Auteur Topic: Eigenwaan, mana  (gelezen 1082 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Eigenwaan, mana
« Gepost op: 15-03-2019 12:50 »
Eigenwaan, Mana

Inleiding

Er wordt niet letterlijk over een ‘ego’ gesproken in boeddhisme maar als iets in aanmerking komt dan is het wel eigenwaan, mana, en dan wel in het bijzonder asmi-mana, de wortel van alle eigenwaan; de notie ‘Ik ben/besta’. Het is gebruikelijk om bij ego, bij eigenwaan, vooral te denken aan opgeblazenheid, iets hooghartigs. Maar met boeddhistische eigenwaan, mana, ligt het iets subtieler. Wat bedoeld wordt met eigenwaan hoop ik aan de hand van de sutta’s duidelijk te maken in de komende posten.

Mana of eigenwaan wordt op verschillende manieren belicht. Het is één van de asobhana cetasika's, oftewel een niet-mooie mentale factor, een bezoedeling. Het is ook een hogere keten, een samyojana en het wordt ook behandeld als een anusaya, een onderliggende neiging. Een enkele keer wordt zelfs gesproken over voordelige eigenwaan. In deze serie posten ook wat meer informatie over deze indelingen van eigenwaan.

Om bevrijding te realiseren, arahantschap moet van mana, eigenwaan, afstand worden gedaan.

Bezoedelingen, zoals ook mana, en asmi mana, de notie ‘Ik ben’, vormen een belasting van de geest. Hun definitieve afwezigheid is Nibbana. In deze serie posten wordt ook aan de hand van enkele sutta’s belicht wat het betekent als er geen eigenwaan meer aanwezig is.   

In de komende posten wordt behandeld:

-   Wat wordt bedoeld met eigenwaan (mana)?
-   Eigenwaan als bezoedeling, iets om afstand van te doen
-   Indelingen van eigenwaan
-   Wat is de oorzaak of voorwaarde van eigenwaan?
-   Hoe wordt afstand gedaan van eigenwaan?
-   Wat betekent het wanneer afstand is gedaan van eigenwaan?

Tenslotte, gebruikt iemand die bevrijd is van de notie ‘Ik ben’ niet meer woorden als ‘Ik’ en ‘mij’?

-“Er bestaat geen kluwen voor iemand die afstand heeft gedaan van eigenwaan;
Voor hem zijn alle kluwens van eigenwaan verteerd.
Hoewel de wijze het voorgestelde heeft overstegen,
Kan hij nog altijd zeggen, ‘Ik spreek’,
Hij zou ook kunnen zijn, ‘Ze praten tegen mij’.
Vaardig, het taalgebruik van de wereld kennend,
Gebruikt hij zulke termen louter als uitdrukking.” (vers SN1.25)

De teksten die ik geraadpleegd heb, worden vermeld in de volgende post. Overigens, deze serie posten pretendeert niet dat alle teksten over eigenwaan worden aangehaald maar wel vele.

Hartelijke groet,

Siebe, maart 2019 
« Laatst bewerkt op: 15-03-2019 12:57 door Sybe »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #1 Gepost op: 15-03-2019 12:52 »
Bronnen

-Digha Nikaya (DG): The Long Discourses of the Buddha, A translation of the Digha Nikaya by Maurice Walshe, 1996;
-Majjhima Nikaya (MN): The Middle Length Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, original translation by Bhikkhu Nanamoli, translation edited and revised by Bhikkhu Bodhi, 1995;
-Samyutta Nikaya (SN): The Connected Discourses of the Buddha, A New Translation of the Samyutta Nikaya, Bhikkhu Bodhi, Volume I+II, 2000;
-Anguttara Nikaya (AN): The Numerical Discourses of the Buddha, A Translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, 2012;
-Dhammapada, www.sleuteltotinzicht.nl
-Udana: A Translation With an Introduction & Notes by Thanissaro Bhikkhu, 2012;
-Itivuttaka: This was said by the Buddha, A Translation by Thanissaro Bhikkhu, revised edition 2013;
-Sutta Nipata: The Sutta Nipata, A Collection of Discourses Being One of the Canonical Books of The Buddhist, Translated from Pali by V. Fausböll, Oxford, 1881.
-Nettippakarana: The Guide (Netti-ppakaranam), according to Kaccana Thera, translated from the Pali by Bhikkhu Nanamoli, The Pali Text Society, London, 1977.

Gebruikte afkortingen

DN: Digha Nikaya         
MN: Majjhima Nikaya
SN: Samyutta Nikaya
AN: Anguttara Nikaya 
Dhp: Dhammapada
Ud: Udana
Iti: Itivuttaka
Sn: Sutta Nipata
Net: Nettippakarana

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana, Wat is Eigenwaan?
« Reactie #2 Gepost op: 16-03-2019 11:22 »
Wat is eigenwaan (mana)?

Bij eigenwaan denk je het eerst aan hooghartigheid, opgeblazenheid, arrogantie, nietwaar? Dat is ook zeker een deel van de betekenis van mana in het onderricht, maar nog algemener gaat het om het meten van jezelf aan anderen in termen van superioriteit, minderwaarheid en gelijkheid, en zelfs betrokkenheid in allerlei andere voorstellingen van jezelf. Hieronder wordt dit belicht aan de hand van enkele sutta’s en fragmenten (gepost in twee delen).

Eigenwaan, als het meten van jezelf aan anderen in termen van gelijk, beter of minder

-“Drie vormen van eigenwaan: ‘Ik ben beter dan’…’Ik ben gelijk aan’…en ‘Ik ben slechter dan…’ (DN33§1.10)

Nina van Gorkom zegt: “Wanneer we onszelf beter, gelijk of minder beschouwen dan anderen kunnen we onszelf mogelijk belangrijk vinden en dan is er eigenwaan. Wanneer we denken dat we minder zijn dan iemand anders, is dat niet perse kusala (heilzaam/voordelig, vaardig, Siebe); er kan nog altijd een soort hooghouden van onszelf zijn, en dan is er eigenwaan. Eigenwaan is zo diep geworteld dat het slechts wordt ontworteld wanneer iemand een arahant is geworden.” (Abhidhamma in Daily Life, van Gorkom, blz 34)

Je ziet hier dus dat mana, eigenwaan, niet alleen verwijst naar hoogmoed maar eigenlijk het meten van jezelf aan anderen in termen van minder, meer of gelijk. Dat is allemaal een betrokkenheid in eigenwaan. Dus ook als je vindt dat je minderwaardig bent, dan hou je toch een notie van Ik hoog, en is er een vorm van eigenwaan, mana, in de geest aanwezig.

Onderstaande sutta’s sluiten hier op aan:

-“De Gezegende verbleef eens te Savatthi in Jeta’s gaarde, Anathapindika’s park. Op dat moment verbleven de eerwaarde Khema en de eerwaarde Sumana te Savatthi in het Bos der Blinden. Toen benaderden ze de Gezegende en gingen terzijde zitten. De eerwaarde Khema zei tegen de Gezegende: “Bhante, wanneer een monnik een arahant is, iemand wiens asava’s zijn vernietigd, die het spirituele leven heeft geleefd, gedaan heeft wat gedaan moest worden, de last heeft afgelegd, zijn doel bereikt heeft, volkomen de ketens van bestaan heeft vernietigd, iemand volledig bevrijd door uiteindelijk kennis, doet zich niet aan hem voor: (1) ‘Er is iemand beter dan mij’, of ‘Er is iemand gelijk aan mij’, of (3) ‘Er is iemand inferieur aan mij’”.
Dit is wat de eerwaarde Khema zei. De leraar stemde in.
De eerwaarde Khema dacht toen ‘De leraar is het met me eens’ stond toen op van zijn stoel, betoonde eerbied aan de Gezegende, liep om hem heen terwijl hij zijn rechterzijde aan hem toonde, en vertrok.
Toen, vlak nadat de eerwaarde Khema was vertrokken, zei de eerwaarde Sumana tegen de Gezegende:  “Bhante, wanneer een monnik een arahant is, iemand wiens asava’s zijn vernietigd, die het spirituele leven heeft geleefd, gedaan heeft wat gedaan moest worden, de last heeft afgelegd, zijn doel bereikt heeft, volkomen de ketens van bestaan heeft vernietigd, iemand volledig bevrijd door uiteindelijk kennis, doet zich niet aan hem voor: (1) ‘Er is niemand beter dan mij’, of ‘Er is niemand gelijk aan mij’, of (3) ‘Er is niemand inferieur aan mij’”.
Dit is wat de eerwaarde Sumana zei. De leraar stemde in.
De eerwaarde Sumana dacht toen ‘De leraar is het met me eens’ stond toen op van zijn stoel, betoonde eerbied aan de Gezegende, liep om hem heen terwijl hij zijn rechterzijde aan hem toonde, en vertrok.
Toen, vlak nadat beide monniken vertrokken waren, sprak de Gezegende de monniken toe: “Monniken, het is op deze manier dat stamgenoten [clansman] uiteindelijke kennis bekend maken. Ze verklaren de betekenis maar brengen zichzelf niet in beeld. Maar er zijn hier enkele dwaze mensen die, naar het schijnt, uiteindelijk kennis verklaren als een grap. Ze zullen later met beproevingen te maken krijgen.
Ze [rangschikken zichzelf niet] als superieur of inferieur, noch rangschikken ze zichzelf als gelijk. Vernietigd is geboorte, het spirituele leven is geleefd; ze gaan verder, vrij van ketens”
(AN6.49, geheel)

-“Bhikkhu’s, er zijn deze drie soorten begeerte, en deze drie soorten eigenwaan waarvan afstand dient te worden gedaan. Wat zijn de drie soorten begeerte waarvan afstand dient te worden gedaan? (1) zintuiglijke begeerte, (2) begeerte naar bestaan, en (3) begeerte naar niet-bestaan/vernietiging: dit zijn de drie soorten begeerte waarvan afstand dient te worden gedaan. En wat zijn de drie soorten eigenwaan waarvan afstand dient te worden gedaan? (4) eigenwaan, (5) het minderwaardigheidscomplex, en (6) arrogantie (superioriteitscomplex vertaalt bhikkhu Sujato): dit zijn de drie soorten eigenwaan waarvan afstand dient te worden gedaan.
“Wanneer een monnik van deze drie soorten begeerte en deze drie soorten eigenwaan afstand heeft gedaan, wordt hij een monnik genoemd die begeerte heeft afgesneden, de keten heeft afgelegd, en door volledig door eigenwaan heen te breken, heeft hij een einde gemaakt aan lijden.” (AN6.106, geheel)

-“Sona, wanneer enige asceet of brahmaan op basis van rupa- dat vergankelijk is, lijden en onderhevig aan verandering- zichzelf zo beschouwt: ‘Ik ben superieur’, of ‘Ik ben gelijk’, of ‘Ik ben minderwaardig’, waar komt dat door dan de dingen niet zien zoals ze werkelijk zijn?”
Hetzelfde wordt gezegd in relatie tot de andere khandha’s, vedana, sanna, sankhara en vinnana.
 “Sona, wanneer enige asceet of brahmaan op basis van rupa- dat vergankelijk is, lijden en onderhevig aan verandering- zichzelf niet zo beschouwt: ‘Ik ben superieur’, of ‘Ik ben gelijk’, of ‘Ik ben minderwaardig’, waar komt dat door dan de dingen zien zoals ze werkelijk zijn?”
Hetzelfde wordt gezegd in relatie tot de andere khandha’s, vedana, sanna, sankhara en vinnana. 
Verder in eigen woorden: Welke rupa, vedana, sanna, sankhara en vinnana dan ook, ofwel van vroeger, in de toekomst of in het heden, intern of extern, grof of subtiel, ver of nabij, dat allemaal moet met de juiste wijsheid aldus gezien worden: ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’.
Het zo ziende zal men zich afkeren (let. afkeer) van de khandha’s, passieloos worden en in de passieloze geest komt de kennis op ‘het is bevrijd, geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd, wat gedaan moest worden is gedaan, er is niets meer in deze staat van zijn.  (SN22.49, fragmenten)

Dus, hier zie je dat het meten van onszelf aan anderen, ook als we vinden dat we minderwaardig zijn, gezien wordt als een vorm van eigenwaan.
Voor de duidelijkheid, het volledig afstand doen van eigenwaan is alleen gerealiseerd door de arahant.

In de volgende post meer informatie over wat bedoeld wordt met eigenwaan.  
« Laatst bewerkt op: 16-03-2019 12:13 door Sybe »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana, Wat is Eigenwaan?
« Reactie #3 Gepost op: 17-03-2019 11:41 »
Eigenwaan, betrokkenheid bij andere voorstellingen van jezelf

Eigenwaan is niet alleen de betrokkenheid bij ideeen over minderwaardigheid, gelijkheid of superioriteit maar ook de betrokkenheid bij andere voorstellingen over jezelf. Onderstaande sutta’s belichten dit.

-“Bhikkhu’s, ‘Ik ben’, is een verbeelding/voorstelling (conceiving); ‘Ik ben dit’, is een voorstelling; ‘Ik zal zijn’ is een voorstelling; ‘Ik zal niet zijn’, is een voorstelling; ‘Ik zal bestaan uit vorm’ is een voorstelling; ‘Ik zal vormloos zijn’, is een voorstelling; ‘Ik zal waarnemend zijn’, is een voorstelling; ‘Ik zal niet-waarnemend zijn’, is een voorstelling; ‘Ik zal noch waarnemend, noch niet-waarnemend zijn’, is een voorstelling. Verbeelden/zich voorstellen is een ziekte, zich voorstellen is een gezwel, zich voorstellen is een pijl. Door het overwinnen van alle voorstellingen, monniken, wordt men een wijze genoemd die vredig is. En de vredige wijze wordt niet geboren, veroudert niet, sterft niet; hij wankelt niet en is niet aangedaan. Want er is in hem niks aanwezig waardoor hij geboren zou kunnen worden. Niet geboren wordend, hoe kan hij verouderen? Niet verouderend, hoe kan hij sterven? Niet stervend, hoe kan hij wankelen? Niet wankelend waarom zou hij aangedaan zijn? (MN140§31)

Aansluitend op bovenstaande  sutta:

“’Ik ben’, is een daad van eigenwaan, ‘Ik ben dit’, is een daad van eigenwaan; ‘Ik zal zijn’, is een daad van eigenwaan; ‘Ik zal niet zijn’, is een daad van eigenwaan; ‘Ik zal bestaan uit vorm’ is een daad van eigenwaan; ‘Ik zal vormloos zijn’, is daad van eigenwaan; ‘Ik zal waarnemend zijn’, is een daad van eigenwaan; ‘Ik zal niet-waarnemend zijn’, is een daad van eigenwaan; ‘Ik zal noch waarnemend, noch niet-waarnemend zijn’, is een daad van eigenwaan. Een daad van eigenwaan is een ziekte, een daad van eigenwaan is een gezwel, een daad van eigenwaan is een pijl. Daarom, monniken, moeten jullie jezelf trainen: ‘We zullen met een bewustzijn verblijven dat vrij is van daden van eigenwaan”. (SN22.207, fragment)
Zie hele sutta: https://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn35/sn35.207.than.html

In SN35.248 wordt ook nog gezegd: “In het zich voorstellen/verbeelden, wordt men gebonden door Mara; door niet voor te stellen/verbeelden, wordt men bevrijd van de Kwaadaardige. Verder worden in deze sutta de verschillende voorstellingen ook een verstoring, hartklopping, een proliferatie/vermeerdering/aanwas en een betrokkenheid bij eigenwaan genoemd.

Dus het begint allemaal met die eerste voorstelling ‘Ik ben’, asmi mana, de wortel van alle eigenwaan, en dan begint een hele aanwas van ideeën zoals; ‘Ik ben zus en zo, dit of dat’, of ‘Ik zal dit of dat zijn’, etc. Dus zodra we betrokken raken bij zulke voorstellingen, raken we betrokken  bij eigenwaan, lijken de sutta’s aan te geven.

Samenvattend

Ik denk dus dat je het kort zo kan samenvatten; er vormen zich constant allerlei ideeën of voorstellingen van onszelf. Als we daarin betrokken raken, raken we betrokken bij eigenwaan.


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana, Iets of Afstand van te Doen
« Reactie #4 Gepost op: 18-03-2019 11:15 »
Eigenwaan als bezoedeling, iets om afstand van te doen

Hieronder heb ik enkele sutta’s en fragmenten verzameld die een algemeen beeld geven van wat de sutta’s onderwijzen over eigenwaan als bezoedeling.

-“Dit werd door de Gezegende gezegd, gezegd door de Arahant, aldus heb ik gehoord: Monniken, iemand die eigenwaan niet volledig kent en begrepen heeft, wiens geest er niet van verschoond is, er niet afstand van heeft gedaan, is niet in staat een einde te maken aan stress. Maar iemand die eigenwaan volledig kent en heeft begrepen, wiens geest er van verschoond is, er afstand van heeft gedaan, is in staat een einde te maken aan stress.”

“Mensen zijn bezeten door eigenwaan
Gebonden door eigenwaan
Zich verheugend in worden.
Eigenwaan niet begrijpend
Komen ze opnieuw tot worden/bestaan
Maar diegene die, eigenwaan loslatend
In diens vernietiging bevrijd zijn
De banden van eigenwaan overwinnend
Gaan voorbij alle banden.” (Iti§8)

-“Dit werd gezegd door de Gezegende, gezegd door de Arahant, aldus heb ik gehoord: “Doe afstand van één kwaliteit, monniken, en ik garandeer jullie niet-terugkeren. Welke ene kwaliteit? Doe afstand van eigenwaan als die ene kwaliteit, en ik garandeer jullie niet-terugkeren”.

“De eigenwaan waarmee wezens
Naar een slechte bestemming gaan
Trots:
Van het op de juiste manier kennen van deze eigenwaan
Degenen die op heldere wijze zien
Laten dit gaan
Het loslatend komen ze nooit meer terug in deze wereld” (Iti§6)

-“Geef boosheid en eigenwaan volledig op. Bevrijd je van alle banden. Waar geen gehechtheid  aan geest en lichaam is, daar is geen lijden”. (Dhp221).
-“Van wie begeerte en haat, eigenwaan en minachting zijn afgevallen zoals een mosterdzaadje van de punt van een naald valt, hij is degene die ik een brahmaan noem”. (Dhp407)

-“Laat de man die zijn geest naar Nibbana heeft gekeerd slaperigheid, lethargie en luiheid overwinnen; laat hem niet samenwonen met ledigheid; laat hem zich niet overgeven aan eigenwaan.” (Sn4.15)

-“Gelukkig inderdaad zijn de arahants!
In hen kan geen begeerte gevonden worden.
De eigenwaan ‘Ik ben’ is afgesneden,
Uit elkaar getrokken is het net van begoocheling”

“Ze hebben de onberoerde staat bereikt,
Helder zijn hun geesten;
Ze zijn onbezoedeld in de wereld-
De heiligen, zonder smetten”.
(twee verzen SN22.76)

-Te Savatthi. Terzijde staand reciteerde die deva dit vers in de aanwezigheid van de Gezegende:

“er is geen temmen hier voor iemand die dol is op eigenwaan,
Noch is daar de staat van een wijze voor de ongeconcentreerde:
Hoewel men alleen in het bos verwijlt, onachtzaam,
Kan men niet voorbij het rijk van de Dood gaan”

Na afstand te hebben gedaan van eigenwaan, goed geconcentreerd,
Met verheven geest, overal bevrijd:
Wijl alleen in het bos verwijlend, ijverig,
Kan men voorbij het rijk van de Dood gaan” (SN1.9, geheel)

Tot zover enkele sutta’s en fragmenten over eigenwaan. In de volgende post een overzicht van indelingen van eigenwaan.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana, Indelingen
« Reactie #5 Gepost op: 19-03-2019 10:41 »
Indelingen van eigenwaan (mana)

Eigenwaan (mana) als asobhana cetasika, een niet-mooie mentale factor

Mana is een bezoedeling waarvan afstand moet worden gedaan om arhantschap of bevrijding te realiseren. Alleen een arahant heeft definitief geen eigenwaan meer, zelfs niet als onderliggende neiging (mananusaya).

Mana is een zogenaamde asobhaba cetasika, een niet-mooie mentale factor, samen met hebzucht (lobha), haat (dosa), begoocheling (moha), speculatieve opvattingen (ditthi), afgunst (issa), gierigheid of jaloersheid (macchariya), zorgelijkheid (kukkucca), gebrek aan morele schaamte (ahirika), gebrek aan moreel ontzag (anottappa), rusteloosheid (uddhacca), luiheid (thina), traagheid (middha), twijfel (vicikiccha).

Asobhana cetasika’s mengen zich op geconditioneerde wijze in het cognitieve proces. Ze kleuren dat bewustzijn op dat moment akusala (onheilzaam/immoreel/niet-vaardig) en leiden zo onheilzame manieren van denken, spreken en doen in. Ze kapen dan de geest, en ons functioneren. Mana is niet perse in elk akusala moment van bewustzijn aanwezig, maar als het aanwezig is, wordt dat bewustzijnsmoment gezien als akusala. 

Eigenwaan als onderliggende neiging (mananusaya)

Zodra we iets waarnemen of gewaarworden activeert dat in de regel meteen op geconditioneerde wijze bepaalde (onderliggende) neigingen (anusaya). Als iets aangenaams wordt waargenomen, activeert dat meestal meteen de onderliggende neiging tot zintuiglijk verlangen (kama raganusaya). Als iets onaangenaams wordt ervaren, en/of als een verlangen wordt gefrustreerd, activeert dat al snel de onderliggende neiging van afkeer/weerzin (patighanusaya). Via dat soort onderliggende neigingen raakt de geest gehecht, innig betrokken bij het zintuiglijk object. Het zorgt voor re-activiteit. Er is geen entiteit-Ik die dit aanstuurt.

Ik denk dat je mag zeggen dat gewaarworden- of dat nu iets neutraal is, iets aangenaams is of iets onaangenaams- sowieso vaak meteen de mananusaya triggert, de onderliggende neiging tot eigenwaan, in die zin, dat er tijdens het gewaarworden ook meteen de perceptie ontstaat van  ‘Ik ben’, dus de perceptie van een entiteit-Ik die iets waarneemt. De indeling subject-object, een waarnemer die iets waarneemt, ontstaat op dat moment.

Mana is dus ook een onderliggende neiging, een anusaya, samen met kama raga, patigha, ditthi, viccikiccha, bhava raga, avijja (DN33§2.3 , AN7.11+7.12). Bij volledige bevrijding zijn al die onderliggende neigingen ook verdwenen. Samenhangende emoties kan niet meer op. De mananusaya is alleen volledig afwezig bij de arahant.

De manaanusaya schijnt tegelijkertijd met de bhava raganusaya, en avijjanusaya te verdwijnen. Dan is arahantschap gerealiseerd.

Het concept van anusaya is belangrijk, want het geeft aan dat bepaalde emoties of neigingen weliswaar niet actief aanwezig kunnen zijn in de geest, en misschien al een tijd niet meer worden ervaren, zolang de onderliggende neiging er toe niet ontworteld is, kan dat op enig ander moment toch weer gebeuren. Wezens kunnen bijvoorbeeld in  hemelse werelden worden geboren op basis van verdienste maar toch weer terugvallen in lagere staten juist omdat die onderliggende neigingen, tot bijvoorbeeld kwaadheid, niet ontworteld zijn. Daarom dat het onderricht de nadruk ook legt op zuivering tot het niveau van anusaya.

Eigenwaan als hogere keten (samyojana)

Mana is ook een hogere keten, een zogenaamde samyojana, samen met rupa raga, arupa raga, uddhacca, avijja. (DN33§2.1, AN10.13). Dit is weer een net iets andere belichting. Dat eigenwaan een hogere keten wordt genoemd, betekent dat eigenwaan de geest bindt aan de hogere werelden, de werelden boven de kama-loka. De bezoedelingen zijn dan nog zo subtiel, de begeerte nog zo zwak, dat er geen geboorte meer plaatsvindt in de kama loka, de wereld waarin ook wij mensen nu leven. Als bij een arahant de mana samyojana is verdwenen, is dus deze keten/band met geboorte in hogere werelden ook doorgesneden.

Samenvattend

Om bevrijding te realiseren, het arahantschap, dient mana te worden verwijderd als iets wat actief aanwezig kan zijn in de geest op enig moment, en ook als onderliggende neiging en keten.
Zie: http://www.boeddhaforum.nl/index.php?topic=2120.0.

Voordelige eigenwaan

Een zekere eigenwaan hoeft kennelijk ook niet onvoordelig te zijn. Ik kwam het volgende fragment tegen:…”Ook eigenwaan is van twee soorten: voordelig en onvoordelig. Iedere eigenwaan door wiens ondersteuning iemand afstand doet van eigenwaan is voordelig, maar elke eigenwaan dat lijden doet ontstaan, is onvoordelige eigenwaan (Net§507).

Dit sluit denk ik aan op het onderstaand fragment:

“…Toen gezegd werd: ‘Dit lichaam is voortgekomen vanuit eigenwaan; afhankelijk van eigenwaan, dient afstand te worden gedaan van eigenwaan’. Refererend waaraan werd dit gezegd? Hier, zuster, hoort een monnik: ‘De monnik zus en zo genaamd, met de vernietiging van de asava’s, heeft in dit leven met directe kennis voor zichzelf de smetteloze bevrijding van geest gerealiseerd, bevrijding door wijsheid, en na het te zijn binnengegaan verwijlt hij er in’. Hij denkt: ‘Die eerwaarde, met de vernietiging van de asava’s, heeft in dit leven met directe kennis voor zichzelf de smetteloze bevrijding van geest gerealiseerd, bevrijding door wijsheid, en na het te zijn binnengegaan verwijlt hij er in. Zo kan ik dat ook! Enige tijd later, afhankelijk van [deze] eigenwaan doet hij afstand van eigenwaan. Wanneer er werd gezegd: ‘Dit lichaam is voortgekomen vanuit eigenwaan; afhankelijk van eigenwaan, dient afstand te worden gedaan van eigenwaan’, vanwege dit werd dat gezegd”…(AN4.159, fragment)

Ik denk dat ook een bepaalde trots op zaken die je door beoefening hebt bereikt, niet perse schadelijk hoeft te zijn, ALS dat maar leidt tot verdere verdieping van inzicht en het afstand doen van ieder spoortje eigenwaan.

Siebe


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana, Oorzaak of voorwaarde
« Reactie #6 Gepost op: 20-03-2019 11:10 »
Wat is de oorzaak of voorwaarde van eigenwaan?

Ik heb hieronder enkele sutta’s verzameld die hier licht op werpen.

Zonder gehechtheid niet de notie ‘Ik ben’

-“Het is door gehechtheid/hechten, Ananda, dat [de notie] ‘Ik ben’ zich voordoet, niet zonder gehechtheid. En door gehechtheid aan wat doet ‘Ik ben’ zich voor? Het is door te hechten aan rupa dat ‘Ik ben’ zich voor doet, niet zonder gehechtheid…Het is door het hechten aan vedana…sanna…sankhara…vinnana dat ‘Ik ben’ zich voordoet, niet zonder gehechtheid.
“Stel, vriend Ananda, dat een jonge vrouw of een jongeman, jeugdig en dol op sieraden, haar eigen gezicht in een spiegel zou onderzoeken, of in een kom gevuld met zuiver, helder en schoon water: ze zou er in kijken met gehechtheid, niet zonder gehechtheid. Zo is het ook dat door gehechtheid aan rupa ‘Ik ben’ zich voordoet, niet zonder gehechtheid. Het is door gehechtheid aan vedana...sanna…sankhara…aan vinnana dat ‘Ik ben’ zich voordoet, niet zonder gehechtheid”…. (SN22.83, fragment)

Commentaar geeft aan dat er een drievoudig soort hechten of vastklampen (ti,vidha gaha) is, namelijk, via:

-"Dit is van mij” (etam mama). Dit ontstaat door begeerte/hunkering (tanha,gaha). Het wordt in de teksten aangeduid als mijn-maken.
-“Dit ben Ik” (eso’ham asmi). Dit ontstaat door verbeelding (mana,gaha). Dit is verbeelding/eigenwaan.
-“Dit is mijn zelf” (eso me atta). Dit ontstaat  door verkeerde visie (ditthi,gaha). Dit wordt Ik-maken genoemd.

Deze drie verkeerde opvattingen/houdingen zijn bekend als de “latente neigingen tot Ik-maken, mijn-maken en verbeelding (ahan.kara,maman.kara,mananusaya), dat een ingewikkelder naam is voor de latente neiging van eigenwaan.
[bron: http://dharmafarer.org/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/31.3-Anusaya.-piya.pdf, blz. 21-23]

Dus, via dit vaak onbewust verlopend proces van Ik-maken, mijn-maken en de onderliggende neiging tot eigenwaan raken we betrokken in wat we waarnemen, we hechten er aan, klampen er aan vast als Ik en mijn. Door begeerte is er mijn-maken. Door verkeerde visie is er Ik-maken. Door eigenwaan zijn er ideeen/perceptie als ‘Ik ben’ en “Ik ben dit’.

Daarom dat talloze sutta’s beschrijven om alle rupa, vedana, sanna, sankhara, vinnana, zo te zien: ‘Dit ben ik niet, dit is niet van mij, niet mijn zelf’. Het is een directe remedie voor het Ik-maken, mijn-maken en de onderliggende neiging tot verbeelding.

In de komende post komt dit uitgebreider aan bod.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana, Hoe beeindigt het?
« Reactie #7 Gepost op: 21-03-2019 12:02 »
Hoe komt een einde aan eigenwaan?

Via ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’.

-“Eerwaarde heer, hoe dient men het te begrijpen, hoe dient men het te zien zodat, met betrekking tot dit lichaam met bewustzijn en met betrekking tot alle externe tekenen1, Ik-maken, mijn-maken en de onderliggende neiging tot eigenwaan2 zich innerlijk niet meer voordoen?’
“Iedere soort rupa, Radha, ofwel vroeger, toekomstig of heden, intern of extern, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij- men ziet alle rupa’s zoals het werkelijk is, aldus met de juiste wijsheid te zien: ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’.
“Iedere soort vedana…iedere soort sanna…iedere soort sankhara…iedere soort vinnana, ofwel vroeger, toekomstig of heden, intern of extern, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij- men ziet alle vinnana, zoals het werkelijk is, aldus met de juiste wijsheid: ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’.
“Wanneer men het zo begrijpt en ziet, Radha, dan doen zich met betrekking tot dit lichaam met bewustzijn en met betrekking tot alle externe tekenen, geen Ik-maken, mijn-maken en de onderliggende neiging tot eigenwaan, innerlijk niet meer voor.
Daarna werd eerwaarde Radha…een van de arahants”(SN22.71 geheel, zie ook SN18.21, SN22.80, SN22.91, SN22.124, MN109§13))

Noot 1: alle externe tekenen zijn alle externe objecten (zie  MN noot 1061*)
Noot 2. Ik-maken (ahankara) wordt beschouwd als een functie van verkeerde visie (de visie van zelf), mijn-maken (mamankara) van begeerte. De wortel van eigenwaan is de eigenwaan ‘Ik ben’ (asmimana), dus eigenwaan is ook verantwoordelijk voor Ik-maken (zie noot 340, SNI)


-“Te Savathhi. Toen benaderde de eerwaarde Suradha de Gezegende, betoonde hem eerbied en ging terzijde zitten, en zei tegen hem:
 “Eerwaarde heer, hoe dient men het te begrijpen, hoe dient men het te zien zodat, met betrekking tot dit lichaam en met betrekking tot alle externe tekenen, de geest vrij wordt van Ik-maken, mijn-maken en eigenwaan, onderscheiding heeft overstegen1, en vredevol is en goed bevrijd is?”
“Iedere soort rupa, Suradha, ofwel vroeger, toekomstig of heden, intern of extern, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij- men ziet alle rupa’s zoals het werkelijk is, aldus met de juiste wijsheid te zien: ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’.
“Iedere soort gevoel vedana…iedere soort sanna…iedere soort sankhara…iedere soort vinnana, ofwel vroeger, toekomstig of heden, intern of extern, grof of subtiel, inferieur of superieur, ver of nabij- men ziet alle vinnana, zoals het werkelijk is, aldus met de juiste wijsheid: ‘Dit is niet van-mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’.
 “Wanneer men het zo begrijpt en ziet, Suradha, dan wordt, met betrekking tot dit lichaam met bewustzijn en met betrekking tot alle externe tekenen, geest vrij van Ik-maken, mijn-maken en eigenwaan, heeft onderscheiding overstegen, en is vredevol en goed bevrijd”.
Daarna werd eerwaarde Suradha…één van de arahants.”(SN22.72 geheel, zie ook SN18.22, SN22.92, SN22.125)

Noot 1: “onderscheiding overstegen hebben” betekent volgens het commentaar bij AN het overwonnen hebben van de drievoudige eigenwaan van superioriteit, gelijkheid en minderwaardigheid (zie AN noot 1514)

Beschouwing van vergankelijkheid/instabiliteit

-“Rahula, ontwikkel meditatie op de perceptie van vergankelijkheid; want wanneer je de meditatie van de perceptie van vergankelijkheid ontwikkeld, zal afstand worden gedaan van de eigenwaan ‘Ik ben.’ (MN62§23)

-“Wanneer hij verwijlt terwijl hij het opkomen en weer verdwijnen van deze vijf aggregaten beschouwt die beïnvloed worden door gehechtheid, wordt van de eigenwaan ‘Ik ben’ die gebaseerd is op deze vijf aggregaten beïnvloed door gehechtheid, afstand gedaan. Wanneer dat zo is, begrijpt die monnik: “De eigenwaan ‘Ik ben’ gebaseerd op deze vijf aggregaten beïnvloed door gehechtheid is in mij verdwenen”. Op die manier is hij zich daar volledig van bewust”. (MN122§17)

-Te Savatthi. “Bhikkhu’s, wanneer de perceptie van vergankelijkheid wordt ontwikkeld en gecultiveerd, elimineert dat alle zintuiglijk verlangen, het elimineert alle verlangen naar bestaan, het elimineert alle onwetendheid, het ontwortelt alle eigenwaan ‘Ik ben’….
…“En hoe, bhikkhu’s wordt de perceptie van vergankelijkheid ontwikkeld en gecultiveerd zodat het alle zintuiglijk verlangen elimineert, alle verlangen naar bestaan elimineert, alle onwetendheid elimineert, en alle eigenwaan ‘Ik ben’ ontwortelt? ‘Zo is rupa, zo diens ontstaan, zo diens heengaan/verdwijnen (pass away); zo is vedana…zo is sanna…zo is sankhara…zo is vinnana, zo is diens ontstaan, zo is diens verdwijnen’: dat is hoe de perceptie van vergankelijkheid wordt ontwikkeld en gecultiveerd zodat het alle zintuiglijk verlangen elimineert, alle verlangen naar bestaan elimineert, alle onwetendheid elimineert, en alle eigenwaan ‘Ik ben’ ontwortelt”… (SN22.102, fragmenten).

-“Hij dient [de beschouwing van] het onaantrekkelijke te ontwikkelen om afstand te doen van hartstocht. Hij dient goede wil te ontwikkelen om afstand te doen van kwade wil. Hij dient mindfulness van in-en uitademen te ontwikkelen om denken af te snijden. Hij dient de perceptie van onbestendigheid te ontwikkelen om de eigenwaan ‘Ik ben’ te ontwortelen. Want in een monnik die onbestendigheid waarneemt, wordt de perceptie van niet-zelf stabiel gemaakt. Iemand die niet-zelf waarneemt realiseert het ontwortelen van de eigenwaan ‘Ik ben’-bevrijding hier en nu”.  (fragment uit Udana 4.1)

- “Vaccha, speculatieve visie is iets wat dat Tathagata opzij heeft gezet. Want de Tathagata, Vaccha, heeft dit gezien: ‘Zo is rupa, zo diens ontstaan, zo diens verdwijnen; zo is vedana…zo is sanna…zo is sankhara…zo is vinnana, diens ontstaan en diens verdwijnen’. Daarom, zeg ik, met de vernietiging, vervagen, beëindiging, opgeven en loslaten van alle voorstellingen, alle verzinsels, alle Ik-maken, mijn-maken, en de onderliggende neiging tot eigenwaan, is de Tathagata bevrijd door niet-hechten”. (MN72§15)

-“Vrienden, zelfs al heeft een edele leerling afstand gedaan van de vijf lagere ketens [een anagami, niet meer terugkeerder, siebe], toch, sluimert er in hem in relatie tot de vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid een resterende eigenwaan ‘Ik ben’, een verlangen ‘Ik ben’, een onderliggende neiging ‘Ik ben’, die nog niet ontworteld is.
Enige tijd later beschouwt bij het oprijzen/ontstaan en afnemen/heengaan van de vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid: “zo is rupa, zo is diens ontstaan, zo diens heengaan/verdwijnen; zo is vedana…zo is sanna…zo is sankhara…zo is vinnana, zo diens ontstaan, zo diens expireren/verdwijnen’. Terwijl hij zo het oprijzen en vervallen in de vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid beschouwt, wordt de resterende eigenwaan ‘Ik ben’, het verlangen ‘Ik ben’ en de onderliggende neiging ‘Ik ben’ die nog niet ontworteld was,  ontworteld. (fragment SN22.89*)

Beschouwing van het anatta-kenmerk in wat lijden is

-“Wanneer een monnik vaak verwijlt met een geest gewend aan de perceptie van niet-zelf in wat lijden is, is zijn geest verstoken van Ik-maken, mijn-maken en eigenwaan met betrekking tot dit bewuste lichaam en alle externe objecten; het heeft onderscheiding overstegen en is vredevol en goed bevrijd.” (fragment AN7.49)

De sutta geeft ook aan dat wanneer dit niet gebeurt, dan is nog niet echt de perceptie van niet-zelf in wat lijden is, ontwikkeld.

Het richten op Nibbana

-“Toen benaderde de eerwaarde Ananda de Gezegende, betoonde hem eerbied, ging terzijde zitten, en zei tegen hem:
“Bhante, kan een monnik zo’n staat van concentratie verkrijgen dat (1) hij geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan zou hebben met betrekking tot die bewuste lichaam; (2) hij geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan zou hebben met betrekking tot alle externe objecten; en (3) hij die bevrijding van geest zou binnengaan en er in verwijlen, bevrijding door wijsheid, waardoor er geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan is voor iemand die het binnengaat en er in verwijlt?”
“Hij kan dat, Ananda”
“Maar hoe, Bhante, kan hij zo’n staat van concentratie verkrijgen?”
“Hier, Ananda, denkt een monnik zo: ‘Dit is vredevol, dit is subliem, dat is, het kalmeren van alle activiteiten, het loslaten van alle toe-eigeningen, de vernietiging van begeerte, passieloosheid, beëindiging, nibbana’. Op deze wijze, Ananda kan een monnik zo’n staat van concentratie verkrijgen dat hij geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan meer zou hebben met betrekking tot die bewuste lichaam; hij zou geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan meer hebben met betrekking tot alle externe objecten; en hij  zou die bevrijding van geest  binnengaan en er in verwijlen, bevrijding door wijsheid, waardoor er geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan is voor iemand die het binnengaat en er in verwijlt. En het was verwijzend hier naar dat ik in de Parayana zei, in ‘De Vragen van Punnaka”.

“Na de pieken en dalen van de wereld begrepen te hebben
Wordt hij door niks in de wereld verstoord.
Vredevol, rookloos, onbezorgd, wensloos,
Heeft hij, zeg ik, geboorte en dood overgestoken” (AN3.32)

Mindfulness gericht op het lichaam

-Wanneer mindfullness gericht op het lichaam wordt ontwikkeld en gecultiveerd wordt afstand gedaan van de eigenwaan ‘Ik ben’ (AN1.588)


Offline Dorje

  • Eerwaarde Verzoek
  • *****
  • Berichten: 978
Re: Eigenwaan, mana, Hoe beeindigt het?
« Reactie #8 Gepost op: 21-03-2019 17:27 »
Beschouwing van het anatta-kenmerk in wat lijden is

-“Wanneer een monnik vaak verwijlt met een geest gewend aan de perceptie van niet-zelf in wat lijden is, is zijn geest verstoken van Ik-maken, mijn-maken en eigenwaan met betrekking tot dit bewuste lichaam en alle externe objecten; het heeft onderscheiding overstegen en is vredevol en goed bevrijd.” (fragment AN7.49)

Deze vind ik wel mooi: het beschouwen dat er in lijden ook geen zelf zit. Juist beschouwd is er dus wel lijden, maar wordt het niet toegeëigend als "mijn": mijn lijden. Lijden doet zich dus nog steeds voor, maar het toeeigenende principe kan wegvallen. Er is dan nog lichaam, er zijn dan nog externe objecten, er is dan nog lijden, maar het is niet "mijn" lijden, "mijn" externe objecten, "mijn" lichaam. Alles is dan niet-zelf.
Er is dan geen ik-maken, mijn-maken en eigenwaan meer. M.a.w. het lichaam, externe objecten en lijden hebben dan geen betrekking meer op de geest.

Het richten op Nibbana

-“Toen benaderde de eerwaarde Ananda de Gezegende, betoonde hem eerbied, ging terzijde zitten, en zei tegen hem:
“Bhante, kan een monnik zo’n staat van concentratie verkrijgen dat (1) hij geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan zou hebben met betrekking tot die bewuste lichaam; (2) hij geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan zou hebben met betrekking tot alle externe objecten; en (3) hij die bevrijding van geest zou binnengaan en er in verwijlen, bevrijding door wijsheid, waardoor er geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan is voor iemand die het binnengaat en er in verwijlt?”
“Hij kan dat, Ananda”
“Maar hoe, Bhante, kan hij zo’n staat van concentratie verkrijgen?”
“Hier, Ananda, denkt een monnik zo: ‘Dit is vredevol, dit is subliem, dat is, het kalmeren van alle activiteiten, het loslaten van alle toe-eigeningen, de vernietiging van begeerte, passieloosheid, beëindiging, nibbana’. Op deze wijze, Ananda kan een monnik zo’n staat van concentratie verkrijgen dat hij geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan meer zou hebben met betrekking tot die bewuste lichaam; hij zou geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan meer hebben met betrekking tot alle externe objecten; en hij  zou die bevrijding van geest  binnengaan en er in verwijlen, bevrijding door wijsheid, waardoor er geen Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan is voor iemand die het binnengaat en er in verwijlt. En het was verwijzend hier naar dat ik in de Parayana zei, in ‘De Vragen van Punnaka”.

“Na de pieken en dalen van de wereld begrepen te hebben
Wordt hij door niks in de wereld verstoord.
Vredevol, rookloos, onbezorgd, wensloos,
Heeft hij, zeg ik, geboorte en dood overgestoken” (AN3.32)

Mooi!
De bevrijding in dit leven, de geboorte en dood oversteken in dit leven is mogelijk. Alleen vereist het een verwijlende geest om hier in te blijven. Maar uit mededogen neemt een echte Boeddha het lijden, het lichaam toch nog op en verhoudt zich toch nog tot externe objecten en anderen, en dit alles om de leer door te geven. En hoewel er dan toch lijden, lichaam en externe objecten ervaren worden, houdt het diepe inzicht dat het niet mijn lijden, niet mijn lichaam, niet mijn externe objecten zijn, de geest rustig, vredevol en bevrijd. Niets in de wereld kan je dan nog verstoren en zo kan dood en geboorte overstegen worden. Dit gebeurt niet na de dood, maar er voor. Zolang lichaam, externe objecten en lijden nog betrekking hebben (nog toegeëigend worden) op de rust van de geest, kan dood en geboorte niet overstegen worden.

Bedankt
🙏

Dorje.

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #9 Gepost op: 21-03-2019 19:44 »
Eerwaarde Maha Boowa zegt in "Straight from the Heart" [blz. 176] over dit Ik en mijn-maken het volgende:

..”Maar wat dat diep [in onszelf] begraven ligt, is ons geloof dat de khandha’s (ons)zelf vormen. Sinds onheuglijke tijden, wat onze taal en ras dan ook was- zelfs als we gewone dieren zijn- moeten we geloven dat wij deze dingen zelf zijn, van ons zijn; dat ze een wezen zijn, het zelf van een wezen, ons eigen zelf (of jezelf). Als we deva’s worden, geloven dat we dat onze goddelijke lichamen van ons zijn. Als we hongerige geesten of wat dan ook worden, de dingen waarin we verblijven- grof of subtiel-houden we voor onszelf of van ons. Zelfs als we mensen worden en enig besef van goed en kwaad beginnen te krijgen, moeten we nog altijd geloven dat “Dit zijn wij”, of “Dit is van ons”. Van de vijf khandha’s is het lichaam (rupa) “ons”. Vedana, sanna, sankhara en vinnana zijn “ons” of “van ons”. Deze veronderstellingen liggen diep in ons begraven…”

En verderop…

…”Want het feit dat de citta de khandha’s claimt als (zich)zelf, als tot (zich)zelf behorend, is vanwege begoocheling en niks anders [blz. 177]

Neem het verschijnsel pijn. Als pijn zich voordoet dan ontstaat er meteen begeerte (het triggert de pathiganusaya, het niet willen voelen van die pijn, de weerzin, het er van weg willen). Geen Ik of zelf regelt dit. Van daaruit ontstaat het mijn-maken van die pijn. Het is mijn pijn. Ook via eigenwaan, de notie van een Ik die die pijn heeft, ben je er direct bij betrokken. Hierdoor wordt die pijn echt onze pijn, jouw-pijn, mijn-pijn. Dit speelt zich ongewild af. Je kunt niet even zomaar besluiten ‘nou ervaar ik die pijn niet meer als mijn-pijn”. Hooguit een tel en dan neemt instinct het weer over. Zo diep ingebakken zit dit.

In hetzelfde boek zegt eerwaarde Maha Boowa ook: “Normaal gesproken is de citta stralend en altijd klaar om contact te maken met van alles en nog wat. Hoewel alle verschijnselen zonder uitzondering vallen onder de wetten van die drie kenmerken- dukkha, anicca en anatta- de ware natuur van de citta valt niet onder deze wetten” [blz. 173]

Geboorte en dood zijn volgens hem aangelegenheden van de citta die aangetast is door kilesa’s [blz173].
De citta die niet meer wordt aangetast of beinvloed door kilesa’s (waaronder ook avijja uiteraard), noemt hij the genuine citta, de authentieke, de wezenlijke citta. Dit verwijst naar de zuiverheid van het sa-upadisesa Nibbana van de arahant [blz. 174].

Lastige kost...wel graag gehoord en gelezen (kan een valkuil zijn)… natuurlijk bekend via mahayana…

Eerwaarde maha boowa zegt ook [blz.173] de natuurlijke kracht van de citta zelf is dat het weet (knows) en niet sterft. ”Deze doodloosheid is iets dat voorbij desintegratie ligt”.

Dit zien we niet, we zijn hier niet bewust van omdat conventionele realiteiten betrokken raken in de citta en het omgeven, zodat het gedrag van de citta zich grondig aan hen conformeert.

Toch, ik blijf het raar vinden dat als weten eigen is aan de natuur van geest is die ongeboren is, die niet desintegreert, hoe kan dan toch dit weten verdwijnen bijvoorbeeld in diepe droomloze slaap?

Siebe



Offline Dorje

  • Eerwaarde Verzoek
  • *****
  • Berichten: 978
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #10 Gepost op: 21-03-2019 21:13 »
Ik ben daar van aan het terugkomen, dat er iets is dat niet komt en gaat, hoe subtiel ook, hoe zuiver ook, hoe genuine ook, citta, kennendheid of bewustzijn. Het enige dat niet komt en gaat is de leegte, niets dus, de achtergrond waarin alles opkomt. Dat is geen kennend iets, dat is geen citta volgens mij, maar leegte, nietsheid. Maar geen gapende leegte, het is de leegte die voorafgaat aan alles wat verschijnt, die aan kennendheid voorafgaat en die dus kennendheid mogelijk maakt, maar daarom niet zelf kennend is. Dat is erg moeilijk om over na te denken. Maar uit die leegte lijkt vanalles op te komen, dat gekend kan worden, maar de leegte zelf kent niet en kan ook niet gekend worden. Via het kennen kan je wel de leegte die aan wat je denkt te zijn en aan alles dat je denkt te kennen voorafgaat op het spoor komen. Maar in de leegte zelf valt alle kennen weg.

Hoe dan ook, het is allesinds niet-zelf, het is niet ik, niet mijn, niet mijn zelf, ook geen subtiel zelf, geen zuiver zelf. Er is niets identificeerbaar in leegte en toch komt kennen er uit voort. Maar leegte gaat nog vooraf aan het kennen, zo vind ik het het best te verwoorden op dit moment.

Ik zou dus niet durven stellen dat er in Mahayana een citta wordt opgevoerd die blijvend zou zijn. De hartsutra is zowat het hart van Mahayana, probeer daar maar eens iets blijvends in te vinden: er is geen oog, er is geen oor, er is geen bewustzijn, ...

In Het Mahayana staat "leegte" centraal. Het gaat om inzicht te krijgen in de leegte van zichzelf en alles, wat neer komt in het ontbreken van zelf, van iets blijvends. Hoe zie jij dat dan te rijmen met een citta die blijvend is?


Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #11 Gepost op: 22-03-2019 12:33 »
Volgens mij verwijst de eerwaarde Maha Boowa met de ware natuur van de citta ook naar diens in essentie lege natuur. Die leegte zou dan niet desintegreren en niet vallen onder de wetten van dukkha, anicca en anatta.

Elk verschijnsel wat opkomt, of het nu begeerte is, de eigenwaan 'Ik ben', haat, gevoelens, voorstellingen, bewustzijn, etc. dat desintegreert wel, en valt wel onder de wetten van dukkha, anicca en anatta, anders dan de ware natuur van de citta.

Als verschijnselen opkomen dan ontstaat daar instinctief een betrokkenheid in via mijn-maken en Ik-maken.
Er is een instinctief grijpen naar opkomende verschijnselen zoals woede, gedachten, neigingen. De geest spint zo rond, gaat rondtollen in haar eigen bewegingen, in haar eigen gedachtengangen of voorstellingen. 
Dat verhindert dat we zien dat de ware natuur van geest eigenlijk leeg is en niet desintegreert.
Wat desintegreert is dat rondtollen in gedachten en voorstellingen, maar de ware natuur van geest desintegreert niet. Zo lijkt de de Thai Forest leraar Maha Boowa dat ongeveer te omschrijven.

Mahayana spreekt ook over de natuur van geest en ziet dat ook als iets wat niet komt en gaat. Je kunt dit ook Dzogchen noemen of Mahamudra. Dat zijn ook namen die gebruikt worden om een traditie aan te duiden maar eigenlijk verwijzen ze naar het niet-desintegrerende. Ik snap trouwens niet waarom ze niet gewoon de naam Nibbana zijn blijven gebruiken, de naam die in de Pali suttas wordt gebruikt voor het niet-desintegrerende.

Het niet desintegrerende krijgt ook allerlei andere namen als de dharmakaya, boeddha-natuur, allesdoordringende leegte. Mahayana geeft ook aan (trouwens net als eerwaarde Maha Boowa), dat dit niet desintegrerende de ware identiteit is van de Boeddha, Dhamma en Sangha. Het ware gezicht.

Je kunt de Boeddha zien als mens van vlees en bloed, de Dhamma als de verzameling onderrichtingen en de Sangha als de gemeenschap, maar je kunt de Boeddha, Dhamma en Sangha ook verstaan naar het ultieme, het niet desintegrerende. Dat heeft mij ook altijd het meest aangesproken, en dat is het spoor van mahayana en trouwens ook van de Thai Forest meesters heb ik gelezen.

Over dat kennend of niet kennend zijn van leegte, misschien moeten we eerst maar eens goed leeg worden om dat te bepalen? Ik voel wel met je gedachten mee, maar het is ook maar een lijn van gedachten, zoals je zelf ook wel weet.

Siebe
« Laatst bewerkt op: 22-03-2019 12:46 door Sybe »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana, wat betekent het als eigenwaan verdwenen is?
« Reactie #12 Gepost op: 22-03-2019 12:42 »
Wat betekent het als Ik-maken, mijn-maken en de onderliggende neiging tot eigenwaan volledig verdwenen is?

-“Als de voorstelling ‘Ik ben’ afwezig is, is afstand gedaan van de pijl van onzekerheid en verbaasdheid.”  (Net§146)

SN28.1 geeft aan dat Sariputta de eerste jhana binnenging en er in verwijlde, maar het deed zich niet aan hem voor ‘Ik realiseer de eerste jhana’, of ‘Ik heb de eerste jhana gerealiseerd’, of ‘Ik ben uit de eerste jhana gekomen’. Er wordt gezegd dat dit wel moet komen omdat Ik-maken, mijn-maken en de onderliggende neiging tot eigenwaan voor lange tijd op grondige wijze zijn ontworteld in de eerwaarde Sariputta.
SN28.2-4 beschrijven precies hetzelfde maar nu voor de andere rupa jhana’s.
SN28.5-8 beschrijven precies hetzelfde maar nu voor de vier arupa jhana’s.
SN28.9 beschrijft dit tenslotte ook voor de beëindiging van waarneming en gevoel.

Kortom, er is dus kennelijk niet meer het idee van een Ik die een bepaalde staat binnengaat en er in verwijlt en weer uit komt als mijn-maken, Ik-maken en de onderliggende neiging tot eigenwaan verdwenen is. 

SN35.69 beschrijft hoe eerwaarde Upasena wordt gebeten door een giftige adder, wiens gif er voor zorgt dat diens vlees ter plekke ontbindt. Maar hij raakt er totaal niet door verontrust, ook al valt zijn lichaam uiteen door dat gif. Dit komt, zo wordt gezegd, doordat Ik maken, mijn-maken en de onderliggende neiging tot eigenwaan op grondige wijze ontworteld zijn.

Dus, zelfs in de ogen van de dood kijkend is er dan geen enkele onrust of angst.

SN21.2 beschrijft dat er voor de eerwaarde Sariputta  niets in de wereld is waarvan diens verandering en wijziging, verdriet, geweeklaag, pijn, ongenoegen en wanhoop zou kunnen veroorzaken. Zelfs niet het overlijden van Boeddha. Hij zou echter wel beseffen dat wanneer de Boeddha nog langer zou hebben geleefd, dat dat voor het welzijn en geluk zou zijn voor de menigte, zowel deva’s als mensen.
Ook dit gebrek aan verdriet over de eventuele dood van de Boeddha wordt toegeschreven aan het grondig ontwortelen van Ik-maken, mijn-maken en onderliggende neiging tot eigenwaan.

Er is dus geen mentale aangedaanheid meer.

-“Er is geluk en onthechting voor degene die tevreden is,
Die de Dhamma gehoord heeft, en die ziet,
Er is geluk voor hij die vrij is van kwade wil in de wereld,
Die beheerst is jegens ademende wezens”.

“De staat van passieloosheid in de wereld is geluk.,
Het volledig overstijgen van zintuiglijke verlangens
Maar voor hij die de eigenwaan ‘Ik ben' heeft verwijderd
Dit is inderdaad het hoogste geluk”. (Udana2.1)

De eigenwaan ‘Ik ben’ is dus eigenlijk een last en Udana 2.1 beschrijft het verdwijnen er van als het hoogste geluk.

Via de eigenwaan 'Ik ben' zijn we ook betrokken bij wat wordt ervaren en is er geen volledige onthechting.

In de volgende post nog een laatste sutta over eigenwaan. Het betreft SN22.89. Ik vind dit een hele informatieve sutta. Misschien is het ook leerzaam om die eens samen te bespreken. Of wellicht kunnen we verder van gedachten wisselen over dit onderwerp eigenwaan.

Offline Dorje

  • Eerwaarde Verzoek
  • *****
  • Berichten: 978
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #13 Gepost op: 22-03-2019 14:20 »
Ok, maar dan lijkt het mij duidelijker uitgedrukt dat citta, hoe zuiver ook, komt en gaat, maar dat de ware natuur van dat wat komt en gaat leegte is, dat zelf niet komt en gaat.

Het is dan de natuur (de aard) van de geest die niet komt en gaat, en dus niet de geest zelf. Geest is en blijft dan een steeds veranderlijk iets, iets dat opkomt, ervaart, kent en weer verdwijnt.

De aard ervan, leegte, verandert niet, het kent geen eigenschappen, geen zuiver, noch onzuiver, geen kennendheid en geen onwetendheid. Enkel dat wat opkomt, bvb. geest, heeft kennelijk kenmerken, is zuiver of onzuiver, is kennend of onwetend, is gediferentieerd en desintegreert dus ook weer.

Nu, dit geldt niet alleen voor geest, volgens Mahayana toch, maar geldt ook voor de verschijnselen die geest kent, ook deze zijn van aard, van natuur leeg. Hun aard of natuur kent geen eigenschappen, geen zuiver of onzuiver, alleen zoals het opkomt in geest, krijgt het kennelijk kenmerken als zuiver en onzuiver, is het gediferentieerd en desintegreert het dus ook weer.

Het zijn dus niet de verschijnselen zelf die zuiver of onzuiver zijn, het is de geest die ze als zuiver of onzuiver ervaart en er dus naar grijpt of ze afstoot. Die instinctieve betrokkenheid van geest (aantrekken en afstoten) die er ik en mijn van maakt is dus ook van aard, van natuur leeg, net als de geest ook leeg is. En het is juist het inzicht hierin dat het instinct kan doorbreken.

M.a.w. indringend inzicht in de aard van zowel verschijnselen, als de kenner er van, heeft dan de potentie om heel het instinctieve proces door te snijden.

Dus je kan dit op twee manieren benaderen: je instincten proberen onder controle te krijgen zodat ze stilaan minder verhinderen te zien dat de ware natuur van de geest leeg is. Of via onderzoek inzicht opdoen in de ware aard van de verschijnselen en van die instincten er op, de aard ervan onderzoeken en bloot leggen, waardoor ook de aard van de onderzoeker zelf uiteindelijk ook in het vizier komt en bloot gelegd wordt.

Woorden, manieren van uitdrukken hoef je daarvoor niet te schuwen, zolang je maar bewust blijft dat de woorden, de manier van uitdrukken inderdaad maar lijnen van gedachten zijn, die in je zelf onderzocht moeten worden. Maar wat je in dat onderzoek wel kunt ontdekken is dat alles maar een lijn van gedachten is, ook dat wat van de Boeddha is overgeleverd, ook dat wat Siebe zegt over die Boeddha, en natuurlijk ook dat wat ik zeg… en dat dat wat ontdekt kan worden niet in die woorden ligt. Dus welke woorden je er ook aan geeft, dat doet er dan niet zo toe, wat het in je wakker maakt wel. Voor mij maakt het ontbreken van elke eigenschap in leegte, zelfs kennendheid, iets wakker en het nodigt mij uit om in mijn onderzoek zelfs het kennen te durven loslaten. Voor mij zwengelt de uitdrukking dat het niet geest is die niet komt en gaat, maar de aard/natuur ervan (zoals ook duidelijk in de teksten naar wordt verwezen) het onderzoek naar de aard van die geest juist aan, in plaats van naar de geest zelf. Voor jou kan dit anders zijn.

Dus laten we inderdaad maar eens goed leeg worden (wie weet ook leeg aan kennen) om dit alles zelf te onderzoeken, maar laten we het niet na om er op zo'n forum als hier nu ook al over uit te wisselen, er woorden aan te geven, geen woorden van waarheid, geen gefixeerde woorden van zo is het en niet anders, maar woorden die kunnen inspireren, of juist niet. Dat hangt dan niet af van de woorden zelf, maar van de geest die ze tot zich neemt.

Lege groeten,

Dorje.



P.S. Twee keer diep ademenen alvorens te reageren hee. Ik heb nu al het gevoel dat je haren rechtop gaan staan, maar ik kan (hopelijk) mis zijn. Ik reageer maar op wat er staat vanuit hoe ik het op dit moment aanvoel, morgen kan dat weer anders zijn, dus je hoeft het niet als een gefixeerd iets te beschouwen. Ik blijf onderzoeken, Siebe, onderzoeken, onderzoeken... er zit niets anders op.



« Laatst bewerkt op: 22-03-2019 14:25 door Dorje »

Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #14 Gepost op: 22-03-2019 18:12 »
Ik heb nog wat adem ;D

“Wanneer het tijdstip van de dood komt, laat het gebeuren. Er is geen angst meer, omdat de dood in zijn geheel een zaak is van rupa, vedana, sanna, sankhara en vinnana. Het is geen zaak van de “wetende” (the knower)- het hart, dat uiteenvalt. Het is niet de wetende- het hart- (the hearth) die sterft. Alleen die andere dingen sterven.  De citta’s betekenissen en veronderstellingen hebben het alleen maar tot angst verleid [het engels is mooier…fooled het into fear, maar wist niet goed hoe dat te vertalen, siebe].  Als we inzicht krijgen in het feit dat dat deze betekenissen en veronderstellingen illusies zijn en niet waard om te geloven, zal de citta zich innerlijk terugtrekken, ze niet langer gelovend, maar in plaats daarvan de waarheid gelovend, de wijsheid (panna) gelovend die de zaken op een grondige manier onderzocht heeft” [blz187, uit “Streight from the Heart”]

Zoals jij ook zegt, we moeten constant doorgaan met onderzoeken, geeft eerwaarde Maha Boowa ook aan. Zijn wij nou die betekenissen en veronderstellingen die in de geest ronddolen en waardoor we een bepaald begrip van zaken ontwikkelen? Bijvoorbeeld is het waar dat wij het lichaam zijn, dat we gevoelens zijn, dat we mentale formaties zijn? Zijn we de pijn die we voelen, bijvoorbeeld. We moeten dit niet abstract of filosofisch benaderen, maar als er pijn is moeten dit rechtstreeks op deze manier bevragen. Zijn we die pijn?

Eerwaarde Maha Boowa schetst het beeld dat als we dit alles grondig onderzoeken, dan zullen we zullen we ontdekken dat de citta, het hart, de geest, zijn eigen realiteit heeft en de khandha’s ook.

Het zijn alleen maar patronen, neigingen, denkbeelden, die al eonenlang bestaan, die ons de overtuiging geven dat we het lichaam zijn, de gevoelens, de mentale formaties etc. of dat we een Ik zijn die deze conditioneringen bezit. Panna, wijsheid, kan hier volledig doorheen breken, geeft hij aan.

Kennelijk ziet eerwaarde Maha Boowa dit hart, the genuince citta, dat je je volgens mij niet moet voorstellen als een begrensd iets, als iets wat niet sterft. De dood is kennelijk alleen een aangelegenheid van de khandha’s en wij zijn niet de khandha’s noch zijn de khandha’s van-ons.

Op een bepaald niveau heeft alles dezelfde smaak. Hij zegt: “een slechte gedachte verschijnt en verdwijnt.
Welke soort gedachte dan ook ontstaat, het is enkel een formatie, en als zodanig verdwijnt het. Als honderd formaties verschijnen, verdwijnen alle honderd. Er zit geen duurzaamheid aan hun vast wezenlijk genoeg voor ons om ze te vertrouwen” [blz. 188].

In andere woorden, alle formaties zijn ook leeg, niet substantieel. Wat dan ook de aard heeft van ontstaan dat zal ook weer eindigen. We zijn dat niet, noch is dat ons bezit. In de teksten over eigenwaan, zie ik ook duidelijk dat besef van deze vergankelijkheid van verschijnselen uiteindelijk kan leiden tot het volledig eindigen van de eigenwaan 'Ik ben'.

We kunnen een staat realiseren waarin de geest heel helder is, stralend (radiant). Opmerkelijk…precies dat is de avijja-citta zegt eerwaarde Maha Boowa. Precies dit is de citta die zorgt voor geboorte en dood. Ook de straling is uiteindelijk niet duurzaam. We hoeven niet bang te zijn dat we zelf verloren gaan als deze straling verdwijnt.

Als mensen het niet hebben gehoord, zo zegt hij, vallen ze als een blok voor deze avijja, citta, deze stralende citta. Hij zegt..”als we het eenmaal met scherpe wijsheid (panna) hebben onderzocht, zal dit verschijnsel oplossen op een volkomen onverwachte manier. Op hetzelfde moment, kun je het Ontwaken noemen, of het afsluiten van de kerkhoven van de ronde van wedergeboorte"…"Als eenmaal dit verschijnsel opgelost is, zal iets nog wonderbaarlijkers zich al zijn compleetheid onthullen wat wordt verhuld door avijja.

Hierover spreekt de eerwaarde Maha Boowa als arahantschap. Dus dit is niet het moment van stroom-intrede, of het openen van het Dhamma-oog.

Offline Dorje

  • Eerwaarde Verzoek
  • *****
  • Berichten: 978
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #15 Gepost op: 22-03-2019 19:57 »
Ik heb nog wat adem ;D

Dan ben ik heel blij dat ik mij vergist heb.
:D

Is een mooie tekst en ook goed becommentarieerd.
Ik kan het helemaal volgen tot en met de heldere avijja-citta, die ook moet doorzien worden, wat sterk lijkt op dat de helderheid ook leeg is van natuur/aard.

Maar waar ik niet helemaal in volg is dat er toch nog iets is dat blijvend is dat een kenmerk heeft, nl. kennendheid. Dat lijkt mij toch nog iets om aan vast te houden. Maar aan de andere kant kan het een manier van uitdrukken zijn van iets dat toch niet uit te drukken valt. Volgens mij zou de Boeddha hierop gezegd hebben dat zowel "er is kennendheid in leegte", als "er is geen kennendheid in leegte" viisies zijn en dus niet waar, noch onwaar.

Ik ga er dus ook niet mee eens, noch mee oneens.
:)

We houden het dus best op onderzoeken, onderzoeken, onderzoeken...

Onderzoekende groeten,

Dorje.









Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #16 Gepost op: 22-03-2019 20:07 »
We houden het dus best op onderzoeken, onderzoeken, onderzoeken...
Onderzoekende groeten,
Dorje.

Ja, begrijp je twijfels denk ik wel. Ik sluit me aan bij onderzoeken, onderzoeken.

groeten van de avijja-citta genaamd Siebe

Offline Dorje

  • Eerwaarde Verzoek
  • *****
  • Berichten: 978
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #17 Gepost op: 22-03-2019 20:25 »
:)

Namastee,
(vanuit de leegte waar ik uit besta groet ik dezelfde leegte waar jij uit bestaat)
🙏



Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana, Slot, Samyutta Nikaya 22.89
« Reactie #18 Gepost op: 23-03-2019 12:18 »
Tot slot van deze serie posten over eigenwaan heb ik hieronder SN22.89 in zijn geheel vertaald. Er zit nogal wat informatie in deze sutta, vind ik. Misschien kunnen we er eens verder over praten.

Samyutta Nikaya 22.89, Met Khemaka.

Een aantal oudere monniken verbleven eens in Kosambi in Ghosita’s park. De eerwaarde Khemaka leefde op dat moment in het Jujube Bomen Park, ziek, aangedaan, ernstig ziek.
Toen kwamen deze oudere monniken s’ avonds uit hun afzondering en zeiden tegen de eerwaarde Dasaka dit: “Kom, vriend Dasaka, ga naar de monnik Khemaka en zeg tegen hem: ‘De ouderlingen zeggen tegen jou, vriend Khemaka: 'We hopen dat je het moedig volhoudt, vriend, we hopen dat je beter wordt. We hopen dat je pijnlijk gevoelens afnemen en niet toenemen, en dat hun afname en niet hun toename wordt vastgesteld’”.
“Ja, vrienden”, antwoordde de eerwaarde Dasaka, en hij benaderde de eerwaarde Khemaka en leverde zijn boodschap af.
[De eerwaarde Khemaka antwoordde]: “Ik weersta het niet, vriend, ik word niet beter. Sterke pijnlijke gevoelens nemen toe in mij, niet hun afname, en hun toename en niet hun afname wordt onderscheiden”.
Toen benaderde de eerwaarde Dasaka de oudere monniken en deed verslag van wat de eerwaarde Khemaka had gezegd.

Ze zeiden tegen hem: “Kom, vriend, Dasaka, ga naar de eerwaarde Khemaka en zeg tegen hem: “De ouderlingen zeggen tegen jou, vriend Khemaka: Over deze vijf aggregaten die onderhevig zijn aan gehechtheid heeft de Gezegende gesproken; dit is het rupa aggregaat onderhevig aan gehechtheid, het vedana aggregaat onderhevig aan gehechtheid, het sanna aggregaat onderhevig aan gehechtheid, het sankhara aggregaat onderhevig aan gehechtheid, het vinnana aggregaat onderhevig aan gehechtheid. Beschouwt de eerwaarde Khemaka iets als zelf of als behorend tot zelf onder deze vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid?’
“Ja, vrienden”, antwoordde de eerwaarde Dasaka, en hij benaderde de eerwaarde Khemaka en leverde zijn boodschap af.

[De eerwaarde Khemaka antwoordde:] “Over deze vijf aggregaten die onderhevig zijn aan gehechtheid heeft de Gezegende gesproken; dit is het rupa aggregaat onderhevig aan gehechtheid, het vedana…het sanna…het sankhara en vinnana aggregaat onderhevig aan gehechtheid. Onder deze vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid beschouw ik niets als zelf of als behorend tot zelf”.

Toen ging de eerwaarde Dasaka naar de oudere monniken en deed verslag van wat de eerwaarde Khemaka had gezegd. Ze antwoordden: “Kom, vriend Daska, ga naar de monnik Khemaka en zeg tegen hem: ‘De ouderlingen zeggen tegen jou, vriend Khemaka: “Over deze vijf aggregaten die onderhevig zijn aan gehechtheid heeft de Gezegende gesproken; dit is het rupa aggregaat onderhevig aan gehechtheid, het vedana…het sanna…het sankhara en vinnana aggregaat onderhevig aan gehechtheid. Als de eerwaarde Khemaka niets onder deze vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid beschouwt als zelf of behorend tot zelf, dan is hij een arahant, iemand wiens bezoedelingen zijn vernietigd”.
“Ja, vrienden, antwoordde de eerwaarde Dasaka en hij benaderde de eerwaarde Khemaka en leverde zijn boodschap af.

[De eerwaarde Khemaka antwoordde:] : “Over deze vijf aggregaten die onderhevig zijn aan gehechtheid heeft de Gezegende gesproken; dit is het rupa aggregaat onderhevig aan gehechtheid, het vedana…het sanna…het sankhara en vinnana aggregaat onderhevig aan gehechtheid. Onder deze vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid beschouw ik niets als zelf of als behorend tot zelf, niettemin, ik ben geen arahant, iemand wiens bezoedelingen (asava’s) zijn vernietigd.  Vrienden, [de notie] ‘Ik ben’ is nog niet verdwenen in mij betreffende deze vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid, maar ik beschouw [niets onder hen] als ‘Dit ben ik’”.

Toen ging de eerwaarde Dasaka naar de oudere monniken en deed verslag van wat de eerwaarde Khemaka had gezegd. Ze antwoordden: “Kom, vriend Daska, ga naar de monnik Khemaka en zeg tegen hem: ‘De ouderlingen zeggen tegen jou, vriend Khemaka: Vriend Khemaka, wanneer je over dit ‘Ik ben’ spreekt- waarover spreek je dan als ‘Ik ben’? Spreek je over rupa als ‘Ik ben’, of spreek je over ‘Ik ben’ los van rupa? Spreek je over vedana…over sanna…over sankhara …over vinnana als ‘Ik ben’ of spreek je over ‘Ik ben’ los van vinnana? Wanneer je over dit ‘Ik ben’ spreekt, vriend Khemaka, waarover spreek je dan als ‘Ik ben’?
“Ja, vrienden, antwoordde de eerwaarde Dasaka en hij benaderde de eerwaarde Khemaka en leverde zijn boodschap af.

“Genoeg, vriend Dasaka! Waarom heen en weer blijven lopen? Breng me mijn stok, vriend. Ik zal zelf naar de oudere monniken gaan”.
Toen benaderde de eerwaarde Khemaka de oudere monniken al leunend op zijn stok, wisselde begroetingen uit, en ging terzijde zitten. De oudere monniken zeiden tegen hem: “Vriend Khemaka,  wanneer je over dit ‘Ik ben’ spreekt- waarover spreek je dan als ‘Ik ben’? Spreek je over rupa als ‘Ik ben’, of spreek je over ‘Ik ben’ los van rupa? Spreek je over vedana…over sanna…over sankhara …over vinnana als ‘Ik ben’ of spreek je over ‘Ik ben’ los van vinnana? Wanneer je over dit ‘Ik ben’ spreekt, vriend Khemaka, waarover spreek je dan als ‘Ik ben’?

“Vrienden, ik spreek niet over rupa als ‘Ik ben’ noch spreek ik over ‘Ik ben’ los van rupa. Ik spreek niet over vedana als ‘Ik ben’…noch over sanna als ‘Ik ben’…noch over sankhara als ‘Ik ben’…noch over vinnana als ‘Ik ben’ noch als ‘Ik ben’ los van vinnana. Vrienden, hoewel [ de notie’] ‘Ik ben’ nog niet in mij verdwenen is in relatie tot deze vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid, toch beschouw ik [niet één onder hen] als ‘Dit ben ik’.
Stel, vrienden, er is de geur van een blauwe, rode of witte lotus. Zou iemand op de juiste wijze spreken als iemand zou zeggen,  ‘de geur behoort tot de bloemblaadjes’ of ‘de geur behoort tot de stengel’, of ‘de geur behoort tot de stamper’?
“Nee, vriend”
“En hoe, vrienden, zou men moeten antwoorden als men op de juiste wijze zou antwoorden?”
“Op de juiste wijze antwoordend, dient men te antwoorden: ‘de geur behoort tot de bloem’”
Zo, vrienden, spreek ik ook niet over rupa als ‘Ik ben’ noch spreek ik over ‘Ik ben’ los van rupa. Ik spreek niet over vedana als ‘Ik ben’…noch over sanna als ‘Ik ben’…noch over sankhara als ‘Ik ben’…noch over vinnana als ‘Ik ben’ noch als ‘Ik ben’ los van vinnana. Vrienden, hoewel [ de notie’] ‘Ik ben’ nog niet in mij verdwenen is in relatie tot deze vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid, toch beschouw ik [niets onder hen] als ‘Dit ben ik’.

“Vrienden, zelfs al heeft een edele leerling afstand gedaan van de vijf lagere ketens [een anagami, niet meer terugkeerder, siebe], toch, sluimert er in hem in relatie tot de vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid een resterende eigenwaan ‘Ik ben’, een verlangen ‘Ik ben’, een onderliggende neiging ‘Ik ben’, die nog niet ontworteld is.
Enige tijd later beschouwt bij het ontstaan en verdwijnen van de vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid: “zo is rupa, zo is diens ontstaan, zo diens heengaan; zo is vedana…zo is sanna…zo zijn sankhara…zo is vinnana, zo diens ontstaan, zo diens expireren’. Terwijl hij zo het ontstaan en heengaan in de vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid beschouwt, wordt de resterende eigenwaan ‘Ik ben’, het verlangen ‘Ik ben’ en de onderliggende neiging ‘Ik ben’ die nog niet ontworteld was,  ontworteld.

Stel, vrienden, dat een kledingstuk vies en bevlekt is geworden, en diens eigenaar geeft het aan een wasser. De wasser zou het gelijkmatig inzepen met schoonmaakzout, loog, of koeienmest en in schoon water spoelen. Hoewel dat kledingstuk zuiver en schoon zou worden, zou het nog altijd een resterende geur bezitten van schoonmaakzout, loog en koeienmest die nog niet verdwenen is. De wasser zou het dan teruggeven aan de eigenaar. De eigenaar zou het in een lekker ruikende kist opbergen, en de resterende geur van schoonmaakzout, loog en koeienmest die nog niet verdwenen was, zou verdwijnen.
“Zo ook, vrienden, hoewel een edele leerling afstand heeft gedaan van de vijf lagere ketens, toch, sluimert er in hem een resterende eigenwaan ‘Ik ben’, een verlangen ‘Ik ben’, een onderliggende neiging ‘Ik ben’ die nog niet ontworteld is…. Terwijl hij zo het ontstaan en verdwijnen in de vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid beschouwt, wordt de resterende eigenwaan ‘Ik ben’, het verlangen ‘Ik ben’ en de onderliggende neiging ‘Ik ben’ dat nog niet ontworteld was,  ontworteld.

Toen dit gezegd werd zeiden de oudere monniken tegen de eerwaarde Khemaka: “We stelden geen vragen om de eerwaarde Khemaka te bezwaren maar we dachten dat de eerwaarde Khemaka in staat zou zijn om de onderrichtingen van de Boeddha in de detail uit te leggen, te onderwijzen, te verkondigen, te vestigen, te onthullen, te analyseren en te verhelderen. En de eerwaarde Khemaka heeft de onderrichtingen van de Gezegende in detail uitgelegd, onderwezen, verkondigd, gevestigd, onthuld, geanalyseerd, en verhelderd”.
Dit is wat de eerwaarde Khemaka zei. Opgetogen verheugden de oudere monniken zich in de verklaring van de eerwaarde Khemaka. En terwijl dit onderricht werd gesproken werden de geesten van zestig oudere monniken en die van de eerwaarde Khemaka bevrijd van de asava’s door niet-hechten.” (SN22.89, geheel)

Ben wel benieuwd wat jullie van deze sutta vinden en van dit topic over eigenwaan.

groet,
Siebe


« Laatst bewerkt op: 23-03-2019 12:21 door Sybe »

Offline Dorje

  • Eerwaarde Verzoek
  • *****
  • Berichten: 978
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #19 Gepost op: 23-03-2019 17:44 »
Mooie sutta. Mooi beeld van die geur die nog blijft hangen en er nog uit moet dampen, ook al is het kledingstuk al mooi gewassen.

Het komt op hetzelfde neer als de conclusie waar wij ook toe gekomen zijn: blijven onderzoeken, onderzoeken. Het opkomen en weer verdwijnen van de vijf aggregaten onderhevig aan gehechtheid beschouwen. Klinkt redelijk Dzogchen achtig, alleen bij dit laatste wordt ook het opkomen en verdwijnen van de beschouwer/onderzoeker hiervan beschouwd/onderzocht. Maar daar kom je misschien vanzelf op uit als je de aggregaten beschouwt waaruit ook de beschouwer/onderzoeker is uit samengesteld.

Onderzoekende groeten,

Dorje.




Offline Passievrucht

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 3358
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #20 Gepost op: 23-03-2019 19:39 »

wat ruik ik toch steeds?

Ik dacht dat het die Vlaming was maar misschien ruik ik mezelf wel?

Siebe, walmend van de 'Ik ben' geur

Offline Dorje

  • Eerwaarde Verzoek
  • *****
  • Berichten: 978
Re: Eigenwaan, mana
« Reactie #21 Gepost op: 23-03-2019 20:16 »
Ik dacht dat het die Vlaming was maar misschien ruik ik mezelf wel?

Dat is een waarheid als een koe. We denken altijd de ander te ruiken, maar ruiken alleen maar onszelf.

En dat is geen oordeel, want dat geld ook en zelfs in de eerste plaats voor mij.