Bedankt voor de toelichting, Lord Rainbow, het is exact zoals u het verwoord.
U, JG888, interpreteert letterlijk dat Shantideva het leven geeft, en dat dit zou betekenen dat hij daarmee het tegenovergestelde van het leven bedoelt, de dood. Maar is dat wel zo? In het geciteerde vertelt hij dat hij afstand doet van
het leven dat hij geleid heeft:
“Ik doe afstand van mijn leven, van mijn bezittingen, al het goede wat ik vroeger verworven heb, op het ogenblik verkrijg of in de toekomst zal krijgen, zonder enige spijt, omwille van het welzijn van allen.
Nirvana betekent: afstand doen van alles. En het is nirvana waarop mijn geest zich richt. Als ik afstand moet doen van alles, dan kan ik het best alles aan de wezens schenken.”
Ik lees daar niet in dat hij zijn leven maar zomaar te grabbel gooit en/of dat het afstand doen zou betekenen dat hij de dood zou omarmen. Integendeel. Het innerlijke steven van veel bodhisattva's is het Nirvana net zo lang weigeren, totdat alle levens zij gered. Pas als iedereen gered is, zal de bodhisattva het Nirvana pas binnen willen treden. Hij of zij lijkt op een kapitein van een schip dat ten onder dreigt te gaan, en moedig laat de bodhisattva alle mensen voorgaan, pas daarna wil hij of zij het Nirvana accepteren. Vergeet niet dat we hier spreken over het Mahayana Boeddhisme, dat zich vaak toch ietwat anders uit dan bijvoorbeeld het Theravada Boeddhisme van de Pali-Canon.
In de
Platvorm Sutra worden de bodhisattva geloften als volgt verwoord:
Hoe talloos de levende wezens ook zijn,
ik beloof ze alle te bevrijden.
Hoe peilloos de oorzaak van het lijden ook is,
ik beloof deze geheel te verwijderen.
Hoe talloos de dharma’s ook zijn,
ik beloof ze allen te verstaan.
Hoe eindeloos de Boeddha-weg ook is
ik beloof hem ten einde te gaan.
Om terug te keren naar de compassie: de leerling krijgt zes
paramita’s of vormen van beoefening wat betreft compassioneel leven:
1. De beoefening van ethisch juist gedrag;
2. De beoefening van het geven;
3. De beoefening van geduld en tolerantie;
4. De beoefening van de concentratie en de aandacht;
5. De beoefening van het kanaliseren van energie, ijver;
6. De beoefening van de wijsheid en inzicht.
Via een zevende paramita is de cirkel weer rond en dat is:
7. De beoefening van de bodhisattva geloften.
Ik stel voor dat we dit desgewenst verder uitwerken, en Shantideva’s geciteerde gelofte in de startpost laten voor wat het is, tenzij u daar natuurlijk nog graag iets over kwijt wilt. Ik wil gaarne toewerken naar dat wat de kenmerken zijn van compassie, wellicht had ik niet meteen met de meest legendarische en ideale vorm van compassie (bodhisattva gelofte) moeten beginnen, maar ik dacht dat het inspirerend kon werken om Shantideva allereerst aan het woord te laten. Een andere bodhisattva is Kwan Yin, zij huilt tijdens haar meditatie. En dat wordt verbeeld in het feit dat zij een parel in haar handen houdt. Die parel vertegenwoordigt
een traan. Dit verwijst ernaar, dat de bodhisattva gelofte groot(s) is, en dat Verlichting in principe voor iedereen mogelijk is. Maar dat Kwan Yin natuurlijk ook maar een mens is en dus zeer beperkt in haar mogelijkheden. Daarom huilt zij, omdat ze onafgebroken standvastig is in haar bodhisattva gelofte, maar tegelijkertijd weet dat het lijden van enorme omvang is. Toch geeft ze nooit op. Dat is Mahayana Boeddhisme, dat is geven, dat is geduld, dat is wijsheid, enzovoort. Verlichting is niet voorbehouden aan een elite, het is het geboorterecht van ieder mens. Alleen leeft de mens in de verduistering van verlangens, begeerten, onwetendheid. En daarmee zijn we weer bij de Boeddha als bron aangeland, die stelt dat onwetendheid de wortel is van alle smart.
Met beleefde groet,
Basho
