Toch leert de Boeddha dat ook dieren gewoon wezens zijn die in de kringloop van lijden zitten, in samsara, onderhevig aan geboren worden, verouderen en sterven, steeds weer opnieuw, onafgebroken. Het maakt dus kennelijk niet zoveel uit of dieren wel of niet een Ik-besef hebben. Je kunt volgens mij wel zeggen dat elk dier begeerte heeft, verlangens. En al zou een dier geen conceptueel Ik-besef hebben (volgens chatgpt) dat maakt dus niks uit voor weder geboorte en het continueren van lijden.
Het is begeerte wat het rad draaiende houdt want dit vertegenwoordigt energie. En via onwetendheid blijft begeerte in stand, en wordt elke dag weer aangesproken en gevoed, versterkt. Omgekeerd geldt dit ook. Begeerte zorgt ook weer voor verblinding, begoocheling, vervorming van hoe iets gekend wordt. Maar de sutta's leren dus dat zolang er begeerte is, zolang kun je ook niet zeggen dat onwetendheid echt uit jezelf verdwenen is en niet meer actief.
Dingen kunnen ook ziekelijke vormen aannemen. Bijvoorbeeld bij Alzheimer kunnen mensen de herkenning verliezen van hun eigen lichaam in een spiegel. Ze zien zichzelf niet. Maar ze zien wel iemand. Misschien iemand uit een ander dorp, of uit dezelfde geboorteplaats (er is toch iets van herkenning). Dit ontbreken van het besef van Ik en mijn ten opzichte van het lichaam is hier geen wijsheid. Het is ook helemaal niet heilzaam en voordelig voor iemand.
Er zijn ook mensen die hebben een soort stoornis dat ze een deel van het lichaam, bijvoorbeeld een been, niet ervaren als van-mij, behorend tot wie ik ben. Dat kan zelfs zo ver gaan dat ze dat been willen amputeren of verwonden. Ook dit is niet gezond lijkt me. Er zijn ook ongezonde vormen van niet-mij, niet-Ik zeg maar.
Ik geloof dat het ook nooit gezond kan zijn dat je in dit leven helemaal geen enkele notie meer hebt van Ik en mijn ten opzichte van lichaam en geest. Ik zie echt niet hoe je zo kunt leven.
Ik zie ook geen aanwijzingen dat de Boeddha zo leefde.
Maar ik kan wel aanvoelen dat dit Ik en mijn maken puur functioneel wordt, en iemand net zo makkelijk wel als niet lichaam en geest ziet als Ik en mijn. Net zo makkelijk functioneel het lichaam en geest ziet als Ik en mijn als ook weer loslaat. Allemaal bevrijd. In mijn geval is dit niet zo. Het gaat meer instinctmatig en onvrij en daarom is het Ik en mijn-maken niet alleen maar puur functioneel bij mij.
Het bizarre is dat de sutta's leren dat de Boeddha ook zou hebben geleerd dat er een klasse van deva's is die bewusteloos is. Ze hebben geen mentaal leven, geen gevoelens en waarnemingen.
Tuurlijk hebben die ook geen Ik besef. Toch zitten ook zij in het rad. En volgens mij zit ook iemand die bewusteloos zou sterven, zonder Ik besef dus, gewoon in het rad. Daarom kun je toch ook niet zeggen dat het Ik-besef als het ware de motor is van samsara. Dat doen de sutta's ook niet.
Het Ik-besef is eerder een factor in de geest die begeerte versterkt en stimuleert en dus niet uitdooft. Het werkt als een katalysator van al verrezen begeerte (want zonder begeerte kan er geen Ik-besef zijn (SN22.81)
Maar de energie die zit vervat in begeerte, in plannen, emoties, intenties, neigingen, die zou volgens de Pali overlevering zorgen voor weder geboorte. Het gaat hier eigenlijk om lading en letterlijk een wereldlijke stroom. Het Ik besef houdt die lading erg in stand. De stroom naar Nibbana is een stroom van niet meer lading voeden, pacificatie.
Het is me weer wat