Auteur Topic: Het Vormloze is niet het Ongeconditioneerde  (gelezen 938 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline lang kwaat

  • zo blij
  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 2045
Het Vormloze is niet het Ongeconditioneerde
« Gepost op: 01-01-2026 13:38 »
Mijn inschatting op dit moment is:

Mensen kunnen onder bepaalde omstandigheden vormloze mentale sferen binnengaan: die van een oneindige ruimte, oneindig bewustzijn en van nietsheid (er is niets).
Op dat moment is de geest heel erg leeg en verstild. Er zijn geen mentale formaties aanwezig. Op dat moment richt de aandacht van de geest zich op zichzelf, op haar eigen bestaansbasis, haar eigen leegte, lege ruimtelijkheid, stilte, helderheid. Kennelijk kan die vormloosheid zich op verschillende manieren presenteren.

De sutta's beschrijven ook dit als een progressief Pad van loslaten. Je kunt de sfeer van oneindige ruimte overstijgen en ook die van oneindig bewustzijn en nietsheid.
Zoals ik het begrijp zijn dit ook allemaal nog percepties. Dus zoals mentale formaties kunnen worden waargenomen, en ook het stillen er van, zo wordt met het stillen van formaties als voorwaarde ook de vormloze dimensies of sferen waargenomen.

Het vormloze wordt denk ik traditioneel door zelfkenners gezien als het zelf, het ultieme, ongeconditioneerde, de absolute waarheid, iets waar je niet aan voorbij kunt gaan. Boeddha's leraren deden dat. Boeddha zag in dat dit niet klopt want er is nog altijd een 'voorbij gaan aan deze vormloze dimensies'. Het is niet iets ultiems.

De vormloze dimensies zijn ook niet echt structuurloos. Hoewel ze niet zo grof zijn als mentale formaties, is er wel degelijk structuur aanwezig, zoals ook de lege ruimte om ons heen een weefsel is en een structuur heeft, al ervaren we de lege ruimte om ons heen als ongrijpbaar. Het vormloze kan ook desintegreren. Het is niet het niet-desintegrerende. Het is niet het ongeconditioneerde.

Samsara bestaat uit grofstoffelijke werelden, fijnstoffelijke en vormloze maar dit alles is onderhevig aan ontstaan, veranderen en eindigen. Ook het vormloze. Het is niet de beëindiging van lijden en niet het realiseren van Nibbana. Het is ook niet het boven-wereldlijke Pad. Het vormloze is het vormloze, arupa.

Mensen neigen het vormloze te verwarren met het ultieme, volgens mij. Ze bedenken dan theorieën zoals:

1. het vormloze (lege, stille, heldere) was er altijd, is er altijd en zal er altijd zijn. In dat vormloze (lege, stille) komt vorm of formaties op
2. het vormloze ben ik echt en de opkomende formaties ben Ik niet echt
3. het vormloze is het ongeconditioneerde en als zodanig de grond of basis van het geconditioneerde (dat wat opkomt en gaat)
4. Ik ben niet dat wat opkomt, Ik ben die stilte, leegte, vormloosheid waarin alles opkomt
5. het vormloze is het zuivere, vorm of formaties representeren het onzuivere
6. directe kennis van het vormloze is hetzelfde als de stroom-betreden
7. het vormloze is het boven-wereldlijke Pad
8. God is het vormloze, en aangezien ik het vormloze ben, ben ik God
9. Het vormloze is het Absolute, formaties/vorm is het Relatieve
10. Het vormloze is duurzaam, vorm/formaties tijdelijk
11. het vormloze is de beëindiging van lijden, Nibbana. Vorm en alles wat van de natuur van ontstaan en eindigen is, is samsara en lijden
12. het vormloze is het stabiele in ons leven

Dat soort ideeën.

Boeddha zag het vormloze niet zo. Boeddha week af van zijn leraren die het vormloze zagen als het ultieme, door het ultieme te leren als de volledige en definitieve beëindiging van hebzucht, haat en begoocheling door de vijf vermogens en met name door de leider van die vijf, wijsheid.

Dit is niet iets tijdelijks zoals het vormloze dat wel is. Het vormloze zijn tijdelijke staten of dimensies die een Boeddha bewust kan binnengaan en in verwijlen maar dit is niet Nibbana en het ongeconditioneerde. De Boeddha ging ook voorbij aan het vormloze. Die beeindiging van hebzucht, haat en begoocheling is niet iets van het mano-vinnana. Het is iets van het hart.
Bewustzijn (ook mano vinnana) moet volledig gekend worden. Het is tijdelijk, een aggregatie, een samenstelling en vertegenwoordigt dus niet het niet-desintegrerende.
Wijsheid moet worden ontwikkeld.

Zoals ik dit alles beleef komt het er op neer dat bevrijding niet iets mentaals is. Het is niet dat het mano-vinnana wordt bevrijd en/of dat directe kennis van het vormloze dat doet.
En wat mentaal ongrijpbaar, stil en leeg is, is ook niet het ongeconditioneerde of boven-wereldlijke.

Als je je brein door stoffen in speciale staten brengt lijkt het me onwaarschijnlijk dat je het ongeconditioneerde leert kennen. Misschien het vormloze.