Het is een fascinerende spirituele valstrik: zodra we Mara (onrust of dwaling) herkennen, ontstaat er direct een 'bevechter' die dit met training en correctie wil oplossen. Maar is die interne verbeteraar niet vaak de meest subtiele vermomming van Mara zelf?
Zolang er gestreden wordt om 'wijsheid' te bereiken, blijft de afscheiding tussen een 'onzuiver ik' en een 'toekomstig ideaal' in stand. Mara verliest zijn macht echter niet door strijd, maar op het moment dat de bevechter doorziet dat hijzelf het project is dat de illusie van afscheiding voedt.
Inzicht is geen resultaat van een afkoelingsproces of training, maar het eenvoudige besef dat er geen eigenaar is van wat er verschijnt — ook niet van de onzuiverheid.