (nihilisme). In Nibbāna is niets eeuwig en evenmin is er iets vernietigd behalve dan de hartstochten,« zo schreef de Eerwaarde Narada Thera. (The Dhammapada : Pali Text and translation with stories in brief and notes. (3rd ed.). Colombo 2522-1978, p. 25-26)