Auteur Topic: Belast en Onbelast Kennen  (gelezen 180 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline lang kwaat

  • zo blij
  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1932
Belast en Onbelast Kennen
« Gepost op: 19-10-2025 10:50 »
Ik geloof dat de Boeddha zag en realiseerde dat lijden een zaak is van het kennen dat verstrikt raakt. In de nog niet gezuiverde geest is veel meer aan de hand dan alleen maar zien, horen, voelen, kennen. Er ontstaan ook emoties rondom het gekende, er ontstaan neigingen, er ontstaat voorstellen en verbeelden van het gekende, er ontstaat verlangen, er ontstaat Ik en mijn-maken van het gekende (het gekende wordt beschouwd en beleefd als 'dit ben Ik, dit is van mij, dit is mijn zelf').

Er vloeit met zintuiglijke contact als voorwaarde dus van alles het cognitieve proces, de geest, binnen, als het ware. Als kleurstof in helder water. Of als een soort lijm wat alles fysiek en mentaal aan elkaar plakt. Of als een soort draad die in de knoop geraakt en een kluwen vormt, aggregatie, een opeenhoping van kennen, emoties, neigingen, het gekende, besef van Ik etc.
Dat wordt dan de belevingswereld. Een kluwen van allerlei zaken. Dat kun je volgens mij heel goed zien als een proces van verdichting.

Dit alles gaat niet uit van een Ik of Ego. Daarom wordt Ego volgens mij ook niet onderwezen als de fundamentele oorzaak van lijden. De lijm is de begeerte, d.w.z.  sinds eindeloos veel levens is er met wil op iets gereageerd. Deze relatie tussen iets gewaarworden en willen is zo stevig verknoopt dat zodra iets wordt gevoel, er ook meteen iets van wil ontstaat.
Daarom is dit nu in ons leven zo'n automatisme geworden. Maar dit wordt niet veroorzaakt door een intern Ik.  Het Ik sticht dit niet aan. Maar het zijn gewoonte-neigingen. Als het ware mentale reflexen. Een baby heeft misschien nog amper enig besef van Ik maar al wel degelijk afkeer van het onaangename en voorkeur voor het aangename. 

Zodra iets gekend wordt ontstaat al heel snel een mengelmoes, een aggregatie van het gekende, emoties, Ik en mijn maken, gevoel, etc. Die aggregatie is eigenlijk een soort mentaal stollingsproces of mentaal verdichtingsproces. Dat is wat onze belevingswereld is op dat moment. Alles is een kluwen geworden.

Dit gebeurt allemaal razendsnel. Dit is hoe het kennen vertekend raakt, vervormt, verstrikt, en het gekende niet meer wordt gekend zoals het werkelijk is. Voorbeeld: pijn ontstaat, en meteen raakt dat kennen van pijn verstrikt in de emoties van afkeer van pijn, en ook in de beleving van mijn-pijn en 'Ik voel die pijn'. Op dit moment is de beleving van die pijn veel meer dan het kennen van pijn. Het is helemaal verstrikt geraakt. De manier waarop pijn nu gekend wordt is nu volledig vervormt.
Dit is het aspect van onzuiverheid. Onzuiverheid betekent dat zaken vertekend, vervormt, worden gekend, niet zoals het werkelijk is.
Het gaat niet om moraliteit.

De uitspraak...iets kennen zoals het werkelijk is, is geen filosofie of diep metafysische uitspraak, maar het betekent gewoon, naar mijn smaak, iets kennen zoals een spiegel iets louter reflecteert. Die heeft geen emoties bij wat wordt weerspiegelt en de spiegelbeelden worden nooit eigengemaakt. Dus pijn kennen zoals het werkelijk is, betekent dat er ook alleen maar het kennen van die pijn is, en dit kennen raakt niet meer verstrikt in emoties, neigingen, Ik en mijn-maken.

Ik zie dit ook als de betekenis van:

“Luminous, monks, is the mind. And it is defiled by incoming defilements. The uninstructed run-of-the-mill person doesn’t discern that as it actually is present, which is why I tell you that—for the uninstructed run-of-the-mill person—there is no development of the mind.”
“Luminous, monks, is the mind. And it is freed from incoming defilements. The well-instructed disciple of the noble ones discerns that as it actually is present, which is why I tell you that—for the well-instructed disciple of the noble ones—there is development of the mind.
” (AN1.51)

Op zich is het kennen niet vervuild noch verlangend van aard, maar door instromende emoties, neigingen, (vanuit het onderbewuste denk ik) raakt het kennen vervormt en verstrikt.

Over die vervormende en verstrikkende invloeden die komen vanuit onze aanleg, sprak de Boeddha in termen van 7 anusaya, 4 asava's, 10 samyojana's, kilesa's.
Zodra de geest iets kent (dus niet een Ik kent) triggert dat ogenblikkelijk bepaalde neigingen, gewoonte, conditioneringen, zoals boven beschreven. Hierdoor kleurt en vervormt het kennen en raakt verstrikt en ontstaat en continueert het lijden.

Het Ik en mijn maken ontstaat ook als neiging. Dit betekent ook dat het nooit zo is dat een Ik eerst iets waarneemt. Het is altijd geest dat waarneemt en kent en  nooit een Ik.

Boeddha zag en begreep en realiseerde volgens mij dat in dit proces van het vervormen en verstrikt raken van het kennen, het lijden wortelt, ontstaat. Wat ontstaat is belasting.
Hij realiseerde die toestand waarbij dit niet meer gebeurt. Een toestand waarin de geest functioneert als een smetteloos, onvervormd, niet verstrikt, onbelast en zuiver kennen, verlangenloos, tekenloos, ongericht (zonder neigingen).
Zou pijn ontstaan dan wordt dit niet langer volautomatisch beschouwd en beleefd met afkeer, en niet meer met het be-grijpen van die pijn als mijn-pijn en Ik voel pijn.
Er ontstaan dan niet een zwaar belaste belevingswereld. Als dit niet meer gebeurt is de juiste bevrijding gerealiseerd.

Het gaat er niet zozeer om dat je de wereld verdeelt in een absolute en  relatieve werkelijkheid volgens mij maar eerder in een 1. vervormd-en-verstrikt-geraakt-belaste wijze van kennen dat altijd met lijden komt, en 2. een zuiver onvervormd en niet verstrikt kennen (onthechting) dat onbelast blijft en vrij. Althans dat is wat ik de Boeddha zie leren. Het is iets heel praktisch.

Dit speelt ook in het gewone leven. Terwijl er gewone waarnemingen zijn en gevoelens ontstaan. Wat die dagelijkse gewaarwordingen allemaal op gang brengen daarin scheidt de belevingswereld van de gewone mens en de sotapanna, sakadagami, anagami en arahant en Boeddha. Alles wat in jezelf een belaste belevingswereld veroorzaakt verdwijnt geleidelijk.

Ook aangename gewaarwordingen worden trouwens ingekapseld. Want dat lokt aantrekken uit, verwelkomen, ook eigenmaken. Dus ook die aangename maar verdichte belevingswereld is in de Dharma geen einde van lijden, maar ook een vorm van mentale belasting en dus lijden. Het heilzame en aangename is niet hetzelfde.

Een grote last komt van het Ik en mijn maken van wat gekend wordt en van het Ik en mijn maken van het kenvermogen zelf.

Wat het betekent dat deze last verdwenen is, wordt denk ik hier beschreven:

Dispassion for the world is happiness
for one who has gone beyond sensual pleasures.
But dispelling the conceit ‘I am’
is truly the ultimate happiness.”
(Udana 2.1)
« Laatst bewerkt op: 19-10-2025 11:36 door lang kwaat »