Auteur Topic: Anattā technisch toegepast: ‘niemand aanwezig’ in Pāli-termen  (gelezen 142 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline ervaringsgetuige

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 3313
De laatste tijd heb ik hier en daar op het forum gedeeld dat er voor mij “niemand aanwezig” is — geen eigenaar, geen drager van ervaring, geen innerlijk “ik” meer om zich ergens mee te identificeren.
Omdat dat bij sommigen soms vragen oproept, formuleer ik dit hieronder in strikt Pāli-technische termen, zodat er geen misverstanden zijn over wat ik precies bedoel.

1. Anattā volgens de Canon = afwezigheid van een kern

Wanneer ik zeg “niemand aanwezig”, bedoel ik exact wat de Boeddha technisch bedoelt in SN 22.95:

>rittakaṃ tucchakaṃ asārakaṃ
“Hol, leeg, zonder kern.”



De vijf khandha’s worden doorzien als:
  • n’etaṃ mama — dit is niet van mij
  • n’eso ’ham asmi — dit ben ik niet
  • na me so attā — dit is niet mijn zelf
Er is ervaring, maar er is geen bezitter van die ervaring.


2. Er is handelen, maar geen ‘doener’ (kattā)

Mijn uitspraak “alles gebeurt vanzelf” is precies wat de Boeddha formuleerde:

>“Atthi kammam, bhikkhave, na ca kattā vā vedakā vā paññāyati.”
(SN 12.17)
“Er is handelen, monniken, maar geen handelende die gevonden kan worden.”


Dit is radicaal:
het functioneren gaat door, maar een innerlijke entiteit die “beslist” of “doet” wordt nergens gevonden.



3. Geen metafysisch Zelf toevoegen

Sommige tradities (zoals Advaita Vedanta) voegen achteraf nog een “Absolute Grond” of “paramātman” toe.
De Boeddha doet dat niet.
Zoals hij zegt:

>“Suññato lokaṃ avekkhassu.”
(SN 35.85)
“Beschouw de wereld als leeg.”


Leeg van een kern, niet leeg als ontkenning van verschijningen.

Mijn ervaring sluit precíes daarbij aan:
geen behoefte om een “grond” of “Zelf” te postuleren.



4. Wanneer grijpen stopt: nibbāna zonder metafysica

Wat dan overblijft is geen entiteit, maar het wegvallen van papañca (mentale proliferatie):

>“Nippapañcaṃ, nibbānaṃ.”
(Udāna)
“Het einde van proliferatie: nibbāna.”


Stilte, vanzelfheid, helderheid — zonder een “iemand” die dat bezit.


5. Paṭicca-samuppāda = Functioning of Totality (voor wie Balsekar kent)

Wat Ramesh Balsekar noemde:

>Events happen, deeds are done, but there is no individual doer thereof,”

is gewoon de ervaringsgerichte kant van:>“Imasmiṃ sati idaṃ hoti…”
“Wanneer dit is, ontstaat dat…”
(SN 12.1)


Zuiver afhankelijk ontstaan, zonder eigenaar.


Conclusie

Mijn uitspraak “niemand aanwezig” is geen moderne non-duale slogan, maar een directe toepassing van:
  • n’etaṃ mama
  • n’eso ’ham asmi
  • na me so attā
…op de vijf khandha’s, precies zoals de Boeddha het bedoelt.

Geen metafysisch Zelf, geen kern, geen doener — alleen ervaring zonder eigenaar, zuiver volgens de Canon.

Als het nóg technischer moet, laat het weten. 😉

« Laatst bewerkt op: 20-11-2025 20:44 door forumbeheer »