Auteur Topic: Ledigen  (gelezen 2218 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Ledigen
« Gepost op: 28-08-2015 13:51 »
Dat-wat-ervaart heeft van oudsher veel minder oog voor zichzelf dan voor wat-het-ervaart, wordt gezegd.

De Boeddha onderwees dat geest zich vanuit een neiging identificeert met wat-het-ervaart en wel in vijf geledingen (khandha's); met lichamelijke sensaties of een soort perceptie van lichamelijkheid, met gevoelens die aangenaam zijn, onaangenaam of neutraal, met waarnemingen, met mentale verschijnselen en met bewustzijn. In geest is er dus een neiging om dat-wat-het-ervaart aan te zien voor zichzelf. Aan wat ervaren wordt, ontleent geest een gevoel van "ik besta, ik ben er".
 
Het is eigenlijk zoals met in de spiegel kijken. Alsof je eerst even weer je gezicht moet zien om te weten "Ik besta". Zo is ook die neiging in geest. Het spiegelt zich ook doorlopend, onbewust, aan wat-het-ervaart en ontleent daaraan de perceptie "Ik besta, Ik ben". Het ziet niet in zichzelf, niet naar zichzelf maar zoekt zelf-bevestiging via wat-het-ervaart.

Als in meditatie bijvoorbeeld gedachten eindigen dan raken lang niet alle mensen daarvan in paniek. Dat komt omdat we dan gedachten noch onbewust noch bewust ervaren als Ik, als 'dit ben Ik'. Je kunt ook zeggen: we ervaren ze niet als iets wat wezenlijk is aan ons. Je bent er ook wel zonder gedachten. Maar wat nu als dit verder en verder gaat? Wanneer gaat ledigen van geest over in angst, in gevoelens van onzekerheid en onveiligheid? Wat als de perceptie van lichamelijkheid wegvalt, bijvoorbeeld.

Rijpen beslaat mijns inzies dit proces van je steeds veiliger gaan voelen in leegte. Geestelijk ontkleed, naakt leven. Vanuit openheid. Want leegte is ook openheid. Persoonlijk vind ik dit nog altijd eng. Veiligheid heeft niet veel te maken met situaties, met andere mensen, met sfeer maar met jezelf. Met jezelf uit het oog verliezen en dat komt omdat je jezelf nog niet goed kent.

Boeddha heeft ervaren en onderwezen dat de vijf khandha's waarmee geest zich vanuit een neiging identificeert, en waardoor het de perceptie onderhoudt van 'Ik besta of Ik ben", volledig kunnen eindigen in het leven. Dus, perceptie van lichamelijkheid, waarnemingen, alle mentale roerselen, bewustzijn, het kan volledig eindigen. En toch, loste Boeddha op? Loste gewaarzijn op? Vernietigde geest? 

Ik stel me voor dat iemand die zo tot volledige zekerheid is gekomen over de natuur van geest,  die overstijgt alle verkramping, alle angst, alle gehechtheid, want zo iemand weet uit ervaring, met directe kennis hiervan; 'wat ook verloren gaat, of dat nu emoties zijn, gedachten, sensaties van lichamelijkheid, de waarneming van geuren, kleuren, wat dan ook, dat is niet-zelf, dat ben ik niet, dat is niet echt van-mij'. In de plaats daarvan wordt de waarheid van oorspronkelijke en onthechte geest direct ervaren en ingezien. Geest ziet diens eigen natuur.

Geest verstrikt in zichzelf doordat er een neiging is, al sinds beginloze tijd is een uitdrukking die veel gebruikt wordt, om dat-wat-het-ervaart aan te zien voor zichzelf. Het herkent zichzelf niet goed zonder kleding, naakt, de oorspronkelijke staat. Het ziet zichzelf niet.

De kern van Boeddha's meditatieve ervaringen lijkt dus dat geest alles kan verliezen, naakt kan worden en hoeft in wezen niet bang te zijn daarvoor. Er is veiligheid en gevoelens van onveiligheid ontstaan doordat geest zichzelf nog niet kent. Gevoelens van onzekerheid en onveiligheid zijn goede tekenen trouwens, veel betere dan opgeblazen zekerheid en geforceerde ego-veiligheid. Dus zie ze niet als verkeerd. We kunnen er van leren.

De sutta's beschrijven meditatieve verdieping wel als een proces van ledigen of leeg-maken, het steeds leger worden van de geest. Leeg van gedachten, leeg van gevoelens van geluk, leeg van dit en dat. Leeg van alles wat aan geest bijkomstig is. Boeddha beschrijft dit middels stappen, in jhana's, uitmondend in het summum, de beëindiging van waarneming & gevoel, waar geen voorbij gaan aan meer is.

Dit is ultieme leegte. Als je geest zou zien als een lichaam en de khandha's (dat wat ervaren wordt door geest) als de kleding, staat geest op dat punt helemaal naakt. Deze naakte staat kun je oorspronkelijke geest noemen. Het is als de ruimte vrij van wolken. Er wordt op gehamerd dat je deze subtiele staat niet moet verwarren met een enkel ontbreken van gedachten bijvoorbeeld. Het is belangrijk dit met een leraar te bespreken en te overleggen als je denkt te weten wat oorspronkelijke geest is, of natuur van geest. Er wordt namelijk ook zoiets erkend als pseudo niet-conceptualiteit. Je ziet dan een geest die in wezen niet echt leeg is, toch aan voor een volledig geleegde geest. Je meent kennis te hebben van oorspronkelijke geest, maar je hebt die toch nog niet gezien zoals die is.

Geest die naakt is, is natuurlijk niet echt anders dan geest die aangekleed is. Naakte geest doordringt ook gewoon de alledaagse aangekleede ervaring. Alleen wij kennen de natuur van die geest toch niet echt. Dat is het verschil met een ontwaakte of Boeddha.

Je kunt ook zeggen denk ik: dat-wat-ervaart is eigenlijk iets heel bijzonders, heel diepzinnigs, heel subtiels, maar omdat dit ons tegelijkertijd zo vertrouwd is, omdat we het zijn, behandelen we het zo niet. Deze vanzelfsprekendheid zou je 'slaap' kunnen noemen. Deze slaap te boven komen ontwaken.

Kalu Rinpoche beschrijft het zo dat de meest subtiele en fundamentele vorm van verstrikking de perceptie is dat 'datgene-wat-ervaart', een persoon is, een wezen, iemand. Op een bepaalde plaats etc. Als geest zichzelf ziet verdwijnt dit. De perceptie dat geest gelokaliseerd is komt niet van de natuur van geest maar van het zich manifesterend aspect, van bewustzijn en diens gevoel van zelf/subject en/of perceptie van dualiteit.

Ik heb er vertrouwen in.

Siebe