Auteur Topic: Leegte in de Sutta Pitaka  (gelezen 58369 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
-Leegte van verschijnselen verbonden met vorm, gevoel, waarneming, fabricaties/formaties en bewustzijn.
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an09/an09.036.than.html
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an04/an04.124.than.html

Aansluitend op de vorige Anguttara sutra's, de Metta Sutta, Goede Wil (2)
-Hij beschouwt elk verschijnsel verbonden met de skandha's als leeg/als een leegte1

http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an04/an04.126.than.html

“Hij beschouwt welke verschijnselen dan ook verbonden zijn met vorm, gevoel, waarneming, fabricaties & bewustzijn als niet constant, stressvol, een ziekte, een tumor, een pijl, pijnlijk, een aandoening, wezensvreemd, een desintegratie, een leegte/als leeg1, niet-zelf".

(1. http://dharmafarer.org vertaald hier "als leeg", www.accesstoinsight.org vertaalt hier "een leegte")

Siebe


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Samyutta Nikaya 22.122, Silavant Sutta, Deugdzaam

-Besteed op de juiste manier aandacht aan de skandha’s, (onder andere) als leeg/een leegte.
(bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.122.than.html)

Een korte samenvatting

De eerwaarde Maha Kotthita vraagt de eerwaarde Sariputta aan welke dingen een deugdzame monnik op de juiste manier aandacht moet besteden.

Sariputta antwoordt: “Een deugdzame monnik, mijn vriend Kotthita, dient op de juiste manier aandacht te besteden aan de vijf aggregaten van hechten, als niet constant, stressvol, een ziekte, een tumor, een pijl, pijnlijk, een aandoening, wezensvreemd, een ontbinding, een leegte/als leeg1, niet-zelf. Want het is mogelijk dat een deugdzame monnik die op de juiste manier aandacht besteedt aan deze vijf aggregaten van hechten als niet constant....een leegte/als leeg en niet-zelf, de vrucht van stroom-betreden zou realiseren”.

Vervolgens vraagt Maha Kotthita hoe dit dan is voor de stroombetreder, de eenmaal terugkerende, de niet terugkerende en de arahant. Voor elk geldt dat ze ook de skandha’s dienen te beschouwen als niet constant...een leegte/als leeg en niet-zelf.

Zo kan een stroom-betreder de vrucht van eenmaal-terugkeren bereiken. Een eenmaal-terugkerende de vrucht van niet-meer-terugkeren. En de niet-meer-terugkerende de vrucht van arahantschap.

Hoe geldt dit voor de arahant?

“Een arahant dient op de juiste manier aandacht te besteden aan deze vijf aggregaten van hechten, als niet constant.....een leegte/als leeg1 en niet-zelf. Hoewel er voor een arahant  niets is om verder te doen, en niets toe te voegen aan wat gedaan is, toch leiden deze dingen- indien ontwikkeld en voortgezet/nagestreefd- beide tot een aangenaam verblijven in het hier & nu en tot indachtigheid en oplettendheid/wakkerheid (alertness)”

(1. http://dharmafarer.org heeft deze sutra nog niet behandeld maar vertaalt in andere sutta's  in plaats van "een leegte" steeds "als leeg")

Siebe


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Samyutta Nikaya 35.238, Asivisopama Sutta
« Reactie #52 Gepost op: 19-10-2014 11:41 »
Samyutta Nikaya 35.238, Asivisopama Sutta, De Vergelijking van de Slangen
(http://dharmafarer.org/wordpress/wp-content/uploads/2009/12/28.1-Asivisopama-S-s35.238-piya1.pdf)

Relevantie met Leegte:
-"Als een wijs, competent, intelligent persoon de zes interne zintuigbasissen onderzoekt, blijken ze ledig (void), hol (hollow), leeg (empty)".

Het commentaar bij deze sutra zegt dat deze sutra werd uitgesproken bij monniken die lijden als hun meditatie-onderwerp gebruikten. Voor meer achtergrond informatie verwijs ik naar de genoemde site.

Een samenvatting van de sutra

De Boeddha vraagt aan de monniken zich eens voor te stellen dat er vier krachtige en erg giftige slangen (vier soorten adders) zouden zijn. Vervolgens komt er een man die gehecht is aan het leven. Er wordt tegen deze man gezegd dat van tijd tot tijd deze vier giftige slangen verzorgd moeten worden, eens gebaad, opgetild, gevoed en te ruste gelegd. Maar als er eentje kwaad wordt op hem dan zal de verzorger/de man sterven of intens lijden. Als de man dit hoort vlucht hij in één of andere richting, bang zijn leven te verliezen.

Dan wordt hem verteld dat vijf moordenaars het op hem gemunt hebben. Hij vlucht weer in één of andere richting. Er wordt hem dan verteld dat een zesde moordenaar, een bekende van hem, met getrokken zwaard hem achterna zit om hem zijn kop er af te hakken. Bang voor al deze gevaren vlucht hij in één of andere richting.

Hij ziet dan een leeg dorp. Elk huis dat hij binnengaat is leeg, verlaten. Elke pot is ledig, hol, leeg. Dan wordt hem verteld dat plunderaars dat dorp overhoop zullen halen. De man vlucht weer één of andere richting op. Hij ziet dan een groot uitgestrekt water wiens oever aan zijn kant gevaarlijk is en angstaanjagend en de oever aan de overkant is veilig en vrij van gevaar. Er is geen brug of boot dus hij besluit een vlot te maken. Met zijn handen en voeten als peddels gebruikend, bereikt hij de overkant.

De Boeddha legt dan de betekenis van dit verhaal uit:

‘De vier slangen’ staan voor de vier grote elementen, aarde, water, vuur en lucht. (Ze moeten van tijd tot tijd verzorgd worden maar als er iets mis is, disharmonie, merken we dit ook meteen als pijn of ziekten, Siebe).
Het commentaar geeft aan dat de vier slangen ook staan voor vier soorten mensen;
-iemand die snel kwaad wordt maar wiens kwaadheid snel weer bekoelt;
-iemand die niet snel kwaad wordt maar wiens kwaadheid lang aanhoudt;
-iemand die snel kwaad wordt en wiens kwaadheid lang aanhoudt;
-iemand die niet snel kwaad wordt en wiens kwaadheid ook niet lang aanhoudt.

‘De vijf moordenaars’ staan voor de vijf aggregaten van hechten. Ze zijn als moordenaars omdat hun aard vergankelijk is, lijden en niet-zelf, en ons binden aan samsara, waarin we bij herhaling sterven en weer geboren worden.

‘De zesde moordenaar’, de bekende met getrokken zwaard, staat voor verrukking/begeestering en begeerte/hartstocht. In het commentaar wordt het zo gezegd dat we door verrukking en hartstocht het hoofd verliezen, namelijk het hoofd van wijsheid. Bovendien is het oorzaak van wedergeboorte met alle angsten en (herhaling van) leed van dien. (Ik denk hierbij zelf aan de verslaafde voor wie begeestering en harstocht voor aangename gevoelens een intieme vriend is en door die intieme vriend langzaam maar zeker wordt opgegeten. Dat deze moordenaar met getrokken zwaard komt zou ook kunnen verwijzen naar de ellende waarin je je elkaar weer gestort ziet wanneer je van iets of iemand in de ban was? De begeestering en hartstocht staat als het ware steeds klaar je kop er weer af te hakken, het hoofd van wijsheid, Siebe).

‘Het lege dorp’ staat voor de zes interne zintuig-basissen. Dit stukje zal ik letterlijk vertalen.

”’Het lege dorp’: dit is een aanduiding voor de zes interne zintuigbasissen. Als, bhikku’s, een wijs, competent, intelligent persoon ze onderzoekt door middel van het oog, blijken ze ledig, hol, leeg te zijn. Als hij ze door middel van het oor onderzoekt....door middel van de neus...door middel van de tong....door middel van het lichaam....door middel van de geest, blijken ze ledig, hol, leeg”.
(Het lege dorp geeft geen voldoening/bevrediging, alle potten zijn leeg, Siebe).

‘De plunderaars’ die het lege dorp aanvallen staan voor de zes externe zintuigbasissen. Het oog wordt aangevallen door aangename en onaangename vormen, het oor..., de neus..., de tong...,.het lichaam..., de geest wordt aangevallen door aangename en onaangename mentale verschijnselen.
(Ze verstoren de geest, komen onrust brengen, plunderen sereniteit, Siebe).

‘Het uitgestrekte water’ staat voor de asava’s, de mentale influxen. (Ze worden ook wel bezoedelingen genoemd of smetten of verstoringen en effluenten, Siebe). Ze worden in de sutra in vieren verdeeld: de vloed van zintuiglijk verlangen, de vloed van bestaan, de vloed van visie en de vloed van onwetendheid.
('de vloed van visie' wordt soms onder 'de vloed van bestaan' ingedeeld, Siebe).

‘De nabije oever’ die gevaarlijk en angstaanjagend is, staat voor (zelf-)identiteit.
(Het identificeren met de aggregaten geeft voortdurend ellende, Siebe).

‘De andere oever’ staat voor Nibbana.

‘Het vlot’ staat voor het Edele Achtvoudige Pad.

‘Het peddelen met handen en voeten’ staat voor het opwekken van energie/ijver. Dat wordt in het commentaar uitgelegd als de vier juiste inspanningen:
-De inspanning die er voor zorgt dat nog niet opgekomen onheilzame staten ook niet ontstaan;
-De inspanning om afstand te doen van onheilzame staten wanneer die al wel ontstaan zijn;
-Er een inspanning van maken om heilzame staten op te wekken;
-En je inspannen heilzame staten te laten voortduren.

‘Het bereiken van de overkant' staat voor de arahant.
Zo eindigt de sutra.

Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Samyutta Nikaya 41.6, Kamabhu Sutta (2)
« Reactie #53 Gepost op: 19-10-2014 18:35 »
Samyutta Nikaya 41.6, Kamabhu Sutta, Met Kamabhu (2), Over de Beeindiging van Waarneming en Gevoel.
[bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn41/sn41.006.than.html]

Deze sutra lijkt erg veel op Majjhima Nikaya 44. Ik zal deze sutra wat uitgebreider samenvatten dan ik gedaan heb bij MN44.

Relevantie met Leegte:
-Wanneer iemand de beeindiging van waarneming en gevoel bereikt heeft hij contact met leegte, het tekenloze en ongerichte/wensloze. Wanneer iemand uit [het meditatiestadium van] de beeindiging van waarneming & gevoel komt, houdt hij contact met leegte, het tekenloze en ongerichte/wensloze en de geest neigt naar een directe ervaring van Onthechting (Unbinding1).

(1. Ik vind "Unbinding" een lastig woord te vertalen maar het komt er volgens mij op neer dat iemand, tijdelijk, bewustzijns-bevrijding realiseert. De beëindiging van lijden. Het is geen definitieve beëindiging, geen ontworteling van hebzucht, haat en begoocheling, maar wel een tijdelijke bevrijding).

Samenvatting van de sutra

In deze sutra worden drie soorten fabricaties/vormingen besproken; lichamelijke, verbale en mentale. De lichamelijke fabricaties zijn de in-en uitademingen. Ze zijn verbonden met het lichaam. De verbale fabricaties zijn gerichte gedachten en evaluatie. Ze worden verbaal genoemd omdat ze direct vooraf gaan aan het spreken. De mentale fabricaties zijn waarnemingen en gevoelens. Deze zaken zijn verbonden met de geest.

Hoe komt (het meditatiestadium van) de beeindiging van waarneming en gevoel tot stand?

Niet uit gedachten dat hij dit stadium aan het bereiken is of gaat bereiken etc maar de manier waarop hij zijn geest eerder heeft ontwikkeld, leidt hem die staat in. (In de sutra's gaat dat via de diverse jhana-stadia. Alle jhana stadia hebben een vervolg maar er is geen vervolg op de beëindiging van waarneming en gevoel, zie bijvoorbeeld http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an09/an09.042.than.html, Siebe). 

Welke fabricaties eindigen eerst als men deze staat bereikt? Eerst eindigen verbale fabricaties, dan lichamelijke en dan mentale fabricaties.

Wat is het verschil tussen iemand die gestorven is en iemand die de beeindiging van waarneming en gevoel heeft bereikt? Bij iemand die gestorven is zijn alle soorten fabricaties geeindigd en geluwd, zijn levenskracht is geheel geeindigd, zijn warmte is verdwenen en zijn zintuiglijke vermogens zijn gestopt. Maar in het geval van iemand die de staat van beeindiging van waarneming en gevoel heeft bereikt, zijn weliswaar ook alle soorten fabricaties geeindigd en geluwd, maar niet zijn levenskracht, zijn warmte is niet verdwenen en zijn zintuiglijke vermogens zijn helder en zuiver.

Hoe komt het einde van het meditatiestadium van beeindiging van waarneming & gevoel tot stand? Gedachten spelen hierbij geen rol maar net zoals men dit stadium bereikt, is de manier waarop men de geest eerder heeft ontwikkeld leidend.

Als men uit het stadium van de beeindiging van waarneming en gevoel komt welke fabricaties ontstaan dan eerst? Eerst ontstaan mentale fabricaties, dan lichamelijke en dan verbale.

(In het aansluitende deel speelt leegte een rol en dit deel zal ik nu in zijn geheel vertalen):

...“Wanneer een monnik uit de beeindiging van waarneming & gevoel is gekomen, hoeveel contacten maken dan contact?”
“Wanneer een monnik uit de beeindiging van waarneming en gevoel is gekomen,  maken drie contacten contact: contact met leegte, contact met het tekenloze & contact met het ongerichte2” (dit wordt ook wel ‘het wensloze’ genoemd, Siebe).

Als iemand uit de staat van waarneming en gevoel komt waar gaat diens geest dan naar uit, waar neigt het naar? Naar afzondering3.

Hoeveel mentale kwaliteiten zijn zeer behulpzaam bij het bereiken van de beeindiging van waarneming en gevoel? De eerwaarde Kamabhu die steeds antwoorden geeft, geeft hier aan dat de huishouder Citta, de vragensteller, als laatste vraagt wat hij eigenlijk als eerste had moeten vragen. Maar het antwoord is: kalmte (shamata) en inzicht (vipassana).

Zo eindigt de sutra.

(2. Vertaling van noot 3 bij de tekst: “Leegte, het tekenloze en ongerichte (wensloze, Siebe) zijn namen voor een staat van concentratie die op de drempel ligt van Onthechting/Bevrijding. Ze verschillen alleen in hoe ze worden benaderd. Volgens het commentaar kleuren ze iemands eerste begrip van Onthechting/Bevrijding: een mediterende die zich heeft gericht op het thema van onbestendigheid zal Onthechting/Bevrijding eerst begrijpen als tekenloos; iemand die zich heeft gericht op het thema van stress (onbevredigend karakter, lijden, Siebe) zal het eerst bevatten als ongericht (wensloos, Siebe); iemand die zich heeft gericht op het thema van niet-zelf zal het eerst bevatten als leegte”.)

(3. Vertaling van noot 4 bij de tekst: “Volgens het commentaar staat “afzondering” hier voor Onthechting/Bevrijding. Wanneer men weer uit de staat van de beeindiging van waarneming en gevoel komt, en contact gehad heeft met leegte/het tekenloze/het ongericht (wensloze, Siebe), neigt de geest op een natuurlijke wijze naar een directe ervaring van Onthechting/Bevrijding).

Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Samyutta Nikaya 43, Asankhatasamyutta
« Reactie #54 Gepost op: 20-10-2014 11:39 »
Samyutta Nikaya 43, Asankhatasamyutta, Verbonden Verhandelingen over het Ongeconditioneerde, Subhoofdstuk I (en II er deels in verwerkt).
[bron: The Connected Discourses of the Buddha, A new translation of the Samyutta Nikaya, translated from the Pali by Bhikku Bodhi, Volume II, Wisdom Publications, Boston. Dit boek is te vinden als pdf-document op het web samen met deel I].

Relevantie met Leegte (Samyutta Nikaya 43.3 & 43.12)
-Het Pad leidend naar het Ongeconditioneerde is (onder andere) Leegte-Concentratie.

Ik zal subhoofdstuk I hieronder in zijn geheel vertalen. Dit betreft Samyutta Nikaya 43.1-11. Het tweede subhoofdstuk is deels een uitwerking van subhoofdstuk I en een aanvulling. Delen heb ik verwerkt in deze samenvatting om meer uitleg te geven. Voorbeeld: Subhoofdstuk I noemt alleen maar "De Vijf Krachten" maar vermeldt niet welke dit zijn. Subhoofdstuk II wel. Deze heb ik tussen "(...)" toegevoegd.
Voor de complete tekst verwijs ik naar de brontekst.

Vertaling van Samyutta Nikaya, subhoofdstuk I, Samyutta Nikaya 43.1-11, aangevuld met fragmenten uit subhoofdstuk II

1 (1) Indachtigheid Gericht op het Lichaam.
Te Savatthi. “Bhikku’s, ik zal jullie het ongeconditioneerde onderwijzen en het pad leidend naar het ongeconditioneerde. Luister daar naar....
“En wat, bhikku’s, is het ongeconditioneerde? De vernietiging van hartstocht/begeerte, de vernietiging van haat en de vernietiging van begoocheling: dit wordt het ongeconditioneerde genoemd.
“En wat, bhikku’s is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? Indachtigheid gericht op het lichaam: dit wordt het pad leidend naar het ongeconditioneerde genoemd.
“Dus, bhikku’s, ik heb jullie het ongeconditioneerde onderwezen en het pad leidend naar het ongeconditioneerde. Wat er dan ook gedaan dient te worden, bhikku’s, door een meedogende leraar uit mededogen voor zijn leerlingen, hun welzijn wensend, dat heb ik voor jullie gedaan. Dit zijn de voeten van bomen, bhikku’s, dit zijn lege hutten. Mediteer, bhikku’s, wees niet nalatig, anders heb je er later spijt van. Dit is onze instructie aan jou”

2 (2) Kalmte en Inzicht

“Bhikku’s, ik zal jullie het ongeconditioneerde onderwijzen en het pad leidend naar het ongeconditioneerde. Luister daar naar...
“En wat, bhikku’s, is het ongeconditioneerde? De vernietiging van hartstocht/begeerte, de vernietiging van haat en de vernietiging van begoocheling: dit wordt het ongeconditioneerde genoemd.
“En wat, bhikku’s is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? Kalmte en inzicht: dit wordt het pad leidend naar het ongeconditioneerde genoemd...”.

3 (3) Met Gedachte en Onderzoek

...”En wat, bhikku’s, is het pad dat leidt naar het ongeconditioneerde? Concentratie met gedachte en onderzoek; concentratie zonder gedachte, met alleen onderzoek; concentratie zonder gedachte en onderzoek: dit wordt het pad leidend naar het ongeconditioneerde genoemd...”.

4 (4) Leegte Concentratie
...En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? De leegte concentratie (sunnata samadhi, Siebe), de tekenloze concentratie, de ongerichte (ook wel wensloze, Siebe) concentratie: dit wordt het pad leidend naar het ongeconditioneerde genoemd...”

5 (5) Vestigingen van Indachtigheid
...”En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? De vier vestigingen van indachtigheid...”
(d.i. indachtigheid van het lichaam, gevoelens, geest en verschijnselen)

6 (6) Juiste Inspanningen
...”En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? De vier juiste inspanningen...”
(d.i. kortgezegd, de inspanning die er voor zorgt dat er geen kwaadaardige onheilzame staten ontstaan, de inspanning om afstand te doen van kwaadaardige onheilzame staten die reeds zijn ontstaan, de inspanning om heilzame staten te doen ontstaan, de inspanning om heilzame staten te laten voortbestaan).

7 (7) Basissen voor Spirituele Kracht
...”En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? De vier basissen voor spirituele kracht...”
(d.i. een basis van spirituele kracht gebaseerd op concentratie dankzij verlangen en doelbewuste formaties van streven, ....gebaseerd op concentratie dankzij energie en doelbewuste formaties van streven, ...gebaseerd op concentratie dankzij geest en doelbewuste formaties van streven, ...gebaseerd op concentratie dankzij onderzoek en doelbewuste formaties van streven).

8 8 Spirituele Vermogens
...”En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? De vijf spirituele vermogens...”
(d.i. het vermogen van vertrouwen dat gebaseerd is op afzondering, passieloosheid/vrede, en beeindiging, rijpend in bevrijding, het vermogen van energie dat gebaseerd is op..., het vermogen van indachtigheid dat gebaseerd is op...., het vermogen van concentratie dat gebaseerd is op..., het vermogen van wijsheid dat gebaseerd is op....)

9 (9) Krachten
...”En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? De vijf krachten...”
(d.i. De kracht van vertrouwen dat gebaseerd is op afzondering, passieloosheid/vrede, en beeindiging, rijpend in bevrijding, de kracht van energie dat gebaseerd is op...., de kracht van indachtigheid dat gebaseerd is op..., de kracht van concentratie dat gebaseerd is op...., de kracht van wijsheid dat gebaseerd is op...)

10 (10) Factoren van Verlichting
...”En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? De zeven factoren van verlichting...” (d.i. De verlichtingsfactor van indachtigheid dat gebaseerd is op afzondering, passieloosheid/vrede, en beeindiging, rijpend in bevrijding, de verlichtingsfactor van onderscheiden van staten dat gebaseerd is op..., de verlichtingsfactor van energie dat gebaseerd is op..., de verlichtingsfactor van verrukking dat gebaseerd is op..., de verlichtingsfactor van kalmte dat gebaseerd is op..., de verlichtingsfactor van concentratie dat gebaseerd is op..., de verlichtingsfactor van evenwichtigheid dat gebaseerd is op...)

11 (11) Het Achtvoudige Pad
...”En wat, bhikku’s, is het pad leidend naar het ongeconditioneerde? Het Edele Achtvoudige Pad: dit wordt het pad leidend naar het ongeconditioneerde genoemd...Dit is onze instructie aan jullie”.
(d.i. Juiste visie dat gebaseerd is op afzondering, passieloosheid/vrede, en beeindiging, rijpend in bevrijding, juiste intentie dat gebaseerd is op..., juiste spraak dat gebaseerd is op..., juiste activiteit dat gebaseerd is op..., juiste levensonderhoud dat gebaseerd is op..., juiste inspanning dat gebaseerd is op..., juiste indachtigheid dat gebaseerd is op..., juiste concentratie dat gebaseerd is op...)

Hier eindigt dit subhoofdstuk I.

Samyutta Nikaya 43.13 en 14 geeft (mijns inziens ) aan:
Andere woorden voor het ongeconditioneerde zijn: dat-wat-nergens-naar-uitgaat (the uninclined, let. Niet-neigende), het smetteloze, de waarheid, het subtiele, de andere oever, dat-wat-erg-moeilijk-te-zien-is, het-niet-verouderende, het stabiele, het- niet-desintegrerende, het ongemanifesteerde, het-niet-zich-vermenigvuldigende, het vredevolle, het doodloze, het sublieme, het gunstige, het veilige, de-vernietiging-van- begeerte/hunkering, het prachtige, het wonderbaarlijke, het-niet-ziekelijke, de gezonde staat, Nibbana, het onaangedane, passieloosheid/vrede, zuiverheid, vrijheid, het onthechte, het eiland, de schuilplaats, het toevluchtsoord, de toevlucht.
(leegte of het lege wordt hier dus niet genoemd als synoniem)

Siebe





 

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Anguttara Nikaya
« Reactie #55 Gepost op: 21-10-2014 17:40 »
Anguttara Nikaya

[bronnen van de verkenning:
-www.accestoinsight.org
-http://dharmafarer.org
-“Teachings of the Buddha, The Numerical Discourses of the Buddha, A translation of de Anguttara Nikaya by Bhikku Bodhi”. Dit boek is te vinden op het web]


Anguttara 2.47 en Anguttara 5.79
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an05/an05.079.than.html

Relevantie met Leegte:
-Er zijn verhandelingen “die diep, diep in betekenis zijn, de wereld-overstijgend, verbonden met leegte”.

Dit tekstfragment komt in de twee bovengenoemde sutra’s voor en ook in Samyutta Nikaya 20.7. (http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn20/sn20.007.than.html.)

De context is steeds dat er naar deze diepzinnige verhandelingen verbonden met leegte niet wordt geluisterd, geen poging wordt gedaan ze te begrijpen, er wordt gedacht dat deze onderrichtingen niet bestudeerd en geleerd behoeven te worden. In plaats daarvan luistert men naar werken van poeten, elegant in geluid, retoriek, het werk van buitenstaanders, woorden van leerlingen. In plaats van de werken verbonden met leegte beschouwt men deze werken als de moeite waard om te begrijpen en meester te worden.
Anguttara 5.79 bespreekt ook de toekomstige gevaren, kortgezegd, een corruptie van de leer, leerlingen, en leraren.

Anguttara 3.183 en 184. Ik zal deze in hun geheel vertalen.
[Bron: “Teachings of the Buddha, The Numerical Discourses of the Buddha, A translation of de Anguttara Nikaya by Bhikku Bodhi]

Relevantie met Leegte
-door leegte-concentratie krijgt men directe kennis van begeerte en de beeindiging er van, inclusief de beeindiging van kwalijke staten.

An 3.183 (1) “Bhikku’s, voor directe kennis van begeerte (Engels: lust) moeten drie dingen onwikkeld worden. Welke drie? Leegte concentratie, tekenloze concentratie en wensloze concentratie. Voor directe kennis van begeerte moeten deze drie dingen ontwikkeld worden”.

An 3.184 (2)-352 (170) “Bhikku’s, voor volledig begrip van begeerte... voor de totale vernietiging... voor het afstand doen van... voor de vernietiging... voor het verdwijnen... voor het vervagen... voor de beeindiging... voor het opgeven... voor het afstand doen van begeerte, moeten deze drie dingen ontwikkeld worden.
“Bhikku’s, voor de directe kennis... voor het volledig begrip van... voor de totale vernietiging... voor het afstand doen van... voor de vernietiging... voor het verdwijnen... voor het vervagen... voor de beeindiging... voor het opgeven... voor het afstand doen van haat... Begoocheling... Kwaadheid... Vijandigheid... Kwaadsprekerij... Onbeschaamdheid... Jaloezie... Gierigheid... Bedrieglijkheid... Sluwheid... Koppigheid... Heftigheid... Gemaaktheid... zelfingenomenheid... intoxicatie1... achteloosheid... moeten drie dingen ontwikkeld worden. Welke drie? Leegte concentratie, tekenloze concentratie en wensloze concentratie2. Voor het afstand doen van achteloosheid moeten deze drie dingen ontwikkeld worden`.

1. “intoxication”...dit kan verwijzen naar een zeer opgewonden geest, een geestdrift die gaat naar enthousiasme, razernij, of krankzinnigheid/gekte.
2. In het genoemde boek worden in noot 617 over de drie soorten samadhi, sunnato samadhi (de leegte concentratie), de animitto samadhi (tekenloze concentratie) en appanahito samadhi (wensloze of ongerichte concentratie) het volgende verklaard: “De uitleg is drievoudig, door middel van aankomst (agamanato), door middel van kwaliteit (suganato) en door middel van object (arammanato). (1) Door middel van aankomst (i) een bhikku interpreteert in termen van niet-zelf, ziet/begrijpt in termen van niet-zelf, en bereikt het pad door [contemplatie van] niet-zelf; voor hem wordt inzicht “leegte” genoemd. Waarom? Vanwege de afwezigheid van de bezoedelingen verantwoordelijk voor [het idee van] zelf of niet-leegte. De concentratie van het pad (maggasamadhi), bereikt door inzicht, wordt leegte genoemd en de concentratie van de vrucht (phalasamadhi), bereikt door het pad, wordt ook leegte genoemd. (ii) Een ander interpreteert in termen van vergankelijkheid, ziet/begrijpt in termen van vergankelijkheid en bereikt het pad door [het contempleren van] vergankelijkheid; voor hem wordt inzicht “tekenloos” genoemd. Waarom? Vanwege de afwezigheid van bezoedelingen verantwoordelijk voor tekens. De concentratie van het pad, bereikt door inzicht, wordt tekenloos genoemd; en de concentratie van de vrucht, bereikt door het pad, wordt ook tekenloos genoemd. (iii) Een ander interpreteert in termen van lijden, ziet/begrijpt in termen van lijden en bereikt het pad door [het contempleren van] lijden; voor hem wordt inzicht wensloos genoemd. Waarom? Vanwege de afwezigheid van bezoedelingen die verantwoordelijkheid zijn voor wensen. De concentratie van het pad, bereikt door inzicht, wordt wensloos genoemd; en de concentratie van de vrucht, bereikt door het pad, wordt ook wensloos genoemd.
Door middel van kwaliteit: De concentratie van het pad is leeg omdat het leeg is van begeerte, etc; het is tekenloos omdat de tekenen van begeerte, etc afwezig zijn en het is wensloos omdat wensen veroorzaakt door begeerte, etc afwezig zijn.
Door middel van object: Nibbana is leeg omdat het leeg is van begeerte, etc; het is tekenloos en wensloos omdat het zonder de tekenen is van begeerte, etc. en zonder wensen veroorzaakt door begeerte, etc”.

Anguttara 4.124, 4.126 en 9.36
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an04/an04.124.than.html
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an04/an04.126.than.html
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an09/an09.036.than.html


Relevantie met Leegte:
- “Hij beschouwt welk verschijnsel er daar1 dan ook bestaat aangaande vorm, gevoel, waarneming, intentionele activiteiten/fabricaties, en bewustzijn als vergankelijk, als lijden, als een ziekte, als een puist, als een pijl, als ellende, als een aandoening, als (wezens)vreemd, als desintegrerend, als leeg, als niet-zelf”.

In An 4.124 past men deze inzicht-meditatie toe bij de ervaringen tijdens de vier vorm-jhana’s. Dit kan leiden tot wedergeboorte bij de deva’s in de Zuivere Verblijven.
 In An. 9.36 wordt deze inzicht-meditatie ook toegepast op de vier vorm-jhana’s en ook op de sfeer van oneindig ruimte, oneindig bewustzijn, en nietsheid. Het wordt echter niet toegepast op ‘noch waarneming noch niet-waarneming’ en ‘de beeindiging van waarneming & gevoel’ omdat de basis van die staten zo subtiel is, aangezien ze zonder enig observeerbaar kenmerk zijn.
In An. 4.126 wordt de bovenvermelde beschouwingswijze toegepast bij de ervaringen die voortvloeien uit de ‘vier onmetelijken’, dwz de meditatie waarin men de windrichtingen doordringt met een geest bezield met a. liefdevolle vriendelijkheid/goede wil, b. met mededogen, c. meelevende vreugde/dankbaarheid en 4. evenwichtigheid. Als men dit op de juiste manier cultiveert, resulteert dat in een spontane wedergeboorte bij de deva’s in de Zuivere Verblijven, dat is, als niet-terugkerende. Zo iemand heeft dan alle lagere ketens overwonnen, d.i. visie van een persoonlijkheid (sakkhaya ditthi), spirituele twijfel (vicikiccha), gehechtheid aan regels en rites (sila-b bata, paramasa), zintuiglijk verlangen (kama raga), weerzin/afkeer (patigha).

De in de sutra’s genoemde beschouwingswijze sluit aan bij het onderricht van Boeddha over de drie karakteristieken van voorwaardelijk bestaan. De karakteristiek van vergankelijkheid/onbestendigheid wordt vertegenwoordigt door een verschijnsel te zien/begrijpen als “vergankelijk” en “desintegrerend”. Het onbevredigend aspect komt aan bod door verschijnselen te zien/begrijpen als “lijden”, “ziekte”, “een puist”, “een pijl”, “als ellende” en “een aandoening”. Door verschijnselen te zien/begrijpen als “(wezens)vreemd”, “leeg” en “niet-zelf” (soms ook “hol”) wordt voldaan aan de karakteristiek van niet-zelf.

Zijn dit nu drie aparte soorten inzicht? Noot 1823 van het genoemde boek van Bhikku Bodhi verklaart hierover: “Wanneer het kenmerk van vergankelijkheid/onbestendigheid wordt gezien, wordt het kenmerk van niet-zelf gezien. Tussen de drie kenmerken, wanneer één wordt gezien, worden de andere twee ook gezien....”. In mijn eigen woorden: of de ingang nu het onbestendige karakter is, het onbevredigende karakter, het karakter van niet-zelf, men grijpt niet naar verschijnselen, voedt ze niet met aandacht, haakt er niet op in, eindigt de bekoring.

Belangrijk is dat er zo een omkering ontstaat in de geest, van een gerichtheid op geconditioneerde verschijnselen die komen en gaan, naar het doodloze element. Zich kerend naar het doodloze element beschouwt iemand dat als “vredevol, subliem, dat is, het kalmeren van alle formaties, het afstand doen van alle verwervingen (eigenmakingen), de vernietiging van begeerte/hunkering, passieloosheid/vrede, beeindiging, nirvana”. Voor verdere details zie de bespreking van de sutra's op de site van dharmafarer.org.

Anguttara 10.46 (6)
-http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an10/an10.046.than.html
-het genoemde boek van Bhikku Bodhi


Relevantie met Leegte:
-zintuiglijke genoegens zijn vergankelijk, leeg, vals en bedrieglijk

Deze sutra is gericht aan leken volgelingen van de Sakya’s. De Boeddha vraagt de leken of ze zich volledig houden aan de acht uposatha voorschriften die groot voordeel brengen. Dit behandelt de traditie dat leken tijdens volle maan, nieuwe maan en de tussenliggende halve manen naar een klooster gaan om deze acht geloften af te nemen, kortgezegd: niet doden, niet stelen, geen seksuele activiteit, niet liegen, geen alcoholische dranken, geen voedsel op verkeerde momenten, zoals s’avonds, geen zelfverfraaiing en entertainment, niet slapen op grote of hoge bedden. Voor meer informatie zie bijvoorbeeld:
http://www.sleuteltotinzicht.nl/wbk.htm#sikkhapada en
http://nl.wikipedia.org/wiki/Uposatha


De Boeddha wijst in deze sutra op de onbestendigheid van het geluk wat voortkomt uit  rijkdom. Dit in tegenstelling tot het exclusieve heel lang durende geluk wat iemand kan verwerven door de beoefening. Deze sutra onthult ook iets, vind ik, over de duur van beoefening. Het is zelfs mogelijk dat iemand die “één dag aandachtig, ijverig en vastberaden verblijft, beoefenend zoals ik (de Boeddha, Siebe) hem instrueer, geluk kan ervaren voor honderd jaar, tienduizend jaar, honderdduizend jaar en tien miljoen jaren”. De Boeddha spoort de leken aan zich te houden aan de geloften en te beoefenen om dat exclusieve geluk deelachtig te worden. Aan het einde van sutra zeggen de leken dat ze de uposatha in alle acht aspecten volledig zullen naleven.

Hiermee heb ik de verkenning van (Digha Nikaya, Majjhima Nikaya, Samyutta Nikaya) Anguttara Nikaya, voorlopig, afgerond. Ik ga nu verder met Khuddaka Nikaya.

(hoor ik daar nou iemand zuchten?)

Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, deel I
« Reactie #56 Gepost op: 22-10-2014 20:40 »
Khuddaka Nikaya, deel I

Khuddaka Nikaya, de Verzameling van Kleine Teksten, is de vijfde divisie van de Sutta Pitaka die de Dharma onderrichtingen bevatten. Zoals gezegd zal ik de komende tijd deze Nikaya verkennen op het onderwerp leegte. Deels heb ik al teksten hieruit gepost. Ik ga alleen nu wat systematischer te werk. Na de informatieverzameling zal ik een overzicht maken.

Ik hou de Birmese Tipitaka aan waarin volgens www.accestoinsight.org 18 boeken zijn opgenomen in Khuddaka Nikaya.

Het onderstaande is het resultaat van de verkenning van de eerste vijf boeken:
-Khuddakapatha [bron: Khuddakapatha, edited and translated Ananda Joti Bhikku, pdf-document van web]
-Dhammapada [bron: Dhammapada, A Translation, Thanissaro Bhikku, Buddha Dharma Education Association Inc, pdf -document van web]
-Udana [bron: Udana, A Translation With an Introduction & Notes by Thanissaro Bhikku, pdf-file van web]
-Ituvattaka [bron: Itivuttaka, This was said by the Buddha, A Translation by Thanissaro Bhikku, revised edition 2013, pdf -document van web]
-Sutta Nipata [bron: Sutta Nipata, Translated from Pali by V. Fausböll, Oxford, pdf-document van web]

Verder heb ik de website van www. accesstoinsight.org regelmatig geraadpleegd.

Dhammapada
In het hoofdstuk over de Arahant (VII):

92. “Niet vergarend, voedsel begrepen hebbend, hun weiland/graasweide - leegte & vrijheid zonder teken: zoals vogels door de lucht kan hun spoor niet getraceerd worden.

93. Effluents geeindigd, onafhankelijk van voedsel, hun weiland/graasweide - leegte & vrijheid zonder teken: zoals vogels door de lucht kan hun spoor niet getraceerd worden.

Sutta Nipata
De tekst die ik hieronder vertaald heb komt uit de genoemde bron, het pdf-document.

Sn 1.1. Uragasutta (gedeeltelijk vertaald).

“Hij die zijn kwaadheid beteugelt wanneer het is opgekomen, zoals met medicijnen het verspreiden van slangengif (in het lichaam wordt beteugeld), die bhikku verlaat deze en de andere oever, zoals een slang zijn versleten huid (afwerpt).
Hij die hartstocht volledig heeft afgesneden, zoals (ze de) de lotusbloemen die groeien in het meer (afsnijden) na het duiken (in het water), die bhikku verlaat deze en de andere oever, zoals een slang zijn versleten huid (afwerpt).
Hij die begeerte volledig heeft afgesneden, het stromen, het snel lopende, na het opdrogen, verlaat die bhikku deze en de andere oever, zoals een slang zijn versleten huid (afwerpt).
Hij die zelfingenomenheid volledig heeft vernietigd, zoals een vloed een erg zwakke brug van riet (vernietigt), die bhikku verlaat deze en de andere oever, zoals een slang zijn versleten huid (afwerpt).
Hij die geen enkele essentie in de bestaansvormen (existences) heeft gevonden, zoals iemand die naar bloemen zoekt op een vijgenboom, die bhikku verlaat deze en de andere oever, zoals een slang zijn versleten huid (afwerpt).
Hij in wiens borst geen gevoelens van kwaadheid zijn, die aldus zich herhalend bestaan heeft overwonnen, die bhikku verlaat deze en de andere oever, zoals een slang zijn versleten huid (afwerpt).
Hij wiens twijfels verdreven zijn, innerlijk compleet afgesneden, die bhikku verlaat deze en de andere oever, zoals een slang zijn versleten huid (afwerpt)".
(...) Hier eindig ik de vertaling.

Deze tekst is in het Engels ook na te lezen op:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/snp/snp.1.01.than.html

Sn 6.16 Mogharagamanavapukkha

-Hoe ziet de koning van de dood je niet?

[fragment uit de sutra]
“Beschouw de wereld als ledig (void), O Mogharagan, altijd indachtig zijnde; de visie vernietigd hebbend van jezelf (als werkelijk bestaand), zo kan men de dood overwinnen; de koning van de dood zal hem niet zien die de wereld zo beschouwt”.

Deze sutra is op www.accestoinsight.org de vijftiende sutra van Sutta Nipata in plaats van de zestiende en is (ook) na te lezen op: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/snp/snp.5.15.than.html

Ik ga nu verder met het verkennen van Theragatha en Therigatha, Versen van, respectievelijk, de Oudere Monniken en Nonnen. Het doet me soms niet goed de teksten zo te verknippen, en hier in stukjes te presenteren, maar het wordt echt te gek, gezien ook het doel van deze verkenning, om al de teksten te vertalen. Ik probeer altijd het relevante  deel te vertalen en vaak wat meer om wat context en informatie te geven. Ik besef ook dat de vraag of iets over leegte gaat, meer en/of iets anders, betekent dan dat er letterlijk over leegte gesproken wordt in een tekst, maar dat is wel mijn voornaamste ingang bij deze verkenning. Ik heb er wel vertrouwen in dat dit een goed beeld zal geven van hoe er over leegte gesproken wordt in de Pali Canon.

Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, deel II
« Reactie #57 Gepost op: 23-10-2014 22:18 »
Khuddaka Nikaya, deel II

Het onderstaande is het resultaat van het verkennen van de volgende boeken:
-Vimanavatthu [bron:
http://101.109.250.141/thawaro/pali_text/5%20-%20Khuddaka%20Nikaya/vimanavatthu.pdf
-Petavatthu [bron: what-buddha-said.net; zoeken op petavatthu.pdf geeft document, kan ook via google]
-Theragatha [bron: Theragatha en Theragati, Der Lieder der Monche en Nonnen, Aus dem Pali ubersetzt von Ekkehard Sass, Universitat Konstanz, pdf document te vinden op web]
-www.accestoinsight.org

De vertalingen uit het Duits heb ik gedaan. Verbeteringen zijn welkom! De vertaalde tekst heb ik ook toegevoegd.

Voorbeeld van een aanduiding: Thag 1.92 betekent Theragatha hoofdstuk 1, lied 19, etc.

Theragatha (de persoonlijke verslagen van oudere monniken)

-Thag. 1.92. Vijayo

Vijayo (Over)Winnaar (volledig vertaald)

“Bij wie de instroming uitput,
Wie niet meer afhankelijk is van voeding,
Wie leeg geworden is, tekenloos,
Vrijheid is hun weidegrond:
Net zoals in de lucht bij de gieren
Is hun spoor moeilijk te volgen”.

Vijayo (Sieger)
“Bei wem die Einflüsse erschöpft,
wer an der Nahrung nicht mehr hangt,
wer leer geworden, zeichenlos,
wem Freisein nur ist Weidegrund:
gleichwie im Himmelsraum den Geiern,
der Spur von ihm ist schwer zu folgen”

 
Dit lijkt erg op vers 93 van de Dhammapada:
http://www.sleuteltotinzicht.nl/dhphfd07.htm

-Thag. 2.25 Vitasoko

Vitasoko (Zorgenvrij), (volledig vertaald)

“Ik zal de haren scheren!”
Zo ging ik naar de barbier.
Daar nam ik de spiegel ter hand,
Beschouwde het Corpus langdurig.

Leeg is het lichaam, zag ik aldaar:
Blinde Duisternis verdween.
Alle kleding leg ik af:
Er is geen wedergeboorte meer”.

Vitasoko (Sorgenfrei)
“Die Haare werd’ ich scheren mir!”
So ging ich zum Haarschneider hin.
Da nahm den Spiegel ich zur Hand,
betrachtete das Corpus lang.

Leer ist der Körper, sah ich da:
Im Blindsein Dunkelheid ging fort.
Die Kleider alles legt’ich ab:
Nicht gibt es mehr ein Wiederweden”


-Thag. 2.26 Punnamaso (volledig vertaald)

Punnamaso (Dikboon (Volle Maan?))

“Vijf Hindernissen, ik hef ze op,
om Yogavrede te verkrijgen,-
pakte ik de Dhammaspiegel:
Intuitief-Schouwen van het gehele Zelf.

Toen ik dit lichaam beschouwde,
het gehele innerlijk en uiterlijk:
Van binnen en van buiten,
“Leeg is het lichaam”, zag ik enkel".

Punnamaso (Dickbohne (Vollmond?))
Fünf Hemmungen, ich hob sie auf,
Um Yogafrieden zu erlangen,-
Den Dhammaspiegel nahm ich mir:
Erkenntnis-Schauen ganz des Selbst.

Als ich betrachtet’dieses Körper,
Das ganze Innen und das Aussen:
Vonnen innen und aussen da
“leer ist der Körper”, sah ich nur.


Een vertaling in het Engels is hier na te lezen:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/thag/thag.02.26.than.html

-Thag 3.14 Gotama (volledig vertaald)

“Ik ging vaak heen en terug naar de onderwereld,
Naar de wereld van de doden ging ik steeds weer.
Zeker ook in de leedvolle schoot van de dieren:
Zo veel geleefd, zo lang heb ik al.

Ook het mens-worden heb ik met geluk vervult,
Ik ging niet eenmaal naar de Hemel:
In het domein van de Vorm en het Vormloze,
Noch waarneming-noch niet waarneming, sta ik.

Al dat Ontvouwen zag ik als kern/essentieloos aan,
gecreeerd, fluctuerend/afwisselend, altijd maar in beweging,-
Terwijl ik het grote Zelf-Ontvouwen herkende,
wilde ik alleen de Stilte aandachtig zuiveren”. 

Gotama
“Viel kreisend in die Unterwelt ich ging,
Zur Welt der Toten ging ich immer wieder,
Wohl ach in leidensvollen Schoss der Tiere:
Zo viel gelebt, zo lange hab’ich schon.

Auch menschlich Werden habe ich mit Glück erfüllt,
Zum Himmelskörper ging ich nicht nur einmal:
In dem Bereich der Formen und des Formlosen.
Des Wederwahr- noch Noch Nichtwahrnehmens stand ich

All das Entfalten sah ich kernlos da,
Geschaffen, schwankend, immer nur bewegt,-
Als ich erkannt das grosse Selbst-Entfalten
Die Stille nur ich wollte achtsam reinigen”

Deze tekst is ook in het Engels na te lezen, op:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/thag/thag.03.14.than.html

-Thag. 6.4 Kullo (het vlot) (alleen verzen 1-3 van de 6 vertaald)

Kullo (het vlot)

"Naar het knekelveld ging Kullo,
zag een vrouw daar neergeworpen,
niet gewikkeld in goede hennep,
door en door aangevreten door maden

De zieken, onzuiveren en verrotten,
zie, Kullo, deze hoop lichamen,
uit hen lekt en drupt het alleen maar,
de torren genieten er smakelijk van.

Toen ik de Dhammaspiegel nam,
die tot intuitief-schouwen leidt,
beschouwde ik dit lichaam
als leeg en ijdel van binnen en buiten”
(...)

Kullo (das Floss)
Zum Leichenplatz ging Kullo hin,
Sah eine Frau dort hingeworfen,
Nicht eingehüllt in guten Hanf,
Zernagt von Würmern durch und durch

Den kranken, unreinen und faulen,
sieh, Kullo, diesen Körperhaufen,
aus dem es sickert nur und trieft,
von Toren überaus genossen.

Als ich dem Dhammaspiegel nahm,
der zum Erkenntnis-Schauen führt,
betrachtete ich diesen Körper,
als leer und eitel innen-aussen.

-Thag 19.1 Talaputo (alleen de verzen 1130 t/m 1132 vertaald van de in totaal 55 verzen, versnummers overgenomen van Duitse tekst)

Talaputo (Waaierpalmknop?? (Theaterdirekteur))

(1130)
"Dit hart ging vroeger altijd alleen maar op trektocht
waarheen het wilde, waar het zin in had, voor zijn geluk,-
Dat zal ik vanaf vandaag grondig beteugelen,
Zoals men olifanten temt met de olifantenhaak.

(1131)
De leraar toonde mijn geest de wereld
als onbestendig, als niet vast, als zonder kern/essentie,-
Wees blij, mijn Hart! Verneem de boodschap van Overwinnaar!
En help me door de grote vloed, zo moeilijk over te steken!

(1132)
Niets is meer, mijn hart, zoals het vroeger was,
Ik heb er genoeg van, in jouw invloedssfeer terug te keren
Naar de grote Wijze vertrok ik, in zijn boodschap.
Diegenen die zoals ik zijn, dragen de (kleding van de) dood niet".

Talaputo (Fächerpalmengefass (Schauspieldirektor))

Dies Hertz ging früher immer nur auf Wanderschaft,
wohin es wolte, wo es Lust fand, wie sein Glück,-
Das werd’ich gründlich züguln mir von heute an,
Wie Elefanten bricht der Stachelstockdompteur.

Der Lehrer lenkte meinen Geist auf diese Welt
Als unbeständig, als nicht fest, als ohne Kern,-
Spring freudig auf, mein Herz! Vernimm des Siegers Botschaft!
Und hilf mir durch die grosse Flut, so schwer zu kreuzen!

Nichts ist jetzt zo, mein Hertz, mehr, wie es früher war,
Ich hab genug, in deinen Machtbereich zurückzukehren,-
Zum grossen Weisen zog ich fort, in seiner Botschaft,
Die so wie ich sind tragen keinen Untergang.


Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya III, Therigatha
« Reactie #58 Gepost op: 24-10-2014 13:04 »
Khuddaka Nikaya, deel III

Het onderstaande is het resultaat van het verkennen van het volgende boek en site:
-Therigatha [bron: Theragatha en Theragati, Der Lieder der Monche en Nonnen, Aus dem Pali ubersetzt von Ekkehard Sass, Universitat Konstanz, pdf document te vinden op web]
-www.accestoinsight.org

De vertalingen uit het Duits heb ik gedaan. Verbeteringen zijn welkom! De vertaalde tekst heb ik ook toegevoegd.

Voorbeeld van een aanduiding: Thig 2.3 betekent Therigatha hoofdstuk 2, gedicht 3, etc.

Therigatha (gedichten van de nonnen)

Thig. 2.3 Een Onbekende Theri (volledig vertaald)

“Zo goed bevrijd ben ik thans vrij
Vrij ben ik van het pletten/vermalen!
De schaamteloze lokt niet meer in de schaduw
Mijn pan met rijst is leeg geworden.

De lustzin en ook het haten
Ik sneed ze ijverig verder af,-
Ga naar de voet van de boom
“Ach wat een geluk!”, - gelukkig verdiepte ik me”.

Eine Unbekannte Theri
“So gut befreit ben ich nun frei,
Frei bin ich von dem Stösselwerk!
Der Schamlose lockt nicht mehr in den Sonnenschatten,
Mein Reistopf ist nun leer geworden

Den Lustreiz und das Hassen auch
Ich spalte weiter eifrig auf,-
Geh unter eine Baumeswurzel:
“Ach welch ein Glück!”- ich glücklich mich vertiefe”.

Fragmenten van dit gedicht zijn ook hier na te lezen:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/thig/thig.02.03.than.html

Thig 16.1 Sumedha (dit gedicht bestaat uit 75 verzen, ik zal alleen de verzen vertalen die directe relevantie hebben met leegte; het gedicht als geheel is na te lezen in het genoemde pdf-document. www.accestoinsight.org heeft dit gedicht niet vertaald.

(458)
(...) “Wat moet ik met het Gewordene, dat vreugde bracht,
het lichaam, deze ongelukkige worp, helemaal zonder kern/essentie?
Ach, naar het Einde stemt deze Wordingsdorst
nu toch mee in: ik zal nu verder trekken”(...)

(470)
(...) “Gekluisterd ben je aan het lichaam zonder kern/essentie,
Aan deze verzameling botten en pezen,
volledig gevuld met de vloed van speeksel en tranen
Aan dit lichaam, dat nu vergaat” (...)

(501)
(...) “Herinner jullie het beeld, schuimvlokken-gelijk,
Dit lichaam-ongelukkige worp, helemaal zonder kern/essentie!
Beschouw de groepen als inzichzelf niet bestendig!
Herinner jullie de vele kwellingen in de hel” (...)

(458)
 (...) “Was soll ich mit Gewordenem, das Freude brachte,
dem Körper, diesem Unglückswurf, ganz ohne Kern?
Ach, zum Beenden dieses Werdensdurstes
stimmt doch jetzt zu: ich werde fort nun ziehn” (...).

(470)
(...) “Gefesselt sind sie an den Körper ohne Kern,
An diese Knochen-, diese Sehnensammlung,
Vom Fluss des Speichels und der Tränen ganz gefüllt,
An diesen Körper, der nun fault”(...).

(501)
(...) “Erinnert euch an die Gestalt, schaumfetzengleich,
an diesen Körper-Unglückswurf, ganz ohne Kern!
Die Gruppen seht als nicht in sich beständig!
Erinnert euch der vielen Qualen in der Hölle!


Excuses dat ik de prachtige gedichten verknip maar het wordt me te gortig om alles te vertalen.

Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re:Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, deel II
« Reactie #59 Gepost op: 24-10-2014 13:07 »
-Thag 3.14 Gotama (volledig vertaald)

...."Ik ging niet eenmaal naar de Hemel

Hier kan beter staan: 

"Ik ging niet slechts eenmaal naar de hemel"

Siebe


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, deel IV, Jataka
« Reactie #60 Gepost op: 25-10-2014 18:18 »
Khuddaka Nikaya, deel IV, Jataka

Jataka’s zijn verhalen over vorige geboorten van de Boeddha, toen de Boeddha nog een bodhisattva was. Dat kan ook als dier zijn. Er zijn 547 van zulke verhalen.

Het onderstaande is het resultaat van het verkennen van de volgende boeken:
-”The Jataka or Stories of the Buddha’s Former Births, translated from the Pali by various hands, under the editorship of Professor E. B. Cowell, Vol. I translated by Robert Chalmers, Cambridge, 1895. Idem, Vol. II, translated by W.H.D. Rouse, Cambridge 1895. Idem Vol. III, translated by H.T. Francis, Cambridge 1897. Idem Vol IV, translated by W.H.D. Rouse, Cambridge 1901. Idem, Vol. V, translated by H.T. Francis, Cambridge 1905. Idem, Vol. VI, translated by W.H.D Rouse, Cambridge 1907.

Ik heb deze boeken met zoeken doorzocht op termen als sunnata, emptiness, voidness, empty, void en anderen en kwam aldoende alleen het onderstaande tegen. De relevantie met leegte is misschien wat onduidelijk maar ik plaats het toch, al was het maar vanwege de mooie verhalen.

Jataka 305 Silavimamsana-Jataka

Dit verhaal is in zijn geheel na te lezen op:
http://www.sacred-texts.com/bud/j3/j3006.htm

Dit verhaal speelt tegen de achtergrond van een dispuut onder vijfhonderd broeders over zintuiglijke genoegens. Er wordt gezegd dat de Boeddha doorheen alle zes delen van dag en nacht voortdurend waakt over de broeders. De meester spreekt op een gegeven moment de broeders collectief toe en zegt dat er voor wijze mensen niet zoiets bestaat als heimelijk kwaad-doen . En toen vertelde de Boeddha het onderstaande verhaal aan de broeders. Dit zal ik kort samenvatten:
 
De Bodhisattva leefde in deze geboorte in een familie van Brahmanen. Hij kreeg les in wetenschap van een wereldberoemde professor, uit de stad Benares. Die professor had een dochter. De professor kreeg het idee: “ik zal de deugdzaamheid van mijn leerlingen testen en zal mijn dochter uithuwelijken aan diegene die uitmunt in deugdzaamheid”. Dus de leraar vertelt aan de leerlingen dat hij zijn dochter zal uithuwelijken maar hij moet nog de juiste jurken hebben en sieraden. Dus hij vraagt zijn leerlingen die te stelen zonder dat hun vrienden dat zien. Wat ongezien gestolen is, zal hij accepteren en het andere niet. Dus ze stelen als de raven. Maar de Bodhisattva steelt niks. De leraar confronteert hem daarmee en de Bodhisattva zegt: “Ik vind dat er niet zoiets bestaat als geheimhouding in kwaad doen”. En om deze waarheid te illustreren herhaalt de Bodhisattva deze twee stanza’s:

“Er is in werkelijkheid geen zondige daad die in deze wereld verborgen kan blijven,
Dat wat de dwaas denkt dat geheim is, bespeuren de geesten van het bos”.

“Geheimhouding kan nergens gevonden worden, noch kan een leegte bestaan voor mij.
Zelfs waar geen wezen in zicht is, wijl ik daar ben, kan er geen leegte zijn”.

(wat wordt hier precies bedoeld, heeft iemand een idee?)

De meester onthulde toen dat alles slechts een test was en de Bodhisattva kwam daar het beste uit. De professor gaf zijn dochter ten huwelijk aan de Bodhisattva. De andere leerlingen droeg hij op al de gestolen waar weer terug te brengen.

Toen zei de meester: Aldus, broeders, faalden de slechte leerlingen er door hun oneerlijkheid in om de vrouw voor zich te winnen, terwijl de wijze door diens deugdzaam gedrag haar als vrouw kreeg.
Hierna verkondigde de Meester de Waarheden en identificeerde de geboorte-Aan het einde van de Waarheden bereikten de vijfhonderd broeders Heiligheid,- "op dat moment was Sariputta de Professor en ik was de Wijze Jeugdige".


(De relevantie met leegte is misschien wat twijfelachtig maar dit verhaal roept bij mij vragen op als: Wie is Boeddha? Hoe kan iemand continue waken over anderen? Moet zoiets niet esoterisch begrepen worden? Kan er ooit iets voor Boeddha verborgen blijven? Voor jezelf?)

Jataka 491 Maha-Mora Jataka
Dit verhaal is in zijn geheel na te lezen op:
http://www.sacred-texts.com/bud/j4/j4055.htm

Dit verhaal speelt tegen de achtergrond van een zondige/afvallige broeder. Tegen deze broeder zegt de Meester: “zal deze hunkering naar plezier een man als jou niet verslaan/vernietigen?”...(...)...”In het verleden heeft deze hartstocht heilige wezens verslagen/vernietigd die gedurende zevenduizend jaar de begeerten die in hun opkwamen niet volgden” Bij deze woorden vertelde hij een verhaal uit het verleden. Dit zal ik kort samenvatten:

In dit leven word de Bodhisattva geboren uit het ei van een pauw en heeft een gouden kleur. Hij is groot en mooi onder de pauwen en ze kiezen hem tot koning. Hij denkt bij zichzelf “ik ben de meest rechtschapen van alle pauwen”. Hij ziet gevaar in het verblijven met de andere pauwen en het pad van de mensen, en besluit te vertrekken naar de Himalaya en daar te verblijven, alleen, op een genoeglijke plek. Een jager ziet hem daar op een dag en vertelt dit aan zijn zoon.

Op een dag krijgt de koningin van Benares een visioen/droom van een gouden pauw die de Wet predikt en zij luistert met instemming. De vrouw bedenkt dan een list om de koning zover te krijgen om op zoek te gaan naar deze goudkleurige pauw. De koning vraagt aan de mensen of iemand deze pauw gezien heeft. De zoon van de jager vertelt dan dat zijn vader de goudkleurige pauw ooit gezien heeft. De koning stuurt de man op jacht om het beest te vangen voor de koningen. Hij zet vallen maar hij sterft zonder hem te vangen. En de koningin sterft ook zonder dat haar verlangens vervuld worden. De koning geeft de schuld aan de pauw en laat een tekst in goud graveren over het bestaan van een goudkleurige pauw die eeuwige jeugd en eeuwig leven geeft wanneer je diens vlees eet.

Een andere koning, in een andere tijd, leest deze tekst en stuurt een jager er op uit. Maar ze vangen niet de pauw en hun leven eindigt. Zo gaat dit met zes koningen en jagers. De zevende koning stuurt de zevende jager die al zeven jaar probeert de pauw te vangen. Hij vraagt zich af waarom hij de pauw niet kan vangen in zijn valstrikken. Dus hij gaat de vogel eens goed observeren en ziet hem elke ochtend als de zon opkomt en elke avond wanneer de zon daalt, gebeden doen ter bescherming van hemzelf.
De gedachte komt dan bij hem op dat er geen andere pauw op die plek is. Deze pauw moet wel een heilige vogel zijn. “De kracht van diens heiligheid en gebeden beschermen hem”. Met deze conclusie vertrekt de jager en vangt elders een pauwhen die hij traint om iets op commando te roepen en te gaan dansen.

De jager gaat met de getrainde pauw terug naar het leefgebied van de goudkleurige pauw.
Voordat de goudkleurige pauw zijn gebeden kan doen, laat de jager de pauwhen roepen en dansen. De goudkleurige pauw hoort dit. Op dat moment schoot de zonde die zevenduizend jaar lang gekalmeerd was op als een cobra. Ziek van lust kan hij niet eens zijn beschermingsspreuk reciteren. Hij gaat op de hen af en komt in een valstrik. De snaar die zevenduizend jaar geen macht had, heeft hem gevangen. Lustziek.

De jager is echter toch onder de indruk van de goudkleurige pauw en besluit hem niet over te dragen aan de koning. De jager wil de goudkleurige pauw van afstand bevrijden door een pijl door het touw van de valstrik te schieten. Door de pauw te naderen zou hij hem alleen maar verontrusten. Dus hij richt zijn pijl...

De pauw denkt: deze jager heeft me ziek gemaakt van lust en als hij me gevangen ziet zal hij me slecht behandelen. Hij ziet de jager richten en denkt dat zijn leven voorbij is.

Dan begint een gesprek tussen de jager en de goudkleurige pauw waarin de jager vraagt, zeer kort samengevat, wat voor voordeel het heeft wanneer een man het doden en kwellen van wezens afzweert. "Het zal hem geluk in dit leven geven en de hemel in het volgende". De jager is sceptisch want hij heeft van heilige mensen gehoord dat er geen goden zijn en geen vrucht van geven. Hierover gaan ze in gesprek. De jager raakt langzaam overtuigd van het tegendeel en vraagt:

“Hoe zal ik handelen, wat te doen, welke heilige weg moet ik volgen, pauwenkoning, O Vertel me! Welke manier van ascetische deugdzaamheid- vertel me, zodat ik gered wordt van het wegzinken in de hel”.

Toen het Grote Wezen dit hoorde dacht hij: “als ik dit probleem voor hem oplos, zal de wereld helemaal leeg en nutteloos lijken. Ik zal hem voor deze gelegenheid de aard van integere en heilige ascetische brahmanen vertellen”

(ik begrijp dit niet, is er iemand die begrijpt wat hier bedoeld wordt?, Siebe)

Het Grote Wezen vertelt dan over het bestaan van de monniken in gele gewaden. De jager moet ze gaan bezoeken en bevragen. Zij zullen zaken uitleggen, over deze wereld en de andere.

Dan wordt er gezegd dat de jager luisterend naar de verhandeling in één moment alle samengestelde delen van bestaande dingen begreep, hij begreep hun drie eigenschappen (vergankelijkheid, lijden, onwerkelijkheid) en drong door in de kennis van een Pratyeka Boeddha. Het bevrijden van de goudkleurige pauw en dit begrip gebeurde op hetzelfde moment. De man geeft zijn bestaan als jager op. De jager heeft echter thuis nog vele vogels opgesloten. Omdat de macht van hunkering door hem is verbroken en hij doorgedrongen is in de kennis van een Pratyeka Boeddha kan hij een zogenaamd Daad van Waarachtigheid doen. En hij spreekt dan de volgende woorden:

“Al mijn gevederde gevogelte die ik vastgebonden heb
Honderden en honderden in mijn huis gevangengezet
Aan hen allen geef ik vandaag het leven,
En vrijheid: laat ze huiswaarts wegvliegen”.

Op dat moment kwamen ze allemaal vrij en gingen vrolijk fluitend terug naar hun thuis. Doorheen heel India werden alle vastgehouden dieren vrijgelaten. Geen één was meer vastgebonden.

De jager steeg op in de lucht en ging naar de grot op de top van de Berg Nanda. De goudkleurige pauw vertrok naar de plaats waar hij leefde.

Zo werd de jager vrijgemaakt, verlost van pijn, door de pauwenkoning. Hierna verkondigde de Boeddha de Vier Edele Waarheden . Aan het einde van de Waarheden bereikte de afvallige broeder heiligheid. Daarna identificeerde hij de Vogel door te zeggen: "Op dat moment was ik de pauwenkoning".

Siebe


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, Niddesa, Onverkend
« Reactie #61 Gepost op: 25-10-2014 21:20 »
Niddesa is het elfde boek/divisie van Khuddaka Nikaya, zie bijvoorbeeld hier:
http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/index.html

Deze site geeft aan dat dit boek traditioneel wordt toegeschreven aan Sariputta en is een serie commentaren op secties van de Sutta Nipata. Het bestaat uit twee delen:
- Mahaniddesa dat een commentaar is op het vierde hoofdstuk van Sutta Nipata, geheten Atthakavagga;
- Culaniddesa, dat een commentaar is op het vijfde hoofdstuk van Sutta Nipata en op de Khaggavisana Sutta (Sn 1.3).

Behalve 1 gedicht, zie: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/nm/nm.2.04.olen.html, heb ik verder geen vertalingen van niddesa kunnen vinden op het web. De Pali Text Society heeft Nidessa wel compleet, in Pali, maar ik ben geen engelse of duitse vertalingen tegengekomen.

Het deel Niddesa van Khuddaka Nikaya beschouw ik dus als onverkend. Mocht iemand een bron weten dan verneem ik dat graag.

Siebe



Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, deel V, Patisambhidamagga
« Reactie #62 Gepost op: 27-10-2014 14:21 »
Patisambhidamagga, Pad van Analyse/Onderscheid

Deze verhandeling van de Khuddaka Nikaya wordt toegeschreven aan de Eerwaarde Sariputta. Hier worden de meest belangrijkste leerstellingen van de Boeddha behandeld in de stijl van de Abhidhamma. De Patisambhida Magga is onderverdeeld in 3 hoofdstukken (vagga's): Maha vagga, Yuganaddha vagga, en Pañña vagga. Elke vagga bestaat uit 10 subgroepen, katha's genaamd, zoals Nana Katha, Ditthi Katha, etc.
De verhandeling van elk onderwerp is zeer gedetailleerd en biedt het theoretische fundament voor de beoefening van het Pad [bron: www.sleuteltotinzicht.nl]

Er is een vertaling in Engels van Patisambhidamagga door Nanamoli maar deze heb ik online niet kunnen inzien. Ik heb verder niet echt veel informatie kunnen vinden, behalve vanuit deze twee bronnen:

-1.http://centrebouddhistetheravada.files.wordpress.com/2013/10/patisambhidamagga-anapanasatikattha.pdf.
-2.http://www.urbandharma.org. Hier is een pdf document te vinden: “Mindfulness of breathing (Anapanasati), “Buddhist text from the Pali Canon and extracts from the Pali Commentaries, translated from te Pali by Bhikku Nanamoli”. In deel III van dit document is een vertaling te vinden van de Anapana-katha uit de Patisambhidamagga.

Ik heb de Patisambhidamagga al eerder verkend op het onderwerp leegte, gebruikmakend van de eerste bron. Dit is na te lezen in de posts van 12 t/m 14 oktober. Dit gaf heel wat informatie over leegte vond ik.

Ik zal hieronder nu verslag doen van de verkenning van het Anapanakatha deel van de Patisambhidamagga, na te lezen in het document van Nanamoli.

In paragraaf 11 wordt onder andere gesproken over de zogenaamde “achttien principiele inzichten”. In noot 132 worden deze opgesomd. Dit zijn achttien soorten vipassana. Hier speelt leegte ook een rol.

De onderstaande lijst komt van http://www.sleuteltotinzicht.nl/wbk.htm#V. De lijst komt overeen met de opsomming in noot 132 maar is wat vollediger daarom post ik deze lijst (is op het forum ook al eens eerder ter sprake gekomen zag ik):

Achttien principiele inzichten:
Contemplatie van vergankelijkheid (anicca nupassana): verdrijft het idee van duurzaamheid.
Contemplatie van lijden (dukkha nupassana): verdrijft het idee dat (geconditioneerde dingen) plezierig zijn.
Contemplatie van 'zonder-zelf' (anatta nupassana): verdrijft het idee van een zelf.
Contemplatie van afkeer of ontnuchtering (nibbida nupassana): verdrijft genot.
Contemplatie van het verwelken/vervagen (vira nupassana): verdrijft hebzucht.
Contemplatie van uitblussing/beeindiging (nirodha nupassana): verdrijft het in leven roepen.
Contemplatie van het uit rukken/opgeven/laten varen (patinissagga nupassana): verdrijft het idee van vastklampen.
Contemplatie van het afnemen of vernietiging (khaya nupassana): verdrijft het idee van compactheid.
Contemplatie van het voorbij gaan (vaya nupassana): verdrijft kamma-ophoping.
Contemplatie van verandering (viparinama nupassana): verdrijft het idee van duurzaamheid.
Contemplatie van het ongeconditioneerde of tekenloze (animitta nupassana): verdrijft de voorwaarden of tekenen.
Contemplatie van het hartstocht-begeerteloze (apanihita nupassana): verdrijft begeerte.
Contemplatie van leegheid/ledigheid (suññata nupassana): verdrijft aanhankelijkheid aan de notie van een zelf.
Contemplatie van inzicht in verschijnselen/staten hetgeen de hogere wijsheid is (adhipañña dhamma vipassana): verdrijft aanhankelijkheid vanwege het begrijpen van de kern.
Contemplatie van perfecte kennis en visie overeenkomstig de realiteit (yatha butha ñanadassana): verdrijft aanhankelijkheid vanwege verwarring.
Contemplatie van gevaar (adinava nupassana): verdrijft aanhankelijkheid vanwege gehechtheid.
Contemplatie van beschouwing (patisankha nupassana): verdrijft gedachteloosheid.
Contemplatie van het omkeren (vivattana nupassana): verdrijft aanhankelijkheid vanwege het gebonden zijn.

(Je kunt je dus afvragen, deze opsomming overziend, wat is het verschil tussen “anatta nupassana” en “sunnata nupassana”. Ik denk dat dit nog goed in beeld gebracht moet worden. Op dit moment weet ik dit nog niet precies maar ik vermoed op dit moment dat anatta nupassana meer een contemplatie is op de aard van de persoonlijkheid, het persoonlijk zelf of liever het ontbreken van zo'n inherent persoonlijk zelf. Sunnata nupassana gaat denk ik meer naar het ontbreken van een substantiele kern of aard in verschijnselen die voorwaardelijk ontstaan en bestaan. Ze zijn ledig, als luchtspiegelingen, als magische illusies. Ik denk dat dit dus ook iets doet met de belangrijkheid of waardering van die verschijnselen. Ik zal dit nog verder onderzoeken. Mocht iemand hier op willen inspringen, graag, Siebe)

In paragraaf 37 t/m 40 van bovengenoemd document wordt de relatie Indachtigheid en Helder Begrip beschreven. Ik zal dit in zijn geheel vertalen. Tekst tussen (...) door mij toegevoegd behalve de paragraaf aanduiding.

<begin vertaling>
(§37). Door iemand die eenpuntigheid en onafgeleidheid van geest kent door middel van lange in-ademingen en uit-ademingen worden gevoelens gekend terwijl ze ontstaan, gekend terwijl ze verschijnen, gekend terwijl ze bedaren. Waarnemingen worden gekend terwijl ze ontstaan, gekend terwijl ze verschijnen, gekend terwijl ze bedaren. Aangewende gedachten (applied thoughts) worden gekend terwijl ze ontstaan, gekend terwijl ze verschijnen, gekend terwijl ze bedaren.
  (§38). Met/bij het ontstaan van onwetendheid, is er het ontstaan van gevoel; met het ontstaan van hunkering/begeerte is er het ontstaan van gevoel; met het ontstaan van kamma is er het ontstaan van gevoel; met het ontstaan van zintuiglijke-indrukken is er het ontstaan van gevoel. Dus het ontstaan van gevoel wordt gekend in de zin van een ontstaan door het zich voordoen van (de juiste) voorwaarden. Door iemand die de kenmerken van voortgebracht-worden ziet, wordt het ontstaan van gevoel gekend. Door iemand die ze indachtig is (brings them to mind as..) als vergankelijk/onbestendig, wordt het verschijnen van oplossing/ontbinding gekend. Door iemand die ze indachtig is als lijden, wordt het verschijnen van angst gekend. Door iemand die ze indachtig is als niet-zelf, wordt het verschijnen van leegte gekend.
Met/bij de beeindiging van onwetendheid, is er het beeindigen van gevoel; met het beeindigen van hunkering/begeerte is er het beeindigen van gevoel; met de beeindiging van karma is er het beeindigen van gevoel; met de beeindiging van zintuig-indruk(ken) is er de beeindiging van gevoel. Dus de beeindiging van gevoel wordt gekend in de zin van een beeindiging door het beeindigen van (ontstaans)voorwaarden. Door iemand die het kenmerk van veranderlijkheid ziet/begrijpt, wordt de beeindiging van gevoel gekend.

(Deze tekst herhaalt zich nu maar nu voor waarneming en aangewende gedachten)

(§39). Met/bij het ontstaan van onwetendheid ontstaat er waarneming....(etc)
Door iemand die ze indachtig is als vergankelijk, wordt het verschijnen van  oplossing/ontbinding gekend....(etc)
Met de beeindiging van onwetendheid is er het beeindigen van waarnemen...(etc)

(§40). Met/bij het ontstaan van onwetendheid, is er het ontstaan van aangewende gedachten; met het ontstaan van hunkering/begeerte is er het ontstaan van aangewende gedachten; met het ontstaan van karma is er het ontstaan van aangewende gedachten; met het ontstaan van waarneming is er het ontstaan van aangewende gedachten. Dus het ontstaan van aangewende gedachten wordt gekend in de zin van een ontstaan door het zich voordoen van voorwaarden. Door iemand die de kenmerken van voortgebracht-worden ziet, wordt het ontstaan van gevoel gekend.
Door iemand die ze indachtig is als vergankelijk, wordt het verschijnen van  oplossing/ontbinding gekend....(etc)
Met de beeindiging van onwetendheid is er het beeindigen van waarnemen... (etc)”
<einde vertaling>

Hiermee beeindig ik de verkenning van de Patisambhidamagga. Grote delen zijn dus nog onverkend.

Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, Apadana
« Reactie #63 Gepost op: 27-10-2014 21:11 »
Over dit deel van de Khuddaka Nikaya ben ik vrijwel geen informatie tegengekomen die voor mij toegankelijk is. De Apadana laat ik open staan als "onverkend".
Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, deel VI, Buddhavamsa
« Reactie #64 Gepost op: 28-10-2014 10:55 »
Verkenning van Buddhavamsa

Buddhavamsa is het veertiende boek/deel van de Khuddaka Nikaya. Het doet (kort) biografisch verslag van het leven van de Boeddha en de voorgaande Boeddha's.
[bron: http://101.109.250.141/thawaro/pali_text/5%20-%20Khuddaka%20Nikaya/buddhavamsa.pdf]

In de kroniek van Gotama wordt bijvoorbeeld beschreven dat Boeddha 29 jaar lang het leven van een huishouder leefde, 6 jaar lang leefde hij erg ascetisch. Hij draaide het wiel van Dharma na zijn verlichting op verzoek van Brahma. Zijn vader was koning Suddhodana en zijn moeder stond bekend als koningin Maya. Zijn vrouw heette Bhaddakacca en zijn zoon Rahula. Om een indruk te geven...

In H XXVII wordt bijvooorbeeld de opeenvolging van Boeddha besproken. We leven nu blijkbaar in het Bhadda eon. Vers 18 en 19 verklaren:
(18): "In dit Bhadda eon zijn er drie leiders geweest, Kakusandha, Konagamana en de leider Kassapa".
(19): "Ik ben op het moment de Zelf-Ontwaakte en er zal Metteyya (ook wel Maitreya, Siebe) zijn. Dit zijn de vijf Boeddha's, wijzen, mededogend naar de wereld".

Leegte speelt in deze kronieken ook een rol zag ik in die zin dat waar ze verslag doen van de glorie van de Boeddha’s van weleer, ze ook verslag doen van hoe alle samengestelde zaken (Engels: constructions) ook weer verdwijnen. Ik zal in deze verkenning van leegte in de Pali Canon enkel deze versregels uit de kronieken vertalen Tussen (...) de versregels. 

Uit de eerste kroniek: Heer Dipankara
(219) “En die psychische kracht en dat grote gevolg en die schatten van het wiel op zijn voet zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg (Engels 'void')?”
Uit de tweede kroniek: Heer Kondanna
(37) “En de psychische kracht van die Overwinnaar, die niet geschat kon worden, en de concentratie gevoed door kennis zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de derde kroniek: Heer Mangala
(31) “Na de deva’s en mensen de essentiele natuur van de samengestelde getoond te hebben, verblindend als een enorm vuur, als de ondergaande zon,
(32) doofde de Boeddha Mangala uit in het park Vessara. Een Overwinnaars stupa aan hem gewijd was dertig yojana’s hoog”.
Uit de vierde kroniek: Heer Sumana
(33) “En die ongeevenaarde kennis en die ongeevenaarde schatten zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig”.
Uit de vijfde kroniek: Heer Revata
(28) “En dat juweel-gelijke lichaam en die unieke Dhamma zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de zesde kroniek: Heer Sohita
(29) “Die Boeddha, gelijk aan het ongeevenaarde, en die leerlingen die krachten hebben verkregen zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de zevende kroniek: Heer Anomadassin
(28) “Maar die leraar van grenzeloos faam, die ongeevenaarde paren (van voornaamste leerlingen etc) zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de negende kroniek: Heer Narada
(32) Zowel die Boeddha, gelijk aan het ongeevenaarde, en diegenen wiens bezoedelingen vernietigd waren zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de twaalfde kroniek: Heer Sujata
(35) “Zowel de Boeddha, gelijk aan het ongeevenaarde, en deze ongeevenaarde speciale kwaliteiten zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de negentiende kroniek: Heer Vipassin
(35) “De glorieuze psychische potentie, de glorieuze verdienste en de kenmerken die bloeiden zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de twintigste kroniek: Heer Sikhin
(27) “De kleinere kenmerken waarvan hij voorzien was, de tweeendertig glorieuze kenmerken zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de eenentwintigste kroniek: Heer Vessabhu
(29) “Alle bekoorlijke mensen, de manier van leven en de wijze van gedrag zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de tweeenentwintigste kroniek: Heer Kakusandha
(26) “Hij (de leraar) wiens spraak acht kenmerken bezat, en het feilloze, zijn allemaal voor altijd verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de drieentwintigste kroniek: Heer Konagamana
(28) “Zijn mensen, groots in gratie, de prachtige Dhamma bekendmakend, zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?”
Uit de vierentwintigste kroniek: Heer Kassapa
(51) “en dit juweel van de Orde, op de juiste manier voortgaand, onovertroffen, zijn allemaal verdwenen. Zijn niet alle samengestelde dingen leeg/ledig?”
Uit de vijfentwintigste kroniek: Heer Gotama
(24) En die ongeevenaarde stralenden, en deze tien krachten en dit lichaam met de glorieze speciale kwaliteiten voorzien van de tweeendertig kenmerken-
(25) zij, de tien kwartieren verlicht hebbend, zullen net als hij met de honderd stralen van zesvoudige luister, verdwijnen. Zijn niet alle samengestelde zaken leeg/ledig?

Siebe



Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, Cariyapitaka
« Reactie #65 Gepost op: 28-10-2014 17:24 »
Cariyapitaka is het vijftiende boek/deel van de Khuddaka Nikaya. Ik heb gelezen dat het bestaat uit 35 verhalen in versvorm over vorige levens van de Boeddha in dit eon, toen de Boeddha als Bodhisattva de paramita's beoefende. De 35 verhalen doen verslag van de beoefening van deze paramita's.

Er zijn vertalingen van dit werk in het Engels, van B.C. Law en I.B Horner, maar ik heb on-line helaas geen toegang kunnen vinden. Het zou me niet verbazen dat leegte hier wel aan bod komt. Het lijkt me een interessant werk. Het blijft voorlopig voor mij open staan als niet verkend. Mocht iemand informatie hebben, graag.

Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, deel VII, Nettippakarana
« Reactie #66 Gepost op: 30-10-2014 17:35 »
Verkenning van Nettippakarana, het zestiende boek van de Khuddaka Nikaya
[bron: The Guide (Netti-ppakaranam), according to Kaccana Thera, translated from the Pali by Bhikku Nanamoli, The Pali Text Society, London, 1977, pdf document].

In dit document kwam ik nogal wat informatie tegen over de zogenaamde drie Poorten tot Bevrijding: de Poort van leegte/Ledigheid, de Poort van het Tekenloze en de Poort van het Wensloze. De poort van “het wensloze” wordt in dit document “the dispositionless” genoemd. Het woordenboek vertaalt “disposition” onder andere als “attitude”, “een complexe mentale staat aangaande geloof, gevoelens en waarden en neigingen om op een bepaalde manier te reageren” of “instelling” of “houding”. Ik gebruik als vertaling voor deze poort “wens-/houdingloos”. Als je bijvoorbeeld geen houding/instelling hebt van voorkeur of afkeer naar (on)aangename gevoelens, dan zou je dat ook wensloos kunnen noemen. Zo begrijp ik deze poort.

Deze Nettippakarana, dat de eerwaarde Nanamoli vertaalt als “de Gids”, wordt niet door iedereen als een canoniek werk beschouwd, wel in de Birmese editie van de Tipitaka.
Ik heb geprobeerd om bij die fragmenten waar leegte/ledigheid een rol speelt, enige context mee te geven. Dit valt niet mee eerlijk gezegd in een boek dat ik niet echt ken. Misschien ga ik dit boek in de toekomst grondiger bestuderen want het biedt wel veel. De paragraaf nummering is dezelfde als in de genoemde bron.


Verkenning van Nettippakarana

Vanaf §510 begint een onderzoek naar het Achtvoudige Pad. Ik zal dit niet vertalen maar het komt er op neer dat de auteur duidelijk maakt hoe het Achtvoudige Pad gedemonstreerd kan worden als Kalmte en Inzicht. Het vervolg, vanaf §527 zal ik hieronder vertalen.

<begin vertaling>
527. “Deze [kalmte en inzicht, Siebe] worden gevormd door drie ideeen/zienswijzen; door vergankelijkheid, door pijnlijkheid (ook wel onbevredigendheid, Siebe) en door niet-zelf.
528. [Dus] wanneer hij in kalmte en inzicht (ver)blijft, (ver)blijft hij in de drie Poorten tot Bevrijding (leegte, tekenloos en wens-/houdingloos, Siebe). Wanneer hij in de drie poorten tot bevrijding (ver)blijft, (ver)blijft hij in de drie categorien [van deugdzaamheid, concentratie en begrip/wijsheid]. Wanneer hij in de drie categorien blijft, blijft hij in het Edele Achtvoudige Pad.
529. Een persoon met passievol temperament vindt een uitweg/bevrijding door de tekenloze poort tot bevrijding, trainend in de training in hogere kennis, afstand nemend van passie als een wortel van onverdienste, contact niet benaderend als iets wat aangenaam aanvoelt, aangename gevoelens diagnosticerend, de smet van passie wegwassend, het stof van passie afschuddend, het gif van passie uitkotsend, het vuur van passie dovend, de weerhaak van passie er uit trekkend, de warboel van passie ontwarrend.
530. Een persoon met een haatvol(rijk) temperament vindt een uitweg/bevrijding door de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, trainend in de training van hogere deugdzaamheid, afstand nemend van haat als een wortel van onverdienste, contact niet benaderend als iets wat onaangenaam (let. pijnlijk) aanvoelt, onaangename gevoelens diagnostiserend, de smet van haat wegwassend, het stof van haat afschuddend, het gif van haat uitkotsend, het vuur van haat dovend, de weerhaak van haat er uit trekkend, en de warboel van haat ontwarrend.
531. Een persoon met een begoocheld temperament vindt een uitweg/bevrijding door de leegte/ledigheid poort tot bevrijding, trainend in de training van hoger begrip/inzicht, afstand nemend van begoocheling als een wortel van onverdienste, contact niet benaderend als noch-aangenaam noch onaangenaam aanvoelend, noch onaangename noch aangename gevoelens diagnosticerend, de smet van begoocheling wegwassend, het stof van begoocheling afschuddend, het gif van begoocheling uitkotsend, het vuur van begoocheling dovend, de weerhaak van begoocheling er uit trekkend en de warboel van begoocheling ontwarrend.
532. Hierbij, (lees: “in deze context, Siebe”) de leegte/ledigheid poort tot bevrijding is de categorie van begrip/inzicht, de tekenloze poort tot bevrijding is de categorie van concentratie en de wens-/houdingloze poort tot bevrijding is categorie deugdzaamheid. Wanneer hij in de drie poorten van bevrijding (ver)blijft, (ver)blijft hij in de drie categorien, en wanneer hij in de drie categorien (ver)blijft, (ver)blijft hij in het Edele Achtvoudige Pad.”
<einde vertaling>

Vervolg van Nettippakarana. Het volgende voor leegte relevante deel zal ik proberen in te leiden.

Paragraaf 673 verklaart dat wat profijtelijk is en niet profijtelijk op twee manieren toegelicht kan worden. Het gaat hierbij om de twee verschillende richtingen waarin het opgaat met de geest. Een richting die het rondgaan (wedergeboorten) volgt (samara) en een richting die dit stopt (nirvana). De oorzaak van het rondgaan is activiteit en bezoedelingen. In deze context: activiteit=keuzes maken met kennisneming samengaand. Bij die keuzes met kennisneming samengaand, spelen vier verdraaiingen, vier verkeerde ideeen/zienswijzen een rol.  Welke zijn dit? Schoonheid zien, genoegen zien, duurzaamheid zien, en zelf zien waar dit niet is. Door deze vier verdraaiingen, vier verkeerde visies/ideeen slaat de geest ook vier verkeerde richtingen in en zo bezoedel je jezelf en stopt de rondgang in samsara niet. Keuzes gaan dus samen met ideeen.

§ 674 verklaart dat alle bezoedelingen teruggevoerd kunnen worden op de genoemde vier verdraaiingen, vier verkeerde zienswijzen. De opeenhoping van bezoedelingen heeft tien grondslagen:

1. Vier Voedingen [fysieke voedsel, contact, keuze en bewustzijn]
2. Vier Verdraaiingen [schoonheid zien, genoegen, duurzaamheid en niet-zelf waar deze niet zijn]
3. Vier Aan-names/Op je nemen [zintuiglijk verlangen, visies, deugdzaam-en-geloften, en zelf-doctrine]
4. Vier Banden [zintuiglijk verlangen, zijn, visies en onwetendheid]
5. Vier Knopen [hebzucht, kwade wil, misvatting van deugdzaamheid-en-geloften, en er op staan dat “alleen-dit-waar-is”]
6. Vier Smetten [zintuiglijk verlangen, zijn, visies, en onwetendheid]
7. Vier Vloeden [zintuiglijk verlangen, zijn, visies en onwetendheid]
8. Vier Weerhaken [passie, haat, verbeelding/verwaandheid, en begoocheling]
9. Vier Stabilisatie-punten van bewustzijn [vorm, gevoel, perceptie, en voornemens]
10. Vier Richtingen die de Slechte Kant Opgaan [door wil, haat, angst en begoocheling]

Vanaf § 675 wordt in detail uitgelegd hoe dit allemaal op elkaar inspeelt en hoe de geest zo zichzelf bezoedelt en een slechte route neemt. Het gaat me wat te ver om in deze context van een verkenning van leegte dit allemaal te vertalen. Het komt er uiteindelijk op neer dat de vier manieren van jezelf verkeerd voeden met hun verdraaiingen en de vier verkeerde richtingen die de geest daardoor neemt,
hun uittocht vinden, tot een einde komen, in de drievoudige wereld, door middel van de drie Poorten tot Bevrijding. Dit deel zal ik nu in zijn geheel vertalen. Hier speelt leegte/ledigheid als Poort tot Bevrijding weer een rol:

<begin vertaling>
“702. 1. Hierbij (lees, in deze context, Siebe), fysieke voedsel en voedsel als contact worden gediagnosticeerd door de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, voeding als bewustzijn door de leegte/ledigheid [poort tot bevrijding], en voeding als geest-keuze door de tekenloze [poort tot bevrijding].
703. 2. Hierbij, de verdraaiing dat er schoonheid in het lelijke is en de verdraaiing dat er genoegen in het onaangename is, verdwijnen (let. Komen tot verdwijning) door de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, de verdraaiing dat er duurzaamheid is in het vergankelijke [doet dat] door de leegte/ledigheid, en de verdraaiing dat er zelf in het niet zelf is [doet dat] door het tekenloze.
704.3. Hierbij, van zintuiglijke-begeerte-aanname (eigenmaking, Siebe) en zijn-aanname wordt afstand gedaan door de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, visie-aanname door de leegte/ledigheid, en zelf-theorie-aanname door het tekenloze.
705.4. Hierbij, van de band/binding van zintuiglijk verlangen en de band van zijn wordt afstand gedaan door de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, de band van visies door de leegte/ledigheid, en de band van onwetendheid door het tekenloze.
706.5. Hierbij, van de lichaams-knoop van hebzucht en lichaams-knoop van kwade wil wordt afstand gedaan door de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, de lichaams-knoop van misvattting door de leegte/ledigheid, en de lichaams-knoop van er-op-staan-dat-alleen-dit-waar-is door het tekenloze.
707.6 Hierbij, van de smet van zintuiglijke verlangen en de smet van zijn wordt afstand gedaan door de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, de smet van visies door de leegte/ledigheid, en de smet van onwetendheid door het tekenloze.
708.7. Hierbij, van de vloed van zintuiglijk verlangen en de vloed van zijn wordt afstand gedaan door wens-/houdingloze poort tot bevrijding, de vloed van visies door de leegte/ledigheid, en de vloed van onwetendheid door het tekenloze.
709.8. Hierbij, van de weerhaak van wellust en de weerhaak van haat wordt afstand gedaan door de wens-/houdingloze poort van bevrijding, de weerhaak van verbeelding/eigendunk door de leegte/ledigheid, en de weerhaak van begoocheling door het tekenloze.
710.9. Hierbij, vorm als stabilisatie-punt voor bewustzijn om verder te gaan en gevoel als stabilisatie-punt voor bewustzijn om verder te gaan, wordt gediagnosticeerd door de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, perceptie als stabilisatie-punt voor bewustzijn om verder te gaan [doet dat] door de leegte/ledigheid, en voornemens als stabilisatie-punt voor bewustzijn om verder te gaan [doet dat] door het tekenloze.
711.10. Hierbij, van een slechte richting op gaan door wil en een slechte richting op gaan door haat wordt afstand gedaan door de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, een slechte richting op gaan door angst [doet dat] door de leegte/ledigheid en een slechte richting op gaan door begoocheling [doet dat] door het tekenloze.
Dus alle ideeen/zienswijzen die het rondgaan van de wereld (het rad van wedergeboorte, Siebe) volgen, verdwijnen (let. “vinden een uittocht”, worden bevrijd) uit de drievoudige wereld door middel van de drie Poorten tot Bevrijding”.
<einde vertaling>

Terwijl zo vanaf §674 en verder wordt uitgelegd hoe de geest onder invloed van onder andere vier verdraaiingen een slechte kant op gaat en zichzelf verder bezoedelt, worden in §713 de tien tegenhangers opgesomd die dus er voor zorgen dat de geest geen slechte kant op gaat.

<begin vertaling>
1. Vier Manieren/Wegen
2. Vier Fundamenten van Indachtigheid [lichaam, gevoelens, bewustzijn/kennisneming, ideeen/zienswijzen]
3. Vier Meditaties [eerste, tweede, derde en vierde]
4. Vier Verblijven [hemels, goddelijk, edel, onverstoorbaar]
5. Vier Juiste Inspanningen [de inspanning die verhindert dat onverdienstelijke zaken opkomen, het afrekenen met het onverdienstelijke dat al opgekomen is, de ijver om nog niet opgekomen verdienstelijke zaken te laten ontstaan, deze te doen toenemen]
6. Vier Prachtige Wonderbaarlijke Ideeen/Zienswijzen [afstand doen van verbeelding/eigendunk, het elimineren van afhankelijkheid, afstand doen van onwetendheid, het kalmeren van zijn]
7. Vier Expressies [waarheid, vrijgevigheid, begrip/inzicht, vrede]
8. Vier Manieren om Geconcentreerd te Blijven [wil, energie, kennisname, onderzoek]
9. Vier Ideeen/zienswijzen die met Genoegen Dealen [beteugelen van (zintuig)vermogens, begeestering/ijver/zin, ontdekking, het afzien van alle essentiele dingen van bestaan]
10. Vier Onmetelijke Staten [liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, blijheid, toeschouwende gelijkmoedigheid]

Deze tien punten worden nu in de volgende paragrafen weer verder uitgewerkt en hun samenhang gedemonstreerd. Ook wordt er duidelijk gemaakt wat aansluit bij welk temperament. Er worden vier temperamenten onderscheiden; passievol temperament, haatvol temperament, een onwijs/afgestompt visie-temperament en personen met een intelligent visie-temperament. In de context van deze verkenning van leegte laat ik dit verder liggen. Ik ga nu verder vanaf § 729 waarin wordt duidelijk gemaakt hoe de Drie Poorten tot Bevrijding weer een rol spelen bij de tien gronden/voedingsbodems voor de vier juiste richtingen van liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, blijheid en toeschouwende gelijkmoedigheid.

<begin vertaling>
729.1. “Hierbij (lees, in deze context), de pijnlijke weg met trage eigenmaking en de pijnlijke weg met snelle eigenmaking zijn de wens-/houdingloze poort tot bevrijding; de aangename weg met trage eigenmaking is de leegte/ledigheid poort tot bevrijding; en de aangename weg met snelle eigenmaking is de tekenloze poort tot bevrijding.
730.2. Hierbij, het fundament van indachtigheid als de staat van een contempleerder-van-het-lichaam-als-een-lichaam en de fundering van indachtigheid als de staat van een contempleerder-van-gevoelens-als-gevoelens, zijn de wens-/houdingloze poort tot bevrijding; de fundering van indachtigheid als de staat van een contemplerende-van-bewustzijn/kennisneming-als-bewustzijn/kennisneming is de leegte/ledigheid poort tot bevrijding; en de fundering van indachtigheid als de staat van een contempleerder-van-ideeen-als-ideeen is de tekenloze poort tot bevrijding.
731.3. Hierbij, de eerste meditatie (komt overeen met het eerste fundament van indachtigheid, etc. Siebe) en de tweede meditatie zijn de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, de derde meditatie is de leegte/ledigheid poort tot bevrijding, de vierde meditatie is de tekenloze poort tot bevrijding.
732.4. Hierbij, het eerste verwijlen/verblijf en het tweede verwijlen zijn de wens-/houdingloze poort tot bevrijding, het derde verwijlen is de leegte/ledigheid poort tot bevrijding; en het vierde verwijlen is de tekenloze poort tot bevrijding.
733.5. Hierbij, de eerste juiste inspanning en de tweede juiste inspanning zijn de wens-/houdingloze poort tot bevrijding; de derde juiste inspanning is de leegte/ledigheid poort tot bevrijding; en de vierde juiste inspanning is de tekenloze poort tot bevrijding.
734.6. Hierbij, het afstand doen van verbeelding/eigendunk en de ontworteling van afhankelijkheid, is de wens-/houdingloze poort tot bevrijding; het afstand doen van onwetendheid is de leegte/ledigheid poort tot bevrijding; en de kalmering van zijn is de tekenloze poort tot bevrijding.
735.7. Hierbij, de expressie van waarheid en de expressie van vrijgevigheid zijn de wens-/houdingloze poort tot bevrijding; de expressie van begrip/inzicht is de leegte poort tot bevrijding; en de expressie van vrede is de tekenloze poort tot bevrijding.
736. 8. Hierbij, concentratie van wil en energie zijn de wens-/houdingloze poort tot bevrijding; concentratie van bewustzijn/kennisneming is de leegte/ledigheid poort van bevrijding; en concentratie van onderzoek is de tekenloze poort tot bevrijding.
737.9. Hierbij, het beteugelen van de (zintuig)vermogens en begeestering/zin/ijver zijn de wens-/houdingloze poort tot bevrijding; ontdekking is de leegte/ledigheid poort tot bevrijding; en het afzien van alle essentiele dingen van bestaan is de tekenloze poort tot bevrijding.
738.10 Hierbij, liefdevolle vriendelijkheid en mededogen zijn de wens-/houdingloze poort tot bevrijding; blijheid is de leegte/ledigheid poort tot bevrijding; en toeschouwende gelijkmoedigheid is de tekenloze poort tot bevrijding”.
<einde vertaling>
 
In paragrafen 741 en verder wordt gesproken over drie soorten personen; iemand die kennis verwerft door wat bondig/compact is, iemand die kennis verwerft door wat uitgebreid is en iemand die gidsbaar is. Vanaf § 753 wordt in 12 punten beschreven hoe het verderf van deze personen plaatsvindt. Dit vertaal ik niet. Paragraaf 754 beschrijft weer de zuivering van deze drie types. Deze zal ik vertalen, hier speelt leegte ook weer een rol.

<begin vertaling>
754. De zuivering van deze drie soorten personen is als volgt:
1. “Drie wortels van verdienste: niet-hebzucht als een wortel van verdienste, niet-haat als een wortel van verdienste, niet-begoocheling als een wortel van verdienste.
2. Drie soorten goed gedrag: lichamelijk goed gedrag, verbaal goed gedrag, mentaal goed gedrag.
3. Drie verdienstelijke manieren van denken: denken van verzaking/afzweren, het denken van niet-kwade wil, denken van niet-wreedheid.
4. Drie soorten concentratie: concentratie met denken en onderzoeken, concentratie zonder denken en met alleen onderzoeken, concentratie zonder denken en zonder onderzoeken.
5. Drie verdienstelijke soorten perceptie: perceptie van verzaking/afzwering, perceptie van niet-kwade wil, perceptie van niet-wreedheid.
6. Drie niet vertekende soorten perceptie: perceptie van vergankelijkheid, perceptie van lijden, perceptie van niet-zelf.
7. Drie soorten verdienstelijk (nauwkeurig) onderzoek/controle: verdienstelijke lichamelijke activiteit, verdienstelijke verbale activiteit, verdienstelijke mentale activiteit.
8. Drie zuiverheden: lichamelijke zuiverheid, verbale zuiverheid, mentale zuiverheid
9. Drie successen: succes in deugdzaamheid, succes in concentratie, succes in begrip/inzicht.
10. Drie trainingen: trainingen in hogere deudgzaamheid, training in hogere concentratie, trainingen in hoger begrip/inzicht.
11. Drie categorien: de categorie van deugden, de categorie van concentratie en de categorie van wijsheid
12. Drie poorten tot bevrijding: de leegte/ledigheid, het tekenloze, het wens-/houdingloze”.

Dit besluit de verkenning van Nettippakarana op het onderwerp leegte/ledigheid.

Siebe



Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, Petakopadesa
« Reactie #67 Gepost op: 31-10-2014 10:50 »
Het zeventiende boek van Khuddaka Nikaya heet Petakopadesa. Dit boek wordt niet door iedereen als een canoniek werk erkend. Het is wel opgenomen in de Birmese editie van Tipitaka, heb ik begrepen. Ik heb op het internet geen vrij toegankelijke bron van dit document kunnen vinden. Dit werk blijft voorlopig open staan als nog niet verkend.

Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, Slot, Milindapanha
« Reactie #68 Gepost op: 01-11-2014 10:57 »
Milindapanha, de Vragen van Koning Milinda
[bronnen: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I (1890) en II (1894), Oxford, deel I als pdf document, deel II als word-document gedownload]

In dit laatste boek van Khuddaka Nikaya (Birmese editie) vindt een gesprek plaats tussen de eerwaarde Nagasena en Koning Milinda die zo’n 500 jaar na de dood van Boeddha leefden. Koning Milinda was Yonaka (Graeco-Bactrian) koning van Sagala (Griekenland). Hij was erg geleerd en hoog begaafd in het debatteren. De Eerwaarde Nagasena, een volledig verlichte Arahat, was op verzoek van de Sangha op bezoek in Sagala. Koning Milinda, die enkele punten omtrent de Dhamma verklaard wilde hebben, stelde de Eerwaarde Nagasena diepzinnige vragen aangaande de ware natuur van de mens, zijn bestaan na de dood en andere essentiële aspecten van de Dhamma. De Eerwaarde Nagasena gaf hem bevredigende antwoorden op elke vraag die hij stelde. Deze diepzinnige vragen en antwoorden over de Leer van de Boeddha, zijn samengebracht in het boek genaamd Milinda Pañha [bron: www.sleuteltotinzicht].

Verkenning van de Milindapanha
(de vertaalde tekstfragmenten komen uit deel II, tenzij anders vermeld is tekst tussen haakjes in de vertaling niet van mij)

Deel II, Boek V

§5. “Net zo, O koning, bracht die Gezegende, weergaloos, ongeevenaard, onbenaderd, onvergelijkbaar, bewonderingswaardig voorbij elke meting in gewicht en telling, van oneindige deugdzaamheid, vol deugdzaamheid en perfectie, grenzeloos in wijsheid en glorie en ijver en kracht, toen hij de top van de perfecties van alle Boeddha’s had bereikt, Mara ten val en al zijn gastheren,- hij, het net van ketterij open scheurend, onwetendheid van zich af werpend, veroorzakend dat wijsheid ontstond, en de toorts van Waarheid hoog houdend, reikte voorwaarts naar Boeddhaschap zelf, en zo, onoverwonnen en onoverwinnelijk in het gevecht, bouwde hij  de stad van Rechtvaardigheid. En de Stad van Rechtvaardigheid van de Gezegende, O koning, heeft rechtvaardigheid als zijn bolwerk, en angst voor zonde als zijn slotgracht, en kennis van het slagveld als diens stadspoort, en ijver als de wachttoren er boven, en vertrouwen als de pijlers van diens fundament, en indachtigheid als de bewaker aan de poort, en wijsheid als het terras er boven, en de Sutta’s als diens marktplaats, en de Abhidhamma als diens kruispunten, en de Vinaya als diens Gerechtshof en constant zelf-vermogen1) als diens hoofdstraat. En in die straat, O koning zijn deze bazaars open--een bloemenmarkt, een vruchtenmarkt, en een antigif markt, en een medicijnenmarkt en een ambrozijnmarkt, een markt voor kostbare stenen en een markt voor allerlei soorten koopwaar.”
(1. "self-possession"...de vertaling “zelf-bezit” vind ik raar. Zelf-bezetenheid ook. Als iemand een beter idee heeft, graag, Siebe)

<begin vertaling>
“Maar wat eerwaarde Nagasena is de bloemenmarkt van de Gezegende, de Boeddha?”

“Door de Gezegende zijn bepaalde onderwerpen van meditatie bekend gemaakt, O koning, door hem met kennis en inzicht, door de Arahat, de Superieure Boeddha. En het zijn deze. Het idee van de vergankelijkheid (van elk ding en elk wezen), het idee van de afwezigheid van elk verblijvend element/bestanddeel (elke ziel in elk ding of elk wezen), het idee van de onzuiverheid en het idee van het gevaar verbonden met het lichaam, het idee om van slechte neigingen af te geraken, het idee van vrijheid van passie, het idee van vrede, het idee van ontevredenheid met de dingen van wereld, het idee van de voorbijgaande aard van alle voorwaarden, het idee van extatische meditatieve concentratie (ecstatic trance, Siebe), het idee van een lijk in verschillende stadia van ontbinding, het idee van een plaats van executie met al diens uiteenlopende soorten gruwelen, het idee van het liefhebben van alle wezens, het idee van medelijden met alle wezens, het idee van sympathie met alle wezens, het idee van gelijkmoedigheid in alle veranderende omstandigheden van het leven, het idee van de dood en het idee van het lichaam. Dit, O koning, zijn de onderwerpen van meditatie die voorgeschreven zijn door de Gezegende. Wie dan ook verlangt om bevrijd te worden van ouderdom en dood en één van deze als het onderwerp van diens meditatie neemt, wordt door die meditatie vrij van passie, bevrijdt van kwaadaardigheid, bevrijd van matheid, bevrijd van trots, bevrijd van verkeerde visies. Hierdoor steekt hij de oceaan van Samsara over en damt de stroom van begeerten in, en zuivert zichzelf van de drievoudige bezoedeling (hebzucht, haat en begoocheling, Siebe) en vernietigt in zichzelf alle kwaad; en gaat zo die glorieuze stad binnen, rein en smetteloos, zuiver en wit, vrij van ouderdom en dood, waar alles veilig is en kalm en gelukzalig--de stad van Nirvana--hij bevrijdt zijn geest in Arahatschap! En dit, O koning, wordt genoemd “De bloemenmarkt van de Gezegende”.

“Neem Karma mee als de prijs,
En ga naar die markt,
Koop daar een onderwerp voor je gedachte,
Bevrijd jezelf. Wees vrij!”
<einde vertaling>

Zo beschrijft Nagasena ook de parfummarkt op verzoek van koning Milinda. Het is prachtig beschreven vind ik. Het doet beeldend verslag van hoe de heerlijke geuren van musk, sandelhout, jasmijn verbleken bij de geur van goedheid. Deze laat ik verder onvertaald en ga verder met de §8 waarin de vruchtenmarkt wordt besproken. Hier komt ook leegte aan bod.

<begin vertaling>
§8. “En wat, eerwaarde Nagasena, is de vruchtenmarkt van de Gezegende?”

“Bepaalde vruchten zijn bekend gemaakt door de Gezegende, O koning. En het zijn deze:--de vrucht van het eerste stadium van de Uitmuntende Weg (bekering), en van het tweede stadium, en van het derde stadium en van het vierde (Arahatschap),--de vrucht van de realisatie van leegte--de vrucht van de afwezigheid van de drie tekenen (van een niet bekeerd leven, hartstocht, kwaadaardigheid en traagheid)--en de waarheid van de realisatie van dat stadium waarin geen lagere begeerten overleven. En wie dan ook naar één van deze verlangt, geeft zijn karma als prijs, en koopt de vrucht waar hij naar verlangt--ofwel bekering of enig ander.

§9. Net zoals, O koning, elke man die een mango boom heeft die het hele jaar door vruchten draagt, slaat ie de vruchten niet naar beneden totdat kopers komen. Maar wanneer een koper gekomen is, en de kweker zijn prijs bepaald heeft, dan zegt hij: “kom, mijn goede man, deze boom draagt altijd vruchten (het heeft daarom vruchten in alle groeistadia), neem de soort vrucht die je voorkeur heeft, ofwel onrijp of rot, of harig, of zuur of rijp”. En de koper neemt voor de betaalde prijs de soort die hem het meeste bevalt- als dat onrijpe vruchten zijn, neemt ie dat, als dat rotte vruchten zijn dan neemt ie dat, als het harige vruchten zijn dan dat, als het zure vruchten zijn dan dat, als het rijpe vruchten zijn dan neemt ie een rijpe. Net zo, O koning, wie dan ook één van die andere vruchten verlangt, geeft zijn karma als prijs en koopt de vruchten waar hij naar verlangt- ofwel bekering of enig andere. En dit, O koning, wordt de “De Vruchtenmarkt van de Gezegende” genoemd”

“Mensen geven hun karma als prijs,
En kopen de vrucht van ambrozijn;
En geluk valt hen ten deel, en vrede,
Zij die de vrucht van ambrozijn kochten”
<einde vertaling>

In het vervolg komen zo de verschillende markten aan bod. Hoewel erg mooi beschreven, laat ik het hier in de context van deze verkenning van leegte, verder onvertaald. Het is altijd na te lezen want de genoemde documenten kun je downloaden van het web.

Deel II, Boek VII, Hoofdstuk 6 (de vergelijkingen, vervolg)

60. De Timmerman (in zijn geheel vertaald)

“Eerwaarde Nagasena, die twee kwaliteiten van de timmerman die hij over zou moeten nemen, welke zijn dat?”

“Net zoals de timmerman, O koning, het hout afzaagt langs het zwartgemaakte koord,  zo dient, O koning, de energieke bhikku, serieus in inspanning, staand op rechtvaardigheid als fundament, en met in de hand van vertrouwen de zaag van kennis, zijn kwaadaardige neigingen af te snijden overeenkomstig de leer die de Overwinnaars neergelegd hebben. Dit, O koning, is de eerste kwaliteit van de timmerman die hij zou moeten hebben.

“En verder, O koning, net zoals de timmerman de zachte stukken hout afdankt en de harde delen gebruikt; net zo, O koning, dient de energieke bhikku, serieus in inspanning, het pad te verlaten van het bespreken van nutteloze stellingen, te weten:--, de altijddurende levenstheorie, de laten-we-nu-eten-en-drinken(genieten, Siebe)-want-morgen-sterven-we theorie--de theorie dat de ziel en het lichaam één en hetzelfde zijn--dat de ziel één ding is en het lichaam iets anders--dat alle onderrichtingen hetzelfde zijn--dat wat niet gedaan is, niet baat--dat de daden van de mens niet belangrijk zijn--dat een heilig leven niks uitmaakt--dat bij de vernietiging van wezens negen soorten nieuwe wezens verschijnen--dat de delen waaruit wezens zijn samengesteld eeuwig zijn--dat hij die een daad begaat het gevolg daarvan ervaart--dat iemand handelt en een ander ervaart het gevolg van die daad--en andere dergelijke theorien over Karma of verkeerde visies over de gevolgen van daden--opgeven, zeg ik, al dergelijke stellingen, paden die naar ketterij leiden, hij dient te leren wat de werkelijke aard is van die samenstellende delen waaruit ieder individu bestaat, voor de korte termijn van diens bestaan als individu samengekomen, en zo uitreiken naar die staat die leeg is van begeerten, van kwaadaardigheid en van matheid, waarin de opwindingen/onrust van individualiteit niet meer ervaren wordt, en dat daarom wordt aangeduid als de Superieure/Opperste Leegte.

Dit, O koning, is de tweede kwaliteit van de timmerman die hij zou moeten hebben. Want het werd , O koning, In de Sutta Nipata gezegd door de Gezegende, de god over alle goden:

“Verwijder de vuiligheid! Zet de rommel opzij!
Zift het kaf, de mensen die diegenen die dat niet zijn
voor ware Samana’s aanzien!
Maak je los van diegenen die kwaadaardige gedachten koesteren,
Die slechte manieren van leven er op nahouden!
Word bedachtzaam, en zuiver, met die toevluchten,
Met die metgezellen, die zelf zuiver zijn”.

<einde vergelijking van de timmerman>

Deel II, Boek VII, Hoofdstuk 7 (vergelijkingen, vervolg)

67. De Boogschutter (in zijn geheel vertaald)

“Eerwaarde Nagasena, die vier kwaliteiten van de boogschutter die hij over zou moeten nemen, welke zijn dat?”

Net zoals, O koning, de boogschutter zijn beide voeten stevig op de grond zet wanneer hij de pijl loslaat, zijn knieen recht houdt, zijn pijlkoker tegen de smalle kant van zijn middel hangt, zijn gehele lichaam stabiel houdt, zijn beide handen stevig op het kruispunt (van pijl en boog) plaatst, zijn vuisten sluit, geen opening toelaat tussen zijn vingers, zijn nek uitstrekt, zijn mond sluit en één oog, en in vreugde richt met de gedachte: “ik zal het raken”, net zo dient de energieke bhikku, serieus in inspanning, stevig de voeten van zijn ijver te plaatsen op het fundament van rechtvaardigheid, zijn vriendelijkheid en goedheid van hart intact te houden, zijn geest te richten op het beheersen van zijn zintuigen, zichzelf stabiel te houden door zelf-beheersing en de plichten uit te voeren, opwinding en gevoel van zwakheid te onderdrukken, door continue bedachtzaamheid geen openingen in zijn geest toe te laten, ijverig voorwaarts te gaan, de zes deuren te sluiten (van de vijf zintuigen en de geest), en vreugdevol indachtig en bedachtzaam door te gaan met de gedachte: “met de speer van mijn kennis zal ik al mijn slechte neigingen om zeep helpen”. Dit, O koning, is de eerste van de kwaliteiten van de boogschutter die hij zou moeten hebben.

“En verder, O koning, zoals de boogschutter een bankschroef meedraagt om gebogen, kromme en oneffen pijlen recht te maken, O koning, zo dient de energieke bhikkhu, serieus in inspanning, zolang als hij in het lichaam is, de bankschroef van indachtigheid en bedachtzaamheid met zich mee te dragen, waarmee hij alle kromme en gebogen en onbetrouwbare ideeen/zienswijzen kan rechtmaken. Dit, O koning, is de tweede van de kwaliteiten van de boogschutter die hij zou moeten hebben.

“En verder, O koning, zoals de boogschutter oefent op een doel, net zo, O koning dient de energieke bhikku, serieus in inspanning, te oefenen zolang hij in het lichaam is. En hoe, O koning, dient hij te oefenen? Hij dient zichzelf te oefenen in het idee van de vergankelijkheid van alle dingen, in het leedwezen inherent aan individualiteit, in de afwezigheid van elk verblijvend element/bestanddeel (elke ziel) in welk ding of wezen dan ook; in het idee van de ziekten, kwetsuren, pijnen, en kwalen van het lichaam die volgen in het spoor van de noodzakelijke voorwaarden van individualiteit; in de ideeen van diens afhankelijkheid van anderen en van diens zekere desintegratie; in het idee van het onheil, gevaren, angsten, en tegenspoed waaraan het onderhevig is; in diens instabiliteit onder de veranderende omstandigheden van het leven; in diens aansprakelijkheid voor bandeloosheid, diens verlangen naar stevigheid, dat het geen ware plaats van toevlucht is, geen grot van veiligheid, geen huis van bescherming, geen juist object om op te vertrouwen; van diens nietigheid/ijdelheid, leegte/ledigheid, gevaar, en insubstantialiteit; van diens bron zijn van pijnen en onderhevig zijn aan straffen en vol zijn van onzuiverheid, een bastaard samenstelling van voorwaarden en kwaliteiten die geen samenhang heeft; van diens gelijk zijn aan het voedsel van het kwaad en de Kwaadaardige; van diens inherente aansprakelijkheid voor wedergeboorten, ouderdom, ziekte en dood, voor verdriet, gejammer, wanhoop, en van de bezoedeling van de begeerten en begoochelingen die erbij nooit afwezig zijn. Dit, O koning is de derde van kwaliteiten van de boogschutter die hij zou moeten hebben.

18. “En verder, O koning, net zoals de boogschutter vroeg en laat oefent; net zo, O koning dient de energieke bhikku, serieus in inspanning, vroeg en laat te mediteren. Want het werd, O koning, door Sariputta, de Oudere, de Aanvoerder van Vertrouwen gezegd:

“Vroeg en laat zal de ware boogschutter oefenen,
Het is enkel door het nooit verwaarlozen van zijn vakmanschap
Dat hij de beloning en het loon van zijn vaardigheid verdient.
Zo beoefenen de zonen van de Boeddha ook hun vakmanschap.
Het is enkel door het nooit verwaarlozen van
de levensvoorwaarden in deze lichamelijke omlijsting
dat ze de rijke vruchten verkrijgen waarvan de Arahat houdt”.
<einde van de vergelijking van de boogschutter>

Hiermee is de verkenning van Milindapanha beeindigd en daarmee voorlopig ook Khuddaka Nikaya.
Met de voorlopige beëindiging van Khuddaka Nikaya is de verkenning van de Sutta Pitaka (voorlopig) ook tot een einde gekomen.

Siebe


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Leegte in de Sutta Pitaka, Patisambhida-magga, Vervolg
« Reactie #69 Gepost op: 16-11-2014 14:33 »
Verkenning van de Patisambhida-magga, Vervolg, Inleiding

Ik kwam nog bovengenoemd werk tegen dat put uit de Patisambhidaga-magga, het twaalfde werk van de Khuddaka Nikaya traditioneel toegeschreven aan Sariputta. Het somt drieenzeventig soorten pañña op van wereldlijk tot boven-wereldijke aard. In de inleiding staat dat de drieenzeventig soorten pañña verschijnen als een overzicht of inhoudsopgave (matika) in de eerste verhandeling over kennis (Nana-katha) van het Canonieke boek Patisambhidha-magga.

Ik heb boven genoemd document op het onderwerp leegte verkent en die delen zal ik hieronder weergeven.
Tekstgedeelten tussen [...] of (...) zijn niet door mij toegevoegd tenzij aangegeven.

Verkenning van de Patisambhida-magga, vervolg
[bron: Wisdom and the seventy-three kinds of mundane and supramundane knowledge (Te-sattati-nana), Translation with Introduction and Explanatory Notes from Pali Sources by Bhikkhu Nanadassana, pdf document via abhidhamma.com]

In het overzicht van de drieenzeventig soorten pañña is nummer 47 “sunnate panna nana-vivatte nanam”, zo beschreven: “De wijsheid verkregen door de contemplatie van leegte is kennis van het zich afkeren van kennis [vanuit gehechtheid]”.

(Ik heb het zo begrepen dat de tekstgedeelten tussen [...] later in het commentaar, de ‘Patisambhida-magga Atthakata’ (PsA) van S. Hewavitarne Bequest zijn ingevoegd. De tekst zonder [...] is de tekst uit de Patisambhida-magga (Ps).

In noot 95 wordt meer uitleg gegeven bij deze soort wijsheid.
<begin vertaling>
‘Wanneer hij overeenkomstig de realiteit (yatha-bhutam) begrijpt en ziet dat het oog, oor, neus, tong, lichaam en geest leeg zijn van zelf of van wat tot ‘zelf’ toebehoort, of van iets duurzaams, altijddurends, eeuwigs, onveranderlijks, dan keert zijn kennis (nana) zich af van de gehechtheid [aan verkeerde visie] met het oog....en geest.
Dus de wijsheid verkregen door de [contemplatie van] leegte is kennis van het zich afkeren van kennis [vanuit gehechtheid (abhinivesa)].’
(Ps i. 108; PsA 213.) 

‘De bovenstaande contemplatie van leegte is, in andere woorden, contemplatie als Niet-zelf (anattanupassana) en het zich afkeren van kennis vanuit gehechtheid aan verkeerde visies (ditth’abhinivesa) vindt plaats door het Afstanddoen van Tegengestelden (tadanga-pahana: zie ook noot 66 [d.i. niet het afstand-doen door ze volledig af te snijden (samuchheda-pahana)]'. (PsA 213).
<einde vertaling>

(Afstand doen van Tegengestelden verwijst naar bijvoorbeeld de contemplatie van vergankelijkheid, om het tegendeel, de notie van duurzaamheid, te verdrijven. Of , de visie van geluk verdrijven door de contemplatie van lijden, Siebe).

Verder wil ik nog verslag doen van noot 47, dit is een noot bij de negentwintigste soort wijsheid. Het wordt ‘Vihara-nanatte pañña viharatthe nanam’ genoemd en beschreven als: “De wijsheid verkregen door het onderscheiden van de diverse [inzichts] verblijven, is kennis van de aard/natuur van [inzichts] verblijven”.

Noot 47 bij deze beschrijving zal ik nu in geheel vertalen.

<begin vertaling>
D.i. ‘de verschillende inzicht-verblijven (nana-vipassana-vihara) door de contemplatie van vergankelijkheid, etc.’(PsA 25).
Er zijn drie soorten inzicht-verblijven: Animitta (tekenloos), Appanihita (verlangenloos) en Suññata (leeg).
Animitta (tekenloos): ‘Wanneer een meditator het teken [van formaties, zie noot 23] duidelijk als hachelijk/vreesachtig/gevaarlijk (fearful, Siebe) ziet en [met inzicht kennis] hun verdwijnen (vaya, d.i. hun oplossing (bhanga)) ziet elke keer als hij [zijn kennis op formaties] toepast omdat hij bewust georienteerd is op (resolved upon, Siebe) het tekenloze (animitte, d.i. Nibbana, dat het tegenovergestelde is van het teken van formaties), is dit het tekenloze verblijven [van inzicht]’. (Ps i.91; PsA 212f).
‘Door dit verwijlen wordt de Contemplatie van Oplossing/Ontbinding [zie noot 7] gevestigd. Deze contemplatie vestigt de contemplatie van vergankelijkheid/onbestendigheid en omdat vergankelijkheid lijden is, vestigt het de contemplatie van lijden en omdat lijden niet-zelf is, vestigt het de contemplatie van niet-zelf. Dus er zijn hier drie contemplaties die worden verklaard. Dit verblijf is daarom het verwijlen in deze drie inzichten dankzij het teken van de formaties als hachelijk te zien’. (PsA 213).
Appanihita (verlangenloos): ‘Wanneer (de meditator, Siebe) het verlangen (panidhi, d.i. hunkering (tanha) naar formaties) duidelijk als hachelijk ziet en [met inzicht kennis] hun verdwijnen (vaya, d.i hun oplossing (bhanga)) ziet elke keer als hij [zijn kennis op formaties] toepast omdat hij bewust georienteerd is op het verlangenloze (appanihite, d.i. Nibbana, dat het tegenovergestelde van hunkering (tanha) is), is dit het verlangenloze verblijven [van inzicht]’. (Ps i.91: PsA 212f).
Suññata (leegte): ‘Wanneer (de meditator, Siebe) de gehechtheid (aan formaties als zelf) duidelijk als hachelijk ziet en [met inzicht kennis] hun verdwijnen (vaya) ziet elke keer als hij [zijn kennis op formaties] toepast omdat hij bewust georienteerd is op de leegte (suññata, d.i. Nibbana, dat leeg van zelf is), is dit het leegte verblijf [van inzicht]’ . (Ps i.91; PsA 213)
<einde vertaling>

Hierop aansluitend: verslag van noot 57
<begin vertaling>
Er zijn drie soorten vredevol verblijven: ‘de leegte (suññata), het tekenloze (animitta) en het verlangenloze (appanihita)’. (Ps i.97)

‘Het vredevolle leegte verblijf is het realiseren van de vrucht van Arahantschap (arahatta-phala-samapatti) dat zich bij hem voordoet die te voorschijn komt uit de contemplatie van niet-zelf (annatanupassana) door de modus van leegte; en het vredevolle tekenloze en verlangenloze verblijven zijn eveneens de verwezenlijking van de vrucht van arahantschap maar doet zich voor bij hem die tevoorschijn komt uit respectievelijk de contemplatie van vergankelijkheid en lijden door respectievelijk de modus van het tekenloze en verlangenloze’. (PsA 215).
<einde vertaling>

Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re:Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, Cariyapitaka
« Reactie #70 Gepost op: 21-11-2014 18:52 »
Cariyapitaka is het vijftiende boek/deel van de Khuddaka Nikaya. Ik heb gelezen dat het bestaat uit 35 verhalen in versvorm over vorige levens van de Boeddha in dit eon, toen de Boeddha als Bodhisattva de paramita's beoefende. De 35 verhalen doen verslag van de beoefening van deze paramita's.

Er zijn vertalingen van dit werk in het Engels, van B.C. Law en I.B Horner, maar ik heb on-line helaas geen toegang kunnen vinden. Het zou me niet verbazen dat leegte hier wel aan bod komt. Het lijkt me een interessant werk. Het blijft voorlopig voor mij open staan als niet verkend. Mocht iemand informatie hebben, graag.

Siebe

Ik heb een bron gevonden: http://101.109.250.141/thawaro/pali_text/5%20-%20Khuddaka%20Nikaya/cariyapitaka.pdf

Het is me niet precies duidelijk welke vertaling dit is, van Horner of Law? Weet iemand dat?

In ieder geval heb geen informatie over leegte gevonden.
Siebe


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re:Leegte in de Pali-Canon, Khuddaka Nikaya, deel I
« Reactie #71 Gepost op: 22-11-2014 11:32 »
Het onderstaande is het resultaat van de verkenning van de eerste vijf boeken:
-Khuddakapatha [bron: Khuddakapatha, edited and translated Ananda Joti Bhikku, pdf-document van web]
-Dhammapada [bron: Dhammapada, A Translation, Thanissaro Bhikku, Buddha Dharma Education Association Inc, pdf -document van web]
-Udana [bron: Udana, A Translation With an Introduction & Notes by Thanissaro Bhikku, pdf-file van web]
-Ituvattaka [bron: Itivuttaka, This was said by the Buddha, A Translation by Thanissaro Bhikku, revised edition 2013, pdf -document van web]
-Sutta Nipata [bron: Sutta Nipata, Translated from Pali by V. Fausböll, Oxford, pdf-document van web]

Aanvullend verkend (later gevonden bronnen):
Udana: http://101.109.250.141/thawaro/pali_text/5%20-%20Khuddaka%20Nikaya/udana.pdf
Ituvattaka: http://101.109.250.141/thawaro/pali_text/5%20-%20Khuddaka%20Nikaya/itivuttaka.pdf

"Verses of uplift" (Udana) en "As it was said" (Ituvattaka) samen in: Minor Anthologies of the Pali Canon, volume II, translated F. L. Woodward, 1935, Pali Text Society, Bristol.

net als in de andere bronnen voor deze documenten, geen informatie over leegte gevonden.
Siebe