Auteur Topic: Shunyata (leegte)  (gelezen 3784 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Avalokiteshvara

  • Gast
Shunyata (leegte)
« Gepost op: 31-12-2010 20:06 »
De projectie van het ego
De leegte (Shunyata) is een bijzonder en belangrijk onderwerp in het Boeddhisme. Boeddha spreekt in zijn leer steeds over de vergankelijkheid en veranderlijkheid van dat wat we via onze zintuigen ervaren en wat we door middel van ons denken vormen tot een onveranderlijk “ik”. Dat onveranderlijke “ik” is een illusie en schijn, omdat zelfs onze gedachten een proces zijn. Geen enkele gedachte is onvergankelijk, dus kan hieruit nooit een onveranderlijk “ik” worden gevormd. Toch denkt de mens dat hij een lichaam is waarin een “ik” woont. Het is echter de vraag waar de normale mens denkt dat zijn “ik” eigenlijk huist. Want als je het op de man afvraagt, zal de Westerse mens steevast op zijn hoofd wijzen, daar waar de hersenen zich bevinden in de schedel. Daar wordt het “ik” geprojecteerd. Vraag je een Oosterling waar zijn “ik” huist, dan zal vaak de vinger gericht worden op de buik, de hara. Door de toenemende verwestering van het Oosten is zelfs dat aan het veranderen. Het gaat er trouwens niet om wie gelijk zou hebben, degene die op zijn hoofd wijst of degene die zijn buik aanwijst als de zetel van het zelf.

Relevante citaten:

"14. Ananda, er zijn vijf soorten geneugten. Welke vijf? Voor het oog waarneembare vormen, voor het oor waarneembare geluiden, voor de neus waarneembare geuren, voor de tong waarneembare smaken en voor het lichaam waarneembare tastbare objecten, in zoverre zij aantrekkelijk, aangenaam, dierbaar, met lust verbonden zijn en hartstocht stimuleren. Dit zijn de vijf soorten geneugten."

"16. Ananda, er zijn vijf geledingen van het toe-eigenen, het opkomen en verdwijnen waarvan een monnik voortdurend moet volgen: “Dit is vorm, dit is het opkomen van vorm, dit is het verdwijnen van vorm. Dit is gevoel, dit is het opkomen van gevoel, dit is het verdwijnen van gevoel. Dit is cognitie, dit is het opkomen van cognitie, dit is het verdwijnen van cognitie. Dit zijn drijfveren, dit is het opkomen van drijfveren, dit is het verdwijnen van drijfveren. Dit is gewaarwording, dit is het opkomen van gewaarwording, dit is het verdwijnen van gewaarwording.
17. Als hij bij de vijf geledingen van het toe-eigenen het opkomen en verdwijnen voortdurend volgt, dan laat hij de ‘ik-ben’-waan ten aanzien van de vijf geledingen van het toe-eigenen achter zich. Als dat zo is, dan beseft de monnik: “Ik heb de ‘ik-ben’-waan met betrekking tot de vijf geledingen van het toe-eigenen achter mij gelaten.” Zo is hij daarbij volledig bewust."

(Citaten uit: Jan de Breet & Rob Janssen: “Majjhima-Nikaya. De verzameling van middellange leerredes, deel 3 – Suttas 101-152”, blz. 209 (Maha-Sunnata-Sutra). Asoka, Rotterdam.)

Wat is leeg en wat is vol?
Boeddha ontkent een zelf, een Atman. Er is geen zelf, alles is afhankelijk en veranderlijk. Dus is alles lijden zolang we het leven willen ervaren via een ego. Als de leerling uiteindelijk de leegte realiseert, realiseert hij het Nirvana. Over het algemeen vinden we het moeilijk om ons van deze zaken een voorstelling te maken. We denken dat we weten wat de leegte (Shunyata) is, maar dat is eigenlijk niet het geval. We kennen via het empirische ervaren dat een kopje leeg kan zijn, of dat er thee in kan zitten. In het eerstgenoemde geval zeggen we dat het kopje “leeg” is, in het laatstgenoemde geval zeggen we dat het “vol” is. Feitelijk is een leeg kopje (wetenschappelijk gezien) ook vol, vol van lucht met een bepaalde samenstelling. Er is geen leegte in het heelal, alles is vol. Daarom kun je het tegenovergestelde ook beweren, dat alles leeg is. Maar dat soort spitsvondigheden leiden meestal tot filosofie, en het Boeddhisme is niet echt een filosofie. Toch kunnen filosofen als bijvoorbeeld Immanuel Kant (1724-1804) ons een beetje op weg helpen. Kant zegt namelijk dat we de wereld uitsluitend kunnen kennen vanuit onze menselijke structuur. De objectieve werkelijkheid is niet kenbaar, slechts de subjectieve werkelijkheid is kenbaar. Dat betekent dat de objectieve werkelijkheid geen zaken kent als ruimte en tijd, omdat het ervaren van ruimte en tijd per definitie zaken zijn die in de menselijke geest zitten ingebakken. We zullen altijd alles interpreteren via het denken door middel van onze menselijke maatstaven (Das Ding Für Mich). De objectieve werkelijkheid (Das Ding An Sich) is slechts een mogelijkheid, waarover we niets kunnen beweren.  

Relevant citaat:

"Om alle misverstanden te vermijden is het eerst nodig zo duidelijk mogelijk uit te leggen wat onze opvatting is over de grondgesteldheid van de zintuiglijke kennis in het algemeen.
We wilden zeggen dat al onze aanschouwing alleen maar de voorstelling van verschijning is; dat de dingen die we aanschouwen op zichzelf niet zo zijn, als we ze aanschouwen; dat ook hun verhoudingen op zichzelf niet zo zijn als ze ons verschijnen; en dat als we ons subject, of zelfs alleen de subjectieve gesteldheid van de zintuigen in  het algemeen, opheffen, alle eigenschappen en alle verhoudingen van de objecten in ruimte en tijd, ja ruimte en tijd zelf, zouden verdwijnen; als verschijnselen kunnen ze niet op zichzelf, maar alleen in ons bestaan. Hoe het is gesteld met de objecten op zich, los van deze hele receptiviteit van onze zintuigen, blijft ons volstrekt onbekend. We kennen alleen de wijze waarop wij ze waarnemen, een voor ons specifieke wijze, die niet noodzakelijk elk wezen, maar wel elke mens moet toekomen. En alleen met die wijze van waarnemen hebben we te maken."

(Citaat uit: Immanuel Kant: “Kritiek van de zuivere rede”, blz. 136-137. Boom, Amsterdam.)

Nihilisme
Het Boeddhisme wil geen nihilisme verkondigen. Boeddha beweert slechts dat de leerling zelf zal moeten leren doorzien dat hij in het gewone leven een slaaf is en blijft van zijn zintuigen die een bepaalde ervaring teweeg brengen via illusie in het menselijke denken. Het hele Boeddhisme is dus mijns inziens een leerweg om te komen tot  meer bewustwording van hoe de zintuigen, de manier van ervaren en het projecteren van een (niet echt bestaand) “ik” tot stand komen. Gewaarzijn is de sleutel tot meer helderheid. Ware vrijheid betekent blijkbaar dat wanneer je de werking van je zintuigen volledig doorziet en hoe je op het leven reageert vanuit deze zintuigen, je feitelijk bewust bent van je geconditioneerdheid. En wat bewust wordt, geeft de mens een keuze. Onbewustheid is geen keuze, maar slavernij, simpelweg omdat je in dat geval geen keuze hebt. Je weet door de onbewustheid niet dat je een slaaf bent van je zintuiglijke en subjectieve wereld. Je denkt dat je een “ik” hebt dat je lichaam bestuurt en dat je datgene naar je toe moet halen wat je op een plezierige wijze raakt en dat je datgene weg moet drukken wat je om een onplezierige manier raakt (het proces van gehechtheid en identificatie). De gerealiseerde mens heeft zoals gezegd door zijn bewustzijn en gewaarzijn de keuze om iets te willen najagen of dit juist na te laten. Over het algemeen zal de gerealiseerde mens er niet over peinzen om nog iets na te jagen, omdat hij gewaar is van het feit dat najagen van begeerten feitelijk slavernij betekent, het slaaf zijn van de zintuigen en de vorming van het daarbij horende illusoire “ik”. Voor de nog niet gerealiseerde, maar zoekende mens is dit een moeilijke weg, omdat hij als het ware tegen zichzelf in moet gaan. Vandaar dat Boeddha zoveel heeft gesproken en uitleg heeft gegeven in de vorm van de Vier Edele Waarheden en het daaruit volgende achtvoudige pad. De leerling moet namelijk ergens kunnen beginnen met het leersysteem van Boeddha.

Relevant citaat:

"Het begrip leegte werd in het hinayana alleen gebezigd in verband met de persona. In het mahayana worden alle dingen als niet-wezenlijk, dat wil zeggen, als leeg (niet in het bezit van een eigen wezen of essentie) beschouwd. Alle dharma’s ontberen in wezen een zelfstandige, bestendige substantie. Het zijn niets dan zuivere verschijnselen en ze bestaan niet buiten de leegte. Shunyata doordringt en draagt alle verschijnselen en is een voorwaarde tot hun ontwikkeling. Uit deze opvatting van de leegte van al wat bestaat mag overigens niet de conclusie worden getrokken dat het boeddhisme nihilistisch zou zijn: leegte wil niet zeggen dat de dingen niet bestaan."

(Citaat uit: Fischer-Schreiber, Ehrhard, Diener: “Lexicon Boeddhisme”, blz. 330. Asoka, Rotterdam.)
« Laatst bewerkt op: 06-02-2011 20:36 door Katinka - Boeddha hoekje »

IssaBuddha

  • Gast
Re:Shunyata (leegte)
« Reactie #1 Gepost op: 21-04-2014 16:51 »
Het is echter de vraag waar de normale mens denkt dat zijn “ik” eigenlijk huist. Want als je het op de man afvraagt, zal de Westerse mens steevast op zijn hoofd wijzen, daar waar de hersenen zich bevinden in de schedel. Daar wordt het “ik” geprojecteerd. Vraag je een Oosterling waar zijn “ik” huist, dan zal vaak de vinger gericht worden op de buik, de hara. Door de toenemende verwestering van het Oosten is zelfs dat aan het veranderen. Het gaat er trouwens niet om wie gelijk zou hebben, degene die op zijn hoofd wijst of degene die zijn buik aanwijst als de zetel van het zelf.

Vreemd. Als ik in een gesprek met iemand aan mezelf refereer, dan wijs ik altijd vanzelf naar mijn hartstreek en niet naar het hoofd of de buik. Ik ben er altijd van uitgegaan, dat iedereen dat doet.
Zou het kunnen zijn dat de ware natuur tijdens het leven niet in het hoofd (gedachten), noch in de buik (emoties), maar in de hartstreek zetelt?