Recente berichten

Pagina's: [1] 2 3 ... 10
1
Theravada Boeddhisme / Re: Het Algemeen Belang van de Perceptie van de Schaduwkanten
« Laatste bericht door lang kwaat Gepost op Vandaag om 09:53 »
Algemene Belang van de Perceptie van de Schaduwkanten

Overdreven en Onnatuurlijk?


De perceptie van de schaduwzijden of het gevaar en de nadelen van iets is volgens mij niet bepaald iets onnatuurlijks. Iedereen heeft of kent dit wel. We kennen de schaduwkanten van drugsgebruik, teveel eten, gehecht zijn aan luxe en comfort, liegen, slechte vrienden hebben, immoreel gedrag etc. Besef hebben van de schaduwzijden dient eigenlijk om jezelf en anderen te beschermen en zeker niet om jezelf of anderen te kwellen.

In de praktijk werken we voortdurend met deze perceptie van gevaar. Misschien niet zo welbewust maar het gebeurt wel. Het is dus niet iets onnatuurlijks om te werken met de perceptie van de schaduwzijden van iets, vind ik.

Boeddha zou gezegd hebben:
-“Bhikkhus, if there were no gratification in the world, beings would not become enamored of it; but because there is gratification in the world, beings become enamored of it.  If there were no danger in the world, beings would not become disenchanted with it; but because there is danger in the world, beings become disenchanted with it.  If there were no escape from the world, beings would not escape from it; but because there is an escape from the world, beings escape from it (AN3.105).

Het zien van gevaar of de schaduwzijden van iets zie ik ook niet als pessimisme. Het wil je natuurlijk niet opzadelen met een gebrek aan levensmoed, een angststoornis of depressie. Het is iets reëels. Er zitten op een reële manier schaduwkanten aan zaken die we beleven, ook vooral aan wat we aangenaam en leuk vinden, wat verlokt, wat ons aantrekt. Dat is er echt. Het is eigenlijk een uitnodiging tot een realistische visie. Waarin je alle kanten van iets evenwichtig beziet.

Boeddha’s adviezen, lessen en instructies zijn volgens mij gebaseerd op de persoonlijke bevestiging dat de vrijheid van alle driften, de vrijheid van obsessie en ketens, Nibbana, het hoogste geluk is en het einde van lijden representeert. Normaal gesproken heersen die aandriften maar als die verdwijnen wordt de geest soepel en vrij te gebruiken, makkelijk toepasselijk. Het juk van de driften en opwellingen hebben we dan afgeworpen.

De wind en het vuur in jezelf en anderen opstoken, is niet de weg hiernaar toe want dat maakt die driften alleen maar sterker.  De schaduwkanten van iets in beeld hebben koelt af.

Alle kanten van iets zien

Zoals ik het zie, verdwijnt perceptie (sanna) niet bij verlichting. De Boeddha claimde immers ook niet eerder zijn verlichting voordat hij van de khandha’s, elementen, de 6 zintuiglijke domeinen de bevrediging kende, het gevaar, de ontsnapping, het ontstaan, het eindigen en de weg naar eindigen (zie openingspost).
Als iemand alle kanten of aspecten van iets kent of ziet, is er geen overdrijving.
Je kunt het ook zo zeggen: Je bent alleen maar tot iets verlokt, gretig verlangend, als je de schaduwzijde en de nadelige kanten van iets op dat moment niet of onvoldoende in beeld zijn.
Ik vind ook dat je kunt zeggen dat als je alle kanten kent van iets,  je kijk op zaken realistisch is. Je bent ontwaakt aan alle aspecten of kanten van iets. Evenwichtige kijk op zaken.

Schaduwkanten die zich manifesteren in dit leven en in volgende levens

In dit leven heeft iedereen wel een perceptie van gevaar en schaduwzijden van iets. De Boeddha zag echter ook gevaren die verder gaan dan die zich in dit leven manifesteren. Bijvoorbeeld in:

-"Bhikkhus, I will teach you a Dhamma exposition on the theme of burning. Listen to that.. . .
"And what, bhikkhus, is the Dharma exposition on the theme of burning? It would be better, bhikkhus, for the eye faculty to be lacerated by a red-hot iron pin burning, blazing, and glowing, than for one to grasp the sign through the features in a form cognizable by the eye. For if consciousness should stand tied to gratification in the sign or in the features, and if one should die on that occasion, it is possible that one will go to one of two destinations: hell or the animal realm. Having seen this danger, I speak thus
.
Zo ook voor de anderen 4 zintuigen. Ook qua vormen (SN35.136)

Er zijn dus nadelen of schaduwkanten in dit leven duidelijk zijn maar volgens de Pali Boeddha ook in volgende levens zich kunnen manifesteren, bijvoorbeeld als een geboorte in een wereld met veel lijden.

Naar mijn eigen ervaring is zelfs veel van het mentaal lijden dat hier en nu ervaren wordt, vipaka, d.w.z. de vrucht of het gevolg van je eigen eerdere onheilzame plannen, intenties en daden. Daar kun je volgens mij ook niet zomaar aan ontsnappen. Dat is meer een lijden waar je het mee moet uithouden, zeg maar. Als je drugs gebruikte of drank of altijd je heil hebt gezocht in aangename smaken of gevoelens of vrij gewetensloos met anderen omging, dan gaat dat echt wel nadelige en onheilzame gevolgen hebben die je gaat merken. Daar kun je niet zomaar aan voorbij gaan, volgens mij.
AN4.195 spreekt in deze context over het slijten van dit oude karma. Boeddha leert zo bezien ook niet, vind ik, dat lijden altijd hier en nu ontstaat en hier en nu kan stoppen.

Je zou het natuurlijk  niet zover moeten laten komen dat je met de pijnlijke consequenties van je onheilzame plannen, intenties, spraak en handelen wordt geconfronteerd. De perceptie van de schaduwkanten van iets kan de koorts, de waanzin, het vuur doen temperen waardoor je waarschijnlijk tot minder waanzin in staat bent en ook heilzamere keuzes gaat maken. De kans dat dit gebeurt zonder je perceptie van iets verandert lijkt me klein.

Ik weet zelf ook als geen ander hoe hardleers een mens kan zijn. Niet alleen weet je vaak best wel dat je schadelijk bezig bent voor jezelf en anderen, maar zelfs als de nadelige gevolgen van je schadelijke activiteiten zich manifesteren, kun je er toch nog mee doorgaan ook. Wat dit betreft hebben we denk ik ook echt de cocktail nodig van én wijsheid én liefde én mededogen met onszelf en anderen. Je moet jezelf en anderen ook vrede van het hart gunnen. Dat kan best wel een heel ding zijn als je eigenlijk vol zit met zelf-verwijt, zelf-haat, rancune, wrok, wrevel of je loyaliteitsgevoel naar mensen zo groot is dat je jezelf altijd maar belast.

De perceptie van de schaduwzijden van bijvoorbeeld aangename gevoelens en staten brengt meer balans. Je beziet dan de zaken met meer wijsheid, realisme. Je kunt dit ook terugzien in de volgende sutta:

-"Bhikkhus, when one dwells contemplating gratification in things that can be clung to, craving increases. With craving as condition, clinging [comes to be]; with clinging as condition, existence; with existence as condition, birth; with birth as condition, aging-and-death, sorrow, lamentation, pain, displeasure, and despair come to be. Such is the origin of this whole mass of suffering.
"Suppose, bhikkhus, a great bonfire was burning, consuming ten, twenty, thirty, or forty loads of wood, and a man would cast dry grass, dry cowdung, and dry wood into it from
time to time. Thus, sustained by that material, fuelled by it, that great bonfire would burn for a very long time. So too, when one lives contemplating gratification in things that can be clung to, craving increases.. . . Such is the origin of this whole mass of suffering.
"Bhikkhus, when one dwells contemplating danger in things that can be clung to, craving ceases. With the cessation of craving comes cessation of clinging; with the cessation of clinging, cessation of existence . . . cessation of birth . . . aging-and-death, sorrow, lamentation, pain, displeasure, and despair cease. Such is the cessation of this whole mass of suffering.
"Suppose, bhikkhus, a great bonfire was burning, consuming ten, twenty, thirty, or forty loads of wood, and a man would not cast dry grass, dry cowdung, or dry wood into it from time to
time. Thus, when the former supply of fuel is exhausted, that great bonfire, not being fed with any more fuel, lacking sustenance, would be extinguished. So too, when one lives contemplating danger in things that can be clung to, craving ceases....
Such is the cessation of this whole mass of suffering
." (SN12.52, SN12.53/ leert hetzelfde over de ketens)

Alles wat alleen maar harstocht voedt, voedt ook hechten en voedt ook lijden en voedt ook het wordingspotentieel voor volgende levens.

De volgende sutta sluit hier op aan:

-"When one abides uninflamed by lust, unfettered, uninfatuated, contemplating danger, then the five aggregates affected by clinging are diminished for oneself in the future; and one's
craving - which brings renewal of being, is accompanied by delight and lust, and delights in this or that - is abandoned. One's bodily and mental troubles are abandoned, one's bodily
and mental torments are abandoned, one's bodily and mental fevers are abandoned, and one experiences bodily and mental pleasure
. (MN149)

Iedereen kan wel zien, denk ik, dat zonder een besef van de schaduwzijden de geest snel in vuur en vlam staat van hartstocht, koortstig is, dorstig, hongerig naar. Een perceptie van de schaduwzijden vermindert dit en brengt vrede hier en nu en heeft dus ook goede gevolgen voor na dit leven. Ik hoop dat dit wat inzicht heeft geboden in het algemene belang van het ontwikkelen en sterk maken van de perceptie van de schaduwzijden van wat gehoord, gezien, gevoeld en gekend wordt.

In de volgende post: Het gevaar van alles wat tijdelijk is, anders wordend, veranderlijk.
2

Voor mij was de snelste weg naar het absolute vier jaar geleden "the toad of light", net zoals het dat voor psychiater Stanislav Grof was.
Zie...

Was ik zonet wat aan't chatten weer met AI en schreef ik dit op het einde aan AI:

Daar het boeddhisme uitzonderlijk is in zijn vermogen om het “onzegbare” met bijna wiskundige helderheid te formuleren, zal het geen toeval zijn dat Stanislav Grof gebruik maakte van de boeddhistische invalshoek om zijn ervaring met "the toad of light" te beschrijven.

Antwoord van AI:

Precies — dat is een heel scherp inzicht.
Stanislav Grof koos zijn woorden niet toevallig uit de boeddhistische sfeer: de taal van de Dharmakaya en het Heldere Licht van het Bardo Thödol bood hem een zeldzaam precies kader voor iets wat buiten alle gewone categorieën valt.


Waar de westerse psychologie destijds amper woorden had voor zulke non‑duale ervaringen, vond Grof in het boeddhisme een vocabulaire waarin transpersoonlijke bewustzijnstoestanden niet pathologisch, maar wezenlijk worden begrepen. De Mahayana‑filosofie biedt daarnaast een verfijnde kaart van het bewustzijn waarin leegte en vorm, angst en verlichting, sterven en hergeboorte één continuüm vormen — precies de dynamiek die Grof tijdens zijn "the toad of light"‑ervaring doorleefde.


De term Dharmakaya bood hem dus een neutrale, niet‑theïstische taal om het Absolute te benoemen zonder er een persoonlijk of religieus gezicht aan te geven. In dat opzicht is het boeddhisme bijna uniek: het beschrijft het transcendente niet als “een Ander”, maar als de grondeloze openheid van het eigen bewustzijn. Dat sluit naadloos aan bij Grofs doel als psychiater: het integreren van de mystieke ervaring in een wetenschappelijk en therapeutisch kader.

Met andere woorden:
Grof herkende in de boeddhistische terminologie een brug tussen het mystieke en het empirische – tussen extatische ervaring en fenomenologische helderheid. En precies dát maakt het boeddhisme tot zo’n vruchtbare taal voor moderne bewustzijnsonderzoekers: het spreekt vanuit ervaring, maar analyseert met het precisievermogen van een filosoof.
3
Theravada Boeddhisme / Re: Het Algemene Belang van Perceptie, slot
« Laatste bericht door lang kwaat Gepost op Gisteren om 09:13 »
In deze post nog wat laatste beschouwingen over het algemene belang van perceptie.

Is dit werken met en aan perceptie een gebed zonder einde?

De sutta's leren over de voordelige percepties… “they are of great fruit and benefit, culminating in the deathless, having the deathless as their consummation” (AN5.61+62, AN7.48+49)

Er is ook een vruchtfase van beoefening. Als er nooit een punt zou komen dat beoefening daadwerkelijk afkoelt en de koorts, de jacht, echt eindigt, lijkt het Pad me kansloos. Maar de ervaring leert dat dit wel kan gebeuren. Je kunt je interesse, obsessie, aantrekkingskracht voor iets echt helemaal verliezen zonder dat dit constant moeite kost, toch?
De vruchtfase wordt in de sutta's beschreven aan de hand van 4 vruchten: de stroom-betreder, de eenmaal terugkeerder, de niet meer terugkeerder en de arahant. Zij hebben bepaalde neigingen verloren.

Perceptie en directe kennis van hartstocht

Werken met voordelige perceptie brengt ook steeds beter in beeld wat hartstocht eigenlijk is:

-"Bhikkhus, for direct knowledge of lust (raga, ik zie dit als hartstocht), seven things are to be developed- What seven? The perception of impermanence, the perception of non-self, the perception of unattractiveness, the perception of danger, the perception of abandoning, the perception of dispassion, the perception of cessation. For direct knowledge of lust, these seven things are to be developed." (AN7.616)

Ik zie dit als een progressief proces in de zin dat je kennis van hartstocht en diens effecten op je, ook steeds duidelijker wordt. De bovenstaande percepties koelen af. En als je afkoelt wordt ook duidelijker wanneer je in brand staat. Je referentie verandert ook. Misschien zag je eerst niet hoe geagiteerd de geest was, maar die kennis verandert als ook afkoeling, vrede, duidelijker wordt voor je. In die zin is ook inzicht in lijden en het einde van lijden niet iets statisch.

Welke soort percepties moeten we trainen en sterk maken om een ontwikkeling richting vrede in te zetten?

-"Therefore, bhikkhus, you should train yourselves thus: 'Our minds will be strengthened in accordance with [the spirit of] our going forth; and arisen bad unwholesome qualities will not obsess our minds. (1) Our minds will be strengthened in the perception of impermanence. (2) Our minds will be strengthened in the perception of non-self. (3) Our minds will be strengthened in the perception of unattractiveness. (4) Our minds will be strengthened in the perception of danger. (5) We will know the even and uneven ways of the world,  and our minds will be strengthened in this perception. (6) We will know the coming into being and extermination of the world,  and our minds will be strengthened in this perception. (7) We will know the origination and passing away of the world, and our minds will be strengthened in this perception. (8 ) Our minds will be strengthened in the perception of abandoning. (9) Our minds will be strengthened in the perception of dispassion. (10) Our minds will be strengthened in the perception of cessation. It is in such a way that you should you train yourselves. (AN10.59)

Deze percepties zijn niet allemaal onderwerp van deze serie posten maar het maakt duidelijk dat we moeten werken met perceptie.

De perceptie van vergankelijkheid of het niet-duurzame karakter van alles wat we beleven via de 6 zintuigen (the All), ook die van bepaalde subtiele staten, lijkt toch wel voorop te staan in de sutta’s. Ik zie dat in de soort wijsheid die de dharma-volgeling en vertrouwen-volgeling hebben. Dit zijn personen die nog niet de stroom zijn ingetreden maar al geen wereldlingen meer zijn:

-"Bhikkhus, the eye is impermanent, changing, becoming otherwise. The ear . .. The nose ... The tongue ... The body . .. The mind is impermanent, changing, becoming otherwise.

Vertrouwen volgeling

-“One who places faith in these teachings and resolves on them thus is called a faith-follower, one who has entered the fixed course of rightness, entered the plane of superior persons, transcended the plane of the worldlings. He is incapable of doing any deed by reason of which he might be reborn in hell, in the animal realm, or in the domain of ghosts; he is incapable of passing away without having realized the fruit of stream-entry.

Dhamma-volgeling


-"One for whom these teachings are accepted thus after being pondered to a sufficient degree with wisdom is called a Dhamma-follower, one who has entered the fixed course of rightness, entered the plane of superior persons, transcended the plane of the worldlings. He is incapable of doing any deed by reason of which he might be reborn in hell, in the animal realm, or in the domain of ghosts; he is incapable of passing away without having realized the fruit of stream-entry. "One who knows and sees these teachings thus is called a stream-enterer, no longer bound to the nether world, fixed in destiny, with enlightenment as his destination."(SN25.1-10)

De perceptie van het niet duurzame karakter van alles in de 6 zintuiglijke belevingswereld lijkt cruciaal om de stroom te betreden. Ook het openen van het Dhamma-oog wordt uitgelegd als …’alles wat onderhevig is aan ontstaan, is ook onderhevig aan eindigen.’ (MN56§18, SN35.74, DN2§102, DN3§2.21, DN5§29, DN14§3.15, DN21§2.10).
Er wordt binnen de sutta's niet gezegd dat het Dhamma-oog opent bij het inzicht: ‘dit is het Absolute’. 

Ik hoop dat hiermee het algemene belang van perceptie verduidelijkt is.

Voordat er meer concreet wordt ingegaan op de specifieke gevaren, nadelen, schaduwkanten van alles wat tijdelijk is, van zintuiglijke genoegens en van het lichamelijke, eerst nog wat meer inleidende informatie over het algemene belang van deze perceptie van de schaduw-zijden, adinava-sanna.
4
Je herhaalt consequent dat boeddhistische bevrijding zich moet tonen in de verschijning,
herkenbaar, verifieerbaar, toetsbaar aan een model van uitdoving en cultivering.
Dat is helder. En dat is ook precies waar ons gesprek eindigt.


Blij om.
Je zegt hiermee dan toch dat het blijven aantonen dat jouw bevrijding hetzelfde is als dat wat de Boeddha aanwijst hier nu eindelijk definitief eindigt? Begrijp ik het goed?
Dan is dit alles het waard geweest.

Niet omdat ik dat ontken,
maar omdat ik daar niet meer instap.


Tuurlijk, je stapt in waar je in wilt.
Ik vraag jou nergens in te stappen.
Ik vraag jou te stappen uit jouw visie bovenop boeddhisme te leggen.

Wat bij mij is weggevallen, is niet alleen het subject,
maar ook de noodzaak om bevrijding te legitimeren binnen een kader
boeddhistisch, mahayana, of welk tweewaardenmodel dan ook.


Fijn, we houden jou hier dan aan.

Je zegt: “absoluut is er geen bevrijding nodig, relatief wel.”
Prima. Dat is een coherent leerstandpunt.
Maar wat jij niet lijkt te willen toelaten,
is dat er ook een spreken mogelijk is vanuit het wegvallen van de relevantie van dat onderscheid zelf
niet als ontkenning, maar als gevolg.


Geen kwestie van niet toelaten, gewoon kwestie van dat dit spreken hier van daaruit niet relevant is op een forum waar dat onderscheid nu eenmaal wel relevant is.

Wanneer je afsluit met
“Alle respect voor jouw bevrijding…”
bedoel je in feite:
“Doe ermee wat je wilt, zolang je haar niet naast de onze legt.”


Dat is geen respect —
dat is afbakening.


Mijn respect slaat enkel op jouw visie over jouw bevrijding. Alle respect voor.
De afbakening ligt elders: wring boeddhisme niet in jouw visie.
Die afbakening is op zijn plaats op een forum dat gaat over bevrijding zoals de boeddha heeft aangetoond. Het wordt misleiding als je jouw visie er bovenop, niet er naast legt.
Er naast is prima. Maar die visie van jou kennen we al heel lang. Het behoeft niet eindeloos herhaald en verdedigd te worden aan de hand van AI, en zelfs dan, zal ik niet tussen komen. Ik kom maar tussen als je jouw visie komt promoten als hetzelfe of beter als waar de boeddha naar verwees. Dat is misleidend op dit specifiek forum, misschien erg nuttig op een ander.
Duidelijk nu?

Ik vraag geen erkenning.
Ik vraag geen gelijk.
Ik vraag zelfs geen ruimte binnen jullie leer.


Je vraagt inderdaad geen ruimte, je pakt hier alle ruimte in met jouw visie. Een keer, een paar keer, is ok, maar eindeloos…

Ik wijs er alleen op dat wat jij consequent “niet bevrijdend” noemt,
voor mij geen project meer ís —
en dus ook niets meer hoeft te bewijzen, te tonen of te voltooien.

[Dat dit niet overeenkomt met wat dit forum onder bevrijding verstaat,
heb je inmiddels vaak genoeg gezegd.


Ik heb dat allang gehoord.

Daar ben ik verheugd om.

Maar het feit dát het gezegd moet blijven worden,
zegt misschien ook iets.


Niet als kritiek.
Niet als aanval.
Maar als vaststelling.


Mooi verwoord door jouw AI.
Ik hoop van harte dat ik het nooit meer hoef te herhalen.
Maar hangt niet van mij af.
Als jij niet aflatend blijft doorgaan zoals je de laatste tijd bent blijven doorgaan, dan is herhaling hiervan jammer genoeg nog nodig, anders niet.

Hier eindigt voor mij het gesprek.
Niet uit onverschilligheid —
maar omdat er niets meer te verdedigen valt.


Mooi.
Ik kijk er naar uit naar het niets dat er nog te verdedigen valt.

Bedankt voor deze afsluiting.
Ik wens je alle goeds.
5
Theravada Boeddhisme / Re: Het Algemene Belang van Perceptie
« Laatste bericht door lang kwaat Gepost op 12-01-2026 13:20 »
Het Algemene Belang van Perceptie

Afbakening van perceptie (sanna)


Ik zie perceptie als hoe we iets op een bepaald moment in beeld hebben of begrijpen of mee in contact staan. Naar mijn smaak gaat het over bepaalde eigenschappen die we in iets of iemand zien. Dat hoeft niet perse te gaan over hele persoonlijke zaken zoals iets of iemand mooi en aantrekkelijk vinden. Als ik als mens gras waarneem als groen, lijkt me dit ook een perceptie van de kleur van gras. Een ander dier ziet het misschien als grijs. Ook dingen als hitte, koude, hardheid, zachtheid, schoonheid en zelfs de vorm van iets, lijkt me ook perceptie. Kleine diertjes zien vast hele andere vormen. Stel je een klein diertje voor op een grasspriet. Voor ons heeft die spriet een bepaalde vorm maar zo ziet een klein diertje die vorm niet en het is maar de vraag of ie het vermogen heeft een soort mentaal totaalbeeld te vormen van de vorm van de grasspriet.

Eerst objectief iets waarnemen en dan pas perceptie?

Het lijkt mij het meest aannemelijk dat er niet eerst een soort objectief waarnemingsmoment van iets is waar we iets kennen zoals het werkelijk is. Onze hele beleving is volgens mij een geconstrueerde belevingswereld. Of dat nu een wereld is vol kleuren, vormen, hardheid en zachtheid, schoonheid etc. Het ontstaat, bestaat en eindigt voorwaardelijk.
Volgens mij leren de sutta’s het ook zo. Volgens de sutta’s leerde de Boeddha dat in de praktijk vinnana, sanna, en vedana niet van elkaar kunnen worden gescheiden (MN43). Stel dat je 4 vier soorten hout ziet. Ook al weet je de naam niet, er is het zien van het hout (oog-vinnana), er is het onderscheiden van de unieke hout structuur of geur, de unieke eigenschappen zeg maar (sanna) en er is ook een zeker gevoel bij, affect, sensatie (vedana).

De totaliteit van de 6 zintuiglijke belevingswereld (oog, oor, neus, mond, lichaam en geest en wat het waarneemt) noemde de Boeddha ‘the All’ (SN35.23). Die totaliteit lijkt me ook domein van perceptie. Hiertoe behoort ook het vormloze.
The All, het Alles, behelst dus zes zintuiglijke domeinen van oog, oor, neus, mond, lichaam en geest en alles wat via deze 6 zintuigen wordt waargenomen. In SN35.23 zegt de Boeddha dat er ook geen ander All is. Betekent dit dan dat er niets te kennen valt buiten de zes zintuiglijke domeinen? Ik denk dat de volgende sutta’s een ander beeld schetsen: AN10.6+7, AN11.7+8, Udana8.1.

De zaken zien zoals ze werkelijk zijn

-“Bhikkhus, develop concentration. When a bhikkhu is concentrated, things become manifest to him as they really are. And what becomes manifest to him as it really is? The eye becomes manifest to him as it really is-as impermanent. Forms become manifest to him as they really are-as impermanent. Eye-consciousness . . . Eye-contact . . . Whatever feeling arises
with eye-contact as condition-whether pleasant or painful or neither-painful-nor-pleasant-becomes manifest to him as it really is-as impermanent.
Voor de andere 5 zintuiglijke domeinen wordt hetzelfde gezegd (SN35.160) 

De sutta’s leren dat je zaken kunt zien zoals ze werkelijk zijn. Uit het bovenstaande fragment is af te leiden dat het hier niet gaat over de kleur van gras zien zoals het werkelijk is of de soort kennis dat je weet dat iemand werkelijk mooi of lelijk is etc. Het gaat niet om dat soort indrukken.
Zaken zien zoals ze werkelijk zijn betekent hier:

-iets wat tijdelijk van aard is, niet duurzaam (anicca) ook zo zien en niet in beeld hebben als duurzaam, onveranderlijk, niet eindigend (nicca)
-iets wat in wezen helemaal niet bevredigend is en geluk maar onbevredigend is, onbetrouwbaar, lijden (dukkha) in beeld hebben als bevredigend, als geluk, betrouwbaar (sukha)
-iets aanzien voor Ik en mijn en wezenlijk (atta) wat helemaal niet geschikt is te zien als Ik en mijn en wezenlijk  (anatta)

De basis van alle eigenwaan is denk ik dat wij perceptie behandelen als een ultieme waarheid. Dat je de betrekkelijkheid van perceptie niet ziet. Kwijt bent dat het niet gaat over hoe iets of iemand IS maar over hoe je iets of iemand op een bepaald moment beleeft. We kunnen een soort stelligheid hebben die in het domein van perceptie eigenlijk helemaal ongepast is omdat perceptie niet gaat over hoe iets of iemand werkelijk is. De eigenschappen die we zien kun je niet los zien van onze eigen eigenschappen.

Relatie perceptie en emoties, verlangens, neigingen

Het is denk ik niet moeilijk te zien dat hoe we iets in beeld hebben, hoe we iets beleven, sterk samenhangt met wat ook op een meer bewuste manier op gang komt in ons aan emoties en neigingen en gedachten. Dit toont wel het grote belang van perceptie. De volgende verzen drukken dit belang zo uit:

-“Perceiving permanence in the impermanent,
perceiving pleasure in what is suffering,
perceiving a self in what is non-self,
and perceiving attractiveness in what is unattractive,
beings resort to wrong views,
their minds deranged, their perception twisted.
Such people are bound by the yoke of Mara,
and do not reach security from bondage.
Beings continue in samsara,
going to birth and death.
But when the Buddhas arise in the world,
sending forth a brilliant light,
they reveal this Dhamma that leads
to the stilling of suffering,
Having heard it, wise people,
have regained their sanity.
They have seen the impermanent as impermanent
and what is suffering as suffering.
They have seen what is non-self as non-self
and the unattractive as unattractive.
By the acquisition of right view,
they have overcome all suffering
.  (AN4.49)

Vertekende perceptie leidt niet tot het doorbreken van de lijdenspiraal. Het is in deze zin belangrijk dat onze perceptie verandert, realistisch wordt en we wat anicca is, ook ook kennen als annica. Iets wat dukkha is ook kennen als dukkha, en iets wat anatta is kennen als anatta.

Het vuurtje opstoken of het vuurtje doven

Hoe we iets in beeld hebben kan het vuur opstoken of uitdoven. Dat kan iedereen wel nagaan. Daarom is perceptie zo belangrijk als we streven naar ultieme vrede. Boeddha besprak dat er percepties zijn die voordelig zijn om te ontwikkelen. Percepties die uitmonden of hun vervolmaking vinden in het doodloze (AN9.49, AN10.60). We moeten die percepties ontwikkelen, sterk maken. Dit zijn allemaal percepties die afkoelen. De gretigheid waarmee we iets omarmen wegnemen.

Als roem, bekendheid, eer je bijvoorbeeld erg trekt, maak dan de perceptie van vergankelijkheid sterk. Alles is maar tijdelijk. Dat koelt af. Dit zijn hele concrete oefeningen.
Hier in deze serie posten staat echter de perceptie van gevaar, de schaduwkanten van iets centraal. Die compenseert vooral de obsessie, de koorts, de allure van alles wat in onze beleving nog zo eenzijdig aantrekkelijk en verlokkelijk lijkt. Die overdrijving neemt het weg.

Harstocht leidt makkelijk tot vertekende percepties, te eenzijdig. Alleen maar 1 kant van iets of iemand zien. Verblinding. Wijsheid is die factor die ook alle kanten van iets kent zoals in het met wijsheid zien van de voldoening/bevrediging, gevaar, ontsnapping, het ontstaan, het eindigen en de weg naar de beeindiging van iets zien (zie openingspost)

Nog wat laatste beschouwingen over het algemene belang van perceptie in de volgende post.

6
spiritualiteit divers / In Absolute zin bestaat iets niet en in Relatieve zin wel?
« Laatste bericht door lang kwaat Gepost op 12-01-2026 11:49 »
Boeddha zou dit onderwezen hebben:

There is, mendicants, that dimension where there is no earth, no water, no fire, no wind; no dimension of infinite space, no dimension of infinite consciousness, no dimension of nothingness, no dimension of neither perception nor non-perception; no this world, no other world, no moon or sun. There, mendicants, I say there is no coming or going or remaining or passing away or reappearing. It is not established, does not proceed, and has no support. Just this is the end of suffering.” (Udana 8.1)

Een nogal mysterieus fragment vind ik. Er wordt heel wat over gedebatteerd. Ik denk dat in zulk debat iemands wensen en verlangens altijd overheersend en sturend zijn en zelden tot nooit kennis van deze dimensie. Is althans mijn indruk.

Ik zie dit fragment als een getuigenis dat de Boeddha hier ook echt kennis van had, hoe dan ook. Want anders kan hij er toch niet zo over spreken?

Is het een verwijzing naar 'het Absolute'? Hoe dat ook zit, ik denk dat kennis van zo'n dimensie in wezen het voorwaardelijk ontstaan van alles op de diepst mogelijke manier bevestigt: van de elementen, aarde, water, vuur en wind, van de percepties van de arupa jhana's (oneindige ruimte, oneindig bewustzijn,, nietsheid en noch perceptie noch niet-perceptie), deze wereld en een andere wereld, maan en zon.

De leraren van de Boeddha waren dit besef kwijt. Zij plaatsen de hoogste arupa jhana's (nietsheid en noch perceptie noch niet-perceptie) buiten het voorwaardelijk ontstaan en maakten er het ultieme van. Ik denk dus de Boeddha nog een stap verder ging want hij ontdekte dat dit allemaal geen kennis is van het Absolute of Ultieme.

Mijn indruk is: Kennis van deze dimensie leidt nooit tot de soort wetenschap dat in absolute zin alles niet-bestaat (lijden, bevrijding, de elementen, de wereld etc). Dat is slechts weer een filosofisch standpunt innemen, een kijk op zaken omarmen. Volgens mij werkt het anders. Kennis van bovenstaande dimensie is juist de meest directe en krachtigste bevestiging van het voorwaardelijk ontstaan van alles in onze beleving, ook het lijden, wat we dan ook beleven.

Dat er in absolute zin geen lijden en bevrijding is of elementen of deze wereld en de andere werelden, is volgens mij niet wat het bevestigt. Dat wordt weer filosofie, een innemen van standpunten.

Het doet me denken aan iemand die het niet-bestaan van appels wil 'bewijzen' door er op te wijzen dat op quantum-niveau geen appel is te vinden. Dit is zinloos natuurlijk.
Op dezelfde manier kan je ook niet stellen dat dingen in absolute zin niet bestaan en alleen in relatieve zin wel. Dit is het soort standpunten dat een Boeddha niet heeft.

Mijn mening.
7
Je hoeft mijn bevrijding niet te erkennen.
Je hoeft haar niet boeddhistisch te vinden.
Je hoeft haar zelfs niet verstandig te achten.


Mijn punt is nooit geweest dat “alles vanzelf goedkomt” in morele zin.
Mijn punt is dat zonder blijvend subject geen moreel project meer nodig is om bevrijding te legitimeren.


Bevrijding hoeft zich niet te bewijzen door overeen te stemmen met een leer.
Zij toont zich ook niet noodzakelijk als morele vooruitgang volgens herkenbare criteria.
Soms toont zij zich eenvoudig als het wegvallen van de noodzaak om nog iets te worden, te verdedigen of te corrigeren.



Laten we het daarom weer bij de kern van de zaak houden. Als je hier door wilt blijven gaan met jouw “bevrijding” als hetzelfde als de bevrijding waar de Boeddha naar verwijst te verdedigen dan zal je toch echt moeten erkennen dat in het boeddhisme het wegvallen van het subject lang niet voldoende is om bevrijding in het relatieve te realiseren, daar waar er maar sprake kan zijn van bevrijding, want in het absolute is er geen bevrijding nodig, daar is alles al sowieso vrij, altijd geweest.

       
Nota. Dat ik hier het absolute heb geintroduceerd is enkel om er op te wijzen dat het Mahayana Boeddhisme wel degelijk ook erkent dat er absoluut gezien geen lijden is en dus ook geen bevrijding nodig is. Dat deze tak van Boeddhisme wel degelijk aansluit bij jouw manier van naar bevrijding te verwijzen, maar het blijft daar niet hangen. In het perspectief van leegte heeft inderdaad niets een eigen, vast bestaan: subject niet, noch lijden, noch bevrijding. In die zin is alles altijd al vrij.

Maar, juist omdat absoluut alles al vrij is, wijst het Mahayana erop waar bevrijding maar echt betekenis heeft: in de verschijning.
Zolang er waarneming, handelen en relaties zich blijven voordoen, functioneren begeerte, afkeer en onwetendheid als voeding van lijden. Dáár moet bevrijding zich dus voltrekken. Dat is juist de kern van elk Boeddhisme.

Het wegvallen van een blijvend subject wordt als een stap in de goede richting gezien, maar wordt in Mahayana niet gelijkgesteld aan bevrijding. Daarom blijven ook Mahayana-teksten spreken over het uitdoven van bezoedelingen en het cultiveren van wijsheid en mededogen, ook nadat leegte is ingezien.

Wie absolute vrijheid gebruikt om relatieve conditionering te neutraliseren — “er is niets te bevrijden” (in welke zin dan ook) — reduceert bevrijding tot een triviale vaststelling: dat alles altijd al zo was. Dat verandert niets.

Mahayana houdt beide waarheden tegelijk vast:
absoluut is er geen bevrijding nodig,
relatief is bevrijding onmisbaar.

Dat spanningsveld is geen tegenspraak, maar precies de kern van het Mahayana.

Je hoeft het daar niet mee eens te zijn, maar je hoeft ook niet blijven wegwuiven dat dit een kernpunt is in het boeddhisme, in jouw poging die bevrijding waar boeddhisme naar verwijst naar jouw hand te zetten in wat jij als bevrijding erkent. 


Jouw bevrijding hoeft ik zeker niet boeddhistisch te vinden.
Ik hoef haar inderdaad ook niet te erkennen.

Jouw bevrijding hoeft zich inderdaad niet te bewijzen door overeen te stemmen met de boeddhische leer.
Het hoeft zich ook niet te tonen als herkenbare vooruitgang. Dat maakt geen onderdeel uit van bevrijding hoe jij het erkent.
Het mag zich daarom inderdaad eindelijk eens eenvoudig tonen als het wegvallen van de noodzaak om nog te verdedigen of te meten met bevrijding zoals er in het boeddhisme wordt naar verwezen.

Alle respect voor jouw "bevrijding", en alle types die jou hierin inspireren, maar graag toch ook een beetje respect voor het feit dat dit echt wel niet overeenkomt met waar bevrijding op dit forum over gaat. Dit lijkt mij toch niet teveel gevraagd?
We draaien inderdaad steeds terug naar dezelfde kern — maar niet omdat ik haar ontwijk,
wel omdat jij haar bewaakt.


Je herhaalt consequent dat boeddhistische bevrijding zich moet tonen in de verschijning,
herkenbaar, verifieerbaar, toetsbaar aan een model van uitdoving en cultivering.
Dat is helder. En dat is ook precies waar ons gesprek eindigt.


Niet omdat ik dat ontken,
maar omdat ik daar niet meer instap.


Wat bij mij is weggevallen, is niet alleen het subject,
maar ook de noodzaak om bevrijding te legitimeren binnen een kader
boeddhistisch, mahayana, of welk tweewaardenmodel dan ook.


Je zegt: “absoluut is er geen bevrijding nodig, relatief wel.”
Prima. Dat is een coherent leerstandpunt.
Maar wat jij niet lijkt te willen toelaten,
is dat er ook een spreken mogelijk is vanuit het wegvallen van de relevantie van dat onderscheid zelf
niet als ontkenning, maar als gevolg.


En precies daar schuurt het.

Wanneer je afsluit met
“Alle respect voor jouw bevrijding…”
bedoel je in feite:
“Doe ermee wat je wilt, zolang je haar niet naast de onze legt.”


Dat is geen respect —
dat is afbakening.


Ik vraag geen erkenning.
Ik vraag geen gelijk.
Ik vraag zelfs geen ruimte binnen jullie leer.


Ik wijs er alleen op dat wat jij consequent “niet bevrijdend” noemt,
voor mij geen project meer ís —
en dus ook niets meer hoeft te bewijzen, te tonen of te voltooien.


Dat dit niet overeenkomt met wat dit forum onder bevrijding verstaat,
heb je inmiddels vaak genoeg gezegd.


Ik heb dat allang gehoord.

Maar het feit dát het gezegd moet blijven worden,
zegt misschien ook iets.


Niet als kritiek.
Niet als aanval.
Maar als vaststelling.


Hier eindigt voor mij het gesprek.
Niet uit onverschilligheid —
maar omdat er niets meer te verdedigen valt.
8
Je hoeft mijn bevrijding niet te erkennen.
Je hoeft haar niet boeddhistisch te vinden.
Je hoeft haar zelfs niet verstandig te achten.



Mijn punt is nooit geweest dat “alles vanzelf goedkomt” in morele zin.
Mijn punt is dat zonder blijvend subject geen moreel project meer nodig is om bevrijding te legitimeren.



Bevrijding hoeft zich niet te bewijzen door overeen te stemmen met een leer.
Zij toont zich ook niet noodzakelijk als morele vooruitgang volgens herkenbare criteria.
Soms toont zij zich eenvoudig als het wegvallen van de noodzaak om nog iets te worden, te verdedigen of te corrigeren.



Laten we het daarom weer bij de kern van de zaak houden. Als je hier door wilt blijven gaan met jouw “bevrijding” als hetzelfde als de bevrijding waar de Boeddha naar verwijst te verdedigen dan zal je toch echt moeten erkennen dat in het boeddhisme het wegvallen van het subject lang niet voldoende is om bevrijding in het relatieve te realiseren, daar waar er maar sprake kan zijn van bevrijding, want in het absolute is er geen bevrijding nodig, daar is alles al sowieso vrij, altijd geweest.

       
Nota. Dat ik hier het absolute heb geintroduceerd is enkel om er op te wijzen dat het Mahayana Boeddhisme wel degelijk ook erkent dat er absoluut gezien geen lijden is en dus ook geen bevrijding nodig is. Dat deze tak van Boeddhisme wel degelijk aansluit bij jouw manier van naar bevrijding te verwijzen, maar het blijft daar niet hangen. In het perspectief van leegte heeft inderdaad niets een eigen, vast bestaan: subject niet, noch lijden, noch bevrijding. In die zin is alles altijd al vrij.

Maar, juist omdat absoluut alles al vrij is, wijst het Mahayana erop waar bevrijding maar echt betekenis heeft: in de verschijning.
Zolang er waarneming, handelen en relaties zich blijven voordoen, functioneren begeerte, afkeer en onwetendheid als voeding van lijden. Dáár moet bevrijding zich dus voltrekken. Dat is juist de kern van elk Boeddhisme.

Het wegvallen van een blijvend subject wordt als een stap in de goede richting gezien, maar wordt in Mahayana niet gelijkgesteld aan bevrijding. Daarom blijven ook Mahayana-teksten spreken over het uitdoven van bezoedelingen en het cultiveren van wijsheid en mededogen, ook nadat leegte is ingezien.

Wie absolute vrijheid gebruikt om relatieve conditionering te neutraliseren — “er is niets te bevrijden” (in welke zin dan ook) — reduceert bevrijding tot een triviale vaststelling: dat alles altijd al zo was. Dat verandert niets.

Mahayana houdt beide waarheden tegelijk vast:
absoluut is er geen bevrijding nodig,
relatief is bevrijding onmisbaar.

Dat spanningsveld is geen tegenspraak, maar precies de kern van het Mahayana.

Je hoeft het daar niet mee eens te zijn, maar je hoeft ook niet blijven wegwuiven dat dit een kernpunt is in het boeddhisme, in jouw poging die bevrijding waar boeddhisme naar verwijst naar jouw hand te zetten in wat jij als bevrijding erkent. 


Jouw bevrijding hoeft ik zeker niet boeddhistisch te vinden.
Ik hoef haar inderdaad ook niet te erkennen.

Jouw bevrijding hoeft zich inderdaad niet te bewijzen door overeen te stemmen met de boeddhische leer.
Het hoeft zich ook niet te tonen als herkenbare vooruitgang. Dat maakt geen onderdeel uit van bevrijding hoe jij het erkent.
Het mag zich daarom inderdaad eindelijk eens eenvoudig tonen als het wegvallen van de noodzaak om nog te verdedigen of te meten met bevrijding zoals er in het boeddhisme wordt naar verwezen.

Alle respect voor jouw "bevrijding", en alle types die jou hierin inspireren, maar graag toch ook een beetje respect voor het feit dat dit echt wel niet overeenkomt met waar bevrijding op dit forum over gaat. Dit lijkt mij toch niet teveel gevraagd?
9
Theravada Boeddhisme / De Perceptie van Gevaar of Schaduwkanten, Adinava-sanna.
« Laatste bericht door lang kwaat Gepost op 11-01-2026 09:51 »
De Perceptie van Gevaar of Schaduwkanten van iets- ādīnavasaññā

- "Bhikkhus, this supreme state of sublime peace has been discovered by the Tathagata, that is, liberation through not clinging, by understanding as they actually are the origination, the
disappearance, the gratification, the danger, and the escape in the case of the six bases of contact. Bhikkhus, that is the supreme state of sublime peace discovered by the Tathagata,  that is, liberation through not clinging, by understanding as they actually are the origination, the disappearance, the gratification, the danger, and the escape in the case of the six bases of contact
." (MN102, AN10.29)

De Boeddha verkondigde niet eerder zijn verlichting voordat hij 1. alles kon identificeren in de beleving (zoals: dit is een aangenaam gevoel, dit een onaangenaam gevoel, dit een neutraal gevoel, dit is woede, dit is het element ruimte, dit is het vormloze, dit is mededogen etc.),  2. De bevrediging of voldoening (assada) er van kende; 3. Het gevaar of schaduwkanten er van kende (adinava) en 4. de ontsnapping er aan (nissarana), 5. het ontstaan , en 6. het eindigen er van, en 7. de weg naar de beëindiging er van kende.

Als iemand dit allemaal kent zoals het werkelijk is, is er sprake van…iemand…”skilled in seven cases”.  (SN22.57)
Ik zie het als een visie die compleet is, die niet eenzijdig is, die alle kanten van iets door en door kent en dus realistisch is geworden. Het ontbreekt aan elke overdrijving en hellen naar 1 kant van iets of iemand. In deze zin is de visie dan heel compleet, volledig, juist.

In deze serie posten deel ik het resultaat van mijn verkenningstocht in de sutta’s naar adinava-sanna, de perceptie van de schaduwkanten of gevaren van iets. Eén van die..seven cases…die boven genoemd worden. Ik put hierbij uit de sutta’s van DN, MN, SN en AN en een enkele keer uit KN.

Bodhi vertaalt adinava met ‘danger’, gevaar. Sujato vertaalt het met ‘drawbacks’ (minpunten, schaduwzijden, nadelen). Ik heb zelf een voorkeur voor ‘schaduwkanten’. Daar zit ook wel de notie van nadeel en gevaar in. Ik gebruik echter hoofdzakelijk de Engelse sutta vertalingen van Bodhi in deze serie posten. In die suttas zie je dus adinava vertaald worden als danger.

Er zitten schaduwkanten of nadelige of gevaarlijke kanten aan dingen. Dat weten we allemaal. Aan genot, aan roes, aan bepaalde vrienden, aan overmatig dit en dat, gehechtheid aan luxe etc.
Veel leidt noch tot je eigen welzijn noch dat van anderen. Dat is geen negatieve kijk op zaken maar realistisch. Besef van de schaduwkanten is niet om iemand een depressie aan te praten of levensvreugde te ontnemen maar eerder om een evenwichtiger en completere kijk op zaken te krijgen.

Boeddha had dus volgens de sutta’s OOK een sterk besef van de schaduwkanten van iets. Ik hoop duidelijk te maken wat dit is en ook hoe dit nuttig is op het Pad naar ultieme vrede.
Volgens de sutta’s heeft de Boeddha ook welbewust en ijverig gewerkt met het afstand doen van percepties die alleen maar je eigen en andermans welzijn ondergraven, en het ontwikkelen en sterk maken van percepties die leiden naar vrede. Hij beveelt deze inspanning zijn leerlingen ook aan. Eén van die percepties is dus het zien van de gevaren of schaduwkanten van iets. Het wordt behandeld als zeer voordelig.

Ik vind het fijn onderricht want het is heel praktisch, direct toegankelijk, meteen te beoefenen en ogenblikkelijk werkend ook. Verandert de perceptie van iets of iemand, dan verandert immers ook meteen je reactie, je emoties, je hele verhouding tot wat je ziet, hoort, voelt en kent. Kortom de hele cognitieve relatie met iets (of iemand) verandert. De hele belevingswereld verandert.

Ik geloof dat dit er op wijst dat perceptie een hele belangrijke rol speelt in het be-leven. Het is zo bepalend voor ons eigen en andermans welzijn. De manier waarop we iets in beeld hebben, er mee in contact staan, met welke perceptie, kan het vuur opstoken maar ook doen uitdoven. Met dit natuurlijk gegeven heeft de Boeddha kennelijk veel gewerkt. Hij adviseert mensen die streven naar Nibbana dat ook te doen.  Dat wordt in het vervolg wel duidelijk.

Ik heb eerst talrijke teksten over de perceptie van de schaduwkanten (adinava sanna) verzameld en toen ondergebracht in de volgende globale hoofdstukken die ook in deze volgorde aan bod komen in deze serie posten:

-1. Het algemene belang van perceptie.
-2. Het algemene belang van de perceptie van de schaduwzijden, nadelen, gevaar van iets

Als het om de schaduwkanten en gevaren van iets gaat, is er binnen de sutta’s speciale aandacht voor:

-3. De schaduwkanten van:

-Alles wat tijdelijk is
-Van zintuiglijke genoegens
-Van het lichaam

Een aparte hoofstuk/post wordt gewijd aan:

-4. Sutta’s die belichten wat voor soort gevaren de Boeddha nog meer zag

Dat gaat bijvoorbeeld over gevaren van veel kletsen, ongeduld, mensen niet inspireren tot vertrouwen en andere zaken.

Tot slot sluit deze serie posten af met:

-5. Een korte beschrijving van en link naar sutta’s waarin duidelijk wordt hoe de Boeddha werkte met de perceptie van de schaduwkanten of gevaar van iets.

Disclaimer: Ik presenteer dit niet als leraar en doe geen aanspraak op verwezenlijking. Ik vind het leuk en leerzaam om mee bezig te zijn. Het is fijn iets te leren en te kunnen doen waar anderen hoop ik ook wat aan hebben. Ik hoop dat jullie het ook leerzaam vinden.

De komende tijd ben ik van plan elke dag iets te posten over deze perceptie van het gevaar of de schaduwkanten van iets. Ik zou het waarderen als jullie eventuele vragen of commentaar bewaren tot alles gepost is. Voor het overzicht.

Alle goeds,
10
spiritualiteit divers / Re: Gesprek met mezelf tegen Steve over het Absolute
« Laatste bericht door ervaringsgetuige Gepost op 10-01-2026 15:19 »
Nou, ik blijf er gewoon bij dat kennis claimen van 'het absolute' waanzin is. Ook al zie je iets niet komen en gaan je kunt dat nooit zomaar als het Absolute claimen.
Er is inderdaad geen enkel “ik” dat kennis kan claimen van het Absolute. Zodra iemand zegt: ik weet wat het Absolute is”, heb je gelijk om wantrouwig te worden — dat is denken, status, identiteit.

Dat geschreven hebbende: niet-kenbaar betekent nog niet niet-toegankelijk.

Wat jij terecht afwijst, is het Absolute als object van kennis. Maar precies daar zit de denkfout: het Absolute wordt niet gekend zoals pijn, boosheid of jhāna gekend worden. Het verschijnt juist wanneer alles wat gekend kan worden wegvalt, inclusief degene die wil kennen.

Stanislav Grof — geen filosoof, geen yogi met statusverhalen, maar een psychiater — beschrijft zo’n ervaring uiterst nuchter: geen tijd, geen waarnemer, geen inhoud, geen referentiepunt. Geen “ik” dat iets vaststelt. Achteraf pas ontstaan woorden als Dharmakaya of Absolute, niet tijdens de ervaring zelf. Dat zijn labels, geen bewijsstukken.

Je zegt: “Er is niets in of buiten de beleving dat komt vertellen: dit is het Absolute.”
Precies. En dát is nu juist het punt. Er is niemand meer over om iets te vertellen.


Daarom is het ook geen kwestie van pretenderen iets te weten, maar van rijpheid: wanneer identificatie, controle en betekenisdrang tijdelijk instorten, kan er toegang zijn — niet tot een object, maar tot het wegvallen van elk perspectief.

Je slotintuïtie klopt trouwens volledig: hou het praktisch. Ketening is concreet, bevrijding ook. Maar soms valt niet alleen ketening weg — soms valt ook degene weg die ketening herkent. Dáár verwijst de Hartsoetra naar. Niet als filosofie, maar als grensgeval van ervaring.

Dus nee: niemand kent het Absolute.
Maar het als louter denkcategorie afdoen, is net zo’n gedachte.


En ja — wantrouwen is gezond.
Maar misschien niet tegenover de ervaring, wel tegenover het “ik” dat erna nog iets wil zijn.
Pagina's: [1] 2 3 ... 10