Volgens mij zitten we inhoudelijk dicht bij elkaar, maar is er gewoon nog een verschil in klemtoon.
Ik ben het met je eens dat er een vorm van gerichtheid is die ontstaat uit gewoonte, uit onderliggende neigingen zoals tanha en avijja. Die gerichtheid grijpt, landt, raakt betrokken, vaak automatisch en dwangmatig. Zolang dat nog gebeurt, lijkt het me ook terecht om te zeggen dat er nog geen bevrijding is.
Waar voor mij het verschil zit, is in wat we precies onder bevrijding verstaan.
Als bevrijding wordt opgevat als het volledig uitblijven van zulke verschijnselen – dus geen enkel eye‑, ear‑ of mind‑catching moment meer zolang avijja en tanha niet volledig zijn uitgeput, dan kom je inderdaad uit bij een soort uitdoofvisie. Dat is consistent, maar niet hoe Mahamudra het ziet.
Binnen Mahamudra gaat het er niet om dat gerichtheid nooit meer verschijnt, maar dat ze niet langer bepalend is. Gericht kennen kan zich nog voordoen wanneer de situatie dat vraagt, maar zonder fixatie, zonder grijpen, zonder dat er iets blijft hangen of opgebouwd wordt. De geest functioneert, maar raakt nergens meer in vast.
Dat is ook waarom de Boeddha tijdens zijn leven wel degelijk als bevrijd wordt gezien: onderrichten, spreken en handelen veronderstellen gerichtheid, maar niet meer de door gewoonte en onwetendheid gestuurde betrokkenheid waar jij terecht op wijst.
Herkennen alleen is dus inderdaad niet genoeg, en er zomaar afstand van nemen evenmin. Pas wanneer gefixeerdheid niet meer optreedt, terwijl functioneren en gericht kennen nog gewoon doorgaan, kun je binnen deze visie van bevrijding spreken.
In die zin zie ik Mahamudra niet als minder radicaal, maar juist als heel concreet: bevrijding hier en nu, midden in het leven, niet pas wanneer alles stilvalt.
Ik wil het hierbij nu echt toch graag afronden, want het was eigenlijk niet mijn bedoeling om opnieuw actief aan dit forum deel te nemen.
Ik merk dat ik een vrij uitgesproken en voor mijzelf heldere visie heb, maar dat die – in combinatie met mijn manier van communiceren – maar al te vaak overkomt als arrogantie. Als dat effect blijft bestaan, dan brengt deze uitwisseling uiteindelijk meer ruis dan helderheid.
Dat is niet wat ik hier wil bijdragen.
Neem me dat dus niet kwalijk, maar ik laat het hier verder bij.
Dit sterk asynchrone medium blijkt gewoon geen goede vorm voor hoe ik denk en communiceer. Daarnaast speelt voor mij mee dat dit niet alleen een asynchroon medium is, maar ook één zonder non‑verbale feedback. Dat maakt dat veel nuance, toon en intentie wegvalt, en automatisch wordt ingevuld door de lezer. Ik merk dat dat hier geregeld gebeurt, en dat vergroot het risico op misverstanden en oordelen.
In zo’n setting blijkt mijn manier van denken en formuleren simpelweg niet goed tot haar recht te komen.
Alle goeds.