Auteur Topic: De dhammapada  (gelezen 18683 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2854
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
De dhammapada
« Gepost op: 20-07-2008 10:50 »
De dhammapada

De Dhammapada is een verzameling van 423 korte verzen, waarin diverse aspecten van de leer van de Boeddha beschreven worden. De verzen staan vaak op zichzelf, en men kan de Dhammapada daarom gewoon even kort op een willekeurige plaats inkijken voor inspiratie of uit nieuwgierigheid. Maar men kan ook een hoofdstukje lezen, waarin de verzen over een bepaald onderwerp gegroepeerd zijn.

Een aantal van de onderwerpen die in de Dhammapada aan bod komen zijn bijvoorbeeld: geluk, de wijze, waakzaamheid, het geliefde, boosheid, zichzelf, de wereld, en nog vele andere onderwerpen...

In deze vertaling van de Dhammapada is niet slechts de betekenis van de verzen naar het Nederlands vertaald, maar is ook getracht de verzen in goedlopend modern Nederlands te zetten, met een benadering van de stijl van de originele verzen in de taal Pali.

Lees de Dhammapada hieronder:

http://www.suttas.net/suttas/khuddaka-nikaya/dhammapada/index.php

.
« Laatst bewerkt op: 20-12-2011 22:51 door lord rainbow »
met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #1 Gepost op: 11-01-2012 11:09 »
Lijden volgt degene die kwaad doet

001. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.

manopubbangama dhamma manosettha manomaya manasa ce padutthena bhasati va karoti va tato nam dukkhamanveti cakkam'va vahato padam

Alles wat wij ervaren, begint bij gedachten. Onze woorden en daden ontstaan uit gedachten. Als wij spreken of handelen met kwade gedachten, dan zijn onaangename ervaringen en omstandigheden onvermijdelijk. Wij creëren dan slechte omstandigheden, waar wij ook heengaan, omdat we slechte gedachten met ons meedragen. Dit lijden kunnen we niet van ons afschudden zolang we gebonden zijn aan onze kwade gedachten. Dit is zoals het wiel van een kar dat de hoeven volgt van een os die aan een kar gespannen is. Het karrenwiel, tezamen met de zware last van de kar, blijft de trekkende os volgen. Het dier is aan deze zware last gebonden en kan die niet verlaten.

dhamma manopubbhangama manosettha manomaya ce padutthena manasa bhasati va karoti va tato dukkham nam anveti vahato padam cakkam iva

dhamma: ervaring; manopubbhangama: gedachten gaan vooraf; manosettha: gedachten zijn overheersend; manomaya: door gedachten gecreëerd; ce: daarom; padutthena: (met) onzuivere; manasa: gedachten; bhasati va: (iemand) spreekt; karoti va: of handeld; tato: daarom; dukkham: lijden; nam: die persoon; anveti: volgt; vahato padam: trekkende dier; cakkam iva: zoals het wiel van de kar.” (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

Dhamma is een term die vele betekenissen heeft. In dit kader wordt er Karma mee bedoeld, als intentie tot handeling en met name wat betreft geweld (cetana) en de specifieke mentale staten die hier mee verbonden zijn. Het gaat dus om morele of immorele typen van bewustzijn. In dit vers verwijst de term Dhamma naar kwade mentale formaties (cetasikas). Het is duidelijk dat geen mentale formaties mogelijk zijn zonder een denkvermogen (“mano” of geest [1]). Het denken is de oorsprong van alle goede of slechte mentale formaties. Cetana of geweld is de belangrijkste van de mentale formaties, omdat het specifiek Karma teweeg brengt. De Boeddha stelt geweld zelfs gelijk met Karma: "Ik verklaar dat cetana (geweld) Karma is".

De menselijke geest, het menselijke denken gaat vooraf aan alle acties en is het principiële element wat betreft het vormen van daden (intentie) als het uitvoeren van daden (actie). De geest [1] (denkvermogen) ontwerpt en reguleert de te nemen actie. Woorden en daden zijn immers en product van dit denken. De Boeddha legt in bovenstaand Dhammapada-vers een grote nadruk op de rol die de geest (mano) speelt in het leven van de mens, en legt uit hoe bepaalde daden uitmonden in goed en kwaad als gevolg van de zuivere en onzuivere staat van de geest. Hij geeft aan dat elke intentionele daad onvermijdelijk consequenties heeft in Karmisch opzicht.

   “Alles wat in de drie werelden verschijnt komt voort uit de geest. Daarom onderwijzen de Boeddha’s van verleden en toekomst van geest tot geest, zonder zich te bekommeren om omschrijvingen.
Maar als zij het niet omschrijven, wat bedoelen ze dan met de geest?
Jij vraagt dat. Dat is jouw geest. Ik antwoord. Dat is mijn geest. Als ik geen geest had, hoe zou ik dan antwoord kunnen geven? Als jij geen geest had, hoe zou je dan een vraag kunnen stellen? Dat wat vraagt is je geest. Wat je ook doet, waar je ook bent, gedurende eindeloze kalpa’s die zonder begin zijn, dát is je werkelijke geest, dat is je werkelijke Boeddha. ‘Deze geest is de Boeddha’ betekent hetzelfde. Buiten deze geest zul je nooit een andere Boeddha vinden. Het is onmogelijk de Verlichting of Nirwana te zoeken buiten deze geest. De werkelijkheid van je eigen aard, de afwezigheid van oorzaak en gevolg, dat is wat bedoeld wordt met geest. Je geest is Nirwana. Je denkt misschien dat je een Boeddha of de Verlichting ergens buiten de geest kan vinden, maar zo’n plek bestaat niet.
   De poging om een Boeddha of de Verlichting te vinden is als de poging om ruimte vast te grijpen. Ruimte heeft een naam, maar geen vorm. Het is niet iets dat je op kunt pakken of neer kunt leggen. En je kunt het zeker niet vastgrijpen. Buiten deze geest zul je nooit een Boeddha zien. De Boeddha is een voortbrengsel van je geest. Waarom zou je dan buiten je geest naar een Boeddha zoeken?”
(citaat: Bodhidharma: “De oorsprong van Zen”, Uitgeverij Karnak 1993, blz. 23-25).

[1]"Het woord 'mano' wordt gewoonlijk vertaald als 'geest'. Maar de Boeddha neemt een fenomenologisch [2] standpunt aan in de geest-lichaam controverse die filosofen door de geschiedenis heen heeft getart. De dualiteit 'geest' en 'lichaam' is door de Boeddha verworpen. De Boeddha legt in de Sabba Sutta (S35-023) van de Samyutta Nikaya uit, dat alles waarover wij kunnen praten, zintuiglijke ervaring is, inclusief gedachten of denkbeelden als het zesde zintuig. De termen nama en rupa, die gewoonlijk als 'geest' en 'lichaam' worden vertaald, zijn niet twee 'entiteiten' die samengaan in relatie tot elkaar. Het zijn slechts twee manieren om te kijken naar de enkelvoudige 'activiteit', die 'ervaring' wordt genoemd.

Nama (letterlijk: benoeming) is 'ervaring', subjectief gezien als 'het mentale proces van het identificeren van een object' (rupa kaya adhivacana sampassa). Rupa (verschijning) is ook 'ervaring', objectief gezien als een 'entiteit' die is waargenomen en ontvangen door het mentale proces van identificatie (nama kaye pathiga sampassa).

Mano verwijst naar 'gedachten' oftewel het mentale proces van beeldvorming dat tot een geheel samengevoegd wordt en waarvan de inhoud gehaald wordt uit de verschillende beelden die door verschillende gewaarwordingen zijn aangereikt. Deze betekenisvolle totale 'ervaring' is dhamma, subjectief gezien als de 'identificatie van een entiteit' (nama) en objectief gezien als de 'geïdentificeerde entiteit' (rupa). Dhamma, hetgeen deze 'betekenisvolle totale ervaring' is, wordt normaal gesproken gezien als een aangename of onaangename omstandigheid (loka dhamma)." (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

[2] "Fenomenologie: de leer die wil trachten zonder enig vooroordeel de dingen te leren kennen zoals zij zich voordoen." (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)
« Laatst bewerkt op: 14-01-2012 15:09 door Basho »

Y1010

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #2 Gepost op: 12-01-2012 19:03 »
Basho,
(001 is een favoriet fragmentje, dus hier moet ik zijn :) )

Lijden volgt degene die kwaad doen.

Wil dat zeggen

dat degene die geen kwaad doen, geen lijden zullen ondervinden

of dat degene die kwaad doen lijden veroorzaken

of dat lijden slechts bestaat in je geest: ervaar je in je omgeving lijden, dan is je geest niet verlicht.

Dankjewel voor je bijdrage.

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #3 Gepost op: 14-01-2012 14:38 »
Bedankt Y1010, hieronder volgt een beschrijving (met wat citaten) van het tweede vers van de Dhammapada:

Geluk volgt degene die goed doet

002. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met zuivere gedachten, volgt geluk dat daardoor is veroorzaakt, zoals iemands schaduw die hem nooit verlaat.

manopubbangama dhamma manosettha manomaya manasa ce pasannena bhasati va karoti va tato nam sukhamanveti chaya'va anapayini

Alles wat de mens ervaart ontspruit uit gedachten. Als zijn gedachten goed zijn, dan zullen woorden en daden ook goed zijn. Het gevolg van goede gedachten, woorden en daden, zal geluk zijn. Dit geluk verlaat de persoon, wiens gedachten goed zijn, nooit. Geluk zal hem altijd blijven volgen, net zoals zijn schaduw die hem nooit verlaat.

dhamma manopubbhangama manosettha manomaya ce pasannena manasa bhasati va karoti va tato sukham nam anveti anapayini chaya iva

dhamma: ervaring; manopubbhangama: gedachten gaan vooraf; manosettha: gedachten zijn overheersend; manomaya: door gedachten gecreëerd; ce: daarom; pasannena: (met) zuivere; manasa: gedachten; bhasati va: (iemand) spreekt; karoti va: of handeld; tato: daarom; sukham: geluk; nam: die persoon; anveti: volgt; anapayini: niet verlaten; chaya iva: zoals een schaduw.

Hoe wij onze omstandigheden ervaren, hangt af van hoe wij die interpreteren. Wanneer we die op een verkeerde wijze interpreteren (wanneer we dingen verkeerd opvatten), zullen we lijden ervaren. Interpreteren we omstandigheden op de juiste manier, dan zullen we geluk ervaren. Met andere woorden: ons geluk of verdriet hangt af van de wijze waarop we denken.

Gedachten creëert ook omstandigheden in toekomstige zin. Wanneer we er boosheid op nahouden, en spreken of handelen met boosheid, dan zullen mensen ons beginnen te haten. We kunnen gestraft worden door de gemeenschap en de wet. Ook na de dood zullen we worden wedergeboren in een sfeer van lijden. In dit vers verwijst 'gedachten' naar wilshandelingen (kamma) omdat het vooral de intenties zijn die de morele waarde van gedachten bepalen; 'ervaring' verwijst hier naar de gevolgen (vipaka) van kamma.” (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

Kamma (Pali) of Karma (Sanskriet) betekent: wilsactie in daad, gedachten of woorden en beschrijft feitelijk alleen de actie en is geen omschrijving van het uiteindelijke resultaat van die actie. In de volksmond wordt Karma namelijk veelal beschreven als de wet van oorzaak en gevolg, terwijl het resultaat van een wilsactie of intentie nader omschreven wordt via de term vipāka. Het is dus juister om dat wat men de wet van karma noemt nader en vollediger te omschrijven als de leer van kamma-vipāka, oftewel: de wet van wilsacties (intenties) de morele gevolgen van deze wilsacties (intenties).
Slechts en uitsluitend wanneer er daadwerkelijk sprake is van een wilsactie of intentie kunnen we in het Boeddhisme spreken van kamma-vipāka, vanwege het gegeven dat deze wet van oorzaak en gevolg een neutraal gegeven is. Er is geen sprake van een strafwet, die al dan niet door een hoger wezen wordt bepaald. Het draait immers om degene die deze wet via wilsacties of intenties ten goede of ten kwade aanwendt. Dat is dan ook hetgeen wat in deze (eerste twee) Dhammapada verzen expliciet wordt vermeld. Ik denk dat ik nogmaals moet herhalen dat kamma-vipāka niet moet worden verward met zaken als beloning en straf, of morele rechtvaardigheid. Omdat dit soort termen een hogere macht of een God kunnen impliceren, welke als hoogste rechter zou bepalen wat ‘goed’ en wat ‘slecht’ zou zijn. Met alle respect voor alle religies die een dergelijk concept of idee wél in hun leerstellingen hebben opgenomen; het Boeddhisme beschouwt dit dus op een andere wijze.
Het is de mens zelf die een bepaalde inhoud geeft aan iets. In wezen is alles ‘leeg’: in dit bestaan is alles zonder eigen inhoud, er zijn geen bijbedoelingen, of bijbetekenissen. De mens is het zelf die met zijn eigen subjectieve mening  iets wat in wezen neutraal is als het ware inkleurt, labelt via morele etiketten als ‘goed’ en ‘slecht’. Uiteraard voert het te ver om de hele wet van kamma-vipāka hier in alle facetten te bespreken, maar het belangrijkste aspect ervan blijft dat deze wet van oorzaak en gevolg in wezen neutraal is en dat het de mens is die via zijn wilsacties (intenties) actie onderneemt welke bepaalde gevolgen (kan) hebben. Volgens het Boeddhisme is er tot op zekere hoogte een menselijke ‘vrije’ wil, omdat als dat niet zo zou zijn, we nooit onze intenties via inzicht en begrip zouden kunnen wijzigen en zouden we als het ware voor altijd aan een bepaalde ‘lotsbestemming’ vastgeketend zijn zonder enige mogelijkheid tot verlossing. Via de Vier Edele Waarheden en het achtvoudige pad van de Boeddha leert hij immers dat bevrijding (Verlichting) zeker mogelijk is, zelfs in dit leven.

“De boodschap die uiteindelijk door deze twee eerste verzen van de Dhammapada wordt overgebracht, is: 'Denk verkeerd en lijdt. Denk correct en ben gelukkig.' Dit paar verzen werd door de Boeddha uitgesproken om de onvermijdelijke gevolgen (vipaka) van goede en kwade gedachten/intenties (kamma) te tonen. Een mens oogst wat hij in het verleden en in het heden heeft gezaaid. Wat hij nu zaait, oogst hij in het heden en in de toekomst, in dit leven of een volgend leven, afhankelijk van 'wanneer het zaadje ontkiemt'. Een mens is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen geluk en ellende. Hij creëert zijn eigen hemel en hel. Hij is de bouwer van zijn eigen lot. Wat hij gemaakt heeft, kan hij ook weer afbouwen of ongedaan maken, want slechte daden kunnen gecompenseerd worden door goede.

Boeddhisme onderwijst de weg om aan het lijden te ontsnappen door het begrijpen van de wet van oorzaak en gevolg (paticcasamuppada). Hoewel boeddhisme het accent legt op het lijden om de weg naar de overwinning ervan aan te kunnen duiden, is boeddhisme zeer realistisch en positief. In plaats van door jezelf afhankelijk te maken van onbekende bovennatuurlijke machten, hopende op geluk, wijst boeddhisme de ware weg naar geluk op een realistische manier.” (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)
« Laatst bewerkt op: 14-01-2012 15:38 door Basho »

Y1010

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #4 Gepost op: 15-01-2012 23:41 »
Basho, dat was een vraag. :)

Kan ik ze nogmaals herhalen?

Lijden volgt degene die kwaad doen.

Wil dat zeggen

dat degene die geen kwaad doen, geen lijden zullen ondervinden

of dat degene die kwaad doen lijden veroorzaken

of dat lijden slechts bestaat in je geest: ervaar je in je omgeving lijden, dan is je geest niet verlicht.



Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #5 Gepost op: 16-01-2012 21:16 »
O, bedoelde u uw opmerkingen als “vragen”, dat had ik niet begrepen. Er staat bij deze “vragen” namelijk niet vermeld dat het vragen zijn, en ik zie ook geen vraagtekens aan het einde van de zinnen. Maar goed, ik zal toch proberen u antwoord te geven.

U citeert: Lijden volgt degenen die kwaad doen. Dat is wat het eerste vers van het Dhammapada immers beweert. Hier wordt zoals al is aangegeven de wet van kamma-vipāka aangeduid door de Boeddha. Goede daden zullen in dit kader ooit hun uitwerking hebben en goede gevolgen hebben. Slechte daden zullen derhalve geen goede gevolgen hebben. Soms kan een bepaald gevolg (vipāka) direct plaatshebben, soms later, en soms lijkt het alsof een effect uitblijft. Maar het Boeddhisme gaat uit van wedergeboorte, dus een gevolg zou ook net zo goed in een volgend leven kunnen uitwerken. Wij hebben daar dus onvoldoende inzicht in. Het voorspellen van hoe, wanneer en in welke volgorde resultaten van bepaalde wilsacties (intenties) plaats zullen hebben is over het algemeen niet of bijna niet mogelijk. Daarbij komt nog dat er volgens het Boeddhisme sprake is van niyamas oftewel systemen van wetten waar de wilsacties en de gevolgen slechts deel van uitmaken. Dat zijn als volgt:

     “Er zijn vijf systemen van wetten die alle verschijnselen en dingen in deze kringloop van bestaan regelen. Het zijn:
1. Het systeem van wetten die temperatuur, seizoenen en andere fysieke gebeurtenissen regelen (bijvoorbeeld natuur- en scheikundewetten, kosmische wetten).
2. Het systeem van wetten die het leven van zaden en planten regelen (bijvoorbeeld biologische wetten).
3. Het systeem van wetten die wilsacties en de gevolgen ervan regelen.
4. Het systeem van wetten die de geest regelen (bijvoorbeeld de wetmatige volgorde van de bewustzijnsfuncties in het proces van kenvermogen; dit systeem van wetten wordt o.a. bestudeerd door psychologen).
5. Het systeem van wetten die bepaalde gebeurtenissen regelen die in verband staan met de leer (zoals bijvoorbeeld de typische gebeurtenissen die plaats hebben in de levens van de Boeddhas).”
(citaat: Nico Moonen: Facetten van Boeddhisme)

U vraagt: Wil dat zeggen dat degene die geen kwaad doen, geen lijden zullen ondervinden? Dat zou u op het eerste gezicht wel denken. Maar zoals ik zojuist al schreef, is ons inzicht in de werking van de wet van kamma-vipāka onvoldoende om voorspellingen te doen over wat voor uitwerking een bepaalde daad zal of kan hebben. De Boeddha beweerde dat hij daar wel inzicht in had.

“Het is belangrijk te beseffen dat, zolang er kamma geproduceerd wordt (zolang er wilshandelingen zijn) er wedergeboorte en dus lijden zal zijn, of dat in een aangename of in een onaangename sfeer is. Geboorte, hoe aangenaam dan ook, is niet zonder consequenties, want het veroorzaakt uiteindelijk lijden omdat er ouderdom, ziekte, dood, weeklagen, pijn, smart en wanhoop op volgt. Als wij gevoegd worden bij aangename dingen (bijvoorbeeld geboren worden in een hemelse sfeer), betekent ook dat uiteindelijk lijden, omdat we ook daar eens van gescheiden zullen worden vanwege de vergankelijke aard die elke bestaansvorm heeft.

Wilshandelingen betreffen onze wil, de keuze die wij maken. Het hoogste doel in de Leer van de Boeddha is, om nergens meer geboren te worden en zodoende volkomen vrij te zijn van lijden. Het doel is de ongeconditioneerde staat van de geest, Nibbana, het echte, het ongekunstelde. En deze ongekunsteldheid kunnen wij alleen bereiken door te handelen zonder bijbedoelingen, door echt, volledig en ongemaakt te zijn. Maar zijn we wel echt als we ernaar hunkeren om bijvoorbeeld in een hemelse sfeer te worden geboren? Zodra mensen iets begeren, werpt er zich een blokkade op om echt te zijn. In hebzucht geven mensen hun ware gezicht niet bloot en het hebben van dingen speelt daarin een belangrijkere rol dan morele waarden. Ook goed kamma verrichten kan gestuwd worden door enige mate van hebzucht.

Uiteraard is het in eerste instantie nodig om goed kamma te ontwikkelen om te kunnen vorderen op het pad naar bevrijding. Echter, als handelingen vanuit vooropgezette ideeën en verlangens ontspringen (dus ook goed kamma) met de bedoeling er iets voor terug te krijgen, om iets te hebben of om een bepaald doel te bereiken, is dat nog steeds geen echte, spontane handeling die uit het hart komt, maar een gekunsteldheid met de beperking van een nauwe geest.

Iemand moet zich bewust oefenen in het vermijden van slecht kamma en het ontwikkelen van goed kamma. Wanneer dat is eigengemaakt, zal iemand onbaatzuchtig en spontaan handelen; dan doe je goede dingen spontaan, ongeremd en vanzelf, niet om er iets voor terug te krijgen. Misschien denk je nu dat je dan ook vanzelf slecht kamma maakt, maar dat is niet zo, omdat je jezelf hebt getraind om bewust te handelen; je hebt geleerd om te luisteren naar wat je doet en de manier waarop je handelt. Dat is essentieel want het zorgt voor begrip, voor ware wijsheid. Het begrijpen zorgt er vanzelf voor dat er geen verkeerde daden meer verricht worden of dat je kunstmatig en vanuit plannenmakerij handelt. Je handelt niet meer vanuit je hoofd dat zoveel verdeeldheid en onbegrip schept omdat het zo beperkt is, maar meer vanuit je hart waardoor je ware vrede, veiligheid en vrijheid van geest bereikt en waarin je ongekunsteld en echt bent. Die echtheid is niet een staat die geconditioneerd is door welke wilshandelingen dan ook, of van iets anders afkomstig is. Ook is deze bevrijde staat van de geest niet een geschenk van een geheimzinnige god of afhankelijk daarvan, want in afhankelijkheid kan geen vrijheid bestaan. Het is het bereiken van een staat waarin een mens volledig 'verlangenloos' of 'hartstochtloos' is en waarin hij tot volmaakte liefde en wasdom is gekomen en geheel op zichzelf kan staan. Iedereen kan deze perfecte staat bereiken, maar de stappen die daarvoor gezet moeten worden dienen volstrekt onbaatzuchtig te zijn. Pas dan zullen wij doordrongen zijn van volmaakte liefde, een liefde die niets hoeft te hebben of te bezitten, want aan ware liefde ontbreekt niets.” (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

U vraagt: Of wil dat zeggen dat degene die kwaad doen lijden veroorzaken? Ik denk dat ieder mens kan zien dat als iemand met opzet kwaad doet, intentioneel kwaad veroorzaakt, daarmee ook lijden veroorzaakt. Voorbeelden daarvan zijn er genoeg, ik hoef slechts te wijzen op bijvoorbeeld het met opzet kwellen van de medemens of het met opzet kwellen van dieren. U kunt dat zelf genoegzaam beseffen, denk ik. De Boeddha heeft voor zover ik het begrepen heb wel aangegeven dat een niet-intentionele daad ook geen dito kamma met zich meebrengt, omdat er immers geen sprake is van een bepaalde opzet, een bepaalde intentie. Iemand die per ongeluk een mier dood trapt, zich daar niet van bewust is, kan moeilijk worden betrapt op een intentie om de mier met opzet te doden. Die persoon is zich waarschijnlijk niet eens bewust van het feit dat hij een mier dood heeft gemaakt, hij is slechts een wandeling aan het maken in de ochtendzon. Hier ontbreekt de intentie om bewust te doden, dus zal het kamma hoogstwaarschijnlijk geen negatieve uitwerking hebben.

Nagasena stelde in zijn “De vragen aan Milinda” (Milindapañho) zelfs dat niet alles karmisch uitwerkt, we kunnen niet zomaar alle handelingen tot in het allerkleinste detail aanmerken als kamma-vipāka. Hij citeert daarbij zelfs de Boeddha: “De asceten en brahmanen die menen dat alle gevoelens die de mensen ervaren te wijten zijn aan een daad uit het verleden, gaan voorbij het zekere en de kennis en daarin zijn zij volgens mij fout.” (“No, great king, not all feeling has its root in kamma. There are eight causes of the arising of feelings. Excess of wind, of bile and of phlegm, the mixture of the three bodilyfluids, variations in temperature, stress of circumstances, external agency and kamma. Whoever says, ‘It is only kamma that oppresses beings’, thereby excludes the other seven reasons and that statement of theirs is wrong.” Citaat: Bhikkhu Pesala: “The debate of king Milinda”, Buddha Dharma Education Association Inc. www.buddhanet.net, blz. 85-86).

U vraagt: “Wil dat zeggen dat lijden slechts bestaat in je geest: ervaar je in je omgeving lijden, dan is je geest niet verlicht?” Ik schreef hierboven al in het kader van het eerste Dhammapadavers: “De menselijke geest, het menselijke denken gaat vooraf aan alle acties en is het principiële element wat betreft het vormen van daden (intentie) als het uitvoeren van daden (actie). De geest (denkvermogen) ontwerpt en reguleert de te nemen actie. Woorden en daden zijn immers en product van dit denken. De Boeddha legt in bovenstaand Dhammapada-vers een grote nadruk op de rol die de geest (mano) speelt in het leven van de mens, en legt uit hoe bepaalde daden uitmonden in goed en kwaad als gevolg van de zuivere en onzuivere staat van de geest. Hij geeft aan dat elke intentionele daad onvermijdelijk consequenties heeft in Karmisch opzicht.” Het lijden staat absoluut centraal in de leer van Gautama de Boeddha, de Vier Edele Waarheden zijn daar een directe afspiegeling van. Als de Boeddha, de Verlichte, geen lijden meer zou (h)erkennen, hoe zou hij dan een Verlichte kunnen zijn? Hij heeft het lijden immers doorgrond, zoals de Boeddhisten via zijn prediking leren, hij was een mens, dus wist hij mijns inziens net als iedereen wat lijden betekent.

Het is alleen de vraag wat de wortel van het lijden is, en dat is volgens de Boeddha de dorst, de begeerte. Het menselijke lijden wordt door Gautama de Boeddha benaderd als wat het is en hoe er mee om te gaan. We lezen vaak over het opheffen van het lijden, dat impliceert dat er een mogelijkheid bestaat om te leren hoe met het lichamelijke en psychische lijden om te gaan. Emotie en gevoel zijn vormen van ervaren die we voelen wanneer we lijden. De Boeddha omschreef zoals gezegd de dorst of “begeerte naar”. Begeerte impliceert gehechtheid en vereenzelviging, wat weer uitmondt in het geloof in een “ik”, of een ego dat dit alles zou “ervaren”, een denker achter de gedachte. Dit onjuiste denkbeeld is volgens het Boeddhisme de wortel van alle onjuiste en subjectieve aannames over een “zelf” dat afgescheiden zou bestaan van de wereld, een controleur die ons leven bestiert. In zoverre kun je stellen dat onjuiste veronderstellingen, die niet-Verlicht zijn, lijden veroorzaken. Er is feitelijk geen “binnen” en “buiten” in absolute zin, want waar stopt de buitenwereld en waar begint je innerlijke wereld? Waar ligt de grens? Bij uw oog, uw huid, uw oor, uw neus, uw lichaam, uw bewustzijn? Hiermee zijn we bij de leer der Skandha’s (aggregaten) aangeland, de aspecten van de immer veranderlijke en afhankelijke zintuigen. In het Boeddhisme worden deze aggregaten aangewend ter analyse van de mens als persoon. De onderscheiding van deze factoren ligt aan de basis van de leer van het (bedrieglijke) ontstaan en de handhaving van het menselijke ego.

Hopelijk is dit zo ongeveer een antwoord op uw vragen,

Met vriendelijke groet,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 16-01-2012 21:35 door Basho »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
Re:De dhammapada
« Reactie #6 Gepost op: 17-01-2012 01:01 »
Het is het bereiken van een staat waarin een mens geheel op zichzelf kan staan. (?????)

Hoeveel mensen krijgen het op een dag het voor elkaar om dat wat ze denken te gaan doen ook werkelijk te laten gebeuren?

Is het niet zo dat als een mens aan het eind van een dag terugkijkt,  die mens, normaal gesproken, moet vaststellen dat veel tot soms zelfs wel heel veel, en soms zelfs het meeste wat hij of zij met het denken voorgenomen had om te doen niet heeft plaats gevonden en dat veel van wat in werkelijkheid heeft plaats gevonden niet door hem of haar van te voren was bedacht?

Is het niet zo dat wat vooral werkt in de loop van de dag Karma is, de onbewuste wil?
Welke mens zal met het denken het lijden plannen, vooruitdenken en reguleren wat hem volgens het hem onbewuste Karma toe zou moeten komen?

Als het zo zou zijn dat de mens werkelijk in het menselijke denken vooraf gaat aan alle acties en dat denken het principiële element zou zijn wat betreft het vormen van daden (intentie) als het uitvoeren van daden (actie) waarin het menselijke denken ontwerpt en de te nemen actie reguleert, waarom overkomt de mens dan toch het lijden wat hem overkomt?
Wie bedenkt zoiets?


De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #7 Gepost op: 17-01-2012 07:41 »
Het is genoegzaam bekend dat u zeer bedreven bent in het vergelijken van verschillende (soorten) passages teksten en tevens zeer bedreven bent in het zoeken en vinden van een vermeende achilleshiel in een tekst, waar u vervolgens uw pijlen op wil afschieten. Of de door mij aangehaalde tekst inderdaad een onvolkomenheid in zich draagt, mag de lezer natuurlijk zelf uitmaken. Ik citeer echter meerdere alinea’s tekst van een specifieke auteur, waar een zin in kan staan die u niet bevalt of tegenstrijdig vindt. Ik kan daar echter - en dat lijkt me zonneklaar - geen verantwoordelijkheid voor nemen (dat is namelijk de verantwoording van de auteur van de aangehaalde tekst), omdat ik immers aan het citeren ben.

Ik ga uiteraard niet actief in citaten zitten knippen en schrappen, omdat dit een verwrongen beeld kan geven van de bedoeling van de schrijver, een bedoeling die tenslotte in de meeste gevallen blijkt uit een alinea, meerdere alinea's, een hele bladzijde van een boek of zelfs een heel boek. Het gaat immers om de strekking van wat iemand schrijft, niet om zomaar één zin als een losse flodder uit een hele tekst te halen en vervolgens dat ene zinnetje te gaan overbelichten c.q. ter discussie te gaan stellen. Hoe "onjuist" of "tegenstrijdig" een bepaalde zin op het eerste gezicht ook mag lijken, wellicht zelfs tegenstrijdig met een specifieke leerstelling of opvatting. Misschien kunt u de hele tekst van het volledige citaat in mijn bijdrage hierboven nog eens doorlezen om de bedoeling van de schrijver te vatten, wellicht komt u nog tot een onvermoed inzicht, wie weet?

Met beleefde groet,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 17-01-2012 07:44 door Basho »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
Re:De dhammapada
« Reactie #8 Gepost op: 17-01-2012 13:43 »
Behalve dat ene kleine zinnetje, wat ik alleen maar herhaal, met een vraagteken toegevoegd, om de mensen , die zich daartoe aangesproken voelen, uit te nodigen om zelf op zoek te gaan, staan er in mijn bijdragen een hele serie hier onbeantwoorde vragen die eventueel kunnen leiden tot een onvermoed inzicht.

Dan is het verder heel interessant om te merken dat de mensen die  refereren aan Nagarjuna, refereren aan iemand die voor zijn tijd werd omschreven als een criticus, een radicaal scepticus, zoveel moeite hebben met mensen die zich ook sceptisch opstellen.
Zou dat zijn omdat ze zoveel sympathie hebben ontwikkeld voor de leringen van Nagarjuna en zich daar vanuit hun sympathie aan gehecht hebben?

Overigens was ook Boeddha een criticus, en wel een criticus van de Brahmaanse cultuur, het is niet voor niets dat het Boeddhisme, als cultuurfactor,  relatief een kort bestaan heeft gehad in India.

Het kan verkeren.
« Laatst bewerkt op: 17-01-2012 23:07 door chan »
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2854
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re:De dhammapada
« Reactie #9 Gepost op: 17-01-2012 20:00 »
@ Chan:


001. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.

Wanneer er door de Boeddha onderricht wordt, spreekt hij over de geest.
En hoe wij die kunnen onderzoeken.
Dan is het onlogisch om de term : ''alle dingen'' letterlijk te nemen.
Dan betrek ik dat op de geest.
En dus niet op de materiele wereld.

Mijn interpretatie is dat met ''alle dingen'' wordt verwezen
naar samsara en nirwana.
Beiden komen voort uit de geest.

Samsara komt voort uit de verwarde geest.
Samsara is ook niet iets wat zich buiten ons afspeelt,
samsara gebeurd van binnen,is onze ervarings wereld,
is onze geest.

Nirwana komt voort uit de gedisciplineerde geest en is
diezelfde geest.

Op deze manier ontstaat alles uit de geest.

En hoewel er andere opvattingen zijn onder boeddhisten,zoals door jou
elders( madhyamika topic) vernoemd Chan,
maakt dat de mijne niet minder legitiem ,minder waar of minder boeddhistisch.

Er is kennelijk voor allebei wat te vinden
en  deze visie vindt meer
aansluiting bij  mijn persoon.


Met andere woorden:

Boeddhisme herbergt een veelheid aan leringen en methoden.
Je kunt die in hun samenhang bekijken, en dan vullen ze elkaar aan.
Je kunt ze ook als afzonderlijk beschouwen en dan zijn er tegenstrijdigheden

Of met andere woorden:

Ook uit de Dharma kun je plukken.
Het blijft plukken.
Dat is geen vruchtbare manier van argumenteren.
Dat wordt namelijk al snel,
en dat blijkt hier op het forum ook regelmatig,
appels met peren vergelijken.
Dat is mijn kritiek op jou benadering.
En wat mij betreft getuigt dat niet ervan
dat je de informatie die hier te vinden is werkelijk gelezen hebt.
En dat is niet omdat je het ergens mee eens of oneens moet zijn,
maar gewoon omdat ik zie dat je blijft volharden in de gebrekkige manier
van argumenteren door middel van geplukte citaten,
de appels en de peren. En het doorgaan over wat de juiste vertaling
of betekenis van een woord of begrip zou zijn.
Daar blijkt dat dus uit.
En ook hieruit,dat je dikwijls ondermijnende citaten aanhaalt
en geen ondersteunende citaten, tenzij het die van jezelf betreft natuurlijk.
Dat is opmerkelijk.
En ik leidt daar uit af  dat je dus op een bepaalde,
eenzijdige manier gericht bent.

Voor de volledigheid zal ik vermelden dat deze kritiek
zeker niet al je bijdragen betreft.
« Laatst bewerkt op: 17-01-2012 23:11 door lord rainbow »
met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Y1010

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #10 Gepost op: 17-01-2012 22:04 »
Bashro

Ok ik begrijp dat ik het niet duidelijk gesteld heb, dus hier een verduidelijking:
Ik zie aan je antwoorden dat je de vragen niet begrepen hebt, dus hier voor alle duidelijkheid de 3 vragen.
Mijn verontschuldigingen.

1. Zal degene die geen kwaad doet, geen lijden ondervinden?

2. Zal degene die kwaad doet lijden veroorzaken?

3. Bestaat lijden slechts in je geest: ervaar je in je omgeving lijden, dan is je geest niet verlicht?

Hopelijk is het nu duidelijk.




Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #11 Gepost op: 18-01-2012 00:40 »
Okee Y1010, laat ik nog een tweede poging doen, alhoewel we ook hier de kans lopen dat ik het onderwerp wellicht anders belicht dan misschien uw bedoeling of wens is. Misschien is het interessant als u zelf ook uw zienswijze hier desgewenst plaatst, maar dat is natuurlijk volledig uw vrije keuze.

Uw eerste vraag is: “Zal degene die geen kwaad doet, geen lijden ondervinden?”

Ik zal eerst een definitie geven van het woord “kwaad” in het Boeddhisme. Voor zover ik weet is er een vrij uiteenlopende diversiteit in het Boeddhisme te vinden wat het kwade aangaat. Het Theravada Boeddhisme benadert dit iets anders dan bijvoorbeeld de bloemrijke weergave van het kwade in het Tibetaanse Boeddhisme. Op een uitsluitend historische wijze naar de oorsprong van het ultieme kwaad zoeken is volgens de Dharma vrijwel onmogelijk. Het gaat er eerder om te beschouwen en te beseffen dat het kwade in wezen een foutieve zienswijze is in het menselijk individu zelf. Buiten onszelf kan men volgens het Boeddhisme geen externe, substantiële en/of onafhankelijke oorzaak vinden voor het kwaad; Lord Rainbow verwoordde dat in zijn laatste bijdrage in deze topic al door te stellen dat Samsara (de wereld) in al haar facetten immers volledig in onszelf aanwezig is en niets “uiterlijks” betreft.

Jiddu Krishnamurti zei ooit dat het euvel van deze (de 20ste en natuurlijk ook de 21ste) eeuw is dat wij het kwade niet meer kennen. Daar is wat voor te zeggen, omdat we dagelijks een behoorlijke portie gecomprimeerde ellende over ons heen gestort krijgen door de media. Dat werkt – als u niet oppast – op den duur afstompend. Maar dat terzijde. Er is daarentegen echter wel een vrij grote overeenkomst, waar eigenlijk alle stromingen in het Boeddhisme het zo ongeveer over eens zijn: het kwade is niet iets wat de mens zomaar overkomt, maar wordt door de mens zelf in het leven geroepen. En iets wat je zelf creëert kan je natuurlijk ook beëindigen. Alleen is de vraag “hoe?” Slechts in het heden, in het hier en nu is het zeer wel mogelijk om te handelen en er immers persoonlijk zorg voor dragen dat we zoveel mogelijk goede en moreel juiste daden verrichten. Dit betekent echter wel dat onwetendheid verdreven moet worden en we onze gedachten en emotionele bewegingen zullen moeten onderzoeken door middel van onder andere meditatie. De Boeddha leverde in dit kader zijn leer van de Vier Edele Waarheden en het achtvoudige pad als uitleg hoe het lijden ontstaat en wat er aan te doen is.

Daarmee komen we meteen terecht bij de oorzaak van het lijden, van dukkha. Ook deze Boeddhistische term verdient tevens eerst een nadere definitie. Men kan namelijk lijden als gevolg van de geconditioneerdheid van de situatie, echter ook als gevolg van verandering of als “gewoon” lijden. Lijden als gevolg van de geconditioneerdheid van de situatie is het lijden doordat de mens de neiging heeft om zichzelf te zien als een afzonderlijk wezen, een substantieel “ik”, terwijl dat ego immers niet meer is dat een verzameling Skandha’s, oftewel een combinatie van immer veranderlijke mentale formaties en fysieke krachten. Lijden als gevolg van verandering betreft de veranderingen die we ondergaan in het licht van het feit dat gelukkige omstandigheden nimmer onveranderlijk voortduren. En dat we niet kunnen krijgen wat we verlangen c.q. in aanraking komen met wat we liever willen vermijden. Het ‘gewone’ lijden vindt plaats in het proces van geboorte, ziekte, ouderdom en dood. Het hele leven, het bestaan is door de Boeddha gekenmerkt als afhankelijk bestaan. Deze voorwaardelijkheid, onderlinge afhankelijkheid en relativiteit wordt weergegeven door middel van de twaalf nidana’s of schakels (factoren):

“Vóór en na de Verlichting dacht de Boeddha na over afhankelijk ontstaan.
      Als dit is, volgt dat; met het ontstaan van het ene ontstaat het andere en wel aldus:
Afhankelijk van onwetendheid ( 1 ) ontstaan wilsformaties.
Afhankelijk van wilsformaties ( 2 ) ontstaat bewustzijn dat tot wedergeboorte voert.
Afhankelijk van bewustzijn ( 3 ) ontstaat geest-lichamelijkheid.
Afhankelijk van geest-lichamelijkheid ( 4 ) ontstaat de zesvoudige basis (vijf zintuigen en de geest).
Afhankelijk van de zesvoudige basis ( 5 ) ontstaat contact.
Afhankelijk van contact ( 6 ) ontstaat gevoel.
Afhankelijk van gevoel ( 7 ) ontstaat begeerte. Afhankelijk van begeerte ( 8 ) ontstaat inbezitname en hechten.
Afhankelijk van hechten ontstaat worden ( 9 ).
Afhankelijk van worden ontstaan ouderdom en dood, leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop.

Afhankelijk van geboorte is ouderdom en sterven aanwezig.
Afhankelijk van worden is geboorte ( 10 ) aanwezig.
Afhankelijk van inbezitname, hechten, is worden aanwezig.
Afhankelijk van levensdorst is inbezitname aanwezig. 
Afhankelijk van gewaarwording is levensdorst aanwezig.
Afhankelijk van aanraking is gewaarwording aanwezig.
Afhankelijk van de zes zintuigen is aanraking aanwezig.
Afhankelijk van geest-lichamelijkheid zijn de zes zintuigen aanwezig.
Afhankelijk van bewustzijn is geest-lichamelijkheid aanwezig.
Afhankelijk van geest-lichamelijkheid is bewustzijn aanwezig.
 
In afhankelijkheid van geest-lichamelijkheid ontstaat bewustzijn.
In afhankelijkheid van bewustzijn ontstaat geest-lichamelijkheid.
In afhankelijkheid van geest-lichamelijkheid ontstaan de zes zintuigen.
In afhankelijkheid van de zes zintuigen ontstaat aanraking.
In afhankelijkheid van aanraking ontstaat de gewaarwording.
In afhankelijkheid van de gewaarwording ontstaat de levensdorst.
In afhankelijkheid van de levensdorst ontstaat inbezitname.
In afhankelijkheid van inbezitname ontstaat het worden.
In afhankelijkheid van het worden ontstaat de geboorte.
In afhankelijkheid van geboorte ontstaan ouderdom, sterven, leed, gejammer, lijden, ellende en wanhoop ( 11 ).
Zo is het ontstaan van deze hele massa van lijden. Dat is het ontstaan.”
(citaat: Nico Moonen: “Facetten van Boeddhisme”)     

En ( 12 ): via dood en verval ontstaat een nieuwe voorwaarde voor onwetendheid, en begint de cyclus weer opnieuw bij nidana nummer (1). Wanneer onwetendheid wordt opgeheven, houden de wilshandelingen op, oftewel het ontstaan van kamma-vipāka (karma). Als gevolg van het opheffen van de wilshandelingen houdt het daaraan gekoppelde bewustzijn op, enzovoort. Op deze wijze wordt de cyclus van wedergeboorte (het levenswiel) doorbroken en houdt uiteindelijk het lijden als zodanig op. Het “kwaad” is, zoals gezegd, geen ding op zich, het kwade wat de mens doet staat steeds in relatie tot het circulaire levenswiel (en dus geen lineaire zienswijze, zoals we soms zien in bepaalde andere filosofische systemen) in het Boeddhisme. Dus als iemand geen kwaad doet, zal dit volgens het Boeddhisme ongetwijfeld een positief effect hebben in de cyclus van wedergeboorte (het levenswiel). Het lijden zal verminderen of zelfs ophouden, maar het ontstaan van dat lijden moet uiteraard worden ingezien zodat het kan worden opgeheven. 

Dit is mijn antwoord op uw eerste vraag: “Zal degene die geen kwaad doet, geen lijden ondervinden?” In het Dhammapada staan diverse voorbeelden van het kwaad (woede, begeerte, enzovoort) en wat dit eigenlijk voor gevolgen heeft. Ik zal in een volgende bijdrage uw tweede vraag behandelen. Ik hoop dat u hier wat aan heeft. Zoals gezegd zou ik graag uw eigen mening over deze vraag/vragen willen vernemen, maar dat is natuurlijk uw vrije keuze. Een opbouwende dialoog is altijd welkom, zodat het geen eenduidige uitleg van het Boeddhisme van mijn kant wordt.

Met vriendelijke groet,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 18-01-2012 00:52 door Basho »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
Re:De dhammapada
« Reactie #12 Gepost op: 18-01-2012 00:52 »
001. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.

Los van de gehanteerde vertaling, waarvan ik niet kan vertellen dat ze juist of onjuist is , alleen maar dat het 1 van de verschillende vertalingen is, wat blijkt uit wat Lords Rainbow aanleverde, vertelt deze tekst mij niet meer dan het volgende:
Het menselijke denken is de voorloper van alle dingen die de mens denkt, dingen zoals woorden,  intenties, plannen, voornemens en dergelijke,
Het menselijke denken is ook de voorloper van alle dingen die de mens maakt.
De hier voornoemde 'dingen' zijn door het menselijk denken geschapen.  Als iemand onzuiver denkt en vandaaruit onzuiver spreekt of onzuiver handelt, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.

Zoals je ziet wijk ik in mijn begrip van die tekst  wezenlijk niet af van de door U aangeleverde tekst.
Het was dan ook niet deze tekst die qua inhoud een probleem gaf, het was - het verschil met - de andere tekst die een probleem duidelijk maakte en met name de interpretatie daarvan.
De tekst met daaraan vast de interpretatie daarvan, door Lord Rainbow aangeleverd:
De basis van de Boeddhistische filosofie en praktijk ligt in het begrijpen van het functioneren van de geest, zoals het eerste vers van de Dhammapada (citaten van de Boedha) uiteenzet: "Alle dingen zijn voorafgegaan door de geest, geleid door de geest, en gecreëerd door de geest."
Geheel in overeenstemming hiermee wordt in de Abidharma (de vroegste poging tot een systematische weergave van Boeddhistische filosofie en psychologie), de wereld beschouwd als een fenomeen voortkomend uit de geest.

 
In dit stuk wordt de betekenis zoals in de inleiding van deze bijdrage ineens uitgebreid tot het beschouwen van de wereld als een fenomeen voortkomend uit de Geest

Als eerste: de door mij aangehaalde teksten zijn niet mijn teksten maar 'boeddhistische teksten' evenals de interpretaties ervan.
Als tweede: U vroeg mij om een tekst die zou aantonenen dat de Geest oorsprong zou zijn van al het bestaande in de wereld en die heb ik geleverd als een Boeddhistische tekst/interpretatie afkomstig uit een bijdrage van de Boeddhist(?) Lord Rainbow, moderator van dit forum.

Dus: wat is het probleem?
Ik voeg niets vreemds toe, ik pluk niets ergens weg, ik toon alleen maar twee interpretaties uit het boeddhisme aangeleverd door het boedhisme/boeddhisten en daar struikelen vervolgens de 'boeddhisten' over,  waarop de boodschapper het moet ontgelden?
Dat laatste is dan in ieder geval weinig boeddhistisch. '

Maar goed, wat mij betreft blijven beide teksten en interpretaties gewoon staan, want ze spreken elkaar niet tegen.
De eerste interpretatie aangeleverd door U Basho gaat, zoals het meeste, zoniet vrijwel alles van Boeddha, uitsluitend over de subjectieve dingen zoals door mij hierboven genoemd, die kunnnen ontstaan uit het niet -inherente denken van de mens, het tweede, de door Lord Rainbow aangeleverde tekst gaat over alle niet- inherente fenomenen die ontstaan door manifestatie van de inherente levende Geest.
Dat laatste is waar Boeddha klaarblijkelijk vrijwel niets over heeft - willen - vertellen.

Wanneer U het met mij niet eens bent over de tekst zoals deze is aangeleverd door Lord Rainbow dan lijkt het mij dat u daar beter Lord Rainbow op kunt aanspreken.
Maar ik denk dat verder weinig zin heeft want deze tekst komt klaarblijkelijk uit - ik zet het er maar weer even bij - de -boeddhistische Abidharma.


Waar ik wel wat op tegen heb, maar dat heb ik al in andere bijdragen toegelicht, is de interpretatie die vertelt dat de wereld - de hele materiële verschijning daarvan met alle daarbijbehorende oorzaak-gevolg fenomenen voortkomt, dat wil zeggen gemaakt zou zijn, door het menselijke denken.
Daarin worden de twee hierboven aangehaalde interpretaties door elkaar gebruikt.
Een dergelijke interpretatie is onlogisch en onredelijk wat ik onder andere heb aangetoond door te vertellen dat de stelling van Pythagoras, welke de weergave is van het 'zien' - de bewustwording -  van een levend idee, als idee bestaat onafhankelijk van een waarnemer, er dus al is/was voordat de waarnemer er is/was en blijft nadat de waarnemer weer is verdwenen. De wereld van de levende ideëen bestaat onafhankelijk van de wereld van de waarnemende, mentaal projecterende  mensen. Het is echter wel zo dat ze, om waar genomen te worden, als waarneming, dat wil zeggen in het optreden ervan in het bewustzijn van de mens, afhankelijk is van de werkzame geest, het bewustzijn van de mens.

met respect.

Chan

 
« Laatst bewerkt op: 18-01-2012 00:57 door chan »
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #13 Gepost op: 18-01-2012 10:10 »
U haalt nu een citaat aan van Lord Rainbow, dat u heeft gehaald uit de topic ”Wat is de geest in het boeddhisme? Een stukje abhidharma.” Ik citeer het nog maar even een keer:

“De basis van de Boeddhistische filosofie en praktijk ligt in het begrijpen van het functioneren van de geest, zoals het eerste vers van de Dhammapada (citaten van de Boedha) uiteenzet: "Alle dingen zijn voorafgegaan door de geest, geleid door de geest, en gecreëerd door de geest."

Geheel in overeenstemming hiermee wordt in de Abidharma (de vroegste poging tot een systematische weergave van Boeddhistische filosofie en psychologie), de wereld beschouwd als een fenomeen voortkomend uit de geest.”

 
U stelt daarbij: “In dit stuk wordt de betekenis zoals in de inleiding van deze bijdrage ineens uitgebreid tot het beschouwen van de wereld als een fenomeen voortkomend uit de Geest”, en koppelt daaraan dat u immers niets méér zou doen dat het tonen van “interpretaties uit het boeddhisme aangeleverd door het boedhisme/boeddhisten en daar struikelen vervolgens de 'boeddhisten' over, waarop de boodschapper het moet ontgelden?” Daarbij vraagt u zich af wat nu het probleem is, omdat u van mening bent dat u niets “wegplukt”, maar slechts twee interpretaties toont. Het probleem was, ik zal u daar even aan herinneren, dat u hierboven in deze topic één zinnetje uit een citaat “plukte” van de auteur Peter van Loosbroek en daar vervolgens uw kritiek op leverde en er uw conclusies uit trok. In uw allerlaatste bijdrage gaat u daarentegen van alles uitleggen naar aanleiding van weer een ander citaat, wat u immers uit een andere topic “plukt” en vraagt u uzelf af wat het hier nu eigenlijk als probleem wordt opgevoerd. Wat u over het Dhammapada schrijft, dat is immers het onderwerp van deze topic, is niet zozeer het probleem, de moeilijkheid ligt hem er in, dat u steeds met iets anders komt en daar uw eigen conclusies uit trekt en daaraan verbindt: “don’t shoot the messenger”. Althans, zo komt het op mij over.

Vervolgens gaat u de “twee interpretaties” waar u het over heeft – en u haalt daarbij mij aan en Lord Rainbow – onderling met elkaar vergelijken en geeft u er vervolgens uw eigen interpretatie van, ik citeer u:

“De eerste interpretatie aangeleverd door U Basho gaat, zoals het meeste, zoniet vrijwel alles van Boeddha, uitsluitend over de subjectieve dingen zoals door mij hierboven genoemd, die kunnnen ontstaan uit het niet -inherente denken van de mens, het tweede, de door Lord Rainbow aangeleverde tekst gaat over alle niet- inherente fenomenen die ontstaan door manifestatie van de inherente levende Geest.
Dat laatste is waar Boeddha klaarblijkelijk vrijwel niets over heeft - willen - vertellen.

Wanneer U het met mij niet eens bent over de tekst zoals deze is aangeleverd door Lord Rainbow dan lijkt het mij dat u daar beter Lord Rainbow op kunt aanspreken.
Maar ik denk dat verder weinig zin heeft want deze tekst komt klaarblijkelijk uit - ik zet het er maar weer even bij - de -boeddhistische Abidharma.”

Ik zie geen enkele noodzaak om iemand anders (Lord Rainbow in dit geval) aan te spreken op een tekst die u immers op persoonlijke titel interpreteert en waarvan u van mening bent dat als ik het daarover met u niet eens ben, ik Lord Rainbow daar dan maar over moet aanspreken. Ik heb u hierboven al even aangesproken over het feit dat u steeds wel weer ergens op bedreven wijze een onvolkomenheid in kunt vinden, verschillende passages onderling met elkaar vergelijkt en nu moet ik een ander gaan aanspreken op iets wat u als tegenstrijdig te berde brengt? Lijkt me niet de bedoeling, omdat ik tot op heden geen enkele tegenstrijdigheid zie in onze teksten (die van mij en van Lord Rainbow, dus). Ik denk dat het zuiverder is als u gewoon voor uzelf spreekt, dat lijkt me ook veel duidelijker en getuigen van het nemen van de eigen verantwoordelijkheid voor de eigen teksten. Als laatste meldt u, ik citeer u weer:

“Waar ik wel wat op tegen heb, maar dat heb ik al in andere bijdragen toegelicht, is de interpretatie die vertelt dat de wereld - de hele materiële verschijning daarvan met alle daarbijbehorende oorzaak-gevolg fenomenen voortkomt, dat wil zeggen gemaakt zou zijn, door het menselijke denken. Daarin worden de twee hierboven aangehaalde interpretaties door elkaar gebruikt.
Een dergelijke interpretatie is onlogisch en onredelijk wat ik onder andere heb aangetoond door te vertellen dat de stelling van Pythagoras, welke de weergave is van het 'zien' - de bewustwording -  van een levend idee, als idee bestaat onafhankelijk van een waarnemer, er dus al is/was voordat de waarnemer er is/was en blijft nadat de waarnemer weer is verdwenen. De wereld van de levende ideëen bestaat onafhankelijk van de wereld van de waarnemende, mentaal projecterende  mensen. Het is echter wel zo dat ze, om waar genomen te worden, als waarneming, dat wil zeggen in het optreden ervan in het bewustzijn van de mens, afhankelijk is van de werkzame geest, het bewustzijn van de mens.”

Ik wil u er volledigheidshalve op wijzen, dat er in het Boeddhisme helemaal geen sprake is van dat de wereld - de hele materiële verschijning daarvan met alle daarbijbehorende oorzaak-gevolg fenomenen voortkomt, dat wil zeggen gemaakt zou zijn, door het menselijke denken. Met name uit deze zin in het citaat blijkt volgens mij dat u het Boeddhisme blijkbaar niet begrijpt, en daardoor allerlei tegenstrijdigheden ziet, die helemaal niet aan de orde zijn, omdat de wereld en de hele materiële verschijning en de oorzaken en gevolgen namelijk niet gemaakt (c.q. geschapen) zijn door het menselijke denken. Wij zijn geen goden, laat staan dat we de materiële wereld hebben kunnen “creëren”. Het Boeddhisme beweert niet, en ik beweer dat ook niet, dat de materiële wereld c.q. de kosmos afkomstig is uit de menselijke geest. Alle materie bestaat als zodanig en ik denk dat u een kardinale denkfout maakt als u bevroedt dat het Boeddhisme zou beweren dat de materiële wereld, etc. als zodanig linea recta afkomstig zou zijn uit het menselijke denken. Nee, het gaat er om dat de menselijke manier van denken de innerlijke wereld creëert, dat we zelf ons eigen beeld van de wereld en de kosmos scheppen. We interpreteren volgens het Boeddhisme onafgebroken en verschuilen ons in een subjectieve benadering onder een foutief idee over ons eigen subject, ons eigen ik of ego. Vanuit die “gekleurde bril”-mentaliteit proberen we de wereld vorm te geven op een manier die tegemoet zou moeten komen aan onze wensen en neigingen. Maar dat is dus volkomen onrealistisch, omdat we feitelijk weinig te bepalen hebben. De wereld en de kosmos met alles er in zijn onderling de meest bepalende factoren, wij hebben hooguit een bepaalde “vrije energie” om ons voort te bewegen, ons in de wereld te oriënteren en in praktisch opzicht in ons levensonderhoud te voorzien. Is dat allemaal in orde, dan volgt bijvoorbeeld vooral het nadenken over het eigen bestaan en de zin daarvan.

Het is dus pertinent onjuist om het Boeddhisme te interpreteren als dat de hele materiële verschijning van de wereld met alle daarbij behorende oorzaak-gevolg fenomenen zou zijn gemaakt door het menselijke denken. In het Boeddhisme wordt slechts de persoonlijk gekleurde kijk op het leven, de gehechtheid aan het denkbeeldige zelf aangegeven als de wortel van alle moeilijkheden. In de eerste twee verzen van het Dhammapada wordt door de Boeddha gesteld, ik citeer het eerste vers nog een keer voor de duidelijkheid:

“001. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.”

Hiermee wordt mijns inziens dus niet bedoeld dat de kosmos en alle dingen voortkomen uit de menselijke geest, nee, hier stelt de Boeddha dat de geest de voorloper is van alle dingen, dat de mens zelf via zijn zintuiglijke organen en de interpretatie van die signalen door het bewustzijn de wereld voor zichzelf maakt, een beeld daarvan ontwerpt dat volledig subjectief en zelfs onrealistisch van aard is. De geest is de aanleiding (de leider) van waaruit men handelt, in dit geval “spreken”. Zonder denken en zonder manier van beschouwen is het immers niet mogelijk om je te uiten, te spreken. De Boeddha stelt dat als iemand onzuivere gedachten heeft, onzuivere intenties heeft van subjectieve aard, daar lijden uit zal voorkomen. Omdat de mens vanuit zijn “gekleurde bril”-mentaliteit redeneert en dus niet de dingen ziet zoals ze daadwerkelijk zijn. Hij volgt uitsluitend zijn eigen beeld, interpretatie en (emotionele) subjectiviteit. En dat ook nog vanuit een foutief beeld omtrent zichzelf, als een afzonderlijk, afgescheiden en persoonlijk “ik”, dat als controleur het eigen leven geheel zou bestieren.

“Die persoonsgevoelens zijn te wijten aan tijd en ruimte; je verbeeldt jezelf dat je je op een bepaald punt bevindt en dat je een bepaalde ruimte inneemt. Je persoonlijkheid is te wijten aan het feit dat je je identificeert met het lichaam. Je gedachten en gevoelens komen na elkaar, ze hebben een bepaalde levensduur en ze verleiden je om een bepaalde voorstelling van jezelf te maken met behulp van een geheugen. Zo zie je ook jezelf aan voor een tijdelijk verschijnsel. Maar in werkelijkheid verschijnen tijd en ruimte in jou, jij niet in hen. Het zijn manieren van waarnemen, maar niet de enige. Tijd en ruimte zijn als woorden op papier: het papier is reëel, de woorden alleen een gewoonte.” (citaat: Sri Nisargadatta Maharaj: “Ik Ben, Zijn”, Altamira-Becht, Haarlem 2009, blz. 358).

Natuurlijk kunnen we tot op zekere hoogte handelen, anders zou zelfs de wet van kamma-vipaka niet kunnen uitwerken in onze levens. We hebben een zekere mate van “vrije energie”, maar volgens de Boeddha gebruiken we die vrije energie op een volstrekt persoonlijke wijze, al naar gelang hoe we de wereld zien of willen zien en niet hoe de wereld in werkelijkheid “is”. Immanuel Kant verwoordde dat uitstekend door te stellen dat het voor de mens niet mogelijk is om het “Ding an Sich” (de objectieve werkelijkheid) als zodanig te kennen, maar dat we immers onafgebroken bezig zijn met onze subjectieve interpretaties van die objectieve werkelijkheid, namelijk verwoord in het “Ding für Mich”. Hij onderschrijft daarmee (vrij zwart-wit gesteld) dat wij het zijn die in onze subjectiviteit vastzitten, dat we alles onze eigen persoonlijke kleur geven. Het lijden zit ‘m er in volgens het Boeddhisme, dat de ene mens een anders gekleurde bril heeft dan een andere mens, metaforisch gezien. We interpreteren alles op de eigen persoonlijke wijze. Stel dat Pietje een roodgetinte bril op heeft, en Jantje een groengekleurde bril, dan gaan zij elkaar wellicht overtuigen of misschien zelfs bestrijden omwille van de gekleurdheid van hun kijk op de dingen (subjectiviteit). De Boeddha wil met zijn leer bereiken dat de gekleurde bril als het ware wordt afgezet. Als dat lukt, onder andere via meditatie, dan ziet men de wereld zoals die is, op een meer “neutrale” wijze, zonder persoonlijke inkleuringen of interpretaties die gehechtheid veroorzaken en versterken. Vandaar dat Lord Rainbow hoogstwaarschijnlijk schreef, ik citeer hem:

“Wanneer er door de Boeddha onderricht wordt, spreekt hij over de geest.
En hoe wij die kunnen onderzoeken.
Dan is het onlogisch om de term : ''alle dingen'' letterlijk te nemen.
Dan betrek ik dat op de geest.
En dus niet op de materiele wereld.

Mijn interpretatie is dat met ''alle dingen'' wordt verwezen
naar samsara en nirwana.
Beiden komen voort uit de geest.

Samsara komt voort uit de verwarde geest.
Samsara is ook niet iets wat zich buiten ons afspeelt,
samsara gebeurd van binnen,is onze ervarings wereld,
is onze geest.

Nirwana komt voort uit de gedisciplineerde geest en is
diezelfde geest.

Op deze manier ontstaat alles uit de geest.”

Ik heb sterk de indruk dat u van het Boeddhisme een letterlijk en “filosofisch probleem” maakt, chan, terwijl de leer van de Boeddha in tekst misschien wel van belang is, maar dat de beoefening van de leer nog veel belangrijker is. Maar goed, u mag uw mening hebben, maar de tegenstrijdigheid die u denkt op te merken tussen de teksten van bijvoorbeeld Lord Rainbow en die van mij zijn mijns inziens helaas het gevolg van uw foutieve interpretatie van het Boeddhisme in dit verband.

Met beleefde groet,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 18-01-2012 16:58 door Basho »

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
Re:De dhammapada
« Reactie #14 Gepost op: 19-01-2012 01:21 »
Ik wil hier niet veel verder voortgaan op de dialoog maar ben zo vrij geweest om daar een ander topic voor te openen.

Wat ik hier nog wel kwijt wil is het volgende:
Hier als waarheid herhalen wat Immanuel Kant verwoordde:

Immanuel Kant verwoordde dat uitstekend door te stellen dat het voor de mens niet mogelijk is om het “Ding an Sich” (de objectieve werkelijkheid) als zodanig te kennen, maar dat we immers onafgebroken bezig zijn met onze subjectieve interpretaties van die objectieve werkelijkheid, namelijk verwoord in het “Ding für Mich

is een mentale projectie, dat wil zeggen: dat dat waarheid zou zijn.
Het is echter een pertinente onwaarheid.
Vasthouden aan die onwaarheid is vasthouden aan - beperkende onwetendheid - dat is precies wat Boeddha bedoelde.
Met een dergelijke redenatie is ook Boeddhisme (en alle religie) verworden tot : Ein ding für Mich

Refereren aan Kant is refereren aan een van de latere filosofen in de menselijke geschiedenis, voor de mens die onderzoekt zijn er weer latere filosofen die haarfijn uitleggen waarom de filosofie van Kant zeer beperkt is en maar een deel, in feite het materiële deel van het bestaan belichten. Het is dan ook een filosofie die aanzet tot zeer materialistische denken.
Daar komen we op de kern van het probleem zoals ik dat zie, de essentie van het Boeddhisme wordt teniet gedaan doort het Kantiaanse denken.

Een van de filosofen die de beperktheid, de subjectiviteit van Kant aantoonde was de filosoof Paul Asmus.
In zijn boek: "Das Ich und das Ding An Sich" zet hij voort waar Kant niet verder kwam/kon.

Dat de stelling van Kant niet deugt heb ik ook al een beetje aangeraakt met mijn herhaalde voorbeeld van de Stelling van Pythagoras.
De Stelling van Pythagoras is geen "Ding für Mich" aber "Ein Ding an Sich"
De inherente Geest is ook geen "Ding für Mich" aber auch "Ein Ding an Sich"

Wellicht zijn verdere reacties hierop gepast op het andere geopende topic.

met vriendelijke groet.

Chan
« Laatst bewerkt op: 19-01-2012 01:28 door chan »
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #15 Gepost op: 19-01-2012 07:49 »
Sorry, maar dit wordt een spreekwoordelijk 'gebed zonder einde'  :P

Offline chan

  • Gevestigde Sangha
  • *****
  • Berichten: 515
Re:De dhammapada
« Reactie #16 Gepost op: 19-01-2012 12:53 »
Wat een bijzonder moment om vast te stellen dat het einde dat u als mens zocht niet in zicht komt.
Ik zou zeggen alleen het niet-inherente bestaan is eindig.

met vriendlijke groet.

chan
De Boeddha zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Dharma  zoek IK in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
De Menselijke gemeenschap zoek IK  in en met mijn werkzame IK aanwezigheid.
Boeddhanatuur ontmoet Boeddhanatuur in zelfbewustzijn

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #17 Gepost op: 21-01-2012 10:40 »
De haat van hen die steeds piekeren over het kwaad dat hen is aangedaan, blijft groeien. Haat leidt tot schade

003. Wie vijandigheid in zich draagt zoals: 'Hij heeft mij beledigd en geslagen, hij heeft mij verslagen en beroofd.' In hen waarin zulke gedachten steeds terugkeren, verdwijnt haat nooit.

akkocchi mam, avadhi mam, ajini mam ahasi me ye tam upanayhanti veram tesam na sammati

Wanneer iemand vast blijft houden dat hij beledigd is, geslagen is, verslagen is of beroofd is, zal zijn woede alleen maar toenemen. De boosheid van zulk een persoon kan met geen mogelijkheid afnemen. Hoe meer hij toegeeft aan deze mentale problemen, des te groter zijn verlangen groeit om zich te wreken.

Woede overwinnen

004. Wie geen vijandigheid in zich draagt zoals: 'Hij heeft mij beledigd en geslagen, hij heeft mij verslagen en beroofd.' In hen waarin zulke gedachten niet terugkeren, verdwijnt haat.

akkocchi mam avadhi man ajini mam ahasi me ye tam na upanayhanti veram tesupasammati

Hoewel men in een menselijke gemeenschap leeft, ruziën mensen vaak met elkaar. Wanneer zulke toestanden zich voordoen, blijven mensen vaak denken aan het verkeerde dat hen door anderen is aangedaan. Hun boosheid neemt daardoor toe. Maar in hen die het verkeerde dat hen is aangedaan, vergeven en vergeten, verdwijnt boosheid snel. Zij zijn vreedzaam.

Haat wordt nooit overwonnen door te haten. Alleen niet-haat (liefdevolle vriendelijkheid) overwint haat.

Haat wordt overwonnen door vriendschap

005. In deze wereld wordt haat nooit door haat overwonnen; haat wordt overwonnen door vriendschap. Dit is een tijdloze wijsheid.

na hi verena verani sammantidha kudacanam averena ca sammanti esa dhammo sanantano

Zij die haat met haat pogen te overwinnen zijn als krijgers die wapens ter hand nemen om anderen te overwinnen die reeds bewapend zijn. Dit maakt geen einde aan haat, maar geeft het juist ruimte om te vermeerderen. Oude wijsheid echter, is een voorstander van een andere tijdloze strategie om haat te overwinnen. Deze eeuwige strategie is om haat in contact te brengen met niet-haat oftewel liefdevolle vriendelijkheid, de tegenpool van haat. De methode om haat met haat te overwinnen is nooit succesvol in het overwinnen van haat. Maar de methode om haat met niet-haat (liefdevolle vriendelijkheid, vriendschap, etc.) te overwinnen is eeuwig effectief. Dat is waarom die methode wordt beschreven als eeuwige wijsheid.

Velen beseffen niet dat het leven eindigt in de dood. Het overdenken van de dood voorkomt geruzie. Het overdenken van de dood brengt vrede

006. Anderen in deze wereld begrijpen niet dat wij allemaal eens moeten sterven, maar van hen die dat begrijpen neemt het geruzie af.

pare ca na vijananti mayamettha yamamase ye ca tattha vijananti tato sammanti medhaga

De meesten onder ons zijn niet bereid om de realiteit van vergankelijkheid en dood onder ogen te zien. Het is vanwege dit feit dat we vergeten dat ons leven tijdelijk is, dat wij ruzie met elkaar maken, alsof we voor altijd blijven leven. Maar als we het feit van de dood in ogenschouw nemen, zal ons geruzie tot een einde komen. Wanneer we beseffen dat wijzelf gedoemd zijn te sterven, zullen we ons de dwaasheid van vechten realiseren. Opgewonden door emoties is onze geest waardoor onze geest bewolkt is, kunnen we niet de waarheid van het leven zien. Echter, wanneer we de waarheid zien, zullen onze gedachten eerder vrij worden van boze gevoelens.” (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

Mooie en juiste woorden, allemaal waar. De Boeddha maakte denk ik een goede analyse van dat haat nooit eindigt als men blijft volharden om de fout bij de ander te zoeken. Niet dat anderen geen fouten maken, we zijn immers allemaal mensen. Maar als eenmaal het mentale gif van de haat heeft toegeslagen, zijn mensen zelfs tot het uiterste in staat: conflict, ruzie, foltering, oorlog. En conflicten worden veroorzaakt door ruzie, doordat mensen het niet met elkaar eens zijn over wat dan ook: meningen, ideologieën, grondstoffen, religies en ga zo maar door. Hoe kunnen we dat laten ophouden? De historie staat bol van geweld, van ellende en verschrikkingen. Zelfs als we de televisie aanzetten, valt het geweld meteen bij ons binnen. En we kijken er elke dag naar. We willen vrede en innerlijke rust, maar de wereld staat in brand. En wij zijn zelf een deel van die wereld. Dit is niets nieuws, dit is altijd zo geweest. Of het verergert, dat is de vraag, en dat ga ik hier verder niet behandelen. We hebben een paar Wereldoorlogen achter de rug, een atoomwapenwedloop… Maar in het verre verleden was je je leven ook niet zeker, integendeel. Maar dat terzijde. Boeddha stelt dat haat nooit zal ophouden door middel van haat, vuur laait tenslotte hoger op als je er benzine op gooit. Dat is dus niet de oplossing. Liefde en mededogen, dat zijn de werkelijke “oplossingen”. Maar we zitten allemaal in hetzelfde schuitje en we willen liefde en mededogen. Een heel mooi streven.

Maar om mededogen te hebben, ik zal het woord “liefde” even achterwege laten, omdat liefhebben een kunst is, een kunde zoals de Duitse psycholoog Erich Fromm ooit terecht stelde. Het is verre van gemakkelijk. Waarom eigenlijk? Iedereen praat maar over het “goede”, over hoe dat te “bereiken” of te realiseren. Maar in de praktijk (het doen) blijkt dat toch veel minder gemakkelijk te zijn dan dat we denken. Het Boeddhisme (en ook bijvoorbeeld het Hindoeïsme) spreekt over Maya, de verleidelijke "sluier van illusies". Dit verwijst naar het feit dat de mensen over het algemeen een wereldbeeld koesteren dat behoorlijk ver van de werkelijkheid verwijderd is, waardoor de mens geen inzicht heeft, vooral niet in zichzelf; hij of zij wordt letterlijk versluierd door Maya. Het verkeerde beeld van de realiteit is volgens het Boeddhisme de uitkomst van de materiële en empirische waarneming door middel van onze zintuigen (oog, oor, reuk, tast, smaak en bewustzijn) en een foute persoonlijke interpretatie van wat ons via de zintuigen bereikt (met uitzondering van reacties op direct gevaar, het lichaam moet immers beschermd worden tegen schade).

Mensen koesteren een onjuist fantasiebeeld omtrent zichzelf en overschatten over het algemeen hun vermeende capaciteiten om mededogend op te treden in diverse situaties. De Griekse filosoof Socrates stelde al: “Ken uzelve”. We denken over het algemeen dat we onszelf allang kennen en verbazen ons er over dat zoiets simpels een extra opmerking waard zou zijn. Alleen stelt het Boeddhisme dat onze zelfkennis, waarover we denken te beschikken, helemaal geen zelfkennis is. Over het algemeen geloven we in onze valse zelfbeelden, en denken ten onrechte dat we redelijk zijn en het beste voor hebben met onze medemens. De werkelijkheid is echter anders, veel minder fraai. Verfraaien doen echter we onafgebroken, via mooie beelden proberen we ons - in werkelijkheid niet zo mooie persoontje - wat op te kalefateren. Als je het onrealistische beeld van jezelf gaat beschouwen via “getuige-bewustzijn” (niet-oordelend gewaarzijn) en in meditatie, zal men stuiten op woede, jaloezie, afgunst en haat en op allerlei andere minder fraaie menselijke kanten.

Het grote geestelijke probleem is, dat onze zintuigen naar buiten zijn gericht, op de buitenwereld. Dat wat we ons innerlijk noemen, is eigenlijk een soort echo van wat we via de zintuigen opmerken. Dus zien we eerder een probleem in de ander dan in onszelf. En als we geestelijk naakt durven staan ten opzichte van onszelf, zien we al die lelijkheid die we in ons eigen wezen meedragen en onafgebroken projecteren op de wereld buiten ons. Vandaar dat bijvoorbeeld een Adolf Hitler de Joden zo ernstig kon veroordelen. Hij beschouwde ze als minder dan zichzelf, de Joden waren de bron van alle kwaad. Hij projecteerde zijn eigen negativiteit op een ander volk dat hij haatte. En als je de ander haat, zul je altijd proberen die ander te verkleinen in vergelijking met jezelf. Kleineren is een zeer belangrijk aspect van de haat, want zonder dat je de ander beschouwt als “minderwaardig” kun je hem of haar niet echt haten. Laat staan dat je de ander wat kunt aandoen als hij of zij “gelijkwaardig” aan jezelf is. Dat gaat immers niet, er moet eerst vernedering plaatsvinden, het als “lager” aanmerken van de ander. Vandaar dat Jezus steeds benadrukte: “U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod groter dan deze.” (Bijbel, Markus 12:31). Want de ander kwaad doen, folteren, doden is slechts mogelijk wanneer je eerst van die ander via een ideologie, een soort “untermensch” (fascisme) hebt gemaakt. Dit is een zeer essentieel punt, waar ontzettend vaak overheen wordt gekeken. Men is van mening dat de eigen cultuur, de eigen persoon, de eigen dit en de eigen dat, “goed” is, of “juist” en dat de andere cultuur, andere mensen, andere dit en andere dat “slecht” zijn, of “onjuist”. Dit is zelfs de basis van alle godsdienstoorlogen: de ander afschilderen als degene die “bekeerd” zou moeten worden, desnoods via het zwaard.

De mens heeft - zoals gezegd - de neiging om zichzelf te beschouwen als degene die “goed” doet en zelfs “lief heeft”, en heeft de nog sterkere neiging om zich af te keren van zijn of haar eigen onverkwikkelijke neigingen. En daarvoor in de plaats een mooi beeld te creëren van zichzelf. Wat gebeurt er als we naar onszelf gaan kijken, naar onze eigen negativiteit? Ik herhaal dat we dan stuiten op een heel andere realiteit, die we steeds over het hoofd zagen en die we eigenlijk niet voor mogelijk achtten. Dan zien we wie we eigenlijk in werkelijkheid zijn, hoeveel onaangename gedachten we hebben en hoe vaak we de ander welhaast ongemerkt in een negatief daglicht stellen. “Onwetendheid is de wortel van alle smart”, stelt de Boeddha, en daarmee bedoelt hij volgens mij dat lijden het gevolg is van de onwetendheid omtrent onszelf, waardoor we denken dat we “goed” bezig zijn, terwijl we eigenlijk worden verblind door de sluier van Maya. “Waar is dan de nooduitgang? Wat moet ik doen?” lijkt de voor de hand liggende vraag. Meditatie is een middel om je met jezelf te confronteren. Als men voor de eerste maal stil gaat zitten, krijgt men over het algemeen meteen de kriebels van al die gedachten die als een razend proces langs drijven. Dus liefst meteen maar stoppen en niet geconfronteerd worden (in de stilte) met onszelf. Dat is ook de diepere reden waarom veel mensen de hele dag de radio of de TV aan hebben staan als ze alleen thuis zijn. Ik zeg niet dat dit onprettig kan zijn of fout, nee. Ik stel dat je de kans loopt om de hele dag “afgeleid” te worden van jezelf. Want als het stil is, begin je jezelf op te merken en dat is confronterend. En meditatie is niets anders dan een confrontatie, een frontale confrontatie, met je eigen persoon, je eigen neigingen, gedachten (mooi en niet mooi), enzovoort. Als het dat niet is, probeer dan maar een andere techniek. Je gaat je namelijk pas op je gemak voelen met meditatie als je eerst door de modder van alle innerlijke negativiteit bent geploeterd. Het is moeilijk en je zult er onder lijden, omdat het mooie beeld dat je van jezelf had helemaal aan gruzelementen zal vallen. Dit is ook mijn ervaring, daarom getuig ik ervan. Dat is alles.

Verlichting is de natuurlijke staat van de mens, maar we zijn niet alleen. Jean-Paul Sartre stelde dat de ander “de hel” is, omdat we door de andere mens(en) worden beperkt in onze bewegingsvrijheid. Fout gezien door Sartre, wat trouwens een zeer intelligente man was. De ander is helemaal de hel niet, we projecteren onze eigen hel op de ander, waardoor we denken dat hij of zij ons leven tot een hel maakt.

"Alle woede is niet anders dan een poging iemand een schuldgevoel te bezorgen." - G.G. Jampolsky

“Een student in Tendai, een wijsgerige school van het Boeddhisme, kwam als leerling naar het Zenverblijf van Gasan. Toen hij enkele jaren later vertrok, waarschuwde Gasan hem: ‘De waarheid op een beschouwelijke manier bestuderen is nuttig als een manier om materiaal te verzamelen voor een preek. Maar vergeet niet dat, tenzij je voortdurend mediteert, je licht der waarheid kan uitgaan’.”
(citaat: Paul Reps: “Zen-zin, Zen-onzin”)
« Laatst bewerkt op: 21-01-2012 16:22 door Basho »

Y1010

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #18 Gepost op: 25-01-2012 00:17 »
Sorry Chan en Basho, dat ik hier even iets tussenin post.
Basho, dankjewel voor het uitgebreid antwoord.
Zoals je zegt, in de eerste en volgende teksten van de Dhammapada vind je het antwoord.



Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #19 Gepost op: 28-01-2012 16:50 »
Geen probleem Y1010, bedankt ;)

Luiheid verslaat spiritualiteit

007. Hij die verblijft bij het aantrekkelijke van de zintuigen, wiens vermogens ongecontroleerd zijn, wie in voedsel geen matiging kent, wie futloos en lui is; zo iemand werpt Mara omver zoals de wind een zwakke boom omverwerpt.

subhanupassim viharantam indriyesu asamvutam bhojanamhi amattannum kusitam hinaviriyam tam ve pasahati maro vato rukkham'va dubbalam

Zij die verblijven bij het aantrekkelijke van de zintuiglijke geneugten, die leven met de zintuigen onbewaakt en geen matiging kennen in eten, zijn futloos en lui als het op doorzettingsvermogen en wilskracht aankomt. Emoties overweldigen zulk een persoon net zo makkelijk zoals de wind een zwakke boom overweldigt.

Spirituele kracht is onverslaanbaar

008. Hij die verblijft bij het onaantrekkelijke van de zintuigen, wiens vermogens goed onder controle zijn, wie matigheid in voedsel kent, wie vol vertrouwen is, wie energiek is; zo iemand werpt Mara niet omver zoals de wind ook niet een grote rots omverwerpt.

asubhanupassim viharantam indriyesu susamvutam bhojanamhi ca mattannum saddham araddha viriyam tam ve nappasahati maro vato selam'va pabbatam

Zij die verblijven bij het onaantrekkelijke van de zintuiglijke geneugten en leven met de zintuigen bewaakt en matiging kennen in eten, zij zijn toegewijd aan de Leer en volhardend in methodische beoefening. Zulke personen worden niet door emoties overweldigd zoals een grote rots ook niet door de wind wordt bewogen.” (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

Het Dhammapada is sterk gericht op morele juistheid. Discipline en volharding zijn belangrijk. Deze discipline is nodig, omdat bijvoorbeeld zonder volharding in bijvoorbeeld de meditatie het pad vruchteloos blijft. Het is van belang eigenlijk elke dag te mediteren, 365 dagen per jaar, elke dag, altijd. Al is het maar tien minuten. Veel mensen starten met meditatie en stoppen er na een korte periode mee, omdat het niet opwindend is, of “saai”. Maar dat is de valkuil, iets “bijzonders” of “hogers” willen vinden in de meditatie. Meditatie, of zitten in Zen, is als een zaadje wat gevoed moet worden. Het heeft water en voeding nodig. Terwijl als u mediteert de ontspanning die u erdoor krijgt op zichzelf al helend genoeg is. Begin de dag met mediteren, dan kunt u het ook niet vergeten of overslaan. Sta gewoon ongeveer een half uur eerder op, dat moet toch niet al te moeilijk zijn. Went u zich er desnoods aan dat u ’s avonds ook iets eerder gaat slapen, een half uur eerder dan u gewend bent, dan komt het vanzelf goed. Uw dagelijkse ritme zal zich er snel naar voegen. Meditatie is als het bijhouden van een tuin, men wijdt zich er elke dag aan, waardoor het een prachtige tuin wordt en blijft. Meditatie is de spil waarom het Boeddhisme draait, het is de wezenlijke “kern”, metaforisch gesproken.

Mensen die onmatig zijn, worden in deze verzen beschouwd als krachteloos. Ze zijn als een boom die door de wind ontworteld wordt, omdat het een boom is die slap is, niet goed is onderhouden vanuit het meditatiezaadje. De wind staat denk ik als metafoor voor de eventuele tegenslagen in het leven. Als men geworteld is in de meditatie, zal men zich niet laten omwaaien door de omstandigheden. Dat wil trouwens niet zeggen dat men niets meer aan schadelijke omstandigheden zou doen, nee. U moet goed voor anderen en voor uzelf zorgen. Het gaat daarentegen meer om de emotionele echo, een teneergeslagen of zelfs als het ware emotioneel verlamd zijn als het leven u tijdelijk minder toelacht. Meditatie is ook een oefening in geduld. Als het leven tijdelijk tegenzit, wordt dit door de Boeddhist verdragen, omdat hij of zij weet dat het tijdelijk is. Niets is immers blijvend.

Nog een opmerking over eten, onmatig eten. Veel mensen die zich overeten zoeken daarin een vorm van aandacht of zelfs troost. Als ze geen liefde ontvangen van anderen of als ze zich niet lekker in hun vel voelen zitten, dan gaan ze eten. Ik zeg niet dat iedereen die teveel eet die neiging heeft, maar het is een bepaalde groep. Eten is normaliter een vorm van levensonderhoud. De Boeddha spreekt in het achtvoudige pad over het “juiste” levensonderhoud. Dit betekent (tevens) dat men zich wat betreft voeding niet overeet, maar slechts eet hoeveel men nodig heeft. Dat vereist oplettendheid en een goed aanvoelen wanneer de maag voldoende heeft. Helaas zijn we dat aanvoelen verleerd, als gevolg van de opvoeding: “eet je bordje leeg” wordt er tegen het kind gezegd, terwijl het eigenlijk reeds voldaan is en van nature niets meer hoeft te eten. Dit soort opvoeding verknoeit het natuurlijke aanvoelen van het kind wat betreft de hoeveelheid eten die hij dus van nature nodig heeft. Overeten betekent ook een soort verdoving, als u teveel eet, moet de spijsvertering veel harder werken, met als gevolg dat u na het eten doezelig wordt en moe. Dus is het zaak om precies genoeg tot u te nemen, zodat u niet als het ware verdoofd raakt door het overeten.

Discipline is te oefenen, meditatie is beoefening, het juiste levensonderhoud is te beoefenen. Het vereist echter wel “wakker-zijn”. Eet en wees daar bewust van en eet niet terwijl u onderwijl de krant leest of televisie kijkt. Dat is namelijk verdeelde aandacht en wordt alles halfslachtig gedaan. Zo leert de mens nooit iets en zal hij of zij zich altijd onvoldaan (blijven) voelen. Eet als u eet, proeft u wat de natuur u schenkt. Proef dat dan ook daadwerkelijk. Smijt het niet naar binnen, maar kauw ook niet te lang. Want als u zolang kauwt dat het eten als het ware vloeibaar is geworden, bent u als het ware uw spijsvertering aan het verwennen. Het is belangrijker om het midden te houden tussen te weinig kauwen en teveel kauwen. Ik ben het in deze dus bijvoorbeeld niet eens met de leraar Thich Nhat Hanh, die inderdaad beweert dat u het eten zolang bewust moet kauwen, totdat het vloeibaar is geworden. Ik vind dat niet natuurlijk, er is geen enkel wezen op aarde dat dit zo doet. Als dit strikt nodig zou zijn geweest, zouden we van nature al op die wijze eten. Maar goed, ieder moet maar doen wat hij of zij noodzakelijk acht.

Met beleefde groet,

Basho :)

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #20 Gepost op: 05-02-2012 19:59 »
Zij die het geverfde gewaad niet verdienen

009. Iemand die het geverfde gewaad draagt, die ongezuiverd is van bezoedelingen, geen controle over zijn emoties heeft en zich de realiteit niet gewaar is, is het geverfde gewaad niet waardig.

anikkasavo kasavam yo vattham paridahessati apeto damasaccena na so kasavamarahati

Een monnik kan besmet zijn met bezoedelingen, verstoken zijn van zelfbeheersing en gewaarzijn van realiteit. Zulk een monnik, hoewel hij het 'geverfde gewaad' draagt (het gewaad van de monnik dat speciaal geverfd is met verfstof van wilde planten), is het niet waardig zulk een heilig kleed te dragen.

De deugdzamen verdienen het geverfde gewaad

010. Maar hij die gezuiverd is van smetten, zichzelf stevig tot moreel gedrag zet, die rustig is, controle over zijn emoties heeft en zich de realiteit gewaar is, is het geverfde gewaad zeker waardig.

yo ca vantakasavassa silesu susamahito upeto damasaccena sa ve kasavamarahati

Wie het 'geverfde gewaad' aandoet, die vrij is van de smet van bezoedelingen, die van goed gedrag is en innerlijk kalm is, zijn emoties onder controle heeft en gewaar is van realiteit, zulk een persoon is het 'geverfde gewaad' waardig.” (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

Feitelijk is dit een vorm van het “zuiver” houden van de Sangha, de Boeddhistische gemeenschap. Slechts zij die zich in ethisch opzicht “juist” kunnen gedragen, verdienen het geverfde gewaad, het dragen van het gewaad van de Boeddhist. De novice die tot de Boeddhistische orde of gemeenschap toe wil treden, dient toevlucht te nemen tot de Drie Juwelen, het Achtvoudige pad in acht te nemen en zich te houden aan de volgende regels:

“De tien regels van discipline zijn bindend voor alle novicen. Zeer strenge leken kunnen deze regels ook navolgen bijvoorbeeld gedurende periodes van oefening en meditatie. Die tien regels zijn:

1. Ik neem het vaste voornemen geen enkel levend wezen te doden en geen enkel levend wezen te kwellen.
2. Ik neem het vaste voornemen niet te stelen en niet te nemen wat niet is gegeven.
3. Ik neem het vaste voornemen af te zien van alle seksuele wilsacties in daad, woord en gedachte.
4. Ik neem het vaste voornemen juiste taal te gebruiken.
5. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van alle bedwelmende dranken en drugs door welke onachtzaamheid veroorzaakt wordt.
6. Ik neem het vaste voornemen geen vast voedsel noch bepaalde dranken te gebruiken op een onpassende tijd.
7. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van dansen, zingen, muziek en van het bezoeken van onpassende shows.
8. Ik neem het vaste voornemen af te zien van het gebruik van guirlandes, parfums, crèmes, en van dingen die dienen tot het mooier maken van de persoon.
9. Ik neem het vaste voornemen geen hoge en luxueuze zitplaats en geen hoog en gerieflijk bed te gebruiken.
10. Ik neem het vaste voornemen geen goud en zilver (d.w.z. geld) aan te nemen.

[…]

Sâmanera pañha - Vragen te beantwoorden door een novice
 
Wat is één?       - Alle wezens bestaan op grond van voedsel.[2]
Wat is twee?     - Naam en vorm.[3]
Wat is drie?       - Drie soorten van gevoel.[4]
Wat is vier?       - De vier Edele Waarheden.
Wat is vijf?        - De vijf groeperingen van hechten.[5]
Wat is zes?       - De interne zesvoudige basis.[6]
Wat is zeven?   - De zeven factoren van Verlichting.
Wat is acht?      - Het edele achtvoudige Pad.
Wat is negen?   - De negen sferen van bestaan.[7]
Wat is tien?       - Degene die begiftigd is met tien attributen heet een Arahant.[8]

[1] Khp.IV; A.V.50. Deze vragen werden door de Boeddha gesteld aan een novice, die ze allemaal heel goed beantwoordde. Hij was namelijk toen al een Arahant. Deze vragen zijn ook bekend als: Kumāra pañha.
[2] Er zijn vier soorten voedsel: (a) gewoon materieel voedsel; (b) contact van de zintuigen met zinsobjecten; (c) bewustzijn; en (d) geestelijk willen.
[3] Naam en vorm of geest en materie.
[4] Gevoel kan prettig, neutraal of onprettig zijn.
[5] Deze vijf groeperingen zijn: lichamelijkheid, gevoelens, gewaarwording, geestelijke formaties, en bewustzijn.
[6] Zij bestaan uit de vijf fysieke zintuigen (oog, oor, neus, tong, lichaam) plus de geest.
[7] De negen sferen van bestaan zijn: de wereld van de hellen, de wereld van de dieren, de wereld van de ongelukkige geesten (petas), de wereld van de demonen, de menselijke wereld, de werelden van de goden (devas), de werelden van de Brahmas, de Zuivere Verblijven, en de onstoffelijke sfeer.
[8] De tien attributen van een Arahant zijn: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste concentratie, juiste kennis (sammañāna), en juiste bevrijding (samma vimutti).” (Bron: N. Moonen: "Facetten van Boeddhisme")

In het Boeddhisme is het trouwens steeds toegestaan om het geverfde gewaad desgewenst weer af te leggen. Niemand zal een uit de Sangha vertrekkende persoon, die niet langer het gevoel heeft dat hij of zij de Boeddhistische weg kan volgen, tegenhouden.

Vriendelijkheid en inzicht toegewenst,

Basho :)
« Laatst bewerkt op: 05-02-2012 21:52 door Basho »

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #21 Gepost op: 29-02-2012 10:52 »
Verkeerde waarden versperren spirituele voortgang

011. Dat wat geen waarde heeft wordt gezien als waardevol, en wat waarde heeft wordt gezien als zonder waarde. Door het in standhouden van verkeerde aspiraties, bereiken zij nooit datgene wat waardevol is.

asare saramatino sare ca saradassino te saram nadhigacchanti miccha sankappagocara

Een persoon die geïnteresseerd is in spirituele vooruitgang moet zich gewaar zijn van spirituele waarden. Het is zeker waar dat ook materiele dingen noodzakelijk zijn in het leven. Maar dat zijn niet de waarden die gezocht moeten worden voor spirituele ontwikkeling. Als mensen meer belang hechten aan materiele dingen, kunnen zij geen spirituele hoogten bereiken.

Waarheid verlicht

012. Dat wat waarde heeft herkennen zij als waardevol en het niet waardevolle als het niet waardevolle. Door het in standhouden van de juiste aspiraties, bereiken zij datgene wat waardevol is.

saram ca sarato natva asaram ca asarato te saram adhigacchanti samma sankappa gocara
 
De wijze persoon die in staat is om de juiste waarden te herkennen die tot spirituele voortgang leiden, is bekwaam om spirituele hoogten te bereiken. Zulk een persoon is in het bezit van de juiste aspiraties.“ (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

Dit zijn tweelingverzen die een verregaande implicatie hebben. Het gaat er om wat wordt beschouwd als waardevol en wat als niet waardevol, in spiritueel opzicht. Over het algemeen vinden we het volkomen normaal dat er sprake is van persoonlijke smaak, persoonlijke meningen, persoonlijke waarden. Dat lijkt ons uniek te maken, en dat is in zekere (praktische) zin ook zo. Alleen wanneer er sprake is van spiritualiteit, van religie en van bijvoorbeeld het Boeddhisme, is het denk ik belangrijk om te (h)erkennen wat daadwerkelijk van waarde is in het leven. Mensen lopen over het algemeen hun wensen, neigingen en dergelijke achterna, zijn gehecht aan van alles en nog wat, terwijl het Boeddhisme stelt dat u zich feitelijk niet zou moeten hechten, u niet zou moeten vereenzelvigen met emoties, gevoelens, gedachten, het lichaam, kortom: alles wat afhankelijk en veranderlijk is moet als zodanig worden (h)erkend. Maar wat levert dat op? Door via bewustzijn en gewaarzijn het eigen bestaan te onderzoeken, en te beschouwen c.q. te beseffen wat veranderlijk is en welke foutieve zienswijzen men feitelijk koestert (die over het algemeen lijden veroorzaken), getoetst aan bijvoorbeeld het Boeddhisme, is bevrijding van onjuiste veronderstellingen en zienswijzen mogelijk. Dit wordt in het tweede vers van deze tweelingverzen “juiste aspiraties” genoemd. Dit verwijst naar mijn mening naar het Achtvoudige pad van de Boeddha, waarin het woord “juist” (of: zuiver) ook steeds terugkeert.

Hoe komen we eigenlijk aan “verkeerde denkbeelden” en hoe is het mogelijk dat we zulke foutieve waardebepalingen blijven koesteren? Terwijl we eigenlijk beter zouden moeten weten? Het op een juiste manier de waarden van het leven beschouwen in relatie tot onjuiste denkbeelden is het gevolg van ons leven als mens. We komen onwetend ter wereld en leren wat juist is en onjuist is volgens maatschappelijke waarden. Maar maatschappelijke waarden en waarachtige religieuze waarden kunnen hemelsbreed van elkaar verschillen. Als kind verkeren we in een afhankelijke positie en vormen we allerlei innerlijke houdingen ten opzichte van wat het leven van ons verwacht. Onze ouders voeden ons op in een bepaalde richting, de maatschappij wil dat we een aangepaste burger zijn. Op zich niks mis mee. Waarom is er dan zoveel onrecht in de wereld en zoveel misdaad en pijn? Blijkbaar lukt het de opvoeding e.d. onvoldoende om van alle menselijke wezens betrouwbare leden van de samenleving te maken. Daar is een andere weg voor nodig, een andere benaderingswijze. Het kind vormt zich innerlijk talloze foutieve waardebepalingen als gevolg van de druk van de opvoeding en het maatschappelijke leven. Ondanks alle goede bedoelingen. De mens vormt zich diverse (afweer)mechanismen om zich emotioneel te kunnen handhaven in het leven. Dit kan in extreme zin zelfs tegen het leven van zichzelf of de ander gericht zijn; als gevolg van mentale vergiften als woede en haat. Het is zaak om er achter te komen wat ons innerlijk beweegt, hoe we het leven zien en wat we voor persoonlijke waardebepalingen hebben. Over het algemeen kijkt de mens niet bij zichzelf naar binnen, maar richt zich daarentegen op de buitenwereld. En ziet daar alle onrecht, terwijl hij of zij zelf immers deel uitmaakt van de wereld en derhalve ook via de manier van leven meewerkt aan het feit dat alles blijft zoals het is. Het Boeddhisme stelt dat de mens normaliter gebukt gaat onder innerlijke foutieve waardebepalingen, die door onder andere meditatie kunnen worden opgespoord. Maar het lijden moet ernstig genoeg zijn, wil men op zoek gaan naar bevrijding. En bevrijding kan slechts plaatsvinden als de innerlijke waardebepalingen worden onderzocht, de onjuiste waardebepalingen die we welhaast ongemerkt koesteren, omdat we vaak niet meer weten hoe we die waardebepalingen ooit in onszelf hebben gevormd. Een bepaald (afweer)mechanisme kan stammen uit onze eerste levensjaren, iets wat onbewust is gevormd als reactie op de wereld om ons heen. Dergelijke onbewuste reacties van het kleine kind kunnen – als ze niet bewust gemaakt worden – ons leven als volwassene nog immer bepalen.

We hebben in het leven een zekere mate van vrije energie tot onze beschikking. De mogelijkheid bestaat om deze energie ten goede of ten kwade aan te wenden. In de Bijbel staat het volgende opmerkelijke citaat hierover:

“Ik roep heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u: het leven en de dood heb ik u voorgehouden, de zegen en de vloek! Kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw nageslacht.” (Bijbel: Deuteronomium 30:19)

Het goddelijke of God stelt in deze poëtische passage dat we in vreugde en vrede kunnen leven, of in schuld, schaamte en negativiteit of zelfs destructiviteit. Ondanks dat wordt geadviseerd om te kiezen voor “het leven”. Dat leven staat denk ik voor het bestaan, het non-dualistische bestaan op zich. En dat de mens in de positie is om het leven te leiden zoals het bedoeld is door de Kosmos. Het Boeddhisme kan een model bieden om ons te ontdoen van onze onjuiste waardebepalingen.

Met vriendelijke groet,

Basho :)

Y1010

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #22 Gepost op: 29-02-2012 23:15 »
Je moet heel diep gaan om te ontdekken dat waarden persoonlijk bepaald worden.
Ik had alles verloren en het eerste ontroerende beeld wat in de leegte verscheen, was een vogel die heen en weer naar zijn/haar nest vloog om te verzorgen. Vandaar dat alle waarden voor me herleid zijn tot de zorgzaamheid, dat hoeft zich niet te beperken tot jezelf, dat kan zijn voor je familie, voor de groep, voor de hele wereld.
Je kan zeggen dat ik de waardebepalingen heb onderzocht?
Ik heb een hekel aan de bijbel omdat het heel zeker een onjuiste kijk geeft op de werkelijkheid.

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #23 Gepost op: 11-03-2012 08:28 »
Hartstocht doordringt de ongetrainde geest

013. Zoals de regen door een slecht gedekte woning dringt, zo dringt hartstocht door in een slecht ontwikkelde geest.

yatha garam ducchannam vutthi samativijjhati evam abhavitam cittam rago samativijjati

Het is van groot belang dat een huis een goed gedekt dak heeft. Als de dekking zwak is, sijpelt de regen er doorheen het huis binnen. Net zoals het slecht gedekte dak de regen binnenlaat, zo is ook een ongecultiveerd karakter open voor hartstochten. Het karakter dat niet gecultiveerd is, is makkelijk door hartstocht te doordringen.

De gedisciplineerde geest houdt hartstocht buiten

014. Zoals de regen nooit door een goed gedekte woning dringt, zo dringt hartstocht nooit door in een goed ontwikkelde geest.

yatha garam succhannam vutthi na samativijjhati evam subhavitam cittam rago na samativijjhati

Wanneer het huis beschermd wordt door een goed gedekt dak, wordt het in het geheel niet beschadigd door de regen, omdat het water er niet doorheen kan sijpelen. Op dezelfde manier staat een goed gecultiveerd karakter het binnendringen van hartstocht niet toe.” (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

Het drievoudige vuur van begeerte, afkeer en onwetendheid houdt de mens gevangen volgens het Boeddhisme. In deze tweelingverzen wordt het verschil aangegeven tussen hartstocht en een getrainde geest. Wat is hartstocht? Sommige mensen noemen bijvoorbeeld hartstochtelijke liefde datgene waar men naar streeft. Dat wordt dan het ideaal waar men achteraan rent. De beide geliefden presenteren zich zo goed mogelijk naar elkaar, en laten het liefst hun beste kant zien aan elkander. Maar het totaal in elkaar opgaan kan misschien voor een tijdje werken, maar weldra blijkt dat de ander toch niet zo ideaal is als dat we verwacht hadden. Het klinkt wellicht wat opgeklopt, maar veel mensen – vooral jongelingen – zijn in de veronderstelling dat “de ware” ooit op hun pad zal komen. Maar niemand kan aan het ideaalbeeld van de ander voldoen, omdat het onmogelijk is. Zelfs Romeo en Julia die in elkaars armen liggen in weerwil van hun elkaar vijandige families kunnen elkaar niet over de grens van de dood de hand reiken, ook al denken ze dat dit wel het geval is. Dat hun hartstochtelijke liefde de dood kan overwinnen. Dit romantische verhaal van William Shakespeare is natuurlijk fictie, maar toch... Het sluit wel aan bij veel ideaalbeelden van mensen die naar de hartstochtelijke liefde op zoek zijn. De realiteit is echter dat verliefdheid op den duur slijt, en dat het dan de vraag is of waarachtige liefde blijft bestaan tussen de beide partners wanneer de verliefdheid verdwijnt. En of een dergelijke liefde de tand des tijds kan doorstaan. Want verliefdheid is een sterke hartstocht, die verblinding brengt. Mensen voelen zich zeer tot elkaar aangetrokken en gaan in seksueel opzicht totaal in elkaar op. Tot de dag komt – en dat duurt meestal niet zo erg lang – dat blijkt dat de partners merken dat ze ook maar gewone mensen zijn, met fouten, onhebbelijkheden en negatieve neigingen. Dan krijgt men wellicht ruzie, omdat het wederzijdse ideaalbeeld niet in stand kan worden gehouden. En dat heeft men niet gewild, men wil een liefhebbende partner die altijd klaar staat, altijd lief is, enzovoort.

Maar dat zijn maar denkbeelden, extreme ideaalbeelden. Niemand kan er aan voldoen. Ik heb dit voorbeeld gegeven, omdat verliefdheid en liefde over het algemeen vallen onder een van de sterkste menselijke hartstochten. En de tegenpool van liefde is haat. En we zien vaak gebeuren dat mensen die in eerste instantie totaal in elkaar opgingen na verloop van tijd elkaar zelfs kunnen haten. Soms zo erg, dat een scheiding volgt. Erich Fromm, een westerse psychoanalyticus, schreef ooit het boek: “Liefhebben, een kunst, een kunde.” Daarin schetst hij het feit dat daadwerkelijke en waarachtige liefde een speciale opgave is voor de mens. Dat hij of zij dat niet zomaar “bezit”, omdat het de natuur slechts te doen is om nakomelingen. Vandaar dat de verliefdheid zoveel blindheid kan opleveren, u bent in een roes, alsof u een verdovend middel hebt gebruikt. Maar dat is niet zo, u bent in de ban van de ander, man of vrouw. En u wilt dat dit altijd zo blijft. Feit is dat dit niet mogelijk is, en dit is wat de Boeddha ons heeft duidelijk gemaakt: alles is afhankelijk, alles is veranderlijk, niets staat op zichzelf. Dus aan verliefdheid komt ook een einde. Als waarachtige liefde overblijft, heeft de relatie op den duur kans om zich te handhaven. Maar mensen gaan aan elkaar lopen trekken, willen dat de ander zich blijft gedragen zoals in het begin, toen de poëzie van de verliefdheid er nog was. Als verliefdheid verdwijnt, ziet u voor het eerst uw partner zoals die daadwerkelijk is. Een mens, een gewoon mens. Een mens met fouten, gebreken, onhebbelijkheden, negativiteit, enzovoort. Dat wat steeds achterwege werd gelaten, komt nu des te harder aan. De schellen zijn van uw ogen gevallen, de verblindheid is voorbij. Kunt u nu uw partner accepteren zoals hij of zij is? Kunt u nog met elkaar communiceren, ondanks dat u er achter bent gekomen dat jullie beiden niets bijzonders zijn? Kunt u de ander laten zijn zoals hij of zij is? Dan heeft waarachtige liefde een kans. Waarachtigheid betekent dat u alles ziet wat de ander in zich draagt en hoe hij of zij lijdt, hoe u van alles en nog wat in u draagt, en hoe u lijdt. En dat het ideaalbeeld wat u had van de ander eigenlijk maar lariekoek is, bij nader inzien. U laat de ander zijn wie hij of zij daadwerkelijk is. U accepteert het dat de ander soms onredelijk is; u probeert op geen enkele manier de ander te veranderen of naar uw hand te zetten. U helpt de ander waar nodig, u belemmert zijn of haar groei niet. Als de relatie die stormen kan doorstaan, komt de verhouding tot rust en zal er op den duur liefdevolle vriendschap overblijven. Dan hoeft u niet meer zo nodig totaal in elkaar op te gaan, dan hoeft u niet zo nodig meer bijna dwangmatig bijvoorbeeld zes keer per week seks te hebben, iets wat immers in de media wordt gepropageerd. Hebt u weinig of geen seks, dan bent u volgens de lezing van de media niet meer helemaal “normaal”. Hoedt u voor al dit soort flauwekul, die schadelijk voor u is. Wees wat u ook maar bent en laat de ander zijn wat hij of zij is. Dan zal er vrede zijn in de relatie, omdat er kennis en inzicht is over hoe de zaken werken. Dat er wel overeenkomsten zijn tussen de partners, maar dat er ook verschillen zijn. Verschillen zijn nodig, die geven dynamiek in de relaties. Probeer de verschillen te ontkennen, en uw relatie zal op den duur kapot gaan.

Zo positief is de hartstocht dus niet. Maar vertel dit aan een hevig verliefd stel, en ze zullen u uitlachen. Totdat de dag komt dat ze zelf inzien dat de hartstocht toch niet zo verkiesbaar is als dat men in eerste instantie dacht. Het heeft weinig zin om onervaren jongelui proberen af te houden van een intieme relatie, omdat iedereen min of meer in die val trapt. Dat het een valkuil is, klinkt wel wat onaardig, maar verliefdheid is immers een val. We trappen er allemaal vroeg of laat in, en met volledige (wederzijdse) instemming. Blijkbaar valt er wat te leren van het leven, moeten we zelf aan den lijve ondervinden hoe de zaken werken. Iemand die lijdt onder het drievoudige vuur van begeerte, afkeer en onwetendheid, gaat op zoek. Hij of zij heeft er genoeg van en gaat op zoek naar de waarheid omtrent zichzelf en de wereld. Dit kan de oorzaak zijn van spiritualiteit. Het is echter niet zo dat we zomaar de hartstocht kunnen afdoen als iets dat onjuist is. Mensen moeten de gelegenheid hebben om zelf te merken wat de negatieve kant is van de hartstocht, dat hechting en vereenzelviging met de hartstocht het grote probleem is. Dat u niet iets kunt vasthouden, dat het leven een rivier is en geen onbeweeglijke steen. Dat er dynamiek bestaat en dat u de veranderlijkheid van het bestaan moet zien te verteren. Het Boeddhisme kan daarin een hulp zijn, afhankelijk van de persoon in kwestie die op zoek gaat naar zichzelf.

Een getrainde geest is mijns inziens een geest die veel ervaren heeft, die veel levenservaring heeft en daardoor inzicht heeft verkregen. Ik zei al dat u de verliefdheid e.d. niet de pas kunt afsnijden, met name en vooral niet van de ander die nog het één en ander zelf te ervaren heeft. Vandaar dat ik een voorstander ben van het bewust doorleven van het leven, en niet van er afstand van doen of iets bij voorbaat afwijzen. Want dat is het gevaar dat ligt in spiritualiteit. Iemand lijdt bijvoorbeeld verschrikkelijk onder affectieve relaties en doet er op den duur via inzicht afstand van. Daarna gaat hij of zij prediken dat affectieve relaties gevangenschap betekenen, en dat u er beter maar niet aan kunt beginnen. Voor zichzelf heeft hij of zij volkomen gelijk, er is inzicht dat hartstocht schadelijk is, op den duur. Dus lijkt het beter om geen hartstocht meer te kennen of na te jagen. Maar als een jongeling hoort dat affectieve relaties tot lijden zullen voeren, zal die jongeling óf niet luisteren en zijn eigen weg gaan óf de jongeling wordt aangetrokken tot het bijzondere charisma van de prediker, die een spirituele boodschap brengt. De jongeling gelooft de profeet op het woord en gaat bij zichzelf de hartstocht de pas afsnijden, seks achterwege laten en zich houden aan de strikte leefregels van de prediker. Ook in het Boeddhisme worden diverse leefregels genoemd. Drink geen bedwelmende dranken, seks is op zijn minst verdacht, en ga zo maar door. Maar ik herhaal dat de mens óók de gelegenheid moet hebben om bepaalde zaken zelf aan te voelen, uit te proberen, te doorleven. Verliefdheid en de aantrekkingskracht tussen de geslachten is iets dat niet zomaar de pas afgesneden mag worden. Vandaar dat ik tegen het celibaat ben, tenzij het een eigen keuze is en bij de persoon in kwestie past. Ik geloof eerder in het feit dat een geestelijk inzicht in hoe de zaken werken belangrijker is dan het blind (lees: onervaren) navolgen van leefregels waarvan u zelf niet hebt ingezien wat er onjuist is aan liegen, stelen, hartstocht, het tot zich nemen van bedwelmende stoffen enzovoort. Uiteraard is het zo, dat de toevlucht tot de Boeddhistische Sangha gebonden is aan bepaalde leefregels. Maar dat betekent dat u rijp bent op uw zoektocht naar de waarheid om bepaalde leefregels te kunnen aanvaarden. Dat betekent dat u reeds geestelijk vastgelopen bent en hulp zoekt. En dat u dus eigenlijk al weet dat het leven in hartstocht een brandend huis is waar u uit moet vluchten. U hebt al veel ervaren. Vergeet dus nooit dat niet zomaar iemand kan worden bestookt met leefregels, er moet sprake zijn van een enigszins gerijpte geest, van het feit dat iemand reeds heeft ervaren dat het “normale” leven onbevredigend is. Ik denk dat iedereen bedacht moet zijn op de daadwerkelijke reden waarom hij of zij zich aangetrokken voelt tot spiritualiteit en bijvoorbeeld tot het Boeddhisme. Waarom inspireert u dat zo?

Veel inzicht toegewenst,

Basho :)

Basho

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #24 Gepost op: 10-04-2012 15:51 »
Verdriet ontspringt uit kwade daden

“015. Hier lijdt iemand en in het hiernamaals lijdt iemand; op beide manieren lijdt degene die kwaad doet. Iemand lijdt en wordt gekweld wanneer hij zijn eigen onzuivere wilshandelingen ziet.

idha socati pecca socati papakari ubhayattha socati so socati so vihaññati disva kammakilittham attano

Het verhaal van Cundasukarika bevestigt de uitspraak van het eerste vers van de Dhammapada (Dhp001), namelijk dat kwaad alleen maar kwaad voortbrengt vanwege de gevolgen. Ook dat sommige van de gevolgen van kwade daden in dit huidige leven ondervonden worden.

Goede daden brengen geluk

016. Hier is iemand gelukkig en in het hiernamaals is iemand gelukkig; op beide manieren is degene die goed doet gelukkig. Iemand is gelukkig en verheugt zich wanneer hij zijn eigen zuivere wilshandelingen ziet.

idha modati pecca modati katapuñño ubhayattha modati so modati so pamodati disva kammavisuddhimattano

Een wijs mens verricht goede daden. Nadat hij die goede daden verricht heeft, verheugt hij zich hier in deze wereld. Hij verheugt zich ook in het leven hierna. Wanneer hij de zuiverheid van zijn deugdzame daden ziet, verheugt hij zich. Hij is door en door gelukkig wanneer hij de goedheid van zijn wilshandelingen ziet.” (Auteur citaat: Peter van Loosbroek – Ananda, 2004. Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl)

Ik heb hierboven al uitgebreid geschreven over de wet van karma of intentionele handeling binnen het Boeddhisme. Dat betekent feitelijk dat goede daden uiteindelijk goede gevolgen zullen hebben en slechte daden slechte gevolgen zullen hebben. Soms is het moeilijk, zo niet onmogelijk om een specifiek gevolg te passen bij een specifieke oorzaak. Er zijn diverse “leraren” bekend die zich te buiten gingen aan de meest vreemde interpretaties van het karma, zoals toen enige jaren geleden een gebied was overstroomd als gevolg van de natuurkracht van een tsunami, dit volgens deze lieden te wijten zou zijn aan negatief karmisch geladen daden van de bewoners in het verleden. Hier worden enkele van de vijf niyama’s stevig met elkaar verwisseld (Utu Niyama en het Karma Niyama) en wordt het natuurlijk een janboel. Dat heeft niks meer met Boeddhisme te maken, mijns inziens.

Soms kunnen we inderdaad bepaalde gevolgen in dit leven ervaren, maar het Boeddhisme stelt dat deze gevolgen ook veel later kunnen komen, bijvoorbeeld in latere levens. Niemand zou aan het karma ontkomen, vroeg, of laat. Een goed resultaat volgt helaas niet altijd meteen na een goede daad, hetgeen - als dat zo zou zijn - een heldere duidelijkheid zou verschaffen en de menselijke ethiek glashelder zou maken. Maar zo liggen de kaarten niet. Na een goede daad kan namelijk ook allereerst het resultaat verschijnen van een eerder (verder in het verleden liggende) verrichtte slechte intentionele daad. Hierdoor lijkt het soms alsof een goede daad helemaal geen gevolgen heeft of dat de goede daad zelfs slechte gevolgen heeft. Terwijl er eerder sprake is van het feit dat we te weinig overzicht hebben over welke daden welke gevolgen hebben. Het is voor ons dus heel vaak niet mogelijk om de volgorde te voorspellen van bepaalde wilsacties.

De hele Boeddhistische ethiek is er op gericht om een hulpmiddel te bieden om in ieder geval goede daden met goede intenties te verrichten. Wij kunnen immers niet niet-handelen, ons leven heeft altijd gevolgen, of we dat nu leuk vinden of niet.

Ik heb al eerder op dit forum aangegeven dat de leer van de Boeddha in drie regels is samen te vatten, als volgt:

“Doe het goede,
vermijdt het kwade
en reinig de eigen geest.”


Je moet dan wel eerst weten wat “goede” daden zijn en “slechte” daden. We weten allemaal wat de ander kan doen lijden, en dat dit niet verkiesbaar is, maar de Boeddha heeft een duidelijk scala aan ethische regels opgesteld om handvatten te bieden voor een juist leven. Hier komt het Achtvoudige pad om de hoek kijken, waarin het woord “juist” (of: zuiver) steeds terugkeert in elke ethische regel. Blijkbaar weet de mens onvoldoende wat “goed” (ethisch juist) of “slecht” is. Het is zelfs zo dat wat in de ene samenleving als “goed” wordt beschouwd, in een andere samenleving als “slecht” wordt gezien. Gautama de Boeddha heeft niets aan het toeval overgelaten en duidelijk aangegeven hoe slechte daden te vermijden en dito negatief karma. Het lukt ons niet uit onszelf om haarzuiver uit te vinden wat “juist” is en wat “onjuist” is. Het zou veel te lang duren om dat zelf uit te filteren, misschien wel eeuwig, omdat we zonder hulp van buitenaf blijkbaar in ons cirkeltje blijven ronddraaien. En dat hebben we volgens de Boeddha al vele levens lang gedaan.

Ooit is het echter een keer genoeg geweest… En stap je uit het rad van wedergeboorten. In deze tweelingverzen wordt duidelijk steeds aangegeven wat tot het zuivere en wat tot het onzuivere leven behoort, het Dhammapada is wat dat betreft een vrij helder geschrift. Door duidelijk te omschrijven waar het één en ander toe kan leiden, verschaft dit een nader inzicht en hopelijk de wens om te werken aan zichzelf.

Met vriendelijke groeten,

Basho :)

Offline JG888

  • Verspreider van inzicht
  • ***
  • Berichten: 158
Re:De dhammapada
« Reactie #25 Gepost op: 08-08-2012 21:06 »
Ik vind dat Yuttadhammo erg goede en fijne video's heeft over de dhammapada.
Hij behandeld de verses per 1,2 of 3. Leest eerst de verse voor in Pali, daarna vertaalt hij deze en vertelt daarna het achterliggend verhaal.
De eerste verse kan je hier horen: http://www.youtube.com/watch?v=lZZiE-EofAE
Over het pad lezen, praten en horen dient enkel ter motivatie & ter verduidelijking van het pad en de beoefening. Het gaat om de beoefening en dus de directe ervaring waardoor er begrip en wijsheid ontstaat. Ga geduldig door met de beoefening zonder verwachtingen en geleidelijk zal je meer begrijpen

boedhadharmasanga

  • Gast
Re:De dhammapada
« Reactie #26 Gepost op: 23-12-2012 13:48 »
De theorie van  Kant wordt vaak verkeerd begrepen, maar wat Kant zegt is dat de werkelijkheid niet volledig aanschouwd kan worden in zijn ware vorm, omdat wij de dimensies van tijd en ruimte als voorwaarden op de wereld projecteren. Zonder de dimensies van tijd en ruimte kan onze psyche niet bestaan, dus wanneer we de wereld aanschouwen zien wij haar inde 4 dimensies van tijd en ruimte. De causaliteit en de 3 dimensionale eigenschappen die wij de wereld opleggen zijn kenmereken van onze psyche en niet van de wereld zelf. Wanneer we de kwantum mechanica erbij halen dan zien we dat de wereld niet langer reageert op een causale wijze en dat er geen ruimte bestaat. De wereld is non-lokaal en non-causaal. Onze geest is echter niet in staat verschillende tijden tegelijkertijd te beleven nog is het in staat 1 object op meerdere plekken tegelijk te waarnemen. Toch schijnt de wereld zo in elkaar te zitten. Kant zegt niet dat de wereld een illusie is of dat de projectie de ware wereld is, maar dat de wij de wereld bepaalde eigenschappen op leggen en dat dat niets verteld over dat ding an sich, maar meer over wat de psyche is.Gautama Boedha heeft volgens eigen zeggen de ware natuur doorzien. Er wordt gaandeweg in de soetra's vaker gesproken over meerdere werelden die overstegen zijn. Datgene dat wij als onze wereld ervaren is een versimpelde versie van het ware Universum. Het lijkt erop dat materie in zijn geheel niet bestaat, enkel een projectie is van onze geest op het multidimensionale (de snaartheorie gaat uit van 10 of 11 dimensies) ding buiten ons. Indien we dus onze psyche zouden kunnen overstijgen zouden we deze werkelijkheid pas in zijn volheid kunnen ervaren. Dit is waar boedha de meditatie voor aandraagt. Als wij de wereld in zijn juiste verhouding kunnen ervaren kunnen we wellicht de dualiteit overstijgen. Gezien dat alles non-lokaal is betekend namelijk dat alles in feite 1 geheel is. Dit is dan ook de illusie die we zelf creëren. Kamma ontstaat uit bewustzijn, niet zozeer gedachte, maar dat is ook het probleem met vertalen. Boedha heeft het over een geestelijk (niet psychish) bewustzijn dat wij bezitten, dit is een bewustzijn dat helemaal leeg is zonder gedachten of gevoelens. Dit is het hogere zelf, in deze ruimte ontstaat bewustzijn, hier ontstaat ook ego. Wanneer je een gedachte beleeft, dan wordt je je bewust van de gedachte, je identificeert je met de gedachte of dat bewustzijn en hecht je eraan. Dit bewustzijn leeft, nl alle bewustwordingen hebben een eigen leven. Er zijn ook karmisch neutrale bewustzijns en karmisch positieve bewustzijns , maar alle bewustzijns creëren karma. Door het ego los te leren laten, leert met zich bewust te worden zonder zich te hechten aan deze bewustzijns en daarmee kan een staat van Nirvana opgewekt worden. De dhammapadha kan helpen in dit proces, maar je kunt dit ook zelf ervaren door te mediteren op leegte, want in de totale leegte kun je één worden met je hogere zelf, maar zolang je denkt en bewust wordt van objecten zul je je hechten aan deze gedachten en de illusie dragen dat je iemand of iets bent. Zolang je nog een induvidu bent kun je de heelheid niet ervaren, want je leeft dan in de dualiteit.


 
Ik wil hier niet veel verder voortgaan op de dialoog maar ben zo vrij geweest om daar een ander topic voor te openen.

Wat ik hier nog wel kwijt wil is het volgende:
Hier als waarheid herhalen wat Immanuel Kant verwoordde:

Immanuel Kant verwoordde dat uitstekend door te stellen dat het voor de mens niet mogelijk is om het “Ding an Sich” (de objectieve werkelijkheid) als zodanig te kennen, maar dat we immers onafgebroken bezig zijn met onze subjectieve interpretaties van die objectieve werkelijkheid, namelijk verwoord in het “Ding für Mich

is een mentale projectie, dat wil zeggen: dat dat waarheid zou zijn.
Het is echter een pertinente onwaarheid.
Vasthouden aan die onwaarheid is vasthouden aan - beperkende onwetendheid - dat is precies wat Boeddha bedoelde.
Met een dergelijke redenatie is ook Boeddhisme (en alle religie) verworden tot : Ein ding für Mich

Refereren aan Kant is refereren aan een van de latere filosofen in de menselijke geschiedenis, voor de mens die onderzoekt zijn er weer latere filosofen die haarfijn uitleggen waarom de filosofie van Kant zeer beperkt is en maar een deel, in feite het materiële deel van het bestaan belichten. Het is dan ook een filosofie die aanzet tot zeer materialistische denken.
Daar komen we op de kern van het probleem zoals ik dat zie, de essentie van het Boeddhisme wordt teniet gedaan doort het Kantiaanse denken.

Een van de filosofen die de beperktheid, de subjectiviteit van Kant aantoonde was de filosoof Paul Asmus.
In zijn boek: "Das Ich und das Ding An Sich" zet hij voort waar Kant niet verder kwam/kon.

Dat de stelling van Kant niet deugt heb ik ook al een beetje aangeraakt met mijn herhaalde voorbeeld van de Stelling van Pythagoras.
De Stelling van Pythagoras is geen "Ding für Mich" aber "Ein Ding an Sich"
De inherente Geest is ook geen "Ding für Mich" aber auch "Ein Ding an Sich"

Wellicht zijn verdere reacties hierop gepast op het andere geopende topic.

met vriendelijke groet.

Chan

Offline aanwezig

  • wat is dit
  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 2854
  • Geslacht: Man
  • ...is dat zo...?
Re:De dhammapada
« Reactie #27 Gepost op: 23-12-2012 14:29 »
Wellicht zijn verdere reacties hierop gepast op het andere geopende topic.


Boeddhisme over de geest:

http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,1413.0.html
« Laatst bewerkt op: 23-12-2012 14:32 door lord rainbow »
met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline Tommy

  • Verspreider van inzicht
  • ***
  • Berichten: 136
  • Geslacht: Man
  • Enlighten me.
Re:De dhammapada
« Reactie #28 Gepost op: 29-12-2012 20:20 »
Interessant zeg. Misschien leuk om er elke dag eentje te lezen en er een dag op te teren :)
"Listen, I have a feeling we're both here for the same reason. Why not team up? It might make things easier."
Toa Mata Pohatu