Nee, dat het gedrag van de Boeddha nog gewoon menselijk was, is zwaar overdreven.
Hij had ook superkrachten volgens de teksten.
Het is een eindeloze cirkel van geklets zodra men de woorden van de Boeddha (of Jezus) letterlijk, historisch of dogmatisch probeert te nemen.
Wat jij doet, is typisch voor een gelovige lezer van de sutta’s: die behandelt de teksten als waarheidsgetrouwe biografie, waarin de Boeddha bovenmenselijk wordt — iemand met “superkrachten”, volmaakt moreel en boven elke menselijke trek verheven. Maar dat is natuurlijk een beeldvorming, een projectie van heiligheid.
Jezus onderging precies hetzelfde lot:
in de oorspronkelijke mystieke kern gaat het om bewustzijnsontwaken, maar de overlevering maakte er een bovennatuurlijke figuur van — iemand die over water loopt, doden opwekt, uit de hemel komt.
Wat begonnen was als inzicht, eindigt als geloof.
ik zie de Dhamma als heel praktisch. Er is ons leven lijden. Bepaald lijden kun je niks aan doen. Zo zal alles wat samengesteld is uiteenvallen, dus ook een samengestelde mentale toestand of dit lichaam. Je kunt niks bevriezen. Er is geen lichamelijke noch mentale toestand die altijd stabiel is. Het lijden gaat vooral voor je leven, vind ik, als je de onmacht merkt, het onvermogen, het feit dat je niet in controle bent. Ook al wil je geen ziekte en niet dood, iedereen is van die natuur. Bepaald lijden kun je niet vermijden. Welk lijden wel? Dat van een beklemmende belevingswereld.
Zoals ik het zie ontdekte en realiseerde de Boeddha dat allerlei neigingen, instromingen, opwellingen, verlangens bij ons, zorgen voor een beklemmende belevingswereld. Niet het Ik of Ego veroorzaakt deze beklemmende belevingswereld, maar het Ik-maken en mijn-maken is zelf ook een neiging die een beklemmende belevingswereld vormt.
Boeddha identificeerde en leerde al die neigingen (7 anusaya) en instromingen/opwellingen (4 asava's) die beklemming van het hart veroorzaken. Het is nooit een Ik dat dit veroorzaakt.
Het lijden van een beklemmende belevingswereld is trouwens niet alleen een belevingswereld die duister is of negatief. Maar overal waar een notie van Ik en mijn is geland en gevestigd is een beklemmende belevingswereld ontstaan, dus ook als die belevingswereld optimistisch en positief is. Alleen is die minder beklemmend. Eigenlijk vertegenwoordigen alle mogelijk geconstrueerde staten wel een beklemmende belevingswereld omdat er altijd nog een notie is van een Ik die in die wereld verwijlt en zaken meemaakt, waarneemt, voelt. Dit doordringt geheel samsara, van de laagste hellen tot de hoogste hemelen.
Boeddha leert ook dat alles wat instinctief wordt verwelkomt, zoals aangename gevoelens, ook dat komt met dukkha, een beklemmende belevingswereld.
Ik vind dat dit klopt.
Boeddha zag dus in dat een beklemmende belevingswereld ontstaat vanuit onszelf, door wat bij ons is en actief wordt. Het zien, horen, voelen, kennen van iets triggert meteen bepaalde neigingen/conditioneringen (bijvoorbeeld voorkeur en afkeer, verwelkomen en afstoten en Ik en mijn-maken) en dan ontstaat al weer een beklemmende belevingswereld. Dit gaat razendsnel.
De arahant is een manier om over een persoon te spreken bij wie dit niet meer plaatsvindt. Waar die neigingen/conditioneringen die voor beklemming van het hart zorgen, zijn beëindigd.
In termen van de sutta's: Dan is
het ongeconditioneerde gerealiseerd en/of het verlangenloze, lege en niet-neigende.
Je moet het dus niet zo voorstellen dat iedereen al het verlangenloze, lege en niet-neigende heeft gerealiseerd. Nee, als bijvoorbeeld afkeer van het onaangename en verwelkomen van het aangename je dagelijks gedrag bijvoorbeeld beheerst, dan heb je natuurlijk niet het verlangenloze echt gerealiseerd.
Stel dat je het ongeconditioneerde hebt gerealiseerd, dan betekent dit niet dat je dit nu kent als: 'Dit ben Ik, dit is van-mij, dit is mijn zelf'. Nee, want alles wat je kent als 'dit ben Ik, dit is van-mij, dit is mijn zelf', wat dan ook, veroorzaakt beklemming van het hart. Bevrijding kan niet ontstaan vanuit zulke zelf-kennis. De belangrijkste algemeen menselijke neiging die je als eerste moet verliezen om de stroom te betreden is juist de neiging om steeds maar weer te oordelen in termen van ...'Dit ben Ik, dit is mijn zelf'.
Zelfkennis kan volgens mij nooit de notie Ik ben (asmi mana) verwijderen. Want het is juist zelf-kennis dat de notie 'Ik ben' bekrachtigt. Of je je nu identificeert met gevoelens, een eindeloos bewustzijn, wil, het lichaam, een dimensie die verlangenloos en leeg is, dat kan nooit de notie Ik ben doen verdwijnen. De enige manier waarop dat kan verdwijnen is als de geest gaat functioneren als een spiegel en ook geen noties heeft van 'dit ben Ik, dit is mijn zelf'.
Ik zie dit hier gezegd:
" And since for you, Bāhiya, in what is seen there will be only what is seen, in what is heard there will be only what is heard, in what is sensed there will be only what is sensed, in what is cognized there will be only what is cognized, therefore, Bāhiya,
you will not be with that; and since, Bāhiya, you will not be with that, therefore, Bāhiya, you will not be in that; and since, Bāhiya, you will not be in that, therefore, Bāhiya, you will not be here or hereafter or in between the two—just this is the end of suffering.” (Udana 1.10)
Ik zie niet hoe zelfkennis kan veroorzaken dat ...you will
not be with that, therefore, Bāhiya, you will
not be in that...
Zelfkennis veroorzaakt juist dat je een notie van Ik ontwikkelt en hebt ten opzicht van iets...gewaarzijn, leegte, stilte, wat dan ook.
In zelf-kennis zit altijd wel een element van identificeren, bijvoorbeeld:
IK ben gewaarzijn, of
Ik ben de geest die als een spiegel functioneert,
Ik ben het lege en verlangenloze,
Ik ben een ongeboren stilte...Dit valt allemaal onder gehechtheid. Sterker, mensen die nog altijd zulke ideeen koesteren hebben de eerste keten nog niet verbroken en kunnen onmogelijk de stroom zijn ingetreden. Ze zitten nog steeds verwikkeld in identiteitsvisie (sakkaya ditthi).
Altijd maar maar weer neigt de niet volledig gezuiverde geest om op iets te gaan
beschouwen als
Dit ben Ik, dit is mijn Zelf'. Die beschouwingen kunnen op allerlei manieren verschuiven maar tenzij zulke beschouwingen eerst eindigen kun je niet de stroom betreden naar Nibbana, het einde van lijden, binnengaan.
Dit betekent dus eigenlijk, dat je moet inzien dat er ook
geen juist identificeren is, geen juist kennis in de vorm van 'Dit ben Ik, dit is van mij, dit is mijn zelf'.
Zolang je nog meent dat hierover wel juiste kennis bestaat, kan de eerste keten niet verbreken.
Je kan dit lezen als mijn strijd tegen jou of zelfkenners, als mijn dogmatisme, als mijn halsstarrigheid, als mijn negativiteit, als mijn kleingeestigheid, als twistziekte, rationalisme... dat is me om het even. Ik meen dit alles oprecht. Als je eigen en andermans welzijn je lief is, als je een vriend wilt zijn voor jezelf en anderen, een licht voor jezelf en anderen, wat je dan ook mag zien, ontdekken, ervaren, kennen, zie niks als: 'dit ben Ik, dit is van mij, dit is mijn zelf'. Niet voor, niet tijdens, niet na het zien, ontdekken, ervaren en kennen. Dit is in lijn met deze woorden:
22. "
He perceives the cognized as the cognized. Having perceived the cognized as the 'cognized, he conceives [himself as] the cognized, he conceives [himself] in the cognized, he conceives
[himself apart] from the cognized, he conceives the cognized to be 'mine/ he delights in the cognized. Why is that? Because he has not fully understood it, I say.[/b] (MN1)
Hoe kom je volgens de Boeddha uit de greep van zelf-kennis? Daarover later wellicht meer.