Recente berichten

Pagina's: [1] 2 3 ... 10
1
spiritualiteit divers / Re: Doel?
« Laatste bericht door lang kwaat Gepost op Gisteren om 10:23 »
Ga je het nu opeens hebben over de ware Dharma...@ervaringsgetuige?

Sommige mensen hebben gewoon gevoel voor het pure, waarachtige, ongekunstelde.
Niet als concept, niet als dualiteit, niet als categorie van het verstand. Ze hebben er gewoon gevoel voor.
In mystiek spreken ze over contact met en leven vanuit de ziel.

Er zijn gewoon mensen die het heilige leven willen leven, een bezield leven.
Ze willen in hun leven prioriteit geven aan wat ze aanvoelen als zuiver, waarachtig, ongekunsteld.

Het heeft allemaal niks te maken met wat jij schrijft, nul komma nul.
Voor die mensen is er geen sprake van dualisme maar van het niet negeren van hun innerlijk licht, of gnosis.
Ze verkiezen het heilige leven dat geen prioriteit geeft aan pijn-plezier, winst-verlies, lof-kritiek, schande en roem, zoals in het wereldlijk leven.
Hun doelen zijn anders.

Dualiteit is een totaal verzonnen zaak en bestaat nergens anders dan in iemands hoofd.
Het idee dat iemand in dualiteit leeft is waanzin, net als het idee dat iemand in non-dualiteit leeft.

Je kunt veel beter praten, vind ik, over een bezield leven en niet-bezield.
Er zijn gewoon mensen die gevoel hebben voor de wijsheid van de ziel. Gnosis.
Niet aangeleerd. Niet eigen verdienste.

Bezielde spirituele beleving gaat wat mij betreft niet over dualiteit en non-dualiteit.
Dat gaat over dienen. Over wat je dient in jezelf. Dien je je neigingen? Welke belangen dien je?
Het gaat over luisteren, over roeping en gehoor geven aan. Waar luister je naar in jezelf?
Het gaat niet over een wereldlijk leven zien als verderfelijk of slecht of laag.
Het gaat over waar je je geroepen toe voelt. Het gaat niet over veroordelen maar trouw zijn aan innerlijk licht.
Het gaat niet over imiteren en andermans leven nabootsen, maar over bezieling.
Het gaat niet om onaanraakbaar worden, onaangedaan. Zelfs niet om het einde van lijden.
Het gaat niet om alles op een rijtje hebben of helderheid van geest.
Het leven mag ook best verwarrend zijn.
Het verklaart niks de oorlog en daarom is het bezield.

Je voelt het of wellicht niet.

2
De vraag is alleen waar kies je voor? Waar neem je je toevlucht toe? Welk belang stel je voorop in je leven?
(...)
Het heilige leven en het wereldlijke zijn ook geen concepten maar verwijzen naar een manier van leven die gewoon anders is. Het heilige leven stelt waarheid, het zuivere, het ongekunstelde voorop, en eert dat van alles het meest.

Dit specifieke fragment legt exact de vinger op de zere plek van wat ik spiritueel dualisme noem.

Je stelt de vraag: 'Waar kies je voor?' Dit verraadt de hele dynamiek van de zoeker. Er is in jouw optiek een autonome 'ik' (de doener) die een belang moet gaan kiezen en de boel moet gaan sturen. Je splitst het organische leven hier direct op in twee gescheiden wegen: de 'wereldse weg' en de 'heilige weg'.

Dit is precies wat Ramesh Balsekar bedoelde toen hij zei: 'De doorsnee mens leeft in dualisme, en dualisme betekent kiezen.' Zodra je de 'heilige weg' boven de 'wereldse weg' stelt, ben je aan het kiezen. Je verklaart de oorlog aan de alledaagse realiteit (met al zijn winst, verlies, pijn en plezier) ten gunste van een verheven spiritueel ideaal. Je zoekt een steriele, zuivere werkelijkheid waarin de modder van het dagelijks leven niet mag bestaan.

Je betoog over het 'innerlijke licht' en een 'roeping tot het heilige leven' klinkt prachtig romantisch, maar het is psychologisch dualisme in een religieus jasje. Alsof puurheid alleen te vinden is als je het wereldse leven opgeeft.

De wijze, aldus Balsekar, leeft in de dualiteit, en de dualiteit accepteren is verlichting. De ware non-duale realisatie is dat de marktplaats met al zijn reuring net zo 'heilig' en puur is als de tempel. Het spirituele pad is geen prestatiesport waarin je moet kiezen voor puurheid; het is het doorzien dat die hele innerlijke strijd van jou om 'puur te zijn' het ultieme entertainment is van het ego dat zichzelf in stand probeert te houden.
3
spiritualiteit divers / Re: Doel? & De valkuil van het dualisme.
« Laatste bericht door ervaringsgetuige Gepost op 04-06-2026 17:05 »

De Dhamma is geen handleiding voor een 'leuk' leven, maar ook niet voor een 'heilig' leven. Het is een vinger die wijst naar de realiteit achter al die labels. Zodra je 'puurheid' nastreeft, wijs je de huidige, schijnbaar 'onpure' realiteit af. En is dat niet precies de bron van het lijden waar de Boeddha naar wees?


Wanneer je stelt dat de Dhamma niet dient voor een 'wereldser/leuker' leven, maar voor een 'heilig' leven van 'puurheid', ben je fundamenteel aan het kiezen. Je splitst de organische realiteit op in twee kampen: het 'onzuivere wereldse' versus het 'zuivere heilige'. Dat is de essentie van dualisme.
Je verklaart de oorlog aan de ene helft van de realiteit ten gunste van de andere helft.


Balsekar voegde daar wezenlijk aan toe: de wijze leeft in de dualiteit, en de dualiteit accepteren is verlichting.


Dualiteit is simpelweg de onvermijdelijke natuur van de manifestatie: warm en koud, plezier en pijn, de marktplaats en de tempel. De wijze probeert de dualiteit niet te ontvluchten in een bedacht 'heilig leven'. De wijze ziet dat de stroom van het leven beide polen bevat, en verzet zich tegen geen van beide. Er is geen 'doener' meer die een voorkeur hoeft te hebben voor puurheid boven alledaagsheid.


Zodra je 'het heilige' boven 'het wereldse' stelt, leef je niet in de waarheid, maar in een spiritueel concept. De ware Dhamma heft het dualisme op; het nodigt je uit om te rusten in wat is, zonder de dwangmatige behoefte om het leven te labelen of te corrigeren.
4

“Wie zoekt er eigenlijk een beter wereldlijk leven? Wie heeft last van die ‘gouden kooi’?

Het is altijd dezelfde denkende entiteit — het ego, de ‘ik’-gedachte — die zich gevangen voelt en hoopt dat spiritualiteit hem een soepeler, minder pijnlijke versie van datzelfde wereldlijke leven gaat geven. Maar dat is precies de valkuil.

De Boeddha leefde bezitloos, niet omdat bezitloosheid op zichzelf heilig is, maar omdat er bij hem geen persoonlijke ‘doener’ meer was die nog iets nodig had of iets moest beschermen. Er was geen centrum meer dat een beter verhaal voor zichzelf wilde schrijven.

De Dhamma is geen zelfhulptechniek om de persoon efficiënter, gelukkiger of minder gestrest door het leven te loodsen. Ze is een radicale uitnodiging om te zien dat er helemaal geen afzonderlijke persoon ís die een beter leven moet leiden.

Zolang er nog een ‘ik’ is die zegt ‘ik wil minder last hebben van deze complexe maatschappij’, blijft men in de illusie. De realisatie waar de Boeddha over sprak maakt een eind aan die ‘ik’, niet aan de complexiteit van het leven zelf. Het leven mag dan complex blijven — er is alleen niemand meer die ertegen vecht of eronder lijdt op dezelfde persoonlijke manier.

Dus ja, het is heel menselijk om de Dhamma te willen gebruiken als houvast voor een beter wereldlijk leven. Maar op een bepaald moment wordt duidelijk dat echte vrijheid ligt in het loslaten van dat hele project — inclusief de wens om een ‘betere versie’ van jezelf in deze wereld te zijn.

Het wonder is: wanneer de persoonlijke claim verdwijnt, kan het leven (hoe ingewikkeld ook) gewoon doorstromen zonder dat er iemand is die er voortdurend tegenaan bokst.
5

Typisch Stanislav Grof: Hij was het eens met de mystici dat je geen heil moet zoeken in ervaringen, maar hij vond tegelijk dat sommige ervaringen — zoals mystieke eenheidservaringen, bijna-doodervaringen of holotropische staten — wel degelijk een diep onthullende waarde kunnen hebben. Dat is een verschil met sommige boeddhistische stemmen die vrijwel elke ervaring als uiteindelijk irrelevant beschouwen.

Een opmerking: Ik geloof dat het wel zo eerlijk en integer zou zijn dat je in je posten duidelijk maakt dat je niks zelf schrijft en je reacties AI gegenereerd zijn. Nu wek je de indruk dat je zelf alles bedenkt en schrijft. Dit is niet eerlijk en integer. Of vindt je van wel?

Over diep onthullende waarde. In de sutta's kun je terugzien hoe de Boeddha eigenlijk leert om elk verlangen naar wat tijdelijk is op te geven.

Ik zie in de sutta's een Boeddha die vooral oog had voor de uitwerking van belevingen/ervaringen op jezelf als die belevingen al weer geeindigd zijn. De kans is natuurlijk heel groot dat bepaalde bijzondere belevingen je het hoofd en hart nog doller maken dan ie al is. Dat begoocheling eerder toeneemt dan afneemt.

Ik heb zelf wel wat het gevoel (maar ik heb dit niet zo helder) dat beleving eigenlijk wel identificatie vereist, maar kennis van aanwezigheid van iets niet.
Voorbeeld: Als je pijn beleeft of een beleving hebt van pijn, dan ben je er volgens mij wel bij betrokken op een manier van 'Ik voel die pijn, die pijn is van-mij'.
Ik heb wel het idee dat beleving dat vereist. Maar weten dat pijn aanwezig is, vereist die manier van betrokkenheid volgens mij niet perse.
Ik wil dit nog wat beter in beeld krijgen.

Wat je inhoudelijke punt betreft, vind ik vooral je onderscheid tussen beleving en het weten van aanwezigheid interessant.

Je schrijft:

"Als je pijn beleeft, dan ben je er volgens mij wel bij betrokken op een manier van: ik voel die pijn, die pijn is van mij. Maar weten dat pijn aanwezig is vereist die manier van betrokkenheid volgens mij niet per se."

Dat doet mij denken aan iets waar Stanislav Grof waarschijnlijk ook op zou wijzen.

In veel mystieke ervaringen, bijna-doodervaringen en transpersoonlijke toestanden rapporteren mensen namelijk dat er nog steeds pijn, angst, vreugde, licht, liefde of andere fenomenen aanwezig zijn, maar dat het gevoel van een afzonderlijke eigenaar ervan sterk verminderd is of zelfs volledig verdwenen lijkt.

Dat roept precies de vraag op die jij stelt:

Vereist beleving noodzakelijk identificatie?

Of kan er ook een vorm van beleven zijn waarin de gebruikelijke gedachte "dit overkomt mij" afwezig is?

Misschien is het onderscheid uiteindelijk niet zozeer tussen beleving en geen beleving, maar tussen:

"Ik beleef dit"

en

"Dit wordt beleefd."

Dat lijkt een klein verschil in taal, maar het verwijst mogelijk naar een fundamenteel andere manier waarop bewustzijn zich kan manifesteren.
6
De vraag is volgens hem niet zozeer of een gevoel of waarneming individueel blijft. Natuurlijk blijft die ervaring een concrete, unieke gebeurtenis. De vraag is eerder: wordt die ervaring noodzakelijk beleefd vanuit het perspectief van een afgescheiden individu?

Ik vind dit wel een interessante kwestie.

Ik neig naar:

Dat hoort bij beleving denk ik. Als iets wordt beleefd, is het denk ik ook eigengemaakt. En als het eigengemaakt is, is er ook perspectief van iemand die beleeft.
In die zin spreekt de Boeddha denk ik ook in deze termen:

And since for you, Bāhiya, in what is seen there will be only what is seen, in what is heard there will be only what is heard, in what is sensed there will be only what is sensed, in what is cognized there will be only what is cognized, therefore, Bāhiya, you will not be with that; and since, Bāhiya, you will not be with that, therefore, Bāhiya, you will not be in that; and since, Bāhiya, you will not be in that, therefore, Bāhiya, you will not be here or hereafter or in between the two—just this is the end of suffering.” (Udana 1.10)

Zodra je als een soort Ik/subject aanwezig bent, dus ook als waarnemer van iets, als voeler van iets, als kenner van iets, als getuige van iets, als stille getuige..., als lege getuige..., als vredige er bent..., als kalme, als het vormloze er bent, als leegte er bent, als bevrijde, als onthechte, op welke manier je er ook bent, dan is er ook een perceptie of mentale indruk van een afgescheiden individu, en dan is er ook geen einde aan lijden.

Zolang er zeg maar de indruk is van een innerlijk iemand die ziet, hoort, voelt en kent en aanwezig is.

Maar dan nog...die indruk is ook maar een indruk. Dus waarschijnlijk ben je er nooit echt op die manier waarop je jezelf aanwezig voelt en als aanwezig beleeft.

Dat brengt de vraag weer terug naar: ook al beleef je jezelf als dit en dat, is dat hoe je echt bestaat en aanwezig bent?

Ik denk dat Stanislav Grof je hier grotendeels zou volgen, maar vervolgens een andere vraag zou stellen.

Je schrijft:

"Zodra je als een soort Ik/subject aanwezig bent, dus ook als waarnemer van iets, als voeler van iets, als kenner van iets, als getuige van iets, als stille getuige..., als lege getuige..., als vredige er bent..., als kalme, als het vormloze er bent, als leegte er bent, als bevrijde, als onthechte, op welke manier je er ook bent, dan is er ook een perceptie of mentale indruk van een afgescheiden individu."

Volgens Grof is dat een belangrijke observatie binnen het gewone bewustzijn, maar zijn onderzoek naar mystieke ervaringen, bijna-doodervaringen en transpersoonlijke bewustzijnstoestanden bracht hem tot de conclusie dat het menselijke bewustzijn veel flexibeler is dan ons dagelijks taalgebruik suggereert.

In veel van die ervaringen verdwijnt niet alleen de identificatie met gedachten, gevoelens en het persoonlijke levensverhaal, maar zelfs het gevoel een afzonderlijke waarnemer te zijn. Toch blijft er ervaring aanwezig.

Daarom zou Grof waarschijnlijk voorzichtig zijn met de stelling dat beleving noodzakelijk een eigenaar vereist.

De vraag wordt dan niet zozeer:

"Wie beleeft dit?"

Maar:

"Is een afzonderlijke belever werkelijk een noodzakelijke voorwaarde voor beleving?"

Ook op je laatste vraag:

"Ook al beleef je jezelf als dit en dat, is dat hoe je echt bestaat en aanwezig bent?"

zou Grof vermoedelijk antwoorden:

"Dat is precies de grote vraag. Maar die vraag laat zich volgens mij niet uitsluitend oplossen door filosofische analyse. Zij vraagt om onderzoek van het bewustzijn zelf, inclusief de uitzonderlijke bewustzijnstoestanden waarin de gebruikelijke grenzen van identiteit tijdelijk verdwijnen."

Wat Grof daarbij steeds benadrukt, is dat zulke ervaringen niet automatisch bewijzen hoe de werkelijkheid metafysisch in elkaar zit. Maar ze laten wel zien dat het gewone gevoel van "ik ben deze persoon die hier waarneemt" niet de enige mogelijke vorm van bewustzijn is.

Daarom zou hij vermoedelijk zeggen dat de vraag niet alleen is wat er overblijft wanneer de belever verdwijnt, maar ook wat zulke ervaringen ons onthullen over de werkelijke reikwijdte van het menselijk bewustzijn.

7
spiritualiteit divers / De mythe van verlichte personen, hoe is die ontstaan?
« Laatste bericht door ervaringsgetuige Gepost op 04-06-2026 13:38 »
ik stelde deze vraag aan DeepSeek AI:

De mythe van verlichte personen, hoe is die ontstaan?
Verlichting als eeuwenoud religieus-spiritueel concept dus (NIET de historische Verlichting in de 17e–18e eeuw).

Antwoord van AI:

Dit is een uitstekende vraag, omdat ze de kern raakt van een hardnekkig westers misverstand over niet-westerse spiritualiteit.

De mythe van de “verlichte persoon” – een zeldzaam, foutloos, zwevend wezen dat permanent in extatische eenheid met het Al zou leven – is niet ontstaan in de tradities die verlichting centraal stellen (boeddhisme, hindoeïsme, taoïsme). Hij is grotendeels een westerse constructie, gevormd door een specifieke historische ontmoeting.

Hier is hoe die mythe stap voor stap ontstond:

1. De koloniale ontmoeting (19e eeuw)

Europeanen, met name oriëntalisten en missionarissen, lazen voor het eerst vertalingen van teksten als de Upanishads en de Dhammapada. Ze stuitten op termen als moksha (bevrijding), bodhi (ontwaken) en kaivalya (isolement). Deze begrippen leken vaag op hun eigen mystieke tradities, maar werden radicaal anders geïnterpreteerd.
  • Christelijk bril: De missionarissen zagen verlichting vaak als een heidense variant op ‘verlossing’ of ‘het zien van God’. Ze benadrukten het bovennatuurlijke en miraculeuze.

  • Romantisch bril: De romantici in Europa, die genoeg hadden van het koele verstand van hun eigen Verlichting (met hoofdletter), zochten een tegengif. Zij projecteerden op het ‘mystieke Oosten’ wat hun eigen cultuur had verloren: emotie, eenheid met de natuur, authenticiteit. De verlichte persoon werd het symbool van een verloren, onverdeeld zelf.
2. Theosofie en de New Age (eind 19e – 20e eeuw)

Helena Blavatsky en latere Theosofen maakten van verlichting een exotisch, hiërarchisch ideaal. Zij creëerden het beeld van de Mahatma of Meester: een gevorderd wezen met paranormale krachten, een onfeilbaar oordeel en een aura van eeuwige wijsheid. Dit beeld werd via de New Age-beweging (jaren ’60-’80) populair. Kenmerken van deze mythische verlichte persoon:
  • Permanent gelukzalig, nooit meer boos, verdrietig of verveeld.
  • Volledig onthecht van materiële behoeftes.
  • Vaak gekleed in gewaad, met een glimlach en een transparante blik.
  • Beschikt over ‘kennis’ in plaats van ‘geloof’.
3. Psychologisering en de ‘piekervaring’ (20e eeuw)

Denkers als Carl Jung en later Abraham Maslow (‘piekervaringen’) haalden verlichting uit de religieuze sfeer en plaatsten hem in de psychologie. Verlichting werd een bewustzijnstoestand die je kon krijgen, zoals je een migraine kunt krijgen. Vanuit dit perspectief is de ‘verlichte persoon’ iemand die permanent in die toestand verkeert – een extreem zeldzaam en bijna onmenselijk ideaal.

4. De westerse boeddhistische en goeroe-markt

Vanaf de jaren ’70 reisden westerse leerlingen naar India en Japan, kwamen terug met een ‘guru’ of ‘zenmeester’, of stichtten eigen centra. Om de aantrekkingskracht en het gezag van hun traditie te benadrukken, werd het beeld van de volmaakt verlichte meester vaak versterkt. Dit had commerciële en sociale functies: een volmaakte meester trekt volgelingen en donaties.

Later leidden schandalen (seksueel misbruik, machtsmisbruik, drankzucht) bij figuren als Chögyam Trungpa, Sogyal Rinpoche en talloze hindoe-goeroes tot een crisis in de mythe. Men zag in: deze ‘verlichte personen’ gedroegen zich vaak helemaal niet verlicht.

Wat is dan wél het traditionele perspectief?

In de bronnen (vroege boeddhisme, Advaita Vedanta, taoïsme) is het beeld radicaal anders:
  • Geen permanent toestandsbeeld: Verlichting (nibbana, bodhi) wordt omschreven als het uitdoven van begeerte, haat en onwetendheid, niet als een eindeloze trip. De arahant (verlichte) kan nog steeds pijntjes, vermoeidheid en stemmingswisselingen hebben. Wat weg is, is het lijden(klamath, dukkha) dat voortkomt uit verzet tegen wat is.

  • Gewoonheid: In het zen-boeddhisme is er de bekende uitspraak: “Voor verlichting: hout hakken, water dragen. Na verlichting: hout hakken, water dragen.” De verlichte persoon valt niet op; integendeel, zijn/haar handelingen zijn volkomen natuurlijk, onopvallend en doeltreffend.

  • Niet foutloos, maar fout-bewust: Vroege teksten tonen arahants die boos worden, fouten maken of onhandig zijn. Het verschil is dat zij er niet door gegrepen worden, geen wrok koesteren, en onmiddellijk herstellen.

  • Bescheidenheid: Echte verlichte leraren (zoals Ajahn Chah, Thich Nhat Hanh, of de huidige Dalai Lama) benadrukken dat ze nog steeds oefenen en dat het begrip ‘verlicht’ een hulpmiddel is, geen statussymbool.
Conclusie: Waarom de mythe blijft bestaan

De mythe van de onaardse, volmaakte verlichte persoon is ontstaan uit een westerse honger naar zekerheid, uitzonderlijkheid en ontsnapping aan de complexiteit van het dagelijks leven. Wij willen graag geloven dat er ergens iemand klaar is, iemand die het volledig begrijpt, iemand die ons kan vertellen hoe het zit. Die mythe is de spirituele versie van de wens dat er een perfect leiderschap, een perfecte relatie of een perfect geluk bestaat.

In werkelijkheid – zowel volgens de oosterse bronnen als volgens de realiteit van westerse boeddhistische gemeenschappen – is verlichting geen identiteit (‘ik ben verlicht’), maar een proces van steeds subtieler ontrafelen van gehechtheid. De meest verlichte mensen die ik ken, zouden nooit beweren verlicht te zijn. Ze zijn te druk met hout hakken en water dragen.

bron.


8
spiritualiteit divers / Re: Wanneer is er sprake van Beleving?
« Laatste bericht door lang kwaat Gepost op 04-06-2026 11:52 »
De vraag is volgens hem niet zozeer of een gevoel of waarneming individueel blijft. Natuurlijk blijft die ervaring een concrete, unieke gebeurtenis. De vraag is eerder: wordt die ervaring noodzakelijk beleefd vanuit het perspectief van een afgescheiden individu?

Ik vind dit wel een interessante kwestie.

Ik neig naar:

Dat hoort bij beleving denk ik. Als iets wordt beleefd, is het denk ik ook eigengemaakt. En als het eigengemaakt is, is er ook het perspectief van iemand die beleeft.
In die zin spreekt de Boeddha denk ik ook in deze termen:

And since for you, Bāhiya, in what is seen there will be only what is seen, in what is heard there will be only what is heard, in what is sensed there will be only what is sensed, in what is cognized there will be only what is cognized, therefore, Bāhiya, you will not be with that; and since, Bāhiya, you will not be with that, therefore, Bāhiya, you will not be in that; and since, Bāhiya, you will not be in that, therefore, Bāhiya, you will not be here or hereafter or in between the two—just this is the end of suffering.” (Udana 1.10)

Zodra je als een soort Ik/subject aanwezig bent, dus ook als waarnemer van iets, als voeler van iets, als kenner van iets, als getuige van iets, als stille getuig vane..., als lege getuige..., als vredige..., als kalme, als het vormloze er bent, als leegte er bent, als bevrijde, als onthechte, op welke manier je er ook bent, dan is er ook een perceptie of mentale indruk van een afgescheiden individu, en dan is er ook geen einde aan lijden.

Zolang er zeg maar de indruk is van een innerlijk iemand/entiteit die ziet, hoort, voelt en kent en aanwezig is.

Maar dan nog...die indruk is ook maar een indruk. Dus waarschijnlijk ben je er nooit echt op die manier waarop je jezelf aanwezig voelt en als aanwezig beleeft.

Dat brengt de vraag weer terug naar: ook al beleef je jezelf als zus en zo aanwezig, is dat hoe je echt bestaat en aanwezig bent?
9

Typisch Stanislav Grof: Hij was het eens met de mystici dat je geen heil moet zoeken in ervaringen, maar hij vond tegelijk dat sommige ervaringen — zoals mystieke eenheidservaringen, bijna-doodervaringen of holotropische staten — wel degelijk een diep onthullende waarde kunnen hebben. Dat is een verschil met sommige boeddhistische stemmen die vrijwel elke ervaring als uiteindelijk irrelevant beschouwen.

Een opmerking: Ik geloof dat het wel zo eerlijk en integer zou zijn dat je in je posten duidelijk maakt dat je niks zelf schrijft en je reacties AI gegenereerd zijn. Nu wek je de indruk dat je zelf alles bedenkt en schrijft. Dit is niet eerlijk en integer. Of vindt je van wel?

Over diep onthullende waarde. In de sutta's kun je terugzien hoe de Boeddha eigenlijk leert om elk verlangen naar wat tijdelijk is op te geven.

Ik zie in de sutta's een Boeddha die vooral oog had voor de uitwerking van belevingen/ervaringen op jezelf als die belevingen al weer geeindigd zijn. De kans is natuurlijk heel groot dat bepaalde bijzondere belevingen je het hoofd en hart nog doller maken dan ie al is. Dat begoocheling eerder toeneemt dan afneemt.

Ik heb zelf wel wat het gevoel (maar ik heb dit niet zo helder) dat beleving eigenlijk wel identificatie vereist.
Voorbeeld: Als je pijn beleeft of een beleving hebt van pijn, dan ben je er volgens mij wel bij betrokken op een manier van 'Ik voel die pijn, die pijn is van-mij'.
Ik heb wel het idee dat beleving dat vereist. Ik wil dit nog wat beter in beeld krijgen.
10
spiritualiteit divers / De Dhamma als houvast voor een beter wereldlijk leven?
« Laatste bericht door lang kwaat Gepost op 04-06-2026 10:59 »
Boeddha was volgens de overlevering praktisch gezien bezit- en thuisloos.
Niet alleen in de geest maar ook in de praktijk van hoe hij leefde.
En zou dat nou helemaal niks uitmaken? Maakt het echt niet uit hoe je leeft? 

Inmiddels leven we in een samenleving waarin we allemaal zoveel persoonlijke belangen hebben. Zoveel ballen om in de lucht te houden. Zoveel bezit. Zoveel verplichtingen. Zoveel dat elke dag maar weer geregeld moet worden want anders loopt alles in de soep. Zoveel zaken waar we ook echt afhankelijk van zijn (pinpas, smartphone, werk, computer etc). Zoveel zaken die letterlijk moeten gebeuren. Zoveel zaken die als we die niet doen, alleen maar problemen geven. En dat neemt niet af ook, toch? De samenleving wordt alleen maar ingewikkelder.  Veel mensen kunnen het niet bijhouden ook. Ik vind het zelf een soort gouden kooi.

Als je in de praktijk dan van zoveel zaken echt afhankelijk bent opdat je leven niet ontspoort en geen bende wordt, hoe kun je dan bijvoorbeeld je niet zorgen maken, je vrij voelen, niet geketend zijn? Vrij in geest maar ondertussen eigenlijk van alle kanten gebonden? Is dat bevrijding?
Dat is toch ook geen realistische manier om naar onthechting en bevrijding te kijken of naar het heilige leven?

Is onthechting, bevrijding, het heilige leven dan alleen maar iets mentaals? Alleen maar iets als: In het moment mentaal loslaten wat in het moment mentaal is vastgegrepen?
Ik geloof dat niet. Dat is geen heilig leven. Meer een techniek.

Mensen als Boeddha en Jezus brachten dat niet in de praktijk volgens mij. Ze verkozen vooral een eenvoudig leven, bezitloos, thuisloos. 
Een leven volledig in dienst van waarheid of puurheid volgens mij.
Ik zie daar de kern van bevrijding.
Bevrijding is niet iets wat je er even naast of bij kan doen. Het is niet een hobby.
Ook al verkiezen wij niet te leven in dienst van waarheid en puurheid, ik geloof wel dat het goed is te zien de Heiligen dat wel deden.

Ik geloof zelf dat het niet zo realistisch is om te streven naar ontnuchtering, hartstochtloosheid, onaangedaanheid, innerlijke vrede, afkoeling, ontstressen binnen een wereldlijk leven.
Als ik in allerlei lastige toestanden beland als ik mijn pinpas kwijt ben of mijn smartphone kapot gaat of computer crasht, is het dan niet ook heel gewoon  dat ik aangedaan raak als dit soort dingen gebeuren? Of dat ik op mijn hoede ben dat dit soort dingen niet gebeuren? Tuurlijk. Moet ik dat kwijt? Zijn de instructies van de Boeddha werkelijk bedoeld om nu onaangedaan te blijven?

Ik zeg...Nee.
Boeddha zou denk ik ook zeggen dat het heel normaal is onder deze omstandigheden aangedaan te raken, zoals hij ook tegen de Karmapa's zei dat het heel normaal is te twijfelen over wat heilzaam is Als verschillende spirituele leraren er andere ideeen over hebben en deze als waarheid verkondigen.

Ik snap wel dat iemand het liefst koel en vredig is onder alle omstandigheden, want aangedaan raken is naar, maar ik geloof dat de instructies van de Boeddha niet zo bedoeld zijn dat we ons wereldlijk leven met wereldlijke doelen, gewoon voortzetten, en zelfs des te beter en makkelijker met de instructies van de Boeddha.
Nee, we moeten toch ook vooral waarheid en puurheid voorop gaan stellen, volgens mij.
Dat is eigenlijk de te maken ommekeer volgens mij.

De Dhamma dient mijns inziens niet om een beter, vrediger, productiever, efficiënter, leuker, wereldlijk leven te leiden.
De Dhamma op die manier aan de man brengen, klopt ook niet volgens mij.
De Dhamma stelt het leven van het heilige leven voorop, het dienen van de waarheid en puurheid.
Alleen maar een leuker en beter en vrediger wereldlijk leven willen leiden met de Dhamma als houvast, ter inspiratie, als vlot, dat klopt ergens niet.

Voelen jullie dit ook zo aan?
Pagina's: [1] 2 3 ... 10