Als jij kijkt door je ogen, waar is de grens dan tussen binnen en buiten? Waar stopt de waarneming van binnen uit en gaat hij over tot een waarneming daar buiten? We ervaren ons lichaam als de (harde) grens, en ons denken als een privé aangelegenheid.
Interessant. Laten we de test doen…
Als ik door mijn ogen kijk, dan wordt zowel de ik die kijkt, als dat wat gezien wordt ervaren. Het is allemaal ervaring, dus als ervaring is het niet te onderscheiden van elkaar. Er is gewoon ervaring. Maar wie of wat ervaart er dan? Elk ding dat hier als antwoord op komt (ik, de ogen, het lichaam, de geest,...) wordt allemaal zelf ervaren, dus dat kan niet de ervaarder zijn. Een oog kan zichzelf niet zien, zoals de zon ook niet op zichzelf kan schijnen en de ervaarder ook zichzelf niet kan ervaren.
Ook, alles wat ervaren wordt is beperkt, afgelijnd, eindig. Maar dat wat ervaart, of beter, dat wat ervaring mogelijk maakt, lijkt niet diezelfde beperktheid te hebben, er is geen grens aan te vinden, geen begin, noch een einde, geen binnen, noch buiten.
Zo is er dus inderdaad zelfs geen grens te bespeuren tussen dat wat waarneemt en dat wat waargenomen wordt, immers, als er een grens was terug te vinden, dan had dat wat ervaring mogelijk maakt wel degelijk een grens, dan stopte het ergens en achter die grens zou dan dat wat waargenomen wordt beginnen.
En zo ook, als er geen grens kan terug gevonden worden, kan er ook geen grens zijn tussen dat wat ervaring mogelijk maakt of dat wat kijkt door mijn ogen en dat wat kijkt door jouw ogen, dus dat wat ervaart kan dan ook geen privé aangelegenheid zijn.
En ook zo, dat wat ervaring mogelijk maakt, kan zelf geen ding zijn, niet iets, anders kon het ervaren worden en moest er nog iets anders zijn dat het ervaren hiervan mogelijk maakte. Vandaar dat wat ervaring mogelijk maakt kan niet anders als leeg zijn, zonder inhoud en zonder essentie. Vandaar dat het vaak als leegte wordt aangewezen of ook soms als grenzeloze ruimte.
En toch... dat wat ik zie door mijn ogen, zie jij niet door jouw ogen. Hoe kan dat dan?
Terug even naar het oog dat zichzelf niet kan zien. Dat oog kan wel een ander oog zien. De vraag is dus: is dat wat ziet het oog of is het oog een middel tot zien? M.a.w. door een oog wordt er gezien. Het is het zien dat het andere oog ziet. En het is het zien dat zelfs het oog waarmee gekeken wordt kan zien (in een spiegel bijvoorbeeld) en het is dus eigenlijk niet het oog dat zichzelf niet kan zien, maar het is eigenlijk het zien dat zichzelf niet kan zien en het is dus het zien dat geen grens heeft, niet opdeelbaar is en dus niet privé is. Wat door middel van het ene oog gezien wordt is wel degelijk privé voor dat wat door het andere oog gezien wordt. Het zien is hetzelfde zien voor ieder(s) oog, maar dat wat door middel van het oog gezien wordt is privé.
En zo ook is het ervaren zelf niet privé, maar wat ervaren wordt door het ene lichaam-geest mechanisme is wel privé voor het andere lichaam-geest mechanisme. Op die manier is wat ik zie door mijn ogen wel privé, maar is het zien zelf, hetzelfde als dat wat door jouw ogen kijkt. Op die manier is wat ik denk toch wel privé voor wat jij denkt (helderziendheid even buiten beschouwing genomen). Dat is juist wat communicatie zo moeilijk maakt, en zoveel misverstanden geeft (we denken vaak wel te weten wat de ander wel zal denken).
De vraag is nu: wat ben ik? Het lichaam-geestmechanisme dat zien gebruikt om een privé werkelijkheid op te bouwen? Of dat wat het zien juist mogelijk maakt?
Welnu, het eerste is iets dat verschijnt en weer verdwijnt (en dus beperkt) en het ander is dat waarin het verschijnt (leegte, ruimte, onbeperkt). En in werkelijkheid is er geen grens tussen beiden (zie hiervoor naar het eerder beschreven "er is geen grens te bespeuren..."). Vandaar: vorm (verschijning) is niet anders dan leegte en leegte is ook niet andere dan vorm (verschijning), maar dat is zeer moeilijk te vatten (zoals Kant waarschijnlijk ook ontdekt had).
Om dit enigszins te kunnen vatten, moet eerst de ervaarder/ervaring eens helemaal wegvallen, wat dan wegvalt valt weg in de grond van ervaring: dat wat ervaring mogelijk maakt, leegte, een ongedifferentieerde staat van zijn waarin er geen onderscheid meer is, geen ik, geen jij, geen binnen, geen buiten, geen tijd, geen ruimte, geen hier en daar... . Het is echter niet de bedoeling hier te blijven hangen (toch niet zolang er een lichaam-geest mechanisme is dat nood heeft aan zich te differentiëren om zichzelf in leven te houden), hier kan je niet functioneren.
Dus wat er gebeurt is dat je van hieruit opnieuw verschijnt als ervaring. In de niet-ervaring was je dat wat ervaren mogelijk maakt, was je ongedifferentieerd, leegte, zonder binnen en zonder buiten, niet privé. Vanuit deze leegte verschijn je weer, als het lichaam-geest mechanisme daar nood aan heeft, als gedifferentieerd (ervaring door dit lichaam-geest mechanisme hier is onderscheiden/privé van ervaring door dat lichaam-geest mechanisme daar). Maar er blijft een weten over dat wat verschijnt niet anders is dan de grond waarin het verschenen is. Dat hoewel er een grens verschijnt, er in feite geen grens is, dat lichaam-geest mechanisme geen identiteit is, maar een veranderlijk gegeven dat verschijnt en weer verdwijnt.
Hoewel het lichaam-geest mechanisme geen identiteit op zich heeft, heeft dit voortdurend veranderend mechanisme wel ervaring en differentiatie nodig om te ervaren bvb. wanneer het mechanisme honger heeft, én om het eten dat hiervoor vergaart wordt vervolgens in dit mechanisme zijn mond te steken en niet in een ander zijn mond. In die zin is dit onderscheidend vermogen wel uiterst nuttig om dit mechanisme in leven te houden (en nog beter: nuttig te maken voor andere mechanismen). En is zelfs dit mechanisme beschrijven als onszelf dat in een wereld vol kansen en gevaren beweegt en het scheppen van een subjectieve werkelijkheid nuttig. Het enige probleem is dat deze subjectieve werkelijkheid voor de werkelijkheid zelf gaat gehouden worden.
Verlicht zijn zou ikzelf dan eerder omschrijven als weten dat je verschijnt als subject, beperkt, veranderlijk en onderling van alles afhankelijk, maar dat je in de grond de leegte bent waarin die beperktheid verschijnt, dat je de mogelijkheid bent die verschijnen mogelijk maakt. Die mogelijkheid tot verschijnen, dat wat aan het verschijnen voorafgaat, is onbeperkt, niet privé, hetzelfde voor elke verschijning, onveranderlijk, onafhankelijk én toch niet anders dan dat wat verschijnt.
Goede avond allemaal.